Page 1

WerkveldoriĂŤntatie Lucie de Groen Do Klar VT1A


8

Kunsteducatie primair onderwijs

De rol van het beeldende kunstonderwijs

Onderwijsrichting en inrichting

Tekstuele toelichting schema

Schematische weergave onderwijsstelsel

4 5

Inhouds 12

12


Bijlage: Bronnenlijst en taakverdeling

13

Grote spelers in het werkveld en de gemeente

15

Buitenschoolse kunsteducatie

Kunsteducatie HAVO/VWO

Kunsteducatie VMBO

opgave 21 20 24


4


Het Nederlandse onderwijsstelsel

Aan de linkerkant is een schematische weergave van het Nederlandse onderwijsstelsel te zien. Hieronder wordt het schema tekstueel toegelicht. De jaaraanduidingen, tussen haakjes achter de titels, staan voor de duur van de desbetreffende opleiding.

Primair onderwijs (8 jaar)

In Nederland begint elke leerling in het primair onderwijs (basisschool) op 4-jarige leeftijd. Welke verschillende vormen van primair onderwijs er zijn, wordt in ‘vrijheid van onderwijs’ verderop toegelicht. Een leerling zit doorgaans 8 jaar op de basisschool en stroomt daarna door naar het voortgezet onderwijs.

Speciaal (primair) onderwijs (8 tot 10 jaar)

Voor het speciaal basisonderwijs gelden dezelfde kerndoelen als voor het reguliere basisonderwijs, alleen hebben leerlingen op het speciaal basisonderwijs kleinere klassen, meer deskundige docenten en mogen ze er langer over doen, namelijk tot hun 14e levensjaar. Het speciaal basisonderwijs is verdeeld in 4 clusters, namelijk: Cluster 1: Blinde en slechtziende leerlingen Cluster 2: Dove en slechthorende leerlingen of leerlingen met een taal-spraakontwikkelingsstoornis Cluster 3: Motorisch en/of verstandelijk gehandicapte, en langdurig zieke leerlingen Cluster 4: Leerlingen met psychische stoornissen of gedragsproblemen Scholen met leerlingen uit cluster 3 en 4 maken deel uit van het samenwerkingsverband binnen de wet ‘Passend onderwijs’. Deze wet wordt in verderop in dit verslag nog verder uitgelegd. Na het speciaal basisonderwijs stromen de meeste leerlingen door naar het vmbo, praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs. Bij het voortgezet speciaal onderwijs kunnen leerlingen blijven tot het jaar waarin ze 20 worden. (Rijksoverheid, 2019)

5


Voortgezet onderwijs

Na het afronden van de cito-toets op de basisschool en/of op grond van het advies van de leerkracht stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs. Hier kunnen ze doorstromen naar een van de volgende niveau’s:

Praktijkonderwijs (5 tot 6 jaar)

Dit is voortgezet onderwijs. Leerlingen worden hier klaargestoomd om zo goed mogelijk te kunnen functioneren in de maatschappij. Leren, werken, redzaamheid, burgerschap en vrije tijd vormen hiervoor het uitgangspunt. Iedere leerling krijgt een individueel ontwikkelplan met daarin een eigen pakket aan theorie- en praktijkvakken. Na het praktijkonderwijs gaat het grootste gedeelte van de leerlingen het werkveld in en gaat een gedeelte door naar het Middelbaar Beroepsonderwijs (mbo). (Rijksoverheid, 2019)

Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (4 jaar)

Waar de leerling bij het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) terechtkomt, hangt af van het advies van de basisschool. Het vmbo bestaat uit 4 verschillende leerwegen: 1. 2. 3. 4.

Theoretische leerweg (vmbo-t) Gemengde leerweg (vmbo-gl) Kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kader) Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-basis)

De vakken die de leerlingen van basis- of kaderberoepsgerichte leerweg verplicht in het gemeenschappelijke deel moeten volgen zijn: Nederlands, Engels, maatschappijleer 1, lichamelijke opvoeding, kunstvak en een rekentoets. Voor leerlingen van de gemengde en theoretische leerweg komt daar nog het profielwerkstuk bij.

6

In het profieldeel volgen vmbo-gl, vmbo-kader en vmbo-basis een beroepsgericht profielvak en twee profielgebonden algemeen vormende vakken. Vmbo-t volgt in het profieldeel alleen twee profielgebonden algemeen vormende vakken. Daarnaast kunnen er in het vrije deel nog andere beroepsgerichte of algemeen vormende vakken worden gekozen. Vanaf de bovenbouw (vmbo 3 en 4) moeten leerlingen ook een van de tien profielen kiezen, namelijk: Economie en ondernemen, Horeca, bakkerij en recreatie, Zorg en welzijn, Groen, Maritiem en techniek, Bouwen, wonen en interieur, Produceren, installeren en energie, Mobiliteit en transport, Media, vormgeving en ICT, Dienstverlening en producten.


Met een diploma van de theoretische of gemengde leerweg kan de leerling doorstromen naar het Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (havo) of een mbo-niveau 2, 3 of 4. Als een kaderberoepsgerichte leerweg is afgerond mag de leerling naar een mbo-niveau 2, 3 of 4 doorstromen en met een diploma van de basisberoepsgerichte leerweg mag de leerling een mbo-niveau 2 opleiding volgen. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

Leerwegondersteunend Onderwijs

Binnen het vmbo is er ook leerwegondersteunend onderwijs(LWOO). Dit kan een leerling krijgen wanneer hij/zij extra ondersteuning nodig heeft om het diploma te halen. Dit kan binnen alle vier leerwegen van het vmbo. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (5 jaar)

Op advies van de basisschool, de uitslag van de cito-toets of in sommige gevallen een eigen toelatingstest, komen leerlingen op het Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (havo) terecht. Ook na het behalen van een vmbo-t of vmbo-gl diploma kunnen leerlingen doorstromen naar het havo. In de onderbouw moeten alle havo-leerlingen verplichte vakken volgen: Nederlands, Engels, rekenen, wiskunde, mens en natuur, mens en maatschappij, kunst en cultuur, bewegen en sport, Duits en Frans (of 1 andere officiĂŤle taal). In de bovenbouw kies je voor een van de 4 profielen: Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid, Natuur en Techniek. Het is ook mogelijk om twee profielen te kiezen. Na het behalen van het havo-diploma kunnen leerlingen doorstromen naar het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (vwo) of kiezen voor een opleiding binnen het Hoger Beroeps Onderwijs (hbo) of het mbo. (Rijksoverheid, 2019)

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (6 jaar)

Ook hier komen leerlingen terecht op advies van de basisschool, de uitslag van de cito-toets of een door de school ingestelde toelatingstest. Daarnaast kunnen ook leerlingen met een havo-diploma instromen.

7


Voor de onderbouw gelden de volgende verplichte vakken: Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur, moderne vreemde taal, rekenen, maatschappijleer, CKV/KCV, lichamelijke opvoeding. Ook hier moet je na het derde leerjaar ĂŠĂŠn van de vier vakkenpakketten kiezen: Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid, Natuur en Techniek. Als het vwo is afgerond kunnen leerlingen voor een opleiding kiezen binnen het wetenschappelijk onderwijs (wo), het hbo of het mbo. (Rijksoverheid, 2019)

Volwassenenonderwijs (vanaf 18 jaar)

Het volwassenenonderwijs omvat samen met het mbo het zogenoemde bve-veld(beroepsonderwijs en volwasseneneducatie). Opleidingen die hier onder vallen zijn er op gericht om deelnemers klaar te stomen voor de arbeidsmarkt of voor vervolgonderwijs. Bij volwassenenonderwijs krijgen deelnemers vanaf 18 jaar de mogelijkheid om onderwijs te volgen. Dit onderwijs omvat de volgende opleidingen: voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo), Nederlands als tweede taal 1 en 2 (NT2), Nederlands en rekenen (o.a. alfabetiseringscursussen).

Middelbaar Beroepsonderwijs

Voor het Middelbaar Beroeps Onderwijs (mbo) hoef je geen 18 jaar te zijn. Het MBO bestaat uit 4 niveaus: >Niveau 1: entreeopleiding (1 jaar) Voor leerlingen zonder vmbo-diploma. Dit diploma geeft toegang tot de arbeidsmarkt of een mboniveau 2 opleiding. >Niveau 2 : Beroepsopleiding (2 tot 3 jaar) Leidt op tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar. Hierna mag je doorstromen naar niveau 3. >Niveau 3 : Vakopleiding (2 tot 3 jaar) Hiermee word je zelfstandig medewerker of beroepsbeoefenaar. Hiermee mag je doorstromen naar een specialistenopleiding(zie hieronder) of naar niveau 4. >Niveau 4 : Middenkaderopleiding (3 tot 4 jaar) Leidt op tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Na het afronden van niveau 4 mag je doorstromen naar het hbo.

8

Specialistenopleiding (1 tot 2 jaar) Een vervolgopleiding voor leerlingen met een mbo-niveau 3-diploma. Na het behalen van de specialistenopleiding mogen leerlingen door naar het hbo. (Geerts, Van Kralingen, 2018)


Hoger Beroeps Onderwijs- Bachelor (4 jaar)

Op het hbo worden de leerlingen studenten genoemd. Hier komen studenten terecht die een mbo niveau 4, mbo specialistenopleiding, havo of het vwo hebben afgerond. Na het behalen van alle studiepunten uit het eerste jaar, dit wordt de propedeusefase genoemd, mag een student doorstromen naar het wetenschappelijk onderwijs. Ook kan een student na het behalen van zijn hbo-diploma ervoor kiezen om een master te doen.

Wetenschappelijk Onderwijs- Bachelor (3 jaar)

Leerlingen die het vwo hebben afgerond kunnen kiezen voor een wo-opleiding. Ook studenten met een propedeuse of een afgeronde hbo-opleiding kunnen voor het wo kiezen.

Onderwijsrichting en inrichting Passend onderwijs

Sinds 2014 is de wet passend onderwijs door de rijksoverheid ingevoerd. Dit houdt in dat elke leerling een plek moet krijgen, binnen een scholengemeenschap, op een school die rekening houdt met de specifieke kwaliteiten en mogelijkheden van het kind. De scholengemeenschappen bundelen hun kennis en krachten om zo het onderwijs en de plaatsing van de leerlingen zo optimaal mogelijk vorm te geven en te faciliteren. Alleen scholen met leerlingen uit cluster 3 en 4 zitten in dit samenwerkingsverband.

Vrijheid van onderwijs

Vrijheid van onderwijs betekent dat een school vrijheid heeft van stichting, richting en inrichting. Vrijheid van stichting houdt in dat iedereen een school mag stichten. Bij vrijheid van inrichting mag je school zijn fundament hebben op grond van godsdienst of levensbeschouwing. Vrijheid van inrichting mag de school zelf bepalen hoe ze de organisatie, het beheer en het bestuur van de school vormgeven. (Rijksoverheid, 2019)

9


Openbaar onderwijs

Het openbaar is toegankelijk voor alle kinderen en heeft geen godsdienstig of levensbeschouwelijk fundament. Wel is er respect voor ieders geloofsovertuiging en/of levensbeschouwing en is er ook gelegenheid voor godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs. Het openbaar onderwijs wordt georganiseerd vanuit de overheid. (Rijksoverheid, 2019)

Bijzonder onderwijs

Dit onderwijs wordt georganiseerd door een stichting of vereniging. Je hebt het confessioneel bijzonder onderwijs, dat wil zeggen dat het een religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond heeft. Hieronder vallen onder andere: christelijk, hindoeïstisch, islamitisch, joods of humanistisch onderwijs. Daarnaast heb je het algemeen bijzonder onderwijs dat vanuit een maatschappelijke, pedagogische of onderwijskundige visie opereert. (Rijksoverheid, 2019)

Daltononderwijs

De vijf kernwaarden van het Daltononderwijs zijn samenwerking, vrijheid en verantwoordelijkheid, effectiviteit, zelfstandigheid en reflectie. De docenten geven het onderwijs zo vorm dat de leerlingen de kans krijgen om zelfstandig te werken en te leren. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

Jenaplan

Het jenaplanconcept heeft een pedagogisch concept, hierdoor heeft de docent ook een opvoedkundige rol. Van leerlingen wordt verwacht dat ze van elkaar leren. Hierdoor zijn er ook verschillende groepssamenstellingen of ‘klassen’. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

Montessorischolen

Bij montessorischolen ligt de nadruk op het op eigen tempo leren en wordt er uitgegaan van ‘de natuurlijke drang tot zelfontplooiing. De docent stimuleert de leerlingen vooral om het zelf te doen. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

Vrije scholen

In dit onderwijs gaat het om de persoonlijke ontwikkeling van de leerling en staat deze als individu centraal. De docent gaat ook de hele schoolcarrière met de leerling mee. (Geerts, Van Kralingen, 2018)

10


Freinetonderwijs

Bij dit onderwijs gaat het vooral om het leren door ervaren. Ook staat de natuur en de omgeving als leeromgeving centraal. Binnen bepaalde grenzen hebben de leerlingen keuzemogelijkheden. (Bureau bijles, z.d.) Naast deze scholen heb je ook nog het democratisch, ontwikkelingsgericht, ervaringsgericht onderwijs, Nutsscholen en natuurlijkleren-scholen. Er kan ook een combinatie zijn tussen confessioneel bijzonder en algemeen bijzonder onderwijs. (Zoals een christelijke montessorischool)

11


Rol van het beeldende kunstonderwijs

Kunsteducatie in het primair onderwijs Wat is kunst oriëntatie in het primair onderwijs?

Leerlingen in het primair onderwijs krijgen les in kunstzinnige oriëntatie, door middel van dit vak worden kinderen aangezet om zich open te stellen voor kunstzinnige en culturele aspecten in hun eigen omgeving. (Leerplankader kunstzinnige oriëntatie, z.d.)

Hoe ziet kunst oriëntatie er uit?

Op de basisschool wordt kunstzinnige oriëntatie gegeven aan de hand van kerndoelen, deze bestaan uit: > Kerndoel 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaring mee uit te drukken en om er mee te communiceren. Er wordt in de loop van het primair onderwijs gewerkt binnen betekenisvolle thema’s. In groep 1 beginnen ze met verschillende betekenisvolle thema’s uit hun directe belevingssfeer. In groep 2 en 3 gaan ze hiermee verder op een hoger niveau. Later in groep 4 en 5 komen de leerlingen naast de thema’s in aanraking met elementen waar beelden een belangrijke rol krijgen en in groep 7 en 8 komen naast de oude, nieuwe beeldende thema’s aan bod. (TULE inhouden & activiteiten, z.d.) > Kerndoel 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren. Hier leer je van groep 1 tot groep 8 op een steeds hoger niveau hoe je iets gaat aanpakken, wat je mogelijkheden zijn en hoe je op jezelf en op het werk van anderen reflecteert. (TULE inhouden & activiteiten. z.d.)

12


>Kerndoel 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed. Leerlingen leren hier over verschillende objecten uit het verleden, bepaalde rituelen, gebruiken, verhalen en over kunstzinnige disciplines. (TULE inhouden & activiteiten, z.d.)

Welk werk kan je als kunsteducator in het primair onderwijs uitvoeren?

Met onze kunstopleiding kan je de rollen van vakleerkracht en ICC’er (intern cultuurcoördinator) innemen. Als vakleerkracht kan je kinderen workshops geven die bijvoorbeeld door een basisschooldocent lastiger zijn om uit te voeren aangezien ze niet specifiek hiervoor zijn opgeleid. Als ICC’er ben je verantwoordelijk voor culturele evenementen op school, zoals bijvoorbeeld excursies.

Kunsteducatie op het VMBO Kunsteducatie in de onderbouw van het VMBO

In de onderbouw van het VMBO krijgt iedereen kunst en cultuur. De scholen mogen zelf beslissen hoe dit vak gegeven wordt, als ze zich maar aan de opgegeven kerndoelen en algemene doelstellingen houden. > Kerndoel 48, Produceren van kunst: Leerlingen leren hier om te kijken naar andere kunstdisciplines en uit te zoeken waarmee zij zichzelf het beste kunnen uitdrukken. > Kerndoel 49, Eigen kunstzinnig werk presenteren: De leerling leert hier zijn/haar werk te presenteren. > Kerndoel 50, Leren kijken en luisteren naar kunst: De leerling leert door middel van enige achtergrondkennis, beter te leren kijken naar beeldende kunst. Ook leren ze over muziek, theater en dans.

13


> Kerndoel 51, verslag doen van ervaringen: De leerling leert hier met auditieve en visuele middelen verslag te doen van kunstzinnige activiteiten die hij/zij is ondergaan. > Kerndoel 52, Reflecteren op kunstzinnig werk: Hier leert de leerling hoe hij/zij zowel schriftelijk als mondeling kan reflecteren op zijn/haar werk en dat van anderen. (LKCA, z.d.)

Kunsteducatie in de bovenbouw van het VMBO

Vanaf 2016 kwam er een vernieuwing in de bovenbouw van het VMBO. Oorspronkelijk waren hier 33 programma’s die je kon volgen. Dit is uitgedunt naar slechts 10 profielen. In al deze profielen is minimaal 1 kunstvak vereist. Onder deze profielen valt Media vormgeving en ICT als beroepsgericht (kunst)profiel met de volgende keuzevakken: 3D vormgeving en-realisatie, fotografie, gamedesign, idee-ontwikkeling, licht/geluid/decor, print mediaproductie, sign, tekenen/schilderen/ illustreren en vormgeven/typografie Aan de hand van welke keuzevakken je school aanbiedt kan je kiezen welke 4 keuzevakken je wilt volgen.

Op het vmbo krijgt iedereen ook verplicht CKV Dit wordt onderverdeeld in 4 domeinen:

Domein A, OriĂŤntatie op leren en werken: De leerling oriĂŤnteert zich op zijn eigen loopbaan en gaat zich focussen op het belang van kunst en cultuur in de maatschappij. Domein B, Basisvaardigheden: De leerling moet basisvaardigheden kunnen gebruiken die te maken hebben met communicatie, samenwerking met anderen en het verwerven en verwerken van informatie Domein C, CKV verdieping: De leerling moet naar minstens 4 culturele activiteiten, die worden aangeboden door de school. Dit kunnen activiteiten zijn die betrekking hebben tot diverse kunstdisciplines.

14


Domein D, Reflectie kunstdossier: Van de culturele activiteiten die de leerling heeft “meegemaakt� moet hij/zij een kunstdossier samenstellen waar hij/zij ook verslag doet van de activiteiten. Aan de hand van dit kunstdossier kan de leerling reflecteren op haar/zijn ervaringen, interpretaties en waarderingen. CKV wordt niet afgesloten met een centraal examen maar met een schriftelijk examen. Dit schriftelijk examen bestaat uit een praktische en een schriftelijke toetsing , beide wegen evenveel mee in het eindcijfer. (LKCA, z.d.)

Kunsteducatie op het HAVO/VWO Kunsteducatie in de onderbouw van HAVO/VWO

In de onderbouw is beeldende vorming een verplicht vak voor zowel havo- als vwo-leerlingen. De leerlingen krijgen hier les in het leerveld Kunst en Cultuur. Hier wordt aan de hand van een aantal kerndoelen en kernconcepten gewerkt. Bij kerndoelen wordt er vooral gefocust op vaardigheden ontwikkelen en met kernconcepten kunnen de docenten meer inhoud geven aan het programma dat uit wordt gevoerd in de les. De Kernvaardigheden: 1. Produceren en presenteren De leerling leert zijn gevoelens en ervaringen uit te drukken, vorm te geven aan zijn eigen verbeelding, te communiceren via beeld, geluid en taal en dit tenslotte op een toegankelijke wijze te presenteren. 2. Kijken en luisteren naar Hier maakt de leerling kennis met kunstzinnige en culturele uitingen van anderen, zowel van medeklasgenoten als van experts in het vak. Door middel van het bezoeken van bijvoorbeeld tentoonstellingen en uitvoeringen, wordt hier kennis gemaakt met verschillende kunstdisciplines. 3. Onderzoeken, analyseren, interpreteren en verslag doen Hier gaat de leerling onderzoek en analyse doen over de vaktheoretische inhoud van verschillende kunstzinnige activiteiten waar hij/zij aan heeft meegedaan. Met behulp van deze opgedane kennis kan de leerling hier verslag doen van zijn interpretaties en ervaringen.

15


4. Reflecteren en evalueren Bij deze vaardigheid is het werkproces van de leerlingen belangrijk en datze reflecteren op hun keuzes en ervaringen. Verschillende kernconcepten kunnen zijn: Inspiratie en vormgeving, media en communicatie, en ten slotte kunst en maatschappij. (Leerplan in beeld. z.d.)

Kunsteducatie in de bovenbouw van HAVO/VWO

CKV is een verplicht vak ik de bovenbouw. Kunstvakken daarentegen, zoals TeHaTex of Kunst Algemeen in de bovenbouw zijn optioneel. De school bepaalt in welke van de twee je les krijgt.

Kunst Algemeen (KUA)

Bij Kunst Algemeen wordt de leerling iets geleerd over de cultuurgeschiedenis van de beeldende vormgeving, muziek, dans en theater. Hier wordt gewerkt aan de hand van 3 domeinen: >Domein A, Vaardigheden De leerling moet hier in staat zijn om de belangrijkste termen en begrippen uit de kunstdisciplines van beeldende vormgeving, muziek, dans en theater te kunnen gebruiken en toe te kunnen passen om verbanden te kunnen leggen tussen kunst en cultuur. Ook moet de leerling informatie van kunst kunnen herkennen, benoemen en toepassen. Tenslotte moet de leerling in staat zijn om te reflecteren op bronnenmateriaal. (Extra voor VWO: vwo’er moet in staat zijn om overeenkomsten en verschillen te kunnen benoemen en beargumenteren over het beschouwingsapparaat bij de 4 kunstdisciplines.) >Domein B, Invalshoeken voor reflectie: Door middel van de in het examenprogramma vastgelegde invalshoeken, gaan de leerlingen 6 onderwerpen (die in domein C terugkomen) bestuderen.

16


De invalshoeken: -Kunst en religie, levensbeschouwing -Kunst en esthetica -Kunstenaar en opdrachtgever, politieke en economische macht -Kunst en vermaak -Kunst, wetenschap en techniek -Kunst intercultureel Domein C, Onderwerpen: De leerling moet bij dit onderdeel de bij Domein A en B geleerde informatie toepassen op de volgende onderwerpen: -De cultuur van de kerk in de 11e t/m de 14e eeuw -De hofcultuur in de 16e en 17e eeuw -De burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw -De cultuur van de Romantiek en het Realisme in de 19e eeuw -De cultuur van het moderne in de eerste helft van de 20e eeuw -De massacultuur vanaf 1950 (College van toetsen en examens. z.d.)

TeHaTex (de oude stijl)

Bij dit vak krijg je vooral les met betrekking tot de beeldende kunst en niet zozeer over cultuur zoals bij KUA. Ook hier wordt gewerkt aan de hand van 3 domeinen: Domein A, Vaktheorie: 1.Beschrijven, onderzoeken en interpreteren De leerling kan aan de hand van bronnenmateriaal beeldend werk van kunstenaars en vormgevers beschrijven, onderzoeken en interpreteren, met in het achterhoofd de tijdsgeest van de tijd waarin het kunstwerk is gemaakt. 2. Beschouwen De leerling is in staat beelden zowel in 2D als in 3D te kunnen beschouwen en dit te verwoorden.

17


Domein B, Praktijk: De leerling gaat hier onderzoek doen naar bepaalde probleemstellingen, de hieruit ontwikkelde ideeën moet hij/zij dan vervolgens kunnen verwerken, uitvoeren en ‘vastleggen’ in een werkproces. De beschouwer moet hierbij ook inzicht kunnen krijgen op het werkproces van de leerling. Domein C, Oriëntatie op studie en beroep (College van toetsen en examens. z.d.)

CKV op HAVO/VWO Wat is het doel van CKV?

Met CKV willen we kunst actief maken, door middel van: 1. Het actief ervaren van kunst door kunstuitingen in levensechte, professionele contexten mee te maken 2. Leerlingen een actief, constructief en productief proces laten doorlopen 3. Het meemaken van kunst is zowel een ervaring als een creatief proces

Wat is CKV?

Culturele Kunstzinnige Vorming (ook wel ‘Kunst’ genoemd) is een programma dat leerlingen dingen bijbrengt over: Architectuur, beeldende kunst en vormgeving, dans, film, muziek, nieuwe media, theater en combinaties daarvan. Dit programma is bedoeld om leerlingen een representatief beeld te geven van de verschillende disciplines. De 4 domeinen uit het eindexamen: Domein A: verkennen. Verkenning vindt plaats aan de hand van vragenclusters. Welke ervaring heb ik met kunst? Wat versta ik onder kunst? Wat weet ik van de opvattingen over kunst van anderen zoals experts of kunstenaars? De leerling kan zijn ervaring met kunst, kunstzinnige interesses, kennis en opvattingen over kunst beschrijven en daarop reflecteren. Dit kan worden vastgelegd door middel van een kunstautobiografie.

18


Domein B: Verbreden. Bij verbreiding wordt de leerling aangezet om zich buiten de eigen vertrouwde kunstwereld te begeven. Leerlingen stellen zich open en maken zich nieuwsgierig naar uiteenlopende kunstvormen. De leerling kan ervaringen met nieuwe kunstzinnige activiteiten die worden aangeboden in een levensechte en professionele context vertalen. De leerling kan kunstdisciplines vanuit meerdere dimensies beschouwen Domein C: Verdiepen Door het onderzoeken van een of meerdere aspecten van een artistiek creatief proces verdiept de leerling zich zelfstandig in kunst en cultuur. Domein D: Verbinden Leerlingen leren bij CKV om bewust kunst mee te kunnen maken. Hier is reflectie zeer belangrijk. Dit verbindt namelijk de domeinen met elkaar. De leerling legt zijn doorlopende proces, zijn ervaringen , beschouwingen en onderzoeken vast door een (bij voorkeur) kunstautobiografie. De leerling kan verbanden leggen tussen domein A,B en C.

Wat zijn de verschillen bij HAVO en VWO?

Domein B: HAVO: De inhoud, vorm en betekenis van uitingen in minstens 3 kunstdisciplines uit verschillende dimensies beschouwen. VWO: De inhoud, vorm en betekenis van uitingen in minstens 4 kunstdisciplines uit verschillende dimensies beschouwen. (Door verschil studielasturen havo/vwo & verschil in moeilijkheidsgraad) Domein C: HAVO: De leerling kan gebruik maken van de kunsttheoretische en cultuurhistorische kennis. VWO: De leerling kan gebruik maken van de kunsttheoretische en cultuurhistorische kennis maar moet dit ook kritisch analyseren en contextualiseren. (Vernieuwingscommissie CKV. z.d.)

19


Buitenschoolse Kunsteducatie

In de buitenschoolse kunsteducatie zijn veel personen en instellingen actief. Hieronder zal ik de hoofdgroepen uitlichten.

Centra voor de kunsten In Nederland zijn er zo’n 150 door de gemeente gesubsidieerde en erkende kunst- en

cultuurcentra. We maken hierin onderscheid tussen: kunsteducatie-instellingen die werken voor het primair- en voortgezet onderwijs, creativiteitscentra die kunstlessen aanbieden buiten het reguliere onderwijs om en instellingen die deze functies combineren. Bij deze centra kan je werken als docent voor zowel vrijetijds- als onderwijsprogramma’s of als consulent voor het onderwijs. Als docent geef je vaak workshops of cursussen in een of meerdere disciplines. Als consulent onderhoud je contacten en samenwerkingen met scholen. Vaak zijn beide functies op freelance basis.

Amateurkunst

Denk hierbij aan schilder-, toneel- of schrijfclubs. Het gaat hier vooral om kleine verenigingen die een kleine organisatie hebben. Daardoor moet je als docent ook affiniteit hebben met organiseren, met groepen werken, financiën (subsidies aanvragen), publiciteit, vraaggericht werken en ruimtes vinden voor exposities of optredens.

Educatieve afdelingen musea, podia, bibliotheken

Als je een docentenopleiding hebt afgerond in een kunstvak mag je bij musea, podia en bibliotheken rondleidingen of workshops met een (kunst)educatief doel geven. Dit wordt vaak gedaan voor schoolklassen maar kan ook voor individuele bezoekers. Ook mag je deze rondleidingen, workshops en lesprogramma’s ontwikkelen. Vaak is dit ook op freelance basis.

20


Eigen projecten, lespraktijk of atelier

Je bent ook vrij om je eigen aanbod voor scholen of buitenschoolse opvang(BSO) te ontwikkelen of cursussen aan te bieden in een atelier. Het komt in het onderwijs ook wel eens voor dat je als kunstenaar wordt ingezet. Hierbij bied je je eigen projecten aan en kunnen deze worden gekocht door programmeurs. Ook zijn er steeds vaker BSO’s die kunstdocenten inhuren voor cursussen of structurele opvang. (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 2019)

Grote spelers in het werkveld Kunstloc Brabant

Op 1 juni fuseerden de twee cultuurinstellingen bkkc en Kunstbalie en gaan nu verder onder de naam Kunstloc Brabant. Door deze verbindingen hopen ze een efficiëntere, volledigere en meer flexibele dienstverlening te kunnen leveren aan de culturele sector in Brabant. Samen zetten ze zichzelf in voor het brede cultuurveld, van basisschool leerling tot professionele maker. Ook willen ze de inzet van kunst en cultuur bij maatschappelijke vraagstukken stimuleren (deze kunnen gaan over duurzaamheid, leefbaarheid en zorg). Dit bereiken ze door het bieden van expertise, netwerk en door het bieden van financiële ondersteuning. De Cultuur Loper Dit is een project afkomstig vanuit Kunstbalie. Dit is een meerjarig programma waar Kunstbalie coaching, scholing en een online instrument verstrekt aan scholen, om de kwaliteit van hun eigen cultuureducatie te verbeteren.

21


SLO

SLO creĂŤert samen met het onderwijsveld inzicht ĂŠn overzicht in curriculumvraagstukken voor onderwijs en overheid . Na aanleiding van onderzoek in het werkveld brengt SLO wetenschappelijk onderbouwde adviezen en publicaties uit om zo nog meer informatie te verstrekken over deze curriculumvraagstukken.Verder ontwikkelt SLO doelen, kaders en instrumenten waarmee scholen op hun eigen manier met hun visie aan de slag kunnen. Zo maken ze, in samenwerking met scholen, voorbeeld uitwerkingen van lesmaterialen, doorlopende leerlijnen of leerplannen. Zo willen ze de ontwikkeling van een relevant en samenhangend onderwijs ondersteunen. SLO streeft ernaar leerlingen aan te zetten tot het ontwikkelen van hun potentieel, zodat zij later een actieve rol kunnen spelen in de samenleving. Projecten van SLO: Leernetwerken formatief evalueren Dit is een project voor de professionalisering van leraren en schoolleiders om formatieve evaluatie in de klas en op school vorm te geven. Sterk beroepsonderwijs Dit project werkt mee aan het ontwikkelen en invoeren van een nieuwe leerweg in het vmbo.

Kunstinstellingen binnen onze gemeenten Kunstloc Brabant

Sinds 1 juni zijn BKKC (Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur) en Kunstbalie gefuseerd tot Kunstloc Brabant om krachten te bundelen. Het BKKC hield zich vooral met professionele kunst bezig en Kunstbalie met amateurkunst, cultuureducatie en community art. Nu sluit de kennis en het netwerk van beide organisaties bij elkaar aan.

22


De missie van Kunstloc is het laten deelnemen van zoveel mogelijk Brabanders aan kunst en cultuur, omdat ze dit een inspiratie en verrijking van het leven zien. Met hun kennis en expertise zetten ze zich in voor een zo breed mogelijk publiek: van leerlingen, verenigingen tot professionele makers. Daarnaast zijn ze ook betrokken bij maatschappelijke vraagstukken zoals leefbaarheid, duurzaamheid en de zorg. (BKKC, z.d.)

Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen

Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen is een cultuurorganisatie die zowel binnenschoolse als buitenschoolse culturele activiteiten verzorgd. De stichting biedt cultuurmenu’s aan op álle basisscholen in Zeeuws-Vlaanderen. De cultuurmenu’s zijn bedoeld om de leerling kennis te laten maken met alle disciplines van kunst, cultuur en cultureel erfgoed. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kennis en expertise uit de streek. Hiernaast levert de organisatie ook maatwerk wanneer de school een specifieke ondersteuning nodig heeft bij de invulling van cultuuractiviteiten. Voor kinderen (t/m 12 jaar) die verder willen duiken in de ‘Kunsten’ zijn er ook buitenschoolse activiteiten waar zij zich voor in kunnen schrijven. Dit zijn meestal korte projecten in samenwerking met kunstenaars uit de buurt. Zo hebben zij een project “Leer schilderen met olieverf ”. Hier worden kinderen onder begeleiding van een kunstenaar meegenomen in de basistechnieken van schilderkunst en nemen ze een bezoekje aan het museum. Bij Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen is er sinds 2017/2018 ook een cultuurmenu voor peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Zo kunnen zelfs de allerjongsten al in aanraking komen met kunst en cultuur.

23


Bronnenlijst

24


Taakverdeling

Onderzoeksproduct A

Onderzoeksproduct C

Schematische weergave onderwijsstelsel : Lucie Tekstuele toelichting onderwijsstelsel: Do Vrijheid van onderwijs: Do

Buitenschoolse kunsteducatie: Do Grote spelers: Lucie Instellingen per gemeente: Lucie en Do

Onderzoeksproduct B: Lucie

Opmaak, vormgeving en controle: Do

25


Profile for DoKlar

Werkveldoriëntatie  

Lucie de Groen, Do Klar, VT1A

Werkveldoriëntatie  

Lucie de Groen, Do Klar, VT1A

Profile for doklar
Advertisement