Issuu on Google+

Editie juni 2013

Carbon stadsauto is aanzet tot complete verduurzaming

Footprint van producten ver­ kleinen met hulp van de keten. Hoe duurzaam is jouw product?

‘ESD-SIC kan een ideale peakshaver zijn voor overtol­ lige stroomproductie’


duurzaam geproduceerd! duurzaam produceren met de vier natuurelementen als basis voor innovatieve ideeën en oplossingen

Water Een gezond, veilig en productief werkklimaat past naadloos in een duurzaam productieconcept. Water als koel- en warmtemiddel, energietransport en -buffering speelt hierbij een belangrijke rol. in een industriële productieomgeving wordt water hoofdzakelijk als grondstof, onderdeel van het productieproces of als koelwater gebruikt. in combinatie met nieuwe technieken wordt water ook ingezet om restwarmte/-koude te bufferen of te transporteren ten behoeve van energiezuinige en efficiënte (binnen)klimaatbeheersing. lees op: www.coltinfo.nl/water hoe Colt op effectieve wijze water toepast in innovatieve water- en energiebesparende klimaattechnieken. in de volgende editie: lUCHt

www.coltinfo.nl


Twintro

@DGeproduceerd: Duurzaam geproduceerde FairPhone in verkoop gegaan dlvr.it/3NMzZH #duurzaam

Smartphone met duurzaam en eerlijk geproduceerde materialen Drie jaar geleden zijn de eerste stappen gezet om tot een FairPhone te komen, een mobiele telefoon waarvan alle onderdelen worden geproduceerd én gebruikt zonder mens of milieu schade toe te brengen. FairPhone is een initiatief van medialab Waag Society, ontwikkelingsorganisatie ActionAid en communicatiebureau Schrijf-Schrijf. Eind mei kregen de eerste 15.000 geïnteresseerden de mogelijkheid de eerlijke telefoon te bestellen. Voor de FairPhone worden de zeldzame materialen die in Kongo worden gewonnen, door het bedrijf zelf opgehaald. Op deze

juni 2013

manier weet FairPhone zeker dat de winning van materialen op een nette manier gebeurt, zonder dat daarbij de mijnwerkers worden uitgebuit. De telefoon is zo gemaakt dat onderdelen die aan vervanging toe zijn, eenvoudig door de gebruiker zelf erin kunnen worden geplaatst. Ook na de gebruiksperiode worden de materialen in de telefoon hergebruikt. De FairPhone, die op Android draait en simlock vrij is, heeft ruimte voor een dubbele simkaart. Inmiddels kunnen alle geïnteresseerden de telefoon bestellen: http://buy-a-phone-start-a-movement.fairphone.com.

3


Colofon nummer 1 - juni 2013

Uitgave van CEO Media BV Willem Stuutlaan 8, 3769 AC SOESTERBERG en Industrielinqs pers en platform Veembroederhof 7, 1019 HD AMSTERDAM Uitgever Wietse Walinga (CEO Media BV, 06 218 46 906) Wim Raaijen (Industrielinqs pers en platform, 020 3122 081) Hoofdredactie Harmen Weijer 06 460 97 122 Eindredactie Evi Husson 020 3122 796

Energy Savers Om te verduurzamen moet de industrie de eerste stap van de bekende Trias Ener­ getica niet vergeten: zoveel mogelijk energie besparen. Dat zit nog niet helemaal in het systeem van veel bedrijven, zo blijkt uit onderzoek van CE Delft. Er is een potentieel van jaarlijks tien tot vijftien procent aan energiebesparing in de industrie mogelijk, maar dan dienen bedrijven maatregelen toe te passen met een terugver­ dientijd van maximaal vijf jaar. De Wet milieubeheer (Wm) stelt dat zelfs verplicht, maar de praktijk leert dat industriële bedrijven slechts die maatregelen uitvoeren die hooguit binnen een jaar zijn terugverdiend. Als ze dat al doen! Handhaving van de Wm door gemeenten zal helpen. Nog beter is het als bedrijven inzien dat het kostenbesparend werkt als energie­ besparende maatregelen worden doorgevoerd. Sterker nog: met goede ideeën voor energiebesparing in de keten kloppen bedrijven regelmatig bij collega’s aan. Dan lijkt het ingewikkeld te worden, maar met enige hulp kan het ‘eerste schaap over de dam’ komen. Het onlangs in de Rijnmond gestarte Stoomnetwerk, dat stoom levert tussen afvalverwerker AVR/Van Gansewinkel en chemiebedrijf Emerald Kalama Che­ mical (EKC), is zo’n voorbeeld. Het kostte veel moeite, maar de kans is groot dat nu meerdere bedrijven aanhaken. Een ander voorbeeld is wat wij bij Duurzaam Geproduceerd introduceren als Energy Savers: Bedrijven, die goede ideeën hebben om energie te besparen – maar daar andere partijen voor nodig hebben die nog moeten worden overtuigd – krijgen ruimte hun ideeën bij ons te etaleren. Het spits wordt in deze editie afgebeten door siliciumcarbide-producent ESD-SIC uit Delfzijl. Voor hun proces is veel energie no­ dig, maar het bedrijf kan produceren wanneer dat het beste uitkomt. En daarmee zou ESD-SIC een ideale peakshaver kunnen zijn voor overtollige stroomproductie van bijvoorbeeld windparken. Stroomgiganten bleken niet van zins om in ruil voor die flexibele inzet een lagere prijs te bieden aan ESD-SIC. Maar wellicht zijn andere bedrijven wel geïnteresseerd. Laat je horen. En bij deze ook de oproep: Als je een idee hebt om energie te besparen binnen industriële bedrijven, laat het ons weten!. Zie hieronder voor mijn gegevens en wij brengen partijen – ook out of the box – bij elkaar.

Harmen Weijer Hoofdredacteur Duurzaam Geproduceerd @hweijer @DGeproduceerd

4

Medewerkers David van Baarle, Ellen van den Burg, Elise Quaden, Liesbeth Schipper Lay-out Gabriele Köbbemann Cover Wim Raaijen Advertentieverkoop Richard Klein 06 218 46 878 Traffic Breg Schoen Website www.duurzaamgeproduceerd.nl Twitter @DGeproduceerd Linkedin www.linkedin.com/groups/Duurzaam-Geproduceerd-4468707 Facebook www.facebook.com/DuurzaamGeproduceerd Missie Kennisplatform Duurzaam Geproduceerd Duurzaam Geproduceerd is hét onafhankelijke kennisplatform over duurzaamheid in de industrie. Het informeert en inspi­ reert de professional door nieuws, visies van experts, interes­ sante projecten, innovatieve producten en door het aanbieden van inspirerende evenementen. Tegelijkertijd is Duurzaam Geproduceerd een complementair en interessant netwerk van personen en bedrijven. Het kennisplatform heeft als missie de verduurzaming van de industrie te stimuleren door kennis en visie te delen. Tussen overheid en bedrijfsleven, tussen professionals en experts, tus­ sen startups en multinationals. Met als doel: hoe verlagen deze bedrijven de footprint van hun producten, zowel in het eigen proces als in de keten? Duurzaam Geproduceerd is bedoeld voor mensen die werk­ zaam zijn bij bedrijven in voornamelijk de maakindustrie, die ook energie-intensief zijn. Lid worden Professionals uit industrie met een duurzaamheidambitie of -traditie voelen zich thuis bij het platform Duurzaam Geproduceerd. Als lid van Duurzaam Geproduceerd hoort u bij een selectief, en snel groeiend netwerk van duurzame bedrij­ ven in de industrie, technologie en overheid. Ledenvoordeel - Een GRATIS jaarabonnement op het magazine Duurzaam Geproduceerd (4x/jaar vanaf 2013), t.w.v. € 79,-/jaar - GRATIS toegang tot het jaarlijks Duurzaam Geproduceerd Congres t.w.v. € 395,- Uitgebreid profiel online in ledenregister - Gebruik van het logo ‘Lid van Duurzaam Geproduceerd’ voor uw eigen digitale uitingen - Uitnodigingen, voorrang en korting tot 30% voor inspi­ rerende bijeenkomsten, cursussen en studiereizen van Duurzaam Geproduceerd en haar partners - Een exclusief welkomstcadeau - Kosten voor het lidmaatschap bedragen € 495,- per jaar (excl. BTW)

juni 2013


Inhoud

10 INTERVIEW – ‘Duurzaam ondernemen is geen filantropie’

In 2020 wil Unilever voor haarproducten de footprint gehalveerd hebben, alleen grondstoffen uit duurzame landbouw gebruiken en het welzijn van een miljard mensen hebben verbeterd. Weke stappen zet het bedrijf om daar te komen?

16 ENERGY SAVERS – Te lage prijs voor flexibiliteit

Het is gunstiger voor energiebedrijven om hun centrales extra de sporen te geven, dan een grootverbruiker af te schakelen. Cas König van siliciumcarbideproducent ESD-SIC ontdekte dat geen één energiebedrijf een betere prijs bood dan zijn eigen handelaren op de energiebeurs kregen.

10

20 DOSSIER – Footprint van producten verkleinen

Hoe duurzaam is een product en wat is de milieu-impact ervan? Een levenscyclusanalyse helpt om een antwoord te formuleren. Maar hoe doe je dit als je niet tien maar tienduizend producten hebt?

24

Carbon stadsauto aanzet tot verduurzaming Autofabrikant BMW heeft de productie van zijn nieuwe elektrische auto aangegrepen om het hele productieproces te vergroenen en te verduurzamen.

16

30 Van bezit naar gebruik.

Om tot een circulaire economie te komen kunnen producten na gebruik weer terug worden genomen. Zo gaan minder grondstoffen verloren en kunnen bedrijven de stromen beheersen.

34  ‘Energieakkoord nodig voor license-to-operate indus­trie’

Het door het kabinet Rutte II opgelegde doel van zestien procent hernieuwbare energie in 2020 heeft grote gevolgen voor de maakindustrie. Om nu te zorgen dat alle partijen tot één strategie komen, is de Sociaal Economische Raad vorig jaar gestart met onderhandelingen.

40

Schoner vervoer per binnenvaart bespaart energie Vervoer per binnenvaartschip vermindert de CO2-uitstoot, waardoor de ecologische voetafdruk van producten met dertig procent afneemt, zegt Wilco Volker van Bureau Voorlichting Binnenvaart.

20

44 Doorbraak chemische batterijen

De capaciteit van redox flow batterijen werd tot voor kort beperkt door het formaat van de membranen. Het Duitse Fraunhofer Instituut heeft die barrière inmiddels geslecht en demonstreerde een batterij met een capaciteit van 25 kilowatt.

30

en verder

3 6 37 46 48 50 51

Twintro Offline Enlightenmentz Productnieuws Opinie Partnernieuws Partners en Experts

40 juni 2013

5


Geciteerd Het belangrijkste doel van Duurzaam Geproduceerd moet zijn dat het industriële bedrijven verbindt ‘Zorg voor dusdanige investeringsprikkels dat CO2-besparing weer effectief wordt beloond en voorkom ongewenst verlies aan capaciteit van warmtekrachtinstallaties.’ Alexandra van Huffelen, wethouder gemeente Rotterdam

‘Het aantal bedrijven dat in staat is de klant op wereldwijde basis te adviseren over het toepassen van groene fiscale stimuleringsmaatregelen is echter op één hand te tellen. Dit kan en moet veranderen. Temeer gezien het feit dat de belastingdruk in de toekomst verder zal verschuiven van kapitaal en arbeid naar grondstoffen en milieu.’ Barend van Bergen, KPMG Advisory

‘Verduurzaming van onze samenleving als geheel komt niet vanuit de producenten. Industriële bedrijven zijn tenslotte nog teveel afhankelijk van hun ‘fossiele’ assets. Een kalkoen zet zichzelf niet op het kerstmenu wordt er wel eens gezegd.’ Marc Reijnders, Energietransitie in de papierketen

‘Toen ik voorzitter van de SER was, heb ik van dichtbij het energietransitiebeleid meegemaakt. Terugkijkend op hoe dat tot nog toe is verlopen, is het energietransitiebeleid dat we in dit land zogenaamd hebben gevoerd heel succesvol geweest in het frustreren van die transitie.’ Hoogleraar Herman Wijffels in Energie Actueel

6

Groene zuren uit hout

Grote en kleinere industriële bedrijven doen samen met TNO en vier andere Europese kennisinstituten onderzoek naar plastic maken uit planten. Het gaat om het EU-project BioConSepT. ‘Dat je uit biomassa waardevolle toepassingen kunt maken weten we al langer’, vertelt chemicus Dirk Verdoes van TNO, de coördinator van het project. ‘Maar we hebben het dan doorgaans over de eerste generatie grondstoffen zoals zetmeel en suiker, die ook geschikt zijn om voedsel van te maken. Wij richten ons nu op de tweede generatie: hout, afval uit de landbouw en niet-eetbare oliën en vetten. We onderzoeken hoe je via bio- en chemische conversie, scheiding en zuivering uit die grondstoffen waardevolle eindproducten kunt maken. Nergens ter wereld is dit al commercieel beschikbaar en over een paar jaar hopen we deze doorbraak te hebben gerealiseerd.’ Aan het onderzoek doen maar liefst vijf kennisinstituten mee, tien grote industriële bedrijven en zestien midden- en kleinbedrijven uit twaalf landen. Het onderzoeksprogramma telt tien werkpakketten en duurt vier jaar. De EU bestempelt BioConSepT als een flagship project, oftewel een van uitzonderlijke maatschappelijke waarde. TNO verwacht dat het mes aan twee kanten snijdt: we zullen niet alleen minder afhankelijk zijn van olie en gas, we gebruiken dan niet langer grondstoffen waarvan je ook voedingsmiddelen kunt maken. Verdoes: ‘Het is een grote stap richting groene chemicaliën die belangrijk bijdragen aan duurzaamheid. Bovendien willen we de productie een stuk goedkoper maken dan het huidige proces van de eerste generatie eetbare grondstoffen. Dat gaan we straks aantonen in demonstraties op industrieel relevante schaal.’ Het project loopt nu een jaar en de eerste resultaten zijn door het BioConSepT consortium gepresenteerd op het congres Green Polymer Chemistry in Keulen. Inmiddels is TNO erin geslaagd schimmels zodanig te modificeren dat ze aanzienlijk meer zuren produceren en deze energiezuinig en kosteneffectief te scheiden en te zuiveren. ‘Dat is nog maar een eerste stap. In landbouwafval zit veel meer verontreiniging dan in bijvoorbeeld schone suikers. We moeten de enzymen en micro-organismen die de gewenste stoffen produceren daarom veel robuuster maken. De volgende stap is een techniek te ontwikkelen om de stoffen tijdens het productieproces direct te verwijderen. Op labschaal is er wereldwijd van alles ontwikkeld, maar dit gaat om letterlijk tastbare producten’, aldus Verdoes.

juni 2013


Offline

Geciteerd

FOTO: Sicco van Grieken/Stedin

Rotterdamse industrie stap verder met uitwisseling restwarmte en stoom

Het op grote schaal uitwisselen van stoom, restwarmte en -koude van de Rotterdamse industrie krijgt steeds meer vorm. Via de zogeheten Nieuwe Warmteweg (NWW) is men druk bezig huizen en kantoren te voorzien van restwarmte en -koude vanuit de Rotterdamse Botlek. Nog dit jaar is het stoomnetwerk operationeel. Sinds april is de eerste tak van het stoomnetwerk van ruim twee kilometer lang al operationeel en levert stoom. Jaarlijks gaat er ongeveer 450.000 ton uit afval opgewekte stoom getransporteerd worden van afvalverwerker AVR/Van Gansewinkel naar EKC, producent van conserveringsmiddelen, grondstoffen voor smaakstoffen, geurstoffen en weekmakers. Volgens Stedin, die de stoompijp heeft aangelegd, is het stoomnetwerk tussen AVR en EKC slechts het begin. ‘We kunnen het stoomnetwerk nog flink uitbreiden met het aansluiten van meerdere grote bedrijven. Hierdoor kan op termijn tot wel 400.000 ton CO2 in Rotterdam worden gereduceerd. Het stoomnetwerk levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Rotterdamse klimaatdoelstelling van vijftig procent CO2-reductie in het jaar 2025 ten opzichte van 1990.’ Ook minder hoogwaardige restwarmte en -koude wil men in de regio Rotterdam beter benutten. Vorige maand hebben vijftien partijen (variërend van energiebedrijven tot woningcorporaties en industriële organisaties) afgesproken alles in het werk te stellen om in 2030 de helft van alle huizen en kantoren in Rotterdam te verwarmen met restwarmte van industrie uit de haven. De afgelopen jaren zijn al flinke stappen gezet op weg naar een duurzame warmtevoorziening voor de hele stad. Eind 2013 is de Nieuwe Warmteweg operationeel, die restwarmte van de haven vervoert naar de stad via de zuidoever van de Nieuwe Waterweg. De warmte zal nieuw gebouwde woningen op Zuid en Noord verwarmen, maar ook bijvoorbeeld het nieuwe Maasstad Ziekenhuis. Daarnaast wordt in 2014 door Eneco een leiding over Noord aangelegd. Met deze warmteleidingen wordt ook het bestaande stadsverwarmingnet voor een steeds groter deel gevoed door restwarmte en niet meer door aardgas. Naast een warmtevoorziening willen de partners ook een duurzame, collectieve koudevoorziening hebben in de binnenstad. Zo hebben bijvoorbeeld kantoorpanden niet allemaal een eigen koelinstallatie nodig die veel energie verbruikt. Tegelijk zetten de partners in de stad nog sterker in op betere isolatie, zodat de warmte en koude beter

juni 2013

‘We moeten terug naar het creëren van werkelijke waarde. We moeten weer zaken gaan maken en verhandelen waar echt behoefte aan is. Zodat we weer echt geld gaan verdienen waar we spullen van kunnen kopen waar we echt behoefte aan hebben.’ Bouke Bruinsma, KWA Bedrijfsadviseurs

‘Er moet een EU-energievisie komen, waarbij duurzaam en gas elkaar de komende decennia aanvullen in een transitie naar volledig duurzaam.’ Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks), in Chemie Magazine

‘Tata Steel ging - ook als de markt tegenzit - toch voort met innoveren. Eisen aan energie-efficiency zien als kans en niet als last. Waardoor staalbedrijven die alleen naar de kosten hebben gekeken, het nu veel moeilijker hebben dan Tata.’ Rob Boerée, Agentschap NL

‘We bevinden ons op een kritiek spoor. Een ding weten we zeker, doorgaan op deze weg en de wereld verder uitputten is zeker geen optie. Dat voelen grote en kleine bedrijven in onze sector ook. De komende maanden zullen daarom nog meer bedrijven in heel Europa zich aansluiten bij het Sustainability Manifesto.’ Tjeerd Jongsma, Institute for Sustainable Process Technology (ISPT)

7


Minimumprijs CO2-rechten biedt beste kansen voor effectieve emissiehandel Het instellen van een minimumprijs voor CO2-emissierechten biedt de beste kansen om het Europese emissiehandelssysteem (ETS) te laten functioneren als een effectief instrument in de strijd tegen CO2uitstoot. Een dergelijke ondergrens zorgt voor een hogere CO2-prijs. Dit in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld de Europese Commissie eerder voorstelde, maar is verworpen door het Europees Parlement. Dat blijkt uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving. Een blijvend hogere prijs zal bedrijven meer prikkelen om hun uitstoot te beperken en te investeren in duurzame innovaties. Bij een te lage CO2-prijs zal het voor bedrijven vaak voordeliger zijn om emissierechten te kopen dan om te investeren in verduurzaming. In november 2012 kwam de Europese Commissie met een aantal voorstellen om het functioneren van het ETS structureel te verbeteren. Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu rekende het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) de

Duurzaam Geproduceerd is vorig jaar online gestart als hét onafhankelijke kennisplatform over duurzaamheid in de industrie. De website informeert en inspireert de professional in de maakindustrie met nieuws, visies van experts, interessante projecten, innovatieve producten en door het aanbieden van inspirerende evenementen. Tegelijkertijd is Duurzaam Geproduceerd een complementair en interessant netwerk van personen en bedrijven. De website gaat met dit magazine een nieuwe fase in. Het magazine is online te lezen via de app Bruna Tablisto voor iPad of Android tablet. Het is ook mogelijk het blad op aanvraag gedrukt te ontvangen. 8

binnen kan worden gehouden.

BASF start met productie van duurzaam oplosmiddel BASF start met de productie van het oplosmiddel 1,4-butaandiol (BDO) op basis van hernieuwbare grondstoffen. Daarbij werkt het samen met het Amerikaanse bedrijf Genomatica dat een zogeheten een-staps fermentatieproces heeft ontwikkeld, gebaseerd op suikers. BASF gaat een productiefaciliteit bouwen om duurzame butaandiol wereldwijd te produceren. Het is de bedoeling dat deze faciliteit in de tweede helft van 2013 klaar moet zijn voor bemonstering en proeven. Waar deze wordt gebouwd, maakte BASF niet bekend. Het concern heeft gekozen voor het Genomatica-proces omdat het als ‘uitzonderlijk geavanceerd en betrouwbaar wordt beschouwd’, zegt Sanjeev Gandhi, voorzitter van de Intermediates divisie van BASF. Butaandiol en de derivaten ervan worden veel gebruikt voor het produceren van kunststoffen, oplosmiddelen, elektronische chemicaliën en elastische vezels. Het is een kleurloze vloeistof die in de chemie als oplosmiddel wordt gebruikt. Op dit moment worden voor de productie van BDO fossiele grondstoffen gebruikt: aardgas, butaan, butadieen en propyleen. BASF produceert BDO op haar sites in het Duitse Ludwigshafen alsmede Geismar (VS), Chiba (Japan), Kuantan (Maleisië) en Caojing (China) en heeft een jaarlijkse capaciteit van 535.000 ton. BASF heeft onlangs aangekondigd een nieuw, groot BDO-fabriekscomplex in China te bouwen met een jaarlijkse capaciteit van 100.000 ton. Genomatica zelf heeft sinds medio 2011 een demonstratie-installatie voor de productie van bio-BDO. In samenwerking met Novamont wordt ook al aan een commerciële installatie voor BDO gewerkt, die eind 2013 moet worden opgeleverd. Hiertoe wordt een bestaande aminozurenfabriek in het Italiaanse Adria omgebouwd. Deze installatie krijgt een capaciteit van ruim achttienduizend ton per jaar en zal gebruikmaken van maïssuikers als grondstof.

juni 2013

FOTO: BASF

Duurzaam Geproduceerd verbetert footprint producten

mogelijke effecten van deze voorstellen uit. Er zijn vier soorten opties bekeken: minder emissierechten uitgeven, meer sectoren onder ETS laten vallen, een minimumprijs instellen en een combinatie van ETS en een CO2-belasting. Hoewel alle onderzochte opties voor een hogere emissieprijs zorgen, maakt alleen het instellen van een minimumprijs het ETS bestand tegen onverwachte veranderingen in de markt, bijvoorbeeld dat economisch herstel langzamer gaat dan verwacht. Emissiehandelsystemen die recent zijn ingevoerd in Australië en Californië zijn overigens al uitgerust met zo’n prijsstabiliserend mechanisme. De onlangs door het Europees Parlement verworpen optie om emissierechten tijdelijk uit de markt te houden (het zogenaamde backloading) zou, volgens een eerdere analyse van het PBL, waarschijnlijk slechts een gering effect hebben op de CO2-prijs, omdat de totale hoeveelheid rechten tot en met 2020 niet verandert.


Offline

Waterloze textielverftechniek ondersteund door IKEA IKEA GreenTech – het venture capital bedrijf van de IKEA Group – investeert in een innovatieve technologie van het Nederlandse bedrijf DyeCoo Textile Systems. Dankzij deze technologie kan textiel worden geverfd zonder water te gebruiken. Het systeem maakt gebruik van gerecycled koolstofdioxide (CO2) in plaats van de grote hoeveelheden water en chemicaliën die worden gebruikt voor traditionele verfprocessen. ‘DyeCoo’s waterloze verftechnologie is een innovatief systeem waarmee enorm kan worden bespaard op water en chemicaliën. Dit levert veel voordeel op voor de textielindustrie op het gebied van kostenbesparing en duurzaamheid. Dankzij deze samenwerking kunnen we de ontwikkeling en beschikbaarheid van deze technologie versnellen’, vertelt Christian Ehrenborg, Managing Director, IKEA GreenTech. De potentie van de waterloze textielverftechniek is ook erkend door Nike. Het schoenen- en kledingmerk investeerde in 2012 in DyeCoo. Dyecoo heeft al een eerste reeks machines ontwikkeld en geproduceerd, die geschikt zijn voor het waterloos verven van polyester. Het partnership met IKEA zal nu ook de ontwikkeling van machines voor het verven van katoen versnellen.

Aan de technologie ligt het niet Het leven van een elektrisch rijder gaat niet alleen maar over rozen. Nu heb ik nog het geluk dat de actieradius van mijn Opel Ampera wordt uitgebreid met een tankje benzine – dertig liter – die waar nodig kan worden omgezet in stroom. Een honderd procent elektrische rijder moet nog meer dan ik loeren op laadmogelijkheden. Dat kan een dagtaak op zich worden. En natuurlijk moet ik soms glimlachen als ik de rekensommetjes maak. Een elektrische kilometer is drie- tot viermaal zo goedkoop aan energie als een benzinekilometer. Ik gebruik nu gemiddeld 2,6 liter benzine op de honderd kilometer om op een normale manier te blijven rijden, bijna 1 op 40 dus. En dat inclusief de zakelijke bezoekjes aan Terneuzen, Delfzijl en bijvoorbeeld de Maasvlaktes. Hoewel ik nu wel eerder voor de trein kies. Vooral als ik bijvoorbeeld in het centrum van Rotterdam moet zijn. Auto aan een laadpaal recht voor de deur van station Amersfoort – driewerf hoera voor die gemeente – en gaan! Mijn sport is nu om me zo elektrisch mogelijk te verplaatsen. En ja, de auto rijdt als een tierelier. Lekker rustig, mooie wegligging – hij weegt 1.800 kilo door de batterijen – en hij trekt waar nodig in zeven seconden op naar de honderd kilometer per uur. Dat probeer ik overigens alleen uit wanneer ik een korte afstand moet afleggen, want de batterij loopt bij een sportieve rijstijl wel heel snel leeg. En in de winter moet je het al helemaal niet doen. Zoals bekend presteren batterijen in de kou sowieso minder. Maar geen nood. Over een paar jaar kunnen innovatieve batterijen veel meer aan. Echt, aan de technologie ligt het niet! Nee, mijn frustratie ligt veel meer op sociaal gebied. Al een jaar lang proberen we bij de parkeerplaats in de kelder onder onze bedrijfsruimte een laadpaal met krachtstroom te rege-

juni 2013

len. Nog steeds zijn we er niet in geslaagd om door de bureaucratie van onze vereniging van eigenaren heen te breken. Te veel administratieve rompslomp vindt het bestuur. We lossen het vooralsnog op met een normaal stopcontact dat we naast onze airco hebben gemonteerd die in de parkeergarage uitkomt. Een praktische houtje-touwtje-oplossing dus. Door het tragere laden loop ik regelmatig elektrische kilometers mis. En vaak staat er een benzineauto op een openbare plaats gereserveerd voor EV’s. Mensen draaien er zelfs de verbodsborden om. Met een stalen gezicht ‘Oh, sorry ik zag niet dat het niet mocht.’ Tuurlijk, tuurlijk. Schobbejakken zijn het! Nee, aan de techniek ligt het echt niet. Laten we eerst ons gedrag maar eens stevig innoveren! #reporter_wimraaijen

9


Directeur duurzaamheid Anniek Mauser van Unilever:

fotos: wim raaijen

‘Duurzaam ondernemen is geen filantropie maar good business sense’

10

juni 2013


Interview

Voedings- en verzorgingsconcern Unilever is al jaren koploper op het gebied van duurzaam ondernemen. Het wereldwijd opererende bedrijf heeft dat in 2010 zelfs bekrachtigd in het Unilever Sustainable Living Plan. Doel: in 2020 wil het bedrijf voor al hun producten de footprint gehalveerd hebben, honderd procent van de grondstoffen komt van duurzame landbouw en één miljard mensen hebben hun gezondheid en welzijn verbeterd. Welke stappen zet Unilever om daar te komen? Harmen Weijer

De footprint van Unilevers producten is bijzonder opgebouwd, want deze wordt voor slechts vier procent veroorzaakt door de eigen productie, twee procent door distributie en transport en 25 procent komt voor rekening van de grondstoffen in de landbouw. Het merendeel, liefst 68 procent, wordt veroorzaakt bij consumenten thuis. Dat laatste komt vooral door het gebruik van warm water, en dus veel energieverbruik in de gebruiksfase. Unilever kijkt op alle fronten waar reducties te behalen vallen, vertelt directeur duurzaamheid Anniek Mauser. ‘In de productie zijn we al sinds de jaren tachtig bezig om energie, water en afval te reduceren. Ondanks dat we het laaghangende fruit wel hebben geplukt, boeken we nog steeds progressie. In de Benelux hebben we bijvoorbeeld in 2012 de CO2-uitstoot en het waterverbruik met vier procent weten terug te brengen ten opzichte van 2011. Dat is mogelijk omdat we continu blijven verbeteren. We vragen ook steeds meer aan mensen in de productie zelf om met ideeën te komen.’ Qua logistiek is vorig jaar een forse verbetering gerealiseerd: dertig procent reductie ten opzichte van 2011. Mauser: ‘We hebben namelijk voor de ijsactiviteiten in de Benelux het aantal warehouses teruggebracht van vier naar één. Ook beladen wij onze vrachtwagens veel beter. Tot voor kort reed dertig procent van de vrachtwagens in de Benelux leeg rond. Die betere belading hebben we voor elkaar gekregen door samen te werken, horizontaal en verticaal in de keten, met onze concurrenten en retailers; met die eerste groep was samenwerking voorheen niet voor te stellen.’

Samenwerking loont ‘Om deze forse besparingen te kunnen realiseren, hebben wij geaccepteerd dat we het niet alleen kunnen. Niet alleen op het gebied van logistiek, maar ook bij duurzame landbouw werken we zelfs samen met onze directe concurrenten, in dit geval Danone en Nestlé. We hebben gezamenlijk het Sustainable Agricultural Initiative (SAI) Platform opgezet. Daar zijn inmiddels ruim veertig leden uit de voedingssector bij gekomen. Door samen richtlijnen voor duurzame landbouw op te stellen, ontstaat

juni 2013

een level playing field, waardoor we de standaard omhoog weten te krijgen.’ Niet alleen met concurrenten loont het om samen te werken; energie steken in samenwerking met alle stakeholders, van overheden tot milieubeweging en van toeleveranciers tot re­tailers, levert veel meer op dan het in eerste instantie lijkt te kosten. ‘Die samenwerking met je stakeholders is echt cruciaal. Wij organiseren ieder jaar een stakeholder-dialoog over duurzaamheid; afgelopen april hebben we die weer gehad. Met dertig externen en vijftien internen discussieerden we over thema’s als: hoe bereik je bij consumenten gedragsverandering; Door samen hoe laat je de boodschap bij consurichtlijnen voor menten landen, zodat ze de keuzes duurzame landmaken voor duurzame producten; wat is het partnership van de toebouw op te stelkomst; hoe ga je om met de media.’ len, ontstaat een Eén van de stakeholders is de milieu­ level playing field, beweging. Waar in het verleden miwaardoor we de lieu-organisaties werden gemeden, standaard omhoog is het nu meer een trend dat bedrijven juist de dialoog met hen aanweten te krijgen.’ gaan, constateert Mauser: ‘Sommige bedrijven spreken ons daar ook op aan, in de trant van: “Zitten jullie met die bepaalde NGO om tafel?” Zolang er ook maar de ruimte is om het niet met elkaar eens te mogen zijn – agree to disagree – gaan wij graag met NGO’s de dialoog aan.’ Zo heeft Unilever vorig jaar de samenwerking gezocht met het Wereld Natuurfonds (WNF) om samen consumentengedrags­ verandering bij warmwatergebruik te gaan bewerkstelligen. ‘Ook voor het WNF is dit een nieuwe vorm van partnership. Vanuit de onderkenning dat, om de natuur te beschermen in de 35 hotspots ver weg, het gedrag híer moet veranderen.’ Die samenwerking heeft inmiddels geresulteerd in het programma WaterSpaarders, minder warm water beter voor later. Daarbij staat de verander-

11


kracht van kinderen centraal om het hele gezin aan te zetten minder warm water te gebruiken (zie kader). Ook kun je de kracht van start-ups en kleine R&D-bedrijven ten volle benutten, zegt Mauser. ‘Bijvoorbeeld door middel van een open, webbased innovatieplatform, dat wij twee jaar geleden in het leven hebben geroepen; in toenemende mate een belangrijk kanaal voor baanbrekende nieuwe innovaties.

re CEO, die moed en visie toont. Maar duurzaam ondernemen is geen filantropie, het is gewoon good business sense. Onze visie is niet een nieuw duurzaamheidsplan, maar het is een nieuwe business-strategie waarin duurzaamheid centraal staat. We hebben immers maar één aarde.’ Naast Unilever laten meerdere Nederlandse multinationals zien dat duurzame groei mogelijk is. ‘Denk aan AkzoNobel, DSM, Philips en Heineken. Dat zit in de genen van onze bedrijven. Voor Durf ambitieus te zijn Unilever betekende het dat wij ruim honderd jaar geleden zeep ‘We hebben forse doelen gesteld. Maar die stip op de horizon leverden om hygiëne te brengen, wat nodig was om gezonder hebben we gezet om de mensen in ons bedrijf – maar ook in de te worden. Dat gold ook voor huisvesting van medewerkers. Ik keten – in beweging te brengen. Als je op safe speelt, gaat ie- kom zelf uit een Philips-nest: mijn vader en opa werkten voor dereen achterover leunen. Het is niet erg – zelfs belangrijk – dat Philips, wij woonden in een Philipswijk en het bedrijf betaalde mensen intern zich af en toe wat ongemakkemijn studie. Het is niet toevallig dat deze bedrijlijk voelen, want dan komt men in beweging.’ ven zich hebben verenigd in de Dutch SustainaEen van de voorbeelden hoe Unilever dat heeft ble Growth Coalition’, wijst Mauser op de coaligerealiseerd, is in de duurzame landbouw, vertie van acht bedrijven, die op hoog bedrijfs- en Het is niet erg telt Mauser. ‘Dat wij het SAI Platform mede heboverheidsniveau een lans wil breken voor meer – zelfs belangrijk – ben opgezet, betekent niet dat we stopten met duurzaamheid. Naast de al genoemde bedrijven dat mensen intern het voor de troepen uit lopen op dit gebied. We en Unilever maken ook nog KLM, Shell en Frieszich af en toe wat hebben een eigen, duurzame landbouw-code landCampina deel uit van deze coalitie. ongemakkelijk voeopgesteld voor onze toeleveranciers, die nog Maak je doelstellingen publiek een stapje verder gaat. We benaderen duurlen, want dan komt Het naar buiten brengen van je doelen is een zame landbouw op een holistische wijze: er is men in beweging.’ cruciaal onderdeel in het gehele proces, want een balans tussen de sociale, milieu en econodaardoor houdt de buitenwereld je scherp, zegt mische impact. Daar is duidelijk aandacht voor Mauser. ‘Doordat wij die ambitieuze doelstellindie economische component: kostenreductie gen publiek hebben gemaakt en we bovendien en oogstvergroting. Door geïntegreerd te kijken naar die samenhang maken onze toeleveranciers de goede keuzes: hebben beloofd jaarlijks over de voortgang te rapporteren, hebdat is gewoon beter boeren. Mede daardoor hebben wij voorbeel- ben we een hete adem in onze nek gecreëerd. We zullen nu wel den van producenten van augurken in India, die door slimmer te moeten en dat doen we dus ook, ondanks dat het voor ons zo boeren hun oogsten met vierhonderd procent hebben vergroot. complex is. Want wij zijn in 190 landen actief, twee miljard keer Dat slimmer boeren is nodig, omdat we – gezien het groeiende per dag worden onze producten gebruikt, we hebben wereldaantal mensen op aarde – in 2050 op hetzelfde landbouwareaal ze- wijd 250 fabrieken.’ In het naar buiten brengen van de boodschap is het ook belangventig procent meer voedsel moeten produceren. En dat kan!’ Duurzaamheid vraagt ook om een commitment van boven- en rijk dat bedrijven aangeven wat voor hen duurzaamheid beteonderaf, stelt Mauser. ‘Wij hebben met Paul Polman een visionai- kent in hun bedrijfsvoering. ‘De één haalt de Brundtland-defi-

WaterSpaarders Het Wereld Natuurfonds (WNF), Unilever en de Missing Chapter Foundation (MCF) zijn deze maand de pilot van het initiatief WaterSpaarders gestart om warmwaterverbruik in huishoudens terug te dringen, onder het motto: minder warm water, beter voor later. Waterspaarders richt zich op kinderen als change agents en ondersteunt hen om thuis de dialoog met hun ouders aan te gaan. Het initiatief loopt via een lesprogramma op scholen. Hier komt de expertise van de Missing Chapter Foundation (MCF) van Prinses Laurentien om de hoek kijken. MCF richt zich op de kracht van kinderen om de dialoog aan te gaan met volwassenen over duurzaamheid. ‘Kinderen zijn nog niet beperkt in hun denken door invloeden van buiten en zijn goede systeemdenkers’, vertelt Anniek Mauser, directeur Duurzaamheid bij Unilever. Het lesprogramma voor scholen is een co-creatie met leerkrachten en leerlingen, en het doel is dat het in oktober bij ten minste honderd scholen is ondergebracht.

12

Daarnaast biedt het online platform www.WaterSpaarders.nl de mogelijkheid aan alle kinderen in Nederland om mee te doen, onder andere aangejaagd via communicatie met de tachtigduizend Rangers van WNF. Op dit platform kunnen kinderen bijvoorbeeld etiketten voor op een douchegel- of shampoofles ontwerpen, waarop de energiebesparingsboodschap duidelijk wordt. Het etiket wordt toegestuurd en de fles kunnen ze door middel van een voucher gratis afhalen bij Kruidvat. Een extra gadget is een stopwatch app, die bijhoudt hoe lang men doucht. Na vijf minuten worden de “hoofdpersonen” in de app (schildpad, ijsbeer, zeepaardje) in hun natuurlijke habitat bedreigd; zo smelt de ijsschots waar de ijsbeer op staat na die vijf minuten. De boodschap is duidelijk: niet te lang douchen helpt deze iconen te overleven. Als de campagne aanslaat, willen Unilever en partners de campagne in het buitenland uitrollen.

juni 2013


nitie aan, de andere zegt te handelen volgens Cradle to Crade normen. Weer een ander stelt circle economy centraal. Wat het ook is, dat maakt niet uit, maar wees er wel duidelijk over. Dat helpt zowel intern als extern, want zo wordt niet alleen voor de eigen medewerkers, maar ook in de keten duidelijk waar je naar toe werkt en wat eenieders rol daarin is.’ De bijzonder samengestelde footprint van Unilever – meer dan tweederde wordt veroorzaakt in de consumentengebruiksfase – zorgt ervoor dat Unilever een lange adem moet hebben. Mauser: ‘Want alleen bewustwordingscampagnes en productinnovaties die consumenten helpen de milieu-impact te verminderen zijn niet voldoende. Neem het dagelijkse douchen: het valt niet mee om een zo ingesleten handeling te veranderen. Hoe gaan we daarmee om? We zijn daar diep in gedoken. We hebben gekeken naar de zogeheten drie breinen van consumenten: het emotionele, rationele en sociale brein. Beïnvloeding van de eerste twee kun je bij dit voorbeeld vergeten: korter douchen is niet leuk. Dat eigen “me-moment”, daar kom je niet zomaar aan. En het is zo diep ingesleten dat het weinig met rationeel han-

juni 2013

delen te maken heeft. Daarom zetten wij in op het sociale brein met ons WaterSpaarders programma: kinderen als belangrijkste sociale change agents. Zij kunnen binnen het gezin duurzame veranderingen teweegbrengen.’

Handel er daadwerkelijk naar ‘Duurzaam handelen is zo complex dat je er als bedrijf niet met een simpel plannetje mee wegkomt. Daarbij maakt het niet uit wat de drijfveer is: als dat een betere PR is, je verkoopt er meer producten door, of je stopt er klimaatverandering mee; dat is wat mij betreft prima. Maar als het maar wel echt gebeurt, dus consistent zijn vanuit het doen. Het makkelijkst is dat, als daar een echte visie achter zit. Dat voorkomt namelijk dat je wellicht later onderuit gaat of dat bij wisseling van leiderschap de mooie ambities verdwijnen en het keihard tegen je gaat werken.’ Dat duurzaam handelen gaat overigens niet van de ene op de andere dag, weet Mauser. ‘Maar als men er in het bedrijf daadwerkelijk naar handelt, valt het kwartje bij meerdere mensen. Dat heb je nodig.’ b 13


Datum: 06|06|13 • Locatie: RDM Campus Rotterdam

Hét evenement voor de industrie in de Rijn/Schelde-delta

INNOVEREN, COMBINEREN en COMMUNICEREN

Dagvoorzitters:

Innoveren, combineren en communiceren

Door het combineren van ideeën en technologieën ontstaan vaak nieuwe en waardevolle oplossingen. Deltavisie 2013 inspireert beslissers uit de industrie, politiek en wetenschap om die combinaties te zoeken. Innovaties in energieefficiëntie, ketendenken en milieueffecten liggen binnen bereik. En ook innovaties in veiligheid en continuïteit zijn bijna voelbaar. Een onmisbare schakel in het zoeken naar die combinaties is open communicatie. Communicatie met elkaar en met de samenleving. Want innoveren doe je samen. Tijdens Deltavisie 2013 onderzoeken we met sprekers én congresdeelnemers hoe de industrie in de Rijn/Schelde-delta stappen voorwaarts kan maken door te combineren, te communiceren en daardoor proactief te innoveren. Congresinformatie: Kiki Nelson kiki@industrielinqs.nl • 020 - 31 22 791 Media-advies: Anouk Bouwmeester anouk@industrielinqs.nl • 020 - 31 22 797 Deltavisie 2013 is een samenwerkingsverband van:

Programma

11 .00 u Partnercases 11 .45 u Registratie & lunch 12 .30 u Plenaire keynote

Carrie ten Napel (TV Oost en TV Gelderland) Wim Raaijen (Hoofdredacteur Petrochem)

Met Bart Voet, Shell Plenair onderdeel: Safety Buddy

13 .15 u 14 .15 u 14 .45 u

Pauze Masterclasses

1. Innoveren: met pitches Process Enlightenmentz (o.l.v. Karin Husmann, Plant One en Evi Husson, Petrochem) 2. C  ombineren: door Paul Smits, Havenbedrijf Rotterdam 3. C  ommuniceren: door Noud Bex, Bex*communicatie 15 .45 u Pauze 16 .15 u Columns kandidaten Plant Manager of the Year 2013 - verkiezing  Cas König (ESD-SIC)  Peter Kilburn (Lubrizol Advanced Materials Resins) Gerwin Meulenbeld (Purac Biochem) 17 .00 u Plenair debat Met een column van Jan Vos (PvdA-kamerlid) en debatdeelnemers: Bart Leenders, Neste Oil; Michel Meertens, DSM; Paul Smits, Havenbedrijf Rotterdam; Frank groenen, Sachem 17 .45 u Afsluiting 18 .00 u Borrel 18 .45 u Diner en verkiezing Plant Manager of the Year 2013

Organisatie:


Plenair onderdeel Safety Buddy

Veel chemiebedrijven hebben hun veiligheidssystemen op orde, maar het kan altijd beter. Daarom pleit Michel Meertens (DSM, Plant Manager of the Year 2012) voor een buddy-systeem voor plantmanagers. De Safety Buddies Paul van Herrewegen (Rubis Terminal) en Michel Meertens (DSM) bezochten elkaar en delen tijdens dit plenaire onderdeel hun ervaringen met het publiek.

Masterclass 1: Innovatie

De europese procesindustrie staat onder druk. Toch kan juist deze enorme druk tot interessante verbeteringen leiden. Tijdens deze masterclass wordt een podium geboden aan Process Enlightenmentz. Dit zijn technologieën en concepten die Nederlandse en Vlaamse procesindustrie efficiënter kunnen maken.

Masterclass 2: Combineren

De Rotterdamse haven moet de groenste ter wereld worden. Niet ineens, maar door voortdurend kleine stapjes te zetten. CFO Paul Smits van het Havenbedrijf Rotterdam vertelt tijdens zijn masterclass over wat nodig is om 100 procent duurzaamheid te bereiken. En hoe de Rotterdamse haven hieraan richting geeft.

Masterclass 3: Communiceren

Hoe bereidt u uw team voor op mogelijke crises op uw werkterrein? Door goed crisismanagement is de maatschappelijke schade te beperken. Noud Bex is crisiscommunicatiespecialist bij Bex*communicatie. Tijdens zijn masterclass vertelt hij hoe u zich op mogelijke crisissituaties kunt voorbereiden en hoe belangrijk communicatie hierbij is.

Cas König (ESD-SIC, Delfzijl)

Peter Kilburn (Lubrizol Advanced Materials Resins, Delfzijl)

FOTO: HANS LEBBE

FOTO: JAN BUWALDA

FOTO: JAN BUWALDA

Finalisten verkiezing Plant Manager of the Year 2013

Gerwin Meulenbeld (Purac Biochem, Gorinchem)

www.deltavisie2013.nl Eventpartner:

Partners Petrochem Platform:

Download de ilinqs-app, scan de foto en bekijk de video op uw smartphone of tablet

Leden Petrochem Platform:


Extra produceren interessanter dan piekscheren

Te lage prijs voor flexibiliteit Een verbruiker van 420 duizend megawattuur die zijn productie ieder moment aan en uit kan zetten lijkt een ideale piekscheerder voor energiebedrijven. Toen Cas König van siliciumcarbideproducent ESD-SIC echter een rondje ter velde deed, bleek dat geen één energiebedrijf een betere prijs bood dan zijn eigen handelaren op de energiebeurs kregen. Blijkbaar is het tot nog toe gunstiger voor energiebedrijven om hun centrales extra de sporen te geven, dan een grootverbruiker af te schakelen. David van Baarle

Voor wie nog nooit van siliciumcarbide heeft gehoord: het middel wordt veel toegepast voor het slijpen en polijsten van materialen en is net iets minder hard dan diamant. ESD-SIC in Delfzijl produceert het uit silicium en koolstof bestaande materiaal uit silicazand en cokes. De productie is vrij rudimentair: het silica zand en de cokes worden tot reactiemateriaal gemengd waarvan een hoop materiaal wordt gebouwd. Midden in deze hoop materiaal bevindt zich een kern van grafiet die dient als stroomgeleider. De grafietkern wordt aangesloten op een transformator en onder spanning gezet. Als gevolg van de weerstand loopt in de kern van de hoop de temperatuur op tot circa 2.500 graden Celsius. Onder die extreme omstandigheden vormt zich siliciumcarbide en koolmonoxide. Dat voor dat proces veel energie nodig is, moge duidelijk zijn. Men verbruikt jaarlijks zo’n 420 duizend megawattuur en het bedrijf staat daarmee zelfs op nummer acht in het ranglijstje van Nederlands grootste stroomverbruikers. Het proces kent daarbij één groot voordeel: men kan in principe produceren wanneer dat het beste uitkomt. En daarmee zou ESD-SIC een ideale peakshaver kunnen zijn voor overtollige stroomproductie van bijvoorbeeld windparken. Toen Cas König, CEO van ESD-SIC, langs de grote energiebedrijven ging om zijn stroomvoorziening deels over te nemen, verwachtte hij er dan ook veel van. Tot zijn teleurstelling konden de stroomgiganten echter geen lagere prijs bieden dan wat de twee inkopers van het bedrijf zelf jaarlijks inkochten op APX/Endex. Een op zijn minst opmerkelijke uitkomst, aangezien balancering van productievermogen deze bedrijven veel geld kost.

Negatieve prijzen

Energy Savers Bedrijven met goede ideeën voor energiebesparing in het eigen proces of in de keten, kunnen het vaak niet alleen. Andere partijen zijn nodig om tot een optimale energiebesparing en verduurzaming te komen. Het gaat hierbij niet alleen om producten, maar ook slimme, ketengerichte oplossingen en technologieën. Kennisplatform Duurzaam Geproduceerd en vakblad Utilities willen deze bedrijven de mogelijkheid geven hun kansen voor energiebesparing en verduurzaming voor het voetlicht te brengen onder de noemer Energy Savers. Heeft u zelf goede besparingsideeën, en bent u op zoek naar partners, laat het ons weten. Via website en magazines spreken we het netwerk van Duurzaam Geproduceerd en Utilities aan om zo te proberen die partners te vinden.

16

‘Natuurlijk ben ik blij met mijn twee inkopers, die ons bedrijf veel geld besparen’, zegt König, ‘maar energie-inkoop is niet onze core business. Vandaar dat ik met een energiepakket van zestig megawatt een rondje ter velde heb gemaakt. Daarmee zou je de piek uit het systeem kunnen halen. Ons proces is vrij eenvoudig en kan letterlijk binnen vijf minuten worden opgestart en desnoods in nog kortere tijd weer teruggedraaid naar nul. Dat moet goud zijn voor energiebedrijven die met name ’s nachts, als het hard waait, nog wel eens met energieoverschotten zitten. Dat kan soms extreme vormen aannemen. Zo hebben we vorig jaar een aantal keer kunnen produceren terwijl we betaald kregen voor de stroom.’

Duurzaam König bezweert dat ESD-SIC er alles aan doet om zijn energieverbruik zoveel mogelijk in te dammen en waar mogelijk duur-

juni 2013


Energy Savers

zaam op te wekken. ‘Bij de productie van siliciumcarbide ontstaat koolmonoxide als restproduct’, zegt hij. ‘Wij vangen dat gas als enige siliciumcarbidefabriek ter wereld op en verstoken het in een dampketel. Met deze damp drijven we een turbine aan. Op die manier produceren we twintig procent van de stroom die wij gebruiken zelf.’ In het geval van een stroomtekort hebben energiebedrijven twee keuzes: de productie opvoeren of verbruikers afkoppelen. Ook daar kan ESD-SIC een oplossing bieden. Want zo snel als het proces kan worden opgestart, zo snel kan het ook worden afgebroken. ‘In principe is er voorraad genoeg om een tijd lang op een lager pitje te produceren. Maar blijkbaar is het tot nog toe gunstiger voor energiebedrijven om hun centrales extra de

juni 2013

sporen te geven. Dat is op zijn minst opmerkelijk omdat het vanuit milieuperspectief wenselijker is om juist de tweede optie te kiezen.’

Risicoprofiel Waar die lage bieding van de energiebedrijven vandaan komt, blijft een beetje gissen. Het systeem van balanshandhaving wordt georganiseerd door TenneT, dat regelvermo-

Siliciumcarbide wordt veel toegepast voor slijpen en polijsten van materialen en is net iets minder hard dan diamant.

17


o

EEN NVKL INSTALLATEUR GAAT TOT HET GRAADJE

De productiviteit in een kantoor wordt sterk bepaald door het klimaat en de temperatuur. Om die constant te houden heb je installateurs nodig die technisch goed geschoold zijn en een servicegerichte mentaliteit hebben. Die installateurs hebben zich verenigd in de NVKL. De Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek en Luchtbehandeling. Da’s een hele mond vol voor professionaliteit, zekerheid en kwaliteit. Ze zorgen ervoor dat de ideale temperatuur overal en altijd precies hetzelfde blijft. Let er dus op of uw installateur er een is waar de NVKL achter staat. www.nvkl.nl

Precies de goede temperatuur. Overal. Altijd. Gegarandeerd.


Energy Savers

gen koopt van aanbieders. De prijs ligt daarNoodstroom König benadrukt dat ESD-SIC geen handelspartbij volgens Wil Kling, hoogleraar elektrische In het geval ner is van TenneT en in die zin geen partij is in reenergiesystemen aan de TU Eindhoven, altijd van stroomtekort gulering van de onbalans. ‘Energiebedrijven zijn hoger dan de marktprijs. ‘De veroorzakers hebben enerdat wel en zij zouden die taak dan ook op zich van de onbalans betalen TenneT voor die giebedrijven twee moeten nemen. TenneT handelt wel direct met service en hebben dus kosten. Die kosten energiegrootverbruikers voor noodvermogencakunnen ze vermijden door zelf beter op hun keuzes: de propaciteit, maar stelt daarbij eisen waaraan wij niet balans te letten, bijvoorbeeld door contracductie opvoeren altijd kunnen voldoen. Een van de eisen is namelijk ten af te sluiten met klanten zoals ESD-SIC. of verbruikers dat het afgesproken vermogen exclusief voor TenDe energiebedrijven maken dus hun eigen afkoppelen.’ neT ter beschikking moet staan. Dat betekent dat kostenafweging en de klanten doen dat ook. een afnemer een zeer constant afnamepatroon ESD-SIC zegt een zeer flexibele klant te zijn moet hebben. Groot nadeel hiervan is dat ook in en wil daarvoor een lagere gemiddelde prijs periodes met hoge elektriciteitsprijzen elektriciteit bedingen. Ze denkt dat te kunnen realiseren moet worden afgenomen totdat TenneT belt om af op de APX/endex-markt maar dan neemt ze te schakelen. Tegen die tijd hebben wij onze proalle risico’s van onbalans zelf. Dat hoeft overigens niet zo’n groot risico te zijn als ze daadwerkelijk zo flexi- ductie allang afgeschakeld omdat het te duur wordt. Indirect helbel zijn. Bovendien zouden ze nog geld kunnen verdienen bij pen wij dus al mee om de onbalans af te vangen, alleen krijgen we daar geen geld voor. Overigens zitten we wel met een aantal andere TenneT. Het zou voor een leverancier interessant kunnen zijn om re- partijen in een noodvermogen pool, maar daar maken we eerlijk gegelvermogen tegen een lagere prijs te kopen bij ESD-SIC. Als zegd niet veel gebruik van.’ geen enkele leverancier dat doet in een open markt, geeft dat ESD-SIC blijft voorlopig dus zelf handelen op de energiebeurs. te denken. Ik denk dat ESD-SIC al haar opties maar eens goed Tenzij er misschien na het lezen van dit artikel een partij opstaat moet laten uitwerken en dan zien wat het risicoprofiel is versus die genoemde zestig megawatt tegen scherpe prijzen kan aanbieden. In dat geval, houden we u op de hoogte. b de energiekosten.’

juni 2013

19


Transparantie footprint biedt handvat bedrijfsvoering

Footprint van producten verkleinen met hulp van de keten

20

juni 2013


Achtergrond

Hoe duurzaam is jouw product? Deze vraag wordt steeds vaker gesteld aan producerende bedrijven. Klanten en ketenpartners willen op productniveau weten wat de milieu-impact is van het product dat zij afnemen. Een levenscyclusanalyse is de meest geëigende methodiek om een antwoord te formuleren. Maar hoe pak je dat aan als je niet tien maar tienduizenden producten hebt?

ren van goederen en diensten en het gebruik en de afdanking van de grondstoffen en de gevolgen ervan. Bij een LCA wordt in elk stadium van het productieproces een inventaris gemaakt van het energie- en materiaalverbruik en de emissies. Zo worden de punten geïdentificeerd waar wel en geen verbetering op milieugebied haalbaar zijn. In de afgelopen dertig jaar is veel ervaring opgedaan en zijn allerlei kinderziekten verdreven. Inmiddels zijn er internationale standaarden voor de LCA-methodiek opgesteld: EN 15804, ISO 14040 en ISO 14044. Verder bestaan er verschillende databases met daarin de milieugegevens van diverse materialen, producten en processen. Gespecialiseerde LCA-adviseurs kennen deze databases en hebben hier toegang Harmen Weijer tot. Toon van Harmelen van TNO is al jaren expert op het gebied van LCA’s. ‘Vooral in de eerste jaren lieten bedrijven LCA’s maken van Bij veel bedrijven is duurzaamheid van de bedrijfsvoering een hun producten en processen uit defensief oogpunt, namelijk om hot item. De belangrijkste reden is dat de klant erom vraagt. gegevens in de hand te hebben als de milieubelasting van het Die klant kan de consument zijn, maar in de bedrijf en zijn producten ter sprake zou komen. maakindustrie is dat vaak een collega-industriDe laatste jaren is de strategie meer offensief: ële klant, die met de geleverde deelproducten om te laten zien hoe duurzaam men bezig, is zijn product maakt. Bij de vraag in hoeverre wil men weten wat de milieu-­impact is van hun Om te laten men duurzaam bezig is, gebeurt het regelmaproducten en processen.’ zien hoe duurzaam tig dat men verwijst naar het groene wagenDie impact is op verschillende manieren uit te men bezig is, wil park of de energieconvenanten waar men bij is drukken. Meestal wordt dit in CO₂-equivalenten men weten wat de aangesloten. Maar de gevraagde houvast per uitgedrukt. ‘Maar duurzaamheid betreft ook milieu-impact is product wordt daarmee niet gegeven. andere aspecten, zoals verzuring en toxiciteit’, Een eerste grote stap die bedrijven al jaren aldus Van Harmelen. van hun producten nemen, is het laten uitvoeren van een levensen processen.’ Winst cyclusanalyse (LCA). LCA’s zijn niet nieuw; ze Een van de bedrijven die gebruikmaakt van de kwamen al in de jaren 80 van de vorige eeuw LCA-methodiek is Solvay. Van Harmelen: ‘Solvay is in opkomst. Met een LCA worden kennis en inzicht verzameld over de onttrekkingen van grondstoffen en een groot chemiebedrijf dat vooral actief is in de bulkchemie. De de emissies door menselijke activiteiten in het milieu. En dan processen hebben een grote milieubelasting en vragen in deze tijd met name de activiteiten die verbonden zijn aan het produce- steeds vaker om duurzamere brand- en grondstoffen. Solvay ziet

Duurzaam beton In een branche met veel concurrenten is het onderscheidend vermogen van je producten van levensbelang, vindt MBI Beton. De betonsteenproducent is al bijna zeventig jaar actief, maar ondervindt in Nederland hevige concurrentie met de baksteen. In de jaren 80 van de vorige eeuw heeft het bedrijf dan ook een peperdure LCA laten uitvoeren voor één van zijn producten. ‘Daar kwam een prima rapport uit, maar dat belandde uiteindelijk in de la’, vertelt Harm van der Ploeg van MBI Beton. ‘De laatste jaren willen we ons verdergaand onderscheiden van bijvoorbeeld bakstenen, zowel esthetisch als functioneel. Architecten vinden betonstenen gelukkig heel mooi. En als je daarnaast kunt aantonen een duurzaam product te hebben, dan is ook dat een onderscheidend gegeven.’ Maar kom maar eens tot juiste gegevens met al die keurmerken en ladders, zoals de CO₂-prestatieladder, MVO, C2C

juni 2013

en BREEAM. MBI Beton ging op zoek en vond met EcoChain een kostenefficiënte methode. ‘Deze methode stelt ons in staat om in de keten te verduurzamen. Als bijvoorbeeld leverancier 43 overstapt op groene stroom heeft dat meteen effect op onze producten en processen.’ Ook heeft MBI Beton inzicht gekregen in waar nog duurzame winst te halen valt. ‘Wij gebruiken bijvoorbeeld al jaren zand uit de Noordzee. Door de geringe transportafstand blijkt dit een zeer duurzame grondstof te zijn in de LCA. De uitdaging is nu om dit in nog meer recepturen te gaan toepassen. Ondanks onze zeer positieve score in de LCA, willen wij onze afstand met de concurrentie vergroten en willen wij ons focussen op het verduurzamen van onze recepturen. De methode LCA 2.0 biedt ons hierbij concrete aanknopingspunten’, aldus Van der Ploeg.

21


dan ook in dat het niet onbeperkt kan doorgaan op de huidige weg.’ Daarnaast krijgt het chemiebedrijf van klanten in de keten de opdracht te verduurzamen. Onlangs nog sloten Solvay en AkzoNobel een overeenkomst waarin Solvay als leverancier van op losmiddelen voor Akzo’s coatings en verven door AkzoNobel is gevraagd meer biobased materialen voor deze oplosmiddelen te gebruiken. Daardoor wordt het eindproduct van AkzoNobel duurzamer. De trend is niet te stuiten: in de keten sporen ketenpartners elkaar aan om vanuit de keten gezamenlijk tot meer duurzame producten te komen. In dat geval is het ook belangrijk om te kijken wat de milieukosten zijn, zowel in het eigen proces als bij de ketenpartner. TNO heeft die prijsmethodiek ook verwerkt in de LCA’s die het uitvoert, of waarvoor het gegevens verzamelt. Van Harmelen: ‘Beprijzing gaat volgens twee routes: bestrijding en vermijding enerzijds, en milieu- en gezondheidsschade anderzijds. Die eerste route helpt om aan te geven hoeveel euro’s wij als samenleving over hebben om bepaalde milieu-impacts te vermijden. De tweede route laat zien wat het oplevert aan milieu- en gezondheidswinst als een bedrijf zijn proces verduurzaamt.’

Footprint De laatste jaren doet het fenomeen ‘footprint’ zijn intrede: met een footprintanalyse kun je aangeven hoe groot de voetafdruk is die een bepaalde actie of product achterlaat op de aarde. De voetafdruk heeft vaak betrekking op bepaalde milieuthema’s, zoals water of CO₂. Een LCA is meestal de basis voor een ‘footprint’. De Britsish Standards Institution (BSI) heeft een richtlijn gepubliceerd voor het bepalen van een CO₂-footprint, de zogenaamde PAS2050. De richtlijn vormt de basis van de in ontwikkeling zijnde internationale richtlijn ISO 14067. Het onderzoeken van de footprint van producten wordt steeds belangrijker omdat het ook rechtstreeks geld kan opleveren. De

CO₂-prestatieladder is zo’n voorbeeld daarvan. De door ProRail ingevoerde ladder van vijf niveaus geeft klanten van ProRail een fictief voordeel bij de inschrijfprijs bij aanbestedingen van grote projecten. Naarmate men hoger op de ladder staat, krijgt men meer voordeel ten opzichte van concurrenten bij de gunning. Daar moet een leverancier wel wat voor doen, vooral op het gebied van CO₂-uitstoot. Om te beginnen moeten bedrijven de eigen CO₂-uitstoot in kaart brengen. Bij niveau 2 hebben bedrijven ook doelen vastgesteld. Bij niveau 3 doen bedrijven mee in een sector- of keteninitiatief om CO₂ te reduceren. De meeste bedrijven komen met redelijk gemak tot dat niveau, mede dankzij deelname aan energieconvenanten. Vanaf niveau 4 wordt het lastiger, want hier moeten bedrijven zelf initiatiefnemer zijn van CO₂-reductie initiatieven. Dan is het van belang dat het bedrijf een volledige inventarisatie heeft gemaakt van de footprint van het productgamma.

Duur Inmiddels is de ladder twee jaar geleden overgedragen door ProRail aan de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO). In de bouwsector is de CO₂-prestatieladder al gemeengoed. Als het aan SKAO ligt, volgen nu meerdere sectoren. Zo is men druk bezig binnen de ICT-sector om de CO₂prestatieladder door te voeren. Met deze voordelen – naast de marketingvoordelen die een duurzaam product met zich mee kan brengen – zou het heel logisch zijn als inmiddels veel bedrijven precies weten hoe duurzaam hun producten zijn. Niets is minder waar, weet Boudewijn Mos van EcoChain, dat actief is op het gebied van LCA- en footprintberekeningen. ‘LCA’s zijn heel effectief, maar erg duur, mede omdat ze stuk voor stuk worden gemodelleerd. Bedrijven

Fasen van de LCA Om een levenscyclusanalyse uit te voeren, is een internationaal erkend raamwerk opgesteld. Hierin wordt de LCA-procedure gestructureerd in vier verschillende fasen: In de eerste fase worden het doel en de omvang van het onderzoek in relatie tot de beoogde toepassing bepaald. De tweede fase is de inventarisatiefase, waarin het product wordt gedefinieerd. Hiervoor worden vervuilingen naar de leefomgeving gekwantificeerd. In de derde fase worden de resultaten van de inventarisatie vertaald naar termen van

22

milieu-­en maatschappelijke effecten. Daarbij is het belangrijk de verkregen resultaten uit fase twee zo te presenteren dat de impacts duidelijk worden. In Nederland worden maatschappelijke effecten in kosten uitgedrukt; de kosten die wij dragen om met vervuiling om te gaan. In de vierde en laatste fase worden de resultaten en aannames van de eerdere fasen geëvalueerd en worden conclusies getrokken. Een veelgestelde conclusie is dat het veel goedkoper is om vervuiling te voorkomen dan om hier onder te lijden.

juni 2013


Achtergrond

zijn tussen de 20.000 en 50.000 euro per product kwijt om de chemische stoffen wordt automatisch op 24 parameters in kaart levenscyclus in kaart te brengen. Als je dan ook nog enkele tien- gebracht wat de footprint van de betreffende producten en produizenden producten in de leveranciersketen hebt, dan is het cessen is. De uitkomsten op productniveau worden dan real time niet meer te betalen.’ met de ketenpartners gekoppeld.’ Bovendien is het ook niet eenvoudig om alle gegevens uit de Daardoor kunnen bedrijven verder kijken dan alleen die ‘moketen te krijgen, iets wat wel nodig is voor een volledige LCA- mentopname’ van het bedrijf op het gebied van processen en berekening. ‘Een producent heeft data nodig van zijn leveran- producten. Managers kunnen hierdoor actief sturen op minder ciers voor een dergelijke LCA; het gaat daarbij onder andere duurzame producten, want de gegevens zijn actueel en direct om kerndata, proceskennis en lijsten van alle toeleveranciers. op productniveau te bekijken. ‘Men kan precies zien welke proKlanten zijn niet bereid die te geven.’ Het gevolg daarvan is dat cessen en producten de grootste invloed op de footprint hebproducenten moeten uitgaan van gestandaardiseerde waarden ben. Met die gegevens in de hand kan een bedrijf zich focussen of branchegemiddelden, die meestal minder precies zijn. Mos op deze ‘hoge impact’-producten, zodat de investeringen op de noemt als voorbeeld een bierbrouwer. ‘Deze maakt bijvoor- juiste plek worden ingezet.’ beeld gebruik van vier glasleveranciers, vooral om risico’s te Maar waarom zouden leveranciers in deze applicatie nu wel bereid spreiden. Maar de één doet het qua duurzaamheid beter dan zijn om gegevens prijs te geven? Mos: ‘De brondata van leverande ander. Omdat ze echter niet allemaal hun data hebben willen ciers die worden uitgenodigd blijven anoniem. De gegevens zijn prijsgeven, gaat deze bierbrouwer uit van de alleen terug te leiden op productniveau, niet naar standaard LCA-gegevens. De innoverende lede oorspronkelijke data.’ Het valt of staat natuurlijk verancier wordt hiermee benadeeld omdat zijn wel met de juistheid van de te delen informatie, duurzame voorsprong gelijk wordt getrokken erkent Mos. ‘Want als jouw leverancier – per onMen kan met de achterblijver, terwijl de ‘rotzooiende’ legeluk of expres – verkeerde data invoert, klopt de precies zien welke verancier dubbel wordt beloond: geen geld aan berekening van de footprint niet meer. Om dat te processen en proinnovatie uitgeven en ook nog een contract bevoorkomen, wordt hierbij een derde, verifiërende ducten de grootste houden bij de bierbrouwer.’ partij ingeschakeld, net zoals bij traditionele LCAinvloed op de footberekeningen gebeurt. Het verschil is dat met Incentives EcoChain het complete portfolio kan worden print hebben.’ Dit legt de grootste frustratie in de maak­industrie geverifieerd, in plaats van slechts één productbloot: waar is de incentive om te verduurzamen? calculatie. Daarnaast heeft het doorgeven van Om dat te tackelen, is het volgens Mos tijd voor informatie ook nog een zuiverend effect voor elke LCA 2.0. ‘Wij hebben een applicatie gebouwd waarbij bedrijven toeleverancier die meedoet. Men doet het uiteindelijk voor zichzelf: hun footprint in kaart kunnen brengen, zowel op bedrijfsniveau verkeerd invullen voor een ander heeft onmiddellijk een negatief als op proces- en productniveau.’ En om ook de leveranciers en effect op je eigen footprint-berekening.’ afnemers in de keten erbij te betrekken, is er een zogeheten vier- Op deze manier wordt de wetenschappelijk verkregen LCA gede dimensie in de applicatie ingebouwd. Mos: ‘Daarbij vraagt het combineerd met een soort van ‘Facebook’ voor producten. Daarbedrijf dat de footprint van zijn producten in kaart wil brengen mee wordt een nieuw hoofdstuk geschreven in het bepalen van niet eenzijdig aan zijn leverancier ‘geef mij jouw data even’. Nee, de footprint van producten. Met als belangrijkste doel: het steeds in deze applicatie nodigt men deze keten uit om ook EcoChain te verder verduurzamen van producten, zodat we ook nog over vijfgebruiken. Aan de hand van de eigen administraties in energie en tig jaar en verder gebruik kunnen maken van deze aarde. b

juni 2013

23


BMW vergroent en verduurzaamt productieproces

Carbon stadsauto is aanzet tot complete verduurzaming De Duitse autofabrikant BMW heeft de productie van zijn nieuwe elektrische auto i3 aangegrepen om het hele productieproces te verduurzamen. Het bleef niet bij het inbouwen van een accupakket en een elektromotor in een bestaande carrosserie, maar in het proces zijn energie-intensieve processtadia geschrapt, nieuwe materialen geïntroduceerd en de energievoorziening in de fabrieken werd vergroend.

FOTO’S: BMW

Tijdo van der Zee

Ondanks wat tegenvallende verkopen, lijken autofabrikanten niet aan de elektrische revolutie te ontkomen. In 2020 mogen de auto’s in hun vloot namelijk gemiddeld niet meer dan 95 gram CO2 per gereden kilometer uitstoten. Vooral voor een merk als BMW, dat veelal zwaardere modellen bouwt, is het van belang om daar tegenover een aantal superschone wagens neer te zetten. Dat begint dus eind dit jaar met de elektrische BMW i3, als deze op de Nederlandse De basis van de markt wordt geïntroduceerd. In auto bestaat uit een de loop van 2014 zal daar in Nealuminium onderderland de i8 bij komen. Het verhaal van de i-serie ontstel en een passastond in 2007. Een denktank met giersgedeelte van de naam ‘Project i’ kreeg de opmet koolstofvezel dracht om buiten de gebaande versterkt kunststof paden te zoeken naar een nieuw concept.  Uitgangspunt daarbij was een auto te ontwerpen voor

24

juni 2013


Best Practice

Een bijkomend voordeel van CFRP tegenover metalen onderdelen is het lagere gewicht. Panelen zijn door medewerkers met één hand te tillen.

in de stad. Inmiddels woont namelijk meer dan de helft van de wereldbevolking in stedelijke gebieden. Die zijn vervuild en dichtgeslibd. Een schone auto zonder plaatselijke uitstoot is dan natuurlijk welkom.

Ontwerp

Een voordeel van het ontwikkelen van een stadsauto is dat de actieradius niet al te groot hoeft te zijn. Een maximale actieradius van zo’n 150 kilometer zal dan niet vaak problemen geven. Dat maakte de weg vrij voor de elektrische auto: de BMW i. Maar de denktank ‘project i’ ging verder dan alleen het ontwerpen van een elektrische aandrijving. De bedoeling is dat duurzaamheid in elke fase van de levenscyclus van de auto wordt toegepast; in het ontwerp, productie, gebruik en recycling. Volgens de fabrikant is de carbon footprint van de i3 in de hele levensloop 33 procent lager dan bij een gewone auto als de huidige Europese elektriciteitsmix

juni 2013

als uitgangspunt wordt genomen. Als de auto altijd groene stroom tankt, bedraagt de footprint zelfs de helft. Om te beginnen met het ontwerp; de carrosserie van de i3 bestaat uit een aluminium onderstel waarin de aandrijving en accu’s (van Samsung) worden gemonteerd. Dit onderstel is voor tachtig procent duurzaam geproduceerd. Dat wil zeggen: ofwel afkomstig van gerecycled aluminium of geproduceerd met groene stroom. Daarbovenop komt het passagiersgedeelte, dat voornamelijk bestaat uit sterk en licht, met koolstofvezel versterkte kunststof (CFRP). Dit materiaal compenseert het extra gewicht van de accu’s en draagt bij aan de verlaging van het zwaartepunt van de auto, wat de wegligging ten goede komt.

Carbonvezels Voor de productie van deze kunststof werkt de autofabrikant samen met het koolstofvezelbedrijf SGL Group uit Wiesbaden. Dat bedrijf levert bijvoorbeeld ook vezels voor de Boeing 787 Dreamliner en de Joint Strike Fighter. In het Amerikaanse Moses Lake bouwden de bedrijven samen een nieuwe fabriek, die voor zijn elektriciteit volledig gebruikmaakt van de twee nabijgelegen waterkrachtcentrales in de Columbia rivier, de Wanapum-dam en de Priest Rapids-dam. Die stroom kan voor een zeer schappelijke prijs van rond de drie cent per kWh worden afgenomen. Dat is minder 25


dan een derde van de prijs die een gemiddeld industrieel bedrijf in Duitsland betaalt. Dat maakt Een kwaliteitscheck de carbonvezels niet alleen duurvan de koolstofdoezaam, maar in prijs ook concurrerend met aluminium. ken in de fabriek in De fabriek in Moses Lake Landshut opende in 2011 en is de eerste fabriek ter wereld die op grote schaal carbonvezels levert voor de auto-industrie. Aan het begin van de productielijn in de fabriek staat de grondstof polyacryl, een stof die ook in de kledingindustrie veel wordt gebruikt. Maar nadat de aanvankelijk witte kunststof draden vier keer door een oxidatie-oven en daarna nog twee keer door een stookoven zijn gegaan, heeft het materiaal een ware metamorfose ondergaan. De draden zijn dan zwart, zeven keer zo dun als een haar, superlicht, maar 26

ijzersterk. Op grote spoelen met elk meer dan twee kilometer draad, wordt de vezel vervolgens verscheept naar een fabriek in het Duitse Wackersdorf, waar moderne weefgetouwen de vezels verwerken tot grote doeken. ‘Behalve dat we honderd procent groene stroom gebruiken, heeft onze fabriek in Moses Lake ook een LEED Gold certificaat’, legt Katharina Schraidt, communicatiemanager van de joint venture SGL Automotive Carbon Fibers, uit. LEED staat voor Leadership in Energy and Environmental Design en is de Amerikaanse tegenhanger van het in Europa meer bekende BREEAM-label. ‘In onze fabriek in Wackersdorf zijn we bezig om het milieumanagementsysteem ISO 14001 te implementeren. We verwachten dat we in 2014 gecertificeerd zijn’, aldus Schraidt.

Duurzaam (toe)leveren De koolstofvezel krijgt bewerkingen in fabrieken in Wackersdorf, Landshut en ten slotte in Leipzig, waar alle onderdelen van de auto worden samengevoegd. Bij de fabriek in Leipzig heeft de

juni 2013


Best Practice

autofabrikant vier windturbines van het type Nordex N100/2500 Fabriek van laten bouwen, die samen jaarBMW in Leipzig lijks 24 GWh aan groene stroom moeten leveren. Die moeten de productie van de i-serie vergroenen en mochten de turbines te weinig stroom leveren, dan koopt de fabrikant groene stroom bij van het net. Hierbij moet wel gezegd worden dat niet alle modellen die in Leipzig worden geproduceerd, groene stroom zullen gebruiken. Het gaat alleen om de i-serie. De gebouwen van de autoproducent maken gebruik van allerlei energiebesparende technieken, die niet eens altijd hightech zijn. Zo zitten in het dak van de fabriek in Landshut grote ramen, waardoor het daglicht naar binnen stroomt en die open kunnen, voor natuurlijke ventilatie. Dit bespaart op ventilatie- en verlichtingskosten en levert ook comfortabeler arbeidsomstandigheden voor

juni 2013

de werknemers op. ‘De BMW Group is voor het achtste jaar op rij leider in de Dow Jones Sustainability Index’, zegt Mirco Rácz, communicatiemanager van BMW Nederland. Bij de samenwerking met SGL heeft de autogigant de touwtjes met de joint venture zelf redelijk goed in handen, wat dus ook de borging van de duurzame toelevering vergemakkelijkt. Maar ook met leveranciers waar het bedrijf minder vingers in de pap heeft, wordt gelet op duurzaamheid. ‘Wij hebben sustainability criteria voor leveranciers en subleveranciers’, legt Mirco Rácz uit. ‘We stellen duurzame eisen aan goederen en diensten. Daarbij wordt gekeken

‘We stellen duurzame eisen aan goederen en diensten. Daarbij wordt gekeken naar milieu en sociale verantwoordelijkheid, volgens de principes van de United Nations Global Compact.’

27


The Floor is Yours

‘Kies voor DESSO AirMaster® tapijt en adem schonere lucht in. Surprising, isn’t it?’ Alonzo Mourning zevenvoudig NBA All Star en astma-patiënt

Vanuit de Cradle to Cradle® gedachte wil Desso met haar producten bijdragen aan betere werk- en leefomstandigheden in kontoren, scholen, zorgcentra en andere omgevingen. DESSO AirMaster® sluit perfect aan bij deze ambitie. Dit tapijt reduceert de fijnstofconcentratie in de lucht aanzienlijk*. Het helpt mensen vrijer te ademen en beter te presteren. * Gebaseerd op testen van GUI, waarbij DESSO AirMaster® werd vergeleken met een standaard harde PVC-vloer.

Desso BV | T 0416 68 41 30 | www.desso.com


Best Practice

Lichtgewicht materialen groeit Door de steeds strenger wordende internationale milieuwetgeving neemt de vraag naar lichtgewicht materialen binnen de transportsector sterk toe. Bij de constructie van auto’s en vrachtwagens is veel winst te behalen door het gebruik van lichtere materialen, zoals composieten. Bij een onderzoek dat masterstudenten bij HAN Automotive Systems bij het lectoraat Mobiliteitstechnologie doen, draait het om economische winst door lagere kosten, milieuwinst en veiligheid. Ze onderzoeken bijvoorbeeld hoe je voor personenauto’s en vrachtwagens een lichtere constructie kunt ontwerpen, wat de consequenties zijn van het gebruik van extra lange vrachtwagens en welke technologische hulpmiddelen veilig gedrag van bestuurders bevorderen. HAN-lector Joop Pauwelussen zegt dat voertuigen met een lager gewicht minder brandstof verbruiken, waardoor zowel de kosten als de uitstoot van koolstofdioxide per eenheid lading wordt teruggedrongen. HAN Automotive test auto’s en bedrijfswagens. Met behulp van computermodellen wordt beoordeeld waar en hoe andere materialen zijn toe te passen om de levensduur te verlengen of hoe het gewicht kan worden verlaagd.

naar milieu en sociale verantwoordelijkheid, volgens de principes van de United Nations Global Compact.’

Duurzaamheidsplaatje In de assemblagehal in Leipzig wordt veel energie bespaard doordat hele productiestappen er tussenuit gehaald worden. Zo hoeft de auto niet door de zogenaamde paint shop om geverfd te worden. De carrosserie wordt namelijk opgebouwd uit voorgekleurde CFRP-platen. Volgens de fabrikant is bij de assemblage slechts een derde van het aantal onderdelen nodig, in vergelijking met een traditionele carrosserie. En dat scheelt ook weer in het benodigde productieoppervlak, dat de helft kleiner is dan bij conventionele modellen. Overigens heeft het werken met losse panelen in de carrosserie nog een voordeel. Rácz: ‘Als er een schadegeval is, kan de schade eenvoudig door het vervangen van plaatdelen gerepareerd worden. Dit scheelt niet alleen tijd, maar ook spuitwerk omdat de plaatdelen al in kleur zijn.’ Ten slotte wordt ook van recycling serieus werk gemaakt. ‘De auto kan nagenoeg compleet gerecycled worden. Sommige onderdelen worden hergebruikt. Accu’s krijgen een nieuwe bestemming als tijdelijk laadplatform voor bijvoorbeeld windenergie’, aldus Rácz. Om het duurzaamheidsplaatje compleet te maken, heeft BMW eind april een deal gesloten met het Duitse zonne-bedrijf Solarwatt: wie een i3 aanschaft krijgt er een stel zonnepanelen bij voor op de carport. Zo kan je je auto altijd groen opladen. Vooralsnog Koolstofvezels in blijft dit aanbod echter bede fabriek in Moses perkt tot Duitsland. Of ook Lake in Nederland zo’n pakket wordt geïntroduceerd, is nog niet duidelijk. b

juni 2013

29


Grondstoffenstromen managen dankzij leasen

Van bezit naar gebruik Grondstoffen voor producten worden steeds schaarser. Om te zorgen dat zo min mogelijk grondstoffen uit bestaande producten verloren gaan, is het nodig dat producenten het heft zelf in handen nemen. Door afspraken te maken met afnemers om de producten na een paar jaar gebruik weer terug te nemen, hebben ze de mogelijkheid hun eigen grondstoffenstromen te beheersen. Ook na levering van de door hun geproduceerde producten. Dat concept “Van bezit naar gebruik” is een middel om tot een circulaire economie te komen. Maar de praktijk is een stuk weerbarstiger dan de theorie. Harmen Weijer

30

Leasen van producten is niet ‘Als de benieuw, maar het concept “Van bezit lasting voor het naar gebruik” waarbij producenten verbruik van afspraken maken met afnemers om grondstoffen wordt na een paar jaar hun producten verhoogd en tegelijweer terug te nemen, gaat veel verder dan dat. Neem het leasen van kertijd de belasting een auto: dat is veeleer een finanvoor arbeid wordt ciële constructie tussen leverancier verlaagd, kost het – meestal niet eens de producent minder om van een – en afnemer, en zorgt er niet per gebruikt product definitie voor dat het geleasete product na de gebruikstijd weer bij iets nieuws te made producent komt. Bij het concept ken.’ “Van bezit naar gebruik” ontstaat daarentegen een directe prikkel voor de producent om goed na te denken over het ontwerp en de te gebruiken grondstoffen. Immers: de grondstoffen van het product blijven in eigendom van de producent. Het is dus in zijn eigen belang dat de grondstoffen uit het product ook later eenvoudig zijn te ontmantelen en te hergebruiken. Ook ontstaat er een directe band tussen producent en afnemer. Dat alles maakt het mogelijk om voor bijna elk product een dergelijke constructie op te zetten.

Betalen per lux

Hergebruik

Philips en architect Thomas Rau hebben samen een ‘Pay per lux’ proef opgestart, waarbij de gebruiker alleen voor de werkelijk verbruikte hoeveelheid licht betaalt en geen eigenaar van de verlichtingsinstallatie zelf is. Het kantoor van architectenbureau RAU in Amsterdam is op basis van dit nieuwe dienstverleningsconcept verlicht. In dit concept is Philips de hoofdaannemer, wat betekent dat zowel de installatie van de verlichting als de energienota voor rekening van Philips komen en dat Philips eigenaar blijft van de producten. Dit laatste om de innovatiesnelheid van het energieverbruik van verlichting te stimuleren. Na afloop van de contractperiode zal Philips de verlichtingsproducten weer terug in het productieproces nemen en de grondstoffen weer hergebruiken. Zo wordt er geen onnodig afval geproduceerd en wordt recycling geoptimaliseerd. De test is twee jaar geleden gestart en binnenkort zijn de eerste resultaten te verwachten. Ook wil Philips het concept bij andere bedrijven desgevraagd invoeren.

Dit model startten architect Thomas Rau van architectenbureau RAU en bedrijfseconome Sabine Oberhuber. Zij realiseerden zich tijdens de herinrichting van hun kantoor in Amsterdam dat ze helemaal geen nieuwe lampen wilden kopen, maar enkel licht wilden hebben. Een gesprek met Philips leidde tot het allereerste, op  prestatie  gebaseerde product: lichturen in plaats van lampen, waarbij Philips eigenaar bleef van de grondstoffen (zie kader Betalen per lux). Dit was het geboortemoment van Turntoo, vertelt Mirjam Schmüll, adviseur bij het gelijknamige platform. ‘Ook bij andere producten voor ons kantoor, zoals de kantoorstoelen, tafels en tapijt, zijn met de producent afspraken gemaakt, zoals met Steelcase Solutions. De stoel is dusdanig gemaakt dat hij na inzameling weer gemakkelijk is te ontmantelen.’ De materialen en grondstoffen zijn weer opnieuw te gebruiken en belanden dus niet op de afvalhoop. Daar zit precies de winst voor producenten: ze bouwen een grondstofvoorraad voor de toekomst op, tijdelijk opgeslagen in de vorm van producten. Schmüll: ‘Als producenten hun produc-

juni 2013


FOTO: soynewuses

Achtergrond

ten zo ontwerpen dat de grondstoffen volledig kunnen worden hergebruikt, kunnen zij na de gebruiksperiode de materialen uit deze producten weer opnieuw inzetten in de vorm van nieuwe producten. Daarmee verzekeren deze producenten zich in de toekomst van grondstoffen voor hun nieuwe producten, want die zitten in de eerder geleverde producten. Zo kunnen zij hun grondstoffenstromen managen, want ze weten wanneer welke grondstoffen terugkomen. Daarop kunnen ze hun bedrijfsvoering aanpassen.’

Mindset Dat besef gaat bij steeds meer producenten leven, merkt Schmüll. ‘We zijn op dit moment actief in de sectoren bouw en interieur, aangezien hier onze ontstaansgeschiedenis ligt. In deze sectoren zie je al verschillende initiatieven met Cradle-toCradle producten: in het ontwerp wordt al rekening gehouden

juni 2013

Chemieproducten terugnemen In het Vlaamse project Take Back Chemicals wordt bekeken of naast de al bestaande constructie om reststromen van chemieproducten terug te nemen als afvalstoffen (Take Back Waste) een lease-sale-model mogelijk is. Hierbij zullen de reststromen worden teruggedrongen en als chemieproducten worden teruggenomen (Take Back Chemicals) waardoor een win-win-win situatie ontstaat: voor de leverancier en producent van chemieproducten, de eindgebruiker van deze chemieproducten en het milieu. Dit concept wordt in teamverband uitgewerkt door Royal Haskoning, Essenscia, A-Worx, Board of Innovation, VITO, Universiteit Antwerpen en de bedrijfspartners DNCP (De Neef Chemical Processing), Tessenderlo Chemie, Solvay en Janssen Pharmaceutica.

31


Gerecyclede tegels

Lease a Jeans

Producent van keramische tegels Koninklijke Mosa is onlangs een samenwerkingsverband aangegaan met Van Gansewinkel om een inzameling- en recyclingsysteem op te zetten. Hiermee worden tegelresten en ander keramisch afval herverwerkt tot nieuwe tegels. Mosa heeft uitgebreide proeven op labschaal gedaan om op basis hiervan nieuwe tegels te maken. Deze proeven zijn zo succesvol verlopen dat beide firma’s samen nu op grotere schaal gaan onderzoeken of een proces kan worden opgezet waarbij keramische resten kunnen worden ingezameld en herverwerkt tot nieuwe tegels. Mosa verwerkt in het eigen productieproces al alle reststromen uit de productie. Hierdoor bevatten vloertegels al 10 tot circa 45 procent recyclingmateriaal met behoud van de eigenschappen.

Een spijkerbroek leasen? Het concept Lease a Jeans van het modemerk Mud Jeans maakt het sinds vorig jaar mogelijk. Voor een maandbedrag van vijf euro kan een consument één jeans per jaar gebruiken. Na dat jaar heeft de jeansdrager de keuze uit drie opties: de jeans gaat retour, of men ruilt voor 7,50 euro de jeans om voor een nieuw exemplaar, of – als men de spijkerbroek langer wilt houden – men betaalt vier termijnen van vijf euro extra. Bij retour krijgt men deze twintig euro terug, want in alle gevallen blijft Mud Jeans eigenaar van de broek én van de duurzame biologische katoen waarvan de jeans is gemaakt. ‘We hopen met Lease a Jeans een boost aan de circulaire economie te geven’, aldus Dianne Potters van Mud Jeans, dat met Lease a Jeans eerder dit jaar de jaarprijs van de Circle Challenge 10x10 heeft gewonnen.

met de latere ontmanteling van het product. Voor producenten in deze sectoren is de stap naar het concept “Van bezit naar gebruik” veel minder moeilijk.’ Andere bedrijven willen wel volgen, maar geven aan meer tijd nodig te hebben voor die omslag. De steeds hogere en fluctuerende grondstoffenprijzen helpen wel de mindset bij bedrijven te doen kantelen. Immers: door het managen van de grondstoffen kunnen bedrijven bijhouden wanneer ze bijvoorbeeld een gehele stalen constructie van een gebouw weer terugkrijgen. 32

Grondstofwaarde Om producten ook na de gebruiksperiode goed te kunnen terugnemen en hergebruiken wordt vooraf de grondstofwaarde berekend. Daarbij kijkt Turntoo naar de grondstoffen, maar ook naar de hoeveelheid arbeid en andere toegevoegde waarde. Op basis daarvan kan een producent zorgen dat de grondstoffen in de producten optimaal behouden blijven. Schmüll: ‘De grondstoffen komen in een grondstofpaspoort, zodat – als het product weer terugkomt – men precies weet wat erin zit en van

juni 2013


RUBRIEK

wie bepaalde onderdelen zijn. Op deze manier kan men op de juiste wijze deze producten ontmantelen en hergebruiken. Zo ontstaat een hele stamboom van de materialen in het product.’

Energiezuinig wassen Bij eigenlijk alle producten is het concept “Van bezit naar gebruik” te gebruiken, zo ook bij elektrische apparaten. Turntoo is onlangs een project gestart met woningcorporatie Eigen Haard uit Amsterdam en producent en leverancier van wit-

Tweede leven voor meubilair Kantoormeubilairproducent Ahrend sluit de kringloop door de eerder geleverde en gebruikte meubilair weer terug te nemen, via het zogeheten Interior Life Cycle concept. Dat gaat via vier stadia: concept, realisatie, gebruik en hergebruik. Tijdens die laatste fase krijgen stoelen, tafels en kasten een volgend leven. Producten worden ingenomen en bij voorkeur opnieuw ingezet. Als dit niet mogelijk is, worden ze gedemonteerd en de onderdelen worden waar mogelijk hergebruikt. Aan het eind van de levenscyclus worden de materialen van de producten gerecycled en hergebruikt in andere producten. Vooraf wordt al rekening gehouden met de volgende levensfase. ‘Samen met onze Cradle-to-Cradlepartner Van Gansewinkel Groep hebben we onderzocht hoe bijvoorbeeld de recyclebaarheid en demontage van kantoorstoelen kon worden verbeterd. Eén van de bevindingen was dat lijmresten het scheiden van de onderdelen bemoeilijkten. Sinds 2010 verlijmen wij de stoelbekleding dan ook niet meer’, aldus Ahrend.

juni 2013

goedapparaten Bosch. Daarbij werden aan sociale huurders energiezuinige apparaten, zoals wasmachines en koelkasten aangeboden. Eigen Haard wil voor haar huurders de steeds hogere energielasten beperkt houden, opdat huurders hun huur kunnen blijven betalen. Dat kan door de huizen te isoleren, maar ook door middel van energiezuinige apparaten in huis. De meeste huurders hebben niet het geld om in één keer de meest energiezuinige wasmachine te kopen. Schmüll: ‘Daarom hebben we met Bosch een constructie bedacht waarbij huurders voor een vast bedrag per maand over een periode van zeven jaar de meest energiezuinige machine mogen gebruiken.’ Na die periode gaat de wasmachine weer terug naar Bosch voor de volgende levensfase.

Ministerie Het concept kan voor nog meer producten worden gebruikt, maar dat vraagt veel aandacht en werk. ‘Het zou mooi zijn als dit door een grote organisatie kan worden opgepakt. Of mooier nog: door een ministerie van grondstoffen’, stelt Schmüll. Bijvoorbeeld door de belasting op arbeid te verlagen. ‘Op dit moment past het systeem van inzameling van apparaten in een lineaire economie, maar het zit tegelijkertijd de komst van een circulaire economie in de weg. Het neemt namelijk de prikkel voor ondernemingen weg om zelf aan de slag te gaan. Als de belasting voor het verbruik van grondstoffen wordt verhoogd en tegelijkertijd de belasting voor arbeid wordt verlaagd, kost het minder om van een gebruikt product iets nieuws te maken.’ Dat kan voor bedrijven een belangrijke hobbel wegnemen om slimmer om te gaan met de grondstoffen voor zijn producten. Het maakt de weg vrij waardoor producenten een cruciale stap kunnen zetten naar een circulaire economie. b 33


Siemens-CEO Ab van der Touw en voorzitter industrietafel bij SER:

‘Energieakkoord is nodig voor license-to-operate van industrie’ Het door het kabinet Rutte II opgelegde doel van zestien procent hernieuwbare energie in 2020 heeft grote gevolgen voor de maakindus­trie. Om nu te zorgen dat alle partijen – bedrijfsleven, werknemersorganisaties, overheid en milieubeweging – tot één strategie komen, is de Sociaal Economische Raad vorig jaar gestart met onderhandelingen. Ab van der Touw, CEO van Siemens Nederland, leidt de onderhandelingstafel Industrie, grootschalige energieproductie en ETS. ‘Het duurzame akkoord is belangrijk voor de industrie, want het is nodig om onze license-to-operate van de industrie veilig te stellen.’ Door Harmen Weijer

De afgelopen maanden is door de betrokken partijen fors onderhandeld om te kijken wat er mogelijk is in Nederland om tot zestien procent hernieuwbare energie te komen. ‘Nederland kan door haar klimatologische en planologische beperkingen op slechts enkele duurzame opties inzetten’, stelt Ab van der Touw, CEO van Siemens Nederland. ‘Waterkracht en zon kunnen een kleine, maar belangrijke bijdrage leveren. Maar de grootste stappen zijn te zetten met wind op zee, wind op land en biomassa mee- en bijstook in kolencentrales. Dat vraagt een forse inzet van de bedrijven die zich hiermee bezighouden.’ Om dat te realiseren moeten er belangrijke hobbels worden genomen, zegt Van der Touw. ‘Het gaat om vergunningen, financiering en mankracht. Neem bijvoorbeeld mankracht: we hebben in Nederland de laatste decennia ingezet op diensten, terwijl de industrie één miljoen van de zes miljoen banen biedt. Daarnaast zijn er daardoor één miljoen banen in de dienstensector, die er anders niet geweest zouden zijn. Zo belangrijk is de industrie dus, maar voor het technisch personeel nemen we al jaren steeds vaker buitenlands personeel aan.’ Het onlangs gesloten Techniekpact moet ervoor zorgen dat in Nederland meer jongeren technisch worden opgeleid, zodat Nederlandse industriële bedrijven daarvoor niet meer in het buitenland hoeven te zoeken. Sociale druk

van de omgeving helpt bedrijven in hun overtuiging dat investeren in duurzame processen een must is.’

34

Sociale druk

Het duurzame akkoord is heel belangrijk voor de toekomst van de industrie, stelt Van der Touw. ‘Het akkoord is voor de industrie een license-to-operate, want de burger eist dat industriële ondernemingen die CO2 uitstoten er alles aan doen om dit te minimaliseren. Die sociale druk van de omgeving – klanten, toeleveranciers, eigen werknemers, omwonenden – helpt bedrijven in hun overtuiging dat investeren in duurzame processen een must is. Ik verwacht de komende jaren dat dát voor heel veel bedrijven de drijfveer wordt om te verduurzamen. Op hun beurt vragen de bedrijven dat ze niet eenzijdig met een kostenverhoging worden geconfronteerd om bijvoorbeeld de CO2-uitstoot te minimaliseren. Een level-playing field, op z’n minst in Europa, is nodig om te voorkomen dat bedrijvigheid naar elders wordt verplaatst.’ Die druk van onderaf ervaart Van der Touw ook in de keten van Siemens. ‘Wij hebben sinds 2007 het Energy Efficiency Program for Suppliers doorgevoerd. Daaraan doen 916 toe-

juni 2013


foto: chris hoefsmit

INTERVIEW

leveranciers mee. Dat programma is belangrijk omdat we het probleem verplaatsten naar onze toeleveranciers als wij alleen zelf energie-efficiënter worden en zij niet. Door hen echter te helpen, hebben wij er ook voordeel bij. Neem nou een elektromotor van bijvoorbeeld drie kilowatt: deze verbruikt

Duurzaam volgens Siemens Het onlangs gepresenteerde Sustainability Report 2012 van Siemens laat zien dat de groene omzet van het technologieconcern is doorgegroeid tot 33 miljard euro. Dat is 42 procent van de totale omzet. Daardoor hebben de klanten met groene technologie van Siemens de uitstoot van broeikasgassen met in totaal 332 miljoen ton kunnen terugdringen. Dat komt neer op de totale jaarlijkse CO2-emissie van Berlijn, Hongkong, Jakarta, Londen, Melbourne, Moskou, New York, Sao Paulo en Tokio samen. Voor toeleveranciers heeft Siemens sinds 2007 het zogeheten Energy Efficiency Program. Daaraan doen 916 toeleveranciers mee, en dit jaar moet dat aantal worden verdubbeld. De eigen energie-efficiëntie is in 2012 ten opzichte van 2010 met acht procent verbeterd en de CO2uitstoot met twaalf procent.

juni 2013

zonder frequentieregelaar, over de hele levensduur van circa tien jaar, achttienduizend euro aan energie. Maar met een frequentieregelaar, die de motor weliswaar twee keer zo duur maakt in aanschaf, dus achthonderd euro, kan over de levensduur tot zeventig procent energie worden bespaard, afhankelijk van de toepassing.’

Prioriteit Een bedrijf dat aan life cycle costing doet, heeft deze rekensom allang gemaakt, maar daar wringt de schoen bij veel kleinere bedrijven. In het SER-akkoord wil men nu regelen dat die kennis beter wordt verspreid, vertelt Van der Touw. ‘We willen inzetten op expertisecentra. Grotere bedrijven, als ons eigen Siemens, kunnen relatief gemakkelijk verduurzamen, want wij kunnen dat makkelijker in onze keten afdwingen. Maar tachtig procent van het bedrijfsleven is mkb en die heeft die kennis, knowhow en macht niet voldoende in eigen huis. Dat houdt verdere energie-efficiency en verduurzaming tegen.’ Dat willen de partijen aan de industrietafel van het Energietransitie-akkoord nu voorkomen, want energie efficiency is – naast de duurzame energie-opties – een belangrijk speerpunt in het akkoord. Van der Touw: ‘We willen inzetten op flinke energiebesparingsprogramma’s in de industrie. Dat willen we doen door de kennis die grote, energie-intensieve bedrijven hierop hebben ontwikkeld, via die expertisecentra ook in te 35


Vanaf volgend jaar rijden veertig nieuwe, duurzame trams van Siemens rond in Den Haag. In de productie is veel minder staal gebruikt, waardoor de tram lichter is en minder energie verbruikt. Remenergie wordt opgeslagen en hergebruikt en de tram is bovendien vijftien procent stiller dan gangbare trams.

36

zetten in sectoren waar energie-efficiency geen prioriteit is in de boardroom. Ik heb dat gezien bij het Martini Ziekenhuis in Groningen, waarvoor wij de energierekening van 1,2 miljoen euro per jaar fors hebben kunnen verlagen. Bij hen was dat eerst minder een thema, totdat zij in de gaten kregen dat ze veel meer geld overhouden om hun zorg beter te doen door te besparen op energiekosten.’

Financiering Deze expertisecentra zouden gericht kennis moeten verdelen in de gebouwde omgeving en de industrie. Daarbij moet kennis uit kenniscentra zoals TNO en ECN worden gebundeld met de kennis en praktijkervaring uit de grote bedrijven

en die combinatie moet leiden tot energie- en CO2-besparingsprojecWe verplaatsten bij het gehele bedrijfsleven, ook ten het probleem bij het “peloton”. De financiering van naar onze toedeze gerichte expertisecentra zou leveranciers als publiek-privaat kunnen worden gedaan, maar men is daar nog niet uit. wij alleen zelf ‘Alle financiële partijen, van banken energie-efficiënter tot grote beleggingsfondsen zitten worden en zij niet. hiervoor nu constructief met elkaar Door hen echter om de tafel.’ te helpen, hebben Bij kennisuitwisseling blijft het niet; industriële ondernemingen moeten wij er ook voordeel daarna ook iets doen met de opgedabij.’ ne kennis. De verplichting, zoals in de Wet Milieubeheer is opgenomen, om energiebesparende maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen door te voeren, moet worden gehandhaafd en partijen onderzoeken nu hoe een en ander zou kunnen worden gefinancierd. Het Energietransitieakkoord moet begin juli, nog voor het zomerreces van de Tweede Kamer, gesloten worden. Met dat akkoord in handen moet Nederland de duurzame inhaalslag in Europa maken. b

juni 2013


RUBRIEK

Enlightenmentz zijn lichtende voorbeelden voor een duurzame toekomst. Niet alleen duurzaam maar ook mooi, comfortabel en intuïtief! Samen kunnen ze de groene industriële revolutie veroorzaken.

Innovaties die de industrie kunnen veranderen De Europese industrie heeft het moeilijk. De schaliegasrevolutie in de Verenigde Staten en de onstuitbare opkomst van Aziatische economieën en investeringen in het Midden-Oosten zouden het investeringsklimaat in Europa ondermijnen. Maar moet Europa het antwoord zoeken in bijvoorbeeld nog goedkopere energie?

Een vlucht naar voren lijkt veel meer te bieden: op duurzaamheid gerichte innovatie. Fabrieken sluiten is niet de optie, maar ze verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld door industriële processen energiezuiniger in te richten. Immers de goedkoopste energie is energie die je bespaart. Tijdens het Deltavisie-congres (6 juni in Rotterdam) geven Petrochem en Duurzaam Geproduceerd podium voor zogenoemde Process Enlightenmentz: concepten en technieken die de industrie in Nederland en Vlaanderen beduidend zuiniger en groener kunnen maken. De volgende vijf zijn er zeker bij.

1. Basischemicaliën uit hout

Steeds meer chemicaliën zijn biobased. Vaak betreft het ingewikkelde moleculen voor nichemarkten. Tot nu toe was er nog weinig aandacht voor de productie van een groep belangrijke basis-chemicaliën, de lichte aromaten, uit biomassa. Onderzoeks- en adviesbureau KNN ontwikkelt samen met de Rijksuniversiteit Groningen en Syncom een proces om aromaten uit hernieuwbare grondstoffen te produceren, BioBTX. Eind 2012 is het voor het eerst gelukt een batch aromaten uit hout te maken. BTX is een combinatie van de chemicaliën benzeen, tolueen en xyleen die veel wordt gebruikt in de chemische industrie, ook bekend als aromaten. Samen met lichte olefinen zoals etheen zijn de BTX-en de basischemicaliën voor de productie van zeer veel chemische producten, zoals de hoogwaardige kunststoffen epoxyharsen, PET en polycarbonaat. Door BTX te gaan produceren uit biomassa, zoals organische reststromen uit de agro-industrie, kan een stap worden gezet in de richting van de biobased economy. Via de productie van BioBTX wordt het mogelijk om vanuit organische reststromen groene materialen met een hoge toegevoegde waarde te produceren. Dit biedt economische kansen voor zowel de chemie als voor de agro-industrie. Door de productie van BioBTX is er minder olie nodig voor de productie van BTX door de petrochemische industrie. Dit leidt direct tot minder CO2-uitstoot en minder afhankelijkheid van olie. 

juni 2013

Voor de startup BioBTX BV is het de uitdaging om BioBTX te maken dat ook qua prijs kan concurreren met de fossiele variant. Er is interesse getoond door verschillende afnemers. Directeur Niels Schenk enige tijd geleden in Petrochem: ‘Drop-in chemicaliën zijn interessant voor de petrochemische industrie, want ze kunnen direct worden toegepast in de bestaande installaties, er hoeven geen nieuwe fabrieken of speciale installaties te worden gebouwd. BTX gemaakt uit biologische grondstof is immers chemisch identiek aan BTX uit olie. Het enige wat een afnemer interesseert, is de milieuprestatie en de prijs van het biobased product.’ Vooralsnog is oliegebaseerde BTX goedkoper dan de biologische variant. ‘We zouden dan ook graag een stimuleringsmaatregel zien voor bijvoorbeeld groene bijmenging. Op het moment zijn er nog te weinig concrete maatregelen voor het gebruik van biobased grondstoffen voor de productie van bulkchemicaliën. Daarbij is het level playing field ook verstoord omdat de bio-energie sector wel subsidie krijgt. Hierdoor is voor ons de prijs van biomassa hoog.’ Het succes van BioBTX kan worden geholpen door huidige verschuivingen in de fossiele grondstoffen voor de chemie. Steeds meer wordt aardgas als feedstock ingezet. Dat bevat echter geen aromaten die bij het kraakproces van ruwe olie vrijkomen. Verwacht wordt dat de prijs van aromaten daardoor zal stijgen, waardoor de biovarianten eerder break-even zullen zijn. 37


2. Chemicaliën kun je leasen

Een geheel andere manier om zuiniger te produceren, is door het business model helemaal anders in te richten, waardoor minder afval wordt geproduceerd. Neem het businessmodel Chemical Leasing. Het leasing model houdt in dat een bedrijf een dienst

levert in plaats van een chemisch product. Contracten tussen leverancier en klant zijn gebaseerd op prestaties of performance en niet op kilo’s product. De performance wordt bijvoorbeeld vastgelegd als de hoeveelheid te zuiveren water, het aantal machines dat wordt gesmeerd of het aantal onderdelen dat wordt geverfd. De belangen van de leverancier worden daardoor losgekoppeld van het aantal potten verf dat hij levert. Het concept van chemical leasing inspireerde Royal HaskoningDHV om een afgeleid business model te ontwikkelen, waarbij de kringloop in chemiegerelateerde industrieën wordt gesloten; Take Back Chemicals (TaBaChem). Binnen het TaBaChem business model wordt een leverancier van chemicaliën betaald voor de functie van een product en niet zozeer voor de hoeveelheid van het product. Hierdoor komen de economische belangen van leverancier en gebruiker op één lijn te liggen en wordt er minder product gebruikt, terwijl het uiteindelijke resultaat hetzelfde of zelfs beter is. Het business model gaat daarmee een stap verder dan integratie of uitbesteden van processen. Volgens Royal HaskoningDHV moedigt het zelfs de ontwikkeling van nieuwe productieprocessen aan. Het bedrijf ziet vooral toepassingen van het business model in schoonmaak- en schilderwerkzaamheden, voorbehandeling van materialen of waterzuivering. Een succesvolle implementatie van het model staat of valt echter met samenwerking en het delen van kennis tussen de patijen in de keten. De leverancier moet immers weten wat zijn klant nodig heeft. Vervolgens kan hij zijn kennis en expertise verwaarden als service. De klant wordt er ook beter van doordat hij een efficiënter productieproces krijgt. En het milieu is er tot slot bij gebaat omdat het proces efficiënter is geworden, waardoor minder chemicaliën nodig zijn en er minder afval wordt geproduceerd.

3. Spinning Disc is kleiner en preciezer Chemische reacties vinden al eeuwen op dezelfde wijze plaats in een groot reactorvat waar verschillende stoffen met elkaar worden gemengd. Dat kan echter veel efficiënter, vaak ook in veel kleinere installaties. Een voorbeeld daarvan is de onlangs commercieel gelanceerde Spinning Disc van het bedrijf Spinid, een spin-off van de TU Eindhoven. De technologie leent zich vooral voor zeer snelle reacties. Het idee is dat de grondstoffen worden gespoten op een schijf ter grootte van een dvd, die zeer snel ronddraait in een nauw aansluitende behuizing. Door de centrifugale kracht worden ze er na pakweg een seconde aan de buitenkant weer vanaf geslingerd. In de tussentijd worden ze zeer intensief gemengd, en hebben ze precies genoeg tijd om met elkaar te reageren tot het gewenste product. Het voordeel is dat de Spinning Disc op een zeer efficiënte manier kan produceren. Dat betekent een kostenbesparing in zowel grondstoffen als de hoeveelheid energie die nodig is om het product te maken. De TU Eindhoven doet al zo’n tien jaar onderzoek naar deze technologie. Spinid is een spin-off van de universiteit. Een pilot38

plant, met een geplande capaciteit van tien ton per dag, wordt momenteel opgebouwd door ingenieursbureau SPIE Controlec. Het project wordt deels betaald door Technologiestichting STW.

juni 2013


Enlightenmentz

4. Warmtewisselaar haalt warmte uit rookgas

In een industriële omgeving gaat nog veel energie verloren in de vorm van afvalwarmte. Wat zou het mooi zijn als die warmte weer kan worden hergebruikt. Dat kan op verschillende manieren. Zo ontwikkelde het bedrijf Heatmatrix een kunststoffen warmtewisselaar die eenvoudig warmte uit rookgassen terugwint.

Na drie jaar van ontwikkeling en testen van de nieuwe technologie en enkele succesvolle eerste projecten bij onder andere energiebedrijf E.on en technologiebedrijf Stork, was Heatmatrix vorig jaar klaar voor brede implementatie van deze innovatie. Daarbij denkt het bedrijf aan verschillende industriële sectoren; van voedingsmiddelen tot agro-, chemie- en papierindustrie. Robert Sakko van HeatMatrix heeft daar veel vertrouwen in: ‘Doordat de warmtewisselaar is gemaakt van kunststof, is deze ongeveer tien keer zo licht als een metalen versie. Een ander belangrijk voordeel is dat kunststof niet gevoelig is voor corrosie. Dit is een revolutionaire ontwikkeling voor onder andere de voedingsindustrie, omdat hier regelmatig biogas wordt bijgestookt. Door het zure rookgas uit deze installaties, corroderen metalen rookgaswarmtewisselaars al na enkele maanden. Dat hoort met de nieuwe warmtewisselaar nu tot het verleden, waardoor ook daar energiebesparing kan worden gerealiseerd.’ Sakko ziet kansen voor zowel grote als kleine bedrijven: ‘Bedrijven besparen met de rookgaswisselaars al snel tienduizenden euro’s per jaar. Hierdoor is de investering over het algemeen al binnen drie jaar terugverdiend. Onze ambitie is verduurzaming van het warmtegebruik in zowel fossiele als bio-energie gestookte systemen.’

5. Lignine als brandstof en grondstof

Verduurzaming is ook wat het Havenbedrijf Rotterdam voor ogen heeft: Rotterdam moet de groenste energiehaven van de wereld worden. Het havenbedrijf zet daarom zwaar in op biomassa als grondstof voor brandstoffen en chemie. De inzet van lignine lijkt daarbij veelbelovend. Zo is er het Cyclox-proces; een recente ontwikkeling aan de Technische Universiteit Eindhoven. Tijdens zijn onderzoek deed promovendus Michael Boot daar een interessante ontdekking. Hij wilde weten welk molecuul de roetuitstoot van een dieselmotor minimaal houdt. Daar kwam een stof uit die heel sterk lijkt op lignine, een stof die in alle planten zit. Door van lignine een brandstof te maken, worden twee vliegen in één klap geslagen: de motor draait schoner en ook nog eens op duurzame diesel.

juni 2013

Lignine is in onvoorstelbare hoeveelheden voorhanden, doordat het in elke plant zit. Het geldt als restproduct bij de papier- en de bio-ethanolproductie. Boot ontwikkelde op basis van het plantaardige materiaal een nieuwe brandstof, die hij Cyclox doopte. Het is niet meteen een vervanger voor de diesel die we in onze auto gooien, maar een alternatief voor de brandstof waarop schepen varen. Het gigantische Maersk heeft zich inmiddels als eerste klant voor deze nieuwe brandstof gemeld. Behalve voor duurzame diesel leent lignine zich ook als grondstof voor de chemische industrie. Naast de scheepvaart wil Boot daarom ook de chemische industrie interesseren voor zijn Cyclox. Volgens de promovendus is de haven van Rotterdam een prima uitvalsbasis voor de rest van de wereld. 39


ACHTERGROND

Schoner vervoer per binnenvaartschip bespaart energie Steeds meer bedrijven besluiten om hun producten niet alleen per truck maar deels ook per binnenvaartschip te laten vervoeren. Hiermee neemt de druk op de weg af en daalt de uitstoot van CO2 die bij transport vrijkomt met gemiddeld zo’n dertig procent, waardoor dus ook de ecologische voetafdruk van hun producten afneemt. ‘Veel bedrijven kennen de mogelijkheden van de binnenvaart niet. Wij helpen ze op weg’, zegt Wilco Volker, voorlichter van Bureau Voorlichting Binnenvaart. Erik te Roller

Het Rotterdamse Bureau Voorlichting Binnenvaart helpt de overstap naar vervoer per schip te maken door bedrijven bij elkaar te brengen en advies te geven. Het bureau heeft een aantal logistieke adviseurs in dienst die de logistieke stromen van bedrijven onder de loep nemen om daarna vrijblijvend advies Een binnente geven. ‘Een binnenvaartschip vaartschip kan kan gemiddeld 1.500 ton goederen gemiddeld 1.500 vervoeren, gelijk aan zestig vracht. ton goederen verwagenladingen. Vaak is het vervoer voeren, gelijk aan per binnenvaarschip interessant, soms ook niet als een bedrijf te ver zestig vrachtwavan een haven zit’, aldus voorlichter genladingen. Vaak Wilco Volker.

Combinatie Sinds januari 2013 laten Mars en Bavaria in Veghel een deel van hun consumentenproducten per binnenvaartschip naar Rotterdam transporteren. Dagelijks vertrekt een schip vanaf Inland Terminal in Veghel met

is het vervoer per binnenvaarschip interessant, soms ook niet als een bedrijf te ver van een haven zit.’

Lean & Green Barge Bureau Voorlichting Binnenvaart werkt samen met het bureau Connekt in Delft aan het project ‘Lean & Green Barge’ met steun van het ministerie van Infrastructuur & Milieu. Behalve Mars, Bavaria, Heinz en Van Keulen hebben ook andere bedrijven al eerder een nieuwe ‘lane’, oftewel een nieuwe lijn over het water geopend. Aviko is in 2012 voor een deel van zijn afvoer van diepgevroren frites overgestapt op de binnenvaart. Een goederenstroom van 4.500 containers per jaar gaat vanaf de koelhuizen in de Achterhoek via de containerterminal in Emmerich met binnenvaartschepen naar Rotterdam. De vervanging van negenduizend vrachtwagenbewegingen levert een CO2-reductie van 36 procent op langs dit traject. Heineken laat sinds 2010 containers met bier vanaf zijn brouwerij in Zoeterwoude naar Alphen aan den Rijn vervoeren en vandaar per schip naar Rotterdam. Het gaat om drie tot vijf afvaarten per dag. De schepen keren weer terug

40

met containers vol kleding voor Zeeman. Philips laat per jaar zeshonderd containers met lampen van Roosendaal naar Moerdijk vervoeren. Vandaar gaan de containers per binnenvaartschip naar de containerterminal van Maersk Line op de Maasvlakte. in Rotterdam. Vergeleken met wegtransport scheelt dat tweehonderd ton CO2uitstoot per jaar. Sabic laat containers met kunststofgranulaat per binnenvaartschip van Container Terminal Markizaat in Bergen op Zoom naar de haven in Rotterdam vervoeren en vermijdt hiermee 1.275 ton CO2-emissie per jaar. De containers keren terug met kopieerapparaten voor het distributiecentrum van Ricoh Bergen op Zoom. De lege containers gaan weer naar Sabic, enzovoorts. Deze combinatie van vervoerstromen maakt de scheepstransporten goedkoper. Hiermee bespaart Sabic tien procent op zijn totale vervoerskosten per jaar.

juni 2013


foto: deen shipping

Achtergrond

twaalf containers aan boord, wat neerkomt op drieduizend containers met Bavariaflessen en Marsrepen per jaar. In Rotterdam worden ze overgeladen op kustvaarders die ze naar andere Europese landen vervoeren, waaronder Engeland. Dit scheelt zesduizend vrachtwagenritten (heen en terug) en dat levert per saldo 28 procent minder CO2-uitstoot op. ‘Voor Bavaria afzonderlijk was het transport per schip van Veghel naar Rotterdam te weinig aantrekkelijk. Dat gold ook voor Mars. Maar in combinatie is het vervoer over het water voldoende financieel aantrekkelijk’, licht Volker toe.

Intermodaal Logistiek manager Fred Hooft van Bavaria: ‘Het scheepstransport vervangt bij ons ongeveer vijftienhonderd ritten over de weg naar Rotterdam. Op een totaal van 40.000 ritten per jaar is dat niet veel, maar het begin is er. Overigens moeten we de containers nog wel over de weg vervoeren van de brouwerij in Lieshout naar Veghel, een afstand van vijftien kilometer. In Nederland en België verzorgen we de distributie grotendeels

juni 2013

over de weg, maar bij de export naar Spanje, Engeland en Oost-Europa doen we alles intermodaal, dus in combinatie met de trein of schip. Op deze manier en met andere maatregelen streeft Bavaria ernaar de CO2-uitstoot van het transport in 2013 met 35 procent te verminderen ten opzichte van 2008. Het vervoer per schip naar Rotterdam draagt daar naar schatting enkele procenten aan bij.’

Ketchup Sinds eind vorig jaar laat ook Heinz in Elst een deel van z’n flessen met ketchup per bin-

De Argonon vaart als eerste binnenvaartschip in Europa op dual fuel , een mengsel van tachtig procent LNG en twintig procent diesel. Dit vermindert de uitstoot van CO2 en NOx en reduceert de uitstoot van fijnstof tot nul.

41


nenvaartschip naar Rotterdam vervoeren. De logistieke dienstverlener van Heinz transporteert de containers met ketchupflessen over de weg naar zijn distributiecentrum in Cuijk van waar ze dagelijks per schip naar Rotterdam gaan. Dit scheelt per jaar tienduizend vrachtwagenbewegingen op de drukke A15. Aangezien de containers eerst nog van Elst naar Cuijk vervoerd moeten worden, blijft de vermindering van de CO2-uitstoot bij het transport van deze containers beperkt tot vijf procent. Voor Heinz is het eveneens aantrekkelijk om het vervoer per schip van Cuijk naar Rotterdam met een ander bedrijf te combineren. Volker: ‘Bedrijven als Nutricia hebben ook distributiecentra in de omgeving, zij kunnen zo aan boord stappen.’ 42

In plaats van veertig vrachtwagens lossen we nu in korte tijd in één keer een schip. De tijd die we daarmee besparen, besteden we aan het optimaliseren van andere logistieke processen

Gipsvaarten In december 2012 arriveerde ook het eerste schip met gipskartonplaten bij Van Keulen Hout en Bouwmaterialen in AmsterdamNoord. Het ging om een lading van zevenhonderd pallets met gipskartonplaten afkomstig van Gyproc Saint-Gobain uit Kallo, een plaats vlakbij Antwerpen. Doordat bij dit vervoer nauwelijks sprake is van voor- of natransport is de CO2-besparing circa 35 procent per afvaart, overeenkomend met drie kiloton CO2. Directeur John Veerman van Van Keulen: ‘De bedoeling is om hier zes schepen met gipskartonplaten per jaar te ontvangen, overeenkomend met 240 trailers. Op 1 juni komt het volgende schip. Probleem is echter dat het lossen van schepen aan de IJ-zijde gevaarlijk is, omdat onze loswal tegenover de

juni 2013


Foto: shell

Schone toekomst voor LNG De binnenvaart maakt sinds 2011 gebruik van zogenaamde EN590-gasolie, dat is roodgekleurde diesel met een zwavelgehalte van slechts 10 ppm (0,00001%). Naast diesel is nu een andere nog schonere brandstof in opkomst: vloeibaar aardgas (LNG). Bij het verbranden van LNG komen heel weinig zwavel- en stikstofoxiden, en roet vrij, zodat schepen met LNG gemakkelijk aan de norm kunnen voldoen. Qua prijs is gas ook concurrerend. Enig nadeel is, dat een LNG-schip duurder is dan een conventioneel schip en dat een schipper de meerkosten in drie tot acht jaar moet zien terug te verdienen. Daarom is LNG voorlopig alleen weggelegd voor binnenvaartondernemers die met grote tankers continu varen. Deen Shipping was de eerste particuliere binnenvaartondernemer die in 2011 een LNG-aangedreven tanker, de MTS Argonon, in de vaart nam. In maart 2013 heeft Shell de nieuwe binnenvaarttanker Greenstream in gebruik genomen. Dit 110 meter lange schip wordt voortgestuwd door vier kleine gasmotoren en is gebouwd door Peters Shipyards in Kampen. Overigens blijft het wegtransport niet achter; het test LNG als alternatieve brandstof voor vrachtwagen uit. Bedrijven en overheid streven ernaar om in 2015 minstens vijfhonderd trucks op LNG te laten rijden en er vijftig binnenvaartschepen plus vijftig zeeschepen mee te laten varen.

juni 2013

Mercuriushaven ligt, waar veel grote schepen in- en uitvaren. De gemeente en havendienst Amsterdam stellen nu voor een steiger te laten aanleggen in de insteekhaven om de schepen voortaan daar te kunnen lossen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. We hopen dat alles met de financiering en de vergunningen snel rondkomt.’

Shell vaart sinds april met twee volledig op LNG ­varende binnenvaarttankers op de Rijn.

Voordeel Het vervoer per binnenvaartschip is voor zijn bedrijf niet goedkoper, maar het helpt wel de drukte op de A10 bij Amsterdam te verminderen. Dat er tijdelijk meer voorraad is, ziet hij niet als een probleem en zelfs als een voordeel: ‘In plaats van veertig vrachtwagens lossen we nu in korte tijd in één keer een schip. De tijd die we daarmee besparen, besteden we aan het optimaliseren van andere logistieke processen’, aldus Veerman. Volgens Volker overwegen meer bedrijven een deel van hun vervoer via de binnenvaart te laten lopen. ‘Nederland beschikt over een goede infrastructuur van rivieren, kanalen en sluizen. Maak daar gebruik van!’ b 43


Technologie

Doorbraak chemische batterijen De capaciteit van redox flow batterijen werd tot voor kort beperkt door het formaat van de membranen. Het Duitse Fraunhofer Instituut heeft die barrière inmiddels geslecht en demonstreerde een batterij met een capaciteit van 25 kilowatt. David van Baarle

Duurzame energie kent het grote nadeel dat gebruik en productie vaak niet gelijktijdig plaatsvinden. De wind waait namelijk vaak ’s nachts het hardst, als iedereen slaapt. Ook de zonneenergie die overdag wordt opgewekt, vindt niet altijd direct zijn weg naar de gebruiker. De grootste stroompieken zijn namelijk ’s ochtends als men zich klaarmaakt voor de dag en ’s avonds als iedereen weer thuiskomt. Om aan die piekvraag te voldoen, moeten energiecentrales bijspringen en dat druist in tegen de duurzame ambities van veel bedrijven en overheden. Onderzoekers zijn dan ook al lange tijd bezig met oplossingen voor de onbalans in het net. Met accumulatiecentrales, power to gas of luchtcompressie kan energie langere tijd worden vastgehouden en weer De onderzoekers in het net worden gebracht zodra de willen uiteindelijk vraag dat toelaat. Batterijen of accu’s een batterij ontzijn de meest voor de hand liggende wikkelen van twee oplossingen voor elektriciteitsopslag, megawatt. Zo’n maar hebben het nadeel dat ze of onvoldoende capaciteit hebben of gedubatterij zou zo’n rende hun levensduur capaciteit vertweeduizend huisliezen, te duur zijn, een lange laad- of houdens continu ontlaadtijd hebben of te veel energie van stroom kunnen verliezen. De redox flow batterij, een voorzien. chemische batterij waarbij een positief en een negatief geladen elektrolyt, vanadium, door een elektrochemische cel wordt gepompt, kent deze nadelen niet of minder. Een redox flow-batterij is zeer goedkoop, betrouwbaar en kan duizenden keren worden opgeladen, terwijl andere oplaadbare batterijen na honderden oplaadcycli zijn uitgeput. Hoewel het batterijtype niet nieuw is, was de capaciteit beperkt, met name door het formaat van het membraan, die niet groter konden worden gemaakt dan ruwweg een A4formaat. Daarmee kwam de opslagcapaciteit niet verder dan ten hoogste 2,3 kilowatt.

Groter Wetenschappers van het Duitse Fraunhofer Instituut hebben het ontwerp van de redox flow cel onder handen genomen en ontwikkelden een membraan van een halve vierkante meter, oftewel A0-formaat. Daarmee neemt de opslagcapaciteit toe tot 25 kilowatt. Met deze verachtvoudiging van het opslagvermo44

juni 2013


foto: fraunhofer institut

Onderzoek

Het model dat het Fraunhofer Instituut op de Hannover Messe presenteerde, had een efficiency van 80 procent en kan een stroom tot vijfhonderd ampère verwerken.

juni 2013

gen, wordt de redox flow batterij een interessante piekscheerder waarbij duurzame energie kan worden opgeslagen als de energieprijzen laag zijn en zijn energie weer kan afstaan als de vraag en de prijs het hoogst is. Voor de nieuwe batterij hebben de onderzoekers nieuwe membraanmaterialen toegepast en de celstructuur verbeterd. Grootste uitdaging was om het elektrolyt geleidelijk door het membraan en langs de vilt-achtige koolstof elektrodes te laten vloeien. Daarvoor simuleerden de wetenschap-

pers de stromingen in de cel en pasten daar het ontwerp op aan. Het model dat het Fraunhofer instituut op de Hannover Messe presenteerde, had dan ook een efficiency van tachtig procent en kan een stroom tot vijfhonderd ampère verwerken. Theoretisch kan de batterij dan al worden ingezet om de stroom van een kleine windturbine op te slaan. Maar daarmee is het doel nog niet bereikt. De onderzoekers willen uiteindelijk een batterij ontwikkelen van twee megawatt. Zo’n batterij zou zo’n tweeduizend huishoudens continu van stroom kunnen voorzien. Met dat opslagvermogen heb je wel een batterij nodig met een oppervlak van een handbalveld. Zover is het nog niet. De eerstvolgende stap is een batterij van honderd kilowatt te bouwen met een oppervlak van twee vierkante meter. Toch denken de onderzoekers binnen vijf jaar de megawattgrens te hebben bereikt. Daarmee zou een belangrijk obstakel voor grootschalige duurzame energieopwekking zijn weggenomen. b 45


In deze rubriek staan producten die een bijdrage kunnen leveren aan duurzaam produceren. Heeft u zelf een product dat in deze rubriek past? Stuur een mail naar de redactie: redactie@ duurzaamgeproduceerd.nl

Zonwering van gerecyclede petflessen

Hunter Douglas brengt een nieuwe collectie projectmatige zonweringen op de markt. Voor de zonweringen worden stoffen gebruikt die gemaakt zijn van duurzame materialen. Zo wordt het doek van het product GreenScreen Revive vervaardigd uit recyclebare petflessen. Jaarlijks belandt wereldwijd zo’n twintig miljoen vierkante meter aan gebruikte rolgordijnen op de afvalberg. Materialen die vaak grote hoeveelheden pvc bevatten en daarmee een enorme belasting vormen voor het milieu. Met de introductie van GreenScreen is hiervoor een duurzaam alternatief, dankzij het gebruik van stoffen die pvc-vrij en volledig recyclebaar zijn. GreenScreenEco is een stof die voor honderd procent gemaakt is van polyester vezels, zonder toevoeging van andere stoffen. Hierdoor kan het weefsel na gebruik zonder verdere scheiding weer worden omgesmolten en als grondstof dienen voor andere materialen, zoals schommels en glijbanen. De stof heeft voor deze producteigenschap het Cradle-to-Cradle certificaat gekregen. Ook de rolgordijnen uit de GreenScreen Revive collectie zijn volledig recyclebaar. Het bijzondere van deze serie is dat de grondstof zelf ook al een recycleproduct is. De garens van dit

weefsel worden gemaakt van het plastic van volledig pvc-vrije, gerecyclede frisdrank- en waterflessen. In elke vierkante meter stof worden twee halve liter flessen verwerkt, wat neerkomt op zes flessen per gemiddeld rolgordijn. Alle GreenScreen series voldoen aan de internationaal erkende Greencode classificatie voor de milieuvriendelijkheid van textielstoffen en dragen bij aan de LEED-certificatie van gebouwen. Meer informatie Hunter Douglas: www.hde.nl

Hogere isolatiewaarde dankzij nieuwe variant geschuimde parels

De HR++ BiofoamPearls van Termokomfort volgen de groene BiofoamPearls op. De nieuwe grijze variant biedt verschillende verbeteringen, onder andere op het vlak van isolatiewaarde. Een belangrijke verbetering van het nieuwe product is de circa vijftien procent hogere isolatiewaarde ten opzichte van de groene variant. Met die isolatieprestatie kunnen de grijze parels zich meten met diverse grijze EPS-parelvarianten. Ook het DUBOkeur, dat bewijst dat een product tot de meest milieuvriendelijke keuze behoort, is voor het product ontvangen, 46

uitgereikt door het Nibe. Daarnaast is de nieuwe variant Cradle to Cradle-gecertificeerd en zijn de parels opgenomen in de norm NEN1068:2012, als goedgekeurd isolatiemateriaal voor de bouw. Ook voldoet het product aan de eisen voor de MIA / Vamilregeling 2013 van Agentschap NL. De parels zijn bijna niet van gewoon EPS (tempex of piepschuim) te onderscheiden en dienen als groene variant voor isolatiematerialen en aanverwante bouwproducten, waarvoor nu olie als grondstof wordt gebruikt. Meer informatie bij: www.termokomfort.nl

juni 2013


Productnieuws

Rendabel solarsysteem Steeds meer kleinere bedrijven verdiepen zich in de mogelijkheden van zonne-energie. Bij het aanschaffen van een solarinstallatie wordt gekeken naar een kwalitatief en duurzaam montagesysteem. Veel bedrijven zijn vaak veel tijd kwijt aan het berekenen van de benodigde materialen per toepassing. De ValkBox maakt een solarsysteem betaalbaar en voor de installateur rendabel. De box bevat alle materialen voor de montage van één paneel, samen met een duidelijke handleiding voor een veilige en snelle montage. Meer informatie bij Valkor Solar Systems: www.valksolarsystems.nl

Realtime applicatie voor footprint producten in keten EcoChain is een applicatie waarbij bedrijven hun footprint in kaart kunnen brengen, zowel op bedrijfsniveau als op proces- en productniveau. In deze applicatie nodigen bedrijven de ei-

gen keten uit om ook EcoChain te gebruiken. Aan de hand van de eigen administraties in energie en chemische stoffen wordt automatisch op vierentwintig parameters in kaart gebracht wat de footprint van de betreffende producten en processen is. Meer informatie bij EcoCHain: www.ecochain.com

Duurzaam composietmateriaal ARN Recycling en NPSP hebben samen een nieuw composiet ontwikkeld, gemaakt van materialen uit gerecyclede auto’s en een bio-based hars. Het materiaal wordt milieuvriendelijk geproduceerd, is zeer sterk en kan worden gegoten en bedrukt, hierdoor kent het vele toepassingen: in straatnaamborden en straatmeubilair bijvoorbeeld. Het materiaal wordt op de markt gebracht onder de merknaam BlueRoots. De nieuwe composiet bestaat uit een mengsel van een bindmiddel en een vulmiddel. Als bindmiddel wordt een biobased hars toegepast. De vulstoffen, afkomstig van gerecyclede auto’s, worden door ARN Recycling geproduceerd in de nieuwe Post Shredder Technology fabriek in Tiel. Meer informatie bij BlueRoots: www.blueroots.nl

Hoogrendementsmodules LG Electronics neemt de volgende grote stap in de strategie voor duurzame ontwikkeling: de solarspecialist introduceert de hoogrendementsmodule voor 2013, de Mono XTM NeoN-module. De module, op basis van N-type cellen, zorgt voor twintig procent meer output dan de Mono X-

juni 2013

module en maakt de montage gemakkelijker voor installateurs, dankzij het verlaagde gewicht en verbeterde assemblagemechanismen. LG bereikt een piekprestatie van 275 tot 300 watt per 60-cel-module als gevolg van diverse interne verbeteringen. De focus ligt op de bi-facial cel, die ook het licht opvangt dat weerkaatst wordt door de backsheet op de achterzijde van de cel, resulterend in een stijging van het rendement. Meer informatie bij: www.gpceurope.com 47


‘Bedrijven moeten meer communiceren over duurzame prestaties’ MVO Nederland-directeur Willem Lageweg roept bedrijven op meer te communiceren over hun duurzame prestaties. Terwijl 75 procent van het publiek en ruim 50 procent van de pers interesse heeft in wat bedrijven doen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), verwerkt slechts 25 procent van de bedrijven MVO-activiteiten in hun communicatieuitingen. Ook nam Lageweg Wilt u reageren? het in zijn presentatie op voor Stuur een e-mail naar redactie@duurzaamgeproduceerd.nl Nederlandse bedrijven als C&A en NS. Deze ondernemingen hebben een goed MVO-beleid, zowel met betrekking tot het milieu als op het terrein van arbeid. Zij krijgen daarvoor op dit moment echter nog te weinig erkenning. Lageweg adviseert deze en andere bedrijven die goed bezig zijn met MVO daar met meer lef over naar buiten te treden, zowel in de communicatie met hun klanten als naar de media.

Eens of oneens?

48

Michel Schuurman Communicatie over MVO heeft de afgelopen jaren een golfbeweging doorgemaakt. Nadat het onderwerp zo’n acht jaar geleden steeds meer aandacht kreeg, is het aantal uitingen sterk toegenomen. Er was een duidelijk piek waarneembaar in aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen in 2009. Een fors aandeel van die uitingen was het ‘vergroenen’ van bestaande initiatieven die – vaak op basis van kostenbesparingen – waren genomen. Op zichzelf zijn veel kostenbesparende maatregelen – zoals energiebesparing en minder materiaalverbruik – vaak ook positief voor de leefomgeving. Maar om deze als ‘groene initiatieven’ te bestempelen gaat soms wat ver. ‘Greenwashing’ was dan ook een veel gehoorde term in die tijd. Mede als gevolg hierdoor kwamen veel organisaties onder vuur te liggen en nam het aantal uitingen (terecht) sterk af. Toch zijn er veel organisaties die sinds die tijd hard werken aan het verduurzamen van hun processen, producten en steeds vaker ook keten. Hierover communiceren zij mondjesmaat, mede ingegeven vanwege angst voor reputatieschade door van ‘greenwashing’ te worden beticht. Ondanks dat men zorgvuldig dient te communiceren over de aard

juni 2013


Opinie van Experts

en redenen van de maatregelen worden hierdoor toch kansen gemist. Organisaties die transparant tonen welke prestaties zij hebben bereikt door hun duurzaamheidinspanningen en welke uitdagingen zij in de toekomst willen adresseren, laten aan hun stakeholders zien dat zij het onderwerp serieus aanpakken. Hierdoor bouwen zij aan hun merkwaarde en het vertrouwen in de organisatie. Dit mag wat mij betreft dan ook meer gebeuren dan nu het geval is. Inspirerende praktijkvoorbeelden zijn immers altijd waardevol en leiden tot actie bij anderen. Daarmee is de communicatie-inspanning ook een waardevol onderdeel van het MVO-beleid.

Marga Hoek ‘Het probleem met communiceren over duurzame prestaties is dat het begrip ‘duurzaam’ een containerbegrip is dus per definitie vaag omlijnd en weinig concreet. Bovendien is er geen standaardmaatstaf waaraan je duurzame prestaties af kunt meten: waar de ene onderneming spreekt over CO2-reductie en groen inkoopbeleid, spreekt de andere over energie-efficiëntie en balans tussen werk en vrije tijd. De vraag zou dus niet moeten zijn: moet er meer worden gecommuniceerd over duurzaamheid, maar: hoe communiceer je als bedrijf geloofwaardig over duurzaamheid. Wat mij betreft is er maar één heldere maatstaf voor succesvol duurzaam ondernemen, en dat is de financiële waardecreatie die er het gevolg van is. Zo voelde McKinsey’s Global Survey The Business of Sustainability (eind 2011) 3.200 topmanagers aan de tand. Ruim zestig procent van als sustainability leader aangemerkte bedrijven zei R&D-budget vrij te spelen voor duurzame producten, tegen minder dan de helft bij de rest. Een soortgelijk beeld deed zich voor bij de vraag of duurzame karakteristieken van bestaande producten als hefboom worden gebruikt om nieuwe klanten en markten aan te boren. Een integrale, diepgewortelde visie op MVO versterkt dus de kans op commercieel succes: ruim vier op de tien sustainability leaders in het McKinsey rapport zeggen dat duurzame inspan-

juni 2013

ningen hogere prijzen of meer marktaandeel hebben opgeleverd; drie keer zoveel als het peloton. En in de laatste survey van MIT Sloan en BCG (2013) zegt zes op de tien embracers dat duurzaamheid de winst verhoogt, tegen minder dan veertig procent bij de rest. Embracers blijken ook actiever om dit winstpotentieel naar de oppervlakte te halen. Bedrijven die drie tot vier onderdelen van hun businessmodel aan duurzame inzichten aanpasten – van het opnieuw inrichten van de keten tot herdefinitie van doelgroepen – wisten dit in zes op de tien gevallen in extra winst om te zetten. Ondernemingen die voorzichtig met één onderdeeltje begonnen, boekten in slechts 37 procent van de gevallen financieel succes. Kortom: laat zien dat verduurzaming onder de streep geld oplevert. Dat overtuigt veel meer dan het leveren van net voldoende anekdotisch bewijs om actiegroepen op afstand te houden en te voldoen aan duurzame vinklijstjes van klanten en beleggers.’

Bent u het met hem eens? Wordt inderdaad te weinig gecommuniceerd of ziet u dat anders? Welke tips kunt u mee geven hoe bedrijven het beste kunnen communiceren over duurzaamheid? Welke out-of-the-box tip past daarbij?

Annemarie van Doorn ‘Ja, bedrijven dienen naar buiten te treden met hun MVO-beleid. Vooral om de voorbeeldfunctie die ze hebben. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor andere ondernemingen. Maar ook moeten we hun maatschappelijke invloed niet onderschatten. Hoe ze het beste naar buiten kunnen treden: via eigen social media en externe communicatiekanalen, maar vooral door aan hun beleid concrete acties en evenementen te koppelen. Maar alleen communiceren over MVO-beleid is niet voldoende. Bedrijven moeten aansluiten bij grootschalige en impactvolle MVO-initiatieven en projecten en hierin samenwerken met andere bedrijven en organisaties. Hiermee wordt het bereik vergroot. Een goed voorbeeld hiervan is de Green Business Club: een netwerk van bedrijven, overheden en kennisinstituten dat duurzame projecten initieert en implementeert waardoor zowel bedrijven als de omgeving waarin zij opereren verduurzamen.’ 49


Partnernieuws

Condens, warmte en geluid beheersbaar bij De Jong Verpakking In de productiehal van De Jong Verpakking produceert de golf- densvrij te houden. Omdat de invloed van daglichtpanelen in kartonmachine zoveel warmte en vocht dat in de wintermaan- het dak groot is in de productiehal (zowel voor de warmte- als den condensatie optreedt, mede door de slechte isolatie van lichtopbrengst), is dit door Colt in de berekeningen voor een ophet dak. Dit is een ongewenste situatie. Ook in andere delen timaal systeem meegenomen. van de hal werd het te warm. Daarom heeft De Kritisch ontwerp Jong Verpakking besloten het gehele dak te In de gehele hal zal Colt een natuurlijk venvervangen en op advies van Colt tegelijkertijd tilatiesysteem plaatsen dat ervoor zorgt dat aanvullende ventilatievoorzieningen te treffen, Het definitieve onthet binnenklimaat beheersbaar wordt. Daaraangevuld met adiabatische koeling om het werp is een samennaast zorgt adiabatische koeling voor een binnenklimaat in de zomer te verbeteren. spel tussen isolaaanzienlijke verbetering van het binnenkliHet advies om, naast een nieuw dak, ook ventiewaarde van het maat op warme zomerdagen. Op laag niveau tilatievoorzieningen te plaatsen in de grote in de ruimte wordt koele lucht toegevoerd en productiehal (180 x 90 meter) van De Jong Verdak, het gewicht, en via verdringingsventilatie wordt deze afgepakking, is gebaseerd op een luchttechnisch de geluidwerende voerd. De lucht wordt tochtvrij toegevoerd onderzoek dat Colt heeft uitgevoerd. Hierbij eigenschappen van door middel van luchtverdeelslangen. In de werd onderzocht wat de interne en externe de gebruikte systeventilatielucht wordt gebruikgemaakt van warmte is die vrijkomt, hoeveel warmte en men. de warmte van de golfkartonmachine om vocht de machines en het productieproces prohet nieuwe dak condensvrij te houden. Hier duceren en hoeveel ventilatiecapaciteit nodig is dan geen aanvullende verwarming voor is om de warmte af te voeren en het dak connodig. Het definitieve ontwerp is een samenspel tussen isolatiewaarde van het dak, het gewicht, en de geluidwerende eigenschappen van de gebruikte systemen. Omdat op korte afstand van de productiehal woningen staan, zijn de geluidseisen zeer hoog. Colt heeft daarom voor de hele hal een geluidplan gemaakt. De natuurlijke ventilatie is zo ontworpen dat geluiddemping wordt verkregen. Bovendien zijn de systemen op strategische plekken in het dak geplaatst waardoor zo weinig mogelijk geluidemissie optreedt. En ook de tijden waarop de systemen open worden gestuurd, zijn aangepast aan de tijden waarop de minste overlast veroorzaakt wordt. 50

juni 2013


Expertpanel Het Kennisplatform Duurzaam Geproduceerd heeft als missie de verduurzaming van de industrie te stimuleren door kennis en visie te delen. Tussen overheid en bedrijfsleven, tussen professionals en Experts, tussen startups en multinationals. Met als doel: hoe verkleinen deze bedrijven de footprint van hun producten, zowel in het eigen proces als in de keten. Het Expert Panel is in het leven geroepen om experts uit het bedrijfsleven, kennisinstituten en overheden hun visie en ervaring op het gebied van verduurzaming bij bedrijven te delen met lezers. Alexandra

Henk Akse

Michel Schuurman

van Huffelen

Traxxys / PIN NL

MVO Nederland

Annemarie van Doorn

Jan Willem Slijkoord

Rob BoerĂŠe

Green Business Club

TNO

Agentschap NL

Bouke Bruinsma

Kor Foekens

Sible SchĂśne

KWA Bedrijfsadviseurs

Colt International

SKAO / HIER

Gemeente Rotterdam

Klimaatbureau

juni 2013

Erik Timmermans

Marc Reijnders

Xander van Mechelen

Infocentrum Papier

Energietransitie

Directeur Groen Gas

en Karton

in papierindustrie

Nederland

Erik van Engelen

Marga Hoek

UNETO-VNI

De Groene Zaak

Gijsbert Korevaar

Mariska van Dalen

TU Delft

Tebodin Nederland

51


Tebodin always close Duurzaamheid concreet maken? Tebodin is uw partner voor het definiëren van uw duurzaamheidsdoelstellingen en het vertalen daarvan op projectniveau. Door duurzaamheid integraal deel uit te laten maken van onze dagelijkse projectvoering worden “smart solutions” geïmplementeerd, die bijdragen aan het reduceren van de carbon footprint, waterverbruik en afval in productielocaties. Daarnaast kunnen wij u helpen bij het verkrijgen van duurzaamheidscertificaten zoals LEED, Breeam, Cradle to Cradle, LCA, CO 2 prestatieladder en het opstellen van uw duurzaamheidsrapportages.

tebodin.nl > duurzame oplossingen


Magazine Duurzaam Geproduceerd editie juni 2013