Page 1


Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche

Recreatief Frontoffice Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche Theorieboek


Colofon Uitgeverij: Edu’Actief b.v. Auteur: Tineke Ras-Marees Redactie: Edu’Actief b.v. Eindredactie: Edu’Actief b.v. Inhoudelijke redactie: Perry van Milt Vormgeving: Edu’Actief b.v. Vormgeving omslag: Ontwerpbureau Voltage, Nijmegen Drukwerk: Scanlaser bv Tineke Ras-Marees Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche Theorieboek ISBN 978 90 3721 113 9 NUR 164 Trefwoord: mbo, leermiddelen, frontoffice, hotel Copyright © 2013 Edu'Actief b.v. Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Inhoud 1.

Jouw baan als frontofficemedewerker

7

Inleiding

9

Oriëntatie op de branche

10

Kernbegrippen Afgeleide begrippen Trends en ontwikkelingen Tot slot

10 17 24 25

Oriëntatie op beroep

26

Functies Kennis, vaardigheden en houding Werkveld Organisaties Trends en ontwikkelingen Tot slot

26 29 31 42 49 50

Oriëntatie op de werkplek

51

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

De plaats van de frontoffice in de organisatie De werkplek Productkennis Trends en ontwikkelingen Tot slot

51 56 57 63 65

4.

Communiceren is meer dan praten

66

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Wat is communicatie? Soorten communicatie Communicatieschema Trends en ontwikkelingen Tot slot

66 67 69 74 74

5.

Mensenwerk

75

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Werken met mensen is leuk In een hokje of toch niet? Interculturele communicatie Trends en ontwikkelingen Tot slot

75 80 88 91 92

6.

Klantgericht gesprekken voeren

93

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Taalgebruik Gesprekstechnieken Soorten gesprekken Trends en ontwikkelingen Tot slot

1.1 1.2 1.3 1.4

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3.

93 95 102 117 118


7.

Effectief schrijven

119

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

Effectief schrijven Schrijven voor de doelgroep Stijl Geschreven teksten Front- of backoffice? Trends en ontwikkelingen Tot slot

119 127 129 133 143 143 143

8.

Aannemen van reserveringen

144

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Wat verkopen wij? Reserveringen aannemen Rondom de reservering Bijverkoop Het gesprek Trends en ontwikkelingen Tot slot

144 150 157 165 166 168 169

9.

Verzekeringen

170

9.1 9.2 9.3 9.4

Het begrip verzekering Welke verzekeringen zijn er mogelijk? Trends en ontwikkelingen Tot slot

170 171 181 182

10.

De gast checkt in

183

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Voorbereiding Ontvangst Commercieel handelen Trends en ontwikkelingen Tot slot

184 186 192 194 194

11.

De klant met een vraag aan de balie

195

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5

Welke informatie bij welk bedrijf? Omgaan met informatiemateriaal aan de balie Schriftelijk informatie verstrekken Trends en ontwikkelingen Tot slot

195 199 206 208 209

12.

Verhuren en verkopen aan de klant

210

12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6 12.7 12.8

Het assortiment Winkelinrichting Verhuur van recreatieve producten en diensten Administratie Meer omzet draaien Afrekenen Trends en ontwikkelingen Tot slot

210 213 216 220 221 223 226 226


13.

Help! Er gaat iets mis

228

13.1 13.2 13.3 13.4 13.5 13.6

Omgaan met onveilige situaties Inschatten en melden van onveilige situaties Omgaan met calamiteiten Hoe nu verder? Trends en ontwikkelingen Tot slot

228 232 233 236 237 238

14.

Afscheid en tot ziens

239

14.1 14.2 14.3 14.4 14.5

Procedures rond het uitchecken Nazorg Algemene voorwaarden Trends Tot slot

239 246 247 248 248

15.

Rondom de reservering

250

15.1 15.2 15.3 15.4 15.5 15.6 15.7

Goedemorgen! Een nieuwe dag Wat gebeurt er met een reservering? Reisbescheiden Wijzigingen Annuleringen Trends en ontwikkelingen Tot slot

250 254 261 262 266 268 269

16.

Informatie verzamelen en verstrekken

270

16.1 16.2 16.3 16.4 16.5 16.6

De keuze van het informatiemateriaal Het eigen informatiemateriaal Marketing en public relations Backoffice en informatieverstrekking Trends en ontwikkelingen Tot slot

270 272 276 285 290 292

17.

Voorraadbeleid: mag je 'nee' verkopen?

293

17.1 17.2 17.3 17.4 17.5 17.6 17.7

Voorraadbeleid Voorraadsystemen De bestelling De leverantie Voorraad van diensten Trends en ontwikkelingen Tot slot

293 298 300 303 304 305 305

18.

Zuinig omgaan met onze aarde

306

18.1 18.2 18.3 18.4 18.5 18.6 18.7 18.8

Duurzaam toerisme en MVO De problemen bij duurzame recreatie in Nederland Wet- en regelgeving Maatregelen van brancheorganisaties Andere maatregelen Jouw taak bij duurzame recreatie Trends en ontwikkelingen Tot slot

306 308 313 315 318 320 321 323


19.

Activiteiten en arrangementen: laten we wat 325 leuks doen

19.1 19.2 19.3 19.4 19.5

Activiteiten Arrangementen Van idee naar uitwerking Trends en ontwikkelingen Tot slot

326 331 333 344 345

20.

De klant blijft koning

346

20.1 20.2 20.3 20.4 20.5 20.6 20.7 20.8

Vergeten en gevonden voorwerpen Verzekeringskwesties Annuleringen Klanttevredenheidsonderzoek en enquĂŞtes Klachten Klanten volgen Trends en ontwikkelingen Tot slot

346 348 349 350 352 356 356 357

21.

Een dagje administratie

358

21.1 21.2 21.3

Postverwerking Een lesje in boekhouden Tot slot

358 363 368

Trefwoordenlijst

369


Jouw baan als frontofficemedewerker Je hebt dit boek in handen omdat je belangstelling hebt voor het werk als frontofficemedewerker. Je volgt een studie op dat gebied en wilt theorie en praktijk met elkaar verweven. Dit boek is speciaal voor jou geschreven! Er zitten in dit boek twee rode draden. Ten eerste ben jij dat als frontofficemedewerker. Alle werkzaamheden waarmee je te maken kunt krijgen, passeren de revue. Ten tweede is dat jouw gast of klant. We volgen jouw toekomstige gast vanaf het moment dat hij informatie aanvraagt, via de reservering en het verblijf, tot het moment dat hij weer thuis is. Het boek reist dus mee met de gast. Maar voordat die toekomstige gast voor het eerst bij jou aan de balie komt, geven we je eerst de informatie die je nodig hebt in je functie als frontofficemedewerker. We willen je wegwijs maken in de recreatiewereld en we willen je veel bagage meegeven over communicatie voordat je met die gast in contact komt. Daarom hebben we het boek in vier delen gesplitst. Deel 1 is een oriënterend deel waarin je kennismaakt met de recreatiebranche, met het beroep van frontofficemedewerker en je werkplek. Dit deel staat bol van begrippen en informatie. Wij adviseren je om dit deel regelmatig te raadplegen als je bij de andere hoofdstukken bent. Gebruik het gerust als naslagwerk. Deel 2 gaat over communicatie, van heel algemeen tot gesprekstechnieken en zakelijk communiceren. Ook dit is een deel dat je regelmatig kunt raadplegen als je bij de delen 3 en 4 bent aangekomen. In deel 3 staat de gast centraal. We volgen enkele gasten in hun belevenissen. Zo zien we Sjoerd en Miranda die een trektocht maken langs hostels en we volgen Yvette die voor een bedrijf een mooi personeelsevenement organiseert. In dit deel is de frontofficemedewerker in de frontoffice aan het werk. In deel 4 laten we zien welke werkzaamheden je als frontofficemedewerker in de backoffice uitvoert. Niet alle bedrijven kennen het fysieke onderscheid tussen front- en backoffice. Daarmee bedoelen we dat een ‘backoffice’ niet altijd onzichtbaar is vanuit de frontoffice. En bij kleinere bedrijven doe je als frontofficemedewerker ‘gewoon alles tegelijk’. Alle delen staan vol met voorbeelden. We kunnen daarbij nooit uitputtend zijn, daarvoor zijn er te veel verschillende bedrijven en dus ook te veel verschillende voorbeelden. We schrijven daarom steeds: zoals, bijvoorbeeld enzovoort. Realiseer je dat er meestal slechts enkele voorbeelden gegeven worden. Prikkel je nieuwsgierigheid en bedenk zelf nog meer voorbeelden. Of vul het rijtje voorbeelden aan als je een stage hebt gedaan. We hebben de termen front- en backoffice nu een paar keer genoemd. Het is goed om hier al te bepalen wat we daarmee bedoelen.


Frontoffice (of receptie) In dit boek verstaan we onder frontoffice de afdeling van de frontoffice waar rechtstreeks contact met klanten of gasten aan een informatiebalie plaatsvindt. De klant of gast wordt hier persoonlijk door de frontofficemedewerker te woord gestaan.

Backoffice In dit boek verstaan wij onder backoffice de afdeling binnen de frontoffice waar geen contact met klanten of gasten aan een balie plaatsvindt. Wel is er schriftelijk of telefonisch contact met gasten. De backoffice voert ondersteunende en voorbereidende werkzaamheden voor de frontofficewerkzaamheden aan de balie. De afdeling Frontoffice bestaat dus uit twee onderafdelingen: Frontoffice of Receptie en Backoffice. Het uitgangspunt in dit boek is dat een frontofficemedewerker zowel frontoffice, dus aan de balie, werkt als backoffice. We behandelen dus alle werkzaamheden die in de front- en backoffice plaatsvinden. We spreken in de omschrijvingen van front- en backoffice over klanten of gasten. Wanneer is iemand een klant en wanneer is iemand een gast? Over het algemeen kun je zeggen dat je in de verblijfssector praat over gasten. Bij een ANWB-winkel spreek je eerder van een klant. Je kunt ook zeggen dat je van een klant spreekt als hij iets komt kopen of een reservering komt doen. Die klant wordt gast op het moment dat hij voor zijn verblijf bij de frontoffice komt en aan het verblijf of de vakantie begint. Binnen organisaties kan er ook verschillend over klant of gast gesproken worden. Een verkoopafdeling praat liever over klanten dan over gasten, terwijl de frontoffice juist liever over gasten praat! Je ziet: het is niet eenvoudig om het verschil aan te duiden. Sommige organisaties zijn heel strikt en spreken altijd over gasten. In dit boek gebruiken we gast en klant bewust door elkaar om je aan beide termen te laten wennen. Tot slot willen we nog iets zeggen over de verschillen tussen frontofficemedewerker in de recreatiesector en frontofficemedewerker bij de informatieverstrekkende kantoren (zoals een VVV). Dit boek leidt voor beide sectoren op, hoewel niet alle werkzaamheden in beide sectoren plaatsvinden. Waar dat nodig is, vermelden we in een hoofdstuk in welke sector de werkzaamheden juist wel of juist niet voorkomen. Een ding is zeker: je krijgt een fijn beroep, want werken met mensen is leuk en werken met mensen die in hun vrije tijd iets leuks gaan ondernemen, is nog leuker! We wensen je veel plezier ĂŠn succes bij je studie, en in je toekomstige functie als frontofficemedewerker. Tineke Ras-Marees auteur


Inleiding Het boek Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche maakt deel uit van het lespakket Recreatief Frontoffice. Dit pakket is geschikt voor de frontofficemedewerker, receptionist en informatiemedewerker en bestaat uit theorieboeken en GOE’s (Geïntegreerde OnderwijsEenheden). Het boek Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche kan worden gebruikt in combinatie met de volgende GOE’s: • Oriëntatie op branche en beroep (978 90 3721 103 0) • Werken als frontofficemedewerker bij een camping- of bungalowbedrijf (978 90 3721 102 3) • Werken als frontofficemedewerker bij een lowbudget- of groepsaccommodatie (978 90 3721 104 7) • Uitvoeren van backofficewerkzaamheden in een recreatiebedrijf (978 90 3721 099 6) • Verhuren en verkopen van producten en diensten (978 90 3721 098 9) • Samenstellen en verkopen van activiteiten en arrangementen (978 90 3721 110 8). Naast materialen voor de recreatie- en toeristische-informatiebranche is er een theorieboek gericht op de hotelbranche Frontofficemedewerker in de hotelbranche. Dit theorieboek kan worden gebruikt in combintatie met de volgende GOE’s: • • •

Oriëntatie op de hotelbranche (978 90 3721 095 8) Uitvoeren van frontofficewerkzaamheden in een hotel (978 90 3721 096 5) Commercieel handelen en uitvoeren van backofficewerkzaamheden in een hotel (978 90 3721 097 2).

Inloggen op www.recreatief-frontoffice.eu Als je voor het eerst op www.recreatief-frontoffice.eu/theorieboeken gaat inloggen, moet je eerst de licentie activeren. Je vindt deze licentie aan het begin van dit theorieboek. Je licentie is 24 maanden geldig vanaf het moment waarop je de licentie hebt geactiveerd. Hoe moet ik de licentie activeren? • Ga op internet naar licentie.edu-actief.nl (let op: zonder www ervoor!). • Vul de licentie in op deze pagina. Klik op ‘Activeren’. • Je bent nu in het scherm waar je kunt inloggen. Klik op ‘Registreren’. Vul bij e-mailadres je e-mailadres in. Vul bij gebruikersnaam een gebruikersnaam in. Vul bij wachtwoord het wachtwoord in dat je wilt gebruiken. Heb je al een gebruikersnaam en wachtwoord aangemaakt bij Edu’Actief? Log dan in met deze gegevens. • Controleer de gegevens en klik op ‘Voltooien’. • Als je de licentie hebt geactiveerd, kun je met je gebruikersnaam en wachtwoord inloggen op www.recreatief-frontoffice.eu/theoriematerialen.


Oriëntatie op de branche

1.

Oriëntatie op de branche Als frontofficemedewerker kun je werken in bedrijven in de sectoren toerisme en recreatie. In dit boek behandelen we de werkzaamheden voor de functie van informatiemedewerker en receptionist. Een informatiemedewerker werkt bij bedrijven in de sector toeristische informatie, denk hierbij aan VVV- en ANWB-winkels. Deze bedrijven kunnen gericht zijn op binnenlands toerisme, inkomend toerisme en/of uitgaand toerisme. Receptionisten zijn vooral werkzaam bij de receptie van (internationale) recreatiebedrijven. Deze inleidende tekst komt uit een omschrijving van een opleiding voor frontofficemedewerker. Als je die tekst leest, dan kom je daarin allerlei begrippen tegen. Weet jij al wat het verschil is tussen toerisme en recreatie? En wat is inkomend toerisme of een recreatiebedrijf? Hoe krijg je daarmee te maken in jouw toekomstige baan? Om zeker te zijn dat we in dit boek steeds over hetzelfde praten, bespreken we in dit hoofdstuk een groot aantal begrippen. Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat we hetzelfde bedoelen als we het over vakantie of vrije tijd hebben. Want zeg eens eerlijk: wat bedoel jij met vrije tijd? Stel, je hebt met je ouders de afspraak dat je zelf je kamer schoonmaakt en op orde houdt. Je kunt dat niet doen als je op school bent of op je werk, maar voelt dat als vrije tijd? Voor de meesten van jullie vermoedelijk niet! We leggen uit wat de begrippen inhouden en geven aan in welke situaties je met de begrippen te maken krijgt in je werkomgeving.

1.1

Kernbegrippen We beginnen met veelgebruikte termen: vrije tijd, toerisme, recreatie, vakantie en gastvrijheid. Het zijn begrippen die met elkaar samenhangen en waarmee je als frontofficemedewerker veel te maken krijgt. Met frontoffice bedoelen we steeds de plaats in de organisatie waar het directe contact plaatsvindt tussen de gast of klant en de medewerker van een organisatie.

1.1.1

Vrije tijd We beginnen met het begrip vrije tijd. Dat is de tijd waarin je ‘vrij’ bent om te doen wat je wilt. Je kunt je eigen tijd invullen, je voelt je vrij. Het lastige is dat ‘vrij voelen’ soms per persoon en soms zelfs per situatie heel verschillend kan zijn. Neem bijvoorbeeld het uitlaten van de hond. Je kunt dat als verplichting voelen (‘O ja, ik moet de hond ook nog uitlaten [zucht].'), maar je kunt dat ook als heel plezierig ervaren (‘Ik ga straks heerlijk met de hond naar het strand, lekker uitwaaien.’). Zelfs als je het áltijd leuk vindt om met de hond te wandelen, kun je daar nog wel anders over denken als het plenst van de regen. Daarom maken we verschil tussen bruto en netto vrije tijd. Om dat uit te leggen, geven we je een rekensommetje.

10


Oriëntatie op de branche

Je hebt dagelijks vierentwintig uur te besteden. Als je werkt, naar school gaat of studeert, ben je hier tijd aan kwijt. Dit is de tijd die je op school of op het werk doorbrengt, die je besteedt aan het maken van huiswerk of opdrachten en het reizen naar en van de werkplek of school. Dit zijn verplichtingen. Wanneer je de verplichte tijd voor school of werk van de totale tijd aftrekt, houd je de bruto vrije tijd over.

Bruto vrije tijd Alle tijd die je overhoudt na aftrek van tijd voor werk en school of studie. De bruto vrije tijd is voor iedereen hetzelfde en dus meetbaar. Hoe komt het dan iedereen toch een andere mening heeft over wat als echte vrije tijd kan worden beschouwd? Dit heeft te maken met verplichtingen. Als we iets als verplichting voelen, dan voelt dat niet als vrije tijd. Zoals je kamer op orde houden! We maken onderscheid tussen verschillende soorten verplichtingen: • externe verplichtingen Dit zijn alle sociale verplichtingen, zoals een familiebezoek. • noodzakelijke verplichtingen Dit zijn dingen die moeten gebeuren, zoals koken, huishoudelijke taken, persoonlijke verzorging en slapen. Wanneer je de tijdsbesteding aan verplichtingen van de bruto vrije tijd aftrekt, houd je de netto vrije tijd over. Dit is de tijd die je zelf als vrij ervaart en die je dus naar je eigen wens kunt invullen.

Netto vrije tijd Alle tijd die je overhoudt na aftrek van tijd voor werk, school of studie, externe verplichtingen en noodzakelijke verplichtingen.

Tijdschema Totale tijd

Je hebt elke dag vierentwintig uur te besteden.

-/- schooltijd

Alle tijd die je besteedt aan het reizen naar en van je school of studiefaciliteit, de tijd die je daar verblijft en alle tijd die je besteedt aan het maken van huiswerk en opdrachten.

-/- arbeidstijd

Alle tijd die je besteedt aan het reizen van en naar je werk en de tijd die je op je werk verblijft (woon-werkverkeer).

= bruto vrije tijd

Totale tijd minus schooltijd en arbeidstijd.

-/- externe verplichtingen

Alle tijd die je besteedt aan sociale verplichtingen.

-/- noodzakelijke verplichtingen

Alle tijd die je besteedt aan dingen die moeten gebeuren (koken, schoonmaken, slapen, persoonlijke verzorging).

= netto vrije tijd

Bruto vrije tijd minus externe en noodzakelijke verplichtingen.

11


De netto vrije tijd vul je naar eigen wens in met verschillende activiteiten. Dit is de vrijetijdsbesteding. In onze vrije tijd ondernemen we activiteiten voor ons plezier. Dat kunnen korte bezigheden zijn (naar een vereniging gaan, gamen, chatten), maar ook vakantie houden, reizen en recreatieve bezigheden doen we in onze vrije tijd. Om nog even op de hond terug te komen: de hond uitlaten valt altijd binnen de vrije tijd, maar als het als verplichting voelt, dan is het bruto vrije tijd en als je het voor je plezier doet (en je ‘vrij voelt’), dan is het netto vrije tijd.

1.1.2

Toerisme UNWTO staat voor United Nations World Tourism Organization; het is de organisatie die vanuit de Verenigde Naties wereldwijd verantwoordelijk is voor de promotie van verantwoord, duurzaam en voor iedereen toegankelijk toerisme. UNWTO definieert toerisme als het reizen naar en verblijven op plaatsen buiten de normale omgeving, voor vrije tijd, zaken en andere doeleinden. Toerisme kan dus zowel in de vrije tijd als in de arbeids- of schooltijd plaatsvinden. Denk aan een vakantiereis, maar ook aan een zaken- of studiereis. Zo kun je voor een congres naar het buitenland reizen of vanuit de reisopleiding een bestemming bezoeken. De essentie van toerisme is dat dit buiten de eigen woonplaats gebeurt.

Toerisme Reizen naar en verblijven op plaatsen buiten de eigen (woon)omgeving, voor vrije tijd, zaken en andere doeleinden voor een periode die niet langer is dan een (aaneengesloten) jaar. Dit is een internationaal erkende definitie waaraan een land nog eigen criteria mag toevoegen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in Nederland de taak om betrouwbare en samenhangende statistische informatie te publiceren. Een van de thema’s waarvoor het CBS cijfermateriaal verzamelt en waarover CBS publiceert, is het thema ‘Vrije tijd en cultuur’. Hieronder vallen alle statistische gegevens over vakantie, recreatie en vrije tijd. Het CBS hanteert de hiervoor genoemde internationaal erkende definitie ook. Het heeft daaraan voor Nederland twee criteria toegevoegd waaraan voldaan moet zijn om van toerisme te spreken: • Het moet gaan om bezoeken die langer duren dan twee uur. • Het moeten bezoeken zijn die iemand doet vanuit een recreatief toeristisch of zakelijk toeristisch motief buiten de normale omgeving. Die twee criteria komen dus voor Nederland als extra bij de definitie van UNWTO. De kenmerken op een rijtje:

Toerisme: • • • •

12

kan in bruto en netto vrije tijd plaatsvinden vindt altijd plaats buiten de eigen woonomgeving kan ontspanning als doel hebben, maar kan ook als hoofddoel een studiedoel, een zakelijk of ander doel hebben duurt langer dan twee uur, maar niet langer dan een aaneengesloten jaar.


Oriëntatie op de branche

Je kunt toerist zijn binnen of buiten het eigen land. We onderscheiden daarom drie vormen van toerisme: • binnenlands toerisme • uitgaand toerisme • inkomend toerisme. We geven de definities vanuit Nederland gezien.

Binnenlands toerisme Reizen en verblijven van Nederlanders buiten de eigen woonomgeving, maar binnen Nederland.

Uitgaand toerisme Reizen en verblijven van Nederlanders buiten de eigen woonomgeving en buiten Nederland.

Inkomend toerisme Reizen naar en verblijven van buitenlandse toeristen in Nederland.

Vormen van toerisme Sjoerd en Miranda maken vanuit hun woonplaats in Nederland een fietstocht langs een aantal hostels in Nederland. Zij zijn binnenlandse toeristen. Volgend jaar gaan zij weer een fietstocht maken, maar nu gaan ze ook Duitsland in. Ze zijn nu uitgaande toeristen. Tijdens hun vakantie in Duitsland ontmoeten ze Helga en Ditmar. Ze raken bevriend en Helga en Ditmar komen het jaar daarop naar Nederland. Helga en Ditmar zijn inkomende toeristen.

1.1.3

Recreatie Het woord ‘recreatie’ houdt in dat je nieuwe, frisse energie opdoet. Met recreatieve activiteiten kun je je dan ook meestal weer helemaal opnieuw opladen en de drukte van de dag van je afzetten. Deze activiteiten kunnen buiten, maar ook binnen je eigen woonomgeving plaatsvinden. De essentie van recreatie is dat het binnen je netto vrije tijd plaatsvindt. Het doel is altijd ontspanning.

Recreatie De activiteiten die je voor je ontspanning kunt doen in je netto vrije tijd. Je kunt recreatie op verschillende manieren verdelen. We bespreken achtereenvolgens: • indeling in tijd • indeling naar plaats • indeling naar urbanisatie • indeling naar fysisch milieu • indeling naar ruimtegebruik.

13


Indeling in tijd De tijd die je aan recreatie besteedt, kan sterk uiteenlopen. We onderscheiden daarom drie vormen: • uurrecreatie • dagrecreatie • verblijfsrecreatie.

Uurrecreatie Een recreatieve activiteit in de eigen omgeving waaraan je maximaal twee uren besteedt, bijvoorbeeld een wandeling door het park of een training bij de sportvereniging.

Dagrecreatie Een recreatieve activiteit in of buiten de eigen omgeving waaraan je minimaal twee uren en maximaal één dag besteedt, bijvoorbeeld een bezoek aan het strand, een attractiepark of een evenement. Er is geen sprake van overnachting.

Verblijfsrecreatie Recreatie waarbij je minimaal één nacht van huis bent (niet bij vrienden of familie). Bij verblijfsrecreatie ben je dus een nacht van huis. Is dat dan geen vakantie? Ja, dat klopt. Hier krijgen we met verschil binnen sectoren te maken. In de recreatiesector hebben we het meestal over verblijfsrecreatie, daarbuiten meestal over vakantie. Begrippen binnen de verblijfsrecreatie zijn nog weekend en midweek. Een weekend is bij de meeste recreatiebedrijven een verblijf van vrijdagmiddag tot en met maandagochtend. Een midweekverblijf is een verblijf van maandagmiddag tot en met vrijdagochtend. Indeling naar plaats Je kunt recreatie ook indelen naar de plaats waar gerecreëerd wordt. We onderscheiden dan recreatie in overdekte ruimtes en recreatie in de openlucht. Bij recreatie in overdekte ruimtes kun je alle recreatieve activiteiten bedenken die buiten het eigen woonhuis binnenhuis worden aangeboden. Bijvoorbeeld een bingoavond bij een bungalowpark, bowling bij een bowlingbaan of bloemschikken in een buurthuis. Onder openluchtrecreatie verstaan we alle activiteiten die buiten georganiseerd worden, zoals een volleybaltoernooi of een speurtocht. Indeling naar urbanisatie Urbanisatie is een ander woord voor verstedelijking. Bij deze indeling kijken we in hoeverre de recreatieactiviteiten in een stad of buiten een stad plaatsvinden. Stedelijke recreatie is daarbij de recreatie die binnen de bebouwing plaatsvindt, niet-stedelijke recreatie vindt buiten de bebouwing plaats. Alle activiteiten die zich in de natuur of op het platteland afspelen, vallen onder de niet-stedelijke recreatie. Indeling naar fysisch milieu Bij deze indeling kijken we naar het omgeving van de recreatieve activiteiten. We onderscheiden dan: • waterrecreatie; alle recreatieve activiteiten die te maken hebben met water, zoals zwemmen, vissen, surfen, zeilen

14


Oriëntatie op de branche

• • •

oeverrecreatie; alle recreatieve activiteiten waarbij het water én de oever gebruikt worden, zoals vissen en zwemmen landgebonden recreatie; alle recreatieve activiteiten die op het land plaatsvinden luchtgebonden recreatie; alle recreatieve activiteiten die in de lucht plaatsvinden, zoals parapenten.

Je ziet al hoe lastig het is om een activiteit ergens te plaatsen. Want zwemmen en vissen zie je al staan bij waterrecreatie én oeverrecreatie, maar die twee horen ook nog bij landgebonden recreatie. Het gaat er bij deze definities dan ook niet zozeer om om een activiteit een vaste plek te geven binnen de soorten recreatie. Het gaat erom dat je het begrip kent en begrijpt wat het inhoudt. Het bordje ‘oeverrecreatie toegestaan’ bij het meertje in de buurt van de camping waar je werkt, moet je begrijpen en ook kunnen uitleggen aan jouw gasten. Indeling naar ruimtegebruik Tot slot geven we hier nog een verdeling naar ruimtegebruik. Er zijn gebieden te bedenken waar het niet fijn is om heel veel recreatie te hebben. Bijvoorbeeld in een natuurgebied met zeldzame flora en fauna. Honderden wandelaar op een dag zouden de natuur te veel belasten. Als een recreatiegebied geschikt is voor veel mensen, dan spreken we van intensieve recreatie; het gebied is geschikt en ook bedoeld voor intensief gebruik. Er mogen veel mensen tegelijkertijd in dat gebied vertoeven. In zo’n gebied staat recreatie ook voorop; recreëren is het hoofddoel, natuur en omgeving zijn van ondergeschikt belang. Je kunt dat zien aan de voorzieningen in zo’n gebied: veel bankjes, speelweides, wandel-, fietsen ruiterpaden, picknickplaatsen, klauterplaatsen enzovoort. Daartegenover staat extensieve recreatie. Bij deze recreatievorm gaat het om gebieden die niet speciaal voor de recreant zijn aangelegd, maar waar de recreant wel welkom is. De recreatieve functie is in deze gebieden ondergeschikt; het belang van de natuur staat voorop. Er zijn dan ook bijna geen recreatieve voorzieningen en daardoor komen in deze gebieden veel minder mensen tegelijkertijd. Als voorbeeld noemen we de Nationale Parken. Een gebied kan ook geschikt zijn voor intensieve én extensieve recreatie. Bijvoorbeeld de stranden zijn bij mooi weer overvol en dan spreek je van intensieve recreatie. Bij slecht weer zijn de stranden verlaten en spreek je van extensieve recreatie. Een ander voorbeeld is een natuurgebied waarbij je in een bepaald gedeelte veel recreatievoorzieningen hebt waar de recreant naar hartenlust kan spelen, picknicken, fietsen of wandelen, terwijl het grootste deel van het gebied alleen toegankelijk is voor wandelaars die op de paden blijven. We noemen dit laatste ook wel ‘zonering’. Een bepaalde zone (= gebied) is voor een groot publiek toegankelijk, een andere zone voor een kleiner publiek. Een andere vorm van zonering is het afsluiten van een gebied in bepaalde maanden, bijvoorbeeld tijdens het broedseizoen van vogels.

Recreatie - kan alleen in de netto vrije tijd plaatsvinden - kan zowel binnen als buiten de eigen woonomgeving plaatsvinden - kan ingedeeld worden naar tijd, plaats, ruimte en intensiteit van het gebruik - heeft altijd ontspanning als doel.

15

Recreatief Frontofficemedewerker in de recreatie- en toeristische-informatiebranche proefmateriaal  
Advertisement