__MAIN_TEXT__

Page 1

1

STADSKRANT

DIENST DER GEDROOMDE GEWESTEN #2 OVERNACHT /// DECEMBER 2020


GOEDE NACHT alvast uw smartphone en koptelefoon bij de hand. De zwart-wit foto’s van Lisa Gautama leiden u door het donker. Haar beelden tonen de nacht, zacht en verlaten, en geven deze editie ruimte, waardoor u al lezend kunt wandelen. Haar teksten (p. 15) gaan over ontmoetingen die ze had tijdens het fotograferen, over de stille straten en hoe de uren hun adem leken in te houden. Arne Naert onderzocht de sociaal controlerende kracht van nachtverlichting. Voor de tekst Nachtlicht (p.5) las hij een reeks krantenartikelen en politierapporten, boog hij zich over criminaliteitsen verkeersstatistieken en had hij een gesprek met Dirk Steelandt, politiecommissaris op rust. Dat gesprek was ook de basis van de tekst Nachtwacht (p.9).

Lou is e

D

2

De nacht brengt andere gedachten, legt bloot wat de dag verduistert. Een avondklok, samenscholingsverboden en een verplicht sluitingsuur tot zelfs volledige stilte voor de horeca. De stad na acht is niet dezelfde. Ze transformeert in een ruimte waar een ander leven mogelijk is en waar andere taferelen zich afspelen. Markten worden stil en bedrijventerreinen ruisen verder. Vrachtwagens razen voort op snelwegen, bars en restaurants lichten op - of nu zelfs dat niet meer. Voor deze editie van de stadskrant bleven we langer wakker. We maakten - toen dat nog kon - nachtwandelingen in Ieper en Westouter en legden die voor u vast in een mapping, tekst en geluid (p.6). Houd voor dat laatste

Naast heel wat andere teksten, illustraties en foto’s, selecteerden we uit Verschuerens modern woordenboek (1968) enkele termen die één dezer nachten van pas kunnen komen. Laat uw ogen dus gewoon worden aan het donker tot u het grijs van de straten van de lucht weet te onderscheiden en baan u een nachtelijke weg door deze stadskrant. Vanuit onze inmiddels virtuele werkplek wensen we u veel leesplezier aan de ontbijttafel, in de zetel of... in bed?

Hartelijk, het redactieteam van Dienst der Gedroomde Gewesten

e aev r eg

Z.T.

Waneer de stad slaapt, dan droomt ze van ons. Slaat haar straten over het dekbed, met één voet bloot en de ander bedekt. Mensen gieren buiten, maar zij ligt donker te rusten, doe maar jongens, ik slaap. Soms dut ze ook overdag, gewoon op sommige plekken. Zoals in van die ommuurde garageboxcomplexen. Zelden was ik ergens zo kalm alleen. Ze legt me er in een strandstoel wiegt me heen en weer, gewoon, op sommige dagen. Als de lucht te zwaar weegt, dan blaast ze er licht over me heen.

DONKER I. BN. EN BW. (-DER, -ST) 1. NIET OF WEINIG VERLICHT: HET WORDT -; EEN -E INGANG; DE -E NAJAARSDAGEN; HET IS AL VROEG - ; HET IS AL HELS -; HET IS ZO – ALS DE HEL, ALS DE NACHT, DAT MEN GEEN HAND VOOR OGEN KAN ZIEN. * KAMER, METTEN. SYN.

DOODS, DUISTER, SOMBER. TGST.* HELDER. 2. NAAR HET ZWARTE NEIGEND: EEN -E ACHTERGROND. 3. ONGUNSTIG, SOMBER: EEN -E VOORSTELLING VAN EEN GEBEURTENIS; EEN – GEZICHT; - KIJKEN; EEN – VOORUITZICHT; IETS – INZIEN. * BRIL. 4. TREURIG: -E TIJDEN;


3

beeld: Nancy Demeester EEN -E TOEKOMST; HET ZIET ER – UIT. 5. NIET GEHEEL BEWUST, VAAG: -E GEWAARWORDINGEN. – TGST. HELDER, LICHT. 6. LAAG VAN TOON: EEN FRAAIE -E STEM. – II. M. EN O. 1. TOESTAND DAT ER GEEN LICHT IS, DUISTERNIS: IN HET AKELIG -; IN DEN –(E) ZITTEN; IEMAND, IETS IN

HET – ZETTEN; IN HET – RONDTASTEN. * KAT. 2. AVOND EN NACHT: DE – VALT; VOOR, MET DEN –(E) THUIS ZIJN, VOOR, MET HET VALLEN VAN DE AVOND. * LICHT.


4


Ar ne

N

aer

t

NACHTLICHT stad vol camera’s hangen? Moet je de hele stad in de spotlights zetten? Zijn we dan spaarzaam bezig? En om terug te komen op de verkeersveiligheid: er zijn rapporten die aangeven dat er minder ongelukken voorkomen als de straatverlichting wordt gedoofd. Mensen gaan voorzichtiger rijden en aandachtiger naar de weg kijken. Wat is er mis met een beetje duisternis? Wist je trouwens dat er tijdens sommige nachten heel veel licht is zonder dat je daar elektrische verlichting voor nodig hebt? Dat komt door de maan en de sterren. Je zou er verbaasd van staan hoeveel licht die kunnen geven. Als je je ogen wat laat wennen aan de duisternis kan je best veel zien. Je ogen hebben daarvoor

wat tijd nodig; geduld is een schone deugd. Maar we zijn het niet meer gewoon om dat natuurlijke nachtlicht te gebruiken. Wie weet er de dag van vandaag nog wanneer het volle maan is? Toegegeven: de hemel mag niet bewolkt zijn. Hopelijk vallen de maan en de sterren te combineren met de dimbare led-verlichting die in Ieper wordt ingevoerd. Als de maan op haar helderst is, kan de led-verlichting wat minder. Stel je eens voor: de lakenhallen en de Sint-Maartenskathedraal verlicht door de maan. Dat zou nog eens romantische toeristenfoto’s opleveren!

5

Wat was dat toch allemaal met die nachtverlichting van Ieper? Eerst was er een stadsbestuur dat besliste om die te doven. Dat was goed voor de portemonnee en goed voor het milieu. Maar het was niet goed voor vele Ieperlingen. Er werd een petitie opgezet die bijna één op de tien inwoners ondertekende. Akkoord, duisternis maakt ongemakkelijk. Je kan je onveilig voelen. En met al die wegenwerken zou je in het donker in een put kunnen sukkelen. Maar criminaliteit - als Ieper daar al last van heeft - los je er niet mee op. Met verlichting is het zoals met camera’s: waar ze staan zullen mensen niets verkeerd doen, maar dan gaan ze het wel elders doen. Moet je dan de hele

De stad fascineert als ze slaapt. Ze droomt, geeft rust en tegelijk angst. Hoewel er geen haast is, heb ik toch de neiging om door te stappen. Hoe onwezenlijk is dit beeld van een stad die niet bruist. Des te meer borrelt het leven achter façade. Vannacht droomde ik van de stad zonder façade, zonder huid, voor één dag. Eén dag een naakte stad die zichzelf helemaal blootgeeft. Puur en onverbloemd. Maar nu nog even niet. Nu nog even allemaal schuilen achter onze façade, onze huid. Binnenin worden we stilaan allemaal een beetje moe.

SCHEMERING V. (-EN) 1. EIG. HALF, FLAUW, ZWAK LICHT: DE – VOOR ZONSOPGANG EN NA ZONSONDERGANG; MORGEN-, AVONDSCHEMERING; ’S NACHTS ZIJN ALLE DINGEN IN DE -; DE GRENS DER – (* LUCHT); DE – VALT, HET WORDT DONKER. 2. METN. TIJD TUSSEN

beeld links: Jonas Bailleul

VIER MEI TWINTIGTWINTIG

eV Ulri k

an

berghe n e d

LICHT EN DONKER, WANNEER ER SCHEMERING IS: DE – IS IN DIE BERGEN ZEER KORT. 3. METF. NIET HELDERE, VAGE VOORSTELLING: DROMEN ZWEEFDEN HEM IN – VOOR DE GEEST; EEN – VAN HOOP.


Ev aL

f ou

0:00 Ik wandel een klein landweggetje op en laat het dorp achter me. Een rij bomen en een hoge haag flankeren het pad. Hier is het absoluut stil, enkel het zachte kraken van de bomen is hoorbaar. Woest blijkt een vakantiedorp te zijn. Het lijkt me vreemd hier op vakantie te gaan en tegelijk snap ik het ook. Hoe verder ik wandel, hoe meer ik de rust en het uitzicht waardeer. Ik ben helemaal alleen, omringd door het kale landschap. 0:18 Op nog geen tweehonderd meter van de hoofdstraat van dit dorp wandel ik al op een grindweg tussen de velden. Terug langs de grote weg waakt een verlicht Mariabeeldje over me. We lopen langs mijn favoriete hoeve in het dorp. Eigenlijk is dit het enige huis dat ik wel al goed observeerde in het verleden. Het ligt ook naast het pad dat ik al enkele keren

Lou is e

D

6

NACHTDWALEN (I.) bewandelde. Voorbij het voetbalveld laat ik de woonwijk achter me. Het is er donker en stil. 0:46 Mijn voeten zakken om de paar stappen weg in de kleine modderplassen van het aardepad. Afgeleid door het waarnemen, schrijven en tekenen is het gissen naar de volgende modderpoel. Pikdonker is het, maar dat bevalt me wel. Het voelt alsof ik omhelsd word door de nacht en ik even onzichtbaar ben als de omgeving, die zich schuilhoudt in de duisternis. Het enige wat ik hoor is het wegvliegen van vogels die opschrikken van het geritsel van mijn voetstappen. Wanneer ik met mijn zaklamp naar links kijk, zie ik kleine lichtjes, per twee gebundeld, en het geluid van gras dat uit de grond gerukt wordt. Ik ben er niet alleen. 1:14 Ik wandel praktisch in de achtertuinen van deze wijk. Net als een indringer

gluur ik door de ramen van de huizen, ook al zijn alle lichten gedoofd en is de nacht ingezet. Hier en daar vind ik nog een vergeten licht in de gang, of een lamp aan de voordeur die het huis van duisternis weerhoudt. 1:33 Terwijl ik het eksternest voorbij wandel, hoor ik het zachte gezang van de brandweerman die samen met mij de nacht beleeft. Het geeft me een gevoel van comfort om te weten dat ik niet de enige ben die het dorp in de nacht ziet. Waarom zijn we in godsnaam zo angstig in de nacht? Ik vond er rust, sereniteit en een gevoel van voldoening. Op m’n eentje dwaal ik door de nacht in dit dorp. Mijn tocht eindigt waar het begon; op het kleine landweggetje. In mijn (kleine) twee uur durende tocht ontsnapte ik even aan het gedreun van het dagelijkse leven. Ik was er alleen. Ik was er niet alleen.

ve e a r eg

NACHTDWALEN (II.)

0:00 Ik wandel de ABC-straat in en ik hoor de nacht. Luister mee op: https:// soundcloud.com/user-309801371/nachtdwalen of scan de QR-code.

NACHTSCHADE V. (M.) (-N) [SCHADE, SCHADUW] OP DE AARDAPPEL GELIJKEND ONKRUID MET GLADDE, GROF GETANDE BLADEREN, WITTE BLOEMEN EN ZWARTE VERGIFTIGE BESSEN (SOLANUM NIGRUM) NACHTTARIEF O. (...RIEVEN) (VERHOOGD) TARIEF DAT ‘S NACHTS GELDT.

NACHTHUIS O. (...HUIZEN; -JE) HUIS DAT ‘S NACHTS DIENST DOET NL. 1. HUIS, WAAR ‘S NACHTS IN ‘T GEHEIM WORDT GEDRONKEN EN GESPEELD. 2. HOUTEN HUISJE OP HET SCHEEPSDEK MET HET KOMPAS, WAARIN ‘S NACHTS EEN LAMP BRANDT.


beeld: Eva Louf

7


beeld: Lisa Gautama

8


t

Arn eN a

er

irk Steeland D t &

Een echte ‘nacht-agent’, die heb ik nooit ontmoet in mijn carrière. Ik heb nooit een agent gehad die zei dat hij enkel de nacht wilde doen, zoals dat bij verplegers soms wel het geval is. De ene agent kan wel gemakkelijker om met nachtwerk dan de andere. Er is minder hiërarchie en meer autonomie. Tijdens een nachtshift moet je meer op jezelf beslissen. De meeste agenten die een jaar of tien in dienst zijn, vragen wel om minder nachten te doen. Als je jong bent kan je daar makkelijker mee om. Oudere agenten zijn meestal opgelucht als ze een job kunnen uitoefenen zonder nachtdienst. De arbeidsgeneesheer raadde me aan om agenten zo weinig mogelijk nachtwerk te laten doen en ‘flankerende maatregelen’ te nemen, zoals voldoende recuperatie inbouwen. Maar uiteindelijk moesten die nachten toch gedaan worden. Nieuwelingen waarschuwde ik: de nachtshift was deel van het takenpakket. Daar konden ze niet onderuit. Politie moet immers 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 alert zijn. Vroeger kon onze maatschappij functioneren zonder politie in actieve nachtdienst. Maar tegenwoordig zijn er veel mensen ’s nachts actief. Zo’n drie tot zes procent van de bevolking leeft ’s nachts. Dat kan om professionele redenen zijn, maar sommigen vinden het overdag gewoon te druk. Zij hebben de nachtelijke rust nodig. Of ze lijden aan slapeloosheid. En dan heb je ook nog al die concerten, dansevenementen, lichtfestivals en voetbalmatchen die ’s avonds beginnen maar tot diep in de nacht kunnen doorgaan. Als politieagent ontmoet je

al die mensen op je nachtelijke shift. Je hebt pas een goed beeld van een gemeenschap als je ze ook ’s avonds en ‘s nachts hebt gezien. Maar het is niet zo dat de nacht op zich criminaliteit veroorzaakt. Een verhoogde menselijke activiteit verhoogt gewoon de kans op incidenten waarbij de politie tussen moet komen. Soms is het ook moeilijk om in te schatten of je met criminele activiteiten te maken hebt. Stel je voor dat iemand ‘s nachts aan een voordeur staat te morrelen. Is dat iemand die in het donker zijn sleutel moeilijk in het sleutelgat krijgt? Of is het een dief die probeert in te breken? Als politiecommissaris had ik een ‘slapende nacht’. Dat was minder zwaar. Ik ging niet mee op patrouille, maar moest wel beschikbaar zijn. Ze konden me altijd uit bed bellen. Ooit moest ik zeven nachten na elkaar ter plekke gaan. En dan moest ik overdag ook nog werken. Na die week was ik uiteraard een wrak. Als ik wakker werd gebeld, dan wist ik dat het serieus was. Anders zouden ze me niet wakker bellen. Dat was hard: vanuit het comfort van je warme bed recht die nachtelijke wereld in, om dan geconfronteerd te worden met de gevolgen van vechtpartijen, zware ongevallen of huiselijk geweld. ‘s Nachts is er veel drama in de huiselijke sfeer. Mensen die doorheen de dag hun spanningen hebben opgekropt en dat dan uitwerken op hun gezinsleden, vaak na enkele glazen alcohol. Het is heel moeilijk om om te gaan met mensen die gedronken hebben. Eigenlijk gaat dat niet. En er zijn niet alleen problemen met alcohol. De laatste 40 jaar zijn de proble-

NACHTBLIND 1. BN. BLIND BIJ NACHT. 2. O. (-EN) BLIND, VENSTERLUIK DAT ‘S NACHTS GESLOTEN WORDT. NACHTBOOG M. (...BOGEN) ONDER DE HORIZON GELEGEN GEDEELTE VAN DE PARALLELCIRKEL VAN EEN HEMELLICHAAM.

men met mensen die ‘iets’ hebben genomen fel toegenomen. En meer en meer krijgen we te maken met mensen wiens geestelijke gezondheid niet in orde is. Gezinsproblemen en psychiatrische problematieken zijn zaken waar je als individuele agent moeilijk een antwoord op kan bieden. Het is een complexe problematiek waarvoor je moet samenwerken met de psychiatrie of sociaal werkers. Maar ‘s nachts werken die diensten niet zoals overdag. En in je eentje kan je zo’n acute problemen moeilijk aanpakken – en al helemaal niet aan de basis. Neem bijvoorbeeld een jongere die vandalisme stelt. Dat kan iemand zijn die in een problematische thuissituatie zit. De agent wil de ouders van die jongen contacteren. Maar de vader is onbereikbaar en de moeder blijkt dronken te zijn. Dan sta je daar als politiemens met die minderjarige. Wat moet je dan doen? Soms kent de politieagent de achtergrond van zo’n jongere en kan hij daar op inspelen, of hij kan de bredere familie of vrienden contacteren. Maar dat is de laatste tijd steeds minder het geval. Het is iets waaraan de politie zou kunnen werken: meer ingebed zijn in het sociale weefsel, meer persoonlijk contact hebben met de burger. Maar tot waar reikt de verantwoordelijkheid van een politieagent? Is de politie er niet vooral om grenzen te stellen? En is het enkel de politie die het contact met de burger verliest, of is dat een algemeen probleem in onze individualistische maatschappij? Slecht nieuws gaan brengen bij de mensen thuis is ook niet gemakkelijk.

NACHTBRAKEN (NACHTBRAAKTE, HEEFT GENACHTBRAAKT) [ZICH DOOR ‘T LANG OPZITTEN ALS ‘T WARE DE LEDEN BREKEN] 1. ‘S NACHTS OPZITTEN INZ. BIJ STUDIE. 2. ‘S NACHTS LOSBANDIGHEID BEDRIJVEN: BLEEK VAN ‘T -.

9

NACHTWACHT


beeld links: Lisa Gautama / rechts: Arne Naert

10

En wanneer dat ‘s nachts gebeurt en je de mensen moet wakker maken al helemaal niet. Ooit moest ik het overlijden van een dochter gaan meedelen bij de ouders. Dat gezin woonde in een wijk buiten de stad. In het stadscentrum was het feest en iedereen was daar naartoe. Het was doodstil in de woonwijk, en ik moest er wachten tot de ouders terug thuis kwamen. Dat was onwezenlijk. En dan kwamen die ouders thuis in feeststemming... Wanneer er brand uitbreekt wordt de politie samen met de brandweer opgeroepen. Een nachtelijke brand is indrukwekkend: rookwolken die oranjerood oplichten onder een zwarte hemel. Dan heb je geen verlichting nodig. Een groot deel van de brandstichtingen gebeurt overigens ‘s nachts. Dat is een camouflagetechniek: ‘s nachts lopen er minder mensen rond, en dus zijn er minder getuigen. De reactietijd wordt op die manier ook verlengd: hoe minder mensen, hoe minder vlug dat zo’n

brand wordt opgemerkt. Wanneer de brandweer arriveert is hij dan al te ver gevorderd om nog onder controle te krijgen. Nachtelijke brandstichting wordt daarom zwaarder bestraft dan brandstichting overdag. Als zo’n brandstichting in een bewoond huis gebeurt, wordt dat om die reden gelijk gesteld aan doodslag. Voor heel wat mensen biedt de nacht een moment om stoom af te blazen. Je zou er van verbaasd staan hoe sommige ‘brave burgers’, steunpilaren van de maatschappij, ‘s nachts de bloemetjes buiten zetten. Maar eens goed nachtbraken moet kunnen. Zolang het maar met respect voor de ander is. Sommigen zijn daar te nonchalant in. Het wordt problematisch als je voor vandalisme zorgt. Als je dingen kapot maakt of de muziek zodanig luid zet dat mensen niet meer kunnen slapen, dan ga je te ver. En muziek te luid zetten gaat tegenwoordig heel gemakkelijk. Je hoeft maar aan de volumeknop te draaien. Als mensen vroeger lawaai wilden

maken moesten ze hun stem verheffen. Dat was vermoeiend en hielden ze niet lang vol. Nu kan muziek een hele nacht lang luid spelen. Het leven zou wel wat aangenamer zijn als iedereen zich zou realiseren dat er nog andere mensen zijn. Mensen kunnen zo verbaasd zijn als je hen erop attent maakt dat hun gedrag het leven van anderen moeilijk maakt. Opnieuw: als politie moet je grenzen aangeven, en dat wordt niet altijd in dank afgenomen. Mensen worden niet graag herinnerd aan grenzen. Het is een kunst om ‘s nachts plezier te maken zonder dat andere mensen er last van hebben. Als je er in slaagt om een moeilijke situatie tot een goed einde te brengen, dan kan dat heel wat voldoening geven, zeker ’s nachts. Maar de mooiste nachten zijn misschien wel de nachten waarin er niets gebeurt. Als iedereen vriendelijk voor elkaar is en alles goed loopt.


11


beeld: Ine Calmeyn

12


C

Z.T.

In grote donkere pupillen Weerkaatst de duisternis Een fonkelende schittering In het ruisen van de stad Dreig ik te verdrinken Vol overgave Ze brengen een ode aan elkaar Hun tijd samen is eeuwig Tot het ruwe rode scheuren Van de lucht Telkens opnieuw weggerukt Uit een wankele droom Uitgeput aan de oevers van het donker Gaan ze uit elkaar

NACHTMERRIE V. (M.) (-S) [MNED. MARE, SPOOK] I. EIG. BENAUWDHEID ‘S NACHTS VOORAL BIJ ‘T LIGGEN OP DE RUG: DE VOLKSVERBEELDING SCHREEF DE - TOE AAN EEN BOZE GEEST DIE OP ‘S MENSEN LICHAAM DRUKT. - II. METF. 1. ALGM. ALLES WAT

f ou

MIJN NACHT

De nacht, wanneer het donker is. Een definitie die volgens mij niet genoeg nuance draagt. Wat definieert de nacht eigenlijk? Is de nacht een persoonlijk gegeven, beschrijfbaar volgens eigen definities? Ik eigen me mijn eigen definitie toe, gevormd door de chaotische gedachten die me tijdens mijn nachten wakker hielden. Het is er vooral stil. Geluiden lijken meer gefragmenteerd, krijgen een eigen prominente rol. Doorheen de dag amper hoorbaar, maar aanwezig wanneer het licht valt en de stad slaapt. Mijn hoofd is wat wazig, en het enige wat ik waarneem is het geruis van mijn frigo en sporadisch voorbijrijdende auto’s. Exact om 0:54 begint het gezoem van mijn boiler. Voor mij is dit de eerste echte waarschuwing van het vallen van de nacht. Ik hoor gerommel in de kamer boven me, en dat is het enige teken van leven binnenin het gebouw. Het gekraak van blote voeten op de houten vloer laat me weten dat ik de nacht niet alleen beleef. De nacht van Noah valt wanneer hij geen plannen meer heeft. De nacht, wanneer het niet donker hoeft te zijn. Wanneer de avond valt, lichten de kamers rondom me op, als een spot op een theaterpodium. Hoe elk hokje een eigen verhaal vertelt, en elk hokje ook even intrigerend blijkt. Uur na uur houden minder kamers me gezelschap. Tot ik opeens de enige ben. De nacht begint wanneer alle bronnen van licht in de gebouwen rondom mij stilaan gedoofd worden. De nacht, wanneer het donker is, in al zijn aspecten. Ik kruip m’n bed in.

13

De nacht is beleefd En groet de dwaler als een oude vriend Ze kennen elkaar al langer En halen herinneringen op Aan de verloren nachten

Ev aL

Ine

yn e alm

VERBIJSTERT, VERONTRUST: DIE RAMP IS EEN ECHTE - VOOR HEM. 2. INZ. SCHRIKBEELD: MET AFGRIJZEN AAN EEN - DENKEN. NACHTGLAS O. (...GLAZEN) ZANDLOPER DIE VIER UUR LIEP, EERTIJDS OP SCHEPEN IN GEBRUIK.


14


WAT IK JE VERTEL

15 maart 2020 Een sluier hangt over de dagen. De pleinen waar ik wandel zijn roerloos stil — wanneer ik even wacht en luister, hoor ik soms horloges in de verte. Ze tikken net zo genadeloos als

voordien, maar hun ritme verloor aan belang. De mensen die zich buiten wagen, vertragen er hun pas. Een oude vrouw gaat gebukt onder de koude, draagt haar leven in een zak (en de groente die ze weldra zal koken). Een koppel zit dicht naast elkaar op een bank, alsof zij elkaar enkel daar nog kunnen zien. Hun handen zitten in de knoop, ze kijken naar de ander die passeert. Een grijze man houdt zijn hand voor zich gestrekt, en vraagt om vijftig cent. Hij kwam te dichtbij, men loopt van hem weg en schudt snel nee nog voor hij zijn vraag heeft gesteld. Kinderen rennen gehaast voorbij — ze raken nog snel even alle stenen voor ook die verdwijnen, hun vrolijk gelach ebt weg. Een vermoeide vrouw komt stil naast me zitten en kijkt mee hoe de dingen vervagen. Ze vraagt wat ik doe, en als ik filmen zeg, haalt ze traag haar schouders op.

Ze schuift het laken over haar oren. Weet het niet. We zijn stil.

11 juni 2020 Ze ligt stil, houdt haar ene hand stevig in de andere, staart naar de plooien in het laken.

Nemen ze het mee? Wat? De dag? Ja. Ze glimlacht. Maar wij blijven hier. Ja. Ergens tussenin. En onderweg. Tussen gisteren en morgen.

Ze kijkt op, laat haar ogen weer zakken. Fronst. Waar denk je aan?, vraag ik.

Zie je dat? Wat? De vogels. Nee? Ze schrijven gedichten in de lucht. Gedichten? Ja. Ze laten woorden vallen op de bomen, kussen de bloemen, strelen in lange kwatrijnen de wolken. Zie je het? Waar? En als je je ogen sluit? Oh. Zie je het nu? Ze knikt voorzichtig. Tussen de refreinen door hapt de lucht naar adem, wordt dieper nog dan het eerder al was, en blaast de wolken weg. En de vogels dansen ertussen, trekken aan de mouwen van de dag.

15

30 maart 2020 We stappen door straten die eerder onveranderlijk waren, en merken dat ze nu meer en meer beginnen te verschillen. Op de hoek die we uit het hoofd kenden, groeien de huizen nu dagelijks een paar stenen erbij, worden stilaan burchten rond een wereld die zich erbinnen groter bevindt. Achter de gevels horen we luidruchtig de acteurs, van kamer naar kamer sleept zich hun podium mee. Soms gooien ze met potten, en breken er de pannen, maken lawaai zoals ze erbuiten nooit hadden gedaan. Dan weer mompelen ze uren, de zinnen in een volgorde die hun betekenis verloor, of schreeuwen ze luidkeels, en zwijgen. Ze hadden iets te zeggen, dat hoor je — iets heel dringends, en tijd kwam tekort het voor zich te houden — maar ze lijken niet meer te weten wat. Rond hen brokkelt het decor gaandeweg af, het podium wil niet langer mee. In het donker, achter de halfopen gordijnen, vertrok inmiddels het publiek.

beeld links: Eva Louf

Lis a

G

ma a t au


Lou is e

g ra e D

ev e

beeld: Nancy Demeester

16

STRUIKEN

er zijn de plaatsen waar men in paniek vertrokken is waar spullen diagonaal opeengestapeld zijn achtergebleven ook daar wordt het nacht. de mensen die er nog wonen rollen zich op wanneer het donker wordt. ze zakken verspreid over de ruimte ineen, als kleine struiken die groeien tussen het parket, onder de salontafel of naast de koelkast in de ochtend plooien ze zich open en gaan verder waar ze gebleven waren je blijft altijd ergens slapen, opgekruld, languit het is iets wat je met zekerheid, je hoeft het niet te willen een dag sluit zich immers altijd af emmers water eroverheen en wakker word je altijd plots


17


18


Ev aL

e ag s e

NACHTLAMPJE

beeld links: Lisa Gautama / rechts: Arne Naert

19

Ik had een nachtlampje nodig, tot groot vermaak van mijn zussen. Geen nacht ging voorbij, of ik werd bespot. Bangerik was het go- to verwijt. Schijtebroek en loser passeerden eveneens de revue. Het waren holle woorden. Mijn nachtlampje had ik uitgekozen tijdens een uitstapje met oma. Het was er eentje in de vorm van een halve maan. Wanneer ik het aanknipte wierp een witgele gloed zich over m’n spullen en de man zonder gezicht. Elke nacht, zonder enige uitzondering, stond hij muisstil in de hoek, net naast de boekenkast. Zolang mijn nachtlampje bleef branden, zou hij toch nooit dichterbij komen.


Dienst der Gedroomde Gewesten is een sociaal-artistiek collectief dat experimentele projecten opzet waarmee ze de stad willen dromen. Het collectief werd opgericht in Ieper en bestaat uit een tiental jonge mensen met een affiniteit voor de stad. Hun achtergronden zijn divers en gaan van stedenbouw en architectuur tot beeldende kunst, houtbewerking, journalistiek en sociaal werk. De naam van de Dienst verwijst naar een overheidsdienst die werd opgericht om de naoorlogse wederopbouw te begeleiden; de Dienst der Verwoeste Gewesten. Waar die wederopbouw vroeger gebeurde door ambtenaren in stoffige bureaus, wil het collectief dit doen door de stad in te gaan en daarbij de verbeelding

voorop te stellen. We creëren momenten en installaties, afbeeldingen en teksten. Iedereen met een affiniteit voor stad of streek, ongeacht leeftijd of afkomst, is welkom ons te vergezellen. Volg onze projecten op instagram, facebook, de stadskrant of de website: www.dienstdergedroomdegewesten.be

REDACTIELID WORDEN? Dienst der Gedroomde Gewesten zet tijdens herSTELLINGEN een stadsredactie op poten in het Yper Museum. De redactie van de Dienst komt maandelijks samen, fysiek of online, om ideeën uit te wisselen en verhalen te verzamelen uit de stad. Zin om ons te vervoegen? Laat iets weten via info@dienstdergedroomdegewesten.be en we verwelkomen je graag op de volgende redactievergadering.

NACHTLICHT O. (-EN; -JE) INZ.VKLW. OLIELICHTJE DAT ‘S NACHTS BRANDT, BESTAANDE UIT EEN PITJE OP EEN DRIJVERTJE. NACHTRAAF (...RAVEN) V. (M.) 1. EIG. NACHTREIGER. 2. OOK M. METF. PERSOON DIE ‘S NACHTS VEEL WERKT OF UITGAAT.

COLOFON Bijdragen Arne Naert, Ulrike Vandenberghe, Louise Degraeve, Eva Lesage, Ine Calmeyn, Eva Louf, Lisa Gautama, Jonas Bailleul, Nancy Demeester, Verschuerens modern woordenboek Ontwerp Louise Degraeve & Justine Vergotte Met dank aan Ypermuseum, CO7, provincie West-Vlaanderen

NACHTUIL M. (-EN; -TJE) I. [UIL, VOGEL] 1. EIG. EEN OF ANDERE SOORT VAN UIL. 2. METF. PERSOON DIE HET LICHT SCHUWT, EENZAAM LEEFT. - II. [UIL, VLINDER] NACHTVLINDER.

beeld front- en backcover: Lisa Gautama

20

DIENST DER GEDROOMDE GEWESTEN

Profile for dienstdergedroomdegewesten

Stadskrant #2  

#2 OVERNACHT duikt het donker in met werk van Lisa Gautama, Ine Calmeyn, Eva Lesage, Arne Naert, Ulrike Vandenberghe, Louise Degraeve, Eva L...

Stadskrant #2  

#2 OVERNACHT duikt het donker in met werk van Lisa Gautama, Ine Calmeyn, Eva Lesage, Arne Naert, Ulrike Vandenberghe, Louise Degraeve, Eva L...

Advertisement