Issuu on Google+


LEEFSTIJL VOORTGEZET ONDERWIJS – KLAS 2

Dit boek is van

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 1

Jaar

28-06-12 10:44


Uitgeverij: Uitgeverij Edu’Actief b.v. Meppel Auteurs: José Banens; Erwin Tielemans Redactie: Robert Slagt Inhoudelijke redactie: Alje Heinkens; Willem Oudehand Vormgeving: DTP-Studio Joke Wensing, Apeldoorn Illustraties: Mirèn van Alphen, Breda; Bart Kranenburg, Haarlem Drukwerk: Ten Brink, Meppel Titel boek: Werkboek Leefstijl Voortgezet onderwijs klas 2 ISBN: 978 90 3720 956 3 NUR: 130 Trefwoord: leermiddelen; voortgezet onderwijs, sociale en emotionele ontwikkeling Copyright © 2012 Uitgeverij Edu’Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl

Eerste druk/eerste oplage

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 2

28-06-12 10:44


Leefstijl

Klas

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 3

2

28-06-12 10:44


Inhoudsopgave

Leefstijl Voortgezet Onderwijs - klas 2

Thema 1 - les 1

Goed begonnen is veel gewonnen

5

les 2

Goede afspraken: iedereen happy!

8

les 3 Vriendschap

10

les 4

Een fijne klas voor iedereen

11

Thema 2 - les 1

EĂŠn en al oor

12

les 2

Een misverstand

15

les 3 Lichaamstaal

18

les 4

Goed telefoneren? Een apart contact!

19

Thema 3 - les 1

Sterk door gevoelens

21

les 2

Boos? Een signaal van je gevoel dat je aan je grens komt

23

les 3

Verdriet, wat doe je ermee?

25

les 4

Wat je voelt, kun je dat zelf bepalen?

27

Thema 4 - les 1

Mijn zelfvertrouwen: zo stabiel als een kruk op drie poten

29

les 2

Vaardig in samenwerken

31

les 3

Opkomen voor mezelf: duidelijk en met respect

34

les 4

Mijn mening; als het moet tegen de stroom in

36

les 5

De moeite waard

37

les 6

Zeker van jezelf en je doel bereiken

39

Thema 5 - les 1

Conflicten zijn er om op te lossen

43

les 2

Conflicten oplossen? Een kwestie van oefenen!

46

les 3

Conflicten creatief aanpakken

48

les 4

Mijn thuis

50

les 5

Conflicten thuis

51

Thema 6 - les 1

Verslaving te slim af

54

les 2

Veilig in het verkeer

56

les 3

Relaties en seksualiteit

58

les 4

Maatschappelijke stages

59

les 5

Kiezen voor je toekomst

63

les 6

Een jaartje wijzer

66

Bijlage

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 4

68

28-06-12 10:44


Thema 1 Les 1

Goed begonnen is veel gewonnen Deze les, samen met de volgende les, is bedoeld om een positief klimaat te scheppen zodat jullie weer klaar zijn voor Leefstijl en de andere lessen en activiteiten op school. In de eerste les maken jullie kennis met de nieuwe leerlingen in de klas en leer je je klasgenoten van het vorige schooljaar nog beter kennen. We beginnen met elkaar bij te praten over de zomervakantie.

1

De vragen en de opdrachten voor het kennismakingspel

Oude bekenden en nieuwe gezichten in de tweede klas. Jullie gaan kennis met elkaar maken. Wat wil je van de anderen in je klas weten? Kruis de vragen aan die je wilt stellen. Bedenk zelf vragen (die jij ook zou beantwoorden als ze aan jou gesteld werden).

Algemene vragen Wanneer ben je jarig? Hoeveel broers en zussen heb je? Wat zijn je hobby’s? Hoe kom je naar school? Wat is je lievelingsvak? Hoeveel tandenborstels staan er bij jou thuis? Welke muziek hoor je graag? Hoe ziet je huis eruit? Wat is je lievelingsfilm?

Persoonlijke vragen Wat vind je goed aan jezelf? Ben je verliefd? Zo ja, op wie? Wat zou je aan jezelf willen veranderen? Wat vind je mooi aan jezelf? Wat maakt je heel gelukkig? Wat maakt je verdrietig? Waar ben je bang voor? Waar ben je goed in? Wat wil je heel graag leren?

5

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 5

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Speciale vragen Wie zou je graag zijn als je in een sprookje leefde?

Wat zou je veranderen aan de school als jij directeur was?

Wat zou je doen met een miljoen? Wat doe jij om gezond te blijven? Waar geloof je in? Met welke popster wil je koffie drinken?

Opdrachten Zing de melodie van je lievelingsmuziek. Vraag de anderen om te raden wat je zingt. Beeld iemand uit. Vraag de anderen of zij weten wie het is. Zorg ervoor dat iedereen aan de tafel lacht. Beeld uit wat je goed kunt. Vraag de anderen om te raden wat je uitbeeldt. Teken je lievelingseten. Vraag de anderen welk eten het is. Maak het geluid van je lievelingsdier. Vraag de anderen het dier te raden.

6

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 6

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


2

Wat ik leuk vind aan de kennismakingsles:

Evaluatieopdracht. Hoe vond je de kennismakingsles? Wat sprak je aan? Wat zou je anders willen? Kruis aan wat je vindt en/of schrijf het op.

Wat ik graag anders had gewild:

Dat er gelachen wordt.

Dat we meer tijd hadden.

Dat je zelf kunt bepalen welke vragen je kiest.

Dat er minder tijd was.

Dat je in een groepje kunt werken.

Dat we ook de kennismakings­ spellen van de andere groepen zouden kunnen spelen.

Dat je mag passen als je niet wilt antwoorden.

Dat er meer gelachen wordt.

Dat je met anderen kunt samenwerken.

Dat anderen me meer respecteren.

Dat je niet kunt kiezen met wie je samen in een groepje zit.

Dat we nog meer van deze oefeningen zouden doen. Met iedereen uit de klas kennismaken.

7

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 7

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 1 Les 2

Goede afspraken, iedereen happy! Een belangrijke vaardigheid in een democratische samenleving is het maken van af­spra­ken (en regels) waardoor de belangen en behoeften van ieder persoon behartigd worden. In deze les overleggen jullie welke afspraken noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat iedereen zich prettig en veilig voelt in jullie klas.

1

Geef aan met een kruisje of vul aan.

Als je je veilig voelt op school gaat alles beter. Om ervoor te zorgen dat iedereen zich prettig en veilig voelt, maken we afspraken.

Ik voel me goed in de klas als: alles netjes is iedereen met me wil praten ik vrienden heb het rustig is de leerkracht leuke lessen geeft er niet te veel huiswerk is anderen me helpen als ik iets niet begrijp

Wat ik niet graag heb is dat: er groepjes worden gevormd anderen me niet zien staan ik gepest word ik uitgelachen word

Vul de volgende zinnen aan: Ik durf mijn mening te geven als

Ik kan goed naar anderen luisteren als

Een (Leefstijl)les vind ik goed als

8

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 8

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Als je terugdenkt aan de vorige schooljaren, wat vond je bijzonder leuk of prettig?

Als je terugdenkt aan de vorige schooljaren, wat vond je dan niet prettig en wil je niet meer meemaken?

2

Schrijf hieronder de afspraken die jullie belangrijk vinden. Kies daarna de vijf belangrijkste en schrijf die op het vel papier.

Wat vind je belangrijk?

Noteer welke afspraken jullie met de klas gemaakt hebben. De afsprakenlijst

9

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 9

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 1 Les 3

Vriendschap Vriendschap speelt een belangrijke rol in je ontwikkeling. Hoe ga je met vriendschap om en wat doe je bij onenigheid of jaloezie? De gevoelens die je dan ervaart bij jezelf en de ander kunnen je leven verrijken. Je leert jezelf en de ander beter kennen. In deze les kijk je wat vriendschap voor je betekent.

1

Hoe maak je vrienden?

De vriendschapswijzer.

Hoe versterk je een vriendschap?

Wat doe je bij onenigheid?

Schrijf de belang­ rijkste adviezen in de vriendschapswijzer.

10

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 10

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 1 Les 4

Een fijne klas voor iedereen In deze les ervaren jullie aan de hand van enkele oefeningen de kracht van een groep. Jullie onderzoeken hoe je de ‘groepskracht’ op een positieve manier kunt gebruiken om ongewenst gedrag, zoals pesten, te voorkomen. Op deze manier kunnen we de sfeer in de klas voor iedereen prettig houden. Een les over pesten in plustaal! Wat is het verschil tussen plagen en pesten? Plagen

Pesten

De plager hoeft niet sterker te zijn dan de geplaagde

De pester is altijd sterker dan het slachtoffer

Plagen duurt niet lang

Pesten blijft meestal voortduren

Plagen gebeurt bij iedereen wel eens

Bij pesten krijgt altijd dezelfde persoon het te verduren

Plagen lijkt op ping-pong: dan de ene, dan de andere

Bij pesten heeft de pester vaak helpers om mee te pesten

Plagen gebeurt vaak één op één: er is geen machtsverhouding

Pesten maakt dat het slachtoffer heel ongelukkig en verdrietig wordt

Plagen maakt je niet ongelukkig en bezorgt je geen slapeloze nachten

1

Ontwerp hier een slogan tegen pesten.

Word jij gepest? Of heb je op een andere manier met pesten te maken? Ga naar www.pestweb.nl voor persoonlijk advies. Wil je direct contact met iemand van de Hulplijn Pestweb dan kun je bellen. Bellen kan elke schooldag tussen 14.00 en 17.00 uur en op maandagochtend tussen 10.00 en 12.30 uur op: 0800 2828280 (gratis).

11

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 11

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 2 Les 1

Eén en al oor Dit is een oefenles in actief luisteren. Hij sluit aan bij de luisterlessen van de eerste klas. Op een ontdekkende manier leren jullie hoe je door goed te luisteren meer kunt horen dan je denkt. Jullie leren wat er nodig is om goed te kunnen luisteren.

1

Als ik goed wil luisteren dan:

Zet een + bij wat je belangrijk vindt als je goed wilt luisteren. Geef aan met een * wat jij het belangrijkste vindt. Trek een streep door wat je een slechte luister­houding vindt.

12

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 12

kijk ik naar het gezicht van de spreker

vertel ik af en toe iets over mezelf

ga ik zitten en laat zien dat ik tijd heb

kijk ik af en toe op mijn horloge

zeg ik af en toe ‘hm’, ‘ja’ of ik knik om te laten zien dat ik luister

stel ik vragen over wat de ander vertelt

kijk ik rond om te zien of er iemand aankomt

zeg ik met mijn eigen woorden wat ik de ander hoor zeggen

doe ik mijn ogen dicht

kijk ik degene aan die tegen mij spreekt

peil ik wat de ander voelt; ik vraag dan “Is dat …. (het gevoel) voor jou?”

kijk ik naar de mond van de spreker

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Welke punten vind je zelf nog belangrijk bij goed luisteren:

2

Ik vind het heel prettig als

Waarover kun je vertellen met gevoel? Vul de zinnen hieronder aan. Vul alleen die dingen in waarover je met een medeleerling wilt praten.

Ik vind het grappig als

Wat me verdrietig maakt is

Ik kan me heel erg opwinden over

Ik ben woedend als

Waar ik een afkeer van heb, is

Als ik heel veel geld zou hebben dan zou ik

13

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 13

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


3

Ik luisterde naar

Evalueer de luisteroefening en vul in:

Ik werd niet afgeleid en luisterde naar de ander Ik maakte oogcontact Ik heb de ander niet onderbroken Ik stelde vragen Ik knikte (of zei hmm) als ik de ander begreep Ik liet de ander zien dat ik luisterde door:

De verteller vond van mijn luisterhouding dat ik

Wat ik graag nog beter zou kunnen is

14

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 14

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 2 Les 2

Een misverstand… We zijn niet altijd even duidelijk als we met elkaar communiceren. Hoe zeg je iets op een duidelijke manier zodat de ander begrijpt wat je wilt zeggen? Gebeurt het je wel eens dat je iemand iets vraagt en dat deze dan iets anders doet dan wat je vroeg? Begrijp je niet waarom iemand jouw uitleg niet heeft begrepen? Herken je het ook dat je soms simpelweg de uitleg van een ander niet begrijpt? In deze les zie je hoe misverstanden kunnen ontstaan en hoe je misver­standen kunt voorkomen.

Als ik maar niet te laat kom op mijn

afspraak

’t is rood met zwarte ­ strepen?’

‘t is

groen’

‘t is …’

15

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 15

‘… een

aat tom met

bretellen!’

een kikker’

Nee!

den!’

‘ doorrij

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


1

Kijk naar de cartoons. Wat willen ze eigenlijk zeggen?

Heb ik iets

van je

Hé, ken ik je ergens van?

aan?

Weet jij

hoe laat het is? Wat wil de man zeggen?

De jonge vrouw wil zeggen:

De jongen wil zeggen:

Ik wil slapen. Ik wil het rustig hebben want het is al laat. Ik wil het juiste uur weten om mijn horloge gelijk te zetten.

Staar me niet zo aan. Wilt u met me praten? Ik vind je stom. Heb ik een kledingsstuk van u aan?

Ik ken iemand die op je lijkt. Ik ben verliefd op je. Ik wil met je praten. Ik wil je beter leren kennen. Ik ken jou ergens van.

Je kamer lijkt wel een slagveld!

Hé, ga je na school nog iets met me drinken?

Wat heb jij een rare

broek aan!

Wat wil de moeder zeggen?

Het meisje wil zeggen:

Het meisje wil zeggen:

Ik wil dat je je kamer opruimt. Ik zou je kamer willen opruimen. Is hier gevochten? Ik ben boos op je.

Ik heb dorst. Ik wil je iets vertellen. Ik wil jou beter leren kennen. Ik wil je vriendin zijn.

Zo’n broek heb ik nog nooit gezien. Ik vind je een stommerd. Ik vind je wel leuk. Ik wil je beter leren kennen.

2

Naar de ander kijken en je wenkbrauwen fronsen

Wat kun je doen als iemand iets zegt of vraagt wat je niet begrijpt?

Niets doen Raden naar wat de ander bedoelt: Wil hij dat ik...?

Wil hij zeggen dat...?

Een vraag stellen aan de ander Kun je dat nog eens zeggen?

16

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 16

En wat wil je dat ik doe?

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


3

Denk eens aan een bepaalde situatie waarin iemand onduidelijk was. Of aan een situatie waarin je zelf niet duidelijk bent geweest.

Situaties met onduidelijke boodschappen.

Schrijf in de tekstballon in het midden een ‘onduidelijke zin’ die iemand zegt. Vul in de gedachtewolkjes in wat de mogelijke antwoorden zijn op de vragen.

Wat is de situatie?

Hoe voelt de persoon zich?

Wat heeft de persoon nodig?

Wat wil de persoon dat er gebeurt?

Wat helpt je om een ander beter te begrijpen? Vragen stellen aan de ander. Zeggen dat je het niet begrijpt. Doen alsof je het begrijpt.

17

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 17

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 2 Les 3

Lichaamstaal

1

Wetenschappers hebben vastgesteld dat mensen het meeste zeggen met hun lichaams­ houding, gezichtsuitdrukking en met de manier waarop ze hun stem gebruiken. De inhoud van de woorden die ze spreken, heeft volgens hen een ge­ringere betekenis en blijft het minst lang hangen in het geheugen van de ander. In deze les kijken we naar het belang van lichaamstaal.

Kijk naar de ver­ schillende perso­nen en hun lichaams­taal. De tekenaar had bij elk figuurtje een bepaalde boodschap in gedachten. Verbind de stukjes tekst met de teke­ ning die erbij past.

Stop! Ik wil geen ruzie! Ik ben verlegen… Ik ben de sterkste! Ik heb geen zin! Ik ben boos op jou! Ik ben blij en tevreden Ik ben verliefd… Ik ben de mooiste! Ik ben overal tegen! Ik heb een binnenpretje Ik ben onderdanig Wat wil je zeggen? Ik ben verstrooid Ik heb de lotto gewonnen!

Ik voel me onzeker

Dat vind ik vies!

18

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 18

Ik ben blind van woede

Ik ben verdrietig

Ik denk diep na

Ik ben iets kwijt

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Goed telefoneren? Een apart contact!

Thema 2 Les 4

De mobiele telefoon is een onmisbaar communicatiemiddel geworden. Communi­ce­ren per telefoon is een bijzondere vorm van communiceren. Je weet niet wat de persoon aan de andere kant van de lijn doet. Dit heeft invloed op je manier van communiceren. In deze les leren jullie de basisvaardigheden om goed te communiceren via de telefoon. Op een actieve manier ontdekken jullie hoe je de telefoon goed kunt gebruiken.

1

Kijk eerst naar de voorbeelden. Vul daarna in hoe jij het zou doen.

Als je iemand opbelt…

Als je opgebeld wordt…

Begin met

1. Luister als de ander opneemt 2. Begroet hem/haar op een vriendelijke manier 3. En zeg je naam

1. Neem de telefoon op 2. Zeg je naam

Daarna

Vertel waarom je belt

1. Luister met wie je spreekt 2. Luister naar wat hij/zij te vertellen of te vragen heeft 3. Ga in op het gesprek of geef antwoord

Daarna

Herhaal eventueel wat jullie afspreken

Herhaal eventueel wat jullie afspreken

Sluit af met

Neem vriendelijk afscheid

Neem vriendelijk afscheid

Hoe een gesprek kan beginnen:

Met Leo

Draai het nummer van de ander. De telefoon gaat over…

Dag Leo, met Mascha. Kan ik je nu even spreken?

Ja, zeg maar.

Ik heb een vraagje voor je. Kun je….?

Oefeningen:

A.

B.

19

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 19

De telefoon bij je thuis gaat over. Wat zeg je als je opneemt?

Jij belt je vriend Joeri op maar je hebt blijkbaar het foute nummer gedraaid. Je hoort aan de andere kant de stem van een oudere man zeggen: ”Hallo Janssens…” Wat zeg je dan?

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


C.

D.

Je belt je vriendin Marijke op. Haar vader neemt de telefoon op met: ”Goeie middag, met Van Noort.” Hoe vraag je of Marijke aan de lijn kan komen?

Je ziet iemand van zijn fiets vallen op straat. De persoon blijft bewusteloos liggen. Je draait het nummer 112 om de hulpdiensten te bellen. Wat zeg je tegen de operator?

Je wilt ergens een vakantiebaantje. Wat zijn de eerste woorden die je zegt als je een bedrijf opbelt?

F.

Je wilt je vriend(in) bellen om te zeggen dat je niet naar een afspraak komt. Je krijgt haar niet aan de lijn en je hoort het antwoordapparaat. Wat spreek je in?

E.

2

iemand opbellen die ik niet ken

Evaluatieopdracht. Hoe goed kun je telefoneren? Zet een kruisje bij wat je makkelijk vindt en zet een rondje bij wat je moeilijk vindt.

als ik een verkeerd nummer heb gedraaid, op een vriendelijke manier ‘sorry’ zeggen een vervelende boodschap telefonisch doorgeven op een duidelijke, respectvolle manier vragen om me door te verbinden met de juiste persoon een afspraak maken met een vriend(in) informatie vragen aan een onbekende op een beleefde manier bellen naar een leerkracht om iets te vragen naar de hulpdiensten bellen en alle informatie geven die nodig is een boodschap inspreken op een antwoordapparaat of voicemail een boodschap aannemen voor iemand die niet aan het toestel kan komen

Wat heb je geleerd over telefoneren? Kun je drie belangrijke punten opschrijven? 1. 2. 3.

20

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 20

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:44


Thema 3 Les 1

Sterk door gevoelens Mensen hebben gevoelens. Hoe beter je je gevoelens onder woorden kunt brengen, hoe beter je ermee kunt omgaan. Deze les gaat over gevoelens: hoe je je gevoelens uitdrukt, hoe je ze verwoordt en hoe je ze bij anderen kunt herkennen. In de verschillende opdrachten gaan jullie je woordenschat voor gevoelens uitbreiden en kijken wanneer je ze kunt toepassen. Zoek bij elke tekening het gevoel dat er volgens jou bij past. Wellicht vind je in opdracht 2 een passend gevoelswoord.

1

Welke gevoelens herken je?

21

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 21

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2

Neem drie kleurstiften: een groene, een gele en een rode. Kleur de gevoelens die je kent en zelf vaak ervaart groen. Kleur de gevoelens die je soms ervaart geel. Kleur de gevoelens die je niet kent rood.

Agressief het beu zijn fit

angstig

dankbaar

geborgen

geïrriteerd

bang

beschaamd

door elkaar

down

gedeprimeerd

gelukkig

gekwetst

gemotiveerd

happy

in een dip

in paniek

in shock

machtig

nerveus

nieuwsgierig

onveilig slap treurig

helder

ontgoocheld

onverschillig

trots

verbijsterd vervelend

uitbundig

verdrietig verward woedend

sterk

onbezorgd

zelfverzekerd

loom

vrij

ontevreden opgewonden

stoer

van streek

tevreden

veilig

vertwijfeld

vrolijk

zenuwachtig

moe

ongeduldig

opgewekt

vermoeid

voorzichtig

gespannen humeurig

ontspannen

onder stress

uitgeput verlamd

geraakt

koud

opgelucht

enthousiast

geïnspireerd

hulpeloos

jaloers

onrustig

onwel

slecht gehumeurd

hongerig

boos

eenzaam

gefrustreerd

goed gezind

ongelukkig

blij

wakker

verbaasd verrast warm

zwak

• Zoek met je groep naar de betekenis van de gevoelswoorden die je niet kent: Welk gevoelswoord heb je rood gekleurd? Wie kan er uitleggen wat voor een gevoel dit is? Wanneer heb je dit gevoel? • Zet het gevoel in een zin zodat een ander begrijpt waar het gevoel over gaat. Lijstje met nieuwe woorden die ik wil leren:

22

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 22

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Boos? Een signaal van je gevoel dat je aan je eigen grens komt

Thema 3 Les 2

Boos, kwaad, woedend… zijn gevoelens die je hebt als je vindt dat er niet aan je be­hoeften wordt voldaan. In deze les kijk je op een positieve manier naar boosheid. Je onderzoekt welke gevoe­ lens er schuilgaan achter die boosheid, zoals onmacht, verdriet en angst. Je leert ook dat er verschillende gradaties van boosheid zijn en hoe je ermee om kunt gaan. Vertel elkaar hoe je met je boosheid omgaat.

1

Waar word je boos van? En wat brengt je tot rust? Kruis aan wat bij jou past.

Waar ik boos van word

Wat me tot rust brengt

Als iemand over me roddelt

Sporten

Als ik de schuld krijg van iets wat ik niet gedaan heb

Langzaam tot tien tellen Alleen zijn

Als iemand tegen me liegt Als een ander me blijft aanstaren

Met een vriend(in) praten over mijn probleem Als iemand naar me luistert

huh?

Als iemand heel stoer naar me toe komt

Goed in- en uitademen

Als ik pijn heb

Met de hond gaan wandelen

Als ik iets moet doen wat ik niet kan

Knuffelen met een kat, een paard of een ander dier

Als ik geen kans krijg om te laten zien wie ik ben

Aan iets anders denken dan m’n boosheid

Als iemand me belachelijk maakt

Luisteren naar muziek, nl.:

Als iemand me niet begrijpt Als iemand doet alsof hij het beter weet dan ik

|

Als iemand tegen me schreeuwt

|||

|

boink

|

|

|

| |

Als iemand iets van me kapot maakt

Als iemand me bedreigt

Niet meer aan het probleem denken Mijn boosheid van mij afschrijven Een brief schrijven aan diegene op wie ik boos ben

Als iemand zegt:”Hou jij je maar een beetje rustig.”

23

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 23

Aan mijn ouders vertellen wat er gebeurde

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2

Waarden en behoeften die voor mensen belangrijk zijn:

Waarom ben je boos? Vaak is het omdat je iets mist. Zoek in de lijst wat je miste toen je het laatst boos was.

eerlijkheid een goed gesprek ontspanning

vriendschap

respect

eten en drinken

een goed thuis

avontuur

netheid

vrede

plezier

veiligheid

vrije tijd

in de natuur zijn

zelfvertrouwen

afwisseling

gelukkig zijn

familie

sport en beweging

gezondheid

zelf kunnen kiezen wat je wilt

liefde

genieten

humor

veel weten

vrijheid

Onderstreep vijf woorden die voor jou het belangrijkste zijn. Vul aan met wat nog meer belangrijk voor jou is:

Vul de zinnen aan met je eigen ervaring Wat er gebeurde

Mijn gevoel

Want voor mij is het belangrijk dat

Toen mijn broer de muziek

was ik boos

omdat ik het graag rustig heb als

loeihard zette

ik huiswerk maak

Wat er gebeurde

Mijn gevoel

Want voor mij is het belangrijk dat

Wat er gebeurde

Mijn gevoel

Want voor mij is het belangrijk dat

24

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 24

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 3 Les 3

Verdriet, wat doe je ermee? Verdriet is iets wat iedereen zal ervaren in z’n leven. Het is daarom noodzakelijk om aandacht te schenken aan de manier waarop je ermee omgaat. Er is klein verdriet en er is groot verdriet. Als je je verdriet niet kunt uiten of als je er niet over kunt vertellen, is het moeilijk om getroost te worden. In deze les maken we gevoelens van verdriet bespreekbaar en gaan jullie op zoek naar manieren om met je verdriet en dat van anderen om te gaan.

heb ik nog nooit meegemaakt

doet me niets

Waar word je verdrietig van?

zou doe

beetje verdrietig

Wat maakt jou verdrietig? Zet een kruisje in de juiste kolom. Vergelijk daarna met de leerlingen uit je groepje.

me

ok jij weet tochoooit t n a d dat ik n!

verdrietig

1

Sebaasl 8! Jejakaern; t

diep bedroefd

r blijven! Nee, hhie ijn b e Jij getgm t! ja e o rl ho

Je beste vriend is boos op je Je bent ziek en kunt niet naar school Je ziet oorlog/hongersnood op televisie Je ouders gaan scheiden Je hebt geen zakgeld en je wilt een drankje kopen Je wordt uitgelachen Je wordt gepest Je huisdier is ziek Je hebt een slecht cijfer gekregen Je bent je mobieltje kwijt Je mooiste broek is stuk Je wordt buitengesloten Iemand is overleden

Schrijf hier drie situaties die je verdrietig maken.

25

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 25

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2

Iemand die bij me is en naar me luistert

Wat doe je met je verdriet? Geef aan wat jij nodig hebt als je verdrietig bent.

Iemand die een arm om me heen slaat Iemand die een hand op mijn schouder legt Alleen zijn Er een nachtje over slapen Iemand die het probleem voor me oplost Goede raad van anderen Over mijn verdriet schrijven (in een dagboek) Over mijn verdriet kunnen vertellen Iets doen wat ik leuk vind Iemand die zegt dat het niet zo erg is Geduld, het gaat wel over na een tijdje

fout

Hoe kun je een ander helpen als die verdriet heeft?

weet niet

Wat kun je doen als een ander verdriet heeft?

goed

Welke andere zaken heb je nodig als je verdrietig bent?

De ander met rust laten Vragen of je iets kunt doen voor de ander Vragen wat er is en luisteren Je arm om de ander heen slaan Zeggen dat er ergere dingen zijn Een grapje maken zodat de ander moet lachen Zeggen dat de ander niet moet huilen Naast de ander gaan zitten en vragen: ”Gaat het een beetje?” Zeggen dat de ander zelf schuldig is aan zijn verdriet Een briefje geven waarop je iets liefs hebt geschreven Iets doen waarmee je de ander kunt troosten Bedenk nog andere manieren om iemand te troosten.

26

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 26

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 3 Les 4

Wat je voelt, kun je dat zelf bepalen? In deze les willen we jullie ervan bewust maken hoe je eigen gedachten en behoeften invloed hebben op je gevoelens. Als je dit begrijpt is het misschien mogelijk om ook anders te gaan voelen door anders te gaan denken.

1

A

Wat je voelt heeft vaak te maken met hoe je naar dingen kijkt. Vul in welke gedachten je gevoelens beĂŻnvloeden.

Anderen kijken naar me. Ik voel me onzeker.

Welke gedachten maken je nog onzekerder?

Welke gedachten maken dat je zelfverzekerder wordt?

B

Je bent een beetje boos want je hebt afgesproken met een vriend om 14.00 uur en het is al 14.15 uur en je vriend is er nog niet.

Welke gedachten maken je nog bozer?

Welke gedachten maken dat je minder boos wordt?

C

Je bent alleen thuis. Het stormt en je kijkt naar een spannende film. Het licht valt uit. Je bent bang

Welke gedachten maken je nog banger?

Welke gedachten maken dat je minder bang bent?

D

Je bent verdwaald in een onbekende stad en je hebt je trein gemist. Je bent in paniek!

Welke gedachten brengen je nog meer in paniek?

Welke gedachten brengen je tot rust?

27

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 27

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


E

Bedenk zelf een situatie die je onprettig vindt.

Welke gedachten maken dat je je nog onprettiger gaat voelen?

Welke gedachten maken dat je je beter gaat voelen?

A

Je hondje is erg ziek. Je bent verdrietig en bang dat hij doodgaat.

Ik ga anders denken en me hierdoor minder verdrietig voelen. Ik denk

Ik laat mijn gevoelens zijn zoals ze zijn en ik

B

Je hebt een slecht rapport. Je bent erg ontgoocheld en ziet het niet meer zitten.

Ik ga anders denken en me hierdoor minder down voelen. Ik denk

Ik laat mijn gevoelens zijn zoals ze zijn en ik

C

Je ziet dat iemand honger lijdt. Je voelt je verdrietig en hebt medelijden.

Ik ga anders denken en me hierdoor minder verdrietig voelen. Ik denk

Ik laat mijn gevoelens zijn zoals ze zijn en ik

D

Iemand heeft een ander gepest. Je bent kwaad.

Ik ga anders denken en me hierdoor minder boos voelen. Ik denk

Ik laat mijn gevoelens zijn zoals ze zijn en ik

E

Je wordt erg streng aangepakt door een docent omdat je je werk niet bij je hebt. Je ziet dit als een belediging en bent boos.

Ik ga anders denken en me hierdoor minder boos voelen. Ik denk

Ik laat mijn gevoelens zijn zoals ze zijn en ik

28

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 28

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Mijn zelfvertrouwen: zo stabiel als een kruk op drie poten

Thema 4 Les 1

Zelfvertrouwen is net een kruk op drie poten: wat kun je, wat zeggen anderen over jou en hoe neem of krijg je verantwoordelijkheid? In deze les benoemen jullie je eigen kwaliteiten, ervaren jullie hoe het is om een compliment te geven en te krijgen, en denken jullie na over welke verantwoordelijkheid je wilt nemen.

1

Wat kun je goed? Maak een reis door je lichaam en noteer alles waar je goed in bent.

Met mijn oren kan ik goed...

Met mijn hoofd kan ik goed...

Met mijn ogen kan ik goed...

Met mijn mond kan ik goed...

Met mijn hart kan ik goed...

Met mijn handen kan ik goed...

Met mijn hele lichaam kan ik goed…

Met mijn voeten kan ik goed...

Met mijn ... Met mijn ...

2

Je naam:

Schrijf je naam in het vakje. Geef je werkboek aan de mede­leer­lin­ gen van je groep. Ze schrijven allemaal wat ze positief van je vinden.

Kies een zin en schrijf iets goeds over de leerling hierboven. Vul een of meerdere zinnen aan. Als wat je wilde schrijven er al staat, zet daar dan een streepje achter en bedenk nog iets anders. Wat ik leuk aan je vind is dat

Een eigenschap die ik goed van je vind is

29

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 29

Met mijn benen kan ik goed...

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Wat ik aardig aan je vind is dat je

Wat ik bij je bewonder is

Wat ik goed aan je vind is

Lees wat anderen goed van je vinden. Hoe is het voor je om dit te lezen?

Hoe vond je het om iets goeds over een ander te schrijven?

3

Vul jouw kruk van zelfvertrouwen in.

Verantwoordelijkheid: Wat doe ik voor anderen met wat ik goed kan?

Positief zelfbeeld: Wat vind ik dat ik goed kan?

Positieve feedback: Wat vinden anderen dat ik goed kan?

Aan welke poot van jouw kruk zou je nog aandacht kunnen besteden?

Wat kun je doen om deze poot steviger te maken?

30

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 30

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 4 Les 2

Vaardig in samenwerken

nee

meestal niet

meestal wel

ja

nee

ik ben/heb..enz / jij bent/hebt..enz

meestal niet

Hoe een ander je ziet. Vul eerst zelf deze vragenlijst in. Leg een blaadje over je antwoorden en vraag dan een klasgenoot die jou goed kent, de vragen over jou te beantwoorden.

meestal wel

1

ja

Iedereen heeft zo zijn sterke en minder sterke kanten. Deze worden ook wel je kwali­ teiten genoemd. In deze les kijk je hoe je met elkaars kwaliteiten een goed team kunt vormen. Als je goed met elkaars sterke en minder sterke kanten kunt omgaan, wordt het samenwerken makkelijker. mijn klasgenoot ik

1. tevreden 2. creatief met goede ideeën 3. nogal lui 4. wil graag aardig gevonden worden 5. bang voor onbekende dingen 6. een eigen mening 7. veel energie 8. kan heel precies werken 9. kan goed luisteren 10. neem/neemt meestal goede beslissingen 11. vlug kwaad 12. kan me/zich in de ander verplaatsen 13. houd/houdt rekening met anderen 14. verantwoordelijksgevoel 15. complimenteus 16. goede omgang met vrienden 17. goed aanpassingsvermogen 18. harde werker 19. kan me/zich op een gezonde manier ontspannen 20. doe/doet veel op het laatste moment 21. gevoel voor humor 22. een doorzetter 23. houd me/zich aan afspraken

31

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 31

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


nee

meestal niet

meestal wel

ik

ja

nee

meestal niet

meestal wel

ik ben/heb..enz / jij bent/hebt..enz

ja

mijn klasgenoot

24. kan fouten toegeven 25. kan om mezelf/zichzelf lachen 26. help/helpt anderen 27. heeft zelfvertrouwen 28. maak/maakt af waar ik/hij aan begin(t) 29. ga/gaat verstandig om met geld 30. kan goed samenwerken 31. kan goed voor mezelf/zichzelf opkomen 32. stressbestendig: kan goed tegen spanning 33. kan problemen oplossen; er niet voor weglopen 34. respect voor de mening van anderen 35. vertrouwen in de toekomst 36. geduldig 37. goed in organiseren 38. technisch 39. kan goed communiceren, goed met mensen praten 40. behulpzaam

2

Bekijk je eigen antwoorden en de antwoorden van je klasgenoot bij opdracht 1 ‘Hoe een ander je ziet’. Ziet je klasgenoot je op een andere manier dan dat je jezelf ziet? Welke sterke en zwakke kanten ken je van jezelf? Welke sterke en zwakke kanten kent de ander je toe?

Mijn sterke en minder sterke kanten.

Mijn sterke kanten zijn volgens mij: Ik kan heel goed

Mijn sterke kanten volgens mijn klasgenoot zijn: Ik kan volgens mijn klasgenoot heel goed

Mijn zwakke kanten zijn volgens mij:

32

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 32

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Mijn zwakke kanten volgens mijn klasgenoot zijn:

Hoe ik mijn sterke kanten kan gebruiken voor mezelf en anderen:

Wat ik aan mijn zwakke kanten wil doen:

3 Heb jij voor mij...

• Schrijf je kwaliteit die bruikbaar is voor het onderwerp, op je kaart: een kwaliteit die jij aanbiedt bij het samenwerken. Vier kwaliteiten tezamen vormen een kwartet. • Bekijk de kwaliteiten van je drie medeleerlingen. Zouden jullie met deze kwaliteiten een goed team vormen? • Als de kwartetten definitief zijn gevormd, kun je de kwartetkaart verder invullen met de vier kwaliteiten. Je kunt je kaart nu nog illustreren.

dan geef ik jou…

33

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 33

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Opkomen voor mezelf: duidelijk en met respect

Thema 4 Les 3

Hoe zeg je een vriend(in) dat je iets vervelend vindt zonder dat hij/zij boos wordt? Hoe kom je op voor jezelf zodat de ander naar je luistert en je helpt bij het zoeken naar de oplossing? In deze les kijken jullie hoe je duidelijk en respectvol kunt reageren op vervelende situaties. We zullen hiervoor de ik-boodschap gebruiken.

1

Doet iemand anders iets wat je irriteert? Wil je er iets over kwijt en wil je geen ver­ wijten maken? Meestal helpt een ik-boodschap om te zeggen wat je zo stoort. De ander voelt zich (meestal) niet aangevallen en je kunt samen met de ander naar een oplossing zoeken.

Opkomen voor mezelf.

De ik-boodschap bestaat uit verschillende stappen: 1. Precies beschrijven wat de ander doet of wat er gebeurt, zonder een oordeel te geven. 2. Zeggen hoe je je hierbij voelt. 3. Zeggen wat voor jou belangrijk is, wat je behoefte is. 4. Zeggen wat je graag wilt dat de ander doet.

Je

enen

mijn t rijdt over

n!

Dat doet erg veel pij

Wil je voortaan beter uitkijke

n!

1

Beschrijf letterlijk wat er is gebeurd. Zeg tegen die persoon wat hij doet zonder hem aan te vallen of te beledigen.

Zeg dus niet:

Hé stommerd! Jij kijkt ook nooit uit. (= een oordeel of een verwijt)

Zeg dus wel:

Je rijdt over mijn tenen.

Wat ik zeg in mijn situatie:

34

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 34

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2

Zeg hoe je je hierbij voelt.

Zeg dus niet:

Je doet me pijn! (= zeggen dat de ander de schuldig is)

Zeg dus wel:

Dat doet me pijn!

Wat ik zeg in mijn situatie:

3

Zeg wat belangrijk voor je is, wat je behoefte is.

Zeg dus niet:

Je vindt mijn tenen vast niet belangrijk. (= jouw oordeel over de ander)

Zeg dus wel:

Ik houd mijn tenen graag heel!

Wat ik zeg in mijn situatie:

4

Zeg wat jij wilt dat de ander doet.

Zeg dus niet:

Zal ik eens over jouw tenen rijden? (= de ander bedreigen)

Zeg dus wel:

Ik zou het prettig vinden als je voortaan beter uitkijkt.

Wat ik zeg in mijn situatie:

Denk aan een situatie waar iemand iets doet wat jij niet wilt. Beschrijf deze situatie.

Als je

dan voel ik me

omdat

Ik zou willen

35

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 35

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Mijn mening; als het moet tegen de stroom in

Thema 4 Les 4

Je gedrag en je mening worden beïnvloed door degenen met wie je omgaat. Vooral je leeftijdsgenoten zijn hierbij belangrijk. In deze les oefenen jullie met het geven van je mening tegen de groep in. Hoe kom je op voor je eigen mening of keuze? In deze les ga je op zoek naar het antwoord op deze vraag.

Hoe bedoeol pje? Je gaat hèm stemmen?

1

at ik Inderdaadis. W t hij a goed vind vodor.... opkomt

Ik blijf rustig en geef mijn mening.

Je mening geven tegen de groep in. Daarvoor moet je stevig in je schoenen staan. Geef aan wat je helpt en bedenk zelf ook wat!

Ik kijk in de ogen van degene tegen wie ik praat. Ik zoek iemand met dezelfde mening als ik. Met zijn tweeën voel ik me zekerder. Ik vraag de mening van de ander, luister, en zeg dat ik een andere mening heb. Ik zeg dat ik een eigen mening heb en dat ik geen behoefte heb aan een groep die zegt wat ik moet vinden. Ik spreek de persoon met de grote mond aan als de groep weg is. Ik ga in discussie met iedereen die dit wil en blijf vriendelijk.

2

Hoe zeg je wat jij van iets vindt, ook al laten anderen zien en horen dat ze een andere mening hebben? Wat werkt bij jou?

36

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 36

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 4 Les 5

De moeite waard Wat vind jij de moeite waard om voor te gaan? In deze les kijken jullie naar wat je belangrijk vindt in je leven. Jullie gaan op zoek naar de waarden die een rol spelen in je dagelijkse doen en laten. Je leert een aantal van deze waarden met je eigen woorden te benoemen. Tot slot maak je een persoonlijk waardenpakket met een actieplan.

1

Kiezen voor waarden. Waar kies jij voor? Geef met kleur aan hoe belangrijk de waarden voor je zijn. Kies eerst de kleuren die je wilt gaan gebruiken.

Dit vind ik:

heel belangrijk

belangrijk

beetje belangrijk

onbelangrijk

kleur:

Geluk voor iedereen

Vrijheid

Respect voor iedereen

Een fijne familie

Een gezellige school Goede resultaten op school

37

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 37

Respect voor dieren Een schone aarde

Een goede vriend hebben

Eerlijkheid

Een fijn thuis Liefde

Een leuke hobby

Een gezond lichaam

Mooie kleren

Geloof

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2

Kies twee waarden die je het belangrijkst vindt uit de vorige opdracht. Schrijf ze in het schema en bedenk wat je ervoor wilt doen.

Opstellen van je actieplan.

Wat ik heel belangrijk vind:

1

Hoe leeft deze waarde in mijn leven?

Wat zie ik, als deze waarde er is zoals ik wil?

2

nog niet

nog niet

een beetje

een beetje

al veel

al veel

perfect

perfect

Ik zie dat

Ik zie dat

Wat ga ik doen om deze waarde (nog meer) te realiseren in mijn leven?

38

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 38

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 4 Les 6

Zeker van jezelf en je doel bereiken Als je wilt dat je wensen uitkomen, moet je bewuste keuzes maken en zelfvertrouwen hebben om ze te realiseren. In deze les kijken jullie samen naar anderen die succesvol waren. Je onderzoekt welke doelen je wilt bereiken, wat er nodig is om je doel te bereiken, en wat het uiteindelijke doel is achter vaak oppervlakkige keuzes die je maakt.

1

Moet jij vandaag niet werken en vis vangen?

De parabel van de visser. Lees deze strip en beantwoord de vragen.

Als je gaat vissen kun je de vis verkopen en een grotere boot kopen.

En wat zou ik met dat geld dan doen? Op den duur kun je een hele grote vissersboot kopen en misschien wel verschillende boten

Waarom zou ik?

En waarom zou ik een ­grotere boot moeten hebben? Om nog meer vis te kunnen vangen en nog meer geld te verdienen!

En dan? Dan ben je heel rijk en kun je genieten van het leven!

Wat denk je dat ik nu aan het

doen ben?

Wat vind je van de jonge visser? Wat is de moraal van het verhaal? Welke doelen heb jij in je leven? Wat is het uiteindelijke doel? Wanneer kun je zeggen: “Ik heb mijn doel bereikt?”

39

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 39

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Succesvolle mensen wijzen de weg. Ontdek hoe mensen hun doel bereikten.

voorbeeld

2

Nelson Mandela zette zich in voor de rechten van Afrikaanse mensen. Zijn hele leven werkte hij voor zijn droom. Het Apartheidsregime sloot Mandela 28 jaar op in de gevangenis. Na zijn vrijlating werd Mandela president van Zuid-Afrika. Hij heeft geen haat of wrok en werkt verder aan zijn ideaal: een maatschappij waar mensen met verschillende huidskleur en cultuur in vrede met elkaar kunnen samenleven.

Zoek (op internet) naar andere mensen die een doel in hun leven bereikten. Zoek min­ stens twee vrouwen en twee mannen. Vul in welk doel ze bereikten en wat jij knap vindt aan deze personen. Naam

Welk doel ze in hun leven bereikten

Wat ik bij deze persoon bewonder

Welke doelen heb jij in je leven? Wat wil jij uiteindelijk bereiken? Noteer je dromen in het kader hieronder.

Wat moet je doen om je droom te realiseren?

40

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 40

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


3

a

Wie ga je interviewen, wat is die persoon van je?

Interview over het realiseren van levensdoelen. Bereid het interview voor aan de hand van de volgende vragen:

1. Welke idealen had u toen u puber was?

2. Wat hebt u gedaan om uw dromen te realiseren?

3. Wat zou u anders doen, als u het mocht overdoen?

4. Welke raad geeft u aan ons?

Bedenk zelf een aantal vragen

Welke dromen wil jij realiseren?

Evaluatieopdracht: Leef je dromen!

Wat moet je daar zelf voor doen?

Wat is de eerste stap? (of wat zijn de eerste stappen?)

Wie kunnen je hierbij helpen?

Sluit je ogen en voel in het ‘nu’ dat je je droom gerealiseerd hebt. Hoe voelt dat?

41

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 41

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Teken hieronder hoe jouw levens­droom eruitziet.

42

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 42

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 5 Les 1

Conflicten zijn er om op te lossen In het eerste jaar hebben jullie geleerd conflicten op te lossen met een stappenmodel. Echter, de manier waarop je een conflict in het dagelijkse leven oplost, verloopt zelden via een stappenmodel. In deze les gaan jullie op zoek naar verschillende bruikbare manieren om conflicten op te lossen.

dgetten gezien de bbula bla

oet nu Nee,inikgm doen i.v.m. bestell ennders halen levertijd a t! deadline nie die

we de

e moeten ...mmm... w issing nog een be..sl. bla bla nemen over

1

Bedenk zelf een model om conflicten op te lossen. Vul de stappen in op een groot vel papier.

Een model om conflicten op te lossen.

Kies een ruzie of conflict dat je van dichtbij hebt meegemaakt. Maak dit zo concreet mogelijk: • Wie zijn erbij betrokken? • Wat wil de een, wat wil de ander? • Wanneer gebeurt het? • Wat is er vooraf gebeurd?

43

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 43

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Werk een plan uit waardoor het gekozen conflict kan worden opgelost. Werk je plan stapsgewijs uit. Schrijf minstens één woord voor elke stap. Teken pijlen zodat je kunt zien waar het begin en het einde is. Stel jezelf de volgende vragen: • Hoe zorg je ervoor dat de ruziënde partijen een oplossing willen zoeken? • Hoe krijg je zicht op de echte oorzaak van het conflict? • Welke stappen zijn er nodig om het conflict op te lossen? • Hoe zorg je ervoor dat iedereen tevreden is over de oplossing? Teken hieronder een pijlenschema met alles wat je bedenkt om het conflict op te lossen. Teken het schema over op een groot blad.

2

Stap 1

Vergelijk het stappenplan dat je bedacht hebt met het model hiernaast:

voorwaarde om te kunnen beginnen

De personen (of groepen) die een conflict hebben, moeten bereid zijn het conflict op te lossen. Ze nemen de tijd om met elkaar te praten over het probleem. Stap 2

probleem in kaart brengen

Ieder die betrokken is bij de ruzie zegt wat het probleem is volgens hem/haar. De anderen luisteren zodat ze begrijpen hoe iedereen het probleem ziet. Stap 3

opsommen van alle mogelijke oplossingen

Iedereen somt zo veel mogelijk manieren op om het probleem op te lossen. Alle ideeën zijn welkom: voor de hand liggende oplossingen, gekke oplossingen, oplossingen waar je het niet mee eens bent. Stap 4

kiezen van een oplossing

De personen die een conflict hebben, geven aan welke oplossingen ze goed vinden. Uit alle goede ideeën werken ze één oplossing uit. De oplossing moet duidelijk en concreet geformuleerd zijn.

44

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 44

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Stap 5

uitvoeren van de oplossing

De oplossing wordt uitgevoerd. Iedereen houdt zich aan zijn belofte om de afspraken na te leven. Stap 6

controleren of het werkt

Na een tijdje komen de personen die betrokken waren bij het conflict bij elkaar en stellen de volgende vragen: • Werkt de oplossing? • Wat kan er nog beter? • Wat onthouden we voor de volgende keer?

Vergelijk jullie stappenplan met het model hierboven: Wat komt overeen?

Welke verschillen zie je?

Wat is volgens jou het belangrijkste bij het oplossen van een ruzie of conflict?

45

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 45

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Conflicten oplossen? Een kwestie van oefenen!

Thema 5 Les 2

In deze les oefenen jullie de vaardigheid om conflicten op te lossen. Jullie gebruiken hiervoor de vaardigheden en leerpunten uit de vorige lessen: met een ik-boodschap je ongenoegen uiten, luisteren naar de mening van de ander, weten hoe je zelf rustig kunt worden en hoe je de tegenpartij niet op stang jaagt, en tot slot hoe je een creatieve oplossing vindt.

1

Observatiepunten. Kijk naar het conflict. Zet kruisjes bij wat beide partijen doen om het conflict op te lossen.punten.

persoon 2

Wat hielp om het conflict op te lossen?

persoon 1

ven Wat? Nog een? zitten gamn we Nu hebbe mist de trein ge! ­idioot

1. De ander laten uitspreken 2. Herhalen wat de ander heeft gezegd 3. Zelf duidelijk uitspreken hoe hij/zij het probleem ziet 4. Opkomen voor het eigen standpunt 5. Zoeken naar een oplossing die voor beiden past 6. Begrip tonen voor het standpunt van de ander 7. Ervoor zorgen dat het gesprek in stappen verloopt 8. Een afspraak maken over de oplossing van de ruzie 9. De afspraak herhalen bij het einde van het gesprek 10. De ander bedanken voor de moeite 11. 12.

46

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 46

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


persoon 2

persoon 1

Wat stoorde om het conflict op te lossen? 1. De eigen mening willen opdringen 2. Te snel willen zijn met het zoeken naar een oplossing 3. Te veel over andere dingen praten 4. De ander niet geloven in wat hij/zij zegt 5. De ander onderbreken 6. Te weinig zeggen over wat hij/zij zelf wil 7. Zich laten afleiden van het gesprek 8. De ander uitschelden of beledigen 9. 10.

2

Hoe kun je een conflict zo oplossen dat iedereen zich er goed bij voelt?

Evaluatieopdracht

Wat vind je heel belangrijk bij het oplossen van conflicten?

Waar wil jij vooral op letten als je een conflict oplost?

47

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 47

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 5 Les 3

Conflicten creatief aanpakken Veel conflicten ontstaan door misverstanden. In deze les leren jullie hoe je veel conflic­ ten op een luchtige, creatieve manier kunt aanpakken of vermijden.

1

s goed met je? Hé Chantal, allebee tje boos.. Je kijkt een

Conflicten oplossen voordat ze escaleren.

Situatie 1: Sporten in het park Waardoor ontstaat de ruzie?

Hoe kon de ruzie worden vermeden?

Hoe kon de ruzie worden opgelost?

48

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 48

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Situatie 2: Thuis in de woonkamer Waardoor ontstaat de ruzie?

Hoe kon de ruzie worden vermeden?

Hoe kon de ruzie worden opgelost?

Situatie 3: Op weg naar school Waardoor ontstaat de ruzie?

Hoe kon de ruzie worden vermeden?

Hoe kon de ruzie worden opgelost?

Kruis aan wat jij kunt gebruiken. Bedenk zelf ook iets wat voor jou werkt.

Evaluatieopdracht.

Gebruik humor, doe niet te ernstig. Wie om zichzelf kan lachen, lost een ruzie op voor hij begint. Als je iets vervelend vindt bij een ander, zeg dan wat je stoort, voor je er echt boos over wordt. Als je denkt dat de ander boos wordt, vraag dan gewoon wat er is. Houd niet vast aan het laatste woord. Als de ander dat wil hebben, is dat prima. Misschien heeft de ander een slechte dag. Reageer ontspannen en blijf vriendelijk. Glimlach en denk aan iets leuks.

49

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 49

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 5 Les 4

Mijn thuis Het beeld van het gezin van vroeger was een vader, een moeder en kinderen. Het gezin van nu is een samenlevingsvorm waarvan de samenstelling niet meer zo vastligt. Als we het over thuis hebben, bedoelen we je huis en de mensen met wie je daar samen­ woont. In de les kijk je naar je thuis en de dingen die je daarin waardeert.

1

Familiewapen. Vroeger hadden sommige families een familiewapen: een schild met een symbool erop. Dit symbool vertelde iets over de familie.

Bijvoorbeeld: een leeuw in het wapen betekende dat de familie zo moedig was als een leeuw.

50

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 50

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 5 Les 5

Conflicten thuis Elk huisje heeft z’n kruisje, ofwel: in elk gezin komen problemen en conflicten voor. Hoe ga je om met een conflict thuis? In deze les leer je conflicten bij je thuis op te lossen. Dat doe je door je in te leven in de verschillende rollen en personen in het conflict. Je onderzoekt de belangen die deze personen in een conflict hebben. Bij het oplossen van het conflict maak je gebruik van de vaardigheden die je in de vorige lessen over conflicthantering hebt geleerd.

uses meer! Nee, geen eaxscnu uitlaten. id Jij gaat Mtt w hond en jij u jo e o sl n te Het is zorgen! zou voor hem

STAP 1: Kies (in overleg met je groep) een rol en leef je in je personage in. Kruis aan wat deze persoon (jij dus) prettig en vervelend vindt. Schrijf er zelf ook eventueel nog wat bij. Let op: tijdens de volgende stappen blijf je in je rol!

Abram Janssens 12 jaar

Wat Abram prettig vindt:

Waar Abram een hekel aan heeft:

Goede cijfers halen op school

Ruzie maken

Met zijn vrienden spelen

Lang moeten wachten

Zijn kamer zelf inrichten

Vuile kleren

Naar muziek luisteren

Kapotte fiets

Skateboarden

Vroeg naar bed gaan

Met zijn vriendinnetje op de bank zitten Naar school gaan Iemand helpen

51

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 51

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Wat opa prettig vindt:

Waar opa een hekel aan heeft:

Dat alles een beetje regelmatig gebeurt

Lawaai Ruzie maken

Dat hij naar het nieuws kan kijken Dat hij op dinsdag kan biljarten in de club

Dat iemand zijn spullen leent en niet terugbrengt Drukte in de woonkamer

Dat het rustig is in huis Opa Diekstra

Dat hij iets over vroeger kan vertellen aan zijn kleinkinderen In de tuin werken Op tijd naar bed gaan

Mieke Janssens 14 jaar

Wat Mieke prettig vindt:

Waar Mieke een hekel aan heeft:

Goede cijfers halen op school

Ruzie maken

Met vriendinnen chatten

Dat alles snel moet gebeuren

Haar kamer zelf inrichten

Vuile kleren

Naar muziek luisteren

Te laat komen

Sporten

Dat er niet wordt geluisterd

Met haar vriendje op de bank zitten Naar school gaan Iemand helpen

Wat moeder prettig vindt:

Waar moeder een hekel aan heeft:

Dat anderen haar helpen bij het huishouden

Dat iemand te laat is voor het eten

Dat de kinderen goede cijfers halen op school

Tot 22.00 uur werken in het huis Een vuile badkamer

Moeder (Anita) Janssens

52

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 52

Een avondje voor zichzelf met vriendinnen

Spullen van een ander opruimen

Dat het huis netjes is

Dat anderen lawaai maken

Naar een soap kijken om half acht

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


STAP 2:

Stel vragen aan de anderen zodat je weet wat voor hen belangrijk is. Als je bijvoorbeeld Abram Janssens bent, vraag je aan Opa, Mieke en Moeder wat voor hen belangrijk is. Schrijf bij de personages wat je van hen te weten bent gekomen.

STAP 3:

keuze van televisieprogramma

Schrijf alle mogelijke problemen op waarover bij jullie thuis (= Abram + Mieke + Moeder + Opa) conflicten kunnen zijn.

niet opruimen de afwas doen lawaai in de woonkamer laat uitgaan met vrienden

STAP 4: Kies samen een probleem waarover jullie ruzie maken. STAP 5: Schrijf op wat het probleem precies is. Dit kun je doen door er met elkaar over te praten. Speel de situatie uit door je eigen rol te spelen. STAP 6: Bedenk hoe jullie het conflict kunnen oplossen zodat iedereen tevreden is. Noteer de oplossing hieronder. Inspiratie voor het oplossen van conflicten vind je in les 1, 2 en 3 van dit thema.

Wat leer je uit deze oefening over het oplossen van conflicten thuis? het lijkt moeilijker dan het is het lijkt makkelijker dan het is als het gezellig is, is het oplossen van ruzies makkelijker wat hier in de klas kan, gaat bij mij thuis ook

53

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 53

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 6 Les 1

Verslaving te slim af In deze les kijk je naar de invloed van anderen op je gedrag. Hoe bewust ben je je van je eigen gedrag? Wanneer is gedrag ongezond en wanneer wordt het een probleem? Je kijkt ook naar de smoesjes die worden gebruikt om ongezond gedrag goed te praten.

Petra zit in de brugklas op dezelfde school als haar broer Joris. Joris vindt dit soms best vervelend… De familie Brouwer zit tijdens het avondeten aan tafel. Petra vertelt tijdens het eten dat ze die dag op het schoolplein een groep jongens heeft zien blowen. “Belachelijk,” roept moeder, ‘wat zijn dat voor jongens!? Vandaag een jointje, morgen zeker een xtc-pilletje.’ Joris voelt zich ongemakkelijk en ontwijkt iedere blik van zijn vader en moeder. Hij heeft zelf ook wel eens een jointje meegerookt. Vader ziet dat Joris wat nerveus wordt en vraagt: ‘Ken jij die jongens, Joris? Hebben ze jou ook wel eens een jointje aangeboden?’ Joris vindt het vervelend om dingen stiekem te doen, maar zijn moeder heeft zo’n uitgesproken mening. Dat maakt het lastig om eerlijk te antwoorden… Hoe zal Joris reageren? Rollen: vader, moeder, zoon: Joris (15 jaar), dochter: Petra (12 jaar) Als ik Joris was zou ik:

Genotmiddelen: genieten? Als je een genotmiddel wilt gebruiken, stel jezelf dan eens de volgende vragen:

54

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 54

1

Waarom wil je dat genotmiddel eigenlijk gebruiken?

2

Welke voor- en nadelen van het middel ken je?

3

Gebruik je omdat je het zelf wilt of doe je mee met anderen?

4

Vind je het moeilijk om ‘nee’ te zeggen tegen iets wat je eigenlijk niet wilt?

5

Heb je de behoefte om de werkelijkheid ‘even’ te ontvluchten?

6

Kun je ook genieten zonder een genotmiddel te gebruiken?

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


1

‘Het is okay om iets goed te praten, terwijl je eigenlijk al weet dat het onverstandig is.’

Ja ja dat weet ik maar… Welke smoesjes worden gebruikt om ongezond gedrag goed te praten? Bedenk welke smoezen erbij horen.

Welke smoezen kun je gebruiken? Het valt wel mee:

Het is niet altijd zo:

Het kan erger:

Mia, jij? stuk

r een Ach, doe toch maagi n ik wel taart. Morgen be met lijnen.

2

‘Je raakt minder snel verslaafd als je je bewust bent van de gevolgen van ongezond gedrag.’

Verslaving te slim af.

Ik ben het eens/oneens met deze stelling, omdat

55

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 55

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 6 Les 2

Veilig in het verkeer Te voet, op de fiets, op de scooter, met het openbaar vervoer of met de auto‌ Dagelijks zijn er miljoenen mensen die zich verplaatsen in het verkeer. Om ervoor te zorgen dat het verkeer veilig verloopt, zijn er regels waaraan je je moet houden. In deze les spelen jullie een verkeersspel, waarin je de keuzes die je maakt in het verkeer, met elkaar bespreekt.

56

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 56

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


1

1

Risico’s in het verkeer. Je kunt voor het beantwoorden van de vragen gebruik maken van de zinnen in de lijst hieronder en een kruisje zetten onder het nummer naar keuze.

2

3

4

5

6

1. rijden op een opgevoerde brommer of scooter 2. onder invloed rijden 3. niet opletten bij een verkeerslicht en blijven staan als het al op groen staat 4. wegdromen op de fiets, brommer, scooter 5. weggebruikers die agressief worden als je een fout maakt 6. deelnemen aan het verkeer als je drugs gebruikt hebt 7. niet aan de kant gaan als een ander wil passeren 8. rijden met een knallende uitlaat

1

2

Risico’s die ik zelf nooit zal nemen.

Risico’s die ik zelf wel eens neem.

9. hard rijden en pas op het laatste nippertje remmen voor iemand 10. inschatten wat de ander gaat doen 11. rekening houden met onverwacht gevaarlijk gedrag van anderen 12. een helm dragen op de scooter, brommer of motor 13. veiligheidsgordels dragen

3

14. je houden aan de snelheidsbeperkingen

Gedrag van anderen waar ik me aan erger.

15. het leven en de veiligheid van anderen respecteren 16. op tijd van huis gaan

4

5

Gedrag van mij­ zelf waar anderen zich aan ergeren. Dingen die je kunt doen om de risico’s te beperken.

17. rekening houden met onverwachte situaties 18. graag stoer willen doen en opvallen 19. weten wat de gevolgen van een ongeluk zijn

kunnen

20. je kunnen beheersen 21. je verantwoordelijk voelen voor anderen

6

22. opletten

Hoe je rekening met elkaar kunt houden.

23. rekening houden met kleine kinderen en oude mensen 24. opstaan in het openbaar vervoer voor hulpbehoevende mensen 25. uitkijken bij voorrang verlenen en inhalen 26. door rood rijden 27. geen voorrang verlenen aan voetgangers op het zebrapad 28. met z’n drieën naast elkaar fietsen 29. elkaar onder druk zetten om zo hard mogelijk te rijden 30. rijden zonder licht 31. je remafstand inschatten 32. zonder rijbewijs rijden en niet verzekerd zijn 33. niet te dicht achter iemand rijden

57

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 57

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 6 Les 3

Relaties en seksualiteit In deze les kijk je naar de gevoelens die een rol spelen in een relatie. Hoe uiten die gevoelens zich en hoe ga je met die gevoelens om? Praten over relaties en seksualiteit vraagt om een veilige sfeer en vertrouwen in de klas. Vaardigheden als invoelend vermogen, rekening houden met elkaar, respect tonen voor elkaar en zelfbeheersing spelen een belangrijke rol.

1

Welke casus heb je gekozen?

Casus over een liefdesrelatie.

Deze casus sprak me aan, omdat

58

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 58

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 6 Les 4

Maatschappelijke stage Je voelt je gemakkelijker verantwoordelijk voor je directe omgeving: je familie, vrienden, je huis en je school, dan voor de dingen die verder van je af staan. Je verantwoordelijk voelen voor de maatschappij en haar problemen, lijkt soms een ver-van-mijn-bedshow. In deze les gaat het over maatschappelijke verantwoorde­ lijkheid en kiezen jullie een project uit waarmee je aan de slag gaat.

Het verhaal van Iedereen, Iemand, Wiedanook en Niemand

1

Dit is het verhaal over Iedereen, Iemand, Wiedanook en Niemand. Er moest iets be­langrijks worden gedaan en Iedereen werd gevraagd het te doen. Maar Iedereen dacht dat Iemand het wel zou doen. Wiedanook had het kunnen doen, maar Niemand deed het. Iemand had daar de pest over in omdat het Iedereens taak was. Iedereen dacht dat Wiedanook het kon doen en Niemand realiseerde zich dat Iedereen het Iemand kwalijk nam toen uiteindelijk Niemand deed wat Wiedanook had kunnen doen.

Welke verantwoordelijkheden kun je hebben?

Samen verantwoordelijk.

Thuis:

Op school:

Tegenover je vrienden en vriendinnen:

In je woonplaats/buurt:

In de samenleving:

59

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 59

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


2 Een eigen project

Ideeën voor projecten

kiezen en uitvoeren.

• nieuwe leerlingen op school opvangen • studiehulp opzetten voor leerlingen met leerproblemen • een spel- of sportdag organiseren • een themadag organiseren • een (toneel)voorstelling geven voor de bewoners van een zorginstelling • klusjes doen voor mensen in de buurt • verhalen voorlezen voor kinderen in een buurthuis • de buurt schoonmaken • meerijden met de dierenambulance eigen idee:

Stap 1 Beschrijf het project

Stap 2 Stel je doelstelling vast

Beschrijf het doel dat je met dit project wilt bereiken.

Stap 4 Brainstorm over de belangrijkste taken

Welke vaardigheden en kennis denk je nodig te hebben om je doel te bereiken? Welke contacten moet je leggen? Schrijf alle ideeën die in je opkomen op. Laat je fantasie de vrije loop. Geef nog geen commentaar op elkaar, anders rem je het ontstaan van ideeën af. Verzamel al jullie ideeën op een groot vel papier.

60

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 60

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Stap 4 Bekijk de taken, orden ze en zet ze in logische volgorde

Nu kun je alle ideeĂŤn bespreken en kijken hoe je ze kunt uitvoeren. Kijk welke taken er zijn en wie wat zou kunnen doen. Combineer taken en schrap taken die niet praktisch zijn door tijdgebrek, gebrek aan middelen of om andere redenen.

Stap 5 Verdeel de taken en maak een planning

Wie doet wat? Wanneer moet wat gebeuren?

Naam

De taken

61

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 61

Hoe ga je te werk? Wat heb je nodig?

Datum

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Stap 6 Voer de planning uit

Iedereen gaat aan de slag en voert zijn/haar taak uit.

Stap 7 Evalueer tussentijds

Kijk of iedereen zijn taken kan uitvoeren en of de planning klopt. Zijn er problemen? Hoe los je ze op?

Stap 8 Voer het project uit Stap 9 Blik terug

Is de doelstelling bereikt? helemaal

een groot deel

een beetje

helemaal niet

Hoe was de samenwerking?

Wat heeft ons verbaasd?

Wat zouden we de volgende keer anders doen?

Welke (nieuwe) vaardigheden hebben we geleerd?

Welke raad kunnen jullie geven aan een groep die voor het eerst een project gaat doen?

62

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 62

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Thema 6 Les 5

Kiezen voor je toekomst Weten waarvoor je kiest, is waar deze les over gaat. Je kijkt naar je eigenschappen en kwaliteiten, en waar je voorkeur naar uitgaat. Wellicht helpt deze les je bij de keuze voor de juiste sector of het juiste profiel.

Vriendelijk Geduld Overwicht Goed reactievermogen Sociaal

1

2

Ik vind jou geschikt voor… omdat…

De baan en/of richting die mijn klasgenoten bij mij vinden passen:

Interesses in kaart gebracht.

Maak eens een lijst van dingen die je interesseren. Bijvoorbeeld: sport, kunst, vrienden, plezier maken, feesten, winkelen, muziek, politiek, schoolvakken, koken, techniek, auto’s, andere culturen, religie, enzovoort. Mijn interesses:

Welke waarden vind je terug in je interesses, dat wat je in je leven belangrijk vindt? Bijv.: gezondheid, respect, gastvrijheid, veiligheid, milieubewust zijn.

63

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 63

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


Kijk je lijst nog eens na en vermeld hieronder je topdrie van interesses. 1. 2. 3. Van welke interesse(s) zou je je beroep willen maken?

In welke beroepen kun je die interesse(s) gebruiken?

Welk beroep lijkt je het leukst? Wat zou jouw droombaan zijn?

Welke eigenschappen/kwaliteiten heb je hiervoor nodig?

Welke vaardigheden zul je moeten ontwikkelen?

je dromen je interesses

3

Teken op de volgende pagina je eigen levensboom. Vul de boom in, zet • je waarden in de wortels, • je eigenschappen en kwaliteiten in de stam, • je motivatie: waarom je iets kiest, in de takken, • je interesses in de vruchten, • je dromen in de wolken. Raadpleeg hiervoor je antwoorden van opdracht 2 ‘Interesses in kaart gebracht’.

Mijn levensboom.

je motivatie

je eigenschappen en kwaliteiten

je waarden 64

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 64

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:45


je dromen je interesses je motivatie je eigenschappen en kwaliteiten je waarden

65

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 65

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:46


Thema 6 Les 6

Een jaartje wijzer In de lessen van Leefstijl hebben jullie hopelijk veel geleerd. Tijdens deze laatste les blik­ken jullie daarop terug. Daarbij kijken jullie niet alleen naar de samenwerking in de klas (dit is het proces), maar ook naar wat jullie geleerd hebben aan vaardigheden en inzichten (dit zijn de producten).

1

Evalueren van de sfeer.

begin schooljaar

kerstvakantie

meivakantie

einde schooljaar

Teken een lijn voor hoe je je voelde het afgelopen jaar. Zet bij de hoogte- en laagtepunten een tekeningetje (of een woord) dat aangeeft waarom het omhoog of omlaag ging. Gebruik de volgende kleuren: Mijn gevoel in de Leefstijllessen Mijn gevoel bij de leerlingen in de klas Mijn gevoel op school

66

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 66

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:46


Over gevoelens leerde ik

Evaluatieopdracht. Een jaar Leefstijl: wat levert het je op? Schrijf op wat je hebt geleerd uit de lessen. Vul de zinnen verder aan.

Om zelfvertrouwen te krijgen, leerde ik

Als ik een keuze moet maken zal ik

Wat ik belangrijk vind in mijn leven is

Om ruzies op te lossen leerde ik

Wat ik een leuke les vond was

Wat ik het beste zal onthouden uit de leefstijllessen is

Wat ik gemist heb is

Voor mezelf hoop ik dat

67

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 67

Leefstijl voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:46


Bijlage Gevoelens die je hebt als je het naar je zin hebt: Blij

Verdrietig

Bang

dankbaar enthousiast gelukkig goed gehumeurd happy onbezorgd opgelucht opgewekt tevreden trots uitbundig voldaan vrij vrolijk

bedroefd bedrukt beschaamd depressief down eenzaam gekwetst geraakt hulpeloos ongelukkig ontgoocheld opgewonden somber treurig triest vertwijfeld wanhopig zwaarmoedig

angstig argwanend bevreesd gespannen hulpeloos in paniek in shock onveilig onwennig onzeker schuchter verlamd verlegen voorzichtig

Boos

bedrogen belachelijk gemaakt belogen boos op iemand gemanipuleerd genegeerd gepest gesaboteerd misbruikt mishandeld schuldig vernederd verwaarloosd

Energiek fit geïnspireerd gemotiveerd krachtig machtig opgewonden sterk wakker zelfverzekerd Andere prettige gevoelens geborgen geraakt kalm nieuwsgierig ontroerd ontspannen rustig veilig verrast warm

68

Werkboek Leefstijl 1 klas 2.indd 68

Gevoelens die je hebt als je het niet naar je zin hebt:

afkeer agressief het beu zijn chagrijnig gefrustreerd geïrriteerd gespannen jaloers nijdig ontgoocheld ontevreden opgeladen overstuur slecht gehumeurd woedend Zonder energie down futloos hongerig loom moe machteloos onpasselijk onwel vermoeid slap uitgeput ziek zwak

Gevoelswoorden vermengd met ver­ wijten of een oordeel

Andere onprettige gevoelens gestrest in de war koud nerveus ongeduldig onrustig onverschillig opgewonden sceptisch van streek zijn verbaasd verbijsterd verrast vervelend verveeld verward walging zenuwachtig

Leefstijl Voortgezet onderwijs – klas 2

28-06-12 10:46


Leefstijl vo klas 2 werkboek proefmateriaal