Issuu on Google+

Doorbraak .eu

nummer

€ 3,00 december 2011

13

Word abonnee van Doorbraak zie achterpagina!

Foto: Pauline Krebbers

Azc Katwijk: wegpest­ centrum voor afgewezen vluchtelingengezinnen met minderjarige kinderen Sinds augustus 2011 kent Nederland twee asielzoekerscentra (azc) waar afgewezen gezinnen met minderjarige kinderen verblijven. Deze centra, die net als de andere beheerd worden door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), zijn gevestigd in Katwijk en in Gilze Rijen. Hun oprichting is het directe gevolg van een uitspraak die de rechter op 11 januari 2011 deed.

V De strijd tegen de Leidse dwangarbeid Het Leidse gemeentebestuur heeft in 2011 dwangarbeid ingevoerd voor bijstandsgerechtigden. Doorbraak voert daar actie tegen. Een chronologie. 8 september 2010. Een verslag over de strijd tegen de dwangarbeid in Leiden moet eigenlijk in Amsterdam beginnen. Daar voert het Steuncomité Sociale Strijd (SSS), waar ook Doorbraak aan meedoet, al in 2010 actie1 tegen het pilotproject “loondispensatie” van GroenLinks-wethouder Andrée van Es. Ze zet zo werklozen onder het minimumloon aan het werk. “SSS eist dat het minimumloon wordt gehandhaafd. Gelijk loon voor gelijk werk is immers een van de hoekstenen van het sociale stelsel. Daar mag niet aan worden getornd”, schrijft het steuncomité in een pamflet. “Nu hebben alle werknemers gewoon nog recht op een cao-loon. Een verworven recht waar onze ouders en voorouders keihard voor hebben moeten knokken. Wat er staat te gebeuren, is een van de ergste vormen van afbraak van de sociale zekerheid. In een tijd dat de bankdirecteuren hun zakken weer vullen, gaan de mensen aan de onderkant de rekening betalen. Dat gaan we niet laten gebeuren!” 17 februari 2011. Op die dag behandelt de commissie Werk en Financiën van de Leidse gemeenteraad de plannen voor dwangarbeid. Doorbraak doet mee aan de inspraakronde, en krijgt voor haar principiële afwijzing van de dwangarbeid de meeste handen op elkaar.2 De dwangarbeid kan variëren van drie maanden (“opstapbaan”) tot maar liefst twee jaar (“participatiebaan”). Maar het kan nog erger: wie werkloos wordt en een bijstandsuitkering aanvraagt, moet voortaan eerst zes weken helemaal gratis en voor niks werken voor de gemeente. Keurt de gemeente je aanvraag goed, dan krijg je voor die periode alsnog een bijstandsuitkering. En anders heb je gewoon pech gehad.3

Bij een opstapbaan moet een werkloze drie maanden werken bij een baas, zonder het minimumloon te krijgen, laat staan het betreffende cao-loon. Tijdens deze “kennismakings- of stageperiode” moet hij het doen met een bijstandsuitkering. Het is de bedoeling dat de betrokkene daarna eindelijk een gewoon loon gaat ontvangen van zijn baas, die dat geld overigens wel nog twee jaar van de gemeente terugkrijgt. “De regeling moet natuurlijk ook voor de werkgever aantrekkelijk blijven”, aldus de gemeente, die zoals gebruikelijk meer blijk geeft van medeleven met het bedrijfsleven dan met de eigen burgers. Werklozen die niet in zo’n opstapbaan gedwongen kunnen worden, belanden voor een flink deel in participatieplaatsen. Daarbij moeten werklozen maar liefst twee jaar werken onder het minimum- en cao-loon. De gemeente denkt voor hen aan “ondersteunende werkzaamheden op scholen, in de (thuis)zorg, ziekenhuizen, groenvoorziening, bewaking en dergelijken. In principe komt al het werk dat voorheen onder de vlag ‘gesubsidieerd werk’ werd gedaan in aanmerking”, aldus de plannen. Een hele groep mensen wordt zo nog verder naar beneden getrapt. Neem het voorbeeld van de conciërge die een gewone baan met bijbehorende arbeidsrechten had, maar die ergens in de jaren 90 ontslagen en werkloos werd. Die moest van de gemeente daarna onder het mom van een banenpool en later een ID-baan weer precies hetzelfde werk gaan doen, maar dan wel tegen het minimumloon, en met heel wat minder rechten. Rond 2006 werd hij weer ontslagen omdat de ID-banen stopgezet werden. En nu moet zo iemand van de gemeente weer hetzelfde werk gaan doen, met alleen maar een bijstandsuitkering en volkomen rechteloos. Verpaupering en afbraak van rechten onder regie van de gemeente.4 c c c Vervolg op pagina 12

olgens die uitspraak mogen afgewezen gezinnen met minderjarige kinderen niet op straat worden gezet en niet van elkaar worden gescheiden. De minister van Asiel en Immigratie Gerd Leers was aanvankelijk van plan om minderjarige kinderen van afgewezen vluchtelingen van hun ouders te scheiden en hen in een pleeggezin of zorginstelling onder te brengen.1 Formeel waren dan immers de rechten van het kind gerespecteerd, al werd het gezin dus zonder enige scrupule uit elkaar getrokken. Nu dit niet mag, stelt de minister in een brief aan de Tweede Kamer huichelachtig en cynisch tegelijk dat de gezinsband “uiteraard, conform het arrest” wordt gerespecteerd.2 Hoe cynisch dat is, blijkt wel uit het feit dat de minister bij de Hoge Raad tegen de uitspraak in cassatie gaat. Het op straat zetten blijft voor andere afgewezen vluchtelingen overigens de gangbare praktijk.3 Een praktijk die de afgelopen jaren ook in de winter gewoon doorgang vond. De vluchtelingen moeten volgens de minister niet de indruk krijgen dat ze in de winter niet op straat gegooid kunnen worden. Op het azc voert het COA ook ‘s winters zogenaamde exitgesprekken. Zo wordt de angst onder vluchtelingen om op straat gegooid te worden door de overheid misbruikt om hen te bewegen ‘vrijwillig’ het land te verlaten. Afgewezen vluchtelingen, door het COA ook wel aangeduid als “ontruimbaar”, worden daarbij bewust in onzekerheid gehouden of ze in het azc mogen blijven. Uit angst voor aanhouding door de vreemdelingenpolitie verlaten veel vluchtelingen bovendien zelf het azc en komen ze zo dus op straat terecht.

Wegpesten Minister Leers wil in de toekomst ook gezinnen met minderjarige kinderen weer op een dergelijke wijze op straat kunnen zetten. Het door hem ingestelde cassatieberoep zal echter naar verwachting nog lang lopen, zodat de minister zich wel gedwongen zag om in opvang voor de afgewezen gezinnen te blijven voorzien. Leers heeft er echter voor gekozen om dat te doen in twee speciale centra die volledig zijn gericht op het wegpesten van de vluchtelingen. In de brief aan de Tweede Kamer valt te lezen: “Het geboden onderdak zal volledig ten dienste staan van het voorbereiden en uiteindelijk het bewerkstelligen van het vertrek.”3 De voorzieningen op de centra zijn sober: onderdak, eten, dagelijkse verzorging, en een basisschool voor de jongere kinderen. Er is een beperkte bewegingsvrijheid voor de bewoners: ze mogen Katwijk niet verlaten en moeten zich elke dag om 12:15 uur melden.4 c c c Vervolg op achterpagina


Foto: Songül Kisi

“Ik moest 75 euro betalen voordat ze naar mijn zieke kind wilden kijken”

A Huisarts Marianne Schoevers promoveerde dit jaar op haar proefschrift “Hiding and seeking” (“Verstoppertje spelen”).1 Ze onderzocht de gezondheidsproblemen van illegale vrouwen. Daaruit bleek dat ze niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Uniek aan haar onderzoek is dat ze vrouwen heeft weten te bereiken die nauwelijks bekend zijn in de gezondheidszorg en bij steungroepen.

>Zonder Papieren# Geboren worden? Eerst geld geven!

Het is voor een man en een vrouw vaak mooi nieuws als ze een kind verwachten. Flink wat paren kijken daar al jaren naar uit. Ze dromen ervan om een baby te krijgen. Sommigen doen zelfs grote moeite om een kind te adopteren, als zwanger worden niet lukt. Veel zwangere vrouwen leven dag en nacht mee met wat er in hun lichaam aan het groeien is. Ze praten met hun kind in wording en aaien over hun buik. Ze tellen de maanden en weken af om die grote verrassing in hun leven te zien verschijnen. De kinderkamer is in de loop van de zwangerschap steeds voller en kleurrijker geworden. Is het een zoon, dan kleurt de kamer blauw. Is het een dochter, dan straalt het rose overal. Het speelgoed staat al op de planken en ligt in de wieg. Alles is voorbereid voor de komst van de lieveling. Zo ziet het verwachtingspatroon van blije ouders eruit. Maar bij zwangere vrouwen zonder verblijfsrecht gaat het anders, zeker als hun man door de overheid ook illegaal is gemaakt. Dergelijke zwangerschappen zijn eerder een bron van bezorgdheid dan van geluk. Die zorgen nemen toe. Elk uur en elke dag dat de vrouwen zwanger zijn. Ze groeien hen zelfs boven het hoofd. De vrouwen worden boos op zichzelf. Ze verwijten zichzelf dat ze zwanger zijn geworden. Ze spreken in hun hoofd hun toekomstige kind toe. “Dit is helemaal niet het goede moment om zwanger van jou te zijn. Ik verblijf illegaal in dit land. Ik heb zelf geen vast onderdak. Ik heb zelf geen toekomst. Hoe kan ik dan voor jou zorgen?” Maar als ze een piepkleine beweging in hun buik voelen, dan krijgen ze spijt en aaien ze over hun buik. Misschien komt het toch nog goed. Misschien kan er hulp komen. Tijdens het spreekuur van de Leidse steungroep De Fabel van de illegaal ontmoet ik een zwangere vrouw die had gehoopt dat ze de zorg die ze nodig had, in een ziekenhuis zou kunnen vinden. Maar daarin werd ze hevig teleurgesteld. Het ziekenhuis dat ze had bezocht, eiste duizenden euro’s voorschot. En om een paar nachten in het ziekenhuis te mogen blijven, moest ze met papieren kunnen aantonen wie ze is. Dat kan ze niet. Ze kan alleen bewijzen dat ze zwanger is, wat blijkbaar voor het ziekenhuis niet voldoende is om haar bij te staan. Als ze genoeg geld zou hebben gehad om de zorg contant te kunnen betalen, dan zou ze wel worden geholpen. Want met geld gaan nogal wat deuren ineens wel open. Zo gaat dat in de wereld, niet alleen in haar land van herkomst, maar zeker ook in Nederland, het land van de apartheid waar zoveel mensen zonder verblijfsrecht maatschappelijk worden uitgesloten. Maar de zwangere vrouw had geen geld en dus weigerde het ziekenhuis haar de zorg. Ze aaide daarom niet meer over haar buik. Ze smeekte haar toekomstige kind om nog even te wachten, om te blijven zitten waar het zit. Want eerst moest ze op zoek gaan naar mensen die haar misschien geld zouden kunnen lenen. Gelukkig zit ze nu tegenover me aan tafel, en kan ik haar uitleggen dat ze recht heeft op alle zorg die ze nodig heeft. Als ze het niet kan betalen, dan is de overheid verplicht om de zorg te financieren. Daar is een noodfonds voor ingesteld. Zo zijn de regels. Ze neemt zichtbaar opgelucht afscheid van me. Deze vrouw is hopelijk wat minder bang en onzeker over haar aanstaande bevalling. Maar hoe zit het met al die andere zwangere vrouwen die ook door ziekenhuizen onder druk worden gezet om de zorg te betalen, die nooit of te laat te horen krijgen dat er een noodfonds bestaat voor medische zorg aan mensen zonder papieren, of die te bang zijn om hun illegale verblijfsstatus kenbaar te maken? Hoe radeloos moeten zij zich voelen, als ze geen geld hebben om hun kind geboren te laten worden?

<2

l langer is bekend dat illegalen moeilijk gebruik kunnen maken van de gezondheidszorg, zelfs als ze daar wettelijk gezien recht op hebben.2 Dat geldt niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van de EU.3 In het algemeen kan worden gesteld dat binnen de groep illegalen de minderjarigen nog de minste drempels tot de zorg krijgen opgeworpen. In hun kielzog hebben zwangere en net bevallen illegale vrouwen in elk geval op papier naar verhouding de meeste rechten. Aan de andere kant zijn illegale vrouwen in vergelijking met mannen op verschillende manieren extra kwetsbaar. Zo hebben ze vaak te maken met lichamelijk en seksueel geweld. Dat heeft mede te maken met de vergaande afhankelijkheid die ze in de een-op-eenrelatie met hun baas hebben, bijvoorbeeld in huishoudelijk werk of de seksindustrie. Bovendien zijn illegale vrouwen vaker dan mannen het slachtoffer van mensenhandel. Ook werken ze vaker in de prostitutie, wat voor hen soms de enige manier is om geld te verdienen. Dit sekse-gerelateerde geweld heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid, zoals soa’s en post-traumatisch stresssyndroom.

Barrières Voor haar proefschrift onderzocht Schoevers hoe deze vrouwen hun eigen gezondheid ervaren, welke gezondheidsproblemen ze hebben en met welke barrières ze worden geconfronteerd bij de toegang tot de benodigde zorg. Ze heeft de geïnterviewde vrouwen overigens niet alleen gebruikt als materiaal voor haar promotie, maar er tegelijk ook voor gezorgd dat ze een gratis medisch onderzoek kregen, en die vrouwen die het nodig hadden aan een eigen huisarts geholpen of doorverwezen naar de juiste medische zorg. Met dit proefschrift zijn voor het eerst illegale vrouwen bereikt die nauwelijks bekend zijn bij gezondheidsinstellingen of steungroepen. Er zijn er 100 geïnterviewd en medisch onderzocht, van wie 65 procent aangaf dat hun gezondheid matig is. Maar liefst 91 procent liet weten actuele gezondheidsproblemen te hebben. Gynaecologische en psychische problemen komen veel voor, evenals problemen rond zwangerschap en geboorte. Maar deze problemen noemen de vrouwen zelden spontaan. Er moet specifiek naar worden gevraagd.

Baas over eigen lijf Schoevers onderzocht hoe het zit met de reproductieve gezondheid van de vrouwen, met de autonomie en controle over eigen lijf en leden, ofwel: baas in eigen buik. Zijn ze in staat om een bevredigend en veilig seksleven te hebben, en hebben ze de vrijheid om te beslissen of en hoe vaak ze kinderen willen krijgen? Dat blijkt niet het geval. De vrouwen weten niet hoe het staat met de gezondheidszorg in Nederland en of die zorg voor hen bereikbaar is. “Ik wist niet waar ik heen kon, hoe de dingen waren georganiseerd. Ik wist absoluut niets en het was heel zwaar”, aldus een van de geïnterviewde vrouwen. Daardoor hebben ze ook geen informatie over of kunnen ze onvoldoende gebruik maken van contraceptie. Ook gebrek aan geld is een probleem. “Ik heb een spiraaltje gekocht, maar durf niet naar het ziekenhuis om het te laten inbrengen”, vertelt een vrouw. Een andere vrouw: “Ik moest 75 euro betalen voordat ze überhaupt naar mijn zieke kind wilden kijken”. Ook seksueel en lichamelijk geweld en de angst voor uitzetting staan in de weg om zeggenschap over eigen lijf en leden te kunnen uitoefenen. Maar liefst 28 procent van de geïnterviewde vrouwen vertelde te maken te hebben gehad met seksueel geweld. Dat leidt tot het ontbreken of uitstellen van zwangerschapszorg, onregelmatig gebruik van voorbehoedsmiddelen en een hoog abortuspercentage. Van de vrouwen gaf 70 procent aan gynaecologische of seksuele problemen te hebben.

Lili Irani

nummer 13 > december 2011

doorbraak.eu

Uit het onderzoek blijkt dat het gebruik van gezondheidsvoorzieningen door illegale vrouwen laag is. Dat komt door de regelgeving en de bureaucratie. Bij de toegang tot die voorzieningen kwam 69 procent van de vrouwen obstakels tegen. Enkele schrijnende voorbeelden illustreren dat. “Ik had een afspraak voor het chirurgisch laten verwijderen van een tumor in mijn baarmoeder. Maar toen ik in het ziekenhuis kwam voor de afspraak, werd ik weggestuurd door de receptioniste. Ik voelde me diep vernederd.” En: “Er werd mij verteld dat ik niet kon bevallen in het ziekenhuis. Het ziekenhuis zei dat ik terug moest gaan naar Marokko. Ik was bang. Mijn buurman reed me naar Spanje, omdat we gehoord hadden dat daar hulp bij de bevalling geboden werd aan illegale vrouwen.” Op individueel niveau spelen ook schaamte, angst, taal en gebrek aan informatie een rol. “Ik was te bang dat de dokter de politie zou bellen.” En: “Het voelt slecht als je om hulp moet vragen, terwijl je er niet voor kunt betalen.” Vrouwen die eerder in een asielprocedure zaten en gereguleerde toegang tot gezondheidszorg hadden, bleken meer gebruik te maken van de voorzieningen dan vrouwen die als illegale arbeidsmigranten, huwelijkspartner of vanwege gezinshereniging naar Nederland kwamen. De vrouwen hebben zelden een vaste huisarts of andere vaste zorgverleners, vooral omdat ze vaak verhuizen. Voor een zorgverlener blijkt het vaak moeilijk om zicht te krijgen op de noodzakelijke medische gegevens, zoals ziektegeschiedenis, eerdere testresultaten en gebruikte medicijnen. Dat verhoogt het risico op slechte gezondheidszorg.

Zorgplicht Schoevers pleit daarom voor een proefproject waarbij illegale vrouwen hun eigen medisch dossier in eigendom krijgen en dus altijd mee kunnen nemen bij afspraken in de gezondheidszorg. Zo zouden de relevante medische gegevens niet verloren raken. Met zo’n persoonlijk dossier zijn al bij verschillende patiëntengroepen ervaringen opgedaan. Denk aan mensen met kanker of met suikerziekte, aan daklozen, en aan mensen met een psychiatrische aandoening. De meningen daarover zijn verdeeld. Artsen zijn vooral bezorgd over de extra administratie om dit aparte dossier bij te houden en over de vertrouwelijkheid van de informatie. Gezien de alarmerende uitkomsten van haar onderzoek roept Schoevers haar collega’s op om bij illegale vrouwen altijd door te vragen naar gezondheidsproblemen, vooral op het gebied van seksualiteit, gynaecologie en psychische problemen. Als arts die trouw is aan haar eedaflegging, pleit ze voor een onbelemmerde toegang tot de gezondheidszorg. En ze roept artsen op om zich bewust te zijn van hun zorgplicht ten aanzien van deze kwetsbare groep vrouwen. Een zorgplicht van minimaal dezelfde kwaliteit als die aan de rest van hun patiënten. Ellen de Waard Noten 1. “Hiding and seeking”, Marianne Schoevers, 2011, Radboud Universiteit Nijmegen. 2. “Nieuwe zorgregeling veroorzaakt veel kiespijn bij illegalen”, Ellen de Waard, 28 april 2010, www.doorbraak.eu. 3. “Gezondheidszorg in Europa misbruikt om migratie te beheersen”, Ellen de Waard, 25 juni 2011, www.doorbraak.eu.


Slaven in de polder

+Boek*

Nederland heeft een slechte reputatie als het gaat om mensenhandel in de seksindustrie. De afschaffing van het bordeelverbod in 2000 moest het tij keren. Ruim 10 jaar later blijkt dat niet te zijn gelukt. Ook uitbuiting in andere sectoren wordt nog maar mondjesmaat aangepakt. Twee journalisten van dagblad Trouw, Martijn Roessingh en Perdiep Ramesar, geven in hun boek “Slaven in de polder” een ontluisterend beeld.

D

e inhoud van het boek kan niet nieuw of onthullend genoemd worden. De bevindingen zijn in 2010 uitgebreid beschreven door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.1 De journalisten hebben de materie met dit boek echter wel toegankelijker gemaakt voor een breder publiek. Aan de hand van rechtszaken die in de media zijn verschenen, wordt uitgelegd wat mensenhandel is: een vorm van georganiseerde criminaliteit waarbij mensen de controle over hun leven wordt ontnomen met als doel hen financieel uit te buiten. Het accent ligt daarbij - ook in dit boek - op de opsporing en de uitbuiting in de seksindustrie. De afschaffing van het bordeelverbod moest sekswerk “normaliseren”: een beroep als elk ander, transparant, met nette arbeidsvoorwaarden, vergunningen en afdracht van belasting. Daarmee zou het uit het schimmige en criminele circuit getrokken moeten worden. In de praktijk blijkt echter het leeuwendeel van de prostitutees nog steeds gedwongen te worden, zelfs als de papieren in orde zijn. De politie geeft onomwonden toe de greep op de sector kwijt te zijn. Sinds 2005 valt ook uitbuiting buiten de seksindustrie onder de aanpak van mensenhandel. In de media kreeg vooral de zaak van de Brabantse aspergeteler veel aandacht. Die hield de paspoorten van haar Oost-Europese personeel achter, betaalde niet het loon uit dat hen toegezegd was, liet hen extreem lange dagen werken tegen een schijnloontje, en hield hen in de greep met schulden, opgebouwd door “werkbemiddeling” en andere absurde “kosten”. Ook de zaak van de Indonesische rijstkoekenbakkers die op matrassen tussen de frituur- en bakovens en rondlopende kakkerlakken sliepen, haalde de media. Verder worden voorbeelden genoemd van uitgebuite au pairs2 en huishoudelijk werkers, van kinderen die moeten bedelen en zelfs van het onder dwang afstaan van organen. Het boek toont ons hoe ingewikkeld het is voor de staat om zulke gewetenloze lieden aan te pakken, ondanks het zeer uitgebreide wetsartikel mensenhandel. En als er dan een zaak is, dan zijn de mensenhandelaren gevlogen of krijgen ze lage straffen. De diverse overheidsdiensten werken niet samen en ook de rechterlijke macht is nog niet scherp genoeg, soms ronduit naïef, om alle middelen uit de kast te halen om het hoofd te bieden aan deze gewiekste lui. De schrijvers wijzen in hun boek op punten waarop de overheid meer zou kunnen

doen. Dat kan door de slachtoffers meer wettelijke bescherming en toekomstperspectief te geven, bijvoorbeeld door opvang of een verblijfsvergunning. Dat kan ook door soms schijnbaar simpele procedurewijzigingen door te voeren. Immers, zowel in de seksindustrie als in sectoren waar buitenlandse arbeiders ingehuurd mogen worden, zijn vergunningen nodig. Daar ligt de kans van de overheidsdiensten om potentiële slachtoffers rechtstreeks te informeren over hun rechten en waar ze terecht kunnen, mocht het mis gaan. Allemaal nuttige ideeën van de auteurs, maar wat meer aandacht voor vormen en mogelijkheden van organisatie en verzet van onderop had niet misstaan. Het doel van de schrijvers is om te laten zien dat pal onder onze neuzen gruwelijke uitbuiting plaatsvindt. Ze willen dat we ons als samenleving in zijn geheel wat meer verontwaardigd tonen, en ons meer gaan inzetten tegen mensenhandel. Dat kan ook als individu, zeggen ze, bijvoorbeeld in de rol van consument. Een waardevol pleidooi, maar het zou de schrijvers sieren als ze ons niet alleen zouden aanspreken in onze rol van passieve consumenten, maar ook als sociaal en politiek handelende wezens. Verder wijzen ze weliswaar op de armoede en het gebrek aan kansen voor mensen die slachtoffer worden van mensenhandel, maar gaan ze helaas nauwelijks in op het economische systeem dat het klimaat schept voor deze grove mensenrechtenschendingen. Niettemin een belangwekkend boek. “Slaven in de polder”, Martijn Roessingh en Perdiep Ramesar. Uitgeverij: Atlas, € 24,95. ISBN: 9789045020051. Ellen de Waard Noten 1. “Mensenhandel niet alleen in de seksindustrie”, Harry Westerink, 27 december 2010, www.doorbraak.eu. 2. “Wat hebben die arme bazen en bazinnen van de domestic workers het toch zwaar!”, Elle de Waard, 27 oktober 2010, www.doorbraak.eu.

Woorden Wat is de meest gebruikte toets op het toetsenbord van een schrijver voor de Doorbraak-krant? Is het de A van anti-kapitalisme, anarchisme en anti-kolonialisme? Of de S van socialisme, syndicalisme, en solidariteit? Of zelfs de Z van Zwart Blok en Zwarte Piet? Nee, het is het aanhalingsteken - gebruikt voor alle woorden die je eigenlijk liever niet zou willen gebruiken, maar die zo ingeburgerd zijn dat je er bijna niet meer omheen kunt.

G

rote delen van ons politieke vocabulaire zijn de laatste tijd gekaapt door het rechtse discours. Je kan het bijna niet meer over vrijheid hebben zonder aan “de partij voor...” te denken. Het woord veiligheid roept alleen nog maar associaties op met politie en repressie.1 Maar er zijn ook woorden die zo normaal zijn geworden dat ze niet meer eens politieke betekenis lijken te hebben.

Werkgevers Foto: Gregor Eglitz

Een veelgenoemd voorbeeld daarvan is het onderscheid tussen “werkgevers” en “werknemers”. Bijna dagelijks hoor je deze termen, maar wie vraagt zich af wie het nu eigenlijk is die werk geeft, en wie het neemt? Zijn het niet de bazen die het werk nemen, en de arbeiders die het werk geven? De term “arbeidsmarkt” daarentegen lijkt onschuldig, maar is juist expliciet en eerlijk: je moet je steeds weer opnieuw verkopen als arbeider op deze markt, en dan maar hopen dat je een goede prijs kunt krijgen. We zijn zo gewend aan de scheve machtsverhoudingen op het gebied van werk dat je mensen zelfs hoort zeggen dat ze van hun baas een bepaald project of taak “mogen” uitvoeren. Alsof ze er dankbaar voor moeten zijn, terwijl het toch de baas is die er echt blij van wordt.

doorbraak.eu

Als het gaat om misleidende terminologie, dan is het echter de huidige neo-liberale economische taal die ver uitsteekt boven de rest. Dan gaat het bijvoorbeeld over “flexibilisering”, waarmee meestal de afbraak van sociale rechten en vaste arbeidsstructuren wordt bedoeld. Eigenlijk een grote stap terug in de tijd dus, die dan ook nog aangeduid wordt met de term “modernisering”. En als je het maar vaak genoeg over “de welvaart” en “groei van de economie” gaat hebben, vergeet je misschien ook te vragen aan wie deze welvaart dan wel ten goede komt.

Kwetsbaar De mensen die niet rijk worden van de welvaart, worden met betuttelende woorden gekleineerd. Ze worden als “kwetsbaar” aangeduid, beschreven als “de onderkant” van de samenleving die verheven moet worden. Het zijn mensen met “een lage sociaal-economische status”, terwijl ze eigenlijk gewoon arm zijn. Mensen die geen betaalde baan hebben, zijn “werkloos en zitten op de bank”. Ze moeten geholpen worden om “hun arbeidspotentieel” te ontvouwen, wat betekent dat ze onder druk hun dagen in een callcenter moeten doorbrengen.

Sommige van deze woorden hoeven we helemaal niet te gebruiken. Anderen zijn inmiddels zo ingeburgerd dat je er nog maar moeilijk omheen komt. “Ingeburgerd” bijvoorbeeld. Toch heeft het nut, en is het interessant er af en toe bij stil te staan welke woorden we gebruiken en wat voor betekenis en lading ze hebben. Er bestaan natuurlijk hele boekwerken over welke taal we beter wel of beter niet kunnen gebruiken. Maar voor de “pragmaticus” is er altijd nog het aanhalingsteken.2 Gregor Eglitz Noten 1. “De veiligheid van Bruin I is de onze niet”, Ellen de Waard en Mariët van Bommel, 17 juni 2011, www.doorbraak.eu. 2. “Liever een rechtvaardige dan een zuivere taal”, Gerrit de Wit, Fabel-krant 44/45, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu.

3>

nummer 13 > december 2011


“Hoog tijd voor herdenking van de slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme” In september veroordeelde1 de Haagse rechtbank de Nederlandse staat tot een schadevergoeding aan zeven weduwen uit het Indonesische dorp Rawagede,2 waar Nederlandse militairen in 1947 tijdens de koloniale oorlog tegen Indonesië een bloedbad aanrichtten. Initiatiefnemer van deze rechtszaak was Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden.3 Samen met Max van der Werff neemt hij stelling tegen het witwassen van het gruwelijke koloniale verleden van Nederland. Een ontmoeting met twee bevlogen activisten.

D

e uitspraak van de Haagse rechtbank vormt een belangrijke doorbraak, omdat voor het eerst sinds ruim 60 jaar de staat is veroordeeld voor oorlogsmisdaden die Nederlandse militairen in Indonesië hebben begaan. Door middel van een staaltje huichelachtige wetgeving was in de jaren 70 bepaald dat oorlogsmisdaden in het algemeen niet kunnen verjaren, behalve in het geval van Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië tussen 1945 en 1950. Het beroep door de staat op die verjaring faalde echter, omdat de rechtbank dat “onaanvaardbaar” vond, gezien de ernst van de feiten.

Hakblok Jeffry Pondaag.

We willen graag van Pondaag en Van der Werff weten of de Rawagederechtszaak verandering zou kunnen brengen in de zo krampachtige en versluierende manier waarop in Nederland wordt omgegaan met het koloniale verleden. Ook zijn we benieuwd naar een mogelijk vervolg op de rechtszaak. De Indonesiër Pondaag woont ruim 40 jaar in Nederland. Al sinds de jaren 70 houdt hij zich bezig met het koloniale verleden van Nederland in Indonesië. Vanaf 2005 begon hij met de voorbereiding van de Rawagederechtszaak, waarvoor hij het Comité Nederlandse Ereschulden oprichtte dat met behulp van advocaat Liesbeth Zegveld Nederland aanklaagde wegens oorlogsmisdaden. Pondaag beschouwt de beslissing van de rechtbank als een historische overwinning. Maar hem is vooral de oorverdovende stilte in de politiek opgevallen die na de uitspraak volgde. De publieke opinie toonde zich ‘oostindisch’ doof. Dat staat in schril contrast met de massale aandacht in Indonesië voor de rechtszaak, waar de uitspraak groot nieuws was en men zich er verheugd en verrast over toonde dat de vroegere koloniale mogendheid zoveel jaar later alsnog een afstraffing had gekregen voor zijn misdaden. In Nederland heeft de Rawagede-zaak het politieke en maatschappelijke debat over het koloniale verleden en de oorlogsmisdaden helaas nog niet op gang gebracht. Het schandalige optreden van het Nederlandse leger tijdens de koloniale oorlog wordt nog steeds ontkend, verzwegen of gebagatelliseerd door de staat en zijn handlangers, zoals de nationalistische Indië-veteranen die samen met het Oud-Strijders Legioen (OSL)4 hun oorlogsmisdaden steeds hebben goedgepraat. Kritiek op koloniaal Nederland ligt ook gevoelig bij Nederlanders van Indische afkomst, waartoe zowel Indo-Europeanen behoren als Nederlanders die lang in Nederlands-Indië hebben geleefd. Deze groepen hadden in de kolonie een betere maatschappelijke positie dan “de inlanders”, de autochtone Indonesiërs, en vereenzelvigden zich met het koloniale bestuur. Na de onafhankelijkheid van Indonesië zijn veel Indische Nederlanders naar Nederland gemigreerd. Zij en hun kinderen stelden zich veelal loyaal op naar “het moederland”. Nog steeds kiezen ze in debatten over het koloniale verleden veelal de kant van de voormalige kolonisator. “Ik ben zelf ook zo’n Indo”, vertelt Van der Werff. “Ik schaam me erover dat ik lange tijd zo slecht op de hoogte was van het gruwelijke koloniale verleden van Nederland.” Hij ziet voor zichzelf de rol weggelegd om als een van de weinige Indo’s principieel de kant van de Indonesische vrijheidsstrijders te kiezen. “Ik ben bereid om daarvoor bij wijze van spreken mijn hoofd op een hakblok te leggen”, laat hij weten. Hij merkt hoeveel agressie en irritatie hij oproept als hij de beerput van het Nederlandse kolonialisme opentrekt en daarbij ook nog eens zijn eigen nest bevuilt. Lange tijd werd aangenomen dat de staat onder druk van de Indië-veteranen geen verantwoordelijkheid wenste te nemen voor de oorlogsmisdaden. Maar volgens Van der Werff ligt de zaak eerder omgekeerd. De staat heeft de veteranen voor zijn karretje gespannen om onder die verantwoordelijkheid uit te kunnen komen. Duidelijk is wel dat de veteranen van grote invloed zijn geweest op het dominante vertoog over de koloniale oorlog. Maar nu die generatie aan het verdwijnen is, ontstaat mogelijk meer ruimte voor anti-koloniale visies.

<4

nummer 13 > december 2011

Afsluitdijk Ook de Indonesische staat is niet zo happig om het over de Rawagedeuitspraak te hebben, leggen Pondaag en Van der Werff uit. Men vreest dat die beslissing werkt als een katalisator voor Indonesiërs om ook de eigen overheid aansprakelijk te stellen voor misdaden, zoals de massamoorden in de jaren 60 en 70 waarvan vooral communisten het slachtoffer werden.

doorbraak.eu

De Indonesische bevolking laat wel volop zijn vreugde over de uitspraak zien, maar heeft volgens Pondaag en Van der Werff niet in de gaten hoezeer Nederland de gruwelijkheden van zijn koloniale verleden nog steeds onder het vloerkleed veegt. Maar de twee activisten leggen zich niet neer bij de houding van de Nederlandse staat en een groot deel van de Nederlandse bevolking. Met veel kennis van zaken maken ze duidelijk hoeveel Nederland heeft te danken aan het wingewest in “de Oost”. “Wist je dat Indonesië enorm veel geld heeft moeten betalen, omdat Nederland door de onafhankelijkheid inkomsten zou mislopen?”, vraagt Pondaag. Een vergelijking met “de West” dringt zich op. In Suriname moesten de vrijgemaakte slaven na de afschaffing van de slavernij in 1863 nog 10 jaar voor hun voormalige meesters werken om hen schadeloos te stellen. “En wist je dat de Afsluitdijk met Indonesisch geld is gefinancierd? Nederland houdt trouwens ook nog steeds een andere datum aan voor de onafhankelijkheid van Indonesië dan de rest van de wereld.” Op 17 augustus 1945 verklaarden de Indonesiërs zich onafhankelijk, maar Nederland is steeds uitgegaan van 27 december 1949, toen de macht officieel werd overgedragen. “Zo bezien hebben de Nederlandse militairen in Rawagede een massamoord gepleegd op landgenoten, op Nederlanders dus”, aldus Pondaag. “Koningin Beatrix is in 1995, tijdens de viering van het vijftigjarige bestaan van de onafhankelijkheid, onder druk van de veteranen opzettelijk een paar dagen na 17 augustus in Indonesië aangekomen. Zo gaf ze impliciet de boodschap af dat ze de Indonesische onafhankelijkheidsdatum verwierp. Mijn landgenoten waren daar laaiend over.”

Herdenkingsdag Tijdens een aanstaand bezoek aan Indonesië gaat Pondaag samen met advocaat Zegveld onderzoek doen naar, en met ooggetuigen praten over, andere Nederlandse oorlogsmisdaden. Ze willen onder meer weten wat er is gebeurd met de mensen die tijdens het bloedbad in Rawagede zijn ontvoerd door Nederlandse militairen. En ze willen uitzoeken hoe het zit met de massamoord in Zuid-Sulawesi, waarbij 40 duizend mensen zouden zijn omgekomen door toedoen van commandant Westerling5 en zijn terreureenheid Depot Speciale Troepen (DST). Ook onderzoeken ze de moord op 214 boeren in het dorp Bulukumba. Dat soort oorlogsmisdaden zijn altijd zoveel mogelijk in de doofpot gestopt, zoals de affaire rond majoor Wijnen laat zien, over wie luitenant-generaal Spoor al in 1948 in een brief6 had vastgesteld dat hij strafrechtelijk aansprakelijk was voor het bloedbad in Rawagede. Toch is het nooit tot vervolging gekomen van Wijnen. Hoe lang de misdaden zijn verzwegen, bleek enige tijd geleden weer toen een Nederlandse militair op zijn sterfbed eindelijk bekende 120 Indonesiërs te hebben afgeslacht.7 Indonesiërs werden “routinematig” gemarteld door het Nederlandse leger, vertelde onlangs de 85-jarige Herman Burgers,8 toentertijd werkzaam bij de krijgsraad in Batavia. Van der Werff grijpt de Rawagede-rechtszaak aan om te pleiten voor een nationale herdenkingsdag voor de slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme, overal ter wereld. Hij heeft er ook al een datum voor, namelijk 7 mei,9 de dag waarop Sa’ih bin Sakam, de laatste ooggetuige van de massamoord in Rawagede, is overleden. Tijdens deze herdenking zou men stil moeten staan bij de slachtoffers en de schade die het Nederlandse kolonialisme heeft veroorzaakt. “Dat mag niet langer worden genegeerd of tot folklore worden gemaakt. Wat mij betreft zou een herdenkingsmonument in de Hofvijver bij het Binnenhof in Den Haag niet misstaan. Er staan in dit land zoveel monumenten die het kolonialisme verheerlijken10 dat het hoog tijd wordt dat er ook een monument komt voor alle koloniale misdaden”, aldus Van der Werff, die op zoek is naar medestanders om deze herdenkingsdag van de grond te krijgen. Jos Hooimeijer Harry Westerink Noten 1. “Rechter stelt Nederland aansprakelijk voor massamoord in Indonesië”, Harry Westerink, 15 september 2011, www.doorbraak.eu. 2. “20 juni: rechtszaak tegen Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië”, Harry Westerink, 10 juni 2011, www.doorbraak.eu. 3. www.kukb.nl. 4. “Oud-Indiëstrijders weigeren Nederlandse oorlogsmisdaden toe te geven”, Harry Westerink, 4 oktober 2011, www.doorbraak.eu. 5. “Nationalistische geschiedschrijving”, Eric Krebbers, Fabel-krant 37, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu. 6. http://7mei.nl/images/map1304/1.jpg. 7. “Nederlandse veteraan bekent executie 120 Indonesiërs”, http://altijdwat.ncrv.nl. 8. “Martelen Indonesiërs gebeurde routinematig”, Lidy Nicolasen, 24 november 2011, De Volkskrant. 9. http://7mei.nl. 10. “Actie tegen Leids Indië-monument”, Actiegroep Merdeka, Fabel-krant 37, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu.


In de publicaties van Hitler-wannabees, rechtspopulistisch gespuis en christenzeloten komt hun ware aard naar boven. Haat tegen Joden, niet-westerse migranten en afvalligen voert de boventoon. Daarbij geven de publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van deze snuiters: krankjorume ideeën zijn aan de orde van de dag.

Weekblad Elsevier baalt ervan dat de Angolese vluchteling Mauro Nederland nog niet is uitgesodemieterd. Angola zou immers “geen gevaarlijk land meer zijn” en miljarden aan investeringen trekken. Mauro zou volgens de rechtspopulisten zelfs best “premier van zijn land kunnen worden”. Het staat er echt. Dat ambt zal hij dan overigens niet lang uit kunnen oefenen. De gemiddelde levensverwachting van mannen in Angola is namelijk slechts 38 jaar, maar Elsevier treurt zoals bekend niet om ‘een neger’ meer of minder. Elsevier rept verder over een actie van de PVV-er Hero - lekker biertje - Brinkman. Deze haatbraller noemde het “vreemd en schandalig” dat nationale symbolen ontbreken in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet kroop direct door het stof en heeft ervoor gezorgd dat er sinds kort een goudkleurig wapenschild met de Nederlandse leeuw is aangebracht op het verhoog van de Kamervoorzitter. Het is me overigens nog steeds een raadsel wat een leeuw met Nederland te maken heeft. Ik bedoel: Angola heeft toch ook geen nationaal symbool waar een ijsbeer in voorkomt? En waarom heeft Brinkman eigenlijk niet geijverd voor een wapenschild met een PVVmeeuw erop? Dat zou tenminste nog symbool staan voor de bruine drek die de gedoogregering over Nederland uitstort en voor het gekrijs waarmee dat gepaard gaat. Maar goed, ik dwaal weer eens af. In de nieuwsbrief van de Stichting Taalverdediging gaat men wederom tekeer tegen de grootgrutter Albert Heijn. Die heeft namelijk blijkbaar nog steeds producten van het merk Euroshopper in de schappen. Euroshopper prijst die producten aan in het Nederlands én het Engels, en dat laatste zint Taalverdediging niet. Daarom togen aanhangers van Taalverdediging onlangs naar een Albert Heijn-filiaal in Amsterdam. Men vroeg aan zo’n 200 ‘shoppers’ - hihi - of ze de betekenis van 8 Engelstalige Euroshopper-producten zoals “mixed sprinkles” begrepen. Veel shoppers begrepen er volgens Taalverdediging geen jota van. Nu is dat ook geen enkel probleem, daar op de producten ook nog de Nederlandse benaming staat. Maar Taalverdediging zou Taalverdediging niet zijn, als ze niet op elke slak zout zouden leggen. Zelfs als de economie in elkaar dondert en hongerige mensen massaal de Albert Heijnwinkels gaan plunderen, zal Taalverdediging hen er nog van weerhouden om Euroshopper-producten mee te nemen. Eigen taal eerst, toch? Für immer und ewig! In Wij Europa van de Nederlandse Volks Unie toont partei-Führer Constant Kusters zich voor het eerst in zijn leven enthousiast over de Commissie Gelijke Behandeling. Wat is het geval? “Partijgenoot” Patrick de Bruin wilde lid worden van de vakbond FNV, maar werd door hen geweigerd, omdat hij een neo-nazi en een spamkoning is. Daarbij staat De Bruin bekend als de mafketel die zijn eigenhandig gerukte zaad aan de spermabank doneerde, maar hen expliciet opdroeg het enkel ten dienste van het blanke ras te stellen. De FNV had geen trek om dit figuur lid te laten worden. Maar De Bruin maakte zijn zaak aanhangig bij de Commissie Gelijke Behandeling. Die concludeerde dat de FNV onderscheid maakt op grond van politieke gezindheid. Kusters is zeer blij over deze uitspraak van de commissie ten faveure van zijn “NVUlid”. Het is opvallend dat Kusters in deze spreekt over het “NVU-lid” en “de partijgenoot” De Bruin. Want op het moment dat dezelfde De Bruin in september 2011 gearresteerd werd wegens drugshandel, wrong Kusters zich in allerlei bochten om enig verband tussen zijn partij en de verdachte drugshandelaar te ontkennen. De Bruin zou volgens Kusters slechts een abonnee van het partijblad zijn, en zeker geen lid. Maar hypocrisie is Kusters niet vreemd, integendeel. In Wij Europa staat verder een verslag van een NVUflyeractie in de gemeente Emmen. Na de actie toog men naar het huis van kringleider Gerard Bruins. Daar at men “lekkere verse koek” en “zelfgemaakte Duitse aardappelsoep”, oftewel “Wehrmacht Mahlzeitsuppe”. Het wordt tijd dat iemand de verrückte NVU toch eens duidelijk maakt dat de Tweede Wereldoorlog alweer enige tijd voorbij is... Bij Voorpost Nederland verdwijnt de “sympathie” voor hun geestverwanten van de PVV. Dat komt volgens het berichtenblad Laagland doordat de PVV instemt met de verhoging van de AOW-leeftijd, het uitblijven van extra politiemensen en de komst van een tweede peperdure Joint Strike Fighter. Wat voor Voorpost helemaal de deur dicht doet, was dat de PVV onder druk van de publieke opinie een aantal Prince-vlaggen van de werkkamers verwijderde. Deze oranje-blauw-witte vlaggen waren namelijk eerder de huisvlaggen van de NSB, én zijn het nog steeds van Voorpost. Met de verwijdering van de vlaggen is het volgens Voorpost “gedaan met de rebellie van de PVV”. In Revolte, het overkoepelende blad van Voorpost Vlaanderen en Nederland, vergoelijkt men weer eens de Vlaamse collaboratie met de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. Dat was namelijk zo gek nog niet, want in die tijd “predikte ook de kerk vurig tegen het communisme” en steunde die kerk onvoorwaardelijk de Spaanse fascistische dictator Franco. Het wekt volgens Voorpost dan ook “geen verbazing” dat nogal wat Vlamingen naar het Oostfront trokken om samen met de nazi’s een paar miljoen Russen aan gort te schieten. Want zolang je de rugdekking van de kerk hebt, is blijkbaar alles geoorloofd. Voor het eerst in deze rubriek besteden we aandacht aan de website van de VVD. Die partij heeft immers het uiterst-rechtse kabinet Bruin II mogelijk gemaakt. “Bruin II?”, zult u zich afvragen. Ja, Bruin II. Het kabinet Bruin I werd immers gevormd door de nazi-politicus Arthur Seyss-Inquart ten tijde

doorbraak.eu

van de bezetting van Nederland door de moffen. Oké, er zitten wat kleine nuanceverschillen tussen beide kabinetten, maar nuance is in deze barre rechtse tijden toch al ver te zoeken, dus reken vooral mij er niet op af. Maar goed, wat schrijft de VVD eigenlijk? De partij maakte in november bekend dat men “blij” is dat het kabinet op verzoek van de VVD gaat onderzoeken of de fiscale voordelen voor goede doelen en actiegroepen, “die willens en wetens de wet overtreden”, kunnen worden beëindigd. Goede doelen kunnen de zogenaamde ANBI-status aanvragen. Die houdt in dat giften aan zulke organisaties aftrekbaar zijn, en dat die organisaties zelf ook geen belasting hoeven te betalen over schenkingen of erfenissen. Met het intrekken van de ANBI-status wil de VVD oppositionele actiegroepen, en ook organisaties als Milieudefensie en Greenpeace, keihard in de portemonnee treffen en monddood maken. En nu niet allemaal roepen dat we afglijden naar een fascistoïde staat... De anti-abortusorganisatie Schreeuw om Leven bakt ze ook weer bruin. Onlangs organiseerde men een internationaal seminar over abortus in uitgerekend het Poolse Auschwitz. Daar stelde men het uitroeien van Joden, zigeuners, homoseksuelen en linkse mensen in het concentratiekamp Auschwitz gelijk aan abortus. We zouden volgens de christenzeloten vandaag de dag namelijk te maken hebben met “een abortusholocaust”. Volgens Schreeuw om Leven horen de artsen die abortus uitvoeren voor een internationaal gerechtshof berecht te worden, net zoals de nazi-misdadigers na de Tweede Wereldoorlog terecht stonden tijdens het proces van Neurenberg. Het is toch godgeklaagd dat de christenfundamentalisten over de ruggen van miljoenen slachtoffers van het nazisme politiek bedrijven. Hierbij past geen luchtige grap. Hierbij past slechts een beschamende stilte. En natuurlijk de hoop dat God, mocht die onverhoopt toch blijken te bestaan, de organisatoren van Schreeuw om Leven massaal laat branden in de hel, tot in eeuwigheid. Amen. Fotocollage: Veronica Heemskerk

:Wat schrijft rechts?-

Brievenbuspisser Eric Lucassen. Ook de PVV vliegt op de eigen website weer uit de bocht. Men beklaagt zich over “de straatterreur” uit de hoek van Marokkaanse jongeren. Enkel die jongeren zouden “complete wijken terroriseren” en “het tuig zou maar niet aangepakt worden”. De partij heeft dan ook onlangs een “Meldpunt Straatterreur” opgericht. Daar kan melding gemaakt worden van “terroristen” die voor overlast zorgen. De PVV zal de ervaringen bundelen en “een zwartboek straatterreur” aanbieden aan de minister. Het PVV-freikorps lijkt met dit initiatief echter vooral in de eigen knie te schieten. Op internet circuleren al oproepen om het PVV-Meldpunt te overladen met klachten over asociale en gewelddadige PVV-vertegenwoordigers, zoals Dion - vrouwenmepper - Graus, Eric - brievenbuspisser - Lucassen, Martin - buthead - Bosma, Hero - barmanslayer - Brinkman, Marcial - kopstoot - Hernandez, Jhim faillissementsfraudeur - Van Bemmel, Daniël - drankrijder - van der Stoep, en ga zo maar door. Ook kan er natuurlijk melding gemaakt worden van de “terreur” die dagelijks door delen van het hufterige PVV-ejaculaat, sorry, electoraat, veroorzaakt wordt, alsmede de bende al dan niet met de PVV sympathiserende kaalkopjes die om de haverklap moskeeën slopen of in de fik zetten. En nu we toch bezig zijn, laten we ook klachten indienen over alle witte boorden-criminelen die de laatste jaren met hun terreur de samenleving daadwerkelijk op de rand van de afgrond hebben gebracht. Op deze manier wordt het nog wel wat met dit PVV-initiatief!

5> Gerrit de Wit

nummer 13 > december 2011


Vluchtelingen Op Straat: “We moeten sterk zijn en geloven dat we kunnen winnen”

*Praatjes maker= De schuldige

“Het is de schuld van links dat we zoveel migranten hebben in Nederland”, zegt rechts. “Nee, nee”, zegt een sociaaldemocraat, “het is de schuld van rechts. Zij hebben hiervoor gezorgd.” “Ho, ho, ho”, roept een rare linkse, “geen ruzie maken. Het is niet de schuld van links of rechts. De werkgevers hadden werknemers nodig, en hebben later ook de families van de gastarbeiders nog naar Nederland gehaald. Het is de schuld van de werkgevers.” Waarom gaat het er steeds om wiens schuld het is? “Schuld” houdt in dat je niet wilde dat het zou gebeuren. Maar nu het toch gebeurd is, kijken we met z’n allen naar wie de schuldige is. Rechts begint ermee dat het de schuld van links is. Links hapt meteen, en zegt dat het de schuld is van rechts. Op deze manier is de toon dus gezet. Gastarbeiders, veel migranten, schuld. Maar daar willen wij het helemaal niet over hebben: migranten zijn en blijven gewoon welkom. Wij willen het hebben over het buurthuis om de hoek dat wordt wegbezuinigd, over de bibliotheek die dicht moet, over de huurtoeslag en zorgtoeslag die omlaag gaan, over de huurkosten en zorgkosten die omhoog gaan, over de sloop van onze huizen terwijl ze ook gerenoveerd hadden kunnen worden en we weg worden gepest uit onze buurt, over het verminderen van de WW, van de WAO, over het onderwijs dat steeds duurder wordt, over dat we niets meer te zeggen hebben op onze werkplek, over dat het steeds onzekerder wordt of we wel of geen baan hebben, en of we wel een fatsoenlijk inkomen zullen hebben. Wiens schuld is dat allemaal? Daar moet de schuldvraag over gaan. Cihan Ugural

Laatste nieuws

Na twee succesvolle demonstraties in Utrecht en Den Haag1 en een drukbezochte bijeenkomst in Nijmegen2 lijkt de zelforganisatie Vluchtelingen Op Straat (VOS) goed op gang te zijn gekomen. VOS toont in deze barre rechtse tijden heel wat moed door openlijk de straat op te gaan en zich uit te spreken voor toegang tot sociale voorzieningen. Doorbraak sprak in Utrecht met de bevlogen Yasin, Mohamed en Jonas, drie kartrekkers van VOS die als dakloze vluchtelingen persoonlijk zijn betrokken bij de strijd tegen de sociale en bestuurlijke apartheid.

“J

e hebt een plek nodig waar je naar toe kan gaan, waar je niet bang hoeft te zijn. Maar de overheid heeft alle deuren voor ons gesloten. Er is voor jullie nog maar een manier, zeggen ze, en dat is teruggaan. Ze geven geen alternatief.” Aan het woord is Yasin, een 29-jarige vluchteling uit Somalië. “Het beleid wordt steeds slechter. Ik kwam hier in 2009, toen was het nog wat minder erg dan nu. Ik ben niet gevlucht omdat ik een lekker leven wilde hebben, of op vakantie wilde gaan. Ik kwam hier om te overleven. Ik mis mijn land, mijn familie, mijn vrouw en kinderen. De IND-ambtenaar die besloot om mijn asielverhaal niet te geloven, heeft mijn leven verwoest. Ik kan niet naar een ander EU-land gaan om daar asiel te vragen. Zo is het beleid.” Yasin is nu 7 maanden uitgeprocedeerd en daardoor ook 7 maanden dakloos. Jonas uit Eritrea kwam al in 2001 naar Nederland. Als hij hier drie weken eerder was aangekomen, dan had hij verblijfsrecht via de pardonregeling van 2007 kunnen krijgen. Nu staat hij op straat en heeft hij niets.

Facebook Afgewezen vluchtelingen hebben volgens de regels geen recht op onderdak. Sommigen onder hen hebben nog steeds rechtmatig verblijf, omdat ze hun nieuwe asielaanvraag in Nederland mogen afwachten. Maar toch worden ze niet opgevangen door de rijksoverheid. Sinds de pardonregeling moeten alle gemeentelijke noodopvangen worden gesloten. En de daklozenopvangen worden bedreigd met het stopzetten van de subsidie, als ze mensen zonder papieren onderdak geven. Toen in de zomer van 2011 de Utrechtse daklozenopvang geen vluchtelingen meer wilde binnenlaten, besloot een aantal vluchtelingen hun krachten te bundelen door VOS op te richten. “Ik ging met Margreet van steunorganisatie STIL praten. Ik vertelde haar dat ik in Utrecht een demonstratie wilde organiseren. Wanneer dan, vroeg ze me. Hoe lang duurt het om het bij de gemeente aan te vragen, wilde ik weten. 48 uur, wist Margreet. Daarop zei ik: Dan doen we de demonstratie komende donderdag”, zo legt Yasin uit hoe de demonstratie in juli tot stand kwam. Binnen drie dagen wisten zo’n 10 vluchtelingen zonder papieren ongeveer 150 anderen op de been te krijgen. Ruim twee maanden later kwamen er in Den Haag zelfs zo’n 500 vluchtelingen demonstreren. “Steunorganisatie GAST uit Nijmegen was verbaasd dat we zoveel mensen bijeen wisten te brengen. GAST bestaat al lang, maar heeft het altijd heel lastig gevonden om vluchtelingen te organiseren in een groep.

<6

Foto: Mariët van Bommel

Op dinsdagavond 29 november is een actiekamp van Vluchtelingen Op Straat bij vertrekcentrum Ter Apel op schandalige wijze ontruimd. De aanwezige Somalische vluchtelingen werden onder valse voorwendselen naar binnen gelokt en zijn daarna allemaal opgesloten. Later zijn ze overgebracht naar illegalenbajes Zestienhoven, waar ze geen contact met elkaar mogen hebben. De actievoerders kampeerden al negen dagen bij het centrum uit protest tegen het op straat gooien van vluchtelingen. “Wij zijn de azc’s waar wij woonden - uitgezet en het enige dat de IND ons voorlegt is ‘vrijwillige’ terugkeer naar dat land. Wij zijn Somalië juist ontvlucht om onze levens te redden en kunnen dus niet daar naartoe terugkeren”, schreven ze kort voor de ontruiming nog in een persbericht. Meer actuele informatie op www.doorbraak.eu.

“Het is hard werken”, zegt Mohamed. Hij houdt het weblog up to date met berichten die verschijnen over VOS en die voor de zelforganisatie van belang zijn. “Maar we krijgen wel steeds meer ervaring en steeds meer contacten.” Veel vluchtelingen zonder papieren zijn echter bang om te gaan demonstreren en zo in de openbaarheid te treden. “Toen ik nog in het asielzoekerscentrum zat, was ik ook bang”, zegt Yasin. “Ze maken de vluchtelingen wijs dat het verkeerd is om zich te organiseren. Maar je moet niet te veel angst hebben. Als ik nu langs ga bij zo’n centrum, dan zeg ik: Jij bent niet beter dan ik. Jij bent de volgende die op straat komt te staan. Wij zijn hetzelfde. Maar het is aan jou om je erbij neer te leggen of ertegen te vechten. Wil je soms in deze situatie blijven?” Voordat hij naar Nederland vluchtte, had hij nog nooit gedemonstreerd. “Ik was niet politiek actief. Maar nu sta ik al 7 maanden op straat, en ben ik al 7 maanden aan het vechten.”

Actienetwerk Yasin, Jonas en Mohamed spreken zelf goed Engels, maar voor veel vluchtelingen is het moeilijk om in het Nederlands of het Engels te communiceren. Ook hebben ze heel weinig informatie over hun positie. Ze moeten dus iemand hebben die hen uitlegt wat er aan de hand is, en die ook hun wensen en eisen kan overbrengen. VOS probeert de stem van de vluchtelingen te zijn. “We moeten ons laten horen. We zoeken een oplossing voor alle vluchtelingen, niet alleen uit Utrecht. Het is onze plicht om te strijden voor iedereen. Ik heb de behoefte om mijn eigen leven te verbeteren, om me te ontwikkelen, om te studeren. Maar ik heb ook de plicht om voor anderen op te komen.” Maar Yasin erkent dat er soms een spanning is tussen het individuele leven van een vluchteling en de collectieve strijd van groepen vluchtelingen. “Soms zegt iemand tegen me: Ik heb honger, ik ga dood. Ik zeg dan: Ik begrijp het, ik zit in dezelfde situatie. Maar ik kan je hiermee nu niet helpen. We moeten bedenken wat we eraan gaan doen. We moeten sterk zijn en geloven dat we kunnen winnen. Dat is de enige manier. We hebben geen andere opties. Wij zijn niet degenen die beslissen. Die machthebbers wonen in een luxueus huis, met veel ruimte en rust. Maar misschien kunnen we wel wat veranderen. We moeten demonstreren, demonstreren, demonstreren. Totdat ze niet meer om ons heen kunnen. Ze willen niet de hele tijd hongerige mensen op straat zien.” VOS zou graag zien dat vluchtelingen overal in het land groepen oprichten die samen kunnen leiden tot een stevig actienetwerk. Ook zoekt de zelforganisatie contact met steungroepen en andere sympathisanten. Hoe groter het draagvlak wordt, hoe sterker de vluchtelingen staan in hun strijd. Na de demonstratie in Den Haag kreeg een aantal kennissen van de VOS-activisten een verblijfsvergunning. Andere vluchtelingen in asielzoekerscentra kregen daardoor de hoop dat de actie vruchten had afgeworpen. “Jullie zijn goed bezig”, kreeg VOS te horen. Maar de zelforganisatie blijft uitermate realistisch. Yasin: “De overheid trekt zijn eigen plan. Met één demonstratie verander je dat niet. Maar één demonstratie is beter dan geen enkele. We moeten in beweging blijven. Door samen te vechten krijgen we meer contacten en kunnen we groeien. We verwachten niet op de korte termijn een oplossing. We moeten doorgaan.” Wil je contact met VOS? Mail: vluchtelingenopstraat@gmail.com, of Facebook: http://www.facebook.com/profile.php?id=100002988517768 Wil je VOS financieel steunen? Maak geld over naar rekeningnummer 5756118 t.n.v. Stichting Lauw-Recht te Utrecht o.v.v. “Vluchtelingen Op Straat”. Harry Westerink Mariët van Bommel Noten 1. “Strijdbare protestactie van honderden vluchtelingen”, Mariët van Bommel, 29 september 2011, www.doorbraak.eu. 2. “Vluchtelingen Op Straat gaat door met actievoeren”, Mariët van Bommel, 27 oktober 2011, www.doorbraak.eu. 3. http://vluchtelingenopstraat.blogspot.com.

Protest van Vluchtelingen Op Straat in Den Haag.

nummer 13 > december 2011

Maar ik ken zelf wel zo’n 200 Somaliërs, en de anderen kennen weer andere vluchtelingen. We zijn een organisatie met veel nationaliteiten. Iedereen kan tijd vinden om mensen te bellen en te motiveren om mee te doen. En we zijn vaak op bezoek geweest bij asielzoekerscentra. Ook hebben we onze persberichten en aankondigingen naar een heleboel organisaties gestuurd, en hebben we posters geplakt. We hebben een weblog3 en we zitten op Facebook en Twitter. Daar zijn we erg actief. We hebben inmiddels bijna duizend Facebook-vrienden. Veel vluchtelingen blijken ons via internet te hebben gevonden.”

doorbraak.eu


Foto: Eric Krebbers

Many-headed hydra op Londense grafsteen: de vele koppen van het verzet.

John Holloway, auteur van “Change the World Without Taking Power”, stelt dat onze reactie op de wereldwijde economische crisis zou moeten zijn dat we ruimten buiten het kapitalisme creëren, en niet dat we eisen dat het ons efficiënter uitbuit. Holloway zelf aan het woord.

Wij zijn de crisis van het kapitaal

W

ij zijn de crisis van het kapitaal en daar zijn we trots op. Genoeg van het verklaren dat de kapitalisten schuldig aan de crisis zijn! Dat hele idee is niet alleen absurd, maar ook gevaarlijk. Het zet ons neer als slachtoffers. Het kapitaal is een relatie van dominantie. De crisis van het kapitaal is een crisis van overheersing. De overheersers zijn niet in staat efficiënt te domineren. En dan gaan wij de straat op om hen te vertellen dat het hun schuld is! Wat zeggen we eigenlijk? Dat ze ons effectiever zouden moeten overheersen?

In deze situatie zijn er eigenlijk maar twee oplossingen. De eerste is om sorry te zeggen, excuses te maken voor ons gebrek aan dienstbaarheid en te vragen om meer werkgelegenheid: “Meer banen, buit ons alstublieft meer uit en wij zullen veel harder en sneller werken. We zullen elk aspect van ons leven ondergeschikt maken aan het kapitaal. We zullen al die kinderachtige onzin over spelen, liefhebben en denken vergeten.” Dat is de logica van abstracte arbeid, de ineffectieve logica van de strijd van en door arbeid tegen het kapitaal.

Het is beter om de eenvoudigere uitleg te kiezen en te zeggen dat als de relatie van overheersing in crisis is, dat dan komt doordat de gedomineerden zich onvoldoende buigen. De ontoereikendheid van onze ondergeschiktheid is de oorzaak van de crisis.

Het probleem met deze oplossing is dat we niet alleen onze menselijkheid verliezen, maar ook dat we het systeem reproduceren dat ons aan het vernietigen is. Als we succesvol zijn in het helpen van het kapitaal om zijn crisis te overwinnen, dan zal het “sneller-snellersneller” blijven doorgaan. De onderschikking van al het leven, menselijk en niet-menselijk, aan de eisen van de waardeproductie zal worden geïntensiveerd. En dan zal de volgende crisis komen, en zo verder tot de hele mensheid (en waarschijnlijk een groot deel van het planten- en dierenleven) is uitgedoofd.

Sneller, sneller, sneller Dit is Marx’ redenering bij zijn analyse van de tendens van daling van de winstvoet in het kapitaal: de wet van de waarde heeft als regel sneller, sneller, sneller. De waarde van een product wordt bepaald door de sociaal noodzakelijke arbeidstijd om het te produceren, en die wordt voortdurend verminderd. Om waarde te produceren, moeten arbeiders sneller en sneller werken, of anders (of daarbij) kan hetzelfde effect worden bereikt door de invoering van machines. Als machines worden geïntroduceerd, moeten de arbeiders het werk in ieder geval sneller en sneller doen om de kosten van de machines te compenseren. Met andere woorden, als het tempo van de exploitatie constant blijft, zal de winstvoet de neiging hebben om te vallen wanneer de organische samenstelling van het kapitaal stijgt, dus als het relatieve belang van machines in het productieproces groeit. De enige manier voor het kapitaal om de daling van de winstvoet te voorkomen is door de uitbuiting steeds verder te vergroten. De exploitatie kan niet worden beschouwd als iets statisch. Er is een constante drang om sneller te gaan, een voortdurende transformatie van dat wat kapitalistische arbeid betekent. Dat betekent niet alleen de intensivering van de arbeid in de fabrieken, maar ook de constant toenemende onderschikking van alle aspecten van het leven aan de logica van het kapitaal. Wezenlijk aan het bestaan van het kapitaal is een constant aandraaien van de schroef. Crisis is simpelweg een uiting van het feit dat de schroef niet snel genoeg wordt aangedraaid. Ergens komt het aandraaien weerstand tegen: rebellie op straat misschien, georganiseerd verzet wellicht, maar niet noodzakelijk - het kan gewoon de weerstand zijn van ouders die willen spelen met hun kinderen, geliefden die een extra uur in bed willen doorbrengen, studenten die denken dat ze de tijd kunnen nemen om kritiek te leveren, mensen die nog dromen van het mens zijn. Wij zijn de crisis van het kapitaal, wij die niet diep genoeg buigen.

Weigeren om te buigen Het alternatief is om de strijd van de arbeid op te geven, en openlijk te verklaren dat de strijd tegen het kapitaal onvermijdelijk een strijd tegen de arbeid is, tegen de abstracte arbeid die het kapitaal maakt, tegen het sneller-sneller-sneller van de waardeproductie. In dat geval verontschuldigen we ons niet, maar zijn we trots op ons gebrek aan ondergeschiktheid, op onze weigering te buigen voor de kapitalistische logica van vernietiging. We zijn er trots op om de crisis te zijn van het systeem dat ons aan het doden is. De laatste optie is moeilijker. In het kapitalisme hangt materieel overleven af van het onszelf ondergeschikt maken aan de logica van het kapitaal. Als we dat niet doen, hoe kunnen we dan leven? Zonder een materiële basis is autonomie tegenover het kapitaal erg moeilijk. Het lijkt een logische onmogelijkheid, en toch is dit de onmogelijkheid waarin wij leven, de onmogelijkheid waarmee we voortdurend worstelen. Elke dag proberen wij onze weerstand tegen het kapitaal te verenigen met de noodzaak om te overleven. Sommigen van ons doen dat op een relatief comfortabele manier, door het vinden van werk (op de universiteiten, bijvoorbeeld) dat ons in staat stelt ruimten te creëren waarin we kunnen vechten tegen het kapitaal, terwijl we op hetzelfde moment salaris ontvangen. Anderen spelen een riskanter spel, door (naar keuze of door noodzaak) elke vorm van werkgelegenheid te vermijden en al hun energie te besteden aan activiteiten die ingaan tegen en voorbij gaan aan de logica van het kapitaal, overleven zo goed ze kunnen, door te kraken of door het bezetten en cultiveren van land, of door de verkoop van antikapitalistische boeken, door het creëren van alternatieve structuren van materiële ondersteuning, of wat dan ook.

doorbraak.eu

Op verschillende manieren, maar altijd op tegenstrijdige wijze, proberen we scheuren te creëren in de kapitalistische overheersing, ruimten of momenten waarin we onze droom leven mens te zijn, ruimten of momenten waarin we tegen het kapitaal zeggen: ”Nee, hier regeer jij niet. Hier zullen we handelen en leven naar onze eigen keuzen, in overeenstemming met wat we noodzakelijk of wenselijk achten.” Daar is niets bijzonders aan. We doen het bijna allemaal: niet alleen linksen, niet alleen de lezers van Red Pepper, maar iedereen die energie besteedt aan het creëren van sociale relaties op een andere basis, op basis van liefde, vriendschap, solidariteit, samenwerking, plezier. Dat is onze menselijkheid, dat is onze geestelijke gezondheid (of onze waanzin). We doen het allemaal de hele tijd, en toch staan we altijd op de rand van mislukking, op de rand van instorten. Dat is in de aard van de strijd: we lopen in tegen de stroom van het kapitaal. We zijn nooit ver van wanhoop, maar dat is waar de hoop leeft: naast de deur naar wanhoop. Dit is een wereld zonder antwoorden, een wereld van vragen terwijl we lopen, een wereld van experiment. Crisis confronteert ons met deze twee opties. Ofwel we nemen de snelweg van dienstbaarheid aan de logica van het kapitaal, nu met de heldere kennis dat dit rechtstreeks leidt tot de zelfvernietiging van de mensheid, ofwel we nemen de gevaarlijke paden van het uitvinden van andere werelden, hier en nu, en door de barsten die we creëren in de kapitalistische overheersing. En terwijl we nieuwe werelden ontdekken, zingen we luid en duidelijk dat wij de crisis van het kapitaal zijn. Wij zijn de crisis van de race naar menselijke vernietiging, en daar zijn we trots op. Het idee van het creëren van barsten in de heerschappij van het kapitaal is ontwikkeld in het nieuwe boek van John Holloway: “Crack Capitalism”, uitgegeven door Pluto Press, 2010.

John Holloway Professor aan de Autonome Universiteit van Puebla in Mexico Dit is een vertaling van “We are the crisis of capital” in Red Pepper, juni 2010. Dit artikel is het eerste in een reeks vertalingen, boekbesprekingen en discussies rond de permanente sociale strijd die ten grondslag ligt aan het kapitalisme. Doorbraak schaart zich vanzelfsprekend niet kritiekloos achter de auteurs, maar wil hun teksten gebruiken als aanzet tot het formuleren van een nog duidelijker positiebepaling.

7>

nummer 13 > december 2011


Foto: Pauline Krebbers

~Blogs+ Een selectie uit de pakweg 65 nieuwe artikelen, blogs, aankondigingen, verslagen en cartoons die op doorbraak.eu zijn verschenen sinds het vorige nummer van deze krant.

Zonder Nederlands paspoort ben je aangeschoten wild.

Oorlog rond de gedwongen inburgering (14 oktober, Harry Westerink) Of ze gaan een inburgeringscursus volgen, of ze krijgen geen geld meer om van te leven. Zo vormt de inburgeringsplicht een wapen voor de overheid waarmee de arbeidsproductiviteit van migranten kan worden opgeschroefd. Die plicht is voornamelijk bedoeld om hen te controleren en te disciplineren.

Vingerscanners tegen papierlozen

#Occupy-beweging sterk van start (15 oktober, Eric Krebbers) Aan de rand van het Malieveld probeerde een tiental agenten te paard en te fiets de massa tevergeefs nog tegen te houden. Het gaf een sterk gevoel om zo met z’n allen een politielinie te doorbreken, om vervolgens onhoudbaar door de stad te lopen.

Haarlemse WSW-ers in actie tegen afbraakbeleid van Bruin I (17 oktober, Jacob Visser) Ze gaan daarbij totaal voorbij aan de reeds sterk toegenomen werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden en afname in goede begeleiding waar de WSW-ers mee te maken hebben.

Schoonmakers in actie tegen ministers van Mooie Praatjes en Vieze Luchtjes (18 oktober, Harry Westerink) Het ministerie van Sociale Zaken, pleitbezorger van een hogere aow-leeftijd, vindt zieke en oudere werknemers een probleem. Ouderen moeten van minister Kamp doorwerken, maar vooral niet op zijn eigen ministerie.

Keiharde discussie na tv-serie “De slavernij” (24 oktober, Harry Westerink) De slavernij zou de tot slaaf gemaakten veel goeds hebben gebracht. Oostindie gaat mee in die opvatting door te antwoorden dat de blues- en jazzmuziek “ook een erfenis is van de slavernij”. Nee, het is niet dankzij de slavernij dat veel tot slaaf gemaakten en hun nazaten hebben weten te overleven, maar ondanks de slavernij.

Poolse arbeidsmigranten worden steeds weerbaarder (24 oktober, Jeroen Breekveldt) Opvallend en hoopvol was dat Visser zei dat de Polen door de jaren heen toch wel slimmer en sterker worden in hoe ze met hun precaire situaties kunnen omgaan. Dat ondersteunt de theorie of stelling dat arbeiders dus in de loop van de tijd zelf leren omgaan met - of zelfs hoe zich te verzetten tegen - de nieuwe organisatie van de arbeid.

Jaarboek Kritiek voor de wel zeer brede linkse beweging (26 oktober, Eric Krebbers) De PvdA heeft de afgelopen 20 jaar steeds vooropgelopen met de doorvoering van een neo-liberale agenda van privatisering, flexibilisering en precarisering, die de kwaliteit van ons leven steeds verder verpest. Ook is de partij medeverantwoordelijk voor het invoeren van de apartheid in Nederland via de Koppelingswet.

Fotostrip: Jacob Visser

<8

nummer 13 > december 2011

Sinds november 2011 gaan in een paar politieregio’s agenten de straat op met mobiele vingerafdruklezers. Die worden ingezet om papierloze migranten op te sporen en het land uit te bonjouren. Als de proef slaagt, dan worden alle politiekorpsen met de scanners uitgerust én kan op termijn iedereen gedwongen worden de vingers te laten scannen.

O

p bevel van de ministers Ivo Opstelten en Gerd Leers is in november 2011 in een aantal politiekorpsen begonnen met een proef met mobiele vingerscanners. Het gaat om de korpsen Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond, Hollands Midden en Noord-Oost-Gelderland. In die regio doet ook de Koninklijke Marechaussee mee. In de vier korpsen zijn 125 agenten en marechaussees uitgerust met Blackberry’s en daarbijhorende randapparatuur waarmee op straat legitimatiebewijzen en vingerafdrukken van “vreemdelingen” gescand worden. De vingerafdrukken worden daarna direct via een online verbinding vergeleken met de vingerafdrukken die in de database “Basisvoorziening vreemdelingen” zitten. Daarin staan de vingerafdrukken van alle migranten die ooit asiel hebben aangevraagd. Ook koppelt men ter plekke met het Visum Informatie Systeem. In dat systeem staan de vingerafdrukken van iedereen die ooit een visum voor Europa heeft aangevraagd. Zo verkrijgt de politie informatie over de verblijfsstatus van “de vreemdeling”. Als een migrant hier volgens de staat niet thuishoort, dan wordt die direct in hechtenis genomen en begint de deportatieprocedure.

Machtsmisbruik Volgens de betrokken ministers mag de politie op straat digitale vingerafdrukken afnemen van alle mensen waarvan men “een gegronde reden” heeft te denken dat ze illegaal in het land zijn. “Een gegronde reden” is een zinsnede die voor velerlei uitleg vatbaar is en waarbij de agenten een grote mate van vrijheid hebben. Machtsmisbruik en racisme liggen dan ook op de loer. Het niet kunnen tonen van een geldig identiteitsbewijs is overigens ook “een gegronde reden”. Dat betekent dat ook witte Nederlanders door zulke controles getroffen zullen worden. De vingerafdrukken die met de scanners verkregen zijn, worden volgens Justitie enkel gebruikt ter verificatie van de identiteit van een verdachte “op dat moment”. De op straat verkregen vingerafdrukken van onschuldigen worden volgens de staat niet bewaard, maar de ministers stellen wel dat uit de proef nog maar moet blijken of er toch niet “onbedoeld sporen van vingerafdrukken achterblijven”. Als de systemen naar tevredenheid werken, dan zullen alle politiekorpsen in het land in de nabije toekomst de beschikking over de vingerscanners krijgen. De proef is in eerste instantie bedoeld voor de opsporing van illegalen en uitgeprocedeerde vluchtelingen, maar als de proef succes heeft, dan wil het ministerie het gebruik uitbreiden om bijvoorbeeld te achterhalen of iemand nog een boete heeft openstaan. De inzet van de mobiele vingerscan sluit naadloos aan bij de steeds verdergaande Stasi-ficatie van Nederland. De laatste 10 jaar wordt de burger bedolven onder een stortvloed van privacybeperkende maatregelen, zoals de identificatieplicht, de bewaarplicht van telecomgegevens en de opslag van de reisbewegingen van reizigers met het openbaar vervoer. En per 1 januari 2012 wil de staat een camerasysteem aan de grens installeren. Die gaat alle

doorbraak.eu

passerende voertuigen automatisch controleren. Vooral de mededeling dat als de proef succes heeft, de politie met de vingerscanner ook wil controleren op uitstaande boetes, is een duidelijke vingerwijzing dat het kabinet onverdroten streeft naar een nationale databank met daarin de foto’s en vingerafdrukken van alle inwoners van Nederland.

Mordicus tegen De komst van de mobiele vingerscanners leidt tot de nodige kritiek. De Rotterdamse afdelingen van GroenLinks en de SP spraken zich er tegen uit. In Leiden toonde GroenLinks-raadslid Pieter Kos zich “mordicus tegen” de proef. Volgens hem “probeert het gedoogkabinet Wilders tevreden te stellen door maatregelen te nemen die het wantrouwen tegen vreemdelingen versterken”. Hij ziet de proef als “een vorm van verkapt racisme die niet past in de tolerante samenleving waar GroenLinks voor staat”. Ook de burgerrechtenorganisatie Privacy First is het oneens met de vingerscanners. Met de proef wordt er “collectief inbreuk gemaakt op andermans privacy en lichamelijke integriteit”. Ook zal het volgens de organisatie “hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met discriminatoire ‘handhaving’, etnische profilering en toenemende stigmatisering van bepaalde bevolkingsgroepen”. Verder is bekend dat dit soort systemen vaak ook grote technische gebreken kennen, waardoor ze nog meer slachtoffers maken dan al de bedoeling is. Onlangs besloot minister Donner nog om de opslag van vingerafdrukken bij de aanvraag van identiteitsbewijzen tijdelijk stop te zetten wegens het enorme foutenpercentage in de biometrische techniek. Dat percentage bedroeg bij een proef maar liefst 21 tot 25 procent. Door dergelijke fouten komen massaal onschuldige mensen in het verdachtenbankje terecht. In het geval van de vingerscanner geldt hetzelfde. Niet iedereen die ooit in een Europees land asiel heeft aangevraagd (en heeft gekregen of niet gekregen), staat met zijn of haar biometrische gegevens in de “Basisvoorziening vreemdelingen”. Aan het ontbreken van een match in de database mag dus sowieso geen enkele conclusie verbonden worden. Laat staan dat het een reden zou mogen zijn om iemand te arresteren en voor langere tijd op te sluiten in een illegalenbajes. Er wordt gesuggereerd dat de politie in zulke gevallen een ‘eerlijke’ afweging zal maken, maar dat is in deze context natuurlijk een volkomen cynisch concept. Tegenwoordig worden ook perfect Nederlands sprekende en ‘uitziende’ actievoerders in illegalenbajessen opgesloten, enkel en alleen omdat ze zichzelf niet wensen te legitimeren. En vluchtelingen en migranten hoeven zich al helemaal geen illusies te maken. De maatregel zal zodoende hoogstwaarschijnlijk het aantal slachtoffers van het repressieve beleid van migratiebeheersing nog weer verder doen oplopen. Gerrit de Wit


Racistische pedagogiek aan de universiteit van Utrecht Is hun cultuur de oorzaak van de ‘onderwijsachterstand’ bij “niet-westerse” jongeren? Dat is de vraag die gesteld wordt bij het pedagogische vak “Culturele diversiteit in opvoeding en onderwijs” aan de universiteit van Utrecht. De docenten beantwoorden hun eigen vraag tijdens de zeven colleges met een volmondig ja. Hun vak is doordrenkt van een ouderwets westers superioriteitsdenken dat de afgelopen 20 jaar weer salonfähig is gemaakt door extreem-rechtse politici als Pim Fortuijn en sociaal-democratische opiniemakers als Paul Scheffer.1 Ze vervangen het begrip “ras” daarbij simpelweg door “cultuur”. Die denkwijze is inmiddels ook weer doorgesijpeld in het onderwijs aan de universiteit.

Foto: Gregor Eglitz

D

e Utrechtse docenten baseren zich uitsluitend op een beperkt aantal ‘wetenschappelijke’ onderzoeken die cultuur als oorzaak aanwijzen voor maatschappelijke ‘achterstanden’. Zo’n uiterst subjectieve aanpak levert vanzelfsprekend zeer eenzijdige informatie op. Toch wordt die als feitelijke waarheid op een presenteerblaadje aan de studenten geserveerd. “Onderwijsachterstand is ontwikkelingsachterstand die door ouders niet wordt opgemerkt”, aldus docente Cathy van Tuijl die de meeste colleges verzorgt. De ouders van “niet-westerse” jongeren zouden niet eens doorhebben dat hun kind een onderwijsachterstand heeft omdat zij zelf ook een achterstand zouden hebben, net als alle anderen in hun cultuur. Voor het gemak lichten de docenten er twee “niet-westerse” groepen uit: de Turkse en de Marokkaanse Nederlanders. Die lopen achter bij de “autochtone” middenklasse, zo laten de cultuurpedagogen zien aan de hand van wat cijfers over het onderwijsniveau en de arbeidsparticipatie van deze groepen. En dat zou dus door hun cultuur komen. Het rapport “Het kind van de rekening”2 van het Integraal Toezicht Jeugdzaken werpt echter een heel ander licht op de zaak: “Kinderen die in armoede leven zijn letterlijk en figuurlijk het kind van de rekening. Zij leven in een situatie met grote gevolgen voor hun sociale, emotionele, cognitieve en lichamelijke ontwikkeling.” Onderwijsprestaties hangen dus nauw samen met klasseverschillen. Een op de tien kinderen in Nederland leeft in armoede, en de meesten van hen hebben een “niet-westerse” achtergrond. Cultuurpedagogen die groepen kinderen vergelijken zonder hun klasse mee te wegen, laden de verdenking op zich een racistische agenda te hebben. Eerdere onderzoeken laten namelijk zien dat het verschil in onderwijsniveau wegvalt wanneer er ook wordt gekeken naar hun klasse, naar hun economische omstandigheden. Een wetenschapper die op dezelfde wijze de Turks-Nederlandse middenklasse zou vergelijken met de “autochtone” onderklasse, en die dan zou concluderen dat Nederlanders achterlopen vanwege hun cultuur, die zou - terecht - op veel hoon kunnen rekenen.

Cultuur De docenten houden klassen dus krampachtig buiten beeld, en zoeken alle oorzaken voor ‘achterstanden’ in de “niet-westerse” cultuur. “Zij” zijn anders dan “wij”, lijkt daarbij de leidende gedachte te zijn. Dat is een nogal simplistische gedachtegang, maar toch hebben diverse ‘wetenschappers’ dat als uitgangspunt genomen voor hun

onderzoek. Ze gooien absurd genoeg miljarden “nietwesterse” mensen op een grote hoop van “collectivistische culturen”, en rekenen “ons” allemaal tot de mensen met “individualistische culturen”. En vanzelfsprekend worden aan die tweedeling allerlei individuele kenmerken verbonden. Zo zijn individualistische kinderen al vroeg doelgericht, cognitief vaardig en aanspreekbaar, aldus de wetenschappers. Daarnaast zijn individualisten gericht op het ontplooien van hun talenten. Ook hebben ze een eigen wil en een eigen mening. Ze zijn competitief en verbaal, ze nemen zelf initiatief, ze zijn onafhankelijk, en kunnen zelf kiezen voor relaties. Collectivisten zouden daarentegen cognitief en emotioneel pas laat aanspreekbaar en laat doelgericht zijn. Ze zijn gehoorzaam en loyaal aan hun leider of hun man, ze zijn afwachtend en hun mening is afhankelijk van anderen. Hun familie bestaat uit hiërarchische verbanden. Zij voelen zich ook zeer verbonden met hun familie en met de groep waartoe zij behoren. Daarnaast hebben ze een sociale plicht naar die familie en groep. Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat de wetenschappers de voorkeur geven aan de kenmerken die bij de individualistische cultuur horen. Dat zijn immers de kenmerken die de kapitalistische arbeidsmarkt nodig heeft, en die het onderwijs dus moet stimuleren. De onderzoekers Harkness en Super hebben een model ontwikkeld, “the developmental niche”, waarmee ze menen te kunnen aantonen dat deze culturele kenmerken van invloed zijn op zo’n beetje alles. Cultuur zou heel dicht bij de mens liggen en een bepalende invloed hebben op onze ideeën, gewoonten en omgeving. Kortweg: collectivisme zou leiden tot de onderwijsachterstand bij Turkse en Marokkaanse Nederlanders.

Speelgoed In “Cultuur en opvoeding” van Lotte Eldering, een boek dat studenten die het vak volgen moeten gebruiken, staat: “Westerse ouders weten dat de ontwikkeling van hun kinderen zowel door genetische factoren als door omgevingsinvloeden wordt bepaald en zij trachten de gezonde psychologische ontwikkeling van hun kinderen bewust te beïnvloeden. Ouders in niet-westerse culturen verschillen van ouders in westerse culturen. Ouders hanteren in deze samenlevingen vaker een sociaal levensloopmodel dan een model dat de psychologische ontwikkeling centraal stelt.” Kortom: “niet-westerse” ouders zouden vooral de nadruk leggen op de sociale veranderingen in het leven van hun kind, en bijvoorbeeld trouwen en kinderen krijgen veel belangrijker vinden dan je best doen op school. Daarom zouden ze hun kinderen onvoldoende motiveren om nieuwe woordjes te leren, geen stimulerend speelgoed geven, niet naar de kinderopvang sturen, en ‘te laat’ naar school laten gaan. En de moeders zouden niet open staan voor hulp van buitenaf omdat dat niet zou mogen van “de man des huizes”. Daarnaast zouden “niet-westerse” kinderen niets aan hun leraar vragen, alleen kunnen leren wat hen wordt voorgedaan en geen initiatief durven nemen. Volgens Eldering is dat allemaal het gevolg van onwetendheid bij de “niet-westerse” en dus “collectivistisch” ingestelde ouders. Die zouden namelijk niet weten dat ze hun kinderen kunnen helpen bij hun ontwikkeling in het onderwijs. Maar dat is volkomen onzin. In het driejaarlijkse onderzoek “Programme for International Student Assessment”, waarin de onderwijsprestaties van 15-jarigen in 65 landen worden vergeleken, blijkt de Chinese stad Shanghai het hoogst te scoren.3 Ook Singapore en Zuid-Korea scoren erg hoge studieresultaten, terwijl de mensen in die streken volgens de eigen criteria van onze cultuurpedagogen allemaal enorm “niet-westers” en “collectivistisch” denken. In veel van deze landen worden kinderen vanuit het gezin en de samenleving sterk gestimuleerd om te presteren, in sommige gevallen zelfs zo sterk dat de kinderen eraan onderdoor gaan.

Projectie De simpele indeling “collectivistische” en “individualistische” cultuur is onwetenschappelijk. Onderzoekers hebben die indeling niet aangetroffen en onderzocht, maar zelf geconstrueerd en op de samenleving

doorbraak.eu

geprojecteerd. Hij dient vooral politieke doelen: namelijk het projecteren op “de ander”, “de migrant”, “de moslim” van een set eigenschappen die “wij” het minst aantrekkelijk vinden, om daarmee repressief beleid te kunnen rechtvaardigen. Hoe “wij” zouden zijn en hoe “zij” zouden moeten worden, dat zijn politieke keuzen. Het gaat om het opleggen aan ons allemaal van een mensbeeld, van een manier van denken die gericht is op het optimaal functioneren in een kapitalistische maatschappij. Iedereen moet zich van de wetenschappers zien als een klein individueel te managen bedrijfje, dat hard werkt, zich voortdurend ontwikkelt, geld verdient en consumeert. En deze vermeende “westerse” normen en waarden moeten aan iedereen opgelegd worden via het onderwijs. Dit soort ideeën viert hoogtij bij rechtse en racistische politici die een uiterst repressief migratie- en integratie­ beleid voor staan. Maar ook bij sociaal-democratische politici die hun aloude paternalistische opvattingen en praktijken over “de verheffing van het volk” maar al graag een nieuw leven inblazen om hun eigen nut voor de BV Nederland te kunnen aantonen. De afgelopen 10, 15 jaar is er zo een min of meer Kamerbrede consensus ontstaan die voorop stelt dat de “achterlopende” dan wel “achterlijke” “niet-westerse allochtonen” aangepakt en geschikt moeten worden gemaakt voor de arbeidsmarkt. Universiteiten dragen hun steentje bij via ‘wetenschappelijk’ onderzoek en het opleiden van cultuurpedagogen die deze racistische aanpak efficiënter kunnen maken.

Prestatiekloof Daar blijft het echter niet bij. De vermeende verschillen tussen alle “niet-westerse” en “westerse” mensen worden door deze wetenschappers niet alleen geweten aan hun culturen, maar ook aan genetische en biologische verschillen. In een van haar colleges verwijst Van Tuijl naar onderzoeken die zouden hebben aangetoond dat er een prestatiekloof bestaat tussen zwarte en witte mensen. Witten zouden een hoger IQ hebben en sneller informatie kunnen verwerken.4 Die verschillen zouden ze “van nature” hebben en ze zouden dus genetisch bepaald zijn. Van Tuijl geeft tijdens haar college toe dat die onderzoeken op veel kritiek kunnen rekenen, en dat ze wel wat neigen richting discriminatie. Maar ze levert zelf geen enkele kritiek op deze racistische onderzoeken, en het blijft gewoon leerstof voor de studenten. Ook biologische verschillen spelen een rol, meent Van Tuijl. Babies met een laag geboortegewicht hebben later minder goede schoolprestaties. Die kinderen zijn vooral te vinden bij achterstandsgroepen waarbij de moeders aan meerdere stressfactoren zijn blootgesteld. Denk aan werkloosheid en armoede, en dus aan een gebrek aan middelen om kinderen op te voeden, zo geeft ze aan. In zulke posities bevinden zich meer zwarte dan witte mensen, maar over het racisme en de klasseverhoudingen die deze achterstellingen veroorzaken rept ze niet. Het zou liggen aan de cultuur en de huidskleur van de moeders. Het is niet verbazingwekkend dat dit racistische vak verontwaardiging oproept bij sommige studenten. Al in de eerste week waarin het vak dit jaar van start ging, hebben twee Turkse studentes een klacht ingediend bij Van Tuijl. Zij ergerden zich aan het wij-zij gevoel dat ze creëerde door steeds “de westerse cultuur” boven “de niet-westerse cultuur” te plaatsen. Andere studenten vonden ook dat die tweedeling wel heel erg zwart-wit was. Op geen van de klachten is serieus ingegaan. “Tja, je hebt het vak zelf gekozen. Dan kon je dit verwachten”, was de enige reactie waar de studentes op konden rekenen. Shirley de Vet Eric Krebbers Noten 1. “Paul Scheffer en het verlangen naar witte babies”, Eric Krebbers, Fabel-krant 92, Gebladerte Achief, www.doorbraak.eu. 2. “Het kind van de rekening”, www.rijksoverheid.nl. 3. “Alleen Fins onderwijs kan zich meten met de Aziaten”, Robin Gerrits, www.volkskrant.nl. 4. “Racistische psychologen met IQ-fantasieën”, Eric Krebbers, Fabelkrant 69, Gebladerte Archief, www.doorbraak.eu.

9>

nummer 13 > december 2011


Doorbraak in Leiden:

~Blogs+

“Al doende leert men organizen”

IOM wil overheid helpen met deportatie van Mauro

In deze alweer tiende bijdrage aan de discussie over kapitalisme, crisis en verzet reageert Eric Krebbers op Gonnus Doeven. Vorig najaar is Doorbraak in Leiden begonnen structurele veranderingen door te voeren in haar politieke activiteiten. Het idee was om elementen van de organizing-methode te introduceren in onze dagelijkse praktijk van actievoeren tegen de bezuinigingen. We wilden onder meer bewuster nieuwe contacten opbouwen, en een voor Doorbraak nieuwe manier van organiseren en actievoeren ontwikkelen. Daarover schreven we toen het artikel “Werken aan een platform tegen de bezuinigingen”.1 Over de stand van zaken

(27 oktober, Harry Westerink) De IOM “helpt” niet bij “vrijwillige terugkeer”. De IOM “helpt” niet bij de “herintegratie” van Mauro in Angola. De IOM trapt Mauro namelijk het land uit. De IOM deporteert hem naar een land dat hij niet kent en waarvan hij de taal niet spreekt.

Grijze Wolven aanstichters van rel bij Amsterdams Koerdisch centrum (3 november, Taylan Devrim) Daarbij zouden tenminste twee mensen gewond zijn geraakt door politiehonden, en meerdere mensen zouden onwel zijn geworden door de pepperspray die de politie rond spoot. Van de groep aanvallers - die door de politie naar het centrum waren begeleid - werd niemand gearresteerd. Er werden daarentegen wel 5 van de in het centrum aanwezige Koerden opgepakt.

een jaar later.

W

e hebben inmiddels rond de 35 formele gesprekken gevoerd, en daarnaast nog vele tientallen wat meer informele gesprekjes bij allerlei bijeenkomsten en andere activiteiten. Bij alles wat we organiseren gaan we zoveel mogelijk in gesprek met deelnemers of toeschouwers. En als het een leuk contact blijkt, dan vragen we om contactgegevens om verder te kunnen kennismaken. Inmiddels zijn we ook af en toe te vinden bij de ingang van het Leidse Participatiecentrum - waar dwangarbeid wordt opgelegd - om daar met de werknemers en uitkeringsgerechtigden van gedachten te wisselen. En daarnaast bezoeken we ook waar mogelijk bijeenkomsten en activiteiten van andere organisaties die inhoudelijk soms minder interessant zijn, maar wel de mogelijkheid bieden voor informele gesprekken. Zo krijgen we beter zicht op wat er speelt in Leiden, waar de klappen van de bezuinigingen vallen, en waar er protest op gang komt.

Asociaal VVD-plan moet zieken doen afzien van zorg (5 november, Jacob Visser) Steeds meer wordt een klimaat gecreëerd waarin chronisch zieken als een kostenpost worden gezien waar we eigenlijk vanaf moeten. Waardoor het steeds makkelijker wordt om ze in de toekomst de benodigde zorg ook daadwerkelijk te gaan onthouden.

De meeste formele gesprekken waren heel enthousiasmerend en waardevol, als het gaat om banden aanknopen en informatie uitwisselen. We spraken met mensen met heel uiteenlopende achtergronden. Met de meesten hebben we daarna het contact goed warm gehouden, onder meer door hen steeds per mail en telefonisch uit te nodigen voor activiteiten. Een flinke handvol mensen werd actiever, een tweetal zelfs lid van Doorbraak. Maar helaas toont het merendeel zich vooralsnog wat afwachtend. Ze zijn er wel van overtuigd dat er iets zou moeten gebeuren. Ze zien zichzelf daarbij echter niet als initiatiefnemers, maar eerder als deelnemer of sympathisant. Een aantal mensen ervaart de bezuinigingen nog niet in eigen leven, of zoekt liever individuele oplossingen voor de problemen die langzamerhand opdoemen. Anderen zien geen mogelijkheden: ze denken niet dat het veel zin heeft om in actie te komen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af wat je met zo’n klein groepje lokaal nu helemaal kunt doen. Wij mogen dan roepen dat het sowieso belangrijk is om mensen bijeen te brengen, maar voor velen is dat onvoldoende. Die willen alleen meedoen als er concrete resultaten in het verschiet liggen, en dat is best begrijpelijk. Helaas kunnen we aan die eis nog niet of nauwelijks voldoen. In gesprekken en op bijeenkomsten proberen wij daarom aan te geven dat we juist over zulke kwesties samen met hen willen nadenken.

Studentenprotest in Londen: “Kijk daar! Een echte arbeider!” (10 november, Mathijs van de Sande) Een algemene staking zal er niet komen. Niet zolang de bouwvakkers op hun steigers blijven staan, zonder de daad bij het woord te voegen. Niet zolang de kantoorarbeiders afgeschrikt worden om zich überhaupt onder de demonstranten op straat te mengen. Niet zolang de radicaal-linkse beweging blijft vasthouden aan het hopeloos oubollige en romantische beeld van de ‘werkman’, de ware proletariër.

Keiharde politierepressie na kritiek op Zwarte Piet-racisme (14 november, Harry Westerink) Daarbij gedraagt men zich alsof de dijken op instorten staan en het water van de Noordzee het land gaat overstromen, zodra iemand aangeeft dat hij die koloniale traditie niet ziet zitten en wil vervangen door een ander type kinderfeest, zonder de gestalte van een soort achttiende eeuwse huisslaaf met kroeshaar, dikke lippen en ringen in de oren.

Platform Voor Doorbraak waren drie soorten mensen op korte termijn het meest interessant. De strijdbare linksen die actief zijn of willen worden. De linksen die niet meer zo actief zijn, maar nog wel aanspreekbaar. En de slachtoffers van de bezuinigingen die niet zo gepolitiseerd zijn en hun problemen niet meteen in een groter collectief verband willen aanpakken, maar die wel boos zijn over het onrecht dat hen wordt aangedaan.

Nieuw opjaagsysteem voor zieken en gehandicapten in de maak

Activist-dwangarbeider bij opening van Participatiecentrum.

(16 november, Piet van der Lende) Werk zou zieken weer kunnen genezen. De sprekers bedoelen dan natuurlijk betaalde arbeid. Zo wordt dus het onderdrukken, koeioneren, stigmatiseren en in de armoede jagen van mensen beargumenteerd.

(16 november, Harald Minkens) Er bestaat een lange geschiedenis van onwil om nazi’s effectief bestrijden. Het nazigevaar wordt gebagatelliseerd, terwijl links wordt gedemoniseerd.

Cartoon: Ka van Haasteren

Duitse staat zit tot over de nek in het neo-nazisme

Joke Kaviaar: Geen “Zwarte Piet” is illegaal! (18 november, Joke Kaviaar) Ons land wordt momenteel overspoeld door illegalen, je ziet ze in winkelcentra, in scholen, op pleinen, overal. Allemaal uitgebuit door een heilig verklaarde man met een witte baard, die met een stoomboot uit het land van grootinquisiteur Torquemada komt.

Arabische Lente: springlevend ondanks gure tegenwind (21 november, Peter Storm) Een verklaring van de Plaatselijke Coordinatiecomité’s van Syrië, waarin een deel van de protestbeweging gebundeld is, waarschuwde eind augustus tegen “militarisering van de revolutie”, en tegen de roep om westerse interventie.

<10

nummer 13 > december 2011

doorbraak.eu


Sponzen inpakken in het Participatiecentrum.

inspraakbijeenkomst in februari al dat er voor onze principiële afkeuring van die dwangarbeid veel waardering was. Vanuit de gemeenteraad komt er echter nauwelijks protest tegen, integendeel. Daardoor valt Doorbraak op, en zijn we voor een groeiende groep potentiële dwangarbeiders het enige alternatief voor protest en verzet. Verder hebben we uitstekende contacten met de Amsterdamse Bijstandsbond die een schat aan kennis heeft op dit terrein. In maart 2012 kijken we of het zinvol is om er nog zo’n periode aan vast te plakken, of dat het zinvoller is om ons bijvoorbeeld meer op de bezuinigingen op de universiteiten te gaan richten. Daarbij willen we natuurlijk niet tot een campagnegroepje vervallen dat af en toe ergens zijn neus laat zien. De bedoeling is om de contacten te behouden en de diverse strijden steeds meer ook praktisch aan elkaar te verbinden.

Organizing Ons hele crisisnetwerk bestaat nu uit pakweg 70 mensen, de actieve Doorbraak-leden meegerekend. Met de meest geïnteresseerde contacten hebben we vorig najaar samen het Leidse crisisplatform opgericht. Dat heeft in 2010 drie keer overlegd, en daarna zijn er dit jaar - min of meer vanuit het platform - drie bijeenkomsten en een stadswandeling georganiseerd met steeds rond de 25 deelnemers. De bijeenkomsten waren stuk voor stuk zeer strijdbaar en informatief. Ze gingen over het protest tegen de bezuinigingen, door respectievelijk studenten, uitkeringsgerechtigden en huurders. De stadswandeling vond plaats in het kader van de Doorbraak-campagne “Waar zit het?”.2 Ook die was een succes, zo bleek uit de reacties van de deelnemers die de regen getrotseerd hadden. Helaas bleven de bijeenkomsten en de stadswandeling een beetje in de lucht hangen. Het idee was namelijk om te proberen ook steeds gezamenlijk met studenten, werklozen, huurders en anderen naar lokale protesten tegen de bezuinigingen te gaan, om een brede solidariteit te tonen en een gezamenlijke strijd op te bouwen. Maar die strijd bleek in Leiden nauwelijks nog van de grond te komen. Inmiddels hebben we het platform daarom op een wat lager pitje gezet. Ook omdat Doorbraak uiteindelijk toch vrijwel alles zelf organiseerde. De meeste deelnemers doen graag mee aan de activiteiten, maar bleken minder enthousiast om mee te organiseren. We zijn nu hard bezig om de onderlinge banden met de platformleden steviger aan te halen, onder meer door samen actie te voeren. Liefst met een uitgebreide gezamenlijke voorbespreking en evaluatie.

Resultaten Vanaf het begin hebben we ons ingezet tegen alle bezuinigingen die op ons afkomen. En dat willen we ook zo houden. De meeste mensen aan de onderkant van de samenleving - en daar horen wijzelf natuurlijk ook bij - worden door Bruin I van meerdere kanten tegelijk bestookt: als huurder, uitkeringsgerechtigde, migrant, reiziger in het openbaar vervoer, student of ouder van studerende kinderen, gebruiker van de zorg, oudere, enzovoorts. Het is belangrijk dat de verbanden tussen de bezuinigingen duidelijk worden, en de strijden ertegen gekoppeld. Het is mooi dat bijvoorbeeld studenten meedoen aan acties van bijstandsgerechtigden. We blijven op al die strijden lokaal alert. Aan de andere kant hebben we gemerkt dat we makkelijker banden met mensen kunnen aanknopen als het gaat om de directe problemen die ze ondervinden door de bezuinigingen. Daarom hebben we er dit najaar tegelijk voor gekozen om voortaan steeds voor een aantal maanden een groot deel van onze energie nadrukkelijk op één punt te concentreren. Het is makkelijker om actie te voeren op een specifiek thema, dan op ‘de bezuinigingen’ in het algemeen. Niet dat we direct concrete resultaten verwachten, want daar zijn we nog veel en veel te klein voor. Maar wel kunnen we dan een periode lang gericht speldeprikken uitdelen, een beetje druk uitoefenen. We zien dat als een dubbel leerproces. In de eerste plaats leren we met alle nieuwe mensen samenwerken en een actiepraktijk opbouwen. En ook hoe we nog beter actie kunnen voeren zodat meer mensen mee gaan doen. In de tweede plaats leren we ervan hoe de macht op ons reageert. We gaan proberen om de lokale machtsverhoudingen voor iedereen wat inzichtelijker te maken door de tegenstanders zo te prikkelen dat ze hun tanden laten zien. Alleen via strijd kunnen we leren hoe de altijd aanwezige machtsmechanismen in de praktijk werken. Hoe de gootjes lopen als het regent. We kunnen die confrontaties analyseren en daarover publiceren, en daar kunnen wij en andere activisten elders dan bij een volgende ronde op voortborduren. Al strijdend leert men organizen. Onze nieuwe insteek is dus een combinatie van actie en onderzoek die in andere landen door activisten van onderop al veel vaker is toegepast. We willen onze werkwijze met organizing-elementen - die nog volop in ontwikkeling is - zo inpassen in een strijdcyclus van telkens enkele maanden proberen om op een actuele ontwikkeling enigszins in te grijpen. Dat maakt het allemaal veel behapbaarder: succes hebben we zo bezien al als we na een strijdperiode van enkele maanden iets leren over de tegenstanders, over effectiever actie voeren, en over contacten opbouwen. Kennis die we ook aan anderen kunnen overdragen. Succes hebben we dus niet alleen meer als we daadwerkelijk een bezuiniging gestopt hebben, want dat is momenteel nog onrealistisch.

Dwangarbeid

Na de afgelopen zomer hebben we besloten om een aantal van de essentiële elementen van het organizen nog wat intensiever te gaan toepassen. We willen nog nadrukkelijker bij elke actiecyclus en elke activiteit vooraf plannen en achteraf evalueren. Heel kritisch zijn op wat er niet zo goed gegaan is, maar ook bewust stilstaan bij wat er beter gaat en wat we geleerd hebben. Dat klinkt allemaal nogal intensief, en dat is het ook. Maar we hebben sinds enkele maanden meer mensen en tijd vrijgemaakt voor deze activiteiten en dan is er ook gelijk meer mogelijk op dit gebied. Ook zijn we meer tijd gaan steken in onderzoek. We hebben vaste tijdstippen ingesteld waarop we groepsgewijs onderzoek doen op internet, onder meer naar plannen en cijfers rond de bezuinigingen. Wie beslissen daarover? Wie worden er de dupe van? Waar kunnen we die mensen vinden? Maar ook bespreken we de samenhang van de ontwikkelingen om ons heen met die in heel Europa en de rest van de wereld. En dan natuurlijk niet alleen de toenemende crisis, maar ook het verzet: van de vakbonden en actiegroepen tot Occupy en de Arabische Lente. Gesprekken met mensen met een Noord-Afrikaanse achtergrond over het opbouwen van protest lopen plots veel soepeler wanneer het Tahrirplein aan de orde komt. “O, dat bedoelen jullie! Ja, zoiets hebben we hier ook nodig!” Die lopende revolutie heeft heel veel mensen uit die hoek zelfvertrouwen geschonken. Daarnaast zijn we voortdurend op zoek naar de meest geschikte activiteiten bij onze doelstellingen. We hebben een tijd gedacht aan een soort inloopspreekuur voor mensen die tegen bezuinigingen aanlopen, maar dat komt in de praktijk waarschijnlijk neer op afwachten en hopen dat mensen op ons afkomen. Waarschijnlijk zouden er maar weinig komen, omdat al snel duidelijk is dat we vooralsnog weinig te bieden hebben. Hooguit een keer meegaan naar een Sociale Zaken-ambtenaar, tenzij we superintensieve individuele juridische hulp zouden willen en kunnen aanbieden. Maar dat biedt weinig collectief perspectief. We stellen onszelf steeds weer de vraag: welke activiteit heeft de meeste invloed, en waar willen mensen graag aan meedoen? We willen immers graag gezamenlijke strijdervaringen opdoen. We hebben, zoals gezegd, een aantal bijeenkomsten georganiseerd en een stadswandeling. Daarnaast hebben we huis-aanhuis geflyerd in een van de armere wijken van Leiden. Ook hebben we ingesproken bij de gemeenteraad, bijeenkomsten en protesten van anderen bezocht, in Leiden en landelijk. De landelijke mogelijkheden waren legio, want het protest is sinds we zijn begonnen gelukkig al flink toegenomen. Nu denken we eraan om ook iets meer de confrontatie te gaan zoeken bij onze activiteiten. Iets minder praatbijeenkomsten en iets meer de straat op, publiek aanwezig zijn.

Doorzetten We zetten stug door met onze pogingen om in Leiden een strijdbare en blijvende beweging uit de grond te stampen. Af en toe zijn er natuurlijk teleurstellingen, en het gevoel dat het allemaal niet snel genoeg gaat. Maar dan zeggen we tegen elkaar: wat had je dan verwacht? Dat we met die paar mensen, met de weinige tijd die we hebben, in zo korte tijd zoveel macht kunnen opbouwen dat we echte veranderingen kunnen afdwingen, of zelfs maar meer dan een handvol mensen organiseren? We moeten ons realiseren dat we superklein zijn, en dat we elke persoon die mee wil doen, elke activiteit haast, zouden moeten beschouwen als een wonder, gezien de uiterst sterke rechtse krachten en bijna extreem-rechtse tijdgeest in Nederland. De kernvraag is vooral: zie je die realiteit als het beginpunt, of juist als het eindpunt? Voor de opbouw van protesten is het nodig dat we het als een beginpunt beschouwen, als een kans om wat op te bouwen. En dus niet als een conclusie om er dan maar mee te stoppen. Inderdaad is de realiteit niet in ons voordeel, dat moeten we vaststellen. Maar ons streven moet zijn en blijven om dat te veranderen. Dat is de positieve enthousiast makende insteek die we hebben en die we moeten vasthouden. Frodo Tromp Eric Krebbers Noten 1. “Werken aan een platform tegen de bezuinigingen”, Eric Krebbers, 11 januari 2011, www.doorbraak.eu. 2. “Waar zit het?”, www.doorbraak.eu.

Voor de periode van oktober tot pakweg maart volgend jaar gaan we actie voeren tegen dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden. De keuze is daarop gevallen omdat een flink aantal van ons en onze contacten daar al ervaring mee heeft, of er binnen afzienbare tijd in dreigt te belanden. Het komt heel dichtbij. Daarbij bleek op een gemeentelijke

doorbraak.eu

11>

nummer 13 > december 2011


De strijd tegen de Leidse dwangarbeid c c c Vervolg van voorpagina Er zijn die avond maar liefst 50 bezorgde Leidenaren aanwezig. Een van de andere insprekers heeft net als Doorbraak een zeer scherp verhaal.2 “De keuze is duidelijk: als de bijstandsgerechtigde de arbeid weigert, wordt de voor het fysieke voortbestaan noodzakelijke uitkering stopgezet. Weigering van dwangarbeid betekent geen uitkering, geen uitkering betekent geen eten, geen eten betekent overlijden”, zo zei hij. “Meer dwang dan dit is niet mogelijk. Het is uiteindelijk niet anders dan iemand met het pistool tegen het hoofd tot dwangarbeid te dwingen. Er is dus sprake van arbeid, er is sprake van maximale dwang, en dus sprake van dwangarbeid in zijn meest uitgesproken vorm, namelijk verplicht moeten werken zelfs zonder loon. Straks zien we op straat groepjes van twee gedwongen schoffelaars rondlopen, de een met een taakstraf en de andere een bijstandsgerechtigde. De eerste mag na 240 uur naar de huis, de ander moet twee jaar doorgaan met een mogelijk verlenging van nog eens twee jaar.” 4 maart 2011. Doorbraak organiseert op die dag met medewerking van de Bijstandsbond een strijdbare bijeenkomst5 over onder meer de disciplinering en vernedering waar werklozen mee te maken hebben, de dwangarbeid die hen wordt opgelegd, ook in Leiden, en het mogelijke verzet daartegen van onderop. 6 november 2011. Op een bijeenkomst van de Bijstandsbond kaart Doorbraak bij SP-Tweede Kamerlid Sadet Karabulut en GroenLinks-wethouder Andrée van Es aan hoe het toch kan dat hun partijen lokaal meewerken aan de invoering van dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden.6 De opstellingen van de afdelingen van die partijen lopen zeer sterk uiteen. Zo voert de SP-afdeling Sittard-Geleen actie tegen de verkwanseling van het wettelijk minimumloon door die gemeente, terwijl de SP in Leiden juist volop meewerkt aan nieuw beleid dat bijstandsgerechtigden dwingt om onbetaald werk te verrichten. Oppositiepartij GroenLinks Leiden neemt in die stad principieel stelling tegen de ontduiking van het minimumloon, maar in Amsterdam voert GroenLinks-wethouder Van Es dat beleid juist van harte uit, wat de Amsterdamse SP overigens weer fel bekritiseert. Later bericht de SP-Tweede Kamerfractie dat de Leidse afweging “niet in lijn is

met ons standpunt in de Tweede Kamer. Wij gaan de afdeling hier natuurlijk op aanspreken.” 7 november 2001. ‘s Middags voeren 15 activisten en sympathisanten van Doorbraak actie tegen de opening van het nieuwe Participatiecentrum in het DZB-gebouw aan de rand van Leiden. Op de ‘feestelijke’ opening komen zo’n 50 bestuurders, politici en andere geïnteresseerden af. Die worden ontvangen met een spandoek met de leus “Geen bestaansonzekerheid en arbeidsdwang” en actieborden met teksten als “Strijd tegen dwangarbeid” en - naast een aangevoerde toiletpot - “De pot op met het Participatiecentrum” en “Schijt aan dwangarbeid”. Ook is een aantal actievoerders als haveloze dwangarbeider verkleed de straat aan het vegen en andere zinloze klusjes aan het doen. Verder worden er flyers uitgedeeld.7 Mensen die uit het gebouw komen, vertellen soms hemeltergende verhalen. Iemand werkt al acht weken volkomen onbetaald, in de hoop op den duur een uitkering te krijgen. In de tussentijd leeft hij van zijn zorgtoeslag. Van de medewerkers van het centrum tonen maar weinigen zich echt enthousiast over de plannen. Ze ‘moeten’ wel meedoen, zeggen ze. Maar ze lijden er wel onder, klinkt het dramatisch. Sommigen doen bijna alsof zij, en niet de bijstandsgerechtigden, daarom de werkelijke slachtoffers van het repressieve beleid vormen. Een van de deelnemers aan de opening is SP-raadslid Louk Rademaker, die de Doorbraak-activisten ter plekke probeert wijs te maken dat het als partij beter is om mee te doen aan de invoering van zo’n centrum dan je erbuiten te houden. Hij is vanzelfsprekend ook tegen het Participatiecentrum, maar blijkt er ondertussen wel mee te hebben ingestemd in de raad. En dat geldt eveneens voor het voornemen van het gemeentebestuur om bijstandsgerechtigden die een kamer bewonen in één keer rücksichlos tien procent te korten. Geconfronteerd met de woede van de slachtoffers van die korting, brengt het raadslid enigszins regentesk naar voren dat het “mathematisch” gezien niet om 10, maar om slechts 8,3 procent gaat. Hij verdedigt de maatregel, want het kan volgens hem nu eenmaal niet anders.8 Later blijkt Rademaker teleurgesteld over het verslag van de actie op de Doorbraak-website. Doorbraak zou werklozen te kakken hebben gezet, en te eenzijdig kritiek hebben op hem en de SP. We staan toch immers allemaal aan dezelfde kant? Dat schrijft hij in een emotionele brief aan Doorbraak. Een Doorbraak-activist reageert schriftelijk dat hij eveneens teleurgesteld is, en wel in het raadslid zelf. “Waar jij je, op jouw beurt, onvoldoende rekenschap van geeft, zo blijkt uit je reacties, is dat jij als persoon heel direct mij als persoon in mijn bestaanszekerheid aanvalt. Ik heb zelf een bijstandsuitkering en heb ook die brief ontvangen over die 10 procent korting voor kamerbewoners, en ik dreig ook dwangarbeid te moeten gaan uitvoeren in de nabije toekomst. Naar ik begrijp heb jij persoonlijk als raadslid vóór beide maatregelen gestemd. Hoe je het ook wendt of keert, maakt dat de discussie voor mij persoonlijk nogal emotioneel: ik kom in grote problemen vanwege een maatregel waar jij medeverantwoordelijkheid voor hebt genomen. We kunnen doen alsof we vanzelfsprekend kameraden zijn, die aan dezelfde kant staan, maar feitelijk stem jij tegen mijn bestaanszekerheid. Verplaats je even in mijn situatie. Dan denk ik dat ik meer reden heb om teleurgesteld te zijn over jou als SP-er (ik heb op jullie gestemd) dan omgekeerd. Het is voor mij en de andere werklozen bij Doorbraak geen abstracte politieke discussie, maar een kwestie van hoe overleef ik, hoe kunnen we samen vechten om te overleven? Tegen de maatregelen waar jij dus voor gestemd hebt. Het is dus ook niet zo dat de activist een werkloze nadeed: hij ís een werkloze. Het staat hem vrij om te spelen zoals ie wil, hij beledigt hooguit zichzelf. Hij vertegenwoordigt niet de werklozen in Leiden, hij is een van hen, en hij beeldde uit hoe wij als werklozen in de gemeentepapieren worden neergezet. Papieren van het college, waar de SP deel van uitmaakt.”

<12

Actietoilet bij opening van Participatiecentrum.

nummer 13 > december 2011

17 november 2011. De Leidse Cliëntenraad, een belangenorganisatie voor uitkeringsgerechtigden, organiseert een bijeenkomst9 die helaas veel weg heeft van een tvshow met bestuurders, of van een training voor gemeenteambtenaren. De stem en inbreng van uitkeringsgerechtigden komt in het hele programma niet voor. Het publiek moet braaf luisteren naar de praatjes en krijgt nauwelijks tijd en gelegenheid om een principieel debat aan te gaan over het landelijke en lokale afbraakbeleid. Na drie ellenlange uren zijn de uitkeringsgerechtigden in de zaal zo suf geluld door het technocratische jargon van de sprekers dat ze het gevoel krijgen dat ze zojuist een verplicht reïntegratietraject hebben moeten afleggen.

doorbraak.eu

De aanwezige activisten raken er opnieuw van doordrongen hoe belangrijk het is dat de strijd van uitkeringsgerechtigden een zaak blijft van henzelf. Voor links protest tegen het afbraakbeleid moet niet worden vertrouwd op al die bobo’s in vertegenwoordigende organen in het middenveld en de bovenlaag van de samenleving, zoals die voor deze middag door de Leidse Cliëntenraad zijn uitgenodigd. Het was voor de Cliëntenraad kennelijk een brug te ver om een panel neer te zetten met minimaal één uitkeringsgerechtigde erin, laat staan een panel met minstens evenveel uitkeringsgerechtigden als hotemetoten. Met allemaal vanaf het eerste moment een gelijkwaardige positie als spreker: achter de tafel, met eigen microfoon, allemaal een even lange inleiding en het recht uitgebreid vragen te beantwoorden, in plaats van ze alleen te mogen stellen. Op de bijeenkomst vertelt een ambtenaar dat een uitkering voortaan geen “vangnet” meer is, maar een “springplank” naar werk. “Activering” van werklozen staat voorop, met andere woorden: ze moeten allemaal opgejaagd worden naar banen die er niet zijn. Ze krijgen daarbij nauwelijks hulp meer, en moeten zoveel mogelijk zelf “de regie” nemen. Maar als het over de bazen van de dwangarbeiders gaat, dan kiest de gemeente plots een heel andere toon. Bazen hebben namelijk recht op “ontzorging”, want ze wensen “geen sores”. De gemeente wil hen zoveel mogelijk werk uit handen nemen, aldus de ambtenaar. De “populatie” die nog kan werken, moet zo snel mogelijk aan de slag, waarschuwt hij. Want “misbruik van uitkeringen” moet worden tegengegaan. Alsof bijstandsgerechtigden per definitie fraudeurs zijn. Om hen tot werken te dwingen zet de overheid volgens hem “een technisch instrument” in: “loondispensatie”, dat in feite neerkomt op regelrechte ontduiking van het minimumloon en uitholling van arbeidsrechten. En zo gaat het de hele middag maar door met dat verhullende en ontmenselijkende jargon: “een nieuwe mindset”, “maatwerk”, “transparantie”, “ontschotting”, “in- en aanbesteden”, “liever doelmatigheidsdenken dan denken in gelijkheid”. In het panel neemt FNV-er Rob Splint een bijzonder slap standpunt over dwangarbeid in. Hij gaat ermee akkoord dat uitkeringsgerechtigden “3 tot 6 maanden” zonder arbeidscontract aan de slag gaan. “Maar waarom accepteren jullie dat?”, komt de vraag vanuit de zaal. “Omdat die mensen vaak eerst nog ingewerkt moeten worden”, is het antwoord. Maar moet elke arbeider dan niet eerst worden ingewerkt? Moeten we straks allemaal eerst 6 maanden gratis gaan werken? En wat weerhoudt de bazen ervan om na die 6 maanden gewoon verse werklozen op te halen, in plaats van zijn huidige bijstandsgerechtigden een contract te geven? “Niets”, moet de vakbondsman erkennen, “maar daar moet de gemeente wel scherp op letten.” Doorbraak-activisten hebben de bijeenkomst gelukkig wel nuttig kunnen gebruiken. Ze stonden bij de ingang met actieborden, en hebben iedereen een flyer gegeven met ongezouten kritiek op de dwangarbeid en een oproep om contact met Doorbraak op te nemen. Vooraf, in de pauze en na afloop zijn er ook veel kritische gesprekken gevoerd. Dat was voor de activisten inhoudelijk heel wat bevredigender dan het hele officiële programma bij elkaar. Eric Krebbers Noten 1. “Actie tegen de dreigende afschaffing van het minimumloon”, Harry Westerink, 8 september 2011, www.doorbraak.eu. 2. “Ambtenaren straks vervolgd wegens het opleggen van dwangarbeid aan bijstandsgerechtigden?”, Eric Krebbers, 18 februari 2011, www.doorbraak.eu. 3. “17 februari: Doorbraak spreekt zich uit tegen dwangarbeid voor werklozen”, Harry Westerink, 14 februari 2011, www.doorbraak.eu. 4. “Stop de dwangarbeid voor werklozen, ook in Leiden”, Jan-Jaap de Haas, 18 februari 2011, www.doorbraak.eu. 5. “4 maart: bijeenkomst over de strijd van werklozen”, Harry Westerink, 24 februari 2011, www.doorbraak.eu. 6. “Wat doet jouw lokale SP- en GroenLinks-afdeling voor of tegen dwangarbeid voor werklozen?”, Harry Westerink, 2 november 2011, www.doorbraak.eu. 7. “Doorbraak in actie tegen opening Leids dwangarbeidcentrum”, Eric Krebbers, 7 november 2011, www.doorbraak.eu. 8. Zie de reacties onder “Gemeente Leiden steelt van bijstandsgerechtigden om tekorten te dekken”, Harry Westerink, 31 oktober 2011, www.doorbraak.eu. 9. “Cliëntenraad-bijeenkomst blijkt eenrichtingsverkeer van bovenaf”, Harry Westerink, 21 november 2011, www.doorbraak.eu.


Confrontatie tussen activist-dwangarbeider en verantwoordelijk wethouder Jan-Jaap de Haan bij opening van Participatiecentrum.

Dwangarbeid is niet te verkopen Doorbraak is sinds enige tijd in Leiden actief tegen de invoering van dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden. Bij discussies proberen voorstanders de maatregel te rechtvaardigen met een hele reeks argumenten. Hier lees je hoe we de meest gehoorde trachten te weerleggen. 1. Iedereen moet toch werken voor z’n brood, waarom de bijstandsgerechtigden niet? Het gaat erom dat bijstandsgerechtigden voor het werk dat ze krijgen opgelegd, niet het wettelijk minimumloon ontvangen, noch een contract met cao. Ook worden hen de arbeidsrechten onthouden die anderen wel hebben. Daarnaast mogen ze ook niet kiezen welk werk ze willen doen, en dat is een fundamenteel recht. 2. Het gaat toch om werk dat nuttig is voor de samenleving, en dat nu blijft liggen? Als de samenleving dat werk zo belangrijk vindt, waarom wordt er dan geen geld vrij gemaakt om het normaal te belonen? Laten we in plaats van de bijstandsgerechtigden te dwingen tot onbetaalde arbeid, de overheid dwingen om over de brug te komen met geld voor een normaal salaris. 3. Maar het kan nu eenmaal niet anders, want er is onvoldoende geld vanwege de crisis. Nee hoor, er is geld zat in Nederland. Zie ook onze campagne “Waar zit het?”. Al sinds eind jaren 70 zijn de opeenvolgende regeringen bezig de welvaart te herverdelen van beneden naar boven. Ze zijn met andere woorden bezig de rijken rijker te maken en de armen armer. 4. Maar dat is landelijk beleid, daar kan de gemeente niets aan doen. Die krijgt van het rijk onvoldoende geld. De gemeente krijgt minder geld, dat klopt. Maar dat betekent niet dat er dwangarbeid moet worden opgelegd. Dat is een lokale politieke keuze. En die komt voort uit drie behoeften. a. De behoefte bijstandsgerechtigden te disciplineren en gehoorzaam te maken en te houden. b. De behoefte het leven in de bijstand zo onplezierig te maken dat mensen het ontvluchten. c. De behoefte om mensen met een rotbaantje af te schrikken van de strijd voor verbetering van hun loon en werksituatie, door hen bang te maken voor de werkloosheid en bijbehorende dwangarbeid die hun lot kan zijn als dat misloopt. Zo creëert de gemeente voor bedrijven een “goed investeringsklimaat” in de stad. 5. Maar dat werk is toch voor de eigen bestwil van de bijstandsgerechtigden, want hun kansen op de arbeidsmarkt worden door hun ervaring immers vergroot? Het meeste werk waartoe de bijstandsgerechtigden gedwongen worden, draagt niet bij aan vergroting van hun kansen op de arbeidsmarkt. Het gaat veelal om werk dat is blijven liggen nadat de betreffende banen wegbezuinigd waren. Met andere woorden: de banen waar ze ervaring voor opdoen, bestaan nauwelijks meer. Het is veel meer een poging van de overheid om het werk te laten verrichten zonder de lonen te hoeven betalen die men eerder wel voor dat werk kwijt was. Maar er is daarnaast ook opgelegd werk dat volkomen zinloos is, dat geen zinvolle ervaring oplevert en dat alleen dient om de bijstandsgerechtigde gehoorzaamheid op te leggen. 6. Er is een kleine groep mensen die zo’n extra duwtje in de rug nodig heeft. Misschien vinden ze het niet leuk, maar achteraf zullen ze het nut wel inzien. Dat is een paternalistisch standpunt. De meeste mensen willen best werken, maar dan moet het werk wel fatsoenlijk betaald worden, met goede arbeidsomstandigheden en een cao. Het deel van de arbeidsmarkt waar de bijstandsgerechtigden heen

gedirigeerd worden, kent nauwelijks zulke banen. Maar laten we het omdraaien: wij gaan druk uitoefenen op de politiek, de gemeente, de uitvoerende instanties en ambtenaren, en de profiterende bedrijven. Iedereen die medeplichtig is aan de invoering van de dwangarbeid in Nederland krijgt van ons een duwtje in de rug. Misschien vinden ze dat niet leuk, maar achteraf zullen ze het nut wel inzien. 7. Jullie moeten niet neerkijken op het soort werk dat bijstandsgerechtigden aangereikt krijgen. Wanneer het gaat om maatschappelijk zinvol werk niet, nee. Maar we kijken dan ook niet neer op het werk, maar op de lage beloning, die in de dwangarbeid zelfs beneden het wettelijk minimum ligt. En we zijn tegen het regime - zonder arbeidsrechten - waaronder dat werk moet plaatsvinden. 8. Het is voor de bijstandsgerechtigden in ieder geval beter dan thuis te zitten niksen. Veel werklozen hebben ook zonder betaalde baan voldoende te doen. Waarom wordt er gepraat alsof het normaal is om mensen die geen werk kunnen vinden, maar tot van alles te dwingen? Weg met elke vorm van disciplinering van bijstandsgerechtigden. Sowieso hebben we weinig op met het alomtegenwoordige gehamer op het arbeidsethos. 9. Daarbij mogen bijstandsgerechtigden best wat terugdoen voor hun uitkering. Bijstandsgerechtigden willen net als andere mensen graag een bijdrage leveren aan de samenleving en nuttig werk doen, en ze hebben daarbij net als iedereen recht op een inkomen waar normaal van te leven valt. 10. Ach, bijstandsgerechtigden moeten niet zo klagen, het is maar voor een paar weken. Elke minuut die iemand onder het wettelijk minimumloon moet werken, is er een teveel. Het ondergraaft namelijk de arbeidsrechten van iedereen. En daar heeft de arbeidersbeweging hard voor gevochten. Nu moeten we weer strijd leveren om onze rechten terug te veroveren. Daarbij kan de termijn van de gedwongen arbeid tot twee of meer jaar verlengd worden. 11. Maar er zijn bijstandsgerechtigden die hun werk leuk vinden, en die blij zijn dat de gemeente hen die kans geeft. Dat zullen enkelen best zijn, want zinvol werk doen kan een goed gevoel geven. Maar ze worden vast en zeker nog blijer als ze er minstens het minimumloon voor zouden krijgen, en een contract met cao, en arbeidsrechten. 12. Die bedrijven waar de bijstandsgerechtigden gaan werken, moeten gewaardeerd worden, want die steken hun nek uit. Ze creëren banen voor mensen die waarschijnlijk in eerste instantie nog onvoldoende kunnen functioneren. Welnee, het is pure uitbuiting. Gratis arbeidskrachten zonder arbeidsrechten, wat wil je als baas nog meer? Bijstandsgerechtigden worden veelal ingeschakeld bij het meest domme en afstompende werk, waar helemaal niets geleerd wordt, en waar misschien alleen in de eerste minuten nieuwe ervaring wordt opgedaan. De bedrijven pakken het handig aan, want ze kunnen voortaan de ene dwangarbeider omruilen voor de andere. Straks hoeven ze amper nog reguliere banen aan te bieden. 13. De begeleiders van de bijstandsgerechtigden zijn goede mensen, dus zo’n vaart zal het niet lopen. Het persoonlijke karakter van de begeleiders is irrelevant, zeker voor de bijstandsgerechtigde die door hem of haar aan de dwangarbeid wordt gezet. Het gaat om het beleid dat ze moeten uitvoeren. De sfeer en bedrijfsvoering op Sociale Zaken is uiterst competitief. Medewerkers worden

doorbraak.eu

afgerekend op de aantallen bijstandsgerechtigden die ze de uitkering uitgejaagd hebben, of aan de dwangarbeid gezet hebben. En dat heeft zeker gevolgen voor de houding van de medewerkers richting bijstandsgerechtigden. 14. Jullie moeten het geen dwangarbeid noemen, dat is te zwaar. Dat is iets van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog en zo erg is het ook weer niet. Bij dwangarbeid moeten we niet alleen aan concentratie­ kampen te denken. De nazi’s legden daarnaast ook dwangarbeid op aan miljoenen anderen, waaronder meer dan 400 duizend Nederlanders. Aan dwangarbeid deden en doen ook veel andere regimes in de wereld. Het komt nog steeds veel voor, en nu dus ook weer in Nederland. Volgens artikel 4 van het door Nederland ondertekende Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens is er sprake van dwangarbeid als iemand tegen zijn wil aan het werk wordt gezet, met een dreiging van straf. Bijstandsgerechtigden worden bij werkweigering door de gemeente bedreigd met een strafkorting of stopzetting van de uitkering, een regelrechte aanval op de bestaanszekerheid. 15. Maar het is nu eenmaal democratisch zo besloten. Dat er een meerderheid voor is in de Tweede Kamer en de Leidse gemeenteraad, betekent natuurlijk niet dat wij het er dan ook maar mee eens moeten zijn, of het zelfs maar hoeven te accepteren. Het gaat om ons leven en onze bestaanszekerheid, en om die van alle andere mensen die werkloos kunnen raken en terecht kunnen komen onder zo’n regime van dwangarbeid. Wij hebben het recht en de plicht om daartegen in verzet te komen. 16. Maar zo erg zal het niet zijn, want linkse partijen als de SP en de PvdA (in Leiden) en GroenLinks (in Amsterdam) stemmen ook vaak in met de maatregelen. En ook de vakbond kan best leven met zes maanden werken zonder arbeidscontract, zo blijkt. Het is helaas vaak zo dat linkse partijen en de bonden zich geroepen voelen om rechtse maatregelen te steunen en te proberen aan ons te verkopen. Het protest zal dus vooral buitenparlementair van aard moeten zijn, met her en der steun van welwillende linkse partij-activisten. 17. De linkse partijen hebben in Leiden juist geregeld dat de bijstandsgerechtigden maar 24 uur per week hoeven te werken. Met hun uitkering hebben ze dan precies het minimumloon. Probleem opgelost. Nee dus, want een contract met cao ontbreekt, en bij arbeidsconflicten dreigt nog steeds de strafkorting. Ook in Leiden moeten de bijstandsgerechtigden werken onder het dwangregime van Sociale Zaken, zonder reguliere arbeidsrechten. 18. Jullie linkse actievoerders willen gewoon niet werken. Activisten zetten zich met volle overgave en onbezoldigd in voor een betere wereld voor iedereen. Dat is bijzonder zinvol werk! En heel wat menswaardiger dan het verzinnen, uitwerken, invoeren en profiteren van de dwangarbeid van anderen. De meeste deelnemers aan de acties hebben overigens een betaalde baan. Niet dat ze daar allemaal even blij mee zijn, want er zijn veel laagbetaalde shitbanen in Nederland. 19. Het is goed dat jullie kritisch zijn. We zullen nauwlettend gaan volgen of er straks sprake is van misstanden als gedwongen arbeid. Het gaat er niet om op ‘excessen’ te gaan letten. Het hele project van de dwangarbeid is een misstand en moet direct afgeblazen worden. Het is principieel onacceptabel.

13> Eric Krebbers

nummer 13 > december 2011


Foto: Jacob Visser

Foto: Jacob Visser

Doorbraak

Wegpestcentrum Katwijk.

Azc Katwijk: wegpestcentrum voor afgewezen vluchtelingengezinnen met minderjarige kinderen c c c Vervolg van voorpagina In de brief noemt Leers verder het zo spoedig mogelijke vertrek van afgewezen gezinnen “cruciaal” en een “prioriteit”. Enerzijds duidelijk een signaal van de minister aan de PVV dat hij er serieus werk van maakt om zoveel mogelijk mensen uit te zetten. Anderzijds een logisch gevolg van de uitspraak van de rechter. Ze mogen immers niet meer op straat worden gezet, en aangezien veel gezinnen jonge kinderen hebben, zit Leers dus in theorie nog jaren aan hen vast. De afgewezen gezinnen worden daarom speciaal bij elkaar gezet om hun vertrek “intensief te faciliteren” door de IOM en de Dienst Terugkeer en Vertrek. De sobere omstandigheden worden daarbij duidelijk ingezet om het vertrek te bespoedigen. Door het voor de vluchtelingen zo onaangenaam en uitzichtloos mogelijk te maken, wordt voortdurend de boodschap uitgestraald dat ze hun biezen moeten pakken. Deze boodschap wordt er verder ingehamerd door de verplichte wekelijkse gesprekken met de Dienst Terugkeer en Vertrek waarin op hun vertrek wordt aangedrongen.

Voorraadbeheer In oktober kwam het azc Katwijk negatief in het landelijke nieuws. Huisarts Jet Hueting, die er samen met huisarts Irene van Rijn spreekuur houdt, noemde de behandeling van de vluchtelingen “ronduit inhumaan”.5 Ze hekelde op het NOS Nieuws de zo sober mogelijke opvang en het feit dat aan volwassenen alleen medische noodhulp mag worden verstrekt. Voor fysiotherapie komen de bewoners niet in aanmerking. Ook stuit het de artsen tegen de borst dat er bij het COA in verband met het verplaatsen van vluchtelingen over “voorraadbeheerplannen” wordt gesproken. De “voorraadbeheerplannen” voor de zomer van 2011 hielden in dat binnen een maand tijd 400 vluchtelingen werden “uitgeplaatst”. Daarvoor in de plaats kwamen de afgewezen gezinnen terug: in totaal 670 mensen. De abrupte overgang van een algemeen asielzoekerscentrum voor afgewezen vluchtelingen naar een zogenaamde gezins opvang locatie (gol) leidde tot verschillende problemen en wantoestanden. Door de slechte overdracht van gegevens over medische en psychische problemen werd de gezondheid van de vertrekkende en nieuwe vluchtelingen in gevaar gebracht. De bewoners kregen slechts enkele dagen van tevoren bericht over hun verplaatsing, waarna hun bezittingen voor vervoer simpelweg in vuilniszakken werden gepropt. In het journaal werd ook melding gemaakt van de puinhoop op het terrein: gebroken glas en vuil stapelden zich op.

<14

nummer 13 > december 2011

De uitzichtloze, sobere omstandigheden en de in hun ogen ondermaatse zorg deden de huisartsen beslissen om het contract met zorgverzekeraar Menzis en het COA per 1 januari 2012 op te zeggen. Daarmee wilden ze een signaal afgeven dat het zo niet langer kon. Ook Menzis beklaagde zich over het te laat informeren over de veranderingen door het COA, waardoor ze de continuïteit van de zorg niet konden garanderen en bovendien mogelijk te maken zouden krijgen met negatieve publiciteit en imagoschade.6 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) sprak zijn zorg uit, gewaarschuwd door de huisartsen van de Zorgcoöperatie Katwijk en GGD Duin- en Bollenstreek, maar ondernam verder niets. Goede zorg is volgens de inspectie de verantwoordelijkheid van Menzis en het COA. En het COA? Die verwees naar Leers, die echter zijn handen in onschuld waste en naar het COA terugverwees. Daarop besloot het COA tenslotte maar om met een andere zorgverzekeraar in zee te gaan om van het gezeur af te zijn.

Bezoekje Het azc is gelegen in het niemandsland tussen Katwijk en Wassenaar bij de voormalige vliegbasis Valkenburg. Als ik het ruim drie weken na de commotie in de landelijke pers bezoek, is er van de rotzooi op het terrein niet veel meer te zien. Buiten op straat is het tamelijk verlaten. Hier en daar slenteren wat jongeren rond. De meeste kinderen lopen of spelen buiten het terrein zelf. Ik groet af en toe wat mensen. Ze kijken een beetje vreemd op, want er komt verder natuurlijk vrijwel nooit iemand op het afgelegen centrum. Ik loop ongehinderd door de bewaking een van de gebouwen binnen, ga de trap op en maak wat foto’s. Dan gaat er opeens een alarm af. Even later komt er een medewerker de trap op gestormd. Ik ga er vanuit dat mijn bezoek hier eindigt. Maar het blijkt een brandalarm, en het geschrokken gezicht van de medewerker suggereert dat hij het alarm serieus neemt. Het is gelukkig loos alarm en ik vervolg mijn weg. Ik maak buiten nog een kort praatje en schiet wat foto’s. Ik omzeil de bewaking weer om vervolgens weer buiten het terrein nog wat foto’s van de voorkant te maken. Terwijl ik daarmee bezig ben, komt een van de bewakers alsnog verhaal halen. Hij beklaagt zich over de negatieve publiciteit van de afgelopen weken. Dat die aandacht heeft geleid tot nervositeit bij de medewerkers, blijkt later ook als ik een van hen aan de lijn heb voor informatie over de azc-school. Veel krijg ik niet van hem los, maar uit een artikel in het Noord Hollands Dagblad blijkt dat er

doorbraak.eu

wel het een en ander mis kan zijn met het onderwijs.7 Daarin klaagt een meisje over de geringe hoeveelheid les die ze kreeg en over de gespannen sfeer die er heerst op de school. Ik loop weer terug naar de lange weg tussen Katwijk en Wassenaar. Bij de bushalte zie ik een groepje jongeren van het azc op de fiets richting Katwijk vertrekken. Ze gaan niet naar school, want veel middelbare scholen in Katwijk willen de afgewezen jongeren niet meer aannemen omdat ze toch niet lang zouden kunnen blijven.8 Na een tijdje komt er een vrouw met een klein kind vanaf het azc aangewandeld. Ze is uit Burundi afkomstig en blijkt alleenstaand. Ze woont al vijf jaar in Nederland en spreekt goed Nederlands. Ze vertelt me dat ze in Rotterdam en Tilburg heeft gewoond en met succes een inburgeringscursus heeft gevolgd. Ze had zich helemaal ingesteld op een leven in Nederland, totdat ze door de vreemdelingenpolitie werd opgepakt. Nu ziet ze geen toekomst meer. Terug naar Burundi waar ze niemand kent, is geen optie. Dat het daar veilig zou zijn, kan alleen maar gezegd worden door mensen die zelf geen oorlog hebben meegemaakt en niet weten waar ze het over hebben. Het verdriet en onbegrip over de houding van de Nederlandse overheid is tastbaar. “Maar ja”, zegt ze tenslotte gelaten, “zo is Nederland”. Jacob Visser Noten 1. “Antwoorden op Kamervragen over de uitspraak Gerechtshof Den Haag”, www.rijksoverheid.nl. 2. “Brief aan de Tweede Kamer over uitspraak Gerechtshof Den Haag”, www.rijksoverheid.nl. 3. “Eerst wordt de asielzoeker bang gemaakt”, Rob Pietersen, www.inlia.nl. 4. “Sober onderdak voor afgewezen asielzoekers met kinderen”, www.rijksoverheid.nl. 5. “Opvang uitgeprocedeerde gezinnen inhumaan”, Reinalda Start, www.nos.nl. 6. Brief Menzis aan COA, in: “Opvang uitgeprocedeerde gezinnen inhumaan”, Reinalda Start, www.nos.nl. 7. “Liever op straat dan terug naar Katwijk”, www.noordhollandsdagblad.nl. 8. “Actievoerders voor Jossef boos om situatie in azc Katwijk”, www.noordhollandsdagblad.nl.

Doorbraak is een linkse basisorganisatie die strijdt voor een ecologisch duurzame wereld zonder uitbuiting, onderdrukking en uitsluiting. Daarom vechten we van onderop tegen het kapitalisme, het patriarchaat, racisme, nationalisme, religieus fundamentalisme en militarisme. Doorbraak is een gezamenlijk initiatief van zogenaamde “allochtonen” en “autochtonen”, juist om het denken in zulke etnische verdelingen te doorbreken. Doorbraak wil af van de gecreëerde scheidslijnen en streeft naar een rechtvaardiger wereld. Hoe die er precies uit moet gaan zien? En hoe we daar willen komen? Dat willen we gaandeweg en samen met anderen bedenken en bevechten. Daarbij halen wij onze inspiratie uit de strijdbare traditie van socialistische bewegingen. Doorbraak staat daarbij symbool voor de wens om vastgeroeste indelingen in allerlei hokjes te doorbreken. Klinkt dat goed? Heb je interesse? Wil je meedoen? Bel of mail ons dan gerust.

Adres Website: www.doorbraak.eu Facebook: www.facebook.com/doorbraak Twitter: twitter.com/doorbraakeu Mail: doorbraak@doorbraak.eu Adres: Postbus 901, 7400 AX Deventer Telefoon: 06 4120 6167 Giro: 33.89.627, t.n.v. Doorbraak.eu, Deventer

Lokale contacten amersfoort@doorbraak.eu amsterdam@doorbraak.eu arnhem@doorbraak.eu denhaag@doorbraak.eu deventer@doorbraak.eu enschede@doorbraak.eu haarlem@doorbraak.eu leeuwarden@doorbraak.eu leiden@doorbraak.eu nijmegen@doorbraak.eu oss@doorbraak.eu rotterdam@doorbraak.eu utrecht@doorbraak.eu wageningen@doorbraak.eu

Krant De Doorbraak-krant verschijnt twee­ maandelijks en wordt uitgegeven door stichting Gebladerte, www.gebladerte.nl. Abonnee worden? Maak 25 euro over op giro 95225 t.n.v. stichting Gebladerte te Leiden o.v.v. “abonnee”. Vermeld duidelijk je adres. Minima kunnen volstaan met 13 euro. Losse nummers kosten 3 euro. Lay-out: Zwart op Wit, Delft Drukkerij: Albani, Den Haag ISSN: 1877-8186

Mail-lijst Wil je in de tussentijd op de hoogte blijven van Doorbraak-activiteiten? Mail dan “Doorbraak Info” naar doorbraak@doorbraak.eu.


Doorbraak # 13