Issuu on Google+

Doorbraak .eu

nummer

€ 3,00 oktober 2010

7

Word abonnee van Doorbraak zie achterpagina!

Foto: Alex Wolf en Rogier ten Hacken

Islamitische Stichting Nederland en de lange arm van Ankara De Islamitische Stichting Nederland (Hollanda Diyanet Vakfı (HDV)) is met 143 aangesloten moskeeën de grootste moskeeënkoepel van Nederland. De stichting moet niets hebben van islamitisch radicalisme, maar is in politieke zin allesbehalve neutraal. Zij maakt onderdeel uit van het Turkse staatsapparaat, en daarmee van de lange arm van Ankara die graag de Turkse minderheden in Europa aan zich gebonden wil houden. De publicaties en website van de HDV laten op een onmiskenbare wijze zien hoe de stichting functioneert als een belangrijke schakel in het buitenlandse beleid van de Turkse staat.

Calais zie pagina 9

R Politie pakt vluchteling op in Calais.

Kom in actie tegen het racistische rijkeluiskabinet! Laat de armen de crisis betalen. Verlaag de belastingen voor de rijken en het bedrijfsleven. Weg met de moslims. En draai werklozen, zieken, gehandicapten, migranten, vluchtelingen, studenten, ouderen, jongeren, kunstenaars en flexwerkers een poot uit. Aldus het verdeel- en heersakkoord van Bruin 1, het rijkeluiskabinet van VVD, CDA en PVV. Wie nu niet in verzet komt, gaat later ten onder in een vloedgolf van bezuinigingen, uitsluiting, repressie en zondebokpolitiek.

D

e waslijst aan keiharde beleidsvoornemens is lang, stemt treurig en maakt kwaad. Jonge gehandicapten en werklozen komen onder het bestaansminimum. Het mes gaat in de kinderopvang, de zorgtoeslag en het basiszorgpakket. De koopkracht daalt voor ouderen nog meer dan voor anderen. Halen migranten het inburgerexamen niet, dan verliezen ze hun tijdelijk verblijfsrecht. Van veroordeelden met een dubbele nationaliteit kan het Nederlanderschap worden afgepakt. Gezinsmigranten komen nog moeilijker Nederland in en illegaal verblijf wordt strafbaar. Een miljoen moslims krijgen feitelijk een positie van tweederangsburger. Racisme wordt actief en wettelijk bevorderd. Het milieu gaat verder kapot door meer asfaltering, meer kerncentrales en minder actie tegen de klimaatverandering. En met drieduizend politie-agenten erbij komt er nog meer blauw op straat voor een zero tolerance-klimaat. Een regeerakkoord waar rechts zijn vingers bij kan aflikken, zoals VVD-leider Mark Rutte eerder al liet weten, en waar links zo snel mogelijk tegen in actie moet komen. Laat links die grijpgrage rechtse vingers afbijten in plaats van aflikken! Het racisme en rechts-populisme is definitief doorgedrongen tot het centrum van de staatsmacht. PVV-demagoog en -dictator Geert Wilders mag van de VVD en het CDA niet alleen blijven hetzen tegen moslims en linksen. Hij hoeft ook geen enkele verantwoordelijkheid te nemen voor de griezelige

hoeveelheid macht die hem in de schoot wordt geworpen. De conservatieve liberalen en christen-democraten zetten daarmee de deur wijd open voor nog meer haatzaaierij, criminalisering en rechteloosheid. Zij hebben Wilders een vrijbrief gegeven om met zijn gif de hele samenleving te verzieken. Bruin 1 moet gestopt worden. We moeten met z’n allen de taak oppakken om dit nieuwe kabinet te bestrijden en zo snel mogelijk ten val te brengen. We mogen niet afwachten, maar dienen energiek te gaan werken aan de opbouw van tegenmacht via zelforganisatie van onderop. De strijd tegen de boevenbende van PVV, VVD en CDA zal lang, taai, hard en hevig zijn. Maar er is geen keuze. We kunnen niet passief toekijken hoe onze samenleving de vernieling in draait. We moeten in beweging komen. Het landelijke actieplatform Rekening Retour, waar ook Doorbraak aan deelneemt, is daar alvast mee begonnen door op zaterdag 23 oktober een manifestatie tegen de bezuinigingen en de regering te organiseren op het Plein in Den Haag. Een week later, op zaterdag 30 oktober, gaan anti-fascisten de straat op tegen de komst van de extreem-rechtse knokploeg English Defence League naar Nederland ter ondersteuning van Wilders. Fascisten helpen Wilders. Wij moeten elkaar ondersteunen bij het zo noodzakelijke gevecht voor een sociale en rechtvaardige samenleving. Sluit je daarom aan bij het opkomende verzet tegen de meest rechtse regering ooit. Want samen staan we sterk. Harry Westerink

uim eenderde van de ongeveer 400 moskeeën in Nederland is formeel aangesloten bij de HDV. De koepel heeft 135 uit Turkije afkomstige imams - in de terminologie van de Turkse staat “godsdienst­ functionarissen” (din görevlileri) - in dienst die hier op tijdelijke basis werkzaam zijn. Het hoofdkantoor van de HDV is gevestigd aan de Javastraat 2 in Den Haag en wordt bemenst door tien betaalde krachten. De stichting en aangesloten moskeeën bieden naar eigen zeggen “religieuze dienstverlening” aan, verzorgen godsdienstonderwijs en Koran-lessen, runnen een eigen uitvaartdienst en organiseren culturele, educatieve en sportieve activiteiten voor kinderen en jongeren. Volgens de HDV zelf is de stichting in december 1982 opgericht1 dankzij de “gemeenschappelijke wens en inspanningen van Turkse burgers woonachtig in Nederland”. Dat wekt de schijn dat de organisatie van onderop is ontstaan, maar geloofwaardig is dat niet. Op de website van het Turkse Presidium voor Godsdienstzaken (Diyanet lsleri Baskanlıgı (DIB)),2 een in 1924 opgericht staatsorgaan dat onder het departement van de Turkse premier valt, wordt open en bloot gemeld dat de HDV de Nederlandse tak is van dit presidium. Het in Ankara gevestigde DIB wordt gefinancierd uit de Turkse staatskas, fungeert als werkgever voor het korps van formeel erkende imams, en bouwt en beheert moskeegebouwen. Het staatsorgaan is de resultante van pogingen van de Turkse republikeins-seculiere elite van militairen, bureaucraten en intellectuelen om de islam en de geestelijken onder controle te krijgen ten gunste van hun burgerlijke natievormingsideaal. Tekenend voor deze relatie is dat imams van het DIB (en de HDV) buiten religieuze plechtigheden steevast gekleed gaan in pak met stopdas, verfoeide (want westerse) kledij in fundamentalistische ogen. Er zijn politieke stromingen in Turkije die overigens pleiten voor een ontbinding van het DIB omdat dit orgaan staat en religie wel degelijk vermengt - en daarmee de Turkse staat tot niet volledig seculier maakt - en het DIB de soennitische staatsinterpretatie van de islam bevoordeelt boven andere religieuze richtingen. Het DIB is met inbegrip van Nederland via internationale afdelingen actief in 26 landen (plus het internationaal nieterkende Noord-Cyprus) om “religieuze dienstverlening” aan te bieden aan “Turkse staatsburgers en afkomstgenoten” via tijdelijk in het betreffende land werkzame “godsdienst­ functionarissen”. c c c Vervolg op pagina 2


Islamitische Stichting Nederland en de lange arm van Ankara c c c Vervolg van voorpagina Het DIB doet uitgebreid uit de doeken dat deze afdelingen worden geleid door een diplomatiek adviseur die verbonden is aan de Turkse ambassade in het betreffende land en dat die wordt bijgestaan door attachés die werken vanuit de Turkse consulaten.

IJzersterke greep Dat de HDV geen grassroots-cultuur heeft of een van-onderop-creatie is van Turkse Nederlanders blijkt uit het feit dat sinds 1982 zonder uitzondering elke bestuursvoorziter van de stichting tevens een (hoge) Turkse diplomaat was. De huidige voorzitter van het zevenkoppige bestuur is Bülent Senay, theoloog en uiteraard als adviseur behorend tot het Turkse ambassadepersoneel. Ook de secretaris van de HDV, Veysel Kürek, is tijdelijk werkzaam in Nederland, als imam in Den Haag. Senay is aangetreden in januari 2008, gepromoveerd aan de Universiteit van Lancaster en prominent aanwezig op bijna elke foto in de nieuwsbrieven van de HDV. Hij wordt geheel volgens het organisatiemodel van het DIB geassisteerd door de attachés Fevzi Hamurcu, verantwoordelijk voor West- en Zuid-Nederland vanuit het Turkse consulaatgeneraal in Rotterdam, en Mustafa Kahraman, actief in het Oosten en Noorden vanuit het consulaat in Deventer. Niet alle moskeeën van de Turkse gemeenschap behoren tot de HDV. Een minderheid is aangesloten bij kleinere koepels, waarvan de bekendste Milli Görüs3 is. In organisatorische en personele zin is de greep van de

Doorbraak heeft een nieuwe website

S een nieuw jasje, maar ook een aantal nieuwe functies,

urf eens naar onze nieuwe website. Die heeft niet alleen

zoals de mogelijkheid om te reageren. We hebben daar lang over getwijfeld. Geen zin om doelwit te worden van trollen en reaguurders. Maar zo liepen we ook de waardevolle bijdragen mis van jullie: van onze trouwe lezers, onze vrienden en kameradinnen. Er staan voor de komende maanden nog een aantal belangrijke verbeteringen aan de site op de agenda, maar we zijn nu al benieuwd naar jullie reacties. Een mooie website heeft natuurlijk geen waarde zonder een bijbehorende vitale organisatie. Doorbraak is de afgelopen maanden weer flink gegroeid. Dat is een goed teken, want links moet de komende maanden en jaren alle zeilen bijzetten in de strijd tegen de keiharde aanvallen op onze sociale verworvenheden en op migranten. Steun onze strijd en neem een abonnement op de Doorbraak-krant, en vraag anderen ook om abonnee te worden. Of word steunlid of zelfs actief lid. Dat is nu makkelijker dan ooit op de nieuwe website. www.doorbraak.eu

Turkse staat op de HDV en daarmee op het overgrote deel van de moskeeën van de Turkse gemeenschap in Nederland zonder meer als ijzersterk te kwalificeren. In het beleid van de koepelorganisatie zoals verwoord in de artikelen, preken en toespraken van de HDV-top zien we deze hand van de Turkse staat duidelijk terug. Het zou ook naïef zijn om te denken dat de hierboven geschetste structuur niet aangewend zou worden door Ankara voor zijn buitenlandse politieke belangen.

Wortels De Turkse staat probeert al decennialang de Turkse minderheden in Europa onder zijn hoede en controle te houden, niet in de laatste plaats vanwege hun forse economische potentie. Maar ook om via deze groepen op internationale schaal politieke invloed uit te kunnen oefenen, bijvoorbeeld ten gunste van toetreding tot de EU of tegen de door de staat als vijanden bestempelde krachten als de Koerdische en Armeense diaspora. Turken in den vreemde mogen best succes en een harmonieus bestaan nastreven, maar moeten volgens de strategie van Ankara wel Turken blijven, wat dat dan ook mag betekenen. De instrumenten die Ankara daartoe hanteert richting de Europeanen van Turkse komaf zijn onder meer de staatszender TRT en de militaire dienstplicht, maar vooral ook de internationale structuur van het DIB. Tijdens een landelijk HDV-symposium voor moskeebestuurders in Rotterdam op 8 en 9 mei 2010 verwoordde de overgevlogen vice-voorzitter van het DIB, Mehmet Görmez, op een kernachtige en treffende manier de strategie van de Turkse staat: “Wij hebben ons doel bereikt wanneer geen enkele landgenoot die is geëmigreerd vanuit Anatolië naar Europa, is verwijderd van zijn eigen identiteit, en vreedzaam leeft in de samenleving.” HDV-voorzitter Senay wijkt geen centimeter af van de opvattingen van zijn baas, zo blijkt uit zijn iftarspeech gehouden in Harderwijk in september 2009. Op die iftar waren ook zijn superieuren aanwezig, zoals de Turkse ambassadeur en de consul-generaal in Nederland, en dat gaf hem “rust en vertrouwen”. Senay ziet zijn moskeeënkoepel als een “gidsinstelling” voor de Turkse gemeenschap in Nederland, als “een zeer belangrijk centrum” voor “de constructie en het behoud van een nationaal-geestelijke identiteit” die verbonden is met “de wortels” maar “open is richting de toekomst”. Verbondenheid met “de eigen culturele waarden” en de creatie van mogelijkheden om deze binding te realiseren vindt Senay “vanuit het oogpunt van de integratie” niet problematisch. Op een klassiek multiculturalistische manier stelt de Turkse bureaucraat dat individuen die vrede hebben met “hun wortels” meer zelfvertrouwen hebben en daardoor makkelijker integreren. Daaraan voegt hij toe: “Als wij gerespecteerd willen worden [in Europa], moeten we eerst onszelf en onze eigen waarden respecteren.” Overigens definieert Senay niet wat hij nu bedoelt met termen als “wortels” en “eigen waarden”. Ook bij zijn integratietheorie zijn vraagtekens te plaatsen. Ook al zou zijn theorie kloppen, dan is het op zijn minst verdacht wanneer die uit de mond van een Turkse diplomaat komt en toevallig ook nog matcht met de “blijf Turk-politiek” van de staat die hij vertegenwoordigt.

Jongeren

<2

nummer 7 > oktober 2010

De hoofddoelgroep van het beleid van de Turkse staat en dus van de HDV richting Turkse migranten in Nederland wordt tegenwoordig gevormd door de derde en vierde generatie jongeren, zo blijkt uit de uitlatingen van de Turkse bureaucraten. Senay stelde in Harderwijk dat het werk van de HDV eigenlijk “nu pas” is begonnen en hij heeft meerdere keren opgeroepen om jonge “gemeenschapsleiders” op te leiden die “ouderen respecteren en jongeren liefhebben”. Vanuit het oogpunt van de Turkse overheid is deze koers begrijpelijk: juist deze generaties dreigen zich te onttrekken aan de invloed van Ankara en zijn instituties, en bovendien kan de Turkse gemeenschap in de toekomst alleen bij elkaar worden gehouden als er nieuwe herders worden klaargestoomd. De HDVleidsman is hoopvol gestemd. Hij is blij om in “het land van de Franken” Turkse jongeren te zien die dichtbij

www.doorbraak.eu

hun roots blijven. Daarom groet hij de ouders die deze jeugdigen opvoeden en hen die “de heerlijke geur van hun geest” niet hebben verloren. Ook Senays diplomatieke ondergeschikte, de attaché Hamurcu, maakt zich druk om de Turkse jeugd in Europa: “Niet vergeten mag worden dat op iedereen de belangrijke taak rust om de jonge generaties zo op te voeden dat zij hun identiteit niet kwijtraken en verbonden met hun nationale en geestelijke waarden harmonieus leven in de samenleving van het land waarin ze zich bevinden.”

Nationale identiteit De HDV lijkt op verschillende manieren de Turks-nationalistische staatsideologie richting de Turks-Nederlandse jeugd te brengen. Via zogenaamde jeugdconferenties, maar ook middels herdenkingsbijeenkomsten voor de gevallenen tijdens de Slag om Gallipoli (1915-1916) of voor Mehmet Akif Ersoy (1873-1936), de schrijver van het Turkse nationale volkslied. Tijdens de jeugdconferenties waarschuwt Senay standaard voor de gevaren van het moderne leven. In Bergen op Zoom hield hij in februari 2010 zijn gehoor voor dat “het modernisme is gebaseerd op traditieloosheid en ongeworteldheid” en dat “we” wellicht in Nederland geboren zijn, maar dat “we” toch niet mogen vergeten kinderen te zijn van “een traditie die een historie van 1000 jaar heeft”. Ook zou vijf maal per dag bidden een goede remedie zijn tegen de gehaastheid van het moderne bestaan. Tijdens een jeugdconferentie in Sliedrecht in april 2010 werd deze waarschuwing herhaald: “Het belangrijkste kenmerk van het moderne leven is dat dit de banden met de wortels doorsnijdt”. Tussen deze conferenties door werd in maart 2010 een herdenkingsdag georganiseerd voor de gesneuvelden in Gallipoli (Turkse benaming: Çanakkale)4 in de HDVmoskee in Den Bosch. De aanwezigen kregen van de HDV-topman te horen dat “de jeugd van vandaag verteld moet worden over die nationale geest van de Slag om Çanakkale, zodat ze die geest begrijpen en overbrengen op toekomstige generaties”. En passant riep Senay zijn toehoorders op om de banden tussen Turkse gezinsleden hecht en sterk te houden, gezinsverbrokkeling tegen te gaan, en natuurlijk verbonden te blijven met “onze wortels”. Het is zorgelijk om te zien hoe de Turkse staat onder het mom van “religieuze dienstverlening” bezig is de Turkse gemeenschap in Nederland onder zijn invloed en hoede te krijgen en te houden. Holle concepten als “nationale identiteit”, “eigenheid” en “wortels” worden in deze gemeenschappen geïnjecteerd en zijn vanwege het oprukkende “autochtone” racisme zeker niet minder aantrekkelijk geworden voor de beoogde ontvangers. Anders dan de witte integratie- en assimilatiefanatici hebben wij socialisten niet zozeer moeite met het feit dat het hier om een buitenlandse mogendheid gaat die zich mengt in “Nederlandse aangelegenheden”, maar met de irrationele, nationalistische ideologie en boodschap van de Turkse staat zelf en met het feit dat deze macht mensen met een Turkse afkomst, in het bijzonder jongeren, het recht op een vrije en individuele identiteitsvorming wil ontnemen. Het enige alternatief is om ook onze boodschap naar deze jongeren toe te brengen. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de HDV-website,5 de maandelijkse HDV-nieuwsbrieven (genaamd HDV Bülten) en de website van de Turkse moederorganisatie van deze stichting.6 Stuur ons een mailtje als je de precieze locatie van de gebruikte citaten in HDV Bülten wilt weten. Mehmet Kirmaci Noten 1. “Kurulus ve Tarihçe”, www.diyanet.nl. 2. “Yurtdısı Teskilatı”, www.diyanet.gov.tr. 3. “Milli Görüs”, http://nl.wikipedia.org. 4. “Slag om Gallipoli”, http://nl.wikipedia.org. 5. www.diyanet.nl. 6. www.diyanet.gov.tr.


:Wat schrijft rechts?In de obscure blaadjes van extreem- en populistisch rechts komt hun ware aard naar boven. Haat tegen niet-westerse migranten en Joden voert de boventoon. Daarbij geven de publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van menig bruinhemd: onderlinge ruzies zijn aan de orde van de dag.

Verwarde NVB-kaalkopjes kijken ietwat onzeker naar een tegenprotest.

I

n De Nationale Amsterdammer, schotschrift van de oud-CP’86-voorzitter Wim Beaux, wordt een verbod op het dragen van boerka’s positief onthaald. Maar het blad zet er wel de nodige kanttekeningen bij. “Het verplicht afleggen van deze lappen” zou namelijk niets veranderen aan de aard van de moslima zelf. Volgens De Nationale Amsterdammer is er dan ook maar één oplossing en dat is een totale Endlösung: “Afvoeren van de hier aanwezige moslims”. Tsjoeketsjoek. Het tijdschrift pleit verder voor het stopzetten van subsidies aan “linkse hobbyisten” die “anti-kunst” maken. Hun “met verf besmeurde doeken” zouden musea en openbare gebouwen “ontsieren”. De Kulturkammer tijdens het Duitse nazi-bewind had het niet beter kunnen verwoorden! In het tijdschrift Politieke Berichten van de extreem-rechtse splinterpartij Nederlandse Christen Democraten is wederom de meest knettergekke nonsens te lezen. Zo zou “het werkelijke doel van de mislukte klimaattop in Kopenhagen de oprichting van een communistische wereldregering” zijn. Die wereldregering zou erop uit zijn om “de westerse welstand socialistisch her te verdelen” en “over te brengen naar de Derde Wereld”. Om de “rode en groene socialisten” tegen te gaan moeten volgens het artikel alle, maar dan ook écht alle, investeringen ten behoeve van het milieu stopgezet worden. En die gelden moeten dan gestoken worden in de “militaire verdediging” van ons land, ongetwijfeld tegen de vermeende islamitische horden die ons land zouden bedreigen. Verder is in het tijdschrift een artikel opgenomen van de journalist Joost Niemöller die ook geheel uit de bocht vliegt. Volgens Niemöller is “een elite bezig met het plan om het instorten van de verzorgingsstaat, dankzij immigratie, te verhinderen door het volk na hun zeventigste om te brengen”, middels min of meer gedwongen euthanasie welteverstaan. Alleen via “de eliminatie van het volk” kan volgens hem “het multiculturele ideaal in stand worden gehouden”. Heeft rechts tegenwoordig helemaal de kolder in de kop? In Pro Patria van de Nationalistische Volks Beweging keert men zich, niet geheel onverwacht, eveneens tegen de multicultuur. Sommige culturen zouden er namelijk “een expansionistische levensfilosofie” op na houden. Ze zouden “meer rijkdom”, “meer macht” en “meer ruimte” willen. Dat expansionisme gaat volgens Pro Patria “ten koste van de oorspronkelijke bewoners”. Als de argeloze lezer niet beter wist, zou die hier toch echt denken dat Pro Patria zich afzet tegen blanke imperialisten die de aarde al eeuwenlang leegroven. Maar ongetwijfeld zal het tijdschrift doelen op die paar migranten die zich in Nederland bevinden. Pro Patria plaatst voorts een “In memoriam” voor de vermoorde Zuid-Afrikaanse White Power-adept Eugène Terre’Blanche. Die moord zou gepleegd zijn door “zwart tuig”. Wat het tijdschrift echter niet vermeldt, is dat het “zwarte tuig” in feite twee werknemers van Terre’Blanche betreft, die tot hun daad zouden zijn gekomen nadat ze geen loon uitbetaald kregen. Andere verhalen wijzen erop dat de verdachten tot de moord kwamen, omdat Terre’Blanche hen, twee zwarte Zuid-Afrikanen, seksueel misbruikt zou hebben. Dat zou wel heel bizar zijn. Hoe dan ook, Terre’Blanche zal niet gemist worden, integendeel. De christenfundamentalisten van Schreeuw om Leven hebben, blijkens hun nieuwsbrief, voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni gebeden en gevast. Daarmee hoopten ze politici esoterisch te bewegen om zich tegen abortus uit te spreken, en natuurlijk om een wit voetje te halen bij “De Here” himself. Abortus zou in de ogen van de geloofsfanatici de oorzaak zijn van “de politieke chaos en verwarring in ons land”. Ook keert Schreeuw om Leven zich tegen de evolutieleer. Die zou “de samenleving vernielen” en een vrijbrief vormen voor abortus en genetische manipulatie. Stichting Taalverdediging heeft voorafgaand aan het WK-voetbal een brief gestuurd naar de KNVB. Daarin verzoekt men de voetbalbond om de Nederlandse supporters die naar Zuid-Afrika afreizen te adviseren om tijdens het verblijf aldaar vooral Nederlands te spreken. “Mits langzaam en duidelijk gesproken” wordt het Nederlands daar namelijk “door een groot deel van de bevolking verstaan”, en wel door de blanke Boeren die van de Nederlanders afstammen. Om de onderlinge verstaanbaarheid te vergroten heeft Taalverdediging zelfs een woordenlijst Nederlands - Afrikaans toegevoegd. Zo schijnt een assistent-trainer op zijn Afrikaans “hulpafrigter” genoemd te worden, een blessure “besering”, een doelman “doelwagter”, een grensrechter “lynregter” en een slijterij “bottelstoor”. Maar me dunkt dat dat laatste woord uit het Engels gestolen is, alhoewel me dat verder een biet zal wezen. Taalverdediging gaat verder tekeer tegen het stripblad Donald Duck. Daarin zou in een uitgave het woord “toast” gestaan hebben, terwijl dat volgens de taalpuristen toch echt “geroosterde boterham” moet zijn. Taalverdediging schreef dan ook een brief op hoge poten naar de makers van Donald Duck, of moet ik Donald Eend zeggen?

www.doorbraak.eu

In weekblad Elsevier is wederom een column te lezen van Bart-Jan Spruyt. Wie is dit figuur ook alweer? Spruyt is voorzitter van de Edmund Burke Stichting, zeg maar een ultra-conservatieve denktank die terug wil naar de spruitjeslucht uit de jaren 50. Spruyt was enige tijd dé rechterhand van de extreem-rechtse Geert Wilders. Hij brak met hem, omdat hij opeens vond dat de PVV “een natuurlijke neiging” richting het fascisme kreeg. Desondanks neemt Spruyt het tegenwoordig toch weer op voor de Blonde Brulboei uit Venlo. Wilders zou “vaak goede vermoedens” hebben, maar zich slechts zo nu en dan wat “onhandig” uitdrukken. Spruyt is dan ook een groot voorstander van een coalitie Bruin 1. In die rechtse coalitie met het CDA, VVD en PVV zal volgens de zuurpruim “het gezonde verstand prevaleren”, de ontwikkelingssamenwerking “van haar voetstuk gestoten worden”, de hypotheekrente ongemoeid blijven, de AOW-leeftijd verhoogd worden, Turkije uit de EU geweerd worden en het immigratiebeleid verscherpt worden. Spruyt mag deze ranzige opvattingen natuurlijk aanhangen, maar het het is niet voor niets dat de opportunistische windvaan nauwelijks meer serieus genomen wordt. In het voorjaar deed de Nederlandse Volks Unie (NVU) mee aan de raadsverkiezingen in vier gemeenten. De uitslag was desastreus: de partij behaalde geen enkele zetel. In partijblad Wij Europa stelt Constant Kusters dat dit te wijten is aan de negatieve beeldvorming rond de partij: demonstranten op NVU-demonstraties zouden “agressief” overkomen en de partij zou te veel met de Tweede Wereldoorlog geassocieerd worden. Hoe zou dat nou toch komen? Om aan die negatieve beeldvorming optisch een eind te maken mogen de autonome neo-nazi’s van de Nationaal-Socialistische Actie (NSA) alleen nog maar met NVU-demonstraties meemarcheren als ze zich aan het afgesproken thema houden, mogen demonstranten hun gezichten niet meer bedekken, wil men de NSB-leus “Voor volk en vaderland” niet meer in folders gebruiken en wil men elke zweem van het Derde Rijk vermijden. Maar al is een nazi nog zo snel, een anti-fascist achterhaalt hem wel, want ondanks al deze maatregelen drukt de NVU in het partijblad toch weer een artikel af waarin de Hitlerjugend uitbundig verheerlijkt wordt. Het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan. Het charmeoffensief van de NVU is dan ook gedoemd te mislukken. In Revolte van Voorpost Vlaanderen en Nederland staat een verhaal over de belabberde relatie tussen extreem-rechtse Vlaams-nationalisten en de vakbonden. Die relatie is al slecht sinds die nationalisten in de Tweede Wereldoorlog volop collaboreerden met de nazi’s. Tot op de dag van vandaag zijn de nationalisten, en Voorpost voorop, nog steeds fier op die collaboratie. Volgens Voorpost werd het “aanvankelijk vreedzame leven” tijdens de Duitse bezetting “grondig verstoord door het toenemend aantal aanslagen op collaborateurs” en werd “de antipathie tegen de Duitsers” gevoed door “ophitsende radioberichten uit Londen”. Volgens Voorpost keren de vakbonden zich sindsdien tegen een opdeling van Vlaanderen en Wallonië, en hekelen ze racisme en dus het Vlaams Belang. Dat is natuurlijk tegen het zere been van Voorpost. Toch wil Voorpost dat Vlaams-nationalisten hun invloed binnen de vakbonden laten gelden, in een desperate poging een breder draagvlak te vinden. “Vakbondsmilitanten” zouden overtuigd moeten worden van de noodzaak van “een Vlaamse en sociale strijd” om zo “de neomarxistische invloed” binnen de bonden tegen te gaan. Volgens Voorpost “gedijt de strijd voor werk en welvaart het best binnen een onafhankelijk volk”. Maar de kans dat de relatief strijdvaardige Vlaamse vakbonden ooit collaborateurs juichend binnen zullen halen, is net zo groot als de kans dat Jezus ooit over water liep: uitgesloten dus. Gerrit de Wit

3>

nummer 7 > oktober 2010


“De staking zou twee dagen duren” Foto: Jeroen Breekveldt

De schoonmaakstaking van het voorjaar van 2010 ging niet alleen om het binnenhalen van een looneis. Het was misschien nog wel meer een reactie op de almaar oplopende werkdruk. De wekenlange staking werd een succes en de werkgevers spraken openlijk hun vrees uit voor de nieuwe organizing-aanpak van de FNV. Mohamed Quesseksou is schoonmaakvoorman op het UWV-kantoor in Amsterdam Sloterdijk. Hij werd gekozen in het parlement van schoonmakers. Een interview.

Mohamed Quesseksou.

>Zonder Papieren# Leven als misdaad

Vorige week ontmoette ik de vluchteling N.N. weer eens. Ik had hem al een tijd niet gezien. Ik kan zijn lange Afrikaanse naam moeilijk uitspreken en onthouden. Daarom noem ik hem voor mezelf N.N. Dat zijn niet alleen de beginletters van zijn naam, maar het betekent ook “nomen nescio”, “naam en identiteit onbekend”. Mensen zonder papieren zijn allemaal NN-ers. Uit angst voor de overheid proberen ze zo anoniem mogelijk door het leven te gaan. Ze houden zich schuil. Ze staan niet geregistreerd in de bevolkingsregisters en hebben geen burgerservicenummer. Ze bestaan niet voor de bureaucratie, maar leven wel onder ons. N.N. schudde mijn hand en vroeg of er nieuws was over zijn zaak. Dat was er niet. Geen nieuws is voor hem geen goed nieuws. Want hij verkeert al jaren in een krankzinnige situatie. De Nederlandse staat beweert dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. N.N. heeft dat altijd ontkend. Hij is nooit veroordeeld voor misdaden, maar in de ogen van de overheid wel altijd verdacht gebleven. De overheid kan niet bewijzen dat hij een oorlogsmisdadiger is. Maar men kan hem er wel van verdenken. En omdat hij ervan wordt verdacht, krijgt hij geen verblijfsvergunning. Iemand is onschuldig, totdat het tegendeel wordt bewezen. Aldus het motto van de rechtspraak. Maar dat geldt niet voor vluchtelingen. De beleidsmakers maken hen tot profiteurs en fraudeurs. Vluchtelingen liegen en bedriegen, totdat het tegendeel is bewezen. Dat is het motto van het ministerie van Justitie. Als vluchtelingen in het algemeen al zo worden behandeld, dan kun je op je klompen aanvoelen dat de overheid er bij vermeende gevluchte oorlogsmisdadigers nog een flinke schep bovenop gooit. Zo ook bij N.N. Hij is inmiddels tot ongewenst vreemdeling bestempeld. Daardoor begaat hij 24 uur per dag de misdaad dat hij zich bevindt op een voor hem verboden deel van de aarde, namelijk Nederland. Zijn verblijf hier is strafbaar en mensen die hem ondersteunen bij zijn verblijf, zijn medeplichtig aan die misdaad. “Ik ben dus ook een crimineel”, denk ik. Maar dat was ik volgens zoveel racisten en rechts-populisten in dit land toch al. N.N. heeft als illegaal gevangen gezeten. Hij werd weer vrijgelaten en op straat gegooid, omdat de overheid hem niet kon deporteren naar zijn land van herkomst. Het ministerie van Justitie moest daarbij toegeven dat hij niet mag worden uitgezet, omdat hij in zijn eigen land zal worden vervolgd. Lees: gemarteld of vermoord. Zijn leven loopt daar gevaar. Hij moet dus in Nederland blijven, ook volgens de overheid. Maar diezelfde overheid heeft zijn verblijf hier juist strafbaar gesteld. Waar moet hij heen, nu het feit van zijn bestaan wordt gebrandmerkt tot misdaad?

<4

Harry Westerink

nummer 7 > oktober 2010

H

oe kwamen jullie er op het UWV-kantoor toe om mee te gaan doen aan de staking? Quesseksou: “Het begon toen de FNV Bondgenoten-organizers langskwamen op het werk. Op vragen over loonsverhoging antwoordde de baas toen alleen maar: ‘Nul, nul’. Ik twijfelde eerst aan de organizers, want ik had slechte verhalen gehoord over de vakbond. Veel mensen bij ons waren wel eens lid geweest wegens problemen met de bazen. Maar de bond zou daar niets tegen hebben gedaan. Ze vroegen altijd alleen maar of je wel een brief had geschreven. Maar dat is moeilijk als je niet goed Nederlands schrijft. De organizers deden ontzettend hun best om mij bij de acties te betrekken. Een ervan bleef maar komen en toen zei ik: ‘Goed, ik ga je helpen’.” “Op 23 februari regende het keihard. De organizer kwam weer met vakbondspapieren over de staking. Om kwart voor vijf kwamen de schoonmaaksters en die zeiden: ‘De actie is goed, maar wij zijn geen lid van de bond’. Toen heb ik ze lid gemaakt. Ze trokken elkaar mee. In een half uur waren 65 van 85 schoonmaaksters lid geworden. We hebben toen een grote vergadering gehouden over wat er ging gebeuren. De andere voormannen waren heel benieuwd. ‘We mogen niemand dwingen’, zei ik. ‘De schoonmaaksters moeten zelf beslissen wat er gaat gebeuren’.” “Een uur later was duidelijk dat er gestaakt zou worden”, gaat Quesseksou verder. “Ik heb toen die organizer gebeld en gezegd dat we 65 nieuwe leden erbij hadden, en dat die wilden staken. ‘Serieus?!’, vroeg hij. Toen is hij heel snel gekomen met zijn collega. We zijn daarop meteen twee dagen in staking gegaan, en in het UWV gebleven. Daarna zijn we met een reis door Nederland begonnen, en hebben we meegedaan met de acties van de vakbond.” Voor de Turkse vrouwen was het spannend, maar ook zwaar, zo vertelt Quesseksou. “Het was helemaal nieuw. Ze hadden nooit eerder gestaakt. Ze wisten niet of het resultaat kon hebben, en ze waren bang voor ontslag”. Maar Quesseksou sprak hen moed in. “Nee, je wordt niet ontslagen. Sluit je aan bij je collega’s, want samen sta je sterk.” Er werd veel getwijfeld. “‘Mohamed’, vroegen ze dan, ‘het zou twee dagen duren, maar er is nog steeds niets bereikt’. ‘Ja, maar we moeten volhouden’, antwoordde ik dan. ‘Het komt goed.’ Maar die twee dagen werden een week! Tijdens de eerste week was het leuk, spannend, nieuw. We gingen overal heen in het land voor verrassingsacties. En steeds vroegen we de organizer of er al resultaat was.”

Werkdruk De schoonmaakbedrijven wilden echter niet overstag. De schoonmakers spraken de opdrachtgevers aan op hun verantwoordelijkheid. Die wilden de bedrijven immers steeds minder betalen voor schoonmaakwerk. Quesseksou: “Het UWV zei dat zij geen partij was in het conflict. Dat wij het met de schoonmaakbedrijven moesten uitzoeken. Maar zij waren als opdrachtgever wel degelijk partij. Nu wil het UWV bezuinigen, met wel 25 procent. ‘Want het is crisis’, zeggen ze dan.” De staking bij het UWV had een voorgeschiedenis. “In 2006 zei schoonmaakbedrijf ISS tegen de voormannen op het UWV dat ze te veel mensen in dienst hadden, dat er een nieuwe indeling zou komen. ‘Wat is er fout dan?’, vroeg ik. ‘Zo worden we er niet rijk van’, antwoordden ze. Vanaf dat moment moesten we anderhalve afdeling schoonmaken in de tijd waarin we er eerst één deden. Andere voormannen slikten alles, maar ik heb bezwaar gemaakt, me verzet, twee weken lang. Maar als je alleen staat, dan ben je kwetsbaar. Ik heb het heel netjes gedaan, hoor. Ik heb alleen gesproken en geschreven, maar geen werk geweigerd.” Quesseksou legt uit hoe groot een afdeling is: “Dat is een torenflat met 23 verdiepingen van 1170 vierkante meter. En dat vol met stoelen, bureaus, beeldschermen en prullenbakken. We hebben toen geaccepteerd dat we anderhalve afdeling moesten doen met 16 mensen. Maar in 2006 moest het plots met 13 mensen. En in 2007 met 11. Het UWV bezuinigde met 15 procent en ISS wilde de opdracht niet verliezen. En dus moesten we vanaf 2008 met die 11 mensen twee hele afdelingen schoonmaken.” Reagerend op onze verbazing: “Iedereen werd individueel op de hoogte gesteld, en gevraagd om het te accepteren. Maar arme mensen kunnen niet weigeren. Want dan dreigt ontslag. Zo voelen de mensen dat. Of herplaatsing naar een andere werkplek, ver weg, met veel langere reistijd. Ook dat is een schrikbeeld.” “De kwaliteit ging achteruit, dat kon niet anders. Maar ISS ontkende dat en zette nieuwe rayonhoofden in die het allemaal doordrukten. Na de actie bij UWV, die ook was georganiseerd door het comité Steun de Schoonmakers, erkende de baas plots dat er geld bij moest. Hij gaf toe dat wij arbeidsongeschikt raken als de werkdruk nog verder opgevoerd wordt. Maar niets op papier natuurlijk.” Quesseksou is niet altijd voorman geweest. Na 15 jaar schoonmaken kreeg hij een hernia van het bukken. “Elke afdeling 120 prullenbakken. Je doet straks drie afdelingen, samen 360 prullenbakken. Je bukt twee keer per prullenbak, en komt twee keer omhoog met een rugbeweging. Dat in twee-en-half uur! Daar krijg je een hernia van, dat kan niet anders.” Drie afdelingen? Quesseksou: “We krijgen nu een nieuw model: de turbotaak. We gaan van twee naar drie afdelingen. Dat betekent Ziektewet voor ons. Wij zijn toch geen auto’s waar je een extra motor kan inbouwen? Wij zijn mensen! Ik heb een bestuurder van de FNV - die heeft een hele grote mond, dat moet je ook hebben in die gesprekken - meegenomen naar een gesprek hierover met een directeur van ISS. Maar de toekomst ziet er niet goed uit. We hoeven nu niet meer schoon te maken, maar moeten de kantoren ‘nalopen’, zo zegt ze. De boodschap is: wie staakt, krijgt daarna een hogere werkdruk.” Maar er komen nog meer bezuinigingen. Maar liefst 25 procent, zegt Quesseksou. “Er moeten mensen uit. Maar wie? Dat krijg ik niet te horen. Ook dreigen we straks met z’n vieren een afdeling te moeten doen, waar we vroeger dus met 16 schoonmakers waren. Ik laat de leiding zien dat dat gewoon niet kan. Want er zitten nagels in de vloerbedekking, er zijn vieze wc’s, er zit snot op de stoelen. En dat moeten we dan ‘nalopen’? Dat mooie woord van hen?” “Ook zoiets”, vervolgt Quesseksou. “Als je ziek bent, moet je tegenwoordig drie mensen bellen. Om 8:30 uur eerst leidinggevende 1, dan voor 9:00 uur leidinggevende 2, en voor 10:00 uur het hoofdkantoor. Als een van de drie zegt dat je niet ziek bent, dat je stem goed klinkt, dan telt het niet en moet je komen werken. Dat stond in een brief die ik moest uitdelen als voorman. Ik heb hem verscheurd. Ik vroeg: ‘Staat dat in de CAO? In de wet?’ Nee dus. ‘We hebben het bedacht om ziekteverzuim te verminderen’, antwoordden ze. Ik heb een exemplaar aan de vakbond gegeven.”

www.doorbraak.eu


Foto: Eric Krebbers

~Blogs+

Een selectie uit de bijna 50 nieuwe artikelen, blogs, aankondigingen en verslagen die op www.doorbraak.eu zijn verschenen sinds het vorige nummer van deze krant.

Harry Mens voedt rechts-populistisch complotdenken met antisemitisme (14 juni, Harry Westerink) Zodra complotdenken de publieke opinie vergiftigt, duikt haast onvermijdelijk ook weer de eeuwenoude antisemitische “joodse lobby” op. Actie bij het UWV-kantoor op 15 april 2010. “Na de staking was een collega ziek. Hij kwam toch werken, bang dat onze leidinggevende ziekte niet meer accepteert. Hij had griep, koorts, en hoestte de hele tijd. Hij had niet geslapen en zei dat hij naar huis wilde. ‘Misschien heb je wel een longontsteking’, opperde iemand anders. Maar ze zei: ‘Kom op man, ga werken!’ Een Nederlander bij de postafdeling zei tegen haar: ‘Wat ben jij een moeilijke vrouw’. Hij is opgegroeid met democratie, en durft te zeggen wat hij vindt. Mijn collega is later toch naar huis gegaan. Het ging niet meer. Later bleek dat hij geen geld had gekregen voor die werkdag, omdat hij zich niet officieel ziek had gemeld. Daarna leek het probleem opgelost, maar toen bleek later weer dat ze een vakantiedag van hem hadden ingenomen.” Na de staking kwam het UWV opeens met “huisregels”. Naast kledingvoorschriften mocht er ineens niet meer worden gebeld, gerookt of gedronken. “Het is hard werken en dan mag je niet even wat drinken?”, zegt Quesseksou. “‘Het gaat om geen alcohol drinken’, zei onze directeur.” Maar Quesseksous ploeg bestaat enkel uit Turkse vrouwen met hoofddoekjes. “De vrouwen worden onder druk gezet om te komen werken, ook als er thuis een ziek kind is. Dan moet je toch naar huis kunnen bellen?” Maar het zelfbewustzijn van de schoonmakers is door hun staking sterker geworden. “ISS is bang dat we weer actie gaan voeren. We hebben nu meer dan duizend mensen georganiseerd, en zijn voor niemand meer bang.”

Schoonmakersparlement Quesseksou is gekozen in het schoonmakersparlement, hoewel hij dat eigenlijk niet wilde omdat hij het zo druk heeft. Hij is ook hulpkok in een bejaardentehuis. Hij heeft al genoeg problemen, grapt hij, en is er niet bij gebaat als zijn werkgever weet dat hij in het schoonmakersparlement zit. Hij vindt dat betaalde medewerkers van de bond soms te veel willen bepalen tijdens de acties. “Sommigen zeggen: ‘Wij willen alleen mensen die de vakbond sterk willen maken, en mensen die twijfelen aan de bond moeten weg.’ Maar dat vind ik juist niet. We moeten met die mensen in gesprek over wat ze missen aan de bond. Zo lossen we problemen op. Zo maken we de vakbond sterk. Dat heb ik hem gezegd. Zo houden we ook vrouwen bij de bond. We moeten ingaan op de problemen van mensen, bijvoorbeeld als ze door ziekte te laat terugkomen van vakantie in Turkije, en dan merken dat hun geld gestopt is. Als de bond daar niet voor openstaat, dan gaan mensen naar de rechtsbijstand in plaats van lid te worden. Ik stop zelf tijd in de bond zonder er geld voor te krijgen en ik wil niet dat iemand allerlei mensen, en vooral vrouwen, afschrikt om bij de bond te komen.”

Marokko Quesseksou heeft in Marokko ervaring opgedaan met stakingen bij groentewinkels waar conflicten snel beslist moeten worden omdat de groenten anders bedorven dreigen te raken. “Dat ging er wel anders aan toe. Vijfduizend groentewinkels staakten, maar dan krijg je in Marokko wel klappen. Soms stond ik er bij onze UWV-staking van te kijken wat er allemaal kon. Vergeleken met Marokko was deze staking een toetje, een soort bavarois”, lacht Mohammed. “Ik zag schoonmakers bovenop het bezette kantoor van CSU in Uden vlaggen verbranden van het bedrijf. Sommigen wilden zelfs banden lek steken van auto’s.” Hij vroeg hen dat niet te doen. “Dat waren auto’s van werknemers. Het was zo’n mooie dag in Uden. Wij waren op het dak, de hele dag. Dan heb je macht. Niet elke dag, maar die dag wel”, zegt Quesseksou met glinsterende ogen. Hij is overigens ook buurtvrijwilliger en spreekt Marokkaans-Nederlandse jongens aan. “Het is mijn land”, zo zegt hij, “wat sommige anderen ook zeggen. Ik wil een bijdrage aan mijn land geven. Ik ben rijk, want ik heb twee culturen: de Nederlandse en de Marokkaanse. Natuurlijk zijn er problemen in de stad, maar: praten is oplossen.” Maar de politie-optredens in zijn buurt zijn niet altijd zo op praten gericht. “Laatst was ik in een café. Toen kwam de politie binnen en die begint iedereen te fouilleren. Ook de oudere mannen. Ze zijn ook al eens bijna met een paard naar binnen gereden.” De politiek komt hen niet helpen. “Voor de gemeenteraadsverkiezingen kwamen er weer mensen stemmen werven voor de PvdA. Ik vertelde hen over de politie-inval. ‘Dat gaan we aanpakken’, zeggen ze dan. Maar dat doen ze nooit. Daarom stemmen we niet meer op PvdA-Marokkanen.” “Ik wil een betere toekomst voor mijn vier kinderen. De eerste generatie migranten zijn vaak schoonmakers. Dat geeft niet. We zijn trots, want we doen het vuile werk. Maar ik zeg tegen onze kinderen: ‘Als je niet studeert, moet je straks ook schoonmaken’”. Lachend voegt hij eraan toe: “En staken. Maar onze kinderen hebben bij het solliciteren wel last van hun Marokkaanse naam. En de buurthuizen zijn afgepikt, waardoor de jongens op straat hangen.” Hoewel het ontzettend zwaar was, kijkt Quesseksou met genoegen terug op de staking. ‘We moeten de werkdruk juist verlagen, niet nog een paar toiletten erbij.” Door de acties heeft hij veel nieuwe mensen leren kennen. “Ik ken jullie nu, en andere mensen die ik anders nooit had leren kennen. Had ik ooit gedacht dat ik op tv, op het journaal en zelfs op ‘Man bijt hond’ zou komen? We moeten samenwerken, en geen onderscheid maken. We eten allemaal en gaan allemaal naar de wc.” Bob Wester Jeroen Breekveldt

www.doorbraak.eu

Weiger medewerking aan onderzoek naar radicaal-links activisme! (30 juni, Harry Westerink) Al jarenlang zijn wetenschappers in opdracht van de overheid bezig om de leefsituatie van mensen zonder papieren in kaart te brengen. Dat dwarsboomt de overlevingsstrategieën van illegalen en stelt de overheid in staat om hen effectiever op te jagen.

Inburgeringswet naar de prullenbak (19 augustus, Taylan Devrim) Niet alleen wordt het integratiebeleid van de overheid zo gedwarsboomd, ook linkse partijen als de SP lopen een flinke deuk op.

Ministerie van Justitie geeft Somaliërs de doodstraf (8 september, Harry Westerink) Volgens Amnesty International en Human Rights Watch is uitzetting naar Somalië voor vluchtelingen niet minder dan “een doodsvonnis”.

Naar een nieuw links van onderop (14 september, Harko Wubs) Het is van wezenlijk belang dat we leren hoe we gezamenlijk in een stad de verslechtering van de openbare voorzieningen kunnen tegengaan, en de toegang daartoe voor mensen met lage of geen inkomens kunnen verbeteren.

Arbeidsinspectie garandeert “eerlijke concurrentie” door levens kapot te maken (22 september, André Robben) Maar de overheid heeft zelf een groep tweederangsburgers gecreeërd door hen het recht te ontnemen om zich te vestigen en te werken waar zij willen. Vervolgens constateert de overheid dat bedrijven misbruik maken van die onzekere situatie van illegalen door hen een lager loon te geven, en daarover geen belasting af te staan.

Afschaffing van de laatste resten sociale zekerheid komt in zicht (27 september, Piet van der Lende) In een nieuw stelsel van samenvoeging van verschillende regelingen moeten mensen beneden het minimumloon gaan werken onder een bijstandsachtig regiem.

Berlijn protesteert tegen komst Wilders (4 oktober, Gregor Eglitz) Racisten in Duitsland en Nederland zijn al vol verwachting dat Duitsland kan belanden in een net zo destructief en gevaarlijk integratiedebat als Nederland.

Komen en gaan bij extreem-rechts (8 oktober, Gerrit de Wit) Maar soms is het ook de angst om bekend te komen te staan als extreem-rechts, vooral op internet. Dat kan problemen geven bij het solliciteren en een baan in gevaar brengen.

“We moeten heel doelgericht mensen gaan organiseren” (11 oktober, Eric Krebbers) De specifieke kracht van de Doorbraak-leden in het steuncomité is dat we door onze uiteenlopende politieke achtergronden overal lijntjes naartoe hebben lopen. Niet alleen naar de vakbond, politieke partijen en allerhande maatschappelijke organisaties, maar bijvoorbeeld ook naar migrantenorganisaties en de radicale actiebeweging.

5>

nummer 7 > oktober 2010


Veel Nederlanders vinden uitbuiting van Polen normaal Er verblijven ruim 100 duizend Polen in Nederland. Er wordt veel over hen gezegd en geschreven, en meestal niet erg positief. Uit recente onderzoeken blijkt dat Nederlanders nauwelijks last hebben van de Polen, maar des te meer van hun uitbuiting. Uitbuiting die door veel Nederlanders wordt gebillijkt.

E

U-burgers mogen in principe vrij reizen en werken in de Unie, behalve arbeiders uit de Midden- en Oost-Europese landen. Polen mogen tegenwoordig in Nederland wel zonder werkvergunning aan de slag, maar Roemenen en Bulgaren niet. In bepaalde sectoren zijn arbeiders uit het buitenland bijzonder welkom, zoals bijvoorbeeld in de landen tuinbouw. Maar de bazen hebben moeite om voldoende arbeiders te vinden. Dat komt onder meer doordat de geboden arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden veelal slechter zijn dan in andere sectoren: lage lonen, lange werkdagen, weinig ruimte voor scholing, zwaar handmatig werk, en grote werkdruk. Beducht voor de Nederlandse concurrentiepositie heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2008 een arbeidsmarktonderzoek laten verrichten.1 Er bleken onvoldoende gekwalificeerde arbeiders te zijn, en de sector bleek een negatief imago te hebben. Jongeren wilden er niet meer werken, en er werd steeds meer gewerkt met flexibele arbeidsmigranten uit landen die juist proberen om hun arbeiders te behouden voor hun eigen bedrijven.

Tuinen

Foto: Gregor Eglitz

Ondanks de voortdurende negatieve berichtgeving in de media2 hebben Nederlanders weinig problemen met Polen, zo blijkt uit recente onderzoeken. Die doen immers het werk dat Nederlanders niet meer willen doen. Ze zien dat de Polen keihard werken. De opvattingen zijn alleen minder positief in sectoren waar Polen de Nederlanders hebben verdrongen, zoals in de transportsector. Verder geldt dat het vertrouwen afneemt naarmate de Polen geïsoleerder worden gehuisvest.3 De problemen hebben vooral te maken met uitbuiting van de Polen. Die doen zich voornamelijk voor in de woonomgeving, als een uitzendbureau of huisjesmelker te veel Polen in een kleine woning stoppen, en de bewoners veelvuldig rouleren omdat zij regelmatig op een andere locatie moeten werken en dus steeds verhuizen. ‘s Morgens vroeg kan er veel geluidsoverlast zijn door de vertrekkende arbeiders, evenals in de weekenden als de Polen elkaar thuis opzoeken en feesten. Dat geeft ook weer parkeeroverlast. Ook worden de huizen en tuinen soms niet onderhouden en kan afval zich ophopen. Daardoor willen Nederlandse buren vaak verhuizen, maar zijn hun woningen in waarde gedaald. Soms verkopen ze hun huis daarom aan een uitzendbureau of gaan ze zelf verhuren aan Midden- en Oost-Europeanen. Daarmee is de vicieuze cirkel rond.4

Voor het inhuren van arbeidsmigranten gaan bazen naar uitzendbureaus. Daar zijn er naar schatting tussen de 10 en 12 duizend van, waarvan de helft malafide, en die bemiddelen allemaal samen 100 duizend arbeiders, vooral Polen.5 De grootste afnemers van malafide bemiddelaars zitten in de land- en tuinbouwsector, daarna in de bouw, de schoonmaak en de vleesverwerkende industrie. De hele voedselindustrie drijft tegenwoordig zowat op Polen. Ze werken in de kassen, in de slachthuizen en vleesverwerkende industrie, en ook in de distributiecentra van grote supermarkten als Albert Heijn. Sinds enkele jaren trachten de overheid, de vakbonden en de sector zelf die malafide praktijken te bestrijden, vooral ten koste van de arbeiders.6 Door de crisis hebben de malafide bemiddelaars hun praktijken verschoven richting onder meer huisvesting en daarbij hanteren ze allerlei half-legale constructies. De bazen proberen te bezuinigen op loonkosten, wat de concurrentie onder bemiddelaars nog vergroot.7

Uitbuiting Meer dan de helft van de Polen in Nederland zijn via uitzendbureaus aan het werk. Ze worden vaak als objecten behandeld. “Ons product zijn mensen”, zeggen de bureaus zelfs trots. Het gaat vooral om ‘gastarbeiders’: mensen die voor een paar maanden naar Nederland komen en dan weer een paar maanden teruggaan, om vervolgens weer terug te komen, enzovoorts. De meeste uitzendbureaus werven hun arbeiders overigens direct in Polen. Ze beloven geweldige dingen en sluiten soms ook voorcontracten af die ongeldig zijn volgens de Nederlandse wet. Onder meer vanwege het ontduiken van het minimumloon. Er wordt de Polen soms wijs gemaakt dat ze hier voor acht euro per nacht in een hotel kunnen slapen, wat eenmaal gearriveerd de daklozenopvang blijkt te zijn. De uitzendbureaus regelen het vervoer naar Nederland, de huisvesting, het vervoer van en naar het werk, en de verzekeringen. Die kosten worden allemaal op het loon ingehouden. Maar vaak wordt er veel te veel ingehouden, of wordt er bijvoorbeeld bovenop de ziektekostenpremie een extra premie ingehouden die het uitzendbureau in eigen zak steekt. Ook worden er vaak boetes opgelegd, bijvoorbeeld voor het verkeerd aanbieden van het vuilnis of het niet opruimen van een kamer. Verder worden toeslagen - vakantiegeld, weekendtoeslag, overwerk - vaak niet uitbetaald, moeten mensen 80 uur per week werken, en worden ze gescheiden gehouden van hun Nederlandse collega’s. Zieke arbeiders worden simpelweg naar Polen teruggestuurd. Van baan verwisselen is voor de Polen meestal niet te doen omdat hun huisvesting, vervoer en andere noodzakelijke randvoorwaarden allemaal aan dat ene uitzendbureau zijn gekoppeld. De Polen stellen zelf meestal niet veel eisen omdat ze zo min mogelijk geld aan voorzieningen willen uitgeven en meestal toch maar tijdelijk hier zijn. Maar wanneer ze langduriger blijven, of zelfs permanent, dan veranderen vanzelfsprekend hun eisen. Dan laten ze bijvoorbeeld hun gezin overkomen en gaan hun kinderen naar school. Veel Nederlanders hebben goed in de gaten dat Polen slachtoffer zijn van uitzendbureaus, huisjesmelkers en bazen, maar verontwaardiging roept dat allemaal nauwelijks op. Ze beschouwen het als een soort gegeven: Polen komen hier om zich kapot te werken, en het maakt hen niet uit om rotwerk te doen en in rothuizen te wonen, want ze zijn er maar voor een korte tijd en willen in die tijd zoveel mogelijk geld verdienen, verder niets. Maar welke Nederlander zou het acceptabel vinden als zijn zoon of dochter naar een ander land zou gaan, om daar 60 uur per week in een slachthuis te werken en in een caravan te slapen, om daar na een half jaar werk nog steeds amper geld aan over te houden? Er wordt net gedaan of arbeidsmigranten geen mensen zijn met een eigen leven. Alsof ze hun leven en mens-zijn in Polen achterlaten als ze hier komen werken. Ellen de Waard Noten 1. “Arbeidskrachten in het agrocluster nu en in de toekomst”, www.research.nl. 2. “Tegenpolen”, Harry Westerink, 21 mei 2010, www.doorbraak.eu. 3. “Onder Polen”, www.movisie.nl. 4. “MOE-landers in de wijk”, www.research.nl. 5. “Nieuwe grenzen, oude praktijken”, www.research.nl. 6. “Arbeidersstrijd in champignonteelt hard nodig”, Harry Westerink, 25 juni 2010, www.doorbraak.eu. 7. “Grenzen stellen”, www.sncu.nl.

Oost-Europese delicatessenwinkel in Den Haag.

Malafide praktijken Bazen frauderen op vele manieren, van een foutieve administratie tot vergaande uitbuiting van hun arbeiders. Veel praktijken zijn bedoeld om op de kosten van arbeid of arbeidsbemiddeling te besparen. Andere zijn juist gericht op het afpersen van geld van de arbeidsmigranten zelf. Enkele voorbeelden.

<6

nummer 7 > oktober 2010

Loonfraude. In de vleessector geldt een 36-urige werkweek. Daardoor zou het minimumuurloon voor uitzendkrachten € 326,80 gedeeld door 36, dus € 9,07 moeten bedragen. Maar veel malafide bemiddelaars passen toch een 40-urige werkweek toe, waardoor het uurloon daalt naar € 8,17. Bij een bedrijf met 500 uitzendkrachten levert dat per week een kostenbesparing van € 18.000 op. Sjoemelen met bemiddelingskosten. Arbeidsbureaus regelen ook het vervoer naar en in Nederland, huisvesting en administratieve zaken, zoals het aanvragen van burgerservicenummers. Alle zo gemaakte kosten worden direct van het nettoloon van de uitzendkracht afgeschreven. Zo ontstaat de mogelijkheid om uiteindelijk maar een klein gedeelte van het minimumloon daadwerkelijk uit te betalen. Dubbelfunctie werkgever en huisbaas. Uitzendkrachten worden via hun huisvesting enorm onder druk gezet door hun bazen. Die gooien hen per direct op straat wanneer ze een contract tekenen bij een ander uitzendbureau, of wanneer ze bepaald werk weigeren. Omgekeerd kunnen ze hun baan verliezen wanneer ze klagen over hun huisvesting. Arbeidsmigranten die met vakbonden samenwerken, worden soms ontslagen, hun huis uitgezet of naar Polen teruggestuurd. Ook moeten arbeidsmigranten structureel ‘toevallig’ overwerken als er voorlichtingsavonden zijn van bijvoorbeeld de vakbonden.

www.doorbraak.eu


BORN 2b WILDers Strip: Tim Looten

Meer strips in deze reeks op <www.maroc.nl>.

“We moeten de muren doorbreken, letterlijk en figuurlijk” Het derde deel van een serie interviews met linkse migranten over de toekomst van zelforganisaties. Dit keer Bekes Hosiyar uit Koerdistan.

W

e kennen Bekes van Wilders Sluit Ook Jou Uit (WSOJU), een werkgroep waarin Doorbraak participeert en die lokaal actief is in Nijmegen en Arnhem. Bekes is geboren en opgegroeid in Koerdistan. Als we tijdens het interview per ongeluk Syrisch Koerdistan zeggen, corrigeert hij ons direct: “Nee, ik kom uit Koerdistan”. Na een korte stilte zegt hij: “Koerdistan? Ik ben gewoon van deze wereld”. Bekes is in Koerdistan politiek actief geweest in verschillende Koerdische partijen die uiteraard illegaal waren. Zijn familie was politiek actief, waardoor hij op jonge leeftijd al veel te maken had met politiek. Zo werd hij al vroeg actief lid van een Koerdische partij. Bekes: “Politiek is absoluut geen hobby of professionele bezigheid, het is een noodzakelijk gebeuren”. Kun je iets vertellen over je periode in Koerdistan? “Eerst werd ik lid van de Koerdische Democratische Partij (KDP). Dat was de populairste partij van Koerdistan. Daarnaast waren er ook een liberale, een linkse, en een communistische partij. Na twee of drie jaar besloot ik de KDP weer te verlaten. Via mijn vader kwam ik vaak in contact met andere partijen waardoor ik zelf een bewuste keuze kon maken. Ik ging bij de communistische partij. Nadat de leider daarvan overleed, ontstond er een machtsstrijd binnen die partij. Voordat ik vluchtte naar Nederland, was ik nog van de communistische partij overgestapt naar de linkse partij.” Op mijn eenentwintigste ben ik gevlucht naar Nederland. Inmiddels heb ik zelf kinderen die in de 20 zijn. “Al deze partijen waren uitsluitend Koerdisch. Sommige waren lokaal, andere weer landelijk. Maar voor de staat waren ze allemaal illegaal. En omdat ik lid was van een illegale partij, werd ik veroordeeld. Ik moest voor de rechter verschijnen, maar dat heb ik niet gedaan. Op mijn eenentwintigste ben ik gevlucht naar Nederland. Inmiddels heb ik zelf kinderen die in de 20 zijn, maar nog steeds ben ik niet teruggegaan naar Koerdistan.” Hoe zag je politieke leven in Nederland eruit? “In Nederland ging ik op zoek naar Koerden om hier ook wat te doen. Maar ik zat in Zeeland, en daar was geen ‘allochtoon’ te bekennen, laat staan Koerden. Dus besloot ik om te verhuizen, en zo kwam ik terecht in Arnhem. Maar er waren toen sowieso nog weinig Koerden in Nederland die politiek actief waren. En de Nederlandse linksen waren moeilijk te vinden. Uiteindelijk was het me gelukt om contact te leggen met kameraden van dezelfde Koerdische partij waarvan ik lid was geweest in Koerdistan. Het ging om een soort dochterorganisatie. Maar die samenwerking duurde kort, omdat we meningsverschillen hadden over de inhoud. Ik was van een oudere generatie, en had de strijd in de jaren 80 meegemaakt. Ook toen hadden we natuurlijk wel meningsverschillen binnen de partij, maar dat ging toen meer om de strategie, om de ideologie, of over het politieke programma. Hier dachten de mensen erg kleinschalig. Uiteindelijk besloot ik om iets anders te gaan doen. We hebben toen een Koerdische stichting opgericht.” “In het begin ging het goed met de stichting. We hadden 160 leden in Arnhem, maar na een tijdje ontstonden ook daar interne conflicten. Het was een zeer laagdrempelige stichting, open voor

alle politieke ideeën van uiterst links tot uiterst rechts. Het was geen politieke organisatie, maar meer een die was gerelateerd aan de Koerdische identiteit. Op een gegeven moment ontstond er spanning tussen verschillende groepen, omdat iedereen activiteiten wilde organiseren die te maken hadden met de eigen politieke achtergrond. We probeerden wrijving tussen verschillende groepen te vermijden, maar dat werd steeds moeilijker. Het werd een stuk minder leuk en ik besloot in 2003 om eruit te stappen.” Heb je ook contact gezocht met Nederlandse politieke organisaties? “Ook als je dat heel graag wilde, waren er diverse obstakels. Ten eerste ben je een vluchteling en je zit in onzekerheid. Daarom zet je je nog niet 100 procent in om mee te doen met de samenleving. Daarnaast is taal een groot probleem. Het duurt een tijd voordat je de taal machtig bent. En omdat je in onzekerheid zit, zet je je dus ook niet honderd procent in om de taal te leren.” “Ik kon niet echt stil zitten nadat ik niet meer politiek actief was. Met een aantal vrienden hebben we stichting Cegerxwin opgezet, vernoemd naar een bekende Koerdische dichter. Het ging om een stichting voor kunst en cultuur. Om subsidie te kunnen krijgen hebben we onze doelen en activiteiten aangepast aan de eisen van de gemeente. Zo leerde ik ook steeds meer over de Nederlandse realiteit. Uiteindelijk wilden we toch politiek bezig zijn en kwamen we regelmatig bijeen om ideeën uit te wisselen. Naast culturele activiteiten organiseerden we ook acties. Zo hebben we samen met andere Koerdische organisaties actie gevoerd bij de Turkse ambassade in Den Haag tegen de Turkse invasie in Noord-Irak. Dat was voor ons ook een goede gelegenheid om de Nederlandse linkse partijen te benaderen. We vroegen de SP en GroenLinks of ze mee wilden doen. Helaas reageerde alleen de SP, met de mededeling dat ze die keer helaas niet konden deelnemen. Dat was een teleurstelling. Je steekt er veel energie in, bereidt alles voor, maakt plannen, en ziet dat de politieke partijen er niet eens interesse in tonen. Dat was niet alleen het geval bij deze actie, maar ook toen we daarna een bijeenkomst organiseerden. Toen kwam er wel iemand langs namens een politieke partij. Maar je merkte dat de samenwerking niet gelijkwaardig was. Dan denk je bij jezelf: laat maar, het hoeft niet meer.” “Financiële afhankelijkheid. De meeste organisaties waren hoe dan ook afhankelijk van de gemeente. Waar liepen jullie nog meer tegen aan? “Financiële afhankelijkheid. De meeste organisaties waren hoe dan ook afhankelijk van de gemeente. Daarom moesten ze hun programma daarop aanpassen. Je moet voldoen aan de voorwaarden van de gemeente. Uiteindelijk doe je het dus niet meer voor je idealen, maar werk je voor de gemeente. Daarnaast waren de actieve mensen zelf niet in staat om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Ze hadden de ideeën, gewoonten en de organisatiemodellen uit hun land van herkomst meegenomen naar Nederland en probeerden die hier ook toe te passen. Dat werkte niet. Bovendien waren ze politiek gezien niet goed opgeleid. Door dat alles raakten deze organisaties meer en meer geïsoleerd.” Werkten jullie samen met buitenparlementaire linkse organisaties? “Eerlijk gezegd kenden we geen buitenparlementaire linkse organisaties. We hadden geen contact met hen. We wisten niet eens dat ze bestonden. Politiek zaten we dicht bij elkaar,

www.doorbraak.eu

maar werkten langs elkaar heen en niet met elkaar samen. Over parlementair links kan ik heel kort zijn. Die nemen onze pogingen tot samenwerking niet serieus. Ze herinneren zich ons alleen als er verkiezingen zijn. Dat is niet de goede manier van samenwerken.” Maar uiteindelijk heb je je wel aangesloten bij Wilders Sluit Ook Jou Uit? “Daar heb ik me inderdaad later bij aangesloten. Ik ben erachter gekomen dat ik niet verder kan met de bestaande groepen. Er is een Koerdisch gezegde: een dode kan geen dode trekken. Ik moet eerst zelf kennis en ervaring opdoen. Ik moet eerst mezelf ontwikkelen, dan pas kan ik misschien anderen meekrijgen.” “Ik was dus wel actief, maar ontevreden. Ik wilde zelfstandig iets doen, buiten de Koerdische organisaties om. “Ik was dus wel actief, maar ontevreden. Ik wilde zelfstandig iets doen, buiten de Koerdische organisaties om. Toen ben ik naar een informatiebijeenkomst over Wilders geweest, waar we een paar filmpjes hebben gekeken en hebben gediscussieerd over de PVV. De demonstratie daarna zag er goed uit, en omdat Wilders mij ook uitsluit, meldde ik me aan bij WSOJU. Ik vroeg of ‘allochtonen’ ook mee mochten doen, hahaha.” “Ik keer me natuurlijk niet tegen de persoon Wilders, maar tegen zijn ideeën. Die zijn racistisch. En ze raken niet alleen de buitenlanders. Er zit meer achter. Wilders gaat nooit de dialoog aan, en als hij dat wel zou doen, dan kwam iedereen er snel achter dat het probleem niet bij ons ‘allochtonen’ ligt, maar bij Wilders zelf.” Wat zijn je ervaringen bij WSOJU? “Wat ik gelijk heb geleerd bij deze groep is om afstand te doen van mijn vooroordelen jegens bepaalde type mensen. Ik was afstandelijk tegen mensen die er anders uitzien en bijvoorbeeld piercings en oorbellen dragen. Zulke typen zitten ook bij WSOJU. Maar het is hierbij bewezen dat ik 180 graden verkeerd zat. Het spijt me.” Wat heeft, gezien je ervaringen, uiteindelijk je voorkeur: Koerdische organisaties of organisaties waarin Koerden, Nederlanders, en anderen bij elkaar zitten? “Het heeft veel te maken met wie jouw hulp nodig heeft. Zijn dat mensen die al weten wat hun doelen zijn, en daar bewust naar streven? Of de mensen die verkeerd bezig zijn, en jouw hulp kunnen gebruiken? Ik denk dat veel Koerden mijn hulp zouden kunnen gebruiken. Maar ik heb besloten om het rustig aan te doen, en ze voorlopig met rust te laten.” “Je moet je einddoel altijd goed voor ogen houden. Je methode kun je steeds aanpassen. Het is belangrijk om altijd te zoeken naar samenwerking. Nieuwe mensen en nieuwe ideeën zijn verrijkend. Door samen te werken met mensen die verschillende achtergronden en ervaringen hebben, word je alleen maar rijker, nooit armer. Je moet breed denken, maar lokaal actief zijn en natuurlijk met zoveel mogelijk mensen. Die manier zie ik ook terug bij Doorbraak: breed denken, lokaal toepassen. Dat is een methode die bij me past. Het woord Doorbraak vind ik trouwens goed klinken. Ik heb zelf namelijk ook altijd geprobeerd muren te doorbreken, letterlijk en figuurlijk.”

7> Cihan Ugural Taylan Devrim

nummer 7 > oktober 2010


Hoe organiseer je verzet zonder afbreuk aan je idealen? De vijfde bijdrage alweer in de discussie rond de strijd tegen migratiebeheersing. De Anarchistische Antideportatie Groep Utrecht (AAGU) reageert op het stuk “Diep beseffen dat je het nu ook niet goed weet” van Doorbraak.

<Dis cus sie>

A

ls ik een galg moet oprichten om te winnen, zei Malatesta, dan verkies ik te verliezen. Oftewel: hoe organiseer je verzet zonder afbreuk te doen aan je idealen.

Het Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB) was in de jaren 80 een kleine linkse vakorganisatie die vooral leden had bij de vissers in Scheveningen en Groningen en de havenarbeiders in Rotterdam. Het OVB heeft in die periode laten zien dat het graag ‘wilde’ stakingen wilde ondersteunen. Zo ook in Groningen. Een staking van de taxichauffeurs werd niet door de gevestigde vakbonden ondersteund en het OVB heeft daar wat mensen naar toe gestuurd om de stakers te helpen. Het ledenaantal in Groningen steeg spectaculair en zo werd het OVB min of meer een deelnemer binnen de onderhandelingen. Uiteindelijk was de staking een succes en men heeft wel iets kunnen binnenhalen. Het meest curieuze van het verhaal speelde zich drie maanden later af. Op het hoofdkantoor bij het OVB te Rotterdam stroomden opzeggingen binnen. De taxichauffeurs hadden hun buit binnen en hebben zich (nadat zij zich collectief hadden aangemeld) ook weer collectief afgemeld. Op de website van Doorbraak is de volgende oproep terug te vinden: “Met diverse organisaties in Nederland bundelen we onze krachten in het nieuwe platform Rekening Retour en staan we voor een heel andere aanpak. Wij zeggen: stop de aanval op onze sociale verworvenheden en rechten. Haal het geld waar het zit: laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Laat degenen aan de top die verantwoordelijk zijn voor de crisis en zij die hebben geprofiteerd van het gokken en graaien de rekening betalen. Als eerste stap om dit geluid kracht bij te zetten organiseren we op 23 oktober een manifestatie in Den Haag, met de boodschap aan het nieuwe kabinet dat wij de crisis niet gaan betalen. Hierbij willen we op zo breed mogelijke manier verzet samenbrengen - van schoonmakers, ambtenaren en zorgmedewerkers tot studenten, migranten en gepensioneerden - en duidelijk maken dat we samen sterk staan tegen crisisbeleid, tegen zondebokpolitiek en voor solidariteit.” De oproep van Rekening Retour, via onder meer Doorbraak, doet heel erg denken aan de wijze waarop het OVB toen in Groningen het verzet wilde ondersteunen. Voor actiegroepen zoals bijvoorbeeld de AAGU is de oproep zinnig, maar zeker niet zaligmakend en origineel. Men spreekt erin over “het verzet samenbrengen”. Het past misschien beter om het hier te hebben over “het protest samenbrengen”. Onze kritiek (ook terug te vinden in de recentelijk gepubliceerde open brief) op de oproep is onder meer dat het platform een beroep doet juist op degenen die de verschillende crisissen hebben veroorzaakt of hebben verzonnen. Het aanspreken van de regering (machthebbers) om afstand te doen van het kapitalistische systeem past helaas niet binnen de doelstellingen van het platform. Het is altijd goed dat er protest of verzet is, maar, zoals gezegd: er zijn meer wegen en vormen van protest en verzet. De AAGU probeert haar doelen (een vrije en solidaire samenleving) te verwezenlijken via onder meer geweldloze directe actie. Daarbij richt zij haar pijlen op het apparaat dat ten dienste staat aan de opsluiting van mensen zonder papieren. De AAGU beschouwt de bajessen waarin deze mensen worden opgesloten als middel om een misdadig regime van uitsluiting en uitbuiting in stand te houden. Iedereen met enig gevoel voor rechtvaardigheid zou niet moeten wachten tot deze kerkers van de staat tot de laatste steen zijn afgebroken. Geweld tegen personen is daarbij uitgesloten, omdat naar onze mening alleen het gebruik van geweldloze middelen in overeenstemming kan zijn met het doel te komen tot een vrije en solidaire samenleving. In de loop van de geschiedenis zijn er reeds vele vormen van protest, verzet en opstanden geweest. Voorheen was het juist gebruikelijk dat groepen mensen zich tijdens een oproer lieten zien en horen. Zo ook hedentendage met betrekking tot Collage: Ka van Haasteren

<8

nummer 7 > oktober 2010

www.doorbraak.eu

het migratiebeleid van Nederland en van de EU. Het is van wezenlijk belang dat er groepen mensen zijn die, tegen de stroom in, hun gezicht willen en durven laten zien en die roepen dat het genoeg is met het opsluiten van migranten. Dat het genoeg is met het uitsluiten, opsluiten en deporteren van mensen. Binnen een ideale situatie zouden dit soort directe acties ondersteund kunnen worden door andere groepen die zich eveneens verzetten tegen het onmenselijke beleid, maar dan op andere gebieden en met andere middelen. Het vormen van een brede coalitie waarin de diversiteit van actievormen gerespecteerd wordt, was nu juist ook een van de vele onderdelen die bij het afgelopen No Border Camp in Brussel hoog in het vaandel stonden. Het is gemakkelijk om de initiatieven van de ander met de grond gelijk te maken. Het is veel lastiger om de ideeën van de ander te verwerken in de strategie van jouw actiegroep of platform. Vooralsnog hebben de mensen binnen de AAGU zeer bewust gekozen voor een strijd tegen het huidige migratiebeleid en de daarbij behorende illegalenbajessen. Het moge duidelijk zijn dat er een zekere rangorde zit in de ellende die mensen kan overkomen. De meeste migranten die wij tegenkomen tijdens onze bezoeken in de bajessen, tijdens informatiemiddagen en ook bij internationale bijeenkomsten (zoals bijvoorbeeld in Calais) verkeren in een verschrikkelijke, uitzichtloze situatie. Dat is een humanitair uitgangspunt. Het brede politieke aspect zit verweven in ons idee dat migratiestromen niet zomaar op gang komen. Het rijke westen heeft daar een enorm aandeel in, en weigert vooralsnog de consequenties te aanvaarden van hetgeen dat teweeg brengt in andere delen van de wereld. Het gegeven dat er een enorm voedseltekort is, er een financiële crisis is uitgebroken en dat er nog steeds oorlogen worden gevoerd om grondstoffen lijkt niet bij de westerse bevolking door te dringen. Migratiestromen zijn wat ons betreft een direct gevolg van deze crisissen. Ideologisch is het wat de AAGU betreft een prachtig beeld dat er op een dag geen grenzen meer zijn, dat er sprake is van een vrije en solidaire wereld waarin mensen niet hoeven te vluchten om door andere mensen veroorzaakte redenen, en dat iedereen op deze wereld haar of zijn geluk kan gaan zoeken waar hij of zij dat maar wil. Afijn, zo ver is het helaas nog lang niet. En wij zijn ook niet echt hippies, dus moet er een strijd geleverd worden! Het komende initiatief van 2.Dh5, een festival van wereldversleutelaars, om een discussie te organiseren hoe radicaal-links uit haar isolement kan geraken, zonder afbreuk te doen aan je idealen, is een voorstel dat niet helemaal uit de lucht is komen vallen. Het voeren van directe acties tegen kolencentrales is erg nuttig als daar een gedegen campagne aan vastgekoppeld is die ook de destructieve consequenties van kerncentrales aan zal kaarten. Het bezoeken van bedrijven die winst maken over de ruggen van migranten (bouwbedrijven, uitzendbureaus, luchtvaartbedrijven) slaat nog beter aan als de druk zo groot wordt dat bedrijven zich daadwerkelijk zullen terugtrekken. Om dat te bereiken zal er enige organisatie nodig zijn. Er zal samengewerkt moeten worden met allerlei groepen zonder dat men het gevoel heeft dat men ideologische uitgangspunten moet inleveren. In het najaar van 2010 zullen vele groepen hun strategie gaan bespreken, en wij hopen dat deze discussies zich zullen richten op daadwerkelijke veranderingen. De AAGUmensen hopen dan ook dat de komende initiatieven om de huidige stand van zaken met betrekking tot migratiepolitiek te bespreken door veel mensen bezocht zullen worden. AAGU De Italiaan Errico Malatesta (1853-1932) was een belangrijke anarchistische denker, activist, agitator en propagandist binnen de negentiende-eeuwse revolutionaire beweging. Malatesta stond het sociaal-anarchisme voor. Anarchie betekende voor hem niet alleen: ingaan “tegen alle opgelegd gezag”, maar vooral: sociale organisatie zonder opgelegd gezag. Zijn ideeën waren veelomvattend, en het ging daarbij volgens hem niet alleen om een uitwendige vormverandering van de maatschappij.


Foto: Ricardo van Bommel

Calais: politiek en humanitair dilemma “Het is letterlijk tussen migranten en de politie in staan.” Aan het woord is Lotte, een lid van Calais Migrant Solidarity Nederland (CMS-NL) over haar rol in de stad waar duizenden vluchtelingen de oversteek proberen te maken naar Engeland. De Nederlandse tak van het netwerk werd opgericht na een internationale steunoproep om de repressie van de Franse overheid tegen migranten in Calais te stoppen. Sindsdien reizen Europese activisten regelmatig af naar de Franse havenstad. Maar door de schrijnende omstandigheden wordt er voornamelijk humanitaire hulp geboden. “Het is een leerproces: hoe gaan we hier in vredesnaam mee om.”

N

a een No Border-actiekamp1 in 2008 besloot een aantal activisten in Calais te blijven vanwege de beroerde situatie daar. Voor 2002 werden vluchtelingen met duizenden tegelijk opgevangen in Sangatte, een Rode Kruis-kamp met zeer primitieve leefomstandigheden. Daarna is Sangatte ingeruild voor “een ontmoedigingsbeleid”. Dat betekent in de praktijk dat migranten volledig aan hun lot worden overgelaten. Ze worden voortdurend lastig gevallen, opgejaagd en opgepakt. In 2009 werden hun van afval gemaakte kampementen - “de jungles” - vernield, en sindsdien worden de kraakpanden waarin de migrantengroepen verblijven aan de lopende band binnengevallen en ontruimd. Daarbij worden alle persoonlijke spullen vernietigd. Zelfs kinderen slapen op straat. Particuliere hulporganisaties wordt toegestaan maaltijden en medische zorg te geven, maar verder is het verboden om de illegale migranten te helpen. Mensen die dat toch doen, worden door de politie thuis opgezocht. Een intensieve angstcampagne van de overheid stimuleert bovendien het verlinken van helpers en schuilplaatsen van migranten door Franse inwoners. “Het particuliere vangnet van hulporganisaties wordt net genoeg getolereerd om te voorkomen dat mensen doodgaan”, zegt CMS-activist Bauke cynisch.

Theedrinken Activisten die langer in Calais verblijven, zijn veelal uitgeput van het harde werken, de ellende die ze om zich heen zien bij de migranten en de voortdurende overheidsrepressie die elk ontluikend initiatief de kop indrukt. Er is over het algemeen weinig tijd om acties te organiseren. Vrijwel iedereen wordt opgeslokt door humanitaire beslommeringen, bijvoorbeeld het helpen van migranten aan slaapplaatsen en spullen. CMSNL heeft zich in 2010 vooral bezig gehouden met kraken en een enkel goederentransport. Daarnaast probeert men door aanwezig te zijn invallen te voorkomen of te vertragen, zodat de migranten de tijd hebben om te vluchten. CMS-NL zou het liefste zien dat de situatie in Calais “polariseert”, en dat de lokale bevolking “zich gaat uitspreken”. Maar hulp verlenen aan migranten zorgt er niet direct voor dat dat doel naderbij komt, zo geeft Lotte gelijk toe. Hoe het anders moet, weten de leden van CMS-NL ook niet precies. “We spreken geen Frans en we hebben ook de contacten niet.” In september hebben internationale activisten, waaronder die van CMS-NL, samen met de migranten een festival georganiseerd. “Met muziek, kunst, goed eten en solidariteit hebben we succesvol een plek vol ellende en repressie getransformeerd in een plek van leven en feest. Mensen zeiden: het was net alsof ik niet in Calais was”, aldus de website van het internationale CMS-netwerk.2 Het contact tussen de activisten en de migranten is erg goed. “Het is veel theedrinken”, zegt Bauke lachend. Er ontstaan ook vriendschappen. Bauke: “Hun contact is oprecht. Ik ben bij hen te gast. De migranten hebben mij niet nodig om naar Engeland te komen.” Solidariteit kan daadwerkelijk gegeven worden. “Voor het eerst dat ze in Europa zijn, worden ze behandeld als mens.” Maar echt iets opbouwen is erg moeilijk in Calais. Zeker voor CMSNL, dat er niet structureel zit zoals de Engelse en Franse groepen. Bovendien zijn de migrantengroepen weliswaar vaak strak georganiseerd, ze bestaan wel uit telkens wisselende individuen. De migranten willen immers niet in Calais blijven, maar in Engeland hun leven opbouwen. Dat maakt het onderhouden van contacten moeilijk. Engelse activisten komen nog wel eens migranten tegen die de oversteek gehaald hebben, maar CMS-NL heeft dat voordeel niet. Een andere moeilijkheid in Calais is dat de migrantengroepen er meestal heel hiërarchisch zijn, en dat er onderling veel strijd en geweld is. “Als je de ene groep helpt, dan

word je soms door de andere uitgescholden voor racist”, vertelt Lotte. “Een keer hadden we een groot pand gekraakt en nodigden we de Irakezen en Palestijnen uit. Toen gingen we naar de Afghaanse Pashtun, maar die riepen verontwaardigd uit: ‘Je denkt toch niet dat we met hen in één pand willen slapen?’.”

Tegenbeweging Er zijn veel inwoners van Calais betrokken bij de particuliere hulporganisaties die voor eten en medische hulp zorgen. Het contact tussen hen en de activisten is echter veelal slecht. De hulporganisaties zijn bang dat de activisten voor nog meer staatsrepressie zorgen, waardoor ook het laatste beetje toegestane hulp zal verdwijnen. Om hun positie te kunnen behouden, zijn ze volgens de activisten soms zelfs “een soort agent naar de migranten” toe. De paternalistische organisaties laten migranten verder ook niet zelf koken of eten uitdelen, waardoor het dus allemaal “witten helpen zwarten” blijft. Iets opbouwen in Calais is dus heel erg moeilijk. CMS-NL stelt zelf in haar oprichtingsverklaring dat ze zich wil richten op politieke strijd. Maar tegenmacht opbouwen wordt daarbij niet genoemd. Volgens Bauke is politieke strijd voor hen vooral “bewustwording, het confronteren van mensen met de werkelijkheid” en “het dwarszitten van de politie, geen concessies doen”. Maar is het zichtbaar maken van repressie en ellende genoeg om de status quo te veranderen? Mensen die weten hoe de realiteit in elkaar steekt, gaan niet automatisch iets doen. Vaak weten ze gewoonweg niet hoe, of hebben ze daar in hun eigen leven weinig mogelijkheden voor. Door bewustwording sluiten potentiële medestanders zich niet zomaar bij je aan. En zonder grote en krachtige tegenbeweging kunnen overheden straffeloos doorgaan met het vermorzelen van diegenen die hen in de weg zitten. Het is waar dat in Calais de situatie zo overduidelijk schrijnend is dat het onmogelijk lijkt de effecten van het keiharde EU-migratiebeleid daar te negeren. Het is dan ook begrijpelijk dat Bauke zegt: “We moeten daar zijn, we moeten daar iets doen”. Maar ook op andere plekken zorgt welbewust uitsluitingsbeleid voor het verwoesten van migrantenlevens. Hoe erg het ergens is, kan op zichzelf geen politieke overweging zijn om je keuze voor een strijd op te baseren. In Nederland zijn veel actiegroepen solidair met groepen mensen zonder met hen samen te werken. Het grote gevaar daarvan is dat een politieke analyse niet alleen van buitenaf, maar uiteindelijk ook van bovenaf wordt gemaakt. CMS-activisten hebben gemerkt dat de contacten in Calais ook hun algemene visie heeft veranderd. “Het maakt alles wat ik buiten Calais doe realistischer”, vertelt Lotte. Migranten zijn geen mythische abstracte groep meer, maar mensen van vlees en bloed. Door samen te strijden met migranten kunnen niet alleen politieke analyses in de praktijk geslepen worden, maar kunnen ook de scheidslijnen in onze maatschappij daadwerkelijk geslecht worden. Alleen humanitaire hulp geven zorgt echter niet voor werkelijke verandering, ook niet als zij gestoeld is op een “anti-kapitalistische, anarchistische No Border-visie”. CMS-NL realiseert zich dit probleem terdege, maar het is in de praktijk moeilijk daarnaar te handelen. “Je krijgt een telefoontje van een migrant en je gaat het je persoonlijk aantrekken”, zegt Lotte daarover, “het zijn mensen.” Mensen in de vuurlinie van het kapitalisme verdienen onze solidariteit omdat we een betere wereld willen waarin iedereen zijn eigen leven zelf kan bepalen. Menselijk leed verzachten is dus een lovenswaardig streven. Maar het is slechts het bijschaven van de scherpe kantjes van een onmenselijk en onderdrukkend systeem. Om de collectieve situatie te veranderen zijn lange termijn-doelen met bijbehorende strategie nodig. Humanitaire hulp is brandweerpolitiek, waarbij voortdurend ingesprongen wordt op de korte termijn-situatie. In Calais is de situatie zo erbarmelijk en veeleisend dat het moeilijk is om zelf niet op te branden. De schrijnendheid van de omstandigheden maakt het ook nog heel moeilijk om strategische in plaats van meer menselijke emotionele keuzen te maken. Het is helaas niet raar dat in de praktijk veel activiteiten uiteindelijk vooral een humanitair karakter hebben. Want wat doe je als je na veel tegenwerking eindelijk een eigen No Border-kantoorruimte hebt en er staan opeens tien Afghaanse kinderen zonder slaapplek op de stoep? Lotte en Bauke zijn gefingeerde namen. Mariët van Bommel Noten 1. “Protest to call for ‘no borders’”, http://news.bbc.co.uk. 2. http://calaismigrantsolidarity.wordpress.com.

www.doorbraak.eu

*Praatjes maker= Prinsje en prinsesje.

Waxinelichthouder versus de gouden koets Het is weer de derde dinsdag van september geweest. Veel zijn we niet opgeschoten, maar dat was al bekend. We gaan zelfs achteruit, maar ook dat was al bekend. Prinsjesdag was geen verrassing, het was niet nieuwswaardig. Wel gebeurde er iets dat eigenlijk alle aandacht had moeten trekken, maar uiteindelijk ergens in een klein hoekje van de gratis krant Spits was beland. Nu overdrijf ik wel een beetje, maar naar mijn mening had het veel meer aandacht moeten krijgen dan dat het nu kreeg. Wat was er nou aan de hand? Een kale man van bijna 30 jaar, natuurlijk geen moslim, had een waxinelichthouder gegooid naar de gouden koets waarin de koningin met haar zoon en schoondochter zat. Nu is het niet de eerste keer dat er een gewelddadige uiting plaatsvindt richting de koninklijke familie. Alleen daarom al had deze gebeurtenis meer aandacht moeten krijgen. Waarom hebben mensen toch de behoefte om hun, zeg maar, onvrede te uiten richting deze familie? Dat had de vraag van de dag moeten zijn. Het valt op dat bij zulk soort gebeurtenissen gelijk wordt gewezen naar het verleden en de psychische toestand van de dader: “Hij zat niet zo lekker in z’n vel” of “Hij heeft wat psychische problemen”. Dan denk ik: “Maar het is niet de eerste keer dat mensen zich negatief uiten tegen deze familie. Zal die er dan ook niet iets mee te maken hebben?” Bijvoorbeeld: als een aantal keer mensen op straat geweld uitoefenen tegen mij, dan heeft dat ook met mij te maken. Óf Nederland is zo racistisch geworden dat migranten op straat zomaar worden aangevallen, óf ik zoek zelf steeds ruzie, óf… nou, vul maar in. Het zou in ieder geval wel iets met mij te maken moeten hebben, terecht of onterecht. Laten we dus niet blind op zoek gaan of er misschien wel iets niet zou kunnen kloppen aan de psychische toestand van degenen die zich negatief uiten tegen de koninklijke familie. Maar laten we vooral ook de vraag stellen: waarom die familie? Toen Beatrix in 1980 de kroon kreeg van Juliana, werd ze door duizenden en duizenden mensen uitgefloten. Ik ben benieuwd hoe het zit met de psychische toestand van al die mensen. Was je daar bij of ken je iemand die daar bij was, laat het me dan weten.

9>

nummer 7 > oktober 2010


Foto: André Robben

Prikkeldraad weggehaald aan de buitengrenzen van de EU De afgelopen maanden is een 360 kilometer lang hek tussen Roemenië en Moldavië verwijderd. Vormt dat een eerste stap richting de afbraak van Fort Europa? Of schuift de EU simpelweg zijn buitengrenzen verder op richting het oosten? Grens tussen Moldavië en Roemenië, vanuit de trein gezien.

I

n februari 2010 opende de Moldavische premier Vladimir Filat samen met de minister van Binnenlandse Zaken van Roemenië Vasile Blaga een nieuwe grensovergang tussen Moldavië en Roemenië. Tijdens de ceremonie knipten ze een stuk uit het 360 kilometer lange hek van prikkeldraad dat hun beide landen sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gescheiden. Het hek werd in de maanden erna volledig verwijderd. Recente artikelen op Moldavische internetpagina’s gaan alleen nog over de bestemming van het metaal en de houten palen. Roemenië en Moldavië kennen een lange gemeenschappelijke geschiedenis. Beide landen behoorden tussen 1389 en 1812 tot het vorstendom Moldavië, en dat verklaart de overeenkomsten in taal en cultuur. In de afgelopen 200 jaar zijn de mensen aan weerszijden van de rivier Prut een aantal keer van elkaar gescheiden en weer verenigd. Dan weer behoorde de Moldavische kant van de grensregio tot het Russische rijk en later de Sovjet-Unie, dan weer tot Roemenië. Sinds 1991 is de Republiek van Moldavië een onafhankelijke staat. Roemenië en Moldavië voerden destijds meteen een open grens-beleid in. Dat leidde tot een flinke toename in grensoverschrijdende handel en contacten. Maar dat hield niet lang stand. Om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor het EU-lidmaatschap, voerde Roemenië al in 2000 paspoortcontroles in. En sinds de daadwerkelijke toetreding in 2007 hebben Moldaviërs zelfs een visum nodig. Het gaat overigens om een eenzijdige regeling. Want Roemenen en alle andere EU-burgers hebben geen visum nodig om Moldavië binnen te komen. In het voorjaar van 2010 werd tegelijk met het verwijderen van het prikkeldraad het “small-scale cross border traffic” in het leven geroepen. Moldaviërs die in de grensregio wonen, die tot 50 kilometer landinwaarts doorloopt, kunnen voortaan een twee jaar geldend visum krijgen voor Roemenië, althans tot eveneens 50 kilometer landinwaarts.

Grenzen dicht Deze situatie aan de grens tussen Moldavië en Roemenië is een typisch voorbeeld van het controversiële en ook tegenstrijdige EU-grensbeleid. In principe doet de EU er alles aan om illegale immigratie tegen te gaan. Landen als Roemenië moeten hun buitengrenzen compleet dichtspijkeren om te mogen toetreden tot de EU, die daarbij overigens graag een handje helpt. De Europese grenspolitie Frontex1 heeft meerdere projecten uitgevoerd aan de Roemeens-Moldavische grens, van het trainen en adviseren van de Roemeense grenspolitie tot operatie Gordius. Dat laatste was een twee weken durende operatie om Moldaviërs tegen te houden die illegaal de grens probeerden over te steken. Frontex had namelijk via een risico-analyse vastgesteld dat de meeste mensen die illegaal een Oost-Europese grens overstaken de Moldavische nationaliteit hadden. Aan de operatie namen marechaussees deel van een hele reeks EU-landen: Bulgarije, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Duitsland, Letland, Polen, Portugal, Slovenië, Spanje en Groot-Brittannië. Hun opdracht was om de grenscontrole te versterken en de lokale autoriteiten te assisteren bij het identificeren van valse Moldavische paspoorten.

om te werken.” De IOM lijkt een ander doel na te streven. Martin Andreas Wyss van IOM Moldavië zegt namelijk over het MIRC: “Met de oprichting van dit centrum hopen wij een brug te slaan tussen de publieke behoefte naar feiten over migratie en de officiële verschaffing van deze informatie met als uiteindelijk doel illegale migratie te reduceren.”

Vervagende grenzen? De EU probeert op vele manieren illegale migratie tegen te gaan. Tegelijkertijd beweert men ook grensoverschrijdende samenwerking te stimuleren, ter bevordering van “de veiligheid”. De EU roept daartoe Euroregio’s in het leven, grensoverschrijdende regio’s waar samenwerking gestimuleerd wordt, economisch en op andere gebieden. In het geval van Moldavië heeft de EU de grens daarbij weer iets geopend, in ieder geval voor mensen in de grensregio. Vormen zulke maatregelen de eerste stappen richting het openen van de buitengrenzen, richting het vervagen van grenzen als resultaat van globalisering? Of is de EU te beschouwen als een post-koloniale macht die haar grenzen aan het opschuiven is? Dat eerste zou mooi zijn, maar het tweede is het meest waarschijnlijke antwoord. De samenwerking en het openen van de grenzen zijn namelijk afhankelijk van de mate waarin een land “de normen en waarden” van de EU onderschrijft en naleeft. De EU heeft met een groot aantal buurlanden, waaronder dus ook Moldavië, samenwerkingscontracten - “Action Plans” - opgesteld als onderdeel van het European Neighbourhood Program. In zulke actieplannen zijn een reeks punten opgenomen over onder meer economie, bestuur en onderwijs, waarop de betrokken landen hun systemen moeten aanpassen aan dat van de EU. En dat allemaal onder de noemer van vrijheid en veiligheid. De EU hoeft daarentegen geen aanpassingen te doen. De Unie stelt er een economische stimulans tegenover. Zo kunnen de landen die meedoen aan het programma en die hervormingen doorvoeren conform de EU-richtlijnen, economische steun en meer handel verwachten. De EU schuift haar grenzen niet via militair geweld op. Er worden geen landen ingenomen. Maar door haar machtspositie heeft de Unie het wel voor elkaar gekregen dat veel landen lid willen worden, of in ieder geval intensief willen samenwerken. De huidige zeer EU-gezinde Moldavische regering heeft inmiddels zelfs een ministerie voor Buitenland en Europese Integratie in het leven geroepen. Tijdens een ontmoeting met de Roemeense premier op 31 maart, de dag dat het “smallscale cross border traffic” in werking trad, zei de Moldavische premier Filat: “De Moldavische republiek is een Europees land met Europese burgers die recht hebben op toegang tot Europese waarden en vrijheden.” Moldavië wil zich zo graag profileren als Europees land, als toekomstig EU-lid, dat men de normen en waarden van de Unie gemakshalve maar gelijkstelt aan vrijheid. Pauline van Tuyll

Naast deze “harde maatregelen” worden ook meer “zachte maatregelen” ingezet om te voorkomen dat Moldaviërs naar de EU afreizen. Zo voert de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM)2 diverse campagnes om mensen “voor te lichten” over hoe het leven in de EU daadwerkelijk zou zijn, wat hen hier te wachten zou staan. De IOM verspreidt zo bijvoorbeeld de film “Lilya4ever” over een vrouw die via een mensenhandelaar in Zweden in de prostitutie terecht komt, terwijl ze juist hoopte op een beter leven. Met financiële steun van de Nederlandse regering heeft IOM Moldavië ook het Migration Information Resource Centre (MIRC) opgericht. Op de voorpagina van de MIRC-website staan voorbeelden van Moldaviërs die in de EU hebben gewerkt. Zij benadrukken daar hoe belangrijk het is om bij je familie te zijn, en wat je dus mist als je in het buitenland werkt.

Noten 1. “Frontex jaagt vluchtelingen de dood in”, Gerrit de Wit, 1 mei 2009, www.doorbraak.eu. 2. “Voor vrije migratie! Tegen de IOM!”, De Fabel van de illegaal, Fabel-krant 65/66, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu.

Samen met de Moldavische auteur Dumitru Crudu distribueert de IOM ook een theaterstuk over het weinig succesvolle leven van Moldaviërs in de EU. De theatermaker motiveert zijn stuk met de hoop dat op een dag “mensen hun dromen kunnen waarmaken in hun eigen land, en dat migratie geen manier is om professionele en intellectuele groei te bereiken.” Verder zegt hij: “Een goede Moldavische arts moet niet eindigen met het wassen van auto’s.” En: “Ik hoop dat op een dag het mogelijk wordt voor ons om naar Europa te gaan als toeristen of

<10

nummer 7 > oktober 2010

www.doorbraak.eu


<Dis <Crisis> cus sie>

Doorbraak en de crisis Het is crisis. Donkere economische wolken hangen boven Nederland en grote delen van de wereld. Er komen in Nederland enorme bezuinigingen aan die veel mensen aan de onderkant van de samenleving keihard zullen treffen. Kleine radicaal-linkse organisaties als Doorbraak staan helaas vooralsnog volkomen machteloos om veel invloed uit te kunnen oefenen op dit soort economische en politieke processen.

W

el kunnen we proberen om een aantal heel algemene uitgangs­punten en gedachten te formuleren over het kapitalisme, de crisis en de mogelijkheden tot opbouw van verzet daartegen. De onderstaande negen punten zijn slechts bedoeld als voorlopige en schetsmatige leidraad bij de inzet van onze beperkte mogelijkheden, en natuurlijk als een aanzet tot verdere discussie, analyse en standpuntbepaling. Want die zijn hard nodig. Daarom vonden we het belangrijk om deze tussentijdse puntenlijst alvast te publiceren. 1. Doorbraak is principieel tegen het wereldwijde politieke, economische en sociale systeem dat we kapitalisme noemen. Dat systeem draait om enerzijds winststreven en het privébezit van de productiemiddelen, en anderzijds de disciplinering en noodgedwongen loonarbeid van de onderklasse. Het kapitalisme is een systeem van uitbuiting, gebaseerd op onderdrukking. De oplossing voor de financiële en economische crisis ligt voor Doorbraak dan ook niet in een terugkeer naar het economische systeem - het keynesianisme van voor de opkomst van het huidige neo-liberalisme. Nee, Doorbraak streeft naar de volledige opheffing van het kapitalisme, en dat vereist een revolutionaire verandering in de machtsverhoudingen op wereldschaal. Daarbij hangt de huidige economische crisis nauw samen met onder meer de voedselcrisis, de energiecrisis en de ecologische crisis. Al deze crisissen kunnen alleen in hun onderlinge samenhang daadwerkelijk opgelost worden. 2. Crisis vormt een integraal onderdeel van de kapitalistische cyclus. Een crisis is als zodanig niets bijzonders, en leidt ook zeker niet als vanzelf tot de ondergang van het kapitalisme. Een crisis ontstaat meestal na een relatief stabiele periode waarin kapitaalbezitters en beleidsmakers alle mogelijkheden tot winstgroei hebben uitgemolken die de economische en maatschappelijke ordening van dat moment te bieden hebben. Eind jaren 60, begin jaren 70 strandde wereldwijd het fordistische tijdperk met zijn lopende banden, massaproductie en behoefte aan eenvormige massa-arbeiders. Daarna nam de huidige neo-liberale fase van het kapitalisme een aanvang, met zijn post-fordistische productiemodel gekenmerkt door wereldwijde uitbestedingsketens, flexibilisering en individualisering. Daarnaast werden ook de financiële markten gedereguleerd, en konden er grote winsten geboekt worden via speculatie en het verlenen van kredieten. Nu lijkt ook die fase vastgelopen.

3. Het kapitalisme is geen abstract systeem, maar een stelsel van concrete machts­verhoudingen tussen alle mensen onderling. Dat stelsel wordt via onze omgang met elkaar dagelijks gereproduceerd, en is zodoende voortdurend in beweging. De basis van het kapitalisme wordt gevormd door onze noodgedwongen onderlinge strijd op de arbeidsmarkt en door de voortdurende concurrentiestrijd tussen kapitaalbezitters. Maar vooral door de machtsrelaties tussen aan de ene kant de bazen en overheden die altijd meer en goedkopere arbeidskracht uit de wereldwijde onderklasse willen persen, en aan de andere kant die onderklasse die daar niet als vanzelfsprekend aan wil meewerken. In de loop van een kapitalistische fase kan de onderklasse steeds beter en slimmer leren omgaan met de druk van bovenaf, en zich steeds beter individueel en collectief leren wapenen tegen de uitbuiting en onderdrukking in de productie en de rest van de maatschappij. Zo nam in de loop van de jaren 60 en begin 70, aan het einde van de fordistische fase, het aantal stakingen in veel landen sterk toe en daardoor gingen de lonen omhoog. Tegelijk probeerden steeds meer arbeiders en jongeren in de westerse landen zich aan het hele arbeidsproces te onttrekken, wat in sommige landen onder meer mogelijk gemaakt werd via zwaar bevochten uitkeringsstelsels. De winstgroei stuitte door deze ontwikkelingen op zijn grenzen en een nieuwe crisis was geboren. De huidige post-fordistische fase lijkt nu vast te lopen, onder meer doordat de arbeiders in vooral de Aziatische landen waar naartoe een flink deel van de productie wordt uitbesteed, steeds sneller en beter verzet weten te organiseren om grenzen te stellen aan hun uitbuiting.

Cartoon: Gijsbertus W.

4. Het kapitalisme is een door mensen vormgegeven wereldwijd stelsel van macht en economische regels. Die worden aan de onderklasse gepresenteerd als natuurwetten, maar in geval van crisissen voelen bazen en beleidsmakers zich nauwelijks aan die regels gebonden. Crisissen bieden de machthebbers de kans en de optimale smoes om de economie en de maatschappij in één klap radicaal te hervormen via bezuinigingen en herstructureringen. Zo ook in Nederland. De aanval op onze sociale voorzieningen, de zorg en de pensioenen, stond allang voor de huidige crisis op de agenda. De bedoeling is simpelweg om zulke maatschappelijke reproductiekosten te verminderen, waardoor de belastingen omlaag kunnen en de winsten weer verder omhoog. Maar de sociale onrust rond de crisis biedt de onderklasse natuurlijk ook de mogelijkheid om de eigen wensen te proberen te realiseren. In rechtse tijden zullen meer mensen kiezen voor individuele reddingsboeien en voor volksmenners met reactionaire ‘oplossingen’ die uiteindelijk de belangen van de bazen en de beleidsmakers dienen. Wanneer daarentegen linkse krachten sterker worden, dan is de kans groter dat vanuit de onderklasse alternatieven voor het kapitalisme geformuleerd worden, en dat mensen zich gaan organiseren om hun wensen en eisen kracht bij te zetten. Crisissen zijn uiteindelijk niet meer dan heftige - meestal tijdelijke verscherpingen van de klassentegenstellingen. Stakingen, demonstraties, rellen en vele andere vormen van protest en verzet maken daarom vrijwel altijd deel uit van een crisis. Net als verhevigde pogingen tot disciplinering van de onderklasse. 5. De huidige crisis heeft een wereldwijd karakter, maar ontwikkelt zich per land en werelddeel anders. Hij biedt kapitaalbezitters en beleids­makers de mogelijkheid om wereldwijd te bezuinigen en te herstructureren. Rijke westerse staten stellen daarbij alles in het werk om de nadelige gevolgen zoveel mogelijk af te wimpelen op de armere landen. Ook binnen de EU wordt de druk gelegd bij de minder rijke landen. En overal wordt geprobeerd om de rekening van de crisis te verhalen op de armere delen van de bevolking, vooral via loondalingen en bezuinigingen op alle vormen van maatschappelijke dienstverlening. Juist de getroffen mensen hebben echter over het algemeen te weinig mogelijkheden om zo’n achteruitgang financieel te kunnen opvangen. Wereldwijd belanden zo in de armere gebieden honderden miljoenen mensen in een onmogelijke situatie. Feitelijk worden ze afgeschreven. 6. Er zal de komende jaren wereldwijd ongetwijfeld steeds meer verzet groeien tegen de bezuinigingen en de herstructurering. In Nederland kijkt Doorbraak voor verzet in principe naar

www.doorbraak.eu

de gehele onderklasse, dus naar betaald werkenden én naar werklozen. De blik mag daarbij niet beperkt blijven tot de werkvloer. Vaak wordt ongeveer een derde van de Nederlandse bevolking tot de onderklasse gerekend, maar een aanzienlijk deel van de middenklasse loopt door de crisis inmiddels het risico om ook af te dalen tot die onderste lagen. Het gaat daarbij om mensen die zichzelf absoluut niet willen zien als onderklasse, en die daarom door links ook maar beter niet als zodanig aangesproken kunnen worden. Maar objectief gezien gaat hun maatschappelijke positie langzaam achteruit, en komen ze steeds meer bloot te staan aan financiële problemen en allerhande disciplinerende maatregelen. De onderklasse was de afgelopen decennia juist in sterke mate geëtniseerd en gefeminiseerd, en was zodoende meer en meer uit “allochtonen” en vrouwen gaan bestaan. Potentie voor protest en verzet ziet Doorbraak daarom naast de afdalende middenklasse, vooral ook in jongeren, scholieren en studenten, in ouderen, in werklozen en inburgeringsplichtigen, in vluchtelingen en migranten, in illegalen, en ga zo maar door. 7. Veel werkende mensen zijn terecht trots op wat ze doen en kunnen. Maar Doorbraak ziet de onderklasse niet in de eerste plaats als een arbeidersklasse. Verreweg de meeste mensen willen werken om te leven en niet omgekeerd: leven om te werken. Doorbraak keert zich tegen de kapitalistische disciplinering waarmee men ons allemaal tot gehoorzame arbeiders wil drillen, tot mensen die graag willen participeren in de strijd van allen tegen allen op de arbeidsmarkt. Wij zijn in de eerste plaats allemaal mensen, en verzetten ons dus vooral ook als mensen tegen de crisis, de disciplinering en het kapitalisme. 8. Samen staan we sterk. Wij willen ons dan ook niet onderling laten uitspelen. Niet samen met de Hard Werkende Nederlanders klagen over “de luie werklozen”, met “de autochtonen” over de migranten die “onze banen” zouden inpikken, of met de Nederlandse politici over Grieken en IJslanders die niet willen bezuinigen om ‘hun’ schulden af te betalen. Het is juist belangrijk om uit te gaan van solidariteit met onderdrukte en uitgebuite mensen waar ook ter wereld. Verdeeldheid moet wel gezaaid worden, maar dan tussen ons en de bazen. Want we zitten zeker niet in één schuitje met de kapitaalbezitters en de beleidsmakers. We moeten daarom strijden tegen iedereen met een nationalistische agenda. 9. Wat kunnen kleine revolutionair-linkse organisaties als Doorbraak doen? a. In de eerste plaats kunnen we onze linkse ideeën onder de mensen brengen. Protest en verzet tegen de bezuinigingen en herstructureringen zal sowieso wel ontstaan. Maar ze kunnen alleen een links karakter krijgen als er überhaupt voldoende linkse ideeën leven over rechtvaardigheid, organisatie en strijd. b. We kunnen proberen om de protesten en bewegingen van onderop op onze eigen beperkte manier te steunen, te beïnvloeden en te radicaliseren. Dat kan gaan om bewegingen op straat en op de werkvloer, maar ook binnen bonden en progressieve politieke partijen als GroenLinks en de SP. c. We kunnen ook inspringen op bredere bewegingen met reformistische eisen. Er zal de komende jaren waarschijnlijk flink bezuinigd gaan worden op onderwijs, sociale voorzieningen en gezondheidszorg. Ook zullen lonen omlaag gaan, en zullen arbeiders en ambtenaren geflexibiliseerd of ontslagen worden. We zouden reformistische eisen wel moeten steunen, vooral omdat het tegenhouden van verslechteringen voor veel mensen op korte termijn heel belangrijk kan zijn. Maar tegelijk moeten we ons eigen radicalere geluid ook duidelijk naar voren brengen. d. We kunnen ook zelf proberen om van onderop en lokaal te bouwen aan verzetsstructuren. Met name via de methode van community organizing, omdat dat in principe de mogelijkheid biedt om mensen die voorheen niet actief waren in de strijd in te brengen.

11> Doorbraak

nummer 7 > oktober 2010


“Doorbraak en de crisis” - enkele kanttekeningen Tot nu toe heeft Doorbraak zich nog maar weinig systematisch uitgelaten over economische vraagstukken. Voor revolutionairen is dat echter wel nodig, als context, om je plek in het krachtenveld te bepalen. Plaatsing van het artikel op de website deed mij daarom plezier. Het is kennelijk een poging om tot een soort plaatsbepaling te komen. Hier volgen wat opmerkingen en kanttekeningen bij deze tekst.

Daarna volgt een typering van de crisis, “deel van de kapitalistische cyclus” en “als zodanig niets bijzonders.” Zoiets vindt plaats als “kapitaalbezitters en beleidsmakers alle mogelijkheden tot winstgroei hebben uitgemolken die de economische en maatschappelijke ordening van dat moment te bieden hebben”. Het kapitalisme wordt vervolgens ontleed als een systeem waarin tegelijk zowel concurrentie tussen kapitalen als vooral ook de strijd tussen kapitalisten en de “onderklasse”, uit wie de bazen “steeds meer en goedkopere arbeidskracht willen persen”, hetgeen die onderklasse met allerlei vormen van verzet beantwoordt. Het artikel ziet - en daar wordt het lastig - de economische crisis zelf als een uiting van deze klassenstrijd. Stakingen, pogingen van groepen mensen om zich zoveel mogelijk “aan het arbeidsproces te onttrekken”, leidden tot problemen voor de kapitalisten. “De winstgroei stuitte door deze ontwikkelingen op zijn grenzen en een nieuwe crisis was geboren.” Dat gebeurde in de jaren 60 en 70. Nu gebeurt iets soortgelijks: “De huidige post-fordistische fase lijkt nu vast te lopen, onder meer doordat de arbeiders in vooral de Aziatische landen waar naartoe een flink deel van de productie is uitbesteed, steeds sneller en steeds beter verzet weten te organiseren om grenzen te stellen aan hun uitbuiting.” Dat vind ik een aanvechtbare crisisverklaring. Voor de jaren 70 geldt het naar mijn idee in ieder geval meer dan voor de huidige crisis. Stakingsstrijd in veel landen, deels buiten de greep van vakbonden en partijen, bracht inderdaad de ongestoorde winstmakerij in gevaar. Geforceerde renteverhogingen, bezuinigingen, beginnende privatisering en opgevoerde marktwerking - neo-liberalisme - was het antwoord vanuit de kapitalistenklasse om haar orde in de bedrijven te herstellen en de krachtsverhoudingen ten gunste van de kapitalisten te wijzigen. De huidige crisis is anders. Die vindt juist plaats na een periode waarin arbeiders in heel veel landen loondalingen en uitholling van hun rechten hadden moeten incasseren. Juist vanwege de relatief lage inkomens draaiden kapitalisten lustig aan de kredietkraan, zodat ook arbeiders met geleend geld bleven consumeren, huizen bleven kopen. Toen zich afbetalingsproblemen aftekenden, denderde het kaartenhuis in elkaar. Hier waren het lage inkomens, de zwakke positie van arbeiders, die bijdroegen aan de problemen voor ondernemers om winsten te maken. Foto: Gregor Eglitz

<Dis <Crisis> cus sie>

H

et eerste stuk in het Doorbraakartikel gaat over het systeem zelf, het kapitalisme, “systeem van uitbuiting, gebaseerd op onderdrukking”. Bijschaven, humaniseren ervan is niet wat Doorbraak primair beoogt. “Nee, Doorbraak streeft naar de volledige opheffing van het kapitalisme, en dat vereist een revolutionaire verandering van de machtsverhoudingen op wereldschaal.”

Voor Azië geldt iets dergelijks. Kijken we naar Zuid-Korea. Daar hebben arbeiders in de jaren 80 via stakingsgolven forse loonsverhogingen binnengesleept. Maar vanaf de late jaren 90 zijn ook daar ondernemers en staat in de tegenaanval. Kijken we naar China. Daar beginnen arbeidstekorten op te treden die lonen omhoog helpen schroeven. Maar het mechanisme dat de loonsverhoging vooral drijft - arbeiders die hogere lonen eisen, en ervoor staken! - was in 2007 nauwelijks merkbaar. De laatste maanden zien we een serieuze stakingsgolf bij autobedrijven, vooral Honda. Maar om in dit proces de gangmaker te zien van een crisis die jaren eerder begon, is niet heel overtuigend.

Kaalslag. De aandacht die Doorbraak heeft voor arbeidersstrijd als crisisfactor, is echter belangrijk. Hierin zien we de invloed van een politieke stroming die als autonoom marxisme door het leven gaat. Kernideeën zijn de rol die arbeidersstrijd speelt: onafhankelijk van vakbonden en partijen - vandaar: autonoom; de zelfstandige rol - wederom autonomie - die afzonderlijke groepen arbeiders - fabrieksarbeiders maar ook allerlei andere sectoren, huisvrouwen, jongeren, migranten - spelen; de brede opvatting van het begrip “arbeidersklasse”, waaronder bij deze richting een ieder valt die op een of andere manier door het kapitaal wordt uitgebuit; en de analyse van crisis als uiting van kracht van arbeidersstrijd, een kracht die kapitalisten dwingt tot steeds nieuwe maatregelen en uitvindingen om de greep te behouden of te herwinnen.

<12

nummer 7 > oktober 2010

Het inzicht in hoe effectief arbeiders tegenspel weten te bieden en zo de kapitalistenklassen in de problemen weten te brengen, is waardevol. Het versterkt mijn conclusie dat de marxiaanse traditie aan een doordacht en werkbaar anarchisme - het soort anarchisme dat noodzaak is - veel heeft bij te dragen. In de nadruk die deze stroming legt op de zelfstandige activiteiten van arbeiders zelf, in de breedste zin, niet bemiddeld door allerlei economische en politieke instanties, zit sowieso een anarchistisch element. Waar ik echter niet van overtuigd ben, is die crisistheorie. Voor de depressie van de jaren 30 gold deze verklaringswijze bijvoorbeeld ook niet. Die volgde op een periode waarin de arbeiders systematisch in de

www.doorbraak.eu

verdediging waren gedrongen, met verloren stakingen, van hogerhand verzwakte vakbonden en een lage levensstandaard. Ook daar hadden de kapitalisten juist problemen omdat de spullen die in hun fabrieken gemaakt werden, door arbeiders maar in beperkte mate konden worden gekocht. Want daar hadden ze het geld niet voor. Terug naar de tekst van Doorbraak. Daarin wordt de crisis gekenschetst als enerzijds een gelegenheid voor de bazenklasse voor een bezuinigingsoffensief, als “de kans en de optimale smoes om de economie en de maatschappij in één klap radicaal te hervormen via bezuinigingen en herstructureringen”; anderzijds als een gelegenheid voor de “onderklasse” om haar eigen verlangens en eisen hier tegenin naar voren te brengen. “Crisissen zijn uiteindelijk niet meer dan heftige - meestal tijdelijke verscherpingen van de klassentegenstellingen.” Ik denk dat crisissen meer zijn; maar verscherping van deze tegenstellingen maken er deel van uit. Maar de crisistheorie die Doorbaak hanteert, acht ik ontoereikend. Hoogst interessant wordt het in stelling 7. Daar wordt toegelicht waarom Doorbraak het begrip “onderklasse” hanteert, liever dan het klassieke begrip “arbeidersklasse”. Ik lees: “Doorbraak ziet de onderklasse niet in de eerste plaats als een arbeidersklasse. Verreweg de meeste mensen willen werken om te leven en niet omgekeerd: leven om te werken. Doorbraak keert zich tegen de disciplinering waarmee men ons allemaal tot gehoorzame arbeiders wil drillen…” Ik deel de afkeer van disciplinering, en de afwijzing van werk als doel op zich. Maar het begrip “arbeidersklasse” geeft iets wezenlijks aan dat in het begrip “onderklasse” verloren gaat. Het is niet het feit dat we onderaan staan dat ons onmisbaar maakt voor het kapitaal; het is niet het feit dat we onderaan staan dat ons een machtspositie geeft; het is het feit dat wij arbeid moeten verrichten - arbeid die voor de waardevorming en -vermeerdering van het kapitaal onmisbaar is. Spreken van een “onderklasse” suggereert een ondergeschikte positie in de maatschappij; spreken van een “arbeidersklasse” suggereert een potentiële machtspositie. Juist de macht die arbeiders tegenover kapitalisten uitoefenen, staat in de autonoommarxistische traditie waar Doorbraak uit put, terecht zo centraal. De toevoeging van Doorbraak: “We zijn in de eerste plaats allemaal mensen, en verzetten ons dus vooral ook als mensen tegen de crisis, de disciplinering en het kapitalisme”, maakt de zaak niet beter. Jazeker, we zijn allemaal mensen. Maar dat geldt ook voor kapitalisten, en voor politici. Het klassenbegrip hanteren we nu juist om binnen die algemene mensheid strategisch relevant onderscheid te maken. Met “arbeidersklasse” als handvat - breed opgevat, dus inclusief degenen die huishoudelijk en veelal onbetaald werk verrichten, en allerlei andere voor de waardevermeerdering van het kapitaal onmisbare groepen - maken we zo’n onderscheid volgens mij op de helderste manier. De laatste paragrafen maken belangrijke punten over wat ons te doen staat. Verzet, zo brengt Doorbraak terecht naar voren, komt er sowieso wel. Het komt er op aan dat dit verzet een linkse dynamiek krijgt. Verdeeldheid binnen de onderklasse moet worden tegengegaan, nationalisme bestreden. Doorbraak onderstreept de noodzaak om aan de verbreiding van linkse ideeën bij te dragen, en structuren van verzet te helpen opbouwen. Er moet ook deelgenomen worden aan wat Doorbraak noemt “bredere bewegingen met reformistische eisen”, maar het inbrengen van het eigen “radicalere geluid” is dan wel nodig. Ik ben het in de kern met deze houding eens. Maar het begrip “reformistische eisen” vind ik niet vruchtbaar: elke eis - behalve de eis tot onmiddellijke opdoeking van het kapitalisme - is een eis tot een gedeeltelijke hervorming. Dat kun je “reformistisch” noemen, maar ik vind dat weinig zinvol. Reformisme is een politiek die hervormingen als zodanig in het middelpunt stelt, en de noodzaak van revolutie expliciet of impliciet ontkent of negeert. Het gaat hier om de methode van strijd, niet om de doelstellingen. Het kapitalisme willen afschaffen via een wet in de Tweede Kamer is reformistisch; het vechten voor twee procent loonsverhoging door middel van wilde stakingen, bedrijfsbezettingen en sabotage is niet reformistisch, maar revolutionair. Niet de eisen, maar de strijdmethoden en de perspectieven waarin die passen, maken uit of iets revolutionair of reformistisch is. Maar dit is een kanttekening, net als eerdere opmerkingen over onderklasse versus arbeidersklasse en over klassenstrijd als beslissende verklaring voor crisis. Het gaat in het bovenstaande dan ook niet om een frontale weerlegging, maar om kritische observaties bij deze stimulerende tekst. Peter Storm Dit is een bewerking van het artikel “Kapitalisme, crisis, klassenstrijd”, dat ik op 13 juli 2010 geplaatst heb op mijn weblog, http://peterstormschrijft. wordpress.com.


Nog geen eensluidende messcherpe analyse van het kapitalisme

B

edankt, Peter, voor je opbouwende kritiek op ons stuk “Doorbraak en de crisis”. Zoals je al aangaf, heeft Doorbraak zich tot nu toe nog niet zo vaak inhoudelijk uitgelaten over het kapitalisme en de crisis. Dat komt deels doordat onze interne politieke discussies soms langzaam verlopen, eenvoudigweg omdat we als relatief nieuwe club nog zoveel te bespreken en te organiseren hebben. Maar deels ook doordat we, zoals zoveel andere radicaal-linkse organisaties en individuen, gezamenlijk wel tegen het kapitalisme zijn, maar er uiteindelijk nog onvoldoende van weten om er een eensluidende en messcherpe analyse van te kunnen maken. Wij zullen zeker niet de enigen geweest zijn bij wie het hoofd tolde bij aanvang van de financiële crisis. Plots moesten we niet meer alleen iets kunnen zeggen over marktmechanismen en klassenstrijd, maar ook over short selling en de vage praktijken van bijvoorbeeld hedgefunds. Met “Doorbraak en de crisis” hebben we geprobeerd alvast een paar algemene uitgangspunten op papier te zetten, als een soort leidraad voor praktische keuzen. En om verder over te discussiëren. Een bijkomend probleem is dat radicaal-links voor allerlei feiten en analyses over het kapitalisme en de crisis noodgedwongen steeds weer moet terugvallen op neo-liberale en dogmatische marxistische economen. Beiden hebben sterk de neiging om top-down en puur economistisch te redeneren, waarbij allerlei machtsverhoudingen, en onderdrukte, uitgebuite of uitgesloten mensen veelal buiten beeld vallen. Autonome en ondogmatische marxistische bronnen zijn helaas een stuk zeldzamer.

Theorie en praktijk Grote overkoepelende economische verhalen zal je overigens voorlopig bij Doorbraak niet zo heel vaak gaan tegenkomen, voorspel ik. We proberen namelijk onze gezamenlijke visie stukje bij beetje te ontwikkelen, aan te passen en te verdiepen. We worden daarbij voornamelijk aangedreven door vragen uit onze politieke praktijk. Met andere woorden: we gaan theoretisch aan de slag als we ergens tegenaan lopen, als we gevraagd worden iets te ondertekenen of als de behoefte ontstaat om nieuwe wegen in te slaan. We streven zo naar een continue wisselwerking tussen praktijk en theorie, een constant proces van verdieping en verfijning. En het is de bedoeling dat onze activiteiten op die manier ook steeds doelgerichter en effectiever worden. Momenteel zijn we zo bezig om een eigen bruikbaar model van organizing te ontwikkelen, met vallen en opstaan dus.

Oorzaken Maar terug naar je opmerkingen op ons artikel. Ik denk dat je helemaal gelijk hebt als je zegt dat veel meer factoren hebben geleid tot de huidige crisis dan alleen het verzet van onderop. Het gaat om onvoorstelbaar complexe wereldwijde processen, waarbij het ongelimiteerd verlenen van kredieten zeker een rol speelde. Onze analyse schiet wat dat betreft zeker nog tekort. Aan de andere kant zouden we bij die druk van

Tenslotte nog iets over de verhouding van anti-kapitalisme met andere linkse thema’s. Bij het inkorten heb je het geschrapt, maar in je oorspronkelijke reactie op je weblog7 schrijf je dat je ons stuk juist zo waardeert omdat Doorbraak daarmee eindelijk is gekomen met een “samenhangend verhaal over de maatschappij als geheel en hoe die op álle fronten veranderd zou moeten worden”. Daar keek ik wel wat van op. Zo was het stuk eigenlijk niet bedoeld. Voor ons is anti-kapitalisme geen centralere of meer overkoepelende strijd dan bijvoorbeeld die tegen het patriarchaat of tegen racisme. Die drie machts- en uitbuitingsverhoudingen zijn in onze visie al eeuwenlang onderling sterk verweven, maar hebben toch ook ieder deels een eigen dynamiek. Met andere woorden: geen van drieën valt volgens ons helemaal uit de andere af te leiden. En mochten we toch op zoek gaan naar iets fundamenteels of centraals, dan zouden we waarschijnlijk uiteindelijk terechtkomen bij de al minstens zesduizend jaar oude patriarchale kern van alle menselijke samenlevingen tot nu toe.

We schreven in ons stuk ook dat het teruglopen van de winsten mede veroorzaakt wordt door het langzaam vastlopen van de cyclus van uitbesteding van de productie naar landen met steeds lagere lonen. Dat komt, zo denk ik, doordat er simpelweg steeds minder van die landen overblijven, en doordat daar steeds sneller arbeidsverzet van de grond komt, ook lerend van de strijd van hun voorgangers. In de jaren 60 begonnen landen als Zuid-Korea en Taiwan als lage lonen-landen. Daarna ging de karavaan richting China, en daarop naar Indonesië en Vietnam, naar Cambodja en nu lijkt een nog armer land als Nepal aan de beurt. De cyclus van verhuizing, uitbuiting, verzet en verhuizing verloopt steeds sneller. In China is de arbeidersstrijd inmiddels al redelijk ver ontwikkeld. Daar werden in de jaren voor de crisis al zo’n 100 duizend arbeidsconflicten per jaar uitgevochten! Vaak met succes. Dat bleek op een tweetal informatiebijeenkomsten die we daarover in 2009 organiseerden.3 Het blijkt ook dat veel internationale bedrijven zich genoodzaakt voelen te verhuizen naar Chinese provincies waar de arbeiders minder ervaring hebben in het uitoefenen van druk om hun lonen te verhogen. Daarom is veel textielindustrie dus ook al vanuit China verhuisd richting Cambodja. In een prima artikel op je weblog gaf je onlangs nog aan dat arbeiders in dat land strijden voor een fikse verhoging van het minimumloon.4 Hun strijd ondermijnt zo de winstmogelijkheden wereldwijd voor een hele industrietak. Een belangrijke bron van dit soort gegevens is voor ons de kring activisten rond het Duitse blad Wildcat,5 die veel contacten onderhoudt met strijdbare arbeiders in veel Aziatische landen.

Doorbraak probeert momenteel zelf om het begrip bevolkings­ politiek als een overkoepelend element te ontwikkelen. We hadden ons visiestuk daarover vooraf aan ons crisisartikel nog wat beter moeten doornemen, want dan waren we vast niet vergeten daarin te benadrukken dat juist vrouwen en migranten het meest getroffen worden door de crisis. Beiden zijn immers oververtegenwoordigd aan de geflexibiliseerde onderkant van de arbeidsmarkt. Zo blijkt maar weer dat onze stukken nooit af of volledig kunnen zijn. Eric Krebbers Noten 1. “Belastingdienst gunt multinationals 16 miljard euro”, Sjerp van Wouden, http://socialisme.nu. 2. “Ook links helpt de rijken rijker te maken”, Marcel van Dam, www.joop.nl. 3. “Onlusten in China”, 22 juni 2009, www.doorbraak.eu. 4. “Staken in Cambodja”, Peter Storm, http://peterstormschrijft.wordpress.com. 5. www.wildcat-www.de. 6. “Doorbraak tegen bevolkingspolitiek”, Doorbraak, 27 april 2010, www.doorbraak.eu. 7. “Kapitalisme, crisis, klassenstrijd”, Peter Storm, http://peterstormschrijft. wordpress.com.

Onderklasse Ik begrijp je kanttekening bij het gebruik van het begrip “onderklasse”. Je hebt gelijk dat het woord “arbeidersklasse” al direct een concrete machtspositie aanduidt die we met z’n allen hebben. Namelijk dat de kapitalisten afhankelijk zijn van onze gezamenlijke bereidheid om voor hen te werken en zo hun winsten te creëren. Je wijst terecht ook op de nadelen van het onszelf omschrijven als mensen in plaats van als arbeiders. Als we onszelf allemaal in de eerste plaats als mensen zien, dan worden we makkelijker vatbaar voor de heersende ideologie van we-zitten-allemaal-in-hetzelfde-schuitje. En dat is natuurlijk in werkelijkheid niet zo: we hebben immers compleet tegengestelde belangen met de kapitalistenklasse. Toch zijn er ook goede argumenten te geven om onszelf juist niet in de eerste plaats als arbeiders en arbeidersklasse te omschrijven. Ik ben zelf flink beïnvloed door het denken van de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin, en die schreef in zijn schotschrift “Listen, Marxist!” van 1971: “De arbeider wordt een revolutionair, niet door meer arbeider te worden, maar door zijn ‘arbeiderachtigheid’ van zich af te schudden.” Hij doelde op de mentale gedisciplineerdheid die veel fabrieksarbeiders zou kenmerken. Een gedisciplineerdheid die dogmatische communisten veelal zien als de noodzakelijke basis van effectieve arbeidersstrijd, en waarvan meer anarchistisch en autonoom georiënteerden juist beweren dat het een belangrijk obstakel is voor werkelijke revolutionaire strijd. In ons visiestuk over bevolkingspolitiek6 zijn we eerder al uitgebreid ingegaan op het reduceren van de mens tot arbeider. “Het gaat bij de bevolkingspolitieke kijk niet meer alleen om de strijd tussen kapitaal en arbeid, maar ook om de kapitalistische inzet om mensen te disciplineren tot arbeiders, en hun verzet daartegen”, zo schreven we onder meer. “Wij zijn in de eerste plaats immers mensen in een rijk geschakeerde sociale wereld, en niet de gelijkgeschakelde arbeiders die het kapitaal van ons wil maken.” Ik denk zelf dat het benadrukken van het bevrijdende karakter van linkse strijd voor onszelf als mensen minstens zo belangrijk is als het benadrukken van onze potentiële gezamenlijke kracht als arbeiders. En ik denk dat in de jaren 60 en 70 dat positieve linkse levensgevoel van doorslaggevende betekenis was voor heel veel mensen om ook in beweging te komen. Niet alleen voor studenten en jongeren, maar voor iedereen die tot de arbeidersof onderklasse behoorde. Vrij mens wilde men zijn, en geen loonslaaf.

www.doorbraak.eu

Foto: Gregor Eglitz

Een nadeel van die intensieve werkwijze van onderop is dat we nog te weinig in staat zijn om adequaat te reageren op grote en actuele economische kwesties. Zo hebben wij net als veel andere radicaal-linksen nauwelijks iets productiefs gedaan met de onthulling begin dit jaar dat multinationals jaarlijks 16 miljard subsidie krijgen via het kwijtschelden van hun belasting.1 Of met de ontdekking van SP-prominent Marcel van Dam dat de rekenmodellen van het neo-liberale Centraal Planbureau (CPB) uitgaan van een zelfverzonnen toekomstige belastingverlaging voor de rijken.2 Zonder die fantasie-maatregel zou er helemaal geen begrotingstekort van 29 miljard ontstaan, en zou er dus niet bezuinigd hoeven te worden. Zelfs niet binnen de heersende kapitalistische bezuinigingslogica dus. Alle partijen, ook de linkse, zouden hiervan op de hoogte zijn, maar hun mond houden om niet de kans mis te lopen om medebestuurder te kunnen worden van de BV Nederland. Waar we bijvoorbeeld ook meer mee hadden kunnen doen was het bedriegelijke karakter van Mark Ruttes verkiezingsbelofte van 400 duizend nieuwe banen. Dat moet erg aantrekkelijk geklonken hebben in de oren van de vele werklozen. Maar het was slechts de mooie verpakking van een plan om honderdduizenden mensen uit de uitkeringen te gooien. Die zullen zo het arbeidsaanbod doen stijgen en vervolgens naar verwachting de lonen doen dalen. En wanneer we goedkoper worden, zullen de bazen er meer van ons willen aannemen. Maar juist vanwege die lage lonen zullen velen meer dan één baan nodig hebben om te overleven. En met een of twee van die rotbaantjes, of helemaal zonder werk of uitkering, zullen nog meer mensen onder de armoedegrens belanden. Op de een of andere manier hadden we de radicaal-linkse stilte rond dit soort kwesties moeten doorbreken. In plaats van er maanden later pas mee op de proppen te komen, weggestopt in een reactie op jouw commentaar.

Anti-kapitalisme

onderop, waarover wij schreven, niet slechts moeten kijken naar georganiseerde bewegingen, maar juist ook naar alle individuele ontsnappingsmogelijkheden die het systeem de afgelopen drie decennia ondermijnd hebben. Denk aan het zwarte circuit, en aan wat men van bovenaf “fraude” noemt. Binnenkort komen we daarop terug in een artikel over hoe bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Nederland al 30 jaar bezig zijn om al die alternatieve wegen van overleven systematisch een voor een af te snijden. Om zo de onderklasse te dwingen om de geflexibiliseerde arbeidsmarkt op te gaan, en de winstmogelijkheden te vergroten.

Afbraak.

<Dis <Crisis> cus sie>

13>

nummer 7 > oktober 2010


Rechtszaak tegen Paspoortwet

Foto: Bertus Gerssen, www.bertusgerssen.nl

De Nederlandse overheid weigert de 26-jarige Haagse Louise van Luijk een nieuw paspoort te verstrekken omdat zij geen digitale vingerafdrukken wenst af te staan. Op 27 juli 2010 tekende Louise tegen deze beslissing beroep aan bij de bestuursrechter. Daarmee is de juridische strijd tegen de repressieve Paspoortwet begonnen.

A

ls gevolg van een Europese verordening trad op 21 september 2009 in Nederland de nieuwe Paspoortwet in werking. Sindsdien moet iedere Nederlander bij de aanvraag van een nieuwe identiteitskaart minimaal vier digitale vingerafdrukken afstaan. Die worden door de afdeling Burgerzaken op het gemeentehuis gescand met een zogeheten vingerscanner, en opgeslagen in een digitale database. Twee van de vingerafdrukken worden in de chip van het paspoort of de identiteitskaart verwerkt. De Paspoortwet beoogt een extra dam op te werpen tegen identiteitsfraude en ongewenste immigratie. Zo wordt het mensen moeilijker gemaakt om te reizen op het paspoort van een ander. Ook voor illegalen zal het lastiger worden om de eigen naam te verzwijgen en daarmee een uitzetting te dwarsbomen. Niet alleen mensen zonder verblijfsvergunning worden door de wet getroffen, maar ook bijvoorbeeld gearresteerde demonstranten die anoniem wensen te blijven. Daarnaast vormt de verplichte afgifte van vingerafdrukken een inbreuk op de privacy van iedere burger. Die wordt immers als potentiële verdachte behandeld, zonder enig strafbaar feit te hebben begaan. De weerzin tegen de Paspoortwet is dan ook groot.

Protest

Louise van Luijk.

Ook Louise moet niets hebben van de Paspoortwet. Ze is sinds een aantal maanden fulltime moeder van een dochter, genaamd Ceder. Voor het moederschap reisde en woonde ze een aantal jaar in landen als Uruguay, Guatemala, Rusland en India. Daar leerde ze naar eigen zeggen veel over de uiteenlopende culturen, de traditionele manieren van leven, de talen en de bijzondere gebruiken. Van het vele reizen is Louise één ding het meest bijgebleven: “Vrijheid is het belangrijkste dat een mens kan bezitten. Met vrijheid bedoel ik vrijheid in de ruime zin van het woord, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te bewegen en de vrijheid om te kiezen.” Vanuit haar drang naar vrijheid kan Louise zich niet vinden in de Paspoortwet. Ze weigert haar vingerafdrukken af te geven omdat die in een database opgenomen worden waartoe ook derden, zoals inlichtingen-, veiligheids- en, in beperkte mate, politiediensten toegang hebben. Louise is er voorts beducht voor dat haar gegevens in die database niet veilig zijn. “Zo’n database is niet te beveiligen tegen misbruik door onbevoegden. Dat geldt zowel voor de huidige gemeentelijke database als voor het nog aan te besteden centrale register. Zo kan de opslag van mijn gegevens mij grote schade berokkenen als die gegevens gemanipuleerd of gestolen worden.”

Precaire situatie

<14

nummer 7 > oktober 2010

Nadat haar paspoort verlopen was, toog Louise in december 2009 naar het gemeentehuis in Den Haag om een nieuwe aan te vragen. Aangezien ze principieel weigerde haar vingerafdrukken af te geven, bleek dat niet mogelijk. Bij een nieuwe poging in januari 2010 kreeg ze weer nul op rekest. Nadat de Haagse burgemeester haar aanvraag officieel naar de prullenbak verwees, diende Louise een bezwaarschrift tegen deze beslissing in. Maar aangezien ze nog steeds zonder paspoort zat, verzocht ze tegelijkertijd de rechtbank om een tijdelijke voorziening: een noodpaspoort. In mei 2010 wees de voorzieningenrechter dat verzoek af. Louise: “Zo belandde ik in een precaire situatie, omdat ik als aanstaande moeder niet meer in aanmerking kwam voor reguliere ziekenzorg, mijn aanstaande baby bij de geboorte niet de naam van haar vader zou kunnen krijgen en zelfs na de geboorte niet zou kunnen worden aangegeven bij de burgerlijke stand. Ook bleef ik zo dagelijks het risico lopen op boetes of arrestatie op grond van het niet kunnen voldoen aan de identificatieplicht, als een agent het vertoon van een geldig identificatiebewijs van mij zou eisen.” Ook de bezwaarschriftprocedure bij de gemeente bood geen soelaas. In juli 2010 werden haar bezwaren

van tafel geveegd. Louise kon alleen een paspoort krijgen als ze haar vingerafdrukken afstond, aldus de burgemeester. Ze was het daar niet mee eens en tekende meteen beroep aan bij de bestuursrechter.

Hogere wetgeving Het is vooralsnog nog onduidelijk wanneer de rechtszaak zal dienen, mogelijkerwijs eind 2010. Maar Louise en haar advocaat Jos Hemelaar zullen in ieder geval betogen dat de Paspoortwet in strijd is met hogere wetgeving. Zo is het strijdig met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat dat iedereen recht heeft op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De wet zou zelfs botsen met de Europese verordening die de afgifte van vingerafdrukken juist verplichtte. Die rept namelijk over de afname van twee vingerafdrukken, terwijl Nederland er zeker vier afneemt. Daarnaast is het de bedoeling van de verordening dat de vingerafdrukken enkel gebruikt kunnen worden voor de vaststelling van de echtheid van identificatiebewijzen en om een betrouwbaar verband te leggen tussen identificatiebewijzen en de houders ervan. De overheid heeft de verordening echter zo ruim opgevat dat de vingerafdrukken ook ingezet kunnen worden voor opsporingsdoeleinden, voor de identificatie van verdachten. Zo kan een officier van Justitie, als die over de vingerafdrukken, foto en geslacht van een verdachte beschikt, via een verzoek aan de database verificatie plegen en een bijbehorende naam opvragen. Vooralsnog krijgt de politie of een officier van Justitie geen toegang tot de database als men enkel aan komt zetten met gevonden vingerafdrukken op een plaats delict. Maar wat niet is, kan nog komen. Ook op andere fronten wordt juridisch gestreden tegen de Paspoortwet. Zo maken steeds meer mensen die geen vingerafdrukken af willen staan, bezwaar tegen de beslissing om hen geen identificatiebewijs te verstrekken. En er zijn mensen die wel hun vingerafdrukken afstaan, maar eisen dat ze na aanmaak van de documenten worden verwijderd uit de database. Verder heeft de vereniging Vrijbit in augustus 2009 een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse staat bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om de Paspoortwet buiten werking te laten stellen. En op 6 mei 2010 klaagde de stichting Privacy First samen met 22 mensen de staat aan via een civielrechtelijke procedure.

Grote gevolgen Het leven zonder paspoort heeft voor Louise grote gevolgen. Zo worden haar fundamentele burgerrechten onthouden en wordt ze behandeld als een illegaal. Louise: “Het ziekenhuis mag mij enkel nog behandelen als ik in een levensbedreigende situatie verkeer. Ook is het doen van aangifte van diefstal bij de politie niet mogelijk zonder paspoort of identificatiebewijs. Toen onlangs mijn portemonnee verloren of gestolen was, kon ik daarvan dus geen aangifte doen op het politiebureau. Ook is het verkrijgen van pasjes, zoals een bibliotheekpas, een verloren zaak zonder identificatiebewijs. Nieuw werk of een nieuw huis is al helemaal niet aan de orde als je je niet kunt legitimeren. Ik kan geen bankrekening openen en mag niet meedoen aan verkiezingen. Leven zonder identificatiebewijs is dus verre van gemakkelijk. Toch wil ik de strijd tegen deze bizarre staatsmaatregelen voortzetten.” Het verdient alle respect dat Louise haar principes onder deze barre omstandigheden trouw blijft. Het is evident dat haar zaak een algemeen belang dient. Als zij haar zaak wint, ligt er een bom onder de Paspoortwet. Louises strijd en rechtszaken kosten haar echter wel veel geld. Zo moet ze honderden euro’s betalen voor de eigen bijdrage en griffiegeld. Steun haar! Een financiële bijdrage voor Louise kan overgemaakt worden op rekeningnummer 786835060 t.n.v. Louise van Luijk te Den Haag o.v.v. “Louise vs. Paspoortwet”.

www.doorbraak.eu

Gerrit de Wit

Doorbraak Doorbraak is een linkse basisorganisatie die strijdt voor een ecologisch duurzame wereld zonder uitbuiting, onderdrukking en uitsluiting. Daarom vechten we van onderop tegen het kapitalisme, het patriarchaat, racisme, nationalisme, religieus fundamentalisme en militarisme. Doorbraak is een gezamenlijk initiatief van zogenaamde “allochtonen” en “autochtonen”, juist om het denken in zulke etnische verdelingen te doorbreken. Doorbraak wil af van de gecreëerde scheidslijnen en streeft naar een rechtvaardiger wereld. Hoe die er precies uit moet gaan zien? En hoe we daar willen komen? Dat willen we gaandeweg en samen met anderen bedenken en bevechten. Daarbij halen wij onze inspiratie uit de strijdbare traditie van socialistische bewegingen. Doorbraak staat daarbij symbool voor de wens om vastgeroeste indelingen in allerlei hokjes te doorbreken. Klinkt dat goed? Heb je interesse? Wil je meedoen? Bel of mail ons dan gerust.

Adres Website: www.doorbraak.eu Mail: doorbraak@doorbraak.eu Adres: Postbus 901, 7400 AX Deventer Telefoon: 06 4120 6167 Giro: 33.89.627, t.n.v. Doorbraak.eu, Deventer

Lokale contacten amersfoort@doorbraak.eu amsterdam@doorbraak.eu arnhem@doorbraak.eu denhaag@doorbraak.eu deventer@doorbraak.eu leeuwarden@doorbraak.eu leiden@doorbraak.eu nijmegen@doorbraak.eu oss@doorbraak.eu rotterdam@doorbraak.eu utrecht@doorbraak.eu wageningen@doorbraak.eu

Krant De Doorbraak-krant verschijnt twee­ maandelijks en wordt uitgegeven door stichting Gebladerte, www.gebladerte.nl. Abonnee worden? Maak 25 euro over op giro 95225 t.n.v. stichting Gebladerte te Leiden o.v.v. “abonnee”. Vermeld duidelijk je adres. Minima kunnen volstaan met 13 euro. Losse nummers kosten 3 euro. Lay-out: Zwart op Wit, Delft Drukkerij: Albani, Den Haag ISSN: 1877-8186

Mail-lijst Wil je in de tussentijd op de hoogte blijven van Doorbraak-activiteiten? Mail dan “Doorbraak Info” naar doorbraak@doorbraak.eu.


Doorbraak # 7