Page 1

De wetten van de vier jaargetijden zijn anders dan die van de modeseizoenen. Verschiet de natuur deze dagen in warme herfsttinten, qua mode blijft het straatbeeld kleurig. ZIJ valt op, met fonkelende kleuren als smaragdgroen, robijnrood, saffierblauw en paars op een sobere basis. Ook aan haar voeten bekent ze kleur. HIJ ontspant, in loszittende kleding met een nonchalant karakter. woensdag 10 september 2008

foto CINQUE


Breed van boven en smal van onderen. Dat is de wintermode in een notendop. Maar, er gebeurt nog veel meer in dit nagelnieuwe modeseizoen. Zo bekennen we schoorvoetend weer kleur, mogen de broekspijpen weer lekker wijd en gaan we back to the sixties & seventies.

Broeken hebben deze winter rechte en zelfs WE wijde pijpen.

Grof gebreide kledingstukken zijn in.

door Machteld Leistra

CLAUDIA STRÄTER

In het nieuwe modeseizoen zijn de bovenstukken volumineus en breed. Flinke cols en kragen, wijde en ook bolle mouwen, grote knopen en zakken en voor het breigoed lijkt de allergrootste maat breipennen te zijn gebruikt. Logischerwijs blijft het dan van onderen een stuk rustiger. Een eenvoudige (spijker)broek, elegante pantalon, legging of recht kort rokje met dikke maillot. Meer moet dat niet zijn met zoveel accent op de bovenkant. Heel opvallend zijn de broeken. Eigenlijk is er een beetje sprake van oude wijn in nieuwe zakken, maar na seizoenen lang skinny, skinnier en skinniest zijn de rechte en zelfs wijde pijpen een regelrechte verademing. De tijdloze elegantie van de zogenoemde Marlène Dietrich met hoge taille en wijde pijpen is herontdekt en ook de ‘gewone’ bootcut jeans, oftewel de spijkerbroek met rechte pijpen, is weer van stal gehaald. Ja, zelfs de uitlopende olifantspijpen uit de jaren zeventig zijn weer een regelrechte hit.

Bovenstukken zijn volumineus en breed met flinke cols en kragen. ANNA LINNONMAA


Hippie-chic. foto GPD

Er is sowieso een seventiesrevival gaande. En dan niet dat enorme hippieachtige gebeuren met borduursels, flaphoeden en Afghaanse jassen, maar het zijn meer de late zeventiger jaren die van zich laten horen. Eenvoudige grote opahemden worden als tuniek gedragen op een legging of maillot of op een eenvoudige broek met rechte pijpen. ‘Verschoten’ lichte jeans, al dan niet met uitlopende pijpen, bruine lederen jasjes, nostalgische jurkjes en tunieken en ruimvallende truien en vesten met kabels of Noorse motieven. Een soort vintage-hippie-chic als we er een etiket op zouden moeten plakken. Ook het decennium daarvoor staat in de aandacht. Een soort Bonnie van Clyde meets Twiggy met een vleugje Jackie O. De sixties zijn herkenbaar in de rechte korte jurkjes, de A-lijn tunieken en de strakke kokerrokjes,de coltruitjes, de kleine mantelpakjes en vooral de vele driekwart mouwen. Lief jurkje met maxivest.

I AM

Lief warm winterjurkje in blauw. DRYKORN

Jas met driekwart mouw.

SPOOM

Tuniekjurk van glansstof.

XANDRES


Kort jasje op lieflijk jurkje of minirok. foto GPD

Na het sobere en vooral grijze beeld van vorige winter, mogen we komend najaar weer een beetje experimenteren met kleur. Prachtige diepe edelsteenkleuren geven de toon aan zoals smaragdgroen, robijnrood, saffierblauw en fonkelend paars. Ook fuchsia, okergeel, aubergine en oranje zijn veelgebruikte tinten. Let wel: in de basis blijft het allemaal vrij sober qua kleur: bruin, grijs en vooral

Zachte, soepele stoffen. HAMPTON BAYS

zwart vieren hoogtij. Het zijn dus vooral de tops, blouses, lichtere jurkjes en rokjes die kleur mogen bekennen. Hetzelfde geldt overigens voor de dessins die ietsje ingetogener zijn dan afgelopen zomer, maar nog steeds van zich laten spreken. De nadruk deze winter ligt met name op het silhouet. Er wordt gespeeld met proporties, kleuren en texturen. Verschillende ‘harde en ruige’ en ‘zachte en soepele’ stoffen worden flink met elkaar gecombineerd. Hightechstoffen en natuurlijke materialen verdragen elkaar ook prima. Ook schijnbaar totaal verschillende stijlen passen uitstekend bij elkaar. Een stoer kort lederen jasje wordt moeiteloos gecombineerd met een lieflijk jurkje of een (mini)rokje en tijdloze elegantie sluit naadloos aan bij een wat sportievere look. Ook de laagjes vieren weer hoogtij. Lang en kort, dik en dun het kan allemaal met elkaar gecombineerd worden. Wijduitlopende olifantspijpen. WRANGLER

Combinatie tuniek en opahemd. LEVI’S


illustratie Judith Hofmann

Kijk, Italianen, die hoef je niets te vertellen over mode, over stijl, over flair. Ze staan bekend om hun goede smaak en een aangeboren gevoel voor kwaliteit. „Wij hebben van nature dandy-dna”, meent Fiat-topman Lapo Elkann, die is uitgeroepen tot een van de tien best geklede mannen ter wereld. Nee, dan ‘de’ Nederlandse man. „Hij is niet verzorgd. En hij draagt sportsokken onder een kostuum in model hobbezak”, zegt eigenaar Maarten de Jong van mannenmodezaak Town & Country in Arnhem. De Jong zou het graag anders zien. „Besteed er nou gewoon eens wat meer aandacht aan. Draag een paar mooie manchetknopen. Poets je schoenen. En steek je in een fris pak.” Het gros van de mannen geeft maar 250 tot 400 euro uit aan een kostuum, weet De Jong. „Dat is niet zo erg, maar dan moet je nóg creatiever zijn om het leuk te maken.” Town & Country leeft van de metroseksueel: de heteroseksuele stadsman die houdt van kleding, accessoires en cosmetica - én van winkelen. De term metroseksueel is een jaar of vijftien geleden bedacht voor wat toen nog een nieuw fenomeen was. Inmiddels vindt Maarten de Jong het heel gewoon dat in zijn winkel zestien geuren te koop zijn - en zijn klanten idem dito. „Mijn klanten zijn erg modebewust en altijd op zoek naar gekke dingetjes. Een ander streepje, een aparte kraag. Daar speel ik op in met mijn assortiment. Laatst had ik bijvoorbeeld een mooi shirt met een staande boord

Hij zou er genoeg van hebben, de man, door Jolenta Weijers om almaar in de spiegel te kijken. Bier, hamburgers en de juiste deo dáár gaat het om, is de nieuwste boodschap. Jammer.

Tsja. En het begon net zo lekker te gaan in Nederland, dat toch bepaald niet bekend staat om z’n modieuze kleedgedrag. ‘Doe maar gewoon, da’s gek genoeg’ was lange tijd een eufemisme voor ‘doe maar niets’. Dié tijd lijkt definitief voorbij. Het heeft even geduurd, maar ook de NL-man lijkt eindelijk te snappen dat een gezonde portie ijdelheid geen pijn doet. Nou ja, ijdel is misschien niet het goede

met drie knoopjes en een afwijkend tegenbeleg. Mevrouw: als warme broodjes.” Toch lijkt het gedaan met de metroseksueel. Tenminste, als we mogen afgaan op wat televisie-reclames ons laten zien. Hij schijnt er alweer genoeg van te hebben om alsmaar in die spiegel te moeten kijken, de man. Geeft hem bier, een flinke hamburger en de juiste deo om in de smaak te vallen bij het vrouwvolk, en hij is volmaakt tevreden. Hij is geen metroseksueel meer, maar een retroseksueel: hij keert terug naar de oervorm waarin we hem allemaal kennen. De macho. Mook, wordt hij minder flatteus ook wel genoemd: een lompe, barse man met niet-aflatend puberaal gedrag.

woord. Hij smeert al jaren crèmes op z’n gezicht, harst zijn borst, epileert zijn wenkbrauwen en trimt zijn schaamstreek. Zijn hoofdhaar, evenwel, is heilig: na het ochtendritueel met gel en schuim is dat de rest van de dag een strengbewaakte no touching zone. Of hij ten langen leste, à la Robbie Williams, zwicht voor ‘manscara’ en ‘guy-liner’? Ach, wat zou het. Met die ijdelheid zit het wel goed. Met het modebewustzijn minder. Bij Pim Jagers Herenmode in Helmond behoren ze tot een uitstervend ras, de mannen die zich door hun vrouw laten aankleden. ,,Vraag ik hem: wat zoekt u? Dan zegt zij: hij zoekt een pak. Vraag ik hem dan: in welke

kleur? Dan zegt zij: hij wil een zwart.” Pim Jagers grinnikt. „Ze zijn er nog wel hoor. Maar steeds minder.” Tegenwoordig krijgt hij mannen in de zaak die ‘net zo’n shirt’ willen als Albert Verlinde vandeweek droeg bij RTL Boulevard. „En ik kijk al jarenlang om de paar dagen naar Goede Tijden, Slechte Tijden. Erg trendbepalend. Wie had nou ooit gedacht dat Lacoste nog eens zo hip zou worden?” Al te frivool moet het nog steeds niet worden, merkt Jagers wel, vooral bij mannen van boven de 40. „Want dan zegt hun omgeving: midlife crisis?” Bij Hans Rutten Mannenmode zijn het vooral de young professionals die er graag modieus bij lopen. Maar wie voor z’n werk niet in het pak hoeft, schaft er hooguit eens een aan voor een feest. „En dan komt ‘zij’ mee.” Hans Rutten ziet vrijetijdskleding wel steeds modieuzer worden. „Ook de 50-plusser doet daaraan mee. Die had vroeger één jeans en een ouwe ribbroek, maar ziet nu in dat hij er ook nog leuk bij kan lopen.” Maar al met al vindt Rutten het nog slecht gesteld met het kleedgedrag van de Nederlandse man. „Kijk maar op straat. Ze lopen al-le-maal in jeans. Ik vraag me af: kan het niet wat netter? Maar je kleden om te gaan flaneren, dat doen we niet meer. En op verjaardagen zie je dat zíj zich helemaal heeft opgetut, terwijl híj er in z’n kloffie naast zit. Jammer. Want het is heel leuk om er goed uit te zien.”

De ideale man ‘De ideale man – mode voor echte mannen’ is de titel van een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum over mannenmode. ● De expositie toont de geschiedenis van de mannenmode van de zeventiende eeuw tot nu. Sportiviteit, rebellie, decadentie, macht en autoriteit hebben altijd hun invloed doen gelden. ● Voor de tentoonstelling zijn de nieuwe collecties van Jean-Paul Gaultier, Vivienne Westwood, Bernhard Willhelm, Walter van Beirendonck en John Galliano op spectaculaire wijze gefotografeerd door fotograaf Oof Verschuren. ● Tot en met 26 oktober.


door Machteld Leistra

Opluchting alom aan het mannenfront. De tijd van de – excusez le mot – ballenknijpers en bouwvakkersdécolletés is voorbij. Nou ja, voor deze winter althans. In de mode weet je het natuurlijk nooit. Maar, dit najaar is het in ieder geval allemaal lekker losjes en ontspannen. broekenterreur. Nee, de stijl is comfortabel, maar altijd stijlvol en modieus. Nonchalant doch elegant, zullen we het maar noemen. Colberts en korte jasjes blijven ook dit seizoen een belangrijk onderdeel van de mannengarderobe. Het mag alleen allemaal wat speelser. Niet zo strak-in-het-pak, maar lekker losjes. In de schouders zit het allemaal wat ruimer en ook de pas-

De broeken mogen weer een graadje losser om de billen en de jasjes hoeven niet meer zo strak te zitten en smal gesneden te zijn. De kraag mag weer open, en vest en trui mogen best een beetje oversized zijn. De man ontspant zich deze winter in redelijk ruim vallende kledingstukken. Dat betekent echter niet een terugkeer naar de afzakkende broekentrend en de trainings- en combat-

vorm is aanmerkelijk wijder dan vorige seizoenen. Een groot voordeel daarvan is dat een beginnend bierbuikje gemakkelijker verborgen kan worden. Het rechtvallende colbert wordt gecombineerd met een sportieve pantalon of een nette spijkerbroek (dus dit seizoen nauwelijks scheuren, vlekken, tekeningen of andere decoraties). Eronder een mooi overhemd, dunne pullover of T-shirt. Een losjes omgeslagen gebreide sjaal maakt het helemaal af. Ziedaar dé mannenlook voor deze winter!

MARC O’POLO

CINQUE

De mannenmode deze winter is losjes en nonchalant. foto MARC O’POLO


BENNETTON

GIRBAUD

Nette broeken in donkere kleuren bepalen het modebeeld deze winter. De pijpen zijn net lang genoeg en soms expres een beetje te kort. Lopen doet een modieuze man op halfhoge veterboots of laarzen.

GIRBAUD

WRANGLER

FOTO: GPD

De broeken zien er over het algemeen erg netjes uit. Rechttoe rechtaan los in het kruis zittend en met rechte, niet al te wijde pijpen. Ook de trends in de jeanswereld zijn behoorlijk behoudend dit seizoen. De echte durfal koopt een broek met een extra verlaagd kruis, grote opgestikte kontzakken en smal toelopende pijpen, maar verder valt er niet veel op te vallen. De wassingen zijn of donker, of gebleekt. Iets er tussenin is er nauwelijks. Wat trouwens wel opvalt, is de lengte van de broeken. Ultralang is passĂŠ. De pijpen zijn net lang genoeg of soms zelfs expres een beetje te kort. Dat staat overigens best goed boven dĂŠ trend van deze winter: halfhoge veterboots en laarzen. Zwart, grijs, donkerblauw, bruin. De kleuren zijn over het algemeen donker en winters. Hier en daar springt er een felle kleur tevoorschijn zoals rood, oranje, kobaltblauw en paars. Heel actueel is beige, camel en cognac. Dessins zijn er eigenlijk nauwelijks. Hier en daar een klein streepje of een ruit en daar houdt het verder wel mee op.


De stoffen zijn zacht en warm. Veel tweed, prince-de-galles, ribfluweel, wol, leder en zachte breisels. Er is ook een hang naar wat meer hightech-stofjes en dat dan vooral in jassen en jacks en net als bij de vrouwenmode is er ruimte voor een spannende materialenmix. Dus een zacht stofje, gecombineerd met een ruige stof en een synthetisch technostofje in combinatie met natuurlijke materialen. Truien en vesten zijn het weer helemaal en dat is natuurlijk heel goed nieuws in de winter. Aan de ene kant zijn er de lange grote, grof gebreide spullen en aan de andere kant soepele, dunne pull-

overs die het goed doen onder een jasje. De overhemden zijn ook weer wat ruimer van snit en worden in de casual outfit lekker los over de broek gedragen. Het wordt dus een lekker relaxte winter voor de heren. Zonder al te veel poespas en geforceerd opgedrongen modetrends. Het onderscheidend vermogen zit hem vooral in details en accessoires. Op de catwalks zagen we vooral veel vlinderstrikjes, sjaaltjes, (nep)bontrandjes, petten met kleppen bij de oren, kleine mutsjes, Russische bontmutsen, ultradunne stropdasjes en chokers. Verder nog voor u gesignaleerd: de coltrui, de gewatteerde bodywarmer, Schotse ruiten, Noorse motieven, opgerolde mouwtjes, broekspijpen in (half)hoge laarsjes of boots en – O, horror! – de trui in de broek!

WE

BENNETTON

Ook bij de mannenmode is sprake van een spannende materialenmix: high-techstoffen worden gecombineerd met natuurlijke materialen. GANT


Bulgari

Jackie O. meets Clark Kent: de brillenmode voert langs decennia die voorbij zijn, maar geenszins vergeten. lijk ‘fout’ geweest. Des te meer reden den dan ze lange tijd zijn geweest. Een klein montuur is – geeuw – so ni- om ze in ere te herstellen. Zonnebrilneties. En die jaren liggen nog te vers len in dit model zijn er alweer te over, maar langzaamaan toont ook in ons geheugen voor een herbelede gewone bril weer traanvormige ving. De nieuwe mode voert ons helemaal glazen in een smalmetalen montuur – en talloze varianten daarop, met terug naar de jaren vijftig en zestig. Strakke brillen (voor een mannelijke een knipoog naar de soul van de eighlook) of vlindermodellen (supervrou- ties. En laten we, bij de jaren tachtig bewelijk!) voeren de boventoon. De brillen stralen luxe en decadentie uit land, punk niet vergeten. Speels, rebels, gestileerd ruig. Wie zich graag en zijn mooi afgewerkt. Hier een uitdost in een mix van kleuren en padaar glinstert een Swarovski-kristal tronen, kan komende winter z’n hart in de pootjes. De nadruk ligt echter ophalen. Stippen en ruiten, folklorisop vorm en stijl. tische patronen, bloemen: ze worden De meeste monturen in deze trend zijn zwart, en passen daardoor prima allemaal gemixt. En echt: ook daarbij bij de nieuwe kledingcollecties - daar- is een passende bril te vinden. Die is groot en opvallend, van goud of zilin maakt zwart immers ook de dienst uit. Wie een opvallend accent ver of allebei, of van felgekleurd plastic, en lijkt standaard te zijn voorzien wil leggen bij al dat zwart, kiest een rood montuur - maar houdt het dan van een dikke knipoog. ook bij dat ene accent! Aan het eind van de jaren zestig, in de aanloop naar de seventies, worden de brilmontudoor Jolenta Weijers ren al groter. In deze dagen droeg Jackie O. de grote en donkere zonnebrillen die dankzij haar algauw de mode domineerden. Ook gewone brillen kregen destijds een flinke maat. We zien ze nu weer voorzichtig terug - bij de echte durfals. De donkere kunststof monturen geven een stoer, stads en ietwat bohémien uiterlijk. Cazal Waar ze wat strakker zijn – en recht aan de bovenzijde – doen ze denken aan Clark Kent. Anno nu is er niks mis met een ietwat nerdy uiterlijk! In een minder donkere uitgave zijn deze grote brillen bruin gevlekt, dus ‘schildpad’ of ‘hoorn’, en geven ze een meer ontspannen indruk. Ze zijn dan tamelijk naturel en passen bij een behaaglijk, landelijk-nostalgisch winterbeeld. Vaak hebben de wat ‘zachtere’ brillen meer afgeronde vormen. In de jaren tachtig weet Tom Cruise in Top Gun de pilotenbril weer op de kaart te zetten – een model dat nota bene al in 1936 is ontworpen door niemand minder dan Ray-Ban. Deze aviators zijn een aantal jaren behoor- Yoshi Yamamoto voor Linda Farrow

De bril is een perfect accessoire om je imago te versterken. Ooit gedacht dat een bril je sexy zou maken? Steek je dan maar eens in chic-zakelijk tenue, zorg voor perfecte make-up, en zet er een grote, zwarte herenbril bij op. O la la! In de naderende winter kijken we vooral terug op voorbije decennia. De vintage-trend is bij zonnebrillen al langer te zien. Zonnebrillen zijn altijd net iets hipper; de gewone monturen hobbelen daar een paar seizoenen achteraan. Wie in de zomer goed heeft opgelet, weet dus dat brilmonturen flink wat groter wor-

StyleGuide


door Hans Jacobs

Wat was ze mooi. Vrouw. Ze voelde het zelf en je zag het in haar ogen. De doffe glans van de zoveelste chemokuur was verdwenen. De ogen stonden als vroeger. Opgemaakt. Twee dunne zwarte lijntjes er boven. En de kroon zat op haar hoofd. Een sjaal. Geknoopt om haar kale hoofd.

Elegant, charmant, vrouw. Wat een dunne sjaal een groot verschil kan maken. Het was een bijzondere dag. Lang heeft ze zich beter gevoeld. Uiteindelijk is ze met die sjaal om begraven. En bleef ze mooi. Het knobbeltje was het begin. Haar eerste haaruitval na de chemokuur misschien wel het pijnlijkste moment als ook je vrouwelijke ijdelheid keihard wordt aangevallen. Een pruik. Maar dat was ze niet. Dat was iemand anders. Dus keek ze in haar laden, in haar kasten, in winkels en verzamelde ze een nieuwe hoofdtooi waardoor ze zichzelf kon blijven. Bijna helemaal. De oncoloog zegt wat medisch te doen is om te overleven. De strijd

Hoofddeksels houden je hoofd op temperatuur tijdens een chemokuur en je ziet er bovendien leuk uit.

foto’s Erik van ’t Hullenaar

moet je zelf voeren. De klappen verwerken tot je bijna murw bent. Knokken om er bovenop te komen. „Je kunt jezelf weer tot iemand maken. Je weer vrouw voelen”, zegt Truus Stuiver van Cappello, misschien wel de bekendste hoedenzaak van Nederland. Omdat ze het om zich heen zag gebeuren en ze een oplossing wist, schreef ze twee jaar geleden de Nederlandse oncologen aan: vertel ons verhaal aan uw patiënten. Baretten, sjaals, hoeden helpen. „Tachtig procent van de lichaamswarmte verdwijnt via het hoofd. Gebruik die energie om beter te worden. Je hoofd bedekken is bittere noodzaak. Bovendien voel je je veel sterker als je er leuk uit ziet.” In haar winkel in de Nijmeegse Houtstraat komen ze vaak binnen. Met een vriendin, of man of alleen. Soms hebben ze de klap verwerkt. Soms is het verdriet nog groot. „Maar kom als je haar er nog is, dan kun je er beter aan wennen. We gaan er iets moois van maken, zeg ik dan. Als je er mooi uitziet, voel je je sterk en dat helpt het proces. Hier is geen ziekenhuissfeer. Dit is een winkel waar liefhebbers van mooie dingen komen. En daar hoor jij ook bij.” Dus proberen ze. Hoeden, baretten, sjaals. „Als je kaal bent zie je meer: je oren, je nek. Wij letten daar op.” En Truus ziet ze veranderen. Ziet ze genieten van hun nieuwe maar eigen uiterlijk. Je verstopt je kale hoofd en je eigenheid krijgt weer kans om naar buiten te komen. Zij had dat ook. En ze was zo blij dat bijna niemand vroeg: hoe is het met je ziekte, maar zei: „wat heb je een leuke sjaal om.” WWW.CAPPELLO.NL


De vrachtwagen staat in de garage, de sportwagen lonkt voor de deur. De hele doordeweekse kledinghandel gaat uit en Huub gaat de douche in. Een uur later staat de metamorfose live in de keuken. In niets meer is de man van door de week herkenbaar en toch is hij het: mijn vader. Fraaie schoenen, een stijlvol blauw pak, wit overhemd, manchetknopen, passende stropdas. „Kom, we gaan naar de kerk”, zei hij altijd om dan in één handeling het wonder van Huub te voltooien: de hoed. De vingers van de rechterhand in de gleuf, opzetten, iets aan de rand bijtrekken en dan met de linkerhand nog de haren bijstrijken. Huub, mijn vader en ik was trots tot in mijn teennagels. Toen in mijn jeugd van de jaren vijftig, daar heb ik het van hem geleerd, bij hem heb ik gezien wat een hoed met je kan doen. En van mijn oom Jan. Die droeg altijd een hoed. Beter gezegd: hij had een hoed aan. Van hem leerde ik wat je zélf met een hoed kunt doen, hoe je de hoed in de spits van je charmeoffensief kunt zetten. Jan zijn pretogen en dan die iets naar rechts uit het midden zittende hoed: de gekroonde charmeur. Twee leermeesters die mij gehol-

pen hebben om in die schier oeverloze zee van hoedloosheid jaren te overleven. Ergens in de jaren zestig, zeventig gaat het mis. Vóór die tijd droeg iedereen een hoed. Of een pet. Tot van achter de barricades van de studentenopstand een revolutionaire storm opsteekt, die alle conventies weg blaast. Ook de hoed wordt van de hoofden weggejaagd en men ervaart het als liberaal en democratisch om zonder hoofddeksel rond te lopen. Dan maar de haren laten groeien. De hoed na eeuwen gestruikeld over een barricade van jongeren in spijkerbroeken. Een uiterst markant punt in de geschiedenis. Eeuwenlang heeft de hoed de hoofdrol gespeeld. In de zeventiende eeuw hebben de heren ook binnenshuis een hoed op. Zelfs tijdens het eten. Tot de eerste helft van de vorige eeuw is het zeer onfatsoenlijk om zonder hoed of pet de deur uit te gaan. De stijlbijbel voor echte mannen: A Well-Dressed Gentleman's Pocket Guide, gaat zelfs heel ver: ‘De hoed is het meest krachtige kledingstuk. Het is het gereedschap van de transformatie, het wapen van de autoriteit, de kroon van de ceremonie. Geen uniform is compleet zonder een hoed, net als dat geldt voor het uniform van de gentleman’. De hoge cilin-

Nog voel ik de verbazing. De verbazing van de zaterdagnamiddag. De hele week heeft hij in zijn overall rondgelopen. Stevige laarzen en natuurlijk die onafscheidelijke pet. Maar zaterdagmiddag begint het door Hans Jacobs

wonder van Huub.

der, de Eden hoed met de omgekrulde rand, de bolhoed, de hoed van Alcapone. Stijve hoeden en als de middenklasse die tussen pet en hoed hangt ook iets eigens wil, komt de hoed met de elegante slappe rand zoals de Borsalino en kroont het hoofd van Humphrey Bogart, Clarke Gable, Gianni Agnelli en zelfs paus Johannes Paulus II. De panamahoed voor de zomer. Eeuwenlang wordt door mannen een hoed gedragen om respect te tonen voor iemand met een hogere sociale status, voor ouderen en natuurlijk altijd om dames te begroeten. De vergeten etiquette: twee vingers in de gleuf van je hoed, de duim aan de buitenkant van de gleuf. Een lichte reference maken

en dan de hoed mild optillen, zodat een glimp van je haar te zien: „Mevrouw.” Zonder hoed op het hoofd verliest het hart aan beschaving. Dus was het decennia lang koud om het hart in spijkerbroekenland en werd de beschaving vermoord door de wanstaltige baseballpet. Gelukkig zijn er nog de ridders die de machtige hoed in ere houden. Steeds meer. Van minister tot vakantieganger. Maar je ziet wat er in de loop van het hoedenloze tijdperk aan schade is aangericht. Het lek in de traditie, het gapende gat: de Nederlander zet een hoed op. Gewoon recht op z'n hoofd. Zielloos, zonder een toefje eigenheid. Een hoed als een zielloos object.

Dus denk ik maar weer aan mijn vader Huub, en oom Jan met mijn laatste aanwinst uit Rome: een Ecuadoriaanse panama van Troncarelli die al sinds 1857 hoeden maakt in de Italiaanse hoofdstad. Hoed op en dan het gebaar aan de rand. Aan het handvat van de charme: de rechterhand trekt de hoed naar voren iets over het rechteroog. Een laatste controle om even later:...„mevrouw…”

Bij minister Ronald Plasterk en de Engelse artiest Pete Doherty maakt de hoed deel uit van hun imago. foto’s: ANP/GPD


Ze zijn overal voor te porren, breikanonnen Carla Meijsen en Hilly van der Sluis. Laatst gaven ze nog een workshop in een boerderij op het Zeeuwse platteland. En als ze vandaag horen dat er behoeftigen zijn in een gehucht in Estland, staan ze morgen met een koffer vol breilaria op Schiphol. Hun enthousiasme kent, letterlijk, geen grenzen. Ook de mannelijke verslaggever die nog geen breinaald van een mikadostokje kan onderscheiden, raakt bedwelmd door hun gedrevenheid. Als hij een door Carla getoonde shawl sexy noemt, schieten de dames in een stuip. Sexy? Nee, daar waren ze nog niet opgekomen. Hoewel, als je die shawl dubbel klapt en er een gat in maakt, voilà, dan heb je zo een leuk jurkje… Carla pakt er een boek bij van breigoeroe Debbie Stoller, moeder van de wereldwijde Stitch ’n Bitch-groepen, en toont de afbeelding van een frêle schoonheid in minimale hartjesbikini. Gebreid, dat spreekt. „En hartstikke leuk, vinden wij. Maar in Nederland schrik je daar vrouwen van boven de veertig wel mee af.” Debbie Stoller was er een paar jaar geleden in haar eentje voor verantwoordelijk dat breien niet langer voor oubollig doorging, maar opeens werd gezien als hip en campy. Ze richtte zich op jongeren via gewaagde creaties

Breisels van topklasse, van het fijnste pure Peruviaanse katoen en Batist linnen. Door Italianen van Lora e Festa tot draad verfijnd en door de creativiteit en het ambacht van Teigetje en Woelrat in Lent bij Nijmegen aan een leven begonnen als breisel. De basis voor hun handgemaakte truien, jassen, kostuums, omslagdoeken, vesten, handdoekjes, broeken, overhemden van de hand van Teigetje (Willem Bruno Albada) en Woelrat (Henk). Haute Couture, gedreven door een onaflatende drang tot perfectie, kwaliteit en elegantie. Geboren uit de passie voor breien en gevoed door hun Grote Liefde: Gerard Reve en hun leven met de grote volksschrijver. „Gerard heeft zijn beste werk geschreven toen hij met Teigetje getrouwd was”, zei Woelrat ooit tegen me. De gelukkige tijd met Gerard in Veenendaal, waar de bron ligt van hun modeleven. De passie van Henk voor breien, de verbazing dat er zoiets moois uit de dans van breinaalden en draad kan komen. „Alsof het uit je vingers komt.” Een maal per jaar showen ze hun kleding in de ambiance van hotel l’Europe in Amsterdam. De mannenen vrouwencollectie met als speciaal model tijdens de laatste show Herman Finkers in Teigetje en Woelrat-kleding. „De kring klanten breidt zich steeds meer uit. We gaan met een Napolitaanse topkleermaker samenwerken. We hebben het te druk omdat onze breiproductie, die nog steeds puur handwerk is. Dat heeft tijd nodig.” Ooit begonnen ze met handbreimachientjes. Nu staat er al geruime tijd de Stoll- EMS, de Rolls Royce onder de professionele

De liefde zit in de handen. In de streling van de stof, van het breisel. Ze glijden over het zachte rode kleed en genieten intens van de beroering. „Mooi hé.” Het is geen vraag, maar een uitnodiging tot bevestiging. En als je handen het voorbeeld volgen, leest hij de bewondering in je ogen. Het is heerlijk. The Dutch Knitters Hilly van der Sluis en Carla Meijsen. De shawl die ze beiden om hebben, is zelf te maken met onderstaand patroon.

als mutsen met doodskopjes en duivelsoortjes. Hilly: „Wij houden óók van traditionele patronen waar je een moderne draai aan geeft en proberen daarmee een mix van alle leeftijden te bereiken.”Het tijdperk van twee bolletjes wol kopen bij het fourniturenwinkeltje op de hoek ligt ver achter ons. Eind jaren tachtig leken de breipennen het definitief te moeten afleggen tegen een nieuw speeltje: de computer. Maar weer een paar jaar later bleek internet juist een enorme impuls te zijn voor vernieuwing van de breitraditie. Wie

iets nieuws wil leren of aanschaffen, raadpleegt bijvoorbeeld even Youtube of Ravelry en is in een oogwenk op de hoogte van alle noodzakelijke informatie. Om nog maar te zwijgen van de talloze digitale ontmoetingsplekken voor breiliefhebbers. Ook het café werd ontdekt als breiplek, inmiddels telt Nederland meer dan vijftig breigroepen op locatie. Carla en Hilly leerden elkaar een paar jaar terug kennen tijdens het breicafé in de Utrechtse Winkel van Sinkel, waar wekelijks zo’n 25 vrouwen op afkomen. „Ontzettend gezellig. Je

ziet er oudere dames dekens breien voor Afghanistan naast studenten die in de weer zijn met bamboe naalden.” Wat startte als hobby, anderen enthousiasmeren via workshops en uitstapjes, leidde vorig jaar tot de oprichting van The Dutch Knitters voor ‘breien en beppen’, de Nederlandse variant van Stitch ’n Bitch. De kick van breien? Dat is weer vragen om een schaterlach. Carla valt voor de therapeutische werking van de repeterende beweging die - net als bij hardlopen -- ‘gelukshormonen’ los-

foto Rianne den Balvert

weekt. Wanneer de i-pod (uiteraard ‘knit-pod’ geheten) tegelijk nog radiouitzendingen over breien over haar uitstrooit en ze met bamboe breinaalden, mooie kleuren en natuurlijk materiaal aan de slag is…Beter dan seks! „Nou ja, dat heb ik niet gezegd, hoor.” Maar er is natuurlijk een verschil tussen kick en essentie. „Waar het uiteindelijk om draait, is vanuit een knotje een weefsel laten ontstaan. Als kind vond ik dat al een openbaring en alles wat daaruit volgde is alleen maar uitbreiding en verdieping geweest. ”Hilly:

„Breien is ook een stukje erfgoed en je wilt graag dat meer mensen zich daarmee bezighouden.”Jawel, ook mannen, want die laten het nog lelijk afweten. Beginners uitleg geven vinden we inmiddels niet meer zo spannend, maar voor een groep gestresste managers willen we best een uitzondering maken!” Schaamtevol keert de verslaggever huiswaarts. Misschien maar eens een eenvoudig sjaaltje proberen en het ultieme geluk ervaren? Weg met die hardloopschoenen! INFORMATIE: WWW.THEDUTCHKNITTERS.NL

Zelf de shawl breien die Carla en Hilly op de foto om hebben?

Dat kan met deze beschrijvingen, die ze speciaal voor u hebben gemaakt. De wol die ze hebben gebruikt is van De Afstap in Amsterdam, www.afstap.nl Benodigdheden Rowan KidSilk Haze (per bol van 25 gram 210 meter) - 3 bollen per shawl, breinaalden 4,5 mm (liefst bamboe of Addi kantbreinaalden), stompe naald Stekenproef 19 steken en 27 toeren = 10 x 10 cm (vóór het opspannen)

Teltekening A - beginners

Beschrijving patroon Zet losjes 89 steken op. Brei vijf toeren recht. Brei verder volgens teltekening A (beginners) of B (gevorderden). Herhaal het donker gekleurde deel 10 keer (teltekening A) of 9 keer (teltekening B). Alle even toeren: brei vier recht - brei averecht tot er vier steken over zijn brei de laatste vier steken recht. Brei 23 herhalingen van het patroon (teltekening B: toer 5 tm 19) of tot de gewenste lengte. Teltekening A: brei toer 373 tm 377. Patroon A & B: brei vijf toeren recht. Kant de steken losjes af.

Verklaring van de tekens Recht op de voorkant, recht op de achterkant. Recht op de voorkant, averecht op de achterkant. Omslag

Overhaling (haal één steek recht af, brei één steek recht, haal de afgehaalde steek over deze steek heen.) Dubbele overhaling (haal twee steken tegelijkertijd recht af, brei één steek recht, haal de twee afgehaalde steken over deze steek heen.) Twee steken samen breien.

377 375 373 19 17 15 13 11 9 7 5 3 1

INFO: WWW. TEIGETJE-EN-WOELRAT.NL

Eén keer per jaar showen Teigetje en Woelrat hun collectie. Tijdens de laatste show liep cabaretier Herman Finkers over de catwalk.

Teltekening B - gevorderden

15 13 11 9 7 5 3 1

Afmeting na opspannen De shawl wordt het mooist als deze wordt opgespannen. Teltekening A: 54 x 164 cm Teltekening B: 62 x 164 cm

breimachines in hun atelier in het bedrijvengebouw vlak bij de Waalbrug in Lent. Onlangs gerepareerd door een vakman, die helemaal uit Zuid-Duitsland moest komen. In Nederland was niemand te vinden. En dan laait het vuur in de ogen van Teigetje en Woelrat op: „Ze moeten de modeacademies sluiten en voorrang geven aan ambachtsscholen. Mode is techniek met een artistieke inslag. Techniek staat voorop. Zonder techniek heeft het geen zin om mode te ontwerpen. Mode moet zoals in België gekoppeld zijn aan de kledingindustrie. Daarom is Belgische mode zo beroemd. Sluit de zwaar gesubsidieerde academies. Hou Enschede, Amsterdam en Tilburg open, daar hebben ze nog een textielindustrie. Daar heeft de mode nog een basis, want het werk hoort hier te blijven. In Nederland. Geen arrogante, pedante modeontwerpers, maar steun aan ambachtelijke bedrijven zoals wij.” Ze showen de eigen overhemdenlijn. „Die we laten maken in Italië. Iedereen moet weer smaak bijgebracht worden, je ziet bijna nooit elegante dingen in dit land. Wij geloven dat mannen ijdeler zijn dan vrouwen. Jongens vinden het heerlijk. Dat zie je aan hun auto’s. Maar vrouwen zijn jaloers en zullen die ijdelheid nooit aanmoedigen.” Dus doen Teigetje en Woelrat hun best. Een prachtige omslagdoek: „voel maar eens.” De Molenaars van Nederland vinden ze te protestant: stijf, benauwend, netjes. „Onze stijl is katholiek: verfijnder, fantasievoller, blijer.” En je proeft en voelt de roomse aanwezigheid van Gerard Kornelis Franciscus Markies van het Reve.

door Eddy Steenvoorden en Hans Jacobs

Mode verschijnt half september als bijlage bij Wegener NieuwsMedia: Brabants Dagblad, BN/De Stem, De Gelderlander, de Stentor, De Twentsche Courant Tubantia, Eindhovens Dagblad, Provinciale Zeeuwse Courant. Oplage: 870.000 exemplaren. Post kan naar: Specials, Centrale Redactie, Postbus 36, 6500 DA Nijmegen. Bladmanager Antoinette van Dijk Productie en eindredactie Moniek Hüsken Vormgeving/beeldredactie Ruud Willems, Jos Diender en Anke Arts Medewerkers Hans Jacobs, Ellen Klaasse, Machteld Leistra (GPD), Eddy Steenvoorden, Eva Wassenburg, Jolenta Weijers Druk

Wegener Nieuwsdruk Gelderland

Contact

Wegener NieuwsMedia BV Marketing & Communicatie Postbus 26 7300 BH Apeldoorn www.wegenernieuwsmedia.nl


door Ellen Klaasse

Bekende visagisten als Leco van Zadelhoff en Mari van de Ven hebben hun vak veel roem gegeven. Een beetje met de make-upkwast om bekende Nederlanders heen dartelen. Het lijkt één en al glamour.

Maar zo ziet de dagelijkse praktijk van een visagist er allerminst uit. Dat maakt een dagje meelopen met visagist Micky Jooren op de set van dramaserie Wolfseinde wel duidelijk.

Visagiste Micky Jooren werkt op de set van Wolfseinde de make-up bij van actrice Tanja Jess. foto Dolf Cantrijn

De opname van de serie Wolfseinde, een productie van IDTV en Fu Works Productions voor Omroep Brabant, vergt een strakke planning waar je je als journalist niet zo maar tussenwringt. Mijn verzoek een dagje mee te lopen met de visagist heb ik ruimschoots van te voren in moeten dienen. Als ik me 's morgens bij opnamelocatie op de Korte Broekstraat in het Brabantse dorp Raamsdonk meldt, is iedereen op de hoogte van mijn komst. Productieleider Aram van de Rest vangt me op. „Ah, de mevrouw van de krant." Naast de imposante villa waar de opnames die dag plaatsvinden staat een mobiele keet van de catering. „Wil je een broodje ei", roept de cateraar me enthousiast toe. Ik heb al ontbeten en wordt naar één van de slaapkamers gebracht waar visagist Micky Jooren haar visagiestudio heeft ingericht. Ze legt net de laatste hand aan de make-up van actrice Tanja Jess. Het is acht uur 's ochtends en ze heeft er al een uur opzitten. Even later komen actrice Jennifer Welts en regisseur Roel Reiné binnen. Terwijl Micky nog met Tanja's haar bezig is, wordt de tekst al doorgenomen. Tanja Jess komt gespannen over. Er is iets mis gegaan waardoor ze de tekst van de scène die straks wordt opgenomen te laat heeft ontvangen. Die moet ze zich nu à la minute eigen maken. Micky stelt zich terughoudend op. „Bij zo'n grote productie is het belangrijk dat je jezelf als vi-

sagist goed weg kunt cijferen. In drie maanden tijd worden er 26 afleveringen geproduceerd en dat is hard werken. Als een acteur bij mij in de stoel zit, komt de stress er vaak uit en daar moet je tegen kunnen", zegt ze. „Micky is altijd vrolijk en rustig en dat heb je nodig in de hectiek van zo'n productie", vult Tanja haar aan. Naast film- en theaterproducties is Micky Jooren werkzaam voor fotoshoots van modemerken en bladen. „Dat is een hele andere tak van sport. Bij film en theater moet het uiterlijk bij de rol passen, terwijl bij een fotoshoot de creativiteit voorop staat. Je hebt dan veel meer tijd om aan een model te werken. Op de filmset is snelheid geboden." Rond de klok van negen starten de eerste opnames. Micky gespt een mobiele visagietas om haar heupen en gewapend met een doos tissues en een bus haarlak begeeft ze zich naar opnamelocatie. Vandaag is dat de woonkeuken, waar Tanja Jess, die in de serie Monique heet, in de rol van burgemeester ruziet met haar puberdochter Kim, gespeeld door Jennifer Welts. De ruimte wordt volledig in beslag genomen door camera- en geluidstechnici en we moeten buiten wachten. Door de ramen heen zien we dochter Kim driftig door de keuken struinen, terwijl moeder Monique schijnbaar radeloos aan tafel zit. Tijdens een korte opnamepauze snelt Micky

naar binnen om de make-up van beide actrices bij te werken. Het lijntje om de lippen bijtekenen en poederen. Vooral dat laatste is belangrijk op deze warme dag. „Met deze hitte druipt de make-up er bijna vanaf. Poeder fixeert en voorkomt dat de huid gaat glimmen", licht Micky toe. Om tien uur staat actrice Petra Kagchelland op Micky's planning. Ze vertolkt de rol van strenge secretaresse en dat laat Micky tot uiting komen met een harde make-up waarbij een felle tint lippenstift en een uitgesproken oogmake-up worden toegepast. Omdat er altijd een visagist bij de opnames aanwezig moet zijn, laat Micky zich assisteren door Anouk de Brouwer. Die heeft zij zelf opgeleid op haar eigen visagieschool in Tilburg. Oud-cursisten worden vaak ingezet bij haar werkzaamheden. Micky: „Op de dagen dat er veel acteurs bij de opnamen betrokken zijn, lopen we hier met vier visagisten rond en het is het fijn dat ik uit mijn eigen cursisten kan putten. Zij hebben dezelfde werkwijze en ik weet wat ze aankunnen.” Ondertussen heeft Petra Kagchelland een complete metamorfose ondergaan. Zag ze er een kwartier geleden nog vriendelijk uit, nu deins je enigszins terug van haar harde uiterlijk. Micky maakt er een foto van en legt deze vast op haar laptop. „Op één dag filmen we scènes die zich in de serie op verschillende dagen afspelen en het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de acteurs er op die dagen steeds hetzelfde uitzien. Is er een dag die we nog niet gefilmd hebben, dan maak ik altijd een foto van de make-up die de acteur op die dag heeft.” Tanja Jess heeft haar beige broekpak inmiddels verruilt voor een okerkleurige jurk en daar wordt de make-up op aangepast. De ochtend is pas halverwege, maar op de filmset is er al weer een nieuwe dag aangebroken.


door Ellen Klaasse

Visagie gaat verder dan een lijntje onder de ogen, wat mascara en lippenstift. Visagisten maken gebruik van een complete trukendoos om bepaalde effecten te bereiken. Een egale huid die natuurlijk oogt, volle wenkbrauwen en lippenstift die niet uitloopt in de rimpeltjes om de mond. Iemands karakteristieke uiterlijk is wel het uitgangspunt. „Je kunt een persoon nooit volledig veranderen, maar wel zijn mooiste kanten naar voren halen en de minder gewenste kanten verdoezelen", zegt visagist Micky Jooren die een aantal van haar trucs Met visagie kun je iemands mooiste kanten foto Dolf Cantrijn benadrukken.

Oogschaduw opbouwen

Dichtsmeren is uit de tijd

Volle wenkbrauwen

„Camoufleren wil zeggen aan het oog ontrekken. Dat doe je bij vlekjes, puistjes of wallen en daar zijn helemaal geen dikke lagen make-up voor nodig. Breng eerst een transparante make-up aan. Tip daarna de vlekjes die je niet weg kunt krijgen aan met een camouflagestift. De huid compleet dichtsmeren is niet meer van deze tijd. Poeder wel na om de make-up te matteren en langer houdbaar te maken.”

„Volle wenkbrauwen bepalen op dit moment het modebeeld. Ze geven het gezicht een zachtere uitstraling dan strakke lijnen. Voor het creëren van volle wenkbrauwen gebruik ik donkere wenkbrauwenpoeder, maar donkere oogschaduw is ook geschikt. Borstel de wenkbrauwen eerst omhoog met een wenkbrauwenborsteltje dat de vorm heeft van een mascararoller. Breng er met een klein kwastje wenkbrauwenpoeder of oogschaduw op aan. Fixeer de wenkbrauwen met een speciale wenkbrauwengel of met een wenkbrauwenborsteltje waarop je wat haarlak hebt gespoten.”

Bruin gezicht, witte hals „Vaak is het gezicht wat bruiner dan de hals. Dat los ik op met bronzing poeder. Eerst breng ik vloeibare make-up op het gezicht en de hals aan en vervolgens wat poeder. Is de hals dan nog wat lichter van kleur, dan breng ik er wat bronzing poeder op aan.”

„Een doosje oogschaduw bevat vaak verschillende tinten oogschaduw die naast elkaar gebruikt kunnen worden. Pas de lichtste tint direct onder de wenkbrauwen toe. Breng daarna de middelste tint op het ooglid aan en de donkerste tint net boven het ooglid. Zo maak je het oog optisch wat groter. Deze winter worden er veel blauwtinten op het oog toegepast. Heb je blauwe ogen, kies dan een kleur blauw die afwijkt van je eigen oogkleur. Bijvoorbeeld een aquatint bij grijsblauwe ogen. Anders valt je eigen oogkleur weg.”

Strakke eyeliner „Vind je het lastig een vloeibare eyeliner aan te brengen, trek dan eerst met een oogpotlood een hulplijntje tussen de wimperhaartjes en ga er daarna met de vloeibare eyeliner overheen. Vloeibare eyeliner is alleen geschikt voor amandelvormige ogen en ogen die recht in het gezicht staan. Heb je bijvoorbeeld hangende ogen, dan moet je echt geen eyeliner gebruiken. Dat accentueert het alleen maar.”

blootgeeft.

Roze blusher

Uitkijken met oranje lippen

Fixeren met bronwater

„Als je niet weet welke kleur blusher je moet kiezen, neem dan een roze. Daarmee zit je altijd goed. Een roze blusher komt verfrissend en natuurlijk over. Iemand die gaat wandelen krijgt per slot van rekening ook een roze blosje.”

„De komende winter zie je veel oranje in de kleding en de make-up. In de make-up is oranje een gevaarlijke tint die niet voor iedereen geschikt is. Heb je bijvoorbeeld wat gelere tanden, dan laat een oranje lippenstift ze nog geler lijken. De lippen mogen dit seizoen fel gestift worden, maar wel in een matte tint. Berg de lipgloss voorlopig maar op. Teken wel eerst een lijntje rondom de mond en kies een lippenpotlood in de kleur van de lippenstift. Daarmee benadruk je de vorm van de lippen en voorkom je tevens dat de lippenstift uitloopt in de rimpeltjes rondom de mond.”

„Visagisten kunnen niet zonder een bus Evian bronwater. Ik gebruik dit product om de make-up lang houdbaar te maken en minder snel te laten glimmen. Het vernevelde water heeft een verkoelend effect op de huid en huidschilfertjes worden minder goed zichtbaar. Vernevel het bronwater over het gezicht nadat de make-up volledig is aangebracht.”

Micky Jooren is freelance visagist en grimeur en heeft een eigen opleidingsinstituut in Tilburg. Meer informatie: Micky Jooren Haar- en Make-up Cursussen, Oude Langstraat 63A in Tilburg, www.visagie-opleidingen.nl


Het pak, het kostuum van de gevestigde orde. Eeuwen lang het meest vei-

de glazen van het mannenbastion. Maar ondertussen is het pak verwor-

lige om te dragen. Een enkele keer een streepje, meestal grijs, of zwart.

den tot moordenaar van de mannelijke ijdelheid en sluipt het nieuwe ver-

En vooral niet experimenteren, want dan trillen

zet rebels in pak de grijze maatschappij binnen.

door Hans Jacobs Je weet het, maar als je het ziet is het toch weer verbazingwekkend. Een fotograaf zet zijn camera neer aan de voet van een roltrap. De locatie: een zakengebouw ergens in een Amerikaanse stad: banken, kantoren. Uren lang laat hij zijn camera klikken bij iedereen die van de roltrap naar beneden komt. Het resultaat: een lange, uren durende parade van mannen in pak. Iedereen gekleed volgens dezelfde dresscode. Geen enkele vreemde eend in de torenhoge bijt, een boeket van eenvormigheid. Het Pak, het kostuum, het uniform van de gevestigde orde. Al eeuwen lang het meest veilige kledingstuk om aan te trekken als je gaat voor zekerheid, voor orde en netheid. Het vaandel van het conservatisme, burgerlijkheid, van gezag, van vertrouwen. Alleen in een pak kun je minister president worden. Weer of geen weer: het pak blijft. Afgelopen zomer. De temperaturen stijgen net als de beurskoersen van olie ver boven de nominale waarde van 30 graden. Maar in de bank gaat geen jasje uit. „Als wij dat doen”, aldus de bankdirecteur keurig in het pak, „komt onze geloofwaardigheid in het geding, verliezen zouden het vertrouwen in de stabiliteit van de bank.” Het pak als waarborg, als stabiele beurskoers. Bijna het

hele Angelsaksische zakenleven hangt van conventies en kledingmores aan elkaar. Het pak is daarbij de gouden stiknaad. Business is war, never under-estimate the importance of your uniform. Ook in Nederland. Jaren hebben kerk en gezag de dresscode gecontroleerd. Met Pasen ging je op je paasbest. Al regende het pijpenstelen: het nieuwe pak moest de straat op. Maar de revolutie van de jaren zestig heeft daar een einde aan gemaakt. Weg gezag, weg regels. Dus werd het een rommeltje, de beugels uit de bh. Koning, keizer, admiraal: spijkerbroek dragen ze allemaal. En joggingbroeken, T-shirts. Als ze een pak dragen zijn het mannen als Joop den Uyl, de morsige politieke vlekken op de goede kledingsmaak. Maar een pak krijg je niet kapot. Nu de revolutie van de jaren zestig oude mannenpraat is geworden, is het kostuum net als het neo-conservatisme

Het pak voor de moderne man: slim-fit. Een kort en strak silhouette.

foto CINQUE

in het begin van de hebberige jaren tachtig weer terug: veel streepjes en weer veel van hetzelfde. In zijn winkel in de Nijmeegse Stikke Hezelstraat vormt Pieter Hopman samen met zijn echtgenote Ineke: Pieter Hopman Mannenmode. Dertig jaar een eenzame voorvechter voor goede mannensmaak. Een oer-eigenwijze engelbewaarder van de mannelijke ijdelheid. Hij verkoopt wat hij zelf heeft ingekocht. „Het pak heeft de ijdelheid de das om gedaan.” Twee pakken halen, een betalen is volgens hem de strop voor de ijdelheid. „De man koopt niets meer: hij heeft er genoeg in de kast hangen. Klopt. Maar achterhaald spul, allemaal standaard, volstrekt niet up to date.” Dus hobbelt de Nederlandse man achter de moderne ontwikkelingen aan. „Ik hoef geen nieuwe jas, zegt hij dan, Ik heb er nog een. Terwijl zijn vrouw in die-

zelfde periode twee jassen koopt. Zij volgt de mode wel.” We praten over de nieuwe mannen en hun strakke mode. Over Hans Teeuwen, de spits van de nieuwe revolutie tegen de middelmaat van Balkeneinde Grijs 25 en de door kijkcijfers glad gevijlde oppervlakkigheid. Niet in schreeuwerige kleding, maar in strak smal rebels pak met dunne zwarte das. Pieter Hopman haalt het rebelse pak uit zijn rek. „Dit dus. Ik heb het. Van Cinque. Slim-fit. Korte jasjes, strakke broeken. Een kort en strak silhouette. Maar die man die het past komt niet binnen, want die heeft al een pak. Ik zie ze hier vaak voorbij komen: vreselijk achterhaald, totaal verkeerd. Maar ze komen niet binnen, ze weten niet wat mode is, wat nieuw is. „Vechten tegen de bierkaai”, noemt hij het. „Het gaat om het lichaam. Ik zie aan het hoofd van de klant wat hij nodig heeft. Ik heb het. Zeker ook voor die wat oudere man die nu in foute jeans en jacks rondloopt. Het kan allemaal anders, eleganter.” Hij grijpt in het rek, laat me passen en een nieuwe man verschijnt in de spiegel. Het pak pakt anders uit. Dezelfde kop, hetzelfde lichaam, maar net dat kleine beetje rebelser. Wauw. MET DANK AAN PIETER HOPMAN (TIPS)


Bij Eva Luna komen vrouwen die weten wat ze willen.

door Eva Wassenburg

Je kunt het op maandagmorgen doen, gratis en in spijkerbroek. Of je droomt al je hele leven van een slagroomtaart in jurkvorm, compleet met pofmouwen, tiara en sluier. Nu de meeste huwelijken die in Nederland worden gesloten tweede (of derde, of vierde) zijn, komen er steeds meer alternatieven die de gapende leemte tussen de uitersten vullen.

Bij de moderne trouwmode van Assepoester is wit niet langer de dominante kleur.

Kleur, kleur en nog eens kleur. Rood, zwart, fuchsia, beige en groen, effen of in Pucci-achtige dessins. En niet alleen omdat je bezwaarlijk in maagdelijk wit trouwt met een trits kinderen uit een eerder huwelijk, maar ook omdat niets zo feestelijk is als een explosie van kleur. Want om het feest wordt tegenwoordig vooral getrouwd. Steeds meer paren stappen af van het traditionele trouwen in het gemeentehuis en nog minder stappen er een kerk voor binnen. Trouwen op de feestlocatie, en daarna meteen los met de muziek, dat is ook volgens Petra Wanjon de manier waarop Nederland steeds vaker trouwt. Ze kan het weten, want Wanjon ziet wekelijks tientallen aankomende bruiden. Ze verkoopt trouwjurken bij Assepoester, een trendy trouwjurkenwinkel in Arnhem. Het bordje op de deur voorspelt veel goeds: ‘Deze winkel veroorzaakt hebzucht en leidt onherroepelijk tot prinsessengedrag’. De vierduizend jurken bij Assepoester hangen niet strak in het gelid. In een soort Zara-achtige wanorde hangen de – toch niet echt goedkope – jurken in hun rekken. Op kleur, dat wel. „In tegenstelling tot de meeste bruidshuizen mag je hier lekker zelf rondkijken en jurken passen, eigenlijk à la Zara”, zegt Petra Wanjon. „We werken niet op afspraak, we willen laagdrempelig en niet stijf zijn.” Stijf is Assepoester allerminst. Fuck

Sissi is het onofficiële motto van de winkel. Knielang, lang of mini, alles kan, zolang het maar geen suikerzoete taart wordt. Grote opstaande kragen, broekpakken, wikkeltops, lagen en dessins; eigenlijk trends die je in gewone mode ook tegenkomt beheersen het Nieuwe Trouwen, volgens de verkoopster. Een stap verder gaan de jurken van EvaLuna Couture, ook in Arnhem. Irene Schaepman ontwerpt onorthodoxe, maar unieke trouwjurken. Met Schotse ruit of metallic organza, zijde met metaal waardoor je mouwen en kragen in iedere denkbare spectaculaire vorm kunt kneden. Als je zelf een idee hebt, voert EvaLuna het uit. Veel witte jurken verlaten haar winkel niet. Hier komen vrouwen die weten wat ze willen, en dat is vooral veel spetterende kleur.

En voor hem? Hij heeft zich nooit zo uitgesproken gekleed op zijn trouwdag. Op heel traditionele bruiloften hijst hij zich in jacquet. Als hij liever niet op een pinguin lijkt op zijn grote dag, dan voldoet een mooi pak. Liever niet in wit, behalve als schoonvader maffia-banden heeft of als de trouwerij in de tropen is, ook zo’n nieuwe trend. Een mooi stijlvol, strak gesneden pak in grijs, zwart, donkerblauw of donkerbruin is altijd goed. Gaat de bruid voor onorthodox, dan mag hij het ook. Denk dan aan een pak van velours of satijn, misschien wel in donkerrood of donkerpaars. Het pak moet vooral aansluiten bij de stijl die de bruid kiest. Voor de man geldt dus – sorry! – dat hij zich maar heeft aan te passen Want prinsessenjurken mogen over zijn, prinsessengedrag is dat nog lang niet.


Om er lekker hip bij te lopen mag je komende winter flink overdrijven. Maar de kunst is om ook bescheiden te zijn.

Unisex In onze hang naar authenticiteit is het zegel bezig heel belangrijk te worden, zowel vervat in een zegelring als in de vorm van een hanger of bedel. Mannen komen er stoer mee voor de dag, vrouwen romantisch: het zegel laat beide seksen schitteren. Ook letters laten iets van onze identiteit zien. Geslagen munten horen ook in dit rijtje thuis. foto PYRRHA

Musthaves

Goud

Absolute musthave voor komende winter: grote druppelvormige pareloorbellen met veel strass. Elegant en vrouwelijk, zelfs bij jeans. Ook onmisbaar is de cuff. Letterlijk vertaald een manchet, en zo breed zijn de nieuwe armbanden ook wel. Breed, dik, stoer, opvallend: draag zo veel mogelijk bij elkaar. foto BULGARI

Goud is terug van weggeweest, en niet langer oubollig. En dan hebben we het over écht goud. De sieradenbranche spreekt zelfs van een ware ‘goudkoorts’ onder jongeren. Duurzaamheid en kwaliteit zijn weer belangrijk, vandaar. Hoe dan ook is de ‘kleur’ goud prominent aanwezig in het modebeeld. foto ALEXIS DOVE

Het kon niet uitblijven. Tassen en zonnebrillen zijn al groot, gedoor Jolenta Weijers breide mutsen worden het nu ook, en jawel, de sieraden voor komende herfst en winter laten zich evenmin over het hoofd zien. We dragen kralen zo groot als golfballen en schakelkettingen waarmee je je fiets kunt vastleggen. En is het iets minder groot? Dan Punk dragen we er gewoon veel van. Nu de jaren tachtig een revival doorMaak echter niet de fout om je hemaken, doet ook punk weer volop le lijf vol te hangen met accessoires. mee. Plastic in felle, soms zelfs fluoKies voor kettingen óf armbanden, rescerende kleuren is er op sieradenmaar niet allebei. Houd het stijlvol. gebied de belangrijkste uitingsvorm Groot of veel: het zijn de uitingsvan. Mix and match deze accessoires vormen van de twee dominante stijmet felgekleurde, bedrukte en folklo- len van komende winter. Enerzijds is ristische kleding, en je rebelse uiterer de strenge, stijlvolle look die luxe lijk is af. foto STYLEGUIDE uitstraalt, anderzijds de romantische, vintage look die zoekt naar authenticiteit. Denk aan de jetset, aan couture, aan de happy few van de jaren dertig, aan St. Tropez, aan sailor chic en coastal kitsch, om maar een paar termen te noemen die trendwatchers aan deze stijl verbinden. De nadruk ligt op stijl, vorm en vakmanschap. Die komen terug als knopen en grof

vlechtwerk, bijvoorbeeld in een bovenmaatse schakelarmband, voor haar én voor hem. Helder wit, diep zwart en kleuren uit de fifties worden opgehaald met gouden accenten. Grote kettingen en zware oorbellen horen er ook bij. Een absolute musthave is een wit parelcollier met een hanger met een grote transparante steen midden tussen talloze kleine 'diamantjes'. Datzelfde parelcollier past trouwens ook in de romantische stijl, die verder valt te omschrijven als Victoriaans, antiek, dromerig, vintage, authentiek en een tikje kitsch. Deze stijl is supervrouwelijk, met hier en daar een hang naar de fifties, maar veelal naar langer vervlogen tijden. De poederachtige pastelkleuren voeren je terug naar de jaren dertig en het negentiende-eeuwse fin de siècle. De sieraden zijn niet groot, maar het zijn er veel. Kettingen draag je bij elkaar, in laagjes van verschillende materialen en lengtes. Armbanden zijn versierd met talloze kralen, bedeltjes, munten, cameeën, beschermengeltjes en zegels. Híj toont zijn romantische inborst met een hanger in de vorm van een slagtand.


INVITO

De schoen staat er deze winter behoorlijk gekleurd op. Metallic, knalrood, paars. De voeten mogen opvallen!

CONVERSE

SCHOLL

INVITO

DOLCIS

FRATELLI ROSSETTI

FRATELLI ROSSETTI

Kleur mag aan je voeten. Sterker nog: kleur moet! Deze winter is er een regenboog aan gekleurde schoenen verkrijgbaar. Een opvallende trend in een verder vrij rustig modeseizoen. De hit is metallic. Blauw, paars, groen, roze en brons zijn de flitsende metaalkleurtjes van deze winter. Ook knalrood, de modekleur van deze winter, is goed vertegenwoordigd. Verder zien we veel paars, wit, groen en grijs. Voor wie wat minder wil opvallen is er bruin in alle mogelijke nuances. De echte topper is cognac, zowel voor de vrouwen als voor de mannen. Ook de materialen zijn opvallend. Lakleer, krokoprint, oud gemaakt leer, geplooid, doorgestikt en gevlamd leer, materiaalmixen van suède, bont of stof met leer en uiteraard het al eerder genoemde metallic leer. We zien een enorme opleving van het eightiesgebeuren. De in de jaren tachtig zo populaire pump maakt een ware comeback. Zonder toeters of bellen gewoon in zijn klassieke simpele vorm. Een erfenisje van de afgelopen zomer is de peep-toepump en de elegante open pump met enkelbandje. En, ja hoor, daar zijn ze weer! De inmiddels ingeburgerde enkellaarsjes zijn echte blijvertjes. Waarschijnlijk omdat ze het zo goed doen onder elk kledingstuk. Nieuw deze winter zijn de hoge basketbalschoenen, ook van die toppers uit het decennium van de schoudervulling. Ook erg eighties zijn de ultra-

GEOX

door Machteld Leistra

platte, lage sneakers. Spits zijn de neuzen allang niet meer. Ovaal en rond zetten de toon. De hakken zijn redelijk stevig en recht tot taps toelopend. De hakhoogte is over het algemeen erg comfortabel en ‘loopbaar’. Platte, nauwelijks waarneembare zolen zijn weer een beetje op hun retour. Ze komen nog wel tot hun recht in de nog steeds hippe ballerina's, maar langzaam maar zeker zijn ze weer steeds dikker en prominenter aanwezig. Een hoge pump met een dikke rubberen zool is alweer gesignaleerd! Bij de mannen is een stoere rubberen zool weer helemaal hip en ook de nette herenschoen heeft een zichtbare zool. Opvallend zijn ook de mannelijke details op het damesschoeisel. Invloeden van de golfsport met gaatjes, kwastjes en tweekleurig leer zien we heel veel. En ook de mannelijke ve-

terschoen is in een vrouwelijk jasje gestoken. Laarzen zijn al heel lang onmisbaar in de wintergarderobe en dit seizoen is de laars weer heel prominent aanwezig. Van elegante hoge rijlaars, tot comfi platte laars en stoere doorstappers met dikke rubberen zolen. Echte tussenlengtes zien we niet. De laars heeft een hoge schacht of is er als enkellaarsje. Naast vrouwelijke vormen en modelletjes, is er deze winter veel stoers. Grote laarzen met dikke rubberen zolen en opvallende gespen en ritsen lijken er voor gemaakt om lekker door de sneeuw te banjeren. Ook bij de heren is het stoer wat de klok slaat. Halfhoge comfortabele laarsjes zijn hier dé trend en ook basketbalsneaker-modellen zijn hip. Hier weinig felle kleuren. Wel hebben veel schoenen en boots twee kleuren die subtiel in elkaar overlopen. Hetzij door verftechniek, hetzij door het bewerken van het leer. Bruin is de norm en verder zit het hem vooral in materiaal en details: veel bewerkt, gekreukeld en oud gemaakt leer hier en een overvloed aan stoere gespen.

CLARKS

MANFIELD

GANT

FOTO: GPD


door Ellen Klaasse

Bob met variaties

Zelfs de grootste modeminnaar wisselt niet elk seizoen van kapsel. Wie eenmaal een passende coupe heeft gevonden, houdt daar vaak krampachtig aan vast. Haarmode laat zich niet dicteren. Toch spelen trends wel degelijk een rol in de kapsalon. De grootste uitdaging komende winter: een coupe die op meerdere manieren te stylen is.

Liep je twintig jaar geleden met een boblijn rond en heb je die onlangs herontdekt? Dan ben je niet de enige. Het afgelopen jaar werd deze look massaal omarmd. De huidige boblijn kent veel variaties. Lange lokken in het gelaat en opgeknipte lijnen. De C-curve, die het haar mooi naar binnen laat vallen, is het belangrijkste kenmerk. FOTO: WELLA

Landelijk leven Voor het komende herfst- en winterseizoen heeft de overkoepelende organisatie Gezamenlijke Nederlandse Kappers (GNK) haarmode ontwikkeld passend bij de huidige levensstijl. Het thema Country Club haakt volledig in op het verlangen naar een landelijk bestaan met veel romantiek. Daar past een weelderig krullende kapsel bij in een warme bruintint. FOTO’S: GNK

Eén kapsel, twee stijlen Een ruig kapsel doet het goed in je vrije tijd, maar voor je werk in de city wil je klasse uitstralen. Eén coupe, twee stijlen. Het kan. Laat de kapper voordoen hoe het moet, zodat duidelijk wordt op welke wijze je gebruik maakt van hulpmiddelen, zoals een kleipasta voor de ruige look en de stijltang voor het klassieke kapsel. FOTO’S: GNK

Pluis of glans Kappers kondigen het nu al aan. Pluizig haar geïnspireerd op de jaren zeventig. En dan ook maar gelijk in een nieuwe asblonde tint. Maar of de consument deze trend gaat oppakken, laat zich nog raden. Lang haar dat mooi valt met een diepe glans heeft nog steeds de voorkeur. Vooral jonge meiden laten hun lokken graag doorgroeien. Een conditioner geeft de glans. FOTO’S KEUNE

Net uit bed Het creatieve team van B creative hair concept, een kapsalonketen waarvan iedere medewerker tevens eigenaar is, werkt veelvuldig achter de schermen van internationale modeshows. Zo vinden catwalkimpressies hun weg naar de kapsalon. Zoals het net-uit-bed kapsel à la Brigitte Bardot voorzien van een botgeknipte pony. De hit voor de blondine met lang haar. FOTO: B SALON

Vrouwelijk kort Lang haar en de boblijn mogen trendsettend zijn, maar dat wil niet zeggen dat het korte dameskapsel verbannen is. Kort geknipt haar vormt juist een mooi contrast met de vrouwelijke gezichtsvorm en dat kan uiterst female zijn. Voor iedere vrouw die durft. FOTO: B SALON

Subtiel kleuraccent Jarenlang wilden kappers zoveel mogelijk haarkleuren in één coupe verwerken, maar grote contrasten zijn uit het modebeeld verdwenen. Meerdere kleuren worden hoogstens toegepast voor een subtiel kleuraccent. FOTO: COSMO

Herfstkleur Kopertinten vormen een mooie overgang van zomer naar winter. Een fraaie haarkleur voor de vrouw die eens iets anders wil dan een bruintint, maar zich ook weer niet happy voelt bij blond of zwart. FOTO: HAIRMAXX

Modische hippie De hippie uit de jaren zeventig moest niets hebben van de mode. Anno 2008 is de nonchalante hippielook juist de basis van veel modetrends. Voor wie kleurrijk en niet alledaags wil zijn. De Hengelose kapster Müfide Halaceli reisde met een heel team naar haar geboorteland Turkije om dat in een fotoserie te verbeelden. „Ik werk heel graag in mijn kapsalon, maar om mijn modegevoel te ventileren zet ik jaarlijks een eigen lijn neer.” FOTO: MÜFIDE


Achteloos kapsel

Kappers brainstormen voortdurend over de haarmode. De eerste signalen worden vaak opgepikt van de straat waar jongeren de toon zetten. Dat heeft voor de komende winter stoere mannenkapsels opgeleverd. Voor de man die weer een man mag zijn. Die van vissen houdt en een rit op de motor, maar tevens de blits wil

Voor de man die zijn lange lokken koestert, maar een keer iets anders wil, is het juiste haarproduct het sleutelwoord. Het is de truc het kapsel in model te brengen zonder dat het er gelikt uitziet. Geen zware gel, maar een luchtige mousse op vochtig haar aanbrengen en na het föhnen een middelsterke haarlak. Zo lijkt het alsof je je haren even achteloos naar achter hebt gestreken. Het creatieve team van B creative hair concept, een kapsalonketen waarvan iedere medewerker eigenaar is en zelf een werkplek huurt, is het brein achter deze coupe. FOTO: B SALON

maken in een hippe tent. Geen sportieve korte kapsels, maar wel veel haar dat zowel nonchalant als chic gestyled kan

Getemde krullen In ons kleine landje, waar platteland en stad elkaar bijna raken, ben je niet veroordeeld tot het plattelandsleven of louter een bestaan als stadsmens. Je hopt van de ene plek naar de andere en dat vraagt multifunctionele kapsels die aangepast kunnen worden aan de omgeving waarin je vertoeft. Met een mengsel van wax en gel zijn de krullen van Mathijs getemd tot een plukkerige coupe. Daarmee kan hij gerust een avond in een exentrieke club doorbrengen. FOTO: GNK

worden.

Verlangen naar rust De Haarlijn van de Gezamenlijke Nederlandse Kappers (GNK) voor het komende herfst- en winterseizoen is gebaseerd op thema's die passen bij de huidige levensstijl. Zoals het thema Country Club. Voor mannen die dagelijks in de file staan, op weg naar een baan die veel van hen vergt. Wie verlangt er dan niet naar de rust van het platteland. Struinen door de natuur met nonchalante krullen. FOTO: GNK

Jongensachtige coupe Kinki Kappers is een oer-Hollandse keten van kapsalons opgericht door kappers die wilden breken met het traditionele kappersvak. Mark Melief, Creative Director bij Kinki, is voortdurend op zoek naar nieuwe stijlen en technieken en zijn creatieve team zet jaarlijks een nieuwe haarmodelijn neer. Voor de haarmode van 2008 fungeerde Napoleon als inspiratiebron en dat laat zich vertalen in The Lord. Een jongensachtige coupe die, geheel in de stijl van Kinki, op verschillende manieren gedragen kan worden. FOTO’S: KINKI KAPPERS

Eén kapsel, twee looks Jeroen bewijst dat een kapsel het uiterlijk totaal kan veranderen. Als zijn natuurlijke krullen, geknipt in gelijke lagen, gestileerd worden met een stijltang, krijgt hij een ware dandylook. Maar daar moet hij wel handigheid in krijgen. De kapper kan het hem leren. FOTO’S: GNK

Gevulde pony Man, kort haar, wil meegaan met de tijd. Dat kan, als hij er maar voor zorgt dat de pony goed gevuld is. Wordt de rest kort weggeschoren met de tondeuse, dan geeft dat het effect van een block head. Maar dat is absoluut geen must. FOTO: TEAM KAPSALON EN HAIRMAXX

door Ellen Klaasse

Meer mannenhaar Lang haar voor een stoere man Lang haar dat refereert aan de oermens. Het ziet er ongestyled, stoer en ruig uit. Maar geloof het of niet. Ook hier heeft de kapper zijn best gedaan deze stijl te creëren. Een goed geknipte coupe vormt de basis, de rest is een fluitje van een cent. Na het wassen even de handen erdoor en naturel laten drogen. FOTO: MÜFIDE HALACELI

Mannen die van korte sportieve kapsels houden, moeten de haarmode even links laten liggen. Meer haar is een must voor de modegevoelige man. Sluik langs het gezicht gedragen of in de vorm van een kuif. FOTO: KEUNE


Sonsbeeksingel

1

3

5

2 nr.102 Inge Uittenbogaard fashiondesign

21

KL ARENDAL

4 nr. 107 Marck & Mo tassen 5 nr. 111-112 Eva Luna studio in bruids-en avondkleding

7 nr. 1 Neeltje Geurtsen mode illustratie 19 17

6 nr. 116 Blithe-Katja van Groningen fashiondesign

10 nr. 7 Margalé B tailor-made swimwear

P eg lsew a d ren Kla

15

16

11 nr. 34 Atelier PraGtig sieraden 12 nr. 536 goed.proeven Station Klarendal 13 nr. 528 Huismerk garderobe en accessoires

Hommelseweg

10

KL ARENDAL

8 nr. 2 77 Models modellenbureau* 9 nr. 4 Jaro van Meerten modesalon

18

11

aan

20

3 nr. 103 Bep Kosse schoenen en tassen

Arnhem

22

ofl eH gd en

straat Agnieten

rl Ve

1 nr. 96 Hiernamaals Gregory Bolder

9 8

1

2

3

4

13

14 nr. 527a Elisabeth de Meulmeester hoedenatelier en workshops

14

15 nr. 476 Art Factory mCClaud

7 5

6

16 nr. 462-463 Heleen van der Meer tassen 12

17 nr. 134a Mihr and More kleding

aat Hommelstr

Ro se nd aa lse str aa t

Sonsbeeks ingel

18 nr. 400 Servitex textiel- en kleurspecialist 19 nr. 398 Irene Weijs accessoires 20 nr. 381-382 Mippies sieraden 21 nr. 182 nr. Tante Betsy modelabel 22 nr. 183 Bedtime for Bonzo

P

knitwear and leather accessoires*

Klarendalseweg

13

16

17

21 * deze gaan in een later stadium open

Met enige moeite duwt een grootmoeder de buggy met kleinkind de stoep van de Sonsbeeksingel op. Aan het handvat een tasje van textielgigant Zeeman. Zonder te kijken stapt ze langs etalages met ultrakekke vintage-jurkjes, zinderende tassen en exclusieve handgemaakte retro-badmode.

door Eva Wassenburg

Nog niet zo lang geleden was het Arnhemse Klarendal een probleemwijk; coffeeshops, criminaliteit, prostitutie. Zo’n volkswijk aangetast door verloedering - iedere grote stad heeft er wel één. Ooit was het een dichtbevolkte arbeiderswijk met gemeenschapszin, tot vervreemding, werkloosheid en leegstand toesloegen. Wat restte was onbehagen. Alleen oudere Klarendallers en allochtonen bleven achter, aan de wijk geklonken door heimwee en lage woonlasten. Nu is Klarendal zowat het Arnhemse Notting Hill: de Londense wijk waar bohémiens en allochtonen samen een modieuze multiculturele melting pot hebben gemaakt van een sloppenwijk met rattenoverlast en rassenrellen. Woningbouwvereniging Volkshuisvesting Arnhem, eigenaar van 80 procent van de huizen in de wijk, telde een paar jaar geleden één plus één op. Arnhem is immers het artistieke modemekka met

de beste modeopleiding van Europa, veel vrije geesten en een stroom van talent. Maar het gat tussen zolderkamer en internationale roem is voor veel Arnhemse ontwerpers een onoverbrugbare kloof. Tegelijkertijd was daar die wijk met leegstand en verval, en klonk de roep om terugkeer van kleine nijverheid. De wijk Klarendal kan een broedplaats worden waardoor al dat talent in de stad blijft en niet uit waaiert en verdunt, bedachten de woningbouwvereniging en de gemeente Arnhem. Een melting pot met éénderde oorspronkelijke Klarendallers, éénderde kleurrijke allochtonen en éénderde creatief talent. Net als in Notting Hill zagen ze in leegstaande panden etalages en ateliers met daarboven woonruimte voor de artistieke ondernemers. Zó werd in Klarendal creativiteit geconcentreerd, kruisbestuiving tussen kunstenaars gestimuleerd en werd bovendien de wijk een heel stuk leefbaarder. Want het initiatief 100% mode zou gepaard gaan met een grootscheepse renovatie van gevels en woningen, het opkrikken van voorzieningen voor de bewoners en het aanpakken van sociale problemen. Miljoenen investeerden de woningbouwvereniging en de gemeente. Niet alleen werden tientallen panden opgekocht en gerestaureerd, ook kreeg de wijk een nieuw horeca-hart. Het historische postdis-

infographic: AA

tributiecentrum, dat moest wijken voor de nieuwbouw van het station, werd in 125 stukken gezaagd en op een centrale plaats in de wijk opgebouwd. Het is nu Station Klarendal en het hart van het modekwartier. Een hip café en restaurant met een groots terras. Op de eerste verdieping van het historische pand komen ruime ateliers waar winkelend publiek kan kennismaken met kunstenaars, het creatieve proces van dichtbij kan meemaken en kleding en kunst bij de bron kan kopen. In de straten rond Station Klarendal, de Hommelseweg en de Klarendalseweg, zijn nu bijna twintig artistieke ondernemers gevestigd, die mode in de breedste zin van het woord maken. Naast kleding zijn er tassen, accessoires, sieraden, schoenen, bruidsmode, badpakken en hoeden te vinden. Die concentratie van hippe ondernemers trekt ook aanverwante branches aan: zo zitten er in de straat ook een mode-fotograaf, een modellenbureau en een mode-illustratrice. Hier werken geen gesubsidieerde zonderlingen, want de winkels moeten wel degelijk hun levensvatbaarheid bewijzen; de enige ondersteuning die ze krijgen is voordelige huisvesting. DE MODEWINKELS IN KLARENDAL HEBBEN VERSCHILLENDE OPENINGSTIJDEN: OP DONDERDAG, VRIJDAG EN ZATERDAG ZIJN DE MEESTE WINKELS OPEN.


foto’s Eva Wassenburg

Driehoog achter in een obscuur straatje in Istanboel. De charme van 1001 nacht is ver weg, toch is de blauwe moskee vlakbij. Hier snijdt schoenenmaker Hassan Dünnbar omzichtig een laarsschacht uit zwart geborduurd fluweel, de felle bloem precies op de goede plek. Een heleboel handelingen later staat er een laars. Kleurrijk als een kindertekening en volslagen uniek.

door Eva Wassenburg

Het is bijna niet voor te stellen dat deze laars straks in een boetiek in Rodeo Drive, Beverly Hills, California staat. Toch is het zo. Met een prijskaartje van zo'n 1.500 dollar. Erkan Demir was tapijthandelaar tot hij bedacht dat het leuk zou zijn om de traditionele Suzani-kleden uit Oezbekistan te gebruiken voor laarzen. Boterzacht geitenleer aan de binnenkant en het kunstige borduursel van de Oezbeken aan de buitenkant. Inmiddels controleert hij de toevoer van Suzani-kleden uit Oezbekistan en helpt hij zo hele dorpen aan een vast inkomen. Tot Erkans grote verbazing werden de laarzen een hit. Ze passen naadloos in de behoefte aan kleur, ondersteund door de modetrends met etnische en folkdesigns. Suzani’s zijn het summum van individualiteit, want geen enkel kleed is hetzelfde. Kleur en motief zijn steeds anders. Daarnaast maakt ambachtsman Hassan steeds andere keuzes voor de uitsnede van de patronen.

Een blauwe bloem op de neus? Wit stiksel? Een paarse tulp? Als je in Istanboel bent, kun je het ook nog allemaal zelf bepalen. Hakhoogte, schachthoogte, in cowboymodel, als platte gypsylaarzen of met Italiaanse elegantie. Voor nog geen 100 euro in Istanboel te koop, voor 400 in Amsterdam gezien en de Amerikaanse jetset telt er 1500 dollar voor neer op Rodeo Drive. In tapijten handelt Erkan al een paar jaar niet meer. Hij exporteert Suzani-boots naar Australië en heeft winkels in Amerika, maar vooral Nederlandse vrouwen zijn gek op de laarzen, zo heeft hij gemerkt. Nu kan hij nog maar 8.000 paar per jaar maken, maar binnenkort betrekt hij een nieuwe fabriek en heeft hij nieuwe, snellere machines en meer personeel. Dan is de Suzani-boot klaar om de wereld te veroveren. Want je kunt nooit te veel kleur in je leven hebben, vindt Erkan. En gelijk heeft hij. DE LAARZEN ZIJN OOK TE BESTELLEN OP WWW.ARTEMISARTE.COM

Mode  

De wetten van de vier jaargetijden zijn anders dan die van de modeseizoenen.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you