Page 67

Kunstenaarsbijdrage: Tibaldus ‘Het verhaal moet letterlijk zo begrepen worden als het beschreven is; ik ben trouwens nooit symbolisch.’ – Witold Gombrowicz Een jonge Gombrowicz schreef dit in een inleiding op zijn vroege verhalen, maar het zou evengoed het adagium kunnen zijn van het Gentse gezelschap Tibaldus. In de twaalf (!) voorstellingen die KASKalumni Simon De Winne, Timeau De Keyser en Hans Mortelmans de voorbije zeven jaar maakten, komt telkens een bijzondere verhouding tot het spelen en theatraliteit naar voren. Hun poëtica wordt gekenmerkt door een intrigerende letterlijkheid. Tibaldus speelt letterlijk theater. Deze zin valt uiteen in twee delen: er wordt demonstratief gespeeld, op een manier die de conventies van het spelen en de theatrale uitdrukking benadrukt en deconstrueert. Dat levert dan weer letterlijk theater op, waarvan de echtheid (‘het-gebeurt-karakter van het theater’) uit de letterlijke geste voortvloeit. Elke handeling ‘doet’ of ‘beweegt’ iets omdat ze letterlijk is en niet naar een symbolisch buiten verwijst. Door steevast te vertrekken vanuit een onderzoek naar wat theater als medium betekent, en wat zijn eigenheid is ten opzichte van andere disciplines, ontstaat de mogelijkheid om meer na te denken vanuit een vorm of situatie dan vanuit psychologie. De cirkel, de arena, de scène (waarvan het op- en aftreden meestal bewust gemarkeerd wordt), het licht: uit deze concrete vormelijke elementen ontstaat de betekenis. Het spel is bij Tibaldus deel van deze vormelijke visie. Hun methode is die van het expliciete spelen, een taak die het gezelschap met ernst vervult, maar ook met speelsheid en humor, zoals je van een spelerscollectief verwacht. Tibaldus toont uitdrukkelijk de transitie die een speler doormaakt wanneer hij een ‘personage’ wordt: een acteur zet een kroon op en wordt zo een koning. Zo eenvoudig is dat, en tegelijk zo complex. Tussen het samenvallen van het ‘spelen’ en de afstandelijkheid van ‘het tonen’ zit de letterlijkheid. En daar ontstaat... ‘iets’. De frictie tussen speler, tekst en spel doet het theater als uitzonderlijk moment en plek dan ook niet vervallen. Integendeel, het wordt voortdurend bestendigd. Door zo zorgvuldig om te gaan met deze misschien oldskool factoren van de theaterkunst, en een dito woordenschat nieuw leven in te blazen, legt Tibaldus een passie voor het medium én het metier aan de dag, en dat speelt

KUNSTENAARSBIJDRAGE: TIBALDUS

ook inhoudelijk mee. ‘Wij doen hier iets voor u, nu.’ De naakte esthetiek maakt dat dit engagement wordt aangescherpt. Dat engagement impliceert trouwens ook: elk creatieproces opnieuw vrijwel van nul beginnen, met als enige gegeven en moeilijke keuze ‘het theater’. De uitzonderingspositie van het theater wordt bij Tibaldus overigens vaak uitgelokt door het tegenover zijn negatief te plaatsen. Op temporeel niveau vinden we die antitheatraliteit terug in de verstilde, tableau-achtige scènes en het gestuele karakter van Paard: een opera (2013). Maar ‘het wringende niets’, waaruit de theatrale dynamiek ontstaat, krijgt ook een concreet lichaam op de scène. Bij Tibaldus duiken er vaak figuren op die elke communicatie problematiseren, die zich niet in de mal van de symbolische orde laten sluiten en weigeren een vastomlijnde identiteit of personage aan te nemen, dat bij uitstek wordt geconstrueerd door de taal – een belangrijk thema in Tibaldus’ werk. Denk maar aan de ‘zwijger’ in Persona, 2013 of aan de koppige Y   vonne, prinses van Bourgondië in Gombrowicz’ gelijknamige stuk. Die laat zich door iedereen uitkafferen omwille van haar lelijkheid, maar verkiest stoïcijns niet te reageren. Net dat maakt haar aanwezigheid ondraaglijk en drijft het drama, ‘het gevangen zitten in de taal’ van de andere personages, op de spits. Yvonne en ‘de zwijger’ verzetten zich tegen de representatie, maar net daarin licht de werking van het theater en de speler, die zich altijd verhouden tot de representatie, op. Ook de STAP-acteurs, die er zo hun heel eigen, vaak onverstaanbare, geïmproviseerde en eclectische, manier van vertellen op nahouden in 4:3 (2013), belichamen het ideaal van Tibaldus’ letterlijke spelvisie, omdat er geen afstand is tussen wie ze zijn en hoe ze zich uitdrukken. Het ‘letterlijke’ wordt hiermee niet alleen een tool, een visie op spelen, maar ook een latent droombeeld. Het tonen van het spelen – niet doorleefd, niet psychologiserend, maar wel zeer betrokken en in die zin persoonlijk – breekt idealiter door de muur van het theater op zoek naar een puur ‘zijn’ voor elke speler op de scène. En dat ‘zijn’ – of de poging daartoe – kan alleen maar benaderd worden in die bijzondere ruimte van het theater. Tibaldus toont kortom een haast tautologische liefde voor theater, omdat het theater is. Niet vanuit een gemakkelijkheidsoplossing, wel vanuit een radicale, onvoorwaardelijke en consequente liefdesverklaring en verantwoordelijkheidszin. Waarom theater? Daarom.

(Kristof van Baarle en Charlotte De Somviele, beeld: Pieter Dumoulin)

67

Etcetera 146