Issuu on Google+

De Stedelijke Basisschool… waar iedereen thuis is

Hallo S.B.O. STEDELIJKE BASISSCHOOL NIEUWKERKEN

Schoolblad S.B.O. Nieuwkerken Een band tussen school en thuis Schooljaar 2012 – 2013 Kersteditie

INHOUD : Gijselstraat 35 Tel : 03/776.44.24 Fax : 03/777.79.18 E-mail : ludwig.demeyer@sint-niklaas.be chris.grumiau@sint-niklaas.be http://www.droomballon.be

redactie :

                     

Woordje van de directeur en dirco Nieuwjaarswensen Afscheid Sneeuwschool School in de kijker ’t Is van den duim Alles over Sinterklaas Creatief Een toemaatje De warme school De sportieve school Zorgbebeid Zorg op school Pedagogische nood/t Dossier Uit de media Schoolweetjes Ouderraad Werkgroep verkeer Poortouders Kalender Personalia

Chris Grumiau Verantwoordelijke uitgever : Ludwig De Meyer

Lijst met nuttige telefoonnummers


Beste ouders, grootouders, kinderen, collega’s, Zoals beloofd in de herfsteditie van het schoolkrantje zou ik jullie ditmaal niet willen overrompelen met een uitvoerig voorwoord. We beperken ons tot het meest essentiële, nl. de gewijzigde wetgeving rond het inschrijvingsbeleid dat vanaf dit schooljaar van kracht gaat, en dat in functie van 2013-2014. Zoals jullie weten voerden we een inschrijvingsstop in : 240 kleuters en 360 lagereschoolkinderen en/of een totaal van 600 leerlingen. Karien Van Raemdonck, onze coördinerend directeur, zal deze materie hierna haarfijn uit de doeken doen. Ik wens jullie allen een zalige kerstvakantie toe en heel graag tot in 2013 ! Met vriendelijke groeten, Ludwig De Meyer, directeur

Nieuws van de dirco Beste mensen, Elk nieuw schooljaar wijzigt er wel wat in de onderwijsregelgeving. Een nieuw inschrijvingsbeleid is één van de belangrijkste voor dit schooljaar en heeft zijn gevolgen voor kinderen die vanaf het schooljaar 2013-2014 voor het eerst naar school zullen gaan. Via pers, brochures van de overheid en een brochure van het Lokaal Overlegplatform (LOP) zal informatie op u afkomen die alle nodige weetjes samenvat. Deze informatie blijft evenwel algemeen, terwijl in bepaalde scholen of regio’s de details verschillend kunnen zijn. Met dit artikel zal ik alle ‘nieuwigheden’ op maat trachten te vertalen voor onze scholengemeenschap en meer specifiek voor ouders die hun kind wensen in te schrijven in DE DROOMBALLON. 1. Moet ik mijn kind inschrijven? Je moet inschrijven: • • •

als je kind voor het eerst naar school gaat als je kind overgaat van de lagere school naar het secundair onderwijs als je kind van school verandert

Als je kind in De Droomballon blijft, dan hoef je niet elk jaar opnieuw in te schrijven. 2. Wanneer starten de inschrijvingen? Inschrijven doe je in het schooljaar vóór je kind naar De Droomballon gaat. De startdatum om in te schrijven in De Droomballon is afhankelijk van voorrangsregels (zie vraag 3)


3. Wie krijgt voorrang? Sommige kinderen krijgen voorrang bij het inschrijven. 1. Broers en zussen van leerlingen die al ingeschreven zijn in de school. Ook stiefbroers en –zussen, halfbroers en –zussen of andere kinderen die op hetzelfde adres wonen. 2. Kinderen van personeel van de school, dus van leraren, secretariaatsmedewerkers … Bovenstaande categorie kan zijn/haar kind inschrijven van 7 januari 2013 tot en met 28 februari 2013 om tijdens het schooljaar 2013-2014 in te stappen in De Droomballon De school richt wellicht speciale inschrijvingsdagen in tijdens deze periode en voor deze doelgroep. Raadpleeg daarvoor de website www.droomballon.be , telefoneer of mail naar de school zelf.

4. Wat neem ik mee wanneer ik mijn kind laat inschrijven? Neem volgende bewijsstukken mee als je je kind gaat inschrijven. •

SIS- kaart + strookje van de mutualiteit (+ rapport indien van toepassing)

En eventueel indien van toepassing : een bewijs dat je een toelage krijgt van de afdeling Studietoelagen, zoals een brief of rekeninguittreksel en/of een kopie van de beslissing van de jeugdrechtbank of van het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, om te bewijzen dat het kind geplaatst is …

5. Ik heb familie, buren, kennissen,… die hun kind (voor het eerst) wensen in te schrijven. Wat moeten zij doen en wanneer kunnen zij hun kind inschrijven? Nadat de voorrangsgroep van broers, zussen en kinderen van personeelsleden ingeschreven zijn (zie vraag 3), zijn alle anderen aan de beurt. Bovenstaande categorie kan zijn/haar kind inschrijven van 1 maart 2013 tot en met 19 april 2013 en vanaf 29 april 2013 (indien er nog plaatsen voorhanden zijn) om tijdens het schooljaar 2013-2014 in te stappen in De Droomballon De school richt wellicht speciale inschrijvingsdagen in tijdens deze periode en voor deze doelgroep. Geef daarom aan deze mensen de website www.droomballon.be , het telefoonnummer of het mailadres van de school door.


6. 0p welke leeftijd mag mijn kind starten in de kleuterschool? Je kind kan de eerste keer naar school als het tussen 2,5 jaar en 3 jaar is. Er start een groep kleuters: • • • • • • •

na de zomervakantie na de herfstvakantie na de kerstvakantie op 1 februari na de krokusvakantie na de paasvakantie na Hemelvaartsdag

Gescheiden ouders •

Het beste is dat jullie je kind samen gaan inschrijven op school. Kan er maar één ouder gaan? Dan gaat de school ervan uit dat de andere ouder het eens is met de inschrijving. Tenzij die laat weten dat hij niet akkoord gaat. Ouders die niet op hetzelfde adres wonen, mogen hun kind niet afwisselend naar de ene en dan weer naar een andere school sturen. De school moet zo'n inschrijving weigeren.

LOP = Lokaal Overlegplatform Het LOP is een vergadering van alle scholen uit een gemeente of regio en hun partners. Ze maken er samen afspraken, zodat alle leerlingen gelijke onderwijskansen krijgen. Het LOP kan ook bemiddelen in moeilijke situaties. Zo zal het LOP jou helpen als een school weigert om je kind in te schrijven. Het LOP checkt dan of er echt geen plaats is. Of het zoekt samen met jou een andere, gepaste school. De contactgegevens van de LOP – deskundige van onze regio. Voor meer specifieke vragen en info kan u uiteraard in de school zelf terecht en bij de coördinerend directeur van de scholengemeenschap van het stedelijk basisonderwijs. (zie afsprakennota)

Ook namens mezelf aan allen een prettige kerstvakantie toegewenst! Karien van Raemdonck coördinerend directeur


LICHT breekt door onverwacht, onverhoopt, onweerstaanbaar. LICHT breekt door in mensen, in de omgeving, in de wereld. LICHT breekt door ondanks onrecht, ondanks pijn, ondanks verdriet. LICHT breke door in je hart, in je gezin, op je werk. LICHT breekt door, geloof erin, maak het mogelijk, maak het mee. de redactie & het ganse schoolteam


Van 01.09.1976 tot 31.11.2005 

Gewezen schoolhoofd Marc De Beule gaat met pensioen De meesten die zich Marc De Beule nog herinneren kennen hem vanuit de periode dat hij directeur was van het Stedelijk Basisonderwijs van St-Niklaas. Eerst, toen beide scholen nog gefusioneerd waren, van de afdeling Belsele en Nieuwkerken samen. Na de defusie enkel van de Droomballon. Een behoorlijk deel van de jonge(re) generatie ging tijdens één van zijn ambtsperiodes bij ons op school aan de slag. Het verleden is dus niet zo heel ver weg. Ikzelf, samen met de oudere garde hier op school, leerde Marc kennen als de collega uit het tweede leerjaar te Belsele, met wie wij enkele malen per schooljaar samen zaten om de pedagogische en didactische violen tussen beide afdelingen gelijk te stemmen. En geloof me, het bleef in die dagen niet enkel bij pedagogisch-didactische ontmoetingen ☺. Niemand van ons kon eind jaren zeventig, begin jaren tachtig vermoeden dat hij later onze directeur zou worden. Een kort curriculum van zijn loopbaan : • Marc studeerde af op 30.06.1974 en deed tijdens de eerste jaren van zijn loopbaan interims in Waasmunster, Beveren en Kieldrecht. • Op 01.09.1976 krijgt hij een onderwijsopdracht aangeboden in de Gemeentelijke Jongensschool van de toen nog autonome gemeente Belsele. Op 01.09.1978 wordt hij vastbenoemd in wat ondertussen de Stedelijke Basisschool afdeling Belsele is geworden. • Vanaf 01.09.1994 wordt hij aangesteld tot directeur van de Stedelijke Basisscholen te Belsele en Nieuwkerken. Hij blijft dit 6 jaar. • Na de defusie van beide scholen wordt hij met ingang van 01.09.2000 directeur van de Stedelijke Basisschool te Belsele. • Op 01.10.2002 verlaat hij de school in Belsele om directeur te worden aan de Stedelijke Basisschool te Nieuwkerken, die later omgedoopt wordt tot “De Droomballon”. • Vanaf 01.12.2005 slaat hij andere wegen in. Hij wordt aangesteld als begeleiderondersteuner van scholengemeenschappen van het basisonderwijs bij OVSG. De ruim tien jaar dat Marc De Beule bij ons directeur was waren niet meteen de meest “belegen” jaren uit de geschiedenis van onze school. Ik beperk mij tot enkele hoogtepunten : - Opstart een kleuterafdeling - Invoering van gemengd onderwijs - Voorbereiding en aanvang van de verbouwings- en renovatiewerken die uiteindelijk hebben geleid tot het scholencomplex zoals het er nu uitziet. - Introduceren van de functie van beleidsmedewerker


Zoals elk van ons heeft Marc zijn sterke en minder sterke kanten, zijn kwaliteiten en gebreken, zijn pro’s en contra’s. Deze zijn tijdens zijn directeurschap, door alle betrokken partijen ongetwijfeld becommentarieerd en beoordeeld, deels in zijn voordeel, wellicht ook deels in zijn nadeel, want wat de ene goed vindt, daar denkt de andere net het tegenovergestelde over. Zo gaat dat in het leven…. Dat is nu zo, dat was vroeger niet anders… Wat ik wel met zekerheid weet, en ik stond dicht genoeg bij Marc om dit met stelligheid te bevestigen, is dat hij naar eigen zeggen “de school in Nieuwkerken steeds een warm hart heeft toegedragen en er zich steeds thuis heeft gevoeld.”

30.11.2005 : afscheid van de leerlingen

Sinds 01.09.2012 is Marc De Beule met pensioen. En… zoals bij een dergelijke gelegenheid gebruikelijk is, wensen wij hem nog vele gezonde en boeiende jaren toe aan de zijde van echtgenote Mariane en zijn kinderen. Tijd nu, Marc, om al die dingen te gaan doen die je al jaren graag had willen doen, maar waarvoor steeds de tijd ontbrak (alhoewel… horen wij gepensioneerden niet vaak zeggen dat ze tijd te kort hebben…) al weet ik zeker dat je het onderwijs nooit helemaal achter je zal laten. Chris (beleidsmedewerker)


Op vrijdagavond 16 november 2012 konden ouders, leerlingen, oud-leerlingen en sympathisanten terecht in de refter van de Droomballon voor de actie SOS Friet. Het doel van deze actie? Wel, de kostprijs van de sneeuwklassen is naar volgend jaar toe gevoelig verhoogd. Dit willen we niet naar de ouders toe doorrekenen. Daarom staken de zesdeklassers zelf de handen uit de mouwen om te werken voor HUN sneeuwklassen. Met de opbrengst van dit jaar hebben we de huidige zesdeklassers ‘getrakteerd’ op een skipas. Ook zij delen dus in de winst. De ouderraad heeft hiervoor trouwens ook een duit in het zakje gedaan. Waarvoor dank! Onze zesdejaars stonden (met de hulp van enkele juffen en meesters) zelf in voor het goede verloop van de avond: we hadden afwassers, kelners, afruimers, barmannen en –vrouwen. Ze hebben dat schitterend gedaan. We hoorden allerlei complimenten van ouders en leerkrachten. Wie nu nog durft spreken van ‘de jeugd van tegenwoordig’, heeft dus geen gelijk. Ze waren vriendelijk, gedreven, beleefd, zenuwachtig en een ECHTE groep. Ook directeur Ludwig merkte dit op en schreef prompt een boodschap op een groene kaart!

AAN IEDEREEN DIE ONS OP ÉÉN OF ANDERE MANIER GEHOLPEN OF GESTEUND HEEFT: VAN HARTE BEDANKT!

Het barpersoneel!

Bevallige assistentes!


Smakelijk!

De lounge…

Echte vrienden!

Opperste concentratie…

Een impressie van Mattis uit 6B: De eerste ervaring die ik heb op gedaan is dat het héél druk kan zijn en dus chaotisch is op zo’n momenten. Deze allereerste editie van S.O.S friet was eigenlijk ook wel fantastisch. Ik vond vooral de bar het leukst want ik heb bij zo wat alles geholpen. De mensen waren heel vriendelijk. Dat zijn ze bijna altijd tegen kinderen! ;-) Het was echt kei gezellig! Ik hoop dat iedereen die gekomen is het leuk vond. Bedankt voor jullie steun!


Op woensdag 24 oktober was het grootouderfeest op onze school. Meer dan honderd grootouders stonden te popelen om deze leuke voormiddag te starten. Directeur Ludwig verwelkomde iedereen en overliep het goed gevulde programma. In de sporthal was er bingo met als presentatoren juf Carine en juf Sarah. Iedereen deed enthousiast mee en er werden verschillende medailles uitgereikt.

De grootouders konden ook in de klas van hun kleinkind een lesje Nederlands, wiskunde of wereldoriĂŤntatie volgen. We betrapten wel enkele grootouders die stiekem de antwoorden influisterden bij hun sloebers.


Maar wat is een grootouderfeest zonder een tasje koffie en een stukje cake? De ouders van de kinderen zorgden voor zelfgemaakt gebak en de ouderraad zorgde samen met de leerlingenraad voor de koffie en de bediening. Waarvoor dank! Tijdens deze koffiepauze konden de grootouders samen met de kinderen gaan dansen op de speelplaats, waar hen door meester Jonathan een dans werd aangeleerd.


De grootouders die niet zo’n dansers waren, konden leuke foto’s van hun kapoenen bekijken in de computerklas. Daar konden ze ook meegenieten van een lesje ICT van het vijfde en zesde leerjaar.

Het was een schitterende dag met veel enthousiaste grootouders, blije kleinkinderen en trotse juffen.

Groetjes, juf Lieve, juf Inga, juf Natalie, juf Mieke, juf Sarah en juf Ellen


Regelmatig krijgt directeur Ludwig bezoek van één van zijn kleine “onderdanen”. - Dat kan zijn om ’t een en ’t ander “te komen uitleggen” (als jullie begrijpen wat ik bedoel)… - Dat kan zijn om iets af te geven of om iets te vragen… - Maar… dat kan ook zijn om één of andere “pluim” in de wacht te slepen. En… bij ons in den bureau zijn dat geen “pluimen” maar “duimen”. De selectie van deze editie


We moesten ten even tellen, toen de Sint dit schooljaar op school arriveerde. Zagen we het wel goed en was Hij dit jaar door drie zwarte Pieten vergezeld in plaats van de gebruikelijk twee. Zelfs de juffen en meesters die langst bij ons op school waren konden zich niet herinneren dat zoiets ooit al was gebeurd. Uiteraard waren we benieuwd naar de reden. Waren er dit jaar extra cadeautjes omdat we zo voorbeeldig braaf waren geweest, of was het net het omgekeerde… erde… Niemand durfde het aan de Sint te vragen. Ook tegen directeur Ludwig had de Heilige man er met geen woord over gerept. En zo moesten we een ganse dag leven met dit mysterie. Pas bij het vertrek van de Sint zou duidelijk worden waarom die extra mankracht mank nodig was…

De Sint was nog maar pas aan zijn rondgang door de school begonnen begonnen of er wachtte Hem en zijn Pietengevolg gevolg al een eerste verrassing. De erehaag werd dit schooljaar niet enkel gevormd door de oudste kleuters. Ook de leerlingen van het 4de, 5de en 6de leerjaar stonden op de eerste rij om de Sint met dans en zang welkom te heten. De Heilige man was aangenaam verrast en bij de Pieten zat de sfeer er meteen in (kijk maar op volgende bladzijde). bladzijde) De kindervriend verloor al meteen de klok uit het oog, niet meteen zijn sterkste kant, dat weten we en directeur d Ludwig en meester Chris hadden alle moeite van de wereld om de Sintstoet richting kleuterblok te loodsen, want daar zaten de alleraller kleinsten vol spanning op Hem te wachten… wachten en er was dit schooljaar toch weer een klas meer te bezoeken.


Even dreigde het weer mis te lopen toen één van de Pieten meer oog bleek te hebben voor sommige juffen dan voor het jonge volkje, of was het omgekeerd ☺. Eén vermaning van de Sint volstond om zijn helper elper terug tot de orde te roepen. roepen Het zou niet de enige zijn die dag… Uiteindelijk lukte het toch om zowel Sinterklaas als zijn Zwarte Pieten in het paviljoen te krijgen. Zoals elk jaar werd het een ontroerend weerzien met de kleine sloebers.


Van de kleuterafdeling ging het naar de lagere afdeling. Traditioneel ontvangen de leerlingen uit het eerste, tweede, derde leerjaar en OKAN de Sint in de sporthal om Hem en zijn Zwarte Pieten te vergasten op enkele gevarieerde “acts”. Het was dit jaar niet anders.

Naarmate de namiddag vorderde zagen alle aanwezigen dat de “groene” Piet steeds zenuwachter werd. We zagen hem zelfs stiekem iets in het oor van juf Lieve fluisteren. Kort daarna was hij plots verdwenen om even daarna terug op te duiken in werkkledij. Na enige tijd begon hij drukdoende te telefoneren Wat was er toch aan de hand ??? Wie zich alvast geen zorgen scheen te maken was de Sint…


Na enige tijd heen en weer bellen werd het geheim eindelijk onthuld, de Sint en zijn Zwarte Pieten hadden dit schooljaar een extra verrassing in petto. Zij zouden onze school verlaten in Nu werd alles duidelijk. Daarom was de Sint dus dit jaar met een extra Piet op bezoek, het was niemand minder dan de “Ballonpiet�.


Het 5e lj knutselt voor de goede, heilige man… en zijn beste vriend. Aan deze kant worden Sint en Piet gemaakt… Met een potlood tekenen we de silhouetten van onze 2 vrienden op zwart papier, die we nadien uitknippen. Met een wit krijtje geven we ze een gezicht.

We tekenen de skyline met een potlood. Het is belangrijk dat de huizen, kerk,… aan elkaar hangen want het moet in één stuk aan het raam kunnen. De details werken we af met een wit krijtje. Alles nu zorgvuldig uitknippen en prikken.

En de andere kant worden de huizen, schouwen, bomen,…gecreëerd.

Ons kunstwerk nog even en showen en klaar…. Dankjewel Sinterklaas voor ons leuk klasgeschenk!!! De 5e klassers


Een zorgvuldig uitgezocht geschenk maakt niet gelukkig

Stop met zoeken naar het ideale cadeau ‘Denk niet te lang na over de cadeautjes die je wil schenken', zeggen de onderzoekers. Zoek niet langer naar het perfecte geschenk om je geliefde te verrassen, want hij of zij wordt er toch niet gelukkiger van. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de universiteit van Singapore. ‘Als je iemand blij wil maken, moet je gewoon vragen wat hij wil en dat geven.' Een potsierlijke muts, het verkeerde parfum, of alweer een paar sokken. Welk cadeau er dit jaar ook voor jou onder de kerstboom ligt, erover klagen mag niet. Want ‘het is het gebaar dat telt', zo is ons van kindsbeen af ingelepeld. Maar dat blijkt niet te kloppen. Recent onderzoek van de nationale universiteit van Singapore wijst uit dat de tijd en moeite die je steekt in het zoeken naar een ideaal geschenk, niet opweegt tegen de waarde ervan. Met andere woorden: wie een goed doordacht cadeau ontvangt, is daar niet méér dankbaar voor. Onderzoekers kwamen tot die conclusie nadat ze honderden museumbezoekers een uitgebreide vragenlijst over cadeautjes hadden voorgeschoteld. De resultaten van de studie werden vorige maand gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Experimental Psychology General . ‘Het perfecte cadeau vinden is moeilijk en vraagt veel tijd, inspanning en geld', zegt Nicholas Epley, coauteur van de studie. ‘Toch hebben we dat er voor over, omdat we willen dat ons geschenk geapprecieerd wordt. We denken dat het onze relatie met elkaar zal versterken.' Drie spelregels Alleen: hoe hard iemand nagedacht heeft over het ideale geschenk of hoeveel moeite hij ervoor gedaan heeft, is niet zichtbaar. ‘Het speelt dan ook geen enkele rol in hoe erg een geschenk geapprecieerd wordt. Alleen bij een slecht cadeau brengen mensen in rekening hoeveel moeite het gekost heeft om iets te vinden.' Volgens de onderzoekers kan je daarom beter vragen wat iemand wil, dan te zoeken naar een attent geschenk. Maar socioloog Dimitri Mortelmans van de universiteit van Antwerpen is het daar niet volledig mee eens. ‘Wie cadeautjes geeft, moet drie spelregels in acht houden. - Eerst en vooral moet het geschenk passen bij de persoon aan wie je het geeft. - Ten tweede moet de waarde ervan symbool staan voor de relatie tussen de twee personen. - En het hoort een verrassing te zijn. Dat is ook de reden waarom we een geschenk altijd inpakken. Als je op voorhand vraagt wat iemand wil, valt dat verrassingseffect weg.' Auteur: Glynis Procureur


WELZIJNZORG 2012

ARMOEDE VERJAART NIET ! Een verjaardag is feest: mooie wensen, warme gezelligheid, leuke attenties...Dat jaartje extra neem je erbij en stilaan schuif je op van jong naar oud, van veertiger naar vijftiger, je wordt senior, gepensioneerd, zeventigplusser,... Elke dag worden we een een beetje ouder en sommigen gaan zelfs met de glimlach zeggen: ‘Oh...ik verjaar niet meer!’ waarmee ze hun leeftijd niet meer willen uitdrukken in een getal. Ook mensen in armoede worden ouder en blazen jaarlijks een kaarsje uit maar dan zonder feestje want wan armoede verjaart niet. niet Wie in armoede leeft vecht dagelijks om de eindjes aan elkaar te knopen, vaak vele jaren lang. Het risico om in armoede te leven ligt bij ouderen veel hoger dan bij de rest van de bevolking:

1 op 5 ouderen wordt geraakt door armoede. ar ‘Samen tegen armoede’ daar willen wij voor gaan!


IEDEREEN HOOPT OP EEN WARME OUDE DAG! ... alle onderzoeken in de ziekenhuizen terugbetaalbaar maken (Quinten)

...sociale supermarkten opstarten alleen voor 65-plussers 65 (Brenden)

...gemeenschapshuizen en kangoeroewoningen meer financiÍle steun geven. (Sarah) Als ik minister zou zijn, dan zou ik voor de ouderen‌

...de prijzen van de serviceflats verlagen en de hospitalisatieverzekering goedkoper maken i.p.v.duurder. (Subaba-Karel)

...een goedkoper tarief aanrekenen voor verwarming en elektriciteit (Gijsje)


Op latere leeftijd is het pensioen de belangrijkste bron van inkomsten. Het kan het verschil maken tussen leven in armoede of niet. Je pensioen wordt berekend volgens jouw arbeidsverleden. Als daar iets is misgelopen draag je dat je hele leven mee. De kans op extra kosten omwille om van zorg of gezondheid nemen toe naarmate je ouder wordt. Daarenboven heeft België één van de laagste pensioenen van Europa. Daarom willen we speciaal voor onze ouderen 4 gelukskaarten trekken want tijdens ons 4de wereldproject kozen wij als thema ‘JONG ZOEKT OUD’.

EEN GEZONDE, VEILIGE EN BETAALBARE WONING

KUNNEN MEETELLEN EN MEEDOEN

BEDANKT VOOR DE VELE VLAMMETJES DIE WE VAN JULLIE MOCHTEN ONTVANGEN. MAG HET KAARSJE DAT JULLIE KINDEREN MEEBRACHTEN TIJDENS DE FEESTDAGEN BRANDEN...”VOOR EEN WARME OUDE DAG” ? Bedankt! Namens de solidaire werkgroep Juf Nel, juf Kaat, juf Thera, juf Lieve, Meester Redouan en juf Chantal

GEEN ZORGEN OM DE EXTRA ZORGEN

EEN LEE LEEFBAAR INKOMEN Armoede verjaart niet....! niet.... Ik wel! De jaren tikken ongenadig voort: elke maand weer zorgen, elke hulp weer schaamte, elke muur weer vocht, elk raam brengt tocht. Telkens weer die woede, telkens weer die onmacht, telkens weer dat verdriet dat dikwijls niemand ziet. Rekenen en dan paniek, ik ben bang, ik ben ziek. Ik ben oud, ik i heb het koud. Maar ik verjaar nog...! Armoede rmoede niet! Laat ons hopen dat de regering dat eens ziet!


De sportdag van het 5de en het 6de leerjaar liet even op zich wachten. Maar het geduld van onze leerlingen werd beloond. Met wederom een aantal zeer gemotiveerde en professionele lesgevers werd ook deze sportdag een sportieve en uitdagende dag voor iedereen.

Zo zette Paul Bolsens ons op de goede weg met een initiatie oriĂŤntatielopen.


Waande men zich een echte musketier bij een initiatie schermen gegeven door Guy Suy.

Kon men zijn voetbaltalent tentoonstellen bij een initiatie voetbal onder leiding van Kris Smet.


Of laten zien dat men kon dansen in de initiatieles dans van Marijke Verhelst. Wie de dansmicrobe te pakken heeft gekregen verwijzen we graag door naar de naschoolse danslessen die georganiseerd worden door Marijke en die doorgaan op onze school.

Een initiatie tai-jitsu kon na het succes op de sportdag van de tweede graad ook hier niet ontbreken. Ook deze keer konden wij weer rekenen op de hoofdtrainer van vzw Saigen, Gino De Geest.


~~ Schrijfdans ~~ In oktober volgde het kleuterteam een bijscholing rond ‘schrijfdans’. Dit wordt nu gretig geïntegreerd in alle kleuterklassen!!! Plezier verzekerd! Schrijfdans is een programma ontwikkeld door Ragnhilde Oussoren, Nederlandse Schriftpsychologe en -grafologe. Haar grote passie, de muziek, heeft zij gekoppeld aan Basisbewegingen van het Europese schrift: •

Ronden

Rechten

Arcades

Guirlandes en

Doorgaande, verbonden lijnen.

Schrijfdans is een programma, dat kinderen "leert schrijven" vanuit hun natuurlijke bewegingen, met hun eigen zwier en zwaai. Met allerlei materialen zoals lijm, scheerschuim, badschuim, verf, wascokrijtjes, krijt, stiften, etc ervaren kinderen hoe ze op een plezierige manier schrijfmotorische vaardigheden kunnen ontwikkelen. Schrijven, schrijftekenen of – voor de allerjongsten – schrijbelen worden begeleid door muziek. In het klaslokaal, aan de tafel, in de lucht, op het bord en op papier. Schrijfdans is geschikt voor alle kinderen van 2,5 t/m 12 jaar, ongeacht hun motorische vaardigheden of verstandelijke vermogens. Schrijfdans laat kinderen voordat ze, om een voorbeeld te noemen, de letter o gaan schrijven, die o eerst goed voelen, horen en ervaren. De bewegingen worden daarom eerst geoefend in het groot en in de lucht. Pas daarna gaan we schrijbelen, schrijftekenen, en schrijven, waarbij dezelfde schrijfbewegingen die eerst in de lucht werden uitgevoerd hun spoor kunnen achterlaten op bord of papier of op een ander schrijfoppervlak. Het schrijfbewegen op muziek zorgt ervoor dat die o rond kan worden en kan blijven, zodat je hem op den duur ook kleiner kan maken, zonder inzet van je wil of prestatiedrang, dus zonder de vorm te forceren of te hard op je schrijfinstrument te drukken. Dan pas schrijf je de o gewoon lekker rond en gezond en is het jouw persoonlijke o geworden! Bij Schrijfdans wordt het schrijven veel ruimer opgevat dan alleen als het schrijven van letters en woorden met een pen op papier. Schrijven kunnen we ook met de armen in de lucht, of met de handen in een laagje scheerschuim. En wàt we 'schrijven' hoeven niet per se letters te zijn. Met basisschrijfbewegingen als lussen of bogen kunnen we al beginnen (lang) voordat de kinderen aan letters toe zijn. Juf Ellen S.


Peer- tutoring 2de -5de leerjaar Zonder dat zij het zelf beseffen is de huidige lichting tutors die momenteel het 5de leerjaar bevolken, een heel bijzondere lichting. Toen wij in het schooljaar 2009-2010 met dit project starten zaten zij immers in het 2de leerjaar en waren als dusdanig onze eerste tutees. Deze jongeren zullen dus als enigen, hun leven lang trots kunnen zijn op het feit dat zij de eerste tutees zijn die ook tutor werden. Niemand zal hen dit ooit nog nadoen ☺.

Nog even herhalen wat peer tutoring is Peer tutoring is een vorm van samenwerking waarbij twee kinderen samen aan een taak werken. Het ene kind (5de klas) begeleidt een ander kind (2de klas) bij het inoefenen of verwerven van bepaalde leerinhouden. Onderzoeksresultaten wijzen op verbeterde leerprestaties en dit zowel voor het begeleidende kind (tutor), als voor het begeleide kind (tutee). De tutee krijgt individuele aandacht en uitleg op aangepast niveau. De leerkwaliteit vergroot ! Door de leerinhouden uit te leggen krijgt ook de tutor beter begrip van de inhoud. Hierdoor groeien zowel de tutor als de tutee in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Naast positieve resultaten op cognitief gebied zijn er dus ook resultaten op sociaal en emotioneel vlak. Tijdens de sessie bij ons op school ligt de nadruk op het aanleren van een aantal strategieën die, vanuit het vakgebied begrijpend lezen, toepasbaar zijn op alles wat met “leren leren” te maken heeft. De tijd van toen… 2009-10 Als TUTEE in het 2de leerjaar

Het heden… 2012-13 Als TUTOR in het 5de leerjaar


De leerlingen die zelf ooit tutee waren, laten we nu ze zelf tutor zijn even aan het woord, ‌. Enkele reacties: Ik vind peer-tutoring zeer fijn! Het doet deugd om jongere leerlingen te helpen! Aylin KÜse (5B)


Tutor zijn is net een beetje gemakkelijker dan tutee. Want vroeger moesten wij lezen en nu moeten wij luisteren en verbeteren. Eigenlijk mag je een beetje juf of meester spelen. Als je een leuke en gemakkelijke tutee hebt, dan loopt het eigenlijk allemaal wel heel vlot! Eveline Van Der Loo (5B) Het is heel leuk om je tutee te zien groeien naar een vlotte lezer! Monty Corveleyn (5B) Als tutee vond ik het heel leuk om samen te werken met het 5de leerjaar. Mijn tutor was ook altijd heel lief voor mij. Ik wou zelf ook al zo goed als haar kunnen lezen. Het heeft me ook geholpen om beter te leren lezen. Tutee zijn is echt tof! Langs de andere kant ben ik nu heel erg blij dat ik tutor kan zijn! Ik heb altijd het samenwerken met jongere kinderen leuk gevonden! Ik heb twee tutees, ze lezen allebei heel vlot en dat maakt het natuurlijk ook een beetje gemakkelijker! Kaat Verschuren (5B) Als tutee vond ik het altijd heel leuk als we gingen lezen. Ook door dit project heb ik beter leren lezen. Ik vond mijn tutor ook heel leuk! Maar nu ik zelf tutor ben, vind ik het nog véél leuker! Al die verschillende strategieën leren bij onze juf en ze dan ook nog mogen aanleren aan onze tutee! Dat maakt het echt top! Sofie Baluwé (5B) Het is heel fijn om je tutee de verschillende strategieën aan te leren. Soms gaat dat vlot en soms verloopt dat een beetje moeilijker. Maar dan zijn we er als tutor om alles goed uit te leggen of te helpen. Bijvoorbeeld wanneer ze de betekenis van een woord niet kennen. We leren er allebei veel uit! Ik vind het een super tof uurtje! Lotte Smet (5B) Zo zie je maar… de leerlingen zijn alvast enthousiast! De juffen van het 5de leerjaar! Chantal, Evelien en Nele


vzw DE KEERKRING Centrum voor opvoedingsondersteuning Plezantstraat 165 9100 Sint-Niklaas tel : 03/755.00.71 e-mail : vzwdekeerkring@telenet.be

In samenwerking en samenspraak met het centrum voor opvoedingsondersteuning laten wij jullie in deze jaargang van “Hallo SBO” kennismaken met een aantal van hun publicaties. De onderwerpen die wij in deze jaargang aansnijden betreffen : - 1. Grenzen stellen : een moeilijke evenwichtsoefening. (jaargang 2011-12 : herfsteditie) - 2. Verwennen, een onderschat probleem… (jaargang 2011-12 : kersteditie) - 3. Open communicatie : een wereld van verschil (jaargang 2011-12 : paaseditie) - 4. Ouders scheiden. Kinderen lijden ? (jaargang 2011-12 : zomereditie) - 5. Pesten: gedaan ermee (jaargang 2012-13 : herfsteditie)

Hoe vergroot ik het zelfvertrouwen van mijn kind? 1.

Geef je kind de kans om dingen uit te proberen. Als bezorgde ouder heb je immers nogal eens de neiging om te zeggen: “daar ben je nog te klein voor” of “dat is nog te gevaarlijk”.

2.

Schep duidelijkheid voor je kind. Zorg dat het kind grenzen kent, scherm niet met beloften of dreigementen die je niet nakomt. Grenzen geven je kind een gevoel van veiligheid.

3.

Prijs je kind steeds weer voor wat het goed doet. We hebben immers vaak de neiging om wat het kind goed doet “normaal” te vinden en ons te focussen op wat het verkeerd doet.

4. Je houdt van je kind; laat dat dan ook merken. Denk niet: “mijn kind weet wel dat ik van hem hou.” Toon het, zeg het, laat het voelen. Het gevoel dat je er mag zijn, dat mensen om je geven, dat je voor andere mensen belangrijk bent, blijft voor iedereen noodzakelijk om zich goed te kunnen voelen. 5.

Van jou mag je kind fouten maken. Dit is één van je belangrijkste geschenken. Je geeft het zo de kans om te leren, zonder een gevoel van “falen”.

6.

Laat je kind zelf oplossingen bedenken. Het vertrouwen dat jij in je kinderen hebt, versterkt hun zelfvertrouwen.

7. Geef je kind voorbeelden van zelfverzekerd gedrag. Probeer je eigen angsten te overwinnen. Het voorbeeld is immers sterker dan wat je je kind vertelt. Als je bij je kinderen zelfvertrouwen wil aankweken, is het goed stil te staan bij je eigen zelfvertrouwen en dit eventueel aan te pakken… Voor een individueel gesprek rond het opvoeden van je kind kan je op het nummer 0494/53.45.81 een afspraak maken met een opvoedingsdeskundige van vzw De Keerkring. Het gesprek is gratis.


“ADHD is geen modetrend” “ADHD is een verzinsel”, kopte het weekblad Knack eind augustus. Kinderpsychiaters zouden de diagnose te snel stellen op vraag van ouders die bedelen om een etiket voor hun kind. “Door deze aantijgingen worden kinderen en jongeren met ernstige leer- en gedragsproblemen dubbel geraakt. Ze krijgen het label ADHD omdat ze in grote moeilijkheden zitten, niet omgekeerd”, stellen prof. dr. Dieter Baeyens, prof. dr. Saskia van der Oord, Elien Segers, prof. dr. Marina Danckaerts, dr. Jurgen Lemiere, prof. dr. Nady Van Broeck, dr. Steven Stes en Dagmar van Liefferinge, ADHD-onderzoeksers binnen Associatie KU Leuven, verenigd in het consortium ADHDynamisch. “Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) kwam de laatste maanden vaak in de media. Al te vaak trokken deze berichten het bestaan van ADHD in twijfel. Hoewel je dit kan opvatten als een – soms terechte – zorg voor een juiste diagnose van kinderen en jongeren met ADHD, viseren dergelijke berichten vaak ook ADHD-patiënten en hun omgeving. Die moeten zich daardoor nog extra verantwoorden. De symptomen en de moeilijkheden die kinderen en jongeren met ADHD er- varen zijn steeds het resultaat van een complex samenspel tussen een genetisch- biologische kwetsbaarheid en de omgeving waarin ze opgroeien. Zo kunnen risicofactoren zoals weinig structuur of ongezonde levensomstandigheden een gemiddelde genetisch-biologische kwetsbaarheid voor ADHD versterken. ADHD is geen verzinsel van hulpverleners of een ‘modetrend’. Het samenhangende patroon van aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit wordt immers al eeuwen uitgebreid beschreven. Pas in de loop van de jaren 80 van de vorige eeuw plakte men er de term ‘ADHD’ op. Studies tonen ook aan dat ADHD in alle culturen voorkomt, dus ook in gemeenschappen die onze prestatiegerichte levensstijl niet delen. “Het komt ook voor in culturen die niet op prestatie gericht zijn” De diagnose van ADHD verloopt bovendien volgens een rigoureus proces uitgevoerd door een multidisciplinair team, waaronder steeds een arts. Dit team stelt eerst vast of er voldoende symptomen van aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit zijn bij het kind of de jongere. Daarnaast vragen hulpverleners zich af hoe kinderen en jongeren hun klachten ervaren. Vooral het lijden en/of het moeilijk functioneren van het kind in zijn omgeving geeft de doorslag om een diagnose te stellen. Pas nadat beide vragen beantwoord zijn, kan je een behandeling op maat starten. Er niet in slagen voldoende aandachtig te zijn om de les te begrijpen (ook al ben je niet dom), herhaaldelijk falen en kritiek krijgen en leuke afspraken met vrienden steeds mislopen omdat je niet kan plannen, maakt kinderen met ADHD vaak moedeloos en verdrietig. Niet de omgeving lijdt hier het meest onder, wel het kind zelf. Open communicatie tussen de kinderen, hun ouders, de school en hulpverleners is dan ook essentieel om te begrijpen wat ADHD precies voor hen betekent. Leraren kunnen meer begrip en steun kweken bij klasgenoten, door info te verschaffen en tips te geven. Maar je hebt ook een geïntegreerde aanpak op schoolniveau nodig in de vorm van een sterk zorgbeleid, bijvoorbeeld door sensibilisering of vorming voor leraren, om het niveau van


persoonlijke goodwill van leraren te overstijgen. Als de ouders het kind thuis goed begeleiden en goed communiceren met de school, is er ook al meer mogelijk. Pas wanneer iedereen begrijpt dat ADHD géén verzinsel is, kunnen we echte zorg en begeleiding uitwerken. We zeggen daarbij niet dat het makkelijk is om leerlingen met een stoornis in de klas te hebben. Het vraagt dubbel zoveel energie, maar je krijgt er vaak ook dubbel zoveel van terug.” prof. dr. Dieter Baeyens  Uit “Klasse voor leerkrachten” – Maandblad voor onderwijs

Een druk baasje, of toch ADHD? Elk kind is af en toe druk. Maar of het daarom meteen het etiket “ADHD” moet krijgen? Van zorgvuldige diagnose tot effectieve aanpak: een update. Is ADHD bij kinderen een hype, een gevolg van de prestatiedruk, en/of het zoveelste bewijs dat een kind geen kind meer mag zijn? Een deel van de ADHD-discussie heeft ongetwijfeld te maken met de medicijnen die veel ADHDkinderen voorgeschreven krijgen, meer bepaald het stimulerende middel Rilatine. Al in 2009 luidde kinderpsychiater en ADHD-expert Dirk Deboutte de noodklok: het aantal Belgische kinderen dat in 2007 ADHD-geneesmiddelen slikte, was bijna vier keer zo hoog als in 2004, en is sindsdien nog toegenomen. Het feit op zich dat meer kinderen de ADHD-diagnose krijgen, is niet zo onlogisch, zegt Anneke Eenhoorn, klinisch psycholoog, ADHD-expert en auteur van het nieuwe, praktische boek “ADHD bij kinderen”: “Een druk kind maakte vroeger vaak de school niet af, maar ach, zo zei men dan, misschien komt het wel goed en kan hij aan de slag als boerenknecht of loopjongen. Om mee te draaien in onze maatschappij volstaat dat niet meer: er wordt steeds hoger gemikt, en bovendien heb je nu leerplicht tot 18 jaar.” Volgens Ria Van Den Heuvel, directeur van Centrum Zit Stil, zal het aantal ADHD-diagnoses zelfs nog toenemen: “Tot nu toe werd de aandoening veel vaker over het hoofd gezien dan doorgaans gedacht wordt.” Wat is ADHD? ADHD (of Attention Deficit Hyperactivity Disorder) zou naar schatting bij 5 tot 8% van de kinderen voorkomen. Het is een stoornis in het voorste deel van de hersenen, de zogenoemde frontaalkwabben. Die hersenregio zorgt ervoor dat je de dingen die je ziet en hoort, kunt verwerken, en dat je er op de gepaste manier op reageert. Ook plannen maken, emoties onder controle houden en de aandacht vasthouden gebeurt hier. Als op deze plek dingen niet lopen zoals het zou moeten, dan geeft dat levenslang problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit. Levenslang, want ADHD gaat niet over. Je kunt zeggen dat bij mensen met ADHD de remmen defect zijn: ze kunnen zich onvoldoende beheersen, ze kunnen moeilijk plannen en ze reageren vaak impulsief op prikkels.

1. Zit het in de familie? Hoe weet je dat je kind niet gewoon druk of dromerig is, maar dat er misschien meer aan de hand is? Als er in je familie al mensen met ADHD zijn, kan dat een eerste aanwijzing zijn: de aandoening is namelijk grotendeels aangeboren. Ook een stresserende zwangerschap of een vroeggeboorte verhoogt de kans op ADHD. Wat je zelf kunt doen als je twijfelt of je je kind al dan niet moet laten onderzoeken, is het thuis


eerst rustiger maken, adviseert psycholoog Anneke Eenhoorn, zelf ook moeder van een tiener met ADHD: “Let op jullie voeding, breng meer structuur in het gezinsleven, meer regelmaat en minder tv. Kortom: draai de klok een beetje terug naar pakweg de jaren vijftig. Kijk tegelijk of zich op school problemen stellen. Gedraagt je kind zich raar in de klas of op de speelplaats, is de leerstof te moeilijk voor hem of haar, of juist te makkelijk? Als deze aanpak na drie maanden nog geen resultaat oplevert, dan wordt het tijd om naar de specialisten te trekken voor een diagnose”, zegt Anneke Eenhoorn.

2. Een goede diagnose Er bestaat op dit moment nog geen medische of psychologische test die absoluut zeker kan zeggen of iemand ADHD heeft. Voor een diagnose kun je, in het beste geval, terecht bij een gespecialiseerd team van neuro -en kinderpsychiaters. Aan de hand van vragenlijsten praten zij met ouders en kind, om de hele voorgeschiedenis in kaart te brengen. Als het kind aan genoeg criteria voldoet, wordt het als ADHD’er gediagnosticeerd. Maar helaas gebeurt het nog al te vaak niet op deze manier, zegt Ria Van Den Heuvel van “Zit Stil”. “ADHD wordt nog te vaak door huisartsen gediagnosticeerd. Met de beste bedoelingen natuurlijk, want in de gespecialiseerde centra zijn er doorgaans lange wachtlijsten, en op deze manier worden ouders toch sneller voortgeholpen, zo is de idee. Maar huisartsen beschikken nu eenmaal niet over genoeg gespecialiseerde kennis.” Om daaraan tegemoet te komen, heeft Zit Stil ten behoeve van huisartsen een dvd uitgebracht met interviews met specialisten ter zake. Ook scholen spelen soms een negatieve rol, vertelt Anneke Eenhoorn. “Soms wordt aan ouders van drukke kinderen gezegd dat ze alleen nog mogen komen als ze Rilatine nemen. Een foute boodschap, natuurlijk.” Dat drukke kinderen sneller als probleemkind worden ervaren, wordt ook in de hand gewerkt door het feit dat meer vrouwen dan mannen lesgeven, vindt Anneke Eenhoorn. Jongens zijn nu eenmaal doorgaans drukker dan meisjes. In Canada kwam onlangs nog een andere reden voor onterechte ADHD-diagnoses aan het licht. Onderzoekers ontdekten dat kinderen die geboren worden in december, vaker een ADHD-stempel krijgen dan klasgenootjes geboren in januari. Het leeftijdsverschil van bijna een jaar binnen dezelfde klas gaat gepaard met een verschil in maturiteit. Daardoor worden minder rijpe kinderen vaak onterecht als ADHD’er gediagnosticeerd.”

3. Helpt alleen medicatie? Zodra de diagnose gesteld is, wordt aan ouders en kinderen uitgelegd wat de stoornis inhoudt en welke impact ze heeft op je dagelijkse leven. Dat is een belangrijke stap in de behandeling. Weten wat er met je aan de hand is, en dat je er zelf iets aan kunt doen, kan een stevige opsteker zijn. Bovendien leer je omgaan met je eigen beperkingen. Daarna begint het grote werk: via gedragstherapie je gedrag leren controleren, leren denken in stappen, sociale vaardigheden trainen. Dit kan zowel in groep als individueel. Daarnaast wordt meestal medicatie gebruikt om de ADHD-symptomen te onderdrukken. Het slikken van Rilatine door kinderen roept veel controverse op. Omdat het om een stimulerend middel gaat, zijn ouders vaak bang dat dit een opstapje kan zijn naar drugsverslaving. Maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt het tegenovergestelde: ADHD’ers die dankzij medicatie hun gedrag hebben leren sturen, maken minder kans om verslaafd te raken dan zij die geen pillen slikken en dit niet hebben geleerd. Bovendien staat vast dat het middel wel degelijk helpt om de innerlijke onrust te verminderen, de concentratie te verbeteren en meer controle te krijgen over emoties. Rilatine of vergelijkbare middelen slikken is vaak nodig om gedragstherapie te kunnen volgen. En die therapie, daar draait alles om, benadrukken zowel Ria Van Den Heuvel als Anneke Eenhoorn. “Medicatie werkt zolang je het inneemt, maar het verandert niets, want je traint niets”, zegt ze. Nog een bedenking bij de medicatie is dat er schadelijke bijwerkingen kunnen optreden: Rilatine kan de eetlust afremmen je prikkelbaarder maken, slaapstoornissen teweegbrengen. Bovendien kun je bij langdurig gebruik een groeiachterstand oplopen. Een (nuttig) medicijn om zorgvuldig mee om te gaan, dus.


Gelukkig staat de wetenschap niet stil: momenteel worden er nieuwe behandelingsmethodes voor ADHD bedacht en uitgeprobeerd. Veelbelovend is een werkgeheugentraining via speciaal ontworpen computergames. Als je werkgeheugen beter functioneert, onthou je beter wat je moet doen, zo luidt het uitgangspunt. In Nederland wordt al gewerkt met de programma’s Cogmed (vanaf 3 jaar) en Braingame Brian (tussen 8 en 12). En Zit Stil test op dit moment een computerspel uit dat het zelf heeft laten ontwerpen op basis van wetenschappelijk onderzoek. In de loop van 2013 zou het op de markt komen. Allemaal de schuld van de aardappel? Ook de mogelijke link tussen voeding en ADHD wordt volop wetenschappelijk onderzocht. Vroeger werden suiker en kleurstoffen als dé boosdoeners beschouwd. Maar volgens de Eindhovense wetenschapper Lidy Pelsser moeten we het veel breder bekijken. Vorig jaar publiceerde ze de resultaten van een uitgebreid onderzoek bij Belgische en Nederlandse kinderen tussen de 4 en 8 jaar. Elk voedingsmiddel, zelfs een banale aardappel, kan volgens haar allergische reacties en ook ADHD uitlokken. Ze stelde dit vast door ADHD-kinderen te onderwerpen aan een streng eliminatiedieet, om te kijken op welk voedingsmiddel ze allergisch reageren. Bij 64% van de kinderen zou het dieet al na vijf weken een spectaculair resultaat hebben opgeleverd: ze voldeden niet meer aan de criteria voor ADHD. Zowel Ria Van Den Heuvel als Anneke Eenhoorn hebben hierbij bedenkingen. Een streng dieet geeft sowieso structuur, en aandacht van de ouders heeft altijd een positief effect. Toch vindt Ria Van Den Heuvel dat de link tussen voeding en ADHD verder onderzocht moet worden. Zeker omdat, net als ADHD, ook het aantal voedselallergieën bij kinderen de laatste jaren enorm stijgt.

4. Er zijn ook leuke kanten aan Betekent ADHD dan alleen maar kommer en kwel? Helemaal niet, benadrukt Anneke Eenhoorn. “Kinderen en jongeren met ADHD zijn vaak de gangmakers in een groep: ze houden van gekke dingen doen en verzinnen vaak de leukste uitstapjes. Mensen met ADHD zijn vaak heel creatief, omdat ze geen grenzen kennen. Ze stappen open en vriendelijk op mensen af en maken daardoor leuke en onverwachte dingen mee. Het zijn vaak mensen met een eigen, vernieuwende kijk op de wereld, persoonlijkheden die kleur geven aan al het saaie om ons heen.” Een manier vinden om kinderen met ADHD op een passende manier te begeleiden, is dus echt wel belangrijk om al die leuke kwaliteiten niet verloren te laten gaan, aldus nog Anneke Eenhoorn.

5. Hoe ga je er als ouder mee om? “Als opvoeden een sport is, dan is het opvoeden van een kind met ADHD topsport”, zegt psycholoog Anneke Eenhoorn. Ouders van een ADHD-kind krijgen dan ook de raad mee om te leven als een topsporter: genoeg slapen, gezond eten, voldoende bewegen, goed voor jezelf zorgen. Je hebt veel energie, geduld en doorzettingsvermogen nodig. En je moet zelf ook consequent blijven: aan een kind met ADHD mag je geen uitzonderingen op de regel toestaan, want dat loopt meteen fout. Gun jezelf geregeld een time-out, en vergeet je gevoel voor relativering (en humor!) niet. Als je kleuter in al zijn enthousiasme een halve bloemenstruik heeft uitgetrokken om je een boeketje te kunnen geven, begin dan niet meteen te mopperen over de ravage in de tuin, maar ruim gewoon samen de modder in de gang op. Niet onbelangrijk: als je kind de ADHD-diagnose krijgt, kan dat -wegens het mogelijk erfelijke kantje van de stoornis- betekenen dat jij of je man het ook hebben. Als de ouders die diagnose eenmaal hebben aanvaard -en daar kan een hele tijd overheen gaan, weet Anneke Eenhoorn uit ervaring -zijn ze in het begin vaak in de eerste plaats triest. “Had ik dit maar eerder geweten, dan had ik niet zoveel kansen gemist in mijn leven”, is een vaak gehoorde uitroep. Positief daaraan is dan weer dat je als ouder met ADHD natuurlijk veel beter begrijpt wat je kind doormaakt.


“Dat is áltijd hetzelfde met jou!” Generatie na generatie: de kleine ergernissen die je als kind beleefde in je gezin, komen later wanneer je ouder bent in omgekeerd rollenspel terug. “Hoezeer je het ook probeert: bepaald gedrag is niet te vermijden”, zegt psychologe Ludwien Veranneman. En inderdaad: in onze online poll werd verkozen als ergerlijkste uitspraak: “Dat is áltijd hetzelfde met jou!” Hoe zorg je er nu voor dat het nooit meer hetzelfde wordt? Psychologe Ludwien Veranneman en orthopedagoog Marc Willems geven advies. Eline Maeyens Ouders hebben steeds meer hulpmiddelen ter beschikking bij de opvoeding, toch keren dezelfde ergernissen en frustraties elke generatie terug. Helpen al die opvoedingstips wel, of maken ze het net moeilijker?

Marc Willems: “De druk op ouders om alles perfect te doen, is veel groter dan vroeger. We leven in een prestatiemaatschappij, en ouders willen alles doen wat ze kunnen voor hun kinderen. Ook de druk op kinderen is vreselijk groot. De uitdaging voor de ouders is te luisteren, te kijken en proberen mee te gaan in de beleving van hun kind: moet ik ze nu stimuleren om door te zetten, of niet? Bijvoorbeeld als een kind nooit zin heeft om naar de jeugdbeweging te gaan, en dat ook zegt, maar elke week opgewekt terugkeert, dan mag je als ouder best wat pushen. Als het kind zich niet heeft geamuseerd, is dat een andere kwestie. Maar mensen zijn zo bang dat hun kind een kans zou missen, dat ze hen drie à vier activiteiten per week laten doen, ook al heeft niet elk kind daar deugd van.” We zijn tegenwoordig collectief gehaast. Treuzelende kinderen zijn een vaak voorkomende frustratie. Hoe pak je dat efficiënt aan?

Ludwien Veranneman: “Het belangrijkste bij het ochtendritueel is organisatie: een steeds terugkerende structuur. Zorg ervoor dat je kinderen op tijd gaan slapen en op tijd opstaan, elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip. Als het toch eens echt snel moet gaan en je te laat dreigt te komen, dan moet je als ouder wel gewoon pragmatisch zijn en ze bijvoorbeeld zelf aankleden.” (lacht) Marc Willems: “Bepaal ook wie wanneer in de badkamer mag: twee kinderen samen in de badkamer is om vertraging vragen. Ochtendchaos kun je ook vermijden door ’s avonds de kleren en de boekentassen al klaar te maken, en door als ouder goed georganiseerd te zijn. Zorg dus dat je zelf geen broek meer moet gaan strijken ’s ochtends.” (lacht) “Nee! Ik wil niet!” Wat antwoord je daarop als ouder, wanneer je kind naar bed moet?

Ludwien Veranneman: “Je zou willen dat zo’n gedrag niet voorkomt, maar het is bijna niet te vermijden. De stelregel is: als je wenst dat een kind iets meer of beter doet, zoals op tijd gaan slapen, dan moet je het daarvoor belonen. Dan gaat het voor het kind op den duur evident worden dat het dat doet.” Marc Willems: “Belonen is altijd beter dan straffen. Gewenst gedrag moet je positief bekrachtigen, door een simpel complimentje of door een beloningssysteem. Een straf, zoals een time-out bij jonge kinderen, is steeds het laatste redmiddel.”


ERGERLIJKSTE UITSPRAKEN VAN OUDERS TEGEN KINDEREN, KINDEREN VOLGENS DE KINDEREN ZELF 1. Dat is áltijd hetzelfde met jou. 2. Je zus kan het wél. 3. Dat heb ik je nou al tien keer gevraagd! 4. Tijd om te gaan slapen! 5. Ruim je kamer nú op! 6. Eet je bord leeg. 7. Schiet eens op! Je laat iedereen wachten. 8. Is je huiswerk al klaar? 9. Opstaan! 10. Zet die tv nu eindelijk af.

Je kan toch niet alles belonen dat je kind goed doet?

Marc Willems: “Zo’n systeem werkt goed voor kleine, concrete dingen die ouders frustreren, zoals een jas die niet aan de kapstok hangt of schoenen die niet in een rek staan. Elke keer dat ze het goed doen, krijgen kinderen een jeton of mogen ze een vakje van een grote tekening invullen. Die punten kunnen ze dan inruilen voor iets leuks.” Ludwien Veranneman:: “Zorg ervoor dat de beloning aantrekkelijk is voor het kind in kwestie, en dat je maar één doelgedrag vooropstelt. Over een goed beloningssysteem moet even nagedacht zijn.” “Maar het kan ook eenvoudiger en ad hoc. Als je aan het telefoneren bent en je kinderen k zijn kabaal aan het maken, dan ga je wel eens de telefoon neergooien en uitvaren tegen je kroost. Maar als je rustig kunt telefoneren en je kinderen zijn lief en vredig aan het spelen, dan wordt het meestal niet opgemerkt. Nochtans is het goed om daar daar ook de aandacht op te vestigen en expliciet te zeggen dat ze flink bezig zijn.” “Omdat ik het zeg”: is dat helemaal niet toegelaten als reden om van je kind iets gedaan te krijgen?

Ludwien Veranneman:: “Het lijkt tegenwoordig een evidentie dat je dat als ouder niet mag zeggen. Terwijl dat perfect kan! Als je het maar kadert –met met een uitleg in de stijl van: kinderen weten nog niet zoveel als ouders. Je moet ook niet te ver doorcommuniceren. Waarom mag je j niet te veel tv kijken? Omdat mama en papa zeggen dat dat niet gezond is. Punt. Je kunt dus wel een uitleg geven, maar je moet ook een grens stellen en duidelijk maken dat er geluisterd moet worden.” Marc Willems: “Ouders durven vaak niet meer strikt te zijn. Ik moet dikwijls tegen ouders zeggen dat een gezin géén democratie is: als ouder ben je tegenover je jonge kinderen een verlicht despoot. (lacht)) Regels stellen is een vorm van beveiligen, dat moeten ouders weer beseffen. Een kind mag trouwens wel eens ns gefrustreerd zijn, dat is iets waar het ook mee moet leren omgaan.” Kennen jullie ook trucjes om het huiswerk op een vlotte en aangename manier te laten verlopen?

Ludwien Veranneman: “Ik vind de keukenwekker een magisch middel. Je maakt duidelijke afspraken af over waar het huiswerk wordt gemaakt en hoeveel tijd je kind eraan moet besteden. Als je de keukenwekker gebruikt, leg je uit dat het huiswerkmoment aanbreekt of voorbij is als het belletje gaat. Maar er wordt tegenwoordig wel erg veel van kinderen kindere verwacht. Een kind in het derde leerjaar dat anderhalf uur per dag huiswerk moet maken, dat kan toch niet?”


Helemaal niet leuk als ouders: iets opnieuw en opnieuw vragen en geen reactie krijgen. Hoe komt dat toch, dat kinderen soms zo selectief doof lijken? En wat doe je eraan?

Ludwien Veranneman: “Bepaalde kinderen gaan zo op in hun activiteit dat ze het gewoon niet gehoord hebben. Belangrijk is dat je de aandacht van je kind vraagt en dat je het aankijkt. Je moet duidelijk zijn: nú moet je stoppen met wat je bezig bent en éérst de tafel dekken. Vanuit de keuken staan roepen, heeft weinig zin.” Marc Willems: “Soms kan het ook goed zijn om al tien minuutjes op voorhand te zeggen dat je straks gaat eten en dat de tafel nog moet worden gedekt. Het is best lastig voor kinderen om zomaar van de ene activiteit op de andere over te schakelen.”

Van tieners iets gedaan krijgen kan nog veel moeilijker zijn.

Ludwien Veranneman: “Je weet op dat moment als ouder minder over je kind en je hebt ook minder vat op hen: hun eigen leeftijdsgroep is in die periode immens belangrijk. Bij pubers moet er soms wel eens een straf volgen. Er zijn heel wat dingen die pubers graag hebben: hun gsm, hun betaalkaart, hun zakgeld. Dan kun je gaan ruilen: wij verwachten dat gedrag van jou in ruil voor die gsm. In het volwassen leven krijg je ook niets zomaar.”

En dan krijg je ook de kledingdiscussie: hoe pak je een tienerzoon of –dochter aan die erbij loopt op een manier waar je eigenlijk helemaal niet akkoord mee gaat?

Marc Willems: “Je moet vooral onderhandelen over wat je écht niet kunnen vindt, en in welke omstandigheden. Maar je moet als ouder toch een beetje kiezen welke gevechten je voert. Is het echt de moeite om een discussie aan te gaan omdat je geen voorstander bent van een bepaalde broek?”

Bij heftige meningsverschillen - en dat zal dan wel over ernstiger dingen gaan dan kleren - valt soms harde taal: wat doe je als je zoon of dochter tegen jou of een zus of broer zegt: “Ik haat jou?”

Marc Willems: “Als dat sporadisch eens gezegd wordt, in het heetst van de strijd, dan hoef je daar niet te zwaar aan te tillen. Het is een manier van emoties uiten, omdat het kind bijvoorbeeld zijn zin niet krijgt.” Ludwien Veranneman: “Ik zou het wel corrigeren: hou dat woord - haten – maar totdat je het eens echt nodig hebt. Tegenover ouders vind ik het misschien minder erg, dan tegenover broers en zussen. Elk kind haat wel eens een momentje zijn ouders. Het is misschien niet de moeite om daar al te diep op in te gaan.” EEN GEZIN IS GEEN DEMOCRATIE Orthopedagoog Marc Willems


Hoe goed je als ouder ook probeert alles te verdelen, kinderen zeggen soms dat broer of zus altijd méér mag dan hij- of zijzelf. Hoe reageer je daarop?

Marc Willems: “Het ene kind heeft een moeilijker temperament dan het andere. Aan een kind met ADHD worden vaak lagere eisen gesteld dan aan andere. Die laatste merken dan dat zij soms sneller berispt worden dan de broer of zus met ADHD. Maar als ouder kun je hen, door te praten, duidelijk maken dat ze allemaal verschillende talenten hebben en verschillende dingen goed kunnen.”

Als ouder trap je soms ook zelf in de val en ga je vergelijken met de “bravere” of “snellere” broer of zus. Heel ergerlijk voor kinderen, maar is dat echt erg?

Marc Willems: “Als je eens een keertje iets zegt in de trant van je broertje is alweer sneller klaar dan jij, dan gaat dat kind daar niet dood van, natuurlijk. (lacht) Als er een evenwicht is doordat je bijvoorbeeld ook eens tegen de snellere broer zegt dat die toch moeilijk kan luisteren, kan dat geen kwaad. Maar begin zeker niet met schoolresultaten of andere belangrijkere dingen te vergelijken!”

Last but not least: waar kinderen zijn, is herrie. Hoe hou je het lawaai -uitgelaten zijn en gillen, of roepen in plaats van iets op normale toon zeggen- binnen de perken?

Ludwien Veranneman: “Je moet eerst proberen nagaan waarom je kind zo luid praat. Kinderen zullen bijvoorbeeld sneller roepen in een ruimte waar veel lawaai is, als de tv aanstaat bijvoorbeeld. Ook bij heftige spelletjes gaat het volume de hoogte in. In dat laatste geval kun je je kind aanzetten om een ander spel te gaan spelen als je wil dat ze wat rustiger zijn.” “Algemeen kun je zeggen dat veel afhangt van hoe jij als ouder communiceert, want kinderen nemen automatisch jouw model van communicatie over. Als je als ouder dus rustiger, trager, stiller spreekt, zal je kind dat ook doen. Een rustige toon in je eigen stem zal het volume van je kinderen aanzienlijk naar beneden helpen.”

ERGERLIJKSTE UITSPRAKEN VAN KINDEREN TEGEN OUDERS, VOLGENS DE OUDERS ZELF 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Ik haat jou! Van oma (mama, papa,…) mag ik dat wél. Nog één keertje… Ik ben ermee bézig. Ik kan niet slapen! Ik lust dat niet. Die kleren doe ik nooit aan! Jij bent altijd zo streng. Ik moet pipi doen. (Vlak nadat je thuis vertrokken bent en iedereen naar toilet is geweest.) 10. Mag ik een hondje?




Bijna alle kleuters gaan naar school

Bijna alle kleuters in Vlaanderen gaan naar school. In 2010-2011 was 97,6 procent van de 2,5-jarigen en 98,7 procent van de 5-jarigen ingeschreven in een school. Slechts 1,3 procent van alle kleuters ging niet naar school. We staan daarmee aan de wereldtop. In Vlaanderen zijn ouders niet verplicht om hun kleuter naar school te sturen. Kinderen kunnen vanaf 2,5 jaar naar school maar pas vanaf 6 jaar geldt de leerplicht. Toch gaan bijna alle kleuters in Vlaanderen naar school. Van alle kinderen tussen 2,5 en 6 jaar waren er in het schooljaar 2010-2011 maar 2749 of 1,3 procent niet in een school ingeschreven. Hoe ouder kinderen zijn, hoe vaker ze ingeschreven zijn. Bij de 2,5-jarigen was 2,3 procent niet ingeschreven. Bij de 5-jarigen was dat maar 0,9 procent. Ondanks de goede resultaten en de vele inspanningen blijft een zeer kleine, hardnekkige groep weg op school. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet laat onderzoeken wie de thuisblijvers zijn om ook hen op de schoolbanken te krijgen. Dat kan via Kind en Gezin, dat al huisbezoeken doet bij niet-ingeschreven kleuters. Of door na te gaan welke kinderen in de lagere school voordien niet in het kleuteronderwijs zaten. Beide opties liggen nog open. Taalproef De kleuters die wel ingeschreven zijn, gaan ook voldoende naar school. Om te mogen starten in het gewoon lager onderwijs, moet een kind minstens 220 halve dagen aanwezig zijn. In het schooljaar 2010-2011 haalde 97,4 procent van de 5-jarigen dat minimum. Wie minder dan 220 halve dagen aanwezig is geweest, moet een taalproef afleggen. In 2010-2011 moesten 592 kleuters zo’n proef afleggen. Acht op de tien slaagden. De helft van de vijfjarigen die te vaak afwezig waren, spreekt thuis geen Nederlands en/of heeft een laaggeschoolde moeder, zonder diploma secundair onderwijs. Nochtans zijn het net deze kinderen die het meeste voordeel kunnen halen uit onderwijs. ________________________________________________________________________________



Verplichte stage in tso en bso

Minister van Onderwijs Pascal Smet wil een verplichte bedrijfsstage invoeren in het tso en bso. De stage moet de leerlingen beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Voor het aso is Smet geen voorstander van een verplichte stage. De invulling van de stages mogen de scholen zelf bepalen. Zo komt er bijvoorbeeld geen minimumduur. Ook voor het vinden van de stageplaatsen moeten ze zelf instaan. Er komt geen centrale databank. Een stage voor leerlingen in het aso is volgens Smet misschien zinvol maar


praktisch niet haalbaar. “De bedrijven zijn niet in staat om voor alle leerlingen in Vlaanderen een stage te organiseren.” Smet vindt stages trouwens niet alleen belangrijk voor leerlingen. Ook leraren moeten samenwerken met de bedrijfswereld. “Dat kan gaan van bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met bedrijfsleiders, over bedrijfsstages en andere vormen van werkplekleren.” De stageverplichting wordt onderdeel van het onderwijsdecreet 23, dat in het voorjaar door het parlement wordt behandeld. In het schooljaar 2013-2014 kan het decreet van kracht worden. ________________________________________________________________________________________



Initiatief tegen cyberpesten

Hoe omgaan met cyberpesten? De Universiteit Gent werkt samen met het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) aan een studie over cyberpesten bij jongeren. Over vier jaar willen ze een computerspel klaar hebben dat jongeren wapent tegen cyberpesten. ________________________________________________________________________________



Kinderen zitten te veel

Belgische kinderen tussen tien en twaalf brengen 60 procent van hun dag zittend door. Meisjes zitten dagelijks gemiddeld 8 uur en 31 minuten, jongens 7 uur en 58 minuten. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit Gent. “Te veel zitten maakt kinderen dik”, zegt doctoraatsstudent Maité Verloigne in de krant De Standaard. “Ook leraren kunnen kinderen stimuleren om minder te zitten.” “Kinderen zitten veel te veel”, zegt Verloigne. “Ze zitten op de schoolbanken, voor de tv en voor de computer, maar ze lezen en telefoneren ook zittend. Ook in de auto zitten neemt veel tijd in beslag. “Kinderen zouden evenveel moeten bewegen als dat ze zitten”, stelt Verloigne. “Die verhouding is op dit moment helemaal zoek. Kinderen zitten zo’n zestig procent van de dag. Meisjes zitten dagelijks 511 minuten, terwijl ze 286 minuten bewegen. Bij jongens is die verhouding 478 tegenover 331 minuten.” Zowel ouders als leraren kunnen kinderen stimuleren om minder te zitten. “Ouders hebben een voorbeeldfunctie: hoe meer zij zitten, hoe meer hun kinderen het ook doen. Regels over computeren tv-gebruik zijn daarbij erg belangrijk. Maar ook op andere momenten sporen ouders hun kinderen best aan om eens vaker recht te staan.” ________________________________________________________________________________



Onderwijs voluit genderbewust en holebivriendelijk

Scholen moeten discriminatie omwille van seksuele geaardheid bestrijden en verwerpen. Genderverwachtingen mogen niemand beperken in studie of andere keuzes. Weerstanden tegen holebi’s en transgenders moeten verdwijnen. Daartoe hebben Minister van Onderwijs Pascal Smet en het onderwijsveld zich verbonden in een gemeenschappelijke engagementsverklaring.


Beste lezers en lezeressen van het ‘Ouderraadje’, In de eerste plaats moet ik jullie eerlijkheidshalve toegeven dat ik, nu ik aan de zijlijn sta van de ouderraad, toch veel informatie moet missen… Maar ik blijf nog eventjes van op de zijlijn toekijken hoe mijn collega-ouderraadjes het doen. En de commentaren die tot hier doorsijpelen zijn steeds lovend… Wat is er allemaal gebeurd sinds het begin van het schooljaar?? • Popcornfeest: heel veel blije gezichtjes op de speelplaats, heel veel nieuwe gezichtjes achter het kraam, dus alles was wederom pico-bello in orde… • Een dagje waarop we minder moesten werken was de infoavond van de lagere school Onze voorzitster moest haar jaarlijks blabla’tje plasseren, de rest van het team bemande de bar en het overige volk dat er op dat moment rondhing, waren leerkrachten en ouders van… • Zoals het een echte traditie beaamt (die reeds aan zijn 2e editie toe is…) voorzagen we iets voor de leerkrachten op de ‘Dag van de Leerkracht’ en zoals het diezelfde traditie beaamt een dikke duim van directeur Ludwig… • Van de grootouderdag voor L3 en L4 heb ik helaas weinig meegekregen, aangezien mijn kids nog wat jong zijn, maar ik vermoed dat het ook een succes was Er waren 3 activiteiten voorzien, nl. bingo, klasmoment en koffiepauze en er waren liefst 226 ingeschreven grootouders… • Op het paddenstoelenfeest werden de kleutertjes verwend met een heerlijk, tot in de wijde omtrek gekend pakje Ome-Fie-Frietjes. Met hun bordje, bestek en een hardgekookt eitje in de aanslag, stond er een hele rij kleutertjes ongeduldig te wachten tot er op het steeltje van hun paddenstoel een tomaten-hoedje kwam en ernaast enkele friet-grassprietjes, en dan maar smullen… • Ik denk dat het meest onvergetelijke moment van deze periode wel het bezoek van de Heilige Man was Hij kwam in elk klasje langs, bood iedereen de gelegenheid om iets lekkers te knabbelen, gaf elk klasje vol brave leerlingetjes een presentje en vertrok weer in een LUCHTBALLON ! Uiteraard was Hij niet alleen, Hij werd ook dit jaar weer vergezeld van enkele guitige Zwarte Pieten, waaronder natuurlijk Ballonpiet… Nog eventjes meegeven dat onze school geselecteerd is om in een nieuw project te stappen, namelijk ‘Verkeersveiligheid rond de school’, dit houdt in dat we werken naar een – hoe kan het ook anders – veiliger verkeer rond de school... Ook willen we nog eventjes kwijt dat de Ouderraad ook weer dit jaar toegezegd heeft om een mooie som van ons bijeengespaarde centjes te investeren in verfraaiing van de speelplaatsen van de kleutertjes, L1-2-3 en L4-5-6… Ook hebben we met de Ouderraad een investering gedaan in de aankoop van stoelen en receptietafels… Nog een dikke merci en tot de volgende zitting!!!!! Bram Rumes


Werkgroep verkeer binnen de ouderraad Werk aan de winkel … Naar aanleiding van een dodehoekongeval op het kruispunt aan de kerk van Nieuwkerken-Waas met één van de leerlingen van onze school, werd er binnen de schoot van de ouderraad een werkgroep verkeer opgericht. Met deze werkgroep willen we als ouders van een kwetsbare groep in het verkeer een stem zijn in het debat rond mobiliteit en willen we meedenken hoe we de verkeersleefbaarheid en veiligheid voor de zwakke weggebruikers op weg van en naar school kunnen verhogen. We willen ook uitdrukkelijk het stadsbestuur wijzen op haar verantwoordelijkheid in deze problematiek. Dit heeft alvast geleid tot een memorandum voor het nieuwe stadsbestuur van Sint-Niklaas (zie volgende bladzijde). Eind vorig schooljaar werd onze school geselecteerd als pilootschool binnen het scholencharter 'Verkeersveiligheid aan de schoolpoort”. In dit kader werd een document van een 10-tal bladzijden opgesteld op vraag van de dienst mobiliteit van de stad Sint-Niklaas en had tot doel de verkeersproblematiek rond onze school vanuit het standpunt van de ouders, te inventariseren. Dit document werd reeds kort bestudeerd in het lokaal verkeersoverleg van de stad Sint-Niklaas. Dit document kan je terugvinden op de website van de school ( http://verkeersveiligheid.droomballon.be ). In een volgende fase zal van de werkgroep verwacht worden om mee te denken en suggesties voor verbetering aan te brengen. We verwachten hiervoor in dialoog te kunnen gaan met het nieuwe schepencollege en de nieuwe schepen van mobiliteit. Elke ouder die zich mee wil engageren in de werkgroep verkeer is meer dan welkom in de werkgroep en kan steeds Leen Goeman ( leen.goeman@telenet.be ) contacteren. WIST JE DAT?  als de verkeersveiligheid in Sint-Niklaas onveranderd blijft, we in de volgende 6 jaar mogen verwachten dat er 66 zwaargewonden en doden zullen vallen bij ongevallen met fietsers op het grondgebied van Sint-Niklaas.  dat dit cijfers vergelijkbaar is met het cijfer dat de stad Kopenhagen haalde in 1995.  dat Kopenhagen er in geslaagd is om op 15 jaar tijd dit cijfer met een factor 3 te reduceren.  dat Sint-Niklaas minder goed scoort dan onze buren Beveren en Sint-Gillis-Waas.  dat als Sint-Niklaas het voorbeeld van Kopenhagen zou gevolgd hebben, we de volgende 6 jaar in plaats van 66 zwaargewonden en doden, ‘slechts’ 22 zwaargewonden en doden zouden mogen verwachten.


Memorandum Tekst memorandum opgesteld door de ouderraad van de droomballon voor het nieuw stadsbestuur naar aanleiding van de gemeenteraadverkiezingen 2012 Als ouders van de kleuterschool en lagere school ‘De droomballon’ stellen wij dagelijks vast dat de verkeersituatie in de omgeving van onze school onaangepast is: onvoldoende parkeerruimte, filevorming, grote veiligheidsrisico's voor onze kinderen. Rekening houdend met de te verwachten toenemende druk op onze schoolomgeving (hoger geboortecijfer - nieuwe wijk de Vlasschaerd uitbreiding Wallenhofwijk) vrezen wij dat deze onveiligheid in de nabije toekomst nog groter zal worden. Daarom vragen wij als leden van de ouderraad van de kleuterschool en lagere school ‘De droomballon’ dat het volgende stadsbestuur 1. een realistisch plan opstelt om de verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid op het grondgebied Nieuwkerken-Waas en bij uitbreiding regio Sint-Niklaas te verhogen. 2. zich als doel stelt tegen het eind van volgende ambtstermijn een significante reductie van het aantal zwaargewonden en doden bij zwakke weggebruikers in de regio Sint-Niklaas te realiseren Concreet vragen we: •

• • • •

het vereenvoudigen en veiliger maken van de verkeersstroom in de onmiddellijke omgeving van de scholen door het aanpassen van de infrastructuur en voorzien van voldoende parkeergelegenheden (ook los van de scholen) en met een veilige ruimte voor onze fietsers en voetgangers het bannen van het doorgaand zwaar vrachtverkeer uit de dorpskern van Nieuwkerken-Waas te investeren in een degelijke en veilige fietsinfrastructuur op het grondgebied van Nieuwkerken-Waas een veilige fietsroute “fietssnelweg” die Nieuwkerken-Waas direct verbindt met de stadskern van Sint-Niklaas (o.a. naar de scholen waar onze kinderen in de toekomst les zullen volgen) het aanpakken van volgende knelpunten op grondgebied Nieuwkerken-Waas: onvoldoende ruimte voor fietsers in de Nieuwkerkenstraat, onveiligheid van de kruispunten UilenstraatGodsschalkstraat-Huis Ten Halven-Klapperbeekstraat & Meesterstraat-Huis Ten HalvenTurkyen & Turkyen-Klompenmakersstraat & Nieuwkerkenstraat-Ten Bos-VrasenestraatGyselstraat

Tenslotte willen we nog eens benadrukken dat wij, als ouderraad, bereid zijn om actief mee te denken in het opstellen van een significant verbeterd en duurzaam verkeersplan om en rond onze school. Bronnen: www.lokalestatistieken.be Klaus Bondam http://en.wikipedia.org/wiki/Cycling_advocacy Namens de werkgroep verkeer binnen de ouderraad Wim Waelput & Jo Leroy


Punten voor wie goed zichtbaar naar school komt NIEUWKERKEN-WAAS Basisschool De Droomballon in Nieuwkerken gaf maandag 05.11.12 het startschot van haar jaarlijkse sensibiliseringscampagne rond verkeersveiligheid. ‘Omdat de donkerste dagen van het jaar er aankomen, moedigen wij onze leerlingen aan om goed zichtbaar naar school te komen door onder andere fluohesjes te dragen’, zegt directeur Ludwig De Meyer van De Droomballon.

Jessie Weyers en haar drie kindjes Kato, Sibe en Remske en buurmeisje Samantha werden gefeliciteerd door de politie en de schooldirectie en kregen elk een spaarpunt.

‘Wie goed zichtbaar naar school komt, kan via een spaarkaart punten sparen die dan recht geven op een verkeersprijs. Wij staan daarvoor op onaangekondigde tijdstippen samen met de leerkrachten, ouders en leden van de leerlingenraad aan de schoolpoort om punten uit te delen.’ In 2011 heeft het stadsbestuur samen met de politie een overeenkomst afgesloten met de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen. Eén van de doelstellingen van het charter is om de plaatsen waar kinderen en jongeren komen systematisch veiliger te maken. Scholencharter De Droomballon was één van de drie scholen die het stadsbestuur en de politie selecteerden om in het schooljaar 2012-2013 actief te begeleiden binnen het project scholencharter. ‘De school nam intussen al een aantal initiatieven om de veiligheid aan de schoolpoort te verbeteren’, zegt directeur De Meyer. ‘Zo hebben we buiten de sensibiliseringsacties een werkgroep verkeer opgericht binnen de ouderraad en hebben we de verkeersknelpunten in de omgeving van de school en op de invalswegen in kaart gebracht.’ Bron: “Het Nieuwsblad”


Een warme oproep van een ouder… aan de ouders ! Als directeur krijg ik heel wat vragen, voorstellen, e.d. in mijn mailbox. Deze oproep wekte alvast mijn aandacht. Beste Mr De Meyer, Ik weet niet of het soms gebruikelijk is, of het al eens gedaan is. Maar aan de schoolpoort maak ik me soms bedenkingen, hoor van alles waaien. Niet alleen over onze zoon, maar over anderen ook. Ik weet dat De Droomballon een school is tegen pesten. Maar soms denk ik dat naast de bewustmaking van kinderen, de ouders, de grootouders ook gesensibiliseerd moeten worden. Ik heb een klein tekstje geschreven. Ik hoop dat dit ergens kan/mag gepubliceerd worden. Want bovenal wil ik graag de kindjes verdedigen die dit niet kunnen en misschien moeten we ook een beetje bij onszelf als ouder beginnen. Misschien helpt het een beetje. Gelieve niet mijn naam te gebruiken als u het wil publiceren (ook niet tegen de juffen). Ik wil niet te veel aandacht op mezelf of op mijn kind. Als het niet kan, ook geen probleem, hoor ! Mvg

Natuurlijk kan dit wel. Dit deden we reeds eerder. Ook wij als leerkrachten horen wel het een en ander aan de schoolpoort, waar onze tenen van gaan krullen. Dit is niets nieuws. Het wordt wel heel erg moeilijk om kinderen gedragsregels, beleefdheids- en omgangsvormen bij te brengen, als de volwassenen aan de schoolpoort, thuis, aan de zijlijn van het voetbalveld…hier hun laars aan lappen. Of dit tekstje gaat helpen, daar vrees ik voor, maar we willen het blijven proberen. Hier is dus haar oproep : Het is 28 november, iedereen kijkt naar het nieuws , of hoort het nieuws op de radio. Inias Michiels, een jongen(tje) van 14 jaar springt van een brug op de E40. Hij wordt aangereden door een truck en sterft meteen. Iedereen is verbouwereerd, iedereen is aangedaan. Mensen met kinderen denken : “Als dat ons kind maar niet overkomt. Dat ons dit mag gespaard blijven.” Stemmen stijgen op, een roep weerklinkt. “Pesten moet stoppen, het maakt kinderlevens en ouders kapot”. Een facebook-groep wordt opgericht, vele tientallen ouders posten een bericht en betuigen steun aan de ouders. En dan sta ik even stil bij een gedicht van Alice Nahon:

‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken Nog even voor het slapen gaan Of ik van dageraad tot avond Geen enkel hert heb zeer gedaan……….


Of ik geen ogen heb doen schreien Geen weemoed op een wezen lei Of ik aan liefdeloze mensen een woordeke van liefde zei. En vind ik in het huis mijns herten Dat ik één droefenis genas Dat ik mijn armen heb gewonden Rondom één hoofd, dat eenzaam was... Dan voel ik, op mijn jonge lippen Die goedheid lijk een avond-zoen... ‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken en zo z’n ogen toe te doen. En dan denk ik aan sommige dagen aan de schoolpoort. Kindjes komen van de turnles, ouders, grootouders verdringen zich aan de schoolpoort. We horen stemmen, ouders, grootouders… “Kijk die kleine, wat doet die in die klas, hoort die daar wel thuis?” “Die daar, met zijn dikke bril, lijkt wel een verrekijker” “Dat kindje daar, dat ziet er toch niet uit…” “Die daar, met zijn lelijke schoenen en zijn lelijke jas” “Ik heb gehoord dat…X… niet mee kan in de klas” Stille blikken, stille verwijten, weerklinken nog zo luid. “Het is goed in eigen hart te kijken”, want misschien leren onze kinderen wel van ons… Aansluitend bij en ter ondersteuning van de bezorgdheid van deze ouder nemen wij in dit nummer een publicatie op zoals die te vinden was in het vaktijdschrift van het COV “Basis”. Het artikel is van de hand van Jan Durnez.

“De poortmoeders”


De besprekingen met het ministerie van “Aieid” zijn nog aan volle gang, maar één van de volgende weken zal het er ongetwijfeld van komen. Het beroep “poortmoeder” wordt officieel erkend. Natuurlijk zijn er heel wat vereisten, en de arbeidsinspectie zal dan ook de nodige controles uitvoeren. Een poortmoeder moet van tien tot elf uur boodschappen doen, en ook in de namiddag heeft ze even vrij tussen twee en drie. Maar voor de rest moet zij haar beroep met volle geweld uitvoeren: het hoge woord voeren aan de schoolpoort, kritiek geven, roddelen, zeveren, EN het altijd beter weten dan de leerkrachten, de directeur, het oudercomité en het schoolbestuur. Vergis u niet: poortmoeder is een lastig beroep, een weinig benijdenswaardige positie. Je moet er eerst en vooral een beetje oververmoeid uitzien, want kinderen opvoeden, samen het huiswerk maken, lessen leren, het huis poetsen en boodschappen doen, het is een zeer vermoeiende en tijdrovende bezigheid. Vooral als je echtgenoot lange dagen maakt. Want je weet nooit vooraf wanneer hij thuiskomt en de kunst is om uitgerekend op dat moment druk bezig te zijn met wassen en plassen. Ik ken poortmoeders die heel de avond op de sofa liggen en pas beginnen te werken als de auto van hun echtgenoot de oprit opdraait. In de winter bij vijf graden onder nul, is het een kwestie van hardnekkig volharden. De echte poortmoeder begint haar job immers al ’s morgens om kwart over acht. Eerst vijf minuten met de jongste telg aan de hand besluiteloos staan twijfelen: “Zou ik hem wel in die wildernis durven sturen?” En dan uiteindelijk een beslissing nemen. Kont in de lucht, een zoen op de wangen en dan: “Allez, ga maar binnen!” Daarna nog wat wuiven en op het wegje naast de schoolmuur staan kijken hoe kindlief zijn boekentas tegen de muur zet en een beetje aarzelend begint te spelen, want “ons moe staat daar nog altijd.” Ouders die over de muur naar hun kinderen staan te staren, ik kan u verzekeren: het is een raar gezicht. Big Brother is er niets tegen. En de leerkrachten moeten vooral lief en kindvriendelijk omgaan met hun nakomelingen. Niet dat ik daar problemen mee heb, maar af en toe moet je op een speelplaats toch wel eens flink kunnen uitvliegen. En daar staat dan zo’n hoop supporters haarfijn jouw gedrag te analyseren en te becommentariëren. En als de bel gaat, moet je in groepjes voor de poort beginnen te lameren. “Die nieuwe van het vijfde, dat ziet er een rare uit, met zijn snor en zijn donkere bril. Ik denk dat het een hele kwaje is.” - “Ben je gek? Dat is de meest vriendelijke onderwijzer van heel West-Europa.” - “Jaja, dat kun jij wel beweren. Maar weet je dat hij vorige week tegen onze zoon heeft gezegd dat hij een DT-fout heeft gemaakt in zijn toets? Terwijl heel de klas het kon horen asjeblief! En ik vind ook dat ze te veel werk hebben met Frans. Elke week moeten ze een stukje tekst vanbuiten leren en om de haverklap is er een toets.” - Jaja, natuurlijk moeten ze hun Frans goed kennen, maar ze gaan véél te traag. Mijn neef zit in het vijfde van de wijkschool, aan de andere kant van de stad en daar staan ze al twee unités verder.” “Jaja, dat kan allemaal waar zijn, maar wat vinden jullie van die brief over de beperking van de afvalberg? Dus vanaf nu mogen ze geen brikjes en geen blikjes meer meebrengen! En dat allemaal in onderling overleg met het oudercomité, terwijl wij poortmoeders -die het altijd beter weten- niet eens zijn geraadpleegd.” Hele dagen aan de schoolpoort staan lameren, altijd redeneren vanuit je eigen standpunt, van een mug een olifant maken, dag-in-dag-uit alles beter weten, het is zeker geen gemakkelijke bezigheid. Jan Durnez - Uit: COV-onderwijsvaktijdschrift


januari - maart Verlofdagen van za 09.02 t.e.m. zo 17.02.13 van za 30.03 t.e.m. zo 14.04.13

KROKUSVAKANTIE PAASVAKANTIE

Medisch schooltoezicht do 17.01.13 do 31.01.13 do 21.02.13

Lagere afdeling : 3A + 3B (op school) Lagere afdeling :3C (op school) Kleuterafdeling : Gr 2A + Gr 2B (op school)

Activiteiten intra muros wo 16.01.13 ma 04.02.13

Damiaanfilm  L3-L4-L5-L6 - Oudercontacten kleuterafdeling - Oudercontacten op uitnodiging lagere afdeling Carnaval op school

vr 08.03.13

Activiteiten extra muros vr 18.01.13 di 22.01.13 di 29.01.13 vr 01.02.13 wo 20.02.13 vr 01.03.13 vr 15.03.13 van do 21  do 28.03.13 do 28.03.13

Leeruitstap OKAN 1+2 (Mechelen – Technopolis) Schooltoneel L6A/B (stadsschouwburg St-Niklaas) Schooltoneel Gr 2A/B/C Leeruitstap L6A/B (vrt + Mechelen-Technopolis) Schooltoneel Gr 3A+B (stadsschouwburg St-Niklaas) - Projectdag “Ridders en jonkvrouwen”  Gr 4A/B/C + 1A/B/C - Leeruitstap 5A/B (Historisch Gent + MIAT) Jeugdboekenweek-spel  L4A+B SNOK 6A/B - Schooltoneel OKAN 2 (stadsschouwburg St-Niklaas) - Bezoek Stem  L5A/B/C (Atelier kinderarbeid breigoedmuseum)

Ontspanning op schoolniveau  Noteer alvast in jullie agenda ! vr. 15.03.13

Quizavond op school

Infomomenten  Noteer alvast in jullie agenda ! za 26.01 + za 23.03.13 di 19.02.13

Open klasmoment nieuwe peuters (van 11.00 tot 12.00 u.) Infoavond Eerste Communie  L1 (De Droomballon))


Wij zijn blij met de geboorte van : - Pride Kien (10.10.2012) Zusje Favour Nde (Gr 1 – Berenklas)

- Evert (12.11.2012) Broertje van Tibeau Van Mieghem (L4A) , en van Daphne (L1C – Wolkenklas) en Gaetan (L2A) Henaux

- Matteo (20.11.1012) Broertje van Luna Vereecken (Gr 1 – Berenklas)

Onze oprechte deelneming : - dhr. Van den Bosch Roger (16.09.1929 – 23.10.2012) Grootvader van Jonah (L2B) , Pieter (Gr 4C – Giraffenklas) en Helena (Gr 4A – Drakenklas) Van den Bosch


Lijst van nuttige telefoonnummers 1. Kinder- en jongerentelefoon 102 2. Kinderrechtswinkel 09 / 233.65.65 3. Vertrouwenscentrum kindermishadeling 078 / 15.00.20 of 09 / 216.73.30 4. CLB 03 / 776.34.51 5. Jongeren Advies Centrum Waasland 03 / 766.72.72 6. Jolijn 0800 / 900.33 7. Tele onthaal 106 8. Opvoedingstelefoon Vlaanderen 070 / 222.230 9. Centrum voor Morele Dienstverlening 053 / 77.54.44 10. Jeugdpolitie Sint-Niklaas 03 / 760.12.00 11. De Keerkring Centrum voor opvoedingsondersteuning 03 / 755.00.71

MET DANK AAN


Kersteditie Hallo SBO 2012-2013