Issuu on Google+

STUKJES UIT ZIJN LEVEN 1


4


HERR MORMOL DAT NOOIT MEER ZIEK

STUKJES UIT ZIJN LEVEN

1


LA DE LIE DE LOE 2


RUIMTESCHIP Herr Mormol kreeg een dreun op zijn snoet en zei: “Hallo, vreemdeling.” Hij zag een Boeren-friet, dacht gelijk aan zijn pet en zette hem op zijn bol. Vlak daarna kreeg hij een snotter-neus. Zijn broer was net zindelijk en had de afspraak afgeblazen! Dus pakte Herr Mormol de snijmachine, sneed daarmee een papiertje en dacht: laat ik jou maar eens Naloegarilagop noemen, en noemde hem Pietertje. Herr Mormol zei: “Hallo, vriend.” Hij pakte hem op om een wandeling door het Troela-woud te maken. Daar struikelde hij over een tak en viel. Ze liepen verder door het Treula-bos tot ze bij De Koelkast aankwamen. “Kalabalam Bam!” De coolkast ging open. La de lie de loe, dacht Herr Mormol, en vloog naar de maan. Hij zag een ruimteschip, met zijn vriend Pietertje erin. Er kwam een zuignap uit het ruimteschip en Herr Mormol werd opgezuignapperd. Hij viel in een beekje op het strand en dacht bij zichzelf: Laat ik maar eens gaan zwemmen en begon erin te wroeten. 3


DUE LA PIE O

4


RAVIJN Herr Mormol pakte zijn tandenborstel en begon te poetsen. Er sprong een flintertje glazuur van zijn tand af en krabbelde aan zijn bol. Hij stond voor zijn duistere angsten en dacht: “Ik ben bang.” Herr Mormol zakte door zijn pyjama en zag dat er gegeten was. Zijn papbordje was helemaal krank en maalde Herr Mormol tot moes in een molen. “Zie de rimpels op oma, iedereen wordt weleens blij, ‘due la pie o’ is een gemene taal,” zong Herr Mormol. “Ik hoop maar dat ik een natte wortel in mijn schoen krijg.” Hij pakte een speldje om het ravijn voor zijn deur op te vullen.

5


MAGNEETSCHOENEN

6


DEEGROLLEREN Er liep een jongen met een oliebol, de oliebol viel uit

de leeuwen-beet. Grondkruiper, die vond het wel heel

zijn handen, pardoes op de grond. Herr Mormol pakte

erg krap in die jaszak van Mormol en probeerde eruit

het meteen en at het smullend op. Het jongetje hup-

te komen. Maar Herr Mormol pakte hem er al uit en

pelde van vreugde weg. Herr Mormol vloog met zijn

begon hem te deegrolleren. Zo paste hij beter in zijn

magneet-schoenen tegen het plafond. Daar ontmoette

jaszak. Toen voerde Herr Mormol hem aan de duiven.

hij een Grondkruiper. Hij pakte hem op en propte hem

Eén duif pakte een stukje Grondkruiper, propte het in

in zijn te krappe jaszak. Hij knalde met zijn waterpis-

zijn te krappe jaszak en liep weg. Herr Mormol zwaaide

tooltje een konijntje dat op één been liep helemaal

met een stokje. “Even nokken nu, kneus.”

natter de patter. Het antilopertje viel dood neer door

7

7


STA OP EN LOOP 8


ALS EEN ELAND VERDER Hij ging zijn tanden krassen met Sein Pieter Manen Staak. Herr Mormol pakte zo’n brommer en knalde erop los. Hij dacht: So hé, die noestroe gaat snel! En het ballonnetje knapte van de Nederlandse kaart. Hij rende als een eland verder want hij was net tegen een boomstronk geknald. “Wat fijn dat je er bent,” zei Herr Mormol, hij pakte zijn ruggenkrabber en lepelde zijn neus droog. Er was een natte hond die zei: “Sta op en loop”. Op naar de Toendra! Daar waren ze bij Boertje. Godzijdank, want anders had Herr Mormol hem uitgelachen. Herr Mormol pakte zijn voet en knakte hem. Hij pakte zijn andere voet en knakte hem ook, want hij had vanmorgen aardappeltjes gegeten. Hij belde aan bij een oma. Toen de oma naar buiten kwam stond Herr Mormol er nog. Toen pas had hij in de gaten dat het omaatje al had open gedaan en rende weg.

9


REGIO 10


WEGEN-NETWERK Mormol zat zoals gewoonlijk weer op De Hollandsche Heide om zijn vriend Soepaard op te zoeken in zijn opengekrabte hutje. Thuisgekomen pakte hij zijn tas weer in voor een stevige wandeling door de Regio Baarnstreek, want daar zou hij Diepl Ank weer eens zien. Na vijf minuten lopen was hij er en nam een flinke slok water. Daar kwam Diepl al aan, door haar goed georganiseerde wegen-netwerk. Ze hadden samen nog een trastoriese tijd. Het potlood brak en Herr Mormol snorkelde weer naar Oswsen.

11

11


HET LOMPE LALARTJE 12


BETOVEREND FENOMEEN Het was een betoverend fenomeen. Herr Mormol smulde en smulde tot hij kietel aan zijn neus kreeg en dat was genoeg voor Mormol. Volgende keer gaat hij gewoon met de tram! Het stonk er nog van dat het Hakmustertje lekker had geslapen. Herr Mormol liep tegen het Hakmustertje aan, met zijn spaghettipotje vast in de spaken. Het Lompe Lalartje was mee om gelikt te praten over het leven van een koe die nog niet gemolken is. Het was ontzettend leuk op de Bralspaak, want het mannetje met de rolschaatsen viel knoert hard op zijn knol, die in de broekzak zat van de man.

13


MOMPELDE WAT

14


PLOF! IN DE MUUR Herr Mormol huppelde door de wei en joelde van plezier. Het Lompe Geborduurde Veulen liep op hem af. De Microscoop mompelde wat en Mormol nalietaste van blijdschap. De schoorsteen begon te kloppen en het dak kon het niet meer aan van de spanning. Mormol dacht: Daar moet ik wat aan doen. Hij pakte zijn noestroe en reed erop af. Plof! In de muur. Maar dat was niet erg, want er kwam een bootje aan gevaren en Herr Mormol mocht mee. Mormol was heel dankbaar, maar toen het bootje om geld vroeg, gaf hij het een klap in zijn gezicht. Toen sloeg het bootje om en Mormol lapte de ramen nog eens goed. Het was een lange nacht want zijn Hakmustertje vroeg altijd zoveel aandacht aan hem. En daar stond hij dan vol vreugde in de deuropening te wachten en te wachten. Elke malloot kan dat, dacht Herr Mormol.

15


HET ZAG ER WEL FRAAI UIT 16


BEESTJES PLUIZEN Hij stond maar te wachten maar toen was het afgelopen met die klompen aan zijn oren. Het was inmiddels een gewoonte geworden om elke maandag beestjes te pluizen onder de wasmachine. Maar de antenne wijst niet altijd naar het weerbericht. Herr Mormol ging elke dag in het weiland bloemen uitzuigen. Hij wist niet precies waardoor dat kwam. De duisternis was misschien gemaakt. Hij is dan wel een beetje misvormd maar dat hindert niet. De enige oplossing was om de frietes te verbouwen. Zijn koker begaf het en liet hem in de steek, dus kon hij het wel begeven. De eieren waren al te warm. Herr Mormol vond het niet naar haring smaken, maar het zag er wel fraai uit. Super-haar-lijm-kracht-vorming had Mormol op de verpakking gezien.

17


PIEP PIEP DEED DE WEKKER 18


WAT EEN KNALLER! Herr Mormol zat boven op zijn fluiter en zoefde door de lucht. “En dit is nog maar het begin,” riep hij, “beneden heb ik er nog 20 in mijn tas!” Diepl Ank kwam naar buiten, lette niet op het opstapje en riep: “NIERT!” Herr Mormol snakte naar adem en liet een rotje ontploffen. Wat een knaller! Hij pakte zijn fototoestel en maakte een foto van het opstapje dat aan de deur hing. Piep piep deed de wekker van Mormol. Herr Mormol en Diepl Ank gingen wat patatjes halen. Herr Mormol pakte de zak patat en nam er een flinke hap uit. Hij pakte een patatje en propte het tegen de mond van Diepl. Ze liepen naar De Lompe Lik Boom om een potje te gaan likken. “Lekker likken, hè maatje,” zei Mormol. Op het begin was het ontzettend leuk, maar toen was het nog leuker, omdat het daarna het leukst was, likte ze nog een keer want anders was het een beetje te leuk.

19


INDEX KARAKTERS:

LOCATIES:

Herr Mormol.................................................3 / 19

Troela-woud / Treula-bos....................................... 3

Naloegarilagop / Pietertje.................................... 5

De maan.............................................................. 3

Grondkruiper........................................................ 7

Het strand............................................................ 3

Boertje................................................................. 9

Het plafond.......................................................... 7

Soepaard............................................................11

De Toendra.......................................................... 9

Diepl Ank...................................................... 11, 19

Regio Baarnstreek................................................11

Hakmustertje / Hamstertje..............................13, 15

Het opengekrabte hutje........................................11

Het Lompe Lalartje.............................................. 13

De Hollandsche Heide..........................................11

Het Lompe Geborduurde Veulen.......................... 15

Oswsen...............................................................11

De Microscoop................................................... 15

De Bralspaak...................................................... 13 De lucht............................................................. 19

WOORDENLIJST:

De Lompe Lik Boom............................................ 19

Sein Pieter Manen Staak = ruggenkrabber ������������ 9 Noestroe = zo’n brommer..................................... 9 Trastories = heel leuk...........................................11 Nalietaste = spastisch worden............................. 15

20


HERR MORMOL DAT NOOIT MEER ZIEK

STUKJES UIT ZIJN LEVEN Š Ben van Brummelen 2012 Uitgeverij MAN Amsterdam Tekst, illustraties en design door: Ben van Brummelen Met dank aan: Tess van Brummelen

Illustratie auteur: Ben van Brummelen

21


HERR MORMOL DAT NOOIT MEER ZIEK

STUKJES UIT ZIJN LEVEN

Hij stond voor zijn duistere angsten en dacht: “Ik ben bang.” Herr Mormol zakte door zijn pyjama en zag dat er gegeten was. Hij snakte naar adem en liet een rotje ontploffen. Wat een knaller! Op het begin was het ontzettend leuk, maar toen was het nog leuker, omdat het daarna het leukst was, likte ze nog een keer want anders was het een beetje te leuk.

24


Herr Mormol - Children's Book