Issuu on Google+


Dutch 8irding

Dutch Birding HOOFDREDACTEUR Arnoud van den Berg (telefoon 023-5378024, fax 023-5376749) ADJUNCT HOOFDREDACTEUR Enno Ebels (telefoon / fax 030-29613 35) UITVOEREND REDACTEUR André van Loon (telefoon / fa x 020-6997585) FOTOGRAFISCH REDACTEUR René Pop (0 183-630585) REDACTIERAAD Ferdy Hieselaar, Graham Holloway (Engeland), Peter Meininger en George Sangster

Internationaal tijdschrift over Palearctische vogels

REDACTIE

Dutch Birding Postbus 116 2080 AC Santpoort-Zuid ederland fax 023-5376749 FOTOREDACTIE

Dutch Birding p/a René Pop Zusterhuis 10 4201 EH Gorinchem Nederland

REDACTIE-ADVIESRAAD Peter Barthel (Duitsland), Gerald Driessens (België), Klaas Eigenhuis (Nederland), Dick Forsman (Finland), Ted Hoogendoorn (Nederland), Lars Jonsson (Zweden), Killian Mullarney (Ierl and), Kees Roselaar (Nederland), Frank Rozendaal (Nederland), Hadoram Shirihai (Israël), Gunter De Smet (België) en Peter Symens (België) REDACTIEMEDEWERKERS Ruud van Dongen, Gerald Driessens, Remco Hofland, Hans van der Meulen, Peter de Rouwen Jaap Schelvis PRODUKTIE EN LAY-OUT André van Loon en René van Rossum ADVERTENTIES Peter Meijer (telefoon 0348-431905, fa x 0348-420394) ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 1995 bedraagt: NLG 57.50 (Nederland), BEF 1250 .00 (België), NLG 65.00 (overige landen binnen Europa) en NLG 70.00 (landen buiten Europa, luchtpost). U kunt zich abonneren door het overmaken van de abonnementsprijs op girorekening 01 50 697 (Nederland), girorekening 000 1592468 19 (België) of bankrekening 54 93 30 348 van ABN+AMRO (B ilthoven), ovv 'abonnement Dutch Birding'. Alle rekeningen zijn ten name van de Dutch Birding Association. Het abonnement gaat in na ontvangst van de betaling.

ABONNEMENTENADMINISTRATIE

Dutch Birding is een tweemaandelijks tijdschrift met nummers in februari , april, juni, augustus, oktober en december. Het publiceert originele artikelen en mededelingen over morfologie, systematiek, voorkomen en verspreiding van vogels in de Benelu x, Europa en elders in het Palearctisc he gebied. Het publiceert tevens bijdragen over vogels in het Aziatisch-Pacifische geb ied en andere geb ieden.

Dutch Birding Association p/a Anja Nusse Symfon iestraat 21 1312 ET Almere ederland

De Nederlandse, Engelse en wetenschappelijke vogel namen volgen: de Lijst van Nederlandse vogels door A B van den Berg & C A WBosman (1995, Santpoort-Zuid); The '8ritish 8irds ' list of English names of Western Palearctic birds door British Birds (1993, Blunham); de door C S Roselaar samengestelde lij st in de Geïllustreerde encyclopedie van de vogels door C M Perrins (1991 , Weert); en Distribution and taxonomy of birds of the world door C G Sibley & B L Monroe Jr (1990, New Haven).

BESTUUR

Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam Nederland COMMISSIE DWAALGASTEN NEDERLANDSE AVIFAUNA CD NA

Postbus 45 2080 AA Santpoort-Zuid Nederland

M anuscripten dienen bij voorkeur op diskette te worden ingeleverd (Macintosh of MS-DOS tekstverwerkers) samen met een print va n de tekst. Indien dat niet mogelijk is, behoort het manuscript te worden uitgevoerd in machineschrift met een dubbele regelafstand en een ruim e marge aan beide zijden . Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij de redactie. Een lijst met tarieven voor de vergoeding van auteurs, fotografen en tekenaars is verkrijgbaar bij de redactie.

Dutch Birding Association BESTUUR Gijsbert van der Bent (voorzitter, telefoon 071-4013606), Chris Quispel (secretaris, telefoon 071-5124825), Roy de Haas (penningmeester), Arnoud van den Berg en Peter Meijer BESTUURSMEDEWERKERS Theo Admiraal, Gerald Dri essens, Ron van den Enden, Han s Gebuis, Leo Heemskerk, Remco Hofland, Paul KnolIe, Ger Meesters, Anja Nusse, Wim van der Schot, Kees Tiemstra en Arnold Veen DUTCH BIRDING TRA VEL REPORT SERVICE (DBTRS) Ib Huysman, Postbus 737, 9700 AS Groningen, Nederland, telefoon 050-3145925, fa x 050-3144717

Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) TelEFOONLIJNEN

Nederland: 06-320321 28 (vogellijn, 50 cpm) 078-6180935 (inspreeklijn)

LEDEN Edward van Ijzendoorn (voorz itter, 023-5391446), Karel Mauer, Jan van der Laan, Kees Roselaar, Jelle Scharringa (secretaris, 030-2532801), Hans Schekkerman, Gerard Steinhaus en Wim Wiegant (archivaris) De CDNA is een commissie va n de Dutch Birding Association en de Nederlandse Ornithologische Unie.

© 1995 Stichting Dutch Birding Association. Het copyright van de foto 's en tekeningen blijft

België: 03-4880194 (vogel - en inspreeklijn)

bij de fotografen en tekenaars. ISSN 0167-2878. Drukkerij Steens Schiedam BV, Postbu s 59, 3100 AB Schiedam , Nederland


---,-~ REKIJKERS: LEICA 30 JAAR GARANTIE rubber kij kers incl. etu i 8 x 42 BA 10 x 42 BA

NLG

8 x 20 BCA 10x25BCA 8 x 50 BA 10 x 50 BA

CARL ZEI SS 30 JAAR GARANTIE rubber kij kers incl. etui 8 x 20 B 10 x 25 B 7 x 42 BGAT 10 x 40 BGAT 15 x 60 BGAT (zonder etui!) 7 x 45 BDS 8 x 56 BDS 10x56BDS 20 x 60 ST (incl. koffer)

BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR

PR IJ SOPGAVE PRIJSOPGAVE PR IJ SOPGAVE PR IJ SOPGAVE PR IJ SOPGAVE PRIJSOPGAVE

BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR

PRIJSOPGAVE PRI JSOPGAVE PRIJSOPGAVE PR IJ SOPGAVE PRIJSOPGAVE PR IJ SOPGAVE PRIJSOPGAVE PRIJSOPGAVE PRIJSOPGAVE

SWAROVSKI rubber kijkers incl. etu i 7 x 42 BGA 10 x 42 BGA

BEL VOOR PR IJ SOPGAVE BEL VOOR PRIJSOPGAVE

OPTOLYTH 30 JAAR GARANTIE rubber kij kers incl . etui Alpin 8 x 40 BGA Alpin 10 x 40 BGA Alpin 10 x 50 BGA Alpin 12 x 50 BGA Touring 10 x 40 BGA Roya l 9 x 63 BGA Roya l 10 x 56 BGA

858 872 982 1000 1595 1905 2030

TENTO incl. etui 8 x 30 8 x 40 KITE incl. etu i

120 120

Ultima 8 x 42 WA Ultima 10 x 42 WA Bi rdwatcher 8 x 42 WA (rubber)

595 600 400

TELESCOPEN: OPTOLYTH TBS-80 (rubber) TBS-80 (rubber) fluorite TBS-65 (rubber) ocu lair 20x WA, 30x WA, 70x WA en 20-60x zoom Fotoadapter

BEL BEL BEL BEL BEL

VOOR VOOR VOOR VOOR VOOR

PR IJ SOPGAVE PR IJ SOPGAVE PRIJSOPGAVE PR IJ SOPGAVE PR IJ SOPGAVE

BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR BEL VOOR

PRIJSOPGAVE PRIJSOPGAVE PRIJSOPGAVE PR IJ SOPGAVE PR IJ SOPGAVE

SWAROVSKI AT-80 AT-80 HD Ocu lair 30x WA Zoom 20-60x Fotoadapter

ZEI SS jENA Dubbelte lescoop zoom 20-50 x mm, incl. koffer en statief (totaa l 10 kg!)

6025

STATIEVEN Manfrotto 144B + 128LP-kop (3,3 kg) Manfrotto 055B + 128LP-kop (3,7 kg) Autoraamstatief

315 430 135

Diverse wa terdichte Skua etuis voor al le merken telescopen

145

Prijzen incl. BTW en porto

INFORMATIE:

Wijzigingen voorbehouden

ROY

DE

HAAS

~

036 - 5362819

Bovenstaande artikelen kunnen besteld worden door het vereiste bedrag over te maken op giro 4148343 tnv Dutch Birding Association, Postbus 75611, 1070 AP Amsterdam, Nederland, ovv het/de gewenste artikel(en). De bestelling wordt binnen drie weken goed verpakt per post thuisbezorgd.


DB stelt in primeur aan u voor: • Draag uw verrekijker voortaan op de meest comfortable manier! • Geen keuzeprobleem meer omtrent verrekijker, ... telescoop, ... of fotoapparaat. • Wandelen, lopen, (Ietsen, springen, ... het kan allemaal! • En

toch nog handig en bliksemsnel te gebruiken!

• Momenteel enkel voor dakkantkijkers (merk en model vermelden bij bestelling).

OPTOLYTH - NEDERLAND SIGHTS OF NATURE

Postbus 49 • 4524 ZG Sluis • Fax: 050 - 316 847 11


OP KOU KUN J~ J~ ~ De meeste buitensporten zUn goed het hele jaar door te beoefenen. Bever Zwerfsport heeft voor winterkampeerders, kanoërs en winterklimmers natuurlUk een uitgebreid assortiment funktionele winterkleding; isolatie-ondergoed, warme fleece-vesten, heel veel wind- en waterdichte ademende regenjacks, (onder)handschoenen, bivakmutsen etc. Daarom rustten wU al 77 expedities uit, waaronder de geslaagde beklimming van de 8760 meter hoge K2 onder leiding van Ronaid Naar.

Den Haag Calandpleln 4 • Rotterdam Adm. de Ruyterweg 33-35· Utrecht Balijelaan 10-12· Arnhem Utrechtsestraat 3 Haarlem Zijlweg 63. Breda Wllhelmlnastraat 22. Apeldoom Stationsstraat 134 • Hilversum Havenstraat 16 Amsterdam Stadhouderskade 4 • SteenwUk Woldmeentherand 11

III


architectura +natura

SOFTWARE FOR ORNITHOLOGISTS :

international booksellers

All Bird Species of the World (ALLE VOGELARTEN DER WELT) © Tino Mischier 1994

Leliegracht 44 - 1015 DH Amsterdam-C Holland Telefoon 020-6 23 61 86 • A photographic guide to birds of India and Nepal Bikram Grewal f 26.65 • A photographic guide to birds of peninsular Malaysia and Singapore G WH Davison & Chew Yen Fook f 26.65 • The birds of Badenoch and Strathspey Roy Dennis f 29.80

A systematic checklist with distributional notes and threatened birds categories 3.5" disks, based on WINDOWS (3.1) Gives all bird names in English, Latin, German Searches actively for all names, subcontinents, newly discovered species since 1950, your date and location etc. Keeps your own excursion lists worldwide

• Collins IIlustrated Checklist: Birds of Eastern Africa Every species illustrated. Ber van Perlo f 47.20 • Die Vögel Baden-Württembergs - Atlas der Winterverbreitung. Hans-Günther Bauer, Martin Boschert & Jochen Hölzinger f 112.00 • Key areas for threatened birds in the Neotropics David C Wege & Adrian J Long (BirdLife International) f 137.50 • Tits, Nuthatches & Treecreepers Simon Harrap & David Duinn f 82.30 • The birds of Israel Hadoram Shirihai f 184.60

Demo version (322 species) 20,- DM Full version (all species + brochure in German) 225,- DM Inform and order from: Fa. Rinck & Partner, Lindenberg 67, D-82343 Pöcking Tel + Fax: 0049/8157/5122

Instant Access to your Bird Records

Natuurreizen in Poolgebieden ...~~~~ en Tropen

is yours with our time-saving, easy-to-use computer programs • maintain all your bird records • update your lists instantly and systematically • organise all your sightings and trip records at will • produce your own trip reports and checklists

Reizen in Antarctica en Micronesië (nov.-mrt.), Spitsbergen en Groenland (juni-sept.l, Banda Zee en Christmas Island (okt.) met klein schip (max. 36 pass.) v.a. f 4.900,-

Bird Recorder 2 World Edition* with World species database &additional features E85 Bird Recorder 2 Standard Edition* with species database for WPalearctic, as powerful E65 Bird Recorder Professional* with additional mapping, graphical &other features E125

HHHHHHHH

Reizen naar zeehondenbaby's en rendiervolk (feb.-mrt.), Taymyr, Franz Josef Land en Noordpool (mei-juli) met transport per helicopter en logies in poolbases (max. 14 pass.) v.a.! 3.980,-

Please add postage: UK mi. Europe E3. rest ol world E7. Specily 5'1, or 3'1{ dIScs. Paymenl: major credit cards or cheque to WCPS. 'For Wmdows 31 & above. (DOS versions slilt aVa/table - as! lor prices).

To order or for further information contact:

"'H"

Wildlife Computing Dept 095, 6 Fiddlers Lane, East Bergholt, Colchester CO? 6SJ , UK. Tel +44 (0)1206 298345 or 0850 658966 E-mail wildlife@cix.compulink.co.uk

ALSO AVAILABLE· distribution info for W. Palearctic

Stichting Plancius, Vondelstraat 56, 1054 GE Amsterdam, tel.: 020-6838211

c;D IV


Identification and taxonomy of large Acrocephalus warblers Hadoram Shirihai,

cs (Kees) Rose/aat; Andreas} He/big, Peter H 8arthe/ & AndrĂŠ } van Loon

T

hree large Acrocepha /us warblers breed in the Western Palearctic: Great Reed Warbier A arundinaceus, Clamorous Reed Warbier A stentoreus and Basra Reed Warbier A grise/dis (formerly considered a subspec ies of Great Reed; cf Cramp 1992). Great Reed Warbier is a widespread summer visitor over much of the middle Western and Central Palearctic. It occurs on passage south of the breeding areas and w inters in Africa south of the Sahara. Clamorous Reed Warbier is a res ident and partial migratory spec ies breeding from Egypt and the Levant east to western centra l As ia and southern As ia and Australia (cf Cramp 1992) and is hard ly ever recorded outs ide its normal range. Basra Reed Warbier is a loca li sed summer vis itor in lower Iraq and w inters in eastern Africa, occurr in g in sma ll numbers on passage in Arabia and stragg ling to Israel (cf van den Berg & Symens 1992). Furthermore, two vagrant species have been recorded in the Western Palearctic and are included in this paper : O ri enta l Great Reed Warbier A orienta /is (formerl y cons idered a subspec ies of Great Reed; cf Cramp 1992) and Thick-billed Warbier A aedon, both breeding in eastern Asia and winter ing in south-eastern As ia.

ever, some populations of the subspec ies brunnescens of Clamorous Reed have a longer wing, a (5 1ightly) longer pri mary projection , a shorter bill and a less graduated tail-tip . Oriental Great Reed Warbier is nearest to Great Reed but tends somewhat to Clamorous Reed by having a rather short wing, a short primary projection and a rather rounded tai l. Va ri ation in plumage tone is highly comp lex and often makes the identification comp l icated. Differences are often obscured by individual va ri ation and by abras ion and bleaching. Nevertheless, each species shows a specific combination of structura l and plumage features which are we il distinguishable under good observation cond iti ons. Basra Reed is the smallest species of the group, sharing the relatively long w ings and primary projection as we il as the slender b ill. It also has the most strongly developed head pattern, th e w ings and tail are typically darker than the co ld greyish o li vaceous-b rown upperparts and th e underparts are whiter than in its congeners. Thick-billed typically has short rounded wings and a short primary projection, a relatively long tail w ith a very rounded tip and a short stubby bill with a diagnostic entirely pale lower mandible.

General features Great Reed Warbier has two subspec ies: the brownish A a arundinaceus in the west and the greyer A a zarudnyi in the east, and variab ie popu lations in the centre of the geograph ic range. Clamorous Reed Warbier has several subspecies, of which A s stentoreus in Egypt, A s /evantina (recently described, Roselaar 1994) in the Levant and A s brunnescens in western central Asia and southern As ia are of importance. In Egypt and the Levant, differentiation of Clamorous Reed (of both A s stentoreus and A s /evantina) from Great Reed (of both A a arundinaceus and A a za rudn yt) is relatively easy, by using th e comb ination of short wing and primary projection, long bill and tai l and more deep ly graduated rectri ces for Clamorous, and vice versa in Great Reed. Slightl y further east, how-

Field identification

IDutch Birding 17: 229-239, december 19951

Clamorous Reed and Great Reed Warb/ers In Egypt and the Levant, Clamorous Reed Warbier (A 5 stentoreus and A 5 /evantina) differs from Great Reed Warbier by having a longer, more pointed, and sli ghtl y decurved bill (instead of short and broad), as we il as a shorter wing with on ly c 6 primary tips visibl e beyond the tertials, creating a short prim ary projection of half to two-th irds of the tertia l length; in Great Reed, the w ing is longer w ith 8-9 exposed primary tips resulting in a primary projection being more o r less equa l to the tertial length. A lso, Clamorous Reed has a longer and more strongly rounded tai l; in Great Reed , the ta il looks, proportiona ll y, not so long and less deeply graduated. Clamorous Reed has a smooth and rather flattish elongated head profil e; in Great Reed, the profile 229


/dentification and taxonomy of large Acrocephalus warblers

209 Basra Reed Warbier / Basrakarekiet Acrocepha /us grise/dis, Ju ba il , Saudi Arabia, 15 Apr il 1991 (A moud B van den Berg) 210 O ri enta l G reat Reed Warbier / Chin ese Karekiet Acrocepha/us orienta /is, Tuas, Singapore, 10 February 1994 (Peter R Kenner/ey)

230


Identification and taxonomy of large Acrocephalus warblers

• c:::::J

=

,

arundinaceus

_

aedon stentoreus

a!!!!!I

grise/dis

=

••

orientalis

FIGURE 1 Breeding distribution of large Acrocephalus wa rbl ers. Localities marked w ith

looks more angul ar, often with a steeper forehead, but with the crown quite rounded . Thi s, together w ith the lon gish bi ll and tail, gives Clamorou s Reed a much gentier express ion than Great Reed. When singin g, th-e peak of the crown is just behind th e eye in Clamorous Reed; in Great Reed, it is above or ju st before the eye. Clamorou s Reed also shows darker or warmer pigments over an extensive area of the head and body, with a restricted w hiti sh area on chin and thro at and on th e centre of th e belly (this w hite area is often compl etely absent; however, th e dark co lour shows a good dea l of va ri ati o n in depth, from I ight ol ive buffy-brown to deep brown; Great Reed is paler and mo re suffu sed w ith rufou s-brown (in A a arundin aceus) o r greyish-o l ive (in A a za rudnYI) on th e upperparts and distinctly paler and w hiter o n the underparts, w ith th e deep buff co lour tending to be restri cted to the side of the body. The superci lium in Clamorous Reed is rather weak, being a sho rt or indi stin ct stripe in fro nt of and/or above th e eye, and may be absent or nea rly 50; in Great Reed,

?: breeding uncertain

th e supercilium appea rs more pronounced and longer (a ltho ugh it is va ri abi e) and normall y also extend s behind the eye, and is emph as ized by a dark and sharp ly defined stripe on lo re and upper ea r-coverts, and often also by a darkish lateral crown stripe. Legs and feet of Clamorous Reed are grey ish or dull pale bluish- o r stee lygrey, with so les often t inged olive; in Great Reed, legs and feet are predominantly pale-brown o r mou se-grey. The subspec ies A 5 brunnescens of Clamorous Reed is mu ch less distinct from Great Reed and often inseparable, espec ially in worn plumage. It has a pale o live-brow n o r grey ish-o live groundcolour on the upperparts and is paler and w hiter on the underparts, with a smaller area of greyish o live-buff o n the side of th e body, rather comparable with Great Reed, espec ially with A a zarudnyi. Nevertheless, the reduced superc ilium (whic h is often strikingly w hitish), the slightl y lo nger and slimmer dagger-like bill, the somewh at shorter primary projection of c two-third of the terti al length (i nstead of about equ al), w ith 6-7 primary 231


/dentification and taxonomy of large Acrocephalus warblers

211 Great Reed Warbier / Grote Karekiet Acrocepha/us arundinaceus arundinaceus, fresh plumage in spring, Eil at, Israel, May 1989 (Hadoram Shirihai) 212 Great Reed Warbier / Grote Karekiet Acrocepha /us arundinaceus, Jubai l, Saudi Arabia, 16 May 1991 (Arnoud B van den Berg) 213 Basra Reed Warbier / Basrakarekiet Acrocepha/us grise/dis, fresh plumage in sprin g, Eil at, Israel, May 1993 (Hadoram Sh irihai)

232


Identification and taxonomy of large Acrocephalus wa rb Iers tips visible bevond the tertials, as weil as the slightly longer and deeper graduated tail, should (under good observation conditions) be noticeable, making identification possible by an experienced observer. The overall field impression is always of apaier (less saturated with brown), longer and slimmer bird than the robust and chunky Great Reed. The complete postnuptial moult of A s brunnescens takes place from September to November (slightly earl ier than that of A s stentoreus, which is undertaken during late autumn and winter) (Cramp 1992); hence, many young and adult birds are moulting heavily in autumn at a time and locality when migrant Great Reeds are in full plumage without active moult. In spring, at localities where both species occur (eg, in Arabia, where a form rather similar to A s brunneseens breeds and, at the same time, Great Reed occurs as a migrant) A s brunnescens is always more worn than Great Reed, especially the primary tips, as the latter has just returned from Africa where it has undertaken a complete moult (Cramp 1992).

Oriental Creat Reed Warbier Oriental Great Reed Warbier differs from Great Reed Warbier in being smaller, with a rather short primary projection, which is c two-third of or (often) equal to the tertials; it is more or less intermediate between that of Clamorous Reed (A s stentoreus and A s levantina) and Great Reed, in having a more olive-grey tinge on the upperparts and whiter underparts (but these colours are largely comparable with A a zarudnyi of Great Reed), and often in showing rather distinct sharp streaks on lower throat and chest. As a rule, birds in fresh plumage have broader and whiter tips to the rectrices (more buff and narrower in Great Reed) . Oriental Great Reed is often confused with Clamorous Reed, especially with the paler, greyer and short-billed A s brunneseens, but, usually, the latter still has a longer and more pointed bill , an unstreaked breast, more deeply coloured underparts, less pronounced pale tail-tips (often lacking), a proportionally longer tail and a shorter primary projection (vice versa in Oriental Great Reed). Oriental Great Reed also has a slightly less deeply graduated tail. The legs and feet are lead-grey, similar to those of Clamorous Reed.

Basra Reed Warbier Basra Reed W arbier is much smaller than all preceding species (between Reed Warbier A scirpaceus and Great Reed Warbier), especially in

tail and tarsus. It shows a combination of a proportionally slender and moderately long bill and a long primary projection (about equal to the tertial length or often longer). The upperparts are more or less uniform cold olivaceous-brown or grey, slightly greener and darker than in A a zarudnyi and lacking the warm rufous tinge of A a arundinaceus (but suffused creamy-yellow or slightly pale rufous-brown when fresh). The underparts are whiter than in the preceding species, with a pure white throat, no (or very few) fai nt streaks on breast and with a restricted cream-yellow tinge on the flanks. The supercilium is whitish (not cream or buffish as in some of the preceding species) and quite prominent, extending weil behind the eye, and often wellemphasized by a dark eye-stripe. Also, Basra Reed has the least graduated tail of the species treated here. The legs are greyish (not brownishgrey as in Great Reed). (See also Pearson & Backhurst 1988, van den Berg & Symens 1992, Eck 1994.) The moult is undertaken in the eastern African winter quarters. The relatively long wing, short tail and slender bill give Basra Reed the impression of a large, slim 'large warbier' rather than of a 'smal I Great Reed', with distinctive darkish remiges and with the tail contrastingly darker brown than the remainder of the plumage.

Thick-billed Warbier Thick-billed Warbier is a distinctive species. It is about the size of Great Reed Warbier, but has a shorter, relatively deeper and thicker bill with an obviously down-curved distal third of the upper mandible, and a rounded head. It has no contrastingly paler supercilium or darker loral stripe but, instead, shows a uniform pale lore, giving it an 'open-faced' appearance. It has a short wing and primary projection, a much longer and graduated tail (very different from Great Reed but somewhat comparable with Clamorous Reed Warbier), distinctly plain fulvous olive-brown upperparts (but with rufous-brown fringes to the remiges and rufous-brown rump and uppertail-coverts), and whitish-buff underparts (but deeper ochreous on breast, flank and undertail-coverts). The lower mandible is pale; most Great Reed show a dark tip, variabie in extent. The legs and feet are plumbeous or bluish pink. The general expression is reminiscent of Garden Warbier Sylvia borin but sometimes even shrike Lanius-like, with a long tail, which also fits weil with being less associated with aquatic habitats, as it favours more bushy and scrubby areas and often clearings in or edges of mixed forest (cf Cramp 1992).

233


Identification and taxonomy of large Acrocepha lus warblers

214 Great Reed Warbier / Grote Karekiet Acrocephalus arundinaceus zarudnyi, Eilat, Isra el, May 1987 (Hadoram Shirihai) 215 Clamorous Reed Warbier / Indi sche Karekiet Acrocephalus stentoreus levantina, Sea of Galilee, Israel, May 1986 (Hadoram Sh irihai) 216 O ri ental G reat Reed Warbier / Ch inese Karekiet Acrocephalus orienta/is, Mai Po Marshes NR, Hong Kong, 22 December 1990 (Peter R Kenner/ey) 217 Thick-bill ed Warbier / Diksnavelrietzanger Acrocepha/us aedon, V채stra Norsk채r, Fin land, 11 October 1994 (H annu Kettunen) 218 Great Reed Warb ier / Grote Karek iet Acrocephalus arundinaceus zarudnyi, fresh firstw inter, Eilat, Israel, August 1986 (H adoram Shirihai) 219 Basra Reed Warbier / Basrakarekiet Acrocepha/us grise/dis, Jubai l, Sa udi Arab ia, 1 May 199 1 (Arnoud B van den Berg)

234


Identification and taxonomy of large Acrocepha/us warb/ers Voice Recordings of Great Reed, Clamo rou s Reed and Thi ck-bill ed W arbl ers have been publi shed by Mild (198 7, 1990), and long recordin gs of Thi ckbil led and O ri enta l G reat Reed W arbl ers have been published by Veprintsev (1974).

Clamoro us Reed Warb/er Ca ll note lo ud and deep hard tak o r chak, o r rath er soft ka rrk. So ng ve ry lo ud, powerful and rather melodi ous but not sa va ri ed : karra-ka rra-karet-ka ret, aften in seri es repeated up to five t im es, and always hi gh-pitch ed and w ith bra ken rh ythm, slower th an in G reat Reed, w ith sho rter phrases and aften introdu ced by tek-tek-tek. Typi ca l phrase so und ing as rod-o-petsj-is.

Great Reed Warb/er Ca ll note deep chak o r tsek o r mo re harsh trrak. Song not sa loud and harsh as C1a morous Reed but faster, so mew hat mo re melodi o us, w ith many variatio ns and la nger phrases : karra-karra-karra-keek o r karre-karre-

keet-keet dree-dree-dree trr trr.

Orienta/ Great Reed Warb /er Ca ll note as in Great Reed . So ng rath er simi lar to bath Clamoro us Reed and G reat Reed but ri cher and softer,

low and coa rse, less rh ythmi c, co nsistin g of seri es of grating phrases: kaw a-kawa -kawa-gurk-gurk eek eek gurk ka wa o r char-char-chee.

Basra Reed Wa rb/er Ca ll note quite d iffe rent from preceding species, rath er harsh chaa rr, lo ud er th an simil ar note of Reed W arbi er. Song q ui eter th an, and w it ho ut guttural gratin g q ua lity of G reat Reed : chuc-chuc-churruc-churruc-chuc.

Thick-billed Wa rb/er Ca ll note lo ud and harsh, quick ly repeated cherr-cherrtschok o r sharper metal l ic d ik-dik or tack-tack o r chok-chok. Song ve ry melodi o us and va ri ed, mim etic, somewhat remini sce nt of loud M arsh Wa rbier A pa lustris bu t deeper, w ith out coa rse, rauco us to nes, beginning w ith several repeats of tschok ca ll note o r acce leratin g dik.

Identification in the hand In th e hand, most spec ies and subspec ies are easy to identify on measurements and, espec ialIy, stru ctural character istics. The main prob lem of identifi cati on in th e hand is probably lack of ex peri ence; o ne should kn ow how meas urements and stru ctural data are to be obtained in su ch a

TAB LE 1 M eas urements (mm) and characteristi cs of large Acrocephalus wa rblers. Fi gures of measurements represe nt ranges . W eights given as ave rage, number (in brac kets) and range, taken fro m Cramp (1992). M eas urements and characteristi cs in bold: obviously larger or lan ger th an in others; underli ned: obv iou sly smaller o r shorter th an in oth ers (sub)spec ies

nu mber examined character wing tail bi ll to nostril tarsus P10 to longest pri mary cove rt p9 to wing-tip win g-tip formed by wing-tip to pl tip of p9 eq ual to tip of emargin ation on outer web of ti P p9 to notch on inner web notch on p9 at leve l of tip of t1 to t6 (roundedness of ta i I) we ight

A s stentoreus and A s /evantina 36

A s brunnescens A orientalis (i ncluding Red Sea)

A arundinaceus

A grise/dis

A aedon

37

62

68

19

36

75-88 64-83 14.8-16.6 26.6-30.8

78-95 68-82 13.2-15.5 26 .2-31.5

77-95 63 -76 12.9-14 .3 27.0-29 .8

89-105 66-80 12.0- 14.1 27. 1-3 1.1

79-85 55-65 12.6-13.8 23 .8-26 .0

71-86 75-89 10.0- 12.0 26 .4-29 .2

1-6 shorter 3-7 p7-8 12-1 6

1-7 shorter 3-8 p7-8 11-1 8

1-7 shorter 0-4

3-10 shorter 0-2 .5

Qยง.

Qยง.

14-22

21-26

3-8 shorter 0. 5-3.5 p(7-)8 16-2 1

2-11 longer 7-12 p6-8 12-1 6

p4-5

p4-6

p(5 -)6-7

p7-8

p6-8

~

p(6-)7-8

p(6-)7-8

p(7-)8

Qยง.

Qยง.

p6-8

15-1 9 below second ari es

15-21 below seco nd ari es

12-18 p2 to seco ndaries

10-16 p(2-)3-4

11-1 5 pl-4

15-1 8 below secondari es

12-26 24 (13) 21-29

8-20 26 (39) 21-3 1

10-13 24 (183) 17-33

ยง:J1 30 (493) 21-51

5-9 17 (363) 12-29

18-30 24 (58) 15-31

235


Identification and taxonomy of large Acrocephalus warblers obtained are to be used. In the tabie, onl y ranges are given ; for averages, see Roselaar in Cramp (1992). Th e (sub)spec ies show the followin g more or less trenchant characteristics:

wi ng (mm) 100

Clamorous Reed Warbier Characteri zed by short w in g-tip, deep notch on inner web of p9 (be l ow tips of secondaries), at least two prim ari es w ith emargin ations and, in A s stentoreus and A s levantina, long narrow bill and stron gly rounded tail.

90

Creat Reed Warbier

60

70

BO

tail (mm) 90

FI GURE 2 Indi v idua l p lots and outl in es of w in g and ta il of specimens examin ed from variou s populations of large Acrocepha/us warb lers. Black dots: A arundina ceus (includin g bath western A a arundinaceus and eastern A a zarudnyl). Open circles: A griseldis. Open sq uares: A stentoreus brunnescens from western Centra I As ia (Afghani stan to so uthern Kaza kh sta n). Black squ ares : A s stentoreus from Egypt. Sem i-open squ ares : A s levantina from Israel. Sma ll 'm' (w ith streaked outlin e) : mangro ve popul ation s of A stentoreus, occurring from Red Sea to Persian Gu lf, as we il as b irds from inl and so uth-western Iran. Large 'A': A aedon (bath A a aedon and A a stegmanni combin ed) . For A orientalis, see text

way that they are comparab le with th e data given in the literature. Morphometri ca l differences in Acrocephalus are often subtie, and inproper data co ll ecting may lead to wrong co nclusions. Thus, carefull y read the instructions in Cramp (1988) or Svensson (1992) and, if a sample of an eas il y identifiabl e species has been measured beforehand, estab li sh whether the averages of various morphometri ca l data of this sampl e are comparabie w ith those of the same spec ies in the literature and, if not, adapt the method of measur ing. A ll measurements and structura l data are summari zed in table 1. Clea rl y, some (sub)spec ies have certa in characters larger or longer th an ave rage, others have th em sma ll er or shorter, but overlap occurs in some data. Identification, therefore, has to be based on more than one character, eg, on combination of a character in wh ich the species is larger than average and one in which it is shorter, th ough preferably all data which can be

236

W in g-tip and p9 langer th an in most oth er species and w in g aften langer, especiall y in mal es. Morphometrica ll y rather simil ar to A s brunnescens of Clamorous Reed (d ifferin g from latter in langer p9, long w in g-tip and less deep notch on inner web of p9) and, espec iall y, to Oriental Great Reed, from w hich usuall y di fferin g by langer w in gti p, tip of p9 equalling tips of p7-8 rather than p(5-)6-7 and by notch on inner web of p9 equalling tips of p(2-)3 -4 in stead of p2, pl or second ary tips.

Oriental Creat Reed Warbier Rather similar to Great Reed (but see above) and to A s brunnescens of Clamorous, d iffering from latter mainl y in combin ation of long p9, long w in gti pand re lative ly less deep notch on inner web of p9.

Basra Reed Warb ier Tail and tarsus d istin ctly shorter and we ight distinctl y lower than in all other spec ies treated here, and tai l less ro unded (Iatter matched by a few Great Reed). In structure, close to O ri ental Great Reed but eas il y distin gui shed by measurements.

Thick-billed Warb ier Long strongly rounded tail, w in g-tip form ed by p6-8, tip of p9 equal to (p l-) p3-5, notch on inner web of p9 below level of seconda ry tips in closed w in g, p6-8 emargin ated. In all these characteristi cs, overlap w ith sa me ind iv iduals of A s stentoreus and A 5 levantina of Clamorous Reed ca n be fo und, but bi ll of Thi ck-bill ed always marked ly shorter than in all other spec ies. Moreover, Thi ck-b illed has unique long plO, langer th an tips of upper primary coverts, unlike oth er species . Desp ite Engli sh name, b ill not thi cker th an in , eg, Great Reed but appearing more stubby due la obv ious ly shorter lenglh.

Comb ining th e c haracters more cl ea rl y separates


/dentifieation and taxonomy of large Aeroeephalus warblers populations than using a single one. This is best 3%, ie, from a genetic point of view, their divervisualized in plots, a few of which are reproducgence is compatible with the status as full species. ed here. Figure 2 gives individual plots and outlines of wing and tail lengths of various populaIt can also be concluded that the splitting of the subspecies A saustralis as a species separate tions of large Aeroeephalus warblers. Oriental from Clamorous Reed Warbier (including stentoGreat Reed is not shown here; it largely fills the reus and levantina) as weil as full species status space between Basra Reed, Great Reed and Clamorous Reed (A s stentoreus and A s brunnesof orientalis (Eastern Great Reed Warbier) would eens), marginally overlapping with each. Note be in agreement with the genetic divergence data; furthermore, Eastern Great Reed is more the intermediate position of the mangrovelikely to have been derived from stentoreus than inhabiting populations of Clamorous Reed, from arundinaeeus, a conclusion also reached by between those of A s stentoreus and A s levantiEck (1994) on morphological grounds. na from Egypt and the Levant and A s brunneseens from western Central Asia. Figure 3 shows Basra Reed Warbier is biochemically clearly separated from all other taxa and is definitely a individual plots and outlines of various populaseparate species. It is not more closely related to ti ons based on structural characteristics: wing-tip (tip of p1 to longest primary in closed wing) arundinaeeus than to orientalis or stentoreus. It against depth of notch on p9 to tip of longest primary (thus, sum of 'p9 to wing-tip' and 'tip p9 to pl. to notch on inner web' in table 1). wlng°--O-O-o~ Most Great Reed (of both races) as tip weil as virtually all Clamorous aD 00 (mm) o Reed are well-separated from o co 0000 Oriental Great Reed but much overlap occurs within the various populations of Clamorous Reed, and Basra Reed partly overlaps 20 with Oriental Great Reed. Thickbilled is not shown; it overlaps ~--~ •• "') • T.el \A •• / •• fully with the western populations (C, E, and F) of Clamorous Reed. ... -\ • • • • • 1••

---m

~

!/IIIII~

-.---I-----~.

Mitochondrial data

DNA

\,

sequencing

For a preliminary biochemical study (B Leisier, P Heidrich, A J Helbig, K Schulze-Hagen & M Wink in prep, J Ornithol), a small number of blood samples was obtained from the various Palearctic large Aeroeephalus taxa. The mitochondrial DNA coding for the protein cytochrome-b was sequenced and the sequence divergence between the taxa calculated (cf Helbig et al 1995). Cytochromeb sequence divergence among known subspecies of passerine birds is not known to exceed 2.6% (according to presently available data; Helbig et al 1995). All taxa analyzed sofar are differentiated from each other by cytochrome-b sequence divergence of at least

15

'""

-

...... .......J.. .... _.~..

-,

\

....

•••• '. \

\/.

10L--------n------------'2~0------------~2~5--~

notch p9 to wing-tip (mm) FIGURE 3 Individual plots and outlines of wing-tip (tip of p1 to longest primary in c10sed wing) and depth of notch on inner web of p9 (from tip of longest primary, instead of from tip of p9 as in table 1) of specimens examined of various populations of large Acrocepha/us warblers. Open circles: A arundinaceus (including both western A a arundinaceus and eastern A a zarudnYI). Black dots: A orienta/is (T: type specimen of orienta/is Temminck & Schlegel, 1847). Outlines only of: A - A grise/dis; B - A stentoreus brunnescens (western Centra I Asia); C - A s stentoreus (Egypt); D - A stentoreus (Persian Gulf and southwestern Iran); E - A stentoreus (Red Sea); F - A s /evantina (lsrael). For A aedon, see text

237


Identification and taxonom y of large Acrocepha/us warb /ers

220 Clamorous Reed Wa rbi er / Indi sc he Ka rekiet Acrocephalus stentoreus levantina, adul t, Sea of Galil ee, Israel, lateMay 1986 (Hadoram Shirihai) 221 Clamorous Reed Wa rbier / Indisc he Karek iet Acrocephalus stentoreus levantina, fres h (moderately darkl plumage, Bet Shean va ll ey, Israel, March 1992 (Hadoram Shirihai) 222 Thi ck-b illed Warbier / Di ksnavelrietzanger Acrocephalus aedon, Ma i Po Marshes NR, Hong Ko ng, 12 October 199 1 (Peter R Ken nerley)

may be a mo re anc ient sister taxo n of all th e oth ers (see below) . Hence, th e in cl usio n of A grise/dis in the arundinaceus / orienta/is / stentoreus superspec ies, as proposed by Eck (199 4), is not supported by th e mo lecul ar data. Th e fo ll ow ing ph ylogenetic conc lu sions can be d rawn: 7 th e Palea rcti c large Acrocepha/us wa rb lers form a well-supported mo nop hy letic group of species w ithin the genus; 2 w ith in thi s group, A grise/dis represents a di stin ct and probab ly relatively anc ient evo lutionary linèage, not c10sely related to either A arundinaceus, A stentoreus or A orientalis; 3 amo ng A arundinaceus, A stentoreus and A orienta /is, the latter is more c10sely related to A stentoreus than to A arundinaceus; and 4 A stentoreus /evantina and A (stentoreus) austra/is together w ith A orientalis form a we ll-supported c1ade but the re lationshi ps among the three can not be reso lved, ie, it is still un clea r w heth er orienta/is is more c1 0se ly related to /evantina or to australis. Interpretatio n of the phylogeneti c pos ition of A grise/dis is co mplicated by its restri cted d istribution and pres umab ly small popul ati o n size. At any rate, A grise/dis is a hi ghl y di stinct spec ies. 238


/dentification and taxonomy of large Acrocephalus wa rb Iers Unfortunately, DNA of A aedon has been sequenced.

50

far not

Acknowledgements

Karl Schu lze-Hagen is acknowledged for commenting on the DNA paragraph of this paper. Samenvatting HERKENNING EN TAXONOMIE VAN GROTE A CROCEPHALUS-ZA NGERS In het Westpa learctische gebied broeden drie grote Acrocepha/us-zangers, Grote Karekiet A arundinaceus, Indische Karek iet A stentoreus en Basrakarekiet A grise /dis, en z ijn twee soorten als dwaalgast vastgeste ld, Chinese Karekiet A orienta/is (vroeger als ondersoort van G rote Karekiet beschouwd) en D iksnave lrietzanger A aedon. In dit artikel wo rden herkenn ing in het veld (verenk leed en gelui d) en in de hand (b iometrie, cf tabe l 1, figuur 2-3) besproken. Bovend ien worden enke le resultaten besproken van biochemisch onderzoek naar de fylogenetische verwantschappen tussen de verschil lende taxa op grond van de mate van versch il in het mitochondriaal DNA (geïso leerd uit kleine hoevee lheden afgetapt bloed van levend e voge ls; Diksnavelrietzanger werd niet o nderzocht). De belangrijkste conclus ies zijn: 7 de Palearctische grote Acrocepha/us-zangers vormen een duidelijke monofyletisc he groep binnen het genus; 2 A grise/dis is een duidelijk van de overige versch ill end en niet nauw verwant taxon, en is waarschijn lij k de ve rtegenwoordiger van een al oude (vroeg afgesplitste) evo lu tie lijn ; 3 A orienta /is is meer verwant met A stentoreus dan met A arundinaceus; en 4 A orienta /is en A (stentoreus) aus-

tra/is kunnen beide het beste als aparte soorten word en beschouwd. References van den Berg, A B & Symens, P 1992. Occurrence and identification of Basra Reed Warbier in Saudi Arabia. Dutch Birding 14: 41-48. Cramp, S 1988. The b irds of the Western Pa learctic 5. Oxford . Cramp, S 1992. The birds of the Western Pa learctic 6. Oxford. Eck, S 1994. Die geograph isch-morpho logische Vikar ianz der gro&en pa laea rkt ischen Rohrsänger (Aves: Passeriformes: Sylviidae: Acrocepha /us [arundinaceus]). Zool Abh Staatl Mus Tierk Dresden 48: 161168. Helbig, A J, Seibold, I, Martens, J & Wink, M 1995. Genetic differentiation and phylogenetic relationships of Bonel li 's Warbier PhyJloscopus boneJli and Green Warb ier P. nitidus. J Avian Biol 26: 139-153. Mild, K 1987. Soviet bird songs. Stockholm . Mi ld, K 1990. Bird songs of Israe l and the M iddle East. Stockholm . Pearson, 0 J & Backhurst, G C 1988. Characters and taxonom ic position of Basra Reed Warbier. Br Birds 81: 171-178. Roselaar, C S 1994. Geograph ical variation w ithin western populations of Clamorous Reed Warb ier. Dutch Birding 16: 237-239. Svensson, L 1992. Identifi cation gu ide to European passer ines. Fourth edition. Stockho lm . Vepr in tsev, B 1974. Voices of birds in the nature. Moscow.

Hadoram Shirihai, PO Box 4168, Eilat 88102, /srael CS (Kees) Roselaar; Instituut voor Systematiek en Populatiebiologie (Zoö logisch Museum), Postbus 94766, 1090 CT Amsterdam, Netherlands Andreas} Helbig, Vogelwarte Hiddensee, 18565 Kloster; Cermany Peter H Barthel, Über dem Sa lzgraben 11, 37574 Einbeck-Orüber; Cermany AndréJ van Loon, Dolingadreef 199, 1102 WT Amsterdam, Netherlands

239


Orpheusspotvogel broedend In Flevoland in 1990 Ruud FJ van 8eusekom

O

p 24 mei 1990 w aren Jan Boshuizen en Ton W al raven aa n het vogelen in het Kn arbos aan de Kn arweg, Lelystad, Flevoland . Hier vin g het geoefende oor van JB de zang van een O rpheusspotvoge l Hippo/ais po/yg/otta op. Veel vogelaars konden dezelfde dag nog genieten van deze zanger van M editerrane origine. Toen enkele dagen later een tweede Orpheusspotvoge l ter pl aatse w erd w aargenomen, steeg de spannin g: een broedgeva l behoorde tot de mogelijkheden. De vreu gde w as groot toen de voge ls in juni met voer in de bek w erd en gez ien. H alf juni w erd het broedpaar met pas uitgevl ogen jon gen w aa rgenomen. Het eerste bekende broedgeval van de Orph eusspotvogel in Nederl and w as ee n feit (Glutz von Blotzheim & Bauer 1991, van Beusekom 1992). Behalve een besprekin g van dit broedgeval w o rdt oo k het voorkomen van Orpheusspotvogel in Nederl and behandeld .

Beschrijving De beschrijvin g is gebaseerd op notiti es en schetsen van Ruud van Beusekom, gemaakt op 24 en 25 mei en op 16 juni . De beschrijving · ge ldt voor beide adulte vogels, tenz ij anders aa ngegeven. Van de za ng zijn geluidso pnamen gemaakt (RvB). Ph y//oscopus trochi/us, met dikkere buik en hogere kruin. Kop iets ronder dan Spotvoge l H icterina. Soms kopveren pl at gehouden, waa rdoo r meer op ri etzanger A crocepha/us lijkend. M antel- en kruin veren tijdens zin gen GROOTTE & BOUW lets fo rser lijkend dan Fiti s

bui k. Eén voge l met wat gelere bovenborst. V LE UG EL O lijfbruin, donkerd er dan bovendelen. A rm-

pennen en binnenste handpennen met smalle lichte randen, niet erg opva llend. Tertial s met donkerbruin centrum en brede geelgrij ze rand. STAART O lij fbruin, met li chte buitenste randen (niet erg opva llend). NAAKTE D ELEN Oog donker. Bove nsnavel bovenop bruin, naar snijrand toe oranjeroze. Ondersnavel oranjeroze. Poot lichtbruin . GE LU ID Za ng Spotvoge lac hti g, maar zo nder luide sc herpe uithalen, pauzes en ve le herh alin gen die za ng va n Spotvoge l kenmerken. Ook aantal imitati es beduidend minder. M onotoner, ru sti ger en meer 'babbelend' klinkend . M eer lijkend op 'krui sin g' va n za ng va n Tuinfluiter Sy/via borin en Spotvogel dan op Bosri etza nger A pa/ustris. Zee r regelm ati g kenmerkende roep va n O rph eusspotvogel, Huismu s Passer dom esticusachtig getsjetter, opgenomen in za ng. Gerin g vo lume belangrijk versc hil met za ng va n Spotvoge l: op 50 m afstand nog maar nauwe lijks hoorbaar, zeker in za nggew eld va n vee l andere soorten op vroege morgen, maa r ook op 25 m afstand za ng zac ht en onopva llend. A ls eni ge roep zeer regelm ati g hierboven beschreven Huismu sac htig getsjetter gehoord ; deze in lange se ries voorgedragen, duidelijk als alarmroep fun gerend .

223 O rph eusspotvogel / M elodious Warbi er Hippo /ais p o /yg/o tta, Kn arb os, Kn arw eg, Lelys tad, Fl evo land , 28 mei 1990 (Ka re / A Mauer)

vaa k opgezet, waa rdoo r voge l noga l hoe ki g ove rkomend. Sn avel lang en spits, langer dan die va n Fiti s, en met brede bas is. Staa rt recht afgesneden. Ko rte onderstaa rtdekveren. H andpenprojecti e ongeveer eenderde va n lengte va n langste terti al. V leugelpunten in z it ongeveer tot langste bovenstaartd ekvere n reikend . In vlucht met duidelijk rondere en kortere v leugels dan Spotvoge l. KOP Bovenkop olij fbruin/groen. W enkbrauwstreep geel, voo r oog breed, achter oog kort en smal. Oogring licht. Teugel groen ig. Ac hter oog aa nzet va n oogstreep. BOVEN D ELEN Ac hterh als, mantel en rug olijfbruin/ groen, stu it iets lichter. ONDE RDE LEN Gehele onderz ijde geel, iets lichter op

240

IDutch Birding 77: 24 0-244, december 79951


Orpheusspotvogel broedend in Flevoland in 7990 Determinatie De combinatie van het bleke, vrijwel ongetekende gezicht, de gele onderzijde, de lange en brede snavel, de recht afgesneden staart en de opvallend oranjeroze ondersnavel wijzen op een Spotvogel of Orpheusspotvogel. Het eenvoudigste en beste veld kenmerk van Orpheusspotvogel in de broedtijd wordt gevormd door zang en roep, met name het diagnostische Huismusachtige getsjetter, dat vaak was te horen. Spotvogels daarentegen roepen in de broedtijd meestal een grappig klinkend, vragend dedderoid, of variaties hierop. Toch heeft ook de Spotvogel als alarmroep in de broedtijd wel degelijk een harde, langgerekte roep, die lijkt op de 'Huismus-roep' van Orpheusspotvogel en op geluiden van karekieten Acrocephalus. De Spotvogel plakt er echter vaak het dedderoid achter (RvB, pers obs). Orpheusspotvogel is over het algemeen iets warmer geel op de onderzijde dan Spotvogel en iets donkerder (bruiner) op de bovenzijde. Spotvogel heeft verder bijna altijd een zeer opvallend licht vleugel paneel; bij Orpheusspotvogel is dit vleugel paneel meestal zwak ontwikkeld en zeker niet opvallend . Soms is echter wel sprake van een duidelijk vleugel paneel, zoals is te zien op sommige foto's (bijvoorbeeld Ferguson-Lees 1965; Dutch Birding 15: 188, plaat 117, 1993). Bij de vogels aan de Knarweg was niets te zien van een vleugelpaneel. Het belangrijkste kenmerk van Orpheusspotvogel is echter een structuurkenmerk, dat ook bij de vogels aan de Knarweg met enige moeite goed te zien was. De vleugels zijn namelijk aanmerkelijk korter en ronder dan die van Spotvogel (vandaar de oude naam Kortvleugelspotvogel) waardoor de vleugel een geringe handpenprojectie vertoont. Deze is bij Orpheusspotvogel 33-50% van het zichtbare deel van de tertials en bij Spotvogel 75-100% (Harris et al 1991). De waarneming is aanvaard door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) (van den Berg et al 1992, 1993). Habitat en gedrag Het paartje Orpheusspotvogels aan de Knarweg hield territorium in een klein gebied met een diameter van hooguit 30 m. Het biotoop bestond uit jonge aanplant van vooral eik, maar ook hazelaar, vlier, liguster en vogelkers . De boompjes hadden een hoogte van 1-1.5 m; de bedekking van de boomlaag was c 50%. De kruidlaag was goed ontwikkeld en bestond uit ruigtekruiden en hoge grassen. De aanplant grensde aan de west-

zijde aan een hoog populierenperceel, met in de mantel onder meer meidoorn en abeel. Over het algemeen zong het mannetje niet veel. Zelfs in de vroege ochtend, op het hoogtepunt van de zangactiviteit, laste hij regelmatig lange pauzes in. De vogel zong meestal goed verscholen vanuit de hoge bomen aan de rand van het populierenperceel, op 5-8 m hoogte. De lage, jonge bosaanplant werd veel minder gebruikt als zangpost. Ook dan was het een probleem om de vogel te vinden . Als er niet gezongen werd, maakten de vogels hun aanwezigheid regelmatig kenbaar door de karakteristieke roep. De jonge bosaanplant was wĂŠl favoriet als foerageergebied. Bovendien was hier waarschijnlijk het nest. Op 13 juni zag RvB een oude vogel met voer rondscharrelen in lage struikjes op c 15 m afstand van de Knarweg. Even raakte RvB de vogel kwijt, waarna hij zag dat deze zijn snavel afveegde aan een tak, wat deed vermoeden dat de vogel zojuist het nest had bezocht. Op 16 juni zag RvB beide vogels naast elkaar op vrijwel dezelfde plaats op een takje zitten, waarbij ze druk alarmeerden. Op 18 juni zag Erik van Ommen (pers meded) het ouderpaar met tenminste twee pas uitgevlogen jongen. De vogels hielden zich op in de bosrand. Op 19 juni heeft RvB nog uitgebreid gezocht naar de vogels, helaas zonder resultaat. Van den Berg et al (1993) maken melding van 26 juni als laatste waarnemingsdag. Voorkomen in Nederland De Orpheusspotvogel is een overwegend Westmediterrane soort die in Nederland geldt als dwaalgast. De eerste twee zeker geachte gevallen stammen pas uit juli 1979 (Avenhorn, Noordholland) en september 1979 (Oostvaardersdijk, Flevoland). Tot en met 1993 zijn er 11 aanvaarde gevallen (14 vogels) (van den Berg & Bosman 1995, Wiegant et al 1995). Een goed gedocumenteerd geval van een zingende vogel in juni 1994 in Cottessen, Limburg (Schepers 1994) is eveneens aanvaard (Gerard Steinhaus pers meded), evenals een vangst in de Makkumer Zuidwaard, Friesland, op 12 mei 1994 (Wim Wiegant pers meded). De waarneming van een zingende vogel aan de Flediteweg bij Zeewolde, Flevoland, van 13 tot 21 juni 1993 (cf Wiegant et al 1995) is nog in behandeling bij de CDNA. Vier gevallen moeten nog bij de CDNA worden ingediend: een zingende vogel op Schiermonnikoog, Friesland, van 31 mei tot en met 3 juni 1991 (Dutch Birding 13: 120, 1991; van den Berg et al 1993), een zingende vogel op de 241


Orpheusspotvogel broedend in Flevoland in 7990 huidige populatie van naa r schatting 200-300 paar (Glutz von Blotzheim & Bauer 1991). In 1995 werden 1O-tall en territoria vastgesteld in de omgev in g van Luik, op hooguit 15 km van de Nederl andse grens (Gijs Kurstjens pers meded). Hierdoor laten de geva ll en van zingende vogels in Zuid-Limburg zich eenvoudi g verklaren. Er is geen duidelijk aanwijsbare oorzaak voor deze toename (G lutz von Blotzheim & Bauer 1991) maar feit is wel dat de Orpheusspotvogel een ruime hab itatkeu ze heeft. De soort wordt relatief vaak in jon ge bosaa nplant aangetroffen , waarbij vooral de structuur van de vegetatie van belang is. Zo stelt de soort een hoge bedekking van de vegetatielaag tot 1.5 m hoogte in de vorm van lage struiken en kruiden zeer op prijs. Hierin verschilt de soort van de Spotvogel die hogere struiken en bomen prefereert en niet afhankelijk Bespreking is van een hoge bedekking van de onderste Verrassend is het feit dat de Orpheusspotvogel nu vegetatielagen . al in Nederland heeft gebroed. Met het voorkoHet is duidelijk dat de Orpheusspotvogel men van de Orpheusspotvogel als broedvogel steeds vaker in Nederland opduikt (fi guur 1). In kon echter al enige tijd reken ing worden gehouhet li cht va n de uitbreidin g van het broedgebied den. Het is bekend dat de soort z ijn broedgebied z ijn vooral de langdurig zingende vogels in het sinds het midden van de jaren 1930 sterk heeft binnenland (Ankeveen, Zeewolde, Cottessen, uitgebreid in noordelijke en noordoostelijke ri chEijsden) in gesc hikt broed habitat interessa nt. Het tin g (Cramp 1992). In Noord-Frankrijk en Zuidis bovendien opvallend dat ruim een derde va n west-Duitsland z ijn in de afgelopen twee decenall e Orpheusspotvogels in Flevo land is vastgenia nieuwe broedgebieden bezet, terwijl de soort steld. Dit is een hoog aa ndee l vergeleken met sinds 1981 in Wallonië, België, broedt met een veel andere zeldzame zangvogels die als dwaa lgast bescho uwd worden. Het patroon roept assoc iati es op met soorten die TABEL 1 Geva llen va n Orpheusspotvogel Hippo /ais po/yg/otta in zich eve neens rece nt als broedvogel in Nederland tot en met 1995. Gevallen met' nog niet in ged iend of Westeuropa sterk hebben uitgeb reid , in behandeling door CDNA / records of Melodious Warbier zoals Krekelzanger Locustella fluviatilis, Hippo /ais po/yg/otta in the Netherlands up to and includin g Buidelmees Remiz pendulinus en 1995. Records marked w ith • not vet submitted to o r still under Roodmus Carpodacus erythrinus. consideration by the Dutch rarities comm ittee De Orpheusspotvogel wordt in Nederland vooral in het voorjaar aa n1. 8 juli 1979, Ave nh orn, Noordh oll and, vangst 2. 2 september 1979, Oostvaardersdijk, Flevoland, va ngst getroffen (figuur 2). In het naj aa r is de 3. 19 juni 1980, Amsterdam, Noord holl and, von dst soort hier uiterst ze ldzaam, met slechts 4. 17 mei 1982, Maasvlakte, Zu idho ll and twee geva ll en. Dit in tegenstelling tot 5. 9 augustus 1983, Oostvaardersdijk, Fl evo land, va ngst Groot-Brittannië, waar de soort bijna 6. 8-9 juni 1987, Oostvoorne, Zu idho ll and, z in gend uitsluitend in het naj aa r wordt vastge7. 6 juli 1989, Oostvaardersdijk, Flevoland, va ngst steld (94% va n all e geva ll en) en nau8. 24 mei-26 juni 1990, Knarbos, Flevoland, broedgeva l we lijks in het voorj aa r (6%). In het 9. • 31 mei-3 juni 1991 , Schierm onnikoog, Friesland, z ingend naj aa r duikt de soort vooral in 10. 5 juni 199 1, Oostvaa rdersd ij k, Flevoland, vangst Zuidwest-Engeland op. De schaarse 11. 22 mei 1993, Rottumeroog, G ron in gen, zi ngend 12. • 13-21 juni 1993, Flediteweg, Flevoland, z in gend geva llen uit het voorjaar waren vooral 13. 14-26 juni 1993, Ankeveen, Noordh oll and, z in gend in het zuidoosten (Cramp 1992). 14. 12 mei 1994, Makkumer Zuidwaard, Friesland, vangst Omdat het biotoop (jonge bosaan15. 14-18 juni 1994, Cottessen, Limburg, z in gend pl ant) va n de Orpheusspotvogel aa n de 16. • 16 mei 1995, Strijbeekse H eide, Noordbrabant, zingend Kn arweg volop aanwezig is in 17. • 26 juni 1995, Oostvaardersdijk, Fl evo land, va ngst Fl evo land (ve le 100Gen hectaren), is 18. • 7-c 15 juli 1995, Eijsden, Limburg, z in gend het goed mogelijk dat de soort in de Strijbeekse Heide, Noordbrabant, op 16 mei 1995 (Rob Vogel pers meded), een va ngst aa n de Oostvaardersdijk op 26 juni 1995 (Kees Breek pers meded) en een z ingende vogel in het Maasdal bij Eijsden, Limburg, op ongeveer lOm van de grens met België, van 7 tot c 15 juli 1995 (G ijs Kurstjens pers meded). Tot en met 1995 zijn er, met de nog te behandelen meegerekend , 18 geva llen (21 vogels) (tabel 1, figuur 1). Hi ervan vielen er 16 (89%) in de peri ode half mei-h alf juli (met een piek in juni) en slechts twee (29%) in de peri ode augustus-september (figuur 2). Van de 18 geva ll en betroffen er negen z inge nde vogels en zeven vangsten . Zeven va n de 18 geva llen z ijn uit Flevoland, de overige werden bijna all e verspreid over de westelijke en noordelijke kustprovincies vastgeste ld (figuur 3).

242


Orpheusspotvogel broedend in Flevoland in 1990 4

algemene Spotvogel re mmend werken op een snell e uitbreid ing, net zoals de Spotvogel doo r de O rpheus3 3 ., spotvogel belemmerd zou worden om naar het zuidwesten uit te breiden (S imms 1985, H affer 1989). Er is een 2 2 2 rI-duidelij ke overl ap in biotoop keuze en beide soorten gedragen zich interspec ifiek 1 1 1 1 1 territoriaa l (H affer 1989). In ,, -;--;--Flevol and waren zow el aan de Kn arweg in 1990 als aan de Fled iteweg in 1993 territori ale Spotvoge ls aanwez ig, 1977 1979 1981 1983 1985 1987 1989 1991 1993 1995 en aan de Fl editew eg werd waa rgenomen dat een SpotFI GUUR 1 Voo rkomen va n O rpheusspotvogel Hippo/ais po/yg/otta in Nedervogel de O rpheusspotvogel land tot en met 1995/ occ urrence of Melodi ous W arbi er Hippo /ais po /yg/otta verjoeg (Nico M arra sr pers in th e Netherl ands up to and inciudin g 1995 meded). In Noo rd-Frankrijk en België, aan de randen van de area len va n be ide soorten, is meerm alen toekomst hier va ker gaat broeden. Voor dit deel va n Fl evo land geldt dat er relatief w eini g naar hybridi satie vastgesteld (G lutz vo n Bl otzheim & voge ls w ordt gekeken. Bovendien is de zang Bauer 1991) . zacht en onopva ll end en komt de O rpheusspotVerd er is het maar de vraag of onze zomers, vogel laat in het voorj aar aa n, in een peri ode dat met een gemiddelde temperatuur in juli van de j onge bossen daveren va n de za ng van veel 16.6°C, wel w arm ge noeg zijn voor de O rph eussoorten. Juist in voor Orpheusspotvoge ls geschikt spotvoge l. Het grootste dee l van het broedgebi ed habitat treffen w e ook vaa k Bos ri etz anger, ligt namelij k tu ssen de juli-i sothermen va n 19 en Spotvoge l, Grasmus 5 communis en Tuinfluiter 30°C (C ramp 1992). W at d it betreft lijkt Zuidaa n. Uit mijn eigen erva rin g blijkt dat de zang Limburg een streepje voor te hebben op de rest va n de Orph eusspotvogel hiertussen nauwelijks van Nederl and . o pva lt en moe ilijk te onderscheiden is. Verder neemt de 8 zang sterk in intensiteit af als 7 de voge ls gepaard z ijn . Dit verklaa rt waarschijnlij k ook 6 6 waarom het mannetj e aa n de Kn arweg zo w einig zong. 5 Niets lijkt de bezettin g va n 4 N ederl and als regulier 4 broedgebied va n de O r3 pheusspotvogel in de weg te staan. Vogelaa rs in Limburg 2 mogen z ich alvast verh eugen op een nieuwe broedvogel; de kans is groot dat met name Z uid-Limburg binnen M A M A N 5 o o niet al te lange tijd tot het broedgebi ed gerekend kan FI GUUR 2 Voo rkomen va n O rph euss potvogel Hippo/ais po/yg/otta in Nederword en. Het zou echter kunland gedurende het j aa r (per decade) . Lang ve rblij ve nde exemp laren in meernen dat interspec ifi eke reladere decaden opgenomen / occ urrence of Melodi ous W arbi er Hippo/ais po /yties met de zeer nauw verg /otta in th e Neth erl and s d urin g th e yea r (pe r 1D-d ay peri od) . Lo ng-stay in g wante en in Nederl and indi v iduals inciuded in more than o ne 1D-day pe ri od ,-

24 3


Orpheusspotvogel broedend in Flevoland in 1990

<:r •

Furthermore, during the last five years, severa l singing males have turned up in su itab le breeding habitat inland, making way for rising expectations of a breeding population, since Melodious Warblers are spreading north and north-east in France and Belgium. Large areas of suitab le habitat are availab le, particularly in Flevoland. However, since the related Icterine Warbier H icterina is a common breeding bird in the Netherlands, interspecific territor iality might inhibit or prevent the settlement of a breeding population of Melodious Warblers. Besides that, summers might be too coo l, w ith mean temperatures in July of 16-1

re.

Verwijzingen

FIGUUR 3 Verspreiding van alle geval len van Orpheusspotvoge l Hippo/ais po/yg/otta in Nederland (0: nog niet ingediend of in behandeling door CDNA) / d istr ibution of all records of Melodious Warblers Hippo/ais po/yg/otta in the Netherlands (0: not vet submitted to or st ill under conside ration by the Dutch rarities committee

Summary MELODIOUS WARBLER BREEDING IN FLEVOLAND IN 1990 In May-June 1990, a pair of Melodious Warblers Hippo/ais po/yg/otta bred successfu ll y near Lelystad, Flevoland. The first bird was found on 25 May and a pair with two recently fledged young was seen on 18 June. The birds held territory in an area with young oaks and o lder poplars. A description of plumage, song and ca ll s is given . Following the first Melodious Warbier for the Netherlands in 1979, numbers show some increase sin ce the late 1980s. Nowadays, the species is an annua l v isitor, with May-June as the peak period.

van den Berg, A B, de By, R A & CDNA 1992, 1993. Rare birds in the Netherlands in 1990, 1991. Dutch Birding 14: 73-90; 15: 145-159. van den Berg, A B & Bosman, C A W 1995. Lijst van Nederlandse voge ls. Derde editie. Santpoort-Zuid. van Beusekom, R 1992. Orpheusspotvogel broedend in Knarbos: nieuwe broedvogel voor Nederland. Voge ls in Flevoland 1: 86-89. Cramp, S 1992. The birds of the Western Palearctic 6. Oxford . van Dongen, R M, Gebu is, H & de Rouw, P W W 1992-94. Recente meldingen. Dutch Birding 14: 152-160,234-242; 15: 186-192; 16: 167-173. Ferguson-Lees, J 1965. Studies of less familiar birds 131. Melodious Warbier. Br Birds 58: 9-10. Glutz von Blotzheim, U N & Bauer, K M 1991. Handbuch der Vögel Mitteleuropas 12. Wiesbaden. Haffer, J 1989. Parapatrische Vogelarten der paläarktisc hen Region. J Orn ithol 130: 475-512. Harris, A, Tucker, L & Vinicombe, K 1991. Vogeldeterminatie. Handboek voor het identificeren van vogels. Baarn. Schepers, F 1994. Orpheusspotvogel, een verwachte aanwinst. Limburgse Vogels 5: 64-66. Simms, E 1985. British warb lers. Londen. Wiegant, W M, Steinhaus, G H & CDNA 1995. Rare birds in the Netherlands in 1993. Dutch Birding 17: 89-101.

Ruud F j van Beusekom, Gooise kust 21, 1274 je Huizen, Nederland

Corrigendum _ __ _ _ _ _ _ __ Plaat 197 (Dutch Birding 17: 222, 1995) toont niet een Grauwe Franjepoot Pha /aropus /obatus maar een Rosse Franjepoot P fu/icaria. REDACTIE

244

Plate 197 (Dutch Birdin g 17: 222, 1995) does not show a Red-necked Phalarope Pha/aropus /obatus but a G rey Phalarope P fu/icaria. EDITORS


Mededelingen _ _ _ _ _ _ _ __ World Series of Birding 1995 The 12th annual World Series of Birding took place on 13 May 1995 in New Jersey, USA. This event generates funds for bird conservation projects selected by the New Jersey Audubon Society. This year, a record USD 400 000 was raised by corporate sponsors of 54 Level I teams (reportedly, nearly 100 Level II teams took part as weil). The team identifying the largest number of species within the boundaries of New Jersey, from midnight to midnight, not only wins the challenge cup but also a Bausch & Lomb telescope for each member. For more information about history, rules and humour of this bird race see Birding 24: 118-121, 1992; Birdwatch nr 14: 19,1993; and Dutch Birding 16: 151-152, 1994. Last year's record of 218 was crushed by two teams. Despite losing an hour because of a flat tire, Kowa Optimed alias the Canadians (Tom Hince, Bruce M Di Labio, Paul Pratt and Glenn Gervais) from Ontario, Canada, became the winning team with a score of 225. They also reached first place in 1993 (215) and became second in 1994 (210). Last year's winners, Birder's World alias the Butcherbirds (David Womer, Chris Aquila and David Dendier) from New Jersey

were runner-up with 221 species. These teams were followed by three other New Jersey teams, Minolta (214), Carl Zeiss Optical with the event's creator, Pete Dunne, as captain (213) and Bausch & Lomb (212). In their sixth year of participation, the only European team, Phillips Petroleum alias the Transatlantic Vagrants (Mark Constantine, Bruce Mactavish, Anthony McGeehan and Arnoud B van den Berg), ranked sixth with 204 species, despite losing more than 30 min and a lot of adrenaline because of a flat car battery at the start. Besides, after the winning Canadians, they were the second team from outside New Jersey, beating the rivalling CornelI Laboratory of Ornithology from Ithaca, New Vork (199). As a result, the out-of-state Edwin I Stearns Award, a heavy piece of rock embedding a binocular, was carried across the Atlantic for the first time. The event's third trophy, for the highest total identified within the boundaries of Cape May County, was won by Swarovski (Rick Blom, Lynn Davidson, Paul Lehman, Michael O'Brien, Paul O'Brien and Hal Wierenga) with 185 species. The 1995 cumulative total seen by all 54 teams of 262 species (including 34 North American warblers Parulidae) was less than that of 267 in 1994 and 266 in 1993.

Arnoud B van den Berg, Ouinlustparkweg 98, 2082 EG Santpoort-Zuid, Neth6irlands

Unusual behaviour of Madeiran Storm-petrel away from breeding sites The feeding habits and behaviour of storm petreis Hydrobatidae at sea are little known and even less understood. Although we now know that Madeiran Storm-petrels Oceanodroma castro breed oif Portugal's west coast (Teixeira & Moore 1983), the dearth of knowledge in terms of their behaviour at sea is compounded by their apparent low density, a habit of ignoring ships and their occurrence principally in warm, 'blue' ol igotroph ic waters (Harris 1969). In eight years of early autumn transects through Portuguese-Macaronesian waters, I have seen [Outch Birding 17: 245-250, december 1995[

c 50 Madeiran Storm-petrels, mainly in Madeiran waters. Twice during this period a most unusual 'dance' involving two birds was witnessed, once at 33:30 N, 16:10 W on 19 August 1987 and once at 34:00 N, 19:58 W on 28 August 1994. In the latter instance, I watched them for over a minute with 10x50 binoculars as they fortuitously flew almost parallel to the trajectory of the boat, c 50 m away. The sea was practically calm, the sky overcast with a slight zephyr from the northeast, typical of these waters under the influence of the Azores anticyclone (air temperature c 26째C). When I first saw the pair at 17:30 GMT, they were horizontally separated by c 20 m, occasionally performing their normal and characteristic vertical twist and loop which is very like th at of Bulwer's Petrel Bulweria bulwerii. They closed 245


Mededelingen the gap between them and then began an accelerating series of vertical loops and horizontal zig-zags in a truly extraordinary synchrony of movement. The loops and zig-zags became tighter as they accelerated together across the sea apparently only millimetres apart, always very close to the water, except when performing the characteristic twist and loop. At one stage, they slowed down, the leading bird spreading its wings widely and at almost stalling speed they seemed to touch in coital position. The 'dance' then resumed low across the water with a second act of unparallelled synchrony, glide after glide, loop after loop. Their trajectory finally brought them away and out of sight, at a speed slightly greater than that of the vessels (22 km/hl. There is nothing in Allen (1962), Harris (1969), Cramp & Simmons (1977) or Warham (1990) to explain this remarkable 'pas-de-deux' at sea, 300 km away from the nearest known colony. The

coital touch may have been coincidental, nevertheless pair-bonding is a possibility. Given the description of crepuscular flight-circuiting and 'Ieap-frog' behaviour at breeding colonies (Harris 1969), perhaps the most extraordinary feature of the observed behaviour at sea is that it has not been reported before. References Allen , R G 1962. The Madeiran Storm Petrel Oceanodrama castro. Ibis 103b: 274-295. Cramp, S & Simmons, K E L 1977. The birds of the Western Palearetie 1. Oxford. Harris, M P 1969. The biology of Storm Petreis in the Galapagos Is lands. Proe Calif Aead Sei 37: 95-166. Teixeira, A M & Moore C C 1983. The breeding of the Madeiran Petrel Oceanodroma castra on Farilhao Grande, Portugal. Ibis 125: 382-384. Warham, J 1990. The petreis - their eeology and breedi ng systems. London.

Colm C Moore, v/v Monte Mar

In Frankrijk geringde Geelpootmeeuw gepaard met Zilvermeeuw op Neeltje Jans in 1992-94 In het kader van onderzoek naar vestlgmgspatronen van op Schouwen, Zeeland, als pullus gekleurringde Zilvermeeuwen Larus argentatus werd in de broedseizoenen 1991-94 regelmatig een bezoek gebracht aan de kolonie Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen L fuscus op het voormalige werkeiland Neeltje lans, Zeeland . Op 1 juni 1992 werd hier een Geelpootmeeuw L cachinnans waargenomen bij een nest met drie eieren. De vogel bleek een metalen ring te dragen om de rechtertibia. Nadat een schuilhut was opgericht kon het ringnummer met behulp van een telescoop worden afgelezen. Tevens kon op deze wijze nadere informatie worden verkregen over het geslacht van de vogel en over diens partner. De ring bleek van Franse afkomst (Paris EA577784). De vogel was op 16 juni 1984 als pullus geringd op lIe Plane, nabij Marseille, Bouches-du-Rhone, Frankrijk. De afstand tussen zijn geboorteplaats en Neeltje lans bedraagt 948 km. Gezien de geboorteplaats behoort deze Geelpootmeeuw tot de ondersoort L c michahel246

R/c,

Monte Santa Luzia, 2775 Parede, Portugal

lis. De vogel bleek een mannetje en wa·s gepaard met een Zilvermeeuw. Het geslacht kon worden afgeleid uit verschillen in grootte en kopprofiel binnen het paar. Zijn partner onderscheidde zich in verenkleed en naakte delen niet van de overige in de omgeving broedende Zilvermeeuwen. Het nest lag tegen een helmpol en bevond zich aan de rand van een kleine open vlakte midden in het duingebied. Op deze vlakte nestelden verschillende paren Kleine Mantelmeeuwen en aan de randen overwegend Zilvermeeuwen. Om 11 :00 werd het nest gecontroleerd . De eieren stonden op uitkomen: één vertoonde barstjes, de overige twee hadden reeds een groot gat. Op 8 juni werd wederom vanuit de schuilhut geobserveerd. Er bleken toen nog twee jongen te zijn van gelijke grootte; op 19 juni waren beide nog in leven. Bij het volgende bezoek op 26 juni bleek bij langdurige observatie dat er nog slechts één jong was; dit is uiteindelijk ook vliegvlug geworden en deze vogel werd voor het laatst waargenomen op 14 juli . In september 1992 zijn in het duingebied de werkzaamheden begonnen voor de aanleg van een slufter, waardoor het terrein in het broedseizoen van 1993 een wezenl ijk ander karakter had. Uit waarnemingen van gekleurringde Zilvermeeuwen bleek dat de vogels die in het voor-


Mededelingen gaande j aa r aanwez ig wa ren, in 1993 een terri torium hadden gevestigd op de lagere delen en aan de randen van deze slufter. Door het zee r dynami sc he karakter va n deze grote open za ndvlakte met inte nsieve verstui ving zi jn slechts enkele paren tot broeden gekom en; van de legsels is vr ijwe l niets terechtgekomen. De ger ingde Gee lpootm eeuw werd op 5 april 1993 (de rin g kon weer worden afge lezen) eenmaa l waa rgenomen in een groep meeuwen op het ta lud va n de nab ijge legen dij k. Territori aa l gedrag werd aanva nkelijk niet waa rgenomen. O p 4 juni was hij plotseling weer aanwez ig, wederom gepaard met een Z il verm eeuw. Op deze datum ko n oo k het zogenaamde 'courtship-feeding' wo rden waa rgeno men waa rbij het ges lac ht va n de voge l werd bevesti gd . Op 11 juni hadden de voge ls een nest met ĂŠĂŠ n ei maa r op 17 juni bl ee k het nest verl aten en o ndergestoven. Tijdens de rest va n het broedse izoe n 1993 is de Gee lpootmeeuw ni et meer gez ien. In 1994 werd de Gee lpootm eeuw aa nvan-

kelijk ni et opgemerkt. Pas o p 4 juli bl eek hij z ich c 1 km verder in het duingeb ied op te ho uden op een pl aats d ie overeenko mt met de nesto mgeving va n 1992, wederom gepaa rd met een Z ilverm eeuw. Er is toen verd er geen pogin g onderno men o m de aa nwez igheid va n j o ngen vast te stell en.

Summary FRENCH-RINGED YELLOW-LEGGED GU LL PAIRED WITH HERRING GU LL ON NEELTjEJANS In 1992, a nest of a mi xed pair of a Yell ow-I egged Gull Larus cachinnans michahellis and Herrin g Gull L argentatus wi th three eggs was found on Neeltje j ans, Zeeland . The Yell ow-Iegged Gull proved to be a male th at had been rin ged as a chick at Iie Pl ane, near Ma rsei ll e, Bouches-du-Rh6 ne, France. O ne young fl edged . In 1993 and 1994, th e Yellow-I egged Gull was present and paired aga in w ith a fe male Herrin g Gull. In 1993, th e nest of the pair w as lost. In 199 4, nestin g could not be confirmed.

Harry Vercruijsse, C irostraat 38, 5 038 ON Tilburg, Nederland

Woestijngrasmus te Scheveningen m oktober 1994 O p zaterd ag 8 oktober 1994 bes loot ik naar het zuiderh avenhoofd va n Scheveningen, Z uidho lland , te gaan voor het doen va n een zeetrektell ing. D aa r aangekomen trof ik Danny va n Elsw ij k en Rob Westerduin . Na o ngeveer anderh alf uur gete ld te hebben, ging ik op weg naar de H aagse W aterl eidingduinen, Zuidho ll and, onderweg de 'groene hoekjes' va n het havengeb ied meepakkend . Een va n di e vaste plekken is de zeedijk langs de boul eva rd . Boven o p de dij k aangekomen liep ik langs de stadskant in noorde l ijke ri chting en weer teru g via de zeekant. Nauwe lijks op de weg teru g zag ik om 09 :50 een za ngertj e met opva ll end w itte staartz ijden laag over de gro nd voor mij uit vli egen. ' Een pieper', dac ht ik, maar die impul sieve gedachte li et ik o nmiddellijk va ren. De voge l was namelij k o ngestreept za ndkl eurig op de ru g en vee l kl einer dan we lke pieper Anthus ook. Voordat ik hem beter te z ien kreeg, verdween hij ac hter een pol helm . Ik deed voo rzichtig een stap voorwaa rts, hetgeen de voge l op nieuw deed opvliegen. Tot mijn ver-

baz ing en verrassing gin g hij enkele meters voor mij op het pad zitten. Mijn adem sto kte; ik zag een kl ei ne grasmu s Sylvia-ac hti ge voge l met za nd kleurige bovendelen, roodbruin in de staa rt, ge le iri s en I ichtgele poten. De concl usie w as snel getrok ken: ee n Woestijngrasmu s 5 nana. Terw ijl ik nog niet van de schrik beko men was, vloog de voge l op en ging bovenop een hekp aa ltj e z itten. Ik ko n hem daa rdoo r nog wat nader bestu deren en mij ze lf overtui gen. Ik had de tweede Woestijngrasmu s voor Nederl and o ntdekt ! O mdat de vogel steeds op ongevee r deze lfde plaats b leef z itten, bes loot ik de vogel even all een te laten en alarm te slaa n. Mijn eerste gedac hte, om de haven hee n fi etsen naar de trektell ers, liet ik varen; het zou teveel t ijd kosten. Ik bes loot het noorderhavenhoofd op te fi etsen teneinde de zwaa i kracht va n mijn arm en en mijn lo ngvo lume aa n een test te onderwerpe n. H et eerste maa kte we ini g indruk . Een keih ard e sc hreeuw ' Danny!' ec hter wel. M et all e krac ht di e ik in mij had, schreeuw de ik : 'W oestijn grasmus', daa rbij naar de dijk w ijzend . Pas na de vi erd e sc hreeuw kon hij uit de kl anken, die over het ruim e sop naa r hem toe kwa men zweven, de 24 7


Mededelingen juiste soortn aam construeren; einde trektelling. Ik spoedde mij terug en wachtte hun komst af. De vogel werd sne l teruggevonden. Danny haaIde z ijn fotoapparatuur tevoorschijn . Ik vroeg Rob naar landtrektelpost 'De Vulkaan' te gaan waar, zo hadden w ij eerder geconstateerd, ongeveer 30 mensen stonden te tell en. Binnen seconden na z ijn komst was 'De Vu lkaan ' ontruimd. Zelf zat ik op dat moment in all e onrust thu is gebogen over telefoonlijsten en een inventarisatieatlas. Later vernam ik dat binnen 20 min na mijn melding de waarneming rond 11 :10 landelijke bekendhe id had gekregen . Rond 11 :45 was ik terug op de d ijk, waar z ich inmiddels een aanta l waarnemers had verzameld. De rest van de dag en de gehele zondag is de vogel door zeker enkele 100en vogelaars gez ien. Op maandag 10 oktober werd hij niet meer aangetroffen. De o nderstaande beschrijving is gebaseerd op de inho ud van diverse aantekenboekjes (vooral dank aan Ellen Sandberg), alsmede foto's van onder anderen Rob Bouwman, Marten van Dijl, Henk Harmsen en René van Rossum.

STAART Roodbru in . Centrum van staartpenn en donkerder bruin, ve rvagend in roodbruin naar rand . Buitenste staartpennen licht, bijna wit. NAAKTE DELEN Iri s oranjegeel. Oogrand roodbruin. Snavel lichtgeel; boven snave l met donker cu lmen, voorname lij k aan basis, bij punt weer iets aangezet; ondersnavel met donkere punt. Poot en tenen bleekgeel; bij gunstige lichtva l tenen geler dan rest van poot. GELU ID Niet gehoord. GEDRAG 90% van t ijd foeragerend, daarbij over grond hippend op zoek naar insekten, deze zowe l in spaarzame vegetatie als op pad vin dend. Af en toe veren poetsend. Vanwege open ka rakter van terrein vri jwe l continu z ichtbaar maar zic h soms 'verstoppend' in helmpol. Veel bewegend met staa rt. Zeer tam. Moeizaam opv li egend. Letterlijk tot op centimeters langs sc hoenen van waarnemers hippend . Eén keer zelfs insekt van schoen wegpikkend. Ook enkele keren tussen groepjes waarnemers doorvliegend. Desondanks alerte indruk makend . Op 9 oktober versterkte alertheid tonend vanwege aanwez igheid van Torenvalk Fa/co tinnuncu/us. BIOTOOP Hoge zeed ij k; stadskant dicht met helm vastgelegde helling; zeekant (waar voge l z ich bevond) grotendee ls basa lthe lling met spaarzame vegetatie gevestigd in opgewaa id zand, voorname lijk bestaand uit helm en andere grassen .

Bouw als typ ische grasmus, maar klein er, ongeveer als Fitis Phylloscopus troch i/us. V leugelpun ten tot ongeveer op of iets voorb ij o nderstaartdekveren reikend. Snavel dun. Kop rond, in verge lijking met li chaam relatief groot. Dikke nek. Zeer korte handpenprojectie, ongeveer een derde van zichtbare deel van tertials, waarb ij vier tot v ijf handpentoppen z ichtbaar. KOP & HALS Kruin en z ijkruin donkerste deel van kop, beigebru in. Oorstreek en wa ng licht beigebruin. Oogring vui lw it, achter oog uitlopend in zeer korte wenkbrauwstreep. Kleur van kruin v ia nek overgaand in iets lichtere bovende len. Evenzo van kruin geleideli j ke kleurovergang, via nekzijde en zij hals, naar oorstreek . Kin vu il w it, kee l vr ij wel wit. BOVENDELEN Mantel, rug en sc houder egaa l lichtbeige, hooguit fractie lichter dan kruin . Stu it bij staartbasis en bovenstaartdekveren roodbruin. Enkele sc houderveren, van dichtbij bekeken, opva llend grij swit. ONDERDELEN Borst egaa l zeer licht grijswit. Anaa lstreek en onderstaartdekveren nog wat I ichter, nagenoeg wit. Zijborst en f lank iets warmer getint (lichtbeige waas). Ac hterste deel van flank warm lichtbeige. VLEUGEL Handpennen vaa lbruin met lichte zoom , donkerder dan rest van v leugel. Armpennen nauwelijks z ichtbaar, bedekt door tertials, maar evena ls grote dekveren lichter dan handpennen en eveneens met lichte zoom. Grondkleur tertia ls als mantel, met smal donker centrum en brede beige zoom. Z ichtbare deel van duimvleuge l donkerbruin met lichte zoom. Kleine handdekveren en duimvleugel opvallend licht. A lul a donkerbru in met be ige zoom , zeer opva llend, ook op gesloten v leugel.

De combinati e van klein formaat, li cht beigebruine kop en bovendelen, roodbruine stu it en bovenstaartdekveren, gele iri s en li chtge le snave l en poten past all een op een Woestijngrasmus. Op grond van het relatief donkere verenkleed behoorde de vogel tot de ooste lijke ondersoort

GROOTIE & BOUW

duidelijk

248

5 n nana. De aanwez igheid van enkele grij sw itte sc houderveren was opvallend. Op diverse foto's van andere vogels is dat zic htbaar, zie onder andere Hieselaar (1989). Waarschijnlijk is hier sprake van een constant kenmerk. Voor info rm atie over broed- en overwinteringsgeb ieden, zie Hieselaar (1989). Deze waarnem ing betreft het tweede geva l voor Nederland. Het eerste betrof een voge l die va n 30 oktober tot en met 3 november 1988 in de AW-du inen bij Zandvoort, Noordholland, verbleef (H iese laar 1989). Tot en met 1993 werden in Noordwesteuropa 28 geva ll en van 5 n na na vastgesteld, waaronder slec hts twee voorj aarswaarnemingen. De waarnemingen in Ital ië en op Ma lta zijn hierbij buiten beschouwing gelaten, daar zij betrekk ing hebben op de Noordafrikaanse ondersoort 5 n deserti (Lewington et al 1991, Cramp 1992). In Groot-Br ittannië zijn 10 geva ll en vastgeste ld, waaronder drie in het najaar van 1991 (Rogers & Rarities Comm ittee 1994). Het zesde Britse geva l vond plaats van 13 oktober tot 5


Mededelingen

224 W oestijngrasmu s / Desert W arbi er Sylvia nana, Schevenin gen, Zuidh oll and, oktober 1994 (H enk H H armsen) 225 W oestijn gras mu s / Desert W arbi er Sylvia nana, Scheveningen, Zuidh o ll and, 9 oktober 1994 (Leo J RBaon)

249


M ededelingen november 199 1 (Will oughby 199 1) en was de vroegste. Het laat z ich aa nz ien dat de waarn eming te Scheve nin gen het vroegste najaarsgeva l voor Noordwesteuropa betreft.

Summary DESERT WARBLER AT SCHEVEN INGEN IN OCTOBER 1994 O n 8-9 Octo ber 1994, a Dese rt Wa rbier Sylvia na na stayed at Schevenin gen, Z ui d ho ll and, o n a sea-d ike. Because of its relative ly d ark plum age, it is co nc lud ed th at it be lo nged to the eastern subspec ies 5 n nana . Thi s was the seco nd reco rd fo r th e Neth erl ands and presum abl y th e ea rli est in autumn fo r no rth-western Eu rope. U p to and including 1993, t here are at least 28 reco rd s of thi s subspec ies for nort h-western Europe, of w hi ch two in sprin g.

Verwijzingen Cramp, S 1992 . Th e b irds of th e Western Palea rctic 6. Oxford . Hiese laa r, F GSM 1989 . Woestijn grasmu s in AW-d ui nen te Za ndvoort in o ktobe r en novem be r 1988 . Dutc h Birding 11: 111-11 4 . Jo nsson, L 1994 . Voge ls va n Europa, Noord-Afri ka en het M idden-Ooste n. Baarn. Lew in gton, I, A istrรถ m, P & Co lsto n, P 199 1. A field guide to th e ra re b irds of Britain and Euro pe. Lo nd en. Rogers, M J & Rari t ies Committee 1994 . Repo rt o n ra re bird s in G reat Bri ta in in 1993. Br Bird s 87: 503-57 1. Will o ughby, P J 199 1. Th e Dese rt Wa rbier at Fl amborou gh Head. Birdin g W o rld 4 : 363 -364.

Adri Remeeus, Smaragdhorst 324, 2592 RX Den Haag, N ederland

8rieven _ _ _______ ___ _ Griffon Vulture A 1 killed in Slovenia in November 1995 Vl ek & Ebe ls (1995) described a Griffon Vulture Gyps fulvus, co lour-rin ged 'A 1" stav ing near Durgerd am, Noordh o lland, the Neth erl and s, fro m 28 April 1993 . The bird was seen fl ying off o n 3 M ay and has not been repo rted since. O n 15 Au gust 1995, Ful vio Genero and a fri end observed an adult Gri ffo n Vulture sittin g on a rock at 600-800 m di stance at Rauris, Ho he Tauern, A ustri a. Thi s bird was rin ged w ith a metal rin g o n o ne leg and a pl asti c w hite rin g w ith in scr iptio ns on th e other. Due to rain and fog, th e plasti c rin g could not be read prec isely but th e inscriptio ns seemed to include an 'A'. The colour and pos ition of th e rin gs stron gly suggested th at thi s was A 1, w hich had thu s prob-

abl y found its w ay back to thi s traditi onal site for summerin g no n-breedin g Griffo n Vultures. O n 9 November 1995, Al w as kill ed by a hunter in Sl oveni a, at a bear feeding area near th e Croatian border (Goran Susic in litt). Th is disturbin g fact was ev idence th at th e bird indeed return ed from th e Neth erl and s to its ori gin al area. The fact th at both A 1 and its fo rm er mate A2 were kill ed by hunters (cf Vl ek & Ebels 1995) is not just a co inc idence; ill ega l shootin g of rapto rs is still commonpl ace in southern Europe and poses a seri o us threat to th e surviva l of some of th e most vulnerable spec ies. Reference V lek, R & Ebels, E B 1995. Va le G ier bij Durgerdam in april -mei 1993 en eerdere gevall en in Nederl and. Du tc h Birdin g 17: 133- 140.

Enno B Ebels, Less inglaan 11-2, 3533 A N Utrecht, Netherlands Fulvio Genera, Viale XXIII marzo 6, 33100 Udine, Ita ly

250

[Dutch 8irding 77: 250, december 1995[


Varia ~_ _ _ __ __ Netherlands Antilles & Aruba The Netherlands Anti li es and Aruba comprise six islands: Aruba, Bonaire and Curaçao in the south, belonging to the so-ca ll ed Leeward Islands, and St Maarten (half of this island is French territory), Saba and St Eustatius in the north, belonging to the so-called Windward Islands. Politically, they form part of the Kingdom of the Netherlands, except for Aruba which is partly independent ('status aparte'). Their total territory is less than 950 km 2 . Aruba, Bonaire and Cu raçao are situated at 20-70 km from the north coast of Venezuela and form the eastern part of a chain of islands extending west. The flora and fauna of the Leeward Islands are predominantly SouthAmeri can by origi n with few certain Caribbean elements. Usually, they are not considered to be part of the fauna l region of the West Indies (cf Bond 1985). On Aruba, Bonaire and Cu raçao, no endem ic species (under the premises of the biolog ica l spec ies concept) occur but 22 endemic subspecies are listed in Voous (1983) for one or more of the islands. Some of these subspecies are hardly, if at al l, distinguishable in the field. St Maarten, Saba and St Eustatius form part of the northern Lesser Anti lies and are separated from the Leeward Islands by a distance of 900 km of the Caribbean Sea. The flora and fauna of these island are who ll y West Indian. Seven species endemic to the Lesser Anti li es can be found on one or more of these three islands (Voous 1983). In addition, six subspecies endemic to the northern Lesser Antilies are found on one o r more of the islands as weil. The accompanying photographs show some of the most striking (sub)species of the Netherlands Anti li es and Aruba. Cayenne Tern Sterna eurygnatha is ciosely related to the widespread Sandwich Tern S sandvicensis and is often treated as a subspecies of the latter. It breeds alon g the coasts of eastern and northern South-America. The populations breeding in Brazil, Uruguay and Argentina have a long, mainly yel low to orange bill. Birds breeding on Aruba, Bonaire and Curaçao are smal ler and show a variab ie bill coloration, ranging from wholly yell ow to almost black w ith a pale tip IOu/ch Birding 17: 25 1·255, december 19951

_ _ _ __

(thus closely resemb l ing Sandwich Tern) and exceptiona ll y even w ho ll y black. There are 11 subspecies of Eared Dove Zenaida auricu /ata. The pa le Za vinaceorufa is confined to the Leeward Islands and the Paraguaná pen insuia, Venezuela. Caribbean Parakeet Aratinga pertinax occurs on the Leeward Netherlands Antilies with three distinctive subspecies. A p pertinax is found on Curaçao, A p arubensis on Aruba and A p xanthogenius on Bonaire. A p pertinax shows a striking blue-green crown, merging into the green of the mantie and scapulars . The breast is dullbrown, merging into the yel low of the vent. The remaining parts of head, chin and throat are yellow. A p arubensis mostly resembles A p venezue /ae occu rrin g on the mainland, with the largest part of the head , throat and breast dull-brown. A p xanthogenius shows a bright ye ll ow-orange head, inci udin g forehead, and throat. The yell ow on the breast extends onto the vent. Yellow-shouldered Parrot Amazona barbadensis rothschi/di still breeds on Bonaire but its numbers are low. Recently, a few birds were blown by a hurri ca ne to nea rby Curaçao, where it now occurs in sma ll numbers. Compared with A b barbadensis, wh ich breeds in coastal Venezuela and became extinct on Aruba in c 1947, A b rothschi/di has less yell ow on head and w ings, a less heavy bill and a shorter tail. Burrowing Owl Athene cunicu/aria occurs in an endemic subspecies A c arubensis on Aruba. This species is widespread in the Americas. Compared w ith other subspecies, A c arubensis is sma ll er (measuring just 20 cm in length), more sand-colou red and less strong ly striated . Females are slightly more heavily str iated and more brownish than males. The smal lest hummingbird of the Windward Islands is the Antillean Crested Hummingbird Orthorhyncus cristatus exi/is. Three other subspec ies occur on the southern Lesser Antili es. Males are shiny-green and have a distinctive shining crest. Females show dull whitish underparts and w hite tips to the rectrices . The Pea rl y-eyed Trasher Margarops fuscatus is represented by the subspecies M f bona irensis, which breeds on Bonaire. This subspec ies shows a f lesh-coloured bil l and a darker plumage than the north Caribbean M f fuscatus, whic h has a 251


Varia

226 Yellow-shouldered Parrots / Geelvleugelamazones Amazona barbadensis rothschildi, Bonaire, Netherlands Antilies, 27 May 1992 (Kare l 8eylevelt) 227 Caribbean Parakeet / West-Indische Parkiet Aratinga pertinax xanthogen ius, Bonaire, Netherlands Antilies, 17 May 1992 (Ka reI8eylevelt) 228 Pea rl y-eyed Thrasher / Witoogspotlij ster Margarops fuscatus bonairensis, Bonaire, Netherlands Antili es, 13 May 1992 (Ka reI8eylevelt)

252


Varia

229 Bananaquits / Su ikerd iefjes Coereba flaveola uropygialis, Curaรงao, Netherlands Antili es, 15 May 1993 (Karel 8eylevelt) 230 Yellow Oriole / Gele Troepi aal Icterus nigrogularis curasoensis, Cu raรงao, Netherl ands Antilies, 16 May 1993 (Kare l 8eylevelt) 231 Burrowing Owl / Holen uil Athene cunicu laria arubensis, male, Aruba, 9 Ap ril 1992 (Karel 8eylevelt)

253


Varia 232 Rufous-collared Sparrow / Roodkraaggors Zonotrichia capensis insularis, Curaçao, Netherlands Antilles, 15 May 1993 (Ka reI8eylevelt) 233 Antillean Crested Hummingbird / Kuifkolibrie Orthorhyncus cristatus exilis, male, St Eustatius, Netherlands Antilies, 26 May 1993 (Karel 8eylevelt) 234 Eared Dove / Geoorde Treurduif Zenaida auriculata vinaceorufa, Curaçao, Netherlands Antilies, 1 May 1994 (Karel 8eylevelt) 235 Caribbean Parakeet / West-Indische Parkiet Aratinga pertinax arubensis, Aruba, 9 May 1994 (Kare l 8eylevelt) 236 Trembier / Sidderspotlijster Cinclocerthia ruficauda pavida, Saba, Netherlands Antilies, 5 June 1993 (Karel 8eylevelt) 237 Cayenne Terns / Geelsnavelsterns Sterna eurygnatha, Aruba, 5 May 1994 (Karel 8eylevelt)

pale brownish-yellow bill. This genus is endemic to the Leeward Islands. The rare Trembier Cinc/ocerthia ruficauda is an endemic genus, restricted to mountain forests of the Lesser Antilies, from Saba southwards. Six subspecies are known, of which the rather large C r pavida occurs on Saba and St Eustatius. These birds are usually found above 450 m in damp cloud forest; sometimes they can also be found at lower altitudes. Remarkably, females have a much longer bill than males. The habit of wing trembling explains the English name. The widespread Bananaq uit Coereba flaveola has c 40 subspecies, 16 of which occur in the Caribbean. Cf uropygialis from Aruba and Curaçao shows bright red edges to the bill and a black throat. Cf bonairensis from Bonaire shows a broad white patch on the centre of the breast, merging with the throat. Juveniles show a white instead of yellow supercilium. Cf bartholemica, breeding on the Windward Islands, shows greyish sides of the head . The Rufous-collared Sparrow Zonotrichia capensis can be found all over South America from southern Mexico to Tierra del Fuego at altitudes between sea level and 5300 m. The smal 1est and palest of its c 25 subspecies, Z c insularis, is common on Curaçao and scarce on Aruba; possibly, it also occurs on Bonaire. The Yellow Oriole Icterus nigrogularis has a local subspecies, I n curasoensis on Bonaire and

Curaçao. On Aruba, the species is more or less intermediate in plumage between the birds on Bonaire and Curaçao and those occurring in Venezuela. Nevertheless, they are usually included in In curasoensis. The birds from Bonaire and Curaçao are paler yellow, show more white in the wing and have a more slender bill than the three Venezuelan subspecies. The standard work on the birds of the Netherlands Antilies is Voous (1983). Many species are also treated in Bond (1985; Windward Islands), Evans (1990) and Meyer de Schauensee & Phelps (1978; Leeward Islands) . Because of the occurrence of many North American species, the National Geographic Society (1984) is also useful when birding on the islands. General information on flora and fauna of the Netherlands Antilies, accompanied by many photographs, has recently been published in Beylevelt (1995). References Beylevelt, K 1995. Nature guide Netherlands Antilies & Aruba. Haarlem . Bond, J 1985. Birds of the West Indies. Fifth ed ition. London. Evans, P 1990. Birds of th e Eastern Caribbean. London. Meyer de Schauensee, R & Phelps, W H 1978. A guide to the birds of Venezuela. Princeton. National Geographic Society 1984. Field guid e to the birds of North America. Washington. Voous, K H 1983. Birds of th e Netherlands Antilies. Utrecht.

Karel8eylevelt, Vooruitgangsstraat 98, 2032 RN Haarlem, Netherlands

254


Varia

233

235

237

255


CDNA-mededelingen CDNA formeert adviesraad systematiek en status voorkomen De CDNA heeft begin 1995 een adviesraad geformeerd di e de CDNA za l adviseren omtrent de systematiek en status van het voorkomen van soorten, onde rsoorten of andere taxa en de naamgeving van in Nederland waargenomen vogels. De adv iesraad zal niet all een vragen vanuit de CDNA behandelen maar ook uit eigen beweging reageren op ontwikkelingen en nieuwe inzichten op het gebied van taxonomie en systematiek. De CDNA za l de adv iezen van de adviesraad in principe vo lgen, doch behoudt z ich het recht voor ee n advies naast zich neer te leggen. In de adviesraad hebben op verzoek van de CDNA in eerste instantie plaatsgenomen Arnoud van den Berg en Kees Roselaar. De CDNA denkt hi ermee (ook internationaal gezien) grote experti se in hui s te hebben gehaald en hoopt door hun benoeming voor onbepaalde tijd de continuïteit en het ni veau van de beslissingen op taxonomisch en systematisch gebied te waarborgen. Uitbreiding en opvolging van de adviesraad za l plaatsvinden op voorspraak van de adv iesraad ze lf. Een tweede taak die de adviesraad op z ich neemt is het adv iseren omtrent de status van het voorkomen als zodanig van soorten of ondersoorten in Nederland. De CDNA za l deze adviezen meewegen in haar beslissingen. EDWARD J VAN IjZENDOORN

Status van Canadese Gans in Nederland Er worden in Nederland regelmatig Canadese Ganzen Branta canadensis gez ien die afkomstig zijn uit geïntroduceerde populaties. In het wild broedende groepen waarvan is aan te nemen dat alle voorouders uit gevangenschap afkomstig zijn kan men hier onder meer aantreffen bij Lutjebroekerweel , Noordholland, op de Ackerdijkse Plassen, Rotterdam , Zu idholl and, op Voorne, Zu idholland, en bij Bergen op Zoom, Noordbrabant. Het betreft voge ls behorende tot kleine of middelgrote lichte taxa. In sommige strenge winters arriveren met name in het noorden van Nederland groepen van in Scandinavië geïntrodu ceerde populaties. Meestal z ijn dit voge ls van grote taxa. Daarnaast worden de afgelopen w inters kleine en middelgrote Canadese Ganzen gemeld die z ich temidden van met name Kolganzen Anser albifrons en Brandganzen Bleucopsis bevinden. Vaak z ijn dit ongepaarde individu en en, gez ien het voorkomen, is het aannemelijk dat de meeste uit gevangenschap zijn ontsnapt. Kleine en middelgrote donkere taxa uit het Pacifische gebied (bijvoorbeeld B c leucopareia en B c minima) worden niet als mogelijk wild beschouwd en worden daarom niet door de CD NA beoordeeld. Daarentegen is het niet uitgesloten dat sommige van de middelgrote lichte voge ls in groepen w ilde ganzen op eigen kracht uit Noordamerika zijn gearri veerd . Immers, dankzij ringterugmeldingen zijn dergelijke transatlantische dwaalgasten recentelijk gedocumenteerd voo r Groot-

256

Brittannië en Ierland (cf Dutch Birding 15: 33, 82, 1993; 16: 33, 78, 1994; 17: 29, 1995). Hierbij ging het ten minste in een aantal geva ll en om de middelgrote lichte taxa Be hutchinsii of B c parvipes. Hoewel het onmoge lijk is een idee te krijgen we lke vogels van transatlantische herkomst z ijn, erkent de CDNA de mogelijk w ilde herkomst van middelgrote lichte (onder)soorten. Tevens is de CDNA va n oordeel dat z ich iedere winter verscheidene van dergelijke voge ls in Nederland bevinden op plaatsen waar geen geïntroduceerde groepen verb lij ven. Daarom heeft de CD NA besloten deze middelgrote taxa met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1993 niet meer te beoordelen (Edward van Ijzendoorn pers meded). De middelgrote li chte Canadese Ganzen zijn niet de enige in Nederland voorkomende taxa waarvan op dit moment geen zekerheid is te verkrijgen of er werkelijk indi vid uen uit wilde populaties op eigen kracht Nederland hebben bereikt. In dit verband kan men w ijzen op de in veel aspecten verge lijkbare situati e met soorten als Flamingo Phoenicopterus ruber roseus (cf Dutch Birding 14: 198, 1992; Limosa 66: 38-39, 199 3) en Casarca Tadorna ferruginea. ARNOUD B VAN DEN BERG & C S (KEES) ROSELAAR

Status van Huiskraai in Nederland In apri l 1994 werden twee tweede-kalenderjaar Huiskraaien Corvus splendens ontdekt te Hoek van Holland, Zuid holland (cf Dutch Birding 16: 165, 171-172, 1994). Deze voge ls waren ten minste nog in december 1995 aanwezig. Bovendien verb leef een exemp laar van november 1994 tot ten minste december 1995 te Renesse, Zeeland (cf Dutch Birding 17: 218, 1995). Hoewel onbekend is waa r deze voge ls vandaan komen lijkt het, gezien de locaties, aanneme lijk dat ze met een schip zijn meegevaren. De soort heeft zich immers als verstekeling van schepen vanu it z ijn oorspronkel ijke verspreidingsgebied op het Indische subcontinent ove r een groot deel van de were ld verspre id, met name langs de kust van Oostafrika. Het is het meest waarschijn lijk dat de voge ls afkomstig zijn van het Suezkanaal, Egypte, omdat z ich daar de dichtst b ij Europa ge legen broedpopulatie heeft gevestigd (12001500 voge ls in het voorjaar van 1990; Peter Meininger in litt). Bovendien is er vee l scheepvaart via het Suezkanaa l en de Middellandse Zee richting Westeuropa. Op deze route zu ll en de voge ls ze lden of niet dicht bij land komen zodra het schip Port Said, Egypte, heeft verlaten. De CD NA aanvaardt geen geva ll en van soorten die met zekerheid op een schip, vrachtwagen of op andere w ij ze actief of passief geholpen door de mens over grote afstand naar Nederl and zij n getransporteerd. De CDNA aanvaardt all een geval len van vermoede lijk met schepen gearri veerde (sh ip-ass isted) soorten indien deze in principe in staat worden geacht ook op natuur-

[Outch Birding 17: 256·257, december 19951


CONA-mededelingen lijke w ij ze én op eigen kracht W esteuropa te bereiken. Bij de afweg in g spelen behalve vliegvermogen ook trekgedrag, voedsel keuze en andere factoren een rol. Voor het merendeel va n de soorten is het duidelijk of ze hier w el of niet zonder hulp va n sc hepen kunn en komen. Voor een kl ein aantal za l de CDNA echter een uitspraak moeten doen. Zo heeft de CD NA in het verl eden bes loten dat de Amerikaa nse O ehoe Bubo virg inianus va n Velsen, Noordholl and, in 1974-8 2 (cf Dutch Birdin g 1: 17, 1979; 112, 1980) en de M exicaa nse Roodmu s Carpodacus mexicanus va n Ijmuiden, Noordholland, in 1979 (cf Dutch Birdin g 1: 76-7 8, 1979) niet op de N ederlandse lijst thuishoren ofschoon van beide werd ve rmoed dat ze met een schip w aren gearri veerd . De Hui skraai va lt niet in de categori e van soorten die ook zonder de hulp va n sch epen va nuit hun oorspronkel ijke ve rspreidin gsgebi ed Nederl and kunn en bereiken. De Huiskraai vormt ec hter een speciaal geval

omd at de ve rspreiding per sc hip een voor deze soort gebruikelijke w ij ze va n di spersie is. Immers, vee l va n de huidi ge broedgebi eden zullen per sc hip bereikt zijn (cf Bull Br Ornithol Club 114: 90-100, 1994 ; 11 5 : 185187, 1995). Er is du s een wezenlijk versc hil tu ssen enerzijds de Hui skraai en anderz ijd s soorten die bij toeva l op schepen kom en en zich al dan niet geholpen door doelbewu ste bij voedering door de mens kunnen handh aven tot de eerstvol gende haven. De Huiskraa i hoort ook niet thui s in de categorie va n 11 in Nederl and voorkom ende soo rten die regelm ati g in Nederl and of elders in het W estpalea rcti sc he gebied tot broeden komen, maar waa rva n alle exempl aren of hun vooroud ers met ze kerh eid uit gevangensc hap afkomsti g z ijn (Britse C-categori e) . D erh alve is geadviseerd de Huiskraa i op de N ed erl andse lij st te plaatsen, we lk adv ies inmiddel s door de CDNA is ove rgenomen (Ed wa rd va n Ijze ndoorn pers meded). ARNOUD B VAN DEN BERG & C S (KEES) ROSELAAR

Recensies JOSEP DEL Hoyo, A NDREW ELLIon & JORDI SARGATAL (EDITO RS) 1994 . Handbook of the birds of the w or/do Volum e 2 : New World vu/tures to guineafow/. Lynx Edi c ions, Passeig de Gràci a, 12, 0800 7 Barce lon a, Spain (in co-operati o n w ith BirdLife Intern ation al). 638 pp. ISB N 84-8733 4-15- 6. GBP 98. 00. Deel 2 van deze nieuwe presti gieuze handboekseri e (HBW) behandelt de ordes Fal coniform es (roofvogels) en Galliformes (hoenderachti gen). Voor een overzicht va n de opzet en indeling va n de teksten z ij verweze n naar de besprekin g va n deel 1 (Dutch Birding 15: 7677, 1993) . In de inl eiding op dit deel wo rden een aantal kl eine veranderin gen ten opzi chte va n deel 1 uiteengezet. Zo is het aa ntal meewe rkende auteurs en voge lsc hilders sterk uitgebreid om de klu s te kunnen kl aren. De kwa liteit va n de pl aten is in het algemeen goed hoewel de meeste grootpooth oenders, patrij zen en kwa rtels wat vreemde proporti es lijken te hebben. HBW is teru ghoudend (e n is va n pl an dat te blij ven in komende delen) met het opn emen va n recent beschreven nieuwe soorten totd at er algehele en brede ove reenstemmin g ove r is bereikt. Gelukki g w ordt de in 199 1 in Tanza ni a ontdekte en in 1994 beschreven patrij s Xenoperdix udzungw ensis we l behandeld omdat het duidelijk een zee r afw ijkende voge l is en om die reden eveneens in een nieuw genus we rd beschreven (cf Ibis 136: 3- 11 , 1994 ). Er is behalve de tekenin g ze lfs een, zij het niet erg sc herpe, foto va n een gevangen voge l opgenomen. De famili eteksten zijn uiteraa rd wee r geïllu streerd met fraa ie, som s spectacul aire foto's, die meestal een acti ef of typerend moment uit het leven va n de soort laten z ien, zoa ls bij voo rbeeld de Zwa rte Gier Coragyps

IDu/ch Birding 17: 257-258, december 1995)

atratus Op het lijk va n een Am erikaan se alligator Alligator mississippiensis of de Slakkewouw Rostrhamus sociabilis v liegend met een slak in de snave l. In elk geva l vo rmen ze een mooi tegenw icht voor de toc h vee lal stati sc he geschild erde portretten va n z ittende roofvogels. De redenen voor het laatste zijn bekend (z ie de bes preking va n deel 1), ma ar het gemis va n vlu chtbeelden doet z ich hier w el erg gevoelen. A NDRÉ J VAN LOON

KRISTIAN ADOLFSSON & STEFAN CH ERRUG 1995. Bird identifica tion - A reference guide. An ser supplement 37 . Skänes Ornitol og iska Förening, Ekologihu set, 223 62 Lund, Sweden, tel/fax +46-46146 608. 379 pp. ISBN 9186 572 -24-5. SEK 220 (incl p& p), SEK 280 w hen paid by cheques; 25% di scount for o rd ers of 10 or more. Dit boe k bevat ve rw ij z in gen naar artikelen en mededelin gen ove r de herkennin g va n voge lsoo rten voorkomend in het W estpalea rcti sc he gebi ed en A rabi ë, zoals die gepubli cee rd z ijn in 66 voge ltijdsc hriften uit 21 landen in de peri ode 1975 -94. De opgenomen titels betreffe n niet all een uitgebreide identifi cati eartikelen maar ook artikelen ove r ve ldwaa rnemin gen waa rin een soortbesc hrij v in g is opgenomen, alsmede mededelingen ove r rui , biom etri e en geluid, kortom titels w aarin gegevens betreffende all e as pecten va n voge l herkennin g te v inden z ijn . Bove ndien zijn ve rw ij zingen opgenomen naa r foto's va n ze ld za me soorten die minder dan 50 maa l z ijn vastgesteld in Groot-Brittannië of Zweden, of foto's va n ze ldza me ond ersoorten of ongew one kl eden. De ran gschikkin g va n de soorten vo lgt de lijst va n M ark Beaman (199 4). Binnen de soorten

257


Recens ies staa n de verw ij z ingen gegroepeerd per land (a lfa bet isc h), en binnen ieder land staa n de tijd sc hriften alfabeti sc h en de titels d aa rva n chronologisc h. Twee soo rtindexen, o p wetensc happelijke en (vo ll edi ge!) En gelse namen vergemak kelijken het opzoe ken. Beho ud ens de o nvermij delijke kl ein e fo utj es en omissies is dit een hee l handi g boek o m eenvo udi g de be langrijkste bro nn en op di t gebi ed te v inden. Samen met de al ee rder bes pro ken Complete photographic index to premier birding periodica /s and books va n Dave M c Adams (z ie Dutch Birdin g 17: 74-75, 199 5) ee n zeer bruikbaa r boek voo r voge laa rs, (toekom sti ge) auteurs en tijd sc hriftredacti es . AN DRĂ&#x2030;J VAN LOON

W OLFGANG BAUMGART 199 5. Die VĂśge/ Syriens. M ax Kasparek Verl ag, Bl e i c h stra~e 1, 69 120 Heid elberg, BRD . 128 pp. ISB N 3-925 064-1 8-4. DEM 28 .00. Thi s little boo k offers a useful introdu cti o n to th e birdlife of this rarely v isited co untry. Kn ow ledge of the co untry's av ifaun a is still sca nty. Th e systemat ic li st co ntain s 35 2 spec ies accounts. Typi ca ll y, each gives sc ientific name, Germ an and En gli sh common nam es with comm ents o n statu s, di stribution and habitat preference . Most acco unts va ry between five and 15 lin es . I recommend this book for librari es and those visitin g th e co untry. GEORGE SANGSTER

LEE G R EVANS 1995. Rare birds in 8ritain 7993. LGRE Publi cati o ns, 8, Sand yc roft Road, Littl e Chalfont, Amersham, Bu cks HP6 6QL, UK. 34 2 pp. ISBN 18989 18-05-8. GBP 14.95. Net als in 1990-92 is Lee Eva ns er opni euw in gesl aagd in 1993 een jaaroverzi cht va n schaarse en zeldzame soorten te publi ce ren. And ers dan in de dri e voorgaande jaren komt z ijn boek dit keer niet binnen een half j aar uit, maa r heeft het ee n extra ja ar op zich laten wac hten. Het boek is dan ook twee keer zo dik als het vo ri ge en bevat nog meer gegevens met li efst 45 kl eurenfoto's . Bovendi en is de nodi ge ve rtrag ing opgetreden door de vo ltoo iin g va n Lee's mo numentale Rare birds in 8ritain 7800-7990 (1994) . Iedere soort wordt met vee l gevoel voo r detail behand eld en gegevens va n voo rafgaand e jaren, ook di e va n 1800-1990, w orden bij gewerkt. Bij ee n aantal soo rten kan men ve rspreidin gskaa rtj es, histogramm en, illu strati es en ve rw ij z in gen naa r herkennin gsartikelen v ind en. Teve ns poogt Eva ns voor iedere soo rt ee n zo voll edi g mogelijk ove rz icht te geven va n gevall en in andere landen va n Europa. De laatste pag in a's bi eden een ove rz icht va n ze ldzaamh eden in Ierl and gedurende 1993, ee n zeer uitgebreid e lijst va n all e meldin gen va n vogels di e (vermoedelijk) uit geva ngensc hap afkom sti g zijn , ranglij sten va n soo rtenj agers en een lij st va n adressen va n fotografen en county recorders. AI met al bi edt ook dit Lee Evan s- boe k een stortv loed aa n gegevens waa rbij haast o nve rmijd elijk de nauw keuri gheid nu en dan in het gedrang komt. De

258

kwa li te it va n dit we rk staat of va lt met het verm ogen va n de auteur o m het kaf va n het ko ren te sc heiden . Het lij kt ero p dat dat bij Eva ns we l in o rde is. Het feit dat hij waa rn emin gen noemt d ie ni et z ijn in ged iend b ij of aa nvaa rd zijn doo r ze ldzaa mhedencom mi ss ies kan ui te raa rd aa nl eidin g geven tot ve rwa rring. Daa r staat tegenove r dat zijn m o nnikenwe rk het met name voo r de Britse commi ss ies gemakkelijker kan maken o m jaa rverslagen te co m pleteren en ni et formee l in gedi ende geva ll en o p het spoo r ' te ko men. Eva ns lijdt naa r eigen zegge n aa n ee n dwaa lgastenobsess ie. Deze kwaa l leidt in zijn geva l tot ee n enorme produkti viteit waa rva n iedereen di e meer w il weten over het voo rkomen va n zeldzame soo rten kan profiteren. ARNOUD B VAN DEN BERG

PAU L DOHERTY & BILL ODDIE 1995 . 8ird Images video guide: the raptors o f 8ritain & Europe. VHS-v id eo. Bird Images, 28 Ca ro use l W alk, Sherburn-in-Elm et, North Yo rkshire LS2 5 6 LP, UK. G BP 16.95 . After a short introdu ction, useful fo r beginn ers, outlin in g differences between each raptor gro up, thi s video id entifi cation guid e features all 39 regular Europea n raptor species in mo re th an 85 min total runnin g tim e. It offers an exce ll ent opportunity to stud y impo rtant fli ght characters of raptors w ithout being in th e fi eld. Most inform ati ve are section s on Lesser Kestrel Fa/co naumanni, El eonora's Fal con F e /eonorae, harri ers Circus including a melani sti c M ontagu's Harri er C pyga rgus, Eastern Bl ac k Kite Mi/vus migrans /in ea tus, Honey Buzzard Pemis apivorus, Steppe Bu zza rd 8uteo buteo vu/pinus, Long-Iegged Bu zza rd 8 rufinus, th ree mo rph s of Booted Eag le Hieraaetus pennatus, Bon elli 's Eag le H fasciatus and the large Aqui/a eag les . Perh aps o ne of the most impress ive section s is th e on e show in g a Lamm ergeier G ypaetus barbatus ac robati ca ll y pursu in g a G riffo n Vulture Cyps fu/vus. Apparentl y, onl y still frames we re ava il ab le fo r Gyr Falcon F rustico/us, and th ere was no footage fo r rariti es li ke Pall as's Fi sh Eag le Ha/iaeetus /eu coryphus, Tawny Eag le A rapax o r Spani sh Imperi a I Eag le A ada/berti. Nea rl y all of it has bee n v id eoed by Paul Doh erty in Britain , Finl and, Israe l, M allorca, th e Neth erl and s, and Spain. Al so, two cuts by Al an Shaw we re used and som e still photograph s by Bill C larke, Di ck Fo rsman, Tim Loseby, Anthon y M cGeehan and Hadoram Shirih ai. Bill O ddi e is an exce ll ent narrator giv ing relevant info rm ati on o n id entificati o n features, includin g age in g and sex in g, fo r w hi ch Di ck Forsm an, Killi an Mull arn ey and Hadoram Shirih ai we re con sulted. Th e seq uences are of a hi gh qu ality, both in im age and so und . The v id eo is in stru cti ve and enjoya bl e to watch fo r all bird ers interested in rapto rs. It is esse nti al fo r anyo ne preparing a trip to we ll-know n raptor mi grati o n hot spots like Bosporu s, Falsterbo o r Gibraltar. Prev io usly publi shed Bird Images v ideo guid es fo r taxo nomi e groups include Briti sh w ildfow l (49 speci es), waders (38 species) and gull s (17 species). ARNOU D B VAN DEN BERG


WP reports _ _ _ _ _ _ __ _ Thi s rev iew li sts rare and interestin g bird s reported in the W estern Palearcti c in November 1995 and focuses on north-western Europe. Inform ati on cove rin g earl ier reports, mostl y from O ctober, is included as we il. Th e reports are largely unchecked and th eir publ ication here does not impl y future acceptance by the rariti es committee of th e relevant country. Th e hi ghest-ever Irish co unt of 79 Slavonian Grebes Podiceps auritus was at Lough Foy le, Derry, on 10 December; the day before, 39 were counted at Strangford Lo ugh, Down. If accepted, th e first Bulwer's Pet rel Bu/we ria b u/we rii for Denm ark w as seen on 29 October and th e first Cory's Shearwater Ca /onectris diom edea for Finl and on 8 O ctober. The first Double-crested Cormorant Pha/acrocorax auritus was di scovered at N imm o's Pi er, Galway, Ireland, on 18 November and stayed until at least 30 November. On 14 September, the fi rst Lesser White-fronted Geese Anser erythropus arri ved at Hortobágy-Halastó, Hungary, w here th e number increased to 17 in late September and 51 in late O ctober;one carri ed a radio tran smitter attached in Norway. In G reece, a flock of up to 44 stayed at Ke rkini lake from 8 October until at least 19 November. In Sweden, a fl oc k of 16 ringed bird s lin gered about in Skäne from 29 O ctober to at least 26 N ovember. In Fri es land, the Neth erl and s, up to 20 adults had arri ved on 21 O ctober at Anjum , of w hich 10 remained through December; at least three were wea rin g Swedish co lour-rings and one, a limpin g indiv idu al present until 8 November, was probabl y the we ll-know n Limpin g Lotta, born in 1989 and Usuall y residing at Strij en (cf Dutch Birdin g 17: 70-72 , 1995). On 12 November, a group of seven had arri ved at Strij en, Zuidholland, w here they remained through Decembe r (two we re wea rin g Swedi sh co lour-rin gs, possibl y one be in g Limping Lotta) . O n 12 November, th e Ross's Goose A rossii had returned for its ninth w inter at Scheel hoek, Zuidholl and, wh ere it w as still seen in mid-December; presumab/ y, th e sa me bird was seen on Öl and, Sweden, on 21 October (cf Birding World 8 : 239, 199 5; Dutch Birding 17: 21 3, 1995 ). Up to three Lesser Canada Geese Bra nta canadensis ssp we re reported at Gruinart Loc h, Scot/ and, on 1-3 November and up to tw o in Kerry, Ireland, from 10 November. In October, more th an 200 Ferruginous Ducks Aythya nyroca stayed at th e Lentini lake near Siracusa, Si c il y, Italy. Last yea r's female Lesser Scaup A a ffinis returned at Roquito del Frail e, Tenerife, Canary Island s, from 19 N ovember (cf Dutch Birdin g 16: 249, 1994; 17: 29, 199 5). In Schleswig-Ho/stein, Germ any, a male Steller's Eider Po/ysticta ste lleri was present on Amrum in late October and a female on Helgoland on 19 November. If accepted, a Black Kite Mi/vus migrans photographed at Bonavista, Newfoundland, Ca nada, on 21 August

[Outch Birding 17: 259-263, december 1995[

~

wo uld be the first for North Ameri ca (50 fa r, th e northwesternmost record co ncern s one in Ice land). Th e first Short-toed Eagle Circaetus ga /licus in ea rl y w inter for north-eastern Spai n stayed at Ll obregat delta from 22 November. In th e Camargue, Bou ches-du-Rh6ne, Fra nce, a Long-Iegged Buzzard Buteo ru finus was reported during th e first weeks of December. Fi ve Spotted Eagles Aqui/a clanga w ere w interin g in France: one at M arquenterre, Som me, from 30 O ctober, three in the Camargue from 30 O ctober, and one for th e sixth consec uti ve yea r at Étang du Lindre, Mose ll e, from 4 N ovember. The third Booted Eagle Hieraaetus pennatus for Norway was a pale morph reported at M o len, Vestfold, on 30 September. In Fran ce, a ju venile Bonelli's Eagle H fasciatus stayed at Marquenterre on 7- 16 November. A Lanner Falcon Fa/co biarmicus remained in th e Camargue from 4 November into December. A first-w inter female Little Crake Porzana parva was photograph ed at Halmstad, Hall and, Sweden, on 7-10 November. Th e sixth Demoiselle Crane Anthropoides virgo for Italy w as see n at Circeo, Laz io, on 19 October. Two adults and four ju veniles Painted-snipe Rostratu/a bengha/ensis we re photograph ed at a breedin g spot near H adera , Israel, on 25 O ctober. Th e second Western Sandpiper Ca /idris mauri for France con cern ed an adult photographed at Baie de l' Aiguillon, Vendée, on 22- 23 Jul y (cf Birdin g W orld 8: 376, 1995). In Pas-de-Ca lais, Fran ce, a we ll-watched first-w inter Least Sandpiper C minutilla was present at Les Attaques from 26 O ctober to 11 November. In Ireland, late White-rumped Sandpipers C fuscicollis we re seen at the Culi, Wexford , on 8 Nove mber and at Lou gh Beg, Derry, North ern Ireland, on 4-10 December. A late Baird's Sandpiper C bairdii stayed at North Sl ob, Wexford , on 18-2 1 November. Reportedl y, th e seco nd Purple Sandpiper C maritima for Au stri a was see n at Rh eindelta on 3 Nove mber. Follow ing extensive sea rches, it is now bel ieved th at the all eged nest of the poss ibl y extin ct Eskimo Curlew Numenius borea lis found in arcti c Canada in 1992 actuall y belonged to a Whimbrel N phaeopus. A Greater Yellowlegs Tringa me /ano/e uca was seen on St Kild a, W estern Isles, Scotl and, on 14 November and anoth er stayed at Bl ennerv ill e, Kerry, on 17-2 1 November. Th e fifth Lesser Yellowlegs T f/avipes for Italy was present at Siracusa salt-pans, Si cil y, from 31 O ctober to 1 November. Up to two we re stayin g at Tacum shin , W exfo rd , on 3-22 November, one was in Staffo rd shire, En gland, on 11-1 6 November, and another in Nottin ghamshire on 25 -29 Nove mber. Spotted Sandpipers Actitis m acu/aria we re present at th e ri ve r Tavy, Devo n, En gland, on 4-29 November and in Corn wa ll on 5-1 3 November. In France, a ju venile wa s seen on Beli e-lIe, Morbihan, France, on 12 O ctober. On 5-1 2 Nove mber, anoth er stayed at th e same Les Attaques loca l ity in Pas-

259


WP reports de-Calais as the Least Sandpiper and, on 5- 19 November, a Wilson's Phalarope Pha laropus tricolor was the third Nearctic wader at thi s pit. The fifth laughing Gull Larus atricilla for Sweden was an adu lt reportedly seen at Hulterstad, Ö land, on 18 October. The second Bonaparte's Gull L philadelphia for Denmark stayed at Hirtshals harbour, Nordjylland, on 7-12 November. The third Slender-billed Gull L genei for Sweden was reported at Ekesäkra, Skäne, on 8 October. An adu lt Yellow-Iegged Gull L cachinna ns appeared at St John's, Newfou ndl and, Canada, on 6 December. The seventh Ross's Gull Rhodostethia rosea for the Netherl ands was a second-winter at Ijmuiden, Noordholland, on 7-9 an d, briefly, on 11 November at exactly the sa me locality w here the previous twitchable individual stayed in November 1992 (cf Dutch Birding 15: 7-13, 1993); later, presumably the same bird flew past Katwijk, Zuidh oll and, on 15 November and Westkapelle, Zeeland, on 16 November. From 5 November to 3 Decembe r, w hen severe w inter weather arri ved, up to three Whiskered Terns Ch lidonias hybridus we re flying about at Den Oever, Noordholland, together w ith up to six long-stayin g Blaek Terns C niger. From late October, reco rd numbers of Little Auk Alle alle occurred in countries bordering the southern North Sea and in southern Sweden. More than 40 000 we re counted passing Flamborough Head, Humberside, England, during November (most in the first four days of November and on 12-13 November), w hil st the first for Austri a was picked up alive in Wien on 4 November. On 4 November, an Oriental Turtle Dove Streptopelia orienta lis had return ed at Holmsund, Västerbotten, Sweden (cf Dutch Birding 17: 30, 1995). O thers stayed at Hammerfest, Finnm ark, Norway, on 9-29 October and at Kramfors, Ángermanl and, Sweden, on 4-18 November. In Saudi A rabia, two Jacobin Cuekoos Ciamator jacobinus we re seen at Raidah on 22 September. A Yellow-billed Cuekoo Coccyzus american us stayed ali ve for at least three hours on St Mary's, Scilly, England, on 19 October. In November, a sing le Striated Seops Owl O tus brucei had arrived at Eilat, Israel, for the fourth wi nter in succession (cf Dutch Birding 15: 34,89, 1993; 16: 34, 1994). A Hawk Owl Surnia ulula stayed at G ribskov, Sja= ll and, Denmark, from 19 November. The fourth Abyssinian Roller Coracias abyssinicus for Egypt was reported at Abu Simbel on 29 September (cf Birdin g World 8: 419, 1995). A Tree Swallow Tachycineta bicolor was seen at St Ives, Cornwall , England, on 12 November. The first Cliff Swallow Hirundo pyrrhonota for Irelan d was briefly seen at Dunmore Head, Dingle Peninsuia, Kerry, on 16 November (o ne was see n in Humberside during the fourth week of October; cf Dutch Bi rdin g 17 : 216, 1995). Late Riehard's Pipits A richardi we re staying, eg, at Tacumshin, Wexford, until at least 9 December and at Eijsden, Limburg, the Netherl ands, until at least 15 December. The first Blyth's Pipit Anthus godlewskii for Ireland was seen at Loop Head, Clare, from 31 October to 1 November and the first for Norway was a first-winter trapped and photographed at Levanger, Nord-

260

Tr0ndelag, during 5-14 November (cf Birdin g World 8: 417, 1995). The first Olive-baeked Pipit A hodgsoni for Switzerland stayed near Bern during December. In Ireland, a Red-throated Pipit A cervinus was sti ll prese nt at Tacumshin on 10 December. Since 30 October, up to 10 Water Pipits A spinoletta were found at Bingsmarken, Skane, w here last w inter the firsts for Sweden were discovered. The second Siberian Rubythroat Luscinia ca lliope for Denmark was a first-winter male trapped and photographed on Christians0 on 29 October and sti ll present on at least 2 November (cf Birding World 8: 415, 1995). A first-winter male on Helgoland on 5-12 November was the first for Germ any. The first Red-flanked Bluetail Tarsiger cyanurus for Poland was a first-winter male trapped on 30 October. A late Whinehat Saxicola rubetra on Utsira, Rogaland, Norway, stayed into December. In Finland, a Pied Wheatear Oenanthe pleschanka was found at Hanko on 19 October. If accepted, the first for Poland was a fema le-type in Hel Peninsuia on 14 October. On Helgoland, sin gles were present on 16-20 October and on 24-28 October. The 10th and 11 th for Sweden we re seen at Ottenby, Öland, on 16 October and (a first-winter male) at Rönnen, Skäne, on 22-23 October. A Blaek-eared Wheatear 0 hispanica was present on Great Orme, Llandudn o, Gwynedd, Wales, on 18-20 October. Desert Wheatears 0 deserti we re seen at Sandwich Bay, Kent, England, on 15 October, on Fan0, Denmark, on 23 -26 November and at Ballycotton, Cork, Ireland, on 26-28 November. The second Swainson's Thrush Catharus ustulatus for France was photographed on Ouessant, Finistère, on 16-19 October (cf Birding World 8 : 414, 1995) an d the first for Sweden stayed in Dalarna on 12-13 November. An Eyebrowed Thrush Turdus obscurus was discovered at Marburg, Hessen, Germany, on 31 October and the third for Finl and was photographed at Oulu on 1-3 November. The second Pallas's Grasshopper Warbier Locustella certhiola for France was trapped at Noires Mottes, Pas-de-Calais, on 7 October (cf Dutch Birding 17: 217, 1995). The fifth and sixth for Norway we re trapped and ringed at Sklinn a, Nord-Tr0nde lag, on 27-28 September and on Utsira on 9 October (there we re two previous records for Utsira). A laneeolated Warbier L lanceolata was ringed at the Farallon Island s, Ca liforn ia, USA, on 11 September. O n 1-6 October, one stayed at Lamba Ness, Unst, Shetland, Scotland. The one reported for NordTr0ndelag on 27 September was in error (cf Dutch Birdin g 17: 217, 1995). The second or third Dartford Warbier Sylvia undata for the Netherlands was a male difficult to see at Westkapelle from 26 November to 3 December. In Westvlaanderen, Belgium, a male Sardinian Warbier 5 melanocephala stayed at Heist until 15 October, w hile another was at Blankenberge on 15 October. The seventh for the Netherlands was present at Egmond -Bi nnen, Noordholland, on 12-26 November. The first Arctie Warbier Phylloscopus borealis for the Lower 48 USA was recovered by the ringin g station at Big Sur, Ca li forn ia, on 13 September. The third


WP reports

238 Eyebrowed Thrush / Vale Lij ster Turdus obscurus, Ou lu, Finland, 3 November 1995 (H arry J Lehto) 239 Siberian Rubythroat/ Roodkeelnachtegaa l Luscin ia ca /liope, Helgoland, Schieswi g-Ho istein, Germ any, N ovember 1995 (Axel Ha/ley)

261


WP reports 240-241 Ross's G ull / Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, second-winter, IJmuiden, Noordholland, Netherl ands, 9 November 1995 (Arnoud B van den Berg) 242 Pa in ted-sn ipes / Goudsn ippen Rostratu/a bengha/ensis, two adu lts and fou r juveniles, Hadera, Israel, 25 October 1995 (H uub Don) 243 Ye ll ow-b illed Cuckoo / Geelsnave lkoekoek Coeeyzus amerieanus, St Mary's, Sc ill y, England, 19 October 1995 (Steve YoungiBirdwateh) 244 Least Sandpiper / Klein ste Strand loper Ca /idris minutilla, first-winter, Les Attaques, Pas-de-Ca lais, France, 8 November 1995 (Roger Tonnel) 245 Striated Scops Owl / Gestreepte Dwergooruil Otus brueei, Eilat, Israel, 1 November 1995 (Stijn de Win)

Hume's Yellow-browed Warbier Phylloscopus humei fo r France was photographed on Hoedie, Morbihan, on 24-30 October (cf Bi rding Wor ld 8: 4 13, 1995). If accepted, a Willow Tit Parus montanus in Cork City, Cork, on 11 November w ill be the first for Ireland. In England, a Wallcreeper Tiehodroma muraria flew in off the sea at Dungeness, Kent, England, on 2 November and continu ed fu rth er north. In Cata lon ia, the first for the L1 0bregat delta was seen brieflyon a pier at Remolar lagoon beach on 26 November. The first Steppe Grey Shrike Lanius meridionalis pa llidirostris for Denmark stayed at Langeland on 22-23 October. In the first th ree weeks of November, the largest invasion of more than 60 Arctic Redpolls Cardue /is homemanni since many years occ urred along the east coast of Britain. There were also at least 12 present on Helgoland during 11 -18 November. In ea rl y November, influ xes of Two-barred Crossbills Loxia /eucoptera occurred in Finland and northern Sweden . From 9 November, a presumably escape Desert Finch Rhodospiza obso/eta was seen in a flock of Greenfinches Cardue/is eh /oris at Oostend e, Westv laanderen, Belgium, and another was d iscovered at Sloe, Zee land, th e Netherlands, on 12 December (for previous reports see Dutch Birding 17: 219, 1995). A male Pine Grosbeak Pinico/a enuc/eator was reported at Margate, Kent, on 19 October. In Norway, an influ x of 1005 was noticed at d ifferent loca lities in Ostfold on 21-22 October, a record 650 in one dav were passing M0 len, Vestfold, on 28 October and 60 we re seen at heren, Roga land, on 29 October. Reports of sma ller numbers came from Finland and Sweden. In Denmark, the largest influx since 50 years oecurred in Skagen, Nordj ylland, where 16 birds were reported during 13-19 November. The fi rst-winter male Rose-breasted Grosbeak Pheucticus /udovicianus discovered at Ventnor Botan ica l Gardens, Isle of Wight, on 30 October stayed until 1 November. In the Netherlands, the two House Crows Corvus splendens west of the Harwich ferry at Hoek va n Holland, Zuid holla nd, since April 1994 and a third at Renesse, Zee land, since 21 November 1994 remained present into December 1995. To the record num bers of New Wo rld warb lers mentioned in the previous report (cf Dutch Birdin g 17: 219, 1995) ean be added a Northern Paruia Paru/a amerieana on Ouessant on 21

October and Blackpoll Warblers Dendroiea striata on 29 October at Kenid j ack, Cornwa ll , and at Se in, Finistère, France, and on 2-6 November on St Agnes, Sci ll y. An imm ature fema le Cerulean Warbier D eerutea in downtown St John's from late November to at least 2 December, is not onl y the thi rd for Newfound land but probably also the latest date of this spec ies fo r eastern North America. A fema le Pine Bunting Emberiza /eueoeepha /os was trapped and rin ged on Utklippan, Blekinge, on 14 October and stayed until 22 October (at the same loca lity, the eighth for Sweden was rin ged on 23 October 1992). On 3-4 November, one was present at Dingestow Court, Gwent, Wales. In the Netherlands, one was trapped and ringed at Westenschouwen, Zee land, in the first November week. Other indi v idu als we re seen on Helgoland on 11 November, at Rietzer See, Brandenburg, Germ any, on 27 November (trapped) and in Oostvlaanderen, Belgium, in early December. The first Yellowhammer E citrinella for Bahrain was seen on 18 November. On 1 December, a first-winter male Meadow Bunting E cioides not showi ng any signs of captiv ity was hi t by a ca r in Lancashire, England; it recovered and was seen by 1005 of twitchers whe n released the next dav. For a number of reports, publications in Birding, Birding Worl d, Birdwatch, Bird Watch in g, British Birds, Limicola, Var Fagelvärld and World Birdwatch were co nsulted . News fram Britain was ki nd ly supplied by Birdline (089 1-700-222 or 089 1-700-242) and Rare Bird News (0881-888-111). We wish to thank Mindy Baha EI Din, Peter Barthel, jan Beno ist, Gijsbert van der Bent, Morten Bentzon H ansen, Mario Cam ici, Tony Clarke (Canary Islands), And rea Corso, Huu b Don, Geraid Driessens, Hugues Dufourny, Enno Ebels, Zo ltán Ecsedi, Lee Evans, Shawneen Finnegan, A nnika Forsten, Ful v io Genera, Rieard Gutiérrez, Felix Heintzenberg, jeff Higgott, Erlin g V jirle, jonathan j oy, Yves Ka izer, Guy Kirwan (OSME), Paul Lehman, Pierre Le Marechal, Teus Luijendijk, Bruce Mactavish, Anthony McGeehan, Richard M illington, Dominic M itc hell , Geir Morbakken (Uts ira Bird Observatory), Gerald Oreel, René van Rossum, j ohn Ryan, Bj0rn Einar Sakseid, Gunter De Smet, Pau l Tout, Gábor Vasuta, Rob Wilson and Steve Young for their help in compi lin g th is review.

Arnoud B van den Berg, Ouinlustparkweg 98, 2082 EG Santpoort-Zuid, Netherlands George Sangster, Nieuwe Rijn 27,23 12 JO Leiden, Netherlands 262


WP reports

263


Recente meldingen D it ove rz icht va n recente meld ingen va n ze ldzame en interessante voge ls in Nederl and en België bes laat voorn amelijk de maanden oktober-november 1995. De ve rm elde geva llen z ijn merendeels niet geverifi ee rd en het overz icht is niet vo lledi g. A lle voge laars die de moeite namen om hun waa rn emingen aan ons door te geven wo rden hartelijk bedankt. W aa rnemers va n soorten in N ederl and die wo rden beoordee ld doo r de Commi ss ie Dwaalgasten Nederland se Av ifa un a wordt ve rzoc ht hun waarnemingen zo spoedi g moge lijk toe te ze nden aan: CD NA, Postbu s 45, 2080 AA Santpoort-Zuid, Nederl and. Hiertoe gelieve men gebruik te maken va n CDN A-waa rnemin gsformulieren di e eveneens ve rkrij gbaar z ijn b ij bovenstaand adres.

Nederland DU IKERS TO T VA LKEN Aan de waddenku st va n Texel, Noordholl and, we rd tot eind oktober een onvol wasse n IJsduiker Cavia immer gez ien. Mogelij k is dit het exempl aar dat al va naf 15 juni daar aanwez ig was . A ndere we rden gemeld op 4 nove mber bij W estkapell e, Zee land, op 18 november één en op 19 november twee langs A meland, Fri esland, en va n 24 tot 26 november op Tersc helling, Fri es land . Een telling van Roodhalsfuten Podiceps grisegena op 14 nove mber langs de Brouwersdam, Zuidh o ll and, leve rde 72 exempl aren op. Grauwe Pijlstormvogels Puffinus griseus wa ren sc haars, met op 19 en 20 oktober respectievelijk 13 en 10 langs Texel en meldingen op 3 november bij Westkapelle (twee) en op 18 november langs Katw ijk aan Zee, Zuidh o ll and. Een late Vale Pijlstormvogel P mauretanicus vloog op 5 oktober langs Ca mperduin , Noordho ll and. Een Stormvogeltje H ydrobates pe/agicus we rd op 22 oktober gemeld bij Ijmuiden, Noordho ll and . Vale Storm vogeltjes Oceanodroma /eucorh oa vloge n op 20 (twee) en 21 oktober langs Texel, op 28 oktober langs Tersc helling, op 1 november langs Lauwersoog, G roningen, op 3 nove mber langs W estka pell e, op 18 november langs A meland, en op 19 november langs Camperduin . Kuifaalscholvers Pha/acrocorax aristote/is we rden opge merkt op 6 oktober bij V li ss in gen, Zee land, va n 30 oktober tot 28 november in de haven West-Tersc helling, Fri esland, en op 22 november op de Oostersc helde ter hoogte va n de Koudekerkse Inl agen, Zee land . Va n de in juli onts napte Kleine Pelikanen Pe /eca nus rufescens kwa men nog waa rnem in gen op 3 oktober op Texel, va n 22 oktober tot 26 nove mber bij de Preekhilpolder aa n de noordkant va n de Brouwe rsdam en op 25 nove mbe r op de Plaat va n Scheelhoe k bij Stellend am, Zuidho ll and. Zee r late eerste-w inter Woudapen Ixobrychus minutus werden gemeld op 12 oktober in de Lauwersmeer, Gronin gen, en op 12 november in de AW-duinen,

264

Noo rdh o ll an d. Op 6 oktober wa ren nog steeds zes adul te Kwakken N ycticorax nycticorax aa nwez ig in het Veerse Bos bij Vee re, Zee land. Een hoogstwaa rsc hijnlij k uit Di ergaard e Blijdorp o ntsnapte Koereiger Bubu/cus ibis verbl eef va n 2 tot 9 oktober bij v liegveld Zesti enhove n, Rotterd am, Zuidho ll and . Hiern a werd op 20 oktober en 3 november een exempl aa r gez ien bij M aass lui s, Zuidho ll and . Kleine Zilverreigers Egretta ga rzetta bl even talrijk met in oktober c 30 exemp laren rond de Greve lin gen, Zee landlZuidho ll and, en v ijf op Texel, in november maximaa l acht bij de Middelpl aten in het Veerse M eer, Zee land, tot half november max imaa l zeven in het M arki ezaatsmeer, Noordbrabant, en losse meldingen gedurende de gehele peri ode bij het Oostvoorn se Meer, Zuidh oll and, op 10 okto ber op Tersc hellin g, op 6 november bij Lauwersoog en op 8 nove mber bij D elft, Zuidho ll and . Ook Grote Zilverreigers E a/ba wa ren er deze peri ode teveel om op te noemen. In totaa l we rden er c 30 gez ien, met als grootste aantal een groep va n zeven op 20 november in de Veenhui zerstukken bij Stadskanaa l, G ronin gen. O p de vaste stek bij N uland, Noord brabant, waa r er dit jaa r twee verbl even, v iel al wee r het tweede lu strum te v ieren voor deze soort. Van de 50 gemelde Ooievaars Ciconia ciconia is een groep va n 20 op 5 november bij Hoorn aar, Zuidho ll and, het meest ve rmeldenswaa rd . Een Zwarte Ibis P/egadis fa/cin el/us werd op 22 o ktober gemeld va n het Verdronken Land va n Saeftinghe, Zee land . O ok werden op een drietal pl ekken in totaa l v ijf Heilige Ibissen Threskiornis aethiopicus gez ien. De groep van 18 Dwergganzen A nser erythropus die z ich va naf 21 oktober ophi eld in de A njumer Kolken, Fri es land, is voo rzove r bekend de grootste die z ich deze eeuw in Nederl and bevond. Tot 5 november w erd deze groep nog daar gez ien, waa rn a het aantal za kte tot 10 aan het eind va n de peri ode. Ook werd de soo rt vastgesteld op 1 oktober b ij Voo rst, Gelderl and, op 23 oktobe r in het Fochtelooërvee n, Fri esland, va naf 12 november zeve n bij Strij en, Zuidho ll and, en va naf 13 november maxim aa l v ier aan de oostkant va n de Lauw ersmeer. Sneeuwganzen A caeru/escens werden gez ien va naf 8 oktober maxim aal acht in de Lauwersmeer en één in de Bandpo lder, Fries land, en va naf 19 nove mber één bij de Pl aat va n Scheel hoek. De standvasti ge Ross' Gans A rossii va n de Pl aat va n Scheel hoe k versc heen daar op 12 november (negende w inte r). Kleine Canadese Ganzen Branta ca nadensis ssp werden her en der opgemerkt, met als max imum een groep va n zes op 10 en 11 november in de Bandpo lder. Een Witbuikrotgans B bern ic/a hro ta was va naf 24 oktobe r aanwez ig op Tersc hellin g, terw ijl op 26 novem ber een exempl aar we rd opgemerkt op Texe l, waa r va naf 25 novem be r oo k een Zwarte Rotgans B b n igrica ns ve rbl eef. Roodhalsganzen B ruficol/is wa ren sc haa rs met waa rnemin gen op 5 november bij A njum, Fri es land, va n 7 tot 27 november op Terschelling en op 24 novembe r in

IOu/ch Birding 17: 264-27 1, december 1995]


Recente meldingen de Lauwe rsmee r. Grote aantallen Krooneenden Ne tta ru fina werd en geteld op 30 oktober (12) bij Monnickendam, Noordholl and, en op 5 november (18) in de HW-duinen, Zuidh o ll and. Witoogeenden Ayth ya n yroca zaten va n 21 tot 28 o ktober bij Katw ijk, Zuid holl and, en op 22 november bij Eij sden, Limburg. Er w as een seri euze melding va n een mannetj e Stellers Eider Po/ysticta stelleri op 2 decem be r bij de Brouw ersdam. Het mannetj e Kokardezaagbek Mergus cucu//atus va n de Brouwe rsdam versc heen daa r op 14 novembe r voor het derd e j aa r. Een andere we rd op 26 november op het Schildmeer, Gro ningen, aangetroffen (ook al in 199 2). Zee r late Wespendieven Pernis apivorus we rd en gemeld op 29 oktober op de Strabrechtse Heide, Noordbrabant, en op 30 oktober bij Rij sw ijk, Zuidh oll and. Twee late Zwarte Wouwen Mi/ vus migra ns we rd en op 9 oktober gemeld bij de IJmeerdijk, Fl evoland. In totaa l werd en verspreid over de gehele peri ode 25 Rode Wouwen M mi/vus gemeld, waa rva n één voor langere tijd aanw ezig was va naf 19 november op de Korendijkse Slikken, Zuidh o ll and. Zeearenden Ha/iaeetus a/bic il/a ve rbl even va naf eind september tot 7 oktober en weer va naf 8 nove mber op de Korendijkse Slikken, va naf begin nove mber in het M arki ezaatsmeer, va n 20 tot 26 november op Tersc hellin g, op 23 november bij Paterswo lde, Drenthe, op 24 novem ber bij Oudemirdum, Fri es land, en op 26 november bij Egmond, Noordh oll and, en langs de Kotterweg, Fl evoland. Een zeer late Grauwe Kiekendief Circus p yga rgus we rd op 19 november gemeld in de Lauwersmeer. Tot 9 oktober we rden nog c 20 Visarenden Pandion haliaetus gez ien, waa rva n all een al acht op 6 oktober over de M aasvlakte, Z uidh o ll and. Roodpootvalken Fa/co vespertinus v logen op 7 oktober in de Eemshaven, Groningen, en op 8 oktober bij Vli ss ingen. Zeke r 50 Slechtvalken F peregrinus we rden waa rgenomen, waa rva n een 10-tal op doo rtrek. M ee rd ere voge ls ve rbl even in het M arki ezaatsmeer (v ij f) en in de Lauwersmeer (v ijf). RA LLE N TOT A LKEN Een Kwartelkoning Crex crex werd op 13 oktober opgemerkt op Texel. Sl echts 96 Kraanvogels C rus grus we rden geteld, va n 23 tot 28 oktober, op 8 en 12 november en va n 26 tot 28 novembe r. Morinelplevieren Charadrius m orinellus li epen op 14 oktobe r bij de Dinte lh aven en op 17 oktobe r kortstondi g bij Katw ij k. Een Amerikaanse Goudplevier P/u vialis dominica we rd op 16 ·oktober opgemerkt op Texel op dezelfde pl ek waa r in 1989, ook tijdens de Dutch Birdin g-vogelweek, het tweede geva l voor Nederl and werd vastge legd. Deze voge l we rd tot 19 oktober op versc hillende pl ekken op Zuid-Texel gez ien en was mi ssc hien dezelfde als in oktobe r 1994 . Een Steppekievit Chettusia grega ria werd op 16 oktober gemeld bij Devente r, Overij sse l. Een late Temmincks Strandloper Ca lidris tem m in ckii ve rb leef op 10 en 11 oktober in de Bandpolder. Het was een goed j aa r voor Bokjes Lymnocryptes m inimus, met de gehele peri ode grotere aantallen in de HW-duinen (max im aa l 11) en va naf 26 oktober tot 10 november bij de Eemshaven (max im aa l 20). Het eerste geva l va n de Bartrams

Ruiter Bartramia /ongica uda voo r ons land betro f een exempl aar dat z ich zeer schi chtig gedroeg op de M aasvlakte op 28 oktober. Grauwe Franjepoten Pha /aropus /obatus zwommen op 1 en 8 oktober bij julianadorp, Noordho ll and, van 2 tot 10 oktober op Terschellin g, op 6 oktober b ij Vli ss ingen, op 8 oktober drie in de Lauwersmeer en op 11 oktober twee in de Bandpo lder. Rosse Franjepoten P fu/ica ria ve rbl even va n 1 tot 3 oktober, op 7 nove mber en op 10 novem ber (twee) in de Eemshaven, op 2 oktober op Terschelling, op 20 oktober op Texel, op 31 oktober bij Schevenin gen, Zuidholland (twee), va n 2 tot 4 novem ber bij Ijmuiden en op 4 november bij Egmond aan Zee, Noo rdholl and. Van de Middelste jager Stercorarius pom arinus werd en tot 5 nove mber slechts zeve n exempl aren gemeld en va n de Kleine Jager S pa rasiticus slechts enkele 10-tall en, voo rn amelijk begin oktober. We l werden verspreid over de peri ode 35 Grote Jagers S skua doorgegeven. Vorkstaartmeeuwen Larus sabini werden gemeld va n 1 tot 7 oktober in de Eemshaven, op 6 oktober bij Ijmuiden, op 7 oktober één en 1 november drie bij Scheveningen, op 10 oktober bij de Bandpolder, op 21 oktober twee langs Tersc helling, op 2 november bij W estkapell e en op 18 november bij Katw ijk aa n Zee. De eni ge Grote Burgemeester L h yperboreus w as de adulte va n de Brouwe rsd am die hier va naf 13 oktober wee r vertoe fd e (12e w inter). Naast meldin gen va n Ross' Meeuwen Rhodostethia rosea op 4 en 16 november bij W estkapelle en op 15 november bij Katw ij k, was een tweede-winter aanwezig bij Ijmuiden va n 7 tot 11 november. Twee lachsterns Ce/oche /idon ni/otica v logen op 20 oktober langs Koog op Texel. Grote Sterns Sterna sandvicensis we rd en nog op 5 nove mber gez ien bij de Brou we rsdam (v ier) en op 11 november bij Den Helder, Noordho ll and. Een ander stern-evenement vo ltrok z ich bij Den O ever, Noordho lland, waa r tot 3 december twee Visdieven S hirundo, max im aa l zes Zwarte Sterns Ch/idonias niger en, na eni ge tw ijfel omtrent de determin ati e, max im aa l drie Witwangsterns C h ybrid us (een adul te en twee onvo lwassen) verbl even. O p 4 oktober werd een Witwa ngstern opgemerkt bij Harlin gen, Fri es land. Daar werd op 5 oktober een Witvleugelstem C /eucopterus gemeld . Een va n de hoogtepunten va n deze peri ode was de in vas ie va n Kleine Alken A lle alle; va naf 22 oktober we rd en ruim 1100 doortrekkende exemplaren geteld . Voo ral tussen 3 1 oktober en 4 novembe r (ruim 600) en tu ssen 14 en 19 november (ruim 35 0) was het goed raak langs de kust en op 18 nove mber we rd en er nog eens 120 geteld bij Ca mperduin. Topaanta llen wa ren 237 op 1 november langs Lauwe rsoog en 247 op 2 nove mber langs Tersc helling. Binn enlandwaa rn emin gen wa ren op 3 november (twee) b ij de Blocq va n Kuffeler, Fl evo land, en va n 17 tot 24 november bij Asse ndelft, Noordholl and. Op 22 novem be r wa ren er negen ter pl aatse b ij het werke il and N eeltj e j ans, Zee land . Ook Papegaaiduikers Fratercu /a arctica wa ren ta lrij k: op 20 en 29 oktober, en op 1 (twee), 4, 19 (twee) en 25 novembe r b ij Ca mperduin , op 1 novem ber bij Scheveningen, op 2 novembe r twee langs Terschellin g, op 3, 18 (zes!) en 19 november (v ier !) bij

265


Recente meldingen Katwijk aan Zee, op 3 november bij Lauwersoog, op 3 (twee à drie) en 19 november bij Westkapelle en op 3 november twee bij Ca ll antsoog, Noordholland. Op 26 november werd een dood exemplaar gevonden bij Zoute lande, Zee land . KOEKOEKEN TOT GORZEN Op 7 oktober zagen enkele waarnemers een onvo lwassen Kuifkoekoek Clamator glandarius in de Kooiwaard bij Piaam, Friesland. De laatste Gierzwaluw Apus apus van het seizoen vloog op 30 november langs Westkapelle. Hoppen Upupa epops lieten z ich op 9 oktober zien bij Camperduin en op 11 oktober en 3 november op Terschelling. Een Kortteenleeuwerik Ca landrella brachydactyla verb leef op 28 en 29 oktober bij de Dintelhaven. Helaas werd de voge l op de tweede dag het slachtoffer van een soortenjagende Klapekster Lanius excubitor. De Strandleeuwerik Eremophila alpestris lijkt zich langzaam te herstellen van de malaise van enke le jaren geleden: ruim 100 werden op trek gemeld en op meerdere plaatsen wa ren kleine groepjes langere tijd aanwezig. Ook dit j aar was goed voor Grote Piepers Anthus richardi; er werden 104 exemp laren gemeld, waa rvan 87 vóór 27 oktober. Een late werd op 26 november gezien bij Vlissingen. Tot 9 oktober werden nog zes Duinpiepers A campestris opgemerkt, waarna er nog één op 22 oktober gez ien werd bij Katwijk. Roodkeelpiepers A cervinus wa ren talrijk met in totaal 37 waa rva n 27 vóór 11 oktober. De laatste waa rnem in gen vie len op 29 oktober. Ook de Grote Gele Kwikstaart Motacilla cinerea is het verm elden waa rd dit j aa r. In oktober, maar voorname lijk vóór 11 oktober, wérde n er c 400 op trek waargenomen met als topaantal 160 op 6 oktober, waa rvan 75 bij Vlissingen. In de periode va n 16 september tot 26 oktober werde n er bij Katwijk 312 genoteerd. Drie Pestvogels Bombycilla garrulus werden op 4 novembe r gemeld bij Lop ik, Utrecht. Na een Waterspreeuw Cinc/us cinc/us op 10 november in een tuin te Driehuis, Noordholland, werd een exemp laar gezien van 13 tot 18 november bij Katwijk. Aziatische Roodborsttapuiten Saxicola torquata maura verb leven op 4 oktober op Vlieland, Friesland, en, afhanke lijk van de uitkomst van de ve le discussies, twee à drie van 17 tot 20 oktober op Texel. Opva llende aanta llen trekvogels werden geteld op 21 en 22 oktober: bij Katwijk 100 OOOen Kramsvogels Turdus pilaris en 800 000 Koperwieken T iliacus, bij Vlissingen 72 000 Koperwieken en 11 000 Kepen Fringilla montifringilla, bij Den Haag, Zu idh oll and, 70 000 Koperwieken en bij Petten, Noordholland, 14 000 Kepen. Opvallend is dat vóór die datum nog nauwelijks doortrek van deze soorten vie l te bespeuren en dat op Texel op die dagen vee l minder grote aanta ll en werden gezien. Op 16 oktobe r was er een melding van een z in gende Cetti's Zanger Cettia cetti bij de Brouwersdam. Voor de vo lledigheid verme lden we hier nog de Kleine Spotvogel Hippolais ca liga ta die op 6 oktober op de Maasvlakte verb leef. De tweede Provençaalse Grasmus Sylvia undata voor Nederland (de eerste was in 1959) I iet z ich overwegend zeer moeilijk bespioneren bij Westkapelle va n 26 november tot 3 december. Zij die de voge l wat beter in

266

de kijker hebben gehad meenden dat het een vo lwassen vrouwtje of een onvo lwassen mannetje betrof. De zevende Kleine Zwartkop 5 melanocephala voor ons land was een mannetje dat zich, nu en dan z ingend, van 12 tot 26 november bevond in de duinen bij Egmond Binnen, Noordho ll and. Een late Sperwergrasmus 5 nisoria werd op 22 oktober opgemerkt in de HW-duinen. Pallas' Boszangers Phylloscopus proregulus werden op 16 en 28 oktober gez ien op Terschelling, van 22 tot 28 oktober maximaal twee bij Petten, tussen 26 oktober en 7 november vi jf op Texel, op 28 en 29 oktober twee bij Hargen aan Zee, Noordholland , van 4 tot 8 november bij Katwijk en op 7 november in Li sse, Zuidho ll and. Er werd en 67 Bladkoningen P inornatus doorgegeven; voorname lijk vóór 15 oktober en tussen 29 en 31 oktober, de laatste zat op 29 en 30 november bij Westkapelle. Een Raddes Boszanger P schwarzi werd op 7 en 8 oktober gemeld op Terschelling. Bruine Boszangers P fuscatus wa ren dit jaar aanwez ig op 25 en 28 oktober in Petten en op 4 november bij Egmond aa n Zee. Slechts één Kleine Vliegenvanger Ficedula parva werd gez ien: op 15 oktober op Texel. Buiten Limburg we rden Taigaboomkruipers Certh ia familiaris gemeld van 18 tot 20 oktober op Texel, van 22 oktober tot 13 november bij de Strabrechtse Heide, op 28 oktober op Terschelling, op 29 oktober bij Katwijk en in Amsterdam , Noordholland, op 30 oktober bij De Hamert, Limburg, op 21 november bij de Blocq van Kuffeler, vanaf 23 november bij Ij sse lstein, Utrecht, en op 25 november bij Emmen, Drenthe. Notenkrakers Nucifraga caryocatactes werd en opgemerkt op 11 (twee) en 18 oktober bij Diemen, Noordholland, op 24 oktober bij Lauwersoog, op 1 november in Ede, Gelderland, op 5 en 6 novembe r bij Norg, Drenthe, op 11 november bij Westkapelle en op 21 en 22 novem ber in Delfzijl, Gron in gen . Naast de twee Huiskraaien Corvus splendens van Hoek van Holl and, Zu idho ll and, werd nu bekend dat vanaf november 1994 ook een exemplaar verb lijft in de omgev in g va n Renesse, Zee land . Omdat de 'geleerden' van mening z ijn dat het reizen per sch ip een onderd eel van de biologie van deze soort vo rmt, lijkt het erop dat hij via een om weggetje de Nederlandse lij st gaat bereiken. Op 15 oktober vloog een adulte Roze Spreeuw Sturnus roseus langs Petten, terwijl van 17 tot 29 oktober een zeer makke juveniele vogel verbl eef bij 't Horntje op Texel. Tot half november werden c 30 Europese Kanaries Serinus serinus op trek doorgegeven. De in vasie va n Barmsijzen Carduelis flammea bracht enkele Witstuitbarmsijzen C homemanni mee: op 4 november bij Huizen, Noordholland, op 5 november bij Haulerwijk, Friesland, en op 15 november op Texel. Een Vale Woestijnvink Rhodospiza obsoleta van onduidelijke herkomst zat van 6 tot 8 oktober op Terschelling. Een onvo lwasse n Roodmus Carpodacus erythrinus verb leef van 30 oktober tot 1 novembe r bij Westkapelle. Een mannetje Witkopgors Emberiza leucocephalos we rd op 6 november gevangen bij Westenschouwen, Zee land . Bosgorzen E rustica werden gemeld van 2 tot 6 oktober bij Hoek va n Holl and, op 8 oktober op Vlieland, op 9 oktober bij Petten, op 19 en 20 oktober op Texel en op 29 oktober


Recente meldingen

246 Kleine Spotvogel / Booted Warbier Hippo /ais ca /igata, Maasvlakte, Zuidh o ll and, 6 oktober 1995 (H ans Cebuis) 247 Roze Spreeuw / Rosy Starl in g Sturnus roseus, juveniel, 't Horntje, Texel, Noordholl and, oktober 1995 (Hans Cebuis)

267


Recente meldingen in de HW-duinen. Dwerggorzen E pusilla werden gemeld op 3 oktober bij W estenschouwen, va n 5 tot 6 en op 14 oktober en op 1 november op Tersc hellin g,

op 6 en 9 oktober bij Vlissingen , op 8 oktober bij Ijmuiden en op 9 oktober op de Strabrechtse H eide.

Ruud M van Dongen, Albertusstraat 4, 5261 AD Vught, Nederland Remco Hofland, Koningstraat 23A, 23 16 CC Leiden, Nederland Peter W W de Rouw, Warande 23, 3705 ZB Zeist, Nederland

België DUIKERS TOT VALKEN In totaa l werden c 21 Parelduikers Cavia arctica waa rgenomen met slechts één geval in het binnenland, te Kallo-Doel, Oostvlaand eren. Langs Oostende, Westv laanderen, v logen IJsduikers C immer op 25 oktober en 26 november en langs Zeebrugge, Westvlaanderen, één op 11 november. Grauwe Pijlstormvogels Puffinus griseus passeerden te Koksijde, Westv laanderen (v ier); Oostende (vier) en Wenduine, Westvlaanderen (d ri e). De laatste Noordse Pijlstormvogel P puffinus v loog langs Oostende op 19 november. Een late Vale Pijlstormvogel P mauretanicus we rd op 3 november te Oostende opgemerkt. Stormvogeltjes Hydrobates pe/agicus werden herkend te Koksijde op 2 november en te Oostende op 3 november. In deze periode totaliseerde men aan de kust nog zes Vale Stormvogeltjes Oceanodroma /eucorhoa. Bij wijze van uitzo nderin g komen de en ige meldin gen va n Kuifaalscholvers Pha/acrocorax aristote/is deze maal uit het binnenland; op 19 oktober verb leef er één te Kallo-Doel en op 20 oktober vloog er één over Brecht-SintLenaerts, Antwerpen. Een late meldin g van een Woudaap Ixobrychus minutus kwam op 14 oktober van Heist, Westvlaanderen. Kwakken Nycticorax nycticorax zaten nog te Lier-Duffel, Antwe rpen, tot 2 oktober, te Dendermonde-Vlassenbroek, Oostvlaanderen, op 29 oktober en bij Willebroek, Antwerpen, op 7 en 14 oktober. Knokke, Westv laanderen, blijft met zijn halfwilde populatie natuurlijk het bolwerk voor Kleine Zilverreigers Egretta garzetta; maximaal werden er hier 20 geteld op 15 oktober en op 12 november waren er nog vijf. Te Heist waren er vijf op 2 oktober waarvan er op 16 oktober nog twee aanwez ig wa ren . In de Voorhaven van Zeebrugge zat er één tot 1 november en in de Ac hterhaven zaten er nog één à twee tot 4 november. Losse waarnem ingen gebeu rden te Blokkersd ijk, A ntwerpen, op 30 oktober en te Lille, Antwerpen, op 23 november. De positieve trend bl eef z ich ook bij de Grote Zilverreiger E a/ba doorzetten met waarnem ingen te Knokke

en te Ze lzate, Oostvlaanderen, op 15 oktober en te Retie, A ntwerpen, op 26 november. Het exemp laar dat van 1 tot 9 oktober bij Pulle, Antwerpen, verb leef, werd daar weer ontdekt op 27 november en bleef tot in december. Vanaf 16 november verscheen de overw interende voge l weer te Harch ies-Hens ies, Hainaut; op 28 november dook hier - ook naar goede gewoonte - een tweede op. De waarneming van een overtrekkende Zwarte Ooievaar Cicon ia nigra te Hoogstraten, Antwerpen, op 24 oktober mag laat genoemd word en. Een late groep van 10 Ooievaars C ciconia v loog op 2 oktober over Willebroek. Bij Zandv liet, Antwerpen, verbl eef voo r het eerst sinds enkele jaren weer een Sneeuwgans Anser caeru /escens. De Amerikaanse invloed liet zich ook gelden door de aanwezigheid van een mannetje Amerikaanse Smient Anas americana te Schulen, Limburg, op 2 november, en een and er exemp laar op De Kuifeend, Antwerpen, op 11 en 12 november. Er werden in totaa l 15 Krooneenden Netta rufina gemeld. Een mannetje Ringsnaveleend Aythya collaris zwom op 21 of 22 oktober in de Ac hterh aven van Zeebrugge. Vanaf 2 november was het klassieke mannetje voo r de zesde opeenvolgende w inter aanwez ig op Blokkersdijk (van 12 tot 14 november op De Kuifeend). Op 21 oktober pleisterde een vrouwtje Witoogeend A nyroca te Hoogstraten en op 5 november zwom er een mannetje bij Diepenbeek, Limburg. Voor de 10e opee nvo lgende winter werd het mannetje Buffelkopeend Bucepha/a a/beo /a te Lommel, Antwerpen , waargenomen. Tot 4 november bleven te Klui zen, Oostvlaanderen, twee mannetjes Rosse Stekelstaart Oxyura jamaicensis aanwezig; op 1 oktober zwom hier ook een vrouwtje. Tot 25 november verbl eef een vrouwtje nog te Longchamps, Namur. De laatste Zwarte Wouwen Mi/vus migrans vlogen op 2 oktober over Semmerzake, Oostvlaanderen, en over Blokkersdijk. Op 11 november werd een Zeearend Ha/iaeetus a/bicilla waargenomen bij Raveis, Antwerpen, en mogelijk dezelfde voge l werd op 18 november opgemerkt bij Turnhout, Antwe rpen. Op 29 november vloog een juveniel exemp laar over Oostkerke, Westv laanderen . Een vrij wel zekere Dwerg-

248 Kleine Spotvogel / Booted Wa rbi er Hippo/ais ca/igata, Maasvlakte, Zuidh o ll and, 6 oktober 1995 (Hans Cebuis) 249 Visarend / Osprey Pandion ha/iaetus, Assen, Drenthe, 20 september 1995 (Rudy Offereins) 250 Kleine V liegenvanger / Red -breasted Flycatcher Ficedu/a parva, eerste-winter, Texe l, Noordholl and, oktober 1995 (Piet Munsterman) 251 Notenkraker / Nutcracker Nucifraga caryocatactes, Norg, Drenthe, 6 november 1995 (Rudy Offereins) 252 Kleine Alk / Little Auk Alle alle, Tersche llin g, Fri es land, 4 november 1995 (Arie Ouwerkerk)

268


Recente meldingen

269


Recente meldingen arend Hieraaetus pennatus vloog nog op 4 november over Schulen. O p 8 oktober we rd een ove rtrekkend mannetj e Roodpootvalk Fa/co vespertinus gezien te Fras nes-I ez-Bui ssen al, Hain aut. Er wa ren te vee l waa rnemin gen van Rode Wouwen M mi/vus, Visarenden Pandion ha/ia etus en Slechtvalken F peregrinus om tot een opsommin g over te gaan. KRAANVO GELS TOT A LK EN G rote aa ntallen Kraanvogels

Grus grus lieten dit najaar op zi ch wac hten; de grootste was 45 over Wuu stweze l, Antwe rpen, op 18 november. De laatste Temmincks Strandlopers Ca /idris temm inckii we rden gezien te Kall o-Doe l en te Zeebru gge-Achterhaven. De eerste Bairds Strandloper C bairdii voor België was een ju veniel va n 4 tot 8 okto ber te Longchamps. Een makke, ju veniele Gestreepte Strandloper C m e/anotos ve rbl eef va n 22 oktober tot 2 november te O udenburg-Stalhill e, Westv laanderen. O p 8 oktobe r p leisterde kortstondi g een juveniele Grauwe Franjepoot Pha/aropus /obatus te Beerse, Antwerpen , en op 25 oktober vloog er één langs Oostende. Hier passeerden op 3 nove mber ook dri e Rosse Franjepoten P fu/icaria. Middelste Jagers Stercorarius pomarinus we rden nog gez ien te Koksij de (drie), O ostende (14), We nduine (zes) en Zeebrugge (twee) . De laatste Kleinste Jagers 5 /ongica udus werden opgemerkt te Oostende op 3 en 4 november en te Ko ksijde op 4 november. Vorkstaartmeeuwen L sabini we rd en all een nog te Oostende waa rgenomen met telke ns één ju ve niel exempl aa r op 1 en 2 oktober en op 2 november en twee ju ve nielen op 3 nove mber. De meldin g va n een adulte Dunbekmeeuw L genei te Winth am, A ntwerpe n, op 19 nove mber werd met ongeloof onthaa ld maar was voorz ien va n een behoo rlijke beschrij v ing. De tweede-w inter Grote Burgemeester L hyperboreus zat nog de hele peri ode te Oostende en op 4 november v logen hier twee adulte langs. O p 2 oktobe r we rd te Oostende de laatste lach stern Ge /oche /idon ni/otica gez ien. Een ju ve niele Witvleugelstern Ch/idonias /e ucopterus vertoefde op 4 oktobe r bij Zillebeke, Westv laanderen. De influx va n Kleine Alken Alle alle was vooral tu ssen 30 oktober en 25 november en all een aan de kust merkbaa r: te Bl ankenbe rge, Westvlaa nderen (2 0); De Haan, Westvlaanderen; De Panne, Westv laanderen (negen); Heist (zeven); Koksijde (2 4); N ieuw poort, Westvlaanderen; Oostende (2 04); Sint-Idesbald, Westvlaanderen (20); Wenduine (3 0); en Zeebru gge (10). Het dagrecord werd met 88 gevesti gd te Oostende op 3 november. De eni ge waa rn eming voor het binnenl and gebeurde b ij SintKrui s-Winkel op 6 nove mber. M eer opva llend voo r het binnenl and was de vond st van een verzwakte, onvo lwassen Papegaaiduiker Fratercu/a arctica op een tuinv ij vertj e te Esse n, A ntwerpen, op 16 oktober; de voge l sti erf dezelfde dag. O p 18 en 19 november v loog er één langs O ostende. HO PPE N TOT GO RZEN

O p 26 november zat een Hop

Up upa epops in Baa l, Braba nt. De laatste Draaihalzen j ynx torquilla doken op in Heist va n 7 tot 9 oktober, bij Brecht op 8 oktober en te Zw ijnaa rd e, Oostv laanderen, op 11 oktober. Op 16 oktober we rd te Deurn e, Antwe r-

270

pen, een banopn ame gemaakt va n een overtrekkende en vee lvuldi g roepende Kortteenleeuwerik Ca /andrella brach ydacty/a. Grote Piepers Anthus richardi konden op ve le plaatse n bekeken w ord en. Tijd ens de eerste wee k va n oktobe r we rden nog Duinpiepers A cam pestris opgemerkt te Bekkerzee l, Brabant; Deurne (twee); Dud ze le-Zeebrugge; Genappe, Brabant; Longchamps (twee); Oostm alle-Zoe rse l, A ntwerpen. Roodkeelpiepers A cervinus bl even het goed doe n met waa rn emingen te Bl okkerscijjk, Deurne, Dudzele-Zeebrugge, Heist, Hoogstraten (twee), Oostende, Pul Ie, U itbergen, Oostvlaanderen, en Zeebrugge. Een mak, eerste-winter vrouwtj e Aziatische Roodborsttapuit Saxico/a torquata maura liet zich op 18 oktobe r bekijken te Heist. Nagekomen beri chten va n september-va ngsten betroffen een Roodsterblauwborst Luscinia svecica svecica en een Veldrietzanger Acrocepha/us agrico/a te Hoeke, Westvlaanderen. O p 7 november was er een va ngst va n een Cetti's Zanger Cettia cetti te Zeebrugge. Het mannetj e Kleine Zwartkop Sy/via me /anocepha/a va n Heist bl eef nog tot 15 oktober aanwez ig; op deze dag werd bovendien een ander exempl aar gehoo rd te Bl ankenberge. Voor Bladkoningen Ph ylloscopus inornatus kon men op ve le plaatsen terecht; er wa ren waa rn emin gen te Bl ankenberge (zes); Heist (zes); Knokke; M eetkerke, W estv laanderen; O ostende; Raversijde, Westv laanderen (v ier); en Zeebrugge (negen). In het binnenl and w aren er meldingen te Konti ch op 5 oktober en te Korbeek-Lo, Brabant, op 24 oktober. O p 23 en 24 oktobe r verbl eef de eerste Pallas' Boszanger P proregu/us te Bl anken berge, op 28 oktober was er een va ngst te Meetkerke, en op 30 oktober en va n 5 tot 7 november we rd er te lkens één gez ien te Heist. Een Raddes Boszanger P schwa rz i liet zi ch ui term ate goed bekijken te Heist op 4 en 5 nove mber. Bij Herne werd op 29 oktober een Bruine Boszanger P fu scatus gerin gd. O p 11 oktober was er een va ngst va n een Siberische Tjiftjaf P collybita tristis te Tienen, Brabant. Kleine Vliegenvangers Ficedu/a parva verbl even te Zeebru gge op 2 oktober, te Heist op 6 oktober en te Bl ankenberge op 15 oktober. In totaa l 25 Buidelmezen Remiz pendu/inus we rd en gez ien te Bl okkersdijk (drie); Di epenbeek; Genappe (v ijf); Gent; Harchies; Heist; Kall o-Doe l; Li er (twee); Longchamps (twee); Pull e (v ier); Raversijde (twee); Ti enen; en Zeebru gge. Notenkrakers Nucifraga caryocatactes werden voo rl opi g all een overvliegend gez ien: te Li er op 18 oktober en te Schulen op 29 oktober. O p 15 oktobe r vloog een Raaf Corvus corax over Deurne. Een Witstuitbarmsijs Cardue/is hom emanni ve rtoefde op 2 novemder slechts een kwa rti er te Heist-O ostd am. Verder zouden er in de eerste week va n november drie ringvangsten (e n geru chten va n ve le ill ega le va ngsten) zijn gebeurd in Westv laanderen en één te Wetteren, Oostv laanderen, op 10 november. Een cla im va n twee Grote Kruisbekken Lox ia pytyopsittacus kwa m va n Ravels op 18 oktober. Tot de escapes behoren een mannetj e Vale Woestijnvink Rhodospiza obso/eta te O ostende va n 9 tot 18 november en een mannetj e langstaartroodmus Uragus sibiricus te Deurne van 1 tot 9 oktober. De supersoort bij uitstek was de beperkt tw itchbare eerste-winter Roodoogvireo Vireo o/ivaceus,


Recente meldingen

253 Raddes Boszan ger / Radd e's W arbi er Ph yl/oscopus schwarz i, Heist, W estv laanderen, 5 november 1995

(pa trick Beirens) die op 13 oktober werd ontdekt te Blankenberge. ' s A nderendaags was de voge l verd we nen. De laatste waa rnemin gen va n Ortolanen fmberiza hortulana kw amen va n W aterloo, Brabant, op 2 oktober, Heist op 4 oktober en Bl ankenberge op 9 oktober. Fru strerend was een Dwerggors f p usil/a die steeds slechts op- en rondvliegend werd gezien te Li er op 8, 15 en 28 oktober.

254 Roodoogv ireo / Red-eyed Vireo Vireo o livaceus, Bl ankenberge, W estv laanderen, 13 oktober 1995 (Filip de Ruwe) Deze waa rn em ingslij st kwa m tot stand met medewerking va n Hugues Dufourn y (Hainaut), Koen Leysen (Schulen), Dirk Symens (VLAVI CO ) en Will y Versc hu eren (Linkeroever). Ook de hulp va n diegenen die (hun) waa rn emin gen meedeelden op de Belgisc he Dutch Birdin g-vogellijn (03-48 801 94) was hier on ontbeerlijk.

Cerald Driessens, Bosstraat 44, 2500 Lier; België

DB Actueel Provençaalse Grasmus te Westkapelle O p zo ndag 26 november 1995 ontdekte ik om 12:1 5 een Provençaalse G ras mu s Sylvia undata op het opslagterrein va n het W atersc hap Zee uwse Eil anden te Westkapell e, Zeeland. De voge l bevond zich in een bl ad loze v lierstruik maar w ist z ich daarin vrij we l onz ichtbaar te maken. Aa nva nkelijk werd all een het rode oog (a ls W aterral Ral/us aquaticus) met de helderrode oog rin g gezien. Pas na enkele 10-tallen spannende seconden liet de voge l zich iets beter bek ij ke n en bl eek dat het geen exoot w as maar een va n de twee extreem langstaarti ge grasmu sse n die de WP rijk is. Het meest opva llend wa ren de donkere grij szwarte bovendelen, de roodbruine onderdelen en de lange staart die steeds in een hoek va n tenmin ste 60° ten opz ichte va n de rug we rd gehouden. Hoewe l de determin ati e nog niet geheel rond was, was het natuurlijk een 'goede soo rt' en we rd de kermi s in gang gezet. G ido Davidse, Peter M eininger, Rob Sponse lee en Mark Zekhui s konden binnen 20 m in na de ontdekkin g de determin ati e als Prove nçaa lse G rasmu s bevestigen. De voge l ri ep nu ook frequent een zacht tsjurrr, so ms gevo lgd door een nog zac hter tuk. Rond 13:20

[Dutch Birding 17: 271-272, december 1995)

255 Prove nçaa lse G rasmu s / Dartfo rd W arbi er Sylvia undata, W estkapell e, Zee land, 1 december 1995

(frik Sanders)

2 71


OB Actueel kon het nieuws dankzij tussenkomst va n Maarten van Steeni s via alle semafoongroepen versp reid worden. Helaas vers lechterde het weer snel waa rdoor het al om 16:00 duister was; bovendien stak de w ind op en begon het te motregenen. Hierdoor werd de voge l slechts door enke le van de bijna 100 toegesne lde voge laars redelijk gez ien. Gelukkig b leef de voge l tot zondag 3 december en kon door 100en bewonderaars op de diverse lij sten worden bijgeschreven. De onges leten staart van de voge l wi jst op een ad ult; over het ges lacht z ijn de meningen ec hter nog verdeeld. Waarnemers met goede beschrijvingen wo rd en daarom verzoch t deze zo spoed ig mogelijk mogelijk naar mij op te stu ren. Tijdens het verb lijf bleef de Provençaalse Grasmus trouw aa n het ops lagterrein, hoewe l de voge l zo nu en dan ongez ien grote afstanden ove rbru gde en soms lang onvi ndbaar bleef. De opmerk in g ' ... b ird ca n be the devil to find once lost. .. ' in het verder zo zake lijke BWP kan inmidde ls door ve le voge laars ondersc hreven worden. Dit was de tweede Provençaalse Grasmu s voo r Nederland en de eerste gefotografeerde en twitchbare. Het eerste geva l betrof een mannetje te Hoophui zen, Gelderland, va n 1-3 april 1959 (L imosa 32: 185 -1 88, 1959). PIM A WOLF Succesvolle landelijke big days in voorjaar 1995 Ook in 1995 z ijn weer big days gehouden. In het verl eden is aa ngetoond dat de periode tussen 10 en 15 mei de beste tijd is voor een succesvo lle poging. In deze periode is er een ideale mi x va n late w intergasten en doortrekkers terwijl de zangactivite it van de meeste broedvoge ls een hoogtepunt bereikt. Dit jaar leek het weer de grote spelbreker te worden; er was een koude noordelijke stroming met regen en in somm ige delen va n het land nachtvorst. Toch besloot het team va n Roy de Haas, Jan va n der Laa n en Willy Leu rs (in 1993 tweede met 163 soorten en in 1994 tweede met 165 soorten) dit jaar op vrijd ag 12 mei de sp its af te bij ten. Hoewel het kw ik die dag niet boven de 12°C uitkwam en soorten als Ko lgans Anser a/bifrons, Blauwe Ki ekend ief Circus cyaneus, Boomva lk Fa/co subbuteo, Watersnip Ca l/inago ga l/inago, Zomertorte l Streptopelia turtur, Ijsvogel A/cedo atthis, Bosrietzanger Acrocepha /us pa/ustris, Spotvogel Hippo /ais icterina en W ielewaa l Orio/us orio/us hun medewerking we igerden, w isten zij toch in 24 uur een nieuw Nederl ands record neer te zetten van liefst 169 soorten. Hoogtepunten wa ren Roodhalsfuut Podiceps griseigena, Geoorde Fuut P nigricol/is, Jan-van-gent Morus bassanus, Porseleinhoen Porzana porzana, het Kleinst Waterhoen P pusil/a bi j Koedijk, Noordho ll and (dat nog we l door de CDNA aanvaa rd moet worden), Paarse Strandloper Ca lidris maritima, Witgat Tringa ochropus, Zwartkopmeeuw Larus me/anocepha/us, Dwergstern Sterna a/bifrons, vij f soorten spechten Picidae, Duinpieper Anthus campestris, Kramsvogel Turdus p i/aris, Vuurgoud haan Regu/us ign icapil/us en Buidelmees Remiz pendulinus. Op maandag 15 mei was het de beurt aan het team va n Sietze Bernardus, Sander Lagerve ld,

272

Raymond van Splunder en Wim van Splunder met hun grote zeetrek-experti se. In 1993 braken zij het record met 164 soorten en in 1994 eindigden z ij, onda nks (of jui st door) de ontdekking van de Rode Rotslijster Montico/a saxati/is, op 161 soorten . Zeetrek leverde in de oc htend goede soorten op als Parelduiker Cavia arctica, Roodkeelduiker C stel/ata, Noordse Stormvogel Fu /marus g /acia /is, Grote Zeeëend Me/anitta fusca, Ijseend Clangu /a hyema/is, Kle in e Jager Stercorarius skua en Zeekoet Uria aa/ge en niets leek het doorbreken van de 170-grens in de weg te staan. Later op de dag bleken echter soorten als Sm ient Anas pene/ope, Zomertali ng A querquedu/a, Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros, Baardman Panurus biarmicus, Geelgors Emberiza citrinel/a en Goudvink Pyrrhu/a pyrrhu/a toc h teveel gevraagd en zij eindi gden op 167 soorten . Het weer in die periode bleef slecht, maar op zaterdag 20 mei poogden de onttroonde recordhouders van 1994 (toen met 166 soorten), Enno Ebels, Jan Mulder en Wim van der Schot, aa ngevu ld met Hans Groot, het record te heroveren. De tegenvallende resultaten deed hen besluiten hun poging voortijd ig te staken en z ij kwamen niet boven de 150. Tenslotte werd op 23 mei een poging ondernomen door Erik Ernens, Erik Koops, Ronaid de Lange en Roland va n der Vli et. Z ij strandden (net als in 1994) op het respectable aa ntal van 157 soorten. O m het steeds populairder wo rdende fe nomeen van big days in goede banen te leiden z ijn er spe lregels opgeste ld (cf Dutch Birding 17: 26, 1995) . Zo leidt overschrijding van de maximum-snelheid of betreden van verboden terrein tot diskwalificatie. Dit za l echter alle teams er niet van weerh ouden z ich nu al wee r voor te bereiden op 1996. Za l de magische grens van 170 soorten dan gebroke n worden ? JAN VAN DER LAAN Bill Oddie and CDNA It is often suggested that a subsc ripti on to th e monthly Birdwatch is already wo rthw hile for the humorou s co lumn s by A nthony McGeehan (Birding (rom the hip) and Bill Odd ie (Cripping yams) alone. Of specia l interest to Dutch readers is the October 1995 iss ue (nr 40), in wh ich Bill Oddie gives hi s hilarious comments on the often disregarded small -print li stin g of rejected reco rd s at the end of the annu al report by the Dutch rarities commi ttee CDNA (Dutc h Birding 17: 89- 10 1, 1995) . ApparentIy, the short ann otations in w hich the CDNA in stru ctiveIy explain s why a record was rejected are unheard of in Britain, and Bill Odd ie seems to be an advocate of more open ness in such matters (if on ly for the fun of it). British readers should also take notice of Bill Oddie's first sentences: 'Do you get Dutch Birding? You shou ld. It's an excellent publication, even if it does arri ve in a rather ove r-d isc reet w hite envelope and the postman probably th inks it's a porno mag. Mi nd you, as it happe ns, there is a pretty sexy picture on thi s month's cover - of a Ross's Gull displaying.' You ca n app ly for the issue (GBP 2.95) or a subscription (GBP 26.40, UK; GBP 36.00, remaining Europe) by w ritin g to Bi rd watc h, 1 North umberland Park IE, 76-78 Willoughby Lane, London N 17 OSN, UK. EDITORS


DBA-nieuws Krim , werd bezocht door meer dan 100 belangstellenden. De pitti ge competiti e werd gewonnen door Enno Ebel s en Casper Zu yderdu yn, die beiden 21 van de 30 soorten goed hadden. N il s va n Dui vendijk werd tweede, met 20 goede antwoorden. GIJSBERT VAN DER BENT

DBA-vogelweek op Texel in oktober 1995 Ze lden zullen er zo vee l vogelaa rs op Texel, Noordholl and, rond gelopen hebben als tijdens de afgelopen DBA-vogelweek va n zaterd ag 14 tot en met zond ag 21 oktober 1995. De soortenlijst va n de week loog er ook niet om. De wee k begon met een ru sti ge eerste zaterdag. Een Poelruiter Tringa stagnatilis in de M okbaai w as slechts voor enkelen wegge legd, en de eerste Bladkoningen Ph ylloscopus inornatus meldden zich. Een daarvan diende al s we kker voor een groep vogelaa rs op bun ga lowpark Tamari sk. De opkomst 's avond s voor de dialez ing van Roy de Haas was groot. Roy vermaa kte de aanwez igen met goede reistips en beelden va n soorten in Gambi a. De Kl eine Vli egenva nger Ficedula parva die 's zon dags bij de Jan Ayes lag werd ontdekt was dan we l geen supersoort, maa r het beestj e maa kte dat meer dan goed door de bij zonder mooie show. De Amerikaan se Goudpl evier Pluvialis dominica op maa ndag w as voor ve len al hun derde tijdens een DBA-week. Vogelaa rs die de vogel in de Mokbaai mi sten, kregen va n de vli eggrage 'Ami go' de drie vol gende dagen nog herkan singen rond Den Hoorn en bij Dij kmanshui zen. Maand agavond was het weer drin gen in het Ei erland se Hu ys waa r Henk Hendriks op zijn eigen w ijze inging op het wel en wee va n natuurbelevin g in Boli via en Peru. De prij s voor de sympathiekste vogel va n de week gin g ongetw ijfeld naar de uiterst onbevangen ju veniele Roze Spreeuw Sturnus roseus, die het N IOZ bij 't Horntje va naf dinsdag 17 oktober tot een bedevaartsoord voor fotografen en videografen maakte. De vond st van de Bosgors Emberiza rustica bij de Horsmeertj es op donderdag maa kte duidelijk dat deze Texelweek het voo ral va n het zuidelijke deel va n het eiland moest hebben. In het noorden was, in tegenstelling tot voorgaand e jaren, iets minder te bel even. Een Rosse Franjepoot Phalaropus fulicaria in De Slufter, twee Roodkeelpiepers Anthus cervinus, een Buidelmees Remiz pendulinus, een Kl apekster Lanius excubitor en fraai waar te nemen Europese Kanari es Serinus serinus bij de Reddingsschuur en in de w inkelstraat va n De Cocksdorp zetten hier de toon. Een Taigaboomkruiper Certhia familiaris we rd gez ien bij De Dennen en eerste-winter mannetj es Az iati sc he Roodborsttapuit Saxicola torquata maura bij het Kogerstrand en in 'de tuintjes' . De Texelwee k werd verder opgelui sterd door Kl eine Zil verreigers Egretta garzetta in De Slufter (maximaal vi er) en bij O ttersaat (max im aa l twee), terw ijl een Ijsduiker Gavia immer af en toe opdoo k rond het hele eil and. Aa n de big day op donderdag we rd deelgenomen doo r 11 teams, waa ronder twee Belgisc he. Het w innende tea m, va n Woerdense signatuur, kwa m tot 107 soorten. Een gedeelde tweede pl aats was er voor een Zeeuws team en een Delfts/Katw ijkse combin ati e (105 soorten). De 'prijs' voor het ontdekken van de beste soort va n de dag (de Bosgors) ging naa r het team uit Ensc hede. Een Draa ih als lynx torquila op deze dag was een hele late voor Nederland. De 'mystery bird-competitie', dit jaa r gehouden in de fraa ie th eaterzaa l va n bun galowpark De

DBA-vogelweek op Texel volgend jaar in september O p ve ler ve rzoek heeft het DBA-bestuur besloten de traditionele DBA-vogelweek op Texel, Noordholl and, vol gend jaa r (1996) te verpl aatse n naar de maa nd september. Dat li gt niet aa n de kw aliteit va n de soorten die gedurende de afgelopen Texelwe ken zijn w aargenomen en zeker niet aa n het aa ntal dee lnemers aa n de meest recente vogelwee k. W at dat laatste betreft is het gezegde 'stoppen op het hoogtepunt' hier zeker va n toepass ing! Het is vooral de behoefte va n, ve len aan een ander 'soortenspectrum', wat tot het breken met de jarenl ange traditie heeft geleid. Texel staat niet ter di sc uss ie, niet all een va nwege de enorme aa ntrekkingskracht die het eiland blijkt uit te oefenen op interessa nte voge lsoorten, maar ook va nwege de gemakkelijke (en geruststellende?) aan- en afvaart. Nadeel van de ve rplaatsing is dat de week niet meer samenva lt met de herfstvakantie, al gold dat voordeel de laatste j aren slechts voor een helft van Nederland. Waarschijnlijke voordelen in september z ijn de grotere ru st op het eil and en de goedkopere accommodati e. De DBA-vogelweek 1996 wordt gehouden van zaterdag 21 tot en met zond ag 29 september. Lezi ngen zu lIen gepl and worden op de eerste zaterd ag en op vr ijd ag 27 september. Voo r ideeĂŤn voor lezingen houdt het DBAbestuur zich va n harte aanbevol en. Eventuele belangstellenden voo r een (besch eiden) stand kunnen zich eveneens bij het bestuur meld en. GIJSBERT VAN DER BE NT DBA-vogeldag in Utrecht op 10 februari 1996 O ok dit jaar wordt de traditionele DBA-vogeld ag weer georgani seerd , en we l op zaterdag 10 febru ari 1996 in Utrecht. De lokati e is het bekende Hoofdgebou w Di ergeneeskunde, Yalelaa n 1 (in De Uithof), Utrecht. De Uithof is bereikbaar met de auto (afs lag ' Uithof', va naf de A27 en A28; na het AZ U-z iekenhui s eerste weg links) en per bu s met de lijnen 11 en 12 va naf Utrecht CS. De zaa l gaat om 09 :00 open en om 10:00 za l de voorzitter va n de DBA de dag openen. Het prog ramm a duurt tot ongeveer 17:00. De toegangsprij s bedraagt NLG 10.00. O ok niet DBA-begun sti gers zijn va n harte we lkom . Het voo rl opi ge programm a is als vo lgt: vid eo-op namen van leuke soorten uit 1995 door Rob ter Ell en en M arc Plomp; een lez ing door Mind y en Sh arif Baha el Din (die tevens een stand bemannen) over voge ls kijken in Egypte; Anthony McGeehan ui t Noord-Ierl and met een on getw ijfeld humori stisch betoog over 'tubenoses' rond Ierl and (of, we llicht, 'an omni sc ient review of th e avifa una of Ire land includin g profil es of contemporary Irish') en de bekende onderdel en 'mystery bird -co mpetiti e' en Jaa roverzicht 1995 . De 'mystery bird-competi tie' za l dit jaa r ve rzo rgd worden door Jan van der Laa n. Wim

v


OBA-nÎeuws vogellijn verhoogd van 50 naar 75 cent per minuut. Aan deze verhog in g is om een aa ntal redenen niet te ontkomen. Per 1 januari wo rden de BTW-tarieven voor 06informatielijn en anders berekend; deze herberekening zou voor de DBA bij ongewij zigd tarief zeer ongunstig uitva llen. Sind s de nieuwe apparatuur in gebruik is genomen is de service aan de be ll ers sterk verbeterd . De beheerder va n de voge llijn heeft bijvoorbeeld de besc hikking gekregen over een mobiele telefoon, zodat werkel ijk belangrijk nieuws zeer snel kan worden in gesp roken. Dit heeft geleid tot aanzien lijk hogere vaste lasten. Tenslotte heeft het DBA-bestuur fors moeten investeren in de nieuwe apparatuu r. Dat geld za l moeten worden terugverdiend om toekomstige kosten voor reparatie, verbeterin g en verni euwin g op te kunnen va ngen. Wij hopen op begrip voor deze onaangename maatregel. CHRISQUISPEL

Wiegant staat weer klaar voor het Jaa roverz icht 1995 en iedereen die daarvoor dia's beschikbaar w il ste ll en, dient tijdig contact met hem op te nemen: Beatrixlaan 2, 6706 AX Wageningen, Nederland, 0317-422380 (thui s) of in dringende geva ll en 024-3284596 (werk). Tussen de lez ingen zijn weer pauzes gepland om even bij te praten en om de stands in de foyer te bezoeken. De DBA ze lf, de DBTRS en Ger Meesters Boekprodukties geven hier uiteraard 'acte de présence'. Daarnaast za l onder meer Natuu r & Boek aanwezig zijn en mogelijk de Neotropica l Bird Club (NBC). Met andere sta ndhouders wordt nog overl egd . Via de DBA-vogellijn (06-32032 128; 75 cpm) za l men op de hoogte wo rd en gehouden van het definitieve programma. GIJSBERT VAN DER BENT Verhoging tarief Dutch Birding-vogellijn Met ingang va n 1 janu ari 1996 wordt het tarief voo r de Dutch Birding-

Aankondigingen & verzoeken European Ornithological Union founding congress in August 1996 In order to further the desire of many European ornitho logists to increase their mutual contacts, the new European Ornithological Union wi ll be founded on its first meetin g and founding co ngress, to be held at Istituto Naz ionale per la Fauna Selvatica (INFS), Bologna, Italy, on 22-25 August 1996. Further cong resses w ill take place every second or third yea r. Th e main programme w ill be of talks cover in g a w ide range of topics, such as population stud ies, mating systems, evolutionary ecology, co nservation, bird ringing, migration strategies, orientation, energy reserves in migrants, European bird atlas, etc. Many inv itations we re also sent to representatives of eastern European co untries. The offic ial language of the co ngress w ill be Engl ish. The proceedings wi ll be published by INFS as a vo lum e of its ser ies Supplementi alle Ricerche di Biologia della Selvaggina. Further inform ation can be obta in ed from the organizing sec retary of the cong ress: Fernando Spina, Istituto Nazionale per la Fauna Selvatica, Via Ca' Fornacetta 9, 40064 Ozzano Emil ia, Bologna, Itali a, telephone +39-516512111, fax + 3951796628.

schrijven va n rapporten en geven va n mondelinge presentaties met lessen in algemeen en all edaags Engels. Er is vee l ruimte voor ve ldwerk (m inim aal 15 uur per week, uiteraard vaak vroeg in de ochtend), en er zijn 15 les uren va n 50 min op sc hool ; de cursuspl annin g is zeer flexibe l zodat zovee l mogeli jk met het weer rekenin g kan worden gehouden. Een minibus is besch ikbaar voor het vervoer naar de ve rsc hillende te bezoeken locati es . De cu rsusprij s bedraagt GBP 345 .00 (a lleen cursus) of GBP 506.00 (c ursu s plus accommodatie bij gastgez in). Voor meer informatie kunt u een fo lder met inschrijfformulier aanvragen bij: Eurocentre, Huntingdon House, 20 North Street, Brighton BNl lEB, UK, fax +44-1273746013. Vogel jaar Vogelkalender 1996 De traditione le voge lkalender van de Stichting het Vogeljaar is weer ve rsc henen, wederom zowe l in een Nederlandse als in een Fransta li ge ed itie. Zoa ls altijd is de ka lender veertiendaags, in kleur en met afscheurbaar kalendarium zodat aan het ein d van het jaar een mooi voge l boekje overb lijft. U kunt de Voge l ka lender 1996 bestellen door overmaking va n NLG 15.00 op postbankrekening 4325, tnv de penningmeester van het kalenderfonds, Boterbloemstraat 20, 532 1 RR Hedel, Nederland. In België kan de kalender besteld worden door overmaki ng van BEF 320 op postrekening 000-0296530-01, tnv Koninkl ij k Belgisc h Verbond voor de Bescherming van Vogels, Veewe idestraat 43, 1070 Brussel, België. De Franstalige ed itie van de kalender is te verkrij gen door hetzelfde bedrag op één van de bovenstaande reken in gen over te maken, onder verm eldin g van 'Franstali ge ka lender' .

Vogelen en cursus Engels Voor voge laars die hun voge l hobby w ill en comb ineren met het bijspijkeren van hun Engels is er nu een unieke mogelijkheid. In 1996 organiseert Eurocentre in Brighton, Engeland, de Ornithology and English Course 7996. Er z ijn in totaa l zes cu rsusperiodes van 12 dagen, de eerste startend op 15 april , de laatste op 14 oktober (maxi mum aanta l cu rsisten per cu rsus is 15) . De cursus comb in eert op plez ierige w ij ze lessen in identifi catie, voge lzang,

VI


Ger Meesters Boekproduktiesu itgeverij Vrijheidsweg 86 2033 CE Haarlem Š 023-5336044 023-5350895 Karel Beylevelt

Natuurgids Nederlandse Antillen & Aruba Nature guide Netherlands Antilles & Aruba f39,90/ BEF 795

c.s. Roselaar Songbirds of Turkey An atlas of bicx:liversity ofTurkish passerine birds f65,-IBEF 1345 (leden prijs DB f59.90 ) ~

DUTCH BIROING VOGELGIDS ,~

Phil Chantler - Gerald Driessens Swifts A Guide tot the Swifts and Treeswifts of the World Outch Birding Vogelgids 4 f75,-IBEF 1495 (leden prijs DB f69 ,50)

4

SWIFTS A Quide to the Swifts and Treeswifts of the World OUTCH BIRD1NG VOGELGlDS

~

5

,-

BUNTINGS ANlJ SPAR1!OW~ .

A Guirle to the . . . . d Narth Arnen.wn SjJ{Lrr01">

Btl-'n ltngs an

Clive Byers - Urban Olsson - Jon Curson Buntings and Sparrows A Guide to the Buntings and North American Sparrows Outch Birding Vogelgids 5 f80,-IBEF 1595 (leden prijs DB f75 ,- )

Pbil Cbantler and Gerald Driessens

Alle boeken zijn verkrijgbaar bij de uitgeverij en in de boekhandel

CUve Byers, Urban Q1sson andJon Cut"Son

k voor het beste boek naar

NATUUR en BOEK, Bankastraat 10, 2585 EN Den Haag

VII


~

Word lid van

DUTCH BIRDING TRAVEL REPORT SERVICE

'---/

~

SOVON is een vereniging waarin de vogeltellers van Nederland georganiseerd zijn . De resultaten van tellingen en inventarisaties worden beleidsondersteunend gebruikt door o.a. Vogelbescherming Nederland , Min . van Landbouw en Staatsbosbeheer. Steun ons door lid te worden. Individuele leden betalen maar f 15,- per jaar en ontvangen daarvoor viermaal SOVON-Nieuws. Voor groepen is de contributie afhankelijk van het aantal leden .

• When you are planning a birdin g trip or holi day ab road, ask fo r recent reports by fellow birders • Mo re than 1000, wo rldwide, reports avai lable in English and Dutch • Qua lity, bi rdi ng- and genera l natu re-, trave Ireports urgently requi red • Only 00. 0.30 per page. Why pay more? For ordering catalogue and tra vel-reports please contact:

DBTRS ..... New address! Ib Huys man Postbus 737 9700 AS Gro ningen The Netherlan ds

Vraag informatie bij SOVON, Rijksstraatweg 178, 6573 DG Beek-Ubbergen, tel: 024-6848111.

Telephone 050 - 145 925 (+31 - 50 145 925 from abroad) Fax

050 -144 717 (+3 1 - 50 1447 17 fro m abroad) BIRDS & BIRDERS, WE CARE FOR BOTH!

'I

Natuurlijk op stap met Globe NatuurAktief

~

hetVogeljaar

Het tijdschrift 'het Vogel\ jaar' verschijnt zes maal . ' per jaar en houdt haar lezers al ruim 40 jaar op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van vogelstudie en vogelbescherming . 1 ,. . 1

(\ •

",

0 '

'het Vogeljaar' wordt als het meest informatieve vogeltijdschrift in de Benelux beschouwd. REISBESTEMMING:

Omdat het geen commercieel blad is kan de abonnementsprijs uiterst laag worden gehouden.

Roemenië, Spanje, Polen, Canada/Alaska, Israël of Rügen .. .. .

Door overmaking van f 25,- op postbanknummer 964 472 ten name van 'het Vogeljaar' Boterbloemstraat 20, 5321 RR Hedel (04199 - 1967) , onder vermelding van 'nieuwe abonnee' ontvangt u als welkomstgeschenk onze nieuwe veertiendaagse Vogelkalender, waarvan u na gebruik een vogelboekje overhoudt.

Vincent van Goghstraat 14 4881 CE Zundert Tel. (076) 5974793· Fax (076) 5974793 VIII


Dutch 8irding

Dutch Birding

CHIEF EDITOR Arnoud van den Berg (telephone +31-235378024, fax +31-235376749) DEPUTY CHIEF EDITOR Enno Ebels (telephone / fax +31-302961335) EXECUTIVE EDITOR André van Loon (telephone / fax +31-206997585) PHOTOGRAPHIC EDITOR René Pop (+31-183630585) EDITORlAL BOARD Ferdy Hieselaar, Graham Holloway (England), Peter Meininger and George Sangster EDITORlAL ADVISORY BOARD Peter Barthel (Germany), Gerald Driessens (Belgium), Klaas Eigenhuis (Netherlands), Dick Forsman (Finland), Ted Hoogendoorn (Netherlands), Lars jonsson (Sweden), Killian Mullarney (Ireland), Kees Roselaar (Netherlands), Frank Rozendaal (Netherlands), Hadoram Shirihai (Israel), Gunter De Smet (Belgium) and Peter Symens (Belgium)

International journaion Palearctic birds

EDITOR lAL ASSISTANTS Ruud van Dongen, Gerald Driessens, Remco Hofland, Hans van der Meulen, Peter de Rouwand jaap Schelvis PRODUCTION AND LAY-OUT André van Loon and René van Rossum ADVERTISING Peter Meijer (telephone +31-348431905, fax +31-348420394) SUBSCRIPTIONS The subscription rate for 1995 is: NLG 57.50 (Netherlands), BEF 1250.00 (Belgium), NLG 65 .00 (other countries inside Europe) and NLG 70.00 (countries outside Europe, airma il ). A subscription can be entered preferably by sending a Eurocheque, with the amount payable in Dutch gui lders, to: Dutch Birding (subscriptions), c/o Anja Nusse, Symfon iestraat 21, 1312 ET Almere, Netherlands. Payment mayalso be made by credit card (Access, Eurocard, MasterCard or Visa). Please send your credit card type and account number, indi cating the expiry date and appending a signature. (Note: this latter method of payment is not applicab le to subscribers resident in the Netherlands and Belgium.) British and Irish subscribers can pay by Sterling cheque (GBP 24.00) or Eurocheque (GBP 24.00 or NLG 65.00) . The subscription starts upon receipt of payment. Dutch Birding is a bimonthly journal with issues in February, April, june, August, October and December. It publishes origina l papers and notes on morphology, systematics, occurrence and distribution of birds in the Benelux, Europe and elsewhere in the Palearctic region. It also publishes contributions on birds in the Asian-Pacific region and other regions. The Dutch, Engl ish and scientific bird names follow: the Checklist of birds of the Netherlands by A B van den Berg & C A WBosman (1995, Santpoort-Zuid); The 'British Birds ' list of English names of Western Pa/earctic birds by British Birds (1993, Blunham); the list compi led by C S Roselaar in the Dutch edition of The illustrated encyclopedia of birds of the world by C M Perrins (199 1, Weert); and Distribution and taxonomy of birds of the world by C G Sibley & B L Monroe jr (1990, New Haven). Manuscripts shou ld should preferably be submitted on diskette (Mac intosh or MS-DOS word processors) together with a printed hard copy. If this is not possible, the manuscript should be typewritten w ith double line-spacing and wide margins on both si des. More information is ava il able from the ed itors. A schedule of payment rates for authors, photographers and artists is ava il able from the editors.

Dutch 8irding Association BOARD Gijsbert van der Bent (president, telephone +31 -714013606), Chris Quispel (secretary, telephone +31-715124825), Roy de Haas (treasurer), Arnoud van den Berg and Peter Mei jer BOARD ASSISTANTS Theo Admiraal , Gera ld Driessens, Ron van den Enden, Hans Gebuis, Leo Heemskerk, Remco Hofland, Paul KnolIe, Ger Meesters, Anja Nusse, Wim van der Schot, Kees Tiemstra and Arnold Veen DUTCH BIRDING TRAVEL REPORT SERVICE (DBTRS) Ib Huysman, Postbus 737, 9700 AS Groningen, Netherlands, telephone +31-503145925, fax +31-503144717

Dutch rarities committee (CDNA) MEMBERS Edward van Ijzendoorn (chairman, telephone +31-235391446), Karel Mauer, jan van der Laan, Kees Roselaar, jelle Scharringa (secretary, telephone +31-302523801), Hans Schekkerman, Gerard Steinhaus and Wim Wiegant (arch ivist) The -CDNA is a committee of the Dutch Birding Association and the Netherlands Ornithological Union.

© 1995 Stichting Dutch Birding Assoc iation. The copyright of the photographs and drawings remains with the photographers and artists. ISSN 0167-2878. Printed by Steens Schiedam BV, Postbus 59, 3100 AB Schiedam, Netherlands

EDITORS

Dutch Birding Postbus 116 2080 AC Santpoort-Zuid etherlands fax +31-235376749 PHOTOGRAPHIC EDITOR

Dutch Birding c/o René Pop Zusterhuis 10 4201 EH Gorinchem Netherlands SUBSCRIPTIONS AND CIRCULATION

Dutch Birding Association c/o Anja Nusse Symfon iestraat 21 1312 ET Almere Netherlands BOARD

Dutch Birding Association Postbus 75611 1070 AP Amsterdam Netherlands DUTCH RARITIES COMMITTEE

CDNA Postbus 45 2080 AA Santpoort-Zuid Netherlands


Dutch Birding Artikelen

JAARGANG

17 NUMME R 6 D ECEMBER 1995

VOLUME

17

NUMBER

6

DECEMBER

1995

229 Identifi cati on and taxonomy of large Acrocephalus wa rbl ers Hadoram Sh irihai, CS (Kees) Roselaar, Andreas J Helbig, Peter H Barthel & A ndré J van Loon 240 Orpheusspotvogel broedend in Fl evoland in 1990 Ruud F J van Beusekom

Corrigendum

244

Mededelingen

245 World Series of Birding 1995 Arnoud B van den Berg 245 Unusual behaviour of Madeiran Storm-petrel away from breeding sites Colm C Moore 246 In Frankrijk geringde Geelpootm eeuw gepaard met Z il vermeeuw op Neeltj e l ans in 1992-94 Harry Vercruijsse 247 Woestijngrasmus te Scheveningen in oktober 1994 Adri Remeeus

Brieven

250 Griffon Vulture A 1 killed in Slovenia in November 1995 Enno B Ebels & Fulvio Genera

Varia CDNA-mededelingen

Recensies

251

256 CDNA formeert adviesraad systematiek en status voorko men; Status va n Canadese Gans in Nederland; Status va n Huiskraai in Nederland 257

257 258 258 258

WP reports Recente meldingen

DB Actueel

DBA-nieuws

Aankondigingen & verzoeken

Netherlands Antilies & Aruba Karel Beylevelt

Handbook of the birds of the world. Volume 2: New World vu/tures to guineafowl door josep del Hoyo, An drew Elliott & j ordi Sargatal (ed itors) A ndré J van Loon Bird identification - A reference guide door Kristian Adolfsson & Stefan Cherru g A ndré J van Loon Die Vögel Syriens by Wolfgang Baumgart George Sangster Rare birds in Britain 1993 door Lee G R Evans Arnoud B va n den Berg Bird Images video guide: the rap tors of Britain & Eurape by Paul Doherty & Bill O ddie Arnoud B van den Berg

259 WP reports: November 1995 Arnoud B van den Berg & George Sangster 264 Nederland: oktober-november 1995 Ruud M van Dongen, Remco Hofland & Peter W W de Rouw 268 België: oktober-november 1995 Gerald Driessens 271

Provençaa lse Grasmus te Westkapelle; Succesvolle landelijke big days in voorj aar 1995; Bill Oddie and CDNA

V

DB A-voge lweek op Texel in oktober 1995; DBA-voge lweek op Texel vo lgend jaa r in september; DBA-vogeldag in Utrecht op 10 februari 1996; Verhoging tarief Dutch Birding-vogellijn

VI

European Ornithological Union founding co ngress in August 1996; Vogelen en cu rsu s Engels; Vogeljaar Vogelkalender 1996

Voorplaat / front cover

Temmincks Strand leeuwerik / Temminck's Horned Lark Eremophila bilopha, Merzou ga, Marokko, januari 199 1 (H ans Gebuis)

Abstracted/indexed in

Auk, Ecological Abstracts, Emu , G EOBASE (Geo Abstracts Database), Ibis, Ornithologische Schriftenschau, Wildlife Review, Zoo logica l Record


Db 17(6)1995