Issuu on Google+

magazine

BOLSWARDS HISTORIE

H ISTOR ISC H MAGA ZI N E OVER BOLSWAR D . U ITGAVE VAN DE STIC HTI NG BOLSWAR DS H ISTOR I E

ERKOO

R IJ S PP

EV

LOSS

4,95

Honderd jaar Rijwielelfstedentocht

Bolswards Nieuwsblad honderdvijftig jaar

Column De bottelarij van Piet Prins Bolsward

Andante 100 jaar oud, maar springlevend

M a g a z i n e B o l s w a r d s H i s t o r i e v e r s c h i j n t t w e e m a a l p e r j a a r | N R . 1 - A P R I L 2 012 - j aar g an g 2


Colofon Uitgever Stichting Bolswards Historie (SBH). Verschijnt tweemaal per jaar (in voorjaar en herfst). Bestemd voor de donateurs en andere belangstellenden. Bestuur Stichting Bolswards Historie: Piet Veldmans, Willem Jan Topma, Daniël Nauta, Mieke Kasimier-Stevens, Hans Berkhemer, Brenda Nijboer en Cor Greydanus. Redactie: Dicky Bosma-Faber, Johan Dijkstra, Jan Keuvelaar en Peter Mulder.

Gasten: Piet Prins (column) en Henk Ritskes (fotografie). Info: Voor vragen, opmerkingen, suggesties, etc. is het mailadres: redactie@stichtingbolswardshistorie.nl. Druk: Hanzedruk/Van der Eems. Vormgeving: Johan Dijkstra • Kreas Design.

Verspreiding: Losse nummers à € 4,95 verkrijgbaar bij Het Boekhuis, Jumbo Kooistra, Poiesz Supermarkt, de Cigo-winkel, Gysbert Japicxhûs. Wergroep Archieven: Johan C. Dijkstra en Sidney Zeegers. Werkgroep Oudheidkamer: Age Boschma, Wytze Franzen, Jan Keuvelaar en Jan van der Klis.

Afbeelding voorpagina: De eerst aankomende de heer J.Boltjes naast zijn fiets, en rechts, staande in een der volgauto's, Mindert Evert Hepkema. Hij was in 1909 de oprichter van de Vereniging De Friesche Elf Steden (schaats). Foto is genomen tijdens de eerste Rijwiel Elfstedentocht in 1912.

Van de voorzitter Met veel genoegen schrijf ik als voorzitter van Stichting Bolswards Historie een voorwoord bij deze tweede uitgave van ons “glossymagazine”. Onder leiding van onze redactie is het weer een prachtige blad geworden. Het wordt aan al onze donateurs gestuurd en het is tevens verkrijgbaar op diverse locaties in de stad, onder meer bij “Het Boekhuis”, de Cigo-winkel en de bibliotheek. De prijs bedraagt € 4,95. Het hoofdthema van dit magazine is jubilea.

Het stichtingsbestuur van Bolswards Historie.

Stichting Bolswards Historie viert dit jaar zijn 60-jarig bestaan. In het kader hiervan zijn we inmiddels met de voorbereiding bezig van een aantal activiteiten zoals een presentatie van twintig panelen met aan twee kanten foto-impressies van bekende plaatsen in de binnenstad. Dit gebeurt in samenwerking met fotoclub “d’ Ontspanner”, die nu 50 jaar bestaat. Vanaf 31 maart zijn de panelen op verschillende plaatsen in de stad te bezichtigen. In samenwerking met de gemeente Súdwest Fryslân wordt op 22 september 2012 het tweejaarlijkse Historisch Festival georganiseerd in en om de Broerekerk. Naast alle interessante artikelen die u in dit nummer kunt lezen, vraag ik uw speciale aandacht voor het artikel over de geschiedenis van het fraai gerestaureerde en geschilderde pand van voorheen Slijterij Albada Jelgersma aan de Kleine Dijlakker 17. Ik hoop dat dit tweede nummer van Magazine Bolswards Historie net zo enthousiast ontvangen wordt als het eerste.

Hans Berkhemer, voorzitter Stichting Bolswards Historie

Jan Keuvelaar (Den Haag, 1943) voorheen werkzaam bij de gemeente Bolsward, redactie gemeentelijk contactorgaan “de brugge”, diverse publicaties “Histoarysk Nijs”.

Peter Mulder (Sneek, 1959) directeur van de St. Thomasschool in Leeuwarden, publiceert wekelijks in het BN over de historie van de stad, verzamelaar van alles wat met Bolsward heeft te maken.

Dicky Bosma-Faber (Bolsward, 1944) voorheen werkzaam bij Kon. Tichelaar, Makkum, diverse publicaties in de rubriek 'Bolswarder Zaken' in het Bolswards Nieuwsblad.

Johan Dijkstra (Sneek, 1962) werkzaam bij de Noordelijke Dagblad Combinatie. Daarnaast grafisch vormgever en freelance journalist voor regionale weekbladen.


Van de redactie

INHOUDSOPAVE Bolswards Historie viert diamanten jubileum 

4

In memoriam Theo Lotstra 

6

Uit de oudheidkamer 

7

Een ooggetuigenverslag van de eerste rijwielelfstedentocht 

8

Muziekgezelschap Andante bestaat 100 jaar  10 Column Piet Prins

11

150 jaar Bolswarder krantengeschiedenis

12

Fotoclub “d’ Ontspanner” bestaat 50 jaar

15

De Bottelarij van Bolsward

16

Bolsward toen en nu - fotoreportage

19

Heamiel 60 jaar jong

20

Foto-informatie gevraagd

22

Advertenties

23

W

e hadden ons geen betere ontvangst van het eerste nummer van het magazine kunnen wensen. Er werd ons heel wat lof toegezwaaid. Wij denken, dat los van de inhoud, de vormgeving van het blad daartoe zeer veel heeft bijgedragen. Vormgever Johan verdient hiervoor dan ook alle lof. Was er dan helemaal geen negatieve kritiek? Natuurlijk wel want niemand is volmaakt. Een criticus vond het blad “te mooi”. Voor ons als redactie zal het moeilijk zijn het eerste nummer te overtreffen. Maar we doen ons best. Het nummer dat u in handen heeft, kent een rode draad. U treft wederwaardigheden aan over diverse “clubs” die dit jaar een jubileum vieren. Via het Bolswards Nieuwsblad heeft u ongetwijfeld de actie 150 gevolgd. Dit jaar bestaat niet alleen dit blad 150 jaar, het eerste nummer rolde als Bolswardsche Courant op donderdag 3 april 1862 van de pers, maar de Friese Elfsteden Rijwieltocht Elfstedentocht en de Fotoclub ‘d Ontspanner blijken samen ook 150 jaar te zijn, ze dateren van respectievelijk 1912 en 1962. Maar er zijn meer jubilea te vieren. Andante blaast en strijkt al 100 jaar haar partijtje mee. De Stichting Bolswards Historie en de eerste Heakeninginne lieten in 1952 voor de eerste keer van zich horen. Stof te over om het tweede nummer te vullen. Het volgende nummer zal in het najaar verschijnen. We hebben voldoende verhalen in onze “hoge hoed” om daaruit puttend u ook de volgende keer weer te verrassen met interessante verhalen. Wij wensen u voor dit nummer veel lees- en kijkplezier toe. Wij maken het blad voor u en willen u ook dan graag de ruimte geven. Gastschrijvers en ideeën voor door anderen te schrijven artikelen zijn van harte welkom.


BOLSWARDS HISTORIE DIAMANTEN JUBILEUM

Bolswards Historie vier Geven met verschuldigde eerbied te kennen ……… Op 15 juni 1937 richtte het Bestuur van de Vereniging Bolswards Museum “De Oude en de Nieuwe Tyd” zich met een op gezegeld papier geschreven verzoekschrift tot de raad van de gemeente Bolsward. Dit bestuur bestond uit de heren Herre Reinier Kingma (directeur van kantoor Bolsward van Kingma’s Bank), Doctor Andries Polman (predikant van de Gereformeerde Kerk), Taco van der Meer (leraar tekenen), Lucas Kingma (correspondent van de Nederlandsche Bank) en Fedde van der Spoel (stadhuisbode). De heren hadden er kennis van genomen dat er plannen waren het Stadhuis te verbouwen en gaven aan dat zij sedert jaren de wens hadden in het

Z

estig jaar geleden gingen de eerste bestuursleden van Bolswards Historie naar de notaris voor het tekenen van de stichtingsakte en wel op 28 augustus 1952. Het besluit tot oprichting van de Stichting Bolswards Historie werd genomen op 12 februari 1952. Een en ander kwam niet zo maar uit de lucht vallen, maar had een voorgeschiedenis.

✑ door Jan Keuvelaar Stadhuis een apart vertrek ter beschikking te krijgen voor de vestiging van een museum. Zij vroegen de raad hun wens in te willigen en bij de komende verbouwing rekening te houden met de wensen van het bestuur. Het volgende motief werd hiervoor gehanteerd: Bolsward heeft een rijk verleden betreffende bouwkunst, zil-

versmeedkunst en Friesche letterkunde. Behalve de gebouwen is er weinig voor het nageslacht bewaard gebleven. Het bestuur leefde in de stellige overtuiging dat indien er een Stedelijk Museum was geweest er een rijke verzameling van voorwerpen tot stand zou zijn gekomen. De basis voor deze veronderstelling was de in 1934 gehouden

▲ Interieur Oudheidkamer in het Stadhuis te Bolsward (collectie Oudheidkamer)

4

nummer 1 - jaargang 2

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


BOLSWARDS HISTORIE DIAMANTEN JUBILEUM

rt diamanten jubileum tentoonstelling in het “Volksgebouw” aan de Wipstraat. Gebleken was dat nog veel Bolswarders beschikten over kunstwerken, historische voorwerpen en geschriften. Uitgangspunt was dat wanneer de gemeente een ruimte beschikbaar stelde de vereniging via particulieren voor een eenvoudige stoffering en meubilering zou kunnen zorg dragen. De burgerij zou zich niet onbetuigd laten door het beschikbaar stellen van voorwerpen. De gemeente zou door het beschikbaar stellen van een ruimte: een daad van piëteit verrichten jegens het voorgeslacht; mede zorgen voor het bewaard blijven van belangrijke historische voorwerpen en geschriften; de stad een fraaie attractie rijker laten worden. Maar het zat er voorlopig niet in. De schaatsen van Pieter Abels Coopmans De commissie Oud en Nieuw liet op 31 oktober 1938 weer van zich horen. Aanleiding was een bericht in de Leeuwarder Courant van zaterdag 28 oktober 1938 over door dr. P. Peereboom aan het Fries Museum geschonken schaatsen die eigendom geweest waren van Pieter Abels Coopmans te Bolsward. Coopmans was een aantal keren (steeds benoemd voor een periode van vier jaar) burgemeester van Bolsward. Op 24 januari 1763 bracht hij een brief van Stadhouder Willem V naar diens grootmoeder, Maria Louise van Hessen Kassel in Leeuwarden. De brief bevatte mogelijk voordrachten

voor burgemeestersbenoemingen. In de Leeuwarder Courant van 25 januari 1763 staat: “Zeeker Heer van Bolsward is gistermorgen om vijf uur uit Den Haag op schaatsen gereden en dienzelfden avond om half zeven uren te Leeuwarden gearriveerd”. Het bestuur stelde de retorische vraag of, indien er in Bolsward een eigen museum was geweest, de schaatsen niet aan dat museum geschonken zouden zijn. Bij burgemeester en wethouders werd er nogmaals beleefd maar met klem op aangedrongen om in nader overleg tot een museum te komen. Het antwoord kwam snel, namelijk gedateerd 4 november 1938, maar was zeer teleurstellend. “…. dat wij van een onderhoud over de oprichting van een museum in het stadhuis geen succes verwachten.” De raad was eerder geen voorstander gebleken van het realiseren van een museumruimte in het stadhuis. Zolang er geen definitieve uitbreidingsplannen voor het stadhuis waren, had spreken over de wens van het bestuur geen enkele zin. “Museumkamer” Tot de voltooiing van de nieuwe vleugel waren de kunstvoorwerpen door het hele gebouw verspreid. In de loop van 1942 kwam hier verandering in. Alle voorwerpen werden overgebracht naar het vertrek thans bekend als b.& w.-kamer, zodat daar een museum ontstond waarin de collectie van de gemeente

De werkers van het eerste uur

In 1952 waren van de vijf bestuursleden er nog twee over die in 1937 de brief aan de gemeente hadden verstuurd: H.R. Kingma en T. van der Meer. De andere leden waren W.H. Keikes, provinciaal archiefambtenaar, H.B. P.A. Letschert, leraar (o.a. geschiedenis) aan de R.K. H.B.S. St. Martinus en R. Bosch, drogist (’t Blomke). Het doel was museaal en omvatte het verzamelen, beschrijven en tentoonstellen van voorwerpen met een relatie tot de geschiedenis van Bolsward ofwel het in stand houden van de Oudheidkamer.

Koerswijziging

Toen in 1973 besloten werd de Statuten te wijzigen en tot doel de restauratie van panden te kiezen, bestond het bestuur nog uit vier leden: (dominee) H.Kreb, R. Bosch (ook in 1952 al bestuurslid), J. Grunstra, architect en H. Gerritsma, meubelmaker. Het bestuur bestaat sindsdien volgens de Statuten uit zeven leden.

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

En verder • heeft SBH een eigen vergaderruimte met een prachtig beschilderd plafond in het Elgersmahuis aan de Grote Dijlakker. • wordt vanaf 1985 in principe elk jaar een herinneringstegel uitgereikt aan de eigenaar van een pand dat naar het oordeel van het bestuur van SBH voorbeeldig is opgeknapt. • bracht de stichting plaquettes aan o.a. bij de Kapelpost.

en die van de voorloper van Bolswards Historie werd opgenomen. Het beheer werd informeel door deze vereniging verzorgd. De collectie leek nu een vaste plek te hebben, maar er was een groot probleem. Na de oorlog werd elk jaar in de zomermaanden een tentoonstelling gehouden, waarvoor ook de “museumkamer” gebruikt werd. Dat betekende dat de oudheidkundige voorwerpen in de zomermaanden -het toeristenseizoen bij uitstek- niet te bezichtigen waren. Jaarlijks moest de kamer ontruimd worden en na afloop van de tentoonstelling opnieuw ingericht. Boven de vierschaar Uiteindelijk kon het, al in 1943 door architect A. Baart, ontwikkelde plan om de ruimte boven de vierschaar tot Oudheidkamer in te richten worden gerealiseerd. Helaas verwierp de raad (met de kleinst mogelijke meerderheid) het voorstel van burgemeester en wethouders om geld voor een professionele aanpak ter beschikking te stellen. Het bestuur van “Bolswards Historie” financierde uit eigen bescheiden middelen een simpeler plan. In afwachting van betere tijden kreeg het museum een geïmproviseerd karakter. Op maandag 9 juli 1951 werd de ingerichte Oudheidkamer in gebruik genomen. Tijdens een feestelijke bijeenkomst werd het eerste exemplaar van het boekje: “Bolsward, ouderdom met gratie”, geschreven door de heer W.H. Keikes, tevens voorzitter van de Vereniging Bolswards Historie, uitgereikt. Uitgever A.J. Osinga overhandigde het aan burgemeester J.G.S. Bruinsma.

nummer 1 - jaargang 2

5


BOLSWARDS HISTORIE DIAMANTEN JUBILEUM 60 jaar geleden Nu de doelstelling, een eigen museale ruimte in het stadhuis, was gerealiseerd werd het tijd ook juridisch het geheel “poten onder het gat” te geven. Besloten werd om dit te doen in de vorm van een stichting, zodat het bestuur zonder last en ruggespraak kon handelen. In 1955 kon de zogenaamde tweede oudheidkamer, direct boven de raadszaal gelegen, in gebruik worden genomen. In de beginjaren werd vooral gesteund op de kunde en kennis van de heer Keikes. Zijn vertrek uit Bolsward had tot gevolg dat het beheer een zeer smalle basis kreeg. De gemeente kon terugvallen op de heer H.J. van der Zee, die opzichter bij de Dienst Gemeentewerken was en daarnaast een van de vier bestuursleden van Bolswards Historie. Er bleek behoefte aan verdere deskundige ondersteuning. Deze werd in 1968 gevonden in de persoon van drs. Herre Halbertsma, in dienst bij de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort. Hij was al sedert 1945 als honorair conservator verbonden aan het Fries Scheepvaart Museum te Sneek. Een zelfde functie kreeg hij, tegen een vaste jaarlijkse onkostenvergoeding te betalen door de Stichting Bolswards Historie, voor de Oudheidkamer. Tijdens de samenwerking tussen de heren Halbertsma en Van der Zee is een plan gemaakt voor verbetering van de presentatie van de collectie en om het nodige aan de beveiliging te doen. In 1973 werd het aantal vitrines met een achttal uitgebreid en het jaar daarop werd beveiliging aangebracht. Het meest waarde-

volle deel van de collectie bevindt zich sedertdien in beveiligde vitrines. Een nieuwe koers Zo rond 1973 kwam er een wijziging in de opvattingen van het bestuur en ging men zich meer toeleggen op de bouwkundige ontwikkelingen in de binnenstad. Er werden rond die tijd gemeentelijke saneringsplannen ontwikkeld voor de gebieden Grote Kampen en Elandslaagte en verder werd gewerkt –in het kader van de gewenste aanwijzing tot beschermd stadsgezicht- aan de realisatie van bestemmingsplannen voor de binnenstad. De bemoeienis met de Oudheidkamer was inmiddels beëindigd en de collectie in zijn geheel in eigendom aan de gemeente over gedragen. Vanaf 1983 stelde de Stichting zich ook ten doel panden die de woonfunctie hadden verloren weer in oude luister te herstellen. Er werd een afdeling restauratie in de vorm van een aparte stichting in het leven geroepen. In de jaren die volgden werd een twaalftal panden aangekocht, een nieuwe eigenaar gezocht en een plan voor restauratie in samenspraak met de toekomstige eigenaar ontwikkeld. Grote motor achter deze activiteiten was R. Stellingwerf. De Stichting zorgde verder voor het verkrijgen van de mogelijke subsidie, het bouwtoezicht en de financiële afwikkeling, waarna overdracht van het pand plaats vond. Als gevolg van het opdrogen van de subsidiestroom(pjes) staan de activiteiten van de afdeling restauratie op een laag pitje. Bolswards Historie Anno Nu Zoals dat voorheen bij de gemeente Bolsward gebeurde, houdt de Stichting

In memoriam Theo Lotstra Op 21 oktober 2011 overleed in zijn woonhuis aan de Bargefenne Theo Simon Lotstra. Theo was Bolswarder van geboorte en zag het levenslicht op 7 april 1927. Zijn wieg stond in een van de twee panden die moest worden geruimd toen de nieuwe St. Franciscuskerk werd gebouwd, destijds Grote Dijlakker 9 en nu kerkplein. Deze kerk in het bijzonder en Bolsward in het algemeen zouden een leidraad worden in zijn leven. Het herinnerde hem aan een warme jeugd, waarop met veel genoegen kon worden teruggekeken, ook op momenten dat het leven hem confronteerde met tegenslagen. Een ernstige ziekte in 1970 en een verwoestende brand in 1977 werden met optimisme, relativeringsvermogen en een diep geloof tegemoet getreden. Samen met zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen had Theo het vermogen met volle teugen van het leven te genieten en vond hij het geluk in de kleine, eenvou-

6

nummer 1 - jaargang 2

Mocht u in Bolsward aan de wandel zijn en u ontdekt een dergelijke steen dan weet u dat het pand waarin deze is aangebracht onder regie van de Stichting Bolswards Historie is opgeknapt. de vinger aan de pols met betrekking tot de ontwikkeling van de binnenstad en zoekt contact met de gemeente Súdwest Fryslân wanneer het in de ogen van het bestuur noodzaak is ongewenste ontwikkelingen bij te sturen. De organisatie van het Nationaal Museumweekend in april en de Open Monumentendag in september ligt op het bordje van de Stichting. Verder is de Stichting in een aantal organisaties op het terrein van monumenten vertegenwoordigd. Daarnaast is er onder bestuurlijke verantwoordelijkheid een drietal werkgroepen actief. De Excursiecommissie organiseert in september het jaarlijkse uitje voor de donateurs. De Werkgroep Oudheidkamer zorgt sedert 1 januari 2011 voor het beheer van de collectie oudheden in het stadhuis. De Werkgroep Archieven stelt zich ten doel het papieren verleden van Bolsward voor het nageslacht vast te leggen. SBH is dan ook ondanks zijn ouderdom springlevend en met oog voor het verleden op weg naar de toekomst. Wilt u meer weten bezoek dan ook: www.stichtingbolwardshistorie.nl

✑ door Peter Mulder

dige dingen. Theo was zeer actief in het verenigingsleven en het vrijwilligerswerk. Als jongeman bij de R.K. toneelvereniging BOKATO en als tenor bij het St. Franciscuskoor, waarvan hij het erelidmaatschap ontving. Daarnaast was hij vrijwilliger in het Verpleeghuis Bloemkamp. Zijn liefde voor de stad Bolsward kon hij delen als vrijwilliger van het Titus Brandsmamuseum, de Stichting Archief en Documentatie Centrum R.K. Friesland en als lid van Bolswards Historie. Door de kennis van zijn geboortestad, was hij een vraagbaak voor hen die zich bezig hielden met de historie van Bolsward. Haarfijn wist hij te vertellen wie in welk pand had gewoond en had hij inzicht in de vele familierelaties van Bolswarder ingezetenen. De laatste jaren werd hij geconfronteerd met ziekte. Lang bleef Theo optimistisch, tot het moment waarop hij zich realiseerde dat hij zich moest overgeven aan zuster Dood, die hij als koorlid zo vaak had toegezongen in het Zonnelied van Franciscus. Op 27 oktober werd in zijn vertrouwde St. Franciskerk afscheid

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


UIT DE OUDHEIDKAMER

Speerpunt van de collectie is de zilververzameling. Het verzamelbeleid is er op gericht zoveel mogelijk verschillende voorwerpen van zilversmeden die in Bolsward werkzaam zijn geweest in de collectie op te nemen. Af en toe doet zich de gelegenheid voor een voorwerp te verwerven. Ook op Marktplaats wordt wel eens een Bolswarder zil-

met dito kettingen waaraan de vrouwen vroeger onder andere de breischede, naaldenkoker, schaar, speldendoosje en dergelijke droegen”. De haak is gemerkt door de Bolswarder zilversmid Romke Berends de Jong, die hier werkzaam was van 1815 tot 3 december 1827, toen hij op 35-jarige leeftijd overleed. Naast zijn meesterteken zijn de jaarletter Q (=1825), het teken voor 2e gehalte zilver en het kantoorkeur Leeuwarden afgeslagen. Romke was in 1814

Een nieuwe aanwinst ✑ door Jan Keuvelaar

S

inds 1 januari 2011 wordt de collectie van de Oudheidkamer Bolsward op verzoek van de oude gemeente Bolsward beheerd door de Stichting Bolswards Historie. De feitelijke zorg voor de collectie is in handen van een werkgroep die bestaat uit de leden: Age Boschma, Wytze Franzen, Jan Keuvelaar en Jan van der Klis. Hun taak is onder andere het in goede staat houden van de collectie en deze zo mogelijk uitbreiden. Schriftelijk is vastgelegd dat de gemeente hiervoor de financiële middelen verstrekt.

veren voorwerp aangeboden. De beheerscommissie kreeg een tip en ging daarmee aan de slag. Bevindt zich al zo’n voorwerp in de collectie? Welk meesterteken staat er op het stuk? Wat is een redelijke prijs? Gelukkig zijn er deskundigen op dit terrein die daarover kunnen adviseren.

getrouwd met Catharina Eerdmans, dochter van de Bolswarder zilversmid Bernardus Eerdmans. Twee van haar broers Henricus en Albert waren ook als zodanig werkzaam.

Chatelainehaak Het laatste voorwerp dat enige tijd geleden kon worden verkregen is een zogenaamde chatelainehaak. In de Encyclopedie van Friesland staat bij chatelaine de omschrijving: “zilveren haak

genomen van Theo en werd een gedicht voorgedragen dat Theo ooit schreef over de oude beuk op het kerkplein naast zijn geboortehuis. Theo Lotstra, dat hij ruste in vrede.

Ook veel parochianen heb je vaak al, als baby, langs zien dragen op de armen van hun meter, in hun eerste levensdagen en later als volwassenen heb jij ze langs zien stomen om toch, al was ’t bijna tijd, maar niet te laat te komen.

De beuk

Oh stoere beukenboom, je bent toch wel een echte Franciscaan. Ik zie je ‘s zomers toch zo graag in volle pracht daar staan, je mooie volle bladerdak dat is je bruine pij daarin zingt gans het vogelvolk, Gods lof zo vrij en blij.

De dag dat ik geboren werd op Grote Dijlakker negen, lachte aan d’overkant de oude beuk mij tegen. Hij was al vijfentachtig jaar, maar sterk als een jong’ kerel, uit zijn kruin doorklonk ’n welkomstlied van ’n mooie zwarte merel. Als jochie van ’n jaar of vijf, op school bij Radigondes zocht ik beukennootjes in de herfst, ja dat was iets bijzonders. Geduldig reeg je die dan tot een schitterend kralensnoer of zelfs een echte rozenkrans, maar dat was wel een toer. Toen ik later groter werd en ’t biechten moest gaan leren stond ik in m’n rijtje, groot of klein, bij de beuk te repeteren. Met zekere vrome tegenzin ging je daarna naar binnen en jij mocht buiten blijven staan, daar hoorde je me stinnen.

Als ik dan eenmaal en voorgoed m’n laatste gang zal gaan en men mij draagt daar over ’t plein, zal jij daar zeker staan, om als de dragers in het grijs, mij de wagen in gaan schuiven, met je machtig bruine bladerdak mij plechtig uit te wuiven. Tot slot hoop ik dat jij nog minstens honderd jaar mag leven als ’n monument en een symbool van onverzet’lijk streven. Door pal te staan voor God en Kerk en de parochianen, ben je ’n voorbeeld van standvastigheid, moge het zo zijn. Amen

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

nummer 1 - jaargang 2

7


RIJWIELELFSTEDENTOCHT HONDERD JAAR

Een ooggetuigenversla rijwielelfstedentocht h

I

n Friesland hebben de elf steden altijd een grote aantrekkingskracht gehad voor het organiseren van sportevenementen. Het meest legendarische voorbeeld is de Elfstedentocht per schaats. Maar ook kanovaarders, steppers, wandelaars, roeiers, plankzeilers en boten op zonneenergie komen aan hun trekken als zij georganiseerd langs de elf Friese steden willen gaan. De wieg van de rijwiel-Elfstedentocht stond in Bolsward. Nadat er in de jaren ervoor groepsgewijs of individueel wel eens getracht werd om in één dag alle Friese elf steden per rijwiel te bezoeken, werd in 1912 een evenement voor fietsers georganiseerd door een aantal sportieve inwoners van Bolsward. Grote stimulator destijds was dokter Beekhuis die herhaaldelijk propageerde dat lichaamsbeweging heilzaam was voor de gezondheid van de mens. Durk Reitsma heeft in 1980 de historie van de rijwiel-Elfstedentocht uitgebreid beschreven. (ISBN 90 70010 93 3). In 1959 verscheen in het Harlinger Nieuwsblad een ooggetuigenverslag van een deelnemer aan de eerste rijwielElfstedentocht in 1912. Om u een indruk te geven van de sfeer tijdens die eerste Elfstedentocht per fiets volgt hieronder een enigszins aangepaste weergave. Deelnemer Pier Lichtendahl van Harlingen herinnerde zich destijds de tocht als de dag van gister.

✑ door Peter Mulder De monsterrit van Pinkstermaandag 1912 Zo is de eerste wedstrijd de geschiedenis ingegaan. Het was bar slecht weer. Zo slecht dat de vissers, die het in die dagen evenmin als nu niet zo maar lieten zitten, in de haven bleven. Regen,

hagel, stormachtige wind, nee het weer werkte bepaald niet mee, deze Pinkstermaandag. De jeugd liet het er echter niet bij zitten. Bovendien had de toen 21-jarige jongeman pas een nieuwe fiets gekregen op zijn verjaardag en die moest natuurlijk worden geprobeerd. Het was een Record, die voor vijf en twintig gulden was gekocht bij rijwielhandelaar J. Krol. Wel een bewijs dat men in die dagen heel wat kon kopen voor een lapje van vijf en twintig. De afwerking was eerste klas, wat ook tijdens die eerste wedstrijd zou blij▲ Deelnemers aan de Rijwiel Elfstedentocht in 1913. ken. En dat op

8

nummer 1 - jaargang 2

de beruchte macadam- en grindwegen, zo berucht omdat dit echte bandenvernielers waren. De start in Bolsward Zondagavond gingen de heer Lichtendahl en enkele vrienden naar de startplaats Bolsward. Dit om flink fit te zijn voor de volgende morgen. Het pakte anders uit, want Bolsward had zich opgemaakt om het de deelnemers zo gezellig mogelijk te maken. Er was bal en waar gedanst wordt, heerst vrolijkheid die geen tijd kent. Tante, bij wie de jongeman zou overnachten, keek tevergeefs naar hem uit die avond. ’t Was zo laat dat ze sprak: “ ’t Wordt niks met jou morgenvroeg!” Maar om 5 uur was de wielrenner in spe zijn bed uit. Goed voorzien van alles wat de inwendige mens maar in stand kan houden, ging het met muziek naar de start. Er waren er een paar honderd die het eens wilden wagen, ondanks het weer dat zo vroeg in de morgen niet bepaald aanlokkelijk was. Naast Lichtendahl, verscheen nog een aantal stadgenoten aan de start. Daarbij was een jongmaatje, nog onder en boven de wet. Doeke van Seijst, die de hele tocht mee en uitreed ook, zij het niet in wedstrijdverband. Zakgeld had hij niet, zodat hij geen inleg kon betalen, een boterham evenmin. Toch lukte het dit manneke de tocht in zijn geheel uit te rijden, wat niet van alle deelnemers gezegd kon worden. Zijn stadgenoten hielpen Doeke welwillend aan de nodige foerage, zonder zelf te kort te komen. Tante had genoeg meegegeven. Voor de wind Het groepje Harlingers had er direct al een zwaar hoofd in, maar het ging voor de wind op de havenstad aan en daar konden ze er immers altijd nog mee ophouden. Het draaide lekker met de harde wind in de rug en er reden immers nog trams en treinen. Waarom nog niet een eindje getrapt. Eerst naar Franeker, toen over Minnertsga en de

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


RIJWIELELFSTEDENTOCHT HONDERD JAAR

g van de eerste honderd jaar geleden… andere dorpen op Dokkum aan. Alles voor ’t lapje. Toen echter werd het zwaarder. Ze moesten nu immers tegen de wind optornen. Daarom zou er in Leeuwarden dan maar een punt achter worden gezet. Maar ja, de kameraadschap groeide en de gezelligheid trok zelfs de moeheid uit de benen. Bovendien was er in het groepje een invalide uit Haarlem, die met een been tot zover was gekomen. En die wilde nog verder ook. En als een man met één been dat kon, dan moesten jonge kerels met twee gezonde benen dat toch zeker kunnen presteren. Met moed ging het daarom op Sneek aan. Vandaar een kleine trip naar IJlst en terug. Toen kwam misschien het zwaarste gedeelte van de tocht. Met de wind tegen naar Sloten, het kleine stedeke aan de rand van Gaasterland. Men kwam er zonder pech. Af en toe werd er bij de controleposten wat gegeten en gedronken en men sprak af bij elkaar te blijven en niet naar uitzonderlijke prestaties te jagen.

ling moesten ze natuurlijk meemaken! Doeke, die natuurlijk geen kaart had en geen stempels, verdween meteen naar huis. Hij fietste voor de tweede maal de twintig kilometer. Moe gefeest en moe gezongen gingen de Harlingers ’s avonds met de laatste tram naar huis. De fietsen in de bagagewagen. En zo moe waren de jongelui dat de oude conducteur Kroe▲ De deelnemerslijst van de Elfsteden Rijwieltocht van 1912 se het hele stel ’s avonds in Harlingen De kleine Doeke ging voortdurend in moest wekken…. Ze wisten niet eens het kielzog van de anderen mee. Ook dat ze weer thuis waren. Zo verliep de hij wist van geen ophouden. Na Sloten eerste Elfstedentocht op de fiets. Onkwam de lange, lange tocht naar Stave- danks het slechte weer, de vele regen ren, Frieslands oudste stad. Men fietste en harde wind, voor de heer P. Lichover Balk, zodat er meer geprofiteerd tendahl destijds nog steeds een prettige kon worden van de luwte van de Gaas- herinnering. En de medaille? Die was terlandse bossen. Ook aan dit traject weg. Na eerst jaren als kostbaar kleikwam, net als aan alle andere afgelegde nood op de pet te hebben geschitterd, afstanden, tenslotte toch een einde. ging het eremetaal de weg van zoveel wat eens hoog gewaardeerd werd toen Daar in Staveren stond ook een oom men jong was. van Pier onder de velen die de wedstrijdrijders verwelkomden. “Wat Nu honderd jaar later is het aantal hestou úthaald? “, was zijn begroeting. deelnemers aan de tocht enorm “Hou der mar met op, seun! ’t Is gien gegroeid. Vanuit alle windstreweer om op ‘e diek te wezen!” Maar het ken strijken fietsers neer in de leed was geleden. Men kreeg immers nu stad Bolsward om van daaruit de wind weer in de rug. Niemand die hun huzarenstuk te volbrengen. dan ook aan ophouden dacht! Sommigen voor de 50-ste keer. Het wedstrijdelement, dat de Om vier uur terug in de oprichters wilden uitban“Oliekoekenstad”. nen, maar wat toch niet Via Hindeloopen en Workum ging het te stuiten was, behoort innu, recht uit recht aan, naar Bolsward. middels al vele jaren tot Het was goed vier uur, toen men de het verleden. Een actief stad binnenrolde, met de Harlingers in bestuur met een flink de voorste groep. De tocht zat er op en korps aan vrijwilligers om de herinneringsmedaille was verdiend. zich heen, bezorgt de fietsers Het was een triomftocht, de finish! Al en alle overige gasten een wat toen benen had in de stad was aan- prachtige dag . wezig en al wat kelen had, schreeuwde Als het aan de organisatoren en de zich schor. Maar hoe moe de Harlingers deelnemers ligt, zal dit jubileum zeker ook waren, de feestelijke prijsuitde- niet het laatste zijn!

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

nummer 1 - jaargang 2

9


ANDANTE BESTAAT 100 JAAR

I

n een themanummer waarin verschillende jubilea worden belicht, mag een korte historische beschrijving van amusementsorkest Andante niet ontbreken. Een aantal muzikanten uit de oude schutterij kwam in 1912 bijeen om in een boerderij over het Heechhout met elkaar te musiceren. Het trio, aanvankelijk begonnen met twee violen en een cello, groeide gestaag en breidde zich uit tot een muziekgezelschap dat uitnodigingen ontving om feestelijke gebeurtenissen op te luisteren.

✑ door Peter Mulder

ter G. Timmer en de leden D. de Boer, I. Blauw, J. Brameijer, F. Couperus, L. Huisman, J. van der Kam, Kingma, L. Kramer, mej. Kl. Post, H. Timme, A. de Vries en J. de Vries Kzn. De vuurdoop kwam toen Andante een verzoek kreeg om in de Doele op te treden bij een feestavond van de Vereniging tot Afschaffing van Alcoholische Dranken. Het werd een groot succes. In hetzelfde jaar was een parkconcert dat door meer dan 1000 bezoekers werd bijgewoond. Vanaf dat moment zouden de muzikanten regelmatig acte de présence geven bij jubilea. De repetities vonden eerst plaats in het Wilhelminagebouw op de Elandslaagte, maar verhuisden later naar de Muziekschool in de Kerkstraat. In de eerste jaren bestond Andante voornamelijk uit heren. In 1929 traden vier dames toe tot het gezelschap. Op 16 mei 1921 werd in de Doelezaal een uitvoering gegeven met medewerking van humorist Maupie Staal uit Amsterdam. Dit was op Pinkstermaandag na de Bondskaatspartij, terwijl er ’s mid-

▲A  ndante in de tachtiger jaren. of donkerblauw kostuum. Langzamerhand wisten steeds meer bezoekers de gang naar het orkest te vinden. Wellicht zorgden de donkere jaren voor behoefte aan afleiding. Steeds vaker werden de avonden gecombineerd met het optreden van plaatselijke voordragers als Luut de Haan, Leo de Vries en Menardus Flapper. In verband met strafmaatregelen van de bezetter en het onderduiken van diverse leden, werd

Muziekgezelschap Andante bestaat 100 jaar Onder de bezielende leiding van musicus en eigenaar van een muziekinstrumentenwinkel L.J. Timmer was de muzikale kwaliteit verzekerd. Jarenlang stelde hij zijn krachten belangeloos ter beschikking. Dat het na een aantal jaren een serieuze aangelegenheid werd, tonen ons de eerste notulen, die op 17

▲ Andante in actie tijdens vijftig-jarig jubileum oktober 1918 in het notulenboek werden opgetekend. De vereniging bestond toen uit 15 leden, te weten voorzitter T. van Dijk, secretaris H.J. Bachofner, penningmees-

10

nummer 1 - jaargang 2

dags op het land van Teake Popma bij de Hartwerderweg vliegdemonstraties met parachutespringen plaatsvonden. Zelden waren er in Bolsward zoveel mensen op de been. Het vertrek van belangrijke musici als Timmer en Bachofner, maakte het orkest kwetsbaar. Het kende zoals zo vele gezelschappen zijn ups en downs. Bij de NEBAT, de grote bakkerijtentoonstelling in Bolsward in 1930, verzorgde Andante de muzikale omlijsting van het openluchtspel “Middernachtsdream”. In de jaren vlak voor de oorlog liep het aantal leden sterk terug. De muzikanten stonden onder leiding van Jan Negenman. Om het repetitiebezoek te stimuleren, voerde men een boetestelsel in. Bij niet afzeggen vóór 6 uur ’s avonds moest 25 cent boete worden betaald. Verhuizingen van muzikanten naar elders knaagde aan de stabiliteit van het orkest. Als blijkt dat elke repetitie 25 cent meer kost dan er contributie wordt betaald, stelt dirigent Negenman voor zijn vergoeding van fl. 1,- per repetitie te laten vervallen. De leden vinden dat echter onacceptabel. In de oorlogsjaren verscheen Andante voor het eerst in uniform; de dames in lange zwarte japon en de heren in zwart

het Andanteleven vanaf 1944 praktisch stilgelegd. In 1945 pakte men de draad weer op en werd de jaarvergadering bij gebrek aan elektriciteit bij kaarslicht gehouden. Vele dirigenten volgden elkaar op. Op 19 februari 1962 werd het 50-jarig bestaan op grootse wijze gevierd. In de laatste jaren heeft Andante zich ontwikkeld tot amusementsorkest waarbij men op zoek is naar musicerende mensen die het orkest willen versterken. Een orkest waar jong en oud elkaar vinden en ontspannen met elkaar kunnen musiceren. Op de website (http:// www.andante-bolsward.nl) wordt dit omschreven als “een orkest waar plezier in spelen voorop staat en waar het een genoegen is om met elkaar muziek te maken.” Honderd jaar musiceren in Bolsward. Dat is beslist geen kleinigheid. Vele verenigingen hebben Andante in de afgelopen honderd jaren verzocht tijdens feesten en jubilea de feestvreugde te verhogen. Gezien de verslagen in de notulenboeken is dat meer dan gelukt. Een prestatie van formaat, die vergezeld mag gaan van een welgemeende felicitatie en de beste muzikale wensen voor de toekomst.

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


COLUMN PIET PRINS

I

Column

k kom uit Bolsward, maar woon inmiddels dertig jaar in Leeuwarden. Kijkend naar de indrukwekkende jubilea die in dit nummer van Magazine Historisch Bolsward worden behandeld, betekent zo'n zesde lustrum natuurlijk niks. Maar geloof me, voor mij is het een belangrijke mijlpaal. Ik sta voor een dilemma. Ik heb nu namelijk evenveel jaren in Bolsward gewoond als in de Friese hoofdstad en hou van beide steden. Maar is dat wel in dezelfde mate? Is er bij mij sprake van een gespleten persoonlijkheid? Ben ik nu een Bolserter of een Liwwadder? Mag ik mij dat afvragen? Ja dat mag...

Piet Prins

Als jongetje al was ik geïnteresseerd in geschiedenis. Dat kwam in grote mate door meester De Beer die op de Openbare Lagere School dit vak tot iets geweldigs maakte. Zijn boeiende en beeldende manier van vertellen, wekte bij mij de liefde voor het verleden. Of hij het nu had over Rembrandt, de Noormannen of Willem van Oranje. Ze kwamen door meester De Beer tot leven. Ook als hij het over het oude Bolsward had. Bij zijn verhalen over Gysbert Japicx, de Martinikerk, de bouw van het stadhuis of de stadspoorten kon je in de klas een speld horen vallen. Mede door hem ging ik als jongetje van tien bij familie en buren langs om oude ansichtkaarten van Bolsward los te peuteren. Ik bracht bezoekjes aan kapper Jan Wijma die me nog wel eens aan originele exemplaren of kopietjes van kaarten hielp. Met wat spaargeld fietste ik naar de heren Eisma en Ouëndag. Zij verkochten namelijk authentieke prentkaarten van het oude Bolsward. Voor een piek. Zo groeide mijn verzameling gestaag. Nog steeds bezit ik die albums. En koester ze. Wat dat betreft 'bin ich ein Bolserter.' Die oude foto's van mijn nieuwe woonplaats vind ik wel leuk, maar ik heb er niet zoveel mee. Natuurlijk herken ik inmiddels de meeste Leeuwarder gebouwen, plantsoenen en straten. Via Facebook heb ik me inmiddels aangemeld bij de groep 'Leeuwarden. Leuk!' en ik geniet echt van al de verhalen die de (oud-) Leeuwarders hierop plaatsen. Die mix van historische beelden en anekdotes doet het uitstekend. De groep groeit met de dag. En ik kan me dat voorstellen. Maar toch? Ik lees liever over de Hollandiabuurt en de Verwerstuin waar ik ben opgegroeid. Ik ken die vrolijke kruidenier uit de Leeuwarder d'Hondecoeterstraat niet, maar ik zie de Bolswarder kruidenier Tadema nog zo voor me. Een wat bozige meneer, die onze voetballen nadat ze in zijn afzichtelijke tuintje neerkwamen in beslag nam of gewoon lek stak. En wie herinnert zich niet groenteboer Molenaar, die net als bakker Van der Galiën zijn winkeltje runde in de

2e Hollandiastraat. Daar kan die vrolijke kruidenier uit d'Honcoeterstraat niet tegenop. Echt niet! Ik heb bijvoorbeeld ook nooit de geweldige 'eigengemaakte kroketten'', die op het Vliet of op de Schrans werden verkocht, geproefd. Toute Bolsward ging voor zo'n lekkernij naar de houten frietkeet van de heren Dijkstra en Huisman. Op het Marktplein. En die kroketten waren nog lekkerder dan die uit het Leeuwarden van de zestiger jaren. Vermoed ik. Ik ga naar Cambuur. Ik hou van die club, maar om eerlijk te zijn – liever niet verder vertellen, anders kom ik op de tribune in grote moeilijkheden – was ik als supporter een stuk enthousiaster toen Jan Ferwerda nog met de Leeuwarders meespeelde. Of een andere CABicoon, Ype Anema en natuurlijk Marc Landskroon (ex-RES). In hun jaren ademde ik Cambuur en ik ben van mening dat de club met die talentvolle Bolswarders in de gelederen een stuk sterker was. Het gaf Cambuur voor mij in ieder geval iets extra's. Het rare is dat, als er een bericht over Bolsward in de krant staat, ik dat als eerste lees. De rouwadvertenties? Kijken of er een Bolswarder in staat die ik nog heb gekend. De uitslagen van CAB, RES en Bolswardia? Trouw volg ik de resultaten. Waarom? Ik ken de spelers niet eens. Nou ja, af en toe een bekende achternaam. Ik heb hun vaders nog gekend... In het rood-wit, blauwwit of groen-wit. En dat heb ik bijvoorbeeld niet zo sterk bij Frisia, Nicator of Blauw-Wit '34. Zelfs na dertig jaren niet. Raar hè? Hoe doen de Bolswarder muzikanten het? Mijn broertje, die nog in de stad woont, houdt me op de hoogte. Leeuwarder bands? Ach...

Bolserter of Liwwadder?

Natuurlijk heb je in de Friese hoofdstad meer mogelijkheden om uit te gaan: geweldige kroegen, veel winkels, een hele serie bioscopen, een prachtige schouwburg, indrukwekkende evenementen en festivals, exposities en andere grote-steden-dingen en daar voel ik me heel senang bij... Daar kan Bolsward niet aan tippen. Logisch, maar over het algemeen? Bolswarders hebben niets te klagen. Muziek zit in hun genen. Ze hebben er prachtige monumenten, een goed winkelaanbod, Heamiel, Bolletongersdei, Sonnema, Us Heit, de Elfstedentocht op de fiets en die enorme historie. Dat moet je koesteren. O ja, en wat die gespleten persoonlijkheid van mij betreft? Eenmaal een Bolserter; altijd een Bolserter. Mag ik dat constateren? Ja dat mag....

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

nummer 1 - jaargang 2

11


150 JAAR BOLSWARDER KRANTENGESCHIEDENIS

150 jaar Bolswarder k werk aan de winkel en daardoor meer financiële armslag. Dat gaf de kersverse uitgever de moed met de uitgave van een weekblad te beginnen. Donderdag 3 April 1862 rolde het eerste exemplaar van de eenvoudige handpers. Vijf bedienden waren inmiddels werkzaam in de kleine drukkerij. Aan J.H. Stratemeijer, hoofdonderwijzer van de Stads Burgerschool, werd de redactie opgedragen. In de krant met een afmeting van 34 bij 22 cm werd onder andere in het hoofdartikel ter verantwoording van de uitgave geschreven: “Tusschen de grootere, deftige couranten, die dagelijks en wekelijks het land doorvliegen, wandelen ook zo vele nederige blaadjes in kleinere kringen rond om wat nieuws te vertellen en boodschappen over te brengen. Is het dan zoo vreemd dat ook te Bolsward een wekelijksche Bode door deze en omliggende gemeenten wordt uitgezonden.

✑ door Peter Mulder

▲ Het Bolswards Nieuwsblad in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Bolswardsche Courant 1862-1926; uitgever Cuperus Azn In de tweede helft van de 19e eeuw kende Bolsward een klimaat dat een aanzuigende werking had op jonge enthousiaste zakenmensen, die bruisten van ambitie. Zo ook op het echtpaar Broer Cuperus en Akke Rintjema. Zondag 28 oktober 1860 in Franeker in het huwelijk getreden, vertrokken zij de volgende dag naar Bolsward om aan de Grote Dijlakker 22 een woning te betrekken met daarbij een kleine goed ingerichte

12

nummer 1 - jaargang 2

drukkerij. Cuperus was opgeleid aan de drukkerij van Telenga in Franeker en het was hem duidelijk geworden: hij wilde zelf patroon worden. De nieuwe zaak werd gestart en vol goede moed ging men aan de slag. In de zetterij en aan de pers waren de eerste gezellen Lambertus de Jong en Hessel van der Zee. De heer Johannes Falkena, later secretaris van de gemeente Tietjerksteradeel, was belast met de behartiging van de boekwinkel en het binden werd toevertrouwd aan Joh. Plantinga. Langzamerhand kwam er steeds meer

Onze Bode zal niet gekleed gaan in een rok, die door eene bijzondere kleur, b.v. groen of rood in het oog valt, opdat hij zich niet verbeelde, iets meer te zijn dan een eenvoudige bode, nl. een staatkundige, een volksleider of zoo iets. Daarentegen zal hij te allen tijde gereed zijn, om in uwen naam alles bekend te maken, wat gij aan uwe medeburgers wenscht mede te deelen, altijd onder voorwaarde dat niemand door drift of persoonlijke belangen vervoerd, hem boodschappen opdrage, die hij als fatsoenlijk man niet dan met tegenzin zou kunnen overbrengen”. Na Stratemeijer kwamen als redacteurs respectievelijk meester G. Fokkens, do-

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


150 JAAR BOLSWARDER KRANTENGESCHIEDENIS

krantengeschiedenis minee M.E. van der Meulen en meester H. Groenier Wzn.. Later werd gebroken met het eenpersoons redactiestelsel en werd de leiding in handen gegeven van meester Jitte Feenstra, onderwijzer aan de R.K. school en Wubbenus Jacobs, kapelmeester van de Schutterij. In 1875 verhuisde de drukkerij naar een geschikter pand: Dijkstraat nr. 19. Bolswardsche Courant 1926-1927; uitgever J. Mulder In 1878 kwam Cuperus te overlijden en werd zoon Jan, toen 15 jaar oud, van school genomen om een plaats te krijgen aan de zetkast. Door grote inzet van de medewerkers van de drukkerij en het kantoor lukte het hem in de voetsporen van zijn vader te treden. De zaak breidde zich uit en een pand achter de drukkerij werd erbij getrokken. In 1909 werd de drukkerij verbouwd en aan de eisen van de tijd aangepast. Inmiddels verdienden onder leiding van meesterknecht J. de Boer vele zetters er hun boterham. De heer Jan Cornelis Cuperus overleed 13 januari 1920. De familie vertrok naar de provincie Utrecht om daar een nieuwe start te maken. In Bolsward werden de belangen van Cuperus behartigd door enkele werknemers, waar onder J. Mulder. Om de klanten buiten Bolsward beter te kunnen bedienen, bracht hij naast de Bolswardsche Courant vanaf 1921 de krant “Wonseradeel” uit. Na zes jaren werd de tijd rijp geacht om de zaak daadwerkelijk over te nemen. Mulder werd de nieuwe uitgever. De drukkerijboekhandel had echter zijn langste tijd gehad en 15 april 1927 kwam het pand in de verkoop.

De Jong’s Nieuwsblad 1927–1942; uitgever A.J. Osinga Drukker en uitgever Osinga die zich in 1918 in Bolsward had gevestigd, zag zijn kans schoon om door overname van de uitgeverij van Mulder de verschillende kranten in Bolsward samen te voegen. “De Jong’s Advertentieblad” werd omgedoopt tot “De Jongs Nieuwsblad” en gecombineerd met de Bolswardsche Courant en Wonseradeel betekende dat de bundeling tot één uitgave voor Bolsward en geheel West- en Zuidwest-Friesland. Bolswarder editie “Westergoo” 1943-1944; uitgever A.J. Osinga De tweede wereldoorlog gooide roet in het eten. De Duitse bezetter verbood de uitgave van De Jong’s Nieuwsblad en Osinga zag zich vanaf 1942 genoodzaakt samen te werken met het Sneeker Nieuwsblad. Onder de titel Westergoo werd een nieuwsblad uitgegeven voor het westen van Friesland. Bolsward had daarbij zijn eigen editie. Na de oorlog startte Osinga met nieuw elan het eerder verboden De Jongs Nieuwsblad. Vol goede moed werd de uitgave verzorgd alhoewel het door gebrek aan grondstoffen, gas en stroom even duurde voordat men weer de kwaliteit kon leveren die men van vóór de oorlog gewend was. Na enige weken onder de oude naam te zijn verschenen, onderstreepte Osinga de wens een nieuwe start te maken door de krant om te dopen tot Bolswards Nieuwsblad. Bolswards Nieuwsblad 1946 tot heden; uitgever A.J. Osinga en volgende Vanaf 1947 kwam E.S. de Jong aan het hoofd van de redactie. Hij zou tot 1983 zijn stempel drukken op de inhoud van de krant. Vele jaren was het Bolswards Nieuwsblad voorbehouden aan de abonnees. Bij het 100-jarig jubileum van de drukkerij in 1966 was Osinga inmiddels opgevolgd door vier zoons terwijl een andere zoon een eigen drukkerij in Heerde was begonnen. Door de komst van gratis huis-aanhuisbladen als Wijd en Zijd ging het roer in 1979 om en werd het Bolswards Nieuwsblad huis aan huis bezorgd. Re-

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

dactionele medewerkers als Piet Prins en Harm-Jan Dijkstra zorgden voor le-

Pieter de Jong In Bolsward werden naast de Bolswardsche Courant meerdere kranten uitgegeven. Pieter de Jong was een van die uitgevers. Van 1866 tot omstreeks 1870 was De Jong onderwijzer geweest aan de openbare school. Na zijn onderwijzersloopbaan associeerde hij zich met de heer Gijsbert Märckelbach, boekhandelaar op de Appelmarkt 6 (nu boekhandel “Het Boekhuis”). In 1886 begon De Jong een eigen drukkerij en in 1889 verhuisde hij naar Appelmarkt 1 om zich tenslotte in 1890 te vestigen op de Marktstraat 13. Pieter de Jong was boekhandelaar en uitgever van twee uitgaven nl. “Westergoo” en “De Jong’s Advertentieblad”, waarmee hij in 1905 startte. Het was een blad voor Bolsward met voornamelijk advertenties en enig plaatselijk nieuws. Om ook de omliggende dorpen te kunnen bedienen bracht hij voor de inwoners daarvan “Westergoo” uit.

nummer 1 - jaargang 2

13


150 JAAR BOLSWARDER KRANTENGESCHIEDENIS maakten de krant tot een interessant medium en nodigden lezers uit tot een reactie.

zenswaardige artikelen en brachten leven in de brouwerij. De Bolswarder politiek werd breed uitgemeten en ook de sportclubs kwamen aan hun trekken. Lezers werden verzocht om door middel van jeugdherinneringen beelden van vroeger te laten herleven. Artikelen over oud-Bolsward van oud-politieman Arjen van der Hauw, de feuilleton “Beelden uit mijn Kinderjaren” van Andries de Jong en “De Foto van de Week”

In 1983 dreigde faillissement van Osinga BV. De geplande overname door de Friese Pers hing door een grote schuldenlast en een tekort aan liquide middelen aan een zijden draadje. De ruim twintig werknemers vreesden te worden ontslagen. Een overeenkomst tussen de directeur van Thor-reclame, Stoelinga en de Friese Pers wendde het onheil af. A.J. Osinga BV werd opgesplitst. De boekhandel, drukkerij, het huis-aan-huisblad Bolswards Nieuwsblad en het personeel ging over naar Stoelinga, waarvan de boekhandel samen met Van Wieren uit Leeuwarden zou worden geëxploiteerd. De Friese Pers kreeg de boekuitgeverij en het A.J. Osingaboekenfonds. De overname leidde tot veel onrust onder het personeel, het kwam zelfs tot ontslagen. Over en weer werden harde woorden gewisseld. De oude redactie maakte plaats voor een nieuwe; Jan Vijver kwam vanuit Franeker naar Bolsward. In 1984 verhuisde de redactie van het pand aan de Marktstraat naar het Broereplein. De rechten van uitgave van het Bolswards Nieuwsblad werden verkocht aan drukkerij/uitgever Hoekstra

te Emmeloord. De huis-aan-huiskrant werd weer een abonneeblad. In 2000 volgde een nieuwe ontwikkeling. Drukkerij/uitgeverij Hoekstra te Emmeloord ging in twee bedrijven verder: de drukkerij werd zelfstandig en de uitgeverij die een groot aantal streekbladen in de zuidwesthoek uitgaf, werd een zelfstandige dochter van de Friese Pers b.v. te Leeuwarden. Enkele jaren later fuseerde de Friese Pers met Hazewinkel bv te Groningen en ging het bedrijf verder onder de naam Noordelijke Dagblad Combinatie. In 2009 werd de zelfstandige uitgeverij Hoekstra b.v. volledig geïntegreerd in de weekbladengroep van de NDC en het Bolswards Nieuwsblad werd een uitgave van de NDC Mediagroep. De wekelijkse abonneekrant werd maandelijks huis-aan-huis bezorgd. Op die wijze konden alle inwoners van Bolsward en omstreken kennis nemen van de mededelingen van de gemeente onder de titel “De Brugge”. Het kantoor aan het Broereplein werd gesloten. Inmiddels is de krant al weer een aantal jaren ook digitaal te raadplegen. Vanaf 2012 kent het Bolswards Nieuwsblad geen abonnees meer en krijgt een flink gedeelte van de inwoners van Súdwest Fryslân de krant op woensdag in de bus.

Anne Joukes Osinga Toen bij drukker De Jong de jaren begonnen te tellen en er geen opvolger was, zocht hij naar een geschikte persoon om de zaken aan over te doen. Die vond hij in 1918 in de persoon van Anne Joukes Osinga, die eerder een boekdrukkerij had gehad in Sneek. Begonnen in 1907 als leerling in de drukkerij van zijn oom Jentje Jentjes Wiarda, nam hij na het overlijden van zijn oom in 1909 de zaak over. Door hard werken wist hij de drukkerij nieuw leven in te blazen. Omdat er in Sneek te veel concurrenten waren, verruilde Osinga in 1919 de stad Sneek voor Bolsward. Hij doopte “De Jong’s Advertentieblad” om tot “De Jongs Nieuwsblad” en zou na Cuperus vele jaren de uitgave van het Bolswards Nieuwsblad verzorgen.

▲ De verspreiding van de Bolswardsche Courant op de fiets door de firma B. Cuperus.

14

nummer 1 - jaargang 2

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


FOTOCLUB 'D ONTSPANNER 50 JAAR

D

onderdag 16 april 1962 vond in de zaal van lunchroom Huisman-Dijkstra aan het Skilwyk de oprichtingsvergadering plaats van een fotoclub in Bolsward. Aan de oprichting ging een aantal vergaderingen vooraf, waarin de heren Hollander, Göhl, Lammertsma, Wijma en Teerenstra de contouren van de nieuw te stichten club schetsten. In de eerste vergadering, waar Teerenstra als tijdelijk voorzitter werd benoemd, hielden bondsconsul Timmer uit Meppel en Van Dijcke, secretaris van de fotoclub Sneek, een inleidend woord. Daarnaast gaven deze heren tips op fotogebied en werd aan de hand van een diaserie ingegaan op de techniek van de fotografie. Aan het einde van de leerzame avond konden 18 leden worden ingeschreven.

✑ door Peter Mulder De nieuwe club kreeg als naam “d’ Ontspanner”, waarbij op ludieke wijze het ontspannende karakter van de club werd gekoppeld aan het zo karakteristieke technische onderdeel van het fototoestel. Vijf maanden later kwam men weer bij elkaar. Reden was een aangekondigde fotowedstrijd die als

met elkaar te delen. Tijdens de Heamieldagen wordt er traditiegetrouw een fototentoonstelling gehouden. Een telkens terugkerend jaarlijks hoogtepunt. In de loop der jaren hebben zich grote veranderingen voorgedaan op fotografisch gebied. Analoge fotografie maakte plaats voor digitale en het fotorolletje en de donkere kamer voor een SD-kaart en de computer. Kleuren- en zwart-witfoto’s, al dan niet bewerkt, worden met elkaar besproken om zich steeds professioneler te kunnen ontwikkelen. ▲ Foto van Annelies de Vries Er is gedurende het bestaan altijd gestreefd naar kwaliteit en het is duidelijk dat men niet wilde blijven steken in leuke vakantiekiekjes. Thema’s als architectuur, abstract lijnenspel en vervreemding geven aan dat de fotografie serieus wordt aangepakt. Fototitels als “Bas-rust”, “Takkefoto”, “Schuim” en “Uiterwaard” prikkelen de nieuwsgierigheid. In 2012 wordt het 50-jarig jubileum gevierd. Er zal een grote expositie worden gehouden met speciaal daarvoor gemaakt materiaal. Daarnaast zal met Bols-

Fotoclub “d’ Ontspanner” bestaat 50 jaar thema meekreeg: “Vrij onderwerp”. Van de 40 inzendingen koos de jury, bestaande uit pater Snijders ofm en de heren Göhl en Van Hilten een tiental foto’s. Winnaars van de eerste wedstrijd werden J. Hollander en W. van Hilten, die als enige tien punten van de jury mochten ontvangen. De eerste wedstrijd zou de opmaat worden van een lange reeks van jaren, waarin maandelijks wedstrijden zouden worden uitgeschreven. Naast de fotowedstrijden werden de leden bijgeschoold op foto- en diatechnisch gebied. Kleurenfoto’s, zwart-witfoto’s en dia’s werden beurtelings beoordeeld en de onderwerpen varieerden van onderwerpen als “vrij”, portret, sport, strand, natuur enz. Er werden cursussen uitgeschreven voor beginners en gevorderden en men organiseerde excursies en speciale “fotoreizen”. Zo nu en dan werd er een zijsprongetje gemaakt naar de film. Na verloop van jaren ontstond er onenigheid over het jureren. In de club liepen de emoties soms hoog op. Ook hier kon men onomstreden vaststellen dat over smaak niet te twisten viel. Toen men aan de vergadering voorstelde de jurering achterwege te laten, bleken de stemmers zeer verdeeld. Acht leden waren voor en zeven tegen. Er werd besloten tot het opstellen van een duidelijk reglement, zodat iedereen precies wist waar hij aan toe was en waarin gesteld werd dat nimmer tegen de beslissing van de jury kon worden geageerd. De club kreeg steeds meer behoefte zich te profileren en besloot tot het houden van tentoonstellingen in het stadhuis en in de bibliotheek van Bolsward. Een andere wijze waarop “d’ Ontspanner” zich aan het publiek kon presenteren, waren de artikelen in het Bolswards Nieuwsblad. Tegenwoordig heeft de fotoclub een vast onderkomen in “Ons Gebouw” aan het Broereplein. Circa 30 fotografen komen hier eens per twee of drie weken bijeen om hun hobby

wards Historie een project Oud-Nieuw worden opgezet. Het ontbreekt “d’ Ontspanner” momenteel niet aan belangstelling. De fotografie heeft, mede door de digitale mogelijkheden, de afgelopen jaren een impuls gekregen en dat heeft geresulteerd in vele nieuwe leden. Zoveel zelfs dat er tijdelijk moet worden gewerkt met een wachtlijst. Vijftig jaar fotoclub “d’ Ontspanner”. Er is veel veranderd, maar wat gebleven is, is het enthousiasme voor de fotografie. Dat was in 1962 de drijfveer voor de oprichting van de club en we mogen nu anno 2012 constateren dat er aan dat enthousiasme niets is ingeboet. Voor informatie zie: www.fotoclubbolsward.nl.

▲ Foto van Gerard van de Hel, geboren in 1945 en al vele jaren lid van fotoclub d’Ontspanner. De foto’s van Van de Hel hingen op vele exposities en werden meerdere malen bekroond met een eerste prijs.

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

nummer 1 - jaargang 2

15


DE BOTTELARIJ VAN BOLSWARD

Kleine Dijlakker 17

De Bottelarij van Bolsward Oudste woonhuis van Bolsward?

P

resenteerden wij u de vorige keer een verhaal over nr. 18, het is zuiver toeval dat nu de buurman het onderwerp is. Mogelijk besteden we in een volgend nummer ook aan Kleine Dijlakker 16 aandacht. Dat huis is immers het geboortehuis van dr. Frits van der Meer, winnaar van de P.C. Hooft-prijs voor Letteren. Nu terug naar de bottelarij van Bolsward, een lekker allitererende titel voor deelname aan een wedstrijd. In het najaar van 2008 werd door de AVRO met ondersteuning van de BankGiro Loterij het programma “Restauratie” uitgezonden. De presentatie was in handen van Frits Sissing. Zestien monumenten streden om een hoofdprijs van 1 miljoen euro. De oude slijterswinkel annex wijnpakhuis en woonhuis was een van de kandidaten. Achter de gevel uit 1876 schuilt een uitzonderlijk maar uiterst kwetsbaar interieur. Donderdag 16 oktober 2008 vond de uitzending plaats en kon een ieder zijn stem uitbrengen per telefoon of sms.

✑ door Jan Keuvelaar

Wanneer u voor het pand staat dan ziet u links boven het raam de tekst “achterhuis anno 1525”. U treft hier een van de oudste huizen van Bolsward aan. In de kern dateert het uit de 1e helft van de 16e eeuw. Het pand kwam niet voor op de voorlopige lijst van monumenten en werd pas op 3 maart 1982 tot rijksmonument verklaard. De bouwgeschiedenis kan als volgt worden samengevat: ± 1500-1525. Het achterste deel is een stinsachtig gebouw van twee verdiepingen afgedekt door een zadeldak. De benedenruimte heeft geen stookplaats en is kelderachtig van karakter. De vertrekken zijn overdekt door zolders van balken met sleutelstukken, korbeels (steunlat of schoorbalkje) en muurstijlen. Op de 1e verdieping bevindt zich een stookplaats tegen de eindgevel. Over de bewoners Kleine Dijlakker 17 blijkt zo’n twee en een halve eeuw in handen te zijn geweest van dezelfde familie. De oudst bekende voorvader die daar woonde, was de mr. timmerman Nolle Jelgers. In 1748 kocht hij samen met zijn vrouw Antje Tjerks een “sekere wel ter nering staande huizinge, hovinge, erf en sijn geregtigheit, bestaande uit een voorhuis, voor- en agterkamer, solder, kelder, plaats, regenwatersbak, vrije steeg en verdere gerieven, staande en gelegen op de Kleine Dijlacker binnen Bolswart”. Hij huurde het pand eerst, waarschijnlijk al vanaf 1729. Lang heeft Nolle niet van zijn bezit kunnen genieten. In mei 1752 overleed hij op vermoedelijk 57-jarige leeftijd. Zijn weduwe bleef op dit adres wonen en kocht in 1761 de panden aan de Kerkstraat gelegen in het verlengde van het pand aan de Kleine Dijlakker. Na haar overlijden in 1762 werd zoon Tjerk Nolles, geboren in 1722, de nieuwe eigenaar en bewoner. Nolle nam als achternaam “Jelgersma” aan. Hij verdiende zijn brood als koopman en mr. wolkammer. Tjerk is twee maal getrouwd

16

nummer 1 - jaargang 2

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


DE BOTTELARIJ VAN BOLSWARD geweest. Op 2 oktober 1765 stapte hij in het huwelijksbootje met Akke Pieters, die toen weduwe was. Akke die de achternaam Van Albada hanteerde, overleed in 1776. Het echtpaar kreeg acht kinderen, waarvan de meeste jong overleden. In 1783 hertrouwde Tjerk met Engeltje Hanses Monsma, die weduwe was. Zij overleed in 1799, Tjerk overleefde haar een zevental jaren en stierf 27 november 1806 in de leeftijd van 84 jaar. Als weduwnaar liet hij twee kinderen na. Pieter werd geboren op 11 april 1773 en zijn broer Nolle (Arnoldus) op 29 april 1776. Pieter trad in de voetsporen van zijn vader en oefende in het pand het beroep van wolkammer uit. Hij trouwde in 1807 te Roodhuis. Dit huwelijk hield maar korte tijd stand, zijn vrouw overleed in 1808 op 30- jarige leeftijd. Bij de naamsaanname van 1811 verklaarde zowel Pieter als zijn broer Nolle: “door dezen hunne familienamen al zedert lange gehad te hebben en wenschen dezelve te behouden”. In 1814 hertrouwde Pieter met Aukjen Feddes Graaf, 32 jaar oud en in 1781 te Workum geboren. Naast het beroep van wolkammer dat hij uitoefende verdiende Pieter ook de kost als koopman in likeuren in ’t klein, zoals blijkt uit het in 1813 aangelegde patentregister. Pieter en Aukje kregen 5 kinderen. Pieter werd voor de tweede maal weduwnaar, want op 22 oktober 1822 overleed zijn vrouw op de leeftijd van 40 jaar. Het oudste kind was pas 7 jaar. Pieter overleefde zijn vrouw zo’n 17 jaar en overleed op 2 december 1839, 66 jaar oud. Zijn minderjarige zoon Theodorus, pas 18 jaar oud, nam de zaak over, samen met zijn drie jaar oudere zuster. Dat kon niet zonder toestemming van de rechter omdat men toen pas op 25-jarige leeftijd meerderjarig werd. In de Leeuwarder Courant van 17 januari 1840 lezen we dan ook de volgende mededeling: “De Kantonregter te Bolsward, maakt mits deze bekend, dat op den tienden Januarij 1840, door hem is verleend Handligting aan Theodorus Fredericus Albada Jelgersma, oud achttien jaren, en Johanna Albada Jelgersma, oud een en twintig jaren, minderjarige Kinders van Wijlen den Heer Pieter Albada Jelgersma, en Wijlen Haukje Feddes Graaf, in leven Echtelieden te Bolsward, en aldaar

beide overleden, en wel ten aanzien van het drijven eener Wolkammerij en Grossierderij in Wijnen en Sterke ▲ handtekening P. Albada Jelgersma Dranken te Bolsward, het Likwideren van Schulden, van den Oever, dochter van Jacob Bouhet invorderen van Pretentien, tot den wes en Akke Hayes van der Werf. Uit Boedel van Wijlen gedachten Pieter dit huwelijk werd nog een zoon geboAlbada Jelgersma, behoorende, en ver- ren. Helaas kostte de geboorte van een ders tot het uitoefenen van zoodanige levenloos kind ook de moeder het leven Regten, als hun bij artikel 484 van het en werd Theo op 6 november 1863 opBurgerlijk Wetboek zijn toegekend.” nieuw weduwnaar. De oudste zoon was inmiddels 15 jaar.Zo Theo trouwde rond 1875 liet Theo op 28 mei 1843 het pand naar de eimet de uit Amsen des tijds aanpassterdam afkomsen. Op de etalagestige Wilhelmina ruit kwam in sierlijke van Klaveren, die letters zijn naam te acht jaar ouder staan met daaronwas. Het echtder “Anno 1814”. paar kreeg zes kinderen. Wilhelmina Dat jaartal sloeg op de start van de overleed op 17 april 1859 op 46-jarige wijnhandel en niet op Theo zelf. Theo leeftijd. In de naar aanleiding van dit overleed op 72-jarige leeftijd. Het beoverlijden opgemaakte memorie van drijf was inmiddels overgenomen door successie gaf Theo als beroep: hande- twee zoons. Jacobus, de jongste was laar in wijnen en sterke dranken en naast wijnhandelaar ook kapitein bij de plaatselijke schutterij. Hij overleed winkelier.

▲ Op de zolder van de Kleine Dijlakker 17. Het in bezit zijnde onroerend goed werd beschreven als: huis, erf, tuin, pakhuis en vm. wolkammerij gelegen aan de Kleine Dijlakker en Kerkstraat, sectie A. 153, 143, 142 en 794 en had een oppervlakte van ruim 700m². Na ruim een jaar weduwnaarschap hertrouwde Theo met de Bolswardse Anna

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

in 1923, 62 jaar oud. Zoon Theodoor nam de zaak over en dreef de slijterij tot aan zijn overlijden in 1936. Van 1936 tot 1966 zorgde de weduwe voor de verkoop van de “slokjes”. Zoon Johan hield het daarna nog 15 jaar vol. Op 1 januari 1982 kwam er na bijna 170 jaar een einde aan de verkoop van sterke drank op Kleine Dijlakker 17.

nummer 1 - jaargang 2

17


DE BOTTELARIJ VAN BOLSWARD en historisch waardevolle panden in Nederland. Het zou natuurlijk prachtig geweest zijn wanneer er 1 miljoen euro gewonnen was om dit pand op te knappen.

▲ Het winkelinterieur.

Kleine Dijlakker 17 ± 1625-1650. Bouw of verbouw van het voorste deel. De balklaag van het voorste deel ligt hoger dan die van de benedenverdieping van het achterhuis. De muur tussen het voor- en achterhuis wordt op de benedenverdieping doorbroken over de volle breedte. Het gewicht van de bovenverdieping wordt door een zware balk opgevangen. ± 1790-1800. Er wordt een nieuwe voorgevel geplaatst of de oude gevel wordt opnieuw gebruikt. In het voorhuis wordt een winkel getimmerd. Door het hele huis wordt een gang aangebracht, de schouw wordt tegen de zijwand geplaatst en er worden nieuwe vensterkozijnen met schuiframen aangebracht.

Het legaat van Albada Jelgersma Johan Albada Jelgersma heeft het pand altijd gekoesterd. Bijna elk vrij uurtje werd gestoken in het in zo goed mogelijke staat houden van het bezit. In 2007 kwam de trotse huiseigenaar, die nimmer gehuwd is geweest, 84 jaar oud, te overlijden. Omdat hij het pand in zijn geheel bewaard wilde zien en niet via de erfenis verdeeld over de verschillende neven en nichten, legateerde hij zijn bezit aan de Vereniging Hendrick de Keyser, de vereniging die zich inzet voor het behoud van architectonisch

Vereniging Hendrick de Keijser in aktie. In mei 2011 is door de vereniging een bouwkundig opnamerapport gemaakt. Geconcludeerd werd dat het gebouw, bestaande uit huis, schuur en pakhuis, in een redelijke bouwkundige staat verkeert, maar dat de onderhoudsstaat zeer te wensen overlaat. Het herstel van het pand wordt in fasen aangepakt. De voorgevel is inmiddels onderhanden genomen. U kunt zien dat de buitenzijde opnieuw geverfd is en wel in de kleur die ook rond 1875 is toegepast. Ook het interieur wordt onder handen genomen. Bij het weer in oud luister herstellen van het pand is de Stichting Bolswards Historie betrokken. In een werkgroep zijn de vereniging, de Stichting Bolswards Historie, via Hans Berkhemer en Jan van der Klis en de familie Albada Jelgersma vertegenwoordigd. Door de inzet van de vereniging Hendrick de Keyser zal het monument weer voor jaren mede het gezicht van Bolsward bepalen. Bronnen: genealogie

Albada Jelgersma; aanwijzing tot monument artikelen in

LC en BN

documentatie vereniging

Hendrick de Keyser

▼ De doorsnede van het pand.

± 1875. De verdieping en de gevel aan de straatzijde worden vernieuwd. De winkel wordt opnieuw ingericht en de glaspui tussen de winkel en de voorkamer wordt vervangen. De laatste eigenaar Johannes Albada Jelgersma heeft het pand met oog voor het verleden gekoesterd en er zeer goed op gepast.

18

nummer 1 - jaargang 2

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


BOLSWARD TOEN EN NU - FOTOREPORTAGE

Fotograaf Henk Ritskes combineert oud en nieuw

Bolsward toen en nu

Marktstraat 2011-1965

De fotoserie is een beeld van het oude Bolsward verwerkt in een beeld van het huidige Bolsward. Hierdoor krijgt men in één beeld een overzicht van het heden en het verleden. Het idee is dat een deel van de foto is afgescheurd en daarbij het oude beeld naar voren komt. Het betreft een serie van elf foto's. Magazine Bolswards Historie plaatst hierbij de eerste zes foto's. ,,De basis is een set gedigitaliseerde postkaarten van Bolsward, verkregen door medewerking van de Stichting Bolswards Historie. Het idee is eigenlijk spontaan ontstaan", aldus Henk. ,,Ik was wat aan het nadenken over fotografie en Bolsward en was op datzelfde moment naar oude foto's van steden aan het kijken. Vervolgens kwam het idee bij me op om oude foto's te combineren met nieuwe foto's. ” En zo is het ontstaan. Met de postkaarten digitaal op zak (in de iphone) ging hij met zijn fototoestel door Bolsward en bezocht de locaties van de oude foto en maakte op dezelfde plaats dezelfde foto. Daarna werden beide foto's in een fotobewerkingsprogramma geladen en was het puzzelen tot de foto paste. Vervolgens werd bij één van de foto's een scheureffect toegevoegd en klaar. ,,Dit klinkt misschien eenvoudig, maar het heeft me uiteindelijk vele uren werk gekost om het eindresultaat te bereiken”, aldus Ritskes.

Dijlakker 1908-2011

Kerkstraat 2011-1906 Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

nummer 1 - jaargang 2

19


HEAMIEL 60 JAAR JONG

Heamiel 60 jaar jong

H

et Heamielcomité viert dit jaar z’n 60-jarig jubileum, reden om eens te kijken hoe in het prille begin de verkiezing van koningin en hofdames in zijn werk ging. Wie kan ons hier beter over inlichten dan een van de eerste hofdames uit de Heamiel-historie, mevrouw Mieke van Meel-Gaarman. Zij werd in 1953 samen met haar zus Vronie uitgekozen om hofdame te zijn.

✑ door Dicky Bosma Zittend in de ruime tuinkamer in haar huis aan de Marktstraat met het fotoboek voor ons op tafel, legde ik mevrouw Mieke van Meel-Gaarman de volgende vragen voor: Wie zaten er in 1953 in het Heamielcomité? In ieder geval de heren Anton Hettema en Herre Kingma en mevrouw Janke van Gosliga-Klom . Misschien waren er

nog een paar leden, maar dat weet ik niet meer. Door wie werd je gevraagd om hofdame te worden? Mijn zus en ik werden door burgemeester Bruinsma persoonlijk benaderd. Hoewel hij geen deel uitmaakte van het Heamielcomité, kwam burgemeester Bruinsma bij het comité langs om te vernemen hoe ver men met de voorbereidingen was. Toen het Heamielfeest in 1952 voor het eerst georganiseerd werd, was er alleen een koningin (Janke van der Zee) en er waren geen hofdames bij. Burgemeester Bruinsma, die van decorum hield, was van mening dat een koningin minstens twee hofdames moest hebben. Het Heamielfeest was een Friese aangelegenheid, dus behoorden de hofdames zich te kleden in origineel Fries kostuum, vond hij. Omdat hij wist dat mijn zus Vronie en ik een Fries kostuum hadden, vroeg hij ons om als hofdames te fungeren. Wie was de Heakeninginne en wat

▲ De beide hofdames Mieke en Vronie Gaarman. was haar achtergrond? Wij hadden geen flauw benul wie de Heakeninginne was. Dat werd in die tijd streng geheim gehouden. Wel was er bekend gemaakt dat de Heakeninginne uit de boerenstand afkomstig moest zijn, dus een boerin of boerendochter. Logisch, want het ging tenslotte om het feest van de hooioogst. We werden op de bewuste Heamieldag 2 juli 1953 door het Heamielcomité opgehaald en naar de Hollandiafabriek gebracht. Daar stond een karakteris-

▲ De hofdames voor Hotel De Wijnberg.

20

nummer 1 - jaargang 2

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


HEAMIEL 60 JAAR JONG tieke platte boerenwagen klaar met balen hooi erop. Bovenop zo’n baal, geflankeerd door een Friese en een Nederlandse vlag, zat de Heakeninginne. Daar maakten we voor het eerst kennis met Fetsje van der Weg, een boerendochter uit Wommels. Wie zorgde voor de kleding? Wie voor de kleding van de Heakeninginne zorgde, weet ik niet. Ik weet wel dat ze een mooie jurk met kanten stroken aan had en een breedgerande hoed met linten droeg. Wij droegen dus een Fries kostuum met alles erop en er aan. Een zilveren beugeltas, zilveren chatelaine (die huurden we bij goudsmid Wiersma) en een gitten ketting met gouden slot van mijn moeder. De tipdoek, kanten schortje, kanten floddermuts, sitsen jak en rok, hadden we gekregen van mijn oma Bolta. Mijn oma hielp ons bij het aankleden en het opzetten van het oorijzer, een heel precies werkje want geen haartje mocht zichtbaar zijn. De gouden oorijzers met gouden ‘fearren’ en mutsspelden werden ook gehuurd bij goudsmid Wiersma aan de Grote Dijlakker. Het gouden oorijzer van oma Bolta konden we niet lenen, dat droeg ze zelf. Zich op straat begeven zonder oorijzer, dat kon natuurlijk niet! Toen Wiersma later zijn zaak aan kant deed, bood hij mijn vader de oorijzers te koop aan. Om twee oorijzers te kopen vond mijn vader wat te gortig, maar één kocht hij wel en dat is nog steeds in mijn bezit. Wat was jullie taak? Wij liepen keurig naast de hooiwagen met de Heakeninginne. Voor ons uit liepen vrolijk spelend de muzikanten van de Schutterij. Achter de koninklijke hooiwagen volgde een koets met een deel van het Heamielcomité. Daarachter liep het comitélid mevrouw Janke Gosliga-Klom en nog een aantal dames, allen gekleed in Fries kostuum. Vervolgens een groepje hooiers en maaiers, jongelui die met zeisen, hooivorken en hooiwagens de hooioogst uitbeeldden. Daarna volgden de praalwagens die door scholen en buurtverenigingen fantasierijk versierd waren. Verder liepen er uiteraard nog veel origineel verklede kinderen mee in de optocht. Bij het stadhuis aangekomen liep de Heakeninginne samen met de burgemeester en de leden van het Heamielcomité de trap op naar het bordes en wij moesten beneden bij de hooiwagen blijven staan wachten totdat de speech was afgelopen en er met een glas ‘sûpe’ (karnemelk) een toost op stad en ommeland was uitgebracht.

Wat waren de verdere activiteiten in de stad? De middenstand had de tentoonstelling ‘Zakenparade’ georganiseerd. De Heakeninginne opende deze tentoonstelling door met de bij mijn kostuum behorende zilveren schaar het lint door te knippen. Ook was er een uitgebreide kraampjesmarkt, er werd een harddraverij gehouden en er waren ruiterdemonstraties. Verder natuurlijk de Heamielkermis, die toen met de naam ‘mechanische speeltuin’ werd aangeduid. Deze ‘mechanische speeltuin’ duurde drie dagen. Dit in tegenstelling tot de activiteiten waarbij wij als Heamieltrio waren betrokken, onze taken beperkten zich tot één dag. Waar werd het Heamiel gehouden? Het Heamiel, bestaande uit het traditionele gerecht ‘rys mei resinen’, werd ’s middags gehouden in de diepe stadstuin van dancing ‘De Keizerskroon’(nu

Hendriksen Fashion) aan de Marktstraat. Er kwamen toen nog lang niet zoveel gasten op af als tegenwoordig, ik denk dat het destijds alleen voor genodigden was. Anders had het Heamiel nooit in die tuin gehouden kunnen worden. Waren jullie ook nerveus om zo in het middelpunt van de belangstelling te staan? Helemaal niet, we vonden het gewoon erg leuk om mee te doen. Bovendien werd ik door burgemeester Bruinsma wel vaker gevraagd om bij officiële ontvangsten van buitenlandse gasten op het stadhuis als gastvrouw te fungeren. Om het Fries-zijn te benadrukken, droeg ik dan op zijn verzoek mijn Fries kostuum. In het fotoalbum getuigen diverse foto’s daarvan. Vooral buitenlanders waren erg gecharmeerd van de fraaie Friese kleding. Ze wilden allemaal graag met mij op de foto. Werden er van het Heamielfeest veel foto’s gemaakt? Niet zo veel. Tegenwoordig knipt iedereen er maar op los dankzij de digitale fototoestellen, maar toen was daar nog geen sprake van. Ik heb maar een stuk of wat kiekjes en wat krantenfoto’s van het feest.

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie

▲ Koningin Beatrix in gesprek met het Heamieltrio, eind tachtiger jaren. Heb je nog een speciale herinnering aan het Heamiel? Het was een erg leuke ervaring om als hofdame mee te doen met de festiviteiten. We voelden ons vereerd om samen met de burgemeester en z’n vrouw en andere prominente figuren uit Bolsward aan te zitten aan het Heamiel. Er is in de loop der tijd veel veranderd. We weten ver van te voren al wie Heakeninginne wordt en wie de hofdames zijn. Een Heakeninginne hoeft niet meer per se een agrarische achtergrond te hebben, ze wordt niet meer rechtstreeks aangewezen door het comité. Om Heakeninginne of hofdame te worden kun je nu reageren op een oproep in het Bolswards Nieuwsblad. Naar aanleiding van je ‘sollicitatie’ word je uitgenodigd voor een gesprek en daarna wordt er een definitieve keuze gemaakt. Tegenwoordig wordt het Heamieltrio gedurende de Heamieldagen iedere dag gekleed, gekapt en opgemaakt. Bovendien mogen de dames drie dagen en nachten in hotel ‘De Wijnberg’ logeren. De taken zijn verdeeld over vier dagen. Het Heamieltrio bezoekt de bejaardenhuizen en andere instellingen, geeft acte de présence bij het ringrijden, het internationale folkloristisch dansfestival en alle andere activiteiten. Maar ondanks al die veranderingen blijft één ding hetzelfde, het enthousiasme en het plezier waarmee het Heamieltrio haar rol vervult. Voor de drie dames zijn het dagen met een gouden randje, waaraan ze ongetwijfeld de mooiste herinneringen zullen bewaren! We feliciteren het Heamielcomité en het Heamieltrio met het 60-jarig jubileum en we hopen dat deze Bolswarder Heamieltraditie nog vele jaren wordt voortgezet.

nummer 1 - jaargang 2

21


UIT HET FOTOAFCHIEF VAN SBH

De werkgroep Archieven De werkgroep Archieven van de SBH verzamelt materiaal over Bolsward, waaronder foto's. Mocht u (oud) materiaal hebben over Bolsward, dan kunt u contact opnemen met de Werkgroep Archieven. U kunt ons bereiken via onderstaand mailadres. archieven@stichtingbolswardshistorie.nl

22

Magazine Bolswards Historie is een uitgave van de Stichting Bolswards Historie


Advertenties

Verbouwen of nieuw? Bel ons voor bouwtechnisch advies en vrijblijvende offerte. Al meer dan 90 jaar zijn wij het adres voor verbouw of nieuwbouw van woningen, boerderijen, bedrijfsgebouwen en diverse restauratiewerkzaamheden.


Advertenties

Voor kleurrijk vakwerk


Bolswards historie magazine lr nummer 2