Page 1


Module OriĂŤntatie op facilitair leidinggevende


Colofon Uitgeverij: Auteurs: Eindredactie: Foto’s: Vormgeving: Drukwerk:

Edu’Actief b.v. Meppel Kees Faas Edu’Actief b.v. Meppel Edu’Actief b.v. Meppel Edu’Actief b.v. Meppel Scan Laser, Zaandam

FD Okay Instructie-/werkboek Oriëntatie op facilitair leidinggevende ISBN NUR

978 90 3720 907 5 100

Copyright  2012

Edu’Actief b.v. Postbus 1056 7940 KB Meppel tel: 0522 - 235235 fax: 0522 - 235222 e-mail: info@edu-actief.nl internet: www.edu-actief.nl

Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photo print, microfilm or any other means, without written permission from the publisher. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h tot en met 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

2


1. Oriëntatie op facilitair leidinggevende Inleiding

Je hebt gekozen voor een opleiding die je gaat voorbereiden op een baan als facilitair leidinggevende. De bedoeling is dat je na deze opleiding gaat werken bij één van de bedrijven die een Facilitaire Dienst hebben. De Facilitaire Dienst van een bedrijf zorgt ervoor dat de organisatie van de huishoudelijke taken goed verloopt. Zo moet bijvoorbeeld het bedrijf schoon zijn, de post bij de juiste mensen terechtkomen, de inkoop goed geregeld zijn en ook de administratie moet goed op orde zijn. Je snapt wel dat de taken van de Facilitaire Dienst per bedrijf kunnen verschillen. Hoe werk je met FD Okay? In deze oriëntatiemodule van de opleiding Facilitair Dienstverlener leer je hoe je de opdrachten uit de GOE FD moet aanpakken en uitvoeren. Deze opdrachten voer je grotendeels uit in de functie van facilitair leidinggevende. Alles waar je mee te maken krijgt, staat in het teken van dat beroep. Praktische zaken werk je uit op de werkplekken van de Facilitair Dienstverlener. Wat voor werk doe je als facilitair leidinggevende? Als facilitair leidinggevende voer je taken op uitvoerend en leidinggevend gebied uit. Zo houd je je als facilitair leidinggevende bezig met het organiseren en beheren van de inkoop en de voorraad, het beheren van contracten, het opstellen van managementrapportages over het gebouwbeheer, het coördineren van diverse facilitaire werkzaamheden en het begeleiden van medewerkers. Hiervoor heb je vier verschillende modules tot je beschikking: Oriëntatie op facilitair leidinggevende Uitvoeren van facilitaire werkzaamheden Uitvoeren van organisatiegebonden taken Leidinggeven en uitvoeren van beheerstaken. In iedere module vind je opdrachten die te maken hebben met het werk van de facilitair leidinggevende. Daarnaast heb je beschikking over de bronnenboeken FD Okay deel 1, 2, 3 en 4. Hierin vind je allerlei informatie over onder andere over apparatenonderhoud, hoe je brand- en sluitrondes doet, hoe je gerechten en dranken bereidt, hoe je menu’s samenstelt, hoe je bestellingen plaatst en deze afhandelt en hoe je de voorraden onderhoudt. De bronnenboeken kun je bijvoorbeeld gebruiken om je voor te bereiden op je opdrachten, maar ook om je de theorie eigen te maken. Tot slot kun je gebruikmaken van de website www.fdokay.nl. Op deze website vind je allerlei informatie, films, opdrachten en formulieren. Om toegang te krijgen tot www.fd-okay.nl activeer je de DigiCode die voorin deze module staat gedrukt. Activeren DigiCode Als je voor het eerst wilt inloggen op www.fd-okay.nl, moet je eerst de DigiCode activeren. Voor het activeren van de DigiCode ga je naar digicode.edu-actief.nl. Je code is 24 maanden geldig vanaf het moment waarop je je code hebt geactiveerd.

3


GOE’s Je gaat aan de slag als facilitair leidinggevende. Je komt hierbij situaties tegen die alleen voorkomen in het beroep van facilitair leidinggevende. Jij moet jezelf goed kunnen redden in deze beroepssituaties. Om dat te kunnen, moet je veel leren en oefenen. Daarvoor heb je de verschillende GOE’s. Hierin komt alles aan bod om je te leren hoe jij je staande moet houden in de verschillende situaties. Jij moet leren om je werkzaamheden goed op elkaar af te stemmen. Indeling GOE’s Module

GOE/BSS

Oriëntatie op facilitair leidinggevende Uitvoeren van facilitaire werkzaamheden

1. Oriëntatie op facilitair leidinggevende

Uitvoeren van organisatiegebonden taken

2. Voert hospitality werkzaamheden uit 3. Voert administratieve werkzaamheden uit 4. Onderhoudt de voorraad en opslag goederen 5. Uitvoeren van logistieke werkzaamheden 6. Signaleren en verhelpen van onveilige situaties 7. Gebouwenbeheer 8. Textielverzorging, aanschaf en beheer 9. Het organiseren van evenementen 10. Vaststellen van inkoopbeleid 11. Signaleren en afhandelen van klachten 12. Deelnemen aan werkoverleg

Leidinggeven en uitvoeren van beheerstaken

13. Begeleiden, aansturen, motiveren en stimuleren van medewerkers binnen een team 14. Het leidinggeven en begeleiden van personeel op de werkvloer 15. Stelt rapportages op: begrotingen, budgetten en afdelingsplan

Belangrijke begrippen: BSS: Beroeps Specifieke Situatie Dit is een situatie die heel typerend is voor een bepaald beroep. Die situaties zie je niet in andere beroepen. Van een vakman wordt verwacht dat hij zichzelf kan redden in lastige situaties. GOE: Geïntegreerde Onderwijs Eenheid Rondom deze BSS’en zijn de competenties, de vakkennis en beroepsvaardigheden die je nodig hebt beschreven. Maar ook alles wat je in de praktijk moet doen en kunnen is vastgelegd. Hiermee ga je aan de slag. Een GOE is dus een blok waarin één beroepsspecifieke situatie (BSS) centraal staat, bijvoorbeeld het bereiden van warme voorgerechten. Volgorde De volgorde waarin je de GOE’s doorloopt stem je af met je docent of leermeester. Deze volgorde, vrij of opvolgend, is afhankelijk van de school waar je op zit. Opvolgend betekent dat je met GOE 1 begint daarna GOE 2, 3 enzovoort. Je begint altijd met de Oriëntatiemodule. Er is een uitzondering. Als je bij de intake hebt aangetoond dat je de basisvaardigheden al beheerst, is het mogelijk om de Oriëntatiemodule over te slaan. Dit kan echter alleen in overleg met jouw docent. 4


Nederlands en Engels Als facilitair leidinggevende moet je het Nederlands goed beheersen. Maar ook Engels moet je op een behoorlijk goed niveau kunnen spreken en lezen. Daarom zijn er opdrachten opgenomen die je helpen om de talen te leren. De opdrachten hebben te maken met je beroep. In elke module staan opdrachten over taal. Als je moeite hebt met de talen, kun je extra ondersteuning vragen bij je docent. Hij weet dan precies wat je moet doen om de taal verder te leren. Hoe ziet een GOE eruit? Elke GOE heeft een vaste indeling: Inleiding Hierin word je in een bepaalde situatie geplaatst. De inleiding maakt duidelijk waar het precies om gaat en wat er van je wordt verwacht in die situatie. Alle stappen die je moet zetten om de GOE goed af te sluiten worden uitgelegd. Planning Bij dit onderdeel leer je je werk plannen. Aan de hand van een schema maak je een werkplanning voor de hele GOE. Door het maken van een planning houd je controle over je werkzaamheden. Je maakt een planning voor zowel de praktijk als de theorie (workshops, hoorcolleges enzovoort). In je planning geef je aan wanneer je wat gaat uitvoeren, hoeveel tijd je eraan denkt te besteden en wanneer je iets af wilt hebben. Opdrachten en activiteiten In elke GOE staan beroepsgerichte opdrachten en activiteiten die je moet uitvoeren. Houd je aan de volgorde van de opdrachten. In de GOE kom je een aantal pictogrammen tegen. Je komt de volgende pictogrammen tegen in het werkmateriaal:

= een leesverwijzing naar bronnenboek FD Okay = een filmverwijzing = een internetverwijzing. Reflectie Aan het einde van de GOE kijk je terug op hoe je jouw werk hebt aangepakt. Het reflectieformulier kan je hierbij helpen. Het formulier heb je nodig in je coachingsgesprek. Het reflectieformulier vind je op www.fd-okay.nl, onder GOE’s. In het formulier komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: • Heb je het handig aangepakt? • Wat ging er goed en wat ging er fout? • Wat ga je in de volgende GOE anders doen? • Heb je je aan je planning en afspraken gehouden? Leg uit waarom je er eventueel van afgeweken bent. • Wat heb je aan je portfolio toegevoegd? Bij elk antwoord wordt een motivatie verwacht. Werkprocessen Tijdens je opleiding werk je aan werkprocessen. Voor iedere opleiding is vastgesteld welke werkprocessen je moet beheersen om als beginnend beroepsbeoefenaar aan de slag te kunnen. Je moet deze werkprocessen dus beheersen om je diploma te halen. Per GOE is aangegeven aan welke (onderdelen van) werkprocessen je werkt.

5


Facilitaire dienst

Je hebt gekozen voor een opleiding die je gaat voorbereiden op een baan als facilitair leidinggevende. De bedoeling is dat je na deze opleiding gaat werken bij één van de bedrijven die een Facilitaire Dienst hebben. De Facilitaire Dienst van een bedrijf zorgt ervoor dat de organisatie van de huishoudelijke taken goed verloopt. Zo moet bijvoorbeeld het bedrijf schoon zijn, de post bij de juiste mensen terecht komen, de inkoop goed geregeld zijn en ook de administratie moet goed op orde zijn. Je snapt wel dat de taken van de Facilitaire Dienst per bedrijf kunnen verschillen.

Bedrijven met een Facilitaire Dienst Bedrijven met een Facilitaire Dienst kun je onderscheiden in: - Profitorganisaties: organisaties die als doel hebben winst te maken. Voorbeelden hiervan zijn hotels, restaurants, congrescentra, pretparken, bungalowparken, evenementenbureaus en schoonmaakbedrijven. -

Non-profitorganisaties: organisaties die niet als doel hebben winst te maken. Dit zijn meestal overheidsbedrijven of bedrijven die door de overheid gesubsidieerd worden. Voorbeelden hiervan zijn: ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, gemeentehuizen en (grote) scholen.

Opdracht 1 Waar zou jij als toekomstig leidinggevende het liefst willen werken: in een profit- of nonprofitorganisatie? Leg uit waarom. _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ Bestudeer in bronnenboek Deel 1 Beheer gebouwen en apparatuur paragraaf 1.2 ‘Werkgebied’.

6


Taken van de Facilitaire Dienst De belangrijkste taken waar vrijwel elke Facilitaire Dienst mee te maken krijgt, zijn: - het beheer van gebouwen en apparaten - het verzorgen van de voeding en de catering - organisatieondersteuning - het zorg dragen voor voorraadbeheer en logistiek. Taken van de facilitair leidinggevende De taken die horen bij een facilitair leidinggevende zijn: - uitvoeren - ondersteunen - organiseren - coรถrdineren - controleren - aansturen. Opdracht 2 Als je kijkt naar de taken van de Facilitaire Dienst en van de facilitair leidinggevende weet je al een beetje wat jouw werkterrein gaat worden. Je krijgt natuurlijk nog veel uitleg, maar het is wel interessant om te kijken wat je eerste indrukken zijn. Deze indrukken kun je aan het eind van je studie vergelijken met wat je dan weet. Probeer in maximaal vijftien regels een beeld te geven hoe een paar dagen voor jou als facilitair leidinggevende er uitzien. Je moet daarbij jouw taken als facilitair leidinggevende combineren met de taken van de Facilitaire Dienst. _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________

7


Eigenschappen van een facilitair leidinggevende Een facilitair leidinggevende moet: - servicegericht zijn - betrokken zijn - integer zijn - klantvriendelijk zijn - representatief zijn - sociaal zijn - collegiaal zijn - betrouwbaar zijn - flexibel zijn - stressbestendig zijn - assertief zijn - creatief zijn. Opdracht 3 Neem het antwoord van opdracht 2 voor je. Op welk moment heb je welke eigenschappen van een leidinggevende nodig? Zet die eigenschappen tussen haakjes op de plekken in jouw verhaal, waar ze volgens jou nodig zijn. Je mag meerdere eigenschappen noemen op ĂŠĂŠn moment. Opdracht 4 a. Zoek uit de onderstaande tabel de betekenis op van de woorden die je niet kent. b. Vul de onderstaande tabel in door een kruisje te zetten. Je mag per regel twee kruisjes zetten. c. Bespreek de ingevulde tabel met je coach en kies twee eigenschappen uit waar je nu al aan kan werken. Competentie

Ben ik niet

Ben ik wel

Moet ik aan werken

Servicegericht Betrokken Integer Klantvriendelijk Representatief Sociaal Collegiaal Betrouwbaar Flexibel Stressbestendig Assertief Creatief Omdat jij in de Facilitaire Dienst een belangrijke rol speelt, ga je met veel mensen om. Niet alleen met jouw meerdere, de facilitair (facility) manager, maar ook met de medewerkers aan wie je leiding moet geven. Als je bedrijf een horecabedrijf is, heb je daarnaast ook contact met gasten en klanten. Dit vereist van jou als leidinggevende een aantal kwaliteiten, zoals goede sociale en communicatieve vaardigheden, besluitvaardigheid en zelfstandig werken. Ook moet een leidinggevende improvisatietalent en een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Daarbij moet je ook organisatorisch sterk zijn, omdat je de medewerkers van bijvoorbeeld catering, schoonmaak en postverwerking aanstuurt, werkroosters voor ze maakt, werkoverleg en functionerings- en beoordelingsgesprekken met ze voert. Ook wordt er nog verwacht dat de leidinggevende redelijke technische kennis bezit, klachten kan verhelpen, storingen kan oplossen en onderhoudswerkzaamheden kan uitvoeren. 8


Zijn werkzaamheden rapporteert de leidinggevende aan de facilitair manager. Kortom: het functieprofiel van een facilitair leidinggevende is dat van een duizendpoot! Bestudeer in bronnenboek Deel 1 Beheer gebouwen en apparatuur paragraaf 1.3.3 ‘Communicatie’. Maak daarna opdracht 5. Opdracht 5 Als leidinggevende moet je goed kunnen communiceren met de mensen waar je dagelijks mee om gaat. a. Geef in je eigen woorden aan wat jij onder communicatie verstaat. _______________________________________________________________________ b. Waarom moet jij in je latere beroep goed letten op non-verbale communicatie? _______________________________________________________________________ c. Geef drie voorbeelden van non-verbale communicatie en schrijf erbij wat daar volgens jou mee bedoeld wordt. 1._____________________________________________________________________ 2._____________________________________________________________________ 3._____________________________________________________________________ d. Wat is het verschil tussen kijken en observeren? _______________________________________________________________________ e. Wat is het belang voor jou in je latere beroep dat je goed kunt observeren? _______________________________________________________________________ f. Waarom is het binnen de Facilitaire Dienst van groot belang dat de eerste indruk goed is? _______________________________________________________________________ g. Geef vijf voorbeelden waarin je aangeeft hoe je ervoor kunt zorgen dat de eerste indruk van jou als stagiair goed is. 1. _____________________________________________________________________ 2. _____________________________________________________________________ 3. ____________________________________________________________________ 4. _____________________________________________________________________ 5. _____________________________________________________________________ 6. _____________________________________________________________________

9


h. Geef vijf voorbeelden van eigenschappen die passen bij een goede beroepshouding in de Facilitaire Dienst. 1. _____________________________________________________________________ 2. _____________________________________________________________________ 3. _____________________________________________________________________ 4. _____________________________________________________________________ 5. _____________________________________________________________________ 6. _____________________________________________________________________ i. Hoe kun je door je handelen laten zien dat je: -

een dienstverlenende instelling hebt?

_______________________________________________________________________ -

contacten legt?

_______________________________________________________________________ -

een flexibele instelling hebt?

_______________________________________________________________________ -

eerlijk en betrouwbaar bent?

_______________________________________________________________________ -

verantwoordelijkheidsgevoel hebt?

_______________________________________________________________________ -

stressbestendig bent?

_______________________________________________________________________ Opdracht 6 a. Doe deze opdracht samen met een medestudent. Communiceren is moeilijker dan we soms denken en bestaat uit meer dan alleen taal. Lichaamstaal is een groot deel van onze communicatie en onbewust zenden we veel signalen uit die we zelf niet onder controle hebben. Bereid in een groepje van twee personen drie manieren voor hoe je aan de klas kunt laten zien hoe je je voelt zonder iets te zeggen. Speel de situatie in de klas na. b. Zagen de medestudenten wat er bedoeld werd? Zo ja, dan weten jullie al aardig goed wat met non-verbale communicatie bedoeld wordt. Opdracht 7 Lees de volgende twee praktijksituaties goed door. Situatie 1 Je bent de facilitair leidinggevende van een verzorgingshuis. Iedere dag staat ĂŠĂŠn van je medewerkers in de kantine al om tien voor vier met zijn jas aan omdat hij anders de bus niet haalt. De afgesproken werktijd is tot vier uur. Hij laat steeds zijn collega met de laatste afwas zitten waardoor die meestal pas om kwart over vier klaar is. 10


a. Wat zou je hieraan kunnen doen? Hoe zou jij deze situatie oplossen? ______________________________________________________________________ Situatie 2 Je bent cateringmanager van een groot kantorenpand. Iedere lunchpauze is er steeds eenzelfde mevrouw die naar jou toe komt en zegt dat er wat aan het eten mankeert. b. Hoe zou je hiermee omgaan en hoe zou jij dit oplossen? ______________________________________________________________________

Opdracht 8 Je kunt als facilitair leidinggevende komen te werken in een ziekenhuis. Je hebt dan dagelijks met veel mensen te maken. Bedenk met welke mensen je in jouw functie dagelijks te maken hebt in een ziekenhuis. ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ Opdracht 9 Als facilitair leidinggevende kun je ook werken in een conferentieoord. Met welke mensen zou je daar elke dag contact hebben? ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________

11


Opdracht 10 Je hebt een baan als facilitair leidinggevende in een groot cateringbedrijf. Dit bedrijf is gespecialiseerd in schoolkantines en heeft twaalf scholen onder zijn beheer. Jij hebt de leiding over de kantine van drie scholen. Met welke mensen heb je hier dagelijks te maken? ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ Bestudeer in bronnenboek Deel 1 Beheer gebouwen en apparatuur paragraaf 1.2.2 ‘Taken van een facilitair leidinggevende’. Maak daarna opdracht 11 tot en met 14. Opdracht 11 Je ziet in de tekst dat de facilitair leidinggevende veel verschillende taken heeft. Een echte alleskunner dus. Iedere facilitair leidinggevende zal in het begin van de opleiding niet even goed zijn in de verschillende taken. Ook zul je de ene taak leuker vinden dan de andere taak. Geef in het schema aan welke taken jou goed liggen en welke minder goed. Leg ook uit waarom. Taken die jou goed liggen 1.

Reden 1.

2.

2.

3.

3.

Taken die jou minder goed liggen 1.

Reden 1.

2.

2.

3.

3.

Opdracht 12 (groepsopdracht) Maak deze opdracht in groepjes van vier. a. Vraag een gesprek van vijftien minuten aan met de facilitair leidinggevende van jullie locatie. b. Stel met elkaar vijf vragen op die je de leidinggevende wilt stellen. Denk erom dat de antwoorden jullie een goed beeld moeten geven van wat het werk van zo iemand inhoudt. c. Geef als groepje een korte samenvatting van het gesprek. d. Waarin zal zijn/haar werk anders zijn dan van een facilitair leidinggevende in een ziekenhuis? Motiveer je antwoord. e. Geef de andere groepjes een kopie van jullie samenvatting. Zet de belangrijkste kenmerken van het werken als facilitair leidinggevende op jullie school op het bord. Opdracht 13 (groepsopdracht) Maak deze opdracht in groepjes van vier. Als facilitair leidinggevende kun je ook terechtkomen bij een evenementenbureau. Bij het organiseren van een evenement, zoals een popconcert, komt nogal wat kijken. Maak met jullie groepje een stappenplan. 12


Hierin beschrijf je per stap wat er komt kijken bij het organiseren van een popconcert op een terrein bij jullie in de buurt. Een paar aandachtspunten: - Mag je zomaar op een leeg terrein iets organiseren? - Wie bepaalt wie er komt spelen? - Welke kosten moeten er gemaakt worden? - Hoe krijg je het geld binnen om de kosten te betalen? - Welke mensen moeten ingehuurd worden? - Hoe kun je als leidinggevende controleren of iedereen doet wat hij doen moet? Opdracht 14 (rollenspel) Maak deze opdracht in groepjes van vier. Als facilitair leidinggevende zul je mensen moeten aannemen en soms ook moeten ontslaan. Belangrijk is dat je in sollicitatiegesprekken met kandidaten een goed beeld van iemand krijgt en uiteindelijk ‘de beste’ aanneemt. Jij, als leidinggevende, hebt morgen een sollicitatiegesprek met twee mensen die solliciteren op een vaste baan als conciërge op een mbo-school. De ene kandidaat heet Henk Opdam en de andere kandidaat Kees Uittenboogaard. a. Beschrijf waar volgens jullie een conciërge op een mbo-school aan moet voldoen. ______________________________________________________________________ b. Ieder van jullie stelt een lijstje samen met vragen die je de kandidaten zou willen stellen voor deze functie. c. Verdeel de rollen zo, dat ieder van jullie een keer de rol van leidinggevende en de rol van kandidaat gespeeld heeft. Henk Opdam is 53 jaar, getrouwd, heeft twee kinderen van wie de jongste nog thuis woont en studeert. Henk is sinds drie maanden werkloos. Daarvoor heeft hij gewerkt als automonteur totdat het bedrijf failliet ging. Hij heeft verschillende keren gesolliciteerd als automonteur, maar zonder succes. Hij zag een advertentie voor de baan als conciërge op een school en dat leek hem wel wat. Technisch is Henk erg handig en hij kan goed met kinderen omgaan. Henk gaat ervan uit dat hij alle schoolvakanties vrij heeft. Hij heeft echter één handicap: hij is dyslectisch.

Kees Uittenboogaard is 33, alleenstaand. Hij werkt op dit moment als administratief medewerker, maar heeft het niet meer naar zijn zin. Hij wil wat anders. De mensen op zijn werk luisteren nooit naar hem als hij weer eens een goed idee heeft. Hij heeft zich altijd voor 100% voor de zaak ingezet, maar nu wil hij het wat rustiger aan doen. Kees is redelijk handig. De meeste dingen die thuis kapot gaan, repareert hij zelf. Opdracht 15 Als facilitair leidinggevende kun je bij een cateringbedrijf de functie krijgen van cateringmanager. Zoek met behulp van het internet op: a. Waar je in deze functie aan moet voldoen: ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________

13


b. Waar je werk voornamelijk uit bestaat: ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ Opdracht 16 (rollenspel) Maak deze opdracht in groepjes van vier. Als facilitair leidinggevende moet je regelmatig werkoverleg houden met je medewerkers. Tijdens je opleiding krijg je nog uitgebreid te lezen waaraan een werkoverleg moet voldoen. In deze opdracht gaat het erom dat je zelf alvast een goed beeld krijgt van wat er komt kijken bij een werkoverleg. Als facilitair leidinggevende van een scholencomplex heb je over een uur een werkoverleg met de drie medewerkers van de schoonmaak: Jeanine, Henk en Safira. In het overleg wil je van de medewerkers horen hoe het gaat en wat zij denken dat verbeterd kan worden. Jij wilt dat er harder en efficiĂŤnter gewerkt wordt. Iedereen speelt een keer de rol van leidinggevende, voorzitter en notulist. Let in het werkoverleg op de volgende punten: Wie is voorzitter en wie notuleert? Neemt de voorzitter op de goede manier de leiding? Hoe wordt er geĂŻnformeerd en gecommuniceerd? (Wordt er naar elkaar geluisterd of wordt er door elkaar gepraat, komt ook iedereen aan de beurt?) Is iedereen betrokken? Zo ja, hoe merk je dat? Zo niet, hoe merk je dat? Welke punten worden er besproken?

Opdracht 17 Iedere leidinggevende probeert het maximale uit zijn mensen te halen. Het resultaat van iemands inspanningen of de prestaties van bijvoorbeeld een afdeling, is afhankelijk van drie factoren: effectiviteit doelmatigheid flexibiliteit. 14


Omschrijf deze begrippen in je eigen woorden. ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ Opdracht 18 (rollenspel) In de opleiding komt nog uitgebreid aan de orde hoe je het beste een functioneringsgesprek kan voeren. In deze opdracht gaat het erom dat je zelf nadenkt hoe je een dergelijk gesprek het beste zou kunnen voeren. Jij bent facilitair leidinggevende en voert een functioneringsgesprek met een nieuwe medewerker. a. Noteer drie bezwaren die je hebt op de manier van werken van de nieuwe medewerker. b. Speel het rollenspel en wissel de rollen daarna. c. Overleg met de coach wat er goed ging en wat er verbeterd zou kunnen worden. Rol facilitair leidinggevende Een medewerker is een maand in dienst en functioneert nog niet zoals het zou moeten. De werknemer heeft vrijwel geen ervaring met dit werk en dit merk je doordat de werknemer weinig praktisch inzicht heeft, soms wat onhandig is en nerveus naar gasten overkomt. Het is jouw taak de medewerker in zijn nieuwe baan te begeleiden. De bezwaren die je hebt zijn: _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ Rol medewerker Je bent een maand in dienst. Omdat je het werk voor het eerst doet, vraagt het al je aandacht. Je hebt nog geen routine. Je vindt het werk erg leuk en de omgang met het overige personeel ervaar je als zeer prettig. Van de facilitair leidinggevende heb je een uitnodiging ontvangen voor een gesprek. Je hoopt op een vaste aanstelling in de toekomst en wilt hierover wel een balletje opgooien. _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________ _______________________________________________________________________

15

Oriëntatie op facilitair leidinggevende - proefmateriaal  
Advertisement