Issuu on Google+

Dirk Laurent

PHOTOSHOP ADOBE CREATIVE CLOUD

HANDELINGEN EN AUTOMATISCH

Reeks ADOBE software

18


Š Dirk Laurent, Antwerpen, februari 2014. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn,opnamen, of op welke andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.


HANDELINGEN & AUTOMATISCH... q HDR Pro q Panorama's maken q Automatisch uitlijnen q Contactbladen maken q Handelingen q Afbeeldingsprocessor q Batch en 'Druppel maken' q Historie


Dirk Laurent is vormgever, auteur en docent bij Syntra AB. Hij geeft cursussen in: • Adobe InDesign • Adobe Photoshop • Adobe Acrobat • Enfocus Pitstop • Colour management • Fontbeheer • Systeembeheer Mac OS X • Drukwerkbegeleiding • Creatief ontwerp • Typografie • Cross media publishing


HDR PRO (High Dynamic Range) Het dynamische bereik (verhouding tussen donkere en lichte

gebieden) in de zichtbare wereld is veel groter dan het bereik

van het menselijk gezichtsvermogen en van afbeeldingen die

worden afgedrukt of weergegeven op een monitor. Terwijl het

menselijk oog zich kan aanpassen aan zeer verschillende helder-

heidsniveaus, kunnen de meeste camera’s en computermonitors slechts een vast dynamisch bereik reproduceren. Fotografen,

filmmakers en anderen die werken met digitale afbeeldingen moeten bepalen wat belangrijk is in een scène, omdat ze te maken hebben met een beperkt dynamisch bereik.

Met HDR-afbeeldingen (High Dynamic Rang/Hoog Dyna-

misch Bereik) gaat een wereld van mogelijkheden open, omdat door deze afbeeldingen het gehele dynamische bereik van de

zichtbare wereld wordt weergegeven. Omdat alle luminantiewaarden uit de levensechte scène verhoudingsgewijs zijn ver-

tegenwoordigd en opgeslagen in een HDR-afbeelding, komt het aanpassen van de belichting van een HDR-afbeelding overeen met het aanpassen van de belichting bij het fotograferen van een scène in de werkelijke wereld.

Kies in Photoshop de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro om HDR-afbeeldingen te maken door het combineren van meerdere foto’s die bij verschillende belichtingsinstellingen zijn vastgelegd. Aangezien de helderheidsniveaus van een HDR-afbeelding de weergavemogelijkheid van een standaard 24-bits beeldscherm ver te boven gaan, kun je

5


Beelden met verschillende belichtingen samenvoegen voor het maken van een HDR-afbeelding

❶ Afbeelding met schaduwdetails, maar uitgeknipte hooglichten ❷ Afbeelding met details in de hooglichten, maar uitgeknipte schaduwen ❸ HDR-afbeelding die het dynamische bereik van de scène bevat

de HDR-voorvertoning in Photoshop aanpassen. Als je wilt afdrukken of programma’s en filters wilt gebruiken die niet compatibel zijn met HDR-afbeeldingen, kun je de afbeeldingen omzetten in afbeeldingen met 16 of 8 bits per kanaal.

Foto’s nemen voor HDR-afbeeldingen DD

Denk aan de volgende tips bij het maken van foto’s die je wilt combineren met de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro: 33 Plaats de camera op een statief.

33 Maak voldoende foto’s om het volledige dynamische bereik van de scène te bestrijken. Neem ten minste vijf tot zeven

foto’s of wellicht nog meer, afhankelijk van het dynamische bereik van de scène. Neem minimaal drie foto’s.

33 Pas verschillende sluitertijden toe om andere belichtingen

te realiseren. Als je de lensopening wijzigt, verandert de

scherptediepte in elke opname, wat een mindere kwaliteit kan opleveren. Door het wijzigen van de ISO-waarde of de

lensopening kunnen ook ruis of vignetten in de afbeelding optreden.

33 Maak standaard geen gebruik van de auto-bracketfunctie van de camera, omdat de veranderingen in de belichting gewoonlijk te klein zijn.

33 De belichtingsverschillen tussen de foto’s moeten één of Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


7

twee BW-stappen (belichtingswaarde) uit elkaar liggen. Dit komt ongeveer overeen met een verschil van 1 of 2 f-stops.

33 Houd de belichting constant.

33 Zorg dat er niets in de scène beweegt. Het samenvoegen

werkt alleen met verschillend belichte afbeeldingen van dezelfde scène.

Afbeeldingen samenvoegen tot HDR DD

Kies de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro om bij verschillende belichtingsinstellingen genomen foto’s van dezelfde scène te combineren, zodat het volledige dynamische bereik wordt vastgelegd in één HDR-afbeelding. je kunt de samengevoegde afbeelding uitvoeren als een bestand met 32, 16 of 8 bits per kanaal. Alleen bestanden met 32 bits per kanaal kunnen echter alle HDR-afbeeldingsgegevens bevatten. Samenvoegen tot HDR werkt het beste wanneer de foto’s voor dit proces zijn geoptimaliseerd. Voer een van de volgende handelingen uit:

AA Gebruik een statief voor de verschillende opnames

Kies Bestand > Automatisch > Samenvoegen tot HDR Pro.

(Bridge) Selecteer de afbeeldingen die je wilt gebruiken en kies Extra > Photoshop > Samenvoegen tot HDR Pro. . Klik in het dialoogvenster Samenvoegen tot HDR Pro op Bladeren om specifieke afbeeldingen te selecteren, klik op Geopende bestanden toevoegen of kies Gebruik > Map ❶. (Als je een bepaald beeld wilt verwijderen, selecteer je dit in de bestandenlijst en klik je op Verwijderen.) Schakel ➋ 'Proberen om bronafbeeldingen automatisch uit te lijnen' in als je de camera in de hand hield bij het fotograferen van de afbeeldingen.

❶ ➋


❶ ❾

❺ ❻ ❼

Als belichtingsmetagegevens voor afbeeldingen ontbreken, voer je de waarden in in het dialoogvenster Belichtingswaarde handmatig instellen ❸. In een tweede dialoogvenster Samenvoegen tot HDR Pro ziet je miniaturen van bronafbeeldingen en een voorvertoning van het samengevoegde resultaat ➍. 33 Kies rechtsboven in de voorvertoning een bitdiepte voor de samengevoegde afbeelding.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33 Kies 32 bits als je het volledige dynamische bereik van de

HDR-afbeelding wilt opnemen in de samengevoegde afbeelding. In afbeeldingsbestanden met 8 bits en 16 bits kan niet het volledige bereik van luminantiewaarden in een HDR-afbeelding worden opgeslagen.

Opties voor 32-bits afbeeldingen DD

Verplaats de schuifregelaar onder het histogram om de voorvertoning van het witpunt van de samengevoegde afbeelding aan te passen. Wanneer je de schuifregelaar verplaatst, pas je alleen de voorvertoning aan. Alle HDR-afbeeldingsgegevens blijven in het samengevoegde bestand staan. De aanpassing van de voorvertoning wordt in het HDR-bestand opgeslagen en altijd toegepast wanneer je het bestand opent in Photoshop. Als je de voorvertoning van het witpunt wilt aanpassen, kies je Weergave > Opties 32-bits voorvertoning.

Opties voor 16- of 8-bits afbeeldingen DD

HDR-afbeeldingen bevatten veel te veel luminantieniveaus voor het dynamische bereik dat kan worden opgeslagen in afbeeldingen met 16 of 8 bits per kanaal. Pas de belichting en het contrast aan wanneer je afbeeldingen met 32 bits per kanaal omzet in lagere bitdiepten om een afbeelding met het gewenste dynamische bereik te produceren. Kies een van de volgende methoden voor tinttoewijzing: 33 Lokale aanpassing. â?ş Hiermee pas je de HDR-tinten aan door de lokale helderheidsgebieden in de hele afbeelding aan te passen.

9


33 Randgloed ❻. Met Straal bepaalt je de omvang van lokale helderheidsgebieden. Met Sterkte kun je opgeven hoe ver

de toonwaarden van twee pixels uit elkaar moeten liggen, voordat ze niet langer deel uitmaken van hetzelfde helderheidsgebied.

33 Kleurtoon en details ❼. Het dynamische bereik wordt

gemaximaliseerd bij een Gamma-instelling van 1,0. Bij een

lagere instelling komt de nadruk op middentonen te liggen, terwijl bij een hogere instelling meer nadruk op hooglich-

ten en schaduwen ligt. Belichtingswaarden weerspiegelen

f-stops. Sleep de schuifregelaar Details om de scherpte aan te passen en de schuifregelaars Schaduw en Hooglicht om deze gebieden lichter of donkerder te maken.

33 Kleur ❽. Met Levendigheid pas je de intensiteit van subtiele

kleuren aan, terwijl bijzonder verzadigde kleuren zo weinig

mogelijk worden bijgeknipt. Met Verzadiging pas je de intensiteit van alle kleuren aan, van –100 (monochroom) tot +100 (dubbele verzadiging).

33 Kleurtooncurve ❿ Hiermee wordt boven een histogram een

aanpasbare curve weergegeven met de luminantiewaarden

van de originele, 32-bits HDR-afbeelding. De rode maatstreepjes op de horizontale as staan voor de stappen van één BW

(ongeveer één f-stop). Standaard beperken en egaliseren de

kleurtooncurve en het histogram je wijzigingen tussen de verschillende punten. Als je deze limiet wilt verwijderen en meer extreme aanpassingen wilt aanbrengen, voeg je een punt in op de curve en selecteer je de optie Hoek. Wanneer je een tweede punt invoegt en verplaatst, krijgt Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


11

AA Histogram egaliseren

de curve een hoekige vorm. Als je het nieuwe punt aanpast, maakt de curve een hoek op het punt waar de optie Hoek is gebruikt. 33 Histogram egaliseren ⓫. Hiermee wordt het dynamische bereik van de HDR-afbeelding gecomprimeerd, terwijl tegelijkertijd getracht wordt enig contrast te behouden. Er zijn geen verdere aanpassingen nodig; deze methode verloopt automatisch.

33 Belichting en gamma ⓬. Hiermee kun je handmatig de hel-

derheid en het contrast van de HDR-afbeelding aanpassen.

Verplaats de schuifregelaar Belichting om de versterking aan te passen en de schuifregelaar Gamma om het contrast aan te passen.

De kleurtooncurve en het histogram aanpassen met de optie Hoek ❶ Een punt invoegen en de optie Hoek selecteren.❷.


AA Aanpassen 'Belichting en Gamma'

33 Hooglichtcompressie ⓭. Hiermee comprimeer je de hooglichtwaarden in de HDR-afbeelding, zodat deze binnen het luminantiewaardenbereik vallen van het afbeeldingsbestand met 8 of 16 bits per kanaal. Er zijn geen verdere aanpassingen nodig; deze methode verloopt automatisch. 33 Compensatie voor bewegende objecten. Selecteer 'Schimmen verwijderen' ❾ in het dialoogvenster 'Samenvoegen tot HDR Pro' als afbeeldingen verschillende inhoud hebben

door bijvoorbeeld bladeren, langsrijdende auto’s of voorbij lopende mensen. Photoshop identificeert de basisafbeelding door een groene omtrek rond de miniatuur met de beste kleurbalans te plaatsen. In andere afbeeldingen aangetroffen bewegende objecten worden verwijderd.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


13

â“­

AA Aantal bits/kanaal wijzigen via 'Modus' > 'kanaal'.

AA Hooglichtcompressie

(Als bewegende objecten voorkomen in bijzonder lichte of donkere gebieden, kun je de situatie verbeteren door op een andere miniatuur te klikken waarin de bewegende objecten beter worden belicht.)

Omzetten van 32 bits in 16 of 8 bits per kanaal DD

Als je tijdens Samenvoegen tot HDR Pro in eerste instantie een 32-bits afbeelding hebt gemaakt, kun je deze later omzetten in een afbeelding met 16 of 8 bits. Open een afbeelding met 32 bits per kanaal in Photoshop en kies Afbeelding > Modus > 16 bits/kanaal of 8 bits/kanaal. Pas de belichting en het contrast aan om een afbeelding met het gewenste dynamische bereik te produceren. Klik op OK om de 32-bits afbeelding om te zetten.


■■

Het weergegeven dynamische bereik voor HDR-afbeeldingen van 32 bits aanpassen

AA Belichting aanpassen via 'Afbeelding' > 'Aanpassingen' > 'Belichting'.

Het dynamische bereik van HDR-afbeeldingen is groter dan de weergavemogelijkheden van standaard computerschermen. Wanneer je een HDR-afbeelding opent in Photoshop, kan deze er erg donker of verbleekt uitzien. In Photoshop kun je de voorvertoning aanpassen zodat de monitor een HDR-afbeelding weergeeft met hooglichten en schaduwen die er niet bleek of donker uitzien. De instellingen van de voorvertoning worden opgeslagen in het HDR-afbeeldingsbestand (alleen PSD-, PSB- en TIFF-bestanden) en toegepast wanneer het bestand wordt geopend in Photoshop. Aanpassingen van de voorvertoning zijn niet van invloed op het HDR-afbeeldingsbestand. Alle informatie over de HDR-afbeelding blijft intact. Gebruik de aanpassing Belichting (Afbeelding > Aanpassingen > Belichting) om de belichting van de HDR-afbeelding met 32 bits per kanaal te bewerken. Als je de resultaatwaarden voor de 32‑bits voorvertoning in het deelvenster Info wilt bekijken, klik je op het pipet in het deelvenster Info en kies je de optie 32 bits in het pop‑upmenu. Open een HDR-afbeelding met 32 bits per kanaal in Photoshop en kies Weergave > Opties 32-bits voorvertoning. In het dialoogvenster Opties 32-bits voorvertoning kies je een optie in het menu Methode: 33 Belichting en gamma. pas de helderheid en het contrast aan.

Als je Belichting en gamma kiest, pas je met de schuifregelaars Belichting en Gamma de helderheid en het contrast van de voorvertoning aan.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


15

33 Hooglichtcompressie. comprimeer de hooglichtwaarden in de HDR-afbeelding, zodat deze binnen het luminantiewaarden-

bereik vallen van het afbeeldingsbestand met 8 of 16 bits per kanaal.

Je kunt de voorvertoning van een in Photoshop geopende HDR-afbeelding ook aanpassen door te klikken op het driehoekje op de statusbalk van het documentvenster en de optie 32-bits belichting in het pop-upmenu te kiezen. Verplaats de schuifregelaar om het witpunt voor het weergeven van de HDR-afbeelding in te stellen. Dubbelklik op de schuifregelaar om de standaardbelichting te herstellen. Omdat je de aanpassing per weergave maakt, kun je dezelfde HDR-afbeelding openen in meerdere vensters, elk met een andere aangepaste voorvertoning. Aangepaste voorvertoningen die met deze methode zijn gemaakt, worden niet opgeslagen in het HDR-afbeeldingsbestand.

Informatie over de HDR Kleurkiezer DD

In de HDR Kleurkiezer geef je kleuren op nauwkeurige wijze weer en selecteer je voor gebruik in 32-bits HDR-afbeeldingen. Net als in de gewone Adobe Kleurkiezer kun je een kleur selecteren door op een kleurveld te klikken en de schuifregelaar aan te passen. Met de schuifregelaar Intensiteit kun je de helderheid van een kleur aanpassen aan de intensiteit van de kleuren in de HDR-afbeelding waarmee je werkt. In het voorvertoningsgebied kun je stalen van een geselecteerde kleur weergeven om te zien hoe deze bij verschillende belichtingen en intensiteiten wordt weergegeven.

AA Optie voor 32-bit beelden instellen.


■■

De HDR Kleurkiezer weergeven

Open een afbeelding met 32 bits per kanaal en voer een van de volgende handelingen uit:

➋ ➌

33 Klik op het selectievak van de voor- of de achtergrondkleur in

de gereedschapset.

33 Klik op het selectievak Voorgrondkleur instellen of het selectievak Achtergrondkleur instellen in het deelvenster Kleur.

HDR Kleurkiezer

De Kleurkiezer is ook beschikbaar wanneer je een functie gebruikt waarin je een kleur moet kiezen, zoals bijvoorbeeld wanneer je op het kleurstaal in de optiebalk van bepaalde gereedschappen klikt of wanneer je op de pipetten in bepaalde kleuraanpassingsdialoogvensters klikt.

❶ Voorvertoning

■■

➏ ➑

❷ Aangepaste kleur ❸ Oorspronkelijke kleur ➍ 32-bits zwevende puntwaarden ➎ Schuifregelaar Intensiteit ➏ Gekozen kleur ➐ Kleurregelaar ❽ Kleurwaarden

Kleuren kiezen voor HDR-afbeeldingen

Het onderste gedeelte van de HDR Kleurkiezer werkt precies zo als de gewone kleurkiezer voor afbeeldingen met 8 of 16 bits. Klik in het kleurveld om een kleur te selecteren en verplaats de schuifregelaar om de kleurtoon te wijzigen. Je kunt numerieke waarden voor een bepaalde kleur invoeren in de velden HSB of RGB. De helderheid neemt van onder naar boven toe in het kleurveld en de verzadiging neemt toe van links naar rechts. Je past de helderheid van de kleur aan met de schuifregelaar Intensiteit. De kleurwaarde en de intensiteitswaarde worden in je HDR-document omgezet in 32-bits numerieke waarden met een zwevend punt. Selecteer een kleur door op het kleurveld te klikken en de schuifregelaar te verplaatsen of door numerieke HSB- of RGB-waarden in te voeren, net als in de Adobe Kleurkiezer.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Pas de schuifregelaar Intensiteit aan om de helderheid van de kleur te versterken of te verzwakken. Aan het nieuwe kleurstaal in de voorvertoningsschaal boven in de kleurkiezer kun je het effect aflezen van het verhogen of verlagen van de stops voor de geselecteerde kleur. De intensiteitsstops komen op omgekeerde wijze overeen met de belichtingstops. Als je de belichtingsinstelling van de HDR-afbeelding met twee stops versterkt en de intensiteitsstops met twee stappen reduceert, lijkt het alsof de belichting en de kleurintensiteit in de HDR-afbeelding beide zijn ingesteld op 0. Als je de exacte 32-bits RGB-waarden voor de gewenste kleur kent, kun je deze waarden rechtstreeks invoeren in de RGB-velden voor 32-bits waarde. Pas de instellingen voor het voorvertoningsgebied aan. 33 Grootte voorvertoningstop. Hiermee stelt je de verhoging per stop in voor ieder voorvertoningsstaal. Als je hier drie instelt, krijgt je de volgende stalen: -9, -6, -3, +3, +6 en +9. Gebruik deze stalen om een voorvertoning van de geselecteerde kleur bij verschillende belichtingsinstellingen weer te geven. 33 Relatief ten opzichte van document. Selecteer deze optie om de voorvertoningsstalen aan te passen aan de huidige belichtingsinstellingen van de afbeelding. Als de belichting van het document bijvoorbeeld vrij hoog is ingesteld, is het nieuwe voorvertoningsstaal lichter dan de kleur die is geselecteerd in het veld van de kleurkiezer om het effect van de hogere belichting op de geselecteerde kleur weer te geven. Als de belichting is ingesteld op 0 (de stan-

17


daardinstelling), wordt het nieuwe staal niet gewijzigd wanneer je deze optie in- of uitschakelt.

Tekenen op HDR-afbeeldingen DD

Je kunt de volgende Photoshop-gereedschappen gebruiken om HDR-afbeeldingen met 32 bits per kanaal te bewerken of om er effecten aan toe te voegen: het penseel, het potlood, de pen, het gummetje, het historiepenseel, de gereedschappen Vorm, Kloonstempel, Patroonstempel, Verloop, Vervagen, Verscherpen en Natte vinger. Je kunt bovendien met het gereedschap Tekst tekstlagen met 32 bits per kanaal toevoegen aan een HDR-afbeelding. Wanneer je HDR-afbeeldingen bewerkt of erop tekent, kun je een voorvertoning van je werk bekijken bij verschillende belichtingsinstellingen met gebruik van de schuifregelaar 32-bits belichting in het gebied met documentinfo of van het dialoogvenster Opties 32-bits voorvertoning (Weergave > Opties 32-bits voorvertoning). Met de HDR Kleurkiezer bekijk je bovendien een voorvertoning van de geselecteerde kleur bij verschillende intensiteitsinstellingen die overeenkomen met verschillende belichtingsinstellingen in een HDR-afbeelding. 1 Open een HDR-afbeelding en stel eventueel de belichting voor de afbeelding in. 2 Als je met het penseel of het potlood werkt, klik je op de voorgrondkleur om de HDR Kleurkiezer te openen en selecteer je een kleur. Klik voor het gereedschap Tekst op het

tekstvak in de optiebalk van het gereedschap Tekst om de tekstkleur in te stellen.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


3 In het voorvertoningsgebied van de HDR Kleurkiezer

selecteer je een voorgrondkleur en pas je deze aan aan ver-

19

VOOR

schillende belichtingsinstellingen in de HDR-afbeelding.

4 Als je het effect wilt zien van tekenen bij verschillende

HDR-belichtingen, kies je Venster > Schikken > Nieuw ven-

ster om meerdere weergaven van dezelfde HDR-afbeelding tegelijk te openen. Vervolgens stel je een andere belichting in voor ieder venster met gebruik van de schuifregelaar Belichting in de statusbalk van het document.

De aanpassing HDR DD

Je kan een HDR-beeld maken via Samenvoegen tot HDR Pro.

Maar dezelfde effecten kan je eveneens bereiken via 'Aanpassingen' > 'HDR kleurtinten'. Met de opdracht HDR-kleurtinten pas je het volledige bereik van instellingen voor HDR-con-

trast en -belichting toe op individuele afbeeldingen.Om deze aanpassing non-destructief te gebruiken, moet je eerst een 'Slimme filter' maken.

,, Individuele foto's aanpassen in HDR met 'HDR' kleurtinten.

NA


PANORAMA'S MAKEN Met de opdracht Photomerge™ combineer je verschillende foto's tot één doorlopende panorama-foto. Je kunt bijvoorbeeld vijf

overlappende foto's van de skyline van een stad samenvoegen tot één panorama. Met de opdracht Photomerge zet je foto's zowel horizontaal als verticaal naast elkaar.

Als je Photomerge-composities wilt maken, kies je Bestand > Automatisch > Photomerge en kies je de bronbestanden. Daarna geef je opties voor de lay-out en voor het samenvoegen op. De opties die je kiest, worden bepaald door de manier waarop je het panorama hebt gefotografeerd. Als je bijvoorbeeld foto's hebt genomen voor een panorama van 360 graden, kies je het beste de lay-outoptie 'Bolvormig'. De foto's worden dan aan elkaar gehecht en getransformeerd alsof ze aan de binnenzijde van een bol worden geplaatst. Zo wordt een panorama van 360° gesimuleerd.

Foto's maken voor Photomerge DD

De bronfoto's spelen een belangrijke rol bij panoramische composities. Volg de onderstaande richtlijnen bij het nemen van foto's om problemen met Photomerge te voorkomen: Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Zorg dat de afbeeldingen elkaar voldoende overlappen. Afbeeldingen moeten elkaar ongeveer 40% overlappen. Als het overlappende gedeelte kleiner is, kan Photomerge het panorama misschien niet automatisch samenstellen. De foto's mogen echter ook weer niet te veel overlappen. Als de foto's elkaar met 70% of meer overlappen, kan Photomerge de foto's misschien niet samenvoegen. Probeer enig onderscheid aan te brengen in de verschillende foto's. Gebruik één brandpuntsafstand. Wijzig de brandpuntsafstand niet (gebruik de zoomfunctie niet) wanneer je foto's maakt met een zoomlens. ■■

Houd de camera recht. Hoewel kleine rotaties tussen de foto's acceptabel zijn, is een hoek van meer dan een paar graden voldoende om fouten te veroorzaken bij het automatisch samenstellen van het panorama. Een statief met een roterende kop helpt bij het vasthouden van de juiste camerapositie en het juiste gezichtspunt. ■■

Verander niet van plaats. Blijf op dezelfde plaats staan als je een serie foto's voor een panorama maakt, zodat de foto's vanuit hetzelfde gezichtspunt worden genomen. Je slaagt er het beste in om het gezichtspunt consistent te houden door de optische zoeker dicht bij het oog te houden. Je kunt ook een statief gebruiken om de camera op dezelfde plaats te houden. ■■

Gebruik geen vervormende lenzen. Vervormingslenzen kunnen problemen opleveren met Photomerge. De optie 'Automatisch' past foto's die met een fisheye lens zijn gefotografeerd wel aan. ■■

21


■■

Handhaaf dezelfde belichting.

Vermijd dat je de flitser gebruikt voor sommige foto's en niet

voor andere. De functie voor overvloeien in Photomerge is handig om verschillende belichtingen in elkaar te laten overvloeien, maar bij extreme verschillen is dit moeilijk. Bij bepaalde

digitale camera's wordt de belichting automatisch aangepast als je foto's maakt. Het is daarom mogelijk dat je de instelling van de camera moet controleren om dezelfde belichting te handhaven.

Een panorama maken met Photomerge DD Voer een van de volgende handelingen uit:

1 Kies Bestand > Automatisch > Photomerge. 2 Kies een van de volgende opties in het menu 'Gebruiken in het gedeelte Bronbestanden' in het dialoogvenster Photomerge:

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33 Bestanden. Hiermee genereer je een Photomerge-compositie met afzonderlijke bestanden.

33 Mappen. Hiermee gebruik je alle afbeeldingen die in een map zijn opgeslagen om de Photomerge-compositie te maken.

3 Bepaal als volgt welke afbeeldingen je wilt gebruiken:

33 Als je afbeeldingen of een map met afbeeldingen wilt

selecteren, klik je op Bladeren en navigeer je naar de bestanden of map.

33 Klik op Geopende bestanden toevoegen als je bestanden

wilt gebruiken die momenteel zijn geopend in Photoshop.

33 Als je foto's uit de lijst Bronbestanden wilt verwijderen,

selecteer je het bestand en klik je op de knop Verwijderen.

4 Selecteer een lay-outoptie:

33 Automatisch. Photoshop analyseert de bronafbeeldingen en past de lay-out Perspectief, Cilindrisch of Bolvormig toe. Welke lay-out wordt toegepast, is afhankelijk van welke het beste Photomerge-resultaat oplevert.

33 Perspectief. Met deze optie wordt een consistente compositie bereikt doordat een van de bronafbeeldingen (stan-

daard de middelste afbeelding) wordt toegewezen als de referentieafbeelding. De andere afbeeldingen worden

vervolgens getransformeerd (indien nodig verplaatst, uit-

gerekt of schuingetrokken), om de overlappende inhoud in de lagen ook daadwerkelijk te laten overlappen.

33 Cilindrisch. Vermindert de vlinderdasvervorming die kan optreden als de optie Perspectief wordt toegepast door de afzonderlijke afbeeldingen als op een opengevou-

23


wen cilinder weer te geven. Overlappende inhoud in de

verschillende bestanden wordt echter nog steeds goed geplaatst. De referentieafbeelding wordt in het middelpunt

geplaatst. Gebruik deze lay-outoptie als je panorama's wilt maken.

33 Bolvormig. Hiermee worden de afbeeldingen uitgelijnd en getransformeerd alsof het om de binnenkant van een bol

gaat. Als je een reeks foto's van 360 graden hebt genomen, gebruik je dit voor panorama's van 360 graden. Je kunt

Bolvormig ook gebruiken om mooie panoramische resultaten te krijgen met andere bestandenreeksen.

33 Collage. Hiermee lijn je de lagen uit, stem je de overlap-

pende inhoud af en transformeer je een van de bronlagen

(roteren of schalen). 33 Positie wijzigen. Kies deze optie om de lagen uit te lijnen en de overlappende inhoud af te stemmen. De bronlagen worden hierbij niet getransformeerd (uitgerekt of schuingetrokken).

5 Selecteer een van de volgende opties:

33 Afbeeldingen samenvoegen. Kies deze optie om de beste

randen tussen de afbeeldingen te zoeken en overgangen

te maken op basis van deze randen en om de kleur van de afbeeldingen op elkaar af te stemmen. Als Afbeeldingen samenvoegen is uitgeschakeld, wordt een standaard,

rechthoekige samenvoeging uitgevoerd. Dit is wellicht een betere optie als je de overvloeimaskers handmatig wilt retoucheren.

33 Vignet verwijderen. Verwijdert belichtingsproblemen en

gecompenseert deze in afbeeldingen met donkere randen

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


die te wijten zijn aan lensfouten of onjuiste lensschaduwen.

33 Correctie geometrische vervorming. Compenseert korrelvorming en speldenkussen- en visoogvervorming.

6 Klik op OK. Er wordt ĂŠĂŠn afbeelding met meerdere lagen

van de bronafbeeldingen gemaakt en indien nodig worden

laagmaskers toegevoegd om optimaal overvloeien te realiseren wanneer de afbeeldingen elkaar overlappen. Je kunt de

laagmaskers bewerken of aanpassingslagen toevoegen als je de verschillende gebieden van het panorama in meer detail wilt aanpassen.

AA Bolvormig panorama

25


AUTOMATISCH UITLIJNEN Een groepsfoto of een familieportret. Hoe vaak lukt het om

meteen een goede foto van zoveel mensen te maken? Meestal is er wel ergens een nonkel Jos die een gekke bek trekt of een

van de kindjes net de andere kant opkijkt. In Photoshop kan je

zo'n probleem oplossen met de functie 'Automatisch uitlijnen'.

Foto's van dezelfde shooting worden als aparte lagen op elkaar uitgelijnd zodat je die delen kunt wegschilderen die je niet wilt in het eindresultaat;één foto waar iedereen lachend naar het vogeltje kijkt.

Gebruik de opdracht 'Lagen automatisch uitlijnen' om mislukte

groepsfoto's automatisch uit te lijnen op basis van de vergelijkbare inhoud in verschillende lagen. Je wijst een laag toe als de

referentielaag of je kunt de referentielaag automatisch laten bepalen door Photoshop. Andere lagen worden uitgelijnd met de

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


27

referentielaag, zodat overeenkomende inhoud wordt overlapt.

Met de opdracht Lagen automatisch voeg je foto's. met overlappende inhoud samen.

1 Kopieer of plaats de foto's die je wilt uitlijnen in hetzelfde document. Elke foto komt in een eigen laag te staan.

Met een script kun je meerdere afbeeldingen naar lagen laden. Kies Bestand > Scripts > Bestanden laden naar stapel.

Je kan eventueel een referentielaag maken in het deelvenster

Lagen door deze te vergrendelen. Als je geen referentielaag instelt, worden alle lagen geanalyseerd en wordt de laag in het middel-

punt van de uiteindelijke compositie ingesteld als de referentielaag.

2 Selecteer de resterende lagen die je wilt uitlijnen. Houd Shift

ingedrukt en klik op lagen om meerdere aan elkaar grenzende lagen in het deelvenster te selecteren. Houd Cmd ingedrukt en klik op lagen om niet-aangrenzende lagen te selecteren.


3 Kies Bewerken > Lagen automatisch uitlijnen en kies de optie

Automatisch. Photoshop analyseert de bronafbeeldingen en past de indeling Perspectief of Cilindrisch toe, afhankelijk van welke optie de beste compositie oplevert. 4 Nadat je lagen automatisch hebt uitgelijnd, kun je Bewerken > Vrije transformatie kiezen om de uitlijning te perfectioneren. Je kunt ook de overvloeimodus tussen de lagen op 'Verschil ' zetten. De foto in de eerste laag wordt negatief weergegeven. Dit kan je helpen om beide foto's nauwkeuriger uit te lijnen. Ben je tevreden met het resultaat dan kan je de overvloeimodus terug op normaal zetten. 5 Zet een masker naast de bovenste laag. 6 Selecteer een zachte borstel en schilder met zwart op de laag om die delen van de foto weg te schilderen die je wilt verbergen. In het voorbeeld is dat de 'knipoog' van de jongen en het 'naar beneden kijken' van het meisje. In het eindresultaat kijken beide in de lens.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


29

CONTACTBLADEN MAKEN Een contactblad is van oorsprong een afdruk van alle negatieven

van een filmrolletje op het ware formaat. De fotograaf kan uit de fotootjes kiezen welke hij vergroot wenst af te drukken. Dit kan

uiteraard ook digitaal met de automatische handeling 'Contactbladen maken'. De functie is hetzelfde: snel een keuze kunnen maken uit alle beelden van de shooting. En dit op een afdruk.

Ga naar 'Bestand' > 'Automatisch' > 'Contactblad II' . Het venster

'Contactblad II opent en je kan vol-

gende zaken ingeven. Kies de map met foto's die je als contacten wilt afprinten: Gebruik > Map ➊ . Klik op 'Kiezen'. Geef de specificaties

van het contactblad op: 'Breedte', 'Hoogte', 'Resolutie', 'Modus', ... ❷

Geef aan of lagen moet verenigd

worden of niet. Geef aan hoeveel

miniaturen in rijen en kolommen ❸ moeten geplaatst worden met

spatiëring. Vink tenslotte aan of je bijschriften wilt of niet ➍ en

klik op OK. Het contactblad wordt

nu automatisch aangemaakt en kan geprint worden of bewaard worden als pdf.


HANDELINGEN Een handeling is een reeks taken die je kunt toepassen op één

bestand of op een reeks bestanden, menu-opdrachten, deelvensteropties, acties van gereedschappen enz. Je maakt bijvoor-

beeld een handeling waarmee de grootte van een foto wordt

gewijzigd, een effect op de foto wordt toegepast en het bestand vervolgens in de gewenste indeling wordt opgeslagen.

Handelingen kunnen stappen bevatten waarin je een taak

uitvoert die niet kan worden opgenomen (zoals het gebruik

van een tekengereedschap). Handelingen kunnen ook modale besturingselementen bevatten (die de tussenkomst van de gebruiker vereisen).

Dit houdt in dat je waarden in een dialoogvenster invoert tijdens het afspelen van een handeling.

In Photoshop vormen handelingen de basis voor druppels.

Dit zijn kleine programma's waarmee automatisch alle bestan-

den worden verwerkt die naar het pictogram van het programma worden gesleept.

Photoshop wordt geleverd met vooraf gedefinieerde handelin-

gen die je helpen bij het uitvoeren van veelvoorkomende taken. je kunt deze handelingen zo gebruiken, ze aanpassen aan je

eigen behoeften of nieuwe handelingen maken. Handelingen worden in sets opgeslagen, zodat je ze kunt ordenen. Je kunt handelingen opnemen, bewerken, aanpassen, ze als batch

verwerken en groepen handelingen beheren door met handelingensets te werken.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


31

Het deelvenster Handelingen ❶ Handelingenset ❷ Handeling

❸ Opgenomen opdrachten

➍ Ingesloten opdracht

➎ Modaal besturingsele-

ment (schakelt in of uit)

➏ Toegekende functietoets

➐ Toegekende kleur

❽ Knoppen handelingen,

opnemen en sets maken

Overzicht van het deelvenster Handelingen DD

Je neemt in het deelvenster Handelingen (Venster > Handelin-

gen) afzonderlijke handelingen op, speelt ze af of bewerkt ze. In dit deelvenster kun je ook bestanden met handelingen opslaan en laden.


,, Deelvenster 'Handelingen' als knoppen weergegeven ■■

Sets, handelingen en opdrachten samenvouwen en uitvouwen

Klik in het deelvenster Handelingen op het driehoekje links van

de set, handeling of opdracht. Houd Alt ingedrukt en klik op het driehoekje als je alle handelingen in een set of alle opdrachten in een handeling wilt uitvouwen of samenvouwen. ■■

Handelingen alleen op naam weergeven

Selecteer Knopmodus in het menu van het deelvenster Hande-

lingen. Kies nogmaals Knopmodus om terug te keren naar de

lijstmodus. In de knopmodus kun je geen afzonderlijke opdrachten of sets bekijken. ■■

Handelingen selecteren in het deelvenster Handelingen

Klik op de naam van een handeling. Houd Shift ingedrukt en klik op namen van handelingen om meerdere, aangrenzende handelingen te selecteren en houd Cmd ingedrukt terwijl je klikt om meerdere niet-aangrenzende handelingen te selecteren.

Een handeling opnemen DD

Wanneer je een nieuwe handeling maakt, worden alle op-

drachten en gereedschappen die je gebruikt aan de handeling toegevoegd totdat je de opname stopt.

Werk in een kopie om te voorkomen dat er fouten ontstaan Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33

en neem aan het begin van de handeling, voordat je andere

opdrachten toepast, de opdracht 'Bestand' > 'Opslaan als' op en selecteer 'Als kopie' . â– â– 

Open een bestand.

Klik in het deelvenster Handelingen op de knop 'Nieuwe handeling maken'. Voer een naam in voor de handeling, selecteer een handelingenset en stel de gewenste opties in.

33 Functietoets. Wijs eventueel een sneltoets toe aan de handeling. je kunt elke toetsencombinatie van een functie-

toets, de Cmd-toets en de Shift-toets kiezen (bijvoorbeeld

AA Een nieuwe handeling maken

Cmd+Shift+F3).

33 Kleur. Wijs een kleur toe voor de weergave in de knopmodus.

Klik op 'Opnemen beginnen'. De knop Opnemen beginnen in het deelvenster Handelingen wordt rood .

BELANGRIJK: Wanneer je de opdracht 'Opslaan als' gebruikt,

mag je de bestandsnaam niet wijzigen. Als je een nieuwe be-

standsnaam invoert, wordt die nieuwe naam telkens wanneer je de handeling uitvoert, opgenomen en gebruikt. Als je naar een

andere map navigeert voordat je het bestand opslaat, kun je een andere locatie opgeven zonder een bestandsnaam te moeten opgeven.

Voer de bewerkingen en opdrachten uit die je wilt opnemen. Niet alle taken kunnen rechtstreeks worden opgenomen.

De meeste taken die je niet rechtstreeks kunt opnemen, kun je wel invoegen met behulp van de opdrachten in het menu van het deelvenster 'Handelingen'.

Als je de opname wilt stoppen, klik je op de knop 'Afspelen/opnemen stoppen'. In Photoshop kun je ook op de toets Esc drukken.

AA De opname stoppen


AA Commentaarvenster bij 'Stop invoegen'

AA Stop ingevoegd

%% Menu-opdracht 'Stop invoegen'

Als je de opname in dezelfde handeling wilt hervatten, kies je

'Opname starten' in het menu van het deelvenster Handelingen.

Een stop invoegen DD

Je neemt stops in een handeling op, zodat je een taak kunt uit-

voeren die niet kan worden opgenomen (bijvoorbeeld als je een tekengereedschap wilt gebruiken). Klik, zodra je de taak hebt

uitgevoerd, op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen om de handeling te voltooien.

Je kunt ook een kort bericht weergeven wanneer de handeling de stop bereikt, zodat je weet wat er moet gebeuren voordat je doorgaat met de handeling. je kunt een knop Doorgaan in het bericht opnemen als er geen andere taken hoeven te worden uitgevoerd.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


35

1 Kies op een van de volgende manieren de plaats waar de stop moet komen:

33 Selecteer de naam van een handeling als je een stop wilt invoegen na de handeling.

33 Selecteer een opdracht als je een stop wilt invoegen na de opdracht.

2 Kies Stop invoegen in het menu van het deelvenster Handelingen.

3 Typ het bericht dat moet verschijnen. 4 Als je de mogelijkheid wilt hebben om de handeling te ver-

volgen zonder te stoppen, selecteer je Doorgaan. Klik op OK.

Stops kunnen tijdens of na de opname van een handeling worden ingevoegd.

Instellingen wijzigen bij afspelen handeling DD

Standaard worden handelingen voltooid met de waarden die bij de oorspronkelijke opname van de handelingen zijn opgegeven. Als je de instellingen voor een opdracht binnen een handeling

wilt wijzigen, kun je een 'modaal besturingselement' invoegen.

Besturingselement uit

ling, zodat je waarden kunt invoeren in een dialoogvenster of

Geen besturingselement

besturingselement moet je op Enter of Return drukken om het bij-

Besturingselement aan

Met een modaal besturingselement onderbreek je een hande-

een modaal besturingselement kunt gebruiken. (Bij een modaal

behorende effect toe te passen. Als je eenmaal op Enter of Return hebt gedrukt, worden de taken van de handeling voortgezet.)

Een modaal besturingselement wordt aangeduid met het pictogram van een dialoogvenster links van een opdracht, handeling of set in het deelvenster Handelingen.

Een rood pictogram van een dialoogvenster geeft een hande-


ling of set aan waarin bepaalde (maar niet alle) opdrachten

modaal zijn. In de knopmodus kun je geen modaal besturingselement instellen.

Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Als je een modaal besturingselement wilt inschakelen

voor een opdracht in een handeling, klik je op het vakje

links van de opdrachtnaam. Klik nogmaals op het vakje om het modale besturingselement uit te schakelen.

33 Als je modale besturingselementen voor alle opdrachten in een handeling wilt in- of uitschakelen, klik je op het vakje links van de naam van de handeling.

33 Als je modale besturingselementen voor alle handelingen

in een set wilt in- of uitschakelen, klik je op het vakje links van de naam van de set.

GG Aan- of uitvinken

Opdrachten uitsluiten van een handeling DD

Je kunt opdrachten uitsluiten als je deze niet wilt afspelen als deel van een opgenomen handeling. Je kunt geen opdrachten uitsluiten in de knopmodus.

Vouw indien nodig de lijst met opdrachten in de handeling uit door in het deelvenster Handeling op het driehoekje links van de naam van de handeling te klikken.

Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Als je één opdracht wilt uitsluiten, schakel je het selectie-

vakje links van de opdrachtnaam uit. Klik nogmaals op het selectievakje om de taak weer op te nemen.

33 Als je alle opdrachten of handelingen in een handeling of set wilt uitsluiten of opnemen, klik je op het selectievakje links van de naam van de handeling of de set. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33 Als je alle opdrachten wil uitsluiten of opnemen, behalve de geselecteerde opdracht, houd je Alt ingedrukt en klik je op het selectievakje van de opdracht.

In Photoshop wordt het vinkje van de bovenliggende handeling

rood en in Illustrator lichtgrijs weergegeven om aan te geven dat sommige van de opdrachten in de handeling zijn uitgesloten.

Opdracht invoegen waarvan geen opname DD kan worden gemaakt

Je kunt geen opnamen maken van de verf- en belichtingsge-

reedschappen, van gereedschapsopties en van de opdrachten in de menu's Weergave en Venster. Je kunt wel verschillende

niet-opneembare opdrachten in een handeling opnemen met de opdracht 'Menu-opdracht invoegen'.

Opdrachten kunnen tijdens of na de opname van een handeling worden ingevoegd. Omdat een ingevoegde opdracht pas wordt uitgevoerd wanneer de handeling wordt afgespeeld, blijft het bestand ongewijzigd wanneer de opdracht wordt ingevoegd. In de handeling worden geen waarden voor de opdracht opgenomen. Als de opdracht een dialoogvenster

heeft, verschijnt dit tijdens het afspelen en wordt de handeling onderbroken totdat je op OK of Annuleren klikt.

1 Kies de plaats waar de menu-opdracht moet komen: 2 Selecteer de naam van een handeling als je de opdracht wilt invoegen na de handeling.

3 Selecteer een opdracht als je de menu-opdracht wilt invoegen na de opdracht.

4 Kies Menu-opdracht invoegen in het menu van het deelvenster Handelingen.

37


,, Menu-opdracht invoegen

5 Kies in het dialoogvenster Menu-opdracht invoegen een menu-opdracht.

6 Klik op OK.

Handelingen bewerken en opnieuw opnemen DD

Je kunt handelingen heel eenvoudig bewerken en aanpassen. Je kunt de instellingen van elke opdracht in een handeling

aanpassen, opdrachten aan een bestaande handeling toevoe-

gen of een volledige handeling stap voor stap doorlopen en een bepaalde instelling of alle instellingen wijzigen. ■■

Eén opdracht overschrijven

Dubbelklik in het deelvenster Handelingen op de opdracht. Typ de nieuwe waarden en klik op OK.

Opdrachten toevoegen aan een handeling Voer een van de volgende handelingen uit: 33 Selecteer de naam van de handeling als je een nieuwe opdracht wilt invoegen aan het eind van de handeling. 33 Selecteer een opdracht in de handeling als je na de handeling een opdracht wilt invoegen. 33 Klik op de knop Opnemen beginnen of kies Opname starten in het menu van het deelvenster Handelingen. 33 Neem de aanvullende opdrachten op. 33 Klik op de knop Afspelen/opnemen stoppen in het deelvenster Handelingen of kies Opname stoppen in het deelvensterme■■

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


nu wanneer de opname gereed is. ■■

Opdrachten in een handeling opnieuw rangschikken

Sleep een opdracht in het deelvenster Handelingen naar de

nieuwe locatie in dezelfde of in een andere handeling. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat. ■■

Een handeling opnieuw opnemen

Selecteer een handeling en kies Opnieuw opnemen in het menu van het deelvenster Handelingen.

Als er een modaal besturingselement wordt weergegeven,

gebruik je het besturingselement om andere instellingen te

maken en druk je op Enter of Return. Als je dezelfde instellingen wilt behouden, druk je gewoon op Enter of Return.

Als er een dialoogvenster wordt weergegeven, wijzig je de

instellingen en klik je op OK om de gewijzigde waarden op

te nemen. Als je dezelfde waarden wilt gebruiken, klik je op Annuleren.

Voorwaardelijke moduswijziging toevoegen DD aan een handeling

Je kunt voorwaarden opgeven voor een moduswijziging zodat het omzetten kan worden uitgevoerd tijdens een handeling. Dit is een reeks opdrachten die achtereenvolgens worden

uitgevoerd op één bestand of een groep (batch) bestanden.

Wanneer een moduswijziging in een handeling is opgenomen,

kan er een fout optreden als de bronmodus van het bestand dat wordt geopend niet overeenkomt met de bronmodus die in de handeling is opgegeven. Een handeling kan bijvoorbeeld een

39


stap bevatten waarmee een afbeelding met de bronmodus RGB wordt omgezet in de doelmodus CMYK. Als je deze handeling

toepast op een afbeelding in grijswaardenmodus (of elke andere bronmodus dan RGB), treedt er een fout op.

Bij het opnemen van een handeling kun je de opdracht 'Voor-

waardelijke moduswijziging' gebruiken om een of meer modi op AA Voorwaardelijke moduswijziging

te geven voor de bronmodus en een modus voor de doelmodus.

1 Start de opname van een handeling. 2 Kies Bestand > Automatisch > Voorwaardelijke moduswijziging. 3 Selecteer een of meer modi als bronmodus in het dialoogvenster 'Voorwaardelijke moduswijziging'. Gebruik de

knoppen Alles of Geen om alle beschikbare modi of geen modus te selecteren.

4 Kies een doelmodus in het pop-upmenu Modus. 5 Klik op OK. De voorwaardelijke moduswijziging wordt als een nieuwe stap weergegeven in het deelvenster Handelingen.

Handeling afspelen op een bestand DD

Als je een handeling afspeelt, worden de opgenomen opdrachten van de handeling in het actieve document uitgevoerd. Bij

bepaalde handelingen moet je eerst een selectie maken voordat je de handeling kunt afspelen. Sommige handelingen kunnen worden uitgevoerd op een volledig bestand. Je kunt bepaalde opdrachten uitsluiten van een handeling of slechts één op-

dracht afspelen. Als de handeling modale besturingselementen heeft, kun je in een dialoogvenster gereedschappen gebruiken

of waarden invoeren wanneer de handeling wordt gepauzeerd.

1 Selecteer, indien nodig, objecten waarop de handeling moet worden afgespeeld of open een bestand.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


41

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Als je een set handelingen wilt afspelen, selecteer je de naam van de set en klik je op Afspelen in het deelvenster Handelingen of selecteer je Afspelen in het deelvenstermenu.

33 Als je één handeling volledig wilt afspelen, selecteer je de naam van de handeling en klik je op de knop Afspelen in

het deelvenster Handelingen of selecteer je Afspelen in het deelvenstermenu.

33 Als je een toetsencombinatie aan de handeling hebt

toegewezen, druk je op die combinatie om de handeling automatisch af te spelen.

33 Als je slechts een gedeelte van een handeling wilt afspelen, selecteer je de opdracht waarmee het afspelen moet

beginnen en klik je op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen of kies je Afspelen in het deelvenstermenu.

33 Als je één handeling wilt afspelen, selecteer je de opdracht

en houd je Cmd ingedrukt terwijl je op de knop Afspelen in het deelvenster Handelingen klikt. je kunt ook Cmd ingedrukt houden en op de opdracht dubbelklikken.

33 Als je in Photoshop een handeling ongedaan wilt maken, maakt je eerst een opname in het deelvenster Historie

voordat je een handeling afspeelt. Je kunt dan de handeling ongedaan maken door de opname te selecteren.

De afspeelsnelheid opgeven DD

Je kunt de afspeelsnelheid van een handeling aanpassen of deze pauzeren om een handeling op fouten te kunnen controleren.

33 Kies Terugspeelopties in het menu van het deelvenster Handelingen. 33 Selecteer een snelheid en klik op OK.

De knop afspelen


■■

Versneld

Speelt de handeling op een normale snelheid af (de stan-

daardinstelling. Wanneer je een handeling op hoge snelheid afspeelt, wordt het scherm mogelijk niet snel genoeg bijgewerkt

en kan het gebeuren dat bestanden worden geopend, gewijzigd, opgeslagen en gesloten zonder dat dit op het scherm zichtbaar is. Zo kan de handeling sneller worden uitgevoerd. Als je de

bestanden op het scherm wilt weergeven terwijl de handeling wordt uitgevoerd, moet je de optie Stap voor stap kiezen. ■■ AA De verschillende terugspeel-opties

Stap voor stap

Voltooit iedere opdracht en tekent de afbeelding opnieuw voordat je doorgaat naar de volgende opdracht in de handeling. ■■

Pauzeren gedurende __ seconden

Geeft aan hoe lang er moet worden gewacht tussen het uitvoeren van twee opdrachten in de handeling.

Handelingen beheren DD

Je kunt handelingen in het deelvenster Handelingen beheren

om ze te ordenen en om alleen die handelingen beschikbaar te

stellen die je voor een project nodig hebt. Je kunt opties voor handelingen opnieuw rangschikken, dupliceren, verwijderen, een

nieuwe naam geven en wijzigen in het deelvenster Handelingen. ■■

Handelingen opnieuw rangschikken

Sleep de handeling in het deelvenster Handelingen naar een

nieuwe locatie voor of na een andere handeling. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat. ■■

Handelingen, opdrachten of sets dupliceren

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


43

Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Houd Cmd ingedrukt en sleep de handeling of opdracht naar

een nieuwe locatie in het venster Handelingen. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat.

33 Selecteer een handeling of opdracht. Kies vervolgens Dupliceren in het menu van het deelvenster Handelingen.

33 Sleep een handeling of opdracht naar de knop Nieuwe handeling maken onder aan het deelvenster Handelingen.

Je kunt sets dupliceren met een van deze methoden. ■■

Handelingen, opdrachten of sets verwijderen

1 Selecteer een handeling, opdracht of set in het deelvenster Handelingen.

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Klik op het prullenbakje in het deelvenster Handelingen. 33 Klik op OK om de verwijdering te bevestigen.

33 Houd Cmd ingedrukt en klik op het pictogram met de

prullenbak als je de selectie wilt verwijderen zonder dat te hoeven bevestigen.

33 Sleep de selectie naar het pictogram met de prullenbak in

het deelvenster Handelingen om de selectie te verwijderen zonder dat te hoeven bevestigen.

33 Kies Verwijderen in het menu van het venster Handelingen. ■■

Alle handelingen in het deelvenster Handelingen verwijderen

Kies Alle handelingen wissen in het menu van het deelvenster

Handelingen. Zelfs nadat je alle handelingen hebt gewist, kun je de standaardhandelingenset van het deelvenster Handelingen herstellen.

AA Een handeling naar een andere plaats slepen


■■

De naam van een handeling wijzigen of opties wijzigen

Selecteer de handeling en kies Handelingopties in het menu van het deelvenster Handelingen.

Typ een nieuwe naam voor de handeling of wijzig de opties voor de handelingenset, de functietoetscombinatie of de knopkleur. Klik op OK.

In Photoshop kun je in het deelvenster Handelingen dubbelklikken op een handeling en een nieuwe naam direct in het deelvenster invoeren.

Handelingensets beheren DD

Je maakt en ordent sets met handelingen die betrekking hebben op een bepaalde taak. Je bewaart deze sets en brengt ze over naar andere computers. Alle handelingen die je maakt, worden automatisch in het deelvenster Handelingen weergegeven, maar als je een handeling werkelijk wilt opslaan en niet het risico wilt lopen dat deze handeling het deelvensterbestand Handelingen verwijdert, moet je de handeling opslaan als deel van een handelingenset. ■■

Een set handelingen opslaan

1 Selecteer een set. Als je één handeling wilt opslaan, moet je eerst een handelingenset maken en de handeling naar de nieuwe set verplaatsen. 2 Kies Handelingen opslaan in het menu van het deelvenster Handelingen.

3 Voer een naam in voor de set, kies een locatie en klik op

Opslaan. Je kunt het bestand op een willekeurige locatie

opslaan. je kunt alleen de volledige inhoud van een set in

het deelvenster Handelingen opslaan. Afzonderlijke handelingen kunnen niet worden opgeslagen. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Als je het bestand met de opgeslagen handelingenset opslaat in de map Voorinstellingen/Handelingen, wordt de set pas onder in

het menu van het deelvenster Handelingen weergegeven nadat je de toepassing opnieuw hebt gestart.

Houd Cmd+alt ingedrukt wanneer je de opdracht Handelingen opslaan kiest om de handelingen op te slaan in een tekstbestand. Dit bestand kun je gebruiken om de inhoud van een

handeling te evalueren of af te drukken. Het tekstbestand kan echter niet meer in Photoshop worden geladen. â– â– 

Een set handelingen laden

In het deelvenster Handelingen staan standaard enkele voorgeprogrammeerde handelingen (geleverd bij de toepassing)

en verder handelingen die je zelf hebt gemaakt. je kunt in het deelvenster Handelingen ook extra handelingen laden. Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Kies Handelingen laden in het menu van het deelvenster

Handelingen. Zoek en selecteer het bestand met de handelingenset en klik op Laden

33 Selecteer een handelingenset onder in het menu van het

deelvenster Handelingen. In Photoshop hebben bestanden met een handelingenset de extensie .atn.

â– â– 

De standaardset met handelingen herstellen

Kies Handelingen herstellen in het menu van het deelvenster Handelingen. Klik op OK om de huidige handelingen in het

deelvenster Handelingen te vervangen door de standaardset

of klik op Toevoegen om de set standaardhandelingen aan de huidige handelingen in het deelvenster toe te voegen.

45


Handelingensets ordenen Je kun jehandelingen beter organiseren door ze onder te brengen in sets die je opslaat op een schijf. Je maakt handelingensets voor verschillende soorten werk, bijvoorbeeld drukwerk en onlinepublicaties, en deze sets kopiëren naar andere computers. 33 Als je een een nieuwe set met handelingen wilt maken, klik je in het deelvenster Handelingen op de knop Nieuwe set maken Voer vervolgens een naam in voor de set en klik op OK. 33 Als je een nieuwe handeling wilt maken en deze in een nieuwe set wilt onderbrengen, maak je eerst de nieuwe set. De nieuwe set wordt vervolgens in het pop-upmenu van de set weergegeven wanneer je de nieuwe handeling maakt. 33 Als je een handeling naar een nieuwe set wilt verplaatsen, sleep je de handeling naar de desbetreffende set. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat. 33 Als je de naam van een set met handelingen wilt wijzigen, dubbelklik je in het deelvenster Handelingen op de naam van de set of selecteer je Opties instellen in het menu van het deelvenster Handelingen. Voer vervolgens de nieuwe naam in voor de set en klik op OK. 33 Als je alle handelingen in het deelvenster Handelingen wilt vervangen door een nieuwe set, kies je Handelingen vervangen in het menu van het deelvenster Handelingen. Selecteer een bestand met handelingen en klik op Laden. Met de opdracht Handelingen vervangen vervang je alle sets handelingen in het huidige document. Alvorens deze opdracht te gebruiken, is het aan te raden een kopie van de huidige set handelingen op te slaan via de opdracht Handelingen opslaan. ■■

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


47

Gereedschappen opnemen in een handeling DD

Vanaf Photoshop CS6 kun je ook gereedschappen, zoals het penseel, in een handeling opnemen. Om deze functie in te schakelen, kies je Gereedschapsopname toestaan in het menu van het deelvenster Handelingen. Houd het volgende in gedachten:

33 Als je een gereedschap opneemt, kies je het penseel als

onderdeel van de handeling. Anders wordt het momenteel geselecteerde penseel gebruikt.

33 Als je de handeling opneemt om bij een ander formaat af te

spelen, stel je de maateenheden van Photoshop in op een percentage en registreer je de penseelgrootte niet als onderdeel van een penseelvoorinstelling.

AA Gereedschappen opnemen in een handeling


AFBEELDINGSPROCESSOR Met behulp van de Afbeeldingsprocessor kun je meerdere

bestanden omzetten en verwerken. In tegenstelling tot de

opdracht Batch kun jemet de Afbeeldingsprocessor bestanden

verwerken zonder dat je eerst een handeling hoeft te maken. In de Afbeeldingsprocessor kun jehet volgende doen:

33 Meerdere bestanden omzetten in JPEG-, PSD- of TIFF-inde-

ling, of bestanden tegelijk in alle drie indelingen omzetten.

33 Meerdere Camera Raw-bestanden verwerken met behulp van dezelfde opties.

33 Afbeeldingen vergroten/verkleinen zodat deze binnen de opgegeven pixelafmetingen passen.

33 Een kleurprofiel insluiten of meerdere bestanden in de

sRGB-indeling omzetten en deze als JPEG-webafbeeldingen opslaan.

33 Metagegevens met betrekking tot copyright in de omgezette afbeeldingen opnemen.

De Afbeeldingsprocessor werkt met Photoshop (PSD)-, JPEG- en Camera Raw-bestanden.

1 Ga als volgt te werk:

Kies Bestand > Scripts > Afbeeldingsprocessor (Photoshop).

OF Kies Gereedschappen > Photoshop > Afbeeldingsprocessor (Bridge).

2 Selecteer de afbeeldingen die je wilt verwerken. Je kunt

geopende bestanden verwerken of een map met bestanden selecteren ➊.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


49

❶ ➋ ❸

❽ ➒

3 (Optioneel) Selecteer Eerste afbeelding openen ➋ om instellingen toe te passen zodat dezelfde instellingen steeds op alle afbeeldingen worden toegepast. Als je bv een aantal

Camera Raw-bestanden verwerkt die onder dezelfde belichtingsomstandigheden zijn gemaakt, kun je de instelling in


de eerste foto naar wens aanpassen en vervolgens dezelfde instellingen op de overige afbeeldingen toepassen.

Gebruik deze optie bij PSD- of JPEG-bronafbeeldingen als

het kleurprofiel van de bestanden niet met uw werkprofiel overeenkomt. Je kiest een kleurprofiel bij de eerste foto en alle overige afbeeldingen in de map worden omgezet.

4 Selecteer de locatie waar je de verwerkte bestanden wilt opslaan ❸. Als je hetzelfde bestand meerdere keren in

dezelfde doelmap verwerkt, wordt ieder bestand onder een eigen bestandsnaam opgeslagen en niet overschreven.

5 Selecteer de bestandstypen en opties die je wilt opslaan. ■■

Opslaan als JPEG ➍ .

Slaat foto's in JPEG-indeling in de map JPEG in de doelmap op. 33 Kwaliteit. Stelt de afbeeldingskwaliteit in tussen 0 en 12.

33 Passend maken. Past de grootte van de afbeelding aan de

afmetingen die je in Breedte en Hoogte invoert aan. De afbeelding behoudt zijn oorspronkelijke verhoudingen.

33 Profiel omzetten in sRGB. Zet het kleurprofiel om in sRGB. Zorg ervoor dat je ICC-profiel opnemen selecteert als je het profiel met de afbeelding wilt opslaan. ■■

Opslaan als PSD ❺.

Slaat afbeeldingen in Photoshop-indeling in de map PSD in de doelmap op.

33 Compatibiliteit maximaliseren. Slaat een samengestelde versie

van een gelaagde afbeelding binnen het doelbestand op, zodat deze compatibel is met toepassingen die geen gelaagde afbeeldingen kunnen lezen.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


■■

Opslaan als TIFF ➏ .

Slaat afbeeldingen in TIFF-indeling in de map TIFF in de doelmap op.

33 LZW-compressie. Slaat het TIFF-bestand met behulp van de LZW-compressietechniek op.

6 Stel de overige verwerkingsopties in.

33 Handeling uitvoeren ❼. Voert een Photoshop-handeling

uit. Kies de handelingenset uit het eerste en de handeling uit het tweede menu. je dient de handelingenset in het deelvenster Handelingen te laden voordat je deze in de menu's kunt weergeven.

33 Copyrightinfo ❽. Bevat alle tekst die je in IPTC-metagegevens met betrekking tot copyright voor het bestand hebt

ingevoerd. De metagegevens met betrekking tot copyright in het oorspronkelijke bestand worden door de tekst die je hier invoert, overschreven.

33 ICC-profiel opnemen ➒ . Sluit het kleurprofiel in de opgeslagen bestanden in.

7 Klik op Uitvoeren.

Voordat je de afbeeldingen verwerkt, klik je op Opslaan om de huidige instellingen in het dialoogvenster op te slaan.

Als je dezelfde instellingen nog eens wilt gebruiken om be-

standen te verwerken, klik je op Laden en bladert je naar de

locatie waar je de instellingen voor de Afbeeldingsprocessor hebt opgeslagen.

51


BATCH EN 'DRUPPEL MAKEN' Een groep bestanden verwerken DD Met de opdrachten Batch en 'Druppel Maken' voer je een handelingen op een map of bestanden uit.

Bij batchverwerking kun je alle bestanden geopend laten,

sluiten en de wijzigingen in de oorspronkelijke bestanden

opslaan, of de gewijzigde versie van de bestanden opslaan op een nieuwe locatie (zodat de originelen ongewijzigd blijven).

Als je de verwerkte bestanden opslaat op een nieuwe locatie, is het verstandig een nieuwe map voor verwerkte bestanden te maken voordat je de batchopdracht start.

Als je meerdere handelingen als batch wilt verwerken, maak

je een nieuwe handeling die alle andere handelingen afspeelt en verwerk je die met de nieuwe handeling. Als je meerdere

mappen wilt verwerken in een batchopdracht, maak je binnen

een map aliassen naar de andere mappen die je wilt verwerken en selecteer je de optie Inclusief alle submappen.

Je krijgt betere prestaties door het aantal staten in de historie te

verkleinen en de optie Eerste opname automatisch maken (in het deelvenster Historie) uit te schakelen.

Bestanden in batches verwerken DD

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Kies Bestand > Automatisch > Batch (Photoshop). 33 Kies Extra > Photoshop > Batch (Bridge).

2 Geef de handeling op die je wilt gebruiken om bestanden

vanuit de pop-upmenu's Set en Handeling ➊ te verwerken.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


53

❶ ➋ ❺ ❻

❽ ❼ ❸ ➍ ⓭

⓮ ⓯

In deze menu's zie je de handelingen die beschikbaar zijn

in het deelvenster Handelingen. Het is mogelijk dat je een andere set moet kiezen of een set in het deelvenster moet laden als de handeling niet wordt weergegeven.


3 Kies in het pop-upmenu Bron ❷ de bestanden die je wilt verwerken.

33 Map. Verwerkt bestanden in een map die je opgeeft.

Klik op Kiezen om de map te zoeken en te selecteren.

33 Importeren. Verwerkt afbeeldingen van een digitale camera, scanner of PDF-document.

33 Geopende bestanden. Verwerkt alle geopende bestanden. 33 Bridge. Verwerkt geselecteerde bestanden in Adobe

Bridge. Als er geen bestanden zijn geselecteerd, worden de bestanden in de huidige Bridge-map verwerkt.

4 Stel opties voor het verwerken, opslaan en benoemen van bestanden in.

■■

Een batch bestanden verwerken met verschillende indelingen die zich bevinden in geneste mappen

Verwerk de mappen op de gebruikelijke wijze tot de stap Doel.

❸ Kies Opslaan en sluiten als doel. Je kunt opties voor 'Opslaan

als'-opdrachten in handeling negeren' ➍ opgeven om het volgende te doen:

Als in de stap 'Opslaan als' in de handeling een bestands-

naam is opgenomen, wordt het bestand overschreven met de naam van het document dat wordt opgeslagen. Alle 'Opslaan

als'-stappen worden verwerkt alsof deze zonder bestandsnaam zijn opgenomen.

De map die je in de handelingsstap "Opslaan als" hebt opge-

geven, wordt overschreven door de oorspronkelijke map van

het document. Je dient een stap "Opslaan als" op te nemen in de handeling, want de opdracht Batch slaat bestanden niet

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


automatisch op. Met deze procedure kun je bijvoorbeeld foto's in hun oorspronkelijke mappen verscherpen, vergroten/ver-

kleinen en opslaan in JPEG-indeling. Je maakt een handeling die een stap Verscherpen, Vergroten/verkleinen en een stap

"Opslaan als JPEG" bevat. Wanneer je deze handeling als batch verwerkt, selecteer je Inclusief alle submappen, kies je als doel Handeling negeren voor 'Opslaan als'-opdrachten.

Opties voor het verwerken van batches DD

Geef deze opties op in de dialoogvensters Batch en Druppel. 33 "Openen"-opdrachten in handeling negeren â?ş

Kies deze opdracht als je er zeker van wilt zijn dat de bestanden die je hebt geselecteerd in de opdracht Batch worden verwerkt, zonder het bestand te openen dat je hebt opgegeven in de

opdracht Openen van de handeling. Als de handeling een op-

dracht Openen bevat waarmee een opgeslagen bestand wordt geopend en je deze optie niet selecteert, opent en verwerkt de

opdracht Batch alleen het bestand dat je hebt gebruikt voor het opnemen van de opdracht Openen.

De handeling dient een opdracht Openen te bevatten om deze optie te kunnen gebruiken. Anders opent de opdracht Batch

niet de bestanden die je hebt geselecteerd voor batchverwerking. Als je deze optie kiest, wordt niet alle informatie in de

opdracht Openen genegeerd, alleen het kiezen van de te openen bestanden wordt genegeerd.

Schakel deze optie uit als de handeling is opgenomen om te

werken op een geopend bestand of als de handeling opdrachten

55


Openen bevat voor specifieke bestanden die zijn vereist voor de handeling.

33 Inclusief alle submappen ❻

Verwerkt bestanden in de submappen van de opgegeven map. 33 Waarschuwingen omtrent kleurprofielen onderdrukken ❼

Schakelt de weergave van waarschuwingen over kleurbeleid uit.

33 Dialoogvensters met opties voor het openen van bestanden onderdrukken ❽

Onderdrukt dialoogvensters met opties voor het openen van

bestanden. Dit is handig wanneer je handelingen voor batch-

verwerking opneemt voor Camera Raw-afbeeldingsbestanden. De standaardinstellingen of de eerder opgegeven instellingen worden gebruikt.

33 Het menu Doel ❾

❿ ⓫ ⓬

Hiermee stel je in waar de verwerkte bestanden moeten worden opgeslagen.

33 Geen ❿.

Laat de bestanden open zonder wijzigingen op te slaan (tenzij de handeling de opdracht Opslaan bevat).

33 Opslaan en sluiten ⓫.

Slaat de bestanden op de huidige locatie op, waardoor de oorspronkelijke bestanden worden overschreven.

33 Map ⓬. Slaat de verwerkte bestanden op een andere locatie op. Klik op Kiezen om de doelmap op te geven.

33 Handeling negeren voor "Opslaan als"-opdrachten ❹

Zorgt ervoor dat de verwerkte bestanden onder hun oorspronkeDesktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


lijke naam of onder de naam die je hebt opgegeven in het gedeelte Naamgeving van bestanden van het dialoogvenster Batch wor-

den opgeslagen in de doelmap die is opgegeven door de opdracht Batch (of naar hun originele map als je Opslaan en Sluiten kiest). Als je deze optie niet selecteert en je handeling een opdracht

Opslaan als bevat, worden de bestanden opgeslagen in de map

die is opgegeven bij de opdracht 'Opslaan als' in de handeling en

niet in de map die is opgegeven bij de opdracht Batch. Als je deze optie niet selecteert en de opdracht Opslaan als in de handeling een bestandsnaam bepaalt, overschrijft de opdracht Batch bo-

vendien iedere keer dat een afbeelding wordt verwerkt hetzelfde bestand (het bestand dat is opgegeven in de handeling).

Als je wilt dat de opdracht Batch de bestanden verwerkt met gebruik van de oorspronkelijke bestandsnamen in de map die je in de opdracht Batch hebt opgegeven, sla je de afbeelding op in de handeling. Als je dan een batch maakt, selecteer je 'Opslaan als'-opdrachten in handeling negeren en geef je een doelmap op. Als je de namen van de foto's in de opdracht Batch wijzigt en Handeling negeren "Opslaan als"-opdrachten niet selecteert, slaat Photoshop de verwerkte foto's twee maal op: een keer onder de nieuwe naam in de opgegeven map en een keer met de oorspronkelijke naam in de map die wordt aangeduid door de opdracht 'Opslaan als' in de handeling. De handeling moet een opdracht 'Opslaan als ' bevatten om deze optie te kunnen gebruiken. Anders slaat de opdracht Batch de verwerkte bestanden niet op. Als je deze optie selecteert, worden niet alle elementen in de opdracht Opslaan als overgeslagen, alleen de opgegeven bestandsnaam en map.

57


33 Naamgeving van bestanden ⓭

Bepaalt de conventies voor bestandsnaamgeving wanneer

bestanden naar een nieuwe map worden geschreven. Selecteer elementen in de pop-upmenu’s of typ tekst in de velden die je

wilt gebruiken voor de standaardnamen voor alle bestanden. In de velden kun je de volgorde en opmaak van onderdelen

van de bestandsnaam wijzigen. je moet ten minste één veld opnemen dat uniek is voor elk bestand (bijvoorbeeld een be-

standsnaam, serienummer of serieletter) om te voorkomen dat bestanden elkaar vervangen. Eerste serienr. bepaalt het eerste

nummer voor eventuele serienummervelden. Serielettervelden beginnen altijd met de letter "A" voor het eerste bestand. 33 Compatibiliteit ⓮

Zorgt dat de bestandsnamen compatibel zijn met de bestu-

ringssystemen Windows, Mac OS en Unix. Wanneer je bestanden opslaat met de opdracht Batch, worden deze doorgaans in de indeling van de oorspronkelijke bestanden opgeslagen. Als je wilt dat een batchproces bestanden opslaat in een andere

indeling, neem je in de oorspronkelijke handeling de opdracht Opslaan als, gevolgd door de opdracht Sluiten op. Wanneer je

vervolgens het batchproces instelt, kies je bij Doel de optie 'Opslaan als'-opdrachten in handeling negeren. 33 Het menu Fouten ⓯

Geeft op hoe je met verwerkingsfouten moet omgaan:

Stoppen voor fouten. Onderbreekt het proces totdat je het foutbericht hebt bevestigd.

Fouten in logboekbestand. Neemt iedere fout in een bestand op zonder het proces te onderbreken. Als er fouten worden Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


59

geregistreerd in het bestand, verschijnt er een foutbericht na

de verwerking. Als je het foutbestand wilt bekijken, open je het met een teksteditor nadat de opdracht Batch is uitgevoerd.

Een druppel van een handeling maken DD Een druppel past een handeling toe op een of meerdere

afbeeldingen of op een map met afbeeldingen die je naar het druppelpictogram sleept. Je kunt een druppel opslaan op het bureaublad of op een andere locatie op de schijf.

Handelingen zijn de basis van druppels. Eerst maakt je de

gewenste handeling in het deelvenster Handelingen en daarna kun je er een druppel van maken. )

Kies Bestand > Automatisch > Druppel maken. Geef op waar je de druppel wilt opslaan. Klik op Kiezen in het gedeelte Druppel opslaan in van het dialoogvenster en blader naar de locatie waar je de druppel wilt opslaan.

Selecteer de handelingenset en bepaal welke handeling je in de menu's Set en Handeling wilt gebruiken. (Selecteer de hande-

ling in het deelvenster Handelingen voordat je het dialoogvenster opent om deze menu's vooraf te selecteren.)

Stel opties voor het verwerken, opslaan en benoemen van bestanden in (zie vorige bladzijden) â– â– 

Een bestand met een druppel verwerken

Sleep een bestand of map naar het druppelpictogram. Als Photoshop nog niet is gestart, wordt het programma gestart.

AA Druppelpictogram


DEELVENSTER HISTORIE Je gebruikt het deelvenster Historie om te schakelen naar elke recente afbeeldingsstaat van afbeeldingen die in de huidige

werksessie zijn gemaakt. Telkens wanneer je een wijziging toe-

past op een beeld, wordt de nieuwe staat van die afbeelding aan

het deelvenster toegevoegd. Als je bijvoorbeeld een deel van een afbeelding selecteert, erin tekent en dit roteert, worden elk van deze staten afzonderlijk in het deelvenster weergegeven. Wan-

neer je een van de staten hebt geselecteerd, wordt de afbeelding teruggezet in de staat waarin het verkeerde toen die wijziging

voor het eerst werd aangebracht. Die staat is dan het uitgangs-

punt voor verdere bewerkingen. Je kunt het deelvenster Historie

ook gebruiken om afbeeldingsstaten te verwijderen en, in Photoshop, om een document te maken van een staat of opname.

Het deelvenster 'Historie' gebruiken DD Kies Venster > Historie.

Let op het volgende als je het deelvenster Historie gebruikt: 33 Wijzigingen die het gehele programma betreffen, zoals

wijzigingen in deelvensters, kleurinstellingen, handelingen

en voorkeuren, vindt je niet terug in het deelvenster Historie, omdat het geen wijzigingen in een bepaalde afbeelding betreft.

33 Het deelvenster Historie bevat standaard de laatste 20 staten. je kunt het aantal staten in het geheugen wijzigen door een voorkeur in te stellen via Voorkeuren > Prestaties. Eerdere

staten worden automatisch verwijderd om geheugen vrij te

maken voor Photoshop. Als je een bepaalde staat gedurende Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


61

de werksessie wilt behouden, dien je een opname van die staat te maken.

33 Wanneer je het document sluit en weer opent, worden alle

staten en opnamen van de laatste werksessie uit het deelven-

ster gewist.

33 Standaard wordt er een opname van de beginstaat van het document boven in het deelvenster weergegeven.

33 Staten worden onder aan de lijst toegevoegd. De oudste

staat bevindt zich dus boven aan de lijst; de meest recente onderaan.

❷ ➍

33 Bij elke staat wordt de naam van het gereedschap of de opdracht weergegeven waarmee de afbeelding is gewijzigd.

33 Als je een staat selecteert, worden de staten daaronder auto-

matisch grijs. Hierdoor is duidelijk welke wijzigingen worden genegeerd als je vanaf de geselecteerde staat verder werkt.

33 Wanneer je een staat selecteert en de afbeelding vervolgens wijzigt, worden standaard alle volgende staten gewist.

33 Als je een staat selecteert en vervolgens de afbeelding wij-

zigt, zodat alle volgende staten worden gewist, kun je met de

opdracht Ongedaan maken de laatste wijziging terugdraaien en zo de gewiste staten opnieuw instellen.

33 Wanneer je een staat verwijdert, wordt standaard die staat met alle volgende staten gewist. Als de optie 'Niet-lineaire

historie toestaan' is ingeschakeld, wordt bij het verwijderen van een staat alleen de betreffende staat gewist.

Deelvenster Historie ❶ Opname ❷ Historiestaat ➌ Opname maken ➍ De bron van het historiepenseel instellen ❺ Nieuw document van huidige staat


Naar een vorige afbeeldingsstaat terugkeren DD Ga als volgt te werk:

1 Klik op de naam van de staat. 2 Kies Stap vooruit of Stap terug in het menu van het deelvenster Historie of in het menu Bewerken om naar de volgende of vorige staat te gaan.

Een of meer afbeeldingsstaten verwijderen DD Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Klik op de naam van de staat en kies Verwijderen in het menu van het deelvenster Historie om die wijziging en alle volgende wijzigingen te verwijderen.

33 Sleep de staat naar het pictogram met de prullenbak om die wijziging en alle volgende wijzigingen te verwijderen.

33 Kies de opdracht Historie wissen in het deelvenstermenu om de hele lijst met staten in het deelvenster Historie te wissen zonder de afbeelding te wijzigen. Hiermee verminder je de hoeveelheid geheugen die Photoshop gebruikt niet.

33 Houd Alt ingedrukt en kies in het deelvenstermenu Historie wissen als je de lijst met staten in het deelvenster Historie

wilt leegmaken zonder de afbeelding te wijzigen. Wanneer je een waarschuwing krijgt dat Photoshop te weinig geheugen heeft, is leegmaken zinvol, omdat de staten met deze optie

worden verwijderd uit de buffer voor ongedaan maken, zodat er meer geheugen vrij komt. Je kunt de opdracht Historie wissen niet ongedaan maken.

33 Kies Bewerken > Leegmaken > Historie als je de lijst met staten

voor alle geopende documenten wilt leegmaken. je kunt deze handeling niet ongedaan maken.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Document met afbeeldingsstaat maken of vervangen DD Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Sleep een staat of opname naar de knop Nieuw document maken van huidige staat in het deelvenster Historie. De

historielijst van het zojuist gemaakte document bevat alleen een vermelding voor de status Dupliceren.

33 Selecteer een staat of opname en klik op de knop Nieuw document maken van huidige staat. De historielijst van het zojuist gemaakte document bevat alleen een vermelding voor de status Dupliceren.

33 Selecteer een staat of opname en kies Nieuw document in het menu van het deelvenster Historie. De historielijst van het zojuist gemaakte document bevat alleen een vermelding voor de status Dupliceren.

33 Sleep een staat naar een bestaand document.

Als je een of meer opnamen of staten van een afbeelding wilt

opslaan voor gebruik in een volgende werksessie, maak je voor elke staat die je opslaat een nieuw bestand, dat je afzonderlijk opslaat. Wanneer je het oorspronkelijke bestand weer opent,

kun je ook de andere opgeslagen bestanden openen. Je kunt dan van elk bestand de eerste opname naar de oorspronkelijke af-

beelding slepen, zodat je vanuit het deelvenster Historie van de oorspronkelijke afbeelding weer toegang hebt tot de opnamen.

Historieopties instellen DD

Je kunt het maximale aantal elementen van het deelvenster

Historie en andere opties voor het aanpassen van het deelvenster instellen.

63


➊ ❸

❷ ➍ ➎

1 Selecteer Historieopties in het menu van het deelvenster Historie.

2 Selecteer een optie:

33 Eerste opname automatisch maken ➊ . Hiermee maakt je automatisch een opname van de beginstaat van de afbeelding als het document is geopend.

33 Automatisch nieuwe opname maken bij opslaan ❷.

Hiermee genereert je elke keer een opname tijdens het opslaan.

33 Niet-lineaire historie toestaan ❸. Hiermee kun je wijzi-

gingen in een geselecteerde staat aanbrengen zonder de

volgende staten te verwijderen. Wanneer je een staat se-

lecteert en de afbeelding wijzigt, worden normaal gezien alle volgende staten ook verwijderd. Op deze manier kan het deelvenster Historie een reeks bewerkingsstappen weergeven in de volgorde waarin ze werden gemaakt.

Wanneer staten niet-lineair worden opgenomen, kun je

een staat selecteren, de afbeelding wijzigen en uitsluitend die staat verwijderen. De wijziging wordt aan het eind van de lijst toegevoegd.

33 Dialoogvenster Nieuwe opname standaard tonen ➍ . Hier-

mee vraagt Photoshop je opnamen te benoemen, zelfs als

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


je de knoppen van het deelvenster gebruikt.

33 Wijzigingen in zichtbaarheid laag herstelbaar maken ➎ . Standaard wordt het in- of uitschakelen van de zicht-

baarheid van lagen niet opgenomen als een stap in het deelvenster Historie. Deze handeling kan daarom dus

niet ongedaan worden gemaakt. Selecteer deze optie om

wijzigingen in de zichtbaarheid van lagen op te nemen als stappen in het deelvenster Historie.

Opties voor het historielogbestand instellen DD

Mogelijk dien je goed bij te houden wat er met een bestand is gebeurd in Photoshop, voor je eigen administratie, die van je

klanten of voor juridische doeleinden. Met het historielogbe-

stand kun je de geschiedenis bijhouden van wijzigingen die je in een beeld hebt aangebracht. Je kunt de metagegevens van

het historielogbestand bekijken met behulp van Adobe Bridge of het dialoogvenster Bestandsinfo.

Je kunt de tekst exporteren naar een extern logbestand of je kunt de gegevens opslaan in de metagegevens van bewerk-

te bestanden. Als je er zeker van wilt zijn dat er niet met het

logbestand kan worden geknoeid, sla je het bewerkingslogboek op in de metagegevens van het bestand en onderteken je het logbestand digitaal met Adobe Acrobat. De gegevens van het

historielogbestand van iedere sessie worden standaard opgeslagen als in de afbeelding ingesloten metagegevens. je kunt

opgeven waar je de historielogbestandgegevens wilt opslaan en hoeveel gegevens het historielogbestand moet bevatten. Kies Photoshop > Voorkeuren > Algemeen.

65


Klik op Historielogbestand om deze optie in of juist uit te schakelen.

Kies een van de volgende opties voor de optie 'Logbestandonderdelen opslaan in':

33 Metagegevens. Door deze optie te selecteren, worden de

gegevens van het historielogbestand opgeslagen als in het bestand ingesloten metagegevens.

33 Tekstbestand. Door deze optie te selecteren, worden de

gegevens van het historielogbestand geĂŤxporteerd naar een tekstbestand. je wordt gevraagd het tekstbestand een naam te geven en een locatie te kiezen waarin je het wilt opslaan.

33 Beide. Hiermee slaat je metagegevens op in het bestand en maakt je een tekstbestand.

Als je het tekstbestand wilt opslaan op een andere locatie of

een ander tekstbestand wilt opslaan, klik je op de knop Kiezen. Vervolgens geef je aan waar je het tekstbestand wilt opslaan, geef je het bestand een naam en klikt je op Opslaan. Kies een

van de volgende opties in het menu Logonderdelen bewerken: 33 Alleen sessies. Het systeem houdt bij wanneer je Photoshop start of afsluit en elke keer wanneer je bestanden opent en sluit (met elke bestandsnaam van afbeeldingen). Neemt

geen informatie op over de bewerkingen die in het bestand hebben plaatsgevonden.

33 Bondig. Kies deze optie als je behalve de sessiegegevens de Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


tekst wilt opnemen die verschijnt in het deelvenster Historie.

33 Gedetailleerd. Kies deze optie als je naast de bondige gege-

vens ook de tekst die verschijnt in het deelvenster Handelin-

gen wilt opnemen in het logbestand. Kies Gedetailleerd als je

een complete historie nodig hebt van alle wijzigingen die zijn aangebracht in de bestanden.

Opname van een afbeelding maken DD

Met de opdracht Opname maak je een tijdelijke kopie (of opname) van elke staat van de afbeelding. De nieuwe opname wordt toegevoegd aan de lijst met opnamen boven aan het deelvenster Historie. Wanneer je een opname selecteert, kun je verder werken vanaf die versie van de afbeelding. Opnamen lijken op de staten die in het deelvenster Historie worden weergegeven, maar hebben een aantal voordelen: 33 Je benoemt opnamen, zodat je deze gemakkelijk kunt herkennen. 33 Je kunt opnamen gedurende een volledige werksessie opslaan. 33 Je kunt effecten eenvoudig vergelijken. Je kunt bijvoorbeeld een opname maken v贸贸r en na het toepassen van een filter. Vervolgens selecteer je de eerste opname en probeer je verschillende filterinstellingen uit. Door te schakelen tussen de opnamen kun je bepalen aan welke instellingen je de voorkeur geeft. 33 Met behulp van opnamen kun je uw werk gemakkelijk herstellen. Wanneer je een complexe bewerking of handeling uitvoert, is het verstandig om eerst een opname te maken. Is het resultaat niet naar wens, dan maak je alle stappen ongedaan door de opname te selecteren. Opnamen worden niet met de afbeelding opgeslagen - bij het

67


sluiten van een afbeelding worden de opnamen verwijderd. Wanneer je een opname selecteert en de afbeelding wijzigt, worden alle staten die op dat moment in het deelvenster Historie staan gewist, tenzij de optie 'Niet-lineaire historie toestaan' is ingeschakeld.

Een opname maken DD

1 Selecteer een staat en kies één van de volgende mogelijkheden:

33 Als je automatisch een opname wilt maken, klikt je op de

knop Nieuwe opname maken in het deelvenster Historie. Als de historieoptie Automatisch nieuwe opname maken bij opslaan is geselecteerd, kies je 'Nieuwe opname' in het menu van het deelvenster Historie.

33 Als je bij het maken van een opname opties wilt instellen, AA Een nieuwe opname maken via het deelvenstermenu

kiest je in het menu van het deelvenster Historie de op-

dracht Nieuwe opname of houdt je Alt ingedrukt en klik je op de knop Nieuwe opname maken.

2 Voer in het tekstvak Naam de naam van de opname in. 3 Kies de opnameninhoud in het menu 'Van':

33 Volledig document. Maakt een opname van alle lagen in de afbeelding met die staat.

33 Verenigde lagen. Maakt een opname die alle lagen verenigt in de afbeelding met die staat.

33 Huidige laag. Maakt een opname van de laag die op dat moment is geselecteerd met die staat.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Werken met opnamen DD

Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Als je een opname wilt selecteren, klik je op de naam van de

opname of sleep je de regelaar links van de opname omhoog of omlaag naar een andere opname.

33 Als je de naam van een opname wilt wijzigen, dubbelklik je op de opnamen en voer je een naam in.

33 Als je een opname wilt verwijderen, selecteer je de opname

en kies je 'Verwijderen' in het deelvenstermenu, klik je op de knop met de prullenbak of sleep je de opname naar de knop met de prullenbak.

69


GERAADPLEEGDE LITERATUUR qqHet Photoshop Portretten Boek, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam. 2011. qqHet Photoshop CS6 boek voor digitale fotografen, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam 2012. qqHet Photoshop CS5 boek voor digitale fotografen, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam 2011. qqAdobe Photoshop CS4, Reeks 'Leer jezelf professioneel...' Erwin Olij, Van Duuren Informatica. Culemborg 2009. qqPhotoshop CS4, de basis; een praktijkgerichte training. Johan Kerver. Pearson Education Benelux. Amsterdam. 2009. qqHet Photoshop kanalenboek. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2009. qqLagen, het ultieme boek over de essentie van Photoshop. Matt Kloskowski. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqLagen, het ultieme boek over de essentie van Photoshop, 2de editie. Matt Kloskowski. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2011. qqHet Photoshop Lagenboek, Johan W. Elzenga., Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqLight It, Shoot It, Retouch It. Learn step by step to go from empty studio to fnished image. Scott Kelby. New Riders. 2012. qqPortretten fotograferen en retoucheren Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008.

Desktop Publishing â–  DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


71

qqHet Photoshop workshop book. Johan W. Elzenga. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2011. qqHet beste van Photoshop CS3, de nieuwste en populairste technieken voor het bewerken van foto's. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqHet beste van Photoshop CS2, de nieuwste en populairste technieken voor het bewerken van foto's. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2005. qqPhotoshop CS5 voor digitale fotografie. Johan W. Elzenga. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2010. qqRGB in de Drukwerkvoorbereiding, een handleiding voor een Late Binding workflow voor dtp’ers voor de Nederlandstalige Creative Suite op Mac. Marc Cielen - www.coloro. be. 2010.


Download wat je nodig hebt. De Photoshop-boeken kan je ook per hoofdstuk verkrijgen.

• Deel 1 • Deel 2 • Deel 3 • Deel 4 • Deel 5 • Deel 6 • Deel 7 • Deel 8 • Deel 9 • Deel 10 • Deel 11 • Deel 12 • Deel 13 • Deel 14 • Deel 15 • Deel 16 • Deel 17 • Deel 18 • Deel 19 • Deel 20 • Deel 21 • Deel 22

Werkruimte. Theoretische begrippen. Kadreren en transformeren. Selecties, maskers en paden. Lagen. Kleuren beheren. Kleur en kleurcorrecties. Toonwaarde en contrast. Retoucheren. Zwart-wit. Verscherpen. Vervagen en ruisfilters. Penselen en schilderen. Werken met tekst. Vervormen, perspectief en lenscorrectie. Artistieke effecten. Het filter Camera RAW. Handelingen en Automatisch. Basis 3D. Eenvoudige animaties. Adobe Bridge en Mini Bridge. Printen in Adobe Photoshop.

Te downloaden op www.issuu.com/dilaur. GRATIS voor Syntra-cursisten.


Photoshop deel18, handelingen en automatisch