Page 1

Dirk Laurent

PHOTOSHOP ADOBE CREATIVE CLOUD

VERVORMEN, PERSPECTIEF EN LENSCORRECTIE

Reeks ADOBE software

15


Š Dirk Laurent, Antwerpen, mei 2014. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn,opnamen, of op welke andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.


VERVORMEN, PERSPECTIEF EN LENSCORRECTIE q Het filter uitvloeien q Perspectiefpunt q Perspectief verdraaien q Marionet verdraaien q Vullen met behoud van inhoud q Schalen met behoud van inhoud q Transformaties q Lenscorrectie q Adaptief groothoek q Vervormingsfilters q Het filter 'Verplaatsen' q Vermageren, 'The easy way' q Ogen, mond,... vergroten


Dirk Laurent is vormgever, auteur en docent bij Syntra AB. Hij geeft cursussen in: • Adobe InDesign • Adobe Photoshop • Adobe Acrobat • Enfocus Pitstop • Colour management • Fontbeheer • Systeembeheer Mac OS X • Drukwerkbegeleiding • Creatief ontwerp • Typografie • Cross media publishing


5

Vervormen, perspectief en lenscorrectie

HET FILTER UITVLOEIEN Met het filter Uitvloeien kun je tegen elk gebied van een afbeelding duwen of eraan trekken en zo het beeld vervormen. Je kan

eveneens het gebied roteren, reflecteren, plooien of laten zwellen. De vervormingen die je maakt, kunnen subtiel of drastisch zijn. Uitvloeien is een krachtig tool voor het retoucheren van

foto's. Het kan worden toegepast op 8 bits of 16 bits beelden. Gereedschappen, opties en een voorvertoning voor het filter Uitvloeien zijn beschikbaar in het dialoogvenster Uitvloeien. Kies Filter > Uitvloeien om het dialoogvenster te openen.

Gereedschappen voor vervorming DD

'Uitvloeien' bevat verschillende gereedschappen waarmee je het gebied onder het penseel kan vervormen wanneer je klikt of sleept. De vervorming concentreert zich in het midden van het penseelgebied en het effect wordt sterker wanneer je de muisknop ingedrukt houdt of herhaaldelijk met de muis over een gebied sleept. 33 Vooruit verdraaien â?ś Dit gereedschap duwt pixels voor zich


⓯ ⓫

⓭ ⓬

❸ ⓰

➍ ❺ ❻ ❼ ❽ ❾ ❿

uit terwijl je sleept. Als je bij het gebruik van Verdraaien, Naar links duwen of de Shift-toets ingedrukt houdt terwijl je klikt, kun je in een rechte lijn werken vanaf het vorige punt waarop je klikte. 33 Reconstrueren ❷ Hiermee keer je de vervorming die je al hebt

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


toegevoegd om door de muisknop ingedrukt te houden en de muis te verslepen. 33 Kronkel - met de klok mee ❸ Je roteert pixels met de klok mee wanneer je de muisknop ingedrukt houdt of sleept. Als je pixels tegen de klok in wilt draaien, houd je Option ingedrukt wanneer je de muisknop ingedrukt houdt of sleept. 33 Plooien ➍ Met het gereedschap Plooien verplaatst je pixels naar het midden van het penseelgebied wanneer je de muisknop ingedrukt houdt of sleept. 33 Zwellen ❺ Je verplaatst hiermee pixels weg uit het midden van het penseelgebied wanneer je de muisknop ingedrukt houdt of sleept. 33 Naar links duwen ❻ Met het gereedschap Naar links duwen verplaats je pixels naar links wanneer je het gereedschap recht omhoog sleept (pixels worden naar rechts verplaatst als je naar beneden sleept). Je kunt ook met de klok mee rond een object slepen om het object te vergroten, of tegen de klok in om het te verkleinen. Als je pixels naar rechts wilt duwen wanneer je het gereedschap recht omhoog sleept (of om pixels naar links te verplaatsen als je naar beneden sleept), hou je Option tijdens het slepen ingedrukt. 33 Spiegel ❼ Met het gereedschap Spiegel kopieer je pixels naar het penseelgebied. Wanneer je sleept, wordt het gebied haaks op de richting penseelstreek (links van de streek) gespiegeld. Als je Option ingedrukt houdt en sleept, reflecteer je het gebied in de richting tegengesteld aan die van de penseelbeweging (bijvoorbeeld het gebied boven een neerwaartse streek). Meestal geeft slepen met Option ingedrukt een beter resultaat wanneer je het gebied dat je wilt spiegelen eerst bevriest. Laat

7


de streken elkaar overlappen als je een waterspiegeleffect wilt krijgen.

33 Turbulentie ❽ Met het gereedschap Turbulentie roer je pixels vloeiend door elkaar. Dit is handig als je effecten als vuur, wolken en golven wilt maken. ■■

Gereedschapsopties ⓫

In het gedeelte Gereedschapsopties van het dialoogvenster stel je de volgende opties in:

33 Penseelgrootte: stel de breedte in van het penseel dat je gebruikt om de afbeelding te vervormen.

33 Penseeldichtheid: stel het doezeleffect aan de randen van een penseel in. Het effect is het sterkst in het midden van het penseel en lichter aan de zijkanten.

33 Penseeldruk: stel de snelheid in waarmee vervormingen worden gemaakt wanneer je met een gereedschap in de voorvertoning sleept. Bij een lage penseeldruk gaan de

veranderingen langzamer, zodat het makkelijker is om op het juiste moment te stoppen.

33 Penseelsnelheid: stel de snelheid in waarmee vervormingen worden toegepast wanneer je een gereedschap (zoals Kron-

kel) in de voorvertoning op dezelfde plaats houdt. Hoe hoger

de instelling, hoe groter de snelheid waarmee de vervormingen worden toegepast.

33 Pendruk gebruik de afgelezen drukwaarden van een tekentablet. (Deze optie is alleen beschikbaar als je met een tekentablet werkt).

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Een afbeelding vervormen DD

Selecteer de laag die je wilt vervormen. Als je de huidige laag

gedeeltelijk wilt vervormen, selecteer je dat gebied. Kies Filter > Uitvloeien. Bevries de gebieden van de afbeelding die je niet wilt wijzigen. Met de gereedschappen voor uitvloei-effecten

kun je de voorvertoning vervormen. Sleep in de voorvertoning om de afbeelding te vervormen. Nadat je de voorvertoning

hebt vervormd, kun je met het gereedschap Reconstrueren de wijzigingen geheel of gedeeltelijk terugdraaien.

33 Klik op OK om het dialoogvenster Uitvloeien te sluiten en de wijzigingen op de actieve laag toe te passen.

33 Klik op Annuleren om het dialoogvenster Uitvloeien te sluiten zonder wijzigingen door te voeren in de laag.

33 Klik op Alles herstellen om alle vervormingen in de voor-

vertoning terug te draaien, waarbij alle opties de huidige instellingen behouden.

33 Hou Option ingedrukt en klik op Herstellen om alle vervormingen in de voorvertoning terug te draaien en de standaardinstellingen van alle opties te herstellen.

Gebieden bevriezen en ontdooien DD Gebieden bevriezen Door gebieden in de voorvertoning te bevriezen, voorkomt je dat die gebieden worden gewijzigd. Bevroren gebieden worden bedekt met een masker. Je tekent dit masker met het gereedschap Masker bevriezen â?ž. Gebruik een bestaand masker of een bestaande selectie of transparantie om gebieden te bevriezen. Bekijk het masker in de voorvertoning om het vervormen te verâ– â– 

9


gemakkelijken. Met de pop-upmenu's van de pictogrammen in het gedeelte Maskeropties bepaal je hoe bevroren of gemaskerde gebieden in de voorvertoning functioneren. Werken met het gereedschap Masker bevriezen Selecteer het gereedschap Masker bevriezen en sleep over het gebied dat je wilt beschermen. Klik terwijl je Shift ingedrukt houdt, om een gebied te bevriezen dat een rechte lijn vormt tussen het huidige punt en het vorige punt waarop je hebt geklikt. ■■

Selectie, masker of transparantiekanalen gebruiken ⓬ Kies Selectie, Laagmasker, Transparantie of Snelmasker in het pop-upmenu van een van de vijf opties in het gedeelte Maskeropties van het dialoogvenster. 33 Alle ontdooide gebieden bevriezen. Klik op de knop Alles maskeren in het gedeelte Maskeropties van het dialoogvenster. 33 Gebieden bevriezen of ontdooien. Klik op Alles omkeren in het gedeelte Maskeropties van het dialoogvenster. ■■

AA Een masker gebruiken om gebieden in het beeld te beschermen die niet mogen 'uitvloeien'

33 Bevroren gebieden tonen of verbergen. Schakel Masker tonen ⓱ in of uit in het gedeelte Weergave-opties van het dialoogvenster. 33 De kleur van bevroren gebieden wijzigen. Kies een kleur in het pop-upmenu Maskerkleur in het gedeelte Weergave-opties van het dialoogvenster. ■■

Maskeropties voor het filter Uitvloeien

Wanneer je in een afbeelding een bestaande selectie of masker hebt, blijven die gegevens behouden wanneer het dialoogvenster Uitvloeien wordt geopend.

Kies één van de volgende maskeropties: 33 Selectie vervangen

geeft de selectie, het masker of de

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


11

transparantie in de oorspronkelijke afbeelding weer.

33 Toevoegen aan selectie

geeft het masker in de oorspron-

kelijke afbeelding weer, zodat je de selectie vervolgens kun

je itbreiden met het gereedschap Masker bevriezen. Hiermee voeg je geselecteerde pixels in het kanaal toe aan de huidige bevroren selectie.

33 Verwijderen uit selectie

verwijder pixels uit het kanaal

33 Doorsnede met selectie

alleen geselecteerde pixels wor-

van de huidige bevroren selectie.

den gebruikt die op dat moment zijn bevroren.

33 Selectie omkeren

gebruik geselecteerde pixels om de

huidige bevroren selectie om te draaien.

■■

Gebieden ontdooien

Selecteer het gereedschap Masker ontdooien ❿ en sleep over

het gebied. Klik terwijl je Shift ingedrukt houdt, om een gebied te ontdooien dat een rechte lijn vormt tussen het huidige punt en het vorige punt waarop je hebt geklikt.

33 Klik op de knop Geen in het gedeelte Maskeropties van het dialoogvenster om alle bevroren gebieden te ontdooien.

33 Klik op de knop Alles omkeren in het gedeelte Maskeropties

van het dialoogvenster om alle bevroren en ontdooide gebieden om te draaien.

Reconstructie opties ⓭ DD

Wanneer je de afbeelding in de voorvertoning hebt vervormd, kan je de wijzigingen op verschillende manieren terugdraaien of nog eens op een andere manier toepassen. Er zijn 2 manieren om te reconstrueren: je kunt de volledige afbeelding reconstrueren, waarbij alleen de vervormingen in niet-bevroren gebieden wor-

AA Boven: selectie van het meisje. Onder: de optie 'Toevoegen aan selectie' in het venster uitvloeien is gebruikt zodat de selectie als een maskert wordt getoond.


den gecorrigeerd, of je kunt met het gereedschap Reconstrueren alleen bepaalde gebieden reconstrueren. Je kunt het gereedschap Masker bevriezen gebruiken als je wilt voorkomen dat vervormde gebieden worden gereconstrueerd. ■■

Een volledige afbeelding reconstrueren

Klik op 'Reconstrueren' in het gedeelte Reconstructie-opties van het dialoogvenster. Geef vervolgens in het dialoogvenster Reconstructie Vorige versie een waarde op en klik op OK. Alle vervormingen verwijderen Klik op de knop Alles herstellen in het gedeelte Reconstructie-opties van het dialoogvenster. Hierdoor worden zelfs vervormingen in bevroren gebieden verwijderd. ■■

Een deel van een vervormde afbeelding reconstrueren Bevries de delen die je niet wilt reconstrueren. Selecteer het ■■

gereedschap 'Reconstrueren' en geef penseelopties op in het gedeelte met gereedschapsopties van het dialoogvenster. Sleep over het gebied dat je wilt reconstrueren. In het midden van het penseel gaat de reconstructie sneller. Klik terwijl je Shift ingedrukt houdt om een gebied te reconstrueren dat een rechte lijn vormt tussen het huidige punt en het vorige punt waarop je hebt geklikt.

Als je de intensiteit van een reconstructiemodus wilt aanpassen, selecteer je deze in het pop-upmenu zonder naam boven het menu Modus. Je aanpassingen van de intensiteit worden weerspiegeld in de voorvertoning. AA Vervorming met reconstructies om de vervorming te herstellen. Bij de waarde 'nul' is het beeld volledig gereconstrueerd.

Als je de vervormingen wilt zien en volgen, voegt je een net toe. je kunt de afmetingen en de kleur van een net kiezen en het net

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


13

uit de ene afbeelding opslaan en het in andere afbeeldingen toepassen.

Werken met netten â“Ż DD

33 Als je de vervormingen wilt zien en volgen, voeg je een net

toe. Je kiest de afmetingen en de kleur van een net en je kunt

het net uit de ene afbeelding opslaan en het in andere afbeeldingen toepassen.

33 Als je een net wilt tonen, selecteer je 'Net tonen' in het ge-

deelte 'Weergaveopties' van het dialoogvenster en kies je een netgrootte en een netkleur.

33 Selecteer 'Net tonen' en schakel vervolgens 'Afbeelding tonen' uit om alleen een net te tonen.

33 Als je een vervormingsnet wilt opslaan nadat je de voorvertoning hebt vervormd, klik je op 'Net opslaan'.

AA Werken met een net op de achtergrond om de vervorming te sturen en te volgen

33 Als je een opgeslagen vervormingsnet wilt toepassen, klik je op Net laden, selecteer je het netbestand dat je wilt toepassen en klik je op 'Openen'. Als de afbeelding en het vervor-

mingsnet niet even groot zijn, wordt het net geschaald op het formaat van de afbeelding.

33 Netten worden automatisch opgeslagen in je document.

Op slimme objecten toegepaste netten worden gecomprimeerd en kunnen opnieuw worden bewerkt.

Werken met achterschermen â“° DD

Je kunt in de voorvertoning desgewenst alleen de actieve laag weergeven of je kunt in de voorvertoning extra lagen als ach-

terscherm weergeven. Met de opties voor de modus plaats je het achterscherm voor of achter de actieve laag, zodat je bijhoudt

AA Werken met een achterscherm om de vervorming 'voor' en 'na' te kunnen volgen.


welke wijzigingen je hebt doorgevoerd of zodat je de vervorming laat aansluiten op een vervorming in een andere laag.

Alleen de actieve laag wordt vervormd, zelfs wanneer andere lagen worden weergegeven. ■■

Het achterscherm weergeven

33 Selecteren 'Achterscherm tonen' en kies 'Achtergrond' in het menu 'Gebruik' plus een optie in het menu 'Modus.'

33 Wijzigingen in de doellaag tonen zonder de achtergrond weer te geven

Selecteer 'Alle lagen' in het menu 'Gebruik'. Bij een Dekking

van 0 wordt alleen de doellaag weergegeven met de volledige effecten van het filter 'Uitvloeien'. Wanneer de Dekking op

een hogere waarde wordt ingesteld, is het effect van het filter Uitvloeien op de doellaag minder zichtbaar.

33 Het overvloeien tussen de doellaag en de achtergrond wijzigen Geef een waarde voor Dekking op.

33 Bepalen hoe de doellaag en de achtergrond worden gecombineerd in de voorvertoning

Kies een optie in het menu Modus.

33 Het achterscherm verbergen

Schakel Achterscherm tonen in of uit in het gedeelte Weergaveopties van het dialoogvenster.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


15

AA Voorbeeld van het gebruik van achterscherm waarbij je de biceps-vervorming 'voor' en 'na' kunt bekijken. %% Het masker bevriest het gezicht zodat je alleen de mondhoeken kunt verbuigen.


PERSPECTIEFPUNT (VANISHING POINT) Met perspectiefpunt voer je perspectiefcorrecties uit, zoals het

plaatsen van tekst in perspectief op de zijkant van een gebouw

Je tekent vlakken in perspectief in de foto om daarop bewerkin-

gen toe te passen, zoals tekenen, klonen, kopiëren of plakken en

transformeren. Als je inhoud in een foto retoucheert, toevoegt of verwijdert, krijg je een realistisch resultaat omdat de bewerkin-

gen in de juiste oriëntatie en schaal is uitgevoerd in perspectief.

Overzicht van het dialoogvenster Perspectiefpunt DD Het dialoogvenster Perspectiefpunt (Filter > Perspectiefpunt)

bevat gereedschappen voor het definiëren van de perspectief-

vlakken en het bewerken van de foto en een voorvertoning van

de afbeelding. De gereedschappen voor Perspectiefpunt werken op dezelfde manier als de andere gereedschappen van Pho-

toshop. Wanneer je het menu Perspectiefpunt opent, krijg je

aanvullende instellingen voor gereedschappen en opdrachten. ■■

Gereedschappen voor Perspectiefpunt

33 Het gereedschap Vlak bewerken. Selecteer, bewerk, verplaats en vergroot of verklein de vlakken.

33 Het gereedschap Vlak maken. Bepaal de vier hoekknooppun-

ten van een vlak, pas de afmetingen en de vorm van het vlak aan en breek een nieuw vlak af.

33 Het gereedschap Selectiekader. Hiermee maak je vierkante of

rechthoekige selecties en verplaatst of maak je een kloon van selecties. Als je met het gereedschap Selectiekader dubbel-

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


17

❺ klikt in een vlak, selecteer je het hele vlak.

33 Het gereedschap Stempel. Teken met een monster van de

afbeelding. In tegenstelling tot het gereedschap Kloonstempel kan het gereedschap Stempel in Perspectiefpunt geen elementen uit een andere afbeelding klonen.

Dialoogvenster Perspectiefpunt

❶ Het menu Perspectiefpunt ❷ Opties ❸ Gereedschapset ❹ Voorbeeld van sessie met perspectiefpunt ❺ Zoomopties


33 Het gereedschap Penseel. Tekent een geselecteerde kleur in een vlak.

33 Het gereedschap Transformatie. Schaal, roteer en verplaats een zwevende selectie door de handgrepen van het selectiekader te verplaatsen. Dit gereedschap heeft ongeveer

hetzelfde effect als de opdracht 'Vrije transformatie' op een rechthoekige selectie.

33 Het gereedschap Pipet. Hiermee selecteer je een kleur om te tekenen wanneer je in de voorvertoning klikt.

33 Het gereedschap Meetlat. Hiermee meet je de afstand en de hoeken van een element in een vlak.

33 Het gereedschap Zoomen. Vergroot of verklein de weergave van de afbeelding in het voorvertoningsvenster.

33 Het gereedschap Handje. Verplaats de afbeelding in het voorvertoningsvenster.

De voorvertoning vergroten of verkleinen Ga als volgt te werk: 33 Selecteer het gereedschap 'Zoomen' in het dialoogvenster Perspectiefpunt en klik of sleep in de voorvertoning om in te zoomen. Houd Option ingedrukt en klik of sleep om uit te zoomen. 33 Geef een vergrotingsniveau op in het tekstvak Zoomen onder in het dialoogvenster. 33 Klik op de knop met het plus- of minteken (respectievelijk + en -) om in of uit te zoomen. Als je tijdelijk op de voorvertoning wilt inzoomen, houd je de letter "x" ingedrukt. Dit is met name handig als je de hoekknooppunten wilt plaatsen bij het bepalen van het vlak of bij het bewerken van de details. ■■

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


■■

Foto verplaatsen in het voorvertoningsvenster

Selecteer het handje in het dialoogvenster Perspectiefpunt en

sleep in de voorvertoning. Je kunt ook een gereedschap selecteren en de spatiebalk ingedrukt houden terwijl je in de voorvertoning sleept.

Werken in Perspectiefpunt DD

1 Voer een van de volgende handelingen uit voordat je de opdracht Perspectiefpunt kiest:

33 Plaats de resultaten van de bewerkingen met Perspectief-

punt op een afzonderlijke laag. Maak dus eerst een nieuwe laag voordat je de opdracht Perspectiefpunt kiest. Als je de resultaten van Perspectiefpunt op een afzonderlijke laag plaatst, blijft de oorspronkelijke foto bewaard en kun je laagdekking, laagstijlen en overvloeimodi gebruiken.

33 Als je de inhoud van de afbeelding groter wilt klonen dan de huidige afbeeldingsgrootte, pas je de canvasgrootte aan voor de extra inhoud.

33 Wil je een element van het klembord van Photoshop in Per-

spectiefpunt wilt gebruiken, kopieer je het element voordat je de opdracht Perspectiefpunt kiest. Het gekopieerde

element kan afkomstig zijn uit een ander Photoshop-docu-

ment. Als je tekst kopieert, moet je de tekstlaag omzetten in pixels voordat je deze naar het klembord kopieert.

33 Als je de resultaten van Perspectiefpunt tot bepaalde

gedeelten van de afbeelding wilt beperken, maak je een

selectie of voeg je een masker toe aan de afbeelding voordat je de opdracht Perspectiefpunt kiest.

33 Als je een element in perspectief wilt kopiëren naar een

19


AA De vier hoekknooppunten definiëren met het gereedschap 'Vlak maken'

ander Photoshop-document, dient je het element eerst te kopiëren terwijl je Perspectiefpunt hebt geopend in een document. Wanneer je het item in een ander document plakt terwijl je in Perspectiefpunt werkt, blijft het perspectief van het item behouden.

2 Kies Filter > Perspectiefpunt. 3 Definieer de vier hoekknooppunten van het vlak. Het gereedschap 'Vlak maken' is standaard geselecteerd.

Klik in de voorvertoningsafbeelding om de hoekknoop-

punten te definiëren. Houd een rechthoekig object in de afbeelding aan als richtlijn bij het maken van het vlak

4 Bewerk de afbeelding. Doe het volgende.

33 Maak een selectie. Als je een selectie eenmaal hebt getekend, kun je een selectie klonen, verplaatsen, roteren,

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


21

AA Als je aanvullende vlakken wilt afbreken, gebruik je het gereedschap 'Vlak maken' en sleep je een hoekknooppunt terwijl je 'Cmd' ingedrukt houdt.

schalen, vullen of transformeren. 33 Plak een item van het klembord. Het geplakte item wordt een zwevende selectie die in perspectief verschijnt vanaf het moment dat je het item in het perspectiefvlak sleept. 33 Schaal, roteer, draai of verplaats een zwevende selectie of draai deze om.

Rasters kunnen worden gerenderd naar Photoshop door 'Rasters

renderen naar Photoshop' te kiezen in het menu Perspectiefpunt voordat je op OK klikt.

Perspectiefvlakken en het raster DD

Voordat je bewerkingen uitvoert in Perspectiefpunt, definieer je rechthoekige vlakken die worden uitgelijnd met het perspectief in een afbeelding. Met de nauwkeurigheid van het vlak bepaal


,, Een randknooppunt verslepen om de afmetingen van het vlak aan te passen aan je bewerkingen.

je of bewerkingen of aanpassingen in de afbeelding correct worden geschaald of de juiste oriĂŤntatie hebben. Nadat je de vier hoekknooppunten hebt vastgesteld, wordt het perspectiefvlak geactiveerd en wordt er een selectiekader en een raster weergegeven. je kunt het perspectiefvlak ook schalen, verplaatsen of de vorm ervan wijzigen. je kunt bovendien de rastergrootte wijzigen, zodat het wordt uitgelijnd met elementen in de afbeelding.

Perspectiefpuntvlakken instellen en aanpassen DD voor Perspectiefpunt

Selecteer in het dialoogvenster Perspectiefpunt het gereedschap 'Vlak maken' en klik in de voorvertoning om de vier hoekknooppunten toe te voegen. Houd een rechthoekig object of een vlak in de afbeelding aan Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


als richtlijn bij het maken van het perspectiefvlak. Als hulp bij het plaatsen van de hoekknooppunten kun je de toets "x" ingedrukt houden om in te zoomen in de voorvertoning. Als het laatst toegevoegde knooppunt onjuist is, kun je dit verwijderen door op Delete te drukken. Je kunt de positie van een knooppunt wijzigen door het te slepen. Selecteer het gereedschap 'Vlak bewerken' en voer een of meer van de volgende handelingen uit: 33 Versleep een hoekknooppunt als je de vorm van het perspectiefvlak wilt wijzigen. 33 Als je het raster wilt aanpassen, typ je een waarde in het tekstvak 'Rastergrootte' of klik je op de pijl-omlaag en verschuift je de regelaar. Je past de rastergrootte ook aan als het gereedschap 'Vlak maken' is geselecteerd. 33 Klik in het vlak en sleep om het vlak te verplaatsen. 33 Versleep een randknooppunt in een segment van het selectiekader om het vlak te schalen. Het selectiekader en het raster van een perspectiefvlak zijn gewoonlijk blauw. Als er een probleem optreedt bij het plaatsen van de hoekknooppunten, is het vlak ongeldig en worden het selectiekader en het raster rood of geel. Als het vlak niet klopt, verplaats je de hoekknooppunten totdat het selectiekader en het raster blauw worden. Als er sprake is van overlappende vlakken, houd je Cmd ingedrukt om de overlappende vlakken te doorlopen. â– â– 

Aanvullende perspectiefvlakken maken

Nadat je een vlak hebt gemaakt in Perspectiefpunt, maak

je aanvullende vlakken (afbreken) die hetzelfde perspectief

hebben. Wanneer je een tweede vlak van het oorspronkelijke

23


perspectiefvlak hebt afgebroken, maak je verdere vlakken op

basis van het tweede vlak enzovoorts. Je kunt zoveel vlakken maken als je wilt. Nieuwe vlakken worden afgebroken in een

hoek van 90°, maar je kunt de vlakken instellen op elke gewenste hoek. je maakt op deze manier naadloze bewerkingen tussen oppervlakken waarin de geometrie van een complexe scène

wordt weerspiegeld. Behalve het aanpassen van de hoeken van

een gerelateerd perspectiefvlak, kun je op elk gewenst moment het vlak groter of kleiner maken met het gereedschap Vlak bewerken.

1 Selecteer het gereedschap 'Vlak maken' of 'Vlak bewerken' AA Overlappende vlakken

en houd Cmd ingedrukt en sleep een randknooppunt van het selectiekader van een bestaand vlak (sleep het hoekknooppunt niet).

Het nieuwe vlak wordt afgebroken in een hoek van 90° ten opzichte van het oorspronkelijke vlak.

Als het nieuwe vlak niet correct is uitgelijnd met de afbeelding, selecteer je het gereedschap 'Vlak bewerken' en pas je een hoekknooppunt aan. Het aanpassen van een vlak heeft gevolgen

voor een verbonden vlak. Door meerdere vlakken af te breken blijven de vlakken aan elkaar gekoppeld, zodat je bewerkin-

gen worden geschaald en met het juiste perspectief worden toegepast.

2 Voer een van de volgende handelingen uit om de hoek van het nieuwe vlak te wijzigen:

33 Selecteer het gereedschap Vlak bewerken of Vlak maken en houd Option ingedrukt en sleep het middelste randknooppunt aan de zijde die tegenover de rotatie-as ligt.

33 Geef een waarde op in het tekstvak Hoek. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


25

33 Verplaats de schuifregelaar voor de hoek. ■■

Meldingen over selectiekader en raster in Perspectiefpunt

Het selectiekader en het raster veranderen van kleur om de

huidige toestand van het vlak aan te geven. Als het vlak niet

correct is, verplaatst je een hoekknooppunt totdat het selectiekader en het raster blauw worden.

33 Blauw. Geeft aan dat het vlak correct is. Houd er rekening

mee dat een correct vlak niet garandeert dat het resultaat het juiste perspectief zal hebben. Zorg dat het selectiekader en

AA Door meerdere vlakken af te breken blijven de vlakken aan elkaar gekoppeld, zodat uw bewerkingen worden geschaald en met het juiste perspectief worden toegepast.


het raster correct zijn uitgelijnd met de geometrische elementen of een vlak gebied in de afbeelding.

33 Rood. Geeft aan dat het vlak niet correct is. Perspectiefpunt kan de hoogte-breedteverhouding van het vlak niet berekenen.

33 Geel. Geeft aan dat het vlak niet correct is. Niet alle perspectiefpunten van het vlak kunnen worden opgelost.

Het is wel mogelijk om een ongeldig rood of geel vlak te be-

werken, zo kun je bijvoorbeeld loodrechte vlakken afscheuren, maar het resultaat is dan niet goed georiënteerd. ■■

Het raster, actieve selecties en perspectiefvlakgrenzen tonen of verbergen

Kies 'Randen tonen' in het menu Perspectiefpunt.

Selecties worden tijdelijk weergegeven wanneer de grootte of de positie wordt gewijzigd, ook als Randen tonen is uitgeschakeld. ■■

De tussenruimte van het perspectiefvlakraster aanpassen

Selecteer het gereedschap 'Vlak bewerken' of 'Vlak maken' en

geef een rastergrootte op in het gebied met gereedschapsopties.

Rasters renderen naar Photoshop DD

De Perspectiefpunt-rasters zijn standaard niet zichtbaar wanneer je een afbeelding weergeeft in het documentvenster van Photoshop, ook al blijven de rasters behouden in de afbeelding en worden ze weer weergegeven wanneer je Perspectiefpunt opent. Je kunt rasters renderen, zodat ze zichtbaar zijn in het Photoshop-documentvenster wanneer je klaar bent met het bewerken in Perspectiefpunt. De gerenderde rasters zijn geen vectoren. Open het menu Perspectiefpunt en kies 'Rasters renderen naar

Photoshop'. De opdracht 'Rasters renderen' naar Photoshop moet worden gekozen voor iedere sessie met Perspectiefpunt. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


Maak een nieuwe laag voor de Perspectiefpunt-resultaten als je

de rasters wilt renderen naar Photoshop. Zo blijven de rasters op een aparte laag, gescheiden van de hoofdafbeelding.

Selecties in Perspectiefpunt DD

Selecties kun je gebruiken bij het retoucheren, om elementen toe te voegen of een foto te verbeteren. In Perspectiefpunt

teken je met een selectie specifieke gebieden die in de foto hun perspectief behouden. Je kunt de inhoud van de selectie in perspectief klonen of verplaatsen.

Als een selectie eenmaal is getekend, verplaats je deze naar een willekeurige locatie in de foto, waarbij het door het vlak be-

paalde perspectief behouden blijft. Als je afbeelding meerdere

vlakken heeft, richt de selectie zich naar het perspectief van het vlak waardoor het wordt verplaatst.

Je kunt in Perspectiefpunt ook de afbeeldingspixels in een se-

lectie klonen terwijl deze worden verplaatst in een afbeelding.

In Perspectiefpunt wordt een selectie met afbeeldingspixels die je naar een willekeurige locatie in de afbeelding kunt verplaatsen een zwevende selectie genoemd. Hoewel de pixels zich niet op een afzonderlijke laag bevinden, lijken de pixels in een zwevende selectie een afzonderlijke laag te vormen die boven de

hoofdafbeelding zweeft.Je kunt een actieve zwevende selectie verplaatsen, roteren of schalen.

Perspectiefpunt beschikt over een andere optie voor het ver-

plaatsen van selecties. je kunt de selectie vullen met pixels uit het gebied waar de muisaanwijzer naartoe wordt verplaatst. Een selectie kopiĂŤren en een selectie van het ene perspectiefvlak naar het andere verplaatsen

27


■■

Selecties aanbrengen in Perspectiefpunt

1 Selecteer het selectiekadergereedschap. 2 Voer in het gebied met gereedschapsopties waarden in voor de volgende instellingen voordat je de selectie aanbrengt:

33 Doezelaar. Hiermee bepaalt in hoeverre de randen van de selectie moeten worden vervaagd.

33 Dekking. Geef deze waarde op als je de selectie wilt ge-

bruiken voor het verplaatsen van de afbeeldingsinhoud.

Met deze optie bepaalt je in hoeverre de verplaatste pixels de onderliggende afbeelding onthullen of bedekken.

33 Het menu Retoucheren.

Kies een overvloeimodus als je de selectie wilt gebruiken

voor het verplaatsen van de inhoud van de afbeelding.

Met deze optie bepaalt je hoe de verplaatste pixels overvloeien met de omringende afbeelding:

33 Kies Uit, zodat de selectie niet kan overvloeien met de

kleuren, schaduwen en structuren van de omringende pixels.

33 Kies Luminantie om de selectie te laten overvloeien met de belichting van de omringende pixels.

33 Kies Aan om de selectie te laten overvloeien met de kleur, belichting en arcering van de omringende pixels.

3 Sleep het gereedschap in een vlak. je kunt een selectie

aanbrengen die meerdere vlakken omspant. Houd Shift

ingedrukt om de selectie te beperken tot een vierkant dat in perspectief is. ■■

Selecties verplaatsen in Perspectiefpunt

1 Breng een selectie aan in een perspectiefvlak. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


29

2 Kies een van de volgende methoden in het menu Modus

Verplaatsen om te bepalen wat er gebeurt als je een selectie verplaatst:

33 Kies Bestemming als je het gebied wilt selecteren waarnaar je het selectiekader verplaatst.

33 Kies Bron als je de selectie wilt vullen met de afbeeldingspixels in het gebied waar je de aanwijzer van het selectie-

gereedschap naartoe sleept (gelijk aan het slepen van een selectie terwijl je Cmd ingedrukt houdt).

3 Sleep de selectie. Houd Shift ingedrukt om het verplaatsen te beperken tot verplaatsingen die zijn uitgelijnd met het raster van het perspectiefvlak.

Zwevende selecties verplaatsen, roteren en schalen Ga als volgt te werk: 33 Als je een zwevende selectie wilt verplaatsen, selecteer je het gereedschap Selectiekader of Transformatie, klik je in de selectie en sleep je. 33 Selecteer het gereedschap Transformatie en plaats de aanwijzer bij een knooppunt om een zwevende selectie te roteren. Als de aanwijzer verandert in een kromme dubbele pijl, sleept je om de selectie te roteren. je kunt ook de optie Omdraaien kiezen om de selectie horizontaal te draaien langs de verticale as van het vlak of de optie Omhoog gooien om de selectie te draaien langs de horizontale as van het vlak. 33 Als je een zwevende selectie wilt schalen, zorg je ervoor dat deze zich in een perspectiefvlak bevindt. Selecteer het gereedschap Transformatie en plaats de aanwijzer boven op een knooppunt. Als de aanwijzer verandert in een rechte â– â– 

AA Zwevende selectie in perspectief


dubbele pijl, sleept je om de selectie te schalen. Druk op Shift om tijdens het schalen de verhoudingen te behouden. Druk op Alt om vanuit het middelpunt te schalen.

Selecties vullen met een ander gebied DD van een afbeelding

1 Breng een selectie aan in een perspectiefvlak. 2 Verplaats de selectie naar de gewenste locatie. Controleer of

de modus Verplaatsen is ingesteld op Bestemming wanneer je de selectie verplaatst. 3 Voer een van de volgende handelingen uit: 33 Houd Cmd ingedrukt en sleep de aanwijzer van binnen de selectie naar het afbeeldingsgebied waarmee je de selectie wilt vullen. 33 Kies Bron in het menu Modus Verplaatsen en sleep de aanwijzer van binnen de selectie naar het afbeeldingsgebied

waarmee je de selectie wilt vullen.

De gevulde selectie wordt een zwevende selectie die je kunt schalen, roteren, verplaatsen of klonen met het gereedschap Transfor-

matie of verplaatsen of klonen met het gereedschap Selectiekader.

Selecties kopiëren in Perspectiefpunt DD Breng een selectie aan in een perspectiefvlak. Een selectie slepen terwijl je Cmd ingedrukt houdt ❶ Oorspronkelijke selectie ❷ De selectie verplaatsen naar de bronafbeelding ❸ De oorspronkelijke selectie vult de bronafbeelding

Houd Alt ingedrukt en sleep de selectie met het gereedschap

'Selectiekader' om een kopie van de selectie en de bijbehorende

pixels te maken. De kopie wordt een zwevende selectie Je kunt

deze verplaatsen of je gebruikt het gereedschap 'Transformatie' om de zwevende selectie te schalen of te roteren. Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Klik buiten de zwevende selectie om de selectie op te heffen. Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


De inhoud van de selectie wordt in de afbeelding geplakt en vervangt de onderliggende pixels.

33 Klik met het gereedschap 'Selectiekader' of 'Transformatie'

in de zwevende selectie en houd Alt ingedrukt om nog een

kopie te maken. Als de zwevende selectie eenmaal is gekopi-

eerd, wordt de oorspronkelijke selectie opgeheven en worden de onderliggende pixels vervangen door deze selectie.

33 Druk op Cmd+Shift+T om de laatste dupliceerbewerking te du-

pliceren. Op deze manier kun je inhoud meerdere keren klonen.

Een element in Perspectiefpunt plakken DD

Je kunt een element van het klembord in Perspectiefpunt plakken. Het gekopieerde element kan afkomstig zijn uit hetzelfde of een ander document. Nadat je het element in Perspectiefpunt hebt geplakt, wordt het een zwevende selectie die je

verder kunt bewerken. De zwevende selectie past zich aan in het perspectief van het geselecteerd vlak.

Om het werken gemakkelijker te maken, maak je het beste perspectiefvlakken in een eerdere sessie van Perspectiefpunt.

Kopieer een element naar het klembord. Je kan alleen pixelbeelden plakken, geen vectorbeelden. Als je tekst kopieert, moet je

deze eerst omzetten in pixels. Klik met de rechtermuisknop op de tekstlaag en kies Omzetten in pixels. Kies vervolgens Selecteren > Alles en kopieer de selectie naar het klembord. Maak een nieuwe laag.

Kies Filter > Perspectiefpunt.

Maak indien nodig een of meer vlakken in de afbeelding. Druk op Cmd+V om het element te plakken. Het geplakte item is nu een zwevende selectie linksboven in de voorvertoning.

31


❷ ❶

Een selectie in Perspectiefpunt slepen ❶ Selectie van het venster op de gevel links. ❷ Gekopieerd venster van de gevel links en geplakt in perspectief op de gevel rechts.

Standaard is het gereedschap Selectiekader geselecteerd. Gebruik het gereedschap 'Selectiekader' om de geplakte afbeelding naar een vlak te slepen. De afbeelding past zich aan het perspectief van het vlak aan. BELANGRIJK: Nadat je de afbeelding in Perspectiefpunt hebt geplakt, mag je alleen in de afbeelding klikken met het gereedschap 'Selectiekader' om de geplakte afbeelding naar een perspectiefvlak te slepen. Wanneer je op een andere plaats in de afbeelding klikt, wordt de zwevende selectie opgeheven en worden de pixels permanent in de afbeelding geplakt.

Tekenen met een kleur in Perspectiefpunt DD Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33

Een extern element in Perspectiefpunt plakken ❶ Schilderij te plakken in tentoonstellingsruimte. ❷ Tentoonstellingsruimte gezet in 'Perspectiefpunt' ❸ Schilderij wordt vanuit het Klembord van Photoshop in venster 'Perspectiefpunt' geplakt. ❹ Schilderij wordt in het perspectiefvlak gesleept en neemt de vorm van het perspectief aan ❺ Resultaat na toepassing van 'Perspectiefpunt'..


1 Selecteer het gereedschap Penseel. 2 Kies een penseelkleur en stel de penseelopties in:

penseelgrootte, hardheid en dekking). Kies een modus voor Retoucheren:

33 Kies Uit om te voorkomen dat de penseelstreken overvloeien met de kleuren, de belichting en schaduwen van de omringende pixels.

33 Kies Luminantie om te tekenen en de penseelstreken te

laten overvloeien met de belichting van de omringende pixels terwijl de geselecteerde kleur behouden blijft.

33 Kies Aan als je wilt tekenen waarbij de penseelstreken

overvloeien met de kleuren, de belichting en de arcering van de omringende pixels.

3 Geef de opties voor de tekentoepassing op:

33 Als je ononderbroken wilt tekenen waarbij je zich automatisch aan de perspectieven van volgende vlakken aanpast, open je het menu Perspectiefpunt en kies je 'Bewerkingen op meerdere oppervlakken toestaan'. Als je deze optie

uitschakelt, kun je in het perspectief van één vlak per keer

tekenen. Je moet het tekenen onderbreken en weer hervatten in een ander vlak om van perspectief te veranderen.

33 Als je het tekenen wilt beperken tot het actieve vlak,

open je het menu Perspectiefpunt en kies je 'Bewerkingen bijknippen naar oppervlakranden'. Als je deze optie

uitschakelt, kun je buiten de grenzen van het actieve vlak in perspectief tekenen.

4 Sleep in de afbeelding om te tekenen. Als je in een vlak

tekent, worden de penseelgrootte en de vorm geschaald

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


en wordt de richting aangepast aan het perspectief van het vlak. Als je Shift ingedrukt houdt en sleept, blijft de

penseelstreek beperkt tot een rechte lijn die voldoet aan het perspectief van het vlak. Je kunt ook op een punt klikken

met het gereedschap Penseel en vervolgens Shift ingedrukt houden en op een ander punt klikken om een rechte lijn in perspectief te tekenen.

Stempelen in Perspectiefpunt DD

Met het gereedschap Stempel teken je in Perspectiefpunt met

pixelmonsters. De gekloonde afbeelding heeft de oriĂŤntatie van het perspectief van het vlak waarin je tekent. .

1 Selecteer het gereedschap Stempel in Perspectiefpunt. 2 Stel in het gebied met opties voor het gereedschap de volgende opties in:

33 Diameter (penseelgrootte),

33 Hardheid (de hoeveelheid doezelen op het penseel)

33 Dekking (in hoeverre het tekenen de onderliggende afbeelding bedekt of onthult).

3 Kies een overvloeimodus in het menu 'Retoucheren': 4 Bepaal hoe een monster gemaakt wordt met de kloonstempel: 33 Schakel Uitgelijnd in om doorlopend monsters te nemen, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als je de muis loslaat.

33 Schakel Uitgelijnd uit als je de monsters vanaf het eerste

monsterpunt steeds wilt hergebruiken als je het tekenen onderbreekt en hervat.

5 Geef de opties voor de tekentoepassing op:

33 Als je ononderbroken wilt tekenen van het ene vlak naar

35


het andere, open je het menu Perspectiefpunt en kies je 'Bewerkingen op meerdere oppervlakken toestaan'.

33 Als je het tekenen wilt beperken tot het actieve vlak, AA Je stempelt in perspectief een ongewenst object weg zoals de bezem, hier in dit voorbeeld

open je het menu Perspectiefpunt en kies je 'Bewerkingen bijknippen naar oppervlakranden'.

6 Verplaats de muisaanwijzer naar een vlak en houd Alt ingedrukt om het monsterpunt in te stellen.

7 Sleep over het deel van de afbeelding waar je wilt tekenen. Houd Shift ingedrukt om een rechte lijn te slepen die vol-

doet aan het perspectief van het vlak. Je kunt ook een punt klikken met het gereedschap Stempel en vervolgens Shift ingedrukt houden en op een ander punt klikken om een Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


37

rechte lijn in perspectief te tekenen.

De grafische processor inschakelen DD

Photoshop heeft minimaal 512 MB aan video-RAM geheugen nodig om de functie voor perspectiefvervorming te kunnen uitvoeren. Als vereiste voor het aanpassen van perspectief,

zorg je ervoor dat de grafische processor is ingeschakeld in uw

Voorbeeld verpakkingsontwerp DD

OP PHOTOSH ! CREATIE F

1 Open de foto ❶ van het melkkarton 2 Kies Filter > Perspectiefpunt. 3 Bepaal de vier hoekknooppunten van het vlak ❷ .

Standaard is het gereedschap Vlak maken geselecteerd. Klik in het beeld van het melkkarton om de hoekknooppunten

te definiëren. Houd een rechthoekig object in de afbeelding aan als richtlijn bij het maken van het vlak. Als je aanvullende vlakken wilt afbreken, gebruik je het gereedschap

Vlak maken ❸ en sleep je een hoekknooppunt terwijl je cmd ingedrukt houdt. Gebruik 'Hoek' ❹ om het tweede bijgetekende vlak in perspectief te zetten.

4 Vervolgens gaan we het etiket op het melkkarton in per-

spectief zetten ❺ . Kopieer en bewerk de tekening van de verpakking. Ga als volgt te werk:

uu Open Illustrator de tekening van de verpakking, kopieer ze en plak dit beeld in het venster van perspectiefpunt ➏

Het geplakte item wordt een zwevende selectie die vol-

doet aan het perspectief van elk vlak van het melkkarton.


uu Schaal, roteer, draai of verplaats ❼ de zwevende selectie

van de tekening van de verpakking tot ze past binnen de perspectiefvlakken.

❺ ❼

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


39

%% Teken de randen van de vierhoekige elementen ruwweg parallel aan de lijnen in de architectuur. Zoals je in de foto kunt zien, kun je twee vlakken magnetisch op elkaar uitlijnen. Hier zie je een aantal vlakken die zijn gedefinieerd voor een gebouw.

PERSPECTIEF VERDRAAIEN

NEW

Je kunt het perspectief in afbeeldingen gemakkelijk aanpas-

sen met de nieuwe functie 'Perspectief verdraaien'. Deze functie is bijzonder handig voor afbeeldingen met rechte lijnen en platte oppervlakken, bijvoorbeeld afbeeldingen van gebou-

wen of architectuur. Je gebruikt deze functie ook om objecten

met verschillende perspectieven samen te voegen tot ĂŠĂŠn foto. Het gebeurt dat een object er in een foto er anders uitziet dan in werkelijkheid. Dit is te wijten aan perspectiefvervorming. Foto's van hetzelfde object die met verschillende camera-af-

standen en onder verschillende hoeken zijn vastgelegd, kunnen een andere perspectief hebben.


Photoshop-voorkeuren. Selecteer 'Bewerken' > 'Voorkeuren' >

'Prestaties'. Selecteer in het gebied GPU-instellingen de optie 'GPU gebruiken'. Klik op 'Geavanceerde instellingen'. Zorg dat

GPU gebruiken om sneller berekeningen uit te voeren is geselecteerd.Klik op OK.

Perspectief aanpassen DD ■■

Vlakken definiëren

Voordat je het perspectief aanpast, moet je de perspectiefvlakken in de foto definiëren. Open de afbeelding in Photoshop.

Selecteer 'Bewerken' > 'Perspectief verdraaien'. Lees de tip op het scherm en sluit deze. Teken in een vierhoek langs de vlakken

van het perspectief in de foto. Probeer tijdens het tekenen van de vierhoek de randen parallel aan de rechte lijnen in het perspectief te houden.

De vlakken manipuleren DD

Schakel vanuit de modus Lay-out over naar de modus 'Verdraaien'. ■■

De modus Verdraaien

Manipuleer het perspectief op een van de beschikbare manieren: 33 Verplaats de hoeken van de vierhoeken (punten), al naar

gelang van toepassing. Pas bijvoorbeeld het perspectief zo-

danig aan dat de twee zijden van het gebouw symmetrisch

worden verkort. Het resultaat benadert dan de weergave van het gebouw vanuit een bepaalde hoek.

33 Houd Shift ingedrukt en klik op een afzonderlijke rand van

een vierhoek om deze recht te trekken en zo te houden tijdens verdere bewerkingen van het perspectief. Deze rechtgetrokken randen worden geel gemarkeerd in de modus 'Verdraai-

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


33 en'. Je verplaatst de hoeken van de vierhoeken (punten) voor een nauwkeurige controle over de aanpassingen van het perspectief.

33 In de modus Verdraaien kun je op de volgende pictogrammen voor automatische perspectiefvervorming klikken: • Automatisch nivelleren bij horizontale lijnen ❶

• Automatisch rechttrekken bij verticale lijnen ❷

• Automatisch verticaal en horizontaal rechttrekken ❸

33 Ben je klaar bent met het aanpassen van het perspectief dan klik je op het icoontje 'Perspectief verdraaien vastleggen' ❹.

❶ ❷ ❸

,, Het MAS in Antwerpen rechtgezet met 'Perspectief Verdraaien'

41


OP PHOTOSH ! CREATIE F

MARIONET VERDRAAIEN (PUPPET WRAP) De functie 'Marionet Verdraaien' werkt op willekeurige delen

van een foto. Het is dus niet nodig een aparte laag te gebruiken of een object eerst 'uit te knippen'.

Maar het is wel mogelijk de functie toe te passen op een vormof tekstlaag, een slim object of een laagmasker.

Er wordt een visueel net om een deel van de foto gelegd. Door

dit te manipuleren vervorm je dit deel van het beeld, maar de

rest blijft onaangetast. Een voorbeeld van de vervorming is het verdraaien van armen of benen.

1 Selecteer in het deelvenster Lagen de laag die je wilt transformeren, en maak een selectie van het onderdeel dat je

wilt vervormen. Plaats het te verdraaien element eventueel op een nieuwe laag, zonder achtergrond (dus op een transparante laag).

Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


43

❼ ⓫

Klik op knooppunten ➏ van het net om punten toe te voegen aan de gebieden die je wilt verankeren. Klik daarna op één of meer knooppunten die je wilt verplaatsen. Wil je bij een hand bijvoorbeeld de vingers vervormen dan plaats je daarvoor punten op de hand ❼. Versleep het punt of de punten die je wilt vervormen. In dit voorbeeld van een hand is dat bijvoorbeeld de wijsvinger ❽. Als je het net een vast aantal graden wilt roteren, houd je Alt ingedrukt en plaats je de cursor bij maar niet boven de punten. Wanneer een cirkel wordt weergegeven ⓫, sleep je om het net visueel te roteren. Druk op Delete om geselecteerde punten te verwijderen. Als je andere individuele punten wilt verwijderen, plaats je de cursor rechtstreeks boven de punten, houd Alt ingedrukt en klik als het schaarpictogram ➍ verschijnt.


2 Kies Bewerken > Marionet verdraaien. Er verschijnt nu een net ❶. 3 Gebruik de optiebalk om 'Modus', 'Dichtheid' of 'Uitbreiden' van het net te bepalen.

33 Modus ❷. Bepaal de algemene elasticiteit van het net. Kies 'Vervormen' voor een bijzonder elastisch net dat geschikt

is voor het verdraaien van panorama's of structuurafbeel-

dingen.

33 Dichtheid ❸. Bepaal de tussenruimte tussen netpunten.

Meer punten betekent hogere precisie, maar ook meer ver-

werkingstijd. Minder punten betekent juist lagere precisie en minder verwerkingstijd.

33 Uitbreiding. Uitbreiden of krimpen van de buitenrand.

33 Net tonen ➎ . Schakel deze optie uit als je alleen de aan-

passingspunten wilt zien, zodat je een beter overzicht van

je transformaties krijgt. Druk op H om aanpassingspunten tijdelijk te verbergen.

4 Klik op knooppunten ❻ van het net om punten toe te voegen aan de gebieden die je wilt verankeren.

5 Klik daarna op één of meer knooppunten die je wilt

verplaatsen. Wil je bij een hand bijvoorbeeld de vingers

vervormen dan plaats je daarvoor punten op de hand ❼.

6 Versleep het punt of de punten die je wilt vervormen. In dit

voorbeeld van een hand is dat bijvoorbeeld de wijsvinger ❽.

7 Voer een of meer van de volgende handelingen uit om de

positie van punten te wijzigen of om punten te verwijderen:

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


45

VOOR

NA

%% Hier is een subtiel voorbeeld van het gebruik van 'puppet wrap' : het wegwerken van een 'frons' in het gezicht en het model doen glimlachen. Je plaatst punten rond de mond en boven de wenkbrouwen. De rimpels boven de ogen werk je eerst weg met het 'Snel Retoucheerpenseel'. Zorg ervoor dat het hoofd vrijstaand op een transparante laag staat.


33 Sleep punten om het net te verdraaien.

33 Klik op de puntdiepteknoppen ❾ of in de optiebalk om een netgebied te tonen dat door een ander netgebied wordt overlapt.

33 Druk op Delete om geselecteerde punten te verwijderen.

Als je andere individuele punten wilt verwijderen, plaats je de cursor rechtstreeks boven de punten, houd Alt ingedrukt en klik als het schaarpictogram ➍ verschijnt.

33 Klik op de knop 'Alle punten verwijderen' ❿ in de optiebalk. 33 Als je meerdere punten wilt selecteren, houd je Shift inge-

drukt en klik je op deze punten of je kiest 'Alles selecteren' in het contextmenu.

8 Als je het net rond een punt wilt roteren, selecteer je het AA Het 'schaarpictogram' om punten te verwijderen

desbetreffende punt en voer je één van de volgende twee handelingen uit:

33 Als je het net een vast aantal graden wilt roteren, houd je

Alt ingedrukt en plaats je de cursor bij maar niet boven de punten. Wanneer een cirkel wordt weergegeven ⓫, sleep je om het net visueel te roteren.

33 In de optiebalk ziet je de mate van rotatie.

33 Kies 'Automatisch' in het menu 'Roteren' ⓬ op de optiebalk om het net automatisch te roteren op basis van de voor Modus geselecteerde optie.

9 Druk op Enter of Return wanneer de transformatie voltooid is.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


47

%% De fotograaf moet hier verwijderd worden

VULLEN MET BEHOUD VAN INHOUD (CONTENT AWARE FILL) Deze functie helpt je tijd te besparen en wordt gebruikt worden om ongewenste elementen uit foto's te verwijderen.

Kort gezegd kijkt Photoshop in dat geval naar de rest van de

foto en zal deze als basis gebruiken om het gebied dat je wilt verwijderen op te vullen.

Op deze manier is het dus bijvoorbeeld mogelijk om je ex uit

een foto te verwijderen zonder dat je hiervoor hoeft te prutsen met andere gereedschappen.

Let erop dat bij het openen van de foto de laag met de foto

gedefinieerd staat als 'Achtergrond' en 'op slot' staat. Dat werkt sneller..

GG De selectie gebeurt hier met een pad voor de nauwkeurigheid


De fotograaf moet verwijderd worden uit de foto. Maak een

selectie om de man heen ➊. Dit kun je doen met de pen of het

Lasso gereedschap. In dit voorbeeld werd het Pen-gereedschap

gebruikt, let er dan op dat de optie 'Paden' bovenin geselecteerd is. Zodra je dan de man hebt geselecteerd, klik je in het gebied

met de rechtermuisknop en kies je voor de optie 'Maak selectie' waarna het pad omgezet wordt naar een selectie.

Als in je lagenpalet 'Achtergrond' staat, kun je nu simpelweg op

de Backspace of Delete knop op je toetsenbord drukken waarna het dialoogvenster in beeld komt.

Je ziet dat hier standaard al 'Inhoud behouden' ❷ is gese-

lecteerd en dus behoeft hier verder geen actie. Klik op OK.

Photoshop zal dan het geselecteerde gebied verwijderen en deze opvullen door te kijken naar de rest van de foto. Het resultaat

hiernaast. De man is verwijderd ❸. Op een aantal schoonheidsfoutjes na is dit aardig gelukt. Het menu 'Vullen' vind je ook in het menu 'Bewerken'.

❸ AA Nadat je de selectie gemaakt hebt, ga je naar 'Bewerken ' > 'Vullen' en selecteer je in het dialoogvenster de optie 'Inhoud behouden'

SCHALEN MET BEHOUD VAN INHOUD (CONTENT AWARE SCALE) Met het 'Schalen met behoud van inhoud' (Content aware scale) wijzig je het formaat van een foto, waarbij belangrijke visu-

ele inhoud ongewijzigd blijft. Normaal gesproken beïnvloedt schalen alle pixels evenveel wanneer het formaat van een

afbeelding wordt gewijzigd, maar schalen waarbij de inhoud

behouden blijft, beïnvloedt vooral de pixels in gebieden zonder belangrijke visuele inhoud. Met dit gereedschap vergroot of Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


49

❶ ❷

verklein je de afbeelding om de compositie te verbeteren of om de afbeelding in een bepaalde lay-out te passen (bv van een

liggend formaat naar een vierkant formaat). Je kunt eveneens de oriëntatie van de afbeelding bij het afdrukken wijzigen.

Ga naar 'Bewerken' > 'Zo schalen dat inhoud behouden blijft' Er verschijnen sleepgrepen ❶ rond de foto.

Bovenaan in de optiebalk vind je de knop 'Huidstinten beschermen' ❷. Deze knop kun je gebruiken wanneer je een foto hebt waarin mensen afgebeeld staat en je van dat deel van de foto

de afmetingen wenst te behouden terwijl je de foto schaalt. Je

kan eventueel een selectie maken van dat deel van het te beeld dat moet behouden blijvenn. Sla deze selectie op. In het vak

'Beschermen' ➌ in de optiebalk kies je de selectie die je zojuist

hebt opgeslagen. Wanneer je nu klikt en sleept met een greep,

zie je dat de afmetingen van de foto wijzigen en dat alle inhoud behouden blijft, maar vooral de inhoud van de selectie blijft ongewijzigd ➍.


TRANSFORMATIE Via 'Transformatie' kun je een afbeelding schalen, roteren,

schuintrekken, uitrekken of verdraaien. je kunt transformaties toepassen op een selectie, een gehele laag, meerdere lagen of

een laagmasker. je kunt transformaties ook toepassen op een pad, een vectorvorm, een vectormasker, een selectiekader of

een alfakanaal. Het uitvoeren van transformaties kan een na-

delige invloed hebben of de afbeeldingskwaliteit wanneer je de pixels manipuleert. Gebruik slimme objecten als je transforma-

ties wilt toepassen op rasterafbeeldingen waarbij de afbeeldingen zelf intact blijven. (Zie Informatie over slimme objecten.)

Wanneer je een vectorvorm of een pad transformeert, blijft de

afbeelding altijd intact, omdat je alleen de wiskundige berekeningen wijzigt die het object produceren.

Een afbeelding transformeren

➊ Oorspronkelijke afbeelding ❷ Omgekeerde laag ➌ Geroteerd selectiekader ➍ Deel van object geschaald

Als je een transformatie wilt uitvoeren, moet je eerst een item selecteren en daarna een transformatieopdracht kiezen. Indien nodig, pas je het referentiepunt aan voordat je de transformatie manipuleert. je kunt verschillende manipulaties achter elkaar uitvoeren voordat je de verzamelde transformaties toepast. je kunt bijvoorbeeld Schalen kiezen en een greep slepen om te schalen, en vervolgens Vervormen kiezen en een greep slepen om te vervormen. Druk vervolgens op Enter of Return om beide transformaties toe te passen. Photoshop gebruikt de interpolatiemethode die is geselecteerd in het gedeelte Algemeen van het dialoogvenster Voorkeuren om de kleurwaarden van pixels te berekenen die tijdens transformaties worden toegevoegd of verwijderd. De interpolatie-instelling beïnvloedt de snelheid en kwaliteit van de transforma-

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


51

tie. De standaardinterpolatie Bicubisch is het langzaamst, maar geeft de beste resultaten.

Opdrachten in het submenu Transformatie DD

33 Schalen. Met Schalen vergroot of verkleint je een element ten

opzichte van het referentiepunt, het vaste punt waaromheen transformaties worden uitgevoerd. Je kunt horizontaal, verticaal of zowel horizontaal als verticaal schalen.

33 Roteren. Met Roteren wordt een beeldelement rondom een referentiepunt geroteerd. Standaard bevindt dit punt zich midden in het object. Je kunt het echter verplaatsen.

33 Schuintrekken. Hiermee kun je een item verticaal en horizontaal schuintrekken.

33 Vervormen. Hiermee rek je een item uit in alle richtingen.

33 Perspectief. Hiermee pas je perspectief toe op een beeldelement vanuit één bepaald punt.

33 Verdraaien. Hiermee kun je de vorm van een beeldelement bewerken.

33 180° roteren, 90° rechtsom roteren, 90° linksom roteren.

Het item wordt met het opgegeven aantal graden links- of rechtsom gedraaid.

33 Omdraaien. Hiermee draai je het item verticaal of horizontaal.

Een element selecteren voor transformeren DD

33 Als je een hele laag wilt transformeren, activeer je die laag en zorgt je dat er niets is geselecteerd.

33 Als je een laagmasker of een vectormasker wilt transforme-

ren, ontkoppel je het masker en selecteer je de maskerminiatuur in het deelvenster Lagen.

AA De opdrachten in het submenu 'Transformatie'


33 Als je een pad of een vectorvorm wilt transformeren, ge-

bruikt je het gereedschap 'Padselectie' om het gehele pad te

selecteren of 'Direct selecteren' om een gedeelte van het pad te selecteren.

33 Als je een selectiekader wilt transformeren, moet je een se-

lectie maken of laden. Kies vervolgens Selecteren > Transformatie selectie.

33 Als je een alfakanaal wilt transformeren, selecteer je het kanaal in het deelvenster Kanalen.

Het referentiepunt voor een transformatie DD instellen of verplaatsen

Alle transformaties worden uitgevoerd rondom een vast punt dat het referentiepunt wordt genoemd. Dit punt vind je standaard in midden van het beeldelement dat je transformeert.

Je kunt het referentiepunt echter wijzigen of je kunt het mid-

delpunt naar een andere positie verplaatsen met de referentiepuntzoeker op de optiebalk.

1 Kies een opdracht voor transformeren. Er verschijnt een selectiekader in de afbeelding.

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Klik op de optiebalk op een vierkantje in de referentiepuntzoeker . Elk vierkantje vertegenwoordigt een punt in het

selectiekader. Als je het referentiepunt bijvoorbeeld naar de

linkerbovenhoek van het selectiekader wilt verplaatsen, klik je op het vierkantje linksboven in de referentiepuntzoeker. Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


53

33 In het selectiekader voor transformeren dat in de afbeelding verschijnt, sleep je het referentiepunt . Het referentiepunt kan buiten het te transformeren beeldelement liggen.

Schalen, roteren, schuintrekken, vervormen, DD

perspectief toepassen of verdraaien uitvoeren

Selecteer het beeldelement dat je wilt transformeren.

Kies Bewerken > Transformatie > Schalen, Roteren, Schuintrekken, Vervormen, Perspectief of Verdraaien.

Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

33 Als je Schalen ➊ kiest, sleep je een handgreep van het selectie-

kader. Houd tijdens het slepen van hoekgrepen Shift ingedrukt als je de oorspronkelijke verhoudingen wilt behouden. Zodra

de cursor op een greep staat, verandert deze in een dubbele pijl.

33 Als je Roteren ❷ kiest, plaats je de cursor buiten het selectiekader (de cursor wordt een kromme dubbele pijl) en sleep je. Druk op Shift om de rotatie te beperken tot stappen van 15°.

33 Als je Schuintrekken ➌ kiest, sleep je een zijgreep om het selectiekader schuin te trekken.

33 Als je Vervormen ➍ kiest, sleep je een hoekgreep om het selectiekader uit te rekken.

33 Als je Perspectief ➎ kiest, sleep je een hoekgreep om perspectief toe te passen op het selectiekader.

33 Als je Verdraaien ➏ kiest, selecteer je een verdraaiing in het pop-upmenu Verdraaien op de optiebalk. Wil je een aange-

paste verdraaiing uitvoeren, dan sleep je de controlepunten, een lijn of een gebied binnen het net om de vorm van het selectiekader en het net te wijzigen.


Geef voor alle transformatietypen een waarde op op de optiebalk. Als je bijvoorbeeld een beeldelement roteert, geef je graden op in het tekstvak voor rotatie .

Wanneer je een pixelbeeld transformeert (in plaats van een vorm of een pad), wordt deze bij elke keer dat je een transformatie toepast minder scherp. Voer daarom best meerdere opdrachten uit voordat je de verzamelde transformatie toepast in plaats van elke transformatie afzonderlijk toe te passen. Als je de afbeelding wilt verdraaien, klik je op de knop 'Overschakelen' tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de optiebalk. Als je klaar bent, voer je een van de volgende handelingen uit: Druk op Return, klik op de knop 'Vastleggen' op de optiebalk of dubbelklik in het transformatiekader.

Als je de transformatie wilt annuleren, drukt je op Esc of klik je op de knop 'Annuleren' op de optiebalk.

Nauwkeurig omdraaien of roteren DD

Selecteer het beeldelement dat je wilt transformeren.

Kies 'Bewerken' > 'Transformatie' en selecteer een van de volgen-

de opdrachten in het submenu: 33 Roteren om graden in de optiebalk op te geven 33 Roteren 180° om de selectie een halve slag te draaien. 33 Roteren 90° rechtsom om de selectie een kwartslag rechtsom te draaien 33 Roteren 90° linksom om de selectie een kwartslag linksom te draaien 33 Horizontaal omdraaien om langs de verticale as te draaien. 33 Verticaal omdraaien om langs de horizontale as te draaien.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


55

Vrije transformaties DD

Met de opdracht Vrije transformatie kun je verschillende transformatiemethoden (roteren, schalen, schuintrekken, vervor-

men en perspectief) toepassen in ĂŠĂŠn doorgaande bewerking.

Je kunt ook een verdraaiingstransformatie toepassen. In plaats

van verschillende opdrachten te kiezen houd je een toets op het toetsenbord ingedrukt om af te wisselen tussen de transformatiemethoden.

1 Selecteer het beeldelement dat je wilt transformeren. %% Kies het gereedschap 'Verplaatsen' en selecteer 'Besturingselementen voor transformatie tonen' op de optiebalk

2 Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bewerken > Vrije transformatie.

33 Als je een selectie, een op pixels gebaseerde laag of een

selectiekader transformeert, kies je het gereedschap 'Ver-

plaatsen' . Selecteer vervolgens 'Besturingselementen' voor transformatie tonen' op de optiebalk.

33 Als je een vectorvorm of een pad transformeert, selecteer je het gereedschap 'Padselectie' . Selecteer vervolgens 'Besturingselementen voor transformatie tonen' op de optiebalk.

3 Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

33 Als je wilt schalen door te slepen, sleep je een greep. Houd

tijdens het slepen van hoekgrepen Shift ingedrukt als je de oorspronkelijke verhoudingen wilt behouden.

33 Als je numeriek wilt schalen, geef je percentages op in de tekstvakken Breedte en Hoogte op de optiebalk. Klik op


het koppelingspictogram om de hoogte/breedte-verhou-

ding te behouden. 33 Als je wilt roteren door te slepen, plaats je de cursor buiten het selectiekader (de cursor verandert in een kromme dubbele pijl) en sleep je. Druk op Shift om de rotatie te beperken tot stappen van 15°. 33 Als je een beeldelement numeriek wilt roteren, voer je de graden in in het tekstvak voor rotatie op de optiebalk. 33 Als je iets wilt vervormen ten opzichte van het middelpunt van het selectiekader, houd je Alt ingedrukt en sleep je een greep. 33 Als je vrije vervorming wilt toepassen, houdt je Cmd ingedrukt en sleept je een greep. 33 Als je wilt schuintrekken, houd je Cmd+Shif ingedrukt en sleept je een zijgreep. Zodra de cursor op een zijgreep staat, verandert deze in een witte pijlpunt met een kleine dubbele pijl. 33 Als je numeriek wilt schuintrekken, voer je de graden in in de tekstvakken H (horizontaal schuintrekken) en V (verticaal schuintrekken) op de optiebalk. 33 Als je perspectief wilt gebruiken, houd je Cmd+Option+Shift ingedrukt en sleept je een hoekgreep. Zodra de cursor op een hoekgreep staat, verandert deze in een grijze pijlpunt.

4 Klik op de knop 'Overschakelen' tussen de modi voor

vrije transformatie en verdraaien op de optiebalk om te verdraaien. Sleep controlepunten om de vorm van het beeldelement te bewerken of kies een verdraaiingsstijl in het pop-upmenu 'Verdraaien' op de optiebalk. Nadat je een

Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


57

❷ ❶

optie hebt gekozen in het pop-upmenu Verdraaien, is er een vierkante handgreep beschikbaar waarmee je de vorm van de verdraaiing kunt aanpassen.

Een item verdraaien DD

Met de opdracht 'Verdraaien' sleep je controlepunten voor het bewerken van de vorm van afbeeldingen, vormen of paden.

Je kunt ook verdraaien met een vorm in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen op de optiebalk. Je kunt de vormen in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen ook aanpassen door de controlepunten te verslepen.

Als je de controlepunten gebruikt voor het vervormen van een

beeldelement, kies je 'Weergave' > 'Extra's' om het verdraaiingsnet en de controlepunten weer te geven of te verbergen.

1 Selecteer het beeldelement dat je wilt verdraaien. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bewerken > Transformatie > Verdraaien.

➌ Verdraaien gebruiken

➊ De vorm kiezen die je wilt verdraaien ❷ Op de optiebalk een verdraaiing kiezen in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen ➌ Het resultaat na gebruik van meerdere verdraaiingsopties


Als je een andere opdracht voor transformeren kiest of de op-

dracht 'Vrije transformatie', klik je op de knop 'Overschakelen' tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de optiebalk.

Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

33 Als je wilt verdraaien met een specifieke vorm, kies je een

verdraaiingsstijl in het pop-upmenu Verdraaien op de optiebalk.

33 Als je de vorm wilt bewerken, sleep je de controlepunten,

een segment van het selectiekader of het net, of een gebied

binnen het net. Bij het aanpassen van een curve, gebruik je De vorm van een verdraaiing bewerken

De grepen, netsegmenten en gebieden in het net aanpassen

de grepen van het controlepunt. Dit komt overeen met het

aanpassen van de grepen in het gekromde segment van een vectorafbeelding.

33 Als je de laatste greepaanpassing ongedaan wilt maken, kies je Bewerken > Ongedaan maken.

33 Als je de richting van een verdraaiingsstijl die je hebt geko-

zen in het menu Verdraaien wilt wijzigen, klik je op de knop 'Overschakelen' tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de optiebalk.

33 Als je het referentiepunt wilt wijzigen, klik je op een vierkantje in de referentiepuntzoeker op de optiebalk.

33 Als je de hoeveelheid verdraaiing wilt opgeven met numerieke waarden, voer je de waarden in in de tekstvakken Buigen

(Verbuigen instellen), H (Horizontale vervorming instel-

len) en V (Verticale vervorming instellen) op de optiebalk.

Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


59

LENSCORRECTIE

Wat is lensvervorming? DD

Tonvorming is een lensfout waarbij rechte lijnen bij de randen van de afbeelding naar buiten toe afbuigen. Kussenvorming

is het tegenovergestelde effect. Hierbij buigen rechte lijnen af naar binnen.

Vignetvorming is een vervorming die de hoeken van een afbeelding donkerder maakt, doordat er minder licht rond de omtrek

van de lens valt. Kleurafwijking verschijnt als een kleurrand langs de randen van objecten. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens scherpstelt op verschillende kleuren in verschillende vlakken. Sommige lenzen vertonen verschillende vervormingen bij bepaalde brandpuntsafstanden en f-stops. Met het filter

Lenscorrectie kun je de combinatie opgeven van de instellingen waarbij de afbeelding is gemaakt.

Lensvervorming corrigeren en perspectief aanpassen DD Met het filter Lenscorrectie corrigeer je veel voorkomende lens-

afwijkingen zoals tonvorming en kussenvorming, vignettering en kleurafwijking. Het filter werkt alleen met RGB- of grijswaardenafbeeldingen met 8 en 16 bits per kanaal.

Je kunt het filter ook gebruiken om een afbeelding te roteren of

het perspectief in de afbeelding te corrigeren dat is veroorzaakt doordat er met de camera onder een verticale of horizontale

hoek werd gefotografeerd. Met het raster van het filter zijn deze aanpassingen gemakkelijker en nauwkeuriger uit te voeren dan met de opdracht Transformeren.

AA Voorbeelden van tonvorming (boven) en kussenvorming (onder)


❶ ❷ ➌ ➍ ➎

Perspectief en lensfouten automatisch corrigeren DD De standaardinstelling 'Automatische correctie' ➊ gebruikt

lensprofielen om vervorming snel en nauwkeurig te corrigeren. Om dit goed te kunnen doen, heeft Photoshop de Exif-meta-

gegevens nodig die de camera en lens aangeven waarmee de Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


afbeelding is gemaakt. Ook moet er een passend lensprofiel op uw systeem staan. Kies Filter > Lenscorrectie. Stel de volgende opties in: ■■

Correctie

Selecteer de problemen die je wilt corrigeren ❷. Selecteer

'Afbeelding automatisch schalen' ❸ als de afbeelding na het

aanbrengen van de correcties sterk vergroot of verkleind is in vergelijking met de oorspronkelijke afbeelding.

In het menu 'Rand' ➍ bepaal je welke bewerking moet worden

uitgevoerd op de lege gebieden die het gevolg zijn van het corri-

geren van het speldenkusseneffect, de rotatie of het perspectief. Je kunt lege gebieden opvullen met transparantie of een kleur of je kunt de randpixels van de afbeelding uitbreiden. ■■

Zoekcriteria

Hiermee kun je de lijst Lensprofielen ❺ filteren. Standaard worden op grootte van de afbeeldingssensor gebaseerde profielen

eerst weergegeven. Klik op het pop-upmenu en selecteer 'Voor-

keur geven aan RAW-profielen' om de RAW-profielen als eerste te vermelden. ■■

Lensprofielen

Selecteer het juiste lensprofiel ❻. Standaard worden in Pho-

toshop alleen profielen weergegeven die overeenkomen met de camera en lens waarmee de afbeelding is gemaakt. (Het

cameramodel hoeft niet perfect overeen te stemmen.) Photoshop selecteert ook automatisch het juiste subprofiel voor de

geselecteerde lens op basis van brandpuntsafstand en f-stop. Als je de automatische selectie wilt wijzigen, klik je met de

rechtermuisknop op het actieve lensprofiel en selecteer je een

61


ander subprofiel. Als je geen passend lensprofiel vindt, klik je

op 'Online zoeken' ❼ om aanvullende profielen aan te schaffen die door de Photoshop-community zijn gemaakt. Klik op het

pop-upmenu en kies 'Onlineprofiel lokaal opslaan' als je onlineprofielen wilt opslaan voor toekomstig gebruik.

je kunt ook de gratis 'Adobe Lens Profile Creator' downloaden van de Adobe-website om je eigen profielen te maken.

Perspectief en lensfouten handmatig corrigeren DD

Je kunt ook 'handmatige correctie' gebruiken om de automatische lenscorrectie nauwkeuriger af te stemmen; Kies Filter > Lenscorrectie. Klik rechtsboven in het dialoogvenster op het tabblad 'Aangepast'.

1 Kies een lijst met voorinstellingen in het menu Instellingen.

Bij 'Standaardinstelling lens' worden de instellingen toegepast

die je eerder hebt opgeslagen voor de combinatie van camera, lens, brandpuntsafstand en f-stop die is gebruikt voor het

maken van de foto. Bij 'Vorige correctie' worden de instellingen toegepast die je hebt gebruikt bij de laatste lenscorrectie. Elke groep aangepaste instellingen die je hebt opgeslagen, wordt weergegeven onder in het menu.

2 Stel een van de volgende opties in om de foto te corrigeren.

33 Vervorming verwijderen ❶. Vervormingen zoals een bolling in de foto corrigeer je hiermee. Verplaats de schuifregelaar

voor het rechttrekken van de horizontale en verticale lijnen die naar het midden van de afbeelding toebuigen of juist

ervan af. Je kunt de correctie ook aanbrengen met het ge-

reedschap 'Vervorming verwijderen' . Sleep naar het midden

van de afbeelding om tonvorming te corrigeren en sleep naar Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


63

❶ ❷ ➌ ➍

➎ ➏ ❽

❿ ❾

de rand van de foto om het kussenvorming te corrigeren. Je compenseert lege afbeeldingsranden in het resultaat door

de optie 'Rand' op het tabblad 'Automatische correctie' aan te passen.

33 Kleurafwijking ❷. Je compenseert randvorming door de


grootte van een kleurkanaal aan te passen ten opzichte

van een ander kanaal. Zoom in op de voorvertoning voor

een vergrote weergave van de rand bij het uitvoeren van de

❶ ❷

correctie.

33 Hoeveelheid vignet ❸ Hiermee stel je de vignettering in

(mate in waarin de randen van een foto lichter of donkerder

worden). Hiermee kun je foto's corrigeren die donkere hoeken hebben door lensfouten of een onjuiste lensschaduw. Je kunt vignetten ook toepassen om creatieve effecten te bereiken.

33 Middelpunt vignet ➍ . Hiermee geeft je de breedte op van het gebied dat wordt aangepast door de schuifregelaar 'Hoeveel-

heid'. Als je een lagere hoeveelheid opgeeft, wordt er meer

➎ ➏

van de foto aangepast. Als je een hogere hoeveelheid opgeeft, blijft het effect beperkt tot de randen van de foto.

33 Verticaal perspectief ❺. Hiermee corrigeer je het perspec-

tief van de foto dat is veroorzaakt doordat je het de camera

❼ ➑

onder een hoek naar boven of beneden hebt gefotografeerd.

Deze optie zorgt ervoor dat verticale lijnen in een afbeelding parallel lopen.

33 Horizontaal perspectief ❻. Corrigeert het perspectief van de foto, waardoor horizontale lijnen parallel lopen.

33 Hoek ❼. Hiermee wordt de foto geroteerd om de camerahoek

te corrigeren of om na het corrigeren van het perspectief aanpassingen aan te brengen. Je kunt de correctie ook aanbren-

gen met het gereedschap ''Rechttrekken'. Sleep langs een lijn in de foto die je verticaal of horizontaal wilt maken.:

Schakel 'Afbeelding automatisch schalen' op het tabblad AA Chromatische abberatie of randvorming

'Automatische correctie' uit om te voorkomen dat de afbeelding

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


65

wordt geschaald wanneer je de perspectief- of hoekinstellingen aanpast.

33 Schalen ➑ . Hiermee pas je de schaal van het beeld naar

boven of beneden aan. De afmetingen van de pixels van de foto worden niet gewijzigd. Deze optie wordt hoofdzakelijk

gebruikt voor het verwijderen van lege gebieden die zijn ontstaan na het corrigeren van kussenvorming, de rotatie of het perspectief. 'Omhoog schalen' snijdt de foto uit de oorspronkelijke pixelafmetingen.

Voorvertoning lenscorrectie en raster aanpassen DD Pas de vergroting en de rasterlijnen van de voorvertoning aan

AA Vignettering

om de vereiste mate van correctie beter te kunnen beoordelen.

Als je de vergroting van de voorvertoning van de foto wilt wij-

zigen, gebruik je het gereedschap 'Zoomen' of de zoomknoppen

%% Gereedschap 'Vervorming verwijderen'

toningsvenster wilt verplaatsen, selecteer je het gereedschap

%% Gereedschap 'Rechttrekken'

linksonder in de voorvertoning. Als je de foto in het voorver'Handje' en sleep je de voorvertoning.

Als je het raster wilt gebruiken, selecteer je 'Raster tonen' ❾

onder in het dialoogvenster. Gebruik de knop Grootte ❿ om de afstand in het raster aan te passen en de knop Kleur ⓫ om de

kleur van het raster te wijzigen. Met het gereedschap 'Raster verplaatsen'verplaats je het raster zodat het samenvalt met de foto.

Instellingen opslaan en standaardinstellingen DD voor camera en lens instellen

Je kunt de instellingen in het dialoogvenster ' Lenscorrectie opslaan' zodat je deze nogmaals kunt gebruiken bij andere

afbeeldingen die zijn gemaakt met dezelfde camera, lens en

brandpuntsafstand. Zowel de instellingen voor Automatische

%% Gereedschap 'Raster verplaatsen' %% Gereedschap 'Handje' %% Gereedschap 'Vergrootglas'


correctie als de aangepaste instellingen voor vervorming,

kleurafwijking en vignetten worden opgeslagen. De instellingen voor perspectiefcorrectie worden niet opgeslagen, omdat

deze vaak per afbeelding verschillen. Je kunt de instellingen op twee manieren opslaan en opnieuw gebruiken: ■■

Instellingen handmatig opslaan en laden.

Stel opties in het dialoogvenster in en kies vervolgens 'Instel-

lingen opslaan' in het menu 'Instellingen' . Als je de opgeslagen

instellingen wilt gebruiken, kies je deze in het menu 'Instellingen'. (Jouw instellingen staan niet in het menu als je ze niet in de standaardmap opslaat. Kies in dat geval Instellingen laden voor toegang tot de instellingen.) ■■

Standaardinstelling van een lens instellen.

Als de afbeelding EXIF-metagegevens bevat voor camera, lens, brandpuntsafstand en f-stop, kun je de huidige instellingen opslaan als een standaardinstelling voor de lens. Als je de

instellingen wilt opslaan, klik je op de knop 'Standaardinstelling lens instellen'. Wanneer je een foto corrigeert die overeenstemt met camera-instellingen, wordt de optie 'Standaardinstelling

lens' beschikbaar in het menu 'Instellingen'. Deze optie is niet

beschikbaar als er geen EXIF-metagegevens voorkomen in de foto te kunnen zien.

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


ADAPTIEF GROOTHOEK

67

NEW

Gebruik het filter Adaptief groothoek om lensvervormingen van groothoeklenzen te corrigeren. Je kunt snel lijnen rechttrekken die gebogen worden weergegeven in panorama's of foto's die zijn genomen met fisheye- en groothoeklenzen. Gebouwen

lijken bijvoorbeeld naar binnen te leunen wanneer ze worden

vastgelegd met een groothoeklens. Het filter zoekt de camera en het lensmodel en gebruikt de lenskenmerken om de afbeeldin-

gen recht te trekken. Je kunt meerdere beperkingen toevoegen om rechte lijnen in andere delen van de foto aan te geven. Met deze informatie verwijdert het filter Adaptief groothoek de vervormingen.

Als je de filterinstellingen later wilt bewerken, moet je de laag omzetten in een slim object. Selecteer de laag en kies 'Lagen' > 'Slimme objecten' > 'Omzetten in slim object'. ■■

Brandpuntsafstand

Geef de brandpuntsafstand van de lens op. Deze waarde wordt automatisch gevuld wanneer de lensinformatie in de foto wordt gedetecteerd. ■■

Uitsnijdfactor

Geef een waarde op om te bepalen hoe de uiteindelijke afbeelding wordt uitgesneden. Gebruik deze waarde in combinatie

met 'Schaal' om te compenseren voor lege gebieden die tijdens het toepassen van het filter zijn geïntroduceerd.

AA Voorbeeld van een fisheye lens met hieronder de vervormingen in de foto


VOOR

NA

1 Kies Filter > Adaptief groothoek. 2 Kies een correctietype ❶:

33 Visoog. Hiermee corrigeer je sterke vervorming die door een fisheye lens wordt veroorzaakt.

33 Perspectief. Hiermee verbeter je samenvallende lijnen die worden veroorzaakt door de beeldhoek en de kanteling van de camera.

33 Panorama. Hiermee corrigeer je een Photomerge-panorama.

33 Volledig bolvormig. Hiermee corrigeer je panorama's van 360°. De panorama's moeten een hoogte/breedte-verhouding van 2:1 hebben.

33 Automatisch. Hiermee wordt automatisch de juiste correctie gedetecteerd.

3 Geef aanvullende instellingen voor het filter op. Als de foto lensgegevens bevat, worden deze waarden automatisch

gedetecteerd en worden sommige opties niet weergegeven. 33 Schalen ❷. Geef een waarde op om de foto te schalen. GeDesktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


69

❶ ❷ ❸ ➍

bruik deze waarde om de lege gebieden te minimaliseren die na toepassing van het filter zijn geïntroduceerd.

33 Brandpuntsafstand ❸. Geef de brandpuntsafstand van de lens op. Deze waarde wordt automatisch ingevuld als de lensinformatie in de foto wordt gedetecteerd.

33 Uitsnijdfactor ➍. Geef een waarde op om te bepalen hoe de uiteindelijke afbeelding wordt uitgesneden.

Gebruik deze waarde in combinatie met Schaal om te com-


AA'Net tonen' aangezet in het venster

,, Rechtsboven: gebruikt restrictiegereedschap om een lijn te tekenen die de lensvertekening aangeeft. Het filter zoekt de kromming en tekent een lijn die de omtrek van het object volgt. Boven en rechts: deze restrictielijn kan je nog verbuigen en nauwkeuriger maken door aan één van de punten te trekken

penseren voor lege gebieden die tijdens het toepassen van het filter zijn geïntroduceerd.

33 Als opname. Schakel deze optie in om de waarden te

gebruiken die in het lensprofiel zijn gedefinieerd. Deze

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


71

optie is niet beschikbaar als er geen lensinformatie wordt gevonden.

4 Definieer de beperkingen voor het aangeven van rechte lijnen in de afbeelding.

➎ ❻

5 Voer een van de volgende handelingen uit:

33 Kies het gereedschap 'Restrictie' ➎ en sleep een lijn over een belangrijk object om dat recht te trekken.

33 Kies het gereedschap 'Veelhoekrestrictie' ❻ en teken een veelhoek langs het recht te trekken object.

Het filter zoekt de kromming en tekent een lijn die de omtrek

van het object volgt. Als je de afbeelding verticaal of horizontaal wilt beperken, houd je Shift ingedrukt tijdens het slepen van de lijn. Als je de oriëntatie van een bestaande regel wilt

definiëren, klik je met de rechtermuisknop op de beperkingslijn in de afbeelding en kies je een oriëntatie in het pop-upmenu.

6 Nadat de groothoekcorrectie is voltooid, kan de foto ver-

schillende lege gebieden hebben. Je snijdt de foto uit om

dergelijke gebieden te verwijderen. Je kan ook 'Vulling met

behoud van inhoud' gebruiken om dat gebied te corrigeren.

%% Gebruik van het gereedschap 'Veelhoekrestrictie'


VERVORMINGSFILTERS

OP PHOTOSH ! F IE T A E CR

De vervormingsfilters vervormen een afbeelding geometrisch

en creëren een 3D-effect of andere vervormingseffecten. Voor deze filters is soms erg veel geheugen nodig. De filter Oceaanrimpel kan worden toegepast met de Filtergalerie.

33 Oceaanrimpel. Hiermee voeg je een willekeurige rimpeling toe aan het oppervlak van de afbeelding zodat het lijkt of deze onder water ligt.

33 Kneep ❶. Met dit filter wordt een selectie samengedrukt.

Met een positieve waarde tot 100% verschuif je de selectie

naar het midden, met een negatieve waarde tot -100% verschuif je de selectie naar buiten.

33 Rimpel. Hiermee pas je een golfpatroon toe op een selectie,

als rimpels op het oppervlak van een vijver. Voor meer con-

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


73

trole gebruik je het filter Golf. Je kunt onder andere het aantal en het formaat van de rimpels kiezen.

33 Schuin ➋ . Hiermee vervorm je een afbeelding langs een curve. Je geeft de curve aan door de lijn in het vak te slepen. Je kunt

alle punten op de curve aanpassen. Klik op Standaardinstellingen om weer een rechte lijn van de curve te maken. Daarnaast

kun je kiezen hoe je niet-vervormde gebieden wilt behandelen.

33 Bol ❸. Dit filter geeft objecten een 3D-effect door een selectie

rond een bolvorm te buigen, waarbij de afbeelding wordt vervormd en gerekt zodat deze in de geselecteerde curve past.

33 Kronkel ➍ . Hiermee draai je een selectie in het midden meer dan aan de randen. Als je een hoek opgeeft, wordt er een kronkelpatroon gegenereerd.

33 Golf ➎ . Dit filter lijkt op Rimpeling, maar je kunt er nauw-

keuriger mee werken. Je kunt opties kiezen zoals het aantal

golfgeneratoren, de golflengte (afstand tussen de toppen van de golven), de amplitude van de golf en het golftype: Sinus

(rollend), Driehoek of Vierkant. Met de optie Willekeurig pas

je willekeurige waarden toe. Je kunt ook de niet-vervormde gebieden definiëren.

33 ZigZag ➏. Hiermee vervormt je een selectie radiaal, afhankelijk van de straal van de pixels in je selectie. Met de optie

'Tanden' stel je in hoe vaak de richting van de zigzag vanaf het midden van de selectie tot aan de rand moet worden omge-

keerd. Je kunt ook aangeven hoe de pixels worden verplaatst: bij 'Vijverrimpels' worden de pixels naar linksboven of rechtsonder verplaatst, bij 'Uit middelpunt' worden de pixels naar

of weg van het midden van de selectie verplaatst en bij 'Rond middelpunt' worden de pixels rond het middelpunt gedraaid.


HET FILTER 'VERPLAATSEN'

OP PHOTOSH ! F IE T A E R C

Als je in Photoshop een poster op een bakstenen muur plakt, of een tattoo op een lichaam, of een logo op een t-sweater zoals

in het voorbeeld op deze pagina, wil je een realistisch resultaat den geen knip-en-plakwerkje. Dan komt het filter Verplaatsen goed van pas.

Maakt een selectie van de sweater en kopieer deze op een nieuwe laag (cmd+J) Maak van deze laag een slim object via 'Laag' > 'Slimme objecten' > 'Omzetten in slim object' ❶.

Zet dit slim object om naar een grijswaarden via 'Afbeelding' > 'Modus'> 'Grijswaarden'. Pas het contrast van dit grijswaarden-beeld nog wat aan via 'Niveau's' of 'Curven', Pas het

contrast zo aan dat de plooien in de sweater goed zichtbaar

worden. Vervolgens ga je naar 'Filter' > 'Vervagen' > 'Gaussiaans Vervagen'. Zet de straal op '3'. Sla dit beeld op als een .psd-bestand en noem het 'verplaatsingsbeeld' ➋ .

Nu maak je een nieuwe laag aan waarop je de tekst of het logo plaatst. Maak van deze laag een slimme filter via 'Filter' > 'OmAA Het woord 'Super!' Moet op de sweater aangebracht worden

zeteen voor slimme filters'. ➌

Kies Filter > Vervorm > Verplaatsen ➍ . Geef voor 'Horizontale schaal' en voor "Verticale schaal' ❺ een

waarde tussen 10 en 20 in. Als het verplaatsingsbeeld niet even groot is als de selectie, geef je aan hoe de verplaatsingsafbeel-

ding in de afbeelding moet passen. Je selecteert 'Uitrekken tot

passend' ➏ om het formaat van de verplaatsingsafbeelding te

veranderen of 'Naast elkaar' ❼ om de selectie op te vullen door Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


75

de verplaatsingsafbeelding in een patroon te herhalen. Kies 'Beeld omslaan' ❽ of 'Hoekpixels herhalen' ❾ om te bepalen hoe niet-vervormde gebieden van de afbeelding moeten wor-

den behandeld. Klik op OK. Selecteer en open de verplaatsingsafbeelding. De vervorming wordt op de afbeelding toegepast.

'Bleken' ❿ zetten om de opdruk nog realistischer te maken.

Je kan nu de overvloeimodus tussen de lagen op 'Bedekken' of

❺ ❻ ❼ ❽ ❾


VOOR

NA

VERMAGEREN, 'THE EASY WAY' Je kan op een heel snelle manier iemand slanker maken. Dit gaat zo. Dupliceer de achtergrondlaag. Zorg dat de gedupli-

ceerde laag geselecteerd is en druk op Cmd + A om de volledige afbeelding te selecteren en onmiddellijk op Cmd + T. Je kan ook naar 'Bewerken' > 'Vrije Transformatie' kiezen. Klik op de middelste greep links van het selectievak 'Vrije Transformatie' (de kader die op de afbeelding verschijnt) en sleep deze naar rechts. Op de optiebalk zie je de waarde in veld B (breedte) veranderen. Stop bij 95%. Het model is nu 5% slanker geworden. De 5%-regel kan je best altijd gebruiken omdat de verslanking er zo natuurlijk blijft uitzien. Als je model er 'natuurlijk' slank uitziet druk je op Return om de transformatie vast te leggen. Ga naar 'Afbeelding' > 'Uitsnijden' om het formaat van de foto eventueel bij te snijden. Druk op Cmd + D om te deselecteren Hierboven zie je de foto voor en na retouche.. Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


77

VOOR

NA

OGEN, MOND… GROTER MAKEN

Grote ogen en grote lippen hebben veel aantrekkingskracht.

Tijdens het retoucheren worden deze dan ook vaak wat groter gemaakt. Net zoals de bewerking op de vorige bladzijde is dit één van de retouches waar je niet te ver mag gaan.

Lippen groter DD

Technisch gesproken kan je deze retouche ook uitvoeren met het filter 'Uitvloeien' maar met wat je hier gaat proberen, vervorm je de lippen niet, je maakt ze alleen maar wat groter. Zoom in op de lippen en teken een selectie met de 'Lasso' ❶. Neem een ruime selectie met eden stuk van de huid erbij.

Selecteer de optie 'Bewerken' en vervolgens 'Doezelaar'. ➋ Geef een waarde in bij 'Doezelselectie' van 10 zodat de randen van de selectie verzacht worden.


❺ Druk op Cmd + J ❸ om van de selectie een gedupliceerde afzonderlijke laag te maken. Druk op Cmd + T of ga naar 'Bewerken' > 'Vrije Transformatie' ➍. Ga naar de optiebalk en klik op het

koppelingspictogram tussen B (breedte) en H (hoogte). Typ 110% ❺ in het B-veld. In het H-veld verschijnt automatisch dezelfde waarde. Met een vergroting van 10% zal het niemand opvallen dat de lippen groter gemaakt werden. Geef je een hogere waarde in dan zal het resultaat er te kunstmatig uitzien. Niet doen dus!

Druk op Return om de transformatie vast te leggen. Het resultaat ziet misschien nog niet goed uit. Je moet nog een Laagmasker toevoegen (klik op het laagmaskerpictogram ❻ in het deelvenster Lagen) en neem het gereedschap Penseel ❼. Kies

Desktop Publishing ■ DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


een klein, zacht penseel en stel de voorgrondkleur in op Zwart.

Schilder nu op het laagmasker â?˝ langs de zichtbare randen om deze te laten overvloeien in de achtergrondlaag..

79

VOOR

Ogen groter DD

Dezelfde techniek kan je ook gebruiken voor het vergroten van de ogen. Let er wel op dat je de ogen ongeveer even groot maakt. Je kan de ogen samen selecteren en vergoten of apart.

NA

â?ş

â?˝


GERAADPLEEGDE LITERATUUR qqHet Photoshop Portretten Boek, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam. 2011. qqHet Photoshop CS6 boek voor digitale fotografen, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam 2012. qqHet Photoshop CS5 boek voor digitale fotografen, Scott Kelby. Pearson Education Benelux. Amsterdam 2011. qqAdobe Photoshop CS4, Reeks 'Leer jezelf professioneel...' Erwin Olij, Van Duuren Informatica. Culemborg 2009. qqPhotoshop CS4, de basis; een praktijkgerichte training. Johan Kerver. Pearson Education Benelux. Amsterdam. 2009. qqHet Photoshop kanalenboek. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2009. qqLagen, het ultieme boek over de essentie van Photoshop. Matt Kloskowski. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqLagen, het ultieme boek over de essentie van Photoshop, 2de editie. Matt Kloskowski. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2011. qqHet Photoshop Lagenboek, Johan W. Elzenga., Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqLight It, Shoot It, Retouch It. Learn step by step to go from empty studio to fnished image. Scott Kelby. New Riders. 2012. qqPortretten fotograferen en retoucheren Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008.

Desktop Publishing â– DIGITALE BEELDBEWERKING MET ADOBE PHOTOSHOP


81

qqHet Photoshop workshop book. Johan W. Elzenga. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2011. qqHet beste van Photoshop CS3, de nieuwste en populairste technieken voor het bewerken van foto's. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2008. qqHet beste van Photoshop CS2, de nieuwste en populairste technieken voor het bewerken van foto's. Scott Kelby. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2005. qqPhotoshop CS5 voor digitale fotografie. Johan W. Elzenga. Pearson Education Benelux Amsterdam. 2010. qqRGB in de Drukwerkvoorbereiding, een handleiding voor een Late Binding workflow voor dtp’ers voor de Nederlandstalige Creative Suite op Mac. Marc Cielen - www.coloro. be. 2010.


Download wat je nodig hebt. De Photoshop-boeken kan je ook per hoofdstuk verkrijgen.

• Deel 1 • Deel 2 • Deel 3 • Deel 4 • Deel 5 • Deel 6 • Deel 7 • Deel 8 • Deel 9 • Deel 10 • Deel 11 • Deel 12 • Deel 13 • Deel 14 • Deel 15 • Deel 16 • Deel 17 • Deel 18 • Deel 19 • Deel 20 • Deel 21 • Deel 22

Werkruimte. Theoretische begrippen. Kadreren en transformeren. Selecties, maskers en paden. Lagen. Kleuren beheren. Kleur en kleurcorrecties. Toonwaarde en contrast. Retoucheren. Zwart-wit. Verscherpen. Vervagen en ruisfilters. Penselen en schilderen. Werken met tekst. Vervormen, perspectief en lenscorrectie. Artistieke effecten. Het filter Camera RAW. Handelingen en Automatisch. Basis 3D. Eenvoudige animaties. Adobe Bridge en Mini Bridge. Printen in Adobe Photoshop.

Te downloaden op www.issuu.com/dilaur. GRATIS voor Syntra-cursisten.

Photoshop deel15, vervormen, perspectief en lenscorrectie  

De boeken Photoshop deel 1, 2 en 3 zijn ook verkrijgbaar per hoofdstuk. Kleine handige boekjes die één specifiek onderwerp behandelen.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you