Issuu on Google+

Door onze correspondent KARIN DE MIK Leeuwarden. Een groot fotodoek met een portret van Mata Hari ligt op de vloer in een van de zalen op de eerste verdieping van het nieuwe Fries Museum in Leeuwarden. Een medewerkster is bezig grote, witte plakletters op de muur te bevestigen. “Leeuwarden” en “1876” is te lezen. De vermeende spionne/courtisane Mata Hari, die in dat jaar in de Friese hoofdstad werd geboren, krijgt ook in het nieuwe museum een prominente plek. “Mata Hari is een mythe,” zegt directeur Saskia Bak. “In 2017 gaan de archieven in Parijs open en worden de processtukken openbaar. Dan is hier een grote Mata Haritentoonstelling.” De Leeuwardense buikdanseres werd in 1917 in Parijs ter door veroordeeld wegens spionage. “Maar misschien was er wel sprake van een tunnelvisie,” grapt Bak. Het Fries Museum aan het Zaailand wordt op 13 september officieel geopend door koningin Maxima. Een kleine twee maanden daarvoor is de inrichting in volle gang. Binnen vallen vooral de ruimtelijkheid en het vele glas op. “Het is een stevig, robuust en functioneel gebouw,” stelt Bak. “Eerlijk en zonder opsmuk, zoals de Friezen zijn. Maar ook open en flexibel.” Architect Abe Bonnema liet na zijn dood in 2001 een legaat van 18 miljoen euro na voor de bouw van een nieuw Fries Museum. Zijn voorwaarden: het moest op het Wilhelminaplein in Leeuwarden komen en architect Hubert-Jan Henket moest het ontwerpen. Op drie verdiepingen (2.500 vierkante meter expositieruimte) wordt in de zalen – steeds een grote met daarom heen een aantal kleinere met witte, zwarte, blauwe of leemkleurige wanden- het verhaal van Friesland verteld. Dat gebeurt op diverse terreinen: een zaal met Friese topografische kaarten, die je digitaal kunt bekijken, foto’s van onder andere Friese pubers van fotograaf Martine Stig en een ruimte waarin de Friese taal wordt belicht. Op de eerste verdieping is de gereconstrueerde Hindelooper kamer uit de negentiende eeuw opgebouwd. “In 1878 was deze stijlkamer een sensatie op de wereldtentoonstelling in Parijs,” vertelt Bak. “Elk museum in Europa wilde er een.” De Berlijnse multimediakunstenaar John Bock bouwde vorige maand zijn eigen ruimte naast de stijlkamer voor een absurdistisch filmproject waarin Hindeloopers figureren. “We willen de Friese cultuur levend houden, maar er geen stolp over zetten,” licht Bak te, ‘daarom willen we steeds een verbinding met het nu maken.” Het Fries Museum bezit een uitgebreide archeologische collectie. Striptekenaar Joost Swarte beeldt op de muren van een andere zaal uit hoe tussen 0 en 400 na Chr. in Friesland streepbandpotten werden vervaardigd. “Geen tekst, maar een strip,” aldus Bak. Het museum breekt met meer museale wetten, zegt de directeur. Op de tweede verdieping hangen


kinderportretten niet op ooghoogte, maar veel lager. Het jongetje Johannes van der Laan (1622) kijkt de bezoeker indringend aan. “Oud geld” is de titel van deze expositie, die de Friese netwerkmaatschappij van de zeventiende eeuw aan de hand van portretten van welgestelde Friezen weergeeft. Friesland was in de Gouden Eeuw de op een na rijkste provincie van Nederland en de rijken lieten zich portretteren in hun kanten kleding met goudstiksels. Al hangt er ook een schilderij van een godvruchtige vrouw die strengkijkend geheel in zwarte kledij staat afgebeeld. In het “roddelkabinet” hangen schots en scheef portretten van adellijke dames en heren aan een knalrode muur. Bezoekers kunnen er flarden van hun gesprekken opvangen. De derde verdieping is de enige waar daglicht binnenvalt. In deze grote zaal hangt onder het motto “Horizonnen” moderne en hedendaagse kunst uit de eigen collectie van onder anderen Gerrit Benner, Jan Mankes, Robert Zandvliet, Tames Oud en fotografen als Ger Dekkers en Lon Robbé. Ook hier geen teksten bij elk werk, maar op de muur een serie poëtische zinnen. In het midden van de zaal staat een blokhut met roze muren, waar de jonge Friese kunstenaar Wynolt Visser exposeert. In een aangrenzende zaal werkt het kunstenaarsduo Wouter Osterholt en Elke Uitentuis aan een groot wandkleed, samengesteld uit 40 doeken van de Ayoreo indianen in Paraguay. In het leefgebied van deze indianen wonen veel mennonieten, volgelingen van de in Friesland geboren prediker Menno Simons. In de jaren dertig van de vorige eeuw verdreven zij de indiaanse autochtone bevolking van hun grondgebied. Op het wandkleed komt in zwartleren gotische letters “Gemeinnutz vor Eigennutz”, een nu omstreden leuze uit het partijprogram van de NSDAP, maar ook een levensmotto van veel mennonieten. Het nieuwe museum moet jaarlijks 100.000 bezoekers (nu 60.000) trekken: cultuurliefhebbers uit het hele land, toeristen en Friezen. “Dat moet lukken,” stelt Bak. “Dit museum zal je blijven verbazen. In 2016 komt er bijvoorbeeld een grote tentoonstelling over Lourens Alma Tadema. Dat wordt een publiekstrekker.”


Fries museum 19 juli 2013