Page 1

o c s o B n o D Vlaanderen 00 Leuven mail

r van afgifte: 30

eemaandelijks

116de jaa

r. 2012 | tw rgang | jan. - feb

tijdschrift voor

de bewe

sco | Kantoo ging rond Don Bo

| P209042

1

spelenderwij s


inhoud

kijk

Een salesiaanse Een

Hoofdredacteur

op de wereld op de salesiaanse wereld

Annemie Vandaele

Adviesraad

R. Burggraeve H. Cauwenberghs A. De Cocker M. Den Haerynck E. De Ridder F. Ginneberge E. Haelvoet D. Schoofs F. Vanspauwen

Eindredactie en redactieadres  

Mark Den Haerynck Stationsstraat 87 3150 Haacht dbsocom@donbosco.be

Adreswijziging

Van nu en straks 4

Tussen voetbal en pampers

6

God heeft heel veel oren

8

Nieuw leven

11 Een Kerk die bidt, heeft toekomst

Don Bosco Vlaanderen  Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel  rita.sorgeloos@donbosco.be

Verantwoordelijke uitgever  

Mark Tips, provinciaal Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel mark.tips@donbosco.be

 In Vlaanderen: www.donbosco.be www.zustersvandonbosco.be

In de wereld: www.sdb.org www.cgfmanet.org

Don Bosco Vlaanderen is een gratis blad. Giften zijn daarom steeds welkom op het onderstaande adres en rekeningnummer, met vermelding van ‘Don Bosco Vlaanderen’: Don Bosco Centrale vzw Fr. Gaystraat 129 1150 Brussel Tel. 02 771 21 00 IBAN: BE96 0000 1112 6405 BIC: BPOTBEB1

12

Jerôme L’ Enfant

16

Pennenstreken

Drukkerij Van der Poorten nv Kessel-Lo

Uw persoonlijke gegevens zijn voor u ter inzage. Ze worden nooit doorgespeeld en dienen enkel voor de verzending van Don Bosco Vlaanderen.

Katrien Gruyters

Kolet Janssen 18

Lay-out en druk

De bijdragen verschijnen onder de verantwoordelijkheid van de auteur.

Kruispunt

Don Boscogewijs

(Geen) zin in bezinning?!

7

Zie je ook een ster?

14

Salesiaans geïnspireerd onderwijs

Hippe oorringen

15

19

Twintig jaar De Wip

Spelenderwijs

21

Tien jaar Youth-Net

10

22

24 De Band

Saved by the bell

Foto voorpagina: Anneleen Jochems

20


Annemie Vandaele Hoofdredacteur

| ingeblikt

Spelenderwijs Wachtkamers van dokters hebben zo hun ongeschreven wetten … en je wordt die pas helemaal gewaar als je er met twee kleine bloedjes neerstrijkt. Het getater van de jongste wordt meestal in de kiem gesmoord door de zieke hoofden die tot in haar draagstoeltje koekeloeren. Maar dan is er de oudste, niet bepaald een wildebras, maar een brokje taal dat uiterst zelden stilvalt. Hij kan er niet aan doen. De kleine letters in zijn hoofd hokken voortdurend samen tot een woordenstroom die zich willens nillens een uitweg zoekt. Dag aan dag passeren alle mogelijke constructies de revue: van simpele versjes en aloude liedjes tot verzonnen samenstellingen en boeiende hypotheses. ‘Peter Pan, zoek me dan, als je kan’ … ‘s Zondags gaat zij naar de kerk, met een voetbal onderweg’ … ‘Tuut,

tuut, tuut, hoor wie komt eraan, het is de brandweerman met zijn grote kraan’ … ‘Oeps, zus liet een waterboertje’ … ‘Als ik een mama bent, dan ben jij een kindje, en als je ziek bent, kom ik met jou naar de dokter, lief hè’ … Sommigen vinden het schattig. Anderen beginnen na een halfuur zenuwachtig op hun stoel heen en weer te schuifelen. Want laat ons eerlijk zijn, sommige grote mensen houden niet van dat getater. Iets zorgt ervoor dat ze de veerkracht missen om dat speelse, dat drukke, dat jonge en vaak enthousiaste een plaats te geven. Dat wist Don Bosco in zijn tijd al. Hoeveel keer heeft hij met zijn jonge gezelschap geen andere oorden opgezocht omdat er geklaagd werd over lawaai en overlast? Hij wilde zijn jongens een thuis en een zinplaats bieden, maar óók een speelplaats, desnoods verhuisde hij maar. Het proces dat buurtbewoners - na Brugge, Lauwe en Erpe-Mere - nu ook in het liederlijke Asse aangespannen hebben tegen de plaatselijke kinderopvang, scouts en speelpleinwerking wegens geluidsoverlast, zou hem ongetwijfeld een

doorn in het oog geweest zijn. De media in de buurt en erbuiten volgen dit symbooldossier met argusogen. “De vrede­ rechter had de luciditeit om de klacht ongegrond te verklaren,” zo meldde de krant, “maar er kan een deskundige aangesteld worden om de nodige metingen uit te voeren.” Een mens zou voor minder fronsen. Moeten er werkelijk normen voor kindergeluid komen? Mag de één of andere ambtenaar ergens met de nodige apparatuur neerstrijken om een meting te doen van de decibels die een jong volkje bij volle daglicht produceert? Is het recht op spelen niet een absoluut kinderrecht én een enorme leerschool? En mogen we in deze tijden vurig hopen dat ze dat spelen nooit in een verborgen hoekje en in alle stilte moeten doen? Laten we bij de jaarwende dus nog maar eens het glas heffen … op de homo ludens deze keer … én sapiens!

3


tussen-in |

Tekst: Hans Van Crombrugge Foto’s: Eindredactie, sxc

Tussen voetbal en pampers Vaders en moeders

4

Opvoeden is een kind én sturen én laten groeien. Het is niet of-of, maar wel degelijk en-en. In elke opvoeding moet een balans gevonden worden tussen die twee aspecten. Traditioneel werd dit evenwicht gevonden in een taakverdeling tussen man en vrouw. Er is het vaderlijke en het moederlijke principe in de opvoeding. Vader staat voor gezag, wet en orde, rede, het eisen van prestaties, zeg maar: het sturen. Moeder staat voor zorg, begrip en gevoeligheid, emoties, onvoorwaardelijke liefde, zeg maar: het laten groeien van het kind. Die verdeling tussen vader en moeder werd verantwoord door te wijzen op de verschillen tussen man en vrouw. Het verschil werd complementair gedacht: de een heeft wat de ander niet heeft en beide vullen elkaar aan. Tegelijk werd veel belang gehecht aan de noodzakelijke eenheid in de opvoeding. Ouders mogen dan wel verschillen, het kind heeft nood aan een eenduidige en eensgezinde omgeving om

in op te groeien. Die eenheid werd gezocht in de echtelijke band tussen man en vrouw. Omdat man en vrouw zo verschillen, trekken ze elkaar aan en zoeken ze naar eenwording. Die liefde vormt de basis van de ouderlijke liefde. Man en vrouw willen hetzelfde, zij het op een eigen manier: de een als vader, de ander als moeder. Dat de vader het laatste woord had, was daarbij evident: hij belichaamde het verstand, hij was als man het (gezins)hoofd. En dat moeder de dagelijkse zorg op zich nam, was ook vanzelfsprekend: zij was van nature gevoel en begrip, zij vormde het hart. In dit traditionele plaatje wordt ook een verschil gemaakt naargelang van het geslacht van het kind. Zowel jongen als meisje hebben vader en moeder nodig, maar in tegenstelling tot het meisje heeft de jongen ook een opvoeding buiten het gezin - door andere opvoeders - nodig. Hij zal immers buitenshuis moeten werken en in de maatschappij moeten presteren. Het meisje heeft genoeg aan het voorbeeld van de moeder en het gezag van de vader om later een goede huisvrouw te zijn.

Auto’s en crèches Dit traditionele schema is eeuwenlang in allerlei vormen gecultiveerd, het heeft vorm gekregen en is beargumenteerd en tot op vandaag doordrenkt het ons samenleven en denken, of we dat nu willen of niet. Zelfs als we vooral niet zo willen denken en op een andere manier het samenleven – in gezin, op het werk,

n kind dat ee je is m o t nie eis Het is en of een m rtoe hij g aa n w jo n n e e e e orden. tligt ho dat vas voed moet w e opg

Opv o stur eden is en é n la een kin ten groe d én ien. in de maatschappij - van mannen en vrouwen willen organiseren, botsen we op die traditionele schema's. Ook al weten we dat mannen en vrouwen niet zomaar twee complementaire naturen zijn, ook al weten we dat vrouwen met succes in traditionele mannenberoepen kunnen functioneren en dat mannen typische vrouwelijke taken kunnen verzorgen, toch zien we hoe zorgtaken vooral door vrouwen worden opgenomen (vaak naast de andere, eerder mannelijke taken die ze steeds meer opnemen) en dat vrouwen zich uitvoerig moeten verantwoorden over de wijze waarop ze hun moederschap opnemen als ze buitenshuis werken. De combinatie van vaderschap en buitenshuis werken lijkt daarentegen geen probleem te zijn. Als mannen een werkvergadering vroeger willen verlaten, zullen ze zich hoeden om als reden op te geven dat ze hun jongste uit de opvang moeten gaan halen (kan de moeder dat niet doen?), strategischer is te zeggen dat ze een belangrijke voetbalmatch niet willen missen. Ook blijkt de nieuwe androgyne man, die zowel het vrouwelijke als het mannelijke in zijn leven probeert te ontplooien, vooral in de media en cosmetica voor te komen, terwijl die man in de feiten een uitzondering blijkt te zijn. Vaders kunnen wel degelijk voor kleine kinderen zorgen en het huishouden doen, maar in de wereld van de reclame worden de pampers vooral aan de vrouw gebracht, zoals ook het strijken, de was en de plas vrouwelijke aangelegenheden blijven. Soms stoort het ons en vinden we het niet van deze


od ben no en heb odellen. r e d in K erse m aan div

tijd, maar vaak valt het ons zelfs niet op. Om het op te hangen aan een beeld: de kroonprins blijft autofabrieken en technologiebeurzen bezoeken, terwijl prinses Mathilde bezoeken blijft brengen aan ziekenhuizen en social profitorganisaties. Als goede moeder keert zij naar huis voor de verjaardag van de dochter, terwijl papa prins blijft werken en uitkijkt naar de vakantieperiode waarin hij met de kinderen zal gaan fietsen. Vergeten we bij dit alles ook niet dat in kinderopvang, onderwijs en zorg kinderen vooral vrouwen tegenkomen, waardoor zorg haast automatisch geassocieerd wordt met vrouwelijkheid. Waarom dan schrikken als onze kinderen traditioneel denken over mannen en vrouwen, als jongens bepaalde typisch vrouwelijke klussen afwijzen met als argument dat ze geen meisje zijn, en als meisjes dromen van kinderen en een mooi huis?

Tradities en stereotypen Onderzoek geeft aan dat heel veel taken in gezin en samenleving nog steeds volgens traditionele rollen verdeeld zijn. Mannen en vrouwen onderhandelen wel meer over hoe ze het gezinsleven organiseren, waarbij persoonlijke belangstelling en competentie in rekening gebracht worden, maar de uitkomst is vaak nog erg geslachtsstereotiep. Terwijl de nieuwe man vooral een wensbeeld blijft, is de dubbele taakbelasting van vrouwen een onweerlegbaar feit. Vaders blijven minder beschikbaar voor kinderen, de gezamenlijke activiteiten van vaders en kinderen – waarbij de zoon op meer aandacht kan rekenen dan de dochter - liggen vooral in de ontspannings- en vrijetijdssfeer en de zorg voor de kinderen blijft vooral een taak van moeder. Opvallend is ook dat een goede band van kinderen met vader en moeder samenhangt met geslachtsstereotiepe dimensies in de ontwikkeling van kinderen. Om een voor-

beeld te geven: een goede band met moeder lijkt vooral een rol te spelen bij het zich goed voelen, terwijl de band met vader eerder voorspellend is voor prestatiegerichtheid. Kinderen en jongeren hebben over het algemeen ook traditionele rolopvattingen over mannen en vrouwen, vaders en moeders. Kinderen met homoseksuele ouders verschillen daarin van hun leeftijdsgenoten, terwijl ze voor alle andere aspecten vergelijkbaar zijn.

Mannelijk en vrouwelijk Dit laatste is veelzeggend. Blijkbaar zijn ouders niet zonder meer gedetermineerd door de biologie, de eigen opvoeding en de maatschappelijke beelden. Ouders kunnen ook gezinstaken verdelen volgens eigen idealen en visies, los van traditionele schema's. En ook de kinderen zijn niet biologisch en maatschappelijk bepaald: ouders kunnen wel degelijk een verschil maken. Hiermee is niet gezegd dat mannen en vrouwen niet verschillen en dat vaders en moeders inwisselbaar zouden zijn. Natuurlijk zijn er mentale verschillen tussen mannen en vrouwen die verband houden met de lichamelijke verschillen. Ook vanuit evolutionair standpunt kan aangenomen worden dat meisjes vooral een grotere genetische kans hebben op een aanleg om te 'moederen'. Wat het aandeel van natuur en cultuur is, is evenwel niet uit te maken en ook niet zo belangrijk. Belangrijk is te zien dat de verschillen relatief, niet complementair en niet determinerend zijn. Elke man en elke vrouw kan zijn of haar totale persoon ontplooien en daartoe behoort het cultiveren van 'vrouwelijke' en 'mannelijke' aspecten, ook in en door het ouderschap. Voor kinderen en hun opvoeding geldt iets analoogs. Het is niet omdat het kind een jongen of een meisje is dat vastligt hoe en waartoe hij opgevoed moet worden. Voor elk kind moet dit steeds weer uitgezocht worden. Een belangrijk element daarbij zijn de voorbeelden van mens-zijn die het kind kan ontmoeten. In de eerste plaats erva-

De nieuw em een uitzo an blijkt ndering.

ren ze bij hun ouders hoe mensen met het mannelijke en vrouwelijke omgaan. Hiermee kunnen ze zich identificeren en/ of hiertegen kunnen ze zich afzetten. Kinderen die alleen een vader of alleen een moeder hebben of ouders van hetzelfde geslacht, maar ook alle andere kinderen, hebben nood aan contacten met andere mannen en vrouwen, in de eerste plaats in de opvang en op school, maar ook in andere maatschappelijke sectoren, in media, in sport, de vrije tijd, enz. Hoe meer modellen van mannen en vrouwen, hoe meer kansen om zelf uit te vinden op welke wijze men zelf mens kan en wil zijn als man of als vrouw. Kinderen die daarin slagen, kunnen later ouders worden die zich goed voelen in hun mannelijk of vrouwelijk vel.

Een veelheid aan modellen Dit alles sluit niet uit dat sommige ouders de taken op een traditionele wijze zullen verdelen. Het argument zal dan evenwel niet zijn dat het zo hoort of dat dit natuurlijk is, maar wel dat dit de wijze is waarop ze het ouderschap samen, op een verantwoorde wijze willen opnemen. Daarmee wordt ook niet uitgesloten dat een andere wijze van opvoeden ook mogelijk en wenselijk kan zijn. Wat wel te allen tijde in opvoeding moet vermeden worden, is dat iemand zijn/haar leven en zijn/haar wijze van man- of vrouw-zijn zou verabsoluteren en als enige model aan de kinderen zou aanbieden. Kinderen moeten immers de tijd en de ruimte krijgen zelf hun vorm van man- of vrouw-zijn te ontdekken en te ontplooien in confrontatie met diverse modellen.

ď °

5


een woord waard |

Tekst: Jan Hens Foto's: Eindredactie, sxc

Geloofslessen vandaag

God heeft heel veel oren

6

In de dertig jaar dat ik godsdienstles gaf, heb ik de jongeren en de maatschappij in hoog tempo zien ontzuilen, ontkerkelijken en seculariseren. Godsdienst als persoonlijk, individueel referentiekader en als organiserend en structureel principe in de samenleving heeft vandaag zijn centrale plaats in de maatschappij verloren. In het begin van mijn loopbaan kon ik nog wel over God en Jezus praten, later kwam er meer en meer tegenstand vanuit de klas als die tijdens de les werden genoemd en benoemd. Steeds meer kwam het idee dat de rede en de autonomie, de vrijheid van de mens de ware zin gaf aan de wereld en het leven.

Langzame breuk Stilaan is er de breuk met de traditie gekomen. Jongeren werden niet meer opgevoed vanuit een geloofstraditie, niet thuis en ook niet meer op school. Stilaan verdween God uit de school, in bezinningsteksten, in de lessen godsdienst. Vandaag leven we in een samenleving die duidelijk meertalig, multicultureel, multi-etnisch en ook multireligieus is. De leerlingen zien vele vormen van religie en kijken ook op naar sommige religies. Ze hebben de band met de religie van hun

Het blijft een uitdaging waarbij ik hoopvol uitkijk naar de toekomst.

voorouders volledig verloren, ze hebben gemerkt dat de rede wel een verklaring geeft voor de dingen, maar ook dat de rede geen zin geeft aan de dingen. Ze zien ook in dat onze autonomie, onze vrijheid pas ontstaat vanuit de gratie van het samenleven met anderen. Daardoor ontstaat er een groeiende belangstelling voor spiritualiteit. Die is herkenbaar in de media, die deze thema’s vandaag in hun programmatie opnemen. Jongeren stellen geloof en godsdienst vandaag niet meer gelijk aan dogma, autoriteit en dwang, maar ze kunnen nu meer omgaan met zingeving, religiositeit. Geloof wordt vandaag meer en meer op een persoonlijke wijze bijeengesprokkeld. Dit biedt ons nieuwe kansen en uitdagingen.

Vragen Jongeren maken vandaag meer en meer het onderscheid tussen wetenschap en geloof. Ze zien beter dan vroeger in dat beide naast en in elkaar kunnen bestaan. Hierin schuilt dan ook de uitdaging om met de jongeren van vandaag op zoek te gaan naar de zin. Jongeren hebben meer en meer vragen over het geloof en ook over het geloof van hun opvoeders. Zo komen er vragen zoals: “Meneer, wat is de hemel eigenlijk?” En: “Wie is God volgens jou eigenlijk?” Welke zijn in die context de uitdagingen voor ons en onze scholen? Ik zie enkele uitdagingen verschijnen. We dienen ons als school te beraden over de vraag hoe religieuze vorming er gestalte kan krijgen. Hoe ondersteunen we de leerlingen die ‘nog’ een geloofstraditie hebben vanuit thuis? Hoe helpen we de leerlingen die op

zoek zijn naar een geloofsgemeenschap, een groep gelijkzoekenden? Hoe helpen we de jongeren die wel hun weg vinden in de religie om hun ouders terug te voeren naar het domein van religie en geloof?

Antwoorden In mijn zoeken naar antwoorden zie ik twee mogelijkheden die voor mij en volgens mij de uitdagingen aangaan. Het eerste antwoord is het voorleven: levende getuige zijn van geloof. Dit betekent dat we nood hebben aan authentieke gelovige getuigen. Mensen die het geloof zelf beleven, die in het leven staan vanuit het geloof en dat ook naar anderen willen noemen en benoemen. Het tweede antwoord schuilt in de narratieve, gelovige interpretatie van de Bijbelse inhoud. De Bijbelse verhalen getuigen van het zoeken naar en vinden van geloof door mensen. Via die verhalen kunnen we, samen met jongeren, zoeken en ook samen vinden. De interreligieuze dialoog, de dialoog met andere religies biedt hierin een meerwaarde. Jongeren kijken soms op naar andere religies en het samen zoeken naar het waarom en de antwoorden die andere religies geven en die confronteren met de eigen antwoorden, biedt de garantie van een eerlijke, onbevangen zoektocht naar geloof. Godsdienstlessen, het blijft een uitdaging, maar één waarbij ik hoopvol uitkijk naar de toekomst.


Tekst: Lieven Pevenage Foto's: Eindredactie, sxc

| geblogd

(Geen) zin in bezinning?! Ik heb dienst. Jawel, op zondag! Zes werkdagen lang zag God in Genesis 1 dat wat Hij gepresteerd had, goed was. In Genesis 2 riep hij de zevende dag uit tot rustdag, maar … blijkbaar niet altijd en niet voor iedereen! Als ik in de leefgroep opduik voor de ‘aflossing van de zondagswacht’, hebben de jongens het ontbijt al half verteerd. Een groepje verkneukelt zich in een klassiek gezelschapsspel. Wat enkelingen verliezen zich in de virtuele realiteit van een meeslepend computerspel … tot plots de bliksem inslaat: “Oké, jongens, jullie mogen in de zetels plaats nemen. Tijd voor de bezinning …” In een flashback zie ik mezelf weer in de speeltuin van mijn kinderjaren, in één van die reusachtige, verslavende looptonnen, metafoor voor het leven van de moderne homo ludens. Eens in die loopton gesprongen, houd je ze samen al lopend in beweging. Algauw trappel je als in een roes rondjes mee. Op automatische piloot dender je van kick naar eentonigheid, van ontspanning naar stress (?), van euforie naar angst. Het dringt ineens tot je door dat je de ton niet kan stopzetten wanneer jij dat wilt. Je hebt geen keuze meer. Het wordt doorlopen of vallen. Een te hoog tempo, een misstap en je hebt er gelegen, onverbiddelijk. Onder de voet gelopen sleur je anderen ongewild mee in je val. Willens nillens ben je een meelopertje geworden, afhankelijk van de sterkste lopers. Zij bepalen hoe hard en hoe lang jij moet lopen. In hun ogen twinkelt het leedvermaak over je nakende nederlaag: de val.

Tenzij … tenzij je tijdig uit de ton springt. Mijn “oké, jongens, tijd voor de bezinning”, is een oproep om uit die loopton te springen, geen vrijblijvende oproep. Wordt er onvoldoende (snel) gehoor aan gegeven? Dan zet ik resoluut de rem op de loopton, tot die ratelend stil valt. Mijn “jullie mogen in de zetels plaats­ nemen”, is dus in feite een “jullie moeten in de zetels plaatsnemen”. In het bijzonder de jongeren van onze doelgroep, de zogenaamde GES-jongeren, zitten niet bepaald te wachten op wat moet en al helemaal niet op een bezinning die moet. Wie vuurt er deze keer dus dé voorspelbare vraag af? “Wat is dat voor iets: een bezinning?” … Jorne dus. Hij klinkt en kijkt daarbij als iemand die een flinke portie spruiten voorgezet krijgt. Hij die geen spruiten lust. Geen zin in! Een korte historiek over het overnemen van de fakkel van de paters salesianen door ons, leefgroepbegeleiders, klinkt wat na als een bleke verontschuldiging, als een rechtvaardiging ook voor de verstoring van hun vrije tijd. Niet dat ik het anders verwacht had, maar toch: er steekt geen weldoende hoerawind op. Jorne glijdt zelfs nog wat dieper weg in het drijfzand van zijn zetel. Mijn overlevingsbelletje rinkelt schel in mijn hoofd. Hoogtijd om Jorne en co bij de nek te grabbelen met een eye- of earcatcher. Op naar een hé-moment, om via een zorgvuldig gevlochten rode draad zachtzinnig in te breken in hun brein en hart, om ze omzichtig naar het licht en de warmte van het Vuur van de fakkel te loodsen, of naar het Water, zo je wilt. En nee, ik

spreek die ervaren Brit niet tegen die ooit zei: “You can lead a horse to water, but you can not make it drink.” Ik blijf achter de missie staan die spreekt uit de eerdere benaming voor mijn beroep. Ik wil op-voeden, ervoor zorgen dat jongeren door voeding op élk niveau op-groeien, holistisch, naar verbondenheid toe. In elke mens huist er een onzichtbaar en onverklaarbaar Allerelementairste Deeltje. ‘Aangesproken’, doet dit hengelen naar heelheid en hereniging. Zo woont Hij (zo)als liefde in ons, als Vuur dat vernieuwt, als levenwekkend Water. Jorne ziet zichzelf nog als iemand die enkel cola drinkt. Water? Geen zin in! Hij wéét nog niet, heeft nog niet ervaren hoe deugddoend en levenreddend dat Water kan zijn. Maar goed dat ik op deze zondagmorgen de kans kan aangrijpen om hem uit het drijfzand van zijn zetel bij de nek te grabbelen. Dat ik de loopton van zijn dagelijks leven kan stilleggen. Dat ik hem naar het Water kan leiden. Misschien drinkt hij wel met volle teugen. Straks. En morgen. En overmorgen. Vrijwillig. Gewoon …. omdat hij er zin in heeft. Zin in bezinning? Zeker weten!

7


onderweg |

Tekst: Johan Van der Vloet Foto’s: Eindredactie, sxc

Nieuw leven Gelovig of niet gelovig, geboorte en nieuw leven brengen je in contact met het ongrijpbare van het leven. Het is zoveel meer dan je verwachtte, dan je zelf kon geven. Tegelijk ervaren mensen t.o.v. dit wonderlijke leven een grote verantwoordelijkheid. Zul je het wel goed doen, zal je kind gelukkig worden? Geboorte en nieuw leven hebben altijd al de grote vragen opgeroepen: Waar komt dat leven vandaan? Wie of wat maakt het mogelijk? En hoe zal dit leven ‘lukken’?

8

omgooien, het is nogal wat! En dan is er nog de taak om dit baby’tje te helpen opgroeien tot een mens die op eigen benen kan staan. Maar ondanks alle zorgen en vermoeidheid ervaren de meeste mensen die kinderen verwachten en opvoeden dit nog steeds als het prachtigste wat hun in hun leven kan gebeuren. In de meeste gevallen zijn kinderen ook heel erg ‘gewenst’ en gepland. Een trend is wel dat de leeftijd waarop vrouwen de eerste keer zwanger worden, steeds hoger wordt, en er daardoor Waarom willen mensen minder kinderen per gezin zijn. Dat leidt kinderen? in Europa tot wat men de denataliteit Wanneer mensen van elkaar houden, noemt: we krimpen als bevolking en dat groeit het verlangen om een kind te heeft zijn implicaties op de financiering krijgen. In die kinderwens speelt zeker van de pensioenen en de dynamiek van een biologisch element. Maar bovenal de samenleving, een vraag die zeker in de is er het verlangen om je liefde lettertoekomst nog zal spelen! Het fenomeen lijk ‘leven­gevend’ te laten zijn. Daarom van de tienerzwangerschappen is het teweegt het ook zo zwaar wanneer mensen genovergestelde: meisjes die op (veel te) geen kinderen kunnen krijgen. Tegelijk is lage leeftijd kinderen krijgen. een kind krijgen een echte uitdaging: Dat blijft gelukkig een margieen hulpeloos en soms wel naal fenomeen en heeft knap lastig – en toch zo iet het n n is t vaak te maken met het schattig - baby’tje verzor“He nse om me erk t n e m lage zelfbeeld dat deze gen, je hele leven ervoor eK mo r van d de deu ijzen.” meisjes hebben. Een te w kind krijgen geeft hun leven kleur en zin. Maar het is wel een zorg voor de maatschappij om die mensen goed te begeleiden.

Je kind dopen? De wetenschap leert ons steeds meer over het leven en hoe het ontstond.

l doopse In het ind kind je k wordt d. van Go

Maar dat lost niet alle vragen op. Er is ‘iets’ buitengewoons aan het leven. Nog niet zo lang geleden brachten mensen dit goddelijke spontaan in verband met God en met de Kerk. Tegenwoordig is dat niet meer vanzelfsprekend. Grote onenigheid is er over de vraag of het leven gedragen wordt door een oorsprong of louter toeval zou zijn. Een eenduidig antwoord is er niet op, en als je zelf mama of papa wordt, voel je iets van het wonderlijke, onvatbare van het leven. Vroedvrouw Ann De Clercq zegt het zo: “Een geboorte is zó mooi en zó moeilijk te omschrijven … het is een zeer intense beleving. Zelfs eenvoudig naar een kind kijken, is al een prachtig moment! Een kind is zo spontaan, zo fascinerend … De natuur is complex en alles wordt bestudeerd. Ook al kan er in de wetenschap al veel en weten we veel, toch zijn we tegelijkertijd ook ontzettend beperkt in ons kunnen en kennen. Er moet ‘iets’ zijn dat we niet met cijfers en wetenschap kunnen omvatten en omschrijven, waar we niet bij kunnen en waar we waarschijnlijk nooit bij zullen kunnen met ons verstand. Dat gevoel heb ik vooral als ik geconfronteerd word met


je kind wilt: dat je mag leven, liefhebben en liefde ontvangen, en dat dat je echte geboorteakte is! Het doopsel zegt ook, in die krachtige symbolen van water en licht, dat het kwaad en de dood niet zullen overwinnen, maar dat het leven sterker is dan de dood. Voor de eerste n christenen was dat de ultieme nge et verla Er is h fde letterlijk betekenis van het doopsel: lie om je gevend te met Jezus sterven én verrijzen. leven . n ij z n Het doopsel dat je eeuwig lelate ven geeft dus: nu reeds, wanneer je kiest voor het leven, en over de ten worden. Wij hebben eeuwenlang dood heen. Dat is de unieke boodschap deze positie als culturele religie ingenovan het christelijk geloof: het licht zal almen, wij kunnen die niet in één generatijd sterker zijn dat de duisternis. tie hautain van ons afschudden. Ik vind dat een klerikale houding. De mensen Vooral geschenk, ook opgave reageren dan terecht: “In de Kerk moest Niet iedereen zal dit met zoveel woorden het vroeger, nu mág het niet, één zaak is beamen of uitspreken. Maar het beantgebleven: zij beslissen.” Ik denk dat het woordt wel aan een diep verlangen in vandaag echt niet het moment is om de ieder mens. Het doopsel is daarom een mensen de deur van de Kerk te wijzen. echt sacrament: een geschenk van God Het is eerder het moment om die deur te aan de mensen. Natuurlijk is het ook openen.” (Nieuw Leven, p. 33). een opgave: je wordt uitgenodigd en ook uitgedaagd om met je doopsel ‘iets te doen’, om je waardigheid als kind van Het sacrament van het doopsel God te ervaren en in de praktijk te brenWie in de dooppraktijk staat, ervaart dat gen, te worden wie je bent, - om het met als wijze woorden. Tegelijk is de doopselde woorden van Augustinus te zeggen -, vraag wel een gelegenheid om mensen wat in je is te ontplooien opdat je gelukin contact te brengen met wat de doop kig zou zijn en geluk kan schenken. Door in zijn diepste betekenis is: dat je kind de praktijk van de kinderdoop is dat in de kind van God wordt. Je kind laten dopen, eerste plaats een opgave voor de ouders is je kind laten onderdompelen in Gods geworden, maar het kan hen ook verder oneindige liefde. In de doop wordt het helpen bij het zin geven aan hun eigen lekind de geest van God toegezegd, die het ven. Zo maakt dit sacrament mensen rijheel zijn leven mag meedragen en die ker. En daar is het hem verbindt met alle andere gedoopvoor bedoeld! ten en zo met de Kerk, die in de eerste plaats de gemeenschap van alle gedoopten is. Door het doopsel druk je eigenlijk uit wie je als mens bent en wat je voor

nieuw leven ... Op die momenten kom je bij iets overstijgends.” (Nieuwe Leven, p. 27). Dat is ook één van de redenen waarom er nog relatief veel kinderen gedoopt worden. Je hoort als motivatie vaak dat ouders hun kind ervaren als het mooiste geschenk dat hun ooit is gegeven. En dat ze hun kind alles willen geven. Zin en waarden in het leven horen daarbij. Als ik een doopviering doe, laat ik de ouders altijd een wens schrijven voor hun kind als een soort van ‘brief aan God’. Daar schrijven ze echt heel mooie en ontroerende dingen in. Ook de beloften van peter en meter zijn meestal zeer doordacht en hartelijk. Binnen de Kerk stelt men wel eens de vraag of die motieven voldoende zijn. Moeten we niet ‘strenger’ worden en mensen weigeren die enkel het ritueel willen en niet echt van plan zijn hun kind ‘in de geest van Christus’ op te voeden, zoals in het doopritueel gevraagd wordt? Of moet er een apart welkomstritueel komen voor deze categorie, dat geen doopsacrament is? Mgr. de Kesel zegt daarover: “Er zijn veel mensen die het doopsel vragen, niet vanuit een diepe innerlijke verbondenheid met het evangelie, maar omdat ze toch ook niet helemaal afstand willen nemen van Nieuw leven: het magazine deze traditie. Ik neem dit zeer Nieuw leven biedt een brede insteek rond de vraag ernstig en doe hen niet naar het ontstaan van het leven, de kinderwens, rt e le p a af als een ‘tweedede beleving van ouders bij de geboorte, het r tensch De we ds meer ove nd, rangs categorie’. Ik eerste levensjaar, de manier waarop godsto e ons ste hoe het onts e vind dat een zeer diensten met de komst van nieuw leven t all en en het lev ar dat lost nie bevoogdende en omgaan … een ideaal geschenk dus voor ma op. vragen weinig respectvolle ouders die een kindje verwachten of recent kregen. Het kan ook houding tegenover perfect gebruikt worden bij de doopvoorbereiding. Tips voor het gedie mensen. De mensen bruik vind je op www.halewijn.info, doorklikken naar ‘magazines: Leven komen bij jou, ze komen aan de wat er echt toe doet’. Het magazine kost 4 euro (3 euro vanaf 30 ex) en is verkrijgdeur van de Kerk kloppen, dan vind ik dat baar in de liturgische boekhandels en via uitgeverij Halewijn. ze goed en met eerbied ontvangen moe-

9


hefboom |

Tekst: Jean Paul Pinxten Foto’s: Eindredactie

De pedagogische begeleidingsdienst van de salesianen van Don Bosco

Salesiaans geïnspireerd onderwijs Geschiedenis

10

Vanaf het ogenblik dat er onderwijs ingericht en georganiseerd werd, waren er ook personen of instanties die namens de inrichters (die betaalden of subsidieerden) toezicht hielden en de scholen controleerden. In het katholiek onderwijs in Vlaanderen gebeurde dat oorspronkelijk alleen vanuit de bisdommen en religieuze orden en congregaties die onder het grondwettelijke principe van de ‘vrijheid van onderwijs’ hun scholen oprichtten en bestuurden, het onderwijs organiseerden, en de lasten volledig droegen. Zodra de staat ook het vrij katholiek onderwijs ging subsidiëren en het personeel ging betalen, wensten ook zij een vinger in de pap om te controleren of de subsidies goed besteed werden. Zo verscheen de rijksinspecteur op school, die naging of men voldeed aan de minimumvereisten voor subsidiëring en of de leerlingen de nodige kennis hadden opgedaan voor de verschillende vakken. Daarnaast waren er de diocesane of congregationele inspecteurs, die in opdracht van het bisdom, de orde of congregatie neerstreken om de beroepsbekwaamheid van leraren te beoordelen en tezelfdertijd leraren en directeurs te ondersteunen in het zo goed mogelijk uitvoeren van hun taken. Met het decreet betreffende inspectie en

pedagogische begeleidingsdiensten (17 juli 1991) werd het onderwijslandschap drastisch hertekend. De onderwijsinspectie ‘nieuwe stijl’ kon zich ontplooien en in de verschillende onderwijsnetten/ koepels mocht men een pedagogische begeleidingsdienst uitbouwen. Voor de pedagogische begeleidingsdiensten ligt de klemtoon sindsdien uitdrukkelijk op ‘begeleiding’ en ‘ondersteuning’, op ‘adviseren’ en ‘stimuleren’. Het ‘controleren’ werd formeel opgedragen aan de inspectie, die dat vooral doet door middel van schooldoorlichtingen. Onder de koepel van het VSKO (‘de Guimard­straat’) werd de vzw Pedagogische Begeleidingsdienst van het Katholiek Onder­wijs opgericht. Vanuit die dienst ontstond centraal een stafdienst en in de vijf Vlaamse bisdommen werd een Diocesane Pedagogische Begeleidingsdienst georganiseerd. Omdat het beschikken over een specifiek opvoedingsconcept het criterium bij uitstek was om een eigen geleding binnen die vzw op te richten, hebben een aantal mannelijke onderwijscongregaties toen ook hun aanvraag ingediend voor een eigen pedagogische begeleidingsdienst. Onder andere de salesianen van Don Bosco hebben hiervoor enkele mandaten en de bijbehorende werkingsmiddelen toegekend gekregen.

Het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs (30 april 2009) ligt grotendeels in de lijn van het decreet van 1991, maar stelt een aantal elementen veel duidelijker en gaat explicieter in op de opdrachten van de pedagogische begeleidingsdiensten. Vanaf de eerste bladzijde van dit decreet wordt duidelijk beklemtoond dat de pedagogische begeleiding instaat voor de ‘externe’ professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen. In die context wil de eigen congregationele, salesiaanse pedagogische begeleidingsdienst haar specifieke missie vervullen.

Missie Een congregationele pedagogische begeleidingsdienst wil de scholen van een congregationele Inrichtende Macht begeleiden en ondersteunen vanuit het erfgoed van de stichter. Om de inspiratie van de stichter levend te houden, te actualiseren en door te geven, werkt onze congregationele pedagogische begeleidingsdienst voor alle aspecten van de pedagogische begeleiding en ondersteuning expliciet vanuit de inspiratie en het gedachtegoed van Don Bosco, zoals dat neergeschreven werd in het opvoedingsproject In dialoog met Don Bosco. Ook de vakdidactische begeleiding van leergebieden, studiegebieden en vakken is een middel om het opvoedingsconcept op pedagogisch niveau in onze scholen te implementeren. In de volgende bijdragen van deze reeks worden een aantal wezenlijke kenmerken en klemtonen van deze salesiaanse dienst belicht en zal duidelijk worden hoe pedagogische begeleiders functioneren als ‘hefboom’ voor degelijk salesiaans geïnspireerd onderwijs.


Tekst: + Luc Van Looy Foto’s: Eindredactie

| binnenstebuiten

Een Kerk die bidt, heeft toekomst Toekomst Jonge mensen zijn de toekomst van de Kerk en de samenleving. Als salesiaan ben ik aandachtig voor wat er in de wereld van de jongeren gebeurt. Het is duidelijk dat weinigen vragen naar evangelisatie, naar Kerk. Wanneer ik in scholen of in jeugdbewegingen ga spreken of met jongeren een babbeltje sla, vragen ze meestal naar mijn privéleven als bisschop. Zelden stellen ze vragen over mijn geloofshouding. Wanneer ik de jongeren zelf iets voorleg over gelovig-zijn, dan ervaar ik toch dat er steeds meer jongeren positief reageren. Ik zou zelfs een gedurfde uitspraak willen doen, die u misschien kunt toetsen in uw omgeving. Ik denk dat jonge mensen sterker geïnteresseerd zijn in het gebed dan in het geloof. Hoe je die uit elkaar kunt halen, is misschien niet zo eenvoudig, maar het zou wel eens kun-

nen dat de weg naar het geloof via het gebed loopt. Bidden is stilstaan bij het mysterie dat in ons aanwezig is en waarvoor we in het dagelijks leven geen woorden vinden. Wat mij opvalt, is dat bidden met de psalmen een ontdekkingsreis is voor jonge mensen. Ze vinden daarin zoveel menselijkheid, miserie, droefheid en woede, maar ook dat alles weer in de plooi valt als de psalmist bij God uitkomt.

Groep

Vraag jongeren niet over hun geloof te spreken, zeker niet aan het begin van de rit, maar vraag hun naar wat ze meemaken als ze samen met een groep vrienden bidden. Ze hebben zo’n nood aan stilte, atmosfeer en samen tot rust komen. Het Taizégebed is daar een mooi voorbeeld van. Het is een manier waarop parochies en groeperingen erin slagen jongeren aan het bidden te krijgen. De liederen in andere talen dan de onze boeien hen, maar vooral het besef er niet alleen voor te staan, geeft hun vertrouwen. Dat gevoel van erbij te horen en er niet bang voor hoeven te zijn om voor hun geloof uit te komen, heb ik sterk ervaren op de Wereldjongerendagen in Madrid de voorbije zomer. Nog een interessant initiatief om jongeren met het gebed te laten kennismaken, is Orval Jeunes en Prière. Een honderdtal jongeren komen in augustus vijf dagen samen in de abdij van Orval. Een retraite is het niet, wel een samen bidden, vieren en in gesprek gaan. Niet alleen met elkaar, maar ook met de monniken van Orval en christenen. Daar groeit n mense Jonge de band met elkaar en rker zijn ste seerd met Christus. Wat zou es geïnter bed dan christen-zijn - of beter: ge in het geloof. t e gelovig zijn - anders bein h tekenen?

Geraakt Voor mij is het duidelijk dat we moeten durven uitnodigen tot gebed en getuigen laten spreken. Een ongelovige jongen, zelfs weerbarstig omdat hij naar een kerkelijke uitvaart moest, zei bij het buitenkomen: “Meneer, eigenlijk is dat toch gene zever, hé?” Zou geloven zoiets zijn als ‘geraakt worden’? Zelfs als het niet verdergaat dan dat, is het toch een ervaring die deugd doet. “You have touched me, and You made me grow”, was de uitspraak van een jonge vrouw na de kruisaanbidding op Goede Vrijdag. Het is boeiend jonge mensen te zien knielen voor het kruis en stil weg te gaan. Ze hebben nog geen woorden om hun ervaring uit te drukken. Ze weten nog niet waartoe hun geloof hen zal leiden. Wat ze wel weten, is dat Christus’ nabijheid deugd doet en dat ze zich goed voelen als ze bidden.

Thuis Een Kerk waarin jongeren zich thuis voelen, moet dus een Kerk zijn waarin ze zich kunnen uitdrukken in gebed, waar hun diepste verlangens naar buiten kunnen komen. Ik ondervind zelfs dat het niet nodig is allerlei nieuwigheden in de viering te steken. Voor hen is het belangrijk dat er sfeer is, een ernstige inhoud en dat de eucharistie overvloeit naar een aangenaam samenzijn daarna. Het verrast me steeds opnieuw dat ze gevoelig zijn voor een kwaliteitsvolle viering, zeker ook met de nodige momenten van stilte. Bij zulke momenten en met die jonge mensen groeit in mij de overtuiging dat een gemeenschap die bidt aan de toekomst van de Kerk werkt.

11


te gast |

Tekst: Eric Haelvoet Foto’s: Katrien Gruyters, sxc

Grappen en grollen Katrien Gruyters, stafmedewerkster van Jeugddienst Don Bosco

12

Katrien Gruyters (°1984) verbindt Harelbeke (moeder) met Hasselt (vader). Ze groeide op in de Limburgse hoofdstad. Na enkele jaren in het Leuvense rondgehangen te hebben, roepen de Limburgse roots haar terug naar Hasselt, waar ze samen met haar man en pas geboren kleine spruit Giel woont. Bij het binnenkomen mag ik dat kleine wondertje aanschouwen. Wat is er mooier dan een ontspannen slapend klein kindje? Het geluk straalt van Katrien af.

Scouts Tot haar vierentwintigste kent Katrien Don Bosco niet. Ze verwijst glunderend naar haar periode bij de scouts, waarvan ook haar drie jongere broers lid waren. Ook haar toekomstige man is een scoutsfreak, ooit leider van haar broers. Nadat ze het diploma Latijn - Moderne

Talen behaalde aan de school Kindsheid Jesu in Hasselt, trok ze naar Leuven. Ze behaalde na het licentiaatsdiploma ortho­pedagogie en de lerarenopleiding ook nog een extra ster in de familiale bemiddeling. Precies in Leuven ontlook de liefdesbloem, waarvan Giel het nieuwe beloftevolle bloemknopje is.

Sfeer Tijdens haar opleiding aan de K.U.Leuven maakt ze haar thesis over een internationaal Comeniusonderzoek omtrent de implementatie van inclusief onderwijs in vijf landen: België, Noorwegen, Polen, Portugal en Tsjechië. Ze mag zowaar op kosten van Comenius naar die vier andere lan-

den. Die aardbei van het reizen smaakt naar meer. Met vreugde start ze op 14 juli 2008, amper een paar weken na het afstuderen, haar nieuwe job bij Jeugddienst Don Bosco. Een week later is ze al in Don Bosco Benediktbeuern (Beieren), waar het meteen klikt met de typisch salesiaanse sfeer. Ook al startte ze met een klein hartje bij de ‘paters’, weldra draagt ze hun een warm hart toe. Het klassieke cliché van de ‘paters’ smelt namelijk heel snel weg: “Salesianen zijn mensen zoals iedereen, met wie je een gewoon contact kan hebben. Hun grappen en grollen maken dat je je direct thuis voelt.”

Internationaal

oren te beh moois el, waarin ts ie . Het is groot gehe g geeft tot een aar erkennin lk men e

Binnen de Jeugddienst is ze de coördinator van de kerntaak ‘internationaal’. Jongvolwassenen van 1830 jaar kunnen als vrijwilligers voor 4-5 weken naar een ander land, om daar in een salesiaanse organisatie, meestal speelpleinwerk, mee te draaien. Ze mag hen voorbereiden, vormen, de logistieke aspecten behartigen … Ze mag ook nieuwe projecten opstarten. Zo gaat ze viermaal naar Zambia en eenmaal naar Congo.


n nen va salesia nen zijn e d n ij z ia Leken maar sales ar. a n, morge elijk onmisb teg

Momenteel wordt een nieuw project in Zuid-Afrika voorbereid: jonge animatoren in de speelpleinwerking gaan vormen. Dit werk heeft twee zussen: Vides, dat jongvolwassenen uitstuurt voor een wat langere tijd, en VIA Don Bosco (het vroegere DMOS-COMIDE), dat jongvolwassenen met een hoger diploma voor zes tot twaalf maanden naar het Zuiden uitzendt. Gelukkig voorziet Europa in subsidies: negentig procent van de ingediende dossiers maken heel wat euro’s los, althans voor de Europese werking. Voor Afrika doet de Vlaamse overheid een duit in het zakje, zijn er donaties en kan af en toe een beroep gedaan worden op de Don Boscostichting Plezierig Geëngageerd.

Youth-Net Een tweede luik van haar werk is de vertegenwoordiging van de Jeugddienst binnen Don Bosco Youth-Net, ook alweer internationaal. Er zijn dertien landen bij betrokken. Don Bosco Youth-Net brengt vrijwilligers van Don Boscowerken uit de vrije tijd uit die landen samen om van elkaar te leren, uit te wisselen, elkaar te ontmoeten … Ze is blij dat ze op 15 oktober in Groot-Bijgaarden tien jaar Don Bosco Youth-Net mee mocht vieren.

Woorden Eigenlijk wilde ze maar één jaar deze job doen, om dan naar iets ‘serieuzer’ uit te kijken, maar ze was weldra ‘verkocht’ aan Don Bosco. Als ik haar vraag naar de vijf belangrijkste woorden, die ze na drie jaar op Don Bosco kleeft, komt het woord hartelijkheid eerst op tafel. En dan de gastvrijheid: je bent altijd welkom, op om het even welk moment, er is een oprechte interesse … Ook de inspiratie

nzen en gre ig e e d er n. Durf ov en te stappe he

spreekt haar aan. Enthousiast trekt ze een lijn van de fascinerende figuur Don Bosco naar de congregatie en nog wijder naar de salesiaanse beweging. Verder matcht het heel goed tussen ‘Don Bosco’ en haar persoonlijkheid. Vol enthou­ siasme maakt ze haar ouders en eigenlijk haar hele netwerk warm voor Don Bosco. Don Bosco geeft zin aan haar leven, aan het leven van vele mensen. En ze overschrijdt het getal vijf: de samenhorigheid spreekt haar eveneens sterk aan. Het is iets moois te behoren tot een groot geheel, waarin erkenning troef is en men elkaar ook erkenning geeft.

Vertaling Het christelijk karakter is door de drie jaren heen gegroeid, gerijpt ook. Ze stelt vast dat de salesianen in Vlaanderen het christelijk geloof een moderne vertaling gegeven hebben en dat de salesianen in de verschillende landen die vertaling anders inkleuren. Binnen de Don Boscowereld vindt ze een eucharistie, een viering, een bezinning belangrijk. Katrien en Frederic zijn bewust voor de Kerk getrouwd en salesiaan Wim Collin mag weldra hun schattebout dopen.

delijkheid op te nemen, want zij zijn de salesianen van morgen.” Maar ze vindt de salesianen tegelijkertijd onmisbaar voor de zorg voor het charisma, om aan te moedigen bij het engagement, voor de dialoog, om de ogen open te houden voor wat er gebeurt en om in moeilijke perioden kordaat te reageren, zelfs te anticiperen.

Over de muur Ik richt de aandacht van Katrien op jou, beste lezer: heeft ze een boodschap voor jou? En of! “Kijk over je muur en kijk wat Don Bosco allemaal doet, in Vlaanderen en in zovele landen. Het Don Bosco­ project is zo veelzijdig, de salesiaanse beweging een heel rijke mozaïek, het aantal betrokkenen zo ruim, dat je altijd weer verrijkt en vernieuwd wordt door over de eigen grenzen heen te stappen.” Ze heeft zelfs een mooie suggestie voor een thesis: Wie zijn al die mensen in Vlaanderen, die sympathiseren met Don Bosco? En met hoeveel zijn ze? Bij het afscheid geef ik Giel een kruisje op het voorhoofd. Katrien dankt daar heel spontaan voor. Maar mijn dank voor deze fijne ontmoeting is zoveel groter.

Boodschap Voor de salesianen heeft ze een uitdagende boodschap: “Doe meer en meer een beroep op leken om de verantwoor-

Meer lezen? Surf naar www.jeugddienstdonbosco.be.

13


uitgelezen |

Tekst: Piet Stienaers Foto’s: Eindredactie, sxc

Zie je ook een ster? Toen Jezus te Betlehem in Juda geboren was, kwamen er in Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: “Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want we hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” (Lc 2,1)

14

Het verhaal van de drie koningen of de drie wijzen heeft een opvallende plaats gevonden in de gelovige traditie en folklore. Dat zegt iets over de belangrijkheid van het verhaal. Lucas wil ermee aantonen dat Jezus geboren is voor alle mensen, niet alleen voor de Joden. Daarom wordt het feest van de drie koningen ook het feest van de Openbaring genoemd. Jezus wordt geopenbaard, hij wordt voorgesteld aan die vreemde koningen of wijzen, aan de hele wereld. Het verhaal gaat over de universaliteit van het geloof in Jezus Christus. Maar het is nog zoveel meer. Het is een typeverhaal dat veel zegt over de mens en zijn dagelijkse bemoeienissen.

Zijn ster zien in het oosten Je moet tot wat wijsheid gegroeid zijn om een ster te zien. We hebben het dan niet over astrologen maar over doodgewone mensen die openstaan voor wat er rond hen gebeurt. Het verwondert telkens opnieuw dat sommige mensen iets ‘zien’ en andere niet. De eersten krijgen een schitterend idee of merken iets op in hun buurt: dat iemand er ongelukkig bijloopt, dat één van de kinderen er zo stilletjes bijzit. Ze zien iets en doen er iets aan. Zij gaan op stap. Het gebeuren of de vaststelling zet hen in beweging. Sommige mensen daarentegen weten nooit van iets, hebben nooit iets door, komen nooit af met een verrassend voorstel. Bij diegenen die een ster zien, denken

we o.m. aan Henri Dunant die aanwezig was op het slagveld in Solferino in 1859 waar Oostenrijk en Italië met elkaar in strijd waren, één van de meest bloedige veldslagen van de geschiedenis: 40 000 gewonden en gesneuvelden voor wie niemand iets deed. Hij ‘zag’ het, werd erdoor aangesproken, ging op stap en dat werd de stichting van het Rode Kruis. Hoeveel mensen zijn sindsdien niet geholpen door de diensten van het Rode Kruis? We kunnen ook aan Don Bosco denken die de situatie van de verlaten kinderen in Turijn ‘zag’ of aan pater Damiaan die dezelfde ster van de melaatsen zag op Molokaï. Het hoeven echter geen opvallende sterren te zijn die men ziet. De kleine sterren bij de doodgewone mensen met wie je dagelijks te doen hebt, kunnen je ook iets laten zien. Ook dan gaat dit verhaal op.

Vervuld van overgrote vreugde Iets ‘zien’ of door iets getroffen worden, geeft energie en vreugde. Mensen groeien boven zichzelf uit. Wie had gedacht dat Don Bosco, die kleine boerengast van Becchi, zou worden wie hij geworden is? Wie had dat van de bankier Henri Dunant verwacht? Zij hebben een nood opgenomen, maar de nood tilt ook hen op. Wie zou nog van hen spreken als ze die ster niet gezien hadden? Het is natuurlijk zo

dat mensen zich iets op de hals halen wanneer ze ‘een ster zien’, wanneer ze door het één of ander getroffen worden en in beweging komen. Hun leven wordt erdoor ondersteboven gehaald. Heel wat plannen bergen ze op om zich te wijden aan dat nieuwe project. Het kost inspanning en engagement, het eist veel van hun lichamelijke en mentale krachten, het brengt zorgen en problemen mee, maar daarnaast ook een grote voldoening en vreugde: men krijgt iets in handen waaraan men zijn leven kan geven, dat zin en richting geeft aan hun bestaan, dat hen ook resultaten laat zien: mensen die kansen krijgen die ze anders nooit gemerkt hadden. Mensen gaan leven, ten volle leven, door hun toedoen. Zij geraken daardoor vervuld van een grote vreugde.

Een andere weg De meest integrerende vraag bij dit verhaal blijft deze: waarom zagen deze drie wijzen de ster en merkten anderen ze niet op? Waarom zag Henri Dunant dat er iets gedaan moest worden voor de gewonden op het slagveld? Waarom zagen Don Bosco en Pater Damiaan dat er iets moest gebeuren in Turijn en op Molokaï? Waarom zagen zoveel anderen dat niet, vroeger en nu? Misschien gingen zij een andere weg, niet die van Herodes, die van de macht en het gewin. Maar die andere van toewijding en zorg, van aandacht en barmhartigheid, de weg van medemenselijkheid en erbarmen. Wie die weg gaat, vindt ook vandaag nog de pasgeboren koning van de Joden. Misschien vind je vandaag het kind in de kribbe enkel als je oog hebt voor de ster die aan de hemel van je eigen leven verschijnt.


Tekst: Loes Foto’s: Eindredactie, sxc

| broodje cursief

Hippe oorringen Voor een oningewijde is het best wel een creepy scène: een zaaltje vol grijze hoofden die zich buigen over het hotste topic van de avond: ‘Hoe kunnen we jongeren lokken?’ Hoe naarstig er op turbostand ook gebrainstormd wordt, een waterdicht masterplan komt er niet op tafel. Nee, beste lezer, u hoeft de staatsveiligheidsdienst niet te alarmeren. De bende schoolde hier samen met nobele bedoelingen. De initiator van de samenzwering is trouwens zelf een jongere, er staan nauwelijks vijfentwintig lentes op haar teller. Sinds zij twee jaar geleden aangeworven werd als cultuurbeleidscoördinator (‘cubelco’ voor de vrienden), wervelt zij als een frisse lentebries door alle culturele gelederen in de gemeente, tot in de geografische en sociale uithoeken. Haar energie en enthousiasme blijken van een besmettelijke aard te zijn. Binnen verstarde organisaties en instanties worden werkgroepjes opgericht die vernieuwende plannen smeden, over de eigen muurtjes heen de handen in mekaar slaan en ze vervolgens eendrachtig uit de mouwen steken. Lobbying, fondsenwerving, bemiddeling bij botsende visies, planning, begeleiding, feedback … de cubelco zet er haar frêle maar vastberaden schouders onder. Het kan niet anders of haar onafscheidelijke fraaie oorringen size XL functioneren als antennes, want zoals zij kan luisteren en zelfs maar half uitgezonden signalen opvangen … Inderdaad, de jongedame is in meer dan één opzicht haast te mooi om waar te zijn. Recent heeft deze engel-doet-al haar tanden gezet in een taaie kluif die menige vereniging zwaar op de maag ligt: de grote nood aan instroom van jong bloed. De nestors die ernaar snakken wat hupse, artrosevrije beweging in de bestuursgelederen te krijgen, zitten met de handen in

het dunnende haar. Tijd voor actie, vond de cubelco en zij kwam aandraven met een sessie groepsdenkwerk, gecamoufleerd als informeel praatcafé. Doemdenkers konden hun hart luchten, maar algauw schenen de spots op al die vormen van engagement die blijkbaar toch wel leven onder de plaatselijke jeugd. Scouts, chiro én KSJ bloeien en er dreigt geen schaarste in leiding. Elk jaar is onze gemeente de trotse locatie van een meerdaags muziekfestival, puik op poten gezet door een jonge ploeg. Jeugdige vrijwilligers zetten zich in op het speelplein. We kunnen prat gaan op een Jeugdraad die jaarlijks een openluchtfilm, een quiz, een speelgoedmarkt en een ‘Sintemettestoet’ op de agenda zet. Met deze raad als pleitbezorger bij het beleid konden de skaters hun begeerde ramp veroveren en de muziekgroepjes hun repetitieruimte. In de middelbare scholen zijn leerlingenraden aan het werk die er geen genoegen mee nemen louter een door de overheid opgelegd ‘nummertje op te voeren’. De lichting van mijn eigen jongste telg wist bedreven participerend het één en ander op zijn palmares te schrijven: ‘lockers’, zitbanken op de speelplaats, achtergrondmuziek in de eetzaal, broodjes op vrijdag en een jaarlijkse lesmarathon voor het goede doel. Zoonliefs vriendin heeft zich met een hechte groep jaarge-

noten na het afzwaaien van het secundair nog verder bekwaamd in het organiseren van evenementen. In de ruime kring vrienden van onze kroost vallen tonnen engagement te rapen, maar even massaal laten zij het afweten als wij een oproep lanceren om de rangen van de wat minder jonge sociaal actieven te komen versterken. Wat houdt hen toch tegen? Ik trek mijn stoute schoenen aan en ga het hun op de man af vragen. Onze vergaderingen zijn geeuwsaai, daarover zijn ze het eens. Het kan toch gemoedelijk bij iemand thuis, of gezellig op café? En waarom niet eens op verplaatsing in de studentenstad van de jonge leden? Het groepsgevoel moet goed zitten, dat is primordiaal. “Als we nu eens met een tof kliekje, als een soort onderafdeling van jullie, ons eigen ding mochten doen en serieus genomen zouden worden …” Ik krijg ook een direct bruikbare tip mee: die oubollige cultuurraad van ons kan samen met de Jeugdraad iets hips op touw zetten en zo zijn imago afstoffen. Volgens mij heeft onze cubelco dat alles ook al lang uitgedokterd in haar knappe kopje. Maar ex cathedra pasklare oplossingen aanreiken, is niet haar stijl. Als een ware leermeester heeft zij ons wel op het juiste spoor gezet zodat wij zelf onze lamp kunnen laten oplichten. Pas nu, in flashback, schieten mij de hints te binnen die zij bij diverse gelegenheden tussen neus en lippen lanceerde en die wij achteloos lieten voorbijschieten. Ik moet toch eens informeren waar je die speciale antenneoorringen op de kop kunt tikken ...

15


de spreekstoel |

Tekst en foto’s: Mark Den Haerynck

Een stoel voor wie spreekt vanuit een salesiaanse verantwoordelijkheid

Een babbel met Jérôme L' Enfant Campuscoördinator van Don Bosco Haacht

16

De gemeente Werchter heeft in de loop van de jaren heel wat bekendheid verworven. Elk jaar worden er immers nogal wat decibels geproduceerd op het gelijknamige rockfestival. Hoewel Jérôme L' Enfant afkomstig is van Werchter, hoort hij niet thuis in het rijtje van de harde decibels. Het zachte timbre van zijn stem geeft rust. Hij is de man die door Don Bosco Vlaanderen voor dit nummer in de spreekstoel is geplaatst. Jérôme is directeur van de Middenschool in Don Bosco Haacht en heeft op vraag van de Inrichtende Macht voor één schooljaar de taak van campuscoördinator op zich genomen. Haacht heeft drie grote secundaire scholen: een Middenschool, met een bovenbouw ASO en TSO/BSO. De voorbereiding bereikt stilaan het eindpunt, om in september 2012 de bovenbouw met ruim 1400 leerlingen

om te tuigen van een verticale naar een horizontale structuur. De hele campus wordt dan één pedagogische eenheid. Een gedeelde visie en een gelijkgerichte werking op verschillende domeinen moet de leerlingen ten goede komen.

Boerenwijsheid De eenvoud die Jérôme kenmerkt, heeft hij wellicht thuis geleerd. Hij is de oudste van drie kinderen en komt uit een doorsnee landbouwersgezin. De familieband was er sterk, en zeker na de dood van zijn vader op 47-jarige leeftijd was goed overeenkomen een prioriteit. Jérôme beklemtoont sterk hoe belangrijk familiebanden voor hem zijn. Samen met zijn vrouw hebben ze hun drie kinderen dezelfde overtuiging meegegeven en de waarde van de open communicatie benadrukt. De hobby die Jérôme ontspant, is het re-

am uden te een go elen is t e H v waarin niteit in ia s le a s de agen. zich dr creatief mennen van zijn trekpaard. “Van een paard kun je zelfs pedagogische wijsheid leren”, merkt Jérôme op, “want een dier voelt je stemmingen.” En zijn conclusie is: met consequent handelen geraak je zowel bij mens als bij dier het verst. Als dat geen boerenwijsheid is.

Sterk team

Jérôme heeft de groei van de scholencampus van nabij meegemaakt. Hij is oudleerling en zat in 1965 in het zesde leerjaar, dat toen nog in de school bestond. Hij deed er ook zijn humaniora, trok naar het regentaat om wetenschappen-aardrijkskunde te studeren, en kwam terug om in alle onderwijsvormen les te geven, aanvankelijk zelfs met weinig uren. Maar Jérôme kreeg een andere uitdaging. Het ambt van studieleider kwam vrij en hij stelde zijn kandidatuur. De salesianen Piet Stienaers en Piet Palmans bezaten de kunst om hun geloof in mensen te bevestigen. Ze gaven Jérôme een duw in de rug, daagden hem uit en plaatsten hem over de grenzen van zijn eigen bescheidenheid. Na eerst enkele jaren als studieleider, werd hij adjunct-directeur in de Middenschool, om vanuit t de dagelijkse ervaring met een n nseque Met co geraak je sterk team de stap te zetten n handelet verst. naar het ambt van directeur. he Voor het nemen van die beslissing verwijst hij voortdurend naar het netwerk van collega’s bij wie hij zich goed


af en toe zijn nek moet uitsteken. Hij wil echter met de nodige bezorgdheid de geest bewaken en iedereen in dezelfde richting doen kijken omdat het een verandering wordt waarbij de leerlingen het eindobjectief zijn.

Salesiaanse vorming maar alleen n als t n u k re Je nctione el. goed fu voelt in je v d e o g je je

in zijn vel voelde, aan wie hij veel te danken heeft en met wie hij goed kon samenwerken. Jérôme spreekt van een gouden team, met als sterk punt dat velen in de leerkrachtengroep de salesianiteit in zich dragen.

Gradenwerking Don Bosco Haacht heeft in de bovenbouw twee scholen met de klassieke opdeling ASO en TSO/BSO. Het denkproces en de voorbereiding om die verticale scholenstructuur om te turnen naar een horizontale organisatiestructuur, loopt al enkele jaren. Met een horizontale gradenstructuur wordt de gelijkwaardigheid van elke leerling op de campus beklemtoond en dat is de eindbedoeling. De leerlingen zijn gegroepeerd per leeftijdsniveau in de tweede en de derde graad, waardoor het gevoel van gelijkwaardigheid wordt bevorderd. Die overgang, die bij iedereen op de campus in de hoofden en de harten moet groeien, begeleidt Jérôme in de eindfase van een jarenlang groeiproces. Het wordt een beslissend jaar om deze herstructurering te concretiseren. Zijn zorg bestaat er vooral in om te groeien naar een gradenstructuur zonder al het goede te verliezen dat momenteel in de drie scholen bestaat. Het waarborgen van het nieuwe is niet eenvoudig en vraagt overleg en een doordachte aanpak. Het is zijn taak om de motor te zijn en het proces te begeleiden; waarbij hij zowel bruggenbouwer als knopenontwarrer moet zijn. Het is leiden en aanwijzen en op het gepaste moment het gepaste voorstel doen, soms zelfs anderen laten zeggen wat al een beetje is voorgekauwd. Jérôme is er zich van bewust dat die taak hete pootjes heeft en dat hij dus

Haacht maakt geen uitzondering op de evolutie dat er al jaren geen salesianen meer rechtstreeks in de scholen staan. “Maar de salesianen die er geweest zijn, hebben in de scholen iets opgebouwd dat diep geworteld zit”, benadrukt Jérôme met klem. “In het huidige corps zitten heel veel mensen die de voorbeeldfunctie hebben overgenomen. Het is daarom belangrijk om die mensen te ondersteunen en in hun opvolging te voorzien. De vorming van de nieuwe generatie is daarbij cruciaal voor het behoud van de geest en de kwaliteit van salesiaanse betrokkenheid. De vormingsdagen voor beginnende leerkrachten in de eigen school organiseren is een pluspunt. Naast de twee centrale vormingsmomenten worden in de loop van het jaar nog acht avondsessies voorzien voor salesiaanse vorming. Collega's die de cursus Erfgoed van Don Bosco hebben gevolgd, worden mee ingeschakeld en brengen getuigenis vanuit hun ervaring en beleving. Wie vijf en zes jaar in dienst is, wordt ook nog eens bijeengeroepen voor een bijscholing, en collega's met tien jaar dienststaat worden door de Inrichtende Macht samengebracht. Die vormingsopbouw is op termijn te voelen. Je kunt een principe huldigen, maar het moet tastbaar en ervaarbaar zijn op het terrein. Dat bewijzen de directieteams door het principe te hul-

digen: tijdens de speeltijd geven wij het voorbeeld en zijn ook wij bij de leerlingen op de speelplaats.”

Energie bewaren Als iemand al zoveel jaren meedraait als directie en op de heuvel staat waar de felste winden waaien, is het zeer de vraag hoe iemand het uithoudt en waar hij de energie vandaan haalt. “Je kan alleen maar goed functioneren als je je goed voelt in je eigen vel”, is het onbetwiste antwoord dat Jérôme geeft. Dat goede gevoel krijg je met tentakels die overal om zich heen grijpen. Vooral een thuisbasis is belangrijk, die begrip heeft voor tijd en ruimte, die kan loslaten en begrijpen, die een steun is zonder daarbij in alles te moeten delen. En terwijl Jérôme zijn verhaal doet, laat hij zich spontaan ontvallen dat ook zijn vrouw lesgeeft in de Middenschool en dat er thuis bewust het principe wordt gehanteerd van de scheiding van kerk en staat. Energie haalt hij ook uit het gedragen en gesteund worden door de kleine gebeurtenissen die het leven kleur geven. Waarom zou een jongen uit de B-stroom hem een mailtje sturen om hem te bedanken dat hij in deze school zit? Zoals hij ook heel gelukkig is voor het breed platform van de PAGwerking op school. Voor Jérôme is dat een sterke troef omdat er collega's bij zijn van alle mogelijke vakken. “Er is overtuiging en geloof”, merkt hij op, “en dat voel je als je met die collega's omgaat. Ze tappen uit een belangrijk vaatje, ze zijn gist in het deeg en ze zijn dragers van het opvoedingsproject.” Er is geen twijfel mogelijk: Don Bosco Haacht heeft toekomst.

ontale n horiz t de e e t e d M e ur wor structu igheid van elk d . r aa ond gelijkw ng beklemto leerli

17


opinie |

Tekst: Kolet Janssen Foto's: Eindredactie, sxc

Poëzie is passé

18

Is poëzie iets van voorbije tijden, toen het leven trager verliep en mensen tijd hadden om dikke boeken te lezen? In onze tijd spelen kinderen soms al computerspelletjes voordat ze goed en wel kunnen lopen. Techniek lijkt ons leven meer en meer te overheersen. Wat hebben we nog aan zoiets softs en ongrijpbaars als poëzie? Toch zijn veel van de eerste zinnetjes die mensen hun baby’s toefluisteren of toezingen pure poëzie. “Slaap kindje slaap”, “witte zwanen zwarte zwanen”, “ozewiezewoze wiezewalla”, “twee handjes op de tafel” en zo verder. Het zijn even zovele formules die uitdrukken hoe veel mensen van hun baby’s houden. Daar heb je nu eenmaal andere woorden voor nodig dan formules en cijfers, klanken die uitdrukken

met rijm en ritme hoe dit nieuwe bestaan voor altijd met het jouwe is verweven. Er zijn in het leven zo veel dingen die niet te zeggen vallen. Waarvoor woorden altijd tekort schieten. Maar die je toch altijd opnieuw probeert te verwoorden, omdat je als mens nu eenmaal niet anders kunt. Met een blik, een lach, een knuffel of een zoen vul je de onbeholpen woorden aan. Telkens opnieuw zoeken we naar woorden, hoe onvolmaakt en onvolledig ze ook zijn, woorden om te zeggen dat we van elkaar houden, dat iets ons verdriet doet, dat we dankbaar zijn of boordevol hoop, dat we twijfelen aan de grond van ons bestaan, dat we geloven tegen beter weten in. Je kunt de gevoeligheid voor die woorden aanscherpen bij jezelf en bij je kinderen. Door boeken met rake woorden te laten rondslingeren op de salontafel, op het toilet en op de achterbank van de auto. Door af en toe naar elkaar briefjes te schrijven met dingen die je niet gezegd krijgt: “Jij bent de liefste papa of mama van de wereld!” of “Ik duim!”, door een mama in de brooddoos van één van de kinderen gestopt, als er een toets of een spreekbeurt aankomt. Door een groot moment nooit zomaar te laten voorbij gaan: een verjaardag, een overlijden, een huwelijksverjaardag … Door thuis een woordenwedstrijd te houden en op zoek te gaan naar het mooiste woord.

12

26

jan

ua

0 ri 2

Door elkaar mooie passages uit verhalen voor te lezen of een treffende strofe van een lied voor te zingen. Door te genieten van sprookjes en gedichten, van Bijbelverhalen en wijze woorden, die altijd een wereld oproepen die veel verder gaat dan de letters van het alfabet, woorden om te onthouden, woorden om van te leven, woorden om met je mee te dragen en je sterk te maken. Wie leert luisteren naar woorden die meer zeggen dan wat er staat, heeft voor zijn leven een groot cadeau gekregen. Bij alles wat ons als mensen in de loop van ons leven overweldigt, staan we met onze mond vol tanden. Alleen voorzichtige en zoekende woorden kunnen een opstapje bieden om iets uit te drukken van wat ons beroert, om iets te delen met elkaar, om iets te verwoorden van wat groter is dan onszelf. Kinderen zijn daar heel vatbaar voor, als we hen maar de kans geven. De kans om iets te zeggen van wat diep van binnen in hen leeft en wat alleen maar zal kunnen groeien als het woorden krijgt. Kun je de wereld veranderen, verbeteren met poëzie? Nee, maar het is met poëzie als met bidden. Je verandert er niet de wereld mee, maar jezelf. Je wordt aandachtiger voor wat leeft in jezelf en in anderen. En misschien verandert dat op de duur ook wel iets aan de wereld. Of om met Herman De Coninck te spreken: “Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt: mijn miniatuurmensje, zoals je een hand op haar hete voorhoofdje legt en het helpt niet: zo helpt poëzie.” (H. De Coninck, Met een klank van hobo, 1980)


Tekst: Jacky Van Dijck Foto's: Eveline Sanders

| sprokkel

Twintig jaar Dagcentrum De Wip Van op de tweede rij, een beetje van achter de schermen, heb ik vanaf de eerste dagen - september 1991 - de twintig voorbije jaren van dagcentrum 'De Wip' mogen meemaken, soms gewoon als klusjesman, en daar voelde ik mij zeer goed bij, dan weer een beetje ondersteunend en bemoedigend bij al het mooie opvoedingswerk dat er gebeurde. Ik kom er graag en voel mij altijd onmiddellijk thuis te midden van zoveel hartelijkheid en gastvrijheid. Wat mij vanaf het begin boeide en mij enorm veel deugd deed en nog steeds doet, waren de parels van mensen die er als personeelslid werkten en werken en er hun beste krachten inzetten voor de hun toevertrouwde jongeren en kinderen. In het spoor van Don Bosco maakten zij en maken zij nog steeds die radicale keuze voor jongeren, net zoals Don Bosco dat bijna twee eeuwen geleden deed. Deze mensen verdienen niet alleen een dikke pluim, zij verdienen elk een grote bos dankjewel- en proficiat-bloemen. Elke dag opnieuw geven zij het beste van zichzelf. Ze zien hun jongeren

en kinderen graag en weten dat ze recht hebben op vriendelijke en hartelijke mensen. Dit is geen mooie pedagogische theorie, neen, ze brengen dit dagelijks in de praktijk. Ze zijn met hun jongeren en kinderen begaan. Ze zien hun anders-zijn niet als een bedreiging, maar als een verrijking. Met heel veel respect en eerbied voor ieders eigenheid breken ze niet af wat ze doen en beleven, maar trachten ze bemoedigend, corrigerend waar nodig, wegwijzer te zijn voor hen, een beetje smaakgever voor het leven. Door hun gewone maar liefdevolle en hartelijke manier van omgaan met hen, proberen ze hun jongeren en kinderen het gevoel te geven dat het leven ook voor hen meer dan de moeite waard is. Wie dit als jongere, als kind dag aan dag mag ervaren, krijgt zeker een steviger zelfbeeld en zo krijgen ze zelf ook veel respect voor de mensen die zorg dragen voor hen. Mij treft het bij een (te) sporadisch bezoekje aan het dagcentrum wat een hartelijkheid er aanwezig is en zeker dat wederzijdse respect voor elkaar. De vraag of zo'n dagcentrum nodig is en blijft, is bijgevolg totaal uit den boze. Het dagcentrum 'De Wip' is en blijft ook in de toekomst van onschatbare waarde voor zoveel jongeren en kinderen en verdient alle ondersteuning en bemoediging. Al twintig jaar werken en leven de mensen van dagcentrum 'De Wip' in de voetsporen van Don Bosco. Hij koos ook niet voor een rijke adellijke familie of voor het werk van een rijke markiezin, maar voor een leven onder de straatkinderen van Turijn. In het dagcentrum wordt Don Bosco al twintig jaar bij de tijd gebracht. De personeelsleden lezen en bestuderen het gedachtegoed van Don Bosco. Ze zijn daarbij zeer creatief om het

19 te vertalen naar vandaag. Het bekende 'oratoriocriterium' leeft in 'De Wip'. Jongeren kunnen en mogen er thuiskomen. En ook al zijn de school­resultaten soms wat zwak en slagen ze niet altijd, toch vinden ze er troost en steun. Het korte gebedje of gewoon maar een mooi kruisteken bij het eten en hun aandacht tijdens de advent of voor Broederlijk Delen, is ook een ander aspect waar aandacht aan gegeven wordt. School- en studiebegeleiding is één van hun vaste doelstellingen, waarnaar heel veel tijd en energie gaat. En voor sport en spel is er altijd ruimte en tijd. Ik ben er dan ook gerust in dat de spirit van Don Bosco ook in de komende jaren beleefd, voorgeleefd en doorgegeven zal worden. Don Bosco zag en ziet nog steeds dat het goed is en kijkt met grote waardering naar alle mensen die er zich inzetten. “Met een snuifje wijsheid, een vaatje voorzichtigheid en met een zee van geduld” (Franciscus van Sales) gaat dagcentrum 'De Wip' mooie tijden tegemoet. www.dagcentrum-dewip.be


De Band |

Tekst: Frank Ginneberge Foto’s: Centrale Propaganda

Op weg naar het feest van Don Bosco

“Waar de droom begon - Een bezinnende tocht in de voetsporen van Don Bosco”

Op deze pagina stellen we drie recente boeken voor, heel verscheiden in vorm en stijl, maar alle drie over Jan Bosco, die ons blijft inspireren tot op vandaag.

“Da mihi animas - Keuzes en bezieling in het leven van Don Bosco” Auteur: Colette Schaumont Vanuit de bekommernissen en uitdagingen van onze tijd geeft Colette Schaumont een eigen kijk op het leven en werk van de dynamische man, priester-opvoeder: Don Bosco. Dit boek schetst zijn leven op basis van de keuzes die hij 20 maakte en de bezieling die hem daarbij dreef. Het typeert hem in zijn menselijkheid als kind van zijn tijd, getekend door zijn persoonlijke ervaringen, met een eigen temperament, met zijn gaven en gebreken, worstelend met vele uitdagingen en problemen. We herontdekken een Jan Bosco die ook vandaag een gids en inspiratiebron kan zijn voor ieder die gelooft in jongeren en met hen op weg wil gaan. Dit boeiende levensverhaal nodigt ons allen uit als ouders, opvoeders en geloviihihetalevenn vanimDonaBossco gen het eigenbelang opzij te schuiDaen m ven om ons met vreugde en energie bezieling in Keuzes in te zetten voor de toekomst van onze jongeren. nt Colette Schaumo

N086

€ 15,00

(+ € 3,0

0 port)

Unieke aanbieding voor de lezers van Don Bosco Vlaanderen: Bestel ‘Da mihi animas’ + ‘waar de droom begon’ + ‘loop naar de pomp’ en betaal slechts: € 30,00 (+ port € 5,00). Bij elke bestelling krijg je bovendien een postkaartenset “Don Bosco in beeld” cadeau.

Auteurs: J. Rey, D. Federspiel, J-N. Charmoille, V. Grodziski, B. Hubler, J-F. Meurs, M. Dedapper en Eigentijdse Jeugd. In dit prachtig geïllustreerde boek treden we in het menselijke en geestelijke avontuur van Don Bosco als kind, jongere en man. We ontdekken hoe hij door vreugde en pijn heen, soms in onzekerheid en dan weer vanuit een innige overtuiging een ‘heilige’ wil worden in dienst van zijn roeping: van Gods liefde getuigen bij de kleinsten en de zwaksten, onze jongeren. We ontmoeten hier een andere Don Bosco, die ons zeer nabij is, omdat hij zo volkomen menselijk is. Deze virtuele en bezinnende reis slaagt erin ons eigen leven en de huidige tijd te onderzoeken en te inspireren. N65

€ 12,50

0 port) (+ € 3,0

Je kunt deze publicaties met de juiste referenties bestellen via het bijgevoegde overschrijvingsformulier of via de Dienst Centrale Propaganda, Fr. Gaystraat 129, 1150 Brussel, telefoon 02-771 21 00, fax 02-772 66 86 of per e-mail : frank.ginneberge@donbosco.be.

“Loop naar de pomp - En twintig andere Don Boscoverhalen” Auteur: Lene Mayer-Skumanz We ontdekken in eenentwintig belangrijke, maar vaak ook minder bekende verhalen uit het leven van Jan Bosco de evolutie van eenvoudige boerenjongen tot priester en opvoeder. In de gevoelige, bewogen verhalen ervaren we ook hoe deze heilige met de onverwachte methoden en de onverdroten inzet voor de armste kinderen ook andere jongeren aantrok om zich op hun beurt in te zetten voor de jeugd, tot op vandaag. Een korte tekst aan het einde van ieder verhaal geeft ons de nodige aanvullende informatie over historische achtergronden. Bevallige, kleurige tekeningen van Elisabeth Singer bieden tevens een levendige visuele toegang tot de tijdsperiode waarin Don Bosco leefde. N35

€ 10,00

(+ € 3,0

0 port)


in memoriam Christ Opdeweegh, sdb ° 06/09/1923 + 12/10/2011 Christ was een medebroeder die bij velen een dankbare herinnering oproept, zeker bij hen die hem gekend hebben in het technisch onderwijs, en er met hem hebben samengewerkt. Hij begon zijn opvoedersloopbaan als jonge salesiaan bij de jongens in Farnières, waar hij lesgaf. Zijn volle energie gaf hij wanneer hij in de technische scholen van Halle en Sint-Denijs-Westrem de verantwoordelijkheid kreeg over een grotere groep leerlingen, en er de taak van studieleider op zich nam. Christ stond bekend als iemand met heel veel orde. Als studieleider gaf hij zich met volle overgave aan de school. Hij kende zijn leerlingen door en door, en wist ze warm te maken voor sport en spel. Zelf deed hij graag mee, en vooral in het voetballen was hij een flinke ster. Zijn invloed als studieleider gebruikte hij met overleg: hij kende de zwakke kanten van zijn leerlingen, maar wist ook wie een eerlijk karakter had. In Eeklo en Kortrijk vervulde hij correct en stipt zijn taak als econoom. Hij haastte zich steevast om zijn medebroeders ten spoedigste te bezorgen wat ze nodig hadden. Christ kon genieten van het leven: van een smakelijk etentje en een lekker wijntje. Hij sprak veel over zijn vroegere reizen naar Spanje en Frankrijk. Om er echt van te genieten had hij zelfs Spaans gestudeerd. Hij kon er blij en genoegzaam over navertellen. Op latere leeftijd bleek nog méér dat Christ een gelovig en religieus salesiaan was. Wij bewaren aan hem de herinnering van een gelovig man, een overtuigd religieus, een salesiaans bewogen priester.

Sprokkels |

Sprokkels

Don Bosco Achterna Van vrijdagavond 17 tot en met zondagmiddag 19 februari 2012 organiseert Jeugddienst Don Bosco voor het vijfde jaar op rij ‘Don Bosco Achterna’. Deze dagen staan in het teken van Don Bosco: zijn leven, zijn spiritualiteit en opvoedingsproject. Jongeren en jongvolwassenen kunnen, door met elkaar in gesprek te gaan, na te denken, te bidden, kennismaken met Don Bosco en kijken hoe ze zichzelf kunnen engageren met Don Bosco als voorbeeld. Het weekend start op vrijdagavond om 19.00 u. met een broodmaaltijd en wordt afgesloten op zondagmiddag 19 februari om 14.00 u. en vindt plaats in Don Bosco Wijnegem. Meer informatie op www.jeugddienstdonbosco.be, www.donbosco.be of bij Wim Collin: wim.collin@donbosco.be.

Tekst: Rein Meus Foto’s: Don Bosco Youth-Net

Don Bosco Youth-Net blaast tien kaarsjes uit Don Bosco Youth-Net vierde in oktober zijn tiende verjaardag in de stijl van het netwerk: voor en door jongeren. De verjaardag bestond uit een Europees seminarie voor jeugdwerkorganisaties en de viering zelf. Donderdagavond startten we met het seminarie “Enhancing Volunteer Mobility”. Aangezien vrijwilligers de bouwstenen zijn van het netwerk, en 2011 het Europese jaar van de vrijwilliger is, leek het meer dan ooit relevant te focussen op de sterktes van het netwerk en op de vraag hoe we de mogelijkheden voor jonge mensen kunnen verruimen om actief aan de slag te gaan binnen Don Bosco Youth-Net. Een groep van dertig deelnemers, allen afkomstig van onze lidorganisaties, zowel bestaande uit jonge vrijwilligers als staf-

medewerkers, namen deel aan het seminarie. Twee internationale trainers uit de ‘pool of trainers’ van Don Bosco YouthNet stelden het programma samen. Er waren werksessies rond de uitdagingen die gepaard gaan met Europees vrijwilligerswerk en rond de mogelijkheden tot Europese mobiliteitsprojecten binnen het kader van het Levenslang Leren programma. Hiernaast kregen de deelnemers de mogelijkheid om hun positieve ervaringen en sterke ideeën te delen met de andere lidorganisaties, om zo samen beter te kunnen instaan voor de ontwikkeling van nieuwe projecten tijdens de uitwisselingsmarkt. Zaterdagnamiddag werden de deelnemers van het seminarie vergezeld door veertig gasten om samen de tiende verjaardag van het netwerk te vieren. In

haar welkomstwoordje keek Lieve Van Aerschot, president van DBYN, terug op het eerste decennium van het netwerk. Daarna gaven don Fabio Attard, algemeen raadslid voor jeugdpastoraal, en Luca Scarpiello, vicepresident van het Europees jeugdforum, hun visie over het voortbestaan van het netwerk. Don Fabio Attard verzorgde de misviering, waarna er nog een uitgebreid feestje volgde verzorgd door de vrijwilligers van Jeugddienst Don Bosco. www.donboscoyouth.net.

21


verbonden |

Tekst: Yannick Guldentops Foto’s: VIA Don Bosco

Hopen dat de bel gaat

22

Laten we even terugkeren naar onze kindertijd ... Je bent negen jaar oud en je bevindt je op de schoolbanken van de lagere school. Breuken ... 4/5 van 100? ... De hoofdstad van Polen? ... Waar ligt de Condroz? ... moeilijk ... Hopelijk kom ik niet aan de beurt ... Het belt! Saved by the bell! Opgelucht gevoel ... Maar wat als je nooit meer naar school kunt of hoeft te gaan? “Te gek,” roepen duizenden kinderen in België in koor, “voor eeuwig vakantie!”, het summum van geluk. Ironisch, maar miljoenen kinderen in deze wereld (vooral dan in Azië, Afrika en Latijns-Amerika) krijgen niet eens de kans om les te volgen. Zij hebben geen keuze. Zij moeten helpen in het huishouden, werken op het veld of hun inkomen bij elkaar bedelen op straat. Geen vakantie, geen iPod, weinig toekomst. De actie Saved by the bell van Studio Globo en een aantal andere ngo’s waaronder VIA Don Bosco, vraagt aandacht voor het recht op onderwijs óveral en voor álle kinderen.

ht op Het rec at hoog s ijs ta onderw ze agenda. n op o

Onderwijs is een recht Educatie is een basisrecht, onontbeerlijk voor het uitbouwen van een menswaardig bestaan. In 2000 hebben de lidstaten van de Verenigde Naties afgesproken om vóór 2015 grote vooruitgang te boeken op het gebied van armoede, onderwijs, gezondheid en milieu. Er zijn acht concrete doelstellingen opgesteld: de millenniumdoelstellingen. Doelstelling twee benadrukt dat elk kind tegen 2015 van lager onderwijs moet kunnen genieten. De tijd loopt. Hoe staan de zaken eind 2012? Millenniumdoelstelling twee gaat redelijk goed. In 1999 ging in de arme landen 82 % van de kinderen in de basisschoolleeftijd naar school, tien jaar later was dat gestegen tot 89 %. Die stijging zien we overal. De spectaculairste vooruitgang vinden we terug in Sub-Sahara Afrika waar het aantal schoolgaande kinderen op basisschoolleeftijd is gestegen van 58 % in 1999 naar 76 % in 2009. Maar ook Zuid- en Oost-Azië doen het goed. Alleen in de Kaukasus en Centraal-Azië daalde het percentage. Hoewel deze cijfers het beste doen verhopen, moet er nog veel gedaan worden

voor de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. In vele landen zijn er niet genoeg leerkrachten waardoor leerlingen in overvolle klassen met te weinig schoolmeubilair terechtkomen. Bovendien is naar school gaan één ding, een diploma halen is vaak iets anders. Zo verzeilen vele kinderen en hun families in de armoede. Onderwijs is dé motor van economische groei en een belangrijke hefboom voor menselijke ontwikkeling. VIA Don Bosco vindt zelfs dat er nog een stapje verder moet worden gegaan. We ijveren ervoor om na de zes jaar basisonderwijs een drietal jaren beroepsopleiding te voorzien. Op die manier zijn de jongeren beter gewapend met vaardigheden die hun perspectief op een betere toekomst bieden.

VIA Don Bosco onderneemt actie Woensdag 5 oktober was het weer zover. Voor het vijfde jaar op rij werd er, op de Internationale Dag van de Leerkracht, opgeroepen tot mobilisatie van zoveel mogelijk leerlingen, leerkrachten en

De tweede millenniumdoelstelling benadrukt dat elk kind tegen 2015 van lager onderwijs moet kunnen genieten.


eren en kind Miljoen reld hebben e in de w n keuze. gee

directeurs om aandacht te vragen voor al die kinderen die niet naar school kunnen of mogen gaan, voor al die kinderen die nooit hebben leren lezen of schrijven, laat staan een breuk berekenen. Maar ook de kwaliteit van het onderwijs en de onderwaardering van leerkrachten in vele landen kwamen aan bod. Dat gebeurt, naar goede gewoonte, door het extra laten rinkelen van de schoolbel. Neen, niet om nogmaals dat opgelucht Saved by the bell-gevoel te creëren, maar om eens vijf minuten stil te staan bij de gedachte dat we allen blij mogen zijn die schoolbel te kunnen horen. De salesiaanse ngo VIA Don Bosco was - traditiegetrouw - terug van de partij, omdat het recht op onderwijs hoog op onze agenda staat ... We spraken ons uitgebreid netwerk van Don Boscoscholen in Vlaanderen, Wallonië en in het Zuiden aan en overtuigden hen om eenmaal extra aan die bel te trekken. Aandacht voor onrechtvaardigheid maakt indruk. Zó hopen we de toekomst van vele jeugdige wereldburgers te redden. Zó krijgt Saved by the bell plots een heel andere betekenis... “Sauvé par la cloche”, “Salvado por el timbre” en “Gered door de bel” idem dito. What’s in a name?

die kansarme leerlingen kwaliteitsvol Het volgende mailtje werd ons gestuurd beroeps- en technisch onderwijs aanbieuit Togo: den. Deze jongeren krijgen de kans om een diploma te behalen en een waarsée dige plaats op de arbeidsmarkt in te ine pas la sema apprenants lors ns is u p e D nemen. Dat brengen we in de « nos s avio sibilisé nous le s ions sen t aujourd'hui praktijk door onze partners te réation c re s e nous av le rs t de u n o a m c d o s n n e e s) au prise d atin, p ondersteunen in het verbepétition tennis de de la re ts du m m o o m (c s rs le ns ue, cou teren van de kwaliteit van parlé da rganisé de con cation (pétanq és sur so édu oncentr n c l' io , r v e u a é o s p rn het onderwijs, in het beter l u en ia nou jo d re n è la o ri ée m fin de une p la journ ot). A la ions fait rminer afstemmen van beroepscenfo v a y s b u a o b squet, n table et ) pour te tra op de vraag van de dynain de ba onnerie (gong le terra s » la . t e n é urn mische arbeidsmarkt en door attenda notre jo het verhogen van de organisatorische en beleidsmatige competenties van het onderwijspersoneel. In het Noorden sensibiliseren we leerlinEn dat je niet altijd een bel nodig hebt gen door hen in contact te brengen met om de aandacht te trekken, bewijst volZuiderse culturen, opdat vooroordelen gende reactie uit Madagascar: doorprikt zouden worden. Onze Noordwerking zet zich dan ook hard in voor « Le 05 octobre des éco deze actie waarbij leerlingen uit à 11h55 les ont ont fait particip s o és à l'a n Noord en Zuid dichter bij elkaar ner spé sifflet p ction e cialeme our un t nt leur appel a droits d worden gebracht. Maar onze cloches u respe es enfa e t/ou c t n a ts ux profe brousse d'aller droom gaat verder dan dat: sseurs e à l'école s n'ont même p t . Souve sifflets as de clo nt, les é aux pour an we willen niet alleen dat leercoles de che ma noncer is ils utilis lingen spreken óver hun collega’s pareil p le début et la fin de la ent les our les recréati classe, in het Zuiden, wij willen ook dat ze ons. » 23 spreken mét hen. Ons stokpaardje is dan ook het school-to-school-project, dat we onlangs officieel hebben opgestart. Dit is een partnerschap tussen een school in In the picture België en een school in het Zuiden. Deze Hopelijk hielpen we vele kinderen met twee scholen werken rond gemeenschapdeze actie door hen eens extra in the picpelijke thema’s en doelen, waarbij ze erture te zetten. Er werd gretig gefotogravaringen delen en samen activiteiten uitfeerd en gefilmd om dat geweldige mobouwen in wederzijds overleg. We kunnen ment op beeld vast te leggen. Hieronder immers zoveel leren van elkaar. alvast een sfeerbeeld uit Luik.

Reacties

Centre Scolaire Don Bosco, Liège, België

De reacties bleven dan ook niet uit. Leerlingen, leerkrachten en directeurs van over heel de wereld deden hun zegje. Hieronder vindt u een selectie van enkele mooie reacties. We beginnen met Haïti:

nos que 5 de qu'elles se informe ire s d u nir e o v m « Je pour s'u r pour elée hie à 11h55 Deze actie past volledig binnen p r roit à p d ie a h t u d n e h r 'o c u écoles m de sonner la clo elgique en fave onner cette de visie en missie van onze dre s es en B pelées d'enten tante de 2h de sont rap ctivité des jeun non-gouvernementele ore la joie dis m a ê e le le ll m ra e u b sponsab . J'ai e alité ru à cette sœur re our tous , une petite loc ganisatie, die zich niet zoa p L n . o é la ti it it a ic u a l'éduc se à Vea ême pas l'électr nt qu'on sonn maar machteloos neerlegt epuis An da cloche d nce où il n'y a m téléphone pen les enfants qui t ri au bij onrecht. VIA Don Bosco le son e Port-au-P le m'a appelée entendre e ir fa e de l'éco » ondersteunt haar partnerour m criaient. cloche p

Onze werking

organisaties in het Zuiden,


ruggespraak |

Tekst: Firmin Vanspauwen Foto’s: Etienne Leconte

s j i w r e d n e l e Sp

“In every job that must be done, there is an element of fun. You find the fun and 'snap', the job's a game.” Woorden van filmnany Mary Poppins in haar aanmoediging om kinderen hun kamer te doen opruimen. Vind in een opdracht het plezierige, dan wordt die opdracht plots een spel.

Leren is voor kinderen een opdracht, er valt zoveel te leren. Het is de kunst om kinderen in hun leren het plezier te laten ontdekken, dan wordt die opdracht een spel. Spelenderwijs leren kinderen sociale vaardigheden, leren ze denken, redeneren, taalvaardigheid of scherpen hun motorisch vermogen aan ...

24

In het vuur van hun spel, uit hun enthousiasme en fantasie ontstaat wel eens rumoer, onrust, twist, gelach, geschater, getater, geruzie … Mag het of is het overlast? Leggen we hun creativiteit, hun spontaneïteit aan banden? Mag dit nieuwe jaar een jaar zijn waarin kinderen spelend wijs worden?

/db-vl-1201_01  

http://www.donbosco.be/uploads/media/db-vl-1201_01.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you