Page 1

December 2010

newton

Magazine ter inspiratie van E.ON-relaties in de Benelux • Energiemarkt uit dal? • Zonnige toekomst voor zonne-energie • Alpha Ventus op volle zee • Johannes Teyssen over de strategie van E.ON • Meer groene stroom uit biomassa

Finland

Liever onafhankelijk dan duurzaam


Column Portfolio (mis)management?

In elke uitgave van newton geven vooraanstaande personen hun visie op ontwikkelingen in de energiesector.

Dit keer is dat prof. Wim Sinke,

Dit wordt de eeuw van de overgang naar een duurzame energiehuishouding. Als het goed is, tenminste. De International Energy Agency (IEA) is enige tijd geleden begonnen met de ontwikkeling en publicatie van roadmaps voor een aantal sleuteltechnologieën, zoals zonne-energie en windenergie. De IEA doet dat vanuit een diepgevoelde overtuiging dat het energieroer om moet en dat de wereld haast moet maken met de energietransitie om grote problemen te voorkomen. Problemen met betrekking tot klimaatverandering, voorzieningszekerheid, toegang tot energie, enzovoorts. U kent het rijtje. De roadmaps zijn opgesteld door IEA-teams in nauwe samenwerking met topspecialisten uit de hele wereld en uit alle relevante stakeholder groepen. Door de oogharen kijkend naar die documenten is het duidelijk: duurzame energie gaat in de eerste helft van deze eeuw groot en goedkoop worden. Als het goed is, tenminste. Er bestaat eigenlijk heel weinig twijfel aan het potentieel voor kostenreductie van duurzame bronnen. Het ‘enige’ wat we hoeven te doen is de leercurve doorlopen. Met andere woorden: in een continu proces de gecombineerde effecten van schaal en ervaring aan de ene kant en innovaties aan de andere kant realiseren. Dat gaat zeker niet vanzelf, maar 30 jaar ervaringen geven groot vertrouwen in de toekomst. Die ontwikkeling staat of valt echter met de mogelijkheid om de duurzame energiebronnen te integreren in het energiesysteem.

Solar expert van ECN Grootschalige inpassing van duurzame bronnen kán, maar alleen als de elektriciteitsinfrastructuur flexibel is. Het variabele aanbod van zon en wind, tezamen met het aanbod van andere bronnen moet immers passen op de vraag. Dat vraagt om portfoliomanagement, want het gaat absoluut niet vanzelf goed. Hoewel het probleem op verschillende manieren kan worden opgelost, is duidelijk dat de mogelijke komst van een fors aantal nieuwe (kolen- en kern) centrales die niet-regelbaar basislastvermogen leveren haaks staat op de noodzaak van een flexibele infrastructuur (nog ervan afgezien dat nieuwe kolencentrales zonder de garantie van CO2-opslag verboden zouden moeten worden als we klimaatverandering serieus nemen). Die centrales moeten 40 jaar of meer draaien en dat is precies de periode waarin zon en wind heel groot kúnnen, en volgens velen móeten gaan worden. Wat we ook doen, het mag de toekomstige mogelijkheden voor verduurzaming niet blokkeren. Het wordt tijd voor een nieuwe vorm van no regret beleid.


newton 3

Newton

Colofon newton is een uitgave van E.ON Benelux voor

Sir Isaac Newton, Brits natuurkundige, wiskundige, filosoof en alchemist (4 januari 1643 – 31 maart 1727). In 1672 werd Newton gekozen tot lid van de Royal Society na een telescoop te hebben geschonken die niet uitging van het gebruik van lenzen (en de onvermijdelijke lichtbreking), maar werkte op basis van weerkaatsing van licht. In dat jaar publiceerde hij een eerste wetenschappelijke verhandeling over optica. Die verhandeling werd goed ontvangen, afgezien van kritiek van Robert Hooke en Christiaan Huygens over Newton’s theorie dat licht uit deeltjes in plaats van uit golven zou bestaan. Hoewel het artikel redelijk was ontvangen bleef Newton huiverig voor het publiceren van zijn resultaten: hij vond roem en eer wel leuk, maar kon slecht tegen kritiek! Pas in 1704 (na de dood van Hooke) publiceerde hij een volledig verslag van zijn onderzoekingen in de optica, in zijn boek ‘Opticks’.

zakelijke relaties Redactie E.ON Benelux: Maxim Brouwer,

Ellen Hoogerdijk

Pilgrims:

Nico Blaauw,

Jacinta Janmaat

Contactgegevens E.ON Benelux Postbus 8642 3009 AP Rotterdam www.eon-benelux.com newton@eon-benelux.com

Inhoud

Fotografie & beeldmateriaal

Energiemarkt klimt voorzichtig uit dal 

4

ANP Photo, Nuon Helianthos, Alpa Ventus

Finland: liever onafhankelijk dan duurzaam 

6

Tekstbijdragen Hanno Bakkeren, Jan Bletz, Nils Elzenga,Wilmie

Rioolzuiveraars worden energieproducenten

10

 Johannes Teyssen over de strategie van E.ON

12

Het duurzaamheidsbeleid van Rutte I

14

Uur van de waarheid voor elektrische auto 

16

Geurtjens, Aren van Muijen, Maarten van der

10

Vormgeving LVB Networks, Amersfoort Illustratie

Met minder subsidie meer 

Schaaf

Joep Bertrams

18

groene stroom uit biomassa

Productie Effector, Breda

Superboiler voor Almere 

20

De kracht van de zon 

22

Over energiecentrales in de woestijn Zonnige toekomst voor zonne-energie 

24

In perspectief

27

16

Cartoon Joep Bertrams Alpha Ventus maakt stroom op volle zee 

28

English summaries

30

Voor het geheel of gedeeltelijk overnemen of bewerken van artikelen of beeldmateriaal is toestemming nodig van E.ON Benelux. In de meeste gevallen zal die graag worden verleend. De mening van personen of organisa-

24

ties in de artikelen vertegenwoordigt niet het standpunt van E.ON Benelux, tenzij nadrukkelijk aangegeven.


newton 4

Energiemarkt klimt voorzichtig uit dal De energiemarkten in Nederland en België kampten de afgelopen twee jaar met een sterk afnemende vraag. Inmiddels zijn de eerste voorzichtige tekenen van herstel zichtbaar. Het beeld van de Nederlandse energiemarkt met stabiele groeicijfers van enkele procenten per jaar kreeg in 2009 een flinke deuk. In de slipstream van de economische recessie daalde de vraag naar elektriciteit aanzienlijk. Een blik op de verbruikcijfers van het CBS leert dat het elektriciteitsverbruik in 2009 met 5,5 procent daalde vergeleken met een jaar eerder. In de eerste helft van 2010 zette de dalende trend door. Vergeleken met dezelfde periode in 2009 was er een daling van 4,5 procent en afgezet tegen de eerste helft van 2008 bedroeg de afname zelfs 9 procent. Netbeheerder TenneT gaf aan dat vanaf augustus dit jaar zich een voorzichtig herstel lijkt af te tekenen. Ook in België liep de vraag terug: in 2009 werd 6 procent minder elektriciteit verbruikt dan in 2008. Verschil met Nederland is wel dat in België in de eerste helft van 2010 het herstel al inzette. Uit cijfers van netbeheerder Elia blijkt dat het verbruik met ruim 4 procent toenam.

Energieverbruik 2009 % mutatie t.o.v. 2008 2,0 0 -2,0 -4,0 -6,0 -8,0 -10,0 totaal

aardgas

elektriciteit Bron: CBS

aardolie steenkool

Recessie Wat zeggen deze cijfers nu precies? Wim van der Veen, consultant bij energiekennisbedrijf KEMA, vindt de daling in 2009 aanzienlijk. “Temeer daar voor 2009 een stijging van de vraag naar elektriciteit werd verwacht. De daling is duidelijk een gevolg van de recessie. Je ziet

dit vooral terug in het lagere verbruik door de industrie waar sprake was van forse vraaguitval.” Van der Veen wijst erop dat ook het kleinverbruik daalde, iets wat volgens hem minder makkelijk te verklaren is. “Deels komt dit waarschijnlijk door de recessie. Daarnaast hebben ook de destijds hoge prijzen mogelijk een rol gespeeld.” Net als Van der Veen vindt ook Marcus van den Hoek, energiemarktdeskundige bij Deloitte, de daling van de elektriciteitsvraag in Nederland en België relatief groot: “De laatste jaren was in Westerse landen met industrie sprake van een trendmatige groei. Dat er in dan in twee jaar bijna tien procent af gaat, is significant.” Gasvraag stijgt De vraag naar gas vertoonde de laatste twee jaar een ander patroon. In 2009 was in het gasverbruik zowel in Nederland als België nog een stijging zichtbaar, al was deze afgevlakt naar ongeveer 1 procent. In het eerste helft van 2010 was er bovendien in beide landen sprake van een sterke stijging: +17 procent. Deels zal dit laatste te maken hebben met de strenge winter, maar Van den Hoek ziet ook andere factoren. “Bij het huishoudelijk verbruik is het verband tussen enerzijds verbruik en anderzijds conjunctuur en prijs veel lager. Verder zie ik in België dat de dynamiek voor de gasmarkt beperkt is. De ontwikkelingen op de energiemarkt worden meer bepaald door de Belgische aansluiting op het Franse nucleaire net.”


newton 5 Terrein bij Delfzijl in afwachting van bouwplannen

“De plannen voor

nieuwe centrales hangen nu als het ware in de lucht”

Dat hangt ook samen met de magere langetermijnverwachtingen voor energieverbruik in Europa. Het is geen afstel van de investeringen, wel uitstel.” Behalve nieuwe kolencentrales ziet Van den Hoek ook dat andere energieprojecten worden uitgesteld, zoals de bouw van een LNGterminal in Delfzijl.

Voorzichtig Voor energiebedrijven is het belangrijk om op de heftige marktontwikkelingen, vooral op de elektriciteitsmarkt, te reageren. “Je neemt als energiebedrijf posities in ten aanzien van inkoop”, stelt Van der Veen (KEMA). “In de afgelopen tijd zorgde daling van de vraag voor een mismatch tussen inkoop en verkoop. Dat willen energiebedrijven niet te lang laten voortduren, hoewel ze langlopende contracten natuurlijk niet zomaar kunnen openbreken.” Van der Veen suggereert dat bij nieuw af te sluiten contracten zowel de (zakelijke) klant als energiebedrijf voorzichtig te werk gaan. “De economische vooruitzichten zijn onzeker en toch wil je inkoop en verkoop op elkaar afstemmen. Daar komen de fluctuerende energieprijzen nog bij, wat partijen afwachtend maakt. En bovendien willen energiebedrijven

nog marge op hun contracten maken. Dat maakt dat ze minder speculatief gedrag vertonen ten opzichte van ontwikkelingen in de markt.” Van den Hoek (Deloitte) ziet een groeiende behoefte bij klanten aan meer flexibiliteit in de contracten. “Men wil minder risico lopen ten aanzien van volumeverplichtingen. Op hun beurt willen energiebedrijven meer flexibel kunnen zijn richting hun leveranciers.” Uitstel nieuwbouw Behalve manoeuvres rond energiecontracten signaleren Van der Veen en Van den Hoek ook dat energiebedrijven in een aantal gevallen bouwplannen voor nieuwe centrales voorlopig uitstellen. Van den Hoek: “De plannen voor nieuwe centrales hangen nu als het ware in de lucht. Deze plannen worden getemporiseerd.

Herstel Nu de economie weer voorzichtig aantrekt, verwachten Van der Veen en Van den Hoek voor de komende jaren een lichte stijging van de vraag. Het duurt waarschijnlijk tot 2012, misschien zelfs tot 2013, voordat de vraag weer op het niveau is van 2008. Voor de lange termijn is, behalve de economische groei, ook het overheidsbeleid richtinggevend voor de energievraag. Van den Hoek wijst op het beleid voor meer energieefficiency. “In het verleden heeft dit beleid zich toch wel bewezen. Het levert veel op en ik verwacht dat de overheid dit beleid voortzet.” Van der Veen is voorzichtiger: “Het nieuwe kabinet moet weliswaar rekening houden met internationale afspraken, maar of de doelstelling van 1 tot 2 procent besparing per jaar wordt gehandhaafd, zal moeten blijken.” •

Meer informatie www.deloitte.com www.kema.com www.cbs.nl


newton 6

E.ON World

Finland

Liever

onafhankelijk dan duurzaam In Olkiluoto, een dorpje in het zuidwesten van Finland, wordt de modernste kerncentrale ter wereld gebouwd. Het megaproject verloopt allesbehalve soepel: de constructie van de European Pressurized Reactor heeft al vier jaar vertraging opgelopen en de bouwkosten zijn inmiddels verdubbeld tot maar liefst zes miljard euro. Toch stemde het Finse parlement afgelopen zomer in met de bouw van nog twee nieuwe kerncentrales. “Het Finse energie­ beleid dreigt 180 graden de verkeerde kant op te gaan.” “Een historische stap in de richting van een C02-vrije toekomst.” Zo noemde de Finse minister van Handel en Industrie Mauri Pekkarinen de toestemming die het Finse parlement op 1 juli 2010 verleende voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. In Finland leveren vier nucleaire installaties momenteel al een kwart van de totale elektriciteitsvraag. “ Als de kerncentrale in Olkiluoto en de twee nog te bouwen centrales klaar zijn, kan Finland vrijwel volledig voorzien in zijn eigen elektriciteitsvoorziening,” licht Timo Ritonummi, hoofdingenieur van het Finse energiedepartement enthousiast toe. “Onze productie zal bovendien grotendeels C02-vrij zijn,” voegt hij er trots aan toe. De vreugde op het ministerie wordt geenszins gedeeld door Finse milieuorganisaties. De Finse Natuur Liga noemt de beslissing ‘een drama’. Greenpeace Finland spreekt van ‘een stap terug in de tijd’. “Alles wat mis kon gaan bij de

bouw van Olkiluoto-3 is misgegaan”, verzucht Leo Stranius, directeur van de Finse Natuur Liga. “En toch besluit het parlement om nog twee licenties af te geven. Ongelooflijk.” Stranius somt de problemen rondom Olkiluoto-3 op. “Het fundament van de centrale moest opnieuw worden gelegd door fouten met de betonstorting. Daarnaast bleek dat de Franse bouwer Areva ongekwalificeerde onderaannemers inzette. Eigenlijk moest de centrale al in 2009 klaar zijn, inmiddels hoopt Areva op 2013. Maar niemand durft meer een datum te noemen. De kosten, oorspronkelijk geraamd op 3 miljard euro, zijn opgelopen tot 6 miljard.” Wie voor die drie miljard moet opdraaien is nog onduidelijk. Stranius: “Areva en het


newton 7

Finse TVO, eigendom van energiebedrijven, industrie en gemeenten, zijn daarover in een felle ruzie beland. De zaak ligt bij de rechter.” Leggen renewables het af? De twee milieuorganisaties zijn niet alleen bezorgd over de huidige problemen in Olkiluoto, ze vinden ook dat minister Pekkarinen de Finse bevolking verkeerd voorlicht over de milieu-impact van kernenergie. “Kernenergie wordt ten onrechte een CO2-vrije technologie genoemd,” zegt Juha Aromaa van Greenpeace Finland. “Bij de bouw van de centrale en bij het winnen van de nucleaire grondstof uranium komt wel degelijk CO2 vrij. Daarnaast is er natuurlijk nog altijd geen oplossing voor het nucleair afval.” Beide milieuclubs vrezen dat de keuze voor kernenergie bovenal een keuze is tegen de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Aromaa: “Olkiluoto heeft ons geleerd dat een nieuwe kerncentrale minstens 6 miljard euro kost. Als de industrie nog twee van zulke reactoren gaat bouwen zal er weinig geld overblijven om te inves­ teren in duurzame energiebronnen.” Stranius heeft nog goede hoop dat de hoge kosten de Finse energiebedrijven Teollisuuden Voima en Fennovoima er uiteindelijk van zullen weerhouden om met de bouw van nieuwe kerncentrales te beginnen. “De energiebedrijven hebben nog geen overeenstemming bereikt met Areva over de prijs voor de nieuwe centrales. Ze maken nu hun rekensommetjes. Als ze dat goed doen zien ze hopelijk in dat investeren in renewables hen meer oplevert.” Maar op het ministerie twijfelt hoofdingenieur Ritonummi niet over de komst van de twee nieuwe centrales. “Het politieke debat is voorbij. Het is tijd dat we het gekozen beleid gaan uitvoeren.” >>

“Het

politieke debat is voorbij. Het is

tijd

dat we

het gekozen beleid gaan

uitvoeren”


newton 8

Kern van de zaak Waarom wil Finland in eigen land kernenergie produceren? Daarvoor zijn twee redenen. Allereerst wordt kernenergie beschouwd als oplossing om onafhankelijk te worden van de import van elektriciteit uit Rusland – Finlands historische vijand. Die import bereikte volgens Finland Statistics vorig jaar zijn hoogste niveau ooit: 15 procent. Dat percentage zal verder oplopen als de stekker over een paar jaar uit een aantal oude kolencentrales wordt getrokken. Daarnaast wil de Finse regering de machtige en energieverslindende papier- en metaalindustrie in het land tegemoetkomen, denkt het hoofd van de Finse Natuur Liga. Door licenties voor nieuwe kerncentrales af te geven gaat een lang gekoesterde wens van de industrie in vervulling. Hiermee wil de regering de industrie een duidelijk signaal geven: elektriciteit in Finland zal de komende jaren goedkoop blijven, dus ga niet weg. De afgelopen jaren hebben steeds meer Finse papier- en houtbedrijven

Winter in Helsinki

hun productielocaties verplaatst naar Drijvend ijsblok bij Groenland Azië en Latijns-Amerika vanwege de lagere loonkosten en de nabijheid van grote afzetmarkten. De regering wil verdere uitstroom voorkomen, omdat de zware industrie veel Finnen werk biedt.

Vieze én schone bronnen “Deze regering vindt energieonafhankelijkheid belangrijker dan de ontwikkeling van duurzame bronnen,” constateert Timo Määttä, ingenieur bij Motiva, de Finse overheids­ instantie gericht op de ontwikkeling en promotie van duurzame energie. “Maar als we zelfstandig in onze energie willen voorzien, wat op zich geen gekke gedachte is natuurlijk, hebben we zowel kernenergie als renewables nodig. Naast het verlenen van licenties voor de bouw van kerncentrales streeft de regering daarom naar het verhogen van renewables in de energiemix. Dat streven is geen losse flodder,” zegt Määttä die wijst op de invoering van een feed in tarief voor producenten van windenergie en biogas. Op 1 januari 2010 gaat die regeling van start. Tot 2020 investeert de overheid daarin jaarlijks 400 miljoen euro. Die investeringen moeten

er de komende tien jaar toe leiden dat het aandeel renewables stijgt van 28 procent in 2008 naar 38 procent in 2020. “Dat is zeker haalbaar,” zegt Määttä. In tegenstelling tot de milieuorganisaties is Määttä, die persoonlijk overigens geen voorstander is van kernenergie, niet bang dat de ontwikkeling van renewables in het gedrang komt nu het Finse bedrijfsleven miljarden gaat investeren in de bouw van nieuwe kerncentrales. “Er zijn nog genoeg bedrijven die kunnen en willen investeren in renewables. Onze huidige windenergiecapaciteit is slechts 200 MW, maar het potentieel is vergelijkbaar met Denemarken. De regering streeft naar een capaciteit van 2.000 MW in 2020, maar als ik alle plannen van de industrie optel kom ik nu al uit op 5.000 à 6.000 MW.” Leo Stranius bevestigt Määttä’s idee dat de Finse regering energieonafhankelijkheid ver-


newton 9

“Het energieverbruik is enorm. Een Fin heeft twee keer zoveel energie nodig als bijvoorbeeld een Duitser”

kiest boven het bevorderen van duurzame energie. “Kijk maar naar het belasten van fossiele brandstoffen. Binnenkort treedt een belasting in werking voor het gebruik van kolen, olie en gas, stuk voor stuk geïmporteerde brandstoffen. Milieuorganisaties zijn natuurlijk blij met zo’n belasting, maar het is nogal teleurstellend om te zien dat turf, een zeer vervuilende, maar nationaal gewonnen energiebron wordt vrijgesteld van CO2-belasting.” Stranius beschrijft turf als “Finlands eigen olie”. “Het is goed voor 6 tot 10 procent van de Finse energievoorziening. Het is big business en levert duizenden banen op, maar bij de verbranding wordt de biodiversiteit zwaar aangetast en komt er meer CO2 vrij dan bij kolen. Door turf niet te belasten laat de regering zien dat het handelt uit angst in plaats van uit een weloverwogen toekomstvisie.” Energieslurpers Zo’n ‘weloverwogen toekomstvisie’ zou volgens Stranius moeten beginnen bij de aanpak van Finlands hoge energiegebruik. “Het energieverbruik is enorm. Een Fin heeft twee keer zoveel energie nodig als een Duitser.” Die hoge vraag is deels het gevolg van het strenge klimaat, maar de staal-, hout- en papier­ industrie zijn de voornaamste energieslurpers in Finland. Daar staat tegenover dat de papier- en houtindustrie ook een grote producent van bio-energie zijn. Stranius: “Sinds de jaren zeventig genereren houtbedrijven al elektriciteit uit biomassa tijdens hun productieproces. Dankzij hen hebben we relatief veel duurzame energie in Finland.” Desalniettemin kan de energie efficiëntie van de industrie nog behoorlijk verbeteren, stelt de milieukundige. “De overheid zou dat moeten stimuleren door de prijs te verhogen. Nu wordt elektriciteit zwaar gesubsidieerd. De elektriciteitsprijzen voor burgers en vooral voor de industrie behoren tot de laagste in Europa.” De Finse overheid lijkt op korte termijn niet

van plan om te korten op de energiesubsidies. Terwijl de Europese Commissie lidstaten aanmoedigt het energieverbruik te verminderen met 20 procent, neemt de Finse regering genoegen met een efficiëntie verbetering van 5 à 10 procent in 2020. Regelgeving of beleid om die voorzichtige doelstelling te realiseren ontbreekt nog. Stranius: “Dat is zeer teleurstellend. Ook hier zie je dat de angst regeert. Angst dat de industrie naar het buitenland vertrekt en angst op een afstraffing door de achterban bij de komende verkiezingen. De industrielobby is heel machtig.” Hoofdingenieur Timo Ritonummi op het Finse energiedepartement erkent dat het verhogen van de energieprijzen de beste manier is om energie efficiency te verbeteren. “Maar dat kan maar tot op zeker hoogte,” beweert hij. “In Finland vormen de kosten voor verwarming en transport een groter aandeel in het gezinsbudget dan bijvoorbeeld in Nederland of België.” Ritonummi wijst er bovendien op dat de industrie al een behoorlijke slag heeft gemaakt in het verbeteren van zijn energiehuishouding. Motiva-ingenieur Määttä valt Ritonummi bij.

“De industrie heeft tien jaar geleden in een gedragscode vastgelegd het energiegebruik aan te pakken. Hoewel de code juridisch niet bindend is, zijn de industriebedrijven er wel in geslaagd het gasverbruik met circa 10 procent te verminderen en 5 procent minder elektriciteit te gebruiken. Daar kwam overigens nauwelijks techniek aan te pas. Slim gebruik en het beter meten van het verbruik kan nu eenmaal al grote besparingen opleveren.” Beide ingenieurs verwachten dat nieuwe technieken verdere efficiëntieverbeteringen zullen opleveren. Määttä: “Finland heeft een van de grootste cleantech clusters ter wereld. Misschien ontstaat daar wel een gigant zoals Nokia.” Volgens de Amerikaanse cleantech goeroe en investeerder Shawn Lesser is dat zeker niet ondenkbaar. Lesser heeft als oprichter van Sustainable World Capital een solide track record als het gaat om het voorspellen van the next big thing in technology. De Amerikaan voorspelde begin dit jaar dat Finland in 2010 wel eens een doorbraak zou kunnen beleven in schone technologie. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd, maar wie weet wat 2011 voor de Finnen in petto heeft? •


newton 10 vijf vragen

Rioolzuiveraars worden energieproducenten Nu is het zuiveren van afvalwater nog een energieslurpend proces, maar als het aan de waterschappen ligt, gaat dat snel veranderen. Rioolwaterzuiveringsinstallaties moeten in de toekomst energie gaan produceren in plaats van consumeren. Net als huishoudelijk afval is rioolwater een potentiële energiebron. Merle de Kreuk, innovatietechnoloog bij waterschap Hollands Delta, legt uit hoe die energie gewonnen kan worden.

1.

Waarom kost het zuiveren van rioolwater met de huidige installaties veel energie?

“Rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) halen schadelijke stoffen uit ons afvalwater, waaronder organisch materiaal, fosfaat en ammonium. Om die stoffen eruit te halen wordt het water constant op en neer gepompt en belucht. Dat gebeurt soms nog met vrij ouderwetse technologieën. Met puntbeluchters bijvoorbeeld, waarbij een soort enorme slagroomklopper lucht in het water brengt. Een optimale waterkwaliteit, de prijs en de robuustheid van het systeem hebben altijd prioriteit gehad bij het ontwerpen van rwzi’s. Aan het energetische component werd nauwelijks gedacht. Mede daardoor zijn rwzi’s grootverbruikers van energie. Een standaardinstallatie verbruikt jaarlijks ongeveer 3 miljoen kWh, het jaarlijks elektriciteitsverbruik van ruim 850 huishoudens.”

2.

Hoe kunnen rioolwaterzuiverings­ installaties worden getransfor­ meerd tot energieproducenten?

“Door rwzi’s slimmer in te richten en het zuiveringsproces efficiënter te maken kunnen we 350 nieuwe bronnen van groene energie creëren in Nederland. Om rwzi’s energieneutraal te laten opereren is er niet eens nieuwe technologie nodig, de bekende huidige technieken volstaan. Nieuwe technieken kunnen de efficiëntie van alle rwzi’s wel verder verbeteren waardoor meer energie kan worden geproduceerd. Een bestaande techniek die nu steeds meer gebruikt wordt is plaatbeluchting. Daarbij belucht je het afvalwater met fijne belletjes en kun je het energieverbruik met ongeveer een derde verminderen. Ook kan je energie opwekken door de organische stoffen uit het afvalwater te vergisten. In dat proces ontstaat methaan dat weer kan worden ingezet als biogas. Ook kun je op die manier via warmtekracht­koppeling elektriciteit en warmte produceren. In het merendeel van de installaties vind dit proces al plaats, maar dat kan nog worden geopti­ maliseerd, bijvoorbeeld door het kraken van slib. Zo komt er meer grondstof beschikbaar voor het vergistingproces waardoor er ook meer biogas kan worden gemaakt.”


newton 11

“We moeten proberen de strijd tussen de verschillende bacteriën in balans te krijgen. Dat is de uitdaging.” waterzuiveringsinstallatie

3.

Begin 2011 wordt gestart met een proef om op een energie-efficiënte wijze stikstof uit afvalwater te verwijderen. Wat wordt precies getest?

“Onderzoekers van de TU Delft en de Radboud Universiteit Nijmegen ontdekten afgelopen jaar dat anammoxbacteriën zouden kunnen bijdragen aan het vergroten van de energieproductie van rwzi’s. De bacterie wordt nu al gebruikt in warme afvalwaterstromen, zoals het water dat uit de slibvergister komt, maar we weten niet of het ook werkt in het veel koudere afvalwater in de zuivering. In februari starten we met een pilot op rwzi Dokhaven in Rotterdam. Door de anammoxbacterie in te zetten voor de stikstofverwijdering hoeven we naar verwachting minder te beluchten: dat scheelt veel energie. Daarnaast zorgt de bacterie ervoor dat we alle organische stoffen in het afvalwater kunnen benutten om biogas te maken. Nu gaat een deel van de organische stoffen verloren in het proces om ammonium en nitraat te verwijderen. Dat is zonde.”

4.

Hoe groot acht u de kans dat de proef slaagt?

“Of de proef een succes wordt is onzeker. In afvalwater groeien bacteriën om het hardst. Je moet je voorstellen dat alle bacteriën in afvalwater proberen te overleven, the survival of the fittest. Hopelijk groeit de anammoxbacterie snel genoeg, want we kunnen niet constant anammox­bacteriën aan het proces toevoegen: er moet een stabiele populatie ontstaan. We moeten proberen de strijd tussen de verschillende bacteriën in balans te krijgen. Dat is de uitdaging. Het feit dat de bacterie in de natuur zowel voorkomt in koud zeewater bij Groenland als in beekjes in Nederland sterkt ons in de gedachte dat de bacterie moet kunnen overleven in de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Over twee jaar, als de proef afloopt, weten we dat zeker.”

5.

Wat als de proef onverhoopt mislukt?

“Dat zou geen ramp zijn, maar wel heel jammer. Gelukkig zijn er nog allerlei andere manieren om energie uit afvalwater te halen. Advies- en ingenieursbureau DHV is bijvoorbeeld bezig met de inzet van een speciale brandstofcel met fosfaatterugwinning bij rwzi’s. In 2005 hebben we ons gecommitteerd aan het verbeteren van onze energie-efficiëncie. In 2020 moeten alle rioolwaterzuiveringsinstallaties 30 procent minder energie verbruiken. Dat betekent een verbetering van 2 procent per jaar. We zitten midden in dat proces. Ik verwacht dat meerdere rwzi’s in 2015 al energieneutraal zijn. Daarvoor kijken we ook naar het creëren van synergie met de omgeving. Biogas kun je bijvoorbeeld leveren aan een fabriek in de buurt, warmte kan worden gebruikt voor het verwarmen van huizen. Daarvoor zal samenwerking met energiebedrijven ook nodig zijn.” •

Meer informatie www.energiefabriek.com


newton 12

E.ON presenteert nieuwe bedrijfsstrategie

Focus, internationale groei en schonere,

betere energie

Cleaner & better energy is de kern van de nieuwe strategie van E.ON, die op 10 november werd gepresenteerd tijdens de jaarlijkse Capital Market Day in Londen. Dr. Johannes Teyssen, CEO van E.ON AG, licht de toekomstplannen toe. Wat is de huidige positie van E.ON in vergelijking met tien jaar geleden? “Het afgelopen decennium is de energiewereld fundamenteel veranderd. Er is onder meer een serieus begin gemaakt met de transitie van conventionele naar duurzame energiebronnen en daarnaast is het politieke klimaat heel anders geworden. Twee jaar geleden kregen we verder te maken met een wereldwijde economische crisis die de energiemarkt zwaar onder druk zette. Dat zijn moeilijke omstandigheden,

maar E.ON heeft zich keer op keer bewezen. Zo waren wij één van de eerste bedrijven die succesvol anticipeerde op de economische crisis. We beseften dat de situatie nooit meer zal worden zoals vóór de crisis, zodat we ons vanaf dat moment uitsluitend zijn gaan focussen op de toekomst. Anno 2010 staan we voor enkele grote uitdagingen die we niet met wishfull thinking, maar met een weldoordacht plan te lijf gaan. De nieuwe bedrijfsstrategie van E.ON moet allereerst leiden tot minder kapitaalintensieve groei. Onze investeringsfilosofie is: less capital, more value. Daarnaast kunnen we ons dankzij de nieuwe strategie en gewijzigde organisatiestructuur voortaan snel en resoluut aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. Het uitgangspunt van onze nieuwe bedrijfsstrategie is dat we vooral die dingen willen doen waar we goed in zijn. Nu is de tijd gekomen om onze ambities in de


newton 13

eerdere ambitie om dat in 2030 gerealiseerd te hebben. Dat is een ambitieus streven en sommigen zullen ons voor gek verklaren, maar het is ons menens. E.ON is een bedrijf met een missie. We zijn niet het grootste energieconcern ter wereld, maar wel een bedrijf dat een steentje wil bijdragen aan het verbeteren van de wereld. Door ons de komende jaren verder te ontwikkelen als energie-expert slaan we meerdere vliegen in één klap. Consumenten kunnen rekenen op betere producten en services, E.ON blijft een aantrekkelijke werkgever, we creëren waarde voor investeerders en onderscheiden ons van andere aanbieders in de markt.”

praktijk te brengen: de resultaten zijn goed en de vooruitzichten zijn gunstig.” Het nieuwe motto van E.ON is ‘Cleaner & Better Energy’. Kunt u uitleggen wat daarmee wordt bedoeld? “Onze internationale, strategische focus is inderdaad ‘schonere en betere energie’. Dat klinkt mooi en is beslist geen loze marketingbelofte. Betaalbare energie, leveringszekerheid en klimaatbescherming hoeven elkaar niet uit te sluiten. Sterker nog, ze horen alle drie thuis in onze bedrijfsstrategie, zelfs in tijden dat het economisch tegenzit. Met ‘schonere’ energie geven we aan dat we steeds schonere energie willen leveren door blijvend te investeren in nieuwe, betere technologieën en energiesystemen. Ons doel is om al in 2020 onze CO2-uitstoot in Europa met maar liefst 50 procent gereduceerd te hebben, in tegenstelling tot onze

Wat betekent de nieuwe bedrijfsstrategie van E.ON voor Europa en de rest van de wereld? “De focus van E.ON is en blijft Europa. Wij gaan ons hier concentreren op dat wat we het beste kunnen, namelijk duurzame en conventionele energieopwekking, energiehandel, de internationale gasmarkt en het marketen van innovatieve energieoplossingen voor klanten. Dit doen we daar waar de beste groeikansen liggen. Prioriteiten zijn het intensiveren van samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met de Europese Unie, nationale en lokale overheden, en het creëren van schaal- en concurrentievoordelen door het samenvoegen en optimaliseren van energiemarkten. Ook gaan we in Europa systematisch werken aan een significant kleinere CO2-uitstoot door de ontwikkeling en toepassing van innovatieve, kostenefficiënte technologieën op grote schaal, zoals windparken op land en offshore. Op kleinere schaal willen we ons onderscheiden met intelligente producten voor particulieren, zoals micro CHP units voor eengezinswoningen in combinatie met gaslevering op maat, en efficiënte energieoplossingen voor ondernemers. Buiten Europa is er ruimte voor groei. Verschillende delen van de wereld hebben immers nog een inhaalslag te maken voor wat betreft het vergroten van hun energiecapaciteit. Naast de implementatie van nieuwe bouwprojecten in Rusland en het vergroten van de capaciteit

van duurzame energieopwekking in NoordAmerika zal E.ON de komende jaren twee nieuwe markten aanboren. Niet door het doen van grote acquisities, maar door de inzet van onze eigen kennis, expertise en vaardigheden. Groei buiten Europa is in onze optiek alleen mogelijk met de superior skills die je eerder in je thuismarkt hebt bewezen. Target is dat in 2015 een kwart van onze verdiensten afkomstig is van activiteiten buiten Europa.” Met de nieuwe bedrijfsstrategie is ook een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd. Wat betekent dit? “Vanuit het hoofdkantoor van E.ON in Düsseldorf worden alle activiteiten gecoördineerd. Deze zijn ondergebracht in vijf global units, te

“Ons streven is ambitieus en sommigen zullen ons voor gek verklaren” weten installaties, duurzame energie, handel, nieuwbouw en technologie, en gas. Twaalf regionale units zijn verantwoordelijk voor de nationale sales, regionale energienetwerken en distributie. Groepsbrede eenheden leveren tot slot supportfuncties als IT en inkoop. Deze vereenvoudigde opzet zorgt voor meer efficiëntie, transparantie en controle. Onze strategie kan snel en duidelijk worden geïmplementeerd in de verschillende markten en maakt het mogelijk om snel en adequaat op ontwikkelingen in te springen. Ik ben ervan overtuigd dat onze nieuwe strategie, efficiëntere organisatiestructuur en prestatiecultuur een nieuw hoofdstuk zullen toevoegen aan het succesverhaal van E.ON.” •


newton 14

Hoe duurzaam is

Rutte I

Het nieuwe kabinet neemt afscheid van het klimaat-, energie- en milieubeleid van z’n voorgangers en heeft gekozen voor een nieuw duurzaamheidsbeleid. Deskundigen op het gebied van duurzaamheid maken zich zorgen, maar er zijn ook positieve geluiden te horen. Bezwaren “Als het regeerakkoord wordt uitgevoerd, breken er voor milieu en klimaat barre tijden aan”, waarschuwde Wouter van Dieren, directeur van milieuadviesbureau IMSA en lid van de Club van Rome onlangs in NRC Handelsblad. “Er wordt botweg gesaneerd op natuur en milieu”, verzuchtte Johan van der Gronden, directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF), begin oktober bij de publicatie van het Living Planet Report 2010 van het WNF. Vereniging Milieudefensie liet bij de verschijning van het regeerakoord van CDA en VVD weten dat ‘Rutte I duurzaamheid de kop indrukt’. De kritiek op Rutte 1 is kortom niet van de lucht. Waartegen bestaan vooral bezwaren? • In de eerste plaats is er kritiek dat het nieuwe kabinet de klimaatdoelstelling verlaagt: van 30 procent minder CO2-uitstoot in 2020 dan in 1990 naar min 20 procent. Dat is conform de Europese afspraken, maar veel critici vinden dit niet ambitieus genoeg. Hetzelfde geldt voor de investeringen in duurzame energie. Ook hier zijn de Europese doelen nu leidend.

Het nieuwe kabinet wil dat 14 procent van onze energievoorziening in 2020 afkomstig is van duurzame energie, waar Balkenende IV nog 20 procent nastreefde. Een belangrijk verschil met vroeger is dat het budget wordt gemaximeerd op 1,4 miljard euro per jaar. Bovendien is het geen subsidie meer. Bedrijven en consumenten moeten dit bedrag opbrengen via een opslag op de energienota. De bestaande landelijke subsidieregeling voor duurzame energie SDE wordt stopgezet. • Een andere punt van kritiek richt zich op het voornemen om kernenergie te stimuleren. Waar het vorige kabinet zich uitsprak tegen de komst van nieuwe kerncentrales, komt er als het aan dit kabinet ligt ruimte voor kernenergie. Nieuwe kerncentrales gaan bovendien voor CO2-opslag. CO2-opslag kan pas plaatsvinden wanneer er een vergunning is afgegeven voor een nieuwe kerncentrale. Ook moet er draagvlak onder de lokale bevolking voor bestaan. De Duurzame Energie Koepel (een samenwerkingsverband van 350 bedrijven) heeft laten weten weinig

positiefs te verwachten van de voorrang die de nieuwe regering geeft aan kernenergie boven duurzame energie. • Daarnaast worden de verbindingszones in de ecologische hoofdstructuur (EHS) ‘herijkt’. De verbindingszones tussen natuurgebieden worden geschrapt. De afgelopen 20 jaar

WNF, Natuurmonumenten en andere partijen vrezen een lappendeken van

natuurgebieden

werd gewerkt aan de aaneenschakeling van natuurgebieden om de achteruitgang van de soortenrijkdom van dieren en planten tegen te gaan. Waarom dit beleid niet voortzetten?, vraagt bijvoorbeeld het WNF zich af. Nu


newton 15

Boeken Solar Energy Engineering Processes And Systems Soteris A. Kalogirou ISBN-13: 9780123745019 In dit boek komen alle facetten van de technische kant van zonneenergie aan de orde. Zonne-energie wordt in rap tempo een belangrijk onderdeel van onze energiemix. Het bereik van zonnecellen omspant verschillende materialen en verschillende structuren in de zoektocht naar een maximaal vermogen tegen minimale kosten. dreigt er kapitaalvernietiging, stelt directeur Johan van der Gronden: “80 procent van de ecologische hoofdstructuur is gerealiseerd. De ecoducten liggen klaar, de gebieden zijn klaar, alleen de verbindingen moeten er nog komen.” WNF, Natuurmonumenten en andere partijen vrezen een lappendeken van natuurgebieden zonder onderlinge verbindingen. • Dan is er nog de veelbesproken verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen van 120 naar 130 kilometer. Milieudefensie wijst er bij monde van onderzoeksbureau CE Delft op dat auto’s bij 130 kilometer per uur per afgelegde kilometer 10 procent meer CO2 uit dan bij een snelheid van 120. “Ook de uitstoot van schadelijk fijnstof en NO2 nemen toe.” • Tot slot snijdt het kabinet in de subsidies aan milieuorganisaties. Het gaat daarbij om een lange lijst met landelijke en regionale belangenclubs met uiteenlopende doelstellingen. Uiteraard tot afgrijzen van de organisaties die de subsidiekraan dichtgedraaid zien worden.

Positief Uiteraard is het niet een en al kritiek wat de klok slaat. Het nieuwe kabinet streeft naar vereenvoudiging van allerlei regels, en dat valt bij veel partijen in de smaak. De Duurzame Energie Koepel juicht bijvoorbeeld toe dat vergunningsprocedures voor kleinschalige, decentrale energie en warmte-/koudesystemen eenvoudiger zullen worden. Ook heeft de organisatie lof dat er meer geld beschikbaar komt voor innovatie en onderzoek, onder andere om toepassing van nieuwe energiebronnen bevorderen. Positief vinden veel partijen ook dat Rutte een ‘Green Deal’ wil sluiten met de samenleving om de aanpak van energiebesparing verder te stimuleren. Alleen: wat behelst die ‘Green Deal’ verder?, vraagt wetenschapsjournalist Renë Didde zich af in Binnenlands Bestuur. “Dat moet nog blijken.” •

Veel partijen onthouden zich overigens nog van een mening, maar geven aan dat het beleid nu nog te summier is omschreven.

Sustainable Solar Housing Hastings ISBN-13: 9781844078011 Dit boek, bestaand uit 2 delen, doet uitgebreid onderzoek naar een reeks manieren voor het energiezuinig ontwerpen van gebouwen, rekening houdend met verschillende strategieën (energiebesparing en duurzame energie) en technologieën. Energy en life cycle effecten worden beschouwd als cruciale factoren, met inbegrip van het passieve en actieve gebruik van zonneenergie. Ook wordt het potentieel van deze opties in een verscheidenheid van contexten beoordeeld, bijvoorbeeld naar verschillende type woning of ander klimaat.


newton 16

Uur van de waarheid  voor elektrische auto In Nederland trekken elektrische auto’s vooralsnog meer mediaaandacht dan kopers; er rijden slechts een paar honderd rond, vrijwel allemaal bedrijfsauto’s. Het Formule E-team, een samenwerkingsverband van de overheid, het bedrijfsleven en instellingen onder voorzitterschap van Maurits van Oranje, moet hier verandering in brengen. In 2020 moet in Nederland een miljoen elektrische auto’s rijden. Hoe realistisch is deze doelstelling? De doorbraak van elektrsch rijden werd jarenlang gefrustreerd door een kip-of-eikwestie: elektrische auto’s werden niet verkocht omdat er te weinig laadpunten waren en investeringen in laadpunten bleven uit doordat er nauwelijks elektrische auto’s rondreden. Daar kwam bij dat er maar bar weinig betaalbare en praktische elektrische auto’s op de markt waren. De veelbesproken Tesla Roadster is leuk voor wie hem kan betalen (ruim een ton) en de blits wil maken met een kekke, eco-vriendelijke sportwagen, maar als gezin heb je er niet veel aan. Geen bezwaren Aan deze bezwaren lijkt nu een eind te komen. Veel gemeenten en provincies zijn in hoog tempo laadpunten aan het installeren. Amsterdam plaatst de komende twee jaar 200 laadpunten, een aantal Limburgse gemeenten plaatst samen 150 stuks. Stichting e-laad.nl, een initiatief van de Nederlandse netbeheerders, wil de komende drie jaar maar liefst 10.000 laadpunten realiseren. Aanvragen kunnen gedaan worden door gemeenten maar ook door bezitters van elektrische auto’s. De netbeheerders hopen met dit initiatief zowel het elektrisch rijden te stimuleren als inzicht te krijgen in de gevolgen voor het elektriciteitsnet als elektrisch rijden straks echt van de grond komt. Ook het keuzeaanbod van elektrische auto’s wordt steeds groter. Nissan lijkt er met de Leaf als eerste in geslaagd een betaalbare elektrische gezinsauto op de markt te brengen. Met een vanaf-prijs van 32.839 euro, ruimte voor vijf mensen, een topsnelheid van 140 kilometer per uur en

een actieradius van ruim 150 kilometer, hoopt Nissan binnenkort veel belangstellenden naar haar showrooms te lokken. Geen lawaai en nul uitstoot, aldus de Nissan-website. En nog een stuk goedkoper in gebruik ook. Elektrische auto’s zijn vrijgesteld van BPM, wegenbelasting en bijtelling. Omdat elektriciteit ook nog eens een stuk goedkoper is dan benzine, loopt het voordeel in vier jaar tijd op tot 5.324 euro, aldus Nissan. Tel daar bij op dat een elektrische motor aanzienlijk minder onderhoud vergt dan een benzinemotor en het voordeel wordt nog groter. Woon-werkverkeer Een actieradius van 150 kilometer zou voor 90 procent van de autoritten voldoende moeten zijn. Toch baart de resterende 10 procent marktkenners grote zorgen. Het opladen van de batterijen duurt acht uur, dus anders dan met een benzinemotor zullen elektrische rijders hun reizen goed moeten plannen om te voorkomen dat ze vroegtijdig en langdurig stil komen te staan. Sommige vrezen dat deze range anxiety een echte doorbraak van de elektrische auto zal frustreren, maar voor het reguliere woon-werkverkeer is een elektrische auto wél heel geschikt. Voor bijvoorbeeld landelijke accountmanagers lijkt de elektrische auto (nog) geen optie. Om de range anxiety te verkleinen bestaan er snelladers waarmee de autobatterijen in een kwartier tot een half uur tot 80 procent kunnen worden opgeladen. Probleem is dat deze snellaadstations nog dun gezaaid zijn: Nederland telt er één, in Leeuwarden. Een andere oplossing voor range anxiety komt van de autofabrikanten zelf. Onder andere Jaguar en Chevrolet presenteerden onlangs elektrische auto’s met zogeheten range extenders. De auto’s hebben naast een elektrische motor een benzinemotor. Die is niet om de auto aan te drijven als de stroom op is (zoals bij een hybride), maar om tijdig extra stroom op te wekken om de batterijenspanning op peil te houden.


newton 17

E.ON & elektrische auto’s “De vraag is niet zozeer of we ooit elek­ trisch aangedreven auto’s gaan rijden, maar vooral wanneer. Samen met mijn team ga ik ervoor zorgen dat E.ON ook op deze markt van de toekomst zo goed mogelijk gepositioneerd is.” - KlausDieter Maubach, lid van de raad van bestuur van E.ON AG, in magazine E.ON World. Momenteel lopen er al grote projecten binnen E.ON. In München testte E.ON al de Mini E van BMW op zijn geschiktheid voor dagelijks gebruik. Speciaal voor dat doel werden in de stad 15 openbare stations gebouwd. Conclusie van de testrijders is overtuigend: rijplezier zonder lawaai of CO2-uitstoot. Daarnaast vinden ze de actieradius van 150 kilometer prima voor een tweede auto. Op dit moment loopt in München een nieuwe pilot met de Audi A1 e-tron.

Batterijen Het succes van de elektrische auto zal voor een groot deel afhangen van de kwaliteit en betaalbaarheid van de batterijen. Momenteel wordt de prijs van een elektrische auto voor een derde tot de helft bepaald door de kosten van de batterijen. Autoproducenten verwachten dat deze door schaalvoordelen en technische ontwikkelingen snel goedkoper en beter zullen worden. Sceptici hebben hun bedenkingen. Voor goede batterijen zijn zeldzame metalen nodig. Een grotere vraag zal de prijs eerder opdrijven dan doen dalen. Daarnaast vrezen zij een grote afhankelijkheid van een klein groepje productielanden zoals China, dat de export van zeldzame metalen onlangs drastisch beperkte. Om consumenten tegen de onzekerheid omtrent toekomstige batterijontwikkelingen te beschermen, leasen sommige autofabrikanten het batterijenpakket er los bij. Zo weten autokopers zich altijd van een up-to-date, goedwerkend batterijenpakket verzekerd. Het neemt ook veel onzekerheid weg over de latere verkoopwaarde op de tweedehandsmarkt. Andere producenten bieden langdurige garantie op hun batterijenpakket om kopers over de

streep te trekken. Over de klimaatvoordelen van elektrisch rijden bestaan nogal wat misverstanden. ‘Geen uitlaat, geen CO2 en geen fijnstof’, klinkt natuurlijk mooi, maar elektriciteit moet geproduceerd worden. Indien opgewekt in een elektriciteitscentrale vindt er vooral een verplaatsing van de uitstoot plaats, van de uitlaat van de auto naar de schoorsteen van de centrale. Bij duurzame CO2-vrije opwekking is wel veel winst te behalen. Neemt niet weg dat een concentratie van de uitstoot wel degelijk grote voordelen heeft voor de luchtkwaliteit in dichtbebouwde omgevingen als steden. Een ander voordeel van grootschalige inzet van elektrische auto’s is dat de elektriciteitsconsumptie veel beter over de dag verspreid wordt. Auto’s zullen immers vooral ’s nachts opladen. Dit biedt grote voordelen voor de belasting en efficiency van het elektriciteitsnetwerk, helemaal als autobatterijen na de introductie van een smart grid niet alleen stroom afnemen maar er desgewenst ook aan kunnen leveren. • Meer informatie www.e-laad.nl www.teslamotors.com www.nissan.nl

E.ON UK is als partner betrokken bij de grootste praktijktest in Groot-Brittannië, waaraan 110 elektrische auto’s deelnemen. De Britse regering stelt subsidie ter beschikking. De Zweedse stad Malmö start dit jaar ook met een pilot op het gebied van e-mobility. E.ON sponsort 35 van de 70 auto’s. Het project zal twee jaar duren en krijgt subsidie van de Zweedse regering. Verder is E.ON partner in een testproject met onder meer Volkswagen, waarin de VW Golf TwinDrive wordt getest in het kader van ‘Fleetmanagement en Elektrische Mobiliteit’. In nauwe samenwerking met universiteiten, autobranche en toeleveranciers zoekt E.ON voortdurend naar de toepassing van technische oplossingen, zoals ‘inductieladen’; het laden zonder kabels.


newton 18

Superboiler voor Almere Almere maakt serieus werk van duurzaam opgewekte energie. Met de bouw van een heus zonne-eiland heeft de stad een icoonproject dat tot de verbeelding spreekt. Aan de rand van nieuwbouwwijk Noorderplassen-West ligt Almere’s nieuwe trots: een super zonneboiler ter grootte van drie voetbalvelden. De boiler is de op drie na grootste zonneboiler ter wereld. Alleen Zweden, Denemarken en Italië hebben grotere exemplaren. De boiler bestaat uit 520 zonnecollectoren die ovaalvormig in het landschap liggen ingebed. De collectoren produceren 9.750 gigajoule wat overeenkomt met ongeveer een miljoen douche­beurten. 10 procent van de warmwaterbehoefte (tap- en verwarmingswater) van 2.700 huishoudens is hiermee gedekt. De overige 90 procent is restwarmte van de nabijgelegen warmtekrachtcentrale en is dus feitelijk ook ‘groene’ warmte. Samen zorgen collectoren en restwarmte voor 50 procent minder CO2uitstoot per huishouden. Dit komt ongeveer neer op een reductie die overeenkomt met 55 pv-zonnepanelen of 12.000 km niet autorijden. Technisch hoogstandje Almere heeft de primeur. Niet eerder werd in Nederland een woonwijk collectief verwarmd

met ter plekke opgewekte zonne-energie. De entree van de wijk, een weg die dwars door het veld met blauwzilveren buizen voert, voelt als een hypermoderne pretparkattractie. Manshoge collectoren blikkeren in de zon. Overal steken pijpen uit de grond; het geheel doet eerder denken aan een gloednieuwe aardgasinstallatie dan aan een boiler. Maar niets is minder waar. Een fijn afgesteld regelsysteem zorgt voor optimale warmteoverdracht. Rond tien uur ’s ochtends, wanneer de zon het systeem van voldoende warmte en UV voorziet, begint het systeem met het rondpompen van vloeistof. Door de speciale opbouw van de collectoren en de geringe hoeveelheid vloeistof in elke collector (14 liter), wordt er ook op bewolkte dagen warmte overgedragen op de collectorvloeistof. Om de warmte te kunnen overdragen op het stadsverwarmingsnet moet de temperatuur minimaal 80 graden bedragen. Sensoren regelen de stroomsnelheid: hoe kouder het is, hoe meer tijd de vloeistof nodig heeft om op te warmen, hoe trager de vloeistof door de collectoren stroomt. De uiteindelijke warmteoverdracht vindt plaats in een warmtewisselaar die automatisch opent als de gewenste temperatuur is bereikt. Is er dan niet veel onderhoud aan zo’n ingenieus systeem? Een woordvoerder van Nuon schat dat de technische levensduur ongeveer 25 jaar is. “Er zal af en toe een pomp of frequentieregelaar moeten worden vervangen, maar we gaan ervan uit dat het bij kleine reparaties blijft.” Niet meest rendabel Hoe futuristisch en ingenieus deze collectieve groene stroomvoorziening ook mag zijn, volgens sommige deskundigen is het toch niet de meest efficiënte manier om duurzame warmte op te wekken. In een interview


newton 19

met het NOS journaal zegt duurzame projectontwikkelaar Pieter Hameetman dat het efficiënter is om boilers op individuele huizen te installeren. Bovendien is er niet altijd ruimte om drie voetbalvelden met collectoren naast een nieuwe wijk op te trekken. In een stad over veel hoogbouw beschikt, kan een collectieve voorziening wel weer heel aantrekkelijk zijn. Zo’n systeem kan dan bijvoorbeeld op een dak van een groot winkelcentrum of kantoorgebouw worden aangelegd. De bewoners van de wijk merken overigens helemaal niets van de bijzondere herkomst van hun warme water. Ze betalen ongeveer dezelfde prijs voor de energie als een huishouden met conventionele toevoer. Brussel heeft het belang van dit project ook onderkend. Het eiland is onderdeel van het EU-programma Concerto. Concerto richt zich op grote demonstratieprojecten waarin woonwijken in grote mate zelfvoorzienend moeten worden. Zo krijgt het Almeerse gepionier plots Europese betekenis. Op de totale kosten van 4,2 miljoen euro was de Concerto subsidie van 1,4 miljoen euro cruciaal. De helft van de kosten komen van Nuon zelf en de rest, een zesde van het bedrag, komt van een eenmalige bijdrage van de bewoners. Die 400 euro zat verdisconteerd in de aankoopprijs van de woning. Hoe rendabel het project uiteindelijk is kan Nuon nu nog niet zeggen. Lange adem Het zonne-eiland is er niet zonder slag of stoot gekomen. Al in 1997 heeft de gemeente Almere een tender uitgeschreven voor de integrale energievoorziening van de wijk. Het project moest naast een minimale CO2-reductie van 30 procent en een EPC-aanscherping

(Energie Prestatie Coëfficiënt) van 10 procent ook voldoen aan de eis dat 10 procent van de energieopwekking duurzaam moest zijn. Het voorstel van Nuon (1998) om een zonne-eiland aan te sluiten op het bestaande, eveneens door Nuon aangelegde stadswarmtenet van Almere Stad, kwam als beste uit de bus. Subsidieaanvragen, onderhandelingen met projectontwikkelaars en ontwikkeling van het finale ontwerp hebben wat tijd gekost, maar uiteindelijk is het toch gelukt. De definitieve overeenkomst is in februari 2008 getekend en op 21 juni 2010, de langste dag van het jaar, is de installatie officieel in gebruik genomen. Toekomst Of in een dichtbevolkt land als Nederland de collectorvelden de toekomst hebben moet nog blijken. Maar veel doet dat er misschien niet toe. Wubbo Ockels, ex- astronaut en hoogleraar duurzaamheid aan de TU Delft schetst het belang van icoonprojecten zoals het zonne-eiland in Almere. “Nu is groene energie nog duur, maar dat gaat veranderen. Als het zover is hebben de mensen voorbeelden nodig. Daaraan kunnen ze zien dat het technisch allemaal haalbaar is. Het zoneiland in Almere is zo’n project.” • Meer informatie www.almere.nl www.nuondoet.nl


newton 20

Met minder subsidie meer groene stroom uit biomassa

En toch de

klimaatdoelstellingen halen Verhoogde bijstook van biomassa kan zeer substantieel bijdragen aan vermindering van broeikasgassen en vermeerdering van groene stroomproductie. Daarvoor zijn geen bakken subsidie nodig. Een wettelijke leveranciersverplichting is veel effectiever en het spaart ’s lands schatkist. Alle partijen zijn het eens dat Nederland minder afhankelijk moet worden van fossiele brandstoffen, voor kabinet Rutte I ligt de oplossing nadrukkelijk in meer kerncentrales. Voor de stimulering van nieuwe technologie is besloten tot een zogeheten ‘gesloten einde regeling’. De kans is aanwezig dat hierdoor complexere trajecten moeizamer of helemaal niet van de grond zullen komen. Over stroom uit biomassa wordt bijzonder weinig gezegd. En dat terwijl op 17 juli een position paper verscheen met een doordacht verzoek om regelgeving, die zowel de bestaande capaciteit in stand kan houden als goedkoop ruimte kan creëren voor de ontwikkeling van nieuwe capaciteit. André Jurjus

Echte vraag creëren In het position paper kwamen de energieproducenten Electrabel, E.ON, EPZ en RWE/ Essent en de zeehavens Groningen, Amsterdam, Rotterdam en Zeeland met een constructief voorstel. Alle acht willen ze grote investeringen doen in infrastructuur die een fors hoger gebruik van biomassa mogelijk maakt. Ze stellen dat biomassa de goedkoopste manier is om op grote schaal duurzame energie te produceren. De tech-

nologie is bewezen, de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen kan significant zijn, en het levert veel nieuwe arbeidsplaatsen op. De acht zien een leveranciers­ verplichting als de meest aangewezen weg om de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Een overgangsregeling op korte termijn is nodig om het wegvallen van bestaande capaciteit te voorkomen. “Wanneer bedrijven iedere vier jaar moeten wachten hoe het beleid nu weer wordt, gaan ze achterover leunen of investeren in andere landen. Dat vind ik legitiem en begrijpelijk”, zegt André Jurjus, directeur van de branchevereniging EnergieNederland, waarin vanaf volgend jaar de EnergieNed en VME opgaan. “Maar wanneer je leveranciers wettelijk verplicht om een steeds groter aandeel groene stroom aan hun klanten te verkopen, creëer je echte vraag. Dan hebben bedrijven zekerheid, ze gaan investeren en er komt een reële prijs. Het probleem momenteel is dat klanten zelf moeten kiezen voor groene stroom, die alleen dankzij subsidies tegen dezelfde prijs in de markt kan worden gezet als grijze. Een leveranciersverplichting geeft een veel stabieler klimaat, want als een wet er eenmaal is verander je die niet zo snel.” 2014 Het nieuwe kabinet heeft nog niet besloten tot een leveranciersverplichting en overgangsregeling. Voorlopig wil het door met subsidies, om pas in 2014 het beleid opnieuw te bekijken. EnergieNederland vindt dat geen goed idee en zal daarom hard werken om zo snel mogelijk duidelijk te krijgen hoe de toekomst eruit gaat zien. “Je hebt zo twee tot drie jaar nodig om alle regelgeving te ontwikkelen. Als je daar nú voor kiest kun je in 2014 van start. Je moet voorbij 2020 durven kijken en een regime creëren dat ook daarna nog meekan. Zoals Groot-Brittannië en Zweden, die werken al jaren met zo’n verplichting. De overgangsregeling is nodig omdat veel subsidies aan bestaande bij- en meestookinstallaties beginnen af te lopen. Bedrijven stoppen noodgedwongen omdat ze verlies lijden. Ze investeren niet meer, personeel en daarmee kennis verdwijnen. Het zou betekenen dat je in 2014 weer opnieuw moet beginnen. Wanneer bedrijven weten dat dat gunstige klimaat er komt,


newton 21

zijn ze eerder bereid hun installaties in stand te houden.” Bovendien, meldt het position paper van 17 juli, voorkom je bij snel ingrijpen dat onnodig veel CO2 in de lucht terecht komt.

Duurzame Energie uit Biomassa voor Nederland Producenten van elektriciteit willen investeren in grootschalig gebruik van duurzame biomassa

De ondertekende elektriciteitsproducenten zijn bereid te investeren in duurzame energie uit biomassa en willen hiermee een significante bijdrage leveren aan het behalen van de Nederlandse duurzaamheidsdoelstellingen. Biomassa is voor Nederland de goedkoopste manier om op grote schaal duurzame energie te produceren, is een betrouwbare technologie, kan snel een significante bijdrage realiseren en heeft positieve spin-off effecten voor Nederland. De benodigde biomassa is beschikbaar en zal voldoen aan strikte duurzaamheidscriteria. Om het biomassapotentieel efficiënt tot ontwikkeling te brengen is een leveranciersverplichting de aanbevolen route. Om het wegvallen van bestaande biomassacapaciteit te voorkomen is echter al op korte termijn een overgangsregeling nodig Wereldwijd hebben landen ambitieuze beleidsdoelstellingen geformuleerd om een duurzame toekomst te bewerkstelligen. Zo streeft de EU naar 20% CO -reductie, 20% duurzame energie (17% voor Nederland) en 20% verbetering van energie-efficiëntie in 2020. Enorme investeringen in duurzame energie (diverse technologieën en sectoren) zijn hiervoor vereist. Ook Nederland zal grote investeringen in duurzame energieproductie moeten doen. De Nederlandse

Figuur 1: Nederlandse duurzaamheidsdoelstellingen (TWh)

overheid heeft de EU-doelstellingen overgenomen en wil zelfs verder gaan: 20% van het primaire energieverbruik moet duurzaam zijn in 2020 (Schoon & Zuinig). De gestelde doelen zijn ambitieus maar haalbaar als alle betaalbare mogelijkheden optimaal benut worden.

Subsidie naar nieuwe technologie André Jurjus is wel blij dat de nieuwe minister van Economische Zaken Maxime Verhagen ook Innovatie in zijn portefeuille heeft. Jurjus: “Logisch, want het is economische problematiek, maar ik ben gewoon erg blij dat innovatie veel aandacht krijgt. We hebben hele ambitieuze milieudoelstellingen, waarvoor veel nieuwe technologie nodig is. Alleen is die vaak duur. Er wordt heel veel bedacht, maar die nieuwe technologieën staan nog aan het begin en kleine bedrijfjes kunnen die zelf niet rendabel maken. Dan heb je veel subsidie nodig. Daarom pleiten we voor de leveranciersverplichting in combinatie met subsidies voor duurdere technologieën.” Dit kabinet beweegt nog onvoldoende in die richting. We gaan dus tegen de minister zeggen dat hij daar over na moet denken. Maxime Verhagen heeft de naam een harde onderhandelaar te zijn, maar hij houdt zich aan zijn woord. En verduurzaming is een wezenlijk onderdeel van het regeerakkoord. Iedereen weet nu wel dat verduurzamen moet. Je moet het alleen niet los zien van de markt. Je houdt de energiebedrijven een helder perspectief voor, en zij ontwikkelen dan wel de beste methodes.” •

Meer informatie www.energiened.nl www.portofrotterdam.nl www.vme.org

Om de Nederlandse duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken is een mix van technologieën noodzakelijk

Wij willen, als elektriciteitsbedrijven en zeehavens werkzaam in de biomassa logistiek, een belangrijke bijdrage

leveren

aan

het

bereiken

van

de

doelstellingen. Een combinatie van verschillende technologieën is daarbij onontbeerlijk. Duurzame energiebronnen zoals windenergie en biomassa zijn essentieel om de gestelde doelen voor CO -reductie en duurzaamheid te halen en gelijktijdig de voorzieningszekerheid te waarborgen.

De bedrijven kiezen voor harde duurzaamheidscriteria voor biomassa

De gebruikte biomassa dient duurzaam te zijn. Grootschalig gebruik voor elektriciteitsproductie mag de voedselvoorziening, watervoorziening of biodiversiteit niet in gevaar brengen. Daarom zullen duidelijke keuzes worden gemaakt. Figuur 2: Duurzaamheid biomassa voor elektriciteitsproductie

juli 2010

1

Position paper Het position paper kunt u opvragen door een e-mail te sturen naar newton@eonbenelux.com


newton 22

newton 22

De kracht van de zon

Energiecentrales in de woestijn Marokko is in het kader van zijn nieuwe nationale energie­ strategie begonnen met de bouw van een serie zonnekrachtcentrales. Die centrales vormen de aanzet voor een nauwe samenwerking tussen Marokko en Desertec Industrial Initiative, het ambitieuze duurzame energie­ project in de Noord-Afrikaanse woestijn van een voornamelijk Duits bedrijvenconsortium. De zon brandt, het is erg heet. Een onprettige sensatie, maar tegelijkertijd een goed teken. We zijn namelijk onderweg naar Ayt Beni Mathar, een stoffig gehucht in het Marokkaanse Rifgebied, dat een plek heeft verworven op de mondiale energiekaart door de bouw van een zonnekrachtcentrale in de buurt. De centrale bij Ayt Beni Mathar is onderdeel van het vooruitstrevende nationale energieplan dat Marokko in november 2009 naar buiten bracht. Dat plan voorziet in de bouw van in totaal vijf zonnekrachtcentrales - behalve in Ayt Beni Mathar komt ook een centrale in Ouarzazate, Layoune, Boujdour en Tarfaya

- met een gezamenlijke capaciteit van 2.000 MW. Het project, waaraan een prijskaartje hangt van 9 miljard dollar, moet in 2020 zijn afgerond. Volgens de Marokkaanse minister van Energie en Mijnen, Amin Benkhadra, zullen de vijf centrales dan jaarlijks besparingen opleveren van 1 miljoen ton aardolie en 3,7 miljoen ton CO2-uitstoot. Bovendien zullen de centrales voorzien in 42 procent van de Marokkaanse energiebehoefte. Leidende rol Behalve deze voordelen op nationaal niveau moet Marokko’s energieplan ook leiden tot nauwe samenwerking met het ambitieuze Desertec Industrial Initiative (DII), een consortium waarin een dozijn voornamelijk Duitse bedrijven hun krachten hebben gebundeld (waaronder E.ON). Het doel van Desertec is de creatie van een honderden vierkante kilometers omspannend netwerk van wind- en zonnekrachtcentrales in de Noord-Afrikaanse Sahara. In 2050 moet dat netwerk voorzien in vijftien procent van de Europese energiebehoefte en in de gehele vraag in de woestijnlanden waar de centrales gebouwd gaan worden. “Marokko heeft de ambitie om een leidende rol te gaan spelen in het Desertec-project”, verklaarde Said


newton 23

Mouline, directeur van het Bureau voor Duurzame Energie in Rabat, eerder tegenover Reuters. Buitenlandse energiebedrijven die naar Marokko willen komen om te investeren in energieproductie voor de export zijn, aldus Mouline, dan ook meer welkom. Een groot voordeel is dat Marokko reeds verbonden is met Spanje door een onderzeese elektriciteitskabel. Aangezien Desertec nog verkeert in de opstartfase – in 2012 moet in kaart zijn gebracht wat de kosten en baten van het geplande megaproject zijn – is de centrale in Ayt Beni Mathar nog betaald uit andere bronnen. “Tweederde van onze financiering, zo’n 290 miljoen dollar, bestaat uit een lening van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank waarvoor de Marokkaanse overheid garant staat”, vertelt Said Tabai, chef van de technische dienst in Ayt Beni Mathar, die ons bij de toegangspoort heeft opgehaald voor een rondleiding. “Het overige geld komt van de Wereldbank, de Marokkaanse regering en een Spaanse kredietverlener, Instituto Credito Official.” Spiegels Onder het praten loopt Tabai het uitgestrekte fabrieksterrein op en doemen er aan zijn linkerkant rijen metershoge, gekromde spiegels op. “Onze centrale is de eerste ter wereld die elektriciteitswinning uit aardgas combineert met een specifieke vorm van Concentrated Solar Power, kortweg CSP”, legt Tabai uit. “De spiegels die je ziet concentreren zonlicht op een glazen buis waar aardolie doorheen loopt. Met de opgewarmde olie genereren we elders in de fabriek de stoom waarmee we duurzame elektriciteit opwekken.” Dat is vooralsnog overigens een bescheiden hoeveelheid: van de totale capaciteit van 470 MW is nu 20 MW afkomstig van de zonnepanelen. “Maar dat aandeel”, zegt Tabai terwijl hij de wenteltrap beklimt die langs het centrale fabrieksgebouw omhoog kronkelt, “zou in de nabije toekomst best eens toe kunnen nemen. Ons Office National de l’Electricité

heeft al plannen aangekondigd om het aantal zonnepanelen fors uit te gaan breiden. Er is toch plek zat.” Boven aangekomen wordt begrijpelijk wat Tabai bedoelt: naar alle kanten is tot de horizon niets dan rotsachtige woestijn zichtbaar. De 160 hectare zonnepanelen van de centrale vallen erbij in het niet. Het mooi vlakke terrein was overigens niet de enige reden om de centrale hier neer te zetten. “Uiteraard is er hier veel zon - maar dat had je al gemerkt”, grijnst Tabai. “Verder heeft het terrein geen enkele functie: het is te droog voor landbouw en er woont niemand. Daarentegen zit er in de grond fossiel water, dat we nodig hebben om alle spiegels eens per twee weken mee te reinigen. Tenslotte misschien wel het belangrijkste: we zitten hier praktisch op de grens met Algerije, en dus dichtbij het Algerijnse aardgas dat we gebruiken.” Concurrerend De elektriciteit van Ayt Beni Mathar en Marokko’s andere zonnekrachtcentrales wordt voorlopig gebruikt voor de binnen­ landse markt. Niettemin meent iemand als Jonathan Walters, manager energie en transport bij de Wereldbank, dat Marokkaanse zonne-energie snel concurrerend kan zijn op de wereldmarkt vanwege de grote vraag uit Europa. Zal Marokko in de nabije toekomst in staat zijn om zonne-energie te gaan exporteren, denkt Tabai? “Dat is een vraag die ik niet met zekerheid durf te beantwoorden, maar ik hoop het natuurlijk van harte. Marokko heeft geen olie, geen kolen en geen gas. Dus ook al is zonne-energie in Marokko nu nog grofweg twee keer zo duur als conventionele energie, met het oog op de snelle ontwikkelingen in de sector en ons gebrek aan natuurlijke hulpbronnen wordt zonne-energie een steeds aantrekkelijkere optie voor ons land.” •

“Uiteraard is hier veel zon. Verder heeft het terrein geen enkele functie”


newton 24

Optics: Zonne-energie In steeds meer landen breekt zonne-energie grootschalig door. De techniek heeft zich inmiddels bewezen en regeringen wereldwijd effenen de weg voor serieuze opschaling. In Nederland lijkt deze ontwikkeling minder vanzelfsprekend. “Hier gaat het op twee momenten fout: in het stemhokje en op de beursvloer.” Op 11 november jl. organiseerde E.ON Benelux een Optics-bijeenkomst rond het thema zonne-energie in Nederland. De zon: bron van gigantische hoeveelheden schone energie. Feitelijk bestaat er helemaal geen energiecrisis, we moeten alleen de omschakeling slim proberen te managen. Dat vergt tijd, geld en inspanning. “En moeten we nu al investeren of moeten we toch wachten totdat er grid parity is bereikt?”, vraagt CEO Joost van Dijk zich bij zijn openingswoord af. De sprekers deze middag zijn Wim Sinke en Wouter Jonk. De eerste is verbonden aan ECN en de ander investeert in duurzame energie technieken en bedrijven. Alvorens moderator Joris Luyendijk de eerste spreker aankondigt vraagt hij de zaal na te denken over de vraag wie nu eigenlijk het voortouw moet nemen om een echte doorbraak van zonneenergie in Nederland te forceren. Is dat de overheid, het bedrijfsleven of zijn het de burgers? Prof. dr. W. Sinke Sinke begint met een overview van de laatste stand van zaken. Inmiddels is er wereldwijd 20 GWp opgesteld vermogen waarvan bijna 16 GWp in Europa. Duitsland is de absolute koploper, Spanje staat op twee. De productiegroei

“Uiteindelijk lijkt de conclusie dat de overheid nu nog een cruciale rol heeft in het sturen van de markt.”

van zonnepanelen bedraagt ongeveer 40-50 procent per jaar. Deze groei komt vooral uit landen als China en Taiwan. Sinke waarschuwt dat het westen niet te afhankelijk moet worden van China en pleit voor investeringen in het high end deel van de technologie. “De gewone productie van zonnepanelen is al bijna helemaal uit Europa verdwenen, maar door slim en efficiënt te werken kunnen we toch nog concurreren. Bovendien blijven financiering en installatie, de laatste stappen in het proces, interessante businesscases.” Er is volgens Sinke maar een paar honderd miljard euro nodig om zonne-energie mondiaal concurrerend te maken. “Dat lijkt veel, maar wereldwijd gezien is het helemaal niets.” Duitsland als voorbeeld Sinke vindt dat we Duitsland dankbaar mogen zijn. Het land heeft als eerste belangrijke stappen gezet om zonne-energie van de grond te krijgen. Deze stappen waren overigens zeker niet alleen op ideële motieven geënt. Integendeel. Hermann Scheer, de inmiddels overleden geestelijk vader van de feed in tarieven, had heel goed ingezien dat gerichte sturing kan leiden tot een bloeiende industrie. Met een lange termijnvisie heeft hij de sector geagendeerd. Het succesverhaal is inmiddels bekend.


newton 25

Onderzoek:

Ingewikkeld SDE- proces belemmert zonne-energie

Prof. dr. Wim Sinke, op de achtergrond Wouter Jonk

De financiële voordelen van de Ne­ derlandse subsidieregeling voor zonnepanelen zijn geen garantie dat consumenten er ook echt in zullen investeren. Enthousiaste en goedwillende consumenten die hun eigen duurzame energie wil­ len opwekken ondervinden nog teveel hinder van trage en inge­ wikkelde processen. Dit blijkt uit een consumentenonderzoek van E.ON Benelux onder een steek­ proef van Nederlandse consumen­ ten waaronder veel personen die de SDE-regeling praktisch hebben ervaren. Uit

het

consumentenonderzoek

blijkt dat steeds meer mensen het belang van duurzaam opge-

Het gaat in Duitsland zelfs bijna te goed. Op zonnige dagen is het piekvermogen van al die panelen nu zo groot dat het elektriciteitsnet overbelast raakt. Sinke: “De netcapaciteit is momenteel de bottleneck, niet de eigenlijke groei van de sector. In dat opzicht is ook de disbalans tussen Duitsland en de rest van Europa niet gunstig.” Wouter Jonk Investeerder Wouter Jonk schetst de financiële kansen van de sector. Die lijken bijna onbegrensd. “Mits er helder, doortastend en lange termijn beleid wordt gevoerd. Anders gebeurt er niks. De Nederlandse regering beseft niet dat ze wat betreft investeringsgeld concurreren met andere landen. Waarom zouden we in Nederland investeren als er in andere landen veel meer valt te verdienen? Zo denkt iedere investeerder.” Waarom zijn venture capitalists in Europa veel banger dan hun collega’s in Amerika, wil Sinke weten. Want ook dat lijkt in sommige Europese landen een rem te zijn. Jonk: “Dat zit ‘m toch in de cultuur van de investeerders. In Amerika schiet men met hagel, zowel in het opstarten van bedrijven als in het financieren ervan. Als het in Europa fout gaat, word je met de nek

aangekeken. Dat is in Amerika heel anders, daar probeer je het gewoon opnieuw.”

wekte energie inzien. De grote meerderheid is zelfs bereid meer te betalen, ook als ze de elektrici-

Iemand uit de zaal vraagt zich af waarom Duitsland zo succesvol is terwijl Nederland zo achter blijft. Sinke: “Op de eerste plaats is het toch de visie van politici die de doorslag heeft gegeven. Bovendien zijn Nederlanders geen echte ingenieurs. Wij hebben een sterke financiële- en dienstensector, in Duitsland is een goede ingenieur de echte held.” Een ander vraagt waarom we niet gewoon wachten met investeren tot we grid parity hebben bereikt. Met enig ongeduld legt Sinke nog eens uit dat we juist nu, voor het moment dat grid parity is bereikt, onze interne markt op moeten bouwen. “Bij grid parity is het hek van de dam en moeten we klaar zijn voor de grote golf. Bovendien is het ronduit asociaal om andere landen de kar te laten trekken.”

teit zelf moeten opwekken. Op het lijstje van meest bekende duurzame energiebronnen staan zon en wind bovenaan. Steeds meer mensen willen zelf energie opwekken met zonnepanelen maar doen dit uiteindelijk toch niet vanwege de forse initiële investering en de afwezigheid van een geschikt dak. Meer informatie De SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energie) neemt een deel van de financiële drempel weg maar blijkt voor de meeste mensen toch een onvoldoende prikkel

Uiteindelijk lijkt de conclusie dat de overheid nu nog een cruciale rol heeft in het sturen van de markt. Zonne-energie is nog altijd duurder dan grijze energie en linksom of rechtsom zal dit verschil nog een tijdje overbrugd moeten worden. En het dringende advies van Sinke voor de gevestigde energiebedrijven luidt: “Schakel op tijd om. KPN begreep dat mobiele telefonie natuurlijk ook hun business is. Hadden ze dat niet op tijd ingezien dan was het nu voorbij.”  >>

om daadwerkelijk te investeren in zonne-energie. Personen met SDEervaring vinden dat vooral de overheid er voor moet (en kan) zorgen dat het makkelijker en goedkoper wordt om zonne-energie te oogsten. Personen zonder SDE-verleden zien vooral een rol weggelegd voor de energieleveranciers Voor

het

complete

onderzoek

stuurt u een mail aan newton@ eon-benelux.com.


newton 26

Creatief met zon

In vergelijking met andere Europese landen komt zonne-energie in Nederland maar mondjesmaat van de grond. Door een weinig consistent regeringsbeleid in verleden en heden zijn ondernemers en investeerders onzeker geworden.

Toch zitten we ook hier niet stil en wordt er voortdurend gezocht naar manieren om de business case rond te kunnen rekenen. Een aantal initiatieven nader toegelicht Boer zoekt Buur voor zonnepanelen Het initiatief ‘Boer Zoekt Buur voor zonnepanelen’ voorziet in de behoefte van mensen zonder geschikt dak om toch te kunnen investeren in zonne-energie. Het idee is simpel: een boer heeft een groot dak maar heeft te weinig kapitaal om een grote zonne-installatie te financieren. Mensen uit de stad hebben geen dak maar kunnen samen wel de panelen van de boer betalen. Voor een eenmalige investering levert Greenchoice de deelnemers 15 jaar lang minstens 800 kWh groene stroom. Heerhugowaard: Stad van de Zon Heerhugowaard mag zich tegenwoordig oprecht ‘Stad van de Zon’ noemen. Door grootschalige, centrale inkoop, is het gelukt om zonder subsidie 1.600 woningen te voorzien van 55.000 zonnepanelen. De wijk is daarmee geheel klimaatneutraal. De helft van de opgewekte stroom is voor eigen gebruik, de rest wordt teruggeleverd aan het net en gesaldeerd. Dat de terugverdientijd ongeveer 20 jaar bedraagt,

vinden de meeste inwoners niet erg. Ze zeggen juist trots te zijn om in zo’n moderne schone omgeving te leven. Gemeente Lochem De gemeente Lochem heeft een leaseregeling voor de Lochemnaren opgezet. De deelnemers betalen 15 jaar lang een vast bedrag per maand dat overeenkomt met het bedrag dat ze nu voor grijze stroom betalen. Na die 15 jaar nemen ze de panelen over en hebben ze nog eens 10 jaar (de panelen hebben een garantieperiode van 25 jaar) gratis duurzame stroom. Door grootschalige inkoop van de materialen kan de prijs bijna met een factor 3 omlaag. Maar het wegnemen van de forse initiële investering is in deze casus de grootste winst. Zoneco Zoneco faciliteert het opzetten van grote zonne-energie projecten op lokaal niveau. Het bedrijf regelt schaalgrootte en financiering. Het belangrijkste probleem waar zij tegenaan lopen is de salderingswetgeving. Het is niet mogelijk om extern opgewekte energie over meerdere meters terug te laten lopen. Anders gezegd: een project als boer en buur werkt ook alleen maar als de boer al de opgewekte stroom zelf gebruikt, anders gooit de stroombelasting roet in het eten. Zoneco voorspelt een forse groei als de regelgeving op dat terrein wordt aangepast. Ergens moet de overheid over de brug komen. •

Meer informatie www.boerzoektbuur.nl www.heerhugowaard.nl www.lochem.nl www.zoneco.org


In Perspectief

newton 27

Š

Joep Bertrams


newton 28

Alpha Ventus 126 m Doorsnede Durchmesser wieken Rotor 126 m

Helikopter HelikopterPlattform platform ca. 92 m Nabe

84 m SacrĂŠ CĹ“ur, Paris

maakt stroom op volle zee

Nabe Naafhoogte 92 m

Sinds april dit jaar is het windmolenpark op volle zee officieel in Gondel

Gondel

bedrijf. De twaalf molens van Alpha Ventus zijn het begin van een ambitieus Duits plan, dat voorziet in 1.600 buitengaatse turbines in 2030. Zo ver in zee energie opwekken gaat echter niet zonder slag of stoot. een testarena voor onderzoeksprojecten op het gebied van natuur, ecologie en de verdere ontwikkeling van offshore windenergie.

Turm Mast

AV1 AV1

Vloed Hochwasser

Eb Niedrigwasser

Jacket

Overal langs de Europese kustlijn zijn de wentelende wieken van windmolens te zien, maar zo ver van het vasteland als Alpha Ventus vond je ze nog nergens. De 150 meter hoge turbines staan, verspreid over vier vierkante kilometer, 45 kilometer van het Noordduitse waddeneiland Borkum. De zee is hier dertig meter diep. Dat maakt de installatie tot een gedurfd stuk pionierend ingenieurswerk. De geraamde Anleger energieopbrengst van 220 GWh per jaar is genoeg voor 50.000 driepersoonshuishoudens. Het kostte zeven maanden om alle molens te plaatsen. Rond 350 mensen waren daarvoor tegelijkertijd aan het werk, en 25 schepen werden ingezet, waaronder de Thialf, het grootste kraanschip ter wereld. Enorme cijfers voor een energiefabriek. Alpha Ventus is dan ook veel meer dan dat. Het is

Vierhonderd keer zoveel Om die projecten uit te kunnen voeren werd vlakbij het park een onderzoeksplatform gebouwd, FINO 1, gefinancierd door het Duitse ministerie van milieu. Dit ministerie verwacht dat wind een sleutelrol gaat spelen in de energiemix van de toekomst. Haar doelstelling voor het jaar 2030 is een offshore capaciteit van 25.000 MW. Ruim vierhonderd keer zoveel als wat Alpha Ventus momenteel produceert. Aan de realisering van dat streven werken drie energiegiganten, EWE, E.ON en Vattenfall. Verenigd in het consortium DOTI (Deutsche Offshore Testfeld und Infrastruktur GmbH & Co) investeerden ze gezamenlijk ruim 250 miljoen euro in Alpha Ventus. EWE steekt inmiddels ook geld in de bouw van windpark Riffgat, vijftien kilometer uit de kust van Borkum. De kennis die wordt opgedaan bij Alpha Ventus kan het bedrijf gebrugebruikt worden bij de aanpak van volgende diepzeeprojecten, in de Duitse Noordzee en de Baltische zee. Vattenfall is wereldleider op het gebied van offshore windenergie.


newton 29

Warme kogellagers Op de gekozen plek werden zes turbines van het Franse merk Areva geplaatst en zes van het Duitse Repower, elk met een vermogen van vijf MW. Verschillende typen windmolens, die ook verschillende fundamenten nodig hadden. Na een paar maanden bleek dat de kogellagers in de transmissies van twee Franse molens warmer werden dan verwacht. Om problemen te voorkomen, werden ze direct buiten bedrijf gesteld en is hun werking grondig geanalyseerd. De te hoge temperatuur bleek een probleem dat ook aan land zou zijn opgetreden, en dat dus los stond van de weersomstandigheden op volle zee. Omdat het ter plekke plaatsen van nieuwe kogellagers technisch onmogelijk was, heeft Areva het complete machinehuis

Voor Duitsland is het geen discussiepunt of offshore windenergie toekomst heeft vervangen. Niet alleen van de twee molens die de foutmelding gaven, maar van alle zes. Op 12 oktober was het volledige park weer operationeel. Een tegenvaller bleef het natuurlijk, maar het consortium beschouwt dit letterlijk en figuurlijk als leergeld. De opgedane kennis is bruikbaar in toekomstige offshore projecten en bij productie- en onderhoudsconcepten van fabrikanten. Bovendien hebben de twaalf molens sinds de inwerkingstelling vorig jaar ok-

tober ondanks het oponthoud al 140 GWh aan het net geleverd. Twintig parken erbij Voor Duitsland is het geen discussiepunt of offshore windenergie toekomst heeft, al hebben critici het vaak over de hoge kosten. Vergunningen voor de volgende twintig parken zijn al afgegeven, want ze zijn essentieel bij het behalen van de klimaatdoelstellingen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de windparken bij Nederland, Engeland, Denemarken of Zweden, liggen de twintig geplande Duitse allemaal ver uit de kust, tussen de 60 en 120 kilometer. Daarmee maakt het land het zichzelf niet gemakkelijk. Met windmolens op land hebben onze oosterburen genoeg ervaring, met offshore nog heel weinig. “Daarom heeft de branche voorlopig zoveel mogelijk ondersteuning nodig”, stelt woordvoerster Nina Hildebrandt van Alpha Ventus. Van de economische crisis en gedaalde energieprijzen hebben natuurlijk zowel Duitsland als alle overige landen die offshore windparks bouwen last. Sommige projecten worden daardoor langzamer uitgevoerd dan oorspronkelijk de bedoeling was. Als reactie daarop ontstaan vaker samenwerkingsverbanden van investeerders om de risico’s te spreiden. Geen enkel project is echter afgeblazen.

Meer vis, nieuwe riffen Voor en tijdens de bouw van Alpha Ventus zijn veel onderzoeken gedaan naar alle mogelijke effecten op vogels, vissen en ecosystemen. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat vogels snel blijken te wennen aan de wieken en ze te mijden als waren het vogelverschrikkers. Daarnaast blijkt dat omdat in het park niet gevist mag worden de populatie en variëteiten van soorten stijgen. Op het beton van de fundamenten ontstaan zelfs nieuwe riffen. Maar het effect van lawaai bij het heien van de molenfundamenten in de zeebodem is een tot nu toe onopgelost probleem. Bruinvissen lijken schade op te lopen aan hun gehoor en navigatieorganen. Bij de bouw van Alpha Ventus zijn proeven gedaan met een onderwatergordijn van luchtbellen, dat de resonantie van het heien minimaliseert. Door dat te combineren met het uitzenden van akoestische verjagingsignalen, blijken bruinvissen het gebied te gaan mijden. Tegelijkertijd worden andere fundamenttypen onderzocht, die niet met palen verankerd hoeven te worden. De komende jaren zullen uitwijzen of deze gecombineerde aanpak effectief is. • Meer informatie www.alpha-ventus.de


newton 30

Summaries

Dutch/Belgian energy market, cautiously re-emerging In 2009 recession spurred a strong downturn in stable annual growth of several percent in the Dutch energy market. Official figures show a 5.5% year-on-year drop in electricity consumption. This trend continued in the first half of 2010 (down 4.5% and 9% on first halves 2009 and 2008 respectively). Now, official reports point to a cautious recovery as from August 2010. Meanwhile, Belgian demand also dropped with 2009 electricity consumption down 6% on 2008. However, recovery in Belgium kicked off in the first half of 2008 with consumption up 4%plus. Industrial consumption was down mainly due to a severe drop in demand. The decline in small scale consumption is less easy to explain but reflects both recession and price rises. Fine tuning In 2009 upward demand for gas flattened out to some 1% in Belgium and Holland. Both countries booked a 17% rise in the first half of 2010 partly thanks to the severe winter. At the same time developments in Belgium also reflect linkage to France’s nuclear network. Despite an uncertain economic outlook purchasing and sales need to be fine-tuned on a yearly basis. Fluctuating prices are also a factor, while clients seek greater flexibility around contracts, and suppliers aim for an adequate margin. Expectations There’s also a wait-and-see stance on new power stations, including coal-fired and other projects like the LNG-terminal in Delfzijl. But it could be 2013 before demand returns to the 2008 level. Governmental measures should also help, though international agreements for 1-2% annual savings remain in place. •

European Pressurized Reactor Finland is building the world’s most advanced nuclear power station: 4 years late, for 6 million Euros, double the original cost. And parliament has OK’d two more – a decision hailed by some as “an historic step towards a C02-free future”. In any event, together with four existing units they will make the country virtually self-sufficient in energy – and independent of Russia. Not surprisingly local environmentalists think otherwise citing a mix of construction faults, unqualified contractors and storage issues. There are also fears that the overspend will take funding away from renewables. At the ministry they take a robust view: “the political debate is over, now it’s time to implement the decisions.” The message to Finland’s heavy energy users – the powerful paper and wood industries – is that electricity will remain affordable. These major employers had been shifting to Asia and South America. The authorities are quick to stress the role of renewables in the energy mix, with an increased share from 28% in 2008 to 38% in 2020, and a 400 million Euro annual investment. Fossil fuels will also be subject to a new tax. Even so, peat which is a substantial natural fuel resource in Finland, will be immune Efficiency Finland’s environmentalists also call for greater energy efficiency. Electricity is heavily subsidised and Fins use twice as much power as Germans. And while the European Commission seeks a 20% cut the government in Helsinki is happy with 5 to 10% in 2020, and there are no signs of a shift. •

Boosting green power with biomass but no subsidies The coalition agreement underlying Holland’s new government is discouraging for fans of sustainable energy. The cabinet favours more nuclear power stations to cut use of fossil fuels. Meanwhile plans to encourage new technology face daunting constraints, and biomass is almost a non-topic. What makes this particularly striking is that a position paper published on 17th July made a clearly set out and constructive plea to maintain existing capacity while enabling the economically attractive development of fresh capacity. Transitional framework The names behind the paper are Electrabel, E.ON, EPZ and RWE/Essent, plus several major ports. All are keen to make major investments in infrastructure and so boost the use of biomass as the cheapest route towards big time sustainable energy. They also call for mandatory and rising production/supply quotas for green energy. This would boost demand and investment. But a good transitional framework is needed to prevent erosion of current capacity, according to industry body EnergieNederland (EN). The government has yet to move on any such regulations. Subsidies will continue, with a review in 2014. EN seeks greater clarity. Developing new regulations could take up to three years, and “The Hague” needs to look and act far beyond 2020 – like the Brits and the Swedes. As the position paper says, prompt action would cut CO2 emissions. And continuity depends on forward certainty (co-firing subsidies are drying up). Good news is that the new economics minister has innovation in his portfolio - a promising combination. Position paper For a copy of the position paper (in Dutch) mail newton@eon-benelux.com •


newton 31

Focus on international growth plus cleaner, better energy A briefing by Dr. Johannes Teyssen, CEO of E.ON “There’s no comparison with the energy scene ten years back. On top of the move from conventional towards sustainable, there’s the global economic crisis. E.ON has been one of the first to show an effective, pro-active, forward looking approach. Our new business/investment strategy is ‘less capital, more value’. What does Cleaner & Better mean in practice? Affordable energy, ensured supply and climate protection are integral to our strategy – especially when the going is tough. By 2020 we aim for a 50% cut in CO2 emissions in Europe. Ambitious? - certainly, but E.ON is a developing energy expert with a mission. If you’re an investor – that’s interesting. Where’s the geographic priority? The focus remains on Europe where we’ll be enhancing cooperation with the EU and national and local governments. For growth in other areas we believe that superior skills are the key. You’ll be seeing construction projects in Russia and more sustainability-oriented activities in North America. Tell us about the new organisation structure The five global units - installations, sustainable energy, trading, new construction, technology and gas - are coordinated from E.ON’s HQ in Dusseldorf. Twelve regional units run national sales, networks and distribution – plus there are group-wide support operations for IT and purchasing etc. It’s good for efficiency, transparency, control and manoeuvrability. And it can be implemented and fine-tuned rapidly in differing markets. It says performance culture and a new chapter in our success story. •

Solar power stations in the desert

Alpha Ventus rides the waves

Morocco has no gas, no oil and no coal, but it has a new energy strategy. This involves close cooperation with the (mainly German) Desertec Industrial Initiative. Members of this DIT consortium include E.ON. The plans are to build five solar power stations as the first step towards Morocco being part of an awesome receivable energy project with a price tag of USD 9 billion, to be completed in 2020. Joint capacity will be 2,000 MW with annual savings of 1 million tons of oil and 3.7 million tons of CO2. And it will provide 42% of the country’s energy needs.

Germany’s first offshore wind farm went online in April. By 2030 it will have grown from 16 to 1,600 turbines. But operating 45 kms from dry land, in 30 metres of water is anything but hassle-free. Alpha Ventus should generate 220 GW =per year, enough for 50,000 three-person households. It’s also a research facility around nature, ecology and offshore wind power. Meanwhile, the German Environmental Ministry has financed the nearby FINO 1 research platform. The overall target is 25,000 MW offshore capacity by 2030. Three mega players are involved, EWE, E.ON and Vattenfall (the DOTI consortium) are investing just over 250 million euro in Alpha Ventus.

Desertec’s wider aim is a north Saharan network of wind solar power plants covering 100 square kilometres. By 2050 this is planned to supply 15% of Europe’s energy needs – and all the requirements of the countries where it’s based. One major plus point for Morocco is its existing undersea pipeline link with Spain Fossil water Gas from nearby Algeria also enables the Concentrated Solar Power plant (CSP) at Tabai – a world first. Massive chromed mirrors focus the sun on glass tubes carrying oil. And once heated up the oil is used to generate recoverable electricity. Eventually the 160 hectares of solar panels will produce a total capacity of 470 MW. The site has another added bonus – fossil water to wash the mirrors every two weeks. Looking further ahead, while solar energy costs around double the conventional option, Morocco’s Office National de l’Electricité already has plans to expand Tabai. •

Learning curve Within a couple of months two turbines were shut down due to overheated transmission bearings. The good news was that this had nothing to do with being ‘at sea’, The problem was solved – and the knowledge gained will benefit the entire industry – production, maintenance and development. Twenty more wind farms Unlike Holland, the UK, Denmark or Sweden, Germany’s wind farms are between 60 and 120 kms off the coast. This is not an easy option. Meanwhile, the economic crisis and lower energy prices have hit countries active in the field – and decelerated construction. Investors have responded with joint ventures to spread risks. But no single project has been cancelled. Fish population up Extensive research has focused on the impact of Alpha Ventus on birds, fish and ecosystems. Findings showed that birds were avoiding the area, while the no-fishing zone was boosting fish numbers and varieties. At the same time the foundations are encouraging reef formation. •


12-2010  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you