Issuu on Google+

14 e jaargang | 13/04/2012 | nr. 2

Va k b l a d v o o r h e t p r i m a i r o n d e r w i j s

Wij zijn niet tegen, maar kritisch!

Nieuwe voorzitter ECPO over Passend onderwijs

Oudervereniging Balans onder de loep Er is geen partij die een beter klankbord is dan wij!

Lerarenregister van start Appel op beroepstrots Pedagoog Bas Levering:

Contra fact politics Columnist Henk van der Pas leert van een autist

Kleine details en het effect daarvan op het gedrag >>


Redactioneel

Past het wel, past het niet? 50.000 Leraren trokken naar de Arena om te protesteren tegen het onderwijsbeleid van het kabinet. Waarom komen er zoveel mensen af op een bezuiniging, die de diepste sporen trekt in de kringen van het speciaal onderwijs? Met het geld dat voor Passend onderwijs overblijft, kunnen samenwerkingsverbanden nog steeds een groot deel van de pedagogische nood in het primair onderwijs lenigen. Het lijkt erop, dat het onderwijs niet alleen kwaad is over die forse bezuinigingen, maar meer nog over het gebrek aan erkenning en waardering van en voor het onderwijs. Met name de rechtse politieke partijen hebben er een handje van om te doen of leraren aanstellers zijn. De politiek lijkt een klopjacht te hebben geopend op leerprestaties, op opbrengsten, die immer te kort lijken te schieten. Dat is wat je in scholen hoort, dat is wat collega’s daar zeggen, dat is wat leraren opmerken, die met een vakbondssjaaltje om, de Arena in stappen. Plein Primair ging op verhaal bij pedagoog Bas Levering om te vragen hoe de werkomstandigheden van leraren zijn. Velen in het onderwijs vrezen de invoering van Passend onderwijs. Bezuinigingen lijken in te grijpen op de zorg en op de grootte van groepen. “Ik vond dat oorspronkelijke idee van Passend onderwijs al een hele gevaarlijke aangelegenheid”, vertelt Levering. “Ik was al bang dat het niet zou gaan werken.” Bas Levering zet in zijn bijdrage nadrukkelijk ook vraagtekens achter de bewering dat de groepsgrootte niet van invloed is op de kwaliteit van het onderwijs. “Het is heel lastig te onderzoeken wat het verband is tussen groepsgrootte en kwaliteit, omdat er zoveel variabelen zijn, dat je dat eigenlijk nauwelijks meten kan.” In deze uitgave komt de kersverse voorzitter van de Evaluatie Commissie Passend Onderwijs (ECPO) aan het woord. “Kritisch is natuurlijk niet tegen, maar een houding die gebaseerd is op risicoanalyses. Die kunnen er toe leiden dat je de minister waarschuwt voor de mogelijke effecten en gevolgen van het gevoerde beleid”, aldus Jan Gispen. De opvolger van Ursie Lambrechts vertelt over de rol van de ECPO, die geen oordeel heeft, maar op een constructieve manier naar ontwikkelingen moet kijken. “Wat je als commissie natuurlijk wel kunt constateren, is dat als gevolg van bezuinigingen er sprake is, of was, van een verminderd draagvlak.” Er wordt niet alleen bezuinigd, er gaat wel geld naar besturen voor professionalisering. “Het is een weeffout dat de middelen voor het onderhouden van de bekwaamheid van leraren - wat de hele wereld nuttig en nodig vindt niet belegd zijn bij de beroepsgroep”, meent Wouter van der Schaaf, projectleider van het lerarenregister, dat in februari is opengesteld. “Het is belangrijk dat je je vak bijhoudt, maar als je daar dan zaak van wilt maken, moet je je hand ophouden bij het schoolbestuur. Wij vinden dat daar verandering in moet komen en dat er tenminste sprake moet zijn van een evenwicht in de besluitvorming over de besteding van die scholingsmiddelen.” Dat de wens van leraren en die van schoolbesturen niet per se uit de pas lopen, maar goed kunnen overeenkomen, bewijst het digitale scholingsaanbod aan leraren primair onderwijs in Rotterdam. Leraren van een aantal basisscholen van het Rotterdamse schoolbestuur Kind en Onderwijs scholen zich sinds kort met een e-learning module over breinbewust leren. “Ongeveer 40 leerkrachten hebben zich aangemeld en zijn net gestart met hun eerste module. Ik hoor enthousiaste geluiden, mensen staan te popelen. Wij hopen dat dit een sneeuwbaleffect heeft naar hun collega’s toe.”, aldus Arie de Bruin, opleidingscoördinator van Kind en Onderwijs. “Het is geen vrijblijvend internetcursusje, maar een wezenlijke professionalisering van onze leerkrachten.”

2

1 3 / 0 4 / 2 0 1 2 | n r. 2


I nh ou d E-learning

Nieuwe en snelle manier van leren Rotterdamse leraren kunnen zich voortaan bijscholen door middel van e-learning. OnderwijsNu ontwikkelde de eerste e-learningcursus voor het Rotterdamse schoolbestuur Kind en Onderwijs: “Het geeft leraren alle vrijheid om zich op hun eigen tijd in hun vak te verdiepen.”

Voorzitter ECPO, Jan Gispen Wij zijn niet tegen, maar kritisch!

4

Nieuws

7

Register van en voor leraren van start

9

Hoe scoorde de leerlingen dit jaar? Verzoening tussen politiek en onderwijs Ben je een excellente school?

12

In beeld

11

De kwestie

15

Met stip

16

Soundbytes

20

Column De directeur

21

Nieuws

25

Agenda

28

Bijeenkomst in de spotlight

30

Nieuws

31

Colofon

31

Staat u voor of staat u achter? Over het functioneren van oudervereniging Balans

Pedagoog Bas Levering

Wat voor samenleving willen wij opbouwen?

Oog voor detail

Gepensioneerden zijn nodig in het onderwijs Opleiding Social Media Professional Centrale eindtoets taal en rekenen Hoge werkdruk bij leraren

De stakers van 6 maart vrezen de gevolgen van de bezuinigingen; grotere klassen, nog grotere werkdruk. Wij vroegen pedagoog Bas Levering om een blik op die gevolgen. “Het probleem in de politieke discussie is wat mij betreft”, zegt Levering, “dat er een heleboel mensen over onderwijs praten, die daar absoluut geen verstand van hebben.”

22

Mindfulness bij ouders, kinderen en jongeren Digitale taaltoets voor leraren

Column Mathijs ter Bork

Schoolreis Mathijs ter Bork ging met ongeveer 50.000 collega’s staken in de Arena: “Ik wist best dat je tijdens staken niet hoort te werken, maar wat je dan precies wel moet doen, was mij niet duidelijk.”

MEER ACTUELE INFORMATIE OP WWW PLEINPRIMAIR NL

27

Nieuwsbericht

Digitale taaltoets voor leraren “De eigen taalvaardigheden van de docent is een nog niet betreden domein”, vertelt onderwijsadviseur Frank Bremer die het initiatief nam tot een taaltoets voor alle leraren in Rotterdam. Het oplossen van het taalvraagstuk vraagt om grootse maatregelen en onorthodox handelen, meent hij.

31 3

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Pa ssend onder wijs

Nieuwe voorzitter ECPO, Jan Gispen

Wij zijn niet tegen, maar kritisch! “Kritisch is natuurlijk niet tegen, maar een houding die gebaseerd is op risicoanalyses. Die kunnen er toe leiden dat je de minister waarschuwt voor de mogelijke effecten en gevolgen van het gevoerde beleid.” Jan Gispen is de nieuwe voorzitter van de Evaluatie Commissie Passend Onderwijs (ECPO). De ECPO kan niet tegen of voor Passend onderwijs zijn, maar geeft wel aan de minister aan, dat het proces niet goed dreigt te gaan. “We zien dat er tot nu toe veel gesproken is over de leraar, maar het is ook noodzakelijk, dat er meer geld naar hen toe gaat.” In deze bijdrage een gesprek met de man die Ursie Lambrechts na een periode van windstilte als voorzitter van de onafhankelijke ECPO opvolgt.

Voor sommige Ajaxfans is de gang naar de Arena de laatste maanden wat moeizaam gebleken. Voor een wedstrijd van de onderwijsvakbonden tegen dit kabinet trokken zo’n 50.000 leraren, vol overtuiging, naar dit stadion om duidelijk te maken dat ze absoluut geen trek hebben in de bezuinigingen op Passend onderwijs. De sfeer rond deze ingrijpende wetgeving en de gelijkoplopende bezuinigingen is soms ronduit grimmig geworden. Soms zelfs wordt er op de man, of de vrouw, gespeeld. De spanning dreigde zo hoog op te lopen dat Tweede Kamerlid Arie Slob (Christen Unie) besloot een dag te organiseren om de onderlinge verhoudingen te verbeteren. Minister Marja van Bijsterveldt, Kamerleden, vertegenwoordigers van de besturenraden en van de onderwijsvakbonden gaven acte de présence. Er is die dag wat emotioneel puin geruimd, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat leraren en schoolleiding nu geen moeite meer hebben met de invoering van Passend onderwijs en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen.

Rol ECPO Van de Evaluatie Commissie Passend Onderwijs (ECPO) kon in de voorbereiding van de wetgeving met enige regelmaat een waarschuwend geluid worden opgetekend. Met name sprak uit veel van de evaluaties de grote zorg om de leraren die toch de kern vormen van Passend onderwijs. Nu de Staatscourant de nieuwe samenstelling van de Evaluatiecommissie heeft gepubliceerd, kon het gesprek worden geopend met de kersverse voorzitter Jan Gispen. Hij had zich naast oud-voorzitter Ursie Lambrechts kunnen warmlopen als lid van de Commissie en nu dan vragen we hem naar de invoering van Passend onderwijs, waarmee in het volgend schooljaar een

begin wordt gemaakt. “Door het tempo waarmee nu het kabinet optreedt, is er eigenlijk geen gelegenheid meer om experimenten te beoordelen”, vertelt Gispen. “Het gaat er nu meer om dat we datgene wat nu aan de gang is, analyseren en kijken waar ontwikkelingen vermoedelijk of mogelijk op uit zullen komen. Onze opdracht wordt - wij moeten er nog met de minister over spreken, maar uit het Kamerdebat is dat al wel gebleken – de lopende ontwikkelingen te monitoren de komende twee jaar. Aan het eind van die periode zullen we een evaluatieplan moeten leveren voor de periode daarna.” Het lijkt er een beetje op dat het ECPO de functie van volgauto krijgt. Blijft er nog wel voldoende ruimte voor het kritisch volgen van het proces van Passend onderwijs? “Ja, dat denk ik wel anders zouden we ook niet mee zijn gegaan en zou ik ook niet blijven. Kritisch is natuurlijk niet tegen, maar een houding die gebaseerd is op risicoanalyses en die ertoe kunnen leiden, dat je de minister waarschuwt voor de mogelijke effecten en gevolgen van het gevoerde beleid. Maar, dat kan, niet op grond van bewezen risico’s, maar meer op grond van aangenomen of vermoedelijke risico’s die je bijvoorbeeld kent van ontwikkelingen in andere landen. We organiseren daartoe ook met enige regelmaat expertmeetings met niet direct belanghebbenden en daar kunnen zaken uitkomen die je aan de minister in overweging geeft. Onze rol is het ook niet om tegen te zijn, maar als onafhankelijke commissie op een kritische, maar ook constructieve, manier naar ontwikkelingen te kijken. Als het dus bijvoorbeeld over de bezuinigingen gaat, hebben we als commissie geen oordeel. Dat is echt een politieke zaak, een politieke afspraak. Wat je daarentegen als commissie natuurlijk wel kunt constateren is dat als gevolg van bezuinigingen er sprake is, of was, van een verminderd draagvlak.”

Werklast leraren Je kunt nu niet bepaald zeggen dat het onderwijs klaar is voor de invoering van Passend onderwijs. In het verleden heeft de ECPO daar ook de aandacht voor gevraagd. “We zien dat er tot nu toe veel gesproken is over de leraar, maar het is ook noodzakelijk, dat er meer geld naar hen toe gaat. Dat gebeurt nu ook met de professionalisering. Er worden gelden voor uit getrokken. In de Kamer1 is daar ook uitgebreid aandacht aan besteed en dat is nodig. We hebben twee onderzoeken laten doen naar het functioneren van docenten en daaruit komt inderdaad naar voren dat leraren een grote werklast ervaren en het gevoel hebben dat ze er niet klaar voor zijn. Als het dan gaat over een inschatting van het aantal leerlingen met een ondersteuningsbehoefte dat er in de klas bij zal komen, merk je dat de verwachtingen daarover heel sterk verschillen. Volgens sommige organisaties zullen scholen de handen vol krijgen aan kinderen met gedragsproblemen, maar als je dat doorrekent, moet je toch opmerken dat daar wel wat op af te dingen valt.”

4

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Passe n d o n d e rwijs

De gevoelstemperatuur is lager dan de werkelijke temperatuur. Maar ook dat is dan zoals leraren die werkelijkheid ervaren? “Zo is dat, perceptie is werkelijkheid. Ook dat neem je als commissie dan in je analyse mee.” Kan Jan Gispen een cijfer geven aan dat invoeringsklimaat? De nieuwe voorzitter moet lachen als we hem die vraag voorleggen. “Dat kan ik zo niet zeggen. En het is natuurlijk ook ontzettend van het moment afhankelijk en van de positie die je inneemt. Als je dat aan de bonden vraagt, moet je misschien wel zeggen dat de temperatuur onder nul is. Tegelijkertijd heeft de minister met de sectorraden voor het primair en voortgezet onderwijs afspraken gemaakt en je mag ook verwachten dat de werkgevers daarin verenigd zich sterk zullen maken. Wat ons opvalt als ECPO is, dat het gedachtegoed van Passend onderwijs als zodanig niet echt op bezwaren stuit, maar de temperatuursdaling voor rekening komt van de aangekondigde bezuinigingen.”

“Het gedachtegoed van Passend onderwijs als zodanig stuit niet echt op bezwaren, maar de temperatuursdaling komt voor rekening van de aangekondigde bezuinigingen.”

Meerderheid aanvaard Gispen beseft heel goed wat je als lid van een evaluatiecommissie wel en niet kunt zeggen. Weliswaar ben je als evaluatiecommissie onafhankelijk, maar in die rol past het niet om een oordeel te geven over het gevoerde beleid. Je signaleert, analyseert, waarschuwt voor gevolgen die het gevoerde beleid kan hebben, maar een al te grote stelligheid past daar niet bij. Uiteindelijk is het de Tweede Kamer die over het gevoerde beleid besluit en daar is de wet Passend onderwijs door een meerderheid aanvaard. PvdA, Groen Links, ChristenUnie, SP en D66 hebben niet met het wetsvoorstel ingestemd. Deze partijen hebben laten weten wel voor Passend onderwijs te zijn. Maar ze hebben ook gewezen op de gevolgen voor het speciaal onderwijs en het dreigende verlies van expertise. Gispen haakt bij dat thema nog even in. “Wij hebben de minister vooral meegegeven, dat het van belang is te proberen

Nieuwe voorzitter Jan Gispen heeft het onderwijs in een aantal functies gediend. Hij was conrector, rector en bestuursvoorzitter, maar trad en treedt ook op als adviseur van grote gemeentes, van onderwijsministers. Ook vervulde hij de functie van voorzitter van de schoolleiders vereniging in Nederland en in Europa.

5

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Pa ssend onder wijs

voor een behoud van expertise te zorgen. Overigens is het natuurlijk heel moeilijk om aan te geven waar dat verlies dreigt en ook werkelijk gaat plaatsvinden. Je zou mogen verwachten dat, als gevolg van de verevening en inkrimping, in de toekomst de voorzieningen van het speciaal onderwijs meer gelijkmatig over Nederland verdeeld zullen worden. Als die overgangsbeweging achter de rug is, hoop ik dat we komen tot een nieuw evenwicht. Maar in de jaren naar dat evenwicht toe, zal het hectisch zijn. Het is daarbij van belang dat besturen van samenwerkingsverbanden met cluster 3 en 4 goed afspreken welke voorzieningen gehandhaafd kunnen blijven. Wat veel mensen ontgaat, is dat in de samenwerkingsverbanden in theorie eigenlijk alles afgesproken kan worden. Ook dat er extra gelden naar die scholen kunnen gaan die nu tekort komen. Theoretisch is dat denkbaar. Al zal het regulier onderwijs daarvoor in de eigen buidel moeten tasten. Het is niet zo dat het weg moet, maar het ligt bij de samenwerkingsverbanden, ofwel de samenwerkende schoolbesturen, om er al of niet toe te besluiten.”

advertentie

Haal meer uit jezelf met de opleidingen van Magistrum

Puzzelstukjes

Opleidingen

De voorzitter van de ECPO voorziet nog een stevige invoeringklus. De datum 1 oktober is dichtbij en samenwerkingsverbanden zullen voor die tijd de zaken op orde moeten hebben. “Het is logistiek”, aldus Gispen, “een hele opdracht om van circa 230 verbanden uit te komen bij 70 functionerende verbanden.” Wat nog langszij komt, is de reorganisatie van de Jeugdzorg. De middelen van de Jeugdzorg gaan van de provincie naar gemeenten. Ook in de Tweede Kamer is in een motie gepleit om samenhang aan te brengen tussen de stelselwijzigingen Jeugdzorg en Passend onderwijs en de regionale samenwerking zoveel mogelijk te laten samen vallen. Het is maar de vraag of de puzzelstukjes allemaal op tijd op hun plaats vallen.”

› Oriëntatie op Leiderschap › Opleiding Leidinggeven I (Middenmanager PO/VO/MBO) › Opleiding Leidinggeven II (Directeur PO) › Opleiding Directeur van Buiten (DVB) › Opleiding Leidinggevende Integraal Kindcentrum › Master Educational Leadership (MEL) (voor PO, VO en MBO) Meer informatie Download de brochure of bezoek een voorlichtingsbijeenkomst. Zie voor data: www.magistrum.nl

1 De Tweede Kamer heeft op 15 maart jl. het wetsvoorstel Passend onderwijs aangenomen

Magistrum Leiderschapsontwikkeling

6

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Nie u ws

Hoe scoorde de leerlingen dit jaar? De uitslagen van de Citotoets 2012 zijn bekend, de scholen hebben de leerlingenrapporten op de mat gekregen In 2012 behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 536,0 Het best passende brugklastype bij deze score is gemengde/theoretische leerweg en havo De adviezen op basis van de Citotoets laten eenzelfde beeld zien als voorgaande jaren: ongeveer evenveel leerlingen hebben een advies voor vwo, havo of een van de leerwegen in het vmbo gekregen Wel zijn er de laatste twee jaar aanwijzi ngen dat de prestaties op de onderdelen taal en rekenen licht stijgen Net als in voorgaande jaren halen jongens gemiddeld iets hogere standaardscores dan meisjes. Jongens en meisjes presteren op de verschillende onderdelen van de eindtoets (gemiddeld genomen) duidelijk verschillend. Net als in 2011 scoren meisjes gemiddeld hoger bij Taal. Bij RekenenWiskunde en Studievaardigheden is het verschil tussen jongens en meisjes vrij stabiel. Jongens scoren op deze onderdelen hoger dan meisjes, al is er bij Studievaardigheden nauwelijks sprake van een verschil. Op alle onderdelen scoren vroege leerlingen hoger dan de overige leerlingen. Meer meisjes dan jongens zijn een vroege leerling.

en 18 procent kan het beste naar het vwo gaan. Dit was de laatste keer dat de Citotoets in de huidige vorm werd afgenomen door in totaal 162.000 leerlingen. Nu deed nog maar 85 procent van alle basisscholen mee. Ongeveer vijftien procent van de scholen kiest er al jaren niet voor de Citotoets, mede omdat na het afnemen van de toets in februari de aandacht voor taal en rekenen zou verslappen. Vanaf volgend jaar wordt een centrale eindtoets voor taal en rekenen verplicht voor alle basisscholen, deze zal ook later in het jaar worden afgenomen, mede om die verslappende aandacht te voorkomen.

Van alle leerlingen kreeg 47,5 procent het advies om naar het vmbo te gaan, 34,5 procent kreeg een havo-advies

Verzoening tussen politiek en onderwijs ChristenUnie, kwaOp zaterdag 17 maart was het verzoeningsdag in het onderwijs Op initiatief van Arie Slob, indien te verbeteren die en en verhouding de verslechter de over men politiek en onderwijs samen om te praten is wat milder en er gesprek het van toon de maar tafel op rschillen meningsve e inhoudelijk de bleven Natuurlijk n rdelijkhede verantwoo is wat meer begrip voor elkaars positie en Initiatiefnemer Arie Slob was tevreden van de bijeenkomst op de onderwijsdag: “Natuurlijk zijn na een ochtend praten alle inhoudelijke meningsverschillen niet bijgelegd, maar het is juist over de toonzetting gegaan die een gesprek over inhoud blokkeert. Ik juich een inhoudelijk scherp debat juist toe. Maar de inzet van ons allen moet helder zijn: het onderwijs moet weer de winnaar worden.” Slob is van mening dat de toon die ontstaan was in het debat een zeer negatief effect had. “Als docenten, die met hart en ziel voor de klas staan, zich niet gesteund weten door de politiek hebben we een probleem. En hebben onze kinderen een probleem. Vandaag is een basis gelegd om weer met elkaar verder te spreken. De aanwezigheid van de minister, de brede politieke vertegenwoordiging heeft hierin zeker goed gedaan.” Ook de PO-Raad vond het een zinvolle dag. Kete Kervezee, voorzitter PO-Raad: “We hopen voor de toekomst

7

dat de discussie over het onderwijs op een respectvolle manier gevoerd kan worden.” Om het mogelijk te maken dat politici en vertegenwoordigers van het onderwijsveld vrijelijk met elkaar konden spreken, had de dag een besloten karakter. De opkomst was hoog: vrijwel alle onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer (met uitzondering van de PVV) waren aanwezig. Daarnaast waren, naast de sectorraden, de vakbonden, profielorganisaties, en een aantal leraren, schoolleiders en onderwijsbestuurders aanwezig. In Amersfoort werd in een constructieve sfeer gesproken en aan het eind van de sessie bleken de onderlinge verhoudingen verbeterd, maar op de vraag van een NOS-verslaggever of de neuzen dezelfde kant op staan, antwoordde Dresscher ontkennend. “Dat kan ook niet. Alleen al in de politiek wijzen de neuzen alle kanten op. Maar je moet er wel samen uit zien te komen.” Dresscher liet verder weten de inhoudelijke discussie die loopt te zullen blijven voeren. “Debat is een essentieel onderdeel van het proces: wees blij dat er kritiek komt uit het veld. Dat bevordert de kwaliteit van de besluiten.”

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


N i euws

Ben je een excellente school? Minister Van Bijsterveldt heeft een jury geïnstalleerd die scholen het predicaat ‘excellente school’ moet gaan toekennen Het moet een keurmerk worden voor scholen waar kinderen veel leren én ze iets extra’s bieden Bij scholen die voor dit predicaat in aanmerking komen, wordt niet alleen naar de onderwijsopbrengsten gekeken, maar ook naar prestaties die niet direct tot uitdrukking komen in hoge cijfers voor de leerlingen Minister Van Bijsterveldt is groot voorstander van het belonen van die ‘excellentie’: “Er zijn scholen die opvallen omdat zij kinderen bovengemiddeld weten te motiveren en te inspireren. Soms in omstandigheden waarin dat niet gemakkelijk is, denk bijvoorbeeld aan scholen in achterstandswijken of scholen met bijzonder goede resultaten zowel cognitief als qua brede vorming. Deze scholen verdienen de waardering met het predicaat ‘excellentie’, want ze brengen kinderen verder, waardoor ze een inspiratie kunnen zijn voor andere scholen.” Het keurmerk moet leiden tot niets minder dan een cultuuromslag. Van Bijsterveldt: ‘Wij denken al gauw: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Niet met je kop boven het maaiveld uitsteken. Die gêne moeten we laten varen. Scholen moeten hun leerlingen verleiden tot grote prestaties. Grote kennis en excellent vakmanschap, dat is de kurk waarop de kenniseconomie drijft.” Op 13 maart installeerde de minister een onafhankelijke jury die scholen voordraagt aan de minister, die voor het predicaat ‘excellente school’ in aanmerking komen. Deze jury van professionals en experts uit de onderwijspraktijk , onder voorzitterschap van prof. dr. Fons van Wieringen, stelt de komende maanden de beoordelingscriteria voor excellente scholen op. De jury kijkt niet alleen naar onderwijsopbrengsten, maar nadrukkelijk ook naar andere excellentiegebieden,

zoals de aandacht voor excellente en hoogbegaafde leerlingen, de inpassing van leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben en de vormende taak. Het is de bedoeling om ieder najaar een aantal predicaten uit te reiken. De eerste uitreiking staat gepland voor het najaar van 2012. Juryvoorzitter Van Wieringen: “excellente scholen hebben een voorbeeldfunctie. Ze laten zien dat inspanning loont.” Inspectiecategorie Op termijn wordt een inspectiecategorie voor excellente scholen ingevoerd. De Inspectie van het Onderwijs maakt op dit moment onderscheid tussen zeer zwakke, zwakke en voldoende scholen. Meer dan 90% van de scholen valt in de categorie voldoende. Met de introductie van de categorie excellente scholen worden deze scholen gestimuleerd om nog beter te presteren. De verwachting is dat de inspectiesystematiek voor de categorie excellente scholen rond 2015 beschikbaar is.

advertentie

8

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Re g iste r

Een gesprek met Wouter van der Schaaf, projectleider

Register van en voor leraren van start

“We mikken op 10.000 inschrijvingen dit jaar en willen vooral ook samen met deelnemers het register verder tot ontwikkeling brengen.” Wouter van der Schaaf is projectleider van het register voor leraren dat op 15 februari jl. van start is gegaan. “De registratie per deelnemer probeert een weergave te zijn van de professionele ontwikkeling in de brede zin van het woord. Het zal zeker niet alleen gaan om diploma’s en gevolgde bijscholingscursussen.” Een belangrijke keuze die aan het register ten grondslag ligt, is de keuze voor vrijwilligheid. Leraren dienen zelf de keuze te maken om zich al dan niet te registreren. Van der Schaaf vraagt er nog maar eens de aandacht voor omdat sommige partijen het register zouden willen gebruiken als een instrument om leraren de maat te nemen.

Leraren kunnen zich zelf bij het register voor leraren aanmelden. Op de site www.registerleraar.nl kunnen ze aangeven hoe zij met nascholing, of een andere, persoonlijke vorm van professionalisering, de eigen kwaliteit op peil houden of verbeteren. Een dergelijk systeem van registratie kennen we wel van bijvoorbeeld artsen en verpleegkundigen, maar voor het onderwijs is een beroepsregister een nieuw fenomeen. “Voor 2012 hebben we, wat het register betreft, een beperkte ambitie”, legt projectleider Wouter van der Schaaf uit. Namens de onderwijsvakbond AOb neemt hij deel aan de Onderwijscoöperatie, een samenwerking van lerarenorganisaties, die voor de uitvoering van het register verantwoordelijk is. “Het is nu vooral een register in ontwikkeling. We mikken op 10.000 inschrijvingen dit jaar en we willen vooral samen met deelnemers het register verder tot ontwikkeling brengen. Noem het ook maar een vorm van digitale discussie waarbij leraren kunnen aangeven waar ze mee bezig willen zijn en op welke wijze het register aangevuld en verbeterd zou kunnen worden. Overigens gaan we ook overleggen met de grote partijen in ons land die

vormen van nascholing aanbieden. Denk daarbij aan de landelijke pedagogische centra, aan de onderwijsondersteuningsinstellingen en aan opleidingen. We willen dat formele scholingsaanbod in kaart brengen en voor onze deelnemers kunnen ontsluiten. Maar we gaan ook praten over het valideren van dat scholingsaanbod. We hebben registercommissies ingesteld, die zich per sector gaan buigen over de vraag hoeveel punten vormen van scholing kunnen opleveren. Het zal duidelijk zijn dat we er dus voor gekozen hebben om het register werkende weg op te bouwen en zijn waarde en betekenis te geven.”

Beroepstrots

‘Het register moet leraren uitnodigen om te professionaliseren; het doet een appel op hun beroepstrots. Het gaat niet om dwang of afvinken van behaalde puntjes.’

Van der Schaaf omschrijft welke informatie er in het register een plaats moet krijgen. “De registratie per deelnemer beoogt een weergave te zijn van de professionele ontwikkeling in de brede zin van het woord. Het zal zeker niet alleen gaan om diploma’s en gevolgde bijscholingscursussen. Er is meer onder de zon dan een cursus. We hebben ervoor gekozen om die ontwikkeling van deelnemers breed te zien en bijvoorbeeld ook het volgen van een vakinhoudelijk congres, het schrijven van artikelen, peerreviews en coaching te zien als aspecten van een professionele ontwikkeling.” Wouter van der Schaaf beklemtoont nog maar eens dat het lerarenregister nadrukkelijk wordt gezien als een initiatief vanuit leraren zelf. “Er is duidelijk voor gekozen dat

9

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Regi ster

het register van de beroepsgroep zelf is en geeft aan wat het betekent om professional te zijn in die specifieke beroepsgroep. Er is dus niemand, geen partij die van buitenaf stuurt of invulling geeft aan die eigen standaard van leraren.” ‘Het register moet leraren uitnodigen om te professionaliseren; het doet een appel op hun beroepstrots. Het gaat niet om dwang of afvinken van behaalde puntjes.’ Lezen we op de website van het lerarenregister.

“Het zouden toch op z’n minst geoormerkte middelen moeten zijn, die niet even gemakkelijk aan andere zaken uitgegeven kunnen worden.”

Een andere belangrijke keuze die Van der Schaaf wil noemen, is de vrijwilligheid. Leraren dienen zelf de keuze te maken om zich al dan niet te registreren. Hij vraagt er nog maar eens de aandacht voor omdat sommige partijen het register maar al te graag zouden willen gebruiken als een instrument om leraren de maat te nemen, een instrument dat kan worden ingezet om leraren te beoordelen. “Daarom hebben de samenwerkende lerarenorganisaties gekozen voor een register met een privaatrechtelijke status en niet een register dat onder het publieke recht valt. Overigens is het wel zo, dat als een leraar besluit om zich in te schrijven, dat hij of zij afscheid neemt van de vrijblijvendheid. Zo’n collega kiest er dan voor om z’n professionele ontwikkeling zelf te sturen en richting te geven.” De partijen in de Onderwijscoöperatie zijn voorstander van een vraaggestuurd aanbod van scholing en nascholing. “Natuurlijk realiseren wij ons dat leraren

altijd in een context werken en te maken hebben met allerlei invloeden uit bijvoorbeeld politiek en beleid. Het aanbod zal er mede door bepaald en gestuurd worden. Het is belangrijk dat leraren zelf het initiatief nemen wat ze uit dat aanbod willen kiezen omdat zij uiteindelijk degene zijn die dat het beste kunnen beoordelen. Dat verschilt van persoon tot persoon. Het zal ook mede afhangen van een team waarin leraren werken. Toch is het essentieel dat de beroepsgroep er zelf sturend in is. In de praktijk is het van belang een goede balans te vinden tussen de wensen van werkgevers en van werknemers in het onderwijs.”

Weeffout Er zit volgens Wouter van der Schaaf nog wel een weeffout in de zeggenschap en financiering van de scholing en professionalisering van leraren. “Het is een weeffout dat de middelen voor het onderhouden van de bekwaamheid van leraren - wat de hele wereld nuttig en nodig vindt - niet belegd zijn bij de beroepsgroep. Het is belangrijk dat je je vak bijhoudt, maar als je daar dan zaak van wilt maken, moet je je hand ophouden bij het schoolbestuur. Wij vinden dat daar verandering in moet komen en dat er tenminste sprake moet zijn van een evenwicht in de besluitvorming over de besteding van die scholingsmiddelen. In ieder geval moet de besteding van die middelen veel transparanter worden. Het zouden toch op z’n minst geoormerkte middelen moeten zijn, die niet even gemakkelijk aan andere zaken uitgegeven kunnen worden. Minister Van Bijsterveldt benadrukt steeds het belang van professionalisering, ze trekt er extra geld voor uit, maar voegt die middelen vervolgens bij het lumpsumbedrag dat scholen ontvangen. In de praktijk van het onderwijs liggen voor leraren vaak veel belemmeringen om gericht scholing te kunnen volgen. Het werken met een register kan helpen om zichtbaar te maken welke inspanningen leraren zich getroosten om hun vak op een goede manier bij te houden.”

Wisselend aanbod Nog even gaat het in het gesprek met Van der Schaaf over de bekwaamheidseisen die aan het vak van leraren gesteld moeten worden. Eisen, aldus Van der Schaaf die in grote lijnen door de beroepsgroep zelf zijn en worden geformuleerd. De opleidingen zijn hard bezig met een herijking en de opbouw van een nieuw curriculum. Als ik vraag of de ontwikkeling van wat een leraar moet kennen en kunnen niet in een hogere versnelling tot ontwikkeling moet worden gebracht, reageert Van der Schaaf dat het scholingsaanbod geen statisch gegeven is, maar voortdurend zal wisselen. “Aan het eind van het jaar kunnen we het scholingsaanbod van dat moment per sector en onderdeel op de site presenteren en dat aanbod is dan ook voor circa 80% gevalideerd. Dat aanbod hangt bij voortduring af van wat leraren voor hun vorming en professionalisering van belang achten. Daarin zit natuurlijk ook wat die onderwijsomgeving van belang acht. Als het nieuwe curriculum nieuwe accenten en onderdelen bevat, dan zullen we dat echt terugzien in de vragen van leraren.”

10

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


In b e e ld

In beeld

Tip 1 Geld motiveert niet! Na het interview met Bas Levering ontving ik een mailtje van hem met de volgende tekst: “Waarom prestatiebeloning niet werkt valt heel goed onderbouwen met onderzoeksgegevens uit dit fantastische college”, en hij gaf me de link naar dit filmpje. In deze samenvatting van een langer college van Daniel Pink (Amerikaans auteur en journalist) wordt in beeld gebracht wat mensen werkelijk motiveert, thuis en in werk. De lezing wordt ondersteund met animatie. Voor het filmpje zoek je op YouTube naar: The surprising truth about what motivates us

Tip 2 Waardevolle lessen delen Op YouTube is een nieuw kanaal gekomen: TED-Ed. Het kanaal presenteert zich met een introductiefilm waarin gesproken wordt over de doelstellingen en de meerwaarde van het kanaal. De missie van het kanaal is grote ‘educators’ vanuit de hele wereld een stem geven door ze te koppelen aan talentvolle tekenaars om samen een bibliotheek vol prikkelende video’s met wijze lessen te vullen. Je wordt als bezoeker van het kanaal dan ook uitgenodigd om zelf ‘teachers’ te nomineren, je kunt bijzondere lessen aanbieden en je kunt talentvolle animaties aandragen. Kanaal: http://www.youtube.com/user/TEDEducation

Tip 3 Denken als een koe In de column van Henk van der Pas in dit nummer van Plein Primair haalt hij de documentaire van de BBC aan over Temple Grandin. Grandin is een Amerikaanse zooloog die ook gediagnosticeerd is met autisme en het gedrag van koeien uitlegt. Henk legt de link naar het onderwijs. Misschien raakt u net zo gebiologeerd door het filmpje als Henk? Voor het filmpje zoek je op YouTube naar: The Woman Who Thinks Like a Cow - part 1 (of part 2 en 3)

11

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


E -l ea r ni ng

Nieuwe en snelle manier v “E-learning biedt je de gelegenheid om op een laagdrempelige manier kennis over te dragen. Leraren geef je alle vrijheid om zich op hun eigen tijd in hun vak te verdiepen”, aldus onderwijsen scholingsdeskundige Ton Rietveld van OnderwijsNu. In samenwerking met het Rotterdamse schoolbestuur van Kind en Onderwijs ontwikkelde OnderwijsNu e-learningcursussen voor leraren in het primair onderwijs. “Het is geen vrijblijvend internetcursusje”, stelt Arie de Bruin van het Rotterdamse schoolbestuur, “maar een wezenlijke professionalisering van onze leerkrachten. Wij hopen dat er op elke school deelnemers zijn die hun collega’s aansteken.”

12

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


E-learn in g

r van leren voor leraren Niet alleen in het voortgezet onderwijs (zie nieuwsbericht op pagina 31) wordt een begin gemaakt met vormen van digitale scholing voor leraren. Ook in het primair onderwijs worden de eerste stappen op het pad van digitaal leren gezet. Leraren van een aantal basisscholen, die aangesloten zijn bij het Rotterdamse schoolbestuur Kind en Onderwijs hebben een begin gemaakt met het volgen van een digitaal cursusaanbod.

Breinverschillen Als eerste cursus is gekozen voor modules over breinbewust onderwijs. In de komende maanden kunnen leraren hun kennis bijspijkeren en hun voordeel doen met actuele uitkomsten van neurologisch onderzoek, uitkomsten op het terrein van ontwikkelingspsychologie en de kennis over hechting en relaties. Die uitkomsten gaan over de breinverschillen tussen jongens en meisjes en over de wijze waarop je daar als leraar mee kunt omgaan, over de training van het geheugen en over opbrengstgericht werken. De informatie en kennis wordt langs digitale weg aangeboden, bevat uitkomsten van onderzoeken in tekst, in korte filmpjes en bevat zowel opdrachten voor de onderwijspraktijk als studieopdrachten. Aan het eind van een leermodule kunnen deelnemers een toets maken om na te gaan of de nieuw verworven kennis en inzichten ook echt zijn geland. Cursisten die de toets met een voldoende afsluiten, ontvangen een cerficaat.

Tijdbesparing “Het scheelt je veel tijd als je een leermodule kunt volgen die je de meest recente kennis aanbiedt, die dat op efficiënt manier doet en bij voorkeur ook nog op een leuke gevarieerde manier, met tekst, beeld en animaties.” Aan het woord is Ton Rietveld, één van de medesamenstellers van het cursusaanbod. “Door relevante opdrachten te maken, kun je direct duidelijk krijgen of je de essentie hebt begrepen en wat je er in de klas mee kan doen. Helemaal ideaal is het, dat je feedback kunt krijgt naar aanleiding van opdrachten of praktijkervaringen. Dat kan allemaal digitaal en op afstand. Dat scheelt dus een hoop reistijd, zowel van de cursist als van de docent, of van de e-coach zoals die bij ons heet.”

Enthousiaste geluiden

Arie de Bruin, opleidingscoördinator van Kind en Onderwijs: “Meerdere leden van een schoolteam kunnen dezelfde inhoud tot zich nemen en daar ook met elkaar, en de e-coach, over communiceren. Wij hopen dat de opdrachten in de e-learning modules breinbewust onderwijs binnen schoolteams tot overleg en discussie, en tot samenwerken, leiden. De inhoud van dit aanbod is buitengewoon belangrijk voor elke leerkracht in het basisonderwijs. Wij vinden het als stichting van belang dat onze leraren goed op de hoogte zijn van de werking van het brein bij kinderen, zodat zij hun didactiek daar ook op af kunnen stemmen. Dit zal de ontwikkeling van kinderen zeker ten goede komen. Vorig jaar hebben wij een Studium Generale georganiseerd voor ons personeel waarbij dr. Kees Vreugdenhil een inleiding hield onder de inspirerende titel ‘Leer ze hun hersens te gebruiken’. Dit werd bijzonder enthousiast ontvangen door de deelnemers. Toen ontstond het idee om samen met Kees Vreugdenhil en OnderwijsNU een aantal e-learning modules rond dit thema aan te bieden aan onze leerkrachten. Enkele schoolteams hebben daarna nog een speciale studiedag gehad waar Kees Vreugdenhil nog wat dieper op de leerstof is ingegaan.” Rietveld vult aan: “Veel hangt natuurlijk af van de kwaliteit van het aanbod. Daarom werken wij alleen met de beste mensen per vakgebied, zodat we echt weten dat het aanbod top is en de huidige stand van de kennis afdekt. Voor dit cursusaanbod in Rotterdam werken we dus samen met Kees Vreugdenhil, die op de genoemde vakgebieden niet alleen

“E-learning maakt het mogelijk om op een laagdrempelige manier kennis over te dragen. Leraren geef je alle vrijheid om zich in de eigen tijd en op hun eigen tijd in hun vak te verdiepen. Of in een probleem dat je iedere dag weer tegenkomt. Dat kan betrekking hebben op het gedrag van leerlingen, op nieuwe vormen van didactiek. En dat is wat leraren graag willen, hebben we geleerd. Leraren staan elke dag onder tijdsdruk. Vaak blijft nascholing beperkt tot een paar studiedagen per jaar op school. Dat is op zich prima en moet je zeker niet afschaffen, maar het rendement blijft beperkt. Als je bijeenkomsten combineert met e-learning, kunnen leraren zich op hun eigen tijd verder verdiepen in de materie. Dat kan dus ook thuis, ook die parttimer en dat zijn er nogal wat. Je kunt het natuurlijk thuis doen, maar het kan ook na schooltijd in een klaslokaal samen met een paar collega’s met hulp van het digibord.

13

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2

ongelofelijk veel onderzoek en studie heeft verricht, maar over een grote eigen onderwijservaring in vele onderwijsbanen beschikt.”

“Het is geen vrijblijvend internetcursusje, maar een wezenlijke professionalisering van onze leerkrachten.”


E -l ea r ni ng

Je kunt dan samen een praktijkfilmpje bekijken, ervaringen uitwisselen. Je kunt samen aan de slag gaan met een praktijkopdracht. Dat maakt het leren vaak een stuk leuker dan alleen met je cursusklapper thuis op zolder.” Arie de Bruin: “We zitten nu in de eerste fase. Ongeveer 40 leerkrachten hebben zich aangemeld en zijn net gestart met hun eerste module. Ik hoor enthousiaste geluiden, mensen staan te popelen. Wij hopen dat dit een sneeuwbaleffect heeft naar hun collega’s toe. Over een maand of wat zullen we weer een oproep plaatsen, zodat nieuwe cursisten zich kunnen aanmelden. Daarbij hopen we enthousiaste verhalen van de eerste lichting deelnemers te kunnen vertellen.”

“Vaak blijft nascholing beperkt tot een paar studiedagen per jaar op school.”

Drie weten meer dan twee

“Door samen te werken aan de modules kun je voorkomen dat leren niet strikt individueel wordt”, legt Ton Rietveld uit. “Dat kan ook door e-learning te combineren met bijeenkomsten. Wij organiseren ook regelmatig korte bijeenkomsten, een middag of een avond, waar je ook direct je vragen kunt stellen, waardoor je daarna weer verder kunt. Als je alles in je eentje achter de computer doet, is dat niet alleen een stuk minder leuk, maar ook een stuk minder effectief. Daarom maken wij leermodules waarbij je gevraagd wordt met collega’s naar aanleiding van de inhoud ervaringen uit te wisselen, samen een filmpje te bekijken of samen een praktijkopdracht te doen. Het doel is tweeledig: het verbindt de inhoud van de cursus met de dagelijkse schoolpraktijk en als je dat samen met collega’s doet, ontstaat er een vorm collegiale consultatie. Twee weten meer dan één, drie meer dan twee.” Loopt het onderwijs niet een beetje achter als het over vormen van digitaal leren gaat? Het is een vraag die Rietveld steeds vaker moet beantwoorden.

advertentie

Één tekenles zorgt voor een onvergetelijk moment !

Leerbehoefte Kind en Onderwijs neemt de digitale scholingsroute serieus. Leren mag leuk zijn maar moet ook wel iets opleveren voor de onderwijspraktijk. “Cursisten die een module hebben bestudeerd, leggen formeel een eindtoets af”, vertelt Arie de Bruin. “Wordt die niet gehaald, dan wordt de module opnieuw enkele weken opengesteld en kan men leerstof herhalen om vervolgens nogmaals de eindtoets af te leggen. Iedere deelnemer die de toets met succes heeft afgelegd ontvangt een certificaat. Dit kan worden opgenomen in het leerkrachtdossier. Kind en Onderwijs hecht daar veel waarde aan. Het is geen vrijblijvend internetcursusje, maar een wezenlijke professionalisering van onze leerkrachten.”

Breed aanbod aan directie,

en leerkracht

Teken met je klas voor een lach! Cards4CliniClowns is dé goede doelen-actie voor het primair onderwijs. Alle kinderen van school maken een mooie, vrolijke tekening. Van deze tekeningen drukken wij echte ansichtkaarten! De kleine kunstenaars verkopen hun eigen kaarten vervolgens aan ouders, familie en iedereen in hun omgeving. De opbrengst van de kaartverkoop komt ten goede aan het werk van Stichting CliniClowns Nederland. Met één tekenles maakt u dus een heleboel zieke kinderen blij. Doen jullie mee?

Meld u aan op www.cards4cliniclowns.nl of bel de infolijn 0499-370482 14

“Je ziet dat e-learning in het bedrijfsleven en in de zorg al heel gewoon is. Daar staat niemand meer te kijken als je moet inloggen om aan een cursus te gaan werken. Het grote verschil is dat daar veel meer door de werkgever of door de wet verplicht wordt. In het onderwijs is dat allemaal nog helemaal vrijblijvend geregeld vreemd genoeg. Maar met de komst van een lerarenregister lijkt er min of meer aan die vrijblijvendheid een einde te komen. Ik vrees overigens wel dat het nog wel een paar jaartjes zal gaan duren. De onderwijspolder is niet zo snel.”

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2

OnderwijsNu, het bedrijf van Ton Rietveld, is bezig een breed aanbod te ontwikkelen dat aansluit bij de leerbehoefte van leraren. “Enerzijds zal het gaan over onderwerpen als opbrengstgericht werken met taal, lezen en rekenen. Dat zijn nu de topics waar elke school zich mee bezig moet en wil houden. Maar daarnaast zoeken we verruiming door inspirerende cursussen als werken met meervoudige intelligentie, waar het gaat om de aanleg van kinderen vooral beter te benutten. We onderzoeken ook de mogelijkheid om een serie te ontwikkelen rond ‘special needs’ in het kader van Passend onderwijs. Dat aanbod zou kunnen gaan over ‘Hoe ga je om met dyslexie, met autisme of moeilijk gedrag,’ etc. Niet onbelangrijk: door nauw samen te werken met schoolbesturen en samenwerkingsverbanden ontwikkelen we cursussen op verzoek van leraren. Dus niet alleen aanbodgestuurd, maar vooral vraaggericht. Wat wil je weten, waar loop je tegen aan?”


Staat u voor of staat u achter?

De Kwestie Laatst vertelde iemand mij, dat hij al zijn hele leven het gevoel heeft in ieder contact, in ieder gesprek met 1-0 achter te staan, beter gezegd 0-1. Aangezien het er in het leven om gaat, probeer je dan toch altijd te scoren, zodat de stand tenminste gelijk staat. Nog aangenamer is het om dan toch nóg een keer te scoren en de wedstrijd te winnen. Het beeld is toch veelzeggend. Het gaat over iemand met een beperkt zelfvertrouwen. Tegelijkertijd vraag je je bij zo’n ontboezeming af: en hoe staat het eigenlijk met mij? Sta ik dan in iedere relatie of ieder contact voor, sta ik gelijk of herken ik eigenlijk ook dat ik mijn hele leven al wedstrijden moet spelen waarin de stand in mijn nadeel is? Nog erger is het natuurlijk als je met 3 of 4 - nul achterstaat. Dat is in de meeste gevallen al onbegonnen werk. Ik wil er best eerlijk over zijn; ik heb veel wedstrijden gespeeld waarin ik tegen een achterstand moest opboksen. Als je er wat dieper over nadenkt, kom je bij een basisgevoel waarmee je in het leven staat. Als je voor je gevoel achter staat, probeer je uit alle macht die achterstand in te lopen. Wat anderen zien, is de heftigheid waarmee je aan het werk bent, soms de verbetenheid waarmee je je in de zaken vastbijt. Misschien soms ook wel de gelatenheid die over je komt als je het idee hebt dat je de wedstrijd nooit kunt winnen. Voetbal of sportliefhebbers herkennen veel van het beeld, neem ik aan. In wedstrijden zie je soms dat het geloof in eigen kunnen, ontbreekt. Op papier komen kwaliteiten overeen, maar toch is het de mentale kracht die bepaalt of een wedstrijd gewonnen wordt. Als je in het onderwijs werkt, is het goed bij de metafoor en het beeld stil te staan. Het kan geen kwaad om je eens af te vragen hoeveel je achterstaat. Natuurlijk zijn er ook mensen die werken vanuit een voorsprong, met een stevige dosis zelfvertrouwen. Ook in dat geval is het goed de me-

15

tafoor maar eens op je te laten inwerken, omdat het nooit kwaad kan je af te vragen hoe het met de tegenpartij gesteld is. In scholen, in de klas verdient de metafoor serieuze en alledaagse aandacht. Bij jonge kinderen kunnen we nog iets aan de stand doen. Misschien kunnen we samen met ouders er voor zorgen, dat er geen achterstand ontstaat. Uit eigen ervaring kan ik zeggen, dat die 1-0 achterstand nog wel te doen is, maar als de achterstand oploopt, wordt het leven zo’n te vaak verloren strijd tegen een veld vol te krachtige tegenstanders. Een goede coach kan wonderen doen. Een goede leraar kan er aan bijdragen dat het zelfvertrouwen van kinderen toeneemt. Maar iedereen begrijpt hoe belangrijk het dan ook is om successen te behalen, want van alleen immer durende aanbevelingen wordt een mens niet groot. Het is aardig om eens met die metafoor in je gedachten de wereld en de mensen om je heen te bekijken. Maak eens een lijstje waarin we mensen plaatsen die met 1 of meer 0 voor staan en de mensen die met 1 of meer 0 achter staan. Je kunt veilig op afstand beginnen met bijvoorbeeld politici. Neem daar de waarneembare ambitie maar als maat. Hoe groter de ambitie, hoe Een goede groter de achterstand. Rutten? Cohen, Brinkman, Wilders? Laat je voor één keer coach kan niet afleiden door de schijnbare zelfverzekerdheid die politici toch vaak als masker wonderen tegen de wereld dragen. Bij het plaatsen van politici in een categorie is het nog een doen. spelletje. Maar probeer met diezelfde ogen ook de mensen te bekijken waarmee u samenwerkt. Verplaats je in die mensen. Bedenk dan dat die metafoor maar een beeld is waarmee we iets van de werkelijkheid proberen te vangen. Je kunt van het leven een wedstrijd maken, met een veld vol tegenstanders. Leuker is het om er een feestje van te maken met maar één doel, waarin we zoveel mogelijk doelpunten mogen maken!

0 3 /0 4 1 2 /2 0 1 2 | nr. 2 1


Met st i p

Met stip;

Balans

16

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2

Het de maat nemen, het gebeurt steeds vaker en steeds openlijker. Wat is de score van een leerling, hoe presteert de school? Hoe scoren we langs de internationale meetlat? Plein Primair gaat mee in de vaart der volkeren en neemt onderwijsorganisaties onder de loep, we wegen en bevinden. We kijken bij de organisatie naar beleid, beleidstopics, projecten, ledenactiviteiten, rol in overleggen, de communicatie en naar nationale en/of internationale samenwerking. Alleen drukken we de score niet uit in een getal maar in een groene, oranje of rode stip. Deze week kijken we naar de actieradius en het functioneren van oudervereniging Balans.


Met stip

Dit jaar viert de landelijke oudervereniging Balans haar 25-jarig jubileum. Volgens de missie van de vereniging biedt Balans ouders actuele doelgerichte informatie en onderling contact. Tevens behartigt Balans de collectieve belangen van ouders bij de overheid en bij relevante partijen zoals de zorg en het onderwijs. “Balans heeft 25.000 leden”, begint Ids Terpstra, directeur van Balans. “De meeste leden zijn ouders, maar ook scholen, logopedisten, rt’ers en psychologen zijn lid. Dat zijn er een stuk of 4000 en daar houden we ook rekening mee bij onze activiteiten. Maar we zijn vooral een oudervereniging en dat zijn vooral ouders van kinderen met leer- en gedragsstoornissen”

Van landelijk naar lokaal

Gemiste groep Hoewel het ledenaantal van Balans stabiel is, is Ids Terpstra nog niet helemaal tevreden over de achterban. Balans bereikt met name de wat hoger opgeleide ouders. Het Balans Magazine, maar ook de site, heeft qua informatie een hoog abstractieniveau. “We zoeken wel naar wegen om die andere doelgroep ook te bereiken. We willen proberen om via de verzekeringen deze doelgroep beter te bereiken. Zorgverzekeraars betalen het lidmaatschap van Balans al. Het klopt dat we de lager opgeleiden en allochtone ouders missen. We hebben wel in het verleden intensief geprobeerd de allochtone ouders te bereiken, maar dat is niet of nauwelijks gelukt. We weten dat je niet te veel letters moet gebruiken en verwijzingen naar websites werken bij die doelgroep niet. Maar na een project van twee jaar weten we eigenlijk meer van wat we niet moeten doen, dan van wat we wel moeten doen. Maar ook van andere organisaties horen we dat die doelgroepen moeilijk te bereiken zijn.”

Balans bestaat uit een landelijk bureau, maar heeft ook 26 afdelingen door het land heen. Vanuit die afdelingen worden met name lotgenotencontacten, dus inloopochtenden en –avonden en voorlichting georganiseerd. “We geven veel voorlichting op scholen over met name de gedragsstoornissen en leerstoornissen”, vertelt Ids Terpstra. “En wat er nu nog bijkomt, omdat de minister heeft bedacht om allerlei zaken te decentraliseren, is informeren over de begeleidingsbehoefte en de indicatiestelling voor zorgleerlingen. Dat gaat straks niet meer via het CIZ, maar ieder samenwerkingsverband mag zelf de criteria gaan bedenken. We moeten in kaart gaan brengen hoe elk samenwerkingsverband de zorg organiseert en welke criteria ze gaan hanteren. Wat we nu doen, een soort landelijke belangenbehartiging, moet een lokale belangenbehartiging worden. Dat vergt een andere manier van werken van ons. Onze vrijwilligers zijn goed in lotgenotencontacten en voorlichting over stoornissen geven, maar belangenbehartiging (om bijvoorbeeld met de WMO-raad te gaan zitten) is een hele andere tak van sport. Op die manier is Balans nu een beetje aan het veranderen. Minder gericht op Den Haag, meer gericht op lokaal.

Groene Stip: Onderwijsorganisatie die aan de weg timmert, actieve dienstverlening, professioneel

Wat zijn belangrijke projecten waaraan Balans deelneemt of gaat deelnemen? “Het allerbelangrijkste project is het oudersteunpunt Passend onderwijs”, vertelt Ids Terpstra trots. Het nieuws dat het steunpunt bij Balans wordt ondergebracht is net voor het gesprek bij hem binnen gekomen. “Wij hebben afgesproken met het ministerie van onderwijs, dat wij een steunpunt neer gaan zetten, een soort helpdesk waar ouders alle informatie kunnen krijgen met betrekking tot Passend onderwijs. Voor dat steunpunt is het ook belangrijk om alle lokale informatie centraal op te slaan. Dus dat gaan we niet alleen voor onze leden doen, dat moet voor een veel breder publiek toegankelijk zijn. Het is een steunpunt voor alle ouders met kinderen die te maken gaan krijgen met Passend onderwijs. Wij gaan er hier voor zorgen dat zij van voldoende kennis worden voorzien. We gaan allemaal checklistjes maken zo van ‘als je je straks aanmeldt bij een school, wat voor vragen kun je dan stellen’ en ‘wat mag je van deze school verwachten’ en ‘wat zou jij moeten inbrengen’. Dat is eigenlijk één project, maar dat is een gigantisch project en daar hebben we onze handen al vol aan.”

Oranje Stip Onderwijsorganisatie die het goed doet, professioneel

Informeren met ouderpet

Passend onderwijs Terpstra verteld dat Passend onderwijs en de veranderingen die dat meebrengt nu bij Balans het belangrijkste aandachtspunt is. “Het heeft eigenlijk alle aandacht op dit moment. Ten koste van veel andere dingen, maar dat moet wel. We moeten alle ouders informeren over hoe het straks allemaal gaat.” Balans wil ook trainingen gaan organiseren voor ouders en scholen over hoe ze met elkaar het gesprek aan kunnen gaan. We zullen ouders enerzijds informeren van ‘hoe zijn de spelregels nu’ en ‘wat zijn daar de voordelen van’, maar anderzijds moeten ze ook leren waar ze recht op hebben en hoe ze daar gebruik van kunnen maken. Ouders kunnen ook heel veel positiefs meebrengen de school in. Zij kennen de kinderen goed en weten hoe om te gaan met de stoornis. Dat ze leerkrachten kunnen uitleggen ‘dit is onze ervaring, doe daar wat mee’. Die afstemming is belangrijk. We willen proberen dit hele proces zo soepel mogelijk te laten verlopen.”

Rode Stip Onderwijsorganisatie doet goed werk, maar het kan scherper en beter

17

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2

Leden van Balans ontvangen maandelijks het Balans magazine, daarnaast worden leden geïnformeerd via de website www.balansdigitaal.nl en via nieuwsbrieven en specials. “Het is


Met st i p

instemmingsrecht dat we op 6 maart jl. aanboden aan de Kamercommissie Onderwijs.” Balans wil dat het instemmingsrecht voor ouders wordt opgenomen in de nieuwe Wet Passend Onderwijs. Ze pleiten er in het manifest voor dat ouders het recht krijgen het onderwijsaanbod af te slaan als zij dat niet passend vinden voor hun kind. “Wij zijn er voorstander van dat scholen niet alleen gaan overleggen met de ouders, maar dat school en ouders partners worden. Dan kom je veel verder met een kind.” De derde belangrijke peiler van Balans is het lotgenotencontact. “Ouders hebben heel veel aan elkaar. Als je een kind hebt dat op gegeven moment de diagnose PDD NOS krijgt, dan ga je een heel circus in, je moet dingen uitzoeken en zit met vragen en dan komt er een moment dat je als ouder heel graag in gesprek wil komen met iemand die dat al meegemaakt heeft. Dat zijn drukbezochte programma’s. Die vinden regionaal plaats.” Balans organiseert regelmatig bijeenkomsten, landelijk en regionaal, voor haar leden. Elk jaar organiseren ze een landelijk symposium, dit jaar wordt dat een feestje ter ere van het 25-jarig jubileum. “Dat wordt een hele happening. Ik kijk daar ook wel naar uit.” In de Nationale OnderwijsWeek wordt ook dit jaar weer de Balans Award uitgereikt aan een school die wat extra’s doet om tegemoet te komen aan de leerlingen die extra zorg nodig heeft, de school die daarin heel goed samenwerkt met ouders. We willen met die award die scholen in het zonnetje zetten en dat ook als een soort best-practice etaleren van ‘jongens, zo kan het ook!’ Dat ouders een school kunnen nomineren en kunnen zeggen ‘ik voel me hier helemaal thuis’ of ‘mijn kind is helemaal op zijn plek op deze school’, de school doet er moeite voor om mijn kind dezelfde mogelijkheden te bieden als kinderen die niet deze bijzondere aandacht nodig hebben.

Niet om Balans heen

onze belangrijkste taak om onze leden wekelijks op de hoogte te houden van wat wij noemen ‘de wetenschap in de praktijk’. Maar ook van wat de politici in Den Haag weer hebben geroepen. Wij proberen daar dan wel de achtergrond van te vinden, en proberen aan te geven wat nu werkelijk de issue is en hoe de wetenschap of ouders bijvoorbeeld daar tegenaan kijken. We proberen een zo genuanceerd mogelijk beeld te scheppen, maar wel altijd met de ‘ouderpet’ op. Vanuit de ouders gedacht. Iets kan wel uit de wetenschap blijken, maar dat kan lijnrecht ingaan tegen de gevoelens van ouders. Dat is dus het belangrijkste; informatie verstrekken.”

Belangen en lotgenoten “En de andere twee missiepunten zijn belangenbehartiging en lotgenotencontact. Die belangenbehartiging, zie je bijvoorbeeld terug in het manifest

Balans heeft contacten met organisaties op het gebied van Volksgezondheid, Onderwijs en Justitie. Ze praten in het onderwijs met de vakbonden, de sectorraden en zorgplatforms en koepels, met de inspecties van onderwijs en volksgezondheid. “We zullen meer overleg moeten gaan hebben met provincies en gemeentes”, vertelt Terpstra, “maar dat kunnen we nog niet allemaal realiseren. Dat moeten we allemaal nog opzetten, om daar plaatselijk vertegenwoordigers te krijgen en om dat op te leiden. We hebben overleg met al die landelijke instanties waarvan wij denken dat die van invloed kunnen zijn op de problematiek van onze doelgroep, daar gaan wij mee aan tafel, of we proberen daarmee aan tafel te komen. Omdat wij geloven dat als je vroegtijdig betrokken bent bij het ontwikkelen van beleid, dat je dan nog invloed hebt. Tien jaar geleden waren we nog echt lobbyisten, gingen we goede contacten onderhouden met Kamerleden, maar je zit dan wel helemaal achteraan de lijn. Dan komt een beleidsstuk al in de kamer en kun je alleen nog maar ja, of nee, zeggen. Een achterhoedegevecht. Op gegeven moment is de knop bij ons omgegaan. Als je er veel eerder bij betrokken bent, kun je er nog in schaven en bijspijkeren. Dat model zijn we gaan inzetten. Dat werkt soms wel en soms niet. Zoals dat beroemde Passend onderwijs. Daar waren wij geen voorstander van. En we waren niet de enige. Maar onze inzet heeft tot nu toe nog niet gehol-

18

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Met stip

pen.” Inmiddels, meent Terpstra, kan men in onderwijs niet meer om Balans heen. “We zijn zo groot en zo deskundig. Als je het over ontwikkelingsstoornissen op het gebied van leren of gedrag hebt, dan is er geen partij die een beter klankbord is dan wij.” Sinds twee jaar doet Balans gericht en structureel onderzoek naar de tevredenheid van de leden. “De waardering is hoog. Ouders van kinderen met een stoornis vreten informatie. Het is een prachtig ding dat we nu via Google de wereld op kunnen, maar als je ADHD intypt, krijg je 27 miljoen hits. Daarmee kom je niet bij de informatie die je zoekt. En je wilt het als ouder weten. Zoals bij ADHD, dan heb je soms met medicatie te maken. Een jong kind wil je niet zomaar aan de methylfenidaat zetten, dan heb je die informatie nodig over wat die stof nou doet en wat de alternatieven zijn. Dan wil je de ervaring horen van anderen, die in dezelfde situatie zijn geweest. Dan is Balans het medium en de vereniging die jou daarin richting geeft. En dat wordt ook zo gewaardeerd.” Terpstra meent dat die hoge waardering komt omdat Balans vanuit de ouders werkt maar

ook doordat er zoveel vrijwilligers mee draaien binnen de organisatie. Verdeeld over het land werken er 300 vrijwilligers bij Balans en op het hoofdkantoor werken 35 vrijwilligers bij de AEL (de Advies- en Informatielijn). Iedere dag zitten hier van 9.00 -15.00 uur vier mensen om alle telefoon- en mailvragen te beantwoorden. Dat zijn ervaringsdeskundigen, die soms wel als achtergrond psycholoog of pedagoog zijn, maar in ieder geval ouder van zijn. En die zijn dus in staat om de vraag achter de vraag te stellen. Te luisteren, door te vragen en op die manier de juiste antwoorden te gaan geven. En dat maakt het hier zo sterk; we weten waar we het over hebben.”

Balanslid aan het woord

Oordeel

Saskia Heikens is al 20 jaar lid van oudervereniging Balans. Ze werd lid omdat haar zoon, die inmiddels 25 is, de diagnose ADHD kreeg. De eerste tien jaar van haar lidmaatschap was ze passief lid, las ze enkel het Balans magazine en bezocht ze soms het symposium. Toen er in haar regio Utrecht een werkgroep werd opgericht voor de aansluiting primair/voortgezet onderwijs, werd Saskia Heikens actief lid. Later werd ze secretaris van de afdeling Utrecht. Ze ging voor het ‘hoofdkantoor’ werken als vrijwilliger toen ze kritiek had op Balans: “Ik vond het elitair”, vertelt Saskia. “Het blad was geweldig goed, maar door mijn werk binnen de GGZ was ik betrokken bij allochtone gezinnen. Het viel me op dat er voor die doelgroep met ‘probleemkinderen’ niets was. Het leek me een uitdaging voor Balans om die brug slaan.” Directeur Ids Terpstra zei meteen ‘Maak maar een plan’. Het project is helaas na twee jaar gestopt, het bleek voor een landelijke organisatie toch een moeilijke weg om die ouders te bereiken, de afstand bleef te groot.”

Steun “Ik had als ouder zelf veel steun aan Balans. Natuurlijk om de waardevolle informatieve kennis, maar vooral om het contact met ’lotgenoten’, hoe het is om als moeder met zo’n ingewikkelde zoon te zitten. Die inloop- en thema-avonden van de afdeling waren voor mij zo waardevol. Daarin is een mix van informatie en het delen van ervaringen. Het is prettig contact te hebben met mensen die je begrijpen, die echt voelen wat je bedoelt. Dat je je niet hoeft te verdedigen, je verhaal kwijt kunt.” Saskia werkt nu als ervaringsdeskundig een aantal keer per week bij de advies en informatielijn van Balans, en krijgt ze ouders in vergelijkbare situaties aan de telefoon: “Ik heb ze heel wat bieden, ik begrijp ze. Ik kan ze ook geruststellen: ‘het gevoel van paniek en wanhoop gaat over’. Vanuit mijn ervaring kan ik mensen weer wat perspectief bieden.” Balans is volgens Saskia uitgegroeid tot een ‘voor elk wat wils’ club. Informatie over ieder onderwerp is te vinden via de website, ervaringen zijn te delen via chat etc. “Mensen die dat niet doen of niet kunnen, die bellen de advieslijn. Mensen die zelf een handicap hebben of in hun wanhoop ruzie krijgen, omdat anderen het niet allemaal snappen. De kunst is zo neutraal mogelijk te zijn, je niet verliezen in het kind, rustige afstand nemen en onaangenaam gedrag negeren. Het gaat om de balans. Er over praten helpt.”

19

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2

Oudervereniging Balans is actief. Benut veel communicatiekanalen, zit aan tafel in de overleggen die er toe doen. Dat kan ook niet anders, met 25.000 leden ben je een club om rekening mee te houden. Met het nieuwe oudersteunpunt Passend onderwijs begeeft de vereniging zich naar het hart van de ontwikkelingen op onderwijsgebied. Het is een professionele organisatie. Ze krijgen van Plein Primair de groene stip. Alleen voor de toekomst zou het goed zijn als de oudervereniging ook de lager opgeleide en allochtone ouders weet te bereiken. Wellicht biedt het steunpunt daar een aanknopingspunt voor.


S ound by tes

Soundbytes @Onderwijsgek (Marcel Schmeier) Durf jij als leerkracht naar je instructiekwaliteit te kijken in plaats van een label op de leerling te plakken? 14 Mrt @Borisham (Boris van der Ham) D66 heeft net tegen Passend Onderwijs gestemd.”Door bezuinigen zorgleerlingen ligt de wet in een bed van brandnetels” 15 Mrt

‘En hoewel er misschien nog een handjevol fanatieke scholen is, dat op het keurmerk aast omwille van een betere reputatie onder ouders, kan ik me echt helemaal niets voorstellen bij de voorbeeldfunctie die de jury beoogt. Is het idee dat scholen, vervuld van jaloezie, zich plots tot ware strebertjes ontpoppen wanneer ze ontdekken dat de school verderop de ‘excellent’-status heeft bereikt? Verwacht de jury dat het keurmerk een zelfde belang zal gaan genieten, als beoordelingsfactoren als leerlingenaantallen en slagingspercentage?’ Van: Fe Toussaint over predicaat excellente scholen, Trouw – opinie op 20 maart ’12 @Liefdevollid (Marcel van Duyvestein) Vandaag staat @LodewijkA voor een flat vol schotelantennes met een megafoon voor te lezen uit Jip en Janneke. #VK #idee #taalachterstand 22 Mrt

20

@Mathijsterbork Elias: “Excuses AOB erg dunnetjes. Maar ik zal over m’n schaduw heenspringen en serieus met ze praten.” Grote sprong! 13 Mrt “In 2013 komt er nog een tweede bezuinigingsronde aan.” Van: Brancheorganisatie Kinderopvang @Wdepotter (Willem de Potter) Maatregelen van overheid om kwaliteit #onderwijs te verhogen vergen bureaucratie; veel bureaucratie verlaagt de kwaliteit van het onderwijs 22 Mrt

“Prestatiebeloning voor leraren? Dat is een politiek speeltje van de VVD. We willen juist af van die bonuscultuur.”

Van: Kamerlid Jack Biskop (CDA) tijdens debat op Katholieke Scholengemeenschap Etten-Leur op 19 maart ‘12 @Modernegezegden Kees heeft 32 chocoladerepen. Hij eet er 28 op. Wat houdt Kees over? Diabetes, Kees heeft diabetes. 19Mrt

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Oog voor detail

Column De Directeur Door: Henk van der Pas

Onlangs stuitte ik op een documentaire van de BBC over een wetenschapper die Temple Grandin heet. Temple is een Amerikaanse zoöloog. Op zich niets bijzonders. Er zijn vast veel meer Amerikaanse zoölogen. Het bijzondere aan Temple is dat bij haar autisme is gediagnosticeerd. Juist door deze ontwikkelingsstoornis heeft zij het gedrag van koeien op een nog nooit vertoonde manier kunnen analyseren. Temple heeft in 2005 haar eerste boek geschreven: “Animals in translation. Using the mysteries of autism to decode animal behaviour”. Het eerste beeld uit de documentaire trekt meteen mijn aandacht. Een vrouw van middelbare leeftijd, opvallend gekleed, klimt over het hek van een wei om vervolgens midden tussen de koeien op de grond te gaan liggen. Ik kan niet stoppen met kijken. Er volgen 50 minuten met intrigerende inzichten. Temple vergelijkt de wijze waarop de hersenen van een autist werken met het gedrag van dieren en komt tot de conclusie dat er veel overeenkomsten zijn. Volgens haar is de belangrijkste emotie bij autisten en dieren angst. Een klein detail zoals een beweging of een geluid kan angst oproepen. Temple is vanwege haar autisme in staat om deze kleine details en het effect daarvan op het gedrag van het dier waar te nemen. Ze wordt daardoor bekend als specialist in de gedragsanalyse van dieren. Haar grootste bekendheid heeft zij verworven door haar werkzaamheden in de vleesindustrie. Temple analyseerde de looproute van koeien in slachterijen. Met haar uitzonderlijk oog voor detail verplaatste ze zich in de koe die naar de slachtbank werd geleid. Dat resulteerde in een aantal zeer concrete aanpassingen waardoor de koeien zichtbaar rustiger werden. Wellicht vraagt u zich af wat een dergelijk verhaal in een onderwijsblad doet? Ik geef toe, het kan een beetje vreemd overkomen. Echter, Temple heeft me aan het denken gezet. Zij stelt dat het voor mensen die niet autistisch zijn lastig is om werkelijk alle details in ons op te nemen. Maar wat als de details die wij niet meer waarnemen, angst, boosheid en/

21

of verdriet bij kinderen veroorzaken? Hoe kunnen we daar dan grip op krijgen? Vraag ik mezelf wel genoeg af: ‘Wat neemt een kind waar?’ zonder op voorhand vanuit mijn eigen referentiekader in te vullen. Stel je eens voor dat Temple vanuit het perspectief van een kind op een schooldag naar alle details kijkt? Welke informatie zou zij ons dan kunnen bieden? Wat maakt het dat kinderen nieuwsgierig worden of figuurlijk terugdeinzen? Het geheim kan in het kleinste detail zitten. Een interessante gedachte. Ik Met haar besluit om op een studiedag het idee te lanceren om eens uitzonderlijk bij elkaar, met de ogen dicht, tijdens de les in de groep te oog voor detail gaan liggen. ‘Probeer eens verplaatste zoveel mogelijk details waar te nemen die van invloed zijn op ze zich in de het gedrag van kinderen’, hoor ik mezelf zeggen. Ik merk al koe die naar snel dat het idee net even anders landt dan ik had verwacht. de slachtbank Het begint met wat gegniffel. Uiteindelijk barst de volledige werd geleid. groep in lachen uit. De grappen die gemaakt worden volgen elkaar in rap tempo op. Je hoeft geen Temple Grandin te zijn om de details, die op dat moment bij mij leiden tot boosheid, waar te nemen. Hebben ze dan niet door dat ik een serieus thema bespreekbaar wil maken? Mijn boosheid is snel verdwenen als de hilariteit wegebt en er alsnog een inhoudelijke discussie ontstaat. Het idee om in de groep te gaan liggen heeft het helaas niet gehaald. Maar de boodschap is wel zeer duidelijk over gekomen. Ik dank Temple, de autist die mij op mijn beperking heeft geattendeerd. @hvdpas

0 3 /0 4 1 2 /2 0 1 2 | nr. 2 1


B a s Lever i ng

Pedagoog Bas Levering

Wat voor samenleving w Na de grote onderwijsstaking wil Plein Primair verder kijken naar de redenen achter het protest. Wat veroorzaakt de onvrede bij de onderwijsmensen? De stakers vrezen de gevolgen van de bezuinigingen, grotere klassen, nog grotere werkdruk. Onvoldoende bijgeschoolde leerkrachten zouden negatief uitpakken voor de leerlingen in het primair onderwijs. Wij vroegen pedagoog Bas Levering om een blik op die gevolgen, komen die er? Wat is het effect op kinderen?

Ik heb het woord Passend onderwijs nog niet genoemd of Bas Levering begint te vertellen. “Je kunt natuurlijk niet tegen het idee van Passend onderwijs zijn, er niet tegen zijn dat ieder kind het zijne krijgt. Maar”, meent Levering kritisch, “de uitwerking is een vorm van ‘management by spreadsheet’. De overheid heeft een tableau geconstrueerd, waarin men er van uitgaat dat er zoveel procent van de kinderen zware zorg nodig heeft. Het is in zekere zin gebaseerd op een vinger in de lucht. Ik vond al meteen het oorspronkelijke idee van Passend onderwijs een heel gevaarlijke aangelegenheid. Ik was bang dat het niet zou gaan werken.” Levering vindt dat er geluisterd moet worden naar de stem van onderwijskrachten. “Als zij vertellen over wat ze nú met kinderen doen en kunnen bereiken, en zeggen dat kinderen minder ver of misschien wel nergens komen als ze die extra zorg niet meer krijgen, dan kun je dat rustig aannemen.”

“Het verlagen van die norm resulteert hooguit in een grote geslaakte zucht van verlichting van een leerkracht.”

Groepsgrootte

Het is moeilijk aan te tonen wat het effect is van de groei van de groepsgrootte op leerlingen en op de kwaliteit van het onderwijs. “Het is lastig te onderzoeken omdat, zoals we dat dan methodologisch noemen, er zoveel variabelen in de lucht zijn, dat je dat nauwelijks meten kunt.” Toch is er recentelijk weer een onderzoek gepubliceerd waarin men stelt dat de groepsgrootte eigenlijk geen invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs? “Kijk, iedereen snapt natuurlijk dat een klas waarin je met 52 kinderen te maken hebt, een ander verhaal is. Dan is het effect van de grootte duidelijk te meten. Maar als het er over gaat om de norm met anderhalf kind te verlagen, is dat effect natuurlijk niet aan te tonen. Het verlagen van die norm resulteert hooguit in een grote geslaakte zucht van verlichting van een leerkracht. Meer niet. We hebben er tegenwoordig een handje

van om in algemene termen over het onderwijs te praten en dus ook over de bezuinigingen. Daar krijg je wel een Arena mee vol. Het heeft tot gevolg dat mensen in het onderwijs, die zich de benen uit hun gat rennen, voortdurend afgerekend worden op dat ene verhaal. Iedereen kent wel een leerkracht die ze niet bevalt, of die er een potje van maakt. Daar zit natuurlijk het probleem. Bas Levering, in het verleden zelf actief in de lokale en regionale politiek, noemt het een schande dat politici en zelfs de ministers op dezelfde manier babbelen als ‘gewone’ mensen dat op verjaardagen doen. “Het heeft te maken met een bepaald niveau van beschaving.” “Het aanbod vanuit het veld om de miljoenen die het kabinet wil inzetten voor prestatiebeloning, in te zetten voor die voorzieningen en zorg, is eigenlijk een prachtig aanbod. Want wat moeten we met een prestatiebeloning? We weten dat het niet werkt. Er is met onderzoek aangetoond dat financiële incentives alleen maar bij mechanisch werk werken. En dat ligt ook eigenlijk voor de hand. Bij werk dat een intrinsieke beloning kent, of dat bevredigt omdat je er echte waardering van anderen voor krijgt, werkt financiële beloning niet. Lesgeven is natuurlijk een fantastische baan. Omdat je onmiddellijke reacties van de kinderen hebt. Daar doe je het voor.”

Tiger mother Bas Levering herinnert aan de discussie over de ‘tiger mother’. In die discussie werd de Chinese opvoeding die autoritair is, gericht op drillen en op presteren en waarin niet geluk maar vooruitkomen het doel is, recht tegenover de ‘slappe’ opvoeding in het westen gezet. “In zo’n samenleving willen we toch niet leven? Een samenleving waarin het alleen maar gaat over prestaties? Maar het komt steeds dichterbij. Waar wij, met onze polderopvoeding, heel erg goed in zijn, is samenwerken. Nederlanders zijn goed in teamwork. Levering vertelt over zijn bezoek aan een Chinese fabriek in 2007 waarin de Duitse directeur vertelde dat hij een groot probleem had met de altijd zeer hard werkende Chinese arbeiders, “hij zei: ‘ze hebben hier veel te veel respect voor hiërarchie’. In Nederland vinden wij dat de jongste bediende iets mag zeggen over de hoogste baas. En wij vinden dat de hoogste baas dat in overweging moet nemen. Maar als je in culturen met grote machtsafstand, zoals Duitsland, België en de VS, insteekt op het verkeerde niveau, kom je er niet meer in.” Daar is, aldus Levering, te veel respect voor de hiërarchie en autoriteit. “Dat legt een bedrijf lam. Je moet kritiek inbouwen. Ze kunnen daar niet samenwerken. Omdat ze alleen maar individualistisch zijn opgeleid. Dus hou nou toch op. Je kunt van alles over

Pedagogiek en politiek Bas Levering is een pedagoog die zijn sporen heeft verdiend in de algemene en theoretische pedagogiek. Hij werkt op dit moment als lector algemene pedagogiek aan Fontys Hogescholen. Tot 2011 was hij gastprofessor pedagogiek aan de Universiteit Gent, België. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het blad Pedagogiek in Praktijk. In het verleden was Levering namens de PvdA, gemeenteraadslid en wethouder in Montfoort en lid van Provinciale Staten van Utrecht.

22

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


B as Leve rin g

g willen wij opbouwen?

“Het gaat hier niet om ‘fact free politics’, maar om ‘contra fact politics’.”

ons onderwijs, onze opvoeding zeggen, maar wij leren samenwerken en dat is een enorme kracht. Wij zitten in Nederland anders in elkaar. We moeten nadenken over wat voor samenleving we willen opbouwen. De zaken die nu worden overwogen, hebben daar verschrikkelijk weinig mee te maken. Archaïsch.”

praten we nou toch over? Het probleem in de politieke discussie is wat mij betreft dat er een heleboel mensen over onderwijs praten, die daar absoluut geen verstand van hebben.”

Terug naar de jaren ‘50

Bas Levering is een man van de wetenschap en die wetenschap landt te weinig in de klas en nog erger, zo meent hij, in de politiek lijkt de wetenschap gewoon genegeerd te worden. “Wat wetenschappelijk gebeurt op onderwijsgebied gaat over het algemeen over methodes, er ligt een enorme nadruk op de evidencebased methode. De politiek wil dat onderwijsmethoden bewezen effectief zijn. Maar het is volkomen duidelijk dat de persoon van de leerkracht van evident belang is voor de effectiviteit van het onderwijs. Het gaat niet om effectieve methoden, maar om effectieve

“Het is een verkeerde opvatting dat leren overdracht zou zijn.” Bas Levering gaat terug naar zijn eigen jeugd en zijn lagere schooltijd in de jaren vijftig. “Ik herinner me nog heel goed de grote klas waarin ik zat. De meeste kinderen hadden het niet naar hun zin. Want in die tijd was het nog gebruikelijk dat kinderen vernederd werden voor de klas. Ze moesten dan voor de klas gaan zeggen wat ze aan doms hadden gedaan. De leerkracht was ook meer bezig met het groepje dat zich voorbereidde op het toelatingsexamen voor hbs en gymnasium. De andere kinderen hingen er maar een beetje bij. Dat is natuurlijk totaal veranderd in de jaren zestig. Toen zijn ook de banken en de rijtjes uit de klas gehaald. Laten we daar trots op zijn. Ik hoorde meneer Madlener (fractieleider PVV in het Europese parlement, red.) op de radio zeggen, dat er veel ouders hun kinderen naar Belgische scholen sturen. Maar dat is onderwijs dat wij in Nederland in de jaren vijftig achter ons hebben gelaten. Waar

23

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


B a s Lever i ng

leerkrachten. Het rapport LeerKracht! van de commissie Rinnooy Kan, heeft geprobeerd de focus weer op de professionaliteit van de leerkracht te leggen. Maar er is verschrikkelijk weinig gebeurd met dat rapport. Er is wat aan de salarissen gedaan, maar de professional zou meer ruimte moeten krijgen. Toch krijgt hij voortdurend minder ruimte. De leerkracht wordt gebonden aan en afgerekend op toetsing. Er is een hele smalle focus op onderwijsmethoden. Ik heb dat zelf meegemaakt bij mijn eerste student-assistentschap onderwijskunde. Daarbij gebruikten we een boek van John P. De Cecco; Psychology of Learning and Instruction. Dat was een benadering waarbij de leerkracht werd gezien als storende factor in het onderwijs. Die persoonlijke factor van de leerkracht, moest je neutraliseren. En die benadering dendert nu eigenlijk nog steeds door.”

Kleutertoets Levering waarschuwt ook voor de druk waar het jonge kind onder staat. “We hebben ternauwernood die kleutertoets kunnen tegenhouden. De hele invoering van die kleutertoets was niet bedoeld om kleuters verder te helpen, maar om basisscholen op af te rekenen. We hebben heel veel wetenschappelijk onderzoek dat we

voortdurend inbrengen, maar waar gewoon niet naar gekeken wordt. Uiteindelijk konden we de kleutertoets tegenhouden omdat we met onderzoek van ontwikkelingspsychologen konden aantonen dat kinderen van vier jaar helemaal niet te toetsen zijn. Zoals collega Paul van Geert, ontwikkelingspsycholoog, zegt: ‘Kleuters verschillen vaak nog meer van zichzelf dan dat ze van een ander verschillen.’ Het is een schandaal dat de politiek zich zo weinig aantrekt van geluiden uit de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek. “Het gaat hier niet om ‘fact free politics’, maar om ‘contra fact politics’.”

advertentie

Innoveren binnen uw school? Kies voor de Master Learning and Innovation!

Toets als doelbepaler

Na het afronden van de master: • zet u duurzame innovatieprocessen in gang • vervult u een voortrekkersrol bij het initiëren van onderwijsvernieuwingen Start: september 2012 Lesplaatsen: Zwolle en Leeuwarden • Voorlichting Leeuwarden • Voorlichting Zwolle

19 april 2012 8 juni 2012

19.00 uur 18.30 uur

Meer informatie? Kijk op www.windesheim.nl of www.stenden.com/nl/studies/master of e-mail naar info@windesheim.nl of masters@stenden.com

CHW12317_12085_ADV_MLI_PLEIN_PRIMAIR.indd 1

De bezuinigingen op Passend onderwijs gaan toch gewoon door. De pabo-opleiding is nu erg gericht op taal en rekenen. Maar leerkrachten zijn, zo blijkt ook uit onderzoek, nog onvoldoende voorbereid op het omgaan met verschillen, met zorgleerlingen in de klas. “Daar is natuurlijk iets raars aan de hand”, zegt Levering, “het is roeien tegen de stroom in. We klagen al jaren over de kwaliteit van de opleidingsscholen. En op deze manier maak je het nog moeilijker. Al die extra kennis over ontwikkelings- en leerstoornissen is duidelijk een taakverzwaring. Men was al ontevreden over de kwaliteit en nu gaan we ze nog extra belasten. Blijkbaar schieten beginnende leerkrachten tekort op het gebied van rekenen en taal, maar ze moeten tegelijkertijd een injectie hebben op dat andere vlak, want ook daar schieten ze te kort.” Levering denkt dat nascholing en doorscholing daar een rol in kan en moet vervullen.

G E B RU I K UW LER A REN BEURS!

Bas Levering werd destijds opgeleid in de onderwijskunde met de gedachte dat het er om ging heel precies je doelstellingen vast te leggen. “Vervolgens moest je een onderwijsmethode zoeken die paste bij je doelstellingen, die je hielp je doel te bereiken. Van dat expliciteren van doelstellingen hebben we ook in de politiek veel last gehad. Op een goed moment moesten overal prestatieindicatoren bij. Je zag ook toen dat dat absoluut niet werkte. Bij een heleboel beleidsonderwerpen werden hele rare prestatie-indicatoren geformuleerd. Je ziet ook dat dat denken in het politieke bestuur eigenlijk weer verdwenen is. Maar de overheid is in de controle op ander sectoren gewoon door blijven gaan en louter blijven koersen op effectiviteit. En dat denken blijft zo een merkwaardige rol spelen in het onderwijs. We hebben net de Citotoets weer achter de rug. Kinderen worden door het Cito alleen maar getoetst op inhouden die toetsbaar zijn. Dat heeft dus een omgekeerd effect. De Citotoets is in het onderwijs gaan fungeren als doelbepaler. In het onderwijs worden nu die dingen, die te toetsen zijn, belangrijk. Maar als je praat over wat er in de samenleving belangrijk is, de dingen waar wij vanuit het verleden ook goed in zijn, is er eigenlijk maar één heel belangrijke taak in de opvoeding. Dat is er voor te zorgen dat kinderen rekening gaan houden met anderen, en dat ze dat op een aangename manier gaan doen. En dat moeten we ook met het onderwijs voor elkaar zien te krijgen.”

10:52 2412-03-12 1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Nie u ws

Gepensioneerden zijn nodig in het onderwijs voor een andere actie Er moet iets gebeuren Nu de commotie over de onderwijsstaking is afgenomen, is het tijd van onderwijs vindt dat ouders meer om de werkdruk die veel leerkrachten ervaren, te verlagen De minister arbeidsmarkt en daarmee op de de op druk de echter neemt ng vergrijzi moeten gaan participeren Door de snel groeiend reservoir talentvolle een staat tijdsbesteding van de middengeneraties toe Aan de andere kant staan te kant de aan babyboomers die niet gewend zijn Scholen kunnen een uitnodigend klimaat scheppen, waarin niet alleen ouders maar vooral ook grootouders en hun leeftijdgenoten een stukje van hun tijd steken in de rust op scholen, de organisatie van de talloze grotere en kleinere dingen rondom het onderwijs. Daar is ruimte voor vrijwillige inzet, meer contact tussen

‘grijze en wijze’ generaties en kinderen en jongeren. Gepensioneerden kunnen grote waarde toevoegen door belangeloos present te zijn, het kind een luisterend oor te bieden, de jongere aan te moedigen en zichtbaar aanwezig te zijn in de school. De senior vrijwilliger brengt levenservaring, rust en charisma in; hij of zij neemt geen taken over maar vult aan. Nederland loopt hierin achter. In Engeland en Duitsland staan scholieren in de rij voor een ‘senior mentor’. In Duitsland werken getrainde vrijwillige mediators met veel succes aan geweldloosheid op meer dan 400 scholen, waardoor de leerkrachten in alle rust het onderwijs kunnen verzorgen. Het seniorentalent is divers: klassenassistentie, bijles, klussen, organisatie van buitenschoolse activiteiten, coaching voor zorgleerlingen, examensurveillance, bibliotheekbeheer. Natuurlijk, niet alle pijn in onderwijsland wordt hiermee weggenomen. Maar de vitaliteit en betrokkenheid van de nieuwe senior zal onmisbaar zijn voor het economische, sociale en culturele leven in ons land.

Opleiding Social Media Professional De snelle opkomst van de Social Media vormt voor veel scholen een grote uitdaging Social Media zijn tegenwoordig bepalend voor de opbouw en bewaking van de reputatie van de school bij ouders en leerlingen Gebrek aan beleid ten aanzien van gebruik van social media binnen de school kan ongemakkelijke situaties opleveren, zoals het te innig contact tussen docent en leerlingen, dreigtweets, verstoring van de les en digitaal pesten. Er zijn nog maar weinig scholen in staat om de Social Media op school niet te VERbieden, maar juist AAN te bieden als positief educatief gereedschap in de klas. Voor de Nationale Academie voor Media en Maatschappij waren dit redenen om te starten met een nieuwe opleiding tot ‘Social Media

25

Professional’ voor mensen in het onderwijs, bibliotheek en de jeugdzorg. De opleiding geldt als een aanvullende opleiding voor gecertificeerde Nationaal MediaCoaches. Liesbeth Hop, directeur: “Het is hard nodig om de deskundigheid op het gebied van Social Media op scholen snel te bevorderen, omdat er een ware kloof is ontstaan tussen de wereld binnen en buiten de school. Scholen moeten de aansluiting weer terugvinden met de buitenwereld en op basis van duidelijk beleid zelf stappen gaan zetten in de Social Media.” De opleiding is gericht op mensen werkzaam met jeugd en geeft recht op het erkende certificaat ‘Social Media Professional’. De opleiding bestaat uit drie sessies van vier uur op woensdagmiddagen, sluit af met een examen en start in mei 2012.

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


N i euws

Centrale eindtoets taal en rekenen Alle groep 8-leerlingen gaan vanaf volgend schooljaar een centrale eindtoets voor taal en rekenen afleggen Als de Tweede en Eerste Kamer daarmee akkoord gaan, wordt de eerste centrale eindtoets in april 2013, aan het einde van het schooljaar, afgenomen In het regeerakkoord werd al aangekondigd dat er een verplichte centrale eindtoets voor taal en rekenen komt in het primair onderwijs. Deze toets vult, als onafhankelijk gegeven, het schooladvies van de basisschool aan en draagt bij aan een goede doorlopende leerlijn tussen het primair en voortgezet onderwijs. De eindtoets moet volgens het kabinet basisscholen helpen om de opbrengsten van het door hen gegeven onderwijs te evalueren. Door de centrale eindtoets naar een later moment in het schooljaar te verschuiven, komt het schooladvies van de basisschool centraler te staan bij de keus voor een school in het voortgezet onderwijs. De inspectie zal de resultaten van de eindtoets gebruiken bij het toezicht op de onderwijskwaliteit. Minister Marja van Bijsterveldt: “De centrale eindtoets geeft inzicht in waar een kind op het gebied van

rekenen en taal staat en is een belangrijk hulpmiddel om leerlingen een goede plek te geven in het voortgezet onderwijs waar hun talenten verder tot ontwikkeling kunnen worden gebracht.” Vanuit het onderwijsveld kijkt men toch iets anders naar de toets en het gebruik er van door de inspectie. AVS-voorzitter Ton Duif: “De Citotoets (of een andere eindtoets) is prima als ondersteuning voor de schoolkeuze na de basisschool, maar zinloos als afrekeninstrument voor scholen. Het voornemen van de minister om een verplichte eindtoets af te nemen vanaf april 2013 valt deels onder dezelfde noemer. Alsof het enige dat telt reken- en taalopbrengsten zijn! Alsof opbrengstgericht werken het belangrijkste doel voor de toekomst is. En alsof een lichte stijging van de Cito-score het hoogste politieke doel is.” Cito krijgt de wettelijke taak om de centrale eindtoets te ontwikkelen. De eindtoets sluit nauw aan bij de bestaande Eindtoets Basisonderwijs, die Cito al jaren maakt. Op dit moment maakt ongeveer 85 procent van de basisscholen daarvan op vrijwillige basis gebruik. Ook alle scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gaan de eindtoets afnemen en werken met een leerling- en onderwijsvolgsysteem. Zij krijgen echter langer de tijd om dit voor te bereiden.

Hoge werkdruk bij leraren

advertentie

Starten met onderwijsvernieuwing?

Volg de Master Leren en Innoveren

Ongeveer vier op de vijf leraren in het voortgezet en primair onderwijs zuchten naar eigen zeggen onder een hoge werkdruk Maar liefst 78% van de leraren uit het voortgezet onderwijs en 84% van de leraren uit het basisonderwijs gaven aan een hoge werkdruk te ervaren Dat blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek. Tegelijk vindt ruim 43 procent van de leraren die werkdruk onacceptabel. Vooral leraren rond de 50 jaar die werken in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, ervaren een hoge werkdruk . In het voortgezet onderwijs gaat het vooral om leraren op de bovenbouwafdelingen van havo en vwo, terwijl in het basisonderwijs vooral de leraren aan groep 3, 4 en 5 het werk zwaar vinden. Vooral het vergader- en nakijkwerk zorgt voor problemen. Ook vinden leraren het lastig dat ze hun lessen niet zelf kunnen plannen en vormgeven en ook de leiding van de school zorgt voor druk. Als gevolg van de druk vrezen leraren dat ze minder kwaliteit leveren. De cijfers werden deze week bekendgemaakt door het DUO Onderwijsonderzoek.

Start 4e leergang: september 2012 Kom naar onze voorlichting! Voor data en meer informatie: www.lereneninnoveren.nl

Deze opleiding voldoet aan de eisen van de lerarenbeurs.

26

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Schoolreis

Column Door: Mathijs ter Bork

Dinsdag 6 maart 2012 Vandaag gingen we voor het werk een dagje naar Amsterdam. De werkdag begon, net als anders, om half negen met het controleren of iedereen er was. Ondanks de opkomende griep waren er bij ons deze dag geen zieken. Sommigen waren wel wat verkouden, of kwakkelden op een andere manier met hun gezondheid, maar een leraar meldt zich niet zomaar ziek, dus ook vandaag was iedereen van de partij. Ziek zijn kwam vandaag sowieso slecht uit want we gingen vandaag iets bijzonders doen… we gingen staken tegen het waanzinnige idee om 300 miljoen euro te gaan bezuinigen op het Passend onderwijs! Al eerder kwam ik in actie tegen deze bezuiniging. Kort na mijn uitverkiezing als Leraar van het Jaar 2010 werd ik gevraagd deel te nemen aan een groot debat in Den Haag om uit te leggen waarom dit plan vernietigend, demotiverend en onbeschoft is. De oppositiepartijen deden zich tegoed aan onze argumenten, maar Ton Elias en de zijnen wilden de argumenten niet horen. Zij vinden slechts dat het aantal kinderen met een stempel moet worden teruggedrongen omdat dit teveel geld kost. De oorzaak van de groei in het aantal ‘zorgleerlingen’ wordt echter niet goed onderzocht. Je zou kunnen zeggen dat dhr. Elias ook toen al uitkwam voor zijn onkunde op het gebied van onderwijs. Vandaag gingen meer dan 50.000 collega’s een schoolreis maken om duidelijk te maken dat de huidige plannen het onderwijs en onze leerlingen echt kwaad zal doen. De grootste manifestatie van het onderwijs ooit! De meeste Nederlanders begrepen het doel van de staking en gingen achter de leerkrachten staan. Slechts een enkeling vond de staking slecht en onhandig. “Waar dump ik mijn kind vandaag, zodat ik 130 kan rijden in mijn nieuwe BMW?” Dit type mensen plaats ik het liefst in de categorie: ikke, ikke, ikke en de toekomst kan stikken. Van te voren wist ik niet goed wat er van mij werd verwacht. Ik wist best dat je tijdens staken niet hoort te werken, maar wat je dan precies WEL moet doen, was mij maar niet duidelijk.

27

Gespannen als een kind dat op schoolreisje gaat, ben ik de bus ingestapt. Onderweg, tegen de regels van het staken in, heb ik toch maar een beetje gewerkt op mijn laptop en wat vakliteratuur gelezen. Ik kon het niet laten… Het programma van de staking zou trouwens pas om 13.00 uur starten, dus ik kon nog best iets doen voor mijn werk, vond ik. Bij de Amsterdam Arena aangekomen was de sfeer meteen goed. Dit verbaasde me enigszins want mijn beeld van een staking was toch vooral eentje van ontevreden mensen die bij elkaar komen om hun onvrede te uiten. Leerkrachten zijn echter positieve wezens en ze proberen overal altijd het beste van te maken, zo ook van een staking. De Arena puilde bijna uit zijn voegen. Veel sprekers voerden het woord. Een flink aantal daarvan raakten mij. Een leerling in een rolstoel vroeg om hulp en bedankte ons voor onze aanwezigheid. Hij moest nu al meer dan een half uur wachten voordat hij naar de wc kon gaan, simpelweg omdat er niemand was die hem kon helpen. Een andere leerling, met een hersenaandoening, gaf onze minister een rode kaart en een moeder vertelde over haar autistische zoon Gijs, die straks zonder hulp in de klas aan zijn lot wordt overgeleverd. Walter Dresscher en Michel Rog spraken krachtige woorden. Genoeg is genoeg, de bezuiniging kan niet en mag niet. Tussendoor was er steeds dans en muziek. Er ontstond op een bepaald moment zelfs een wave! Achteraf was het helemaal niet nodig om zenuwachtig te zijn voor de staking. Onderwijzend Nederland heeft gewerkt aan eensgezindheid en de relaties met andere scholen zijn versterkt. Samen stonden we weer ergens voor. Wat was ik vandaag trots om bij dit groepje te mogen horen! Het stadion had vol gezeten en alles was nog heel. Om 15.00 uur was het tijd om weer naar huis te gaan. Op de terugweg zwaaiden totaal onbekende leerkrachten vanuit hun bus zelfs naar onze bus. Het schoolreisje was geslaagd. Toch hoop ik niet dat dit een jaarlijks uitje moet worden! @mathijsterbork

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Al l i a nt i e Agenda

Agenda Schoolprofilering met Sociale Media 18 april 2012 e.a. De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) organiseert in samenwerking met Mijn Kind Online een nieuwe masterclass over sociale media voor schoolleiders. Centrale vraag is: ‘Hoe stuur je als school je online reputatie?’ In deze masterclass komen schoolleiders veel te weten over de verschillende sociale media, over reputatiemanagement via sociale media en hoe zij actief de sociale media kunnen inzetten om hun school positief te profileren. Data en plaatsen: 18 april 2012 - Utrecht 9 mei 2012- Rotterdam 16 mei 2012- Roosendaal 23 mei 2012- Zwolle www.onderwijsagenda.nl

Regionale Dagen Jonge Kind 2012: Altijd lente! Vrijdag 13 april, donderdag 19 april en vrijdag 20 april 2012 De Regionale Dagen Jonge Kind (RDJK) zijn een jaarlijks terugkerend evenement over de ontwikkeling van kinderen tussen 2 en 6 jaar oud. Vier identieke congresdagen, waarin iedereen die werkt met jonge kinderen ideeën en inspiratie kan opdoen. Wil jij de jonge kinderen in je groep op een creatieve manier woorden leren? Wil jij een pienter kind kunnen signaleren en begeleiden? Wil jij leren hoe het samen spelen van kinderen zich ontwikkelt? En wil jij van Tischa Neve praktische tips uit het vak krijgen? Kom in de lente een dag lang workshops volgen, inspiratie en frisse ideeën opdoen. Een gevarieerd programma met veel gelegenheid voor uitwisseling en ontmoeting. www.hco.nl

Veiligheid voorop! Praktische agressiepreventie en conflictreductie in het onderwijs Donderdag 19 april Agressie komt helaas regelmatig voor op school, maar wordt één op de drie keer verzwegen! Medio 2012 wordt het registreren van incidenten verplicht. Welke incidenten moeten u melden? Hoe gaat u om met agressieve leerlingen? Wat kunt u doen om een veilig klimaat te creëren voor uw leerlingen en uw collega’s. Onder leiding van dagvoorzitter Bert Molenkamp, interim-voorzitter College van Bestuur ROC Rivor en oud commissaris van de politie, krijgt u antwoord op onder andere de volgende vragen: • Grensoverschrijdend gedrag – wat is de norm? • Verplichte incidentenregistratie – wat moet u melden en wat niet? • Hoe herkent u stressfactoren en wat zijn simpele interventies? ‘s Middags zijn er verschillende workshops waar dieper ingegaan wordt op de problematiek van de ochtend. U kunt kiezen uit één van de volgende workshops:

28

• Je lijf liegt niet, je kop wel! – lichaamstaal bij agressief gedrag • Conflictreductie docent – leerling • Conflictreductie docent – ouder www.medilex.nl

De Referentieniveaus: van wat naar hoe! 25 april De referentieniveaus voor taal en rekenen maken concreet wat kinderen in hun schoolloopbaan moeten kennen en kunnen. Het ‘wat’ is hiermee vastgelegd. Maar niet het ‘hoe’. Scholen bepalen zelf op welke manier ze deze nieuwe normen gaan halen. Dat levert terecht veel vragen op. CPS organiseert daarom op 25 april de conferentie ‘Referentieniveaus: van wat naar hoe !’ om antwoorden te vinden, inspiratie op te doen en uit te wisselen met andere professionals in het basisonderwijs. De conferentie richt zich op leerkrachten, intern begeleiders, taal- en rekencoördinatoren en schoolleiders in het basisonderwijs. www.cps.nl/academie

Opbrengstgericht werken in het speciaal basisonderwijs 25 april 2012 In het speciaal basisonderwijs wordt hard gewerkt om met de leerlingen optimale resultaten te behalen in taal en rekenen. Leerkrachten, intern en ambulant begeleiders, schoolleiders en specialisten spannen zich in om door opbrengstgericht werken het onderwijs in deze basisvaardigheden te versterken. Hoewel leerlingen met leer- en gedragsmoeilijkheden vaak moeite hebben zich de basisvaardigheden eigen te maken, is dat zeker mogelijk. De leerkracht speelt hierin een cruciale rol. PO-Raad/Projectbureau Kwaliteit organiseert samen met het SBO-werkverband een conferentie over opbrengstgericht werken in het speciaal basisonderwijs. Tijdens deze conferentie vinden naast een inspirerende plenaire inleiding workshops plaats waarin experts hun inzichten met de deelnemers delen en collega’s van scholen voor speciaal basisonderwijs presentaties verzorgen over de wijze waarop zij gestalte geven aan opbrengstgericht werken. http://schoolaanzet.eu/so-trajecten/conferenties

Rouw op je dak, omgaan met verlies bij kinderen en jongeren 16 mei Het gebeurt vaak plotseling. Een ouder van een kind overlijdt, of soms een broertje of zusje. Wat kunt u doen om het kind in uw klas op te vangen in zo’n moeilijke tijd? Hoe past u het rouwprotocol goed toe? En wat kunt u doen om de ouder(s) te ondersteunen? Deze dag is bedoeld voor leerkrachten/docenten, Intern begeleiders / zorgcoördinatoren, Vertrouwenspersonen, Jeugdwerkers, (School)Maatschappelijk werkers. www.medilex.nl/rouw

0 3 /0 4 1 2 /2 0 1 2 | nr. 2 1


Ag e n d a

Gearceerde items zijn nieuw in de agenda

Agenda Slim omgaan met (hoog)begaafde leerlingen Donderdag 24 mei Dat een hoogbegaafde leerling zich wel redt is een misvatting. Hoogbegaafde leerlingen zitten vaak niet goed in hun vel. Welke signalen geven (hoog)begaafde leerlingen af? Welke vormen van onderpresteren zijn er? Hoe zorgt u voor passend onderwijs voor uw begaafde leerlingen? Deze dag is bedoeld voor leerkrachten/docenten, Intern begeleiders / zorgcoördinatoren, Vertrouwenspersonen, (School)Maatschappelijk werkers, Schoolleiders, (adjunct)directeuren. www.medilex.nl/hoogbegaafdheid

Mediawijsheidmarkt 2012 Donderdag 24 mei Op donderdag 24 mei a.s. kunt u zich weer onderdompelen in alles wat mediawijsheid is. Dan organiseert Mediawijzer.net bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid de Mediawijsheidmarkt 2012. Om bezoekers te kunnen laten netwerken op het knooppunt van mediawijsheid worden speeddate sessies gefaciliteerd, is er de markt zelf en natuurlijk de pitches. Het netwerkevement, voor iedereen die geïnteresseerd is in mediawijsheid en voor alle netwerkpartners van Mediawijzer.net, is open van 10.00 – 14.00 uur. De markt zal bestaan uit verschillende stands en meeting points. Voor de speeddate sessies kunt u een beroep doen op speciaal hiervoor geselecteerde speeddate leiders; deze zorgen ervoor dat u snel en effectief kunt speeddaten. Meer informatie over de markt, standhouders en pitches zal in de loop van de maand april op deze site te vinden zijn: www.mediawijsheidmarkt.nl

Congres PO-Raad Donderdag 7 en vrijdag 8 juni Met dit congres wil de PO-Raad haar leden een inspirerende bijeenkomst bieden met aandacht voor de uitdagingen van vandaag, als ook stof tot denken over de toekomst van het onderwijs en de uitdagingen van morgen. Prominente sprekers, onder wie de heer Tex Gunning (o.a. lid Raad van Bestuur Akzo Nobel), Paul Schnabel (directeur van het SCP), Paul Zoontjens (hoofddocent staats- en bestuursrecht) en Jelle Jolles (hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie) zullen aanwezig zijn. Arne Gast van McKinsey zal hun rapport over grote veranderingen in onderwijssystemen bespreken. Het congres vindt plaats in congrescentrum De Werelt te Lunteren en begint donderdag 7 juni direct na de algemene leden vergadering van de PO-Raad. Het congres begint om 17.30 uur met een inleiding door Tex Gunning, gevolgd door een gezamenlijk diner-pensant, waarna het programma wordt voortgezet met een interactief programma met de heer Gunning. De volgende dag start het congres direct na het ontbijt met een centrale inleiding door Paul Schnabel. Daarna kunt u kiezen uit twee plenaire sessies en vervolgens uit vier subsessies. Het congres zal tot ongeveer 15.00 uur duren. Naast het programma is er volop ruimte voor informeel contact tussen de leden van de

29

PO-Raad onderling en contact met bestuur en medewerkers van de PO-Raad. De Werelt biedt de mogelijkheid te overnachten. www.poraad.nl

Congres Mindfulness bij ouders, kinderen en jongeren 12 juni 2012 Samen met UvA minds, academisch behandelcentrum voor ouder en kind, organiseert LannooCampus een congres over: mindfulness bij (aanstaande) ouders, gezinnen kinderen, jongeren en op scholen. Dit congres is ontwikkeld voor hulpverleners en docenten en biedt een actueel overzicht van nieuw ontwikkelde mindfulness interventies, methoden en trainingen. De laatste stand van zaken van het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness wordt gepresenteerd. Wat werkt wel in welke situatie en wat niet? Ook kan men nader kennismaken met diverse methoden, interventies en trainingen in praktische workshops. In totaal 13 sprekers en opleiders verzorgen presentaties en workshops, zoals: Prof. dr. Susan Bögels en Dr. Kathleen Restifo over Mindful Parenting, Dr. Edel Maex licht toe hoe mindfulness kan worden toegepast om de communicatie in gezinnen te verbeteren en Dr. David Dewulf presenteert een interventieprogramma voor jongeren met stress en depressie en de Engelse docent Richard Burnett vertelt over het project Mindfulness in Schools. www.lannoocampus-academie.nl

Symposia ‘Taaltalent’ 13 juni en 12 september 2012 Het Expertisecentrum Nederlands organiseert samen met de Radboud Universiteit Nijmegen in 2012 drie symposia rond het thema Taaltalent. Taaltalent is een programma dat beoogt de taaltalenten van kinderen in de voorschoolse periode en in het primair onderwijs op te sporen en tot ontwikkeling te brengen. Op woensdag 7 maart heeft het eerste symposium plaatsgevonden. Dit symposium stond in het teken van woordenschat. De symposia vinden plaats op een woensdagmiddag op de campus in Nijmegen. Tijdens alle symposia is er ruim aandacht voor de vertaalslag van onderzoek naar de alledaagse praktijk. Het programma richt zich op leraren, intern begeleiders en directeuren van basisscholen en onderwijsadviseurs. Het tweede symposium (13 juni) staat in het teken van begrijpend lezen. Het derde symposium (12 september) staat in het teken van het jonge kind. www.expertisecentrumnederlands.nl

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Agenda

tlight een dag . Heeft u een tip voor Bijeenkomst in de spo congres in de spotlights conferentie, werkdag of mair steeds een de agenda van Plein Pri . Voortaan zetten we in rimair.nl o.v.v. agendatip inp ple o@ inf r naa dan il ma rie, ego cat e voor dez

i a.s. deren en jongeren, 12 jun Mindfulness bij ouders, kin

, intern begeleidocenten, schoolleiders ing van de dag? en wat is de bedoel n uit het onderwijs zijn p epe kinderen, jonroe gro bij elg n oel do “D nge de e: ini is mi e stra ade Wi passing van mindfulnes de LannooCampus-Ac toe van de r eur ect ove n dir in workshops , u ere t orn orm kun Ho Nicole van deren belicht en U kunt zich laten inf ndfulnesstraining bij kin en en orthopedagogen. mi log van cho n cte psy ool effe en sch s, den der tergron en.” congres worden de ach r kinderen op basisschol geren op school. Op het fulnesstrainingen voo nd mi e uw nie tal aan kennis maken met een dachtstraining en blijken. Het is een aan de resultaten zo goed nsen deel nemen? dat me n om heel geschikt om de st is t om zou He m opk n. in aro ere rm nic Wa t anderen te commu deren op scholen is eno me r kin r nie ma voo ve ng itie ini n heeft op onttra pos s cte “Mindfulnes n en op een open en deren zeer positieve effe ss en emoties om te gaa ness training voor kin ful nd mi dat kt blij leert kinderen met stre onderzoek gaan.” . Uit wetenschappelijk kinderen met elkaar om in de klas toe te passen sfeer in de klas en hoe de op ook ar ma d, spanning, angst en adh tergronden van mindvindt. over de inhoud en ach die u zelf bijzonder g atie da orm de inf n je ne g je kiezen bin krij d n Noem 1 of 2 punte praktijk. In de ochten adhd. In de middag kun binatie van theorie en gheden, (faal)angst en rdi com dat vaa er nte iale ssa ond soc ere bijz g, int het erin d een “De dag is deren op stresshant mogelijkheden. Ik vin van de resultaten bij kin illende trainingen en sch ver de t me ken fulness trainingen en ma kennis erken aan deze dag.” s waarin je nader kunt ndfulness wilden meew uit praktische workshop rs op het gebied van mi ine tra en erts exp de zoveel toonaangeven ar uit? HD j mee en kijkt u na n voor kinderen met AD nt, waar bent u bli me ne mindfulness traininge eve de dit en, or hol vo issc ndleggers bas gro de op ng van ini een tra s is Kid Hij Wat is de aanrader Mindful van Dr. Edel Maex. tie de workshops over de heel blij met de komst unicatie, een goede rela “Voor het onderwijs zijn l interessant. Ik ben ook hee communicatie. Comm n in ole s sch nes op ful nd gen tel tot goed mi op sleu in de k al cia vaa spe ijs s erw gre en Angst en de ervarin op het con erling, is ook in het ond ngen bij stress en gaat atie van leerlingen ond van Mindfulness traini n positieve communic ope een en ers oud t met de leerling en me functioneren.”

advertentie

DROGE VOETEN 2012 IN NOORD-HOLLAND

Maak kans op gratis busvervoer

2 nieuwe educatieve programma’s Info & boekingen: www.zuiderzeemuseum.nl/drogevoeten

30

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2


Nie u ws

Opvallend initiatief in Rotterdam

Digitale taaltoets voor leraren Werken aan een betere taalbeheersing vraagt om effectief taalonderwijs, maar ook om leraren met een goede taalbeheersing en taalvaardigheid “De eigen taalvaardigheden van docent is een nog niet betreden domein Iedere docent moet beschikken over basiskennis en taalvaardigheden Maar de praktijk laat zien dat veel docenten het niet meer precies weten ” Een gesprek met de initiatiefnemer van een taaltoets voor leraren in Rotterdam, onderwijsadviseur Frank Bremer, over het hoe en waarom van deze digitale bijspijkerroute Het is opvallend dat in veel sectoren van de samenleving de digitale overdracht van kennis en ervaring goed ingeburgerd is, maar dat in het onderwijs leerprocessen weliswaar steeds digitaal worden ondersteund, maar nauwelijks op een digitale manier interactief worden ingericht. E-learning helpt veel bedrijven en organisaties de algemene kennisbases van medewerkers up to date houden, maar in het onderwijs komt het fenomeen van e-learning weinig tot niet voor. Toch lijkt het erop dat langzamerhand de bakens worden “De eigen verzet.

taalvaardig-

Rotterdamse taaltoets heden van Opvallend was het bericht in een groot aantal kranten en bij radio- en televisiezenders over een digitale taaltoets docent is voor leraren in het voortgezet onderwijs in Rotterdam. “De aanleiding is in eerste instantie het achterblijvend een nog niet taalniveau van Rotterdamse kinderen. Dit vraagstuk speelt al jaren. Wij hebben ingezet op nieuwe lesmiddelen voor leerlingen, we hebben hard gewerkt aan de vakdidactische vaardigheden. De eigen taalvaardigheden van docent is betreden een nog niet betreden domein. Iedere docent moet beschikken over basiskennis en taalvaardigheden. De praktijk domein.” laat zien dat veel docenten het niet meer precies weten.” Aan het woord is Frank Bremer, onderwijsadviseur van de gemeente Rotterdam. Hij is één van de initiatiefnemers voor een digitale toets waar leraren kunnen meten hoe het met hun eigen taalkennis en vaardigheid is gesteld. “Elke docent is een taaldocent”, stelde onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) van Rotterdam bij de start van de digitale taaltoets. “Rotterdam vraagt veel van docenten. Het opleidingsniveau van de leerlingen vraagt dat alle docenten ook ingezet moeten worden om het taalvraagstuk op te lossen. Dat kan niet alleen opgelost worden door extra leertijd of de vaksectie Nederlands. Het vraagt om grootse maatregelen en onorthodox handelen. Door de taalvaardigheid van alle docenten te activeren, kan de hele school ingezet worden om de taalvaardigheden van leerlingen te verhogen.” Hoe jonger, hoe beter “Wij hebben de taalmodule op proefscholen en de hogeschool getest”, vertelt Frank Bremer. “De eerste bevindingen laten zien dat veel docenten in het begin uitvallen en hoe jonger de docent is hoe groter de kans is om goed te scoren. De training biedt de docenten de mogelijkheid om zichzelf, in eigen tempo en plaats, te trainen. Het eindniveau is het beginniveau van de pabo en de lerarenopleidingen. Wij vinden dat elke docent actief de kennis en taalvaardigheden op dit niveau moet beheersen. (3F-niveau, vastgesteld oor de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen). De taalmodule is erop gebouwd dat snel gescand wordt waar de gaten in de taalbeheersing zitten. Voor deze vaardigheidsgebieden biedt de module oefenstof en uitleg. Voor de vaardigheidsgebieden waar de docent goed op scoort wordt met regelmaat gevraagd om deze gebieden te blijven activeren. Eenmaal op het juiste niveau kan de docent een eindtoets doen. De trainingsarbeid betaalt zich Modules dan uit door met redelijke zekerheid de eindtoets te kunnen doen.” De taalmodule is opgebouwd uit de volgende Digitaal leren onderdelen: Frank Bremer is van mening dat het langs digitale weg bijspijkeren van de taalkennis en vaardigheid van leraren in - Spellen het voortgezet onderwijs het begin is van een nieuwe vorm van leren. “Deze toets”, meent Bremer, “kun je zonder - Formuleren mankeren ook in het middelbaar beroepsonderwijs inzetten, maar natuurlijk ook in het primair onderwijs.” Als het - Interpunctie aan de Rotterdamse onderwijsadviseur ligt, wordt het digitaal scholingsaanbod snel uitgebreid doordat iedereen in - Redekundig ontleden zijn eigen tempo kan leren en op de momenten dat het past. Initiatiefnemer voor de eerste stappen op het terrein - Taalkundig ontleden van digitaal leren is het Rotterdamse schoolbestuur van de Stichting LMC Voortgezet Onderwijs. Ontwikkelaar is Online-onderwijs.nu, een nieuwkomer op de onderwijsscholingsmarkt.

Colofon Plein Primair is een uitgave van Uitgeverij School BV / Meppel en AT Consult, Stationsweg 44a, 7941 HE Meppel, tel : 0522-246162; fax 0522-246462 Redactieadres: Postbus 543, 4100 AM Culemborg, tel : 0345-510161, fax 0345-510249, e-mail: redactie@pleinprimair nl, www pleinprimair nl Redactionele medewerkers: Cocky de Valk, Marysia Zaraycki Eindredactie: Anneke Sliedrecht Hoofdredactie: Aat Sliedrecht Abonnementenadministratie: Ten Brink abonnementenadministratie, Antwoordnummer 17, 7940 VB Meppel, (T) 088-2265212, e-mail: abonnementen@tenbrink-meppel nl, Nederland normaal tarief Plein Primair 6x € 54,00, Studentenabonnement € 46,00, België € 57,00, Buitenland overig € 74,00, Plein Primair 6x + taalkatern 3x+ inlogcode website € 70,00, België € 72,50, Buitenland overig € 86,00, Plein Primair 3x + taalkatern 3x € 34,00 Een abonnement kan ieder moment ingaan en schriftelijk tot uiterlijk twee maanden vóór beëindiging van het jaarabonnement worden opgezegd Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch verlengd Adreswijziging schriftelijk drie weken van tevoren zenden aan de abonnementenadministratie, onder vermelding van het betreffende tijdschrift, oud en nieuw adres, beide met postcode en abonnementsnummer Nadat u zich heeft geabonneerd, ontvangt u een acceptgirokaart met daarop de abonnementsprijs Losse nummers kunnen à € 4,50 (incl verzendkosten) uitsluitend schriftelijk worden besteld bij de abonnementenadministratie ‘Plein Primair’, o v v het editienummer en de jaargang Advertentie-exploitatie: Recent B V , Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam, tel: 020-3308998, fax: 020- 4204005, email: info@recent nl, Basisontwerp/Vormgeving /opmaak & lithografie: FIZZ reclame + communicatie Druk: Drukkerij Ten Brink, © 2011 Het verlenen van toestemming voor publicatie in dit tijdschrift houdt in dat de auteur de uitgever, met uitsluiting van ieder ander, onherroepelijk machtigt bij of krachtens de Auteurswet door derden verschuldigde vergoeding voor copiëren te innen of daartoe in en buiten rechte op te treden en dat de auteur ermee instemt dat de uitgever deze volmacht overdraagt aan de door auteurs- en uitgeversvertegenwoordigers bestuurde Stichting Reprorecht tot welke overdracht de uitgever zich enerzijds verbindt en dat deze Stichting aan de te innen gelden een in overeenstemming met haar statuten en reglementen bepaalde bestemming geeft ISSN 1389-2371

31

1 3 /0 4 /2 0 1 2 | nr. 2



Plein Primair nr. 2