Page 1

Studentenblad van de Blandijn


Filologica’s Lustrumweek Zondag 24/03 K ringavond met gratis vat en live muziek | 21:00 @Amber Maandag 25/03 B odypump | 16:00 @JIMS Freaks vs. Geeks | 22:00 @Por ter House D insdag 26/03 Spelletjesdag | 10:00-15:00 @090.034 Poëziewandeling o.l.v. het Poëziecentr um | ver zamelen @trabla (uur TBA) Woensdag 27/03 Ochtendcantus met cavabr unch | 9:00 @K araoke | €10 ( W ) €15 (B) H omo Filologicalis | 14:30-16:30 @erminal K roegentocht | 20:00 ver zamelen @Trabla Donderdag 28/03 Spaghettiavond | 18:00 @erminal | €5 Vrijdag 29/03 Brakbr unch | 9:00 @kelder Ereledenavond | 19:00 @erminal


De preses (s)preekt Vijftien jaar. De leeftijd waarop velen voor de eerste keer eens een glaasje (of twee) bier of wijn meedrinken op café, al dan niet met toestemming van mama en papa. Een leeftijd vol belofte en potentieel om te groeien. Een leeftijd op het kantelpunt tussen zorgeloze kindertijd en prille volwassenheid, waarop plots verantwoordelijkheden op je afkomen.

deaux linten, maar ik hoop dat hetzelfde geldt voor veel van de huidige én toekomstige Filologen. Maar kijk ja, genoeg gezeverd. De Lustrumweek wordt echt compleet gestoord en ik kan niet wachten om er elke dag opnieuw te kunnen staan voor Filologica en haar leden. Het feit dat de Kringavond (mét vat en taart) exact op onze verjaardag valt, bevredigt mijn pseudo-OCS, en de sneaky terugFilologica drinkt natuurlijk al langer een glaasje keer van Get Dirrty als Freaks vs. Geeks maakt mij hier en daar, en grote omwentelingen zijn in het le- enthousiaster dan ik verwacht had. Ik ben ook echt ven van een vereniging minder aan bepaalde leef- hyped dat we na de Day of Inseranity overdag getijden, dan wel aan een veranderende tijdsgeest woon wat kunnen chillen tot het avondmaal (lees: toe te schrijven. Ik probeer me voor te stellen hoe de Spaghettiavond). Om te bekomen zijn er trouFilologica anno pakweg 2011 er uitzag, toen ik zelf wens ook wat rustige evenementen zoals de Spelvijftien was en me wilde onderscheiden van mijn letjesdag, de Poëziewandeling en de Brak-brunch. aan-pop-culture-hangende medeleerlingen. Er wa- Het wordt een zotte week, maar damn, ik ben er ren geen wekelijkse klimaatmarsen die ons bij el- zeker van dat het zo fantastisch leuk zal worden. kaar brachten. Het was gewoon het jaar van Party Rock Anthem voor ons, een nummer dat ik grond- Binnenkort duiken we allemaal opnieuw in de boehartelijk haatte en het feit dat het verdorie echt ken, maar niet voor we het Lustrum hebben kuncatchy is, zorgde voor heel wat extra frustraties. nen bekronen met het Galabal der Filologen! Wie voor de blok nog één keer compleet wil losgaan, De rest van mijn nostalgietrip zal ik jullie bespa- moedig ik ten zeerste aan om op 5 april af te zakren. Op kantelpunten in het leven mogen we zeker ken naar Carlos Quinto in zijn/haar/x beste outfit, niet vergeten om ook vooruit te kijken. Ik heb zo- want het wordt een feest om ‘U’ tegen te zeggen. veel dingen zien veranderen in vijf jaar Taal- en Letterkunde. Vijf jaar Filologica. Nooit had ik durven denken dat ik zoveel zou hebben aan die vreemUt vivat, crescat, floreatque Filologica. de, sociale mensen met hun bordeaux-wit-borSerafina

3


Inhoudstafel INLEIDING

3

INTERVIEW

44

De Preses (S)preekt 3 Inhoudstafel4 Scriptoriaal5 Colofon5

Een blik op de toekomst, geworteld in het verleden Interview met Prof. Dr. Schoentjes Ha-’Tsjoen, de gezondheid van het Nederlands Interview met Vicerector Van Herreweghe

FOCUS

AUW LA

6

Filo’s Feest 7 Proseniorenthrowback8 How to survive ... Lustrumweek 12 2004 in vogelvlucht 13 Forum der Propresidiumleden 14 De proscriptor spreekt ... 19, 38, 42, 55

CULTURAMA Twee regisseurs op zoek naar nostalgie Beste Netflix series Cardillac: Van goud naar juwelen, van kunstenaar tot held.

FILOLOGICA Het Kringlied Filo’s Pop Poll  Studietips voor het tweede semester Filo’s Fotoboek

4

18 22 25 28

31 32 34 36 39

45 48 49 53

56

Poëzie57

EXTRA

62

Meme-olution63 Horoscoop64 Woordzoeker66

ERELEDEN

71

Ereleden71


Scriptoriaal Liefste Dilemmalezers, Blandinos, proscriptoren, propresdiumleden en al wie deze prachtige feesteditie momenteel in zijn/haar handen heeft! Filologica. 15 jaar. Reden te meer om deze mijlpaal te huldigen en Dilemma een verjaardagsjasje aan te trekken … Om het party-gehalte op te krikken, is deze editie ook nog eens dikker dan normaal. Wat wil je nog meer? Als je wil weten hoe het allemaal begon voor ons, Filologen, dan raden we je zeker aan een kijkje te nemen naar het artikel Filo’s Feest op pagina 7. Trouwens, naast alle enthousiaste gesprekken over dat zo lang verwachte Lustrum van Filologica, gaan we onze woorden ook in daden omzetten: laten we samen feesten vanaf 24 maart tot we er bij neer vallen! Een hele week lang activiteiten … Weet je niet hoe je deze week levend moet doorkomen? Niet gevreesd, want onze studie en reis geven je in How To Survive: de Lustrumweek op pagina 12 handige tips.

We hebben naast dingen die komen, ook aandacht voor dingen die al gepasseerd zijn. Zowel dingen uit het recente verleden als uit het – wel ja – minder recente verleden van Filo komen aan bod. Zo interviewden we de regisseurs van het allereerste Filo-toneel op pagina 22. Sterker nog: de proscriptoren, namen een duik in het verleden en vertelden ons hoe zij hun scriptortijd beleefden. Ook de prosenioren en andere propresidiumleden konden niet aan onze vragen ontsnappen. Tussen al dat feesten, swingen, lopen, springen, dansen en bewegen door zal Dilemma ook je hersencellen wat laten bewegen. Geen zware kost zoals HK, maar een knallend feestje in je hoofd: laat je inspireren door een van de vele interviews met onder andere onze decaan Gita Deneckere , de vicerector Mieke Van Herreweghe, professor Schoentjes én professor T’Sjoen, die we allemaal hebben weten te strikken in deze toch wel ‘fabuleuze’ Lustrumeditie. *Kaching* Voor de muziek- en cantusliefhebbers onder ons verklaart Tobias de mysterieuze herkomst en betekenis van ons lange Kringlied. En om helemaal in de sfeer te blijven, kan je ook de resultaten van de Lustrum Pop Poll terugvinden! Zoals altijd zijn er ook de nodige poëtische touch van Auw La en ontspanning bij Extra aanwezig. Helemaal in de ban van het cijfer vijftien, heeft onze waarzegger heel diep in de glazen bol gekeken en jullie een glimp van jullie toekomst voorgeschoteld. Ben jij ook benieuwd hoe jouw leven eruit zal zien binnen vijftien jaar? Ontdek het op pagina 64. Goed, het scriptoriaal is bijna rond? – Eindelijk. Tijd voor ons om af te ronden, en tijd voor jullie om jullie te verwonderen en betoveren door de feestelijke artikels. See you later at the party! Xoxo Freaky Geeky Sciptores P.S. Een speciaal bedankje aan onze lay-outer Aulikki Lefèvre, die haarzelf echt overtroffen heeft met de prachtige lay-out! Chapeau.

COLOFON V.U. Mona Bronsema Gilles Vanden Bogaert Sciptoren Filologica Blandijnberg 2, 9000 Gent Hoofdredactie Mona Bronsema Gilles Vanden Bogaert Cover Vince De Nil Vormgeving Aulikki Lefèvre Correctoren Anna Boving Mona Bronsema Marie Claes Veronique De Corte Merel Decrock Abel Demuysere Youness Iken Gilles Vanden Bogaert Proscriptoren Alexander Van de Sijpe Lore Aertsen Tijmen Van Loo Steven Delarue Marlies Vervoort Martijn Dentant Isa Van Wijnendaele Arno DewispeJulie Vlaminck laere Arne Wittevrongel Roeland Gunst Stijn Den Haese Elke Janssens Simon Lambrechts Aäron Maes Iene De Meyer Sam Ooghe Paavo Van der Eecken Serafina Van GeerAlexander Baeyens truyen Arne Wittevrongel Jonas Vandroemme Redactie Laurien Vereecken Samira Ataei Michiel Verplancke Koen Blauwblomme Arne Wittevrongel Mona Bronsema Jeroen Zuallaert Noa Brunello Julie Vlaminck Tobias Cobbaert Florine De Keyser Lore De Schutter Jana Dhondt Anke Dumoulin Vince Liégeois Sergio Ruysseveldt Jasper Soens Moksh Thakkar Kumar Emiel T’Kindt Gilles Vanden Bogaert Serafina Van Geertruyen Jolien Verbrugge Dries Verhaegen Julie Vlaminck Victor Ysebaert Bram Schotte Wij bedanken De extra helpende handjes voor deze ellenlange feesteditie De geïnterviewden Alle propresidiumleden die de vragen hebben ingevuld Wij vervloeken Verkiezingsshotjes Abnormaal traag internet op kot

5


F

CUS


Focus

FILO’S FEEST

“De bordeaux-stroken van de lintenmaker waren niet breed genoeg …”

V

ijftien jaar geleden, vijftien jaar geleden, vijftien jaar geleden … Wat was er vijftien jaar geleden? De alledaagse UGent-student zal het antwoord op deze vraag niet meteen weten, maar de levensechte Filoloog wel. Onze lievelingsvereniging mag vijftien kaarsjes uitblazen, maar hoe kwam ze eigenlijk tot leven? © Collectie Universiteitsarchief Gent

Het was exact vijftien jaar geleden toen studentenverenigingen Germania en Romania samen tot Filologica gedoopt werden. Dat gebeurde door Anne Bosman, de allereerste preses van onze kring. Zij stelde zelf haar presidium samen, wat best uitzonderlijk was. Die samensmelting gebeurde niet zomaar, maar ging destijds gepaard met het veranderen van onze opleiding. De opleiding Taalen Letterkunde bestond toen nog niet zoals wij ze nu kennen. Je koos ofwel voor Germaanse, Romaanse of Klassieke Talen. Dat werd dan de opleiding ‘Taal- en Letterkunde: twee talen’, waarin je die drie soorten talen met elkaar kan combineren. Zoals het nu verteld wordt, leek de verandering wel een fluitje van een cent, maar niets is minder waar. Er ging een lang proces aan vooraf. Om nu terug te keren naar de geboorte van Filologica, was het vijftien jaar geleden nog niet zo evident als nu om de term ‘Filologica’ te gebruiken. Ook hier werd lang over nagedacht. Voordat men de briljante ingeving had onze kring Filologica te

noemen, dacht men eerst aan ‘Bilingua’, ‘Lingua’ of ‘Eloquentia’. Zelfs toen ‘Filologica’ de finish haalde, was de cirkel nog niet rond. De snuggeren onder ons zullen namelijk opgemerkt hebben dat de correcte schrijfwijze ‘Filologika’ of ‘Philologica’ is. Uiteindelijk besloot men gewoon om het incorrecte ‘Filologica’ te behouden.

bordeaux-stroken van de lintenmaker waren niet breed genoeg. Hierdoor kon hij niet anders dan zo zuinig mogelijk omgaan met het bordeaux wat resulteerde in ons toch wel geslaagde bordeaux-wit-bordeaux lint. Om de cirkel dan uiteindelijk rond te maken, werd ons kringlied geschreven. Dit gebeurde door creatieve breinen Kristof Vande Velde en Jeroen Meuleman.

“Voordat men de briljante ingeving had onze kring Filologica te noemen, dacht men eerst aan ‘Bilingua’, ‘Lingua’ of ‘Eloquentia’.” De volgende stap was het bepalen van de kleuren van het lint. Dit liep ook niet van een leien dakje. Jeroen Meuleman, Germania’s voormalige scriptor, stelde zwart-zilver voor. Dit viel echter totaal niet in de smaak, dus werd er geopteerd voor bordeaux-wit. Dit was een referentie naar het blauw van Germania, het paars van Romania en het wit als kleur van alle Blandijnkringen. De KHK, KK en KMF werden hier pijnlijk genoeg wel vergeten … Er was bovendien nog een klein probleempje: de

Filologica is een vereniging waar we ons allen thuis voelen en het is dan ook niet meer dan terecht dat ze eens in de bloemetjes wordt gezet. In maart is het dan ook feest en vieren we een week lang dit vijftienjarig bestaan van onze favoriete, Gentse vereniging. We hopen dat jullie er net net zoveel van zullen genieten als wij!

Mona Bronsema

LUSTRUM

7


Focus

#PROSENIOREN Filologica’s werking werd de afgelopen jaren in goede banen geleid door een interessante verzameling van presessen. We vroegen enkelen van hen vragen te beantwoorden over hun ervaring als hoofd van onze geliefde kring. Bedankt aan alle mensen die de tijd namen om die vragen voor Dilemma in te vullen en natuurlijk ook voor hun inzet tijdens hun presidiumjaren.

Terugblik

Memorabelste moment

Dieptepunt

Grootste gemis

Tips voor toekomstige presessen

8

DILEMMA IV

Anne Bosman 2004-2005

Ik heb aan mijn presesjaar eigenlijk niets dan goede herinneringen: aan de mensen in mijn presidium en de leden, de activiteiten, de feestjes, de ellenlange gesprekken en het traditionele gefilosofeer over van alles en nog wat ... Het jaar voor Filologica zat ik in het presidium van Germania en was ik lid van de oprichtingscommissie van Filologica. Heel het ‘geboorteproces’ en de kinderschoenen van zo dicht meemaken, was heel leerrijk en boeiend. Het was ook zeer aangenaam dat de beide kringen, Germania en Romania, zo mooi in elkaar opgingen en eigenlijk al van in het begin een geheel konden vormen.

Er zijn heel veel topmomenten geweest, maar als ik er één moet kiezen, dan zou ik onze openingsfuif in de Vooruit kiezen. Dat was voorheen door een Blandijnkring nog niet gedaan en dat was toch wel een mooi evenement om de nieuwe kring boven de doopvont te houden. Misschien met een eervolle vermelding van het presidiumweekend en het bachelorweekend.

Dieptepunten kan ik me eigenlijk niet herinneren. Elke nieuwe organisatie moet natuurlijk door enkele kinderziekten, maar er is naar mijn weten nooit iets onherroepelijks gebeurd. ‘Missen’ is een groot woord, want ik heb het natuurlijk allemaal mogen meemaken en ik heb er toen enorm van genoten. De herinneringen die ik in mijn presidiumtijd heb gemaakt, die kunnen wel een leven mee. Maar als ik moet benoemen wat ik het meeste mis zijn dat de onbezorgde tijden, de nachtelijke gesprekken, de gezonde spanning voorafgaand aan weer een fantastisch georganiseerde activiteit, de samenhorigheid en de ongebreidelde inzet van heel het presidium, het plezier van de leden tijdens de activiteiten en de cantussen ...

Geniet van je tijd als preses of in het presidium. Geniet van het samenwerken en het samen verwezenlijken met je hele team: zonder team gaat het nu eenmaal niet. Dat geweldige jaar gaat zo snel dat je soms onvoldoende stilstaat bij hetgeen er aan het gebeuren is.


Focus

NTHROWBACK Jeroen Meuleman

Aäron Maes

Maxim Mommerency

2005-2006

2008-2009

2012-2013

Als een erg fijne, drukke, waanzinnige tijd en een leerschool in organisatie en entertainment.

De hele Vooruit laten vollopen voor de openingsfuif én winst maken. Voor de rest wellicht dat ik mijn presidium had wijsgemaakt dat ik mijn stem kwijt was.

Er waren minpunten, maar geen dieptepunt à la «o nee, er heeft iemand in de kassa gescheten», «er is €1000 gestolen», of «ik ben wakker geworden enkel in zaadsokken».

Met stijgende verbazing.

Verkozen worden.

Afzwaaien.

Ik mis niets. Het was een mooie tijd, dat wel. Of toch: misschien mis ik de zeeën van tijd.

De dronken meisjes.

Leden zien je vaak als een pars pro toto voor de kring en het vergroot al je karaktertrekken uit, zowel de goede als de slechte.

Breek uit jezelf!

Met een beetje weemoed, maar vooral heel positief, want er zijn toen toch heel wat vriendschappen gesmeed. Klaarblijkelijk hebben we toch ook wat goeds verwezenlijkt, want ik hoor vijf jaar later nog steeds positieve dingen. Dat positieve verhalen blijven hangen, daar ben ik wel trots op. Het is misschien niet bijzonder memorabel, maar ik herinner me nog goed dat we erg hard ingezet hebben op samenwerking met alle Blandijnkringen. Dat verliep eigenlijk heel vlot. Zo hadden we voor het eerst meerdere gemengde sportploegen en gingen we met meerdere kringen op reis. Ook de eerste (en tsjokvolle) FiloVGK-fuif in de Vooruit is me bijgebleven.

Het einde. Zonder twijfel. Afscheid nemen van een mooi jaar en een, euh, intieme samenwerking viel me zwaar.

Het positieve groepsgevoel en een bepaalde ‘sense of belonging’ die je krijgt als je weet dat je gewoon op de juiste plek zit. Dat is een gevoel dat ik slechts zelden opnieuw gevonden heb.

Destijds heb ik mijn eerste ‘Preses (s) preekt’ de titel “Dan nog liever een atypische preses” gegeven. Daar sta ik nog steeds volledig achter. Met andere woorden: wees gewoon jezelf, of je nu binnen het stereotype beeld van de ‘typische preses’ past of niet.

LUSTRUM

9


Focus

#PROSENIOREN Terugblik

Madelon Bakx

Joachim Schol

2013-2014

2014-2015

Positief.

1) De ochtendcantus tijdens de Lustrumweek.

Meest memorabele moment

Dieptepunt

Grootste gemis

Tips voor toekomstige presessen

10

DILEMMA IV

2) Niet tijdens mijn presesjaar maar tijdens mijn tweede jaar als penning: de avond waarop we ‘ingebroken’ hebben in de Blandijn en tot drie uur ‘s nachts een boppit-toernooi hebben gespeeld, waarbij de verliezers dan naakt rondjes moesten lopen in auditorium E. Fantastische avond met onder andere Meurs, Beast en Ben. We vonden het dan ook een goed idee om alle Aiki Noodles uit de kast in een pot te gooien en te koken, samen met speculaas en nog wat andere zaken die we gevonden hadden. Helaas vonden de Externes het niet zo tof dat we onze sponsoring hadden opgekookt - maar tijdens het kerstfeestje heeft Beast alle verloren gegane Aiki Noodles opnieuw aangekocht en aan Annelien als cadeautje gegeven. Het gehuurde busje dat per ongeluk kapotgereden was na de Rock Rally.

Zeer positief. Ik geloof dat we een jaar hadden waarin we als presidium veel bijleerden en veel plezier maakten, maar ook (en vooral) dat we een (pseudo-)professionele visie uitgewerkt hebben en onze leden actief hielpen bij hun studentenleven.

Ik herinner me geen specifiek hoogtepunt, maar genoot persoonlijk steeds van de ‘cooldownmomenten’ na een cantus. Daarnaast was ik ook zeer tevreden met onze vlotte overstap naar Standaard Boekhandel. Het meest van al was ik echter ongelooflijk tevreden om met een groep gemotiveerde en zeer capabele mensen samengewerkt te mogen hebben.

Waar dat natuurlijk voor iedereen verschillend is, heb ik geen echt dieptepunt ervaren tijdens mijn presesjaar. De fouten die we maakten, hebben we volgens mij allemaal kunnen omzetten tot waardevolle lessen, soms voor onszelf, soms voor de jaren die na ons kwamen.

Kelderhangen.

De enorm gevarieerde menselijke interactie en stroom aan nieuwe mensen om te leren kennen.

Zorg goed voor jezelf - vooral op mentaal vlak: If you don’t take the

Plezier, ambitie en geloof in een visie zijn zeer sterke interne motivators.

piss out of life, life pisses on you.


Focus

NTHROWBACK Jan Bogaert

Tina Hottinger

Aulikki Lefèvre

2015-2016

2016-2017

2017-2018

Met veel trots.

Als een zeer leerrijke ervaring vol liefde en vriendschap. En uiteraard met een vleugje nostalgie.

Herbert die 64 selders bestelde voor de spaghettiavond in plaats van 64 selderstengels. Zijn auto zat vol bakken met selder. Zelden zo’n selder-tomaat ratio gezien.

Een Get DiRRty-cantus leiden vanuit mijn rolstoel. En ook wel onze gigantische schachtengroep die we in het eerste semester gedoopt hebben. Elke keer weer kippenvel op het moment dat de lintjes uitgedeeld worden bij kaarslicht.

Beseffen riteiten daardoor helaas

dat je de verkeerde priohebt gesteld en mensen hebt teleurgesteld. Dat is meermaals voorgekomen.

Het forum.

Dat je als preses je kring niet alleen kunt dragen. Je bent maar zo sterk als je team. Stop dus daar je tijd en energie in. Zonder hun steun ga je niet kunnen bereiken wat je hebt vooropgesteld. Ken hun sterktes en zwaktes, wat hen motiveert en wat ze ambiëren. Wees bovendien transparant in wat je van iedereen gedurende het jaar verwacht, en geef hen voldoende vrijheid om het op hun manier te doen. Je wordt niet uitbetaald, dus neem het allemaal niet te serieus als er eens iets fout loopt. Als je zo tezamen het jaar kunt afronden, dan ga je er met heel veel trots op kunnen terugkijken.

Mijn voet breken en zo heel wat veel te leuke feestjes moeten missen.

Als heel dichtbij en ver weg tegelijk. Ook als een heel sociaal en innovatief jaar.

De Ketnetcantus en de gigantische partysquad die we samen waren bij bevriende kringen.

Toen Amber, mijn secretaris en één van mijn beste vriendinnen, moest stoppen, werd het allemaal een stuk minder plezant.

De constante high waarin je leeft. Mijn hele studentenleven was een aaneenschakeling van veel te veel fastfood, feestjes en mooie vriendschappen. Ik mis het om dag in, dag uit met twintig getalenteerde mensen samen te werken en zo fantastische vriendschappen op te bouwen. Om elke vijf meter die je aflegt in Gent een bekend gezicht tegen het lijf te lopen doordat je dankzij Filologica een heel sociaal netwerk uitgebouwd hebt. En ik mis het om dingen te organiseren vertrekkende van niets om uiteindelijk een knaller van een feest, cantus of benefietavond te mogen afleveren. Ik mis de trots op wat wij als jonge twintigers verwezenlijkten, dag in dag uit. Maar ik kijk met nog veel meer trots terug op die tijd, een leven dat ondertussen als een soort droom aanvoelt, een lang vervlogen tijd.

De gratis drank. Gelukkig is Jelle er nog!

Neem het allemaal niet te serieus. Onthou dat je verantwoording moet afleggen voor je keuzes i.v.m. de kring maar niet voor je persoonlijk leven. En, geniet!

Wees gewoon lekker jezelf, geef je eigen touch aan je presesjaar en vooral: geniet, want je maakt herinneringen voor het leven.

LUSTRUM

11


Focus

HOW TO SURVIVE ...

De Lustrumweek H

et is bijna zover. De leukste week van het jaar komt eraan: de Lustrumweek van Filologica. Iedere dag is er vanalles te doen, maar jammer genoeg houdt school daar geen rekening mee … Hoe overleef je deze week zonder al te veel schade? Anke en Jana, jullie reis- en studiepreses geven jullie enkele tips!

Tip 1: Allereerst is het belangrijk dat je een planning maakt. Dat kan bijvoorbeeld in je gsm of in je agenda. Beslis naar welke activiteiten je zal gaan en zo kan je kiezen wanneer je voor school gaat werken en wanneer je even rust neemt. Je kan je natuurlijk ook vooraf al een beetje extra inzetten voor school, zodat je op je gemak deel kan nemen aan de activiteiten.

Tip 3: Ga niet iedere dag frietjes of pizza eten. Ik weet dat het echt een makkelijke en lekkere optie is, maar probeer ook af en toe gezond te eten tijdens de Lustrumweek; je lichaam zal je dankbaar zijn! Het hoeft niet superspeciaal te zijn, een bezoekje aan De Brug of een zelfgemaakt slaatje zijn ook al gezonde(re) opties!

Tip 5: Geniet er gewoon van! Waarschijnlijk maak je maar één Filo-Lustrum mee, dus haal er alles uit en neem deel aan al je favoriete activiteiten.

Tip 2: Het is bijna paasvakantie, dus je schoolwerk kan je wel een weekje laten liggen. Studie zegt dat het mag, zeker als je de eerste helft van het semester al goed je best hebt gedaan. Als je je er toch een beetje slecht bij voelt - I feel you probeer dan zoveel mogelijk in het begin van de week te doen. De kater en het slaaptekort worden alleen maar erger naarmate de week vordert.

Tip 4: Dronken in de les zitten wordt niet zo gewaardeerd. Sommige activiteiten, zoals de niet te missen ochtendcantus, vallen doorheen de dag waardoor je soms wel eens een beetje day-drunk kan zijn. Dan kan je gewoon beter je roes uitslapen en die ene les een weekje overslaan. Zorg er wel voor dat het bij dat ene weekje blijft. Een week kan geen kwaad, een heel semester wel. Sla lessen waarvoor er punten op aanwezigheid staan niet over, tenzij je ze toch al een keer geskipt hebt (foei!). Dat ene puntje kan het verschil zijn tussen een negen en een tien. Dan drink je best eens wat minder of geen alcohol. De activiteiten gaan sowieso super leuk zijn, dus je verliest er helemaal niets meexoxo Reis & Studie

12

DILEMMA IV


Focus

2004 in vogelvlucht: 15 jaar terug in het collectief geheugen

Z

oals elke Filoloog ondertussen hopelijk al weet, vieren we dit jaar dat het ondertussen alweer anderhalf decennium geleden is dat de kringen Germania en Romania een liefdesbaby kregen en samensmolten tot ieders favoriete taalgerelateerde studentenvereniging. Dat vijftienjarig bestaan hoort natuurlijk uitbundig gevierd te worden met de nodige festiviteiten, maar bij al dat euforisch navelstaren zou een mens bijna vergeten dat 2004 nog andere hoogtepunten had dan het ontstaan van Filologica. Daarom neem ik jullie graag mee langs enkele van de meest opmerkelijke momenten van vijftien jaar geleden in dit beknopte overzicht.

Op vlak van wereldpolitiek was 2004 zeker een interessant jaar. Zo deed de Europese Unie aan gezinsuitbreiding en traden Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus en Malta toe tot de Unie. Die landen maken sindsdien ook deel uit van de Schengenzone, dat vrij verkeer van personen mogelijk maakt binnen dit gebied. Heel handig als je bijvoorbeeld eens op reis wil gaan naar Malta ofzo, ik zeg maar wat. Verder naar het Noorden, in Rusland, werd Vladimir Poetin herkozen voor een tweede termijn als president van Rusland. Poetin zou (met uitzondering van de periode 20082012 waar hij optrad als eerste minister onder Dimitri Medvedev) tot op heden aan de macht blijven als staatshoofd. Weinig politieke verandering bij onze Russische vrienden dus. Fijn om te zien dat er toch nog zekerheden zijn in een wereld van fake news, populisme en toenemende politieke instabiliteit. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan verkozen ook de Amerikanen een nieuwe president. Het werd niemand minder dan George W. Bush, die het ambt voor de tweede keer op zich mocht nemen. Enkele maanden eerder moest Amerika afscheid nemen van een partijgenoot en voorganger van Bush: Ronald Reagan. Reagan wordt vooral herinnerd om zijn economisch beleid, later “Reaganomics” genoemd. Zijn tweede ambtstermijn stond vooral in het teken

van een anticommunistische strijd en van onderhandelingen met de Sovjet-Unie om het einde van de toen plaatshebbende wapenwedloop te bespoedigen. Naast Ronald Reagan verloren ook onder andere Fiep Westendorp, Juliana (Koningin Der Nederlanden), Marlon Brando, André Hazes en Yasser Arafat het leven. Hoewel een aantal bekende mensen in 2004 hun plek onder de aarde vonden, blijft het toch vooral een jaar dat de mensheid naar boven keek. De ruimtevaart boekte enkele successen. Zo was er de Cassini-Huygens-ruimtesonde die op 1 juli 2004 Saturnus bereikte en vond de eerste private ruimtevlucht plaats met het experimentele vaartuig SpaceShipOne. Daarnaast landden de twee onbemande MER-rovers Spirit en Opportunity op Mars. Hoewel de Spirit-missie al werd afgesloten in 2011, bleef de Opportunity rover de rode planeet verkennen tot februari 2019 toen NASA definitief het contact verloor en de missie afsloot. Naar verluidt waren de laatste woorden van de Opportunity: “My battery is low and it’s getting dark”, een boodschap die herkenbaar is voor elke Blandino die ooit al eens te lang in de Amber is blijven plakken. Ook voor jou een fijn Lustrumjaar, Oppy. Dichter bij huis speelden zich ook nog enkele noemenswaardige gebeurtenissen af met onder andere de oprichting van Facebook, ’s werelds bekendste sociaal netwerk, dat al 15 jaar lang onze priva-

cy schendt en gegevens doorverkoopt aan de hoogste bieder. Fijn Lustrumjaar, Marc Zuckerberg! Het bestaan van sites zoals Facebook en Twitter introduceerde ook de term ‘social media’ in het Engelse lexicon, wat meteen een van de meest invloedrijke nieuwe woorden van het jaar zou worden naast ‘life hack’, ‘paywall’, ‘podcast’ en ‘waterboarding’. De taalkundigen onder ons kunnen hun hart ophalen bij zoveel leuks; op literair vlak bleek 2004 maar een mager jaar te zijn. Het meest spraakmakende dat het internet mij wist te vertellen over de literaire wereld van 15 jaar geleden is dat de Duitse schrijfster Elfriede Jelinek de Nobelprijs voor Literatuur won, en dat Hella S. Haase (bekend van Oeroeg, een boek dat elke eerstejaarsstudent Nederlands wel eens in handen krijgt) beloond werd voor bewezen diensten met de Prijs der Nederlandse Letteren. 2004 was dus een bewogen jaar. Overal ter wereld werden grote en kleine prestaties neergezet, werden dingen opgericht of afgebroken en hier, te Gent, de oude stede, ergens in de schaduw van de Boekentoren, ontstond de kiem van de vereniging die nu zijn vijftiende verjaardag viert. Een fijn Lustrumjaar, Filoloogjes!

Victor Ysebaert

LUSTRUM

13


Focus

Het Forum der M

et enkele vragen over hoe hun functies verliepen, wat hun meest memorabele momenten waren, wat ze hebben bijgeleerd en nog veel andere gekke of diepzinnige vragen, bekogelden we de propresiumleden. Antwoorden werden gekatapulteerd van vroege jaren, recentere jaren en heel recente jaren. Van alle moedigen die zich waagden om gewiekste antwoorden te geven, hebben we telkens de beste overgehouden en in het Forum der Propresidiumleden gegoten. (Dat laatste is trouwens een betere titel dan ‘Quoten met idioten’ nvdr.) Inleiding door Gilles Vanden Bogaert & vragen door Florine De Keyser

Wat heeft Vice zijn je bijgeleerd? Sander Laridon Vice 2007-2008

General management, in al z’n facetten. Strategische lijnen uitzetten, de organisatie uitbouwen, budgetten beheren, coachen van teams. Eraan sleuren en er zo mee voor zorgen dat de boîte draait. En dat in de schaduw van de preses. Iets wat ik tot op heden nog altijd doe. Vervang gewoon ‘preses’ door ‘CEO’.

Wat heeft Vice zijn je bijgeleerd? Verwacht het onverwachte, maar helemaal voorbereid ben je nooit.

Arne Chys Vice 2016-2017

Rottigiste taakje dat je preses je heeft doen uitvoeren? Eerder een taak die onrechtstreeks vaak bij mij belandde: als je een zaal boekt in de Therminal moet die altijd «spik en span» zijn. Spik en span tussen aanhalingstekens, want de maatstaven van de Therminal zijn even arbitrair als de relatie tussen klank en betekenis (aldus Saussure). Wanneer de zaal niet in orde was, belde Sarah, de thermi-juffrouw, naar de Preses. Tina had echter de gewoonte om niet voor 11u haar gsm op te nemen, dus belde Sarah de thermi-juffrouw naar de volgende in de rij. Zo was het dat de Vice meermaals voor dag en dauw werd wakker gebeld om toch even naar de therminal te komen, omdat de bezem niet in de juiste kast stond. Foei aan de T.A.P.’jes.

Rottigste taakje dat je preses je heeft doen uitvoeren? Luca Garcia Vice 2017-2018

14

DILEMMA IV

Alles wat voor 11u ‘s ochtends moest gebeuren, nam ik op als een persoonlijke aanval. En ook eens kots opruimen tijdens een cantus, maar daar heb ik me listig uitgewerkt.


Focus

Propresidiumleden Arthur T’Kindt Sec 2016-2017

Meest verlieslatende activiteit? Madelon Backx Penning 2011-2012 & 2012-2013

De heropeningsfuif, omdat iemand een kassa was kwijtgespeeld.

Meest vieze dat je ooit gevonden hebt in de kelder?

Wanneer gaat Filo failliet?

Ranzige overschotten van mensen hun middagmaal. (Al dan niet van reeds meerdere weken geleden. Studenten Biologie zouden er een fortuin voor geven, te zien wat voor intelligent leven daaruit voortkwam!)

2082 .

Amber Van Landeghem Sec 2017-2018

Moeilijkste taak als secretaris? Niet vloeken wanneer je net de kelder zo proper mogelijk had gekregen en de volgende leswisseling er weer broodzakjes, blikjes en alle andere kinds of vuil terugvinden. Oh joy.

.

Meest memorabele schacht? Op eerste plaats: Herbert Bracke. Op de cantus riep hij terug: «Schachtentemmer, jij drie vingers». Dat is me toch eeuwig bijgebleven. Ook Lukas Nuninga verdient hier een plaatsje als zalige opvolger voor het bachelorteam van de ‘joyeuses blondes’ (Lau-

rien Vereecken, Tatjana Ceuterick, Lukas Nuninga ndvdr.). Maar eigenlijk waren ze allemaal stuk voor stuk fantastische schachten.

Tatjana Ceuterick Bachelor 2014-2015

Liever schachtentemmer of bachelormama? Schachtentemmer want ik vind het leuk om een ‘dikke bitch’ te zijn (maar ik was ook heel lief).

Leukste activiteit om te organiseren? Woorden & Daden. Ik had er erg veel stress voor en het was moeilijk om genoeg mensen te vinden die wilden spreken/optreden, maar de reacties achteraf waren het meer dan waard.

Celien Janssens Cultuur 2016-2017 Zijn ereleden irritant?

Zijn ereleden irritant?

Fien Hendrickx Externe PR 2016-2017

Laurien Vereecken Bachelor 2013-2014

Irritante mensen? Neen! Maar soms werd ik een beetje gek bij de verdeling van Dilemma die op tijd moet gebeuren. Jammer genoeg stond ik hierbij vaak voor een gesloten deur.

Nee, maar ze eten te veel waardoor mijn porties die volgens de kookwebsites echt wel voor tien man waren, ineens een aperitief leken.

Luca Garcia Externe PR 2017-2018

LUSTRUM

15


Focus Wat is je favoriete cocktail die je ooit voor Filologica hebt gemaakt? Eveline Vandewalle Feest 2016-2017

We hebben vaak proberen experimenteren met de cocktails! Zo hadden we op de Par2-D2 twee cocktails die licht gaven door de blacklights :D Verder hebben we toen ook jelloshots gemaakt, die ondanks de vieze smaak wel echt cool oogden! Mijn favoriet moet wel nog steeds de Capri Sun cocktail zijn (zie al mijn smeekbeden op de vergaderingen dit jaar). Deze was super makkelijk om te maken en viel wel echt in de smaak (mede door zijn fotogeniek gehalte hehe).

Aulikki Lefèvre Interne PR 2016-2017

Hoe probeerde jij jouw stempel te drukken op de posters van Filologica? Veel puppies!!

Leukste moment op reis? Voor mij was de reis echt één groot hoogtepunt. Maar als ik dan toch een moment zou moeten kiezen, kies ik de daguitstap naar Trakai (een klein dorpje net buiten Vilnius). Ook het moment waarop de uitbater van ons hostel een foto wou nemen van mijn oor (kinky fetish?) zal mij altijd bijblijven, alhoewel dit niet echt een hoogtepunt was.

Jan Raeymakers Reis 2017-2018

Waar liep het helemaal mis? Hoezo mis? We zijn helemaal niet naar de mis gegaan.

Favoriete rubriek in Dilemma? ‘Achterklap’, een rubriek à la ‘Uitlaat’ in Humo, die vol stond met allerlei belachelijke mopjes (in het algemeen, of over bekende Filogezichten in het bijzonder). Via de Filowebsite kon je Achterklap insturen. Dat werd zo weinig gedaan dat we de Achterklap eigenlijk altijd zelf verzonnen. Die uren in een lege Filokelder waarop ik samen met mijn medescriptor de slappe lach had om onze zelfbedachte mopjes die verder niemand grappig vond: heerlijk! Verder ook héél mooie, bitterzoete herinneringen aan de totaal politiek incorrecte maar wel super professioneel in Paint gelay-oute avonturen van Tumorbeer <3. Valt eigenlijk eveneens onder de categorie ‘zelfbedachte mopjes die verder niemand grappig vond’.

16

DILEMMA IV

Joyce Goossen Reis 2016-2017

Lore Aertsen Scriptor 2008-2009 & 2009-2010

Youness Iken Scriptor 2017-2018

Favoriete rubriek in Dilemma? Een normale scriptor (zijn er normale scriptoren?) zou Focus, Interview of Culturama zeggen, omdat daar in het lang en in het breed vaak goeie stukken worden neergepend, maar eigenlijk vind ik ‘We bedanken / We vervloeken’ de beste vierkante centimeters van Dilemma, omdat er cryptisch en bondig een hilarische samenvatting wordt gegeven van wat de scriptoren of de hele Blandijncommunity in de ban hield tot het verschijnen van de editie.

Tom Vandevelde Sport 2008-2009 & 2009-2010

Hoe probeerde je luie Filoloogjes uit de zetel te krijgen? De onweerstaanbare charmes van mijn partners in crime Pieter Glorieux (08-09) en Fien Demuynck (09-10) waren daarbij van essentieel belang. Als de puppy eyes dan toch eens niet bleken te voldoen, draaide Fien er haar hand niet voor om om mensen hoogstpersoonlijk de zetel uit te sleuren. Een echte pitbull. Maar een lieve hoor! Verder zorgden we voor een reboot van de legendarische, maar toen in de vergetelheid geraakte, studentikoziteitskamp. Wonderbaarlijk, hoe snel tooghangers zich sportief tonen als er drank mee gemoeid is.


Focus Hoe probeerde je luie Filoloogjes uit de zetel te krijgen? Ik deed vaak ludieke aankondigingen in auditorium E, maar ik was helaas niet zo succesvol. Misschien had ik me eens moeten verkleden in Geert van GUSB, wie weet …

Fien De Brie Sport 2015-2016

Meest gewaardeerde stucu en waarom?

.

Meest gewaardeerde stucu en waarom? Florine De Keyser Studie 2016-2017

De namenlijst van HK die we vroeger hadden, omdat ik daarover nog een felle ruzie gehad heb met Laurens Slegers van V.G.K., die niet wist dat we dat ding al meer dan 5 jaar verkochten. #mesinderug zal ik niet snel vergeten!

Amber Van Landeghem Sec 2017-2018

Ben De Slagmulder Studie 2017-2018

Moeilijkste taak als secretaris? Niet vloeken wanneer je net de kelder zo proper mogelijk had gekregen en de volgende leswisseling er weer broodzakjes, blikjes en alle andere kinds of vuil terugvinden. Oh joy.

Anne-Cathérine Neirinck T.A.P. 2016-2017

Taal- en tekststructuren. De reeds bestaande stucu voor ITT was enkel een samenvatting van de syllabus. Ik heb deze samenvatting herzien en geüpdatet. Aangezien het examen voor 1/3 bestaat uit vragen uit de syllabus, 1/3 uit de slides en 1/3 uit de lectuurbundel, heb ik alle notities bij de slides aan de stucu toegevoegd. Ten slotte heb ik een leidraad/voorbeeldantwoorden bij de lectuurbundel aan de stucu toegevoegd. Ik vind het de meest gewaardeerde stucu, omdat het naar mijn mening de meest volledige samenvatting is voor dat vak.

.

T.A.P. staat voor ‘Taalgerichte Activiteiten Preses’, hoewel er vooral eetactiviteiten georganiseerd worden. Naam veranderen naar H.A.P. of meer taalgerichte activiteiten organiseren? Ik stel PAP voor. De link met eten is dan meteen duidelijk. De eerste P zou dan voor “pastakokende” staan. Als taalactiviteit zouden we een zoek-een-nieuwe-afkorting-voor-TAP-wedstrijd kunnen organiseren. Enkele kanshebbers: WRAP, SAP ...

Emiel T’Kindt HTMiel Web 2016-2017, 2017-2018 & 2018-2019 Keizer Web!

Simon Lambrecht T.A.P. 2017-2018

T.A.P. staat voor ‘Taalgerichte Activiteiten Preses’, hoewel er vooral eetactiviteiten georganiseerd worden. Naam veranderen naar H.A.P. of meer taalgerichte activiteiten organiseren? H.A.P.! H voor heerlijk! En dan eens een fondue-avond of iets dergelijks organiseren.

Leukste T.A.P.-activiteit? Hoe lang zal de keldercomputer nog leven? Als je hem/haar/het niet te veel verplaatst, op tijd eens een opstartherstel doet, hem/haar/het zo stofvrij mogelijk houdt en hem/ haar/het met de nodige liefde verzorgt, kan deze nog een hele tijd meegaan. <3

.

De dessertavond: desserts en cava à volonté = iedereen blij.

Charlotte Binnemans Externe PR 2015-2016

LUSTRUM

17


Focus

advertentie

18

DILEMMA IV


Focus Roeland Gunst 2005-2006

Als student maakte ik nog de invoering van het bachelor- en mastersysteem en het opbreken van de grenzen tussen de talenfamilies (Germaanse, Romaanse en Klassieke talen) mee. Het boekje van het toenmalige Germania heette ‘Literatuurlijk’ en was nog een boekje in A5-formaat dat je onmogelijk plat kon drukken wegens te veel papier. Met de overgang naar ‘Dilemma’ in mijn eerste masterjaar werd het formaat groter en werd er vooruitgang! - pardoes met een grafisch programma als Adobe InDesign gewerkt. In mijn afsluitende masterjaar had ik de eer om zelf Dilemma’s in elkaar te steken en te coördineren. (Ik beschouw “Klooien in InDesign” nu nog steeds als een heel waardevol extracurriculair keuzevak.) Dilemma was voor mij (als scriptor of als redactielid) een oefening in inhoudelijke variatie. Je moet niet alleen de naveltjes van het presidium nastaren in leuke activiteitenverslagen, maar de blik ook verruimen: een vertrouwd gezicht in en rond de Blandijn aan de tand voelen en peilen naar het buitenlandse wedervaren van Erasmusstudenten. Ik schijn de meeste zaken vergeten te zijn - #gettingold - maar de interviews met enkele proffen deden me beseffen dat veel van hen over een authentieke, ongebreidelde nieuwsgierigheid beschikken waar ik enkel eerbied voor kon hebben. Wat ‘schrijfvaardigheden’ betreft, daagde Dilemma me uit om meerdere registers te leren gebruiken. Hoe meer je schrijft, hoe minder het volstaat om te switchen tussen enerzijds academisch taalgebruik voor een masterproef en anderzijds een sarcastische stijl waarmee je de origineelste vondsten uit je pen wil wringen. Tot slot: bij het schrijven van dit stukje kwamen de volgende quasi-retorische vragen in me bovendrijven: • Doceert Magda Devos nog Nederlandse Taalkunde? • Herinnert íemand zich professor De Grauwe nog? • Zit Rita Mostaert nog steeds aan de kassa’s van De Brug? De lieve vrouw weigerde uiteindelijk gefotografeerd te worden voor Dilemma. :( Komplimenten, Roeland.

De proscriptor spreekt ... Jeroen Zuallaert 2006-2007 Geachte Dilemma-lezer Tot u spreekt een voormalig Scriptor, maar hou dat alstublieft stil. Ik hou mijn studentikoze uitspattingen immers verborgen voor nageslacht en werkvloer. Maar daarover straks meer. In het gezegende academiejaar 2006-2007 hadden Dilemma’s veel weg van Herman Van Rompuy: inhoudelijk konden ze verrassen, maar de vorm leek werkelijk nergens naar. Qua lay-out zagen de nummers eruit alsof ze in Word waren opgemaakt – dat was niet ver van de waarheid – en ook de foto’s misten, net als veel artikels, focus. Pas wanneer het werkmans- en gezinsleven zich als een onverbiddelijke sluipmoordenaar aandient, besef je hoeveel tijd je als student had om werkelijk niets uit te vreten. Zo heb ik – vergezeld door collega’s – eens alle toiletten van de Blandijnberg en de Rozier bezocht voor een uitgebreide recensie. Of ben ik eens twee uur door Gent gelopen op zoek naar een Rita voor de onvolprezen rubriek Rita’s in Gent. Hoe allesverterend brandde toen reeds het heilige vuur der journalistiek! Maar genoeg over die vervlogen jaren. U hebt er per slot van rekening niets aan dat een grijsaard van 32 jullie vertelt dat cantussen ‘cool’ is – mijn generatie gebruikt dat woord nog steeds – of dat hij ooit nog een vervaarlijk oprukkende linksback was voor het Filologica-elftal. Meer nog: jullie hebben er alle baat bij dat oudere generaties hovaardig die liederlijke ongein afwijzen. Zonder ons milde getandenknars is er voor jullie niets aan. Het allermooiste aan het studentenleven is vergetelheid. Je kan rondsnuiven, rondzwelgen en rondbeffen wat je wil, maar eens je bent afgestudeerd, ben je vrijwel onmiddellijk vergeten. Dan weet niemand nog wat er na de Rockcantus in de π-nuts is gebeurd, of wat het verhaal was achter die verdachte geur in lokaal 0.016b. En dat is maar goed ook. Ik wens u veel plezier en vergetelheid.

Elke Janssens 20012-2013 Het is vijf jaar geleden dat ik het voorrecht had om met innige journaliste en getalenteerde vriendin (en omgekeerd) Sarah Vandoorne samen te werken als scriptor. Er is veel veranderd in vijf jaar, maar niet alles. Ik krijg de gelegenheid om een kort tekstje in te zenden voor deze Lustrumeditie van Dilemma en ik twijfel opnieuw over alles. Ik wil dat elke zin zin-vol is, en besef dat er behalve een gemeend en goed compliment aan mijn collega-scriptor van toen, niets van al mijn voorgaande woorden, voor iemand betekenisvol was. Dus doe ik beter mijn best na het volgende punt. Enorm goed bezig, studenten van 2018-2019! Dilemma ziet er mooier uit dan ooit, en jullie klimaatacties maken nu al een verschil. Pluimen op jullie afstudeerhoedje!

LUSTRUM

19


advertentie

20


CULTU AMA R


Culturama

Twee regisseurs op zoek naar nostalgie

O

p 5 en 6 maart stelde Filologica het stuk ‘Spijtwater’ voor. In een regie van Charlotte Durnajkin, bracht de cast een verhaal over gemis en omgaan met de dood. Inneke Plasschaert en Noush Meirlaen, de regisseurs van het allereerste Filologica-toneel ‘Zes personages op zoek naar een auteur’ en het tweede ‘Zoals gebruikelijk’, woonden de voorstelling bij. Na afloop deelden ze hun bevindingen en praatten we over hoe zij hun productie - inmiddels al twee Lustrumjaren geleden - ervaren hebben.

Wat vonden jullie van het stuk? Wat is jullie opgevallen of bijgebleven? N: Het was een heel aangenaam stuk om naar te kijken en we hebben ons helemaal niet verveeld! Je zag ook duidelijk dat er goed gerepeteerd was: de acteurs speelden goed op elkaar in en er was heel wat interactie op de scène. Inneke en ik zijn het er over eens dat we het deel in het komische register het beste vonden. Er waren wel minder acteurs dan in onze tijd, maar onze producties waren toen ook echt stukken groter. Het was een vrij abstract stuk waarin monologen en dialogen elkaar frequent afwisselden, waardoor je met de vraag bleef zitten wat er nu werkelijk was gebeurd met het hoofdpersonage. Zijn jullie zelf een voorstander van abstractere stukken of eerder van klassieke werken met een meer lineaire opvolging. Waar trekken jullie die grens? I: Dit is een kopper, hé. (Richt zich tot Noush) Denk je dat wij een traditioneel stuk zouden opvoeren?

22

DILEMMA IV

«Het is leuk om te horen dat er nu elk jaar weer een toneel georganiseerd wordt. Dat houdt ook een beetje leven in je kring. »

N: Wij hebben eigenlijk altijd stukken met een hoek af opgevoerd. Dat het niet per se van een punt A naar een punt B hoeft te gaan, hoort een beetje bij het genre, en zeker bij studententoneel Ik vond dat ‘Spijtwater’ nog een vrij goed te onderscheiden verhaallijn toonde. Hoewel er hier en daar wel wat zijsprongen waren, vond ik dat niet storend. I: Ik vind die ‘stukken met een hoek af’ net dankbaarder om op te voeren. Je hebt eigenlijk bijna een vrijgeleide om te doen wat je wil. N: Je kan natuurlijk ook aan een traditioneel stuk iets veranderen. I: Maar de kans op slagen is dan kleiner volgens mij. N: Ja, door een klassiek stuk te spelen waar je weinig aan verandert geef je wel meer de indruk dat het een studententoneel met een laag budget is. Vinden jullie het belangrijk dat verenigingen aandacht besteden aan het studententheater, ook al is dat kleinschaliger dan het professionele theater?

N: Zeker en vast! Het zou spijtig zijn als de verenigingen voor Taal- en Letterkunde al geen toneel meer opvoeren. Wie zou dat dan wel nog doen, buiten de toneelopleiding? Ook al is dat geen eeuwenlange traditie. (Richt zich tot Inneke) Hoe zat dat eigenlijk bij Germania en Romania? I: Germania had ooit een toneel, maar dat is dan stilaan verwaterd. Nadien kwam Filologica en hebben we het toneel weer van onder het stof gehaald. N: Het is daarnaast ook leuk om te horen dat er nu elk jaar weer een toneel georganiseerd wordt. Dat houdt ook een beetje leven in je kring buiten de klassieke activiteiten. Zeker ook omdat cultuuractiviteiten een lange tijd niet veel voorstelden. Ik denk dat het wel belangrijk is dat studentenkringen dat waarderen, of dat nu in de vorm van een toneel is of van iets anders. I: Je geeft ook een podium aan mensen die dat anders misschien niet gaan vinden. N: Je eigen stuk opvoeren als je zo’n 22 jaar bent … In studententoneel kan dat, maar in een amateurgezelschap moet je luisteren naar een regisseur van 55 die al dertig jaar meedraait.


Culturama

Wat heeft jullie dan precies geïnspireerd om het toneel terug te brengen? N: (Richt zich tot Inneke) Dat hebben ze aan jou gevraagd. I: Maar ik weet niet meer waarom. N: Omdat Filo vijf jaar werd en haar eerste Lustrumjaar vierde? En jij stond natuurlijk ook bekend als iemand die al jaren toneel speelde. I: Ik weet nog dat telkens ‘toneel’ ter sprake kwam, iedereen naar mij wees. Dus ook bij het regisseren van het toneel, ook al had ik dat nog nooit gedaan. N: Dan kwam jij huilend naar mij. (Lacht) I: In de les Italiaans vermoedelijk. N: Dan kwam jij huilend naar mij en zijn we samen op zoek gegaan naar wat we zouden kunnen opvoeren. Het plan was om samen te regisseren maar uiteindelijk heb jij dat voornamelijk gedaan. I: Jij had meer een expertenrol. Om de zoveel tijd kwam je de boel redden. (Pauze) Ja, het was inderdaad omwille van het Lustrum. N: Voor een Lustrum wil je altijd iets speciaals doen. “Laten we toneel spelen” dachten we dus. Het was meteen een ambitieuze onderneming: een groter publiek, want de kring was toen groter. We kregen direct de Arca als zaal, die iets groter is dan de Tinnenpot, en hebben het drie keer opgevoerd. In totaal was dat goed voor zo’n 600 toeschouwers. Dat lijkt heel erg imposant maar je rolt daarin

en je denkt op dat moment ook dat alles wel goed zal komen. I: Je trekt dat inderdaad niet in twijfel. Als ik er nu op terugblik, denk ik dat ik wel vaker zou stilstaan en aarzelen bij het hele gebeuren. N: Je hebt een soort blind zelfvertrouwen: in ons eerste stuk waren er kleine rollen weggelegd voor twee kinderen. Zonder er al te veel bij na te denken zijn we er gewoon voor gegaan: ‘Twee kinderen? Geen probleem.’ Het jaar daarop volgde een gelijkaardig verhaal. We hadden minstens tien acteurs die opnieuw wilden meespelen en ook nieuwe kandidaten. I: Het moest een inclusief verhaal zijn. We gingen niet met zes spelen als er vijftien mensen waren die eraan wilden meewerken. N: We moesten iets hebben met zeventien rollen die ongeveer even veel tekst hadden. Je gaat zoeken maar zo een stuk bestaat gewoon niet. We namen er dan twee en hebben er een derde tussen gelast. En dan begin je er gewoon aan en denk je maar dat je het allemaal wel kan. I: (Richt zich tot Noush) Je kon het ook, hé Noush. N: Ja goed, maar nu zouden we dat niet meer doen - of toch niet op die manier. (Pauze) N: Theater is iets wat je met weinig kan vergelijken, in termen van energie en toewerken naar iets. Het is een zeer groot cliché - de magie van het theater - maar dat is er ook echt wel.

Als de lichten uitgaan dan moet het allemaal gebeuren. Dat is ook aan bod gekomen in het stuk: waar de schoonheid van theater nu precies ligt. Wat zouden jullie antwoorden op die vraag? N: (Denkt na) Het is moeilijk om niet in clichés te vervallen maar je hebt het directe contact met de toeschouwer: die fysieke nabijheid veel meer dan een boek of film. Als een scene of een tekst goed ineen zit, vergeet de toeschouwer even dat hij in het theater zit. Dat was trouwens het thema van onze stukken: de scheidingslijn die een beetje wegvalt tussen het publiek en wat er op de scène gebeurt. Als dat lukt, is dat zeer fijn om te zien gebeuren. I: Je creëert een momentum. Je zou dat niet kunnen doen met voorbedachten rade: je kan geen tweehonderd mensen in een zaal zetten en zeggen: ‘Nu gaan we allemaal samen iets maken’. Het publiek doet mee zonder dat zelf te weten, soms zijn de toeschouwers zich daar zelfs niet van bewust op het einde. N: Je creëert een gesloten ruimte waar de werkelijkheid eventjes niet binnenkomt. En tegelijk heb je ook altijd iets dat balanceert. Er kan altijd iets verkeerd gaan, wat niet het geval is met een boek of een film. Zijn jullie nu nog actief in de toneelwereld?

LUSTRUM

23


Culturama N: Neen, allebei niet, en ik denk dat het ons beiden wel spijt. Elke keer als ik naar een toneelstuk ga, denk ik ‘ik zou het ook wel weer willen doen’. Ik heb wel nooit heel graag gespeeld: altijd geschreven en een keer geregisseerd. Maar je wordt oud, hé. (Iedereen

lacht) I: Ik wil dat geen vier keer op een avond onder ogen moeten komen. (Lacht) N: Na je studies heb je een moment waarop alles van verenigingsleven en dergelijke op de achtergrond verzeilt. Nadien kan je dat opnieuw opbouwen - en dat lukt als je dat echt wilt. Maar soms geraak je in andere dingen geïnteresseerd en voor je het weet, heb je een job. (Pauze) Ondertussen zijn we negen jaar verder en dan denk je wel eens ‘oké, misschien is het nu wel tijd om dat eens opnieuw op te nemen’. I: Het verloopt wat met ups en downs. Ik heb zelf altijd toneel gespeeld, en dan toevallig geregisseerd samen met Noush. Na de Filo-tonelen ben ik zelf terug gaan spelen. Ik studeerde toen nog dus ik had daar wel wat tijd voor. Maar, zoals Noush zei, wanneer je dan afstudeert, verhuis je, zit je niet meer in Filo … Heel dat kleine ecosysteem waarin heel je wereld zich vier of vijf jaar heeft afgespeeld, verdwijnt. Daarna teruggaan naar ‘deurenkomedie’, lijkt dan een stap terug en schrikt dus af om het niet te doen. N: Maar dat is ook een beetje een excuus. Waar een wil is, is een weg natuurlijk. Het is nu ook niet zo dat toneel ooit mijn hele leven volledig beheerst heeft. We hebben die

24

DILEMMA IV

opvoeringen gehad maar nadien had ik niet meteen de gedachte dat ik opnieuw iets gigantisch te vertellen had. Hebben jullie ooit getwijfeld om de creatieve richting in te gaan? I: Ik heb nog serieus overwogen om te acteren. Maar dat heb ik dan, door een mix van redenen, niet gedaan. Ik speelde zelf wel nog en heb dan aan een semi-professioneel stuk meegewerkt. Dat had alle nadelen van professioneel theater en niets van de voordelen - dat is wat ze bedoelen met semi-professioneel. (Lacht) Dat was geen spectaculaire ervaring voor mij. Omdat ik de vrijheid die ik als regisseur bij Filologica had, in die positie helemaal niet meer had. En door de compromissen die je moet sluiten en zeker ook de impact die dat op je leven heeft. Als je die keuze maakt, kan je het gewone leven hobby’s, vrienden … - vergeten. Je werkt wanneer alle anderen ‘buiten spelen’ bij wijze van spreken. En dan is er ook nog de onzekerheid. Dat allemaal in overweging genomen, wou ik het wel bij amateurtheater houden. Ik ben nu wel blij dat ik het niet gedaan heb. N: Schrijven was wat ik het liefste deed. Zoals elke student Taal- en Letterkunde denk je dan de nieuwe grote man te zijn. Hoewel ik schrijven nog altijd iets belangrijks en aangenaams vind, heb ik niet de pretentie om te denken dat ik zomaar mijn job kan opgeven, om mij op te sluiten en dan een meesterwerk te creëren. Zo werkt het niet. Een klein beetje realisme mag soms ook

wel. Maar goed, dat neemt niet weg dat het mogelijk is om enerzijds te werken en anderzijds iets creatiefs te doen. Het komt je creativiteit ook niet noodzakelijk ten goede om je elke dag volledig op dat creatieve aspect te concentreren. Voor sommige mensen misschien wel, maar zeker niet voor iedereen. Contact met anderen en normaliteit hebben ook hun charme. I: Ook het comfort van tijd te hebben, is gewoon heel aangenaam. Je moet leven hé, met een evenwicht tussen je job en ‘je wereld’. In ieder geval heb je altijd iets nodig om de druk dat je meesterwerk er op een bepaald moment moet staan, omdat er anders geen boterham met choco meer is, even niet te moeten voelen. Dat komt je creativiteit net ten goede, omdat niks moet. Hebben jullie nog advies toekomstige Filo-regisseurs?

voor

N: Zo snel mogelijk repetitieschema’s vastleggen! En ook een beetje durven, voet bij stuk houden en niet te veel compromissen sluiten. Als ze je het vertrouwen en je vindt acteurs die met je meewillen, ga dan gewoon voor dat idee in je hoofd en kijk niet te vaak om. I: Onze sterkte was ook onze groep: je kan in je eentje nog zo creatief zijn als je wil en de beste bedoelingen hebben, samen ga je nog zoveel meer bereiken. Schep een band van vertrouwen met wie het ook is die de bankkaart vasthoudt, bewaar die band en vooral: doe ‘uw goesting’. Julie Vlaminck en Gilles Vanden Bogaert


Culturama

Beste

series

* Een volledig subjectieve en ongefundeerde review van series die te zien zijn op Netflix.

Code 37 Beste Vlaamse serie Hou je van een kick-ass independent woman in de hoofdrol van een serie? Dan moet je zeker naar Code 37 kijken. Veerle Baetens speelt inspecteur Hannah Maes, een vrouw in de mannenwereld van de politie, die in de verste verte niet met zich laat sollen en er alles aan doet om zedendelinquenten op te pakken. De duistere sfeer en de goede acteerprestatie zorgen voor een geweldige beleving. Extra pluspunt: het decor van de serie is niets minder dan onze geliefde stad Gent.

Elementary Deze herwerkte, hedendaagse versie van de Sherlock Holmesverhalen is een heerlijk stukje tijdverdrijf. Sherlock bevindt zich in New York City en assisteert daar, met behulp van zijn verslavingsbegeleider Dr. Watson, de NYPD in hun zoektocht naar misdadigers. Dr. Joan Watson, in deze versie van het verhaal een vrouwelijke compagnon, biedt een aangenaam tegenwicht voor alle eigenaardighedenn die Sherlock Holmes met zich meebrengt. Dankzij hun vreemde methodes en allesomvattende perceptie slagen Holmes en Watson er keer op keer in om de wereld een klein beetje veiliger te maken.

Beste crimeserie

Beste kinderserie

H2O: Just Add Water

Voor de meesten onder ons is ‘H2O’ een echte throwback. In de Australische serie die velen zich waarschijnlijk herinneren van Ketnet, spelen drie toffe meisjes de hoofdrol. Ze veranderen door toeval alle drie in zeemeerminnen en vertrekken samen op avontuur om mysteries op te lossen en mensen te helpen. De verhaallijn is weliswaar soms wat voorspelbaar en het inlevingsvermogen van de acteurs is ook niet altijd geweldig, maar laat ons eerlijk zijn: Who doesn’t like mermaids? De nillies vibes brengen je direct terug naar simpelere tijden, waar flipphones nog dé shit waren. By the way, er is ook een sequel met een zeemeerMAN!

LUSTRUM

25


Culturama

Watership Down Beste avonturenserie

Centraal staat een grote sprong konijnen die op avontuurlijke wijze de wereld willen redden uit de klauwen van de allesverwoestende mensen. Deze remake van een reeds bestaande animatiefilm klinkt op het eerste gezicht misschien wat raar - en dat is hij ook - maar deze SGI-animationserie stelt zeker niet teleur. Om je een beter beeld van de serie te geven, kan je denken aan een iets duisterdere versie van ‘Beestenbos Is Boos’, maar dan met echte Duracellkonijntjes en niet die zielige konijntjes op batterijen van ‘den Aldi’.

The Umbrella Academy Beste Sci-Fi- & Fantasy-serie

Sex Education Beste Comedy-Drama

26

DILEMMA IV

Neem een fucked up family en een heleboel superkrachten op steroïden en dan krijg je The Umbrella Academy! Een gezin met een sociaal incapabele miljardair als pater familias, een robot als moeder-kok, een intelligente chimpansee als hulpje en daarbovenop nog eens zes misfits als kinderen, is op zich al een succesformule. Daarbovenop hebben ze dan ook nog eens een hele waaier aan insane supernatural powers - bijna te gek voor woorden. De serie, die volzit met ongeziene achtervolgingsscènes, tijdreizen, rave parties en zo nu en dan een vleugje romantiek, is zonder twijfel een aanrader.

Ongetwijfeld heeft zo goed als iedereen de serie Sex Education ondertussen al gebingewatched. Maar aangezien ze waarschijnlijk - binnen enkele jaren toch - in de annalen zal verschijnen, kan ik er evengoed snel bijzijn en ze nu al even vermelden. De serie speelt zich af in het fictieve dorpje Moordale in het Verenigd Koninkrijk, ergens aan de grens tussen Wales en Engeland - dus sexy accenten verzekerd. Het verhaal draait rond een awkward groepje tieners die normaal gezien geen vrienden zouden zijn, maar allemaal kampen met éénzelfde probleem: seks en hoe ermee om te gaan. Dat zorgt voor hilarische en soms ook wel expliciete scènes. Waarschuwing: als je van plan bent om in het openbaar naar Sex Education te kijken, dan raad ik je dat ten zeerste af. Ik heb de fout zelf gemaakt naar de serie te kijken in de Blandijn en binnen de eerste vijf seconden kreeg ik nogal vreemde blikken toegeworpen van links en rechts. Sergio Ruysseveldt


advertentie

27


Culturama

Cardillac Van goud naar juwelen, van kunstenaar tot held.

W

at is een opera eigenlijk? Het lijkt een banale vraag om een recensie mee te beginnen, maar is ze dat werkelijk wanneer we over Paul Hindemith spreken; een man die een niet aflatende strijd vocht tegen het nalatenschap van Wagner en de hoogmoed bezat om de muzikale component van de opera naar de achtergrond te verdringen, zo niet te ridiculiseren? “Een opera is een muzikaal theaterstuk waarin de actie plaatsvindt door middel van muziek”, zal menig betweter als antwoord op mijn vraag geven, en gelijk hebben ze. Hoe interessant het ook zou zijn om die definitie op Hindemiths Cardillac te betrekken, lijkt het me toch belangrijk de aandacht te vestigen op zekere negatieve woorden en collocaties die we vandaag de dag vinden wanneer het – in het bijzonder bij het jongere publiek – over opera gaat, als een soort dark side van haar roemrijke geschiede-

28

DILEMMA IV

nis en van bovenstaande definitie.

een veel te letterlijke dimensie gaf.

“Saai”, “abstract”, “vaag”, “voor oude mensen”. Jongeren lijken niet geïnteresseerd te zijn in operamuziek, wat nog eens wordt versterkt omdat ze de verhouding van muziek en acteren niet helemaal begrijpen. Wie bovenstaande definitie begrijpt, beseft dat het niet zozeer de tekst van het libretto is die voor emotie moet zorgen, of het acteren van de acteurs, als wel de muziek zelf: het gezang en het orkest moeten door merg en been gaan wanneer het hoofdpersonage pijn heeft. Denk maar aan het lijden van Orfeo in de gelijknamige opera van Monteverdi als hij zijn geliefde Euridice verliest (“Ahi, caso acerbo!”), of aan de aria van Nerone en Poppea in de Incoronazione di Poppea van diezelfde meester, wanneer de warme stem en tederheid van het zangduo de liefde tot diep in de harten van de toeschouwers laat doordringen, of aan Wagner, die met de Omnipräsenz van zijn muziek en zijn Gesamtkunst Engelenkoren

Maar ach, het lijkt dat opera vandaag de dag vooral geassocieerd wordt met een vervlogen tijd, met “oude mensen”. Het verleden begrijpt de toekomst zijn “hiphop”, “house” en “techno” niet, maar de toekomst heeft eveneens noch begrip noch verstand van de muziek van het verleden. Het lijkt wel Wagner versus Hindemith. Laat dat dan misschien net ook de reden zijn waarom, wanneer wij Cardillac gingen bekijken in de Opera van Gent, er zoveel jonge gezichten te zien waren: zelfs een aantal middelbare schoolstudenten waren – zij het weliswaar voor een schooltaak – met interesse naar Hindemiths opera afgezakt. Het deed veel plezier om te zien dat we niet de enige jongeren in de operazaal waren. Wat deed die jongeren nu juist naar Cardillac komen? Was het zijn breken met de wagneriaanse traditie, het verhaal zelf, of misschien zelfs een


Culturama

wederopstanding van de opera? Wie weet – en laat ons vooral hopen op het laatste –, maar het staat als een paal boven water dat de relatief korte duur van het stuk, 1 uur en 45 minuten, zeker wel een beslissende factor was. Waar de opera’s van Wagner – van wel drie uur en meer – een grote drempel lijken voor zij die voor het eerst naar een operastuk willen komen kijken, en die van Monteverdi dan weer tekort met betrekking tot de kostenverhouding, heeft Cardillac de perfecte lengte voor minder fervente operagangers en nieuwe gegadigden. Een uitstekende programmatie van Opera Vlaanderen dus; proficiat hiervoor! Maar laten we nu de focus verplaatsen naar het werk zelf, te beginnen natuurlijk met de originele opera van Hindemith. We moeten hierbij echter onmiddellijk opmerken dat Hindemith twee versies van het stuk geschreven heeft, die men meestal Cardillac I en Cardillac II – waarvoor hij zelf het libretto schreef – noemt. Cardillac I is de versie die werd opgevoerd door Opera Vlaanderen en in het algemeen ook de meest bekende en meest gespeelde versie.

en zelfmoord pleegt, blijft zijn naam als kunstenaar toch onaangetast. Getuige de woorden van de officier, zijn schoonzoon: “Een held is gestorven.

Mensenangst was hem onbekend. Ook al ligt hij hier, toch is hij de overwinnaar, en benijden doe ik hem”. Waar literatuurwetenschappers Cardillac omschrijven als Prometheus en Hindemith het personage zelf met Hephaestos vergelijkt doet het einde de figuur van Cardillac – en in zekere mate ook het idee van kunst zelf – pas alle eer aan. Al waren zijn daden nog zo gruwelijk, zijn talent, faam en meesterwerken zullen nooit vergaan. Typisch voor Hindemith zijn anti-wagneriaanse traditie is dat de muziek veel minder aanwezig is dan in een normaal operastuk, waardoor de performance van de acteurs zelf iets meer op de voorgrond treedt. In die zin rekenen we Hindemith ook tot de Exit-generatie, samen met Ernst Křenek, Bertolt Brecht en Kurt Weill. Een recensie van een operastuk baseert zich natuurlijk niet alleen op de oorspronkelijke versie van haar componist. Wie bijna een eeuw later nog een recensie hoopt te schrijven over een opera opgevoerd in een ander tijdperk, met bovendien een andere tijdgeest, komt hopeloos te laat. De opera-adaptaties van tegenwoordig kenmerken zich door de historische tijd van het operastuk te veranderen: in plaats van een operastuk dat zich 200 jaar geleden afspeelt verplaatsen we het naar de moderne tijd, met moderne kleren, moderne attributen en hedendaagse maatschappijkritiek. Een mooi voorbeeld hiervan uit het vorige operaseizoen is Parsifal, waarin de moreel vervallen ridders afgeschilderd werden als ‘selfietrekkende narcissussen’.

hedendaagse werkelijkheid, zoals inderdaad het geval is bij Cardillac. Het stuk speelt zich bijna volledig af in de 18e eeuw, zoals bij Hoffmann en Hindemith zelf, maar de burgers en politieofficier zijn bijvoorbeeld wel 20e eeuws gekleed. De officier lijkt namelijk uit een typische Louis de Funès-film te komen en de burgers zijn gekleed in kostuum met hoed en een lange zwarte mantel, gewapend met een zaklamp. Je verwacht bijna dat Jean-Peal Sartre ineens tevoorschijn springt. Dat is uiteraard geen probleem - verre van zelfs - maar toch willen we graag duidelijk maken dat er altijd wel op de tekst en context van het originele stuk gelet moet worden. Dat is zeker het geval wanneer er zulke veranderingen doorgevoerd worden als een samensmelting van historische periodes. Zo lijken twee regels over heksen die zich in het Parijs van de twintigste eeuw bevinden (“Als zij die door jaloezie verteerd zich naar heksen begeven”) inderdaad een anachronisme met een slechte nasmaak te zijn, wat natuurlijk niet zo was in de originele versie.

Een fout van de regisseur kan u zich nu Cardillac is gebaseerd op Das Fräulein afvragen. Des te meer omdat het opevon Scuderi van E.T.A. Hoffmann en rastuk van Cardillac – naar traditie van speelt zich af in het Parijs van de 18e de Exit-generatie – al zo ongelooflijk eeuw. Het operastuk poogt zoals het complex en abstract lijkt. Het is typisch origineel om een ‘krimi’ te zijn, wat niet voor Hindemith dat het stuk pas op het bepaald eenvoudig is voor een opera, einde, gedurende de (anti)climax, heledaar het publiek alles ziet en in die zin maal duidelijk wordt. Ook zijn muziek “alwetend” is. Het verhaal gaat over de veroorzaakt de nodige verwarring: het juwelenmaker René Cardillac, die als is een mengelmoes van neobarok, exfiguur reeds aanwezig is in Hoffmanns pressionisme, jazz, muzikaal moderboek. Cardillac is verliefd op zijn wernisme en de Duitse Neue Sachlichkeit. ken en kan er geen afstand van nemen. En op de koop toe lijkt de muziek – door Toch moet hij ze als juwelier verkopen, kritische recensenten vaak tot kamerwat ervoor zorgt dat hij, door waanmuziek gedegradeerd – het operastuk zin gedreven, zijn slachtoffers in hun niet altijd even goed te begeleiden. slaap vermoordt om de juwelen, nu met bloed besmeurd, terug te stelen. «Het is haast onmogelijk om van een opera een echte ‘kriCardillac is door zijn individuele en mi’ te maken, dat geeft Hindemith zelf ook toe, maar toch autonome karakter de ultieme kunste- lijkt het dat Joosten er door menig narratieve en contextuele naar voor Hindemith, zijn juwelen zijn aanpassing in slaagt een heuse thriller tot stand te brengen.» in de eerste plaats kunst en dienen niet We denken nu natuurlijk aan het om verkocht te worden: ars pro ars. Het gebeurt echter ook vaak dat we jonge publiek dat zo talrijk aanweZelfs wanneer Cardillac op het einde een samensmelting krijgen van de zig was bij de operavoorstelling. We ontmaskerd wordt als moordenaar oorspronkelijke historische tijd en de moeten echter niet vergeten dat juist

LUSTRUM

29


Culturama dit zo kenmerkend is voor de muziek van Hindemith en zijn radicaal anti-wagneriaanse traditie. Hetzelfde geldt voor de complexiteit en abstractie van het stuk; duidelijke kenmerken van het opkomende modernisme. Bovendien ben ik van mening dat bovengenoemde scene, die in werkelijkheid natuurlijk maar een kleine (decoratieve of contextuele) operatie is aan het libretto van Hindemith, het operastuk juist beter tot zijn recht doet komen en meer betekenis geeft. Waar in een normale opera het publiek min of meer alwetend is, probeert Hindemith het publiek te verwarren – en daardoor ook te begeesteren. Het publiek is al het ware gevangen in het “mentale labyrint” van Hindemith (of zijn bipolaire persoonlijkheid) als een soort Dr. Jekyll en Mr. Hyde.

“Het geheim blijft het mijne. Wat is zijn naam u waard? Wat hij doet, is veel groter dan hijzelf ”, aldus Cardillac. Het geheim blijft in zekere zin inderdaad lange tijd van hem, omdat onduidelijkheid het publiek in de war brengt. Enkel de belezen operaganger slaagt erin om op het einde het hele operastuk samen te brengen. De kleine correcties van de regisseur, Guy Joosten, zorgen er bijgevolg ook voor dat de verwarring alleen maar groter wordt: zo verwart de eerder genoemde scene het publiek met betrekking tot de tijd en tijdsgeest. Daardoor kan de moordenaar haast onopgemerkt op het toneel verschijnen en voor honderd onoplettende ogen de dame en de cavalier vermoorden. Het is haast onmogelijk om van een opera een echte ‘krimi’ te maken, dat geeft Hindemith zelf ook toe, maar toch lijkt het dat Joosten er door menig narratieve en contextuele aanpassing in slaagt een heuse thriller tot stand te brengen. Lof behoort ook de componist Dmitri Jurowski toe, die het muzikale stuk van Hindemith zodanig aanpast dat het bij momenten net dat ietsje meer emotie, dat ietsje meer binding met het libretto heeft, zonder ook maar iets te veranderen aan de stijl van de Duitse componist. Opvallend is dat

30

DILEMMA IV

«René Cardillac wist van goud juwelen te maken, kunst zo u wil, maar Jurowski en Joosten slagen erin van kunst nog grotere kunst te maken, daar durfde deze fictieve juwelenmaker volgens mij zelfs niet van dromen.» Jurowski in een interview met Opera Vlaanderen zelf ook zegt dat hij vaak snakt naar meer emotie in de werken van Hindemith, wat hij met de opvoering van Cardillac ook naar voor wilde brengen. Mission accomplished mogen we in dit geval dan ook zeggen. Rüdiger Safranski is de ietwat revolutionaire mening toegedaan dat Cardillac staat voor de “Ontheiliging van de kunst”. We geloven die interpretatie eerst en vooral niet; Cardillac staat voor kunst omwille van kunst en niet omwille van iets anders. Maar Jurowski en Joosten geven die interpretatie een dubbele betekenis. Naast de ars pro ars van Hindemith zelf is hun versie van de Duitse opera een lofzang op Hindemith en de operakunst in het algemeen. René Cardillac wist van goud juwelen te maken, kunst zo u wil, maar Jurowski en Joosten slagen erin van kunst nog grotere kunst te maken, daar durfde deze fictieve juwelenmaker volgens mij zelfs niet van dromen.

Als we toch één puntje van kritiek moeten geven op de opvoering van Jurowski en Joosten, dan zou dat het vijfde en zesde nummer van het eerste bedrijf betreffen. Daarin spreekt de dame over haar seksuele verlangens naar de cavalier (en in die zin ook naar de juwelen van Cardillac), waarna ze die uitvoert met hem, tot ze beide vermoord worden. Hier lijkt Hindemith iets “wagneriaanser” te werk gegaan, net als Joosten: de dame ontbloot zichzelf tot ze enkel nog lingerie draagt, gaat in een erotische houding liggen voor de cavalier en waagt zich op een gegeven moment zelfs aan paaldansen. Dit is een beetje jammer met betrekking tot de actualiteit en de hedendaagse feministische beweging. De regels “Ik wil onder hem, onder hem

alleen oneindig diep begraven zijn” wijzen overduidelijk op deze erotische interpretatie, een expliciete performance lijkt hier niet echt nodig te zijn.

Vince Liégeois


Filologica

Een analyse van ons kringlied

Beste Filologen Er werd mij gevraagd om een analyse te maken van ons officiële kringlied. Vermoedelijk hoopten de scriptoren dat ik een kolderieke bespreking van onze anthem zou afleveren, en dat was ook de ingesteldheid waarmee ik oorspronkelijk aan het project begon. Tijdens het regelmatig overlezen van de tekst, om tot grappige inzichten te komen, heb ik echter een donkere vaststelling gemaakt. Ik lever deze tekst af met risico op eigen leven, want er zijn vermoedelijk hooggeplaatste personen die niet blij zullen zijn dat ik mijn conclusies zo openlijk uit de doeken doe, maar dit kan ik niet voor mezelf houden. Mocht ik plots verdwijnen, weet dan dat ze me gevonden hebben, maar dat ik geen spijt heb van mijn daden. Dat gezegd zijnde nodig ik jullie allemaal uit om mijn betoog te lezen en tot jullie eigen conclusies te komen. Laten we beginnen met een paar simpele feiten. In het lied komt een hele reeks aan reeds lang overleden auteurs aan bod, waarvan sommigen expliciet aan Filologica verbonden worden. Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat Cervantes en Sokrates nog teksten voor ons blad schreven, twee mannen die toch al vele eeuwen (vermeend) gestorven zijn. Is het niet vreemd dat zij teksten zouden geschreven hebben voor een vereniging die dit jaar pas haar vijftiende verjaardag viert? Ook Kafka en Petrarca zouden zogezegd bij ons de zuipersnobelprijs gewonnen hebben, een bewering die gezien de jonge leeftijd van Filologica toch in vraag gesteld kan worden. Daarnaast staat er ook dat wij Filologen de volgende talen machtig zijn: Frans, Spaans, Latijn, Nederlands, Grieks, Duits, Zweeds, Engels én Italiaans. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ben nog nooit een medestudent tegengekomen die werkelijk élke taal uit deze reeks vloeiend kan spreken. Om al deze talen te leren zou je bij wijze van spreken onsterfelijk moeten zijn. Na een grondige close reading van deze tekst kan ik maar tot één logische conclusie komen: het Filologica-kringlied is helemaal niet geschreven voor studenten Taal- en Letterkunde aan de UGent, maar is een boodschap met een dubbele bodem geschreven door een geheime vampierenorde. Ik weet dat dit te gek voor woorden klinkt, maar kijk even samen met mij naar wat er zwart op wit in het kringlied staat. Eerst en vooral bevat het lied veel referenties naar ‘drinken’, iets wat in een studentenlied natuurlijk al snel geïnterpreteerd wordt als het consumeren van bier. Volgens mij gaat het hier echter over het bloed waarop onze ondode vrienden overleven. Neem bijvoorbeeld de

32

DILEMMA IV

Wij zijn de filologen, } bis Wij lezen veel te veel } bis Maar ook drinken doen wij graag Dan hebben we ‘n stuk in ons kraag, Maar dat vinden wij niet erg (nee nee!) } bis Hugo Claus, en de paus Versleten nog hun broek aan de Blandijn Cicero, en Plato, Die dronken liever bier dan wijn Frans, Spaans, Latijn en Nederlands (en Grieks), Wij zijn filologen, wij kunnen ‘t allemaal Duits, Zweeds, Engels en Italiaans, Wij zijn taalvaardig en sociaal En is de les veel te vroeg Blijven wij zeker in de kroeg In bed, in bed, in bed, In bed is ‘t altijd dolle pret Wij zijn de filologen, } bis Ons boeken zijn te zwaar } bis De Boekentoren is onze thuis Maar toch is ‘t daar niet altijd pluis Vooral als de decaan er spookt (Johnny) } bis Cervantes, en Sokrates Schreven nog teksten voor ons blad Hemingway, en Coetzee Die zopen soms nog een heel krat (refrein) Wij zijn de filologen, } bis Liefhebbers van het woord } bis Wij zijn student in hart en ziel Zuipen dat is onze stiel Wij leven veel te ongezond, Ons liedje is nu bijna rond Franz Kafka, en Petrarca Kregen bij ons de zuipersnobelprijs Naar Bordeaux, en naar Oslo Wij gaan graag overal op reis! (refrein)


Filologica

zin “Cicero en Plato, die dronken liever bier dan wijn”. Op het eerste gezicht een vrij onschuldig statement, los van het feit dat het misschien alcoholisme promoot. Volgens mij zit hier echter meer achter dan je zou denken. Eerst en vooral is de beste wijn rode wijn, een drank die dankzij zijn kleur al snel associaties met bloed oproept. Daarnaast begint ‘bier’ met dezelfde letter als ‘bloed’, waardoor het me niet vergezocht lijkt om te stellen dat het hier om codetaal gaat. Kort gezegd zijnde: Plato en Cicero (en bij uitbreiding alle genoemde auteurs in het lied) drinken liever écht bloed dan rode wijn die op hen niet hetzelfde lavende effect heeft. Bijgevolg zijn alle schrijvers die in de tekst genoemd worden allemaal leden van deze vampierencultus, en dus ook allemaal levend en wel, zij het met een nieuwe identiteit. Andere uitspraken zoals “Franz Kafka en Petrarca kregen bij ons de zuipersnobelprijs” krijgen met deze nieuwe kennis ook een andere, lugubere lading. Zij staan erom bekend om de meeste onschuldige slachtoffers leeg te zuigen onder de leden van het genootschap. “Maar ook drinken doen wij graag, dan hebben we ’n stuk in onze kraag” gaat niet over katers maar is een tongue in cheek referentie naar de potsierlijke kragen waarmee figuren als Dracula vaak in films worden afgebeeld. Dat is echter niet het einde van de bewijzen. Er staan nog heel wat andere verwijzingen naar de vampierenlevensstijl in deze tekst. Wat dacht je bijvoorbeeld van “in bed is ’t altijd dolle pret”? Dit wordt door velen waarschijnlijk geïnterpreteerd als een typische studentenuitspraak waarbij het subject in bed blijft liggen omdat hij de nacht ervoor te lang in de Overpoort is blijven plakken. Volgens mij gaat het hier echter om de gewoonte van de bloeddrinkers om zonlicht te mijden, waardoor zij overdag liever in bed blijven om ’s avonds pas op jacht te gaan. Een gelijkaardige conclusie kunnen we trekken uit “en is de les veel te vroeg, blijven wij zeker in de kroeg”. De vroege les is een flauw excuus dat onze hoektandige kameraden gebruiken om heel de nacht op te blijven in de kroeg zodat niemand het verdacht vindt als ze overdag niet naar buiten komen. Dacht je trouwens dat de reisbestemmingen Bordeaux en Oslo lukraak gekozen waren? Als we beide stadsnamen nemen en de letters door elkaar schudden krijgen we het anagram “Blood aux eros”, waarmee de haast erotische uitwerking die het bloed op de vampieren heeft in de verf wordt gezet. Dit in drie verschillende talen om er toch een filologische draai aan te geven. Verder wil ik er ook op wijzen dat ons kringlied extreem lang is en dus duidelijk geschreven is voor mensen die wel wat tijd te verliezen hebben en hun sterfdatum nog lang niet zien naderen.

Nu rest er uiteindelijk nog maar één vraag: wat heeft dat geheime broederschap erbij te winnen om die boodschap te verstoppen in ons kringlied? De sleutel kan volgens mij in de volgende regels gevonden worden: “De boekentoren is onze thuis, maar toch is ’t daar niet altijd pluis, vooral als de decaan er spookt (Johnny)”. In mijn tijd werd er altijd “Boone” geroepen, tegenwoordig is dat vervangen door “Gita”, maar in de originele versie staat er dus “Johnny”. Wie is Johnny? Wat kort opzoekwerk leert me dat het hier hoogstwaarschijnlijk om Johnny Devreker gaat, decaan van onze faculteit van 1999 tot 2004, het jaar waarin het kringlied geschreven werd. Nu wil ik iets heel interessants aankaarten. Op de site van Filologica staat dat het kringlied nog licht aangepast werd in september 2004. Waarom staat Johnny dan nog steeds vermeld in het kringlied? Op dat moment was zijn decaanstitel immers al overgedragen aan Freddy Mortier, decaan van 2004 tot 2012. Beide voornamen passen in hetzelfde ritme en ze rijmen zelfs op elkaar. Mortier was overigens een decaan die nauwer met onze richting verbonden was want hij was een taal- en letterkundige, terwijl Johnny zich specialiseerde in archeologie en geschiedenis. (Is het overigens niet heel handig om je in die vakgebieden te specialiseren als je het eeuwige leven hebt en dus de geschiedenis zelf meegemaakt hebt?) Wel, mijn beste lezers, ik ben ervan overtuigd dat Johnny nog steeds écht in de Boekentoren spookt. Volgens mij is dit lied geschreven met de bedoeling van die geheime orde om nieuwe leden te ronselen. Iedereen die de code weet te kraken wordt waardig geacht om toe te treden tot het genootschap. Het enige wat je moet doen is ’s nachts de Boekentoren betreden en Johnny vinden, die je dan tot het vampirisme zal bekeren. De kans bestaat dat jullie mijn betoog veel te vergezocht vinden. Ik zou jullie zeggen om na zonsondergang zelf eens een kijkje te nemen in de Boekentoren, maar nu ik de plannen van de ondoden aan het licht gebracht heb,weet ik niet hoe lang Johnny er nog zal blijven spoken. In het beste geval geloven jullie mij op mijn woord, in het slechtste geval heb ik het broederschap weggejaagd en jullie allemaal van het kwaad gered. Deze woorden zijn het laatste wat jullie van mij zullen vernemen, want vanaf nu zal ik heel mijn leven in het geheim moeten leven om aan de wraak van de vampiers te ontsnappen. Vaarwel.

Tobias Cobbaert

LUSTRUM

33


FILO’S POP POLL

Filologica

TOPCANTUSSCHIJF FREAK OF GEEK

When the Saints Go marching In

FREAK

Filologica-kringlied The Black Velvet Band

FAVO PROF Bart Keunen Youri Desplenter Yves T’Sjoen

FAVO COCKTAIL

PRONOSTIEK:

Sex on the beach

HOMO FILOLOGICALIS

Gin-tonic

Floris

Rosé-cocktail

Lennert Gita

TIJDVERDRIJF TIJDENS DE LES Droedelen

COOLSTE ACTIVITEIT

Foto’s van hondjes opzoeken

Kerstcantus

Slapen

Ketnetcantus Dia de los Muertos-fuif

34

DILEMMA IV


Filologica

BESTE CHILLPLEK

FAVO AUDITORIUM

Kelder

Auditorium 3 – Suzanne Lilar

Binnentuin

Auditorium 1 – Jan Broeckx

Coffee corner

Auditorium 5 – Jeanne Wiemer

FAVO

BESTE WOORDMOPJE

LUSTRUMACTIVITEIT

Alle, behalve die van Floris

Ochtendcantus

Het Aalsters accent van Kaat

Freaks vs. Geeks

Lucazat

Galabal

FAVO FOODIES Florines blondies FAVO VAK

Veggie croques Alles wat Emma maakt

Nederlandse Letterkunde

(nvdr. mensen, Tijmen is geen eten)

Historische Kritiek

AANTREKKELIJKSTE FUNCTIE Feest

FAVO BLANDIJNSNACK Zoute chips

Studie

(Suzy) Wafel

Preses

Twix

LUSTRUM

35


Filologica

Studietips: Tips:

Europese talen in contact Professor(s): Mark Janse, JĂźrgen Pieters Handboek: Minerva (en boeken)

Dit is zoâ&#x20AC;&#x2122;n vak dat elk jaar wel een beetje verandert. Deze keer zal ik je dus niet kunnen helpen bij het deel letterkunde. Voor het deel taalkunde is het belangrijk dat je goede notities maakt; dat is eigenlijk het vaste thema bij alle algemene vakken van het tweede semester. De professor vertelde ons vorig jaar dat hij geen details zou vragen maar heeft dat dan toch gedaan. Besteed ook hier voldoende aandacht aan. Het is ook belangrijk dat je alle begrippen grondig kent en begrijpt, dus laat ze niet aan de kant liggen.

Tips:

Inleiding tot taal- en tekststructuren Professor(s): Klaas Willems Handboek: Syllabus en lectuurbundel op Minerva

36

DILEMMA IV

Het examen is gebaseerd op drie delen: 1/3 op de syllabus, 1/3 op de lessen (de PowerPoints) en je eigen lesnotities en 1/3 op de lectuurbijdragen. Het is dus belangrijk dat je aan alle delen evenveel aandacht besteedt want ze wegen allemaal even zwaar door. Uiteindelijk komt dit neer op een heel erg grote hoeveelheid leerstof, dus begin hier zo snel mogelijk aan. De professor verwacht dat je de theoretische leerstof kan toepassen op fragmenten. Er staan ook oefeningen op Minerva die een ideale voorbereiding zijn op het examen.

Let zeker goed op wanneer de professor iets op het bord schrijft: die begrippen durven wel eens op het examen te verschijnen. Besteed ook zeker de nodige aandacht aan de terminologie en oefen door alles aan jezelf uit te leggen.


Filologica

de algemene vakken Algemene tips 1. De blok in het tweede semester is de paasvakantie. Dat wil zeggen dat je na de inhaalweek al meteen examens hebt. Blijf tijdens het semester dus min of meer op schema, want je hebt geen echte blokperiode meer om dingen in te halen vlak voor de examens.

2. De hoeveelheid leerstof dit semester mag je gerust een hoop noemen. Op tijd beginnen is dus extra belangrijk maar vergeet ook niet dat je af en toe eens moet ontspannen. Probeer zeker niet te veel te stressen want dit werkt meestal averechts.

3. Geen tip, maar ik geloof in jullie allemaal! <3

po te volgen wel onder de knie. Vooral niet in paniek raken is de boodschap. Het is ook belangrijk Professor(s): dat je de leerstof in twee richtinKoenraad Jonckheere gen kent. De lessen zijn telkens gebaseerd op een thema maar je Handboek: moet ook goed de chronologie in PowerPointbundel (KHK) / de leerstof kunnen overzien. De Minerva snelste manier om dat te leren is door beknopte schema’s te maken Tips: van de verschillende thema’s waaZoals ik al zei, zijn notities superbe- rin je per periode de kenmerken langrijk dit semester, dat geldt dus uitlegt, en ook andere schema’s die ook voor Visuele Cultuur. Hoewel een bepaalde periode volledig uitde professor heel snel gaat en het legt, waarin je de kenmerken van dus wat moeilijk kan zijn om alles de verschillende periodes uitlegt. gedetailleerd te volgen, krijg je de De professor verwacht ook dat je juiste methode om zijn snelle tem- elk kunstwerk kan linken aan de

Visuele Cultuur

leerstof, de kunstenaar, de juiste eeuw en de plaats waar het gemaakt werd. In sommige gevallen is het ook belangrijk dat je het materiaal waaruit het kunstwerk bestaat kent. Om dat in te oefenen staan er wel een paar handige lijstjes op Quizlet en kaartjes op de Filodrive (die je nog wel moet knippen, dus begin daar ook op tijd aan). Het beste advies dat ik je voor dit vak kan geven, is zo snel mogelijk beginnen aan het inoefenen van de kunstwerken. Dat neemt veel tijd in beslag die je tijdens de examens echt niet kan missen. Jullie Studie, Jana

LUSTRUM

37


Filologica Aäron Maes 2007-2008 Scriptor van Filologica? Dat was zoals sportpreses van het HILOK, penningmeester van het VEK, asiel- en migratiepreses van de Politeia, … het summum allez. Het boekje maken van de talenkring, dat was enkel voorbehouden aan de allergrootsten. De scriptor wordt op handen gedragen van staande ovatie naar laudatio en terug. Zo werd het mij tenminste voorgehouden door mijn toekomstige collega. De realiteit is eerder dat je talentlozen aanmoedigt om deadlines te halen en hen daarna valselijk looft voor de originaliteit van hun stuk, dat je zit te klungelen in Powerpoint om printscreens van je schabouwelijke verwezenlijkingen in te voegen in InDesign en dat je nachtenlang doorwerkt om bij de drukker taalfouten vast te stellen die zich in ratelend tempo om je heen vermenigvuldigen. Nee, wij zegevierden niet op fuiven. Wij kwamen daar toe toen de zegevierders al lang triomferend huiswaarts gekeerd waren: om vijf uur, stijf van de koffie, en enkel om vast te stellen dat er geen bedansbaren meer waren. Toch staken we naast ons hart ook een aardig stukje van onze ziel in Dilemma. We deden niets liever dan stukjes schrijven, onnozelheden bedenken en ons daar goed over voelen. Hier en daar kregen we natuurlijk complimentjes, want de boekjes gingen ook effectief over de toonbank, allicht omdat ze voor het eerst niet meer betalend waren. Des te pijnlijker was het vast te stellen dat je in de volgende jaargang onnodig werd aangevallen door je opvolgers die je zelf altijd een warm hart had toegedragen. Het uitgeversbestaan is en blijft dan ook bikkelhard. Trek je dus geen reet aan van wat je zou moeten doen. Doe gewoon wat je graag doet en probeer iemand zo ver te krijgen om je er voor te betalen. Koop een PlayStation, eet soms gezond, geef geld aan arme mensen en wees een beetje verliefd. Meer is er toch niet.

Julie Vlaminck 2017-2018 Dat ik hier geen plan voor heb, blijkt uit het feit dat de deadline eigenlijk al lang vervlogen is en dat de lay-out van deze editie al grotendeels op punt staat terwijl ik deze woorden typ. Ja, zélfs het Scriptoriaal is al geschreven én gecorrigeerd, het colofon reeds aangevuld met een lijst vol proscriptoren waarin mijn naam niet staat te pronken. Een regelrechte schande, zowaar. Sta mij en mijn ijdelheid toe daarom ook een poging te wagen. Mijn scriptorjaar zal mij altijd bijblijven als een jaar van verstoppen achter plantenbakken en door de faculteit gesponsorde kunstwerken in de vorm van door elkaar lopende draden, van vechten voor het behoud van ‘Chaos en Verval’ en van Zweedse typfouten op de voorpagina van onze afscheidseditie. Van promostickers plakken op Gentse trams, onder begeleiding van de nodige gangstermuziek. Van literaire alumni die het woord polygamie herdefinieerden en ons deden lachen met de hel. Het was een jaar waarin we onze dagen vulden met meta-denken over ‘fictie en realiteit’ en een poging deden om de geest van de Blandijn te vangen in portretinterviews en pop polls.

38

DILEMMA IV

De proscriptor spreekt... Jonas Vandroemme 2006 – 2008 Hete kussen van op de Blandijn Volgens mijn West-Vlaamse ouders was er op de keper beschouwd weinig mis met studentenkringen. Die milde beoordeling was helaas niet weggelegd voor de drankzuchtige losers die het gezelschap bestierden. Allicht had ik dat voor een stuk aan Paul Jambers te danken: na Hete kussen uit Salou bracht Pieken Paultje in 1999 ook het Gentse studentenleven in beeld. Het werd een ‘indringende’ reeks waarin studenten vooral bier zwelgden, in de Leie doken en verder geen klap uitvoerden. In dezelfde periode maakte mijn oudere broer grote sier als preses van Chemica, hetgeen resulteerde in een ronduit majestatische tweede zit. Vijf jaar voor ik zelf naar de Blandijn zou trekken, was mijn studentikoze lot al bezegeld. Ik mocht doen wat ik wilde, maar wee mijn gebeente als ik een marginale lintjesdrager zou worden. Voor het goddeloze presidium was een cirkel in de hel gereserveerd. Dat ik desondanks in 2005 kandideerde voor de functie van scriptor was in de eerste plaats een veilige keuze. In de voetsporen van levende legende Heywood De Buck treden was uiteraard geen sinecure, maar voorts leek het me de minst presidiumachtige functie. Redactievergaderingen houden met koffie en gebak, Adobe InDesign onder de knie krijgen en deadlines leren respecteren: wie kon daar wat tegen hebben? Van die mooie vooruitzichten is weinig in huis gekomen. Zowel redactievergaderingen als deadlines bleken overroepen en een magazine opmaken ging beter in PowerPoint.* Jambers kreeg uiteindelijk meer gelijk dan ik een decennium later zou willen toegeven, maar samen met ambtgenoten Zwally en Aäron behoedde ik Dilemma toch op zijn minst twee jaar voor de totale ondergang. Naast enkele zeldzame journalistieke parels – Interview met God en Rita’s in Gent om er maar twee te noemen – leverde het scriptoraat mij allicht ook de kiemen van een ontluikende carrière als broodschrijver. Als copywriter mogen de redactievergaderingen met koffie en gebak dan wel werkelijkheid geworden zijn, voor de rest blijf ik scriptor in het diepst van m’n gedachten.

Het proscriptorschap is moeilijk uit te leggen. Het is een continue terugblik op vergaderingen met goedkope zakken chips en Amber-bonnetjes; op de met je functiepartner gedeelde trots wanneer er meer opkomst was dan een Web en een lay-outer; op een team van correctoren dat - wat aantallen betreft - de double digits nooit zou halen, maar het toch iedere keer klaarspeelde om de labels van naam en kleur te doen veranderen. Van ‘Ongecorrigeerd’, over ‘In bewerking’ tot ‘Correctie 1’ en ‘Klaar’. Eigenlijk vat dat de groei van elke Scriptor samen. Kortom was het een jaar van vervloeken en bedanken: vervloeken dat de tijd zo snel ging, maar steeds met dankbaarheid voor wat reeds was en wat nog kwam. 5 edities. 5 verhalen. En zo veel meer herinneringen.


advertentie

39


FILOâ&#x20AC;&#x2122;S

FOTOBOEK


Lore Aertsen 2008-2010

De proscriptor spreekt ... Steven Delarue 2008-2009 Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben een onverbeterlijke nostalgicus. Iemand die vaak weemoedig terugdenkt aan betere tijden en zich op een onbewaakt moment al eens laat ontvallen “dat het vroeger toch allemaal beter was”. Hetzelfde sentiment overvalt mij als ik aan m’n jaren bij Dilemma terugdenk, intussen exact 10 jaar geleden. Twee jaar voordien was ik voor het eerst in het Filologicapresidium én in de Dilemma-redactie gerold. Meer nog: ik was de eerste corrector van het tijdschrift, dat toen officieel al in Indesign werd gemaakt, al kon niemand daar toen mee werken. Screenshots nemen van in Word gelay-oute pagina’s, die opslaan in Paint en ze zo in Indesign plakken, dat was toen nog de modus operandi. En geen haan die ernaar kraaide. Amateurisme verheven tot kunst, zoiets. In 2008 werd ik samen met Lore scriptor, na een mislukte campagne om de vicepresessjerp te mogen omgorden. Het was het startschot voor een stevige vernieuwingsoperatie: Dilemma Online werd gelanceerd. We pikten alle rubrieken én de lay-out van de Humo, schakelden om van Trebuchet naar het toen nog hippe Calibri, dreven het aantal nummers én pagina’s op, en voelden ons heel trots bij zoveel Sturm und Drang. Wanneer ik die oude nummers op de archiefpagina’s van Filologica bekijk, en dat doe ik frequenter dan ik hier wil toegeven, komt de cowboygeest van die tijd meteen weer boven. En dan is het extra fijn om te zien dat veel van wat toen in gang is gezet, er nu in een of andere vorm nog altijd is. Zelfs het idee om alle scriptoren in de Lustrumdilemma nog eens een forum te geven. Een gelukkige 15de verjaardag, Filologica!

Even voorstellen: Lore Aertsen, scriptor (tot mijn grote spijt heb ik ‘scriptrix’ er nooit officieel door gekregen) in 20082009 en 2009-2010. Eerlijk? Ik ben er een beetje stommelings ingerold. In 2008 was een scriptor van de VGK (here’s looking at you, Bram Bombeek!) namelijk zo boud geweest om zich kandidaat te stellen als Filo-scriptor. Zo’n overname door de VGK mocht Filologica natuurlijk absoluut niet laten gebeuren. Eén Filo-kandidaat was er al, en die heeft me overtuigd om me ook verkiesbaar te stellen. Het geluk en de massaal opgedaagde Filo-stemmers stonden aan onze kant: ik mocht samen met Steven scriptor worden, en een jaar later opnieuw, met Martijn. Een béétje ervaring had ik wel: ik was al actief als corrector bij Dilemma en schreef ook af en toe stukjes. Plots de eindredactie in handen hebben, dat was andere koek, maar ik vond het meteen ongelofelijk leuk. We hebben veel brol gepubliceerd (ik mis je nog steeds, Tumorbeer!), maar we zorgden ook voor een mooie update van de lay-out, enkele fijne nieuwe rubrieken en degelijke reportages en interviews. Ik ben oprecht trots op alle Dilemma’s die we hebben gemaakt – al ben ik misschien niet op alle stukjes Dilemma even fier. Een dwangmatige neiging om mensen op hun taalfouten te wijzen heb ik tien jaar later nog steeds. Nu ik leerkracht ben, word ik daar bovendien ook voor betaald. Niet slecht, toch?

Michiel Verplancke 2014-2015 Brazilië, 2014. Een reporter van Dilemma trekt in volle herexamenperiode naar het WK voetbal om speciaal voor de blokkende studenten verslag uit te brengen. Op die manier hoopten we de studenten die dat jaar gefaald hadden een hart onder de riem te steken, want de verslaggever zelf moest ook nog een aantal examens afleggen. De Faculteit Letteren en Wijsbegeerte zag hier – na een aantal hevige debatten – het nut van in en stond in voor alle onkosten die de reporter en zijn familie zouden maken. Dit alles klinkt u waarschijnlijk onwaarschijnlijk in de oren? Je zou voor minder. En toch … Toch stond Schamper niet veel later in onze kelder om een aanklacht te lanceren tegen onze vaak geplaagde faculteit, zelfs een enkele letterenstudent reageerde verontwaardigd. Ik heb mijn gibberende collega-scriptor moeten tegenhouden of hij zou ons eerste satirische artikel zo ver hebben doorgedreven dat zelfs de bestuursraad van de faculteit in de boekhouding had moeten kijken om te zien wat ze precies hadden goedgekeurd. Dit was fake news voor het hot was. En dan hadden we ook nog eens de pech dat onze reporter, Herman Bachermans, totaal incapabel was. Dit was een incapabele reporter voor Sociaal Incapabele Michiel het deed. Waren we trendsetters? Dat durf ik niet te zeggen. Waren we knappe en onschuldige jongens? Zij maar zeker.


advertentie

43


Interview

INTERVIEW

44

DILEMMA IV


Auw La

Een blik op de toekomst, geworteld in het verleden Door Gilles Vanden Bogaert en Serafina Van Geertruyen

H

et is niet zo heel ver stappen. Gewoon de keldertrappen op naar de eerste verdieping. Professor Deneckere komt toevallig net uit haar bureau komt gewandeld, waarvan de deur sinds dit jaar altijd open lijkt te staan. Het wordt geen al te lang interview, vertelt ze ons. Het leven als decaan is hectisch, zeker als op dezelfde dag een interview en een kappersafspraak op de agenda staan. U bent nu een semester lang decaan geweest: wat vond u daarvan? Was het wat u verwacht had of is het toch helemaal anders? Goh. Het is anders dan ik gedacht had, in die zin dat er zeer veel bij komt kijken. Toch is het voor mij persoonlijk positiever uitgedraaid dan mijn verwachting. Het geeft mij veel meer energie dan ik ooit had kunnen voorspellen. Onze faculteit is zeer complex met veel verschillende werven en zaken waar we nu met het faculteitsbestuur op willen inzetten, en ik voel dat dit ook echt begint te leven in de faculteit. Het geeft zeer veel voldoening, dat we een beleid hebben uitgezet waar veel enthousiasme voor is. We beseffen echter ook dat er zeer veel werk aan de winkel is, dus het zal de nodige gesprekken en activiteiten vergen om alle plannen in de praktijk om te zetten. Verschilt uw functie als decaan heel veel van uw vorige functie of zijn er bepaalde gelijkenissen ? Het is volledig anders. Ook al zit ik maar op een boogscheut van het UFO en heb

ik het begin van mijn carrière op de Blandijn doorgebracht, toch is het een wereld van verschil. Je bent veel minder alleen als decaan. Als prof en onderzoeker, zeker in de geschiedenis, is het werk vaak eenzaam, ook al hebben wij een zeer goede vakgroep en een onderzoeksgroep die goed samenwerkt. Je moet veel schrijven, en daar heb je vooral rust, stilte en eenzaamheid voor nodig. Dat vind ik ook echt leuk om te doen, maar het decaanschap is eigenlijk vooral praten. Hele dagen communiceer en overleg je met veel verschillende soorten mensen en dat geeft wel een andere dynamiek aan je leven. Toch heb ik niet het gevoel dat ik word geleefd: ik kan grotendeels zelf bepalen hoe ik mijn agenda invul, maar er moet ook van alles gebeuren en dan is je week eigenlijk meteen voorbij en – (denkt na) ik bedoel, het is nu alweer donderdag, maar ik heb het gevoel dat het nog maar net begonnen is.

ge het feit dat er zo weinig vrouwelijke decanen geweest zijn. Ik had toen net een boek geschreven over 200 jaar UGent en dan is één van de dingen waar je bij stilstaat toch dat er op 200 jaar tijd maar vijf vrouwelijke decanen waren. Dat was voor mij als feministe toch één van de belangrijkste redenen waarom ik mij kandidaat heb gesteld, net omdat er zo vaak gezegd wordt dat vrouwen zich toch geen kandidaat zouden stellen. Ik wou dat met mijn kandidatuur tegenspreken. Ik ben dan uiteindelijk verkozen en ja, dan ben je decaan he (lacht). Dat gaf echt een ‘wow’-gevoel en ik merk ook dat ik daarin binnen de faculteit heel erg gedragen word, wat natuurlijk fijn is. Mocht ik weerstand voelen, of nijd, of iets negatiefs, dan zou ik het daar zelf wel moeilijk mee hebben. Ik heb zo’n positief gevoel bij de faculteit op dit moment en dat sociale, dat leidinggevend ligt mij beter dan ik had verwacht.

«Die massale energie rond het klimaat stelt mij hoopvol. Dat is een beetje de woordspeling: de tijd van het klimaat, het klimaat van de tijd.» Haalt u er dan ook voldoening uit om die socialer gerichte voortrekkersrol te spelen, nadat u al die jaren vooral op geschiedkundig onderzoek hebt gefocust? Op zich is zo’n leidende rol op een grote faculteit niet meteen hetgeen dat ik voor mezelf zie. Het was niet iets waar ik al bij het begin van mijn carrière naar verlangde of streefde, maar vorig jaar was ik dan kandidaat-decaan rond deze periode, vanwe-

Hoe heeft u dan de faculteit door al die jaren heen zien groeien? Zijn heel veel dingen hetzelfde gebleven, of net niet? Ik denk dat er vooral heel veel veranderd is in de jaren ’90. In die periode heeft de universiteit, zeker in Gent, echt een verschuiving meegemaakt en dat heeft zich vooral in de periode waarin Freddy Mortier decaan was ook heel erg in de faculteit gemanifesteerd. Nu zien we een beetje een slingerbeweging naar een ander model. Ik

LUSTRUM

45


Interview

ga niet zeggen dat het een terugkeer naar vroeger is, want je kan niet terug naar vroeger en dat zou ook niet wenselijk zijn. Toch merk je zeker, onder andere ook aan het huidige rectorale team, dat er duidelijk andere accenten liggen. Een voorbeeld daarvan is het nieuwe loopbaanmodel voor ZAP-leden (Zelfstandig Academisch Personeel, nvdr.). Als studenten weten jullie daar misschien niet zoveel over, maar voor ons is dat nu een heel belangrijk kantelpunt omdat alles wat professoren vroeger moesten doen en moesten bewijzen om gunstig geëvalueerd te worden, heel sterk gekwantificeerd was. Als faculteit moeten wij die plannen nu in de praktijk omzetten en dat is best wel een opdracht, maar het is ook fijn dat het nu net mijn job is om die plannen te realiseren. Omdat het ook veel meer belichaamt hoe ik de carrière van een prof zie. Die competitieve manier van tegen elkaar ingaan en concurreren om toch maar in de beste tijdschriften te mogen publiceren en daar eer uit te halen, dat is het niet voor mij. Ik zou graag meer focussen op samenwerking en maatschappelijke uitstraling, nu, niet enkel uitstraling, maar ook de relevantie van wat een universiteit doet. Ik denk dat het onderwijs in de jaren ‘90 wat in de verdrukking is gekomen omdat de focus zeer sterk lag op onderzoek. Dat is op zich geen slechte zaak, maar het gevolg is dat men onderwijs soms als een soort last ervaart. Dat terwijl het wel absoluut één van de belangrijkste dingen is die we hier te doen hebben in de universiteit: mensen opleiden. Daarnet zei u ook dat u het belangrijk vond om als vrouw decaan te worden. Hebt u het gevoel dat de universiteit nog steeds een mannenomgeving is, ondanks het feit dat gelijke rechten steeds meer hun effect hebben? Het is alleszins aan het veranderen en het gaat de goede richting uit. Er zijn nu drie vrouwelijke decanen op elf, en ik merk

46

DILEMMA IV

toch wel dat dat in de cultuur van de universiteit een verschil maakt. Er zijn ook steeds meer vrouwelijke vakgroepvoorzitters, dus die leidinggevende functies komen nu ook bij vrouwen terecht. Natuurlijk zitten we nog steeds met een grote decalage in de rekrutering van professoren. Er zijn veel meer vrouwelijke studenten, ook in onze faculteit, en er zijn nu ook meer vrouwelijke doctorandi en postdocs geloof ik, hoewel ik me die cijfers nu ook niet precies voor de geest kan halen. Je ziet overal die toename van vrouwen in universitair onderzoek, maar toch vertaalt zich dat voorlopig niet in het corps van professoren. Daar moeten we volgens mij iets aan proberen te doen, want de maatregelen die daartoe genomen worden, lijken me voorlopig allemaal nog een beetje schuchter. Er valt dus toch nog een serieuze inhaaloperatie uit te voeren, en daar wil ik mij wel voor engageren. Wat zou u dan zien als een mogelijke oplossing? Quota zijn misschien moeilijk als het om benoemingen aan de universiteit gaat? Quota liggen natuurlijk moelijk, maar voor mij kunnen ze misschien de noodzakelijke tussenstap zijn om tot een evenwicht te komen. Voorlopig lijkt er mij niet heel veel beweging te zitten in het vrouwenteam; het is tenslotte ook een proces dat redelijk wat tijd zal vragen, dat is logisch. Die carrières duren soms 30 tot 40 jaar en vaak wordt daarover een discours gehanteerd in de lijn van: “We moeten toch voor kwaliteit gaan?” alsof vrouwen en kwaliteit per definitie niet samengaan. Ik ben wel voorstander van het principe dat bij gelijke geschiktheid, de voorkeur uitgaat naar de vrouw. Terwijl er nu bij selecties vaak een impliciete bias was wat gender betreft. Wanneer een commissie die een selectie beoordeelt, volledig is samengesteld uit mannen, is er de neiging om iemand te kiezen die op die mannen lijkt. Dat is een onbewuste, impliciete voorkeur die natuurlijk vermindert wanneer selec-

tiecommissies genderevenwichtig zijn samengesteld. Dat is een stap in de goede richting, maar het is nog niet voldoende. Ziet u naast veranderingen in de faculteit ook veranderingen in de studenten? Het lijkt alsof studenten in het verleden veel activistischer waren en de huidige generatie krijgt soms het verwijt dat ze minder gedreven zijn, wat nog versterkt wordt contrast met de huidige generatie middelbare-schoolstudenten die zich engageren voor het klimaatprotest. Wij organiseren in het kader van de herdenking van 50 jaar studentenprotesten hier aan de Blandijn (die natuurlijk ook heel hevig geweest zijn in de jaren ‘60) een debat net over die verschillen tussen de studenten van de generaties toen en nu. Zijn studenten minder geëngageerd? Dat zou ik niet durven zeggen. En hoe groot is het verschil tussen jullie en de klimaatspijbelaars van de middelbare scholen? Is daar nu echt een verschil dat jullie minder geëngageerd zouden zijn dan degenen die een paar jaar jonger zijn? We denken van niet, maar vonden het wel interessant. Professoren durven al wel eens vermelden dat zij zelf mee gingen betogen, en natuurlijk gaan er sinds het einde van de examenperiode ook studenten mee naar Brussel, maar het initiatief komt natuurlijk uit die net jongere generatie. De golf van protesten in ’68 en in Gent in ’69 kwam misschien meer uit de studenten dan nu, maar ik vind dat maar een minimaal verschil. Als je er eens goed over nadenkt, is het toch al een hele tijd geleden dat er een dergelijke mobilisatie gebeurd is, en dat gaat uiteindelijk over de generaties heen. Die massale energie rond het klimaat stelt mij hoopvol. Er zijn natuurlijk verschillen met vroeger, maar toen was het [sociaal-maatschappelijke] klimaat ook anders. Dat is een beetje de woordspeling:


Interview Was u zelf niet geëngageerd in uw studententijd? Bijvoorbeeld bij de Vlaamse Geschiedkundige Kring of als studentenvertegenwoordiger?

«Soms denk ik: Amai, zo mondig was ik gewoon niet toen ik achttien of twintig jaar was.» de

tijd

van

het

klimaat,

het

klimaat

van

de

Ik was geen studentenvertegenwoordiger, maar ik ben wel lid geweest van SOWEGE, de Sociale Werkgroep Geschiedenis. Dat bestaat nu niet meer. Ik ben daar een beetje op afgeknapt omdat dat bij een aantal mensen heel politiek werd. Je kon daar niet links genoeg zijn, en dat vond ik eigenlijk niet interessant. Dat was niet zo mijn ding. Even iets anders: u hoort ons misschien al komen, maar wat ligt er nu op tafel voor de educatieve masteropleidingen en wat vindt u er zelf van?

tijd.

Die kritiek van passiviteit loopt ook door naar engagement voor onze studies, dat we passief zouden zijn en zelf niet kritisch denken. Bent u het daarmee eens, en, indien ja, ziet u mogelijkheden om dat terug aan te moedigen? Goh ja, ik ben ook niet van de generatie van ’69, he. Wij kregen rond de jaren ’80 ook de verwijten dat we veel te passief waren, maar misschien minder dat we veel te weinig betrokken waren bij onze studies. Neem nu bijvoorbeeld het concept van activerend leren, waar momenteel heel hard op ingezet wordt. Ik vind dat belangrijk, maar ik weet niet of die inspanning zo nodig is of dat er geen makkelijkere manieren bestaan om dat te stimuleren. Ik heb in de geschiedenis ook andere ervaringen gehad waarbij we studenten aan het werk gezet hebben zonder die truken zoals vorig jaar in die campagne (waarbij professoren nonsens verkondigden om te evalueren hoe ver studenten kunnen worden gedreven vooraleer ze reageren nvdr.) gebruikt werden. We zijn als lesgever ook een beetje zelf verantwoordelijk voor die tamelijk consumentistische houding van de student. Denkt u dat de buitenwereld deels een verkeerd beeld heeft op basis van onwetendheid? Veel mensen hebben natuurlijk geen kennis over de werking van bijvoorbeeld facultaire verenigingen, de GSR (Genste StudentenRaad) en studentenvertegenwoordiging. Awel ja, dat denk ik ook. Die mensen zijn misschien niet meteen zo zichtbaar, maar ze zijn er wel en die zwart-witte indruk van: “Toen was het zo, en nu is het veel te passief” dat klopt eigenlijk niet. De werkelijkheid is altijd veel genuanceerder, al is het wel zo dat het in grote groepen zeker moeilijker is om discussies uit te lokken. In kleinere groepen heb ik nog nooit, enfin, de afgelopen tien jaar, het gevoel gehad van “Goh, die studenten, er zit daar niets in.” Integendeel, soms denk ik: “Amai, zo mondig was ik gewoon niet toen ik achttien of twintig jaar was.” Dat was gewoon niet zo. Wij zaten daar effectief veel passiever, want dat was ook de verhouding tussen de professor en de studenten.

Ik vind die master van twee jaar, van 120 studiepunten een erg belangrijk signaal. Op die manier hebben we ook een mogelijkheid om het belang van het onderwijs en de job van leerkracht opnieuw veel sterker te maken. We moeten er absoluut gebruik van maken om de status van het leraarschap en het belang daarvan in de maatschappij te benadrukken. Zeker in de humane wetenschappen is het onze taak om de problemen die zich nu voordoen in verband met kritisch burgerschap en de problemen rond diversiteit en andere zaken die erg actueel zijn, toe te lichten. Er wordt nu vaak geklaagd over het onderwijs op dat gebied, en zeer goede, geëngageerde leerkrachten spelen daarin een cruciale rol. Het is misschien een beetje nostalgisch, maar ik zou het leerkrachtenberoep graag opnieuw zien als een roeping, die aantrekkelijke job in de maatschappij waar je een grote verantwoordelijkheid hebt ten aanzien van je leerlingen. En onze faculteit in het algemeen? Zijn er plannen of initiatieven om richtingen in de humane wetenschappen opnieuw aantrekkelijker te maken? Deels naar aanleiding van de discussies over het Nederlands, zijn we daar nu wel extra alert voor geworden. Ik heb al opgeroepen om binnen de faculteit de krachten te bundelen en na te denken in die richting. We ervaren het toch wel als een probleem waar we iets aan moeten doen. Iedereen is hier heel erg gepassioneerd voor talen, jullie ongetwijfeld ook. Dat moeten we veel meer uitdragen en met zijn allen aan werken. Er zijn al een aantal concrete ideeën: er zit van alles in de steigers. Ik ben zelf natuurlijk geen taal- en Letterkundige, maar een cultuurwetenschapper en historicus, maar als decaan zal ik mij ook veel meer moeten bezighouden met Taal- en Letterkunde en Toegepaste Taalkunde. Voor mij is het nu nog een beetje ‘leren’ hoe men ermee bezig is, en ik heb de indruk dat er al zeer goede ideeën zijn, bijvoorbeeld rond het Nederlands. Meertaligheid is ook iets heel cruciaals in de opleiding, maar het eerste semester is wat te kort geweest om al heel goed te weten hoe dat juist allemaal in elkaar zit. Het is dus enorm veel dat ik nu even moet leren, maar we maken er zeker werk van. Voor de educatieve master ben ik alvast blij dat het programma met 120 studiepunten wordt gehandhaafd, zodat we daar alvast een heel aantrekkelijk opleidingstraject van kunnen maken. Nog een mooie boodschap die u wilt meegeven aan de lezer? Volg je passie en maak als geletterde mens en talige burger het verschil in de wereld van morgen. Dat klinkt alvast veelbelovend. Enorm bedankt voor het interview!

LUSTRUM

47


Interview

Interview met Prof. Dr. Schoentjes

P

rof. Dr. Pierre Schoentjes, ook wel gekend als “de schrik van Frans”, ontfermt zich momenteel over verschillende vakken Franse Letterkunde aan onze faculteit. Nu blijkt echter dat hij in een vorig leven cultuurpreses van Romania was. Wij vroegen hem om ons achtergrondinformatie over de ‘Romaanse’ (Romaanse studierichting nvdr.) te verschaffen, de werking van Romania uit te leggen en enkele activiteiten te benoemen die hij als cultuurverantwoordelijke organiseerde.

zaken aan te pas kwamen, maar dat er wel al eens met scheerschuim gespoten werd of liedjes moesten gezongen worden in een bordeel. Daarbij werd er trouwens evenveel thee als bier gedronken, want wie wil nu niet op thee gedoopt worden? Na de doop werd er een peter of meter toegewezen, waarmee het contact zeer nauw was in de rest van de studiejaren.

Een uitleg over de werking van Romania is pas nuttig wanneer we eerst een blik werpen op de context waarin die kring functioneerde. Prof. Dr. Schoentjes benadrukt bij aanvang van ons gesprek meteen dat de Universiteit Gent waaraan hij studeerde een heel andere universiteit was dan de huidige. De verschillende disciplines – Romaanse, Germaanse en Klassieke talen – waren strikt gescheiden; contact tussen deze drie was dan ook eerder uitzonderlijk. Onder de studenten van de Romaanse talen kende men elkaar wel heel goed. Frans was de eerste studietaal van alle romanisten, een tweede taal werd pas vanaf de tweede bachelor gekozen. De groep eerste bachelors was groot, maar werd snel kleiner en hechter omdat er maar 30% slaagkans was na het eerste jaar. Over het curriculum meldt Prof. Dr. Schoentjes nog dat hij onze huidige naam “Filologica” best ironisch vindt, omdat de studies van de vroegere Romaanse richting veel meer op filologie toegespitst waren met vakken als Latijn en historische grammatica van het Frans.

Het hoogtepunt van het Romania-jaar was hun befaamde “Revue” in december: een soort voorstelling waarbij leden professoren vertolkten op humoristische en soms satirische wijze. De verhouding tussen professoren en studenten was destijds helemaal anders, veel afstandelijker, vooral dan met de oudere professoren. Maar toch kwamen enkele jongere professoren af en toe kijken hoe studenten hen vertolkten, inclusief stopwoordjes en geroutineerde handelingen. In negen op de tien gevallen werd de kritiek volgens professor Schoentjes op een ludieke en geoorloofde wijze geuit, al is het ook wel gebeurd dat de professor in kwestie er niet om kon lachen. Doordat de Revue niet specifiek aan één functie werd toegewezen, heeft ook Prof. Dr. Schoentjes ooit geholpen bij de organisatie van een editie en hij beaamt dat er heel veel werk in kroop. Minstens één avond per week werd er samen gewerkt aan teksten, kostuums en decors. Helaas is deze traditie verloren gegaan bij de hervormingen aan de universiteit die geleid hebben tot de fusie van Romania en Germania tot Filologica. De nieuwe keuzemogelijkheid bij het studeren impliceerde helaas dat studenten minder gemeenschappelijke professoren hadden.

Het grote groepsgevoel werd mede versterkt door de vele activiteiten die Romania organiseerde. Het presidium van onze voorgangers bestond volgens Prof. Dr. Schoentjes uit een kern van een tiental personen waaronder, naast preses, vice en penning, ook twee feestverantwoordelijken, twee cultuurverantwoordelijken, twee cursusverantwoordelijken en één sport. In dat laatste domein blonken we ook toen al niet uit. Lidmaatschap bij Romania begon in oktober met een doop. Veel moeten we ons bij de doop echter niet voorstellen: alles verliep zeer beschaafd (iets wat tot op heden niet echt veranderd is). Prof. Dr. Schoentjes benadrukt dat er geen vuile of gevaarlijke

We vroegen Prof. Dr. Schoentjes ook om enkele activiteiten toe te lichten die hij organiseerde met zijn functiepartner als cultuurverantwoordelijke. Één van die activiteiten was een uitstap naar een tentoonstelling van ‘l’école de Barbizon’ onder begeleiding van de toenmalige professor van Geschiedenis met wie de kring goede banden had. Een ander voorbeeld was een weekend naar Brugge, waarop de romanisten vergezeld werden door Bruno Callebaut, een assistent. Naast taalkundige interesses had dhr. Callebaut ook een passie voor vogels en gidste hij de studenten met plezier rond in het Zwin met aandacht voor zijn gevleugelde vrienden en natuurbehoud. Hoewel

48

DILEMMA IV

hij aan heel het weekend deelnam, sliep hij niet bij de studenten in slaapzakken, maar in zijn nabijgelegen huis. Tenslotte lichtte Prof. Dr. Schoentjes ook nog toe hoe hij Filologica ziet en hoe hij terugkijkt op zijn eigen presidiumtijd. Over Filologica meldde hij dat hij minder betrokken is sinds de fusie van de richtingen. Hij heeft nu minder contact met de kringen maar ziet en apprecieert onze initiatieven. Op zijn eigen tijd in het presidium als student kijkt hij terug als een mooie periode met een hechte vriendengroep, waarin hij dankzij Romania ook veel praktische organisatorische vaardigheden kon verwerven. Ondanks de hoge studiedruk kijkt hij er met plezier op terug. Wij danken Prof. Dr. Schoentjes om de tijd te nemen om onze vragen te beantwoorden en ons een duidelijker beeld te verschaffen van hoe onze geliefde kring er vroeger ten dele uitzag.

Florine De Keyser


Interview

Ha-T’Sjoen, de gezondheid van het Nederlands

N

aar aanleiding van het artikel in De Standaard van professor T’Sjoen, wilden we ook zelf even aan de tand voelen hoe het met de ‘gezondheid’ van het Nederlands is gesteld. Is de forse opwaardering van wetenschappelijke en wiskundige disciplines de trigger van de dalende populariteit van het (vak) Nederlands? En welk beeld stralen we uit met het schrappen van een uur Nederlands in de middelbare scholen? Met allerlei soortgelijke vragen stapten we op professor T’Sjoen af. Als professor-doctor in de neerlandistiek geeft hij zijn mening over enkele ‘gezondheidskwalen’ van het Nederlands. Er is ooit een plan geweest om een verplicht vak algemene Nederlandse taalvaardigheid in te voeren voor alle studenten Taal- en Letterkunde. Zijn er nog soortgelijke plannen? Volgens mij is alles bespreekbaar en liggen er tal van ideeën op tafel. We zitten wel met een probleem dat aangepakt moet worden. In het programma van de middelbare school is intussen een uur Nederlands geschrapt: op weekbasis één uur minder Nederlands, maar op jaarbasis zijn dat natuurlijk vele uren. Zeggen dat het Nederlands ook aan bod komt in andere vakken zoals Aardrijkskunde en Geschiedenis doet oneer aan de competenties van leerkrachten Nederlands. Die vakbekwaamheden kun je niet veronderstellen als gekend voor leerkrachten van andere vakken. Het is een vak met een eigen dynamiek, die tal van competenties veronderstelt. Ten tweede zien we vandaag aan de universiteit, in vergelijking met 2011-2012, een daling van het aantal studenten Taal- en Letterkunde met een kwart tot een derde. De jongste tijd is er aan Vlaamse universiteiten weer een status quo. De neerwaartse trend kan mogelijk worden verklaard door de manier waarop het schoolvak Nederlands gepresenteerd wordt en hoe daarin geïnvesteerd wordt. En de wijze waarop het schoolvak vandaag maatschappelijk wordt gepercipieerd. Op zo’n momenten moet een opleiding natuurlijk nadenken over hoe het aanbod georganiseerd zal worden. Ik heb ondertussen al opgeroepen

UGent om samen met studenten na te denken over het curriculum: welke zijn de noden en verwachtingen van hedendaagse studenten? Samen met de collega’s van de opleiding maken we die denkoefening. Het spreekt voor zich dat de uitdagingen er voor studenten vandaag anders uitzien dan die van vorige generaties. Samen met studenten, alumni, professoren en leerkrachten Nederlands kunnen we op regelmatige basis de opleiding evalueren. Met andere woorden: we kunnen maar best een open gedachtewisseling aangaan over hoe we de opleiding Nederlands en bij uitbreiding talen relevant, attractief en uitdagend kunnen houden. Wat vindt u van het hele STEM-initiatief? Wordt de nadruk daardoor nog meer op wetenschappen en wiskunde gelegd en worden talen nog minder belicht? Door in te zetten op STEM-vakken (Science, Technology, Engineering en Mathematics), promoot men vooral de bèta-gerichte studierichtingen die leiden tot een diploma waarmee je op de arbeidsmarkt zogenaamd meteen scoort. Rendabiliteitskeuzes zijn dat. Belangstelling voor literatuur wordt dan voorgesteld als minder rendabel of relevant. Men impliceert bijna dat een taalrichting minder economisch interessant is. Dat is volstrekt onjuist. Daarom moeten we vanuit onze opleiding een positief verhaal vertellen en niet alleen aan de klaagmuur staan. Met een diploma Taal- en Letterkunde kun je

namelijk tal van richtingen uit zoals het bedrijfsleven, het onderwijs, de journalistiek, de culturele sector… Overal in het professioneel-maatschappelijk leven is taal van wezenlijk belang. In onze opleiding, maar ook algemeen in de andere alfawetenschappen, worden de studenten opgeleid als mondige en kritische burgers, ze worden getraind in onafhankelijk en kritisch denken en spreken, en daarin schuilt net de sterkte en het belang van onze opleiding: kritisch en betrokken naar teksten kijken, eigen meningen vormen, een goede argumentatie opbouwen, in staat zijn ook andere perspectieven te overwegen (empathie!), voor een bepaalde visie uitkomen en die visie op een zo overtuigend mogelijke manier naar voren brengen. En vooral onze meertaligheid is een troef. De idee dat je maar beter kunt inzetten op exacte wetenschappen en dat geesteswetenschappen of liberal arts-vakken iets zijn dat je beoefent uit welke romantische ingesteldheid dan ook, moet dus dringend bijgesteld worden.

«Het is een vak met een eigen dynamiek, die tal van competenties veronderstelt. » LUSTRUM

49


Interview

«In Münster bijvoorbeeld zijn er meer studenten Nederlands dan aan alle Nederlandse universiteiten samen.»

Hoe zou u het belang van Nederlands of taal in het algemeen terug willen aantonen bij het grote publiek? Het is iets dat je in samenspraak met heel veel collega’s onderneemt en niet in dialoog met alleen academische neerlandici, taal- en letterkundigen en collega’s van de toepaste taalkunde, want dat is maar een klein segment van de betrokken groep. Het begint natuurlijk allemaal met het schoolvak Nederlands op de middelbare school. Ik heb ooit gepleit in een opiniestuk, samen met Carl de Strycker, in De Standaard, dat we een uur Nederlands méér moeten aanbieden in plaats van één uur minder. Mijn indruk is, op basis van gesprekken met mensen die in de middelbare school lesgeven, dat leerlingen vooral communicatieve vaardigheden krijgen aangeleerd (spreek- en schrijfvaardigheid, argumentatievaardigheden) en ook dat zij intens bezig zijn met grammatica en spelling. Dat is vanzelfsprekend niet onbelangrijk, zelfs integendeel, maar ik vind het dan wel een spijtige zaak dat bijvoorbeeld literatuur veel minder aan bod komt en dat kennis én inhoud vaak worden opgeofferd. Je hebt natuurlijk wel leerkrachten en schooldirecties die er een punt van maken om bijvoorbeeld poëzie te geven, maar dat zijn volgens mij in het hedendaagse aanbod van dwingende eindtermen en toeziende inspecteurs eerder de witte raven. Aan de hand van de nieuwe eindtermen voor de middelbare school die nu op tafel liggen, kunnen scholen en leerkrachten zelf voor een deel kiezen hoe ze het vak Nederlands verder invullen naast het elementaire basispakket. Vaak wordt er dan gekozen om niet méér dan het verplichte minimum aan literatuur aan te bieden. Ik merk nu al, zelfs al zijn er nog geen studenten met de nieuwe eindtermen Nederlands ingestroomd (het effect van de programmahervorming merken we wel over enkele jaren), dat de voeling met poëzie en de literatuurgeschiedenis minimaal is. Ik denk dat we met vereende krachten en dus in goed overleg eens moeten kijken hoe we het schoolvak Nederlands terug kunnen opwaarderen tot, om een collega te citeren, ‘iets sexy’. Het vak moet weer uitdagend worden en niet gewoon het ‘luluurtje’ of het vak dat je er ook maar even moet bijnemen omdat STEM-vakken zo van belang zijn. En ik weet: er zijn veel leerkrachten die echt wel het beste van zichzelf geven.

50

DILEMMA IV

De onderwijsnetwerken tonen zich niet altijd overtuigd van het punt dat ik hier maak. Nu wordt er te veel van uitgegaan dat Nederlands ‘toch de moedertaal is’ en dat je die taal ‘al voldoende beheerst’, en zeker niet studeert aan een universiteit. Ik denk dat dat een grote misvatting is die we de wereld moeten uithelpen.

worden ook in het Nederlands aangeboden. Dat is voor mij geen argument omdat het niet zo is en niet zo moet zijn.

We moeten in het onderwijs dus de balans terugvinden tussen vaardigheden enerzijds en taalstudie en literatuur anderzijds?

Ik ken het programma onvoldoende om er een gegrond oordeel over te vellen, maar ik weet wel dat het tweetalig onderwijs is en dat er grotendeels wordt ingezet op Engels (in Vlaanderen nvdr.). Ik vind Engels een belangrijke taal, zeker in het huidige internationale wetenschapsdiscours, net zoals ik alle andere talen belangrijk vind, maar daarmee verdringen we het Nederlands nog meer naar de achtergrond. Aan de andere kant verdiepen de studenten zich aan Vlaamse universiteiten in twee talen; wat naar mijn mening ook de kracht is van onze universitaire taal- en letterkundige opleiding. Op die manier houden we stand. Zeker als je het vergelijkt met de situatie in Nederland, waar je één taal bestudeert en waar de neerlandistiek nu nauwelijks nog bestaat. Aan de VU Amsterdam waren er dit jaar welgeteld vijf inschrijvingen (instroom) en vijf universitaire docenten. Aan alle Nederlandse universiteiten samen hooguit tweehonderd instromers voor Nederlands. Hoogstaand letterkundig en taalkundig onderzoek doen is het opzet van onze academische opleiding. Vroeger moest je kiezen binnen taalfamilies (Germaans, Romaans en klassiek), maar sinds de programmahervorming combineer je talen uit verschillende

De balans moet inderdaad hervonden worden. Ik hoor van mensen die in het middelbaar onderwijs staan dat tieners vooral getraind worden in competentieonderwijs. Communicatie- en argumentatievaardigheden zijn heel erg belangrijk maar het aantal uren, vroeger vijf en vanaf volgend schooljaar dus vier, zal niet volstaan om uiteindelijk ook nog aan die literaire teksten toe te komen. Dat is dan weer afhankelijk van de leerkracht of de schooldirectie die dat al dan niet belangrijk vindt. Als je een uur Nederlands méér aanbiedt, maar dat willen de onderwijskoepels dus niet omdat bijvoorbeeld ook ondernemerszin aan bod moet komen, dan zou je die leerkracht meer ruimte geven en zo kan je het vak opwaarderen. Nu wordt de boodschap uitgestuurd dat het ook wel volstaat met dat uurtje Nederlands minder. Je kunt van leerkrachten wiskunde en chemie niet verwachten dat zij die taak van de leerkracht Nederlands overnemen of compenseren. De klagers worden dan doorverwezen naar de andere schoolvakken, want die

Wat is uw mening over CLIL-onderwijs, waarin er dus nog minder via het Nederlands gecommuniceerd wordt met de leerlingen?


Interview

families. Dat zorgt natuurlijk voor nieuwe perspectieven en interessante uitdagingen. Ik wil wel eens een vak aanbieden waarbij studenten Nederlands ook hun grondige kennis van tweede taal kunnen gebruiken, en hun vertrouwdheid met de literatuur in die taal, om papers te schrijven en voor medestudenten presentaties te geven waarbij ze hun kennis van bijvoorbeeld Franse of Italiaanse literatuur meenemen in een studie Nederlandse letterkunde. Nederlandse literatuur in contact met andere taal- en cultuurgebieden. We maken nu nog veel te weinig gebruik van die in totaal 29 talencombinaties. Tweetalenonderwijs is een zegen. Aan onze universiteiten worden twee talen en literaturen bestudeerd, vanuit een academisch perspectief, waarbij wordt ingegaan op de diepere structuren van de taal- en letterkunde. Niet louter functioneel dus, zoals in het geval van CLIL. Ziet u in de nabije toekomst een nauwere samenwerking met Nederland, waar de verengelsing op universitair niveau al sterk aanwezig is, om het Nederlands nog meer op te waarderen? Misschien wel zestig procent van de bacheloropleidingen zijn aan Nederlandse universiteiten al Engelstalig. Een overgrote meerderheid van de masteropleidingen, zo niet bijna allemaal, zijn Engelstalig. Er zijn universiteiten in Nederland waar je Nederlandse literatuur in het Engels gedoceerd krijgt. Ik vind dat bizar, hoewel ik er niets tegen heb dat we onze literatuur internationaal uitdragen en ook in het

Engels aanbieden voor belangstellende buitenlandse studenten. Dat is evident. In de literatuurstudie bestaan verschillende onderzoeksparadigma’s; veel verschillende methoden en benaderingswijzen. In Antwerpen zijn ze anders bezig met de Nederlandse Letterkunde dan in Leuven, Gent of Brussel en dat is mooi complementair. De Nederlandse literatuurstudie, en dat geldt uiteraard ook voor de taalkunde, is een groot huis met veel kamers en doorgangen, alleen moeten we dat vertalen naar nog attractiever opleidingen met méér samenwerking over de grenzen van taalafdelingen heen, samenwerking tussen verschillende disciplines (taal- en letterkunde maar ook andere specialismen). In Nederland is er nu een Raad voor de Neerlandistiek opgericht en hier in Gent (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren) hebben we een platform voor de neerlandistiek waar alle vier Vlaamse universiteiten vertegenwoordigd zijn. Er wordt overlegd, er heeft een gedachtewisseling plaats. We moeten wel in het achterhoofd houden dat wat in Nederland gebeurt toch nog iets anders is dan hoe wij de opleidingen Taal- en Letterkunde en Toepaste Taalkunde aanbieden in Vlaanderen. Er zijn niet alleen verschilpunten, maar ook raakvlakken. Op die manier kunnen we ontzettend veel van elkaar leren, en beslist niet te vergeten: ook van de extramurale neerlandistiek waar het Nederlands natuurlijk als tweede of derde taal wordt gestudeerd. In Münster bijvoorbeeld zijn er meer

studenten Nederlands dan aan alle Nederlandse universiteiten samen. Je kunt in Polen op een tweehonderd kilometer van elkaar, in Poznań en Wrocław, een volwaardige bachelor- en masteropleiding Nederlands volgen. Onze Poolse collega-neerlandici werken zelfs met een numerus clausus: er melden zich gewoon teveel studenten aan die Nederlands willen studeren. Het is wel stuitend om vast te stellen dat er buiten het Nederlandse taalgebied véél meer studenten zijn die bewust kiezen voor een opleiding Nederlands (als hoofd- of keuzetaal, als optietraject). Terwijl er in één van de twee universiteiten van Amsterdam simpelweg geen studenten Nederlands meer zijn. De VU schrapte onlangs de bacheloropleiding Nederlands, je kunt er alleen nog de masteropleiding volgen of iets met toegepaste taalkunde doen. Dat je dus samenwerkt spreekt voor zich, maar niet alléén met Nederland, ook met collega’s van onder meer Oldenburg, Keulen, Berlijn, Münster en Wenen (Duitstalige neerlandistiek), Polen, Tsjechië en Hongarije, waar er prachtige leerstoelen Nederlands zijn. Met die mensen wil ik over landsgrenzen heen ook in gesprek gaan over het aanbieden van een aantrekkelijke en kwaliteitsvolle opleiding. Ik ben me er ook wel van bewust dat die niet-moedertaalsprekers de opleiding Nederlands anders ervaren. Zij kiezen voor het Nederlands als vreemde taal en moeten zich eerst bekwamen in de studie van taalvaardigheid, dan pas komen ze toe aan de literatuur in het Nederlands. Bij ons bestaat de studentenpopulatie voornamelijk over moedertaalsprekers. De visie van niet-moedertaalsprekers op onze literatuur en cultuur is per definitie anders cultureel geframed en dus complementair ten opzichte van onze (intramurale) blik. Het spreekt voor zich dat de neerlandistiek in een internationaal perspectief moet worden gezien, rekening houdend met de tweede taal van onze studenten. Als we het particuliere van de Nederlandse literatuur in transnationaal opzicht verder exploreren en in de verf zetten, zou dat nieuwe perspectieven bieden, ook voor onze studenten, net omdat ze in hun studiepakket altijd twee talen combineren. Als we het Nederlands willen opwaarderen tot iets internationaals, is - om er even op terug te komen - CLIL dan net niet contraproductief?

De Standaard

LUSTRUM

51


Interview

Wie mij kent, weet dat ik absoluut niet gekant ben tegen de verengelsing van het academisch onderwijs, maar dat ik wel voorstander ben van meertaligheid en belangstelling hebben voor interculturaliteit. Engels mag dan wel de lingua franca van ons hedendaags wetenschapsbedrijf zijn, toch blijf ik er ook voor pleiten om hier in Gent vakken in het Nederlands aan te bieden. En dan niet alleen vakken Nederlandse taal en literatuur, maar ook vele andere vakken in onze faculteiten. Daar swingt de verengelsing soms wel de pan uit. Zonder een excellente beheersing van en liefde voor de eigen moedertaal, ook als wetenschapstaal met een vakspecifiek jargon, kom je niet toe aan een gedegen kennis van andere talen, die vanzelfsprekend hun grote belang hebben. Er zijn faculteiten waar de hele masteropleiding in het Engels wordt aangeboden. Als je dat doet, zonder voor Nederlands en Engels te opteren bijvoorbeeld, dan draag je ertoe bij dat het Nederlands als wetenschapstaal, ongeacht de discipline, verarmt. Zo heb je geen jargon meer om een aantal dingen te benoemen en ben je verplicht naar het Engels terug te grijpen. Wie hier zijn of haar beroep uitoefent, in een regio van Nederlandssprekenden én vele andere talen, kan die professionele bezigheden niet optimaal invullen. Ik denk trouwens dat de diepgang van elke discussie, elk gesprek over om het even welk onderwerp, armer wordt (vervlakt) wanneer je je bedient van een taal die niet jouw moedertaal is en die je maar voor een deel beheerst. We moeten ons kunnen uitdrukken in zoveel mogelijk talen, ook het Engels. Maar als je die vreemde talen onvoldoende kent, dan krijg je een soort nivellering van bijvoorbeeld een college of een vakinhoudelijke discussie. En die keuze voor een steenkolenengels, meestal tenenkrullend, komt het wetenschappelijk gesprek om evidente redenen niet ten goede. Hebt u zelf nog een mooie boodschap omtrent het behoud van het Nederlands? Koester je talen, maar dat klinkt vandaag wellicht betuttelend. Talenkennis is een immaterieel goed. Taal is daarenboven veel méér dan een instrument of een handig communicatiemiddel, het materiaal van de dagelijkse omgang. Wij bewegen ons in taal, we drukken onszelf en de ander uit in taal. Onze identiteit, ons zijn wordt bepaald door de taal die we gebruiken. Er zijn

52

DILEMMA IV

weergaloze literaire teksten in vele talen geschreven, dus taal is in vele opzichten beduidend méér dan wat doorgaans met taal wordt geassocieerd (namelijk een medium om je in uit te drukken). Ik zeg soms dat “op mijn paspoort talen staan”. Ik denk dat ik mijn identiteit ontleen aan de manier waarop ik mijn taal hanteer en het is daarom - en dat klinkt dezer dagen bijna moraliserend - dat je aan taalzorg moet doen. Je moet heel veel investeren in een ordentelijk gebruik van, in dit geval, het Nederlands, omdat taal mee je persoonlijkheid in de binnen- en buitenwereld bepaalt. Als je je daar rekenschap van geeft, heb je al een heel grote stap gezet. Het klinkt vandaag misschien wat belegen maar ik ben de versregel van Gezelle nog steeds dierbaar: “De vlaamsche tale is wonder zoet, / voor die heur geen geweld en doet”. Taal is het fundament voor ons (maatschappelijk) functioneren.

Bram Schotte & Gilles Vanden Bogaert

«Koester je talen. Wij bewegen ons in taal, we drukken onszelf en de ander uit in taal. Taal is in vele opzichten beduidend méér dan wat doorgaans met taal wordt geassocieerd (namelijk een medium om je in uit te drukken). Ik zeg soms dat “op mijn paspoort talen staan”.»


Interview

Interview met Mieke Van Herreweghe: vicerector aan de UGent

Mona: Hoe is het om vicerector te zijn? Het is een zeer boeiende job. Ik vind het zeer boeiend om een helikopterzicht te krijgen op wat er zich allemaal aan de universiteit afspeelt. Je kan ook de kruisverbindingen zien waar mensen mee bezig zijn. Als je alleen in de faculteit zit, dan heb je dat veel minder en zit je ook meer in je eigen vakgebied. De job is natuurlijk ook helemaal anders. Ik hou me nu exclusief bezig met beleid, waardoor ik geen tijd meer heb voor onderwijs. Als ik elke week hetzelfde uur moet vasthouden voor onderwijs, betekent dat dat ik vergaderingen moet missen die vaak ook op vaste uren liggen. Het is dus praktisch onmogelijk om deze job nog te combineren met onderwijs. Dat lukt gewoon niet meer. Wat betreft onderzoek begeleid ik nog wel enkele studenten en doctorandi, maar zelf onderzoek verrichten komt er niet meer van. Ik probeer wel nog wat mee te lezen, maar dat staat toch op een heel laag pitje. Maar aan de andere kant, alles wat met beleidsvoering te maken heeft, is ook wel zeer interessant. Je kan ook wel bepaalde dingen bewegen en veranderen. Ik luister graag naar de mensen, dus ik probeer heel veel input te krijgen om daar dan mee te werken en het beleid te kunnen aanpassen. Mona: Vindt u het dan niet jammer dat de materie die u aanvankelijk gestudeerd heeft minder aan bod komt bij deze job? De talen zijn natuurlijk wel een groot voordeel, aangezien ik vaak met internationale collega’s in contact kom en dan heb ik geen last om met hen te communiceren in het Engels. Dit is iets wat voor andere mensen misschien niet zo gemakkelijk kan zijn. Zo komt het taalvaardigheidsaspect van de taal wel nog vaak aan bod. Bovendien is communicatie voor mij altijd enorm belangrijk geweest en dat merk je dan ook wel in de teksten die ik opstel. Ik probeer altijd een goed opgebouwde tekst te maken. Dat talige aspect is altijd wel gebleven, maar ik heb ook nog veel dingen ernaast gestudeerd en daar doe ik nu niet zo veel meer mee.

Mona: Mist u het lesgeven soms? Ik geef graag les en ik heb ook graag contact met studenten. Ik mis het dus wel, ja. Ik heb er natuurlijk ook andere dingen voor in de plaats gekregen. Kiezen is altijd een beetje verliezen. Een cliché, maar het is wel zo. Ik geef af en toe nog eens gastlessen en dat vind ik wel leuk om nog eens te doen. Mona: U bekleedde de functie ‘Sport’ bij Germania. Hoe was dat? (Lacht) Ja, dat is toch wel meer dan 30 jaar geleden, toen de germanisten nog ‘echte’ germanisten waren. We blonken nu niet echt uit in sportactiviteiten eerlijk gezegd (lacht). Als ik het mij nog goed herinner, heb ik het een jaar alleen gedaan. In dat jaar zijn we er wel in geslaagd om een vrouwelijke basketbalploeg samen te stellen. Ik wist dat drie meisjes in eerste klasse speelden, dus ik had die samengezet. Ik heb dan zelf meegespeeld, hoewel ik dat nu ook niet zo goed kon, en er nog iemand anders erbij betrokken die eigenlijk ook maar matig speelde. Telkens als wij een bal kregen, probeerden we die zo snel mogelijk te gooien naar één van die drie. Dat jaar hebben we het universitaire kampioenschap gewonnen tegen de ingenieurs die enorm veel trainden, wat wij totaal niet deden. Blijkbaar wonnen zij dat al jaren na elkaar, en dat jaar waren ze dan verloren. Dat ga ik nooit meer vergeten. Ik weet ook nog dat ik schaatsavonden organiseerde, toen Kristallijn nog niet bestond. We moesten dus helemaal naar Gullegem gaan. En op de eerste avond die ik georganiseerd had, heeft iemand haar pols gebroken. Toen heb ik meer in het ziekenhuis gezeten dan op mijn activiteit zelf. In die jaren was er ook geen internet of waren er ook geen gsm’s. Iets organiseren toen vergeleken met iets organiseren vandaag is helemaal anders. De jongens hadden ook een voetbalploeg, maar voetbal interesseerde mij niet zo. We hadden dan ook beslist om de functie op te splitsen in twee functies: een sportpreses voor voetbal en een sportpreses voor de andere sporten,

maar we werkten heel goed samen. Wat betreft het presidium zelf hadden we af en toe wel eens vergaderingen met het hele praesidium. Je kwam ook wel meer overeen met de ene dat met de andere, maar dat zal vandaag niet anders zijn, veronderstel ik. Wat ik me wel nog zeer goed herinner, is dat we met Germania geen dopen wilden organiseren. In plaats van dopen, wilden we iets creatievers organiseren en dus organiseerden we een vrij podium. Galabals en cantussen wilden we toen ook niet doen, we organiseerden enkel fuiven, vooral in de Vooruit. Maar op een jaar waren dat er misschien wel drie. Mona: In welk opzicht verschilde Romania van Germania? Organiseerden zij bijvoorbeeld wel cantussen? Geen flauw idee. Wij hadden daar totaal geen contact mee. Dat was echt een compleet andere wereld. In onze ogen waren dat compleet aparte studenten. Zij spraken heel vaak Frans onderling, ook studenten die geen Frans spraken thuis. Al mogen we niet vergeten dat de opleiding Romaanse talen anders was dan nu. Toen moest je verplicht vier jaar Frans studeren en vanaf je tweede jaar moest je kiezen tussen Spaans of Italiaans. Frans was dus echt wel de basis van die opleiding. Dat is dan veranderd in 2004, wanneer ze de opleidingen hervormd hebben tot één grote Taal-en Letterkunde opleiding. Ze spraken dus Frans onder elkaar en soms gingen wij er dan naast staan en begonnen wij in het Engels tegen elkaar (lacht). Er waren wel clichés over de twee verschillende opleidingen. De Germaanse waren de meer artistieke/ creatieve studenten, terwijl de Romaanse de studenten waren die in het onderwijs wilden gaan na hun studies. Of dat echt zo was valt te betwijfelen, maar in onze ogen was dat toen toch zo. Mona: Dus er was bijna geen contact tussen de verschillende kringen toen? Nee, ik kan me niet herinneren dat ik ooit contact heb gehad met mensen van

LUSTRUM

53


Interview andere kringen. Wij zijn wel begonnen met een boekje, namelijk ‘Literatuurlijk’, de voorloper van Dilemma. Karl van den Broeck heeft dat toen op poten gezet met de steun van het presidium. Het was wel meer gericht op het creatieve aspect van schrijven. Men ging vragen aan studenten of ze kortverhalen of gedichten wilden schrijven en die werden dan gepubliceerd in dat boekje. Het was met andere woorden meer een creatieve outlet voor de studenten. Mona: Wat is de mooiste herinnering uit uw studententijd? Ik kreeg les van Kristiaan Versluys, een professor Amerikaanse en Engelse literatuur en ik herinner me dat hij ooit eens gitaar heeft gespeeld in de les. Als ik het mij nog goed herinner, was het een liedje van Bob Dylan dat hij speelde. Het paste bij iets van poëzie dat hij aan het uitleggen was. Dat is mij altijd bijgebleven. Je komt het niet alle dagen tegen dat een prof zijn of haar gitaar neemt en begint te zingen (lacht). Of het de mooiste herinnering is, dat weet ik niet, maar het was wel het eerste waar ik aan moest denken. Iets anders wat ik mij nog levendig herinner, is dat je vroeger voor de proclamatie allemaal naar auditorium E moest gaan en dan werden de punten afgeroepen per jaar. Na het eerste jaar was ik er voor alles door. In het eerste jaar is alles nog wat aftasten, en je zat daar natuurlijk met alle spanning nog van de examens waarvan je wist niet hoe slecht je het gedaan had. Dat was dus voor mij ook een mooi moment omdat ik er juist voor alles door was. Voor studenten die het slecht hadden gedaan, was dat niet echt leuk,. Daarna moesten we dan in het ‘aquarium’ (het cafetaria) ons puntenbriefje gaan ophalen. Wij waren met vier vriendinnen die veel samen deden, en in die tijd was noteren echt enorm belangrijk. Je moest constant blijven schrijven, zodat je vaak na een anderhalf uur al aan tien bladzijden notities zat. Toen waren er ook geen of nauwelijks syllabi, dus als je niks genoteerd had, had je ook niks. We spraken dan één keer per week af met ons vieren om onze notities met elkaar te vergelijken. We waren er dan ook allevier door voor alles, dus dat was ook een mooi groepsmoment. Paavo: Ik bekleed dit jaar de functie ‘Sport’ bij Filologica. Zou u als oudsport mij en mijn functiepartner een tip kunnen geven?

54

DILEMMA IV

Probeer vooral goed te kijken naar de studenten en te kijken in welke sporten ze geïnteresseerd zijn. Dan kan je die sporten meenemen, in plaats van enkel te voetballen bijvoorbeeld. Zeker als er studenten zijn die in bepaalde sporten uitblinken, is het leuk om andere studenten daarrond mee te krijgen. Voor de studenten is dat ook plezant, omdat je dan medestudenten hebt die in dezelfde richting zitten en die meegaan om te supporteren. Je moet ook gebruik maken van het talent van je spelers natuurlijk. Paavo: U hebt in het presidium gezeten en dan nu, een heel eind later, ben u vicerector. Heeft u het gevoel dat de tijd in het presidium u later geholpen heeft? In het presidium heb je als het ware een leidinggevende functie: je moet dingen organiseren en met mensen samenzitten om dingen georganiseerd te krijgen. Je moet dus in de groep van het presidium vaak overleggen en overeenkomen. Het is misschien kleinschalig, maar het helpt wel. Het zijn ervaringen die je opdoet en die je elders kan gebruiken. Ik weet ook nog goed dat ik een aanvraag had gedaan om na mijn vier jaar nog een master te gaan studeren in Engeland. Dat was preErasmus, want Erasmus bestond toen nog niet. Ik had twee opties: ik wilde naar Ierland gaan, maar dat was met een beurs

en het hing er dus van af of ik die beurs ging krijgen of niet. En dat wist ik pas in augustus. Ofwel ging ik in Leeds studeren, wat heel duur was. Mijn ouders wilden dat betalen, waar ik hen nog altijd dankbaar voor ben. Je moest er natuurlijk wel aanvaard geraken en dat was niet evident in die masteropleidingen. Wij hadden toen oefeningelessen van een Britse native speaker en ik vroeg hem wat advies. Hij zei dat ik toen moest opschrijven dat ik in het presidium zat, omdat ze dat blijkbaar heel belangrijk vinden. Studentenengagement was voor hen een groot pluspunt. Ik heb dat dan gedaan en ik ben er ook aanvaard, maar toen ik vernam dat ik de beurs had gekregen, ben ik toch naar Ierland gegaan. Neem het ook op in je cv, want werkgevers vinden dat soms wel belangrijk. Maar uiteraard moet je het daarvoor niet doen, wel omdat je dat zelf graag wil doen.

Mona Bronsema Noa Brunello Paavo Vander Eecken


Serafina Van Geertruyen 2016-2017 “Jij wil zeker niet? Kan je samen met mij Dilemma upgraden.” De meest impactvolle anekdote uit mijn scriptorjaar is er één die ik al talloze keren gedeeld heb met iedereen die het wel of niet wilde horen, maar nog nooit met de exacte woorden. Het gebeurde toen ik nog maar net verkozen was als scriptor, op 30 april 2016. Als enige voor een duofunctie. De andere persoon die wel wilde, moest helaas naar Antwerpen om verder te studeren. Ik zat met de handen in het haar, want ik had echt geen idee wie er anders nog zou willen opkomen. Half lachend vroeg ik aan iemand die ik al een goeie zeven jaar kende of hij niet wilde opkomen. Arne was nooit echt actief geweest bij Filo buiten eens een cocktailavond of het galabal, en antwoordde logischerwijs “nah :v im (sic) too lazy for that” op mijn vraag. Een hele avond én ochtend vol over-en-weergestuur over alles en niets, van muziek tot memes tot rare dromen die we gehad hadden, volgt de volgende messengerdialoog. “en nog geen nieuwe kandidaat scriptor?” “nee kweet echt van niemand tgaat een verrassing zijn” “hm” “stiekem wil jij wel” “ik ben het mss wel lichtjes aan het beginnen overwegen” “echt?” “lol “geen team beter dan wij 2” En zo geschiedde. Ik mocht hoofdredacteur worden van het beste studententijdschrift van Gent én ik mocht het samen met mijn trouwste vriend doen. Ik heb genoten van elk jaar met Filologica, maar geen enkel hoogtepunt weegt op tegen wat ik nog steeds een van de mooiste momenten uit die tien jaar vriendschap vind.

De proscriptor spreekt... Martijn Dentant 2009-2010 Calamos discipulosque cano, Sancti Nicolai Rijkevorselisque qui primi ab oris Gandam, parentis profugi, Montem Blandinumque venerunt, discendi cupidi, de litteris linguisque multas ibi res didicerunt, nunc quae memoriis vero eis peritae sunt universae; multa quoque ibi, saevi Thomae Steendamii ob auctoritatem, biberunt pocula ac haud paucas scripserunt Dilemmata multum in quibus tempus abusi sunt, iis in studio insumere satius decuit. Urbe nunc decem annos post decesserunt, et in nationis iam alteris partis Martinus Loraque vivant saepe nec se vident. In ludis docentes, solventes munificos, amicos incurrentes novos, iter ulterius iterumque deducti sunt illo tempore. Multas in universitate discutas iam nunc non memorant, at uter scit se tempus bibens, scribens, amans, plorans Blandini in cellario montis passatum obliturus esse numquam. Tantine amicis amores?

Er is geen beter team dan wij twee.

Arno Dewispelaere 2010-2011 Dat ik hoofdredacteur was geweest van een studentenmagazine, zei ik tegen de man aan de overzijde van de ontzagwekkend grote tafel. Of hij dat magazine dan wel eens mocht doorbladeren, antwoordde hij argwanend, ja, bijna denigrerend. In journalistieke middens is werkervaring bij een studentikoos blad kennelijk niet het meest indrukwekkende waar je mee uit kunt pakken. De man, redactiechef van een vooraanstaand tijdschrift, zette zijn leesbril voor op zijn neus en bekeek het exemplaar van Dilemma - een editie uit 2010 of 2011, ik wil ervan af zijn - met aandacht. Zijn blik schipperde van achterdocht over verbazing naar blijdschap. Nee, dit was niet het zoveelste amateuristisch gelay-oute, vol wist-je-datjes gestouwde en dt-foutenrijke studentenvod. Plots begreep hij waarom mijn cv deze verwezenlijking met trots vermeldde. Wie zich in zijn studententijd inzette voor Dilemma - als schrijver, redacteur, corrector, vormgever of n’importe quoi - weet hoe je een straf blad maakt. Dilemma, niet toevallig het paradepaardje van de studenten Taal- en letterkunde, staat garant voor kwaliteit, vormelijk en inhoudelijk. Culturele recensies wisselen af met diepgaande interviews, snijdende satire en actuele achtergrondartikels. In de redactie zetelen zonder uitzondering geëngageerde studenten met een hart voor journalistiek. Met de leesbril nog op de neus wandelde de sympathieke redactiechef mijn richting uit en schudde hij mij bedankend de hand. Wanneer ik meer zou weten, vroeg ik, en of ik hen zou bellen of zij mij. Dat zij mij zouden bellen, was zijn repliek. En dat gebeurde, een dag of drie later. Zes jaar later schrijf ik nog steeds stukken voor zijn blad. Dank u, Filologica, en dank u, Dilemma.


Auw La

POĂ&#x2039;ZIE Erwt Voor mensen die de bal rollend houden op de naar eigen zeggen wonderlijke wijze: ik heb een kleine sympathie ontwikkeld voor de kwade buren van het fenomeen gluren: het onzegbare begin, het schouderklopje, het behoedzaam knikken. Nu ja, goedemorgen en tot nooit meer. Ik hield mezelf bezig al schuifelend. Schuifelend de trap op en zo ook weer af. Mezelf passief bijpassend vergeten. Een clichĂŠ. Mezelf betrappen op groeien. Grijnzen. Maar praktisch alles groeit. Alleen jij niet. Jij-zult-het-nooit-leren. Betwetergedrag. Het zal er mooi uitzien.

Dries Verhaegen

LUSTRUM

57


Auw La

routineâ&#x20AC;&#x201D; Ik drentel door de gele straat en struikel over een blok karaat maar niets is wat het lijkt ...

mijn gedachtegang gevoed door opiaat, het gezang van vogels klinkt net plagiaat, dat vergaat hoe dichter ik nu sta

ik ben in roes, en ik hoest, ik weet niet hoe, hoe ik mij voel, kijkend met vooruitzicht zonder doel

ik slaap het uit, en maak geluid van zodra ik wakker word ik raap de buit, en ben op weg naar huis, tot het weer zondag wordt.

Moksh Thakkar Kuma Moksh Thakkar Kumar Moksh Thakkar Kumar Moksh Thakkar Moksh Moksh Thakkar Kumar

58

DILEMMA IV


Auw La

1979 Het is een verloren generatie wiens plaat is blijven hangen. Hun laatste streepje muziek is zoals een leeg blad papier dat je naar je verloren liefde zou sturen omdat je niks meer te zeggen hebt, doodop bent, maar er wel nog aan denkt. Ze zijn een verloren generatie en hun plaat is blijven hangen, want ze roepen en roepen en roepen en roepen maak ons nu toch eens los maar niemand luistert, want, wat dacht je, stuur je een leeg blad papier, krijg je er ook eentje terug. Samira Ataei

LUSTRUM

59


Auw La

Toen ik mijn sjaal vergat

Met planten en planeten in mijn jaszak wandel ik door de inkomhal. Waarom geeft die naam slechts één richting weer? De foute. In de dingen die ik denk, in elke kop koffie, is hij aanwezig. Ik geloof dat het tijd is om te vertrekken. Ik dacht niet achterom kijken, vlak voordat ik achterom keek. Zag tijd walsen in de woonkamer.

Het maakt niet uit wat ik geloof. Het tapijt vermindert mij. Afwezigheid van zin en bij gebrek aan een goede reden, zijn wij ‘s nachts zachter. Jolien Verbrugge

60

DILEMMA IV


Interview Weerwolven

Pacifisme stierf vannacht geen stille dood op de barricades. De stad leeft als die glittert. Tegen nagels en naalden waren wij hamers onder landeloze vlaggen. In het bengaals rood breekt de wet een deur Kraakt het volk de sleur. De zwaailichten opgeslorpt in het blok van zwart. Na vannacht worden de wortels bengelend aan stok en achter glas ontbijtsoep voor de massa. Onder gesmeten lichten dragen we geen slaapmaskers. Niemand slaapt wanneer de zon ontwaakt. Niemand deze ochtend in glasglinsterende straten. Waar we wakker rond brandende combi’s eindelijk weten hoe warmte voelt. Wanneer de stad herleeft in glitter met sloophamers op kasseien, van bouwblokken en zaden. Van vlammende banken en geplunderde supermarkten ligt het wc-papier op de grond. “Zacht en Sterk” leest het label. Zoals wij altijd waren en nu altijd mogen zijn. Años despues El bien más preciado es la libertad hay que defenderla con fe y valor.

Koen Blauwblomme- Ahab

LUSTRUM

61


EXTRA


MEME-OLUTION J

e surft wat op het internet en er gaan geen vijf minuten voorbij of je komt wel een meme tegen. Wie kent het niet? Aangezien memes als fenomeen zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we er amper nog bij stilstaan, leek het ons wel interessant om even een duik te nemen in de geschiedenis. Laten we ontdekken hoe het allemaal begon.

van veranderingen in het politieke of medialandschap weer relevant worden. Men kan de metamorfose van memes dus in zekere zin vergelijken met het concept van evolutie. Een meme zal honderden metamorfoses ondergaan, waarvan enkel de meest succesvolle wijd genoeg verspreid raken om op hun beurt weer een metamorfose te ondergaan, totdat de meme zijn relevantie verliest en uitsterft.

Wanneer we ‘meme’ opzoeken in het woordenboek krijgen we de volgende twee definities voorgeschoteld:

In een later stadium begon de interwebworld ook afbeeldingen, GIF’s of kleine filmpjes met een ludiek idee erachter te beschrijven met de door dr. Dawkins geïntroduceerde term. Men vermoedt dat deze term vanuit memegerichte subculturen verspreid raakte over de rest van het wereldwijde web.

/miːm/ noun 1.An element of a culture or system of behaviour passed from one individual to another by imitation or other non-genetic means. 2. An image, video, piece of text, etc., typically humorous in nature, that is copied and spread rapidly by Internet users, often with slight variations. Definitie twee omschrijft vermoedelijk perfect wat de meeste mensen zich voor de geest halen als ze het woord ‘meme’ horen: een ludieke boodschap die zich snel verspreidt op het internet. De eerste definitie geeft ons echter zicht op het ontstaan van het concept. De term ‘meme’ werd voor het eerst gebruikt door dr. Clinton Richard Dawkins, een geneticus. Het woord lijkt op het Engelse ‘gene’ en legt zo de link met de genetica. Het concept ‘meme’ zoals we het nu gebruiken heeft nog steeds veel weg van de oorspronkelijke betekenis. Een genetische ‘meme’ wordt gerelateerd aan subculturen binnen bepaalde genetische formaties en kan muteren, uitsterven of in een slapende toestand gaan. Enkele memes die nog steeds relevant zijn door steeds opnieuw te muteren, zijn de ‘Is this a bird?’-meme, en zowat elk plaatje met Obi-Wan Kenobi erin. Voorbeelden van reeds uitgestorven memes zijn ‘Ugandan Nuckles’ of de ‘moth want lamp’. Daarnaast vinden we ook memes terug in slapende toestand. Die kunnen plots terugkeren indien ze omwille

De memes die wij vandaag koesteren, zijn een cultureel fenomeen geworden dankzij onze moderne maatschappij. Die draait rond snelle, visuele overdracht van informatie. Het feit dat er aan de andere kant van de wereld iets gebeurt waar we ettelijke ogenblikken later al memes van terugvinden, toont aan hoe snel en doeltreffend het systeem is. Dat doet meteen ook de vraag rijzen waarvoor het culturele fenomeen al dan niet gebruikt of misbruikt kan worden. Hoewel het leeuwendeel van alle memes eerder ludiek of volslagen absurd is, kunnen ze ook gebruikt worden voor de overdracht van bijvoorbeeld politieke opinies en hate speech. Het feit dat het ene het andere niet per se uitsluit, maakt dat de gepastheid van een meme vaak afhangt van context en intentie van de maker en de verspreider. Een meme die oorspronkelijk louter ludiek was, kan een volledig andere betekenis krijgen wanneer iemand deze onder andere omstandigheden oprakelt. Door de jaren heen zijn er een soort van ‘meme-conglomeraten’ ontstaan over heel het interweb. Dit zijn grote communities waarin mensen memes delen, waarna die, indien succesvol, verspreid worden over de verste uithoeken van het internet. Een van de eerste opkomende fenomenen zijn de ‘dank memes’, memes die hun neus ophalen voor alles wat standaard

of normie is en lak hadden aan politieke correctheid. Ondertussen is de dank meme van gisteren al te normie geworden voor de ‘memeheer’ van vandaag, met als resultaat dat de meeste dank memepages tegenwoordig zo absurd en esotherisch zijn dat ze kant noch wal raken. Daarnaast bestaan er ook talloze sub-reddit pagina’s die met verschillende fandoms te maken hebben. Elke filmreeks of serie die er is, heeft wel een specifieke meme-groep. Zo vind je op Reddit ‘PrequelMemes’ voor Star Wars fans of ‘Pirates of the Carribean Shipposting’. Voor elk wat wils dus. Ook Vlaanderen heeft een eigen memelandschap dat wordt gekleurd door honderden pagina’s. Zoals vaak is echter slechts een handvol hiervan succesvol. Vooral de ‘Vlaemsche’ memepagina’s, waarvan ‘Vlammende Vlaemsche Memes’ toch het voortouw neemt, doen het hier goed. In het meer absurdistische assortiment hebben we onder andere ‘Arno’s motiverende plaatjes voor overdag en soms in de nacht’ en ‘Fristi shitposts 2: de teleurstelling voorbij’. Voor liefhebbers van literatuur en gebroken Middelnederlands is er de ‘Dietschen Miemfaktorie’, oorspronkelijk voor en door Taal- en Letterkundestudenten, maar ondertussen ook al in het bezit van een uitgebreide fanbase, en binnenkort terug van hiatus. Daarnaast heeft ook bijna elke universitaire richting wel een pagina met nichememes die doorgaans vooral mensen uit het vakgebied zelf weten te bekoren. Het concept ‘meme’ heeft dus al een hele evolutie doorgemaakt en is dankzij een opmars van technologie en sociale media uitgegroeid tot een waar cultuurfenomeen. Het is onzeker welke vorm de ludieke plaatjes in de toekomst zullen aannemen, omdat er op elk moment nieuwe memes worden bedacht en oude memes worden vergeten. Één ding is echter zeker: memes hebben hun plekje in het medialandschap veroverd en zullen dit niet zonder slag of stoot weer afgeven.

Floris Ameel & Victor Ysebaert


Extra

Over vijftien jaar ...

LUSTRUMHOROSCOOP Steenbok Over vijftien jaar ben je met de nodige hobbels in de weg toch bij de ware terechtgekomen. Je hebt ook de perfecte manier gevonden om geld te verdienen en te sporten; als koerier bij Deliveroo! Jammer genoeg voorspellen de sterren dat je een bierallergie ontwikkelt als gevolg van overmatig gebruik.

Over vijftien jaar woon je alleen op een appartement met 5 katten, enough said. Je hebt het beste gehaald uit je Taal- en Letterkundediploma! Je bent onvermijdelijk werkloos. Niet getreurd: je wint het kampioenschap “Cara binnentrekken”.

Waterman

Ram Over vijftien jaar ben je de ware nog steeds niet tegengekomen, maar gelukkig is er chocolade om je van jouw portie genot te voorzien. De droomjob die je voor ogen had, komt er wel maar je hebt er erg hard voor moeten werken. Je bent een heel spirituele persoon geworden, zo’n type dat in magische stenen gelooft.

Stier

Over vijftien jaar ben jij volgens de sterren een happy single wiens grootste droom het is om rijk te zijn. Er zit echt niets anders op dan stripper worden. Work that pole! In je vrije tijd achtervolg jij hondjes op straat om ze te aaien.

Tweelingen

Over vijftien jaar ben jij jammer genoeg single, maar stiekem heeft iedereen een grote crush op jou! Je bent de bruisende stad beu geworden en verhuist naar het prachtige West-Vlaanderen om boer(in) te worden! Uiteindelijk beland je in de gevangenis wegens stalking.

64

Vissen

DILEMMA IV

Over vijftien jaar heb je nog steeds een losbandig seksleven, foei! Je bent dan ook een Upperdare-consulent van beroep. Je krijgt een mediacarrière nadat een filmpje waarin je van een roltrap valt viraal gaat. Lomp zijn is een gave.


Extra Maagd Weegschaal Over vijftien jaar ben je eindelijk gesetteld en jouw relatie verloopt vlot. Je bent ondertussen bezig aan je dertiende master (schaam je). In je vrije tijd maak je memes van je professoren. Je kan nog steeds niet koken, dus overleef je op lasagne van ‘den Aldi’.

Over vijftien jaar ben je nog steeds verliefd op die ene onbereikbare persoon. Op wereldreis ontmoet je een vreemde Schotse man die je doedelzak leert spelen. Je hebt je carrière volledig omgegooid en bent professioneel zeemeermin of zeemeerman geworden.

Schorpioen Over vijftien jaar is je derde vechtscheiding volledig afgerond en heb je eindelijk de ware gevonden. Je zoekt een nieuwe diepere betekenis in het leven en vindt die in BDSM: Bijbeldiscussies en studiemeetings! Verder zal je een indieband oprichten waarmee je zal optreden in kleine buurtcafés.

Kreeft Over vijftien jaar ben jij het enige sterrenbeeld met een stabiele liefdesrelatie, proficiat! Gelukkig heb je eindelijk jouw droomjob aan de haak geslagen: visser! You’re very lucky , want je erft een duikboot van je rijke overgroottante Katharina!

Boogschutter Over vijftien jaar is kindje nummer zes al onderweg <3. Je werkt hoogstwaarschijnlijk als een fulltime museumsuppoost. Je grootste werkuitdaging is dus wakker blijven. Je wint een reis naar Brazilië waar je per ongeluk betrokken raakt bij een drugsoorlog.

Leeuw Over vijftien jaar doe je hoogstwaarschijnlijk mee aan Temptation Island na alle spectaculaire liefdesavonturen die je hebt meegemaakt! Werken is niet echt iets voor jou en daarom spendeer jij jouw dagen met ‘Netflixen’. In je vrije tijd organiseer je theefeestjes in je literaire salons.

LUSTRUM

65


Extra

LUSTRUMWOORDZOEKER Welk woord blijft over ...? L

U

A

C

Y

E

S

T

W

U

P

C

G

M

G

F

T

M

O

T

I

R

E

G

R

U

N

U

N

U

E

R

M

D

I

D

B

E

E

L

I

I

A

M

S

E

O

E

E

N

U

N

S

T

N

D

Z

D

V

K

S

P

L

X

A

T

E

U

N

I

N

M

I

R

E

T

S

I

R

R

S

U

E

S

E

U

C

I

E

E

L

E

D

O

E

R

P

E

N

R

E

T

N

I

G

A

R

B

T

S

I

R

A

T

E

R

C

E

S

S

B

E

A

P

N

P

W

S

U

T

N

A

C

L

V

A

L

C

I

I

Z

U

E

H

A

R

R

A

F

S

L

E

H

R

F

L

M

F

U

N

C

T

I

E

K

A

D

E

C

O

F

I

L

O

L

O

G

I

C

A

G

E

L

S

Y

T

L

A

Y

O

U

T

E

R

E

D

N

O

V

A

I

T

T

E

H

G

A

P

S

R

M

A

R

P

D

R

P

E

N

R

E

T

X

E

F

Bachelor Cantus Codex Cultuur Day of Inseranity Dilemma Ereleden Externe P.R. Farrah Feest Filologica

66

Freaks vs. Geeks Functie Galabal Interne P.R. Lay-outer Lustrum Penning Preses Presidium Reis Scriptor

Secretaris Spaghetti-avond Sport Studie T.A.P. UGent Vice Web Zwanenzang


tijdschriften

Poëziekrant

POËZIECENTRUM OP LOCATIE

DONDERDAG 28 MAART

Poetry Insight – rond de Grote Poëzieprijs 2019

stadsdichter Gent

DONDERDAG 28 – 31 MAART Kinderpoëzieprijs

Poetry Insight belicht zowel de voor- als de ’achterkant’ van de actuele Nederlandstalige poëzie. Een avond met poëzie, een essay rond de ingezonden bundels, een panelgesprek met recensenten, uitgevers en muziek. Presentatie: Christophe Vekeman. » Poëziecentrum // 20 u. // Toegang: € 6 // Info: www.schoolderpoëzie.nl

poëzieworkshops

Passa Porta Festival: Ontdekking / Découverte van de Poésie

In deze sessie bespreken we International Bakery (Voorheen Cinema Royale) van David Nolens. Die novelle van zijn hand is volledig in versvorm geschreven. Later deze maand is Nolens te gast in Poëzie Rendez-Vous. Volgende sessie van de poëzieverdieping op 16.05. » Poëziecentrum // 19-20.30 postersu. // Toegang: gratis – aanmelden gewenst.

recensies

VRIJDAG 5 APRIL

Poëzie in uitvoering

Poëzieroute

Bette Westera begeleidt in onze shop drie filosofeersessies met kinderen, vertrekkend vanuit haar geweldige bundel Was de aarde vroeger plat? De bundel (en de filosofeersessies) is geschikt voor kinderen van 8 tot 99 jaar! Laat vooraf weten welke sessie je wil bijwonen. » Poëziecentrum // 14 – 16.30 u. // Toegang: gratis – aanmelden gewenst.

ZONDAG 7 APRIL

Facebook

Poëzieweek

De Leesrevolutie

Filosoferen met kinderen – met Bette Westera

Boekvoorstelling Diep en binnensmonds. Over Hercules, Richelieu en Nostradamus website

Paukeslag

stadsdichter Gent studiecentrum

knipselmappen

ZATERDAG 13 APRIL

» Arcatheater, Sint-Widostraat 4, 9000 Gent // 14-15.30 u. // Toegang: gratis.

Boekvoorstelling van Diep en Binnensmonds, een boek over het roemrijke drieluik van Paul Snoek: Hercules, Richelieu dichtbundels en Nostradamus, met Alicja Gescinska, Paul Demets en andere kenners, dichters en liefhebbers. Gevolgd door de uitreiking van de 10de Paul Snoekprijs.

Poëzie Rendez-Vous met David Nolens

Uitgeverij

In deze sessie bespreken we International Bakery (Voorheen Cinema Royale) van David Nolens. Die novelle van zijn hand is volledig in versvorm geschreven. Later deze maand is Nolens te gast in Poëzie Rendez-Vous. Volgende sessie van de poëzieverdieping op 16.05. » Poëziecentrum // 19-20.30 u. // Toegang: gratis – aanmelden gewenst.

poëzie

jong talent

Bette Westera begeleidt in onze shop drie filosofeersessies met kinderen, vertrekkend vanuit haar geweldige bundel Was de aarde vroeger plat? De bundel (en de filosofeersespostkaartjes sies) is geschikt voor kinderen van 8 tot 99 jaar! Laat vooraf weten welke sessie je wil bijwonen. » Poëziecentrum // 14 – 16.30 u. // Toegang: gratis – aanmelden gewenst.

David Nolens noemt zichzelf geen dichter. Hij schrijft verhalen, novelles en romans. Met International Bakery, een ‘poëtisch schotschrift’, doet hij echter grenzen tussen genres vervagen. Carl De Strycker gaat met Nolens in gesprek. » Poëziecentrum // 12.30 - 13.15 u. // Toegang: vrije bijdrage.

DONDERDAG 4 APRIL

De poëzieverdieping: David Nolens

Tijdens Poëzie in uitvoering brengen jongeren uit Gentse scholen poëzie op de artikels planken in een literaire theatershow met muziek, dans en video. Hun zelfgeschreven gedichten zijn geïnspireerd op het werk van de genomineerden van de Grote Poëzieprijs. Presentatie Christophe Vekeman. I.s.m. Dienst Cultuur Stad Gent en School der Poëzie.

ZATERDAG 13 APRIL poëziecursussen Filosoferen met kinderen – met Bette Westera

WOENSDAG 24 APRIL

Activiteiten

poëzieleesgroep

audiovisueel DONDERDAG 4 APRIL materiaal

poëziegadgets

voor het festival een nieuw gedicht over hun persoonlijke ontdekking van de poëzie. Ze lezen het voor in combinatie met Vlaanderen ander werk van eigen hand. Van klassieke bundel tot experiNederland ment en slam: een hernieuwde ontdekking van de veelzijdigheid van poëzie. Met Paul Bogaert, Anna Borodikhina, Arno Van Vlierberghe, Charlotte Van den Broeck, Antoine Boute, Zaïneb Hamdi, Karel Logist en Lisette Lombé. I.s.m. Passa Porta & Midis de la Poésie. » Meer informatie: www.passaporta.be

De poëzieverdieping: David Nolens

collectie Ernst van Heerden

ACTIVITEITENKALENDER MAART-APRIL 2019

Dichter des VaderlandsVier Vlaamse en vier Franstalige Belgische dichters maken

Kinderpoëzieroute

boekvoorstellingen

Poetry Insight belicht zowel de voor- als de ’achterkant’ van de actuele Nederlandstalige poëzie. Een avond met poëzie,kinderpoëzie een essay rond de ingezonden bundels, een panelgesprek met recensenten, uitgevers en muziek. Presentatie: Christophe Vekeman. » Poëziecentrum // 20 u. // Toegang: € 6 // Info: www.schoolderpoëzie.nl

dichters op zolder

DONDERDAG 28 MAART

Poëzieshop

Poetry Insight – rond de Grote Poëzieprijs 2019

bloemlezingen

vertaalde poëzie MAART-APRIL 2019 ACTIVITEITENKALENDER Poëzie Rendez-Vous educatief aanbod Het Toreken Vers van het Mes

ZATERDAG 27 APRIL

David Nolens noemt zichzelf geen dichter. Hij schrijft verhalen, novelles en romans. Met International Bakery, een ‘poëtisch schotschrift’, doet hij echter grenzen tussen genres vervagen. Carl De Strycker gaat met Nolens in gesprek. » Poëziecentrum // 12.30 - 13.15 u. // Toegang: vrije bijdrage.

» De Foyer, CC Sint-Niklaas, Paul Snoekstraat 1 // 10 u. //

Toegang: gratis. poëzie Nederlandstalige

Boekvoorstelling Kolonies van Tomasz Rozycki

WOENSDAG 24 APRIL

Poëzie Rendez-Vous met David Nolens

internationale dichters

ZATERDAG 27 APRIL

ZATERDAG 27 APRIL

Boekvoorstelling Kouwe kleren Jan Vanriet

Documentatiecentrum

Boekvoorstelling Kolonies van Tomasz Rozycki

Jan Vanriet stelt zijn verzamelbundel Kouwe kleren. interviews Gedichten 1979-2018 (PoëzieCentrum) voor. Die bloemlezing toont de continuïteit aan van Vanriets beeldrijMet Kolonies plantte Różycki in 2006 overtuigend zijn ke, associatieve taal die zijn gedichten kenmerkt, vlag in het Poolse dichterslandschap. Vandaag houdt hij a.d.h.v. een keuze uit vijf dichtbundels, aangevuld met samen met zijn vertaler Alexandre Popowycz de bundel ongepubliceerde gedichten. boven de doopvont. Een programma van Uitgeverij P en het Pools Instituut. » Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen Gouden Poëziemedaille // 15 u. // Toegang: gratis. » Poëziecentrum // 16 u. // Toegang: gratis.

dichters

Maurice Maeterlinckroute

Poëziesterren

non book-materiaal

TE GAST

Met Kolonies plantte Różycki in 2006 overtuigend zijn vlag in het Poolse dichterslandschap. Vandaag houdt hij samen met zijn vertaler Alexandre Popowycz de bundel boven de doopvont. Een programma van Uitgeverij P en het Pools Instituut. » Poëziecentrum // 16 u. // Toegang: gratis.

lestips

TE GAST

POËZIECENTRUM •• EEN EEN UNIEK UNIEK HUIS HUIS VOL POËZIECENTRUM VOL POËZIE POËZIE MAANDAG T.E.M. T.E.M. ZATERDAG ZATERDAG VAN VAN 10 10 TOT TOT 18 18 UUR UUR MAANDAG WWW.POEZIECENTRUM.BE •• 09/225.22.25 09/225.22.25 •• WELKOM WELKOM WWW.POEZIECENTRUM.BE PC stoepbord_v3.indd 1

POËZIECENTRUM OP LOCATIE DONDERDAG 28 – 31 MAART

Passa Porta Festival: Ontdekking / Découverte van de Poésie Vier Vlaamse en vier Franstalige Belgische dichters maken voor het festival een nieuw gedicht over hun persoonlijke ontdekking van de poëzie. Ze lezen het voor in combinatie met ander werk van eigen hand. Van klassieke bundel tot experiment en slam: een hernieuwde ontdekking van de veelzijdigheid van poëzie. Met Paul Bogaert, Anna Borodikhina, Arno Van Vlierberghe, Charlotte Van den Broeck, Antoine Boute, Zaïneb Hamdi, Karel Logist en Lisette Lombé. I.s.m. Passa Porta & Midis de la Poésie. » Meer informatie: www.passaporta.be

VRIJDAG 5 APRIL

PoëzieRevue in Uitvoering Tijdens PoëzieRevue in Uitvoering brengen jongeren uit Gentse scholen poëzie op de planken in een literaire theatershow met muziek, dans en video. Hun zelfgeschreven gedichten zijn geïnspireerd op het werk van de genomineerden van de Grote Poëzieprijs. Presentatie Christophe Vekeman. I.s.m. Dienst Cultuur Stad Gent en School der Poëzie.

» Arcatheater, Sint-Widostraat 4, 9000 Gent // 14-15.30 u. // Toegang: gratis.

ZONDAG 7 APRIL

Boekvoorstelling Diep en binnensmonds. Over Hercules, Richelieu en Nostradamus Boekvoorstelling van Diep en Binnensmonds, een boek over het roemrijke drieluik van Paul Snoek: Hercules, Richelieu en Nostradamus, met Alicja Gescinska, Paul Demets en andere kenners, dichters en liefhebbers. Gevolgd door de uitreiking van de 10de Paul Snoekprijs.

» De Foyer, CC Sint-Niklaas, Paul Snoekstraat 1 // 10 u. // Toegang: gratis.

ZATERDAG 27 APRIL

Boekvoorstelling Kouwe kleren Jan Vanriet Jan Vanriet stelt zijn verzamelbundel Kouwe kleren. Gedichten 1979-2018 (PoëzieCentrum) voor. Die bloemlezing toont de continuïteit aan van Vanriets beeldrijke, associatieve taal die zijn gedichten kenmerkt, a.d.h.v. een keuze uit vijf dichtbundels, aangevuld met ongepubliceerde gedichten. » Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen // 15 u. // Toegang: gratis.

POËZIECENTRUM • EEN UNIEK HUIS VOL POËZIE MAANDAG T.E.M. ZATERDAG VAN 10 TOT 18 UUR WWW.POEZIECENTRUM.BE • 09/225.22.25 • WELKOM 25/09/14 12:33

POE_ADV_Dilemma_A5_maartapril 2019 22.indd 1

13/03/19 12:46

advertentie

67


advertentie

68


Extra Sam Ooghe 2015-2016 Je had het me eens moeten zeggen, in september 2015, dat ik enkele jaren later journalist zou zijn. Bij De Standaard, toch? De Tijd? Neen? Het zal toch niet… The New York Times? Neen, gekkerd. Bij Het Laatste Nieuws. De meest gelezen krant van België, zeker, maar ook die krant waarmee ze in de Blandijn zelfs de goorste stoeltjes achteraan auditorium E niet zouden afschermen als het plafond zou lekken. Ik, nota bene proscriptor van het grote Dilemma? Is het allemaal voor niets geweest?

De proscriptor spreekt... Laurien Vereecken 2015-2016 Reflecteren is iets voor spiegels. Waarom wou ik ooit scriptor worden? Hoe kan ik daar nu ooit op antwoorden zonder in clichés te vervallen? Ik hou van taal? Ik schrijf graag? Ik ben een bazige trut die graag orders uitdeelt en tegen de mensen neut? Waarschijnlijk het laatste.

Wel, ik leerde vooral dat ik niét kon organiseren, plannen, samenwerken en vooruitdenken. Niet dat de Dilemma’s die ik met mijn coscriptor maakte slecht waren - dat denk ik toch niet -, maar ze leken in de verste verte niet op wat ik een maand ervoor in mijn hoofd had. De redacteurs dienden hun stukken te laat of niet in: hun schuld. De lay-out leverde nogal belabberd werk af: zijn schuld. Mijn humoristisch rubriekje à la Het Gat Van De Wereld bloedde snel dood: de schuld van de anderen.

Als scriptor mocht ik samen met mijn collega Sam (waddup, loser? Ook weer lang geleden) zelf beslissen over inhoud, deadlines, covers … Eindelijk kregen we al die vrijheid, maar ook al die verantwoordelijkheid. Wij waren het eerste team in jaren dat het drukwerk niet op tijd klaar had voor de openingsdag; ‘superkut’ dekt de lading maar een beetje. Maar dan de eerste Dilemma in handen hebben (een dag of twee te laat), dat is toch een beetje magisch. Onze namen op de cover zien staan, was ongetwijfeld een van de meest trotse momenten van mijn Blandijncarrière – ah, misschien was het gewoon het egocentrische aspect dat mij aansprak? Het was ook in onze eigen Dilemma’s dat ik mijn column Sex & the Shitty lanceerde – amai, het was écht het ego-ding – die ik nu op mijn blog nog steeds verder blijf schrijven. Door Dilemma heb ik mijn eigen stem gevonden, een toffe column gelanceerd én krijg ik nu nogmaals een platform om er schaamteloos reclame voor te maken. Merci, Dilemma.

Maar neen, gekkerd. Dat was míjn schuld. Een scriptor moet zijn of haar team sturen: oganiseren, plannen, samenwerken, vooruitdenken. En ik wilde eigenlijk iets anders: schrijven. Verdomme, man: schrijven.

tl;dr Ik heb nu een supercoole blog die Sex & the Shitty heet die je nu moét gaan lezen want ik ben een prosciptor en het staat in de statuten dat je alles moet doen wat ik zeg k thx bye.

Neen, gekkerd. Verre van. Wat het hoofdredacteurschap van Dilemma je leert, valt eigenlijk niet in woorden uit te drukken. Want het is voor iedereen anders. Ik ken scriptoren die tijdens hun functie leerden organiseren, plannen, samenwerken en vooruitdenken. En ze staan nu in het werkleven in jobs waar ze precies dat moeten doen.

Arne Wittevrongel 2016-2017 Terwijl ik in onze beruchte Blandijnkelder aan dit artikeltje werk, te midden van trommelvliesonvriendelijke tunes (zoals gewoonlijk… walvisgeluiden van Kaat uitgezonderd), word ik zowaar teruggekatapulteerd naar mijn scriptorjaar. Schrijven voor Dilemma was soms behoorlijk lastig! “Hoe zouden jullie de kelder omschrijven?”, vraag ik. “Een vuil en donker gat vol rommel en een f***** bord van een slagerij”, kaatst Emmy terug in het West-Vlaams, en we lachen nog wat met de Jezus zonder neus op de kast van de Klassieke Kring. Jana zit naast me en heeft ondertussen bevestigd: ‘trommelvliesonvriendelijk’ heeft wel degelijk drie hits op Google. Soms mis ik het wel, vooral zwoegen voor Scriptoriaal. Wachten tot het laatste, zweverige moment om in de juiste headspace te belanden voor het schrijven van alweer een poëtisch pareltje. Ik herlees even die waar ik het meest trots op ben: Dilemma V van academiejaar 2016-17. Daarin had ik het over de koffieoase van de Blandijn, waar ik sindsdien ben aangesproken door mijn Japanoloogje. Voor hij die stap durfde zetten, dwaalde hij haast een jaar onzeker rond, op zoek naar mijn naam. Had hij toen maar een Dilemma doorbladerd; hij had het al lang geweten. Zo zie je maar: soms bevat ons magazine wel degelijk het antwoord op je grootste levensvragen. Volgend jaar zit ik niet meer in het presidium van Filo en wellicht ook niet meer in de kelder. Drie functies, vijf haarkleuren en zeven uniefjaren zullen tegen dan voorbijgegleden zijn. Maar ontelbaar zijn natuurlijk de memorabele momenten (bedankt Tijmen voor de alliteratie), die ik met Filo heb beleefd. Als ik even terugkijk, had ik geen enkele vergadering, eetverkoop of cocktail willen missen. Elke kampvuuravond, posterspelfout en al dan niet professioneel geflipte pannenkoek (looking at you, Marlies) is een herinnering geworden om te koesteren. Hopelijk is dit niet de laatste keer dat ik voor Dilemma mocht schrijven. Dus, scriptoren van de toekomst, jullie mogen me altijd opzoeken! Dát leerde ik als scriptor van Dilemma. Ik wil niet iemand zijn die ik niet ben. Ik wil schrijven, niet in mijn vrije tijd, maar

LUSTRUM

69


Extra

Oplossing woordzoeker L

U

A

C

Y

E

S

T

W

U

P

C

G

M

G

F

T

M

O

T

I

R

E

G

R

U

N

U

N

U

E

R

M

D

I

D

B

E

E

L

I

I

A

M

S

E

O

E

E

N

U

N

S

T

N

D

Z

D

V

K

S

P

L

X

A

T

E

U

N

I

N

M

I

R

E

T

S

I

R

R

S

U

E

S

E

U

C

I

E

E

L

E

D

O

E

R

P

E

N

R

E

N

I

G

A

R

B

T

S

I

R

A

T

E

R

C

E

S

S

B

E

A

P

N

P

W

S

U

T

N

A

C

L

V

A

L

C

I

I

Z

U

E

H

A

R

R

A

F

S

L

E

H

R

F

L

M

F

U

N

C

T

I

E

K

A

D

E

C

O

F

I

L

O

L

O

G

I

C

A

G

E

L

S

Y

T

L

A

Y

O

U

T

E

R

E

D

N

O

V

A

I

T

T

E

H

G

A

P

S

R

M

A

R

P

D

R

P

E

N

R

E

T

X

E

F

T

De letters met zwarte achtergrondkleur zijn de overige letters. Deze vormen het woord Lustrumdilemma. advertentie

70

DILEMMA IV


FILOLOGICA

Prosenioren

Freek Braeckman 98-99 (Germania) Katrijn D’Herdt 02-03 (Germania) Koen Goossens 02-03 (Romania) Elisabeth Ghysels 03-04 (Romania) Bart Peeters 03-04 (Germania) Anne Bosman 04-05 Jeroen Meuleman 05-06 Benoît Lagae 06-07 Robin Van Cleemput 07-08 Aäron Maes 08-09 Tom Van Steendam 09-10 Stephanie Lannoo 10-11 Edouard De Prez 11-12 Maxim Mommerency 12-13 Madelon Bakx 13-14 Joachim Schol 14-15 Jan Bogaert 15-16 Tina Hottinger 16-17 Aulikki Lefèvre 17-18

Bevriende kringen Auw La Babylon KHK KK KMF Lingua

Moeder Zeug OAK Slavia Tomo No Kai Veto V.G.K.

Academisch personeel Anne-Sophie Ghyselen Jacques Van Keymeulen Kristoffel Demoen Lars Bernaerts Renata Enghels Sarah Haas Thijs Gillioen Yves T’Sjoen Wim Verbaal Mara Santi Gert Buelens

Ereleden Aaron Maes Alex Peetermans Amber Van Landeghem Anne-Cathérine Neirinck Arthur T’Kindt Arne Chys Aulikki Lefèvre Ben Van Eck Charlien De Sutter Charlotte Binnemans David Ginsberg Elise Storme Fien De Brie Jan Bogaert Jan Vanarendt Jelle De Groote Jorn Lelong Joyce Goosens Karel Van Ooteghem Lara Declerck Laurien Vereecken Lies Coornaert Luca Garcia Lucas Rabaey Madelon Bakx Maxim Mommerncy Maxim Stockx Maxine Rappé Sander Laridon Sarah Vandoorne Stijn Jansen Tatjana Ceuterick Timo Verhulst Tina Hottinger Tine Maes Tobias Cobbaert Tom Van Steendam Tom Vandevelde Youness Iken

Peter Jelle De Groote


5 april Salons carlos quinto Vvk 12€/15€ (lid/niet-lid) Adk 15€/18€ (lid/niet-lid)

Profile for Dilemma

Dilemma IV - Jaargang 2018-2019  

Dilemma IV - Jaargang 2018-2019  

Profile for dilemma
Advertisement