Issuu on Google+

We zijn op weg… Op weg naar een crossmediaal werkende opleiding Journalistiek

Inventarisatieverslag Project Crossmedia A Douwe Schaaf – Maart 2010


We zijn op weg‌

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Samenvatting

7

3

Voortraject

9

4

Projectplan

13

5

Inventarisatieverslag

15

6

Procesverslag

29

7

Aanbevelingen

33

8

Vervolgtraject

41

9

Bijlage: checklist

43


We zijn op weg…


We zijn op weg…

1

Inleiding

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding journalistiek te worden en daarmee aan te haken bij de ontwikkelingen in ons vakgebied. Dit verslag is de uitwerking van het begin van dit proces: Project Crossmedia A Inventarisatie. Dit project is een volgende stap in een langer lopend proces, waarvan hoofdstuk 3 een chronologisch overzicht bevat. Ik vertrouw erop dat de resultaten van dit project de basis zullen zijn in het proces naar een crossmediale opleiding. In aanloop naar dit project heb ik me vanaf medio 2009 actief ingezet om de ontwikkeling van crossmediale journalistiek op de agenda te krijgen op onze opleiding. Dat heb ik gedaan door het schrijven van de paper Journalistiek & internet en het afstudeeressay Het hernieuwde vakmanschap van de journalist, door het geven van presentaties over crossmedia, door met collega’s over crossmedia te praten en door crossmediale toepassingen te zoeken in mijn werk op de afdeling radio. Voor dit inventarisatieproject heb ik gesprekken gevoerd met docenten en studenten. Deze gesprekken hadden een open karakter. Onder het motto ‘Alles is bruikbaar, samen krijgt het betekenis’ heb ik gezocht naar positieve gemeenschappelijke delers die de basis zijn geworden voor de aanbevelingen aan het eind van dit rapport. Ook de kanttekeningen die zijn gezet door de ondervraagden zijn nadrukkelijk meegenomen in dit verslag; het zijn de bakens / grenzen die ons in de rest van het proces richting geven. Uitgezonderd van een enkel specifiek geval, heb ik ervoor gekozen de ondervraagde docenten en studenten niet letterlijk en niet met naam en toenaam te quoten. Ik wens u veel leesplezier. Douwe Schaaf. Ede, maart 2010. Hoofdstukindeling Hoofdstuk 2 bevat een beknopte samenvatting van het volledige verslag exclusief de lijst met aanbevelingen. Hoofdstuk 3 is een terugkerend hoofdstuk waarin de voorafgaande fases in het proces beschreven staan. Hoofdstuk 4 is een verkorte versie van het projectplan waar dit rapport het resultaat van is. Hoofdstuk 5 bevat de inhoudelijke uitkomsten van de inventarisatiegesprekken met docenten en studenten. Het procesverslag van dit project is terug te vinden in hoofdstuk 6. In de hoofdstuk 7 komen alle aanbevelingen voor inhoud en proces samen. Hoofdstuk 8 is een trajectvoorstel om deze aanbevelingen uit te voeren. In de bijlage staat een checklist om in het vervolgtraject te gebruiken en aan te vullen.

5


We zijn op weg…

6


We zijn op weg…

2

Samenvatting

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding te worden. Crossmedia klinkt op het eerste gezicht als het zoveelste toverwoord in reactie op het veranderende medialandschap, maar is de genuanceerde beschrijving van een beweging in het vakgebied. Het begrip crossmedia duidt op de veranderende relaties tussen het publiek en de mediamaker. Crossmedia is een effectieve kruisbestuiving tussen verschillende media, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter van de media en met het gedrag en houding van de consument. Crossmedia dwingt de mediamaker om terug te gaan naar de basis en vanuit daar de effectiviteit van de boodschap te vergroten. De opkomst van crossmedia heeft zodoende invloed op de rol van de journalistiek en de competenties van de journalist. Het journalistieke werkveld staat nog aan het begin van de crossmediale ontwikkeling, maar is na een tijd van stilstand nu duidelijk in beweging. De veranderingen in het werkveld werken door in de opleidingen journalistiek. De ondervraagde docenten herkennen zich in het beeld dat dat de journalistiek zich opnieuw moet definiëren en zij zien dit als een kans voor onze opleiding. De docenten en studenten zien crossmedia als de toekomst en vinden dat een Hbo-opleiding journalistiek op z’n minst in de pas moet lopen en het liefst licht vooruit moet lopen. De opleiding moet de ontwikkelingen in het vakgebied op waarde kunnen schatten en er adequaat op kunnen reageren. Op het gebied van journalistiek en internet liep onze opleiding in het verleden vooruit op het werkveld. Na een lange periode van stilstand (na het knappen van de internetbubbel in 2001) is onze opleiding de laatste van alle andere opleidingen die weer actief wordt in de nieuwste ontwikkelingen in het werkveld. Het is goed te constateren dat onze opleiding nu wel in beweging is op het gebied van crossmedia en dat die beweging zorgvuldig wordt vormgegeven. Tegelijkertijd moeten we zeggen dat dit inventarisatieproject slechts een minimaal begin is. Internet op de opleiding wordt nu nog ervaren als het ‘ondergeschoven kindje’ en is een zwak punt in de opleiding. De ondervraagden noemen als sterke punten van onze opleiding: de sterke en brede basis in de eerste twee jaar, de specialisaties en de combinatie tussen theorie en praktijk. De balans tussen theorie en praktijk is een terugkerend gespreksonderwerp in de ontwikkeling van de opleiding. De

7


We zijn op weg…

ondervraagde docenten zien in de ontwikkeling van crossmedia op de opleiding een kans om deze balans te optimaliseren. De ondervraagde docenten zien in alle jaren van de opleiding concrete mogelijkheden om crossmediaal denken en werken in te bedden in het huidige curriculum, daarmee de opleiding verder te versterken en zo betere journalisten af te leveren aan het werkveld. De docenten bevelen aan om te zoeken naar manieren om de beroepspraktijk eerder in te brengen en de reële ervaringen van studenten te vervroegen. Docenten en studenten blijken de ontwikkeling van crossmediaal denken en werken niet helemaal te kunnen overzien en hebben behoefte aan professionalisering over deze ontwikkeling in het vakgebied. Studenten én docenten moeten leren denken in crossmedia. Ook is er een sterke vraag om crossmediaal werken beter te faciliteren in een concrete, praktische uitwerking van een eerdere aanbeveling: het opzetten van een Medialab / publicatieplatform. Het procesverslag laat zien dat de eerder geformuleerde doelen tot nu toe allemaal gehaald zijn en dat we dus op de goede weg zijn. Het procesverslag en het inventarisatieverslag monden uit in een lijst met concrete aanbevelingen voor de ontwikkeling van crossmedia op onze opleiding en voor het proces. Wil onze opleiding aan kunnen haken bij de ontwikkelingen in het vakgebied, dan moet de ingezette investering gecontinueerd en geïntensiveerd worden. Daarom eindigt het verslag met een voorstel voor een vervolg van het proces. Het is aan te bevelen dat de, uit dit verslag voortgekomen checklist (voor het proces en de ontwikkeling van crossmedia op de opleiding) in dit vervolg worden aangehouden en aangevuld.

8


We zijn op weg‌

3

Voortraject

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding te worden. Het is belangrijk dat er op elk moment in dit proces een overzicht is van het voorliggende traject. Tot voor kort begon die route bij de paper Journalistiek & Internet (Douwe Schaaf, juni 2009). Natuurlijk gaat de geschiedenis van de relatie tussen onze opleiding en internet verder terug.

3.1

Voorgeschiedenis

Ruud Vos beschrijft in het gesprek tijdens deze inventarisatie in het kort de voorgeschiedenis van nieuwe media op de opleiding. Tussen 1998 en 2000 houden hij (en o.a. Dolf Lok en Jan-Carel Vierbergen) zich bezig met de ontwikkeling van een nieuw soort journalist: de internetjournalist. Dat idee is in lijn met de ontwikkelingen van die tijd; het internet komt op als verbindend en direct beschikbaar 1 medium, de verwachting is dat de journalist multiskilled wordt en sommige nieuwsorganisaties maken de omslag van losse redacties per medium naar zgn. newsrooms waar alle journalisten alle beschikbare media door elkaar bedienen. Onze opleiding begint met de opzet van een nieuwe afstudeerrichting multimediale journalistiek en loopt daarmee vooruit op de verwachte ontwikkelingen. Enkele jaren later wordt deze richting weer opgedoekt 2 wegens gebrek aan belangstelling. Terugkijkend noemt Vos dat de wet van de remmende voorsprong; De opleiding loopt in die tijd in bepaalde opzichten te ver vooruit op de ontwikkelingen in de journalistiek en daarbuiten. Daarbij moet ook de invloed en de onzekerheid rond het knappen van de internetbubbel in 2001 niet vergeten worden. Na die internetrecessie trekken veel organisaties (en ook de scholen voor journalistiek) de stekkers uit hun multimediale projecten. Van de scholen voor journalistiek is de opleiding in Ede nu de laatste die dit weer oppakt.

1

De journalist gaat alle soorten media beheersen. Bv. filmen met een laptop en direct een gemonteerd filmpje en een bijbehorend artikel plaatsen of camjo-journalist. 2

Nog steeds is er in de specialisatie Geschreven Pers in het derde jaar een mogelijkheid om je meer te richten op de multimediale journalistiek. Meer hierover in hoofdstuk 5.2.3.

9


We zijn op weg…

3.2

Notitie Naar een multimediale omgeving 3

Op 22 januari 2008 brengen Bartho de Looij en Ruud Vos een bezoek aan Hans van Velzen, directeur-hoofdredacteur van Boom regionale uitgevers B.V. Er wordt gesproken over multimediale ontwikkelingen in de regionale journalistiek. Naar aanleiding van de ontmoeting bij Boom schrijf Bartho de Looij de notitie Naar een multimediale omgeving. De conclusies zijn dat onze opleiding niet in de pas loopt met de ontwikkelingen in het werkveld en dat er in het curriculum slechts een beperkt aantal multimediale componenten zijn ingevoerd. Er is “nog lang geen sprake van een journalistiekopleiding in een multimediale omgeving”. De notitie is een pleidooi “om een veel duidelijkere multimediale koers te gaan varen”. De notitie mondt uit in een voorstel voor een twee jaar durend traject om de multimediale omgeving uit te werken en te implementeren, uitgewerkt in een aantal concrete plannen: - In de jaargang 2008 – 2009 de ontwikkeling van een multimediale component voor het blok J2.3 (GP) met als randvoorwaarde dat dit technisch goed gefaciliteerd is. - In 2008 – 2009 de toevoeging van het onderdeel Internetredactie vaktijdschrift aan blok J3.1 en het vak marketing voor journalisten in blok J2.3. - In 2008 – 2009 alle domeindocenten (GP & RTV) omscholen tot multimediale journalist. - In de jaargang 2009 – 2010 moet tenminste 50 % van alle weekopdrachten in de opleiding journalistiek een multimediale component bevatten.

De geplande twee jaar zijn inmiddels verstreken. We kunnen concluderen dat een aantal, maar niet alle gestelde doelen zijn gehaald.

3.3

Paper Journalistiek & Internet 4

In de afronding van zijn opleiding journalistiek schrijft Douwe Schaaf in juni 2009 de onderzoekspaper Journalistiek & Internet, uitdagingen voor de opleiding journalistiek aan de CHE. Het is een, op onze opleiding toegespitste samenvatting van een langlopend onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) naar de moeizame relatie tussen journalistiek en internet. De doelen van de paper zijn:

3

4

Bartho de Looij, 23 januari 2008 Douwe Schaaf, Juni 2009

10


We zijn op weg‌

a. een opstap bieden om in te haken op de gesprekken en discussies, de ontdekkingstocht in het werkveld. b. een opstap bieden om binnen de opleiding gesprekken en discussies te voeren over journalistiek en internet. c. aanleiding geven om binnen de opleiding een visie te ontwikkelen op internetonderwijs. d. aanleiding geven om binnen de opleiding een gedegen internetleerlijn te ontwikkelen voor studenten journalistiek. Uit: Paper Journalistiek & Internet, pag. 5

De paper gaat ondermeer over internet als nieuw massamedium, internet als bron voor journalisten en internet als publicatiemiddel. Ook komen een mogelijk nieuwe rol voor de journalistiek en een opstap naar het hernieuwde vakmanschap van de journalist 5 aan bod. De paper eindigt met uitdagingen voor de opleiding journalistiek in Ede: - Ontdekken van nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen in het werkveld. - Mogelijkheden voor gesprek / discussie binnen de opleiding ontdekken en benutten. - Samen (met alle docenten) voortdurend de leerlijn internet ontwikkelen. - Heel concreet: CHE Medialab Uit: Voorstel beknopt plan van aanpak Journalistiek & internet, 8 juli 2009

3.4

Gesprek met docenten journalistiek

Op 30 november 2009 spreken de docenten van de opleiding journalistiek over de ontwikkelingen van crossmedia binnen de journalistiek en de gevolgen hiervan voor onze opleiding. Dat doen zij 6 naar aanleiding van de paper en een bijbehorende presentatie van Douwe Schaaf. Er ontstaat een interessant gesprek waarin belangrijke mogelijkheden en kanttekeningen worden uitgesproken.

3.5

Project Crossmedia A Inventarisatie

De discussie tussen docenten op 30 november 2009 wordt de basis van de inventarisatie waar dit verslag de uitwerking van is: Project

5

Deze opstap is verder uitgewerkt in het afstudeeressay Het hernieuwde vakmanschap van de journalist (Douwe Schaaf, 17 augustus 2009)

6

In deze presentatie (http://tinyurl.com/yftzffm) komen de definitie van het begrip crossmedia, de mogelijkheden van crossmediale journalistiek en de verschillen tussen het begrip crossmedia en het begrip multimedia aan bod.

11


We zijn op weg…

Crossmedia A Inventarisatie. In de volgende hoofdstukken wordt daarom verder ingegaan op de doelen en resultaten van dit project.

3.6

Cursus Projectmanagement Crossmedia

Als onderdeel van het Project Crossmedia A Inventarisatie volgt Douwe Schaaf in december 2009 en januari 2010 de cursus Projectmanagement Crossmedia aan de Media Academie in Hilversum. Tijdens deze vierdaagse cursus komen de belangrijke mogelijkheden, voordelen en kansen van crossmediale journalistiek aan bod. Ook wordt er uitgebreid ingegaan op het zorgvuldig en professioneel leiden van een crossmediaal project. De cursus is het ideale begin van het proces om de opleiding in Ede crossmediaal te gaan laten denken en werken. Dit proces is dan ook het leervoertuig tijdens de cursus. De cursusleiders en cursisten zijn enthousiast over de voorgenomen ontwikkelingen op de CHE. Een van de opdrachten tijdens de cursus is om aan betrokkenen in het project de volgende vragen te stellen: - Wat zijn drie redenen waarom dit project gaat slagen? - Wat zijn drie redenen waarom dit project NIET gaat slagen? - Heb je een advies voor me? De antwoorden hierop komen uiteraard aan bod in dit verslag.

3.7

Samenvatting

Onderstaande tabel toont een samenvatting van het tot nu toe afgelegde voortraject en wie daar direct bij betrokken zijn.

1998 - 2000 2001 ??? juni 2009 november 2009 dec ’09 - jan ‘10 dec ’09 - jan ‘10 maart 2010 april 2010 - …

Ondersteunen ontwikkeling internetjournalist Internetbubbel knapt. Stekker uit multimediale projecten Notitie Naar een multimediale omgeving Paper Journalistiek & internet Discussie over crossmediale journalistiek Project Crossmedia A Inventarisatie Cursus ‘Projectmanagement Crossmedia’ – Media Academie Verslag Project Crossmedia A Inventarisatie Start vervolgtraject Crossmedia

Kijkend naar de tabel en de voorgaande uitwerking kunnen we concluderen dat de doelen uit de paper Journalistiek en Internet zijn gehaald en dat de opleiding op de goede weg is met de uitdagingen uit de paper. In het volgende hoofdstukken wordt verder ingegaan op de invulling van het Project Crossmedia A Inventarisatie.

12


We zijn op weg…

4

Projectplan

Datum 13 oktober 2009 Naam project Journalistiek & internet A Inventarisatie Projectleider Douwe Schaaf (in samenspraak met Bartho de Looij) Aanleiding Paper Journalistiek & internet – Douwe (juni 2009) Inhoud In aanloop naar een vernieuwing van het onderdeel ‘internet’ op de opleiding, is het goed om te weten waar we heen willen. ‘We’, want zo’n frisse wind werkt alleen als iedereen de deur openzet, of beter: openhoudt! Daarom moeten we een praktisch bruikbare balans opmaken, waarin iedereen gehoord wordt en waaruit we een gefundeerd vervolg kunnen geven aan dit project. Doelen 1. Bekendheid / draagvlak opwekken met nieuwe ontwikkeling Journalistiek & internet binnen opleiding 2. Studenten / docenten horen m.b.t. ervaringen met internet 3. Bruikbare inventarisatie mogelijkheden / feedback / kosten 4. Gefundeerde aanvraag project B Resultaat - Inventarisatieverslag: concrete en praktisch bruikbare balans - n.a.v. inventarisatieverslag project A gefundeerde aanvraag project B Omvang 1 x 60 uur door Douwe Schaaf. Er is geregeld overleg met Bartho de Looij waarin het proces zo nodig bijgestuurd kan worden. Termijn Blok 2 | 9 november 2009 – 29 januari 2010

13


We zijn op weg…

14


We zijn op weg‌

5

Inventarisatieverslag

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding te worden. In dit hoofdstuk staan de uitkomsten van de gesprekken met docenten en studenten over de ontwikkeling van crossmedia in het werkveld en op de opleiding. Dit inventarisatieverslag is de fundering van de aanbevelingen in hoofdstuk 7 om met de opleiding aan te haken bij de ontwikkelingen in het werkveld.

5.1

Ontwikkelingen in de journalistiek

5.1.1

Een nieuw begrip: crossmedia

7 Een nieuw woord is gevallen: crossmedia . Op het eerste gezicht klinkt dat als het zoveelste toverwoord in reactie op het veranderende medialandschap. Wie zich er verder in verdiept, ziet dat het begrip met veel voorzichtigheid en genuanceerd wordt gebracht, opgebouwd en in de loop van de tijd aangescherpt. Een goed voorbeeld daarvan is het Basisboek crossmedia concepting 8.

Het begrip crossmedia duidt op de veranderende relaties tussen het publiek en de maker, de consument en de producent, waarbij crossmedia een middel is om deze nieuwe relatievormen te bewerkstelligen. Uit: Basisboek crossmedia concepting, pag. 12

Anders dan een begrip voor een oplossing, beschrijft crossmedia meer een ontwikkeling, een beweging. De schrijvers van het boek wijzen erop dat het begrip crossmedia vaak te eenzijdig wordt neergezet “als iets wat gekenmerkt wordt door de distributie van content en als slechts een op vernieuwende wijze naast elkaar gebruiken van traditionele en digitale media.� Verderop in het boek wordt de definitie van crossmedia secuur uiteengezet:

Crossmedia is een beweging van mediakanalen en mediaprocessen waarin de nadruk ligt op een effectieve kruisbestuiving tussen verschillende of een selectie van een aantal media respectievelijk film, televisie, radio, print, internet, games, mobiele apparaten en evenementen ten behoeve van een communicatiedoelstelling. De 7

In voorgaande verslagen werd steeds gesproken over de relatie tussen journalistiek en internet of over multimediale journalistiek.

8

I. Reynaert, D. Dijkerman, N. Fokkema, Boom Onderwijs, 2009

15


We zijn op weg…

verschillende media communiceren hierbij mediumspecifieke betekenissen die deel uitmaken van een synergetisch geheel: via een verhaal wordt er een bepaalde boodschap over de media uitgedragen, waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en eigenaardigheden van de ingeschakelde media, de participerende houding en het mediagebruik van de consument. … Het is duidelijk dat de journalistiek- en communicatievelden pas aan het begin staan van crossmediale ontwikkelingen. Uit: Basisboek crossmedia concepting

Bij de ondervraagde docenten en studenten blijkt onduidelijkheid te zijn over wat crossmedia nu precies is. Het is moeilijk om over het hele mediapalet heen te kijken en de kansen en voordelen van deze ontwikkeling te overzien en te kunnen gebruiken. Daarbij moeten we ook opmerken dat de crossmediale ontwikkeling een levendige ontwikkeling is. Geen kwestie van één keer definiëren en daarop teren; om bij te blijven in deze ontwikkeling is een blijvend actieve, nieuwsgierige houding van de journalistiek en de opleiding vereist.

5.1.2

Het vak in beroering

9 Zoals eerder beschreven in de paper Journalistiek & internet is de journalistiek in beroering. Zij zoekt met moeite naar nieuwe wegen om betekenis te hebben in een intensiever worden kennis- en informatiesamenleving.

Waar de meeste ‘consumenten’ internet enthousiast omarmen, heerst bij veel mensen in het journalistieke werkveld een mengeling van scepticisme en omarming. En niet alleen in de journalistiek, maar breder ook bij grofweg alle makers van massamedia. Makers van de traditionele massamedia stralen een soort onzekerheid uit over hoe ze het internet in hun vak moeten betrekken en zoeken wanhopig naar hun nieuwe plaats in een snel veranderend medialandschap. Uit: Paper Journalistiek & Internet, pag. 5

Toch is de situatie nu al sterk veranderd in vergelijking met de tijden van het schrijven van bovengenoemde paper. De meest besproken vraag is niet meer “Hoe komt het dat journalisten niet goed weten wat ze met het internet aan moeten?”, maar veel meer “Hoe kunnen we de verschillende media gebruiken om ons vak te versterken?”

9

Paper Journalistiek & internet, Douwe Schaaf, juni 2009

16


We zijn op weg‌

Steeds minder zitten mediamakers en opleidingen huiverend te wachten op de volgende verandering in het medialandschap, steeds meer zetten de makers stappen op het nog weinig betreden pad van de crossmediale journalistiek. De ene keer met meer succes dan de andere keer; een actief proces van vallen en opstaan. Belangrijk is dat het journalistieke werkveld een weg zoekt in plaats van stil te zitten.

5.1.3

Een nieuwe rol

De rol van de journalistiek en die van de journalist verandert. Deze verandering en de zoektocht naar een hernieuwd vakmanschap van de journalist zijn al eerder uitgebreid beschreven in de paper en in 10 het essay Het hernieuwde vakmanschap van de journalist . In de toenemende overvloed van informatie en het woud van professionele en particuliere mediamakers vindt de journalistiek haar kracht in een sterkere, effectievere boodschap. Crossmediaal denken en werken blijkt daarbij een welkome hulp. De rol van de journalist als makelaar en bemiddelaar van info wordt sterker door de toenemende behoefte van het publiek aan ordening en richting in de overvloedige informatiestromen. Steeds minder gaat het om het vullen van krant, tijdschrift of programma (inclusief kopieergedrag), steeds meer gaat het over duiding en toegevoegde waarde. De versterking en verfijning van deze rol wordt ook door de ondervraagde docenten opgemerkt. De meeste ondervraagde docenten herkennen zich in het beeld dat dat de journalistiek zich opnieuw moet definiĂŤren en zij zien dit als een kans voor onze opleiding.

5.1.4

Nieuwe competenties

11 De eerder voorspelde internetjournalist bestaat niet (meer), zegt het merendeel van de ondervraagde docenten. Wat een unieke beroepsgroep was, is een competentie geworden binnen de bestaande, traditionele competenties; je hebt een plusje als je goed met het medium internet overweg kan.

Crossmedia is volgens de ondervraagden meer dan alleen met internet kunnen omgaan; bestaande competenties worden belangrijker en er komen nieuwe competenties bij. De grootste kracht van goed gebruik van crossmedia is dat de maker gedwongen 10

11

Afstudeeressay, Douwe Schaaf, 17 augustus 2009 Zie hoofdstuk ?? Wat vooraf ging

17


We zijn op weg…

wordt te denken vanuit het verhaal / de boodschap die hij wil vertellen. Daarnaast moet de journalist zich meer verdiepen in zijn slimmere en actievere publiek. “Onder journalisten leeft nog wel eens het idee dat iedereen (het publiek) dom is. Mensen zijn niet dom.” Aankomende journalisten moeten zich meer verdiepen in a. wat de realiteit is, b. hoe zij dat in beeld brengen, c. hoe het publiek daarop reageert en d. wat dus het beeld is wat de media blijkbaar geven. Een aantal docenten vindt daarom dat er op de opleiding meer ruimte moet komen voor analyse: “Journalisten moeten het grotere geheel zien en daar hun plaats in kunnen innemen.” Eén van de ondervraagde docenten ziet ook een verschuiving in de verschillende producten van journalisten. Hij haalt daarbij schrijver 12 Leon de Wolff aan die verwacht dat de verschillende mediagenres zullen vervagen en dat de journalistiek meer publieksgericht zal gaan werken. “De journalist over 20 jaar zullen we in de producten niet meer herkennen, maar in de basis nog wel.” Bij crossmediaal werken komt de nadruk sterker te liggen op de vragen: “Wat heb je inhoudelijk te vertellen? Wat voeg je aan waarde toe aan de reeds beschikbare informatie / conversatie?” Pas daarna gaat het over de vraag: “Welke (beschikbare) media gebruik ik om dit verhaal over te brengen?”. Daarvoor is het ook nodig dat studenten creatief leren denken in de beschikbare mediakanalen. Het is te verwachten dat hiermee de journalistieke producten sterker worden. Het merendeel van de ondervraagden vindt het een goed idee om het crossmediaal denken vanuit basis en het creatief denken in kanalen mee te geven aan studenten journalistiek. Het is aan te bevelen dat om dit idee verder uit te werken voor specifieke blokken, vakken en week- en projectopdrachten. Ook moeten nieuwe competenties geformuleerd worden en opgenomen in de competentietabel van de opleiding.

5.1.5

Werkveld en andere opleidingen

Zoals eerder gezegd, zijn het journalistieke werkveld en de andere opleidingen in een actief proces van bijblijven, vallen en opstaan in de ontwikkeling van crossmediale journalistiek. Uitgevers als Wegener en Reed Business zijn actief op zoek naar een sterkere relatie met het publiek en experimenteren met sociale media en mobiele toepassingen. Kranten zoeken naar nieuwe

12

Boek: De krant was koning, over publiekgerichte journalistiek en de toekomst van de media.

18


We zijn op weg‌

manieren om geld te verdienen met crossmediale toepassingen (website Telegraaf, NRCNext-blog, webwinkels). Ook bij de omroepen vinden er verschuivingen plaats. De NOS heeft recent (na een secuur organisatorisch proces dat ruim twee jaar duurde) haar nieuwe crossmediale website gelanceerd, de VARA is succesvol met het crossmediaal uitbouwen van hun succesformat Kassa, de VPRO wordt geprezen om haar crossmediale projecten, Radio 2 en 3FM experimenteren met Visual Radio. Dit is slechts een selectie van alle crossmediale initiatieven in het werkveld. Ook bij de andere opleidingen wordt geprobeerd om in onderwijs en onderzoek aan te sluiten op het veranderende werkveld om studenten af te leveren die een sterke rol kunnen vervullen in het nieuwe medialandschap. Noemenswaardig zijn de lectoraten Crossmedia Content Beleid Businessmodellen en Nieuwe Media en Crossmedia Content 13 Kwaliteitsjournalistiek aan de Hogeschool van Utrecht , de crossmediale buurtnieuws-projecten in Zwolle en Tilburg 14 , de experimentele uitlaatklep HUMedia van de Hogeschool Utrecht en niet in de laatste plaats het crossmedia-platform Supo van de collega’s aan de Katholieke Hogeschool in Mechelen 15 . Ook universiteiten (bv. Alexander Pleijter, Universiteit Leiden) hebben de opkomst van crossmediale journalistiek ontdekt als belangrijke factor in het veranderingsproces van het medialandschap. Voor een grondige analyse naar de initiatieven van andere opleidingen is in dit deel van het project geen ruimte. Het is ook moeilijk om de ontwikkelingen op de verschillende opleidingen naast elkaar te leggen, omdat de opleidingen in karakter, opbouw, grootte, kracht en focus sterk van elkaar verschillen. De recent begonnen samenwerking met de hogeschool in Mechelen is wel kansrijk, omdat die opleiding en onze opleiding veel overeenkomsten hebben. Het is dan ook aan te bevelen om een actief contact met de KH Mechelen op te starten waarin kennis en ervaring over crossmedia wordt uitgewisseld. De ontwikkelingen en resultaten bij de andere opleidingen moeten we zijdelings blijven volgen en daar ons voordeel mee doen.

13

http://www.communicatieenjournalistiek.onderzoek.hu.nl/Lectoraten.aspx

14

Vergelijkbaar met de het LOE / Wegener-project op de CHE, maar dan verder crossmediaal uitgebouwd. 15

www.zwolsnieuws.nl, www.humedia.nl, www.supo.be

19


We zijn op weg…

5.2

Crossmedia op de opleiding en in de academie

Zoals de voorgaande hoofdstukken en de eerdergenoemde publicaties laten zien, is de ontwikkeling van crossmedia van groot belang voor de toekomst van het vak en dus ook voor onze opleiding. Dit wordt ook onderkend door de ondervraagde docenten en studenten: “Iedereen snapt dat dit belangrijk is. Crossmediaal denken en werken heeft de toekomst. De opleiding kan hierbij niet achterblijven”. In de volgende paragrafen wordt verder ingegaan op de (toekomstige) positie en rol van de opleiding.

5.2.1

Positie van de opleiding

Wat moet de rol zijn van een Hbo-opleiding in de ontwikkelingen van een vakgebied? En: in hoeverre vervult onze opleiding op dit moment die rol als het gaat over crossmedia? Het zijn belangrijke vragen om een visie te vormen en een goed vervolg te geven aan de ontwikkeling van crossmediaal denken en werken op de opleiding.

Rol Hbo-opleiding De ondervraagden geven aan dat de opleiding op z’n minst in de pas moet lopen. “We moeten het reële werkveld terugvertalen naar opleiding.” De docenten waarderen onze opleiding in de sterke focus op de journalistieke rol en pleiten ervoor journalistiek geen onderdeel laten worden van een breder pakket, zoals op andere hogescholen en universiteiten in toenemende mate gebeurt. Toch zien een aantal docenten ook een grotere rol voor de opleiding weggelegd. “Als hogere beroepsopleiding moet je een plusje hebben. We moeten niet alleen de wetmatigheden vertalen naar de opleiding, zoals we dat nu doen bij crossmedia. Hbo is meer dan vakbekwaamheid. Als er ontwikkelingen zijn moeten scholen vooruitlopen.” De ondervraagde docenten zien mogelijkheden om op voorsprong te komen door kennis op te bouwen en door te investeren in mogelijkheden en tijd om te experimenteren. “Onze opleiding moet de ontwikkelingen in het vak op waarde kunnen schatten en daar adequaat op kunnen reageren.” Een opleiding met voorsprong is van grotere waarde voor het werkveld.

CHE Journalistiek aan het begin Het is goed te constateren dat onze opleiding nu in beweging is op het gebied van crossmedia en dat die beweging zorgvuldig wordt vormgegeven. Tegelijkertijd moeten we zeggen dat dit inventarisatieproject slechts een minimaal begin is. Ondervraagde docenten en studenten merken op dat de opleiding “lange tijd heeft stilgestaan, dat we achterlopen op de ontwikkelingen in het vak en

20


We zijn op weg…

dat onze opleiding de laatste van alle opleidingen is die dit weer oppakt.” Het is dan ook aan te bevelen dat de opleiding de ontwikkeling tot crossmediaal denkende en werkende opleiding verder uitbreidt en intensiveert. In de volgende paragraven wordt hier verder vorm aan gegeven.

5.2.2

Sterktes en zwaktes van de opleiding

Wij zijn de beste opleiding journalistiek in Nederland. Niet voor niets wordt de opleiding hoog gewaardeerd. De opleiding is sterk, constant en we werken elke dag om de opleiding nóg beter te maken. De ondervraagde docenten en studenten zijn helder over de sterktes en zwaktes van de opleiding. Grof ingedeeld is de opbouw van onze opleiding: Jaar 1: Basis Jaar 2: Verfijning basis Jaar 3: Verdieping en toepassing Jaar 4: Warme overdracht naar het werkveld

Sterke basis Wat bovenstaande indeling krachtig maakt, is dat alle studenten in de eerste twee jaar een uitstekende inhoudelijke en technische basis meekrijgen van de primaire media (print, radio, televisie). De ondervraagde studenten vinden deze basis een sterk punt van de opleiding, geven aan “er veel van opgestoken te hebben” en het prettig te vinden “om het later weer makkelijk op te kunnen pakken, omdat het dan niet helemaal nieuw meer is”. Studenten zijn in de basis multiskilled. Het medium internet door de ondervraagde docenten en studenten het ondergeschoven kindje genoemd. Wel menen de docenten dat we niet in de val moeten trappen dat studenten alles moeten kunnen. Als echte specialisaties verdwijnen, gaat de kwaliteit van de opleiding achteruit.

Specialisaties De specialisaties (GP - geschreven pers en RTV - radio & televisie) in het derde jaar en de warme overdracht naar het werkveld in het vierde jaar zijn in de loop der jaren zorgvuldig opgebouwd en versterkt en worden gewaardeerd door studenten en docenten. De ondervraagden vinden dat de specialisaties hun kracht bewijzen en hameren erop dat deze in stand blijven in de verdere ontwikkeling van de opleiding. Wel moet er volgens de ondervraagden gezocht worden naar mogelijkheden om crossmediaal denken en werken in te bedden in

21


We zijn op weg…

de basisjaren en binnen de specialisaties in jaar 3. Eén van de ondervraagden merkt op dat de specialisatie RTV daarin verder achterloopt dan de specialisatie GP. Gepleit wordt om de ontwikkeling tot een crossmediaal denkende en werkende opleiding op te bouwen vanuit de kracht van de specialisaties. Ook moet er naar verbindingen tussen de specialisaties gezocht worden; docenten vinden het ontbreken van deze verbinding een zwakte in de opleiding. Ook wijzen docenten op het gevaar om door te slaan in de ontwikkelingen van de opleiding. “Crossmedia is niet alleen internet. Soms is schrijven ook gewoon even schrijven, zonder internet. We moeten blijven vasthouden aan het ambacht en daarbinnen onderwijsontwikkeling kunnen garanderen.” Eén van de ondervraagde studenten merkt op dat een specialisatie Internetjournalistiek wellicht weer mogelijk zou kunnen zijn en onderzocht zou moeten worden. Het is dan wel een vereiste dat de specialisatie zich voldoende onderscheidt van de bestaande (crossmediaal verrijkte) specialisaties en dat de specialisatie een vergelijkbare theoretische en praktische zwaarte heeft. Een van de ondervraagde docenten geeft ook aan dat de specialisaties in de toekomst wellicht opnieuw uitgedacht moeten worden als de, in punt 5.1.4 genoemde vervaging van mediagenres doorzet. Dit versterkt het pleidooi om op z’n minst bij te blijven met de veranderingen in het medialandschap.

Combinatie theorie / praktijk Wat de opleiding ook sterk maakt is dat er zowel oog voor theorie als praktijk is. Er wordt steeds gezocht naar hoe de studenten de geleerde theorie gelijk in praktijk kunnen brengen. Studenten vinden deze combinatie prettig en stimulerend. Tegelijkertijd merken de (theorie)docenten op dat de balans tussen theorie en praktijk niet altijd goed is en dat zij moeite hebben om met de theorievakken aan te sluiten op een sterk techniekgerichte opleiding. Zij stellen zichzelf en de andere docenten de vraag: “Wat maakt iemand een goede journalist?” doelend op die balans tussen praktische (technische) en theoretische kennis en vaardigheden. De docenten waarderen de technische vaardigheden en mogelijkheden op de opleiding, maar stellen dat techniek “nooit als doel of oplossing gezien moet worden. Techniek dient de inhoud.“ Het is aan te bevelen om in de ontwikkeling tot een crossmediaal denkende en werkende opleiding steeds een goede balans tussen theorie en praktijk te bewaken.

22


We zijn op weg…

5.2.3

Het huidige curriculum

Jaar 1 In het eerste jaar wordt er ruim aandacht besteed aan journalistiek en internet; in blok 1 is er tekstschrijven voor internet, in blok 2 webredactie en weblogs en in blok 3 webdossier. De ondervraagde studenten merken op dat er vooral veel theorie aan bod komt en dat de uitvoering in de praktijk nog verbeterd moet worden. In de projectweken worden pogingen gedaan om crossmediaal te denken en te werken. Die pogingen verlopen moeizaam: “Alle tijd in de projectweken gaat nu naar het produceren voor print of RTV. Daarnaast proberen we bij geschreven pers wel ‘iets met internet’ te doen.” De docenten geven aan dat het grootste knelpunt voor praktisch crossmediaal werken een gebrek aan goede faciliteiten is. Het publiceren voor internet (op een website / publicatieplatform) wordt niet ondersteund, is daardoor te ingewikkeld en kost dus teveel tijd en moeite. Daardoor blijft internet het eerdergenoemde ‘ondergeschoven kindje’. Het is aan te bevelen om het gebrek aan de juiste (verbindende) faciliteiten snel op te lossen aan de hand van een nog op te stellen pakket van eisen. De ondervraagde docenten wijzen erop dat het een uitdaging is om in het volle, eerste jaar de basis van het crossmediaal denken en werken in te bedden. Het is aan te bevelen dit samen met de jaarteamleider, vakdocenten en tutoren verder te onderzoeken. Ook moet onderzocht worden of er een nieuw vak (bv. Crossmedia Concepting) opgezet zou kunnen / moeten worden.

Jaar 2 In het tweede jaar wordt er alleen echt aandacht besteed aan internet in het derde blok. Dit jaar ingevuld in samenwerking met uitgever Wegener. De klassen zijn opgedeeld in redacties van vier man. In deze redacties schrijven ze voor de huis-aan-huisbladen van Wegener en voor de website deweekkrant.nl. Ook hier wordt geprobeerd de studenten de basis van crossmediaal werken aan te leren; de redacties moeten per onderwerp kiezen welke media ze willen bedienen en op welke manier. De ondervraagden geven aan dat er in jaar 2 mogelijk nog meer ruimte is om een in jaar 1 aangeleerde basis voor crossmediaal

23


We zijn op weg…

denken en werken verder uit bouwen. Het is aan te bevelen om dit samen met de jaarteamleider, vakdocenten en tutoren verder te onderzoeken.

Jaar 3 In 2009 doet de opleiding een crossmediaal experiment in samenwerking met uitgever Wegener. Beide specialisaties werken in hetzelfde blok (J3.3) aan producties voor radio, televisie, print en internet en publiceren deze (naast de reguliere uitzendingen voor EdeTV en EdeFM) ook in de regiokranten van Wegener en op deweekkrant.nl. Het experiment is een slechts begin, maar inspireert om verder te gaan met crossmediaal denken en werken en levert een goede 16 verstandhouding tussen de opleiding en Wegener op . In 2010 wordt het experiment met Wegener voortgezet in jaar 2, blok 3 (J.2.3 GP). In de blokken J3.3 en J3.4 bij RTV blijven daardoor in 2010 de uitzendingen voor de Lokale Omroep Ede bestaan, maar is er geen crossmediale component. De internetlessen in blok 3 zijn bij RTV teruggebracht tot één basisles. Het is aan te bevelen om een nieuwe invulling en uitbreiding van deze internetlessen te bewerkstellingen en in combinatie met de uitzendingen voor de LOE een sterk, gebruiksvriendelijk, crossmediaal concept neer te zetten. Bij GP wordt in de eerste twee blokken van het derde jaar aandacht besteed aan crossmedia bij de vakken vaktijdschrift en publiekstijdschrift. Er is daar tot nu toe nog een scheiding tussen theorie (door theoriedocenten) en crossmediapraktijk (internetdocent). Het is aan te bevelen om te zoeken naar concrete mogelijkheden om theorie en praktijk meer in elkaar te schuiven, zodat die blokken crossmediaal sterker worden. Voor studenten in de specialisatie GP is er ook de mogelijkheid om zich speciaal te richten op multimediale journalistiek. Deze subspecialisatie voldoet volgens de ondervraagde studenten echter niet aan de in punt 5.2.2 genoemde vereisten en is daarom niet aantrekkelijk voor studenten; twee studenten uit het huidige derde jaar hebben om die reden die extra specialisatie toch niet gedaan. Het is daarom aan te bevelen om de zwaarte en inhoud van deze specialisatie opnieuw te wegen en te kijken of een aparte specialisatie gewenst en haalbaar is.

16

Waaruit in het voorjaar van 2009 een trainingsdag volgt voor medewerkers van Wegener, door Bartho de Looij, Hanke Helms, Ruud Vos en Douwe Schaaf. De opleiding fungeerde deze dag met succes als kenniscentrum. Soortgelijke relaties met het werkveld kunnen in de toekomst worden aangegaan en uitgebouwd.

24


We zijn op weg…

Jaar 4 Waar moet een student journalistiek staan aan het eind van de opleiding? De ondervraagde docenten en studenten menen dat een beginnend journalist inzicht moet hebben in de vragen: “Waar sta ik als journalist in de context van deze wereld en hoe vormen die een match.” en ook “Waar staat de journalistiek in de context van deze wereld en hoe vormen die een match. “ De ervaring van de ondervraagde docenten is dat studenten zich pas pas echt met journalistiek gaan bezighouden na de eerste stage, na het ervaren van de beroepspraktijk. De ondervraagde docenten bevelen aan om te zoeken naar manieren om de beroepspraktijk eerder in te brengen. Daarbij is het belangrijk om de praktijk uit de ‘oefensfeer’ te halen en de opdrachten echter te maken om zo de reële ervaringen van studenten te vervroegen. Ook moet de opleiding zoeken naar manieren om de ervaring van (oud-)studenten te betrekken in de opleiding. Er is weinig animo voor internetstages in het vierde jaar. Slechts een handjevol studenten kiest voor een internetstage; een plaats met een sterk multimediale insteek. Dit beeld is hetzelfde op de andere opleidingen journalistiek. De stagecoördinatoren op onze opleiding stellen als eis dat een internetstage een combinatie is van internet én de gekozen specialisatie (dus GP & internet of RTV & internet).

Sterke blokken Er zijn, verspreid over het curriculum een aantal blokken die gewoon goed in elkaar zitten. Sterke blokken waarin studenten keer op keer het niveau en de samenhang zeer positief waarderen. Voorbeelden zijn: J1.4 J2.2 J3.2 J3.3

Jaren ’60 vs. Jaren ’90 (GP / RTV) Is er toekomst voor de democratie (GP) Publiekstijdschrift (GP) Actualiteitenuitzendingen (RTV)

Deze blokken zijn bij uitstek geschikt om verder te ontwikkelen. Het is aan te bevelen om in de jaargang 2011 – 2012 deze blokken aan te wijzen als zgn. proefblokken crossmedia als een onderdeel van het vervolg op dit project. Er moet gezocht worden naar mogelijkheden om in die blokken crossmediaal te gaan werken. De vereiste daarbij is dat de kracht van het blok blijft bestaan (blijvende positieve feedback).

25


We zijn op weg…

5.2.4

De opleiding, dat zijn de mensen

Om crossmedia op de opleiding te ontwikkelen is niet alleen een inbedding in het curriculum vereist. Ook bij de mensen (docenten en studenten) moet crossmedia gaan landen en leven.

Docenten De ondervraagden delen de mening dat de crossmediale manier van denken er bij docenten in moeten zitten. Daarin zien zij ook een probleem bij hun collega’s en bij zichzelf: “Vakdocenten denken vaak niet crossmediaal. Dat is niet veel veranderd in de afgelopen 10 jaar”, “Ik heb zelf ook teveel aandacht voor printmedia”, “Docenten zijn (nog) niet doordrongen van de noodzaak van crossmediaal denken en blijven op hun eigen eilandje”. “Onbekend maakt onbemind”, wordt genoemd als gevaar voor het slagen van de ontwikkeling tot crossmediaal werkende opleiding. 17 18 Evert-Jan Ouweneel analyseert op de Vocatio-dag dat “xenofobie vaak bestaat bij mensen die niet goed weten waar ze staan.” Het is dan ook aan te bevelen om als opleiding kennis te verzamelen en onderling te delen om een beter begrip, een groeiend draagvlak en een gefundeerde visie te ontwikkelen voor crossmedia op de opleiding. Een sterke visie wordt niet door één persoon bepaalt, maar juist door alle deelnemers. Wel moet rekening worden gehouden met een mogelijk tijdgebrek bij docenten; de informatievoorziening moet efficiënt zijn.

Studenten De ondervraagden vinden het van groot belang dat de studenten leren handelen én denken in crossmedia. De kracht van crossmediaal denken is dat het de focus legt op het denken in doelen, plannen en afwegingen in proces. De ondervraagden zijn het erover eens dat de opleiding richting moet geven aan dit leerproces. “Studenten hebben moeite om te bepalen waar ze staan en waar ze heen willen.” Het is aan te bevelen dat er dat er in het leerproces meer aandacht komt voor analyse. Ook moet de opleiding de crossmediale praktijk goed faciliteren. Crossmediaal denken en werken kunnen niet zonder elkaar bestaan. “Studenten zijn kritisch, maar als de opleiding goed faciliteert, dan 17

Evert-Jan Oweneel spreekt op de Vocatio-dag op 11 januari 2010 over de ‘overgang(en)’ in deze tijd. Ook de huidige ontwikkelingen in het journalistieke vakgebied kunnen als zo’n overgang beschouwd worden. 18

Xenofobie: angst voor het onbekende

26


We zijn op weg…

willen ze heus wel”. Het is aan te bevelen om de eerdere aanbeveling om een medialab op te zetten verder uit te werken. Een aantal docenten heeft de indruk dat de Edese student journalistiek conservatief is (‘Kranten blijven bestaan’), “niets heeft met internet” en een afkeer heeft van internetjournalistiek. Dit wordt door anderen bevestigd en genuanceerd: “Studenten zien de verschillende media niet los van elkaar. Ze zijn opgegroeid in een wereld waar alle media al door elkaar liepen. Studenten hebben geen afkeer van internetjournalistiek in de gebruikerscontext, wel als vak.” De ondervraagde studenten zijn het eens met deze nuancering. De ondervraagden zien dat studenten wel sterk associatief denken en de media volop gebruiken. Het associatieve gedrag van studenten wordt onderschat. De opleiding moet dat gedrag beter in de gaten houden. Het is dan ook aan te bevelen om in de ontwikkeling van crossmedia op de opleiding de studenten hierin te blijven betrekken.

5.2.5

Communicatie

Communicatie wordt genoemd als belangrijke factor voor het wel of niet slagen van dit project: “Communicatie kan een blinde vlek zijn. Journalistiek kan inhoudelijk profiteren van de input van de communicatieprofessionaliteit in de academie”. Ook andere ondervraagden zien in het veranderende medialandschap overeenkomsten ontstaan tussen journalistiek en communicatie, bijvoorbeeld bij bedrijfsjournalistiek. Het is aan te bevelen om in het vervolgtraject de opleiding communicatie actief te betrekken. Communicatie kan op die manier ook profiteren van de ontwikkelingen binnen de opleiding journalistiek.

27


We zijn op weg…

28


We zijn op weg…

6

Procesverslag

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding te worden. Hieronder volgt een uitwerking van de gestelde doelen in het projectplan, het behaalde resultaat, wijzigingen in het project, urenverantwoording en aanbevelingen voor het proces bij een vervolg van het project:

6.1

Doelen en resultaten 1.

Bekendheid / draagvlak opwekken met nieuwe ontwikkeling Journalistiek & internet binnen opleiding

2.

Studenten / docenten horen m.b.t. ervaringen met internet

Het is “goed om te weten waar we heen willen. ‘We’, want zo’n frisse wind werkt alleen als iedereen de deur openzet, of beter: openhoudt!”. Het is de inleiding van de aanvraag voor dit project. De ontwikkeling naar een crossmediaal werkende opleiding is een wijzaak, waarin iedereen met zijn eigen invulling deel is van het grote geheel. Een ontwikkeling die tot halverwege het afgelopen jaar nagenoeg stil ligt, heeft tijd nodig om weer op gang te komen. Om bekendheid en draagvlak op te wekken zijn er gesprekken geweest tussen de projectleider en een aantal docenten: Bartho de Looij Ruud Vos Hanke Helms Bert Mateboer Bart Noorlander Johan Snel Timon Ramaker

opleidingscoördinator Journalistiek docent Multimediale Journalistiek, docent Geschreven Pers, docent Geschreven Pers, docent Radio, docent theorievakken, docent theorievakken,

Ook zijn er gesprekken geweest met twee studenten journalistiek die zich met crossmedia bezighouden: Ans Boersma Tim Kraaijvanger

jaar 3, hoofdredacteur AdRem jaar 3, website: scientiast.nl

De ondervraagde docenten en studenten geven allen aan het prettig te vinden om gehoord te worden en hun kennis en ervaring in te kunnen brengen in het proces. Zij geven ook aan op deze manier in het vervolg zijdelings op de hoogte en betrokken te willen blijven. Vanwege de beperkte tijd voor dit project, zijn niet alle docenten en studenten gehoord. Dat betekent niet dat de ondervraagde mensen

29


We zijn op weg…

nu de ‘vaste groep’ vormen die steeds gehoord wordt over dit project; het netwerk kan worden uitgebreid. Het opwekken en vasthouden van bekendheid en draagvlak is iets wat het hele proces door van groot belang is. Dat verdient dus een specifieke plek in het vervolg op dit project. De doelstelling om “bekendheid en draagvlak te creëren” is hiermee in deze fase van het proces voldoende gehaald. Ook de doelstelling om “docenten en studenten te horen” is gehaald.

3.

Bruikbare inventarisatie mogelijkheden / feedback / kosten

Hoofdstuk 5 gaat inhoudelijk in op de resultaten van de inventarisatie. Zoals ook omschreven in de inleiding van dit rapport is het motto ‘Alles is bruikbaar, samen krijgt het betekenis’ leidend; alles wat er in de inventarisatiegesprekken gezegd is, zal op een zeker moment in het lopende proces van belang zijn. In deze inventarisatie zijn de technische eisen, kosten en gevolgen voor de ontwikkeling tot een crossmediaal werkende opleiding nog niet opgenomen. Deze komen pas in het vervolg van dit project (bij de concrete uitvoering) aan de orde. De praktische bruikbaarheid van de balans is uitgewerkt in een checklist in de bijlage. Deze checklist moet in het vervolg van het project worden aangehouden en aangevuld. Hiermee is de doelstelling “het vormen een concrete en praktisch bruikbare balans voor het vervolg van dit project” gehaald.

4.

Gefundeerde aanvraag vervolgtraject

Dit volledige inventarisatieverslag is de fundering voor de procesmatige en inhoudelijke aanbevelingen en het voorgestelde vervolgtraject in hoofdstuk 7. Hiermee is de doelstelling om tot “een gefundeerde aanvraag” voor een vervolgtraject te komen, gehaald.

6.2

Reacties

Een van de aanbevelingen tijdens de Cursus Projectmanagement Crossmedia is om aan betrokkenen rond het project Crossmedia de volgende vragen te stellen: - Wat zijn drie redenen waarom dit project gaat slagen?

30


We zijn op weg…

- Wat zijn drie redenen waarom dit project NIET gaat slagen? - Heb je een advies voor me? Deze vragen zijn aan een aantal docenten gesteld en de reacties zijn van belang voor het proces van dit project en het proces in een vervolgproject. Als redenen waarom het project gaat slagen worden genoemd dat “iedereen snapt dat dit belangrijk is”, dat “er is een goed plan is” en dat “Crossmediaal werken de toekomst heeft en de opleiding hierbij niet kan achterblijven”. Als redenen waarom het project NIET gaat slagen wordt de gevaren van “een niet goed afgebakend project”, “niet heldere doelen” en “te veel mensen erbij betrekken” genoemd. Ook “het ontbreken draagvlak bij docenten” en “tijdgebrek bij docenten” worden genoemd als mogelijke krachten. Ook worden er adviezen gegeven. Het “inzetten van externe input”, een “scholings- en professionaliseringstraject voor docenten (3-5 workshops) om bekendheid en draagvlak te creëren” en “een verruiming (verdubbeling) van de tijdsschatting” worden als tips meegegeven. Ook wordt er gehamerd op het belang van “duidelijke keuzes en gerichte, goed gefundeerde aanbevelingen en afspraken”.

6.3

Wijzigingen

Dit project is op twee momenten bijgestuurd. Beide keren ging het om een wijziging in de planning. Het eerste gedeelte van de projectperiode heb ik mij voornamelijk 19 beziggehouden met mijn eigen professionalisering . Daardoor zijn de gesprekken met docenten en studenten later gestart dan gepland en was het niet mogelijk het project op 29 januari 2010 (eind blok 2) af te ronden. Daarom is begin januari in overleg met Bartho de Looij de afronding van het project uitgesteld naar 12 maart 2010 (bufferweek blok 3). Op 8 maart 2010 werd de afronding met een week uitgesteld omdat de afronding van het project in die week niet te combineren was met de andere werkzaamheden van de projectleider.

19

Cursus Projectmanagement Crossmedia aan de Media Academie in Hilversum. Meer daarover in hoofdstuk 2.

31


We zijn op weg‌

6.4

Urenverantwoording

Schrijven projectplan Cursus: 4 x 8 uur + verwerking Interviews + verwerking Globale Analyse andere opleidingen Schrijven verslag

4 uur 35 uur 20 uur 4 uur 20 uur

Totaal

83 uur

32


We zijn op weg…

7

Aanbevelingen

We zijn op weg om een crossmediaal denkende en werkende opleiding te worden. Juist bij nieuwe ontwikkelingen (een ‘overgang’ in het vak) is het zaak om vérder te bouwen op de bestaande kracht en steeds de balans te zoeken.

“Het gaat niet om kiezen tussen oud en nieuw. Je kunt niet alles reduceren tot één probleem. Wel moet je alles onderzoeken en het goede behouden in het besef dat de overgang complex en ingrijpend is. Je wilt niet zomaar afschrijven. Daarom moet de vraag zijn: hoe doe je recht aan oude structuren en sla je een nieuwe weg in?” Evert-Jan Ouweneel over de ‘overgang(en)’ in onze tijd, Vocatiodag, 11 januari 2010

Het voorgaande inventarisatieverslag en procesverslag geven antwoord op die vraag en vormen de fundering voor de onderstaande aanbevelingen. Bij elke aanbeveling(engroep) zit een concrete invulling daarvan.

7.1

Professionalisering en draagvlak

Aanbevelingen Docenten en studenten zien de noodzaak om een slag te slaan en op z’n minst aan te haken bij de crossmediale ontwikkelingen in het werkveld:

Pleidooi om op z’n minst bij te blijven met de veranderingen in het medialandschap. o.a uit: hoofdstuk 5.2.2

We kunnen daarbij niet zonder externe input. Er zijn verschillende mogelijkheden om externe kennis en ervaring in te winnen.

Het is dan ook aan te bevelen om een actief contact met de KH Mechelen en andere externe input op te starten waarin kennis en ervaring over crossmedia wordt uitgewisseld. De ontwikkelingen en resultaten bij de andere opleidingen moeten we zijdelings blijven volgen en daar ons voordeel mee doen. Uit: hoofdstuk 5.1.5 en hoofdstuk 6.2 Het is aan te bevelen om in het vervolg van het crossmedia de opleiding communicatie actief te betrekken. Communicatie kan op die manier ook profiteren van de ontwikkelingen binnen de opleiding journalistiek. Uit: hoofdstuk 5.2.4

33


We zijn op weg‌

Ook hebben de docenten behoefte om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van crossmedia en de gevolgen voor het vakgebied en hun vak(ken). Het draagvlak onder docenten en studenten voor het inbedden van crossmediaal denken en werken kan alleen bestaan als er onder de docenten voldoende kennis en inzicht is.

Het is dan ook aan te bevelen om als opleiding kennis te verzamelen en onderling te delen om een beter begrip, een groeiend draagvlak en een gefundeerde visie te ontwikkelen voor crossmedia op de opleiding. Daarbij moet rekening worden gehouden met een mogelijk tijdgebrek bij docenten; de informatievoorziening moet efficiĂŤnt zijn. Uit: hoofdstuk 5.2.4 Het opwekken en vasthouden van bekendheid en draagvlak is iets wat het hele proces door van groot belang is. Dat verdient dus een specifieke plek in het vervolg op dit project. Uit: hoofdstuk 6.1

De aanbeveling om kennis te verzamelen om draagvlak te creĂŤren komt in diezelfde hoofdstukken nog concreter aan bod:

De ondervraagde docenten en studenten geven allen aan het prettig te vinden om gehoord te worden en hun kennis en ervaring in te kunnen brengen in het proces. Zij geven ook aan op deze manier in het vervolg zijdelings op de hoogte en betrokken te willen blijven. Uit: hoofdstuk 6.1 Het is aan te bevelen om in elke fase van het vervolg de inbreng te vragen van mensen buiten de projectgroep (docenten en studenten) Uit: hoofdstuk 5.2.4 & hoofdstuk 6 Het is aan te bevelen om een percentage van de projecturen beschikbaar te stellen om de ontwikkelingen en het proces inzichtelijk te maken en te houden voor docenten en studenten en hen ook te trainen en te professionaliseren. Bv. door een blog op het intranet en bijdragen aan de nieuwsbrief voor docenten en studenten. Daarmee krijgen docenten en studenten de mogelijkheid om op de hoogte te zijn, inbreng te hebben en zo betrokken te raken bij de crossmediale ontwikkeling van de opleiding. Bovendien kan de opleiding zich met deze professionalisering ook naar buiten toe profileren. Uit: hoofdstuk 6

34


We zijn op weg‌

Acties Opbouw van het contact en kennis- en ervaringsuitwisseling met de KH Mechelen, te beginnen met een bezoek aan de hogeschool in Mechelen in blok 4. Opbouwen van een kennis en netwerk door verder inlezen in de crossmediale ontwikkelingen (o.a. door lezen en toegespitst samenvatten van het Basisboek crossmedia concepting) en gesprekken met externe experts. O.a. uitgever Wegener, NOS, EO. Daarbij direct verkennen of en welke samenwerkingsverbanden er mogelijk zijn. Start vanaf blok 4. Sharepointsite opzetten en bijhouden over de ontwikkeling van crossmedia op de opleiding. De site is het centrale en toegankelijke punt voor docenten en studenten waarin opgedane kennis gepubliceerd wordt. Gedurende het hele proces regelmatig (minimaal ĂŠĂŠn keer per blok) een crossmedia-activiteit (discussie / brainstorm / workshop) organiseren docenten en/of studenten.

7.2

Crossmediaal denken in het curriculum

Aanbevelingen Er zijn concrete aanbevelingen en acties om crossmediaal denken en werken in te bedden in het huidige curriculum.

Het merendeel van de ondervraagden vindt het een goed idee om het crossmediaal denken vanuit basis en het creatief denken in kanalen mee te geven aan studenten journalistiek. Het is aan te bevelen dat om dit idee verder uit te werken voor specifieke blokken, vakken en week- en projectopdrachten. Uit: hoofdstuk 5.1.4

De inventarisatie geeft een globale inzicht van de mogelijk- en onmogelijkheden in het de eerste twee basisjaren.

De ondervraagde docenten wijzen erop dat het een uitdaging is om in het volle, eerste jaar de basis van het crossmediaal denken en werken in te bedden. Het is aan te bevelen dit samen met de jaarteamleider, vakdocenten en tutoren verder te onderzoeken. Uit: hoofdstuk 5.2.3 De ondervraagden geven aan dat er in jaar 2 mogelijk nog meer ruimte is om een in jaar 1 aangeleerde basis voor crossmediaal denken en werken verder uit bouwen. Het is aan te bevelen om dit samen met de jaarteamleider, vakdocenten en tutoren verder te onderzoeken. Uit: hoofdstuk 5.2.3

35


We zijn op weg…

De specialisaties in jaar 3 moeten volgens de ondervraagden de kracht blijven van de opleiding.

De ontwikkeling tot een crossmediaal denkende en werkende opleiding op te bouwen vanuit de kracht van de specialisaties. Er moet gezocht worden naar mogelijkheden om crossmediaal denken en werken in te bedden in de basisjaren en binnen de specialisaties in jaar 3. Ook moet er naar verbindingen tussen de specialisaties gezocht worden. Uit: hoofdstuk 5.2.2 Het is aan te bevelen om een nieuwe invulling en uitbreiding van deze internetlessen voor J.3.3 RTV te bewerkstellingen en in combinatie met de uitzendingen voor de LOE een sterk, gebruiksvriendelijk, crossmediaal concept neer te zetten. Uit: hoofdstuk 5.2.3 Het is aan te bevelen om te zoeken naar concrete mogelijkheden om theorie en praktijk in de blokken J3.1 en J3.2 bij GP meer in elkaar te schuiven, zodat die blokken crossmediaal sterker worden. Uit: hoofdstuk 5.2.3

Het is aan te bevelen om sterke blokken (inhoud en samenhang) te gebruiken als proefblokken crossmedia. Deze blokken zijn bij uitstek geschikt om verder te ontwikkelen. Het is aan te bevelen om in de jaargang 2011 – 2012 deze blokken aan te wijzen als zgn. proefblokken crossmedia als een onderdeel van het vervolg op dit project. Er moet gezocht worden naar mogelijkheden om in die blokken crossmediaal te gaan werken. De vereiste daarbij is dat de kracht van het blok blijft bestaan (blijvende positieve feedback). Uit: hoofdstuk 5.2.3

Ook moet de internetspecialisatie in J3 GP verder onderzocht en geëvalueerd worden en moeten de mogelijkheden voor een apart vak over crossmedia onderzocht worden. Het is daarom aan te bevelen om de zwaarte en inhoud van de extra internetspecialisatie in J3 GP opnieuw te wegen en te kijken of een aparte specialisatie (naast GP & RTV) gewenst en haalbaar is. Het is dan wel een vereiste dat de specialisatie zich voldoende onderscheidt van de bestaande (crossmediaal verrijkte) specialisaties en dat de specialisatie een vergelijkbare theoretische en praktische zwaarte heeft. Uit: hoofdstuk 5.2.2 en 5.2.3 Ook moet onderzocht worden of er een nieuw vak (bv. Crossmedia Concepting) opgezet zou kunnen / moeten worden. Uit: hoofdstuk 5.2.3

36


We zijn op weg…

Acties De sterke blokken (J2.2, J3.2, J3.3 en J1.4) in de jaargang 2010 – 2011 aanwijzen als proefblokken crossmedia. In samenwerking met betrokken tutoren, docenten en blokcoördinatoren zoeken naar mogelijkheden om in die blokken crossmediaal te maken. De vereiste daarbij is dat de kracht van het blok blijft bestaan (blijvende positieve feedback). Tijdens de proefblokken moet het crossmediale proces goed begeleid worden. In overleg met tutoren, vakdocenten en jaarteamleiders, aangevuld met de ervaringen in de bovengenoemde proefblokken concrete voorstellen doen voor de inbedding van crossmedia ter versterking voor alle jaargangen. Uit de ervaringen in de proefblokken en vanuit de opgedane kennis van de crossmediale ontwikkeling nieuwe journalistieke competenties formuleren en bestaande competenties aanvullen. Onderzoek naar de specialisatie internet in J3 GP. Onderzoek doen naar de opzet van een apart vak over crossmedia.

7.3

Een crossmediaal publicatieplatform

Crossmedia moet naast een theoretisch gedeelte (denken) ook sterk praktisch sterk worden ingebed in de opleiding.

De ondervraagde docenten bevelen aan om te zoeken naar manieren om de beroepspraktijk eerder in te brengen. Daarbij is het belangrijk om de praktijk uit de ‘oefensfeer’ te halen en de opdrachten echter te maken om zo de reële ervaringen van studenten te vervroegen. Ook moet de opleiding zoeken naar manieren om de ervaring van (oud-)studenten te betrekken in de opleiding. Uit: hoofdstuk 5.2.3

Praktijk- én vakdocenten dromen van een publicatieplatform waarbij de (technische) crossmediale manier van werken noodzakelijk en vanzelfsprekend is, bv. door het opzetten van een fulltime internetradiozender (of tv-zender). Zo’n publicatieplatform moet een concreet publiek krijgen, bv. groot Ede. “De hele wereld speelt zich (ook) hier in Ede af. Voorbeeld: Berlijnse muur. Mensen die daarbij waren, wonen gewoon hier.” Theoriedocenten zien daarin kansen om met hun theorievakken beter aan te sluiten op de praktijk. Ook biedt een publicatieplatform grote mogelijkheden voor bv. AdRem Online en andere opleidingen (te beginnen bij communicatie).

37


We zijn op weg…

De faciliteiten op de opleiding zijn op orde. Wel wordt het van groter belang dit op orde te houden. Daarnaast is er een extra investering nodig om de faciliteiten in de toepassing te verfijnen en met elkaar te verbinden. Het is aan te bevelen om het gebrek aan de juiste (verbindende) faciliteiten voor crossmediaal werken snel op te lossen aan de hand van een nog op te stellen pakket van eisen. Uit: hoofdstuk 5.2.3 Ook moet de opleiding de crossmediale praktijk goed faciliteren. Crossmediaal denken en werken kunnen niet zonder elkaar bestaan. “Studenten zijn kritisch, maar als de opleiding goed faciliteert, dan willen ze heus wel”. Het is aan te bevelen om de eerdere aanbeveling om een medialab op te zetten verder uit te werken. Uit: hoofdstuk 5.2.4

Daarbij moet steeds op de balans tussen theorie en praktijk gelet worden.

Het is aan te bevelen om in de ontwikkeling tot een crossmediaal denkende en werkende opleiding steeds een goede balans tussen theorie en praktijk te bewaken. Uit: hoofdstuk 5.2.2

Acties Opstellen functioneel pakket van eisen voor een opleidingsbreed, crossmediaal publicatieplatform. Opstellen van een creatief concept voor een opleidingsbreed, crossmediaal publicatieplatform. Onderzoeken in hoeverre dit platform gebouwd kan worden binnen Sharepoint. Platform ontwikkelen om volledige operationeel te kunnen zijn in de jaargang 2011-2012.

7.4

Proces

Aanbevelingen De op gang gebrachte ontwikkeling moet verder worden uitgebreid en geïntensiveerd.

38


We zijn op weg…

Het is dan ook aan te bevelen dat de opleiding de op gang gebrachte ontwikkeling tot crossmediaal denkende en werkende opleiding verder uitbreidt en intensiveert. Uit: hoofdstuk 5.2.1 Verruiming van de tijdsschatting Uit: hoofdstuk 6.2 & 6.3 & 6.4

De ontwikkeling van crossmediaal denken en werken op de opleiding is volgens de ondervraagden van groot belang. Daarom is het belangrijk dat de ontwikkeling verbreed wordt en uit de projectsfeer wordt getrokken.

Het is van groot belang dat de ontwikkeling tot een crossmediale opleiding een wij-zaak blijft. De projectleider moet een faciliterende rol hebben, inspireren en niet te veel ‘trekken’. Uit: hoofdstuk 6

Het is belangrijk dat vervolgstappen in het proces zorgvuldig worden blijven gezet:

Deze checklist in de bijlage moet in het vervolg van het project worden aangehouden en aangevuld. Uit: hoofdstuk 6.2

Actie Formuleren en samenstellen van een functieomschrijving voor een medewerker Crossmedia voor de opleiding.

39


We zijn op weg…

40


We zijn op weg…

8

Voorgesteld vervolgtraject

Onderstaande tabel toont een overzicht van de voorgestelde acties verbonden aan de aanbevelingen uit het vorige hoofdstuk.

Bezoek en opstarten contact met KH Mechelen Opbouw kennis & netwerk Gesprekken met externe experts Opzetten Sharepointsite Crossmedia Opstellen functioneel pakket van eisen voor publicatieplatform Opstellen van een creatief concept voor publicatieplatform Onderzoek naar mogelijkheden publicatieplatform binnen sharepoint Formuleren functieomschrijving medewerker Crossmedia Ontwikkelen crossmedia voor proefblokken J2.2, J3.2 Begeleiden crossmedia in proefblokken J2.2, J3.2 GP Ontwikkelen crossmedia voor proefblok J3.3 RTV Begeleiden crossmedia in proefblokken J3.3 RTV Ontwikkelen crossmedia voor proefblok J1.4 Begeleiden crossmedia in proefblokken J1.4 Aanstellen medewerker crossmedia

Blok 4 2010 Blok 4 / Blok 1 2010 Blok 4 2010 Blok 4 2010 Blok 4 2010 Blok 4 2010 Blok 4 2010 Blok 4 2010 Blok 4 / Blok 1 2010 Blok 2 2010 Blok 2 2010 Blok 3 2011 Blok 3 2011 Blok 4 2011 Begin jaargang 2010-11

Crossmediale activiteit organiseren (discussie, brainstorm, workshop) Uitwisselen kennis / ervaring KH Mechelen Uitbouwen kennis & netwerk (en publiceren op SP) Internetspecialisatie onderzoeken Onderzoek doen naar de opzet van een apart vak over crossmedia. Concrete voorstellen formuleren voor inbedding crossmedia Opleidingsbreed crossmediaal publicatieplatform ontwikkelen Competenties formuleren en aanvullen

Minimaal 1 keer per blok Jaargang 2010 – 2011 Jaargang 2010 – 2011 Jaargang 2010 - 2011 Jaargang 2010 - 2011 Jaargang 2010 - 2011 Jaargang 2010 - 2011 Jaargang 2010 - 2011

41


We zijn op weg…

42


We zijn op weg‌

9

Checklist

De volgende checklist is opgemaakt uit dit verslag en eerdere verslagen en dient bij elke volgende publicatie in het proces aangevuld te worden. De lijst is opgedeeld in twee gedeelten: inhoud en proces. Het proces is volledig geslaagd als alle stellingen positief bevestigd kunnen worden.

9.1

Inhoud Crossmediaal denken en werken heeft de toekomst! De opleiding heeft een actieve, nieuwsgierige houding ten opzichte van crossmedia. (Hoofdstuk 5) De opleiding kan de ontwikkelingen op het gebied van crossmedia op waarde schatten en daar adequaat op reageren. (Hoofdstuk 5.2.1) De opleiding is in beweging op het gebied van crossmedia. (Hoofdstuk 5.2.2) De opleiding loopt vooruit (maar niet te ver) op de ontwikkelingen in het werkveld. (Hoofdstuk 3.1) Het medium internet heeft een volwaardige rol op de opleiding (Hoofdstuk 5.2.2) De opleiding heeft krachtige specialisaties. (Hoofdstuk 5.2.2) Op onze opleiding dient de techniek het inhoudelijke proces (Hoofdstuk 5.2.2)

9.2

Proces De gestelde doelen zijn helder, de keuzes duidelijk, de aanbevelingen, acties en afspraken gericht en goed gefundeerd. (Hoofdstuk 6.2) Alle eerder gestelde doelen zijn gehaald. (Hoofdstuk 3.6)

43


We zijn op weg‌

Communicatie is geen blinde vlek. (Hoofdstuk 5.2.4) In dit deel van het proces zijn (weer) docenten en studenten betrokken. (Hoofdstuk 5.2.4 en hoofdstuk 6) Er zijn niet te veel mensen bij dit proces betrokken (Hoofdstuk 6.2) Er is voldoende draagvlak bij docenten en studenten om de volgende stap in het proces te zetten. (Hoofdstuk 6.2)

44


Inventarisatie Crossmedia