Page 1

Vlaanderen 118de jaargang | jan. - febr. 2014 | tweemaandelijks tijdschrift voor de beweging rond Don Bosco | Kantoor van afgifte: 3000 Leuven mail | P209042

1

Aan de pomp


Hoofdredacteur

Steven Pinnoo

Adviesraad

R. Burggraeve H. Cauwenberghs A. De Cocker M. Den Haerynck D. Deraeve E. De Ridder E. Haelvoet B. Hoogwijs D. Schoofs F. Vanspauwen S. Veulemans

Een salesiaanse Een

kijk

op de wereld op de salesiaanse wereld

inhoud

Ingeblikt

3

“Ik ben er toch?!”

4

Eindredactie en redactieadres

Mark Den Haerynck Stationsstraat 87 3150 Haacht dbsocom@donbosco.be

Adreswijziging

Don Bosco Vlaanderen Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel centrale.propaganda@donbosco.be

Verantwoordelijke uitgever

Mark Tips, provinciaal Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel mark.tips@donbosco.be

Bouwen aan Afrikaanse ‘vriendschap’ (Johan Van Wassenhove)

6

Ga naar de bron

8

Het doorbreken van de conflictcirkel

9

Citaat

10

Een beetje Indiase warmte in België

11

Drukkerij Van der Poorten nv Kessel-Lo

Voetbal met een missie

12

De bijdragen verschijnen onder de verantwoordelijkheid van de auteur.

Wie betaalt het gelach? –

Lay-out en druk

Uw persoonlijke gegevens zijn voor u ter inzage. Ze worden nooit aan derden doorgegeven en dienen enkel voor de verzending van Don Bosco Vlaanderen. In Vlaanderen: www.donbosco.be www.zustersvandonbosco.be In de wereld: www.sdb.org www.cgfmanet.org Don Bosco Vlaanderen is een gratis blad. Giften zijn daarom steeds welkom op het onderstaande adres en rekeningnummer, met vermelding van ‘Don Bosco Vlaanderen’: Don Bosco Centrale vzw Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel Tel. 02 771 21 00 IBAN: BE27 4272 1008 4573 BIC: KREDBEBB

Over humor tussen de schoolmuren

14

(B)Engeltje?!?

16

Heropbouw Filipijnen – een stand van zaken

17

Bewogen om jonge mensen (Jacky Van Dijck)

18

De Boekenplank

20

In memoriam

21

Groene heuvels voor het zwarte schaap?

22

Ruggespraak

24 Foto voorpagina: Sxc


Tekst: Steven Pinnoo Foto: Sxc

Een doodgewone waterpomp, meer was het niet. Een ontmoetingsplaats ook, waarrond de ‘jongens van Don Bosco’ vaak rondhingen. Maar voor ieder die in Don Bosco’s spoor wil leven is deze pomp hét symbool geworden van de geest die hem bezielde. Want als iemand hem vroeg hoe hij hem het best kon navolgen, dan antwoordde hij steevast: “Loop naar de pomp!” Naar de pomp, waar je mijn jongeren écht kunt ontmoeten, waar je hun echte leven kunt delen, hun nabij kunt zijn in het leven van alledag. Naar de pomp, waar je in de ontmoeting met jongeren en gewone mensen ook God zelf kunt ontmoeten. Ik durf vermoeden dat Don Bosco hoopte dat – zoals zo vaak in de Bijbel – de waterput of de ‘pomp’ de plaats zou zijn waar God iets nieuws begint met mensen, de plaats waar onverwachts nieuwe horizonten oplichten.

| INGEBLIKT

In dit nieuwe jaar 2014 wil heel de Don Boscofamilie wat bewuster stilstaan bij de spirituele ervaring van Giovanni Bosco. Ook in Don Bosco Vlaanderen willen we ons laten raken door de diepe bron van zijn bewogenheid, van zijn zorg voor mensen, zijn aandacht voor de meest kansarmen. We willen ontdekken wat er te beleven valt ‘aan de pomp’ van óns leven. Welke zijn de bronnen die ons engagement in Don Bosco’s spoor gaande houden? Is de ontmoeting met anderen – en zeker ook met ‘onze’ jongeren – ook voor ons de plaats waar we God mogen ontdekken of toch zeker vermoeden? Misschien ontdekken we de uitdaging om zelf ook een ‘pomp’ te zijn, die mensen optilt die elders telkens opnieuw worden neergehaald. Vandaar ook de diepste nieuwjaarswens van Don Bosco Vlaanderen: dat wij – in het spoor van Don Bosco – durven geloven dat God ook voor onze beweging in Vlaanderen anno 2014 iets nieuws in het verschiet stelt… Van ganser harte: loop naar de pomp!

Aan de pomp

3


PIT IN ‘T KLOKHUIS | Tekst: Roger Burggraeve en Steven Pinnoo Foto: MorgueFile Pittige Bijbelverhalen voor gezinnen vandaag

Wanneer God ons te binnen schiet Misschien valt het niet op, maar God komt vaak haast sluipend ter sprake in ons leven – en dat op de meest indringende momenten. Wie heeft nooit ‘O God…’ gestameld bij een overlijden, of juist bij een geboorte? Of ‘God nog aan toe!’ geroepen bij een grote verrassing? Op die momenten staat God er niet bij als een verwachte genodigde, maar stapt Hij plots door de achterdeur ons leven binnen. Waar het er echt toe doet in het leven, schiet Hij ons als het ware te binnen. Dit is ook een groot vertrekpunt in de Bijbel: God is een verhaal. Ook de Bijbelse auteurs wisten het, al zo lang geleden: God duikt pas op in menselijke verhalen. We ontmoeten er een God die niet de slotsom is van een grote redenering, maar die in het wel en wee van mensen tot leven komt.

Vallen, neerslaan en weer doorgaan Om dit dik in de verf te zetten laat God zich in de Bijbel niet ten diepste kennen aan een grote geleerde, maar aan iemand met een heel bewogen leven: Mozes. Hij wordt voorgesteld als iemand die het leven kent, met toppen en dalen, met vallen en opstaan. Iemand die daarin ook herkenbaar is voor ieder die lééft… Het begin van Mozes’ verhaal leest als een sprookje, over de vondeling die – ‘God weet hoe’ – gered wordt door de dochter van de farao. Zoals vele sprookjes is het eigenlijk een heel ernstig verhaal over een bedreigd bestaan. Maar de Egyptische prinses krijgt medelijden en adopteert Mozes. Medelijden – een ervaring die vaak in de Bijbel opduikt om God ter sprake te brengen. Door de getroffen regeling wordt Mozes door zijn eigen moeder gezoogd, zodat hij weet waar hij vandaan komt, maar hij wordt wel Egyptenaar, en later zelfs onderkoning. Wanneer Mozes toezicht houdt over de ‘werken’ van de farao wordt hij kwaad wanneer hij een Egyptische opzichter een Israëliet ziet afranselen. Hij koelt het vuur van zijn woede door de man dood te slaan, maar wil dit achteraf verborgen houden, uit vrees voor zijn eigen leven. Hoe herkenbaar! De moord op de Egyptenaar komt echter uit, en Mozes slaat op de vlucht naar het oosten, 4

Dat de Bijbel heel wat aan inspiratie te bieden heeft voor gezinnen, opvoeders en jongeren vandaag, daarvan is Roger Burggraeve sdb rotsvast overtuigd. Want we lezen er fundamentele teksten over de vragen waar mensen ook vandaag mee worstelen. In deze rubriek ‘ontbolsteren’ we enkele van de meest markante Bijbelverhalen en halen er pit uit voor ons leven vandaag. In deze eerste bijdrage gaan we dadelijk tot de kern: “Wie is God voor mij vandaag?” En daarbij luisteren we naar het aanstekelijke verhaal van Mozes…

“Ik ben er toch?!” Telkens als Gods naam in de Bijbel opduikt, is dat om mensen ‘aan te steken’.


naar de woestijn van Midjan – op naar een volgende wending in zijn leven.

Het verleden achter zich laten In Midjan maakt Mozes een nieuw begin, als een verloren iemand. Zoals zovelen moet hij elders als een nieuwe mens herbeginnen… Hij vindt – aan de waterput! – een vrouw, treedt toe tot een nieuwe familie, krijgt een zoon – en met dit alles ook een nieuwe identiteit, noch Egyptenaar, noch Hebreeër: hij is zijn eerste én zijn tweede verleden kwijt. Hij is een ‘volledig geïntegreerde vreemdeling’, en het verleden gaat hem niet meer aan. Hij wordt goed in het vergeten. Maar het vuur smeult nog onder de as…

Oplaaiend vuur Met de schapen rondtrekkend in de woestijn maakt Mozes iets bijzonders mee. Het verhaal is de geschiedenis ingegaan als ‘het brandend braambos’, over een doornstruik die in lichterlaaie staat – zoals Mozes zelf ook al eens in vuur en vlam heeft gestaan… In zijn nieuwsgierigheid is Mozes zoals wij allemaal: hij wil dat gaan onderzoeken, en wordt daarin een tikkeltje onbeschaamd. Maar dan wordt hij persoonlijk aangesproken door de engel: hij mag niet zomaar naderen, niet onbeschaamd zijn, maar moet zijn nieuwsgierigheid bedwingen. Pas daarna komt de Heer aan het woord. God herinnert Mozes eerst aan zijn verleden: “Ik heb de ellende gezien.” Hij duikt op in het verhaal van Mozes omdat hij een betrokken, ‘verbonden’ Iemand is. Hij toont hoe Hij aangedaan is door wat zijn volk overkomt, en zet zo ook Mozes in vuur en vlam: hij moet zijn onverschilligheid laten varen en zijn volk uit Egypte weghalen.

“Ik ben er toch?!” De verhouding die ontstaat tussen God en Mozes wordt in de Bijbel op een zeer menselijke manier voorgesteld, met alle bijbehorende twijfels en discussies. We lezen hoe Mozes protesteert tegen deze ‘mission impossible’, zelfs wanneer God hem meerdere steunmiddelen belooft. Hij stelt zich zeer fundamentele vragen: is de ‘God van de vaderen’ ons vergeten? Is Hij voor ons ook een ‘God van de toekomst’? Met een zekere wrevel omdat Hij zich opnieuw moet legitimeren geeft God nu zijn diepste wezen prijs…

God wordt in de Bijbel wel zeer ‘menselijk’ voorgesteld, zoals bij een papa en zijn kind, haast om zijn steunende nabijheid te onderstrepen. Gods antwoord is haast onmogelijk te vertalen, maar is de geschiedenis ingegaan als: “Ik ben die ben.” Maar wat Hij wil zeggen is: “Wees maar gerust, Ik ga zelf mee” – of nog: “Ik ben er toch?!” Hier wordt God in de Bijbel wel zeer ‘menselijk’ voorgesteld, zoals bij een papa en zijn kind, haast om zijn steunende nabijheid te onderstrepen. Hij duikt in een menselijk verhaal op als degene die helemaal begaan is met zijn schepping en zijn uitverkoren volk, en die dit zelfs als zijn meest ‘intieme’ naam openbaart. Bij alle protesten en twijfels van Mozes keert dit in het verhaal terug: “Ik zal u bijstaan.” En het blijft in heel de Bijbel fundamenteel voor de religieuze ervaring – er is Iemand die je zegt: “Wees maar niet benauwd, Ik zal met je meegaan, Ik zal er zijn voor jou.” Tegelijk is deze aanwezigheid niet vrijblijvend, maar schuilt er de opdracht in om zelf ook begaan te zijn, ‘in vuur en vlam te staan’ voor wie aan mij is toevertrouwd. Ik krijg de uitdaging om zelf ook een beetje God te zijn – “ik zal er zijn” – voor de andere!

God als aansteker… Wanneer je kind zich pijn heeft gedaan, of wanneer het problemen met wiskunde heeft, dan zeg je als ouder toch: “Ik zal je wel helpen…”? En wanneer het bang is om op iemand toe te stappen, dan zeg je: “Ik ben er toch?! Ik zal wel met je meegaan.” Want je bent begaan met je kind. Het is juist dít vuur dat God in ons wil wekken. Mozes’ verhaal toont ons hoe God een ‘aansteker’ wil zijn. Mozes wordt ‘aangestoken’, ondanks alles. Hij wordt wakker van wat zijn echte levensbestemming is, van de identiteit die hij zelf vergeten was, maar God niet. Telkens als God in de Bijbel ter sprake komt, is het in zo’n context: Gods naam duikt erin op om mensen ‘aan te steken’. Zo willen we dan ook de Bijbelverhalen lezen: als ‘goddelijke vonken’, als voorbeelden die je op je eigen levenservaringen kunt leggen om zo te ontdekken dat God liefde is en ook jou wil ‘aansteken’. Iemand die met je meegaat door het leven – “Ik ben er toch?!” 5


TE GAST | Tekst: Steven Pinnoo Foto: Johan Van Wassenhove DBV plaatst iets of iemand voor het voetlicht Don Bosco kent vele gezichten, ook in Vlaanderen. Soms zijn een aantal van die ‘gezichten’ verenigd in één persoon. Zo ook bij Johan Van Wassenhove, leraar hout en bouw in Sint-Denijs-Westrem, diaken en voortrekker van de bouwkampen van Don Bosco Vlaanderen in Afrika.

Vruchtbaar in engagement

Johan wil mensen warm De lezer die ooit het landelijke Meigem maken om iets te doen voor de heeft doorkruist, zal dit dorp vermoedemedemens, ook voor degene lijk als een oase van rust bestempelen. Wie er echter aanbelt bij Johan Van Wasdie zo anders lijkt. senhove en zijn echtgenote Katrien, zal al snel merken hoe bedrieglijk die indruk is: het is een huis dat bruist van leven en engagement. Deze sociale bewogenheid heeft Johan niet ver hoeven te zoeken. Geboren in een zeer geëngageerd gezin van zelfstandigen, kon hij zich in zijn jonge jaren volledig uitleven in de jeugdbeweging, eerst bij de KSA, nadien bij de KLJ. Als jongvolwassene leerde hij dat het leven soms grote omwentelingen kent… Het vroegtijdige overlijden van vader bracht grote veranderingen in het gezin. Enkele jaren later huwde hij met Katrien en begonnen zij samen aan hun weg te timmeren. Het koppel kreeg geen kinderen, maar beiden maken hun den is, die les weet te geven en lijnen weet te trekken, liefde vruchtbaar in hun inzet voor anderen. maar die ook tips weet te geven en naar het verhaal Over bouwen, chocolade en Don Bosco van zijn ‘gasten’ luistert. Iemand die Don Bosco’s ‘amoBehalve door het contact met mensen werd Johan altijd revolezza’, zijn warme genegenheid voor de jongeren al aangetrokken door de sector van bouw en hout. Hij hart en vooral ook handen geeft. Iemand die zelf van behaalde hierin ook zijn graduaatdiploma, ging aan de uitdagingen houdt en door weddenschappen ook zijn slag in de wegenbouw en werd er werfleider. Het werk leerlingen ertoe aanzet zichzelf te overstijgen – en de en het contact met de collega’s bevielen hem uitstegewonnen chocolade daarna met de hele groep te verkend, maar de economisch moeilijke omstandigheden orberen! in de sector begonnen zwaar door te wegen. Johan begon uit te kijken naar iets anders, en zijn Bouwen in het Swahili oog viel op een vacature voor leerkracht bouw in SintHet woord ‘uitdaging’ kreeg voor Johan een nieuwe Denijs-Westrem. Hij solliciteerde, werd aangeworven, invulling toen hij, tijdens een reis naar Zuid-Afrika, ontdekte hoeveel hij vanuit zijn vakbekwaamheid aan en er ging een heel nieuwe wereld voor hem open… jongeren in Afrika zou kunnen bijbrengen. In 2003 Don Bosco was voor Johan in die tijd nog zo goed als leerde hij bij Don Bosco Urafiki kennen – ‘vriendschap’ onbekend. Tegelijk met zijn eerste stappen in de onderin het Swahili – de salesiaanse organisatie voor bouwwijswereld leerde hij in Sint-Denijs ook de ‘salesiaanse kampen, vooral in Kenia en Tanzania. Sindsdien trekt aanpak’ kennen, en – zoals nog wel eens durft te gehij ieder jaar in de zomer met een vijftiental jongeren beuren – hij werd door die microbe gebeten. Hij werd naar Afrika om er gedurende vijf weken te gaan boueen leerkracht die altijd bij zijn leerlingen terug te vin-

Bouwen aan ‘vriend

6


Een bouwkamp heeft niet alleen een enorme pedagogische waarde, zowel voor de Vlaamse als de Afrikaanse jongeren, het gaat ook om echt ‘bouwen’.

en Tanzania om daar het leerproces in drie technische scholen voor te bereiden en op te starten. Na zijn terugkomst staat hem nog een cursus Swahili gepland – want sociaal als hij is, staat Johan het liefst in contact met de mensen ter plaatse zelf.

Het huis op de rots

Afrikaanse schap’ wen. In 2006 ging hij in op de vraag van de provinciaal om verantwoordelijke te worden voor het project, dat intussen ‘Mondi Build’ heet omdat ook buiten Afrika kampen worden georganiseerd. Een bouwkamp is een kans om ter plaatse nieuwe bouwtechnieken aan te leren, of jongeren ervaring te laten opdoen met een nieuwe technologie om zelf stenen te maken. Maar het heeft niet alleen een enorme pedagogische waarde, zowel voor de Vlaamse als de Afrikaanse jongeren, het gaat ook om echt ‘bouwen’: dit jaar werd er ongeveer 900 m2 bebouwd! En sinds dit jaar wordt het bouwkamp van de jongeren nog gevolgd door een groep volwassen bouwkampers: de Urafiki +. Om het bouwproces zo goed mogelijk te laten verlopen is veel vakkennis en ook tijd vereist. Om zich hier volledig op te kunnen toeleggen heeft Johan dit jaar een jaar verlof zonder wedde genomen. In voorbereiding op het bouwkamp staat hij in contact met de Gentse universiteit om allerlei nieuwe technieken op punt te stellen. En vanaf de kerstvakantie trekt hij naar Kenia

Door deze inzet moet Johan nu wel een jaar zonder salaris de eindjes aan elkaar zien te knopen – zonder duidelijk te weten hoe dit gaat lukken. Zijn inspiratie haalt hij zonder meer van Don Bosco, die ook oog had voor de bestaande noden, zich engageerde zonder zekerheid van succes en pas later wakker lag van het inzamelen van de benodigde middelen. En uiteraard zou hij dit niet kunnen zonder de steun van zijn Katrien, die zich zelf inzet als parochieassistente en ook Johan waardeert en aanmoedigt in zijn engagement – ze trok ook tweemaal mee op bouwkamp. Als geen ander kan Johan de waarheid van de parabel beamen dat je een huis niet mag bouwen op het zand, maar op de rots. Ook zijn veelzijdige engagement rust op een stevige fundering: het leren kennen van de beweging rond Don Bosco, de groeiende bewondering voor de salesianen, de keuze om zich met zijn vakbekwaamheid ook in Afrika in te zetten – uiteindelijk ook een diepgeworteld christelijk geloof. Dit alles heeft mee een rol gespeeld in Johans roeping om diaken te worden. In 2004 werd hij tot diaken gewijd; het geld dat in de dankviering werd ingezameld, is hij persoonlijk in Kenia gaan afgeven. Als diaken wil hij vooral gewoon te midden van de mensen staan, vooral ook bij jongeren, met veel aandacht voor de ‘kleine’ dingen. Hij wil hen warm maken om iets te doen voor de medemens, ook voor degene die zo anders lijkt – met de nodige uitdagingen, maar even zoveel kansen. Voor zijn verdere tocht zwaait Don Bosco Vlaanderen hem uit met een hartelijk ‘safari njema’ – “Goede reis!” 7


UITGELEZEN | Tekst: Piet Stienaers Foto: Eindredactie

Daar (dicht bij het dorp Sichar) bevond zich de bron van Jakob, en vermoeid van de tocht ging Jezus zomaar bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten, zei Jezus tot haar: “Geef Mij te drinken.”… De Samaritaanse zei tot Hem: “Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?” (Joh 4,1-42)

Hoe vaak gebeurt het dat je op de trein zit of in een autobus, of in de wachtzaal van de dokter of in de lift in het ziekenhuis en er wordt geen woord gezegd. Iedereen kijkt wat verveeld door het venster of naar de voorbijflitsende lichtjes van de respectieve verdiepingen, of bladert in een vergeeld tijdschrift in de wachtzaal van de dokter in de hoop dat die vervelende stilte niet te lang duurt. Je voelt je daar niet goed bij. Maar zo gebeurt het.

Had Jezus zich zo ook gedragen aan de bron bij Sichar, dan was er geen verhaal van de Samaritaanse geweest. We hadden nooit in het hart van deze vrouw kunnen kijken. We hadden geen kennis genomen van de wijsheid van Jezus’ woorden die Hij daar gesproken heeft. We hadden niet vernomen dat we God in ‘geest en waarheid kunnen aanbidden’ en dat bidden niet dient te gebeuren in tempels of kerken, maar ook kan in het diepste van ons hart. Naast die eigen inhoud en boodschap leert het verhaal van de Samaritaanse ons ook dat er zoveel kansen van ontmoeting en menselijkheid, van troost en bemoediging verloren gaan in het dagelijkse leven. Of het nu gaat om eenvoudig menselijk contact of om een grondige pastorale ontmoeting, ze worden mensen niet in de schoot geworpen. Ze groeien maar wanneer iemand een visje uitwerpt of een stap zet. Wanneer iemand initiatief neemt. Wanneer men niet in zijn schulp blijft zitten.

Ouders vinden dat ze eens ernstig met hun dochter moeten praten, geliefden zouden eens over hun liefde willen spreken, collega’s over hun gezamenlijk werk. Ze draaien al dagen rond, wachten op de goede gelegenheid. De gelegenheid dient zich vaak genoeg aan, maar het eerste woord moet gesproken worden. De liefde en aandacht moeten groot genoeg zijn om de stap te zetten. De zorg om de Samaritaanse – een eenzame vrouw die alleen, niet samen met de andere vrouwen van het dorp naar de put kwam – deed Jezus vragen: “Geef Mij te drinken.” De omstandigheden waren niet ideaal. Een Jood vraagt immers geen hulp aan een Samaritaan, zeker niet aan een vrouw. Die vrouw weet het ook. Ze is dus helemaal niet gewillig: “Hoe kunt Gij als Jood aan mij te drinken vragen?” Toch deed Jezus het. Omdat Hij ook deze vrouw leven wilde geven. Hij wilde haar ontmoeten op haar eigen terrein, in haar eigen leefwereld. Hij sprak haar niet aan in de synagoge, maar daar waar ze haar dagelijks leven vorm gaf: aan de waterput. Wil je mensen leven geven, doe zoals Jezus. Stap in het leven van je kind, je partner, je collega zoals Jezus in het leven van de Samaritaanse stapte door haar naar water te vragen. Dan komt het gesprek dat leven geeft vanzelf. “Loop naar de pomp”, zei Don Bosco. Daar leg je contact met de jongeren.

Ga naar de bron 8


Tekst en figuur: Wim Hanssens

| GROEIRUIMTE BIJ CRISIS

Groeien naar een conflictpositieve omgeving

Het doorbreken van de conflictcirkel Als uitgangspunt voor dit artikel wil ik de vraag voorleggen of we nog met verwondering naar problematisch en/of (zelf)destructief gedrag kunnen kijken en nog in steun willen gaan staan. Het lijkt evident, maar is het niet. Hiervoor moeten we immers tegen de trend ingaan om (grensoverschrijdend) gedrag af te wegen tegen ‘de normaliteit’, dit te beoordelen, te etiketteren en te medicaliseren. Hij heeft ADHD, zij lijdt aan ASS, kampt met ODD, OCD, leeft in een POS, worstelt met een gedragsstoornis, hechtingsstoornis, emotionele stoornis… “De problemen die sommige jongeren veroorzaken zijn immers niet de oorzaken van hun problemen!” (Nicholas Long) Tijdens een herfstwandeling langs een rivier kruiste ik laatst een gezin. Eén van hun kinderen rende van steen naar steen, schaterde bij elke glijbeweging en leek niet gehinderd door enige angst, enig besef van gevaar, noch door de richtlijnen en de met humor overgoten tips van de ouders. Toen ik een opmerking maakte over zoveel speelsheid vertelde de vader trots dat zijn zoon, Robert, pas vier jaar geworden was, waarna Robert zich bulderend van het lachen op zijn rug in het mos liet vallen. Kunnen we van dit tafereel nog dankbaar genieten zonder te denken aan mogelijke oorzaken zoals…? Jongeren stellen soms negatief gedrag. Het is echter mijn overtuiging dat vrijwel geen enkele jongere intentioneel negatief gedrag stelt tenzij als ‘noodkreet’, een ‘passage à l’acte’, om uitdrukking te geven aan pijn, verdriet, angst, frustratie… Vanuit dit uitgangspunt is het voor mij vanzelfsprekend om, in een crisis, sociale en emotionele steun aan te bieden, veeleer dan te sanctioneren. Steun aanbieden is, in dialoog met de jongere, zoeken naar de oorzaken achter het negatief gedrag. De eerste stap is inzicht bijbrengen in het conflict (zie figuur), om dan, vanuit het INZICHT, samen te groeien naar alternatief gedrag. Zo kan bijvoorbeeld een eenvoudige

gebeurtenis stress uitlokken bij de jongere en verbinding maken met zijn/haar persoonlijke bagage. Irrationele gedachten, zoals “iedereen is tegen mij”, “niemand begrijpt mij”, kunnen hierdoor bij de jongere naar boven komen. Deze gedachten wakkeren op hun beurt intense gevoelens op (zoals angst, boosheid) die op hun beurt de drijfveer zijn voor onaangepast gedrag (schreeuwen, krassen, enz.). Dit onaangepaste gedrag kan op zijn beurt een bron van stress zijn voor volwassenen of leeftijdsgenoten. Hun reactie op het gedrag van de jongere kan op zijn beurt het stressniveau van de jongere beïnvloeden. Vooral negatieve reacties (dreigen, schreeuwen…) verhogen de stress bij de jongere en kunnen ervoor zorgen dat het conflict escaleert tot een crisis. Iedereen begrijpt het uitzichtloze van deze cirkel. Bij het doorbreken van de conflictcirkel hebben we aandacht voor de oorzaak van de stress, kijken we door ‘de bril’ van de jongere, voegen we woorden toe aan de gedachten en gevoelens die deze stress bij de jongere oproept, én zoeken we in dialoog alternatieven om met deze gedachten en gevoelens in de toekomst om te gaan. Voor meer informatie: http://www.dbgroenveld.be/stappenplan-lsci/ http://www.dbgroenveld.be/lsci/ 9


“Hou van datgene waarvan je jongeren houden, en zij zullen ook gaan houden van datgene waarvan jij houdt.”

Voor Don Bosco moet de opvoeder daar te vinden zijn waar de jongeren te vinden zijn: aan de ‘pomp’. Door op een geïnteresseerde en speelse manier contact met hen te zoeken, kan het vertrouwen gaandeweg groeien. Dat vertrouwen vormt de basis van elke opvoeding. Daarom schrijft Don Bosco aan zijn opvoeders: “Als je meedoet met de zaken die de jongeren leuk vinden en met hen meegaat in wat hen interesseert, gaan zij ook mee in zaken die ze van nature niet graag doen, zoals discipline, studie, zelfbeheersing.”

10


Tekst: Bram Reekmans Foto: Eindredactie

| EEN WOORD WAARD

De moeite waard om ter sprake te brengen

Een beetje Indiase warmte in België India is de laatste tijd niet weg te slaan uit de media. Van de vijftienjarige Giel die er naar een boeddhistisch klooster trok tot het internationale kunstenfestival Europalia met zijn grote tentoonstelling in de Brusselse Bozar. Twee Belgische middelbare scholen hebben een speciale band met het land. In het kader van Schoolto-School (s2s), het educatief uitwisselingsproject van VIA Don Bosco, zijn Don Bosco Haacht en het Lutgardiscollege uit Oudergem een partnerschap aangegaan met twee Don Boscoscholen uit Chennai en Puducherry, grote steden in de zuidoostelijke deelstaat Tamil Nadu. In 2012 trokken zes Belgische leerkrachten naar India om er kennis te maken met hun partnerschool en de Indiase cultuur. Dit was het startschot van s2s België–India, waarna vorig schooljaar al enkele uitwisselingsactiviteiten plaatsvonden tussen de scholen. Dit jaar, in september, was het de beurt aan de Indiase collega’s om de reis te ondernemen. Gedurende tien dagen waren verschillende leerkrachten in België te gast.

Kleurrijke sari’s Het zouden tien dagen vol verwondering, humor en ontdekking worden. Tijdens een bezoek aan Don Bosco Haacht trokken vooral de leerkrachten Ursula en Fathima met hun kleurrijke sari’s de aandacht van de leerlingen. De initiële schroom van de jongeren maakte snel plaats voor nieuwsgierigheid en een spervuur aan vragen. Precies dit is het opzet van het project: een kader creëren waar leerlingen en leerkrachten van scholen in Noord én Zuid met elkaar in contact kunnen treden, van elkaar en over elkaar kunnen leren.

Een unieke ervaring voor scholen Tijdens het bezoek van de Indiase delegatie wisselden de leerkrachten uitgebreid van gedachten over toekomstige activiteiten. De vier scholen zetten samen alvast een reeks uitwisselingsactiviteiten op poten: een lessenreeks over het dagelijkse leven van jongeren in beide culturen, en één over waarden en normen, een biologische studie van de bodem in Puducherry in de les aardrijkskunde, kerstkaarten naar elkaar sturen, enzovoort. De mogelijkheden zijn legio, het is nu aan de betrokken leerkrachten en scholieren om de weg verder uit te stippelen. Met dit bezoek is het partnerschap voor alle betrokkenen veel tastbaarder geworden. Een goede voedingsbodem voor nog vele boeiende jaren waarin leerlingen, zowel hier als in India, via s2s uitgroeien tot echte wereldburgers.

School-to-School (s2s) S2S is een partnerschap tussen een school in België en een school in het Zuiden. De scholen bouwen activiteiten uit rond gemeenschappelijke thema’s en doelen. Het lerende aspect staat centraal. Het doel van s2s is dat leerlingen, leerkrachten en directieleden van scholen uit het Noorden en het Zuiden dankzij dialoog en gezamenlijke actie een realistisch beeld krijgen van elkaars leefwereld en leren omgaan met cultuurverschillen. Hierdoor worden aan beide kanten vooroordelen doorprikt en ontstaan wederzijds begrip en respect. 11


GENEGEN.BE | Tekst en foto's: Don Bosco Vorming & Animatie Samen Don Bosco een plaats geven Waar ook ter wereld, de opdracht is dezelfde: samen Don Bosco zijn plaats geven. In de sofa zitten Toni Berek, missionaris in Vlaanderen, en Fonny Grootjans, stafmedewerker bij Jeugddienst Don Bosco. Met passie getuigen beide jonge wereldburgers over hun ervaringen in verschillende continenten. Een boeiend dubbelgesprek over Don Bosco in de wereld, of beter, over eigenheid én verbondenheid.

Voetbal met een missie Aangesproken tot Don Bosco “Tot mijn achttiende draaide mijn leven rond voetbal. Toen nam mijn zus me mee naar speelplein Groene Zone. Wat eerst tegen mijn zin was, groeide uit tot een engagement van twaalf jaar. Jeugddienst Don Bosco kwam er gaandeweg bij. Ik gaf er cursussen en nam deel aan enkele internationale activiteiten”, begint Fonny. “Vandaag ben ik als stafmedewerker verantwoordelijk voor die internationale werking. Ik begeleid vrijwilligers, zoek projecten en partners.” “In West-Timor, mijn geboortestreek in het oosten van Indonesië, kenden ze Don Bosco niet. Het was tijdens een verblijf op Sumatra dat iemand mij over hem aansprak. Ik kreeg enkele boeken en begon over zijn werk en leven te lezen. In 2004 begon ik als aspirant in Djakarta”, vertelt Toni. “Na mijn eerste gelofte groeide mijn missionarisroeping. In 2007 stelde ik de vraag voor de eerste keer aan mijn directeur. Op 29 juni 2011 landde ik in België.”

Op zoek naar eigenheid “Het eerste jaar hier was zeker niet gemakkelijk. Je moet de taal en cultuur leren. Er gelden andere normen en regels, ook voor salesianen. In Indonesië kijkt men streng toe op je deelname aan het gemeenschapsleven en het gebed. Een aantal keren te laat komen is al genoeg voor een vingerwijzing van de directeur. Hier is er meer vrijheid in die zaken. Ginder is een directeur van een gemeenschap een overste, hier een dienaar”, gaat Toni verder. “De jongeren die met ons naar het buitenland gaan, ervaren hetzelfde cultuurverschil in de omgekeerde richting”, zegt Fonny. “Zeker in Afrika komen zij vaak in een salesiaanse gemeenschap of parochie terecht waar mensen verwachten dat ze als goede christenen deelnemen aan het ochtendgebed, de rozenkrans en de eucharistieviering. Alles draait daar rond het christelijk 12


geloof. De priester is de centrale spil van de gemeenschap.” “Dat is niet evident als westerse jongere. En ik ervaar dat ook bij mezelf keer op keer als ik de verschillende projecten ter plaatse bezoek. Het is enerzijds belangrijk respect te tonen en open te staan voor de plaatselijke gewoonten, maar anderzijds is het even noodzakelijk je eigenheid te bewaren. Geen gemakkelijk evenwicht.” De zoektocht naar een eigen antwoord typeert ook Toni. “Dat eerste jaar in België twijfelde ik sterk. Wat kan ik doen in een land met zoveel mooie, maar lege kerken? Dit is anders dan missionaris zijn in een land of streek waar mensen het evangelie niet kennen, waar nog kerken en scholen moeten worden gebouwd. Toch heeft God mij gestuurd. In de contacten met kinderen en jongeren, als opvoeder in het internaat van SintDenijs of als moni op het speelplein van Oud-Heverlee, ontdekte ik gaandeweg wat re-evangeliseren voor mij kan zijn: antwoorden op de vraag waarom je telkens een kruisteken maakt voor het eten.”

Verbondenheid als basis De verbondenheid binnen de salesiaanse familie overbrugt verschillen in taal en cultuur. “Het speelse draagt daar zeker toe bij. Dat zien we telkens weer wanneer jongeren speelplein doen in het buitenland. Spel brengt mensen bij elkaar”, vertelt Fonny. “Bij mij start het inderdaad ook vaak met spel en muziek. Ik kan verbinding maken met kinderen, jongeren en volwassenen door een voetbal of mijn gitaar boven te halen. Op het speelplein of in de Sint-Pieterskerk van Leuven”, vult Toni aan. “Iets anders dat opvalt”, gaat hij verder, “is de hartelijke, vriendelijke sfeer die je overal mag ervaren. Dat mocht ik proeven in Djakarta en in België. Zelfs tegen mijn verwachtingen in, op vakantie in Duitsland. Je bent welkom. De deur staat altijd open.” Fonny pikt in: “Die sfeer maakt ook het verschil voor onze vrijwil-

ligers. Een hartelijke betrokkenheid van de verantwoordelijke, salesiaanse priester is cruciaal voor hun werk. Zowel voor zichzelf, als voor de lokale bevolking.” “Maar er is meer dan dat. Wat voor werk van Don Bosco je ook bezoekt, een oratorio, sportclub of school, wat opvalt is de spirit om te werken voor de jongeren. En dan vooral om te werken voor de meest kwetsbaren. Dat engagement voel je in iedere salesiaanse gemeenschap. Vandaaruit vertrekt het. Dan weet je: Don Bosco leeft”, getuigt Fonny. “Daar ligt ook de uitdaging voor de toekomst: vanuit een doorleefde spiritualiteit dicht verbonden blijven met het werk zelf.” “Ik sluit me aan bij Fonny. Al is het voor mij ook de uitdaging om de mensen hier in België terug dichter bij God te brengen. Vanuit mijn werk wil ik jongeren uitnodigen om kennis te maken met het christelijke. Zoals ik doe in de vormselcatechese in Heverlee. Of door samen muziek te maken in de Sint-Pieterskerk. En vooral door persoonlijk te getuigen in de vele contacten met jongeren en mensen.” www.genegen.be Genegen.be gaat negen dagen lang op weg naar 31 januari, het feest van Don Bosco. Vanaf woensdag 22 januari 2014 vind je als opvoeder dagelijks een nieuwe impuls op de website: waar krijgt Don Bosco een plaats? Schrijf je in via www.genegen.be en reis mee. 13


GROEISTOOT | Tekst: Dirk Schoofs Foto's: Dirk Schoofs, eindredactie Praten over opgroeien en de perikelen daarbij

Wie betaalt het gelach? Over humor tussen de schoolmuren Onze gastheer is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, afdeling Opleidings- en Onderwijswetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de materie die thuishoort in het overgangsgebied tussen wat binnen de school gebeurt en wat zich erbuiten afspeelt. Zijn studiegebied is de problematiek van migratie en de achterstelling binnen onderwijs, de segregatieprocessen en de schoolcultuur.

bekende Britse onderwijssocioloog Willis spreekt van ‘the laugh and the laff’. Met dat laatste bedoelt hij de negatieve humor die kwetsend kan zijn, cynisch of sarcastisch. Willis vertrok van een etnografische studie van de cultuur in beroepsscholen en toonde aan dat die cultuur perfect voorbereidt op de arbeiderscultuur. Binnen de opleiding ‘Hout en Bouw’ leert men de jongeren bijvoorbeeld impliciet om vanaf de werfstelling naar de meisjes te fluiten. Het gaat om interne subcultuurvor‘Lach of lagg’, een ming. vreemde titel. Wat is de Je kunt het passief bekijken en kernboodschap? aanvoeren dat de leerkrachHumor mag nooit ten koste PM: Humor is belangrijk in het ten een bepaalde soort humor gaan van leerlingen: onderwijs en heeft een aantal binnenbrengen, maar je kunt geen enkel kind in de klas functies, gaande van een goeevengoed stellen dat in de mag het zwarte schaap de sfeer creëren tot en met de school humor wordt gebruikt worden. school naar buiten profileren. om de arbeidswereld vorm te Daarbij komt dat je moet opletgeven. Het centrale begrip in ten omdat niet alle humor op elk moment wenselijk is. zijn theorie is het concept ‘laff’. Dit niet-bestaande EnHumor mag nooit ten koste gaan van leerlingen. Geen gelse woord refereert fonetisch naar ‘laugh’, maar verenkel kind in de klas mag het zwarte schaap worden. wijst naar de humor van ‘moeilijke’ jongeren die hierin Vandaar de dubbele titel, die ik overigens niet zelf heb een middel zien om hun ‘vijandige’ omgeving te testen uitgevonden. Het is een vertaling van het Engels. De of te pesten. 14


Humor is geen gave van de geest, maar een gave van het hart. Toch ontbreekt het vaak aan humor tussen de schoolmuren. Autoritaire mensen verraden zich meestal door een totaal gebrek aan humor, terwijl gezonde humor gezag nooit ondermijnt, integendeel. We zetten onze clownsneus op en doen belleketrek bij Paul Mahieu, auteur van het boek ‘De school, de lach en de lagg’.

Waarom hebt u het boek geschreven? PM: Ik heb een tijd geleden een project voltooid voor de Koning Boudewijnstichting rond buitengewoon onderwijs Type 3. Dat zijn leerlingen met ernstige emotionele en/of gedragsproblemen. Het viel me op hoeveel er gelachen werd in die scholen. Blijkbaar is humor een instrument om de druk van de ketel te halen, om in moeilijke omstandigheden toch de relativiteit te aanvaarden. Op hetzelfde moment verscheen er in de krant De Standaard een reeks over bekende Vlamingen die hun favoriete leerkracht mochten beschrijven. De helft van de geïnterviewden koos een leerkracht omdat hij zo humoristisch was. Humor is trouwens een uitstekend middel om de brug met allochtonen te slaan. Zodra je de leerlingen van allochtone afkomst kan laten lachen, ben je een heel eind. De ‘lagg’ heeft vaak ook te maken met macht. We kennen allemaal de leraar die gewapend met een vlijmscherpe humor en een radde tong de macht in handen houdt? PM: Zeker, maar ook het omgekeerde. In mijn boek gebruik ik het voorbeeld van mijn oude leraar aardrijkskunde. Die man had gezag en beheerste zijn vak tot in de puntjes. Hij slaagde er buitengewoon goed in zijn kennis in grappen te verpakken. Het moet niet altijd de leraar Nederlands zijn die humoristisch is. Mijn stiefzoon jent me met zijn stelling dat het onderwijs de verzameling is van de ‘seutepeteuten’ van de maatschappij. Klopt dat? PM: Dat klopt, en des te hoger je in het onderwijs gaat, des te erger het zelfs wordt. Aan de universiteit geldt zijn uitspraak zelfs in het kwadraat. Ik moet mensen er altijd van overtuigen dat humor een heel serieuze zaak is.

Worden er ook bijscholingen… Hoewel neen, ik mag toch hopen dat er geen navorming over humor in het onderwijs bestaat? PM: Ik denk inderdaad dat je het voor een groot stuk in je moet hebben. Humor zit in je persoonlijkheid. Het zit echter ook in de cultuur van een organisatie. Ik ben zelf al een paar keren naar een pedagogische studiedag in Nederland geweest waar dat thema op de agenda stond. Dan merk je dat mensen daar wel gevoelig voor zijn, maar je moet ze zeker niet forceren om de grapjas uit te hangen. Dat werkt averechts en dan lachen de leerlingen de leerkrachten uit voor hun gemaakt gedoe. Hoe waren de reacties op uw boek? PM: In Nederland heb ik nogal wat reacties gehad, in Vlaanderen eigenlijk weinig. Ik heb de indruk dat humor op school in Nederland meer bespreekbaar is. Slaagt u er zelf in om humor in uw lessen te brengen? Of zwaaien uw studenten na één semester verontwaardigd met uw boek? PM: Dat moet je aan de studenten zelf vragen. Ik heb onlangs een voordracht gegeven voor de assistenten in didactische opleiding. Ik moet zeggen dat ik ze toch aan het lachen heb gekregen, waarna ze toegaven dat ze niet wisten dat wetenschappelijk onderzoek grappig kon zijn. Scholen moeten gewoon ruimte scheppen voor humor? PM: Ja, en dat vooral op twee plaatsen. Allereerst in de leraarskamer, bovendien moet de leraar in zijn klas de vrijheid genieten om te doen wat hij meent te kunnen doen. Je moet hem zeker niet voorhouden om ‘het zotteke’ uit te hangen. Wanneer een directeur fluitend door het leven gaat, zullen zijn leerkrachten zich aangestoken voelen. Je zet daarmee de toon van wat kan en wat niet kan. Het is voor een stuk de bevestiging van de schoolcultuur. Ik ben een tijd bij een aantal jezuïeten op de koffie geweest en die hadden een erg aparte collectieve humor, die ik eigenlijk niet begreep. Achteraf besefte ik dat het om een vorm van zelfbevestiging ging, waarmee ze zich afzetten tegen andere congregaties, bijvoorbeeld de salesianen, die waarschijnlijk ook hun eigen typische humor hebben. 15


BROODJE CURSIEF | Tekst: Lieve Pinxten Foto: Eindredactie Luchtig cursiefje vanuit het dagelijks leven

(B)Engeltje?!? Een klein opdondertje is hij… Blond, het haar in een scheiding, vinnig, een brilletje en op een onbevangen manier grappig. Een heel klein beetje een nerdy uitstraling. Alomtegenwoordig. Er is in de hele school geen enkele collega meer te vinden die hem niet al een keertje – of meer! – van de gang geplukt heeft. Hij is echt overal waar hij niet moet zijn, en waar hij verwacht wordt, duikt hij niet op. Zijn schoolagenda puilt uit van de opmerkingen. Allemaal rood. Helaas. Eén groene. Van de directeur, maar die is qua inhoud zo duidelijk dat ze alle rode onderschrijft en zelfs moeiteloos overstijgt. Je zou denken dat zo’n onderhoud bij de directeur himself, gevolgd door een noot van deze hoogstgeplaatste, op zijn minst enige indruk zou nalaten… Niet dus. Op het moment dat hij ter verantwoording geroepen wordt, speelt hij de vermoorde onschuld. We zijn eind september. De helft van mijn gevoerde gesprekken was met hem. “Ik moet me herpakken, mevrouw”, en een minuut later loopt hij met zijn iPod door de gang. “Ik dacht nu naar de leerlingenbegeleiding te gaan, mevrouw.” Het is tien uur, hij is pas op school gearriveerd, bus gemist… Hij moet op dit moment “nergens denken te gaan”, hij moest al meer dan anderhalf lesuur in de klas zitten. Zuchtzuchtzucht. “Ik moet je ouders bellen.” Hij slaat zijn ogen neer, berouwvol, kijkt dan op. Twee helblauwe ogen kijken me vastberaden aan: “Geef me nog één kans, mevrouw!” De afspraak is: geen enkele opmerking voor de rest van de dag. Een kwartier later staat hij aan mijn deur. Uit de les gezet… Ik probeer zijn moeder te pakken te krijgen. Tevergeefs. Ik spreek twee keer een boodschap in, ik zal het na het 16

weekend opnieuw proberen. Ik fiets naar huis en plotsklaps besterf ik het haast! Lieve help! Ik heb al een verleden met dat kleine ettertje! Ik herinner me plots een gesprek tijdens de opendeurdag van twee jaar geleden. Terwijl zijn moeder en grootmoeder allerlei informatie inwinnen bij een collega, heb ik een gesprek met een vrolijk, speels, wiebelig jongetje dat me vertelt dat het niet zo goed loopt op zijn huidige school. Dat hij op internaat wil en nog een richting zoekt die aansluit bij zijn interesses. Later laat mama me weten dat ze voor de school verbonden aan het internaat gekozen hebben. Ik voel een lichte ontgoocheling, maar ik begrijp het. Vandaag spreek ik hem daar op aan. “Wij hebben al een verleden samen!” Hij: “U had al lesgegeven op mijn school in het Brusselse.” Ik herinner me plots nog meer van dat gesprek in de gang. Ik voelde me verbonden want ik had ook niet de beste ervaringen op die bewuste school. Ik glimlach. “U bent altijd zo grappig, mevrouw.” Ik probeer mijn gezicht tevergeefs in een aartslelijke en strenge plooi te trekken. “U had toen bruin haar, mevrouw!” Hoe verzint hij het??? Maar het is correct. “Ja, jongen, chance dat ik mijn haar al langer moet verven, want jij hebt me op die korte tijd ongetwijfeld al meer dan honderd extra grijze haren bezorgd!” “Is dat dan ons geheimpje? Dat u uw haar verft?” Vermoorde onschuld versus gesmoorde lachbui. Ik weet niet hoe ik het ooit nog zal klaar spelen om hem niet graag te zien! Hij kruipt op alle mogelijke manieren onder mijn vel en wat mij betreft, mag hij daar nog lang blijven zitten.


Tekst: Kilian De Jager Foto: Eindredactie

| SPROKKEL

Heropbouw Filipijnen Een stand van zaken De rampzalige doortocht van tyfoon Haiyan door de Filipijnen, die behalve een geschatte financiële schade van 14 miljard dollar ook meer dan acht miljoen mensen heeft getroffen, heeft niemand onberoerd gelaten. Terwijl de bevolking langzaam recht kruipt na de noodlottige storm, laat ook de Don Boscofamilie zich niet onbetuigd in de hulpverlening.

Snelle en efficiënte hulp Meteen nadat de verwoestende tyfoon de Filipijnen verlaten had, begon de salesiaanse gemeenschap met het verlenen van noodhulp op de zwaarst getroffen eilanden. De eerste prioriteit was het verlenen van onderdak en voedsel. Vanuit het hoofdkwartier in Cebu boden plaatselijke salesianen en zusters van Don Bosco hulp aan slachtoffers in Oost- en West-Visayas en werden tenten en hulpgoederen verscheept naar Borongan, op het eiland Samar. In Iloilo, een streek in het zuidoosten van het eiland Panay die minder hevig getroffen werd door de tyfoon, kochten de salesianen voedingsmiddelen en stelden met de hulp van scholieren uit de lokale Don Boscoschool de eerste hulppakketten samen om die nadien te verdelen in de getroffen gebieden. Een hulppakket bestaat uit twee liter water, twee kilo rijst, vier blikjes vis, en drie pakjes noedels. Zo’n 150.000 pakketten werden door de Filipijnse Don Bosco-familie verdeeld, mede dankzij het financieel steuntje in de rug dat uit het buitenland kwam. Don Bosco Network – een netwerk van salesiaanse ngo’s – verscheepte ook enkele tonnen medicijnen naar de Filipijnen.

Plannen voor de toekomst Nu de ergste noden gelenigd zijn, wordt in de verschillende getroffen gebieden van de eilandengroep de heropbouw aangevat. De Filipijnse Don Boscofamilie ziet het vooral als haar taak om in te zetten op de bouw van duurzame, stormbestendige scholen en huizen die hevige winden kunnen weerstaan. In eerste instantie wordt gedacht aan het herstel van de getroffen Don Boscoscholen en centra. Maar er worden ook plannen gemaakt voor de heropbouw van 2.000

gezinswoningen en het optrekken van 3.000 nieuwe huizen. Hiervoor wordt samengewerkt met de plaatselijke bisschoppen. Begin december bracht een team van salesianen een bezoek aan het zwaar getroffen Tacloban om er geschikte locaties te zoeken voor de bouw van nieuwe woningen en concrete bouwplannen uit te werken.

Gecoördineerde hulp In België bundelt de Don Boscogemeenschap intussen de krachten om te helpen bij de heropbouw van de Filipijnen. De ngo VIA Don Bosco heeft zich met verschillende niet-salesiaanse organisaties die actief zijn in de Filipijnen verenigd in een tijdelijk consortium dat zich richt op de reconstructie van het land. Parallel daarmee zet de Don Boscogemeenschap alle zeilen bij om fondsen te verzamelen voor de financiering van de werken. Uw hulp voor de heropbouw van het land blijft nog steeds nodig!

Je kunt de actie ‘Heropbouw Filipijnen’ steunen door een gift te storten op het rekeningnummer van VIA Don Bosco: BE 84 4358 0341 0159 met vermelding “5197 Filipijnen heropbouw”. Wij bezorgen u in februari 2014 een attest voor al uw giften vanaf een totaal van 40 euro per jaar. 17


DE SPREEKSTOEL | Tekst: Mark Den Haerynck Foto's: Jacky Van Dijck Voor wie spreekt van uit salesiaanse verantwoordelijkheid

Bewogen om jonge men typeert Jacky Van Dijck Hij is 66 jaar, al 47 jaar salesiaan, is sterk om jongeren bewogen, en zou dit nog jaren willen blijven doen maar het kan niet meer omdat hij de wurgslang van zijn ziekte onder ogen moet zien. Don Bosco Vlaanderen zette Jacky Van Dijck verdiend in de spreekstoel om hem zijn levensverhaal te laten vertellen.

studeren. Voor Jacky was het de logica zelf dat hij na zijn humaniora salesiaan werd en besloot om bij Don Bosco te blijven. De rode draad van het verhaal van zijn roeping begon immers thuis, met de vriendschap, de warmte en de genegenheid die hij thuis kreeg. Alles wat zijn ouders hem hebben voorgeleefd was mooi, zegt hij: rijke menselijke waarden die ook christelijke waarden waren. De klik voor zijn levenskeuze kwam er toen meneer Mortier hem aansprak: “Jacky, gij hebt alles in u om een goed priester en een goed salesiaan te worden.” In 1966 trad hij in het noviciaat, leerde Don Bosco beter kennen, maar tegelijk groeide zijn bewondering voor hem om Don Bosco’s radicale keuze voor jongeren. Jacky volgde dat voorbeeld en bleef zijn leven lang bewogen om jonge mensen.

Smaakgever

In de stille Kempen Jacky is afkomstig van Loenhout, een landelijk dorp in de Antwerpse Noorderkempen, en groeide op in een gezin van acht kinderen. Het landbouwersgezin deed grote inspanningen om hun kinderen alle kansen te geven om te studeren. Jacky volgde het voorbeeld van zijn broer Louis die op aanraden van de Loenhoutse pastoor in Don Bosco Kortrijk op internaat ging. Er volgden daarna nog twee broers die in Kortrijk gingen 18

Vijftien jaar combineerde Jacky een deeltijdse lesopdracht in Hoboken en Helchteren met een opvoederstaak in de Bijzondere Jeugdzorg in Vremde en Genk. Bezield en doorleefd! Daarna gaf hij nog twintig jaar les in de Don Boscoscholen van Halle, Hechtel en Zwijnaarde. Hij volbracht zijn taak met een grote vriendelijkheid, iemand die begaan was met jongeren en het ook liet voelen, die hun anders-zijn niet zag als een bedreiging maar als een verrijking, met veel eerbied en respect voor de mens, wie hij ook was. Sinds 1988 ging hij tot twee keer per jaar met jongeren naar Turijn. Jacky was als salesiaan een wegwijzer, een smaakgever,


schonden weergeven: “Ik vergelijk ALS met een sloopmachine die niets overeind laat en je lichaam sloopt tot op de grond. ALS is een echte wurgslang, die je lichaam omsluit en haar greep niet meer lost. Ze perst letterlijk alle beweeglijkheid, energie en kracht uit je lichaam. Je krijgt levenslang zonder ook maar enige kans op vervroegde vrijlating. ALS is mij overkomen. Het is niemands fout. Daarom stel ik ook geen waarom-vragen. Wel vraag ik God en Don Bosco om kracht en steun, en die ervaar ik in overvloed. Gods nabijheid toelaten is niet altijd evident en hoe vriendelijk en behulpzaam mensen ook zijn, toch blijft het moeilijk hun de hulpeloosheid tegenover die ontembare vijand in je lichaam uit te leggen. Je leeft a.h.w. op een steeds kleiner wordend eiland, maar ik iemand die door zijn manier van leven en omgaan met voel mij gedragen en ondersteund door zeer veel menhet jonge volk, hun het gevoel gaf dat het leven meer sen en jongeren. dan de moeite waard is. Hij is blijven lesgeven en aniIn 2012 ging ik mee met elf juweeltjes van jongeren meren tot zijn 61ste, toen in 2011 in zijn lichaam de en collega’s die speelpleinwerking gingen doen bij de eerste symptomen van een woekerende ziekte werden straatkinderen van Lubumbashi. Zij hebben mij gevastgesteld. adopteerd als hun opa. Gewoon schitterend. Nog wekelijks krijg ik brieven en kaartjes, bezoeken en ‘vind Drie medicamenten ik leuk’-berichtjes op Facebook. Altijd even enthousiJacky heeft drie grote ‘medicamenten’ die zijn leven ast, stralend en bemoedigend. Het kleur geven: zijn geloof in God bericht van Nika is zo’n opsteker: en in Don Bosco, zijn bezieling “ALS is mij overkomen. ‘Jacky, zorg heel goed voor jezelf, voor jongeren en de passie voor Het is niemands fout. doe wat je zorgteam zegt. Je mag het fietsen. Voor hem was het een Daarom stel ik ook je kracht niet onderschatten. De zaligheid om zijn overgebleven ziekte kun je niet genezen, maar energie kwijt te kunnen tijdens geen waarom-vragen.” de ziekte heeft jou ook nog lang de vele fietstochten in binnen- en niet overwonnen. Blijf de moed buitenland. Zijn duivels op die maerin houden, laat je ook mentaal niet neerhalen door nier ontbinden deed hij geregeld en na zo’n rit was hij die ALS. Je moet genieten en zoveel mogelijk gelukkig meestal fysiek moe, maar geestelijk des te meer ontzijn.’ Ik ben dankbaar dat ik mijn actief salesiaans leven spannen. De beste en mooiste momenten voor zijn lesheb mogen afsluiten met deze boeiende Lubumbashisen, bezinningen en predikatie ontdekte hij tijdens zijn ervaring samen met jongeren.” fietstochten in de stilte van de natuur of in de bergen, rustig peddelend en genietend van de omgeving. Hij noemt het de pastoraal van de fiets. Tijdens een van zijn Salesiaanse toekomst dertien Turijnfietstochten gebeurde het vaak dat een Wanneer iemand zo leeft en denkt, is de toekomst zejongere naast hem kwam fietsen en werd het gesprek ker hoopvol. Jacky is er gerust in, ook al vermindert de een halfuur catechese over het leven van Don Bosco en populatie van de salesianen, daarom is de salesiaanse zijn inzet voor jongeren. Als 62-jarige fietste Jacky voor geest niet weg. Het erfgoed, de spirit, de boodschap de laatste keer mee met de jongeren, en als hem gevan Don Bosco wordt op dit moment zeer bemoedivraagd wordt hoeveel kilometer hij tijdens zijn leven in gend beleefd en doorgegeven in al onze scholen en totaal in de benen heeft, dan zit hij algauw boven het andere werken in onze salesiaanse provincie. Meer dan half miljoen kilometers. ooit wordt het gedachtegoed van Don Bosco bij de tijd gebracht. Veel leken bestuderen Don Bosco en velen De ziekte ALS doorleven de spirit. Veel creatieve mensen zorgen erJacky verwerkt op dit moment de zeldzame ziekte ALS. voor dat de echte identiteit van Don Bosco springlevend Het getuigenis over dat verwerkingsproces is zo indrinblijft. Hoevelen zijn er niet die op hun eigen wijze een gend, dat we niet anders willen dan zijn woorden ongespiegelbeeld zijn van Don Bosco?

sen, dat

19


DE BOEKENPLANK | Tekst: Michel Ruyters Foto’s: Centrale Propaganda

Wij vieren Don Bosco! Bidden met Don Bosco Een fijn gebedenboekje rond 17 thema’s die Don Bosco na aan het hart lagen! Zo wordt Don Bosco je tot steun: je leeft op zijn adem. Dit boekje past wonderwel in je jas of tas en wordt een verademing op een bank in het park of in de namiddagstilte van de kerk. Auteur: Daniel Federspiel N20 € 3,00 44 blz.; 10,5 x 17 cm, geniet.

(+ e 1,50 port.)

Loop naar de pomp!

N35 € 10,00

Wil je via mooie verhalen meer vernemen over Don Bosco? De Oostenrijkse schrijfster Lene Mayer-Skumanz leert ons deze boeiende jeugdheilige kennen in 21 verrassende gebeurtenissen, opgegraven na geduldig onderzoek vanuit nieuwe invalshoeken. Ze legt het geheim bloot waarom Don Bosco erin slaagt – ook nu nog – jongeren voor zijn idealen warm te maken. Auteur: Lene Mayer-Skumanz 128 blz.; 14,7 x 20,9 cm, Genaaid, hardcover.

“Da mihi animas…” – Keuzes en bezieling in het leven van Don Bosco Vanuit de bekommernissen en uitdagingen van onze tijd geeft Colette Schaumont een eigen N86 € 15,00 kijk op het leven en werk van (+ e 3,00 port.) de dynamische man en priester-opvoeder Don Bosco. Dit boek schetst zijn leven op basis van de keuzes die hij maakte en de bezieling die hem daarbij dreef. Het typeert hem in zijn menselijkheid als kind van zijn tijd, getekend door zijn persoonlijke ervaringen met een eigen temperament, met zijn gaven en gebreken, worstelend met vele uitdagingen en problemen. We herontdekken een Jan Bosco die ook vandaag een gids en inspiratiebron kan zijn voor ieder die gelooft in jongeren en met hen op weg wil gaan. Auteur: Colette Schaumont Da mihi animas

Keuzes en bezieling in het leven van Don Bosco

Colette Schaumont

De DVD ‘Don Bosco’ (Nederlands ondertiteld)

Piëmonte (Italië), negentiende eeuw. Het is een turbulente periode met politieke, (+ e 3,00 port) € 15,00 economische en culturele omwentelin(+ e 3,00 port.) gen, religieuze spanningen. Don Bosco, een priester uit Turijn, kiest reDe nieuwe Paasbrochure 2014 soluut de kant van de gemarginaliOns doopsel verlevendigen, Op weg naar Pasen 2014 seerde jongeren in deze harde maatDe veertigdagentijd is een overgang waarin we ons sterker bewust wor- schappij. De dag dat hij zich om hen den van het leven van Christus waarin de oproep weerklinkt: verlaat het bekommert, verandert hun leven... lage waterpeil van het slavenbestaan om opnieuw het geluk van de vrij- Deze film brengt Don Bosco op een heid en de grootheid van ons bestaan te kunnen genieten. heel toegankelijke manier tot leven! De uitdaging van de weg naar Pasen is de vreugdevolle herontdekking Regisseur: Ludovico Gasparini van onze identiteit als christen. Daarom wil deze Paasbrochure de lezer Duur: 200 minuten (2 delen) op deze weg gevoelig maken voor zijn of haar roeping als gedoopte, met bijzondere bezinningsteksten en passages in schuindruk. Naast de rijke bezinningsteksten biedt deze kleurrijke brochure u tevens een mooie boekenlegger en een stemmige wenskaart voor Pasen. € 7,00 (port inbegr.) Auteur: François Wernert, 64 pagina's

20


IN MEMORIAM Pater Fons Bervoets

Zuster Maria Snoeks

° 02/12/1923 + 08/11/2013 Afkomstig uit een landbouwersgezin te Steevoort (bij Hasselt) studeerde Fons, na enkele jaren thuis op de boerderij gewerkt te hebben, bij de ‘Late roepingen’ in Don Bosco Kortrijk. Hij engageerde zich als salesiaan in 1948, studeerde voort hier in het land en werd in april 1956 tot priester gewijd. Reeds in de maand augustus van dat jaar vertrok hij naar Congo. Hij vervulde er verscheidene functies in de gemeenschappen en in de salesiaanse werken, bij jong en oud. Omdat hij zich zo toelegde op de plaatselijke talen genoot hij al snel de waardering van velen. Hij werd ook een rondtrekkende missionaris. Hij stelde er prijs op zich geregeld in de pastorale zorg bij te scholen, en verlangde steeds nauw samen te werken met bezielde mensen. Hij kon hen ook steeds sterk bezielen, o.a. in de verenigingen. Tot in 1990 was hij directeur van de gemeenschap te Mokambo. Nadien mocht hij het wat rustiger aan doen. In 1996 kwam hij als wijze man bij de jonge salesianen in het vormingshuis dichter bij de stad, en werd vandaaruit ook aalmoezenier bij de zusters van Don Bosco. De laatste jaren waren jaren van meer stilte en gebed in het rust- en verzorgingstehuis te Lubumbashi. Na twee weken hospitalisatie vertrok hij naar het Vaderhuis met als laatste aanmoedigende woorden: “Wees altijd verheugd, wees altijd blij!” Wat een mooi missionarisleven dat te Lubumbashi eindigde op 8 november 2013.

° 30-01-1925 + 25-09-2013 Maria werd geboren te Hechtel in een diep christelijk gezin met vijf kinderen. Zij liep school bij de Zusters van Maria en voelde zich daar thuis. Samen met haar vriendin ging zij helpen opdienen tijdens een feest bij de salesianen. Daar kwam zij in contact met de Zusters van Don Bosco, leerde hen kennen en na twee jaar besloot zij in te treden op 31 januari 1953. Na haar professie werd zr. Maria assistente bij de internen, eerst in Groot-Bijgaarden en dan in Kortrijk. Later verbleef zij lang in Heverlee als assistente bij de kleinste internen. Een tiental jaren was zij econoom. Zij had veel zin voor orde en netheid, en als ze iets aanpakte, kon ze zich er helemaal voor inzetten. Toen de gezondheid haar stilaan in de steek liet, trachtte zr. Maria zich nuttig te maken door het vervaardigen van dekentjes en kinderkleding voor de missies. Het viel haar zwaar toen ze niet meer bij de kinderen kon, ze begon dan meer te lezen en zich terug te trekken in de kapel om te bidden. De laatste tijd sprak zr. Maria veel over thuis, over naar huis gaan. Nu is ze thuisgekomen in het huis van de Vader. Wij danken haar om haar trouw en dienstbaarheid en vragen haar voor ons te bidden en om roepingen te vragen voor Gods Kerk onderweg. Zij overleed te Marke in het rust- en verzorgingstehuis op 25 september 2013.

SPROKKEL

Tekst: Koen Timmermans

Don Bosco achterna 21-23 februari 2014 Tijdens Don Bosco Achterna krijg je een heel weekend de kans om expliciet stil te staan bij de figuur van Don Bosco. Niet alleen zijn pedagogie komt aan bod, maar ook en vooral zijn spiritualiteit: wie was deze man? Wat bezielde hem? Waar haalde hij de kracht vandaan om alles te doen wat hij heeft gedaan? Wat heeft zijn werk met geloven te maken? Jongeren en jongvolwassenen krijgen tijdens dit weekend de kans om Don Bosco en de beweging rond hem (verder) te leren kennen, door ontmoetingen en gesprekken, door na te denken, door mee te leven en te bidden met een religieuze gemeenschap… en zo op zoek te gaan naar een manier waarop ze zichzelf kunnen engageren met Don Bosco als gids.

Praktisch: Wanneer: van vrijdagavond 21 februari 2014 tot zondagnamiddag 23 februari 2014 Plaats: Don Bosco Internaat Wijnegem Prijs: € 25,00 Info en inschrijvingen: koen.timmermans@donbosco.be of 016/24 16 22 21


VERBONDEN | Tekst: Stefan Lopez Hartmann Foto: VIA Don Bosco De link tussen Noord- en Zuidwerking

17 september 2013 tekende de geschiedenis voor de ontwikkeling van Rwanda. Het Rwandees Patriottisch Front (RPF), de partij van huidig president Kagame, bevestigde die dag haar absolute meerderheid in het parlement. Volgens de winnaar bevestigt het volk hiermee het vertrouwen in de huidige politieke leiders en hun sociaal beleid.

Van ‘donor darling’ tot zwart schaap

Groene he het zwart

Tot voor kort deelde ook de internationale gemeenschap die mening. Rwanda werd alom geprezen voor het goede gebruik van ontwikkelingsgeld. Het ‘land van de duizend heuvels’ ontwikkelde niet alleen sterk op economisch vlak, maar verhoogde ook de toegang tot medische zorgen. Rwanda kan als enige land ter weGevonden in het riet reld zelfs zeggen dat het meer vrouwen dan mannen in Het verhaal van Muvunyi is hier een duidelijk bewijs het parlement heeft. Het beleid kon door die positieve van. Enkele jaren geleden werd de jongen door voorevoluties ook rekenen op de steun van enkele internabijgangers gevonden tussen het moerasriet in de buurt tionale zwaargewichten zoals Bill Clinton en Tony Blair. van Gatenga. Ze brachten hem naar de salesianen in het dorp, waar hij gesuikerde thee, bananen, propere kledij De houding van de internationale gemeenschap veranen wat paracetamol tegen de koorts kreeg. Toen Thérèderde echter sterk nadat de Verenigde Naties in 2012 se Watripont – die onlangs benoemd werd tot coördinaeen rapport publiceerde waarin ze de Rwandese overtrice van het ontwikkelingsbureau van AGL – hem wilde heid ervan beschuldigt rebellenbewegingen in het ooswassen en in nieuwe kleren wilden hullen, werd echter ten van buurland Congo actief te steunen. Sindsdien duidelijk dat dit niet zou volstaan. De jongen had diepe verscherpt de kritiek op het Rwandese beleid en neemt de steun aan Rwanda steeds verder af. De VS en verschilwonden waarrond het vlees al begon af te sterven en lende Europese landen verminderden of bevroren hun op sommige plaatsen waren zelfs zijn botten zichtbaar. hulp aan het land. Hoe de officiële steun van de donoren Muvunyi werd daarom zo snel mogelijk naar een disin de nabije toekomst zal evopensarium gebracht voor belueren, is niet duidelijk, maar handeling. Omdat hij niet verde recente verkiezingsoverdoofd kon worden, moesten Als de budgetten worden ze hem met drie personen in winning van het RPF voorspelt teruggeschroefd, zullen bedwang houden terwijl zijn weinig goeds op dit vlak. vermoedelijk vooral wonden verzorgd werden en Voor het sociaal beleid van onderwijs, gezondheidszorg Rwanda, dat in 2011 nog de hij zijn pijn verbeet in een vod. en andere sociale diensten in helft van haar overheidsbudMuvunyi recupereerde redede klappen delen. get via ontwikkelingssamenlijk snel, en beetje bij beetje werking kreeg, is de verminbegon hij zijn verhaal te verderde steun een absolute tellen. Door omstandigheden ramp. Als de budgetten worden teruggeschroefd, zullen was hij zijn ouders verloren en op straat terechtgekovermoedelijk vooral onderwijs, gezondheidszorg en anmen. Hij sliep letterlijk in de goot en omdat hij niet naar dere sociale diensten in de klappen delen. Deze diensten een staatsinstelling wilde, verstopte hij zich in het moezijn echter broodnodig om het fragiele sociale weefsel ras wanneer er politiepatrouilles in de buurt waren. van de Rwandese maatschappij intact te houden. Twee jaar hield Muvunyi dit onmenselijke bestaan vol. 22


Ook deze jongeren hebben er echt nood aan om zich te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de Rwandese heuvels groener kleuren.

uvels voor e schaap? Het verbaast dan ook niet dat hij er zo erg aan toe was. Na zijn genezing vroegen de salesianen aan de jongen wat hij wilde. Hij antwoordde dat hij graag een opleiding zou volgen. Zo geschiedde en enkele jaren later behaalde hij zijn diploma lassen in Gatenga. Muvunyi vond ondertussen ook zijn grootmoeder terug en kon haar trots zijn diploma laten zien.

Alleen op de wereld Ook Immaculée Tuyisenge is bezig met het behalen van haar diploma lassen, maar dan aan de salesiaanse school Rango in Huye, het vroegere Butare. Dit is haar getuigenis: “Ik ben het enige kind van mijn moeder en ben negen maanden na de scheiding van mijn ouders geboren. Mijn moeder leefde bij mijn grootouders. Op zeker ogenblik heb ik aan mijn moeder gevraagd om me mijn vader te leren kennen. Maar toen ik hem ging bezoeken, stuurde hij me weg. Niet zonder eerst zijn vaderschap te hebben ontkend. Die houding knaagde diep aan me en ik verloor de lust om te leven.” Een tweede en zelfs derde psychologische klap kreeg Immaculée na de arrestatie van haar moeder. Ze werd veroordeeld tot dertig jaar gevangenis omdat de oom waar ze destijds inwoonde huisraad en spullen had verdonkeremaand van een man die het land was ontvlucht. Toen ook de oom verdween, werd de schuld voor de diefstallen in haar schoenen geschoven. De dood van haar grootmoeder was koren op de molen en Immaculée raakte totaal ontmoedigd.

“Gelukkig nam een familie mij wat later aan als huishoudhulp. Voor mij was het een eerste stap die me verlichting bracht. Ik at en sliep in een bed zoals alle andere mensen.” Gelukkig kwam Immaculée in contact met een vereniging die kwetsbaren helpt en bereid was haar studies te betalen. Omdat er in het dorp waar ze woonde te weinig lassers waren, begon ze in het beroepsopleidingscentrum Rango aan een opleiding lassen. Ze is het enige meisje in deze richting, maar dat laat ze niet aan haar hart komen. De jonge vrouw heeft er goede hoop op dat ze na haar opleiding zal kunnen voorzien in haar eigen levensonderhoud. “Na mijn studies, op het ogenblik dat ik geld begin te verdienen, zal ik geregeld mijn moeder kunnen bezoeken in de gevangenis. Ik zal goede dingen voor haar kopen zodat ze trots zal zijn me te hebben verwekt. Mijn steun zal een grote troost zijn voor haar. Ik bedank iedereen die me, van ver of dichtbij, doet herleven.”

Wie zorgt voor de groene heuvels? Dit zijn slechts twee van de vele verhalen over jongeren die er terug bovenop geraken. Onze partnerorganisaties in Rwanda kunnen er nog heel wat meer vertellen. Spijtig genoeg zijn er ook nu nog een hoop jongeren die in moeilijke situaties blijven verkeren. Het verminderen van de internationale steun zal het voor de Rwandese staat niet gemakkelijker maken om verder te investeren in deze jongeren. Nochtans hebben die jongeren er echt nood aan om zich te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de Rwandese heuvels groener kleuren. Het is een geluk dat de salesianen trouw op post blijven. Dankzij hun inzet en mede dankzij uw steun helpen we jongeren in Gatenga en Rango om een vak te leren. Zo bouwen ze aan hun eigen toekomst én die van de Rwandese maatschappij. 23


RUGGESPRAAK | Tekst: Firmin Vanspauwen Foto: Corey Butler

Loop naar de pomp

Wie vandaag Valdocco bezoekt, bakermat van de beweging rond Don Bosco, vindt in de buurt van de Pinardi-kapel nog steeds een kraantje waaruit helder water klatert. Een achteloze bezoeker merkt het nauwelijks op. Met de uitdrukking “Loop naar de pomp” stuurde Don Bosco menigeen naar een drukbezochte watervoorziening die toen al in die omgeving stond.

“Loop naar de pomp” heeft in ons taalgebruik een negatieve connotatie: “Ga weg”, “Loop naar de bliksem”, “Je kan me wat!” In de mond van Don Bosco krijgt de uitdrukking een totaal andere, compleet tegengestelde betekenis: “Herbron”, “Stap naar jongeren toe”, “Zoek antwoorden in ontmoetingen aan de pomp”. Als ouder, opvoeder, leerkracht, moni word je vandaag soms geconfronteerd met gekwetste of gedragsmoeilijke jongeren. Antwoorden liggen niet altijd voor het grijpen, goedbedoelde initiatieven missen soms het beoogde doel, vertrouwen komt dikwijls moeizaam tot stand. Onvermogen, vertwijfeling, ontgoocheling… slaan toe, ontmoedigen en verlammen. Geef niet op, ga door. Zoek antwoorden bij tochtgenoten. Loop naar de pomp, om je te laven aan de heldere, klaterende bron die Don Bosco voor je kan zijn. Hij wijst de weg als jouw pedagogisch pad te steil of zelfs onbegaanbaar lijkt. Het nieuwe jaar geeft je weer kansen om zijn droom voort te zetten. 24

Dbv 2014 1  

http://www.donbosco.be/uploads/media/DBV_2014-1.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you