Page 1

Get Connected nr. 9, JAN 2015

TOURLAB. De Tourstart als platform voor fietsinnovatie

Ook de sporter ervaart met nieuwe technologie de sport anders, zie pagina 18!


get connected

INHOUD 06

Game Changers PAZIO biedt alle e-health informatie en -diensten in ĂŠĂŠn digitaal portaal

Pazio E-health platform

Voorwoord Henk Broeders

03

Blikvangers Nieuws

04

Nieuwe formule Ton van Mil

05

Interview LomboXnet en ElecTree

08

Estafette-interview Marcel Collignon

22

Internationalisering Internationaliseringsagenda

24

Research Banen & bedrijven

26

Agenda

27

Colofon Deze Get Connected is tot stand gekomen in opdracht van de Economic Board Utrecht (EBU). Wij danken de ondernemers en bestuurders die hieraan hebben meegewerkt.

14 Gezond 10 Groen Nul-op-de-meter: Waar staan we?

MBI Health & Life sciences tender

Redactie Menno Bosma, Karien Docter, Karianne Vermaas Eindredactie Miriam Notenboom Hoofdredactie Marcia Veenhuis, Doron Verstraelen

Koers van de toekomst

18 Slim

Fotografie Marieke Duijsters, Roelof Pot, Oscar Timmers, Kliphanger Vormgeving Today Designers, Utrecht Drukwerk Platform P Met dank aan Bram Verbont (Cycle Trend Utrecht)


voorwoord

Fundamentele veranderingen Bij een nieuw jaar horen goede voornemens, liefst van het niveau ‘uitdagend én haalbaar’. Als voorzitter van de Economic Board Utrecht (EBU) is een van mijn voornemens om met u de weg te vervolgen die we vorig jaar zijn ingeslagen: het verzilveren van Utrechts innovatiepotentieel in groen, gezond en slim, het beter opleiden voor de toekomst en versterking van onze internationale oriëntatie. In 2014 hebben we zo’n goede basis gelegd voor regionale samenwerking dat ik vol vertrouwen durf te zeggen: we doen er in 2015 een schepje bovenop en schakelen naar een hogere versnelling. Met elkaar hebben we in 2014 iets moois neergezet. Onze initiatieven hebben in eerste aanleg 10 miljoen euro aan investeringen uitgelokt, en in tweede instantie nog eens 75 miljoen euro. We organiseerden de allianties om in 2020 daadwerkelijk 50.000 ‘nul-op-demeter-woningen’ in de regio te realiseren. De internationaliseringsagenda, gericht op meer samenwerking voor een helder Utrechts geluid op internationale podia, komt op stoom en krijgt vleugels door o.a. de start van de Tour de France. Ook de Human Capital-agenda, gericht op de toekomstige arbeidsmarkt, weet mensen, bedrijven en opleidingen te (ver)binden. Maar de wereld staat niet stil. De snelle ontwikkelingen in maatschappij en economie vragen dat we voortdurend om ons heen kijken, ons afvragen welke kansen er liggen en hoe we die kunnen benutten. Daarin ligt de opgave voor 2015. De veranderingen die we zien, zijn structureel. Door internetdiensten zijn er minder fysieke winkels en kantoren nodig, en op de locaties

die overblijven willen we meer beleven, uitwisselen en ervaren. We organiseren onszelf vaker in tijdelijke lokale coalities voor bijvoorbeeld collectieve (energie)inkoop of het op peil houden van onze kennis. Technologie dringt door in de haarvaten van ons bestaan: ze vormt de lifeline naar zorgverleners en onze dierbaren, ze brengt producten, diensten en mensen dichterbij. Maar technologie verandert ook ons werk, onze organisaties en de wijze waarop we samenwerken en leiding geven. We moeten ons voorbereiden op fundamentele veranderingen. Angst helpt daar niet bij. Integendeel: het is effectiever om veranderingen te zien, te begrijpen en ermee te leren omgaan. Daarvoor mobiliseren we alle kennis waaraan Utrecht rijk is. De hackatons die de EBU in 2014 organiseerde, zijn hiervan een voorbeeld: een speeltuin waarin software-ontwikkelaars 48 uur de tijd krijgen om te laten zien hoe technologie inzetbaar is voor verduurzaming of nieuwe vormen van dienstverlening. Dergelijke speeltuinen organiseert de EBU in 2015 weer. Ik zie 2015 dus met vertrouwen tegemoet. We moeten meer tempo maken en met het kompas dat we gezamenlijk hebben vormgegeven rondom onze drie thema’s, de arbeidsmarkt en internationalisering kunnen we de meest competitieve regio van Europa blijven en het leven hier en elders groener, gezonder en slimmer inrichten. Ik wens u een succesvol en vruchtbaar 2015.

3

‘Schakelen naar een hogere versnelling’ HENK BROEDERS Voorzitter Economic Board Utrecht


nieuws

BLIKVANGERS

UTRECHTSE BEDRIJVEN SCOREN GOED Niet minder dan 80 ondernemers in de provincie Utrecht behoorden in 2014 tot de Sprout Challenger, de FD Gazelles, de Deloitte Technology Fast 50, de nationale InnovatieTop100, of stonden op de shortlists voor de Accenture Innovation Award of de High Growth Award. Sommige ondernemers scoorden in verschillende ranglijsten hoog. Zo duiken Blendle, GreenPeak Technologies, Xtorm (A-solar), Door-to-Door Cargo, Joost Zorgt, ContactCare, Traintool, XebiaLabs, Teleena, Bartosz, Enrise, Conclusion en Brainnet in een aantal overzichten op.

DUTCH GAME AWARDS

Blendle was winnaar van de Accenture Innovation Award én scoorde hoog in de Sprout Challenger. Het bedrijf is een combinatie van een digitale kiosk en een sociaal netwerk. Ook internationaal wordt de potentie van het bedrijf gezien: The New York Times en de Duitse uitgever Axel Springer investeren gezamenlijk 3 miljoen euro voor verdere internationale expansie. 

In TivoliVredenburg in Utrecht werden op 25 november 2014 de Dutch Game Awards uitgereikt, de belangrijkste prijzen voor de Nederlandse gamesindustrie. De wellicht meest opvallende winnaar was het Nationaal Ballet, dat samen met het Utrechtse Game Oven en componist Bart Delissen de prijs won voor Best Co-production voor ‘Bounden’. Bounden is ontwikkeld door Game Oven, een gamestudio gevestigd in het gebouw van de Dutch Game Garden in Utrecht. Bounden is een game voor twee spelers op een smartphone. Het is een mix van ballet en Twister. De gebruiker vormt een dans samen met de andere gebruiker. Bounden is een heel fysieke game die zich focust op interactie en intimiteit.

Teleena is een relatief jong bedrijf met het hoofdkantoor in Nieuwegein, dat werkt aan innovatieve diensten op het gebied van mobiele telecommunicatie. Teleena is een zogenaamde ‘enabler’: zij bedenken, bouwen en beheren mobiele telecomoplossingen voor andere bedrijven die de oplossingen vervolgens zelf op de markt brengen. Teleena behoort tot de Deloitte Technology Fast50 en de FD Gazelles en was genomineerd voor een High Growth Award.

Verder won ‘Tomb Raider: Definitive Edition’ van het Utrechtse NIXXES de ‘Best Technical Achievement’. Een andere Utrechtse winnaar was RageSquid. Met Action Henk wonnen zij het Best Entertainment Game Design. Het uit Hilversum afkomstige Lionade Games van de HKU won met de game ‘Check-in/Knock-Out' zowel de Best Student Art en de prijs voor Best Student Game Design.

Het Utrechtse GreenPeak Technologies won de Technology Fast50 verkiezing. Het bedrijf ontwikkelt energiezuinige microprocessors die datacommunicatie versturen voor ‘smart-home’-applicaties. Nu het ‘internet of things’ een vlucht lijkt te nemen, zijn de vooruitzichten gunstiger dan ooit.

WINNAARS SMART MOBILITY CHALLENGE De applicaties Roudle en Social Charging hebben de Smart Mobility Challenge 2014 overtuigend gewonnen. Daarmee sleepten de ontwikkelaars, respectievelijk Brentjes GEO-ICT en Blue Max, elk 50.000 euro in de wacht voor doorontwikkeling van hun toepassingen. De winnaars werden woensdag 10 december tijdens de EBU Get Connectedbijeenkomst bekendgemaakt door Remco van Lunteren, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Financiën van de provincie Utrecht. De winnaars zijn online gekozen door ruim 3.500 lezers van Webwereld en door een jury van vijf prominente ondernemers/beleidsmakers op het gebied van innovatie en mobiliteit. Roudle is een locatieplanner die de meest duurzame plaats berekent om samen te komen met een groep mensen. Ideaal voor vergaderingen met relaties uit verschillende delen van het land. Social Charging grijpt in op de sociale verantwoordelijkheid van de gebruikers van openbare laadpalen. De app legt boven op een laag van geo-informatie een laag van sociale interactie (‘waarschuw me als de paal vrijkomt’).

4


nieuwe formule

‘Get Connected: een nieuwe formule’ Get Connected-bijeenkomsten zoals we die tot voor kort kenden, gaan enigszins wijzigen qua invulling/formule. Ton van Mil, directeur EBU, vertelt over de nieuwe insteek. 'We zijn sinds de lancering van onze agenda anderhalf jaar verder. In deze periode hebben we via Get Connected onze Groen-, Gezond- en Slim-agenda's gepresenteerd in brede netwerkbijeenkomsten. Daarnaast zijn we natuurlijk aan de slag gegaan en zijn de eerste resultaten geboekt. Nu we de presentatiefase voorbij zijn, is het ook zaak de Get Connected formule aan te passen. Ook uit het netwerk horen we dat er meer behoefte is aan maatwerkbijeenkomsten dan aan grote netwerkbijeenkomsten. Daarom een nieuwe formule. Deze houdt in dat iedereen lid kan worden van ons Get Connected-netwerk. U kunt zelf aangeven in welke onderwerpen u geïnteresseerd bent. Iedereen ontvangt een keer per maand de digitale EBU-nieuwsbrief. Daarnaast ontvangt u uitnodigingen voor Get Connected-bijeenkomsten die matchen met de opgegeven interesses. Tevens verandert de inhoudelijke opzet van onze Get Connected-bijeenkomsten. Er komen vier verschillende varianten:

GET CONNECTED WORK! Get Connected Work! De naam zegt het al; we gaan werken! Deze bijeenkomst is maatwerk en vergelijkbaar met een congres met werksessies. Hiervoor nodigen we specifiek mensen uit. De resultaten programmeren we in meet up's en we doen er verslag van in ons magazine Get Connected. GET CONNECTED HACKATHONS Bij een hackathon komen programmeurs, hardware hackers, ontwikkelaars, designers, specialisten en ondernemers samen om aan de slag te gaan met innovatieve oplossingen voor ons dagelijkse leven. Dit heeft een enorme invloed op de inspiratie en productiviteit. En dat is precies de bedoeling! Zo organiseerden we eerder al The Green Hackfest 2014 en de 'Café du Tour'-bijeenkomsten. GET CONNECTED Ten slotte nodigen we twee keer per jaar het gehele netwerk uit. Tijdens deze bijeenkomsten kijken we vooruit en organiseren we een marktplaats rondom onze thema’s Groen, Gezond en Slim. EN NU? Alle bestaande leden krijgen een verzoek om hun profiel bij te werken en aan te geven waarvoor ze willen worden uitgenodigd. Tevens kunnen nieuwe leden zich via onze site aanmelden. Mocht u collega’s hebben die geschikt zouden zijn om lid te worden van ons netwerk, laat het dan weten!' TON VAN MIL Directeur Economic Board Utrecht

GET CONNECTED MEET UP! De Meet Up! richt zich op inspiratie en ontmoeten rondom thema´s uit onze agenda. Denk aan het nieuwste op het gebied van gaming, e-health en smart grids. We willen graag de samenwerking aangaan met partijen die ook dergelijke bijeenkomsten organiseren. Het is goed voor onze regio als we dit met elkaar slim programmeren in plaats van versnipperd.

5


utrechtse gamechangers

PAZIO biedt alle e-health informatie en -diensten in één digitaal portaal E-healthdiensten waren tot nu toe erg versnipperd: patiënten moesten steeds bij elke zorginstelling opnieuw inloggen en gegevens invoeren. Het Utrechtse PAZIO maakt daar een eind aan.

Bij de digitale diensten van de huisarts, de apotheek, het ziekenhuis, de specialist, de ziektekostenverzekeraar… steeds moeten patiënten opnieuw inloggen en hun gegevens invoeren. En vaak kunnen ze weinig zelf doen. Dat kan anders, vond André Dekker toen hij begin deze eeuw bij het UMC Utrecht werkte. Dekker, die ervaring in de zorg, maar ook een MBA en een informatica-achtergrond heeft, droomde van een landelijk digitaal gezondheidsplatform. ‘Schrijf maar een projectplan’, zei zijn baas. En nu huist Dekker als directeur van de Patiëntgeoriënteerde Zorg Informatie Omgeving (PAZIO) met mededirecteur Leone Flikweert en vier medewerkers in een pand in De Bilt. Dat PAZIO zich fysiek heeft losgemaakt van het UMC Utrecht, typeert de fase waarin het initiatief zit: van een project is het een zelfstandig instituut geworden. Steun, ook financiële, van de provincie en de gemeente Utrecht, het ministerie van Economische Zaken en de EBU, droeg daaraan bij.

Flikweert, afkomstig uit het bedrijfsleven, is aangetrokken om de zakelijke vertaalslag te maken. Dat lukt goed. PAZIO drijft inmiddels op betalende klanten, vooral gezondheidscentra en huisartsenpraktijken in onder meer Utrecht, Maarssenbroek en Nieuwegein. Samen bedienen zij meer dan 50.000 patiënten. Die kunnen inloggen met hun DigiD en zo toegang krijgen tot al hun medische gegevens en tal van diensten. Ze kunnen onder meer hun patiëntdossier inzien, digitaal consulten aanvragen, afspraken maken, herhaalrecepten opvragen, zelfhulptools gebruiken en gepersonaliseerde informatie bekijken. Uiteindelijk moet het platform ook meer

interactie bieden, zoals serious games. Daarover wordt nu gepraat met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. André Dekker vergelijkt het PAZIO-concept graag met een voordeur waarachter zich allemaal verschillende interieurs bevinden, afhankelijk van het type gebruiker. Een jonge diabetespatiënt krijgt andere informatie op het scherm dan een senior met de ziekte van Parkinson. Behalve de bundeling, maakt zelfmanagement PAZIO uniek, aldus de twee directeuren. ‘De gebruiker komt in de regierol, net als

• Bestaande e-healthdiensten komen samen in één onafhankelijk digitaal platform • Met één beveiligde inlog (DigiD) toegang tot alle medische gegevens en diensten • Zorgprofessionals kunnen blijven werken in hun eigen systemen • Meer kennis voor patiënt om eigen regie op zorg te kunnen voeren

Pazio

Welkom J. Willemse zorgverzekeraar ziekenhuis tandarts apotheekhuisarts

Uw huisartspraktijk Oog in Al

Zelfmanagement Sensoren Apps Diensten

e-afspraak

uitslagen

recepten

dossier

zorg info

Organisatie-apps Ziekenhuis Wijkteams Thuiszorg Focus Cura e.a. 6

Professioneel Management Huisartsen Informatie Systeem Ziekenhuis Informatie Systeem Keten Informatie Systeem Elektronisch Patiënten Dossier Patiëntenportalen


utrechtse gamechangers

bij telebankieren’, stelt Dekker. Nu logt nog slechts 15 procent van de patiënten van de PAZIO-klanten in, maar de directeuren wijzen erop dat ook telebankieren langzaam op gang kwam, terwijl het nu massaal wordt gebruikt. Niet voor niets bestempelt Dekker PAZIO graag als ‘de Interpay van de zorg’. PAZIO roeit eigenlijk tegen de stroom in. Leone Flikweert: ‘Anders dan in bijvoorbeeld Engeland of Scandinavië is de zorg in Nederland heel decentraal opgezet. Dat maakt het lastig om centrale concepten uit te rollen. Daarom gaat het ook zo moeizaam met het elektronisch patiëntendossier. Tegelijkertijd bestaan wij juist omdat zoiets er nog niet was in Nederland.’ Hoewel PAZIO de patiënt gemak, zelfbeschikking en een betere kwaliteit zorg oplevert, wordt hem niets in rekening gebracht. Tot nu toe betalen de huisartsenpraktijken en gezondheidscentra voor PAZIO gemiddeld een paar duizend euro per praktijk. Na de eerste lijn, wil PAZIO ook de tweede (verwijszorg) en de derde (academische ziekenhuizen) integreren en zo uiteindelijk de hele Nederlandse gezondheidszorg. Er worden momenteel gesprekken gevoerd met ziektekostenverzekeraars. André Dekker: ‘Wij vragen hen niet om ons te financieren, wel dat zij de kosten van de zorgverleners vergoeden. Net als minister Schippers, willen de verzekeraars dat patiënten meer regie krijgen en sneller bij passende zorg kunnen komen. We hebben dus een gedeeld belang.’ Op verzoek van de Utrechtse gedeputeerde Remco van Lunteren is PAZIO ook met ROC’s gaan praten. Mbo-studenten kennen relatief veel schooluitval en sociale problematiek, zoals schulden. Zij zijn dus gebaat bij snelle toegang tot zelfhulp en hulpverleners. Er is inmiddels een speciale applicatie ontwikkeld voor mbo’ers: Check it. ROC-studenten promoten PAZIO op hun beurt door er voorlichting over te geven. Het volgende doelwit is het sociale domein. Wijkteams en jeugdzorg zouden ook via PAZIO ontsloten kunnen worden. De EBU brengt PAZIO hiertoe in contact met gemeentelijke bestuurders. Is de les van grote ICT-fiasco’s niet dat je niet te groot moet denken? Leone Flikweert lacht: ‘Wij zijn juist voorzichtig, bottom-up, aan het bouwen. En wij maken geen product, wij voegen alleen bestaande producten

samen. Zodra fabrikanten bij ICT-projecten betrokken raken, loop je het risico van ‘vendor lock-in’, waarbij je te afhankelijk wordt van die fabrikant.’ Is PAZIO een gamechanger die de spelregels in de gezondheidszorg verandert? Flikweert: ‘Ja, al dragen we dat niet actief uit. Technisch is PAZIO meer inventief dan innovatief. Maar we geven de patiënt meer regie en mogelijkheden en dat is een wezenlijk verschil met de oude situatie.

‘Wij zijn de Interpay van de gezondheidszorg’

DE EBU EN PAZIO Jelle van der Weijde, EBU-domeinmanager Gezond: ‘PAZIO heeft raakvlakken met twee belangrijke onderwerpen in dit domein: lang en gezond thuis blijven wonen en zelfmanagement in de zorg. Dat vereist dat mensen directe toegang hebben tot hun medische gegevens. PAZIO is een van de weinige platforms die dat biedt. Bovendien is het een Utrechts bedrijf, dat ook nog eens nauw gelieerd is aan het UMC Utrecht, een van de partners van de EBU. Doordat PAZIO niet zelf content levert, maar alleen informatie van derden ontsluit, is het onafhankelijk. De EBU helpt met de verdere implementatie van het concept. We brengen PAZIO onder meer in contact met potentiële financiers en klanten. Prima dat ze landelijke ambities hebben. Dat past goed in de strategische agenda van de EBU.’

Jelle van der Weijde 06 46 12 23 08 ANDRÉ DEKKER

jelle.vanderweijde@

WWW.PAZIO.NL

economicboardutrecht.nl

7


interview

Slimme oplaadpaal met informatie creëert groen bewustzijn HACKATHON ALS KRAAMKAMER Een hackathon is een kortdurend evenement waarin programmeurs, hardware hackers, ontwikkelaars, designers, specialisten en ondernemers samen aan de slag gaan met oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Dit geeft een enorme vloed aan inspiratie en productiviteit, verfrissende ideeën, online applicaties en prototypes.

Green Hackfest 2014: de feiten • 3 organiserende partijen: UtrechtInc, EBUClimate KIC • 5 partners: EBU, Ebbits, Kennis Centrum Healthy Urban Living, TNO, Oneplanetcrowd en IBM • Hacking for good; 3 prijzen voor de beste overall hack voor maatschappelijke uitdagingen • 100 API’s (databronnen) • 10 nationaliteiten • 40 uur hacktijd • 45-uur durend event • 50 liter koffie • 67 deelnemers: ontwikkelaars, ontwerpers, professionals • 350 biertjes • 135.000 euro prijzengeld

Op 2 december 2014 opende wethouder Duurzaamheid Lot van Hooijdonk in Utrecht de eerste openbare laadpaal van Nederland, die elektrische auto’s in de wijk Lombok oplaadt met 100 procent zonnestroom. ElecTree ontwikkelde voor een ‘challenge’ in de Green Hackfest een informatieapplicatie die de laadpaal nog meer toegevoegde waarde geeft. Het initiatief voor de laadpaal (zie kader: Slimme laadpaal) vloeit voort uit het project Smart Grid: rendement voor iedereen en is slechts één voorbeeld van een slimme duurzame oplossing. Er liggen immers nog meer urgente uitdagingen waarvoor dringend oplossingen nodig zijn, zoals verduurzaming van de mobiliteit en het in kaart brengen van de stedelijke leefomgeving. Daarom organiseerde de EBU van 10 tot en met 12 oktober samen met UtrechtInc en Climate-Kic de Green Hackfest 2014 – Green Urban Living (zie kader Green Hackfest). Met datasets, tools en prijzengeld van diverse partners werden tijdens deze hackathon verschillende duurzaamheidsdilemma’s (‘challenges’) voorgelegd, waar teams in 45 uur een oplossing voor moesten bedenken. Het resultaat: veertien vernieuwende productideeën en toepassingen die bijdragen aan een groenere, duurzamere economie. Tijdens de Green Hackfest vond ook de eerste ontmoeting plaats tussen LomboXnet en het startup-bedrijf ElecTree. LomboXnet, dat bewoners van Lombok voorziet van gratis internet, zette een uitdaging uit tijdens de hackathon. Oprichter Robin Berg: ‘Utrecht is andere regio’s met laadstations echt een stapje voor, zowel in het binnen- als in het buitenland. We denken al veel na over de mogelijkheden met internetconnectiviteit en sensoren in de laadpalen. We waren benieuwd of er nog andere ideeën waren, bijvoorbeeld om ook meer ‘awareness’ – be-

8

wustzijn – te creëren over de leefomgeving en het nut van elektrische auto’s.’ IN UTRECHT BEGINT HET! Een jonge ontwikkelaar die graag wilde meedoen aan de hackathon was Philipp Beau. Hij is afkomstig uit Duitsland en via Noorwegen in Utrecht neergestreken. Elke zaterdagochtend komt Beau met een aantal medeontwikkelaars in Utrecht bij elkaar om na te denken over slimme technische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Tijdens zo’n bijeenkomst ontstond ook het idee om met de groep mee te doen aan de Green Hackfest. Zijn groep zag in de vraag van LomboXnet de meest interessante challenge, vertelt Beau: ‘In Utrecht speelt veel als het gaat om het de kwaliteit van de leefomgeving, er waren veel bedrijven die uitdagingen presenteerden. Wij wilden graag iets cools creëren, dat echt impact kan hebben. Die mogelijkheid zagen we in deze uitdaging.’ En tot tevredenheid van de jury: het team van Philip Beau ging naar huis met de prijs voor Visualizing Sustainability en 1.000 euro voor het idee van de ElecTree, een ‘boompje’ op de laadpaal met ledverlichting dat tijdens het opladen laat zien hoeveel CO2-uitstoot er bespaard wordt. Niet alleen aan de eigenaar van de auto, maar aan alle voorbijgangers. Enthousiast legt Beau het idee van zijn team uit: ‘Door gebruik te maken van een raspberry pi (een kleine computer, die weinig energie verbruikt, maar veel mogelijkheden biedt,


interview

red.) kunnen mensen informatie krijgen, bijvoorbeeld over CO2, fijnstof en luchtvervuiling. Het geeft een goed gevoel als de laadpaal direct laat zien hoeveel CO2-uitstoot je vermindert met je laadsessie. Maar bovenal maakt het mensen die passeren bewust: de ElecTree creëert awareness over de leefomgeving.’ Volgens Beau opent de ElecTree weer de weg naar serious gaming en dat zorgt voor nog meer bewustzijn. Ook Robin Berg gelooft in het idee voor de ElecTree. ‘In dichtbevolkte gebieden, zoals hier in Utrecht, is het belangrijk dat je de steun van de mensen krijgt. Je moet daarom van de laadpaal ook iets positiefs maken: geef iets terug aan de bewoners, in plaats van dat je alleen parkeerruimte inneemt. Eigenlijk moet het geen laadstation meer zijn, maar een groenstation. Dan zien mensen dat er echt iets goeds gebeurt.’ WORDT VERVOLGD… Volgens Michaël van Boheemen, senior manager bij Schuuring, een totaalspecialist in de telecommarkt en partner in het LomboXnet-project, laat het idee van ElecTree goed zien hoe sensortechnologie op nieuwe manieren is in te zetten. ‘Daarbij is samenwerking in dit soort trajecten heel belangrijk’, zegt hij. ‘De kracht van de verschillende partijen, ieder met een eigen expertise, kan dan optimaal worden benut. We gaan dan ook graag om de tafel zitten om te brainstormen hoe we het idee van ElecTree praktisch kunnen uitvoeren.’

GENERAL ELECTRIC De participatie van General Electric, die Robin Berg enthousiast gekregen heeft voor de ideeën van LomboXnet, maakt het initiatief van de slimme laadpaal extra interessant. Robin Berg: ‘General Electric zat niet in deze markt, omdat die te klein zou zijn. Maar door de toevoeging van de internetconnectie en sensoren is er geen sprake meer van losstaande oplaadstations. Het gaat nu meer om een ‘future grid’, dat voor iedereen iets positiefs oplevert. Als we kunnen aantonen dat het echt meerwaarde heeft waar we mee bezig zijn, dan kunnen we met behulp van de kennis van General Electric op den duur onze ideeën en producten aan Europa en de hele wereld aanbieden.’

SLIMME LAADPAAL De slimme laadpaal in Lombok, Utrecht, is ontwikkeld door LomboXnet in samenwerking met partners General Electric en Schuuring. Gebruikers kunnen via een mobiele applicatie zien hoe lang de auto nog geladen moet worden. Ook kunnen ze kiezen of ze wel of niet op basis van zonneenergie willen laden. Schuuring voorziet de slimme laadpalen van een aantal extra duurzame functionaliteiten en sensoren.

Robin Berg en Philipp Beau zijn al pratende weer op nieuwe ideeën gekomen. Beiden leggen een link met de educatie van kinderen. Door die vroeg en op een aantrekkelijke manier te betrekken bij Green Urban Living wordt die gedachte gemeengoed, menen zij. En technologische oplossingen moeten altijd ‘open source’ zijn, zodat iedere ontwikkelaar iets kan ontwikkelen en aanbieden. De opening van de laadpaal in Lombok

Een vervolg is al in de maak. Zo komt de realisatie van de ElecTree weer een stap verder. Volgens Beau is er nog wel wat ontwikkelkracht nodig: het idee verwezenlijken doe je niet even naast een studie of werk. Berg: ‘De eerste stap is dat we samen met Schuuring bekijken welke mogelijkheden en uitdagingen we zien voor en bij de ElecTree. Daarna gaan we een vervolggesprek met de EBU aan. Die is namelijk altijd bereid om dit soort initiatieven verder te helpen.’

ElecTree in actie tijdens de Green Hackfest

Ook bezig met slimme laadpalen? Meld je! Partijen die ook diensten ontwikkelen en sensoren willen inzetten op slimme laadpalen kunnen zich aanmelden bij LomboXnet via info@lomboxnet.nl

9


Groen

Nul-op-de-meter: waar staan we? In de vorige Get Connected behandelden we al uitgebreid het concept van de nulop-de-meter-woning: een bestaande woning die met isolatie en technische ingrepen energieneutraal wordt gemaakt. De renovatie wordt betaald uit de bespaarde energiekosten. Hoe is het nul-op-de-meter sindsdien vergaan?

Een imposante groepsfoto symboliseerde tijdens de Get Connected-bijeenkomst van 10 september 2014 het commitment van woningcorporaties, bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties aan de doelstelling om in Utrecht gezamenlijk 50.000 nul-op-de-meter-woningen te realiseren in 2020. Er is sindsdien door partijen gewerkt aan zogenoemde ‘doorbraakissues’ om deze ambitie daadwerkelijk te kunnen realiseren.

DOORBRAAKISSUES Tijdens de Get Connected-bijeenkomst bleek dat ‘bewonersverleiding’ een integraal onderdeel is van alle doorbraakissues. Om het concept tot een succes te maken, is het essentieel dat bewoners enthousiast zijn over de nul-op-de-meter-woning en erom vragen. Daarnaast bleek dat het logisch is om een onderscheid te maken tussen koop- en huurwoningen. Het regionale programma werkt nu aan de volgende zes doorbraakissues: Bewoners, Financieringsoplossingen, Koop, Regionaal beleid, Huur en Regionaal bedrijfsleven.

29 jan

ambitie

2015

29 sept 10 sept

‘Ondertekening Green Deal Koopwoningen met Stef Blok

2014

De regio als sleutel tot succes, gezamenlijke start

2020

Vervolgbijeenkomst Get Connected Nul-op-de-meter

2014

20 nov

19 feb

Regiotafel Green Deal Koopwoningen

Bijeenkomst voor gemeenten over nul-opde-meter beleid

2014

50.000 Nul-opde-meterwoningen

2015

2020 Financieringsoplossingen

17 feb

2019

2015

Bijeenkomst Community of Practice voor woningcorporaties: de businesscase

Koop

2018 2017

Regionaal Beleid

2016

Huur

2015

Regionaal Bedrijfsleven Bewoners

2014


groen

KOPLOPERS Geïnteresseerde en betrokken partijen zijn per doorbraakissue in drie groepen onder te verdelen. De koplopers zijn nu al bezig met de nul-op-de-meter-woning en weten wat hen te doen staat. De EBU wil met deze groep versnelling bereiken. Een overzicht van deze koplopers is te vinden op: WWW.ECONOMICBOARDUTRECHT.NL/ KOPLOPERS_NOM

De (achter)volgers begrijpen het concept en hebben de intentie om ook mee te doen, maar kijken het nog even aan. Deze groep wordt aangemoedigd om ook actief deel te nemen. Het peloton ten slotte, is nog niet overtuigd van het nut van het nul-op-de-meter-concept of kent het simpelweg nog niet. Deze groep moet dus geënthousiasmeerd en geïnformeerd worden. De koplopers van Nul-op-de-meter

GREEN DEAL KOOPWONINGEN Op 29 september 2014 werd de Green Deal Koopwoningen ondertekend. Als vervolg hierop vond op 20 november de Regiotafel Green Deal Koopwoningen plaats in het Provinciehuis. Daar werden de uitdagingen en oplossingen voor nul-op-de-meter-koopwoningen besproken.

REGELGEVING Het grootschalig uitrollen van het nul-op-de-meterconcept vraagt om een soepel en tegelijkertijd uniform beleid van overheden. Het ideaal is dat een vergunningsaanvraag in één dag kan worden afgehandeld, waarbij de voorwaarden in elke gemeente hetzelfde moeten zijn. Jan Kamphuis van ‘vernieuwbouwer’ BJW Wonen, een van de koplopers: ‘Het is een intensief proces om alle gemeenten langs te gaan om te toetsen aan de welstand. Nu doen we dat per gemeente, maar het zou mooi zijn als alle gemeenten in de regio bepaalde geveltypes al vóór het verkoopproces hebben goedgekeurd. Dat voorkomt ook teleurstelling bij de bewoners wanneer een gekozen gevel niet door de welstandcommissie komt.’

ren. Jan Kamphuis: ‘Wij investeren zelf 15.000 euro in de eerste twintig nul-op-de-meter-woningen op voorwaarde dat de overheid ook bijdraagt. Dit doen we om het voor bewoners aantrekkelijk te maken in deze fase. Om marktwerking te creëren, is het namelijk noodzakelijk dat we enkele enthousiaste bewoners hebben.’ Berri de Jonge van bouwbedrijf Plegt-Vos vult aan: ‘Bouwers moeten leren om bij een uitbouw of een lekkend dak ook de nul-op-de-meter-oplossing aan te bieden. Er wordt op die momenten immers sowieso al geïnvesteerd en de totale kosten gaan omlaag.’

Landelijk werkt een Taskforce Procedurele Stroomversnelling aan het stroomlijnen van de regelgeving rond bestemmingsplannen, het welstandsbeleid en de vergunningverlening. Regionaal brengen de Natuur en Milieufederatie Utrecht en de provincie Utrecht de gemeenten bij elkaar om hierover te praten.

KOSTENVERLAGING

Werksessie Get Connected bijeenkomst 10 september.

De koplopers hebben als doelstelling honderd voorbeeldwoningen eind 2015. Vanaf 2016 willen zij minimaal duizend nul-op-de-meter-koopwoningen per jaar opleve-

11


groen

STANDAARDISATIE ÉN MAATWERK Standaardisatie en industrialisatie zijn belangrijk omdat hierdoor de prijzen dalen. Verder is een efficiënte ketensamenwerking tussen fabrikanten, installateurs en bouwers nodig. Een aantal bouwers wist zo de kosten van een nul-op-de-meter-woning al aanzienlijk te laten dalen en men verwacht dat die daling doorzet. Berri de Jonge daarover: ‘Het is een hele opgave om de kosten terug te dringen naar 45.000 euro. Het verschil moet vooral komen uit slimme processen, efficiënter werken, kortere ketens, industrieel produceren en door van de bouwplaats een montageplaats te maken. Maar om de prijzen écht naar beneden te brengen, zijn er aantallen nodig.’ De uitdaging is daarbij om het aanbod tegelijkertijd af te stemmen op de verschillende typen woningen en bewoners. Plegt-Vos en BJW Wonen ontwikkelen daarom oplossingen voor verschillende doelgroepen. De Jonge: ‘Wij hebben acht bewonersprofielen opgesteld, elk met verschillende wensen en budgetten. Zo bieden wij een deelpakket voor minima en is er een pakket dat gericht

is op het levensloopbestendig maken van de woning.’ Kamphuis van BJW: ‘Wij bieden maatwerk van installaties voor drie, vier en zes personen omdat bij elk gezin andere oplossingen nodig zijn. Met deze keuze bedienen we ongeveer 90 procent van de huishoudens.’

GEDRAG VAN DE BEWONER OOK VAN BELANG Het energiegebruik van de bewoner blijkt lastig te beïnvloeden. Maar ook daarvoor worden oplossingen gevonden. Barbera van der Hoek van Watch-E/mijnenergiebundel.nl: ‘Wij hebben een applicatie ontwikkeld die het gedrag van bewoners op een leuke manier beïnvloedt. Hij laat op een simpele manier zien wat bewoners zelf kunnen doen om energieneutraal te leven.’ Door toepassing van het principe ‘veranderen, belonen’ wordt voorkomen dat de vooraf afgesproken energiebundel wordt overschreden. Beheerders kunnen de prestaties van de woning meten en benchmarken via een apart dashboard. Van der Hoek: ‘Begin december zijn de eerste gebruikers aan de slag gegaan. Nu zijn we in staat om de webapplicatie en de beperktere versie voor de smartphone te leveren. Er is al veel interesse. We denken ook na over nieuwe verdienmodellen. Bijvoorbeeld dat wij een percentage gaan verdienen van de energiebesparing van bewoners.’ Ook zijn er al voorbeelden waarbij de genoemde bewonersverleiding in de praktijk wordt getest. Op 22 en

Werksessie Get Connected bijeenkomst 10 september.

23 november 2014 en op 3 en 4 januari dit jaar verscheen er een pop-up store in winkelcentrum Hoog Catharijne van ‘Ons huis verdient het’. In een klein klimaatvriendelijk huisje werden vragen beantwoord over de nul-op-de-meter-woning en werden bezoekers enthousiast gemaakt voor het concept. Gemeenten en partners uit de bouw- en financiële wereld hebben dit plan ontwikkeld. Uitgangspunt is dat de woonlasten gelijk blijven wanneer een huis zijn eigen energie opwekt.

PILOTS ESSENTIEEL Berri de Jonge van Plegt-Vos: ‘Pilots zijn belangrijk omdat ze een markt helpen genereren. Die marktpotentie is van belang, omdat bedrijven alleen dan bereid zijn te investeren. De wil is er wel degelijk. In 2014 vond er al een eerste investering plaats om het nul-opde-meter-concept op een meer fabrieksmatige manier in te steken,’ Ook Jan Kamphuis van BJW Wonen wil graag pilots uitvoeren: ‘Uiteindelijk zou er in elke wijk een demonstratiewoning moeten komen die mensen laat zien wat de mogelijkheden zijn. Daarnaast zoeken wij dringend pilotwoningen voor een langdurige doorontwikkeling van het concept, inclusief monitoring, testen en onderzoek.’

‘ Pilots zijn belangrijk omdat ze een markt helpen genereren’ BERRI DE JONGE

Wilt u meedoen in een pilot? Wilt u zich aanmelden voor de groep van (achter)volgers of het peloton? Of hebben we u over het hoofd gezien en bent u al dusdanig actief dat u tot de koplopers behoort? Neem dan contact op met Irene ten Dam, domeinmanager Groen bij de EBU. Irene ten Dam

WWW.ECONOMICBOARDUTRECHT.NL/

06 33 67 92 56

NULOPDEMETER

irene.tendam@ economicboardutrecht.nl

12


groene blikvangers DE WIND MEE De techniek staat voor (n)iets bij Emergya Wind Technologies (EWT). De meer dan 500 hoogwaardige windturbines die het Amersfoortse bedrijf heeft geïnstalleerd in Europa, Noord-Amerika en Azië leveren ook bij weinig wind een hoog rendement. ‘Wij garanderen een zeer hoge beschikbaarheid’, vertelt Lucienne van Oostveen van EWT. Vanuit het hoofdkantoor worden de turbines bovendien wereldwijd permanent bewaakt. ‘Een storing is zeldzaam, maar kan zo meestal meteen online worden opgelost. Ons innovatieteam gebruikt de data-analyse weer voor verbeteringen in de software.’ Zo krijgt duurzame energie letterlijk en figuurlijk de wind mee. WWW.EWTDIRECTWIND.COM

CIRKEL ROND Ver voor de troepen uit besloot Wim Beelen in 2000 al om zijn succesvolle sloopbedrijf op circulaire leest te schoeien. In de stellige overtuiging dat ondernemers daarin het voortouw moeten nemen, haalt Beelen Waste Innovators inmiddels een recyclepercentage van 99,76 procent en de hoogste score op de CO2-besparingsladder. Ook investeert het bedrijf in tal van innovaties om (sloop)afval om te zetten in nieuwe grondstoffen. De uiteindelijke kostenbesparing maakt de cirkel ook economisch rond: Beelen is de snelst groeiende recycler van Nederland. WWW.BEELEN.NL

GROENE VERBINDING Verbinden is het sleutelwoord bij Optigroen. De Nederlandse tak van dit van oorsprong Duitse bedrijf (Optigrün) werkt samen met wetenschap en overheid aan een optimale duurzame dak- en gevelbegroeiing. De toegewijde franchisenemers die het totaalsysteem van Optigroen leveren en aanbrengen, staan alleen al in ons land garant voor jaarlijks meer dan 300.000 m2 dakbegroeiing in alle soorten en maten. WWW.OPTIGROEN.NL

13


Gezond

MBI Health levert mondiale life sciences- en healthondernemers af ‘Life sciences en health is een mondiale business, dus opleidingen ervoor moet je ook een mondiaal karakter geven’. Aan het woord is Marianne van der Steen, directeur van de MBI Health-opleiding.

Aan deze nieuwe MBA, die is ingebed in de Julius Academy in Zeist, nemen behalve een keur aan Nederlandse instellingen – waaronder het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht en de Universiteiten van Nijmegen en Maastricht – ook Amerikaanse en Belgische organisaties deel, zoals het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en FlandersBio. Er is ook contact met Britse en Duitse instellingen. Een specifiek op de gezondheidszorg gerichte MBA bestond nog niet. Met de start van de MBI Health (voluit: de Executive Master of Business Innovation and Entrepreneurship in Health) kwam daar vorig jaar verandering

in. Het multidisciplinaire onderwijsprogramma verbindt zorgtechnologie aan ondernemerschap met als doel het vermarkten van zorgproducten en services helpen te versnellen. ‘Het is geen boot camp om snel even een businessplan te ontwikkelen’, benadrukt Van der Steen. ‘We willen echt business leaders in de gezondheidszorg opleiden.’ De MBI Health-opleiding is bedoeld voor afgestudeerden met werkervaring. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is in de veertig en hun achtergronden zijn divers: van werknemers bij Nutricia die zich als ‘intrapreneur’ met medische voeding bezighouden tot een vaatchirurg die een bedrijf heeft opgezet rond een methode om met één hand te hechten. Van der Steen: ‘Een belangrijk selectiecriterium is ambitie. Een arts die in een maatschap werkt en maar een halve dag per week over heeft maar brandt van de ambitie, komt ook in aanmerking.’

14


gezond

DE WEG VAN UITVINDING NAAR PRODUCT Floris Lafeber, hoogleraar Experimentele Reumatologie bij het UMC Utrecht, is een van de eerste deelnemers aan de MBI Health: ‘Wij hebben een distractor ontwikkeld die voor de patiënt makkelijk in het gebruik is en voor de orthopeed makkelijk toepasbaar. Het apparaat trekt de twee botuiteinden van de knie een stukje uit elkaar, waardoor er weer kraakbeen kan groeien. We hebben als eersten aangetoond dat kraakbeen zich op deze manier kan herstellen. Dat stelt het plaatsen van een kunstknie uit en voorkomt grote en dure revisieoperaties. Het blijkt dat 80 procent van de patiënten hierdoor tenminste vijf jaar lang geen prothese nodig heeft. ‘De MBI Health is voor mij dé manier om van uitvinding naar product te komen. Ondernemen is binnen de ziekenhuiswereld nog tamelijk onderontwikkeld, dat los je niet op met een cursusje. De MBI helpt je valkuilen te vermijden. Als onderzoeker denk je dat je een prachtproduct hebt, maar een investeerder kijkt er heel anders naar. Die vraagt dingen als: hoeveel gaat u er verkopen en wie zijn uw concurrenten? ‘Ik heb vooral veel geleerd in de week dat we in de VS waren. Ze zijn daar veel verder met valorisatie. Daar is het een pre als je als onderzoeker in bedrijven deelneemt, hier geldt het als belangenverstrengeling. Samen met Karianne Lindenhovius van Pontes Medical ga ik nu de distractor vermarkten. Zoals het wetenschappelijke klimaat in Nederland nu is, moet ik uiteindelijk kiezen tussen het ziekenhuis en mijn bedrijf. Maar de tijd staat niet stil. Ik hoop dat die twee werelden straks probleemloos samengaan.’

Floris Lafeber aan het werk in het lab

SPIN OFFS Uniek is dat de 22 deelnemers tijdens de opleiding al hun bedrijf voeren. Ze werken daarbij zoveel mogelijk in teams van medisch en commercieel georiënteerden. In vijftien maanden wordt eerst het businessmodel aangescherpt, daarna volgt een marketingplan en als laatste een investeringsplan. In entrepreneurial labs wordt het geleerde meteen toegepast. En er wordt veel aandacht besteed aan samenwerking en co-creatie. De MBI Health-opleiding brengt de deelnemers ook wereldwijd in contact met onder meer bedrijven, coaches, verzekeraars en potentiële bestuurders en leert hen de taal daarvan spreken. Ze pitchen al bij investeerders in Europa en de Verenigde Staten. Omdat Nederland een sterke ‘bio-entrepreneurial reputatie’ heeft, zwaaien de deuren relatief gemakkelijk open, merkt Freek van Muiswinkel, EBU-domeinmanager Life sciences en managing director van Utrecht Life sciences. De opleiding past uitstekend bij de doelstelling van de EBU om kennis en bedrijvigheid meer met elkaar te verbinden. De internationale contacten binnen de MBI Health leveren nu al spin offs op. Zo zijn bedrijven aan de Amerikaanse westkust geïnteresseerd in een samenwerking bij het bedienen van de Nederlandse en Europese markt met medical devices.

WWW.MBI-HEALTH.COM

Freek van Muiswinkel

Van der Steen en Van Muiswinkel hebben hoge verwachtingen van de nieuwe opleiding. Van der Steen: ‘De deelnemers krijgen er schwung van. Ze laten zien wat ze kunnen.’ Van Muiswinkel: ‘Dit gaat een impuls geven aan zowel de sector als aan Utrecht.’

06 46 61 40 60 Freek.vanmuiswinkel@ economicboardutrecht.nl

15


gezond

Utrecht geeft life sciences-industrie financiële impuls

'Ons grote voordeel is dat we in de regio een aantal topinstituten hebben' KARL ROTHWEILER

‘We kunnen met dit fonds een extra stimulans aan de regio geven.’ Karl Rothweiler, oprichter en partner van Aglaia Biomedical Ventures, is blij dat de provincie Utrecht een fonds heeft opgezet voor de ontwikkeling van de life sciences-sector in de regio. Het tien jaar oude bedrijf, gevestigd in Bilthoven, treedt op als beheerder van het nieuwe fonds.

Aglaia is destijds opgericht om de productontwikkeling op het gebied van kankerbestrijding te helpen versnellen. Rothweiler: ‘Nederland is van oudsher goed in kankeronderzoek. Het probleem zit in het vertalen van wetenschap naar product. Daar was altijd weinig geld voor beschikbaar. Bovendien zijn wetenschappers over het algemeen meer gericht op science dan op productontwikkeling. Daarom besloot ik met Mark Krul, mijn partner bij Aglaia, om die vertaalslag vorm te geven.’ (zie Aglaia Biomedical Ventures)

FINANCIERING IS LASTIG De Utrechtse life sciences-sector staat wereldwijd aan de top, maar het blijkt voor startende bedrijven in deze branche lastig om financiering te vinden. De EBU ontwikkelde daarom samen met het Utrecht Science Park een instrument waarmee de sector ondersteund kan worden. Het gaat om een fonds van 1,25 miljoen euro dat door de provincie Utrecht beschikbaar is gesteld in het kader van de Uitvoeringsverordening Economic Board Utrecht. De provincie

16

creëerde via deze verordening een budget voor de uitvoering van de Strategische Agenda 2013-2020 van de EBU. Het idee voor een life sciences-fonds ontstond na een marktconsultatie door de provincie Utrecht, het life sciences-fonds en de EBU in 2013. Aanleiding was onder meer dat andere regio’s Utrechtse bedrijven wegkaapten. Zo wist de provincie Limburg het Utrechtse Cristal Therapeutics, dat geneesmiddelen in nanobolletjes ontwikkelt, te bewegen om naar Maastricht te verhuizen. Verschillende provincies gebruiken de opbrengst van hun Nuon- en Essent-aandelen om veelbelovende bedrijven aan te trekken. Omdat de life sciences-sector erg specialistisch is en de provincie Utrecht niet over de ervaring en expertise beschikt om verantwoorde investeringskeuzes te maken, werd besloten om via een tender – een aanbestedingsprocedure – een privaat investeringsfonds te selecteren dat als beheerder zou optreden. Aglaia won deze tender.


gezond

AGLAIA BIOMEDICAL VENTURES

Het bedrijf Aglaia Biomedical Ventures omvat twee fondsen. Het eerste is 16 miljoen euro groot, het tweede staat nog open voor inschrijving, maar mikt op 60 miljoen euro. Het geld kwam aanvankelijk vooral van vermogende families, maar later ook van institutionele beleggers, het Dutch Venture Initiative (Economische Zaken) en het Europees Investeringsfonds. Er is tot nu toe geïnvesteerd in zes bedrijven. Vier daarvan zijn door Aglaia opgericht en gemanaged. De door Aglaia gefinancierde bedrijven Merus en

Syntarga leggen zich toe op antilichamen en zijn flink aan het doorgroeien. In het Utrechtse Merus is inmiddels 50 miljoen euro gestoken, onder meer door de corporate venture-takken van enkele grote farmaceutische concerns. Syntarga is overgenomen door Synthon in Nijmegen. Aglaia verwacht de komende jaren in nog tien tot vijftien jonge biotechondernemingen te stappen, allen met een focus op kankerbestrijding.

Wie een beroep doet op het Utrechtse life sciences-investeringsfonds moet: • Zich met kankerbestrijding bezighouden • Een zeer onderscheidend product of concept hebben • Met baanbrekende oplossingen bezig zijn • Bij voorkeur samenwerken met of ingebed zijn in een wetenschappelijke instelling • Het product of concept kunnen beschermen (patentering)

KANSRIJK Met geld uit het nieuwe fonds heeft Aglaia inmiddels enkele leningen verstrekt aan bedrijven die zich met de bestrijding van kanker bezighouden. Van de gereserveerde 1,25 miljoen euro kunnen geen wonderen worden verwacht, erkent Karl Rothweiler. Toch moet het belang ervan volgens hem niet worden onderschat: ‘Voor private investeerders is het interessant dat de provincie een bedrijf meefinanciert. Zonder het fonds was private investering in een aantal gevallen niet gelukt. Je kunt een bedrijf zo net over de drempel helpen.’ Overheidssteun blijft onontbeerlijk in de life sciences-sector, die volgens Rothweiler niet louter met particulier geld te financieren valt. ‘Daarvoor zijn de risico’s te groot, vooral in de beginfase.’ De provincie zet nadrukkelijk in op publiek-private samenwerking. Zo is een voorwaarde voor een lening uit het fonds dat de aanvrager daarnaast drie keer zo veel privaat geld ophaalt. Door deze eis komt het totaal op bijna 5 miljoen euro.

Rothweiler is optimistisch over de toekomst van de life sciences in Utrecht: ‘Ons grote voordeel is dat we in de regio een aantal topinstituten hebben, zoals het UMC en het Hubrecht Instituut. Daarmee zijn we goed gepositioneerd. De uitdaging zit ‘m onder meer in de financiering. Daarin hebben we nu weer een stap gezet.’

Wilt u ook in aanmerking komen voor een investering in uw life sciences-bedrijf? Neem contact op met Stef Röell van de EBU via 06 11 86 66 43 Meer informatie: www.tenderned.nl

Stef Rӧell stef.roell@economicboardutrecht.nl

17

CRITERIA VOOR EEN LENING


Slim

Koers van de toekomst Het naderende Tourspektakel maakt bij veel Utrechtse liefhebbers een enorme gedrevenheid los. Utrecht is een echte fietsstad. Van de inwoners van de vier grote steden in Nederland, leggen Utrechters de meeste meters af op de fiets.

Utrecht fietsstad

HAPPY BIKING Happy Biking haakt in op Utrecht als fietsstad. Tijdens het fietsen komen Utrechters veel obstakels tegen, zoals stoplichten die te lang op rood staan en hinderlijk gedrag van andere weggebruikers. Springlab riep via TOURLAB.nl Utrechters op fietsfrustraties te delen. Het aantal reacties bedroeg binnen een dag 1.500. Met het project wil Springlab samen met het Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen en TOURLAB die obstakels helpen wegnemen. Een eerste stap is om videobeelden te maken tijdens de spitsuren met op fietsen gemonteerde GoPro-camera’s. De reacties en ideeën van stadsbewoners, wetenschappers en ambtenaren vormen de basis voor een brainstormfase met creatieve conceptontwikkelaars. De beste concepten worden vertaald naar prototypes die worden getest met een zo divers mogelijke groep Utrechtse fietsers. Deze prototypes worden afgerond tot een product dat vlak voor de Tourstart wordt gepresenteerd.

Wellicht is Utrecht wel ‘Bike capital of the world’! En is het niet mooi als we net voor de Tourstart aan de wereld kunnen laten zien hoe Utrecht bijdraagt aan het nieuwe wielrennen, aan fietsinnovaties en aan de koers van de toekomst? Met de Tourstart als gemeenschappelijke stip op de horizon zijn de Economic Board Utrecht en de Kamer van Koophandel gezamenlijk TOURLAB gestart. TOURLABS zijn open innovatieprojecten, ook wel tracks genoemd. Inmiddels zijn er zijn twee ‘tracks’ gestart: het Happy Biking Project van het innovatiebureau Springlab en een track door een groep bedrijven rondom het thema ‘De Koers van de toekomst’.

Het Happy Biking-track geeft mooi weer hoe TOURLABS werken. Door het volledige innovatieproces open te stellen voor participatie van de verschillende belanghebbenden, wordt het beste uit elkaar gehaald. Zo heeft Springlab dankzij TOURLAB de gemeente Utrecht als partner gevonden voor het vervolg en zijn ze in gesprek met twee grote nog niet te noemen internationaal opererende bedrijven.

18


slim

TOURLAB

Ook de sporter zelf kan met nieuwe technologie de sport anders ervaren

KOERS VAN DE TOEKOMST: DE GRAND DÉPART ALS INNOVATIEPLATFORM De tweede track die loopt, is ‘Koers van de toekomst’. Wielrennen is een populaire sport om naar te kijken maar de verslaglegging van koersen is al 35 jaar lang hetzelfde, zowel qua beeld (een helikopter camera, een of twee motorcamera’s en een cameraopstelling bij de finish) als qua beschikbare data. Voor de tv-kijker is er bijvoorbeeld geen informatie beschikbaar over waar renners zich bevinden in het peloton, hoe ze er fysiek voor staan of over de snelheid waarmee ze fietsen. Om het wielrennen als (kijk)sport aantrekkelijk te houden, is het zaak aan te sluiten bij de behoeften van nieuwe doelgroepen. Door de sporter met camera’s en meetapparatuur uit te rusten, kan de kijker de sport bijvoorbeeld vanuit diens gezichtspunt beleven. Ook de sporter zelf kan met nieuwe technologie de sport anders ervaren. Data als hartslag en geleverd vermogen kunnen namelijk in beeld of op een tweede scherm geprojecteerd worden. Dit biedt ook allerlei mogelijkheden voor vernieuwende business modellen, zodat profploegen minder afhankelijk kunnen worden van die ene grote sponsor. De recente oprichting van VELON (een samenwerking van 11 internationale wielerploegen) geeft aan dat het draagvlak voor invoering van technologische innovaties onder profploegen een feit is.

Wielrennen & technologie

19


slim

Oud-wielrenner Thijs Zonneveld pleit voor vernieuwing in de sport: 'In het wielrennen gaat het er in grote lijnen nog net zo aan toe als dertig jaar geleden. Het publiek en de renners hebben nauwelijks iets te zeggen. Terwijl wielrennen een echte ‘action game’-sport is, die je ook zo kunt brengen. Vermeld bijvoorbeeld steeds de snelheid en laat de sport vanuit het gezichtspunt van de renner zien. Bij de Formule 1-races is het gelukt om de verslaggeving veel spannender te maken met behulp van nieuwe technologie.' Een ander goed voorbeeld van innovatie waar de wielersport baat bij kan hebben, is Zepcam. Zepcam is met mobiele videotechnologie vooral actief in het veiligheidssegment en heeft het leger, de politie en de brandweer als klant. Daaraan worden onder meer bodycams geleverd. Met de ‘point of view’-techniek, waarbij camera’s op fietsen (of auto’s of motoren) worden gemonteerd, betreedt het bedrijf nu ook de sportmarkt. De tv-kijker ervaart hiermee hoe het is om met 90 kilometer per uur van een berg af te denderen. De beelden worden live

gestreamd. De Arnhem Veenendaal Classic was afgelopen augustus de eerste profkoers ter wereld waarbij er livestreaming vanuit de koers plaatsvond.

MEEDOEN? Zowel online als offline kan iedereen meedoen met de Koers van de Toekomst en Happy Biking. In het kader hiervan worden er regelmatig Cafés du Tour georganiseerd; inspiratiebijeenkomsten met ondernemers en wetenschappers waar nieuwe ideeën voor de tracks verzameld worden. De Cafés du Tour worden in samenwerking met Business Peloton Utrecht georganiseerd. Op 5 maart vindt de volgende Café du Tour plaats. Bent u ondernemer en wilt u meedoen met een van de twee tracks of zelf een track starten? Neem dan contact op met TOURLAB. Op 5 maart vindt het volgende Café du Tour plaats in Amersfoort tijdens de Get Connected-bijeenkomst. WWW.TOURLAB.NL

In samenwerking met en met steun van verschillende Business Peloton Utrecht (BPU)-partners* wordt er hard gewerkt om nét voor de Tourstart een ploegentijdrit te organiseren. Een mooi voorbeeld van hoe onder andere bedrijven elkaar middels het TOURLAB-programma hebben weten te vinden.

PLOEGENTIJDRIT NÉT VOOR DE TOURSTART

De partners willen dit moment aangrijpen om de diverse innovaties in de wielersport aan de wereld te tonen en te laten zien dat Utrecht echt ‘bike capital of the world’ is. Gaston Crolla, Kamer van Koophandel: 'We willen het momentum gebruiken om te laten zien wat we allemaal kunnen in Utrecht.' Het idee is om een aantal ploegen, waaronder een team met bekende oud-profwielrenners, uit te rusten met nieuwe technologieën. Wendy Hendrickx, projectmanager van Infostrada Sports: ‘Met nieuwe technologie en data kun je jongeren aanspreken.’ Een ploegentijdrit leent zich hier prima voor, duurt niet te lang en de vergelijking van teamdata en individuele data is zo mogelijk. Oud-wielrenners als

Thijs Zonneveld en Bobbie Traksel zijn mede-initiatiefnemer en ambassadeur van dit initiatief. Volgens Hendrickx is data verzamelen en analyseren inmiddels geen probleem meer: de technologie is er. Zo liet Maarten Fekkers, recruitmentmanager van IT-serviceprovider Nspyre, vanuit persoonlijke passie een app bouwen die toont hoe het individuele renners vergaat tijdens een wielerwedstrijd. Vooral handig bij massasprints, waarbij zelfs deskundigen soms het overzicht kwijt zijn. Hendrickx: ‘Het punt is: ga je ook naar buiten met dat soort gegevens? Dan zie je een enorme schroom bij sportclubs. Ze zijn bang dat de tegenpartij ervan profiteert.’ Roy Langelaar, accountmanager van Zepcam: ‘In de sport hangt van oudsher een voorzichtige non-profitcultuur.’ Gaston Crolla: ‘Maar wil je de iPad-generatie voor sport blijven interesseren, dan moet je hier aan. En bedrijven zullen clubs alleen blijven sponsoren als jongeren kijken, dus zo grijpt alles in elkaar.’ Wordt vervolgd. Volg TOURLAB op Twitter!

Voetnoot kader 1: *Partijen als de Kamer van Koophandel, Economic Board Utrecht, Utrecht Science Park Partners (Utrecht inc., Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, UMC Utrecht), PWC, ASR, Ordina, TNO, Thijs Zonneveld mede namens de organisatie Arnhem-Veenendaal Classic, Zepcam, Nspyre en Infostrada.

Fietsen is big business. Royal HaskoningDHV uit Amersfoort gaat met drie lokale partijen fietsroutes ontwerpen en aanleggen in Londen. De opdracht heeft een waarde van 150 mijoen euro en werd eind 2014 verstrekt.

20

FIETSEN IS BIG BUSINESS


slim titel

NEST VERRAST WINKELEND PUBLIEK! Genodigden stromen toe, het winkelende publiek kijkt nieuwsgierig om. Midden in Hoog Catharijne gebeurt er, op een doodgewone vrijdagmiddag, iets onalledaags. Jonge vrouwen leggen gekleurde draden op de grond. Naast de ingang van een winkelpandje staat een met trapmechanisme uitgeruste installatie die oude spijkerstof blijkt te vermalen. Hier komt iets spannends, zoveel is duidelijk. Het betreft de opening van NEST, een pop-up store voor jonge, innovatieve ondernemers in het weekend annex vergaderruimte van Seats2meet (doordeweeks), waar flexwerkers en zzp’ers met behulp van een ‘serendipity machine’ nieuwe contacten kunnen leggen. NEST is opgezet door Hoog Catharijne, Rabobank Utrecht, Utrecht Science Park en SOON, een organisatie die business cases opzet voor studenten. Het initiatief is verdeeld over twee locaties. In een broedplaats op het Utrecht Science Park zijn jonge ondernemers daadwerkelijk aan de slag. De winkel op Hoog Catharijne fungeert als uithangbord, ontmoetingsplaats en concept store. Maar ook daar gebeurt van alles. Zo konden bezoekers er al kleding naartoe brengen die ter plekke door De Kledingbibliotheek en goodFibrations werd vermaakt. In december konden Utrechtse ondernemende creatieven die eerst een serie masterclasses in positioneren, verpakken en pitchen hadden gekregen, hun diensten en producten in de winkel tonen. Die maand was het thema ‘food’, maar ook werd het project Happy Biking gepresenteerd (zie ook pag. 18), dat de Tourstart aangrijpt om Utrecht fietsvriendelijker te maken.

'Inmiddels is het duidelijk dat NEST groeit en bruist'

Bij de opening presenteerden zich bedrijfjes als Spijkerbrij, dat met de eerder beschreven machine oude spijkerbroeken omzet in grondstof voor onder meer vlinderdasjes en lampenkappen, en Bambook, dat een schrift met whiteboard-pagina’s heeft ontwikkeld. Mark Hillen, medeoprichter van Social Enterprise NL, sprak de hoop uit dat elke Nederlandse stad een NEST krijgt, zodat ook de minder bewuste shopper met de creativiteit van jonge ondernemers kennismaakt. Pieter Leyssius, directeur van Rabobank Utrecht, zei dat NEST staat voor de duurzame en innovatieve bedrijvigheid die zijn bank wil ondersteunen. Zijn bank helpt jonge, beginnende ondernemers met doorgroeien en professionaliseren. Voor Hoog Catharijne past NEST in het streven om het winkelcentrum meer te openen naar de stad, aldus marketingmanager Ingmar Creutzburg. Floris de Gelder, directeur van het Utrecht Science Park, noemde NEST een mooie etalage voor de toenemende bedrijvigheid op het park. Inmiddels is het duidelijk dat NEST groeit en bruist, zegt Anka Konings van Rabobank Utrecht: jonge creatieven maken er enthousiast gebruik van en ook andere steden tonen belangstelling voor het concept.

ANKA KONINGS

WWW.INHETNEST.NL

21


estafette-interview

‘Je moet kunnen troosten, luisteren, je kwetsbaar opstellen, emoties erkennen’ Marcel Collignon

22


estafette-interview

Erik Deen van Kessels & Smit droeg in Get Connected 8 het estafettestokje over aan Marcel Collignon van Sustainable Change. Met een mengeling van technische kennis en mensenkennis helpt hij duurzaamheid bevorderen in netwerken en samenwerkingsverbanden.

'Benoem de pijnpunten' ‘Hoe mensen in elkaar zitten, vind ik fascinerender dan hoe dieselmotoren in elkaar zitten’, zegt Marcel Collignon al snel in het gesprek. Maar hij heeft van beide verstand. Hij is afgestudeerd als Delfts ingenieur, maar volgt ook al jaren een opleiding in de Transactionele Analyse, een persoonlijkheidstheorie en psychotherapeutische behandelmethode. Beide vormen van kennis heeft hij nodig in zijn werk als verandermanager en procesbegeleider bij organisaties die duurzamer willen werken.

aan wat er boven tafel gebeurt – de inhoud. Ik kan dingen onder de tafel goed zichtbaar maken, daar een bedding voor maken en er dan verder mee komen.’

ganisaties kun je duurzaam uitvoeren door ze respectvol te doen, zonder te manipuleren. Je moet kunnen troosten, luisteren, je kwetsbaar opstellen, de emoties erkennen.’

Samenwerkingsverbanden zijn vergelijkbaar met relaties, zegt Collignon. ‘Het gaat mis op ogenschijnlijk futiele dingen, zoals een klein bedrag. Dat is het dopje op de tube tandpasta dat je partner er steeds maar niet op draait. De kunst is na te gaan wat eronder ligt en daarmee aan de slag te gaan.’

In welke regionale kwestie zou je graag je tanden zetten? ‘Ik zou willen helpen het groen in de regio wat meer met elkaar te verbinden, zodat je nog beter kunt wandelen en fietsen aan de kant van Amelisweerd, de waterlinieforten en Rhijnauwen.'

Maar eerst gaan we terug in de tijd. Op de vraag wat zijn leukste opdracht ooit was, grijpt Collignon terug naar zijn periode als KPMG’er. ‘Toen speelde ik in een luxe harnasje de briljante consultant’, vertelt hij. ‘In die rol begeleidde ik Philips bij het implementeren van hun Ecodesign-programma (een methode om de milieu-impact van producten vanaf de ontwerp- en ontwikkelingsfase te beperken, red.). Bij zo’n groot concern beweegt zoiets zich altijd tussen oprechte intenties en greenwashing; helemaal duurzaam wordt een multinational nooit. Maar ik kreeg wel voor elkaar dat Philips een honderd procents inspanningsverplichting aanging. Dat heeft ze misschien niet de hoofdprijs van Greenpeace opgeleverd, maar het was realistisch, in lijn met de business en daarmee het maximaal haalbare.’

De estafettevraag van Erik Deen was: hoe doe je dat precies, duurzaamheid in een netwerk bevorderen? ‘De klassieke methode was dat je sense of urgency creëert door een bobo als Al Gore in te vliegen en die de boodschap te laten verkondigen. Maar urgentie creëren is niet hetzelfde als mensen in actie brengen, ze iets te laten doen, implementeren. Als je dan gaat zenden, denken mensen: die boodschap is voor mijn buurman bedoeld en niet voor mij. In een netwerk kan niemand de anders iets opleggen. Je moet mensen dus niet vertellen wat ze moeten doen: laat ze zien hoe het kan en begin meteen. Dat kan bijvoorbeeld door ze elk met een door henzelf gekozen stukje van de oplossing aan de slag te laten gaan. Dan leren ze én ervaren ze hun onderlinge afhankelijkheid. Ik faciliteer ze bij het zelf verzinnen van de oplossingen. Dat is precies het verschil met het klassieke adviseren, waarbij je iets vóór hen verzint, maar bij het implementeren al met 1-0 achter staat.’

Hoe doet Utrecht het op het gebied van duurzaamheid? ‘Ik ben daar positief over. Er is veel aandacht voor het erfgoed, voor duurzame energie, voor de luchtkwaliteit, voor elektrisch rijden… Als ik over de Maliebaan naar kantoor fiets en weer een Tesla aan de oplaadpaal zie staan, denk ik: dat hadden we in 1999 niet gedacht.’

Met zijn eigen bedrijf Sustainable Change bedient Collignon nu vooral netwerken en samenwerkingsverbanden. Zo hielp hij een Green Deal te sluiten voor de grond-, wegen waterbouwsector (GWW), waarbij 21 partijen betrokken waren. Bij zulke samenwerkingsprojecten veranderen dingen niet met één druk op de knop: ‘Je krijgt er altijd mee te maken dat mensen de kat uit de boom kijken of elkaar niet vertrouwen. Het is net zo belangrijk om aandacht te besteden aan wat er onder tafel gebeurt – de emoties – als

Duurzaamheid werd vroeger vooral ‘groen’ ingevuld. Krijgt de sociale kant tegenwoordig meer gewicht? ‘Ja. Min of meer toevallig, maar goed passend in deze tijd, heb ik met een socioloog een tweede bedrijf opgericht: Over de Brug, dat is gespecialiseerd in duurzame en sociale vraagstukken, zoals reorganisaties. Ook reor-

23

Wat zou je de EBU graag zien doen? ‘De Tourstart dichter bij de mensen brengen. Ik ervaar dat evenement nu vooral als iets van bedrijven en overheden. Ook hier geldt: haal het deel dat onder de tafel ligt naar boven. Ik vind iets pas geslaagd als je ook de pijnpunten durft te benoemen, in dit geval de doping. Anders start ook straks in Utrecht wéér een Tour die mensen maar half serieus nemen omdat ze zich afvragen wie er nu weer door de mand gaat vallen. Zorg ervoor dat de hele wereld denkt: destijds in Utrecht is er iets veranderd rond doping in het wielrennen.’

Dit is de laatste aflevering van het Estafette-interview.


internationalisering

Utrecht rolt de rode loper uit naar de wereld Internationaliseringsagenda van de EBU krijgt vorm

‘We wisten al dat we de meest competitieve regio van Europa zijn. Nu moeten we ervoor zorgen dat we dat ook blijven en dat het gaat renderen.’ Aan het woord is Richard Kraan, EBU-boardlid en partner bij PwC. Kraan is trekker van de internationale agenda van de EBU. Vanuit de EBUsupportorganisatie heeft Wouter Feldberg (internationale zaken bij de Universiteit Utrecht) de leiding over de internationaliseringsagenda.

Door middel van de internationaliseringsagenda wordt gewerkt aan innovatie, economische ontwikkeling en werkgelegenheid voor de regio Utrecht. Op basis van individuele gesprekken met stakeholders zijn vier actielijnen voor internationalisering vastgesteld: Foreign Direct Investment, Branding, EU-trecht en Talent. Richard Kraan vertelt: ‘Het doel van de internationale agenda is ondersteunend aan onze drie hoofdthema’s om economische groei in de regio te verwezenlijken. Het accent ligt op het binnenhalen van investeringen, maar de export door Utrechtse bedrijven is ook een aandachtspunt. We zijn vooral uit op investeringen en export binnen de drie hoofdthema’s van de EBU, namelijk Groen, Gezond en Slim, maar we sluiten andere terreinen niet uit. De rol van de EBU is om nieuwe vormen van samenwerking te creëren, bestaande initiatieven bekender te maken en te intensiveren en waar nodig een extra impuls te geven om te versterken, waaronder het (internationale) ecosysteem in de regio.’ Kraan vervolgt: ‘Zo vinden er al handelsmissies naar China en Japan plaats en zijn hier Chinese en Japanse bedrijven actief. Maar niet iedereen weet dat. En nog de vraag: Benutten wij deze bestaande relaties voldoende bij het verwezenlijken van onze ambities? We brengen alles rond de acquisitie van kapitaal en subsidies bij elkaar. Verder zorgen we ervoor dat er één consistent Utrecht-verhaal wordt uitgedragen en dat Utrechtse ambassadeurs de regio gaan promoten.’ NUT EN NOODZAAK Wouter Feldberg vult aan: ‘De economische ontwikkelingen gaan snel en de wereld is het podium. Er is een groeiende noodzaak om ons internationaal te verhouden tot andere regio’s, omdat we daar geld kunnen verdienen, omdat onze investeerders er zitten, omdat we er talent vandaan kunnen halen en omdat onze bedrijven er goede zaken kunnen doen.’

24

Het werven van internationale kenniswerkers en buitenlandse bedrijven draagt ook bij aan arbeidsplaatsen in de regio en daarmee aan werkgelegenheid. Een kenniswerker is indirect goed voor drie á vier banen in de regio. Daarnaast innoveren buitenlandse bedrijven in de regio sneller en zorgen ze voor meer export. Buitenlandse bedrijven in de regio houden de regio dus competitief. INTERNATIONALE SCHOOL UTRECHT Het aantrekken van internationaal talent zorgt voor meer innovatie, economische ontwikkelingen en leidt tot meer werkgelegenheid in de regio. Om dit talent te behouden is een aantrekkelijke leefomgeving nodig met voldoende uitdagingen en kansen; een internationaal ecosysteem. Het hebben van een internationale school in de regio is daarbij een onderscheidende vestigingsfactor. Een voorbeeld van de kracht van de regio. Jaap Mos, directeur van de Internationale School Utrecht, onderstreept dat: ‘Ook bij investeringsbeslissingen van multinationals speelt het al dan niet aanwezig zijn van een internationale school een belangrijke rol’. EBU-boardlid Richard Kraan voegt toe: ‘De Internationale School Utrecht is onderdeel van de rode loper die we uitrollen.’ ‘Waarom de school er niet eerder kwam? Die vraag puzzelt mij nog elke dag.’ Mos is er zelf ook verbaasd over dat de school, nu inmiddels tot ver buiten de landsgrenzen bekend, pas in de zomer van 2012 van start ging en nu al 170 leerlingen telt. ‘Tot uit India bellen ze ons om informatie.’ Expats met schoolgaande kinderen moesten voorheen uitwijken naar de internationale scholen in Amsterdam, Hilversum en Arnhem. Het gebouw aan de Notebomenlaan barst na twee jaar al uit zijn voegen. In het voorjaar wordt tijdelijk een groter onderkomen betrokken aan de Van Bijnkershoeklaan.


internationalisering

Gezamenlijke r afstemming ove

Talent

Daarna moet er een nieuw gebouw verrijzen. Momenteel herbergt de school dertig nationaliteiten. Op termijn zullen het er zestig tot zeventig worden en zal de school naar een leerlingental van zo’n 600 groeien, verwacht Mos. De drie grootste groepen zijn kinderen van teruggekeerde Nederlandse expats, van Indiase kenniswerkers en van Europese expats. WHAT’S HAPPENING? Naast de ontwikkelingen rondom de Internationale School zijn er al meer activiteiten in het kader van de internationaliseringsagenda. Zo is per 1 januari het Expat Centre, een helpdesk voor expats, gevestigd in het nieuwe Utrechtse stadskantoor. In het kader van Branding en Foreign Direct Investment wordt de Tourstart in 2015 nu al gebruikt om nieuwe ingangen en kansen te creëren. Kraan geeft een voorbeeld: ‘Kort geleden waren we in de Chinese provincie

Guangdong (zusterprovincie van Utrecht), onder meer om de mogelijkheid te bespreken dat er een delegatie naar onze regio komt om nieuwe economische verbindingen te stimuleren. Daar onderstreepten we de Tourstart uiteraard. Die kan net dat zetje geven waardoor hun gouverneur meekomt.’ Een ander buurland dat aandacht verdient is Duitsland. Wouter Feldberg geeft aan dat de bewustwording in de regio toeneemt over de kansen aldaar: ‘Laten we dat nu eens gezamenlijk oppakken en zorgen dat we als regio de handelsbetrekkingen met Duitsland op korte termijn versterken. Vooral op de thema’s waar we sterk en onderscheidend in zijn. Daarom ben ik blij dat de commissaris van de Koning Van Beek, ambassadeur van het Get ConnectedNetwerk, de ambassadeur van Duitsland, Franz Josef Kremp, bereid heeft gevonden in het voorjaar van 2015 naar Utrecht te komen om met ons de handelsbetrekkingen met Duitsland aan te halen.’

25

DOE MEE EN GET CONNECTED! Tijdens de Get Connected-bijeenkomst op 10 december 2014 is de Internationaliseringsagenda gepresenteerd aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Ook burgemeester Van Zanen en de commissaris van de Koning Van Beek spraken hun enthousiasme uit, samen met de aanwezigen. Doet u ook mee?

Wouter Feldberg 06 24 75 95 95 W.Feldberg@uu.nl


research

Banen en bedrijven

683.825

684.738

675.937

658.691 680.600

Jaren

669.872 665.709

636.238 629.601 623.008

2004

2005

2006

SCHAALVERKLEINING Het aantal vestigingen van bedrijven en instellingen is in 2013-2014 met 4,3 procent toegenomen tot een totaal van 117.150. In de loop van de tijd groeide het aantal vestigingen in de provincie gestaag, terwijl het aantal banen de afgelopen jaren daalde. De flinke toename van het aantal eenpersoonsbedrijven de afgelopen jaren zorgt voor een verdergaande schaalverkleining. De meeste eenpersoonsbedrijven zijn te vinden in de sectoren Cultuur, sport en recreatie (85 procent), Advies en zakelijke dienstverlening (84 procent) en Bouwnijverheid (78 procent). BRON: PAR, 2014

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013 2014

WERKGELEGENHEID OPNIEUW GEDAALD De werkgelegenheid in de provincie Utrecht is in de periode 2013-2014 voor het derde jaar op rij gedaald, en wel met 0,6 procent. Utrecht heeft nu 665.700 arbeidsplaatsen. Vergeleken met de periode 2012-2013, waarin de werkgelegenheid met 1,6 procent kromp, is de daling minder sterk. Sinds het hoogtepunt in 2011 zijn er in de provincie Utrecht in totaal 19.100 banen verloren gegaan. Ter vergelijking: dat is meer dan het totaal aantal banen in de gemeente Soest. BRON: PROVINCIAAL ARBEIDSPLAATSEN REGISTER (PAR), 2014

SECTORONTWIKKELINGEN De ontwikkelingen in de sectoren lopen sterk uiteen. In absolute cijfers daalde de werkgelegenheid het snelst in de sector Zorg en welzijn, waar 3.200 banen verloren gingen (-3 procent). Ook in de Utrechtse bouwsector vielen klappen: hier verdwenen 1.500 banen (-4 procent). Bij banken en in de adviessector vervielen 400 banen. Er kwamen relatief veel banen bij in de sectoren Informatie en communicatie (+800), Cultuur, sport en recreatie (+500) en Horeca (+300). Opvallend was de stijging van de werkgelegenheid in de sector Vastgoed (+270).

100-199

-1,4%

Monique Goddijn-Roso 06 33 67 92 42 monique.roso@ economicboardutrecht.nl

50-99 20-49 10-19 5-9 2-4 1

Grootteklasse vestigingen

Aantal arbeidsplaatsen

677.893

1,5% -3,3% -0,4% -0,25% 0,9% 6,2% Ontwikkeling aantal vestigingen -4,0%

26

-2,0%

-0,0%

2,0%

4,0%

6,0%

8,0%


agenda

AGENDA JANUARI - JULI 2015

29 jan ’15

4 maart ‘15

5 maart ‘15

Get Connected ‘Nul-opde-meter’

Nationaal Economisch Forum

Get Connected bijeenkomst

Op 10 september hebben we op een feestelijke manier de kick-off van ‘nul-op-de-meter’ vormgegeven in een Get Connected bijeenkomst. Op 29 januari pakken we door in een vervolgbijeenkomst. Waar staan we, hoe gaan we verder, en vooral; waar kunt u aansluiten?

De jaarlijkse bijeenkomst voor industrie, wetenschap, politiek en sociale partners. Het biedt de Nederlandse industrie een podium om rond een maatschappelijk thema ontwikkelde kennis te presenteren.

Deze bijeenkomst is een bundeling van verschillende initiatieven en projecten. Zo passeren Smart Grids, Café du Tour, een masterclass Financiering en de Staat van Utrecht de revue.

WWW.ECONOMICBOARDUTRECHT.NL/ GET-CONNECTED-NUL-OP-DE-METERVERVOLG

WWW.AUTOMATIE-PMA.COM/AUTOMATIE/ MANAGEMENT-EN-BELEID/AGENDATIPNATIONAAL-ECONOMISCH-FORUM-2015

WWW.ECONOMICBOARDUTRECHT.NL/ AGENDA/GET-CONNECTED-BIJEENKOMST

Nationaal Economisch Forum 22 maart De Utrecht Science Park Marathon

10 feb

5 maart

Netwerklunch 033

Onderwijsparade Universiteit Utrecht

WWW.NETWERKLUNCH033.NL​

WWW.UTRECHTMARATHON.COM

WWW.UU.NL/UNIVERSITY/EDUCATION/NL/

18 juni

HETUTRECHTSEONDERWIJS/ORGANISATIE/

Mediapark Jaarcongres

ONDERWIJSKWALITEIT/ONDERWIJSPARADE

WWW.MEDIAPARKJAARCONGRES.NL

WWW.RVO.NL/ACTUEEL/EVENEMENTEN/

2-6 maart

1 & 2 juli

ECONOMISCHE-MISSIE-NAAR-DE-VERENIG-

Independent Game Festival 2015

Science & Cycling Conference

DE-ARABISCHE-EMIRATEN

WWW.IGF.COM

WWW.SCIENCE-CYCLING.ORG/

22-26 feb Economische missie naar de Verenigde Arabische Emiraten

27


EBU / internationalisering

'We wisten al dat we de meest competitieve regio van Europa zijn. Nu moeten we ervoor zorgen dat we dat ook blijven en dat het gaat renderen.’ Richard Kraan, EBU boardlid en partner bij PwC

Economic Board Utrecht volgen? www.economicboardutrecht.nl @EBUtrecht

Profile for Economic Board Utrecht

Get connected nr 9  

Het januari-nummer van Get Connected magazine zit weer boordevol verhalen over innovatie. Onder andere Pazio; een digitaal portaal waarop al...

Get connected nr 9  

Het januari-nummer van Get Connected magazine zit weer boordevol verhalen over innovatie. Onder andere Pazio; een digitaal portaal waarop al...

Profile for ebutrecht
Advertisement