Issuu on Google+


Dutch Birding

Dutch Birding HOOFDREDACTEUR Arnoud van den Berg (tel 023-5378024, fax 023-5376749) ADJUNCT HOOFDREDACTEUR Enno Ebels (tel j fax 030-2961335, e-mail ebels@worldaccess.nl) UITVOEREND REDACTEUR André van Loon (te l /fax 020-6997585 ) FOTOGRAFISCH REDACTEUR René Pop (tel 0183-630585) REDACTIERAAD Ferdy Hieselaar, Graham Holloway (Engeland), Peter Meininger en George Sangster

Internationaal tijdschrift over Palearctische vogels

REDACTIE-ADVIESRAAD Peter Barthel (Duitsland), Gerald Driessens (België), Klaas Eigenhui s (Nederland), Dick Forsman (Finland), Ted Hoogendoorn (Nederland), Lars Jonsson (Zweden), Anthony McGeehan (Noord-Ierland), Killian Mullarney (Ierland), Gerald Oreel (Nederland), Kees Roselaar (Nederland), Frank Rozendaal (Nederland), Hadoram Shirihai (Israël), Gunter De Smet (België), Lars Svensson (Zweden) en Peter Symens (België)

REDACTIE

REDACTIEMEDEWERKERS Ruud van Dongen, Gerald Driessens, Nils van Duivendijk, Remco Holland, Diederik Kok, Hans van der Meulen, Peter de Rouwen Roland van der Vliet

Dutch Birding Postbus 116 2080 AC Santpoort-Zuid ederland fax 023-5376749

ADVERTENTIES Peter Meijer (tel 0348-431905, fax 0348-420394, e-mail meijerpc@worldonline.nl)

FOTOREDACTIE

Dutch Birding p/a René Pop Zusterhuis 10 4201 EH Gorinchem ederland ABONNEMENTENADMINISTRATIE

Financiële zaken: p/a Jeannette Admiraal Iepenlaan 11 1901 ST Castricum Nederland Ledenadminisratie: Ron van den Enden p/a Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam ederland BESTUUR

Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam ederland COMMISSIE DWAALGASTEN NEDERLANDSE AVIFAUNA

CDNA Postbus 45 2080 AA Santpoort-Zuid ederland TELEFOONLIJNEN

ederland: 0900-20321 28 (vogellijn, 75 cpm) 078-6180935 (inspreeklijn) België: 03-4880194 (vogel- en inspreeklijn) INTERNET

httpj/www.mebweb.nI/DutchBirding

PRODUCTIE EN LAY-OUT André van Loon en René van Rossum

ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 1997 bedraagt: NLG 60.00 (Nederland), BEF 1250.00 (België), NLG 67.50 (overige landen binnen Europa) en NLG 72.50 (landen buiten Europa, luchtpost) . U kunt zich abonneren door het overmaken van de abonnementsprijs op girorekening 01 50 697 (Nederland), girorekening 000 1592468 19 (België) of bankrekening 54 93 30 348 van ABN+AMRO (Bilthoven), ovv 'abonnement Dutch Birding'. Alle rekeningen zijn ten name van de Dutch Birding Association. Het abonnement gaat in na ontvangst van de betaling. Dutch Birding is een tweemaandelijks tijdschrift met nummers in februari, april, juni , augustus, oktober en december. Het publiceert originele artikelen en mededelingen over morfologie, systematiek, voorkomen en verspreiding van vogels in de Benelux, Europa e n elders in het Palearctische gebied. Het pub liceert tevens bijdragen over vogels in h et Aziatisch-Pacifische gebied en andere gebieden. De Nederlandse, Engelse en wetenschappelij ke vogel namen volgen: de Lijst van Nederlandse vogels door A B van den Berg & CA WBosman (1996, Santpoort-Zuid); The 'British Birds' list of English names of Western Palearctic birds door British Birds (1993, Blunham); de door C S Roselaar samengestelde lijst in de Geillustreerde encyclopedie van de vogels door C M Perrins (1991 , Weert); en ~istribution and taxonomy of birds of the world door C G Sibley & B L Monroe Jr (1990, New Haven). Een lijst met tarieven voor de vergoeding van auteurs, fotografen en tekenaars is verkrijgbaar bij de redactie.

Dutch Birding Association BESTUUR Theo Admiraal, Gijsbert van der Bent (voo rzitter, tel 071-4013606), Roy de Haas (penningmeester), Peter Meijer, Marc Plomp en Chris Quispel (secretaris, tel 071-5124825); tevens is de redactie van Dutch Birding met een zetel vertegenwoordigd BESTUURSMEDEWERKERS Jeannette Admiraal, Gerald Driessens, Ron van den Enden, Hans Gebuis, Leo Heemskerk, Remco Hofland, Paul KnolIe, Ger Meesters, Arnold Meijer, Kees Tiemstra en Arnold Veen DUTCH BIRDING TRAVEL REPORT SERVICE (DBTRS) Ib Huysman , Postbus 737, 9700 A5 Groningen, Nederland, tel 050-5274993, fax 050-5272668, internet http Jjwww. mebweb.nI/DBTRS

Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CD NA) LEDEN Max Berlijn, Ruud van Beusekom, Karel Mauer, Jan van der Laan (voorzitter, tel 0206834522), Kees Roselaar, Jelle Scharringa (secretaris, tel 030-2532801), Gerard Steinhaus en Wim Wiegant (a rchivaris) De CDNA is een commissie van de Dutch Birding Association en de Nederlandse Ornithologische Unie. De Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CS NA) is de subcommissie va n de CDNA betreffende taxonomie, nomenclatuur en status van Nederlandse (onder)soorten en bestaat uit Arnoud van den Berg, Cornelis Hazevoet, Kees Roselaar en George Sangster (secretaris, tei l fax 071-5143790).

© 1997 Stichting Dutch Birding Association. Het copyright van de foto's en tekeningen bi ijft bij de fotografen en tekenaars. ISSN 0167-2878. Drukkerij Steens Schiedam BV, Postbus 59, 3100 AB Schiedam, Nederland


DÉ SPE.CIAALZAAK OP HE.T GEBIE.D VAN KlJKE.RS - CAME.RA'S - TE.LE.SCOPE.N - STATIE.VE.N OPNAME.APPARATUUR - VIDE.O

VOOR DB-L.EDEN DE LAAGSTE PRIJZEN aJ Q

Kijkers

Objectieven

Statieven

111

Bijv: Bauseh & Lomb IOx42

Bijv: Sigma 400/5.6 AF

Bijv: Slik 67

c:

n

:r ~

r-

o 3

0"

aJ ~

t:~

• Normaal f 2899,-

Normaal f 625,Normaal DB-prijs

DB-prijs 2299,-

f

f f

2149,1799,-

DB-prijs

f 479,-

.,

Telescopen

Geluidsapparatuur

Mobiele Telefoons

aJ

Bijv: Leica Televid 77 + oeul.

Sony opnamewalkman + paraboolmicrofoon

Ericsson GA 3 18

c:

111

:r

c:

e E

~

~

·i

Vl

::J

~

::::

aJ

~

o

i" • n Q ::J

o

::J

Vanaf

f 1899,-

Normaal DB-prijs

f f

549,489,-

Gratis bij Ubertel regio 20 abonnement

•>-. c:

o

V)

Alle apparatuur geleverd met Nederlandse garantie Verzending mogelijk door heel Nederland Met 20 jaar veldervaring geheid een goed advies Inruil van camera's, kijkers e.d. mogelijk

• •

o

.~

V)

6'· ~

BEL VOOR DE LAATSTE PRIJS! Prijzen incl. BTW_ excl_ verzendkosten_ Prijswijzigingen voorbehouden.

• ~ 1: ~

• Leica • Manfrotta • Minalta • Nikan • Navaflex • Olympus • Optalyth •


Bever Zwerfsport bestaat 20 jaar! Al twintig jaar -in twaalf vestigingen- de beste lichtgewicht kampeer- bergsportexpeditie-en wintersport-uitrustingen. Wij vieren ons twintigjarig bestaan met twintig feestelijke aanbiedingen. Kom gauw kijken of vraag even het speciale jubileumnummer van onze superdikke catalogus aan. (070-3883700)

EYER®

ZWERFSPORT OvtcJoov- Innovatov-<;;

Den Haag Calandplein 4 • Rotterdam Adm . de Ruyterweg 33-35 Utrecht Balijelaan 10-12 • Arnhem Utrechtsestraat 3-5 Haarlem Zijlweg 63 • Breda Wilhelminastraat 22 Apeldoorn Stationsstraat 134 • Hilversum Havenstraat 16 Amsterdam Stadhouderskade 4 • Steenwijk Woldmeentherand 11 Groningen St. Jansstraat 17 • Alkmaar Kanaalkade 53

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

,'/ '/j"

,!~

* ,!~

,'/ '/j"

,!~ ~

'/j"

,!~

,!~

,!~

*,!~ ,'/

'/j"

~!~ /1'

,!~ ~!~ /1'

,!~ ,!~ ,!~

,'/

'/j"

.:::t::.

~

~W ..c 0 Q)

CD

û)

a5

,!~

NIEUW nieuwer NIEUWST:

Harrap & Quinn, TITS NUTHATCHES & TREECREEPERS

82,50

van Perlo, BIROS of EASTERN AFRICA Shirihai, The BIROS of ISRAEL

47,50 185,- -

(;

~

Gorman, The BIROS of HUNGARY

0

Z

BIROS of KENYA & Northern Tanzania

CO

Jonsson - engelstalig in paperback

>~ ~ CO J

I

--'

cr: ::> ::>

,'/ ,!~

62,50 115,- 50,50

~

'/j"

,!~

,!~ ,!~

*,!~ ,'/

'/j"

C

~!~

+""

,!~

Q)

~

I--:

Q) Q)

Z

CO

«

,!~

'/j"

Q)

..c cr: CD::> ..c::>

*

/1'

NATUUR en BOEK Ban kas tra a t 1 0 NL 2585 EN - Den Haag

tel. +31 (0)70 350 56 48

/1'

,!~ ,!~

Cl)

voor vogelaars een begrip!! !

*

~!~

,!~

*

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

11


Identification, ageing and sexing of Honey-buzzard Oick Forsman & Hadoram Shirihai

T

he identification of Honey-buzzard Pemis apivorus has been discussed in many publications, including Porter et al (1976), Forsman (1980, 1984, 1993), Svensson (1981), and GĂŠnsb01 (1995, 1997), all of which also deal with the separation of juveniles from adults. The sexing of adults, however, has received less attention, although it is treated by Forsman (1980, 1984, 1993) and Svensson (1981). This paper provides characters for ageing as weil as sexing of adults in the field, as outlined by Forsman (1980, 1984, 1993). Using these characters, Honey-buzzards have been successfully aged and sexed for nearly 10 years in Skane, Sweden (cf KjellĂŠn 1992). The ageing and sexing characters of Honey-buzzards have, however, never been presented before in detail in English, although Shirihai & Christie (1992) show a representative selection of colour photographs of adults with accompanying captions.

Species identification Adult Honey-buzzards are rather easily identified from other similar-sized species by the typically patterned underside of the remiges. Juveniles are more difficult, as they differ from adults in underwing pattern, general plumage characters and silhouette. In many respects, juveniles resembie Common Buzzards Buteo buteo, the main confusion species, even more than they resembie adult Honey-buzzards. Very pa Ie and very dark individuals are often also mistaken for Booted Eagle Hieraaetus pennatus or Short-toed Eagle Circaetus ga/ficus (cf Svensson 1976, Tjernberg 1989). At a distance, when plumage characters are difficult to discern, silhouette, wing action during active flight, as weil as wing posture when gliding or soaring remain very important characters for separation from similar species. The active flight of Honey-buzzard is different from that of Common. The wing beats are slower and the wings are lifted higher with an emphasis on the upstroke. In Common, wings move equalIy as much above as below the horizontal level and the wing-beats are more hurried. [Outeh Birding 79: 7-7, 7997]

When soaring, the head-on profile of Honeybuzzard looks very flat, with smoothly arched or nearly flat wings with little or no 'broom' (splayed fingers) at the wingtips, and the body looks small compared with the wing-span. In strong thermals, the wings may be temporarily lifted in a shallow V, but even then the wings themselves remain fairly flat. Viewed head-on, Common always shows a distinct 'kink' between arm and hand, although the wings may be kept level, slightly lowered or lifted to form a shallow V. The fingered primaries are more fanned than in Honey-buzzard, producing a more obvious 'broom' and the body looks comparatively stouter compared with the wing-span. The same general difference in head-on wing profile is maintained when gliding, although the wings are lowered. Typically, the silhouettes of (adult) Honey-buzzard and Common differ so much that both species can be separated on this alone. However, due to the c1early shorter remiges of juvenile Honey-buzzard compared with adult (Forsman 1984, 1993), the silhouette of adult and juvenile Honey-buzzards differ almost as much as those of adult Honey-buzzard and Common. The silhouette of juvenile Honey-buzzard is, however, rather similar to that of Common and the difference is often far from obvious. More constant features indicating Honey-buzzard are the smal I and slim head, the narrow and longish tail with, when folded, slightly convex edges and, when fanned, c1early rounded corners, and the broader wings (especially arm) with more rounded wingtips. Further species identification characters are given under 'Ageing'.

Ageing Ageing Honey-buzzards is not difficult provided th at the birds are seen fairly close and in good light. Ageing adults and autumn juveniles is mainly based on differences in the pattern of the underwing but also on differences in the coloration of the cere and the iris, as weil as on additional plumage characters.


Identification, ageing and sexing of Honey-buzzard

1 Honey-buzzard / Wespendief Pemis apivorus, sparsely patterned adu lt male, Eilat, Israel, May 1994 (Hadoram Shirihai). Note long 'jump' between dark trai lin g edge and proximal barring in remiges and rectrices, indicating male 2 Honey-buzzard / Wespendief Pemis apivorus, juven ile of most common, uniformly brownish colour morph, Chokpak, Kazakhstan, September 1993 (Dick Forsman). Compared w ith adul t, note ye ll ow ce re and base of bill, dark iris and all-dark 'fingers' at wing-tip, as we il as differently spaeed barring of remiges. Dark birds typ ica ll y show uniformly brownish median and lesser coverts and pale greyish greater coverts 3 Honey-buzza rd s / Wespendieven Pemis apivorus, adu lt female (Ieft) and adu lt male at nest, southern Finland, 28 July 1979 (Dick Forsman). Note more uniform upperparts and greyer head of male

2


Identification, ageing and sexing of Honey-buzzard juveniles Juveniles appear shorter-winged and shorter-tailed than adults, actually due to shorter flight-feathers. They also show the typical , small 'cuckoo-head' of all Honey-buzzards as weil as the rounded corners to the tail , which furthermore is often pinched-in at the tip. Under normal field conditions, juveniles are best identified by the pattern of the remiges from bel ow. The wing-tips are more extensively dark compared with other buzzards, with black reaching further in bevond the 'fingers'. The secondaries mostly appear very dark and the barring can be difficult to discern . Normally, juveniles also lack a prominent dark trailing edge to the wing. If the barring of the secondaries can be seen, it is bold and evenly spaced and, usually, there are not more than three dark bars. The same general pattern is present on the rectrices . The inner primaries are sparsely barred as weil, like the secondaries, leaving the bases of the outer primaries uniformly whitish. On dark individuals, the greater underwing-coverts normally form a uniformly pale bar on the mid-wing, unlike any Buteo buzzard . Compared with Buteo

buzzards, the dark carpal patch is more oval in shape. The body is usually rather uniformly coloured, darker or paler, and never shows the typical blocks of contrasting colour of th e Buteo buzzards, although it may be evenly streaked. From above, juveniles are mostly dark, but frequently show pale uppertail-coverts, forming a whitish U at the tail-base, which is never seen in Buteo buzzards. Some individu als also have pale-fringed upperwing-coverts and the head may be extensively pale-spotted, even nearly allwhite with dark 'sun-glasses' around the eyes. Secondaries and rectrices are usually 50 dark from above that no barring can be discerned but the inner primaries are frequently paler basally, showing some bold bars. Most juveniles have uniformly dark brown bodies. These brownish forms make up 85-90% of the autumn migrant juveniles in the Levant (Dick Forsman pers obs), the remainder being principally paler birds. Black juveniles, as weil as those which are uniformly whitish , are rare and only constitute a few percent. This ratio between the colour morphs does not correspond with the ratio found in adults, in which uniformly colour-

4 Honey-buzzard / Wespendief Pernis apivorus, heavily barred adult male, Eilat, Israel , May 1987 (Hadoram Shirihai) 5 Honey-buzzard / Wespendief Pernis apivorus, adult male of dark morph , Eilat, Israel , May 1994 (Hadoram Shirihai). Note grey head and distinct and broad black trailing edge of wing, both typical of adult male

3


Identifica tion, ageing and sexing of H oney-buzza rd

6 Honey-buzza rd / Wespendief Pernis apivorus, typi ca l adult female, Eil at, Israel, M ay 1994 (H adoram Sh iriha i). Note generall y du ski er remi ges of underw in g co mpared w ith adult male, w ith second ari es fraction all y darker th an prim ari es and w ith du ski er and less we ll-m arked 'fingers'. Barring in w in gs and tail more evenl y spaced co mpared w ith adult male 7 Steppe Bu zza rd / Steppebuize rd Buteo buteo vulpinus, ju venil e, Chokpak, Kaza kh stan, September 1993 (Dick Forsman). N ote generall y paler second ari es compared w ith ju venile Honey-buzza rd , w ith fin er and den se r barrin g to tail and w in g. In subspec ies of Comm on Bu zzard Buteo buteo, medi an cove rts form pale w ing-band, contrasting aga in st more pattern ed lesser and greater coverts 8 Honey-buzzard / W es pendief Pernis apivorus, adult male, Eil at, Israel, M ay 199 4 (Hadoram Shirihai). Note diagnosti c grey ish ca st to upperparts w ith di stin ct trailing edge to upperw in g. Note also grey head and 'c lea n lookin g' underw in g w ith di stin ct barring

4


Identification, ageing and sexing of Honey-buzza rd

9 Honey-buzzard / Wespendi ef Pemis apivorus, adu lt fema le, Eilat, Israel, May 1994 (H adoram Shirihai). Note typical/y brown upperparts with inconspicuously patterned rem iges and brown ish (not grey) head 10 Honey-buzza rd / Wespendief Pemis apivorus, juvenile of pale morph, Istanbu l, Turkey, 22 September 1996 (Oick Forsman). Note extens ive ly ye l/ ow ce re and base of bil/ , darkish secondaries and sparse but bold ba rring to remi ges and tail (co mpare w ith ju ven il e Steppe Bu zza rd Buteo buteo vu lpinus in plate 7)

ed birds are sca rce; only the percentage of black birds seems to rema in the same. At close range, th e bare parts provide another important clue when separating juven il es and ad ults. Juven il es have all-d ark eyes and th e basal portions of the bill and gape, including cere, are bright yellow. The bill, also unlike Buteo buzzards, is extensively yell ow with on ly a small dark tip. When separating juvenile Honey-buzzard from Commo n Buzzard, there are several diagnosti c characters to look for. Firstly, the rem iges are more fin ely and densely barred in Common, the dark trailing edge is mostly distinct and the seco ndari es are on ly marginally, if at all, da rker than the prim ari es. O nl y the fingers are dark in Common, leav ing a w ider pale area basally on th e primaries . The un derw ings typ ica ll y show pal er greater coverts in ju venil e H oney-buzzard , w hereas in Common the median coverts are the palest, the greater coverts being patterned and the lesser coverts being usua ll y dark, forming a narrow, dark triangle at the lead ing edge of the w ing. Paler juvenile H o ney-buzzard s regularly show bold transversal bars o n the ax ill aries, a feature never present in Common. A lso, the colou rs of the underparts are never distributed as clear 'blocks' in juvenile H oney-buzzards, as is nea rly always th e case in Commo n, but th e underparts are either uniformly co lo ured or even ly streaked.

The typical underwin g pattern also sepa rates juvenile H oney-buzza rd s from other Western Palea rctic raptors, including Booted and Shorttoed Eag les and Black Kite Milvus migrans. Adults Most ad ults can be identified by the typical underwing barring. Th e dark tra iling edge to the w ing is broad and distinct and the fingers have dark tips o nl y. The finer barring of the remiges and rectri ces is concentrated on the basal parts of the feathe rs, not even ly spaced as in juveniles or in other spec ies. If not uniform ly blackish, the underwing-coverts and ax ill ari es are boldly barred and the dark ca rpal patch is ova l instead of ro undi sh, as is usua l in Buteo buzzards. Ad ult H oney-buzza rd s also occur in different plum age types, w hi ch vary in ground co lour and pattern of the underparts. Some are basically white, more or less boldly barred, w hil e others are blotc hy or uniform ly browni sh. The plumage co loration is partly sex-related and hence treated i n more detai I u nder 'Sexi ng' . B.oth sexes also occur in a ra re, unifo rml y blackish morph. The shape of adu lts differs from juveniles in showi ng a less curved trailing edge to the wing w hen gliding. Both wings and ta il are lo nger and wider than in juven il es. At close range, adu lts can readily be recogn ized by their f ierce- Iooking, bright ye ll ow eyes and the grey cere, making the who le bi" appear dark.

5


Identification, ageing and sexing of Honey-buzzard

Sexing of adults Adu lt Ho ney-buzza rd s ca n be sexed o n th e pattern of upperparts, head and, most im porta ntl y, the re mi ges fro m above and below. Adu/t ma/es The most re li able characters are th e pattern s of the rem iges and rectri ces. From below, the fin ge red prim ari es show d istin ctly defined black tips, w ith th e inn er parts being unifo rml y pa le w ith barring restri cted to the very base. The secondari es are eq uall y pa le, w ith a broad bl ack subtermin al bar and a w ide gap befo re th e next bars o n th e base of the feathers. O n th e upperw ing, the males appea r unifo rml y greyish, w ith rath er di stin ctl y marked dark ti ps to the remiges, prim ary coverts and greater coverts. So metim es, the inner w ing-bars on the remi ges o n th e underw ing also show thro ugh cl ea rl y. The ta il is, on both surfaces, pattern ed like th e second ar ies, w ith a bro ad dark subtermin al band and th en a w ide gap befo re th e next basa l bars, just bevo nd th e uppertail-coverts from above (partl y hidden by the undertail-coverts from below). The sides of the head appea r uniforml y grey. Th e underp arts tend to be bo ld ly marked. The most common type is w hite w ith distin ct dark barrin g o n flanks, breast and und erwin g-coverts; so me are almost unifo rml y w hite, with restricted barrin g, and oth ers are uniforml y dark. A dult fema/es Adul t fe males are less di stin ctly pattern ed. Th e fin ge rs are t ipped dark, as in males, but th e co ntrast w ith th e pa ler inn er pa rts is less cl ea r-cut, more gradu al and the f ingers appea r more exte nsively dark (cf ju venil es). Th e inner ba rs no rm all y run more di stall yo n th e primari es co mpared w ith males, usuall y cuttin g across th e 'pa lm ' of th e hand . The seco nd ari es are dusk ier below, ofte n cl ea rl y da rker th an th e primari es, and the ground co lour is less uniform compared w ith males, w ith th e basa l bars runnin g more di stall y o n th e feath er. The upperw ing looks dark brown, lackin g di st inct w ing-bars, bu t the inner prim aries are usualIy paler prox imall y fo rmin g a conspi cuo us and rath er w ide pale area. The rectri ces show a pattern simil ar to the seco ndari es, w ith the second outerm ost bar running across mid-tail , mo re di stall y th an in males. The head appears to be the same co lour as th e neck and manti e (often w ith w hite feath er bases visible) and the grey ish lora l area is o nl y visibl e

6

at cl ose range. The underparts are ge nerall y less di stinctly pattern ed and most b irds appea r rath er uniform ly brow nis h or ri c hl y mottl ed, more infrequent ly w hit ish w ith spa rse, di stinct barrin g.

Difficult individuals to age At a d istance, some ad ult fe males may strong ly resembie juveniles. They show relati vely dark fi ngers (whi ch may appear all-black if not seen we il ) and darkis h seco nda ri es . At cl oser range, the fi ngers are darkest at th e ti p, becom ing grad uall y paler inwa rd s. The remi ges show barrin g typi ca l fo r ad ul t females, in cl uding a pro minent dark trailing edge, ind icat ing th at they have been moulted at least o nce. These juvenil e-li ke ad ult females may account fo r some of th e repo rts of seco nd ca lend ar-year bird s seen in summer in Europe (eg, Bijl sma 1993), as the vast majority of ju ve nil es appear to spend th eir first summer in th e w interin g areas. W e are 50 fa r un awa re of any photographi ca ll y documented sightin g record of seco nd-ca lendar-year bi rd s from th e W estern Palearcti c, although some observatio ns are stron gly suggestive (eg, Tj ernberg 1989); also, th ere is o ne recovery of a fres h dead bird in th e Neth erl ands in th e summer of a bi rd rin ged as a nestlin g th e yea r before (Vogeltrekstati o n A rnh em in litt). Second ca lendar-year birds are also reported on sprin g passage at Eil at and a few may spend the summer in the southern part of th e breeding range (eg, north-eastern Turkey, H adoram Shirihai pers obs). O n th e oth er hand, th e descript io n by Ga mauf (1984) of a successfull y nestin g second ca lenda r-year female revea ls bevond any doubt that the bird in questi on was an ad ult fe male, based on th e ba rr ing of th e remiges and rectri ces and the iri s co lour. Tru e second ca lend ar-year bird s are, in fa ct, also extremely rare in mu seum co ll ectio ns, and th e few ex isting spec imens come fro m Afri ca (OF pers obs). These b irds show an extremely worn plum age, still wea ri ng a compl ete set of ju ve nil e remi ges and rectri ces in June. The cere is still predomin antl y yellow and th e eyes are not vet bri ght ye ll ow as in full ad ults.

Acknowledgements W e are greatl y indebted to num erous persons and offi c ials w ho have helped us over th e past yea rs. We are grateful to all the photographers w ho have submitted photograph s, espec iall y Jens B Bruun , John Larsen and Pa ul Oo herty. The help of the staff of the Korkeasaa ri Zoo in Helsinki is also acknow ledged for allow ing OF to stu dy the


/dentification, ageing and sexing of Honey-buzzard

11 Honey-buzzard / Wespendief Pernis apivorus, adu lt male, Eilat, Israel, May 1994 (Hadoram Shirihai)

birds in their care. Special thanks also to the staff members of all zoological museums we have visited over the past years. Dave Mc Adams clarified severa l points in an earl ier draft for which we both are most gratefu l. Further, HS is grateful to the International Birdwatching Center in Eilat, the Raptor Information Center (of SPNI) and the Nature Reserves Authority for considerab Ie financia l support, enab ling a total of 11 full seasons of raptor migration surveys in Eilat, Kfar Qasim and the Northern Valleys in Israel. Samenvatting HERKENNING EN LEEFTIJ DS- EN GESLACHTSBEPALING VAN WESPENDIEF Herkenning en leeftijdsbepaling in het ve ld van Wespendieven Pernis apivorus zijn in het verleden al in vee l artikelen en boeken besproken. Geslachtsbepaling in het ve ld heeft echter minder aandacht gekregen. Dit artike l vat de soortdeterminatie kort samen en behandelt uitgebreid de leeftijds- en geslachtsbepaling. Verreweg de meeste juveniele Wespendieven blijven in hun eerste zomer in de overwinteringsgebieden, en slechts een enkele tweede-kalenderjaarvoge l overzomert in het broedgebied. Dit wordt ook ondersteund door het feit dat in museumco ll ecties tweede-kalenderjaarvogels zeer zeldzaam zijn en bovend ien all e uit Afr ika afkomstig. Er z ijn dan ook geen gepubl iceerde fotografisch gedocumenteerde waarnemingen van dergelij ke voge ls in het West-Palearctische gebied . N iettemin worden ze regelmatig in Europa gerapporteerd tijdens trekwaarnemingen. Waarschijnlijk betreffen dit

echter adu lte vrouwtjes die soms, gez ien van enige afstand, sterk kunnen lij ken op juveniele vogels.

References Bijlsma, R G 1993. Ecologische atlas van de Nederlandse roofvogels. Haarlem. Forsman, 0 1980. Su omen päiväpetolinnut. Helsinki. Forsman, 0 1984. Rovfagelsguiden. Helsinki. Forsman, 0 1993. Roofvogels van Noordwest-Europa. Haarlem. Gamauf, A 1984. Einj ähriges Wespenbussard 'i' (Pern is apivorus L.) brütet erfolgreich. Egretta 27: 84-85. Génsb01, B 1995. Rovfuglene i Europa, Nordafrika og Mel lem0sten. Third edition . Copenhagen. Génsb01, B 1997. Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Haarlem. Kjellén, N 1992. Differentia l timing of autumn migration between sex and age groups in raptors at Fa lsterbo, sweden. Orn scand 23 :420-434. Porter, R F, W illi s, I, Christensen, 5 & Nielsen, B P 1976. FI ight identification of European raptors. second ed ition. Berkhamsted. shiriha i, H & Christie, 0 1992. Raptor migration at Eil at. Br Birds 85: 141-186. svensson, L 1976. Problemet att ski lj a Ijus dvärgörn Hieraaetus pennatus och ormörn Circaetus ga/ficus fran Ijusa vrakar Buteo/Pernis. Var Fagelvärld 35:

217-234. svensson, L 1981. Om bestämn ing i fä lt av bivrak Pernis apivorus - art, alder och kön - samt jämförelser med ormvrak Buteo buteo. Var Fagelvärld 40 : 1-12. Tjernberg, M 1989. Dvärgörns li knande ettarig bivrak. Var Fagelvärld 48: 139-141.

Oick Forsman, PO Box 25,02427 Jorvas, Finland Hadoram Shirihai, PO Box 4768, Eilat, /srael 7


8ruinkeelortolaan op Ameland in mei 1994 Frank Klinge, Frans Buissink & Enno B Ebels

O

p zaterdag 7 mei 1994 ontdekte Frank Klinge een ortolaan-achtige vogel Emberiza aan het eind van het pad langs Het Oerd op Ameland, Friesland . Hij determineerde de vogel na enige studie als mannetje Bruinkeelortolaan E caesia. De waarneming werd 's avonds doorgegeven aan de Dutch Birding-vogellijn, maar leidde door een ongelukkige samenloop van omstandigheden tot een totaal gebrek aan respons van de vogelaars op de vastewal. Op maandag 9 mei zag FK de vogel opnieuw, ditmaal langs het fietspad halverwege Het Oerd. Die avond sprak hij zijn waarneming opnieuw in en sprak zijn verbazing uit over het feit dat er geen vogelaars waren gekomen om de vogel te bekijken. Op dinsdag 10 mei ging alsnog een groep vogelaars van de vastewal poolshoogte nemen . Nabij de waarnemingspiek troffen zij die dag alleen enkele Ortolanen E hortulana aan. Diezelfde dag nam Frans Buissink rond de middag, tijdens het naar binnen slepen van bagage bij vakantiehuisje het Kooihûs aan het Westerpad (c 8 km westelijk van het begin van Het Oerd), een hem onbekende vogel waar. De vogel had bij de eerste blik wel wat weg van een Heggenmus Prunella modularis en scharrelde

rond op het toegangspad met zand en schelpen, tussen de lage begroeiing. Omdat FB op deze voor hem vertrouwde plek nog nooit een Heggenmus had gezien, besloot hij de vogel met kijker en telescoop nader te bestuderen en determineerde hem met behulp van de 'vers' aangeschafte Jonsson (1994) als Bruinkeelortolaan. De vogel was ongeringd. Omdat volgens dieze lfde gids deze vogel nogal ver buiten zijn verspreidingsgebied zat maakte FB voor alle zekerheid enkele minuten filmopname, eerst van afstand, later tot op 5 m. De Bruinkeelortolaan gedroeg zich erg tam en had meer aandacht voor het zoeken van voedsel dan voor de filmer; één keer vloog hij bij verstoring in een struik. De rest van de middag bleef de vogel in de nabijheid foerageren. In de ochtend van woensdag 11 mei werd hij voor het laatst gezien. Daarna werd de vogel niet meer aangetroffen.

Beschrijving De beschrijving is voornamelijk gebaseerd op de filmbeelden van FB. GROOTIE & BOUW Vrij kleine gors. Vleugel projectie voorbij tertials zeer kort.

12-13 Bruinkeelortolaan / Cretzschmar's Bunting Emberiza caesia, Ameland, Friesland, 10 mei 1994 (Frans Buissink)

8

[Outch Birding 19: 8-11, 1997]


8ruinkeelortolaan op Ameland in mei 7994 KOP Overwegend blauwgrij s. Snorstreep en streek tussen oog en snavel bleek rozebruin. Kin en keel licht bruinroze. Baardstreep blauwgrij s. Opva llende li chtroze oogring. BOVENDELEN Mantel en sc houd ers wa rm rozebruin met opva ll ende zwarte lengtestrepin g. O nderste deel va n stuit vergelijkbaa r bruin van kleur (rest niet zichtba ar). ONDERDE LEN Keel slec hts gedeeltelijk zichtbaar; zichtbare deel b leek rozebruin als snorstreep . Borst blauwgrij s als kop, mogelijk iets va ler. Buik, flank, anaa l streek en onderstaartdekveren uniform wa rm rozebruin. Geen strep ing z ichtbaar. V LEUGE L Tertial s zwa rt met brede wa rmbruine zoom. Typ isc he Emberiza-inkeping va n zwart centrum en verbreding van bruine zoom z ichtbaar aa n buitenzijde va n langste twee tertials. Grote dekveren zwa rt met opva ll ende bruine zoom, vage vleugel streep vo rmend . Middelste dekve ren grij s met zwa rte punt en licht crèmebruine zoom aan top, meer opvallende v leugelstreep vormend. Binn enste twee middelste dekveren met opva ll ende w itachti ge top, contrasterend met overi ge toppen. Slagpennen donkerbruin zo nder (opva llende) li chte zoom. STAART Bove nstaartdekve ren lichtbruin als onderdelen. Staartpennen zwart met brede lichtbruine zo men. Wit in buitenste staartpennen z ichtbaar als smalle w itte zoom aan buitenvlag over bovenste helft va n vee rl engte. NAAKTE DELE N Poot tussen donkergeel en donkerroze. Oog zwart. Snavel overwegend licht, v leeskleuri g lij kend. GEDRAG Bijna voortdurend foe ragerend in lage, sc hrale begroeiing. Onafgebroken en druk bewegend. Eenmaal grote mu g opetend. Voor rest vermoedelijk bloemknoppen etend . Niet in gezelsc hap va n andere voge ls. Tot op enkele meters te benaderen. GE LU ID Niet gehoord.

Determinatie Hoewe l op de filmbee lden niet all e kenmerken van de voge l even goed te z ien z ijn , was de determinatie eenvoudig. De combi natie van ongestreepte warmbru i ne onderdelen , zwaa r gestreepte bruin e bovendelen, blauwgrijze kop en borst met li chtbruine snorstreep en lichte kin en kee l, opvallende oogring en li chte vleeskleurige snavel past alleen op Bruinkeelortolaan. De verwante Steenortolaan E buchanani heeft een li chter ge kl eurde kop, bleekgele kin en snorstreep, blekere en minder con trastrijk getekende bovendel en (afgez ien va n een opvallende roestbruine band over de onderste schouderveren) en roestbruine bovenborst. Belangrijkste verschillen met Ortolaan z ijn de meer groengrij ze kop en bovenborst va n O rtol aan met bleekgele snorstreep en kin en kee l. De di ep blauwgrijze kleur van de kop zo nd er streping op de kruin , het ontbreken van streping op de borst en de contrastrijk getekende boven-

delen passen beter op een mannetj e dan op een vrouwtje. De witte top aa n de twee binn enste midd elste dekveren en het kl eurcontrast met de meer naa r buiten gelegen middelste dekveren met li chtbrui ne zoom duiden op een generatieversc hil tussen deze veren. Waarschijnlijk zijn de binnenste middelste dekveren geruid tijdens de gedee ltelijke post-juveniele rui naar het eerste winterkleed, waa rbij de buitenste midd elste dekveren ongeruid bleven; de rui va n de buitenste middelste dekveren is vervolgens voltooid tijd ens de rui in het voorjaar naar het eerste zomerkl eed (Cramp & Perrin s 1994; Kees Roselaar in litt). Door deze voorj aarsrui ontstaat dus bij eerstezo mervoge ls ee n co ntrast in de middelste dekvere n (b innenste ouder en meer gebl eekt of ges leten dan buitenste) dat precies omgekeerd is aan het co ntrast dat in het naj aa r na de gedeeltelijke post-juveniel e rui ontstaat (buitenste ouder en meer geb leekt en gesleten dan binnenste) door de rui va n de binnenste dekveren. De 'oude' veertoppen kunnen door bleking bijna wit word en (Byers et al 1995). Op grond hi ervan is de vogel van Ameland met vrij grote zekerh eid te determineren als eerste-zomer mannetje. De li chte kleur va n kin en keel past niet op ee n adult mannetj e; waarschijnlijk duidt dit ook op eerstezomerkleed (Kees Roselaar in litt). Voor ee n meer gedetailleerde behandelin g van verschillen in uiterlijk en voor het (vee l lastigere) determineren van onvolwassen ortolanen, zij verwezen naar Small (1992), Cramp & Perrin s (1994), Jon sson (1994), Byers et al (1995) en H arri s et al (1996). Verspreiding en voorkomen Bruinkeelortolaan kent een relatief beperkt broedgebied in Z uidoost-Europa en Klein-Azië: ee n kuststrook van meesta l niet meer dan 100 km breedte van zuid-Griekenl and (moge lijk ook in zuid-Albani ë) en Kreta, de meeste eilanden in de Egeïsche Zee, v ia de west- en z uidkust va n Turkije en Cypru s naa r Syrië en Libanon tot het noorden van Israë l en Jord ani ë. De soort is een uitgesp roken trekvogel maar overwintert relati ef di cht bij de broedgebieden . Vrijwel het volledige overwinteringsgebied bevindt zich in NoordoostAfrika, rond om de Nijlvallei in Soedan en aan de Rode-Zeekust van Soedan en Eritrea, en verder waarsc hijnlijk in zuidwest-Arabi ë. Af en toe worden in de winter exempl aren verder noordelijk waargenomen , in Egypte en het noordwesten van Saudi-Arabië (Byers et al 1995). In Egypte kunnen vroege doortrekkers al vanaf half febru ari worden gezien (Peter Meininger in litt).

9


8ruinkeelortolaan op Ameland in mei 1994 Als dwaalgast is de soort vastgeste ld in een aanta l land en rond de Perzische Golf (Koewe it, Oman, oostelijk Saudi-Arabië en Zuidwest-Iran), in Algerije en Libi ë en op de Canari sche Eil anden. In Europa z ijn waarnem ingen bekend uit Duitsland, Finland , Frankrijk, Groot-Brittannië, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, de voormali ge Sovjet-Unie en Zweden (C ramp & Perrins 1994, Byers et al 1995). Het aa ntal geva ll en in Noordwest-Europa is uiterst beperkt, met name in de 20e eeuw. Alle ' recente' geva ll en, naast de waarn eming op Ameland, betroffen mannetj es. De eni ge twee Britse geva ll en waren beide op Fair Isl e, Shetland, Schotland, op 10-20 juni 1967 (gevangen op 14 juni) en 9-10 juni 1979 (Dymond et al 1989). De eni ge twee Finse geva llen waren op 19 mei 1981 bij Lieksa, PohjoisKarjala, en een ad ulte op 30 septembe r 1990 bij Kotka, Kymen Lää ni (M ikkol a 1982, Jännes et al 199 1; Annika Forsten in litt). Het en ige Zweedse geva l was een zinge nd exempl aar op 29-30 mei 1967 bij Otte nby, Öland (B reife et al 1990). Gätke (1900) geeft aa n dat rond 1860-65, 'toen het vroeg in de zome r nog warm en mooi was', bijna ieder j aa r in mei en juni één of meer exemp laren gezien (en meestal gesc hoten) werden op Helgo land, Schleswig-Holstein, Duitsland, en dat de soort nooit in de herfst werd opgemerkt. Het betreft de vo lgende negen geva llen: 31 mei 1848, vrouwtj e, gesc hoten; 3 juni 1852, mannetje, gesc hoten; 23 mei 1857, mannetj e; 22 mei 1859, mannetje; 16 mei 1862, ad ult mannetj e; 29 mei 1866, vrouwtje; 9 mei 1867, sexe onbekend ; 13 mei 1878, sexe onbekend; en 15 mei 1879, sexe onbekend (B las ius 1906). Na 1879 en buiten Helgoland zijn geen geva ll en uit Duitsland bekend (peter Barthel in Iitt). Uit Frankrijk z ijn slec hts geva ll en bekend uit de 1ge eeuw. Dubois & Yésou (1992) noemen (zonder datum of plaats) tenminste zes geva llen van de Franse Middellandse-Zeekust, met de toevoeg in g: 'naa r het lijkt voora l uit het voo rj aar'. Vergeleken met de precies gedateerde geva ll en is het geva l op Ame land een vroeg voorjaarsgeva l. Overi gens hoeft dat geen verbazing te wekken, omdat Bruinkeelortolanen al vroeg in het voorjaar (va naf februari, maar voo ral in maartapri l) teru gkeren uit de overwi nterin gsgeb ieden (cf Cramp & Perrins 1994). De eni ge bekende najaarsgeva ll en voor WestEuropa betreffen het eerd er genoemde mannetje uit Finland en een eerste-w inter vrouwtj e dat op 11 o ktober 1859 in Nederland werd verzameld bij Overveen, Noord-Holland. Jaren lang stond 10

op het etiket van deze voge l dat het een Ortolaa n was, voordat de ware identiteit aan het li cht kwam (cf va n Ijzendoorn et al 1996, plaat 191). De problematische herken ning van najaarsvogels is vrij we l zeker (mede)vera ntwoord elijk voor het ontbreken van meer najaarsgevallen in WestEuropa. Byers et al (1995) noemen Nederland overigens abusi eve lijk niet als land waar Bruinkeelortolaan als dwaalgast is vastgeste ld. Het geva l va n Ameland is het tweede voor Nederland. Hoewe l het in feite om drie versc hillende waarnemingspiekken ging, mag worden aa ngenomen dat er slechts één voge l in het spe l was, die zich geleidelijk in westelijke richting over het eil and verp laatst heeft. Er is geen aanle iding om te vero nderste ll en dat het niet om een w il de vogel zou gaan. Het tamme gedrag is bij gorzen niet o ngebruikelijk. Byers et al (1995) geven aan dat het patroon van waarnem ingen buiten de reguliere geb ieden 'gedee ltelijk vertroebeld is door de waarschijnlijkheid van o ntsnapte vogels'. Het patroon van waa rn em ingen in WestEuropa geeft daar echter weinig reden toe.

Dankzegging Wij danken Peter Barthel (Deutsc he Seltenheitenkommission) en Ann ika Forsten voor het verstrekken van informatie over de Duitse, respectievelijk Finse geva ll en, Kees Roselaar voor het versc haffen va n informati e over rui en leeftij d en Gerard Ste inhaus (CDNA) voor z ijn in spa nningen om dit geva l ni et 'verloren' te laten gaa n.

Summary 1994 On 7 May 1994, a Cretzschmar's Bunting Emberiza caesia was d iscovered by a single observer on the eastern tip of Ame land, Friesland, the Netherlands. It was seen aga in by the same observer a few kil ometers to the west on 9 May. A sma ll group of birders searched for the bird on 10 May, but fa iled to locate it. On the same dav, however, the bird was seen and filmed independently by another observe r at a site 8 km west of the origina l spot, where it was last seen on 11 May. The deep blue-grey head w ithout crown streakin g, the absence of streak ing on the breast and the contrastin gly patterned upperparts are all features of a ma le. Most probably, the bi rd was a first-summer male, because of the pa ler chin and throat and white-t ipped inner median cove rts. The inner median coverts we re probably moulted during the post-juveni le mou lt and not replaced during the spring moult (thus relative ly old and bleached at the date of obse rvation), w hereas the outer median coverts, which were not mou lted during the post-juvenile moult, we re rep laced duri ng the sprin g moult (thu s re latively fresh and darker, especia ll y on the tips). CRETZSCHMAR'S BUNTING ON AMELAND IN MAY


Bruinkeelortolaan op Ameland in mei 1994 This is the second record for the Netherlands; the first concerned an immature female collected at Overveen, Noord-Holland, on 11 October 1859, which was one of only two autumn records in western Europe. The Ameland record was one of very few recent records in western Europe. Apart from the only two British records (males on Fair Isle, Shetland, Scotland, on 10-20 June 1967 and 9-10 June 1979), the only two Finnish records (a mal e at Lieksa, PohjoisKarjala, on 19 May 1981 , and an adult male at Kotka, Kymen Lääni, on 30 September 1990) and the single Swedish record (a singing mal e at Ottenby, Öland, on 29-30 May 1967), there seem to be no other recent records in western Europe. The 19th century records from Helgoland, Schieswig-Hoistein, Germany (9), and the Mediterranean coast of France (6+), where this species has not been found during the 20th century, indicate th at this species was a more frequent vagrant in the past.

Verwijzingen Blasius, R (redactie) 1906. Die ornithologischen Tagebücher, 1847-1887, von H. Gaetke. J Ornithol 54 suppl: 1-163. Breife, B, Hirschfeld, E, Kje llén, N & UIIman , M 1990. Sällsynta faglar i Sverige. Lund. Byers, C, Olsson, U & Curson, J 1995. Buntings and sparrows: a guide to the buntings and North Ameri-

can sparrows. Mountfield. Cramp, S & Perrins, C M (redactie) 1994. The birds of the W estern Palearctic 9. Oxford. Dubois, P J & Yésou, P 1992 . Les oiseaux rares en Fran ce. Bayonne. Dymond, J N, Fraser, PA & Gantlett, SJ M 1989. Rare birds in Britain and Ireland. Calton. Gätke, H 1900. Die Vogelwarte Helgoland. Braunsc hwei g. Heruitgave 1987. Harris, A, Shirihai, H & Christie, D 1996. The Macmillan birder's guide to European and Middle Eastern birds. Londen. van Ijzendoorn , E j, van der Laan, J & CDNA 1996. Herzienin g Nederlandse avifaunistische lijst 18001979: tweede fase. Dutch Birdin g 18: 157-202. Jännes, H , Nikander, P J & Numminen, T 1991. Rariteettikomitean hyväksymät vuoden 1990 harvinaisuushavainnot [Rare birds in Finland in 1990.] Lintumies 26: 241-262. [In Finnish .] Jonsson, L 1994. Vogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Baarn. Mikkola, K 1982. Rariteettikomitean hyväksymät vuoden 1981 harvinaisuushavainnot [Rare birds in Finland in 1981.] Lintumies 17: 161-174. [In Finnish.] Small, B 1992. Ageing and sexing of Ortolan and Cretzschmar's Buntings in the field. Birding World 5: 223-228.

Frank Klinge, Vendelier 57, 6866 EP Heelsum, Nederland Frans Buissink, Landenstraat 9, 1871 BX Schoorl, Nederland Enno B Ebels, Lessinglaan 11-2, 3533 AN Utrecht, Nederland

Winterwaarnemingen van Kwartels in Nederland Op 22 januari 1996 waren Rudy Offereins en Robert Keizer vogels aan het kijken in de noordelijke buitenhaven van Den Oever, NoordHolland. Het vroor die dag (-6 °C) en er waaide een krachtige oostenwind. In het buitendijkse slikkengebied werden in de zaadrijke riet- en zeeastervegetatie 40 Fraters Carduelis flavirostris, 10 Geelgorzen Emberiza citrinella en c 80 Rietgorzen E schoen ic/us aangetroffen. Bij het bekijken van de grote groep Rietgorzen werd de aandacht van RO getrokken door een metaalachtig, niet al te hoog kir-rrriet, rechts van hem. Hopende hierdoor de Sneeuwgors Plectrophenax nivalis aan de jaar/ijst te kunnen toevoegen , werd hij echter geconfronteerd met een hem niet bekend voorkomende, vrij kleine vogel, die snel van hem wegvloog. De vogel had enerzijds iets weg van een snip Callinago en anderzijds iets van IDutch Birding 19: 11-12, 1997]

een kleine ral Porzana . Na een korte rechtlijnige vlucht met snelle vleugelslagen landde de vogel c 100 m verder weer in de kniehoge vegetatie. Besloten werd de vogel opnieuw op te zoeken. RK stootte de vogel op c 2 m afstand op. Het was een Kwartel Coturnix coturnix! De snorrende vlucht, het kleine formaat, de bolle, compacte lichaamsbouw, het koppatroon, de gestreepte bovendelen en de effen, lichtbruine en relatief lange vleugels sloten alle andere Europese soorten uit. Bij het opvliegen werd weer het vluchtroepje kir-miet gehoord (cf Jonsson 1992). Voor beide vogelaars was het de eerste zichtwaarneming van deze soort. Het is niet helemaal uit te sluiten dat de vogel een uit gevangenschap ontsnapte Japanse Kwartel C japonica betrof. Deze kan in het veld alleen aan de zang worden onderscheiden van Kwartel. Een zingende Japanse Kwartel werd op 17 juli 1988 waargenomen in de Wieringermeer, NoordHolland (Klaas Eigenhuis pers meded). 11


Winterwaarnemingen van Kwartels in Nederland Het is opmerkelijk dat in de w inter va n 1995/96 ook eld ers in Noord-Europa Kwartels werden waa rgenomen, o nder meer in Cley NWT Reserve, Norfolk, Enge land, op 20-26 december 1995 (B irdin g World 8 : 445, 1995) en in H an ko, Finland, op 3- 17 december 1995 (B irdin g World 8: 450, 1995). Cramp & Simmons (1980) vermeIden dat Kwartels so ms noordelijk tot Duitsland, Groot-Brittanni ĂŤ en Ierl and overwinteren. In Nederland zijn de vo lgende waarnemingen in de periode december tot en met febru ari bekend: 24 december 1900, Dedemsvaart, Overijssel (Tij dschr Ned Dierk Ve r 7: 39, 190 1) 28 december 1949, Beesel, Limburg (K ist et al 1970) 13-14 januari 1945, Sint-Maarten, Noord- Ho ll and (Ardea 34 : 385, 1946) 1 feb ru ari 1947, Egmond aa n Zee, Noord-H o ll and (geva ngen en ee n dag later overleden) (Ardea 38: 6, 1950) december 1955 - 1 feb ru ar i 1956, De Braakman, Zee land (G ierva lk 51: 86, 196 1) 5 december 1959, Noordwijk, Zuid-Ho ll an d (Voge l jaa r 8: 16, 1960)

Daarnaast z ijn er late najaarswaarnemingen op 24 november 1951 bij Epse, Gelderland (Ard ea 40: 86, 1952, Limosa 34: 200, 1961 ; ni et 29 november, cf van den Bergh et al 1979) en op 30 november 1968 te Foc hteloo, Friesland (K ist et al 1970, va n der Pl oeg et al 1976) en is er een

geva l va n een roepende voge l al op 8 maart 1959 te Oosterhout, Noord-Brabant (Voge ljaar 7: 151 , 1959). Behalve deze waarnemingen zijn ons gee n Nederlandse wi ntergevallen va n Kwartels bekend. De voge l bij Den Oever zou hi ermee het derde geva l in j anu ari zijn en de zevende w interwaa rn em ing voor Nederland in de 20e eeuw.

Summary On 22 January 1996, a Q uail eatL/mix catL/m ix was observed at Den Oever, Noord-Ho ll an d, the Neth erland s. The six previous w inter records (December to Febru ary) published for the Netherlands are given as we il . Thi s is the third Janu ary reco rd for the Netherlands. There are also two December records in the w inter of 1995/96, in Britain and Finl and . WINTER RECORDS OF QUAIL IN THE NETHERLANDS

Verwijzingen va n den Berg h, L M J, Gerritse, W G, Hekkin g, W H A, Keij, P G M J & Kuyk, F (redactie) 19 79. Vogels va n de G rote Riv ieren . Utrecht. Cramp, S & Simm o ns, K E L (redactie) 1980. The birds of the Western Palearctic 2. Oxford . Jo nsso n, L 1992. Birds of Europe w ith North Afr ica and the Middle East. Londen. Kist, J, Tekke, M J & Voous, K H (redacti e) 1970. Av ifauna va n Nederland. Leiden. va n der Ploeg, D T E, de Jo ng, W, Swa rt, M J, de Vri es, J A, Westhof, J H P, Witteveen, AG & van der Veen, B 1976 . Voge ls in Friesland 1. Leeuwa rden.

Robert Keizer; Nobelweg 2, 6706 EW Wageningen, Nederland Rudy Offereins, Savornin Lohmanstraat 4, 9502 CG Assen, Nederland

Sperweruil in Brunssum in april 1995 op 2 april 1995 werd door Hans va n de Laa r ee n Sperweruil Surnia u/uia gez ien en gefotografeerd in Brunssum, Limburg (cf va n de Laa r 1995a b). De vogel werd rond 12 :00 ontdekt in een geb ied met bomen en struiken op ee n talud ac hter de Prins Hendrikstraat, de weg tussen Brunssum en Schinveld. De voge l werd opgemerkt dankzij het tumult van diverse soorten alarmerende zangvoge ls. Hij bleef tot c 16 :30 aa nwezig, stil z ittend op een zij ta k van een boom. De vo lgende besc hrijving is opgesteld aan de hand van notiti es en foto's va n Hvd L. GROOTTE & BOUW Uil ter grootte va n Bosuil Strix a lL/CO met small e, relatief lange staa rt. In v lu cht herin nerend aa n Sperwer Accipiter nisL/s, door lange staa rt

12

en korte, afgeronde vleugels. V leuge l punt tot bovenstaa rtd ekveren reikend. Relatief grote ronde kop. Korte, sterk gekromde snave l met zwaar bevederde basis. KOP Overwegend w it. Boven oog sma ll e zwa rte we nkbrauwstreep, ach ter oog verb redend en sc herp o mgeknikt naar beneden lope nd . Wenkbrauwstrepen ni et doorlopend en verbo nden boven snave l. Achte rkop zwa rt met kleine witte v lekj es, aa nsluitend op zwa rte mantel. Bove nkop op foto's li cht lijkend maar ni et goed zic htbaa r. BOVENDELEN Druk zwa rt met w it getekend . Mantel voor namelijk zwa rt tot zwartbruin met naa r ru g toe in o mva ng en aa ntal toenemende w itte vlekken. Sc houders grotendee ls wit door omvang en aa ntal w itte v lekken. W itte v lekken li chte V vo rmend op mantel. ONDERDELEN Li cht met grij ze dwarsbandering. VLEUGEL Bovenvleugel ove rwegend zwa rt. Dekveren zwa rt met op o nd erste dekveren li chte top pen. Terti als en handpenn en zwa rt met w itte dwa rsteken in g en small e lichte zoom aa n top. STAART Bovenstaartdekveren zwa rt met eni ge w itte

[Ou/eh Birding 19: 12-14, 1997]


5perweruil in Brunssum in april 7995

14· 15 Sperweruil / Hawk Owl Surn ia u/u/a, Brun ssu m, Limburg, 2 april 1995 (Hans van de Laar)

vlekking. Rest staart niet goed gezien. NAAKTE DELEN Iris lichtgee l. Snavel hoornkleurig tot geelachtig. Pootkleur niet gez ien. GE LU ID Geen ge luid gehoord. GEDRAG Eenmaal kort stukj e vliegend vanuit boom, vervolgens enkele uren sti l op tak zittend maar wel passerende voetgangers in gaten houdend . De determinatie was eenvoudig. H et formaat, het geheel zwa rt·w itte verenkleed, de overwegend witte kop met zwarte 'omlij stin g' va n het gez icht en zwa rte ac hterkop, de gebandeerd e onderde· len, de lange, small e staart en de ge li ge iri s slui· ten alle uilen behalve Sperweruil uit. De eni ge uil met een vergelijkbare tekening va n het gez icht is Ruigpootuil Aegolius funereus maar deze soort is kl ein er en bruiner, heeft geen dwarstekening op de onderdelen en heeft een vee l kortere staa rt (cf Cramp 1985, Jonsson 1994). Van de ni et·Europese uil en komt geen enkele soort voor verwarring in aan merkin g. Sperweruil is een broedvogel va n de boreale streken in grote delen va n Eurazië (5 u u/uia en 5 u tianschanica) en Noord·Amerika (5 u capa· roch). De di chtst bij Nederland ge legen broedge· bieden bevinden z ic h in Scandinavië. Zoals bij de meeste uilen uit noorde lijke streken is de po· pulatieomvang aa n sterke schommelingen onder· hevig, afhankelijk va n het voedselaa nbod (knaagd ieren). In relati e hi ermee treden perio· diek zuidwaartse verplaats ingen op, voo rn ame· lijk in de winter, soms met ee n invas ieac hti g karakter. In Europa z ijn waa rn em ingen van 5 u ulula bekend zuidelijk tot in Frankrijk, Zwit· ser land , Oostenrijk, voo rm al ig Joegoslavië en Roemenië. Er z ijn vier vo nd sten van 5 u capa· roch in het West·Palearctische geb ied, drie in

Groot·Brittannië (augustus, december en maart) en één op de Canari sc he Eilanden (najaar; Cramp 1985). 5 u ulula is li chter geteke nd dan de beide andere o nd ersoorten, met name op de o nderd e· len, bove n kop en achterkop. Op grond van de li chte bovenkop op de foto's lijkt het goed moge· lijk dat de voge l van Brunssum tot deze onder· soort behoorde . De Com missi e Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) heeft ec hter geen uitspraak gedaa n over de ondersoort (Gera rd Steinhaus pers meded). Deze waarneming werd aa nvaard door de CDNA en betrof het tweede geva l voo r Neder· land. H et geva l was extra bijzonder omdat het plaatsvond in een j aa r waa rin elders in Europa geen sprake was va n een invas ie. De eerste Sperweruil voor Nederland werd op 5 oktober 1920 verzame ld te Amerongen, Utrecht. De balg bevindt z ich in de co ll ectie va n het Nationaal Natuurhistorisch Museum (NNM) te Leiden, Zuid·Ho ll and (cf van den Berg 1984, plaat 21). Drie overige waarnemingen die in het verleden aa nvaard waren z ijn in het kader van de herz ie· ning va n de Nederl andse lij st afgevoerd (cf va n Ijzendoo rn et al 1996).

Summary HAWK OWL AT BRUNSSUM IN APRIL 1995 On 2 Ap ril 1995, a Hawk Owl Surnia u/u/a was observed and photographed by a single observer at Brunssum, Limburg, the Netherlands. The bi rd was found at noon and stayed until 16:30 the same day. It rested in a tree in a wooded area adjacent to suburban gard ens, not far from a public road. The identificatio n was based on the characteristic face pattern, upperpart coloration, barred underparts and long tail. Because of the pa le crown,

13


Sperweruil in Brunssum in april 7995 th e bi rd most probabl y belo nged to the no rthern Euras ian subspec ies 5 u u/u/a. This is the seco nd record fo r th e Netherlands . Th e first co ncern ed a bird co ll ected at A mero ngen, Utrec ht, o n 5 Octobe r 192 0.

Verwijzingen va n den Berg, A B 1984. In vas ie va n Sperweruil in westelijk Europa in herfst va n 1983. Dutch Bird in g 6: 23 -2 5. ( ramp, S (redacti e) 1985. The birds of the Western

Palea rctic 4. Oxfo rd. va n Ijzendoorn , E J, va n der Laa n, J & ( DN A 1996. Herz iening N ede rl and se Av ifauni sti sc he Lij st 18001979: tweede fase. Dutch Bird ing 18 : 157-2 02. Jo nsso n, L 1994 . Vogels va n Euro pa, Noord-Afrika en het M id den-Oosten. Baarn . va n de Laa r, H 1995a . DB Actuee l: Sperweruil in Brun ssum . Dutc h Birding 17: 132. va n de Laa r, H 1995 b. De Sperweruil te Brun ss um in april 1995 . Limbg Voge ls 6: 69 -70.

Hans van de Laa r, Doorvaartstraat 45a, 6443 AP Brunssum, Nederland Enno B Ebels, Lessinglaa n 17-2,3533 AN Utrecht, Nederland

Perzische Roodborst in Berkheide in juni 1995 o p 2 juni 1995 ontdekte j aa p Dijkhui zen om 07:00, toen hij door Berkh eide tu ssen Katwijk en Wassenaar, Zuid-Ho ll and , naar zijn w erk fi etste, een voor het duingebi ed o ngewone voge l. De voge l zat iets boven de grond in een struikj e en w as ongeveer zo groot als een Nach tegaa l Luscinia megarh ynchos, maar zag er qu a verenkl eed meer uit als ee n vrouwtj e Bl auwstaart Tarsiger cyanurus of Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus: oranj e flanken, grijsbruin e bovendelen en ee n witachti ge kee l. De vrij lange, zwa rte staart sloot beide soo rten ec hter uit en deed JO vermoeden dat het om een vrouwtj e Perz ische Roodborst /rania gutturalis ging (Dijkhuizen 1995). O md at JO geen tijd had om langer te blijven besloot hij in HotelOuinoord aa n de W assenaarse Sl ag RenĂŠ va n Rossum te bell en, waarn a hij doorfi etste naar Den H aag en telefonisc h Arj an va n Egmond op de hoogte stelde. Na overl eg met Arn o ld M eij er bes loot AvE de w aa rneming als 'vrij zeker' vi a het semafoon systeem bekend te maken. RvR ko n w egens tijd gebrek maa r korte tijd zoeken en moest zonder resultaat zijn zoekacti e staken, maa r waa rschuw de Bas va n der Burg di e toeva llig langsfi etste. Bvd B nam het zoeken ove r. Doo r het teru ggetrokken gedrag duurde het enige tijd voordat BvdB en AvE, die o ndertu ssen ook gea rriveerd w as, de voge l teru gvonden (JO had de exacte plek gemarkeerd met ee n bri efje in de duindoorns). Z ij bevesti gden de determin atie en gaven de waarn eming opni euw door via het semafoonsysteem. Enige t ijd later kwamen de eerste vogelaars aanrennen. Gedurende de dag hebben ruim 200 vogelaa rs de Perz isc he Roodborst gez ien. Rond het middaguur li et de voge l

14

zich vaa k lange tijd niet z ien, maar later op de dag begon hij w eer acti eve r te foerageren en kon hij vaa k langduri g op mee r open plekken w ord en bekeken. De vo lgende dag w erd de voge l niet mee r terru ggevo nden. Hij w as onge rin gd. De beschrij ving is gebaseerd op aantekeningen van BvdB en JO en op foto's va n Arnoud van den Berg en M arc Guyt. GROOTIE & BOUW O ngeveer zo groot als Nachtegaa l,

maa r met langere staa rt. O pgeri chte houdin g en vrij lange poten. Snave l vrij fors, lijsterac hti g va n vorm. KO P Overwege nd grij sbruin. Bove nko p met grij sbl auw waas onder bepaa lde li chtomstandi gheden. Kee l li chter (w it) en du idelijk afgetekend. Oorstreek gewo lkt en bruin er dan boven- en ac hterko p. Teuge l do nkerder grij szwa rt. Witte oog ring, ac hter en bove n oog b reder. Zee r dunne en we ini g o pva ll ende li chte we nkbrauw stree p all ee n voor oog, doo rl o pend tot aa n snave l. BOVEN D ELEN Ru g grij sbruin, als bove nko p, met grij sbl auw waas o nd er bepaa ld e li chto msta ndi gheden. Scho uder iets li chte r dan rug, maa r enke le sc ho ud erveren met iets donkerder bruin ce ntrum . Stuit en bove nstaa rtd ekveren als rug, m aa r buitenste rij bove nstaa rtdekve ren met iets bruiner centru m, zoa ls so mmi ge sc ho uderve ren . ONDE RDE LEN Borst grij sb ruin als bovend elen. Buik grij s gewolkt met li chto ranj e o ndergrond . Fl ank o pva llend o ranj e, doorl o pend tot o p z ijbo rst. O nd erbuik, anaa lstreek en o nd erstaa rtd ekveren w it. V LEUGEL Bruiner en do nkerd er dan ru g, met zeer dunne li chte vee rranden. Handpennen en bovenv leugeldekveren met lichtbruine top. A rmpennen met kl eine li chte to p. Duimvleugel zwa rt. STAA RT Donker bruin zwa rt. NAAKTE DELEN Oog donker (bruinzwa rt). Snave l en poot zwa rt. GEL U ID N iet gehoo rd. GEDRAG Erg 'skulkend', som s ee n uur lang ni et te z ien. M eestal o p gro nd, maa r so ms eve n bovenin duindoo rn of o p prikkeldraad. M eestal foe rage rend o p za nderige plaatsen tu sse n of in d irecte nabijh eid va n di chte duin-

[Dutch Birding 19: 14-16, 19971


Perzische Roodborst in 8erkheide in juni 7995

16 Perzische Roodborst / White-throated Robin Irania gutturalis, Berkheide, Wassenaar, 2 juni 1995 (Arnoud B van den Berg)

17 Perzische Roodborst/ White-throated Robin Irania gutturalis, Berkheide, Wassenaar, 2 juni 1995 (Marc Guyt)

doorn. Soms even zonnend op takje net boven grond. Vaak 'roerend' met staart en deze vaak opgericht houdend. RUI & SLEET Geen duidelijke tekenen van rui of sleet. Vleugelveren mogelijk met enige sleet vanwege enigszins bruinige handpennen. Geen beschadigingen aan vleugels, staart of poten. Snavel zonder vergroeiing.

De lichte randen aan de vleugel(dek)veren, de lichte toppen aan de handpennen, de bruine gewolkte wang en de grijs gewolkte borst op een oranje ondergrond wijzen op een vogel in eerste zomerkleed. Ook de mogelijk enigszins gesleten en bruinige handpennen wijzen op dit kleed. Perzische Roodborst broedt van Turkije oostwaarts tot Noord-Irak, Iran, Kirgizië en Rusland, en overwintert in Oost-Afrika, voornamelijk in Kenia en Tanzania (Evans 1994). In Europa is de soort een zeldzame dwaalgast met ten minste 18 gevallen: Cyprus (6; A ESadier in litt), Griekenland (mei 1966), Groot-Brittannië (juni 1983, mei 1990), Nederland (november 1986, juni 1995), Noorwegen (mei 1981, augustus 1989) en Zweden (juni-juli 1971, mei 1977, mei 1981, mei 1986, mei 1989, augustus 1995) (de Heer 1989, Breife et al 1990, Lewington et al 1991 , Evans 1994, Gantlett 1996). Dit is het tweede geval van Perzische Roodborst voor Nederland. Het eerste betrof een mannetje op 3-4 november 1986 te Maasland, ZuidHolland (de Heer 1989).

Perzische Roodborst is bijna niet te verwarren met een andere soort. De enige waarmee verwarring zou kunnen ontstaan zijn Blauwstaart en Gekraagde Roodstaart. Een vrouwtje Blauwstaart heeft ook oranje flanken en een lichte keel. Een vrouwtje Gekraagde Roodstaart heeft echter een roestrode, en een vrouwtje Blauwstaart een blauwe staart. Vale lijster Turdus obscurus, die ook oranje flanken heeft, is duidelijk groter en heeft behalve oranje poten en een lichtbruine staart een meer uitgesproken koptekening. Het ontbreken van zwarte wangen, de tot de flanken beperkte oranje kleur en de grijsbruine bovendelen passen alleen op een vrouwtje. Het bepalen van de leeftijd is lastig. Svensson (1992) geeft als kenmerken voor een vrouwtje in eerste zomerkleed bruine gesleten handpennen en lichte toppen aan een individueel variërend aantal grote dekveren, tertials en handvleugeldekveren (dit zijn ongeruide veren uit het eerste winterkleed) . De lichte toppen aan de ongeruide veren zijn in het voorjaar door sleet echter nog maar moeilijk te zien (Lewington et al 1991). Cramp (1988) geeft als verdere kenmerken voor dit kleed een grijscrème gewolkte wang, zijhals en borst. Ook deze kenmerken worden in het voorjaar steeds onduidelijker.

Summary 1995 On 2 June 1995, a White-throated Robin Irania gutturalis was present in Berkheide, between Katwijk and Wassenaar, Zuid-Holland, the Netherlands. Because of the grey-brown upperparts and the absence of black cheeks it was identified as a female. The pale tips to the wing-coverts, the slightly worn primaries and the greyish-cream mottled cheek, side of neck and breast indicated that it could be a first-summer. This is the second record for the Netherlands. The first was a male at Maasland, Zuid-Holland, on 3-4 November WHITE-TH ROATED ROBIN IN BERKHEIDE IN JUNE

15


Perzische Roodborst in Berkheide in juni 1995 1986. In western Europe, th ere are reco rds from Britain (2), the Netherlands (2), Norway (2) and Sweden (6), mostly in May-June.

Verwijzingen Breife, B, Hirschfeld, E, Kjellén, N & UIIman, M 1990. Sällsynta faglar i Sverige. Var Fagelvärld supplement 13. Lund. Cramp, S (redactie) 1988. Th e birds of the Western Palearctic 5. Oxford. Dijkhuizen, J 1995. Perzische Roodborst, alweer een spectakel. Duinstag 10 (2): 20-23.

Evans, L G R 1994. Rare birds in Britain in 1800-1 990. Little Chalfont. Gantlett, S 1996. 1995: the Western Palearctic year. Birding World 9: 21-36. de Heer, P 1989. Perzische Roodborst te Maasland in november 1986. Dutch Birding 11: 105-107. Lewington, I, Aiström, P & Colston, P 1991. A field guide to the rare birds of Britain and Europe. Londen. Svensson, L 1992. Identification guide to European passerines. Vierde druk. Stockholm.

jaap Dijkhuizen, Bestevaerweg 37, 2225 PB Katwijk, Nederland Arnold W j Meijer, Secr Varkevisserstraat 54, 2225 LE Katwijk, Nederland

Red-eyed Vireo at Taragona, Spain, in October 1995 On 19 October 1995, Xavier Jiménez found the corpse of a bird in a street in the city of Tarragona, Tarragona, north-eastern Spain (41 :07 N, Ol :15 E), near the river Francolf. The bird had died only recently and was without any apparent injury, and was thought to have been killed by a collision with a car or window. It was a small passerine unfamiliar to XJ, and was later identified as Red-eyed Vireo Vireo o/ivaceus. The skin is conserved at the Museu de Zoologia at Barcelona, Barcelona, Spain (collection number 95-0833). 18 Red-eyed Vireo / Roodoogvireo Vireo olivaceus, Tarragona, Tarragona, Spain, 19 October 1995 (Raü/ AymO

Similar to that of Blackcap Sylvia atricapilla. HEAO Crown uniformly grey from forehead to nape with conspicuous white supercilium recalling that of Moustached Warbier Acrocephalus me/anopogon, with upper margin blackish, darker than crown and cJ ea rly delimiting supercilium and crown. Ear-coverts green, duller than upperparts. Lore brown, not distinct. Chin and throat white with some greyish hue. UPPERPARTS Uniformly olive-green without any evident contrast between back, scapulars, rump and uppertailcoverts. UNDERPARTS Mainly white with only very fine diffuse green pale band on upper breast; central undertailcoverts pale yellow. WING Remiges dark brown-grey with narrow whitish tips and green edges. Upperwing-coverts with browngrey centre and broad olive-green edge, appearing uniformly olive-green, similar to upperparts, though more brown-grey. Underwing-coverts pale green. TAll Dark brown-grey. BARE PARTS Iris reddish brown. Bill blackish, lower mandible pinkish at base and greyish at tip. Tarsus and foot grey, similar to those of Great Tit Parus major. BIOMETRICS Wing (maximum chord) 81 mmo P8 (counted from inside) 62 mmo Tail 53 mmo Bill (to skull) 19 mm; culmen 12.7 mm; bill depth 4.2 mmo Tarsus 17.9 mmo Wing-formula: p8 longest, p9 3 mm shorter, p7 1.5 mm, p6 4.5 mm, p5 10 mm, p4 14.5 mm, p3 17 mm, p2 20 mm and pl 23 mm shorter; plO 7 mm shorter than longest upper primary covert and 54.5 mm shorter than p8; outer web of p6-8 emarginated; inner web of p7-9 notched; notch on p9 18.4 mmo SIZE

Identification as Red-eyed Vireo was straightforward. The rather similar Philadelphia Vireo V philadelphicus could be excluded because of the blackish upper margin to the white supercilium and the whitish (not yellow) underparts

16

[Dutch Birding 79: 76-77, 7997[


Red-eyed Vireo at Taragona, Spa in, in October 1995 (Lewington et al 1991, Bradshaw 1992, Cramp & Simmons 1994). Because of the fresh plumage and the brown iris colour, the bird was identified as a first-year (cf Pyle et al 1987) . The head pattern with marked supercilium and the white underparts fit the subspecies V 0 olivaceus from northern and eastern North America. Birds from north-western USA are often considered as separate subspecies V 0 caniviridis; these birds are paler with a less obvious supercilium; the validity of this subspecies is, however, often debated (Cramp & Perrins

1994) . Red-eyed Vireo is a rare vagrant in Europe (Lewington et al 1991), but it has appeared rather regularly, especially in Britain and Ireland with 79 records up to 1994 (Rogers & Rarities Committee 1995) and c 26 reported in 1995 only (of which 50 far 10 have been accepted for Great Britain, cf Rogers & Rarities Committee 1996). It has also been recorded in Belgium (1), France (4), Germany (1), Iceland (4+), Malta (1) and the Netherlands (5), with notabie influxes in some years (Cramp & Perrins 1994; Dutch Birding 17: 271, plate 254, 1995, 18: 277, 280, plates 266267, 1996; Birding World 9: 33, 1996). Furthermore, it has been recorded in Morocco. This is the first record of Red-eyed Vireo for Spain. lts occurrence in October fits the pattern of nearly all European records (SeptemberOctober) and coincides with the normal autumn migration period of the species (C ramp & Perrins 1994, Remsen et al 1996). The locality of this record in north-eastern Spain, an area where few North American vagrants have turned up, may raise questions about its origin. However, Red-eyed Vireo is not quoted in the lists of species commonly imported for trade (eg, Clement & Gantlett 1993). Moreover, the individu al showed no signs of captivity, judging by th e state of the plumage and bare parts. Also the fact that it was a first-year makes an origin from captivity less likely. Another possible expl anation might be that its arrival from North America was assisted by a ship. We investigated ship arrivals to Tarrago na, where commercial trade with North America is

frequent, especially including import of cereals (Zea mays and Sorghum vu/gare). On 3, 8 (two) and 11 October 1995, four ships arrived from the USA, perhaps supporting the possibility of shipassistance. The role of ship-assistance to migrant North American passerines and its inc idence in European records has frequently been discussed (eg, for Dark-eyed Junco junco hyemalis; Erritz0e & Svenningsen 1996) and should be taken into account when assessing transatlantic vagrants near harbours, espec ially away from the Atlantic coast. Nevertheless, the high influx of Red-eyed Vireo in Europe during the autumn of 1995, as weil as the report of a second record for Spa i n only a few days after the first, on 25 October 1995 in a garden near Elche, Alicante (Spa nish rarities committee pers comm), seem to confjrm a genuine vagrancy. Also the record of Yellowbilled Cuckoo Coccyzus americanus on Mallorca, Balearic Isl ands, on 28 October 1994 indicates the vagrancy potentialof Nearctic migrants for Spain. We are grateful to the Autoritat Portuaria de Tarragona for providing information on ship arrivals in the Tarragona port. Andy Elliott checked and improved the English . References Bradsh aw, C 1992. Th e id entification of vireos in Britain and Europe. Birding World 5: 308-311. Clement, P & Gantlett, 5 1993. Th e origin of species. Birding World 6: 206-213. Cramp, 5 & Perrin s, C M (ed itors) 1994. The birds of the Western Palearcti c 8. Oxford. Erritz0e, J & Svenningsen, H 1996. Dark-eyed Junco in Denmark in December 1980 and review of record s from Europe and Greenland. Dutch Birding 18: 1-5. Lew ington, I, A iström, P & Colston, P 1991. A fi eld gu ide to the rare bird s of Britain and Europe. London . Pyle, P, Howe ll, 5 N G, Yunick, R P & DeSante, D F 1987. Identification guide to North American passerin es . Bolinas. Remsen, J V Jr, Cardiff, W 5 & Dittmann, D L 1996. Timing of mi gration and status of v ireos (Vi reo nidae) in Louisiana. J Field Ornithol 67: 119-140. Rogers, M J & Rarities Committee 1995 , 1996. Report on rare birds in Great Britain in 1994, 1995. Br Birds

88 :49 3-558; 89:481-531.

Raü/ Aym/, Grup Cata/à d 'A nellement, Museu de Zo%gia, Apartat 593, Parc de /a Ciutadella, 08080 Barce/ona, Spain Xavier jiménez, Ba/mes 22 2n, 43204 Reus, Spain

17


Varia

------------------------------------------------------------------~

'Basalt Wheatear' In the black basa lt desert of southern Syri a and no rth-eastern Jorda n, the I ittle know n 'Basa lt W heatear' occu rs. Fo ll ow in g its d iscove ry in 1965 (Wa ll ace 1983ab), it was identified as Vari ab ie (or Eastern Pi ed) Wh eatea r Oenanthe pica ta opistholeuca, but it is now ge nerall y regarded as a bl ack morph of the M iddl e Eastern subspec ies of Mourning W heatea r 0 lugens lugens (Cramp 1988). Basa lt W heatea r is almost full y sooty bl ack (pl ate 19-20) . However, as in almost all oth er spec ies of w heatear, it shows a w hite lower rump, upperta il-coverts and tail wi th a black T-shaped tail-band . The undertail-coverts and vent are also w hite, unlike th e typi ca l (bl ackand-w hite) morp h of M ourning Wh eatea r, in w hic h th ese pa rts are ora nge-pink (p late 21). In commo n w ith the typ ica l mo rph, Basalt Wh eatea r shows an obvio us, but slightl y less extensive, w hite w ing-panel in fli ght (Andrews 199 4, Tye 1994; pers obs). Thi s w in g-panel co nsists of braad w hite frin ges to almost two-thi rds of th e

inner webs of the prim aries and secondaries. Other d iffe rences w ith th e typi ca l mo rph incl ude th e bl ac k upper rum p and slightl y w ider ta ilband (Andrews 199 4). Basa lt W heatea r resembies a small Bl ack W heatear 0 leucura o r immatu re W hite-crowned Black W heatea r 0 leucopyga, although in fli ght it is eas il y identified by the w hite w ing-panel. Basa lt W heatear is furth er distin gu ished from Whi te-crawned Blac k W heatea r by the all-black be ll y; th e w hite of the vent does not reach the legs. Confusion could also ari se w ith th e subspec ies 0 p opistholeuca of Vari ab ie W heatea r, but the w hite w ing-panel of Basa lt W heatear should clin ch its ident ifica tio n. The w ing-pa nel was, however, ove rl oo ked by th e di scoverers; hence their initi al identif ication as Vari ab ie W heatea r (cf Wall ace 1983 b). A few bird s of th e typ ica l morph of Mourning W heatea r have been seen w ithi n th e breed ing range of Basa lt Wh eatea r, although they are very sca rce in the basa lt desert (Andrew s 199 4). The typ ical morph no rm all y prefers chal k cl iffs and shrubl and (W all ace 1983 b). Cramp (1988) men-

19 ' Basa lt W heatea r' (bl ack morp h of M idd le Eastern subs pec ies of Mourn ing W heatear) / ' Basa lttapu it' (zwarte

vo rm va n M idden-Oosteno ndersoo rt va n Ro uwtap ui t) Oenanthe lugens lugens, As Safaw i, Jo rd an, 7 Ap ril 1996 (Rona id de Lange)

18

IDu/eh Birding 19: 18- 19, 1997[


Varia

20 'Basalt Wheatear ' (b lack morph of M iddle Eastern subspecies of Mourning Wheatear) / 'Basalttapuit' (zwarte vorm van Midden-Oostenondersoort van Rouwtapuit) Oenanthe lugens lugens, east of As Safawi, Jordan, January 1991 (Jan J Andrews) 21 Mourning Wheatear) / Rouwtapuit Oenanthe lugens lugens, typical morph, Petra, Jordan, Apri I 1996 (Ronaid de Lange)

tions three cases of mixed pairing between both morphs and, consequently, cons iders Basalt Wheatear to be a morph of the subspecies 0 I lugens of Mourning Wheatear. Andrews (1994) did not observe any mixed pairs or intermediate individua ls and argues that mixed pairs are probably rare. The marked differences in habitat choice and plumage (including the white vent and the black upper rump), as we il as the apparent absence of frequent mixed pairing (although this may be largely explained by the scarcity of the typical morph in the basalt desert), all indicate that Basalt Wheatear may be more than just amorph. Perhaps only DNA-studies w ill reveal its true taxonomical status. Basalt Wheatear is patchily distributed in the area of basalt. A good spot in Jordan to see these interesting birds is near the town of As Safawi along the road from Azraq to Iraq, about 100 km east of Azraq. Here they are rather easy to find, often perched on electricity poles or basalt rocks just next to the road. It seems unlikely th at Basalt Wheatear often occurs outs ide the basalt desert.

There are a few records just south of it (C l arke 1981, Andrews 1994), whi le two vagrants were reported in the Arava Valley, Israe l, on 23 December 1994 (S hirih ai 1996). We want to thank lan Andrews for commenting on a first draft of this note. References Andrews, I J 1994. Description and status of the black morph Mourning Wheatear Oenanthe lugens in Jordan . Sandgrouse 16: 32-3S. Clarke, J E 1981. The occurrence of Strickland's Wheatear in Jordan. Sandgrouse 2: 98-99. Cramp, S (editor) 1988. The birds of the Western Palearctic 5. Oxford. Shirihai, H 1996. The birds of Israel. London. Tye, A 1994. A description of the Midd le Eastern black morph of Mourning Wheatear Oenanthe lugens from museum spec imens. Sandgrouse 16: 28-31 . Wa ll ace, 0 I M 1983a. The breeding birds of the Azraq oasis and its desert surround, Jordan, in the mid1960s. Sandgrouse 5: 1-18. Wallace, 0 I M 1983b. The first field identification of the Eastern Pied Wheatear in Jordan. Sandgrouse 5: 102-104.

Roland van der Vliet, Oosterdorpsstraat 89, 3877 AC Hoevelaken, Netherlands Ronaid de Lange, Oude Boteringestraat 31 C, 9712 GC Groningen, Netherlands 19


Mystery photographs

58

Mystery photograph 58 (Dutch Birding 18: 317, 1996, repeated here as plate 22) clearly shows a Sterna tern. At first glance, the underparts look darker than in Common Tern S hirundo and the underwing pattern does not really fit the classic look of that species . Furthermore, the dark grey axillaries seem wrong for Common. Using standard references, several characters seem to fit White-cheeked Tern S repressa better than Common, especially the underwing pattern and the contrast between the lesser coverts and the paler mid-wing panel. A closer look, however, will prove that something is wrong for White-cheeked. The inner primaries are paler, isolating the dark trailing edge to the outer primaries, and the secondaries are clearly paler than the dark trailing edge to the primaries. In White-cheeked, the secondaries and inner primaries are - at most - a trifle paler than the dark edge of the outer primaries, thus creating a more complete and evenly dark trailing edge to the whole underwing. Note that the dark trailing edge to the outer primaries is clearly set off from the paler inner primaries in the photograph, a pattern that would be more diffuse in even the palest White-cheeked. Many Whitecheekeds also show a more irregular black trailing edge to the outer primaries: very narrow on outer primaries but broader on inner, dark-tipped

ones. On photographs it can be seen that th e black outer web of the outer primary and th e black trailing edge to the wing-tip itself are equalIy broad. In Common, the dark trailing edge is always broader than the dark outer web of the outer primaries, as is clearly visible in plates 22-23. Checking the upperparts (plate 23) proves that this bird is not a White-cheeked but an unusually well-marked Comman. The rump and uppertail are white, contrasting clearly with the grey back and upperwings, whereas in White-cheeked , the rump and tail are concoiorous with the back: the most important character to look for! Before claiming an out-af-range White-cheeked (there is a rejected report in May 1989 from Kent, England (Birding World 2 : 173-174, 1989, Br Birds 88: 558, 1995) and there are reports of unusually dark-patterned Cam mans from the USA (Claudia Wilds in litt)), a detailed and prolonged check of the upperpart pattern is absolutely necessary. Of less value here are the head and bill pattern , which in many White-cheekeds very closely resembie Common, although Whitecheeked on average shows a langer and more drooping bill. Note that the throat is white in the bird in the photographs, thus not creating the white-whiskered look typical of White-cheeked (and Arctic Tern S paradisaea) .

Klaus Mailing O/sen, Cartnerivej 3, 1, 2100 KRJbenhavn 0 , Denmark

22-23 Comman Tern / Visdief Sterna hirundo, Eemshaven, Groningen, Netherlands, June 1995 (Peter Prins)

20

[Dutch Birding 19: 20, 1997]


CSNA-mededelingen Duteh avifaunal list: taxonomie changes in 1977-97 This report, the first since the reinstatement of the Dutch committee for avian systematics (CSNA) in late 1996 (Dutch Birding 18: 340, 1996), summarizes recent taxonomic decisions affecting the Dutch avifaunal list. Although most decisions resulted in a change with respect to current taxonomic practice, changes affecting the Dutch list that were not adopted are also included. For the sake of completeness, the present list includes a number of previously adopted changes since Voous (1977). Species limits adopted here are consistent with a phylogenetic approach to species-level taxa (Zink & McKitrick 1995). Each species recognized in the present report is diagnosably distinct from other species and their status as independent taxonomic units is supported by multiple qualitative characters . For most of the newly recognized species, evidence is available showing these taxa to be reproductively isolated from their closest relative and they can, therefore, be regarded as specifically distinct under the Biological Species Concept as weil (Mayr 1996). However, since taxonomic decisions under the Biological Species Concept require assumptions about the possibility that the relevant populations will ultimately fuse into a single population (cf Mayr 1982, 1996), the CS NA is reluctant to use the Biological Species Concept as the framework for the delimitation of bird species and has adopted a more cautious phylogenetic approach to delimit species. This emphasizes status as distinctive taxa rather than the potential (in)ability of species to interbreed and fuse. Since Voous (1977), 13 species have been added to the Dutch list because of taxonomic separation from 'polytypic' species, viz, Balearic Shearwater Puffinus mauretanicus (adopted in 1995), Bewick's Swan Cygnus bewickii (1997), Tundra Bean Goose Anser serrirostris (1997), Pale-bellied Brent Goose Branta hrota (1997), Black Brant B nigricans (1997), Black Scoter Me/anitta americana (1989), Pacific Golden Plover P/uvialis fu/va (1984), Yellow-Iegged Gull Larus cachinnans (1980), Rock Pipit Anthus petrosus (1980), Hume's Warbier Phyl/oscopus humei (1988), Eastern Bonelli's Warbier P orientalis (1996), Iberian Chiffchaff P brehmii (1994), Steppe Grey lDutch Birding 79 : 27 路28, 79971

Shrike Lanius pal/idirostris (1997) and Hooded Crow Corvus cornix (1997). Five species have been separated from an extralimital form, viz, Greater Flamingo Phoenicopterus roseus (1997) , Steppe Eagle Aqui/a nipa/ensis (1987), Macqueen's Bustard Ch/amydotis macqueenii (1997), Blue-cheeked Bee-eater Merops persicus (1987) and Richard's Pipit Anthus richardi (1987). Four species have become monotypic due to the elevation of extralimital taxa to species status, viz, Velvet Scoter Me/anitta fusca (1994), Pallas's Warbier P proregu/us (1990), Myrtle Warbier Oendroica coronata (1997) and Baltimore Oriole Icterus ga/bu/a (1995). In line with phylogenetic theory and methodology (Hennig 1966, Wiley 1981, de Queiroz & Gauthier 1992), two basic rules are applied for the recognition of higher taxa (ie, taxa above the level of species): 1 higher taxa are named clades and, therefore, represent monophyletic groups of species or less inclusive clades; hence, higher taxa are delimited on the basis of common ancestry rather than on shared sets of characters; 2 phylogenetic knowledge should be expressed as accurately as possible in nomenclature. As a consequence of the first rule, para- and polyphyletic taxa should be abandoned. This has resulted in the recognition of Casmerodius for Great White Egret Ca/bus and Mergel/us for Smew Ma/bel/us. The second rule implies that adjustments to the present system should be enacted when improved phylogenetic knowledge becomes available. More detailed knowledge of the relationships among cormorants and shags, gannets and boobies, dabbling ducks and the skuas has resulted in the recognition of four additional genera, Stictocarbo, Morus, Mareca and Catharacta. Generally, established usage is maintained unless alternative hypotheses are better supported. As a consequence, Wilson's Phalarope Pha/aropus tricolor is not placed in Steganopus and Ce/oche/idon is not included in Sterna. Attempts are made to prevent the recognition of higher taxa (eg, genera) that are not or only weakly supported by phylogenetic analyses . This has resulted in the inclusion of Chettusia in Vanel/us and Tachymarptis in Apus. Due to limitations of space, the present report only includes a brief summary of the rationale for the decisions taken by the CSNA. A more extensive and explicit motivation for the recognition of 21


CSNA-mededel ingen the species taxa and higher taxa (genera) listed here is in preparation for publication in Dutch Birding and Ardea, respectively. It should be emp hasized that avian taxonomy is currently in a process of transition. Processbased definitions of species-level taxa, emphasizing reproductive abi lities, are gradually replaced by pattern-based (phylogenetic) definitions and character-based definitions of higher taxa are replaced by phylogenetic (ancestry-based) definitions. Therefore, more taxonomie adjustments are likely to follow. In the absence of a fully documented system of phylogenetically defined species level taxa, the CS NA continues to use subspecific names to denote the likely geographie origin of (migrant) populations occurr ing in the Netherlands. Differences with respect to the relevant subspecies names adopted by BOU (1992) are Iisted in table 1 . Decisions are eith er based on unanimous vote or supported by all except one committee member (indicated with '). In addition to those already adopted, decisions presented here will be used in Dutch Birding from th e first issue of volume 19 (1997). Puffinus maurefanĂ&#x17D;cus (Balearic Shearwater / Vale Pijl-

stormvogel)

classification proposed by Siegel-Causey (1988), recognizing nine genera, better represents the phylogeneti c relationships of the cormorants and shags than the current inclusion of all spec ies in a sin gle genus Phalacrocorax (cf Bourne & Casement 1996).

Casmerodius a/bus (Great White Egret / Grote Zilver-

reiger) Phylogenetic ana lyses based on morphology and DNADNA hybridization (Payne & Risley 1976, Sheldon 1987, Sheldon et al 1995) indicate that Great White Egret is not closely related to the Egretta clade and instead suggest a closer relationship with Bubu/cus and Ardea. However, given the unresolved relationships between Great White Egret, Bubu/cus and Ardea, we believe that the inclusion of Great White Egret in Ardea (eg, AOU 1995, BOURC 1997) is premature. Until the relationships of Great White Egret are better understood, we prefer to place it in a monotypic genus Casmerodius (cf Insk ipp et al 1996).

Phoenicopferus roseus (Greater Flamingo / Flamingo) Greater and Caribbean Flamingo P ruber are spec ifi ca lIy distinct (cf Hazevoet 1995), based on qualitative differences in plumage and bill pattern. Cygnus co/umbianus (Whistling Swan / Fluitzwaan) Cygnus bewickii (Bewick's Swan / Kleine Zwaan) Whistling and Bewick's Swan are specifica ll y distinct (cf Stepanyan 1990, Gantlett et al 1996), based on qualitative differences in morphology (Livezey 1996).

Puffinus puffinus (Man x Shearwater / Noordse Pijl-

stormvogel) Balearic Shearwater is specifically distinct from Manx and Yelkouan Shearwater P yelkouan, based on analyses of qualitative morphological characters and phylogenetic analysis of mitochondrial DNA (Wa lker et al 1990, Altaba 1993, Austin 1996; cf McMinn et al 1990). The recent discovery and subsequent description of two extin ct shearwaters, Hole's Shearwater P ho/eae Walker et al 1990 and Olson's Shearwater P olsoni McMinn et al 1990, which occ urred sympatr ica ll y in the eastern Canary Islands, casts doubt on the alleged sister relationship (and conspecificity) of Balearic and Yelkouan Shearwater (A ltaba 1993, in prep). It has been suggested th at Balearic Shearwater may actually be more closely related to Hole's Shearwater than to Yelkouan Shearwater (Wa lker et al 1990) .

Morus bassanus (Northern Gannet / Jan-van-gent) Phylogenetic relationships among Su lid ae (eg, Warheit 1992) are best represented w ith the recognition of Morus for the gannets, Papasu/a for Abbott's Booby P abbotti and Sula for the remaining boobies (cf Olson 1985, Olson & Warheit 1988, van Tets et al 1988, AOU 1989, Sibl ey & Monroe 1990, Warheit 1992). Sticfocarbo arĂ&#x17D;sfofelis (Shag / Kuifaalscholver)' A phylogenetic analysi s of morphological characte rs (S iege l-Causey 1988) indicates nine major clades among the cormorants and shags. We believe that the

22

Anser {aba/is (Taiga Bean Goose / Taigarietgans) Anser serrirosfris (Tundra Bean Goose / Toendrariet-

gans) Taiga and Tundra Bean Goose are spec ifi cally distinct from each other and Pink-footed Goose A brachyrhynchus; each taxon represents a diagnosably distinct and reproductively isolated population (Sangster & Oreel 1996) and (*) is considered monotypic.

Branfa bernicla (Dark-bellied Brent Goose / Rotgans)' Branfa hrofa (Pale-bellied Brent Goose / Witbuik-

rotgans)' Branfa nigricans (Black Brant / Zwarte Rotgans)' Dark-bellied and Pale-bellied Brent Goose and Black Brant are specifica ll y d istin ct (cf Mi llington 1997), based on ove rl apping breeding ranges of Pale-bellied Brent Goose and Black Brant in arctic Canada (eg, Gavin 1947, Handley 1950) and segregation of Darkbe ll ied and Pa Ie-bel I ied B rent Goose wi nteri ng in the Netherlands and Denmark (eg, Lambeck 1981). The al leged hybrid orig in of ' intermediate' populations in centra l arctic Ca nada, wh ich formed the basis for including Pale-bellied Brent Goose and Black Brant, alo ng w ith Dark-bellied Brent Goose, in a single species (Delacour & Z imm er 1952; cf Auk 61 : 443, 1944), has been falsified by genetic analys is (S hields 1990).


CSNA-mededel i ngen Mareca pene/ope (Eurasian Wigeon / Smient) Mareca americana (American Wigeon / Amerikaanse Smient) Mareca fa/cata (Falcated Duck / Bronskopeend) Mareca strepera (Gadwall / Krakeend) Phylogenetic analyses based o n mitochondrial DNA and morphology (Kess ler & Av ise 1984, Li vezey 199 1) provide stro ng suppo rt for two majo r clades w ithin th e dabblin g du cks traditionally includ ed in Anas (cf Omland 1994): 1 a clade fo rmed by Cape Tea I M capensis, the w igeons, Falcated Du ck and Gadwall; and 2 a clade form ed by the remainin g spec ies. We ado pt th e class ifi cation of Li vezey (1991) in w hi ch the members of th e former clade are pl aced in M areca and th e rem ainin g spec ies in Anas. Current know ledge of the phylogenetic relati o nships of dabbling ducks is better represented w ith the recognition of two genera than w ith the placement of all spec ies in Anas. Me/anitta nigra (Common Scoter / Zwarte Zee-eend) Me/anitta americana (Black Scoter / Amerikaanse Zeeeend) Commo n and Black Scoter are specifi ca ll y distinct (cf Dutch Birding 11: 21-2 2, 1989), based on qu alitative differences in morpho logy (cf Stepanyan 1990, Li vezey 199 1, Gantlett et al 1996). Me/anitta fusca (Velvet Scoter / Grote Zee-eend) Velvet and White-winged Scoter M deglandi are spec ifi ca ll y distinct (cf Stepanyan 1990, va n den Berg & Bosman 1994), based on qualitative differences in morphology (Li vezey 1991 ); as a consequence, Velvet Scoter is co nsidered monotypic (co ntra BOU 1992) . Mergel/us a/bel/us (Smew / Nonnetje) [Lophodytes cucul/atus (Hooded Merganser / Kokardezaagbek)] A phy logenetic analys is based o n mo rphol ogy (Li vezey 1995) indi cates th at Smew is more closely rel ated to th e gold eneyes Bucephala than to the merga nsers Mergus. Because the in clu sion of Smew in Mergus wou ld render Mergus po lyph y leti c, we adopt Li vezey's (1995) c lass ifi catio n and pla ce Smew in a mon otyp ic genu s Mergel/us (cf AOU 1983). We place Hooded Merganser in the monotypic genu s Lophodytes to indi cate its basal position amon g th e mergansers (cf AOU 1983, Li vezey 1995). The latter spec ies is frequ en tl y reco rded in th e Netherlands but reco rd s are considered to refer to escapes from ca ptivity. Hooded M erganse r, th erefore, is not formally admitted to th e Dutch li st. Aquila nipa/ensis (Steppe Eagle / Steppearend) Steppe and Tawny Eag le A rapax are specifically di stin ct, based on qu alitati ve morphologica l differences (Broo ke et al 1972, Clark 1992, Olson 1994; cf va n den Berg 1987) . Ch/amydotis macqueenii (Macqueen's Bustard / Oostelijke Kraagtrap) Macqueen's and Houbara Bustard C undulata are specifi ca ll y distinct, based on qualitative differences in

courtship behaviour and genetic analys is (Gra njon et al 1994, Gaucher et al 1996; cf Sangster 1996).

P/uvialis dominicus (American Golden Plover / Amerikaanse Goudplevier) P/uvialis fu/va (Pacific Golden Plover / Aziatische Goudplevier) American and Pac ifi c Golden Pl ove r are spec ifi ca lly distinct (cf Knox 1987), ba sed on differences in plumage, mo rph o logy, mo ult, voca li zat ion s, nestin g habitat and ove rl ap of breeding ranges w ithout hybr idi zati o n (Co n nors 1983, Connors et al 1993). The correct spec ifi c name of American Golden Plover is P dominicus, not P dominica (AOU 1995). Vanel/us gregarius (Sociabie lapwing / Steppekievit)* Vanel/us /eucurus (White-tailed lapwing / Witstaartkievit)* Ph ylogeneti c analys is of behavioural characters (Wa rd 1992) has been un abl e to resolve relationships amon g lapw ings . Given the doubtful monoph yly of Chettusia (an d Hoplopterus), th e recognition of Chettusia (a nd Hoplopterus), as currentl y defined, is not ju stifi ed (cf BOURC 1997). Pha/aropus tricolor (Wilson's Phalarope / Grote Franjepoot) Res ults of ph yloge netic analyses based on allozy mes (Dittmann et al 1989), mitocho ndrial DNA (Dittm ann & Z ink 1991 ) and morphology (Chu 1995) are contradictory w ith rega rd to the all eged polyphyletic origin of the ph alaropes (eg, Sibley & Momoe 1990). Beca use of thi s in congru ence, the recognition of Steganopus for Wilson's Ph alarope (eg, Sibley & Momoe 1990, Dowsett & Dowsett-Lemaire 1993, Beama n 1994, del Hoyo et al 1996, H iggin s & Dav ies 1996) is currentl y unjustified and, therefore, we retain Wilson 's Phalarope in Phalaropus. Pha/aropus fu/icaria (Grey Phalarope / Rosse Franjepoot) The co rrect name of Grey Phalarope is P fulicaria, not P fulicarius (Pa rkes 1982) . Catharacfa skua (Great Skua / Grote Jager) Ph ylogeneti c anal ys is of mitochondrial DN A (B lec hschmidt et al 1993) indi cates that th e great skuas Catharacta and Arctic Skua Stercorarius parasiticus and Longtail ed Skua 5 longicaudus fo rm separate monophyl eti c groups of species. Mitochondrial DNA of Pomarine Skua 5 pomarinus clustered w ith Great Skua rath er than w ith Arctic and Lon g-tail ed Skuas and, if acc urate ly representing ph ylogenetic relation ships, would render the trad itionall y defin ed genera Catharacta and Stercorarius paraph yletic. However, there are reasons to believe that the tree based on mitochondrial DNA (ie, a 'gene tree') does not acc urately represent the phylogenetic relationship of Pom arin e Skua (ie, its pos iti on in the 'species tree') . These include the poss ibility th at nucl ea r copies of mitochondrial DNA were amplified during the DNA amplification phase of the study w hi ch may compli cate sub-

23


CSNA-mededelingen sequ ent phylogeneti c analyses (see Sorenson & Fl eisc her 1996). Blechschmidt et al (1993) hypothes ized th at th e simil arity of m itochondri al D NA of Pomarine Skua to th at of Great Sku a was du e to a past hybridi zati o n event and th at Pomarine Skua is of hybrid o rigin. Pend ing fu rther phylogenetic analyses, we recogni ze Catharacta for the great skuas and Stercorarius fo r Pomari ne Skua and th e other small sku as (cf BOURC 1997).

Larus cachinnans (Yellow-Iegged Gull / Geelpootmeeuw) Larus argentatus (Herring Gull / Zilvermeeuw) Ye ll ow-I egged and Herrin g G ull s are specifica ll y d istin ct (cf O ree l 1980, Stepanyan 1990), based on qualitative d ifferences in mo rpho logy, behav io ur and voca li zations and overl ap of breeding ranges (N ico lauG uill aumet 1977, G lutz va n Blotz heim & Bauer 1982, Teyssèd re 1984, Mario n et al 1985, Yésou 1991). Pendin g fu rther analys is, michahellis and cachinnans are prov isio nall y reta ined as co nspecific.

Ge/ochelidon ni/otica (Gull-billed Tern / l ach stern) O ne ph y loge neti c study based o n all ozymes suggests th at Gull-bill ed Tern and Whi skered Tern Ch/idonias h ybridus are part of th e Sterna clade (Rand i & Spin a 1987) . O th ers, based o n all ozymes (Hac kett 1989), hind-limb mu scul ature (Mc Kitri ck 1991) and osteo logy (C hu 1995), suggest a more d istant re lationshi p and do not suppo rt the inclu sion of G ull -bill ed Tern in Sterna. Th erefo re, th e inclu sio n of Ce/oche /idon in Sterna (eg, AO U 1983, BOU RC 1997) is not wa rranted by present know ledge of phy loge netic relati o nships. G ive n the uncerta inty abo ut phy loge neti c relati o nships amo ng tern s, as indi cated by the in co ngru ence of ava il abl e analyses, we retain Ce/ochelidon fo r Gull-bill ed Tern.

Anthus spino/e tta (Water Pipit / Waterpieper) Anthus petrosus (Rock Pi pit / O everpieper) W ater, Roc k an d Buff-be lli ed Pipit A rubescens are spec ifica ll y distin ct (cf O ree l 1980) based o n qua l itative differences in p lum age and voca li zatio ns, and eco logy (B ijl sma 1977, A ist röm & M il d 1987, Knox 1988).

Acrocepha/us agrico/a (Paddyfield Warbier / Veldrietzange r) Paddyfield and Manchuri an Wa rb ier A tangorum are spec if ica ll y d ist inct (cf Round 1994), based on q ualitat ive di ffe rences in plumage (A lström et al 1991, Ro un d 1994). Padd yf ield Wa rbier is monotyp ic (cf Willi amson 1968; contra BO U 1992) .

Phylloscopus proregu/us (Pallas's leaf W arbier / Pallas' Boszanger) Pa ll as's Leaf and Lemo n-rum ped Wa rbier P ch /oronotus are spec ifica ll y di st in ct, based o n qua li tat ive differen ces in plum age and voca li zati o ns (Marte ns 1985, A iström & O lsso n 1990) .

Phylloscopus inornatus (Yellow-browed Warbier / Bladkoning)

Phylloscopus humei (Hume's Warbier / Humes Bladkoning) Ye ll ow-b rowed and Hume's Wa rbi er are spec if ica ll y di stinct (cf Svensso n 1992, Ga ntl ett et al 1996, BOURC 1997), based o n qu alitati ve d ifferences in voca l izations and plu mage and overlap of breed in g ranges (M il d 1987, A iströ m & O lsso n 1988, Dathe & Los kot 1989).

Phylloscopus orientalis (Eastern Bonelli 's W arbi er / Balkanbergfluiter)

Phylloscopus bonelli (Western Bonelli 's Warbi er / Apus me/ba (Alpine Swift / Alpengierzwaluw) Evidence is lac kin g fo r a siste r relati o nshi p between A lpin e and Mottl ed Sw ift A aequatoria/is and mo noph y ly of the oth er species traditio nall y placed in Apus. Therefore, the recogn iti o n of Tach ym arptis fo r A lpin e and Mottled Swift and a mo re restri cted Apus fo r the remaining spec ies (B rooke 1972, Fry et al 1988, Short et al 1990, Chantl er & D ri esse ns 1995) may render Tachyma rptis and/or Apus parap hy leti c. In the absence of a re levant ph y logenetic analys is, we retain A lp in e Swift in Apus.

Merops p ersicus (Bl ue-cheeked Bee-eater / Groene Bijeneter) Blue-c hee ked and Madagascar Bee-eater M superci/iosus are spec ifica ll y d istin ct (cf G lutz van Bl otz heim & Bauer 1980, va n den Berg 198 7), based o n qual itati ve mo rpho log ica l di ffere nces (Fry 1984).

Anthus richardi (Richard's Pipit / Grote Pieper) Ri chard 's, G rass land A cinnam om eus, Paddyfield A rufu/us, A ustral ian A austra /is and New Zea land Pipit A novaesee/andiae are spec ifi ca ll y d istin ct, based o n q ualitative diffe rences in plum age and voca li zati o ns (G lu tz va n Blotz heim & Bauer 1985 and references cited therein).

24

Bergfluiter) Eastern and Western BonelI i's Warb ier are spec ifi ca ll y d istin ct (cf va n den Berg & Bos man 1996, Gantlett et al 1996, BO U RC 1997), based on q ualitati ve d iffe rences in voca li zat io ns and geneti c analyses (Helb et al 1982, Helbi g et al 1995) .

Phylloscopus collybita (Common Chiffchaff / Tjiftjaf) Phylloscopus brehmii (Iberian Chiffchaff / Iberische Tjiftjaf) Comma n, Ibe ri an, Canar ian P canariensis, Moun ta in P sindianus and Ca ucas ian Mountain Chi ffc haff P /orenzii are spec ifi ca ll y d ist in ct (cf va n den Berg & Bosman 1994), based o n qu alitative d iffe rences in voca li zati o ns and genetic analyses (Martens 1982, Sa lomo n 1989, Salo mo n & Hemim 1992, Helbi g et al 1993, 1996; cf Gantlett et al 1996).

Lanius excubitor (Great Grey Shrike / Klapekster) Lanius pallidirostris (Steppe Grey Shrike / Steppeklapekster) G reat, Southern L meridiona/is and Steppe G rey Shrike are specifica ll y di sti nct, based o n qual itati ve d ifferences in plum age, breed in g eco logy, be hav io ur and ove rl ap of breed in g ranges (l se nm ann & Bouchet 1993, Panov 1995, Panow 1996).


CSNA-mededelingen Corvus corone (Carrion Crow / Zwarte Kraai) Corvus cornix (Hooded Crow / Bonte Kraai)

A iström, P, O lsson, U & Round, P D 1991. The taxonomic status of Acrocephalus agricola tangorum. Forktail

Carri o n and Hooded Crow are spec ifica ll y distinct (cf Stepanyan 1990, Ga ntl ett et al 1996), based on qual itative d ifferences in plumage and ana lyses of their hybrid zone in Ita ly (Sa in o 1990, Saino & Scatizzi 1991, Sa in o 1992, Saino & Bolzern 1992, Sa in o & Vill a 1992, Rolando 1993, Rolando & Laio lo 1994, Ro lando & Sa ino 1994).

A ltaba, C R 1993. La sistemàtica i la conservació de la biodiversitat: el cas de les ba ldritges (Puffinus) . Anu Ornitol Ba lears 8: 3-14. American O rnitho logists' U ni o n (AOU) 1983. Check-li st of North American birds. Sixth ed ition. Wash ington,

Dendroica coronata (Myrtle Warbier / Mirtezanger) Myrtle and Audubon's Warbier 0 auduboni are spec ifica ll y distinct, based on qualitative differences in plumage and ana lys is of their hybrid zone (Barrowclough 1980). It has been calcu lated (Z ink & McK itrick 1995) th at it wou ld take more than 6 million yea rs fo r these taxa to comp letely fuse. Data in Berm in gham et al (1992) show that many North Amer ican Oendroica spec ies are less than 3.5 million years o ld wh ich means that speciation in several spec ies of Oendroica took p lace during a much shorter time than the period necessary for Myrtl e and Audubon's Warb ier to fuse. Icterus galbula (Baitimore Oriole / Baltimoretroepiaal) Ba ltimore, Bullock's I bullockii and Black-backed O rio le I abeillei are specifica ll y distinct (cf AOU 1995, Freeman & Z ink 1995, BOURC 1997), based o n qualitat ive differences in plumage and voca li zations, analyses of the hybrid zone of Ba lti more and Bu ll ock's Orio le (see AOU 1995 for references) and a phylogenetic analys is (F reeman & Z ink 1995) indi cati ng that Ba ltimore and Bullock's Orio le are not each other's closest relatives. References A iström, P & M ild, K 1987. Some notes on the taxonomy of the Water Pi pit complex. Proc 4th Int Identif Meet Eil at Nov 1986: 47-48. A iström, P & O lsson, U 1988. Taxonomy of Ye llowbrowed Warblers. Br Birds 81 : 656-657 . A iström, P & O lsson, U 1990. Taxonomy of the Phylloscopus proregulus comp lex. Bul l Br Orn itho l Club 110: 38-43.

6: 3-13.

De. Ameri can Ornithologists' Un ion (AOU) 1989, 1995. Th i rty-seventh, fortieth supp lement to the American Orn itho logists' Union check- li st of North Amer ica n Birds. Auk 106: 532-538; 11 2: 819-830. Austin, J J 1996. Molecul ar phylogenetics of Puffinus shearwaters : pre limin ary evidence from mitochondrial cytochrome b gene sequences. Mol Phylogen Evol 6: 77-88 . Barrowclough, G F 1980. Genetic and phenotypic differentiation in a wood warb ier (genus Oendroica) hybrid zone. Auk 97: 655-668. Beaman, M 1994. Pa learctic birds, a check li st of the birds of Europe, North Africa and Asia north of the foothills of the Himalayas. Stonyhurst. van den Berg, A B 1987. List of Dutch bird species 1988. Santpoort-Zu id. van den Berg, A B & Bosman, C A W 1994, 1996. Check li st of birds of the Netherl ands. First, fifth ed ition. Santpoort-Zu id . Bermingham, E, Rohwer, S, Freeman, S & Wood, C 1992. Vica ri ance biogeography in the Pleistocene and spec iation in North Ame ri can wood wa rbl ers : a test of Mengel's model. Proc Natl Acad Sci USA 89: 66246628. Bijl sma, R 1977. Voorko men en oeco log ie van Anthus spinoletta en A. s. littoralis in de uiterwaa rden van de Rijn bij Wageningen. Limosa 50: 127-136. Blechschmidt, K, Peter, H-U, de Korte, J, Wink, M, Seibold, I & Helbi g, A J 1993. Untersuchungen zur molecu laren Systematik der Raubmöwen. Zoo l Jahrb Syst 120 : 379-387 . Bourne, W R P & Casement, M B 1996. RNWBS checklist of seab ird s (revised) . Sea Swal low 45 (Supp l): 1-12.

TABLE 1 D ifferences with BOU (1992) regarding recognition of 's ubspecific' taxa and spe llin g of their sc ientific names / Versch ill en met BOU (1992) in de erkenning van 'ondersoorten' en spe llin g van hun wetensc happelijke naam

Cavia steiiata (Red-throated Diver / Roodkeelduiker) cons idered monotypic (cf de Korte 1972; contra BOU 1992) Ca lidris alpina alpina (D unlin / Bonte Strandl oper) includes 'a rctica' and 'schinzii' (cf We nink et al 1996; co ntra BOU 1992)'

Cepphus grylle arcticus (B lack Gu ill emot / Zwarte Zeekoet) included in Cg grylle by BOU (1992) Fratercula arctica (Atlantic Puffin / Papegaaiduiker) considered monotypic (cf Moen 1991; co ntra BOU 1992)' Phylloscopus borealis borealis (A rctic Warbier / Noordse Boszanger) includes 'talovka' (cf Wi lli amson 1967; contra BOU 1992)

Vireo olivaceus olivaceus (Red-eyed Vireo / Roodoogvireo) cons idered monotyp ic by BOU (1992) Emberiza leucocephalos leucocepha los (P in e Bunting / W itkopgors) spe l led Emberiza leucocephala leucocephala by BOU (1992)

Emberiza cirlus (C irl Bunting / Cirl gors) co nsidered monotypic (contra BOU 1992) Emberiza rustica (Ru stic Bunting / Bosgors) co nsid ered mo notyp ic (contra BOU 1992)

25


CSNA -mededelingen Briti sh Orn itho logists' Union (BOU) 1992. Checkl ist of birds of Britain and Ireland. Sixth edition. Tring. Briti sh Ornitholog ists' Un ion Records Comm ittee (BOURC) 1997. Twenty-third report. Ibis 139: 197-

201. Brooke, R K 1972 . Generic li mits in O ld Wor ld Apodidae and Hirundinidae. Bu ll Br Orn itho l Club 92 :

53-57. Brooke, R K, Grobler, J H , Irwin, M PS & Steyn, P 1972. A study of the migratory eag les Aquila nipalensis and A. pomarina (Aves: Acc ipitridae) in southern Africa. Occas Pap Natl Mus Rhod 85: 61-144 . Chantl er, P & Driessens, G 1995. Swifts: a guide to the swifts and treeswifts of the world. Mou ntfield. Chu, P C 1995. Phy logenetic reanalysis of Strauch's osteo log ica l data set for the Charadriiformes. Condor

97: 174-1 96. Clark, W S 1992. The taxonomy of Steppe and Tawny Eagles, w ith criteri a for sepa ration of museum spec imens and li ve eagles. Bu ll Br Ornithol Club 112: 150-

157. Connors, P G 1983. Taxonomy, distribution and evo lution of gold en plovers (P/uvia /is dominica and P/uvialis fu /va). Auk 100: 607-620. Connors, P G, McCaffery, B J & Maron, J L 1993. Speciation in golden-plovers, Pluvialis dominica and P fu /va : evidence from the breeding grounds. Auk

110: 9-20. Cramp, S (editor) 1988. The birds of the Western Pal ea rctic 5. Oxford. Dathe, H & Loskot, W M (ed itors) 1989. Atlas der Verbreitun g palaearktischer Väge l 16. Berlin . Delacour, J & Z imm er, J T 1952. The identity of Anser nigrieans Lawre nce 1846. Auk 69 : 82-84. Dittmann, D L & Z ink, R M 1991 . Mitochondri al DNA variation among phalaropes and alli es. Auk 108: 77 1-

779. Dittmann, D L, Z ink, R M & Gerwin, J A 1989. Evolutionary genetics of phalaropes. Auk 106: 326-

331 . Dowsett, R J & Dowsett-Lemaire, F 1993 . Comments on the taxonomy of some Afrotrop ical b ird species. Tauraco Res Rep 5: 323-389. Freeman, S & Z ink, R M 1995. A phylogenetic study of the blackbirds based on var iation in mitochondrial DNA restriction sites. Syst Bio l 44: 409-420. Fry, C H 1984. The bee-eaters. Calton. Fry, C H, Keith, S & Urban, E K (editors) 1988. The birds of Africa 3. London. Gantlett, S, Harrap, S & Mi llington, R 1996. Taxonomic progress. Birding World 9: 251-252. Gaucher, P, Paill at, P, Chappuis, C, Sa int Jalme, M, Lotfikhah, F & W ink, M 1996. Taxonomy of the Houbara Bustard Ch /amydotis undu/ata subspec ies cons idered on the basis of sexua l d isp lay and genetic divergence. Ibis 138: 273-282. Gavin, A 1947. Birds of the Perry River D istri ct, Northwest Territories. Wilson Bu ll 59: 195-203 . G lutz von Blotzheim, U N & Bauer, KM (editors) 1980, 1982, 1985. Handbuch der Vöge l M itteleuropas 9, 8, 10. Wiesbaden.

26

Granjon, L, Gaucher, P, G reth, A, Pa ill at, P & Vassart, M 1994. A ll ozyme study of two subspec ies of Houbara Bustard (Ch/amydotis undu/ata undu/ata and C. u. maequeenit). Biochem Syst Ecol 22: 775-779. Hackett, S J 1989. Effects of varied electrophoretic cond itions on detection of evo lutionary patterns in the Laridae. Condor 92: 73-90. Hand ley, C 0 1950. The Brant of Prince Patrick Island, Northwest Territories. Wilson Bull 62: 128-132. Hazevoet, C J 1995. The birds of the Cape Verde Islands. Tring. Helb, H-W, Bergmann, H-H & Martens, J 1982. Acoustic differences between populations of western and eastern Bonelli 's Warb lers (Phylloscopus bonel/i, Sylviidae). Experientia 38: 356-357. Helbig, A J, Martens, J, Seibold, I, Henning, F, Schottier, B & Wink, M 1996. Phylogen y and spec ies limits in the Pa learctic Chiffchaff Phylloseopus collybita complex : mitochondrial genetic differentiation and bioacoustic evidence. Ibis 138: 650-666. Helbig, A J, Sa lo mon, M, Wink, M & Bried, J 1993. Absence de flux géniqu e mitochondrial entre les pou ill ots 'veloces' médio-européen et ibérique (Aves:

Phylloscopus collybita collybita, P (c) brehmit); implications taxonomiques. Résultats tirés de la PCR et du séquençage. C R Acad Sci Paris (111) 316: 205-

210. Helbig, A J, Seibold, I, Martens, J & Wink, M 1995. Genetic differentiation and phylogenetic relationships of Bonelli 's Warbier Phylloscopus bonelli and Green Warb ier P nitidus. J Av ian Biol 26 : 139-153 . Hennig, W 1966. Ph ylogenetic systematics. Urbana. Higgins, P J & Davies, S J J F (ed itors) 1996. Handbook of Australi an, New Zea land & Antarctic birds 3. Melbourne. Inskipp, T, Lindsey, N & Duckworth, W 1996. An annotated check li st of the birds of the Oriental region. Sandy. Isenmann, P & Bouch et, M-P 1993. L'a ire de distribution française et Ie statut taxinomique de la Pie-grièche méridional e Lanius e/egans meridiona/is. A lauda 61 : 223-227. Kessler, L G & Av ise, J C 1984. Systematic relationsh ips among w ildfow l (Anatid ae) inferred from restriction endonuclease ana lys is of mitochond ri al DNA. Syst Zool 33 : 370-380. Knox, A G 1987. Taxonomic status of ' Lesser Golden Plovers'. Br Birds 80: 482-487. Knox, A G 1988. Taxonomy of the Rock/Water Pipit superspecies Anthus petrosus, spino/etta and rubeseens. Br Birds 81 : 206-2 11 . de Korte, J 1972. Birds, observed and co ll ected by 'De Nederl andse Spitsbergen Exped iti e' in west and east Spitsbergen, 1967 and 1968-'69; first part. Beaufortia

19: 113-150. Lambeck, R H D 1981. De huidige status van de Spitsbergen/ Frans Jozef Land-popu latie van de W itbui krotgans Branta bernicla hrota. Limosa 54 : 52-56 . Livezey, B C 1991. A phylogenetic ana lys is and classification of recent dabbling ducks (tri be Anatini) based on comparative morphology. Auk 108: 471-507.


CSNA -mededelingen Livezey, B C 1995. Phylogeny and evo luti onary ecology of modern seaducks (Anatid ae : Mergini). Condor 97: 233 -25 5. Livezey, B C 1996. A phylogenetic ana lysis of geese and swans (Anser iformes : Anserinae), including selected fossil species. Syst Biol 45: 415-450. Marion, L, Yésou, P, Dubois, P J & Nicolau-Guillaumet, P 1985. Coexistence progressive de la reproduction de Larus argentatus et de Larus cachinnans sur les cates atlantiques françaises. A lauda 53: 81 -87. Martens, J 1982. Ringförmige Arealüberschneidung und Artbildung beim Z ilpza lp, Phylloscopus collybita . Das lorenzii-Problem. Z Zool Syst Evol-Forsch 20: 82-100. Martens, J 1985 . Speciation and the development of Himalayan avifaunas. Acta Congr Int Orn ithol 18: 358-372. Mayr, E 1982. The growth of biological thought. Cambridge, Mass. Mayr, E 1996. Wh at is a species, and what is not? Philos Sci 63: 262 -277 . McKitrick, M C 1991. Phylogenetic ana lysis of avian hindlimb musculature. Misc Publ Mus Zoo l Univ Mich 179 : 1-85. McMinn, M, Jaume, D & Alcover, J A 1990. Puffinus 01soni n.sp.: nova espèc ie de baldritja recentment extingida provinent de deposits espe leo logics de Fuerteventura i Lanzarote (liles Canàries, Atlàntic Oriental). Endins 16: 63-71. Mild, K 1987. Soviet bird songs. Stockholm. [Two cassettes and booklet.] Millington, R 1997 . Separation of Black Brant, Dark-bellied Brent Goose and Pale-bellied Brent Goose. Birding World 10: 11-15. Moen, S M 1991 . Morphologic and genetic variation among breeding co loni es of the Atlantic Puffin (Fratercu la arctica). Auk 108 : 755-763. Nicolau-Guillaumet, P 1977. Mise au point et réflexions sur la répartition des Goélands argentés Larus argentatus de France. A lauda 45: 53-73. Olson, S L 1985. The fossil record of birds. Avian Biol 8: 79-238. O lson, S L 1994. Crania l osteology of Tawny and Steppe Eagles Aquila rapax and A. nipalensis. Bu ll Br Ornithol Club 114:264-267. O lson, S L & Warheit, K I 1988. A new genus for Sula abbotti. Bull Br Ornithol Club 108: 9-12. Om land, K E 1994. Character congruence between a molecular and a morphological phylogeny for dabbling ducks (Anas) . Syst Biol 43: 369-386. Oree l, G J 1980. Dutch Birding Association check li st. Dutch Birding 2: 41-47. Panov, E N 1995. Superspecies of shrikes in the former USSR. Proc West Found Vert Zoo l 6: 26-33. Panow, E N 1996. Die Würger der Paläarktis. Gattung Lanius. Second ed iti on. Magdeburg. Parkes, K C 1982. Nomenclatura l notes on the phalaropes. Bull Br Ornithol Club 102: 84-85. Payne, R B & Risley, C J 1976. Systematics and evolutionary relationships among the herons (Ardeidae). M isc Publ Mus Zoo l Un iv Mich 150: 1-115. de Queiroz, K & Gauth ier, J 1992 . Phylogenetic taxono-

my. Annu Rev Ecol Syst 23: 449-480. Randi , E & Spin a, F 1987. An electrophoretic approach to the systematics of Italian gu ll s and terns (Aves, Laridae and Stern idae). Monit Zoolltal (NS) 21: 317-344. Rolando, A 1993. A study on the hybridization between Carrion and Hooded Crow in North-western Italy. Ornis Scand 24: 80-83. Rolando, A & Laiolo, P 1994. Habitat se lection of Hooded and Carrion Crows in the alpine hybrid zone. Ardea 82 : 193-200. Rolando, A & Saino, N 1994. Assortative mating among Eurasian Crow phenotypes across a hybrid zone. J Ornithol 135 (Sonderheft): 48. Round, P D 1994. Winter records of the Manchurian Reed-Warbler Acrocephalus (agrico la) tangorum from Thailand. Forktail 9: 83-88. Saino, N 1990. Low reproductive success of the Carrion Crow Corvus corone corone - Hooded Crow Corvus c. comix hybrids. Avocetta 14: 103-109. Saino, N 1992. Se lection of foraging habitat and flocking by Crow Corvus corone phenotypes in a hybrid zone. Ornis Scand 23: 111-120. Saino, N & Bolzern, A M 1992. Egg vo lume, ch ick growth and surviva l across a Carrion/Hooded Crow hybrid zone. Boll Zoo l 59: 407-415. Saino, N & Scatizz i, L 1991. Selective aggressiveness and dominance among Carr ion Crows, Hooded Crows and hybrids. Boll Zoo l 58 : 255-260. Saino, N & Villa, S 1992. Pair composition and reproductive success across a hybrid zone of Carrion Crows and Hooded Crows. Auk 109: 543-555. Salomon, M 1989. Song as a possible reproductive iso lating mechanism between two parapatric forms. The case of the chiffchaffs Phylloscopus c. collybita and P c. brehmii in the western Pyrenees. Behaviour 111 : 270-290. Sa lomon, M & Hemim, Y 1992 . Song variation in the Chiffchaffs (Phylloscopus collybita) of the western Pyrenees - the contact zone between collybita and brehmiiforms. Ethology 92: 265-282. Sangster, G 1996. Taxonomy of Houbara and Macqueen's Bustards and neglect of intraspecifi c diversity. Dutch Birding 18: 248-254. Sangster, G & O reel, G J 1996. Progress in taxonomy of Taiga and Tundra Bean Geese. Dutch Birding 18: 310-316. Sheld on, F H 1987. Phylogeny of herons estim ated from DNA-DNA hybridization stud ies. Auk 104: 97-108 . Sheldon, F H, McCracken, K G & Stuebin g, K D 1995. Phylogenetic relationships of the Zigzag Heron (Zebrilus undulatus) and White-crested Bittern (Tigriomis leucolophus) estim ated by DNA-DNA hybridization. Auk 112: 672-679. Sh ield s, G F 1990. Analysis of mitochondrial DNA of Pacific Black Brant (Branta bemic/a nigricans). Auk 107: 620-623. Short, L L, Horne, J F M & Mu rin go-G ichuk i, C 1990. Annotated check- li st of the birds of East Africa. Proc West Found Vert Zoo l 4: 61 -246 . Sibley, CG & Ah lqui st, J E 1990. Phylogeny and classification of birds. New Haven.

27


CSNA -mededelingen Sibley, C G & Momoe, B L 1990. Di stribu tion and taxonomy of bird s of the world. New Haven. Siege l-Causey, D 1988. Ph ylogeny of the Phal acrocorac idae. Condor 90 : 885-905. Sorenson, M D & Fl eischer, R C 1996. Multip le independ ent transposition s of mitochondria l DN A co ntrol region seq uences to the nucl eus. Proc Natl Acad Sci USA 93: 15239-15243. Stepanyan, L S 1990 . [Conspectu s of the ornitho log ica l fauna of th e USSR.] Moscow. [In Russian .] Svensson, L 1992. Identification guide to European passe rin es. Fourth edition. Stockho lm . va n Tets, G F, Mered ith, C W, Fullagar, P J & David so n, P M 1988. Osteolog ica l differences between Sula and Morus, and a description of an extin ct new spec ies of Sula from Lord Howe and Norfolk Islands, Tasman Sea. Notornis 35 : 35-57 . Teyssèdre, A 1984. Comparaison acoustique de Larus argentatus argenteus, L. fuscus graellsii, L. cachinnans (?) michahellis et du Goéland argenté à pattes jaunes ca ntabrique. Behaviour 88: 13-33 . Voous, K H 1977. Li st of recent Ho larcti c bird spec ies. Londo n. Wa lker, C A, Wragg, G M & Harrison, C J 0 1990. A new shearwater from th e Pl eistocene of th e Ca nary

Islands and its bearin g on th e evo lution of certa in Puffinus shea rwaters. Hist Bio l 3: 203-224. Wa rd, D 1992. The behav ioural and morphol og ica l affini ties of some va nellin e plovers (Va nellin ae: Charadrii formes: Aves). J Zool 228: 625-640. Warhe it, K I 1992 . Th e ro le of morphometri cs and cladi sti cs in the taxonomy of fo ss il s: a paleornithologica l examp le. Syst Biol 4 1 : 345-369. Wen in k, P W, Baker, AL Rösner, H-U & Til anu s, M G J 199 6. G loba l mitochondri al DNA phy logeography of Holarcti c breed ing Dun lin s (Ca lidris alpina). Evo lu tio n 50: 318-330. W il ey, E 0 198 1. Phylogenetics : the theory and practi ce of ph ylogenetic systematics. New York. Williamson, K 1967 . Identificati o n for ringers 2. Th e genu s Phylloscopus. Second edition. Tring. Wi lli amson, K 1968. Identification for ringers 1. The genera Cettia, Locustella, Acrocephalus and Hippolais. Third edition. Tring. Yésou, P 1991. The sympatri c breed ing of Larus fuscus, L. cachinnans and L. argentatus in Fran ce . Ibis 133:

256-263 . Z in k, R M & McKitrick, M C 1995. The debate over species concepts and its impli cations for orn ith o logy. Auk

112: 701-719.

George Sangster, Nieuwe Rijn 27, 23 72 JO Leiden, Netherlands Cornelis J Hazevoet, Institute of Systematics and Population Biology, Zoologica l Museum, University of Amsterdam, PO Box 94766, 7090 GT Amsterdam, Netherlands Arnoud B van den Berg, Ouinlustparkweg 98, 2082 EG Santpoort-Zuid, Netherlands CS (Kees) Roselaar, Institute of Systematics and Population Biology, Zoological Museum, Universityof Amsterdam, PO Box 94766, 7090 GT Amsterdam, Neth erlands

CDNA-mededelingen _ _ _ _ __ Recente CDNA-besluiten In de ve rgaderin g va n 7 februari 1997 heeft de CD NA tot een aanta l persone le w ij zigingen bes loten . Edward va n Ijze ndoorn en H ans Schekkerman hebben de co mmi ss ie na j aren tro uwe di enst ve rl aten. Edward is als voo rz itter opgevo lgd door jan va n der Laa n, d ie reeds CDNA- lid was. A ls ni euwe comm issie leden zijn Max Berli jn en Ruud va n Beusekom benoemd. De ni euwe sa menstelling va n de C DNA staat vermeld in het co lofo n va n dit numm er. Verder heeft de CD NA bes loten met ingang va n 1 janu ari 1997 geen waa rnemin gen meer te beoorde len van Koere iger Bubu lcus ibis en Pall as' Boszanger Phylloscopus proregulus. Beide soorten wo rd en met zodani ge rege lm aat gemeld dat beoo rd elin g ni et mee r nod ig is; daarn aast z ijn het all ebei soorten waarbij in het ve ld relati ef we inig determinatiefouten optreden. Ook zonder beoorde lin g za l het patroon va n meld in gen (b ijvoo rbee ld gereg istree rd in het kader va n het Bij zo nd ere Soorten Proj ect (BSP) va n SOVON) derhal ve ee n redelij k betrouwbare weergave va n het werkelij ke voo rkomen geven . Beide soo rten z ijn voo r registratie 'overge-

28

boekt' naar de lij st va n BSP-ni et-broedvogels (BS P-NB) van SOVON . De CD NA verzoekt waarnemers all e waa rn emingen van deze twee soo rten tot en met 1996 in te sturen. JAN VAN DER LAAN

Recent CDNA-decisions Ed wa rd va n Ijzendoorn and H ans Schekkerman have left the Dutch rariti es committee (CDNA) . Jan va n der Laa n, already CDNA-member, has repl aced Edwa rd as chairm an of the committee. Max Berl ijn and Ruud va n Beusekom have been appointed as new mem be rs. The new lin e-u p of the co mmittee ca n be found o n the in side of th e back cove r of thi s iss ue. Th e CDNA also decided to no longer co nsid er from 1 j an uary 1997 onwa rd s Cattle Egret Bubulcus ibis and Pallas's Leaf Warb ier Phylloscopus proregulus. Both species are reported annu all y w ith such regul ari ty th at co nsideratio n is no longer thou ght necessary. Besides, both spec ies are relative ly eas il y id entified. Th erefore, future repo rts w ith out consideration by the CD NA w ill neverthe less give a fairl y adequ ate p icture of th e occ ur-

IDutch 8irding 19: 28-29, 19971


CONA-mededelingen rence of both species in the Netherlands. Both species have been added to the I ist of scarce species monitored by SOVON. The CDNA requests all observers to submit any records of both species up to 1996. JAN VAN DER LAAN

Beschrijving werkwijze CD NA Regelmatig stuit het functioneren van de Comm issie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) bij waarnemers op onbegrip. Meestal is dit te verk laren uit onvoldoende kennis omtrent de werkw ij ze van de CD NA. Omdat het inmiddels 12 jaar geleden is dat er iets gepub liceerd is ove r deze werkwijze (L imosa 58: 65-72, 1985), lijkt de tijd rijp voor een uiteenzetting aan de lezers . De CDNA heeft als belangrijkste taak het verzamelen, beoordelen, publiceren en arch iveren van (aanvaarde en afgewezen) gevallen van ze ldzame en schaarse soorten in Nederland. In de regel worden die soorten beoordeeld we lke gem iddeld jaarlijks niet meer dan twee keer in Nederland worden waargenomen. In deze bijdrage wordt de weg die een waarnem in g aflegt beschreven. In vo lgende CDNA-mededelingen zul len zaken als historie, benoemingen en cr iteria bij het (her)beoordelen va n waarnem in gen aan bod komen. In eerste instantie za l een waarnemer een waarneming (a l dan niet op een waarnem in gsformu li er) in de vorm van een beschrijving - bij voorkeur met (veld-) schetsen, foto's, v ideo-opnamen en/of ge luid sopnamen - insturen naar de CDNA-postbus. De archivaris van de CDNA voert de gegevens van de waarneming met een unieke cijfercode in de computer in. Hij stelt een zogenaamd roulatieschema op dat bepaalt in welke volgorde een serie waarnemin gen (een zogeheten pakket, meestal met 20-30 waarnem in gen) naar de acht leden van de CDNA wordt gestuu rd . Voor ieder pakket wordt een nieuwe volgorde bepaald. Ieder lid geeft nu z ijn oordeel over het geval in de vorm van een plusje (waarnem in g wordt aanvaardbaar geacht) of een minnetje (waarnem in g wo rdt niet aanvaardbaar geacht),

meestal met begeleidend commentaar, en stuurt het gehele pakket door naar het volgende CDNA-lid. Tenslotte wordt een pakket na door all e acht leden van de commissie te zi jn beoordeeld naar een daartoe uitgekozen persoon gestuurd die de resultaten van de stemming bekijkt. Er staan dan drie mogelijkheden open : Een waarnem in g heeft unaniem acht stemmen voor. De waarneming wordt aanvaard en de waarnemer wordt hiervan op de hoogte gesteld ('aanvaard geva l' of kortweg 'geva l'). Een waarneming heeft unaniem acht stemmen tegen. De waarnem in g wordt niet aanvaard en de waarnemer wordt hiervan op de hoogte gesteld met de reden van afwijzing ('afgewezen geva l'). Een waarnem ing heeft zowel stemmen voor als tegen. Opnieuw zal de waarneming rouleren vo lgens een nieuw sc hema. Dit proces herhaalt zich tot maximaal een derde ronde. Tenslotte za l een waarnem in g worden aanvaard als er maximaal één stem tegen is. Een waarneming wordt niet aanvaard als deze twee of meer stemmen tegen heeft gekregen. In beide geva llen wordt de waarnemer op de hoogte gesteld. Bovenstaande regels hebben alleen betrekking op de determinatie van de betrokken (onder)soort. Voor wat betreft herkomst - al dan niet w ild - is een meerderheid van stemmen nodig voor afwijz in g. In de nabije toekomst za l de werkwi jze bij het bepalen va n al dan niet wi Ide status worden besproken. Alle (aanvaarde en afgewezen) gevallen worden in het archief van de CDNA opgenomen en in het jaarverslag in Dutch Birding gepubliceerd. leder lid krijgt in principe 10 dagen de tijd een pakket te beoordelen. In het ergste geva l kan het dus voo rkomen dat een waarnemer 240 dagen moet wachten op antwoord. Indien deze periode wordt overschreden staat het waarnemers altijd vrij contact op te nemen met de voorzitter of secretaris van de CDNA. JAN VAN DER LAAN

WP reports This review li sts rare and interesting birds reported in the Western Palearctic in January-February 1997 and focuses on north-western Europe. Information covering earl ier reports, mainly in December 1996, is included as we il. The reports are largely unchecked and their publication here does not impl y future acceptance by the rarities comm ittee of the relevant country. Observers are requested to submit records to each country's rarities committee. Corrections on data mentioned in these and earl ier reports wil l be published w hen received. A Black-throated Diver Cavia arctica was seen at the New Marina, Eilat, Israel, on 26 December. A Great

[Ou/eh Birding 19: 29-36, 1997]

Northern Diver Cimmer stayed at Szigetszentmiklos, Hungary, on 12 j anuary. The fourth Pied-billed Grebe Podilymbus podiceps for France was reported infrequently from 22 December until at least 26 january at Trunvel, Finistère. In England, the individual at Hayle, Cornwall , remained through February; another was seen at South Norwood, Greater London, from 28 january until at least 28 February. The fourth for Ireland was one at Rostellan, Cork, from 1 February onwards. On 24 December, c 1500 leach's Storm-petrels Oceanodroma leucorhoa in 2 .5 h we re counted flying past Larache, Morocco, during strong north-westerly w inds; also, a few were seen inland, includin g one 17 km inland between Larache and Ksar el Kebir. Up to three

29


WP reports

24 Imperi al Eagle / Keizerarend Aquila heliaca, juvenile, north-western Negev, Israel, j anuary 1997

(Hadoram Shirihai)

Brown Boobies Sula leucogaster we re staving at North Beach, Eilat, in February. In northern Greece, 170 Dalmatian Pelicans Pelecanus crispus we re co unted at Porto Lagos in late December-january and 35 at Karatza lagoon. In Portugal, two Little Bitterns Ixobrychus minutus were seen regularly, presumably w intering, at Quinta do Lago, A igarve, from December to at least 4 February. A Squacco Heron Ardeola ral/oides stayed near Cagli ari, Sardinia, Italy, during januaryFebruary and another was in Ebro delta, Cata lonia, Spain. A lso in Spain, 47 Glossy Ibises Plegadis falcine llus were counted at EI Rocio, Coto Donana, on 27 December. In the Canary Islands, a first-winter Greater Flamingo Phoenicopterus roseus at Roquito del Fraile on 16 November was the first for Tenerife; the bird had an aluminium and a co lour-rin g from Fuente de Piedra, Andalucia, spain (contra Birding World 10: 10, 1997). In Denmark, an unringed adult Ross's Goose Anser rossii stayed w ith Pink-footed Geese A brachyrhynchus at Vej lern e, Th y, jylland, from 7 February. The unringed Dutch bird did not reappear in the Netherlands thi s winter; one seen at Scheel hoek, Zuid-H o ll and, on 22 February wore a green rin g. In Greece, at least 142 Red-breasted Geese Branta ruficol/is we re counted in Evros delta on 29 December. In Morocco, an adu lt ma le American Wigeon Mareca americana and a fema le Blue-winged Teal Anas discors were seen on 22

30

December 1996 at Lac s idi Bou Rhaba. In the Briti sh Isles, apart from the long-staying male in sc ill y, American Black Ducks A rubripes were reported from A lturli e, Highland, scotland, from 12 january into March (female or immature) and at Barrow Harbour, Kerry, Ireland, until 28 j anuary. On 28 December, at least 2200 Marbied Ducks Marmaronetta angustirostris were counted at a small lake between Douz and Zaafrane, south-east of Chott-EI-jerid, Tunisia; in a nearby little lake, at least 50 we re seen. Britain 's first Canvasback Aythya valisineria was a male at We lney and Wissington, Norfo lk, from 21 january to at least late February (the first for the WP was a fema le photographed on 11 Apr il 1977 in Iceland). The second Redhead A americana for Britain was a male at Rutland Water, Leicestershire, from 4 February to the fourth week of February (the first was a male at Bleasby near Newark, Nottinghamshire, on 9-27 March 1996). On Tenerife, Canary Islands, six Ring-necked Ducks A collaris (four males and two females) stayed at Presa de Cu rbelo on 26 November and a first-winter male was at Los si los from 7 December. On 31 December, a fema le was reported at Laguna de Medina, Anda lucia, Spain. Presumably the third for japan was seen at Ueno Park, Tokyo, on 9 February. In Britain, a fema le lesser Scaup A affinis stayed from 9 january into March at Tophili Low Reservoir, East Yorkshire, England. The long-staying bird at stithians, Cornwa ll , remained


W P reports through Febru ary. A nother in d iv idu al at Ca ithness, Highl and, Scotl and, was see n from 2 j anu ary. Th e b ird in Kerry, Ireland, was aga in present on 17 j anu ary. Th e Camargue male stayed from 28 November to at least late Febru ary; poss ibl y, thi s is still the sa me indi v idu al first photographed on 5 Febru ary 1986 and rece ntly accepted as th e first for France and th e WP. A lso in France, a King Eider 50materia spectabi/is was see n at Pl ouguerneau, Fini stère, on 23 -26 Febru ary. O n 11 j anu ary, a Barrow's Goldeneye Bucepha/a is/andica was present at Brest, Fini stèree. Remarka bl y, two females we re reported off Cherbourg, Land es, France, on 8 Febru ary. The second for Spain was a first-w inter female during Febru ary at Lago de la Traba, Corun a, Ga lic ia (th e first was in 187 1). In Fra nce, sin gle Whiteheaded Ducks Oxyura /e ucocepha/a stayed at Étang de Lindre, M ose ll e, on 15 December and at Sa intQ uent in, Yve lin es, on 18-20 December. O ne was w interin g in Cypru s. O n 31 December, 300 we re co unted at Lagun a de M edina, A nd aluc ia, Spain (o n the sa me dav, 88 indi vidu als we re see n at Pu erto de Santa Mari a) . Th e second w interin g Honey-buzzard Pemis apivo rus for Italy stayed at Circeo N ati onal Park . Th e first successful breeding of Monk Vulture Aegypius m onachus for France in the 20th century occ urred at Gorges de la j onte, Lozère, in 1996 . In Cypru s, three Short-toed

Eagles Circaetus ga /licus we re w interin g in the Ko ukli a area; anoth er stayed in mi d-w inte r near Rome, Latium, Ita ly. Two w interin g Spotted Eagles Aqui/a c/anga we re reported from Switzerl and in th e first half of j anu ary. Seven were reported during Febru ary in France, of w hi ch five in the Camargue, Bouches-du- Rhóne, one at St-Ma rtin-de-Se ignanx, Landes, from 2 j anu ary onwa rds and on e at Étang de Lin dre, Mosell e, from 24 j anu ary onwa rd s. More th an 10 we re w intering in northern and ce ntra I Ita ly, w hich is more th an ever before. Durin g the national w inter raptor ce nsus in Israel in December 1996-j anu ary 1997, at least 60 we re co unted in Hul a va ll ey. Th e second Tawny Eagle A rapax for Israel was one seen on 22 November in north-western Negev. In Swede n, a third-yea r Steppe Eagle A nipa/ensis remained from 21 December into Febru ary at Lindhult, Hall and ; in Finl and, o ne was reported at Ke mij ärv i on 11 j anu ary. The w inter ce nsus in Israel showed th at 35 Imperial Eagles A he /iaca we re w interin g in north-western Negev (besides, 23 we re reported from the Hula va lley); oth er good co unts in the north-western Negev i nel uded 15 Pallid Harriers Circus macrourus, seve n Saker Falcons Fa/co che rrug, and 19 Sociable Lapwings Vanel/us grega rius. Two adult Verreaux's Eagles A verrea ux ii we re seen at W adi Shl omo near Eilat on 21 Febru ary. Th e third Merlin F co/umba rius for th e Canary Islands was see n at A rguayo, Ten erife, on 28 j anu ary.

25 Pallid Harrier / Steppeki ekendief Circus macrourus, adult male, north-western Negev, Israel, December 1996 (Hadoram Shirihai)

31


WP reports In France, three pairs of Purple Swamp-hens Porphyrio porph yrio raised at least seven yo ung at Étang du Ca net, Pyrénées-O ri entales, in 1996 . In Po rtu gal, 59 Great Bustards O tis tarda we re co unted nea r Entradas, A lentejo, on 1 j anu ary. In th e Neth erl and s, sin gle males we re seen on 14 j anu ary at Pannin gen, Helden, Limburg, on 17 j anu ary (presum ably th e same indi v idu al) at Heusde n, Asten, Noord -Brabant, and anoth er on 616 Febru ary at Ypelo, Hell endoorn , Overij sse l. A Killdeer Plover Charadrius vociferus was present at Shannon, O ffall y, Ireland, on 16-1 7 December. O n Helgoland, Schiesw ig-H o istein, Germ any, a Pacific Golden Plover P/uvia/is fu/va was reported on 22 -23 December. During a N ile crui se betwee n Aswa n and Lu xor, Egypt, c 10 White-tailed lapwings Vanel/us /e ucurus we re see n in December. If accepted, a ju ve nil e Sharp-tailed Sandpiper Ca /idris acuminata at Roq uito del Frail e, Tenerife, on 9 Novembe r is th e fi rst for th e Ca nary Island s. The onl y Slender-billed Curlew N umenius tenuirostris reported anyw here in the wo rld in the peri od co nce rn ed an indi v idu al see n for up to three minutes at Evros delta, north-eastern G reece, o n 14 j anuary. The first w interin g Marsh Sandpiper T stagnatilis for Si cil y stayed at Simeto ri ver. In En gland, a lesser Yellowlegs T f/avip es w as at A llh all ows M arsh, Kent, on 3 Febru ary. Th e second thi s w inter for Ireland stayed at M ackroo m Reservoir, Cork, from 26 j anu ary to mid Febru ary. In Italy, an adult Great Black-headed Gull Larus ichth yaetus was seen at Lentini lake, Siracusa, Sicil y, on 6 j anu ary. Th e third Mediterranean Gull L m e /anocepha/us for the United Arab Emirates was present at Ramth a lagoon s on 27 j anuary. In En gland, a laughing Gull L atricil/a was see n at Houghton Green Lake, Ches hire, on 12 january. Th e c 15th for Spain was a first-w inter in Galic ia. A Franklin's Gull L pipixca n was 26 Pall id Harri er / Steppeki ekendief Circus m acro urus, adult female, north-western Negev, Israel, December 1996 (Hadoram Shirihai)

reported at A nt ibes, A lpes-Ma ritimes, France, on 9 Febru ary. A lso in Fra nce, nine Ring-billed Gulls L de /awarensis were reported in December and seven in j anu ary. The second for Italy was a first-w inter in janu ary near Cagli ari , Sard ini a. A second-w in ter American Herring Gull L argentatus smithsonianus was seen at Clog herh ead, Louth, Ireland, on 27 D ecember and sin gle first-w inters we re in Belfast, A ntrim, Northern Ireland, fro m 27 Dece mber to 12 Feb ru ary and another from 1 5 Febru ary. The second Caspian Yellowlegged Gull L cachinnans cachinnans fo r France was photog raphed at Etapi es, Pas-de-Ca lais, on 1 Febru ary. Th e second for the Netherl and s conce rn ed a recovery of an adult rin ged in U kraine and present at th e rubbi sh dump of W aubach, Land graaf, Lim burg, in j anu ary 1996 (for first rin g recovery, see Dutch Birding 18 : 302304, 1996). O n 1 March, a first-w inter Thayer 's Gull L (g/aucoides) thayeri was di scovered in Belfast. In Scotl and, a Ross's Gull Rhodostethia rosea was see n off South Uist, W estern Isles, o n 3 j anu ary, and an adult stayed at Fraserburgh, G rampi an, Scotland, on 1-10 Febru ary. In Ireland, an adult was seen at Dun Laoghaire, Dublin, from 15 Febru ary until at least 27 Febru ary. Four Ivory Gulls Pagophi/a eburnea stayed in Ice land in earl y j anu ary. In February, the lo ng-stayin g Forster's Tern Sterna forste ri was still present in Galway, Ireland . Three African Skimmers Rync hops f/avirostris we re see n at Kom O mbo, Egypt, on 19 Febru ary. In Israel, three Striated Scops Owls Otus brucei we re w intering in a wadi near Eil at during Nove mber-Febru ary. Th e sixth Eagle Owl Bubo bubo for the Netherl and s was photog raph ed at Rogge l, Limburg, on 11 October. In Denm ark, a w interin g Hawk Owl Surnia u/u/a on Bog0 and a Tengmalm's Owl Aegolius fun ereus at Kongelunden attracted many birders in j anu ary; bes id es, at least one Snowy Owls Nyctea sca ndiaca was p resent. O ther Sn owy Owls included one brou ght-in from sea in Ice land in ea rl y December, one on Sylt, Schi eswig-H oistein, on 19 December, on e near Renn es, Ille-et-Vil aine, France, o n 29 December and one at W esterh ever, Schl eswigHolstein, on 27 j anu ary. A n influ x of fi ve or more single Middle Spotted Woodpeckers Oendrocopos m edius occ urred during th e w in te r in the Netherl and s w ith birds in four or five prov inces (G roningen, Limb urg (several), Noord -Brabant, Utrecht and, probab ly, Fri esland). Th e second Dusky Flycatcher Empidonax oberho/seri for eastern North A meri ca and the first for Nova Scoti a, Canada, stayed in Kings County from 26 November until at least 15 December. In Israe l, three Dunn's larks Erema/auda dunni stayed at km 33 north of Eil at from 23 j anu ary into Febru ary. A fl oc k of 10 Richard's Pipits Anthus richardi stayed during February at Corrubedo N P, Galic ia, Spain . The first Olive-backed Pipit A hodgsoni fo r th e Canary Islands stayed at Ten Bel, Teneri fe, from 28 November to at least 14 Febru ary. O ne was di scovered on 14 Febru ary at Bri x ham, Devon, England, w here it remained into March. Th e fi rst Buff-bellied Pi pit A rubescens fo r Sweden stayed

32


WP reports

• 27 Casp ian Ye llow-Iegged Gu ll ! Kaspische Geelpootmeeuw Larus cach in nans cachinnans, Etap ies, Pas-de-Ca lais, France, 1 February 1997 (Anthony McCeehan) 28 Ameri can Herrin g Gu ll ! Amerikaa nse Zi lvermeeuw Larus argentatus smithsonianus, first-winter, Belfast, Antrim, North ern Ireland , 15 February 1997 (Anthony McCeehan) 29 Pied-bil led Grebe ! Dikbekfuut Podilymbus podiceps, South Norwood, Greater London , England, Febru ary 1997 (Steve YoungiBirdwatch) 30 Little Bittern ! Woudaap Ixobrychus minutus, Q uinta do Lago, Aigarve, Portuga l, 1 February 1997 (Ray Tipper) 31 Bu ff-bellied Pip it ! Amerikaanse Waterpieper Anthus rubescens, Träslövs läge, Halland, Sweden, January 1997 (Michael Bergman) 32 Blac k- throated Accen tor! Zwartkeelheggenmus Prunella atrogularis, Pieksämäki, Finland, February 1997 (H arry J Lehto)

33


WP reports

33 Ross's Gull / Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, adu lt, Dun Laoghaire, Dublin, Ireland, 23 February 1997 (Anthony McCeehan) 34 Ross's Gu ll / Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, adu lt, Fraserburgh, Grampian, Scotland, February 1997 (Steve Young/Birdwatch) 35 Black-throated Thrush / Zwa rtkeellijster Turdus ruficollis atrogularis, Hollingwood, Derbyshire, England, January 1997 (Steve Young/Birdwatch)

34


WP reports

36 Eagle Owl! Oehoe Bubo bubo, Roggel, Limburg, Netherlands, 11 October 1996 (mevr Schra) 37 Striated Scops Owl! Gestreepte Dwergooruil Otus brucei, Eilat, Israe l, December 1996 (Hadoram Shirihai) 38 Hume's Warbier ! Humes Bladkoning Phylloscopus humei, Iso la della Cona, Staranzano, Gorizia, Ital y, 28 December 1996 (Kajetan Kravos)

35


WP reports o n 4-14 Janu ary at Träs lövs läge, H all and. An in d iv idu al seen near Eil at from 31 Janu ary to late Febru ary wo re a ring and appeared to be the sa me as in th e previous w inter. In Senega l, an adult fe male Citrine Wagtail Mo tacilla citreola was seen at Dj ifèr on 27 Janu ary. O n 19 Novembe r, a reco rd 700 (to 800) Grey Hypocolius Hypocolius ampelinus we re seen at a roosting pl ace in Bahrain (not UAE; cf Dutch Birdin g 18: 329, 1996). From December to at least late February, the thi rd Black-throated Accentor Prunella atrogularis for Finl and stayed at Pi eksä mäki . A Black-throated Thrush Tu rdus ruficollis atrogularis remained at Ho llingwood near Chesterfi eld, Derbyshire, from 4 Janu ary into Ma rch. In G reece, a first-w inter male Desert Wheatear Oenanthe deserti was see n in Evros delta on 26 December. Th e third Dartford Warbier Sylvia undata for th e Neth erl ands stayed at Bri elsegatd am, Westpl aat, W estvoo rn e, Zuid-Holl and, on 3-7 Janu ary. The seco nd mid-w inter reco rd of Ménétries's Warbier S m ystacea for Israel co ncerned a bird ringed on 19 Janu ary at Hames har in so uthern Negev. A Hume's Warbier Ph ylloscopus humei stayed from 20 December until at least 10 January at Staranza no, Isol a dell a Cona, Gori z ia, Italy, w here it was trapped on 28 Dece mber (it was ori gin all y mi sidentified as a Greeni sh W arbi er P trochiloides; cf Birdin g W orld 9 : 466, 1996) . Th e fifth Isabelline Shrike Lanius isabellinus for Italy and the first in w inter stayed at Siracusa sa lt-pans, Sic il y. At W atersid e, Cumbria, England, th e lon g-staying male Spanish Sparrow Passer hispaniolensis w hich was prese nt since 14 July 1996 remain ed through Febru ary. The third breeding record for Egypt was at D akhl a Oas is, w here nests were built on 17 Febru ary. In

France, a fl oc k of up to 15 Pine Buntings Embe riza le ucocephalos was present at A lbaron , Camargue, on 1 February; until at least 23 Febru ary, up to fi ve ind iv iduais we re seen here. O n 13 Janu ary, a male was photographed at Va llberg, Värm land, Swed en. In Norway, a w intering Little Bunting E pusilla stayed from Janu ary into M arch at Ho ltalen, Sor-Trond elag, and anoth er was at Thurl estone, Devon, durin g February. For a num be r of reports, publi cati ons in Birding W orl d, Birdwatc h, Limi co la, Orni thos, Var Fagelvä rl d and Winging It we re co nsulted. News from Britain was kindl y supplied by Birdlin e (089 1-700-222 o r 089 1700-242) and Rare Bird News (088 1-888-111 ). I w ish to th ank Peter Adri aens, Mindy Baha el Din , Th eo Bakker (Tunisi a), Peter Barth el (Germ any), Lu c Bekaert (so uthern Spain), A rj an Brinkm an, A lain Chappui s, Tony Clarke (Ca nary Islands), A ndrea Corso, Joc hen Di ersc hke, Huub Don, Hugues Dufourn y (Moroccol, Enno Ebels, Steve Gantlett, M artin G ray, A ndrew Gri eve, Marce ll o Gru ssu, M orten Gunther, Ri ca rd Gutiérrez, Erik Hirsc hfeld, Ju stin Janse n, Erlin g Jirl e, Adri an Jordi, Gu y Kirw an (O SME), Tom Kompi er (Japan), Jan van der Laan, Pi erre Le M aréc hal, Bl ake M aybank, Anth ony M cGeehan, Peter M einin ger, Ri chard M illington , Domini c Mitchell , Pauline va n O mm en, Patri ck Palmen, Bram Piot, Jeff Pri ce (Ib is Exc ursion s), Adri Remeeus, John Rya n, Bob Scott, Hadoram Shirih ai (Israel), James Smith (Kibbu tz Lota n Birdw atc hin g Tours) and Ray Tipper for their help in compilin g thi s rev iew.

Arnoud B van den Berg, Duinlustparkweg 98, 2082 EG Santpoort-Z uid, Netherlands

Recensies FRANÇOIS HAVERSCHMIDT & G F M EES 1994. 8 irds of Suriname. VACO NV, PO Box 1841 , Paramaribo, Surin ame. 584 pp. ISB N 999 14-0-029 -X. NLG 225. 00 or USD 125 .00 (plu s US D 35. 00 p& p for air shipment). Thi s cl ass ic 3 kg boo k is a rev ised and enl arged edition of the im portant 8 irds of Surinam by Haversc hm idt (1968), w ho died in 198 7. During 198 0-86, Mees did nearl y all th e wo rk on thi s new edition, usin g hi s own experi ence from co ll ectin g expediti ons to th e co untry. It took anoth er six yea rs before th e book was pu bli shed. Compa red w ith th e fi rst edition, th e text has increased three-fold. The 40 co lour pl ates by Paul Barru el are still the sa me, and six new co lour pl ates fo r 40 species by Inge va n Noortw ijk are added. There are also many line draw ings and photog raph s, mostl y of nests. Th e book ca n be ordered di rectl y from the

36

pu bli sher: E Hogenboo m, VACO N V, Domineestraat 26 -32, PO Box 184 1, Paramaribo, Surin ame (So uth Ameri ca), phon e + 59 7-4 725 45, fax + 59 7-41 0563, e-m ail interf@sr.net. Each copy is se nt in excellent package, w hi ch should all owa n und amaged deli very. ARNOUD B VAN DEN BERG DALE A ZIMMERMAN, DON TURNER & DAVID J PEARSON 1996 . 8irds of Ken ya and No rthern Ta nzania. Chri stopher Helmj A &C Bl ack, 35 Bedfo rd Row, Lond on W Cl R 4JH, UK. 740 pp. ISB N 0-7136-3968-7 . G BP 40.00. Co lombia is the country w hich hold s the most spec ies of bird s, followed by oth er Latin-Ameri ca n co untries like Peru , Ecuad or and Brazil. Howeve r, it w ill take a lifetim e to see the majority of th ese bird s. Kenya, on

[Dutch Birding 19: 36-38, 1997]


Recensies th e oth er hand, gives mu ch eas ier access to its bird s. Selfres pec tin g birdtour lead ers ca n offer th eir parti c ipants 700 o r mo re spec ies in a th ree wee k trip. Kenya co mes as close to a tw itchers paradi se as a country ca n get. Until rece ntl y, th ere was o nl y o ne se ri o us drawbac k, th e lack of a decent fi eld guide. M ost bird ers w ho trave lled throu gh Kenya used Birds of East Africa by J G Willi ams & N Arlott (1980). M any w ill remember mo ments of des perati on, try in g to identify birds w ith nothing mo re th an the sparse inform ation of th e 'a lli ed species' sections at their di sposa l. Birds of Ken ya and North ern Tanzania is a huge step fo rwa rd. For th e first tim e, th ere is a book in w hich all 1114 species of bird s th at occ ur in Kenya and No rth ern Tanza ni a are illu strated and described in acc urate detail. The pl ates by Dale Z immerm an, lan Willi s and Dou glas Pratt are of a hi gh stand ard , and in most cases not o nl y depi ct breedin g plum ages, but also ju ve nile and no n-breedin g plum ages: never a lu xury for bird ers but esse nti al in th e case of Afri ca n bird famili es like w id ow bird s and w hydahs w here the transfo rmati o n from breedin g to no n-breedin g plum age is a compl ete metamorphosis. A utho rs of bird boo ks always ha ve to face taxo nomi c probl ems and mu st make difficult dec isions. Nowadays, their probl ems seem to be bi gger than eve r. Z immerm an, Turner and Pea rson try to kee p on th e sa fe side o f th e present di sc ussion s. They acknow ledge the importan ce of taxo nomi c research based on geneti c differences in D N A stru cture, but o nl y as one of seve ral approac hes to bird cl ass ifi ca ti on. Generall y, th ey try to keep to th e taxonom y used in th e Birds of Africa handboo k seri es. There are som e notabi e exception s, like th e split of th e Somali O stri ch Struthio mo/ybdophanes, a pro babl e spec ies acco rding to th e autho rs, and the Dimorphi c Egret Egretta dimorpha. Man y subspec ies are treated in great detail to minimi se th e ri sk of getting o ut of date too soo n. A book th at cove rs 1114 spec ies in a thorou gh way is bound to become too heavy for fi eld use. In eastern Afri ca, w here mu ch birdin g, at least in th e parks, w ill be do ne fro m ca rs, thi s usuall y w ill not be a se ri o us probl em. Wh en bird in g o n foot, use the new pictori al gu ide by Ber va n Perlo (Birds o f Eastern Africa; H arperCollin s 199 5) but be sure to have thi s exce ll ent boo k in yo ur hotel room. CH RIS Q UISPEL

NORBERT HÖLZEL, GERMAN RUSSANOW & STEFAN SCHLEU NING 1996 . Wo/ga-Oelta - N aturoase z wischen M eer und Ha/bwüste. Naturerbe Verl ag Jürgen Resch, Stockac herstra Se 11 , 886 62 Überlin gen, Germany. 153 pp. ISBN 3-9803 350-5-4. c DEM 24.00. Thi s attractively produ ced book cove rs a large ly ove rloo ked birdin g destin ation in th e W estern Palea rcti c: th e Vol ga delta, situated on th e northern ed ge of th e Caspi an Sea, Ru ss ia. Th e delta is surrounded by semidese rts and steppes. Therefore, a great va ri ety of w ildli fe can be seen in ju st a short v isit. Most pages of th e book are (ri ghtfull y) devoted to the ri ch nature of the area. Insects, fi sh, reptil es, amphibi ans and mammals

are all treated. A large secti o n on bird s is ri chl y illu strated by many ni ce colour photos of interestin g bird spec ies. White-tailed Lapw in g Vanel/us /eucurus and Great Bl ac k-headed Gull Larus ichthyaetus breed in wet areas, whil e th e steppes are said to contain both White-w in ged Lark M e/anocorypha /eucoptera and Bl ac k Lark M ye ltoniensis, as we il as Pall as's Sandgrouse Syrrhaptes paradox us. Alth o ugh most species mention ed in th e text appear on photo, thi s is not th e case for th e latter three species . Best bird of th e Vol ga delta is depicted on a photo on page 81: fo ur Siberi an White Cranes Grus /eucogeranus as th ey fl y ove r th e Vo lga delta o n their way from th eir breeding areas to some (unknow n ?) w interin g area; o r so I presume: unfortunately, it is not cl ea r w here o r w hen any of th e ph otos in the book we re taken. Th e Siberi an White Crane still regul arl y occ urs in th e delta durin g mi gration. Do th ese sightings represe nt the first confirmed reco rd s of thi s rare bird for th e W estern Palearcti c? Like many oth er wetl and s, th e Vo lga delta is threatened. Th e autho rs ho pe that, amon g oth ers, ecotourism to th e area w ill lead to a better protecti o n. Th erefore, the last part of the boo k gives all kind s of info rm ati o n for the trave ler. Four detail ed trips in th e area are described, w hi ch w ill enabl e you to see all interestin g spec ies of both th e Vo lga delta and th e semi-d ese rt and steppe surro undin gs . A detailed map, how eve r, is lackin g, althou gh a rather rough on e appears in sid e th e du st jac ket. Thi s book is a ni ce introdu ction to th e Vol ga delta and its di ve rse w ildlife. Howeve r, th e best w ay to experi ence it is simpl y to go there: it is ju st thi s w hat th e boo k makes you wa nt to do. ROLAN D VAN DER VLI ET

TONY CLARKE & D AVID COL LI NS 1996 . A birdwatchers' guide to the Canary /s/ands. Prion Ltd Publ ishers, 21 Ro undhou se Dri ve, Perry, Huntingdo n, Cambridgeshire PE18 OD!, UK. Distributed by NHBS, 2 Wills Road , Totn es, Devon TQ9 5XN, UK. 110 pp. ISBN 1-8711 0406-8. CBP 10.75 . Thi s is an obv iou sly useful book fo r an yon e preparing and makin g a birdin g trip to th e Ca nary Islands. With th e description s of th e va ri o us sites in thi s boo k (combin ed w ith pri vate travel reports ava il abl e from seve ral trave l report se rv ices), you should be abl e to make the most of your trip. The full species li st mentions for eac h spec ies on w hi ch island(s) it ca n be found and prov ides inform ation o n its statu s. A li st of se lected bird spec ies gives additional information on some loca l or uncom mon species, including th e endemi cs . Th ere are also I ists of the island s' terrestrial mammai s, w hales and dolphins, reptiles (no snakes! ), amphibi ans, dragonfli es and butterfli es . A NDRÉJ VAN LOON

NIGEL WH EATL EY 1996. Wh ere to watch birds in Asia. Christopher Helm/A & C Black, 35 Bedford Row, London WCl R 4JH , UK. 46 3 pp. ISBN 0-7136-4303-X. GBP 14.99.

37


Recensies This is another addition to the continuous ly growing li st of Wh ere to watch birds titles of this publisher, and the third dealing with birdwatching sites in the great continents (after South America and Africa) by the same author. These types of books are obviously invaluable for anyone preparing a special birding trip or for those birders who are in the position to do some birding in the spare time of business trips. In this book, birding sites in 39 Asiatic countr ies are dealt with, from Turkey and the Middle East (includin g the Arabian peninsuia) in the west to the Philippines and Japan in the east. Even Iraq (1) is included ... The countries are treated in alphabetical

order, with the Middle East in a separate section. As stated somewhere in the useful introductory section s, thi s book is intended te be a 'fi rst point of reference', not a complete site guide for all countri es, wh ich would of course be impossible to deal with in one book . Therefore, reference is made to birding tour organization s and providers of travel reports by other birders, in order to obtain more detailed information. A ca lendar indicating wh ich countries are to be vis ited best in a particular month is useful in choosing a trip. Much other practical information is given both in the introduction and in th e country and site accounts. ANDRÉ J VAN LOON

DBA-nieuws DBA-vogeldag te Utrecht in februari 1997 Ook dit jaar was de DBA-vogeldag, gehouden op 2 februari 1997 te Utrecht, Utrecht, een groot succes. De verplaatsing van de traditionele zaterdag naar zondag had geen invloed op het aantal aanwez igen. Het programma was gevarieerder dan ooit. Mark Constantine hield een overtuigend pleidooi om (nog) meer aandacht te besteden aan vogelge luiden. Zijn stand in de hal, waar hij de mogelijkheden van computerana lyse van voge lgeluiden demonstreerde, werd de hele dag zeer druk bezocht. Bruce Mactavish toonde aan de hand van een groot aanta l dia's de enorme variatie in het verenk leed van Kumliens Meeuw Larus (glaucoides) kumlieni. De DBA-vogeldag is ondenkbaar zonder een 'mystery bird-competitie', die dit jaar werd verzorgd door Anthony McGeehan. Anthony had vorig jaar al bewezen een goed spreker te zijn en dat werd dit jaar weer bevestigd. Zijn presentatie van de uitslag werd een college over voge ldeterm in atie waar iedereen iets van moet hebben opgestoken. Zoa ls vr ijwe l ieder jaar kwam de winnaar van de 'mystery bird-competitie' uit België: Gunter De Smet met 19 van de 24 foto's goed. Gedeeld tweede met 18 goed waren Enno Ebels, Jan van der Laan en René-Marie Lafontaine. George Sangster hield een belangwekkend en helder betoog over nieuwe ontwikkelingen in de taxonomie, leerzaam voor al diegenen die iets meer wi llen dan alleen een antwoord op de vraag 'Mag ik hem tellen'? De reacties uit de zaal, voora l van de kant van biologen, maakten duidelijk dat nog niet iedereen voetstoots bereid is de nieuwe ideeën te omarmen . George mag volgend jaar zeker terugkomen. Video neemt zo'n sne lle vlucht dat we dit jaar twee jaaroverzichten hadden, één met bewegende en één met sti lstaande beelden. Opvallend was dat van verschillende soorten de v ideo-opnamen meer lieten zien dan de dia's. Zo lang Wim Wiegant het jaaroverzicht verzorgt za l de video echter nooit de dia verdringen. Zijn bijdragen aan de DBA-vogeldagen zijn geestig, re lativerend en onmisbaar. Verheugend was dat de traditionele projectieproblemen dit jaar achterwege bleven: hulde daarvoor aan het technische team. CHRIS QUISPEL

38

DBA-vogelweek 1997 op Texel De DBA-vogelweek zal in 1997 wederom op Texel, Noord-Holland, worden gehouden. Op grond van een aantal overweg ingen za l de week dit jaar beginnen op zaterdag 27 september en eindi gen op zondag 5 oktober. Zo va lt midden in deze week de nieuwe maan; de bijbehorende duisternis vergroot de theoretische kans op afgedwaalde ze ld zaamheden. De DBA roept al haar begunsters en andere geïnteresseerde voge laars op om gedurende (een deel van) deze week naar het eil and te komen, actief te voge len en deel te nemen aan de diverse activiteiten, waaronder een big-day en lez in gen. Hierover zal in latere nummers van Dutch Birding en tezijnertijd via de Dutch Birding-vogellijn nader bericht worden. Men dient zelf voor accommodatie op het ei land te zorgen, waarb ij het DBA-bestuur het Texel Birdwatching Center van harte wil aanbevelen. GIJSBERT VAN DER BENT Samenwerking met Combi-Focus De DBA heeft een samenwerkingsverband afgesloten met Combi-Focus te Den Haag, Zuid -H oll and. Dit bedrijf levert optische apparatuur en fotomater iaal. Afgesproken is dat de DBA Combi -Focus za l aanbevelen bij haar begunstigers. Abonnees van Dutch Bird in g krijgen bij aanschaf van kijkers, telescopen, statieven en andere producten een korting van ten minste 10%. Dit geldt ook voor fotomater iaal. Wie nog geen abonnement heeft krijgt bij aanschaf van apparatuur een abonnement op Dutch Birding cadeau wanneer het aankoopbedrag hoger is dan NLG 800. Bij een lager bedrag biedt Combi-Focus een abonnement aan met kort in g. Het bestuur van de DBA is zeer blij met deze samenwerking die niet alleen voor de DBA, maar ook voor de abonnees veel voordelen biedt. Z ie ook de advertentie eld ers in dit nummer. Voorlopig gelden de gemaakte afspraken alleen voor 1997, maar zowe l de DBA als Combi-Focus hopen op een langdurigere samenwerking. Het adres van Combi Focus luidt: Combi-Focus, Thomsonlaan 96, 2565 JE Den Haag, telefoon 070-3638398, fax 070-3617147. CHRIS QUISPEL

IDutch Birding 19: 38, 1997]


Aankondigingen & verzoeken _ __ Expositie Flip de Nooyer H et Natuurmuseum Rotterdam in Rotterdam, Zuid-Holl and, toont va n 28 maart tot en met 22 juni 1997 het we rk va n vogelfotograaf Flip de Nooyer onder de titel 'Flip de Nooye r: vogelfotograaf - portretten va n Europese vogels' . Het bezoekadres luidt: Natuurmuseum Rotterdam, Westzeedijk 345 (Muse umparkl, 3015 AA Rotterdam , Nederl and. Voor verdere informati e kan men bell en met Kees Moeliker, Natuurmuse um Rotterd am, telefoon 0104364 222. Request for photographs of small unstreaked Acrocephalus warblers H adoram Shirih ai and Jon Kin g are preparin g an identi f icati on paper on th e small un streaked Acrocepha/us wa rbl ers. Th e authors w ould we lco me si ides of any of these species for stud y and possible publi cati on. Both ph otographs ta ken in the fi eld or in th e hand w ill be of use . All ph otographi c material w ill be return ed, and all co ntributors will be acknow ledged; photog raphers of publi shed materi al w ill be payed a fee according to th e payment sc hem es of Dutch Birdin g. Pl ease se nd your slides, indicatin g species, loca lity, date and photograph er (a nd his address! ) to: Jon Kin g, Edwa rd Grey Institute, Departm ent of

Zoology, South Parks Road, Oxford OX l 3PS, UK. 8ird migration survey in Israel in autumn of 1997 Durin g A ugust-October 1997, th e Israel O rnith ologica l Center (IOC) organi zes the annu al raptor, stork and pelica n mi gration survey in th e N orth ern Valleys, Israel. During the autumn of last yea r, over a period of 45 days, c 806 000 mi grating birds w ere counted in th e skies ove r Israe l, includin g 580 000 raptors of 30 different species, 250 000 White Storks Ciconia ciconia and 36000 White Pelican s Pe/eca nus onocrota/us! You are in vited to join an intern ation al team of birders to experi ence th e bu siest mi gration route in th e W estern Palearcti c. Experi enced birders w illing to assi st in th e survey for a period of at least four w eeks and to watch the mi gration for at least 10 hours a day are offered free lodging and food for th e length of th eir stay. Those interested are requ ested to se nd a short curri culum vitae inc ludin g detail s of th eir prev ious experi ence to : Dan A llon, Israel Ornithological Center, 155 Herze i Street, Tel-Avi v, 68101 Israel, telephon e +972 -368268 02 ; fax +972-35182 644, e-mail ioc@ netv ision.net.il . Pl ease state the peri od you w ill be ava il abl e.

Recente meldingen Dit overz icht va n recente meldingen va n ze ldza me en in teressante voge ls in Nederl and en België bes laat voo rn amelijk de period e december 1996-januari 1997. De verm elde gevall en z ijn merendee ls niet geverifi eerd en het ove rz icht is niet voll ed ig. A lle vogelaars die de moe ite namen om hun waa rn emin gen aan ons doo r te geven wo rden hartelijk beda nkt. W aa rnemers va n soo rten in Nederland die wo rden beoordeeld doo r de Commi ss ie Dwaa lgasten Nederland se Av ifaun a wo rdt ve rzoc ht hun w aarn emingen zo spoed ig moge lijk toe te ze nden aan: CDN A, Postbus 45,2 080 AA Santpoort-Zuid, Nederl and. Hiertoe gelieve men gebruik te maken va n CDNA-waa rn emin gsformul ieren die eveneens ve rkrij gba ar z ijn b ij bove nstaa nd adres .

Nederland Behalve de IJsduiker Ga via immer va n het Oostvoo rn se Meer, Zuid-H oll and, die

DU IKERS TOT VALKEN

daar de gehele peri ode bleef, zwom er één va n 8 tot 18 december op het Veerse M eer, Zee land . Op 11 decembe r vloog er één langs Tern euze n, Zeeland. Een Grauwe Pijlstormvogel Puffinus grise us we rd op 3 decembe r gemeld bij W estkapell e, Zee land. Kuifaalscholvers Stictocarbo aristote /is ve rbl even bij het we r-

[Dulch Birding 19: 39-45, 1997[

kei land N eeltje Jans, Zeeland, va n 10 december tot 18 j anu ari met max im aa l v ier op 5 janu ari . Voorts wa ren er waarn emin gen op 16 december bij Scheveningen, Zuid-Ho ll and, en op 26 en 28 december twee bij Goessc he Sas, Zeeland. Er wa ren tw ee meldin gen va n Kwakken Nycticorax n ycticorax: op 5 december we rd bekend dat er al enkele we ken een exempl aar in een tuin roestte te Somm eisdij k, Zuid-H o ll and, en op 1 j anu ari v iel er één in bij de Punt va n Goeree aan de noo rdkant va n de Brouwe rsdam, Zuid-Ho ll and. Kleine Zilverreigers Egretta ga rzetta ve rbl even tot 5 december bij het Veerse Meer nabij A rnemuiden, Zee land (v ier), op 7 en 8 dece mber bij N ieuw -Lekkerl and, ZuidHoll and, en op 30 december in de Flaau wers Inl agen, Zeel and ; op 4 januari we rd er één dood gevonden bij Renesse, Zee land. Op 20 december bl eken maar liefst v ier Grote Zilverreigers Casm erodius a/bus te pl eisteren ten noorden va n Nuland, Noord-Brabant; in j anu ari we rden er daar twee gez ien bij een v ij ve r van het Autotron . Ve rder wa ren er waa rn emin gen op 7 december in de Grote Peel, Noord-Brabant, op 14 december in de Lauwe rsmeer, Gronin gen, op 15 december bij G root-A mm ers, Zuid-Ho ll and, op 21 december bij Voorst, Gelderl and, en Zoetermeer, Zuid-Holland, op 23 december bij O ost-Sou burg, Zeel and, en op 19 j anuari ten westen va n Middelburg, Zee land. Het max i-

39


Recente meldingen mum aa ntal Flamingo's Phoenicopterus roseus we rd op 5 j anu ari vastgesteld : zes bij het O ostvoo rn se M eer en één langs de Brou we rsdam. In totaa l werd en 30 à 35 Dwergganzen Anser erythropus in deze peri ode opgemerkt, met als beste dag 22 december met 11 b ij Strij en, Zuid-H o ll and, en acht bij de Pl aat va n Scheelhoek, Zuid-Ho ll and . Er werd en c 30 Sneeuwganzen A caeru/escens gemeld, met op drie locati es groe pen va n zes : op 7 december bij de Lauwe rsmeer, va n 4 tot 13 janu ari ten zuiden va n Urk, Fl evoland, en va naf 20 j anu ari bij N ieuw kuij k, Noord-Brabant. Het aa nta l Witbuikrotganzen Branta hrota liep in de loo p va n de peri ode snel op, met in december 14 en in j anu ari minim aa l 75 . De grootste groepen wa ren aanwez ig bij Hippo lytu shoef, Noo rd -Holl and, en bij de Brouwe rsdam (beide 23). Zwarte Rotganzen B nigricans we rden gez ien op 13 december bij Dreisc hor, Zee land, va naf 14 december nabij Hippolytu shoef, op 29 en 30 december bij Den Helder, Noord -Ho ll and, op 4 janu ari bij De Cocksdorp, Noord-Holl and (twee), en op 18 en 19 j anu ari bij A njum, Fri es land. Er we rden c 20 Roodhalsganzen B ru ficollis gemeld. In de O ranjekom in de AW-duinen, Noo rd-H o ll and, zwom eind december af en toe het mannetj e Bronskopeend Mareca fa/ca ta temidd en va n een 30-tal Mandarijneenden A ix ga /ericu/ata. Interessanter is de waa rn emin g va n een vrouwtj e Zomertaling Anas querquedu/a op 9 december op de Starrevaa rtpl as bij Leidsc hend am, Zuid -Holl and . Naast w aarn emin gen op de bekende pl ek in de HWduinen, Zuid-Holl and, we rd in december een opva llend grote groe p Krooneenden Netta ru fina (maxima al 36) gez ien op het Wold erw ijd, Gelderl and. Witoogeenden Aythya n yroca ve rbleven va n 15 tot 23 december ten noo rden va n Eindhoven, Noord-Brabant, en op 11 janu ari bij Hillegom, Zuid-Holland. De meldin g va n een mannetj e Stellers Eider Po/ysticta ste lleri op 11 , 12 en 18 janu ari bij de pi er va n Hol we rd , Fri es land, bracht toc h nog wat vol k op de been maa r zoekacties leve rden niets op. N abij De Cocksdo rp werd op 9 j anu ari het opva llend hoge aa ntal va n 200 IJseenden Clangu/a hyem a /is geteld . Hoewe l het bekend is dat in dit deel va n de W addenzee hoge aanta llen voo rkomen, is dat va naf de ku st ze lden vast te stell en. Pas va naf eind december we rden weer Rode Wouwen Mi/vus mi/vus gez ien: op 26 december bij Lelystad, Fl evoland , en Vinkeveen, Utrecht, op 31 december op Texe l, Noo rd-H oll and , op 1 j anu ari in de AW-duin en, op 5 januari bij V laa rdingen, Zuid-Holl and, op 10 janu ari bij Assen, D renthe, en b ij Ve lp, Gelderl and, en op 26 janu ari bij Lopik, Utrecht. Zeearenden Ha/iaeetus a/bicilla we rden gemeld tot 2 1 dece mber in het Oostvaard ersp lassengebi ed, Fl evoland (max ima al twee), tot 11 j anu ari in de omgevin g va n het Noo rdh oll and s Duinreservaa t, Noord-Holland, tot 11 decembe r aa n de zuidrand va n de Do ll ard, Groningen, op 22 decembe r één en op 27 j anu ari twee bij de Hell egatsp laten, Zuid Holl and, op 28 december bij Eindh ove n, op 28 december en 4 janu ari bij het M arki ezaa t va n Bergen op Zoom, Noord-Brabant, op 7 j anu ari op de Korendij kse Slikken, Zuid-Holland, en op 24 j anu ari bij Schiedam, Zuid-H oll and.

40

KRAANVOG ELS TOT ALKE N De eni ge Kraanvogels Grus

grus vlogen op 20 december met z ijn vieren langs Scheveningen. Een Grote Trap O tis tarda d ie op 14 j anu ari we rd gemeld bij Pannin gen, Limburg, was daar moge lijk al ee rd er aa nwez ig en werd op 17 januari teru ggevonden bij H eusden, Noord- Braba nt. D ri e Kleine Strandlopers Ca lidris minuta we rden tot 11 december gez ien in de Band po lder, Fri es land. Voo r de tweede opee nvo lgende w inter ve rbl eef een Regenwulp N umenius phaeopus bij Terneuze n. De grootste aa ntallen Geelpootmeeuwen Larus ca c/1innans we rd en vastgesteld op 28 december (ten min ste 10 eerste-w in ters en zeker twee adulte) op het Rutbekerve ld b ij Boeke lo, Overij sse l, en op 11 janu ari (ac ht) bij Linn e, Limburg. Bij Boe kelo we rden de meeste eerste-w inters gedetermin ee rd als M editerrane Geelpootmeeuw L c michahe llis maar de adulte exempl aren werd en voo rz ichtig gedetermin eerd als Kas pi sc he Gee lpootm eeuw L c cachinnans. Nagekomen nieuws betreft een adulte Kas pi sc he Gee lpootmeeuw, gerin gd in Oekra'ln e, waarva n de kleurrin g in januari 1996 we rd afgelezen op de vuil stort va n W aubach, Limburg. O p 13 janu ari we rd een adul te Kleine Burgemeester L g /aucoides gemeld in A msterdam , Noord-Holland. De gehele peri ode bl eef de adulte Grote Burgemeester L hyperboreus van de Brouwersd am op z ijn stek. O p 11 december we rd een onvol wassen voge l in Bres kens, Zee land, gez ien. Een Zwarte Zeekoet Cepphus grylle vloog op 29 december tu sse n de Brouwersdam en Renesse . Kl eine Alken A lle alle werd en tot 13 december bij de Brouwe rsdam gez ien, met op 8 december twee, en op 27 j anu ari bij Schevenin gen. DU IVEN TOT VINKEN Een op merkelij ke meldin g betrof een Zomertortel Streptopelia turtur op 2 j anu ari b ij de Grebbeberg, Utrecht. Een aa rdi g spektakel vo rm de de 32 0 Halsbandparkieten Psittacu/a kram eri die z ic h op 9 december 's avond s ve rza melden op de slaapp laats aa n de Heemstedestraat in A mste rdam. Hoppen Upupa epops wa ren aa nwez ig op 7 december in Bodeg raven, Zuid-H oll and, en op 26 december opni euw in W insum, G ronin gen. Na de melding va n drie Middelste Bonte Spechten Dendrocopos m edius afge lope n se izoen in Zuid -Lim burg, tekende zic h in december een ve rrasse nde influ x af. O p 14 december we rd er één ontdekt bij het kasteel va n Heeze, Noord-B rabant, die tot eind j anu ari we rd gez ien. Op 25 en 26 december verbl eef er één bij Ter A pel, G ronin gen, en op de Grebbeberg één va naf 1 j anu ari tot in febru ari. Daa rnaast bl eef de voge l va n het Vijlenerbos, Limburg, tot in janu ari . Er wa ren late waa rn emin gen va n Grote Piepers A nthus richardi op 23 december bij de H outribh aven, Fl evoland, en va n 28 tot 30 december twee in de Eemshaven, Gronin gen. De ee rd er gemelde illVasie va n Pestvogels Bom bycilla garru/us zette niet door : tot begin j anu ari we rd en er nog slechts 14 gez ien. Een Waterspreeuw Cinc/us cinc/us we rd op 22 december waa rgenomen in de AW -duinen. De tweede Woestijntapuit Oenanthe deserti va n het naj aar we rd op 14 december ontdekt bij Westerni eland, G ronin gen, en bl eef daa r tot 25 december. De derd e Provençaalse


Recente meldingen

39 Sneeuwganzen / Snow Geese Anser caerulescens, Urk, Noordoostpold er, Flevoland, 4 januari 1997 (Piet Munsterman)

40 Notenkraker / Nutcracker Nucifraga caryocatactes, Veenwouden , Friesland, januari 1997 (R ik Winters)

41


Recente meldingen

41-42 M iddelste Bonte Specht! Middle Spotted W oodpecker Oendrocopos m edius, Heeze, Noo rd-Brabant, 11 janu ari 199 7 (Rob C Bouwman)

Grasmus Sylvia undata voor Nederl and, en de tweede b innen ruim een jaar tijd , verbleef va n 3 tot 7 januari op de Bri elsegatd am tusse n het Oostvoo rn se M eer en de W estpl aat, Zuid-Holland . Deze voge l, een mannetje, liet z ich in tegenstelling tot de vogel in 1995 goed obse rveren. Een late Pallas' Boszanger Ph ylloscopus proregulus zat op 7 december nog bij Breezanddijk op de Afsluitdijk, Fri esland. Buiten Limburg we rden Taigaboomkruipers Certhia familiaris waa rgenomen op 17 december in Houten, Utrecht, in de laatste dagen va n december op Terschelling, Fri esl and, op 28 en 29 decembe r in Doesburg, Gelderl and, en op 18 j anu ari op

Vli eland, Fri esland . Een Buidelmees Remiz pendulinus werd op 10 janu ari gemeld in de gemeente Veere, Zeeland. De v ierde Izabelklauwier Lanius isabellinus voor Nederl and ve rbl eef va n 8 tot 11 december in Lauwe rsoog, Gronin gen/ Fri esland, maar deed z ijn ui terste best om niet gez ien te word en. Notenkrakers Nucifraga caryocatactes waren op 11 december aanwez ig te Heesch, Noo rd- Brabant, en va naf 11 j anu ari te Vee nwouden, Fri es land. Een Witstuitbarmsijs Ca rduelis hornemanni we rd op 5 december kortstondi g gez ien in Lopik.

Ruud M van Dongen, Taa lstraat 762, 52 6 7 BJ Vught, Nederland Rem co Hofland, Koningstraat 23A, 23 76 CC Leiden, Nederland Peter W W de Rouw, Schoolstraat 3-bis, 358 7 PM Utrecht, Nederland

België D U IKERS TOT VA LKEN W aa rn emin gen va n Parelduikers

Cavia arctica kwa men va n Oostend e, West-V laanderen, va naf 3 december (met een tweede va n 29 december tot 7 j anu ari ); op de Barrages de l'Eau d' Heure, Hain aut, op 5 december; bij Di epenbeek, Lim burg, op 7 december; te Zeven kerke, W est-V laa nderen op 15 december; te Rotse laar, V laams-Brabant, 42

va n 16 tot 21 december; te Heist, W est-V laanderen op 20 december; en bij Gent, Oost-V laanderen, op 9 janu ari . Van 30 december tot 1 j anu ari zwom een ad ul te bij Coo, Li ège. Op 10 december verbl eef een ju ve niele IJsduiker C im m er op de Barrage de la H aute Sûre, Groothertogdom Lu xe mburg. Va n 21 tot 28 decembe r zwo m een tweede-w inter te Kall o-Doe l, O ost-V laa nderen, en een adulte voge l met restante n va n zomerkl eed was op 22 en 23 december aanwez ig


Recente meldingen

43 Middelste Bonte Spec ht / Midd le Spotted Woodpecker Dendrocopos medius, Epen, Limburg, 22 december 1996 (Karel Lemmens) 44 Middelste Bonte Specht / Midd le Spotted Woodpecker Dendrocopos medius, Ter Ape l, Groningen, 26 december 1996 (Anne Diephuis) 45 Provenรงaalse Grasmus / Dartford Wa rbi er Sylvia undata, Bri elsegatdam, Zuid-Holland, 6 jan uari 1997 Van den H ertog) 46 Izabe l klau wier / Isabe lline Shrike Lanius isabellinus phoenicuroides, Lauwersoog, Fri es land , 11 december 1996 (Eric Koops) 47 Zwa rte Rotga ns / Blac k Brant Sranta nigricans, ad ult, Stro e, W ieri ngen, Noord-Ho ll and , 8 februari 1997 (Sander Lagerveld) 48 Kl e in e A lk / Littl e A uk Alle alle, Kanaa l A lme lo- Nord horn , Over ij sse l, 16 novem ber 1996 (Carl Derks) (cf Dutch Birding 18: 332, 1996)

43


Recente meldingen bij Stokkem, Lim burg. Een langsvliegend, ju veni el exempl aar werd op 3 janu ari waa rgenomen te Zeeb ru gge, W est-Vl aanderen. Het aantal ove rw interende Roerdompen Botaurus stel/aris was hoger dan in 'normale' w inters. Op 18 j anu ari lag een dode adulte Kwak Nycticorax nycticorax in de Ijzermondin g te Nieuw poort, W est-Vl aanderen. De eni ge waarn emin gen va n Kleine Zilverreigers Egretta garzetta wa ren te Dudze leZeebru gge op 1 en 3 decem ber (twee) en te KnokkeZw in, W est-Vl aanderen, op 5 (twee) en 19 december. Op 1 december v loog een Grote Zilverreiger Casmerodius a/bus over Ch apell e-Saint Lambert, W aaIsBrabant. Het ove rw interende exempl aar verbl eef nog de gehele periode te Harchies, Hainaut, met een tweede voge l op 5, 7 en 21 december en in janu ari. Verder werd deze soort gezien te Testelt, Vl aams-Brabant, op 22 en 23 december; te Wil se le, Vl aams-Brabant tot ten min ste 23 december (vermoedelijk v loog deze voge l op 23 december over Ti enen, Vl aams-Brabant); en te Li er, Antwerpen, va n 5 tot 21 december (deze vogel bl eek al va naf midden november aanwez ig te zijn). De eni ge lepelaar P/ata/ea /eucorodia liep op 22 december in H et Zw in te Knokke, de kl assi eke pl ek voor w interwaa rnemingen in Bel gië. Kleine Zwanen Cygnus bewickii deden het met 645 niet slecht. De hoogste aanta ll en w aren zoa ls gewoonlijk aanwez ig in de om gevin g W atervl iet-Boekhoute-Sint-Margri ete met als max imum 367 op 31 januari. Er werd en in totaal 154 Wilde Zwanen C cygnus vastgesteld, een ui tzonderlijk hoog aantal. Schul en, Limburg, scoord e met 23 het hoogst. Op 2 en 6 december liepen zeve n Dwergganzen Anser erythropus in de Uitkerkse Polders, WestVl aa nderen, rond 15 december w aren het er acht maar eerder zou deze groep uit 10 exempl aren hebben bestaa n. O p 23 en 24 december was een gemakkelijk te v inden exempl aar aa nwez ig bij M aaseik, Limburg. De eerste vier Witbuikrotganzen Branta hrota v logen op 31 december langs Middelkerke, W est-Vl aanderen, op 12 janu ari I iepen er vier bij Bredene, WestVl aa nderen, en op 25 en 26 janu ari twee te Zee bruggeVoorh ave n. Vanaf 7 januari verbl eef er steevast een groepj e in de Uitkerkse Polders met als max imum 25 op 16 janu ari. O p 15 december vertoefden twee Roodhalsganzen B ruficol/is bij Koo lkerke, W est-Vl aanderen. Een moeilijk te v inden exempl aar was rond 15 december aanwez ig in de U itkerkse Polders; op 5 en 7 janu ari te Houtave, W est-Vl aa nderen; en op 27 janu ari te Stalhill e, West-Vl aanderen. Nogmaa ls we rd het Zeebrugse mannetj e Blauwvleugeltaling Anas discors herontdekt, ditmaa l in prachtkleed en tu ssen ve le 1000en Smi enten M areca pene/ope op 21 december. De cl aim va n een vrouw tj e te Heusden, Oost-V laa nderen, van 5 tot 8 j anu ari draaide uit op een (in z it) moe ilijk te herkennen hybrid e Slobeend x Wintertaling A c1ypea ta x crecca . Het totaal aantal Krooneenden Netta rufina bedroeg c 35, met max im aa l v ij f te Klui ze n, O ost-V laanderen, op 27 december. Het mannetj e Ringsnaveleend Ayth ya col/aris va n Bl okkersdijk, A ntwe rpen, werd daa r het laatst gezien op 21 december; op 1 janu ari verbl eef hij te Kal/o-Doe l, OostVl aanderen, en op 15 en 17 janu ari zat hij even op het

44

Am erikadok te Antwe rpen, Antwerpen. Op 4 janu ari we rd een hybrid e mannetj e Ringsnavel- x Kuifeend A col/aris x fu/igu/a ontdekt bij Sint-Krui s-Win ke l, Oost-Vl aanderen; de voge l bl eef tot ten mi nste 22 janu ari ter pl ekke. Van 1 tot 26 december ve rtoefde een Witoogeend A nyroca te Schulen; va n 6 tot 23 december verbl eef een vrou wtj e te W arn eto n, H ain au t; en op 14 december zwom er zowel een mannetje te Oostende-Spuikom al s te Hofstade, Vl aams-Braba nt. Een onvo lwasse n mannetj e zwo m op 12 janu ari op de Schelde te Dendermo nde, Oost-Vlaanderen, en enke le kil ometers verd erop, ter hoogte va n Ze le, OostVl aanderen, zaten op dezelfde dag een mannetj e en een vrouwtje. H et mannetj e van Duffel, Antwerpen, ve rsc heen daar pas va naf 31 j anu ari. IJseenden C1angu/a hyemalis ve rbl even va n 14 tot 23 december bij Rote m, Limburg; op 25 december te Baasrode-D endermonde; op 3 janu ari te Heist; op 2 1 j anu ari te SintKrui s-Winkel; en va n 25 tot 26 j anu ari te Godinne, N amur. De aantallen Nonnetjes M ergel/us a/bel/us en Grote Zaagbekken M ergus merga nser ve rpul verd en ve le vroegere record s. Vanaf 15 december (tot ten minste 19 j anu ari ) ve rpl aatste zich een vrou w tj e Rosse Stekelstaart O xyura j amaicensis door de Gentse Kanaa lzon e. Op 21 december verbl even er twee te Klui zen. Er werden bij zo nder vee l eendenhybriden vastgesteld, bijvoorbeeld Wilde Eend x Krooneend A p/atyrhynchos x N rufina; Wilde Eend x Pijlstaart A p/atyrh ynchos x acuta; Wilde Eend x Slobeend A p/atyrh ynchos x c1ypeata; de kl assi eke Tafeleend x Kuifeend A ferina x fu/igu/a en Tafel- x Witoogeend A ferina x nyroca ete. Een on vol w assen Zeearend Ha/iaeetus a/bicil/a v loog op 21 december kortstondi g over de Kalmthoutse Heide, Antwe rpen, en op 22 december trok er één ove r Rum stW alem, Antwerpen. Nog een onvol wassen exempl aa r, we lke op 27 j anu ari werd ontdekt te Nee rpelt-Hageven, Limburg, bl eef aan wez ig tot in febru ari . M et c 28 waa rgenomen exempl aren was het een bij zo nder goede w inter voor Ruigpootbuizerds Buteo /agopus. Er werden in totaa l 26 Slechtvalken Fa/co peregrinus gemeld. KRAANVOG ELS TOT GORZEN Op 9 december vloog ten minste één Kraanvogel C rus grus ove r Fl obecq, Hainaut; op 21 december v loge n er v ier ove r Longchamps, Namur; en va n 22 tot 28 december pl eisterde een adulte voge l te Verrebroek-Doe l, die zich op de laatste dag ve rpl aatste naar de po lders bij het Verdronken Land van Saeftin ge, Zee land, Nederland , en daar aanwez ig bl eef tot in febru ari . Zwartkopmeeuwen Larus me/anocephalus ve rbl even op kl ass ieke pl aatsen als Gent (twee); Klui zen (drie); Li er; Oostende (twee); Nimy, Hain aut; Kl ein Will ebroek, Antwe rpen; A ntwe rpen-Linkeroever; en Ri eme, Oost-Vl aanderen. O p 24 en 3 1 j anu ari we rd een eerste-winter met een Hongaarse rode kl eurring gez ien bij Oudenaa rde, O ost-Vl aanderen. Op 11 en 15 janu ari dook er (telkens kortstondig) een adult-w inter Ringsnavelmeeuw L de/awa rensis op te Li er-Du ffe l. Hoewel we gewend raken aan het jaarlijkse voo rkomen blijft de soort felbegee rd op ve le lij stj es . Geelpootmeeuwen L cachinnans w erden gemeld te C ent; te Bredene; te Kall o-Doel; te Kl ein-Will ebroek; te Oost-


Recente m eldingen

49 Woestijntapuit / Desert Wh eatear Oenanthe deserti, W esterni eland, Gronin gen, 23 december 1996 (LeoJ R Boo n/Cursorius)

ende (ac ht); en te Dendermonde. Op 8 december was een on gedetermin eerde burgemeester Larus aanwez ig bij Wuustwezel, Antwe rpen . Op 16 janu ari ve rbl eef een Kleine Burgemeester L g laucoides op de M aas bij Hu y, Liège . Op 21 december v loog een eerste-w inter Grote Burgemeester L hyperboreus langs Li er- D uffel. Nog een eerste-w inter was op 29 december aanwez ig te O ostende en een derde-winter v loog op 22 janu ari ove r het strand te M iddelkerke. Op 18 janu ari werd een dode Kleine Alk A lle alle opgeraapt te Bredene; va n drie andere vo nd sten werden geen datum s ontva ngen. Bij Teuve n in de Voe rstreek, Limburg, ve rbl eef op 8 j anu ari een Middelste Bonte Specht Oendrocopos medius. Van de 23 gemelde Strandleeuweriken Eremophila alpestris bestonden de grootste groepen uit 15 te Kn okke-Zw in en 12 te Zee bru gge-Ac hterh aven. O p 14 december was een Rouwkwikstaart M otacilla alba ya rrellii aa nwez ig te Langerbru gge, O ost-Vl aanderen . O p 1 december werd kortstondi g een Pestvogel Bombycilla ga rrulus gez ien te Herentals, A ntwe rpen, en op 18 decembe r was er zowe l een aanwez ig bij A ntwerpen als te Oostende. Va n 2 tot 5 december ve rbl eef een Pallas' Boszanger Ph ylloscopus pro regulus in Het Zw in te Knokke. De Klapeksters Lanius excubito r te Kruibeke-polder, Oost-V laanderen, en te Brecht-Schietve ld, A ntwerpen, bl eve n nog de gehele periode aanwez ig. Verder wa ren er waa rnemin gen te Vi erse l, A ntwe rpe n, en bij de Barrages de la Pl ate-Taill e,

Hainaut. Een Russische Kauw Corvus monedula soemmerringii was op 8 janu ari aanw ez ig bij Nieuw poort. De strenge winter kenmerkte zich verder door hoge aantallen Goudvinken Pyrrhula pyrrhula en vooral Appelvinken Coccothraustes coccothraustes; va n de laatste ve rbl eef v rij we l co nstant een groepj e te GentBl aarmeerse n met maximaal 35 op 30 janu ari . Op 4 decembe r we rd een IJsgors Ca Ica rius lapponicus gez ien te A ngreau, Hain aut, en op 16 j anu ari twee in Het Zw in te Knokke. De grootste groep Sneeuwgorzen Plectrophenax nivalis bestond uit 110 voge ls, te Kn okke-Zw in op 16 janu ari , maar ook de 56 va n Heist op 20 december z ijn naar Belgisc he normen een leuk aantal. Spectacul air was de groep ove rw interende Grauwe Gorzen Miliaria ca landra te Ti enen, die op 5 janu ari 160 koppen telde en op 12 janu ari het topaantal va n 450 exempl aren haalde. Bij Angre, Hain aut, w erden er op 31 janu ari 84 geteld . Deze waa rn emings lij st kwa m tot stand met medewerking va n Yves Bapti ste (De Gavers), Lu c Bekaert (OostV laanderen), Peter Coll aerts (Tienen), Frank Descheemaeker (M ergus), Hugues Du fourn y (H ain ornitho), Koen Leysen (Limburg) en Will y Ve rsc hueren (G roenlin k) . Ook de hul p va n al diegenen die (hun) waa rnemin gen in spraken op de Belgisc he Dutch Birdingvoge llijn (0 3-48801 94) was hier onontbeerlijk.

Gerald Driessens, Bosstraat 44, 2500 Lier; BelgiĂŤ 45


DB Actueel International large Gulls Meeting at Wismar (IlGM 1996) From 30 August to 1 September 1996, an informal meeting was held at Wismar, MecklenburgVorpommern , on the Baltic Sea coast of Germany, focusing on identification (ID) and colour- (o r code-) ringing programmes (CR) of primarily Western Palearctic large white-headed gu ll s (LWHGs), ie Herring Gull Larus argentatus and its close relatives, admixed with no less exc iting topics like biometry and taxonomy. ID of 'yell ow-Iegged gu ii s' (YLGs) was the ' leitmoti v', both in presentations and in the field. This get-together was privately o rganised by Ronaid Klein (Wismar) and attended by 30 dedicated 'gu ll people' from Britain, Denmark, Finland, Germany, Israel, the Netherlands, Pol and and Sweden. The fol low i ng presentations we re given : 1 RĂźd iger Kaminski and Heiko Michaelis reported on the recent co loni zation by LWHGs of the East German interior; most are ' omissu5 -types, with some cachinnans-type and michahellis-type individu als; slid es were shown to enhance the ID chal lenges posed; 2 Andreas Helbig summarized the significa nce of DNA ana lysis methods for avian taxonomy; mtDNA studies on LWH Gs have involved few taxa and their results are controversial; the outcome of ongoing research on c 25 LWHG taxa from across the Holarctic by a German team may shed more li ght on their relationships; 3 Detlef Gruber gave a slid e show on YLG ID, specifically of michahellis and cachinnans, and how to teil these apart from other LWHG taxa; it was aptly emphasized that considerable caution must be exercised with respect to the highly var iabi e plumages of first-year graellsii/intermedius/fuscus; 4 Kjeld Pedersen and Eddie Fritze reported about LWHG CR programmes in Denmark (ye ll ow rings, codes starti ng with 'V') and Germany (green, 'X'); 5 Przemek Chylareck i and Marek Z ielinski presented the resu lts of detailed biometrical research on recently estab li shed LWHG populations in interior Poland, consisting of birds showing cons id erable individual variation; surprisingly, they concluded that these birds can not be attributed to different taxa and must be .named Herring Gu ll s; this provoked a meaty discussion; 6 Ronaid Klein 's videotape gave a foretaste of the meeting's excursion to the Parkentin rubbish tip near Rostock, Mecklenburg-Vorpommern, show in g the pronounced differences between michahellis and cachinnans, particularly with respect to vocal izations and behaviour; moreover, strengthened by his observations that the two taxa form virtua ll y separated breeding co lonies in Rumania, he launched the opinion that two different species are involved; 7 Risto Juvaste presented a paper titled 'Total assessment of bird ringing', dealing with seven different aspects of traditional metal-ringing and CR; the latter method scores 10 times better than the first; white and ye ll ow 'C' -rings are in use for LWHG s in Finland; 8 Ted Hoogendoorn showed slides of Nearctic and Eastern Palearctic LWHGs, including

46

smithsonianus, thayeri, californicus, glaucescens, occiden ta lis, wymani, vegae, taimyrensis, mongolicus and a possibly unnamed Asian taxon; the strik in g simi larity of the tail patterns of the Nearctic taxa in first-year plumages may indicate that these are more c10sely related to each other than to Palearctic LWHG taxa; 9 Ronaid Klein presented some results of his ring-reading activiti es of LWHGs in north-eastern Germany; since 1991, c 7800 co ntrol s in volving c 3600 different individuals were ac hi eved, in cluding 12 cachinnans from the Black Sea and 34 michahellis, mostly from the Adriatic Sea; f irst-years stay longer in the area than older birds; 10 Norman van Swelm reported about his biometrical research on Lesser Black-backed Gul ls breeding in severa l large colonies in the Rotterdam harbour area, Zuid-Ho ll and, the Netherlands; this population takes an intermediate position between 'graellsii' and 'intermedius' as o ri gin all y described; apparently, these are only the c1inal ends of a sing le taxon graellsii - this name hav in g priority over intermedius - whereas fuscus takes a separate position; and 11 Peter Rock broke a lance for European-wide co-o rdin ation of CR progammes. The excursion to Parkentin produced good to exce llent v iews of juvenile/first-winter michahellis and cachinnans and seve ral controls from the Danish and German CR program mes. Lively discussions on LWHG ID took possession of virtuall y every break in the programme and burned the midnight oil, and these were particularly stimulated by photographic material, includin g shots of heuglini, barabensis and armen icus, shown by Mashuq Ahmad, Peter Barthel, Andreas Buchheim, Martin Elliott, Lars Jonsson and Hadoram Shirihai. This was a most rewarding event and the most positive element was the open commu ni cation and the broad concensus between observers, ringers and scientists. Following a proposal by spokesman Peter Rock it was ag reed that the 2nd ILGM wil l take place in September 1997 in Copenhagen, Denmark, hopefully includin g more participants from southern and eastern Europe. RONALD KLEI N & W (TED) HOOGENDOORN

Provençaalse Grasmus op Brielsegatdam Op vrijdag 3 januari 1997 waren Ernst Eijkelenboom en Ewout Eijkelenboom (EHE & EVE) aan het voge len op de Westplaat nabij Oostvoorne, Zuid -Holl and. Het was een zonnige maar koude dag (-s OC) . Aangez ien het de weken ervoor flink had gevroren was de Westplaat geheel met ij s bedekt, waardoor er vrij we l geen steltlopers aanwezig waren. Na eerst een groepje van 25 Sneeuwgorzen Plectrophenax nivalis te hebben gez ien, verp laatsten z ij hun activiteiten naar de Brielsegatdam om vervo lgens in het Oostvoornse Meer na ar Wilde Zwanen Cygnus cygnus en de daar aanwezige Ijsduiker Cavia immer te gaan kijken. Spoedig na het betreden van de stuifdijk om 11 :30

[Dutch Birding 79: 46-48,79971


DB Actueel v loog va n korte afstand ee n kleine voge l va n de grond . Deze gin g 20 m ve rderop op een duindoornstruik z itten. De kijkers we rden sc herpgesteld. EVE w ist direct wat het was, maar durfde het ni et hardop uit te spreken. EHE ze i vertw ijfeld 'een Provençaalse Grasmus?!', wat EVE vo lmo ndi g beaamde. De o mh oog gewipte staa rt die ongeveer de helft va n de li chaams lengte bedroeg, de bruine bovendelen en rode onderde len sloten andere soo rten dan Provençaa lse Grasmus Sy/via undata vr ijwe l direct uit. Na enkele seco nd en doo k de voge l naa r de grond en was onzichtbaar. Ondanks dat duidelij k was waa r de voge l landde, we rd hij pas opgeme rkt nadat hij tot c 2 m was benaderd. Hierop vloog de voge l d irect weg en ging ook nu weer c 20 m ve rd erop bovenop ee n struik z itten. Weer bleef hij maa r kort z ic htbaa r en ve rd wee n hij snel in het struikgewas. Dit herhaalde z ich gedurend e een half uur. Tijdens de korte waa rnemin gsperi ode n konden het rode oog, de rode oogring en een gele snave lbas is wo rden vastgesteld. Vanwege het belang va n deze waarnemin g werd bes loten deze direct doo r te bel len aa n de Voge llijn . De voge l werd nog tot 13:00 gez ien. Dezelfde middag we rd door c zeve n voge laa rs naa r de voge l gezocht, maa r deze werd helaas ni et teruggevonden omdat de exacte pl ek ni et bekend was. De vo lgende dag had men meer succes en we rd de voge l door enkele 10-tallen voge laa rs waargenomen . Opvall end was dat de voge l nu na het opv li egen vrij we l direct in de dekking vloog. De voge l werd tot 7 januari 1997 gez ien. Het betreft het derde geva l (en de tweede rece nte) va n Provençaa lse Grasmus voo r Nederl and. Eerdere geva ll en wa ren o p 1-3 ap ril 1959 te Hoophui ze n, Geld erl and, en van 26 nove mber tot 3 december 1995 te W estkapell e, Zee land . ERNST EU KELENBOOM & EWOUT EU KELENBOOM

Club 450 io en dynamiek van taxonomische beslissingen In het b ij dit nummer aa n all e in Nederland woo nac hti ge abo nnees meegezonden Bu ll etin 4 va n de Club 450 io wo rdt ee n overz icht gegeven va n recente taxono mische verand erin gen en de te ltechnische gevo lgen hi erva n voo r de ' lij stjes en getall en' . De dynami ek op het gebied va n taxonomische bes li ss in gen is ec hter zo groot dat de inh oud va n het Bu ll eti n (dat eni ge tijd voor Dutch Birding va n de drukpersen rolt) alwee r en igsz ins ac hterhaa ld is. Hoewe l de medewerkers va n de Club 450 io hun best doen om tijdi g elk 'splitsgevaa r' te o nderkenn en en direct bes li ss ingen te ve rwe rken, blijkt dit so ms ni et genoeg te z ijn . Zoa ls in de publi cati e va n de taxo nomi sc he subcomm iss ie (CS NA) van de CDNA in dit nummer bl ij kt (Dutch Birding 19 : 21 -28, 1997), is v lak voor het ter perse gaa n alsnog bes loten om met ingang va n 1997 de drie rotga nze ntaxa op de WP- lij st te splitsen in dri e aparte soo rten: Rotgans Branta bernicla, W itbu ikrotgans B hrota en Zwarte Rotgans B nig rica ns. Dit betekent dat in het jaa ro ve rz icht 1997 de aa ntall en va n de voge laars uit de top-30 all e met twee moeten wo rd en verh oogd . Hierd oo r staat Gerard Steinhaus nu op 408 en z ijn Arnoud va n den Berg, Enno Ebels en Gerald Oree l p lotse lin g op 400 beland ; er z ijn leukere mani eren

denkbaar om deze mijlpaa l te bere iken ... Voor ee n groot deel va n de voge laa rs uit de 'cla im maar raak I ij st' (positi e 31-167) za l eveneens gelden dat hun totaal met twee moet worden opge hoogd. De sp litsin g va n Flui tzwaan Cygnus co/u mbianus en Kleine Zwaan C bewickii heeft voor de top-30 in ieder geva l geen gevo lgen. Het sp litse n va n Steppeklapekster Lanius pa //idirostris als aparte soort naast Z uidelij ke Klape kste r L meridionalis heeft geen teltechni sc he gevolgen . ENNO B EBELS

Thayer's Gull in Belfast

With the arri va l of Martin Garner in Northern Ire land ju st before Christmas time, th e somewhat mana na gull-watc hing acti v iti es of U lste r b irders we re ki ck-started into a more intensive phase durin g ea rl y 1997 . In a relative ly short space of time, the glo ri es of landfill sites at Derry C ity and Belfast started to y ield good numbers of Ice land Larus (glaucoides) glaucoides and G laucous Gu ll s L hyperboreus, a Rin g-bill ed Gu ll L de lawarensis, and eve n at least two Ame ri ca n Herrin g Gu ll s L argentatus smithsonianus. After two frustratin gly br ief v isits to Belfast dump in late Febru ary, Anthony McGeehan and MG decided to invest all their weeke nd 's domestic credits in a fi vehour gull bas h on 1 Ma rch 1997 . Durin g th e course of a dul l, wet and w ind y morning - but perfect li ght fo r study in g gull plumage - they glimpsed a flying gull w hi ch had an obv ious muddy tail -band and cl ea rl y va ri egated wings, w ith darkish outer prim aries and a fai rl y cl ea r, dusky pane l across most of the secon dari es. Th e rest of the underparts was plain, and had al most the co lour and texture of a Euras ian Jay Garru lus glandarius. Natu rall y, of co urse, the bird prompt ly va nished. During the next two hours nothing in th e considerab Ie ran ge of va ri ation in othe r gul Is prese nt ca me close to prov id in g a so luti on to th e bird's identity. In fa ct, both observers thou ght they had see n, but now lost, a probab le Th aye r's Gu ll L (glaucoides) thayeri. Interestin gly, w hen the bird was eve ntu all y relocated, it was aga in distant but still surpris in gly obv io us. Thi s time it ca me close and spe nt 20 min bu sil y feed in g ove r fres h rubbi sh in a thron g of several 1005 Herrin g Gu ll s. It was see n we il , and its fu ll suite of more subti e characters was closel y observed: vet its inh erent d istinctiveness remain ed, makin g it both eye-catc hin g and - quintesse nti all y - a different-Iook ing gull fro m any other. Some of th e key identifi cation features w hi ch led to its id entification as Thayer's were as follows. Above, the bird 's overa ll co lour was li ght-brown ('café au lait') w ith neat pa le fring ing to its upperparts but, unlike Ice land Gu ll , the feather centres of its scap ul ars and coverts we re mu ch plainer brow n. In co ntrast, its underparts we re darker and almost smooth-textured. The head shape was very round ed and noti ceab ly co nvex from nape to forehead w hi ch, along w ith a comparati ve ly sho rt and v irtu all y all -da rk bi ll , im pa rted a d istinctive express ion . The head was sli gh tl y pa ler th an the more intense ly co lo ured underparts but the area immed iate ly around the eye was was hed darker. Thi s too was an eye-catc hin g feature. In fact, standing at

47


08 Actueel

50 Th ayer's C uli / Th ayers Meeuw Larus (glaucoides) thayeri, first-winter, Belfast, A ntrim, Northern Ireland, 1 March 1997 (Anthony McCeehan)

rest, th e bird looked 'odd & unique' and differed as much from Ice land Culi as it did from Herring CulI. In many ways, it more c10sely resem bied a sma ll first-winter smithsonianus w ith frosty upperparts and unusual primaries, w hi ch were dark brown with chevron -like pale fringes. In fli ght, the criti ca l features were the bird's plain and smooth tail band w hich covered all but the bases of the outermost tai l feathers (aga in, like a smithsonianus: though less blackish-brown in co lour). The end of the tail was tipped pale, and the uppertail cove rts were c10sely barred: all of w hich emphasised the tail's dark band. Each of the outer group of primari es was .d ark brown (a l most, but not quite as dark as in a Herring Culi) on the outer web but pale on the inner. The tips of these feathers we re more extensively dark

48

and, from below, these showed as a broken dusky band (o r ser ies of dark tips). This is a criti ca l feature of Thayer's. The remainder of the wi ng pattern was equa lIy supportive of Th ayer's, and co nsisted of apaier group of inner primaries lead in g to a darker secondary panel - with, here too, darker outer webs forming a 'striped' effect aga in st the less obv ious paler inner webs. If accepted, this w ill be the first Thayer's C uli for Britain and probably the second for the WP. A previous, but as vet not formally accepted WP record was from 21 February to 4 March 1990 in Cork, Ireland (Bi rdin g Wo rld 3 : 91-93, 1990). Earlier WP reports seem unlikely to be accepted (cf Dutch Birding 11: 81-

83, 99, 175-178, 1989) .

ANTHONY MCCEEHAN


Casa Guilla

architectura+natura

Rustic British owned rural guesthouse in medieval hilltop village in the Catalan Pyrenees Excellent tor birds (incl Lammergeier and Wallcreeper), butterflies, botany and walking Richard & Sandra Loder Tel/fax Int +34-73-252080 Mobile Int +34-09-368473

international booksellers Leliegracht 44 - 1015 DH Amsterdam-C Telefoon 020-6 23 61 86 Holland Fax 020-6 38 23 03 e-mail kemme@architectura.nl • Discovering birds - emergence ol ornithology as a scientilic discipline 1760-1850 P L Farber ± f 50.00 • Handleiding veldonderzoek roofvogels

f 32.50

Rob G Bij/sma • The birds ofTogo (SOU Checklist 14)

Robert A Cheke & J Frank Walsh

f 80.90

• The private eye - observing Snow Geese

f 59 .90

Mary Burns

De Vogels van Katwijk is te verkrijgen door overmaking van NLG 15 ve rmee rderd met NLG 5 porto op bankrekeningnr 3918.44.431 van de RABO-bank te Katwijk (gironr. van de bank 230.2871. ten name van ArJan den Hol lander, ovv 'Vogels van Katwijk'.

• The birds of Greece

George Handrinos & Triantaphyllos Akriotis f 84.25 • Finches, Sowerbirds & other passerines of Australia Ronaid Strahan (editor) f 159.60

~ETLANDS

NATUUR en BOEK

§iÜb't·ÛO'

Naast onze voorraad vogelboeken en naast onze winkelwerkzaamheden verzorgen wij nu ook de distributie van publicaties van

Per 1 oktober 1996 heeft WETLANDS INTERNATIONAL zich in Wageningen gevestigd. De distributie van publicaties hebben wij in handen gegeven van NATUUR en BOEK.

~TLANDS

9;iiBh·lid'

Nieuw: Atlas of Anatidae Populations in Africa and Western Eurasia door D.A. Scolt & P.M . Rose. 300 pp. met kaarten NLG 60 ,de paperback kost NLG 40 ,-

Ter kennismaking mogen wij het rijk geillustreerde boek Wetlands (224 pag. A4. gebonden) aanbieden voor slechts Hf!. 30,-

Postadres: Postbus 7002 6700 CA Wageningen Bezoekadres:

NATUUR en BOEK Bankastraat 10 NL 2585 EN Den Haag

Marijkeweg 11 Wageningen

ook uw boekenspecialist! Telefoon 0703505648 Faximile 0703506851

Telefoon 03174747 11 Telefax 03174747 12 E-mail : post@wetlands.agro.nl

E-Mail : client@natuurboek.com III


P.O. Box 737, 9700 AS Groningen The Netherlands

SOVON Vogel onderzoek Nederland

epor

Sovon

More than 1100 travel reports available in Dutch, English and German

verricht Vogelonderzoek ten behoeve van natuurbehoud, -beleid en wetenschap. Hierbij zijn duizenden vrijwilligers betrokken. Hun resultaten worden o.a. gebruikt door Vogelbescherming. Ook u kunt ons helpen.

DBTRSTM Quick Service = order belore llam GMT (phone, lax or Email), pay by Mastercard, reports wiU be mailed to you the same day at no extra cost

Special Offer! catalogue no. 4 + 3supplements + 20 Iree pages. Voor Nederla nd maak f 10,- over op Postbank 55.96.995 t.n.v. Stichting Natuurschool o.v.v. 'DBTRS Aktie'. Please send us a Eurocheque lor Dil 10,- or Dil lO,-/US$6 in cash

Heeft u hart voor vogels , dan verdient SOVON uw steun. Voor slechts f 15,per jaar ontvangt u viermaal SOVONNieuws. Wilt u waarnemer worden of meer informatie hebben, vraag dan de folder aan bij :

Now also complete, updated catalogue + ordering via Internet Please send us your own travel reports and receive free reports from our catalogue in return. Stuur ons uw eigen reisverslagen en u ontvangt gratis verslagen uit onze catalogus

SOVON, Rijksstraatweg 178, 6573 DG Beek-Ubbergen, tel: 024-6848111.

DBTRSTM is Ihe official ma in supplier of Iravel reports la Ihe HANDBOOK OF THE BIRDS OF THE WORLD

ALULA the totally bilingual birding magazine in full colour After reading Alula more carefu/ly / am now sure that A/uia is the best birdmagazine today! Arie Ouwerkerk, The Netherlands

Alula is the talk of the town! Erik Hirschfeld, Malmö, Sweden

I wanIlo order Alula volume 2 (1996, 4 issues): Europe: surface mail 170 FIM , air mail 180 FIM . Oulside Europe: surtacemail 180 FIM , air mail 200 FIM

Special offer! Alula volumes 1-2 (6 issues) Europe: surtacemail 220 FIM , air mail 230 FIM Oulside Europe: surtacemail 230 FIM , air mail 250 FIM

Very special offer!! Alula volumes 1-3 (10 issues) Europe: surtacemail 370 FIM , air mail 380 FIM Oulside Europe: surtacemail 380 FIM , air mail 400 FIM Moreover you can win an Alula sweater by identifying the enclosed bird. We will have a draw trom all right enteries to arrive by the the end of December 1996. Fill Ihe enclosed order form and send il la Alula , P.O.Box 85, Fin· 02271 Espoo, Finland

Nam e: ________________________________________ Address: ______________________________________

Shou/d you subscribe? Of course you should - fhis is a wonde/Jul magazine which deserves fa succeed. Anthony McGeehan, Birdwatch

I enclose _ _ _ FIM (or any currency equal 10 that in cash , no chequ es please) Please debit my VISNMASTERCARD/EUROCARD Cardno . _______________________________

A/u/a is cerfain/y one of fh e mosf affraClive birding magazines in fh e wor/d. Per Aiström, Sweden

Expiry date _________ Signature _______________________ The bird in this ad is _____________________

IV


Dutch Birding

Dutch Birding

CHIEF EDITOR Arnoud van den Berg (tel +31-235378024, fax +31-235376749) DEPUTY CHIEF EDITOR Enno Ebels (tel /fax +31-302961335, e-mail ebels@worldaccess.nl) EXECUTIVE EDITOR André van Loon (tel/fax +31-206997585) PHOTOGRAPHIC EDITOR René Pop (tel +31-183630585) EDITOR lAL BOARD Ferdy Hieselaar, Graham Holloway (England), Peter Meininger and George Sangster EDITOR lAL ADVISORY BOARD Peter Barthel (Germany), Gerald Driessens (Belgium), Klaas Eigenhuis (Netherl ands), Dick Forsman (Finland), Ted Hoogendoorn (Netherlands), Lars jonsson (Sweden), Anthony McGeehan (Northern Ireland), Ki llian Mu ll arney (Ireland), Gerald Oreel (Netherlands), Kees Roselaar (Netherlands), Frank Rozendaal (Netherlands), Hadoram Shirihai (lsrael), Gunter De Smet (Belgium), Lars Svensson (Sweden) and Peter Symens (Belgium) EDITORlAL ASSISTANTS Ruud van Dongen, Gerald Driessens, Nils van Duivendijk, Remco Hofland, Diederik Kok, Hans van der Meulen, Peter de Rouwand Roland van der Vliet PRODUCTION AND LAY-OUT André van Loon and René van Rossum ADVERTISING Peter Meijer (tel +31-348431905 , fax +31-348420394, e-ma il meijerpc@worldonline.nl) SUBSCRIPTIONS The subscription rate for 1997 is: NLG 60.00 (Netherlands), BEF 1250.00 (Belgium), NLG 67.50 (other countries inside Europe) and NLG 72.50 (countries outside Europe, airmail) . A subscription can be entered preferably by sending a Eurocheque, with the amount payable in Dutch gui lders, to: Dutch Birding (subscriptions), c/o jeannette Admiraa l, Iepenlaan 11, 1901 ST Castricum, Netherl ands. Payment mayalso be made by credit card (Access, Eurocard, MasterCard or Visa). Please send your credit card type and account number, indicating the expiry date and appending a signature . (Note: this latter method of payment is not applicable to subsc ribers resident in the Netherlands and Belgium.) British and Irish subscribers can pay by Sterling cheque (GBP 26.00) or Eurocheque (GBP 26.00 or N LG 67.50). The subscription starts upon receipt of payment. Dutch Birding is a bimonthly journal w ith issues in February, April, june, August, October and December. It publishes original papers and notes on morphology, systematics, occurrence and distribution of birds in the Benelux, Europe and elsewhere in the Palearctic region. It also publishes contributions on birds in the Asian-Pacific region and other regions. The Dutch, English and scientific bird names follow: the Checklist of birds of the Netherlands by A B van den Berg & C A WBosman (1996, 5antpoort-Zuid); The 'British Birds ' list of English names of Western Palearctic birds by British Birds (1993, Blunham); the list compiled by C S Roselaar in the Dutch edition of The illustrated encyc/opedia of birds of the world by C M Perrins (1991 , Weert); and Distribution and taxonomy of birds of the world by C G Sibley & B L Monroe jr (1990, New Haven). A schedu le of payment rates for authors, photographers and artists is available from the editors .

Dutch Birding AssocÎation BOARD Theo Admiraa l, Gijsbert van der Bent (president, tel +31-714013606), Roy de Haas (treasurer), Peter Meijer, Marc Plomp and Chris Quispel (secretary, tel +31-715124825); also the editors of Dutch Birding have one seat in the board BOARD ASSISTANTS jeannette Admiraal , Gerald Driessens, Ron van den Enden, Hans Gebuis, Leo Heemskerk, Remco Hofland, Paul Knolie, Ger Meesters, Arnold Meijer, Kees Tiemstra and Arnold Veen DUTCH BIRDING TRAVEL REPORT SERVICE (DBTRS) Ib Huysman, Postbus 737, 9700 AS Groningen, Netherlands, tel +31-505274993, fax +31-505272668, internet http://www.mebweb.nl/DBTRS

Dutch rarities committee (CDNA) MEMBERS Max Berlijn, Ruud van Beusekom, Karel Mauer, jan van der Laan (chairman, tel +31-206834522), Kees Roselaar, jelle Scharringa (secretary, tel +31-302523801), Gerard Steinhaus and Wim Wiegant (arch ivist) The CDNA is a committee of the Dutch Birding Association and the Netherlands Ornithological Union. The CSNA is the subcommittee of the CDNA on taxonomy, nomenclature and status of Dutch (sub)species and consists of Arnoud van den Berg, Cornelis Hazevoet, Kees Roselaar and George Sangster (secretary, tel/fax +31-715143790).

International journaIon Palearctic birds

EDITORS

Dutch Birding Postbus 116 2080 AC Santpoort-Zuid Netherlands fax +31-235376749 PHOTOGRAPHIC EDITOR

Dutch Birding c/o René Pop Zusterhuis 10 4201 EH Gorinchem Netherlands SUBSCRIPTION ADMINISTRATION

Financial matters & payments: c/o Jeannette Admiraal Iepenlaan 11 1901 ST Castricum Netherlands Circulation & subscription information: Ron van den Enden c/o Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam Netherlands BOARD

Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam Netherlands DUTCH RARITIES COMMITTEE

CD A Postbus 45 2080 AA Santpoort-Zuid Netherlands

© 1997 Stichting Dutch Birding Association. The copyright of the photographs and drawings remains with the photographers and artists. ISSN 0167-2878. Printed by Steens Schiedam BV, Postbus 59, 3100 AB Schiedam, Netherl ands

INTERNET

http://www.mebweb.nI/DutchBirding


Dutch Birding

JAARGANG 19 NUMMER 1 1997

VOL UME

79

NUMBER

Identification , ageing and sex ing of Honey-buzzard

Artikelen

7 799 7

Dick Forsman

&

Hadoram Shirihai 8

Bruinkeelortolaan op Ame land in mei 1994 Frank Klinge, Frans Buissink &

Enno B Ebels 11

Winterwaarnemingen van Kwartels in Nederland Robert Keizer & Rudy

12 14

Sperweruil in Brunssum in april 1995 Hans van de Laar & Enno B Ebels Perz ische Roodborst in Berkheide in juni 1995 Jaap Dijkhuizen & Amold W J

16

First record of Red-eyed Vi reo in Spain in October 1995 Raül AymÎ & Xavier

Offereins Meijer jiménez Varia

18

' Basalt Wheatear' Roland van der Vliet & R?nald de Lange

Mystery photographs

20

Mystery photograph 58: Common Tern Klaus Mailing O lsen

CSNA-mededelingen

21

Dutch avifau nal li st: taxonomie cha nges in 1977-97 George Sa ngste r, Comelis J Hazevoet, Amoud B van den Berg & CS (Kees) Roselaar

CDNA-mededelingen

28

Recente CDNA-besluiten ; Recent CDNA-d ec isions; Beschrij v ing we rkw ij ze CD NA

WP reports

29

WP reports: January- Febru ary 1997 Amoud B van den Berg

Recensies

36

Birds of Suriname by François Have rschmidt & G F Mees Amoud B van d e n Berg Birds of Kenya and Northem Tanzania by Oale A Zi mmerman, Don Turn er & David J Pearson Chris Quispel Wolga-Delta - Naturoase zwischen Meer und Halbwüste by Norbert Höl ze l, German Ru ssanow & Stefan Schleun ing Ro land van der Vliet Where to watch birds in Asia by N igel Wheatley André J van Loon A birdwatchers' guide to the Canary /slands by Ton y Clarke & Dav id Collins André J van Loon

36 37 37 37

DBA-nieuws

38

Aankondigingen & verzoeken

39

DBA-voge ldag te Utrecht in januari 1997; DBA-vogelweek 1997 op Texel; Samenwerking met Combi-Focus Expositie Flip de Nooyer; Request for photographs of smal I unstreake d

Acrocephalus wa rbl ers; Bird mi gration survey in Israel in autumn of 1997 Recente meldingen

39 42

DB Actueel

Voorplaat / front cover

46

Nederland: december 1996-j anuari 1997 Ruud M van Dongen, Remc o Hofland & Peter W W de Rouw België: december 1996-januari 1997 Gerald Driessens Intern ati onal Large Gu ll s Meeting at Wismar (lLGM 1996); Provençaalse Grasmus op Brielsegatdam; Club 450 io en dynamiek va n taxonomische beslissingen; Thaye r's Gull in Belfast

Wespendief / Honey-buzzard Pemis apivorus, ad ult mannetje, Eilat, Israë l, mei 19 9 4

(Hadoram Shirihai)

Abstractedfindexed in

Auk, Ecologica l Abstracts, Emu, GEOBASE (Geo Abstracts Database), Ornithologische Schriftensc hau, Wildlife Review, Zoo logical Record

Ib is,


Db 19(1)1997