Issuu on Google+

Excelleren 足 met internationaliseren Jaaroverzicht 2010 Europees Platform

europees platform internationaliseren in onderwijs


Visie Globalisering verlegt grenzen en maakt de wereld complexer, maar ook kleiner. ­Internationale samenwerking, internet en reizen maken persoonlijke en zakelijke contacten over grenzen heen steeds vanzelfsprekender. Een leerling die nu zijn middelbare school afrondt, maakt een grote kans in een internationale studie-, werk- of woonomgeving terecht te komen. Leerlingen die op jonge leeftijd door internationalisering op school al kennismaken met de internationale en interculturele samenleving, ­hebben een breder perspectief en betere kansen op de arbeidsmarkt.

Missie Internationalisering bereidt leerlingen voor op een internationale samenleving, ­­ bevordert de professionalisering van docenten en verrijkt het curriculum op scholen. ­ Als het kenniscentrum internationalisering voor het basis- en voortgezet onderwijs en de lerarenopleidingen draagt het Europees Platform door internationalisering bij aan de kwaliteit van het onderwijs.

Ambities Het streven van het Europees Platform is dat alle leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs een basis van internationalisering meekrijgen, zodat zij extra gemotiveerd ­ en optimaal voorbereid zijn om te studeren, wonen en werken in een internationale ­omgeving. Daarnaast ondersteunt de organisatie die scholen, die internationalisering willen inzetten als belangrijke profilering van hun school. Het Europees Platform ondersteunt ook de internationalisering van pabo’s en lerarenopleidingen.

2

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform


Inhoud Internationaliseren met het Europees Platform Jindra Divis: “Internationalisering bevordert excellentie”

04

1 Onze rollen: subsidieverstrekker, vraagbaak en adviseur

08

2 Het basisonderwijs in 2010 Jan Heijman: “Je moet je leerlingen hoog inschatten”

09

3 Het voortgezet onderwijs in 2010 Tom van Eijk: “Leerlingen begrijpen het belang van Engels” Leo van Putten: “Inzichtelijk maken wat je doet is veel werk”

13

4 De lerarenopleidingen in 2010 Jeantine Schuurmans: “Buitenlandervaring verbreedt je kennis”

18

5 De volwasseneneducatie in 2010 Lidwien Vos de Wael: “Grundtvig geeft veel mogelijkheden”

20

6 Over de onderwijssectoren heen

22

7 Vooruitblik op 2011 en verder

24

Cijfers over 2010

26

De organisatie

27

Meer informatie

28

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

3


Internationaliseren met het Europees Platform Het Europees Platform - internationaliseren in onderwijs laat leerlingen over grenzen heen kijken. Als centrum voor internationalisering van het Nederlandse onderwijs stellen we leerlingen, leraren en school­ leiders in staat Europa en de rest van de wereld te ontdekken. We zijn er voor basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, lerarenopleidingen en de volwasseneneducatie. De leerlingen van nu maken een grote kans om straks in een internationale studie-, werk- of woonomgeving terecht te komen. Samenwerking tussen landen, ­ het gebruik van internet en reizen, maken immers persoonlijke en zakelijke contacten over grenzen heen vanzelfsprekender. Het Nederlandse onderwijs moet leerlingen voorbereiden op het functioneren in een wereld die tegelijkertijd groter en kleiner wordt. ­ Het Europees Platform helpt scholen daarbij. Dat doen we vanuit de vaste overtuiging dat internationaliseren de kwaliteit van het onderwijs versterkt. Daarnaast is het een bron van inspiratie voor leraren én geeft het scholen de mogelijkheid zich positief van anderen ­ te onderscheiden.

4

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

Het Europees Platform helpt onderwijsinstellingen ­ op drie manieren: • als subsidieverstrekker • als kenniscentrum • als loket internationalisering In 2010 hebben we in deze drie rollen een keur aan activiteiten ontplooid. Deze uitgave – een publieks­ versie van het reguliere jaarverslag 2010 – geeft u een overzicht daarvan. Onze activiteiten zijn in dit Jaaroverzicht 2010 per onderwijssector gerangschikt. Tussendoor vindt u interviews met betrokkenen over hun ervaringen ­ met internationalisering. Wij hopen u hiermee goed ­ te informeren over het Europees Platform en zijn activiteiten.


Jindra Divis, directeur Europees Platform:

“Internationalisering bevordert excellentie” Het jaar 2010 was een goed jaar voor het Europees Platform. De organisatie blijft subsidieverstrekker en steunpilaar van scholen, maar gaat ook steeds meer fungeren als ‘aanjager’ van internationaliserings­ activiteiten. Ook het bewaken van de kwaliteit van die activiteiten krijgt meer prioriteit. Dit alles vanuit ­ de vaste overtuiging dat internationaliseren het beste uit leerlingen haalt.

“Nederland is een open kenniseconomie die het moet hebben van creativiteit”, zegt Jindra Divis, directeur van het Europees Platform. “Het is heel belangrijk om onze blik naar buiten te richten en globalisering serieus te nemen. Dat doen we nog te weinig, vind ik. Ik ben pas in China geweest. Daar zag ik leerlingen en studenten die uiterst ambitieus zijn en keihard werken. ­China levert honderdduizend ingenieurs per jaar af. ­In Nederland is het moeilijk om mensen te motiveren voor bètavakken. Als je met een land als China wilt concurreren, dan moet je creatief zijn en zorgen dat je excelleert. Internationalisering is een middel om excellentie te bevorderen. Jongeren moeten absoluut de kans krijgen over de grenzen heen te kijken.” Divis vindt dat leerlingen al vanaf groep 1 van de basisschool moeten worden voorbereid op leven in een internationale samenleving. Het Europees Platform fungeert dan ook steeds meer als ‘aanjager’ van internationalisering in het onderwijs. Divis: ­ “We waren al subsidieverstrekker en ondersteuner van scholen voor internationalisering. Dat blijven we, maar we hebben ons in het afgelopen jaar meer toegelegd op het coachen en inspireren, ook van scholen die nog niet heel intensief internationaliseren. In het basis­ onderwijs stimuleren we het vroeg vreemdetalen­ onderwijs (vvto). Daar zijn we nu ook begonnen met de ontwikkeling van het concept Elos - grensverleggend onderwijs. Voorheen richtten we ons met deze leer­route alleen op het voortgezet onderwijs.”

6

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

Subsidiegelden geheel besteed

Er is veel belangstelling op scholen voor internationalisering. De voor 2010 beschikbare subsidiegelden zijn nagenoeg geheel besteed. Wel werd het geld verdeeld over minder scholen: instellingen die al aan internationalisering deden, intensiveerden hun activiteiten. ­ Er is dus ook een groep scholen die nog onvoldoende is bereikt. Divis wijt een deel van deze trend aan de gevolgen van de financiële crisis. “We merken bijvoorbeeld dat scholen - zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs - voorzichtiger zijn geworden met het sturen van mensen naar congressen, of met het opzetten van nieuwe activiteiten. Des te belangrijker is het dat wij ze wijzen op de mogelijkheden.” Heel goed nieuws is de start van het tweetalig vmbo (t-vmbo) in de zomer van 2010. Het Anna van Rijn College in Nieuwegein had de primeur. De school ontving bij de start de huidige minister van Onderwijs, hetgeen de interesse op het departement voor deze vorm van onderwijs weergeeft. Er staan dertig andere vmbo-scholen klaar om het concept in te voeren. ­ “De scholen leveren een prestatie van formaat”, vindt Divis. Ander goed nieuws is de belangstelling voor de UNESCO-scholen. Deze scholen hebben het gedachtegoed van de VN-organisatie voor onderwijs en cultuur uitgewerkt in hun curricula. Met het vergroten van het internationaliserings­aanbod focust het Europees Platform steeds meer op het bewaken van de kwaliteit ervan. Voor tweetalig


onderwijs bestaat al langer een kwaliteitsstandaard die gebruikt wordt bij visitaties en bij de certificering van tto-scholen. Hetzelfde systeem ontwikkelt het Europees Platform nu, samen met scholen en partners, voor vvto en voor Elos. “We willen hiermee ook inzichtelijk maken wat je nu eigenlijk hebt aan internationaliserende onderwijsconcepten”, legt Divis uit. “We zijn een inventarisatie gestart naar wat we al weten en naar wat we nog wíllen weten over inter­ nationalisering. Zo is wetenschappelijk bewezen dat vwo-leerlingen in het tweetalig onderwijs in de derde klas beter Engels spreken dan hun leeftijdgenoten in het regulier onderwijs. We weten ook dat vroeg starten met Engels op de basisschool geen taal­ achterstanden oplevert in het Nederlands. Maar waar bestaat de voorsprong precies uit die de leerlingen krijgen? Wat vinden de ‘afnemers’, zoals vervolg­ opleidingen en werkgevers, ervan? We zijn op zoek naar meer evidence based gegevens voor school­ leiders en andere ­betrokkenen.”

Professionalisering

Kwaliteit en professionaliteit zijn voor Divis belangrijke trefwoorden als het gaat om internationalisering van het onderwijs. Het Europees Platform zoekt daarvoor de samenwerking met diverse partners: de sector­ organisaties, Nuffic (de organisatie voor internationalisering in het hoger onderwijs), de vereniging van schoolleiders AVS en leerplanontwikkelaar SLO.

“Gezamenlijk ontwikkelen we cursussen en master­ classes voor de professionalisering van schoolleiders en coördinatoren internationalisering. Ook zoeken we aansluiting bij lerarenopleidingen die iets willen doen met tweetalig onderwijs, en bij uitgevers voor het ontwikkelen van lesmateriaal. Voorheen publiceerden we veel zelf, maar om scholen meer maatwerk te kunnen bieden, willen we als kennismakelaar vraag en aanbod bij elkaar brengen.” Ondertussen doen zich voor 2011 nieuwe uitdagingen voor. Divis maakte een oriënterende reis naar China waar veel scholen voor voortgezet onderwijs geïn­ teresseerd zijn in partnerschappen met scholen in Nederland. “Regio’s buiten Europa zijn voor ons interessant. In Brussel ontdek je wat het betekent ­ om Nederlander te zijn, maar ga je naar een ander werelddeel, dan voel je je Europeaan.” Een minder leuke uitdaging is de bezuinigingsronde die het Europees Platform boven het hoofd hangt. ­ “We hebben weinig ‘vet’ in onze organisatie, dus we zullen moeten kiezen welke activiteiten we blijven doen en wat we moeten schrappen”, zegt Divis. ­ “Maar het goede nieuws is dat de subsidies aan scholen niet worden gekort. Het Europees Platform zal als organisatie het grootste deel van de pijn nemen. ­ We hopen dat de scholen er minder van zullen merken.”

In 2010 • g  ingen 24.583 leerlingen uit het primair ­en ­het voortgezet o ­ nderwijs ­ over de grens; • reisden 7.300 docenten naar het buitenland; • v olgden 496 ‘leraren in opleiding’ een stage b ­ uiten Nederland.

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

7


1 Onze rollen: subsidie­verstrekker, vraagbaak, adviseur Veel scholen weten het Europees Platform ­internationaliseren in onderwijs uitstekend te vinden ­ als vraagbaak en ondersteuner op het gebied van internationalisering. Ze kunnen bij ons terecht ­­ voor (informatie over) Europese en internationale oriëntatie (EIO) in het onderwijs, internationale leer­routes, leermiddelen, uitgebreide kennisnet­ werken, talenexpertise, certificering, congressen, ­regionale informatiebijeenkomsten en meer. ­ Het Europees Platform werkt niet alleen met een vast aanbod van middelen voor internationalisering in het onderwijs, maar verleent ook diensten op maat. ­ We geven schoolgerichte adviezen en verzorgen trainingen en nascholingen voor individuele scholen ­ of schooloverstijgende groepen. Als subsidieverstrekker putten we uit drie bronnen: 1 De regeling Bevordering internationale oriëntatie en samenwerking (Bios) • een subsidieprogramma van het Ministerie ­ van OCW; • uitgevoerd door het Europees Platform; • stelt scholen in staat wereldwijd samen te werken; • verleent alleen subsidie aan Nederlandse instellingen; • richt zich op een breed scala aan activiteiten: leerlingenuitwisseling, docentenmobiliteit, buitenlandse stages voor de lerarenopleidingen en talensubsidies.

• drie LLP-programma’s worden beheerd door het Europees Platform: - Comenius: richt zich op een breed scala aan activiteiten zoals schoolpartnerschappen, voorbereidende bezoeken, nascholing, assistentschappen en eTwinning (online samenwerken met buitenlandse scholen); - Grundtvig: internationale activiteiten voor de volwasseneneducatie; - Study Visits: studieweken voor beleidsmakers in het onderwijs. 3 Overige subsidieprogramma’s. Hierbij gaat het om enkele kleinere programma’s voortkomend uit bilaterale verdragen tussen ­Nederland en Vlaanderen; Nederland en Duitsland; ­Nederland en Aruba/de Nederlandse Antillen.

Minder toekenningen in 2010

De subsidies dienen als startmotor voor internationalisering op scholen. In 2010 waren er 3% minder subsidietoekenningen dan in het jaar daarvoor (totaal 2.657 in 2010). De meeste aanvragen zijn voor leerlingen­uitwisseling: 24.583 leerlingen gingen de grens over (Bios en Comenius samen). Het budget hiervoor is dan ook snel op. Het aantal docenten dat naar het buitenland ging was 7.300. De gelden van Bios en Comenius zijn nagenoeg uitgeput; in het Grundtvig-programma is geld overgebleven.

2 Het Leven Lang Leren Programma (LLP) • een subsidieprogramma van de Europese Commissie; in Nederland uitgevoerd door het Nationaal Agentschap bestaande uit het Europees Platform, Nuffic (voor het hoger onderwijs) en CINOP (voor het middelbaar beroepsonderwijs); • stelt scholen in staat binnen de Europese Unie samen te werken;

Externe contacten in 2010 Het Loket Internationalisering behandelde 1.419 vragen per e-mail en 423 per telefoon. De website van het Europees Platform werd ruim 121.000 keer geraadpleegd door ruim 80.000 unieke bezoekers (gemiddeld ongeveer 330 bezoeken per dag). Het Europees Platform organiseerde 3 grote conferenties en ongeveer

8

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

55 seminars en netwerkbijeenkomsten. De eigen informatiestand werd opgezet op 8 onderwijsgerichte beurzen en evenementen van andere organisaties. Gedurende het jaar verschenen 50 edities van de verschillende (digitale) nieuwsbrieven, 2 edities van het blad IO ‘Internationaliseren in Onderwijs’ en ook ­

2 van de nieuwsbrief Schoolpartnerschappen van de ­programma’s ­Comenius/eTwinning.


2 Het basis­onderwijs in 2010 Opnieuw maken meer basisscholen gebruik van subsidies

De belangstelling in het basisonderwijs voor inter­ nationalisering – en dan in het bijzonder voor vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) – blijft stijgen. Inmiddels zijn bij het Europees Platform ruim vijfhonderd scholen bekend die een vreemde taal eerder aanbieden dan wettelijk verplicht is, dus eerder dan in groep 7. ­ Van deze scholen ontvingen er in 2010 driehonderd een subsidie voor vvto, ruim honderd meer dan in het voorgaande jaar. Deze subsidie, afkomstig uit de Bios-regeling, is bedoeld voor scholen die met vvto willen starten. De belangstelling ervoor overtreft het beschikbare budget. Goede ervaringen met tweetalig onderwijs op middelbare scholen zorgen er mede voor dat basisscholen extra aandacht willen besteden aan talen. De stijgende belangstelling ten spijt, is er een grote groep basisscholen die nog niet is bereikt door het Europees Platform. Er zijn immers bijna zeven­ duizend basisscholen in Nederland. Mede omdat vvto een stimulans is voor andere internationaliserings­ activiteiten, zal het Europees Platform zich in 2011 intensief richten op de nog niet bereikte groep. Basisscholen maken ook gebruik van subsidies uit het Comenius-programma. Die kunnen ze voor verschillende doeleinden aanwenden. Zo kunnen ze een partnerschap aangaan met een school in het buitenland: leerlingen en docenten van twee of meer scholen voeren samen een project uit en bezoeken elkaar. ­ Ook voorbereidende bezoeken worden door Comenius gefinancierd. In 2010 werden 15 partnerschappen en 26 voorbereidende bezoeken gesubsidieerd. Een ander voorbeeld van een activiteit die Comenius financiert is nascholing. In 2010 maakten 247 basisschoolleerkrachten gebruik van deze subsidiemogelijkheid, de meesten om hun vaardigheden Engels te vergroten. Tot slot maakt het programma eTwinning deel uit van het Comenius-programma: hierin gaat het om het online samenwerken met leerlingen en leerkrachten van buitenlandse scholen. In 2010 waren 88 leerkrachten van basisscholen hiervoor geregistreerd, 12 minder dan in het voorafgaande jaar.

Ondersteunende activiteiten: veel aandacht voor vvto

De kennis- en expertisefunctie die het Europees Platform heeft, komt voor het basisonderwijs vooral tot uitdrukking in het promoten en versterken van het vroeg vreemdetalenonderwijs. In 2010 legden we contact met honderd nieuwe basisscholen die interesse toonden voor vvto. Deze (en de al bij het Europees Platform bekende basisscholen) zijn bereikt

via de website, de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT), een mailing aan alle basisscholen, nieuws­ brieven, conferenties en voorlichtingsbijeenkomsten. Het Europees Platform faciliteert ook de belangen­ behartiger van vvto-scholen: het Platform vvto Nederland. Daarnaast hebben we samen met een aantal pabo’s kenniscentra vroeg vreemdetalenonderwijs opgezet. Deze bieden begeleiding en nascholing aan leerkrachten in het basisonderwijs, ontwikkelen een minor voor de lerarenopleidingen en helpen mee bij de totstandkoming van een kwaliteitsstandaard vvto. De centra stimuleren daarnaast onderzoek naar vreemdetalenonderwijs op basisscholen. Voorts participeert het Europees Platform namens Nederland in een werkgroep van de Europese Commissie die ­ in 2010 een adviesrapport vvto opstelde. Tot slot ondersteunden wij twee proefprojecten vvto. ­ Een daarvan startte in februari 2010: op veertien scholen wordt maximaal 15% van de tijd Engels gebruikt als voertaal in de lessen. Dus bijvoorbeeld ­ de gymnastiek- of muziekles in het Engels. Dit project loopt door in 2011. De tweede pilot is een proefproject vvto Spaans, al gestart in 2007 en begin 2011 afgerond. De uitkomsten zijn positief. Ze zijn opgenomen in een advies­rapport dat is aangeboden aan het Ministerie van OCW. Het Europees Platform maakte ook een stappenplan voor basisscholen die het vak Spaans willen invoeren en inventariseerde les­ materialen hiervoor. Naast het vvto is in 2010 een vervolgproject LinQ gestart. Het richt zich op de versterking van Frans en Duits in zowel het primair als het voortgezet onderwijs. Zeven basisscholen nemen hieraan deel. ­ Zij krijgen informatie en lesmateriaal en ze zijn lid van het LinQ-netwerk waarin ze ervaringen uitwisselen met andere scholen.

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

9


Jan Heijman, directeur basisschool De Horn:

“Je moet je leerlingen hoog inschatten” Basisschooldirecteur Jan Heijman wilde wel eens iets anders dan het traditionele kerstdiner op school. Tijdens het hardlopen kreeg hij een ingeving: wat als we een Engelstalige musical laten opvoeren door leerlingen uit alle groepen? “Ik moest er wel even voor strijden”, zegt hij. “Maar het resultaat van de inzet van ouders, leerkrachten en kinderen was werkelijk fantastisch.”

Leerlingen van basisschool De Horn uit Wijk bij Duurstede stonden in december 2010 acht keer in het theater. Ze voerden op spetterende wijze de musical Snow Queen uit, een vervolg op het sprookje Sneeuwwitje. De voorstelling zag er niet alleen bijzonder professioneel uit, maar was ook uniek in zijn soort. Voor het eerst speelden Nederlandse basisschoolleerlingen – van groep 1 tot en met 8 – het hele stuk in het Engels. Hun directeur was er van meet af aan van overtuigd dat ze het konden. “Teamleden, en ook ouders die we er direct bij betrokken, vonden dat op zijn minst de verteller in het stuk Nederlands moest spreken”, ­ zegt Jan Heijman. “Maar ik dacht meteen: de kinderen kunnen dat. Ook de allerkleinsten, als je ze er maar goed op voorbereid.”

onderwijs (vvto). De leerlingen krijgen vanaf groep 1 les in het Engels, standaard zo’n 75 minuten per week. Ze waren dus niet onbekend met de vreemde taal. ­ In de maanden voorafgaand aan de musical oefende de cast (negentig kinderen) het verhaal van de Snow Queen. Ook de tweehonderd andere leerlingen maakten ermee kennis, doordat het verhaal in elke groep uitgebreid is behandeld. Bij de kleuters eerst in het Nederlands, daarna in het Engels. “De musical gaf alle leerlingen de mogelijkheid om Engels te oefenen, te durven spreken en ernaar te luisteren. Ze konden het verhaal dromen tegen de tijd dat ze in het theater zaten”, zegt Heijman. “Iedereen begreep het. ­ De leerlingen in de zaal waren muisstil. Dan weet je dat het goed is.”

Dromen

Dat de toeschouwers onder de indruk waren, is niet verwonderlijk. De voorstelling, mogelijk gemaakt met een subsidie van het Europees Platform, was van een hoog niveau. Plaats van handeling was theater Calypso

Die voorbereiding paste dan ook in het onderwijs­ concept dat De Horn als een van de eerste scholen in Nederland heeft omarmd: het vroeg vreemdetalen­

10

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform


in Wijk bij Duurstede. Er was professionele belichting en geluid en er waren prachtige kostuums. De Horn had dramadocent Simone Gijben ingehuurd om de musical in te studeren met de kinderen. Heijman: ­ “Niet alle kinderen konden direct én spelen én goed Engels spreken. De meeste kinderen pikten de betekenis en de uitspraak van het Engels snel op. ­ Een groep van ouders en leerkrachten heeft de hele productie intensief begeleid. Petje af hoor.” Heijman wijst erop dat er veel mensen nodig zijn om zo’n kar te trekken. “Maar als iedereen enthousiast is, dan lukt het ook.” De musical had overigens een extra internationale dimensie: leerlingen van de Duitse partnerschool uit Sittensen zongen mee in het koor. In 2011 reizen leerlingen van De Horn op hun beurt naar Duitsland, om daar mee te zingen in een Engelstalig stuk.

Nog meer draagvlak

met vvto in onze school ook gegaan. Aanvankelijk hebben we enorm geëxperimenteerd, omdat we een van de eerste scholen waren. Veel leerkrachten waren bang dat hun eigen Engels niet goed genoeg was. Maar we hebben ze alle mogelijkheden geboden om bij te scholen. En nu is iedereen vóór. Als ik iets heb geleerd bij het invoeren van nieuwe dingen in het onderwijs dan is het dat je er de tijd voor moet nemen.” Gaat de musical in reprise? “Op onze school even niet”, zegt Heijman. “Zoiets groots en moois kun je niet ieder jaar doen.” Een van de voorwaarden van de drie­ duizend euro subsidie die De Horn heeft gekregen, was dat andere scholen de bewerking van de musical moesten kunnen gebruiken. Acht scholen hebben erom gevraagd. Heijman: “De Snow Queen wordt dus dit jaar waarschijnlijk opnieuw in Nederland uitgevoerd.”

Wat heeft het project opgeleverd voor vvto? Heijman: “De leerlingen bleken meer te kunnen dan sommige ouders en leerkrachten dachten. Ik ben ervan overtuigd dat je kinderen hoog moet inschatten. Ik denk dat we hiermee nog meer draagvlak hebben gekregen voor de Engelse lessen. Dat is echt een pluspunt. Het hele traject leek een beetje op de invoering van vvto: aanvankelijk is de helft vóór, een kwart sceptisch, en een kwart is tegen. Maar uiteindelijk ziet iedereen hoe mooi het is geworden en hoe goed het werkt. Zo is het

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

11


12

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform


3 Het voort­gezet onderwijs in 2010 Minder scholen maken gebruik ­ van subsidie

In het voortgezet onderwijs maakten in 2010 iets minder scholen gebruik van subsidies voor internationalisering dan in 2009. Het beschikbare geld werd wel besteed, maar verdeeld over minder scholen. ­Instellingen die al bezig waren met internationalisering intensiveerden dus hun activiteiten. In totaal werden 1.370 subsidies toegekend aan scholen voor voortgezet onderwijs in 2010 (1.555 in 2009). De subsidies uit de Bios-regeling worden verdeeld over talen, leerlingenuitwisseling en docentenmobiliteit. Nieuwe scholen krijgen hierbij voorrang. Tweetalig onderwijs (tto) wil zeggen dat scholen de helft van hun onderwijs in een vreemde taal aanbieden (meestal Engels). Bij versterkt vreemdetalenonderwijs (vto) gaat het om de versterking van Frans en Duits. In totaal werden 29 talensubsidies in 2010 toegekend in het voortgezet onderwijs. Via Bios deden 22.183 leerlingen mee aan een uitwisseling en 425 docenten hebben subsidie gekregen in het kader van individuele docentenmobiliteit. Het Comenius-programma financierde 12 assistentschappen in 2010 op scholen (meest native speakers Engels, Frans en Duits). Nog eens 21 assistenten Frans en 18 assistenten Duits konden worden ingezet met een speciale subsidie van het Ministerie van OCW. Comenius financierde ook 103 partnerschappen met scholen in het buitenland (waarbij leerlingen en docenten van twee of meer scholen samen een project uitvoeren en elkaar bezoeken). Verder financierde Comenius 54 voorbereidende bezoeken, 211 nascholingsactiviteiten voor leraren in het buitenland en 430 registraties voor eTwinning (het online samenwerken met leerlingen en leraren van buitenlandse scholen). Vooral de nascholing van leraren (binnen Comenius) was favoriet, het aantal aanvragen hiervoor steeg aanzienlijk ten opzichte van 2009. De belang­ stelling komt uit alle vakken, maar de meeste leraren hebben behoefte aan bijscholing in het Engels.

Veel ondersteunende activiteiten ­ voor tto en Elos

Het aantal scholen met afdelingen voor tweetalig onderwijs stijgt nog steeds. Het Europees Platform stimuleert tto, ondersteunt bij de invoering en bewaakt de kwaliteit. Daarvoor is een landelijk netwerk voor tto-scholen in het leven geroepen waarbij inmiddels 122 scholen en 165 afdelingen z­ ijn aangesloten (op een totaal van 554 scholen voor voortgezet onderwijs). Het netwerk organiseerde het afgelopen jaar 29 visitaties om de kwaliteit van het tto te beoordelen. Eind 2010 waren er 49 gecertificeerde

Winnaars van de Junior Speaking Contest 2010: Sithy Fariha Reza en Dimitri Kresko.

tto-juniorscholen en 38 gecertificeerde tto-senior­ scholen. Voor het eerst werden in 2010 scholen die ­ al eerder gecertificeerd waren, opnieuw gevisiteerd. ­­­ Drie scholen voldoen nog steeds helemaal aan de ­standaard en drie scholen zullen een aantal zaken moeten verbeteren. Zij krijgen binnen twee jaar weer een visitatie (zie ook het interview op pagina 16). In 2010 is de eerste tweetalige vmbo-afdeling van start gegaan op het Anna van Rijn College in Nieuwegein. Zo’n dertig vmbo-scholen hebben serieuze belang­ stelling getoond voor het concept, waarvan een aantal al een eind op weg is met de invoering. Een kwaliteitsstandaard tto voor deze sector is in ontwikkeling. Andere activiteiten van het Europees Platform op het gebied van tto waren: de ontwikkeling van een kwaliteitsstandaard voor de opleiding van leraren die inzetbaar zijn in internationale leerroutes; het organiseren van leerlingenactiviteiten (zoals de Junior Speaking Contest, de Debating Contest en de Mathematics Challenge); het distribueren van de internationaal erkende Cambridgetoetsen en van het programma ­ IB English A2. Een tweede internationale leerroute (naast tweetalig onderwijs) die het Europees Platform stimuleert en ondersteunt, is Elos -grensverleggend onderwijs. Scholen die Elos aanbieden, zetten ook sterk in op talen. Daarnaast integreren ze Europese en internationale oriëntatie (EIO) in het curriculum en hebben ze altijd een partnerschool in het buitenland. Deze leerroute kan per afdeling worden ingevoerd. In de onderbouw gebeurt dat afdelingsbreed, in de bovenbouw bestaat Elos uit keuzerichtingen. Van het

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

13


Elos-scholennetwerk zijn 36 scholen lid, 4 meer dan vorig jaar. Ook voor deze leerroute is gewerkt aan een kwaliteitstandaard, die bijna af is. In het schooljaar 2011-2012 zullen de eerste visitaties plaatsvinden. ­ Een andere prioriteit voor het Elos-netwerk is de aansluiting tussen verschillende onderwijssoorten. ­ In 2011 gaat een kleine pilot van start waarin Elos wordt geïntroduceerd in het primair onderwijs (Elos First Steps). Zo’n twaalf basisscholen doen hieraan mee. Veertien scholen voor voortgezet onderwijs hebben zich in 2010 aangemeld voor deelname aan een project voor versterkt vreemdetalenonderwijs (vto): LinQ. ­ Dit project richt zich op de versterking van Frans en Duits, mede via het aanbieden van lesmaterialen en het onderling uitwisselen van goede praktijkvoorbeelden. SLO, het expertisecentrum leerplanontwikkeling, doet onderzoek naar de resultaten van dit project. ­ De uitkomsten worden verwacht in 2011. Speciaal voor de versterking van Frans bestaat ook het DELF scolairenetwerk, waarvoor grote belangstelling bestaat (74 scholen zijn lid). DELF scolaire stimuleert docenten om vernieuwende en actieve werkvormen toe te passen en organiseert bijeenkomsten en nascholingsactiviteiten. Het aantal leerlingen dat deelnam aan het DELF scolaire-examen nam in 2010 met 55% toe tot 956 ­ in totaal, verdeeld over 74 scholen.

14

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

CertiLingua is een label of excellence dat vwo-leerlingen naast hun diploma kunnen halen als ze twee vreemde talen op hoog niveau beheersen én kennis hebben van Europa. In 2010 behaalden tien leerlingen dit certificaat (in 2009 waren het er zestien). Dit initiatief beantwoordt aan de vraag van een zeer beperkt aantal leerlingen. Het Europees Platform pleit er binnen Europa voor om CertiLingua uit te breiden naar ­ andere onderwijsniveaus, zodat ook daar leerlingen kunnen excelleren. Het aantal UNESCO-scholen in het voortgezet onderwijs verdubbelde bijna in 2010. Het totaal kwam uit op twaalf (met het basisonderwijs, mbo en hbo mee­ gerekend zijn er 21 van deze scholen in Nederland). ­ De UNESCO-scholen hebben het gedachtegoed van deze VN-organisatie uitgewerkt in hun curricula. Thema´s zijn: geweldpreventie en conflictoplossing, mensenrechten, duurzaamheid, armoedebestrijding en erfgoed. Het Europees Platform krijgt enthousiaste reacties van scholen, leerlingen en ouders. Ook voor dit concept is een kwaliteitskader in ontwikkeling. ­ Het Europees Platform werkt hiervoor nauw samen met de Nationale UNESCO Commissie.


Tom van Eijk, docent vmbo Oostvaarders College:

“Leerlingen begrijpen ­ het belang ­van Engels” Tom van Eijk, docent consumptieve technieken aan het Oostvaarders College in Almere, bedacht een uniek uitwisselingsproject voor zijn leerlingen. Samen met leeftijdgenoten uit Italië, Denemarken en Tsjechië nemen de vmbo’ers deel aan een kookcompetitie. De grand finale van deze internationale strijd vindt plaats in Brussel, tijdens een diner voor Europarlementariërs.

Het ‘Europees Menu’ heet het project dat Tom van Eijk bedacht na een inspirerende cursus internationalisering die hij volgde in Finland. In het project kiezen vier scholen uit vier landen elk één onderdeel van een diner: het voorgerecht, de antipasta, het hoofdgerecht of het nagerecht. Tijdens uitwisselingsbezoeken kookt de ontvangende school het uitgekozen gerecht, samen met de buitenlandse gasten. Er worden drie versies geserveerd, dus bijvoorbeeld drie verschillende koude voorgerechten. De buitenlandse gasten proeven ervan en geven cijfers. Het winnende gerecht wordt opgenomen in het Europees Menu. Dat menu gaan de leerlingen van de vier scholen gezamenlijk koken én opdienen in Brussel. Van elke gang wordt een fotoboek gemaakt, met op de voorkant de winnende schotel en binnenin de gerechten die tweede en derde zijn geworden.

Hollandse garnalen

“Wij hebben in november 2010 het voorgerecht verzorgd”, zegt Tom van Eijk enthousiast. “We hadden Hollandse garnalen, paling en een gerecht met kabeljauw, zalm en zeewier. De Italianen nemen de antipasta voor hun rekening, de Denen het hoofd­ gerecht van vlees en de Tsjechen het nagerecht.” ­ Van Eijk vindt het een fantastische manier om jongeren zijn ‘prachtige vak’ bij te brengen. Hij wil ze meer meegeven dan alleen de basistechnieken. “Je kunt natuurlijk uitbreiden met de kaasboerderij, maar ik wil ze in aanraking brengen met andere culturen en met lokale producten en manieren van koken. Daarbij leren ze veel over Europa en moeten ze in het Engels communiceren. Dat gaat de Nederlanders en de Denen het beste af, en dan nog hebben ze er veel gebaren bij nodig. Maar als de leerlingen ’s avonds met elkaar willen afspreken in de disco, dan begrijpen ze hoe belangrijk de Engelse taal is.” Voor sommige vmbo’ers is het een uitgelezen kans om en passant de toren van Pisa in Italië te zien, om maar iets te noemen. “Dat is fantastisch. Op zulke plekken komen ze anders nooit”, zegt Van Eijk. “We hebben ze ook Assisi laten zien.” Niet alle leerlingen kunnen mee naar het buitenland, per keer gaat het om vijf vmbo’ers. Omdat er meerdere buitenlandse bezoeken zijn

(inclusief de reis naar Brussel), kan op een groep van veertien leerlingen bijna iedereen die wil een keertje mee. “We doen het in het vierde leerjaar, dus in het examenjaar. De voorwaarde is dat je er goed voor staat, anders kun je niet mee. En sommigen zijn bang voor heimwee, die hoeven niet zo nodig.” Degenen die wel meegaan zijn zonder uitzondering enthousiast. Een leerlinge die na een buitenlands bezoek terugkwam op school, noemde de week ­ “de mooiste tijd van haar leven”. Voor docent Van Eijk is met zo’n uitspraak het project al geslaagd. Het is voor dit soort reacties dat hij, samen met zijn collega’s, bereid is veel tijd in het project te steken. Ook vrije tijd. “Er komt nogal wat bij kijken. We leggen veel contacten, we bellen veel, schrijven en regelen. Maar het is wel heel leuk om te doen. Mij geeft het veel voldoening als ik leerlingen kan helpen over grenzen heen te kijken. Het contact met leerlingen uit andere culturen maakt dat ze meer waardering hebben voor hun eigen leven en voor school. Ze zijn alleen maar positief.”

Sinterklaas

Van Eijk blijft zoeken naar nieuwe invalshoeken voor internationaliseringsprojecten. Aan het project Europees Menu heeft hij bijvoorbeeld een extra sociale dimensie toegevoegd. “De ontvangst bij ons in Almere was vlak voor Sinterklaas. Ik heb een presentatie gegeven over de betekenis van dit Nederlandse feest. De leerlingen – zowel die van ons als de buitenlandse gasten – hebben daarna chocoladeletters gedecoreerd. Die letters hebben we verkocht en de opbrengst was voor een kinderkliniek hier in Almere.” Van Eijk zou iedere vmbo-school willen aanraden om internationaliseringsprojecten te starten. Hij prijst zich gelukkig met een schooldirectie die vooruitstrevend ­ is en de activiteiten steunt. De rector van het Oost­ vaarders College (2.000 leerlingen) reisde naar Denemarken om gedurende één dag met het kleine clubje vmbo’ers in de keuken mee te draaien. En ook de coördinator internationalisering van de school is volgens Van Eijk ‘een topper’. “Maar het gaat er toch vooral om dat je niet te veel beren op de weg ziet. ­ Je moet enthousiast zijn en er dan gewoon voor gaan. Dan gebeurt er veel goeds.”

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

15


Leo van Putten, beleidsmedewerker Anna van Rijn College:

“Inzichtelijk maken wat je doet is veel werk” Het Anna van Rijn College in Nieuwegein behoorde tot de eerste tien scholen die het tweetalig onderwijs (tto) voor het vwo invoerden. Vijftien jaar verder is tto op alle niveaus ingevoerd: van vmbo tot en met gymnasium. Bij een hervisitatie tto kreeg het Anna van Rijn een uitstekende beoordeling. ­Beleidsmedewerker internationalisering Leo van Putten vertelt.

“Je geeft jongeren een duurzame voorsprong mee als ze Engels goed beheersen”, zegt Leo van Putten. ­“Het is in veel organisaties al de voertaal, ook hier in Nederland. Ga maar eens kijken op het hoofdkantoor van ABN AMRO. Het gebruik van Engels neemt in een handelsland als het onze alleen maar toe. Ook verpleeg­kundigen en vrachtwagenchauffeurs moeten de taal kunnen spreken. Voor vmbo’ers is ­het Engels net zo belangrijk.”

Veel dynamiek

Het Anna van Rijn College is ervan overtuigd dat tto ­ en de bijbehorende internationaliseringsactiviteiten –waaronder uitwisselingen met buitenlandse partnerscholen – leerlingen goed voorbereiden op het Europa van de toekomst. In de havo/vwo-afdeling krijgen leerlingen de helft van de lessen aangeboden in het Engels, in het vmbo gaat het om dertig procent. ­ De school heeft vijf native speakers in dienst. Bovendien is het Anna van Rijn College de vaste stageschool voor de lerarenopleiding U-TEAch, die een sterke internationale component heeft. Permanent zijn er zo’n 25 stagiair(e)s van U-TEAch in huis. Dat maakt het werken met content and language integrated learning gemakkelijk, want daarmee zijn de studenten van U-TEAch goed bekend. Het is een methode waarmee vakinhouden, bijvoorbeeld bij geschiedenis, door actieve werkvormen in het Engels worden aan­ geboden. Van Putten: “De stagiaires geven veel dynamiek in de school. Engels als voertaal stimuleert leerlingen en docenten zich voor internationalisering in te zetten, dus het mes snijdt aan meer kanten.” Scholen voor tweetalig onderwijs worden vier jaar na de invoering gevisiteerd. Het landelijk netwerk voor tto-scholen vraagt het Europees Platform om deze kwaliteitskeuring uit te voeren en gebruikt daarbij ­ de landelijke standaard tto (zie kader). Bij een positief oordeel krijgt de school een certificaat. Lange tijd was er daarna geen controle meer op de kwaliteit van het tweetalig onderwijs. In 2010 besloot het landelijk netwerk daarom de al gecertificeerde scholen te gaan hervisiteren. Een CLIL-expert, een rector van een collega tto-school van buiten de regio en een ambtelijk secretaris van het Europees Platform komen langs om een kijkje in de keuken te nemen. Het Anna van Rijn College hoorde bij de eerste groep die de

16

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

hervisitatie kreeg. Van Putten: “Wij vinden het een goede zaak dat h ­ et landelijk netwerk dit organiseert. Als je het niet doet, loop je het risico dat scholen inslapen en minder scherp letten op de kwaliteit van hun aanbod.”

Voorbereiding cruciaal

Het Anna van Rijn kreeg opnieuw een positieve beoordeling, over vrijwel de gehele linie. Van Putten denkt dat de voorbereiding op de visitatie cruciaal is geweest. “Er is een aantal scholen waarvan inmiddels is gebleken dat ze niet meer aan de standaard tto voldoen. Ik vermoed dat dit deels te maken heeft met hun voorbereiding. Wij hebben erg veel werk van de hervisitatie gemaakt. Je moet goed inzichtelijk maken wat leerlingen doen en wat ze ervan opsteken. ­ Je moet bijvoorbeeld de examenresultaten van de afgelopen jaren laten zien, met daarbij een verklaring van de eventuele verschillen in resultaten. ­ Ook andere toetsresultaten moet je paraat hebben en – heel belangrijk – documentatie waaruit blijkt dat de docenten voldoende geschoold zijn voor tto. Je moet kunnen laten zien wie wanneer welke scholings­ activiteit heeft gedaan.” Het Anna van Rijn heeft als voorbereiding ook een zelfvisitatie uitgevoerd. Vertegenwoordigers van de school spraken met ouders, woonden lessen van collega’s bij en beoordeelden de documentatie. Van Putten: “Wij hebben mensen in huis die voortgangsbezoeken doen op andere scholen, dat helpt. Alles bij elkaar zijn we ongeveer een jaar bezig geweest met de voorbereiding van de hervisitatie.” Het Anna van Rijn kan dus voorlopig op volle kracht vooruit met tto. Zijn er nog wensen voor de toekomst? “We gaan het tweetalig vmbo verder versterken”, zegt Leo van Putten. “Verder willen we graag nauwer samenwerken met basisscholen die vroeg vreemde­ talenonderwijs bieden. We hebben een netwerk opgezet met tien basisscholen in de regio. Een mooi doel voor de toekomst is de doorstroom op het gebied van vreemdetalenonderwijs te bevorderen.”


Wat staat er in de kwaliteitsstandaard ­voor h ­ et tweetalig onderwijs? 1 De kwaliteit van het Engels van de leerlingen moet op voldoende niveau zijn (B2) aan het eind van het derde jaar. De eindexamencijfers voor alle vakken mogen niet negatief afwijken van het landelijk gemiddelde. 2 Er moet voldoende Engelstalige onderwijstijd worden ingepland. 3 De kwaliteit van het taalaanbod moet op voldoende niveau zijn. Scholen hebben liefst één of meer native speakers in dienst en de Nederlandse docenten die in het Engels lesgeven, beheersen de taal zelf minimaal op B2-niveau. 4 Er moet in het curriculum voldoende tijd worden besteed aan EIO: ­ Europese en internationale oriëntatie. 5 Het pedagogisch didactisch handelen van zowel vakdocenten als van docenten Engels moet de taalvaardigheid van leerlingen bevorderen. ­­ De tto-standaard stelt verder nadrukkelijk dat de vakdocent ook taaldocent is, dat met name in het vak Engels ook op grammaticale vormfouten gelet moet worden en dat de werkvormen activerend moeten zijn.

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

17


Cilo-netwerk Voor alle lerarenopleidingen, pabo’s en eerste- en tweedegraadsopleidingen,­­ is er het Cilo-netwerk (Centrum internationalisering lerarenopleidingen). ­ Het brengt internationaliseringsmede­ werkers van de Nederlandse lerarenopleidingen bijeen en organiseert regel­ matig bijeenkomsten en conferenties.

In 2010 heeft Cilo een nieuw koers­ document vastgesteld voor de periode 2011-2015. Het beleid spitst zich toe op kwaliteitsversterking van zowel de uitgaande mobiliteit als het curriculum. Daarnaast richt het netwerk zich op internationale minoren en de organisatie van studentenconferenties, als onderdeel

van het concept Internationalisation@ home (internationalisering voor en van ‘thuisblijvers’). In 2010 hebben twee algemene bijeenkomsten plaats­ gevonden en de jaarlijkse conferenties Teacher in Europe.

4 De leraren­opleidingen in 2010 De lerarenopleidingen richten zich in toenemende mate op internationalisering. Ze hebben veel belangstelling voor vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto), voor tweetalig onderwijs (tto) en voor de vaardig­ heden die voor deze concepten nodig zijn. ­ Het Europees Platform is blij met de kenniscentra vvto die inmiddels door drie pabo’s zijn opgezet. Nog eens vijf pabo’s volgen de ontwikkeling hiervan op de voet. De kenniscentra bieden begeleiding en nascholing aan leerkrachten in het basisonderwijs, ontwikkelen een minor voor de lerarenopleidingen en helpen bij de ontwikkeling van een kwaliteitsstandaard vvto. ­ Ze stimuleren ook onderzoek naar het vreemdetalenonderwijs op basisscholen. Het Europees Platform ondersteunt en faciliteert de kenniscentra.

Ondersteunende activiteiten: ­ speciale opleidingen

Het Europees Platform heeft in samenwerking met de Universiteit Utrecht en met de Hogeschool Inholland twee programma’s ontwikkeld voor native speakers Duits en enkele Fransen om zich van taalassistent te laten opleiden tot eerste- of tweedegraads docent. ­ De programma’s duren twee jaar. De studenten lopen stages in het voortgezet onderwijs en hebben daarbij de keuze uit tientallen middelbare scholen. In 2009 zijn in totaal achttien deelnemers begonnen, waarvan er in 2010 vijftien doorgingen naar het tweede en laatste jaar. Zowel vanuit de scholen als vanuit de taalassistenten is voor deze programma’s grote belangstelling.

De opleidingen die voorbereiden op het voortgezet onderwijs zitten ook niet stil. Zij werken bijvoorbeeld aan een kwaliteitsstandaard voor het opleiden van leraren voor internationale leerroutes als tto en Elos (zie pagina 13 en 14). De opleidingen hebben aan­ gegeven te streven naar een kwaliteitsstempel namens het landelijk netwerk tweetalig onderwijs.

Toegekende subsidies ­ voor stages ­en assistentschappen

Het afgelopen jaar hebben 496 studenten en 44 docenten van lerarenopleidingen subsidie gekregen voor een buitenlandse stage. Bij veel studenten zijn verre bestemmingen favoriet. Voorbeelden daarvan zijn Suriname, Curaçao en Zuid-Afrika. Het aantal assistentschappen gefinancierd via Comenius is in vergelijking met vorig jaar gelijk gebleven; ­ 5 uitgaande en 16 inkomende. De assistentschappen staan open voor alle vakken van de lerarenopleidingen en duren maximaal 45 weken, een heel schooljaar dus.

18

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

Jeantine Schuurmans (rechts) met leerling.


Jeantine Schuurmans, oud-studente lerarenopleiding Engels:

“Buitenlandervaring ­verbreedt je kennis” Jeantine Schuurmans volgde de lerarenopleiding Engels aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ­­ Haar afstudeerstage liep ze in Noorwegen. Z ­ e kwam enthousiast terug. “Ik zou iedereen zo’n buitenlandse ervaring willen aanraden. Het is ­hartstikke leuk om een ander onderwijssysteem te leren kennen en ­onderdelen ervan hier te gebruiken.”

Noorwegen ligt niet zo voor de hand voor een buitenlandse stage in het kader van een leraren­opleiding Engels. Juist daarom sprak het land Jeantine Schuurmans wel aan. “Iedereen wil naar Spanje, vanwege het weer en ook om Spaans te leren. Ik kreeg een mail over Comenius-assistentschappen in Noorwegen en dacht: waarom niet? Ik greep tijdens mijn opleiding iedere gelegenheid aan om naar het buitenland te kunnen. ­ Het was een mooie kans om het land en de mensen anders te leren kennen dan via een vakantie.” Het bleek een goede keuze. Want hoewel het weer niet meeviel – “begon het toch half april wéér te sneeuwen” – is Schuurmans onder de indruk geraakt van het Noorse onderwijssysteem. Ze draaide er vier maanden in mee, in Trondheim. Ze gaf les op een ‘middenschool’ voor algemeen onderwijs aan twaalftot vijftienjarigen. “Het Engels van de leerlingen is briljant. Overigens geldt dat ook voor de volwassen Noren hoor, ze spreken de taal allemaal heel goed. ­ Dat was handig omdat ik geen Noors sprak. Er zijn grotere klassen, maar er is meer tijd voor vreemde talen. Elke klas heeft drie of vier vaste docenten die ­ alle vakken geven. De docenten hebben een algemene opleiding gevolgd, met een korte specialisatie in het laatste jaar. Er zijn vaak meerdere docenten op één klas die Engels hebben gekozen.”

Bijzonder gemotiveerd

Wat Schuurmans verder opviel, was dat de leerlingen bijzonder gemotiveerd waren, ondanks het feit dat ­ ze niet kunnen doubleren in het Noorse systeem. ­ Ze krijgen wel toetsen en cijfers, maar overgaan naar een andere klas doen ze allemaal, ongeacht hun resultaten. Toch is het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerlingen groot. “Ze moeten veel zelf doen. ­ Ze hebben elk een eigen studieplanner, aan de hand waarvan ze taken uitvoeren. Als docent maak je elke week voor alle leerlingen een studieplanner. Op een klas van twintig kinderen moet je soms vijftien verschillende planners maken. Iedereen doet ­vervolgens zijn eigen ding.” Daar komt nog bij dat in het Noorse systeem alle kinderen door elkaar zitten: sterke en zwakke leerlingen, jongeren met gedragsproblemen, of met lichamelijke beperkingen zoals doofheid. Dat vraagt nogal wat van

een docent. Schuurmans: “Het is niet ­zo dat je meer tijd kwijt bent met lesgeven of met voorbereiden dan in Nederland. Het werkt gewoon anders. Ik had een methode met een overzichtelijk kleurensysteem. Blauwe vragen voor de meest intelligente leerlingen, groene voor degenen die meer tijd of hulp nodig hebben, rode vragen voor zwakke leerlingen. Ik heb me vooral gericht op het geven van Engels en (af en toe) gymnastiek. Voor één klas bedacht ik een lesplan van twaalf weken, en ik nam ook toetsen af.” Schuurmans was feitelijk in dienst van een collega, met wie ze elke week besprak welke taken ze op zich zou nemen. “Dat is heel anders dan bij een stage in Nederland. Hier word je aan het begin van een jaar verteld wat je moet doen en dan is het: succes ermee. Daar word je minder in het diepe gegooid. Daarom zou het ideaal zijn om eerst een assistentschap te doen en daarna pas je ‘leraar in opleiding’ (lio). Maar dat kan niet altijd.”

Ervaringen uitwisselen

Het was handig dat Schuurmans al voor haar komst een beroep kon doen op haar Noorse collega’s voor het zoeken naar onderdak. Het Comenius-programma regelt het assistentschap en draagt de kosten ervan, maar de studenten moeten zelf op zoek naar tijdelijke huisvesting. Schuurmans kon een kamer huren bij een lerares van haar school. Tijdens haar verblijf in Noor­ wegen bezocht ze een bijeenkomst voor alle Comeniusassistenten in Bergen. “Dat was heel leuk. Ik kon er ervaringen uitwisselen en contacten leggen. ­Ik ontmoette er nog een Duitse studente die in Trondheim zat.” Inmiddels is Schuurmans lerares Engels aan het Kandinsky College voor vmbo in Nijmegen. Ze weet niet of haar buitenlandse ervaringen bepalend zijn geweest om haar aan te nemen. “Maar het viel wel op”, zegt ze. In elk geval maakt ze in haar dagelijkse werk dankbaar gebruik van haar Noorse ervaring. Ik werk nu ook met studiewijzers, dat heb ik overgenomen van ­ de Noren. Ik ben er erg blij mee. Sowieso vormt zo’n buitenlandavontuur je als docent. Als je een ander onderwijssysteem van dichtbij leert kennen, dan verbreed je je kennis. Daar kun je hoe dan ook alleen maar voordeel van hebben.”

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

19


5 De volwassenen­educatie in 2010 Volwassenenonderwijs en internationalisering gingen lange tijd niet zo maar samen, maar dat is aan het veranderen. De sector is steeds beter bekend met de subsidiemogelijkheden. Het Europees Platform trok in 2010 veel tijd uit voor de promotie van het programma Grundtvig, onderdeel van het Levenlang Leren Programma (LLP) van de EU. Grundtvig financiert activiteiten van organisaties en verenigingen die onderwijs geven aan volwassenen, ongeacht of zij behoren tot de formele, non-formele of informele onderwijssector. De extra voorlichtingsbijeenkomsten leidden tot meer aanvragen voor Grundtvig-­ financiering dan in voorgaande jaren. Vooral de belangstelling vanuit bibliotheken, het gevangenis­ wezen en het voortgezet algemeen volwassenen­ onderwijs stijgt. Toch is het budget niet helemaal uitgeput. Wat hier een rol speelt is dat de volwasseneneducatie is ondergebracht bij instellingen die heel divers zijn, ­en dat er geen koepelorganisatie is voor dit type onderwijs die kan helpen internationalisering meer bekendheid te geven.

Toegekende subsidies voor partner­ schappen en korte conferenties

deelname aan korte conferenties en seminars. ­­­Ook hiervoor was in 2010 veel belangstelling. ­Er werden ­ ­81 aanvragen gehonoreerd (tegen 57 in 2009). Ook is er relatief veel belangstelling voor een andere nieuwe activiteit: internationale workshops voor volwassenen die in Nederland worden georganiseerd. Het afgelopen jaar zijn zes workshops gehouden, waaraan tientallen cursisten uit het buitenland deelnamen. Er zijn vier aanvragen gehonoreerd voor senior vrijwilligersprojecten. Organisaties kunnen hiermee hun vrijwilligers een uitwisseling aanbieden, door een samenwerkingsproject aan te gaan met een vergelijkbare organisatie in het buitenland. Tot slot maakte één docent uit het volwassenen­ onderwijs gebruik van de mogelijkheid om leservaring op te doen in het buitenland (gedurende 45 weken). ­ In Nederland bestaat geen specifieke opleiding voor docenten in de volwasseneneducatie, dat maakt de werving voor deze subsidiemogelijkheid lastig.

In 2010 was een lichte stijging te zien van het aantal gefinancierde ‘lerende partnerschappen’: het waren ­ er 39 (34 in het jaar daarvoor). In zo’n partnerschap werken instellingen uit verschillende landen gedurende twee jaar samen aan een project. Er werden 24 voor­­ bereidende bezoeken gefinancierd. Er was veel belangstelling voor nascholingsactiviteiten: er werden 77 aanvragen gehonoreerd (tegen 57 in 2009). Er is een relatief nieuwe, aanvullende mogelijkheid binnen Grundtvig voor nascholing, getiteld bezoeken en uitwisselingen. Personeel in de ­volwasseneneducatie kan subsidie krijgen voor

Lidwien Vos de Wael (links).

20

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform


Lidwien Vos de Wael, staflid Learn for Life:

“Grundtvig geeft veel mogelijkheden” Learn for Life stimuleert non-formele vormen van volwasseneneducatie (cursussen of andere educatieve activiteiten waaraan geen diploma is verbonden). Dat gebeurt door lokale, regionale en Europese initiatieven met elkaar te verbinden. In Sneek bracht Learn for Life plattelandsbewoners uit alle hoeken van Europa bijeen voor Grundtvig-workshops. Onderwerp: het maken van dorpsontwikkelingsplannen en de rol van volwasseneneducatie daarin.

“De Nederlandse visie op volwasseneneducatie is nogal smal”, zegt Lidwien Vos de Wael van Learn for Life, ­het platform voor internationale volwassenen­ educatie. “Men richt zich hier vooral op arbeid. Elders in Europa wordt meer benadrukt dat niet-formeel leren ook ­belangrijk is voor de persoonlijke ontwikkeling van deelnemers, en voor de maatschappij als geheel. Cursussen via bibliotheken, volksuniversi­ teiten, verenigingen en clubs voorkomen uitsluiting van bevolkingsgroepen en dragen bij aan actief burgerschap. Wij proberen die visie te vertalen naar ­ de Nederlandse situatie.”

Tij keren

Een goed voorbeeld van het werk van Learn for Life zijn de Grundtvig-workshops gehouden in 2009 en in 2010. Ze zijn georganiseerd in samenwerking met de Stichting Doarpswurk uit Friesland, die gespecialiseerd is in dorpsontwikkeling. De workshops gingen over dat onderwerp. In heel Europa loopt het platteland leeg. Daarmee daalt het voorzieningenniveau in rurale gebieden en trekken nog meer mensen weg. ­ Als bewoners zelf het heft in handen nemen is dit tij te keren, zo blijkt onder andere uit een aantal initiatieven in Friesland. Maar daarvoor moeten de bewoners wel een visie op hun streek kunnen ontwikkelen, plannen kunnen maken en bestuurders mee zien te krijgen. Learn for Life wilde samen met Doarpswurk benadrukken dat non-formele educatie een belangrijk middel is voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden. En dat is gelukt. In 2009 kwamen voor het eerst zestien deelnemers uit tien Europese landen bijeen om te praten over plattelandsontwikkeling en ideeën op te doen. Halverwege 2010 werd de succesvolle workshop herhaald, voor een nieuwe groep van ruim twintig deelnemers, ditmaal afkomstig uit dertien landen. Een derde workshop is aangevraagd en gepland voor eind 2011. Lidwien Vos de Wael is enthousiast over de mogelijk­ heden die de Grundtvig-workshops bieden. “Je kunt ­­veel doen als je vijf dagen kunt besteden aan één onderwerp”, zegt ze. “De participanten hebben verschillende achtergronden. Het zijn voor het grootste deel burgers die willen meehelpen hun omgeving leefbaar te houden.

De laatste keer startten we met een openings­ ceremonie waarbij elke deel­nemer aan de hand van een voorwerp vertelt wat de eigen streek speciaal maakt. Zo werd een bijzonder Europees landschap voor de deelnemers uitgerold. Vervolgens hebben we modellen aangereikt voor dorpsontwikkeling, en ook technieken die ervoor nodig zijn. Deelnemers konden die oefenen in groepjes. Ze hebben daadwerkelijk een plan gemaakt. Daarnaast bezochten we dorpen in Friesland en Drenthe die succesvol een dorps­ ontwikkelingsplan hebben gemaakt en uit­gevoerd. Verder hebben we lezingen gehouden, simulatie­ spellen gespeeld en peer ­interviews gedaan.”

Vrijwilligerswerk besmet

De onderwerpen in de workshops zijn bijvoorbeeld: hoe maak je een goede enquête? Hoe kun je bij het maken van een dorpsontwikkelingsplan gebruik­ maken van foto’s? Hoe zet je een vrijwilligersorgani­ satie op, hoe organiseer je een keukentafelgesprek? ­ Vos de Wael: “In sommige landen is de inzet van vrij­willigers gemeengoed, maar in landen uit het voormalig Oostblok is de term ‘vrijwilligerswerk’ besmet. We hebben uitgelegd hoe je in de provincie vrijwilligers kunt trainen. En ondertussen zijn de deelnemers met Europa bezig, en met de dingen die in andere landen spelen.” Een van de grootste opbrengsten van de workshops is dan ook dat al die verschillende plattelandsbewoners een gezamenlijke Europese ervaring opdoen. Daarmee doen ze inspiratie en ideeën op. Het motiveert enorm om verder te gaan met het ontwikkelen van plannen. Vos de Wael: “Wij krijgen enthousiaste verhalen terug uit bijvoorbeeld Letland en Finland waar ze al ver zijn met plannen. De workshops versnellen de ontwikkelingen ter plaatse. Een gemeenteraadslid uit Friesland is uitgenodigd door de Finnen om daar een verhaal te houden. En hier in Nederland zijn Denen apart terug­geweest om te vertellen welke methoden en tech­nieken zij gebruiken. Maar het belangrijkste is dat bij iedereen die zich met de ontwikkeling van het platteland bezighoudt een belletje gaat rinkelen: wat hebben we nodig om als burgers te participeren? Wat kunnen we al en waarin is bijscholing nodig? Ik denk dat het bewustzijn hierover zeker is toegenomen.”

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

21


6 Over de onderwijssectoren heen Naast de subsidiemogelijkheden per sector waren er ook activiteiten voor deelnemers uit alle onderwijs­ sectoren. Voor beleidsmakers zijn er internationale activiteiten via Study Visits in het Leven Lang Leren programma. Het gaat daarbij om uitwisseling van ervaringen en ideeën rondom een bepaald thema. ­ In 2010 zijn 68 Nederlandse aanvragen voor een bezoek aan het buitenland gefinancierd (tegen 49 in 2009). ­ Er zijn 6 Study Visits in Nederland georganiseerd, waaraan ruim 73 mensen deelnamen. Andere activiteiten in 2010 die over de onderwijssectoren heen gingen, waren subsidies voor talenexpertise ­ (13 aanvragen toegekend), de jaarlijkse wedstrijd Europees Talenlabel (uitgeschreven door de Europese ­Commissie, in Nederland 17 aanmeldingen van diverse instellingen) en de eveneens jaarlijks terug­ kerende Europese Dag van de Talen, in 2010 gehouden op twee dagen in september. Bij die laatste activiteit besteden veel scholen extra aandacht aan het vreemdetalen­onderwijs door gastsprekers uit te nodigen, workshops te geven, leerlingen van tto-scholen hun oude basisschool te laten bezoeken voor een proefles Engels, ­mee te doen aan een

De winnaars van de leerlingenwedstrijd ‘Talen bouwen bruggen!’.

22

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

wedstrijd ‘Beste Dag van de Talen op School’ ­ en de leerlingen een filmpje te laten maken over ­ talen voor een filmwedstrijd. In 2010 organiseerden scholen voor het eerst ­ de leerlingenwedstrijd ‘Talen bouwen bruggen!’­ De 160 winnaars mochten in november deelnemen aan een dag in Den Bosch, waar onder andere een workshop miscommunicatie en een workshop rappen in vreemde talen werden aangeboden. ­ Ter afsluiting was er een grote ren-je-rot-quiz, gepresenteerd door radio- en televisiepersoonlijkheid Dennis Weening.

Individuele begeleiding van scholen

Het Europees Platform stimuleert internationalisering op scholen op veel verschillende manieren. Scholen komen daarbij met vragen die op hun eigen s­ ituatie van toepassing zijn. Om aan deze individuele vragen tegemoet te komen, is er het aanbod van de neven­ stichting Europees Platform - Advies & Training (A&T). Het gaat om begeleiding, advisering, ­het geven van cursussen en het coördineren van scholennetwerken.


Voor de verankering van internationalisering in het onderwijs is nascholing van schoolleiders en leraren in dit thema een belangrijke voorwaarde. In 2010 heeft A&T het aanbod voor scholen onder de loep genomen en is gekeken naar de inhoud en kwaliteit ervan. ­ Zo werd het scholingsaanbod getoetst en opgenomen in het Centraal Register Kort Beroeps­onderwijs. ­ Van enkele activiteiten is geconcludeerd dat ze in hun huidige vorm niet doorgezet kunnen worden, omdat de vraag ernaar te beperkt is, de activiteit niet kostendekkend is, of omdat ze onvoldoende past bij de doelstellingen van de organisatie. Zo is A&T gestopt met het organiseren van groepsstudie­bezoeken en is de samenwerking met het Anglia Network Europe na twaalf jaar beëindigd.

Enkele kerncijfers • in het schooljaar 2010-2011 trainde A&T in vijf cursussen ruim zestig cursisten; • gedurende het kalenderjaar 2010 organiseerde A&T vijf groepsstudie­bezoeken op maat; • van het Netwerk internationalisering voortgezet onderwijs (Nivo) zijn en blijven 41 scholen lid; • in 2010 namen ruim 16.500 leerlingen deel aan een Anglia-examen.

In vervolg op deze herijking heeft het A&T-bestuur besloten om in 2011 alle activiteiten te stoppen. ­ De hoofd­stichting (Europees Platform ­internationaliseren in onderwijs) zal een aantal begeleidingsactiviteiten juist gaan ontwikkelen.

Lesmaterialen en publicaties In 2010 bracht het Europees Platform zeven nieuwe lesmaterialen uit, v­ ooral ­ voor Europese en internationale oriëntatie (EIO) en vreemde talen. Veel aandacht ­genereerden de internationale, educatieve stripboeken voor leerlingen van tien tot vijftien jaar. Er zijn 29 materialen uitgegeven in het kader van de algemene voorlichting van het Europees Platform en voor de verschillende programma’s. Daarbij zijn de nieuwe logo’s en huisstijlen van Elos -grensverleggend onderwijs en tweetalig onderwijs ingevoerd. In deze nieuwe huisstijlen zijn elementen van de huisstijl van het Europees Platform ingebracht.

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

23


Managementteam Europees Platform (2010). Van links naar rechts: Katinka Stieger, Marcia Joosen, Jindra Divis, Stephan Meershoek, Pieter Tekelenburg.

7 Vooruitblik op 2011 en verder Uiteraard zet het Europees Platform zich ook in 2011 weer met enthousiasme in voor de bevordering van internationalisering in het onderwijs. De ambities zijn onverminderd groot, ondanks de bezuinigingen die ­ de organisatie boven het hoofd hangen. Hoe die bezuinigingen precies worden ingevuld is bij het ter perse gaan van deze publicatie nog niet duidelijk; ­ wel is helder dat niet gekort zal worden op de Biossubsidies voor scholen. Het Europees Platform zal daarom ook in 2011 het primair en het voortgezet onderwijs, de lerarenopleidingen en de volwasseneneducatie veelvuldig blijven aansporen om van de mogelijkheden gebruik te maken. De organisatie zal wel scherpere keuzes moeten maken in wat ze zelf ­ kan en wil doen.

Samenwerking

De al ingezette samenwerking met andere organisaties in het onderwijs (Nuffic, VO-raad, AVS, SLO) zal verder worden uitgebouwd. Hiermee zetten we gezamenlijk in op de professionalisering van internationaliseringsactiviteiten in de verschillende onderwijssectoren – onder andere via het aanbieden van cursussen en het organiseren van conferenties.

24

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

Europa en de wereld

Europa is en blijft natuurlijk een belangrijke regio ­ voor de internationaliseringsactiviteiten van scholen. ­ Maar de oriëntatie op nieuwe regio’s gaat verder. China is hierbij een uiterst interessante partner. ­ Veel Chinese scholen voor voortgezet onderwijs willen, n ­ et als hun collega-instellingen in het hoger onderwijs, graag samenwerken met partners in Europa. Scholen hier tonen eveneens belangstelling voor China. ­Maar ook andere landen in Azië en in regio’s buiten Europa zijn interessant om te verkennen.

Kwaliteitsbewaking

Het is al veel aan de orde geweest in dit jaarverslag: internationalisering verhoogt de kwaliteit van het onderwijs. Het Europees Platform vindt het van groot belang om die kwaliteit te monitoren en te garanderen. Waaraan moet een school, die een bepaald niveau van internationalisering wil bereiken, voldoen? Hoe verhoudt zich dat tot andere scholen en andere niveaus? Kwaliteitsnormen bevorderen het civiele effect van internationaliseringsactiviteiten. Dat wil zeggen dat ze zorgen voor vertrouwen van de samenleving in deze vorm van onderwijs.


Het Europees Platform certificeert al het tweetalig onderwijs (met behulp van een kwaliteitsstandaard) en is ver met de ontwikkeling van een standaard voor vroeg vreemdetalenonderwijs en voor de leerroute Elos. Voor Elos zullen in 2011 de eerste proefvisitaties plaatsvinden in het voortgezet onderwijs. Ook is er een kwaliteitsstandaard in de maak voor de opleiding van leraren voor het tweetalig onderwijs. Het Europees Platform werkt hiervoor samen met een tiental lerarenopleidingen. Het Europees Platform zal in 2011 tevens een rol gaan spelen in de kwaliteitsborging van de UNESCO-scholen, via de samenwerking met de Nationale UNESCO Commissie en SLO.

vervolgstappen ze nog moeten zetten. In het 足algemeen blijft kwaliteitsbewaking een uiterst belangrijk thema in de komende jaren. Tot slot zal in 2011 op initiatief van het Europees Platform en het netwerk tweetalig onderwijs een profielhoogleraar tweetalig onderwijs worden benoemd aan de Universiteit Utrecht. Het Europees Platform zal de komende jaren waar nodig onder足 steuning bieden bij het onderzoek naar de effecten van deze vorm van onderwijs.

In 2011 zal het Europees Platform ook de werking van internationalisering in onderwijs goed documenteren: wat werkt wel, wat niet? Daarmee moet duidelijk worden wat precies de meerwaarde is van het thema. Er komt een instrument voor zelfevaluatie: de Benchmark Internationalisering. Daarmee kunnen scholen zelf bepalen in welke mate ze hun internationaliseringsdoelstellingen in de praktijk brengen en welke

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

25


Cijfers over 2010 Enkele financiële gegevens

Internationaliseringsactiviteiten

In 2010 heeft het Europees Platform totaal € 10,421 miljoen aan subsidies

(van Nederland naar het buitenland)

verstrekt en aan activiteiten (programma’s en projecten) besteed. De totale

Uitgedrukt in toekenningen subsidies naar schooltype in 2010,

organisatiekosten bedroegen € 3,412 miljoen, waarvan € 1,479 miljoen

totaal 18 nationale en Europese programma’s.

overhead. Het eigen vermogen per 31 december 2010 was € 1,533 miljoen.

beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (0,92%) hbo (6,55%)

lerarenopleiding (0,65%)

overig (14,38%)

voortgezet onderwijs (55,88%) primair onderwijs (21,62%)

Deelname aan vroeg vreemdetalenonderwijs, tweetalig onderwijs en Elos in 2010 scholen

leerlingen

vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto)

500

circa 50.000

tweetalig onderwijs (tto)

122

circa 25.000

36

circa 35.000

Elos - grensverleggend onderwijs

Ontwikkelingen 2006 - 2010 Financiële toekenningen, aantal Aantal leerlingen, studenten en volwassen leerders Aantal docenten/schoolleiders

2006

2007

2008

2009

2010

2.489

2.813

2.477

2.745

2.657

22.633

21.097

23.396

25.518

24.583

6.725

8.245

8.699

8.413

7.300

Aantallen scholen die een subsidie hebben ontvangen van het Europees Platform afgezet tegen het totaal aantal scholen in Nederland Totaal aantal scholen

2006

2007

2008

2009

2010

po (a)

6.970

6.941

6.913

6.910

6.895

vo (b)

554

548

532

532

533

Scholen met subsidie van het

po (a)

311

506

424

529

499

Europees Platform (c)

vo

Deelname scholen in procenten

po (a) vo

368

396

376

403

379

4,5%

7,3%

6,1%

7,7%

7,2%

66,4%

72,3%

70,7%

75,8%

71,1%

(a) Centraal Bureau voor de Statistiek (exclusief speciaal basisonderwijs) (b) De gegevens zijn gebaseerd op de integrale leerlingtelling van de begrotingsafdeling voortgezet onderwijs van het Ministerie van OCW (c) Exclusief speciaal onderwijs (in 2010 primair onderwijs 22, voortgezet onderwijs 19 scholen)

Programmaraad ingericht

26

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform


De organisatie Bestuur (2010)

Medewerkers

M.J.G. Bormans

Voorzitter College van Bestuur Hogeschool

voorzitter

van Arnhem en Nijmegen

Het Europees Platform is een organisatie met circa 60 vaste medewerkers, die zich met passie inzetten voor internationalisering. ­Veel medewerkers

W. Bos Diverse bestuursfuncties in het onderwijsveld

hebben een onderwijsachtergrond en putten uit eigen ervaring met

vanuit de Besturenraad PCO

internationale projecten.

W.A.M. de Kok Oud-docent, diverse bestuursfuncties ­ Ambassadeurs en freelancers

in het onderwijs, o.a. ­hoofdbestuurslid AOb H.P. Meijerink Voormalig hoofdinspecteur voortgezet onderwijs

Ambassadeurs en freelancers uit het onderwijsveld zijn van ­grote waarde

en voorzitter Taakgroep Vernieuwing Basis­vorming

voor onze organisatie. Docenten van scholen die al geruime tijd actief zijn

en de Advies­commissie Doorlopende Leerlijnen

in projecten via het Europees Platform, spreken uit eigen ervaring en vol

Rekenen en Taal

overtuiging over het belang en het succes van internationalisering. Op basis van hun praktijk­ervaringen geven zij advies op scholen of verzorgen

Managementteam (2010) J. Divis

workshops ­op bijeenkomsten van het Europees Platform. Directeur

mw. K.J.M. Stieger Hoofd afdeling Subsidies en Europese

Lijst van afkortingen en termen

Samenwerking

Cilo

Centrum internationalisering lerarenopleidingen

Hoofd Advies & Training

CINOP

Centrum voor innovatie van opleidingen

S.P.J. Meershoek Hoofd afdeling Dienstverlening en Innovatie

CLIL

Content and Language Integrated Learning

P.H. Tekelenburg

Comenius

onderdeel programma LLP

EIO

Europese en internationale oriëntatie

mw. M.W. Joosen

Hoofd afdeling Algemene zaken

Programmaraad (2010)

Elos - grensverleggend

De Programmaraad is een adviesorgaan voor de directie en het bestuur. ­

onderwijs

In de raad zitten vertegenwoordigers uit het onderwijsveld die gevraagd ­

eTwinning onderdeel programma LLP (de online community voor scholen in Europa)

en ongevraagd adviseren. J.A. Bruijn

een internationale leerroute

Leids Universitair Medisch Centrum

voorzitter

Grundtvig

onderdeel programma LLP

LinQ

project voor versterking van Frans en Duits

LLP

Leven Lang Leren programma

Nuffic Nederlandse organisatie voor internationale

mw. K. Helsloot

Studio Taalwetenschap

N.G.T. de Jong

Cals College Nieuwegein

M. Kircz

Hoofdbestuur AOb

po

primair onderwijs

mw. A. van Mieghem

RSG Broklede Breukelen

Study Visits

onderdeel programma LLP

mw. E. Reichard

Cito

tto

tweetalig onderwijs

mw. M. Schreppers

OBS Letterland Almere

vo

voortgezet onderwijs

vto

versterkt talenonderwijs

vvto

vroeg vreemdetalenonderwijs

samenwerking in het hoger onderwijs

mw. M.P.C. van der Werf GION - Institute for Educational Research

Organigram Europees Platform 2010 Bestuur Advies & Training Personeel & Organisatie

Directie

Dienstverlening op maat: • Advies • Cursussen • Studiebezoeken

Afdeling Subsidies en Europese Samenwerking

Afdeling Dienstverlening en Innovatie

Afdeling Algemene Zaken

• Leven Lang Leren programma (LLP)

• Unit Communicatie

• Financiën

• Bevordering Internationale

• Aansprekend talenonderwijs

• Administratieve Organisatie en Interne Controle

 Oriëntatie en Samenwerking (Bios)

• Netwerken

• Bilaterale programma’s

• Europese en internationale

• ICT

• Europese projecten

 oriëntatie op scholen

• Facilitaire Diensten

(AOIC) / Juridische zaken

Jaaroverzicht 2010 - Europees Platform

27


Meer informatie

Europees Platform - internationaliseren in onderwijs Kennemerplein 16 Postbus 1007 2001 BA Haarlem T 023 553 11 50 Kijk voor meer informatie op www.europeesplatform.nl of stuur een e-mail naar info@epf.nl. Bellen kan ook naar onze informatielijn: 023 553 11 55

Colofon Tekst: Francissen Communicatie, Amsterdam Eindredactie: Karin Akkerman en Marc Remijn, ­ Europees Platform Fotografie: Wilco van Dijen Foto p. 7: Auke de Vries Foto p. 8: Felix van de Gein (links) Foto p. 11: Rob Haak fotografie Foto p. 13: Sander Ruijg Foto p. 15: Tom van Eijk Foto p. 18: Kandinsky College Foto p. 20: Mieke van Engelen Foto p. 22: Marc Remijn Illustratie p. 23: Stephan Timmers Foto p. 25: Marie-Heleen Lüchinger Vormgeving: nr58 / total communication Drukwerk: nr58 / total communication © 2011 Europees Platform - internationaliseren in onderwijs Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.

europees platform internationaliseren in onderwijs


Pubjaarverslag 2010