__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groesbeekse heelmeesters en gemeentegeneesheren 1813 -1974, een voortdurende bron van zorg

Geneesheren v Groesbeek.indd 1

|1

06-03-18 14:56


2|

Geneesheren v Groesbeek.indd 2

06-03-18 14:56


GROESBEEKSE HEELMEESTERS EN GEMEENTEGENEESHEREN 1813 -1974, EEN VOORTDURENDE BRON VAN ZORG Overzicht van de indertijd te Groesbeek praktiserende heelmeesters, gemeentegeneesheren, particuliere huisartsen en vroedvrouwen.

Supplementen Nr. 1

Lijst van aan dysenterie of wel ‘rode loop’ gestorven dorpelingen in de periode 1779 -1823.

Nr. 2

Geschiedenis van de R.K. Vereniging voor maatschappelijke Gezondheidszorg Het Wit-Gele Kruis te Groesbeek.

Nr. 3-4

Beknopte samenvatting van de verrichtingen van de Zusters Franciscanessen van ‘Onze Lieve Vrouw ter Engelen’ uit Waldbreitbach van het klooster van de Breedeweg én van de Zusters Franciscanessen uit Roosendaal van het klooster op de Horst.

Nr. 5

Over de ontstaansgeschiedenis van het R.K. Sanatorium Dekkerswald en de daarbij betrokken Barmhartige Zusters van de H. Carolus Borromeus van het klooster Onder de Bogen te Maastricht.

|3

Samengesteld door G.G. Driessen Groesbeek 2017

Geneesheren v Groesbeek.indd 3

06-03-18 14:56


GLOBALE INHOUD

4|

Voorwoord, namenlijst en advertenties uit de periode 1875-1881 Ter inleiding Zusters van Liefde uit Tilburg, eerste bejaardenverzorgsters Adam Greup, Groesbeeks eerste heelmeester Over de grote dorpsbrand van 1828 en de vroedvrouw Everdina Meijers Vestiging J.L. van Soest, eerste hier woonachtige geneesheer Duitse tandarts houdt spreekuur in wachtkamer station Groesbeek Duitse geneesheren en Duitse zusters verlenen geneeskundige hulp Gemeentevroedvrouwen Uitbraak pokziekte in 1891

7 11 12 15 18 21 24 25 25 27

Uitbraak pokziekte in december 1891. Voor de pastoors vooralsnog geen aanleiding tot het geven van dispensatie (ontheffing) vervullen zondagsplicht. Pas op13 april 1892 gaat het geestelijke gezag hiertoe over.

Dokter Holm, tevens pensionhouder voor zenuwzieken, zwakken en herstellenden Tentoonstelling Vereniging Het Groene Kruis afd. Groesbeek in 1913 Controverse tussen katholieken en protestanten over benoeming gemeentegeneesheer Over de controversiĂŤle en legendarisch geworden dokter Beijnes Gemeenteraadslid Johanna BĂśgels contra het gemeentebestuur en dokter Beijnes

Geneesheren v Groesbeek.indd 4

30 36 37 43 45

06-03-18 14:56


Over de vestiging van een tweede huisartsenpraktijk en de eveneens legendarisch geworden dokter Kippersluijs Meerdere gemeentegeneesheren per 1 februari 1951 Fotoreportage van de praktijk en huisapotheek van dokter Kippersluijs Verloskundige Maria de Heij Over de aan het Rode Kruis verbonden medici en de groepscommandant Oomen Huisarts P. van Waijenburg, de laatste plaatselijke gemeentegeneesheer Over de ontwikkeling en het verloop van de verschillende huisartsenpraktijken te Groesbeek Supplement nr. 1. Lijst van aan de ‘rode loop’ gestorven dorpelingen in de periode 1769 -1823 en een overzicht van de plaatselijke begraafplaatsen Supplement nr. 2. Kruiswerk te Groesbeek. Geschiedenis van Het Wit -Gele Kruis en van het wijkgebouw aan de Hoflaan en het Kerkpad. Supplement nr. 3 en 4. Zusters Franciscanessen van het klooster van Breedeweg en de Horst. Werkzaam in de wijkverpleging, bejaardenzorg en het onderwijs. Internaat ’De Lage Horst’, dependance van Stichting Werkenrode, geopend in 1962. Ook hier waren religieuzen bij de oprichting betrokken, de Broeders van Huybergen en de Zusters Franciscanessen uit Oudenbosch. Luchtfoto van Klooster Mariendaal, internaat, pension en bejaardenhuis Luchtfoto van het in 1966 geopende Bejaardencentrum De Meent Supplement nr. 5. Over de ontstaansgeschiedenis van het R.K. Sanatorium Dekkerswald en de daarbij betrokken Zusters van de H. Carolus Borromeus uit Maastricht. Literatuurlijst Met dank aan Lijst van eerder uitgeven publicaties Colofon

Geneesheren v Groesbeek.indd 5

61 64 66 69 71 75 79

81

|5

86

103 112 114 115 119 120 121 126

06-03-18 14:56


6|

Geneesheren v Groesbeek.indd 6

06-03-18 14:56


VOORWOORD Van de vroeger in de Groesbeekse samenleving bestaande standen en klassen is in eerdere publicaties over de geschiedenis van het dorp vooral aandacht besteed aan: de Geestelijke stand, de Boerenstand, de Middenstand, de Arbeiderstand en de Bezembindersstand. Onbelicht tot dusver bleef de Geneeskundige stand en omdat deze beroepsgroep een onmisbaar onderdeel van de gemeenschap uitmaakt, leek het gepast die eens voor het voetlicht te plaatsen.

Namen uit het grijze verleden zijn niet achterhaald, die worden pas geboekstaafd na de aanstelling van gemeentegeneesheren en gemeentevroedvrouwen. De aanzet hiertoe wordt in gang gezet na de staatsomwenteling van 1795. De zorg voor de volksgezondheid wordt een taak van de centrale overheid. Artikel 62 van de Bataafse Staatsregeling uit 1798 luidt: ´Zij (de vertegenwoordigde Magt) strekt, door heilzame wetten, haar zorg uit tot alles, wat in het algemeen de gezondheid der Ingezetenen kan bevorderen´. Om toezicht te houden op de medische Omdat het gemeentebestuur vroeger betrokken was bij professie worden in 1801 ´Departementale’ (na 1814 de aanstelling van de gemeentegeneesheren en belast ‘Provinciale’) Commissies voor Geneeskundig Onderzoek was met de betaling van het salaris, zijn er in het en Toezigt´ ingesteld. In die tijd, in 1813, krijgt Groesbeek gemeentearchief verschillende dienaangaande bescheidoor de overheid de eerste heelmeester toegewezen. Uit den gearchiveerd. Omdat het verstrekken van medische de dienaangaande bewaard gebleven correspondentie is hulp aan arme mensen een gemeentelijke aangelegenheid een beeld te vormen van de toenmalige gang van zaken. was, werd er in de gemeenteraad regelmatig over gesproken. De verslagen van de gemeenteraadsvergadeDit is niet vanzelfsprekend, want tijdens de grote dorpsringen waren dan ook een belangrijke bron van informa- brand van 1828 ging ook de gemeentesecretarie, gevestie. En omdat de raadsvergaderingen openbaar zijn, werd tigd in het huis van de toenmalige burgemeester Laeijner in de dagbladen verslag van gedaan en betreffende het decker, in vlammen op. Gelukkig was men in staat de onderwerp gemeentegeneesheren vaak zeer uitgebreid. ‘dorpskist’, met daarin het grootste deel van de gemeenZodoende konden bepaalde kwesties van twee zijden telijke administratie, uit het brandende huis weg te halen. belicht worden, bezien uit de informatie van de ambtelijke Een andere belangrijke bron was de website Historische notulen en uit de smeuïge geschreven krantenartikelen. Kranten van de Kon. Bibliotheek (Delpher); van dit digitaal medium is dankbaar gebruik gemaakt. Behalve aan de hier ooit praktiserende heelmeesters, Al is er veel boven water gehaald, een compleet overzicht gemeente –geneesheren en particuliere huisartsen wordt zal het niet zijn. Met name over het midden van de negenook aandacht besteed aan de ‘vroedvrouwen’. Bepaalde tiende eeuw zijn niet bijzonder veel gegevens gevonden. heelmeesters fungeerden vroeger ook wel als vroedHet streven om de namen van de hier ooit praktiserende meester, maar over het algemeen was de verloskunde het dokters te boekstaven, is grotendeels wel verwezenlijkt. terrein van vrouwen.

Geneesheren v Groesbeek.indd 7

|7

06-03-18 14:56


3 september 1875. Arnhemsche Courant. De naam Kramps moet gelezen worden als Kamps.

8|

30 mei en 1 juni 1881. De Tijd. Godsdienstig -staatskundig dagblad 24 maart 1877. Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hogenbosche Courant

6 sept.1881. Algemeen Handelsblad. Jaarwedde verhoogt van ƒ1000.- naar ƒ1200..

Geneesheren v Groesbeek.indd 8

10 okt. 1881. De Tijd. Jaarwedde verhoogt van ƒ1200, - naar ƒ1300,-.

06-03-18 14:56


LIJST VAN GEMEENTEGENEESHEREN EN PARTICULIERE HUISARTSEN TE GROESBEEK TIJDVAK 1813 TOT 2000, VIJFENDERTIG IN TOTAAL 1813. A. Greup, eerste heelmeester gemeentegeneesheer 1827. J.Luijtz, 1828. A.Greup, 1843. Anweiler, 1854. J.Giesbers, 1857. J.L. van Soest (eerste hier woonachtige dokter) 1875. J. Kamps, 1876. J.F. Tilleners,

1876. D.J.A. van der Kroon, 1878. Fr. Elkemann, 1882, J. Rombouts (rustend arts) 1882. Jac. L. de Jeeger, 1883. Jac. Becker, 1891. J. C. Stoltz, 1892. R.Sleewijk, 1893. H. Holm 1904. R. Willemsen 1907. G. Hupkens 1908. Ch. P. van Dillen

1909. D.G. de Jong 1910. Ch. P. van Dillen 1911. Th. A. Quanjer 1912. C.J. M. Paijens 1914. Jac. A. Beijnes, 1919. W. Beekhuis, 1934. C.W. Leibbrandt 1939. J. Kippersluijs, 1941. P.J.M. van Wayenburg, 1951. Jac. Koot, 1960. J. van de Thillart.

1966. H.M.H. Kupers 1973. J. Beltman 1974. H.Verblackt. 1977. R. Schuurs 1978. B. Roessingh 1983. A.Duykers en mw. V. Mertens 1989. P. Füssenich 1996. J. Schuurmans 1996 mw. V.Lenglet 2001. M.H. Dral

|9

Omdat er dokters betrokken zijn geweest bij het in standhouden van Het Wit-Gele Kruis, E.H.B.O. en het Rode Kruis, wordt ook aan deze zorginstellingen aandacht besteed. Naast artsen hebben in de loop der jaren tientallen vrijwilligers zich ingezet deze verenigingen gaande te houden, aanleiding tot het samenstellen van een kort en bondig overzicht van hun verdiensten voor de samenleving. De pioniers van de plaatselijke zorg waren de zusters van het Hollands - en Duits klooster, respectievelijk gesticht in 1855 en 1875. Deze zusters hielpen bejaarden en zieken en een van hen begon met de wijkverpleging. Na de opening van een klooster in Breedeweg en de Horst (1938 en 1939) werden die taken daar verricht door zusters Franciscanessen. Het liefdewerk van de zusters

Geneesheren v Groesbeek.indd 9

is later geleidelijk aan overgenomen door de door Het Wit-Gele Kruis afdeling Groesbeek aangestelde lekenzusters. Tegen het einde van de vorige eeuw werd de naam veranderd in Kruisvereniging Groesbeek en ná eeuwwisseling in ZZG Thuiszorg. Met het weglaten van het woord Kruis, en daarmee de verwijzing naar de caritas, werd een periode van anderhalve eeuw van hulp aan zieken en zwakkeren ‘zonder enige baatzucht’ afgesloten. Tot slot wordt aandacht besteed aan het in 1913 geopende R.K. Sanatorium Dekkerswald en de daar in de verpleging werkzame Zusters van het klooster Onder de Bogen te Maastricht. De samensteller G.G. Driessen. Groesbeek december 2017

06-03-18 14:56


10 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 10

06-03-18 14:56


TER INLEIDING In de loop van het jaar 1970 publiceert het Groesbeeks Weekblad een reeks door wijlen pastoor H. Hoek geschreven artikelen. Onder de aanhef “UIT HET ‘KASBOEK’ VAN PASTOOR THIJSSEN” citeert Hoek fragmenten uit het begraafboek van zijn verre voorganger. Behalve de namen van de overledenen en de ontvangen centen ter vergoeding van de uitvaartmis, noteerde Tijssen vaak onder welke omstandigheden zijn parochiaan was overleden. Naar aanleiding van de doodsoorzaak van twee gezusters in 1777, vraagt Hoek zich af: ‘Was er toen nog geen dokter in Groesbeek? ‘, welke vraag de aanleiding was tot een dienaangaande onderzoek. Ter inleiding van het resultaat hiervan volgt eerst het betreffende fragment uit zijn artikel van 24 september 1970: ‘Den 15 september 1777, te seven ure waren twee gesusters met de namen Altje en Gerritje Wellens bij de weduwe. (Wier naam door Hoek niet wordt genoemd). De gesusters waren nog seer wel te pas en gesont en kochten (kookten) van roggemeel voor sich brij om te eten. En so haest als die gekocht was deden zij daarop een weinig rome en begonnen tesamen van den brij te eten. En als zij elck drie of vier lepelen gegeten hadden so blijft het vastzitten. Even door de keel, omtrent het middenrif, waar de scheiding is tussen de longen, de lever en de buik en de kin. Daaruit ontstonden voor hen zulke benauwdheden, dat ick omtrent tien ure daarbij geroepen werd. Ick hoorde hen de biecht en bediende hen verder met de heilige olie maar niet met de H. Communie, welke zij niet meer konden slikken. Zij deden hun best om de brij uit te braken, maar konden het niet en de brij bleef so vast zitten dat de eerste stierf den zelve nagt, omtrent drie uren en de tweede omtrent een kwartier over vijf uren. Zij zijn begraven op den 19 september 1777’. Tot zo ver het

Geneesheren v Groesbeek.indd 11

relaas van pastoor Thijssen, waaruit blijkt dat de twee gezusters een hele avond en een halve nacht hebben liggen creperen. Opmerkelijk is wel dat L.W.A. Berenbroek in 1992 in zijn Gezinsstatenboek Groesbeek Nr.184 (waarin een bewerking van het Begraafboek) niet twee maar slechts één Wellens noemt: ‘Aeltjen Wellens, weduwe, nalatende géén kinderen’, die begraven wordt op 19 september 1777’. (MOEDERKOREN. De eerder genoemde gezusters Wellens overigens zijn waarschijnlijk overleden aan moederkoren, ook wel moederrogge genoemd. Het betreft een zwam op de groeiende roggekorrels in de aar, die de korrels vergiftigd maakt. Aldus zo genoemd, omdat dit vergif in de volksgeneeskunde aangewend werd bij bevallingen. (Bron: Folklore en volkswijsheden in Nederland en Vlaanderen door K. ter Laan)

| 11

Het voorgaande typeert de tijd waarin de dorpeling die door ziekte of een ongeval getroffen werd, als hij zich niet kon verplaatsen, langer dan een dag zonder geneeskundige hulp bleef. Eerst moest er iemand naar Nijmegen om een daar wonende geneesheer te vragen naar Groesbeek te komen en aangezien die afstand te voet of met paard en wagen moest worden afgelegd, vergde dat enige uren. Te Nijmegen aangekomen was het afwachten of er een van de daar gevestigde geneesheren in staat was om diezelfde dag naar Groesbeek te komen, hetgeen niet altijd het geval zal zijn geweest. Het inroepen van geneeskundige hulp overigens was niet voor iedereen mogelijk, want men moest het zelf betalen. Armlastige mensen, het merendeel van de bevolking, bleven zodoende van hulp verstoken. Bij bepaalde crepeergevallen kon de gemeente er niet onder uit om ‘onderstand’ te verlenen, zoals in het volgende wordt aangetoond.

06-03-18 14:56


12 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 12

Aanbesteding verzorging hulpbehoevende alleenstaanden

Zusters van liefde in 1857 de eerste zorgverleners aan ‘oude vrouwtjes’

Zoals de meeste dorpen kende Groesbeek vroeger geen verzorgingshuis, zodat het gemeentebestuur genoodzaakt was de verzorging en verpleging van armlastige alleenstaande hulpbehoevenden uit te besteden aan particulieren. In het gemeentearchief zijn hier enige voorbeelden van aangetroffen. Op 16 dec. 1811 wordt door het gemeentebestuur vergaderd over de vergoeding aan de inwoner Evert Visser: ‘Die op zich genomen heeft om de verarmde Geertrij Well den tijd van haar leven van het nodige onderhoud van kost en klederen te voorzien, en haar in ziekten behulpzaam te zijn, naar ene betaling van dertig stuivers per week. (1,50 gulden per week is 78, - gulden per jaar). Tijdens de B &W – vergadering van 21 mei 1852 wordt besloten: ‘bekend te maken dat zal worden aanbesteed het in huis nemen, voeden, onderhoud en oppassen van den krankzinnige P.J. Huiskens, ten koste der Gemeente’. Naar de uitslag van de aanbesteding is geen onderzoek gedaan. Op 29 jan. 1859 besluit de gemeenteraad: ‘naar aanleiding van een eerder gehouden publieke aanbesteding, de onderstand van Lamert Vaassen en Johannes Tillemans te gunnen aan J. Leenders en Gradus Winkels’. In dit geval was Leenders de laagste inschrijver voor het onderbrengen van Vaassen (f 78,80) en Winkels voor de verzorging van Tillemans (f 78,99). Dit wil zeggen dat de genoemde families voor een vergoeding van 22 cent per dag de mannen in huis opnamen. Opmerkelijk is dat de hoogte van de vergoeding tussen 1811 en 1859 niet gestegen is.

Voor nooddruftige alleenstaande oude vrouwen verbeterden de leefomstandigheden na de vestiging, in 1855, van een Liefdegesticht aan de huidige Kloosterstraat. Het werd gesticht door de Zusters van Liefde uit Tilburg, die naast onderwijs ook de bejaardenzorg en de verpleging van hulpbehoevenden op zich namen. In 1857 werd een gedeelte van het klooster ingericht tot ‘oude vrouwtjesverblijf’; onder de bewoners waren drie hulpbehoevenden. In de loop der jaren groeide deze caritas uit tot een belangrijk ‘liefdewerk’. In de buurtschap Breedeweg kwam een dergelijke voorziening pas in 1938, toen de Zusters Franciscanessen daar een klooster openden. Twee jaar later gebeurde dit op de Horst, waar het in 1939 gebouwde klooster werd uitgebreid met een aantal pensionkamers. De twee laatst genoemde kloosters werden in 1944 door oorlogsgeweld verwoest, waardoor de huisvesting en verzorging van bejaarden na de oorlog in de knel kwam. Enig soelaas bracht de St. Anna –afdeling van Klooster Mariendaal, waar tien hulpbehoevende bejaarden in het souterrain een onderkomen vonden. Tot de opening in 1966 van het Bejaardenhuis De Meent en in 1972 van het Bejaardenhuis Mariendaal, hebben de voornoemde religieuzen die taak met toewijding verricht. Meer over de bejaardenzorg is te lezen in het supplement van deze uitgave; keren we terug naar het eigenlijke onderwerp: gemeenteheelmeesters.

06-03-18 14:56


Klooster annex ‘oude vrouwtjes verblijf’ van de Zusters van Liefde uit Tilburg aan de Kloosterstraat, circa 1900. Het klooster (ook wel Liefdegesticht genoemd) werd gebouwd in 1853 en in de lente van 1855 betrokken door drie zusters: ‘die zijn begonnen met aan arme kinderen en meer onderricht te geven in Naaien en Breien op den 25e juni’. En daarna op 21 november 1855 met het geven van les in rekenen, taal en schrijven. Vervolgens werd 1857 een gedeelte van het klooster ingericht tot ‘oude vrouwtjes verblijf’’. Onder de bewoners waren drie hulpbehoevenden. Omdat verblijf in een klooster en verzorging door religieuzen voor veel alleenstaande oude dames bijzonder aantrekkelijk was, bestond er vraag naar. Een van die dames was de welgestelde Mejuffrouw J.C. van Sonsbeeck uit Zwolle, die in 1866 vermogend genoeg was om het klooster uit te laten breiden met twee zijbeuken: ‘tot mede-verzorging van oude vrouwen’. (Zo is te lezen op de toen bevestigde gedenksteen). De daar ingetrokken vrouwen zijn in het bevolkingsregister ingeschreven als ‘verpleegde’, waarvan het merendeel niet uit Groesbeek komt.

Geneesheren v Groesbeek.indd 13

De uit Groesbeek afkomstigen zijn op één hand te tellen. Er zullen best veel meer hulpbehoevende oude vrouwen zijn geweest, maar naar het schijnt zijn alleen crepeergevallen daar ondergebracht. Dit is af te leidden uit het archief van het R.K. Parochieel Armbestuur. Uit de post ‘Uitgaven Verpleging in het Liefdegesticht’ blijkt dat er tussen 1913 en 1922 gemiddeld f. 215, - per jaar aan de zusters betaald is. Omgerekend 59 cent per dag voor ‘kost en inwoning’ en verpleging van tussen de een of drie alleenstaande, arme en zieke oude vrouwen. Uit een in 1958 door kapelaan Van de Ven opgemaakt register blijkt dat de zorgafdeling van het ‘Hollands Klooster’ dan 35 vrouwen huisvest, waarvan 11 uit Groesbeek. Na de opening in 1966 van het bejaardenhuis De Meent fungeerde het klooster van 1967 tot 1980 als rusthuis voor bejaarde zusters. In 1980 verlieten de zusters het klooster, waarna het in 1987 verbouwd werd tot 24 wooneenheden.

| 13

06-03-18 14:56


Van Sonsbeeck

14 |

Vermeldenswaardig is nog dat een familielid van de eerder genoemde telg van de welgestelde familie Van Sonsbeeck hier ook naam heeft gemaakt. Dat blijkt uit het dagblad De Tijd van 3 juli 1937: ‘Bij Kon. Besluit is benoemd tot ridder in de orde van Oranje –Nassau, Zuster Paula (in de wereld M. van Sonsbeeck), moeder -overste van het Liefdegesticht van de Zusters van Tilburg te Groesbeek’. De Nieuwe Tilburgsche Courant bericht uitvoeriger onder kop: GOUDEN KLOOSTERFEEST. De eerwaarde zuster

Paula, moeder -overste van het Liefdegesticht te Groesbeek. Mocht onder grote belangstelling haar gouden feest als kloosterlinge vieren. Door den zeereerwaarde heer pastoor Van Stipthout werd met assistentie van de beide kapelaans een plechtige H.Mis opgedragen. Tijdens de receptie , waarin meerdere burger –autoriteiten de jubilaresse kwamen gelukwensen en vele bloemstukken werden aangeboden, kon de burgemeester de eerwaarde zuster de onderscheidingen van de Orde van Oranje –Nassau aanbieden’.

Verslag viering 75 –jarig jubileum Zusters van Liefde en een drietal foto’s van het 100 -jarig jubileum Prov. Noordbrabantsche Courant bericht op 10 juni 1930: Het diamanten jubilee der Eerwaarde Zusters van Liefde te Groesbeek zal feestelijk worden herdacht. En niet ten onrechte. Want in die 75 jaren dat de zusters hier werkzaam zijn, hebben zij onnoemelijk veel gedaan voor het welzijn van de bevolking. Een ere- en feestcomité hebben zich gevormd uit de burgerij bestaande uit ruim 50 leden, onder voorzitterschap van burgemeester O.J.M. van Nispen tot Pannerden. De jubileum dag –zijnde 12 juni- wordt begonnen met een H.Mis van dankzegging in de kloosterkapel om kwart voor 7. Om kwart voor 8 Kindermis in de parochiekerk met algemene H. Communie. Om 9 uur feestelijke optocht van het Liefdegesticht naar de parochiekerk. Om half 10 plechtige Hoogmis van dankzegging en feestrede door den Zeer Eerwaarde heer Pastoor. Om half 12 huldiging en aanbieding van het geschenk van de burgerij door den Burgemeester als voorzitter van het erecomité. Receptie van 1-2 uur. Om half 6 plechtig Lof in de kloosterkapel.

Geneesheren v Groesbeek.indd 14

De fanfare Wilhelmina zal de feestelijkheden opluisteren. Van die gebeurtenis is geen foto bewaard gebleven, wel van het in 1955 gevierde 100 –jarig jubileum. We zien de Zusters van Liefde uit Tilburg luisteren naar de toespraak van de burgemeester Jhr. R. van Grotenhuis, die in stemmig zwart kostuum met hoge hoed naar het Hollands klooster is getogen. In die tijd dragen de zusters nog het oorspronkelijke habijt met hoofdkap. Dergelijke kappen belemmerden het zicht naar links en rechts aanzienlijk. In 1966 werd het oude habijt verwisseld voor een donkerblauwe jurk en de kap voor een sluier. In 1980 verlieten de zusters het oude klooster om te verhuizen naar de Haydnstraat1. Zeven jaar later werd het klooster verbouwd tot 24 wooneenheden. Op 15 april 1988 konden die officieel geopend worden. De gehandhaafde naam ‘Hollands Klooster’ is gegeven om kenbaar te maken dat er hier ook een ‘Duits Klooster was, Mariendaal.

06-03-18 14:56


Groesbeekse Heelmeesters en gemeente geneesheren Adam Greup, eerste heelmeester, aangesteld in 1813 Door de overheid werden de regels aangaande ‘het verstrekken van geneeskundige verzorging aan minder bedeelden’ ingevoerd tijdens de z.g. ‘Franse tijd’, het is nog maar twee eeuwen geleden. Vooralsnog stelde die zorg weinig voor, maar circa 1810 wordt er daadwerkelijk een aanvang gemaakt met het aanstellen van ‘gemeente - heelmeesters’. Daarnaast doet in 1818 het begrip ‘heelmeester ten platten Lande’ zijn intrede. Hun taak was: ‘geneeskundige hulp te verlenen aan minder draagkrachtige inwoners en daarnaast te fungeren als lijkschouwer’. Sindsdien, in ieder geval in latere tijden, konden deze mensen zich melden op het gemeentehuis, waar ze bij de ambtenaar van het Armen – bestuur (later Burgerlijk Armbestuur) een verwijsbriefje konden vragen, het zogenaamde ‘armenbriefje’. Blijkens een in het gemeentearchief bewaarde brief (GA Nr.562) wordt de in Nijmegen woonachtige Adam Greup op 25 april 1813 aangesteld tot Heelmeester over de dorpen Groesbeek, Ooijen, Persingen en Beek. Dit gebeurde op aanwijzing van de Prefect der Rhijnmonde (Franse tijd), die het traktement van de heelmeester voor Groesbeek stelt op 150 franken per jaar. De dan circa 1700 inwoners tellende gemeente Groesbeek brengt de som ten laste van ‘den post voor den arme gesteld, door het Bureau van Weldadigheid’. Het genoemde Bureau hield in 1814 op te bestaan, met als gevolg dat arme mensen geen beroep meer konden doen op heelmeester Greup. Na hierover door de provincie te zijn aangesproken besloot het gemeentebestuur maar weer in de buidel te tasten en Greup opnieuw te benoemen. (Bron: GA Inv. Nr. 562.)

Geneesheren v Groesbeek.indd 15

Extract uit het register der resoluties door de Raad der Gemeente Groesbeek vrijdag den10 April 1817. Gelezen ene dispositie van Hun Edelgrootachtbare de Heren Gedeputeerde Staten der Provincie Gelderland van de 20 Maart houdende enige opgaven te doen omtrent den Heelmeester Adam Greup betreffende. Hebben na genomen deliberaties goedgevonden te bepalen – dat, terwijl Adam Greup heeft doen blijken dat hij op den 25 April 1813 door den toenmalige Perfect der Rhijnmonde (Franse Tijd) tot Heelmeester over den dorpen Groesbeek, Ooijen, Persingen en Beek was aangesteld op een traktement van 150 franken, welke hem Jaarlijks destijds uit de budgets en wel uit den post voor den arme gesteld, door het Bureau van Weldadigheid, aan wie dezer post wierde gemandateerd, wierde betaald en welke in 1814 hebben opgehouden te bestaan, en om redenen er geen ander Heelmeester hier bestaat, gezegde Adam Greup bij, presentie tot den post als Heelmeester voor te dragen en opnieuw tot den zelven te worden benoemd, op een Jaarlijks traktement van 15 á 20 gulden na goedvinden van Hun Edelgrootachtbare, als in aanmerking willende nemen den Staat waarin zich de Gemeente bevind, te vinden op den Staat van Begroting op uit den post voor den arme gesteld. Groesbeek den 18 April 1817. Accordeert met voornoemd Register. Waarschijnlijk omdat Greup het jaarlijkse traktement van 20 gulden te gering vond, besloot hij een jaar later om zijn functie te Groesbeek op te zeggen. Dit is af te leiden uit de in 1819 gemaakte notitie: ‘Door gemis van ene Heelmeester in deze gemeente’ (…)

| 15

06-03-18 14:56


bevolking bestaat uit 1724 zielen en het aantal behoeftigen staat als 1 tot 12 en de gemeente is niet in staat enige bijstand te verlenen. ‘DEN HEERE GOUVERNEUR DEZER PROVINCIE’ echter kan daar geen rekening mee houden. Hij schrijft op 26 oktober 1821 aan de ‘Schout des Ambt Groesbeek’: ‘Greup benoemd te hebben tot Heelmeester voor de Gemeenten Ubbergen en Groesbeek en diens traktement van 30 gulden per jaar te affecteren op den post voor onvoorziene uitgaven over 1821’. De tekst van originele brief luidt als volgt: Onderwerp: traktement van Heelmeesters voor Ubbergen en Groesbeek Nijmegen den 26ste october 1821 16 |

Brief d.d. 18 april 1817

Dat er hier in die tijd ‘erbarmelijke toestanden heerste en de nood hoog’, blijkt uit het Register der Jaarlijkse Verslagen over 1819. Gerapporteerd wordt: ‘dat hier geen Gestichten of inrichtingen van Liefdadigheid zijn.’ De

Geneesheren v Groesbeek.indd 16

Aan den Heere Schout des Ambt Groesbeek Ontvangen ene missive van den Heere Gouverneur dezer Provincie gedateerd 23 dezer houdende dat (….) strekkende tot het verlenen der nodige autorisatie om aan den benoemden Heelmeester voor de Gemeenten Ubbergen en Groesbeek A.Greup deszelver traktement over het lopende jaar op den post van onvoorziene uitgaven der geconsigneerde Gemeenten te …had besloten: De schouten van Ubbergen en Groesbeek te autoriseren, om het aan opgemelde A. Greup als Heelmeester die Gemeenten over het lopend jaar voor aankomend traktement, te rekenen ingegaan te zijn den 2e dezer maand en die ƒ. 30,- in het jaar voor elke gemeente bepaald, aan denzelve op ordonnantie te doen uitbetalen, en te affecteren op den post voor onvoorzien uitgaven over 1821. (…) te verzoeken dienovereenkomstig te handelen. De hoofdschout des Rijks van Nijmegen F.W. van Nijvenheim. (Bron GA Inv. Nr. 247)

06-03-18 14:56


Geneesheer Greup bedankt alsnog Vier jaar later neemt de in Nijmegen woonachtige Adam Greup als volgt ontslag: ‘Nijmegen den 9 december 1825. Mijne Heren, Reeds onderscheidene malen heb ik mij mondeling aan uw gewend, ten einde verhoging van traktement als gemeente Heelmeester van Groesbeek te bekomen (…) de veelvuldige werkzaamheden van die betrekking zijn in geen enkel opzicht evenredig aan het traktement, hetgeen jaarlijks niet meer dan dertig gulden bedraagt. (…) Nu mijn werkzaamheden, als Heelmeester van uw gemeente al meer en meer beginnen te vermeerderen, gelijk blijkt uit de laatste elf maanden, in welk tijdvak er vierenvijftig visites in onderscheidene zware gevallen door mij aldaar zijn gemaakt, zo voel ik mij verplicht om voor den post van gemeente Heelmeester van Groesbeek te bedanken. (….) Uw welwillende dienaar A. Greup. Kennelijk was het gemeentebestuur niet in staat het traktement van 30 gulden te verhogen, want op een later opgemaakte lijst wordt te Groesbeek als zodanig genoemd ene J.Luijtz. Zijn naam is te lezen in het Provinciaal Blad van 28 februari 1827, waarin een: LIJST der bevoegd erkende beoefenaren van de onderscheidene takken der geneeskunst in de provincie Gelderland’ is gepubliceerd. In het door Geert Dibbets geschreven boek over de geneeskundige zorg in Heumen en Malden in de periode 1800 -1980, is op blz.14 te lezen dat: ‘Adam Greup uit de Nijmeegse Broerstraat op 19 maart 1823 benoemd wordt tot gemeenteheelmeester tegen een honorarium van f. 45. – per jaar. Hij had in die functie de taak om gratis medische zorg en geneesmiddelen te verlenen aan de onvermogende inwoners van de gemeente Heumen. En om koepokvaccinaties, waar hij een groot voorstander van was, te verrichten. Na ruim twee jaar te Heumen en Malden aan het werk te zijn geweest, laat Greup in december 1825 de gemeenteraad in een brief weten: ‘dat

Geneesheren v Groesbeek.indd 17

zijn bezoldiging niet geëvenredigd is aan zijne veelvuldige werkzaamheden’ (…) Nu heeft zijn schrijven wel resultaat, want hij krijgt over 1825 een gratificatie van ƒ. 15, -. In 1832 zelfs de som van ƒ. 20.-, ‘geen gering bedrag voor die tijd’, zo schrijf Geert Dibbets.

Heelmeesters in het rijk van Nijmegen In het Provinciaal Blad over 1827 worden te Nijmegen genoemd onder categorie: Medicinae Doctores: R. Scheers, Jac.Kopp, L.J. van der Lisse, J.M. van Roggen, Anth. Moll, Corn. van Eldik, P.C. Scheers en J.M. Noorduijn. Onder de categorie: Chirugiae Doctores : J.M. Noorduijn. In de categorie : Heelmeesters: J. van Roggen, J.J.Sevens, P.H.Mohlenbeek, C.J. de Groot, A. Greup en G.P.Belder. Tandartsen zijn bijzonder schaars, onder Tandmeesters wordt er één genoemd: L.J. Son. Onder categorie : Heelmeesters ten platten Lande: wordt te Groesbeek genoemd: L.Leijtz, die zijn admissie (toelating tot het ambt) had ontvangen te Dusseldorp op 21 december 1791.

| 17

Bevoegdheden De heelmeesters voor een stad waren volgens in 1823 uitgevaardigde instructies bevoegd de heelkunde volledig uit te oefenen. De heelmeesters ten platte Lande hadden een beperkte bevoegdheid de inwendige geneeskunst uit te oefenen en geneesmiddelen te leveren en eveneens een beperkte bevoegdheid in de uitoefening van de heel en verloskunde. Bij grote ingrepen waren ze verplicht een chirurgisch doctor of stedelijke heelmeester in consult te roepen.

06-03-18 14:56


Greup in 1828 weer terug in Groesbeek voor verzorging brandwonden. Ofschoon Leijtz ook als zodanig vermeld is in het Provinciaal Blad over 1828, wordt zijn naam niet genoemd in de verslagen van de grote dorpsbrand van 1828, dit in tegenstelling tot de eerder genoemde heelmeester A. Greup. De in de nacht van 18 juli door blikseminslag uitgebroken dorpsbrand is uitgebreid beschreven in de uitgave Rampspoed te Groesbeek, in welk hoofdstuk Greups declaratie voor de geneeskundige verzorging van de tijdens de brand gewond geraakte Cristiaan Rood is opgenomen: ‘Jyli 26. Een visite met verband ƒ. 1,30, voor transport (de huur van een rijtuig) ƒ. 2,00. Totaal ƒ. 3,30”. 18 |

Klaarblijkelijk is Cristiaan Rood zwaar gewond want de volgende dagen is de heelmeester weer in Groesbeek: Jyli 27 á ƒ. 3,30. Jyli 30 á ƒ. 3,30 en verder op Augustus1-3-6-10-12-17, waarvoor hij ƒ. 19,80 in rekening brengt. Deze rekening uit 1828 geeft inzicht in de vroegere gang van zaken en de hoogte van een toenmalige doktersdeclaratie. Aan de hand van het voorgaande kan A. Greup geboekstaafd worden als de eerste te Groesbeek officieel aangestelde geneesheer, vanaf 1813.

1828. Eerst vermelde vroedvrouw ter plaatse, Everdina Meijers In de eerder verschenen uitgave Rampspoed te Groesbeek wordt in het hoofdstuk over de grote dorpsbrand op blz. 50 gesuggereerd dat de vroedvrouw Everdina Meijers na het verrichten van haar edelmoedige daad misschien naar Duitsland verhuisd zou zijn. Intussen is achterhaald dat het echtpaar H. en E. Fransman -Meijers in 1829 vertrokken is naar Apeldoorn, in verband met de benoeming van Everdina als gemeentelijke vroedvrouw. Ze bleef te Apeldoorn wonen, want daar is zij op 8 oktober 1871 op 68 jarige leeftijd overleden. Mede omdat zij te Groesbeek als eerste koninklijk onderscheiden is, op 31 januari 1829 per brief door Willem1, leek het gepast kennis te geven van de juiste toedracht. Voor de lezer die Rampspoed te Groesbeek niet bij de hand heeft, volgt hier een fragment van het verslag van de brand uit de Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant van 22 juli 1828: ‘Het volgende waarlijk edele gedrag,in dit ramptoneel gehouden,verdient eene onderscheidene melding. De vroedvrouw van Groesbeek met name Everdina Meijers huisvrouw van J.Fransman,was juist bij de vrouw van Hendrik Keukens,die op het punt was te bevallen toen het

Nota Greup juli 1828

Geneesheren v Groesbeek.indd 18

06-03-18 14:56


onweder daar in huis sloeg. Haar eigen huis lag onmiddellijk daarnaast. Bij het ontdekken van den brand, was hare hulp bij de barende vrouw nog niet onmisbaar, en, gevoelende dat zij echtgenoot en moeder is, vliegt zij ter deure uit, wekt haren man uit den slaap en brengt met dezen hare kleine kinderen buiten het nu ook reeds vuur vattende huis. Maar toen hare geliefdste panden gered zijn, bekommert zij zich niet verder om hare goederen, en wil de vrouw die zij voor enige ogenblikken verlaten heeft, nu verder hare hulp bewijzen. Doch waar vindt zij die in de algemene verschrikking? Zij loopt herwaarts en derwaarts, vragend,zonder het begeerde antwoord te krijgen. Eindelijk loopt haar iemand tegemoet, wijst haar op eenen kleine afstand van de woedende vlammen achter eenige struiken het plekje waar men met de ongelukkige vrouw gevlugt is. Zij komt tijdig genoeg, en terwijl zij des nachts onder den blooten hemel, en bij het woeden der elementen, het licht ontvangt ook van haar eigen

brandende huis,terwijl zij hare eigene goederen door de vlammen ziet verteren, en steeds met de barende vrouw in eene dikke wolk van rook gehuld is, acht zij het hare pligt als vroedvrouw hooger, dan het eigenbelang om hare goederen te redden,en bezit tegenwoordigheid van geest genoeg om de vrouw de noodigen bijstand te verleenen en gelukkig van een levend en gezond kind te verlossen,en haar niet te verlaten,voordat de kraamvrouw en het kind geheel verzorgd en bij den heer pastoor des dorps in huis zijn gebracht”. Tot zover de Nijmeegsche Courant. Merkwaardig genoeg wordt Everdina Meijers niet genoemd in het Provinciaal Blad van 28 februari 1827. In de categorie Vroedvrouwen komt haar naam niet voor, om welke reden dan ook. In 1835 praktiseert hier de vroedvrouw A.D. van Aalst, huisvrouw van G. Stoltenhof, die haar admissie hiervoor gehaald had te Arnhem op 10 september 1830.

| 19

Vroedvrouw Everdina Meijers krijgt landelijke bekendheid Van de “FELLE BRAND TE GROESBEEK” in de nacht van 18 op 19 juli 1828 is kort daarna een pamflet gemaakt, uitgegeven door de Drukkerij T.C.Hoffers te Rotterdam. Aangezien men haast had en geen waarheidsgetrouwe tekening voorhanden, werd het houtblok waarin de brand te ‘s Gravendeel van 1825 gesneden was, weer op de drukpers gelegd. De argeloze toeschouwer moet gedacht hebben dat Groesbeek een welvarende plaats was; toevalligerwijze staat de kerk wel op de juiste plek maar verder klopt het dus niet. De toedracht van de brand wordt in twintig coupletten met vaardige pen beschreven. Couplet nummer 12 luidt als volgt: Maar bovenal zij hier gewaagd – van ‘d eedle schoone daad- Die Vroedvrouw Meijers heeft verrigt - En haar in eere laat - Haar zal de dankbare erkente-

Geneesheren v Groesbeek.indd 19

lijkheid - Een waardig Eerzuil bouwen - Zij blinke in menschenliefde en deugd - Als de eerste aller Vrouwen. Haar edelmoedig optreden was voor Koning Willem I aanleiding haar op 31 dec. 1829 een bewijs van goedkeuring en tevredenheid te doen toekomen. Toen zij deze Koninklijke Onderscheiding kreeg toegewezen, was ze al benoemd tot vroedvrouw te Apeldoorn. Daar overleed de met Hendrik Fransman gehuwde Everdina Meijers in okt. 1871, op 68 - jarige leeftijd. Haar man was toen al overleden, wat blijkt uit een oproep geplaatst in de Apeldoornsche Courant van 6 juli 1869: Diegene, welke voor den 22 juni 1867 gelden verschuldigd zijn aan de weduwe H. Fransman, vroedvrouw te Apeldoorn, wegens in haar vak verleende hulp, zal voor den 31 juli a.s. kunnen betalen u

06-03-18 14:56


u met een derde van het bedrag aan den heer Ketel, deurwaarder te Apeldoorn, of die gelden of goederen onder zich hebben, diegene welke niet in den inventaris zijn vermeld W. Fransman. Het bericht zal geplaatst zijn door een zoon van Everdina Meijers en de strekking daarvan maakt duidelijk dat zij nog salaris te goed had van ruim twee jaar eerder verleende verloskundige hulp.

20 | Eerste plaatselijke doktershuis, gelegen aan de huidige Burg. Ottenhoffstraat, gezien op 25 okt. 1906. Na zijn aanstelling in 1857 tot gemeentegeneesheer vestigt dokter J.L. van Soest zich in de kom van het dorp, in pand gelegen tegenover de Protestantse kerk. Met de komst van een hier woonachtige dokter was voor de dorpelingen een langgekoesterde wens in vervulling gegaan, want tot dan moest men naar elders voor geneeskundige hulp. In 1869 wordt het pand door de eigenaar verkocht aan de protestantse gemeente, bestemming pastorie. De geneesheer Van Soest verhuist dan naar een pand aan de Dorpsstraat. Nadat er aan de Molenweg een nieuwe predikantswoning gebouwd is, wordt het oude huis eind 1881 betrokken door de nieuw benoemde burgemeester R.M Ottenhoff, die in oktober 1906 zijn 25 –jarig ambtsjubileum viert. Voor het huis van de jubilaris staat een ereboog opgesteld en de voorgevel is versierd met slingers van dennengroen. Bij zijn afscheid als burgemeester in 1910 ziet hij zijn naam als straatnaam voortleven. In de oorlogsperiode 1944 -1945 wordt het huis zwaar beschadigd, waarom het gesloopt werd. In 1953 wordt op die plek een winkelhuis gebouwd, dat in 1996 gekocht wordt door dokter J. Schuurmans, die daar zijn huisartsenpraktijk ‘Ottenhoff’ vestigt. Een opmerkelijke samenloop van omstandigheden, dat precies op de plek waar zich in 1857 de eerste plaatselijke geneesheer vestigde thans weer ‘gedokterd’ wordt.

Geneesheren v Groesbeek.indd 20

06-03-18 14:56


Geneeskundige hulp in 1843 komende uit Cranenburg of Mook

Eerst in 1857 kunnen de dorpelingen terecht bij een hier woonachtige geneesheer. Het is de in Nijmegen in 1808 geboren J.L. van Soest, die zich met vrouw en vijf kinderen vestigt op adres Wijk A nr. 33. Als het pand in Zoals aangetoond, door de reiskosten werden het dure 1869 verkocht wordt aan de Protestantse gemeente met visites. Voor de meeste dorpelingen niet te betalen, bestemming pastorie, verhuist Van Soest naar de Dorpsevenmin voor de gemeente die zeer slecht bij kas was. straat. De pastorie wordt in 1881 betrokken door toen Het is dan ook niet verwonderlijk dat men later hulp te Cranenburg zocht, toen zich daar eenmaal een geneesheer benoemde burgemeester R.M. Ottenhoff, die zijn naam in gevestigd had. Dit blijkt uit het Jaarverslag der Gemeente 1910 als straatnaam vereeuwigd mocht zien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand zwaar beschadigd, over het jaar 1843, uit de post Gemeente ambtenaren en bedienden: “de Geneeskundige Dienst wordt hier verleend waarom het gesloopt moest worden. In 1953 is op die plek een winkelpand gebouwd, dat 1996 gekocht werd door door den in Cranenburg wonende Doctor Anweiler, die de dokter J.Schuurmans, die daar zijn huisartsenpraktijk hier door de Provinciale Commissie van Geneeskunde ‘Ottenhoff’ vestigt. Dit nu is een toch wel opmerkelijke Staatstoezicht als plattelands heelmeester is toegelaten en binnen deze gemeente is gedomicilieerd”. Volgens het samenloop van omstandigheden, dat op de plek waar in 1848 uitgebracht Jaarrapport was men zeer te spreken zich in 1857 de eerste plaatselijke geneesheer vestigde, tegenwoordig weer geneeskundige hulp verstrekt wordt, over de Pruisische geneesheer: ‘den welke zeer kundig na een onderbreking van ruim honderdjaar. In genoemd in Zijn vak de menschen solide behandeld. (…) De koejaar telt de gemeente 3408 inwoners, welk aantal daarna pokinenting heeft dit jaar met goed succes door de heer Anweiler aan 63 kinderen gratis plaatsgehad, er zijn geen gestadig stijgt. kinderen door de natuurlijke pokken aangedaan geweest’. Uit de raadsnotulen van 31 okt. 1856 blijkt dat de raadsleden H. Gantevoort en G. Roelofs tijdens die vergadering (…) Ook de door de gemeente aangestelde vroedvrouw het voorstel indienden om de heer J.L.van Soest, geneesJacoba van Gerven voldoet: ‘zij is door lange uitoefeheer en verloskundige te Druten, uit te nodigen zich in ning van die praktijk kundig en geriefd de inwoners tot de gemeente te vestigen. Aanvankelijk voor drie jaar en genoegen’, welke zin aantoont dat de gemeente tevens voor het eerste jaar een Jaarwedde van ƒ. 350,-, tegen de het salaris van een vroedvrouw betaalde. Toen Anweiler in 1843 werd benoemd telde de gemeente 2990 inwoners, verplichting geneeskundige hulp en geneesmiddelen te verstekken aan behoeftigen. Uiteindelijk besluit de raad welk aantal elf jaar later was opgelopen tot 3294 inwotot de voorgestelde jaarwedde, maar die voor het volgend ners. In 1854 wordt Anweiler opgevolgd door de in Mook jaar ‘tot wederopzegging’ te verminderen tot jaarlijks woonachtige geneesheer J. Giesbers, die maar twee jaar fl.300, -. Een wat merkwaardig aanbod, dat echter door genoemd wordt. In het door Geert Dibbets geschreven Van Soest geaccepteerd wordt. Opgemerkt zij dat hij zich en al eerder aangehaalde boek over Heumen en Malden, vestigt als particulier huisarts, niet als ‘gemeentegeneeswordt de in Duitsland geboren plattelandsgeneesheer en plattelandsvroedmeester Jacobus Giesbers uitgebreid heer’, die functie werd de eerstvolgende jaren nog vervuld door dokter J. Giesbers. belicht. Tijdens de raadsvergadering van 10 maart 1864 moet het ‘traktement van de gemeente dokter’ bepaald worden.

Geneesheren v Groesbeek.indd 21

| 21

06-03-18 14:56


Burg. Ottenhoffstraat in 1938, met achteraan rechts het voormalige doktershuis

22 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 22

In het achteraan rechts staande witte huis vestigde dokter Van Soest in 1857 zijn praktijk. Het is een oud huis, want het staat al ingetekend op de kaart van 1755. Een gedeelte daarvan werd in 1881 betrokken door de toenmalige burgemeester R. Ottenhoff, die er nog woonde toen in 1910 de straat zijn naam kreeg. In 1927 werd het huis betrokken door Ernst Voorhoeve, die behalve als beeldhouwer naam maakte als voorman van het ‘Verdinaso’ ofwel het ‘Verbond van Dietse Nationaal -Solidaristen. Hij woonde daar tot 1937, waarna hij verhuisde naar Nijmegen. Tijdens het oorlogsgeweld van 1944-1945 is het pand zwaar beschadigd, waarna het gesloopt werd. In 1953 bouwde de aannemer E.Bögels daar een woon- en een winkelhuis dat betrokken werd door de schoenmaker W. Kesseler en de onderwijzer Th. Bögels. In 1996 vestigde de huisarts J. Schuurmans zijn praktijk in de voor-

malige schoenenwinkel, de naast gelegen woning verwierf hij in 2002. Voor de duidelijkheid zij vermeld dat de vóór het witte huis gelegen afslag naar de Zevenheuvelenweg niet te zien is wegens de daarvoor staande hekwerken. Het daar gelegen pand dateert van 1932 en het naast staande dubbelwoonhuis van 1931, gebouwd door de aannemer R. Driessen. Het op de hoek gelegen statige pand werd in 1908 gebouwd door de rentmeester D.G. Montenberg. In 1925 is het gebouw in drie gedeelten verkocht. Het rechtse gedeelte werd in 1936 gekocht door Th. van Bergen, die er radio’s, fietsen en haarden ging verkopen. Het bedrijf is later overgenomen door zijn zoons, die het in 2005 uit handen gaven. Na verschillende bestemmingen te hebben gehad, is dat gedeelte in 2017 ingericht tot eetgelegenheid.

De raadsleden R.Thijssen, J. Siemons en J. Derks zijn voor de som van ƒ. 400,- per jaar en het raadslid M. Keukens voor ƒ. 450.-, ‘terwijl de overige leden zich buiten stemming houden’. Volgens Geert Dibbets is Giesbers in 1865 hier nog werkzaam: (…) ‘het gemeentebestuur van Heumen laat weten Giesbers te betalen als ‘Genees-, Heel – en Verloskundige voor deze gemeente en voor de gemeente Groesbeek’. Het gemeentebestuur van Groesbeek antwoordt zich te kunnen verenigen met de aanstelling van Giesbers als gemeentedokter ook voor Groesbeek, maar zouden voor spoedeisende hulp aan armlastige zich toch wenden tot dokter Van Soest die te Groesbeek

woonde’. (…) Omdat te Groesbeek de Jaarrekeningen over de periode 1850 -1887 ontbreken, kan over de precieze betalingen aan Giesbers en Van Soest geen uitsluitsel gegeven worden. Achterhaald is wel dat Van Soest tussen 1872 en 1874 een Jaarwedde genoot van 300,- gulden en daarnaast nog een bedrag tot 50 gulden voor verstrekte geneesmiddelen.

Uitbreken pokken in 1871 Tijdens de B en W -vergadering van 1 juni 1871 deelt de voorzitter mede dat hij zo even een treurige tijding

06-03-18 14:56


in 1875 benoemde Dokter J. Kamps, die voor een Jaarwedde van 600 gulden te boek staat. Aan de gemeentelijke vroedvrouw wordt in dat jaar 250 gulden uitgekeerd. In 1876 wordt Kamps opgevolgd door de geneesheer J.F. Tilleners, die de gemeente 700 gulden per jaar kost. Kennelijk woonde ook hij in Cranenburg, want de door hem voorgeschreven geneesmiddelen werden geleverd door de in Kranenburg gevestigde apotheker A. Otto, die daarvoor door de gemeente 21 gulden krijgt uitbetaald. ADVERTENTIE uit De Tijd van 29 maart 1877: In de gemeente Groesbeek, prov. Gelderland, (bevolking 4500 zielen), wordt gevraagd met 1 juli a.s. EEN GENEESHEER voor het uitoefenen der Genees-Heel- en Verloskunde Armenpraktijk (met inbegrip van levering der medicaOverzicht van verstrekte recepten en menten), het verrichten van de lijkschouw en de Vaccivaccinaties natie. Aantal bedeelde gezinnen circa 40. Jaarwedde 750, - gulden. Aanvrage met franco brieven voor 1 Mei aan den Om enig inzicht te krijgen in de werkzaamheden van de Burgemeester’. toenmalige praktiserende geneesheren, volgt hier een overzicht van het inwonersaantal tussen 1870 en 1880 en Op 1 juli 1877 wordt de praktijk van Tilleners overgenohet aantal door de heelmeesters in die periode verstrekte men door D.J.A. van der Kroon, zijn jaarwedde bedraagt 900 gulden. Een verhoging van 200 gulden, verstrekt recepten en pokkenvaccinaties. onder de voorwaarde: ‘de gemeente geneesheer moet de Jaar Inwoners Verstrekte recepten Koepokinentingen geneesmiddelen voor de armen leveren, waarvoor hij zijn 1870 4107 832 24 traktement geniet’. De in Bouillon (Luxemburg) geboren 1871 4049 1440 102 Van der Kroon betrekt het in de dorpskom gelegen huis 1872 4048 1850 20 nr. A 38. 1873 4099 900 134 In 1878 wordt de geneeskundige dienst tevens (of tijde1874 4190 1411 86 lijk) waargenomen door de in Cranenburg wonende Fr. 1875 4336 35 69 Elkemann, diens Jaarwedde bedraagt 400 gulden terwijl 1876 4429 350 106 voor geneesmiddelen een bedrag van 200 gulden werd 1877 4522 220 87 toegestaan. 1878 4561 280 124 Dokter Van de Kroon vertrekt op 2 september 1880 naar 1880 4445 412 127 Neerbosch. Voor de gewerkte acht maanden ontvangt hij 600,- gulden. Zijn taak wordt overgenomen door de DuitOpvallend is dat het aantal uitgeschreven recepten scherp se dokter Fr. Elkemann, die voor de rest van het jaar 1880 daalt na het jaar 1874, als Van Soest is opgevolgd door de som van 133,30 krijgt uitgekeerd. De gemeentevroedeen te Kranenburg wonende geneesheer. Het betreft de vrouw Peutjes staat te boek voor 300,- gulden. ontving van den gemeente dokter Van Soest. Dat de pokken op de Stekkenberg in twee huisgezinnen huizen, die heden per trein uit Pruissen alhier zijn aangekomen. Hij deelt tevens mede dat men nu reeds bezig is maatregelen te nemen om uitbreiding tegen te gaan. Op 12 augustus wordt genotuleerd dat de nota´s voor de verpleging der pokkenlijders de som van ƒ 226, 55 bedraagt. Een niet gering bedrag, geheel ten laste van de gemeente kas. Dat het aantal zieken en de schadepost niet veel hoger is geworden, is ongetwijfeld te danken aan het accuraat handelen van dokter Van Soest. Hoe anders verliep de uitbraak van de pokken in 1892, waarover later.

Geneesheren v Groesbeek.indd 23

| 23

06-03-18 14:56


24 |

Duitse tandarts, spreekuur in wachtkamer station Groesbeek Met de ingebruikname op 6 aug. 1865 van de spoorlijn Nijmegen- Groesbeek -Kranenburg - Kleef kwam er een einde aan de geïsoleerde ligging van het roemruchte bezembindersdorp. De handel en het reizigersverkeer bloeide op en – om binnen het kader van de zorg te blijven - ook de mogelijkheid een tandarts te bezoeken. Ter plaatse namelijk was geen tandarts gevestigd. Uit mondelinge overlevering is bekend dat in het begin van de vorige eeuw een tandarts uit Kleef enkele keren per week spreekuur hield te Nijmegen. De man reisde per trein en tijdens het oponthoud te Groesbeek hielp hij in de hoek van de wachtkamer van het station Groesbeekse patiënten. Zo vermeldt in het in 1972 uitgegeven ‘Groesbeek in oude ansichten’ op blz. 9.

Om te weten te komen of dat niet verzonnen was, is de website Historische Kranten doorzocht, wat één link opleverde. Het betreft de op 17 april 1910 geplaatste advertentie: ** F. Nagel, Cleve. Gediplomeerd TANDARTS in Holland en Duitschland. Specialiteit in KUNSTTANDEN en GEBITTEN, is Donderdag van 9 ½ tot 2 ½ te CONSULTEREN in Hotel Wiersma voorheen Burgers. Molenstraat, Nijmegen. ** Of deze Nagel dezelfde is die in de herinnering is gebleven, is niet meer na te gaan. Zeker is nu wel dat er vroeger een Duitse tandarts per spoor door Groesbeek gereisd heeft. De mogelijkheid dat die hier een tussenstop gemaakt heeft om Groesbekers de gelegenheid te bieden zich te laten behandelen is niet uitgesloten.

A.J. Janus, eerste plaatselijke tandarts, in 1957 opgevolgd door B. Witte Enige jaren ná de Tweede Wereldoorlog huurt de tandarts A.J. Janus een kamer in Huize Dennenoord om daar enige dagen per week te praktiseren. In die tijd was er aan alles gebrek, ook aan een elektrische tandboor. Zodoende gebruikte Janus een ouderwets instrument, eentje met een voetpedaal. Door daar met zijn voet op te trappen begon de boor draaien, langzaam maar zeker. Niemand klaagde, men wist niet beter. Tot dan ging de doorsnee Groesbeker die tandpijn had naar de huisarts Beijnes. Die behandelde geen tanden, die trok alleen maar en zonder verdoving. Janus en zijn vrouw vestigen zich te Groesbeek op 12 jan. 1951 aan de Zevenheuvelenweg 12. Het betreft een

Geneesheren v Groesbeek.indd 24

bescheiden wederopbouw huis, waarom Janus voor de tandartspraktijk een kamer huurt in het zojuist geopende Wit- Gele Kruisgebouw aan de Hoflaan. Per 16 febr. 1957 wordt het huis en de praktijk overgenomen door B.S.J. Witte, een zo juist afgestudeerde tandarts. Na Zevenheuvelenweg 12 verbouwd en moderniseert te hebben vestigt Witte daar ook zijn praktijk, die voorzien is van het nieuwste tandheelkundig instrumentarium. Ben Witte ontpopte zich tot een geacht en aimabel tandarts. Hij was actief betrokken bij de schooltandverzorging in het district Nijmegen. Voor zijn maatschappelijk betrokkenheid kreeg hij na zijn pensionering in 2000 een koninklijke onderscheiding.

06-03-18 14:56


ADVERTENTIE geplaatst in De Tijd van 12 december 1880: ‘In de gemeente Groesbeek. Provincie Gelderland, met een bevolking van ruim 4600 zielen, alwaar geen geneesheer gevestigd is, wordt zo spoedig mogelijk gevraagd een vroedvrouw, op een Jaarwedde van 300,- gulden. Brieven franco aan de Burgemeester.

VROEDVROUW gevestigd is, wordt gevraagd een GENEES –HEEL- EN VERLOSKUNDIGE op een jaarwedde van f 1000,- voor het verrichten der armenpraktijk, met inbegrip der levering van medicijnen, lijkschouwing en vaccinaties. Stukken worden ingewacht voor 1 juli a.s. bij den Burgemeester de Gemeente.

Naar de Duitse zusters voor eerste hulp

Gemeentelijke vroedvrouwen

Behalve bij een Duitse dokter kon men terecht bij Duitse verpleegsters, zo vernomen van een Stekkenbergse vrouw. Zij vertelde dat mensen met ‘malheur’, veroorzaakt door een snij – of steekwond, vroeger voor hulp naar het Duitse klooster gingen. Klooster Mariënthal was in 1875 gesticht door de Congregatie van de barmhartige zusters van de Heilige Carolus Borromeus te Trier. Een aantal Duitse zusters had tijdens de Frans-Duitse oorlog op het slagveld gewonde soldaten verpleegd, vandaar hun ervaring met wonden die te Groesbeek nog weleens voorkwamen. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zijn er zusters als verpleegster aan het front geweest. Dit blijkt uit het volgende, op 29 juli 1918 gepubliceerd bericht: Slachtoffers van den oorlog. – In het bekende klooster Mariënthal der Eerwaarde Zusters te Groesbeek bij Nijmegen, zijn gedurende den laatsten tijd zeven Duitse Zusters overleden, die allen hun beste krachten hadden gegeven voor de verpleging van Duitse gewonden in de Duitse hospitalen en nu in Groesbeek herstel voor haar gezondheid waren komen zoeken. (…) Wetenswaardig is ook dat de Duitse zusters hier in 1926 als eerste de wijkverpleging op zich namen, welk liefdewerk zij tot 1953 verricht hebben.

De Jaarrekening over 1882 vermeldt twee vroedvrouwen, Mej. Peutjes – geboren Niënhaus en Mej. Wilhelmina Tebbens –geboren Hanekamp. Hun gezamenlijke Jaarwedde bedraagt 300. – gulden. In 1883 wordt alleen Tebbens genoemd voor een Jaarwedde van 250, - gulden en in 1895 voor 300, -gulden. Haar in 1868 geboren dochter Hinderika was ook verloskundige geworden en assisteerde als zodanig haar moeder. Rond 1895 werd haar hulp ook te Heumen en Malden ingeroepen, in welke plaatsen zij in 1897 solliciteerde naar de functie van gemeentevroedvrouw. Maar omdat zij te Groesbeek wil blijven wonen en niet naar de gemeente Heumen wenst te verhuizen, en omdat zij een jaarsalaris van fl. 150, - vraagt, kwam zij niet in aanmerking. Twee jaar later zij van gedachten veranderd, want op 5 april 1899 wordt Mej. H.H. Tebbens uit Groesbeek benoemd tot vroedvrouw voor de gemeente Grubbenvorst en Broekhuijzen op een Jaarwedde van ƒ. 500.- , standplaats Lottum. De Jaarrekening over 1882 laat verder zien dat dat de Duitse geneesheer Elkeman hier nog steeds hulp verleent. Hij staat te boek voor een jaarwedde van 400 gulden. Hij is echter niet meer alleen want tevens genoemd wordt dokter J.L. de Jeeger, die een Jaarwedde heeft van 525,- gulden. Te samen bedragen de salariskosten 925,- gulden, welk bedrag in de buurt komt van de 1000, - gulden genoemd in de op 1 juni 1881 geplaatste advertentie. Gelet op de verdere ontwikkelingen heeft dokter Elkeman te kennen gegeven te willen stoppen, wat aanleiding tot competitie is.

ADVERTENTIE, geplaatst op 1 juni 1881. In de Gemeente Groesbeek, Provincie Geldeland (spoorweg station 10 minuten afstand van Nijmegen), met een bevolking van ongeveer 4500 zielen, alwaar geen GENEESHEER of

Geneesheren v Groesbeek.indd 25

| 25

06-03-18 14:56


Pension Villa ‘Anna’s Oord’ van de familie Rombouts –van Gelder In 1875 vestigt zich te Groesbeek de ‘rustend arts’ J.G.H. Rombouts (Amsterdam 1818) en zijn vrouw S.M. van Geldrop (Amsterdam 1833). Rombouts behoorde tot de stand van de Medicinae Doctores en verkeerde in goede welstand. Uit familieverhalen namelijk is bekend dat hij hier vier huizen bezat: Huize ‘Glückauf’, Huize ‘Weltevreden’, ‘Villa Paula’ en ‘Villa Anna’s Oord”, gelegen omgeving Kerkstraat, Bosstraat en de huidige Ottenhoffstraat. Na zijn overlijden, in 1889, zet de weduwe Rombouts –Van Gelder ‘Anna’s Oord’ in de verkoop. Als er geen belangstelling voor is, opent zij er in 1895 een pension. Een van haar eerste gasten is het doktersechtpaar Holm, dat ongeveer een halfjaar vóór het pension afbrandt verhuist naar de Dorpsstraat. Krantenbericht 25 september 1898:’ Donderdag brandde het familiepension Anna’s Oord totaal af. De brand, die drie uur duurde, woedde met zulk een hevigheid, dat aan blussen niet te denken viel, en bijna de gehele inboedel verloren ging. De oorzaak is te wijten aan onvoorzichtigheid met petroleum. Een geluk is het te noemen, dat er juist geen logees waren; de ramp was dan veel erger geweest, daar nu de bewoners zich zelf nauwelijks konden redden. (…) Omdat alles is verzekerd kan door de weduwe tot herbouw worden overgegaan. De vergunning wordt verleend in de lente van 1899 en als gebruiker wordt genoemd de familie F.L. Schot, die het pension onder de bestaande naam voortzet. Deze ansichtkaart toont de herbouwde villa, van de afgebrande is geen foto bewaard.

26 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 26

was. Naar zou blijken niet onterecht want zeven jaar later, Vertrek dokter Elkemann voor rustend op 5 maart 1889, overlijdt S. M. Rombouts op 71 –jarige arts Rombouts aanleiding weer actief leeftijd. Vier jaar nadien probeert de weduwe Rombouts te worden een van haar huizen te verkopen. Dit blijkt uit de notulen van de B&W – vergadering van 21-8-1893 genotuleerd Al eerder, in 1875, had zich te Groesbeek gevestigd de ‘rus- wordt: ‘Overwogen wordt over te gaan tot de aankoop van tend arts’ J.G.H. Rombouts. Hij was geboren te Amsterhet huis ‘Anna’s Oord’, eigendom van mevr. de weduwe dam in 1818, zodat hij hier arriveerde op 57 -jarige leeftijd. Rombouts. Het pand zou kunnen dienen als doktershuis Rombouts behoorde tot de stand van de Medicinae Docto- voor de gemeentegeneesheer’. Echter, omdat wordt opres en verkeerde in goede welstand. Uit familieverhalen merkt: ‘dat het pand niet zeer solide schijnt te zijn’, wordt namelijk is bekend dat hij in Groesbeek vier huizen bezat: besloten niet tot aankoop over te gaan. Huize ‘Glückauf’, Huize ‘Weltevreden’, ‘Villa Paula’ en Uit de al eerder aangehaalde notulen van de B&W –ver‘Villa Anna’s Oord” Opmerkelijk is dan ook dat Rombouts gadering van 21-1-1882 wordt tevens duidelijk dat het gein 1882 toch geplaatst wenst te worden op: ‘den staat van meentebestuur al een opvolger voor Elkemann op het oog geneesheren’, zo heeft hij de Inspecteur van het Geneeshad. Er wordt namelijk een sollicitatie behandeld van ene kundig Staatstoezicht in Gelderland laten weten. te Nes op Ameland wonende dokter Geschelings, die naar aanleiding van een advertentie in Het Nieuws van den Dag Dit blijkt uit de notulen van de B&W –vergadering van gesolliciteerd heeft. Ofschoon B&W gunstige inlichtingen 21-1-1882. B&W echter: ‘achten zijn verzoek bezwaarlijk over hem hebben ingewonnen, wordt zijn naam daarna voor de verkrijging en de vestiging van een plaatselijk niet meer genotuleerd. geneesheer’. Mogelijk was hun bezwaar gebaseerd op de Benoemd wordt de eerder genoemde te Utrecht geboren gevorderde leeftijd van Rombouts, die toen 64 jaar oud Jac. L. de Jeeger. Uit de procedure blijkt dat Enkhuizen zijn

06-03-18 14:56


Dagblad Tubantia, 24 maart 1886.

vorige standplaats was en verder dat hij een Jaarwedde zou ontvangen van 1100,- gulden. Dokter De Jeeger vestigt zich hier op 4 april 1882, adres Wijk A 67. Hoofdbewoner van het pand is de in Maastricht geboren herbergier Bernard C. Prinssen, in wiens logement De Jeeger, met vrouw, dochter en een dienstbode, zijn intrek neemt. Het betreffende pand was eigendom van de eerder genoemde familie Rombouts, gelegen aan huidige Bosstraat en stond later bekend onder de naam ‘Pension Paula’. Op 13 december 1906 zou het pand afbranden, waarna het in 1907 herbouwd werd door de weduwe S. Rombouts – van Geldrop. Als De Jeeger op 12-1-1885 naar Ermelo verhuist, staat hij niet meer te boek als gemeentegeneesheer. Sinds 14-41884 is dat Jac. Becker, geboren te Rijp in 1835. Zijn vorige standplaats was Schermer, bij Almaar. Samen met vrouw en kinderen neemt ook hij zijn intrek in het logement van Prinssen, waar hij nog een half jaar met zijn voorganger van gedachten kan wisselen. Jac. Becker geniet een Jaarwedde van 1000 gulden, welk bedrag in 1885 verhoogd wordt tot 1100 gulden, welke som hij tot zijn vertrek in 1890 blijft ontvangen. Hij is de voorlaatste die zijn aantal verstrekte recepten opgeeft. In 1884 zijn dat er 197 en

4-3-1891, de Tijd

Geneesheren v Groesbeek.indd 27

in de daarop volgende jaren 220, 840, 810, 600, 300 en 250 recepten. Na een in december 1890 ontstane kwestie neemt Jac. Becker in februari 1891 ontslag, waarna op 1 juli 1891 J. C. Stoltz uit Borger wordt beëdigd, aangesteld met een jaarwedde van 900 gulden.

Uitbraak Pokziekte in 1891 Een half jaar na zijn benoeming worden de capaciteiten van Stoltz zwaar op de proef gesteld. Dit blijkt uit Het Nieuws van den dag van 25 februari1892: ´In een ambtelijke bekendmaking van den Landraad te Kleef wordt den Duitse grensbewoners ernstig afgeraden alle verkeer met de Ned. gemeente Groesbeek af te breken zolang daar de pokken epidemisch heersen. In de grensgemeenten wordt met de inenting van 1892 zo spoedig mogelijk een begin gemaakt en wordt tevens aan volwassenen kosteloos gelegenheid gegeven tot inenting of her inenting. Het getal pokkenlijders te Groesbeek bedroeg j.l. zaterdag 20, waarvan er drie zijn overleden´. Op 17 maart 1892 bericht Het Algemeen Handelsblad : Uit Nijmegen schrijft men ons: De influenzaepidemie, welke hier al geruimen tijd in vrij erge mate woedde, is geweken, zodat het aantal sterfgevallen per week tot het gemiddelde cijfer van 15 á 16 gedaald is. In de dagen dat de ziekte haar toppunt bereikte, was het cijfer drie maal groter. Niet zonder reden maakt men zich hier intussen bezorgd voor de pokken, welke te Groesbeek epidemisch heersen. Een groot aantal Groesbeekse mannen, vrouwen en kinderen komt toch dagelijks de stad bezoeken om hunne koopwaar, zoals bezems, boenders, brandhout enz. langs de huizen te venten. Te Groesbeek zelf is intussen de ziekte aan ´t afnemen. Zij is nu tot één buurt beperkt, waar nog vijf gezinnen zijn aangetast. Op 30 maart 1892 publiceert de Arnhemsche Courant een bijzonder kritische ingezonden brief. De afzender stoort

| 27

06-03-18 14:56


Gedateerd 14 april 1892

Ziekte verwekkende behuizingen in de Hord en de Bruuk In 1949 verschijnt de uitgave Criminaliteit van Stad en Land- Nijmegen en omstreken. Schrijver is de socioloog Dr. H. van Rooy, die ‘een goed gedocumenteerd beeld geeft van de historische achtergronden der Groesbeekse samenleving’. Bijzonder interessant is de zin: ‘De eertijdse slechte behuizingen van deze bevolking in zogenaamde ‘horregaten’ is genoegzaam bekend’. Aan de hand van deze zin namelijk kan de betekenis van het toponiem ‘De Horde’ of ‘Hordegat’ verklaard worden. Horde: ‘mat of vlechtwerk van gevlochten teen’ (wilgentwijgen). Met een dergelijke mat werd ook grint en zand gezeefd. Men sprak over

een ‘zandhord’ en over ‘het horden van zand of grint.’ De daardoor ontstane gaten en kuilen zijn op een gegeven moment door daklozen benut als schuilplaats, vermoedelijk omstreeks 1830. De oostelijk van de Dries gelegen nederzetting veranderde geleidelijk aan van aanzien. Eerst werden er hutten gebouwd en daarna nederige bezembindershuisjes, zoals te zien op deze circa 1915 gemaakte foto. Klein van oppervlakte en nog geen twee meter hoog. Geen stromend water en geen toilet, wel druk bewoond. Gezinnen van acht tot tien personen was geen uitzondering. Links bovenstaand bericht dateert 15 april 1892.

zich aan de ´vergoelijkende berichten omtrent het gevaar van de pokziekte (…) De eerste ziektegevallen te Groesbeek voorgekomen in december 1891 schijnen geheim te zijn gehouden. Bij die lijders werd gene geneeskundige hulp ingeroepen. Ook in januari schijnen er zodanige gevallen aldaar te zijn voorgekomen, waaromtrent geen

Ontslag wegens slecht functioneren tijdens heersen van de Pokziekte

28 |

Het moge duidelijk zijn dat het functioneren van de gemeentegeneesheer Stoltz ter discussie kwam te staan. Te zijnen nadele want op 8 aug. 1892 wordt bericht: ´In de geaangifte werd gedaan tot einde januari, toen een ziektehouden Raadsvergadering van 4 dezer werd de geneesheer geval officieel werd bekend gemaakt. In februari kwamen J.C. Stoltz met algemene stemmen ontslagen als gemeente er 28 lijders in 23 gezinnen bij. Van deze overleden 6 per- –geneesheer, wegens zijn handelingen bij het ontstaan en sonen. Van 1- 28 maart kwamen er bij 34 aangetasten in heersen der pokziekte en verwaarlozing van patiënten tot 14 gezinnen. Van hen zijn 11 overleden. Alzo in 2 maanden de behoeftige klasse. Verschillende feiten werden in die tijd: 63 aangetasten in 37 gezinnen met 17 aan pokziekte vergadering daaromtrent medegedeeld. Uit het door de overleden. Een toestand alzo die zeer ernstig mag geVoorzitter gedane verslag omtrent de geheerst hebbende noemd worden´(…) pokkenepidemie bleek, dat er in het geheel 98 personen Vanuit Nijmegen wordt op 6 juni 1892 bericht dat de epi- aangetast waren, waarvan 19 overleden. 60 onteigeningen demisch verklaring der pokken gisteren is ingetrokken. en vernietiging van voorwerpen, die met de lijders aan die Dit geldt ook voor Groesbeek en Wijchen. In Groesbeek ziekte in aanraking waren geweest, werden gedaan tot kwamen in de afgelopen week 2 nieuwe gevallen van een totaal bedrag van f.1576,18. Op de 3de dezer werden pokken voor en te Oosterbeek 1. Niemand overleed aan de twee laatste woningen waarin de ziekte voorkwam ontdie ziekte. smet, zodat de epidemie gelukkig weer tot de geschiedenis behoort. Aldus de Nijmeegsche Courant.

Geneesheren v Groesbeek.indd 28

06-03-18 14:56


Onderkomen gebouwd naar een in deze streken eeuwenoude methode, 1933 Op 6 december 1849 besluit de gemeenteraad: ‘Hutten of getimmerten te doen wegnemen en de kuilen tot woningen gegraven te doen sligten’. Echter wegens de voortdurende armoede en de enorme woningnood kan het besluit niet uitgevoerd worden. Bestond de bevolking van Groesbeek in 1850 nog uit 3117 zielen, in 1900 telt de gemeente 5927 inwoners. Welhaast een verdubbeling. Met als gevolg dat er in de eerste decennia van 20e eeuw nog steeds hutten staan zoals hier afgebeeld. Het optrekken van de wanden werd ‘tunen’ genoemd. Dennenboompjes met een doorsnede van 5 cm. noemde men ‘tuunholt’. Het vlechtwerk van tenenhout werd meestal aangesmeerd met leem of klei’. In dit geval echter is de achterwand dichtgemaakt met stro of

riet. In deze streken een eeuwenoude methode om een onderkomen te bouwen. Citaat: ’In 1916 werd aan bewoners hiervan betere huisvesting verschaft en werden de restanten van deze behuizingen verbrand’. Dit gebeurde vanwege de wandluizen die in het vlechtwerk genesteld waren en die met de toen beschikbare middelen niet bestreden konden worden. Deze foto is gemaakt in de oostelijk van de Bruuksestraat gelegen buurtschap De Dukenburg. Deze nederzetting ontwikkelde zich circa 1850, niettegenstaande het door het gemeentebestuur genomen besluit:’ om niet te voldoen aan den wil der laagste klassen der inwoners om hutten te bouwen op gemeentegrond’. De laatst overgebleven hutten werden verwoest in de oorlogsperiode 1944-1945.

Geneesheer Stolz in opspraak, omschreven als een zeer nonchalant en eigenaardig heerschap

de hand heeft gewerkt. De Voorzitter zegt, dat hij bij zijn bezoek aan Groesbeek den geneesheer aldaar, den heer J.C. Stoltz, arts, heeft gewezen op zijne onverantwoorde handelswijze. Wanneer hij niet wist of de zieken die hij behandelde aan pokken leden, dan had hij, vooral bij zodanig ernstig en besmettelijk lijden, den raad kunnen inwinnen van een der geneeskundige ambtenaren of anders bij een oudere collega. Dan had men tijdig de nodige maatregelen tot afzondering kunnen nemen. Nu is dit op onverantwoorde wijze verzuimd. Bij een der eerste gevallen met dodelijke afloop heeft een lijk drie dagen boven aarde gestaan en is het naar de kerk vervoerd, waar een lijkmaal heeft plaatsgehad. Vandaar heeft de ziekte zich naar anderen delen der gemeente en naar de omliggende gemeenten verspreid. Spreker wil gaarne een afkeurend

In de Arnhemsche Courant wordt op 12 aug. 1892 verslag gedaan van een bijeenkomst van de Geneeskundige Raad voor Gelderland. Over de pokkenuitbraak te Groesbeek worden onthullende uitspraken gedaan. Dr.Kapteijn spreekt namens den Raad een woord van dank uit aan de geneeskundige ambtenaren voor den ijver, dien zij aan den dag legden tot bestrijding van de pokkenepidemie te Groesbeek. Naast dien dank wenst hij, dat de Raad een afkeurend votum uitspreekt over de handelwijze van den geneesheer te Groesbeek, die door willekeurige of onwillekeurige nonchalance de verspreiding van de ziekte in

Geneesheren v Groesbeek.indd 29

| 29

06-03-18 14:56


30 |

votum tegen de heer J.C. Stoltz, arts te Groesbeek, uitgesproken zien. Met eenparige stemmen spreekt de Raad het afkeurend votum tegen de heer Stolz uit, en besluit daarbij dat hem dit zal worden medegedeeld. De adjunct – inspecteur wijst op de nauwgezetheid naderhand door Stolz in acht genomen en tevens op het eigenaardige in hem, waardoor hij moeilijk van een eenmaal opgevatte mening is af te brengen. De Voorzitter blijft er bij, dat hij niet alleen een eigenaardig man, maar tevens een zeer nonchalant man is, zoals hem bekend is uit andere, betreffende de uitoefening der praktijk medegedeelde handelingen. (….) Drie dagen later, 15 augustus 1892, publiceert de courant de volgende ingezonden brief: Mijnheer de Redacteur! U Edele wordt beleefd verzocht onderstaande in uw geacht blad te willen opnemen. Ontslag schijnt te Groesbeek aan de orde van den dag. Ook de vorige gemeente –geneesheer, dr.B, werd gedwongen ontslag te nemen, zo niet, zou het hem gegeven worden. Van een derde geval van ontslag wil ik zwijgen. Na een dergelijk ontslag zal de geneesheer J.C.S. zich nog wel zijn vorige standplaatsen herinneren. De sympathie hem elders bewezen, was buitengewoon. (….)

De ontslagen Stoltz wordt opgevolgd door R. Sleewijk, die beëdigd wordt op 5 nov.1892. Ook Sleewijk verblijft hier maar korte tijd, want op 23 maart 1893 wordt H. Holm uit Egmond aan Zee benoemd tot gemeentegeneesheer. Zijn Jaarwedde bedraagt 1200,- gulden. Vermeldenswaardig is dat Holm geboren was in Denemarken, in 1838 te Christianfeld. Als Holm benoemd wordt telt de gemeente 5396 inwoners en is de dreiging van cholera nog steeds aanwezig. Op 2 september 1893 namelijk besluit het gemeentebestuur dat er met de kermis geen danstent geplaatst mag worden vanwege de heersende cholera. Tevens wordt besloten dat er geen vreemde marskramers, speelmannen, straatmuzikanten en liedjeszangers op de kermis worden toegelaten. Wetenswaardig is dat de ‘handhavers van die maatregels’, de gemeenteveldwachters F.Savi en J.Verheijen, een Jaarwedde van ƒ. 330,genoten.

Gemeentegeneesheer Holm

Dokter Holm, zijn vrouw Maria Roos en de uit Groningen afkomstige apotheekbediende Saartje Dijk arriveren hier op 16 mei 1893. Ze gaan ‘in de kost’ bij de familie Gescher aan de Kerkstraat, wier winkelhuis gelegen is pal tegenAziatische cholera over de N.H. kerk. 19 juli 1883 moet voor Harald Holm een heugelijke dag zijn geweest, op die dag namelijk wordt Op 24 september 1892, anderhalve maand ná het ontslag de Deen geneutraliseerd tot Nederlander. Na drie jaar bij van Stoltz, bericht een landelijk dagblad: ‘In de afgelopen de familie Gescher gewoond te hebben, verhuist Holm weken zijn in ons land 12 personen aan de Aziatische cho- in 1896 met vrouw en apotheekbediende naar de vlakbij lera overleden’. (…) Men schrijft uit Groesbeek: ‘Telken gelegen Villa ´Anna´s Oord´. Later in het jaar vertrekt jare trekken uit onze gemeente een groot aantal ingezeSaartje Dijk naar Paterswolde, om te worden opgevolgd tenen, voorzien van woonwagens, om in Duitsland handel door apotheekbediende Johanna Hulsebos uit ´St. Maarin paraplu’s te drijven. Daar het nu de tijd van terugkomen tensdijk. In 1896 telt de gemeente 5504 inwoners, waarvan 2853 is, is alhier een afdeling Kon. Marechaussees gevestigd om de terugkomende wagens op te wachten en ze naar de man en 2651 vrouw. Twee jaar later verhuist Holm zijn plaats van ontsmetting te voeren. Hun beddengoed, enz. praktijk naar een statig nieuw gebouwd pand aan de wordt evenzo behandeld als het linnen der passagiers, die Dorpsstraat. Het werd gebouwd door de bakker en winkelier G.Th. Michels, wiens bouwaanvraag werd met de treinen worden aangebracht.

Geneesheren v Groesbeek.indd 30

06-03-18 14:56


ingeschreven op 2 juli 1897 onder adres Wijk Dorp A 26, thans Dorpsstraat 9 –11. Het statige pand is groot genoeg om zijn praktijk uit te breiden. In 1899 namelijk begint hij te adverteren in landelijke dagbladen: * Bij Dr- Holm te Groesbeek (hoge bosrijke omgeving) Pension aangeboden voor Dames - Patiënten uit den gegoede stand. * In 1905: * Groesbeek. Gelegenheid voor Pension bij Dr. Holm voor 1 of 2 Dames (Zenuwpatiënten, Zwakken of Herstellenden). *

1 mei 1905 Het Nieuws van den dag

worden overgebracht. Het verhaal is van Johan Montenberg, telg van een niet onbemiddelde protestantse rentmeesterfamilie. Hij schrijft in 1985: (…) ‘Mijn grootmoeder is in 1900 gestorven door gemis aan accurate doktershulp. Als zij ernstig ziek wordt gaat Klaas de koetsier in galop met het brikje naar Nijmegen om dokter Haspels op te halen. Het mocht niet baten, de arts concludeert dat de noodzakelijke opname en operatie naar het ziekenhuis te Arnhem een reis per rijtuig en boot zou betekenen, waarvoor zij te zwak was. Onderwijl had Klaas de koetsier in het dorp een ander paard geleend, om zijn vermoeide paard te sparen, om de dokter weer terug naar Nijmegen te rijden’. Als het verhaal op waarheid berust, dan is het verbijsterend te moeten vaststellen dat zelfs te Nijmegen in die tijd geen gespecialiseerde geneeskundige hulp te verkrijgen was.

| 31

1900. Hevige heersende mazelen, 58 kinderen overlijden, voor het ‘Geneeskundig staatstoezicht geen reden in actie te komen

In 1906 (oktober) voor de laatste keer: * Groesbeek. Bij Dr. Holm bestaat weer de gelegenheid tot plaatsing van een of twee niet-bedlegerige patiënten uit de gegoeden stand.* Mogelijk dat Holm om die reden mede –oprichter is van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer ‘Groesbeeks Belang’, waarvan hij de eerste voorzitter was, van 1900 -1911.

De maand januari zal dokter Holm in het geheugen zijn gegrift, afgaande op het volgende krantenbericht van 31 januari 1900: (…) Zoals bekend heersen de mazelen onder de Groesbeekse jeugd. In deze maand zijn daar reeds 58 kinderen aan overleden. In de meeste gevallen zouden zich bij de lijders verschijnselen van longontsteking voordoen, waaraan men toeschrijft dat zo velen overlijden. Er zijn 3 gezinnen in elk waarvan 4 kinderen Voor een dringende operatie, vanuit bezweken. Maar niet uitsluitend onder kinderen doet Groesbeek met rijtuig naar Arnhem de ziekte zich voor; twee jongens van 14 en 15 jaar en een gehuwde vrouw zijn er aan gestorven. Men betreurt In het nevenstaande verhaal uit de periode Holm is sprake het te Groesbeek zeer, dat de wet op de besmettelijke van ‘gemis aan accurate doktershulp’. Opmerkelijk is dat ziekten niet meer voor mazelen geldt. Nu staat de school die ook te Nijmegen niet verleend kon worden. De patiënt open voor die kinderen uit gezinnen waarin de ziekte zou voor opname en operatie naar Arnhem moeten heerst, wat wellicht de oorzaak is van hare algemene

Geneesheren v Groesbeek.indd 31

06-03-18 14:56


Kerkstraat met gezicht op het voormalige kosthuis van dokter Holm

32 |

De opname toont het gedeelte van de Kerkstraat dat in 1919 verbreed is. Voordien was het een pad dat amper met paard en rijtuig te berijden was. Het aan de afslag Houtlaan gelegen pand is gebouwd omstreeks 1850 en het wordt vanaf circa 1885 tot 1912 bewoond door het gezin van de uit Duitsland afkomstige koopman F.J. Gescher. De familie beheerde er een winkel in manufacturen, garen en band, sigaren, pijpen en rooktabak. Daarnaast hadden ze steeds enige rijksambtenaren ‘in de kost’. Onlangs bleek dat de gemeentegeneesheer Holm daar ook gewoond heeft, van 1893 tot 1896. In 1912 wordt het pand gekocht door de handelaar J.A. Dekker die het ‘Villa Cornelia’ noemde. In 1923 wordt het huis betrokken door de familie van

Th. Hoogenbosch (directeur schoenfabriek De Ooievaar) en als laatste, omstreeks 1937, door de familie Willem Wijers-Janssen; tot het pand in 1944 door oorlogsgeweld verwoest werd. Zodoende kon na de oorlog de Kerkstraat daar verbreed worden, terwijl op de plek waar het huis stond een ruime afslag naar de Houtlaan werd aangelegd. Het resterende terrein kreeg in 1967 de bestemming ‘paardenweide’ en later ‘dierenweitje’. Sinds het voorjaar van 2011 is de situatie daar geheel veranderd, de Houtlaan en de Kerkstraat zijn toen gereconstrueerd. Het dierenweitje kreeg in 2017 een grondige opknapbeurt en de naam ’t Venneke’. Deze naam als eerbetoon aan de initiatiefnemer en beheerder Jan van de Ven.

verspreiding. Naar men verneemt, zou het geneeskundige staatstoezicht te Groesbeek nog geen onderzoek hebben ingesteld, wat velen ontstemt.

Kortstondige vestiging particuliere arts In april 1904 vestigt zich hier de uit Vlissingen afkomstige arts Remge Willemsen. Hij was geboren te Warffum in 1851 en dus 53 jaar oud toen hij hier met zijn vrouw arriveerden. Het echtpaar wordt ingeschreven op adres A 106, een aan de Dorpsstraat afslag Mooksestaat gelegen behuizing. Waarschijnlijk omdat de praktijk onvoldoende door particuliere patiënten bezocht wordt, plaatst hij op aankondigt en zijn apotheek te koop aanbiedt. Zijn plan 10 januari 1906 een advertentie waarin hij zijn vertrek om naar het buitenland te vertrekken heeft op z’n minst

Geneesheren v Groesbeek.indd 32

06-03-18 14:56


‘Anna’s Oord’, de plek waar Dokter Holm van 1896 tot 1898 praktiseerde Van het oorspronkelijke in 1898 afgebrande gebouw is geen foto bewaard gebleven, deze in 1904 verstuurde ansichtkaart toont de herbouw. Het oorspronkelijke huis was in 1875 betrokken door de rustende Medicinale Doctor J. Rombouts en zijn vrouw S. van Geldrop, die het Anna’s Oord noemen. Circa 1895 opent de familie daar een pension, dat in mei 1896 huisvesting biedt aan het doktersechtpaar H. Holm en de apotheekbediende Saartje Dijks. Niet voor lang want in de loop van 1898 verhuist Holm naar een nieuw gebouwd burgerwoonhuis aan de Dorpsstraat. Een wijs besluit want op 25 september 1898 wordt Anna’s Oord door brand verwoest. Na herbouw wordt het pension door de weduwe S. Rombouts - van Geldrop verhuurd aan de pensionhouder L Schot. De familie vestigt zich daar op 4 mei 1899 en zet het pension voort onder de bestaande naam. Gelet op de volgende op 14 sept. 1904 geplaatste advertentie schijnt er op enig moment samengewerkt te worden met Dokter Holm:

Te Groesbeek “Villa Anna’s Oord” een comfortabel ingerichte Villa met een grooten, lommerrijke Tuin en direct omgeven door dennenbosschen, gelegen aan de spoorlijn Nijmegen – Kleef, bestaat weer gelegenheid tot Inwoning voor rust behoevende Dames uit den deftige stand. Algeheele verzorging en verpleging. Prima referentiën.Omstreeks1925 wordt het pension overgenomen door de familie J.J. Molenkamp, die Anna’s Oord bestieren tot in sept. 1944 het oorlogsgeweld losbarst. Het pand wordt zodanig beschadigd dat het in 1945 gesloopt moet worden. De open plek bleef braak liggen tot daar in 1983 door de ‘Groesbeekse Tehuizen’ verzorgingshuis ‘Schoonoord’ gebouwd werd. In 2015 is het gebouw grotendeels gesloopt om plaats te maken voor de bouw van een cluster wooneenheden beheerd door de Groesbeekse Tehuizen en Pluryn. Vermeldenswaardig is dat de afgebeelde bomen, de oprijlaan naar de villa, er anno 2017 nog staan.

vertraging opgelopen, want op 1 mei 1906 verhuist het echtpaar Willemsen naar Nijmegen. Wat de te koop gestelde apotheek betreft, het is best mogelijk dat collega Holm die heeft overgenomen; als doekje voor het bloeden.

verhuist. Misschien een paar maanden te vroeg, zo blijkt uit de notulen van de raadsvergadering van 16 febr. 1909. Behandeld wordt een verzoek van Dr. Holm en een adres van Dr. C.P. van Dillen. Eerstgenoemde verzoekt om wegens gevorderde leeftijd van een gedeelte der armenpraktijk te worden ontlast. Zijn verzoek wordt ingewilligd waarna besloten wordt om Dr. Van Dillen met ingang van 1 maart tijdelijk te belasten met de heel- en verloskundige behandelingen der behoeftigen in deze gemeente, het verrichten der vaccinaties en de doodschouw en hem hiervoor een vergoeding toe te kennen van ƒ. 500, -.

Dr. Holm verzoekt van de armenpraktijk te worden ontlast De gemeentegeneesheer Holm kreeg in het voorjaar van 1907 wederom concurrentie, nu van de particuliere huisarts G. Hupkens, die al een jaar later naar Heumen

Geneesheren v Groesbeek.indd 33

| 33

06-03-18 14:56


Dorpsstraat circa 1900. Vooraan links Groesbeeks tweede doktershuis, gebouwd in 1897

34 |

De aangifte van de beoogde bouw van het statige pand wordt gedaan op 2 juli 1897, zo blijkt uit het Register van aangifte van nieuwe of veranderde gebouwen tussen 1870 en 1905:‘Wijk Dorp nr. A 26, vernieuwing van een burgerwoning door G.Th. Michels’. Vrijwel zeker is voor de bouw van deze burgerwoning een ná de dorpsbrand van 1828 gebouwd woonhuis gesloopt. Als gebruiker van het pand wordt genoemd de hier in 1893 benoemde gemeentegeneesheer H. Holm. Na het ‘burgerhuis’ in de loop van 1898 betrokken te hebben, wordt door dokter Holm in 1899 in een advertentie het huis aanbevolen als: ‘Pension voor Dames –Patiënten uit den gegoede stand’. De laatste advertentie verschijnt in oktober 1906: Groesbeek. Bij Dr. Holm bestaat weer gelegenheid tot plaatsing van een of twee niet –bedlegerige patiënten uit de gegoede stand’. Na zijn overlijden in 1910 wordt Dokter Holm herdacht als: ‘een man met een zacht karakter –een

flagrante tegenstelling met zijn meer dan forse lichaamsbouw’. Deze zin doet vermoeden dat Holm op deze circa 1900 gemaakte ansichtkaart staat afgebeeld, pal voor zijn statige ‘burgerwoning’. Het pand heeft dan adres Wijk A 70, op welk adres zijn opvolger Th. Quanjer zich in 1911 vestigt. Omstreeks 1915 vestigt zich daar tevens de huisarts Jac. Beijnes, die in 1919 verhuist naar de Burg. Ottenhoffstraat. Daarna wordt het burgerhuis verbouwd tot dubbelwinkelhuis van de schoenmaker G.Rutten en de kleermaker Herman Derks. In de loop der jaren heeft het winkelhuis verschillende bestemmingen gehad, allerlei neringdoenden hebben zich daar gemanifesteerd. In 2006, na enige jaren van leegstand, wordt het pand Dorpsstraat 9-11 gekocht door de kledingwinkelier Harrie Kuijpers, die in december 2007 overgaat tot een grondige renovatie van het dan 110 jaar oude pand.

De Jaarwedde van Dr. Holm (nog steeds ƒ. 1200,- plus ƒ.150,- voor verstrekte medicijnen) wordt verminderd tot ƒ. 850, -. Beide met ingang van 1 maart 1909. (Te samen ƒ. 1350,-)

dat de gemeentegeneesheer dokter Holm wegens een slepende ziekte ontslag heeft aangevraagd per 1 jan. 1910.

Op 1 maart 1909 arriveert hier de uit Leerdam komende dokter Djurre G. de Jong en waarschijnlijk op verzoek van Dokter Holm. Diens gezondheid namelijk laat te wensen over, waarom hij dokter De Jong als assistent in dienst zal hebben genomen. Deze veronderstelling is gebaseerd op de Arnhemsche Courant van 21 dec. 1909, bericht wordt

Geneesheren v Groesbeek.indd 34

1909. Cursus ‘Eerste hulp bij ongelukken’ en cursus ‘Bakeren’ Verder bericht de Arnhemsche Courant van 21 dec. 1909: ‘Bij genoegzame deelneming zullen door de afdeling Groesbeek van het Groene Kruis dezen winter twee cursussen worden gegeven: één voor mannen en jongens over eerste hulp bij ongelukken en één voor vrouwen

06-03-18 14:56


en meisjes over bakeren. Dokter Van Dillen heeft zich met de leiding dezer cursussen belast’. Een opmerkelijk gegeven, dat hier in de winter van 1909-1910 een cursus EHBO gegeven is, ongetwijfeld de eerste keer dat dit hier gebeurde.

Afscheid van dokter Holm Zoals hierboven vermeldt werd de gemeentegeneesheer Holm op eigen verzoek per 1 jan. 1910 uit zijn functie ontheven, door hem aangevraagd: ‘wegens voortdurende ongesteldheid’. Tijdens de desbetreffende raadsvergadering wordt besloten tegen een salaris van ƒ. 1000,- sollicitanten voor die vacature op te roepen. Dat de gezondheid van Holm inderdaad slecht was, blijkt uit het twee maanden later (25 februari 1910) geplaatst krantenartikel: ‘Hedenmorgen overleed te Groesbeek na een lijden van verscheidene maanden, de heer Harald Holm. (…) De overledene trad 1 mei 1893 te Groesbeek als gemeente –geneesheer in functie, en vervulde deze betrekking tot 1 jan. van dit jaar.(…) Dokter Holm heeft zich steeds in de onverdeelde sympathie van heel Groesbeek mogen verheugen. Zijn zacht karakter –een flagrante tegenstelling met zijn meer dan forse bouw – zijn bescheiden optreden, zijn minzame omgang, zijn medelijdend hart, maar vooral zijne bekende mildheid jegens minder met aardse goederen bedeelde patiënten, hebben hem een ereplaats in ieders hart verworven. (…)

In plaats van dokter de Jong benoeming van de hier in 1908 gevestigde Ch.P. van Dillen Op 22 maart 1910 bericht de Nijmeegsche Courant: Men schrijft uit Groesbeek: Alhier circuleert een adres ter tekening om dr. De Jong te verzoeken in Groesbeek gevestigd te blijven. Reden hiervoor is, dat dr. Ch.P. van Dillen

Geneesheren v Groesbeek.indd 35

voor enige weken als gemeente-geneesheer benoemd is, terwijl dr. De Jong, die indertijd de praktijk van dr. Holm had overgenomen, slechts één stem verwierf. (…) Nu vreest men toch dat de gepasseerde er aanleiding in zou kunnen vinden de gemeente te verlaten. Dit zou, zowel met het oog op de capaciteiten van dr. De Jong en de drukke praktijk, waarin hij zich mag verheugen, als op het feit, dat slechts één geneesheer voor de grootte gemeente Groesbeek beslist als onvoldoende moet worden geacht. (…) Het adres wordt dan ook van alle zijden zo goed als unaniem getekend. (…) Wellicht voor onzen Raad ook een aansporing om van zijn kant op enige wijze het blijven van dr. De Jong te appreciëren.

Controverse tussen Katholieken en Protestanten

| 35

Inderdaad wordt er tijdens de eerstvolgende raadsvergadering over gediscuteerd. Daarover aangesproken deelt de voorzitter mede: ‘dat tot heden slechts protestante sollicitanten inlichtingen hebben gevraagd en dat hij dezen aangeraden heeft verdere moeite en kosten te sparen daar als er geen katholiek zou benoemd worden dokter de Jong vrij zeker wel aangewezen was’. In die tijd telde gemeente circa 6900 inwoners, voor het merendeel katholiek. Het aantal protestanten was ver in de minderheid. Het wordt geschat op een paar honderd, waarvan er circa 50 in en om de dorpskom woonden en het resterende deel omgeving de Meerwijk, Berg en| Dal en landgoed Den Heuvel. In die tijd is er een competitie gaande tussen de protestanten en de katholieken om leidinggevende betrekkingen. De protestanten om hun tijdens en door de reformatie verkregen privileges te behouden, en de achtergestelde emanciperende katholieken om betere maatschappelijke posities te verwerven. Als voorbeeld mag dienen de poging in 1910 van een aantal plaatselijke

06-03-18 14:56


Vereniging Het Groene Kruis afdeling Groesbeek, bij het vijf -jarige jubileum in 1913

36 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 36

In 1902 werd opricht Groene Kruisvereniging Nijmegen, de eerste afdeling in Gelderland. Op 27 december 1908 volgde de oprichting van een tweede afdeling in Gelderland, die te Groesbeek. Dat in zo’n grote provincie het dorp Groesbeek als tweede hiertoe overgaat, bewijst maar weer eens dat er in het verleden ten onrechte veel te geringschattend over het dorp gesproken en geschreven is. De kruisvereniging stelden zich tot doel: ‘het nemen en ondersteunen van maatregelen ter voorkoming van ziekten, en het helpen bevorderen van algemene gezondheidsbelangen´. In november 1913 poseren de leden van het Groene Kruis voor

Hotel Gelria aan de Dorpsstraat, waar een voorlichtingsweekeinde gehouden dat tuberculose –bestrijding tot hoofddoel had. Het spandoek met de oproep tot bezoek maakt duidelijk dat er een tentoonstelling aan verbonden is. In de zaal waren onder andere huis – en slaapkamertjes nagebouwd, waarvan de inrichting liet zien hoe tuberculose te voorkomen was. Het kruiswerk heeft hier ongeveer een eeuw bestaan, eerst als Het Groene Kruis en later als Het Wit Gele Kruis. Een beknopte geschiedenis van het plaatselijke kruiswerk is als supplement toegevoegd.

protestantse grootgrondbezitters om hier een protestantse burgemeester benoemd te krijgen. Hiertoe plaatsen zij onder meer een groot artikel in Stemmen voor WAARDE en VREDE . Evangelisch tijdschrift voor protestantse kerken (47e jaargang augustus 1910). Zie blz. 190 van Het Rijke Roomse Leven van de Groesbeekse parochie Cosmas en Damianus. Een ramp voor de kleine plaatselijke protestantse gemeente was toen in 1925, wegens het overlijden van de freules De Pesters, het uitgestrekte landgoed Den Heuvel (bestaande uit tien boerderijen beheerd door protestantse pachtboeren) in kavels verkocht werd. Het merendeel kwam in handen van rooms- katholieke boerenfamilies. In de verhoudingen van die tijd betekende ‘de verroomsing’ van Den Heuvel een afschuwelijke slag. Het voorgaande wordt hier aangehaald om de lezer te

verplaatsen naar de tijd en de omstandigheden waarin de gemeenteraad een nieuwe gemeentegeneesheer moest benoemen. De dokterskwestie blijft de gemoederen het hele jaar 1910 bezig houden, met als gevolg dat er een geloofskwestie ontstaat. Ofschoon er geen aanwijzingen voor zijn gevonden, zou het kunnen zijn dat de toenmalige dorpspastoor of een van zijn kapelaans zich er mee bemoeid heeft. De strekking van onderstaand schrijven doet dit vermoeden, bepaalde passages namelijk doen denken aan strofen uit een donderpreek. De Maasbode, 7 december 1910. INGEZONDEN. Buiten verantwoording van de redactie.

06-03-18 14:56


Tentoonstelling van Het Groene - Kruis in 1913 Foto en onderschrift is overgenomen uit de Katholieke Illustratie 48ste jaargang 29 nov.1913. Het betreft een door het land reizende tentoonstelling, beschikbaar gesteld door de Ned. Centrale Vereniging tot bestrijding der tuberculose te Den Haag. De attributen stonden opgesteld in de zaal van Hotel –Café ‘Gelria’ aan de Dorpsstraat. In de zaal waren onder andere huis – en slaapkamertjes nagebouwd, waarvan de inrichting liet zien hoe tuberculose te voorkomen was. Bijvoorbeeld door er geen vloerkleedjes of matten in te leggen (die konden stoffig worden)

maar vloerzeil dat men kon dweilen. Tevens gaven enkele dames voorlichting over voedsel, zoals het wassen van groente. Verder werd voorlichting gegeven over bepaalde soorten voedsel die ziekteverwekkende kiemen konden bevatten. De gefotografeerde personen zijn veelal lid van de kruisvereniging. Enige kunnen bij naam genoemd worden. Geheel rechts kapelaan G.v.d.Oord, naast hem Dorus Thijssen, achter hem de gemeenteambtenaar J.Gorissen en links achter de gemeentesecretaris C.A. Luijben.

Benoeming van katholieke geneesheeren

vertrouwen. Niet dat de zaak hiermee bepleit is, doch verzachtende omstandigheden zijn voorhanden. Hier echter is de benoeming hangende tussen een Kath. dokter, die in zijn ruim tweejarige werkzaamheden te Groesbeek bewezen heeft een hoogst actief man te zijn, een buitengewoon bekwaam geneesheer, en een Protestant, waarvan wij nog zullen moeten afwachten wat zijn prestaties zijn. In Groesbeek is het reeds jaren een komen en verdwijnen van medici, alle Protestanten. In de twee jaren, dat genoemde Kath. dokter, dr. Ch.P. van Dillen, hier is, hebben reeds twee andere andersdenkende medici hun geluk beproefd. Telkens bleken het vallende sterren te wezen. Nu heeft men een Kath. dokter, die getoond heeft wat hij is en kan, doch noch als Katholiek, noch als medicus aan de kritiek den minsten grijp heeft, die ruim twee jaar

Geachte Redactie, ’t Is tegenwoordig een tijd, waarin alles tot ’t hoogste wordt opgevoerd. Zolang men het hoogste niet bereikt heeft, is er geen rust. Ook de Katholieken schijnen op sommige plaatsen aan die stroming geen weerstand te kunnen bieden. Te erger is dit, daar het een actie betreft op een gebied dat op zichzelf reeds in hoge mate afkeurenswaardig is te noemen. Hoe veel te meer dan wanneer men hierin streeft naar het hoogste, naar het kampioenschap. In ‘de Maasbode’ van Zondag 4 dec. ochtendblad las ik een ingezonden stuk over de doktersbenoeming in Gennep. ’t Geen ik nu ga mededelen is nog veel treuriger, grenst aan het ongelofelijke. Dáár ging de strijd tussen een Katholiek, die zo goed als onbekend was, en een Protestant, die echter als assistent van den vroegere katholieke dokter aanspraak kon maken op

Geneesheren v Groesbeek.indd 37

| 37

06-03-18 14:56


Bosstraat omstreeks 1900. Rechts Villa Paula, waar dokter Ch.P. van Dillen van 1908 tot 1911 praktiseerde

38 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 38

Ter oriëntatie zij vermeld dat links achter de bomen nu wooneenheden van Pluryn gesitueerd zijn. Vroeger stond daar pension Anna’s Oord, dat na te zijn afgebrand en herbouwd, vanaf 1899 beheerd wordt door de pensionhouder L.F. Schot, zijn vrouw J.C.E. Verburg en dochter G.W. Schot. Vermeldenswaardig is dat de protestantse familie in 1908 financiële steun verleende aan de oprichting van een plaatselijke afdeling van het Groene – Kruis. Welke kruisvereniging de tuberculoze – bestrijding hoog in het vaandel had staan en die in 1927 de naam Wit-Gele Kruis kreeg. Deze ansichtkaart is verstuurd op 15 augustus 1904 en uit het opschrift blijkt dat het geheel rechts staande gebouw pension Villa Paula is. Zoals Anna’s Oord in 1898 zal ook Pension Paula door brand verwoest worden, het gebeurde op 13 december 1906. Ook dit gebouw wordt in opdracht van de weduwe S. Rombouts – van Gelder herbouwd. In 1908 wordt de nieuwbouw betrokken door de arts Ch.P. van Dillen, die vergunning

krijgt voor: ‘de aanbouw van een houten gebouwtje dienende als apotheek, ontvangst – en operatiekamer, gelegen achter villa ‘Paula’ in het Binnenveld A 96’. De maten op de bouwtekening, 13 bij 8 meter, komen overeen met die van het nog bestaande pand Bosstraat 7. Het oude adres zou in 1910 veranderd worden in Boschstraat, welke wijziging een laat gevolg is van de in 1865 geopende spoorbaan, die dwars over de eeuwenoude aan het Binnenveld gelegen percelen bouwland is aangelegd, waardoor de buurtschap gesplitst werd. Bosstraat 7 heeft veel verschillende bewoners en bestemmingen gehad. Zo diende het in de jaren dertig tot R.K. Verenigingsgebouw (parochiehuis, ook wel Don Bosco-huis genoemd). Ernst Voorhoeve gaf daar kunstzinnige handenarbeid aan de arbeidersjeugd en verder kwam daar ‘De Jonge Werkman’ bijeenkwam. De kaart laat zien dat de Bosstraat vroeger een veldweg was, aan weerszijde wordt landbouw bedreven.

ondanks alle tegenwerking en laster (zelfs van geloofsgenoten) en stipt zijn plichten als Katholiek en medicus vervulde, die reeds een aanstelling van één jaar als gemeente - geneesheer heeft gehad, en nu om reden het spoedig vestigen van een nieuwen dokter, om een vaste aanstelling vraagt. Een medicus bekend als een voortreffelijk verloskundige. En ondanks dat aarzelt men hem een vaste aanstelling als armen –dokter te geven. Zouden vele inwoners van Groesbeek niet vreemd opzien, als een vreemde andersdenkende hiervoor werd benoemd? Deze laatste moet zich zelf nog vestigen in deze gemeente. De grootte, onverkwikkelijke lijdensgeschiedenis van deze dokterskwestie heb ik niet gegeven. ‘k heb de kwestie gesteld, zo-

als ze nu is en waarover spoedig een beslissing zal vallen. Kort resumerend aldus: Aan de enen kant een onbekende Protestantse dokter (Groesbeek telt 6 á 7000 inwoners, waarvan plm. 3 á 400 Protestanten) van wiens capaciteiten niets bekend is. Een medicus die nog niet eens woont in deze gemeente. Aan den andere kant een Katholiek, die ruim twee jaar lang zijn beste krachten gegeven heeft aan de lijdende in deze gemeente, die reeds een jaar als gemeentedokter hier werkzaam was. Dat alle Katholieken van Nederland oordelen, wie of benoemd moet worden. De uitspraak kan niet twijfelachtig wezen. Laten de Katholieken van Groesbeek zich hun geweten niet in slaap praten. Zijt gij Katholiek, zo wees het dan niet in de kerk alleen. Geef u dan liever op bij

06-03-18 14:56


dat grootte, steeds toenemende aantal van godsdienstloze, want uw Katholiciteit is dan een woord slechts en geen vaandel, dat ge hoog moet houden overal en altijd. Weerhanen zijt ge dan, die meedraaien met alle winden. Wij willen hopen, dat ’t kampioenschap in halfheid en laksheid aan Groesbeek niet ten deel valt. Ik dank de Redactie voor de plaatsruimte. Een Katholiek

Dokter van Dillen van Villa Paula naar Villa Denneoord De oprecht betreurde gemeentegeneesheer Holm werd dus opgevolgd door Ch.P. van Dillen. Die woonde toen al hier, want hij had zich in 1908 als ‘praktiserend arts’ laten inschrijven. In hetzelfde jaar krijgt hij vergunning voor: ‘de aanbouw van een houten gebouwtje dienende als apotheek, ontvangst -en operatiekamer, gelegen achter villa ‘Paula’ in het Binnenveld A 96’, welke straatnaam in 1910 veranderd zou worden in Boschstraat. Het pand was in bezit van de weduwe van de eerder genoemde ‘rustend arts’ Rombouts, die hier als een van de weinigen in staat was een ‘herenhuis’ of villa te verhuren. Als Van Dillen zich hier vestigt telt de gemeente Groesbeek ruim 5900 inwoners, waarvan er veel armlastig zijn. Misschien omdat zich te weinig particuliere patiënten melden, besluit Van Dillen de praktijk te verplaatsen en uit te breiden. Op 22 febr. 1910 verschijnt de volgende advertentie: ‘Dr. Van Dillen, te Groesbeek, vraagt zo spoedig mogelijk een vroedvrouw (wielrijdster) op nader overeen te komen voorwaarden’. De voorwaarden te kunnen fietsen, zou tegenwoordig autorijden zijn. In 1912 verhuist hij namelijk naar Villa Dennenoord (Binnenveld) waar een herstellingsoord voor zenuwzwakke en herstellende kinderen geopend wordt, waarover meer in Groesbeek het Dorp der Verrassingen blz. 72. Ondanks zijn aanstelling als gemeentegeneesheer, voldeed de praktijk

Geneesheren v Groesbeek.indd 39

blijkbaar niet aan zijn financiële verwachtingen, want in december 1912 neemt hij ‘eervol ontslag’ en verhuist daarna in 1913 naar Roosendaal. Tussentijds, 1 Januari 1911, had zich hier de huisarts Th. A. Quanjer gevestigd, op adres Wijk A 70, het huis van zijn voorganger Holm. Toch besluit het gemeentebestuur op 18 december 1912 om niet Quanjer maar C.J.M. Paijens tot gemeentegeneesheer te benoemen, tegen een jaarwedde van ƒ 1000,-. Zijn aanstelling wekt wrevel op, zoals blijkt uit het volgende krantenbericht.

Ontslagaanvrage gemeente vroedvrouw Tebbens Intussen had Wilhelmina Tebbens - Hanekamp (geboren in 1838 te Veendam) ontslag aangevraagd en gekregen. Haar verzoek komt aan de orde tijdens de raadsvergadering van 14 febr. 1910. Genotuleerd wordt: ‘Dit ontslag wordt eervol verleend. De voorzitter zegt, dat op de ontslagene wel eens iets te zeggen was, maar op welke mens is dat niet het geval; en zij heeft toch veel hulp en bijstand verleend in de 28 jaar, die zij hier werkzaam was, zodat het hem billijk voorkomt, haar nu zij niet meer in haar onderhoud kan voorzien, een pensioen te geven. Over het al of niet pensioneren ontstaat een levendig gesprek, dat leidde tot besluit haar een pensioen te verlenen van ƒ. 225, -, en het te doen ingaan per 1 april 1910. (….) De voorzitter stelt voor de ƒ. 125, - die van de jaarwedde der vroedvrouw overblijven aan Dr. Van Dillen toe te staan als bijdrage in zijn kosten voor het aanstellen ener vroedvrouw.

| 39

PERSBERICHT. Op 10 december 1910 is door de gemeenteraad benoemd tot gemeente- vroedvrouw Mej. A.van Kan, te Nijmegen. Thans werkzaam te Bakel bij Helmond.

06-03-18 14:56


Villa Maria, van 1911 tot 1913 bekend als woonhuis annex praktijk van dokter Van Dillen en van 1913 tot 1919 van dokter Paijens

40 |

In 1911 verhuist de sinds 1908 aan de Bosstraat praktiserende geneesheer Ch. P. van Dillen naar de aan het Binnenveld gelegen Villa Maria, die later de naam ‘Dennenoord’ kreeg. De villa werd in 1898 gebouwd door de meester – timmerman Th. Bögels, in opdracht van het echtpaar J.D.H. W. van Hoorn M. Bögels. Na hun vertrek uit Groesbeek wordt de villa betrokken door dokter Van Dillen, die daar behalve zijn praktijk een herstellingsoord voor zenuwzwakke herstellende kinderen en ouderen opent. ‘Prijs van pension met inbegrip van medicijnen is ƒ2,- en ƒ2,50 per dag’, zo laat hij weten op een in 1912 verzonden prentbriefkaart. Naar het schijnt hebben zich niet voldoende patiënten aangemeld en was zijn jaarwedde als gemeentegenees-

heer ontoereikend, want in 1913 verhuist hij naar Roosendaal. De villa wordt daarna betrokken door de gemeentegeneesheer C. Paijens, die in december 1919 naar elders vertrekt. Uiteindelijk zou de villa toch de bestemming ‘kinderhuis’ krijgen, in 1930, toen het pand gehuurd werd door de ‘Groesbeekse Tehuizen’. In 1938 verhuisden de 30 kinderen naar het aan de Zevenheuvelenweg nieuw gebouwde kinderhuis “Beatrix’, dat in 1995 gesloopt is. De hier afgebeelde villa is, na verschillende bestemmingen te hebben gehad, in 1990 gekocht door de woningbouwvereniging Oosterpoort, die daar twee jaar later woonerf ‘Dennenoord’ opent.

Wederom discussie over het geloof van een te benoemen gemeentegeneesheer

enige Raadsleden natuurlijk bevreemding gewekt, dat een zo gewichtig punt op een dergelijke eigenaardige wijze werd behandeld, zo zelfs, dat de Raadsleden tot aan het ontvangen van de agenda der Raadsvergadering onbekend waren gebleven met de ontslagaanvrage van den heer Van Dillen en zelfs geheel onkundig waren gelaten van de aanbeveling van B. en W. om den heer C. M. Paijens, arts te Breda, te benoemen. Zodra al de ontslagaanvrage van den heer Van Dillen officieel bekend werd, meenden vele ingezetenen en ook het bestuur van ‘Groesbeeks Belang’ (V.V.V.) den Raad te moeten wijzen op de grote verdiensten van den heer

Nijmeegsche Courant 18 dec. 1912: Uit Groesbeek. Te Groesbeek had hedenmorgen een vergadering van de Gemeenteraad plaats, waarin o.m. aan de orde kwam de ontslagaanvrage van den heer Ch.P. van Dillen, een paar jaar geleden benoemd tot gemeente- geneesheer te Groesbeek. De agenda vermeldde tevens de benoeming van een gemeente-geneesheer zonder meer. Het had onder de gemeentenaren en ook bij

Geneesheren v Groesbeek.indd 40

06-03-18 14:56


Th. Quanjer, die hoewel protestant in deze overwegend rooms –katholieke gemeente, een zeer drukke praktijk en vertrouwen van al zijn patiënten heeft, terwijl deze heer mede gesolliciteerd had naar de vacante betrekking. Verder was in een drietal adressen, ondertekend door een groot aantal ingezetenen, den Raad verzocht den heer Quanjer te benoemen. Uitvoerig is in de Raadsvergadering heden morgen over deze benoemings-kwestie gediscussieerd. De heer D.G. Montenberg hield een warm pleidooi voor de benoeming van den heer Quanjer, en wees er op, dat men hierdoor een uiterst bekwaam en groot vertrouwen genietend geneesheer voor Groesbeek zou behouden, terwijl van de bekwaamheden van den door B.en W, aanbevolen dokter nog moest blijken. De godsdienstige overtuiging van den te benoemen geneesheer moest in deze zijn inziens buiten beschouwing blijven. Spreker werd uitvoerig bestreden door den heer Ottenhoff, die de noodzakelijkheid beoogde dat in een overwegend rooms-katholieke gemeente een rooms-katholiek gemeente -geneesheer wordt benoemd.

Dokter Quanjer zal begin maart Groesbeek verlaten. Hij vertrekt naar Oost –Indië, waar hij een aangename en winstgevende betrekking heeft gekregen. Deze tijding zal in Groesbeek zeker met leedwezen worden vernomen, want de heer Q. heeft zich in het drietal jaren, dat hij hier werkt, niet alleen doen kennen als een meer dan gewoon bekwaam practicus, maar vooral als een menslievend, hulpvaardig en consciëntieus geneesheer, die de liefde zijner patiënten en achting van alle gemeentenaren ruimschoots verdient.

Ook in Den Bosch en omgeving wordt men op 2 febr. 1914 er van op de hoogte gesteld: ‘Onze vroegere stadgenoot Dr. Th. J.A. Quanjer, thans arts te Groesbeek, zal zich in Ned. Indië aan den geneeskundigen dienst gaan wijden. Den 5e maart a.s. zal hij scheep gaan. De hier nog steeds zeer geachte dokter zal bij velen nog lang in dankbare herinnering blijven’. Vervolgens wordt op 8 febr. 1914 bericht: ’De heer J.A.M. Beijnes, arts te Haarlem, heeft de praktijk van Dr. Quanjer, die Groesbeek eerstdaags verlaat, overgenomen en De nieuwbenoemde gemeentegeneesheer C.J.M. Paijens zal zich binnen een paar dagen daar vestigen. Gelukkig laat zich hier inschrijven op 15 januari 1913 en aangevoor Groesbeek, waar één geneesheer beslist te weinig zien hij Villa Dennenoord betrekt lijkt het erop dat hij de is, zelfs volgens het gevoelen den Raad, die echter, zo inpraktijk van Van Dillen heeft overgenomen. Een jaar na de consequent mogelijk, nooit enige moeite heeft gedaan de benoeming van Paijens verzoekt het bestuur van de VVV vestiging of het behoud van een tweeden geneeskundige ‘Groesbeeks Belang’ het gemeentebestuur om een tweede te verzekeren’. gemeentegeneesheer te benoemen. Het verzoek wordt gedaan op 14 december 1912 en in het schrijven wordt Het Ministerie van Binnenlandse Zaken publiceert op aangedrongen op de benoeming van de eerder genoemde 31 mei 1915 een lijst van gevestigde Geneeskundige en veelgeroemde particuliere arts Th. A. Quanjer. (Zie en Vroedvrouwen. In de gemeente Groesbeek zijn dat: Groesbeek het Dorp der Verrassingen blz. 71). Als ook dit C.J.M.Paijens, E.W. Jongmans en J.A.M. Beijnes en de verzoek wordt afgewezen besluit Quanjer te vertrekken. vroedvrouwen A.M. van Kan. en W. Hanekamp (Tebbens). Op 9 febr. 1914 wordt de familie hier uitgeschreven weHet schijnt dat de laatstgenoemde, de in april 1910 gegens verhuizing naar Java (Nederlands –Indië). Van zijn pensioneerde W. Tebbens, nu als particulier vroedvrouw vertrek wordt in twee dagbladen melding gemaakt. werkzaam is. Op 1 febr. 1914 bericht De Nijmeegsche Courant :

Geneesheren v Groesbeek.indd 41

| 41

06-03-18 14:56


ven (…) Het raadslid Van Bernebeek antwoordt hierop: Paijens vertrekt in 1919. De aanleiding en financiële gevolgen pas genotuleerd in ‘dat er na het vertrek van Paijens geen dokter was voor de armenpraktijk. de raadsnotulen van 1 maart 1929

42 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 42

De gemeentegeneesheer Paijens ontvangt in 1916 nog steeds een Jaarwedde van ƒ. 1000,- en de bij hem in dienst zijnde vroedvrouw A.M. Koen een Jaarwedde van ƒ. 445,-. In 1917 en 1918 ontvangt Paijens ƒ. 1000, - plus ƒ. 445,voor een niet met naam genoemde door hem aangestelde vroedvrouw. Na hier zeven jaar werkzaam te zijn geweest vraagt Paijens begin november 1919– voor het gemeentebestuur volkomen onverwachts- ontslag aan ingaande 1 december 1919; wegens ziekte. Zijn verzoek komt aan de orde in de raadsvergadering van 18 nov. 1919 en veroorzaakt daar enige ophef. De voorzitter heeft er niets op tegen, raadslid Leenders echter acht de ontslagaanvrage nogal kras daar Paijens de gemeente zonder verloskundige hulp achterlaat en daarboven de gemeente op grote kosten brengt. Hij stelt voor het ontslag een maand uit te stellen, zijn voorstel echter wordt niet aangenomen. Paijens’ verzoek wordt ingewilligd en er zal eervol ontslag verleend worden. Uit de notulen van de raadsvergadering van 19 dec. 1919 blijkt dat dokter Koning te Uden de enige sollicitant is. Waarschijnlijk omdat hij een dokterswoning verlangd, wordt zijn naam daarna niet meer genoemd. Zoals raadslid Leenders al voorzag kwam het vertrek van Paijens de gemeente duur te staan. Uit het Jaarverslag over 1920 namelijk blijkt dat aan zijn opvolger een ‘bezoldiging’ van 4000,- gulden, kosten van versterkte geneesmiddelen inbegrepen, is betaald. De gang van zaken wordt verklaard in de notulen van de raadsvergadering van 1 maart 1928: ‘Het raadslid Schoenmakers herinnert aan het ontactisch optreden van de Gemeenteraad voor enige jaren terug, toen Dr. Paijens, die 1000 gulden salaris genoot en 500 gulden verhoging vroeg, dit laatste werd geweigerd, terwijl een jaar later 4000 gulden werd gege-

Er is toen tijdelijk eerst een ‘andersdenkende’ dokter geweest, wat veel geld kostte’. De naam van de betreffende geneesheer wordt niet genotuleerd, waarom de Jaarrekening over 1920 geraadpleegd moest worden. Onder ‘Uitgaven’ staat dat aan de gemeentegeneesheer W. Beekhuis de Jaarwedde van 1000, -is uitbetaald, plus een ‘bijbetaling’ van ƒ. 2983,33 ½. Totaal ƒ. 3983,33 ½ (rond de ƒ. 4000,-, een groot bedrag, drie jaarsalarissen.)

Deze notitie was de aanleiding de toenmalige notulen van de raadsvergaderingen nog eens goed te bestuderen. Opheldering brachten de aantekeningen van de ‘spoedeisende’ raadsvergadering van 12 jan. 1920. Deze is belegd naar aanleiding van het schrijven van de waarnemend gemeente-geneesheer Dr. Beekhuis, die zijn ongenoegen heeft te kennen gegeven over de handelswijze van het Gemeentebestuur te zijnen opzichte, door de plaatselijke geneesheer Dr. Beijnes de tijdelijke voorziening in de geneeskundige hulp na 15 januari op te dragen. Beekhuis wil weten of na die datum nog van zijn diensten gebruik zal worden gemaakt. Tijdens het voorlezen van de brief door de secretaris, begint de voorzitter te protesteren tegen een ongepaste uitdrukking van Beekhuis aan het adres van de Gemeenteraad en licht enige onjuistheden nader toe. Na de voorlezing merkt de voorzitter op, dat zijnerzijds is gehandeld overeenkomstig het Raadsbesluit van 19 dec. j.l. en dat thans met dokter Beijnes een regeling is getroffen voor de tijdelijke voorziening in de geneeskundige hulp. Hij stelt voor dokter Beekhuis hiervan melding te doen met het bericht, dat na 15 januari geen verlenging voor een tijdelijke geneesheer aan het betrokken Informatie -Bureau zal worden aangevraagd. Raadslid Van Bernebeek vraagt nader omtrent het contract met het

06-03-18 14:56


Gezicht op de Ottenhoffstraat, de woningomgeving van dokter Beijnes, in 1925 Op de voorgrond gelegen blok van vier woningen werd gebouwd in 1910 in opdracht van de in Nijmegen wonende chocoladefabrikant P.J.A. van den Dungen, met de bedoeling de woningen te verhuren aan hier gedetacheerde rijksambtenaren. In 1919 werden de woningen te koop aangeboden. Het ene hoekhuis werd gekocht door kapper Kramer, die daar een kapsalon opent. Het andere hoekhuis en de naastgelegen woning werden gekocht door dokter Beijnes, die in het ene gaat wonen en in het andere zijn huisartsenpraktijk vestigt. De naast het woonblok gelegen bouwgrond wordt verkocht aan de drankenhandelaar Th. van Houten, die daar in 1920 een winkelhuis annex bierbottelarij

opent. Voor het huis van Beijnes staan drie mannen, gekleed in een donker pak en wit overhemd, te praten. De foto laat verder zien dat dokter Beijnes zijn terrein met een degelijk hekwerk heeft afgebakend. Omdat er toen nog maar weinig autoverkeer was, niet zo bezwaarlijk. Na de oorlog veranderde dat geheel, waarom de gemeente genoodzaakt was daar stroken grond aan te kopen voor de aanleg van trottoir en parkeerplaatsen. Alle aanwonenden stemden hiermee in, behalve dokter Beijnes. Zodoende heeft het enige tijd geduurd voordat de huidige situatie gerealiseerd kon worden.

Informatie - Bureau, waarop de voorzitter antwoordt, dat een tijdelijke geneesheer is aangevraagd tot 15 januari en dat een getekend formulier werd ingezonden. Gezien de afloop van de kwestie heeft de voorzitter, burgemeester Jhr. Van Nispen tot Pannerden, het contract niet goed gelezen of begrepen. De raadsleden worden van het debacle op de hoogte gesteld tijdens raadsvergadering van 25 maart 1920. In welke bewoordingen was niet te achterhalen, want Agendapunt 12 is een: ’Geheime zitting’, waarvan de notulen niet bewaard zijn. En zo werd in plaats van de ‘andersdenkende’ Beekhuis de hier al praktiserende rooms-katholieke dokter Jac. A. Beijnes aangesteld, bij het raadsbesluit van 15 januari

1920. Hij wordt benoemd tot ‘gemeentegeneesheer in de tijdelijke voorziening in de armenpraktijk’, tegen een jaarwedde van 3000,- gulden.

Geneesheren v Groesbeek.indd 43

| 43

Over de controversiële en legendarisch geworden dokter Beijnes Jac. A. Beijnes, geboren 1882 te Haarlem, had zich hier gevestigd 9 februari 1914. Hij was Rooms -Katholiek, zodat zijn geloof hier geen beletsel vormde. Hij begon zijn particuliere praktijk op adres A 26 en enige tijd later op A 70 (Nu Dorpsstraat 9-11). In 1919 verhuist hij naar een aan de Burg. Ottenhoffstraat gelegen woonblok van

06-03-18 14:56


woningen, waarvan hij er twee koopt. Een als woonhuis en het andere voor zijn huisartsenpraktijk en op die plek blijft hij zijn verdere leven wonen en werken. Over hem is veel te vertellen, want hij was een eigenzinnig en controversieel man.

44 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 44

begroting ruim twintig jaar zou belasten. In 1923 wordt de post doktershulp en verloskunde belast voor totaal ƒ. 4008,-. Dokter Beijnes ontvangt ƒ. 3000,-, de vroedvrouw P.A. Jannes ƒ. 800,- en de waarnemende vroedvrouwen A. Puts uit Heerlen) en J. Dom uit Ubbergen ieder ƒ. 104,-. Puts en Dom hebben daarvoor ieder 16 Dokter Beijnes, in 1915 medeoprichter dagen verloskundige hulp verleend. en commandant van de burgerwacht In dat jaar ontving de burgemeester een jaarwedde van en later ere- voorzitter van de Fanfare ƒ. 5522,50, de secretaris ƒ. 4304,-, de gemeenteontvanger Wilhelmina ƒ. 1800,-, de twee wethouders ieder ƒ. 225,- en de negen op de secretarie werkzame ambtenaren te samen ƒ. 8100,-. Al vlug na zijn vestiging te Groesbeek gaat dokter Beijnes Krantenbericht van 8 aug. 1925. Voor de benoeming der deelnemen aan het plaatselijke sociale leven, zo blijkt Gezondheidscommissie (vacature mr. A.E. baron van uit een krantenbericht van 17 juli 1915: Uit Groesbeek. Voorst tot Voorst) zijn door het Gemeentebestuur aanbeDezer dagen werd in hotel Hurkmans op initiatief van volen de heren J.A.M. Beijnes, gemeentegeneesheer, en een vijftal dorpelingen in een daartoe bijeengeroepen dokter E.W. Jongmans, geneesheer -directeur van het R.K. vergadering besloten tot de oprichting van een vrijwillige Sanatorium Dekkerswald. burgerwacht. Voorgesteld werd, dat zich elke nacht vier Tien jaar ná zijn vestiging te Groesbeek gaat Beijnes zich personen zouden beschikbaar stellen om te surveilleren, bemoeien met de plaatselijke afdeling van Het Groene hoofdzakelijk in de dorpskom en zij, die daaraan om wel- Kruis, op 16 maart 1924 namelijk wordt hij in het bestuur ke reden ook, niet kunnen meedoen, de zaak financieel gekozen. Als in juni 1927, op aandrang van de bisschop, zouden steunen. Op een lijst werd reeds door 80 personen besloten wordt zich aan te sluiten bij het R.K. ‘Wit - Gelegetekend. Deze verklaarden hierdoor, dat zij in principe Kruis’, fungeert dokter Beijnes als secretaris van de met het voorgestelde akkoord gingen. Een bestuur werd vereniging. Zijn betrokkenheid met het kruiswerk zou samengesteld uit de heren Jonkheer Van Pabst, dokter voortduren tot circa 1942. Beijnes, Rademaker, Dekker en Van Bernebeek. Vijf jaar later, april 1920, wordt melding gemaakt van een te hou- Salarissen gemeentegeneesheer, gemeentevroedvrouw en gemeenteden Burgerwacht schietwedstrijd: ‘Reeds is voor Gelderland een provinciale commissie geconstitueerd bestaande veearts in 1926 uit de heren: (…) J.A.M. Beijnes commandant Burgerwacht Uit het Jaarverslag over 1926 blijkt dat Beijnes met zijn Groesbeek’. jaarwedde van 3000,- gulden, de burgemeester buiten De ‘tijdelijke aanstelling’ van Beijnes tot gemeentegeneesheer werd op 21 december 1923 omgezet in een vaste beschouwing gelaten, nog steeds op één na de duurste gemeenteambtenaar is. Boven hem staat de gemeenteseaanstelling, tegen 3000,- gulden per jaar. Gelet op de hoogte van zijn ‘bezoldiging’ moet de financiële toekomst cretaris C. Luijben, met een jaarwedde van 4200,- gulden. De gemeente -keuringsveearts G.H. Hommels ontvangt van de gemeente er toen rooskleurig uit hebben gezien. 600, - gulden plus 550,- gulden laboratoriumtoelage. Achteraf gezien een misrekening die de gemeentelijke

06-03-18 14:56


Op 15 oktober 1925 was hij er flink op vooruit gegaan, op die datum werd hij tevens benoemd tot ‘Rijkskeurmeester in bijzondere dienst’, welke functie hem nog eens 1900,gulden extra opleverde. De in 1924 benoemde gemeente -vroedvrouw M.H.C. Frencken -Bongaart ontvangt een jaarwedde van 1000,- gulden. Om inzicht te krijgen in de andere destijds te Groesbeek en Berg en Dal praktiserende huisartsen is de in dat jaar verschenen ‘Staat van bedrijven’ (GA 417) geraadpleegd, waaruit het volgende letterlijk is overgenomen: Geneesheeren: J.A. M. Beijnes Tel. 23 - E.W. Jongmans, J.A. Nolta, Berg en Dal, Weg over de 7 Heuvelen L.J. van de Pol.

Beijnes belicht in raadsnotulen en krantenberichten Al vlug na zijn vaste aanstelling tot gemeentegeneesheer leidt zijn functioneren tot grote commotie, in het dorp en in de gemeenteraad. Vanaf 1924 komt zijn naam regelmatig voor in de notulen van de raadsverslagen, meestal negatief. De toenmalige gemeentesecretaris C. Luijben heeft zich de vingers blauw geschreven. Ook de schrijvende pers was er druk mee en niet alleen de regionale, ook voor de landelijke pers was de commotie rondom Beijnes publicatie waardig. De kwestie ontstaat begin 1925 en wordt in de publiciteit gebracht door de Provinciale Geldersche en Nijmeegse Courant van 4 maart 1925: (…) ‘Verder wordt door het raadslid mej. Bögels gewezen op een blijvende onhoudbare toestand in onze gemeente, wat betreft het optreden van den dokter. Zij gelooft, dat de klachten, in de vorige vergadering door haar ingebracht over den dokter, niet naar behoren onderzocht zijn. Zij hoopt dat de burgemeester nu een degelijk onderzoek instelt en dat alles, alles wat hij weet over den Dokter ook aan de Tweede Kamer mededeelt. Mej. Bögels : ‘U hebt

Geneesheren v Groesbeek.indd 45

me dus goed begrepen, Burgemeester?’. De Voorzitter zegt, dat de klachten over den dokter door mej. Bögels ingediend kunnen worden bij de Huisarts - organisatie te Utrecht. De voorzitter sluit de vergadering’.

Citaat verslag raadsvergadering van 22 sept. 1925 ’Op het schrijven van den Geneeskundige inspecteur in zake voorziening in de geneeskundige hulp, werd niet ingegaan. De Raad was niet overtuigd van de onvoldoende geneeskundige hulp, daar ook hulp uit de aangrenzende gemeenten wordt geboden en handhaafde verder zijn bezwaar tegen een tweede dokter, omdat daardoor het bestaan van de gemeente - vroedvrouw zou worden bedreigd en er dan weer moeilijkheden van dien kant komen’.

| 45

Raadslid Hanneke Bögels, niet bang om het gemeentebestuur en Beijnes fel te becritiseren De ongehuwde Johanna (Hanneke) Bögels (eigenaresse van een bezemfabriek en Groesbeeks eerste vrouwelijke raadslid, gekozen in 1923) was een onverschrokken persoonlijkheid, een die onvermoeibaar al dan niet vermeend onrecht of wantoestanden aan de orde stelde. Door haar compromisloos optreden werd zij de kwelgeest van de voorzitter van de gemeenteraad burgemeester Jonkheer Van Nispen tot Pannerden. Een treffend voorbeeld hiervan is het nu volgende fragment uit een krantenbericht van 4 aug. 1928: ‘De sarrende en aanmatigende houding van mej, Bögels putte het geduld van den voorzitter uit. Er volgde een filippica, waarin hij ’t autoritair optreden van mej. Bögels aan den kaak stelde en haar aan het verstand bracht, dat niet zij doch hij de Burgemeester van Groesbeek is. Hiermede werd de vergadering beëindigd’.

06-03-18 14:56


Mede door haar toedoen werd de kwestie Beijnes een heuse en jarenlang voortdurende dorpsrel, een die de raad en de burgerij in twee kampen verdeelde. Alvorens daar dieper op in te gaan volgen hier enige voorbeelden van hoe hard het er destijds aan toeging.

Gemeentevroedvrouw Frencken door raadslid Bögels in opspraak Provinciale Arnhemsche - en Nijmeegse Courant van 8 juli 1926. Raadsvergadering te Groesbeek.

46 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 46

De gemeenteraad is voltallig, terwijl een stampvolle tribune er op wijst, dat er ditmaal zeer veel elektriciteit in de lucht zit. Ook is de politie aanwezig. (…) Op verzoek van den Raad verschijnt hierop ter vergadering de Gemeente-Vroedvrouw mevr. Frencken, die nader bevestigt de mededeling van den heer Van Bernebeek in de vorige vergadering, nl. dat mej. Bögels mevr. Frencken zou hebben aangeraden zich niet druk te maken over haar praktijk, daar haar toch een inkomen van ƒ. 1800,- was gegarandeerd enz. Met betrekking tot de uitoefening van haar praktijk in Berg en Dal en De Ploeg (H. Landstichting), deelt zij mede in die buurtschappen nog wel te komen en er nog patiënten te hebben. In het geval in De Ploeg door mej. Bögels genoemd, was zij niet eens gevraagd, in plaats van hulp geweigerd te hebben. De Voorzitter is niet te spreken over de wijze waarop mej. Bögels hier weer eens te werk is gegaan en eist van haar nadere verklaring. Mej. Bögels draait om de zaak heen, doch wordt door den Voorzitter bij herhaling tot de orde geroepen. Geëist wordt verklaring in zake de beschuldiging. Deze blijft echter uit. Er komen moties om mevrouw Frencken in haar eer te herstellen en andere, waarbij het vertrouwen in mej. Bögels wordt opgezegd.

De Voorzitter herinnert mej. Bögels ook nog eens aan de beweerde valse stemming en verwacht nog steeds, dat zij de beschuldiging daaromtrent zal herroepen. Ook dit blijft mej. Bögels weigeren. De Raad wordt ten slotte woelig en als mej. Bögels nog het woord vraagt voor de rondvraag, verlaten de leden de vergadering. Mej. Bögels blijft alléén met den Voorzitter, die nu de vergadering wegens onvoltalligheid sluit. PERSBERICHT 4 augustus 1928. Gemeenteraad Groesbeek. (….) Op verzoek van de gemeente verloskundige M.H.C. Frencken - Bongaarts om betaling van kosten van ziekte en vervanging werd afwijzend beschikt. B. en W. werden uitgenodigd in de eerstvolgende vergadering te komen met een ontwerp tot wijziging harer instructies door toevoeging ener bepaling, inhoudende dat de vroedvrouw hulp zal moeten verlenen aan alle kraamvrouwen (dus ook buiten de armenpraktijk) die haar hulp inroepen. Een jaar later, eind 1929, krijgt Frencken concurrentie van de eveneens aan de Pannenstraat woonachtige particuliere verloskundige Th.J.Verbeeten – Brüils. Toen deze in 1942 zelf moest bevallen kreeg zij assistentie van de verloskundige Maria de Heij, over wie later meer. PERSBERICHT Nijmeegsche Courant 28 mei 1929: Uit Groesbeek. Gemeentebestuur gedagvaard in de vergadering van de Raad dezer gemeente. Op woensdag 29 mei des namiddag 3 uur komt onder meer aan de orde: Behandeling dagvaarding gemeentebestuur in zake vorderingen van de gemeentelijke verloskundige mevrouw Frencken- Bongaarts. (Met rechtskundige bijstand) (….) Hoe deze vergadering verlopen is, is niet nagegaan, duidelijk is wel dat het gemeentebestuur van destijds het niet makkelijk had. Dat Frencken niet onderschat moet worden, blijkt uit het dagblad De Tijd 9 augustus 1930. Verslag van de eerste zitting gehouden in de raadszaal van Eindhoven van het College voor Medisch Tuchtrecht en

06-03-18 14:56


Erevoorzitter dokter Beijnes in zomers kostuum gezeten tussen de secretaris en de voorzitter van fanfare Wilhelmina, 1923 Dat de dokter wel van een ‘verzetje’ hield, blijkt verder uit zijn lidmaatschap van de Fanfare Wilhelmina. Ook bij die vereniging was hij nauw betrokken, wat hem het ere-voorzitterschap opleverde. Bij de viering van het 25 –jarig jubileum van de Fanfare Wilhelmina in 1923 staat hij als zodanig vermeld in het programmaboekje. Evenals zijn echtgenote, die fungeert als voorzitster van het Dames –comité. Als zodanig wordt het echtpaar ook vermeld in 1928, alleen is mevrouw B.M. Beijnes – Beekman dan be-

stuurslid. In 1933 worden hun namen niet meer genoemd. In die tijd ligt Beijnes zwaar onder vuur, globaal mag gesteld worden dat de helft van de bevolking tegen hem was. Het voortdurende gekrakeel overigens zal zijn vrouw niet gestimuleerd hebben tot verdere deelname aan dorpsfestiviteiten. In 1928 echter nam Beijnes nog volop deel aan het maatschappelijk leven, op de lijst van bestuursleden van de Oranjevereniging staat hij namelijk vermeldt als penningmeester. Hij was een ‘gezien’ man.

oplossing van geschillen voor Noord - Brabant, Limburg en Gelderland. (…) Onder de twaalf leden van het college bevindt zich Mevrouw M.H.C. Frencken - Bongaarts, hetgeen aangeeft dat zij een goede reputatie genoot. Tevens zal ze ‘niet op haar mondje gevallen zijn’, welke eigenschap zij gemeen had met de ondergenoemde mevrouw.

Raadslid Hanneke Bögels frontaal in de aanval

Geneesheren v Groesbeek.indd 47

| 47

Raadsvergadering van 1 maart 1928. Raadslid Mej. J.Bögels over de kwestie Beijnes : (..) ‘Er is al zoveel over gesproken, dagelijks blijkt dat hier twee dokters nodig zijn, hij verzuimt vaak huisbezoek te doen, het is de voorzitter bekend dat velen met schrik naar Beijnes gaan, de praktijk is nu voor de helft in handen van dokters uit

06-03-18 14:56


Cranenburg, Gennep en Beek, wanneer er een tweede dokter komt zullen de mensen hier terug komen’, aldus raadslid Bögels. Vier raadsleden, onder aanvoering van Bögels, verlangen dat: A. Beijnes’ salaris, groot ƒ. 3000,-, hetwelk hij geniet onder de verplichting om 100 arme gezinnen kosteloos te behandelen, wordt gehalveerd en hem daarvoor op te dragen de helft van de armenpraktijk, zijnde kosteloze behandeling van vijftig gezinnen. B. Een tweede geneesheer te benoemen voor de andere helft van de armenpraktijk en hem daarvoor een salaris te geven van ƒ. 1500,- per jaar. Tot zover deze uiterst beknopte samenvatting van de notulen.

48 |

Tijdens de rondvraag van de in juni gehouden raadsvergadering stelt Mej. Bögels haar voorstel om het jaarsalaris op ƒ. 1500,- te brengen weer aan de orde. Aangevuld met de bepaling dat de geneesheer zonder verlof van de Burgemeester niet langer dan twee uur buiten de gemeente mag verblijven. Het voorstel werd met 7 tegen 6 stemmen aangenomen.

Toch belast met het voeren der doodschouw Het ongenoegen over Beijnes handelen mag dan groot zijn, B.& W. kunnen hem kennelijk niet passeren voor de functie van doodschouwer. Krantenbericht van 11 okt. 1928: UIT GROESBEEK. Als geneeskundige belast met het voeren van de doodschouw in 1928 is aangewezen de gemeentegeneesheer J.A. M. Beijnes, alhier. Het zielenaantal bedroeg ultimo dec. 1926: 4041 mannen en 4001 vrouwen, totaal 8042. (…) Toestand op 31 dec. 1927: 4061 mannen en 4029 vrouwen, totaal 8090 inwoners. Het in maart gelanceerde plan van Beijnes’ tegenstanders wordt door een hogere instantie verworpen, zo blijkt Nijmeegsche Courant van 24 december 1928.

Geneesheren v Groesbeek.indd 48

Een obstinate (saboterende) gemeenteraad Nijmegen, 24 dec. De Gemeenteraad van Groesbeek was Vrijdag 21 dezer bijeengeroepen in spoedeisende vergadering; van de 13 leden waren echter slechts 3 aanwezig, zodat de vergadering wegens onvoltalligheid onmiddellijk gesloten moest worden. Men heeft hier te doen met een geval van sabotage. Op de agenda stond n.l. als eerste punt: ‘Besluit van Ged. Staten van Gelderland inzake geneeskundige armenverzorging’. In de gemeente is de armenverzorging opgedragen aan één gemeente –geneesheer, die daarvoor een salaris van ƒ. 3000,- ontvangt Door de Raad is evenwel een besluit genomen, om een tweede gemeente-geneesheer aan te stellen, op een salaris van ƒ. 1500,-. Het salaris van den tegenwoordige functionaris zou dan ook op dit bedrag worden teruggebracht. De geneeskundige armenverzorging werd dan over beiden verdeeld.Ged. Staten hebben echter dit raadsbesluit, waarop ook door den inspecteur der Volksgezondheid, Dr. Bantjes, afwijzend advies was uitgebracht, vernietigd. Groesbeeks vroede vaderen slaan nu blijkbaar de verzenen tegen de prikkelen en weigeren halsstarrig het betreffende besluit van Ged. Staten in behandeling te nemen. Aldus de courant. (Verzenen tegen de prikkelen, betekent: ‘zich vruchteloos verzetten’. Dit alles gebeurde in de ambtsperiode van burgemeester Jhr. O.J.M. van Nispen tot Pannerden, 1910 -1934)

1931, Raadscommissie gevormd Uiteindelijk wordt er een raadscommissie gevormd die een onderzoek moet doen naar de klachten betreffende de Gemeentegeneesheer belast met de Armenpraktijk. Het rapport komt aan de orde in de raadsvergadering van 12 juni 1931, maar alvorens over te gaan tot behandeling: ‘geschiedt door den Voorzitter voorlezing van een adres

06-03-18 14:56


Johanna Bögels in 1911, op 38 –jarige leeftijd, maakte naam als eigenaresse van een bezemfabriek en als Groesbeeks eerste vrouwelijke raadslid Johanna was afkomstig uit de ‘middenstand’ en wel uit een typisch Groesbeekse beroepsgroep, haar vader was namelijk koopman in bezems, die gefabriceerd werden in een in het Binnenveld gelegen fabriek. De in 1833 geboren Evert Bögels kon niet schrijven, handeldrijven daartegen ging hem goed af. Zijn vrouw Hendrina Janssen, geboren in 1841, kon wel schrijven en zal daarom de administratie gevoerd hebben. Johanna ‘Hanneke’ werd geboren in 1873 en ondanks haar pronte verschijning bleef zij ongehuwd. En misschien daarom werd ze hier een van de meest markante vrouwen uit het begin van de vorige eeuw. Omstreeks 1915 nam zij de bezemfabriek over en kort daarna komt ze voor eerste keer door een conflict in de publiciteit. Het gebeurt in 1916, als ze weigert een strook grond af te staan die nodig is voor de uitbreiding van het stationsemplacement. Waarschijnlijk is zij de eerste hier geboren en getogen dorpeling die het opneemt tegen het grootkapitaal. Het verloop van de kwestie is te lezen in een door het Ministerie van Waterstaat op 12 december 1916 geplaatste bericht: WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden, Princes van Oranje Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onzen Minister van Waterstaat van 6 dec. 1916, afdeling spoorwegen, tot toewijzing van terrein (…) Hebben goed gevonden en verstaan: ten behoeve van de uitbreiding van het stationsemplacement ten name van de Nijmeegsche Spoorweg - Maatschappij zal worden onteigend een gedeelte, ter grootte van 25 A, van het perceel kadastraal bekend als hakhout (…) groot 1 H.A., 94 A, 80 c.a., staande ten name van Johanna Bögels, particulier, te Groesbeek. (…) Kort na de onteigening maakt ze van de nood een deugd. In 1917 namelijk laat ze op de resterende grond een bezemfabriek bouwen, dicht bij de spoorbaan schuin tegenover het stationsgebouw. Daar, in de zogenaamde ‘Bessemkeet van Hanneke Bögels’ zette zij het bedrijf voort. Voortaan konden de partijen bezems zonder veel moeite per spoor vervoerd worden. In 1923 werd ze gemeenteraadslid, de eerste vrouw ter plaatse. Van 1923 tot 1935 fungeerde ze als ‘luis in de pels’ van het college van B&W. De raadsnotulen uit haar raadsperiode staan bol van haar oppositie, die op het scherp van de snede door haar gevoerd werd. Ten gemeentehuize zal een zucht van verlichting geslaakt zijn toen zij in 1935 verhuisde naar Nijmegen.

d.d. 9 juni van H.J. Eshuis (meubelfabrikant) en 371 anderen, strekkende om het commissierapport voor kennisgeving aan te nemen en daaraan geen gevolg te geven’. Het verzoekschrift wordt daarna in stemming gebracht, onder fel protest van sommige raadsleden tegen de handelwijze van de voorzitter. Deze merkt op dat een adres van ongeveer 400 handtekeningen toch wel enig gewicht in de schaal legt. Oomen zegt dat niet de Raad maar de ondertekenaars op het verkeerde pad zijn. Raadslid Teiwsen merkt op: ‘dat de meeste ondertekenaars beschouwd moeten worden als vrienden van

Beijnes, er komen handtekeningen op voor van personen die dit niet hebben durven te weigeren, in vele gevallen dwingt een zekere vrees voor de geneesheer daartoe. Want naar sprekers oordeel is de bevolking van Groesbeek meer bevreesd voor geneesheer en vroedvrouw, dan voor de politie en de burgemeester’. Raadslid Bögels wijst erop, dat het rapport 33 bladzijden telt en wanneer de commissie alle gevallen onderzocht zou hebben, het rapport een omvang zou hebben van 330 bladzijden. (…) De Leeuwarder Courant van 18 juni 1931: (…) Alle klachten werden in een afschrift aan dr. Beijnes toegezonden, ter-

Geneesheren v Groesbeek.indd 49

| 49

06-03-18 14:56


Doktersvrouw B.M. Beijnes –Beekman en andere notabele dames in 1923

50 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 50

Het bestuur van het ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Fanfare Wilhelmina in 1923 samengestelde Dames –Comité heeft een hoog adellijk gehalte. Voor de doktersvrouw Beijnes zal het dan ook een eer zijn geweest als voorzitter te mogen fungeren. Op deze op het landgoed De Wolfsberg gemaakte foto zien we mevrouw B.M. Beijnes –Beekman links op de voorgrond - getooid met ronde zwarte hoed. Rechts van haar zit mevrouw Van der Vaart en voor deze staat de freule Marie – Louise van Nispen tot Pannerden. In donker gekleed is Baronnesse Van Hövel tot Westerflier, de echtgenote van de burgmeester Jonkheer Van Nispen tot Pannerden. Naast haar zit de Jonkvrouw Catharina Elisabeth Engelen van Pijlsweert, de echtgenote van Jonkheer A.A. van

Lawick van Pabst van Nijeveldt- op wiens landgoed De Wolfsberg het jubileumfeest gevierd wordt. Rechts zit mevrouw A.J. Luijben – van Buren, vrouw van de gemeentesecretaris C.A. Luijben. De daarbij poserende bruidjes en jonge vrouwen zijn afkomstig uit de burgerij. Op 14 juni 1923 wordt als volgt verslag gedaan: (…) Intussen hadden de leidsters van het Dames - Comité de gastvrouw Van Lawick van Pabst van Nijveldt verzocht op de kiosk plaats te nemen, waar haar- omringd door een erewacht van jonge dames en lieve kleine bruidjes – namens de Feestcommissie een bloemenhulde werd aangeboden door het dochtertje van de voorzitter dier commissie (mevr. B.Beijnes –Beekman); welke hulde door mevrouw Van Pabst werd aanvaard met allervriendelijkst speechje. (…)

wijl aan deze een aantal schriftelijke vragen werden gesteld, die hij schriftelijk beantwoord heeft. Als gevolg van een en ander is de commissie tot de conclusie gekomen, dat dr. Beijnes zich onrechtmatig en dubbel heeft laten betalen voor de hem verplichte diensten, die hij niet genegen is het onrechtmatige genotene aan de gemeente en betrokkenen terug te betalen, dat door het weigeren van doodschouw, anders dan tegen contante betaling en of tegen vergoeding van openstaande vorderingen, een gevaar ontstaat voor de volksgezondheid, dat de arts hardvochtig geweigerd heeft in diverse gevallen van uiterste genees - en heelkundige hulp te verlenen en dat alle tegen hem ingebrachte klachten in hoofdzaak gegrond zijn. (…)

Noord - Brabantsche - ’s Hogenbossche Courant van 18 juni 1931. RAPPORT ONRECHTVAARDIG, MENSONTEREND EN ONCHRISTELIJK (…) Op grond van het bovenstaande gaf de commissie den Raad in overweging, den arts volgens art. 3 van de Verordening regelende de genees-heel en verloskunde armenverzorging in de gemeente Groesbeek en overeenkomstig art. 37 der Armenwet oneervol te ontslaan en bijaldien op wettelijke gronden direct ontslag mogelijk en wettig zal zijn. Bij de behandeling van dit rapport in den gemeente-

06-03-18 14:56


Dokter Beijnes, in 1929 achter het stuur, onderweg met leden van fanfare Wilhelmina Als ere –voorzitter van fanfare Wilhelmina was dokter Beijnes in 1929 niet ongenegen om enige fanfareleden in zijn auto te vervoeren naar een te Venlo gehouden muziekconcours. Zo op het eerste gezicht lijkt het een ontspannen ritje te zijn geweest, maar de schijn bedriegt. Het was die dag namelijk nogal koud en winderig weer, waarom de achter in de kofferbak van de open auto zittende Hein Mulder en Marinus Faasen na verloop van tijd

geheel verkleumd raakten. Aan hun verzoek om de kap omhoog te doen, werd geen gevolg gegeven. ‘Frisse lucht is goed voor de mens’, was het antwoord van dokter Beijnes, die comfortabel achter de voorruit gezeten, minder last van de wind had. Minzaam lachend poseert hij voor de fotograaf, met naast hem Antoon Faassen en Reinier Driessen.

raad kwam het tot zeer heftige discussies. Een adres was binnengekomen van 380 ingezetenen met het verzoek het rapport als onrechtmatig, mensonterend en onchristelijk voor kennisgeving aan te nemen. De Raad besloot echter, dat de Raadscommissie zich zal wenden tot Ged. Staten van Gelderland de departementen van Binnenlandse Zaken en van Justitie, met het verzoek een onderzoek in te stellen naar de klachten.

Limburger koerier: provinciaal dagblad van 25 juni 1931

Geneesheren v Groesbeek.indd 51

| 51

GEMEENTEGENEESHEER IN OPSPRAAK. VELE ERNSTIGE KLACHTEN OVER ZIJN ARMENPRAKTIJK Reeds enige tijd is te Groesbeek (Gld) een kwestie hangende tussen den gemeentegeneesheer en het gemeentebestuur naar aanleiding van klachten dat de arts zijn armenpraktijk schromelijk zou hebben verwaarloosd. Thans is een rapport over die kwestie uitgebracht. De commissie is tot de conclusie gekomen, dat de dokter onrechtmatig en dubbel heeft laten betalen voor de door hem verplichte diensten, en dat hij niet genegen is

06-03-18 14:56


52 |

het onrechtmatig genoten bedrag aan de gemeente en de betrokkenen terug te betalen, dat door het weigeren van doodschouw, anders dan tegen contante betaling en of tegen voldoening van openstaande vorderingen, een gevaar ontstaat voor de openbare orde, de veiligheid en de volksgezondheid, dat de arts hardvochtig geweigerd heeft in diverse gevallen van uitersten nood genees- en heelkundige hulp te verlenen en dat alle tegen hem ingebrachte klachten in hoofdzaak gegrond zijn. Op grond van het bovenstaande gaf de commissie den Raad in overweging, den arts oneervol te ontslaan. Bij de behandeling van dit rapport in den gemeenteraad kwam het tot zeer heftige discussies. Een adres was ingekomen van 380 ingezetenen met verzoek het rapport als onrechtmatig , mensonterend en onchristelijk voor kennisgeving aan te nemen. De Raad besloot echter, dat de Raadscommissie zich zal wenden tot Ged. Staten van Gelderland en de departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie. Raadsvergadering 31 juli 1931. Raadslid Oomen merkt op: ‘dat in de notulen van de vorige vergadering zijn verzoek: ‘om den Secretaris van het Burgerlijk Armbestuur onverwijld mede te delen geen armenbriefjes voor lijkschouw af te geven’, niet genotuleerd is. Verder vraagt Oomen: ‘een nadere bespreking over een in De Gelderlander verschenen ingezonden stuk inzake het optreden van Dr. Beijnes als geneesheer belast met de doodschouw’. Algemeen Dagblad van 31 oktober 1931 :

BESCHULDIGINGEN TEGEN ARTS ONGEGROND. (….) Een commissie tot onderzoek van de klachten heeft zich tot het provinciaal bestuur van Gelderland gewend, welk lichaam den geneeskundige inspecteur van de Volksgezondheid te Nijmegen heeft opgedragen een onderzoek in te stellen. Thans is aan den raad bericht, dat in het

Geneesheren v Groesbeek.indd 52

algemeen moeilijk kan worden gesproken van ingekomen klachten, doch dat veeleer sprake is van bezwaren, welke zijn uitgelokt. Het prov. bestuur heeft voorts den indruk gekregen, dat niet steeds strenge onpartijdigheid door de commissie in acht is genomen. Uit het onderzoek is van onrechtmatige handelingen van den gemeentegeneesheer niet gebleken en het behoeft verder dan ook geen betoog, aldus schrijft het prov. bestuur, dat een raadsbesluit tot verlening van oneervol ontslag op grond van de gegevens van het rapport der commissie niet zou worden goedgekeurd. Den raad wordt in overweging gegeven om in openbare vergadering te beslissen dat de tegen de gemeentegeneesheer geuite beschuldigingen onhoudbaar zijn gebleken, zodat ervoor den gemeenteraad generlei reden bestaan om enigen disciplinaire maatregel jegens den arts te nemen. Aldus het Algemeen Dagblad. Tijdens de raadsvergadering van 26 november 1931 komt de kwestie weer aan de orde. Het rapport van de raadscommissie blijkt te zijn doorgestuurd en behandeld door Gedeputeerde Staten, die hebben laten weten dat zij het raadsbesluit tot verlening van oneervol ontslag niet zullen goedkeuren. Raadslid Bögels geeft uiting aan haar ontstemming, waarna de commissieleden overgaan tot het indienen van een motie waarin zij hun afkeuring uitspreken over de gang van zaken. De raad legt zich slechts onder protest neer bij het door Gedeputeerde Staten genomen besluit. (…) Als de motie van de raadscommissie in stemming wordt gebracht, wordt die met 7 tegen 6 stemmen aangenomen.

Gemeentegeneesheer na ruim zes jaar strijd in 1931 toch in functie gehandhaafd En zo bleef dokter Beijnes onverstoorbaar zijn functie van gemeentegeneesheer uitoefenen. Toch moet zijn sociaal

06-03-18 14:56


en maatschappelijk leven door de affaire negatief beïnvloed zijn. Immers honderden dorpelingen hadden zich tegen hem gekeerd. Waarschijnlijk om die reden heeft hij circa 1931 zijn in 1921 aanvaard ere –voorzitterschap van Fanfare Wilhelmina opgezegd. Verschillende muzikanten zullen dit zeer betreurd hebben. Want als er feest was, dan trok Beijnes de knip. Als ere - voorzitter trakteerde hij de leden op het jaarlijkse Caeciliafeest met drankjes en soms zelfs met een maaltijd. In de analen van de fanfare wordt gewag gemaakt van een door hem geschonken varken en in 1925 van een aantal hazen, die waarschijnlijk afkomstig waren van een hem welgezinde stroper. Op de ledenlijst van Fanfare Wilhelmina van 1928 staat hij nog steeds vermeld als ere –voorzitter, terwijl zijn vrouw zitting heeft in ‘Bestuur Damescomité’. Dit is niet meer het geval als in 1933 het 35-jarig jubileum gevierd wordt, de naam Beijnes wordt dan niet meer genoemd; en het ere-voorzitterschap is vervallen. Uit het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het niet altijd kommer en kwel is geweest, dat Beijnes een tijdlang een zekere populariteit genoot. Ondanks zijn onvoorspelbaar gedrag werd hij mettertijd toch een gewaardeerd huisarts. Dit zeker onder de Stekkenbergbewoners, waarvoor hij een zwak schijnt te hebben gehad. In zijn ogen waren die niet zo kinderachtig, die konden een stootje verdragen. De verstandhouding met de minder van hem afhankelijke patiënten, de boeren en burgers, was en bleef gespannen.

Hard ten opzichte van zijn patiënten De bakker Antoon Oomen, destijds prominent bewoner van de Horst (mede- oprichter van de plaatselijke EHBO en van de Rode Kruis colonne) schrijft in 1976: ‘Een dokter boezemde een groot ontzag in bij de mensen. Hij was immers de man die bij ziekte kon helpen. Befaamd was dokter Beijnes, die per motorrijwiel zijn patiënten bezocht. Pas later kwam hij met een personenauto.

Geneesheren v Groesbeek.indd 53

Beijnes was een onverschillig man, maar wel in het goede uitgedrukt. Hij was hard ten opzichte van zijn patiënten. Indien men zijn advies niet opvolgde, dan liep je de kans dat hij niet meer terug kwam’. (Oomen bedoeld waarschijnlijk de patiënten met een door de gemeente afgegeven ´armenbriefje´. ) Destijds was er nog geen ziekenfonds. Indien de dokter langs kwam moest er voor betaald worden. De kosten waren mijns inziens wel dragelijk voor de mensen’, aldus Oomen.

Beijnes op jaarwedde gekort Op 26 juni 1936 laat B&W de raadsleden weten dat op aanwijzing van de ‘Commissie van overleg inzake gemeentebegrotingen’, moet worden overgegaan tot verlaging van de jaarwedde van de gemeente - geneesheer met 5 % en van de gemeente - vroedvrouw met 7 ½ % (de laatste moet ook meer bevallingen gaan doen, want het aantal armenbriefjes wordt opgevoerd van 30 naar 40). De jaarwedde van de gemeente - veearts zal ƒ. 100,gekort worden. (Een en ander zal het gevolg zijn van de voortdurende economische crisis). Uit het gemeentelijk jaarverslag over 1936 blijkt dat de gemeenteraad de aanwijzing heeft opgevolgd: ‘J.A.M. Beijnes, Gemeente - geneesheer. Tijdelijke voorziening in armenpraktijk ingevolge raadsbesluit van 15-1-1920. Tijdelijke benoeming bij raadsbesluiten van 26-2-1920, 19-1-1922 en 17-12-1923. Vast benoemd bij raadsbesluit van 21-12-1923, ingaande 1 -1-1924. Jaarwedde ƒ. 3000,volgens instructie, vastgesteld 21 -12-1923. Verminderd met 5% bij raadsbesluit van 30 -6-1936, ingaande 1 -7-1936’.

| 53

(Intussen, in 1934, was hier door C.W. Leibbrandt een tweede huisartsenpraktijk geopend. Deze psychiater neuroloog was aangesteld tot arts van de ‘Groesbeekse Tehuizen’ en daarnaast functioneerde hij als particulier

06-03-18 14:56


54 |

Aanzien woonhuis en praktijk van dokter J. Beijnes, tijdens de bezettingstijd De aan de Burg. Ottenhoffstraat gelegen blok van vier woningen was in 1910 gebouwd door de in Nijmegen woonachtige chocoladefabrikant P. van Dungen. Na die eerst verhuurd te hebben werden ze in 1919 te koop aangeboden. Twee woningen worden gekocht door de huisarts Beijnes, die in een daarvan zijn huisartsenpraktijk annex huisapotheek vestigt. Het betreft de linkse woning, alwaar in de tot ‘spreekkamer’ ingerichte erker generaties Groesbekers door Beijnes behandeld zijn. De foto is gemaakt vlak vóór of in het begin van de Tweede Wereldoorlog. In het laatste geval tijdens de Duitse bezettingstijd, 10 mei 1940 -17 september 1944. In ieder geval niet ná de oorlog, want van 1945 tot circa 1950 waren de ramen met planken dichtgespijkerd. Dokter Beijnes, in 1941 aanstichter van een vlagincident Het zal niet verbazen dat Beijnes ook tijdens de Duitse bezetting voor een conflictsituatie zorgde, nu voor een heus vlagincident. Om de trouwdag van zijn dochter (3 juli 1941) een feestelijk tintje te geven besloot Beijnes op die dag de vaderlandse driekleur uit te steken. Omdat dit door de Duitsers als een provocerende daad beschouwd kon worden, vroeg de dokter – om trammelant op de

Geneesheren v Groesbeek.indd 54

bruiloftsdag te voorkomen- hiervoor eerst maar verlof aan de Ortskommandant. Vermoedelijk is dit de eerste en de laatste keer dat Beijnes een overheidsdienaar om toestemming heeft gevraagd. De betreffende Duitse officier, het Militair Gezag vertegenwoordigende, gaf voor die privé aangelegenheid toestemming om de Nederlandse vlag uit te hangen. In het eerste jaar van de bezetting waren de Duitsers nog niet zo heel fanatiek, meer te vrezen was er van collaborateurs, Nederlanders die met de Duitsers heulden. Een van hen was de Rijksveldwachter Nicolaas de Wilde. En hij was het die op die trouwdag voor problemen zorgde. Op het moment dat in de dorpskerk de huwelijksvoltrekking van het echtpaar G. Notermans -E. Beijnes plaatsvond, werd er gebeld aan de deur van het feestelijk getooide huis. Anna van de Logt, de dienstbode, deed open. Zij werd door De Wilde aan de kant geschoven, waarna die brutaal de trap opliep om de vaderlandse vlag van de gevel te verwijderen. Dokter Beijnes zal er verbolgen over zijn geweest, maar stiekem misschien ook wel trots. Immers, zo’n vlagincident paste wel bij zijn faam van een nukkig man te zijn.

06-03-18 14:56


huisarts, voornamelijk voor hier wonende protestanten. Meer hierover in het dienaangaande hoofdstuk op blz. 58.) Terugkomende op Beijnes, diens jaarwedde wordt in de ‘Gemeente Begroting 1941’ als volgt gespecificeerd: ƒ. 2550, - plus ƒ. 255, - voor verhaal pensioenbijdrage, totaal 2805, - gulden. In de begroting voor 1946 wordt zijn jaarwedde berekend op ƒ. 2700, - plus ƒ. 270, totaal 2970, - gulden, waarover meer op blz 55.

Schoonzonen nemen praktijk geleidelijk over

Dokter Jacobus Antonius Maria Beijnes, geboren7april 1882 en overleden 10 juni 1970. geportretteerd circa 1946 door zijn buurjongen en fotograaf Arnold Luijben.

toe. Na een half jaar van huis en haard verdreven te zijn begonnen de evacuees die in de omgeving van Groesbeek (zoals Wijchen, Alverna, Heumen, Overasselt enz.) waren Beijnes’s dochter Trees was in de herfst van 1941 getrouwd met de eveneens uit Haarlem afkomstige huisarts ondergebracht opstandig te worden. Op bevel van het Militair Gezag mochten ze het dorp niet bezoeken, welk Paul van Wayenburg, die de dan 59 -jarige Beijnes al bevel door burgmeester Jhr. Van Grotenhuis strikt werd enige tijd in zijn praktijk assisteerde. Eind 1941 vestigt nageleefd door geen permissie te verlenen. Het schijnt dat het jonge dokters echtpaar zich aan de Pannenstraat, veel ongeduldige evacuees contact hadden met de in Nijalwaar sindsdien een gedeelte van Beijnes’s patiëntenmegen geëvacueerde dokters Beijnes. Ook hij was kwaad bestand zich kon vervoegen. geworden, toen het verlof om naar huis terug te gaan steeds werd uitgesteld. Hij ergerde zich danig aan het Het restant van zijn patiënten gaf Beijnes per 3 jan. 1951 over aan zijn andere schoonzoon Jac. Koot, getrouwd met beleid van burgemeester Jhr. Van Grotenhuis, die volgens Beijnes het bezoekverbod veel te streng handhaafde. Om Regina. In de loop van 1951 verhuist het doktersechteen beslissing af te dwingen ondernam Beijnes stappen paar Koot - Beijnes van de Burg Ottenhoffstraat naar de Dorpsstraat 29. Meer over beide huisartsen op een van de om het verboden Groesbeek te bestormen. Dit zou moeten gebeuren ter hoogte van Dekkerswald, in gezelschap van volgende pagina’s, eerst gaan we terug in de tijd. Naar de periode 1941 -1950, uit welk bewogen tijdperk enige fraaie een honderdtal Groesbekers. Toen de burgemeester en het Militair Gezag hiervan hoorden, werd er een ‘overreanekdoten over Beijnes te vertellen zijn. dingscommissie’ gevormd. Op het laatste moment kon dokter Beijnes overreed worden de operatie af te blazen. Dokter Beijnes als actievoerder tijdens de evacutietijd Gebleken was namelijk dat een aantal onbetrouwbare 1944-1945. personen een leidende rol probeerden te spelen. Voor Beijnes uiteindelijk aanleiding de actie te staken. (….) Twee weken na het uitbreken van het oorlogsgeweld, Tussen de dokter en de burgemeester, twee totaal 17 september 1944, werd op 1oktober de verplichte verschillende karakters, zou het voorlopig niet meer evacuatie aangekondigd. Ongeveer 10.000 mensen sloegoedkomen. gen op de vlucht om elders een veilig onderkomen zien te vinden. In Brabant, Utrecht, België tot in Groningen

Geneesheren v Groesbeek.indd 55

| 55

06-03-18 14:56


Als de actie van Beijnes door was gegaan, dan had deze post van de Vrijwillige Grenswacht overrompeld moeten worden. De mannen staan westelijk van de Nijmeegsebaan, ter hoogte van het verderop gelegen sanatorium Dekkerswald. Het bord was daar geplaatst op 15 febr. 1945, één week nadat het geallieerde leger de aanval op Duitsland had ingezet. Het verbod was ingesteld om het vrijwel verlaten en kapot geschoten Groesbeek te beschermen tegen verdere plundering. Bezoek was alleen toegestaan aan personen die over een vergunning beschikte, welke verordening op 2 juni 1945 nog eens gepubliceerd wordt.

Ingezetenen van Groesbeek 56 |

‘bekendmaking’ d.d. 2 -6-1945

Dokter Beijnes contra Burgemeester van Grotenhuis tijdens de eerste naoorlogse gemeenteraadsvergadering Een mooie gelegenheid voor Beijnes om Van Grotenhuis te provoceren deed zich voor in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 1946. In een anoniem vlugschrift, elders gedrukt, wordt de burgemeester ongenadig aangepakt.

Geneesheren v Groesbeek.indd 56

Over enkele dagen zult gij ter stembus trekken om ’n gemeentebestuur te kiezen. (…) Helaas - het is speciaal voor Groesbeek jammer, dat Gij geen enkele zeggingschap hebt ten aanzien van de benoeming van het Hoofd van de gemeente, want ware dat wel het geval dan zou de tegenwoordige burgemeester met een dikke niet uit de stembus te voorschijn komen. In Groesbeek immers moet men hem niet hebben. Toch willen wij nu in het belang van de rust en orde in deze gemeente even terloops de droeve figuur van onzen zich noemende ‘Burgervader’ onder de loep nemen. (….) Wij herinneren er daarom aan, dat Uw Burgemeester het was, die tijdens Uw evacuatie niets, maar dan ook totaal niets voor U deed. Het klein beetje vertrouwen, dat sommigen nog in hem hadden, na als een Don Quichot de bezetting van de moffen te hebben doorgeworsteld, zal bij het ervaren hoe hij zijn taak als Burgemeester opvatte, van U weggevallen zijn. (….) Tot zover het pamflet, de eerste helft. In de andere helft wordt de burgemeester expliciet verweten tijdens de Duitse bezetting niet zuiver gehandeld te

06-03-18 14:56


hebben. Het smaadschrift wordt als volgt afgesloten: ‘Wij raden U dus aan te stemmen op kandidaten voor den raad, waarvan U zeker weet, dat het geen vriendjes van de Burgemeester zijn. Alleen dan kunt u verzekerd zijn, dat er een goede gemeenteraad uit de stembus zal komen’.

bleef echter zeer beperkt en hij heeft daarom gemeend de aandacht van den Geneeskundig - Inspecteur wederom op desbetreffende circulaire van 1943 te moeten vestigen met de vraag of thans niet de tijd gekomen is om de salariëring tot meer juiste verhoudingen terug te brengen. Inspecteur heeft echter het schrijven niet beantwoord, HET COMITÉ VAN ACTIE blijkt het te druk te hebben met andere zaken, hij wil deze aangelegenheid ook in ruimer verband bezien, n.l. over (Bron: Groesbeek 1945-1950. Het dorp der verwoesting het geheel gebied van inspectie, zodoende kan advies nog herrijst’ blz. 31 en 211. Dit boek verscheen in 1982, in lang uitblijven. Intussen heeft de spreker gemeend in welke tijd de oud- burgemeester Van Grotenhuis nog deze niet verder te moeten gaan, temeer daar hij niet den leefde. Om de toen zeer gerespecteerde bestuurder niet nog eens te kwetsen, zijn op blz. 221 van die uitgave alleen schijn wil wekken als zou hij Dr. Beijnes in zijn persoonlijke belangen willen schaden, daarenboven wordt de de laatste regels geciteerd. Uit hoeveel personen het betrokken ambtenaar volgend jaar 65 jaar, alsdan zal deze comité bestond en wie het waren is nooit bekend geworaangelegenheid toch nader bekeken moet worden. Wetden. Zeker is dat Beijnes de opdrachtgever was, want de houder Eikholt vindt de huidige bezoldiging van elders gedrukte zending pamfletten moest op zijn adres afgeleverd worden. Echter toen het postpakket aankwam ƒ. 3000,- te hoog, doch kan goedvinden dat ter zake een afwachtende houding wordt aangenomen. op het plaatselijke postkantoor bleek de verpakking gescheurd te zijn. Zodoende kon de directeur L.Herts kennis Dienovereenkomstig wordt besloten.(…) nemen van de inhoud, die voor hem schokkend genoeg Voorstel B&W om Beijnes eervol ontslag was om de gemeentesecretaris C.Luijben deelgenoot te maken van zijn vondst. En in diens archief is later, na zijn te verlenen punt van discussie overlijden, één exemplaar terug gevonden. Het decennia lang sluimerende ongenoegen kon geventileerd worden nadat B&W tijdens de raadvergadering van 23 juni 1947 hadden aangekondigd dat Beijnes: Wethouder Eijkholt vindt de bezoldiging ‘wegens het bereiken van de 65 –jarige leeftijd hem thans Beijnes te hoog overeenkomstig het Ambtenarenreglement met ingang van 1 oktober 1947 eervol ontslag zal zijn te verlenen’. Uit de notulen van de vergadering van B&W van 5 maart 1946. Beijnes was toen 27 jaar in functie en genoot nog steeds (….) De Voorzitter geeft inzage van een door hem aan den de voor die tijd riante jaarwedde van circa 3000 gulden, welk inkomen hij genoot naast de inkomsten van zijn Inspecteur van de Volksgezondheid te Nijmegen gericht huisartsenpraktijk. Ter vergelijking, de gemeentesecreschrijven omtrent de bezoldiging van den Gemeentaris staat geboekt voor 4843,- gulden en de best betaalte –geneesheer. Hij geeft uitleg van den toestand in de oorlogsjaren, toen compensatie van de hooge beloning is de gemeenteambtenaar (functie Hoofdcommies) voor gezocht in uitbreiding van werkzaamheden. Een en ander 3278,-. gulden per jaar. Sinds zijn aanstelling behoorde

Geneesheren v Groesbeek.indd 57

| 57

06-03-18 14:56


Burg. Ottenhoffstraat met links het woonhuis en praktijk van dokter Beijnes, circa 1948

58 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 58

Op de nog niet zo brede Burg. Ottenhoffstraat poseert een bakker of slager met zijn transportfiets. Langs de kant van de weg staan nog ijzeren elektriciteitsmasten. Vooraan rechts ligt de afslag Zevenheuvelenweg, waar de gevel van een houten noodwoning te zien is. Tot de oorlog stond daar Groesbeeks eerste doktershuis. Daartegenover zien we het huis en de praktijk van Beijnes, waarvan de erkerramen nog dicht zijn getimmerd met planken. Tijdens het oorlogsgeweld van 1944-45 bleef het pand gespaard, alleen de ruiten gingen aan diggelen. Wegens schaarste aan glas werden de ramen na de oorlog

dicht gespijkerd met planken. Ondanks dat er in het midden van de wederopbouwtijd weer glas te koop was, liet Beijnes de planken nog jaren voor de ramen zitten. Dit als protest tegen het gemeentebestuur, waarmee hij een conflict had. Dit maal over een voor zijn huis gelegen strook grond, die de gemeente nodig had voor de verbreding van de Burg. Ottenhoffstraat. De op de achtergrond staande huizen zijn later gesloopt, dat van de familie H. van der Horst in 1979 en dat aan de afslag Bosstraat staande van de familie H. Albers –Otten in 1961.

de gemeente –geneesheer tot de best betaalde gemeenteambtenaren, een toch wel opmerkelijk gegeven. De verklaring hiervoor is dat toen Beijens in 1920 tegen de genoemde jaarwedde werd aangesteld, de economie er goed voorstond. Tien jaar later echter zou de economische crisis uitbreken en tien jaar daarna de Tweede Wereldoorlog, gevolgd door de Wederopbouwtijd. Een vijftienjarige periode van schaarste, verminderende welvaart en stagnerende lonen, een trend die tot de jaren vijftig zou voortduren. In dat licht gezien zal Beijnes dan ook nimmer geklaagd hebben over de hoogte van zijn vaste jaarwedde,

De ná hem aangestelde gemeentegeneesheren moesten met aanzienlijk minder genoegen nemen, zoals later zal worden aangetoond. Deze vermindering van de jaarwedde kon worden doorgevoerd wegens de veranderde toestanden op het gebied van de geneeskundige armenzorg. Alle armen waren intussen in ziekenfondsen ondergebracht, waardoor het ‘armenbriefje’ tot het verleden behoorde. ‘Zodoende was een wijziging van de deswege geldende regeling noodzakelijk’, aldus de burgemeester tot de raadsleden.

06-03-18 14:56


Beijnes op z’n oude dag met zijn DAF- auto op pad om kinderen blij te maken Foto is overgenomen uit GIDS feestweek rond de ingebruikname van het nieuwe parochie -centrum op de SIONSHEUVEL 30 maart 1968. In die tijd had hij een meningsverschil met pastoor Swinkels van de parochie Cosmas en Damianus. De ruim tachtigjarige maar nog steeds strijdbare Beijnes vertikte het om de kwestie bijteleggen en bezocht voortaan de kerk van H. Landstichting, waar hij met zijn DAF -autootje naartoe reed. De controverse weerhield hem er overigens niet van om op gezette tijden ook bij de dorpskerk bid – of heiligenprentjes uit te delen aan de jeugd. De foto is gemaakt op de parkeerplaats van de in 1961 aan de Bremstraat gebouwde noodkerk. Toen het gebouw in 1975 afbrandde stond het bekend als clubhuis Sionsheuvel. Dokter J.A.M. Beijnes overleed in 1970 op 88-jarige leeftijd; over zijn levensloop zou een streekroman geschreven kunnen worden

Gemeenteraad wil ‘Eervol ontslag’ veranderd zien in: ‘Onder dankzegging voor bewezen diensten’ Tijdens de raadsvergadering van 19 september 1947 komt het voorstel van B&W om Beijnes eervol ontslag te verlenen aan de orde. Als eerste werd vanuit de raad gevraagd of voor Beijnes’s opvolger reeds een vergoeding is bepaald volgens de nieuwe richtlijnen. Het antwoord is: ‘dat het de bedoeling is een matige vergoeding toe te kennen voor hulp welke slechts in uitzonderingsgevallen gevraagd zal worden. Gedacht is bijvoorbeeld f 200.- in overeenstemming met hetgeen in andere gemeenten gegeven wordt’. (…) Daarna komt het door de burgemeester en wethouders ingediend raadsvoorstel aan de orde, dat – opmerkelijk genoeg – door wethouder H. Jacobs (de Platte) ter discussie wordt gesteld. Deze vertegenwoordiger van de katholieke arbeidersbeweging (KAB) stelt voor om het ontslag te verlenen: ‘onder dankzegging voor bewezen diensten’. Zijn voorstel krijgt de steun van ALLE raadsleden, die zodoende de kennelijk onder de bevolking bestaande weerstand tegen de kwalificatie ‘eervol’ kenbaar maken. ‘Overigens’, zo wordt hierna genotuleerd: ’wordt het ontslag verleend

Geneesheren v Groesbeek.indd 59

volgens het voorstel van B &W’. Verknocht aan zijn huisartsenpraktijk, bleef Beijnes ná zijn 65ste nog drie jaar aan het werk. Dit was mogelijk omdat het aantal patiënten intussen gehalveerd was, overgenomen door zijn schoonzoon dokter Van Wayenburg. Deze kreeg van Beijnes ook adviseurschap van Het Wit-Gele Kruis overgedragen

| 59

Dokter Beijnes, 39 jaar na zijn dood weer in de publiciteit Dat er te Groesbeek toch, gelet op de vroeger bestaande controversiële verhouding tussen de dokter en het gemeentebestuur, een ‘Dokter Beijnespad’ benoemd is, behoeft enige uitleg. In het kader van de in 2006 ontwikkelde herinrichtingsplannen van het dorpscentrum en met name het plan om de nabij de protestantse kerk gelegen bron van de Groesbeek weer bloot te leggen, moest de gemeente grond aankopen. Hiervoor benaderd werden vijf huizenbezitters wier tuin gelegen was tussen de Burg. Ottenhoffstraat en de Kerkstraat. Met vier grondeigenaren kon de gemeente zonder al te veel inspanning tot overeenstemming komen.

06-03-18 14:56


Herinnering aan een markant persoon uit de geschiedenis van groesbeek

60 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 60

De vijfde daarentegen was zeer gehecht aan haar grote tuin, mede omdat die uitgang verschafte naar de Kerkstraat. Zonder die uitweg was het achterhuis en de garage onbereikbaar. Wegens deze sterke onderhandelingspositie en niet het minst wegens het sterke karakter van de eigenaar, moest de gemeente alle onderhandelingstechnieken uit de kast trekken. Behalve de garantie dat de achterzijde van het huis toegankelijk zou blijven, stelde de gemeente voor om die doorgang de familienaam te geven; ter herinnering aan een markant persoon uit de Groesbeekse geschiedenis. Dit nu was een sterke zet die, samen met de bedongen grondprijs, uiteindelijk de doorslag gegeven zal hebben. In de Nieuwsbrief Centrum Plannen van februari 2008 wordt over de transactie als volgt bericht: (…) ‘Etty Notermans-Beijnes (90 jaar) en Trees van

Wayenburg – Beijnes (88 jaar) zijn beiden opgegroeid aan de Burg. Ottenhoffstraat 9, waar hun vader een huisartsenpraktijk had. Etty Notermans -Beijnes betrok na het overlijden van haar man het ouderlijk huis en woont daar nog steeds. Een deel van de diepe tuin heeft ze verkocht aan de gemeente Groesbeek in verband met het opgraven van de bron van De Groesbeek’ (…)

ONTHULLING En zodoende werd op 26 maart 2009 door de dan 92 -jarige mevrouw Notermans het straatnaambordje met haar vaders naam onthuld. Opgemerkt zij wel dat het geen officiële straatnaam is. Dat echter zal haar niet gedeerd hebben. Hoofdzaak zal de bevestiging van de vroeger zo roemruchte naam Beijnes zijn geweest.

06-03-18 14:56


Dokters C.W. Leibbrandt en J. Kippersluijs en Mevr. M. van Grotenhuis – van Oppen in 1948. Ter gelegenheid van de uitreiking van het eerste PH –diploma aan vier geslaagde cursisten, wordt een groepsfoto gemaakt van de daarbij betrokken personen. Drie daarvan worden besproken in deze uitgave, waarvan twee - wegens hun enorme verdiensten - zelfs zeer uitgebreid. Omdat ze hier aan het begin van hun carrière zijn afgebeeld en nog onbewust van het gegeven dat ze zo´n grote rol in de Groesbeekse samenleving zullen gaan vervullen, is van die groepsfoto deze uitsnede gemaakt. Rechts staat dokter en docent psychiatrie C.W. Leibbrandt, die hier van 1934 tot 1939 werkzaam was als psychiater - neuroloog. Naast hem staat zijn opvolger, dokter en docent gezondheidsleer J.Kippersluijs, die hier tot 1986 actief zou zijn. Links zit mevrouw M. van Grotenhuis - van Oppen, die zich zestig jaar lang, van 1946 tot 2006, zou inzetten voor het gezondheidswerk van Het Wit- Gele Kruis. Om de naast haar gezeten heer A. Otter niet tekort te doen, zijn functie is: directeur Centrale Bond voor Inwendige Zending en Christelijk Maatschappelijk werk. De originele foto was niet voorhanden; daarom met raster en al overgenomen uit het boek 1929 -1989 Groesbeekse Tehuizen blz. 78. Mevrouw Van Grotenhuis poseert op deze foto als plaatsvervanger van haar man, burgemeester Jhr. R.van Grotenhuis, die verhinderd zal zijn geweest de diploma-uitreiking bij te wonen. De officiële naam van de protestantse stichting was ‘Nederlandse Centrale voor Praktische Werkverruiming en Hulp te Groesbeek’. Voor het gemak afgekort tot PH ofwel Praktische Hulp. In 1971 werden de zes tehuizen voor volwassenen afgesplitst en onder gebracht in een eigen Stichting Volwassenzorg Groesbeekse Tehuizen. De stichting is kort na de eeuwwisseling gefuseerd met de Stichting Pluryn.

| 61

Vestiging van een tweede huisartsenpraktijk in1934

blad van 24 oktober 1973: (…) Dokter Kippersluijs wist al op jonge leeftijd dat hij huisarts wilde worden. Na zijn studies was hij drie maanden assistent bij prof. Tjebbes, een bekend chirurg te Utrecht. Om de kindergeneeskunde In 1934 wordt de psychiater - neuroloog C.W. Leibbrandt aangesteld tot arts van de ‘Groesbeekse Tehuizen’ (thans goed te leren liep hij vervolgens een kwartaal mee met prof Haverschmidt en op het terrein van de orthopedie asPlurijn) destijds uitsluitend bewoond door personen van sisteerde hij bij dr. Van Es in de St. Annakliniek te Leiden. protestants - christelijken huize. Daarnaast opent Leibrandt een huisartsenpraktijk, die voornamelijk door hier Na in diverse plaatsen als waarnemend arts gefungeerd te hebben kwam hij in 1939 naar Groesbeek, waar hij zich wonende protestanten bezocht wordt. vestigt op adres Molenweg 22. Al vlug bemerkte Kippersluijs dat de zuigelingensterfte hier groot was, minstens Vestiging Dokter J. Kippersluijs zestig baby’s gingen er per jaar dood. Bijgestaan door zijn echtgenote, de verloskundige mevrouw Frenken en Zuster In 1939 wordt de huisartspraktijk van Leibbrandt Hubertha van het Duits klooster begon Dokter Kipperovergenomen door de eveneens protestantse dokter sluijs een consultatiebureau voor zuigelingen in een J.Kippersluijs, die desondanks al vlug het vertrouwen weet te winnen van een groot aantal katholieke patiënten. leegstaand lokaal van de protestantse school aan de Op welke wijze wordt verwoordt in het Groesbeeks Week- Molenweg. Eenmaal per week kwamen zo’n 50 á 60

Geneesheren v Groesbeek.indd 61

06-03-18 14:56


Molenweg nr. 22 en 24. Voormalige woning annex praktijk van dokter Kippersluijs gezien in juni 2017.

62 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 62

Het oorspronkelijke pand (dubbelwoonhuis) werd in 1936 gebouwd en door de eigenaar verhuurd aan de Centrale P.H. en aan dokter Liebrand. De dokterswoning werd in 1939 betrokken door dokter Kippersluijs. In de oorlogsperiode 1944-1945 werd het pand door granaatvuur zwaar beschadigd. Vanuit zijn evacuatieadres vroeg Kippersluijs in februari 1945 toestemming om de restanten van zijn huis te mogen doorzoeken op nog bruikbaar instrumentarium en andere benodigdheden. Dit bleek niet zonder gevaar te zijn wegens niet ontplofte munitie en mogelijk achtergelaten boobytraps. Na het woongedeelte van het huis provisorisch hersteld te hebben, keerde het doktersgezin in mei 1945 terug in Groesbeek. Omdat de praktijkruimte onbruikbaar was, moest een vervangende ruimte gevonden worden. Kippersluijs kreeg het voor elkaar om de lunchroom van bakkerij Hombergen aan de Dorpsstaat te mogen gebruiken als spreekkamer. Hiervoor moest de dokter eerst wel een daar geparkeerde geallieerde pantserwagen (waarschijnlijk een Heavy Armoured) verwijderd zien te

krijgen, wat de bakker niet gedaan kreeg. Dit lukte Kippersluijs door aan een Engelse officier de sarcastische vraag te stellen of het voertuig misschien verkouden kon worden. Nadat de oorlogsschade aan de Molenweg hersteld was kon de benedenverdieping van de linker woning ingericht worden tot wachtkamer, spreekkamer, een aantal behandelkamertjes, apotheek en klein laboratorium voor urine en bloedonderzoek. In 1952 wordt de bovenverdieping van Molenweg 24 betrokken door de familie A. Gorter- Bokma. Na vertrek van de familie wordt de onderliggende praktijkruimte in1963 geheel verbouwd en doelmatiger ingericht. De voordeur wordt nu de ingang van de praktijk en de voorkamer wordt de werkplek van de gediplomeerde doktersassistente Mej. Van der Kloot. In 1973 neemt dokter J. Beltman de praktijk over, waarna in 1979 door een uitbreiding van Molenweg 24 de entree van de praktijkruimte verlegd wordt. De deur van de praktijk wordt gesloten op 21 mei 2001, de dag dat het Gezondheidscentrum Op de Paap geopend wordt.

moeders met hun baby’s. Het consult was gratis. De onontkoombare lasten voor het schoonmaken van het lokaal, voor de verlichting, de verwarming en de apparatuur werden merendeels uit eigen zak gefinancierd, tot ná een bezoek van de inspecteur van de Volksgezondheid er een subsidie voor dit werk kwam. Ja, herinnert de dokter zich, er stond in de oude school een busje met de afbeelding van een ooievaar erop en daar kon men een gift instoppen. Ten gevolge van de subsidieregeling kwam het

consultatiebureau onder Het Wit - Gele Kruis van Groesbeek. In klooster Mariëndaal werd een lokaal ingericht en bij de opening hiervan waren 80 moeders aanwezig, aldus de dokter. De zuigelingensterfte in Groesbeek nam fors af. Tot zover het Groesbeeks Weekblad van dec. 1973.

06-03-18 14:56


Dokter Kippersluijs ziet zijn pionierswerk in 1943 bekroond

alsmaar beter kennen. Het contact met de dorpelingen vermeerdert als hij in januari 1947 tot gemeentegeneesheer benoemd wordt, als opvolger van Beijnes. In Ter completering van het voorgaande interview mag die- die functie wordt hij, vooral binnen de arbeidersklasse, mateloos populair. Want zo ging de mare: ’t is enne barre nen het op 25 febr. 1943 geplaatste krantenbericht: goeie mins’, welke faam hij vooral kreeg door mannen die in de ziektewet liepen niet zo streng te onderzoeken. Als CONSULTATIEBUREAU VOOR ZUIGELINGEN iemand klaagde: ‘miene rug duut nog zo’n pien’, dan was Naar wij vernemen zal dr. F.J.Peljak, kinderarts te NijKippersluijs niet de man dat in twijfel te trekken. Dit was, megen, op Donderdag 4 maart om 3 uur ’s middags een aanvang maken met een consultatiebureau voor zuigelin- onder anderen, de reden waarom veel arbeiders, toen ze gen te houden in het Duits Klooster alhier. Dit geschiedt in eenmaal zelf een huisarts mochten kiezen, massaal voor overleg met de federatieve commissie ter bevordering der de praktijk van Kippersluis kozen. Ook de 18 of 19 -jarige dienstplichtige soldaten wisten hem te vinden, als ze een hygiëne van moeder en kind in de provincie Gelderland. ziektebriefje nodig hadden wegens het uitlopen van het Zoals begrijpelijk is verlenen alle artsen te Groesbeek weekeindverlof. Vol met militairen zat de wachtkamer op hieraan hun volle medewerking en wordt daarmee hun kermismaandag, welke dag niet gemist mocht worden, bestaande bureau gelijktijdig opgeheven. Met de instelling van het bovenbedoelde consultatiebureau ziet boven- waarvoor Kippersluijs meestal wel begrip had. al dr. J.Kippersluijs, arts te Groesbeek, zijn pionierswerk Jaarwedde aanzienlijk lager op dit gebied hier ter plaatse bekroond, daar hij toch de door nieuwe instructie man was die hier dit mooie en nuttige werk is begonnen en wiens streven het was dat uiteindelijk een consultatiebureau zou ontstaan, waaraan een kinderarts verbonden In 1957 ontving Kippersluijs als gemeentegeneesheer een bezoldiging van ƒ. 215,06 per jaar, welk bedrag in 1965 veris. Aldus de Nijmeesche Courant van 25-2-1943. hoogd was tot ƒ. 647,99. Het verschil tussen de Jaarwedde van Beijnes, tot 1947 ƒ. 3000,- , en die Van Kippersluijs is Dokter Kippersluijs - enne goeie mins - in aanzienlijk en behoeft derhalve een verklaring. In 1947, 1947 benoemd tot gemeentegeneesheer na het ontslag van Beijnes, werd bij raadsbesluit van 19 sept. 1947 een nieuwe Instructie voor de gemeenteDe aanzet hiertoe wordt gegeven als hij in 1942 (tijdens de geneesheer vastgesteld. Het salaris werd bepaald op ƒ. 150, - per jaar. Deze verlaging van het salaris was een Duitse bezetting) op verzoek van Antoon Oomen en Frits Verhey E.H.B.O. cursus gaat geven aan de blokploegen en gevolg van een door het Burgerlijk Armbestuur getroffen voorziening, waardoor er geen bewijzen van kosteloze andere diensten van de Luchtbeschermingsdienst. Deze hulp (armenbriefje) afgegeven hoefden te worden. Prakcursus zou uiteindelijk tevens leiden tot de oprichting in tisch iedereen was verzekerd en voor mensen die daartoe 1945 van een plaatselijke afdeling van het Ned. Oranje niet in staat waren betaalde IMZ de ziekenfondspremie. Kruis, later Rode Kruis genoemd. De EHBO –lessen waHet instituut van de ‘geneeskundige armenverzorging’ ren intussen overgenomen door dokter Van Waijenburg. ging tot het verleden behoren toen op 1 jan. 1965 de Al doende leerde de bevolking de protestantse dokter

Geneesheren v Groesbeek.indd 63

| 63

06-03-18 14:56


Pension Schoonzicht aan de Pannenstraat, eind 1941 betrokken door de huisarts P. van Wayenburg

64 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 64

De linker foto is gemaakt omstreeks 1915, in welke tijd het huis bewoond wordt door de gezusters Hamer. Hun vader was hoofdonderwijzer geweest van de openbare lagere school aan de Kerkstraat, aan welke school dochter Dorothea hem opvolgde als leerkracht. Na haar pensionering begon Dora aan huis een privé schooltje, van 1928 tot 1930. Ze gaf lager onderwijs aan twee uit de gegoede stand afkomstige kinderen, aan Tom Luijben (zoontje van de gemeentesecretaris) en aan Trees Beijnes (dochtertje van de gemeentegeneesheer) Veel meer leerlingen kon zij trouwens niet aannemen, want ze moest ook nog zorgen voor haar ziekelijke zuster Berdina, de vroegere pensionhoudster. Enige tijd na hun overlijden werd het huis in 1941 betrokken door het kersverse doktersechtpaar Paul van Wayenburg – Trees Beijnes. Voor Trees, omdat zij daar vroeger ‘naar school’ was geweest,

een bijzondere samenloop van omstandigheden. Het echtpaar Van Wayenburg heeft daar tot 1978 gewoond en gewerkt. Daarna is het pand verkocht en kreeg het een educatieve bestemming, tot het in 2016 enkel als woonhuis werd ingericht. Zoals de foto laat zien moest men vroeger via een vrij steile trap naar het hoger gelegen huis toe. Ooit moet dat gedeelte van de weg wel haast ter hoogte van de grondslag van het huis gelopen hebben. Eerst door erosie, en later door het uitgraven van dat gedeelte, is de weg daar minder heuvelachtig geworden. Nadat dokter Van Wayenburg daar zijn praktijk gevestigd had, werd er rechts van het huis een inrit aangelegd, over welke flauw oplopende opgang duizenden dorpelingen, al dan niet met bezwaard gemoed, zijn dokterspraktijk bezocht hebben.

Algemene Bijstandwet werd ingevoerd. De functie van gemeente-geneesheer kon sindsdien dan ook alleen nog maar gezien worden als medisch adviseur. Incidentele diensten ten behoeve van de gemeente konden afzonderlijk van het jaarsalaris in rekening worden gebracht. (GA 2001)

Meerdere gemeentegeneesheren Voor de goede orde moet vermeld worden dat Kippersluijs’ bezoldiging niet als enige de gemeentelijke kas belastte. Met ingang van 1 febr. 1951 namelijk waren ook de eerder genoemde huisartsen Jac. Koot en P. van Wayenburg tot gemeentegeneesheer en lijkschouwer benoemd. De laatstgenoemde kreeg over 1962 een bezoldiging uitgekeerd van ƒ. 302, 97. Na het vertrek van de huisarts Koot, wordt zijn opvolger J. van de Thillart

06-03-18 14:56


Dorpsstraat in 1979, met vooraan rechts de voormalige huisartsenpraktijk van achtereenvolgens de dokters Jac. Koot, J.v.d. Thillart en H. Kupers Het naast het hotel –café ‘In De Locomotief’ staande pand was oorspronkelijk een winkelhuis (bakkerij annex lunchroom), in 1930 gebouwd door de aannemer –metselaar en caféhouder Gerrit Driessen. In de oorlogstijd 1944-1945 werd het pand door een voltreffer zwaar beschadigd. Om de bakker Willie Driessen in staat te stellen zijn werk te hervatten ging Gerrit Driessen (verhuurder van het pand) na terugkomst van de evacuatie over tot een provisorisch herstel van het bedrijfspand. In 1950 verhuist de bakker naar een nieuwbouw aan de overzijde van de straat, waarna G.Driessen het oorlogsschadepand laat verbouwen tot een eigentijds winkelhuis. Tijdens de bouw geeft de huisarts Jac. Koot te kennen het pand te willen kopen, om daar te gaan wonen en zijn dokterspraktijk te vestigen, dit ter verklaring waarom het

doktershuis twee voor etalage bedoelde ramen heeft. In 1960 wordt de praktijk overgenomen door dokter J.v.d. Thillart, die het pand laat vergroten door de aanbouw van een aparte praktijkruimte annex huisapotheek. In 1966 wordt hij opgevolgd door dokter H. Kupers, die in 1975 verhuist naar een nieuw aan de Zevenheuvelenweg gebouwd pand. Ruim een jaar eerder had het echtpaar G.G. Driessen – E. Kerstens het doktershuis al gekocht, met welke aankoop de accommodatie van hun hotel – café behoorlijk kon worden uitgebreid. Wegens voor hun moverende redenen verkoopt het echtpaar in het begin van de jaren negentig de twee panden aan de gemeente Groesbeek, die daar in 1994 begint met de bouw van een nieuw gemeentehuis en met de afronding van het Dorpsplein.

per 1 april 1960 benoemd tot gemeentegeneesheer en gemeentelijk lijkschouwer. Hem werd over 1961 een bezoldiging overgemaakt van ƒ. 248,58. Op 26 maart 1965 wordt gerapporteerd: ‘Aangewezen zijn drie plaatselijke geneesheren. Momenteel bedraagt de vergoeding fl. 280,- per jaar, per geneesheer. Daarnaast wordt nog kindertoelage uitbetaald, zodat de totale kosten in 1964 plm. Fl. 1200,- bedroegen.

Huisartsenpraktijk annex huisapotheek tot 1967

Geneesheren v Groesbeek.indd 65

| 65

Tot circa 1950 waren de meeste Nederlandse huisartsen ook apotheekhouder. Al werden de medicijnen meestal geleverd door een opgeleide apotheker. Bepaalde zalfjes, poeders en drankjes echter werden door de huisarts zelf vervaardigd. Zeker voor dorpsdokters een van zelfsprekend onderdeel van het beroep. Die het zich permitteren konden echter hadden een of meer apothekersassistenten in dienst. Als dokter J.Kippersluijs vanwege zijn

06-03-18 14:56


Kijkje in de spreekkamer en huisapotheek van dokter J. Kippersluijs in 1964.

66 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 66

De volgende zes foto’s zijn gemaakt ter gelegenheid van Kippersluijs’s 25-jarig jubileum als huisarts te Groesbeek. Op de eerste foto geeft de dokter consult aan een bewoonster van een van de Groesbeekse Tehuizen. Zoals in die tijd gewoon en verwacht, draagt Kippersluijs een witte jas. De witte jas als icoon van smetteloosheid was rond 1900 in de Nederlandse ziekenhuizen gemeengoed geworden. Sinds die

tijd gingen zichzelf respecterende huisartsen in de spreekkamer altijd gekleed in de z.g.‘doktersjas’, aan welk statussymbool de medische stand de laatste decennia minder waarde is gaan hechten. Zo ook aan betegelde muren in de spreekkamer. Witte tegels, waartegen de bruine medicijnflesjes duidelijk afsteken. Het is een smetteloos geheel. De originele foto is overgenomen uit 1929 -1989 Groesbeekse Tehuizenbblz. 96.

pensionering op 27 dec. 1973 voor De Gelderlander geïnterviewd wordt, verteld hij over de medicijnen verstrekking tijdens de Tweede Wereldoorlog het volgende: ‘De oorlog bracht veel praktisch ongemak. Het was hard werken in die tijd, want naast de moeizaam per fiets af te leggen kilometers hield ik, zoals in die tijd gebruikelijk was, apotheek aan huis. Na de spreekuren en het bezoeken van de patiënten ging ik ’s avonds de apotheek in om de recepten klaar te maken, waarbij in die oorlogsjaren nog een extra moeilijkheid kwam. Het was namelijk vreselijk moeilijk om aan grondstoffen te komen. Je kon natuurlijk wel voorschrijven, maar je kon beter eerst kijken wat je in huis had’. De naoorlogse generatie huisartsen maakte steeds meer gebruik van de in opkomst zijnde groothandels. Een arts uit de jaren zestig daarna gevraagd vertelde: ’De huisartsen verstrekte aan de patiënten alle gangbare en minder gangbare medicijnen. Ze werden geleverd door

medicijnengroothandels, dezelfde dag, of bij uitzondering 24 uur later’. Voor de plaatselijke huisartsen wordt het leven wat dat aanbelangd eenvoudiger als op 1 april 1967 door mevrouw M. Russel – Gulikers aan de Mooksebaan een apotheek geopend wordt. Vanaf die dag worden de huisapotheken hier geleidelijk aan opgeheven. Een gelukkig toeval is dat een daarvan –waarschijnlijk de grootste- voordien gefotografeerd is. Joop Kippersluijs, een zoon van, was zo vriendelijk deze toch wel unieke foto’s ter beschikking te stellen. Opgemerkt zij dat het interieur van de apotheek pas na de oorlog, in 1963, dit aanzien kreeg. In dat jaar kreeg dokter Kippersluijs de beschikking over het hele pand en zodoende de gelegenheid de apotheek te verplaatsen en geheel nieuw in te richten. Ter afronding van de plaatselijke apotheekgeschiedenis zij vermeld dat mevrouw M. Russel - Gulikers haar in 1967 geopende apotheek aan de Mooksebaan 21 in 1972 verhuist naar het voormalige parochiehuis aan de

06-03-18 14:56


De apotheekruimte is uitgebreid in beeld gebracht. Uiteraard is ook hier alles geordend en blinkend schoon. Op de eerste daar gemaakte foto poseert de dokter met de telefoon aan het oor, hierbij gade geslagen door zijn vrouw G.Kippersluijs -Franken. Op de tweede foto zien we links de doktersassistente Diny van

der Kloot, die daar 23 jaar werkzaam zou zijn en wegens haar witte jas na verloop van tijd aangesproken werd als ‘dokter’. Rechts de apothekersassistente Noor Kampman en gehurkt haar collega Wilma van der Laan. De resterende foto’s spreken voor zich.

| 67

Dorpsstaat. Het door het echtpaar B.Russel gekochte gebouw krijgt de bestemming Medisch Centrum, wat beperkt blijft tot de apotheek en drie tandartspraktijken. In december 1996 wordt het gebouw verkocht aan een bouwonderneming. De apotheek blijft daar voorlopig gevestigd. In september 1991 komt die in handen van de apotheker Wouter van der Geest. Als de bouwmaatschappij IBC in loop van 2008 vergunning krijgt voor de bouw van het appartementencomplex De Weem, wordt de apotheek ondergebracht in een noodgebouw aan de Houtaan. Sinds 1 mei 2011 is de apotheek gevestigd in het toen geopende nieuw gebouwde Gezondheidscentrum Op de Paap. Anno 2017 wordt de apotheek nog steeds beheerd door W. van der Geest.

Dokter J. Kippersluijs aan het woord tijdens de receptie gehouden ter gelegenheid van zijn 25 - jarig huisartsenjubileum in 1964.

Geneesheren v Groesbeek.indd 67

06-03-18 14:56


Apotheek De Weem sinds 2011 apotheek Op de Paap.

68 |

Ter afronding van de plaatselijke apotheekgeschiedenis zij vermeld dat mevrouw M. Russel - Gulikers haar in 1967 geopende apotheek aan de Mooksebaan 21 in 1972 verhuist naar het voormalige in 1958 gebouwde parochiehuis aan de Dorpsstaat. Het door het echtpaar B.Russel gekochte gebouw krijgt de bestemming Medisch Centrum, wat beperkt blijft tot de apotheek en drie tandartspraktijken. In december 1996 wordt het gebouw verkocht aan een bouwonderneming. De apotheek blijft daar voorlopig gevestigd. In september 1991 komt die in handen van de apotheker Wouter van der Geest. Als de bouwmaatschappij IBC in loop van 2008 vergunning krijgt voor de bouw van het appartemen-

tencomplex De Weem, wordt de apotheek ondergebracht in een noodgebouw aan de Houtaan. Sinds 1 mei 2011 is de apotheek gevestigd in het toen geopende nieuw gebouwde Gezondheidscentrum Op de Paap. Anno 2017 wordt de apotheek nog steeds beheerd door W. van der Geest. De foto is gemaakt enige maanden voor de sloop, in november 2008, van het gebouw. NAAMSVERKLARING. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal betekend Weem: ‘donatie aan een kerk of klooster’. In dit geval de schenking van een grondstuk aan de kerk, gedaan vóór de reformatie. Evenals het grondstuk Op de Paap in oude akten aangeduid als ‘Kerkenland’.

Dokter Kippersluijs per 1 jan 1973 eervol over aan het artsenechtpaar J.Beltman en J.D. Beltman –v.d. Giesen. (Mevrouw Beltman overigens zal niet als ontslag als gemeentegeneesheer en huisarts maar als instellingsarts gaan werken) per 1 nov. 1973 afscheid praktijk

Tijdens de op 5 jan. 1974 gehouden afscheidsreceptie Na ongeveer 25 jaar als gemeentegeneesheer in functie te wordt het echtpaar J. Kippersluijs-Franken veel dank en erkentelijkheid betuigd. Onder de vele aanwezigen is ook zijn geweest werd aan Kippersluijs wegens het bereiken dokter Van den Helm, die tijdens de oorlogsjaren assisvan de 65-jarige leeftijd per 1 jan. 1973 eervol ontslag verleend. (GA.1732 en GA 2001). Na zijn ontslag liet hij het teerde. In zijn dankwoord memoreert Kippersluijs tevens gemeentebestuur weten de wens te hebben lijkschouwer mejuffrouw Van der Kloot, die hem 23 jaar had bijgestaan als doktersassistente. te blijven. Om dokter Kupers en dokter Waijenburg te ontlasten, wordt Kippersluijs in april 1973 door de burgemeester beëdigd tot gemeentelijk lijkschouwer. Vervolgens wordt geeft hij, na hier 35 jaar werkzaam te zijn geweest, met ingang van 1 nov. 1973 zijn praktijk

Geneesheren v Groesbeek.indd 68

06-03-18 14:56


Verloskundige ‘Zuster’ Maria de Heij, 1944-1974 Evenals de dokters Beijnes en Kippersluijs mag Maria de Heij als een legendarisch persoon beschouwd worden. Zij arriveerde hier in 1942 toen de aan Pannenstraat De verloskundige Maria de Heij geeft ‘acte de préséance’ 1964 woonachtige particuliere verloskundige Th.J.Verbeeten – Brüils zelf moest bevallen. Zij kreeg assistentie van Dokter Kippersluijs in 1986 nogmaals Maria de Heij, geboren te Gouda in 1919. In die periode eervol ontslag verleend leerde Maria ook de vroedvrouw Frencken kennen, die haar vertelde met haar praktijk te willen stoppen; ná Wegens medische redenen vraagt Kippersluijs op 5 aug. 18 jaar hier werkzaam te zijn geweest. Maria vertelde 1986 ontslag als: ‘lijkschouwer der Gemeente Groesbeek’. later dat zij op 1 september 1944 met haar eigen praktijk (GA 2001). Hij doet dit dertien jaar ná zijn pensionering gestart was, tijdelijk gevestigd in klooster Mariendaal. als huisarts, wat ten gemeente huize verwarring veroorOmdat de verloskundige altijd de voorgeschreven kleding zaakt. Kennelijk was men daar intussen vergeten hoe een droeg, zoals een lange zwarte sluier, werd ook Maria al en ander verlopen was, want op 30 september 1986 maakt vlug ‘zuster’ genoemd. Zestien dagen na haar aankomst, het Groesbeeks Weekblad melding van het: op 17 september 1944, brak hier het oorlogsgeweld in alle ‘EERVOL ONTSLAG VOOR DR. KIPPERSLUIJS hevigheid uit. De bevallingen echter gingen gewoon door. GEMEENTEGENEESHEER AF. Met gevaar voor eigen leven fietste ze door het dorp, zelfs tot dicht bij de Duitse grens, frontgebied, om vandaar Afgelopen donderdag is hem door de gemeenteraad eervol een kraamvrouw per handwagen naar een veilige plek ontslag verleend als gemeentegeneesheer. Kippersluijs te vervoeren. Haar moedig optreden is later in verschilheeft hier om medische redenen zelf om verzocht. lende publicaties bewierookt, zoals in het oorlogsboek Als sterren van de hemel, waarin zij ‘De Engel van GroesBehalve als geneesheer trad hij ook op als lijkschouwer. beek’ genoemd wordt. In de Haagse Courant van 25 aug. In zijn opvolging behoeft niet te worden voorzien omdat 1984 staat een twee pagina’s groot interview, waaruit reeds vier andere artsen ter plaatse kunnen optreden. de volgende wetenswaardigheden: Tijdens de in oktober De functie van gemeente-geneesheer dateert van 1947 en 1944 uitgeroepen evacuatie van Groesbeek belandt ze bestaat tegenwoordig niet meer’, aldus het weekblad. Dat te Heumen als verpleegster in een Britse hospitaaltent. Kippersluijs van 1973 tot 1986 enkel als lijkschouwer fun- Vandaar gaat ze met het geallieerde leger mee naar België geerde was de desbetreffende ambtenaar kennelijk ontom daar het Ardennen - offensief mee te maken. ’Ook ben gaan, met als gevolg dat de raad niet goed geïnformeerd ik erbij geweest toen de Britten de concentratiekampen werd. Drie jaar later, 20 febr. 1989, overlijdt Kippersluijs Dachau en Theresienstadt bevrijdden, maar daar praat ik op 81-jarige leeftijd. liever niet over’, aldus Maria 39 jaar ná de oorlog op 65 – jarige leeftijd. ( Het Ardennen –offensief begon op 16 dec. 1944 en duurde tot begin 1945. De bevrijding van het eerst

Geneesheren v Groesbeek.indd 69

| 69

06-03-18 14:56


70 |

Dit portret van Maria de Heij dateert 1942, als zij 23 jaar oud is. Zij poseert kort na haar eindexamen verloskunde en draagt de toen voorgeschreven uniforme kleding. Een zwarte lange sluier afgezet met een witte bies, een hoge gummiboord om de hals en gummimanchetten onder mouwen van de grijze japon. Op zon- en feestdagen werd een blauwe japon gedragen.

genoemde concentratiekamp was op 29 april 1945, door Amerikaanse soldaten. Het tweede genoemde kamp werd op 3 mei 1945 overgenomen door het Rode Kruis, terwijl de nabij gelegen stad op 9 mei door de Russen werd ingenomen). Hoe het ook zij, kennelijk is Maria de Heij niet eerder dan half mei 1945 in Groesbeek terugkomen; waar zij een verwoest en geplunderd dorp aantreft. Het lijkt erop dat haar afwezigheid voor de gepensioneerde vroedvrouw Frencken aanleiding was haar praktijk weer te hervatten.

Geneesheren v Groesbeek.indd 70

Deze veronderstelling is gebaseerd op de volgende op 6 april 1945 geplaatste oproep: ‘Kunnen en willen de Nijmeegse collega’s mij met 2 Kochsche Pincetten, één injectiespuitje, enige Ampullen Piton en Ermetrine en een gummi Katheter helpen! Ben totaal getroffen. Heb niets meer en de patiënten kunnen niet wachten. Wat u kunt missen kan bezorgd worden: Postweg 97, Nijmegen. M.H.C. Frencken – Bongaarts, Vroedvrouw, Groesbeek’. De functie van ‘gemeentevroedvrouw’ was toen al afgeschaft, blijkens een op 4 nov. 1949 gemaakte aantekening. Met de vroedvrouwen was een regeling getroffen die deze functie overbodig maakte. Behalve bij Frencken konden kraamvrouwen zich melden bij de verloskundige Th. J. Verbeeten - Brüils, die tot 1952 haar beroep uit zou oefenen. Na terugkeer in het dorp hervat Maria de Heij haar praktijk voortvarend en door haar manier van doen werd zij immens populair. Tevens ontpopt zij zich als toneelspeelster en stimulerend lid van ‘De Heidebloem’, welke toneelvereniging in de naoorlogse tijd grote faam verwierf. Als zij in 1974, na 30 jaar ‘verlost te hebben’ er mee stopt, heeft zij duizenden bevallingen begeleid. En omdat het indertijd de gewoonte was om de baby’s als laatste doopnaam die van de vroedvrouw te geven (ook de jongetjes) komt de naam Maria hier vaak voor. Naar aanleiding van het beëindigen van haar praktijk ontvangt zij van B. en W. een brief waarin zij bedankt wordt voor de bijzondere toewijding, zorgzaamheid en de persoonlijke benadering die voor veel gezinnen tot grote steun was geweest. (…) ‘Bovendien hebt u in sociaal- cultureel opzicht gedurende verschillende jaren veel voor een grote bevolkingsgroep van Groesbeek gedaan (…). Maria de Heij overleed 2 juli 1994 op 75 - jarige leeftijd. Opmerkelijk genoeg op de plek waar zij in 1944 haar praktijk begon, in het Bejaardenhuis Mariëndaal, opgetrokken naast het gelijknamige klooster.

06-03-18 14:56


Onder de kop: DOKTER KIPPERSLUIJS LEGT PRAKTIJK NEER plaatst het Groesbeeks Weekblad in oktober 1973 deze foto met het onderschrift: ‘Het gaande en komende artsenechtpaar verenigd op de foto. Van links naar rechts mevrouw G. Kippersluijs – Franken, dokter J. Kippersluijs, mevrouw J.D. Beltman–v.d. Giesen (instellingsarts) en de huisarts J.Beltman. Na bijna 35 jaar zijn dokterspraktijk te hebben uitgeoefend, neemt dokter J. Kippersluijs (65) afscheid van zijn patiënten in Groesbeek en Nijmegen. Zijn opvolger is dokter J. Beltman (33) die met zijn echtgenote de zorg over de patiënten gaat overnemen, waaronder die van de Groesbeekse Tehuizen (Pluryn) en van Levensavond in Nijmegen’. (…). ** Intussen zijn de namen van de instellingen waar mevrouw J.Beltman – v.d. Giesen als arts aan verbonden was veranderd in Pluryn en Woonzorgcentrum Vijverhof.

De laatstgenoemde aan de Kwakkenberg gelegen instelling stond tot circa 1975 bekend als Huize Levensavond / Juliana Oord. Het waren bejaardenhuizen van ‘Stichting Protestants Interkerkelijk Bejaarden Centrum’. Zes jaar na zijn komst trad dokter Beltman, door het geven van EHBO-cursussen, in de voetsporen van respectievelijk dokter Kippersluijs, dokter Waijenburg en de tandartsen Witte en Miedema. Tevens werd Beltman in 1980 voorzitter van de Groesbeekse Rode Kruis colonne. Deze functie heeft hij waargenomen tot 2001, in welk jaar de plaatselijke afdeling gefuseerd werd met de afdeling Nijmegen. Onder meer wegens zijn verdienste voor het plaatselijke Rode Kruiswerk werd hij in 2001 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau

Aan het Rode Kruis verbonden medici

al overgegeven aan dokter Van Waijenburg. In 1957 stelde de tandarts B. Witte zich beschikbaar als docent van de Rode Kruis - colonne Groesbeek. Vier jaar later, in 1960, werd hij tevens voorzitter, welke functie hij tot 1980 bekleedde. Na 36 jaar trouwe dienst kreeg B.Witte in 1993 de medaille van verdienste in zilver uitgereikt. Dit gebeurde door dokter J. Beltman die sinds 1980 voorzitter en docent van de Groesbeekse colonne was. Vermeldenswaardig is dat Beltman verschillende keren op vrijwillige basis als arts assistentie verleende op de Zonnebloemboot de Henri Dunant.

Dokter Klippersluijs begon in 1942 als eerste met het geven van een cursus Eerste Hulp Bij Ongelukken. Op een gegeven moment sloot de veearts Hommels zich bij de groep aan. Regelmatig nam hij het hart van een rund of varken mee om te demonstreren hoe een hart werkte. Deze EHBO - lessen zouden in 1945 leiden tot de oprichting van de plaatselijke afdeling van het Ned. Oranje Kruis, later Rode Kruis genoemd. In die tijd had dokter Kippersluijs het geven van de EHBO - cursussen

Geneesheren v Groesbeek.indd 71

| 71

06-03-18 14:56


Rode Kruis - colonne afd. Groesbeek tijdens de Kalorama - wandeltocht van 1956. Vooraan, van links naar rechts: A.de Bruin (Hoge Horst), A. van Doorn (trommelaar) en Th.‘Broer’ Driessen. Achter hem Annie Verhey en naar links Nellie Cillessen en Mies Heling. Op de fiets sergeant Langen uit Nijmegen. Naast hem A. Oomen (groeps-

72 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 72

commandant afdeling Groesbeek), dan volgen H. Sanders (van de Horst) en Michiel Cillessen. Daarachter lopen leden van de colonnes Beuningen en Weurt.

Taken die het Rode Kruis tracht na te streven

haar parate kennis op peil te houden. Uit haar gelederen zijn zes personen aangewezen, die bij ongevallen eerste hulp kunnen bieden, in afwachting van de komst van een dokter. Bij hen bent u altijd welkom voor goede raad, de Gegevens uit de in 1963 uitgegeven ALMANAK GROESBEEK, waarin de voorzitter B. Witte een ‘propagandistisch Eerste Hulpposten zij kenbaar aan een schild aan de gevel. De adressen zijn: A.Oomen. Reestraat 14. A. de Bruin, woordje’ publiceert: (…) Een opsomming van de vele Hoge Horst. Th. Wennekers, Frieselaan. Dames Cillessen, taken, die het Rode Kruis tracht na te streven, zal ik U Kloosterstraat. Th. Driessen, Leppert. Marechaussee besparen; U kent ze, en mogelijk zelfs uit eigen ervaring. post, Cranenburgsestraat. (…) Voorzitter B.Witte besluit Denkt u slechts aan de Eerste Hulpposten langs de weg, zijn verhaal met de mededeling dat de afdeling Groesbeek bloedtransfusiedienst en hoornvliestransplantatie, hulp momenteel ruim 800 contributie –betalende leden telt. aan gewonden, óók bij wielerwedstrijden, waar Rode Op 25 maart 1997 bericht het Groesbeeks Weekblad: Kruishelpers de wacht houden en het Welfarewerk voor Maandag is in het gebouw van het Nederlands Rode Kruis zieken. In Groesbeek verzorgt zij, samen met de Zonneafdeling Groesbeek aan de Bremstraat afscheid genomen bloem, de ziekenbedevaarten en ook het september- triduüm (betreft R.K. viering die zich over drie achtereenvol- van de heer P. Woestenburg, die sedert 1 januari 1990 de functie van colonnecommandant heeft bekleed. Aanwezig gende dagen uitstrekte, in dit geval gehouden in de kerk waren delegaties va het Nederland Rode Kruis uit omligvan de parochie Cosmas en Damianus). gende gemeenten. Alsmede een groot aantal (oud) colonHet Rode Kruis houdt ook inzamelingen voor rampen neleden. De voorzitter dokter J. Beltman prees de heer waar ook ter wereld (…) De actieve Groesbeekse Rode Woestenburg voor zijn zeer grote inzet en deskundigheid kruis –colonne, die in de wijde omtrek als bijzonder (….) Na afloop van de toespraak ontvangt Woestenberg kundig staat aangeschreven, oefent zich wekelijks om

06-03-18 14:56


de gouden onderscheiding van het Rode Kruis en wordt medegedeeld dat een uitstekende opvolger gevonden is de persoon van de heer Herman L.M. Wijnhoven.

Antoon Oomen, boegbeeld van het Groesbeekse Rode Kruiswerk

De in 1906 geboren zoon van de smid Oomen uit de Dorpsstraat, heeft zich op verschillende terreinen van het maatschappelijk leven verdienstelijk gemaakt. Op 13 juni 2001 bericht De Gelderlander: Na bijna vijftig De opsomming blijft voor hier beperkt tot zijn inzet jaar eerste hulp geboden te hebben, houdt de colonne voor de lijdende mens. Om die in de juiste context te van het Rode Kruis Groesbeek op met bestaan. (…) Rode plaatsen zij vermeld dat Antoon Oomen, zelfstandig Kruis –ambulances op grote evenementen als Vierdaagse, bakker, getrouwd was met Anna van Balkom en dat motorcross, wielrennen en concerten. Het is voorgoed het echtpaar negen kinderen kreeg. En verder dat hij verleden tijd. Professionele hulpdiensten zoals brandweer vijftig jaar zanger was van het kerkkoor van de Horst. en GGD nemen die taak van het Rode Kruis over. ‘Een Voorts was hij in de jaren vijftig commandant van de nederlaag vond ik de afschaffing van de colonne’, zegt plaatselijke afdeling Bescherming Burger Bevolking. voorzitter Jan Beltman. ‘maar het kon niet anders’. Antoon was in 1942 medeoprichter van de plaatselijke De rampenbestrijding is gecompliceerder geworden en de EHIO (Eerste Hulp in Oorlogstijd), welke na de oorlog overheid stelt steeds hogere eisen aan de hulpverleners. (augustus 1945) uitgroeide tot een afdeling van het Ned. Het nijpend te kort aan vrijwilligers en de vergrijzing Oranje Kruis en later omgezet werd in de Rode Kruis van de leden maakte het werk er niet makkelijker op. De colonne afd. Groesbeek. Antoon was de stuwende kracht, hoge kosten van de ambulance en de huisvesting gaven vijftien jaar was hij voorzitter van de EHBO-vereniging. uiteindelijk de doorslag. (….) Naar buiten toe bestaat de In 1955 werd hij benoemd tot groepscommandant in de colonne niet meer, maar nog wel op papier. Als de burrang van sergeant van de colonne Groesbeek. In 1957 gemeester ons nodig heeft, rukken wij uit. Zoals laatst slaagde hij als adjudant commandant en als zodanig bij de dodenherdenking. (…) Aldus de voorzitter dokter hebben veel mensen hem leren kennen. Hij leidde cursusJ. Beltman, die een paar maanden eerder benoemd was sen op tal van plaatsen, jureerde oefenwedstrijden, was tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Kort daarna is de aanwezig op ziekentransporten (bedevaarten) naar Rome, plaatselijke afdeling gefuseerd met het Ned. Rode Kruis Lourdes en Fatima. Als colonne - commandant trok hij afdeling Nijmegen. negen maal met een ziekentransport naar de bedevaartsplaats Beauraing en zestien maal naar het bungalowpark Mostertveen. Bovendien gaf hij als donor dertig maal bloed voor de transfusiedienst. Wegens zijn bijzondere verdiensten voor het Ned. Rode Kruis werd hij in 1969 onderscheiden met de Medaille van Verdienste in zilver. Antoon Oomen overleed in 1979 op 73 -jarige leeftijd aan de gevolgen van een verkeersongeluk.

Opheffing

Geneesheren v Groesbeek.indd 73

| 73

06-03-18 14:56


Huldiging Antoon Oomen op 22 mei 1969.

74 |

Tijdens de jaarvergadering van het Rode Kruis wordt Antoon Oomen gehuldigd voor het werk dat hij in de afgelopen vijfentwintig jaar heeft verricht. Op de linkse foto wordt hij gefeliciteerd door de oud-burgemeester Jonkheer R. van Grotenhuis, die als erevoorzitter van het plaatselijke Rode Kruis hem de Medaille van Verdienste heeft opgespeld.

Op de liggende foto wordt Antoon Oomen gefeliciteerd door de tandarts B. Witte, de voorzitter van de plaatselijke afdeling. De derde foto laat zien dat Antoon Oomen een beminnelijk man was, gelet op de gezichtsuitdrukking van de feliciterende vrouwelijke colonneleden, waaronder Jacqueline Veulings, mevrouw T.Kuyt, mevrouw S. Arends/Heeren.

Huisarts P. van Wayenburg, de laatste plaatselijke gemeentegeneesheer, 1951 - 1979

het bezorgen van valse bonkaarten en voor het huisvesten van onderduikers. Tot dit selecte groepje behoorde ook de toenmalige veearts B. Wolbert. PatiÍnten bezoek geschiedde per fiets en per motor. Het op 17 september 1944 losgebarsten oorlogsgeweld bezorgde Van Wayenburg Paul van Wayenburg kwam in 1941, op 27-jarige leeftijd, veel en gevaarlijk werk. Dag en nacht was hij in touw. Teals kersvers afgestudeerd huisarts vanuit Haarlem op ruggekeerd van de evacuatie werd zijn moed nogmaals op bezoek in Groesbeek vanwege zijn relatie met Beijnes’ dochter Trees. Het was tijdens de Duitse bezetting, op het de proef gesteld. Regelmatig liepen er mensen in het veld moment dat de maatregel werd afgekondigd dat het vanaf op een landmijn en om de gewonde persoon hulp te verlenen moest dokter Wayenburg ook dat veld in. En omdat er januari 1942 niet meer toegestaan zou zijn zich als arts best nog meer mijnen konden liggen, was daar moed voor te vestigen zonder lid te zijn van de Nazistische Artzennodig. Dokter Wayenburg vertelde later zeer inventief te kammer. Voor dokter Beijnes aanleiding hem te vragen hebben moeten optreden om de artsenpraktijk opnieuw zijn assistent te worden. Paul ging voortvarend te werk, op gang te brengen en de terugkerende mensen in het want behalve assistent werd hij in de herfst van 1941 door oorlogsgeweld verwoeste dorp op te vangen. Zoals in ook de schoonzoon van Beijnes. Tijdens de Duitse bezetseptember 1944 was het letterlijk helpen in onvoorstelting verrichtte Paul koerierdiensten voor de plaatselijke illegaliteit. Hij zorgde voor het doorgeven van berichten, bare noden! Door zijn beminnelijke wijze van optreden

Geneesheren v Groesbeek.indd 74

06-03-18 14:56


Dokters, in 1953 vijfde op de ranglijst van dorpsnotabelen De lijst van dorpsnotabelen in de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt aangevoerd door 1. de pastoor, 2. de burgemeester 3. de wethouders en 4. de huisartsen. In deze volgorde opgenomen op de lijst van het Ere - Comité samengesteld ter gelegenheid van de Eerste Plechtige H. Mis van de Weleerwaarde heer Th. Poelen van de Congregatie der Priesters van het Allerheiligste Sacrament op 27 sept. 1953. Het Ere - comité bestaat uit 24 notabelen, het Parochiaal - comité uit 26 en het Buurt - comité uit vijf personen, liefst 55 personen. Voor de toeschouwers van dergelijke optochten was het een indrukwekkend schouwspel, als de neomist en zijn familie met daarachter deze grote groep in jacquet geklede heren in optocht door het dorp trok. De tijd daaraan besteed, samen

met het bijwonen van zo’n plechtige H. Mis, sloeg een flink gat in de vrije zondag. Wat voor de jonge dokters en huisvaders Van Wayenburg en Koot als belastend ervaren zal zijn. Zeker omdat ze vaker werden gevraagd om deel te nemen in een ere- comité. En daarnaast voor deelname aan de Sacramentsprocessie, om als erewacht de onder een baldakijn lopende pastoor te flankeren tijdens de uren durende tocht door het dorp. Op deze foto van 2 juni 1959 wordt de jubilerende pastoor M. Pijnenborg ontvangen door een feest comité. In het midden een wat sceptisch toekijkende dokter J. Koot. Rechts van hem staat zijn zwager P. van Wayenburg, die glimlachend (en als enige met een bril!) toeluistert.

| 75

Vertegenwoordiger Parochie Cosmas en Damianus In het midden van de jaren vijftig wordt dokter Van Wayenburg, prominent katholiek, voorzitter van de ‘Commissie voor jeugdzaken in de gemeente Groesbeek’, zo blijkt uit de ALMANAK GROESBEEK 1963. Doel was: ‘algemene belangenbehartiging voor de gehele jeugd van de gemeente Groesbeek. Deze commissie, waarin mede de gemeente door een auditor vertegenwoordigd is, is samengesteld uit vertegenwoordigers van de parochiële overkoepelende jeugdorganen en de jeugdraad van de Ned. Hervormde Gemeente’. De commissie telde acht leden, waaronder de dominee, een raadslid, twee hoofdonderwijzers en

Geneesheren v Groesbeek.indd 75

de pedagogisch stafmedewerker van de Groesbeekse Tehuizen. Een gemêleerd gezelschap, waarvan de vergaderingen mogelijk ervaren zijn als het bezoeken van een herensociëteit. De dokter was ook betrokken bij de oprichting van het parochiehuis aan de Dorpsstraat. De inzegening en de ingebruikname van het gebouw vond plaatst op 1 nov. 1958. Uit het programmaboekje blijkt dat Dr. P. van Wayenburg voorzitter is van het nieuwe jeugdcentrum. Onder de bestuursleden bevindt zich ook Dr. B. Witte (tandarts), eveneens een met jeugd begaan man.

06-03-18 14:56


Zomer 1969. Dokter Van Wayenburg als lid van het 17 September Comité.

76 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 76

Als bekend wordt dat Groesbeek op 17 september 1969 bezocht zal worden door een groep veteranen van de 82nd US Airborne Division, wordt actie ondernomen. Op initiatief van de plaatselijke afdeling Gemeenschap Oud-Illegalen Werkers (GOIW) wordt het ‘17 September Comité’ opgericht. In het leven geroepen om de parachutisten die 25 jaar geleden de bevrijding brachten waardig te kunnen ontvangen. De oprichtingsvergadering wordt gehouden in de gelagkamer van Hotel -Café In De Locomotief,

waar de initiatiefnemers gefotografeerd worden. Aan het hoofd van de tafel dokter Paul van Wayenburg (GOIW), rechts van hem Norbert de Groot (schrijver van het oorlogsboek Als Sterren van de hemel) Vervolgens: Cees Tervoort, Frans van Bernebeek (GOIW), Jaap van Wayenburg, Antoon Schreven, Huub Eland (GOIW) en geheel links Ben Thissen (GOIW). Een aantal van de genoemde personen zal in 1978 toetreden tot de toen opgerichte Groesbeek Airborne Vrienden. (Foto GGD)

groeide zijn artsenpraktijk gestadig. De spreekkamer zat regelmatig vol, want doktersbezoek ‘op afspraak’ kende men nog niet. Ook ‘huisbezoek’ behoorde tot de dagelijkse gang van zaken. De toestroom van patiënten was gedeeltelijk toe te schrijven aan zijn benoeming in 1951 tot gemeentegeneesheer. Van de huisarts werd verwacht dat hij dag en nacht beschikbaar was, ook in het weekeinde. Er bestond nog geen telefoondienst, zodat een midden in de nacht opgebelde dokter de telefoon wel moest opnemen om daarna weleens de echtelijke sponde te moeten verlaten. Zowel voor de arts als voor zijn vrouw en kinderen een hele belasting. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor het gezin van Wayenburg, ook zijn collega’s kenden het probleem. Op een gegeven moment werd er door de drie plaatselijke huisartsen een rooster gemaakt voor het verrichten van weekend- avond- en nachtdiensten. Om beurten dienst

van zaterdag 16.00 uur tot zondag 23.00 uur. Daarna uitgebreid van zaterdag 12.00 uur (later vanaf 9.00 uur ) tot zondagavond 24.00 uur. De vakanties waren moeilijk te regelen, twee weken per jaar voor ieder was de bedoeling. Na ruim twintig jaar zo geleefd en gewerkt te hebben schijnen er bij Van Wayenburg vermoeidheidsverschijnselen te zijn ontstaan. Betreffende zijn functie van gemeentegeneesheer namelijk ging hij keuzes maken, tussen wat hij wel of niet kon afwijzen.

Klachten over functioneren gemeentegeneesheer In februari 1973 ontvangen B en W. een ambtelijk schrijven waarin in niet mis te verstane bewoordingen het functioneren van dokter van Waeyenburg bekritiseerd wordt. Volgens de chef van de Afdeling Bevolking (Burger-

06-03-18 14:56


zaken) verzaakt Van Waynenburg de laatste tijd zijn taak van lijkschouwer. Regelmatig wordt een beroep op hem gedaan, maar steeds zonder resultaat. Zodoende moet dokter Kupers nu alle lijkschouwingen verrichten, zelfs in zijn vrije weekenden. Voor een lijkschouwing van een patiënt van Dekkerswald vrijdags naar Nijmegen en zondags nogmaals voor het verzegelen van de lijkkist. Dat er geen beroep meer kan worden gedaan op de gemeente-geneesheer Van Wyenburg is een onbegrijpelijke zaak. Op grond van de instructie voor gemeentegeneesheren behoort mede tot zijn taak zonder kosten voor derden de doodschouw te verrichten. (…) De zeer uitvoerige brief eindigt met de aanbeveling om Van Wayenburg te ontslaan, als hij blijft weigeren om als lijkschouwer op te treden. Kennelijk wordt de aanbeveling door B. en W. voor kennisgeving aangenomen, want op 29 maart 1974 wordt een tweede poging ondernomen. ‘Voorstel aan B. en W. betreffende: ontslag Dr. Van Wayenburg als gemeentegeneesheer’. Als onderbouwing wordt aangevoerd dat hij zijn verplichting tot keuring van nieuw aan te nemen gemeentepersoneel steevast weigert na te komen met de mededeling: ‘geen tijd’. Dit geldt mede voor de functie van gemeentelijke lijkschouwer, waarvan verschillende voorbeelden genoemd worden. Op 20 maart 1973 bijvoorbeeld was hij gevraagd voor een lijkschouwing te Nijmegen van een op Dekkerswald overleden persoon. Het antwoord was: ‘Ik ben er voor de levenden en niet voor de doden’. (De meest recente weigering was die op 20 maart 1974, waarna deze aanbeveling aan B. en W. werd opgemaakt). (…) Aangezien dit zijn taak is en hij daarvoor een jaarlijks brutosalaris van fl. 2227,- ontvangt, is dit toch ongehoord. (…) In verband met het feit, dat de uit de vroegere Armenwet ontstane functie van gemeentegeneesheer inmiddels door de huidige gezondheidsorganisatie in ons land is achterhaald, kan deze thans eigenlijk historische functie worden opgeheven. ‘Ik moge uw college derhalve adviseren Dr. Van Wayenburg als gemeente –geneesheer

Geneesheren v Groesbeek.indd 77

ontslag te verlenen’, aldus een plichtsgetrouwe ambtenaar. Burgemeester en wethouders voelden er kennelijks niets voor de populaire en verder goed bekend staande huisarts te blameren. Meegewogen zal zijn de leeftijd van Van Wayenburg, wiens pensioengerechtigde leeftijd in zicht kwam.

Dokter van Hasselt ingeschakeld als part-time gemeentearts Afgaande op een in 1973 geplaatst artikel in Tijdschrift voor Geneeskunde 117,nr. 38 heeft de gemeente Groesbeek in die tijd weleens een beroep moeten doen op de in 1966 te Beek gepensioneerde dokter P.L.M. van Hasselt. In het genoemd tijdschrift wordt aandacht besteed aan de levensloop van de dokter, waaruit het volgende fragment: ‘In 1966 heeft hij zich uit de huisartsenpraktijk te Beek teruggetrokken en hij woont nu in zijn buitenhuis te Mook. (…) Hoewel hij nog steeds part- time als gemeente -arts te Groesbeek en als waarnemend bedrijfsarts werkt (…) Hoe vaak hij door de gemeente Groesbeek gevraagd is, is niet nagegaan. Vermoedelijk maar een enkele keer; als lijkschouwer. Toch was Van Hasselt hier een bekende persoonlijkheid, omdat hij tot circa 1940 huisarts was van verschillende aan de Wylerbaan en in het Lagewald wonende families. Ook voor bevallingen werd een beroep gedaan op de Beekse dokter, onder anderen door de familie Hermsen van de boerderij Het Lerkendaal. Voor Van Hasselt niet bezwaarlijk omdat hij op comfortabele wijze de afstand kon overbruggen. Hij was namelijk de eerste arts in Beek die zijn patiënten niet per motorfiets maar per auto bezocht. Over deze te Beek en omgeving legendarisch geworden huisarts is veel te vertellen, voor hier beperkt tot een paar citaten uit bovengenoemd tijdschrift: ‘Dokter P.L. M. van Hasselt (1896) vestigde zich als jong apotheekhoudend huisarts te Beek in 1923. Zijn praktijk breidde zich al spoedig uit over de Ooypolders,

| 77

06-03-18 14:56


het heuvelachtige terrein rondom Berg en Dal tot over de grens. Dokter Van Hasselt legde zijn praktijk neer in 1966, op 70- jarige leeftijd. Voor zijn veelzijdige verdiensten werd hij onderscheiden in de orde van St. Sylvester en tot Ridder van Oranje Nassau’. Het gegeven dat dokter Van Hasselt ook in Groesbeek gepraktiseerd heeft, was de aanleiding hem in deze uitgave te noemen.

Van Wayenburg krijgt assistentie

78 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 78

Of Van Wayenburg op de hoogte was van het bij het gemeentebestuur bestaande ongenoegen over zijn optreden, is niet bekend. De werkdruk was in 1973 wel aanleiding een assistent in dienst te nemen, dokter H. Verblackt, met wie hij zich per 1 jan. 1974 associeerde. Dokter Van Wayenburg blijft gewoon bij de gemeente op de loonlijst staan, zo blijkt uit een op 17 september 1975 door de gemeente aan dokter Kippersluijs gestuurde brief:’ Naar aanleiding van uw schrijven (…) deel ik u mede dat officieel Uw collega P.J.M. van Wayenburg als gemeente –arts is aangesteld. Het echtpaar J. en J.D. Beltman en de heer H.M.H. Kupers zijn daarnaast voor diverse zaken, zoals lijkschouwing, beschikbaar’. Begin 1978 wordt Van Wayenburg ziek, waarom er een plaatsvervanger gezocht moet worden. Het wordt dokter B. M. Roessingh, die in maart 1978 als waarnemend arts aantreedt. Als het herstel van Van Wayenburg langer duurt dan gedacht besluiten de voornoemde jonge dokters zich te associëren en de huisartsenpraktijk per 1 jan. 1979 over te nemen. Uiteraard gebeurde dit in goed overleg met dokter Van Wayenburg, die dan 64 jaar oud is. Hij kan er dan op bogen 38 jaar vertrouwensman van duizenden inwoners te zijn geweest. Zijn afscheidsreceptie in maart 1979 wordt dan ook zeer druk bezocht. Het Groesbeeks Weekblad doet daarvan op 14 maart uitgebreid verslag. Onder meer is te lezen dat Van Wayenburg gedurende de laatste

tien jaar bij Instituut Kemnade als instituut –arts was aangesteld. Hij was – en dit werd onderlijnd – veeleer huisdokter voor de jonge bewoners en daarvoor werd hij hartelijk bedankt. Ook burgemeester Baltussen roemde Van Wayenburg: ‘de mensen zijn de dokter zeer dankbaar voor zijn inzet en dienstbereidheid’. Namens de gemeenschap van Groesbeek dankte het ‘gemeente –hoofd’ zeer nadrukkelijk, ook persoonlijk, zijn waardering uitte’. Het kan zijn dat de burgemeester zijn lofrede met gemengde gevoelens uitgesproken heeft. Er moest namelijk nog een procedure afgerond worden, welke pas twee maanden later aan de orde komt.

Raadsvergadering van 10 mei 1979, agendapunt 4: ontslagaanvrage gemeentegeneesheer. Verleend per 1 juni 1979 Op 24 april is ingekomen de ontslagaanvrage als gemeente- geneesheer van P.J.M. van Wayenburg te Groesbeek. Zoals bekend heeft de dokter per 1 jan. j.l. zijn huisartsenpraktijk neergelegd en wil derhalve ook niet langer functioneren als gemeente –geneesheer. (…) De Raad wordt geadviseerd de dokter per 1 juni 1979 eervol ontslag te verlenen.(…) Onopgemerkt blijft het gegeven dat de huisarts P. van Wayenburg de laatste plaatselijke gemeente –geneesheer was, voor welke functie door de gemeente in de loop van de tijd 22 artsen waren aangesteld. Vergeten zijn ook de talloze aan deze functie bestede raadsvergaderingen. Vergeten zijn de roerige en emotionele debatten. Gevoerd vanwege het geloof van de aan te stellen gemeentegeneesheer, vanwege zijn disfunctioneren of de hoogte van zijn jaarwedde. Het was een functie die verschillende burgemeesters en wethouders hoofd-

06-03-18 14:56


brekens heeft bezorgd, de besognes waren niet gering. Niemand die het in 1979 memoreerde.

Praktijk van Wayenburg overgenomen door Verblackt en Roessingh, daarna door van Lenglet en Van der Lee en in 2008 uitgebreid met Lathouwers en Buurkes De in 1974 aangetreden dokter H. Verblackt associeerde zich met ingang van 1 jan. 1979 met de als waarnemend arts aangetreden B. Roessingh. Eind 1979 verhuist het tweetal van de Pannenstraat naar de Paulus Potterweg, waar een nieuw gebouwde praktijk betrokken wordt. In 1996 treed mevr. V. M. Lenglet tot de maatschap toe en mevr. J.E. van der Lee in 2006. Dokter Roessingh beëindigde zijn praktijkwerkzaamheden in 2007. Een jaar later, eind 2008, stopt dokter Verblackt, na een 35 –jarige staat van dienst. De Huisartsenpraktijk Paulus Potterweg wordt overgenomen door eerder genoemde dokters Lenglet en Van der Lee, die het team dan uitbreidden met de artsen mevrouw M. Lathouwers en de heer M. Buurkes.

Met goed gevolg, waarna de praktijk met ingang van 1 januari 1966 wordt overgenomen door dokter H. Kupers. De functie van gemeentegeneesheer echter krijgt Kupers niet toegewezen, zo besluiten B. en W. Er zijn er nog twee in functie, Kippersluijs en Wayenburg, wat voldoende is. De tijden zijn veranderd, vrijwel iedereen is verzekerd. Wel zal bij dokter Kupers geïnformeerd worden naar zijn bereidheid voor toepassing van de krankzinnigenwet etc. op basis van incidentele dienstverlening voor de gemeente. Uiteindelijk zal hem ook gevraagd worden om als lijkschouwer op te treden. Na dertig jaar hier gepraktiseerd te hebben stopt Dokter Kupers per 1 jan. 1996 met zijn praktijk. Vanzelfsprekend werd ook de afscheidsreceptie van het doktersechtpaar H. Kupers - G. Breuls zeer druk bezocht. De praktijk van dokter Kupers werd met ingang van 1 jan. 1996 overgenomen door de huisarts J. Schuurmans, die zich gevestigd had aan de Burg.Ottenhoffstraat. Na vernomen te hebben dat op die plek vroeger het huis van de burgemeester stond, noemde Schuurmans zijn pand: ‘Huisartsenpraktijk Ottenhoff’, waar dokter Schuurmans nog steeds - tegenwoordig samen met de huisarts mevrouw B. Thoonen - praktiseert.

| 79

Verloop huisartsenpraktijk Leibrandt Praktijk dokter Koot, overgenomen door Van de Thillart, daarna door Kupers en in De in 1936 door dokter C.W. Leibbrandt gevestigde huis1996 door Schuurmans artsenpraktijk werd in 1939 overgenomen door dokter De aan de Dorpsstraat gevestigde huisartsenpraktijk van dokter Jac. Koot was in april 1960 overgenomen door J. van de Thillart. Zoals zijn voorganger werd ook hij benoemd tot gemeentegeneesheer en gemeentelijk lijkschouwer. Zijn bezoldiging over 1961 bedroeg ƒ. 248,58. Na zes jaar zijn praktijk te hebben uitgeoefend solliciteerde hij elders op de post van ziekenhuisarts.

Geneesheren v Groesbeek.indd 79

J.Kippersluijs. De praktijk wordt in 1973 overgenomen door dokter J.Beltman, die in zich in 1977 associeert met dokter R.Schuurs. En na diens vertrek in 1987 met dokter P. Füssenich. Als dokter Beltman in 2001 afscheid neemt wordt dokter M. Dral de associé van dokter P. Füssenich. In mei van dat jaar verhuist de praktijk naar het Gezondheidscentrum Op de Paap, waar Füssenich en Dral sinds 2001 praktiseren.

06-03-18 14:56


Een vierde huisartsenpraktijk Volledigheidshalve zij nog vermeld dat er op 17 januari 1983 nog een vierde huisartsenpraktijk gevestigd werd, in Breedeweg, door het artsenechtpaar A.J.D. Duykers V.J.L.M. Mertens. Het echtpaar praktiseerde er 32 jaar, na welk tijdsbestek ‘Huisartsenpraktijk Breedeweg’ in 2015 werd overgenomen. Anno 2017 wordt het bestierd door

drie artsen, de dames D.M. Snijders, F.J. Nieuwenhuis en S. Saris- de Vries

Tot slot Om dit onderwerp overzichtelijk te houden, is er geen onderzoek gedaan naar de namen van de artsen die de praktijk houdende huisartsen ooit geassisteerd hebben.

80 |

De protestantse kerk en het daarbij gelegen kerkhof aan de Kerkstraat in 1924 De eerste kerk, toegewijd aan de H.H..Cosmas en Damianus, werd gebouwd omstreeks het jaar 1050. Op die plek verrees circa 1350 de tweede kerk en het godshuis van de huidige omvang circa 1550. De eerste dominee werd beroepen in 1612, waarbij de kerk in protestantse handen kwam. Evenals andere oude foto’s laat ook deze zien dat er op het kerkhof geen grafzerken te ontwaren zijn, slechts een tiental korte stenen paaltjes markeren het graf van minder draagkrachtige protestantse gemeenteleden. De meer vermogende overledenen zijn vroeger in de kerk begraven en later op het tussen de toren en de kerk aangelegde binnenkerkhof, tot 1935. Een aantal beter gesitueerden prefereerde buiten de muren begraven te worden. Voor hen werd aan de Kerkstraatzijde, links van de kerkdeur, een plek gereserveerd. Daar vindt men de grafzerken van enige adellijke grootgrondbezitters en notabelen.

Geneesheren v Groesbeek.indd 80

Merkwaardig is dat niets meer herinnert aan de daar tot 1849 begraven katholieke dorpelingen, wier aantal toch in de duizenden moet lopen. Men bedenke dat de begraafplaats aan de Kerkstraat vanaf circa 1600, toen er wegens de Reformatie niet meer begraven kon worden op het kerkhof bij de kapel aan de Grafwegen, tot 1849 de enige was, waarom de katholieken daar ook begraven werden. Daarvan echter zal maar een enkeling het geld voor een grafkruis of grafsteen hebben gehad. Honderden zijn er in zeer armoedige staat begraven, in een door de familie of buren gemaakte doodskist. Het voor de planken en nagels benodigde geld was in een aantal gevallen afkomstig uit de ‘Armenrekening’ van de Hervormde kerk, tot in 1849 het kerkhof aan de Kloosterstraat door de katholieken in gebruik werd genomen. (Foto: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, collectie G.G. Driessen)

06-03-18 14:56


SUPPLEMENT 1 Lijst van aan dysenterie of wel ‘rode loop’ gestorven dorpelingen in de periode 1769 -1823.

“Besmetting geschiedt door indirect fecaal contact via voedsel, gebruiksvoorwerpen, handdoeken en vliegen. Meestal ontstaat spontaan herstel na twee of zeven dagen. Soms is het verloop echter fataal, vooral bij kinderen In het kader van deze uitgave leek het gepast nog eens onder de twee jaar en bejaarden”. aandacht te besteden aan het tijdperk dat de bevolking Gelet op de veelal kleine en druk bewoonde behuizingen, regelmatig getroffen werd door een epidemie en met en het ontbreken van een ‘privaat’ met stromend water, is name door ‘de loop’. het geen wonder dat dysenterie in Groesbeek ongenadig In ‘Van Dale’ woordenboek staat de ziekte als volgt omschreven: ‘Hevige, door bacillen teweeggebrachte besmet- toesloeg: telijke darmontsteking, buikloop met bloedontlasting’. De uitgave 58 miljoen Nederlanders en hun ziekten (1977) In het jaar 1779: Kind van Claas de Haan, aan de loop laat aangaande deze besmettelijke ziekte lezen: ‘De ‘pers - 4- 8-1779. Kind van Willem Gerrits, aan de loop of rode loop’ (dysenterie) woedde nog rond 1780 dusdanig 24-9-1779. 26-9-1779. Hermijn Faassen, huisvrouw van Willem in Gelderland en Noord –Brabant dat er binnen enkele Gerrits, nalatende kinderen, aan de loop maan den duizenden doden vielen.’ 28-9-1779. Kind van Laurens Theunissen, aan de loop 7 –10-1779. Lamert Gerrits, jongeling, nalatende vader Dat dysenterie ook te Groesbeek ongenadig toesloeg en moeder, aan de loop blijkt uit het begraafboek, waarin de toenmalige pastoor 7- 10-1779. Kind van Derck Scholten, aan de loop Thijsse en later koster Nas in zo’n geval de doodsoorzaak 8- 10-1779. Kind van Gerrit Thijssen, aan de loop omschreef als ‘de loop’. 8 –10-1779. Kind van Evert Vissers,aan de loop De eerste epidemie, zover bekend, breekt uit in 1779. In dat jaar overlijden er te Groesbeek in totaal 59 personen, 10-10-1779. Kind van Matthijs de Haan, aan de loop waarvan 42 aan ‘de loop’. In 1782 overlijden totaal 44, 10-10-1779. Twee kinderen van Theus Theunissen, waarvan 5 aan ‘de loop’. In 1783 in totaal 83, waarvan 61 alle twee aan de loop aan ‘de loop’. In 1818 in totaal 47, waarvan 12 aan ‘de loop’ 12-10-1779. Kind van Toon Gerrits Bloem, aan de loop en in 1819 totaal 37, waarvan 13 personen aan ‘de loop’. 15-10-1779. Zoontje van Samuel Dreijers, wonende op Dit overzicht geeft aan dat te Groesbeek in ieder geval ’t Cleefs, aan de loop twee grote (in 1779 en 1783) en drie kleinere epidemieën Jantjen Gerrits, weduwe Gerrit Arjens, hebben geheerst. Opmerkelijk is dat de ziekte veelal in de 17-10-1779. nalatende kinderen, aan de loop maand augustus, in de zomer, uitbreekt en aan het eind 17-10-1779. Zoontje van Gerrit Thijssen, Grafwegen, van de maand november weer verdwijnt. aan de loop Dit tijdstip kan verklaard worden door de aard van de Kind van Hermen van Bebber, aan de loop bacterie, die gedijt namelijk onder onhygiënische omstan- 18-10-1779. 22-10-1779. Kind van Jan Hendrix, aan de loop digheden, zo blijkt uit een medisch naslagwerk:

Geneesheren v Groesbeek.indd 81

| 81

06-03-18 14:56


24-10-1779. 24-10-1779. 24-10-1779. 25-10-1779. 26-10-1779. 27-10-1779. 28-10-1779. 29-10-1779. 29-10-179. 30-10-1779. 82 |

30-10-1779. 31-10-1779. 31-10-1779. 2 -11-1779. 2 -11-1779. 3 -11-1779. 3 -11-1779. 3- 11-1779. 6- 11-1779. 10- 11-1779. 17-11-1779.

Geneesheren v Groesbeek.indd 82

Kind van Thijs Janssen, aan de loop Kind van Johannes Hopmans, aan de loop Kind van Peeter van de Heuvel, wonende aan het Endt, Cleefs Tertior, aan de loop Belia Hendrix, jonge dochter, nalatende vader en moeder, aan de loop Kind van Jan Simons, aan de loop Elisabeth Janssen Cosmas, vrouw van Lucas Janssen,nalatende kinderen, aan de loop Kind van Gerrit Wijers, aan de loop Kind van Willem Crebbers, aan de loop Jan Willems Rutten, jongman, nalatende moeder, broers en zussen, aan de loop Pauwel Rehorst, jongman, wonende op ’t Cleefs, nalatend ouders, aan de loop Catrijn Thoonen Jochems, jongedochter, nalatende ouders, aan de loop Peeter van den Heuvel, wonend op ’t Cleefs, nalatende vrouw en kinderen Kind van Derk Camps, Mies, aan de loop Kind van Jacob Caall, aan de loop Kind van Lucas Janssen, aan de loop Gerritje Gerrits, vrouw van Willem Crebbers, nalatende 1 kind of meer, aan de loop Jan Simons, nalatende vrouw en kinderen, aan de loop Weduwe Vervuuren, wonende op t’Cleefs, nalatende kinderen, aan de loop Zeijltje Jansen, onegte jonge dochter, nalatende moeder, aan de loop Catrijn Jansen (Bremer), jonge dogter, nalatende vader en moeder, aan de loop Maria Peeters, weduwe, nalatende kinderen, aan de loop

18-11-1779. 20-11-1779.

Derck Gerrits (Nijerf) met zijn zoontje, nalatende vrouw en kinderen, beide aan de loop gestorven. Kind van Thoon Janssen, (Stap), aan de loop

In het jaar 1783: 9- 8-1783.

12-8-1783. 16-8-1783. 22-8-1783. naloop 1- 9-1783. 1- 9-1783. 2 -9-1783. 5- 9-1783. 7 -9-1783. 8-9-1783. 10-9-1783. 11-9-1783. 11-9-1783. 13-9-1783. 14-9-1783. 15-9-1783. 16-9-1783. 16-9-1783. 17-9-1783.

Johannes Theunissen, wonende Nederixe Walt,nalatende kinderen, aan de loop Zoontje van Jan Keijsers, aan de loop Bart Cristen Schaap, soldaat, weduwnaar, nalatende 1 kind, aan de loop Hermen Lucassen, jongeling, soldaat, latende vader, broers, zussen, aan de Kind van Jan Toonen, aan de loop Kind van Jan Michels, aan de loop Kind van de weduwe Jan Kerstens, jongen, aan de loop Kind van Cilles Kerstens, aan de loop Kind van Wander Gerrits, aan de loop Kind van Gossen Peeters, aan de loop Dochtertje van Jan Artz, aan de loop Gertuij Oeppermans, bijzit van H, van den Berg, nalatende 1 kind, aan de loop Jan Michels, nalatende vrouw en kind, aan de loop Kind van de weduwe Joh. Nillesen, aan de loop Kind van Jan Hoenselaer, aan de loop Kind van de weduwe Joh. Nillesen, aan de loop Kind van Cilles Kersten, aan de loop Kind van Peeter Gerrits, aan de loop Zoontje van Derck Evers, op den Knods, aan de loop

06-03-18 14:56


17-9-1783. 19-9-1783. 19-9-1783. 19-9-1783. 21-9-1783. 23-9-1783. 23-9-1783. 23-9-1783. 24-9-1783. 26-9-1783. 26-9-1783. 26-9-1783. 26-9-1783. 29- 9-1783. 2 -10-1783. 3- 10-1783. 4-10-1783. 4- 10-1783. 5- 10-1783. 6- 10-1783. 9- 10-1783. 10-10-1783.

Geneesheren v Groesbeek.indd 83

Gossen Hendrikx, nalatende vrouwe en kinderen, aan de loop Kind van Joh. Christen Schaap, aan de loop Kind van Jan Hoenselaer, aan de loop Willem Hermens, jongman, nalatende moeder, broers, zussen, aan de loop Twee kinderen van Jan Toonen, Stekkenberg, zoontje en dochter, aan de loop Claas Janssen, nalatende vrouw en kinderen, aan de loop Cilles Kersten, nalatende vrouw en kinderen, aan de loop Johanna Kersten, vrouw van den Altena, nalatende kinderen, aan de loop Kind van Joh. Kersten, onecht kind, aan de loop Kind van W. van den Berg, aan de loop Kind van Jan Hoenselaer, aan de loop Kind van Matthijs Thoonen, aan de loop Allegunda Janssen, huisvrouw van Jan Thoonen, nalatende kinderen, aan de loop Kind van Peeter Simons, aan de loop Kind van Gerrit Kersten, (Piep) , aan de loop Derris Derix Faassen, jonge dochter, nalatende vader en moeder, aan de loop Kind van de weduwe Claes Janssen, aan de loop Kind van Huijbert Stevens, wonende op de Sprong, is Cleefs, aan de loop Hendrik Cillessen, jongman, nalatende vader, broers, zusters, aan de loop Kind van Albert Peeters, aan de loop Kerst Jacobs, nalatende vrouw en géén kinderen, aan de loop Kind van Huijbert Stevens, wonende op de Sprong, is Cleefs, aan de loop

13-10-1783. 13-10-1783. 15-10-1783. 16-10-1783. 18-10-1783. 18-10-1783. 18-10-1783. 21-10-1783. 25-10-1783. 3- 11-1783. 13-11-1783. 20-11-1783.

Kind van Wolter Meussen, aan de loop Kind van Gerrit Wijers, op den Dries, aan de loop Kind van den overleden Bart Christian Schaap, aan de loop Hendrijn Peeters, vrouw van Joh.Mejes, nalatende 1 kind, aan de loop Willem Crebbers, weduwnaar, nalatende 1 kind, aan de loop Erm Faassen, weduwe, nalatende kinderen, aan de loop Gerrit Molenaar, jongman, nalatende moeder, zuster, stiefvader, aan de loop Jan ten Haaf, weduwnaar, nalatende géén kinderen, aan de loop Catharina Vermaern, weduwe, nalatende kinderen, aan de loop Kind van Willem Gerritz, op de Grafwegen, aan de loop Anna Maria Meijes, jonge dochter, nalatende vader en moeder, aan de loop Kind van Peeter Simons, aan de loop.

| 83

In het jaar 1818: 5-10-1818.

9- 10-1818. 15-10-1818. 17-10-1818. 18-10-1818. 19-10-1818.

Kind van Derk de Haan, naam Willem, aan de loop Kind van Pouwel de Haan, naam Theodora, aan de loop Kind van Gijsbert Liebers, naam Gerrit, aan de loop Kind van Nicolaas Derks, naam Andries, aan de loop Kind van Gijsbert Liebers, naam Willemina, aan de loop Kind van Pouwel de Haan, naam Jan, aan de loop

06-03-18 14:56


20-10-1818. 21-10-1818. 31-10-1818. 6-11- 1818. 10-11-1818. 17-11-1818. 24-11-1818. 84 |

4-12-1818.

Jenneke Liebers, jonge dochter van Willem 13-9-1819. Liebers en Maria Teeuwissen Kind van wijlen Derk Welbers en Johanna 18-9-1819. Theunissen, naam Jan, aan de loop Kind van Nicolaas Derks (Prikke Klaas) 20-9-1819. naam Derk, aan de loop 21-9-1819. Matthijs Janssen, jonge man, nalatende vader,moeder en zusters, aan de loop 22-9-1819. Kind van Hendrik Leenders, naam Mechel, aan de loop 23-9-1819. Kind van Jacobus Schaap, naam Jacobus, (Kisten Hannek Kobus), aan de loop 25-9-1819. Peter Maassen, jonge man, nalatende ouders en broers, aan de loop 2-10-1819. Kind van Nicolaas Maassen, naam Hendrik, aan de loop. 5-10-1819

In het jaar 1819: 10-9-1819. 10-9-1819. 10-9-1819. 11-9-1819. 11-9-1819. 12-9-1819. 12-9-1819. 13-9-1819. 13-9-1819.

Geneesheren v Groesbeek.indd 84

Kind van Jan Lamers, naam Gerrit, aan de loop Johanna Derks, weduwe, Nijerf, nalatende kinderen, aan de loop Kind van Hendrik Derks (Heikant), naam Peter, aan de loop Jan Janssen (Bisschop), nalatende vrouw en kinderen. Kind van Gerrit Kamps, (Sluiterij), naam Johanna, aan de loop Kind van Jan Toonen, naam Hendrina, aan de loop Kind van Jan Arens, naam Peter, aan de loop Kind van de weduwe Gerrit Thijssen ( Ziene Thies),naam Maria, Grafwegen Kind van de weduwe Gerrit Liebers, naam Gerrie,(Nijerf), aan de loop

6- 10-1819. 16-10-1819. 11-11-1819.

Kind van Gerrit Arts,(Bredeweg), naam Gerarda, aan de loop Kind van Gerrit Kamps, (Sluiterij), naam Cornelis, aan de loop Wilhelmina Liefering, uit het armenhuis van Nijmegen, aan de loop Kind van Jan van Kesteren, naam Antonia, aan de loop Kind van Willem Mulders, naam Jan, aan de loop Kind van Jan Theunissen, (Ruiter), naam Jacobus, aan de loop Kind van Gerrit Gerrits (Heijbroek), naam Johanna, aan de loop Kind van Jan Kamps (Ren), naam Petronella, aan de loop Anna Lamers, huisvrouw van Jan Peters (Klef), nalatende een kind, aan de loop Kind van Jan Thijssen, naam Hermen, aan de loop Lamert Ebben, jonge man, zoontje van Cor. Ebben (Smit), aan de loop Johanna Arents, weduwe Willem Arts (Legewald), nalatende kinderen, aan de loop gestorven.

Tot zover deze droeve wetenswaardigheden uit het begraafboek, waaruit weer eens blijkt dat het leven in die tijd weinig benijdenswaardig was. Behalve door ‘de loop’ werd men bij tijd en wijle ook nog getroffen door een uitbraak van de pokken, cholera of de griep. Het incasseringsvermogen van de toenmalige dorpsbewoners was niet gering, het moeten geharde en taaie mensen zijn geweest.

06-03-18 14:56


Begraafplaatsen De voorgaande lijst is in 2003 gepubliceerd in de uitgave Groesbeek over Dorp en Herwendaal –Dries en Stekkenberg; hoofdstuk 1: ‘Het kerkhof bij de protestantse kerk aan de Kerkstraat, rustplaats van de oorspronkelijke dorpelingen’. Onvermeld is gebleven dat er aan de Grafwegen ook een kerkhof heeft gelegen. Bij de St. Antoniuskapel die ook wel ‘St. Jans Cappel’ genoemd werd en op een belastinglijst uit 1803 zelfs ‘St. Jans-kerk’. De buurtschap werd in volksmond Sint Tunnis genoemd, streek¬dialect voor de voornaam Antonius. Die naam wordt ook gebezigd in officiële stukken, zoals: ‘in den jare 1800, land genaamd St. Tunnis-kerkhof ‘. Verder wordt in een op 1 sept. 1781 opgemaakt testament gewag gemaakt van nagelaten immobilia bestaande uit: ‘Het Stuk Land de Kapelsche Kerkhof’ en de Rhen op de Grafwegen gelegen’. De omstreeks 1430 gebouwde kapel werd na de reformatie, circa 1612, aan de r.k. -eredienst onttrokken. Omdat de protestanten geen geld besteedden aan het onderhoud, raakte de oude kapel in verval en het kerkhof buiten gebruik. Tot dan zullen de in de afgelegen buurtschappen Bruuk, Heiland en Grafwegen overleden personen uitsluitend daar door hun nabestaanden zijn begraven. Immers, zo konden ze zich een begrafenistocht naar de dorpskerk (veelal te voet af te leggen) van circa vier kilometer besparen. In welke tijd op St.Tunnis –kerkhof de laatste ter aarde bestelling heeft plaatsgevonden,

Geneesheren v Groesbeek.indd 85

is onbekend. Zeker niet meer sinds het midden van de 18e eeuw, wat blijkt uit het 1756 aanvangende begraafboek van pastoor P.Thijsse. Later wordt het bijgehouden door de koster annex doodgraver Nas. Deze Nas was tevens schoolmeester van de aan de Kerkstraat gelegen openbare school. Op het tegenover de school gelegen kerkhof zijn de tussen (ruwweg) 1750 en 1849 alle te Groesbeek overleden mensen begraven. Zowel katholieken als protestanten. Eerst in 1849 was de verarmde parochie Cosmas en Damianus in staat aan de Kloosterstraat een katholieke begraafplaats aan te leggen. Vanaf die tijd werd het een stuk rustiger in de Kerkstraat. Na de aanleg in 1928 van een begraafplaats bij de kerk van de Horst en in 1935 naast de kerk van Breedeweg werden er ook op de Kloosterstraat minder rouwstoeten waargenomen. Tot de aanleg en ingebruikname in 1962 van de gemeentelijke begraafplaats De Heselenberg, zijn overledenen die geen rustplaats konden vinden op een katholiek kerkhof begraven op een bepaald gedeelte van het kerkhof aan de Kerkstraat. Van protestantse zijde werd daar in 1954 over gemord, het gemeentebestuur echter kon aantonen dat het eeuwenoude kerkhof geen bijzondere maar een algemene begraafplaats was. Meer hierover is te lezen in Geschiedenis van Groesbeeks oudste kerk en van 400 jaar protestantse gemeente blz. 215.

| 85

06-03-18 14:56


86 |

Vereniging Het Groene - Kruis, afdeling Groesbeek op de foto in 1913 Ter gelegenheid van de viering van het vijf jarig jubileum heeft men de ´reizende´ tentoonstelling over de bestrijding van t.b.c. naar Groesbeek gehaald. Deze is te bezichtigen in de zaal van Hotel-Café Gelria, voor welk etablissement de leden van het Groene Kruis de dag van de opening poseren. Zittend van links naar rechts: 1. Heinrich (later Hendrikus) Müskens geboren in 1859 te Wyler, landbouwer aan de Heikant. 2. C.A. Luijben, gemeente –secretaris. 3. J. Gorissen, gemeenteambtenaar. 4. Onbekende mevrouw. 5. Kapelaan Van den Oord. 6. Jan Hunnemeyer, geboren te Groesbeek in 1844, landbouwer aan de Heikant. 7. Dorus Sluis, geboren te Groesbeek in 1864, landbouwer aan de Heikant. 8. Theodorus Thijssen, geboren te Groesbeek in 1858, spoorwegarbeider wonende aan de Leppert, bekend onder de bijnaam ‘de Lèwerik’. Voor het uitdragen van de doelstel-

Geneesheren v Groesbeek.indd 86

lingen was het bestuur afhankelijk van vrijwilligsters, wier aantal in 1913 was opgelopen tot negentien. Hieronder bevonden zich hoofdzakelijk jonge vrouwen uit de boerenstand, de middenstand en de zogenaamde burgerij. Staande van links naar rechts: 1. Anna Hamer (onderwijzeres), 2. Anna Geurts, 3.Anna Verheij, 4.Gonneke van Kempen, 5. Lies Hagemans (van de schilder) 6. Anna Wijers, 7. Petronella Mulder (Kasteelse Hof), 8. Bertha Cillessen (van de timmerman). Bovenste rij: 1. Maria Verbeeten (Binnenveld), 2. Dora Verstegen, 3. Anna Cillessen, 4. Maria Thissen (van de Swies) 5. Anna Tillemans (van de timmerman) 6. Maria Bosch (dochter bakker –winkelier), 7. Koos Cillessen, 8. Nellie Voermans, 9. Dora Driessen (Binnenveld), 10 Daatje Hagemans, 11. Dora Bosch, die verpleegster zou worden.

06-03-18 14:56


SUPPLEMENT NR.2 KRUISWERK TE GROESBEEK ongelukken en één voor vrouwen en meisjes over bakeren Afdeling Groesbeek ‘Het Groene Kruis’, opgericht in 1908, werd in 1927 omgezet (verzorging pas geboren kinderen) Dokter Van Dillen heeft zich met de leiding dezer cursussen belast. in ‘Het Wit - Gele kruis’ In 1902 werd opricht Groene Kruisvereniging Nijmegen, de eerste afdeling in Gelderland. Op 27 december 1908 volgde de oprichting van een tweede afdeling in Gelderland, die te Groesbeek. Dat in zo’n grote provincie het dorp Groesbeek als tweede hiertoe overgaat, bewijst maar weer eens dat er in het verleden ten onrechte veel te geringschattend over het dorp gesproken en geschreven is. De kruisvereniging stelde zich tot doel: ‘het nemen en ondersteunen van maatregelen ter voorkoming van ziekten, en het helpen bevorderen van algemene gezondheidsbelangen. De middelen om dit doel te bereiken bestaan onder andere in het beschikbaar stellen van materiaal voor ziekenverpleging ten dienste van leden en onvermogende niet –leden, het bevorderen van reinheid en ontsmetting, het verspreiden van populaire geschriften en ten slotte het houden van voordrachten en op andere wijze bevorderen van de algemene kennis aangaande tuberculose en haar bestrijding’. Dankzij het bestaan de website Historische Kranten (Delpher) kan er een beeld gevormd worden van de ontstaansgeschiedenis van deze vereniging.

1910. Linnenkast en huisverzorging. Ideaal: een Gasthuis

1909. Cursus over eerste hulp en over bakeren

Op 3 mei 1910 wordt bericht: ‘De afdeling Groesbeek van het ‘Groene Kruis’ mag zich, dank zij de onvermoeibare werkzaamheid en de grote toewijding van het bestuur, in steeds toenemende belangstelling verheugen. Alles wordt dan ook in het werk gesteld om de bemoeiingen dezer nuttige vereniging zoveel mogelijk aan de noden en toestanden te Groesbeek aan te passen. Zo werd onlangs in de bestuursvergadering het besluit genomen een brancard aan te schaffen en een welvoorziene linnenkast, waarvan de inhoud aan nooddruftige in bruikleen zal worden afgestaan. Ook de huisverzorging zal, voorlopig bij wijze van proef, ter hand worden genomen. Een geschikte vrouw, zal, tegen een kleine vergoeding of gratis, naar gelang de omstandigheden van het gezin, voor wie bij mejuffrouw Hamer aanvrage doet, beschikbaar zijn. Moge daarom elk het streven dezer vereniging steunen, ’t zij door bijdragen voor de linnenkast, ’t zij door een offertje voor de huisverzorging, maar moge vooral niemand verzuimen lid te worden, opdat de afdeling Groesbeek spoedig haar ideaal bereiken: een flink gasthuis, Groesbeek waardig!.

Krantenbericht 21 dec. 1909. Uit Groesbeek. Bij genoegzame deelneming zullen door de afdeling Groesbeek van het Groene Kruis dezen winter twee cursussen worden gegeven: één voor mannen en jongens over eerste hup bij

Kort daarna, 7 mei 1910, verschijnt deze advertentie: Een gebruikte doch in goeden staat zijnde RADAR BRANCARD te koop gevraagd. Aanbiedingen worden ingewacht bij den secretaris v.d. Ver. Het Groene Kruis te Groesbeek.

Geneesheren v Groesbeek.indd 87

| 87

06-03-18 14:56


88 |

Op 9 oktober 1910 wordt er melding van gemaakt dat de afdeling Groesbeek zo gelukkig is geweest een uitstekende verpleegster te vinden:’ een eerwaarde zuster van het klooster Mariënthal (Duitse zusters), die zich tot heden reeds veel aan de verpleging wijdde, maar in het vervolg, met welwillende toestemming der eerwaarde algemene overste uit Trier, als vaste verpleegster, ook voor de lijders aan tuberculose, aan de afdeling verbonden zal zijn. Om propaganda voor de bestrijding der tuberculose te maken, zal dr. Vos, geneesheer –directeur van het Volkssanatorium te Hellendoorn, op zondag 30 okt. des middags 2 uur, in de zaal van A. Jacobs, ene voor mannen en vrouwen gratis toegankelijke lezing met lichtbeelden houden over de tuberculose’. Krantenbericht van 17 jan. 1911: ‘De afdeling Groesbeek heeft in het afgelopen jaar 178 maal ziekenverplegingsartikelen uit haar magazijn in bruikleen afgestaan: 6 maal heeft zij ontsmetting doen verrichten, terwijl de eerwaarde zuster die eerst 2 ½ maand als vaste verpleegster aan de afdeling is verbonden in die tijd 225 bezoeken heeft afgelegd en in de meeste gevallen hare hulp heeft verleend. Uit deze cijfers blijkt voldoende welk een zegen het ‘Groene Kruis in Groesbeek verspreidt. Moge dit voor vele plaatsen een aansporing zijn om ook een afdeling dezer nuttige vereniging te stichten’.

Verkiezing bestuursleden duurt vier volle uren De Nijmeegsche Courant doet op 21 maart 1911 verslag van een merkwaardig verlopen ledenvergadering. ‘Men schrijft ons uit Groesbeek: Alhier vergaderden gisteren, zondag, de in de laatste weken in aantal verdubbelde leden van de vereniging Het Groene Kruis, in hotel Hurkmans, ter verkiezing van 5 bestuursleden. ‘Deze ‘arbeid’ duurde maar eventjes vier volle uren. Gekozen werden ten slotte: mej. Hamer (aftredend) en de heren Kapelaan Van

Geneesheren v Groesbeek.indd 88

den Oord, Müskens, Sluis en Hunnemeier, welke keuze niet naar den zin van vele ingezetenen is. In het bijzonder werd het betreurd, dat hierbij voorbij werd gegaan aan ene dame, die steeds als deskundig verpleegster de meest belangloze en opofferende toewijding heeft betoond en ook een door zijn grote weldadigheidszin bekend gemeentenaar, welke beiden tot de kandidaten behoorden. Te betreuren is het zeker, dat op deze wijze in den boezem ener zo nuttige en tot aller heil werkende vereniging onnodig verdeeldheid ontstond’. Uit een in april 1912 gepubliceerd krantenbericht blijkt dat het ledenaantal 503 bedraagt.

Na een impasse van acht jaar (19161924) wordt dokter Beijnes bestuurslid Uit De Nijmeegsche Courant van 17 maart 1924: Uit Groesbeek. Gisteren, zondag, waren de leden van het ‘Groene Kruis’ ter jaarvergadering opgeroepen, die sedert 1916 niet meer gehouden was. Van de 530 leden waren er slechts 59 aanwezig, hetgeen men toeschrijft aan de onvoldoende publiciteit der te houden vergaderingen. Aan het totaal verslag der laatste vijf jaren ontlenen we, dat de ontvangsten over deze tijd ƒ. 3114,22 ½ en de uitgaven ƒ. 2915,14 ½ bedroegen. (…) En moest over het jaar 1923 nog ruim ƒ. 167,00 achterstallige contributie geïnd worden.(…) De inventaris der materialen voor verpleging zijn onder goede zorgen en nog in goede toestand in bewaring in het klooster Mariënthal. Een woord van hulde en dank wordt gebracht aan de Eerwaarde Zuster Beata uit Klooster Mariënthal voor de buitengewone opoffering en liefderijke verpleging der lijdende mensheid in deze gemeente bewezen. Tot leden van het bestuur worden gekozen: Kapelaan G. v.d. Oord, C.A. Luijben, Th. Sluis, dokter J.A.M. Beijnes. J. Bons, mej. Hamers en A. Schoenmakers Gzn.

06-03-18 14:56


Klooster Mariëndaal, bakermat van de wijkverpleging Het in 1866 door de molenaar J.Heijne gebouwde hotel ‘Bellevue’ was in 1875 verkocht aan de ‘Congregatie van de barmhartige zusters Carolus Borromeus uit Trier’. Het gebouw werd ingericht tot klooster en internaat voor Duitse meisjes voor de opleiding tot huishoudlerares. In 1905 werd er een nieuwe vleugel aangebouwd, waarna er meer leerlingen en zusters gehuisvest konden worden. Het nu volgende is overgenomen uit de toespraak van C.A. Luijben, gehouden bij de opening van Het Wit-Gele Kruis wijkgebouw aan de Hoflaan op 12 jan. 1951. (…) Het kruiswerk in deze gemeente bestaat reeds meer dan 40 jaren. Al die tijd vond deze Vereniging haar onderdak bij de Zusters van de H. Carolus Borromeus in klooster Mariëndaal. 40 jaar was ook een Zuster van deze Orde met het Wijkwerk belast. Vele jaren in hetzelfde uitgestrekte gebied van heden en aanvankelijk zonder enig hulpmiddel om de grote afstanden te bekorten. Zo werden ook toen dagelijks onder weinig comfortabele

omstandigheden een groot aantal huisbezoeken afgelegd. Ik wil hiermee de verdiensten van onze tegenwoordige Zusters niet lager aanslaan, maar we krijgen bij deze herinnering toch ook nog even respect voor de oude garde, die wij nu nog met eerbied gedenken. Vandaag nemen we dus ook afscheid van het Huis, dat ons 40 jaar diende. (….) Met grote dankbaarheid denken we terug aan het oude Huis, waarin Het Wit- Gele Kruis zovele jaren steun en gastvrijheid vond. (…) Aldus C.Luijben in 1951. Deze circa 1950 gemaakte foto toont het voorste gedeelte en de entree van het voormalige hotel Bellevue. Het statig maar ondoelmatig gebouw is in 1970 gesloopt voor de bouw van een nieuwe eigentijdse vleugel met de bestemming Bejaardenhuis. Later Woonzorg Centrum Mariendaal genoemd. In 2008 vertrokken de laatste zusters naar elders, na daar 133 jaar dienstbaar te zijn geweest.

In 1927, van ‘Het Groene Kruis’ naar ‘Het Wit-Gele Kruis’

Wereldoorlog) was er weer Rijkssubsidie genoten, 517 gulden. De gemeente Groesbeek verleende 500 gulden en de Boerenleenbank (RABO) schonk 250 gulden. Zuster Huberta van klooster Mariëndaal ving op 1 jan 1926 haar werkzaamheden (wijkverpleging) aan en wist zich, evenals Zuster Beata, spoedig bij de zieken bemind te maken. Het aantal bezoeken voor ziekenverpleging bedroeg 991; dat voor tuberculosebestrijding 415; in totaal 1506 bezoeken. Uit de vergadering kwam het

Op 28 juni 1927 bericht de Nijmeegsche Courant dat de jaarvergadering over 1926 werd gehouden onder voorzitterschap van C.A.L. van der Leeden, pastoor van ‘De Horst. Aanwezig waren 72 van de in totaal 608 leden. De secretaris, dokter Beijnes, bracht verslag uit over het afgelopen jaar. Voor het eerst na 1914 (uitbreken Eerste

Geneesheren v Groesbeek.indd 89

| 89

06-03-18 14:56


90 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 90

voorstel Moedercursussen te gaan geven, zo mogelijk ook in de buurtschappen Breedeweg en Horst, mits op voldoende deelname kon worden gerekend. Aanmelden daartoe kon bij de bestuursleden en de verloskundige mevr. Frencken. Tijdens die jaarvergadering komt het bestuur met het voorstel om ‘Het Groene - Kruis’ om te zetten in een afdeling van ‘Het Wit - Gele Kruis. De voorzitter gaf een korte uiteenzetting tot motivering van het voorstel, erop wijzende, dat daardoor wordt gehandeld volgens het verlangen van den Bisschop. (Ter verduidelijking: de oude kruisvereniging was neutraal, terwijl de nieuwe van Katholieke signatuur zou zijn). Volgens de voorzitter zou de toestand vrijwel hetzelfde blijven. Alleen zouden andersdenkenden geen stemrecht meer hebben en ook geen zitting in het bestuur, wel in de commissie voor de tuberculose – bestrijding. Mej. Roosen (Ned. Hervormd) herinnerde aan de oprichting van ‘Het Groene Kruis’ door en met de financiële steun van protestanten ( het echtpaar Schot van ‘Anna’s Oord’) en vroeg waarom deze thans als hospitant-leden worden toegelaten. De voorzitter antwoordde dat zulks in de statuten is bepaald. (….) Hij wees er nadrukkelijk op, dat door deze omzetting geen onaangenaamheden aan het adres van andersdenkenden bedoeld wordt, doch dat alleen het verlangen van de Bisschop daartoe aanleiding is geweest. De vergadering betuigde hierop algemene instemming met het voorstel (…) Tot bestuursleden werden gekozen: Pastoor Van der Leeden, mej. B.J. Hamer, dokter Beijnes, C.Luijben, Th. Sluis, A. Schoenmakers en J.Bons. In het bestuur van de ‘Tuberculose- commissie’ worden benoemd: Van der Leeden, Beijnes, Luijben, Schoenmakers en de protestantse mejuffrouw Roosen. En zo werd in 1927 het fundament van de katholieke zuil in Groesbeek flink verstevigd. In de uitgave Kruiswerk Cruciaal . De Geschiedenis van de Kruisvereniging Zuid- Gelderland 1926 -1996 wordt de overgang kort en bondig samengevat:

’Groesbeek verruilde op 27 juni 1927 het lidmaatschap van Het Groene - Kruis voor de pauselijke kleuren, waarna Het Wit- Gele Kruis een begrip zou worden’.

1942. Vernieuwd en verjongd bestuur treed aan Om de een of ander reden is het kruiswerk in de loop van de jaren dertig een sluimerend bestaan gaan leiden. Naar het schijnt wegens gebrek aan een daadkrachtig bestuur, maar ook de economische crisis zal parten gespeeld hebben. Van het in 1927 genoemde ledental van 608, waren er naar verluidt in 1942 nog maar een paar honderd leden over. In de uitgave 50 jaar Sint Antonius Breedeweg 1933 - 1983 herinnert een oud-bestuurslid zich de situatie in 1941, in welk jaar hij zich met zijn gezin in de Breedeweg gevestigd. had. ‘Wat de zorg voor de gezondheid betreft waren de mensen van de Breedeweg en Grafwegen geheel aangewezen op Groesbeek –Dorp. De daar wonende dokters bedienden heel Groesbeek. En er was dus een Wit- Gele Kruis te Groesbeek, zo deelde dokter Beijnes ons desgevraagd mee, hij vertelde echter ook dat het heel erg aan vernieuwing toe was. Er was wel een verpleegster, een ziekenzuster. Het was Zuster Huberta, een van de barmhartige zusters van het Duits Klooster. Er zal in den lande geen zuster geweest zijn met zo’n grote wijk. Zij verzorgde heel Groesbeek en alles op de fiets. (…) De omstandigheden van die dagen (1941-1942) werkten erg mee om Het Wit-Gele Kruis te reorganiseren. Een dochter van Beijnes trouwde met dokter Van Wayenburg. Verder arriveerde hier de nieuw benoemde burgemeester Jhr. Van Grotenhuis, wiens vrouw zich al vlug inzette voor het Kruiswerk. Tegelijkertijd krijgt de school van Breedeweg een nieuwe hoofdonderwijzer, die als ‘Dritte im Bunde’ in 1983 hierover het volgende schrijft: ‘In november 1942

06-03-18 14:56


Wit-Gele Kruis - gebouw aan de Hoflaan bij de opening 12 januari 1951. Het wijkgebouw annex zuigelingen- en kleuterbureau is gebouwd in de tijd dat autobezit nog niet algemeen was, waarom er bij het gebouw geen parkeerplaats maar een gazon is aangelegd. Verder is te zien dat zowel de Hoflaan als de Kasteelweg nog niet geasfalteerd zijn. Links wappert de Wit - Gele vlag (de pauselijke kleuren) en aan de Hoflaan wappert het Rood - Wit -Blauw. Vermeldenswaardig is dat enige tijd later in het gebouw de eerste plaatselijke tandartspraktijk geopend is. Door A.J. Janus, wiens praktijk op 16 febr. 1957 wordt overgenomen door de tandarts

B.S. Witte. Deze verplaatst de door kindergehuil onrustige praktijkruimte in de loop van 1948 naar Zevenheuvelenweg 12. In 1969 werd het pand voor de eerste keer verbouwd en gemoderniseerd. In 1988 volgde een tweede interne verbouwing, tevens werd het gazon voor de helft veranderd in een parkeerplaats.Ofschoon de naam in 1982 veranderd werd in ‘Kruisvereniging Groesbeek’, bleef in de volksmond de benaming ‘Wit Gele Kruisgebouw’ nog lang gangbaar. Ook toen later de naam ‘ Kruisvereniging Zuid-Gelderland’ werd ingevoerd.

stelde zich het vernieuwde en verjongde bestuur voor aan de Groesbeekse bevolking: voorzitter was en bleef de gemeentesecretaris C.Luijben, de burgemeestersvrouw Van Grotenhuis als secretaresse, dokter Van Waijenburg als medische adviseur en ondergetekende als penningmeester’. Het betreft de hoofdonderwijzer W. van Lieshout, die de Gezondheidszorg in de Breedeweg als volgt beschrijft: ‘Tijdens de voorbereidingen van al deze vernieuwingen had Het Wit-Gele Kruis echter niet stil gezeten. Het werk ging normaal door, ook het consultatiebureau, dat geleid werd door dokter Beijnes. Er waren nog maar weinig jonge moeders die gebruik maakten van de werkzaamheden van het consultatiebureau. Dat was voor velen een nieuwtje. (Van Lieshout vergeet melding te maken van het bestaan van het door dokter Kippersluijs opgerichte

consultatiebureau aan de Molenweg, zie blz. … red.) Van Lieshout schrijft verder: ‘Mijn vrouw kon terecht met de baby. Om de veertien dagen van Breedeweg naar Groesbeek –Dorp, waar dokter Beijnes het consultatiebureau hield in een kamer van het voormalige Hotel Hurkmans, toen parochiehuis, aan de Dorpsstraat. (In de oorlog verwoest, nu is daar het Dorpsplein gesitueerd) Het eerste bezoek aan het consultatiebureau viel haar wegens de sobere inrichting bitter tegen. Daarbij kwam de wandeling van huis naar het dorp, toch gauw een halfuur lopen. (Destijds was er nog geen reguliere busdienst en auto’s waren zeldzaam. Moeders die in de Bruuk woonden waren zodoende – heen en terug- een paar uur onderweg, en dat met een baby op de arm, red.).

Geneesheren v Groesbeek.indd 91

| 91

06-03-18 14:56


92 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 92

Zuster Huberta verleende trouw haar medewerking bij het consultatiebureau. Zuster Huberta, die goeie ziel, die op haar fiets heel Groesbeek bediende. Dokter Van Waijenburg nam in 1942 de taak van zijn schoonvader Beijnes over. De jonge dokter echter hield voor Breedeweg consultatiebureau in het klooster van de Zusters Franciscanessen van Waldbreitbach aan de St. Antoniusweg. Dat was een hele verandering en verbetering. Dokter Van Waijenburg heeft zich niet lang met het consultatiebureau bemoeid. Al gauw werd het geleid door een speciale kinderarts, ik meen namen te herinneren als: dokter Bakx, dokter Van Beek, dokter Strengers en dokter Van Well. Was zuster Huberta de enige wijkverpleegster, al gauw werd er voor de Horst een zuster aangesteld. Dat kon niet uitblijven. Daar zorgde pastoor Van der Leeden voor, pastoor van de Horst en in die dagen geestelijk adviseur van Het Wit - Gele Kruis. Aangesteld werd zuster Felicissima van de Franciscanessen die op de Horst een klooster gesticht hadden. En toen kon Breedeweg natuurlijk niet achterblijven en werd zuster Elisabeth van het klooster van de Zusters Franciscanessen van Waldbreitbach, als wijkzuster aangesteld. Weldoende ging ze rond in Breedeweg, de zieken bezoeken, liefderijk verplegen en bij overlijden aan hen het laatste werk verrichten, het

afleggen. Het was wel zeer katholiek, ons Wit -Gele Kruis. Drie wijkverpleegsters, alle drie religieuzen, drie nonnekes en de taak was bij hen in goeie handen. Het eerste magazijn van waaruit de leden verpleegartikelen konden lenen, was ondergebracht in het Duits klooster en werd beheerd door zuster Huberta. Ook van Breedeweg moesten de mensen daar heen. Naar ik meen is in 1943 de eerste leken - zuster aangesteld; zuster Feijen. Op 17 september 1944 kwam de bevrijding uit de lucht vallen. Wij, Breedewegse mensen, werden bevrijd, grondig bevrijd, ons werd niets gelaten dan het vege lijf en de kleren die we aan hadden. Na terugkomst van de evacuatie (in de lente van 1945) moesten de moeders weer naar het dorp, naar het Duits Klooster. Om het makkelijker en aantrekkelijker te maken reden er op vastgestelde dagen extra bussen van Breedeweg naar het consultatiebureau in Klooster Mariëndaal. (…)

Wijkgebouw en Consultatiebureau In 1951, zo schrijft de eerder geciteerde Van Lieshout, kreeg Het Wit -Gele Kruis zijn eigen mooie wijkgebouw aan de Hoflaan. Vanzelfsprekend werd daar ook het consultatiebureau in ondergebracht. De moeders van Breedeweg moesten nog lang wachten op een eigen consultatiebureau. Op de jaarvergadering van Het Wit- Gele Kruis, april 1956, werd behandeld een schriftelijk verzoek van de Parochie St. Antonius tot oprichting van een eigen wijkgebouw. Geconcludeerd werd dat het plan financieel moeilijk te realiseren was. Maar pastoor Hoek liet zich niet ontmoedigen. Na veel, heel veel, overleg en vergaderen kon in september 1962 een wijkgebouwtje in gebruik worden genomen. Hier kwamen op vastgestelde dagen de dokter en de zusters voor het consultatiebureau en later ook het kleuterbureau. Een der zusters (wijkverpleegkundige) van Het Wit - Gele Kruis vond haar taak op Breedeweg. (…) Tot zover W. van Lieshout in de uitgave

06-03-18 14:56


Inzegening ‘Wijkgebouw der Vereniging ‘Het Wit-Gele Kruis’ Rooms Katholieke Vereniging voor Volksgezondheid en Ziekenverpleging’, 12 jan. 1951 Het gebeurt nog wel: de zegening der werktuigen en de zegening der huizen maar bij lange niet zoals voorheen. Vooral aan de laatste zegening werd veel waarde gehecht. Ieder nieuw gebouwd pand, zowel een woonhuis of een openbaar R.K. gebouw, werd voor het in gebruik genomen werd door de pastoor ingezegend. Dit gebeurde met gewijd water, het wijwater, dat op bepaalde dagen in de kerk te verkrijgen en in ieder R.K. huis voorhanden was. De zegening der huizen is een van Sacramentaliën: Het sacramentale is een zaak of handeling welke door de Heilige Kerk is ingesteld tot het geven van dadelijke genaden en tot heiliging van stoffelijke zaken. Het moge duidelijk zijn dat het nieuwgebouwde Wit- Gele Kruisgebouw die dag overvloedig met wijwater besprenkeld zal zijn, zowel binnen als buiten.

Op deze foto is pastoor Pijnenborg met de wijwaterkwast aan het werk, de emmer met wijwater wordt gedragen door de hoofdonderwijzer W.D.H. van Lieshout. Het ritueel wordt bijgewoond door de burgemeestersvrouw M. van Grotenhuis - van Oppen, die evenals Van Lieshout stemmig gekleed is. Beiden waren hier in 1941 komen wonen en kort daarna in actie gekomen om het sluimerende Wit- Gele Kruis weer nieuw leven in te blazen. Zij als secretaris en hij als penningmeester. De reorganisatie van het bestuur werd gestimuleerd door dokter Beijnes, die zich al tientallen jaren met de Kruisvereniging bemoeide. Dit geldt tevens voor de toenmalige gemeentesecretaris C. Luijben, die in 1941 als oudgediende het voorzitterschap op zich had genomen.

50 jaar Sint Antonius Breedeweg 1933 -1983. Meer informatie over het in Breedeweg aan het Kerkpad gebouwde wijkgebouw volgt verderop in dit hoofdstuk.

1948. Het betreft de WIJKINDELING voor de zusters, die als volgt is vastgelegd. Zuster Feijen: Dorpsstraat, Drentselaan, Frieselaan,Gooiseweg, Kloosterstraat, Spoorlaan, Mariëndaalseweg, Stationsweg en Vilje. * Zuster Terstegen: Parochie Breedeweg met aansluitend gedeelte van de Parochie Dorp tot aan de Mooksebaan. * Zuster Felicissima: Parochie De Horst en Cranenburgsestraat, Lage Wald, Mies en Oude Kleefsebaan 2-6-. * Zuster Gerardis: Rest van de Parochie van de H.H. Cosmas en Damianus.

In de uitgave KRUISWERK CRUCIAAL wordt in verband met de kraamhulp tijdens de moeilijke naoorlogse jaren gewezen op de belangrijke rol van - naast de religieuze zuster Huberta en zuster Felicissima - de twee gediplomeerde lekenzusters Feyen en Ritjes als wijk- en kraamverpleegster. In een handgeschreven NOTULENBOEK uit de naoorlogse tijd is een uitgetypt besluit bewaard, genomen tijdens de bestuursvergadering van 22 okt.

Geneesheren v Groesbeek.indd 93

| 93

06-03-18 14:56


Reliëfsteen Wit –Gele Kruisgebouw, een verhaal apart

94 |

Voor het nieuwe wijkgebouw schonk mevrouw M.A.H. van Grotenhuis –van Oppen het hier afgebeelde muurreliëf, vervaardigd door Albert Meertens (1904 – 1971). Mevrouw Van Grotenhuis heeft op dat reliëf haar eigen stempel gedrukt. Naast de voorstelling van Maria en een engelbewaarder bij een ziekbed, zien we de speld van een gediplomeerde wijkverpleegster en het kruis van de Maltezerorde (bekend om liefdadigheidswerk) waarvan haar echtgenoot, burgemeester R. van Grotenhuis, lid was. De woorden “Behoudenis der Kranken” verwijzen naar een eeuwenoud Mariabeeld in de O.L.Vrouwekerk in Sittard. Dat beeld is in 1649 door de zusters vanuit Brugge naar hun nieuw gestichte klooster in Sittard meegenomen. Mevrouw Van Grotenhuis kwam uit het nabije Maastricht waar ze in het ziekenapostolaat actief was. (Aldus Jan Norp in 2016) Een verslag van de inzegening van de kunstwerk gaf aanvullende info: ‘Mevrouw M.A.H. van Groten-

huis – van Oppen, secretaris van Het Wit -Gele Kruis sinds 1942, schonk deze steen uit dankbaarheid voor het vertrouwen, dat haar in de afgelopen jaren was geschonken. In een toespraak tot de zusters van de wijkverpleging zei ze onder meer: ‘Leidt als andere engelbewaarders uw patiënten tot behoudenis der kranken’. De door Meertens afgebeelde engelbewaarder en de Madonna duiden op de wens om vanuit het geloof zorg te dragen voor zieken en hulpbehoevenden. Het bekende verplegingskruis met ooievaar verwijst naar de kraamverpleging, oorspronkelijk de belangrijkste taak van de wijkverpleging. Het Maltezer kruis duidt op de Maltezer – Orde, welke zich reeds in het begin van de 11e eeuw inzette voor de verzorging en verpleging van met name pelgrims. Jonkheer R.M.J.F.L. van Grotenhuis was in 1935 tot ridder van deze orde geslagen, wat later voor zijn vrouw aanleiding zal zijn geweest het Maltezer kruis in het reliëf te laten verwerken.

Uit de toespraak bij de opening van Het Wit - Gele kruis gebouw op 12 januari 1951 - gehouden door de voorzitter en overtuigd katholiek C.A. Luijben de volgende passages

Deze dag geeft slechts reden tot voldoening en dankbaarheid, omdat goed werk tot een goed einde kwam, niet voor ons persoonlijk belang, doch tot heil van de ganse bevolking. Naar haar toch gaan onze gedachten uit als wij spreken van de onmisbaarheid van een Wijkgebouw. Het Wit-Gele Kruis zal moeten trachten te voldoen aan de eisen, welke gesteld mogen worden om de gezondheidstoestand van de bevolking- ook in economisch belangop hoger niveau te brengen. Wij moeten voorkomen, dat Het Wit - Gele Kruis anders het veld moet ruimen voor

(…) Het zal wel overbodig zijn U te schetsen hoe moeilijk en moeizaam dit resultaat werd verkregen. (…) Van moeilijkheden en zorgen spreken wij vandaag echter niet, om anderen niet af te schrikken om te doen wat wij deden.

Geneesheren v Groesbeek.indd 94

06-03-18 14:56


Staatszorg, welke in ons land niet anders zal kunnen zijn dan neutrale zorg. (…) Ons streven gaat echter nog verder en het zou niet getuigen van ware naastenliefde, wanneer wij aan de gezondheidszorg de basis zouden ontnemen van de katholieke charitas, welke alles omvat wat kan dienen voor het tijdelijk en eeuwig geluk van de mens. (….) Het was kort na het einde van de 2e wereldoorlog, dat de gedachte aan een wijkgebouw ontstond. (…) Er ligt een lange weg tussen 17 december 1946 en 3 februari 1951. Het doel is echter bereikt en al moge deze vierjarentocht moeilijk zijn geweest, toch zal vandaag niemand zich beklagen eraan te hebben deelgenomen. (…. ) Het lijkt passend dank te brengen aan personen en instanties die onze plannen steunden. (…) Voor de vorming van het stichtingsfonds aan het Nederlands Volksherstel (f. 10.000, -) en het Fonds Noodgebieden (ƒ. 10.000,-) . Dr.Weebers (Inspecteur van de Volksgezondheid), Zuster van der Zee, Dr. Mol, Dr. Bartels, Kapelaan Van den Heuvel, Burgemeester Jhr. Van Grotenhuis, het Bestuur van de Boerenleenbank (voor jaarlijkse giften) en het Kerkbestuur van deze parochie (schonk alsnog ƒ. 600,- per jaar gedurende vijf achtereenvolgende jaren) . (….) De bouwmeester in de persoon van de heer P.Leenders en zijn medewerker de heer Van Aar. Gebonden aan de eisen van soberheid, als gevolg van de financiële nood van deze tijd, hebben zij toch een bouwplan weten te ontwerpen, dat, naast doelmatigheid, ook het karakter van schoonheid niet mist. De bouwondernemers Nillesen (Burg. Ottenhoffstraat) en Cillessen (Mooksestraat) hebben de uitvoering op zich genomen.(….) Niet minder danken wij de kunstenaar Meertens, die dit gebouw versierde met de ons zo dierbare voorstelling, welke zo volkomen aansluit bij de beoefening van de katholieke charitas, welke geen scheidslijn trekt tussen tijdelijke en eeuwige belangen. Daarom heeft de plaatsing van de beeltenis der Moeder Gods in de gevel van dit gebouw meer dan zinnebeeldige betekenis. Het moge worden verstaan als een geloofsbelij-

Geneesheren v Groesbeek.indd 95

denis van onvergankelijk vertrouwen voor allen, die langs de weg van het lijden gaan. (….) Wanneer U straks ons Wijkgebouw zult hebben bezichtigd en uw tevredenheid daarover zult uiten, dan dient u te weten, dat wij dit alles te danken hebben aan de voortvarendheid en offervaardigheid van mevrouw Van Grotenhuis. Zonder haar zou dit gebouw nog niet tot stand gekomen zijn. (…) Voor haar zal het wel een gloriedag zijn.(…) Graag wil ik de dank overbrengen van bestuur en leden voor haar groot belangeloos werk ten dienste van meer dan 1000 gezinnen uit deze gemeente.(….) Wij mogen dankbaar constateren, dat het wijkwerk bij onze Zusters in goede handen is en het consultatiebureau onder bekwame leiding. Wij vinden steun bij onze plaatselijke artsen en Zuster de Heij mogen wij onze huisgenote noemen. (….) Met de bede, tot slot, dat Gods dit huis en ons werk moge zegenen op voorspraak van Maria `Behoudenis der Kranken’, verklaar ik dit Wijkgebouw voor geopend. Aldus de voorzitter en gemeentesecretaris C.A. Luijben, wiens toespraak in totaal zeven pagina’s telt.

| 95

Tijdens de op 19 nov. 1962 gehouden jaarvergadering van de ’R.K. Wijkverpleging Het Wit - Gele Kruis Groesbeek’ moet er een nieuwe voorzitter gekozen worden omdat C. Luijben zich niet herkiesbaar stelt. In zijn plaats wordt benoemd de heer W.D.H. van Lieshout, Bredeweg 18. Ter uitbreiding van het bestuur worden benoemd de heren: F.Duimelinck, Bredeweg 42, J. de Haan, Hoge Horst 59, H.A. L. Janssen, Grafwegen 27. Gegevens uit de ALMANAK GROESBEEK 1963 R.K. Vereniging voor maatschappelijke Gezondheidszorg Het Wit –Gele Kruis te Groesbeek. Aangesloten bij Provinciale Gelderse Bond Het Wit -Gele Kruis te Arnhem; Federatie van de Provinciale Bonden te Utrecht.

06-03-18 14:56


Aantal leden per 1 januari 1962: 1276 Ereleden J.H. Duijghuizen en C. Luijben. Voorzitter W.D. H. van Lieshout, Bredeweg 18 Secretaresse M.A. H. van Grotenhuis –van Oppen, Molenweg 23 Penningmeester F. Duimelink, Bredeweg. Overige bestuursleden: J.Kersten, Stekkenberg 11; L.R.S. Müskens, Cranenburgsestraat 47; P.J. Müskens, Wylerbaan 28; F. Verhey. Pannenstraat 8, J. de Haan en H. Janssen. Als wijkverpleegster worden genoemd zuster C.Feyen en zuster A. Verouden.

96 |

Het afdelingsbestuur bemiddelde vijf uitzendingen naar het Koloniehuis te Schiermonnikoog en Egmond aan Zee, tot volle tevredenheid van ouders, artsen en de jeugd. (…)

Naamsverandering in ‘Kruisvereniging’ omstreeks 1982

In de uitgave KRUISWERK CRUICIAAL. Geschiedenis van de Kruisvereniging Zuid- Gelderland wordt uitgebreid verslag gedaan van het samengaan van Het Wit - Gele, Groene en het Oranje Groene Kruis. In okt.1977 wordt uitgebracht ‘Eindrapport van de werkgroep van de basiseenheid het Rijk van Nijmegen’. Onder de deelnemende plaatselijke (Wit- Gele Kruis) verenigingen bevindt zich JAARVERSLAG 1964. ook die uit Groesbeek. Op 29 nov. 1982 vergaderen de In 1965 wordt de secretaresse mevr. M. van Grotenhuis‘Samenwerkende Kruisverenigingen Rijk van Nijmegen’. van Oppen door een of andere instantie verzocht een overzicht te geven van de activiteiten Het Wit - Gele Kruis. Uit het verslag van die vergadering het volgende citaat: Zij verwerkt de gegevens in het Jaarverslag over 1964, met ‘In de algemene vergadering, die gevormd werd door de bestuurder van de aangesloten plaatselijke verenigingen, de kanttekening: ‘dat het verslag met tegenzin gemaakt kreeg ieder plaatselijke vereniging één stem per 500 werd daar we ons afvragen of het maken van deze verleden toegekend met een minimum van één stem. Groesslagen een doel heeft in deze tijd. Maar mogelijk is dit te beek met vier stemmen (in een vergadering van dertien somber en is het goed alles weer eens te ordenen en U uit te brengen stemmen) was de grootste’. In die tijd wordt mede te delen’. Onze zusters verrichtten voor onze leden het briefhoofd ‘Het Wit - Gele Kruis Groesbeek’ veranderd onderstaande werkzaamheden: in ‘Kruisvereniging Groesbeek’. ziekenbezoek Zuster C.Feijen, Zr. L. van Haren Zr. W.van Hest

zuigelingen

3087 (50 pers.) 927 (138) 2251 (37 ,, ) 530 (70) 2835 (40 ,, ) 420 (88)

kleuters

t.b.c.

1022 (242) 311 (67) 279 (84)

164 (12) 40 (5) 92 (4)

reuma, kanker, revalidatie, bejaarden 1188 bezoeken 1584 ,, 1075 ,,

Door het consultatiebureau voor zuigelingen en kleuters, onder de leiding van Dr. L. Strengers en Mevr. Van Well van Grindsven, werden in totaal 2465 consulten vertrekt. Door de districtsverpleegster A. Hendriks werden drie moedercursussen gegeven, in Groesbeek –Noord met 40 moeders, in het Dorp 19 en in Breedeweg met 14 moeders.

Geneesheren v Groesbeek.indd 96

06-03-18 14:57


In de uitgave KRUISWERK CRUCIAAL zijn op blz. 103 lovende woorden te lezen aangaande MEVROUW M. VAN GROTENHUIS – VAN OPPEN: ‘Tijdens de jaarvergadering van 1985 ‘moest ook’ na vele jaren van verdiensten wegens het bereiken van de statutaire leeftijdsgrens mevrouw Van Grotenhuis – van Oppen de verantwoordelijkheid van penningmeester van het regionale bestuur neerleggen. Zij was het boegbeeld van het kruiswerk, eerst in Groesbeek, later in het Rijk van Nijmegen en in het provinciaal bestuur in Gelderland’.

Bestuursleden en wijkverpleegkundige 1983 - 1992 Het voornoemde bestuurslid W. van Lieshout was in 1983 veertig jaar betrokken bij de Kruisvereniging Groesbeek. Van 1942 tot 1967 als penningmeester en van 1976 tot 1982 als voorzitter. Zijn functie wordt per 28 oktober 1983 overgenomen door Harrie Janssen van de Grafwegen. Mevrouw Van Grotenhuis - van Oppen is nog altijd secretaresse. Andere bestuursleden zijn dan: Fr. Verheij, J.Poelen Hzn, J. Poelen Mzn, mevr. A. van Raaij - Van Bernebeek en de nieuw gekozen mevr. M. Dennissen - Straatman. De laatstgenoemde is de opvolgster van de op 24 juli 1983 overleden Piet Müskens, aannemer aan de Wylerbaan. Wetenswaardig is dat diens voorvader, Heinrich Müskens, in 1908 betrokken was bij de oprichting van Het Wit- Gele Kruis. In het verslag van de bestuursvergadering van 29 okt. 1990 wordt de naam Frits Verheij niet meer genoemd, zijn plaats is ingenomen door mevrouw Th. Dory Stoffelen. In okt. 1992 heeft H. Poelen Hzn geen zitting meer in het bestuur, genoemd wordt mevr. A. de Kleine – Poelen. Mevrouw Van Grotenhuis is nog altijd secretaresse, niet lang meer want op 12 december 1992 neemt zij, na 50 jaar dienstbaar te zijn geweest, afscheid. Haar taak werd overgenomen door mevrouw M. Luijben – de Leeuw.

Geneesheren v Groesbeek.indd 97

In 1983 worden genoemd de wijkverpleegkundigen (zusters): Lies van Haaren, Els Godschalk, Henriëtte Sparreboom, Annette Buying en G. Wismans. In 1985 wordt de wijkziekenverzorgster mevr. G. ten Berge opgevolgd door mevr. R. Brock. In september 1988 wordt het 25 –jarig jubileum van zuster Lies van Haren gevierd. Het was in 1963 dat zij als verpleegkundige in dienst trad van het plaatselijke Wit- Gele kruis. Vijfentwintig jaar in de zuigelingen – en kleuterzorg, in de gezondheidsvoorlichting en de opvoeding. Daarnaast heeft ze de inentingen (al dan niet verplicht) sterk weten te stimuleren. In de eerste jaren was het de brommer waarmee zij zich verplaatste. In al die jaren heeft ze alle hoeken en gaten van Groesbeek leren kennen. De in Overasselt geboren Lies van Haren was hier dan ook een geziene vrouw.

| 97

Sluiting wijkgebouw Kerkpad aangekondigd in november 1993: Om ‘de zorg’ betaalbaar te houden. Na een in 1992 doorgevoerde fusie krijgt de Kruisvereniging Groesbeek te maken met de managers van de Districtskruisvereniging Zuid Gelderland (DKV/ZG Nijmegen). Tijdens een bijeenkomst te Nijmegen op 22 nov. 1993 in het kantoor van de Districtskruisvereniging Zuid - Gelderland krijgt het bestuur van de Kruisvereniging Groesbeek te horen: ‘dat er bezuinigd moet worden om De ZORG draaiende te houden’. (Kan best zijn dat deze intussen zo vaak gebruikte zin, toen voor de eerste keer gebezigd is). Het is de bedoeling van DVK/ZG om twintig van de veertig bestaande wijkgebouwen te sluiten en te verkopen, waaronder het kruisgebouw Kerkpad 2 in Breedeweg. Deze boodschap veroorzaakt hier veel beroering; niet alleen bij het bestuur van de Kruisvereniging Groesbeek maar zeker ook in het kerkdorp Breedeweg.

06-03-18 14:57


98 |

De toenmalige pastoor G. Thuring is er zeer verbolgen over, hij vindt: ‘dat de sluiting voor vele jonge gezinnen in deze streek grote gevolgen zal hebben’ en ‘het Kruis -werk en gebouw is met veel inzet en bijdragen van velen in de parochie tot stand gekomen. Een sluiting zal veel overlast betekenen voor betrokkenen. (…) Pastor Thuring mobiliseert het kerkbestuur, waaruit een commissie gevormd wordt. Jan Poelen Mzn. krijgt het bijzonder druk, want behalve voorzitter van het kerkbestuur van de parochie Sint Antonius is hij bestuurslid van de Kruisvereniging Groesbeek. In eerste instantie wordt ook het Bisdom Den Bosch om raad gevraagd, zo blijkt uit een op 26 nov. 1993 verzonden brief, waarin het kerkbestuur verzoekt om op korte termijn voorzien te worden van goede juridische adviezen. Onder andere ten aanzien van de ‘bescheiden erfpacht’ die op het gebouw rust. Kort daarna wordt, samen met de Kruisverenging Groesbeek, een advocatenkantoor ingeschakeld, wat uiteindelijk leidt tot een ‘kort geding’. Ook voor het bestuur van de Kruisvereniging breekt een drukke tijd aan, meer dan ooit moet er vergaderd worden. Als de secretaris mevrouw M.Luijben - de Leeuw, ziek wordt, stelt het bestuurslid Th. ‘Dory’ Stoffelen zich beschikbaar die taak op zich te nemen. Haar eerste verslag is van de ledenvergadering van 2 aug. 1994, dan volgen de notulen van de bestuursvergadering van 8 nov. en vervolgens die van de op 29 dec. gehouden vergadering waarbij ook het kerkbestuur van de parochie Breedeweg aanwezig is en zodoende een extra lange vergadering. Rust was haar niet gegund, want vijf dagen later, op 3 jan. 1995, wordt er weer vergaderd. Nu te Nijmegen waar het bestuur van de Kruisvereniging Groesbeek een zeer belangrijke bijeenkomst heeft met het dagelijks bestuur van de Districtskruisvereniging Zuid- Gelderland. De Groesbeekse delegatie zal vol vertrouwen de vergaderzaal betreden hebben, intussen namelijk had de arrondisse-

Geneesheren v Groesbeek.indd 98

mentsrechtbank te Arnhem een voor Groesbeek gunstige uitspraak gedaan. Kort vóór de uitspraak had het Kerkbestuur van de parochie Sint Antonius - Breedeweg haar standpunten nog eens vastgelegd in op 9 en 11 dec. 1994 gedateerde brieven (totaal 24 ‘kantjes’). Het schrijven is gericht aan het bestuur en leden van de Districtskruisvereniging Zuid- Gelderland en geeft een gedetailleerd overzicht van de te Groesbeek bestaande grieven. Een volledige weergave hiervan zou te ver voeren. Voor hier wordt volstaan met het citeren van slechts enkele regels uit het uitvoerige verweerschrift. Alvorens ter zake te komen wordt de ontstaansgeschiedenis van het wijkgebouw als volgt belicht: (…..) Het wijkgebouw was in september 1962 in gebruik genomen, maar de parochie had al in 1956 een verzoek tot vestiging ingediend. Tussentijds was een comité in het leven geroepen, waren de gezinnen actief benaderd om lid te worden en had het kerkbestuur grond beschikbaar gesteld. In de parochie werd ƒ. 15.000, ingezameld, de Dansclub leende ƒ. 600, - tegen een lage rente en het Ned. Kinderpostzegelfonds schonk ƒ. 1000,- voor het gebouw. Zo kwam een bedrag van ƒ. 18.000,- bijeen voor de stichting van het gebouw. (….)

Erfpacht overeenkomst Kruisvereniging Groesbeek en St. Antoniusparochie Breedeweg Het kerkbestuur maakt duidelijk dat het wijkgebouw Groesbeek - Breedeweg/Kerkpad gebouwd is op initiatief van de destijdse pastoor H.Hoek en zodoende op de grond van de parochie en waarvoor in 1971 een erfpachtrecht is verleend aan Het Wit - Gele Kruis Groesbeek voor een periode van 30 jaar- voor een canon van ƒ. 30, - per jaar. (…) Overdracht van de erfpacht ‘Kerkpad’ aan Districtskruisvereniging Zuid – Gelderland was per 16 okt. 1992 ak-

06-03-18 14:57


koord verklaard, voor een tijdvak van 30 jaar. (….) Uit de volgende aangevoerde argumenten blijkt dat DKV/ZG de daartoe opgemaakte notariële akte niet juist geïnterpreteerd heeft en zodoende meende zonder toestemming van KB/Brw. de erfpacht te kunnen overnemen. (…) KB/Brw. stelt dat de akte van erfpacht, door DVK/ZG op 14 dec. 1992 ondertekend, in zijn geheel nageleefd dient worden. (….) Het voorstel van DVK./ZG aan het kerkbestuur om het gebouw na de sluiting ‘terug te kopen’ voor f 130.000, - wordt als onaanvaardbaar ervaren. ‘En daarom zijn wij samen met de Kruisvereniging Groesbeek het Kort Geding aangegaan, dat afgelopen maandag in Arnhem liep’, aldus pastor G.Thuring en P. de Valk, respectievelijk voorzitter en secretaris van de parochie St. Antonius.

Kort geding diende op 5 december, uitspraak op 12 december 1994 De rechtbank te Arnhem deed uitspraak op 12 dec. 1994, twee jaar nadat de kwestie ontstaan was. Tot grote opluchting van de eisende partijen, en in het bijzonder van pastor G.Thuring, werden ze op alle punten in het gelijk gesteld. Nog meer blijdschap zal er geweest zijn toen kort daarna, op 5 jan. 1995, de Districtskruisvereniging ZuidGelderland liet weten: ‘De rechtszaak in hoger beroep ter zake het gebruik van het wijkgebouw Breedeweg tegen de Kruisvereniging Groesbeek te zullen intrekken’. Groesbeek diende dan wel ermee in te stemmen dat het Wijkgebouw Breedeweg alleen als consultatiebureau zou blijven functioneren. Gelijk werd vastgelegd dat de in 2001 aflopende erfpachtovereenkomst met Kerkbestuur Breedeweg niet verlengd zal worden en dat in het genoemde jaar het consultatiebureau gesloten zal worden. Medegedeeld wordt verder dat vanaf 1 mei 1995 de Consultatie -Bureaus aan nieuwe maatstaven gebonden zijn. (….) Met ingang van die datum zullen alle spreekuren vervallen; dit in verband met het centrale meldpunt

Geneesheren v Groesbeek.indd 99

Nijmegen. Verder zouden daar voortaan geen cursussen meer gegeven worden omdat de accommodatie aan de Hoflaan hiervoor beter en de ligging centraler was.

Slepende kwestie De afhandeling van de toch wel gecompliceerde kwestie echter duurde nog maanden, er volgden nog verschillende vergaderingen. Eind maart 1995 produceren pastoor Thuring en Jan Poelen nog een verslag van vier A4-tjes, er moest nog van alles geregeld worden. Zo zijn er bijvoorbeeld klachten over het tuin - en terreinonderhoud van het Wijkgebouw Kerkpad: ‘een kinderwagen is nauwelijks te plaatsen tussen het onkruid’. De Districtskruisvereniging krijgt hierover een brandbrief verstuurd door het kerkbestuur Breedeweg op 10 juni 1995. De brief eindigt als volgt:’ Ook u moet op de hoogte zijn van de literatuur betreffende de dreigende bijverschijnselen bij fusies: verwaarlozing van gebouwen en terreinen; kosten die hoger uitvallen dan gedacht; depersonificatie van de organisatie (zakelijk in plaats van persoonlijk, GGD) en uiteindelijk afbraak van wat met zorg is opgebouwd. Exact wat nu gebeurt t.a.v. ‘Kerkpad’. Ondertekend door pastor G.Thuring, P. Janssen en P. de Valk, die inmiddels beseft zullen hebben dat de glorie tijd van ‘hun’ wijkgebouw voorbij was. Ook het bestuurslid Jan Poelen blijft zich de affaire aantrekken, zo blijkt uit een op 14 juli 1995 door de Districtskruisvereniging verstuurde brief: Geachte heer Poelen, Tot mijn spijt moet ik u mededelen dat het (dagelijks) bestuur niet kan instemmen met het ontwerp van de overeenkomst, dat u mij op 29 juni toezond. Het gaat om de volgende drie punten. In punt 1 wordt gemeld dat de DKZG het hoger beroep intrekt (…) en (…) afziet van statutenwijziging’ en in punt 9 (….): ‘De DKVG statuten bepalen hoe een statutenwijziging moet verlopen én er wordt ook in voorzien wat er gebeurt als de Kruisvereniging Groesbeek wordt opgeheven of geen lid

| 99

06-03-18 14:57


100 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 100

meer is van de DKVG’. De brief eindigt met de zin: ‘Als het Vier jaar later door u voorgelegde ontwerp op de punten 1, 7 en 9 wordt gewijzigd zoals hierover werd beargumenteerd, kan DKVG In het najaar van 1999 is de zaak nog niet afgehandeld. verder met de overeenkomst instemmen’. Tussentijds zijn er over en weer tientallen vergaderingen geweest en vele vellen papier vol getypt. Tussen partijen Te vuur en te zwaard loopt nog steeds een ‘Kort Geding’(beslaglegging op een bankrekening) dat voor verdere behandeling is aangeNa het voorgaande op schrift te hebben gezet, heeft houden tot 31 dec. 1999. Verder aangevochten wordt de samensteller dezes nog eens het in 1996 uitgegeven stelselmatige verwijzing van ouders naar het wijkgebouw boek KRUISWERK CRUCIAAL ingezien. Zodoende werd aan de Hoflaan en de aangekondigde definitieve sluiting op blz. 113 kennis genomen van een niet eerder opvan het wijkgebouw Kerkpad op 31 dec. 1999. In een op 3 gemerkte passage betreffende de kwestie ‘Kerkpad’. dec. 1999 door pastor G.Thuring verstuurde brief aan het (…..) Een voorbeeld van grote veranderingen is het college en de raad van Groesbeek adviseert de pastor de afstoten van wijkgebouwen, die economisch gezien geen Commissie Welzijn: ‘handhaven Wijkgebouw Kerkpad als rendement meer hebben. Voor de plaatselijke bevolking, CB en eerste lijnvoorziening Gezondheidszorg’. Aandie vaak met acties en tombola´s het benodigde geld gehecht is de uitslag van een eerder gehouden enquête bijeenbracht, is er een grote emotionele waarde. Van der onder de doelgroep. 247 formulieren waren verzonden, Spiegel meldt dat de veertig gebouwen die in de fusie zijn waarvan er 175 terug waren gekomen. En zo werd tot het ingebracht, zorgvuldig zijn geïnventariseerd. (…) Deze laatst toe verbeten weerstand geboden. inventarisatie heeft geleid tot de conclusie dat de helft De directie van de Stichting Thuiszorg echter blijft bij haar van de gebouwen afgestoten moest worden. Op jaarbasis voornemen het wijkgebouw per 1 jan. 2000 te sluiten. De zou er 1/3 bespaard worden door ze te verkopen. In enkele Stichting is bereid de dienstverlening in Breedeweg aan verenigingen lag dat erg gevoelig. De storm is echter vrij te bieden, mits dit budgettair-neutraal kan. Verder wordt snel geluwd, op één uitzondering na (Breedeweg), waar de pastor Thuring medegedeeld: ‘Het Zorgkantoor staat op pastoor en het plaatselijk bestuur de sluiting te vuur en te grond van de AWBZ niet toe dat de Stichting Thuiszorg zwaard bestreden hebben. Het heeft zelfs tot een rechtshet kruisgebouwtje ‘om niet ‘overdraagt aan het parochiezaak geleid. Er moest consensus bereikt worden; de disbestuur. Alleen verkoop is derhalve bespreekbaar, en de trictskruisvereniging wilde de statuten veranderen, maar waarde van het gebouw is inmiddels getaxeerd op dat werd door de rechter verboden. De consensus houdt ƒ. 60.000,- bij onderhandse verkoop’(…) Het moge duiin dat wanneer er minder dan vierentwintig zuigelingen delijk zijn de pastor en de zijnen na het lezen hiervan ‘des komen, het gebouw gesloten zal worden. De overdracht duivels waren’. De vergadertafels bleven druk bezet, wat is intussen wel gerealiseerd (…). Aldus de zienswijze uiteindelijk leidde tot de betaling van een symbolische van DVK- ZG, zo in 1996 verwoord op blz. 113 van eerder bedrag. En zo kwam het wijkgebouw aan het Kerkpad genoemd boek. Dat niet over alle geschillen consensus weer geheel in handen van het kerkbestuur van de parobereikt is, zoals b.v. over de erfpacht van het wijkgebouw chie Breedeweg, dat was de winst van de jarenlang door Breedeweg, wordt met geen woord gerept. pastoor G.Thuring gevoerde strijd.

06-03-18 14:57


Bestuur Kruisvereniging na lange tijd weer bijeen

Van: Maria Augusta Hubertina van Oppen. Douairière Jonkheer Rudolf van Grotenhuis. Maastricht, 25 april 1914 - Arnhem, 12 juni 2011. Ridder in de orde van Oranje Nassau Dat de doorgevoerde veranderingen de daadkracht van het bestuur van de Kruisvereniging Groesbeek aanzienlijk Draagster van het gouden Erekruis Pro Ecclesia et Pontigetemperd hadden, blijkt uit het verslag van de bestuurs- fice. vergadering van 27 nov. 2003. Aanwezig zijn: mevrouw M. Kruisvereniging Groesbeek opgeheven van Grotenhuis - van Oppen (erelid), H.Janssen (voorzitper 1 november 2015 ter), J.Poelen (penningmeester) en mevrouw D. Stoffelen (secretaris). Afwezig mevrouw A. de Kleijne - Poelen. De Na acht jaar een sluimerend bestaan te hebben geleid voorzitter opent de vergadering en is verheugd: ‘dat na besluiten de twee laatst overgebleven bestuursleden, Jan lange tijd het bestuur weer bijeen is’. Punt 1 van de agenda: Huidige situatie en punt 2: Toekomst Kruisvereniging. Poelen en Dory Stoffelen, de Kruisvereniging Groesbeek op te heffen. Dit om te voorkomen dat zich in de toekomst Na uitvoerig overleg wordt besloten dat de Kruisverenionoverzichtelijke administratieve verwikkelingen ging Groesbeek blijft voortbestaan en dat het bestuur zouden voordoen. Bestuurslid Jan Poelen nam contact jaarlijks in de maand november bijeen zal komen.’. Zoals besloten wordt de volgende vergadering gehouden op 26 op met de Kamer van Koophandel, met het verzoek de vereniging uit te schrijven. Dit bleek in dit geval nog nov. 2004 en de daarop volgende op 9 dec. 2005. niet zo eenvoudig te zijn, vertelde hij later. Want voor de ontbinding van een ‘Rechtspersoon’ was een besluit van Zestig jaar bestuurslid de Algemene Ledenvergadering nodig. Maar aangezien Poelen en Stoffelen ‘de laatste der Mohikanen’ waren, De op 24 nov. 2006 gehouden vergadering, zo blijkt kon aan die eis niet voldaan worden. Uiteindelijk krelater, zal de laatste zijn. Aanwezig zijn H.Janssen gen ze het toch geregeld, op 1 november 2015 werd de (voorzitter), J.Poelen (penningmeester) en mevrouw D. Stoffelen (secretaris) én mevrouw M. van Grotenhuis - Kruisvereniging Groesbeek geschrapt uit de registers. van Oppen (erelid). In de notulen wordt er geen gewag van De op verschillende terreinen actieve en gewaardeerde bestuurder J.G.M. Poelen (1947) overleed op 25 jan. 2017. gemaakt, dat zij dan voor het 60e- jaar onafgebroken Van zijn negenenzestig levensjaren was hij er ruim dertig de bestuursvergaderingen van de Kruisvereniging druk geweest met de Kruisvereniging Groesbeek. Een bijwoont. De krasse dame is dan 92 jaar oud op welke vereniging welke ten doel had: ‘zonder winstoogmerk de leeftijd het geheugen haar parten gaat spelen, voor belangen te behartigen van de bevolking op het gebied haar aanleiding zich terug te trekken uit het openbare van de gezondheid en de gezondheidszorg’. leven. Na vernomen te hebben dat het boegbeeld van de Kruisvereniging Groesbeek geen vergaderingen meer zal bijwonen, besluiten de drie overgebleven bestuursleden de activiteiten te miniseren. Eerst op 17 juni 2011 komen ze weer bijeen, nu om afscheid te nemen van de vrouw met wie ze zoveel vrijwilligerswerk verzet hebben.

Geneesheren v Groesbeek.indd 101

| 101

06-03-18 14:57


Het voormalige Wit-Gele Kruis - gebouw aan de Hoflaan begin 2017 102 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 102

Door fusies en reorganisaties van zorginstellingen veranderde de naamstelling van Hoflaan 11 verschillende keren: ‘Thuiszorg Zuid- Gelderland’ annex Consultatiebureau dependance Groesbeek, ‘Thuiszorg Groesbeek’, ‘Thuiszorg ZZG’ en uiteindelijk in Zorggroep Zuid Gelderland. Het eigendom en zakelijke recht van het pand was in 1991 overgegaan op de Stichting Thuiszorg Zuid Gelderland. Na de fusering per 1-1-2005 van de stichting Habicura met de stichting Zorggroep Zuid Gelderland (ontstaan

uit eerdere fusering van Stichting Thuiszorg Zuid Gelderland met Stichting Arcus) ligt het eigendom nu bij de ZZG zorggroep. In de loop van 2016 vertrekt de wijkverpleging van de ZZG uit het gebouw, waarna het pand te verhuur wordt gezet. Eind december 2017 wordt bekend gemaakt dat voor Hoflaan 11 en 11a een aanvraag is ingediend om het pand te gebruiken als logeerhuis, inloophuis en kantoor. Voor die bestemming is de omgevingsvergunning januari 2018 verleend. (Foto GGD)

06-03-18 14:57


SUPPLEMENT 3 Zusters Franciscanessen te Groesbeek 1938 - 1954 Ter bevordering van de leesbaarheid van de historie van Het Wit -Gele Kruis - en om de chronologische volgorde niet te onderbreken- is het voor de lezer duidelijker de tussentijdse dienaangaande ontwikkelingen op de Horst en Breedeweg apart te beschrijven.

Richberta, zuster Idisbalda en zuster Mauritia. Hun doelstelling in Groesbeek was: Bejaardenzorg, wijkverpleging, kleuter- en lager onderwijs en naaischool. Autochtone zusters uit Groesbeek in de loop der jaren waren: Zr. Liguori Giesbers (onderwijzeres), Zr. Wilma Theunissen (kleuteronderwijs), Zr. Francina Schoenmakers (kleuter- en lager onderwijs), Zr. Immaculata Kuyltjes (bejaardenverzorgster), Zr. Monique Kuijpers (ziekenverzorgsters) en Zr. Hyacinta van Ooijen (ziekenverzorgster).

Pastoor Hoek van de parochie Breedweg vraagt de zusters Franciscanessen uit Waldbreitbach voor de bejaardenzorg en de wijkverpleging

Verpleging bemoeilijkt door patienten gelegen in bedsteden

Om de faciliteiten van de door hem in 1933 gestichte parochie St. Antonius te verbeteren, ging pastoor H.Hoek nadenken over het vestigen van een zustersklooster. Het was een pater Capucijn die pastoor Hoek attendeerde op de uitstekende reputatie van de Duitse zusters van Waldbreitbach, die in Grave het gasthuis en het rustoord bedienden. Pastoor Hoek vroeg de congregatie naar hier te komen, vooral om de verpleging van oude mensen op zich te nemen en daarnaast bewaarschool te houden en naailes te geven. Na in januari 1938 toestemming van de bisschop te hebben gekregen: ‘tot de bouw van een succursaal huis hunner Congregatie in de parochie Breedeweg’ kon met de bouw van een klooster begonnen worden. Dit gebeurde onder de zeer voortvarende leiding van zuster Gilda. Op 8 december 1938 kwamen de eerste zusters Franciscanessen van ‘Onze Lieve Heer ter Engelen’ naar de Breedeweg, ofschoon het klooster nog niet voltooid was. Genoemd worden: Zuster Gilda (overste), zuster Fides, zuster Hertula, zuster

Toen het kerkdorp Breedeweg begin 1943 toestemming kreeg om een eigen wijkverpleegster aan te stellen, kwam zuster Elisabeth Rothenberg in mei van dat jaar naar Groesbeek om deze taak op zich te nemen. In het klooster werd een vertrek gereserveerd voor een spreekkamer en een bergruimte voor verpleegartikelen. Citaat: ‘De zuster ontmoette in Breedeweg dankbare mensen. In vele huizen waren nog bedsteden, daar moest zij zich aanpassen’. Meester Van Lieshout in 1983: ‘Na de aanstelling van een wijkzuster voor de Horst, kon de Breedeweg natuurlijk niet achterblijven. Aangesteld werd zuster Elisabeth, Franciscanes van Waldbreitbach, die evenals haar grote patrones, de Heilige Elizabeth van Thüringen, sindsdien weldoende door de Breedeweg rondging. De zieken werden door haar bezocht en liefderijk verpleegd. Bij overlijden verrichtte zij haar laatste werk, het afleggen. Haar verblijf te Groesbeek eindigde kort na 17 september 1944, toen het oorlogsgeweld in volle hevigheid was losgebarsten en de bevolking moest vluchten. Aangezien

Geneesheren v Groesbeek.indd 103

| 103

06-03-18 14:57


Breedeweg 1939. Klooster van de Zusters Franciscanessen uit Waldbreitbach De foto is eerder opgenomen in het Dagboek van pastoor Hoek, met het onderschrift: ‘Het voormalige klooster (1938 -1945) van de Duitse zusters, aan de St.Antoniusweg te Groesbeek. Talrijke

vluchtelingen (buurtbewoners) vonden hier in september 1944 een onderdak. Wegens aanhoudend oorlogsgeweld werd op 29 september tot evacuatie van de bevolking overgegaan’.

104 | het verwoeste klooster na de oorlog niet herbouwd werd, eindigde na de evacuatie haar dienstverband. De zusters die na 1945 nog in Breedeweg gewerkt hebben, in het kleuteronderwijs, woonden toen in Huize Sint Anna te Nijmegen. Bronnen: Het Dagboek van pastoor Hoek, blz.15 en 50 jaar Sint Antonius Breedeweg blz. 64 - 67.

Geneesheren v Groesbeek.indd 104

06-03-18 14:57


Portretten overgenomen uit het parochiealbum 50 jaar Sint Antonius Parochie 1933 -1983. In het in1983 opgemaakte album als volgt omschreven: Zusters Franciscanessen van ‘Onze Lieve Vrouw ter Engelen’ uit Waldbreitbach. Momenteel zijn de zusters woonachtig te Lent Linksboven: Zuster Elisabeth, verpleegde de zieken mensen van de Breedeweg Midden boven: Zuster Mauritia, werkzaam geweest als kleuterleidster

Rechtsboven: Zuster Richberta, aan haar was de zorg voor de bejaarden mannen toevertrouwd.

| 105

Links onder: Zuster Arnoldis, had de leiding van de naaischool en heeft de contacten met Groesbeek onderhouden Midden onder: Zuster Liquori Giesbers,is werkzaam als onderwijzeres Rechtsonder: Zuster Immaculata Kuyltjes, is werkzaam als bejaardenverzorgster.

Geneesheren v Groesbeek.indd 105

06-03-18 14:57


Aan de Plakseweg gelegen huis en hof van de weduwe Marie Gerrits –Peters, in 1937 door haar afgestaan voor de bouw van het klooster van de Horst. 106 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 106

Kapelaan C. van der Leeden werd in maart 1927 belast met het stichten van een nieuwe parochie en het bouwen van een kerk op de Horst. De inwijding van de kerk vond plaats op 24 juli 1928 en deze wordt door een journalist als volgt beschreven: ‘dit nieuwe Godshuis is gesticht in den sobere stijl van het eenvoudige volk van het land. Het is een rood – stenen gebouw, waaruit de toren, geheel in de lijn van het dak der kerk, als een verhoging van het kerkdak in dezelfde vorm opschiet. Het is een bedehuis geworden dat geheel harmonieert met het heuvelachtige landschap’. Begin 1937 vraagt pastoor Van der Leeden aan de Congregatie van de Zusters Franciscanessen van Roosendaal of er zusters naar de parochie van de Horst kunnen komen om daar een bewaarschool en naaischool te beginnen. Later zou die uitgebreid kunnen worden met een meisjesschool. De aan de Plakseweg gelegen

bouwgrond zal door Van der Leede gratis worden afgestaan aan de Congregatie, waarvan verwacht wordt dat die het klooster en school zal bouwen. De grond ligt dicht bij de kerk en is door de weduwe Marie Gerrits –Peters afgestaan aan de pastoor. Als tegenprestatie mocht zij de rest van haar leven in het klooster wonen. Uit de stamboom van de familie Peters blijkt dat Marie in 1860 geboren is en dat haar man in 1929 is overleden. Marie overlijdt in 1943 op 83 -jarige leeftijd, zodat zij nog ongeveer vier jaar bij de zusters gewoond heeft. De aan de Plakseweg gebouwde R.K. bewaarschool telde in 1944 54 leerlingen en de aan de Ketelstraat gebouwde R.K. school 169 leerlingen. In de oorlogsperiode 1944 -1945 is het kerkdorp de Horst totaal verwoest.

06-03-18 14:57


SUPPLEMENT 4 Zusters Franciscanessen uit Roosendaal en de zusters Franciscanessen uit Waldbreitbach in bejaardenzorg en de wijkverpleging In oktober 1937 gaat pastoor C. van der Leeden van de in 1927 gestichte parochie de Horst, naar het moederhuis van de congregatie om de zusters te vragen in zijn parochie een bewaarschool en naaischool te beginnen. Later uit te breidden met een meisjesschool en met de wijkverpleging. De bouwgrond zal door Van der Leeden gratis worden afgestaan aan de Congregatie, die klooster en school zal bouwen. Als de ambitieuze pastoor Van der Leeden dit plan oppert, is de pastoor H. Hoek van Breedeweg druk met de opbouw van zijn in 1935 gestichte parochie en met de aanbesteding van een zusterklooster annex pension voor bejaarden en een kleuterschool. Met het lanceren van zijn bouwplannen liet pastoor Van der Leeden blijken niet onder te willen doen voor zijn collega Hoek, ondanks dat de parochie De Horst slechts circa 1000 zielen telde. Op 20 nov. 1937 geeft de bisschop Diepen verlof aan de Zusters Franciscanessen uit Roosendaal ‘tot de bouw van een succursaal huis hunner Congregatie in de parochie De Horst’, waar zij zich voorlopig zullen belasten met de bewaarschool en naaionderwijs. De vergunning voor de bouw van een zusterhuis met bewaar-en naaischool wordt in januari 1939 verleend aan ‘Genootschap tot opvoeding te Roosendaal’, welk genootschap later in het jaar vergunning krijgt voor: ‘de aanbouw van vleugel aan het Zusterhuis op de Horst’. De aanbesteding van het klooster en het schoolgebouw vindt plaats op 25 febr. 1939. De aannemer S.J. van de Kemp uit Silvolde is met ƒ. 54.220, - de laagste inschrijver. De grond waarop gebouwd wordt ligt dicht bij de kerk en

Geneesheren v Groesbeek.indd 107

zal worden afgestaan door de weduwe M. Gerrits –Peters. Citaat: ‘die bereid is het voor dit doel aan de Pastoor over te doen. Haar klein huisje met schuur kan worden afgebroken, waarna het klooster gebouwd kan worden. Verder kan daar de bewaar – en naaischool komen, terwijl het terrein groot genoeg is om er later ’n meisjesschool te bouwen. De weduwe Gerrits is bereid tijdens de bouw van het klooster bij haar broer te gaan inwonen’. De kinderloos gebleven Marie Gerrits - Peters was toen 78 jaar oud, zodat Pastoor Van der Leeden zonder al te veel moeite haar tot een dergelijke schenking heeft weten over te halen. Behalve het eeuwige leven in het hiernamaals beloofde hij de weduwe ervoor te zorgen dat zij rest van haar leven in het klooster zou kunnen wonen. Citaat: ‘In een kamertje bij de zusters. Hiertoe zal de kamer dienen naast de kapel, die buiten het slot ligt. Tante Marie zal als ’n grote weldoenster van het klooster steeds met liefde worden verzorgd’. (De vermelding ‘buiten het slot’ maakt duidelijk dat de weduwe niet bij maar naast de zusters woonde.)

| 107

Pension voor opvang bejaarden leidt tot een pastoorstwist, tussen H. Hoek en C. van der Leeden Kort na de inwijding van het nieuwe klooster op 14 okt. 1939 laat pastoor Van der Leeden de zusters weten het plan te hebben om bij het klooster een pension te bouwen voor oude lieden uit die plaats. Van der Leeden zal voor toestemming van de bisschop Diepen zorgen. Na diens goedkeuring wordt de bouw aanbesteed. En weer is het de aannemer Van de Kemp uit Silvolde, die voor 22000,gulden het werk gegund wordt. Citaat: ‘Na de aanbesteding kwamen er moeilijkheden met pastoors van omliggende plaatsen, vooral van pastoor H. Hoek,

06-03-18 14:57


Aanzien klooster van de Horst in april 1945

108 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 108

Herinneringen van de in 1927 geboren Piet Coenen: Op donderdag 21 september 1944 werd de toestand onhoudbaar. Aan beide zijden van het front waren we ingesloten. Omdat we een paar dagen niet meer gegeten hadden, besloten we naar het Zusterklooster van de Horst te gaan. Wij werden door de zusters gastvrij ontvangen en we kregen te eten en te drinken. We waren met ongeveer 200 mensen in de kelders, alles zat vol gepakt. De voorgevel van het klooster was toen al weggeschoten. Aldus P. Coenen in de uitgave Wij moesten alles achterlaten (2006). Over het aantal mensen dat daar in de kelders voor het oorlogsgeweld schuilde, bestaat onduidelijkheid. De Gelderlander van 22 okt. 1946 namelijk maakt gewag van 450 mensen. In ieder geval hebben daar honderden mensen vreselijke beschietingen meegemaakt. Vermeldenswaardig is dat die granaten niet door

de Duitsers maar door de in het Staatsbos gelegerde geallieerde soldaten werden afgevuurd. Bij een van die granaatinslagen valt er een dode en verliest zuster Huberdina haar voet. Omdat de geallieerde met verrekijkers het frontgebied nauwlettend observeerden, kon er overdag niet gebakken of gebraden worden. Zo gauw er ergens rook uit een schoorsteen kwam trok die geallieerd granaatvuur en daarom moest er ‘s nachts brood gebakken worden. In de nacht van 18 oktober 1944 begon, op bevel en onder begeleiding van de Duitsers, de ontruiming van het klooster. Via Duits grondgebied werden de mensen geëvacueerd naar de Achterhoek. Op 8 februari 1945 begon de geallieerde aanval op Duitsland. Ter inleiding werd het grensgebied zwaar gebombardeerd, bij welke barrage het beschadigde klooster in een puinhoop veranderde. (Foto Arnold Luijben)

wiens parochie het armste gedeelte van Groesbeek bevat. Daar is een klooster met pension gebouwd, bediend door Duitse zusters, waardoor op het kerkbestuur zware lasten drukken. Pastoor Hoek deed daarom z’n beklag bij bisschop Diepen. Eerst verzocht deze het plan niet uit te voeren, maar de bouw was reeds begonnen. Daarop is de kwestie door beide pastoors met de bisschop besproken

en geregeld. Het pension zal niet uitgebreid worden en geen personen uit de parochie van pastoor Hoek zullen worden aangenomen’. Zodoende kon pastoor Van der Leeden op 3 okt. 1940 het pension inzegenen, ´hetgeen in stilte geschiedde`. Enkele aanvragen zijn er al voor geweest en enkele kamers zijn al bezet´.

06-03-18 14:57


Pastoor van der Leeden wil ook een wijkzuster

overgeplaatst. De mensen zagen haar node gaan en haar naam (zuster Félicissima) zal in dankbare herinnering blijven’. Bron: Huiskroniek van de Zusters Franciscanessen In november 1942 komt de pastoor ter ore dat in de verga- uit Roosendaal. dering van Het Wit- Gele Kruis besloten is om in januari De bange oorlogsdagen van een tweede wijkverpleegster naar Groesbeek te laten 17 september - 18 oktober 1944 komen. Citaat uit de kroniek van de Zusters Franciscanessen uit Roosendaal: ‘Die andere zusters uit Groesbeek Met de geallieerde luchtlandingen op 17 sept. 1944 brak zouden haar ook graag hebben’. Om dit te voorkomen vraagt pastoor Van der Leeden aan de moederoverste van het oorlogsgeweld hier los. Vooral de tegen de Duitse grens gelegen buurtschappen kregen het zwaar te de Horst om er een brief over te schrijven: ‘want hij wil ze graag voor ons hebben en ook de moederoverste hoopt verduren. Buurtschap de Horst wordt frontgebied, zwaar beschoten en uiteindelijk niemandsland. Het klooster dat ze ons zal worden toegewezen’. Omdat pastoor Van van de Horst wordt een toevluchtsoord voor velen wier der Leeden voorheen voorzitter was geweest en in 1942 al geruime tijd als geestelijk adviseur van de Kruisvereni- woning is kapotgeschoten of afgebrand. Op een gegeven moment zitten er tenminste 400 mensen opeengepakt ging fungeerde, kon het bestuur zijn wens moeilijk nein de kelders van het klooster. Citaat: ’In die tijd waren er geren. Binnen de kortste keren schrijft de secretaris van ongeveer twaalf zusters aanwezig en zij werkten van ’s Het Wit - Gele Kruis, mevr. Van Grotenhuis - van Oppen, morgens vroeg tot ’s avonds laat om ons en de zieken en aan zuster Vincentia: ‘dat het bestuur besloten heeft om bejaarden te verzorgen. Zij bleven met hun werk dooreen tweede wijkverpleegster te willen benoemen en dat ze daarvoor graag een zuster hebben van de congregatie, gaan op momenten dat het klooster beschoten werd en iedereen wegdook in de kelders. Tijdens zo’n beschieting, daar ze dan kan wonen in het klooster van de Horst. Ze uitgevoerd door in het Staatsbos gelegen geallieerde moet in het bezit zijn van een diploma ziekenverpleging soldaten, is zuster Hubertina de Bruin door een granaaten een aantekening van wijkverpleegster’. scherf zwaar gewond geraakt. Na het vier weken in de In haar antwoord schrijft zuster Vincentia dat de convuurlinie te hebben volgehouden, wordt de bevolking op gregatie een volledig bevoegde kracht beschikbaar wil 18 oktober van het klooster via Duitsland geëvacueerd. stellen. Verder dat de zusters- wijkverpleegsters in het Ook tijdens die gevaarlijke tocht bleven de zusters rustig Bisdom Breda een jaarsalaris van f. 700 genieten, plus en met veel godsvertrouwen hun liefdevolle werk verricheen fiets met onderhoud en f. 45,- voor kleding. Mocht ten. In de ogen van de vluchtelingen waren deze zusters het de financiële draagkracht van Het Wit-Gele Kruis te stuk voor stuk heldinnen en vaak hebben wij hun beloofd, boven gaan, was de congregatie bereid te komen tot een dat wij gezamenlijk het klooster weer zouden opbouredelijke schikking. En zo arriveert hier op1 febr. 1943 wen. Ook al is de wederopbouw van het klooster niet tot de wijkverpleegster zuster Félicissima: ‘die vooral in de stand gekomen, de zusters zijn wij nog altijd bijzonder bange oorlogsdagen in 1944 veel hulp verleende en veel dankbaar voor hun dappere en menslievende inzet’. leed verzachtte. Na de geleidelijke terugkeer der bevolking in 1945 had ze met primitieve middelen steeds allen geholpen, tot zij in november 1950 door de orde wordt

Geneesheren v Groesbeek.indd 109

| 109

06-03-18 14:57


110 | De Horst, 4 aug. 1945, Zusters Franciscanessen bij hun verwoest klooster

Geneesheren v Groesbeek.indd 110

De foto is gemaakt op de dag dat de neomist Hubertus Roelofs zijn eerste H.Mis opdraagt, op de puinhopen van de Horst. Ter gelegenheid van dit priesterfeest is de Plakseweg versierd met vlaggetjes en dennengroen. Voor het verwoeste klooster

bespreken enige zusters de troosteloze situatie, in gezelschap van twee bestuursleden van Het Wit -Gele Kruis. Het betreft de voorzitter C.A. Luijben en de secretaris mevrouw M. A.H. van Grotenhuis -van Oppen.

Na de evacuatie worden in mei 1945 een paar zusters ondergebracht in het klooster Mariendaal. Andere zusters verblijven te Malden en maken van daaruit plannen tot de wederopbouw van klooster en school van de Horst. In september 1945 schrijft zuster Thecla vanuit klooster Mariendaal: ‘De opbouw gaat langzaam vooruit, misschien dat we over een paar weken wel naar het klooster kunnen gaan. Het zal wel behelpen zijn want er is geen licht. Er kan dan ook beter voor de werklui gezorgd worden. Die zullen voorlopig wel blijven voor de wederopbouw van Groesbeek.

In klooster Mariendaal zijn er over de 100, waar de zusters voor koken. Aan de herbouw van ons klooster werken 21 mannen en ze denken dat er nog meer komen. Al het eten wordt hier klaargemaakt en in grote pannen en kisten per auto en kruiwagens opgehaald. Dat is het liefdewerk voor de wederopbouw van Groesbeek’. Midden november 1945 verhuizen de zusters van Mariendaal naar het herbouwde klooster aan de Plakseweg, waar ze op bescheiden wijze helpen in de bewaar- en naaischool. Omdat de congregatie Zusters Franciscanessen uit Roosendaal kampt met een tekort aan leerkrach-

06-03-18 14:57


Internaat ‘De Lage Horst’, dependance van Werkenrode, in juni 1962 ‘Na de ingebruikname van de nieuwbouw aan de Nijmeegsebaan in 1965 bleef De Lage Horst in nauw contact met de stichting Werkenrode. Op een gegeven moment bleek er bij Werkenrode behoefte te bestaan aan een internaat en school voor jongens en meisjes waarvoor op Werkenrode aan de Nijmeegsebaan geen mogelijkheden waren. Het voormalige zusterklooster annex bewaarschool aan de Plakseweg bleek voor dit doel geschikt te zijn. Het pand werd helemaal gerestaureerd en

aangepast en de eerste leerlingen werden toegelaten. De dagelijkse leiding kwam in handen van de eerwaarde zuster Dionyse, van de orde Franciscanessen van Oudenbosch’. De voorgaande tekst is overgenomen uit Het Groesbeekse Weekblad van 12 mei 1970. Het artikel wordt geïllustreerd met deze foto, die toen gemaakt zal zijn. Sinds 1998 is de situatie daar gewijzigd door, onder meer, de laagbouw te slopen voor de bouw van de ‘Franciscanessen hof’. (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen)

ten, moeten er zusters naar elders worden overgeplaatst. Dit tekort geldt ook voor verpleegsters, met als gevolg dat het bestuur van Het Wit-Gele Kruis te Groesbeek in juni 1950 door de algemene overste wordt medegedeeld dat de wijkverpleegster zuster Félicissima in november zal worden teruggeroepen. Uiteindelijk worden in 1954 alle op de Horst verblijvende zusters overgeplaatst. Ter herinnering aan hun werk heeft de plek waar ze gewoond en gewerkt de naam ‘Franciscanessenhof’ gekregen.

naat ‘De Lage Horst’ noemde. Deze stichting is voortgekomen uit een initiatief van de Stichting Sterke Helpende Handen, die een recreatieve opvang bood aan jongeren die door polio getroffen in de St. Maartenskliniek verbleven. De stichting stelde de heer A.A.M. Bergers aan tot directeur, met de opdracht tot oprichting van een school voor buitengewoon nijverheidsonderwijs met bijbehorende huisvestiging voor lichamelijk gehandicapte jongens. Over de huisvestiging wordt verteld in de brochure WERKENRODE 1961 - 1986: (…) Broeder Henk van Dommelen, van de Broeders van Huybergen, is een van de pioniers, die van meet af aan actief is geweest op Werkenrode. ‘In 1961 is het allemaal begonnen’, vertelt hij. ‘Eigenlijk een heel primitief begin in een huis aan de Bosweg in Berg en Dal, dat nauwelijks aangepast was om zo’n zeventien á achttien gehandicapte jongens tussen de twaalf en

Stichting Werkenrode ontwikkelde zich op de Horst In 1962, na een verbouwing en aanpassing, werd het voormalige klooster en schoolgebouw betrokken door de Stichting Werkenrode, die het naar verloop van tijd inter-

Geneesheren v Groesbeek.indd 111

| 111

06-03-18 14:57


De kapel van het klooster van de Horst

112 |

Uit deze in oktober 1962 gemaakte foto blijkt dat de congregatie van de zusters Franciscanessen na vertrek uit het klooster het interieur van de kapel heeft overgedragen aan het internaat ‘De Lage Horst’. In de fotocollectie van het Regionaal Archief Nijmegen is de foto beschreven als: ‘De kapel van Werkenrode.’ (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen)

achttien jaar te huisvesten’. Broeder Henk was er kok. Als religieus was hij dag en nacht beschikbaar en aanwezig. Naast het werk in de keuken knapte hij op wat er te doen viel. Zo gaat dat in het begin, als er nog geen technische, civiele of paramedische dienst of een maatschappelijk werker voorhanden is. Het huis aan de Bosweg werd al na één jaar te krap. Een nieuw onderkomen werd gevonden aan de Plakseweg, daar kregen 60 jongeren een onderkomen’.(…) Dit fragment wordt aangehaald om in de herinnering te brengen dat de inbreng van religieuzen in

Geneesheren v Groesbeek.indd 112

Praktijkruimte internaat ‘De Lage Horst’ in oktober 1962.

de vorige eeuw niet gering is geweest. Wegens de groeiende belangstelling voor de opleiding wordt aan de Nijmeegsebaan een nieuwe lagere technische school gebouwd, welke locatie in 1965 betrokken werd. (De officiële opening door koningin Juliana vond plaats op 24 juni 1968). Citaat:’ De snelle ontwikkeling van Werkenrode is mede te danken aan de steun, die de Zusters Franciscanessen van Oudenbosch en de Broeders van Huybergen bereid waren te geven een landelijk instituut van algemene signatuur’. Tot zover over de Stichting Werkenrode.

06-03-18 14:57


Klooster Mariendaal, internaat, pension en bejaardenhuis Het wit geschilderde gedeelte van het gebouw en de op de voorgrond gelegen boerderij is in 1970 gesloopt voor de bouw van een nieuwe vleugel met de bestemming Bejaardenhuis. In 2008 vertrokken de laatste zusters, Nederlandse want de Duitse zusters waren intussen uitgestorven. In 2011 wordt daar weer gesloopt, nu voor de bouw van het wooncomplex voor senioren Kloostertuin. Opdrachtgevers waren Vestia en ZZG - zorggroep. Bewaard gebleven is de in 1940 -1941 gebouwde kapel en de op de begane grond gesitueerde recreatiezaal, die werd in 2016 ingericht tot Gasterij ‘t Groeske’. BEWOGEN GESCHIEDENIS. Oorspronkelijk was het een hotel, gebouwd in 1866. In 1875 gekocht door de ‘Congregatie van de barmhartige zusters Carolus Borromeus uit Trier’. In 1905 werd er een nieuwe vleugel aangebouwd, waarna het klooster in 1920 gedeeltelijk bestemd wordt tot herstellingsoord voor zieke zusters en pension voor dames. Voor Nederlandse en voor Duitse dames, vooralsnog uitsluitend van de gegoede stand. In 1958 wordt de pensionafdeling bevolkt door 28 personen, waaronder 4 echtparen, afkomstig uit alle windstreken van het land. In het souterrain (St.Anna -afdeling) verblijven 10 personen, waaronder zes dorpelingen; twee echtparen en twee weduwen. Gelet op de sobere accommodatie (benedenbouw) zullen hier de minder bedeelden zijn onderge-

Geneesheren v Groesbeek.indd 113

bracht. In het nabijgelegen St.Joseph - huis verblijven 9 personen waaronder drie echtparen. In totaal worden er 47 bejaarde mensen verzorgd. Verder moest er gezorgd worden voor de kostschoolmeisjes en de kloosterzusters. Hiervoor aangesteld zijn 28 dienstboden, die op de zolder geslapen zullen hebben. In de jaren zestig maakt de bejaardenzorg een grote ontwikkeling door, eerst toen werden de eerste moderne bejaardenhuizen geopend. In Groesbeek gebeurde dat in 1966, met opening van De Meent. Huize Mariëndaal voldeed niet geheel aan de nieuwe eisen zodat plannen werden ontwikkeld voor nieuwbouw. Aangezien dit ook een gemeentelijk belang was, werden het gemeentebestuur en andere overheden daarbij betrokken. Men besloot tot de bouw van een nieuwe vleugel, waarvoor het oude hotel ´Bellevue´ (het oorspronkelijke gebouw) gesloopt moest worden. De nieuwbouw ging in oktober 1970 van start en reeds in mei 1972 konden de bewoners verhuizen naar het nieuwe gedeelte. Bejaardenhuis Mariëndaal werd op 6 november 1973 officieel geopend door burgemeester A.J.A.Baltussen. In totaal zijn er dan 100 personen ondergebracht, naast de zusters die nog in de vroegere lokalen verblijven. De aanduiding ‘bejaardenhuis’ is later vervangen door ‘verzorgingshuis’ en daarna tot ‘woonzorgcentrum’ Mariëndaal.

| 113

06-03-18 14:57


114 | Bejaardencentrum De Meent, in gebruik genomen op 15 april 1966. De officiële opening was op 21 okt. 1966 en deze vond plaats op het tijdstip dat de gemeenteambtenaar J.M. Poels afscheid nam wegens zijn benoeming tot gemeentesecretaris en verhuizing naar Horst. De Gelderlander schrijft over hem: ‘De heer Poels is de bijzonder ijvervolle en accurate secretaris –penningmeester van dit bejaardencentrum, dat zeer veel aan deze functionaris verplicht is. Hij heeft door zijn grote inspanning het verzorgingshuis mee helpen verrijzen. Daarmee heeft hij zich van velen grote dankbaarheid verworven’. Groesbeeks Weekblad van 15 april 1971: ‘Het fraaie gebouwencomplex biedt ruimte aan 106 bejaarden waaronder 9 echtparen. De meeste bewoners zijn geboren Groesbekers, er

Geneesheren v Groesbeek.indd 114

zijn echter ook bejaarden die afkomstig zijn uit gemeenten in de omgeving. In het totaal zijn er in het moderne bejaardenhuis 97 kamers. Naast het groot aantal kamers is er ook een ziekenafdeling met een capaciteit van vier bedden (…). Het is een prachtig gebouw, helaas beschikt het niet over een recreatiezaal. Momenteel moeten alle gezamenlijke activiteiten in de eetzaal plaatsvinden en het zou prettig zijn als wanneer we die gescheiden konden houden. (…) Met de bouw van de verlangde recreatiezaal kon begonnen worden na de gehele sloop van het gebouw in 1997. De herbouw, het huidige Woonzorgcentrum De Meent, bestaat uit 22 zorgappartementen, 53 appartementen van de Groesbeekse Oosterpoort Wooncombinatie en 20 appartementen van GUO Fondsenbeheer.

06-03-18 14:57


SUPPLEMENT 5 ‘Dekkerswald’: Specialistische gezondheidzorg in een Groesbeeks bos sinds 1913

Zusters onder de bogen

In de volksmond stonden de zusters bekend als ‘de zusters Onder de Bogen’, een verwijzing naar de locatie van het ‘Aan het begin van de vorige eeuw was tuberculose een moederhuis te Maastricht. Over de achtergrond van van de meest gevreesde volksziekten. In Nederland over- deze religieuze verpleegsters schrijft José Eijt in 1995 het leden er jaarlijks zo’n 10.000 mensen aan. Benamingen volgende: ‘Hoe de Zusters Onder de Bogen hun verpleegals ‘de witte dood’, ‘witte pest’ en ‘tering’ spreken voor kundige taak in de verpleging moesten uitvoeren, werd zich. De vaak slechte hygiënische omstandigheden in in 1899 door Alphonise van Haeft in overleg met N.P van fabrieken, arbeiderswijken en woningen droegen extra bij Spanje, geneesheer -directeur van het O.L.V. Gasthuis te aan de verspreiding van het zeer besmettelijke tbc- virus. Amsterdam, vastgelegd in een reglement. Daarin werden Tuberculosebestrijding door katholieken kwam in 1906 bepalingen omtrent de ziekenverpleging zoals die in de van de grond met de oprichting van de Vereniging tot bijzondere regels voor de zusters vastgelegd waren, nader Stichting van Rooms -Katholieke Herstellingsoorden voor ingevuld. Dit regelement bleef tot omstreeks 1940 van Longlijders en Zwakke kinderen. Zeven jaar later kon deze kracht voor zowel religieuzen als lekenverpleegsters en Vereniging in Groesbeek haar eerste sanatorium opegold als voorbeeld voor alle ziekenhuizen waar zusters nen’, aldus Toon Bosch in zijn bijdrage ‘De strijd tegen de werkzaam waren’, tot zover José Eijt. ** witte dood’ opgenomen in de uitgave Van Gronspech tot Van sanatorium naar medischcentrum Groesbeek (1991). Twee dagen na de opening, 18 oktober 1913, besteed het dagblad De Zuid -Willemsvaart hier uitgebreid aandacht aan: (…) De behoefte dan ook aan een Toen tuberculose in de jaren vijftig minder vaak voorkwam, stond het voortbestaan van Dekkerswald als R.K. Sanatorium voor ons Rooms volk, werd algemeen sanatorium steeds meer onder druk. Om het bestaansdoor medici en leken gevoeld. Ja, zozeer werd naar zulk recht te waarborgen werd op 27 nov. 1950 de Dr. Van herstellingsoord uitgezien, dat reeds vóór de inwijding en opening van ‘Dekkerswald’ op heden een vijftigtal pa- Spanje - kliniek geopend, ter observatie en behandeling van niet- tuberculeuze longpatiënten. De naam is een tiënten hadden aangevraagd te worden opgenomen. Vol vreugde zagen zij hun hartenwens ingewilligd en trokken respectvol gebaar naar de initiatiefnemer van katholieke tuberculosebestrijding en de oprichter van het sanatozij vol moed op naar Groesbeek om op ‘Dekkerswald’ onder de medische behandeling van dr. E.W. Jongmans en rium Dekkerswald, dokter N.P. van Spanje (1859 -1940). Daarnaast werd in 1960 begonnen met de bouw van de liefderijke verzorging der Zusters van den H.Carolus Astma Centrum Eykeloord. Vervolgens werd in 1962 de Borromeus, de frisse, gezonde lucht der enige schonen landstreek in te ademen en tevens zich als katholieken te dermatologische kliniek De Papelberg geopend. In die tijd koesteren in de weldoende stralen der Katholieke levens- kreeg Dekkerswald door de ingebruikname van het Irene - paviljoen ook een verpleegfunctie, met als gevolg dat zon. (… ) ‘

Geneesheren v Groesbeek.indd 115

| 115

06-03-18 14:57


Aanzien sanatorium Dekkerswald vijftien jaar ná de inwijding en opening.

116 |

Geneesheren v Groesbeek.indd 116

Aan de officiële opening op 16 oktober 1913 besteed de Katholieke Illustratie veel aandacht. Het bijschrift van één van de toen gemaakte foto’s luidt: ‘HET KATHOLIEKE SANATORIUM DEK-

KERSWALD, TE GROESBEEK BIJ NIJMEGEN, voor longlijders en tuberculeuze ingericht, de grootste nieuwe stichting der Katholieke Charitas, waarop Katholiek Nederland met reden trots mag zijn.’

Dekkerswald voor de gezondheidszorg van de Groesbeekse bevolking, en als werkgever, steeds meer steeds meer betekenis kreeg voor het dorp. De geloofsovertuiging speelde in de instelling een steeds geringere rol, al bleef haar katholieke karakter bestaan. Ook werd de band met de tuberculose bestrijding niet doorgesneden. Dekkerswald bleef betrokken bij de opleiding van medisch specialisten, bij research en de behandeling van andere longaandoeningen. Vanaf 1972 werden deze activiteiten voortgezet in een samenwerkingsverband met het St. Radboudziekenhuis van de Katholieke Universiteit Nijmegen. De naam Universitair Longcentrum Dekkerswald raakte al snel ingeburgerd. Tegenwoordig wordt ook de naam Radboud Universitair Medisch Centrum Dekkerswald (RadboudUMC) gebezigd op welke locatie verschillende specialismen patiëntenzorg verlenen. Een voor Groesbeek belangrijke gebeurtenis was de opening in 2012 van het ZZG Herstelhotel, waarvan de naam per 14 maart 2017 door de ZZG veranderd werd in Herstelcentrum. Het op het terrein van Park Dekkerswald gesitueerde gebouw is een fusie van de verpleeghuizen Margriet en Irene. De drie wooneenheden zijn vernoemd

naar de natuurgebieden Bruuk, Mulderskop en Kraayendal. Mensen met de ziekte van Alzheimer worden verzorgd in de appartementencomplexen Eikenhorst en Berkenhof. Het wooncomplex de Plataan is ingericht voor degenen die zelfstandig kunnen wonen. In mei 2017 werd op Park Dekkerswald de nieuwbouw geopend van Top -Care/Ciran en van het Pijnteam van Radboud UMC. Het voorgaande overziende, mag – gelet op het kader van dit boek -gesteld worden dat de Groesbeekse bevolking zich gelukkig mag prijzen dat deze medische voorzieningen en zorgverlening zo dicht bij huis te vinden zijn. Ondanks alle ingrijpende vernieuwingen van de laatste jaren op het terrein van Dekkerswald mogen we niet vergeten dat de grondslag van de gezondheidszorg op Dekkerswald in het begin van de vorige eeuw gelegd is dankzij de Katholieke Charitas. Zo ook dat verpleging van de zieken de eerste decennia uitsluitend verricht werd door religieuze – verpleegsters: de Barmhartige Zusters van de Heilige Carolus Borremeus. Het in 1924 gebouwde klooster Bethel bood onderdak aan 150 zusters, waarvan er in die periode 60 in de verpleging werkzaam waren. Verschillende zusters zijn daar overle-

06-03-18 14:57


Hoog bezoek aan de Eerwaarde Zusters van den Heilige Carolus Borromeus uit Maastricht, 11 september 1915. De foto is gemaakt ter gelegenheid van het bezoek van H.M. de Koningin - Moeder Emma, wat de aanwezigheid verklaard van nog een paar andere belangrijke personen. De heer met de witte hoed namelijk is dokter N.P. van Spanje, de drijvende kracht achter de oprichting van het katholiek sanatorium Dekkerswald. Al eerder, in 1899, had hij zich als geneesheer -directeur van het O.L.V. Gasthuis te Amsterdam ingezet voor de opleiding van de zusters Onder de Bogen tot ziekenverzorgsters. Het is dus niet verwonderlijk dat hij het voor elkaar kreeg dat een twintigtal van deze zusters op Dekkerswald werden aangesteld. Dit gebeurde in overleg met de eerwaarde zuster Maria Thijssen,

de algemeen overste van de zusters Onder de Bogen. Zij is van het moederhuis te Maastricht overgekomen om de Koningin -Moeder te ontmoeten en wordt zodoende in zwart habijt met nog drieëntwintig in wit habijt geklede zusters gefotografeerd. Links van haar zit de geneesheer-directeur E.W. Jongmans, die wegens gezondheidsreden in 1927 ontslag moest nemen overleed in 1934. Geheel rechts poseert rector Van Mulukom, die er moeite mee had dat ook niet - katholieken patiënten werden opgenomen.

den en begraven op het kerkhof van de congregatie op het terrein van Dekkerswald. Tot de ruiming in 2002 was de begraafplaats een stille getuige van hun onvoorwaardelijke inzet voor de zieke medemens. ****

de uitgave GELDERLAND 1900 -2000’. (Zwolle/ 2006) José Eijt: Religieuze vrouwen: bruid, moeder en zuster. Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820 -1940, blz. 223 (Hilversum 1995)

Bronnen: Toon Bosch, zijn bijdrage ‘De strijd tegen de witte dood’ opgenomen in de uitgave Van Gronspech tot Groesbeek. Fragmenten uit een lokaal verleden 1040-1940 (Groesbeek 1991) En Toon Boschs bijdrage: ‘Tegen de tuberculose! Dekkerswald en de sanatoriumbeweging’ in

Voor meer (en recente) informatie wordt verwezen naar het boekje Jubileumexcursie Dekkerswald op 18 -10- 2013. Door Paul Leenders en Peter Pouwels (Groesbeek okt. 2013)

Geneesheren v Groesbeek.indd 117

| 117

Foto Katholieke Illustratie september 1915.

06-03-18 14:57


‘De foto toont de vaste lighallen in de voorgevel van het gebouw, aldus Katholieke Illustratie.

118 |

Het weekblad publiceert ook : ‘Een aardig kiekje van H.M. de Koningin -Moeder bij de verpleegden, die alle van H.M. bloemen kregen en vriendelijk werden toegesproken’. Deze opname van de kinderlighal tegen de voorgevel van het gebouw is later gemaakt. Wat is af te leiden uit de op een nachtkastje staande piespot, die anders zeker door de dienstdoende eerwaarde zuster uit het zicht verwijderd zou zijn.

Uit de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant van 19 oktober 1913

Geneesheren v Groesbeek.indd 118

06-03-18 14:57


LITERATUURLIJST Kruiswerk Cruciaal, Geschiedenis van de Kruisvereniging Zuid-Gelderland 1926-1996, door dr..J.M.P. van Oorschot in 1996. Van Moll tot Kroonsteen. Geneeskundige zorg in Heumen en Malden 1820-1980, door Geert Dibbets in 2015. 1963 Almanak Groesbeek, door Anton Gorter en Matthieu Gerrits in 1962. 50 jaar Sint Antonius Parochie 1933 -1983. De bijdrage van de Zusters Franciscanessen op blz. 64-65 en van W. van Lieshout op blz. 66-68. Wij moesten alles achterlaten, 2006 door Tinie Theunissen, de bijdrage van Piet Coenen, blz. 17 - 18 Kent U ze nog...de Groesbekers?, (1973) door G.G.Driessen, B.Thissen, J.van Bernebeek en P.Wilbers (red.) Groesbeek 1945-1950. Dorp der verwoesting herrijst, 1982. Door G.G.Driessen.

| 119

Het Rijke Roomse Leven van de Groesbeekse parochie Cosmas en Damianus, Groesbeek 2004, door G.G. Driessen, 1929 -1989 Groesbeekse Tehuizen, door A.F.Manning blz. 78 en 96 De Dukenburg en zijn bewoners. Wetenswaardigheden over een verdwenen Groesbeekse buurtschap die bestond van 1875 tot 1944 (Groesbeek 1999) Door G.G. Driessen ‘De strijd tegen de witte dood’ door Toon Bosch, opgenomen in de uitgave Van Gronspech tot Groesbeek. Fragmenten uit een lokaal verleden 1040-1940 (Groesbeek 1991) ‘Tegen de tuberculose! Dekkerswald en de sanatoriumbeweging’, door Toon Bosch, opgenomen in de uitgave GELDERLAND 1900 -2000’. (Zwolle/ 2006) Religieuze vrouwen: bruid, moeder en zuster. Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820 -1940, door José Eijt. (Hilversum 1995)

Geneesheren v Groesbeek.indd 119

06-03-18 14:57


november 2000

november 2004

mei 2007

120 |

MET DANK AAN: Wijlen Prof. Dr. M.C van den Toorn (4 jan. 1929 - 23 nov. 2017) De eerste uitgave over de plaatselijke geschiedenis die met medewerking van deze erudiete neerlandicus tot stand is gekomen, verscheen begin 1999. Sindsdien heeft hij geduldig en nauwgezet circa twintig manuscripten en vele honderden afzonderlijke teksten en artikelen nagelezen om een spelfout met potlood te onderstrepen. Zo ook het manuscript van deze uitgave, waarvan hij de leesproef helaas niet meer heeft mogen inzien. Het mag duidelijk zijn dat schrijver dezes wijlen Maarten van den Toorn zeer veel dank verschuldigd is voor zijn onbaatzuchtige medewerking over een tijdspanne van ruim achttien jaar

Joop Kippersluijs, voor het beschikbaar stellen van de fotoreportage van de praktijk van zijn vader op blz 66-67 Wijlen mevrouw Mientje Luijben - de Leeuw, voor het beschikbaar stellen van haar Wit-Gele Kruis notulen en correspondentie. Mevrouw Dory Stoffelen, voormalig bestuurslid en secretaris van Het Wit- Gele Kruis, voor verstrekte informatie en het overdragen van haar archiefstukken van de Kruisvereniging Groesbeek.

Onvermeld zijn diegenen die kortstondig benaderd zijn Heemkundekring Groesbeek voor gebruikmaking van het voor het verstrekken van informatie of taalkundige bijstand, zij worden oprecht bedankt voor hun medewerarchief van genoemde vereniging. Willem van der Weide, die in de laatste leesproef nog een king. aantal verbeteringen wist aan te brengen.

Geneesheren v Groesbeek.indd 120

06-03-18 14:57


Publicaties uitgegeven door - of met medewerking van- de Vereniging Heemkundekring Groesbeek en de Uitgeverij Heemkunde Groesbeek. 1. G.G.Driessen, B.Thissen en J.van Bernebeek, Groesbeek in oude ansichten (Zaltb 1972). 2. G.G.Driessen, B.Thissen, J.van Bernebeek en P.Wilbers (red.), Kent U ze nog...de Groesbekers? (Zaltbommel 1973). 3. G.G.Driessen Groesbeek in oude ansichten deel 2 (Groesbeek 1977) 4. G.G.Driessen en J.D.G.Montenberg, Oud Groesbeek in woord en beeld (Groesbeek 1980). 5. G.G.Driessen, Groesbeek 1935-1945.Crisis en oorlog, (Nijm./Grb. 1981). 6. G.G.Driessen, Groesbeek 1945-1950. Dorp der verwoesting herrijst, (Nijm/Grb. 1982) 7. A.Bosch, J.Schmiermann (red), Van Gronspech tot Groesbeek. Fragmenten uit een lokaal verleden 1040-1940, (Nijmegen/Groesbeek 1991) 8. G.G.Driessen en A. Bosch (red.) Groesbeek. Beeld van een dorp (Nijm/Groesbeek 1993) 9. P.J.M. te Boekhorst, Van Rijkshof tot Renthuis in: Bijdragen tot de Geschiedenis van Groesbeek en het Nederrijk deel 1 (Nijmegen 1995) 10. G.G.Driessen, Groesbeek in het Nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig: Bijdragen tot de Geschiedenis van Groesbeek en het Nederrijk deel 2 (Groesbeek 1998) 11. G.G.Driessen, De Dukenburg en zijn bewoners. Wetenswaardigheden over een verdwenen Groesbeekse buurtschap die bestond van 1875 tot 1944 (Groesbeek 1999) 12. G.G. Driessen, Groesbeek het Dorp der Verrassingen, 1900 –2000 een eeuw dorpsgeschiedenis (Groesbeek 1999). 13. G.G. Driessen, Rampspoed te Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1800 –1950 (Groesbeek 2000) 14. G.G. Driessen, Mannen in Uniform en te Wapen in Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1770 tot 1940. (Groesbeek 2001) 15. G.G. Driessen, Groesbeek: over Dorp en Herwendaal –Dries en Stekkenberg (Grb. 2003) 16. Toon Bosch, Groesbeek 1945 -1975 (23 blz.) Toelichting tot de tentoonstelling ‘Zwoegen en Zwingen’. ( Nijmegen/ Groesbeek 2003) 17. G.G. Driessen, Het Rijke Roomse Leven van de Groesbeekse parochie Cosmas en Damianus, (Groesbeek 2004) 18. G.G.Driessen, De Groesbeekse korenwindmolens en hun mulders. Deel 1. Over de Noordermolen, De Korenbloem en De Jonge Hermanus. (Groesbeek 2005) 19. G.G.Driessen, De Groesbeekse korenwindmolens en hun mulders. Deel 2 De Zuidmolen, 1857 – 2007. 150 jaar molen - en dorpsgeschiedenis (Groesbeek 2007) 20. G.G.Driessen, Groesbeekse gezichten uit de periode 1945 -1949. Portretten van Arnold Luijben. (Groesbeek 2008) 21. Heemkundekring Groesbeek: ‘Canon Groesbeekse Geschiedenis’ (Groesbeek 2008) Redactie Sjef Schmiermann, Gerrie G.Driessen en Bram den Boer 22. G.G.Driessen, Groesbeek zal herrijzen. De periode 1945-1955 in vogelvlucht. (2009) 23. G.G.Driessen, De historie Canadese begraafplaats en de Zevenheuvelenweg te Groesbeek (2011) 24. G.G. Driessen Geschiedenis van Groesbeeks oudste kerk en van 400 jaar Protestantse Gemeente, 1612 -2012 (Groesbeek 2012) 25. Toon Bosch / Sjef Schmiermann: In het welbegrepen belang der gemeente. Lokaal bestuur in Groesbeek 1750 - 2014.

Geneesheren v Groesbeek.indd 121

| 121

06-03-18 14:57


Digitale uitgaven: DVD. Documentaire film (60 min.) Groesbeek 1949 (1950) Een beeld van het dorp en zijn bewoners (2008) Opgenomen in het kader van het 50-jarig jubileum van Fanfare Wilhelmina. DVD. Documentaire film onthulling herinneringssteen neergestorte Halifax St. Jansberg 1 en herdenking luchtlandingen operatie Market-Garden, Klein Amerika op 17 sept. 1977 CD. PowerPoint - presentaties: Geschiedenis van fanfare Wilhelmina, 1898 -2013 Geschiedenis spoorweg te Groesbeek. Spoorlijn Nijmegen –Kleef. Periode 1865 -2015 Gastvrij Groesbeek, hotels, logementen en herbergen, 1869-1969 Geschiedenis Landgoed Den Heuvel, Lagewald en Wylerbaan, 1850-1950 Groesbeeks meest spraakmakende buurtschappen’ Stekkenberg – de Horde – Dries -Leppert en Dukenburg (Bruuk) 1850 -1975 Geschiedenis van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Antonius (1905 -1979) en van het in 1916 geopende pakhuis van de Boerenbond. 122 |

Geschiedenis spoorweg te Groesbeek. Spoorlijn Nijmegen - Kleef. Periode 1865 -2015

Geneesheren v Groesbeek.indd 122

06-03-18 14:57


Groesbeeks meest spraakmakende buurtschappen’ Stekkenberg - de Horde Dries -Leppert en Dukenburg (Bruuk) 1850 -1975

| 123

Gastvrij Groesbeek, hotels, logementen en herbergen, 1869-1969

Geneesheren v Groesbeek.indd 123

06-03-18 14:57


COLOFON Samengesteld door G.G. Driessen Uitgeverij Heemkunde Groesbeek 2017 Vormgeving: Grafischburo DotDos, Esther Peters Druk: Printx.nl

124 |

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

ISBN nummer 978 – 90 -808881-8-0

G.G. Driessen Kerkstraat 8 6561 CC Groesbeek

Geneesheren v Groesbeek.indd 124

06-03-18 14:57

Profile for Grafischburo DotDos

Boek Geneesheren  

Boek Geneesheren  

Profile for dotdos
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded