Issuu on Google+

Doorbraak .eu

nummer

€ 3,00 februari 2011

9

Word abonnee van Doorbraak zie achterpagina!

Foto: Gregor Eglitz

Onderzoek naar afgewezen vluchtelingen dient overheidsbelang

Politieke keuzen maken zie pagina 6

Er valt zwaarwegende principiële kritiek1 te leveren op onderzoek dat in opdracht van de overheid wordt verricht naar de leefwereld van mensen zonder papieren. Toch blijven tal van steungroepen voor afgewezen migranten en vluchtelingen helaas meewerken aan dat soort onderzoek. De wetenschappers van het eind 2010 verschenen onderzoek “Jong en illegaal in Nederland” ontleden jonge alleenstaande vluchtelingen als fruitvliegen en stellen de afgetapte informatie beschikbaar aan hun machtige tegenstander, de overheid.

H Samen in verzet tegen Wilders en zijn kabinet! Demonstratie, 26 februari 2011, 14:00 uur, Gele Rijdersplein, Arnhem De afgelopen jaren gaat onze samenleving gebukt onder een verregaande verrechtsing op alle fronten. En het einde lijkt nog niet in zicht. De kans is groot dat Wilders en zijn kabinet na de komende provinciale verkiezingen hun machtspositie alleen nog maar zullen versterken. Blijven we zwijgend toezien hoe rechts onze samenleving in de uitverkoop gooit? Of komen we in verzet?

S

tudenten kunnen binnenkort hun studie niet langer betalen, en krijgen geen studiefinanciering meer. Postbodes en andere hardwerkende mensen verliezen hun baan, om te worden vervangen door flexwerkers zonder een behoorlijk contract. Huurders, uitkeringsgerechtigden, geïllegaliseerden en arbeiders worden stelselmatig beknot in hun rechten. Publieke diensten als de zorg en het openbaar vervoer worden tegen onze wil geprivatiseerd – en de prijzen stijgen de pan uit. Mensen met gesubsidieerde banen worden aan de kant gezet. Wilders en zijn rechtse kabinet Bruin I spelen de omgekeerde Robin Hood en vergroten de kloof tussen arm en rijk. Wie rijk is, gaat er de komende jaren op vooruit. De rest moet krom liggen. Wij hoeven dit niet te accepteren! Racisme en discriminatie zijn weer aan de orde van de dag. Tot in het parlement worden hele bevolkingsgroepen beledigd, uitgescholden, belachelijk gemaakt en gecriminaliseerd. Het rechtse kabinet wordt geregeerd door één leugenachtige politicus, die niets dan apartheid en uitsluiting predikt. Wij mogen dit niet langer tolereren!

Alles dat waardevol en kwetsbaar is, wordt door dit kabinet kapot gemaakt: kunst en cultuur, ontwikkelingssamenwerking, het milieu, de verzorgingssamenleving, degelijk onderwijs, zekerheid en stabiliteit, verdraagzaamheid en solidariteit, onze bewegingsvrijheid en privacy. Wij kunnen dit een halt toeroepen! Samen kunnen we de verrechtsing en het toenemende racisme in de samenleving tegengaan. Samen kunnen we vechten voor een samenleving, waarin gelijkheid en solidariteit voorop staan, en niet de belangen van de rijken. Ook jij wordt niets beter van dit rechtse beleid! Ook jij wordt door Wilders en zijn rechtse kabinet uitgesloten! Ook jij kan hier iets tegen doen! Sluit je aan bij ons protest, en laat zien dat ook een andere samenleving mogelijk is! De demonstratie wordt georganiseerd door Doorbraak en Wilders Sluit Ook Jou Uit

Dem

e i t a r t s n o

et onderzoek stond onder leiding van de criminologen Richard Staring en José Aarts van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het werd uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De wetenschappers schakelden daarbij studenten criminologie in, die als onderzoeksassistenten gevoelige en voor de overheidsjacht op illegalen waardevolle informatie wisten te ontfutselen aan jonge afgewezen vluchtelingen. In de commissie die het onderzoek begeleidde, zaten naast vier ambtenaren van het ministerie van Justitie ook twee wetenschappers, een medewerker van voogdij-instelling Nidos en een medewerker van kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Het overwicht aan Justitie-ambtenaren kon ervoor zorgen dat het onderzoek in de voor de overheid gewenste richting verliep. Het onderzoek was bedoeld om “te voorzien in wetenschappelijke kennis over de leefomstandigheden” van jonge vluchtelingen, zo stellen Staring en Aarts droogformalistisch. Maar wetenschappelijke kennis en de sociale omgeving ervan is niet neutraal. Wetenschap dient altijd belangen, meestal het belang van machthebbers om de heersende machtsverhoudingen in stand te houden. Onderzoek naar illegalen in opdracht van de overheid dient vooral het belang van die overheid om hen “effectiever” uit te sluiten, op te sporen, op te sluiten en uit te zetten.

Luistervink “Kwalitatief onderzoek naar onrechtmatig in Nederland verblijvende jonge vreemdelingen die er alle belang bij hebben om uit zicht van de overheid te blijven, is per definitie geen eenvoudige opgave”, weten Staring en Aarts. “Een rapport als dit staat en valt met de bereidheid van de jongeren om inzage in hun wereld te bieden.” Om “inzage” te verkrijgen in de overlevingsstrategieën van de jongeren huurden de wetenschappers studenten in die in het kader van hun studie criminologie luistervink en verklikker mochten spelen. In de wetenschappelijke wereld is het helaas al jaren gebruikelijk dat studenten worden verplicht of onder druk gezet om gratis of zwaar onderbetaald mee te werken aan onderzoek voor het bedrijfsleven en de overheid. Weigeren ze dat, dan lopen ze het risico van studievertraging of slechte cijfers. c c c Vervolg op pagina 7


Van onderop organiseren in Rotterdamse buurten

*Praatjes maker=

Doorbraak probeert mensen lokaal te organiseren, en is daarom erg geïnteresseerd in hoe andere clubs dat aanpakken. Een interview met Ed en Daniël van Transition Towns (TT) Rotterdam.1

De rechtse elite

Waar we allemaal aan denken, is brood op de plank. Wat we allemaal willen, is gezond leven tot het einde. Maar dat wordt steeds moeilijker. Vandaag hebben we brood, maar we hopen dat we het morgen ook zullen hebben. Vandaag zijn we gezond, maar we hopen dat we dat morgen ook zullen blijven. Zo niet, dan hopen we dat er voor ons goed gezorgd zal worden. We hopen het... Maar het ziet er slecht uit.

Hoe functioneert jullie netwerk? Ed: “Het is heel informeel. We hebben wel een mailinglijst, maar dat is eigenlijk alleen voor onze nieuwsbrief. Mensen komen elkaar tegen bij activiteiten door de hele stad. Daardoor weten ze wie met wat bezig is, en wie met wie moet gaan praten. Bij het opstarten van een nieuw project kan je veel hebben aan het netwerk, als je bijvoorbeeld in eerste instantie niet genoeg enthousiaste buren vindt. Het netwerk is dus een injectie van enthousiasme en menskracht voor veel initiatieven geweest.”

Die rechtse elite, die mensen die in de top van de bedrijven zitten, die in de besturen van zorginstellingen zitten, in de besturen van onderwijsinstellingen, die in Den Haag zitten, in Brussel, juist die rechtse elite, die alles doet wat de grote bedrijven willen, die elite zegt maar één ding tegen ons: “In deze moeilijke tijden moeten we met z’n allen de schouders eronder zetten”. Ze zeggen: “Iedereen moet meer eigen verantwoordelijkheid nemen”. En juist wij, wij zijn degenen die altijd de schouders eronder zetten. Wij zijn degenen die altijd in moeilijke tijden leven. Wij zijn elke dag bang om ontslagen te worden, wij moeten goed opletten waar we boodschappen doen, anders halen we het eind van de maand niet, wij die altijd al in een soort crisis leven. En zij, de rechtse elite, die in de top van de bedrijven zitten, en in Den Haag, in Brussel, zij hebben geen benul van wat moeilijke tijden zijn. Zij hebben die nooit gekend. Ze hebben geen flauw idee wat het betekent om je schouders eronder te zetten. En wij, wij die precies weten wat het is om eigen verantwoordelijkheid te nemen, wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen door ervoor te zorgen dat ons geld, ons gezamenlijke geld, de belastingen, gaan naar diegenen die het het hardst nodig hebben. Dat ons gezamenlijke geld gaat naar de zieken, naar de gehandicapten, naar de ouderen, naar goede zorg, naar goed onderwijs, naar een goede samenleving. Maar al jarenlang wordt ons geld afgepakt, het wordt afgepakt door die rechtse liberale elite, die mensen die in de top van de bedrijven zitten, in de besturen van zorginstellingen, in Den Haag, in Brussel. Ze pakken het af en houden het geld zelf, verdelen het onderling. En wij moeten steeds meer de schouders eronder zetten, zodat zij meer geld overhouden. Maar over één ding heeft de rechtse elite gelijk: we moeten inderdaad met z’n allen de schouders eronder zetten, we moeten met z’n allen onze verantwoordelijkheid nemen, want we moeten ervoor zorgen dat ons geld, ons gezamenlijke geld, daarheen gaat waar wij het willen hebben. Ons geld mag niet gaan naar de rechtse elite. Het is ons geld. En wij moeten er alles aan doen, wij moeten met z’n allen de schouders eronder zetten, we moeten met z’n allen onze verantwoordelijkheid nemen, en ervoor zorgen dat niet zij, de rechtse elite, ons geld onderling verdeelt, maar dat wijzelf ons geld verdelen, zodat het op de juiste plaats terecht komt.

<2

nummer 9 > februari 2011

De fietsen­ werkplaats van Ed.

Daniël: “Die trok 30 mensen, en daar is het stadsbrede TT-netwerk uit ontstaan. Intussen doen er 250 tot 300 mensen mee. Als je iemand erbij weet te betrekken, dan trekt die persoon er vaak weer andere mensen bij vanuit zijn eigen netwerk. Die hoeveelheid mensen is wel enigszins bedrieglijk, want ze zijn verspreid over de hele stad. Je beschikt natuurlijk niet direct over sterke buurtgroepen. En je moet altijd maar afwachten hoeveel mensen daadwerkelijk actief worden.” Mensen komen elkaar tegen bij activiteiten door de hele stad.

Foto: Mariët van Bommel

De rechtse en liberale elite doet wat hij wil. De grote bedrijven doen wat ze willen, en de rechtse elites in Den Haag en Brussel doen wat die grote bedrijven willen. “Anders”, zo zeggen ze, “gaan die bedrijven weg, en dan is er helemaal geen werk meer voor niemand, en gaat het slecht met de economie”. Jah, denk ik dan, wat heb ik aan die bedrijven als ze me morgen weer op straat kunnen zetten? En die economie, of het nou goed gaat of niet, al jarenlang horen we dat het moeilijke tijden zijn.

W

at is Transition Towns? Daniël: “Transition Towns2 is een lokaal netwerk, gevormd door burgers die aan de slag gaan met het zelf voorzien in de eigen dagelijkse behoeften, zoals bijvoorbeeld voedsel, energie en bouwmaterialen. Er zijn verschillende Nederlandse TT’s, maar het is begonnen in Engeland. De directe

Hoe zijn jullie begonnen? Ed: “Ik werd begin 2009 uitgenodigd om mee te gaan naar een informatiebijeenkomst in Eindhoven. Met een andere Rotterdammer, die ik daar tegenkwam, hebben we toen een lokale bijeenkomst gepland.”

aanleidingen zijn de klimaatverandering en het opraken van de olievoorraden.” Ed: “De samenleving moet op zo’n manier worden georganiseerd dat we beter in staat zijn om ons snel te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat is nu niet zo. Dat komt deels omdat we nu heel afhankelijk zijn van dingen als olie, en wanneer die wegvallen, hebben we geen vervanging. Aan de andere kant zijn veel mensen er niet op ingesteld om zelf problemen op te lossen. Men kijkt al snel naar de overheid. TT wil mensen het gevoel geven dat ze als individu, en helemaal als georganiseerde groep, het vermogen hebben om hun eigen omgeving te beïnvloeden.” Daniël: “Er is wel een aantal basisprincipes over hoe we organiseren, maar alle TT-initiatieven zijn verder compleet verschillend. Er bestaat een handboek waarin eerdere ervaringen zijn verwerkt.” Is TT een non-politieke methode, in die zin dat het ook voor rechtse doeleinden gebruikt zou kunnen worden? Ed: “In Nederland is het opgepikt door progressieve organisaties als Omslag, en die trekken wel een bepaald soort mensen aan. Dat kleurt de TT-initiatieven door het hele land. Maar of je er, bij wijze van spreken, ook een racistische volksopstand mee zou kunnen organiseren? Ja, dat denk ik wel.” Daniël: “Een groep neo-nazi’s wilde zich ooit aansluiten vanuit een filosofie van ‘eigen omgeving eerst’. Opeens werd het TT-initiatief dus geconfronteerd met een gedachtengoed waar de andere mensen helemaal niet achter stonden. Sindsdien hebben de meeste initiatieven statuten waarin is opgenomen dat de rechten van de mens moeten worden gerespecteerd. Voor de Nederlandse TT is dat zelfs een criterium waaraan je moet voldoen, wil je jezelf een TT mogen noemen. Er is een landelijke organisatie die aan naamsbescherming doet. In Rotterdam voldoen we aan alle criteria, maar we zijn geen officiële TT omdat we dat nooit hebben aangevraagd.”

doorbraak.eu

Daniël: “We hebben een dag vol workshops gedaan in de zomer van 2009. Daar zijn toen wel echt goede dingen uit voortgekomen. Een heleboel mensen zijn elkaar daar tegengekomen. Die hadden natuurlijk al een bepaalde interesse, ze hebben vaak een kalender van het milieucentrum aan de muur hangen waarop allemaal groene activiteiten in Rotterdam staan. Daarom is dat stadsbrede netwerk ook zo snel gegroeid. Dat is een heel ander proces dan in de wijk organiseren, want daar moet je het geluk hebben dat je een paar mensen tegenkomt die zich daarvoor interesseren.” Daarom is dat stadsbrede netwerk ook zo snel gegroeid. Hoe proberen jullie lokale buurtinitiatieven op te zetten? Daniël: “In Rotterdam-Noord hebben we een stuurgroep opgezet om projecten te ontplooien en mensen bij elkaar te brengen. Zeker in het begin zijn we veel bezig geweest met uitdenken wat we precies wilden gaan doen. Het bewust organiseren is wel steeds meer naar de zijlijn verdwenen. We kwamen regelmatig bij elkaar. Maar we zijn niet heel erg bezig geweest met het opzetten van effectieve overlegstructuren. Er zijn wel sterke informele banden uit voortgekomen, maar het blijft iedere keer weer een beetje ad hoc inspelen op wat er aan de hand is.” Ed: “We hebben veel methoden uitgeprobeerd om mensen te bereiken in de wijk. Bijvoorbeeld filmavonden en discussiebijeenkomsten in een café, een Marokkaans theehuis, een islamitische universiteit, en in een zaaltje in het Humanitasgebouw. Maar we hebben nooit een echt effectieve manier gevonden. In dat Marokkaanse theehuis bleken veel mensen enthousiast. Er waren jongeren die in hun stukje wijk een tuin wilden beginnen, en het theehuis grapte zelf dat ze wel een geveltuintje konden maken om hun munt te verbouwen. Maar we hadden onvoldoende nagedacht over wat we hen konden bieden, en daardoor kwamen we niet verder dan: kom aanstaande zaterdag helpen in onze buurttuin. Zo raak je mensen weer kwijt.”


Hoe ging het met die buurttuin? Ed: “We waren aan het dubben. Moeten we eerst bewustwording creëren in de buurt, zodat mensen enthousiast worden voor een tuin? Of moeten we juist eerst iets opzetten? We hebben toen flyers verspreid in de omliggende straten voor een picknick. Daar kwamen uiteindelijk slechts zes mensen op af, maar dat zijn wel diegenen die het meest actief zijn gebleven.” Daniël: “Ik ging contacten leggen met de opbouwwerker, de jongerenwerker en de buurtagent. Het buurtopbouwwerk stelde voor om aan te schuiven bij het straatoverleg om de tuin te promoten. Zij stuurden toen een brief rond, en dat werkt toch wat anders dan een zwart-wit flyertje. En mensen zijn er al aan gewend, want het is een bestaande overlegstructuur. We kregen enthousiaste reacties. Veel mensen hebben wel een gevoel voor groen, en zien een plan met veel boompjes en plantjes wel zitten. Maar om daar daadwerkelijk op de zaterdagmiddag een paar uur aan te gaan werken, dat is een lastiger stap.” Ed: “Die picknick was een betere indicatie om na te gaan welke mensen bereid waren om over die drempel heen te stappen. Je moet ook uitkijken met bestaande samenwerkingsverbanden. Je kunt alle juiste mensen in de buurt missen, omdat die zich net niet kunnen vinden in dat initiatief.” Wat is volgens jullie belangrijk geweest in het contact met de buurt over de tuin? Daniël: “Ik ben echt met een concreet voorstel gekomen. Er was nog wel ruimte om dingen in te vullen, maar er was in elk geval iets om vanuit te werken. We willen van onderop werken, maar je hoeft niet iedere stap samen met iedereen te zetten, zolang men zich er nog wel mee kan identificeren. Dus ben ik met een plan naar de mensen in de buurt toegegaan. Die hebben vervolgens een wensenlijstje gemaakt en dat verwerkt in het ontwerp.” Mensen zeiden: ‘Wanneer zetten we de eerste schop in de grond dan?’ Ed: “Als je al een sterke voet aan de grond hebt in een buurt, en mensen bedenken zelf dat het belangrijk is dat we zoiets gaan doen, dan kun je misschien met een vaag en open idee aankomen. Maar het inspireert mensen meer als er iets concreets is waaraan ze daadwerkelijk kunnen gaan meewerken. Zo proefde ik bij de eerste bijeenkomst de frustratie bij mensen dat er teveel werd geluld over organiseren. Mensen zeiden: ‘Wanneer zetten we de eerste schop in de grond dan?’ Ik denk ook dat fysieke aanwezigheid hebben bij alle initiatieven heel belangrijk is. We moeten daar meer op focussen, dat we bijvoorbeeld een pand hebben waarin activiteiten worden georganiseerd, waar mensen vaak aanwezig zijn, en buurtbewoners naar binnen kunnen lopen en een praatje maken.” Daniël: “Bij de informatieavonden kwamen er vooral blanke intellectuelen. Maar nu zie je in de buurttuin ook allemaal Marokkaanse vrouwen zitten, die de groenten bekijken en kruiden plukken. Nu de tuin er eenmaal is. Dus het werkt wel. Maar het is een lang proces.”

Ed, jij draait de Doe-het-zelf werkplaats,3 hoe is die georganiseerd? Ed: “Ik ben gewoon gaan doen wat ik leuk vind. Ik dacht: ik kijk wel waar het schip strandt. Achteraf gezien een gekke manier van doen. Het is meer goed gegaan door een aantal toevalligheden. We kraakten een pand en gingen het verbouwen. Doordat het er zo onconventioneel uitzag, begonnen mensen al gelijk te vragen wat er kwam. Bij de opening hingen we een briefje op met uitleg en de openingstijden. En dat werkte. Vooral kinderen wisten het snel te vinden. Die hebben totaal geen schroom om zomaar even naar binnen te lopen. Zodra een paar van die kids er van wisten, kwam de hele schoolklas. En de ouders, want die vragen zich af waar hun kinderen zijn geweest. In elke buurt heb je mensen die sleutelrollen spelen, niet omdat ze bij een instantie werken, maar omdat ze mondig zijn en in allerlei overlegsituaties zitten en dus ook serieus genomen worden door de deelgemeente. Die zijn zich ongevraagd voor het initiatief gaan inzetten. Toen we ontruimd dreigden te worden, hadden ze al een heel pad uitgezet voor ons behoud. Achteraf vertelden ze dat ze het voor ons hadden opgenomen bij de deelgemeente en de woningbouwcorporatie. En ondertussen werken er drie vrijwilligers mee die ik hiervoor niet kende.” Ze hebben ons bloemenveldje helemaal aangeharkt en ondergeschoffeld. Hoe gaat het tussen jullie en de overheid? Daniël: “In het begin was de betrokken ambtenaar heel sceptisch, maar nu maakt hij dingen veel makkelijker. Hij heeft de buurttuin verdedigd tegenover Gemeentewerken, want die hadden een dominantiedrang over dat stuk grond. Ze hebben ons bloemenveldje helemaal aangeharkt en ondergeschoffeld. Maar ik heb nu wel een aangenaam contact met ze. Er is een mentaliteitsverandering of in ieder geval een gewenning. Je hebt eigenlijk twee manieren om dingen voor elkaar te krijgen. Je kunt voldoende momentum opbouwen als groep om toch gewoon je eigen ding te doen, ongeacht de gemeente. Maar stel dat je iemand bij de deelgemeente kan overtuigen van het belang van TT, dan heb je opeens steun van iemand met officiële beslissingsbevoegdheid. En dat is ook wel erg handig.” Ed: “In het TT-handboek staat dat de huidige manier van doen debet is aan veel problemen in de wereld, maar het kapitalisme wordt er niet expliciet in genoemd. Je moet zelf beginnen, van onderop macht opbouwen, en die dan gebruiken om de politiek te beïnvloeden. TT-initiatieven streven daarbij naar kleinschaligheid, maar de achterliggende ideeën zijn niet in alle gevallen antikapitalistisch.” Mariët van Bommel Noten 1. transitiontowns.nl. 2. www.transitiontownrotterdam.nl. 3. dhzwerkplaats.blogspot.com.

~Blogs+ Een selectie uit de bijna 50 nieuwe artikelen, blogs, aankondigingen en verslagen die op doorbraak.eu zijn verschenen sinds het vorige nummer van deze krant.

Bouwbedrijf BAM profiteert van opsluiting van vluchtelingen en migranten (7 december, André Robben) Bij de bouw en exploitatie van het Justitieel Complex Schiphol gaat het om een bedrag van 400 miljoen euro over een periode van 25 jaar. De bedrijven die meedoen verdienen dus flink aan het opsluiten en psychisch kapotmaken van mensen die door de overheid illegaal zijn gemaakt.

Meisje uit Leeuwarden krijgt van IND enkeltje richting boerka (9 december, Mariët van Bommel) De rechts-populisten mogen dan zeggen dat ze “de islam” onder meer bestrijden vanwege de achterstelling van vrouwen binnen dat geloof, maar ze zullen hoogstwaarschijnlijk net zo makkelijk een “verwesterde” afgewezen vluchtelinge aan de moslimfundamentalistische Taliban willen uitleveren.

Protest van studenten komt goed op gang (13 december, Willem Slaapmaat) Ook de spreker van de Wageningse Studenten Organisatie (WSO) had het over “kwaliteit”, maar hij eiste daarnaast gelukkig ook nadrukkelijk toegankelijkheid van het onderwijs voor iedereen.

VN-comité vraagt Bruin I om racisme en armoede te bestrijden (14 december, Harry Westerink) De oproep aan Bruin I om dat glazen plafond weg te nemen werkt nogal op de lachspieren, nu de regering zelf in meerderheid bestaat uit leden van de bekende probleemgroep van rechtse oudere witte mannen. Ook de aanbeveling van het comité om meer te doen aan bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, is ongetwijfeld al snel in de papierversnipperaar van het Binnenhof beland.

Doorbraak nu ook op Facebook en Twitter

Collage: Ka van Haasteren

(14 december, de redactie) Sociale media beginnen een steeds grotere rol te spelen in ons leven. Naast het onderhouden van persoonlijke contacten, worden ze ook steeds meer gebruikt door activisten om informatie te verspreiden en snel en grootschalig te mobiliseren.

Egypte: verkiezingen, fundamentalisme en arbeidersverzet (16 december, Peter Storm) En precies sociaal-revolutionaire veranderingen staan in Egypte wel op de agenda. Gangmaker wordt een sterk opgekomen arbeidersbeweging. In 2006 is een stakingsgolf op gang gekomen die de sociale orde in Egypte keer op keer heeft doen beven.

doorbraak.eu

3>

nummer 9 > februari 2011


“Ik leefde niet voor mezelf, wij leefden voor elkaar”

~Blogs+ Dwangmedicatie als zwaard van Damocles

(17 december, Koos Kuijt) Naast mensen met psychotische stoornissen kunnen in de toekomst onder anderen ook mensen met ADHD, autismespectrumstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verstandelijke handicaps met dwangmedicatie te maken krijgen.

Rijke landen weigeren migrantenrechten te erkennen (28 december, Harry Westerink) Dat toont aan hoezeer de regeringen van de rijke landen gekant zijn tegen elke eventuele verbetering in de positie van arbeidsmigranten, juist omdat ze de vrijheid willen hebben en houden om die positie steeds verder te kunnen verslechteren.

Noisejob: Geert Wilders heeft alweer slecht geslapen (4 januari, Lili Irani) En na elke nacht vol nachtmerries over de islamering van de waterstofperoxidefabrieken schreeuwt hij moord en brand en verkondigt hij de journalisten en iedereen die het maar wil horen dat hij in zijn dromen weer is bezocht door die gruwelijke moslims die hem met het mes op de keel dwingen om de koran te lezen en te herlezen.

De racistische en uitsluitende kern van het beleid van Bruin I (12 januari, Mariët van Bommel) Dit racistische rijkeluiskabinet opent de aanval op de onderkant van de samenleving. Met specifieke maatregelen tegen migranten, maar ook veel van de algemenere ingrepen raken migranten hard. Want de onderkant van de samenleving is “gekleurd”.

Grenscontroles van marechaussee in strijd met EU-regels (17 januari, Harry Westerink) Het is toch goed nieuws, want de mensenjacht op illegalen lijkt even te haperen. De anders zo gezagsgetrouwe Raad van State blijkt een zandkorrel in de deportatiemachine te hebben geworpen.

Niet de media-aandacht voor afgewezen vluchtelingen is het probleem, maar de politiek die hun ellende veroorzaakt! (30 januari, Ellen de Waard) Tofik Dibi wil een einde maken aan de publieke en media-aandacht voor individuele gevallen van vluchtelingen die dreigen te worden uitgezet. Volgens het GroenLinkse Kamerlid worden zij zo slachtoffer van het hevig gepolariseerde debat.

<4

nummer 9 > februari 2011

Het vierde deel van een serie interviews met linkse migranten over de toekomst van zelforganisaties. Dit keer Gülden Ardıç uit Turkije. “Ik ben net een vogel die steeds maar aan het migreren is.” Zo begint Gülden haar verhaal wanneer we haar vragen iets over zichzelf te vertellen. Gülden komt regelrecht uit de praktijk. Al jarenlang is ze opbouwwerker in Amsterdam, en ze kent de Nederlandse samenleving zeer goed. Haar ouders hebben elkaar, nadat ze in diverse Turkse steden hadden gewoond, in Ankara ontmoet. Daar is Gülden ook geboren. Omdat ze het op de middelbare school opvallend goed deed, heeft haar vader besloten haar verder te laten studeren in Istanbul. Haar vader was destijds sympathisant van Birlik Partisi (Partij van de Eenheid). Zo kwam het dat Gülden een van de prominenten van deze partij ging interviewen voor een essay voor haar studie. Ze kwam al snel in contact met de jongere aanhang van deze partij, die vaak bijeen kwam in het Volkshuis in de buurt. Volkshuizen waren wijkverenigingen die tot doel hadden om mensen te onderwijzen, solidariteit op te bouwen en een traditie te creëren waarbij mensen hun dagelijkse problemen gezamenlijk probeerden op te lossen. Het Volkshuis waar Gülden heen ging, was in handen van de linkse beweging Halkın Sesi (Stem van het Volk), waar Gülden uiteindelijk ook aanhanger van werd. Wat waren jullie activiteiten bij Halkın Sesi? “We organiseerden voornamelijk veel voor de mensen in de buurt, bijvoorbeeld cursussen voor analfabete vrouwen. Maar we hielpen mensen ook met hun individuele problemen. Er was een vrouw wiens man was geëmigreerd naar Duitsland om te werken, en wij zorgden ervoor dat zij ook naar Duitsland kon. Al op vroege leeftijd waren we betrokken bij zulke activiteiten, waardoor we veel leerden. Maar we leerden ook op een gedisciplineerde manier goed samen te werken. Toen we wat ouder waren, werden er af en toe klasgenoten van ons opgepakt en die verdwenen dan. Men zei dat dat kwam omdat ze revolutionairen waren, en zo ging ik me afvragen wat het was om een revolutionair te zijn.” Bleef je na je studie ook actief in de linkse beweging? “Na mijn studie kreeg ik een baan. Ik trouwde, en mijn man en ik moesten verhuizen naar Karaman, een stad in het zuiden van Turkije. We wilden onze politieke activiteiten ook daar voortzetten, en dat lukte prima. We hadden goede contacten met de mensen. We kregen veel respect en werden nooit lastig gevallen door de nationalisten. Dat had onder andere te maken met het feit dat mijn man deel uitmaakte van de zakelijke elite. Maar het kwam ook omdat Halkın Sesi via haar media veel invloed had op de bevolking.” Ik had geen andere keus, en vluchtte ook naar Nederland.” “Maar na 12 september 1980, de militaire staatsgreep, veranderde de situatie drastisch. Pas toen mijn man vluchtte naar Nederland, besefte ik dat hij mijn enige bescherming was. Ik had nu niets en niemand meer, en voelde dat alle pijlen op mij waren gericht. Ik had geen andere keus, en vluchtte ook naar Nederland.” Het zal wel een grote verandering zijn geweest, verhuizen van Karaman naar Nederland? “Al in Turkije was ik steeds meer afstand gaan nemen van de linkse beweging waarin ik zat. De aanleiding daarvoor was dat we van de leiding een opdracht kregen om over Stalin te gaan discussiëren. Ik vond dat niet kunnen. Ik zei ook: ‘Zijn jullie nou helemaal gek geworden? We kunnen toch niet over Stalin gaan discussiëren als onze kameraden worden opgepakt, in de gevangenis worden gemarteld, en gedood?’” “In Nederland waren mijn contacten met de beweging verbroken. Voordat ik verhuisde, zei mijn man via de telefoon tegen mij dat als ik naar Nederland zou komen, dat ik dat dan voor mezelf moest doen. Ik begreep het niet. We hadden altijd geleefd en gedacht in termen van collectiviteit, en het klonk raar om opeens iets te doen ‘voor jezelf’. Ik leefde niet voor mezelf, we leefden voor elkaar. Maar toen ik verhuisde naar Nederland werd ik continu geconfronteerd met dat ‘ik’. Ik leerde wat het was om ‘ik’ te zijn. Ik begon mezelf ook steeds vaker de vraag te stellen wie ik was, en ik werd geconfronteerd met mijn identiteit. Mijn man was ook ontzettend veranderd. Hij wilde opeens leven zoals hij dat wilde. We gingen scheiden. Ik had toen helemaal niets in Nederland. Een advocaat zorgde er al vrij snel voor dat ik op humane gronden een verblijfsvergunning kon krijgen, want mijn beide dochters waren ook in Nederland en ze konden ons niet scheiden. We vonden onderdak in Amsterdam, en dankzij vrienden en goede mensen konden we ons huis inrichten.” Hoe begon je aan je politieke leven in Nederland? “Eerst werd ik actief binnen VluchtelingenWerk. Met behulp van vrienden ging ik antropologie studeren. Soms moet je het geluk hebben dat je de juiste mensen treft, en dat geluk had ik. De goede mensen die ik tegenkwam, hebben veel deuren voor me geopend, en daarvoor ben ik hen dankbaar.”

doorbraak.eu

“De Türkiye Komünist Partisi (Communistische Partij Turkije) was in de jaren 80 erg actief in Nederland. Door hun inzet kwamen er twee migrantenvrouwenorganisaties tot stand, Hollanda Türkiyeli Kadınlar Birliği (Eenheid van Vrouwen uit Turkije in Nederland) en Karanfil (Anjer). Maar in de jaren 90 werd er een nieuwe vrouwengroep opgericht in Rotterdam, en die was beïnvloed door de feministische beweging in Turkije. Die vrouwen distantieerden zich van de politieke bewegingen en partijen, en richtten de Bağımsız Kadınlar Birliği (Eenheid van Onafhankelijke Vrouwen) op. Ik werd daarin ook actief, en we groeiden enorm snel. We organiseerden internationale bijeenkomsten waar honderden vrouwen op afkwamen vanuit heel Europa. Dat waren voornamelijk politieke vluchtelingen uit Turkije die geen enkele band meer hadden met een of andere politieke organisatie. Ook bij deze vrouwenbeweging kwam die ‘ik’ vaak ter sprake. Wat we destijds wel fout hebben gedaan, is weinig ruimte over laten voor de jongeren in onze beweging. Zij kenden de samenleving in Nederland veel beter dan wij, maar ze kregen van ons de ruimte niet om hun ding te doen.” Hoe was de samenwerking met mannen, met linkse mannen? “We kregen veel tegenwerking van mannen. Ze roddelden veel over ons, ook de mannen die zichzelf links noemden. Ze zeiden dat we vrouwen probeerden te overtuigen dat ze moesten scheiden, maar dat was absoluut niet waar. Maar er waren ook vrouwen onder ons die diepgang misten, en die vrouwenstrijd slechts begrepen als een strijd om een gelijke taakverdeling in het huishouden. Ze maakten thuis veel ruzie over wie de afwas moest doen. Een veel groter probleem was echter dat veel vrouwen werden mishandeld door hun man omdat ze meededen aan de activiteiten van de vrouwenbeweging. Dat greep ons erg aan.” We moeten hen zelfredzamer maken, zodat ze veel zelfvertrouwen krijgen. Hoe zit het vandaag de dag met deze vrouwenbewegingen? “De vrouwenbewegingen van vroeger bestaan niet meer. Maar ik vind dat migrantenvrouwen toch best goed georganiseerd zijn, onder meer in wijkcentra en buurthuizen. Migrantenvrouwen maken goed gebruik van de ruimte die in Nederland wordt geboden om je te organiseren. Ze zijn weliswaar niet georganiseerd zoals vroeger. Ze hebben geen politieke leiders, en ze hebben nooit bij een politieke organisatie gezeten, maar ze zijn onderling wel zeer democratisch en ze hebben natuurlijke leiders. Ze praten niet over politiek, maar ze leven de politiek. Ons doel moet zijn om deze vrouwen zelfredzamer te maken door hen goed te organiseren, en dat kan heel goed via die natuurlijke leiders. We moeten hen zelfredzamer maken, zodat ze veel zelfvertrouwen krijgen. Wat mij opvalt is dat veel van deze vrouwen aangesloten zijn bij een religieuze organisatie, maar wanneer ze een probleem hebben, dan komen ze naar mij. Terwijl ze weten dat ik links en a-religieus ben. Het gaat dan meestal om een vraag die te maken heeft met hun zoon of man die verslaafd is aan drugs, of die diep in de schulden zit. In hun religieuze groepering kunnen ze deze problemen niet kwijt, omdat het niet past in die levenswijze. Vaak zijn het ook hele jonge vrouwen die naar me toekomen. Het is moeilijk hen te helpen, omdat de problemen vaak zeer complex zijn. Maar het is een groot maatschappelijk probleem, waar vrouwen de dupe van worden.” De laatste jaren roepen rechtse politici steeds vaker dat migrantenvrouwen onvoldoende participeren in de samenleving. Wat vind je daarvan? “Wat is participatie? Als die politici bedoelen dat vrouwen niet naar buiten komen, dan moeten ze eens een keer bij ons op de markt komen kijken hoeveel vrouwen buiten zijn. Er zijn heel veel vrouwen die deelnemen aan de activiteiten in hun wijk, of aan de activiteiten van hun religieuze organisatie. Dus ze participeren wel degelijk. Mij gaat het er niet om dat vrouwen alleen maar naar buiten gaan, maar dat ze ook samen iets tot stand kunnen brengen. Dat ze samen vechten voor een beter leven. Ze moeten leren om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken.” Wat kan de rol van links daarin zijn? “Links moet deze mensen een alternatief bieden. Een voorbeeld: een Turkse meneer in Amsterdam-Oost ging naar een ontmoetingsruimte om thee te drinken en anderen te ontmoeten. Op een gegeven moment gingen ze daar druk op hem uitoefenen omdat hij niet wilde bidden. Hij wilde zijn manier van leven niet veranderen en besloot om niet meer naar die ontmoetingsruimte te gaan. Links moet in zulke situaties een alternatief kunnen bieden, want wij bemoeien ons er niet mee hoe mensen zich kleden of bidden. Wij willen structurele oplossingen bieden voor de problemen die ze hebben. En dat kan alleen maar door hen zelfredzamer te maken.” Maar wie moet dat dan doen? “Jullie bijvoorbeeld. Ik. Mensen die actief zijn. Linkse politieke partijen. Linkse bewegingen. Iedereen die zichzelf links noemt.”

Cihan Ugural Taylan Devrim


:Wat schrijft rechts?D

In de obscure blaadjes van extreem- en populistisch rechts komt hun ware aard naar boven. Haat tegen niet-westerse migranten en Joden voert de boventoon. Daarbij geven de publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van menig bruinhemd: onderlinge ruzies zijn aan de orde van de dag.

e Partij van de Vrijheidsbeperkingen (PVV) laat zich de laatste maanden wel kennen. Bij bosjes worden PVV-Kamerleden ontmaskerd als brievenbuspissers, geweldplegers, hele en halve criminelen, pornobaronnen, ontuchtplegers, halve zolen en fantasten. Ook het beeld dat de PVV opkomt voor de rechten van homoseksuelen behoeft enige bijstelling, om er maar een understatement tegenaan te gooien. Zo gaat PVV-raadslid Paul ter Linden op de website van de PVV Den Haag tekeer tegen homoseksuelen die seks hebben op openbare plekken als het Haagsche Bos. Dat leidt volgens hem maar tot “onwenselijke situaties” en “schending van de openbare orde”. Ter Linden eist dan ook van de burgemeester dat hij een peloton stadswachten of agenten naar het Haagsche Bos stuurt om die homo’s rücksichtslos op de bon te slingeren. Bizar genoeg is Ter Linde zelf ook homoseksueel, maar dan wel een van het soort doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg. Al eerder raakte Ter Linden in opspraak toen hij pleitte voor het verplicht aanbrengen van een tatoeage boven het geslachtsdeel van met hiv besmette mannen. Dat zou volgens Ter Linden “veel nieuwe besmettingen kunnen voorkomen”. Ondertussen gaat het gerucht rond dat strijdbare voorvechters van homorechten naar Ter Linden op zoek zijn om hem weer terug in de kast te stoppen. In De Telegraaf, krant van Stakker Nederland, wordt zoals gebruikelijk ook weer de nodige nonsens te berde gebracht. Zo wordt de oprichter van het internetbedrijf XS4ALL Ron Gonggrijp omschreven als “adjudant van WikiLeaks-voorman Julian Assange”. De Telegraaf voert verder de zelfbenoemde onderzoeker en fantast Peter Siebelt op die Gonggrijp ongestoord “een linkse terreuractivist” en “staatsgevaarlijk” noemt. Daarbij linkt Siebelt Gonggrijp via een onnavolgbare redenering direct aan de Russische geheime dienst KGB en zelfs aan de Rote Armee Fraktion. Gonggrijp is natuurlijk niet zo blij met de onzin en feitelijke onjuistheden die De Telegraaf en Siebelt bijeen fantaseren. Zeker niet nu de Amerikaanse justitie een strafrechtelijk onderzoek naar Gonggrijps rol in Wikileaks is begonnen en mogelijk om zijn uitlevering zal vragen. Maar dat zal De Telegraaf een rotzorg zijn: om maar zoveel mogelijk kranten te verkopen gaat men nog steeds over lijken.

Reichskanzler Constant Kusters hoopt ooit nog eens namens het kabinetKusters I miljoenen Volksgenoten toe te spreken. Tot die tijd zal hij het moeten doen met een schare van tientallen - verveelde - volgelingen.

In haar blad Wij Europa keert de Nederlandse Volks Unie (NVU) zich tegen integratie. Dat leidt maar tot het ontstaan van “een Euraziatisch negroïde mengras”. De NVU is dan ook een groot voorstander van “segregatie” en “repatriëring” van alle “volksvreemde elementen”, net zoals Adolf Hitler altijd wilde. En als dat niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks, want de NVU sluit niet uit dat “de verdrijving” met geweld gepaard zal moeten gaan. De NVU hoopt verder dat partijleider Constant Kusters “in de toekomst” in de “achtereenvolgende kabinetten Kusters” werk gaat maken van dit “diversiteitsbeleid”, oftewel van de Endlösung. De NVU droomt dus al hardop van de kabinetten Kusters 1, Kusters 2 en Kusters 3. Dat zou wat zijn! Maar de meeste dromen zijn bedrog, en dat is deze zeker. Verder meldt Kusters dat de NVU met “zoveel als mogelijk verschillende organisaties op de rechts-radicale flank zal blijven samenwerken”. Maar gezien Kusters’ onuitroeibare eigenschap om met alles en iedereen uiteindelijk ruzie te maken, zullen dat er niet bijster veel zijn. En om mijn gelijk meteen maar te onderstrepen: Kusters deelt in hetzelfde artikel meteen weer een sneer uit naar de extreem-rechtse organisatie Voorpost, omdat die opgeroepen had om deel te nemen aan een totaal geflopte demonstratie van de Dutch Defence League in Amsterdam. De nieuwsbrief van de Stichting Taalverdediging schrijft zeer verheugd over de mogelijke doorbraak in de ontwikkeling van “vertaalmachines”. Een Amerikaans bedrijf zou namelijk binnen enkele jaren met “deugdelijke vertaalapparatuur” op de markt komen, waardoor anderstaligen middels een kastje direct met elkaar kunnen communiceren. De taalzeloten van de stichting kijken daar natuurlijk “reikhalzend” naar uit, omdat niemand dan nog de moeite zou hoeven te nemen om andere talen dan het Nederlands aan te

leren. Taalverdediging krijgt in de nieuwsbrief verder nog een stevige tik op de vingers van übertaalpuristen. In de nieuwsbrief zouden namelijk nog wel eens woorden staan die oorspronkelijk uit Frankrijk over zijn komen waaien. Daarbij kun je denken aan woorden als “secretariaat” en “abonnement”. Volgens sommigen moeten die woorden vervangen worden door respectievelijk “hoofdbureel” en “intekening”. Niet dat iemand er dan nog wat van snapt, maar daar gaat het Taalverdediging niet om. In Elsevier staat een interview met Raymond de Roon, PVV-Kamerlid en raadslid in Almere. De rechtsbuiten van de PVV wordt daarin “een scherp analyticus” genoemd, terwijl De Roon juist grossiert in oneliners die linea rectum uit zijn onderbuik komen, je weet wel die plek vlakbij de endeldarm. Maar ik dwaal nu af in donkere krochten. De Roon wordt in Elsevier nauwelijks een strobreed in de weg gelegd, ageert voluit tegen hoofddoekjes, en bepleit maar weer eens het toedienen van knieschoten aan hooligans. In het interview staat toch nog een weerwoord, namelijk een citaat van de fractievoorzitter van Leefbaar Almere. Volgens hem ziet De Roon problemen die er niet zijn. “De strijd willen aanbinden met de islamisering van Almere is hetzelfde als de bezem willen halen door de prostitutie in Staphorst”, aldus Leefbaar Almere. En zo is het maar net. In Elsevier staat verder de vaste column van Arend-Jan Boekestijn. Die was eerder VVD-Kamerlid en kwam veelvuldig in opspraak. Zo noemde hij Chinezen ooit “spleetogen” en verweet hij zijn leider Mark Rutte een “gebrek aan ideeën”. Tegenwoordig probeert Boekestijn zich weer volop in te likken bij Rutte. Zo ook in de column in Elsevier. Onder de titel “Het gelijk van Rutte” veegt Boekestijn de vloer aan met de milieubeweging, stelt hij in navolging van Rutte dat er geen enkel bewijs is voor het aandeel van de mens in de opwarming van de aarde, en bepleit hij de bouw van meerdere kerncentrales. Met dat laatste zouden “we ons minder afhankelijk kunnen maken van de Poetins en de ayatollahs van deze wereld”. En dat kernafval kan dan wel gedumpt worden in Boekestijns’ kelder. De Nationalistische Volks Beweging (NVB) toont in haar tijdschrift Pro Patria aan te beschikken over het historisch besef van een pelpinda met alzheimer. De organisatie is namelijk van mening dat de linkse beweging er een “fascistisch gedachtengoed” op nahoudt. Men spreekt dan ook wel eens over “links-fascisten”. Er is natuurlijk veel te zeggen over links, maar historisch en politiek bezien slaan dit soort vergelijkingen natuurlijk als een tang op een varken. Verder is in het tijdschrift weer dezelfde riedel te lezen als altijd: links is stom, migranten zijn stout, en joden zijn fout. Genoeg over de zieltogende NVB. In de Vlaamse extreem-rechtse beweging groeit het geloof dat een gewenste splitsing van België nabij begint te komen. Volgens Revolte, lijfblad van Voorpost Vlaanderen en Nederland, moet daarbij de merendeels Franstalige stad Brussel geannexeerd worden op de Walen. De Franstaligen in Brussel hebben volgens Voorpost de overtuiging dat hun “cultuur superieur zou zijn aan het ‘boerse’ Vlaams”. De Franstalige inwoners zouden zelfs regelmatig de volgende zin uitspreken als ze in het Nederlands aangesproken worden: “Moi, je ne parle pas Boer”, oftewel: “Ik spreek geen boers”. En dat klinkt best geinig, moet ik zeggen. Voorpost wil na een annexatie van Brussel de stad taalkundig zuiveren door de Franstaligen te verplichten om ook Nederlands te leren. Verder moet de stad volgens Voorpost ook min of meer ontdaan worden van moslims. Anders dreigt Brussel “op korte termijn een moslimstaatje te worden” dat “zich wel eens zou kunnen ontpoppen tot een uitvalbasis van jihadi’s”. Revolte treurt verder om de teloorgang van het Vlaams-nationalistische café-restaurant Rubenshof in Antwerpen. Die tent zou namelijk “overgenomen” zijn “door een... Marokkaan”. En dat is “even slikken” voor de bruinhemden van Voorpost. Het Rubenshof was namelijk “altijd nauw verbonden met de Vlaamse beweging”. Allerlei extreem-rechts gespuis kwam daar over de vloer en er werden zelfs “vormingsavonden” over de oost-fronters gehouden, oftewel over de voormalige Vlaamse vrijwilligers van de Waffen SS. Maar daar waar de een treurt om de ‘teloorgang’ van deze bruine kroeg, zal een ander, waaronder ik, er een extra pint op drinken. Proost! Gerrit de Wit

BORN 2b WILDers Strip: Tim Looten

Meer strips in deze reeks op www.maroc.nl en doorbraak.eu.

doorbraak.eu

5>

nummer 9 > februari 2011


Politieke keuzen maken, lokaal en landelijk

W

at doet Doorbraak, nu we opgescheept zitten met de meest rechtse regering ooit? Doorbraak is natuurlijk nog maar een relatief kleine organisatie, en kan daarom niet de pretentie hebben om echt weerstand te bieden. We proberen momenteel vooral lokaal mensen bij elkaar te brengen, te organiseren1 tegen racisme en sociale afbraak. Er moet allereerst weer een linkse basis opgebouwd worden, denken we. In diverse steden zijn we daar op uiteenlopende manieren mee bezig, bijvoorbeeld in Leiden.2 Vanuit die lokale basis proberen we ook steun te geven aan landelijke initiatieven tegen de bezuinigingen en de opkomst van het rechts-populisme. En we proberen natuurlijk zoveel mogelijk en overal een links geluid te laten horen, een geluid van onderop tegen alle huidige aanvallen op onze levens. Wij kunnen zo in het gat springen dat de gevestigde politiek heeft laten vallen. Waarom toch vooral lokaal aan de slag, terwijl het beleid landelijk bepaald wordt? En is dat organiseren van onderop niet een zeer moeizaam proces dat nauwelijks zichtbaar resultaat oplevert? Kan Doorbraak niet beter hier en nu naar directe successen streven? De lokale structuren waaraan we werken zijn natuurlijk uiteindelijk ook gericht tegen landelijk beleid. Maar we vinden het het meest voor de hand liggend om in onze eigen omgeving te beginnen, om zo mensen erbij te kunnen betrekken die nog niet meedoen in de linkse beweging. Mensen die in hun eigen leven en omgeving merken wat er misgaat. Het blijkt ook dat veel mensen de binding met de landelijke parlementaire politiek kwijt zijn, er terecht niet meer in geloven. Wij kunnen lokaal voorbeelden opbouwen van hoe het wel kan, van hoe mensen samen en basisdemocratisch stapje voor stapje weer grip op hun omgeving gaan nemen. Wij kunnen zo in het gat springen dat de gevestigde politiek heeft laten vallen. Grote landelijke demonstraties en andere bijeenkomsten zijn ontzettend belangrijk, maar dat blijven vaak eendagsvliegen wanneer ze geen blijvende, stevige lokale wortels hebben. Daarom zijn we lokaal aan het organiseren geslagen. Of het snel resultaat zal opleveren, dat weten we natuurlijk niet. Dat hangt ook af van het hele maatschappelijke klimaat. Wel weten we dat de tot nu toe gebruikelijke manieren van werken buitenparlementair links te weinig van die concrete successen opleveren. Wij willen ons daarom steeds afvragen bij elke activiteit: wat heeft het opgeleverd, hoeveel mensen hebben we duurzaam aan onze beweging weten te binden, hoe bouwen we meer kracht op? Foto: Gregor Eglitz

Bruin I is een typisch verdeel- en heerskabinet. Het gaat versneld verder op de ramkoers die voorgaande kabinetten al ingezet hebben. Die kleedden het sociale vangnet steeds verder uit, en nu proberen Rutte en co het feitelijk helemaal af te schaffen. De oppositie is voor een flink deel neo-liberaal georiënteerd en meent dat veel van de “moderniseringen” nog niet ver genoeg gaan. En de rest van Nederland probeert men wijs te maken dat we met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten, en dat er nu eenmaal bezuinigd moet worden vanwege de crisis. Wat probeert Doorbraak daar tegenover te stellen?

Doorbraak is steeds nadrukkelijker aanwezig in linkse kringen. Maar wat doen jullie nu eigenlijk in de praktijk, zo wordt wel eens gevraagd door actievoerders. Doorbraak heeft de afgelopen jaren een flink aantal acties en bijeenkomsten georganiseerd, onder meer tegen Verdonk, Wilders en de bezuinigingen.3 Soms samen met andere organisaties en soms alleen. Ook leveren we regelmatig sprekers voor bijeenkomsten en publiceren we bijna dagelijks artikelen en blogs op onze website en in onze krant. Maar een groeiend deel van onze activiteiten speelt zich af buiten het traditionele gezichtsveld van veel activisten: lokaal, in gesprekken met betrokken mensen, op bijeenkomsten op stedelijk niveau, bij het opbouwen van blijvende sterke structuren. Doorbraak groeit, maar net als iedereen hebben ook wij het druk met werken en (over)leven. We hebben een beperkte menskracht en moeten dus heel bewuste politieke keuzen maken over wat te doen, en wat niet. Keuzen gebaseerd op inschattingen welke activiteiten zinvolle resultaten opleveren. En dat zijn nu eenmaal niet persé altijd de op zichtbaarheid gerichte directe acties. Soms blijkt achter de vraag naar wat we doen, nog een andere vraag schuil te gaan: waarom organiseert Doorbraak niet meer directe acties? Alsof een organisatie pas echt radicaal is wanneer ze regelmatig directe acties organiseert. Maar Doorbraak is bezig proteststructuren op te bouwen, mensen in beweging te brengen, en hecht daarbij niet eenzijdig aan het middel van de directe actie, een middel dat we zeker niet zullen schuwen in bepaalde fasen van de strijd. Overigens zijn we heel blij met dit soort vragen, en we willen heel nadrukkelijk open blijven staan voor kritieken en nieuwe ideeën. Iedereen kan daarmee bij ons aankloppen, en dan kunnen we zien wat we samen kunnen doen.

^Visie~ Keuzen.

<6

nummer 9 > februari 2011

Doorbraak participeert tevens in enkele landelijke platforms, waarin ook wat grotere, meer gezagsgetrouwe clubs meedoen. Wat willen jullie daarmee bereiken?

doorbraak.eu

In 2008 deden we mee in Nederland Bekent Kleur, dat toen onder meer op 22 maart een manifestatie tegen racisme en voor solidariteit organiseerde.4 En sinds vorig jaar zitten we in Rekening Retour5 en het platform Stop racisme en uitsluiting.6 Doorbraak doet in de eerste plaats aan zulke verbanden mee omdat we samen sterker staan. Samen kunnen we dingen organiseren die de deelnemers elk apart niet zouden kunnen opzetten. In principe kunnen organisaties en individuen elkaar in zulke verbanden inspireren, het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. Het deel uitmaken van een bekend landelijk verband kan een sterke uitstraling hebben en mensen ook lokaal over de streep trekken om mee te gaan doen. Via platforms met ook grotere organisaties erin kunnen we mensen bereiken met wie we anders veel moeilijker in contact zouden kunnen komen en die we dan dus ook nauwelijks zouden kunnen mobiliseren. Mensen die in eerste instantie niet veel van radicaal-links moeten hebben, maar die mogelijk wel geïnteresseerd zouden kunnen zijn in een strijd rond hun concrete belangen. Van dat soort mensen zitten er waarschijnlijk heel wat bij de vakbond en de SP. Het is dus belangrijk om zulke clubs zover te krijgen dat ze hun achterban oproepen om te komen naar de activiteiten die onze gezamenlijke platforms organiseren. Voor radicaal-linkse organisaties is het sowieso belangrijk om contacten te onderhouden met meer ‘gematigde’ organisaties. Soms zijn de actieve leden daarvan wel degelijk wat radicaler, kritischer en van onderop ingesteld, en kan er een goede samenwerking in een platform ontstaan. Het is goed om voelsprieten te houden in die kringen, net zoals we proberen om warme contacten te onderhouden met anarchistische en andere radicaallinkse kringen. Met organisaties en individuen in die hoek hebben we vanzelfsprekend inhoudelijk veel meer affiniteit. Op strategisch en tactisch vlak zijn er nu en dan echter wel wat verschillen. Zo legt Doorbraak dus wat meer nadruk op verbreding en lokaal organiseren. Het is in ieder geval belangrijk dat er in bredere platforms ook een sterk gezamenlijk radicaal-links geluid klinkt. Revolutionair links moet gewoon ook altijd een plek opeisen, en serieus inzet tonen wanneer er gewerkt wordt aan een nieuwe beweging. Maar tegelijk moeten we ook realistisch blijven en goed begrijpen wat precies de belangen van de ‘gematigde’ samenwerkingspartners zijn. En als iedereen van goede wil is, kunnen de sterke punten van de diverse organisaties elkaar prima aanvullen. Maar het is toch niet altijd allemaal koek en ei in zulke platforms? Er zijn natuurlijk altijd politieke spanningen tussen de radicaal-linkse en de meer gezagsgetrouwe organisaties vanwege de uiteenlopende doelen en daarmee samenhangende analyses en strategieën. Maar die spanningen kunnen ook de creatiteit bevorderen, ze kunnen productief gemaakt worden. En als iedereen van goede wil is, kunnen de sterke punten van de diverse organisaties elkaar prima aanvullen. De een heeft bijvoorbeeld een grotere achterban en meer contacten, de ander daarentegen meer mensen met actie-ervaring die echt aan de slag willen, om maar wat te noemen. Maar inhoudelijk blijft het vaak wel moeizaam. Het radicaal-linkse geluid krijgt meestal onvoldoende aandacht, en voor ons belangrijke thema’s worden door de meer gezagsgetrouwe deelnemers onvoldoende meegenomen. Zo waren racisme en uitsluiting binnen Rekening Retour bijvoorbeeld lange tijd een ondergeschoven kindje, evenals de beleidsmaatregelen tegen werklozen. Daarnaast genereert de deelname aan zulke platforms ook twijfel en spanning binnen Doorbraak zelf, met name over hoe om te gaan met de concrete problemen in het platform. Ook die spanningen proberen we zo mogelijk productief te maken. Maar het kan ook gebeuren dat we op een gegeven moment te weinig mogelijkheden meer zien en we besluiten om een platform te verlaten. Er zijn altijd andere samenwerkingsverbanden mogelijk, en wellicht kunnen we ook best een tijdje zonder. Spanningen in platforms hebben natuurlijk alles te maken met onderlinge machtsverhoudingen tussen de deelnemende clubs. Inderdaad. Platforms worden vaak opgericht nadat een club een aantal andere uitnodigt om iets te organiseren. Meestal wordt dan direct praktisch samen aan de slag gegaan, zonder dat bijvoorbeeld even stil gestaan wordt bij hoe men wil dat de besluitvorming zal gaan lopen. Sommigen zullen zo’n discussie overbodig vinden voor een ad hoc initiatief, anderen zullen het vastleggen van beslisprocedures wellicht omslachtig vinden of zelfs duiden als een teken van onderling wantrouwen. Vaak worden er ook al geen gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Platforms die wat langer doorgaan, krijgen echter op den duur vaak te maken met interne problemen vanwege het ontbreken van heldere afspraken. Nu zijn formele democratische afspraken ook niet makkelijk te maken. Stemmen op een platformvergadering op basis van het aantal leden dat elke club vertegenwoordigt of kan mobiliseren? Dan zou een eventueel deelnemende vakbond in theorie duizenden keren meer invloed krijgen in zo’n platform dan een actiegroep. Op basis van actief deelnemende leden dan? In dat geval zou zo’n vakbond moeten accepteren dat een paar gedreven activisten de lijn gaan meebepalen voor hun tienduizenden, meest passieve leden. Nee, beter is het om toch vooraf te proberen om een gezamenlijke visie te formuleren, waarin iedereen zich in grote lijnen kan herkennen. Dat voorkomt vechtvergaderingen. Interne platformvergaderingen zouden


Foto: Gregor Eglitz

sowieso iedereen de ruimte moeten bieden om ideeën in te brengen, ook mensen zonder directe achterban. In een prettige solidaire sfeer zou er zelfs gestreefd kunnen worden naar besluitvorming bij consensus. Maar daarbij moeten de onderlinge politieke verschillen natuurlijk niet verdoezeld worden, want dat is de dood in de pot. Maar hoe gaat het dan in de praktijk? Over het algemeen hebben de mensen die het meeste doen voor het platform ook de meeste invloed op de gang van zaken. Dat is natuurlijk niet democratisch, maar tegelijkertijd bijna niet te voorkomen. Op platformvergaderingen worden namelijk vaak werkgroepjes ingesteld en een coördinatiegroep, die uitvoering gaan geven aan de vastgestelde plannen. Tussen de vergaderingen door zijn deze mensen vaak gedwongen beslissingen te nemen rond kwesties waar de platformvergadering zich niet over heeft uitgesproken. Het probleem is dat de door hen genomen beslissingen op de volgende vergaderingen vaak ten onrechte gepresenteerd worden alsof ze niet te herroepen zijn. Aan de andere kant is het ook ondoenlijk om steeds weer stappen terug te moeten zetten. Wie serieus wil kunnen meebeslissen, mag ook best de handen uit de mouwen steken. Een vooraf gedefinieerd helder mandaat voor de werkgroepen is dan ook onontbeerlijk. Om de democratie binnen een platform te waarborgen moeten de leden van de coördinatie- en werkgroepen zich gedragen als afgevaardigden die terugroepbaar zijn door de algemene vergadering. Ze moeten dienstbaar zijn en niet sturend. Daar staat tegenover dat er vaak teveel mensen aanwezig zijn op platformvergaderingen die zelf niets doen, en alleen komen met voorstellen of kritiek. Wie serieus wil kunnen meebeslissen, mag ook best de handen uit de mouwen steken. Want platforms zijn op zich niets meer dan een plek waar organisaties en mensen bijeenkomen, en waar afgesproken wordt wie wat gaat doen. In Nederland bestaat al een jarenlange traditie van dit soort landelijke platforms, tegen de oorlog, tegen racisme, tegen bezuinigingen, enzovoorts. In de praktijk zijn het steeds grotendeels dezelfde organisaties en individuen die de zaak dragen én soms ook net iets te graag willen sturen. Wie dat patroon wil doorbreken en meer democratie wil brengen, die zal goed voorbereid moeten gaan meedoen en veel tijd en energie moeten investeren. En dat is goed mogelijk. Doorbraak is bijvoorbeeld al meer dan eens bij platforms gevraagd om deel te nemen in coördinatie- en werkgroepjes. We leveren vooralsnog echter meestal een relatief bescheiden bijdrage, omdat we voorlopig onze prioriteit bij onze lokale activiteiten willen blijven leggen. Doorbraak Noten 1. “We moeten heel doelgericht mensen gaan organiseren”, Eric Krebbers, 11 oktober 2010, www.doorbraak.eu. 2. “Werken aan een platform tegen de bezuinigingen”, Eric Krebbers, 11 januari 2011, www.doorbraak.eu. 3. Thema: aankondigingen, www.doorbraak.eu. 4. “22 maart: manifestatie op de Dam tegen racisme, voor solidariteit”, 17 maart 2008, www.doorbraak.eu. 5. www.rekeningretour.nu. 6. www.platformtegenvreemdelingenhaat.nl.

Illegale jongeren hebben vaak geen geld voor toegang tot de belevingswereld van andere jongeren.

Onderzoek naar afgewezen vluchtelingen dient overheidsbelang c c c Vervolg van voorpagina Staring en Aarts selecteerden hun studenten op basis van leeftijd, moedertaal en etnische achtergrond. Zo konden ze uitstekend ingezet worden om het vertrouwen te winnen van de vluchtelingen om zo allerlei verhalen en geheimen te kunnen aftappen. De studenten moesten interviews houden met “respondenten”, jonge vluchtelingen die aan de tand werden gevoeld over het leven in de illegaliteit en hun toekomstperspectief. “Een dergelijk onderzoek is alleen mogelijk met een groot team van veldwerkers die de taal spreken van de belangrijkste herkomstlanden van de (voormalige) alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Om dit te realiseren hebben we onderzoeksassistenten gerekruteerd met bij voorkeur enige kwalitatieve onderzoekservaring, die bovendien in termen van leeftijd, culturele achtergronden en taal zo dicht mogelijk bij de onderzoeksgroep stonden. De achterliggende gedachte is dat een veldwerker met deze kenmerken gemakkelijker een vertrouwensband met de amv’s kan opbouwen. Een bijkomend voordeel is dat deze onderzoeksassistenten toegang hebben tot de betreffende etnische gemeenschappen en wellicht ook tot de onrechtmatig verblijvende jongeren uit die gemeenschappen.” De werving van “respondenten” verliep via twee trajecten: via de sociale netwerken van de “allochtone” studenten en via steungroepen voor vluchtelingen zonder verblijfsrecht. De wetenschappers wilden de jonge vluchtelingen het liefst zo dicht mogelijk op de huid zitten, zonder veel bemoeienis van de contactpersonen van steungroepen. Want “het voordragen van respondenten” door steungroepen “heeft als mogelijk nadeel dat de meest interessante, zielige, uitzonderlijke of in het oog springende amv’s zouden worden geselecteerd. Een consequentie zou kunnen zijn dat het leed en het uitzonderlijke in deze verhalen tot een oneigenlijke uitvergroting zou kunnen leiden. Het beeld en de kennis van de amv’s die zich wel enigszins kunnen redden en een onopvallender bestaan in de illegaliteit leiden, zou hierdoor ten onrechte naar de achtergrond kunnen raken. Om deze selectieve weergave van de werkelijkheid zoveel mogelijk te vermijden, probeerden we dan ook waar mogelijk situaties te creëren waarbij we potentiële respondenten zelf konden aanspreken om te vragen of ze wilden participeren aan het onderzoek. Dit betekende dan ook dat we zoveel mogelijk respondenten hebben geworven tijdens maaltijdverstrekkingen, tijdens inloopuren en spreekuren van instanties, tijdens feesten en andere informele bijeenkomsten en tijdens manifestaties. Een bijkomend voordeel is dat in dergelijke situaties onderzoekers ook kunnen observeren wat er zich afspeelt, waardoor eventueel nieuwe inzichten verkregen kunnen worden.” Met de tussenkomst van in opdracht van de overheid werkende onderzoekers kan de kwetsbare en vaak moeizaam opgebouwde vertrouwelijke sfeer tussen mensen zonder papieren en steungroepen danig worden aangetast.

Tegenwerken

(advertentie)

Grenzeloos – de wereld begrijpen om de wereld te verbeteren Grenzeloos is een blad dat staat voor een groene, democratische, feministische en socialistische wereld. Grenzeloos wordt uitgegeven door Socialistische Alternatieve Politiek (SAP) en elk nummer bevat analyses en nieuws uit de hele wereld. In Grenzeloos lees je bijvoorbeeld over ontwikkelingen in Latijns-Amerikaans links en verzetsbewegingen in het Midden-Oosten, over queer en homo-bevrijding, over organizing, verzet tegen het kabinet en de heropbouw van links. Een jaarabonnement, zes nummers, kost 17,50. Op www.grenzeloos.org kun je een gratis proefnummer aanvragen of meteen een abonnement nemen.

Zoals gebruikelijk bij dit soort onderzoeken, stelden de jonge vluchtelingen zich veelal achterdochtig op tijdens de interviews, die hen deden denken aan de strenge en ellenlange verhoren van INDambtenaren. “De kunst van het interviewen van de amv’s betrof - zo bleek al snel - om gesprekken te voeren die thematisch en in stijl zo veel mogelijk afweken van de gesprekken die de jongeren tijdens de asielaanvraag met medewerkers van de IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek hadden gevoerd. Om vertrouwen te kunnen winnen, moesten wij de jongeren ervan overtuigen dat zij niet aan een nieuw nader gehoor onderworpen werden. Dit betekende dat we tijdens het veldwerk onze interviewstijl hebben aangepast. Het werd al snel duidelijk dat het stellen van veel directe en confronterende vragen in combinatie met het bieden van weinig ruimte voor de antwoorden niet goed werkte. Deze interviewstijl koppelden respondenten aan een asielgehoor en dit resulteerde in korte, algemene antwoorden. Verhalen kregen we zo nauwelijks te horen.” Gelukkig wilde een aantal steungroepen niet meewerken aan het onderzoek, zo blijkt uit de studie van Staring en Aarts. Die organisaties zagen niet in “hoe het onderzoek de amv’s ten goede zou komen”, of ze meenden “dat dit onderzoek bij de amv’s directe psychische schade zou kunnen veroorzaken door het oprakelen van gevoelige thema’s zoals traumatische ervaringen in het herkomstland”. In het onderzoek worden geen politieke argumenten genoemd om niet mee te werken, zoals die door radicaal-linkse activisten tegen migratiebeheersing worden gehanteerd. De Leidse steungroep De Fabel van de illegaal, bijvoorbeeld, wees de onderzoekers resoluut de deur. De overheid is een van de voornaamste tegenstanders van mensen zonder papieren. De staat wil aan de lopende band kennis verwerven om ongewenste migranten en vluchtelingen zo “efficiënt” mogelijk te kunnen tegenhouden, afwijzen, uitsluiten, en dumpen in landen vol armoede en geweld. Wie illegalen wil steunen, behoort de overheid daarom geen informatie te geven, maar juist zoveel mogelijk tegen te werken.

7> Harry Westerink

Noot 1. “Kritiek op wetenschappelijk onderzoek tegen illegalen”, Harry Westerink, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu.

doorbraak.eu

nummer 9 > feburari 2011


Foto: Gregor Eglitz

tegelijk: laten zien dat de frame-beweringen leugens zijn, en de aanval inzetten op het achterliggende verhaal, de achterliggende belangen. Je stapt niet in het frame, maar blijft er tegelijk ook niet volledig buiten, omdat een deel van het te voeren debat zich onvermijdelijk toch op het waarheidsgehalte ervan richt.

Wilders Ik stel iets soortgelijks voor waar het tegen Wilders gaat. Die gaat eindeloos door over massa-immigratie en islamisering. Onze taak is het om een ander verhaal neer te zetten. In dat verhaal komen islamisering-als-probleem en massa-immigratie-als-probleem niet voor. Wij stellen dat problemen niet besloten liggen in de aanwezigheid van migranten met allerlei culturele uitingen, maar in de uitsluiting van mensen, in marginalisering, in lage lonen en hoge werkloosheid, in discriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het uitgaansleven, in het dichtgooien van grenzen en het opsluiten van mensen die een grens willen oversteken om ergens anders een bestaan proberen op te bouwen. “Nederland is vol”, zegt de rechtse framer. “Geen mens is illegaal”, zeggen wij.

Frames.

Reframing reframed Mathijs van de Sande schreef in de vorige Doorbraak-krant een zeer lezenswaardig, nu en dan prikkelend, artikel over de vraag hoe we effectiever tegengas tegen rechts kunnen geven.1 Met veel ervan ben ik het eens, bij sommige delen heb ik vraagtekens en kanttekeningen.

<DisD cus sie>

e schrijver begint met een zeer belangrijke vaststelling: rechts domineert het politieke landschap, het politieke debat. Het rechtse discours overheerst, en krijgt veel te weinig tegenspel. Daarin speelt vooral een rol dat linkse partijen veelal meegegaan zijn met rechts. Iemand als Wilders krijgt steeds gedeeltelijk gelijk, met de toevoeging: hij gaat te ver, hij overdrijft. Zo degradeert links zich tot een soort soft-rechts. Logisch dat hard rechts, via deze erkenning, sterker wordt; links tolereert dat rechts, Wilders in het bijzonder, de termen van het debat bepaalt, stelt de schrijver terecht vast. Hoe komen we hier uit? De auteur komt met een aantal belangwekkende ideeën. Politiek debat gaat veelal via zogeheten frames: woorden, zinnen, one-liners, die verwijzen naar een impliciet aanwezig en geldig verondersteld waardensysteem. Frame: “Nederland wordt bedreigd door islamisering”. Achterliggend waardenpatroon: er is zoiets als een nationale identiteit die een wezenlijke waarde vertegenwoordigt, die door ‘ons’ tegen ‘hen’ verdedigd hoort te worden. Frame: “Ons land wordt verkwanseld door de linkse elite”. Achterliggend waardenpatroon: er is zoiets als ‘ons land’, ‘ons soort mensen’, en, alweer, dat moet verdedigd worden tegen buitenstaanders, en tegen degenen die de buitenstaanders hun gang laten gaan. Wat frames effectief maakt, is ten eerste de herhaling en ten tweede de verwijzing naar iets gemeenschappelijks, naar normen en waarden die ‘we’ geacht worden te delen en te onderschrijven. Welnu, stelt de auteur, hoe ondermijn je de effectiviteit van de rechtse strategie van ‘framing’ (het hanteren van die frames)? Niet door erin mee te gaan! Nooit redeneren op basis van andermans frame. Niet zeggen dat ‘het wel meevalt’ met die islamisering – want dan erken je nog steeds dat er iets problematisch is aan islamisering. Niet uitleggen dat het wel meevalt met de massa-immigratie (met verwijzing naar cijfers bijvoorbeeld), want dan geef je Wilders indirect gelijk dat massa-immigratie op zich een probleem zou kunnen zijn. Je erkent dan tenminste een gedeeltelijk gelijk van de tegenstander, en geeft hem daardoor kracht.

Irak Ik denk dat hier veel waars in zit. Ik zie echter ook een probleem. Het eerste licht ik toe met voorbeelden van buiten het Wilders-debat. Laten we teruggaan naar de aanloop van de Irak-oorlog, die door Bush en zijn tekstschrijvers zeer behendig werd geframed. Frame: “Irak heeft massavernietigingswapens”. Waardenpatroon: massavernietigingswapens dienen tot iedere prijs te worden voorkomen. Frame: “Saddam en Bin Laden spelen onder één hoedje”. Waardenpatroon: terrorisme is dé vijand, daartegen is alles geoorloofd, ja geboden. Welnu, deel van het debat was destijds: die onzin weerleggen. Er is geen bewijs voor massavernietigingswapens. Bin Laden en Saddam waren doodsvijanden, met een totaal andere ideologische basis. Bush liegt, zijn oorlogsverhaal is onzin. En deze tegenaanval wérkte: waar mensen je in oktober 2002 nog uitlachten als je tegen de oorlog was, kreeg je zes weken voor de aanval in 2003 brede bijval voor die stellingname. De oorlog werd wereldwijd dan ook met grootschalige demonstraties begroet. Volgens het framing-verhaal ligt dat echter niet voor de hand! Immers, door de leugens over massavernietigingswapens en Bin Laden stelselmatig onderuit te halen, begaven we ons wel degelijk in het frame van Bush en zijn bondgenoten. Wie zegt: er zijn geen massavernietigingswapens, loopt immers het risico dat, zodra er alsnog zulke wapens worden ontdekt, hij of zij moet draaien en moet erkennen dat Bush dan toch wel gelijk heeft met zijn oorlog. Als er geloofwaardig bewijs van samenwerking tussen Bin Laden en Saddam was opgedoken, hadden tegenstanders die dat voor onmogelijk hadden verklaard, opeens ook een probleem gehad. In beide gevallen dreigde immers de erkenning: als Bush wél gelijk heeft met zijn beweringen, dan heeft hij een erkende reden tot oorlog. In frame-context was dit een hachelijk soort tegenpropaganda die we bedreven. Toch denk ik dat het een noodzakelijk deel van ons arsenaal aan argumenten was: systematisch de onwaarheden uit het Witte Huis weerleggen. De kunst is echter om dit zo te doen dat je met minstens één been buiten het frame van de ander blijft. Je zegt dus wel dat de verhalen over wapens en terroristische connecties verzinsels en verdraaiingen zijn. Maar je zegt er tegelijk bij dat je voor geen meter gelooft dat die oorlog echt om deze zaken gaat. Je baseert je nee tegen de oorlog dus niet op dat deel van het debat. Je weerlegt de argumenten als leugens. Maar je zet ze tegelijkertijd neer als goedkope smoes waarachter heel andere argumenten schuil gaan, zoals geopolitieke macht, een greep op een regio vol gas en olie, en de vestiging van een militaire basis op de stoep van China. En je zegt er ook bij dat, zelfs al zouden de frames wel blijken te kloppen – als Saddam mosterdgas had gehad en wekelijks thee dronk met Osama –, je dat dan nóg geen valide oorlogsreden vond. Je doet dus meerdere dingen

<8

nummer 9 > februari 2011

doorbraak.eu

Maar daarmee zijn we er niet. Ik denk dat, net zoals we destijds Bush’ leugenpraat weerlegden, we dat nu wel degelijk ook met de kletskoek van Wilders moeten doen – maar op een niet-defensieve manier. Wilders raaskalt over islamisering. We kunnen daar 1. niet op ingaan, want het is niet ons frame. Erover praten is teveel eer en geeft hem erkenning. We kunnen er ook 2. meegaand op ingaan: het valt wel mee, er komen maar vijf moskeëen per decennium bij, geen vierhonderd – alsof dat laatste op zich een groter probleem zou zijn dan vierhonderd kerken, synagogen of pretparken erbij. Er is echter ook een derde manier: in het frame van Wilders rondneuzen, en specifieke leugens wel degelijk onderuithalen. Of er veel moskeeën of weinig worden gebouwd, zal mij worst zijn; maar als Wilders doet alsof het er heel veel zijn, terwijl dat niet het geval is, dan liegt hij. Dat feit – en niet hoeveel moskeeën er gebouwd worden – is dan wat ik toch naar voren zou willen halen. Idem als het over massa-immigratie gaat. Mij maakt het niets uit hoeveel of hoe weinig mensen er naar Nederland komen, ik erken het recht van de staat helemaal niet om mensen te schiften, tegen te houden, weg te sturen, en op te sluiten. Maar alleen al het woord massaimmigratie suggereert enorme aantallen, terwijl de feiten een hele andere kant op wijzen. Alweer: het gaat dan niet om geruststelling (‘er komen er echt niet zo veel, dus wees maar niet bang’), maar om het vaststellen en laken van het verschil tussen aantoonbare feiten, en de beweringen van Wilders, om doodgewone waarheidsvinding ook. Bij ons tegenverhaal hoort, naast en verbonden met onze eigen argumentatie, keer op keer de vaststelling: mijnheer Wilders, u liegt! Hemzelf krijg je daar niet mee onderuit. Zijn trouwe aanhang ook niet. Maar zijn aanhang heeft randen, en buiten die randen zitten twijfelaars. Op die mensen kan zo’n aanpak wel degelijk enig effect sorteren. En ja, dat dient dan te klinken als: mijnheer Wilders, niet ‘Geert’. Van dat joviale toontje jegens onze veel te hooggeplaatste tegenstanders moeten we inderdaad af. Mathijs maakt daarover een heel goed punt.

Drijfveren Hiermee verbonden heb ik nog een kanttekening. Terecht stelt Mathijs vast dat allerlei drijfveren, beeldvorming en dus ook de werking van frames, iemands opstelling bepalen. Het is een illusie om te denken dat bijvoorbeeld stemgedrag, standpuntbepaling voor of tegen de PVV, voornamelijk door rationeel welbegrepen eigenbelang bepaald wordt. Het is dan ook niet erg effectief om tegen PVV-ers eenvoudig te zeggen: “Wilders zal helpen met precies het soort bezuinigingen waar jullie erg last van gaan hebben”. Het antwoord zal zijn: “Daar gaat het ons niet om. Wilders gaat tenminste die linkse elite te lijf, en doet iets aan… (vul maar verder in) …, dát is belangrijk!” Mathijs heeft hier, denk ik, voor een deel gelijk: als rechtstreekse argumentatie-strategie is dit hameren op de schade die Wilders aan zijn eigen aanhangers gaat toebrengen volstrekt ontoereikend. Toch is het idee van gezamenlijke belangen die aantoonbaar botsen met wat Wilders wil, daarmee niet onzinnig. Er is meer dan een linkse versus een rechtse argumentatie, met linkse en rechtse frames. Achter deze twee argumentaties en frames ligt wel degelijk iets ‘hards’, iets materieels: belangenstrijd, klassenstrijd. Waar Wilders de natie tot het Hoogste Goed verheft, verheft hij ook de klasse die via het nationaal bewustzijn grote groepen aan zich bindt, tot legitieme oppermacht, tot échte elite, en die is zo rechts als wat. Het linkse vertrekpunt daartegen is niet: hetzelfde nationale belang, maar dan iets toleranter en socialer. Het linkse vertrekpunt is het helpen verenigen van mensen onderaan, op basis van gezamenlijke belangen, belangen die ons bijeen kunnen brengen, ongeacht onze herkomst, onze religieuze achtergrond, onze sekse of onze seksuele voorkeur. Het gestook van Wilders staat hier haaks op, en dat kunnen we maar beter openlijk zeggen. Dat opent, wanneer het enigszins lukt, wel degelijk ook praktische mogelijkheden. In het wilde weg roepen dat Wilders een gevaar is voor je portemonnee zal weinig aanslaan. Het is dan een abstracte leus, en weinig meer. Maar waar personeelsleden van vervoersbedrijven actie voeren tegen aanbesteding van ov-bedrijven, en daarbij botsen op een PVV die eerst ook tegen was, en nu om machtspolitieke redenen opeens vóór, is de botsing tussen gemeenschappelijk klassenbelang enerzijds, en de opstelling van de PVV anderzijds, heel concreet. Het is helemaal niet verkeerd om vast te stellen dat Wilders’ politiek haaks staat op de belangen die mensen hebben. De kunst is om dat punt te maken, maar dan ingebed in een realiteit van gemeenschappelijke strijd. Voor het opbouwen van zulke strijd en verzet is het idee van inzichtelijk te maken belangen, klassenbelangen en dergelijke, van mensen aan de onderkant, helemaal niet misplaatst. Ik vermoed dat Mathijs dit ook wel vindt, maar naar mijn mening mag dit punt nog wat extra nadruk krijgen, om te helpen voorkomen dat onze strategie blijft hangen in een voornamelijk verbaal gevecht. Hoe onmisbaar dat gevecht overigens ook is. Peter Storm (maker van het weblog peterstormschrijft.wordpress.com) Noot 1. “Reframe rechts: het eigen verhaal als tegenstrategie voor buitenparlementair links”, Mathijs van de Sande, 30 december 2010, www.doorbraak.eu.


Klassenstrijd, crisis en kapitalisme De crisis is een bepalende factor in de huidige - en komende politieke strijd. Binnen Doorbraak wordt al enige tijd een discussie gevoerd over hoe we ons hierin zouden moeten opstellen. Onlangs verscheen er een inhoudelijke reactie van Willem Bos van Grenzeloos en Socialistische Alternatieve Politiek (SAP). Een reactie daarop.

B

Foto: Eric Krebbers

os houdt een helder betoog waarbij de kernbegrippen klassenstrijd, crisis en kapitalisme in hun onderlinge samenhang worden beschreven. Hij sluit het af met een voorstel tot een te volgen strategie. Kortom: wat willen we nog meer?

Het probleem van zijn betoog is dat het is gebaseerd op een analyse van het kapitaal die volstrekt achterhaald is. Een complicerende factor daarbij is dat zijn analyse nauw verweven is met oude linkse stromingen en praktijken die tot op de dag van vandaag hun invloed doen gelden. Er is De Britse premier Margaret Thatcher probeerde dan ook sprake van gevestigde tijdens de crisis van de jaren 80 links kapot te belangen. Niet in de laatste maken. plaats binnen de SAP, die, zoals bekend, kan bogen op een lange geschiedenis met haar zusterpartijen binnen de Vierde Internationale. Dat neemt niet weg dat Bos’ betoog een bijdrage aan de broodnodige discussie vormt. Mijn kritiek is dan ook bedoeld als een constructieve bijdrage daaraan. Daar moet echter wel het nodige puinruimen aan vooraf gaan, wat mij betreft.

<Dis cus sie>

Zoals bekend speelt links in de polder in het geheel geen maatschappelijke rol meer. Dat heeft tal van oorzaken. Een daarvan is mijns inziens de problematische theoretische en praktische erfenis van het ‘orthodoxe marxisme’, dat weliswaar nauwelijks meer expliciet een rol speelt, maar waarvan de invloed onder de oppervlakte nog aanzienlijk is. Ik zal hieronder proberen enkele tegenwerpingen daartegen te formuleren vanuit een meer heterodoxe invalshoek. Inzichten van theoretici en bewegingen van na ‘68, veelal ontwikkeld in confrontatie met het gedachtengoed en de praktijken (!) van de meer orthodoxe geloofsgemeenschap van ‘marxistische economen’. Het gaat hier dan ook om een linkse broederstrijd. Het is niet anders. Hopelijk maak ik me hieronder verstaanbaar. Dat kost de nodige moeite. Maar, om met Bos’ woorden te spreken, dat is niet verwonderlijk omdat we praten vanuit een andere geschiedenis en traditie.

Crisis van de partijmarxisten Zoals bekend bevinden we ons in een grote internationale crisis waarvan we, uiteraard, nu nog geen idee hebben over hoe en wanneer die kan worden opgelost. Afgezien van Bos dan, want hij denkt daarentegen nu al te weten dat er niets nieuws onder de zon is: “De economische crisis is uiteindelijk niets anders dan het periodiek vastlopen van het kapitalistische productiesysteem. Na een dieptepunt van een vorige crisis, waarin een deel van de productiecapaciteit werd vernietigd (bedrijven gesloten, arbeidskrachten ontslagen) en de lonen drastisch verlaagd, komt er een nieuwe periode van opgang: de winsten groeien weer, de investeringen nemen toe en de werkgelegenheid trekt aan.” (stukjes citaat zijn door mij schuin gezet, H.) Het citaat van Bos geeft volgens mij treffend weer hoe er doorgaans door de orthodoxe geloofsgemeenschap van partijmarxisten werd gedacht, en waar Bos zich blijkbaar, getuige zijn reactie, nog steeds in kan vinden: er wordt vanuit het perspectief van het kapitaal gekeken, waarbij eventuele ruimte voor belangrijke strijd daaruit wordt afgeleid. “Een benadering die de klassenstrijd ziet als een van de oorzaken van de crisis, zoals in de Doorbraak-tekst geschetst wordt, lijkt mij dan ook problematisch. Natuurlijk is er een sterke samenhang en wisselwerking tussen de klassenstrijd en de economie, maar dat betekent niet dat de klassenstrijd ook een van de oorzaken is van de crisis.” Aldus Bos. Daar valt het nodige op af te dingen.

Er valt namelijk veel voor te zeggen dat we ons vanaf begin jaren 70 al in een crisis bevinden die zich voortsleept, en die zich steeds meer radicaliseert, tot op de dag van vandaag. De crisis wordt nog regelmatig beschreven als zijnde een financiële crisis, maar wat wil dat zeggen? Het gaat hier om overeengekomen kredieten waarvoor nog wel de benodigde arbeidskracht bereid moet worden gevonden om de vereiste waarde te scheppen. Dat leidt ook steeds meer in de westerse kernlanden tot een politiek van sociale onzekerheid van harder werken tegen slechtere voorwaarden. Tot zover zullen vele linksen dit min of meer wel willen onderschrijven. Maar waar het mij nu om gaat is dat een ander begrip van hoe de crisis is ontstaan ook een ander licht werpt op welke strategieën we zouden kunnen volgen om eruit te komen. De crisis zoals die begin jaren 70 ontstond is wel degelijk het gevolg van strijd, en zeker niet alleen van strijd van de mannelijke loonarbeiders. “Het kapitaal heeft de crisis opgedrongen gekregen door de parallel lopende, zich gelijktijdig ontwikkelende en cumulatief werkende vormen van loonstrijd van de kant van zowel loonontvangers als niet-loonontvangers, en wel op internationaal niveau”, aldus auteur Mario Montano in de jaren 70. “Het is van cruciaal belang in te zien dat in deze strijdcyclus de politieke problemen van het kapitaal niet alleen veroorzaakt werden door wat traditioneel als het loonfront wordt beschouwd. Het is duidelijk dat de relatie tussen kapitaal en arbeidersklasse niet alleen vrijdags gemeten wordt: de strijd gaat niet alleen over het loonstrookje. Deze strijd kent vele vormen: verzuim, lage productiviteit, al dan niet ‘oneigenlijk gebruik’ van de vakbondsstructuur, het ‘organiseren’ van materiaal, het laten verdwijnen van goederen, en de oneindige variaties in vormen van sabotage... Belangrijker nog is het feit dat deze strijd zich niet beperkt tot de lopende band, de haven of de weg; zij vindt tevens haar uitingen op het terrein van de stedelijke samenleving. Van strijd voor sociale uitkeringen tot huurstrijd, van criminele activiteiten als stelen en roven tot directe toe-eigeningsacties in supermarkten, van kraken tot het boycotten van prijsverhogingen van levensmiddelen: op al deze terreinen zien we een breed spectrum van strijdvormen van de arbeidersklasse zich als strijd om toeëigening van de rijkdom ontwikkelen.”1 De strijd die zich op deze wijze ontwikkelde, bleek al snel niet meer te kunnen worden begrepen en beantwoord door de beproefde aanpak van de klassieke linkse formule partij/ vakbond/arbeidersklasse. Binnen deze formule weten de partijmensen alles al (hoe blijft raadselachtig...), gebruiken ze een vakbond om bruikbare mensen te recruteren en als vehikel in te zetten om de arbeidersklasse op te voeden. Top-down management. De maatschappelijke realiteit na ’68 is echter dermate weerbarstig gebleken dat hier weinig eer meer aan te behalen valt, en deze aanpak leidt dan ook voortdurend schipbreuk. Met deze ‘nieuwe onoverzichtelijkheid’ kon en kan op verschillende manieren worden omgegaan. Strijd die ontstaat op terreinen die niet door linkse schriftgeleerden is voorzien kan: 1. worden genegeerd omdat het volgens de Theorie niet belangrijk (genoeg) is, 2. worden bestreden omdat volgens theoretici de verkeerde mensen met een niet geheel juiste motivatie in beweging komen, 3. worden ingekapseld met behulp van ‘samenwerkings-­ verbanden’ waarbinnen geprobeerd wordt om de meest actieve mensen te ronselen voor de eigen politiek, met als bijkomend effect dat ‘de achterban’ niets meer doet/ wil doen, of 4. worden bestudeerd met als inzet om te komen tot een betere strategie. Daarbij geef ik de voorkeur aan de vierde optie. Hoewel er sinds mensenheugenis tal van linkse partijen en organisaties hebben bestaan die elkaar op het scherpst van de snede hebben bestreden, op basis van een vermeende juiste tekstuitleg van de Klassieken, doet de verwarring door de strijd sinds eind jaren 60 er nog een schepje bovenop. De arbeidersklasse wil immers maar niet de rol van strijder spelen, zoals die haar door linkse (semi-)intellectuelen is toebedacht, en blijkt al helemaal niet (meer) de dienstaanwijzingen van een Leiding te willen volgen. Voor zover er binnen Europa door

doorbraak.eu

de arbeidersklasse is gestreden, vielen daar met name de strijdkernen van migranten op. Maar ook de strijd van vrouwen, ook binnen de arbeidersklasse, en binnen, maar ook tegen linkse organisaties. Met andere woorden, de strijd leek overal te ontbranden, maar nauwelijks daar waar links zich traditioneel op richtte, op de mannelijke fabrieksarbeider en gezinshoofd. Een totale chaos voor de preciezen binnen links, diegenen die dachten het licht te hebben gezien door de ontdekking van vermeende ‘bewegingswetten van het kapitaal’ en nauwgezet probeerden ‘uitbuitingsgraden’ te berekenen. Voor anderen, de meer rekkelijken, was dit juist mede een aanleiding om de linkse geschiedenis opnieuw te bestuderen, nu in het licht van de recente ontwikkelingen. Tal van strijdterreinen, zoals bijvoorbeeld het feminisme, anti-racisme, anti-fascisme, en anti-imperialisme, konden en kunnen niet goed worden begrepen binnen de traditioneel als antagonistisch betitelde verhouding loonarbeid-kapitaal. Niet in de laatste plaats door feministische strijd tegen de linkse orthodoxie, kwam er aandacht voor de patriarchale positie van de loonarbeider binnen het kapitalisme, en tegelijk werd de nietgethematiseerde klassepositie van vele feministen hard onder handen genomen door women of colour. Ook kan de almaar toenemende milieuvernietiging niet meer worden genegeerd. Merkwaardig genoeg worden wij mensen vaak buiten de natuur geplaatst, en wordt de toenemende vervreemding en ontmenselijking niet gerelateerd aan de almaar toenemende milieuvernietiging. Alsof we geen actief onderdeel zouden vormen van ‘de natuur’! Deze strijd - zeker ook die binnen links - leidde tot toenemend bewustzijn bij heterodoxe linksen over hoe de verschillende strijdterreinen in hun samenhang zouden moeten worden begrepen. De genoemde voorbeelden vormen slechts aspecten van een historische ontwikkeling waarbij de geleidelijke integratie van het proletariaat binnen het kapitalisme tot mannelijke loonarbeiders gepaard ging met een versterking van het patriarchaat, ook binnen de arbeidersklasse. Een ontwikkeling ook die rust op de uitbuiting en vernietiging door het kolonialisme van talloze mensenlevens, en op wat - sinds het officiële opdoeken van het kolonialisme - inmiddels is gemuteerd tot collateral damage van ‘economische ontwikkeling’. We worden geconfronteerd met een machtssysteem van uitbuiting dat sexistische, racistische en productivistische dimensies kent. Wat wil ik hier nu allemaal mee zeggen? Dat de drietrap partij/vakbond/arbeidersklasse volgens mij geen vehikel meer kan vormen om de vastgelopen ontwikkeling binnen links vlot te trekken. De arbeidersklasse neemt geen opdrachten meer aan van een zelfbenoemde Leiding. De onderdelen van die klasse die wel hebben gestreden en nog steeds strijden, zijn nu net weer niet de groepen die volgens de Theorie belangrijk zouden moeten zijn. De vakbond is verworden tot een dienstverlenend bureaucratisch apparaat met zo nu en dan een mediagenieke campagne met dooie leden. En de socialistische partijen en organisaties die er nog zijn worstelen met dat alles. Let wel: er is bij mij zeker geen sprake van smalend leedvermaak. Ik ervaar mijn eigen leven ook steeds meer als onzeker, en zie om me heen talloze mensen te gronde gaan, en anderen zich volledig richten op zichzelf - de noodzaak om iets tegenover deze ontwikkeling te stellen, groeit wat mij betreft alleen maar! Ik denk alleen wel dat met benaderingen van gisteren de sociale problemen waar we ons vandaag en morgen voor gesteld zien, niet kunnen worden aangepakt. Spoorboekjes met dienstregelingen uit het verleden helpen ons nu niet verder. Mijn stelling is dat de kapitalistische verhoudingen wel degelijk ook door strijd zijn veranderd. Een taak voor nu is praktisch te onderzoeken in hoeverre het kapitalisme, zoals het nu bestaat, is veranderd, en wat dit zou moeten betekenen voor wat we met wie zouden moeten doen.

9> Henk Zeldenrust

Noot 1. Op pagina 43 en 44 van “Opmerkingen over de internationale crisis”, Mario Montano. In: “Autonomie. Hoofdlijnen van het politiektheoretisch project van Toni Negri”, Frans van den Oudenrijn, 1992.

nummer 9 > februari 2011


Vrouwenhandel nu tien keer zo groot als achttiende eeuwse slavenhandel Een aanklacht tegen de wereldwijde discriminatie van meisjes en vrouwen. Een gepassioneerde oproep om hen niet in de steek te laten. Een appèl op een ieder om zichzelf te engageren. Een pleidooi, kortom, om je hoofd niet af te wenden, om je hart te laten spreken en de handen uit de mouwen te steken. In hun boek “Half the sky” voeren de journalisten Nicholas Kristof en Sheryl WuDunn een wereld van ellende en tegelijkertijd een wereld van hoop en succes op.

D

e twee Amerikanen zijn beroemd geworden met hun prijswinnende artikelen over de opstand op het Tiananmenplein in Beijing in 1989. Naar schatting zijn toen 800 demonstranten door het Chinese regime vermoord. De twee reisden daarna voor hun journalistieke werk intensief door Azië en Afrika,1 en beseften dat de narigheid die dagelijks de media haalt vaak compleet in het niet valt bij de ellende van ontelbare meisjes en vrouwen, die wereldwijd te maken hebben met onverschilligheid, discriminatie en uitsluiting. Ze kwamen onrecht en wreedheid tegen die vele malen groter en routinematiger was dan waar ze in Beijing getuige van waren geweest. Ze zagen seksslavernij, eergerelateerd geweld, babymoord, verkrachting als vergelding en terreurmiddel, genitale verminking, en structurele uitsluiting van gezondheidszorg en onderwijs. Meisjes- en vrouwendiscriminatie is dodelijk in de Derde Wereld. De journalisten spreken dan ook van gendercide.

Cijfers Ten gevolge van die discriminatie ontbreken er wereldwijd 60 tot 100 miljoen vrouwen en meisjes. Meisjesfoetussen worden geaborteerd. Meisjesbabies worden vlak na de geboorte gedood. In vergelijking met jongens en mannen krijgen meisjes en vrouwen minder en slechter eten, en kunnen zij minder gebruik maken van gezondheidszorg en onderwijs. Vrouwen worden gedood vanwege vermeende of daadwerkelijke ongeoorloofde omgang of sex. In de laatste 50 jaar zijn er zo meer meisjes gedood omdat ze meisje waren, dan er mannen zijn omgekomen in alle veldslagen van de twintigste eeuw. In de meeste landen van de wereld worden tussen de 30 en 60 procent van de vrouwen mishandeld of verkracht door hun vriend of man. Vrouwen tussen de 15 en 45 jaar oud hebben een grotere kans om verminkt of gedood te worden door mannelijk geweld, dan door kanker, malaria, verkeersongelukken en oorlog bij elkaar. In Zuid-Afrika is minimaal 21 procent van de meisjes tegen de tijd dat ze 15 jaar oud zijn verkracht. In Ethiopië worden meisjes verkracht om zo een huwelijk af te dwingen als de man de bruidsprijs niet kan betalen of verwacht dat de familie van de vrouw hem niet accepteert. Het is gebruikelijk dat de familie daarna overstag gaat. Bij verzet van het meisje, en soms van haar familie, riskeert ze het om verstoten of vermoord te worden.

+Boek*

Er wordt in de Derde Wereld meer geld en energie gestoken in het redden van baby’s dan van hun moeders. De gezondheidszorg voor zwangere en bevallen vrouwen is bedroevend. Het aantal vrouwen dat door ondeskundig begeleide bevallingen gehandicapt en onvruchtbaar raakt, is ongekend groot. De wereldgezondheidsorganisatie WHO berekende dat er in 2005 zo’n 536 duizend vrouwen stierven gedurende hun zwangerschap of ten gevolge van de bevalling. Elke minuut sterft een vrouw in het kraambed, en 99 procent van deze sterften vindt plaats in de Derde Wereld. Dit aantal is de laatste 30 jaar niet gedaald, terwijl de kindersterfte wel enorm is afgenomen en ook de algemene levensverwachting is toegenomen. Het gaat dus niet alleen om een armoedeprobleem, maar vooral ook om een genderprobleem. In samenlevingen waar vrouwen worden achtergesteld en minder waard worden geacht, bestaat een grotere kraambedsterfte.

Uitdaging Gedurende de hoogtijdagen van de slavenhandel werden er per jaar gemiddeld 80 duizend slaven van Afrika met geweld naar de nieuwe wereld vervoerd en daar verkocht. Vandaag de dag worden jaarlijks maar liefst tien keer zoveel vrouwen over de internationale grenzen verhandeld. Ook in het westen zien we daar de gevolgen van. In de gelegaliseerde prostitutie in Nederland is het percentage buitenlandse vrouwen enorm hoog. Een aanzienlijk deel van hen is verhandeld, een aantal is ook nog eens minderjarig.2 Als de belangrijkste morele uitdaging van de negentiende eeuw was om slavernij af te schaffen, zo zeggen Kristof en WuDunn, dan is die van deze eeuw de afschaffing van de sekseongelijkheid in de Derde Wereld.

<10

nummer 9 > februari 2011

In veel landen en gemeenschappen wordt het vrouwen niet toegestaan om actief deel te nemen aan de samenleving. Ze worden niet als mensen behandeld. De ambitie van Kristof en WuDunn is te inspireren tot actie, om een moderne anti-slavernij beweging op te starten. Ze weten hoe overweldigend het is om geconfronteerd te worden met alle narigheid die vrouwen moeten ondergaan, en ze kennen het afstompende effect van cijfermatige statistieken die moeten aantonen hoe slecht het met de wereld gaat. De twee hebben er daarom welbewust voor gekozen om de persoonlijke verhalen te vertellen van vrouwen en gemeenschappen. Verhalen over strijd, over moed, over charisma en over steun van anderen, zowel uit eigen land als uit het buitenland. Door vrouwelijke rolmodellen en hun successen te portretteren weten de journalisten je bij de keel te grijpen en je hart te veroveren. Zoals het verhaal van een jonge vrouw die als kind door een groep mannen uit de hogere klasse was verkracht. Normaal gesproken plegen vrouwen die zoiets overkomt zelfmoord. Maar zij deed aangifte

doorbraak.eu

en won uiteindelijk haar zaak. Ze kreeg ruim achtduizend dollar als compensatie en zette met dat geld een school op in haar dorp. Daarmee de cirkel van machteloosheid doorbrekend. Na lezing blijft de vraag rondspoken of zulke druppels op de gloeiende plaat blijvend kunnen inspireren, of dat er uiteindelijk meer nodig zal zijn, zoals regime change, ter plekke en wereldwijd.

Westers cynisme In het westen is “ontwikkelingssamenwerking” steeds meer onder druk komen staan omdat er te veel geld aan de strijkstok zou blijven hangen en er te weinig structurele effecten bereikt zouden worden. Ook is er kritiek op de westerse blik op hoe problemen aangepakt horen te worden, en een nadruk op technische oplossingen in plaats van politieke en culturele veranderingen, zo beschrijven de twee journalisten. In Nederland wordt “ontwikkelingssamenwerking” onder het kabinet Bruin I nog verder beperkt vanuit de retoriek dat iedereen het lekker zelf mag uitzoeken. Er bestaat nauwelijks nog een idee van gezamenlijke verantwoordelijkheid, en de eigen welvaart staat voorop. De blik is naar binnen gericht. Het dichterbij halen van de persoonlijke verhalen werkt volgens de twee journalisten echter nog steeds goed om de solidariteit op te wekken en het cynisme te keren. Talloze westerse mensen zetten namelijk wel individueel en met hun vrienden en familie hulpprogramma’s op. Ze ondersteunen graag lokale initiatieven als ze weten om wie het gaat en wat het concreet oplevert. Noodzakelijk voor enige effectivieit is echter dat er gewerkt wordt met grassroots organisaties die weten wat er lokaal nodig is, en die lokale mensen inzetten. Daarvoor zijn mensen nodig die doortastend en taboe- en grensdoorbrekend zijn, soms met gevaar voor eigen leven. Een ziekenhuis bouwen is niet voldoende als families geen geld hebben voor de behandelingen, als de magen leeg blijven, er geen schoon drinkwater komt, artsen en verpleging alleen in de grote stad of het buitenland willen werken, en de structurele middelen ontbreken om de zorg continu te waarborgen.

Microkrediet Kristof en WuDunn zien, net als vele anderen, in het systeem van microkredieten een van de oplossingen. Dat systeem zou vooral effectief zijn voor de allerarmsten, zoals vrouwen. Ontegenzeggelijk is het kunnen lenen van een klein bedrag tegen een geringe rente om een bedrijfje op te zetten een verbetering. Reguliere banken willen namelijk meestal geen kleine bedragen uitlenen, en al helemaal niet aan vrouwen en de allerarmsten. En als ze het al doen, dan vragen ze belachelijk hoge rentes. Het microkredietsysteem werkt met kleine groepen die garant staan voor het terugbetalen voor elkaars leningen. De deelnemers mogen bij toerbeurt opnieuw een bedrag lenen. Ze komen regelmatig bijeen om ervaringen en tips uit te wisselen waardoor het systeem ook als leerschool dienst doet. Zo’n klein startkapitaal biedt de allerarmsten in sommige gevallen inderdaad een kans om te ontsnappen aan de feodale en patriarchale omstandigheden waaronder ze leven. De betrokken vrouwen krijgen er vaak een machtiger positie binnen het gezin door. Maar de doorvoering van zo’n kleinschalig lokaal kapitalisme biedt geen enkele basis voor verdere veranderingen, voor alternatieven voor het wereldwijde economische systeem dat hun armoede juist grotendeels voortgebracht heeft en nog steeds van dag tot dag veroorzaakt. Integendeel, het microkredietsysteem promoot het kapitalisme, probeert het een menselijk gezicht te geven, een humaan masker op te zetten. Maar Kristof en WuDunn zijn dan ook geen linksen, maar liberalen die menen dat het kapitalisme de beste kansen biedt voor de toekomst. Dat terwijl het al eeuwenlang onderdrukking en uitbuiting genereert en de aarde en de mensheid bezig is ten gronde te richten. De realiteit laat overigens zien dat ook het systeem van microkrediet uiteindelijk niet aan die vernietigende tendens kan ontkomen.3 In landen als Pakistan is het inmiddels al ten prooi gevallen aan gewetenloze zakenlui die de kredieten tegen woekerrentes verschaffen en daarmee de mensen nog verder in de schulden steken.4

Meisjesonderwijs Over het algemeen zijn landen die meisjes en vrouwen onderdrukken economisch minder ontwikkeld, en autoritair en patriarchaal in hun politieke systeem en familiestructuren. Volgens de twee journalisten is onderwijs voor meisjes het meest effectieve middel gebleken in de strijd tegen sekseongelijkheid. Dat zou onder meer blijken uit de enorme economische groei in Zuid-Oost Azië. Daar is nauwelijks werkgelegenheid voor meisjes op het afgelegen platteland. Als ze enige vorm van onderwijs hebben genoten en in de gelegenheid gesteld worden om, ongetrouwd en zonder mannelijke begeleiding, voor werk naar de stad te trekken, dan blijkt dat enorme veranderingen met zich mee te brengen in hun maatschappelijke positie. Ze ontwikkelen zich vaak verder, trouwen later en meer naar eigen keuze, en krijgen minder kinderen. Bovendien sturen ze geld terug naar hun achtergebleven familie op het platteland, waar zo de levensstandaard wat verhoogd


Overheid sluit veel migranten uit van Nederlanderschap Tegelijkertijd betekent deze toetreding tot de formele kapitalistische economie zoals bekend een enorme uitbuiting in de sweatshops, ongewenste seksuele intimiteiten op de werkvloer, en onvoorstelbare hoeveelheden overwerk. De meisjes en vrouwen lijken dit leven echter toch te verkiezen boven het leven op het platteland, juist omdat het hun maatschappelijke positie toch verbetert. Het emancipatieproces geeft hen naast een eigen inkomen, de kracht en mogelijkheden om in verzet te gaan tegen de uitbuiting, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het verzet van Chinese fabrieksmeisjes.5

Niets is onmogelijk Het boek “Half the sky” laat zien dat het nodig is om out-of-the-box te denken om meisjes naar school te krijgen, en om ze daar zo lang mogelijk te houden. In Zuid-Afrika blijkt dat als de meisjes elke anderhalf jaar geld krijgen om een nieuw schooluniform te kopen, de kans significant stijgt dat ze op school blijven en als gevolg daarvan later trouwen, later en minder kinderen krijgen en meer grip op hun eigen leven hebben. Kosten: 6 dollar per anderhalf jaar. Een ander verbazingwekkend simpele methode om meisjesonderwijs te laten slagen is het geven van jodiumzout. Ongeveer 31 procent van de huishoudens in de Derde Wereld krijgt onvoldoende jodium binnen via voedsel of water. Dat kan stuipen en hersenschade aanrichten bij met name vrouwelijke foetussen in de baarmoeder. Het gebrek aan jodium kan zo dus leerproblemen op school veroorzaken. In Tanzania blijkt dat als zwangere vrouwen een jodiumpreparaat slikken, hun dochters op school aanzienlijk beter presteerden en minder vaak bleven zitten dan andere meisjes. Kosten: een halve dollar per jodiumcapsule. In veel Derde Wereld-landen blijven heel wat meisjes van school weg als ze menstrueren. Ze gebruiken lappen om het bloed op te vangen en die moeten regelmatig gewassen worden. Uit schaamte dat ze op school doorlekken en omdat er vaak geen wc met wasgelegenheid op scholen is, blijven ze thuis en raken achterop of stoppen. Het verschaffen van maandverband en het aanbrengen van wc-faciliteiten blijkt hun blijvende deelname aan de middelbare school aanzienlijk te vergroten. Wat ooit onmogelijk leek in de strijd tegen de slavenhandel, met z’n enorme economische belangen, is toch mogelijk gebleken. De slavernij is officieel afgeschaft. Kristof en WuDunn denken dat het net zo goed mogelijk is om de achterstelling en discriminatie van vrouwen en meisjes grotendeels uit te bannen. Met hun boek en website6 hebben ze het probleem alvast scherp in kaart gebracht, en een flink aantal oplossingen aangedragen. Het zou links wereldwijd sieren als het dit megaprobleem ook wat meer op de agenda zou zetten. “Half the sky. How to change the world”, Nicholas Kristof en Sheryl WuDunn. Uitgeverij: Virago, € 13,99. ISBN 9781844086825. Ellen de Waard Noten 1. “Half the Sky”, Ed Pilkington, www.guardian.co.uk. 2. “Slachtoffers mensenhandel pion in vreemdelingenbeleid”, Ellen de Waard, 4 januari 2011, www.doorbraak.eu. En: “Half miljoen vrouwen in Europa als slaaf verhandeld”, Ellen de Waard, Fabel-krant 56, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu. 3. “Impoverished Indian families caught in deadly spiral of microfinance debt”, Jason Burke, www.guardian.co.uk. 4. “Steeds meer kritiek op microkredieten”, Marc Leijendekker, www.nrc.nl. 5. “Informatiebijeenkomsten over Chinese ‘fabrieksmeisjes’: migratie, crisis en verzet”, 22 juni 2009, www.doorbraak.eu. En: “Onlusten in China”, 22 juni 2009, www.doorbraak.eu. 6. www.halftheskymovement.org.

Het is voor veel migranten een zware opgave om ooit nog Nederlander te worden. De eisen die bij naturalisatie worden gesteld, zijn zo hoog opgeschroefd dat ze er niet meer aan kunnen voldoen. Daardoor lopen ze essentiële burgerrechten mis, zoals het kiesrecht. Aldus het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT),1 dat bezwaar maakt tegen een nieuwe fikse verhoging van de aanvraagkosten voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.

Foto: Gregor Eglitz

wordt en het onderwijs van jongere familieleden gefinancierd wordt. Dat “meisjeseffect”, zoals economen het wel noemen, heeft een enorm effect op de groei van Aziatische economieën.

Migranten moeten spaarvarken stukslaan om te mogen stemmen. “Niet-westerse” migranten die minimaal 5 jaar legaal in Nederland verblijven, hebben in principe het recht om Nederlander te worden. Een groeiend aantal migranten heeft van dat recht geen gebruik gemaakt. Rond 2000 waren dat er nog 650 duizend, tien jaar later al 735 duizend. In 1996 werden nog 29.295 Turken Nederlander. In 2007 was dat gedaald tot 1.786. Een kwart van de mensen in Nederland met een Turkse achtergrond is geen Nederlander. Volgens het inspraakorgaan is het aantal naturalisaties tussen 2000 en 2010 “dramatisch” afgenomen. Het IOT-onderzoek “Van Nederlanderschap verstoken” maakt duidelijk hoe dat komt: de overheid werpt steeds hogere drempels op die voor meer en meer migranten niet meer te nemen zijn. Zoals de verhoging van de aanvraagkosten van het Nederlanderschap, de zogenaamde leges. Per 1 januari 2011 zijn de kosten met maar liefst zo’n 40 procent verhoogd tot 789 euro voor volwassenen, 1.008 euro voor echtparen en 116 euro voor minderjarigen. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het inspraakorgaan daar onlangs nog tegen geprotesteerd. “Een dergelijke verhoging is exorbitant en staat in geen verhouding tot de prijs die Nederlandse burgers betalen voor bijvoorbeeld een paspoort.” Een andere hindernis betreft de naturalisatietoets. Migranten die Nederlander willen worden, moeten het inburgeringsdiploma op mbo-niveau halen. De inburgeringsplicht2 heeft voornamelijk tot doel om de migratie te kunnen beheersen en migranten te kunnen disciplineren. Door de toets is het aantal naturalisaties flink gedaald. Voor laagopgeleide migranten is het vaak moeilijk om het diploma te halen. Bovendien hebben veel migranten het te druk met werk en zorgtaken om voldoende tijd en energie over te houden voor de inburgeringslessen.

Armoedegrens Op grond van het Europees Verdrag inzake nationaliteit is de overheid verplicht om het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit te vergemakkelijken. Maar men maakt het migranten juist moeilijker. Volgens het verdrag dienen de tarieven voor het verkrijgen van de nationaliteit “redelijk” te zijn. Uit het onlangs verschenen ”Armoedesignalement 2010” blijkt dat in 2009 bijna een kwart van de huishoudens “met een niet-westerse hoofdkostwinner” onder de armoedegrens leeft, en dat er bovendien sprake is van aanhoudende armoede. Die huishoudens kunnen de hoge legeskosten niet opbrengen. Het IOT vindt die kosten dan ook “onredelijk” en in strijd met internationale regels. Het verzwaren van de eisen voor het Nederlander-worden schrikt migranten af, zo laat het IOT-onderzoek ook zien. Ze voelen zich daardoor minder thuis in de Nederlandse samenleving en gaan ze zich eerder vastklampen aan hun Turkse identiteit, stelt IOT-onderzoeker Seçil Çoker. Die wijst erop dat de integratiedwang waarmee de overheid migranten onder druk zet, tot effect heeft dat migranten juist minder zin hebben en minder moeite willen doen om Nederlander te worden. De overheid dwingt migranten aan de ene kant om te integreren, maar werkt hen daarbij aan de andere kant flink tegen.

Tweederangsburger Volgens het inspraakorgaan worden migranten die geen Nederlander kunnen worden, door de overheid gedegradeerd tot tweederangsburgers. Met de invoering van de naturalisatietoets is in feite “het capaciteitskiesrecht” uit de negentiende eeuw weer van kracht. “Alleen wie kan bewijzen een bepaald onderwijsniveau aan te kunnen, mag bij verkiezingen voor Provinciale Staten, de Tweede Kamer en het Europees parlement zijn stem uitbrengen. De strijd tegen het capaciteitskiesrecht was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een van de brandpunten van de burgerrechtenbeweging in de VS”, aldus het IOT. Naturalisatie is alleen nog maar betaalbaar voor gezinnen met een modaal inkomen. Daarmee is bovendien “het censuskiesrecht” terug, “waarmee tot de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 democratische rechten bleven voorbehouden aan welgestelden”. Het IOT geeft aan dat de overheid “een merkwaardige draai” heeft gemaakt. In de eerste helft van de jaren 90 achtte men de dubbele nationaliteit goed voor de integratie van minderheidsgroepen. Vanaf 2004 ging men het omgekeerde beweren: juist afstand doen van de eigen nationaliteit zou de integratie bevorderen. Decennialang gold een sterke rechtspositie van migranten als een voorwaarde om te kunnen integreren. Maar vandaag de dag moeten ze eerst voldoende zijn geïntegreerd, voordat ze aanspraak kunnen maken op een sterke rechtspositie. Uit die omkering blijkt hoeveel zwaarder migranten het de afgelopen jaren in Nederland hebben gekregen. Harry Westerink

Noten 1. www.iot.nl. 2. “Inburgeringsplicht”, Doorbraak, 1 februari 2007, www.doorbraak.eu.

doorbraak.eu

11>

nummer 9 > februari 2011


Stop de dwangarbeid voor werklozen, ook in Leiden Zoveel mogelijk werklozen uit de bijstand drukken, of onbetaald aan het werk zetten. Dat is wat de gemeente Leiden de komende vier jaar van plan is, getuige haar conceptnota “Bevordering van arbeidsparticipatie in een tijd van bezuinigingen”.1 Dwangarbeid kan kennelijk weer, en niet alleen in Leiden.

Foto: Gregor Eglitz

De overheid probeert de laatste jaren om werklozen zoveel mogelijk te weren uit de bijstand, en als dat niet lukt: om ze er zo snel mogelijk weer uit te werken. Voorheen ging dat meestal nog gepaard met sociale praat over een bestaansminimum voor iedereen en het betrekken van mensen bij de samenleving. Inmiddels is men veel openhartiger: het gaat simpelweg nog om het beperken van de uitgaven aan werklozen. In de Leidse conceptnota lezen we: “De probleemstelling is verschoven van: ‘hoe betrekken wij onze burgers zo veel mogelijk bij de samenleving en in het bijzonder bij het arbeidsproces?’ naar: ‘hoe gaan wij zo efficiënt mogelijk om met de schaarse middelen in het participatiebudget?’”. Natuurlijk, zo gaat men verder, “zijn bevordering van sociale en maatschappelijke participatie, en stijging op de participatieladder subdoelstellingen van beleid, maar die hebben minder prioriteit wanneer daarmee geen besparing op uitkeringslasten wordt gerealiseerd”. “Het budget is leidend”, schrijft het gemeentebestuur, voor wie de belangen van de werklozen kennelijk inmiddels vrijwel irrelevant zijn geworden. Een gemeentebestuur waaraan overigens ook de linkse SP deelneemt. Werklozen en mensen in gesubsidieerde arbeid worden in de gemeentenota stelselmatig omschreven als “niet bijzonder gemotiveerd”. Het “ontbreken van een prikkel” zou het probleem zijn. Het nieuwe “basisbegrip” wordt daarom “wederkerigheid”. Wie zijn uitkering wil behouden, moet netjes doen wat zijn casemanager zegt. Ongehoorzaamheid komt direct op 100 procent korting van de uitkering te staan. Na maximaal drie maanden ongehoorzaamheid wordt dan “bekeken” of de dwarsligger uit de uitkering kan worden gegooid.

Participatiecentrum Gemeenteloketten.

Voortaan, wanneer werklozen zich in Leiden aanmelden voor een bijstandsuitkering, moeten ze direct zes weken onbetaald aan de slag in het gemeentelijke Participatiecentrum. Anders wordt hun aanvraag niet eens in behandeling genomen. Het werk daar omvat “eenvoudige productie- en inpakwerkzaamheden, fietsenherstel en montage, catering, groenvoorziening, postbezorging en ook werken in Het Warenhuis”, het Leidse kringloopcentrum. Uitsluitsel over toekenning van een uitkering duurt in de regel flink langer dan die zes weken. Wordt de aanvraag afgewezen, dan heeft de werkloze dus zes weken volkomen onbetaald moeten werken. Het Participatiecentrum is overigens een directe voorzetting van het gemeentelijke Werkatelier. Tot vorig jaar moesten aanvragers van een bijstandsuitkering daar eerst vijf weken naar toe om groepsgewijs psychologisch doorgelicht te worden en te trainen in het solliciteren. De meeste activiteiten waren totaal zinloos, en in de praktijk was het dus meer een oefening in gehoorzamen. Wie niet voldoende motivatie voor de tests, de groepsgesprekken en de rollenspelen tentoonspreidde, werd te verstaan gegeven dat de uitkeringsaanvraag in gevaar kwam. Doel van het Werkatelier was het internaliseren bij de werklozen van een arbeidsethos dat hen gewillig moet maken voor zelfs de meest onderbetaalde rotbaantjes. De meeste deelnemers voelden zich voortdurend vernederd, en individueel en collectief tegenstribbelen was dan ook aan de orde van de dag. Na zo vijf weken psychologisch onder druk gezet te zijn, moesten de aanvragers nog eens drie weken onbetaald sloven in diezelfde baantjes die nu onder het Participatiecentrum gaan vallen. Heel wat deelnemers vielen tussentijds af, en die konden dus fluiten naar hun uitkering. Het Werkatelier funtioneerde dus vooral ook als een voor velen onoverkomelijke drempel bij het aanvragen van bijstand. Hoe zij verder in hun levensonderhoud moeten voorzien, zal de gemeente een zorg zijn.

Disciplinering Vorig jaar kreeg de gemeente Leiden minder geld van de rijksoverheid voor reïntegratie en daardoor moest het Werkatelier vrij plotseling de deuren sluiten. Ironisch genoeg nam de druk op bijstandsgerechtigden zo door de crisis juist tijdelijk wat af. Maar het vernederen en disciplineren van langdurig werklozen is geen bijkomstigheid, maar juist de kern van het beleid. Het heeft een traditie in het kapitalisme die al eeuwen terug gaat. Het kapitalisme heeft nooit volledige werkgelegenheid gekend. En de uitvallers, de slachtoffers van het economische bestel, moeten simpelweg steeds onder de knoet gehouden worden om het voortbestaan van het systeem te garanderen.

<12

nummer 9 > februari 2011

De overheid heeft daarom ook altijd minachting en haat gekweekt tegen werklozen. Het zouden luilakken zijn die zelf hun ellende veroorzaakt hebben. De angst van mensen om zelf werkloos te raken, wordt zo omgezet in afkeer van werklozen. De aanpak van werklozen ging ook altijd gepaard met geweld. Zo werden in de achttiende eeuw landlopers in tredmolens geplaatst, en in de negentiende en twintigste eeuw werklozen in allerhande werkkampen. Deze naakte repressie werd overigens

doorbraak.eu

vaak overgoten met een bitter sausje van paternalistische, neerbuigende naastenliefde van christelijke oorsprong. Werklozen hebben officieel wel enige inspraak, maar daar heeft de gemeente inmiddels lak aan. Men heeft nu zelfs het - slechts rituele - overleg met de cliëntenraad van bijstandsgerechtigden, dat normaal gesproken vooraf gaat aan publicatie van dit soort conceptnota’s, ook maar helemaal overgeslagen.

Opstapbanen Net als destijds in het Werkatelier, moeten de bijstandsaanvragers volgens de nieuwe gemeentelijke plannen tijdens hun dwangarbeid tegelijk ook intensief solliciteren. Voor wie de zes weken Participatiecentrum volhoudt, maar intussen geen baan weet te vinden, heeft de gemeente straks aansluitend nog meer dwangarbeid in petto: de zogenaamde opstap- en participatiebanen. Voor de gemeente zelf zijn de opstapbanen het meest goedkoop, omdat de werkloze daarbij “met subsidie aan het werk gaat bij een reguliere werkgever en geen uitkering meer krijgt”, aldus de conceptnota. Maar “het is niet realistisch om te veronderstellen dat de arbeidsmarkt al deze mensen kan opnemen. Wij gaan er wel alles aan doen om zoveel mogelijk plekken binnen te halen.” Bij een opstapbaan moet een werkloze drie maanden werken bij een baas, zonder het minimumloon te krijgen, laat staan het betreffende cao-loon. Tijdens deze “kennismakings- of stageperiode” moet hij het doen met een bijstandsuitkering. Het is de bedoeling dat de betrokkene daarna eindelijk een gewoon loon gaat ontvangen van zijn baas, die dat geld overigens wel nog twee jaar van de gemeente terugkrijgt. “De regeling moet natuurlijk ook voor de werkgever aantrekkelijk blijven”, aldus de gemeente, die zoals gebruikelijk meer blijk geeft van medeleven met het bedrijfsleven dan met de eigen burgers.

Participatiebanen Leidse werklozen die niet in zo’n opstapbaan gedwongen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende van die banen zijn, die belanden straks voor een flink deel in participatiebanen. Dat zijn banen waarbij werklozen maar liefst twee jaar gedwongen zijn te werken onder het minimum- en cao-loon. Ze krijgen een bijstandsuitkering, met af en toe een extraatje. De gemeente denkt voor hen aan “ondersteunende werkzaamheden op scholen, in de (thuis)zorg, ziekenhuizen, groenvoorziening, bewaking en dergelijken. In principe komt al het werk dat voorheen onder de vlag ‘gesubsidieerd werk’ werd gedaan in aanmerking”, aldus de nota. Een hele groep mensen wordt zo nog verder naar beneden getrapt. Neem het voorbeeld van de conciërge die een gewone baan met bijbehorende arbeidsrechten had, maar die ergens in de jaren 90 ontslagen en werkloos werd. Die moest van de gemeente daarna onder het mom van een banenpool en later een ID-baan weer precies hetzelfde werk gaan doen, maar dan wel tegen het minimumloon, en met heel wat minder rechten. Rond 2006 werd hij weer ontslagen omdat de ID-banen stopgezet werden. En nu moet zo iemand van de gemeente weer hetzelfde werk gaan doen, met alleen maar een bijstandsuitkering en volkomen rechteloos. Verpaupering en afbraak van rechten onder regie van de gemeente. Veel mensen raken op latere leeftijd werkloos. Bijvoorbeeld omdat hun bazen hen “te duur” vinden. Die zetten liever jongeren in, die ze minder hoeven te betalen vanwege de wettelijk vastgelegde leeftijdsdiscriminatie rond het minimumloon, of ze huren iemand in op basis van een goedkoop flexcontract. Maar de gemeente biedt diezelfde bazen nu dus hun oude werknemers gratis weer aan. De gemeente lijkt haar werklozen overigens met name richting de zorgsector te willen duwen. “Mantelzorg en ‘vrijwilligerswerk’ door bijstandsgerechtigden in de eigen buurt bieden mogelijkheden om zinvol bezig te zijn en de sociale cohesie te versterken. Een interessante optie is de huishoudelijke verzorging en ondersteuning als een soort voorliggende voorziening op de betaalde zorg”, aldus de nota. Daar dreigt immers een tekort aan arbeidskrachten, omdat een groeiend aantal werknemers in die sector de vaak belabberde arbeidsomstandigheden en de ontzettend lage lonen meer dan zat is. “Het minimumloon is in 15 jaar tijd dus niet meegestegen met de lonen van leden van raden van bestuur en directeuren. Het minimumloon is in 15 jaar tijd ook niet meegestegen met de prijs van een bloemkool in de zomeraanbieding. Het minimumloon is evenmin meegestegen met de prijzen van koopwoningen. Huishoudelijke hulpen in de thuiszorg zijn de afgelopen jaren van schaal 15 naar schaal 5 verhuisd. Een startende thuishulp begint nu met 100 euro per maand minder en is op het minimum gezet”, zo werd er boos gereageerd2 op de Leidse bijstandsplannen op de lokale nieuwssite Sleutelstad.nl.

Botte bijl De afgelopen jaren viel “de uitstroom” van bijstandsgerechtigden naar de arbeidsmarkt wegens de crisis flink tegen, zo schrijft het


Foto: Eric Krebbers

Beeld in Madrid. college in de nota. En door het definitieve afschaffen van de ID-banen, en de komende ontslagen vanwege alle bezuinigingen, zullen er alleen maar meer bijstandsgerechtigden bijkomen, zo is de verwachting. Toch wil de gemeente de komende jaren 400 werklozen extra doen “uitstromen”, om “overschrijding van het uitkeringenbudget” te voorkomen. Dat is ongeveer 15 procent van de mensen die nu al een bijstanduitkering heeft. Dat wordt dus botte bijl-werk. Hoe de ontwikkelingen in Leiden kunnen uitpakken, is te zien in andere gemeenten die voorop lopen in deze repressieve ontwikkelingen. Ronduit schokkend zijn de ervaringen van Amsterdamse werklozen die deze winter moesten deelnemen aan het “leerwerktraject Groen en Onderhoud” in het Amsterdamse Bos.3 Die kregen te maken met onder meer racisme en schandalige arbeidsomstandigheden. Zo moesten ze een aantal eilandjes ontdoen van wilgenopslag. “Op de tweede dag vroor het een graad of vier bij een straffe noordoostenwind. De gevoelstemperatuur was volgens het KNMI zo’n 10 à 15 graden onder nul. Diegenen die op de eilandjes moesten zagen, gingen er een voor een met een piepklein en wankel bootje heen”, aldus een van hen die een verslag schreef. “Het reeds aanwezige ijs moest worden stukgeslagen alvorens het bootje te water kon worden gelaten.” Er gebeurden ook ongelukken. “Tijdens (op woensdag of donderdag) het ontwilgen van het tweede eilandje is er iemand in het water gedonderd. Hij werd naar de loods gebracht en mocht daar in zijn natte kleren uren voor de kachel zitten drogen. Ik snap niet waarom ze hem niet naar huis hebben gebracht.”

Leertrajecten Net als in Leiden, roept ook de gemeente Amsterdam dat werklozen zoveel van de werktrajecten kunnen leren. De Amsterdamse ervaringsdeskundige weet nu wel beter: “Wij worden ook geacht de wc’s, de keet van de ‘werkmeesters’, en de busjes waarmee wij worden vervoerd, schoon te maken, hetgeen helemaal niet in de taakomschrijving van het traject staat.” Een intensief leerproces is het in ieder geval niet: “Bij het eerste eilandje stonden een man of 15 waarvan gemiddeld de helft niks te doen had en dus noodgewongen stond te koukleumen.” En verder: “Het is in naam een leerwerktraject. In de praktijk komt van dat leren bijna niets terecht. Van de 15 à 20 man waren er, geloof ik, drie die met een kettingzaag konden omgaan. Ik weet overigens niet of ze dat gedurende dit traject hebben geleerd of dat ze dat al konden. Wat je ‘leerde’ was onder andere hoe je met een handzaagje dikke balken van tropisch hardhout kunt doorzagen. Je ‘leert’ dan dat je daar ongeveer 20 minuten over doet. Terwijl er gewoon kettingzagen aanwezig zijn. Je ‘leert’ dan verder dat het niet met de kettingzaag kan omdat die dan bot wordt. Terwijl er gereedschap aanwezig is om de ketting weer scherp te maken.”

Protest De steeds verdere verscherping van de repressie jegens werklozen roept helaas nog relatief weinig weerstand op in de rest van de samenleving. Dat komt onder meer omdat het om een relatief kleine en weinig zichtbare groep mensen gaat, een groep waar veel anderen helaas liever niet teveel mee geassocieerd willen worden. Maar het is belangrijk dat we beseffen dat iedereen werkloos kan raken, en dus in korte tijd kan belanden in dit soort slavernij-achtige situaties. Er moet meer protest komen tegen deze ontwikkelingen, meer solidariteit tussen werkenden en werklozen onderling, en meer gezamenlijke strijd. Want het bestaan van een vangnet met een menselijk karakter is voor ieders gemoedsrust en overleven van groot belang! Jan-Jaap de Haas Noten 1. Conceptnota “Bevordering van arbeidsparticipatie in een tijd van bezuinigingen”, gemeente.leiden.nl. 2. “Nota Bevordering Arbeidsparticipatie beschikbaar”, Corine Knoester, www.sleutelstad.nl. 3. “Kafka in het groen oftewel de hoofdstedelijke goelag”, blogger.xs4all.nl/bijstbnd.

>Zonder Papieren#

Jong, alleenstaand, illegaal en zwanger

Je ziet het niet aan haar af, ze oogt kwetsbaar en verlegen, schuchter haast. Maar ze heeft heel haar bestaan al gestreden om zelf haar leven te kunnen bepalen. Haar situatie is nu nog moeilijker geworden, omdat ze zwanger is. Maar juist door haar kind krijgt ze nieuwe kracht. Ze wil haar verhaal vertellen, om de anonimiteit van een leven in de illegaliteit te doorbreken. Ik ben in 1989 in een Balkan-land geboren. Tot mijn tiende heb ik bij mijn opa en oma gewoond, want mijn moeder was niet goed voor mij. Maar opa en oma gingen dood en ik moest weer terug naar mijn ouders. We woonden met mijn oom en zijn familie in één huis, in totaal wel 20 mensen. Alleen mijn vader werkte, dus er was niet genoeg geld om in twee huizen te gaan wonen. Mijn moeder moest 3 keer per dag zelf brood maken voor alle bewoners. Onze kleren moesten met de hand worden gewassen, dat deed zij ook. Ik moest het hele huishouden doen en voor mijn broertjes en zusjes zorgen. Mijn tante hoefde alleen maar de koeien te melken en de kleren van haar kinderen te wassen. Mijn oom was werkloos, bleef de hele dag thuis en deed niks. Soms mocht ik van mijn moeder niet naar school, dan moest ik thuis dingen doen. Zij sloeg mij vaak, en schreeuwde. Een keer sloeg zij mij met de riem omdat ik mijn kamer niet goed had opgeruimd. Ik wilde niet naar school vanwege de rode plekken. Je zag het overal op mijn lichaam. Ik werd meer geslagen dan de andere kinderen. “Jij bent de grootste”, zei mijn moeder. Mijn vader en moeder hadden ook altijd ruzie en mijn vader sloeg mijn moeder. Mijn moeder reageerde dat op mij af, denk ik nu. Toen ik ouder werd, wilde ik niet meer bij hen blijven. Ik wilde naar Nederland, naar mijn andere oom. Ik ben heel vaak weggelopen en uiteindelijk lieten ze me gaan. Ik moest met onbekende mensen mee. Ze praatten met mijn vader. Hij zei: “Die meneer gaat jou naar je oom brengen.” Verder hoefde ik niets te weten, zei hij. Ik was toen 13. Ik weet niet of ik een visum had. Misschien ben ik nooit legaal in Nederland geweest. Mijn oom in Nederland was goed voor me. Ik hoefde het huishouden niet te doen. Als ik geld nodig had, kreeg ik dat, als hij tenminste zelf iets had. Hij vroeg niets terug. Af en toe voelde ik me wel een last. Hij zei daar niets over, maar het voelde voor mijzelf niet goed. Hij wilde me wel adopteren, maar dat was te duur. Ik kon hier niet naar school. Ik paste af en toe op zijn kinderen, verder bleef ik thuis. Ik had hier geen vrienden, geen hobby’s. Ik keek televisie en probeerde mezelf Nederlands te leren. Ik verveelde me vaak. Via internet leerde ik iemand kennen uit mijn geboorteland. Ik dacht dat mijn oom het niet goed zou vinden als ik zou gaan samenwonen. In mijn land is dat anders: daar kan je zelf geen man zoeken om te trouwen. Dus ben ik weggelopen. We werkten allebei zwart. Ik had geen verblijfsvergunning, en hij had geen werkvergunning. Dus we moesten wel. Ik werkte in de huishouding, mijn vriend werkte in de bouw. We hadden te weinig geld, dus ik moest wel werken, ook al vond mijn vriend dat niet zo leuk. We konden zo wel eten kopen, maar we hielden niets over om te sparen. In het begin was het goed. Maar daarna werd hij opeens heel anders. Hij wilde niets meer doen in huis. Hij zei: “Ik ben een man, dus ga ik die dingen niet doen.” Maar ik wilde niet meer, zoals bij mijn ouders, alles zelf doen. Dus gingen we uit elkaar. En toen merkte ik dat ik zwanger was. Ik wist gelijk dat ik het kind wilde houden. Ik voelde me beter, want ik zou niet langer alleen zijn. Maar ik wist niet echt hoe ik dat moest gaan doen met een kind in mijn leven. Ik kon op een gegeven moment niet meer werken en ik had problemen met huur betalen. Mijn huisbazin wist dat ik zwanger was, maar ze zei: “Ik kan jou niet helpen, want ik moet ook veel betalen.” Mijn ex-vriend weet wel van mijn zwangerschap, maar hij wil me niet helpen. Mijn oom heeft zelf vijf kinderen. Ik wist niet meer wat ik moest doen. Ik was bang dat ik buiten moest slapen. Op mijn werk vonden ze het niet erg dat ik zwanger was. Nu mag ik korte tijd bij iemand wonen. Wat ik daarna ga doen, dat weet ik niet. Als ik terug moet naar mijn geboorteland, dan beland ik op straat. Als alleenstaande vrouw met kind zal iedereen denken dat ik een hoer ben. Dan helpt niemand je. Vrouwen kunnen daar alleen werken met een diploma, en dat heb ik niet. Als ze daar iemand nodig hebben voor het huishouden, dan nemen ze iemand van hun familie, en niet mij. En kinderen zonder vader worden uitgelachen op school. Als je geen geld hebt om spullen te kopen voor het kind, dan helpt niemand jou.

13>

Ik wil hier blijven en werken en goed voor het kind zorgen. Ik zou graag een diploma halen, bijvoorbeeld voor pedicure. Dan kan ik overal werken waar ik wil. Ik wil dat mijn kind naar school kan gaan, gewoon zoals andere kinderen. Dat hij later niet zoals ik moet leven, maar een normaal bestaan kan hebben.”

Mariët van Bommel

doorbraak.eu

nummer 9 > februari 2011


“Studentenstrijd moet zich tegen alle bezuinigingen richten’’ “Stop de bezuinigingen en haal het geld waar het zit. Wij zeggen: we willen geen bezuinigingen op onderwijs, omdat we nergens bezuinigingen willen”, aldus Jilles Mast van de Kritische Studenten Utrecht (KSU),1 een radicaallinks collectief van universitaire studenten. Ze voeren actie tegen alle bezuinigingen, en dus niet alleen die op onderwijs. Hoe het studentenverzet uit te bouwen na de grote manifestatie en demonstratie van 21 januari in Den Haag?

Dat was een van de grootste studentenprotesten in decennia in Nederland. De manifestatie werd georganiseerd door de studentenvakbonden, die een enorm netwerk en grote mobilisatiemacht hebben. De rol die de twee grote bonden, LSVb en ISO, zich hebben aangemeten is a-politiek of “politiek neutraal”. Ze zijn namelijk alleen tegen de boete voor “langstudeerders”. Die opstelling vormt een fundamenteel probleem, want zo gaan de bonden mee in de bezuinigingslogica van rechts. Volgens de KSU heeft dit beperkte standpunt uiteindelijk tot gevolg dat andere asociale maatregelen sowieso gewoon doorgaan. Bijvoorbeeld de invoering van een “sociaal leenstelsel”, het ontslaan van docenten of het afschuiven van de bezuinigingen op andere sectoren. “Studentenbonden zijn geen actiegroepen, maar lobbygroepen en carrièremachines”, aldus Mast. Daardoor zijn ze ontzettend gematigd. Hun middelen vormen dan ook tegelijkertijd hun bestaansrecht. Ze kunnen geen acties steunen van studenten met radicalere eisen. “Ik vraag me ernstig af in welke mate de studentenbonden de mening en belangen vertegenwoordigen van studenten.”

Foto: Tomme Geraedts

Krantje Boord

Jilles Mast met Krantje Boord.

De KSU eist c Een stop op alle bezuinigingen, ook die op het onderwijs. Haal het geld waar het zit! c Onderwijs dat wordt behandeld en gezien als een recht; niet als een privilege! c Onderwijs dat toegankelijk is voor iedereen ongeacht inkomen, sociale status of afkomst. c Democratisering van onderwijs; de macht terug van de bestuurders naar degenen die weten waar het om gaat in het onderwijs, oftewel de studenten en docenten. c Geen ontslagronde! Juist meer docenten voor hogere kwaliteit in het onderwijs. c Onderwijs dat bijdraagt aan sociale gelijkheid.

<14

nummer 9 > februari 2011

Het probleem is niet alleen dat er bezuinigingd wordt op onderwijs. Er is ook het fundamentele probleem van het gebrek aan democratie op de universiteit. De KSU was al voor de bezuinigingsplannen van Oprutte en co actief, omdat ze radicale kritiek hebben op het functioneren van de universiteit. Ze strijden voor ander onderwijs en een democratisch bestuur. Democratie is zelf zeggenschap hebben en, als je dat niet hebt, het te eisen door actie te voeren. Zo bezette de KSU vorig jaar het bestuursgebouw van de universiteit uit protest tegen het wegbezuinigen van de universiteitskrant, het U-blad. Het college van bestuur had namelijk – tegen de wil van de gekozen universiteitsraad van studenten, docenten en medewerkers – besloten dat de papieren krant wel kon worden opgeheven. De KSU heeft toen het initiatief genomen voor een nieuwe krant, het Krantje Boord. Zeggenschap van studenten, docenten en medewerkers moet weer worden ingevoerd door de medezeggenschapsraden macht te geven, in plaats van alleen een adviesrecht. Daarnaast wil de KSU de democratie ook doortrekken naar het onderwijs zelf. Dat betekent dat studenten zelf moeten kunnen bepalen wat ze willen bestuderen. “Daadwerkelijk je eigen interesse volgen is iets dat veel te weinig kan op de universiteit.” De KSU heeft de daad bij het woord gevoegd en het initiatief genomen om samen met docenten een eigen vak op te zetten, voor en door studenten. Samen met een docent filosofie en een docente antropologie is er dit jaar een onderzoeksvak te volgen met als thema: “Hoe werkt de universiteit?” Dat gaat onder meer over de rol van de universiteit in de samenleving, en de rol die hij zou moeten hebben.

Bedrijfsleven De strijd tegen bezuinigingen en voor meer democratie hangt nauw samen met de kritiek op invloed van het bedrijfsleven op de universiteit. De KSU neemt stelling tegen onderwijs en onderzoek dat wordt beïnvloed door commercialiteit. Door dalende investeringen worden hogescholen en universiteiten gedwongen om privaat onderzoeksgeld van het bedrijfsleven binnen te halen. Onderzoek en onderwijs vercommercialiseren, en daardoor worden de kwaliteit en de toegankelijkheid afgebroken. Mast: “Als een bedrijf een onderzoeksopdracht geeft, dan is dat bedrijf de baas over het onderzoek, over wat er in staat en welke gegevens openbaar zijn.” De universiteit moet volgens de KSU in dienst van de samenleving staan en niet steeds meer als een onderzoeksinstrument van het bedrijfsleven functioneren.

Ook studenten merken dat onderwijs steeds meer in dienst staat van de economie. De universiteit is volgens de KSU een leerfabriek geworden. “Enorm volle collegezalen, het snel tot je nemen van ‘kennis’ en die reproduceren op een tentamen.” Deze volledig gestroomlijnde inrichting van het onderwijs sluit naadloos aan op een belangrijk doel van de leerfabriek. “Je wordt door een machine heen gerold, en je komt er uit als een pasklare kracht voor de arbeidsmarkt.” Dat gaat natuurlijk ten koste van kritisch onderwijs, zelfontplooiing en zelfreflectie. “Wat heb je nou eigenlijk echt geleerd? Er is geen tijd om na te denken over wat je zelf belangrijk vindt en waar je staat in de wereld.” Dat uit zich ook in de egoïstische boodschap vanuit de overheid en de universiteiten: “Je studeert voor jezelf. Investeer in jezelf voor een goede baan.”

Breed verzet De KSU neemt deel aan het platform Studenten Actie Comité Utrecht (SACU). Dat is een breed en politiek divers platform met als gezamenlijk doel om de bezuinigingen in het hoger onderwijs via acties te stoppen. “Als je een studentenbeweging wilt opbouwen, dan heb je brede platforms nodig”, zegt Mast. Ook omdat je dan niet alleen gezien wordt als “dat radicale groepje” en je moeilijk met andere studenten in contact kunt komen. Via het platform zijn er veel meer studenten te betrekken bij de strijd. Het SACU organiseerde direct na de bezuiningsplannen in december al een lokale demonstratie waar enkele honderden studenten op afkwamen. Ook op personeel en docenten gaat bezuinigd worden. Daarom is solidariteit tussen studenten, medewerkers en docenten erg belangrijk. “Veel werkgroepen en colleges worden nu gegeven door jonge docenten die werken onder flexcontracten en met een hoge werkdruk. Bovendien zijn er al weinig docenten, en als er nog meer ontslagen worden door bezuinigingen, dan gaat de kwaliteit van het onderwijs nog verder naar beneden.”

Bezettingen Om studentenverzet effectief te maken moet er meer een cultuur van verzet ontstaan. De KSU is strijdbaar. “We moeten een tegenstructuur opbouwen door acties te blijven organiseren. Bezettingen, blokkades, acties op straat.” Het standpunt van de bonden tegen de boete is veel te mager, en onvoldoende om de bezuinigingen te stoppen. “Het zal op teleurstelling uitlopen, als de beperkte eis van de studentenbonden niet ingewilligd wordt. Dan is het belangrijk voor radicale groepen als de KSU om klaar te staan met een goed verhaal, bijeenkomsten en open vergaderingen.” Mast ziet door de bezuinigingen een momentum ontstaan om het verzet verder aan te wakkeren. “We moeten er niet vanuit gaan dat het wel goed komt. De aanname is dat er na de massale opkomst in Den Haag wel naar ons geluisterd zal worden. Maar dat is onterecht, er wordt niet naar ons geluisterd. Daarom moeten we wel andere dingen gaan verzinnen. We zouden die boete van drieduizend euro gewoon collectief kunnen gaan weigeren te betalen. Dan blokkeer je wat zij willen.” Veel studenten zijn in hun houding net zo a-politiek als de bonden. Maar aan de andere kant weten ze heel goed wat er speelt. Misschien zouden studenten zich eerst nog eens de fundamentele vraag moeten stellen: wat is het nut van wat je hier op de universiteit doet? “We studeren niet alleen voor een baan, maar ook om de wereld te veranderen!” Joris Hanse Tomme Geraedts Noot 1. kritischestudentenutrecht.wordpress.com.

doorbraak.eu

Doorbraak Doorbraak is een linkse basisorganisatie die strijdt voor een ecologisch duurzame wereld zonder uitbuiting, onderdrukking en uitsluiting. Daarom vechten we van onderop tegen het kapitalisme, het patriarchaat, racisme, nationalisme, religieus fundamentalisme en militarisme. Doorbraak is een gezamenlijk initiatief van zogenaamde “allochtonen” en “autochtonen”, juist om het denken in zulke etnische verdelingen te doorbreken. Doorbraak wil af van de gecreëerde scheidslijnen en streeft naar een rechtvaardiger wereld. Hoe die er precies uit moet gaan zien? En hoe we daar willen komen? Dat willen we gaandeweg en samen met anderen bedenken en bevechten. Daarbij halen wij onze inspiratie uit de strijdbare traditie van socialistische bewegingen. Doorbraak staat daarbij symbool voor de wens om vastgeroeste indelingen in allerlei hokjes te doorbreken. Klinkt dat goed? Heb je interesse? Wil je meedoen? Bel of mail ons dan gerust.

Adres Website: www.doorbraak.eu Mail: doorbraak@doorbraak.eu Adres: Postbus 901, 7400 AX Deventer Telefoon: 06 4120 6167 Giro: 33.89.627, t.n.v. Doorbraak.eu, Deventer

Lokale contacten amersfoort@doorbraak.eu amsterdam@doorbraak.eu arnhem@doorbraak.eu denhaag@doorbraak.eu deventer@doorbraak.eu haarlem@doorbraak.eu leeuwarden@doorbraak.eu leiden@doorbraak.eu nijmegen@doorbraak.eu oss@doorbraak.eu rotterdam@doorbraak.eu utrecht@doorbraak.eu wageningen@doorbraak.eu

Krant De Doorbraak-krant verschijnt twee­ maandelijks en wordt uitgegeven door stichting Gebladerte, www.gebladerte.nl. Abonnee worden? Maak 25 euro over op giro 95225 t.n.v. stichting Gebladerte te Leiden o.v.v. “abonnee”. Vermeld duidelijk je adres. Minima kunnen volstaan met 13 euro. Losse nummers kosten 3 euro. Lay-out: Zwart op Wit, Delft Drukkerij: Albani, Den Haag ISSN: 1877-8186

Mail-lijst Wil je in de tussentijd op de hoogte blijven van Doorbraak-activiteiten? Mail dan “Doorbraak Info” naar doorbraak@doorbraak.eu.


Doorbraak # 9