Page 1

Advies- en ingenieursbureau

dhv.nl/milieu

Milieu en duurzaamheid vertalen naar de praktijk ˆ dat doet DHV. Voor bedrijven én overheden. Beide staan voor enorme uitdagingen, ieder op zijn manier. De problematiek is complex, de procedures zijn talrijk. We leiden klanten door dit woud van ogenschijnlijk tegengestelde belangen. Oftewel van ambities naar antwoorden. Voldoen aan de regels is vaak niet meer genoeg. Stakeholders vragen méér. De druk vanuit de samenleving neemt toe. Maar juist op het gebied van milieu en duurzaamheid is er zelden één waarheid. DHV kent de nuance, maar ook ieder detail.

Milieu & Duurzaamheid September 2009 > Revitalisering Kijkduin | De lucht klaart op | Onrust wegnemen | CO2-Scanner onmisbaar hulpmiddel voor klimaatbeleid | Gas en elektrisch als opstap naar waterstof

Sneller en beter In korte tijd is 'Elverding' een begrip geworden in Nederland. Elverding staat voor de commissie die vorig jaar het kabinet adviseerde over het versnellen van infraprojecten. De conclusie is dat het 'sneller en beter' kan: door betere voorbereiding komt uitvoering sneller tot stand. Het advies kreeg brede steun, waarbij de ene partij het accent wat meer legt op 'sneller', de ander op 'beter'. DHV vindt juist het integrale karakter van het advies belangrijk. "Cherry picking" uit de maatregelen die Elverding adviseert leidt niet tot de gewenste versnelling. Parallel aan Elverding installeerde VROM-minister Cramer een commissie om de basis voor het luchtkwaliteitsbeleid in Nederland te verbeteren. Deze commissie, onder leiding van dijkgraaf Verheijen, heeft het gedachtengoed van de commissie-Elverding in haar opdracht meegenomen. DHV vervulde de secretariaatsrol in deze commissie. 'Verheijen' stelt dat luchtkwaliteitsbeleid meer op de milieu- en gezondheidseffecten moet sturen en moet focussen op maatregelen. In dat kader moet de rekenkwantiteit verminderen en de kwaliteit verbeteren: globaal waar het kan (zeker in de voorfase) en precies waar het moet.

FOTO: HEIJMANS

Info: arno.fluitman@dhv.com FOTO: RWS

Het advies van de commissie-Elverding en de commissie-Verheijen richt zich op een grotere slagkracht door betere samenwerking

en communicatie tussen alle betrokken partijen. Dat vraagt om mensen met de juiste competenties, om continuïteit in de bemensing, en om focus op het resultaat in plaats van op rollen en systemen. Het vraagt om goed georganiseerd opdrachtgeverschap, dat de belangen van de omgeving vertaalt in heldere eisen. En natuurlijk vraagt het ook om opdrachtnemers die in staat zijn om complexe projecten integraal en met gevoel voor de omgeving aan te sturen. "Juist hierin heeft DHV zich bekwaamd", stelt adviseur Arno Fluitman. 'We hebben goede ervaringen opgedaan met de Elverding-aanpak bij planvorming van infraprojecten zoals A2 Holendrecht-Maarssen en A15 Maasvlakte-Vaanplein." Het kost nog wel veel inspanning om het 'sneller en beter' in de praktijk waar te maken. Fluitman: "Het gaat om een transitie naar een nieuwe ambtelijke en bestuurlijke cultuur, en transities vragen nu eenmaal tijd en doorzettingsvermogen."

Alles in één hand Na vijf jaar is de sanering van de grond onder de voormalige Oostergasfabriek (OGF) in AmsterdamOost succesvol afgerond. In opdracht van de gemeente Amsterdam had DHV de verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsbegeleiding, planning, ontwerp, engineering en het omgevingsmanagement van deze operatie. De grondsanering is binnen de begroting van 85 miljoen gerealiseerd. De bodem en het grondwater onder het circa 9 hectare grote terrein waren ernstig verontreinigd. Bij de bodemsanering is de verontreinigde grond zoveel mogelijk afgegraven; ook zijn situ-technieken toegepast zoals chemische oxidatie. In totaal is 135.000 m3 verontreinigde grond afgevoerd naar afvalverwerkers en grondreinigers.

De complexiteit van de werkzaamheden werd voornamelijk bepaald door het integrale karakter van de werkzaamheden. Het ging in Amsterdam niet alleen om de afstemming tussen de ingrijpende bodemsanering en de herinrichting. Het betrof een activiteit in stedelijk gebied, waarbij de omgeving te maken had met overlast als stofvorming, geluid, trillingen en een hoge verkeersdruk. Eén van de belangrijkste vormen van overlast was de stank die de ontgraving van de verontreinigingen met zich meebracht.

Om de omgeving optimaal te informeren kregen omwonenden een maandelijkse nieuwsbrief over de werkzaamheden. Ook konden zij op een website dagelijks een 'overlastverwachting' bekijken. Elke twee weken vond er een overleg plaats met een beschermgroep en er was 24 uur per dag een klachtentelefoon bereikbaar. Gerard Scheffrahn (Alliantiemanager Oostergasfabriek): “DHV heeft een belangrijke bijdrage aan het project geleverd, waarvoor in de laatste fase een Alliantie is opgericht. Zo’n 40 medewerkers hebben op diverse posities in deze fusieorganisatie tussen opdrachtgever, adviseur en aannemer een belangrijke rol gespeeld. Hierbij kwam de multidisciplinariteit van DHV goed van pas. Mede door de uitstekende medewerkers van DHV is het Oostergasfabrieksteam uitgegroeid tot mijn beste team waarmee ik tot op heden heb gewerkt.” Op het gesaneerde terrein wordt momenteel de nieuwe stadswijk Oostpoort gebouwd. DHV is als adviseur van Projectbureau Oostpoort momenteel ook betrokken bij de ontwikkeling van het gebied. Een deel van deze bebouwing is door de toegepaste integratie van herontwikkeling en grondsanering reeds gerealiseerd. Info: henk.koster@dhv.com

Altijd een oplossing verder


"De uitdaging is dat duurzaamheid tot meerwaarde leidt" De gemeente Rotterdam heeft vijf gebieden aangewezen die zij op een zo duurzaam mogelijke wijze willen ontwikkelen."En daarbij is de lat hoog gelegd. Niet alleen de gebouwen moeten duurzaam zijn. Het gaat echt om het duurzaam maken van een gebied", vertelt Fred Akerboom, projectmanager bij Rotterdam Climate Initiative, het bureau dat de ontwikkelingstrajecten leidt. Bij twee van de vijf gebieden, Schieveen en Stadionparkgebied, is DHV betrokken. Akerboom: "Het voordeel van DHV is dat het niet alleen Rotterdam en de gemeentelijke organisatie goed kent, maar bovendien sterk is in een integrale aanpak en daarbij alle benodigde kennis op het gebied van duurzaamheid, ruimtelijke ordening en water in huis heeft." In Schieveen, een gebied in het noordwesten van Rotterdam, is het de bedoeling een nieuw kantorenpark en een grootschalig natuurgebied te realiseren. Gezien de excentrische ligging van het terrein en de nabijheid van een snelweg ligt een toename van automobiliteit voor de hand. Akerboom: "In de quick scan die DHV heeft uitgevoerd vormde mobiliteit een van de drie aandachtspunten. Met een combinatie van goede ov-voorzieningen, fietsroutes en het stimuleren van elektrisch vervoer denken we de eventuele extra uitstoot van broeikasgassen zo beperkt mogelijk te houden." Een ander aandachtspunt van de quick scan was de toepassing van duurzame energie. "De luchthaven Zestienhoven ligt in de buurt van Schieveen. Daarom kun je in het ontwikkelingsgebied weinig met grootschalige windenergie. Ook biomassa is te weinig in het gebied aanwezig, zodat de potentie in zonneenergie en koude-warmteopslag ligt", aldus Akerboom. Tot slot is er gekeken naar het wateraspect. Zo zijn er mogelijkheden tot fluctuatie van het waterpeil en het realiseren van een bergingsfunctie in het gebied. Het is nu vooral de uitdaging om deze ambities vast te houden in het vervolgtraject en daarvoor marktpartijen te interesseren.

Info: therese.vangijn@dhv.com

De gemeente Den Haag heeft zichzelf ten doel gesteld Kijkduin te ontwikkelen tot een badplaats met allure. Hierbij wil ze gebruik maken van de eigenheid van Kijkduin. Dat wil ze via drie wegen realiseren: A. Het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van Kijkduin. B. De ontwikkeling van Kijkduin tot een unieke badplaats voor het hele gezin, met het accent op wellness, ontspanning en gezondheid. C. De realisatie van extra wooncapaciteit (circa 1000 woningen) in het gebied.

Deze drie hoofdelementen zijn uitgewerkt in het Masterplan Kijkduin. DHV heeft in een planMilieueffectrapport (plan-MER) de milieueffecten van deze drie voornemens onderzocht. Daarnaast was een zogeheten Passende Beoordeling noodzakelijk, die de effecten bepaalt op de omliggende Natura2000-gebieden. Tevens is er een energievisie opgesteld om kansrijke energieconcepten te bepalen voor Kijkduin en invulling te geven aan de Haagse doelstelling in 2050 CO2 neutraal te zijn. Kansrijk is de collectieve maatregel ‘biomassa warmtekrachtkoppeling (wkk) - centrale’ in combinatie met individuele systemen voor warmtepompen en zonne-energie. Het Masterplan en plan-MER zijn in zeer korte tijd tot stand gekomen, mede door verschillende 'haasje overs'. Het laatste hoofdstuk van het plan-MER is hiervan een goed voorbeeld. Het geeft helder aan welke onderwerpen belangrijk zijn voor het Masterplan en het vormt tevens een agenda voor het vervolg van het planproces. Daarnaast zijn de conclusies samengevat in een duurzaamheidsparagraaf, die 1 op 1 is overgenomen in het Masterplan. Een andere succesfactor is de open en geoliede samenwerking tussen de gemeentelijke opdrachtgever en DHV. DHV-projectleider Mariëlle de Sain licht dit toe: "Het functioneerde als een tandem waardoor de betrokken partijen met veel plezier gezamenlijk aan het project werkten. Dit leidde tot veel energie en dat is zichtbaar in het resultaat." Naar verwachting bespreekt de gemeenteraad van Den Haag in oktober 2009 het definitieve Masterplan Kijkduin, waarin de uitkomsten van de plan-MER en de reacties daarop vanuit de bevolking zijn meegenomen. De commissie voor de m.e.r. heeft zich positief uitgesproken over het plan-milieueffectrapport. Info: marielle.desain@dhv.com

FOTO: DIENST STEDELIJKE ONTWIKKELING DEN HAAG, WIM JANSEN DESIGN

Voor het Stadionpark, aan de zuidkant van de Maas, is de situatie lastiger, omdat hier veel meer tijdsdruk op ligt. In het gebied moet onder andere de nieuwe Kuip komen, een ijsbaan en diverse sportvelden. Omdat de wens leeft om in 2018 het WK-voetbal naar Nederland en België te halen, moet in ieder geval het nieuwe stadion er dan staan. Haast is dus geboden. Akerboom: "De uitdaging is hier dat duurzaamheidseisen niet tot vertraging leiden, maar juist tot meerwaarde." En de uitdagingen zijn groot. Hoe realiseer je een duurzame ijsbaan en hoe laat je 80.000 bezoekers van een voetbalwedstrijd zo veel mogelijk met het openbaar vervoer reizen? Akerboom: "Met hun zakelijke benadering van duurzaamheid en kennis over hoe je duurzaamheid kunt borgen in planprocessen heb je ook in dit project aan de adviseurs van DHV een waardevolle partner. Zeker ook in de dialoog met een stadiondirecteur en ontwikkelaars."

Revitalisering Kijkduin


De lucht klaart op

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een gezamenlijk initiatief van de rijksoverheid en decentrale overheden in gebieden waar momenteel de luchtkwaliteitsnormen worden overschreden. De wettelijke basis voor het NSL wordt gevormd door de Wet luchtkwaliteit uit 2007. Het NSL is een programma waarin enerzijds maatregelen voor verbetering van de luchtkwaliteit zijn opgenomen en anderzijds ruimtelijke en infrastructurele projecten. Met de uitvoering van het NSL dienen overal in Nederland uiterlijk in 2011 de grenswaarde voor fijn stof en in 2015 de grenswaarde voor

stikstofdioxide te worden gehaald. Afgelopen zomer is het Kabinetsbesluit NSL vastgesteld. Sinds begin augustus is het van kracht. Oorspronkelijk heerste er veel scepsis over het NSL. Dat heeft alles te maken met het voor Nederland ongebruikelijke juridische kader waarmee een flexibele koppeling is aangebracht tussen de beoordeling van de normen en de realisatie van projecten. Uiteindelijk is er draagvlak voor het NSL ontstaan, maar er heerst nog veel onzekerheid over de uitvoering. De plantoetsing van projecten gaat er heel anders uitzien.

Onrust wegnemen Er is maatschappelijke onrust ontstaan over het gebruik van lichtverontreinigde grond en baggerspecie om diepe zandwinplassen ondieper te maken, waardoor ze ecologisch weer waarde krijgen. Sinds 1 januari 2008 kon dit, vanwege de inwerkingtreding van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk), zonder vergunning gebeuren. Wetenschappelijke en beleidsmatige onderbouwingen ten spijt leidde dit tot vrees bij omwonenden en maatschappelijke organisaties voor aantasting van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Vragen in de Tweede Kamer waren het gevolg. Voor VROM-minister Cramer en staatssecretaris Huizinga van Verkeer en Waterstaat vormde dit de reden tijdelijk de activiteiten bij diepe zandwinplassen op te schorten en een deskundigencommissie in te stellen om een oplossing te zoeken. De commissie, onder leiding van dijkgraaf Lambert Verheijen van het waterschap Aa en Maas, had als opdracht om tot wetenschappelijke consensus over de risico's te komen. Eind juni 2009 kwam de commissie met haar rapport.

Hoofdconclusie van het rapport is dat het Bbk te algemeen is. Voor de geïsoleerde putten is maatwerk nodig. Dit maatwerk bestaat uit het vooraf per situatie inschatten van de risico’s voor mens en ecosystemen, en dit zowel tijdens als na de verondieping adequaat te controleren. De commissie adviseert alle partijen met belangen hierbij te betrekken, zowel voor de putten waar al verondiept wordt als waar nog plannen voor ontwikkeld moeten worden. DHV'er Aldert van der Kooij vervulde samen met Simon Moolenaar de secretariaatsrol van deze commissie. Dit vanwege hun inhoudelijke kennis over bodem-, water- en waterbodembeleid en techniek. Daarnaast ook vanwege hun kwaliteit om het samenspel tussen ministeries, deskundigen en de commissie adequaat te begeleiden. Minister Cramer bleek tijdens de toelichting van het rapport aan de Tweede Kamer zeer te spreken over het geleverde werk: “Ik heb grote waardering voor de snelheid en gedegenheid waarmee dit advies over deze complexe materie tot stand is gekomen.” Info: aldert.vanderkooij@dhv.com

Hoe precies zal ook worden bepaald door uitspraken van de Raad van State. Hoe krijgt de monitoring vorm en wat zijn de spelregels? De maatregelen voor luchtkwaliteit zijn nu gereserveerd binnen het NSL, maar onbekend is hoe effectief die maatregelen exact zijn. DHV heeft een actief aandeel gehad in het wordingsproces van het NSL en adviseert overheden nu over voorliggende vragen. Met het NSL is het risico aanwezig dat overheden tevreden zijn als de normen gehaald zijn. Het effect van verontreiniging op de gezondheid is echter veel complexer en

houdt niet op bij de norm. DHV'er Robert van Bommel: “De belangrijkste meerwaarde van het NSL is misschien wel de bewustwording over luchtkwaliteit. Nu het NSL is vastgesteld, kunnen we ons op de kern van de zaak gaan richten: het verminderen van de schadelijke effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid.” Info: robert.vanbommel@dhv.com


"CO2-Scanner onmisbaar hulpmiddel voor klimaatbeleid" Steeds meer gemeenten zijn actief met klimaatbeleid bezig. De ene is nog ambitieuzer dan de andere om CO2- of klimaatneutraal te zijn. Den Haag wil dat in 2050 bereiken, Haarlem in 2030, Enschede zelfs al in 2020. Maar zijn die ambities realistisch? Inzicht in de plaatselijke CO2-uitstoot nu en in de toekomst is daarbij onontbeerlijk. Er zijn wel enkele kwantitatieve CO2-modellen beschikbaar, maar die maken gebruik van nationale kengetallen. Om rekening te houden met de lokale situatie heeft DHV de CO2Scanner ontwikkeld. Uitgangspunt is om zo veel mogelijk specifieke lokale informatie te gebruiken, bijvoorbeeld van netbeheerders. Samen met de gemeente wordt nauwkeurig in kaart gebracht welke gegevens over CO2uitstoot, energiegebruik en bestaande voorzieningen (denk aan: gerealiseerde windmolens of duurzaam bouwen) al beschikbaar zijn. Vervolgens wordt met deze informatie de CO2-Scanner opgebouwd. De lege gaten worden gevuld

met landelijke gemiddelden die naar gemeenteniveau zijn bijgeschaald. Hierbij wordt goed gekeken of het ‘landelijke gemiddelde’ wel in de betreffende gemeente van toepassing is, dan wel bijstelling behoeft.

Als laatste stap worden alle maatregelen die de gemeente nog ‘in het vat’ heeft zitten, doorgerekend. Daarmee wordt een goed beeld gecreëerd van de CO2-emissies in de toekomst.

Toekomstbeeld Het resultaat geeft goed onderbouwde cijfers voor het huidige energiegebruik en de CO2-uitstoot. De volgende stap is een inschatting te maken van de CO2-uitstoot in de toekomst. Dit gebeurt aan de hand van specifieke lokale beleidsdocumenten, zoals een gemeentelijke Structuurvisie en/of een Mobiliteitsvisie. Voor iedere sector wordt gekeken welke groei verwacht kan worden aan de hand van de lokale uitbreidingsplannen. Voor de sectoren waarvan dit niet bekend is, worden nationale groeicijfers gehanteerd.

Toepassing Met behulp van de CO2-Scanner zijn de gemeenten Tiel en Amersfoort bezig om hun klimaatactieplannen te onderbouwen. Daarnaast maakt de Milieudienst Rijnmond (DCMR) gebruik van dit instrument om de CO2-emissies van Rotterdam jaarlijks te monitoren. Ook Den Haag, Nijmegen en enkele kleinere gemeenten hebben hun weg naar de CO2-Scanner gevonden en daarmee een solide basis gelegd voor hun klimaatbeleid.

kort

Samenwerking cradle to cradle Braungart en DHV

Michael Braungart, een van de twee grondleggers van het ‘Cradle-to-Cradle (C2C)’-gedachtegoed, en DHV zijn een samenwerkingsverband aangegaan. Dankzij het boek 'Afval is Voedsel' en twee Tegenlicht-documentaires zijn de C2C-principes in

korte tijd populair geworden in Nederland. In maart 2009 volgden 15 DHV-adviseurs bij het bureau van Braungart in Hamburg een intensieve training om vraagstukken op uiteenlopende gebieden zoals mobiliteit, bouw, industrie, gebiedsontwikkeling en waterbeheer volgens de C2C-principes aan te pakken. Braungart ziet de samenwerking met DHV als een grote kans. "De kennis en marktpositie van DHV kunnen een enorme versnelling teweegbrengen op weg naar een Cradle-to-Cradle-samenleving." De eerste opdrachten zijn of worden inmiddels uitgevoerd. Info: wim.vanlierop@dhv.com pieter.onderwater@dhv.com

Info: alexander.gijsen@dhv.com

Prijs voor innovatief concept energieneutrale bedrijventerreinen

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg hebben de ambitie dat het binnenkort te realiseren bedrijventerrein Vossenberg West II in Tilburg energieneutraal wordt. Daartoe schreven zij een prijsvraag uit die door DHV is gewonnen met

het idee "Flexibel duurzaam". Kern van het DHV-concept is dat door vergisting van GFT-afval biogas wordt geproduceerd, dat wordt opgewerkt tot aardgaskwaliteit. Daardoor is geen nieuwe infrastructuur nodig. Warmtekrachtkoppelingen (WKK's) zetten het gas om in 'groene' warmte en elektriciteit. Op platte daken van de gebouwen komen dunnefilm-zonnecellen. Speciaal aan het concept is dat flexibiliteit het uitgangspunt is. Energiesystemen kunnen naar gelang de wensen van de klant aangepast worden en het energieconcept kan meegroeien met de groei van de bedrijven. Info: leon.blokker@dhv.com manus.barten@dhv.com

Gas en elektrisch als opstap naar waterstof Decennia lang is het rustig geweest op de brandstoffenmarkt. Hoe vertrouwd zijn immers de pompen met euro, super, diesel en soms LPG. Maar dat beeld is op termijn voorgoed verleden tijd. De alternatieven buitelen de laatste tijd over elkaar heen: eerste- en tweede generatie biobrandstoffen, aardgas, waterstof, elektriciteit. Mij wordt nog weleens gevraagd: Pieter, wat wordt nu de brandstof van 2030 of van 2050? Nu is het kijken in een kristallen bol niet mijn vak, maar ik wil best met u een sprong wagen in de tijd.

Elektrisch wordt 'main-stream': elektrische aandrijving is schoon, zuinig, stil en flexibel. De autofabrikanten krijgen ongekende ontwerpvrijheid en de afhankelijkheid van één bepaalde brandstof vervalt. Nu gaat het vooral nog om hybride systemen en maken we de opkomst van batterij-elektrische aandrijving mee. Maar we zullen een overgang gaan zien naar plug-in en uiteindelijk de brandstofcel. Hybrides en batterij-elektrische auto’s zijn belangrijke tussenstappen.

In de transportsector zal waterstof in de toekomst een zeer belangrijke rol gaan spelen. Als brandstofcellen technisch eenmaal voldoende uitontwikkeld zijn en op een lager kostenniveau zijn gekomen, dan ligt rijden op waterstof voor de hand. Een waterstofauto is emissievrij, de brandstofcel haalt energetisch het hoogste rendement. Rijden op waterstof is ook op en top flexibel (immers: waterstof kan door elektrolyse en vanuit gas worden gemaakt) en ook in termen van gebruiksgemak (vultijd, actieradius, levensduur) scoort waterstof hoog.

De huidige biobrandstoffen gaan het niet redden. Gasvarianten (aardgas en gas uit biomassa en kolen) worden wel belangrijker. Ze passen uitstekend bij de goede gasinfrastructuur die Nederland heeft. Het zijn schone en goedkope brandstoffen en kunnen prima dienen als bron voor waterstof. En benzine en diesel? De verwachting is dat deze ook op langere termijn nog een substantieel deel van de transportbrandstoffen zullen vormen. Daarmee wordt de transportsector wel vele malen schoner in de komende decennia, maar een nulemissie-mobiliteit is hooguit realiseerbaar in het tweede deel van deze eeuw.

In de periode tot de marktintroductie van de brandstofcel zullen zowel de huidige verbrandingsmotor als vormen van elektrische aandrijving een rol spelen.

Info: pieter.tanja@dhv.com

Pieter Tanja

Contact: DHV BV | Postbus 1132 | 3800 BC Amersfoort | 033 468 36 66 | naam@dhv.com | www.dhv.nl/milieu Portretfotografie: Frank Boots | Tekst: Rommelse Communicatieadvies | Ontwerp: Maurits Malherbe | Opmaak en productie: DHV Communications | Drukwerk: Service Point Voor meer informatie of het aanvragen van een persoonlijk abonnement: www.dhv.nl/milieu


DHV Nieuwsbrief Milieu en Duurzaamheid 2009 nr. 1  

DHV Nieuwsbrief Milieu en Duurzaamheid 2009 nr. 1 voor overheden.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you