Page 1

Advies- en ingenieursbureau

dhv.nl/gebiedsontwikkeling Keuzes maken. Dat is de essentie van gebiedsontwikkeling. Afwegingen worden complexer, want er moet steeds meer gebeuren binnen dezelfde ruimte. Hoe kunnen we de vraag om meer woningen, de behoefte aan meer asfalt en rails en de roep om meer rust en groen met elkaar in balans brengen? Voortschrijdende verstedelijking moet verweven worden met doelstellingen als leefbaarheid, gezondheid, duur-

Ruimte in beweging

zame ontwikkeling en sociale samenhang. Gebiedsontwikkeling is alleen succesvol vanuit een breed perspectief en samenwerking is daarbij een gegeven. DHV regisseert vanuit een visie met gedragen en uitvoerbare oplossingen voor gebiedsontwikkeling.

Najaar 2009 > Aanbestedingsregels dwarsbomen Vogelaarwijken | Luchtkwaliteit in Utrecht | Een groene structuur voor Dukenburg | De winst van grensoverschrijdende samenwerking | Hoe beheer je kunstwerken en kades?

Complexe projecten vragen om transparantie vanaf de eerste dag Complexe projecten leiden steevast tot hoofdpijn bij bestuurders, raadsleden en rekenkamers. Hoe kunnen provincies en gemeenten eerlijk en effectief sturen op kwaliteit, geld en tijd? En hoe kan een project vanaf het begin transparant worden begeleid en geëvalueerd? DHV heeft tips voor de initiatiefnemers. Net als eenvoudige projecten moeten ingewikkelde projecten worden bewaakt en geëvalueerd op de aspecten tijd, geld en kwaliteit. Maar de acties of interventies die voor die resultaten van belang zijn, hebben een heel andere grootte omdat de verantwoordelijke partij afhankelijk is van externe factoren. Door die complexiteit is de werkelijke sturingsruimte van de initiatiefnemer sterk af-

Drie tips bij complexe projecten 1. Beoordeel het project in het begin op de vier bovengenoemde

aspecten van complexiteit. Een kritische toets op het integrale projectplan is het halve werk bij succesvolle sturing.

2. Ga bij de vier aspecten na welke sturingsruimte je als

verantwoordelijke bestuurder hebt en welke maatregelen of acties je daartoe kan inzetten. Beperk interventies tot die aspecten. Voorkom doelloos achter de feiten aanlopen. Wie geen middelen heeft om te sturen, moet dat ook niet willen afdwingen en hoeft daarover

ook geen verantwoording af te leggen. Een helder besef daarvan bij het begin is overigens cruciaal om op grond daarvan de risico’s te

benoemen en een verantwoord besluit over het initiatief te kunnen nemen.

genomen. Veel frustratie bij initiatiefnemers en controlerende organen is te voorkomen door over de complexiteit van een project vooraf te communiceren. Bij ingewikkelde projecten zijn er vier bronnen van onzekerheid die bewaking en evaluatie behoeven: de technische, financiële, besluitvormings- en organisatorische complexiteit. Een opgave kan technisch uiterst complex zijn, bijvoorbeeld vanwege het toepassen van een innovatieve aanbesteding, het werken met een nieuwe tunnelbooraanpak of het rekening moeten houden met nieuwe milieueisen. Hoe groter de technische complexiteit, des te onzekerder de uitkomst. Bij een vooraf afgesproken kwaliteit moet daarom een grotere marge worden aangehouden. Voor complexe projecten heeft nooit één partij genoeg geld beschikbaar. Initiatiefnemers zijn afhankelijk van subsidies van andere overheden, van private partijen en van de opbrengsten in een onzekere markt. Bovendien is het bij complexe projecten steeds moeilijker een betrouwbare raming te geven. Over complexe opgaven besluit altijd meer dan één bestuurlijke entiteit. De afhankelijkheid van overheden onderling en van overheden en private partijen wordt steeds groter. Daarnaast zijn er veel partijen die de gevolgen ondervinden van een project en daar invloed op willen uitoefenen. Dat speelt niet alleen in de planvorming en de

besluitvorming maar ook in de uitvoering. De publieke opinie is ook van grote betekenis. Niet de technische onderbouwing of de financiële haalbaarheid maar het maatschappelijk draagvlak is voor menig bestuurder de belangrijkste overweging voor zijn standpuntbepaling. Ten slotte de organisatorische complexiteit. Het vermogen van de initiatiefnemer om het besluitvormingsproces én de uitvoering deugdelijk zelf te sturen en te begeleiden staat onder druk. Niet elke ambtelijke organisatie is daarvoor toegerust. Bij complexe projecten ontstaan bijna per definitie onhelderheden in de verantwoordelijkheden van de verschillende organisatieonderdelen, nog los van de ingewikkelde relaties tussen meerdere uitvoerende aannemers en onderaannemers. Conclusie: door de complexiteit van veel grote projecten moeten degenen die daarop willen sturen uit een ander vaatje tappen. DHV heeft ruime ervaring in het begeleiden van complexe projecten. Op basis daarvan hebben wij een paar tips voor bestuurders om over hun optreden daarin naar de controlerende organen vanaf het begin transparant te zijn. Blijven raadsleden en wethouders elkaar in de greep houden van niet waar te maken verwachtingen, dan zal dat de geloofwaardigheid van het openbare bestuur alleen maar verkleinen. Evert Gianotten, senior procesmanager

‘Niks is standaard, alles is maatwerk’ Gemeenten pakken de regierol in de gebiedsontwikkeling terug. Dat is de winst van de crisis op de woningmarkt. Een interview met directeur Gebiedsontwikkeling Bart Humblet. Er is een kentering zichtbaar, zegt Bart Humblet, de nieuwe directeur Gebiedsontwikkeling bij DHV. “Gemeenten trekken de regierol weer naar zich toe. In de periode die net achter ons ligt hadden projectontwikkelaars en corporaties het gemakkelijk: alle woningen werden bijna per

definitie verkocht. Gemeenten profiteerden van de stijgende grond- en woningprijzen en vonden het prima. Deze crisis is een bezinningsmoment. Nu iedereen voorzichtig is, willen gemeenten weer inspraak in typen woningen die worden gebouwd.” DHV heeft sterke banden met gemeenten. Humblet: “Wij zijn vaak intermediair tussen

3. Deel deze bevindingen met de controlerende organen zoals Raad,

Staten of rekenkamer. Ook zij kunnen uitspraken over complicerende

factoren, sturingsruimte en sturingsmiddelen inbrengen. Probeer met die organen aan de voorkant afspraken te maken over de hier aan te koppelen ijkpunten voor bewaking en evaluatie van het project. Dat voorkomt een al te gemakkelijk oordeel over de werkelijke kosten, oplevertijd of kwaliteit.

lees door op pagina 2

Altijd een oplossing verder


vervolg van pagina 1 corporaties, ontwikkelaars en gemeenten. Er zijn weinig organisaties die de gemeenten, met al hun politieke gevoeligheden, zo goed kennen als wij.” DHV kan de juiste mensen leveren. Er werken niet alleen ingenieurs, ook mensen met een andere achtergrond. “Die heb je nodig, omdat gebiedsontwikkeling om mensen en hun leefomgeving gaat. Niks is standaard, alles is maatwerk.”

Luchtkwaliteit in Utrecht:

Drie rollen ziet Humblet voor DHV. “Als proces- of projectmanager zit je op de stoel van de opdrachtgever. Je buigt je over kwesties als planontwikkeling, het beheer van een gebied en de verbetering van de leefbaarheid van een wijk.” DHV kan specialistische expertise leveren en de economische en financiële haalbaarheid van plannen doorrekenen, of onderzoeken waar je in een nieuw winkelcentrum wat neerzet. Ten slotte kan DHV vanuit een ruimtelijke visie innovatieve concepten neerzetten. “Wij kunnen op strategisch niveau participeren over zowel ruimtelijke als bestuurlijke arrangementen om bijvoorbeeld een evenement als de Olympische Spelen naar Nederland te halen, juist omdat we de verbinding zoeken tussen andere maatschappelijke thema’s als bereikbaarheid, (hoogwater)veiligheid en duurzaamheid.” Gebiedsontwikkeling is per definitie duurzaam. Humblet: “Wij kijken naar de potentie van een gebied en naar de verwevenheid van functies als water, verkeer, milieu, geluid. Hoe sluit je aan op de bestaande infrastructuur, welke keuzes maak je voor vervoer, wat zijn de kansen voor andere manieren van energievoorziening? Al die expertise hebben we in huis.” Bart Humblet, directeur gebiedsontwikkeling

Ronald Ulrich, programmadirecteur bereikbaarheid

Aanbestedingsregels dwarsbomen aanpak Vogelaarwijken

De Vogelaarwijken vragen om een stevige aanpak. Gemeenten en corporaties maken afspraken over een integrale aanpak en samenwerking. Maar die kunnen in strijd zijn met de Europese aanbestedingsregels. Meer openheid is nodig. Gemeenten en corporaties werken in veertig wijken aan een integrale wijkaanpak. De corporaties nemen daarin regelmatig taken op zich die eigenlijk de verantwoordelijkheid van de gemeenten zijn, zoals het bouwen van scholen en andere buurtvoorzieningen. De afspraken daarover leggen ze vast in complexe samenwerkingsovereenkomsten, waarbij het ook gaat over woningbouw, openbaar gebied, levering van gronden, ruimtelijke en functionele eisen en de financiële verantwoordelijkheid. Daarbij gaan gemeenten en corporaties vaak voorbij aan de Europese aanbestedingsregels. Die leiden er veelal toe dat de gemeente en corporaties niet vrij zijn om één-op-één afspraken te maken. Het risico bestaat dat de samenwerkingsafspraken bij de rechter sneuvelen, omdat er een aanbesteding had moeten plaatsvinden. Dit kan grote gevolgen hebben voor de vernieuwing van de Vogelaarwijken. Nu al ligt de bouw van een gezondheidscentrum in Noordwijk stil door een gerechtelijke uitspraak. De wereld van ontwikkelaars wacht in spanning op de uitspraak in hoger beroep. Vertraging van de plannen kost de corporaties en de gemeenten veel geld en schaadt het broze vertrouwen van bewoners. Wij raden corporaties en gemeenten aan bestaande en toekomstige afspraken tegen het licht te houden en al in een vroeg stadium rekening te houden met het aanbestedingsrecht. Dat gaat verder dan een formulering opnemen die de afspraken onder het voorbehoud van de aanbestedingsregels stelt. Wij denken dat afspraken tussen gemeente en corporaties stand kunnen houden als de partijen hun onderhandelingsproces veel transparanter maken. Verknoop niet alles met elkaar, vermijd de schijn van vriendjespolitiek en laat de markt toe waar dat kan en waar dat meerwaarde oplevert. Dat versterkt de posities en het onderlinge vertrouwen. Met transparante afspraken kan een gemeente goed onderbouwen waarom ze direct afspraken maakt met een corporatie in plaats van een aanbestedingsprocedure te doorlopen. Bovendien kan dan worden beargumenteerd waarom samenwerking met een corporatie een beter resultaat oplevert dan een aanbesteding. Wij hebben nog een advies aan de Nederlandse overheden en corporaties: lobby meer en beter in Europa en bepleit de goede kanten van het Nederlandse overlegmodel. Europa geeft nu te weinig ruimte aan deze allianties. Concurrentie is een goede zaak, maar het moet geen knellend korset worden. Pieter Buisman, adviseur stedelijke ontwikkeling en Els Le Large, jurist


een ‘extreem gevoelig’ onderwerp Als Utrecht niks doet aan het verkeer, wordt de stad onleefbaar. Met minder auto’s in de binnenstad en meer mensen die met het openbaar vervoer en de fiets reizen, slaat Utrecht twee vliegen in één klap: een goede luchtkwaliteit en een betere bereikbaarheid. Maar over dit onderwerp struikelden al twee wethouders. Utrecht investeert de komende jaren fors in beter openbaar vervoer en meer mogelijkheden voor fietsers om de automobilist te verleiden een andere keuze te maken. Er komen onder meer drie Park en Ride-voorzieningen aan de rand van de stad. Kosten: bijna 150 miljoen euro. Automobilisten kunnen daar hun auto parkeren en verder gaan met het openbaar vervoer. Dit onderdeel van het ambitieuze luchtprogramma is in handen van DHV’ers, de programmamanager en de projectleider. “Dat heeft enerzijds een pragmatische reden”, zegt programmadirecteur Bereikbaarheid Ronald Ulrich van de gemeente. “De programmamanager vervangt een zieke ambtenaar. Maar we denken ook dat DHV de kwaliteit heeft om dit programma en de P+R projecten goed uit te voeren.” De programmamanager stuurt de realisatie van de transferia aan: hij is verantwoordelijk voor de exacte

locatie, het programma van eisen, het ruimtelijke proces, de inspraak, financiering en het aansturen van de marketing. De projectleider is verantwoordelijk voor de uitvoering. Hij selecteert de architectenbureau's, is verantwoordelijk voor het voorlopige en definitieve ontwerp en de realisatie ervan. Lucht is in Utrecht synoniem voor “opereren in een uiterst gevoelige politieke context.” Twee gestruikelde

wethouders kunnen daarover meepraten. Ulrich: “Je bent dus veel bezig met procedures en het proces, maar je wordt ondertussen ook geacht resultaat te boeken. Sowieso is het de vraag of de transferia gaan werken: de huidige P+R bij Westraven stond aanvankelijk leeg, en dat ligt politiek gevoelig. In deze functie moet je kunnen schakelen tussen bewoners, politiek en ondernemers en goed zijn in de technische uitvoering. Er wordt ook nogal wat politiek gevoel van je verwacht.”

Een groene structuur voor Dukenburg

De Nijmeegse wijk Dukenburg is een van die vele typische ‘bloemkoolwijken’ in Nederland: veel intieme en veilige hofjes en vooral veel groen. Het is er riant wonen voor relatief weinig geld. Maar met het groen gaat het niet goed. “Dat is een probleem in al die wijken”, zegt Conradine de Reus. “Meestal zijn er snelgroeiende soorten geplant, die te dicht bij bebouwingen staan in een zeer beperkt gepre-

pareerde ondergrond. Na dertig jaar doen zich de eerste serieuze problemen voor en wordt er gekapt. Dan ontstaat een gatenkaas en verdwijnt de structuur.” En gaat de leefbaarheid van de wijk achteruit. In Dukenburg (30.000 inwoners) vonden de georganiseerde bewoners een medestander in de gemeenteraad. DHV kreeg de opdracht een nieuwe visie te maken voor het

openbare groen. Het projectteam van DHV’ers en ambtenaren wil proberen met weinig ingrepen een zo groot mogelijk resultaat behalen, uitgaande van het originele ontwerp en de filosofie daarachter. Om structuur in het groen aan te brengen zijn drie thema’s gekozen: historie, ecologie en woonomgeving. “In het plan proberen we de historie van het gebied zichtbaar te maken. Die werd ten tijde van de bouw van de wijk, toen de maakbaarheidsgedachte hoogtij vierde, ontkend. In het projectteam is gezocht naar relicten van die historie en door ze te benoemen en te labellen zetten we ze kracht bij.” Met het thema ecologie sluit het team aan bij het bestaande landschap. “Er komen groene linten die de parken met het kanaal verbinden, zodat je een meer extroverte wijk krijgt.” In het thema woonomgeving staan spel en ontspanning centraal. Het gaat om de ‘aankledende functie’ van heesters en bloemen. Op dit niveau is het onderhoudsniveau het hoogst. De komende tijd gaat het plan naar de verantwoordelijke wethouders. Als die het goedkeuren, volgt een uitvoeringsplan. Conradine de Reus, projectmanager ruimtelijk beheer

De winst van grensoverschrijdende samenwerking Een gebied houdt meestal niet op bij de grens. Grensoverschrijdende samenwerking ligt dan ook voor de hand. En toch lukt het maar moeizaam. Het kan anders. Samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse overheden zou zo gemakkelijk kunnen zijn: een gemeenschappelijke taal en grote overeenkomsten in cultuur en geschiedenis. Maar iedereen die de grens oversteekt ervaart vrijwel onmiddellijk de verschillen. Nederland is een egalitaire maatschappij, België kent meer hiërarchie; Nederlanders zijn gewend tijdens vergaderingen beslissingen te nemen en desnoods te forceren, Vlamingen bespreken hun zaken bij voorkeur informeel. Met samenwerking is veel te winnen, zegt Eric de Bruin. “Een gebied samen ontwikkelen scheelt tijd en geld, want

je hoeft alles maar één keer te doen. Samen infrastructuur ontwerpen levert een beter wegennet op. Samen natuur ontwikkelen leidt tot robuustere natuur. Samenwerken aan recreatieve voorzieningen leidt tot een kwaliteitsverbetering die zich op den duur uitbetaalt.” En samenwerken voorkomt gemiste kansen, zoals ‘spookfietspaden’ die ophouden bij de grens. DHV laat zien dat samenwerking goed mogelijk is. De crux is het kiezen van een goede partner aan de andere kant van de grens, zegt De Bruin. “Wij werken samen met het Antwerpse ontwerpbureau Omgeving, waardoor we aan weerskanten van de grens de juiste taal spreken. Bovendien zijn we complementair in de projecten die we samen uitvoeren. Omgeving is goed in visie en ontwerp, wij in technische doorrekening en onderbouwing.”

Met de Belgische gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Stekene en het Nederlandse Hulst is een grensoverschrijdende gebiedsvisie gemaakt. De Bruin: “We hebben er een actieprogramma met concrete projecten aan gekoppeld en een voostel gedaan voor de projectorganisatie. Men kan dus direct beginnen met de uitvoering. Het enige waar we niet voor hebben gezorgd, is de financiering.” Voor de gemeenten Terneuzen en Gent maken de partners een verkenningsvisie. De Bruin: “Het beleid aan beide kanten van de grens sluit vaak goed op elkaar aan, maar beide partijen weten dat niet van elkaar. Dus wij spelen vooral de intermediair: we brengen de partijen bij elkaar.” Eric de Bruin, adviseur ruimtelijke ordening

Altijd een oplossing verder


column

Hoe beheer je honderden civiele kunstwerken en kilometers kades? De gemeente Delft heeft de handen vol aan 399 kunstwerken en 320 kilometer kades en oevers. Goed beheer is noodzakelijk om verkeersproblemen, aansprakelijkheidsstelling en kapitaalvernietiging te voorkomen. Maar hoe weet je of je de kunstwerken goed beheert? Uiteraard heeft Delft een beheerplan en een beheersysteem voor de tunnels, bruggen, viaducten, vlonders, kades en oevers met de inspectieresultaten, kwaliteitsgegevens, onderhoudsmaatregelen en onderhoudskosten. “Maar wat we niet weten”, zegt hoofd beheer Michel Schoemaker van de gemeente, “is of we die gegevens vastleggen om ze vast te leggen of omdat we ze nodig hebben. Leggen we niet te veel vast?” De gemeente heeft DHV aangesteld als sparringpartner om van beleid naar beheer te komen. DHV moet helpen bij het schrijven van een nieuw beheerplan voor de periode na 2011. Schoemaker: “Bovendien kampt Delft met een capaciteitstekort bij het beheer van bruggen en kades. Het beheer lag stil en voor het nieuwe beheerplan moesten we orde op zaken brengen. Om voor continuïteit te zorgen zijn we in zee gegaan met DHV. Een grote organisatie als DHV heeft expertise in huis die wij missen. Zo kan ze beoordelen of we goed bezig zijn.” Schoemaker is met name tevreden over de systematische aanpak van DHV. “Eerst is de opdracht verder uitgediept. Vervolgens is een informatieprofiel opgesteld, waarin is vastgelegd welke gegevens relevant zijn om vast te leggen. Daarna is gekeken naar het bestaande beheersysteem en bepaald welke gegevens geactualiseerd moeten worden, aan de hand van het nieuwe informatieprofiel. Dit jaar zijn daarvoor inspecties uitgevoerd. Op basis van die nieuwe gegevens en het informatieprofiel moet er dit najaar een begroting worden opgesteld. Daarmee sorteren we voor op het nieuwe beheersplan.” Michel Schoemaker, hoofd beheer gemeente Delft

DHV Totaal Beheerdag

Go or no Go, klantevent gebiedsontwikkeling

Op donderdag 26 november 2009 organiseert DHV weer de jaarlijkse Totaal Beheerdag in Leerhotel Het Klooster in Amersfoort. De dag staat geheel in het teken van het “Ritme van Beheer” van de openbare ruimte. Het ritme wordt bepaald door de cyclus van het beheerproces. De veranderende omstandigheden brengen uitdagingen met zich mee. DHV ondersteunt zijn klanten bij het proces van positie bepalen, doelen stellen en het vertalen naar de beheerorganisatie. De nieuwe versie van de DHV Beheerpakketten en de nieuwe DHV Grafische Module bieden juist nu de betrouwbare ondersteuning. Meer mogelijkheden tot uitwisseling, meer presentatiemogelijkheden en een groot gebruikersgemak. Voor meer informatie kunt u terecht op www.totaalbeheerdag.nl.

DHV organiseert maandag 30 november 2009 voor haar klanten het Go or no Go event over Gebiedsontwikkeling: strategische keuzes in crisistijd. Voor deze inspirerende middag worden bestuurders en hogere ambtenaren uit de (semi-)publieke sector uitgenodigd om samen met DHV de meningen, visies en kennis over dit onderwerp te delen. Met het thema “GO or no GO” leggen we de nadruk op het onderbouwen van beslissingen over gebiedsontwikkeling in crisistijd, door specifiek op de inhoud in te gaan. Tijdens het event komen verschillende thema’s aan bod waaronder; procesorganisatie, waardebepaling (ook maatschappelijk), groene thema’s (wanneer is iets duurzaam) en veel praktijkvoorbeelden. Voor meer informatie kunt u terecht op www.gonogo2009.nl.

Leve de knooppunten Vroeger reisde ik nog. Reizen was een werkwoord. Ik keek naar buiten. Ik wachtte op de conducteur of telde de lantaarnpalen. Vreemd genoeg herinner ik me niet eens dat het saai was. Er was buiten zoveel te zien. Hoe anders is het nu onderweg. We bellen, we e-mailen, chatten, en kijken films met onze laptop, we eten en we slapen. Niet alleen in de ruime gezinsauto met voor iedere passagier een schermpje, maar ook in onze treinen, waar het leven gewoon doorgaat, ook al zijn we onderweg. Reizen is tegenwoordig een bijzaak. De NS heeft het ook begrepen. Als we het boekenweekgeschenk lezen mogen we gratis met de trein. Reizen is niets bijzonders meer. Een verplicht dagelijks nummer tijdens welke we de tijd zo aangenaam en efficiënt mogelijk doorbrengen. Ook de knooppunten, de plaatsen waar we dagelijks met (tien)duizenden voorbij komen of overstappen, komen steeds meer in de belangstelling

voor allerlei voorzieningen die bijna doen vergeten dat we bezig zijn met reizen. In de hal van Utrecht Centraal zorgt een groot videoscherm ervoor dat we ons niet hoeven te vervelen. In Leiden Centraal is een ‘proefstation’ geopend waarin allerlei horecaformules worden uitgeprobeerd voordat ze over de stations worden uitgerold. Op station Amersfoort is, midden op het perron een echt restaurant ingericht met gedekte tafeltjes en kaarslicht. Den Haag wil een museum openen op het Centraal Station en aan de A4 bij Hoofddorp komt het grootste Wellnesscomplex van Nederland. Koploper op dit gebied is natuurlijk Schiphol, met zelfs een dependance van het Rijksmuseum, casino en gebedsruimte. Wat mij betreft is dit pas het begin. Laat maar komen. Sportscholen aan de snelweg? Prima. Als er file is kunnen we alvast beginnen met de work out. Yogaklasjes boven de sporen? Mmm. Even lekker doorademen. Afhaalpunten voor

je internetboodschappen, burgerzakenloketten, overal echte espressokoffie, het lijkt me geweldig. Een mogelijkheid om je stuk te printen dat je onderweg gemaakt hebt en straks moet uitdelen. Of wat dacht u van stoelmassage tijdens een overstap of als het verkeer weer eens niet op wil schieten. Ontwikkelingen op knooppunten zijn bovendien een stuk duurzamer dan perifere ontwikkelingen zomaar ergens aan de rand van de stad. Schiphol is ondertussen alweer een stapje verder. Daar is men deze zomer begonnen met een hotel voor goudvissen.

Jan Oosterman adviseur vrijetijdseconomie en gebiedsontwikkeling

Contact: DHV BV | Postbus 1132 | 3800 BC Amersfoort | 033 468 36 66 | linda.deheer@dhv.com | www.dhv.nl/gebiedsontwikkeling | Tekst: Han van der Wiel | Ontwerp: Maurits Malherbe | Opmaak en productie: DHV Communications | Voor meer informatie of het aanvragen van een persoonlijk abonnement: www.dhv.nl/gebiedsontwikkeling | Als u deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen: linda.deheer@dhv.com. Deze nieuwsbrief verschijnt 3 keer per jaar

DHV Nieuwsbrief Gebiedsontwikkeling oktober 2009  

DHV Nieuwsbrief Gebiedsontwikkeling oktober 2009