Page 1

Advies- en ingenieursbureau

dhv.nl/milieu

Milieu en duurzaamheid vertalen naar de praktijk, dat doet DHV. Voor bedrijven én overheden. Beiden staan voor enorme uitdagingen, ieder op zijn manier. De problematiek is complex, de procedures zijn talrijk. We leiden klanten door dit woud van ogenschijnlijk tegengestelde belangen. Oftewel van ambities naar antwoorden. Voldoen aan de regels is vaak niet meer genoeg. Stakeholders vragen méér. De druk vanuit de samenleving neemt toe. Maar juist op het gebied van milieu en duurzaamheid is er zelden één waarheid. DHV kent de nuances, maar ook ieder detail.

Milieu & Duurzaamheid Maart 2010 > Duurzaam inkopen geen koud kunstje | Milieuparkeren in Amsterdam | Groene buffer in nieuwstedelijk gebied | Kansen voor biogas in Zuid-Holland | Kopenhagen: het begin of het einde?

Gezondheidseffecten snel in beeld

Bij de aanleg van nieuwe infrastructuur is het door Europese wetgeving én door druk van de omgeving nodig om de gezondheidseffecten in kaart te brengen. Dat kan relatief snel met de gezondheidseffectscreening (GES). Het is een door GGD Nederland ontwikkeld instrument. DHV heeft het geschikt gemaakt voor planstudies en meerdere keren met succes toegepast. Een GES rekent de effecten van nieuwe ruimtelijke ingrepen op geluidbelasting en luchtkwaliteit door naar de gezondheidsituatie. Het maakt snel duidelijk wat de effecten zijn van verschillende alternatieven. DHV'er Marinette Mul: "Een GES helpt daardoor een weloverwogen keuze te maken. Voordeel van een GES is dat het een snel en slagvaardig instrument is. Het is wel afhankelijk van de omvang van het project, maar in een week of tien kan de rapportage gereed zijn. Bovendien is het een

prima communicatiemiddel met burgers." Mul weerspreekt dat een GES een extra barrière oplevert voor het snel de spade in de grond zetten. "In de beginfase van een project moet je ook kijken naar de effecten op de gezondheid van omwonenden. Mensen willen toch vooral weten of de aanleg van een nieuwe weg schadelijk voor hun gezondheid kan worden." DHV heeft voor Rijkswaterstaat een aantal screenings uitgevoerd bij rijkswegen. De rijksdienst was enthousiast over het instrument. Mul: "Het verhoogt de transparantie in het proces. Voor mij mag GES nog veel nadrukkelijker een keuzefactor worden. Gezondheid is, naast klimaat- en waterbestendigheid, toch de bottom-line." Niet alleen voor de aanleg van wegen is een GES toepasbaar. Ook bij lokale ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de herstructuering van een bedrijventerrein, nieuwbouw of inbreidingen in een stad, is de screening goed te gebruiken. info: marinette.mul@dhv.com

FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

Greep op groepsrisico Het is het horrorscenario voor elke bestuurder: een ongeval met gevaarlijke stoffen in je gemeente waar talloze slachtoffers zijn te betreuren. Na de vuurwerkramp in Enschede in 2000 is de behoefte bij overheden groot om grip te krijgen op risicovolle situaties op het eigen grondgebied. Niet alleen om te weten hoeveel slachtoffers onder bepaalde omstandigheden kunnen vallen. Maar ook om te weten of je goed voorbereid bent op een ramp. En met welke maatregelen het risico kan worden beperkt.

DHV'er Karen van Tol is samen met haar projectteam bezig met de ontwikkeling van dit instrument. "We willen dat de mal bruikbaar is voor alle situaties

Inzichtelijk maken is één ding, een afweging maken van de maatschappelijke kosten en baten is een tweede. Hoe weeg je een mensenleven af tegenover andere factoren, zoals een 'gezonde economie'? Is het mogelijk en wenselijk om een mensenleven in geld uit te drukken? Alexander Crena de Iongh van DHV werkt dit lastige maar essentiële onderdeel van de mal uit. "We stellen ons de vraag welke waarde we toekennen aan dodelijke en gewonde slachtoffers. Daarbij realiseren we ons dat deze vraag een ethische component heeft. Aan de andere kant is dat niet nieuw. Bij verkeersveiligheid werkt men daar al jaren mee." Halverwege dit jaar moet de 'mal groepsrisico' gereed zijn. info: karen.vantol@dhv.com

FOTO: WWW.MALGROEPSRISICO.NL

De zogeheten 'mal groepsrisico', ontwikkeld in opdracht van de provincie Noord-Brabant, biedt overheden hierbij een bruikbaar handvat. Het is een digitaal instrument dat alle aspecten van risicovolle situaties inzichtelijk maakt.

waar het groepsrisico moet worden afgewogen: risicovolle bedrijven/activiteiten, het transport van gevaarlijke stoffen, buisleidingen. Ook kijken we naar uitbreidingsplannen in de omgeving van risicovolle situaties."

Altijd een oplossing verder


Duurzaam inkopen geen koud kunstje

Milieuparkeren in Amsterdam

De Nederlandse overheid gaat vanaf 2010 duurzaam inkopen. Dat is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Hierdoor is er veel behoefte aan praktijkvoorbeelden en kennisuitwisseling. Dit geldt vooral voor gemeenten die onvoldoende kennis of capaciteit in huis hebben om duurzaamheidscriteria op te nemen in het inkoopproces. Goede voorbeelden bij vergelijkbare gemeenten kunnen hierbij helpen. Daarom heeft DHV voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en SenterNovem ruim 70 voorbeelden en diverse kennisnetwerken geïnventariseerd (www.duurzameoverheden.nl). Uit het onderzoek blijkt dat duurzaam inkopen slaagt bij een goede voorbereiding, samenwerking in multidisciplinaire teams en het hebben van voldoende intern draagvlak. Grote voordelen zijn te behalen door samenwerking met andere gemeenten. Door bundeling van kennis, capaciteit en inkoopvolume kunnen gemeenten scherpe eisen stellen aan leveranciers. VNG-beleidsmedewerkster Eva Hillen: "De praktijk-voorbeelden die DHV heeft verzameld laten zien dat gemeenten al veel duurzaam inkopen. De voorbeelden kunnen daarnaast andere gemeenten en overheden inspireren om ook aan de slag te gaan met duurzaam inkopen." Duurzaam inkopen levert voor de meeste productgroepen weinig problemen op. Uitzonderingen zijn de bouw en de GWW-sector. Het blijkt vaak nog lastig om duurzaamheidscriteria op te nemen bij aanbestedingen in deze branches. Ook de provincie Utrecht worstelde daarmee. DHV heeft een actieplan opgesteld, waarmee de provincie het beheer, onderhoud, reconstructie en aanleg van (water)wegen kan verduurzamen. DHV'er Renilde Spriensma: "Wij kunnen overheden ondersteunen bij het toepassen van duurzaam inkopen in de praktijk door het vertalen van visie en ambities in een actieplan, het begeleiden van aanbestedingen en het geven van trainingen." info: renilde.spriensma@dhv.com

Amsterdam moet in 2015 voldoen aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. De gemeente heeft het plan ‘Voorrang voor een Gezonde Stad’ (VGS) opgesteld om de luchtvervuiling in de hoofdstad terug te dringen. Een onderdeel van dit plan is de uitgifte van speciale parkeervergunningen voor milieuvriendelijke auto's. Tot mei 2010 loopt een proef in de stadsdelen De Baarsjes en Westerpark. Gedurende de proef krijgen eigenaren van milieuvriendelijke auto’s met voorrang een parkeervergunning, de zogenaamde milieuparkeervergunning. De gemeente Amsterdam wil hiermee de aanschaf van milieuvriendelijke auto’s stimuleren. Voor de beoordeling of een auto milieuvriendelijk is, wordt bekeken hoe zuinig (CO2-uitstoot) en hoe schoon (uitstoot luchtverontreinigende stoffen, uitgedrukt in de Euronorm) de auto is. Meteen een parkeervergunning Van de vergunningen die vrij komen wordt telkens de helft gereserveerd voor een reguliere vergunning en de helft voor een milieuparkeervergunning. Het is vooralsnog een kleine groep aanvragers die voor een milieuparkeervergunning in aanmerking komt. In de praktijk betekent dit dat als iemand een milieuparkeervergunning aanvraagt, hij ook meteen een milieuparkeervergunning krijgt. Gevolg is dat de wachttijd voor reguliere vergunningen verder toeneemt aangezien een milieuparkeervergunning die niet wordt uitgegeven, ook niet vrij komt voor een reguliere parkeervergunning. Op dit moment bedraagt in sommige parkeergebieden de wachttijd al meer dan twee jaar, met uitschieters tot tien jaar.

Mogelijke duurzaamheidsregel uit het Actieplan Duurzaamheid van de provincie Utrecht: houten voetgangersbruggen vervangen door bruggen van gerecycled kunststof, zoals deze brug in de gemeente Wognum

Creatieve maatregel Jessica Dirks is als extern adviseur van DHV gedetacheerd bij de gemeente Amsterdam als projectmanager Milieuparkeren. Zij is enthousiast over het project. Dirks: "Ik krijg overwegend positieve reacties op het project. De milieuparkeervergunning is in mijn ogen een creatieve maatregel die nu eens een keer niet over geld gaat, maar die inspeelt op de wachttijden voor een parkeervergunning. We merken dat het onderwerp ontzettend leeft onder de bewoners. Zij bellen met vragen als: “Is het zeker dat ik meteen een milieuparkeervergunning krijg? Want dan ga ik deze week nog mijn auto verkopen en een auto aanschaffen die voldoet aan jullie criteria!’’ De gemeente zal de proef in de zomer uitgebreid evalueren. Dan moet blijken of dit instrument heeft geleid tot een groei in de aanschaf van milieuvriendelijke voertuigen in Amsterdam. info: jessica.dirks@dhv.com


Groene buffer in nieuw stedelijk gebied

FOTO: PROJECTBUREAU PARK LINGEZEGEN

Het gebied tussen Arnhem, Nijmegen, Elst en Bemmel is in de afgelopen decennia in hoog tempo verstedelijkt. Door een aantal nieuwbouwprojecten wonen binnen afzienbare termijn circa 160.000 mensen in het gebied. Park Lingezegen moet de groene buffer worden te midden van deze stedelijke ontwikkelingen. Het is aangewezen als één van de rijksbufferzones in Nederland. Bovendien moet het park in de recreatiebehoeften van de bewoners gaan voorzien. DHV heeft, in samenwerking met stedebouwkundigbureau SAB, een intergemeentelijke structuurvisie en de bestemmingsplannen opgesteld voor de realisatie van Park Lingezegen. De basis hiervoor is een milieu-effectrapport (MER) waarin visievorming en uitwerking zijn geïntegreerd. DHV'er Mark Groen: "We hebben een aanpak gehanteerd waarbij we alle documenten snel op hebben kunnen stellen." Lastig in de opdracht was dat de betrokken

overheden op verschillende schaalniveaus nog diverse keuzes moesten maken. Zo was nog niet bekend waar de recreatieve voorzieningen precies in het gebied zouden komen. Ook was er nog volop discussie over een ecologische verbindingszone, waterberging en ontgrondingen. Om de discussie helder te voeren, heeft DHV een aantal relevante milieuaspecten ingebracht. Ook zijn bijeenkomsten gehouden met zowel bestuurders als bewoners over de te maken keuzes. Met de bewoners waren dit interactieve bijeenkomsten, waarbij mensen zelf ideeën konden intekenen op digitale tekentafels. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een aantal realistische opties. Hieruit hebben betrokken overheden een voorkeursalternatief gekozen. In deze variant is een goed evenwicht gevonden tussen alle gewenste recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, landschappelijke inpassing en behoud van landbouw. info: mark.groen@dhv.com

Slimme oplossingen zorgen voor milieuwinst en kostenbesparingen Het Griftpark in Utrecht was een roemrucht bodemverontreinigingsgeval uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Bij de aanleg van dit stadspark bleek de bodem sterk verontreinigd. Na onderzoek bleek dat de verontreiniging tot een diepte van 50 meter zat. De verontreiniging totaal weggraven was geen optie. De gemeente Utrecht besloot de voornaamste verontreiniging in te pakken met een schermwand en een afdeklaag. In het geïsoleerde gebied wordt grondwater opgepompt en getransporteerd naar een zuiveringsinstallatie twee kilometer verderop. In 2003 was de sanering gereed. De gemeente is verantwoordelijk voor een 'eeuwigdurende nazorg', een behoorlijke kostbare operatie. Het onderhouds- en advieswerk zijn zo omvangrijk dat ze openbaar worden aanbesteed. Bij de eerste openbare aanbesteding voor het advieswerk koos de gemeente Utrecht voor DHV. Daarvoor had Gert Leurink, werkzaam bij de gemeente en voormalig projectleider van de sanering van het Griftpark, een aantal redenen. "De belangrijkste was de kwaliteit en betrokkenheid die werd getoond. DHV bood een meerwaardecontract aan waarbij zij 50% van de gerealiseerde besparingen in 5 jaar ontvangt, maar voor haar werkzaamheden geen kosten in rekening brengt. De andere 50% besparing in 5 jaar vervalt aan de gemeente en na de termijn van 5 jaar krijgt de gemeente 100% van de besparingen." DHV kwam met een aantal slimme oplossingen om de nazorg goedkoper te maken. Bovendien leidden die oplossingen tot minder energiegebruik. De meest aansprekende oplossing is de ombouw van de zuiveringsinstallatie tot een AntiBulkingReactor (ABR). Hierbij is een cruciale rol weggelegd voor een bacterie die zich in het Griftpark had aangepast aan de verontreiniging. Leurink: "Het is een robuust systeem, waarmee je veel minder slib krijgt en veel minder elektriciteit hoeft te gebruiken." Samen met andere oplossingen bedraagt de besparing voor de nazorg 200.000 euro per jaar. Het is een bedrag dat Leurink niet verrast. "De techniek ontwikkelt zich en er komen steeds nieuwe inzichten." Voor Leurink zijn de oplossingen ook een tussenstap om te komen van 'eeuwigdurende nazorg' naar 'maatschappelijk verantwoorde no-zorg'. Zo heeft de projectleider van de gemeente Utrecht de verwachting dat op afzienbare termijn het effluent van zuiveringsinstallatie teruggebracht kan worden naar een vijver in het Griftpark.

Gert Leurink, gemeente Utrecht:

"De betrokkenheid sprak mij het meeste aan"

Voor het nazorgproject in het Griftpark ontving het team een prijs van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Leurink roemt zelf de betrokkenheid, kwaliteit en creativiteit van DHV. "Het is niet meer werken als opdrachtgever versus opdrachtnemer. Je deelt met elkaar kennis en ervaring. Je zorgt ervoor dat je servicegericht naar de omgeving bent. Dat is een prettige, nieuwe manier van werken."


Kansen voor biogas in Zuid-Holland Biomassa is in Nederland de belangrijkste bron van duurzame energie. Volgens onderzoek van SenterNovem uit 2007 kan ongeveer 10 procent van het huidige aardgasverbruik in Nederland vervangen worden door gas uit biomassa: biogas of groen gas. Dit biogas kan deels komen uit co-vergisting, een techniek die nu al voorhanden is. Een andere mogelijkheid is vergassing van biomassa, een techniek die op zijn vroegst over enkele jaren op grotere schaal toepasbaar is. De biomassamarkt is in opkomst, omdat de omschakeling naar duurzame energiebronnen urgent is. Een complete inventarisatie van de biomassastromen is dan ook van belang om de kansen voor de productie van groen gas te maximaliseren. Een dergelijke inventarisatie voert DHV voor de provincie Zuid-Holland uit. Het doel van de opdracht is om inzichtelijk te maken of en hoe de productie van biogas in Zuid-Holland verhoogd kan worden. Het resultaat is een zogenaamde kansenkaart. Deze kaart geeft aan waar de grootste kansen liggen voor bioenergiebedrijven in Zuid-Holland. DHV inventariseert per gemeente alle vergistbare soorten en hoeveelheden biomassa. Kennis uit technische disciplines wordt gekoppeld aan GIS (Geografische Informatiesysteem). Het resultaat is het model BioGis. Carolien Huisman, werkzaam als projectleider bij de provincie Zuid-Holland, heeft hoge verwachtingen van de inventarisatie van DHV. "In 2008 heeft DHV al een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden tot opwekking van groen gas in Dordrecht. Dat leverde interessante resultaten op. Het grote voordeel van DHV is dat het alles in huis heeft om dit project te laten slagen: kennis van zowel biomassa, groen gas, de regio als GIS." Ook Roel Bol, programmadirecteur Biobased Economy bij het ministerie van LNV, is enthousiast: “DHV volgt een grondige, gestructureerde en creatieve aanpak. We zouden dit voor heel Nederland moeten doen.” info: aldert.vanderkooij@dhv.com

FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

kort

Biodiversiteitsconcepten in de prijzen

Energie in gebiedsontwikkeling ondernemers in gebieden met een gematigd klimaat hardhout gaan telen op gedegradeerd land. Dat moet hen een nieuwe rendabele activiteit opleveren die bovendien de biodiversiteit herstelt.

Het ministerie van LNV ondersteunt met een geldbedrag de ontwikkeling van twee nieuwe DHV-biodiversiteitsconcepten: Matimber en Rietmatrassen. Matimber biedt een alternatief voor de kap van hardhout in tropische regenwouden. Kern is dat lokale

Rietmatrassen zijn rietbalen die in biologisch afbreekbaar textiel zijn gewikkeld. Zij moeten een ongestoorde ontwikkeling van vitale rietoevers stimuleren en zorgen voor herstel van het ecosysteem. De hoeveelheid en kwaliteit van rietoevers neemt op veel plaatsen af. Dit heeft een achteruitgang van het ecosysteem als gevolg. info: janwillem.berendsen@dhv.com

De gemeente Rotterdam wil in 2025 een reductie van 50% aan CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 hebben bereikt. Om dat doel te halen is het programma Rotterdam Climate Initiative (RCI) opgericht. Eén van de deelprogramma’s van het RCI is 'Sustainable City'. Dit programma is gericht op reductie van CO2-uitstoot bij de ruimtelijke inrichting van de stad. Rotterdam werkt hard aan (her)ontwikkeling van diverse gebieden. Om bij dergelijke gebiedsontwikkelingen aandacht voor energie (en dus CO2) te krijgen en houden, heeft DHV de pos-

ter 'Energieproducten Gebiedsontwikkeling' ontwikkeld. Hierop staat per fase van gebiedsontwikkeling aangegeven welke 'energieproducten' nodig zijn. Denk daarbij aan een ambitiedocument, energievisie, businesscasestudie en de uitvraag aan marktpartijen. info: martin.tersteege@dhv.com

COLUMN

Kopenhagen: het begin of het einde? Vooraf waren de verwachtingen over de Klimaattop in Kopenhagen hooggespannen. Achteraf was er vooral woede en frustratie over het onvermogen om tot een akkoord te komen. Vooral over het feit dat de arme landen het zwaarst worden getroffen door de effecten van klimaatverandering. De rijke landen, de primaire veroorzakers, zijn nog steeds te weinig bereid om écht de verantwoordelijkheid te nemen. Terwijl elke dag telt. Obama zei tijdens zijn speech: "Dit is een begin". Een begin van de koppen uit het zand. Geen discussie meer of, maar hoe klimaatverandering moet worden beperkt. We zijn op het punt gekomen dat we moeten gaan praten over het recht op welvaart, op grondstoffen en het recht op vervuiling. Het gaat dus om véél meer dan alleen het klimaat. Als we nog een paar jaar steggelen over de verdeling van de reductielasten, dan belanden we vanzelf in een ander scenario. “Run away climate change”, noemen wetenschappers dat. Dat klinkt als een nieuwe actiefilm, maar het is een groot drama voor de mensheid en voor de biodiversiteit.

Is het gebrek aan een ambitieus klimaatakkoord in Kopenhagen dan het einde? Misschien niet. Op de achtergrond gaan de onderhandelingen gewoon verder. Het is voor iedereen helder dat het hier niet bij kan blijven. Verder is de impact van de conferentie zo groot, dat landen in hun nationale beleid mogelijk forsere maatregelen gaan nemen. Ondertussen kunnen gemeenten, provincies, waterschappen en het bedrijfsleven volop aan de slag om hun eigen ambities waar te maken. De gemeentelijke politiek kan dit voorjaar al kleur bekennen! Ten slotte is mondiaal het besef van klimaatverandering toegenomen. En als mensen eenmaal echt begrijpen hoe makkelijk zij zelf invloed kunnen uitoefenen, dan komt er een maatschappelijke kracht los. Een kracht die in korte tijd grote veranderingen kan bewerkstelligen. Er is nog hoop. marjolein.demmers@dhv.com

Marjolein Demmers

Geef uw reactie op deze column via: dhv-blog.blogspot.com

Contact: DHV B.V. | Postbus 1132 | 3800 BC Amersfoort | Portretfotografie: Frank Boots, Moniek Polak, Marina Goudsblom, Erik van der Horst DHV | Tekst: Rommelse Communicatieadvies | Opmaak en productie: Communications, DHV | Drukwerk: Van Amerongen | Meer informatie, een persoonlijk abonnement of afmelding voor deze nieuwsbrief: linda.wijnands@dhv.com, 033 468 29 85, www.dhv.nl/milieu | Deze nieuwsbrief voor overheden verschijnt 2 maal per jaar.

DHV Nieuwsbrief Milieu en Duurzaamheid 2010 nr. 1  

DHV Nieuwsbrief Milieu en Duurzaamheid 2010 nr. 1 voor overheden.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you