Issuu on Google+


inhoud In dit nummer van Dilemma:

24

Specials Erasmusspecial: filologen in het buitenland Special Filmfestival Gent

6 20 40 51

Columns ViaNoush Scriptorenhebbengeenleven.be (jvd) Blandijnberg 3

8

Jaargang 5 Nummer 2 November 2008 Verantwoordelijke uitgevers Scriptoren van Filologica: Steven Delarue, Lore Aertsen Blandijnberg 2 9000 Gent

8 Filologen in het buitenland: de Erasmusspecial: “Het is gewoon adembenemend voor een jongen als ik om dit te mogen meemaken.”

Colofon Scriptoren Lore Aertsen Steven Delarue Lay-out Martijn Dentant Correctie Lore Aertsen Steven Delarue Arno De Wispelaere Maxim Mommerency Redactieleden Nele Braux Iris De Feijter Gert De Geyter Arno De Wispelaere Max Dedulle Liesbeth Dejonghe Nick Delafontaine Yousra Godefroot Hanna Huysegoms Timmy Knaeps Aäron Maes Noush Meirlaen Stephanie Pools Elly Simoens Robin Van Cleemput Lennart Van Durme Tom Van Steendam Lien Vandeputte Tom Vandevelde Vicky Vandriessche Jonas Vandroemme Sielke Vercooren Onze oprechte dank ook aan: Simon Hooft Stavros Kelepouris Aline Lapeire Liselotte Marnef Jonathan Van Gijsel Kurt Vyane Jeroen Zuallaert (voor Dilemma I) Glenn en Gino

II - november 2008

11 ‘De Kaatjes’ giechelen exclusief in Dilemma: “Ja, met die doorlopende wenkbrauwen!”

52 Dilemma ontsluit de waarheid over het mannelijke orgaan: “Typisch compensatiegedrag.”

24 Dilemma was op het Filmfestival: “Ontroering en ranzige incest.”



11

Interview Kaat Opdenacker en Katrien Devalck

21 28 32 34 35 36 39

Cultuur Film Muziek Muzak eens lekker door Theater Literaire telex Literatuur Musea in Gent

16 18 41 48 52 54 56 57 59

Rubrieken Satire Fotopagina’s Nunc est scribendum Culinair: eten in Gent Seks in Dilemma! Fashion Ad-Vice 1 april Achterklap Buitenwipper

3 4 43 60

Filologica Woordje van de preses Deze maand op Dilemma Online Activiteitenverslagen Ereleden


presesvoorwoord Beste medestudent, Tempus fugit. Carpe Diem. Mvg, Aaron Maes Preses Filologica 2008-2009 Het ware maar een matig voorwoord geweest voor Dilemma. Ik heb echter besloten om dit voorwoord een beetje boven de middelmatigheid te trachten verheffen door wat te mijmeren over het vooruitvliegende academiejaar, Filologica en mijn voorzitterschap van diezelfde vereniging. Eigenlijk snap ik dat het voor sommige presessen best moeilijk is om niet naast je schoenen te beginnen lopen. Plots word je door mensen herkend die je nog nooit gezien hebt, krijg je allerhande vragen (hoe zou jij dit, wanneer doen we dat, mogen we dit, kunnen we dat?) en zijn er over het algemeen wel meer mensen die jou plots “leuk” vinden. Inderdaad, best begrijpelijk dat er presessen rondlopen door de Overpoort en zich met hun zot cool lint de koning te rijk voelen. Gelukkig kan ik nooit een arrogante zak worden die voortdurend over zichzelf praat, want dat was ik op voorhand al. En nu maar lachen met mijn eigen mopje. Wat een lul, die preses van Filologica. Gelukkig zijn er genoeg dingen die je met beide voeten op de grond houden. Om te beginnen: de helft van je klasgenootjes die studentenverenigingen uitermate overbodig vinden. Zolang je jezelf dat genoeg inprent, komt het wel goed met jou en je vereniging. Gewoon rustig verder werken en voor elk wat wils organiseren. Dat is wat Filologica in dit eerste lustrumjaar ook zal proberen te doen. Men zegt dat het verenigingsleven floreert en met de vraag gaat het aanbod ook omhoog. Filologica organiseert dit jaar voor het eerst sinds Germania weer een eigen toneelvoorstelling, we gaan op literaire excursie naar Parijs en breien een verlengstuk aan Departuur, ons literair-muzikaal benefiet. Daarnaast gaan we skiën in het intersemestrieel verlof en plannen we een groots opgezet voetbaltoernooi in het voorjaar. Voor meer feestgerichte activiteiten, kleinere culturele uitstapjes en sportactiviteiten verwijs ik u beter door naar de kalender verder in dit blad (> pagina 5). Ik kan u natuurlijk alleen maar uitnodigen op elk van deze activiteiten. U ziet het zelf maar, maar Filologica zegeviert. Elke dag opnieuw. Dat mag ik hier echter niet zetten van de scriptoren. Die willen niet dat Dilemma in een propagandablaadje van de studentenvereniging vervalt. En daar hebben ze gelijk in. Dilemma zegeviert. Elke editie opnieuw. Wist u trouwens dat er redactieleden van Schamper naar onze redactievergaderingen komen om er ideeën op te doen voor hun eigen studentenblad? Blader dus maar snel door naar de interessantere pagina’s. Als ik een smiley had mogen gebruiken, had hier nog een knipoogje gestaan, maar dat is waarschijnlijk iets te puberaal. Allez, tempus fugit en carpe diem. Tot de volgende, Aaron Maes Preses Filologica 2008-2009



II - november 2008


dilemma > Deze maand op Dilemma Online Eindelijk is de langverwachte onlinepoot van jouw favoriete lijfblad er: op Dilemma Online kan je vanaf nu terecht voor meer leesplezier. Lees er Dilemma in pdf, bekijk uitgebreidere versies van artikels en extra recensies. Binnenkort krijg je er ook een greep uit het rijkgevulde archief. Hou ons dus in de gaten via http:// dilemma.filologica.be. Niet te missen!

> Dilemma I En first things first. We rakelen eerst op wat je nog te goed had voor Dilemma I: naar aanleiding van het interview met Claire Van Damme halen we even het interview met Bart Keunen van vorig jaar uit onze archiefkast. In de vorige Dilemma kon je ook al lezen hoe je je hopelijk net verworven cultuurcheques goed kon besteden, maar dat was slechts een greep uit het aanbod. Redactiemedewerkster Elly Simoens zet de 20 mogelijkheden op een rijtje in het volledige artikel, te lezen op Dilemma Online. En ook Glenn de Brugbeker mag blij zijn: de nogal slecht gekopieerde Buitenwipper is integraal én in volle glorie terug te vinden op Dilemma Online. Kwestie van mee te kunnen met het zot spannende vervolg!

> Dilemma II In deze Dilemma kan je het beste lezen uit het interview met ‘de Kaatjes’ van de vakgroep Nederlandse Taalkunde: praktijkassistentes Katrien De Valck en Kaat Opdenacker. Wil je het volledige interview nalezen, dan kan je op Dilemma Online terecht!

Rechtzetting Beste vrienden van Dilemma, in het BlandijnABC dat we jullie in ons vorige nummer presenteerden, werd helaas één lemma vergeten: de Afkikker. Uitbaatster Rita weende zilte tranen, maar ziehier: een rechtzetting! Afkikker: U bemint de schone kunst der jazzmuziek, houdt van experimentele poëzie en wil alles weten over haar supahcoole occulte elektroproject? Ga dan langs in dit horeca-etablissement aan de steile Sint-Kwintensberg, en vraag uitbaatster Rita – een vrouw die het woord ‘excentriek’ eigenhandig doet vergeten – honderduit over haar ambities, bij voorkeur in het gezelschap van een pot gerstenat. Op donderdagavond vind je er overigens sportpreses Tom Vandevelde achter de toog.

Gezocht: bandjes voor de RockRally Vrienden van de muziek, kruis alvast allemaal in jullie agenda woensdag 26 november aan, want dan strijdt het kruim der filologisch muzikaal talent alweer om de eer en fabuleuze geldprijzen in Filologica’s Rockrally! Als je er altijd al van gedroomd hebt om het podium van de Frontline te beklimmen om zo de harten van je medestudenten te veroveren, is dit je kans! Geef voor ten laatste 12 november een demo met min. 5 nummers af in de Kelder of aan één van de cultuurpresides en doe een gooi naar eeuwige roem. Let wel: elke groep moet minstens één lid van Filologica bevatten! Alle genres zijn welkom!

Lores borsten Haha, dik gefopt. Op donderdag 13 november gaat het Derde Groot Filologicadictee door (zie affiche elders in deze Dilemma). Meet je spelkunsten met de hopelijk talrijke opkomst en maak kans op prachtige – ok, best wel leuke – prijzen. Auditorium E, 19 uur, be there. Inschrijven kan tijdens elke permanentie in de kelder (11h0014h30) voor de ronde prijs van één euro. Daarvoor krijg je bovendien een Amberbonnetje, dus je maakt winst! Heb je het gevoel dat je spelling toch nog niet je dat is, schrijf je dan in voor de masterclass spelling (woensdag 5 november, aud. A, 20h) en oefen de basics nog wat in.

II - november 2008




filologica > Activiteitenkalender ma. 3 november ma. 3 november di. 4 november di. 4 november wo. 5 november do. 6 november za. 8-ma. 10 november wo. 12 november wo. 12 november wo. 12 november do. 13 november vr. 14 november ma. 17 november di. 18 november wo. 19 november wo. 19 november do. 20 november do. 20 november ma. 24 november wo. 26 november do. 27 november ma. 1 december di. 2 december wo. 3 december do. 4 december di. 9 december

IFK: minivoetbal heren (GUSB) Film: “The Birth of a Nation” (Auditorium D) Infovergadering literaire reis (Amber) Bierbowling (Overpoort Bowl) Masterclass spelling (Auditorium A) Redactievergadering Filologica II (Leszaal 2) Literaire reis naar Parijs (Parijs) volzet Theater: “Ifigenia in Aulis” (NTGent) Training IFK: volleybal dames (GUSB) Whiskydegustatie (Glengarry) Derde Groot Filologicadictee (Auditorium E) Concert: MGMT / A Place to Bury Strangers (Vooruit) uitverkocht IFK: volleybal dames (GUSB) Italiaanse Film: “Non Ti Muovere” (Blandijn) Cocktailavond (Amber) IFK: minivoetbal dames (GUSB) Concert: The Swell Season (Handelsbeurs) Training IFK: basketbal (GUSB) Zweedse Film: “Tilsammans/Together” (Auditorium D) Filologica’s RockRally (Frontline) Pokeravond (Afkikker) Cantus (Twieoo) Sportquiz (Artevelde Café) Toneel: “Trouwfeesten en processen” (NTGent – Minnemeers) Griekse Avond: The Revenge (Therminal) Get Dirrty (Sioux)



II - november 2008


column > Jean-Marie Meirlaen en zijn brulaap Jacques De kwaadaardige Noush Osei Bonsu ‘Sugar’ Meirlaen verloor onlangs zijn dertigste profkamp op punten. Zijn ezel Isidoor verried hem alras en liep over naar de concurrentie — hij behoort nu toe aan S. Delarov, atletisch weltergewicht uit Oezbekistan. In deze Dilemma wordt door overmacht geen beroep meer gedaan op het olijke tweetal. Wel werd een familielid van Sugar aangesproken, de politiek zeer actieve Jean-Marie Meirlaen. Samen met zijn brulaap Jacques werkt hij aan verschillende manifesten, waarin veelal de Vlaamse volksgeest centraal staat. Jean-Marie Meirlaen en zijn brulaap Jacques beantwoorden met dreigend opengesperde muil al uw eventuele vragen. Contacteert u de redactie. De kans dat een jongeman uit Deinze op een zondag tussen bladzijde 1216 en 1217 van zijn Handboek van de Puzzelaar een halve liefdesbrief uit zijn puberteit terugvindt en nog diezelfde dag het woord “robespierrekraag” tegenkomt in drie verschillende teksten, was volgens experts ter zake, en ik wik mijn woorden, “zo goed als onbestaande”. Grimlachend snauwden de grijze rekenaars me toe dat ik het altijd eens mocht proberen, en ter afscheid slingerden ze mij collectief hun puntige schrijfgerei naar het hoofd.

bureautjes en grijnsden naar me en sloten me in en berekenden op al te grote rekenmachientjes de kans dat ik door hen vernederd zou worden en riepen luid: “Eén op één! Eén op één!” Vastbesloten die schande te vermijden, beklom ik de vele trappen naar de beiaard van de OLV-Kerk, die in de volle maan de allures kreeg van een waardige kathedraal. Statig overschaduwde zij de schone Leiestreek! Daar, ja, daar zou ik, nu ik me zo ontzettend geblameerd had, met mijn domme kop een paar dagen lang aanhoudend tegen de grootste klok slaan, met de dood door uitputting tot gevolg. Toen ik op het punt stond dit gewaagde plan uit te voeren, merkte ik in mijn zak een vreemd voorwerp op...

Nu ben ik toevallig een jongeman uit Deinze — een sceptische, competitieve jongeman bovendien — én vond ik op een zondag een halve liefdesbrief uit mijn puberteit tussen bladzijde 1216 en 1217 van mijn Handboek van de Puzzelaar. Zonder te zoeken vond ik in datzelfde Handboek van de Puzzelaar het woord “robespierrekraag” terug bij de zestien letters tellende kledingstukken. Mijn hoop laaide op, mijn hartje maakte een sprongetje, kriebels vulden mijn buikje en ik voelde me super! Zou ik het ongelijk van de experts bewijzen? Ik toog stante pede op zoek naar een tweede en een derde tekst. Om kwart voor middernacht vond ik, na lang zoeken, in de laatste alinea van een verhaal van Moravia het vervloekte woord terug. Ik hulde me in een lange zwarte jas, jammer genoeg zonder robespierrekraag, en sprintte in volle vaart richting Deinse kerktoren. Daar kon ik de wijze beiaardier, Aimé Lombaert — groot liefhebber van vrolijke deuntjes en speciale kragen — om raad gaan vragen. Ik ging tot het uiterste en bereikte de kerk sneller dan ik ooit voor mogelijk had kunnen houden. Maar eilaas! Voor ik beseft had dat ik het woord ook gewoon had kunnen googelen, sloeg de kerkklok twaalf keer. Ik had gefaald... ik hoorde de experts al gniffelen. Daar zag ik ze voor mijn ogen! Ze verlieten hun stoffige

II - november 2008

Het bleek een ode in proza aan ene Lo, en het toeval wil dat ik die op zondagmorgen gevonden had in mijn Handboek van de Puzzelaar, zo ergens tussen bladzijde 1216 en 1217. Trots bedacht ik dat mijn vrienden de experten de kans dat een jongeman uit Deinze vlak voor hij sterft van uitputting in een klokkentoren een ode in proza vindt in zijn broekzak en deze ontdekking nadien beschrijft in een vierenvijftig woorden tellende zin met slechts één komma, ook als uiterst klein zouden hebben ingeschat. En mijn hartje bonsde. En de volle maan deed de toren baden in licht. En ik las. En mijn ode was roerend en lachwekkend tegelijk. Ik was de deerne vergeten, moest even denken wie ze weer was, de levendige Lo op weg naar het chemielokaal, de lustopwekkende Lo op een trampoline tijdens de sportdag, de lacherige Lo in het gezelschap van vriendinnen op de speelplaats, met haar kleine gebaren die de intrinsieke schoonheid van de vrouw benadrukten en me slapeloze nachten bezorgden. Maar ik herinnerde me al snel wat ze in die vervlogen tijden voor mij betekend had, zonder dat ze




column ervan wist, en ik was haar dankbaar. Ik dankte haar en ik dankte de experten, ik dankte ook Maximilien-MarieIsidore de Robespierre en ik daalde de trappen af. Ik had een gevulde, lekker nutteloze zondag achter de rug. En de sterren fonkelden boven Deinze, en ik beeldde me in dat de ogen van Lo, ver weg, ook fonkelden. En ik begaf me blijmoedig naar huis. Ook deze maandag

werd een mooie dag. Eén op één, en daar had ik geen rekenmachine voor nodig. (nm)



II - november 2008


erasmus > Aline LapEIRE <feiten> Op academisch gebied is Erasmus aan de University of Limerick zeer verfrissend. De nadruk ligt er op het lezen van boeken en het schrijven van essays. Véél boeken, véél essays, maar er volgen wel slechts twee partiële examens. De rijke UL-campus is indrukwekkend met haar olympisch zwembad, futuristische architectuur en uitgestrekte sportvelden. Helaas zijn de uitgaansmogelijkheden beperkt. De college pubs zijn gezellig, maar sluiten rond 1 à 2 uur. Voor een nachtje uit neem je de taxi naar de stedelijke nachtclubs alwaar een markant uitgedost clientèle het mooie weer maakt. Na een (duur) drankje durf je de Ier echter wel te benaderen: proberen! Limerick is geen inspirerende stad, eerder een mooie uitvalsbasis voor het verkennen van Ierland. </feiten> 4 oktober 2008. We verlieten het onooglijke studentendorpje Castletroy omstreeks halftien. Johan uit Zweden, Petr uit Tsjechië, Kuba uit Polen en Hermien en Aline, the two Belgian brunettes. Het idee voor onze roadtrip was pas een paar dagen oud. De nacht voordien hadden we halsoverkop een hostel geboekt en, bijna vergeten, de auto. Een Toyota dachten we, maar rond 11 uur sierden we de linkerkant van het wegdek in een ultramarijnblauwe Chevrolet Lacetti. Het begrip cool kreeg terstond een nieuwe invulling. Nu, iedereen weet dat een paar factoren inherent zijn aan “de roadtrip”. Zo hoort er een soundtrack bij. Iets memorabels. Iets unieks. Maar onze Chevy kon maar één zender aan en dus zongen we fluks allen “Wonderwall” van Oasis mee. Tijdens een langgerekte aaaaaal, hoe kan het ook anders, sloeg het noodlot toe. We sukkelden met het linkervoorwiel in een verraderlijke greppel… een platte band is natuurlijk óók absoluut eigen aan “de roadtrip”. Oef. Ons humeur leed er niet onder en het vervangen van een band is zonder meer een educatieve ervaring. Al hadden de jongens wel mogen helpen. Met een opgelapte wagen én met “Swinging Hits of the Seventies” hervatten we onze tocht. Do re mi, A B C, 1 2 3. Het begon te regenen, en dit was geen ordinaire Ierse plensbui. De hel brak los met donderroffels en pijpenstelen, maar eigenlijk… geen probléém. Deze woeste natuurkrachten zouden slechts dienstdoen als atmosferisch decor op onze bestemming: The Cliffs of Moher. Ergens buiten het oog van de storm leunden we doorweekt tegen de wand, met het gezicht en de fotolenzen naar de hoogste kliffen van Europa gekeerd. Ik kan niet beschrijven hoe machtig het was, toch zeker niet in minder dan 500 woorden. We gingen met z’n vijven aan de mistige afgrond staan en namen elkaars handen vast. Met onderling verschillende strijdkreten – bij mij “I’m the king of the woooorld” – sprongen we de oceaan tegemoet. We zouden ons er voor eeuwig gelukzalig voelen tussen de zeepaardjes en het sprankelende schuim. 5 oktober 2008. We worden wakker in een knusse jeugdherberg in Galway. Mijn schoenen en sokken waren nog steeds drijfnat, maar het klimaat was op spectaculaire wijze omgeslagen: mooi weer. Onder een ultramarijnblauwe hemel, vrij van wolken, verkenden we het lieve stadje. Maar na een ontmoeting met Oscar Wilde voelden we het avontuur knagen en zetten we onze trip verder, luisterend naar de Ierse top 40. Tijdens nummer 18 stopten we aan Aughnanure Castle. We hadden allen al meerdere kastelen bezocht, maar besloten unaniem dat deze vesting spoedig de onze zou worden. Kasteelmuurtjes beklimmen, “Sense and Sensibility” naspelen en ongeveer 500 groepsfoto’s nemen; ik hoop dat je op die manier vrienden voor het leven maakt. Nadien besloten we om eenvoudigweg loom door de warme Connemara te cruisen, zonder doel. Terre brûlée au vent… Je kent het wel, en Michel had gelijk. Het is die dag mijn favoriete streek ter wereld geworden. Jammer genoeg blijven zondagen niet duren en wachtte de les Women’s Literature na de nacht, om 9 uur. We reden huiswaarts langs de kustlijn en zagen boven de lichtroze zonsondergang een schimmige maan verschijnen. “The essential Cat Stevens” bood nog een laatste mogelijkheid tot glimlachen en pure bliss, alvorens de Lacetti in vlammen opging en verdween. Midnight come, colors are melting White moon shivering on the sea If you crumble I won’t be living For my love would have no house (al)

II - november 2008




erasmus > Il fiorentino - Jonathan Van Gijsel “Wat éten we vandaag?” Samson van Gert is het vertrekpunt in dit artikel. “Spaghetti, spaghetti, spaghetti.” En de hond met de zware stem heeft gelijk. Herhaal deze zin elke dag en je kan worden beschouwd als een spaghettivreter. Zoek op een willekeurig plan van Europa naar iets dat lijkt op een laars en liefst één die ongelooflijk modieus is. Deze drie stereotiepe elementen (spaghetti, laarsvorm, mode) hebben één belangrijke zaak gemeenschappelijk: Italië. Raad nu eens waar ik op Erasmus ben… ja daar, in het zogenaamde Dolce Italia. En dat is weer een cliché dat wel waar is. Italië is mooi en zoet, maar als je dat gelooft, dan ken je maar één kant van de medaille. Voor wie mij niet kent (en ik richt me vooral tot de eerste nieuwe bachelors), ik ben Jonathan (VG). Ik studeer Latijn-Italiaans en heb de kans gegrepen om 1 semester in Firenze een deel van mijn studies te volgen. Dat betekent dat ik vorige jaren in Gent heb gestudeerd en ik een heleboel mensen ken die in België gebleven zijn. Bovendien kent een aantal mensen mij op hun beurt ook. Mij werd gevraagd om enkele Erasmuservaringen neer te pennen via dit artikel. Dat wil ik zeker graag doen. Uiteraard kan ik het alleen maar hebben over belevenissen die tot nu toe gebeurd zijn en moet ik me beperken tot de steden die ik tot nu toe heb bezocht of beleefd. Die steden zijn Firenze en een stukje Pisa. En over Pisa kan ik kort zijn: alleen het vliegveld, de luchthaven en het treinstation heb ik gezien. De stad Florence of Firenze hebben sommigen onder jullie bezocht in de vorm van een Italiëreis tijdens het middelbaar. Ik kan er zeker van zijn dat velen onder jullie denken aan een naakte David , de Ponte Vecchio, de Piazza della Signoria, de Duomo waarvan de koepel door Brunelleschi is gebouwd, de Galleria degli Uffizi, enzovoort. Nu goed, als je enkel die monumenten kent, dan ben je een stereotiepe toerist. Filologen die jullie, lezers, veronderstel ik, zijn, kennen Firenze ook van onze Dante en/of van de lessen Kunst door Marie-Claire VD. Het mag daarom worden gezegd: die Florentijnse kant is fantastisch, maar (jammer genoeg) onderbelicht door de stereotiepe toerist. Ik heb het huis bezocht waar Dante zou hebben ingeleefd. Het huis is gesitueerd in het oude centrum van Firenze en staat in een wijkje waar o.m. de kerk staat waar Dante Beatrice voor de eerste keer gezien heeft. Het is gewoon adembenemend voor een jongen als ik om dit te mogen meemaken. Dit is wat ik versta onder de ware mooie kant van Firenze. Ik heb het echter nog niet gehad over de studentenkant in Firenze (en ik durf zeggen in die van heel Italië). Het eerste wat je als student moet doen, is een kot zoeken. Hoe zoek je een kot in Firenze? Wel, je koopt jezelf een sim-kaart van een Italiaanse gsm-operator, je trekt van waar je ook bent naar de faculteit waar je les gaat volgen. Dan noteer je zoveel mogelijk namen, prijzen, adressen, gsm-nummers in een notitieboekje en je belt. Verwacht een prijs van rond de 400 euro in totaal voor een éénpersoonskamer en 250 euro voor een bed in een tweepersoonskamer. Hoop er niet op dat je snel succes hebt: als je een kot bezoekt, word je meestal op een lijst gezet van waaruit de eigenaar kan kiezen. Nu, ik heb mijn kot niet op die manier gevonden. Ik heb het geprobeerd, maar heb uiteindelijk mijn kot via een Vlaamse studente gevonden. Ik woon samen op één verdiep met een Griek, een Japanner en twee Italianen. De eerste keer dat ik naar de Piazza Brunelleschi, de tegenhanger van onze Blandijnberg ben gegaan, was ik geschokt. Kijk maar naar volgende foto’s. Op de eerste foto zie je trouwens rechts een voorbeeld van een muur beklapt met heel veel advertenties: De universiteit en vooral de faculteiten van de zgn. humane wetenschappen, in Firenze kampt met grote financiële problemen. Er zijn amper studentenvoorzieningen: er is geen De Brug, er zijn amper sociale studentenhomes én privé-koten. Dat is de reden waarom de koten zo duur zijn in Firenze. De Florentijnse studenten, maar ook docenten beseffen dit wel en dat ondervond ik direct. De interne communicatie is nóg erger dan aan de Blandijn. Je moet echt zoeken naar aankondigingen van proffen die hun lessen bvb. een week later pas doen aanvangen. Zoals jullie al op de foto’s konden zien, is er rond mijn faculteit een hoge verloedering. Er slapen daklozen in kartonnen dozen voor de ingang, overal hangt er graffiti. Ik moet jullie verder niet zeggen dat linkse en extreem-linkse jongerenpartijen hier heel succesvol zijn. Elke dag wanneer je de universiteit binnengaat, word je wel aangeklampt door één of andere marxist die je wil verleiden met een reeks lessen onder de noemer‚ „Capitalismo è guerra“. Hoe is het gesteld met het uitgaansaanbod in Firenze? In Gent bestaat er zoiets als de Overpoortstraat, een straat waar het café naast het andere staat afgewisseld met kebabrestaurants en pitta-aangelegenheden. In Firenze zijn de „bars“ verspreid over heel de stad, maar er zijn wel veel pleintjes waar de Florentijnse student kan chillen met zijn vrienden. Ik heb reeds



II - november 2008


erasmus enkele bezocht: Piazza San Marco, Piazza Sant’Ambrogio, ... Totnutoe zijn er op die enkele avondjes nog geen uitzonderlijke of extravagante dingen gebeurd. De meest geliefkoosde manier om uit te gaan voor de student in Firenze, is een fles alcohol kopen, vrienden hebben en die meenemen naar zo’n pleintje of wat ik zelf al gezien heb, naar de trappen van de kerk Santa Croce. In Firenze bestaat er niet echt iets als een studenten“vereniging“ en daardoor moet je je ook niet aan een stamcafé type Amber verwachten. Maar goed, ik wil met deze noot eindigen en ik moet toegeven, ondanks alles, de stad Firenze is cool. Ook al is het een stad van grote (sociale) tegenstellingen, ook al is het een stad die voornamelijk overleeft op de ruggen van de stereotiepe toeristen die de pet op, de camera in de ene hand en een stadsplan in de andere in een gebrekkig Italiaans een Spaghetti con Pomodoro en een gelato opvreten. Firenze is een kunststad en de grootste kunst is dé manier vinden om het voor jezelf boeiend te maken. (jvg)

> L’auberge italien - Liselotte Marnef Vertrekken op Erasmus begint eigenlijk bij het koffers pakken. Ja ja, Ryanair is de vriend van ons allen, dus slechts vijftien kilo bagage en tien kilo handbagage. Uiteraard veel te weinig, zeker voor iemand wier schoenen- en accessoireverzameling ziekelijke vormen aanneemt, om de kledingkast en de boekenkast maar buiten beschouwing te laten. Maar gelukkig is daar in tijden van nood de mammie, die bereid is helemaal naar Italië te rijden om te checken of haar bambino nog zal leven na een maandje ver van huis. Het gerantsoeneerde aantal bagagekilo’s moet dus slechts enkele luttele weken overbruggen. Een goeie drie dagen heeft het gekost, dat inpakken. Weegschaal: achttien en twaalf kilo. Moet kunnen. Genova by night is de eerste indruk van de plek waar ik mij zo’n vijf maanden ga settelen. Ene Davide van de GEG (de Erasmusorganisatie van Genova, spreek uit [Jack]) brengt mij van het station naar het ‘Ostello per la Gioventù’ en toont mij meteen ook waarom onschuldige lieve meisjes beter wegblijven uit de havenbuurt wanneer de nacht gevallen is. Een veld vol straatmadeliefjes in alle soorten en kleuren flitst voorbij. Zwarte (maffia)mannetjes daartussen krioelend en – geruststelling? – een groep patrouillerende carabinieri met een geschut om u tegen te zeggen. ‘Goed dat de mammie dit niet ziet’, denk ik snel terwijl Davide in een met Italiaans doorspekt Engels zijn nachtelijke toeristische rondtrip verderzet. Al snel blijkt het nut van GEG’s studentikoze taxidienst. Het ostello ligt veel verder van het stadscentrum dan in al mijn naïviteit gedacht en daarenboven hoog tegen de Ligurische bergflank. Ik zag het mijzelf al doen, de rol van muilezel klassevol enscenerend… Wat ik toen nog niet wist, was dat ik twaalf dagen later nog steeds naar boven zou klauteren, autobusgewijs en minder enthousiast, na alwéér een vruchteloze dag kotquest. Want het moet gezegd, de heilige graal opsporen is makkelijker dan een camera singola die naam waardig terug te vinden in het stadscentrum van Genova. Wel meer dan 150 nummers moet ik die dagen zonder overdrijven gebeld hebben. Om meer dan 50 keer geen gehoor krijgen, 35 keer ‘al bezet’, 35 keer ‘camera doppia’ (d.i. twee bedden op een kamer – don’t ask.), zo’n 10 keer vast te stellen dat het toch echt véél te ver van het centrum ligt, en tussen de 30 en 40 afspraken te maken. En dat alles in lachwekkend Jean-Marie-Italiaans. Si si, certo, Signora, va bene, va bene. Imagine. De hilarische scènes kregen we er meermaals gratis bij. En dit is trouwens waar het beste begint, de “wij”- vorm. Een heel ostello vol Erasmussers. Allemaal strubbelend met de Italiaanse bureaucratie, de taal en de stad zonder koten. Allemaal elke dag eenzelfde verhaal dat uiteindelijk toch wel happy eindigt, mét kot en honderd vrienden extra. (Clichés, I love them.) P.S.: Wisten jullie dat je ook in oktober nog kan zwemmen in de Middellandse Zee? *grijns* Ci vediamo, Liselotte.

II - november 2008

10


interview Dilemma sprak met Kaat Opdenacker en Katrien Devalck (vakgroep Nederlandse Taalkunde)

> “Ja, met die doorlopende wenkbrauwen!” We schuiven aan de koffietafel van de vakgroep Nederlandse Taalkunde. Kaat Opdenacker en Katrien Devalck, twee jonge assistenten, zitten met een brede glimlach op hun gezicht te wachten op onze eerste vraag. “De Kaatjes”, zo worden ze genoemd door hun illustere bazin Magda Devos. Wij maken het ons gezellig en weten dat er veel gegiecheld zal worden… Elly: Hoe zijn jullie op de vakgroep beland? Kaat: Ik heb hier vorig jaar gesolliciteerd en ik werd aangenomen (lacht hartelijk). Ik heb Germaanse talen gestudeerd aan de VUB, maar voor Gent heb ik altijd een voorliefde gehad. Na mijn aggregatie in Gent ben ik hier blijven plakken. Toen ik begon te solliciteren, werd ik aangenomen aan het PVCO Gent, een school voor volwassenenonderwijs, waar ik lesgaf aan anderstalige volwassenen. Dat doe ik trouwens nog altijd. Tussenin heb ik een jaar gewerkt op het kabinet van ex-gouverneur Balthazar, waar ik zijn speechen moest schrijven. Elly: Dat zal ook wel een vak apart zijn, want als gouverneur moet je toch op je woorden letten? Kaat: Het is vooral een heel saai vak. Je moet je inderdaad heel goed inwerken in die dossiers. Na een jaartje had ik door dat ik beter voor het onderwijs geschikt was. Katrien: Bij mij ging het eenvoudiger. Ik ben afgestudeerd als germaniste aan de UGent in 2005 en heb toen het geluk gehad dat er net een assistentenplaats vrijkwam. Ik heb daarnaar gesolliciteerd en ik had prijs. Kort en simpel. Elly: Jullie lijken allebei heel gelukkig dat jullie hier zitten. (De Kaatjes kijken naar elkaar, knikken gezamenlijk en giechelen) Katrien: Echt waar, we doen ons werk allebei heel erg graag. Kaat: Het is een inspirerende omgeving. Ik heb met veel overgave lesgegeven in het volwassenenonderwijs, maar na vijf of zes jaar wordt het afstompend om les te geven op dat heel basic niveau. Gelukkig zijn die mensen wel heel gemotiveerd en heerst er een ontspannen sfeer. Daarom blijf ik het ook nog doen. Maar na enige tijd heb je wel een intellectuele boost nodig, en dat was voor mij uiteindelijk de aanleiding om

hier te solliciteren. We hebben hier leuke collega’s en leuke studenten. Katrien: Ja, de sfeer op de vakgroep is ontzettend ontspannen. Tijdens mijn aggregaatsstage heb ik lesgegeven op een middelbare school. Gelukkig heb ik altijd makkelijke klassen gehad, dus dat is bij mij wel vlot verlopen, maar ik geef toch nog altijd liever les aan de universiteit. Met volwassenen kun je op een heel andere manier omgaan. Iedere student hier heeft ook vrijwillig voor Nederlands gekozen – al kiezen ze natuurlijk niet altijd voor syntaxis (lacht hartelijk). Maar goed, ik geef hier dus ook heel graag les. Stephanie: De studenten merken dat ook. Dit is een zeer populaire vakgroep… De Kaatjes: O ja? Dankje! Gegiechel van interviewers en geïnterviewden. Het duurt even voor we opnieuw adem vinden. Elly: De meeste lessen grammatica en taalvaardigheid worden in kleine groepen gegeven. Is het gemakkelijk om daar respons uit te krijgen? Katrien: Dat hangt er een beetje vanaf. Ik ben net aan mijn vierde jaar begonnen, dus ik heb niet de ervaring om te zeggen dat het ‘vroeger beter ging’, maar ik heb wel al gemerkt dat er een enorm verschil kan zitten tussen de groepen. Geen idee hoe het komt, maar de ene groep studenten werkt heel gemotiveerd; waarschijnlijk zitten daar een paar karakters in die de boel meetrekken. En aan de andere kant heb je ook groepen die zó apathisch zijn, tot op het punt dat het bijna lijkt alsof ze willen tegenwerken. Gelukkig heb ik dat nog niet vaak meegemaakt. Ik vraag me dan af of het hen geen bal interesseert of dat ze mij willen testen. Maar over het algemeen hebben we niet erg veel te klagen. Kaat: Studenten zijn mensen en uiteindelijk zijn wij ook maar mensen. Dus heb je soms groepen waarmee het heel goed klikt en heb je andere groepen waarmee je meer problemen ondervindt. Katrien: Ik had in mijn eerste jaar in de vakgroep een zeer actieve groep. Als beginneling wou ik gewoon de boel onder controle houden. Maar die studenten riepen maar door elkaar en ik dacht: ‘Die vinden mij zo’n seut en willen niet naar mij luisteren’. Ik wist eigenlijk niet echt hoe ik erop moest reageren, dus heb ik maar gedaan zoals ik altijd doe. En na een week of twee-drie kalmeerde het. Het hangt

11

II - november 2008


interview waarschijnlijk af van je reactie op zoiets. Als je een strenge schooljuf speelt, dan denk ik dat het verloren is. Kaat: Ik denk dat het belangrijk is dat je als lesgever jezelf blijft en niet in een rol kruipt. Dat is trouwens veel te vermoeiend. Ik ga lachend door het leven en ik probeer zoveel mogelijk te glimlachen, omdat alles zo al moeilijk genoeg is. En dat probeer ik dus ook in de les te doen. Opeens beginnen de Kaatjes te lachen, maar we weten niet waarom. We giechelen gewoon mee. Het duurt weer even voor er rust komt. Elly: De druk om aan een regelmatig tempo te publiceren is hier aan de universiteit waarschijnlijk ontzettend groot. Hebben jullie eigenlijk publicatiestress? Katrien tegen Kaat: Jij niet, he. Kaat: Nee, ik ben praktijkassistent, ik doctoreer niet en ik hoef dus ook niet te publiceren. Elly: Katrien heeft duidelijk een ander verhaal… Katrien: Ja, helaas wel. (Korte stilte) Ach, wat moet ik daarvan zeggen. Het is natuurlijk normaal dat je af en toe schrijft over waar je mee bezig bent. Daar wordt aan de faculteiten zeer hard de nadruk op gelegd. Dat gebeurt natuurlijk niet persoonlijk; er komt nooit iemand op je af met de woorden: “Je moet zoveel publicaties per jaar hebben.” Maar je merkt dat de sfeer zich daar wel op focust.

“Ik dacht vaak: ‘Die vinden mij zo’n seut en willen niet naar mij luisteren.’” Stephanie: Dus je bent aan het doctoreren. Waarover? Katrien: Mijn onderzoek gaat over kindertaalverwering, meer bepaald over de verwerving van substantieven. Ik wil weten welke woorden en welke domeinen kinderen het eerst kennen. Momenteel ben ik bezig met een vooronderzoekje, misschien horen jullie daar nog wel van. Ik zal namelijk nog kindjes nodig hebben (lacht). In het vooronderzoek vullen ouders een enquête in, maar in de volgende fase zou ik echt eens willen gaan testen. Want het is niet omdat een kind ‘hond’ zegt, dat het echt de betekenis van dat woord snapt. Om dat te weten te komen, heb je niet genoeg aan enquêtes, maar moet je die kinderen ook echt prentjes voorleggen en concrete vragen stellen. Is een poedel ook een hond of is een pinguïn ook een vogel? Hopelijk is mijn doctoraat over drie jaar afgewerkt… Elly: Jullie werken zeer nauw samen met Magda Devos. Hoe is zij als collega/baas? Kaat: Ik heb Magda heel graag als bazin. Ze is heel collegiaal: we hoeven echt niet professor Devos te zeggen, maar spreken haar gewoon aan met Magda. Magda houdt van directheid en ik denk dat wij allebei ook direct zijn. (Katrien knikt instemmend) Kaat: Ik denk dat je in de omgang met Magda altijd beter

II - november 2008

gewoon je mening zegt en niet te veel rond de pot draait. Want dat doet zij ook niet. Katrien: Maar dat weten jullie natuurlijk wel. (Giechel aan beide kanten van de tafel) Kaat: Ik had hier al eerder gesolliciteerd, voor een andere functie die ik toen niet gekregen heb. Ik denk dat ik toen een goede indruk heb gemaakt, want Magda heeft mij altijd op de hoogte gehouden van vacatures in de taalkundige wereld. En dat terwijl ze mij maar één keer had gezien! Dat apprecieer ik heel erg in haar. Katrien: Magda is ook zeer erg empathisch. Als je ziek bent vraagt ze altijd: ‘Gaat het? Hoe is het, kind?’ En als je terugbent komt ze altijd op je af: ‘Aah, je bent terug!’. Dat is wel heel fijn. Ook als het minder goed gaat kan je op heel veel begrip rekenen. Kaat: Onlangs nog. Ik ben opnieuw zwanger - daar wordt misschien rond gespeculeerd, bij dezen een primeur… (Gelach, gegiechel, gelukwensen van de interviewers) Kaat: Wel, toen Magda dat hoorde, vloog ze me om de hals. Elly: Hebben jullie het verlies van Els al verwerkt? (Els Dierick werkt sinds dit jaar voltijds aan de Academie, nvdr) Katrien: Dat is vooral een vraag voor Kaat, denk ik. Kaat: Ja, ik vond het een heel groot verlies. Ik heb haar gelukkig een jaar meegemaakt als collega en heb gedurende die tijd kunnen vertrouwen op haar expertise. Ze heeft hier toch dertien, veertien jaar gewerkt. Ik moest even slikken toen ze zei dat ze wegging. Los van haar expertise vond ik haar ook een heel fijne collega. Ik begrijp haar keuze ook wel, want de combinatie van twee halftijdse jobs, hier en aan de Academie, werd zeer moeilijk. Elly: Wat zijn jullie eigen toekomstplannen? Katrien: Ik heb nog drie jaar voor de boeg en dan is mijn doctoraat hopelijk klaar. Maar daarna… Ik weet niet of dat bekend is bij de studenten, maar de academische wereld is een heel onzekere omgeving. In een assistentenmandaat, waarin je minder tijd hebt om aan je onderzoek te werken, kan je veel minder publiceren. Als je dan wordt vergeleken met mensen die fulltime onderzoek gedaan hebben, wordt het zeer moeilijk om door te groeien. Dus wat er hierna komt, weet ik echt niet. Als iemand een leuke job heeft voor mij voor binnen drie jaar: laat je maar horen (lacht). Elly: Maar je zou hier dus wel graag willen blijven? Katrien: Hm, ik beleef hier eigenlijk het meest vreugde aan de sfeer en het contact met de studenten. Ik denk dat je heel ambitieus zijn en veel moet opofferen om aan de universiteit te blijven. En om eerlijk te zijn, ben ik niet bereid om daar mijn privéleven voor op te geven. Dus ik denk eerlijk gezegd niet dat ik in de wieg ben gelegd voor een academische carrière. Kaat: Oh, dat had ik niet verwacht! Katrien: Echt waar? (Luid gelach) Kaat: Ja, ik zag jou echt als prof. Ik vind Katrien gewoon

12


interview zó intelligent, echt waar. En zó efficiënt. (Katrien lacht verbijsterd) Katrien: Ik vind het natuurlijk allemaal heel interessant, maar alleen de weg ernaartoe is, denk ik, voor mezelf onhaalbaar. Vandaar dat ik mij voorbereid op een andere toekomst. Elly: Hoe ziet die er dan uit? Katrien: Op carrièrevlak bedoel je? Elly: Ja. Stephanie: Op… alles. Katrien: Ja, ik dacht het al, Stephanie zal wel nuanceren (lacht). Over tien jaar wil ik een vaste job hebben die ik graag doe. Voor mij zal dat een job zijn waar toch een zeker sociaal aspect aanzit. Ik kan mij niet voorstellen dat ik hele dagen achter een computer zit en geen contact heb met andere mensen. Hoe dat er concreet moet uitzien, dat weet ik niet.

“Mijn Spaanse vriend is goed ingeburgerd, hij herkende zelfs Laura Lynn op de Gentse Feesten.” Elly: En Kaat, hoe zie jij de toekomst? Kaat: Ik ben hier nog maar een jaar en ik zie het volledig zitten. Ik moet zeggen dat ik wel een beetje een voordeel heb omdat mijn aanstelling om de twee jaar wordt verlengd. Het praktijkassistentschap is een vrij werkzekere functie. Dus tenzij ik een grote blunder zou begaan of tenzij er besparingen zijn, denk ik dat ik hier wel zou kunnen blijven. Het enige onzekere aspect in mijn leven is mijn vriend, die Spanjaard is en een postdoc doet in de ecologie (onderbreekt haar eigen gedachtegang). Dat is trouwens misschien nog een interessant verhaal. (We lachen en knikken geïnteresseerd) Kaat: De man van Roxane, onze nieuwe collega, is de directe collega van mijn vriend. Katrien: Dat is toevallig! Kaat: Inderdaad. En ja, heel vaak horen wij dingen via elkaar. Dus we moeten altijd goed opletten wat we tegen elkaar zeggen, want voor je het weet wordt alles doorverteld (lacht) Maar goed, mijn vriend is van Madrid en hij denkt er wel over na om op termijn terug te gaan naar Spanje. Hij wil echt een academische onderzoekscarrière en dan moet je heel flexibel zijn.

Elly: En spreekt hij al goed Nederlands, naar jullie strenge taalvaardige normen? (Kaat en Katrien knikken instemmend) Kaat: Hij volgt nog altijd les aan de avondschool waar ik lesgeef. Maar hij studeert niet graag de grammatica. (Katrien lacht begrijpend.) Kaat: Nee, het gaat heel behoorlijk. Hij is zeker al ingewerkt in de Vlaamse cultuur. We liepen dit jaar op de Gentse feesten rond en opeens zei hij: “Kijk daar, Laura Lynn!”. Geen idee vanwaar hij Laura Lynn kent! Stephanie richt zich tot Katrien: Nu moeten we van u natuurlijk ook iets te weten komen! Katrien: Ik dacht al dat dat er zat aan te komen. Wat wil je weten? Ik heb een vriend, en ik heb een vrij klassiek toekomstbeeld voor ogen: redelijk snel trouwen en dan kinderen. Elly: Het zwanger-zijn van Kaat heeft nog niet meteen effect op je? Katrien: Ik ben daarvoor nog net iets te jong. Ik ben trouwens in eerste instantie gefocust op dat doctoraat en dat lijkt me moeilijk te combineren met kinderen. Elly: Je kunt er wel onderzoeken op uitvoeren. (Gelach weergalmt) Katrien: Daarvoor heb ik Kaat! Elly: We gaan eens terug in de tijd. Wat waren jullie voor studenten? Kaat: Ik was in het eerste jaar een heel onzekere, bange studente. Ik kwam van het verre Limburg, in een dorp dat jullie zeker niet kennen, Dilsen-Stokkem. Ik kon niet geloven dat ik de universiteit wel aan zou kunnen. Dat eerste jaar heb ik geblokt voor kapot, en dan was ik tot mijn grote verbazing geslaagd. Naarmate de jaren zijn gevorderd, kreeg ik wat meer zelfvertrouwen en heb ik wel genoten van mijn studententijd. En ook geprofiteerd, denk ik. Heimwee heb ik niet. Ik ben heel blij en gelukkig als moeder. Ik vond het een leuke periode, dat wel.

Elly: Maar voorlopig woont hij hier in Vlaanderen? Kaat: Ja, zes jaar geleden verhuisde hij naar hier om te doctoreren. Hij is bij mij in de les Nederlands komen volgen. (Katrien en de interviewers gniffelen vertederd) Kaat: Zo is de liefde ontstaan en nu is hij hier een postdoc aan het doen dat afloopt binnen enkele jaren. En dan zullen we wel zien.

13

II - november 2008


interview Katrien: Het antwoord van Kaat klinkt mij zeer bekend in de oren. Het eerste jaar was voor mij ook echt een blokjaar. Ik had maar één uur Duits gehad in de humaniora, ik moest dus echt wel wérken voor die taal. Dat is natuurlijk gelukt, maar dat zeg ik ook maar omdat we hier zitten (lacht). Het tweede jaar zat ik nog in dat stramien van hard werken, maar daarna ben ik een jaar op Erasmus geweest en dat was natuurlijk een heel ander leven. Ik trok naar het exotische Munster in Duitsland en dat werd mijn beste studentenjaar. Ik heb daar echt niet veel hoeven uit te steken, kon ten volle genieten van die andere cultuur. In mijn laatste jaar begon ik pas in september aan mijn scriptie, terwijl de meeste mensen daar al mee bezig waren van in de grote vakantie. Dus ja, ik heb toen serieus moeten doorgeven, maar dat is ook gelukt. Elly: Geen dingen die jullie anders zouden doen? Kaat: Zo’n twee jaar nadat ik was afgestudeerd dacht ik: “Ik had rechten moeten studeren”. (Iedereen lacht) Kaat: Ik deed heel graag Nederlands, maar ik denk als je als advocaat spreekvaardigheid combineert met een heel andere invulling. Dat lijkt me ook een heel leuke baan. Maar ja, dat is weer overgegaan, hoor. (Gegiechel) Katrien: Als ik iets zou veranderen achteraf, zou ik in mijn tweede jaar misschien toch iets meer genoten hebben van het niet-academische studentenleven. Elly: Trouwens, wat vinden jullie van studentenverenigingen en dan met name van Filologica? (Gelach) Stephanie: We knippen het er wel uit als het negatief is. Katrien: Of de volgende les krijgen we rotte eieren naar ons hoofd! Kaat: Het valt mij op dat jullie in vergelijking met de VUB zoveel culturele activiteiten organiseren. Aan de VUB was dat echt gewoon zuipen, zware dopen en van die toestanden, daar kwam het op neer. Aan de VUB was het standaard dat je als meisje in ontbloot bovenlijf gedoopt werd. Is dat hier ook zo?

“Katrien! Je bent toch niet zwanger he!” Steph: Nee, wij hebben zelfs geen doop. Anders zouden wij hier nu waarschijnlijk niet eens zitten! Katrien: Ik vind Filologica een heel sympathieke studentenvereniging. Geen plat populisme en zuiperij, zoals je vindt in andere studentenverenigingen. Toen ik studeerde was dat minder. Eer zaten leuke mensen, maar je had toch ook een paar ego’s. Kaat: Kom, noem namen… (Gelach) Stephanie: Met wat geluk zijn ze erelid en lezen ze het! Katrien: Je hebt dat waarschijnlijk in elke vereniging, mensen die zichzelf nogal belangrijk en cool vinden. De mensen die

II - november 2008

14

ik in Filologica zie zitten, zijn echt leuke mensen. We lachen verlegen en vinden hen natuurlijk ook leuke mensen. Stephanie legt uit dat dat misschien komt omdat wij nog een ‘nieuwe’ studentenvereniging zijn. We keuvelen een beetje over de samensmelting van Germania en Romania en ons lustrumjaar.  

“Ik was een heel onzekere, bange studente.” Elly: Hebben jullie in jullie leven een rolmodel of een voorbeeld gehad? Katrien wijst naar Kaat: Ik weet er een voor jou! (Kaat lacht en kijkt verwonderd) Katrien: Frida! Kaat: Frida? Ah ja! (naar ons) Dat is mijn dochtertje dus. Katrien: Ja maar, ze is toch vernoemd naar … Kaat: Wel, mijn dochter is genoemd naar Frida Kahlo. Je kent misschien de film Frida, met Salma Hayek? Dat is de verfilming van het leven van Frida Kahlo, een Mexicaanse schilderes. Stephanie: Oh, met die wenkbrauwen? Kaat: Ja, met die doorlopende wenkbrauwen! Frida Kahlo is een fantastische vrouw. We hebben onze dochter naar haar genoemd, omdat we op reis waren in Mexico op het moment dat we ontdekten dat ik zwanger was. We hadden net het Frida Kahlohuis bezocht en ik had al mijn leven lang een immense bewondering voor vrouwen als Frida Kahlo. Vandaar is het Frida geworden, een mooie naam ook. En naast sterke vrouwen heb ik ook bewondering voor – het is zo’n cliché, maar goed – Nelson Mandela. Hoe is het toch mogelijk: hij heeft vijfentwintig jaar onschuldig vastgezeten, komt uit de gevangenis en is helemaal niet rancuneus. Dat zijn figuren waar ik enorm naar opkijk. Mijn vader is ook zo iemand. Ik denk dat ik mijn gevoel voor taal voor een groot deel van hem heb gekregen. Hij heeft er, als journalist, altijd op gehamerd om ons op te voeden in de standaardtaal. Als we aan de keukentafel vertelden over school zei hij: “Nee nee, je zegt niet groter dan mij, maar groter dan… ík”. (Iedereen lacht) Kaat: Zo was dat, constant werden wij op taalfouten gewezen. Als kind denk je dan natuurlijk “Goh, papa..”, maar achteraf ben ik hem daar heel dankbaar voor, want heel wat mensen krijgen die bagage niet mee. Stephanie: Wordt uw dochter eigenlijk in de standaardtaal opgevoed? Kaat: Ja ja, absoluut. Maar dat komt vooral omdat ik met mijn vriend Eduardo ook Standaardnederlands praat. Het is voor een anderstalige niet bevorderlijk om tussentaal te spreken. Met vrienden doe ik dat wel, maar tegen Eduardo en Frida spreek ik dus standaardtaal, zodat ze het zouden leren.


interview Elly: Wordt Frida ook in het Spaans opgevoed? Kaat: Ja, onze dochter is tweetalig. Mijn vriend spreekt Spaans tegen haar; het is soms heel grappig om haar woordjes in het Spaans en in het Nederlands te horen zeggen. Elly: En ook een interessant onderzoeksgebied! (Kaat en Katrien stemmen volmondig in) Katrien (lachend): Ondertussen is er mij een rolmodel te binnen geschoten. Ik heb enorm veel bewondering voor Lieve Blancquaert (fotografe, onder andere bekend van het Eénprogramma Voorbij de Grens, nvdr). Als je ziet wat die allemaal doet en riskeert: zij trekt naar Afghanistan of naar Zuid-Amerika. (Prompt volgt er een discussie of die laatste reportage Voorbij de Grens nu in Peru of zuidelijker was. Niemand weet het zeker, maar we besluiten dat het waarschijnlijk Nicaragua was. Een Googlezoektocht achteraf geeft ons allen gelijk.) Katrien: Ik denk dat Lieve een warme vrouw is, die echt geïnteresseerd is in de mensen. Ik begin daar gewoon soms

van te blèten (lacht). Kaat (verbaasd): Je bent toch niet zwanger he, want dat is typisch voor zwangere vrouwen! (Schatergelach) Katrien: Jaja, de Kaatjes. Zo noemt Magda ons dus. Dankjewel voor dit gesprek.

Paspoort > Kaat Opdenacker (29) Favoriete schrijver? Ik ben een vrouw van extreme uitersten. Ik heb een uitgesproken voorkeur voor Jeroen Brouwers: absoluut mijn favoriete hedendaagse Nederlandstalige schrijver. Met een bijna gedeelde plaats, maar iets lichtere kwalificatie: Anna Enquist. Van die twee auteurs heb ik nog nooit een boek gelezen dat mij heeft teleurgesteld. Bij de boeken van Anna Enquist moet ik altijd huilen. Ze is psychiater en dat merk je: ze zet die kennis van het menselijke brein precies op papier. Van Jeroen Brouwers hou ik omwille van zijn ironie – samen met sarcasme kan ik dat zeer appreciëren. Favoriete prof of lesgever? Ik ga geen proffen van de VUB opnoemen, want daar heb je niks aan. Ik heb wel de indruk dat de proffen die ik hier zie gewoner zijn en meer betrokken met de studenten. Ik zou denk ik ook heel graag les hebben gehad van Magda. Ik heb les gekregen van Johan de Caluwe in mijn master na master journalistiek.

> Katrien Devalck (25) Favoriete schrijver? Ik heb er geen. Ik kan wel een paar boeken noemen, maar ik kan moeilijk zeggen dat ik alle boeken van een bepaalde schrijver fantastisch vind. Vaak is één specifiek boek zeer goed en de rest anders of minder; Een favoriet boek dan? De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Kundera. Daar was ik echt wel van aangedaan. En onlangs heb ik De vliegeraar gelezen, dat was ook prachtig. Favoriete prof of lesgever? Ik vond Magda wel een sympathieke. Af en toe was er wel hilariteit in haar lessen, en dat zal nu niet veranderd zijn. Ook Johan de Caluwe is een toffe man. Bij hem ik heb mijn scriptie geschreven. Hij ging zeer rustig en kalm met ons om, en zei het ook als hij iets niet wist. Dan ging hij het opzoeken, dat vond ik een zeer fijne attitude.

15

II - november 2008


satire > De Pluim, uw lijfblad

Uw alibi voor… ja, waarvoor eigenlijk? EXCLUSIEF: AL ONZE SPONSORS SAMENGEPROPT OP 1 PAGINA Niemand doet het ons na!

Getrouwheidsgarantie: De Pluim nog steeds in de oude spelling Gesteund door het volledige praesidium!

De Pluim stelt voor: een bespreking van ALLE VAKKEN uit ALLE OPLEIDINGEN aan de Blandijn van de eerste, de tweede, de derde én de vierde bachelor!

Verder in deze editie:

• hopeloos gedateerde recensies van stukken die minstens een halfjaar oud zijn!

• een bespreking van de nieuwste hypes op YouTube voor mensen die de afgelopen maanden met vakantie waren op Mars! • educatief verantwoorde en dus retesaaie videogames! • geen interviews whatsoever!

En:

Nog meer zinloze bladvulling: nu maar liefst ACHTENDERTIG schaamteloos gekopieerde comics!

De Oosters-Afrikaanse Kring (OAK) boomt als nooit tevoren

> “De kelder is te klein geworden” De grootste financiële crisis sinds de jaren ’30 laat zich voelen in alle gelederen van de maatschappij. Zo ook bij vele faculteitskringen aan onze alma mater. Het VTK werd het zwaarst getroffen en zag zich gedwongen om zeventig van haar betaalde medewerkers te ontslaan. Het VRG werd dan weer geconfronteerd met een grote groep behoeftige nieuwe studenten, allen slachtoffer van de slabakkende aandelenportefeuilles van hun ouders. Ook andere kringen zuchten en steunen. Slechts één kring spint garen bij de algehele impasse. Wij zochten preses Kai Van Landschoot van de OAK op in de kelder van de Blandijn, en stonden versteld. OAK-leden op stoelen, op zetels, overal. In een hoek is een kookworkshop aan de gang: er worden dozen en dozen basmatirijst aangesleept, een dertigtal geïnteresseerden kijkt toe. Aan een tafel geeft een van de tien cultuurpresessen uitleg over het inbinden van voeten; velen luisteren geboeid. De nieuwe Kalima is gedrukt op zevenduizend exemplaren en opent met een paginagrote advertentie van de districtsregering van Shanghai. Aan de muur hangen honderden aankondigingen van komende

II - november 2008

16


satire OAK-activiteiten. Affiches van de VGK en Filologica zijn er niet langer te bespeuren, om over leden nog maar te zwijgen. Kai Van Landschoot glundert en onderbreekt zijn voorbereidingen op de zeven activiteiten die de dag nadien gepland staan met graagte: hij zal Dilemma even te woord staan. WIJ — Ni hoa, Kai! KAI — Ni HAO, filoloogjes! Ni HA-O! En noem me maar Voorzitter! WIJ — Voorzitter? KAI — Of Grote Roerganger! Nederigheid past wel bij een kringetje als dat van jullie, en bovendien, die Mao, dat was me er eentje! Morgen houden we een debat over zijn nalatenschap in de Chinese politieke literatuur tot op heden, in auditorium E. We hopen op zevenhonderd aanwezigen. Ze-ven-honderd. WIJ — Juist. Kan je ons uitleggen hoe het komt, Grote Roerganger, dat de OAK haar ledenaantal vervijfendertigvoudigd heeft, terwijl de andere Blandijnkringen achteruitgaan? KAI — De crisis, filoloogjes! Let eens even op. Alle beurzen gaan achteruit, recessie, shock na shock, faillissementen, onzekere tijden. Dan zijn er drie mogelijke reacties: of je vlucht weg van de realiteit, je zoekt je heil als het ware in de religie, en je gaat pakweg Hebreeuws studeren; of je zet je af tegen de realiteit, en verdiept je in de Afrikaanse talen; of je probeert de realiteit onder ogen te zien, en dan ga je voor sinologie. Zoals ik. China is de grootmacht van morgen, filoloogjes! WIJ — Hoeveel nieuwe OAK’ers zijn er in feite, o Liefdesgod van het Oosten? KAI — Een vierduizendtal, waarvan er twintig Afrikaanse doen en drieduizend negenhonderdentwaalf Chinees. Maar wat ík ook wel eens het vermelden waard vind: voor het eerst in twintig jaar gaat er iemand Sanskriet studeren! (trotse grijns) WIJ — Proficiat, o Heer van de Rijzende Zon! KAI — Dank je, filoloogjes! Sorry trouwens dat we de kelder volledig moesten inpalmen, maar ja, we moesten wel tot annexaties overgaan, jullie waren als het ware ons Taiwan aan het worden! (vindt zichzelf duidelijk zeer grappig, verscheidene sympathisanten lachen mee, de sfeer is dreigend) WIJ — En zelfs de kelder wordt tegenwoordig te klein, heb ik de indruk, o Heerser van de Onderaardse Sferen! KAI — Sterk opgemerkt, filoloogje! En ook de Vooruit wordt te klein voor onze openingsfuif! We huren het Sportpaleis af, en onze dj laten we overvliegen uit de hipste nachtclub van Macao! (instemmend applaus) WIJ — Een laatste vraagje nog: komen er nu ook veel gaststudenten uit oosterse landen, o Bezitter van de Pure Wijsheid? KAI — Goed dat je het zegt, filoloogje! Ik zou ze bijna vergeten! (knipt met zijn vingers; een twintigtal Thais ogende meisjes stroomt plots toe, alle lichten gaan uit, op een tweetal lampions na; Chinese sfeermuziek wordt gedraaid; vuurwerk vliegt ons rond de oren en we maken ons snel uit de voeten, terwijl de Grote Roerganger schreeuwt: “Geef me nummer dertien! En nummer zeventien ook! Waar blijft die rijstwijn, verdomme!”) (nm)

KMF profiteert mee van de economische crisis

> “Ons paard is nu dubbel zoveel waard” Nog een geluk dat niet Fortis maar Dexia de hoofdsponsor van Club Brugge is, anders was Filologica mee gekelderd met haar aandelenportefeuille. Eenzelfde lot was ook onze geschiedkundige vrienden beschoren, maar het kan ook anders: de Oosters-Afrikaanse Kring (OAK) beleeft een nooit geziene bloei, en nu blijkt het ook bij het KMF (Kring Moraal en Filosofie, nvdr) uitstekend te gaan. Zo uitstekend zelfs dat ook zij tegenwoordig in de kelder (willen) resideren. We vroegen nieuwbakken preses Niels Mahieu naar zijn financiële geheime talenten, en blijkt dat die al jaren vlak voor onze neus te vinden waren. “We hadden al een eind in de gaten dat spaarboekjes en beleggingen niet echt de oplossing waren om ons geld meer te laten opbrengen. Daarom hebben we in kunst belegd, en dat bleek een uitstekende keuze.” Het befaamde roze paard op de tweede verdieping van de Blandijn werd vaak beschimpt als een lelijk stuk rommel dat enkel in de weg stond van de schoonmaaksters, maar blijkt in werkelijkheid zelfs meer waard dan het grote muurkunstwerk dat Johnny Devreker voor de Blandijn aankocht toen hij nog decaan was. “We kochten het aan bij de fusie in 1985, en nu blijkt de waarde meer dan verdubbeld. Welk spaarboekje kan zo’n rendement voorleggen?” En nu dus de overstap naar de kelder van de Blandijn, waar het samen met de OAK de filologen en geschiedkundigen heeft verdrongen. “Een aflossing van de wacht drong zich op, dat had elke filosoof kunnen zien aankomen”, zo besluit Mahieu nog. (sd)

17

II - november 2008


foto

1

2 1. Sommige eerstebachers zijn ergâ&#x20AC;Ś speciaal. 2. Zoek de zeven verschillen! 3. Whipped cream or chocolate sauce? 4. Verzin hiervoor zelf een plausibele uitleg â&#x20AC;&#x201C; wij kunnen alvast niets bedenken. 5. De postmoderne giraf kent zijn postmoderne navolging.

3

5

4 II - november 2008

18


foto

1 2 3

1.Rubensiaanse taferelen op de openingscantus. 2.Het meest politiek correcte tapteam ooit. 3.Koentje Kater en zijn flinke peter. 4.Prof. Bart Keunen en enkele zéér onschuldige eerstebachers op de openingsfuif. 5.Filo’s Angels. 6.Webmaster Flame legt een harem aan.

5 4 6

19

II - november 2008


column > Scriptorenhebbengeenleven.be In elke Dilemma vertelt één van de twee scriptoren over een allesbepalend moment in zijn of haar nog jonge leven. Een anekdote, een belevenis, of gewoon een mijmering, het kan eender wat zijn. Wat heeft hen gemaakt tot wat ze nu zijn? Hier kom je het doorheen het jaar beetje bij beetje te weten.

15

Augustus is mijn lievelingsmaand. De bomen zijn nog groen, de lucht is nog blauw, en als je geluk hebt, zijn er af en toe nog enkele oprecht hete zomerdagen. Op die dagen smelt de zon de herinneringen in je hoofd, met als soundtrack I’m outside van Third Try. Op repeat. Op één van die broeierig warme augustusdagen had ik met een hoopje vrienden van mijn CM-kamp afgesproken. Ik weet nog precies wat ik droeg: een wit topje met een rode en een donkerblauwe streep aan de randen, en daaronder een lichtblauwe driekwartjeans met breeduitlopende pijpen en schoenen met kleurige parels aan de veters geregen. Het was de tijd waarin ik nog een wannabe wilde zijn, iets wat me, al zeg ik het zelf, aardig gelukt was. Verder herinner ik me nog dat het zo warm was dat we met z’n allen naar de Aldi gingen om daar twee liter vanille-ijs te kopen. We lepelden de doos uit met onze vingers, vol stof en zweet. Zulke dingen vind je niet erg als je vijftien bent, en een beetje verliefd op iedereen. We hadden met onze bende afgesproken bij het skateparkje in Hoogstraten. Verschillende kerels uit ons groepje waren fervente skaters, want dat was keihard in in 2002. Eentje werd er zelfs gesponsord door een belangrijke skatewinkel, de Harry Beaver, en dat vonden we allemaal supercool. De meisjes die met hem dweepten, althans. In die tijd was ik best wel een stoere meid. Af en toe stond ik dan ook zelf op een skateboard. Ik leende dan de plank van een zorgvuldig uitgekozen jongen, en probeerde wat trucjes uit terwijl ik me door hem liet ondersteunen. Nu en dan slaakte ik een schattig kreetje, of toonde ik hem mijn charmante glimlach. Zo hoort het nu eenmaal als je een vijftienjarig meisje bent. Het leven van een puber kan echter nooit lang vanillegeur en zonneschijn zijn, en dat was bij mij niet anders. Opgehitst door de hete zonnestralen op mijn bruine, jonge velletje – en misschien ook een beetje door de licht bewonderende blikken van de jongens in ons groepje – werd ik overmoedig. Ik wilde bewijzen dat ik meer kon dan iedereen dacht. Eigenlijk wist ik op voorhand dat dat niet waar was, maar toegeven? Nee. Ik nam iemands skateboard onder de arm en klom boven op een skatetoestel met schuin aflopende zijden. In mijn hoofd zag ik mezelf soepel naar beneden rollen, waarna ik elegant zou stoppen om triomfantelijk om me heen te kijken. Het skateboard en ik kwamen inderdaad allebei weer beneden terecht, maar niet tegelijk. Ik was de eerste die het asfalt raakte. Ik schaafde mijn arm en bleef even versuft liggen, terwijl het bord vervolgens langs mijn hoofd zoefde. Op mijn witte topje verschenen enkele scharlaken vlekken. Meteen vreesde ik dat mijn imago naar de knoppen zou zijn – een teenage drama dat gelukkig uitbleef. Enkele jongens snelden meteen op me toe om mijn arm te verzorgen, terwijl de andere meisjes wanhopig een manier probeerden te bedenken om ook wat aandacht te krijgen. Zo won ik alsnog. Het litteken op mijn elleboog heb ik nog steeds. Ik ben er trots op. Blijvende herinneringen zijn de beste herinneringen, want tempus fugit. En skateboards ook. (la)

II - november 2008

20


film > Vergeten Films Dit academiejaar brengt elke Dilemma een filmklassieker die dringend aan (her)waardering toe is opnieuw onder de aandacht.

> Episode II: 12 Angry Men

Regie: Sidney Lumet Scenario: Reginald Rose Met: Henry Fonda, Lee J. Cobb, Ed Begley, E.G. Marshall e.a. 96 min. / V.S. / 1957 Het is de warmste dag van het jaar, en in een snikhete rechtszaal wordt beslist over het lot van een tiener die ervan wordt verdacht zijn vader te hebben neergestoken. Een jury van twaalf burgers is samengeroepen om zich in een aparte ruimte te beraden over schuld of onschuld. De inzet is groot, want op moord staat de doodstraf. Wanneer de juryleden de kamer binnengaan, lijkt het pleit al grotendeels beslecht. De jongen is de enige verdachte, en al het bewijsmateriaal lijkt naar hem te leiden. Bij de eerste stemronde stemmen elf van de twaalf angry men de jongen richting elektrische stoel. Jurylid nr. 8 (gespeeld door Henry Fonda) is de enige die hem het voordeel van de twijfel gunt. Hij is van mening dat er niet zo snel geoordeeld mag worden over een mensenleven, en dat de jongeman een eerlijker proces verdient. Langzaam slaagt hij erin om meer juryleden aan zijn kant te krijgen, en dat is het begin van een intense onderhandeling waarbij de discussies steeds vuriger worden en de onderhandelingskamer hoe langer hoe benauwder wordt. Echt ‘vergeten’ is deze klassieker natuurlijk niet: op het moment van schrijven staat 12 Angry Men nog steeds trots op de tiende plaats van de IMDb top 250, daarbij zowel Star Wars als Casablanca achter zich latend. Toch is de naam van Sidney Lumet in veel kringen niet zo klinkend als die van pakweg Hitchcock of Scorsese. Hoewel zijn carrière heterogener (en oké: ook wisselvalliger) was dan die van sommige andere grote regisseurs, kan de kranige 84-jarige trots zijn op een indrukwekkend palmares. Network, Dog Day Afternoon en vorig jaar nog het uitstekende Before the Devil Knows You’re Dead: het zijn stuk voor stuk bewijzen van zuiver vakmanschap. 12 Angry Men was Lumets debuutfilm, en volgens velen is het al meteen zijn absolute meesterwerk. Wat de regie van deze film zo uitzonderlijk maakt, is dat Lumet en cameraman Boris Kaufman perfect weten hoe de beklemmender wordende sfeer ook visueel over te brengen. Door het gebruik van verschillende lenzen lijkt zelfs de kamer waarin de actie zich afspeelt, kleiner en kleiner te worden. Daarnaast zijn de eerste scènes grotendeels gefilmd vanuit een hoog camerastandpunt. Een standpunt dat doorheen de film steeds dieper zakt, totdat uiteindelijk het plafond zichtbaar is en de kijker zich bijna opgesloten voelt. Ook het frequente gebruik van close-ups naar het einde van de film zorgt voor een kijkervaring die steeds drukkender wordt naarmate de spanningen tussen de juryleden een hoogtepunt bereiken. Niet veel kijkers zullen deze technieken opmerken tijdens een eerste visie, maar het visuele verschil tussen het begin en het einde van de film is onmiskenbaar. Subtiele cinema op zijn best. Het mooie is dat dit altijd ondergeschikt is aan de essentie. Het dient de acteerprestaties, want die zijn waar het in 12 Angry Men echt om draait. De film snijdt interessante thema’s aan over het rechtssysteem en bij uitbreiding de hele democratie. Het personage van Henry Fonda stelt zich vragen over het recht van spreken van een volksjury. Waarom moeten burgers in de plaats van rechters zulke belangrijke beslissingen nemen, zelfs als er maar een kans van één op duizend is dat de beklaagde onschuldig is? De persoonlijkheden van de verschillende juryleden leiden tot een conflict van karakters, generaties en ideologieën, maar ook futiliteiten en andere factoren beginnen een rol te spelen in de beslissing. Jurylid nr. 7 (Jack Warden) wil dat de verdachte zo snel mogelijk schuldig wordt bevonden omdat hij kaartjes heeft voor een belangrijke baseballwedstrijd, en jurylid nr. 3 (Lee J. Cobb) heeft dan weer geen klare blik omdat hij wordt achtervolgd door zijn verleden.

21

II - november 2008


film Er valt dan ook te discussiĂŤren over de vraag of 12 Angry Men uiteindelijk voor of tegen volksinspraak pleit. Eigenlijk neemt de film niet echt stelling in - we komen niet te weten of de beklaagde de moord nu wel of niet gepleegd heeft. Dat is het punt ook niet. Wat de waarde van de democratie betreft, volstaat het soms om even naar buiten te kijken en te zien welke leiders we in de loop der jaren zelf aan de macht hebben gestemd. Maar tegelijk heeft de modale internetgebruiker deze film op de IMDb-site verkozen tot een van de tien beste uit de geschiedenis van het medium. Met andere woorden: er is hoop. (md)

II - november 2008

22


film > filmKORT ‘Being on President Nixon’s enemies list was the highest single honor I’ve ever received.’ Aan het woord is Paul Newman. Op 26 september overleed de acteur, regisseur, mensenrechtenlobbyist, autosportfanaat en allround held aan de gevolgen van longkanker. Het wereldse schouwtoneel heeft Newman verlaten, maar voor ons leeft hij verder in klassiekers als Cool Hand Luke, Cat On A Hot Tin Roof en Butch Cassidy & the Sundance Kid. >>> Ook een beetje in Pixar’s Cars, natuurlijk. >>> Nog meer slecht nieuws kwam er van Guy Ritchie. Niet alleen gaat de man scheiden van Madonna, hij heeft er ook niks beters op gevonden dan nog maar eens een film op de wereld los te laten. RocknRolla heet het vehikel, en Ritchie kennende zullen de bij het haar gegrepen oneliners in perfect mockney weer van het scherm spatten. >>> Als RocknRolla een succes wordt, zitten we trouwens meteen met twee vervolgfilms opgezadeld, als we de geruchten mogen geloven. We hopen van harte dat Ritchie genoeg geld uit zijn scheiding sleurt om de rest van zijn leven op een afgelegen bestemming ver van filmsets door te kunnen brengen. >>> Dat laatste lijkt het lot te worden van Roberto Saviano, de met de dood bedreigde schrijver van het net verfilmde Gomorra. Zijn boek en de film schetsen een ontluisterend beeld van de Napolitaanse maffia, en daar kon de beruchte Casalesi-clan niet echt om lachen. Voor Kerstmis zou Saviano al het hoekje omgebracht moeten worden. De schrijver overweegt nu om Italië te verlaten. >>> Het Filmfestival Gent sluit weer voor een jaartje zijn deuren. Het was op alle vlakken een zeer geslaagde editie, zowel organisatorisch (nooit eerder kwamen zo veel mensen kijken) als artistiek. Onder de films die het in de reguliere zalen wel eens ver zouden kunnen schoppen rekenen we onder meer Woody Allen’s nieuwe Vicky Christina Barcelona, de documentaire Man On Wire en de Turks-Duitse film The Market, die met de hoofdprijs ging lopen. >>> Andere films waar we dit najaar naar uitkijken zijn er met hopen. Om diens vertrek te vieren is er bijvoorbeeld W., de nieuwe Oliver Stonefilm over het beleid van George W. Bush. >>> Ook Spike Lee is terug, met zijn eerste oorlogsfilm nog wel. Miracle at St. Anna gaat over enkele soldaten tijdens WO II. Zwárte soldaten, of wat had u gedacht. >>> Voor de meerwaardezoeker is er dan weer Beverly Hills Chihuahua, met een glansrol voor niemand minder dan Plácido Domingo. >>> ‘Maintaining that childlike part of your personality is probably the best part of acting’ zei Paul Newman ooit. De vraag is maar of hij het toen over Beverly Hills Chihuahua had. Hij ruste in ieder geval in de vrede die hij verdient. (md)

23

II - november 2008


film

> Ontroering en ranzige incest op het filmfestival Van 7 tot 18 oktober vond in Gent het jaarlijkse Filmfestival van Vlaanderen plaats. Omdat er ook onder de filologen heel wat cinefielen zijn, trokken de Dilemmareporters gewapend met een doos tissues (voor de tráántjes, vetzak) naar de bioscoopzalen. Hieronder bespreken we een greep uit het duizelingwekkende en ietwat artyfarty aanbod, zodat u voortaan mee kan praten met de cultuursnobs onder ons. Jolly!

> Wendy and Lucy

Regie: Kelly Reichardt Cast: Michelle Williams, Will Patton e.a. ‘Wendy and Lucy’ (ofte ‘ Train Choir’) is voor regisseuse Kelly Reichardt de opvolger van ‘Old Joy’, een film die hoge ogen scoorde op het festival van Cannes dat jaar. En nu is ze dus terug met ‘Wendy and Lucy’, een simpel, heel realistisch weergegeven verhaal, ontdaan van de typisch commerciële, dramatische opbouw met achtergrondmuziek of speciale effecten. Ook geen bekende gezichten in deze film, afgezien van een opmerkelijke Michelle Williams (‘Brokeback Mountain’, ‘Dawson’s Creek’) in de hoofdrol. Het verhaal gaat over Wendy, een jonge vrouw die met haar hond (en tevens enige vriend) Lucy, een hoopje kleren en wat geld op weg is naar Alaska. Daar hoopt ze werk te vinden in een visfabriek. Meer informatie over Wendy en voorgaande gebeurtenissen in haar leven krijgen we niet, en er wordt verder ook niet aan gerefereerd. Dit verhaal wordt één korte tranche de vie. Wendy’s auto strandt in een onooglijk dorpje, en wanneer ze opgepakt wordt voor winkeldiefstal, raakt ze Lucy kwijt. Vanaf dat moment begint de zoektocht naar Lucy, waarbij groeiende wanhoop en eenzaamheid het laatste laagje zelfbeheersing van Wendy blijven bestoken en ze steeds dichter bij een emotionele inzinking komt. Het besef dat ze zonder Lucy niet alleen eenzaam, maar ook weerloos is, leidt onvermijdelijk tot een hysterische instorting in het toilet van een verlaten tankstation. Dankzij de onbaatzuchtigheid en vriendelijkheid van een vreemde krijgt Wendy zichzelf weer onder controle, maar een hartsverscheurende keuze is onvermijdelijk: kiest ze voor morele verantwoordelijkheid, of voor zelfzuchtige liefde? Met ‘Wendy and Lucy’ kiest Reichardt niet voor de makkelijkste weg: dit is geen verhaal met een ingewikkelde plot en diepe conversaties: er wordt net gefocust op de emoties van de mens. Het is zeker geen feelgoodfilm waarbij je met een glimlach op je gezicht en een warm gevoel in je buik de zaal verlaat. Toch is het een interessante film die dankzij een schitterende performance van Michelle Williams een heel realistisch stukje laat zien van het leven van een vrouw die ondanks haar toch vrij unieke positie heel herkenbaar is. Een diepe achterliggende boodschap moet er ook niet gezocht worden, behalve misschien de positieve boodschap dat er altijd nog goede mensen zijn, en hoe simpele vriendelijkheid grote gevolgen kan hebben in het leven van een ander. (lv)

> Synecdoche, New York

Regie: Charlie Kaufman Met: Philip Seymour Hoffman, Samantha Morton, Catherine Keener, Hope Davis, Michelle Williams e.a. “I’m just one little person, one person in a sea” Caden Cottard, een theaterregisseur, leeft ergens tussen stilstand en beweging. Onder het motto “I have problems” loodst hij ons door zijn zieke leventje. Samen met zijn wederhelft (een kunstenares) volgt hij relatietherapie bij een geschifte vrouw die over elk mentaal probleem een boek geschreven heeft en op

II - november 2008

24


film elke zin jaknikt. In deze film wordt nog maar eens bewezen dat dokters niets weten en enkel slecht nieuws kunnen (willen?) brengen. Hun dochtertje Olive, van wie de uitwerpselen even olijfgroen als haar naam zijn, geeft als eerste het startschot van de ingebeelde ziekten. Hoewel Caden allesbehalve moeders mooiste is, weet hij elke vrouw in zijn buurt te imponeren en wordt hij door elk van hen uitermate begeerd. Wanneer zijn vrouw en dochter naar Berlijn vertrekken blijft hij de vrouwen afweren, omdat hij nog getrouwd is en beweert dat zijn vrouw nog maar een week in Berlijn zit. In werkelijkheid is dat echter al een jaar het geval. Hier beginnen we als toeschouwer te merken dat zijn tijdsbesef behoorlijk in de war is. Uiteindelijk bestaat (zoals bij elke man) een simpele ‘neen’ tegen de vrouwelijke sekse niet, dus geeft hij toe aan Hazel, de kassierster van het theatergebouw die in een permanent brandend huis woont. Op het leukste gedeelte van hun avond wordt Caden emotioneel, met als gevolg dat de vrouwelijke lusten niet bevredigd worden… Gedurende een tijdspanne van 17 jaar volgen we Caden, die een soort werkbeurs krijgt en zo zijn dromen probeert waar te maken door een groot(s) toneelstuk te creëren. Aan de hand van imitaties van mensen (waaronder hij en zijn omgeving) krijgen we een beeld van New York. Imitaties en rollen gaan echter het leven van de persoon zelf overnemen, en de grenzen tussen werkelijkheid en fictie gaan vervaarlijk dooreenlopen. Op het einde wordt Caden zelfs door een vrouw vertolkt, en neemt hij zelf haar rol over, waarbij hij haar bevelen via een oortje krijgt ingefluisterd. Een film als een droom: verwarrend en schommelend tussen realiteit en illusie. “Knowing that you don’t know is the most essential step to knowing, you know?” (yg)

> Savage Grace

Regie: Tom Kalin Met o.m. Julianne Moore, Stephen Dillane, Eddie Redmayne Als ik Julianne Moore tussen het acteurskransje van een film zie staan, denk ik altijd terug aan het weergaloze Magnolia van alweer enkele jaren geleden. Moore heeft een neus voor goeie films met dito vertolkingen, en dit keer is het niet anders. Al heeft het haar wel meer moeite gekost om me te kunnen overtuigen. In Savage Grace – een waargebeurd verhaal – geeft Moore gestalte aan Barbara Daly, een voormalige actrice uit de lagere rangen. Door haar huwelijk met Brooks Baekeland (een rijke industrieel wiens voorvader het bakeliet uitvond), krijgt ze toegang tot de hogere kringen. Ze is er een opvallende verschijning, maar schiet in de ogen van haar man altijd te kort: ze weet zich niet naar haar status te gedragen. Het al moeilijke evenwicht in hun huwelijk wordt al helemaal wankel wanneer ze een zoontje krijgen: Tony (Eddie Redmayne). Hij worstelt met zichzelf, zijn seksualiteit, en het voortdurende gekibbel tussen z’n ouders, en groeit uit tot een cynische dandy wanneer zijn eerste vriendinnetje er met Brooks vandoor gaat. Barbara trekt de aandacht van Tony volledig naar zich toe en dat leidt tot een degouterende incestrelatie die in een ware tragedie eindigt. Tom Kalin keert met deze degelijke film terug naar het stevige misdaadverhaal, en snijdt met de zaakBaekeland een societymoord aan die indertijd voor flink wat beroering zorgde. De band tussen Tony en Barbara, die haar zoon steeds meer naar zich toe trekt, wordt door Kalin uitertreuren in beeld gebracht (het krijgt melodramatische trekjes) en de regisseur deinst er niet voor terug de rauwheid van hun incestueuze relatie doordringend in beeld te brengen (die masturbatiescène!). Je blijft ongetwijfeld met een ongemakkelijk gevoel achter. En dan nog dit: de dames kunnen in deze film ook Hugh Dancy bewonderen, als de eeuwige playboy annex biseksueel Sam speelt hij een uitstekende bijrol. (sd)

25

II - november 2008


film > The Market (Pazar – Bir Ticaret Masali)

Regie: Ben Hopkins Met o.m. Tayanç Ayaydin, Genco Erkal, Senay Aydin, Hakan Sahin. The Market kreeg als ondertitel ‘A tale of trade’ mee, en dat dekt meteen ook de lading van deze film. Ben Hopkins neemt ons mee naar het stoffige en arme Turkije, om ons te tonen hoe Mihram, een marktkramer die maar al te graag een eigen gsm-zaak zou willen opstarten. Helaas heeft hij daar niet de nodige centen voor… tot een dokteres hem om hulp vraagt: ze heeft dringend een vaccin nodig uit het buitenland om de kinderen in het plaatselijke ziekenhuis te kunnen helpen. De dromen van Mihram om met deze missie een pak winst te maken gaan echter al snel in rook op, en voor hem ontrolt zich een avontuur dat niet van risico’s is gespeend. Niets is wat het lijkt in deze Turks-Duitse film: op het eerste zicht een lichtvoetige komedie, maar Hopkins laat veel meer zien dan dat. In een regelloze en hebzuchtige samenleving kan blijkbaar alles, en The Market laat de dubbelzinnigheid tussen geweten en hebzucht, tussen winstbejag en ethiek perfect zien. Tayanç Ayaydin zet als Mihram een getroubleerde antiheld neer, die al slalommend tussen alle hindernissen door tracht te laveren. Degelijke film, maar ook niet meer dan dat – al dacht de jury van het Filmfestival daar dit jaar blijkbaar anders over. (sd)

35ste Internationale Filmfestival van Vlaanderen Gent En de winnaars zijn…

Je kon het al in de desbetreffende recensie hierboven lezen: The Market van regisseur Ben Hopkins wint dit jaar de Grote Prijs voor Beste Film. Dat besliste de jury, onder leiding van de Deense producente Vibeke Windeløv, naar verluidt “na hevige discussies tussen mensen met uitgesproken meningen”. Die jury bevatte overigens ook auteur Arne Sierens, en naast de obligate regisseurs ook enkele componisten: het thema was dit jaar immers muziek in de film. Hopkins krijgt voor z’n overwinning een distributiepremie ter ondersteuning van de filmrelease in Vlaanderen en Brussel, en flink wat media return, alles samen voor een waarde van ruim 20 000 euro. De jongerenjury gaf de Xplore Award op dit Filmfestival – meer dan terecht – aan Hunger, de bikkelharde debuutfilm van de Britse kunstenaar Steve McQueen. Het juryverslag spreekt van “een donkere, intense en revolterende parel” die een moreel debat op gang brengt: “de vage grens tussen respect voor overtuiging en respect voor het leven”. Gaat dat zien, mensen. En meer prijzen: in de Georges Delerueprijs voor Beste Muziek is voor Tolibhon Shahidi (Two-Legged Horse) van regisseuse Samira Makhmalbaf, SABAM stopt haar bloedgeld in een Prijs voor het Beste Scenario voor Stella, een degelijke film van Sylvie Verheyde. Bent Hamer krijgt de Robert Wise Award voor de Beste Regisseur voor zijn film O’Horten (ook dat is een terechte keuze), en de eerste Jo Röpcke Film Award, uitgereikt door de redactie van Focus Knack, gaat naar Unspoken, de nieuwste worp van Fien Troch. We wisten gelukkig al langer dat ze daar bij Knack soms een vijs missen. De Port of Ghent Publiekprijs was voor Young@Heart, een documentaire van Stephen Walker. In totaal brachten meer dan 13 700 festivalbezoekers hun stem uit. Stella van Sylvie Verheyde kreeg de tweede plaats. Young@ Heart gaat over het gelijknamige Amerikaanse koor dat een repertoire van punk en rock brengt. Opvallend, als je weet dat de gemiddelde leeftijd van de leden 80 jaar is. Walker volgde hen bij de repetities van hun nieuwe show, waarin ze nummers van The Clash, James Brown en Sonic Youth brengen. (sd)

II - november 2008

26


film > Elegy

Regie: Isabel Coixet Scenario: Nicholas Meyer, naar het boek ‘The Dying Animal’ (of ‘Een stervend dier’) van Philip Roth Met: Ben Kingsley, Penélope Cruz en Dennis Hopper Het kan wat verbazing wekken dat de roman ‘The Dying Animal’ van Philip Roth, een boek dat voornamelijk een karakterstudie is van een lijdende archetypische he-man, met zoveel empathie en inlevingsvermogen verfilmd werd door een vrouw. Dit is dan ook geen film die gaat voor de makkelijke weg: de sympathie, zelfs de bewondering van de kijker ligt bij een hoogleraar (Ben Kingsley) die onder invloed van een veel jongere studente (Penélope Cruz) veel van zijn maturiteit en intelligentie lijkt te verliezen. Kingsley heeft al een hele tijd geleden zijn gezin verlaten, en in de loop der jaren zijn er wel meer onenightstands met studentes geweest. Maar met Cruz is het anders: er ontwikkelt zich op verschillende niveaus een echte relatie tussen de twee. Maar dit is net de reden waarom Kingsley er problemen mee krijgt. Uit verlatingsangst wordt hij ziekelijk jaloers, waardoor hij meteen een bom onder de relatie legt. In veel opzichten lijkt Cruz meer maturiteit te bezitten dan hij. Enkele van de pijnlijkste scènes uit ‘Elegy’ zijn die waarin Kingsley’s zoon met hem wil praten over zijn eigen ontrouw. De vader zit in dezelfde situatie, en weet ook helemaal niet wat hij zijn zoon kan adviseren. De kracht van deze scènes, en bij uitbreiding ook van de hele film, zit in de suggestie in de vertolking van onder meer Ben Kingsley. ‘Elegy’ reikt de kijker niet alles op een presenteerschaaltje aan, en lijkt enkel op het eerste gezicht een simpele boekverfilming. Maar kijk eens dieper en zie een heel dappere, uitstekende karakterstudie. (md) In avant-première op het Filmfestival van Vlaanderen in Gent op 15, 16 en 17 oktober. In de zalen vanaf 22 oktober.

> Righteous Kill

Regie: John Avnet Met: Al Pacino (!), Robert De Niro (!!) en 50 Cent (!!!) Bij Dilemma is een kinderhand gauw gevuld. De twee grootste method actors van onze tijd samen in een film: dat willen we zien. De vorige keer, in Michael Manns geweldige Heat, zorgde het in de ene scène die ze samen hadden alvast voor het hoogtepunt van de film. Hun beider laatste écht goede rollen liggen intussen alweer een tijdje achter ons, maar dat mocht de voorpret niet drukken. De Niro en Pacino spelen twee politie-inspecteurs die een reeks moorden onderzoeken. De slachtoffers zijn telkens criminelen, dus wordt al snel bedacht dat de seriemoordenaar wel eens iemand uit de eigen rangen zou kunnen zijn. De Niro wordt de hoofdverdachte. Meer vertellen we niet, maar we kunnen u verzekeren: het verhaaltje van Righteous Kill is zo voorspelbaar en cliché dat u waarschijnlijk nu al alle krampachtige, bij het haar gegrepen plot twists kan voorspellen. Veel meer dan de Pacino/De Niro-gimmick heeft deze film dan ook niet te bieden. Met twee mindere goden in de hoofdrollen zou Righteous Kill waarschijnlijk niet eens onze zalen halen, en zijn verdere leven slijten in de afprijsbakken van de videotheek. Van enige suspens is geen sprake, en de dialogen variëren van ‘gekunsteld’ tot ronduit ‘verkeerd’ (‘Nothing wrong with a little shooting, as long as the right people get shot’, wat zegt u daarvan). Na zo’n indrukwekkende carrière is wat pensioensparen momenteel blijkbaar alles wat deze twee acteerlegendes nog rest. We zullen het hoofd maar even afwenden en mijmeren over lang vervlogen Travis Bickle- en Michael Corleonetijden. Righteous Kill heeft De Niro en Pacino ongetwijfeld veel makkelijk verdiend geld opgeleverd. Verspil er het uwe niet aan. (md)

27

II - november 2008


muziek > Cd-recensies rock

> Coldplay – Viva La Vida Or Death And All His Friends + Coldplay in concert (Sportpaleis Antwerpen, 4 oktober 2008) Wat tussen de examenplooien en het vakantiereces door is ‘Viva La Vida Or Death And All His Friends’, Coldplay’s vierde, naar de topregionen van uw iPod gestegen. Begin oktober kreeg het Europese luik van de bijhorende Tour zijn finale in het Antwerpse Sportpaleis. Het is een hels karwei om na een fel bejubelde plaat als ‘A Rush Of Blood To The Head’ nieuwe wegen op te zoeken. Dat bleek al op te gaan voor opvolger ‘X&Y’, waar de beloftes van innovatie verre van het gewenste resultaat opleverden. Op ‘Viva La Vida’ wél een aanzienlijke koerswijziging in het werk van de band, zij het daarom niet een eenduidig geslaagde. Dat het titelnummer een song is waarvoor eender welke muzikant uit het populaire genre een lichaamsdeel naar keuze veil heeft, mocht u al uitentreuren lezen in de vakpers, maar ‘Viva La Vida Or Death And All His Friends’ telt toch net iets te veel nummers die onder de maat blijven. Zo komt ‘Lost!’ nooit echt op gang, is ‘Strawberry Swing’ gewoon een hol nummer, en staat de tekstuele idiotie (Those who are dead/ are not dead/they’re just living in my head, iemand?) op ‘42’ te veel in de weg om het goede tweede deel volledig naar waarde te schatten. ‘Cemeteries Of London’, ‘Yes’ en ‘Death And All His Friends’ zijn wel meer dan degelijke albumtracks, maar de vervoering waarin ze ons ooit dompelden wordt te zelden aangewakkerd. Helemaal anders gaat het er bij Coldplay live aan toe. Chris Martin is een geboren podiumbeest, dat weet u, maar dat hij erin slaagt dat niet in de weg te laten staan van de muziek, was minder zeker. Ook in Antwerpen gebeurde het al eens dat het timbre van de zanger niet vol was na een zoveelste rush over de catwalk, maar verder was dit gewoon een steengoed optreden. Oude hits als ‘Clocks’ en ‘In My Place’ zijn uiteraard artistieke doping, ‘Viva La Vida’ is dat live nog meer dan op de plaat, maar de sterkte van Coldplay lag die zaterdag in de zelfkennis die de band tentoonspreidde. Mindere nummers als ‘Talk’ en ‘God Put A Smile’ kregen een technodraai, terwijl ‘The Hardest Part’ solo op piano werd gebracht. Het publiek at uit Martins hand, wij graaiden lustig mee. Het is makkelijk om anno 2008 niet van Coldplay te houden. Chris Martin schrijft teksten zoals je zusje in haar vriendenboek en wordt aanbeden door je nichtje van 12, maar draait tussen de bedrijven door vrolijk Gwyneth Paltrow en tonnen geld binnen. Eens de perceptie opzijgezet, rest er een band die zich ondanks de grandeur en het tegenwoordig zeker aanwezige weidse geluid, nog steeds als het groepje vrienden van weleer presenteert (en dat ook nog steeds is). Daarenboven schrijft Coldplay nummers die de popgeschiedenis in 50 jaar tijd niet gezien heeft. Tel het uitmuntende spel van gitarist Jonny Buckland daarbij op en je weet: dit is de grootste band ter wereld. James, onze whisky! (nd) postrock

> This Will Destroy You – This Will Destroy You Postrockbands, ze lijken de laatste jaren wel als paddenstoelen uit de grond te schieten. Terwijl de ene groep blijft dwalen in de obscuriteit, breekt de andere door naar het grote publiek, maar kwalitatief hoogstaande muziek hebben ze allen gemeen. Zo ook This Will Destroy You, een kwartet Amerikanen uit de staat Texas. Dat klinkt bekend in de oren, zegt u? Zou best kunnen, want deze beschrijving lijkt als twee druppels water op die van postrockicoon Explosions in the Sky. Of This Will Destroy You hetzelfde succesverhaal tegemoet gaat moet weliswaar nog blijken, maar met hun eerste volwaardige album – drie jaar geleden leverden ze al een voorproefje af met de ep Young Mountain

II - november 2008

28


muziek – hebben ze in ieder geval veel in huis om het te maken in de postrockscene: lange titels (“They Move on Tracks of Never-Ending Light”), lange nummers (twee tracks van meer dan negen minuten) en lange, instrumentale opbouwen naar een climax toe. Alleen, daar knelt het schoentje nog wat. Want net wanneer een nummer zijn hoogtepunt lijkt te gaan bereiken, blijkt die piek al voorbij te zijn (luistert u maar naar opener “A Three-Legged Workhorse”). Van een echte climax is er in feite geen sprake. De vulkaan rookt en de lava borrelt, maar uit de krater spat geen vuur. En wil de uitbarsting nu net zijn wat het spektakel compleet maakt. Maar laten we deze southern youngsters nog wat respijt geven. Wát ze doen, doen ze immers goed. “Villa del Refugio” is een sereen, ambientachtig nummer, dat eigenlijk de intro is van het daarop volgende “Threads”, en daar gaat het ook naadloos in over. “The Mighty Rio Grande” is dan weer het langste en mooiste nummer van het album: een dromerige track die als een wiskundige parabool halfweg in een stilte vervalt, maar naar het einde toe weer openbarst. De drums aan het slot klinken verdraaid goed. Verder waren de elektronische beats in onder andere “They Move on Tracks of Never-Ending Light” -deze titel mag best twee keer in dit stuk voorkomen – zeker geen slecht idee, en eigenlijk levert This Will Destroy You gewoon een zeer degelijk album af, dat de middenmoot zonder veel moeite overstijgt. Ons vernietigen doet deze band nog niet, maar het lijdt geen twijfel dat elke liefhebber van het genre hier op een gure herfstavond zijn hart bij zal kunnen ophalen. (adw) Nederlandstalig

> Hannelore Bedert – Wat Als Had u aan het begin van vorig jaar al van Hannelore Bedert gehoord? Tenzij u zich zoals ondergetekende regelmatig bezighoudt met het afschuimen van de meer obscure hoekjes van het internet, op zoek naar vers muzikaal bloed, zal het antwoord waarschijnlijk “neen” zijn. Maar zie: Hannelore kwam, zong en overwon zowel de jury van de Nekkawedstrijd als het grote publiek op Nekka-Nacht. Sinds 19 september ligt haar eerste full-cd te blinken bij de platenboer. Op Wat Als vinden we vier nummers terug die ook al op de ep Janker stonden. Ze zijn in een voller kleedje gestoken, want waar viool en vooral piano duidelijk de hoofdrol speelden op de ep, horen we nu ook elektrische gitaar, drums en af en toe zelfs – jawel – een trompet. Het in het West-Vlaams gezongen “Janker” is de erg aanstekelijke eerste single, en het is nog niet eens het beste nummer van de plaat. “Met Uw Ogen Toe” klinkt meer gepolijst dan voorheen, maar het lied staat nog steeds als een huis. “Doet uw ogen toe / ik ben zoveel schoner / als ge ’t licht uitdoe” klinkt het. Dit is Hannelore Bedert ten voeten uit: Nederlandstalig, trefzeker geformuleerd en soms pijnlijk eerlijk. Het gros van de liedjes op Wat Als gaat – zoals zo vaak – over de liefde in haar minder mooie verschijningsvormen, maar het wordt nergens cliché of overdreven dramatisch. Afwisseling is ook voorzien, want naast veel schone luisterliedjes, waaronder ook het wondermooie, enkel door piano begeleide “Kleine Ode”, is er plaats voor een swingende verdediging van de West-Vlaamse taal (“Vocabulaire”) en een van een strakke gitaarriff voorziene rocksong (“Meneer”). Jammer genoeg halen deze twee nummers tekstueel gezien niet hetzelfde niveau als de rest van de plaat. Hoogtepunt van Wat Als is “Altijd Nooit Meer”, dat klagend en kabbelend begint (“Gij, gij zijt nie goe voor mij,” verzucht Hannelore), maar losbarst in de laatste twee minuten. Dat Hannelore Bedert erin slaagt om met haar uitstekende debuutplaat meteen op de 27ste plaats in de albumhitlijsten terecht te komen, bewijst meteen dat er in de Nederlandstalige mainstreammuziekvijver ook plaats is voor iets anders dan Clouseau of Laura Lynn. Waar wacht u nog op? (hh)

29

II - november 2008


muziek > Klassieke muzak « De jeugd van tegenwoordig heeft geen cultuur meer! » wordt er wel eens geroepen. Redacteur en cool guy (md) geeft ‘hen’ hierin volledig gelijk. Daarom bespreekt hij vanaf nu elke editie van Dilemma een klassiek werk dat onze muziekgeschiedenis diepgaand heeft beïnvloed.

> Le Sacre du Printemps – Igor Stravinsky 29 mei 1913, Théâtre des Champs Elysées, Parijs. Een paar honderd toeschouwers wacht in de zaal op het nieuwe stuk van opkomend talent Igor Stravinsky. De lichten doven, het geroezemoes sterft uit, de doeken openen. Een fagotsolo opent het belangrijkste en invloedrijkste klassieke werk van de twintigste eeuw. Datzelfde werk ontketent eveneens de grootste rel ooit in de klassieke muziekgeschiedenis. Voor de meesten in de zaal moet het geweest zijn alsof de wereld verging. Liefhebbers van rozetutuballetten kregen attacks langs alle kanten als ze de dansers als een stel wilden zagen rondspringen op de bühne. In volle uitvoering van het werk komt het tot een confrontatie tussen voor- en tegenstanders van het werk. Geldschieter Diaghilev had zo’n oproer blijkbaar verwacht, want hij had de dirigent gevraagd om te blijven Stravinsky: genie of gevaardirigeren, wat er ook gebeurde. Het publiek maakte zelfs zo’n kabaal dat choreograaf lijke gek? Nijinsky van op een stoel achter de schermen aanwijzingen naar zijn dansers moest schreeuwen omdat ze het orkest niet meer hoorden. Hij leunde hierbij zo ver naar voren dat Stravinsky hem – volgens de overlevering – bij de slippen van zijn jas moest vasthouden opdat hij niet zou vallen. Hysterische luisteraars proberen geschokt de dirigent van zijn podium te trekken. Daarna komt het ook nog tot schermutselingen in de gangen van het theater. Een overdreven reactie, zegt u? De Sacre klinkt vandaag de dag nog élk beetje chaotisch en bevreemdend als 95 jaar geleden, en daarom élk beetje zo cool en geweldig. Echt waar! In het eerste bedrijft schetst Stravinsky het leven in een prehistorisch, heidens Rusland en hoe de toenmalige bewoners de lente vereerden. Hij gebruikt hiervoor zijn eigen ervaringen van hoe de lente daar haast letterlijk uit de grond lijkt te barsten. Dit horen we bijna echt gebeuren in de eerste paar minuten van het stuk. Het tweede bedrijf gaat over een heidens ritueel, waar een jonge maagd uitverkoren wordt om zichzelf letterlijk dood te dansen. We horen muziek, gestript tot op zijn allerruwste, allerbrutaalste basisvorm. Igor verwoest in 34 minuten muzikaal geweld alle conventies en clichés die de westerse muziekgeschiedenis sinds Bach had opgebouwd. De Sacre du printemps doet dit het indrukwekkendst op twee vlakken: ritme en klank. Stravinsky maakt in zijn meesterwerk namelijk aanzienlijk veel gebruik van vreemde ritmes en polyritmiek. Het was zijn bedoeling om voor de luisteraar elke vorm van voorspelbaarheid te decimeren. ‘Gewone’ westerse muziek is zo goed als altijd gebaseerd op een binaire (rock, mars, ...) of een driedelige (wals) maatsoort. Deze maatsoorten bepalen hoe de klemtonen gaan liggen, vormen zo een repetitief patroon en bepalen dus in welke mate ze ‘voorspelbaar’ zijn. Door onregelmatige maatsoorten willekeurig na elkaar te plaatsen zorgt de componist ervoor dat zijn luisteraars eigenlijk nooit weten wat ze nu kunnen verwachten, wat een enorm bevreemdend effect geeft. Je verwacht namelijk dat aan de klassieke patronen wordt voldaan. Wanneer Stravinsky dan verschillende ritmes en ostinati boven elkaar gaat plaatsen, is het hek helemaal van de dam. Het mooiste voorbeeld is de ‘Danse Sacrale’ op het einde van het stuk, waar de maatsoort zo goed als elke maat verandert, en dat – tout franchement – werkelijk als een potje klinkt. Ook op vlak van klank en textuur gooit Stravinsky hoge ogen. De Sacre is geschreven voor een opvallend grote

II - november 2008

30


muziek bezetting. Om het werk in zijn volledigheid uit te voeren is er een honderdtal muzikanten nodig - dat is véél. Daarnaast gebruikt Stravinsky ook voortdurend dissonantie (klanken die werkelijk niet bij elkaar passen) als ritmeversterkend element of als kleureffect. Bijzonder agressief klinkt dat. Het stuk vraagt ook vaak het uiterste van de muzikanten. Stravinsky heeft de stemmen zo gearrangeerd dat de muzikanten steeds nét buiten hun comfortabel bereik moesten spelen, wat een bijzonder prehistorisch kleurenpalet tot gevolg heeft. Er wordt ook voortdurend gewisseld tussen de verschillende klanksterktes (van ppp (vréé stil) tot fff con tutta forza (vréé luid)). Het is echt heel cool om acht franse hoorns bell up te horen spelen. Misschien het meest magistraal is Stravinsky in zijn orkestratie. Daarin combineert hij instrumenten op zo’n gewaagde manier dat er allerlei unieke orkestrale kleuren ontstaan, van de stilste tot de hardste en meest dissonante passage. Nog geen jaar na de tumultueuze première kreeg Stravinsky staande ovaties. De Sacre wordt nog steeds gehuldigd als hét stuk van de twintigste eeuw. Leer de Sacre du Printemps te appreciëren. Het is het waard. (md)

“Danse sacrale”: georganiseerde chaos.

Opname: De Los Angeles Philharmonic o.l.v. Essa-Pekka Salonen http://www.youtube.com/watch?v=SgHMpYsv0_0 (parts I to V) Hoogtepunten: Part I, 0:07 Part I, 3:22 Part II, 0:06 Part II, 2:58 Part II, 6:07 Part IV, 0:04 Part IV, 3:57 - 4:56 Part V Part I – V

Ontluiken van de lente. Agressie. Orkestratie. Dissonantie. ‘Procession of the sage’. Beter dan metal. ... ‘Danse sacrale’. De hilarische gezichtsuitdrukkingen van dirigent Salonen.

Weetjes: • De Sacre komt ook voor in Disneys meesterwerk Fantasia! (“da stuk mee die dino’s!”). • We mogen niet vergeten dat de Sacre oorspronkelijk een ballet was. Een hedendaagse balletgroep heeft geprobeerd om de oorspronkelijke choreografie van Nijinsky zo goed mogelijk na te bootsen (http://www. youtube.com/watch?v=bjX3oAwv_Fs). Werkelijk bijzonder grappig!

31

II - november 2008


muziek > Muzak eens lekker door In Dilemma I stond hier de pronostiek te lezen dat met dubstepproducer Burial eindelijk nog eens een innovatief artiest de Britse Mercury Prize zou binnenrijven. Helaas pindakaas: de prijs ging naar Elbow, een band zo spannend als tea & scones, voor hun plaat The Seldom Seen Kid. “747 – The Number of The Beast”: de frontman van Iron Maiden, Bruce Dickinson, a.k.a. Hij Die Te Allen Tijde Door Een Onzichtbare Kracht Kordaat In De Testes Wordt Geknepen, heeft in Egypte de vakantie gered van 221 Britse toeristen. Nadat touroperator XL bankroet was verklaard, waren de onfortuinlijke Britten gestrand in Egypte. Toen hij het nieuws vernam vloog Dickinson, een gediplomeerd piloot, de mensen allemaal weer veilig naar huis toe. In een uitverkochte Lotto Arena hebben De Kreuners op 17 oktober hun 30e verjaardag gevierd met een naar verluidt “spetterend concert”. “Zulke muziek is pure ambiance,” aldus een jonge fan via de deredactie.be, “zulke groepen hebben we niet meer”. Hey, het cijnskiesrecht hebben we óók niet meer, en hoor je daar iemand naar vragen? Nee, dan liever de new wavers van Luna Twist, die een dag later 25 jaar stilte doorbraken met een zaalshow in de Handelsbeurs. YouTube herbergt een zwoele liveversie van hun “African Time”, voor wie nieuwsgierig is naar waar vaderlief vroeger op danste. In de nacht van 17 oktober is Levi Stubbs op 72-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Als stichtend lid en voornaamste stem van The Four Tops zong Stubbs tussen ’63 en de vroege jaren ’70 een dozijn R&B-krakers de hitlijsten in, waaronder “I Can’t Help Myself” (Sugar Pie, Honey Bunch) en het eeuwige “Reach Out (I’ll Be There)”. Romantische soulbrothers & -sisters over de hele wereld zullen ‘m missen. De stemmen zijn geteld, de stroboscopen uitgedoofd, de pupillen weer ontspannen: StuBru’s 8 uur durende The Greatest Switch zit erop. De lijst met de volgens luisteraars 100 beste dancetracks werd niet geheel verrassend aangevoerd door “Born Slippy” van Underworld, gevolgd door de al even grootse crowd pleasers “The Man With the Red Face” van Laurent Garnier en “Hey Boy, Hey Girl” van Chemical Brothers. Fervente democraten kunnen echter nog altijd stemmen voor de categorie Best Act Ever op MTV’s European Music Awards ’08, waar we tussen de kandidaten niemand minder aantreffen dan – Boem! Paukenslag! – Rick Astley! Jawel, het gekuifde one hit wonder uit de vroege jaren ’90 is dankzij het heerlijke internetfenomeen Rickrolling uit de plooien der popmuziek heropgevist, met als voorlopig hoogtepunt deze nominatie. Hulde. Wie maar niet genoeg kan krijgen van Astley en zijn hit “Never Gonna Give You Up” kan op het web beelden vinden van de zogenaamde “Rickmob” in Londen, waar in april honderden mensen om klokslag 18u het nummer ‘spontaan’ inzetten in Liverpool Street Station. Nieuwe platen, deel 1: Op 27 oktober wordt Intimacy van Bloc Party eindelijk in fysieke vorm beschikbaar, bijna een jaar na het verschijnen van singles “Flux” en “Mercury”. In de iets verdere toekomst komt er dan weer een nieuwe plaat van Gorillaz. Dat heeft Damon Albarn bevestigd. Tekenaar Jamie Hewlett is echter van plan de figuurtjes te hertekenen, aangezien ze volgens hem dringend nood hadden aan een facelift. De laatste studioplaat van Gorillaz was Demon Days uit 2005. Vorig jaar verscheen er nog een album met remixes en B-kantjes. Nieuwe platen, deel 2: de invloedrijke Ierse cultgroep My Bloody Valentine is sinds vorig jaar weer bij de levenden,

II - november 2008

32


muziek en er zou volgens oprichter en muzikaal brein Kevin Shields weer nieuw materiaal in de pijplijn zitten. My Bloody Valentine is vooral bekend van Loveless uit 1991, een ondertussen klassiek geworden album dat dromerige melodieën mengt met gelaagde psychedelica en erg luide gitaarnoise. Een plaat die uw dienaar op menige winteravond door de speakers laat knallen, dat spreekt. Helaas ging de groep ten onder aan het rampzalige opnameproces van de nooit uitgebrachte derde langspeler. Ook die opnames zouden op termijn alsnog worden gereleaset, zo wist Shields te vertellen. Dat we nieuwsgierig zijn! En op de achtste dag schiep God de bladvulling. De Gentse concertagenda: 29/10 Girls in Hawaii [Vooruit], 30/10 Barbie Bangkok [Vooruit], 7/11 Daniel Johnston solo [Vooruit], 8/11 Gavin DeGraw [Ha’], 9/11 [Grant Hart], 12/11 Confuse The Cat [Vooruit], 12/11 The Datsuns [De Centrale], 12/11 Bettye LaVette [Ha’], 13-15/11 Pauze Festival [Vooruit], 14/11 MGMT [Vooruit], 20/11 The Swell Season [Ha’], 20/11 Fuyija & Miyagi [Vooruit], 23/11 The Black Keys [Vooruit], 26/11 A Brand bweeeuuurgh [Vooruit], 27/11 The Black Box Revelation [Vooruit], 30/11 Squarepusher [Vooruit], 4/12 Wolf Parade [Vooruit], 5/12 Bon Iver [Vooruit], 6/12 Giant Sand [Ha’], 10/12 Isis [Vooruit] Vroeger op het podium van Werchter, dra aan de kassa van Albert Heijn: Krezip is gesplit. Krezip is een anagram voor ‘perzik’, zoals Orbl een anagram is voor ‘brol’. Ik wil maar zeggen. Volgens onderzoekers van de universiteit van Illinois is het nummer “Stayin’ Alive” van de Bee Gees de ideale soundtrack voor hartmassage en reanimatie. De hit van het discotrio telt 103 beats per minuut, wat ongeveer overeenkomt met het ideale ritme om met de handpalm op de borststreek te drukken. Na reanimatie op het nummer vertonen patiënten evenwel een merkwaardige neiging tot het dragen van olifantenpijpen en het dansen van the hustle. Even een apart alineaatje over de affiche van Etoiles Polaires dit jaar. Deze editie van het jaarlijkse muziekgebeuren in de Vooruit is namelijk gecentreerd rond de muziekscene in het Canadese Montréal, en serveert de Gentse fijnproever onder andere bard Bon Iver en – voor het eerst in België – Wolf Parade. Van 3 tot 6 december, dames en heren. Afsluiten doen we onder het motto “een beeld zegt meer dan duizend woorden”, met een plaatje geschoten op een of ander Utrechts festival. Waar dit merkwaardige duo het zoal over had? Geen idee. Maar wel een leuke foto. (rvc)

33

II - november 2008


theater > “Vergeten Straat” (NTGent) Johan Simons blijft de gedurfde en intelligente toneelstukken aan elkaar rijgen, en daarvoor gaat hij meer ontoegankelijke werken niet uit de weg. De gelaagdheid van een roman van L.P. Boon (1912-1979) in een theaterstuk omzetten is immers geen eenvoudige opdracht, en dat was aan het uiteindelijke resultaat ook te merken. “Vergeten Straat” is een (te?) lang stuk geworden met soms erg bevreemdende scènes, maar een begrijpelijke inhoud en zeer degelijke acteerprestaties. De roman Vergeten Straat dateert uit 1944 en draagt Boon op aan zijn zoontje van vijf, die zijn leven nog volledig voor zich heeft liggen. Het verhaal speelt zich af in een arbeidersbuurt in Brussel, meer bepaald in een straat die op gegeven moment wordt afgesloten door een muur. De noord-zuidverbinding mag immers nergens gehinderd worden. Na de eerste paniekreacties in de straat gaan de personages geleidelijk aan beseffen dat ze nu volledig op zichzelf en op hun minigemeenschap zijn aangewezen. De anarchie-in-het-klein begint stilaan te draaien, tot een paar dramatische gebeurtenissen roet in het eten gooien. De personages (vertolkt door o.a. Elsie de Brauw, Aus Greidanus Jr., Kristof Van Boven, Oscar Van Rompay en Steven Van Watermeulen), voor de gelegenheid gehuld in groteske maskers, dreigen soms in stereotypen te vervallen. Zo heb je de idealistische socialist, de bewonderende en naïeve jongeman, de vrek, de gek en het onschuldige meisje - al is dan in de roman zelf vaak niet anders: het groteske en het typische zitten er samen in een vreemdsoortig evenwicht. Alle personages spelen hun rol met kracht en overtuiging, maar was het Boonse Vlaams inruilen voor (noordelijk) Algemeen Nederlands wel een goeie beslissing? Voor het decor en de opbouw werden bij “Vergeten Straat” kosten noch moeite gespaard. Geen strikte scheiding meer tussen podium en zitplaatsen: de toeschouwers zitten aan weerszijden van een houten constructie die de straat voorstelt en waanden zich hierdoor soms echte bewoners van de straat. Het stuk begint zeker veelbelovend en de spanningsboog stijgt tot op een bepaald punt met een vaste tred, maar sommige scènes zijn bij tijd en wijlen toch te lang uitgesponnen en zelfs wat nutteloos en overdreven. Noch de tekst noch de acteurs kunnen de aandacht twee uur lang naar zich toe blijven trekken. Wel een meerwaarde: de muzikale intermezzo’s. Af en toe komen er muzikanten op het podium, als waren het zelf ook bewoners van de straat. Hun muziek geeft altijd naadloos de sfeer weer die op dat moment overheerst. Zo krijgen we zowel heerlijk vreugdevolle muziek te horen als morbide en melancholische klanken. Het stuk schetst een soms rauw beeld van een anarchistische gemeenschap maar gaat ook over hoop voor de toekomst. Onzekerheid moet omgebogen worden in kansen voor de toekomst. Hopelijk heeft Boons zoontje dat goed begrepen. (lvd, sd)

II - november 2008

34


literatuur > Literaire telex Dat Günter Grass ook grafiek en beeldhouwwerk op zijn naam heeft staan, is een minder bekend facet van zijn kunstenaarsschap. In CC Het Gasthuis in Aarschot heeft de Duitse auteur nog tot 16 november een overzichtstentoonstelling van zijn beeldend werk. >>> J.M.G. Le Clezio won dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. De geëngageerde Franse auteur van Mauritaanse afkomst, die het in zijn boeken opneemt voor verdrukte volkeren en met uitsterven bedreigde diersoorten, is de dertiende Franse schrijver die door de Koninklijke Zweedse Academie bekroond wordt. >>> Nog een winnaar: de Indiase auteur en journalist Aravind Adiga ging dit jaar met de Man Booker Prize lopen. Zijn debuutroman The White Tiger levert de 33-jarige auteur zo een cheque van 64.000 euro op. Het is een maatschappijkritisch verhaal over riksjatrekker Balram Halwai die de droom koestert om het in de grote stad te gaan maken. >>> Rachida Lamrabet was dit jaar de gelukkige ontvanger van de Depuutprijs. Haar net verschenen nieuwe bundel Een kind van God wordt overal even enthousiast onthaald. Op zeer subtiele manier wijdt ze de doorsnee Vlaamse lezer in in de Arabische cultuur. >>> 25 jaar geleden verscheen het debuut van de 19-jarige Bart Moeyaert. Duet met valse noten verschijnt nu in een speciale jubileumeditie met een nawoord van de auteur. Ach, de tijden, de herinneringen. >>> De stad der blinden van Nobelprijswinnaar José Saramago is nu ook verfilmd. Blindness opende het filmfestival in Cannes en is vanaf nu ook in onze bioscopen te zien. >>> Het ‘waargebeurde’, autobiografische verhaal Survivre avec les loups van Misha Defonseca werd in achttien talen vertaald en is ook verfilmd. Le Soir onthulde begin dit jaar dat het Holocaustverhaal eigenlijk verzonnen is, dat Defonseca Monique De Wael heet, en dat ze een Brusselse is die haar ouders verloor nadat ze als verzetsleden waren opgepakt. Toch besloot de rechtbank onlangs dat de auteur haar royalties mag houden. >>> Van 31 oktober tot 11 november vindt in Antwerp Expo de 72ste editie van de Antwerpse boekenbeurs plaats. Allen daarheen. >>> Cultfiguur Simon Vinkenoog heeft een kersverse verzamelbundel uit. Vinkenoog verzameld is een onwaarschijnlijk dikke pil met alle gedichten die hij de voorbije zestig jaar geschreven heeft. >>> Erwin Mortiers nieuwe geesteskind heet Godenslaap en is meer ‘de evocatie van een verdwenen tijdvak’ dan een verhaal. Fans van kostuumdrama’s zullen met deze roman probleemloos hun leeshonger kunnen stillen. >>> Na maandenlange speculatie en geheimzinnigdoenerij is Ennemis publics eindelijk verschenen. Om het concept ‘brievenboek’ toch maar aantrekkelijk te doen lijken bij het brede Franse publiek, hield de uitgever de identiteit van beide correspondenten zo lang mogelijk geheim. Toen de namen Michel Houellebecq en Bernard-Henri Lévy eindelijk uitlekten, verscheen het brievenboek prompt op de markt in een gigantische oplage. Maar hooggespannen verwachtingen leiden onvermijdelijk tot teleurstelling: de correspondentie bulkt van het zelfbeklag en inspiratieloze doordraverij. Groots opgezette campagne voor niets dus. (es)

35

II - november 2008


literatuur > Het literaire plan van Gent Deel 2: De Karel Van Hulthemstraat Jawel, ook in dit nummer dompelt Dilemma zich weer onder in de literaire geschiedenis van de Gentse straten. We zouden natuurlijk evengoed iets kunnen schrijven over de oorsprong van welluidende straatnamen als Appelterepad, Godshuishammeke, Balsamierenstraat of Paardeweiken, maar omdat een schoenmaker nu eenmaal beter bij zijn leest blijft, hebben we het toch liever over straatnamen die iets meer aansluiten bij ons vakgebied. Tijdens onze opleiding krijgen wij als studenten twee talen zowat elke dag opnieuw het bewijs onder ogen dat wie wil blijven, moet schrijven. Deze week nemen we in deze rubriek – onder het motto ‘het moet niet altijd een schrijver zijn’ – echter geen auteur onder de loep, maar een bibliofiel. De letterkundige wereld bestaat immers niet alleen uit geniale (en minder geniale) schrijvers, ook de lezers dragen hun steentje bij. Soms zijn die bijdragen zelfs van onschatbare waarde, zoals in het geval van Karel Van Hulthem. Toch is de heer Van Hulthem waarschijnlijk voor velen een nobele onbekende. De straat die zijn naam draagt ligt dan wel op een steenworp van de Blandijn, maar wie van de huidige bewoners weet wie Karel Van Hulthem was of waar hij het aan verdiend heeft om een straat naar zich vernoemd te krijgen? Hoog tijd dus om wat dieper in de geschiedenis te gaan graven. Karel Van Hulthem, in meer verfranste kringen ook wel gekend als Charles, werd in 1764 geboren in een Gentse magistratenfamilie. Hij studeerde filosofie en rechten. Volgens het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uit 1833 genoot Van Hulthem “alle de voordeelen eener beschaafde en geletterde opvoeding, en toonde [hij] zich reeds vroeg met eene blakende zucht tot bevordering van letteren, kunsten en wetenschappen bezield”. Van Hulthem was een opportunist; hij ontpopte zich tot een echte kameleon tijdens de constante regimeveranderingen in zijn tijd en gebruikte zijn positie om ideeën die hem aanspraken te verwezenlijken. Toch is dat niet zo negatief als het klinkt, want ‘s mans drie grote passies waren kunst, boeken en planten. Bibliofiel en botanicus Van Hulthem richtte onder meer het Museum voor Schone Kunsten op in de kerk van de Sint-Pietersabdij, en ook de kruidtuin en de Bibliotheek van de Centrale School danken hun bestaan aan hem. Die laatste groeide uiteindelijk uit tot de Universiteitsbibliotheek en (tot 1945) de Gentse Openbare Stadsbibliotheek. Zoals het een echte bibliofiel betaamt, hield Van Hulthem er natuurlijk ook een mooie privébibliotheek op na. Vier jaar na zijn dood kocht de Belgische staat Van Hulthems gehele boekenbezit op. Laat het duidelijk wezen dat het in dit geval niet ging over een bescheiden familiebibliotheekje, want Van Hulthem bezat talloze waardevolle documenten en manuscripten. Deze privéverzameling vormde de basis van een nationale bibliotheek, de huidige Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Daarnaast hebben een aantal van Van Hulthems verzamelde schatten ook een onderkomen gevonden in de Gentse Boekentoren.

II - november 2008

36


literatuur Karel Van Hulthems collectie bevatte onder meer een aantal manuscripten, waaronder het zogenaamde handschrift-Van Hulthem, dat het pronkstuk van de verzameling vormt. Van Hulthem kocht het handschrift in 1811 op een veiling voor 5,5 frank. Hij was de laatste particuliere bezitter ervan en daardoor werd het later naar hem vernoemd. Over de oorsprong van het handschrift is vrijwel niets bekend. Waar en voor wie het geschreven is, is mede door het ontbreken van het voorblad en enkele andere pagina’s niet meer te bepalen, maar het dateert naar alle waarschijnlijkheid uit het begin van de 15e eeuw. Het handschrift is een van de eerste literaire handschriften dat geschreven is op papier in plaats van op perkament. Het bestaat uit 212 teksten of tekstcollecties en bevat poëzie, proza en toneelstukken. We vinden er zowel wereldlijke als geestelijke teksten in terug: van wonderverhalen, liefdesgedichten en godsdienstoefeningen tot pikante vertellingen en zelfs een tekst om de toekomst mee te voorspellen. Het handschrift bevat ook de tien oudste toneelstukken uit ons taalgebied en is van een heel aantal teksten de enige geschreven bron die nog bestaat. Bekende teksten uit het handschrift zijn Reis van Sint Brandaan en een aantal sotternieën en abele spelen, waaronder Lanseloet van Denemerken. Vormelijk is het handschrift niet echt een hoogvlieger; het bevat weinig verluchtingen en oogt daardoor erg zakelijk. Maar wij letterkundigen weten wel beter dan een boek te beoordelen op zijn omslag, of in dit geval op het gebrek aan prentjes. Het handschrift bevat immers een grote verscheidenheid aan teksten in het Middelnederlands en is dus van groot belang voor de studie van zowel de taal als de literatuur van den ouden tijd. Het handschriftVan Hulthem werd trouwens in 1998 uitgeroepen tot ‘Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen’. Niet slecht voor een hoopje teksten dat bijna 600 jaar geleden geschreven werd. Er is ten slotte nog goed nieuws voor de Neerlandici die nu al het water in de mond gekregen hebben: er bestaat een integrale reproductie van het handschrift in boekvorm, waardoor men het in verschillende bibliotheken en eventueel zelfs thuis kan bestuderen. Zocht je nog een onderwerp voor je scriptie? Zoek niet verder! Of misschien kan Karel Van Hulthem je wel aanzetten tot het aanleggen van een eigen collectie? Rijk worden en je geld goed besteden is de boodschap en wie weet wordt binnen een eeuw dan wel een straat naar jou vernoemd… (hh)

37

II - november 2008


literatuur > Funny boekskes a’a In deze rubriek zal (nm) vier Dilemma’s lang enkele hoogtepunten van de humoristische literatuur onder de loep nemen. Zijn eigen liefdesbrieven laat hij hierbij tot ieders vreugde buiten beschouwing.

> De lotgevallen van de brave soldaat Švejk (Jaroslav Hašek) De Švejk is een onafgewerkte komische oorlogsroman van Jaroslav Hašek (1883-1923), zelf een picaresk figuur die toen hij voor een dierenweekblad werkte elke week artikelen publiceerde over zelf uitgevonden beesten. Hij baseerde zijn magnum opus op z’n eigen leven in Praag, aan het front en in krijgsgevangenschap. De Švejk werd na Hašeks dood op treffende wijze geïllustreerd door een van zijn vrienden, Josef Lada. In het begin van de roman verneemt Josef Švejk, Praags handelaar in honden, dat aartshertog Franz Ferdinand vermoord is. Hij ziet hier onmiddellijk de complicaties van in, en wil zich zonder dralen aanmelden bij het Oostenrijks-Hongaarse leger. Eén probleem slechts: hij lijdt aan reumatiek! Patriottische strijdliederen brullend laat hij zich door zijn hospita in een rolstoel naar het aanmeldingsbureau rijden, waar hij voor imbeciel en simulant aanzien wordt, maar wel dienst mag nemen in het leger. Onze held beleeft daar aan het begin van WO I tal van avonturen, haalt het bloed onder de nagels van zijn meerderen vandaan, maakt vele vrienden en vijanden, vertelt ellenlange geestige verhalen over zijn en andermans verleden, neemt ieder bevel, hoe absurd ook, letterlijk en zet zo de waanzin van de oorlog in de verf. Want hoewel de Švejk een zeer geestig boek is, telt het niet weinig grimmige, satirische passages, en zet het je aan het denken over elke vorm van militaristisch gedrag. De vele lachwekkende, maar toch vrij waarachtige nevenpersonages (de vraatzuchtige oppasser Baloun! De plichtsgetrouwe geheim agent Bretschneider! De idiote luitenant Dub!), het sympathieke karakter van het hoofdpersonage en het ongelooflijke gevoel voor detail en humor van Hašek maken van de Švejk echter vooral een niet te missen boek voor elke literatuurliefhebber die graag eens lacht. (nm)

II - november 2008

38


tentoonstelling > Musea in Gent De Brusselse Bozar ging deze zomer voor een licht verteerbare expo over muzikanten die ook op beeldend vlak van zich laten horen. Deze samenwerking met Rock Werchter mondde uit in een bonte verzameling van een twintigtal schilderende rockartiesten en musicerende kunstenaars van de seventies tot nu. De onvermijdelijke Yoko Ono luisterde de entree van de tentoonstelling op met een sterk beeldend werk dat echter op een flinterdun ideetje leunt. De Fluxuskunstenares en tevens Beatlesboeman, vulde de Hortahal met tientallen blankhouten doodskisten waaruit telkens een boompje ontsproot. Een derdehands concept, maar – het mag gezegd – met een prachtig visueel resultaat. Ook Alan Vega’s werk, aan gekleurde buislampen gemonteerd afval en Bushkrantenknipsels met doodshoofdjes erbovenop, getuigt niet van ongeremde creativiteit. In de zaal ernaast gaat Bianca Casady van CocoRosie volledig over the top en vergeet ze dat er ook nog zoiets bestaat als selectie. Werkelijk alles wat ze kon vinden, en daaronder verstaan we ook in de knoop geraakte neonkleurige pruiken met plastic speelgoedbeestjes erin, heeft ze aan de museumwand genageld. Brian Eno verwent ons met een hallucinante lichtsculptuur en Pete Doherty gaat, as usual, vooral aan de slag met bloed en naalden, met een indringend resultaat. De oud-kunststudent Bent “Das Pop” Van Looy levert kwalitatief schilderwerk af en ook de tekeningen van Devendra Banhart zijn museumwaardig. Een aanzienlijk deel van de artiesten heeft dus naast een geslaagde muziekcarrière ook een volwaardige kunstpraktijk. Zij maken de tentoonstelling tot een succes, maar daar staat tegenover dat er ook veel zeer middelmatig werk hangt, zoals de kiekjes van Nick Zinner (Yeah Yeah Yeahs) en The Kills. Ze kunnen maar beter gewoon geweldige muziek blijven maken en zich een fotoplakboek aanschaffen. Bij Almost Cinema, het alternatieve programma van Vooruit tijdens het Filmfestival, staan naast talrijke performances en voorstellingen ook een video- en installatieparcours op het programma. Deze gratis route leidt je door het hele gebouw langs een tiental (media)kunstwerken. In de hal heet het subtiele geklingel van kleerhangers je welkom, daarna maakt het minimalisme plaats voor de grote gebaren van de interactieve installatie van Vlaams kunstenaar Debackere. Het zwalpende beeld en de dreunende muziek lijkt je op te willen slokken als was het een zwartgeschubd bloeddorstig monster. Indrukwekkend beessie! Een paar verdiepingen hoger komen er vreemde wezens op bezoek. Vanuit een ballonnenmuur spreken talrijke televisiepresentatoren (genre ‘dertien in een dozijn’) ons simultaan toe terwijl ze veranderen in grootogige aliens. Het parcours loopt langs buiten verder naar de ‘Snoepwinkel’, het hokje waar Use-It zich vroeger bevond. Daar krijg je een rustiek landschap, vuurwerk, rook, knallen en flikkerende gloeilampen geserveerd. Feest of revolte, ambiance of oorlog? In elk geval voldoende stof tot nadenken. Dus volg de rode pijlen – en, as always, uw hart – en ontdek nog veel meer schoons uit onverwachte hoeken van de cinema! En nog meer tips om dat gat in uw cultuur te dichten: in het MSK kun je gaan kijken naar de meesterlijke etsen van Piranesi, een achttiende-eeuwse homo universalis. En als je dan toch in de buurt bent, loop dan even binnen bij het S.M.A.K. Daar wordt de mosselpot van Marcel Broodthaers centraal gesteld en onder andere gecombineerd met werk van jonge kunststudenten. Oh ja, en op 20 november organiseert AmuseeVous weer Art@Nite! (idf)

39

II - november 2008


column > Ruig. Ruw. Rector. De UGent heeft de afgelopen weken weer herhaaldelijk de kranten gehaald. Doorheen alle berichten viel mij echter één iets in het bijzonder op: onze rector, Paul van Cauwenberge, is een extreem stoere gozer. De capo de tutti capi van onze Alma Mater toonde zich in verschillende situaties weer een kordaat en manhaftig tegenstander. Zo kan Paul niet meer lachen met de Leuvense expansiedrang. De KUL is namelijk al een tijd ijverig bezig met de uitbouw van een samenwerkingsverband met zoveel mogelijk katholieke hogescholen in Vlaanderen. Van Cauwenberge keek knarsetandend en met argusogen toe. “De Leuvense plannen zijn zeer expansionistisch en gaan de weg op van de verzuiling”, zei hij in een gesprek met de De Standaard (DS, 1/10/08). “‘Het is weer de katholieke universiteit tegen de anderen.” Zo is het maar net: die machtsgeile tsjeven zoeken ferm ambras! Die VlaamsBrabantse vrekken denken dat alles maar voor het graaien ligt! In de woorden van Van Cauwenberge: “De Leuvense universiteit gebruikt de integratie van de hogescholen in de universiteiten om heel Vlaanderen in te palmen.” Imperialistisch crapuul! Moeten wij Gentse vrijdenkers dan zomaar met ons laten sollen? Ik dacht het niet, en onze favoriete neus-, keel- en oorkundige al zeker niet. Zo verklaarde hij onvervaard: “Ik ben geen rector geworden om aan machtsspelletjes te doen. We gaan geen gevecht aan met de Leuvense universiteit. Dit getouwtrek is niet onze corebusiness. Onze corebusiness is de studenten kwalitatief academisch onderwijs aanbieden.” Geen gevecht? Natuurlijk niet. Volgens mij zou er ook niet veel te vechten vallen. Mocht de Leuvense rector Marc Vervenne het al in zijn godvrezende hoofd halen om op de vuist te gaan met Van Cauwenberge, dan zou het gegarandeerd een immens saaie knokpartij blijken te zijn. Onze rector zou Vervenne vermorzelen en slopen in een handomdraai, dat weet elk helderdenkend mens. Vervenne siddert en beeft, de Cauw blijft cool. Als prosenior van de Vlaamse Geneeskundige Kring en exvoorzitter van het FK weet van Cauwenberge immers wel hoe dergelijke brandjes geblust moeten worden: schijnbare onverschilligheid maar door louter fysieke forsheid de tegenstander weten te intimideren. Hoe stoer is het woord corebusiness trouwens niet. Dat onze rector niet terugdeinst voor een potje bakkeleien bleek ook nog op dinsdag 7 oktober. De locus amoenus der Blandijnschorem werd toen immers het strijdtoneel voor een zoveelste confrontatie tussen linkse studenten en aanhangers van de rechtse Nationalistische

II - november 2008

40

Studentenvereniging (NSV). Die avond had de NSV een debat over de toekomst van België georganiseerd. Onder de sprekers bevond zich Filip Dewinter (Vlaams Belang). Rector Paul van Cauwenberge had toestemming gegeven om het debat door te laten gaan in de faculteit Letteren & Wijsbegeerte van de UGent. En waarom zou hij dat niet doen? Als er problemen zouden zijn, dan zou hij daar toch zelf wel een einde aan maken met zijn vuisten? Akkoord, hij stuurde nog zeven veiligheidsagenten naar de plaats van het debat, om het zekere voor het onzekere te nemen. Toen op die avond een strijdvaardige Filip Dewinter met een knokploegje de trappen van de Blandijn chargeerde, ontstond er een schermutseling. En wie was er als de kippen bij om het –alleen! – op te nemen tegen een horde Voorposters? De Cauw. Veel informatie over wat er precies gebeurde is er niet, maar we kunnen er vrij zeker van zijn dat Paul een aantal flinke muilperen heeft uitgedeeld. Voor wie de foto in De Standaard heeft gezien: de man met de hoofdwonde naast Dewinter heeft die avond vast van dichtbij kennis gemaakt met de boksbeugel van pinnige Paul. Uiteindelijk werd de overmacht de rector echter te veel. Een lafaard uit de massa sloeg zijn bril kapot en maakte een eerlijk gevecht verder onmogelijk. Nu gaan er evenwel stemmen op om het gevecht tussen Dewinter en Van Cauwenberge alsnog te laten doorgaan. Er zou zelfs sprake zijn van een cage fight, maar bij het ter perse gaan van deze Dilemma bestond daar nog weinig eensgezindheid over. Onze rector laat niet met zich sollen. Of het nu om Marc Vervenne of Filip Dewinter gaat, wat hem betreft kunnen ze allemaal een paar welgemikte lappen op hun smoel krijgen. En u dacht dat dat alles was? Heus niet: op de Student Kickoff zagen we Van Cauwenberge een ad fundum drinken alsof het kinderspel was en vorig academiejaar liep hij nog verschillende kotdeuren plat om er wat te gaan rocken. De Cauw kan zuipen, hij kan ambras maken en knokken. Van Cauwenberge, blijven rocken. (jvd)


nunc est scribendum > Nunc est scribendum In Dilemma I was er even plaats te weinig voor jullie schrijfsels, maar we maken het in dit nummer ruimschoots goed met een greep uit de poëzie van de Gentse filologen, aangevuld met een zomers kustverhaal van een niet met naam genoemde proscriptor. Wil je hier in december ook wel blinken? Post jouw gedicht of kortverhaal dan in de “Poëzie”- of “Proza”-topic in de Dilemmasectie van het Filologicaforum (http://forum.filologica.be).

de dag brak aan de tafel van je hart schoof ik met stille zonden slecht gebonden veters en doden aan de dijk pratend over het weer en over hoe ik niks zeggend probeerde te leven van de kruimels die vielen uit je mond (SOA) >>>>>

De grijze zee berijpt, ontrolt zich op het strand Ik groet het loopse zand, de stemmen om me heen De winden huilen gillen razen ruisen rillen Ze trekken zich het lege in en stuwen meeuwen voort Het zilte zingt voor me, gedurfde harmonie Van bruisend enthousiaste ongehoorde koren Een plotse golf van lef betast mijn zere voeten En wast mijn zorgen weg (ze wist mijn manke sporen) Het water wil me baden, maar blijft nog steeds geremd Ze wacht nog op de hemel, de cultus van de sterren Om haar schroom te laten smelten voor die buitenaardse drang Te willen wat ze weet, de zwaartekracht te voelen De zonnedood voor twee komt eindelijk nabij Ze kust me vol zout en beloften van lust (L’Escargot)

Ondernachten Spreek met me als de nacht valt in de straten, als dat enorme deken het brommende verkeer en dronkemansvechtpartijen in inkt omwikkelt. Laat ons dan beiden gelaten verloren zijn, of alleen gelaten onder donkergrijze wolken, terwijl om ons heen de wereld krakend veroudert, krakelend zijn levensvreugde uitschreeuwt, of manisch kakelend zijn tanden toont.

>>>>> Een ruiter, een zekere Colpaert Riep luid: “O, wat maak je me dol, paard!” ‘t Verraste me weinig Maar toen klonk venijnig “Beest, streel met die snuit toch mijn holbaard!” (eek-two-mice) >>>>>

Spreek met mij over oorlog en vrede, en over moeders en vaders, en hoe we varen in een welvaartsmaatschappij, waar we elk onze rechten hebben op onmetelijke domheid. Spreek me over je eenzaamheid. Spreek me als een idioot over je dromen. Spreek me over houden van. (Siddhartha) >>>>>

Zomer in de frontstad Met een milde late middagzon op de schouders stond ik, fiets aan de hand, op de Langebrug met een uitstekend zicht op de Ganzepoot, het sluizencomplex in Nieuwpoort. Op dit punt vloeit de IJzer samen met andere landelijke waterlopen als de Plassendalevaart, de Slijkvaart en de kreek van Nieuwendamme. Het is een indrukwekkend complex dat enerzijds zorgt voor de afwatering van de polders en anderzijds een geschikt waterpeil voor de scheepvaart garandeert. Ernaast staat het ruiterstandbeeld van wijlen Albert I, omringd door een bouwsel van streekeigen gele bakstenen.

41

II - november 2008


nunc est scribendum De Ganzepoot is bezaaid met allerlei gedenktekens. Bezoekers worden er veelvuldig herinnerd aan de slachtoffers van Wereldoorlog I en gaan Nieuwpoort van lieverlee met andere ogen bekijken: frontstad, laatste vesting ter verdediging tegen de Oosterse invaller, het Belgische pièce de résistance waar de kroon behoed werd voor de naar worsten en bier stinkende vingers van den Duits. Ik dacht aan de legendarische stadsheld. Niet burgemeester Jan Turpin, die aan het einde van de vijftiende eeuw Franse, Brugse en Gentse invallers had verjaagd, maar de eenvoudige schipper Hendrik Geeraert. Tijdens de nacht van 29 op 30 oktober 1914 had deze Nieuwpoortse visserszoon samen met een detachement van de Belgische genietroepen de sluizen van de Veurne-Ambacht geopend, en zo het gebied ten zuidwesten van de IJzer onder water gezet. Nieuwpoort werd verwoest, maar de mof werd gestopt en verzoop in polderslijk en zeewater. Ik fietste langs de vernieuwde kaai en de havengeul naar zee. Op de dijk keek ik naar een lucht die roze was geworden en rook het zeezout in de wind. Zandkorrels waaiden in mijn gezicht. Ik ging even op een duin staan, tuurde zeewaarts en dacht aan de verzen van Paul Snoek, die ooit in Nieuwpoort verbleef. De zee is trots op haar duinen. Brekensgereed houdt zij de duinen bestendig. Zij heeft haar kusten lief en kust ze. De pier zag er verlaten uit. Enkel wat vissers stonden een heel eind in zee op het uiteinde van de steiger. Bij de vissers gekomen ging ik op een bankje zitten. Iets verder leek een mooi meisje te zitten, maar dat kon ik niet met zekerheid zeggen. Een vijftal mannen zwierde om beurten en met meer pose dan kunde hun aas in zee. De vijfde man, een dikkerd met een imposante snor, maakte er een heuse vertoning van. Langzaam liep hij achteruit met zijn hengel omhoog. Hij wierp me een ernstige en misschien ietwat berispende blik toe. Ik schoof wat op naar links want wou zelf ook geen haak in mijn bovenlip of neusgat. Met een soort van strijdkreet stormde de corpulente amateurvisser vervolgens naar de rand van de pier en met een krachtige zwaai vloog zijn vislijn – het moet gezegd – deksels ver. Het zou een voortreffelijke prestatie geworden zijn, ware het niet dat hij zijn hengel tegen de houten balustrade sloeg en daarmee het ding in tweeën brak. Ik zat niet ver van de onfortuinlijke hengelaar en hoorde hem vloeken: “Verdammt nochmal.” Toen de overige vier vissers zagen wat er gebeurd was, barstten ze meteen uit in West-Vlaams buldergelach. Tussen het schateren door hadden ze het over “die Duitser die nu weeral een visperse kapot had geslagen” en grinnikten ze dat “die moffen echt niets kennen van vissen, goed materiaal en de zee”. De Duitser keek me beteuterd aan en ik probeerde hem op een glimlach te trakteren die iets als “maar die zwaai was best imponerend” moest betekenen. Een van de andere vissers liet ondertussen met een

II - november 2008

42

schreeuw weten dat hij een vis aan de haak had geslagen. Hij begon als een gek aan zijn molen te draaien. De vis die hij bovenhaalde was ongeveer dertig centimeter lang en spartelde vreemd genoeg niet. De prooi werd van de haak gehaald, zijn kop werd eraf getrokken en de vis werd leeggegoten als een glas rode wijn. De triomferende hengelsportman waste zijn bebloede handen in een emmer. Daarna nam hij de dode vis in de hand en gooide hem aan de voeten van de Duitser, tot groot jolijt van de anderen. En de mof, hij verzoop in strandzand en zeewater. (jvd) >>>>> Lichtblauw Als ze lacht, lacht ze groen Als ze danst, danst ze rood Als ze zingt, lichtblauw En een hemels licht beschijnt haar soms “waarvandaan?” vraagt ze “van bij vader” antwoord ik En ze knikt alsof ze alles begrepen heeft maar toen het eten werd opgediend aan de lange tafel (die in de zonovergoten tuin, niet ver van de rozenheg) zag ik dat ze even over haar schouder keek Zij zoekt mijn geborgenheid, Mijn moederliefde en moederschoot Ze verlangt naar mijn kennis Ik behoed haar voor de wind, ik ben haar schuilplaats Ik speel met haar haren als ze zich opwindt ‘s Ochtends strik ik de onschuld in haar schoenen, En hoop ik dat ze blijft waar ze is Als ze schommelt, maakt ze me bang Als ze opstaat is ze weer een dag ouder, Maar als ze zingt, doet ze dat zoals ik Lichtblauw (nimrodel) >>>>>


filologica > “Die bachers muilen nogal eens wat af!” Een activiteitenoverzicht. > Openingscantus De eerste cantus van het gloednieuwe academiejaar werd meteen een knaller van formaat. Kersverse preses Aäron Maes moest bewijzen dat hij dit drink- en zangfestijn draaiende kon houden zonder met zijn hamer iemands hoofd in te slaan. Dat deed hij dan ook met verve. Hij hield er evenwel nogal onconventionele cantusmethodes op na. Zo riep hij de gehele corona ad pistum en was de ingetogen seniorpositie duidelijk niet voor hem weggelegd. Zijn heen-en-weergehuppel maakte menig cantusganger zeeziek en hij greep elke kans om via stoel of tafel boven ons uit te toornen. De vergelijking met de stoere adonis uit 300 was dan ook niet uit de lucht gegrepen. “This is Sparta!”, riep een zekere ex-boemelaar. Een kneukeltje voor de senior dus, en voor zijn stalen – nee, zelfs diamanten – stembanden. Zoals bij elke openingscantus hadden we ook nu weer te kampen met een overvolle Twieoo. De eerstejaartjes werden koest gehouden door ons ex-zwijntje en fonkelnieuwe schachtentemmer Lennart Van Durme. Voor de rest van de corona stond zedenmeester Thijs ‘Sicko’ Goethals in, die er ondanks de overbevolking in slaagde de orde te bewaren. Kortom, een cantus van superlatieven. On to the next… (ld)

> Verslag peter-en-meteravond Woensdag 8 oktober. De trappen van de Blandijn werden overspoeld door meer dan 300 kindjes, peters en meters. De jaarlijkse peter-en-meteravond stond immers op het programma. Deze avond bestond uit twee onderdelen: eerst werden er in groep spelletjes gespeeld en nadien kon elke eerstebacher op zoek gaan naar zijn of haar peter dan wel meter. De spelletjes werden op verschillende locaties in Gent afgewerkt. Menig rokend presidiumlid keek er al reikhalzend naar uit om de eerstebachers zoveel mogelijk verschillende sigaretten te laten verzamelen om ze dan nadien uiteraard allemaal zelf op te roken. Maar de presidiumleden kwamen ook op andere manieren aan hun trekken. Zo liet ik mij voor een opdracht betasten door een vlotte Hollander. Hij moest geblinddoekt raden welke persoon er voor hem stond. Hij bleek geen zin te hebben om gokjes te wagen en hield het liever bij het tastgedeelte. Nadien loofde hij mij bovendien voor mijn ‘mooie rondingen’. Het werd duidelijk tijd voor een volgende opdracht. Een groepje meisjes moest een nieuwe spreuk voor Filologica bedenken. Zij kwamen met de volgende leuze uit de bus: “Filologica, waar presessen heet zijn…” Gniffelend gaven de meisjes toe dat ze maar al te goed wisten dat de preses Aäron heet. Ik wens hen alvast veel succes met het ongedaan maken van Aärons koelkastreputatie. Na de spelletjes begaf de jolige meute zich naar de Amber. De kelen werden gesmeerd en de zoektocht naar peters, meters en kindjes kon beginnen. Nadat ik vorig jaar een metekindje kreeg dat vooral op bepaalde plaatsen wel bijzonder groot geschapen was en van het woord ‘zwijnen’ zijn handelsmerk heeft gemaakt (jawel, het betreft hier Bachelor Lennart V.D.), kreeg ik dit jaar een snedige krullenbol toegewezen. Hoewel krullenbol Simon twee dagen voordien al met me gepraat had op de openingscantus, kon hij zich om allerhande obscure redenen niet herinneren wie ik was. Ook andere gevormde duo’s wisselden studietips, hobby’s en persoonlijke weetjes uit. De avond verliep uiterst gemoedelijk en er werd tot in de vroege uurtjes gedanst, gepraat en gelachen. De avond werd in alle hilariteit besloten door een ietwat dronken toekomstige FK-senior. Jawel, Bachelor Lennart heeft grootse ambities. Er zal onder zijn bewind een heus IFW, ofte InterFacultair Wielertornooi, georganiseerd worden. Straten afzetten en toestemming krijgen van Stad Gent zijn volgens hem slechts luttele details. Daarom geef ik ten slotte nog één tip: wees alvast een betere meter dan ik en praat je kindjes dergelijke waanideeën uit het hoofd! (vv)

43

II - november 2008


filologica > Bachelorweekend (17-19 oktober) Een weekendje Lokeren met dertig schachten en een tiental presidiumleden. Wat de uitkomst daarvan zou worden, was bij het vertrek vrijdagnamiddag nog een groot vraagteken. Maar dat het niet mooi zou worden, konden we toch enigszins vermoeden. De activiteiten gingen van start met enkele kennismakingsspelletjes onder leiding van Lennart Van Durme, schachtentemmer van dienst. De ambiance zat er direct goed in en algauw werd ook het zwarte schaap van het weekend vastgelegd: den Stavros. Hij zal het geweten hebben. Na de maaltijd (complimenten trouwens aan chef Tom Van Steendam) boden wij ons – brave zieltjes als we zijn – vrijwillig aan als afwasteam, waarin we werden bijgestaan door een bende voortreffelijke afdrogers, onder wie reispreses Fiorina Di Rosa. Die laatste maakte behoorlijk wat kabaal, wat snel werd opgelost door haar even te dopen in de afwasbak. De muziekquiz later op de avond bleek uiteindelijk net iets te zwaar, maar bij de drankspelletjes konden we weer helemaal mee (of wat had u dan gedacht?). Na een vrij korte nacht vertrokken we naar hartje Lokeren. Daar had preses Aäron Maes een subliem stadsspel voorbereid, waar ze in Lokeren waarschijnlijk nog steeds niet goed van zijn. De streakers in één van de plaatselijke fonteinen moesten ze er maar bijnemen. Eenmaal terug aangekomen bij onze vertrekken stond “het vuil spel” op de planning. We zouden dat hier uiterst uitvoerig kunnen bespreken, maar laten we het houden op een kleine opsomming der ingrediënten: slagroom, eieren, olie, bloem, confituur en chocoladesaus. Voor een visueel verslag kan u terecht op de website van Filologica. ’s Avonds maakten we ons klaar voor het echte werk. De eetzaal werd voor de gelegenheid omgetoverd tot de ideale locatie voor een cantus. De aanwezige schachten konden zich hier, middels een kleine en ludieke straf, officieel laten dopen. In ons geval was het secretaresse Vicky Vandriessche (tevens meter van Simon) die met een toepasselijke straf kwam aandraven: de beruchte “Aqualibi“ (beelden opnieuw op de website te vinden). Achteraf kon een feestje tot in de vroege uurtjes natuurlijk niet uitblijven, en zo werd het weekend op gepaste wijze uitgewuifd. Bij dezen willen wij nogmaals hulde brengen aan Lennart die het geheel georganiseerd heeft, en daarnaast ook dank aan alle anderen voor het fantastische weekend! We zullen het nooit vergeten! (MonSta)

> Openingsfuif (21 oktober) Do you know where your teenager is at five o’clock in the morning? Wie in de vroege ochtend van woensdag 22 oktober een kijkje nam in de Vooruit, heeft gezien hoe tevreden feestvierders zich rond vijven opmaakten om huiswaarts te keren na een avond vol dirty dancing en pounding pounding techno music. ` Wat er zich in de uren daarvoor afspeelde, is voor velen slechts een wazige vlek in hun grijze hersenmassa. Het gerstenat vloeide rijkelijk en werd met een bevallige glimlach geschonken door de gewillige deernes achter de toog. Geen wonder dat velen terug bleven komen. In het begin van de avond deden enkele proffen en assistenten hun uiterste best om de opwarmende fuivers van de nodige drankjes te voorzien. Dat dat geaprrecieerd werd, merkten we aan de giechelende eerstebachers die zich zo onopvallend mogelijk voor professor Keunen posteerden. De eerstebachers die geen oog hadden voor de proffen, hadden dat des te meer voor elkaar. Wat die stoute kindjes allemaal uitspookten in de donkere hoeken van de zaal, u wilt het niet weten.

II - november 2008

44


filologica Mr. Snu & Sir Matthew, Fredo & Thang en Maxim Lany bestegen achtereenvolgens het podium om de booties van de enthousiaste meute aan het bewegen te krijgen â&#x20AC;&#x201C; wat hen overigens aardig lukte. The crowd loved it, en wie zijn wij om hen ongelijk te geven? (la)

Team Dilemma op de openingsfuif

> InterFacultair Toernooi (IFT) â&#x20AC;&#x201C; 27 oktober Elk jaar opnieuw meet Filologica zich met de andere FK-kringen tijdens het InterFacultair Toernooi. Meestal is het succes daarbij beperkt, maar de editie van dit jaar liet duidelijk zien dat Filologica zich stelselmatig verbetert. Dat leverde voor 2008 een tweede en een derde plaats op, goed voor een uitstekende tiende plaats in het eindklassement. Een verslag.

> Basketbal Uitgeschakeld in de poules In het basketbal stond Filologica meteen voor een loodzware opdracht. Met het VRG wachtte in de eerste poulewedstrijd de kampioen van vorig jaar. Filo wist wel het eerste punt van de wedstrijd te maken, maar kreeg daarna een 20-0 om de oren. Ze wisten zich te herstellen, maar de schade was onomkeerbaar: 31-13 was de eindstand. Het VRG ging de rest van het toernooi op dat elan door. Ze verloren geen enkele wedstrijd op weg naar een tweede titel op rij. De tweede wedstrijd werd feller betwist. Er werd nipt verloren van de VLK met 21-17. Op dan naar de Blandijnderby tegen de vrienden van de geschiedenis. Een sterk onderbemand VGK werd vlotjes platgewalst. De starters werd wat rust gegund terwijl de bankzitters Filologica naar een 22-10 overwinning leidden. De volgende match, tegen VTK, werd onverhoopt spannend. Tegen de veel sterkere burgies stegen de filologen boven zichzelf uit. Een rist aan driepunters en een keiharde verdediging bracht de tegenstander in de nodige problemen. Uiteindelijk kwam het verschil in talent toch bovendrijven en werd de wedstrijd met 32-27 in het voordeel van VTK beslist. Na de puike match werden de trotse spelers op enthousiast applaus onthaald van de toegestroomde fans. (tvdv)

45

II - november 2008


filologica > Veldvoetbal Derde plaats De voetbalploeg deed het wederom verre van slecht op de eerste interfacultaire ontmoeting. De uittredende IFK-kampioen had niet bepaald een gunstige loting, maar het doel was duidelijk: de halve finale halen. Daarvoor moest Filologica groepswinnaar worden in poule A. In de eerste wedstrijd werd het VRG met de rug tegen het doel gedrukt, maar de treffer bleef uit. In de slotminuten zorgde een afgeweken bal van Heywood De Buck toch nog voor de drie punten. De tweede wedstrijd was een ander paar mouwen. HILOK was een te duchten tegenstander. De zege van Filologica kan dan ook niet anders omschreven worden dan ‘op een diefje’. Heywood De Buck, weer hij, rondde een snelle counter op links feilloos af. De laatste wedstrijd tegen Politeia was uitbollen. Filo won vlotjes met 2-0. In de halve finale wachtte het VEK, de erfvijand. Filologica plooide, maar brak niet. Uiteindelijk eindigde de halve finale op een bloedstollende penaltyreeks, waarin het VEK aan het langste eind trok (7-6). Filologica moest naar de troostfinale. Daar ontmoetten ze de vrienden van de geschiedenis. Het werd een overbodige wedstrijd tussen twee vermoeide ploegen, waarin Filologica getuigde van de meeste kwaliteit: 4-0. Een mooie bronzen plak voor onze voetbalhelden. (am)

> Volleybal (dames) Uitgeschakeld in de poules In het damesvolleybal waren de verwachtingen niet al te hoog gespannen: Filologica zat in een loodzware poule met VPPK, VTK, Politeia en VEK, en ging in elk van die vier poulewedstrijden zwaar de boot in. Maar het moet gezegd: de Filodamesploeg maakte meer indruk dan vorig jaar. De bal werd bij momenten uitstekend rondgespeeld, en met enkele geroutineerde volleybalspeelsters in de ploeg was het spel vaker op niveau dan in 2007. Even werd zelfs gehoopt op een stunt toen de Filospeelsters acht punten op rij pakten tegen de VEK, maar dat was wat te hoog gegrepen. Hoe dan ook: tegen de mindere goden in de volleybalcompetitie (denken we aan Lombrosiana) moet Filologica zeker kunnen winnen, en met die ingesteldheid kan team captain Stephanie Pools dan ook zelfverzekerd vooruitblikken op de nakende IFK-campagne. (sd)

> Presidiumkamp Tweede plaats Het dreigde bijna op een forfait van Filologica uit te draaien voor het presidiumkamp, maar uiteindelijk waren naast sportpreses Tom Vandevelde ook webmaster Eveline Flamand en scriptor Steven Delarue bereid tot de sportieve presidiumuitdaging. In een springkasteel moesten twee springende presidiumleden tussen hen in een ton vastklemmen en de ballen die van achter het springkasteel geworpen werden zo goed mogelijk in de ton opvangen. Het liep behoorlijk gesmeerd: 4 ballen in 30 seconden. Het bleef heel lang de winnende score, tot het VEK op slinkse wijze – ze hebben gewoon valsgespeeld, jongens – 11 ballen in de ton verzamelde. Zo wonnen de economiestudenten toch nog één trofee, en haalde Filologica een uitstekende tweede plaats. (sd)

II - november 2008

46


culinair We hebben ze allemaal wel eens: van die momenten waarop we duizelig worden van de honger. Het begint ons echter nog harder voor de ogen te draaien wanneer we het Gentse culinaire landschap overschouwen. Op elke straathoek, op ieder plein en in de talloze kleine, vieze steegjes die Gent rijk is, vind je wel één of ander etablissement waar je je honger kan stillen. Zie je door alle vettige boecht de culinaire hoogstandjes niet meer? Geen nood, Dilemma neemt je bij de hand. Onze zoektocht naar lekkers gaat door! Deze keer zijn de Bluesette, de Hasta Manana en de le Pain Total aan de beurt.

> Bluesette Concept De Bluesette is een gezellig eetcafé aan de Sint-Kwintensberg. Naast de obligate broodjes, croques en pastagerechten vind je er ook scampigerechten, quiches, een pitaschotel en allerlei soorten omeletten. De wekelijkse suggesties zorgen steevast voor een leuke aanvulling bij de behoorlijk uitgebreide menukaart. Bij mooi weer is het buitenterras een idyllisch plaatsje voor een aperitiefje vooraf of een gezellige babbel met een fris pintje. Ervaring Wij kozen voor de lasagne met ricotta en spinazie (7 euro) en de spaghetti Bluesette (voorzien van een romige pikante saus met gehakt en look: 7,5 euro) met een lookbroodje (1,5 euro) vooraf. Het eten zelf is lekker en verzorgd, en de porties die je krijgt zijn voor een gezonde eter zeker voldoende. Alleen werden onze maaltijden behoorlijk lauw geserveerd, waardoor de warmte halverwege de maaltijd al zo goed als verdwenen was. De bediening is vriendelijk en echt lang moet je meestal niet wachten op je eten, maar bereid je wel voor op een aardige wachttijd als de hele zaak vol zit. Qua inrichting en muziek is de Bluesette zeker een van de behaaglijkste plekjes in de buurt van de Blandijn, maar de prijs laat jammer genoeg niet toe om de Brug voorgoed achterwege te laten. Ligging: Sint-Kwintensberg 87, naast de Story Boekhandel. Het terras kan je ook bereiken via de SintHubertusstraat. Wandelafstand van de Blandijn: 1 minuut Score: Bediening: 3.5/5    Interieur: 4.5/5   Hoeveelheid: 3.5/5   Kwaliteit: 4/5 Prijs/kwaliteit: 3/5   Totaal: 3.7/5 Weetje: Ook al is het terras zelf niet open, je kan steevast langs de achteringang naar binnen.

> Hasta Mañana Concept: In de Hasta Mañana kun je elke dag van de week vanaf 17u genieten van de Spaanse keuken in de vorm van huisbereide tapas en een mooi assortiment aan cocktails. Er is steeds een suggestiekaart en een cocktail van de week. Ervaring: Wij tafelden in de Hasta Mañana met een olijke bende van zeven man, waardoor we de kans kregen om heel wat verschillende dingen uit te testen. Uiteraard begint alles met een goed aperitief, dus lieten we een halve liter sangria (8 euro) en een halve liter rode wijn (9 euro) aanrukken, die allebei heel lekker

II - november 2008

48


culinair bevonden werden. Uit het tapasaanbod kozen we twee mixen: de mix van koude tapas (8 euro) die bestaat uit olijven, gemarineerde ansjovis, manchego, chorizo en serranoham, en de mix van warme tapas (7 euro) waarbij je gefrituurde garnaalbolletjes, scampi fritti en patatas bravas met een pikant sausje voorgeschoteld krijgt. Daarnaast genoten we van calamares (4 euro), kippenboutjes met een zoetzuur dipsausje (4,5 euro) en courgettebolletjes gevuld met lamsgehakt (4 euro). De bediening was vriendelijk en verrassend vlot: de tapas volgden elkaar in een snel tempo op. De toppers waren volgens ons gezelschap de mix van koude tapas en de calamares (die we dan ook twee keer besteld hebben). Houd er wel rekening mee dat het om kleine gerechtjes gaat en je hier dus geen grote honger zal stillen, maar voor tapas waren de porties zeker voldoende. De rekening werd gemoedelijk gedeeld en iedereen was 7,5 euro lichter. Uiteraard is een studentenbudget niet geschikt om hier dagelijks of zelfs wekelijks te eten, maar af en toe moet een dergelijke frivoliteit wel kunnen. Alleen al voor het authentieke decor is het de moeite om eens langs te gaan: de muren zijn versierd met allerhande posters, rieten manden en dito kruiken, terwijl de gedimde lichten het helemaal af maken. Uiteraard kun je hier ook gewoon een overheerlijke cocktail komen drinken. Wij namen als afsluiter de Guave Daiquiri (5,5 euro) die net in de aanbieding was. Een adresje om te onthouden! Ligging: Lammerstraat 19 (de straat om van de Vooruit naar het Zuid te gaan) Wandelafstand van de Blandijn: 5 minuten Score: Bediening: 4/5    Interieur: 5/5   Hoeveelheid: 3.5/5   Kwaliteit: 4/5 Prijs/kwaliteit: 4/5   Totaal: 4.1/5 Weetje: Naast eten en drinken kan je ook geschenkbonnen kopen, een ideale cadeautip!

> Le Pain Total Concept: Le Pain Total is een trendy en moderne broodjesbar die het vroegere Don Veggie moet doen vergeten. Er is een zeer ruim aanbod van broodjes en ingrediënten, maar omdat Le Pain Total resoluut de kaart van de culinaire broodjes trekt en de basics naar de achtergrond trekt, zijn de broodjes niet van de goedkoopste. Los hiervan zijn er ook verschillende vegetarische burgers en provencettes (kruidige panini’s) verkrijgbaar. Wie graag iets stevigers wil, kan een pastagerecht bestellen. Ervaring: Uit het aanbod hebben wij één keer voor de provencettes geopteerd en een andere keer voor de broodjes. De provencette ‘Fermette’ (Chavroux, Gandaham, pijnboompitten, zongedroogde tomaatjes: 4 euro) en ‘Cheesy tomato’ (jonge kaas, brie, Chavroux, mozzarella en tomaat: 4 euro) zijn door ons uitgetest en goedgekeurd. De panini’s waren lekker krokant, goed belegd en smaakten uitstekend. Wel mochten ze een tikkeltje groter zijn. Uit het assortiment broodjes namen we de ‘Brie lover’ (brie, tomaat, rucola en een honingmosterdsausje: 3€) en de ‘Carnivoor’ (rauwe ham, rosbief, tomaat, sla en thousand islandssaus: 3 euro). Beide broodjes smaakten prima en de thousand islandsdressing

49

II - november 2008


was een positieve ontdekking. Qua ligging is Le Pain Total ideaal voor Blandijngangers, aangezien je slechts de straat hoeft over te steken. Een groot voordeel is ook dat de zaak open is tot 20 uur. Het geheel oogt vrij ruim en licht door de grote glazen wanden en het gebruik van modern wit meubilair. De prijs is kwalitatief verantwoord, al kun je met een provencette slechts een kleine honger stillen. Het tempo van de bediening mocht net iets hoger zijn, maar dat wordt gecompenseerd door klantvriendelijkheid. Toen we de volgende keer langsgingen, herkende de blonde meneer ons en was hij zo aardig om ons het mapje te bezorgen dat we achtergelaten hadden. Ligging: Sint-Pietersnieuwstraat 218 Wandelafstand van de Blandijn: < 1 minuut Score: Bediening: 3.5/5    Interieur: 4/5   Hoeveelheid: 3.5/5   Kwaliteit: 4/5 Prijs/kwaliteit: 4/5   Totaal: 3.8/5 Weetje: Je kan ook op voorhand bestellen op het nummer 0473/803772.


column > Blandijnberg 3 “Wat wil jij later worden?” stelden ze ons, leerlingen, indertijd de vraag. Iedereen had wel een beroep in gedachten. Er waren de meisjes en de jongens. Onder het meisjeswerk had je meestal dierenarts, tandarts en verpleegster. De jongens wilden meestal advocaat, dokter of bakker worden. Ik had een andere droomjob, eigenlijk meerdere, ik wilde van alles een beetje worden. Zo wou ik in den beginne rockster worden, mijn glorietijd waren de 90’s. Ik zat toen in een rockband, Ceremonial genaamd. Man, we waren stoer. Ik als 14-jarig knaapje tussen allemaal emo’s en gothics met gekleurde vingernagels, lange haren en zwarte kledij, zwarter en zwartst. Ik stel me eigenlijk de vraag waarom gothics zich steeds in die specifieke kleur moeten kleden. Blijkbaar hebben ze allemaal dezelfde lievelingskleur: zwart dus. Als ik sommige van die mensen zie staan aan de ingang van de Frontline in de Overpoort, denk ik bij mezelf: mocht ik daar nu eens tussen gaan staan in volledig witte outfit, zou ik dan op mijn freter krijgen? Ik durf het niet aan, want ze zien er allemaal zo angstaanjagend uit, die knapen. Anyway, de zaterdag gingen we dus repeteren, eigenlijk hadden we niet veel te repeteren, we hadden welgeteld drie nummers, we wisten uiteraard dat je met één nummer genoeg had om door te breken in de rockwereld. Meestal dronken we een stuk in ons voeten met bier uit de Lidl, en tegen de tijd dat we uiteindelijk onze drie nummers zes keer na elkaar hadden gespeeld, waren we dronken en doof, want oordopjes waren voor janetten en mietjes, om dan uiteindelijk nog verder te gaan afsluiten “Chez Mami”, een marginaal café met een dik wijf van 120 kilo achter de toog en goedkoop bier. Je kon er ook hardgekookte eieren aan 20 frank krijgen. Helaas is de helft van de groep uiteindelijk weggegaan door opname in de psychiatrie en zelfmoord. We hebben ooit één optreden gegeven in een café, een cybercafé dan nog, maar zonder veel succes. Rockster worden zal dus een droom blijven. We hebben allemaal van die droomjobs, neem nu bijvoorbeeld toerist worden. Diep vanbinnen is iedereen een vuile toerist, maar we geven het gewoon niet graag toe. Als jij naar de kust gaat wil je toch genieten van de dure prijzen aan de zeedijk? Ondanks het feit dat ik met hart en ziel toeristen naar een stripclub verwens of ze liever in brand steek zoals flitspalen, speel ik toerist in eigen stad. Ja, flitspalen! Wist je dat er op een bepaald moment maar in één op de tien flitsdozen een camera zat? In 2004 raakten verhalen bekend van mobiele flitscamera’s die tijdens het spitsuur waren opgesteld

op een plaats waar er altijd files ontstaan. “Soms moet er ingetoomd worden, omdat het systeem het aantal processen-verbaal niet kan verwerken”, zegt een anonieme agent dan. We balen er allemaal van, net als toeristen. Als toerist in mijn eigen stad doe ik het omgekeerde, ik maak het de toerist zodanig onaangenaam dat ze vanzelf vertrekken. Neem nu bijvoorbeeld een oversteekplaats, onlangs reed ik door een winkelstraat aan de kust, en je weet, een zebrapad dient om over te steken, of zo hebben we het toch zo geleerd. Ooit was ik gebuisd voor m’n rijexamen omdat ik remde voor iemand die de straat wou oversteken zonder het zebrapad te gebruiken. Dus meestal rem ik voor een zebrapad, en als dat er niet is, rijd ik door... Want zo is een vuile toerist wel, dat steekt over waar het maar wil, want het zijn vuile toeristen. Onlangs staken een dame in een rolstoel en haar geliefde, ik schat ze beide 105 jaar, de straat over, uiteraard niet over het zebrapad. Dus ik rem dan ook niet, ik doe vriendelijk mijn raam open en meld de arme stakkers dat het zebrapad, waar ze veilig kunnen oversteken, zich vijftien meter verder bevindt. De dame spreekt mij aan in het Frans. Ik versta wel Frans, maar om het toch even te vertalen zei ze: “Hé hoerenzoon, zie je niet dat oude mensen willen oversteken naar de overkant, waarom rijd je ons nog niet omver?” Op aanvraag van de dame reed ik ze ondersteboven, mijn moeder zat ook toevallig in de auto en stampte de oude tang nogmaals in de buik omdat ze zich beledigd voelde. Ze kroop terug in haar rolstoel en stak de volgende straat over over het zebrapad. Ik heb de mens weer wat bijgeleerd vandaag, wat ben ik toch een goed mens! (kv)

51

II - november 2008


erotiek > De erotiekrubriek Seksweetjes heet van de naald Ik smul van uitspraken à la “Moet ek uw carrosserie is ewa opblinken?” en “Mag ek mijne Lamborghini is in uw garage parkeren?” Daarom was ik ook aangenaam verrast toen Amélie O. in haar meest recente stukje zo jolig de term tegenliggend verkeer aanwendde. Jawel, deze sekscolumniste, die à propos Germaanse studeerde aan de Blandijn, is terug van weggeweest. Je kan haar avonturen opnieuw elke week volgen in dat magazine van die andere believer, Goedele. >>> Hoe kouder het wordt, hoe dichter de mensen bij elkaar kruipen en dat merk je alvast aan de herfstagenda van Gent. In het weekend van 8 en 9 november laat Flanders Expo namelijk de Mega Eroticabeurs op ons los. Nieuw dit jaar is het swingerscafé, met daarin een viplounge (lees: wiplounge) met een oppervlakte van maar liefst 900m², consumptie verplicht. Verder wordt het Topless Schuimcatch Spektakel voor deze editie uitgebreid tot nóg meer topless en nóg meer schuim. Hoera! Bovendien zal je in een gluurcaravan kunnen loeren naar wat Roodkapje allemaal uitspookt met een dozijn donkerpaarse dildo’s. Het verband tussen Roodkapje en de caravan is me wel een raadsel. >>> Voor zij die hun seksleven liever wat discreter willen aanpakken deze herfst, kan ik nog enkele verleidelijke adresjes aanraden. Vanaf oktober zijn de meeste saunacomplexen langer open. Zo ook de Aqua Azul, gelegen op een scheet van de Vrijdagsmarkt. Voor €19 kan je er zo lang je wil gaan zweten, borrelen en zwemmen. Is je oma gul geweest in het weekend, gun jezelf en je partner dan zeker eens de lichaamsmassage van het huis. Eerder op zoek naar pret binnenskamers? Spring binnen in de Tutti Passi op de Brabantdam en laat je vooral niet afschrikken door deze wansmakelijke naam. Dit kleine erotische winkeltje moet qua marchandise niet onderdoen voor de Libidos en je wordt er ten minste niet bediend door een veel te harige vijftiger met een zware Gentse tongval. Seksspeeltjes en andere stimulerende attributen op het gelijkvloers, lingerie, Get Dirrty-outfitjes en porno in de met satijn ingerichte kelder. >>> Jullie worden natuurlijk al genoeg met literatuur om de oren geslagen, maar de twee volgende boeken vind ik toch het vermelden waard. Taschen pakte onlangs uit met ‘The big penis book’, een tegenhanger (lol) van de ‘The big book of breasts’. Verwacht je aan een heleboel weetjes over het mannelijke geslacht en een potpourri aan piemelfoto’s. Ideaal om met Kerstmis op de salontafel te leggen. Ook ‘Vochtige streken’, het debuut van de Duitse schrijfster Charlotte Roche, is zo’n boek dat niets aan de verbeelding over laat. Je volgt de exploten van een zekere Helen, en laat ons zeggen dat de naturalisten nog iets van haar kunnen leren qua lichamelijkheid. >>> Niet van aardbei tot zweepje, maar van aambei tot zwangerschapstest. De gloednieuwe jongerensite van Sensoa, www.allesoverseks.be, is een feit. De woordwolk die allerlei termen verklaart, is nu al een klassieker en blaasballen die pretenderen alles over seks te weten zouden nog wel eens versteld kunnen staan. Of weet je werkelijk wat een urethramond en mastopathie zijn? Bovendien is het geen betuttelende tienersite, maar is de uitleg die je krijgt leerrijk en to the point. Het Tittie Talkforum is best interessant en de persoonlijke verhalen overstijgen (meestal) het Fancygehalte. >>> “De pen is machtiger dan het zwaard”, wordt er wel eens gezegd. Maar in dit geval geldt: “De pen in dienst van het zwaard”. Het Franse condoommerk Manix maakt zijn entree in België en heeft slechts één doel voor ogen: Durex van zijn troon stoten. Dat lukt tegenwoordig best aardig. Hun campagne bestaat uit beelden van vrijende koppels en ze lanceerden een tijdje geleden een schrijfwedstrijd rond erotische verhalen. Je kan nog tot 28 november in je pen kruipen om je meest opwindende belevenissen te delen met de mensheid of om gewoon ongelimiteerd geile praat uit te slaan. De winnaar gaat met een heel arsenaal Manixproducten aan de haal. Meer info en het wedstrijdreglement vind je op www.manix.be. Leuk weetje: de gecensureerde campagnefoto’s kan je op de site ‘penetreren’ met je muis, zodat je de ongecensureerde beelden te zien krijgt. >>> Je me masturbe, donc je suis. Om mijn favoriete leuze te eren, geef ik jullie vanaf heden elke Dilemma een zotte pornolink mee. Voor dit nummer: http://youporn.com/watch/100898/clara-te-suce/

U toegenegen, Carina Cumshot

II - november 2008

52


erotiek > (gdg) en de piemels Al sinds het ontstaan van de mens staat de fallus symbool voor macht, stoerheid en leugens betreffende de grootte ervan. De genitaliën van een man liggen gelukkig niet verborgen in diepe, vochtige holtes, waardoor het relatief eenvoudig is om de totale omvang te meten. Toch blijkt deze opgave voor vele mannen te moeilijk en komen er al snel enkele centimeters bij wanneer ze het over hun derde been hebben. Voor de nieuwsgierigen of knutselaars is er naast dit artikel een handig meetlint dat jullie zelf mogen uitknippen. Mannen met een klein lid voelen vaak de nood om hun alfastatus op een alternatieve manier aan hun omgeving op te dringen. Dit Typisch compensatiegedrag. compensatiegedrag uit zich vaak in stemverlaging, voorliefde voor grote auto’s en geweren, grote spiermassa,… Om hen echter toch een beetje gerust te stellen is het goed om weten dat een lengte van 10cm al genoeg is om een vrouw te bevredigen. Dat wil niet zeggen dat een vrouw niet meer geniet van enkele centimeters extra, maar dit zou dan eerder gewoon om psychologische redenen zijn. Aangezien “groot” en “klein” relatieve begrippen zijn, kunnen we het maar beter eens over de echte cijfers hebben. De penis heeft, globaal gezien, een gemiddelde lengte van 12,9 cm en een omtrek van 12,3 cm (ongeveer 4 cm diameter). Deze cijfers kunnen echter van streek tot streek sterk verschillen; zo horen de Belgische en Franse mannen bij de top van de wereld met een gemiddelde lengte van 15,5 cm. Penissen met lengte minder dan 10cm of meer dan 22cm zijn dus al uiterst zeldzaam. De man die op dit moment het grootste derde been heeft, Jonah Falcon, heeft niet minder dan 34,3 cm plezier tussen zijn benen hangen. Zelfs in niet-opgewonden staat heeft dit mirakel van moeder natuur een lengte van 23 cm. Het hoeft vast niet te verbazen dat er bij de kleinste penis ter wereld niet echt een naam te vinden valt. De meeste bronnen spreken echter wel over het bestaan van penissen met een lengte van 1,5 à 2 cm in erectie. Een zekere (tvdv) kwam me onlangs vragen of de “penis enlargement pills”, waarvoor hij in zijn mailbox meermaals reclame had ontvangen, echt werkten en of je zoiets bij de apotheker kon verkrijgen. Helaas voor hem bleken deze even nutteloos als de penispomp die hij zich eerder al had aangeschaft. Er zijn echter enkele methodes die wél efficiënt zijn. De meest eenvoudige is een liposuctie van het bekken waardoor de penis gewoon langer lijkt. Er zit namelijk steeds een deel van de penis (ongeveer 2 à 3cm) in het bekken. Dit gedeelte kan ook operatief nog meer naar buiten worden gebracht. Een andere manier is het stretchen van de penis, operatief of met gewichten. Hierbij bestaat echter het gevaar dat de penis niet meer in een erectie te krijgen is. Operaties worden dan ook meestal pas aangeraden indien het gaat om echt extreme gevallen. Je kan dus alles maar beter laten zoals het is, want ook de kleine jongens worden groot. (gdg)

53

II - november 2008


lifestyle > Fashion Ad-vice Mode. Iedereen praat erover, maar niemand weet hoe het nu eigenlijk écht zit. Het ene moment ben je in, vijf minuten later ben je keihard uit. De modewereld is hard, kil en donker, maar gelukkig is er Fashion Ad-vice om licht te brengen in de trendy duisternis. Voor wie stijlvol van de Trabla naar auditorium E wil flaneren, presenteert Stephanie Pools de ultieme gids. Liefste filologen, Hopelijk hebben jullie de eerste dagen van het academiejaar veilig en in stijl overleefd. In deze editie van Fashion Ad-vice leren jullie wat deze herfst en winter mooi en draagbaar is. Schuif die Cosmo���s, Vogues en Elles maar aan de kant, binnenkort overleven jullie alleen op Dilemma. Bescheidenheid is een mooie deugd. Gent is een wonderbaarlijke stad. Onlangs kreeg ik een mailtje: “Kom vanavond tussen 18 en 22u naar de winkel van mijn zus, ik breng de nieuwe collectie mee.” Ik had toch niks beters te doen en besloot eens te gaan kijken. De stad was schijnbaar dood, maar in sommige winkels was er nog opvallend veel licht. Volgens mij zijn er nog wel meer clandestiene shopping-by-nights. Met alle plezier heb ik de nieuwe collectie bekeken en aan de hand daarvan een overzichtje gemaakt. Enkele tips. Ruitjes duiken overal op: elk merk, elke collectie en elke celebrity is verkocht. Casual, edgy, grunge, humoristisch of preppy, je vult het deze winter in zoals je zelf wil. Wie het niet ziet zitten om in een geruite broek de Blandijn te betreden, kan het houden bij een sjaal of een hemd. Het ziet ernaar uit dat deze trend ook in de zomer zal verdergezet worden, maar ik snap nog niet goed hoe ze dat verkocht gaan krijgen. Je wordt bijna verplicht om paars te kopen deze herfst, maar dat is nergens voor nodig. Geel en grijs zijn de kleuren van dit seizoen. Het weer zal er niet op verbeteren, dus ga niet buiten in een geel kleedje. Investeer in gele pumps, een riem of juwelen. Grijs is dan weer het nieuwe zwart en is met bijna alles combineerbaar. Zwart is meestal een te harde kleur, maar iedereen komt weg met grijs. Deze winter zal je alvast geen kou moeten lijden, want breisels zijn weer helemaal in. Een perfect excuus voor dikke sjaals, mutsen, wanten en pulls. Mode wordt praktisch, daar moet iets achter zitten. Op de site van ELLE België staat zelfs een gids om je eigen muts te breien. Let wel op voor pulls met korte mouwen. Ik heb er zelf twee gekocht en het is eigenlijk niet zo praktisch. Als het te koud wordt buiten moet je er toch nog iets met lange mouwen onder aandoen of lange wanten kopen. Die lange wanten zijn praktisch, maar het is geen zicht. Draag die dus alleen onder je jas, zodat niemand ze kan zien. Genoeg tips voor deze editie, lijkt het me, ik laat jullie met een paar nieuwtjes. XOXO

II - november 2008

54


lifestyle > Fashionnieuws Kort: Tim Van Steenbergen heeft zijn eerste collectie voor Chine voorgesteld met als kernwoorden vrouwelijk, lingerie en kleur >>> Make-upmerk M.A.C. heeft na het succes in Brussel een nieuwe winkel in Antwerpen geopend >>> Begin trouwens maar al af te tellen naar de Limited Editions van je favoriete makeupmerk >>> Sergio Rossi en Puma hebben een mix tussen een pump en een sneaker ontworpen. Blijf er ver van weg >>> Dieettip: koop een beugel. Enige bijwerkingen: constant hongergevoel, constante pijn en je praat alsof je tong verdoofd is >>> Karl Lagerfeld heeft de cover ontworpen van Le Petit Larousse IllustrĂŠ, een Frans woordenboek. Zijn naam wordt een van de begrippen in het woordenboek, een hele eer voor boekenminnaar Karl >>> Het is geen mopje, Karl heeft naar het schijnt een bibliotheek met de omvang van een balzaal. (sp)

55

II - november 2008


achterklap > Achterklap Geen enkele roddel is nog veilig voor deze pagina! Wil je zelf ook wel zo’n übercoole achterflap winnen en even gelukkig worden als onze winnares van deze maand, stuur dan jouw zielig mopje of sappige roddel naar Dilemma, via de Achterklapapplicatie op onze site: http://www.filologica.be. Mopjes over Joeri zijn ook welkom. > Ik vind die Pools wel een hete. B. de Clerck

> Het is de preses van de VGK en je kan ermee rondrijden? Vervoeri!

> Tip voor Maarten V.H.: “Een goeie lover doet geen half werk!” liesje87

> Ik ben een eerstebacher en ik heb dit academiejaar nog niet gemuild. Is dat normaal? onzeker visje

> Beste mensen van Filologica, kunnen jullie op Kianoush Meirlaen passen voor ons? Deze Bulgaars ogende jongen heeft veel meer aandacht nodig dan wij hem kunnen geven. Dank bij voorbaat. De studentenadministratie

> V, 21, 182.5 cm, zkt m tss 20 en 25, min. 180 cm. Andere eigensch. otk. de scriptrix > Ik ben een geile teef. Fiorina

> Ellen, doe je soepkommen weg! En stop met roken in mijn kamer! Maud > ‘t Is de preses van de KMF en ‘t was een goede uitvinding? Wiels! bloody_romance90 > Ik menstrueer nog stééds. Is dit normaal? S.S. > Sofies haar is als het gras in het walhalla. moush

> Wordt Tom nu mijn papa? sandinista

> Ik vind de pixels wel mooi! Lore over het boekje van de KMF

> Hoera, Jeroentje C is terug! Dunehunter.

> Het is de preses van de VGK en het ligt op de grond? Vloeri!

> Het is de preses van de VGK en een populair cantus-liedje? Drie Schuintamboeri! > I got played by Tom Vandevelde and all I got was pregnant. The vice > Stavros, ik vind jouw achternaam supergeil. Muilen? schmaaron > Als je van heel dichtbij kijkt, kan je zien dat de linkerborst van Lore A. iets groter is dan de rechter. Probeer het zelf en sta versteld! Nele A. > We hebben gelijk 7500 euro winst op de fuif! Ellen C.

Proficiat, Fiorina! Je wint de Achterflap van de maand! Speel het veilig, gebruik een Achterflap! > Waar kan ik het nummer van Ellen C. vinden? S. Cohen > It’s brown and rhymes with Snoop? Dr. Dre! QB > Het is wit en het heeft een heel beweeglijke tong? Tsjilp de mus. De mussenjager

57

II - november 2008


'DM FHQ@E J@M

K@MFDQ YNMCDQ V@SDQ

C@M DDM J@LDDK 1MSU@MF ID KHDUDQ MHDTVR

C@S ID DBGS HMSDQDRRDDQS" KBC presenteert: het KBC-Jongeren E-Zine. Zowat het meest relevante, gepersonaliseerde e-zine dat je in je mailbox kunt krijgen. 1 Je krijgt, als scholier, student, werknemer of werkzoekende bancaire informatie en voordelen waar je echt iets aan hebt. 2 Je kan prijzen winnen die je op het lijf geschreven zijn. 3 Ben je geïnteresseerd in sport, film, muziek, cultuur, lifestyle of gaming, dan krijg je nieuws en weetjes heet van de naald. Surf naar www.kbc.be/jongerene-zine en schrijf je in – 5 minuten werk, beloofd – dan kunnen we het e-zine perfect op jouw maat serveren.

Een onderneming van de KBC-groep

ADV_A5V_e-zine.indd 1

13-06-2008 11:37:07


buitenwipper

> Volgende keer in Buitenwipper: Glenn beleeft weer een zot avontuur!

59

II - november 2008


> Filologica dankt haar ereleden Prosenioren 01-02 (Germania) 02-03 (Romania) 03-04 (Germania) 03-04 (Romania) 04-05 05-06 06-07 07-08

Jordi Casteleyn Koen Goossens Bart Peeters Elisabeth Ghysels Anne Bosman Jeroen Meuleman Benoît Lagae Robin Van Cleemput

Oudpresidiumleden Liesbeth De Waele Jan Herregods Sander Laridon Karen Van den Borre Sara Van den Bossche Jean-Paul van den Heede Jonas Vandroemme Karolien Voets Kenny Wanin Jeroen Zuallaert

Academisch personeel Freek Adriaens Kristof Baten Benjamin Biebuyck Sascha Bru David Chan Dirk Coigneau Patrick Collard Timothy Colleman Claudia Crocco Ruben De Baerdemaeker Johan De Caluwé Bernard De Clerck Luc De Grauwe Mark De Smedt Carl De Strycker Katrien De Valck Jaak De Vos Jozef De Vos Kristoffel Demoen Marysa Demoor Youri Desplenter Magda Devos Pascale Hadermann Bart Keunen Godelieve Laureys Kaat Opdenacker Jürgen Pieters Eugeen Roegiest Stefaan Slembrouck Hilde Staels Miriam Taverniers Yves T’Sjoen Annemieke Van Herreweghe Jacques Van Keymeulen Roxane Vandenberghe Jean Pierre Vander Motten Wim Verbaal Kristiaan Versluys Tanja Vertriest Bart Vervaeck Dominique Willems


Dilemma II - Jaargang '08 - '09