Issuu on Google+

INHOUDSOPGAVE Een woord vooraf VISIE 1. 1.1 1.2 1.3

Waar staan we voor Missie Kernwaarden Doelstellingen

WERKWIJZE 2. Wie zijn we 2.1 Een eerste kennismaking 2.2 Feiten en cijfers 2.3 Inspectierapport 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Hoe doen we dat Organisatie Indeling in groepen Catecheselessen Kanjertraining Zorg voor de leerlingen Evenementen en projecten Faciliteiten

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Wat betekent dat voor de leerlingen Wat leer je Wat kan nog meer Huiswerk Keuze voor voortgezet onderwijs

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Wat betekent het voor de ouders Betrokkenheid Ondersteuning Informatie over de ontwikkelingen van het kind Nieuwsbrief Inspraak

6 6.1 6.2

Wat betekent dat voor de leerkrachten Werkgroepen Stagiaires

PRAKTISCHE INFORMATIE 7. Schooltijden 8.

Procedures

9.

Veel gestelde vragen

10

Adressen

2011-2012

1


Een woord vooraf In deze schoolgids hebben we getracht zo volledig mogelijk te zijn over hoe De Ark werkt. Die informatie hebben we in drie delen ondergebracht. In het eerste deel vindt u een kort overzicht van de resultaten van onze inspanningen. In deel twee leest u wat onze visie is op onderwijs en hoe die zich vertaalt naar organisatie, werkwijze, lesstof en dergelijke. In het laatste deel vindt u allerlei praktische informatie. Zo vindt u steeds makkelijk wat u zoekt. Of u zich nu aan het oriënteren bent op de school voor uw kind, of dat u al kinderen op De Ark hebt. Wanneer u zich inderdaad aan het oriënteren bent op de eerste school voor uw kind, maken wij graag een afspraak voor een persoonlijke kennismaking. Een gids kan tenslotte nooit een volledige indruk van de school geven. Ook als uw kind al op De Ark zit, kunt u vragen hebben. In hoofdstuk 5 kunt u lezen welke mogelijkheden u hebt om uw vragen te stellen. Gedurende het schooljaar zullen nog allerlei aanvullingen worden gegeven van met name praktische aard. Daarom ontvangt u aan het begin van het jaar een handig adressenboek en elke maand een nieuwsbrief met de agenda voor de komende maand. Op onze website treft u de jaarplanning en het laatste nieuws van de groepen aan. De inhoud van de schoolgids wordt jaarlijks bijgesteld. Wij stellen uw suggesties voor verbetering / verduidelijking zeer op prijs.

Suzanne Confurius – van Beek directeur van De Ark

team De Ark, 2011

Juf Marianne juf Ria meester Bothe meester Herber Juf Rosenhart meneer Toon Juf Ingrid Juf Carolien juf Marlies

Juf Marjo

juf Dorien

juf Anita juf Natasja juf Marjolein juf Koos juf Geerlings

Meester Leo

2011-2012

2


VISIE 1.

Waar staan we voor

1.1

Missie

De Ark, een school waar je samen leeft, leert en thuis bent! De uitgangspunten van de missie van De Ark zijn: • Kindgericht. • Toegankelijk. • Topkwaliteit. • Tevredenheid. Kindgericht We stellen het kind centraal. Het kind daar gaan we voor! Het kind daar staan we voor! Wat betekent dit? Ons onderwijs is gericht op de specifieke leer- en ontwikkelingsprocessen van individuele kinderen. Zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van kinderen staat voorop, waarbij samen werken, samen leren en samen spelen gestimuleerd worden, ieder kind voelt zich thuis, veilig en gewaardeerd. Er wordt recht gedaan aan verschillen tussen kinderen; ons onderwijs is klassikaal en op maat. Toegankelijk We willen een school zijn die breed toegankelijk is! Wat betekent dit? Alle kinderen die in staat zijn ‘regulier’ Primair Onderwijs te volgen zijn welkom. Topkwaliteit We willen onderwijs leveren van topkwaliteit! Wat betekent dit? Ons onderwijs is vernieuwend naar inhoud en vormgeving. Er worden moderne onderwijsmethoden en lesmaterialen gebruikt . De organisatie blijft zich ontwikkelen naar haar maatschappelijke omgeving. De medewerkers blijven zich professioneel ontwikkelen, zij scholen zich regelmatig bij. Door de deskundigheid van het team weten wij het goede van ‘vroeger’ te behouden en het goede van ‘het heden’ te benutten. Tevredenheid We willen dat kinderen, ouders en medewerkers tevreden zijn. Wat betekent dit? Ons onderwijs is naar inhoud en vormgeving afgestemd op de individuele kenmerken en leervragen van kinderen. De ouders en verdere schoolomgeving worden betrokken bij de vormgeving van het onderwijs en het karakter van de school. De medewerkers vinden bij het schoolbestuur en het schoolmanagement aandacht voor continuïteit, ondersteuning en ruimte voor ontwikkeling. 1.2. Onze visie In onze visie geven we aan hoe we ons onderwijs willen vormgeven. De beschreven uitgangspunten beschouwen we als kwaliteitscriteria waaraan we ons onderwijs in de komende periode willen toetsen. Visie op ontwikkeling en leren / schoolorganisatorische dimensie In onze school zijn kinderen zelfstandig , of worden naar zelfstandigheid geleid, passend bij hun leeftijd/niveau. De individuele ontwikkeling van ieder kind wordt gerespecteerd. De leerkracht is inspirator, bemoedigt, stimuleert, geeft les en blijft de belangrijkste spil die het proces begeleidt. Ouders voelen zich betrokken bij het leerproces van hun kinderen. We maken regelmatig gebruik van hun hulp en/of expertise. Daarnaast kenmerkt De Ark zich door duidelijkheid. Het strategisch beleid van de school voeren we op een planmatige manier uit.

2011-2012

1


VISIE Visie op onderwijs / onderwijskundige dimensie Zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid Het onderwijs op De Ark is erop gericht dat de leerlingen nu en straks zelfstandig, verantwoordelijk, creatief en kritisch kunnen leven in een dynamische, gecompliceerde maatschappij. Om de stap naar het voorgezet onderwijs goed voorbereid te kunnen zetten, leren we de kinderen stapsgewijs zelfstandig te werken, samen problemen op te lossen en verantwoordelijk te zijn voor hun gedrag, hun werk en hun omgeving. Zo ontwikkelen kinderen zelfvertrouwen en een gevoel voor competentie. Visie op opbrengsten van het onderwijs Opbrengstgericht werken De zorg voor kwaliteit op De Ark komt terug in ons dagelijks handelen. Zo evalueren we regelmatig met elkaar de opbrengsten en ondernemen we gericht actie om deze opbrengsten te verhogen of vast te houden. Elke groepsleerkracht stelt doelen voor zijn groep op en schrijft op basis daarvan een groepsplan per hoofdvak. Deze groepsplannen vormen de leidraad bij het aanbieden van een passend onderwijsaanbod aan de verschillende niveaus binnen de jaargroep. Visie op schoolklimaat / pedagogische dimensie Met hart voor het kind en zorg voor elkaar Het team van De Ark bestaat uit deskundige leerkrachten die met plezier en inzet samen werken aan de toekomst van de school. Door de warme en open sfeer, de betrokken kinderen en ouders houden we ons pedagogisch klimaat en onze leerprestaties op een zo hoog mogelijk niveau, waarbij we de individuele behoeften van het kind zorgvuldig bewaken. Op sociaal gebied speelt de Kanjertraining hierin een essentiële rol. Visie op maatschappelijke positionering / maatschappelijke dimensie Katholieke levensbeschouwing Bij het realiseren van onze schoolcultuur laten wij ons leiden door de normen en waarden van de katholieke levensbeschouwing. Daarbij houden we rekening met verschillen van inzichten en opvattingen binnen de katholieke gemeenschap. Daarnaast willen we juist de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen stimuleren en begeleiden door hen ook in aanraking te laten komen met gebruiken, verhalen en symbolen uit allerlei godsdiensten/culturen. We nodigen kinderen uit om rond die onderwerpen levensbeschouwelijke vragen te stellen, zodat zij ervaren hoe het is om met religieuze ogen naar het leven te kijken. Samen Een kind staat niet alleen in de wereld. Kinderen moeten leren omgaan met anderen, met behoud van hun eigen identiteit. Ons onderwijs biedt veel ruimte aan het samenspelen, -werken, -leren en -leven. In de lessen laten we zien dat anderen soms andere normen en waarden hebben en dat ‘anders’ niet betekent ‘beter of slechter’.

2011-2012

2


VISIE Allemaal wereldburgers In ons onderwijs zitten vele facetten die erop gericht zijn van onze leerlingen ‘wereldburgers’ te maken. Wij vinden het heel belangrijk dat de kinderen op school zich bewust zijn dat er vele culturen en gewoonten zijn die zij nog niet kennen. Cultuur is als een ijsberg, alleen een klein gedeelte van de ijsberg zie je boven water, de rest is niet zichtbaar, onder water. Alleen dat wat onder water is, is wel het fundament, de basis van de cultuur! We leren de kinderen hier met belangstelling en respect naar te kijken en pas daarna een mening te vormen. In onze aardrijkskunde-, geschiedenis- en catecheselessen komen verschillende culturen en geloven regelmatig aan de bod. Het volgen van de actualiteit, kijken naar SchoolTV weekjournaal in de hoogste groepen, zijn ook belangrijk bij de visieontwikkeling van de kinderen. De Kanjertraining speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van burgerschap. Ten eerste is het belangrijk dat kinderen een positief zelfbeeld hebben. Ten tweede leren kinderen over hun rechten en plichten en hoe ze daarmee om kunnen gaan. De betrokkenheid bij en respect voor elkaar wordt door de Kanjertraining versterkt. De Kanjertraining staat uitgebreid beschreven in hoofdstuk 3.4 en verder. Om de maatschappelijke betrokkenheid tastbaar te maken steunen we ieder jaar een goed doel. Dit jaar steunen we de stichting FuturCare in Sri Lanka. De missie van FuturCare is om het onderwijs op de basisscholen in Sri Lanka te verbeteren door de scholen te voorzien van gratis schoolmaterialen. Ook wordt gezorgd voor financiële steun zodat de leerlingen een middelbare opleiding volwaardig kunnen afronden. Wilt u meer weten over FuturCare, ga dan naar www.futurcare.co.cc . Een wereldburger is zich bewust van de wereld, is zich bewust van zijn eigen rol in de wereld, respecteert diversiteit in waarden en normen, werkt mee aan het meer rechtvaardig maken van de wereld, neemt verantwoordelijkheid voor eigen acties, heeft zicht op internationale ontwikkelingen en voelt zich betrokken bij zijn/haar medemensen. Welke kennis heeft een wereldburger nodig? De kennis is onder te verdelen in drie overkoepelende thema’s: 1. Kennis van de wereld en de eigen omgeving; 2. Kennis van internationale samenwerking; 3. Kennis van de mondiale uitdagingen van deze tijd. Welke vaardigheden heeft een wereldburger nodig? Om de kennis te kunnen toepassen in de praktijk moet een wereldburger over de volgende vaardigheden beschikken: 1. Kritisch denken en meningsvorming; 2. Samenwerken en conflictoplossend handelen; 3. Houding en waardenoriëntatie; 4. Positief zelfbeeld en respect; 5. Betrokkenheid en verantwoordelijkheid De leerlingen krijgen in groep 6 een groepstraining die bestaat uit een aantal bijeenkomsten verzorgd door de Ook pedagogische expertise groep. Zij maken de kinderen bewust van de rollen in een groep en leren de effecten van hun gedrag te zien. Deze training sluit goed aan bij deze leeftijdscategorie, het vermogen om te reflecteren op gedrag en op de Kanjertraining.

2011-2012

3


VISIE 1.3

Doelstellingen

Onderwijs is altijd in beweging. Bij ons streven om ‘goed onderwijs voor alle leerlingen te verzorgen’ kijken we steeds naar gewenste bijsturingen in ons onderwijs. Ieder jaar stellen we een aantal onderwijsinhoudelijke onderwerpen vast waaraan we in het komende jaar of de komende jaren gaan werken. Leidraad bij de keuzes zijn:  hoe versterken we het veilige klimaat voor onze leerlingen  hoe zijn de resultaten van de leerlingen  wat zijn de zwakke en sterke punten van het team  wat wordt er buiten de school van ons verwacht. De onderwerpen voor komend schooljaar zijn: ‘Werk voor sterk’ 1. De werkgroep neemt kennis van de omschreven visie ‘omgaan met meerbegaafden op De Ark’ en doet een voorstel tot aanpassingen van ons beleid/dit document. 2. De werkgroep onderzoekt het aanbod en behoefte aan werk binnen de klas voor sterke leerlingen van groep 1 tm 8. Aanvullingen voor binnen de groep worden aangeschaft. 3. De werkgroep onderzoekt welke werkvorm voor onze (selectie) meerbegaafde leerlingen het meest aansluit bij wensen van kinderen en leerkrachten. Zij komen tot een advies voor een jaarplan voor deze groep kinderen. (welke groepen deelnemen, aantal projecten, onderwerpen, werkwijze e.d.)

Portfolio’s en/of ouderportaal Parnassys Naar aanleiding van de studiedag oktober 2010 heeft het team richting gegeven aan de ontwikkeling van betekenisvol onderwijs en eigenaarschap van leerlingen. We willen onderzoeken hoe ouders en leerlingen te betrekken bij hun resultaten door:  het gesprek met hen aan te gaan over hun prestaties, hun leerdoelen en de wijze waarop zij die doelen kunnen bereiken.  Inzage te bieden in resultaten op korte termijn na toetsafname met aansluitend een plan van aanpak, indien nodig.  Website school: hoe als ‘portfolio’ te gebruiken? Digiborden effectief en professioneel gebruiken Het professionaliseren van het gebruik van de digiborden, waarbij de eigen vaardigheid en het overbrengen van vaardigheden op de andere teamleden centraal staat door: Het op zoek gaan naar bruikbare toepassingen/downloads van lessen en toepassingen waarbij volgende doelen terug te vinden zijn:      

De digiborden worden leerdoelgericht ingezet Het digibord wordt benut voor variatie in didactische aanbieding Het digibordgebruik maakt kinderen meer betrokken De digibordactiviteiten passen binnen een effectief lesmodel Het digibordgebruik leidt tot betere instructie Het digibord wordt gebruikt om de effectieve leertijd te verlengen

2011-2012

4


VISIE Keuze rekenmethode Onze rekencoaches verzorgen het keuze- en implementatietraject voor de nieuwe rekenmethode. Het onderbouwplan Onze onderbouwcoördinator (Nelly Geerlings) stelt jaarlijks een plan op om met de kleutergroepen uit te werken. Doelen voor rekenen en taal: dit schooljaar staat vooral in het teken van implementeren en borgen. Het goed hanteren van de registratieformulieren van de aangeboden lesdoelen, die vorig schooljaar zijn ontwikkeld en/of aangepast. Hetzelfde geldt voor de nieuwe GHP’s rekenen. Ook alle afspraken m.b.t. “Met sprongen vooruit” moeten dit schooljaar geborgd worden. Verder gaan we dit schooljaar aan de slag met het digibord voor de kleutergroepen.

2011-2012

5


WERKWIJZE 2.

Wie zijn we

2.1

Een eerste kennismaking

De Ark is op 26 mei 1993 ontstaan uit een fusie van de St. Antoniusschool en de St. Jozefschool. We zijn een Rooms Katholieke basisschool waar kinderen gestimuleerd worden zich te ontplooien tot zelfstandige, sociaal voelende individuen. Kernvoorwaarde hiervoor is dat kinderen zich thuis en veilig voelen. Alle inspanningen van het team van De Ark zijn hierop gericht. 2.2 Feiten en cijfers Het aantal leerlingen ligt gemiddeld rond de 215 leerlingen. Met een maximale groepsgrootte van 32 leerlingen. Per groep streven we naar maximaal 2 leerkrachten (duo-banen). Er zijn twee gecombineerde groepen 1 en 2, daarna van elke groep één. Prestaties Groep 7 maakt aan het eind van het jaar de ‘CITO-entreetoets’. De resultaten van deze toets geven een objectief beeld van de mate waarin de leerling de stof van de basisschool beheerst. Het is een uitgebreide toets waarbij de diverse onderdelen van het taal-, reken- en wereldoriënterend onderwijs aan bod komen. De gemiddelde scores van de leerlingen van onze school in 2011:

Taal Rekenen/wiskunde Studievaardigheden

Aantal opgaven 250 120 75

% goed (gemiddeld) 76 74 75

De resultaten van de drie hoofdgebieden zijn voor onze school de afgelopen drie jaar uitzonderlijk hoog. Ook op alle deelgebieden zoals bijvoorbeeld ‘breuken’ of ‘begrijpend lezen’ lagen de scores van de leerlingen van De Ark boven het landelijk gemiddelde (de 0-lijn). Onderstaande resultaten zijn de uitkomst van de vergelijking met alle scholen die eenzelfde populatie hebben! Uitslagen van de gemiddelde prestaties van de leerlingen die in 2011 in groep 7 zaten:

2011-2012

6


WERKWIJZE In groep 8 wordt deelgenomen aan de CITO-eindtoets. In de uitslagen van 2010 en 2011 is af te lezen dat we ook hier bovengemiddeld presteren. Belangrijk om te weten is dat we op De Ark alle kinderen mee laten doen met de eindtoets, ook de kinderen met een leerachterstand! (dat is niet op alle scholen het geval)

Uitslagen van de gemiddelde prestaties van de leerlingen die in 2011 in groep 8 zaten:

Wij zijn tevreden met deze gemiddelden, maar blijven streven naar nog beter onderwijs en zullen blijven bewaken dat de kinderen “eruit halen, wat erin zit”, passend bij hun talenten en vermogens. Uitstroom naar voortgezet onderwijs Uiteraard worden de voorgaande getallen pas betekenisvol als we het behaalde niveau vergelijken met de verwijzingen van de kinderen naar het voortgezet onderwijs en of zij na 3jaar nog op hetzelfde of een hoger niveau presteren. jaar 2011 2010 2009

Vmbo-b aantal

%

Vmbo-t (mavo) aantal %

Havo/vwo aantal

%

2 2

7 7

4 6

22 20

79 72

14 21

In het overzicht is te zien hoe de verwijzingen naar het voortgezet onderwijs in de afgelopen jaren zijn geweest. Op zich is het natuurlijk veel belangrijker om te weten hoe leerlingen die van onze school komen het uiteindelijk doen in het voortgezet onderwijs. Van de mentoren van de diverse brugklassen horen we dat onze leerlingen goed beslagen ten ijs komen. Daar zijn wij trots op! Ook na drie jaar middelbare school zijn de prestaties van de leerlingen (85%) zoals verwacht. Een aantal kinderen (7%) is doorgestroomd naar een hoger niveau, een enkeling (8%) naar een lager niveau. Uitstroom naar het speciaal onderwijs Soms moeten we constateren dat een leerling beter op zijn plaats is in het speciaal onderwijs. Dat geldt voor nog geen 2% - het streefpercentage van Weer Samen Naar School (WSNS) – van de leerlingen van De Ark. De afgelopen drie jaar zijn er geen kinderen van de Ark uitgestroomd naar het speciaal onderwijs.

2011-2012

7


WERKWIJZE 2.3

Inspectierapport

Uit het inspectierapport oktober 2006: Algemeen beeld ‘De inspectie concludeert dat het onderwijs op De Ark in Heemstede van voldoende kwaliteit is. De school heeft eindopbrengsten die al een aantal jaren boven het niveau liggen dat van de leerlingenpopulatie verwacht mag worden. De goede opbrengsten worden deels veroorzaakt door de sterke leerlingenpopulatie. Echter, de school versterkt deze kracht door een goede omgang tussen leerlingen onderling en tussen leraren en leerlingen en een sterke taakgerichte werksfeer. De school besteedt daarnaast veel aandacht aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden van leerlingen. Op de school is ruimte voor plezier, maar er wordt ook hard gewerkt.’ Uit het inspectierapport maart 2008: ‘Uit het overzicht valt op te maken dat op basisschool De Ark de kwaliteit van onderwijs op de meeste onderdelen op orde is. Het betreft hier met name de onderdelen kwaliteitszorg, aanbod, didactisch handelen, leertijd en leerlingenzorg. De Ark is in het najaar van 2006 voor het laatst bezocht met een periodiek kwaliteitsonderzoek. Evenals toen scoort de school nu op het merendeel van de indicatoren voldoende. De onderdelen die betrekking hebben op de evaluatie van opbrengsten en zorg zijn nu echter ook met een voldoende beoordeeld. Daarin heeft de school zich nadrukkelijk verbeterd ten opzichte van het vorige inspectieonderzoek. Schoolverbetering vindt plaats aan de hand van het kwaliteitszorgsysteem dat de school heeft opgezet en afgestemd op haar eigen situatie. Het uitvoeren van interne audits en klassenbezoeken maken hier onderdeel van uit. Op dit moment heeft de school haar prioriteit gelegd bij een drietal speerpunten, namelijk het samenwerkend leren, het borgen van het onderwijs in de onderbouw met betrekking tot het fonemisch bewustzijn en de evaluatie van de taalopbrengsten.’ De volledige teksten kunt u downloaden op www.onderwijsinspectie.nl

2011-2012

8


WERKWIJZE 3.

Hoe doen we dat

3.1 Organisatie Onze school, maakt samen met 18 andere basisscholen in de regio (zie afbeelding 1), deel uit van de 'Stichting Confessioneel onderwijs de la Salle'. In januari 2005 is de stichting opgericht uit een fusie tussen de Stichting Bijzonder Onderwijs Zuid-Kennemerland en de Stichting de Schakel (Haarlemmermeer). De la Salle heeft als uitgangspunt, dat ze ten aanzien van het personeel een sterke, efficiënte, resultaat-, maar vooral ook een persoonsgerichte en professionele organisatie wil zijn. Daarnaast wil ze een organisatie zijn, waarin de Raad van Toezicht, het College van bestuur met het ondersteunende stafbureau, schooldirecteuren, onderwijspersoneel en Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, allen vanuit hun eigen positie en verantwoordelijkheid, samenwerken aan de ontwikkeling en de kwaliteit van het onderwijs. Bij het maken van beleidskeuzes staat het kind centraal. Fig.1 Verzorgingsgebied Stichting de La De la Salle is een stichting die kindgericht denkt. Salle Uiteindelijk draait alles om goed onderwijs voor de leerlingen die de basisscholen van de la Salle bezoeken. We willen dat de kinderen met een positief kritische houding vanuit confessionele waarden en normen met vertrouwen in de toekomstige samenleving hun weg vinden. We zullen moeten kiezen door welke vaardigheden, kennis en wijze ze die verwerven. Om antwoorden op steeds veranderende vragen te kunnen blijven geven en om verantwoorde keuzes te maken, zullen we innovatief en flexibel moeten zijn. Hiermee blijft de missie van de la Salle verwezenlijkt in een voortdurend veranderende omgeving. De missie van de la Salle is samen te vatten in de volgende slogan: “Onderwijs met hart voor het kind en zorg voor elkaar” De missie krijgt onder andere vorm doordat de scholen van de la Salle werken vanuit de christelijke identiteit, het onderwijs adaptief vormgeven en daarbij met ouders samenwerken als educatieve partners. Wanneer U vragen heeft aan het bestuur, dan kunt U hen altijd bereiken via het onderstaande adres.

Stichting Confessioneel Onderwijs de la Salle Postbus 320 2100 AH Heemstede  023-5298988

2011-2012

9


WERKWIJZE

3.2

Indeling groepen

Zodra een kind 4 jaar wordt, mag het naar school. Wanneer het kind in een nieuw schooljaar vóór 30 september voor het eerst naar school gaat, geldt dat schooljaar als een heel jaar. In principe doorloopt het kind de school dan in 8 jaar. Wanneer uw kind ná 30 september voor het eerst naar school gaat (vaak de kinderen van oktober, november, december), heeft het in de praktijk soms onvoldoende tijd zich de benodigde vaardigheden eigen te maken om aan het eind van dit schooljaar naar de volgende groep door te stromen. In overleg met de ouders wordt dan door de school besloten of een kleutergroepverlenging gewenst is. Groepen 1 en 2 Voor groep 1 en 2 kiezen we er bewust voor om de jongste (4 jaar), middelste (4 en 5 jaar) en oudste kleuters (5 en 6 jaar) in één groep te plaatsen. We ervaren het als gunstig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind om gedurende langere tijd bij dezelfde groep en dezelfde leerkracht te zijn. De ontstane vertrouwensband tussen kind en leerkracht wordt zo lang mogelijk in stand gehouden. Bovendien kunnen oudere kleuters helpen bij het opvangen van nieuwe leerlingen, zodat zij zich sneller thuis voelen. Aan de andere kant leren de oudere kleuters hoe ze de jongere kunnen helpen, hoe ze iets kunnen uitleggen en dingen voordoen. De Ark kent 2 gecombineerde groepen 1/2. Twee ochtenden per week gaat een gedeelte van de kinderen van beide groepen naar een extra kleutergroep, zodat de leerkrachten met een kleine groep intensief kunnen werken. Groepen 3 t/m 8 In de groepen 3 t/m 8 plaatsen we kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd bij elkaar (jaargroepen). Op die manier heeft de leerkracht een beter zicht op de ontwikkeling van de individuele leerlingen en kan daar, indien nodig, beter op inspelen met speciale zorg. Voor de vakken rekenen, spelling en lezen stelt de leerkracht voor leerlingen met leermoeilijkheden of leerlingen die behoefte hebben aan extra uitdaging, een (groeps)handelingsplan op. Daarin wordt aangegeven wat er precies met de leerling gedaan wordt om datgene te bieden wat bij de ontwikkeling past. (zie hoofdstuk 3.5)

groep 1 en 2 3 4 5 6 7 8

Leeftijd (doorgaans) 4, 5 en 6 6 en 7 7 en 8 8 en 9 9 en 10 10 en 11 11 en 12

De groepen 1 en 2 noemen we ook wel onderbouw, 3 en 4 de middenbouw en groepen 5 t/m 8 de bovenbouw. Voor grote evenementen bundelen we de groepen tot deze indeling.

2011-2012

10


WERKWIJZE

3.3

Catecheselessen

Voor de catecheselessen gebruiken we de methode Hemel en Aarde. Hemel en Aarde is een methode godsdienst/ levens- beschouwing, die sprankelend, verrassend en inspirerend is voor kinderen en voor leerkrachten. Hemel en Aarde wordt voornamelijk gebruikt op Rooms Katholieke basisscholen. Veel mensen zijn tegenwoordig gevoelig voor vragen die gaan over hoe je als persoon in het leven staat. Hoe ga ik om met mijn minder sterke kanten? Wat gebeurt er met mij en met anderen als het leven stopt? Besteed ik wel tijd aan aspecten van het leven die ik eigenlijk belangrijk vind? Hemel en Aarde gaat over deze spirituele kant van het leven, omdat kinderen van jongs af aan kunnen leren om hiermee om te gaan. Je zou kunnen zeggen: op school kunnen ze spirituele vaardigheden ontwikkelen. Bijvoorbeeld door te leren nadenken over wat waardevol is en wat niet. Door gevoeligheid voor symbolen te ontwikkelen. Door verwondering uit te lokken over God en goden, mensen, de dingen, de cultuur. Dit schooljaar staan de volgende thema’s centraal: Geheim, reis, kwaad, brood en begin. De kleutergroepen hebben 5 keer per jaar een projectweek rondom deze thema’s. De overige groepen verzorgen een keer per week een catecheseles. Er zijn zo’n zes lessen per thema. Met Kerst en Pasen worden de bijbehorende Bijbelverhalen verteld en genieten we van de kerstviering/het paasontbijt in de hal van de school.

2011-2012

11


WERKWIJZE 3.4

Kanjertraining

De kanjertraining algemeen: De kanjertraining gaat er vanuit dat mensen verschillende soorten gedrag kunnen vertonen. Bij de kanjertraining gaat het om 2 essentiële zaken. Ten eerste dat het kind gedrag van zichzelf en anderen leert herkennen. Iedere vorm van gedrag lokt een reactie uit. We proberen kinderen hiervan bewust te maken en aan hen verschillende manieren van reageren aan te bieden. Ten tweede gaat het in de Kanjertraining ook om een stuk groepsvorming. In een groep waarin je elkaar kent en waarin het veilig is, zal vervelend gedrag (pestgedrag) een stuk minder voorkomen. Het doel van de kanjertraining is duidelijk niet om van alle kinderen heel brave kinderen te maken maar wel om ze te leren op een goede manier voor zichzelf op te komen en aan te geven wat ze wel en niet prettig vinden. De petten bij de kanjertraining: Bij de kanjertraining maken we gebruik van petten. Deze symboliseren een bepaalde vorm van gedrag. De witte pet: Het gedrag van een kind met een witte pet is “rustig”. Het kind is innerlijk beschaafd; het pest, schreeuwt en scheldt niet maar is behulpzaam en te vertrouwen. Dit kind heeft respect voor zichzelf en voor de ander. De zwarte pet: Het gedrag van een kind met een zwarte pet op is “brutaal”. Het kind wil de baas zijn en doet dit door te intimideren, te manipuleren, te bedreigen of conflicten op te zoeken. De zwarte pet wil wel alles bepalen, maar nergens verantwoordelijk voor zijn. De gele pet: Het gedrag van een kind met een gele pet op is “onopvallend”. Het kind wil niet opvallen, is bang, verlegen of stil. Het kind wil er graag bijhoren, maar vindt alles eng, bedreigend en beangstigend. Door deze bange, afhankelijke opstelling kan het kind genegeerd of gepest worden. De rode pet: Het gedrag van een kind met een rode pet is vaak clownesk. Het kind wil opvallen en stelt zich uitdagend op. De rode pet wil erbij horen en doet dit door stoer te doen op een vervelende manier. Kinderen met een rode pet op nemen geen verantwoordelijkheid voor wat ze doen, maar wijzen snel naar een ander. Met de hier omschreven “petten” willen we geen kader geven voor al het gedrag van kinderen. Je bent geen “petje”, je doet op dit moment zo. “Zou je alsjeblieft je witte pet willen opdoen?” Door deze vraag geef je kinderen de mogelijkheid om ander gedrag te kiezen. In de kanjertraining helpen we kinderen andere gedragsvarianten te ontdekken, uit te proberen, er mee te spelen. De indeling in gedragstypen is niet bedoeld om te diagnosticeren. Soms kan kanjertraining een kind niet helpen, het kan dan zijn dat er iets ernstigs aan de hand is met het kind of rondom het kind. Specialistische hulp is dan noodzakelijk.

2011-2012

12


WERKWIJZE Omgaan met conflicten: Conflicten horen bij het leven. In een conflict leer je stelling te nemen, voor jezelf op te komen. Toch is het niet altijd makkelijk een conflict op te lossen. Maar al te vaak is de reactie op een ‘aanval’ de ogenblikkelijke ‘tegenaanval’. In de kanjertraining leren we kinderen gepast te reageren. Bij de kanjertraining leren we kinderen dat ze zich niet op de kast moeten laten jagen. “Reageer niet steeds op narigheid, laat je niet op de kast jagen, laat je niet uitdagen tot…..”. Bij het oplossen van conflicten is het vaak zinvoller naar de toekomst te kijken dan naar het verleden. Oefeningen hiervoor zijn geen droge theorie oefeningen. Ze werken pas als je er mee gespeeld hebt, ze in de praktijk hebt toegepast. Daarom doen we veel drama/speloefeningen. Ook proberen we ze toe te passen bij die situaties waar het mis ging. Grenzen stellen: Bij de kanjertraining staan we op het standpunt dat de opvoeders (ouders/leerkrachten) de spelregels bepalen, grenzen stellen en bewaken, en niet de kinderen. In de maatschappij zie je steeds meer een tendens dat het wenselijk wordt gevonden dat kinderen hun grenzen leren stellen. Dat is natuurlijk prima, maar alleen als het grenzen zijn waar een kind ook iets over te zeggen heeft. Een kind kan nu eenmaal niet zelf bepalen wat het eet, hoe laat het naar bed gaat etc. Hiervoor heeft een kind een volwassene nodig die de grenzen voor het kind bepaalt. Je kunt een kind ook best uitleggen waarom je grenzen stelt, maar het is wel nodig dat een kind die grenzen krijgt. Als kinderen geen grenzen aangeleerd krijgen, ondervinden ze geen sturing. Dit kan er toe leiden dat kinderen niet goed weten wat wel en niet gewenst gedrag is. Daarom vinden we het belangrijk dat we als school duidelijke regels (grenzen) stellen. Binnen de regels kan veel, maar de regels/grenzen bepalen het speelveld. We oefenen dit met kinderen door steeds duidelijk te maken waarom we regels stellen. Maar ook vinden we dat kinderen soms gewoon moeten leren dat er regels zijn en dat je je aan die regels moet houden.

2011-2012

13


WERKWIJZE 3.5 Zorg voor de leerlingen Een Intern Begeleider coördineert de leerlingenzorg. De ontwikkelingen van het kind worden nauwlettend gevolgd door middel van Leerlingvolgsystemen en worden vastgelegd in een leerlingendossier. Hieruit kan blijken of het kind bredere zorg nodig heeft. In dat geval wordt het kind in de zorggroep besproken. De zorg wordt geboden door de leerkracht en/of door de remedial teacher. De intern begeleider en remedial teacher hebben wekelijks contact. Intern Begeleider De intern begeleider, Marianne van Rooden, ziet erop toe dat de toetsen/testen van het leerlingvolgsysteem op vaste tijden worden afgenomen en verwerkt. Ook maakt zij deel uit van de Zorggroep. Eén keer per jaar controleert zij in samenwerking met de zorggroep de leerlingendossiers. Remedial teacher De remedial teacher, Marlies Zomerdijk, ook wel RT-er genoemd, werkt met individuele of kleine groepjes kinderen. Zij is gespecialiseerd in het werken met kinderen met een kortdurend of structureel leerprobleem. De RT-er ondersteunt de leerkracht bij de aanpak van leerproblemen, schrijft in overleg een handelingsplan en doet onderzoek of het noodzakelijk is een eigen leerlijn te starten. De RT-er voert tevens groepsbesprekingen met elke leerkracht, zodat eventuele hulpvragen vroegtijdig gesignaleerd worden. Onderwijsassistente Onze onderwijsassistente, Sandra Fransen, assisteert de leerkrachten van de middenbouw. Zij werkt twee ochtenden per week in deze groepen en zorgt ervoor dat de leerkracht haar aandacht op dat moment geheel aan de zorgleerlingen kan besteden. Ook verzorgt zij automatiseeroefeningen en geeft ze extra aandacht aan de (meer)begaafde kinderen. Leerlingvolgsysteem In de kleutergroepen observeert de leerkracht de kleuters om hun ontwikkeling te volgen. Daarbij gebruikt zij het Bosos-leerlingvolgsysteem om een zo compleet mogelijk beeld van de kinderen te krijgen. Dit systeem besteedt aandacht aan de sociale, motorische, visuele, auditieve, emotionele en lichamelijke ontwikkeling. In groep 2 worden ook “Taal voor kleuters” en “Ordenen” van CITO afgenomen. De observatielijst voor sociaal-emotionele ontwikkeling wordt vanaf eind groep 1 ingevuld. Om vroegtijdig dyslexie te kunnen signaleren, wordt er vanaf de kleutergroepen een signaleringslijst bijgehouden, wanneer er enige tekenen zijn van dyslexie. Zo kunnen de leerkrachten van de groepen 3 en 4 terug zien of de taalontwikkeling en het herkennen van de eerste letters goed verlopen is. In de groepen 3 t/m 8 gebruiken we toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem en een observatielijst om de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart te brengen. De CITO-toetsen zijn vooral belangrijk om de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen te meten. De uitkomsten worden vergeleken met landelijke resultaten. Op deze manier beschikken we over objectieve gegevens om de ontwikkeling van een leerling te volgen in vergelijking met zijn leeftijdsgenoten. Mede op grond van deze scores bepalen we of een kind extra zorg nodig heeft.

2011-2012

14


WERKWIJZE Leerlingendossiers In het leerlingendossier staan algemene gegevens van de individuele leerling, zoals:  gegevens over het kind verstrekt door de ouders  persoonsgegevens  medische gegevens  rapportoverzichten  toetsoverzichten  gegevens die van belang zijn voor de overgang naar het voortgezet onderwijs Voor leerlingen die begeleid worden door de Zorggroep, bevat het dossier ook:  de ondertekende (groeps)handelingsplannen  verslagen van de betrokken specialisten  notulen besprekingen Zorggroep  verslagen van eventuele onderzoeken De ouders kunnen uiteraard het leerlingendossier inzien onder begeleiding van de groepsleerkracht. Naast de leerlingendossiers houdt de groepsleerkracht ook groepsoverzichten bij van diverse toetsuitslagen door de gehele schoolperiode heen. Aan het eind van het schooljaar schuiven de dossiers, na een overdrachtsgesprek met de volgende leerkracht, door. Vijf jaar na het verlaten van de basisschool worden de papieren gegevens vernietigd. Zorgverbreding Leerkrachten, ouders of derden kunnen aangeven of zij vinden dat een kind extra zorg nodig heeft in zijn cognitieve of sociale ontwikkeling. Het kan gaan om moeite met leren, hogere begaafdheid, problemen van psychologische aard, lichamelijke problemen of ziekte. We streven ernaar de aanvullende zorg zoveel mogelijk op de eigen school te bieden, zodat het kind niet uit de vertrouwde omgeving hoeft te worden gehaald. De remedial teacher werkt met individuele kinderen of kleine groepjes kinderen met dezelfde hulpvraag. Voor het samenstellen en geven van de extra zorg kunnen we gebruik maken van de kennis en ervaring van WSNS samenwerkingsverband van een twintigtal basisscholen en het Onderwijszorgcentrum in Haarlem. Het is mogelijk dat leerlingen onder schooltijd hulp krijgen van buitenaf wanneer dat een goede aanvulling is op de zorg van school of wanneer deze hulp zich niet richt op diagnostiek. Voordat we een externe hulpverlener inschakelen, bespreken we eerst met de betreffende hulpverlener zijn/haar didactiek. Deze moet aansluiten bij de didactiek van onze school. De school bepaalt het maximaal aantal uren dat de externe hulpverlener mag besteden. We proberen hulp voor een bepaald vak te geven op het moment dat dit vak ook in de groep gegeven wordt. Na zes weken stuurt de hulpverlener de school een schriftelijk evaluatieverslag en geeft indien nodig een vervolgadvies. De leerkracht maakt met de ouders afspraken over de leerstof die de leerling gemist heeft tijdens de hulp van buitenaf. Meerbegaafde leerlingen We besteden ook aandacht aan de meerbegaafde kinderen. We zoeken uitdagend materiaal dat bij de leerling past. Kinderen die meer aankunnen dan de basisstof worden uitgedaagd moeilijker werk te kiezen, waarbij we gebruik maken van verschillende materialen naast de reguliere methodes. Deze uitdagingen worden 1 x in de 14 dagen behandeld in de plusklas.

2011-2012

15


WERKWIJZE

Zieke leerlingen Als uw kind door ziekte meerdere dagen niet naar school kan komen, kunt u met de leerkracht bespreken hoe het onderwijs door kan gaan, zodat het kind actief blijft bij datgene dat bij het dagelijkse leven hoort: onderwijs. Het is niet alleen onze wettelijke plicht om voor elke leerling -ook als hij ziek is- te zorgen voor goed onderwijs. Wij vinden het minstens zo belangrijk dat uw kind in die situatie goed contact heeft met de klasgenoten en de leerkracht. Een consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen van de Drielanden Educatieve Dienstverlening kan u daarin adviseren. Meer informatie over onderwijs aan zieke leerlingen vindt u op www.ziezon.nl, het landelijk netwerk ziek zijn & onderwijs.

Zorggroep De Zorggroep is de commissie die de leerlingen bespreekt die extra zorg nodig hebben, de leerkrachten adviseert en behulpzaam is bij het opstellen van handelingsplannen. De Zorggroep handelt vanuit het belang van het kind. De Zorggroep bestaat uit:  de intern begeleider  een remedial teacher  de onderbouwcoördinator  de directeur Taken van de Zorggroep zijn:  het voorbereiden van leerling-besprekingen in intervisiegroepen;  bewaken van de extra hulp die gegeven wordt; evalueren van gegeven hulp en vastleggen van gemaakte afspraken;  ontwikkelen en bewaken beleidsplan hoogbegaafdheid, protocol dyslexie en doorgaande lijnen;  bewaken dat onderwijsleersituaties op elkaar afgestemd zijn;  het onderhouden van de orthotheek;  ondersteunen van ouders van kinderen met ernstige leer/ontwikkelingsproblemen bij het aanvragen van een ‘rugzakje’, een extra financiële bijdrage van het rijk, zodat de leerling bij ons op school kan blijven;  toepassen van de lijst die de sociaal-emotionele ontwikkeling volgt;  onderhouden van contacten met externe instanties, zoals de schoolarts, logopediste, schoolbegeleidingsdienst Drielanden. Te doorlopen stappen: 1. Wanneer een leerling specifieke aandacht nodig heeft, neemt de groepsleerkracht contact op met de ouders. 2. Vervolgens bespreken de groepsleerkracht en de Zorggroep de aanmelding. Samen bepalen zij de best passende zorg. Wanneer dit afwijkt van het groepsprogramma, wordt dit vastgelegd in een ‘handelingsplan’. 3. De leerkracht legt dit plan voor aan de ouders, die het voor kennisgeving ondertekenen. 4. Daarnaast kan ook worden besloten of er nader onderzoek door een expert op het gebied van educatie nodig is. Wij werken daarvoor veelal samen met Drielanden. 5. Uitvoering handelingsplan. 6. Na +/- acht weken vindt evaluatie plaats waarover de ouders worden geïnformeerd.

2011-2012

16


WERKWIJZE

Verlengen / versnellen Als uit de resultaten van het leerlingvolgsysteem blijkt dat de ontwikkeling van een kind op meerdere gebieden meer dan een half jaar afwijkt van de gemiddelde score, bestaat de mogelijkheid om het kind te laten versnellen of verlengen. De beslissing hierover ligt in handen van de school, na overleg met ouders. Als blijkt dat een kind ondanks alle hulp, waarschijnlijk beter op zijn plaats is in een andere vorm van onderwijs, dan melden de ouders hun kind aan bij de ‘Permanente Commissie Leerlingenzorg’. Deze commissie beslist na het bestuderen van alle gegevens of het kind geplaatst kan worden op een basisschool voor speciaal onderwijs of dat het in aanmerking komt voor het ‘rugzakje’. Een ‘rugzakje’ is een extra financiële tegemoetkoming van WSNS (Weer Samen Naar School) om zorgleerlingen extra faciliteiten te bieden, zodat het kind zo lang mogelijk op de eigen basisschool kan blijven. In 2012 zal door de bezuinigingen het rugzakje komen te vervallen. De zorggelden zullen op andere wijze verdeeld gaan worden. Hoe dat gebeuren zal, is nog onduidelijk, net zoals de gevolgen voor onze leerlingen.

3.6

Evenementen & projecten

Culturele activiteiten Voor de ontwikkeling van de kinderen vinden wij culturele activiteiten heel belangrijk. Onze ICC-coordinator, juf Marjolein Mooij, bewaakt het culturele aanbod in de school. We streven ernaar de kinderen binnen de acht groepen in aanraking te laten komen met verschillende kunstuitingen, van dans tot drama, van musea tot de cultuur in de eigen omgeving. Helaas heeft de overheid ook de cultuursubsidie stopgezet. Dat betekent dat we zoeken naar mogelijkheden om ons cultuuraanbod te borgen. Het cultureel erfgoed in Heemstede en omgeving staat jaarlijks op de planning. Groep 6 gaat naar Cruquius, groep 7 naar de Bleekersvaartweg en groep 8 gaat op zoek nar kunst in Heemstede. De overige culturele activiteiten bestaan o.a. uit De overige culturele activiteiten bestaan op dit moment o.a. uit een workshop “wij gaan op berenjacht” voor groep 1 en 2, een theaterbezoek van groep 7 en een Introdans Ensemble “gekkebekken” voor groep 8, Excursies In hun schooltijd op De Ark gaan de kinderen regelmatig op excursie naar musea, bedrijven of evenementen. Tijdens de projectweken zoeken we naar mogelijkheden binnen het thema. De Oudervereniging ondersteunt de school financieel om excursies mogelijk te maken. Het schoolproject Ieder jaar kiezen we een thema voor het schoolproject waaraan alle leerlingen twee tot drie weken lang zowel in hun eigen groep als gezamenlijk werken. Succesvolle thema’s van de afgelopen jaren waren onder andere “China”, “Indianen”, “Beeldende Kunst” en “Techniek”. Het schoolproject wordt afgesloten met een sfeervolle happening waarin ouders en andere belangstellenden kunnen zien wat de kinderen hebben gedaan en geleerd. Voor dit schooljaar hebben we het thema “Hotel” gekozen. Schoolreisje Aan het begin van het schooljaar gaan de groepen 1 t/m 7 het ene jaar met de bus naar verschillende locaties voor de onder-, midden- en bovenbouwgroepen en het andere jaar tijdens een buitendag naar een locatie in de buurt. In dat jaar zijn de organisatiekosten uiteraard lager. Het bespaarde geld besteden we aan een culturele activiteit. Groep 8 gaat, in plaats van het schoolreisje, vier dagen op kamp.

2011-2012

17


WERKWIJZE Sportdag Jaarlijks organiseren we in het voorjaar een sportdag voor alle leerlingen van de school. Voor de onderbouw bestaat die dag voornamelijk uit spelletjes. Bij de bovenbouw ligt het accent zowel op de individuele prestatie (o.a. hardlopen en verspringen) als op het sociale aspect (slagbal). We streven ernaar dat voor de bovenbouw ook het zwembad op het programma van de sportdag staat.

Het goede doel Goede doelen weten de school te vinden; we worden overladen met promotiemateriaal om aan acties deel te nemen. De Ark heeft er een aantal gekozen:  Kinderpostzegelactie voor groep 7 en 8.  Schaatsen voor water voor groep 8 (Plan).  Kledingactie ‘mensen in nood’ wordt georganiseerd door juf Ria Kruisman, zodat de hele wijk de oude kleding op een zinnige wijze kan afstaan.  Sri Lanka: juf Natasja Lammers zamelt nog altijd allerlei bruikbare spullen in die verkocht worden, de opbrengst gaat naar Sri Lanka. 3.7

Faciliteiten

Groep 1/2 b

Groep 1/2 a

Orthotheek

Portaal

directie

Lerarenkamer

gymzaal

WC 1/2 keuken Groep 1/2 c Lange gang

’t Web; documentatie

WC 1/2

tuinkamer Grote hal

entree

Binnen plaats

Lokaal naschoolse opvang

Groep 5 Groep 8 Groep 3

wc

Groep 4

Groep 7

Groep 6

w c

Centrale hal De grote hal wordt dagelijks gebruikt als overblijfruimte (zie hoofdstuk 6). Voor de kleuters kan hiervan een deel worden afgeschermd. De kleuters gebruiken de hal ook als gymlokaal. De hal heeft een belangrijke functie bij het vieren van gezamenlijke evenementen als Sinterklaas en Kerst. Gymlokaal De bewegingslessen van de overige leerlingen vinden plaats in het gymlokaal dat gedeeld wordt met de aangrenzende basisschool De Evenaar.

Documentatiecentrum ‘t Web is een open lokaal waar de leerlingen gebruik kunnen maken van schriftelijke documenten en computers. Van diverse ICT-leerlijnen ( o.a. basiscursus typen, ‘Word’ en ‘werkstukken maken’) zijn de nieuwste versies aangeschaft. Het streven is om alle leerlingen minstens 2x per week op de pc te laten werken.

2011-2012

18


WERKWIJZE Schoolarts De schoolarts (of schoolverpleegkundige) onderzoekt een aantal malen de leerlingen op hun groei en ontwikkeling. Het eerste onderzoek vindt plaats als de kleuters ongeveer 5 jaar oud zijn. In groep 3 worden de kinderen alleen onderzocht als er een indicatie is. In groep 7 worden alle leerlingen uitgebreid onderzocht. U ontvangt hiervoor vooraf een uitnodiging. Logopedie Eenmaal in hun basisschooltijd worden de leerlingen gescreend. Daarnaast worden controles uitgevoerd als er redenen of aanwijzingen zijn. De screening wordt gesubsidieerd door de gemeente Heemstede.

2011-2012

19


WERKWIJZE 4.

Wat betekent dat voor de leerlingen

4.1

Wat leer je

Groep 1 en 2 In de kleutergroepen werken we rondom thema’s die we ‘projecten’ noemen. Bijvoorbeeld ‘boerderij’, ‘kabouters’ of de thema’s van de catecheselessen (zie hoofdstuk 3) en Kanjertraining. De lichamelijke, zintuiglijke, muzikale, sociale, emotionele en verstandelijke ontwikkeling worden opgehangen aan het thema. Het thema komt terug in gesprekjes, versjes, boeken, spelletjes, geluid, muziek, knutselwerk. Samen met de kinderen verzamelen we allerlei materiaal over het onderwerp, bijvoorbeeld platen, boeken en speelgoed en stellen dit tentoon op de kijktafel in de groep. Soms maken we een uitstapje naar een werkelijke situatie, bijvoorbeeld de markt, omdat een kind leert door te ervaren, voelen, ruiken. Een project duurt één tot drie weken. Zelfstandig werken Niet ieder kind kan hetzelfde aan, de één heeft wat meer tijd nodig dan de ander. Wij begeleiden ieder kind stapsgewijs. Aanvankelijk krijgen de kinderen korte opdrachten waaraan zij zelfstandig werken. Stap voor stap werken ze toe naar opdrachten waar ze een hele werktijd (drie kwartier tot een uur) mee bezig zijn. Binnen deze opdrachten krijgt de kleuter voldoende ruimte voor eigen initiatief en uitvoering. Taal- en rekenvoorbereiding Over het algemeen is het zo dat de jongste kleuters afwisselend opdrachten krijgen en vrij zijn om datgene te spelen wat zij graag zelf willen. De kinderen kunnen kiezen uit verschillende 'hoeken', zoals de 'bouwhoek', ‘poppenhoek’ en de 'lees-schrijfhoek'. In deze laatste hoek vinden activiteiten plaats die aan de wieg staan van het lees- en schrijfonderwijs. Kinderen die daar aan toe zijn, maken er kennis met letters, stempelen woorden, kijken in boekjes, leren hun naam schrijven en sommigen gaan zover dat ze zelfs kleine verhaaltjes schrijven. Met een computerprogramma kunnen ze deze vaardigheden ook ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor voorbereidende rekenactiviteiten. De oudste kleuters gaan gerichter aan het werk met voorbereidend rekenen en lezen. Middels kringactiviteiten en werkjes ontwikkelen zij zich gericht tot minimaal het startniveau van groep 3. We doen dit middels spelletjes uit “met sprongen vooruit” en de map “fonemisch bewustzijn”. Schrijfdans Om een zo soepel mogelijke ontwikkeling van de motoriek van uw kind te bewerkstelligen, hanteren we werkvormen uit de methode “Schrijfdans”. Zoals deze naam al suggereert geeft deze methode oefenvormen om de bewegingen van het schrijfonderwijs zo ritmisch mogelijk te doen verlopen. Er wordt gewerkt met muziek, beweging en de kinderen werken met verschillende materialen op papier. Omdat er gewerkt wordt van grof (grote vellen, dikke wasco) naar fijn (kleine vellen papier, kleurpotlood) is schrijfdans voor alle kleuters leuk om te doen. Gym De kleuters krijgen bewegingslessen van hun eigen leerkracht. De lessen worden buiten of in een afgeschermd deel van de hal gegeven. Gemaakt werk De kleuters krijgen niet alle gemaakte werkjes direct mee naar huis. De werkjes die wij op school houden, bewaren we in hun ‘map’. Wij houden op die manier een goed overzicht op de vorderingen van de kleuters en u krijgt aan het einde van de kleutertijd een leuke en handzame herinnering van uw kind mee.

2011-2012

20


WERKWIJZE Observeren Om te bewaken of uw kind zich ontwikkelt zoals verwacht mag worden, houden de leerkrachten observatielijsten bij. Taal, rekenen, motoriek, werkhouding en sociale vaardigheden zijn daar onderdelen van. In groep 2 wordt de Citotoets Taal voor Kleuters en Ordenen afgenomen. Zo kunnen wij de prestaties van uw kind spiegelen aan de landelijk gemiddelden. Alles bij elkaar zal een beeld geven of uw kind klaar is voor een start in groep 3. Groepen 3 t/m 8 De kinderen in groep 3 starten met het systematisch werken aan het aanvankelijk lezen, schrijven, taal en rekenen. Over het algemeen bieden we de basisstof aan de gehele groep aan. Kinderen die moeite hebben met de basisstof krijgen daarna extra aandacht, of ze krijgen een programma toegesneden op hun individuele mogelijkheden. Kinderen die de basisstof goed aankunnen, krijgen verrijkings- of verdiepingsstof. Zelfstandig werken In de groepen 7 en 8 wordt de duur dat de leerlingen zelfstandig aan opdrachten werken, uitgebouwd tot uiteindelijk 60 minuten per les. Daarnaast krijgen leerlingen vanaf groep 5 zelf de verantwoordelijkheid verschillende opdrachten en taken uit te voeren en hun werk na te kijken. Rekenen en wiskunde De laatste jaren is het realistisch reken- en wiskundeonderwijs steeds belangrijker geworden in de basisschool. De nadruk ligt nu op inzichtelijk rekenen en de interactie tussen leerkracht en leerlingen. In de rekenles leren we de kinderen herkenbare vraagstukken uit het dagelijks leven op te lossen. We werken met de methode Pluspunt waarin het zelfstandig werken en samenwerkend leren uitstekend tot hun recht komen. Om tegemoet te komen in de verschillen tussen leerlingen, werken de kinderen op verschillende niveaus. Elk kind krijgt vanaf halverwege groep 3 een afstreeplijst waarop te zien is wat zij mogen doen en wat ze kunnen kiezen wanneer het werk klaar is. In de hoogste groepen krijgen de kinderen een ‘bloktaak’, waarop het werk voor 11 lessen gepland staat. Zij kunnen in eigen tempo de opdrachten verwerken. De ‘geleboek-lessen’ worden door alle kinderen tegelijk gedaan, waarbij het samenwerkend leren voorop staat. Nederlandse taal Taal gebruiken we om met elkaar in contact te komen, te verbinden, te leren, na te denken. We leren de kinderen foutloos schrijven door oefening van ‘weetwoorden’ en het aanleren van spellingregels. Grammatica en woordenschat zijn ook belangrijk, evenals het creatief schrijven. We besteden veel aandacht aan leren praten, luisteren naar wat anderen zeggen en daarop te antwoorden. We leren de kinderen om hun eigen mening onder woorden te brengen. We gebruiken in de groepen 4 t/m 8 de methode Taal Actief3 waarmee we gestructureerd het taalgebruik en de zelfstandige verwerking op verschillende niveaus stimuleren. Lezen We werken in groep 3 met de methode Veilig leren lezen. De meeste leerlingen volgen de hoofdlijn van deze taal- en leesmethode; enkele leerlingen die het aanvankelijk leesproces al goed beheersen doen 2011-2012

21


WERKWIJZE binnen de basisstof een ander traject met uitdagende werkvormen. Veilig leren lezen is een intensieve en complete methode, waarbij het belangrijk is dat de kinderen plezier beleven aan het leren lezen en schrijven. Vanaf groep 4 werken we met de methode Goed Gelezen!. Dit is een methode waarin alle leesaspecten aan bod komen. Aanvankelijk ligt de nadruk op het technisch lezen. In de hoogste groepen verschuift de aandacht naar het begrijpend en studerend lezen. In alle groepen is er aandacht voor het stimuleren van het leesgedrag en leesstrategieën. In de groepen 1 en 2 is er veel aandacht voor de ontluikende geletterdheid (woordspelletjes e.d.) Vanaf groep 3 wordt er intensief gewerkt met verlengde instructie voor de leerlingen die nog hiaten hebben in de basisvaardigheden om tot geautomatiseerde letter- en woordherkenning te komen. In de hoogste groepen ligt de nadruk op het onderhouden van de technisch leesvaardigheden door de leesstrategieën met alle leerlingen te blijven oefenen. Schrijven We hebben gekozen voor de methode Zwart op wit, omdat deze schrijfmethode aansluit bij de leesmethode die we in groep 3 gebruiken. We vinden het belangrijk dat de kinderen op onze school met goed, deugdelijk schrijfmateriaal leren omgaan. In groep 3 wordt gestart met het schrijven met een driekantig potlood. Dit potlood is geschikt om de driepuntsgreep aan te leren. Daarna hebben we gekozen voor het schrijven met de vulpen. Daarmee beginnen we in de loop van groep 4. De kinderen krijgen de eerste vulpen van school en dit schrijfmateriaal nemen ze naar de volgende groepen mee. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor een zorgvuldig gebruik en eventueel vervanging van de pen. De inktpatronen voor de vulpen worden door school verstrekt. Kinderen met motoriekproblemen schrijven, indien gewenst, met een andere pen, in plaats van met een vulpen, na toestemming van de school. De wereldoriënterende vakken We bieden de wereldoriënterende vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en verkeer als gescheiden vakken aan. Natuurlijk belichten we daar waar het mogelijk en voor de hand liggend is, de samenhang tussen de verschillende vakgebieden. Bijvoorbeeld bij het werken in projecten en het maken van werkstukken. Door te werken met aanschouwelijk materiaal en door gebruik te maken van filmpjes op internet en DVD gaan de onderwerpen voor de leerlingen ‘leven’. De digi-borden leveren daarin een belangrijke bijdrage. De creatieve vakken De creatieve vakken, tekenen en handvaardigheid, worden door de leerkracht van de eigen groep aangeboden. De muzieklessen worden wekelijks gegeven door een medewerker van het Muziek Centrum Zuid Kennemerland, juf Marga, in de groepen 3 tot en met 8. Engels In tegenstelling tot het door de overheid verplichte Engels in groep 7 en 8 start De Ark in groep 5 en 6 op speelse wijze met het Engels door middel van de methode Hello World. De verhaalfiguren maken allerlei avonturen mee, die door film, muziek en leerlingboeken worden versterkt. De leerlingen van groep 7 en 8 krijgen ongeveer een uur per week les in de Engelse taal.

2011-2012

22


WERKWIJZE De nadruk ligt op de luister- en spreekvaardigheid. Spelling komt echter ook aan bod. De Ark neemt deel aan het Angliaproject; een heus examen dat door leerkrachten uit Chichester wordt samengesteld en gecorrigeerd. De leerlingen kunnen voor verschillende niveaus kiezen. De resultaten in de afgelopen jaren zijn bijzonder positief. Van het voortgezet onderwijs horen we terug dat onze leerlingen een aanzienlijke voorsprong hebben met de Engelse taal. Lichamelijke oefening De leerlingen hebben 2 keer per week een les lichamelijke oefening. Daarvan krijgen de groepen 4 en 5 ĂŠĂŠn keer per 2 weken zwemles van gediplomeerde zweminstructeurs in het zwembad Groenendaal. De andere week geeft de groepsleerkracht zelf les. De meeste gymlessen worden gegeven door een vakleerkracht. Vanaf groep 6 dient er na de gymles gedoucht te worden. Veel kinderen gaven aan dit niet prettig te vinden. Daarom hebben wij de regel aangepast. Tot groep 6 hoeft er niet gedoucht/opgefrist te worden na de gymles. Wanneer de kinderen ouder worden, krijgen we te maken met zweetluchtjes in de klas en is gepaste verzorging nodig. Daarom dienen alle kinderen vanaf groep 6 zich na de gymles op te frissen, door gezicht, voeten en oksels bij de kraan of onder de douche te wassen. Hiervoor nemen alle kinderen een handdoek en indien nodig een washandje mee. Het gebruik van deodorant is toegestaan indien een roller gebruikt wordt. Spuitbussen mogen niet gebruikt worden! Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, nemen we ook deel aan sportclinics. Soms is er een les tafeltennis, judo of gaan we roeien of dansen.

2011-2012

23


WERKWIJZE

4.2

Wat kan nog meer

Sporttoernooien Jaarlijkse evenementen zijn in ieder geval de schoolvoetbal-, dam- en schaakkampioenschappen en roeiwedstrijden. We nemen deel aan diverse sportwedstrijden die voor onze jeugd worden georganiseerd. De voetbal- en schaakwedstrijden worden door een leerkracht begeleid. Met de overige activiteiten worden ouders gevraagd mee te gaan, omdat deze vaak in het weekend plaatsvinden. Schaatsen In het najaar gaan we schaatsen met de leerlingen van groep 7 en 8. Het betreft een cursus van 5 weken waarin de leerlingen een half uur schaatsles krijgen en een half uur vrij mogen schaatsen. De kosten liggen rond de € 25 per leerling. De bijdrage –welke vrijwillig is- wordt voor het begin van de cursus door de school geïnd. Het vervoer wordt met ouders geregeld. Damles Al enige jaren geeft dhr. Elsenga na schooltijd damlessen op school. Er wordt gewerkt in twee niveaus. Kinderen vanaf groep 3 kunnen meedoen tegen een geringe vergoeding van € 5 . Ook wordt deelgenomen aan damtoernooien. Een ouder organiseert de damlessen.

2011-2012

24


WERKWIJZE 4.3 Huiswerk Het geven van huiswerk is vooral bedoeld om de effectiviteit en de kwaliteit van onze lessen te verhogen, zodat vakkennis inslijpt en regels en feiten geautomatiseerd worden. Tweede doel is het aanleren van studievaardigheden als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. U kunt uw kind helpen met het plannen van het werk. Wij leren de kinderen om het huiswerk in stukjes te delen en elke dag iets te leren/maken. Ook leggen wij uit dat ze op een dag dat er geen tijd voor huiswerk is, die dag ‘vrij’ plannen. Maar dat kunnen de kinderen nog niet helemaal zelf, een toeziend oog van de ouders is daarbij belangrijk. Even meekijken in de agenda wat er de komende week moet gebeuren en hoe uw zoon/dochter dat gaat doen, kan daarbij al voldoende zijn. We beseffen dat uw kind(eren) veelal een druk leven hebben en proberen school zoveel mogelijk op school te laten plaatsvinden. Een beetje huiswerk hoort er echter ons inziens wel bij om het leerproces te ondersteunen. Ook leren de kinderen middels het gebruik van internet op eigentijdse wijze te oefenen en te zoeken naar informatie. Groep 6

Groep 7

Groep 8

Max. 50 minuten (gespreid) per week voor maak- en leerwerk Daarbij komen een gedichtenbeurt, boekenbeurt en spreekbeurt.

Max. 70 minuten (gespreid) per week voor maak- en leerwerk Daarbij komen een boekenbeurt, spreekbeurt en werkstuk.

Max. 90 minuten (gespreid) per week voor maak- en leerwerk Daarbij komen twee spreekbeurten en twee werkstukken

Aardrijkskunde en geschiedenis worden vooral op school geleerd, thuis is herhaling en inslijpen van kennis

Aardrijkskunde, geschiedenis en Engels worden op school voorbereid en besproken, het leerwerk gebeurt thuis. Topografie wordt op school ingevuld en thuis geleerd.

Aardrijkskunde,geschiedenis en Engels worden op school voorbereid en besproken, het leerwerk gebeurt thuis. Topografie wordt op school ingevuld en thuis geleerd.

De kinderen krijgen 1 uur per week om aan hun werkstuk op school te werken, de rest gebeurt thuis.

De kinderen krijgen twee keer per week drie kwartier op school de tijd om aan hun werkstuk te werken, de rest gebeurt thuis.

De genoemde tijd is gebaseerd op de tijdsbesteding voor de gemiddelde leerling. Wanneer blijkt dat het werk voor de leerling niet binnen de gestelde tijd te doen is, nemen de ouders contact op met de leerkracht. Eventueel kunnen op individuele basis afspraken gemaakt worden.

2011-2012

25


WERKWIJZE 4.4

Keuze voor voortgezet onderwijs

In groep 8 geven we eind november een voorlopig advies voor het type voortgezet onderwijs dat bij uw kind past en begin februari een definitief advies. Dit advies baseren we op een aantal gegevens die we persoonlijk toelichten:  De rapporten tijdens het hele schooltraject  De resultaten van het leerlingvolgsysteem  De School Vragenlijst die de kinderen in groep 7 invullen over hun persoonskenmerken en houding ten opzichte van school en huiswerk  De CITO-entreetoets die in groep 7 wordt gemaakt (zie hoofdstuk 1)  De NIO: Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau aan het begin van groep 8 

De uitslag van de CITO-eindtoets van groep 8, komt na de adviesgesprekken en is bedoeld ter bevestiging van het door ons gegeven advies en de evaluatie van ons onderwijs.

De scholen voor voortgezet onderwijs verwachten in maart de definitieve aanmelding. Maar door de ruime keuzemogelijkheden in de omgeving van Heemstede, is de keuze voor de school ondanks het advies over het type onderwijs, niet eenvoudig. We zullen u en uw kind ondersteunen in het maken van een goede keuze, met behulp van:  Een voorlichtingsavond over groep 8 aan het begin van het schooljaar  Een ‘Brugboek’ dat u ontvangt tijdens deze voorlichtingsavond met informatie en brochures van alle scholen voor voortgezet onderwijs in de omgeving, zie ook www.brugweb.nl  Een onderwijsmarkt voor en door het voortgezet onderwijs  Bezoek van de leerlingen aan twee of drie scholen voor voorgezet onderwijs in de omgeving (vmboB, vmbo- T, mbo/havo/vwo)  Open dagen die de scholen voor voortgezet onderwijs in februari organiseren om zelf de sfeer te proeven, kennis te maken met teamleden en leerlingen en direct vragen te stellen.  De website van de onderwijsinspectie www.onderwijsinspectie.nl De leerkrachten van het voortgezet onderwijs spreken met de leerkracht van groep 8 de leerlingen, voor de zomervakantie, door. Bijzonderheden kunnen vaak beter in een gesprek uitgelegd worden dan op het standaard inschrijfformulier. De middelbare scholen houden de basisscholen drie jaar lang op de hoogte van de resultaten van onze oudleerlingen. Zo kunnen wij zien of het gegeven schooladvies passend geweest is.

2011-2012

26


WERKWIJZE 5.

Wat betekent dat voor de ouders

5.1

Betrokkenheid

Om de sfeer van geborgenheid en elkaar kennen te bevorderen, besteden we veel aandacht aan het ‘samen vieren’. Op waardevolle momenten, zoals de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar en het nieuwe kalenderjaar, drinken we met de aanwezige ouders ’s ochtends een kopje koffie in de grote hal. Op de Ark-dag, de verjaardag van de school, wordt de vlag gehesen onder het zingen van het Ark-lied, waarbij we de ouders uitnodigen, evenals bij de Kerstsamenzang. De kinderen, leerkrachten en ouders ervaren deze momenten als heel bijzonder.

5.2

Ondersteuning

Daarnaast hebben we hulp nodig bij tal van werkzaamheden. De Ouderraad is zeer actief binnen de school, maar kan dat uiteraard niet allemaal alleen. We hebben regelmatig hulp nodig, bijvoorbeeld voor assistentie bij de projecten en evenementen, luizenkammen, vervoer van leerlingen, voorlezen, enz. Ook vragen we ieder jaar voor elke groep één, liefst twee ouders om 'klassenouder' voor de betreffende groep te zijn. De klassenouders staan de groepsleerkracht bij in het coördineren en organiseren van de hulp. Ouders die ondersteunende werkzaamheden verrichten, doen dit onder toezicht en verantwoording van directie en/of groepsleerkrachten. Wanneer bij deze werkzaamheden leerlingen betrokken zijn, vindt overleg plaats over de wijze waarop hulp geboden wordt. Voor ouders die ons ondersteunen, heeft het overkoepelend schoolbestuur een WA-verzekering afgesloten.

5.3

Informatie over de ontwikkelingen van het kind

De informatievonden Aan het begin van ieder schooljaar krijgt u op informatieavonden per groep informatie over de lesstof, methodes en doelen van de groep waarin uw kind begint. U maakt kennis met de leerkrachten en het lokaal. De rapporten De jongste kleuters krijgen nog geen rapport. De oudste kleuters krijgen een map met werk mee en een overzicht van wat uw kind al kan en weet. Aan het einde van groep 2 wordt dat vastgelegd in een kleuterrapport. Vanaf groep 3 krijgt uw kind per schooljaar drie rapporten mee. We beoordelen kennis van de lesstof en vaardigheden zoals zelfstandig werken, de creativiteit , de werkhouding en de sociaal emotionele ontwikkeling. Bij de vermelding van de resultaten geven we cijfers en letters weer. Het CITO hanteert een indeling in letters: cijfer A = goed / zeer goed (de 25% beste leerlingen van het land) 9 - 10 B = ruim voldoende / goed (de volgende 25%) 7-9 C = matig / voldoende (de volgende 25%) 5,5 - 7 D = zwak / matig (de volgende 15%) 4,5 – 5,5 E = zeer zwak / zwak (de laatste 10%) 4,5 of lager Deze toetsuitslagen worden ook op het rapport vermeld. We gaan uit van de kinderen zelf en wat van kinderen op een bepaalde leeftijd verwacht mag worden. Aan de hand van toetsgegevens kan worden

2011-2012

27


WERKWIJZE bepaald of een leerling herhalingsstof of juist meer uitdagend werk aangeboden krijgt. De uitslagen van de toetsen komen ter sprake tijdens de oudergesprekken. Oudergesprekken De kleuterleerkrachten nemen met ouders van nieuwe leerlingen een maand voor de eerste schooldag contact op, zodat dan een eerste inzicht in het ontwikkelingsniveau van het kind kan worden gegeven. De leerkrachten van de kleuters voeren twee keer per jaar oudergesprekken. Ook wordt er informatie over alledaagse dingen uitgewisseld bij het halen en brengen van de kinderen. Vanaf groep 3 vinden er gesprekken plaats na het eerste en tweede rapport (respectievelijk in november en maart). Na het derde rapport kan een gesprek plaatsvinden op verzoek van de ouders of van de leerkracht. Eind november en in januari / begin februari bespreken we met de ouders ĂŠn de leerlingen van groep 8 het advies voor het voortgezet onderwijs. Zie ook hoofdstuk 4. Tussentijdse gesprekken met teamleden of schoolleiding Goed contact tussen ouders en leerkrachten vinden wij heel belangrijk. Wanneer u de groepsleerkracht van uw kind of de schoolleiding wilt spreken, bent u hiervoor altijd van harte welkom, het liefst na schooltijd. Wij verzoeken u dringend aan het begin van de dag alleen korte mededelingen aan de leerkracht te doen, zodat hij/zij de kinderen rustig welkom kan heten. Mocht u een uitgebreid gesprek wensen, dan vragen wij om van tevoren een afspraak te maken. Wanneer u opmerkingen over de werkwijze in de groep heeft, neemt u contact met de betreffende leerkracht op, indien nodig kan daarna een gesprek met directie plaatsvinden. Wanneer u een gesprek wenst met een teamlid, vragen we u dit zoveel mogelijk tussen 08:00 en 17:00 uur op school te doen. Voor zeer dringende zaken buiten schooltijd belt u met de directeur, mevrouw S. (Suzanne) Confurius- van Beek. Zij zal de betreffende collega inlichten met eventueel het verzoek om u terug te bellen. In verband met de werkdruk en respect voor de vrije tijd van de teamleden, doen we dit alleen bij hoge uitzondering. PrivĂŠgegevens van teamleden worden niet verstrekt. Eventuele post kan naar school gezonden worden. 5.4

Scheepsjournaal

Aan het begin van elke maand krijgen de leerlingen 'Het Scheepsjournaal' mee. Deze nieuwsbrief bevat vaste rubrieken zoals de agenda van de maand, verjaardagen en artikelen die ouders meer informatie geven over zaken die op school gebeuren. Soms plaatsen we artikelen die door anderen worden aangereikt over bijvoorbeeld opvoeden, emotionele ontwikkeling van kinderen of wettelijke bepalingen. De nieuwsberichten zijn ook op onze website terug te vinden.

5.5

Inspraak

De Medezeggenschapsraad De Medezeggenschapsraad is de instantie die de inspraak van de ouders en het personeel op het beleid van de school bundelt. De Medezeggenschapsraad bestaat uit drie personeelsleden en drie ouders, elk gekozen uit hun eigen achterban. De schooldirectie is verplicht om voor bepaalde beleidsbeslissingen de Medezeggenschapsraad om advies te vragen.

2011-2012

28


WERKWIJZE Daarnaast kunnen sommige besluiten alleen genomen worden met instemming van de Medezeggenschapsraad. Hierdoor heeft de Medezeggenschapsraad invloed op de onderwijskundige doelstellingen, het personeelsbeleid, de schoolorganisatie en veel andere zaken. Er is ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad voor de Stichting de la Salle, het overkoepelend schoolbestuur, waarin de 18 deelnemende scholen vertegenwoordigd zijn. De Ark vormt een cluster met de Jacobaschool uit Heemstede en de Mariaschool uit Zandvoort. Uit ons cluster zijn één ouder en één personeelslid in de GMR benoemd. De leerlingenraad De leerlingenraad kan meebeslissen over leerling-zaken. Bijvoorbeeld over nieuw speelmateriaal op het schoolplein, regels in de school, klachten vanuit de leerlingen. Welke onderwerpen precies op de agenda zullen staan bepaalt de leerlingenraad zelf. Zes leerlingen uit groep 6, 7 en 8 komen eens in de acht weken met de directie bijeen voor overleg. Waarom een leerlingenraad?  Leerlingen een eigen stem binnen de schoolorganisatie geven, zodat ze weten dat ze meetellen  Leerlingen spelenderwijs laten kennismaken met democratische beginselen  Betrokkenheid met school bevorderen  Verantwoordelijkheid voor schoolse zaken bevorderen  Kwaliteit van de schoolorganisatie bevorderen De Oudervereniging / Ouderraad De Ouderraad streeft ernaar de samenwerking tussen school, ouders en leerlingen te bevorderen. Zij helpt bij het organiseren van festiviteiten, zoals Sinterklaas, Kerst en Pasen. De Ouderraad ondersteunt het schoolreisje, diverse excursies, het schoolproject en de afscheidsavond van groep 8. Ook neemt zij elk jaar een dagdeel van “De Arkdag” op zich. Onder de hoede van de Ouderraad valt ook de organisatie van de klassenouders. De Ouderraad geeft gevraagd en ongevraagd haar mening en advies aan de Medezeggenschapsraad. Alle ouders van leerlingen kunnen lid worden van de Oudervereniging van De Ark. Het inschrijfformulier ontvangt u aan het begin van het schooljaar. De leden kiezen een bestuur dat de Ouderraad vormt. De Ouderraad vergadert maandelijks op de tweede dinsdag van de maand vanaf 20.15 uur in school en iedere ouder is welkom. De vergaderingen worden bijgewoond door een teamlid, meester Maarten Bothe. De agenda wordt minstens een week voor de vergadering op het prikbord gehangen. De notulen van de vergaderingen kunnen worden opgevraagd bij directie en hangen ook op het prikbord. Rechten en plichten De rechten en plichten van ouders, leerlingen en bevoegd gezag staan uitgebreider beschreven in de onderwijsgids 'De basisschool, gids voor ouders en verzorgers’ die elke ouder ronde de tweede verjaardag van hun kind van het ministerie van OCW ontvangt. Op www.50tien.nl vindt u meer informatie.

2011-2012

29


WERKWIJZE 6.

Wat betekent dat voor de leerkrachten

Uiteraard geeft een leerkracht les. Uit al het voorgaande hebt u kunnen opmaken dat lesgeven ‘slechts’ een van de vele taken van de leerkracht is namelijk: de leerlingen zich thuis laten voelen, het afnemen van toetsen, het bijbrengen van vaardigheden, de leerlingen uitdagen zelf te denken en samen te werken, het monitoren van de ontwikkelingen, het overleggen over en met leerlingen en ouders, het ontwikkelen en begeleiden van activiteiten, het geven van extra zorg. 6.1

Werkgroepen

De leerlingen leven nu en straks in een dynamische en complexe maatschappij. Het onderwijs is daarom ook voortdurend in beweging. We verwachten dan ook van de leerkrachten een belangrijke rol in de ontwikkeling van ons onderwijs. Jaarlijks bepalen we op welk terrein het team als geheel meer wil weten over nieuwe zienswijzen of methodieken. (Zie hoofdstuk 1.3) 6.2

Begeleiden stagiaires

Hogeschool InHolland / Pabo Leiden/SPW klassenassistenten Regelmatig komen leerlingen van de Hogeschool InHolland en de Pabo Leiden stage lopen op De Ark. Dit houdt in dat aankomende leerkrachten in verscheidene groepen onder leiding van de groepsleerkracht ervaring kunnen opdoen in het werken met leerlingen. Ook bieden we stageplaatsen aan klassenassistenten.

2011-2012

30


PRAKTISCHE INFORMATIE

7.

Schooltijden

groepen 1 t/m 4

ochtend middag

maandag t/m vrijdag maandag, dinsdag, donderdag woensdag- en vrijdagmiddag

08.30 - 12.00 uur 13.15 - 15.15 uur vrij

groepen 5 t/m 8

ochtend

maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag woensdag maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag woensdagmiddag

08.30 – 12.00 uur 08.30 – 12.15 uur 13.15 – 15.15 uur vrij

middag

's Morgens gaan tien minuten voor het begin van de lestijden (8.20 uur en 13.05 uur) de deuren open en gaan de kinderen naar hun lokaal. Ouders mogen hun kind(eren naar de klas brengen. Ouders die nog even gedag willen zeggen of die een mededeling voor de leerkracht hebben, kunnen dat voor schooltijd doen. Om 8.30 uur en 13.15 uur wordt de bel geluid. De ouders wordt verzocht voor die tijd de lokalen te verlaten, zodat de lessen op tijd kunnen beginnen.. Ouders die na schooltijd hun kind ophalen, wachten op het schoolplein (slechte weersomstandigheden daargelaten). Leerlingen die niet overblijven vragen wij om pas na 13.05 uur op het schoolplein aanwezig te zijn. De overblijfjuffen kunnen dan het toezicht overdragen aan de leerkrachten. Voorschoolse opvang Leerlingen kunnen ’s morgens vanaf 8.00 uur terecht op school. Er is dan iemand aanwezig die de kinderen opvangt en begeleidt. De kinderen blijven - tot de schooldeur opengaat voor de overige leerlingen – onder toezicht. De kosten voor de voorschoolse opvang (€ 0.50 per keer) betaalt u aan de begeleider. Afgelopen jaren hebben wij de opbrengst besteed aan de aanschaf van speelgoed, een veegmachine, een nieuw microfoonsysteem en binnenkort aan te schaffen discoverlichting. Tussenschoolse opvang De leerlingen kunnen op alle schooldagen (behalve woensdag) tussen de middag overblijven. De vergoeding voor het overblijven bedraagt € 1,50 per keer. Bij betaling van € 12,50 ineens – direct aan de begeleider of via de leerkracht - mag een leerling 10 keer overblijven. Ouders voor wie deze vergoeding een (te) hoge belasting vormt, kunnen contact opnemen met de directie. De overblijf valt onder de Stichting Kinderopvang De Ark. Deze stichting is in het leven geroepen om de organisatie en betaling van de overblijf te regelen en de kosten zo laag mogelijk te houden. Naschoolse opvang Het aantal aanbieders voor naschoolse opvang breidt zich steeds verder uit. Het lijkt erop dat daarmee het probleem van de wachtlijsten eindelijk aangepakt wordt. De aanbieders op een rijtje: www.casca.nl NSO Mambo op ons schoolplein, kinderen worden lopend gehaald. 2011-2012

31


PRAKTISCHE INFORMATIE www.opstoom.nl NSO in het gebouw van de Evenaar, kinderen worden lopend gehaald. www.SKON.nl NSO de Blauwe Leeuwerik, sport BSO, kinderen worden per taxi gehaald. www.sportkidswereld.nl sport BSO, kinderen worden met de auto gehaald. www.nlkidsplaza.com BSO Raadhuisstraat 10, Heemstede. www.schuylenburght.nl BSO, Camplaan 40, Heemstede www.kids-topia.nl BSO, Sportparklaan 6, Heemstede

8.

Procedures

8.1

Aanmelding

Ouders die geïnteresseerd zijn in De Ark als school voor hun kind(eren) kunnen op de website een schoolgids downloaden. Voor een oriënterend gesprek en rondleiding maakt u een afspraak met de directeur. Tijdens de rondleiding kijken we ook in de groepen, zodat een indruk opgedaan wordt van onze werkwijze. De ‘aanstaande kleuter’ mag meekomen, zodat de ouders kunnen zien hoe hun zoon/dochter reageert op de nieuwe omgeving. Ouders van toekomstige leerlingen die dit op prijs stellen, worden in het vervolg op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen van De Ark door middel van de maandelijkse nieuwsbrief "Het Scheepsjournaal". Het is gewenst dat het inschrijfformulier rond de 2e verjaardag van het kind wordt ingestuurd. Vier tot zes weken voordat de kleuter op school komt, neemt de leerkracht contact op met de ouder(s) om af te spreken op welke dagdelen (3 ochtenden of middagen) de kleuter kennis kan maken met zijn groep. U krijgt een apart formulier waarop u gegevens invult die van belang zijn voor de leerkracht van groep 1/2. U mag uw kind slechts op één school in Heemstede inschrijven. Weigeren In principe realiseren we voor ieder kind adequaat onderwijs. Dat betekent dat wij rekening houden met wat wenselijk en haalbaar is voor het kind. Er zijn echter grenzen aan de mogelijkheden voor het opvangen van kinderen. De Ark hanteert de volgende grenzen:  Grondslag van de school  Verstoring van rust en veiligheid  Verstoring van het leerproces  Gebrek aan opnamecapaciteit van de school  Grens aan zorgcapaciteit Wanneer we van mening zijn dat het kind buiten deze grenzen valt, zullen wij het kind niet inschrijven. Om tot een zorgvuldige afweging te komen, is op school een procedure beschikbaar voor aanmelding van een leerling met specifieke behoeften. Deze procedure is vastgesteld door de Stichting de la Salle, en geldt voor alle bij dit bestuur aangesloten scholen. De procedure is op aanvraag beschikbaar.

8.2

Financiële bijdragen

De Oudercontributie Lid worden van de Oudervereniging is vrijwillig. Uw lidmaatschap heeft geen invloed op het al dan niet plaatsen van een leerling. Als u zich heeft opgegeven als lid, dan bent u verplicht de contributie te betalen. Elk jaar in oktober wordt een Algemene Ledenvergadering gehouden van de Oudervereniging. De

2011-2012

32


PRAKTISCHE INFORMATIE Ouderraad doet in deze vergadering een voorstel voor de contributie voor het volgende schooljaar. Ter indicatie: de bijdrage voor het schooljaar 2011-2012 is € 45,- per kind. De acceptgiro’s worden in september verstuurd. Ouders die moeite hebben met de betaling, kunnen een beroep doen op de penningmeester. De directie kan u hierover inlichtingen verschaffen. De gelden worden gebruikt voor extra voorzieningen voor de kinderen en activiteiten die niet tot het gewone lesprogramma horen en die niet door het Rijk worden betaald, zoals Sinterklaasfeest, Kerst, schoolproject, bioscoop, schoolreisjes. De penningmeester stelt ieder jaar een begroting vast en maakt een jaarverslag, zodat ouders kunnen zien waaraan het geld werd en wordt besteed. In incidentele gevallen vraagt de school om een vrijwillige ouderbijdrage (bijv. voor het schoolzwemvervoer voor de groepen 4 en 5, de schaatscursus voor de groepen 7 en 8 en het kamp van groep 8). Ook hier geldt dat in voorkomende gevallen op verzoek (gedeeltelijke) ontheffing mogelijk is. Neemt u in dit geval contact op met de directie. Sponsoring Sponsoring is iets anders dan een gift of donatie. Bij sponsoring wordt namelijk altijd een tegenprestatie – hoe miniem ook – overeengekomen. Zo zijn advertenties in de schoolkrant of de vermelding dat een bepaald bedrijf de school geheel belangeloos heeft geholpen, prachtige voorbeelden van sponsoring waar weinig mensen moeite mee hebben. Er zijn echter ook vormen van sponsoring denkbaar die meer discutabel zijn. Als de school sponsorgelden wil inzetten, vraagt zij toestemming aan de Medezeggenschapsraad en het College van Bestuur, die de aanvraag toetsen aan enkele voorwaarden: 1. Er wordt aangegeven waarvoor de sponsorgelden worden gebruikt en hoe het een en ander wordt georganiseerd. De gelden mogen niet ingezet worden voor het primaire proces. 2. De bepalingen van het op school aanwezige landelijke convenant over scholen en sponsoring worden in acht genomen. 3. Alle sponsoractiviteiten worden schriftelijk vastgelegd: bij voorkeur in het modelcontract van de stichting. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de penningmeester van het College van Bestuur. 4. Alle sponsorgelden worden in de boekhouding verwerkt. 5. De ouders van de Medezeggenschapsraad hebben instemmingsrecht. De Oudervereniging/ouderraad De Oudervereniging verzorgt de activiteiten die buiten het reguliere lesprogramma plaatsvinden onder schooltijd. Hiervoor zijn door het ministerie regels opgesteld. (zie onder) De ouderbijdrage voor 2011-2012 is op de algemene ledenvergadering vastgesteld op € 45 per kind. Extra activiteiten buiten gewone lesprogramma Scholen mogen een vrijwillige financiële bijdrage vragen voor extra voorzieningen en activiteiten, zoals een schoolkamp, aanvullend lesmateriaal en festiviteiten. Dit zijn activiteiten die niet tot het gewone lesprogramma behoren en die dus niet door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen worden betaald. Ook het schoolkamp van groep 8 valt onder deze noemer. De kosten van het kamp komen in 2011-2012 op €120,- per kind. Daarnaast betaalt de Oudervereniging een bijdrage van €600,-. Geen sancties bij niet-betalen Een school mag voor dit soort uitgaven een ouderbijdrage vragen, maar mag leerlingen niet weigeren, van school sturen of geen diploma uitreiken als ouders de bijdrage niet of slechts gedeeltelijk willen betalen. 2011-2012

33


PRAKTISCHE INFORMATIE Met andere woorden: de toegankelijkheid van het onderwijs mag niet worden beïnvloed door de ouderbijdrage. Er kan bij niet betalen een vervangend programma aangeboden worden. schaatsen en zwemmen De kinderen van groep 7 en 8 krijgen per jaar 5 schaatslessen, de kinderen van groepen 4 en 5 gaan om de week naar het zwembad voor een intensieve les bewegingsonderwijs in het water. Deze activiteiten zijn extra, maar vallen wel binnen het gewone lesprogramma. Immers de vaklessen gym worden hierop aangepast in frequentie. De voorzieningen om hieraan deel te kunnen nemen vallen echter buiten de Rijksbekostiging en daarom vragen wij om een vrijwillige bijdrage van de ouders. Kinderen wiens ouders de vrijwillige bijdrage niet kunnen of willen betalen worden niet uitgesloten van deelname omdat de lessen bij het reguliere programma horen. Wij vragen voor de schaatslessen een bijdrage van € 25,- per kind. Het vervoer naar en van het zwembad komt op € 50,- per kind. De school bekijkt per jaar of de binnengekomen bijdragen voldoende zijn geweest om voor het grootste deel kostendekkend te zijn. Aan de hand daarvan wordt besloten of het schooljaar daarna de activiteiten op het rooster kunnen blijven staan.

8.3

Halen & brengen

De formele hoofdingang ligt aan de Van der Waalslaan, maar de leerlingen gebruiken de ingang op de speelplaats. Wanneer u uw kind ’s ochtends gebracht heeft, vragen we u niet op het schoolplein te blijven staan nadat de bel gegaan is. Dit leidt de kinderen af die in de lokalen grenzend aan het schoolplein les krijgen. Aan het eind van de schooltijd gaan de kinderen van groepen 1/2 onder leiding van de leerkracht naar buiten. Pas wanneer de ons bekende verzorger aanwezig is, mag het kind gaan. Wanneer u uw kind met de auto brengt, vragen we u zo veel mogelijk gebruik te maken van parkeergelegenheid aan de Romeinlaan. Kinderen die in de Geleerdenwijk wonen, vragen wij in verband met beperkte capaciteit in de fietsenstalling, te voet te komen. De schooltijden vindt u in hoofdstuk 7.

8.4

Klachten

U kunt klachten hebben over gedrag en beslissingen van de leden van het schoolbestuur, personeel of anderen die deel uitmaken van de schoolgemeenschap zoals ouders en leerlingen. Klachten kunnen bijvoorbeeld gaan over de begeleiding van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, inrichting van de schoolorganisatie, seksuele intimidatie, discriminerend gedrag, agressie, geweld of pesten. Wanneer u klachten heeft over de mensen in en om de school, bespreekt u dit altijd in eerste instantie met de betreffende persoon en daarna zo nodig met de schoolleiding. Veruit de meeste klachten worden in onderling overleg tussen ouders, leerlingen, personeel en schoolleiding afgehandeld. Wanneer we er samen niet uitkomen, kunt u zich wenden tot een van de contactpersonen van de school, mevrouw N. (Nel) Reurich (ouder) of mevrouw E. (Elly) Rosenhart (leerkracht). Deze contactpersoon zal u zo nodig begeleiden 2011-2012

34


PRAKTISCHE INFORMATIE naar de vertrouwenspersoon van het bestuur, de heer Drs. Menno Jansma. De vertrouwenspersoon bekijkt of een interne oplossing mogelijk is of helpt de klacht te deponeren bij de klachtencommissie van het schoolbestuur. U vindt de gegevens van genoemde personen achterin deze gids. Meer informatie:  Wij hanteren voor onderwijskundige klachten of klachten wegens ongewenst gedrag een landelijke klachtenregeling, die u op school kunt inzien.  De brochure “Een goed gesprek voorkomt erger”: een handreiking voor ouders bij een klacht over school, is op school aanwezig. U kunt deze bij de directie opvragen.  Voor klachtmeldingen over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld en psychisch geweld, zoals grove pesterijen, signalen inzake discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering, extremisme en dergelijke, kunt u tijdens kantooruren terecht bij het ‘meldpunt vertrouwensinspecteurs’, telefoon 0900 – 111 31 11 (lokaal tarief).

8.5

Leerplicht

Een kind mag naar school als het de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt. We mogen leerlingen niet eerder toelaten. Een 4-jarige is nog niet leerplichtig. De meeste kinderen gaan naar school als ze 4 jaar zijn. Ze vallen dan nog niet onder de Leerplichtwet. Voor hen gelden wel de regels die de school voert over aanwezigheid en het volgen van het onderwijs. Het is mogelijk om vijf uur (in speciale gevallen tien uur) per week vrijstelling van school te krijgen in overleg met de directie. De 5-jarige leerlingen zijn wel leerplichtig. Als uw kind om lichamelijke en/of psychische redenen niet in staat is om (delen van) het onderwijs te volgen, dan kunt U ontheffing aanvragen bij de directie. Deze bepaalt dan in samenspraak met de leerplichtambtenaar welke onderwijsactiviteiten daarvoor in de plaats komen. Zie hoofdstuk 8.8 voor de regeling extra verlof.

8.6

Uitschrijving

Tussentijdse uitschrijving van leerlingen dienen de ouders schriftelijk kenbaar te maken onder vermelding van naam en adres van de nieuwe school. Wij verzenden het uitschrijfformulier en een onderwijskundig rapport naar de nieuwe school. Een gesprek over de toedracht van de tussentijdse uitschrijving wordt door directie zeer op prijs gesteld.

8.7

Afgesloten verzekeringen

Algemene aansprakelijkheidsverzekering. Deze verzekering dekt de aansprakelijkheid van alle bestuursleden, leerkrachten, vrijwilligers, enzovoort voor schade aan goederen en letselschade van derden. Ook is de individuele aansprakelijkheid van de leerlingen verzekerd tijdens verblijf op school of tijdens evenementen in schoolverband. Ongevallenverzekering Het verzekeringspakket voorziet in een collectieve ongevallenverzekering gedurende de schooluren of. evenementen in schoolverband. Ook is de verzekering van kracht gedurende het rechtstreeks gaan van huis naar school en omgekeerd. Het betreft een aanvullende verzekering.

2011-2012

35


PRAKTISCHE INFORMATIE 8.8

Vrij buiten de vakantie

Extra vrij buiten de schoolvakanties moet minimaal twee maanden van tevoren schriftelijk worden aangevraagd. U krijgt toestemming wanneer:  de specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders het alleen mogelijk maakt om buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan;  er een werkgeversverklaring wordt overlegd waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is. Dit extra verlof mag:  slechts eenmaal per jaar worden verleend;  niet langer duren dan 10 aaneengesloten schooldagen;  niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar. Daarnaast kan extra verlof worden toegekend als er sprake is van zogenoemde gewichtige omstandigheden, namelijk:  voor het voldoen van een wettelijke verplichting, als die niet buiten de lesuren kan  voor verhuizing; 1 dag  voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- en aanverwanten tot en met de 3e graad; 1, hooguit 2 dagen, afhankelijk van de plaats waar het huwelijk wordt gesloten  bij ernstige ziekte van ouders of bloed- en aanverwanten; duur in overleg met directeur  bij overlijden van ouders, bloed- en aanverwanten; ten hoogste 4 dagen (afhankelijk van de verwantschap)  bij ambtsjubileum of huwelijksjubileum van de ouders of grootouders; 1 dag;  voor andere, naar het oordeel van de directeur, belangrijke redenen (maar geen vakantieverlof). Het verzoek tot verlof moet vooraf, of binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering, worden voorgelegd aan de directie. Als bij bepaalde gewichtige omstandigheden het verlof langer dan 10 dagen duurt, dan moet een verzoek minimaal een maand van tevoren via de directeur bij de leerplichtambtenaar worden voorgelegd.

Toptalenten sport en cultuur Sport en cultuur nemen een belangrijke plaats in in onze maatschappij. Op hoog niveau presteren als toptalent op het gebied van sport of cultuur valt soms moeilijk te combineren met school. Omdat wij geloven dat het belangrijk is dat kinderen zich ook op andere terreinen ontwikkelen, en wij talentontwikkeling willen bevorderen, wil onze school toptalenten de ruimte bieden hun activiteiten op hoog niveau te combineren met school. Hiervoor kan het nodig zijn dat een leerling een deel van de lestijd wordt vrijgesteld. Daar staat tegenover dat de school in overleg met ouders en/of leerling een inhaalprogramma opstelt dat de leerling moet verwezenlijken. Wij willen als school een actief toptalentenbeleid voeren en gebruiken hiervoor de beleidsruimte die de wet ons biedt. Wij stellen echter ook voorwaarden bij dit beleid:  Aanvragen kunnen alleen worden gedaan voor uitzonderlijke talenten; kinderen die op het hoogste (inter)nationale niveau presteren en, ingeval van topsport, een status hebben gekregen via hun sportbond of NOC*NSF of als toptalent benoemd zijn en bekend zijn bij het Olympisch Netwerk. Voor cultuurtalenten geldt dat een jongere op het hoogste niveau (concoursen bij muziek, filmopnames of toneelvoorstellingen bij acteren) moet presteren en dat het moet gaan om een niet commercieel optreden (denk aan commercials)  Ouders doen aan het begin van het schooljaar een schriftelijke aanvraag voor vrijstelling bij de school. In de aanvraag worden de momenten en/of data van afwezigheid vermeld.

2011-2012

36


PRAKTISCHE INFORMATIE  In de aanvraag wordt de noodzaak van deelname aan trainingen en wedstrijden/concoursen aangetoond. Het dient te gaan om nationale of internationale kampioenschappen/concoursen of trainingen daarvoor.  Bij de aanvraag worden, ingeval van topsport, kopieën van bewijsstukken van de toegekende status of aangemeld zijn bij het Olympisch Netwerk gevoegd.  Bij cultuurtalenten, bijvoorbeeld bij deelname aan een professionele productie, zal in voorkomende gevallen contact worden opgenomen met de Arbeidsinspectie om tot een gezamenlijk standpunt te komen.  In alle gevallen geldt dat de school een plan van aanpak opstelt waarin wordt beschreven hoe de leerling de lesstof van de gemiste lessen gaat inhalen zonder achterstanden op te lopen. Uitgangspunt dient te zijn dat de leerling noch op cognitief, noch op sociaal-emotioneel terrein achter gaat lopen. De school behoudt zich het recht voor om een vrijstelling in te trekken wanneer de schoolprestaties achteruitgaan of wanneer blijkt dat de leerling op sociaal-emotioneel gebied problemen krijgt

8.9

Ziekmelding

Wanneer uw kind de school niet kan bezoeken door ziekte verwachten wij tussen 8.00 uur en 8.15 uur een telefonische afmelding (geen email). Bij een bezoek aan de tandarts of huisarts verwachten wij dat u ons tijdig schriftelijk of telefonisch op de hoogte stelt. Als een leerling om 9.00 uur niet op school aanwezig is en er is geen melding geweest, dan nemen wij telefonisch contact op met de ouders. Indien sprake is van ongeoorloofd verlof, melden wij dit bij de leerplichtambtenaar van de gemeente Heemstede.

8.10

Foto- en filmmateriaal

Foto- en filmmateriaal gemaakt door ouders in de groep of tijdens schoolactiviteiten mag uitsluitend voor eigen gebruik dienen.

8.11

Fysiek contact tussen leerkracht en leerling

In bepaalde conflictsituaties (vechtende of weglopende kinderen), waarbij de veiligheid van één of meerdere leerlingen niet meer gewaarborgd is, is het de leerkracht toegestaan om de betreffende leerling(en) bij de arm vast te pakken en naar een veilige plek te begeleiden. 8.12

Protocol gescheiden ouders

Het welzijn van het kind staat voor school altijd voorop. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin ouders botsen met wat de school in het belang van het kind acht. In die gevallen zal het schoolteam en/of de individuele leerkracht proberen om dat probleem op te lossen. De school zal alles doen om te voorkomen dat zij in een conflict tussen ouders betrokken wordt. Om misverstanden/onduidelijkheden te voorkomen heeft De Ark een protocol “gescheiden ouders” opgesteld. Hieronder volgt de uitleg van dit protocol. Dit protocol: - Legt uit wie voor de wet ouder van een kind is; - Formuleert een aantal richtlijnen waar de school zich aan zal houden om misverstanden te voorkomen; 2011-2012

37


PRAKTISCHE INFORMATIE -

Beschrijft de wettelijke verplichtingen van de school omtrent de informatievoorziening aan ouders.

Definities van de gehanteerde termen: Wie zijn de ouders van een kind In dit protocol worden met de term ‘ouders’ de personen bedoeld die volgens de wet de vader of moeder zijn. Meestal zijn dit de biologische vader en moeder, maar in de zin van de wet zijn dat niet altijd de ouders. De ouders van het kind zijn de moeder en de vader zoals hierna omschreven: De moeder van het kind is de vrouw uit wie het kind is geboren; of die het kind heeft geadopteerd. De vader is in ieder geval de man die met de moeder getrouwd was (is) toen (als) het kind geboren was (is); de man die het kind heeft erkend of geadopteerd; de man wiens vaderschap door de rechter is vastgesteld. Wat is ouderlijk gezag? In Nederland staan alle minderjarigen (kinderen onder de 18 jaar) onder gezag. Meestal hebben de ouders samen het gezag; het ‘ouderlijk gezag’. Het gezag kan ook worden uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder samen (bijvoorbeeld de partner van een vader of moeder). Dit wordt ‘gezamenlijk gezag’ genoemd. Als ouders scheiden, behouden zij in principe beiden het gezag over het kind. Als een ander dan de ouder(s) het gezag uitoefent, wordt dit ‘voogdij’ genoemd. Het schoolprotocol bij scheiding van ouders Informatievoorziening aan gescheiden ouders De informatievoorziening van de school betreffende het kind geldt voor beide ouders, ook als zij niet samenwonen. Uitgangspunt daarbij is de wettelijke verplichting zoals die in artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek is vastgelegd (onverminderd het bepaalde in artikel 377b van dit boek wordt de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die met het gezag over het kind is belast dan wel bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, of het belang van het kind zich tegen het verschaffen van informatie verzet). De niet met het gezag belaste ouder Het verstrekken van schoolinformatie vindt voor de niet met het gezag belaste ouder alleen plaats indien hij of zij daarom vraagt. Het moet dan om concrete vragen over het kind gaan (bijvoorbeeld: ‘gaat het lezen al wat beter?’). Ouderavonden, gesprekken over het kind In principe nodigt de school beide ouders uit voor ouderavonden of voor gesprekken over het kind (bijvoorbeeld rapportgesprekken). Indien een van de ouders geen gezamenlijk gesprek wil, kan hij of zij om een individueel gesprek vragen. De gesprekken zullen in principe alleen met beide ouders, zonder de aanwezigheid van (een) ‘nieuwe’ partner(s) plaatsvinden. Tenzij beide ouders geen bezwaar hebben tegen de aanwezigheid van (een) ‘nieuwe’ partner(s), mogen deze bij ouderavonden en gesprekken over het kind aanwezig zijn. Correspondentie Correspondentie moet gericht zijn aan beide met gezag belaste ouders. En dus niet slechts aan de ouder bij wie het kind volgens de Gemeentelijke Basisadministratie of volgens de door de ouder verstrekte gegevens staat ingeschreven. Dit geldt niet indien daarmee naar de mening van school zwaarwegende belangen van het kind geschaad zouden kunnen worden.

2011-2012

38


PRAKTISCHE INFORMATIE Onderlinge problemen tussen ouders De school is primair gericht op onderwijs, waarbij onder meer veiligheid en rust van het kind gewaarborgd dienen te worden. Om die reden is het niet toegestaan dat ouders hun onderlinge relationele problemen of conflicten op school of via school beslechten. Onpartijdigheid De school heeft primair het belang van het kind voor ogen en is onpartijdig ten aanzien van problematiek die met de scheiding van de ouders te maken heeft. Informatie over het kind zal niet aan anderen dan aan ouders (volgens artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek) worden verstrekt. Uitzonderingen op die regel gelden onder andere voor instanties als het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de schoolarts. Wijziging geslachtsnaam Het komt soms voor dat een ouder als gevolg van een (echt)scheiding een andere achternaam (geslachtsnaam) van het kind opgeeft aan school. Bijvoorbeeld de meisjesnaam van de moeder of die van een nieuwe partner. De school zal niet toestaan dat het kind wordt ingeschreven onder een andere naam dan de officiĂŤle, zonder dat beide ouders het daarover eens zijn, dan wel nadat de rechter met de geslachtsnaamwijziging heeft ingestemd.

2011-2012

39


PRAKTISCHE INFORMATIE 9.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de mogelijkheden voor buitenschoolse opvang? Wij bieden voorschoolse opvang vanaf 8.00 uur ’s ochtends in de school tegen een vergoeding van € 0,50. Tussen de middag kunnen de kinderen op school overblijven tegen een vergoeding van € 1,50 per keer of € 12,50 voor 10 keer. Casca en ’t Kootertje bieden naschoolse opvang. 1.

Hoe ziet de dagindeling van mijn kind er globaal uit? Dat verschilt natuurlijk per groep. Meestal staat het op het schoolbord geschreven of hangen de dagritmekaarten aan de wand. We streven naar afwisseling tussen geconcentreerd werken en spelelementen. In de ochtend gaan de kinderen altijd even naar buiten, tenzij het weer dat niet toelaat. 2.

Hoe is het eten en drinken georganiseerd? ’s Ochtends hebben de kinderen rond 10.00 uur een pauze waarin ze het tussendoortje kunnen eten en drinken dat zij ’s ochtends neerzetten op een plek bij het lokaal. Natuurlijk geven we de voorkeur aan gezond: fruit, gezonde koeken, sap of melkproducten – denkt u aan een goed sluitende beker voorzien van naam. Wij willen niet dat u de kinderen snoep of frisdrank meegeeft naar school. De ochtendpauze op school is hét moment om even iets te eten en te drinken. Dat is belangrijk om het vol te kunnen houden tot de lunch. Maar een pauzehap is niet bedoeld als een hele maaltijd. Geef daarom iets mee dat niet te groot is en niet te veel calorieën levert. Geschikte pauzehappen zijn bijvoorbeeld: (Volkoren)biscuit, zoals Evergreen of Sultana Fruit, zoals een mandarijn, banaan of appel Rijst-, meergranen- of popcornwafel Ontbijtkoek Krentenbol Een eierkoek Een boterham met halvarine en appelstroop, vruchtenhagel of jam Geschikte drankjes zijn bijvoorbeeld: ongezoet vruchtensap, zoals appel- of sinaasappelsap halfvolle of magere (school)melk limonade yoghurtdrank zonder suiker Denk verder ook eens aan water, dat komt op school gewoon uit de kraan! Tips:  Geef één biscuit of koek mee, in plaats van een pakje waar er meerdere in zitten.  Een boterham is ook prima geschikt als tussendoortje  Leer uw kind water drinken: het is altijd bij de hand, voordelig, levert geen calorieën en is niet slecht voor het gebit.  Eenpersoonsverpakkingen sap, melk of yoghurtdrank zijn handig als u geen beker mee wilt geven. 3.

Vanzelfsprekend mag er op verjaardagen getrakteerd worden, maar denkt u bij die gelegenheid aan andere, gezondere mogelijkheden. bron: www.voedingscentrum.nl

2011-2012

40


PRAKTISCHE INFORMATIE Is er een fietsenstalling? Kinderen die buiten de Geleerdenwijk wonen en op de fiets komen, melden dit bij de leerkracht waarna zij een vaste plek krijgen toegewezen in de stalling op het schoolplein aan de kant van de Romeinlaan. 4.

Wat is jullie beleid ter voorkoming van pesten en wat als het toch gebeurt? We hanteren de afspraken van ons pestprotocol. Samengevat houdt dat het volgende in: De pester wordt onmiddellijk aangesproken op het gedrag. De gepeste leerling wordt ook aangesproken op het gedrag, zoals in de Kanjertraining besproken. In stappen:  Er eerst zelf ( en samen) uit komen.  Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.  De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.  Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties zoals vermeld in het pestprotocol.  Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking.  Ook wordt de naam van de regelmatige ruziemaker/ pester in het leerling-dossier genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht ‘de toedracht’. Bij de derde melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.  De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen. U kunt het pestprotocol opvragen bij directie. 5.

6.

Wat moet mijn kind meenemen voor de sportlessen? Kinderen van groep 1/2 gymmen in hun onderkleding. Aan het begin van het schooljaar laat u soepele, makkelijk aan te trekken gympen op school achter in een zakje dat aan de kapstok blijft hangen. Kinderen vanaf groep 3 nemen voor de gymlessen wekelijks hun gymspullen (kort broekje, T-shirt, sportschoenen) mee van en naar huis. Vanaf groep 5 douchen de kinderen na afloop van de gymles en nemen dus ook een handdoek en badslippers mee.

7.

Waar kan ik eventueel verloren voorwerpen vinden? In een rek bij de ingang aan de speelplaats.

2011-2012

41


PRAKTISCHE INFORMATIE 10.

Adressen

Instantie

Gegevens

Contactpersonen

School

R.K. Basisschool De Ark Van der Waalslaan 37 2105 TC Heemstede tel. 023 – 547 21 84 fax. 023 – 547 22 06 e-mail admin@arkheemstede.nl url www.arkheemstede.nl ABN-AMRO 420951679

Directie: Mevr. S. Confurius- van Beek mobiel 06-41193808 (alleen in geval van ernstige nood!) s.confurius@arkheemstede.nl Klachtenregeling Mevr. E.M. Rosenhart (team) Mevr. N. Reurich (ouder)

Externe vertrouwenspersoon

p/a Schoolbegeleiding Zaanstreek en Waterland, Pb 188, 1440 AD Purmerend info@sbzw.nl

Dhr. drs. M. Jansma

Algemeen Bestuur Bovenschools Management

Stichting de la Salle Postbus 320 2100 AH Heemstede tel. 023 – 529 89 88 fax 023 – 529 86 47 url www.stichtingdelasalle.nl

Inspecteur van het Onderwijs

Tel. 0800 - 8015 e-mail info@owinsp.nl url www.onderwijsinspectie.nl

Jeugd Gezondheid Zorg

GGD Kennemerland Spaarnepoort 5 2134 TM Hoofddorp tel. 0900-0400682 www.ggdkennemerland.nl

2011-2012

Lid College van Bestuur Dhr. J. van Veen Lid College van Bestuur Dhr. P. Bronstring

Schoolarts: Mevr. A. Roohe Assistente: Mevrouw R. Groenwoud

42


PRAKTISCHE INFORMATIE Medezeggenschapsraad namens de ouders Frank v.d. Wildenburg (voorzitter) (Vader van Steven gr.7 en Mara gr.5) Anne Marie Sybrandi (Moeder van Sieb Jan gr. 7) Kubilay Yuksel (Vader van Berkay gr. 4) namens de leerkrachten Marlies Zomerdijk Koos Docter Paul Herber

Bereikbaar via mr@arkheemstede.nl

2011-2012

Oudervereniging Postgiro 3177351 Bianca Draisma (voorzitter), (moeder van Sylke Hateboer gr. 7 en Tiska Hateboer gr. 5) Marieke Odink (penningmeester) (moeder van Willemijn gr. 8 en Josephine gr. 5 ) Karin ten Oever (secretaris), (moeder van Tess Meijer, gr. 6)

Overblijven Coรถrdinator: Mevrouw Els Lammerse Bereikbaar op overblijfdagen tussen 11.45 en 13.30 uur op school.

Overige leden: Saskia van Horssen Annet de Haan (Moeder van Marit Dijkstra gr. 7 en Sten Dijkstra gr. 5) Paola Ninck Blok (moeder van Emily gr. 4 en Barbara gr. 2) Saskia Kenselaar (moeder van Ana en Jasmijn gr. 7) Saskia Zekhuis (moeder van Amber gr. 6) Myrthe Freijser (moeder van Tijn gr. 8, Bas gr. 6 en Mats gr. 2) Karin Dekkers (moeder van Anne gr. 7 en Sofie gr. 3) Nicole de Jong (moeder van Coen, gr. 8) Suzanne Wickenhagen (moeder van Mabel gr. 6) Namens de leerkrachten: Maarten Bothe (groep 8) Bereikbaar via or@arkheemstede.nl

Bereikbaar via school Tel. 023-5472184

43


PRAKTISCHE INFORMATIE Leerkrachten en hun groepsdagen (behalve maandag) mevrouw P.M.C. (Nelly) Geerlings

(maandag) mevrouw E.M. (Elly) Rosenhart

groep 1/2c

(maandag t/m woensdag) mevrouw D.G. (Dorien) Lenos-Paques

(donderdag en vrijdagochtend) mevrouw A. (Anita) Leusink

groep 3

(maandag en dinsdag) Mevrouw N.A.M. (Natasja) Lammers

(woensdag t/m vrijdag) mevrouw M. (Marjolein) Mooij

groep 4

(behalve woensdag) mevrouw P. (Marjo) de Jong

(woensdag) mevrouw E.M. (Elly) Rosenhart

groep 5

(maandag, dinsdag en vrijdag) De heer P.B.M. (Paul) Herber

(woensdag en donderdag) mevrouw M. (Mascha) Bouma

groep 6

(maandag, dinsdag en vrijdag) mevrouw K. (Koos) Docter

(woensdag en donderdag) Mevrouw M.H.G. (Ria) Kruisman

groep 7

(behalve maandag) Mevrouw C. (Carolien) te Beest

(maandag) De heer L. (Leo) van Noort

groep 8

(maandag t/m woensdag) De heer M. (Maarten) Bothe

(donderdag en vrijdag) Mevrouw M.A.C. (Marianne) van Rooden

groep l/2a

Gymnastiek

(woensdag en donderdagochtend) mevrouw M.G. (Marieke) Smit

Muziek

(dinsdagochtend) MuziekCentrum Zuid-Kennemerland mevrouw M. (Marga) Schoutens

Remedial Teacher

(dinsdag, woensdag, donderdag) mevrouw M. (Marlies) Zomerdijk

Intern Begeleider

(woensdag) Mevrouw M.A.C. (Marianne) van Rooden

Conciërge

(elke dag van 7.30 – 8.45 uur en op ma t/m don de middagen) de heer A.H.W.G. (Toon) Kersten

Vertrouwens-personen

Dhr. drs. M. (Menno) Jansma Mevr. N. (Nel) Reurich Mevr. E. (Elly) Rosenhart klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld vertrouwensinspecteurs 0900 – 111 31 11 ( lokaal tarief)

Meldpunt misbruik

2011-2012

44


PRAKTISCHE INFORMATIE

Schoolregels

Waar veel kinderen, leerkrachten en ouders samen zijn, heb je regels nodig om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen. Alle regels zijn afgeleid van de belangrijkste grondregel:

We houden rekening met elkaar en met de materialen om ons heen Buiten: Niet fietsen op het schoolplein en op de stoep Fietsers op de Eykmanlaan steken over bij de oversteekplaats Het klimmen in bomen en hangen aan takken is verboden Voor alle materialen geldt: oneigenlijk gebruik wordt gecorrigeerd/verboden Leerlingen blijven op de speelplaats Tijdens de pauze wordt er niet in de fietsenstalling gespeeld De leerlingen mogen voor de pauze iets te eten of drinken meenemen Binnen In de school wordt rustig gelopen; er wordt niet gehold of gegleden Jassen horen in de luizenzak aan de kapstok Tassen en gymspullen horen aan de kapstokken en in de daarvoor bestemde vakkasten In de klassen worden geen regenlaarzen, hoofddoeken en petten gedragen Fietssleutels worden bij binnenkomst in de klas op een afgesproken plaats opgeruimd Bij het binnenkomen in de groep geven leerling en leerkracht elkaar een hand Tijdens de lesuren wordt niet gesnoept (verjaardagen uitgezonderd) Na gebruik van het toilet worden de handen gewassen Leerlingen gebruiken geen kneedgum en vloeibare correctiestof Huiswerk gaat mee in de z.g. elastomap ter bescherming van het materiaal Vanaf groep 6 gebruiken de leerlingen een agenda Een leerling die met opzet schade berokkent aan de school, wordt aangesproken voor de kosten In het schoolgebouw maken leerlingen in de regel geen gebruik van mobiele telefoons. Deze worden vóór aanvang van de lessen op en afgesproken plaats opgeborgen. Bij vertrek naar huis wordt de mobiele telefoon weer meegenomen. Wij spreken “Arktaal” Wij noemen elkaar bij de voornaam Wij kijken elkaar aan tijdens het gesprek Wij spreken met respect tegen en over elkaar Geen Arktaal? ….. zeg er wat van! Schelden heeft gevolgen! Wij stellen prijs op goede omgangsvormen !! Ruw gedrag en grof woordgebruik worden niet getolereerd.

2011-2012

45


Schoolgids