__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

TRENDS in SUSTAINABLE BUSINESS

Bedrijf & Maatschappij Mensen weten te weinig over ethisch sparen en beleggen SDG's in Belgische bedrijven: soms een zegen, soms een vloek Circulaire aankopers en leveranciers ontmoeten elkaar

ecoTips 18.03 - Jaargang 23, nummer 3 (jul/aug/sept 2018)


is bodembewust

Om onze grond gezond te maken gaan we diep. SAMEN MAKEN WE MORGEN MOOIER

OVAM

De OVAM wil dat onze kinderen zorgeloos kunnen spelen in de tuin, de wijk of het bos. Burgers en bedrijven moeten zekerheid hebben over de kwaliteit van hun bodem. Daarom brengen we gebieden in kaart waar vroeger fabrieken stonden of afval gedumpt werd. En helpen we bedrijven, scholen en lokale besturen om verontreiniging grondig aan te pakken.

www.ovam.be


Maatschappelijk verantwoord sparen en beleggen Vreemd om te moeten vaststellen dat zij die interesse hebben in sparen en beleggen, door de band genomen geen interesse hebben in duurzaamheid en ethiek. En zij die interesse hebben in duurzaamheid en ethiek, hebben weinig oog voor sparen en beleggen. Misschien is mijn statement wat te hard maar je merkt toch weinig wederzijdse interesse. De oorzaak kan ook onwetendheid zijn, zoals Siem de Ruijter in zijn ecopinie verderop in deze editie van ecoTips schrijft. Mensen weten gewoon niet wat ze zich moeten voorstellen bij ethisch sparen en beleggen. Ik vind dat we daar iets moeten aan doen. Dat is de reden waarom we op 22 oktober een infoavond organiseren over ethisch sparen en beleggen. Een avond vol informatie over het onderwerp, wat het is en wat het niet is, hoe je ermee start en welke vragen je jezelf en je bankier moet stellen. En daarna de verschillende partijen in de markt die uitleggen hoe zij dit in praktijk brengen, zodat je als toehoorder gericht vragen kan stellen en gefundeerde keuzes kan maken.

Met alle inspanningen die we als individu, als bedrijf en als maatschappij moeten doen om CO2-neutraal te worden en zo de klimaatopwarming tegen te gaan, moeten we volop inzetten op initiatieven die ons kunnen helpen om die doelstellingen te behalen. Dat kan door te beleggen in bedrijven en organisaties die duurzame technologie ontwikkelen en implementeren bijvoorbeeld. En dat hoeft niet meteen groots te zijn. Ook via coรถperaties en microfinanciering kan je mooie zaken mee verwezenlijken. Ethisch sparen en beleggen dus, met financieel rendement. Ik hoop dat we op 22 oktober veel mensen kunnen inspireren om er eens dieper over na te denken. Money makes the world go round. Dat was vroeger al zo en dat zal in de toekomst niet anders zijn. Hoofdredacteur

Cover door Jan Van Craesbeeck (VIZOOG) De basis van dit werk is een mรถbiusring, gemaakt met gerecycleerde plastickorrels. De kleurrijke korrels zijn afkomstig van allerhande plastic afval.

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

03


COLOFON ecoTips wordt samengesteld op basis van gegevens beschikbaar binnen de wetenschappelijke, technologische en juridische actualiteit op datum van het ter perse gaan. De uitgever neemt geen verantwoordelijkheid voor informatie waarvan blijkt dat zij onvolledig, niet meer actueel of achterhaald is. De uitgever en de auteurs kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor geschillen of schade, van welke aard ook, die het gevolg zijn van handelingen of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.

Adviesraad Raf Bouckaert, HSEQ Expert Peter De Bruyne, M-tech Karel Gemmeke, VAL-I-PAC Kurt Gutschoven, Vinçotte Kris Merckx, Sertius Filip Raymaekers, Profex Guido Redant, oprichter en oud-hoofdredacteur ecoTips Dirk Reynaert, Bureau Veritas Joerdi Roels, QUESS Philippe Tavernier, POM Werkten mee aan deze editie Yves De Groote, Xavier De Moor, Siem de Ruijter, Hilde De Wachter, Peter Thoelen, Koen Vandepopuliere, Katrien Van Miert, Peter Verboven, Toon Wassenberg Kaftontwerp VIZOOG

ecoTips volgt de ‘trends in sustainable business’ op de voet en houdt je op de hoogte. Actuele nieuwsberichten vind je via ecoTips.org en onze sociale mediakanalen op LinkedIn, Facebook, Twitter en Google+. Abonnees krijgen elke maand een extra nieuwsbrief en hebben ook toegang tot het online magazine.

Vormgeving Ken Moens, Drukkerij Verspecht, Londerzeel

Tijdens onze evenementen, de ecoTips Bizzclubs, beleef je duurzaam ondernemen in de praktijk.

Abonnementen Pergamino bvba info@ecotips.org +32 (0)13 29 46 04

ecoTips magazine verschijnt 4 keer in print en online eT 18.1 - Klimaat en omgeving Focus op water, land, bodem, lucht, klimaat, milieu verschenen op 13 maart eT 18.2 - ecoknowledge Focus op kennis, opleidingen, netwerken, innovatie en ecodesign verschijnt op 12 juni eT 18.3 - Bedrijf en maatschappij circulaire economie, materialen, mvo verschijnt op 11 september eT 18.4 - energie, mobiliteit en slimme technologie verschijnt op 11 december

Zorg ervoor dat je gezien wordt! Contacteer ecoTips voor een inhoudelijke, publicitaire samenwerking. Word ook Partner In Duurzaamheid!

ECOR EPOR TAGE EN ECOK LIK ZIJN PUBL ICITA IRE FORM ULES 04

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

Hoofdredactie & Online redactie Hilde De Wachter

Een ecoTips abonnement kost 65 euro (incl. btw) en omvat 4 edities van ecoTips magazine (online en in print), online toegang tot extra artikels en achtergrondinformatie, en 1 deelname aan een ecoTips Bizzclub evenement. Overschrijven doe je op ING
IBAN: BE28 3350 3225 9620; SWIFT / BIC: BBRUBEBB Advertenties, publiciteit en partnerships Bie Van Cleuvenbergen +32 (0)475 49 48 24 bie@b-net.be Verantwoordelijke uitgever: Pergamino Hilde De Wachter Steenweg Diest 4 3271 Scherpenheuvel-Zichem Drukkerij Verspecht springt bewust om met natuurlijke grondstoffen en vertaalt dit in de praktijk door het gebruik van bio-inkten, FSC-papier, en een 100% chemieloze prepress. Meer info: verspecht.be


ecoTips juli-augustus-september 2018 Bedrijf & Maatschappij 03 Intro

Maatschappelijk verantwoord sparen en beleggen

07 Ethisch sparen en beleggen

08

Is voor iedereen

08 Buyer meets supplier

Dating-event voor circulaire aankopers en leveranciers

10 Ecopinie

Te weinig mensen weten wat ethisch beleggen precies is

11 Ecofinance

11 misverstanden over ethisch beleggen

12 SDG’s in Belgische bedrijven

Bpost duurzaamste postbedrijf ter wereld

15 Energiebarometer

18

Energieprijzen stijgen, enkel olieprijzen stagneren

16 Ingrediënten zorgen voor Een circulaire voedingseconomie

18 Bamboe, veelbelovend alternatief In de biogebaseerde economie

22 SDG’s in Belgische bedrijven

Ontex, van duurzaamheid naar bedrijfsstrategie

24 SDG’s in Belgische bedrijven QPINCH, menselijk lichaam als voorbeeld

26 SDG’s in Belgische bedrijven

26

Telenet, van discovery phase naar deep dive

30 Energie beheren In Industrie 4.0

32 Duurzaamheid in peperkoek

Bij Vondelmolen

36 Cilotex, circulaire logistiek

In de Vlaamse kledingsindustrie

38 Duurzaam ondernemen bij Vanden Broele Group

Met de SDG’s als leidraad

40 7 trends op weg naar de WEconomy

32

Met Jan Jonker

42 Duurzaamheid volgens HP

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

05


ecoTips Bizzclub 27 september

Bezoek aan waterbodemsaneringswerf

Inschrijven via de nieuwssectie op ecotips.org.

Op 27 september bezoekt de ecoTips Bizzclub ism de OVAM de sanering Winterbeek in Diest. Het gaat om een waterbodemsaneringswerf, een uniek project. Maximaal 30 deelnemers zijn toegelaten. • Deelgebied 1: Schoeters Vliet en Meilrijk: sanering afgerond (duur 1,5 jaar) • Deelgebied 2: Rietbroek en Dassenaarde: sanering gestart in mei (tot april 2019) • Deelgebied 3: Molenstede en Kraanrijk: in voorbereiding • Deelgebied 4: Kloosterbeemden en Demerbroeken

De sanering van de Winterbeek is 1 van de eerste projecten waarin een waterbodem gesaneerd wordt over verschillende kilometers: 17 km in totaal, in de gemeenten Beringen, Tessenderlo, Diest en Scherpenheuvel-Zichem. Na uitgebreid onderzoek in de afgelopen jaren bleek dat de beek, de oevers en het overstromingsgebied verontreinigd zijn met chloriden (zouten) en zware metalen (waaronder cadmium en radium). Dit is grotendeels het gevolg van vroegere lozingen door Tessenderlo Group (historische verontreiniging).

SANERINGSAANPAK WINTERBEEK

Omdat de beek doorheen landbouw- en natuurgebied stroomt, drong een sanering zich op. De vallei van de Winterbeek is van uitzonderlijk belang voor het natuurbehoud en de biodiversiteit in Vlaanderen. De sanering is gestart in 2017 en zal tot 2021 duren. Zowel Tessenderlo Group, de OVAM als de VMM zijn erbij betrokken. Het project wordt in fasen aangepakt:

De vervuilde beekbodem wordt volledig verwijderd. Op verschillende plaatsen langsheen het traject worden slibvangen aangelegd. Na de saneringswerken zullen restanten van de verontreiniging in de slibvangen verder bezinken en van daaruit verwijderd worden. Verder zijn er ontwateringszones om het opgegraven slib en ondergrond te ontwateren. Daarna gaat dit ontwaterd materiaal naar de site Kepkensberg waar het opgeslagen wordt op een veilige manier. De saneringswerken in deelgebied 1 zijn nu afgerond. In totaal werd er

Bij ons spaart je geld ook het klimaat.

25.000 ton waterbodem en 32.000 ton oevers afgegraven. De oevers werden opnieuw aangevuld, en waar nodig ook de beekbodem om een te grote waterpeildaling en oeverafkalving te voorkomen. Op 27 september bezoeken we de sanering in deelgebied 2. We verzamelen om 12 u. ter plaatse (cultuurhuis De Kriekel in Tessenderlo). We krijgen een uiteenzetting over het project, het belang en de aanpak. De OVAM en de VMM spreken als opdrachtgevers; Antea spreekt als begeleidende deskundige. We gaan daarna met eigen ogen de sanering bekijken en krijgen praktische uitleg op het terrein van de aannemer Van Beers Hoogeloon. Voor iedereen die een bijzondere sanering eens van dichtbij wil meemaken, een must! Opgelet! Om praktische redenen is het aantal plaatsen voor deze Bizzclub beperkt tot max. 30 personen.

Een bank waar je nog altijd welkom bent. Die de tijd neemt om naar jou te luisteren en zich focust op wat je écht nodig hebt. Een bank die geeft om duurzaamheid en solidariteit. Want in een wereld die draait om rendement, investeert vdk bank ook voluit in mensen. Bij vdk bank Leuven vind je een vertrouwd gezicht. Stefan Van Goethem en Christophe Pans adviseren op jouw maat. Kom langs voor een goed gesprek.

vdk bank Leuven

Louis Melsensstraat 11 3000 Leuven T 016 85 18 10 leuven@vdk.be

vdk.be


Infoavond

Ethisch sparen en beleggen (is voor iedereen) OP 22 OKTOBER 2018 ORGANISEERT ECOTIPS BIZZCLUB EEN INTERESSANTE INFOAVOND OVER ETHISCH SPAREN EN BELEGGEN. WE KONDEN DAARVOOR SIEM DE RUIJTER STRIKKEN. SIEM IS CO-AUTEUR VAN HET BOEK 'ETHISCH BELEGGEN IS VOOR IEDEREEN.' KEN JE NOG NIETS VAN BELEGGEN OF BEN JE AL EEN ERVAREN ROT? TIJDENS DEZE AVOND KOM JE ALLES TE WETEN OVER ETHISCH SPAREN EN BELEGGEN. MIS HET NIET OP 22 OKTOBER IN LEUVEN! Omdat steeds meer mensen vragen hebben over ethisch beleggen maar niet goed weten hoe er aan te beginnen, organiseert ecoTips deze infoavond. Want er zijn nogal wat misverstanden over ethisch beleggen. En die zullen we op 22 oktober 1 voor 1 ontmaskeren en uit de weg ruimen. We doen daarvoor beroep op Siem de Ruijter. Wie is Siem de Ruijte? Siem de Ruijter is master in de Handelswetenschappen. Hij is verbonden aan UC Leuven-Limburg en doceert al meer dan tien jaar vakken rond beleggen. Hij werkte eerder als relatiebeheerder beleggen bij Bacob Bank en aan de Hogeschool West-Vlaanderen. In 2011 verscheen van hem het handboek Beleggingsleer, dat hij samen schreef met Jan Van Doorslaer. Hij is coauteur van het boek 'Ethisch Beleggen is voor iedereen.' In 2017 publiceerde ecoTips al een recensie over het boek 'Ethisch beleggen is voor iedereen.' Deze kan je online via de website van ecoTips herlezen. Na de presentatie van Siem de Ruijter krijgen de toehoorders een aantal aanbieders van ethische spaaren beleggingsproducten te horen. Zij leggen kort uit hoe zij ethisch sparen en beleggen invulling geven. Bij het ter perse gaan van deze ecoTips editie, hadden Incofin, VDK, Van Lanschot, Triodos, Nagelmackers, Ethibel, BRScoo, Fairfin, MorningStar en BNP Paribas Fortis hun aanwezigheid bevestigd. Tijdens de infomarkt na afloop van de presentaties kan je zelf met je vragen terecht bij de verschillende sprekers. Voor wie is deze ecoTips Bizzclub bedoeld en wat zal je te weten komen? Iedereen die meer wil weten over ethisch beleggen is bij deze Bizzclub aan het juiste adres; zowel diegenen die totaal leek zijn in beleggen als diegenen die al actief zijn als belegger. Belangrijk is dat je als deelnemer meer wil weten over de inhoud van ethisch beleggen, wat de verschillen in aanpak en focus bij verschillende beleggingsinstanties zijn, hoe je voor jezelf uitmaakt wat voor jou belangrijk is in beleggen, hoe je praktisch van start gaat en welke vragen je je beleggingsadviseur best op voorhand stelt.

Abonnees van ecoTips nemen gratis deel aan één ecoTips Bizzclub per jaar! Anderen betalen 50 euro, excl. btw (60,5 euro, incl. btw) om deel te nemen.

Goed nieuws voor snelle inschrijvers

Dankzij de uitgever van 'Ethisch Beleggen is voor Iedereen', Lannoo Campus, ontvangen de eerste 20 aanmeldingen het boek helemaal GRATIS. Als dat geen motivatie is om snel in te schrijven.

Surf naar de nieuwssectie van ecotips.org voor alle praktische info en om in te schrijven


Buyer Meets Supplier Dating-event voor circulaire aankopers en leveranciers Tekst: Katrien Van Miert Beeld: Vlaandere Circulair

Een honderdtal organisaties beloofde zo’n vijftien maanden geleden, om voor juni 2019 twee circulaire aankoopprojecten te voltooien. Zij ondertekenden toen de Green Deal Circulair Aankopen, een initiatief van Vlaanderen Circulair. Uiteraard werden de dappere deelnemers, na het plaatsen van hun paraaf, niet gewoon aan hun lot overgelaten. Op 23 mei 2018 gingen we de sfeer opsnuiven op Buyer Meets Supplier, een innovatief netwerkevenement waar de Green Deal-pioniers interessante leveranciers konden ontmoeten.

D

e publiek-private netwerkorganisatie Vlaanderen Circulair werd begin 2017 opgericht in de schoot van de OVAM. Binnen dit project lanceren overheden, ondernemingen, middenveldorganisaties en kenniscentra acties om de grondstofkringlopen in de Vlaamse economie volledig te sluiten. De opstart van een Green Deal rond circulair aankopen stond bovenaan de agenda. En een half jaar later was de

08

ondertekende overeenkomst, mede dankzij de hulp van The Shift, VVSG en Bond Beter Leefmilieu, al een feit. Green Deal Circulair Aankopen In totaal kan je zo’n 150 handtekeningen op het document terugvinden. Een honderdtal daarvan behoren toe aan bedrijven, overheden en organisaties die zich niet alleen engageren om twee circulaire aankoopprojecten te voltooien, maar ook beloofden om actief kennis te delen en om de principes van het circulair aankopen structureel in te bedden. De overige 50 krabbels werden gezet door zogenaamde facilitators. “Deze partijen ondersteunen onze deelnemers met opleidingen, persoonlijke consultancygesprekken, het delen van sectorinformatie enzovoort,” vertelt Dimitri Strybos van Vlaanderen Circulair. “Momenteel wordt er door één van hen bijvoorbeeld gewerkt aan een infogids rond duurzaam textiel.” Netwerk De 150 aankopers en facilitators ontmoeten elkaar vier keer per jaar om ervaringen uit te wisselen en kennis te delen. “Maar in

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

contact komen met leveranciers van degelijke, circulaire producten en diensten bleek voor onze deelnemers wel wat moeilijker. Daarom stampten we Buyer Meets Supplier uit de grond,” aldus Dimitri Strybos. “Wij gingen op zoek naar kwalitatieve aanbieders van circulaire producten en diensten en gaven onze leden vervolgens de kans om hen tijdens dit besloten evenement gericht vragen te stellen.” Circulair daten Vlaanderen Circulair koos daarbij niet voor een alledaagse netwerkformule. Na enkele inspirerende toelichtingen en een korte netwerktraining verspreidden de deelnemers zich over het Brusselse Herman Teirlinckgebouw om deel te nemen aan marktdialogen en leverancierspitches. Daarnaast hadden ze voorafgaandelijk de kans gekregen om via de website een éénop-één gesprek met de aanwezige aanbieders te boeken. Dimitri: “Dat bleek een groot succes. Omdat er meer dan 200 meetings gepland waren, vreesden we zelfs voor een gebrek aan interesse in de dialogen en de pitches. Maar


de bezoekers wilden duidelijk het maximum uit het event halen en combineerden waar ze konden. Tijdens vrije momenten konden ze trouwens ook nog terecht op onze beursvloer met standen van onze 40 geselecteerde leveranciers.” Selectie Uiteraard wilden heel wat bedrijven maar al te graag hun producten en diensten aan de deelnemende leveranciers tonen. Dimitri: “Een oproep via onze nieuwsbrief en de communicatiekanalen van diverse sectororganisaties genereerde een 80-tal reacties. We moesten dus streng selecteren. Uiteraard keken we naar de circulaire meerwaarde van hun aanbod. Daarnaast beperkten we ons tot bedrijven met producten waarnaar de Green Deal-bedrijven het meest op zoek zijn: kantoormeubilair, verlichting, textiel, bouw- en renovatieoplossingen en ICT.” Herhaling Met 200 deelnemers, waarvan ongeveer 100 Green Deal-aankopers en 100 leveranciers, leek Buyer Meets Supplier een schot in de roos. De aanwezigen bleken ook erg tevreden. Dimitri: “De teneur was erg positief. Dit werd ook nog eens bevestigd via een online tevredenheidsbevraging. Omdat de meeste respondenten expliciet naar een herhaling van dit initiatief vroegen, plannen we binnen een vijftal maanden zelfs een nieuwe editie.” Kantoormeubilair Wie daar al zeker present zal tekenen, is Geert Struyven. Hij staat bij Belfius in voor de aankoop van onder andere kantoormeubilair. “Heel wat leveranciers die aanwezig waren op Buyer Meets Supplier kende ik al. In 2006 openden we onze kantoren in de gloednieuwe Rogiertoren die momenteel als onze hoofdzetel fungeert. Ongeveer een jaar voor de opening startte ik mijn zoektocht naar het geschikte meubilair. Bij de selectie speelden prijs en ergonomie uiteraard een rol. Maar in het aankoopproject voorzagen we ook een belangrijk luik rond duurzaam ondernemen. Daarnaast staat kwaliteit bij mij altijd centraal. Hoe langer de levenscyclus van een product, hoe lager het kostenplaatje en de milieuimpact. Het deed me plezier om een aantal van de leveranciers waarmee we de voorbije 13 jaar aan tafel zaten ook op Buyer Meets Supplier

In contact komen met leveranciers van degelijke, circulaire producten en diensten blijkt voor aankopers niet eenvoudig

te zien. Dat is voor mij de bevestiging dat we op het goede spoor zitten. Soms is het immers moeilijk om echte circulaire projecten te onderscheiden van marketingpraatjes.” Inspiratie Daarnaast stak Geert nuttige informatie op tijdens de marktdialoogsessie rond kantoormateriaal. Vier leveranciers gingen daar in gesprek met een tiental aankopers. “Ik vond het erg leerrijk om te horen waar alle partijen mee bezig zijn. Belfius is immers steeds op zoek naar manieren om nog duurzamer te werken. Momenteel worden onze afgedankte kantoorstoelen volledig ontmanteld en hergebruikt. Dat geldt ook voor onze tapijttegels. Die haalt de leverancier tot op het laatste draadje uit elkaar om er opnieuw een fonkelnieuwe vloerbedekking van te maken. We zijn ook erg tevreden over onze koffiebekers. Wist je dat de meeste kartonnen exemplaren niet volledig recycleerbaar zijn? Om lekken tegen te gaan, worden ze binnenin immers met kunststof gecoat. Na lang zoeken vonden we gerecycleerde bekers die, ondanks deze coating, zelf ook nog eens 100% recycleerbaar zijn. Onze papieren handdoekjes in de toiletten zijn dat trouwens ook. Ze worden net als de koffiebekers in specifieke vuilbakken verzameld en opgehaald door de leverancier. Ons afvalbeleid vergt misschien wel wat inspanningen van onze medewerkers. Maar voor hen is dat ondertussen een evidentie geworden. Duurzaamheid loopt als een rode draad doorheen het bedrijf. Hoewel we autonoom aankopen, vinden mijn collega’s en ik het bijvoorbeeld erg belangrijk om regelmatig zaken af te toetsen met de interne duurzaamheidsexpert.” 2050 De Green Deal Circulair aankopen heeft nog iets meer dan drie kwartalen te gaan.

Dat de deelnemers elkaar kunnen inspireren en motiveren is duidelijk. Wij kijken alvast uit naar de resultaten. Maar de belangrijkste deadline in dit verhaal valt pas in 2050. Tegen dat jaar moet Vlaanderen over een volledig circulaire economie beschikken. Daar zal ook Vlaanderen Circulair een hele kluif aan hebben. Dit initiatief is alvast met enthousiasme en professionaliteit uit de startblokken geschoten.

Circulaire inspiratie Vlaanderen Circulair selecteerde 40 aanbieders om de beursvloer van Buyer Meets Supplier te sieren. Wij zetten enkele trends op een rijtje: Van rolkast naar locker Je kent ze wel, die vervelende oude rolkasten die je nooit ver genoeg open geschoven krijgt. In veel bedrijven ruimen ze baan voor modernere exemplaren of een digitaal archief. Maar dat betekent niet dat ze op de schroothoop moeten belanden. Pami tovert ze immers om tot strakke lockers, een meubelstuk waar steeds meer open landschapskantoren nood aan hebben. ICT-refurbishing Afgedankt ICT-materiaal? Snew geeft er je graag een eerlijke prijs voor. De toestellen worden volledig hersteld en doorverkocht aan bedrijven die kiezen voor ‘tweedehands’. Maar eigenlijk doet die term het product geen eer aan. De toestellen blinken en functioneren immers als nieuw. Verlichting Duurzaam verlichten gaat ondertussen al een stuk verder dan het installeren van leds. Inmiddels kan je kiezen voor hoogkwalitatieve armaturen met een extra lange levensduur en lampen met een uitzonderlijke oplichtkwaliteit, energiezuinigheid en lichtbehoudsperiode. Maar om meer garanties te krijgen over de kwaliteit en herstelbaarheid bieden leasingcontracten een interessante optie. Voor een maandelijks bedrag staat je leverancier garant voor het optimaal functioneren van je verlichting. De armaturen bevatten vervangbare componenten. Herstellen, niet wegwerpen, staat centraal.

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

09


Te weinig mensen weten wat duurzaam beleggen precies is De interesse voor duurzaam beleggen zit in de lift. Uit de Global Investor Study van vermogensbeheerder Schroder bij 22.000 beleggers over 30 landen blijkt dat 78 procent duurzaam beleggen belangrijker vindt dan vijf jaar geleden. 64 procent heeft volgens het onderzoek ook daadwerkelijk belegd in duurzame activa.

Het misverstand dat het meeste leeft, is dat duurzaam beleggen financieel minder opbrengt, hoewel onderzoek heeft aangetoond dat duurzame beleggingen gelijkwaardige rendementen opleveren (of soms zelfs betere)

K

ijken we naar de laatste cijfers die beschikbaar zijn voor België1, dan blijkt dat in 2016 voor 16,32 miljard euro was belegd in duurzame beleggingsproducten, een record. Het aandeel van duurzaam beheerde beleggingsproducten ten opzichte van het totaal volume aan beleggingsproducten steeg in 2016 naar 9,21 procent en benadert het eerdere hoogtepunt uit 2011. Voor elke 100 euro die wordt belegd, gaat er dus 9,21 euro naar duurzame beleggingsproducten. Maar voor elke 100 euro gaat er dus ook meer dan 90 euro NIET naar duurzame beleggingsproducten. We kunnen ons afvragen waarom. Een eerste reden is dat er nog heel wat misverstanden zijn rond duurzaam beleggen. Het misverstand dat het meeste leeft, is dat duurzaam beleggen financieel minder opbrengt, hoewel onderzoek heeft aangetoond dat duurzame beleggingen gelijkwaardige rendementen opleveren (of soms zelfs betere). Een tweede reden is dat er in adviesgesprekken bij de bank nog te weinig wordt gesproken over duurzame beleggingen. Heel wat banken hebben een aanbod aan duurzame beleggingsproducten, maar ze komen te weinig aan bod. Zo moet de bankier van de wetgever wel vragen naar je kennis en ervaring met beleggen en je houding tegenover risico. Maar nergens in de vragenlijst wordt er gevraagd naar je houding ten opzichte van duurzame beleggingen, een gemiste kans. Het aanbod aan duurzame beleggingen hangt nog te veel af van het kantoor waar je bankiert en de

10

persoon die tegenover je zit. Als je bankier er niet over praat, begin er dan als belegger zelf over. Vraag naar het aanbod duurzame beleggingen en geef aan dat je dit belangrijk vindt. Een derde reden is dat beleggers niet altijd goed weten wat duurzaam beleggen precies is. In het onderzoek van Schroders blijkt dat 89 procent van de beleggers wel een idee heeft van wat duurzaam beleggen is, maar dat er grote verschillen zitten in het niveau van hun kennis. Het onderzoek toonde aan dat duurzaam beleggen de eerste keuze was van beleggingsonderwerpen waar men zijn kennis wil over verbeteren, boven onderwerpen als de verschillende activaklassen en het effect van samengestelde intrest. Een groep experten van de Europese Commissie stelde begin 2018 een eindverslag voor met acht strategische aanbevelingen voor een financieel systeem dat duurzame beleggingen ondersteunt. Een van de aanbevelingen stelt dat particuliere spaarders en beleggers de mogelijkheid moeten krijgen om te beleggen in portefeuilles die

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

hun duurzame voorkeuren weerspiegelen. Volgens de experten moeten beleggers veel beter geïnformeerd worden én beschermd worden door minimumnormen voor dergelijke beleggingen. De Europese Commissie werkt in dit verband aan de nodige richtlijnen. Op dit moment ontbreekt het in België nog aan een onafhankelijke en allesomvattende website met praktische informatie rond duurzaam beleggen. Het wordt hoog tijd dat die er komt! Geïnteresseerden die mee hun schouders willen zetten onder dit initiatief mogen mij altijd contacteren. Siem de Ruijter siem.deruijter@ucll.be Docent aan UCLL en coauteur van ‘Ethisch beleggen is voor iedereen’

1 MIRA - Duurzaam sparen en beleggen in België – www.milieurapport.be


11 misverstanden over ethisch beleggen In het boek ‘Ethisch beleggen is voor iedereen’ beschrijven de auteurs Dirk Coeckelbergh, Siem de Ruijter, Staf Lavergne en Herwig Peeters 11 misverstanden waarmee ethisch beleggen te kampen heeft. Ze weerleggen ze 1 voor 1. 1. Ethisch beleggen is enkel voor geitenwollensokkenjongens en -meisjes en greenwashers Vroeger hadden sommige ethische spaar- en beleggingsformules inderdaad te lijden onder voluntarisme, amateurisme, oplichterij, greenwashing. Maar de meeste huidige spaar- en beleggingsformules zijn professioneel en reglementair omkaderd. Ethisch beleggen kan tegenwoordig bij banken, fondsenmanagers, (al dan niet) erkende coöperatieve vennootschappen, ethische banken, via crowdfunding, ngo’s en er zijn ethische screeninghuizen en labelorganisaties. 2. Ethisch beleggen is niet dynamisch Fout want dynamiek is een wezenlijk kenmerk van ethisch sparen en beleggen. 3. Ethisch beleggen brengt financieel niets of relevant minder op Ethisch sparen en beleggen geeft wel degelijk een financieel rendement. 4. Ethisch beleggen is allemaal marketing Er is marketing mee gemoeid, net zoals bij andere producten, maar ethisch beleggen is veel meer dan marketing. Het is geïnspireerd door wetenschappelijke inzichten en surft op technologie en innovatie. 5. Ethisch beleggen gaat naar beneden in een spiraal Dat moeten we tegenspreken want ethisch sparen en beleggen wint alleen maar aan belang. Het aanbod groeit en de bedragen ook. 6. Ethisch beleggen is alleen een Belgisch gebeuren Toch niet, het is internationaal. Europa is koploper met 63,7% marktaandeel. Op de tweede plaats komt Noord-Amerika met 30,8%. En ook in Australië, Nieuw-Zeeland en Azië wordt er duurzaam belegd.

7. Ethisch beleggen is alleen voor de katholieken Ethisch sparen en beleggen is een multicultureel gebeuren en is zowel religieus als niet-religieus geïnspireerd. 8. Ethisch beleggen is beperkt tot sparen en beleggen Nee, het is geen geïsoleerd fenomeen maar kent ethische variaties in andere financiële domeinen zoals ethische kredietverlening, ethische betaaldiensten, ethische verzekeringsdiensten. Ook in ondernemen zien we ethische variaties zoals nieuwe ondernemingsmodellen, opduiken. En de non-profit kent ethische fondsenwerving en ethische vrijwilligerswerking. Ook de overheid blijft niet achter. In de aanbestedingen die de overheden doen, worden steeds meer ethische criteria ingebed. 9. Diegenen die echt veel geld hebben, doen niet aan ethisch beleggen Ook die met heel veel geld, doen aan ethisch sparen en beleggen. Dat zien we bijvoorbeeld in de pensioenfondsen (deze behoren tot de grootste beleggers wereldwijd) en de soevereine reservefondsen. Ook andere grote professionele investeerders blijven niet achter. 10. Er is geen vraag naar ethisch beleggen Dat klopt niet. De vraag naar varianten op traditionele spaar- en beleggingsproducten stijgt, in de eerste plaats bij professionele klanten. Ethisch beleggen floreert als nooit tevoren. Maar de particuliere belegger blijft wel wat achter, om verschillende redenen: Zeker in België volgen klanten vlot wat hun bankier hen aanbeveelt. De kennis van ethisch sparen en beleggen is bij bankiers nog niet zo groot, zelfs de kennis van hun eigen producten ontbreekt. De particulier is dikwijls financieel analfabeet, dus kan onvoldoende weerwerk bieden. 11. Er is geen verband tussen (ethisch) geld en geluk Maar ben je gelukkig als je geen geld hebt? Er blijkt een veelvuldige band tussen geld en geluk. Voldoende geld om de basisbehoeften te kunnen dekken, maakt absoluut gelukkig. Vanaf een bepaald inkomen of vermogen maakt nog meer geld inderdaad niet veel gelukkiger meer. Bijkomend creëert ethisch sparen en beleggen extra maatschappelijk geluk.

Tijdens de infoavond over ethisch sparen en beleggen, op 22 oktober aan de UCLL in Leuven, kom je nog veel meer te weten over het onderwerp. Inschrijven kan via de website van ecoTips.

Infoavond

Ethisch sparen en beleggen (is voor iedereen) 22 oktober 2018 meer info op p. 07

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

11


Sustainable Developmens Goals in de Belgische bedrijven Bpost duurzaamste postbedrijf ter wereld Tekst: Peter Thoelen Beeld: bpost Op de corporate website van bpost staat te lezen: ‘Onze ambitie is om duurzaamheid te verankeren in onze bedrijfsprocessen en bedrijfscultuur, om zo onze missie van duurzame groei waar te maken en erkenning te verkrijgen bij onze stakeholders (klanten, aandeelhouders, overheid, werknemers, leveranciers, vakbonden, ngo’s) als een sterk maatschappelijk verantwoordelijk bedrijf. Als een bedrijf dat sterk verankerd is in de maatschappij, zijn we ook een rolmodel en willen we dat onze klanten weten dat hun brieven en pakjes op een verantwoordelijke manier worden verzonden’.

D

e traditionele 3 ‘P’s (people, planet, profit) vullen ze bij bpost op een wat alternatieve manier in: people, planet, proximity.

Van papier naar vervoer Dat is niet altijd zo geweest. Oorspronkelijk had bpost immers nog een vierde ‘P’: paper. Thibault d’Ursel, Global Head of Sustainability: “Dat laatste is vandaag veel minder een issue. Papier is hernieuwbaar, wordt gerecycleerd en er zijn labels die duurzaam bosbeheer garanderen. 99% van ons papier en karton is ofwel gerecycleerd ofwel gelabeld door FSC of PEFC. Ook al onze postzegels dragen het FSC-label. Daarnaast wordt 37% van ons afval gebruikt voor energiewinning, en 62% van het papier en karton wordt gerecycleerd. Maar doordat we steeds minder een brievenbesteldienst zijn en steeds meer een pakjesdienst, is onze grote uitdaging ons vervoerspark.” De postdiensten leiden inderdaad tot rondrijden, voor een deel met fietsen, maar voor een groter deel met auto’s. Hoe ga je zoiets ecologisch optimaliseren? Thibault d’Ursel: “Via verschillende maatregelen. Omdat we niet van

12

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

vandaag op morgen kunnen overschakelen naar 100% elektrische voertuigen, zijn we alvast begonnen met in onze opleidingen voor postbodes een luik ecodriving op te nemen. Ook controleren we regelmatig de bandenspanning van de wagens. Zo krijgen we al 10 tot 15% brandstofbesparing. In 93 van onze wagens installeerden we intussen dataloggers, die aangeven wanneer de postbode te veel verbruikt, zoals bij te snel optrekken. Maar we zijn er nog niet, want we hebben 7.828 bestelwagens, 1.144 bromfietsen en 546 vrachtwagens. Onze ‘last mile’ voertuigen zijn vaak nog brommertjes. Die vervangen we stelselmatig door elektrische fietsen, specifieke elektrische driewielers met een groter laadvermogen en kleine elektrische bestelwagentjes. Anderzijds kunnen we met onze fietsen niet zo veel pakjes meegeven. Noodgedwongen moeten we dus naar grotere vrachtcapaciteit. Momenteel zetten we voor die laatste kilometers zowat 38% fietsen en elektrische voertuigen in. In 2017 hebben we 313 elektrische voertuigen gekocht. We werken zo verder naar een totale vergroening van onze vloot.


Verscheidene van onze camionettes en vrachtwagens rijden op CNG of LPG. Er zitten ook wat plug-in hybrides bij, maar onze strategie is dat we uiteindelijk naar 100% elektrisch evolueren. Momenteel hebben we drie mensen op onze R&D-afdeling die hiermee bezig zijn: onderzoek, testen, gesprekken met leveranciers. Dat zorgt natuurlijk voor financiële uitdagingen, maar ik geloof vast dat die op termijn zullen renderen. Daarnaast hebben we dochteronderneming Citydepot geïntegreerd. Citydepot bouwt rond een aantal grote en middelgrote steden in elke provincie (nog niet in Luxemburg) een hub, waar we de bestellingen met vrachtwagens en camionettes heenbrengen. Van daaruit worden de binnensteden bediend met kleinere en meer milieuvriendelijke voertuigen die op CNG (aardgas) rijden, of met onze fietsen en elektrische voertuigen. Dus minder zwaar vervoer en minder vervuiling in de steden. Citydepot is er overigens niet alleen voor bpost, maar bedient ook alle andere leveranciers en transporteurs die daar om vragen. Ondanks de toename van ons transport, willen we tegen 2020 een vermindering met 45% van onze koolstofuitstoot, ten opzichte van 2007. Hiervoor werken we samen met CO2Logic.” Voor de salariswagens van kantoormedewerkers heeft bpost nog geen strak beleid voor elektrische salariswagens, maar de medewerkers worden aangemoedigd om alternatieve vormen van woonwerkvervoer te kiezen (trein, tram, bus en fiets) en als het niet anders kan om wagens te kiezen met een zo klein mogelijke uitstoot. Sociaal en ecologisch Een duurzaamheidsbeleid dat zich toespitst op de kernactiviteiten van een bedrijf is mooi, maar een echte MVO-houding leidt tot een bredere blik. Thibault d’Ursel: “Wat onze eigen medewerkers betreft, hebben we programma’s opgezet rond inclusie en diversiteit, in samenwerking met partners uit de sociale sector. We zoeken ook permanent naar een grotere werktevredenheid bij onze medewerkers. Toen we merkten dat bijvoorbeeld bij ons poetspersoneel veel mensen niet voldoende konden lezen, is daar het idee uit gegroeid om alfabetiseringsprogramma’s te steunen. Zo gaat een deel van de opbrengst van de verkoop van de kerstpostzegels naar het bpost Fonds voor Alfabetisering. Daarmee ondersteunen we organisaties en projecten die ongeletterdheid tegengaan. Het Fonds wordt door de Koning Boudewijnstichting beheerd. Met een ander project ondersteunen we laaggeschoolde medewerkers om hun diploma secundair onderwijs te halen. Vorig jaar zijn er zo 243 geslaagd.”

Naast het Fonds voor Alfabetisering, organiseert bpost een programma om 6- tot 12-jarigen te stimuleren om te schrijven. Daartoe staan op de website van bpost verschillende hulpmiddelen voor leerkrachten ter beschikking. Dit leidt onder meer tot 300.000 sinterklaasbrieven die jaarlijks geschreven worden. Bpost zet medewerkers in om die te beantwoorden.

Thibault d’Ursel: “De SDG’s zijn een fantastische nieuwe kapstok om na te gaan welke positieve impact onze inspanningen hebben op wereldwijd gedeelde duurzaamheidsthema’s” Personeelsleden van het bedrijf die zich vrijwillig inzetten voor sociale, culturele, maatschappelijke of ecologische projecten, krijgen een pluim via het Star4U programma. De uitgekozen projecten sluiten nauw aan bij de waarden van bpost: sociale dienst, zorg, cultuur, ontwikkelingshulp, sport, natuur en milieu. Een jury van bpost-medewerkers en onafhankelijke experten evalueert de verdiensten van de projecten jaarlijks. Tenslotte sponsort bpost een aantal sociale doelen, zoals Child Focus, Artsen zonder Grenzen, Consortium 12-12… Bij de overgang van overheidsbedrijf De Post naar de commerciële marktspeler bpost, hoorden heel wat efficiëntieverbeteringen. Indertijd kwam er nogal wat kritiek op het feit dat ‘de facteur’ daardoor geen sociaal contact meer zou hebben met ouderen en mensen die in sociaal isolement leefden. Dat gebeurde

vroeger bijvoorbeeld bij het rondbrengen van de pensioenbrieven. Die dienst (hij heet nu bclose) heeft bpost nu in een andere vorm terug ingevoerd in samenwerking met OCMW’s. De postbode gaat langs met een vragenlijst bij mensen waarvan de OCMW’s vermoeden dat ze extra hulp van de desbetreffende diensten kunnen gebruiken . Thibault d’Ursel: “Ook onze milieudoelstellingen gaan verder dan papier, afvalbeheer en ons wagenpark. Zo installeerden we voor 2,45 MWp zonnepanelen en komt onze aangekochte elektriciteit voor 100% uit hernieuwbare bronnen. We proberen overigens ons uitgebreide en vaak verouderde gebouwenpark te vergroenen door efficiëntere verlichting en isolatie. En dat gaat over ongeveer 880 gebouwen, goed voor meer dan 953.450 m², alleen al in België. We trachten daar alvast om ons energieverbruik voor verlichting te halveren via relightingprogramma’s.” SDG’s en internationale programma’s Verschillende internationale rapporteringsen evaluatiesystemen rond MVO zijn een onderdeel van de inspanningen van bpost: UN Global Compact, EcoVadis, het Science Based Targets Initiative, Global Reporting Initiative (GRI). Maar zijn de SDG’s nuttig geweest in het sturen van de duurzaamheidsinspanningen? Thibault d’Ursel: “Ons duurzaamheidsbeleid is opgestart in 2011, een jaar waarin er heel wat veranderd is voor bpost en we veel persaandacht kregen. We hadden de SDG’s dus niet nodig om met duurzaamheid bezig te zijn. Maar ze zijn wel een fantastische nieuwe kapstok om na te gaan welke positieve impact onze inspanningen hebben op wereldwijd gedeelde duurzaamheidsthema’s. De laatste jaren is er heel wat verschoven. Zo was er de nieuwe EU-regelgeving die oplegt

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

13


dat er naast de financiële rapportage, ook gerapporteerd wordt over niet-financiële zaken zoals MVO. Die is in ons land vrij snel omgezet in Belgische regelgeving. Als we niet voorbereid geweest zouden zijn, waren we daarmee nooit op tijd klaar geweest. Nu voldoen we aan verschillende internationale standaarden en werken we ook samen met verscheidene organisaties en netwerken rond duurzaamheid. Duurzaamheid is geïntegreerd in alles wat we doen. Zo sloot bpost in oktober 2017 een innovatieve overeenkomst voor een ‘Revolving Credit Facility’ (RCF) van 300 miljoen euro. De intrestvoet van die lening daalt naarmate bpost’s duurzaamheidsscore stijgt. De duurzaamheidsscore wordt bepaald door een onafhankelijke organisatie. Hoe meer duurzame initiatieven bpost dus neemt, hoe gunstiger de intrestvoet zal zijn.” (meer hierover op www.sustainalytics.com). Programmabeleid Het bpost-duurzaamheidsbeleid is opgestart door huidig CEO Koen Van Gerven, gevolgd door de Raad van Bestuur. Wat meespeelde was de druk van stakeholders: klanten begonnen te informeren naar milieuverantwoorde leveringen, NGO’s stelden vragen. Thibault d’Ursel: “Maar nieuw is dat sinds een paar jaar zelfs investeerders wensen dat hun bedrijven duurzamer werken. En dan moet een Raad van Bestuur daar natuurlijk op ingaan. Zo is de cirkel rond. Want op onze beurt vragen wij ook van onze leveranciers dat ze voldoen aan MVO-criteria. Zij worden beoordeeld aan de hand van het EcoVadis-systeem, dat internationaal bedrijven beoordeelt op vlak van MVO. Bij Ecovadis scoren wij zelf in de top 1%, en dat voor alle categorieën. Onze aankoopdienst werkt ook aan de hand van sociale en ecologische criteria die de afdeling Milieu van de Europese Commissie voorstelt inzake GPP (Green Public Procurement of groene overheidsaanbestedingen). Onze aankoopdienst volgt dit echt wel op: een clausule in onze contracten verplicht leveranciers om proactief verbeterprogramma’s op te stellen. En het is al gebeurd dat we leveranciers schrappen. We verwachten van leveranciers ten eerste duurzame diensten en producten, maar ook een juiste MVO-houding. Voorheen was mijn rol die van duurzaamheidsverantwoordelijke. Dat is nu uitgegroeid tot het laten doordringen van duurzaamheid en MVO in al onze filialen, waar ter wereld ze zich ook mogen bevinden. We zien duurzaamheid niet als silo binnen ons bedrijf, maar als een transversaal programma, waarbij alle afdelingen betrokken worden en waar ze aan meewerken. Daarom hebben we ook geen aparte afdeling duurzaamheid, maar ben ik programmamanager voor alle afdelingen. Daarbinnen ben ik zelf vooral bezig met het luik energie en milieu. Via onze strategie van de 3P’s, creëren we 14

‘shared value’, die op termijn moet leiden tot meer rendement, loyauteit van klanten, MVO bij leveranciers en het welbevinden van onze medewerkers. We meten en analyseren overigens ook jaarlijks de tevredenheid van onze medewerkers en van onze klanten.” Haar globale aanpak levert bpost voor het vijfde jaar op rij een eerste plaats op in de rangschikking van IPC (International Post Corporation) van groenste postbedrijven ter wereld. Als businessklant van bpost kan je zelf ook bijdragen aan duurzamere post- of pakjesbezorging. Op de website vind je een ‘Carbon Meter’, waarmee je de ecologische voetafdruk van je pakjesbezorging kan berekenen. Deze voetafdruk kan je compenseren door een extra financiële vergoeding. Daarvoor werkt bpost samen met CO2Logic, dat het geld investeert in onder meer CO2-reducerende projecten in ontwikkelingslanden. Het is alleen spijtig dat je dit initiatief niet vindt op de publiekssite, maar via de corporate site corporate.bpost.be. Een suggestie om dit ook op de homepagina zichtbaar te maken? Dit artikel kwam tot stand met steun van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Eco-Driving Challenge Sinds 2011 organiseert bpost tweejaarlijks de Eco-Driving Challenge om de bewustwording over het werkelijke brandstofverbruik van de postbodes te verhogen. In 2016 kwam het tot een internationale Eco-Driving Challenge op het parcours van Spa-Francorchamps. Dit event verzamelde de minst verbruikende chauffeurs onder de postbodes van verschillende postdiensten, gebaseerd op hun brandstofverbruik van de 6 voorafgaande maanden. Teams bestaande uit een professionele chauffeur en een manager werkten samen aan een reeks testen voor automanoeuvres, eco-driving, veiligheid en klantenservice. Biodiversiteit Bpost levert ook inspanningen voor biodiversiteit. Zo heeft het bedrijf een aantal gronden in eigendom, waarvan het beheer toevertrouwd is aan Natuurpunt: in het natuurgebied ‘Oude Landen’ in Ekeren en bij de aanplanting van een hectare bos in het Waverbos in Lier. Op het dak van haar Brusselse hoofdkantoor oogst BeePost veel sympathie: zo’n 800 volgers op Facebook houden er het leven van de bijenkolonie en de posts van de imker in het oog.

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo


R E t e m o r a b e i g r e n E update augustus 2018

De afgelopen maanden zijn de elektriciteitsprijzen op de lange termijnmarkt gestegen met 10 euro/MWh voor cal 19 – een stijging van bijna 20 procent:

source: ICE Data

D

eze forse stijging is het gevolg van verschillende factoren: sterke korte-termijnprijzen (de day-ahead prijzen voor de maand juli zijn substantieel hoger t.o.v. voorgaande jaren), de CO2-certificaten die nog steeds in een stijgende trend zitten, de sterke prijsstijgingen in de omliggende landen en de hoge prijzen op de gas- en kolenmarkten. De hoge korte-termijn (day-ahead) prijzen werden voornamelijk veroorzaakt door de hete temperaturen sinds juni, lage nucleaire beschikbaarheid en de historisch lage windoutput de laatste twee maanden. De hittegolf heeft ervoor gezorgd dat de vraag veel hoger is (airco) maar zorgt er ook voor dat de temperaturen van de rivieren hoger liggen. Dat heeft op zijn beurt een impact op koelwater dat gebruikt wordt voor de nucleaire installaties en resulteert in lagere en onbetrouwbare output voor veel centrales. Naast België hadden vooral Frankrijk en Duitsland hier grote problemen mee. Dit beínvloedde onze import/export-capaciteit van energie en zorgde voor hoge korte-termijnprijzen in heel wat Europese landen. Sinds Q2 blijven de prijzen stijgen en we staan vandaag op het hoogste niveau sinds begin 2017. Ook de CO2-prijzen zijn bezig aan een non-stop opwaartse beweging sinds bijna drie jaar. Momenteel zitten we net onder 18 euro/ton.

source: ICE Data

De belangrijkste oorzaak van de huidige stijging van de elektriciteitsprijzen, is het bullish karakter van de CO2-prijzen. Sinds 1 maart zijn deze met ongeveer 35% gestegen van 10 euro tot 13,5 euro per MWh.

De rubriek energiebarometer wordt verzorgd door Condugo, Xavier De Moor, xavier.demoor@condugo.com

De gasprijzen zijn heel volatiel maar de algemene tendens blijft heel bullish. We zijn op het hoogste niveau sinds begin 2017:

source: ICE Data

De korte-termijnprijzen zijn heel volatiel maar blijven heel hoog omwille van verschillende redenen. De elektriciteitsproductie uit windenergie was historisch laag de afgelopen maanden. Samen met de problemen bij veel Europese nucleaire installaties, zorgde dit ervoor dat dit alles gecompenseerd moet worden via gascentrales. De seizoensgebonden onderhoudsbeurten zijn volop aan de gang waardoor vooral de Noorse en de Britse gasproductie laag is. Dit is vooral het geval voor de Forties pijplijn (link tussen VK en Noorwegen). De lange-termijnprijzen blijven ook sterk, ondanks de lagere olie prijzen. Olieprijzen stagneren en tonen tekenen van wat meer neerwaartse druk:

source: ICE Data

De spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten blijven aangroeien. Ook de lagere productieniveaus in Saoedi-Arabië en VS (lagere voorraden) zorgen ervoor dat de daling maar heel traag verloopt. De redenen waarom we eventueel toch een sterkere daling kunnen zien in de komenden maanden, zijn veelzijdig. Een handelsoorlog tussen VS, China en Europa kan de economische vraag beïnvloeden. De dollar blijft sterk t.o.v. van de meeste munten. Libië neemt opnieuw een aantal exportterminals in dienst en een aantal OPEClanden en Rusland hebben beslist om hun productie op te voeren. Weetjes: overzicht van elektriciteits- en gasmarkten in België • Lange-termijnmarkten: ICE ENDEX – Producten gaan van M+1 (maand) over Q (kwartaal) tot Cal+3 (Jaar +3). Elektriciteitsfutures kunnen verhandeld worden op de ENDEX BE beurs, Hoogcalorisch gas futures kunnen verhandeld worden op de Zeebrugge HUB. Laag-calorisch gas wordt verhandeld via de TTF NL markt. • Day-aheadmarkt: Via Belpex: beurs waar energie kan gekocht/verkocht worden voor de volgende dag. De markt opent 14 dagen voor de levering en sluit de dag voor de levering om 12.00. Prijzen voor de komende dag worden standaard gepubliceerd rond 13.00. Elektriciteit wordt verhandeld in blokken van 1 uur. • Intra day markt: Via Belpex: beurs waar energie kan gekocht/verkocht worden voor de komende uren • Over the Counter: Naast deze gereguleerde en gestructureerde handel, kan er ook zogenaamde “Over the Counter” handel plaatsvinden. Dit betekent dat er directe interactie is tussen twee partijen en dat de prijs het gevolg is van een bilaterale overeenkomst tussen die twee partijen. 15 circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3


Ingrediënten zorgen voor een circulaire voedingseconomie Tekst: Yves De Groote Beeld: Fevia, Pexels Binnen de agrovoedingssector zijn uiteenlopende ontwikkelingen aan de gang die gericht zijn op een circulaire economie. Consumenten stellen namelijk alsmaar hogere eisen aan de kwaliteit en duurzaamheid van hun producten. Concrete oplossingen moeten de voedingsbedrijven klaarmaken voor een duurzame toekomst.

D

e voedingssector is zich goed bewust van het belang van duurzaam ondernemen en produceren van voedingsmiddelen voor de Europese en internationale markt. Volgens Wageningen Universiteit & Research heeft de wereldbevolking in 2050 70 procent meer voedsel nodig. Een transitie naar een circulaire economie moet dit volgens de wetenschappers mogelijk maken. Ze weten zich gesteund door de Europese en Belgische voedingsindustriefederaties FoodDrinkEurope en Fevia. Circulair omvat voor de voedingsindustrie in de eerste plaats het optimaal gebruik van alle denkbare resources (grondstoffen, water en energie) die nodig zijn voor de productie van onze voeding. Bijzondere aandacht gaat uit naar efficiëntie, milieuindicatoren en maatschappelijk verantwoord inkopen. Ook de bewustwording van de consument wordt niet vergeten. Programmabeleid Voeding en dus ook de circulaire economie starten in de landbouwsector. Zo ontwikkelde Inagro, het kenniscentrum voor de Vlaamse land- en tuinbouw, een gewasbeschermingsapp voor landbouwers. Hiermee kunnen zij eenvoudig informatie opzoeken over ziekten en plagen in hun teelten en de beheersing ervan. Voorop staat een correct gebruik van de juiste producten in de juiste hoeveelheid. De landbouwer krijgt vanuit verschillende invalshoeken antwoorden op zijn vragen. Schadebeelden, die hij met zijn smartphone van zijn teelt maakt, helpen hem zo nodig de ziekte of plaag te herkennen. De app is de digitale opvolger van het boekje ‘Vijanden van gewassen en hun beheersing’, dat land- en tuinbouwers, maar ook loonsproeiers en studenten in hun landbouwopleiding 47 jaar lang hielp bij het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen.

van de landbouwproducten. Voedingsbedrijven met een continu productieproces blijken volgens een onderzoek van Fevia beduidend minder te kampen te hebben met voedselverlies (circa 1,1 procent) dan bedrijven met een discontinu proces (circa 3,2 procent). Bedrijven investeren in geavanceerde state of the art machines en systemen om voedselverlies in de productie terug te dringen, wat op financieel vlak vaak een grote uitdaging is. Procesbesturing en automatisering staan hierbij centraal, evenals nieuwe technieken en technologieën. Voor voedingsbedrijven die op korte termijn geen grote investeringen kunnen doen in hun productielijnen of machines, is de betrokkenheid van het personeel van groot belang. Menselijke fouten zijn immers de grootste oorzaak van voedselverlies. Bij opleiding en training wordt hier de nodige aandacht aan besteed. Het bevorderen van de bewustwording van de medewerkers maakt hier onderdeel van uit. Een trend is ook dat producten met een beschadigde verpakking of producten die niet volledig voldoen aan de kwaliteitseisen van de markt via alternatieve kanalen op de markt komen. De Europese brancheorganisatie ontwikkelde een tool die bedrijven ondersteunt bij het vinden van deze kanalen. Verpakkingsindustrie Het optimaal verpakken van levensmiddelen betekent dat overbodig verpakkingsmateriaal vermeden wordt zonder de voedselveiligheid in gevaar te brengen tijdens de houdbaarheidsperiode. Een toename van de

Voedingsindustrie In de voedingsindustrie in Vlaanderen gaat, volgens cijfers van Fevia Vlaanderen, circa 2,4 procent van het voedsel verloren binnen de bedrijven zelf. Het gaat dan om het eetbare deel 16

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

milieu-impact van de verpakking is slechts te verantwoorden mits het de impact van voedselverlies meer dan evenredig doet afnemen, zo blijkt uit de verschillende productstudies in het rapport Voedselverlies en Verpakkingen van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Met andere woorden: een kleinere verpakking is verantwoord wanneer voorkomen wordt dat een consument een product weg moet gooien omdat het niet langer eetbaar is. Dit rechtvaardigt de individuele verpakkingen. Belangrijkste algemene ontwikkelingen binnen de verpakkingssector zijn ecodesign, waardoor de verpakking volledig recycleerbaar is, en het geheel of gedeeltelijk gebruik van biogebaseerde grondstoffen voor de verpakking. Een aardig voorbeeld is het handmatig kunnen scheiden van plastic en karton van een verpakking door de consument, waarna het karton bij het papierafval gaat. Een bekende toepassing van biogebaseerd kunststof is het gebruik van bioPET (30 procent) voor de PlantBottle van CocaCola. Bio-PET heeft dezelfde eigenschappen als petrochemisch PET. Een ander voorbeeld van een nieuw biogebaseerd verpakkingsmateriaal is PLA of polymelkzuur, vooral toegepast in (transparante) thermogevormde schaaltjes en folies, met name voor verse biologische groenten. Water en energie Het is evident dat bedrijven in de productie steeds bewuster en zuiniger omgaan met water en energie (stroom en stoom). Warme en koude stromen worden bovendien in de productie zo

Circulair omvat voor de voedingsindustrie in de eerste plaats het optimaal gebruik van alle denkbare resources (grondstoffen, water en energie) die nodig zijn voor de productie van onze voeding (Bron: FoodDrinkEurope)


veel mogelijk uitgewisseld tussen processen, zodat zo weinig mogelijk joules verloren gaan. Nieuwe technologische ontwikkelingen bij het hergebruik van water in de productie zijn membraantechnologieën zoals omgekeerde osmose of ultrafiltratie voor het zuiveren van het water. Toepassingen van dit water zijn reiniging van zowel installaties als de productieomgeving, maar ook voor pasteuriseren of steriliseren van producten. Hoewel gezuiverd water ook voor de productie van dranken geschikt kan zijn, gebeurt dit (nog) niet omwille van marketing. De markt is hier nog niet rijp voor. Water uit de rivier Begin 2018 startte diepvriesaardappelproducent Agristo met het inzetten van Leiewater, tot 200 kubieke meter per uur, in haar productieproces op haar site in Wielsbeke. Het bedrijf ging voor de bouw van de waterfabriek een samenwerking aan met De Watergroep. Agristo gebruikt het proceswater voor onder meer het wassen, schillen, snijden en blancheren van de aardappelen. Verder wordt het water gebruikt voor de aanmaak van processtoom. Voor de verschillende toepassingen gelden stringente kwaliteitseisen. Na zuivering gaat het water terug de Leie in. Proces- en productontwikkeling Opportuniteiten voor een circulaire economie zijn te vinden in de ontwikkeling van innovatieve technologieën en producten. Bierbrouwerij AB Inbev ontwikkelde in haar Global Innovation & Technology Center in Leuven een technologie om uit graanafval eiwitten en vezels voor de productie van

Verticale landbouw De 126 miljoen koopkrachtige Japanners in stedelijke gebieden maken van het land een ideale proeftuin voor vertical farming. Het land doet al sinds de jaren zeventig onderzoek en tegenwoordig vindt hier het gros van de mondiale commerciële productie plaats. Er zijn zo’n 180 bedrijven die in totaal 50 hectare actief gebruiken, en dit verdeeld over het hele land. Plantfactories zijn populair vanwege een geoptimaliseerde binnenteelt van producten van prima kwaliteit. De Japanse consument hecht zeker na de kernramp in Fukushima veel waarde aan gezond, vers, en pesticidevrij voedsel. De technologie is al redelijk volwassen met ventilatie, klimaatcontrole, ledverlichting. Wel is er behoefte aan meer ICTmonitoring van het groeiproces van de plant. Hoewel optimaal gebruik wordt gemaakt van water, ruimte en logistiek, ligt er wel een CO2-probleem vanwege het hoge energiegebruik. Zonnepanelen op het dak volstaan niet. Andere bronnen van groene stroom zijn nodig.

een proteïne- en vezelrijk drankje, te halen. Het product is onder de merknaam Canvas als pilootproject in de VS op de markt. De nieuwe technologie heeft volgens de brouwerij een groot potentieel. De wereldwijde brouwindustrie produceert volgens AB Inbev jaarlijks 30 miljoen ton graanresten.

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

17


Bamboe, veelbelovend alternatief in de biogebaseerde economie Maar aandacht voor randvoorwaarden noodzakelijk Tekst: Peter Thoelen

E

en bamboehalm bereikt zijn volledige hoogte en dikte in één enkel groeiseizoen van 6 tot 8 maanden. Dat betekent voor de grote soorten een groeiritme van soms een meter per dag. De soorten die snel groeien hebben geen extra water, pesticiden of meststoffen nodig. Bamboe heeft een erg hoge opbrengst per hectare per jaar. Indien we evolueren naar een economie die steeds meer put uit bio-gebaseerde grondstoffen, heeft bamboe daarom een niet te onderschatten voordeel ten opzichte van hout en een aantal landbouwgewassen. Een bamboe moederstengel maakt na het kappen weer nieuwe kleinere stengels aan. Hierdoor groeit een bamboebos snel weer aan en is meermaals oogsten mogelijk. In die zin is bamboe een milieuverantwoorde nutsplant, indien de aanplantingen of bossen verantwoord beheerd worden.

Nutsplant Bepaalde bamboesoorten zijn door hun snelle groei, sterkte en vele toepassingsmogelijkheden in andere werelddelen altijd al een nutsplant geweest. In de Oost-Aziatische keukens vind je versneden bamboescheuten terug in een aantal gerechten. Vele culturen in Oost-Azië en Latijns-Amerika bouwden huizen met bamboe als dragende constructie, dakmateriaal, vloeren, wanden. Vandaag nog worden in Aziatische steden flat- en kantoorgebouwen opgetrokken met spectaculair hoge stellingen in bamboe. Dat illustreert de veelzijdigheid en de sterkte van deze soort. Sinds een tiental jaar is bamboe, in moderne en industrieel bewerkte vorm, ook bij ons doorgedrongen als nutsplant. Intussen zijn allerhande producten uit bamboe beschikbaar. Bijvoorbeeld in de keuken (snijplanken, tafelbladen), in de bouw- en inrichtingssector (vloeren, gelijmdgelamineerde balken, schermen, zonwering…), kleding, als ecologisch alternatief voor plastic wegwerpproducten en zelfs als koffertjes, fietsen, toetsenborden en computermuizen. Je kan ze vinden bij de Zweedse meubelgigant, de

Middelgrote bamboesoorten kennen ook een opmars in tuinen in onze contreien. In het Franse plaatsje Prafrance, nabij Anduze in de Cevennes, begon de Franse botanist Eugène Mazel in 1856 bijvoorbeeld met de aanplanting van een heel bamboepark met vele soorten. Deze Bambouseraie de Prafrance, kan je ook vandaag nog bezoeken. 18

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

kledingzaak, de beddenwinkel, de houthandel, de interieurzaak enzovoort. Ongeveer 100 bamboesoorten worden commercieel gebruikt. Textiel In de textielsector gebruikt men steeds vaker alternatieve vezels die milieuvriendelijker zouden zijn dan de klassieke vezels uit katoen, wol, linnen, zijde of synthetische materialen. Ook bamboetextiel hoort daarbij. Zo bestaat er kleding en ondergoed uit bamboe, maar ook handdoeken, beddengoed en gordijnen. Je kan zelfs wasbare luiers uit bamboe vinden. Dit heeft te maken met een aantal unieke eigenschappen van de vezels: • kleding uit bamboevezel valt heel soepel en voelt zacht aan • bamboestoffen isoleren en voelen koel aan in de zomer en warm in de winter • door de holle structuur kan bamboevezel veel vocht opnemen, 60%-70% meer dan katoen

© Alison Marras - Unsplash

Wie aan bamboe denkt, heeft vaak het beeld voor ogen van een Chinese reuzenpanda die aan een stengel knaagt. Maar bamboe is gevarieerder dan dat. Bamboe komt massaal voor in grote delen van Midden- en Zuid-Amerika, ZwartAfrika en Oost-Azië. Ook in Florida en het Noorden van Australië komt bamboe voor, vaak in bossen gemengd met bomen, elders ook in bamboe-monoculturen. In feite gaat het om een familie van meer dan 1.500 verschillende grassoorten, ingedeeld in 111 geslachten. In tegenstelling tot wat velen denken, is bamboe geen hout, maar een houtachtig gras. De reuzenbamboe kan tot 30 cm dik en 40 m hoog worden. Andere types zijn zo klein, dat ze inderdaad eerder op gras lijken. Bamboesoorten groeien in heel verscheiden klimaten en landschappen: tot 4.000 m hoog, tot -20°C, in extreme droogte, extreme vochtomstandigheden, gematigde gebieden…


• het textiel heeft een antibacteriële werking • textiel uit bamboe is gemakkelijk te verven Over de productiewijze van bamboetextiel en de benaming ervan bestaat echter discussie. Er zijn namelijk twee soorten textiel die uit bamboe gewonnen worden. De eerste noemen we natuurlijk bamboetextiel. Hierbij maakt men rechtstreeks uit de bamboevezel textielvezels via een mechanisch productieproces. Daartoe wordt het bamboe vermalen en verhit, er worden natuurlijke enzymen aan toegevoegd, waardoor een papperige massa ontstaat. Hier worden de vezels uitgekamd, waarvan men bamboegaren spint. Dit proces is min of meer vergelijkbaar met het traditionele productieproces van linnen uit vlas. Dit is het minst milieubelastende proces. Het nadeel ervan is dat het kosten- en arbeidsintensief is. De meeste bamboeweefsels komen echter uit een chemisch proces. Hierbij wordt de bamboe chemisch behandeld en afgebroken. De bamboecellulose wordt afgebroken met koolstofdisulfide. Het cellulose lost helemaal op, waarna het verder verdund wordt met natriumhydroxide en gehard met zuren. De stof die ontstaat is viscose, waarvan rayon gesponnen wordt. Het productieproces van viscose/rayon werd in de negentiende eeuw ontwikkeld met cellulose uit houtpulp.

door minder vervuilende stoffen. Hoewel lyocell meestal wordt geproduceerd uit eucalyptusbomen, kan men dit proces ook toepassen op bamboe. In de VS zijn een aantal bedrijven door de US Federal Trade Commission beboet omdat ze textiel uit bamboeviscose ‘textiel uit bamboe’ noemden, wat de consument de indruk moest geven dat ze een product uit een natuurlijke vezel kochten. Ook bij ons noemen sommige verdelers van lyocell-producten hun kleding of bedtextiel ‘100% natuurlijk’. Zoals gezegd gaat het echter om een kunstvezel op basis van plantenpulp. Sommige producenten, zoals Hara, maken er naar eigen zeggen wel werk van om te letten op mens- en milieuverantwoorde productiemethodes en arbeidsvoorwaarden die ook de lokale gemeenschappen ten goede komen. Iets minder vergaande engagementen vind je ook bij Bamboo Belgium, Bamboo Clothes of Bamigo. Veel bamboetextiel en -viscose behaalde wel het ‘OEKOtex Standaard 100’ label, dat aantoont dat er van eventuele gevaarlijke producten die toegepast werden in het productieproces, niets meer terug te vinden is in het eindproduct, en dat het dus om veilig en gezond textiel gaat.

De originele bamboe-eigenschappen zijn hier bijna helemaal verdwenen. Het textiel dat ontstaat, is niet meer geweven uit bamboevezels, maar uit viscose of rayon, een kunstvezel, weliswaar gebaseerd op een natuurlijke vezel. Naast de negatieve milieueffecten van de gebruikte schadelijke chemische stoffen, stelt een aantal partijen zich ook vragen over de bijbehorende arbeidsomstandigheden die eigen zijn aan deze productiewijze. Andere bronnen wijzen erop dat dit soort productie ook kan in een gesloten kringloopsysteem, waarbij er nauwelijks gevaarlijke stoffen vrijkomen, waarbij ze intern hergebruikt worden en waarbij het ook mogelijk is om de verwerkers te beschermen. Viscoseproductie maakt stilaan plaats voor de productie van het minder milieuvervuilende lyocell, beter bekend onder de Oostenrijkse merknaam Tencel. Hierbij zijn de agressieve oplos- en productiechemicaliën vervangen

Bouwmateriaal Bamboe biedt door z’n lichte gewicht en sterkte heel wat voordelen in de bouwsector. Het gebeurt niet echt vaak, maar enkele architecten gebruiken geselecteerde bamboestengels wel degelijk als constructiemateriaal voor moderne huizen. Zo is de Colombiaanse architect Simon Vélez internationaal bekend omwille van z’n bamboeconstructies voor eigentijdse huizen, kerken en bruggen. Bij ons is met name het bureau CRU architecten gespecialiseerd in huizen waarvan bamboe het dragende skelet uitmaakt. Initiatiefnemer Sven Mouton deed eerst ervaring op in verscheidene ZuidAmerikaanse landen en heeft momenteel een bureau in Brazilië. De eerste congressen over bouwen met bamboe in ons land hebben intussen al plaatsgevonden. Meer courant zijn allerlei afgewerkte bouwproducten uit bamboe, zoals balken, vloeren, terrasplanken, meubelplaat, jaloezieën, binnenbekledingsmateriaal circulaire economie, ecofinance, e materialen, mvo - ecoTips 18.3

© Pexels

Om bamboe in textiel te kunnen gebruiken, gebruikt men ofwel een natuurlijk proces ofwel een chemisch proces. Het natuurlijke is het meest duurzame maar is erg arbeids- en kostenintensief. In het chemische proces wordt bamboe chemisch omgezet naar viscose.

19


(schermen, plafonds), gevelbekleding en zelfs raamkozijnen. Bij de meeste van deze toepassingen gaat het om gelijmd-gelamineerd materiaal. Hierbij worden bamboestengels versneden tot latten die verlijmd worden. Het lijmaandeel bedraagt ongeveer 1%. Een ander productieproces heet ‘strand woven’, waarbij de bamboevezels na drenking in een lijmbad onder druk geperst worden. Hierbij is het lijmaandeel in het eindproduct 10 à 25%. Er zijn ook bamboecomposieten, waarbij 60% bamboe, 10% verlijmende kunsthars en 30% gerecycleerd HDPE (uit flessen en draagtasjes) vermengd worden. Tenslotte is er nog een proces waarbij de bamboestengels in twee gekliefd worden, platgeperst en tot platen verlijmd. Over bouwmaterialen uit bamboe zijn intussen een aantal LCA-studies verschenen. Zo is er onder meer een studie van Li e.a. die in 2016 verscheen in het vakblad ‘BioResources’. Zij analyseerde de milieu-impact van gelijmd-gelamineerd plaatmateriaal uit bamboe. De zwaarste impact komt voort uit de verlijming (ureumformaldehyde, melamine) en het elektriciteitsverbruik (persen door thermocompressie, drogen). Deze studie bekeek enkel het productieproces in China. Verdere verwerking en transport werden niet meegerekend.

Dat gebeurde wel in een een aantal studies van Vogtländer, Vander Lugt e.a. (2010, 2012, 2015), die de toepassing van verschillende naar West-Europa geïmporteerde bamboe bouwproducten uit China vergeleek met houtgebruik. De conclusies waren onder meer dat afgewerkte bamboeproducten een hogere milieukost hadden dan de toepassing van Europees hout, maar een lagere milieukost dan de toepassing van FSC-gelabeld tropisch hout.

scoren dan weer minder: het kankerverwekkende fenolformaldehyde zorgt voor meer dan 36% van de milieubelasting van dit product. Niettemin scoren beide soorten plaatmateriaal beter dan FSC-gelabeld tropisch hardhout, maar minder goed dan producten uit Europees hout. Dat geldt ook voor afgeleide producten zoals MDF-platen. Een aantal fabrikanten en verdelers streven ernaar om minder lijmen toe te passen, of zoeken naar bio-based alternatieven.

In de bouw is bamboe interessant voor lokale en regionale toepassingen omwille van de hoge opbrengst per oppervlakte en per jaar. Transport van ruwe bamboe is echter minder interessant. Afgewerkte producten importeren heeft wel zijn plaats in de biogebaseerde economie.

Het transport van onbewerkte bamboestengels zou een veel grotere milieu-impact hebben, omdat de stengels een groot volume aan laag gewicht betekenen (bijna 90% van de milieubelasting zou in dat geval voortkomen uit scheepstransport). Dat is anders voor compacte materialen zoals gelijmdgelamineerde planken (weinig volume, veel gewicht). ‘Strand woven’ bamboematten, die tot een harde plaat geperst worden met toevoeging van 23% fenolformaldehydehars,

In 2015 verscheen een LCA-studie als ‘Technical Report nr. 35’ van INBAR, in samenwerking met de Nederlandse verdeler en Europees marktleider Moso en de Technische Universiteit Delft. Daaruit bleken in grote lijnen dezelfde conclusies. Maar hier werd geëxpliciteerd dat de grootste milieuimpact komt uit het energieverbruik bij de productie van de afgewerkte materialen, gevolgd door transport en het verlijmen met formaldehydehoudende harsen. Dit rapport

Wist je dat … Bamboe elektriciteit kan geleiden? Minder dan een jaar nadat hij de eerste praktische lamp ontwikkelde (1880), ontwierp Thomas Edison een nieuwe versie die alle essentiële functies van een moderne lamp had; een gloeidraad in een luchtledige glazen bol met schroefdraad. De belangrijkste factor was het vinden van het juiste materiaal voor de gloeidraad, het deel binnen het lampje dat oplicht wanneer er een elektrische stroom doorheen wordt geleid. Edison testte meer dan 1.600 materialen, waaronder kokos, vislijn, zelfs de baardharen van een werknemer.

© Adobe Stock

Uiteindelijk besliste Edison om bamboe te gebruiken voor de gloeidraad. Edison en zijn team hadden ontdekt dat gecarboniseerde bamboe elektriciteit kon geleiden en dat de levensduur van een bamboe gloeidraad meer dan 1.200 uur was, meer dan gelijk welk ander materiaal dat op dat moment beschikbaar was. Onderzoekers hebben sindsdien verder gebouwd op zijn werk en hebben nu ontdekt dat bamboe houtskool bestaat uit natuurlijke nano buisjes die elektriciteit kunnen geleiden als een zeer dunne film op een glazen of siliciumsubstraat oppervlak.

20

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo


© Pexels

berekende bovendien de CO2-opname gedurende de groei van bamboe en de opslag ervan in het afgewerkte product, carbon sequestration genoemd. Dat resulteerde in globaal meer CO2-opname bij de groei dan uitstoot in de productie en het transport. Het rapport heeft dit weliswaar enkel aangetoond voor de meerderheid maar niet voor alle producten die in Chinese ‘state of the art’-fabrieken gemaakt wordt en die Moso verdeelt. De Nederlandse organisatie ProBos stipt nog aan dat bamboeplantages weliswaar kunnen op gedegradeerde gronden, maar dat het niet duidelijk is of dit ook gebeurt. Zij vreest dat er in een aantal gevallen zelfs natuurlijk bos gekapt wordt voor de aanplanting van bamboe. Dat zou natuurlijk een verlies van biodiversiteit met zich meebrengen. Een aantal verdelers legt zich daarom toe op het behalen van het FSC- of PEFC-label, die duurzaam beheer van bossen en plantages certificeren. Andere toepassingen Een aantal Belgische verdelers en producenten zoals Naturesse, BioFutura en andere producenten van horeca- en feest-wegwerpartikelen, bieden onder meer bamboe prikkers, eetstokjes, schaaltjes, manden en bestek aan, als alternatief voor plastic wegwerpartikelen. Of dit een echte meerwaarde is, is niet zo zeker, zolang de boodschap blijft ‘gooi maar weg na gebruik’. Misschien heb je al fietsen uit bamboe gezien? Die worden in Ghana geproduceerd door lokale medewerkers en vormen dus een echte uitging van het PPP-principe. De bamboe wordt in Ghana geoogst. Naast een milieu-LCA, werd hier ook een vereenvoudigde ‘sociale LCA’ toegepast. In de milieu-LCA werden bamboe fietskaders

vergeleken met fietskaders uit aluminium of staal. De studie concludeert dat de bamboe fietsen 50% minder milieu-impact hebben dan aluminium fietsen, en 30% minder dan stalen fietsen. Dit geldt voor alle milieu-impactcategorieën, behalve voor ecotoxiciteit voor water en grond. Dat komt door het gebruik en het afval van een chemisch beschermingsmiddel voor de bamboestengels. Is bamboe duurzaam? Voor lokale en regionale toepassingen zijn onbewerkte bamboestengels een duurzaam alternatief. Dat heeft onder meer te maken met de hoge opbrengst per jaar en per hectare van bamboe. Voor de milieucategorie ‘landgebruik’ is bamboe daarom een veelbelovende optie in de toekomstige biogebaseerde economie. De milieu-impact van het transport ervan vanuit bijvoorbeeld China tot Europa is echter een bezwaar. De invoer van afgewerkte producten die geproduceerd worden in de regio van de herkomst van de bamboe, zorgt in elk geval voor minder milieubelasting dan de import van onbewerkte stengels, en bovendien voor de ontwikkeling van de lokale economie en de tewerkstelling. Het ziet er naar uit dat dit met name in China reeds op grote schaal gebeurt. Chinese bedrijven namen patenten op bepaalde productiemethodes en exporteren afgewerkte producten naar onder meer Europa en de US. Op kleinere schaal gebeurt dat ook steeds meer in andere bamboeproducerende landen.

het verantwoord omgaan met het beheer van de bamboebossen en -plantages is een aandachtspunt. Indien daar de nodige aandacht aan besteed wordt, is bamboe zeker een veelbelovende plant in het kader van duurzame ontwikkeling in de brede zin. INBAR Het internationale samenwerkingsverband INBAR (International Bamboo and Rattan Organisation) legt op haar website uit hoe verscheidene producenten en leveranciers samenwerken aan verschillende SDG’s (Sustainable Development Goals), waaronder duurzame consumptie en productie en efficiënt grondstoffengebruik. Voor elke SDG vermeldt de website relevante concrete projecten. INBAR werkt als intergourvernementele organisatie al meer dan 20 jaar vooral aan beleidsbeïnvloedende ‘Zuid-Zuid’ samenwerkingen. Momenteel zijn enkel 41 zuidelijke landen lid, hoewel de organisatie volgens haar website openstaat voor deelname van alle landen. INBAR heeft haar hoofdzetel in Beijing, China. In één van de projecten speelt Nederland als enige Westerse land een rol. INBAR werkt rond deze SDG’s

Voor alle afgewerkte materialen en producten is duidelijk dat het beperken van het gebruik van gevaarlijke of milieuvervuilende producten tijdens het productieproces, of het vinden van milieuverantwoorde alternatieven daarvoor, een ecologische en sociale meerwaarde zou opleveren. Ook circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

21


Sustainable Developmens Goals in de Belgische bedrijven Ontex: Van duurzaamheid naar bedrijfsstrategie Tekst: Koen Vandepopuliere

In steeds meer bedrijven wordt aandacht voor duurzaamheid een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Dat blijkt ook bij Ontex, waar een team van zes personeelsleden bezig is met duurzaamheidsanalyses en -strategieën. Denk aan materialiteitsmatrices, LCA's, EPD's, labels, ISO, BSCI, SDG's. Dat komen we te weten tijdens een bezoek aan de Aalsterse firma.

O

ntex is één van de kroonjuwelen van het Belgische bedrijfsleven. Sinds 2016 is de firma opgenomen in de Bel-20, de sterindex van beurs Euronext Brussel. Annick De Poorter, Group R&D, Quality and Sustainability Director: "Ontex is een toonaangevende en internationale producent van persoonlijke hygiëneartikelen. We zijn ontstaan in 1979. We maken producten voor vrouwenhygiëne, producten voor het babycarsesegment en voor de volwassenenzorg. We zetten die producten in 120 landen op de markt. Ons bedrijf bestaat uit meer dan 11.000 werknemers die actief zijn in 22 landen. In 2017 hebben we een omzet neergezet van 2,36 miljard euro. In bijna 40 jaar zijn we gegroeid van een Vlaams bedrijf naar een internationale speler. We produceren niet alleen retailproducten, maar ook eigen merken: de verhouding tussen beide is ongeveer 50/50." Materialiteitsmatrix Een aantal bedrijven zijn tegenwoordig op heel geavanceerde wijze met duurzaamheidsanalyses en -strategieën bezig en gebruiken daarvoor methodes die zijn geïnspireerd op deze in de accountancy- en auditingwereld. Een belangrijke plaats neemt de materialiteitsanalyse in. Die term is een vertaling van materiality assessment, en het Engelse woord ‘material’ betekent onder andere ‘belangrijk’. Een materialiteitsanalyse is dus een beoordelingsproces dat duidelijk maakt hoe belangrijk iets is. Annick De Poorter, Group R&D, Quality and Sustainability Director bij Ontex: “We gingen na hoe groot het belang van een aspect is voor de stakeholders, voor onze firma, en wat het risico is als je er niet aan werkt. We hebben daarvoor gesproken met diverse stakeholders: onze leveranciers, overheden, ngo’s, klanten, investeerdersgroepen en intern

22

Annick De Poorter, Group R&D, Quality and Sustainability Director

met onze verschillende afdelingen. We hebben hen gevraagd: wat zie je als essentieel in de duurzaamheidsstrategie van Ontex? Op basis daarvan hebben we een aantal prioriteiten gesteld.” Dat leverde een grafiek op met horizontale as (belang voor stakeholders) en verticale as (belang voor Ontex): de materialiteitsmatrix. Die dient als basis om beslissingen te nemen op vlak van strategie en rapporteren. De aspecten die in het rechterbovenkwadrant kwamen, hebben voor zowel stakeholders als Ontex zelf een zeer groot belang. Die aspecten pakt de firma als eerste aan. Als hoogste prioriteit, zowel bij interne als bij externe stakeholders, kwam energie uit de bus. Die materialiseringsoefening doet Ontex om de 2 à 3 jaar. De Poorter: “We doen er nu terug een in 2018, en dan gaan we eventueel onze strategie bijsturen, als we zien dat andere elementen hoger eindigen.” Energie Volgens de materialiteitsanalyse is het aspect energie uiterst belangrijk. Elise Barbé, Group Sustainability Specialist bij Ontex en deel van het intussen zeskoppige duurzaamheidsteam bij de firma: “Het bleek dus dat het een groot risico vormt voor onze business als we niks rond energie doen. Risico’s zijn er bijvoorbeeld naar beschikbaarheid, of naar kosten die in de toekomst zouden kunnen toenemen.” De Poorter: “We zien dat ook in een groter kader, denk maar aan het CO2-neutraal worden: energie is daarbij één van de belangrijke drivers.”

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

Ontex’ duurzaamheidsdirecteur geeft enkele elementen uit de strategie die de firma wat dat betreft voor ogen houdt. “Aan de ene kant kopen we op een bewuste manier aan. Bijvoorbeeld koopt 100% van de Europese vestigingen van Ontex intussen groene stroom aan, kiezen we voor motoren, machines die energiezuinig zijn. We hebben een energieprogramma uitgestippeld waarbij we als doel hebben om 10% minder energie te verbruiken, door metingen en aandacht voor energie-eficiëntie. In 2017 hebben we 3,5 miljoen kWh bespaard door de verlichting in onze fabrieken te optimaliseren. Voorts hebben we een energiemanagementsysteem: we zijn ISO 50001 gecertificeerd. We hebben plannen om het wereldwijd uit te rollen. Uiteindelijk willen we CO2-neutraal zijn tegen 2030. Energie is een heel belangrijke pijler om dat te bereiken.” Materialen Naast energie scoort ook materialen zeer hoog in de materialiteitsmatrix. Neem de fluff pulp, het donzig materiaal gemaakt van houtvezels in veel hygiëneproducten. De Poorter: “36% van onze wereldwijde productie is FSC en PEFC gelabeld, en dat zal toenemen in de toekomst. Ook is 100% van het katoen dat in tampons gebruikt wordt, biologisch gecertificeerd.” End-of-life afval End-of-life afval is eveneens een prioriteit. Ontex slaagde er in 2017 alvast in om het gebruik van grondstoffen te verlagen in alle productcategorieën, behalve voor babybroekjes en maandverband. De firma onderzoekt


mogelijkheden voor haar consumenten om producten op het einde van hun gebruiksduur te recycleren. Barbé: “We zitten daarvoor samen met de Vlaamse Overheid. We hebben een subsidie gekregen om een project uit te voeren in het kader van de circulaire economie.” Het project, LoopCare genaamd, is intussen opgestart. Ontex wil voorlopig nog niet bekend maken over welke mogelijkheden van recyclage en valorisatie het precies gaat. Tenslotte wil de firma dat tegen 2020 wereldwijd geen enkel productieafval nog op een stort belandt. Het materialenvraagstuk en de end-of-life afvalkwestie blijken grote uitdagingen. Enkele voorbeelden illustreren dit. Een luier met niet-gebleekte dons is perfect mogelijk, maar dat geeft het eindproduct een bruine tint en niet de helderwitte kleur die consumenten verwachten. Consumenten willen zachte, superabsorberende luiers met een aantrekkelijk, kleurrijk design, maar een groter comfort kan de ecologische voetafdruk van een luier vergroten. In veel gevallen mondt het uit in dilemma’s en keuzes; er is vaak niet één juist of duidelijk antwoord, luidt het. Gezondheid en veiligheid De Poorter benadrukt diverse keren dat ook gezondheid en veiligheid tijdens het werk voor Ontex zeer belangrijk zijn. Voor de horizontale as van de materialiteitsmatrix, ‘Belang voor de business’, scoort zelfs niets hoger. “We streven naar nul ongevallen,” verduidelijkt ze. “In 2017 is het aantal ongevallen gedaald met 33% in vergelijking met het jaar voordien. Het gaat vooral om snijwonden en kneuzingen. Echt zware ongevallen zijn er gelukkig niet.” Er zijn zeven aspecten die volledig in het rechterbovenkwadrant van de materialiteitsmatrix staan. In totaal vermeldt de matrix 29 bedrijfsaspecten. Ontex brengt die uitdrukkelijk in verband met de duurzame

ontwikkeldingsdoelen, de SDG’s, van de Verenigde Naties. Labels Eén van de zaken waarin Ontex’ streven naar duurzaamheid zich uit, is het gebruik van labels. De FSC- of PEFC-gecertificeerde fluff pulp is een voorbeeld. Andere voorbeelden van labels die op sommige of al Ontex’ producten staan, zijn Nordic SWAN en Oeko-Tex. “Als je kijkt naar de Scandinavische landen, zie je dat ongeveer 60% van onze producten minstens één van die twee labels draagt, en dat zal nog toenemen in de toekomst,” klinkt het. “En er zijn ook labels, zoals Der Blaue Engel, die focussen op gezondheid en veiligheid van de klant door verklaringen te geven omtrent het allergenenvrij zijn van producten.” LCA en EPD Ontex gaat voor levenscyclusanalyses, dus LCA’s. “We hebben een methode waarbij we samenwerken met retailers,” legt De Poorter uit. “Bijvoorbeeld met Colruyt voor de productie van hun Boni Selection-luier. We hebben een LCA verricht om de ecologische voetafdruk ervan zo klein mogelijk te maken.” Intussen voert de firma standaard, voor al haar innovaties, een LCA uit. Zo kan ze een milieuproductverklaring meegeven met die producten. Die verklaring is beter bekend onder haar Engelse naam: environmental product declaration (EPD). De Poorter: “We hebben zo’n EPD voor ons merk Serenity. In de toekomst zal zich dat allicht uitbreiden naar andere markten.” Managementsystemen Ontex zet sterk in op managementsystemen. Tegen het einde van 2020 wil de firma al haar belangrijkste productiesites laten certificeren volgens ISO 14001 en ISO 50001, de internationaal erkende normen voor milieubeheer en energiebeheer. In 2017 had 69% van haar belangrijkste productievestigingen het ISO 14001-certificaat en 62 % het ISO

Ontex’ Sustainable Development Goals Bedrijven maken steeds vaker gebruik van de Sustainable Development Goals, dus SDG’s, van de Verenigde Naties om hun bedrijfsstrategie vorm te geven. Dat blijkt ook bij Ontex. Die firma heeft 29 bedrijfsaspecten opgelijst in de materialiteitsmatrix. Ze heeft die gegroepeerd in aandachtsgebieden, en heeft vervolgens aangeduid welke van de SDG’s van de Verenigde Naties daarmee aangepakt worden. Een voorbeeld: de aspecten 11 (emissies), 12 (energie), 13 (milieu-impact van het vervoer van onze producten) en 14 (materialen) heeft ze onder aandachtsgebied ‘Verantwoordelijke productie’ geplaatst. Tegelijk duidt Ontex nadrukkelijk aan welke SDG’s daarmee aangepakt worden. Voor aspecten 11, 12, 13 en 14 zijn dat SDG’s 7 (betaalbare en duurzame energie), 8 (eerlijk werk en economische groei), 12 (verantwoorde consumptie en productie), 13 (klimaatactie) en 15 (leven op het land). Uiteindelijk komt het erop neer dat Ontex slechts vier SDG’s niet zal aanpakken via de 29 aspecten die tot nu toe zijn benoemd. Dat zijn 2 (geen honger), 6 (schoon water en sanitair),11 (duurzame steden en gemeenschappen) en 14 (leven in het water). 50001-certificaat. De Poorter: “Een andere is de ISO 45001: die zet in op health and safety. Zo’n managementystemen gaan vooral over opvolgen maar ook over continu verbeteren. Maar werken ook met BSCI, het Business Social Compliance Initiative. Dat is een sociale audit die door externen wordt uitgevoerd en gaat kijken naar sociale managementsystemen: hoe we omgaan met onze mensen, zorg dragen voor hen, welke aandacht we schenken aan mensenrechten,... Je merkt het: we concentreren ons op de drie pijlers people, planet, profit. Dat doet iedereen, maar het gaat hem er vooral over hoe je die invult.” Dit artikel kwam tot stand met de steun van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Steeds meer bedrijven, ook Ontex, linken de elementen uit de materialiteitsmatrix aan de Sustainable Development Goals

Ontex’ materialiteitsmatrix

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

23


Sustainable Developmens Goals in de Belgische bedrijven QPINCH: menselijk lichaam als voorbeeld voor industriële warmte-recuperatie Tekst: Peter Thoelen Beeld: QPINCH QPINCH is een spin-off van de Gentse Universiteit die een chemische warmtetranformator ontwikkelde. De basisvoeding voor de warmtetransformator is industriële restwarmte, die met een minimum aan elektriciteit via een chemische vloeistof opgepompt wordt tot een temperatuur die voor het betrokken industrieproces weer nuttig is. Je ziet meteen de energiewinst: de restwarmte verdwijnt niet in de lucht, maar wordt binnen het bedrijf zelf weer nuttig ingezet. In 2015 won het bedrijf, samen met UGent, de Emerging Technologies Competition van de Londonse Royal Society of Chemistry, in de categorie ‘Energy and Sustainability’. En dat voor een vrij jong bedrijf, opgericht in 2012.

C

hristian Heeren, medeoprichter en Chief Business Development Officer: “Zo jong zijn we eigenlijk niet. Achter onze ontwikkeling zit een historiek. Ik heb dit bedrijf samen met Wouter Ducheyne (CEO van QPINCH) opgericht. Hij had zijn sporen al verdiend bij

BASF en hij ontwikkelde onze technologie. Dat was in 2010, maar het oorspronkelijke idee was er al rond 2005-2006. Ikzelf werkte toen bij Cargill, waar we onder meer bezig waren met bio-ethanol. Toen ik Wouter tegenkwam, waren er dus wel wat raakvlakken.

interessant om te hergebruiken. Daarom moet je een warmtetransformator of warmtepomp koppelen tussen de lage temperatuur restwarmte en het hergebruik. Je vraagt je af waarom deze techniek al niet veel langer geleden ontwikkeld werd.

Je zou kunnen zeggen dat de ontwikkeling van ons systeem zo lang geduurd heeft als de ontwikkeling van een nieuw medicijn. Daar lachen we wel eens mee. Zo’n ontwikkeling vergt toch een langdurig proces: het idee uitwerken, testen op kleine schaal, patenteren, een eerste functionerende installatie bouwen en demonstreren, die uiteindelijk opschalen tot industrieel niveau. Dus vooraleer we echt naar de markt konden toestappen, waren we meer dan 10 jaar verder.”

Christian Heeren: “Dat klopt, maar warmte wordt afval op het ogenblik dat ze niet meer voldoende temperatuur heeft om nuttig gebruikt te kunnen worden in het bedrijf zelf. Dan wordt ze geloosd. Voor een bedrijf is afvalwarmte lozen ook een kost, want vaak moeten ze de ontstane warmte nog afkoelen vooraleer je ze mag lozen.

Afvalwarmte Wie langs een industrieterrein of, in het geval van de oprichters van QPINCH, langs de Antwerpse haven rijdt, ziet meteen waar de restwarmte de lucht ingeblazen wordt: overal waar er schouwen staan te dampen. Het potentieel is enorm. De weggeblazen warmte is laagcalorisch (heeft een lage temperatuur) en is dus op zich niet zo

De QPINCH testopstelling bij INDAVER

Nu, je kan die warmte natuurlijk via een klassieke warmtepomp opwaarderen naar een hogere temperatuur, maar de rendementen en temperatuursverhogingen daarvan zijn hoegenaamd niet interessant genoeg voor een bedrijf. Wij zochten naar een proces dat een enorme temperatuursverhoging kon maken (tot 100°C), een minimaal elektriciteitsverbruik heeft aan een lage prijs, en met een opschaling die groter is dan 10MW. Het elektriciteitsgebruik bij een warmtepomp of warmtetransformator moet steeds zo laag mogelijk zijn. Het heeft geen zin om eerst elektriciteit op te wekken met warmte, CO2 uit te stoten, om die elektriciteit daarna te vernietigen om restwarmte in warmte om te zetten. Wouter is zijn inspiratie voor de technologie gaan halen in de natuur. Hij heeft zich gebaseerd op hoe levende organismen in staat zijn om energie op te vangen, te bewaren en vrij te geven. Als je eet, neemt je lichaam energie op die het intern vasthoudt en vrijgeeft. Dat idee hebben we opgenomen met de Vakgroep Chemie van de Ugent (Prof. Dr. Chris Stevens). Samen hebben we een fosfaatverbinding als energiecomponent gedetecteerd, en dat hebben we wereldwijd gepatenteerd. We creëren dus een fysicochemische reactie. Wij stellen onze fosfaatverbinding in een

24

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo


reactor bloot aan de restwarmte, waardoor de verbinding opgesplitst wordt in twee delen. Dat heet een endotherme reactie. Daarna brengen we die twee componenten terug samen in een andere reactor, en zo ontstaat een exotherme reactie: de fosfaatverbinding komt terug in z’n originele vorm en geeft dan enorm veel warmte vrij. Die warmte gaat terug in het industrieel productieproces en de afgekoelde fosfaatverbinding gaat terug naar het eerste, koele, reactorvat. En dan begint het proces opnieuw. Eigenlijk pompen we onze vloeistof dus continu rond, van één vat naar een ander. De enige elektrische energie die we nodig hebben, dient om de vloeistof rond te pompen, en die is minimaal. Als je 2 MW restwarmte hebt, gebruiken wij de helft daarvan voor een thermocompressie, om het proces aan te drijven, en de andere helft brengen we naar een hoger niveau. Op het ogenblik dat we de warmte in onze reactorvloeistof steken, houden we ze eigenlijk vast en slaan we ze op, tot we de exotherme reactie maken. Zolang we restwarmte toevoegen aan ons systeem, blijft het proces draaien.” Overtuigende demo’s Christian Heeren: “Alles is in een stroomversnelling gekomen toen we de competitie voor Best Emerging Technologies van de Britse Royal Chemistry Society wonnen in 2015. We bouwden met ECN in Nederland een kleine installatie van een paar kW. Daarna een grotere van 50 kW in de haven van Antwerpen. Maar op een bepaald ogenblik moet je zichtbaar worden en moet je ook opschalen om grotere industriebedrijven te kunnen overhalen. Die willen het ook in de praktijk zien werken. En zo hebben we een testinstallatie bij Indaver gebouwd. Daar hebben we de meeste klanten waar we nu mee werken, over de streep getrokken. De ingenieurs van die bedrijven herkenden de processen en installaties die we gebruikten en ze zagen dat het werkte, en dat was heel overtuigend. Daarna heeft het wel nog vrij lang geduurd vooraleer we klaar waren voor de volgende stap. Want je moet de interesse van de industrie ook kunnen vertalen in concrete bestellingen. En aangezien we spreken over investeringen van enkele miljoenen euro, in de huidige ontwikkelingsfase van de technologie, trek je die bedrijven toch niet zomaar over de streep. Dus na een lang proces van evangelisatie, waarbij we bedrijven uitlegden wat we precies doen, kregen we geloofwaardigheid met de bouw van de Indaver-installatie. Het moeilijkste was ‘first movers’ vinden die bereid waren om te investeren en het risico te nemen. In 2019 moeten we twee installaties in de haven van Antwerpen klaar hebben. Eigenaardig genoeg krijgen wij veel belangstelling uit het Midden-Oosten, omdat daar de uitstoot van broeikasgassen in toenemende mate belast wordt. Die bedrijven, en ook Chinese, hebben hubs in Europa die aan

technologiescouting doen en die identificeren wat voor hen nuttig kan zijn. Mijn ervaring daarmee is zeer positief, ik heb niet de indruk dat ze onze technologie zomaar komen inpikken. Integendeel: ze stimuleren ons om verder te ontwikkelen en stellen daarvoor middelen ter beschikking. Zij willen naar installaties van 5 of 10 MW. Lange weg Gezien het lange voortraject en een zevental mensen in dienst, moet QPINCH wel beschikken over veel kapitaal?

Christian Heeren: “Op het ogenblik draait het bij ons voornamelijk om de ontwikkeling van onze eigen technologie, we zijn een jong bedrijf. Als we groeien komt interne duurzaamheid zeker wel aan bod.”

Christian Heeren: “In het begin hebben we als oprichters vooral een dubbele job gedaan, dus met veel zweet en tranen. In die fase hebben BASF en VITO ons financieel geholpen met de eerste proefopstelling. Daarnaast hadden we natuurlijk de traditionele family, friends and fans. Zo hebben we een vrij substantieel bedrag opgehaald. Met dat geld zijn we steeds heel omzichtig omgesprongen. Intussen betalen we onze rekeningen met het engineeringwerk voor de verschillende projecten. We zijn eigenlijk een technologiebedrijf. We ontwikkelen technologie en willen die implementeren in industriële processen om die te verbeteren. Een uitvoeringsproject begint met onbetaald studiewerk om te bepalen hoe zo’n business case in mekaar zit en hoe we ons systeem daarin kunnen integreren. De volgende stap is een betaald ‘conceptual design’ van het project. Als het ‘conceptual design’ onze

veronderstellingen bevestigt, dan bestellen de klanten een ‘feed’ studie. Na goedkeuring daarvan door het bedrijf, vragen we om tot investering in de installatie zelf over te gaan. Het bouwen van de installatie besteden we uit. Als de installatie er staat, doen wij de startup en dragen dan de installatie aan de klant over. Daarna blijven we de prestaties van de installaties volgen en jaarlijks verbeteren. Interne duurzaamheid is voor later De QPINCH-technologie draagt ongetwijfeld bij tot energiebesparing en dus klimaatdoelstellingen. Maar kan een bedrijf als QPINCH ook overweg met interne milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen? Christian Heeren: “Op het ogenblik draait het bij ons voornamelijk om de ontwikkeling van onze eigen technologie: het herdefiniëren van de koolstofuitstoot van bedrijven. Onze technologie is de meest duurzame om stoom te maken. In de VLAIO-ranking staan we voor de ‘ecologiepremie +’ in categorie ‘best available technology’ (ecologiegetal 9). Bedrijven kunnen dus een substantiële subsidie krijgen als ze onze technologie implementeren. Dat is voor ons ook een enorme steun en erkenning vanwege de overheid, die stimulerend werkt bij bedrijven. Met onze technologie kan een bedrijf enorme stappen vooruit zetten en zo worden wij relevant voor grote partners. Eén MW stoom maken met gas, stoot 2.200 ton CO2 uit. Onze techniek reduceert dat tot 60 Ton, plus een substantiële financiële besparing. De realiteit bij die bedrijven is natuurlijk dat de eerste bezorgdheid geld besparen is, en minder de uitstoot op zich. In een tijd waarin energie eigenlijk nog altijd heel goedkoop is, is de vermarkting van de opwaardering van restwarmte niet zo evident. Los daarvan komen de meesten hier met de fiets naar het werk, omdat we ook in de stad zitten. Maar een opgezet duurzaamheidsplan hebben we niet, we zijn daar ook te klein voor. Op dit ogenblik zitten met een ‘critical road map’ waar we ons erg op moeten focussen. Als we groeien komt interne duurzaamheid zeker wel aan bod.” Dit artikel kwam tot stand met de steun van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

PHYSICOCHEMICAL HEAT TRANSFORMER PHYSICOCHEMICAL PHYSICOCHEMICAL HEAT HEAT TRANSFORMER TRANSFORMER

How works How How ititworks it works

PHYSICOCHEMICAL HEAT TRANSFORMER 1

How ititworks How How itworks works

E.g. steam, vapors hot water etc. E.g. or steam, vapors E.g. steam, vapors or hot water or etc.hot water etc.

1

1

E.g. steam, vapors or hot water etc.

The energy in the waste heat

is captured withheat ain the waste heat The energy in The the waste energy The energy physicochemical inwithheat is captured with isreaction captured a in the waste a is captured with a the coldphysicochemical reactor (heat physicochemical reaction in reaction reaction physicochemical in in exchanger) the cold reactor the (heat cold reactor the cold reactor (heat(heat exchanger) exchanger) exchanger)

How it works How works CLOSED LOOP BETWEEN

TWO HEAT LOOP BETWEEN CLOSED LOOP CLOSED BETWEEN CLOSED LOOP BETWEEN EXCHANGERS TWO HEAT TWO HEAT TWO HEAT & WITH WATER EXCHANGERS EXCHANGERS EXCHANGERS CHEMICAL COMPOUNDS WITHWITH WATER WITH & & WATER & WATER CHEMICAL COMPOUNDS CHEMICAL COMPOUNDS CHEMICAL COMPOUNDS

2

1

Process heat (usuallyheat steam) at h Process Process (much) higher (usually steam) (usually at stea

Process heat temperature. (much) (usually steam) higher at (much) hig temperatu (much)temperature. higher temperature. Reversed reaction with hydrolises releases Reversed reaction Reversed with the reaction with

Reversed with reaction) energyreaction (exothermal hydrolises releases hydrolises the releases the hydrolises releases which is energy usedtheto produce energy(exothermal (exothermal reaction) (exothermal reaction) energy reaction) steamis(or other process heat) which used to which produce is used to produce which is used to produce steam(or(or other steam process (or heat) other process heat) steam other process heat)

Little energyisis Littleelectrical electrical energy

©2016 QPINCH – CONFIDENTIAL ©2016 QPINCH ©2016 QPINCH – CONFIDENTIAL – CONFIDENTIAL

needed totooperate the Qpinchenergy is needed operate the Qpinch Little electrical Little energy electrical is HeatTransformer. Transformer. Typically Heat needed to operate needed the Qpinch toTypically operate the Qpinch this3% 3%of of output output duty. this duty. Heat Transformer. Heat Typically Transformer. Typically

©2016 QPINCH – CONFIDENTIAL

this 3% of output thisduty. 3% of output duty.

©2016 QPINCH – CONFIDENTIAL

2

©2016 QPINCH –

2 2

©2016 QPINCH – CON ©20

2

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

25


Sustainable Developmens Goals in de Belgische bedrijven Telenet: van discovery phase naar deep dive Tekst: Hilde De Wachter en Peter Thoelen Beeld: Telenet In haar rol als Corporate Affairs Director is Ineke Rampart verantwoordelijk voor het imago en de reputatie van Telenet. De communicatie met de vele stakeholders hoort daar vanzelfsprekend bij, maar ook duurzaamheid. Het bedrijf kiest ervoor geen specifieke duurzaamheidsverantwoordelijke aan te stellen.

I

neke Rampart: “Ik ben geen duurzaamheidsverantwoordelijke, in de zin dat ik heel de dag met duurzaamheid bezig ben. Maar onze duurzaamheidsinspanningen zijn een gedeelde verantwoordelijkheid. Per groep of per team zijn er mensen die aandacht hebben voor dat thema en die erover waken dat duurzaamheid effectief meegenomen wordt in hun afdeling. Zo zit duurzaamheid verankerd in al onze afdelingen. Het dagelijkse duurzaamheidsbeheer wordt gedragen door het Finance/Investor Relations team en het Corporate Affairs team. We bepalen de doelstellingen die goedgekeurd worden door de directie en we werken samen rond de jaarlijkse rapportage. Hiervoor gebruiken we een centrale datacollectietool van onze hoofdaandeelhouder Liberty Global. De data worden samengebracht, doorgelicht en geanalyseerd. Dat biedt ons een belangrijk inzicht om het beleid bij te stellen en te verfijnen.” Duurzaam in core business Bij het lezen van het duurzaamheidsverslag en de interpretatie van de SDG’s, valt het op dat het vooral gaat over de core business van Telenet, zoals digitalisering en digitale geletterdheid in ons eigen land. Op vlak van bijvoorbeeld milieu valt er nog wel wat vooruitgang te boeken, zoals het bedrijf ook toegeeft. Ineke Rampart: “Ons duurzaamheidsverslag is inderdaad geen ‘goednieuwsshow’ en we communiceren transparant over verbeterpunten. Wij willen dat onze core business zo duurzaam mogelijk uitgevoerd wordt. Daarnaast hebben we wel een aantal acties die wat breder gaan op maatschappelijk vlak. Als je het hoofdstuk over digitale maatschappij leest, staan daar toch dingen in

26

die breder gaan dan onze verkoopsbusiness. Ik geloof dat je enkel geloofwaardige acties kan ondernemen op gebieden waar je goed in bent, en waarbij je die expertise ook kan delen.” Het Telenet duurzaamheidskader 2017-2020 bevat een beknopte visie, leidende principes en businessprioriteiten. Daarin vinden we woorden als toonaangevend, convergerende geconnecteerde entertainment- en businessoplossingen, baanbrekend – digitaal – dichtbij – bruisend – vriendelijk – oprecht – eerlijk en transparant – inclusief – plezier. De aspecten duurzaamheid en planet lijken wat ondergesneeuwd.

Zo heeft Telenet een aantal projecten rond digitale ontwikkeling. Die spelen zich allemaal af in onze eigen regio." Waarom heeft het bedrijf zo’n projecten bijvoorbeeld niet in landen in ontwikkeling? Ineke Rampart: “Wij zijn een lokaal Belgisch bedrijf. We kiezen er dan ook expliciet voor om in te zetten op uitdagingen die hier aan de orde zijn en waar wij een rol in kunnen spelen, en dan gaat het om de digitale kloof en steeds meer ook over digitale vaardigheden. Natuurlijk zijn er ook uitdagingen in ontwikkelingslanden, maar wij wensen vooral onze lokale verankering te versterken.

Ineke Rampart: “Ik mis bij de SDG’s wat onderbouw en concrete toepassingen die ook nuttig zijn voor professionals die met duurzaamheid bezig zijn. Hoe vertaal je SDG’s naar beleid, acties en meetbare targets? Om over duurzaamheid te rapporteren is GRI toch nog een sterker model. Ik hoop dat GRI een instrument ontwikkelt waarmee we ook de SDG’s meetbaar en rapporteerbaar kunnen maken.”

Ineke Rampart: “We hebben een evolutie gekend in het bepalen van ons duurzaamheidsbeleid. Rond 2009-2013 hadden we wel een duurzaamheidsplan en waren we daar op een formelere manier mee bezig. Daarin stonden ook een aantal punten die uiteindelijk zo ver stonden van onze dagelijkse business, dat we ze daar niet meer konden insluiten. Onze mensen zagen dan ook niet meer de link met onze business en hun eigen verantwoordelijkheid, met als gevolg dat ze niet goed wisten wat er precies van hen verwacht werd. Toen zijn we begonnen met acties die wel vertrokken van onze eigen activiteiten, van waaruit we kennis ter beschikking konden stellen.”

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

Via onze community affairs initiatieven – die gedragen worden door onze medewerkers – zetten we overigens ook in op projecten in het zuiden: fietsen en lopen ten voordele van onderwijsprojecten in Afrika, samenwerkingen met organisaties als Close the Gap en Oxfam”. SDG’s bij Telenet Ineke Rampart: “De SDG’s zijn ontstaan in de periode dat wij ook onze duurzaamheidsinsteek aan het herbekijken waren. In eerste instantie hebben we ons programma op ons intern beleid gericht: wat konden we intern doen om zo veel mogelijk resultaat te behalen? In de periode 20152016 zijn we gaan kijken naar de SDG’s. In


ons duurzaamheidsverslag van 2016 hebben we er voor het eerst melding van gemaakt. Toen hebben we een ‘mapping’ gemaakt van de SDG’s op onze prioriteiten. Dat is voor ons een eerste fase. In een volgende fase willen we bekijken in welke mate bepaalde van onze doelen onmiddellijk op de SDG’s geënt kunnen worden en met welke SDG’s we concreet aan de slag kunnen binnen onze core business.

overheidsinstanties, middenveldorganisaties samen te brengen rond thema’s, en zo naar goede praktijken te kijken, bewustzijn te genereren en samen naar opportuniteiten te zoeken. Dat is een goede manier van werken. Hoewel natuurlijk niet alle thema’s even nuttig zijn voor iedereen. Zo is water voor Telenet niet een materialiteit waar we veel mee kunnen doen, talentontwikkeling daarentegen weer wel.

Momenteel gebruiken we voor onze duurzaamheidsverslaggeving het framework van de GRI. Maar misschien kunnen we op termijn aftoetsen aan het framework van de SDG’s. We merken wel dat die twee systemen ook niet helemaal compatibel zijn. Heel wat collega-bedrijven zoeken wegen om meer uit de SDG’s te halen.

Naast The Shift volgen we ook wat sectororganisaties zoals VBO of onze federatie Agoria doen. Dan voel je dat er nog wat werk aan de winkel is om heel dat SDG-framework te vatten en te bedenken hoe je daarmee aan de slag kan. Het is ook van belang om te weten wat ‘peers’ doen met de SDG’s en om van mekaar te leren”.

SDG’s zijn voor mij een toegankelijke tool om bewustzijn te creëren, vooral naar het grote publiek. Maar ik mis nog wat onderbouw en concrete toepassingen die ook nuttig zijn voor professionals die met duurzaamheid bezig zijn. Hoe vertaal je SDG’s naar beleid, acties en meetbare targets? Om over duurzaamheid te rapporteren is GRI toch nog een sterker model. Ik hoop dat GRI een instrument ontwikkelt waarmee we ook de SDG’s meetbaar en rapporteerbaar kunnen maken.

Duurzaamheid op bedrijfsniveau Het accent dat Telenet legt op het planetaspect van duurzaamheid, is minder opvallend. Wie de website napluist, vindt onder de thema’s ‘ons DNA’, ‘onze ambitie’ of ‘over ons’ geen woord over duurzaamheid. Wel bevat de site een aparte sectie over de duurzaamheidsinitiatieven. Hoe zit het met de interne communicatie over de planet-gerichte acties?

Daarnaast kijken we ook steeds meer naar de manier waarop we kunnen samenwerken. Daarin zijn de initiatieven van The Shift interessant. Zij proberen een aantal bedrijven,

Ineke Rampart: “Intern zetten we niet expliciet in op communicatie rond duurzaamheid. Maar er zijn een aantal medewerkers die daar zeer doelbewust mee bezig zijn, en dat is goed. Er zijn bijvoorbeeld mensen die ons er op attent maken dat we niet altijd wit papier in onze printers moeten gebruiken, vragen of we onze afvalstromen kunnen verminderen enz. Dan wordt aan onze facility dienst gevraagd of we niet meer kunnen werken met

gerecycleerd papier, of online, digitaal… We zijn wel bezig met een ‘new way of work’, waarbij we ook betere oplossingen zoeken voor vele verplaatsingen voor meetings, papierverbruik waar het digitaal kan enz. Zo zijn 70% van de facturen van Base en 87% van de Telenet-facturen digitaal. Als we dat combineren met papierbesparing op kantoor, papierbesparende verpakkingen, vermijden we jaarlijks zo’n 258 ton papier. In zo’n gevallen maken we steeds de link met milieubesparing. Mensen die een wagen mogen kiezen, krijgen altijd een alternatief voorgeschoteld. Dat kan zijn: een vergoeding in plaats van een bedrijfswagen, een openbaarvervoerabonnement, gebruik van huurfietsen naar het station… Op een aantal sleutelmomenten, leggen we bij de medewerkers nog eens de nadruk op dat soort duurzaamheidsaspecten, bijvoorbeeld naar aanleiding van de opname van Telenet in de Dow Jones Sustainability Index. Soms organiseren we ook evenementen met externe sprekers en voortrekkers. Zo hebben we Piet Colruyt al eens als spreker ontvangen. Daarbij nodigen we onze community uit en we lichten meteen ook nog eens ons eigen programma toe. Verder werken we via onze leads per programma (HR, logistiek, engineering…), die waken over de uitvoering van de duurzaamheidstargets in hun domein. Het is logisch dat we bij de uitbouw van bijvoorbeeld nieuwe datacenters kijken naar het energieverbruik en de efficiëntie van de koeling en naar mogelijke alternatieve oplossingen. Het Telenet Supply Chain team heeft bijvoorbeeld een gedetailleerde

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

27


HOOG

Bescherming van privacy & data

Eerlijk, verantwoordelijk & transparant zakendoen

Een materialiteitsmatrix komt voort uit de GRI-rapportage. Het uitwerken van een materialiteitsmatrix gebeurt volgens een gestructureerd proces. Eerst leidt een gedetailleerde analyse van relevante aandachtspunten op economisch, sociaal en ecologisch vlak in de betreffende sector tot een long-list van onderwerpen. Die long-list wordt verder verfijnd en gegroepeerd tot een short-list van onderwerpen. De belangrijkste stakeholdergroepen en het management bepalen hoe belangrijk zij elk van die onderwerpen achten. Het gaat daarbij om het effect van elk onderwerp op het bedrijfssucces.

Transparant prijsbeleid & heldere facturatie Open internet

Duurzaamheidsverslag Telenet Het 68 pagina’s tellende duurzaamheidsverslag 2016 van Telenet, besteedt uitgebreid aandacht aan transparante en vooruitstrevende relaties met klanten en medewerkers, aan innovaties en investeringen, digitale engagementen naar jongeren en lokale gemeenschappen. Het aspect planet komt minder uit de verf en beslaat een tiental pagina’s. Dat wil echter niet zeggen dat Telenet daar geen acties en ambities voor heeft. Zo zijn er wel degelijk hogere ambities voor de toekomst, waaronder: koolstofuitstoot verminderen, energie-efficiëntie verbeteren, de recyclage en het hergebruik van (elektronisch) afval opdrijven. Dat wordt onder meer vertaald in: “Wij investeren in een initiatief voor koolstofcompensatie om onze ecologische voetafdruk te beperken. Telenet heeft sinds 2011 een structureel partnership met de natuurorganisatie Bos+, die zich inzet voor meer en betere bossen in Vlaanderen en de wereld. Bos+ werkt met 28

Aantrekken, Een verantwoordelijke behouden en werkgever zijn ontwikkelen van talent

Elektronisch afval en recyclering van apparatuur

Klantgerichte producten aanbieden

Beperken van impact op het milieu

Gezondheid en veiligheid van klanten

Verantwoord ketenbeheer Veilig gebruik van het internet door kinderen Rol in de maatschappij

Vaardigheden voor de 21e eeuw promoten

Medialandschap Betrokkenheid van medewerkers

MEDIUM

business case uitgewerkt rond de recyclage en het hergebruik van afgedankte modems en decoders. Dit leidde in 2007 tot een samenwerking met het maatwerkbedrijf IMSIR in Boom. Een erg succesvolle samenwerking die naast afvalvermindering en kostenbesparing ook een belangrijke maatschappelijke meerwaarde heeft: werkgelegenheid voor 60 personen met beperkte toegang tot de arbeidsmarkt. Daar zijn onze mensen fier op.”

Klantervaring

Een innovatief en leidend bedrijf zijn

Energieverbruik bij klanten thuis

MEDIUM

Materialiteitsmatrix Telenet 2015

Belang voor stakeholders

Producten en diensten van de beste kwaliteit

Invloed op zakelijk succes

Een telecomoperator als Telenet zou haar leveranciers ecodesign-inspanningen kunnen opleggen. Of is dat te ver van hun bed? Ineke Rampart: “Dat is op zich niet ver van ons bed, maar wij kunnen dat niet. We zijn uiteindelijk maar een kleine afnemer op de wereldmarkt. Onze leveranciers van decoders en modems zijn de hele grote Chinese of Koreaanse bedrijven. Bedrijven als Telefonica, US Telecom Company of Deutsche Telekom plaatselijke ngo’s samen aan een duurzaam herbebossingsproject in Ecuador. Sinds de start van het project in 2011 werden 383.095 inheemse bomen geplant, wat overeenkomt met de herbebossing van 517 hectare en een geraamde totale koolstofopslag van 8.627 ton in 2016.” Telenet gebruikt 100 % groene stroom in haar eigen gebouwen, en er zijn investeringen in hogere energie-efficiëntie van de netwerkinfrastructuur en de datacenters. Jaarlijks leveren zo’n 220.000 klanten hun decoders en modems weer in. Om die te triëren, te repareren en/of te recycleren, werkt Telenet samen met het bedrijf IMSIR, dat daarvoor 60 mensen met beperkte toegang tot de arbeidsmarkt tewerkstelt. Verder kent Telenet ethische codes en volgt de principes van de UN Global Compact en de verslaggevingsprincipes van de GRI (Global Reporting Initiative).

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

HOOG

kunnen wel eisen stellen, maar België is daar te klein voor. Waar we nu wel naar kijken, is of we met andere telecombedrijven samen orders kunnen plaatsen. We doen dat dan vooral met de andere bedrijven binnen de Liberty Global groep. Steeds vaker worden lastenboeken opgesteld met duidelijke verwachtingen naar materiaal- of toestelaankopen. En we werken, ook met de hele Liberty Global groep, samen met EcoVadis om onze leveranciers door te lichten. In onze contracten staan ook clausules in verband met MVO”. Overigens vermeldt het duurzaamheidsrapport 2016 van Telenet de eigen EcoVadis-score: “Wij scoren vrij goed in de domeinen arbeidsvoorwaarden, eerlijke bedrijfspraktijken en duurzame bevoorrading, maar lopen achter op het vlak van het milieu. De belangrijkste milieurisico’s die EcoVadis aanstipt, zijn een gebrek aan certificering en formeel beleid.” Gezondheid en materialiteiten SAR (Specific Absorbtion Rate) is een maat om de opname in een lichaam van een hoeveelheid straling uit elektronische apparatuur te meten. Die wordt uitgedrukt in W/kg. De jongste jaren hoor je er minder over, maar nog niet zo heel lang geleden ontstond er regelmatig heisa als er ergens een GSM-antenne geplaatst werd. Weinigen stonden er echter bij stil dat de straling van het eigen GSM-toestel vlakbij het lichaam veel invloedrijker is dan


die van de GSM-mast (tenzij je op korte afstand net in de stralenbundel van de GSM-antenne zou staan). In Europa geldt een classificatie van GSM-toestellen van A (minste straling, minder dan 0,4 W/kg) tot E (meeste straling, tussen 1,6 en 2 W/ kg; dat laatste is de maximum grens volgens de Wereldgezondheidsorganisatie). Een tiental jaar geleden vond je in de GSM-shops geen informatie over SAR-waardes. Dat is nu anders: in de meeste winkels vind je de SAR-waarde naast de andere technische specificaties. Als verantwoord bedrijf dat inzit met de gezondheid van haar klanten, zou Telenet enkel GSM-toestellen kunnen verkopen met een SAR-classificatie A en B?

In de materialiteitsmatrix (zie kaderstuk) van Telenet staan alle klassieke duurzaamheidscriteria die met de Telenet kernactiviteiten te maken hebben als ‘minder relevant‘ voor de stakeholders én de invloed op zakelijk succes: energieverbruik bij klanten thuis, elektronisch afval en recycling van apparatuur, gezondheid en veiligheid van klanten, beperken van milieu-impacts, verantwoord ketenbeheer, tot zelfs veilig gebruik van internet door kinderen. De vastlegging van die materialiteitsmix is een paar jaar geleden gebeurd, in 2015. Niettemin geeft dat niet het beeld van een bedrijf dat erg begaan is met thema’s die niet aan het vinden van meer klanten verbonden zijn.

Ineke Rampart: “Op dat vlak ben ik zelf geen specialist, maar wij kijken in de eerste plaats naar de norm. Onze toestellen voldoen allemaal aan het wetgevend kader. Ook daarin kunnen we moeilijk vooruitlopen als kleine speler. Bovendien zitten in onze lastenboeken allerlei technische en gebruikscriteria waaraan de toestellen moeten voldoen. Er is niet één criterium dat bepaalt welke toestellen we al dan niet aanbieden.”

Ineke Rampart: “Die analyses zijn intussen al bijna vier jaar oud en Telenet is als bedrijf sterk geëvolueerd sinds 2015. Zo hebben we in 2016 BASE Company overgenomen, een mobiele speler, actief in heel België. De versterking van ons portfolio naar mobiele telefonie en de uitbreiding van onze actieradius naar heel België (en niet alleen Vlaanderen en Brussel) zijn dimensies die nog niet vervat zaten in de materialiteitsmatrix 2015.

Die interne bedrijfsdimensies en de maatschappelijke en beleidsevoluties die zich de voorbije jaren hebben ontwikkeld, zullen vermoedelijk een weerslag krijgen in de nieuwe materialiteitsmatrix die we dit najaar gaan uittekenen in overleg met onze belangrijkste stakeholders. Ik verwacht ik wel dat die klassieke duurzaamheidsthema’s relevanter gaan worden in onze prioriteitenlijst. Maar daarvoor moeten we de bevraging afwachten. Onze daadwerkelijke maatschappelijke bijdrage blijkt onder meer uit onze positie in de jaarlijkse Dow Jones Sustainability Index. Die bekroont toonaangevende ondernemingen in elke industriesector voor hun verantwoordelijke economische, ecologische en sociale prestaties. In 2016 herbevestigde Telenet zijn positie als Worldwide Industry Group Leader. Wij werden voor het vijfde jaar op rij genomineerd als leider in de wereldwijde mediasector.” Dit artikel kwam tot stand met de steun van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Platform for training on CSR & Sustainability

CSR CAMPUS DAYS

Voor een blik op onze opleidingen surf naar www.csrcampus.org

27 november 2018

Save the date

Gent Marlex is meer dan een klassiek advocatenkanto Met o.a. keynote Architects, een partner voor ondernemingen met gezo van Kate Raworth (Doughnut Economics)

Ons team is multidisciplinair samengesteld waar zijn/haar eigen expertise beschikt.

Marlex is meer dan een klassiek advocatenkanto Architects, een partner voor ondernemingen met gezo

Het team ‘Omgeving’ binnen Marlex begeleidt u bij de waar van het omgevingsrecht:

Onsis meer teamdaniseenmultidisciplinair samengesteld Marlex klassiek advocatenkantoor. Wij zijn Legal Architects, een partner voor ondernemingen met zijn/haar eigen expertise beschikt. gezonde ambitie.

Het •team ‘Omgeving’ binnen Marlex begeleidt u bij de Bodem en materialen

Ons team is multidisciplinair samengesteld waarbij van het eenieder overomgevingsrecht: zijn/haar eigen expertise beschikt.

www.marlex.be www.marlex.be

Dirk Martensstraat 23 – 8200 Brugge

Dirk Martensstraat 23 – 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 – 8200 Brugge

Tel.: 050/83 050/83 20 20 38 38 –– Fax: Tel.: Fax: 050/83 050/83 20 20 36 36 Tel.: 050/83 20 38 – Fax: 050/83 20 36

advocatenkantoor@marlex.be advocatenkantoor@marlex.be

advocatenkantoor@marlex.be

• Overheidsopdrachten en -contracten Het team binnen Marlex begeleidt u bij Bodem en materialen •• ‘Omgeving’ Argrarisch recht & pacht decomplexe materie van het omgevingsrecht: • Overheidsopdrachten en -contracten • Bodem materialen •• en Handhaving Argrarisch recht & pacht • Overheidsopdrachten en -contracten Onteigeningen • Argrarisch recht & pacht •• Handhaving • Handhaving •• Onteigeningen Hernieuwbare energie • Onteigeningen • Hernieuwbare • Hernieuwbare energie

energie

Dankzij onze multidisciplinaire samenwerking binnen hh we ook expertise in de fiscale en burgerrechtelijke domeinen. domeinen.

Dankzij onze onze multidisciplinaire samenwerking binnen Dankzij multidisciplinaire samenwerking binnen hetwe kantoor, we ook in de en fiscale en ook hebben expertise inexpertise de fiscale burgerrechtelijke burgerrechtelijke aspecten van deze domeinen.


Energie beheren in Industrie 4.0 Tekst: Peter Verboven, Condugo De druk op de industrie om energieverbruik, kosten en uitstoot terug te dringen blijft hoog. Tegelijkertijd zijn de voor de hand liggende projecten grotendeels uitgevoerd en zal verdere verbetering steeds meer vertrekken van een gestructureerd energiebeheer. Dit brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, waarbij een solide energieboekhouding en aangepaste software-ondersteuning onontbeerlijk worden. Zo wordt energie onlosmakelijk deel van Industrie 4.0 – en een strategisch aandachtspunt voor elke bedrijfsleider. Energiebeheer wint aan belang ezer dagen is ‘energie’ beladen met grote ambities. Europa noemt energie in haar Horizon 2020 plan als één van de vier grote societal challenges. In Vlaanderen staat het prominent bij de transitieprioriteiten. Essenscia beschouwt het al jaren als één van de speerpunten voor

D

Er is waarschijnlijk geen enkele andere kostenpost in het bedrijf die zoveel belang heeft en zo weinig begrepen wordt, als de kostenpost energie

de chemische industrie. Het doel is steeds een combinatie van lager verbruik en lagere emissies; het terugdringen van de kosten; en inspelen op nieuwe technologieën. Deze ambities zijn de afgelopen vijftien jaar consequent doorvertaald naar burgers en bedrijven. In de industrie hebben maatregelen zoals emissiehandel, auditconvenanten en EBO, geleid tot een massa energie-efficiëntieprojecten – van relightings over het isoleren van leidingen tot het installeren van frequentiegestuurde pompen of compressoren met warmterecuperatie. Hierdoor is de groei van het totaal energieverbruik in de industrie afgeremd, terwijl de productie spectaculair toenam. Vandaag is de uitdaging verschoven. De druk om verbruik, uitstoot en kosten te beheersen is er nog steeds – en neemt zelfs toe – terwijl het laaghangend fruit geplukt is. De meest voor de hand liggende ingrepen zijn uitgevoerd en losse projecten leveren niet meer dezelfde spectaculaire returns. Verdere winsten zullen dan ook moeten komen van een systematische, volgehouden inspanning om doorheen heel het bedrijf de aankoop, opwekking, omzetting en verbruik van energie te optimaliseren. Projecten komen niet meer ad hoc op, maar worden heel gericht geïdentificeerd, op Peter Verboven, Condugo: Nu Industrie 4.0 aan een opmars bezig is en er digitaliseringsprojecten uitgerold worden, zou het een logische reflex moeten zijn om ook energiebeheer hierin mee te nemen

30

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

elkaar afgestemd en opgevolgd. Hier staat tegenover dat de resultaten structureel zijn: jaarlijks weerkerende besparingen van vijf tot tien of zelfs vijftien procent op de kosten. Een absolute basisvereiste voor dit soort energiebeheer is dat verbruiken en kosten moeten kunnen toegewezen worden aan de juiste kostenplaatsen. Alleen door energie toe te rekenen aan afdelingen, processen, machines en – uiteindelijk – afgewerkte producten, kunnen we zoeken naar de onderliggende oorzaken van inefficiënties en afwijkingen. Bovendien biedt het een manier om budgetten correcter op te stellen en zo gericht te sturen op energieprestaties. Complexe data Hier knelt het schoentje in de context van een industrieel bedrijf. Zelfs met massaal veel energiemeters en gelogde data, blijft het opvolgen en toerekenen van energie veel complexer dan in pakweg een kantoorgebouw of een hotel. In de meeste gevallen grijpt men dan ook terug naar eenvoudige verdeelsleutels en grove benaderingen – met tot gevolg dat er eigenlijk blind gevlogen wordt. Er is waarschijnlijk geen enkele andere kostenpost in het bedrijf die zoveel belang heeft en zo weinig begrepen wordt. Er zijn drie redenen waarom energiebeheer op een industriële site zo lastig is Eerst en vooral is het web aan energiestromen in een fabriek bijzonder uitgebreid en verweven. Elektriciteit en gas worden gewoonlijk ingekocht. Warmte – onder de vorm van stoom, koelwater, thermische olie – en perslucht worden zelf opgewekt, al dan niet met eigen biomassa. Zelfs de alomtegenwoordige WKK is een omzetting van één stroom (gas) in twee andere (warmte en elektriciteit). Al die opwekkingen en omzettingen hebben een bepaalde efficiëntie en een kostenplaatje. Elke verbruiker moet daar uiteindelijk een deel van dragen – en dus moet het verbruik teruggerekend worden naar alle inputs die daarvoor nodig zijn geweest. De tweede reden ligt bij de wisselende productiestromen. Lijnen worden omgeschakeld om verschillende producten te verwerken. Dezelfde installatie kan


Source node Electricity grid connection

Distribution node

Sink node

Electricity

Building project line 1

Source node Wind turbine

Source node Natural gas grid connection

Source node Water grid connection

Conversion node

Sink node

Combined heat power

Building project line 2

Distribution node

Conversion node

Conversion node

Natural gas

Hot water boilers

Hot water

Distribution node

Sink node

Water

Building project line 3

De complexiteit van het energievraagstuk in bedrijven maakt energiemodellering nodig

hierdoor een heel ander energieverbruik laten zien afhankelijk van de batch die er op dat moment doorheen gaat. Bovendien zijn er vaak dode momenten die telkens in tijdsduur verschillen. Daardoor kunnen energiestromen niet doorgrond worden zonder ze permanent in verband te brengen met de productiestromen van het moment. Tot slot speelt ook de permanente evolutie van een productie-installatie een grote rol. Uitbreidingen of aanpassingen veranderen sowieso het verbruikspatroon en mogelijk ook de productiestromen zelf. Hierdoor worden eerder opgestelde verdeelsleutels achterhaald of zelfs irrelevant. Ook minder ingrijpende wijzigingen – zoals het ontdubbelen van meters om verschillende installaties meer fijnmazig op te volgen – kunnen al verschuivingen in de toewijzing met zich meebrengen. Energiemodellering als antwoord De drie punten hierboven, kunnen we aanpakken door energiemeters niet langer als losse elementen in een spreadsheet te benaderen. De sleutel zit immers in de samenhang tussen elke meter en het productieproces enerzijds; en die tussen de meters onderling anderzijds. Zo wordt elke meting de uiting van een energiestroom die ergens zijn oorsprong heeft en met een bepaald doel wordt ingezet. Om terug te

komen op het voorbeeld van de WKK, kan een elektriciteitsverbruik door een pomp dan meteen in verband gebracht worden met een gasverbruik dat door een andere meter elders in de fabriek – mogelijk zelfs in een andere afdeling – wordt geregistreerd.

onoverkomelijke opgave. De basisstructuur van zulke energiemodellen is generiek en bekend. Bovendien komen veel installaties op meerdere plaatsen voor, zodat dezelfde patronen van productie- en energiestromen telkens terug opduiken.

De vertrouwde spreadsheet voldoet niet langer; gedetailleerde energiemodellering is nodig

In de praktijk betekent dit dat we niet alleen alle meetwaarden moeten opslagen en tonen, maar dat we ook het model met de logische samenhang tussen de meters moeten expliciet maken. Dit model specifieert voor elke meter wat hij precies meet; bij welke installatie hij geplaatst is; vanuit welke meters zijn inputs komen en naar welke meters zijn outputs stromen. Het is in zekere zin een vertaling van de fysieke (productie)stromen naar energiestromen. Deze modellering vereist nogal wat proceskennis en vaak zijn er enkele rondes van aanpassingen nodig voor het model helemaal op punt staat. Toch is dit geen

Het is duidelijk dat de vertrouwde spreadsheet niet langer voldoet. Een volwaardig energiemanagementsysteem – mét de mogelijkheid om de energiestromen te modelleren – dringt zich op. Dit is een onontbeerlijke tool om energie op te volgen, toe te wijzen en te optimaliseren doorheen het bedrijf. De komende jaren zal dit steeds meer gemeengoed worden, net zoals ERP of CRM-systemen vandaag niet meer weg te denken zijn uit een moderne fabriek. Nu Industrie 4.0 aan een opmars bezig is en er vaak nog andere digitaliseringsprojecten lopen, zou het een logische reflex moeten zijn om ook energiebeheer mee te nemen.

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

31


Vondelmolen: duurzaamheid bij de fabricage van traditionele peperkoek Tekst: Peter Thoelen Beeld: Vondelmolen Peperkoek, je overgrootmoeder kende het al. Niet meteen een hip product. Wel een product met geschiedenis, dat blijft verkopen. In ons land een stabiele markt, in het buitenland zit er groei in. Een eenvoudig product uit natuurlijke ingrediënten, ook uiterst geschikt voor onder meer duursporters. Eén van de twee resterende producenten in ons land is het Lebbeekse bedrijf Vondelmolen. In 1867 kocht de familie Borms de (intussen verdwenen) stenen windmolen naast de Vondelbeek.

A

anvankelijk deed de molen dienst als olieslagerij en werd er plantaardige olie gewonnen uit zaden en pitten. Doorheen de jaren evolueerde en groeide het bedrijf. Vandaag produceert Vondelmolen enkel nog verschillende soorten peperkoek, onder eigen naam en onder verschillende ‘private labels’. Met Jan Borms staat de vijfde generatie aan het roer van het familiebedrijf. Lokale verankering en duurzaamheid zijn intussen vaste waarden geworden. Duurzaamheid De ovens van Vondelmolen draaien al jaren op aardgas, maar de onlangs geïnstalleerde nieuwe ovens zijn een stuk energiezuiniger. Sanitair warm water wordt gedeeltelijk via eigen zonnepanelen geproduceerd. De reinigingsproducten met fosfaten werden vervangen door minder milieuschadelijke producten. De zuurtegraad van het afvalwater wordt automatisch gecontroleerd en koelen doen ze er met een zuinig koelproces op basis van warmte-uitwisseling (adiabatische koeling). De laatste jaren heeft Vondelmolen haar afvalproductie doen dalen van 350 ton naar 140 ton.

“Duurzaamheid is voor een familiebedrijf dat al 151 jaar bestaat, een logische keuze,” begint Jan Borms, eigenaar van Vondelmolen. “Het is een evolutie, waar elk bedrijf in meerdere of mindere mate mee bezig moet zijn. Bij ons is dat zo’n 25 jaar geleden begonnen met een aantal milieuproblemen waar we mee geconfronteerd werden. In de eerste plaats het afval. Daar zoek je dan een oplossing voor. En de duurzaamste manier om daarmee om te gaan is vaak ook de financieel interessantste manier. Vroeger werd afval in de grond gestoken of verbrand. We zijn zo’n 30 jaar geleden ons afval beginnen te sorteren, later ook gaan verminderen: hoe minder afval, hoe minder kosten. Afvalbeheersing In drie jaar tijd verminderden we onze afvalproductie met de helft. Belangrijk was de aandacht voor het afval dat we produceerden en het beheer daarvan. Oplossingen waren niet altijd eenvoudig. Voor een stuk ging het via productietechnische aanpassingen en investeringen. Anderzijds stel ik vast dat bepaalde tendensen zorgen voor méér afval. Kwaliteitseisen en de regelgeving in verband met voedselveiligheid vragen vaak extra verpakkingen. Dat is contradictorisch met de beheersing van bijvoorbeeld plastic afval. Het grootste probleem ligt bij de consument. Vele consumenten gooien producten weg die nog perfect consumeerbaar zijn of ze kennen het verschil niet tussen ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ en ‘tenminste houdbaar tot’. In tegenstelling tot verse vis- en vleeswaren

zijn producten zoals koekjes meestal nog perfect consumeerbaar na de datum die op de verpakking staat. Die geeft immers een ‘worst case’ weer. Zo’n koekje kan dan misschien wat harder of zachter worden, maar slecht of ongezond is dat niet. Daarnaast onderzoeken we de inzetbaarheid van biologisch afbreekbare verpakkingen. Eén van de problemen daarmee is de voedselveiligheid. De biodegradeerbare plastics breken af in vochtige omstandigheden. Voor een relatief vochtig product dat lang houdbaar is, zoals peperkoek, is dat lastig. Verpakking van voedingsproducten kunnen we nauwelijks vermijden. Maar we kunnen de mensen wel opvoeden tot sorteren en recycleren. België scoort zeer goed op dat vlak, maar andere landen zijn nog niet zo ver. Bioproducten We zijn al bezig met biologische producten sinds de jaren ’70. Momenteel zal bio zo’n 25% van ons assortiment uitmaken. Vroeger vond je die bioproducten in een specifieke nichemarkt, en de normering was minder streng. Vandaag is het niet meer mogelijk dat een bioproduct tot 40% niet-biologische ingrediënten zou bevatten, zoals vroeger het geval was. Naast bio maken we ook peperkoek die aangepast is aan de noden en diëten van andere consumentengroepen, zoals fructosepeperkoek en meergranenproducten. Er is vraag naar biologische producten, maar het is moeilijker om te produceren. De aanvoer van grondstoffen is minder stabiel en de productievolumes zijn kleiner. De klanten vragen echter een product dat altijd hetzelfde smaakt. Dat is met biologisch geproduceerde granen en suikers niet evident. De kenmerken van de grondstoffen kennen meer variatie, zodat we meer moeten bijsturen, wat het rendement uiteraard vermindert.

Vondelmolen investeert zowel in eigen energieproductie (via zonnepanelen) als in energiebesparing en -efficiëntie (via suntrackers met spiegels in lichtkoepels)

32

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo


Import noodzakelijk Ons voornaamste ingrediënt is roggegraan. Dat is in België geen courante teelt meer. Ons rogge komt vooral uit Polen en het oosten van Duitsland. Dat graan komt meestal via scheepstransport bij maalders in België en Nederland terecht, die aan ons leveren. In principe gaan we geen graan kopen in bijvoorbeeld de VS, als er hier voldoende productie is.

Hoeveel energie we besparen, heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat de meeste toestellen efficiënter worden. Denk aan de evolutie in de verlichtingssector. Bij de relighting van ons magazijn hebben we de energiezuinige hogedruklampen vervangen door LED-verlichting, gekoppeld aan sensoren. Zo zitten we vandaag aan een verbruik voor verlichting dat een tiende bedraagt van 6 jaar geleden, wat toch vrij spectaculair is.

Dat is niet voor alle ingrediënten evident. Zo is de prijs van honing een stuk lager in de VS of Azië. België en Europa hebben te weinig eigen honingproductie om grote hoeveelheden aan de vereiste kwaliteit te kunnen aankopen. Maar het is natuurlijk een kwestie van wat de klant wil betalen.”

We zijn nu ook aan het onderzoeken of we de energie die we produceren niet kunnen opslaan of benutten op een ogenblik dat we niet in productie zijn. Dat kan gaan over het opladen van de heftrucks in het weekend, of bepaalde vloeistoffen die we in het weekend in de tanks opwarmen voor ’s maandags.”

Energiebesparing Vondelmolen heeft een reeks zonnepanelen op het dak liggen.

Vondelmolen investeerde ook in een efficiëntere oven en er staan nog andere investeringen op het programma. Ook een kwestie van duurzaamheid?

“Duurzaam ondernemen zit in onze genen, we hebben dus ook gebruikgemaakt van de subsidies enkele jaren geleden. Ik denk dat ze toen zonder subsidies te duur waren in verhouding tot de opbrengst. Maar vandaag zou ik er zeker in investeren. Ik denk dat de prijs van zonnepanelen nu zelfs interessanter is dan ten tijde van de subsidies. Bovendien is het rendement van de panelen verbeterd, en de elektriciteit is duurder geworden. We produceren 30% van ons elektriciteitsverbruik zelf. Als familiebedrijf denk je op langere termijn en moet niet elke investering op 2 of 4 jaar terugverdiend zijn, zoals bij vele grote bedrijven. Ik heb er geen probleem mee dat een investering pas over 10 jaar rendabel is. We installeerden ook lichtkoepels in de productiehal. Deze capteren het licht van de zon via een ingebouwde spiegel die de zon volgt, zogenaamde suntrackers, en brengen zo meer licht binnen dan een klassieke koepel.

“Betere efficiënte en duurzaamheid gaan samen. De oven was al lang in gebruik, maar zou nog 10 jaar kunnen meegaan. Maar uiteindelijk beslis je om te vervangen, en dan kijk je naar een betere efficiëntie en minder uitstoot. Ook op andere vlakken zijn we continu bezig met het verhogen van de efficiëntie en met energiebesparing. Bij de vervanging van onze opslagtanks, zullen we ervoor zorgen dat we leveringen per volledige vrachtwagen kunnen ontvangen. In de huidige containers kan ongeveer 1.000 l vloeistof. Als we laten leveren in tankwagens van 25.000 l, hebben we minder handling en minder verpakking, minder schoonmaak en minder vrachtwagens op de baan.” CO2-neutraal als doel Vondelmolen is al meer dan 12 jaar deelnemer aan het milieucharter, nu charter duurzaam ondernemen.

Het familiebedrijf Vondelmolen uit Lebbeke is met Jan Borms al aan de vijfde generatie toe

circulaire economie, ecofinance, e materialen, mvo - ecoTips 18.3

33


“Dit charter houdt in dat je verdergaat dan wat wettelijk verplicht is. Een bedrijf dat deelneemt, moet op 10 punten verbeteracties uitwerken. Dat is gekoppeld aan de acties van de VN. Eenmaal je bezig bent met zo’n actieprogramma, valt het uitwerken van verdere stappen wel mee. Bovendien worden de milieunormen ook steeds strenger. En dan is het een voordeel dat je wat vooroploopt. Ik ga er van uit dat bepaalde zaken die nu nog vrijwillig zijn, ook verplicht zullen worden op termijn: zo ging het in het verleden toch. Bij dat verbeteringsproces is iedereen in het bedrijf wel ergens betrokken. Al is het maar

bij kleine zaken zoals het doven van de lichten of de verwarming rationeel gebruiken.

zullen we ook stilaan de SDG’s verwerken in onze bedrijfsvoering.

We hebben ook een externe milieucoördinator. We zijn wat te klein om daar iemand voltijds voor in dienst te nemen. Elk jaar zetten we in op een twintigtal concrete actiepunten, en bij de aankoop van machines en toestellen letten we telkens op de energie- en warmte-efficiëntie.”

Alleszins proberen we onze ecologische voetafdruk zo laag mogelijk te houden. Vanaf dit jaar zullen we volledig CO2-neutraal zijn. Ook weer met kleine acties, zoals de medewerkers stimuleren om met de fiets te komen, aankoop van groene energie, auto’s met laag verbruik aankopen… Daarnaast compenseren we ook onze CO2-uitstoot. Dat doen we in samenwerking met CO2logic. Wij investeren in een fonds waarmee zij onder meer in Afrika projecten voor efficiënte kookvuren ondersteunen.

Over de SDG’s hebben we onze eerste inlichtingen ingewonnen, maar ik ken de details ervan nog niet. Ik heb wel gemerkt dat ze heel breed gaan, en dat niet alles voor een Europees bedrijf zomaar te implementeren valt. Toch

Trots op onze Partners in duurzaamheid CARMANS

RESPONSIBLE OFFICE

Kanaalstraat 14 3560 Lummen Tel. +32 (0)11 45 48 45 info@carmans.be www.carmans.be

Bruyndonckxstraat 31, 1780 Wemmel Tel. +32 (0)477 56 43 65 info@responsible-office.be www.responsible-office.be

SAMEN WETEN WE VAN AANPAKKEN

INDEA ENERGIE ADVISEURS

600.000 ton bedrijfsverpakkingsafval wordt jaarlijks gerecycleerd

THE SHIFT

Hoogstraat 139 1000 Brussel Tel: +32 (0)2 503 54 18 hi@theshift.be theshift.be

Spaarzaamheidstraat 2A 9300 Aalst Tel: 0479 / 239 009 valerie.degroote@indea.be www.indea.be

PEFC BELGIUM

Belgische bedrijven en afvalophalers leveren al 17 jaar samen met VAL-I-PAC groot werk in het beheren van

VAL-I-PAC

bedrijfsverpakkingsafval. Vorig jaar werd er, van de 700.000 ton bedrijfsverpakkingen die op de Belgische markt

KoninginzoAstridlaan bus 11, Centrumgalerij Blok 2, bus 289 zijn, maar liefst 600.000 ton gerecycleerd. Zo krijgt bijvoorbeeld gekomen goed als 100%59A van de kartonnen 1780enWemmel verpakkingen vandaag na gebruik een nieuw leven. Efficiënt, economisch beter voor het milieu. Proper gedaan! 1000 Brussel Tel. +32 (0)2 456 83 10 Tel. +32 (0)2 223 44 21 SAMEN BEDRIJFSVERPAKKINGSAFVAL BEHEREN EN RECYCLEREN info@valipac.be info@pefc.be Ontdek hoe op www.valipac.be www.valipac.be www.pefc.be

PV CYCLE BELGIUM VZW Brand Whitlocklaan 114/5, 4905_VIP_Ad-Container_MASTER_NL_A4.indd 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe Tel. +32 (0)2 880 72 60 belgium@pvcycle.org www.pvcycle.be

1

WERNER & MERTZ PROFESSIONAL BENELUX Drève Richelle 161 K box 29 1410 Waterloo Tel: +32 (0)2 352 04 00 infoS@werner-mertz.com www.wmprof.com

23/08/16 16:33


ENERGIE MOBILITEIT SMART TECHNOLOGY Thema's ecoTips editie december

Ideeën voor redactie? Neem contact op met Hilde De Wachter via +32 (0)13 29 46 04. Publiciteit boeken via Bie Van Cleuvenbergen +32 (0)16 63 20 65. info@ecotips.org

TRENDS in SUSTAINABLE BUSINESS


Cilotex: Circulaire logistiek in de Vlaamse kledingindustrie Tekst: Toon Wassenberg Wanneer je over duurzaamheid in de textielsector spreekt, is er één oneliner die het altijd doet: de kledingindustrie is de tweede grootste vervuiler ter wereld, na de olie-industrie. De voornaamste reden is de impact op het watersysteem. Het maken van kleding vergt enorme hoeveelheden water voor de productie van de basisgrondstoffen. Daar komt het gebruik van veel hardnekkige chemicaliën en kleurstoffen tijdens het productieproces bovenop. Tel daar nog pesticidengebruik bij en je hebt een heftige cocktail. Zonder gewijzigde aanpak nemen de volumes en dus ook de negatieve impact nog jaren stevig toe.

E

ens een kledingstuk gemaakt is, houdt de verspilling niet op. Voor maar liefst 80% van het textiel is geen hergebruik of herstel, veel kledingstukken worden zelfs nooit verkocht en ook gebruikte kledij krijgt nog te weinig een nieuw leven. Die 80% belandt uiteindelijk in de verbrandingsoven of op de afvalberg. Er is duidelijk werk aan de boetiek.

Jan Merckx, projectleider van Cilotex: “We zijn erg blij met de deelnemende bedrijven aan Cilotex: Bel&Bo, Eurofrip, Happy Kiddo, JBC, Komosie (met de kringwinkels) Malysse en Nike. Maar als je naar de volumes kijkt, dan zijn het uiteindelijk toch de hele grote spelers en de iconen van de fast fashion die mee moeten: de H&M’s, Zara’s en Primarks van deze wereld.”

binnen de textielsector . We doen dat meer in detail bij de deelnemende bedrijven. We brengen de actuele (reverse) productstromen inclusief de end-of-life stromen in kaart. Verder identificeren we nieuwe businessmodellen en hun mogelijkheden en randvoorwaarden. Daarbij laten we ons ook inspireren door bestaande circulaire businessmodellen. Een voorbeeld is CloseThe-Loop, een voortrekker in het circulair denken in de modesector. Van dit initiatief van Flanders DC en Vlaanderen Circulair valt heel wat te leren. We kijken naar mogelijkheden tot verbetering, met een focus op de toegevoegde waarde van de logistieke processen vanaf de inzameling, met de daaraan gekoppelde impactanalyse. Daar horen ook kosten-baten analyses bij. Tot slot willen we ook enkele praktijktesten uitvoeren en een verdere roadmap uitwerken zodat interessante resultaten een vervolg krijgen op het terrein.”

Het project Cilotex (Circulaire Logistiek voor de Kleding- en Textielindustrie) gaat de uitdaging aan. Het VIL (Vlaams Instituut voor de Logistiek) gaat sinds september vorig jaar als trekker van het project samen met kledingbedrijven de logistieke mogelijkheden na om een meer circulaire aanpak voor de textielsector te stimuleren. Jan Merckx is projectleider voor Cilotex: “Bijna zonder uitzondering worden bedrijven en sectoren die er aan denken om meer circulair te gaan werken, geconfronteerd met complexe logistieke uitdagingen. Niet zelden lopen goede ideeën daar uiteindelijk op vast. Vlaanderen heeft een belangrijke logistieke traditie, met veel expertise en ervaring. De evolutie naar een meer circulaire economie vergt dat de logistiek meedenkt en oplossingen zoekt. Dat is niet anders voor de kledingsector. We willen vanuit het VIL helpen om de circulaire ambities van de sector waar te maken door logistieke drempels weg te werken. Dat verhoogt de economische haalbaarheid van circulaire initiatieven en alle overbodige transportbeweging met bijhorende congestie en uitstoot die we daarmee kunnen wegstrepen is mooi meegenomen.” Hoe willen jullie dat in het Cilotex-project aanpakken? “We starten met een marktanalyse van de circulaire economie en de reverse logistics 36

Tine Buysens, CSR bij Fabrimode: “Als duurzame onderneming gaan wij voor een businessmodel gewapend voor de toekomst. Onze grondstoffen staan onder druk en bij Bel&Bo kijken we uit hoe we stapsgewijs een circulaire aanpak kunnen integreren. Logistiek is hier cruciaal, je kan kledij inzamelen maar hoe organiseer je je zo dat deze waardevol terug in de keten komt. Vandaag zijn er nog veel gaten in het proces en iedereen kijkt uit waar stappen kunnen worden gezet. Cilotex biedt de ideale gelegenheid om met verschillende actoren rond de tafel te zitten voor informatie-uitwisseling.”

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo


Het is meer dan studietraject? Jullie duiken ook de praktijk in? “Klopt. Wat we leren, willen we ook in de praktijk omzetten. We zetten een proeftraject op dat streeft naar een 100% circulaire keten. We zullen kijken naar de consument: hoe we deze kunnen motiveren tot een meer circulair gedrag. Tenslotte zullen we ervoor zorgen dat er samengewerkt wordt met andere lopende initiatieven zoals Tissue dat onderzoek doet naar technologie om een snellere selectieve sortering van textiel mogelijk te maken. We zijn erg blij met de zeven bedrijven die deelnemen aan het project: Bel&Bo, Eurofrip, Happy Kiddo, JBC, Komosie (met o.a. De Kringwinkels van Antwerpen, Turnhout, Vilvoorde, Gent,…), Malysse en Nike. Ze

nemen een deel van de projectkosten op zich. Ze vertegenwoordigen een mooie mix van schaalniveaus, deelsectoren en activiteiten. De mate waarin bijvoorbeeld circulair werken al in het DNA van De Kringwinkel zit of de intensiviteit waarmee Nike met logistieke uitdagingen bezig is, verschilt sterk van waar andere projectpartners zich in hun evolutie bevinden. Ik ben ervan overtuigd dat op deze manier iedereen veel van elkaar kan leren. De grotere kunnen leren van de frisheid en start-up spirit van de kleinere. De kleinere op hun beurt van de ervaring en leercurve van de grote. We leggen de focus op katoenen en polyester kledij en proberen ook moeilijkere thema’s, zoals transparantie over precieze productsamenstellingen, niet uit de weg te gaan. Weten welke stromen je precies

Tom Wouters, beleidsmedewerker De Kringwinkel (deel van KOMOSIE vzw, de Koepel van Milieuondernemers in de Sociale Economie): “De impact van onze textielconsumptie op het milieu is enorm. De Kringwinkel probeert hier via het stimuleren van hergebruik iets aan te doen. Een project als Cilotex streeft naar een volledige circulaire keten. Doordat het de krachten van vele spelers bundelt kan het zo echt het verschil maken.”

hebt, is van doorslaggevend belang als je wil achterhalen welke stromen je kan combineren, wat mogelijkheden voor hergebruik, herstel en recycling zijn en dus ook voor de logistieke bewegingen die nodig zijn.” Niet alleen Vlaanderen is hiermee bezig. Kijken jullie naar wat er in de rest van wereld gebeurt? “Zowel de sector als overheden in binnen- en buitenland besteden meer aandacht aan het hergebruik van materialen en het bewuster omgaan met schaarse grondstoffen. Al enige jaren staat duurzaamheid ook hoog op de agenda op de jaarlijkse Copenhagen Fashion Summit. De internationale modesector wordt steeds meer aangezet tot circulair ondernemen. Al meer dan 80 kledingbedrijven zijn aangesloten bij de bijhorende Call to Action. Zij engageren zich voor het verhogen van de terugname van kledij en het hergebruik van gebruikte kledij tegen 2020. Die groep groeit en het leek ons dan ook erg zinvol om binnen het Cilotex-project expliciet ruimte te voorzien om best practices in binnen- en buitenland na te gaan.” Wat zie je als grootste uitdaging voor de circulaire toekomst van de kledingindustrie? “Als je naar de volumes kijkt, dan zijn het uiteindelijk toch de hele grote spelers en de iconen van de fast fashion die mee moeten. We zijn uiteraard blij met de bedrijven die nu meedoen, maar of de sector in zijn geheel grote sprongen vooruit kan maken zal toch afhangen van de H&M’s, Zara’s en Primarks van deze wereld. Het Danish Fashion Instituut richt zijn pijlen daar ook steeds meer op. Voor de periode na 2020 zal alles dat nu op kleinere schaal geleerd wordt, ook hier in Vlaanderen, moeten dienen om op te schalen naar de grote spelers die alleen al door de volumes waar ze mee werken het verschil zullen maken. Ze zullen duurzamer moeten produceren, meer mogelijkheden creëren voor hergebruik en herstel en slimme logistiek moet daar ondersteunend in zijn.” Wat is de verdere timing van het Cilotexproject? “Het project is gestart in september 2017 en loopt over 26 maanden. We werken richting een eindrapport en slotevent. De communicatie gebeurt in nauwe samenwerking met Vlaanderen Circulair. Intussen mogen geïnteresseerde bedrijven zich nog altijd melden als ze op één of andere manier willen meewerken.” Meer info via vil.be. Valerie Geluykens, CSR Manager bij JBC: “Als familiebedrijf draagt JBC duurzaamheid hoog in het vaandel. Kijk naar ons lidmaatschap bij Fair Wear Foundation. Wij zijn continu op zoek naar processen om onze duurzame cirkel te sluiten. Hoe kunnen we onze verantwoordelijkheid, ook na verkoop, op duurzame manier opnemen? Zo kiezen we met ons 360° duurzaam merk I AM resoluut voor het gebruik van ecologische materialen, maar we hopen met Cilotex tot een circulaire textielketen te komen.”

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

37


Vanden Broele Group Duurzaam ondernemen met de SDG’s als leidraad Tekst: Peter Thoelen Beeld: Vanden Broele Group Op de websites en in het discours van uitgevers, komt het woord ‘duurzaamheid’ nauwelijks aan bod, of het moet in de titel zijn van een boek dat aan het thema gewijd is. Toch zijn er, bij verscheidene uitgeverijen, goede voorbeelden van bedrijfsverduurzaming te vinden. Dat gaat van de vervanging van oude verlichtingsarmaturen door LED-verlichting, de aankoop van groene elektriciteit, tot het aanbieden of bewust kiezen voor drukwerk op FSC- of PEFC-gelabeld papier. Maar wat betreft een globale aanpak en de consistente opvolging van een consistent duurzaamheidsbeleid, lijkt de Groep Vanden Broele in de uitgeverswereld een uitzondering. Als je googelt op ‘uitgeverij Vanden Broele’, valt je oog al snel op ‘de aanstekelijkheid van duurzaamheid’. Van daaruit surf je verder naar de website duurzaamvandenbroele.be. Bedrijf met geschiedenis anden Broele is sinds 1957 gegroeid uit een bestuursdrukkerij, maar geeft intussen specifieke Nederlands- en Franstalige publicaties uit voor overheden (met name voor lokale besturen), juristen en bedrijven. Het fonds bevat ook een aantal Engelse publicaties. Vroeger vooral gedrukt (boekvorm en losbladig), maar nu steeds meer digitaal. Daarnaast organiseert Vanden Broele ook juridische en beleidsmatige vorming voor lokale besturen, in de beide landstalen.

V

Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) West-Vlaanderen, dat in 2017 door VOKA overgenomen werd, nog steeds met steun van de provincie en het Vlaams Gewest. Het charter is een hulpinstrument om duurzaam ondernemen in de praktijk te brengen en te werken aan continue verbetering van de prestaties op milieu-, sociaal en economisch vlak. Vanuit een nulmeting stelt een deelnemend bedrijf een actieplanning op om haar duurzaamheid te verhogen. Een externe evaluatiecommissie controleert de vooruitgang. De ondertekening van dit charter is duidelijk meer dan een symbolische daad, en houdt inspanningsverbintenissen in. Met de ondertekening van het charter en de bijbehorende inspanningen, wil de Vanden Broele Group een aantoonbare bijdrage leveren aan de International Sustainable Development Goals (SDG) van de VN. Vanden Broele maakt dit concreet door inspanningen te leveren op 7 domeinen, waarvan sommige ook een multiplicatoreffect hebben. Bij elk domein refereert de website naar de betreffende SDG. ‘De hele Vanden Broele Group engageert zich al jaren inzake duurzaam ondernemen. Ons MVObeleid gaat ondertussen veel verder dan energiebesparing, afvalreductie of duurzame mobiliteit. Met onze producten en diensten stimuleren we onze klanten en gebruikers om zelf een positieve bijdrage te leveren’. Zo vat de website het zelf samen.

Naast de uitgeverij, omvat de groep ook nog ‘Vanden Broele Productions’ (grafisch ontwerp, document management, digitale communicatie, softwareoplossingen en zelfs lederproducten, zoals trouwboekjes), Novado (softwareontwikkeling en mobiele toepassingen) en Cayman (marketing- en communicatiebureau). De groep heeft met 100 medewerkers en 7.500 overheids- en businessklanten een omzet van zo’n 12 miljoen euro. Charter duurzaam ondernemen Vanden Broele ondertekende het ‘West-Vlaams Charter voor Duurzaam Ondernemen’ voor het eerst in 2009. Dit charter was een oorspronkelijk initiatief van 38

Vanden Broele Group neemt al sinds 2009 deel aan het West-Vlaams Charter Duurzaam ondernemen, dat recent omgedoopt werd tot Voka Charter Duurzaam Ondernemen.

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

Multiplicatoreffect De duurzaamheidsinspanningen van de Vanden Broele Group die een multiplicatoreffect hebben, komen voort uit de dienstverlening naar klanten, waarbij innovatie centraal staat. Zo begeleidt de groep onder meer de stad Gent met diverse mobiliteitsacties, mobiliteits- en toekomstplannen voor de stad Brugge, een jongerencampagne voor de provincie West-Vlaanderen… Door innovatieve e-oplossingen uit te werken voor onder meer de administratie van overheden, dringt Vanden Broele het papier- en inktverbruik en het transport terug. De focus ligt op het ontwikkelen van producten en diensten die zelf een positieve bijdrage leveren: ze ontzorgen de gebruiker, vereenvoudigen processen, besparen kosten. Zo heeft Vanden Broele een rechtsgeldig digitaal ondertekenplatform en een online tool voor het uitwisselen van aktes en attesten. Dat resulteert in administratieve vereenvoudiging, tijdsbesparing, minder papier- en inktverbruik en aanzienlijk minder transport voor de lokale besturen zelf en voor de burgers. Bedrijfsintern Sinds 2009 rapporteert de Vanden Broele Group over haar MVO-beleid (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) en dat gaat over meer dan milieubesparing. Zo nam Vanden Broele deel aan het HOWEST (Hogeschool West-Vlaanderen) onderzoeksproject ‘Mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid’, waarbij het bedrijf ook het eigen personeel de mogelijkheid biedt om een goed evenwicht tussen werk en mantelzorg (zorg voor familie) te combineren: afwezigheid en flexibiliteit omwille van mantelzorg is bespreekbaar en mogelijk. Het bedrijf neemt deel aan sensibiliseringsen proefprojecten rond mobiliteit van onder meer de provincie. Openbaar vervoer-abonnementen worden volledig terugbetaald. Medewerkers van het bedrijf krijgen eerste klasse-railpassen voor zakelijke verplaatsingen en het rijden met de trein wordt gestimuleerd. Er zijn ook


twee poolwagens voor het personeel beschikbaar en Vanden Broele voorziet de aankoop van twee vouwfietsen per sub-bedrijf. De groep pakte ook de bedrijfsgebouwen aan. Zo werd het gebouw van Cayman akoestisch geïsoleerd en de toiletten worden met regenwater gespoeld; een besparing van 200m3 water per jaar. Het afval wordt gesorteerd en waar mogelijk wordt er gepoetst met ecologische producten. Bij Vanden Broele Productions werd in 2016 de TL-verlichting vervangen door LED en de stookolie voor verwarming werd in 2013 vervangen door aardgas. In 2015 lag het elektriciteitsverbruik op 493 MW, 55 MW minder dan in 2012. Bovendien was de eigen productie van groene stroom via zonnepanelen in 2015 goed voor 213 MW. Core business De drukpersen van het bedrijf werken op de eigen zonne-energie. Vanden Broele gebruikt vegetale, alcoholarme inkten, tenzij specifieke drukprocessen dit belemmeren. Het UCR (Under Colour Removal) procedé zorgt ervoor dat het inktverbruik aanzienlijk verlaagt, zonder aan kwaliteit in te boeten. En: “Bij digitale druk laten we, in samenwerking met onze leverancier, de toners recycleren.” Vanden Broele is FSC-gecertifieerd en werkt samen met leveranciers die kwaliteitsvol gerecycleerd papier aanbieden. Op vraag van de klant, wordt dit ook vermeld op het drukwerk. Maar zelfs als de klant daar niet specifiek naar vraagt, gebruikt de uitgeverij papier uit duurzaam beheerde bossen.

www.m-tech.be

BruggenBouwers tussen milieu en ondernemerschap

In een drukkerij ontstaan altijd snijresten en overschotten. Die worden bij Vanden Broele in grote mate op een creatieve manier hergebruikt via een speciaal opgericht bedrijfje ‘Atelier Jacques’, dat van de restanten nieuwe designobjecten creëert. Jaarlijks actualiseert het bedrijf het duurzaamheidsverslag op haar website. Ook voor de periode 2017-2018 ondertekende Vanden Broele het charter. Doelstelling is om op termijn nog meer impact te creëren via sensibiliseringscampagnes en digitale oplossingen voor klanten.

SDG13: Dringende actie ondernemen om de klimaatverandering en de gevolgen ervan, te bestrijden Vanden Broele Group focust de acties rond duurzaamheid onder andere op SDG 13. Onder deze Sustainable Development Goal (SDG) vinden we een aantal doelstellingen terug om de opwarming van de aarde en haar gevolgen, te bestrijden. • De veerkracht en het aanpassingsvermogen versterken van met klimaat in verband te brengen gevaren en natuurrampen in alle landen • Maatregelen inzake klimaatverandering integreren in nationale beleidslijnen, strategieën en planning • De opvoeding, bewustwording en de menselijke en institutionele capaciteit verbeteren met betrekking tot mitigatie, adaptatie, impactvermindering en vroegtijdige waarschuwing inzake klimaatverandering

Onze expertise – Omgevingsvergunningen – Milieuadvies – Milieucoördinatie

– Milieueffectrapport – Veiligheidsrapport – Natuur

Vestigingen Hasselt - Brussel - Gent - Namen - Roermond


VUB opent deuren voor duurzaamheidsexpert Jan Jonker 7 trends op weg naar de WEconomy Tekst: Koen Vandepopuliere Beeld: Jan Jonker In Nederland is Jan Jonker, professor aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een bekende naam voor wie met duurzaam ondernemen bezig is. In België is dat minder het geval. Dat zou kunnen veranderen nu hij de Francqui-Leerstoel kreeg toegewezen aan Vrije Universiteit Brussel. Jonker stelt dat er een nieuwe economie op komst is, de WEconomy, waarin een essentiële rol is weggelegd voor participatie. Het opkomende Internet of Things zal de tendens nog versnellen. Bedrijven die in die nieuwe economie willen overleven, moeten in staat zijn hun organisatievorm daaraan snel en grondig aan te passen.

D

e Francqui-Stichting kent elk jaar een aantal leerstoelen toe. Voor academiejaar 2017-2018 bekleedde Jan Jonker die aan de Vrije Universiteit Brussel. Zes trends Prof. dr. Jonker is Hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Nijmegen School of Management van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij definieert zeven trends die samen leiden naar wat hij de ‘WEconomy’ heeft gedoopt. Jonker: “Beginnen we met de eerste trend: circulaire economie. Zoals velen intussen weten, is dat een economisch systeem gericht op de maximale herbruikbaarheid van producten, onderdelen en grondstoffen. Tweede trend is de functionele economie: we verkopen niet langer een product, maar de functionaliteit. Dat doen we eigenlijk al lang. Zo bezit niemand een eigen snelweg of een eigen trein. Nu zijn we dit idee van verdienstelijking op allerlei terreinen aan het ontwikkelen: we passen het intussen toe op auto’s, stoelen, MRI-scanners,... Dan komen we bij de derde trend: de biogebaseerde economie. Kernvraag hierbij is: kunnen we grondstoffen op een andere manier verkrijgen, niet door ze te delven maar door ze te laten groeien? Wat kun je bijvoorbeeld met olifantsgras, hennepvezel of algen? Ten vierde: de samenwerkingseconomie. We merken dat rond initiatieven en vragen gemeenschappen ontstaan waarin deelnemers prosumenten worden: ze produceren en consumeren tegelijkertijd. In zo’n economie ontstaan andere samenwerkingsvormen dan voorheen tussen oude en nieuwe partijen zoals tussen burgers, tussen burgers en bedrijven, tussen 40

bedrijven en overheden, tussen bedrijven, overheden en ngo’s. Trend vijf is die van de deeleconomie. Daarbij vragen we ons af: kunnen we samen om bepaalde activa heen - een pand, verwarmingsinstallatie,

Het is essentieel dat participatie een andere kleur krijgt. Burgers participeren zakelijk in wat het domein van bedrijven of van de overheid was. Burgers worden burgerondernemers.

parkeergarage, ziekenhuis, auto,... - een slim concept inrichten waardoor we die beter kunnen benutten? En inderdaad, dat leunt dicht aan bij de tweede trend, die naar een functionele economie. Maar bij de deeleconomie gaat het vooral om de vraag: hoe organiseer je dat dan? Zesde trend, vervolgens, is die van de zelfmaakeconomie, ook wel de 3D-economie genoemd. Er ontstaat een economie waarin we steeds minder voorraad maken, maar meer producten op maat wanneer we die nodig hebben, bijvoorbeeld met 3D-printers. Intussen kunnen we bijna alles printen met metaal, met kunststoffen en met afval. Dus krijgen we geprinte huizen, een geprint stuk van een vliegtuig, een auto van geprinte onderdelen,... En het kan nóg slimmer: de klant levert zelf zijn eigen materiaal, zijn eigen grondstof om daar zijn product, één exemplaar, van te maken. Stel je bijvoorbeeld voor dat je voortaan niet meer elk jaar nieuw tuinmeubilair koopt,

De levensduur van een bedrijf is tussen acht en tien jaar; als je wil dat dat van jou over vijf jaar nog bestaat, moet je rekening houden met de wereld die constant in beweging is

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

maar opdracht geeft om je eigen stoelen te printen op basis van jouw voorraad kunststof waar jij recht op hebt. Bijvoorbeeld lever je vooraf je oud meubilair in zodat jouw grondstof op peil blijft.” Trend zeven: de turbo De zes ontwikkelingen worden met elkaar verbonden door het Internet of Things, IoT, en het Internet of Services, IoS. IoT staat voor de ontwikkeling van het internet waarbij alledaagse voorwerpen zijn verbonden met het netwerk en gegevens kunnen uitwisselen. Zo worden gigantische hoeveelheden data geproduceerd. Die leveren steeds meer inzichten en mogelijkheden op. Maar het IoT is pas echt waardevol als het IoS wordt, anders is het weinig meer dan een hoop extra data. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat een bedrijf geen rookmelders verkoopt, maar er zelf eigenaar van blijft en ze installeert in je woning. Als die rookmelder iets verdacht waarneemt, seint die dat door naar jou, naar het verzekeringsbedrijf, en eventueel naar


het bedrijf dat instaat voor het toestel waar het probleem vandaan komt, bijvoorbeeld de boiler. Dan is er niet meer alleen sprake van IoT, maar ook van IoS. En die twee samen, IoT en IoS, dat is de zevende trend. Jonker: “Het IoT en IoS zullen allicht voor een enorme versnelling van de zes andere trends zorgen. Ze houden de opkomst in van toegepaste technologieën om goederenstromen te begeleiden, ze verklaren de opkomst van alternatieve transactiemodellen, die van het slim benutten van slimme netten voor de distributie en het beheer van lokaal opgewekte stroom.” Participatie “Essentieel is dat participatie een andere kleur krijgt,” gaat Jonker verder. “We zien burgers zakelijk participeren in wat het domein van bedrijven of het domein van de overheid was. Burgers worden burgerondernemers. Dat betekent dat burgers hun eigen stroom opwekken. Of nog: als de burger mobiliteit wil, neemt die contact op met een mobiliteitscentrale, bijvoorbeeld autodelen. Er komt een economie waarin hybriditeit een grotere rol speelt. Sommige bedrijven zullen zeggen: ik zal het doen, terwijl elders burgers zullen zeggen dat ze het zélf zullen

doen. We krijgen een landschap waarin mensen kunnen kiezen tussen verschillende organisatieconcepten, en mensen zullen veel meer een aandeelhouder worden in zo’n concept. Dat aandeel kan bestaan uit een financiële investering maar je kan ook aandeelhouder worden door tijd te investeren, door een auto of andere activa in te brengen. Wie bijvoorbeeld samen met andere burgers een energiecoöperatie wil opstarten, kan beslissen tijd te investeren in het beheer ervan, om dan later uitbetaald te worden in stroom.” Nieuwe businessmodellen De evolutie naar de WEconomy gaat gepaard met de opkomst van nieuwe businessmodellen. Jonker: “Het archetype van een conventioneel businessmodel gaat ervan uit dat een bedrijf het maken van waarde in eigen handen heeft. Maar dat model heeft een bottleneck. Er wordt maar één manier van denken getolereerd: waar zit de financiële opbrengst? Automatisch betekent dit dat je alles wat een negatieve impact daarop heeft gaat ‘outsourcen’, ‘externaliseren’.” De professor pleit ervoor om dit model, en alle modellen die daaruit voortkomen, af te schrijven. In de plaats daarvan komen drie nieuwe groepen van businessmodellen: “Een

eerste groep zijn platformbusinessmodellen. Voorbeelden zijn Uber en Airbnb. Producten daar zijn niet noodzakelijk al duurzaam, maar zorgen wel voor een betere benutting of uitnutting van het bestaande. Tweede groep zijn de circulaire businessmodellen. Die hebben als logica de functie van wat er is toegankelijk te maken en te verdienstelijken. Dan worden bakstenen, warmte, chemicaliën, plastics,... niet één keer, maar diverse keren benut: we trachten ze in een kringloop te krijgen. Een derde groep zijn communitygebaseerde businessmodellen. Dan zetten mensen samen zo’n community op omdat ze daarmee tot meervoudige waardecreatie kunnen komen.” Bedrijven moeten, elk voor hun activiteit, te weten komen: ‘Wat is de impact van deze ontwikkelingen op mijn business?’ “Om dat in te zien, moet je naar buiten treden, de dialoog aangaan moet organisaties die volgens die nieuwe wetmatigheden functioneren, in contact treden met werkelijkheden die schuren met de jouwe. De levensduur van een bedrijf is tussen acht en tien jaar; als je wil dat dat van jou over vijf jaar nog bestaat, moet je rekening houden met die wereld die constant in beweging is,” besluit Jonker.

Conventionele versus Nieuwe Businessmodellen

Conventionele Business Modellen

Nieuwe Business Modellen

Principes

Enkelvoudig, vaak alleen financieel

Meervoudig, gedeeld, collectief

Economie

Lineaire realisatie van de waardepropositie, distributie, gebruik

Circulaire realisatie van waarden, zowel materieel als sociaal

Eigenaarschap

Financieel aandeelhouderschap centraal

Toegang belangrijker dan bezit

Samenwerken

Lineaire realisatie van de waardepropositie in Samenwerken in een netwerk van mensen (en (functionele) waardeketen instituties) die samen het vermogen hebben een bepaalde propositie te organiseren of/en te realiseren

Transactie

Producent en consument zijn gescheiden, transacties zijn primair gebaseerd op geld

Producent en consument kunnen één en dezelfde persoon zijn. Breder palet aan transactievormen en -middelen mogelijk zoals tijd, afval en punten, naast geld

Organisatie ontwerp

Organisatie-centrisch; functioneel organisatieontwerp

Community-centrisch; mengvorm van verschillende organisatievormen in een netwerk, een ‘zwerm’

Succes

Wordt zichtbaar in een kosten-baten-analyse gebaseerd op geld als centrale waarde

Meerdere soorten opbrengsten (in termen van winsten en waarden) voor meerdere personen

circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo - ecoTips 18.3

41


Duurzaamheid volgens PC- en printerbedrijf HP Tekst en beeld: Koen Vandepopuliere HP Inc., bekend van zijn computers en printers, wil bekendstaan als een koploper wat duurzaamheid betreft. De firma heeft zichzelf tal van doelen gesteld om daar te raken, bijvoorbeeld op vlak van energie, papier, circulaire economie, eigen werknemers, derde wereld en nog veel meer. Dat verzekert Managing Director Dirk Slachmuylder.

H

ewlett-Packard (algemeen bekend als HP) was een van de grootste Amerikaanse technologiebedrijven. In 2015 is het bedrijf opgesplitst in twee aparte bedrijven: Hewlett Packard Enterprise (HPE) en HP Inc. HPE werd een pure B2Borganisatie actief inzake servers, opslag, netwerk, consultancy, hulp en financiële diensten. HP Inc., aan de andere kant, staat in voor pc’s en printers. Dirk Slachmuylder is Managing Director bij de BelgischLuxemburgse poot ervan: HP BeLux. “Vanaf de oprichting besteedden Bill en Dave aandacht aan duurzaamheid. Dit heeft in 2010 een sterke push gekregen toen we inzetten op de Sustainable Development Goals - HP werkt aan 16 van de 17; het enige waar we nog absoluut niet actief in zijn is Life Below Water,” begint hij. “Daarbij beschouwen we de inside out als een Olympisch minimum. Zo willen we tegen 2025 100% hernieuwbare elektriciteit. Wat de uitstoot van broeikasgassen betreft, willen we tegen 2020 naar 25% vermindering gaan, vergeleken met 2010. En tegen 2025 willen we voor alles wat met papier en verpakking te maken heeft, volledig boomneutraal zijn. Dat wil zeggen dat we voor iedere boom die we nodig hebben een nieuwe boom in de plaats willen, of volledig gerecycleerd papier of karton gaan gebruiken.”

onze inktcartridges van gerecycleerde plastic. Onder meer stimuleren we sinds enkele jaren verschillende communities, zoals in Haïti, om plastic flessen op te halen die worden gerecycleerd tot plastic voor cartridges. Ze worden daarvoor vergoed.” Sociale engagementen Dan zijn er nog andere sociale aspecten van de SDG’s: “Ik denk dat we zowel aan onze bedienden maar ook aan onze arbeiders veel training en ontwikkelingskansen geven. We zorgen ervoor dat ze in een veilige omgeving kunnen werken, dat hun mensenrechten gevrijwaard worden, enzovoorts. Voorts zit het bij ons ingebakken dat er een compromisloze

Vandaag komt 75% van alle plastic in onze inktcartridges van gerecycleerde plastic

integriteit is wat betreft onze samenwerking met partners, klanten en leveranciers. Dat betekent onder andere: als we weten dat er in een bepaalde zone conflicten zijn, gaan we daar nooit zaken doen. Wat we bijvoorbeeld ook doen, is in onze productieketen migranten of andere minderheden betrekken. Voorts laten we onze leveranciers een pact tekenen rond hun eigen ethisch gedrag, bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met hun werknemers.” Technologie kan beschouwd worden als één van de motoren van economische en sociale duurzaamheid, stelt de Managing Director ook vast. “Zo willen we tegen 2025 zo’n 100 miljoen mensen bereiken om ze digitaal geletterd te maken. We hebben pc’s ter beschikking gesteld, en gratis online cursussen. Bijvoorbeeld hebben we in Afrika een groot aantal programma’s lopen, zoals HP Life. India is een ander voorbeeld, met HP World on Wheels, waar we met busjes het hele land rondtrekken om opleidingen te geven”, besluit hij.

Technologie “Dan is er nog de duurzaamheid als je kijkt naar onze technologie,” gaat Slachmuylder verder. “Voor de business sector hebben we nu een categorie inkjetprinters geïntroduceerd: die gebruikt 80% minder energie dan een lasertoestel. En als je wat verder kijkt, zijn er 3D-printers. In de toekomst zal alles daarmee volledig op maat en lokaal geproduceerd kunnen worden.” En de circulaire economie? “Sinds de jaren 2010 gaan we vanuit de designfase van een product via het maken en gebruiken, naar het recoveren en recycleren ervan. Vandaag komt 75% van alle plastic in 42

ecoTips 18.3 - circulaire economie, ecofinance, materialen, mvo

Dirk Slachmuylder van HP in een replica van de garage waar HP in 1939 van start ging


Ecoklik www.co2logic.com

We berekenen, verminderen en compenseren uw CO2-uitstoot CO2logic is gespecialiseerd in het berekenen, verminderen en compenseren van CO2-uitstoot. Wij begeleiden en helpen bedrijven bij het identificeren, rapporteren en uitvoeren van hun strategie voor duurzame ontwikkeling. Elk bedrijf is verschillend, daarom kiezen we voor een ‘op maat’ benadering. Sommige zijn aanwezig in de dienstensector terwijl andere industriële bedrijven zijn. Er zijn multinationals met veel sites overal ter wereld, anderen hebben één hoofdkantoor vanwaar alles gebeurt,... Maar ze hebben allemaal één ding gemeen, namelijk een CO2-

2. VERMINDEREN:  CO2 verminderingsadvies (kantoren, productie, fleet, logistics, gedrag...)  Energie-audits  Financiële analyse van de verschillende verminderingsscenario’s om prioriteiten te stellen  Change Management 3. COMPENSEREN:  Niet reduceerbare CO2-uitstoot compenseren om CO2 Neutral te worden  CO2-neutraliteit advies  Carbon management (‘Kyoto’ en ‘Voluntary’)  Advies en ontwikkeling van Gold

“By opting for CO2 neutrality, a company or organisation chooses to take responsibility for the true impact of its CO2 emissions instead of shifting it to society” voetafdruk afkomstig van verschillende maar gelijkaardige bronnen: energie (elektriciteit, gas, stookolie,…), transport (vloot, bedrijfsvluchten, logistiek,…), afval (papier, plastiek, organisch),… CO2logic helpt u een overzicht van deze CO2-uitstootbronnen te krijgen, opportuniteiten of dreigingen te identificeren, strategieën voor duurzame ontwikkeling ontplooien, prioriteiten voor vermindering toepassen, intern en extern communiceren,… We berekenen, verminderen en compenseren uw CO2-uitstoot. 1. BEREKENEN:  Carbon footprinting/auditing gebruik makende van het Bilan Carbone® (ADEME gecertificeerd) en/ of het GHG Protocol van het World Resource Institute/World Business Council on Sustainable Development, beide compatibel met ISO 14064.  Analyse van de levenscyclus (Life Cycle Analysis) en product/service carbon footprinting (PAS 2050 BSI) 14

ecoTips 17.1 - circulaire economie

Standard, CDM, VCS of andere VER projecten (bijvoorbeeld CO2-credits verdienen bij het ontwikkelen van CO2-reductieprojecten) 4. COMMUNICEREN:  Samen met uw departement communicatie of PR-/marketing-/ reclamebureau

 We zorgen ervoor dat deze communicatie duidelijk en correct is  Het is onze overtuiging dat bedrijven die iets positiefs doen voor het milieu door iedereen gezien en gekend moeten worden Cases: Lotus Bakeries en MVO, Delta Lloyd wordt de eerste CO2-neutrale levensverzekeraar in België, Strategisch

advies voor de Vlaamse Overheid, departement LNE. CO2logic is de eerste Carbon Disclosure Project (CDP) accredited provider voor de Benelux en ondersteunt de CO2prestatieladder in België.

Huidevettersstraat 60A, Rue d’Accolay 15-17, 1000 1000 Brussel Bruxelles Tel. +32 (0)478 41 30 07 info@co2logic.com www.co2logic.com


Is uw bedrijf al fan van De Sorteerwinkel?

PMD sorteren is verplicht in elk bedrijf, maar zeker niet evident. Daarom helpt De Sorteerwinkel van Fost Plus uw bedrijf om meer én beter te sorteren. Op deze webshop vindt u naast nuttige informatie en handige sorteertips ook stickers, affiches en sorteergidsen. Allemaal gratis te bestellen of te downloaden.

Bestel uw gratis stickers en affiches op desorteerwinkel.be

Profile for ecoTips trends in sustainable business

ecoTips 18_3 Bedrijf en maatschappij  

De derde editie van ecoTips 2018 heeft als thema Bedrijf & Maatschappij. Je leest er onder andere meer over ethisch (of duurzaam, zo je wil)...

ecoTips 18_3 Bedrijf en maatschappij  

De derde editie van ecoTips 2018 heeft als thema Bedrijf & Maatschappij. Je leest er onder andere meer over ethisch (of duurzaam, zo je wil)...

Profile for ecotips
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded