Issuu on Google+

Belgie- Belgique P.B- P.P, 1650 Beersel BC 1646 P 209319 Afgiftekantoor Beersel

DH-magazine

magazine van Destelheide • Nr 26 • Jan-maa 2013

© Xavier Vankeirsbulck

JAARTHEMA STORIES EXPO MIJN OUDERS ZIJN MIJN OUDERS NIET JULIANA NEVES EN BABAFISH ALS ARTIEST IN HUIS HET GROTE PLEIN IS TE GAST

V.U. Guy Uyttebroeck, Destelheidestraat 66, 1653 Dworp. Destelheide wordt samen met de Hoge Rielen in opdracht van de Vlaamse Overheid beheerd door de vzw ADJ, Molenstraat 62, 2460 Kasterlee.


Destelheide Graag wil ik jullie van harte een gelukkig nieuwjaar wensen, eentje vol creatieve wensen en mooie mensen. Ook in Destelheide vliegen we er in 2013 weer in, met de eerste stappen van het masterplan infrastructuur die gezet worden en een blijvende goesting om bezoekende groepen en artiesten van harte welkom te heten en mooie herinneringen te bezorgen. Ook virtueel kan je Destelheide (her)beleven: op onze website werden

de foto’s en video’s van bezoekende groepen en de info over artiesten en tentoonstellingen onlangs extra overzichtelijk verzameld. Ondertussen is het winter geworden in Destelheide, wat altijd mooie natuurbeelden opleverde in het verleden. Ook de acteurs van Het Ongerijmde hebben zich op de promofoto voor hun nieuwe voorstelling goed ingeduffeld.

Zij kwamen, net als Juliana Neves & BabaFish, Ensemble Leporello en Cacao Bleu de afgelopen maanden als artiest in huis repeteren bij ons. Ze speelden try-outs voor de aanwezige groepen, die op hun beurt dan weer geregeld rond de tentoonstelling Nachtgedachten aan de slag gingen. Eén ding is zeker: Destelheide leeft! Guy Uyttebroeck, Directeur Destelheide.

Colofon Redactie: Filip Tielens Eindredactie: Lies Jacob Vormgeving: Nelson Branding & Communication Drukkerij: De Bie Oplage: 1500 exemplaren Verantwoordelijke uitgever: Guy Uyttebroeck – Destelheidestraat 66 -1653 Dworp

2

© Het Ongerijmde

Dit DH-magazine wil u graag informeren over het reilen en zeilen van Destelheide, haar educatieve dienst Dharts en de groepen die er verblijven. Destelheide is een vormingscentrum in Dworp dat in opdracht van de Vlaamse Overheid wordt uitgebaat door de vzw ADJ. In een rustige groene omgeving en een modern gebouwencomplex bestaande uit glas, beton en hout ontvangt Destelheide groepen die met jongeren werken. Wil u graag dit DH-magazine thuis ontvangen (gratis) of u inschrijven op onze digitale nieuwsbrief (4x/jaar), dan kan u dit aanduiden op www.destelheide.be. Ook via Facebook kan u op de hoogte blijven van onze activiteiten: u vindt ons als ‘Vormingscentrum Destelheide’.


Expo

NIEUW JAARTHEMA ‘STORIES’ Obama het.ik Apple heeft heeft het. Een goedbij verhaal. In het nieuwe jaarthema “Lange heeft tijd heb in de kophet. vanSinterklaas het peloton gefietst: ik heb alle grote ‘STORIES’ de tentoonstellingen Destelheide staat hetMaar verhaal – of het vermeende gebrek eraan huizen envan gezelschappen gewerktinen succes geoogst. het daagt me – centraal. Op welke manier vertellen kunstenaars tegenwoordig verhalen? In vier tentoonstellingen allemaal niet meer uit”. Stefan Perceval staat dan weer wel te springen om te gaat Destelheide operzoek stories in nieuwe Maar voor we in januari van start luisteren naar wat échtnaar in destraffe mensen omgaat tijdensvormen. de Zomeracademie, gaan metStefan de verhalen over volwassen geadopteerden (zieDromen”. verder), eerst nog een – hopelijk – sterk volgens “de pre-afdeling van het Ministerie van verhaal over hoe wij met verhalen omgaan. zij is een pop Een verhaal kan het kortst samengevat die aan wat touwtjes hangt opeenvolging worden als een van die buigt en rekt en strekt gebeurtenissen. Die kunnen waargebeurd zijn (non-fictie) of verzonnen (fictie). Deze pas als ze huis over hoofd opdeling is echter niet zo strikt. Fictieve besluit haar benen verhalen zijn altijd wel ergens gebaseerd op buiten hangenen weten, ook al spelen ze zich wat wetekennen af in een fantasy-wereld of geeft de aftiteling danst ze opgelucht aan dat “iedere gelijkenis met bestaande haar keurslijf uit op toeval berust. Andersom gebeurtenissen” vertellen non-fictieve verhalen ook nooit Marije HendrikxLaten we de opdeling tussen dé waarheid. fictie en non-fictie dus beschouwen als twee onbereikbare uitersten van één verhaallijn…

bestaat niet alleen meer op het tv-scherm, maar leeft voort op websites en in stripverhalen. De marketing heeft het belang van een sterk verhaal al lang begrepen. Door de veranderde vorm waarin verhalen gepresenteerd worden, kan het zijn dat verhalen minder eenduidig worden. Een kunstwerk zonder uitleg kan ons verwarren omdat het kader ontbreekt, maar net zozeer onze fantasie extra prikkelen... Andersom is het niet zo dat geschreven verhalen zonder beeld afgedaan hebben. Meestal is het boek beter dan de film omdat je in een boek je eigen verhaalwereld mag ontwerpen.

Sommige verhalen lijken een eeuwigheidswaarde te hebben. Zo lezen we nu nog steeds de Ilias en de Odyssee. De inhoud van verhalen verandert amper en als dat toch gebeurt, dan verloopt het erg traag. Maar om nu te zeggen dat alle grote verhalen verteld zijn (de postmodernisten) of dat de geschiedenis zijn einde heeft bereikt (Fukuyama na de val van de Berlijnse muur), dat is wat kort door de bocht. Mensen blijven steeds verhalen vertellen en creëren. Misschien is alles al wel eens verteld, maar nog niet door mij én zeker niet op mijn manier!

Tegenwoordig leven we in een beeldcultuur. Verhalen komen minder tot ons via taal dan via visuele prikkels. Bovendien zegt een beeld meer dan duizend woorden. Opeenvolgende beelden vertellen nog sterkere verhalen – al kunnen ze onze gedachten ook heel sterk sturen. Denk maar aan het beroemde Kuleshoveffect in films: beeld je een filmshot in waarin Angelina Jolie met open mond in de camera staart. Afhankelijk of er in het volgende shot een naakte Brad Pitt of een bommenwerper staat, zal je Jolie’s mond respectievelijk interpreteren als een teken van lust of angst.

Inhouden veranderen (bijna) niet, vormen wel. Een verhaal als de Odyssee leerde men vroeger uit het hoofd – in rijmvorm om het makkelijker te maken – en werd door troubadours doorverteld. Sinds de boekdrukkunst maakten gedichten steeds meer plaats voor proza en romans. Vertellen werd voorlezen. Een verhaal over vampieren werd later de film Dracula en recenter de serie True Blood. Hetzelfde verhaal in een andere vorm. Dat is ook het uitgangspunt van cross-mediaal werken: een tv-serie als ‘F.C. De Kampioenen’

In Destelheide denken we bij ‘STORIES’ niet aan sprookjesvertellers die van achter een boom op het domein tevoorschijn springen – hoewel, dat zou nog eens een idee zijn –, maar wel aan bijvoorbeeld collages van Instagramfoto’s waaruit je een eigen rode draad mag ontwarren, een gedanst verhaal gebaseerd op exotische mythes, verhalen vol heimwee of geluk die je terug kan lezen in de ogen van geadopteerden… Aan jou om het verhaal (mee) te verzinnen en om ons jouw verhaal te vertellen! ■ Filip Tielens

3


Expo Expo

MIJN MIJNOUDERS OUDERSZIJN ZIJNMIJN MIJNOUDERS OUDERSNIET NIET Van januari tot en met maart 2013 loopt in Destelheide de nieuwe tentoonstelling ‘Mijn ouders zijn mijn ouders niet’, die eerder al in Museum M in Leuven te zien was. Fotograaf Xavier Vankeirsbulck portretteert in deze expo achttien volwassen geadopteerden uit binnen- en buitenland, waarvan in het bijhorende e-book ook de verhalen werden opgetekend door journalist Robin Broos.

4

Hoe ontstond het idee om een boek en een tentoonstelling te maken over mensen die geadopteerd zijn? Robin Broos: “Fotograaf Xavier Vankeirsbulck zocht een onderwerp voor zijn eindwerk fotografie twee jaar geleden. Op dat moment was er in de media veel te doen om de omslachtige procedure die een homokoppel moest doorlopen om een kind te kunnen adopteren. Het beeld dat we voor ogen hebben bij adoptie is dat van een pas geadopteerd klein kind dat op Zaventem toekomt. Maar wat er achteraf met die mensen gebeurt, blijft vaak onbekend. Die mensen zijn misschien helemaal niet meer zo gelukkig als het beeld van een lachend kind op de luchthaven. Xavier was hierdoor gefascineerd en nam dit als uitgangspunt. Zoals elk goed idee is onze samenwerking ontstaan op café. Nog voor ik hem kon vragen of ik teksten bij de foto’s mocht schrijven, had hij me de vraag al gesteld (lacht). Ik vreesde dat mensen zonder begeleidende teksten bij de foto’s wat op hun honger zouden blijven zitten.”

“Er zijn evenveel verschillende verhalen als er geadopteerden zijn” Jij bent redacteur bij Radio 2. Sluit dit project goed aan bij jouw baan als journalist? “Goh, niet echt eigenlijk. Op het moment dat we met ‘Mijn ouders zijn mijn ouders niet’ begonnen, schreef ik nog voor Story. Dit project was dan ook een goed excuus om eens iets nuttigs met mijn leven te doen (lacht). Ik wilde al een tijdje iets naast m’n werk doen. Ondertussen ben ik programmamedewerker bij Radio 2, maar de items die op de radio komen zijn uiteindelijk nooit alleen maar ‘mijn ding’. Voor het boek en de expo hebben Xavier en ik echt de tijd genomen om ons eigen ei te leggen.”


GEADOPTEERD BE contac t • ondersteuning • advies © Xavier Vankeirsbulck

Robin Broos [l] en Xavier Vankeirsbulck [r]

Hoe was het om als buitenstaander die weinig te maken heeft met adoptie al die gesprekken te voeren? “We wilden zoveel mogelijk verschillende mensen interviewen om een brede waaier aan verhalen te kunnen vertellen. Ondanks het feit dat ik niets met het onderwerp heb, kan ik wel de gevoelens van mensen die geadopteerd zijn begrijpen. Als kind zijn mijn ouders gescheiden en dan maak je ook wel allerlei moeilijkheden mee waar je je tot probeert te verhouden. Een verhaal dat dicht bij mij stond is het verhaal van Tijs (zie verderop, FT), die ik al kende vanop het werk en waarvan ik wist dat hij geadopteerd was. Ik durfde hem eerst niet te vragen voor een interview omdat ik hem ken als een heel goedlachse jongen waar misschien niet “het grote verhaal” achter schuilgaat. Na vijf minuten babbelen werd Tijs echter al heel emotioneel en vertelde hij dingen die hij nog nooit eerder verteld had. Toen ik hem laatst tegenkwam op de gang, bedankte hij me nog voor wat ik gedaan had. Terwijl ik eigenlijk gewoon maar geluisterd heb naar zijn verhaal. Voor sommige mensen blijft het taboe om er over te praten groot, voornamelijk omdat ze niet ondankbaar willen zijn ten opzichte van hun adoptieouders. Geadopteerden hebben vaak het gevoel dat ze door op zoek te gaan naar hun biologische ouders afbreuk zouden doen aan wat hun adoptieouders al die jaren voor hen deden.” Gaan de meeste geadopteerden op zoek naar de band met hun biologische ouders? Nemen ze ook echt contact met hen op? “Er is eigenlijk maar één iemand die we gesproken hebben die zei dat ze niet met haar afkomst bezig was. Maar ik heb wel het gevoel dat die vraag binnenkort nog wel zal opspelen bij haar. Het is niet zo dat men afraadt om contact op te nemen met de biologische ouders. In het adoptiedossier staat er vaak al genoeg informatie om zelf op zoek te gaan en er zijn ook organisaties die je bij die zoektocht helpen. Bij de meeste mensen die uiteindelijk echt contact wilden opnemen met hun biologische ouders, is het niet gelukt of werd de ontmoeting toch een teleurstelling. Bijvoorbeeld wanneer de oorspronkelijke ouders uit een arm land afkomstig zijn, krijgt de ontmoeting tussen hen en die “rijke westerling” soms toch iets opportunistisch.”

5


Expo

Is er eigenlijk een groot verschil tussen binnenlandse en buitenlandse adoptie? “De meeste mensen die uit het buitenland geadopteerd worden, zien er duidelijk anders uit dan hun adoptieouders. Voor binnenlandse adoptie is dat meestal niet het geval. Zo was er een man met wie we spraken die pas op zijn 23ste te weten kwam dat hij geadopteerd was. Toen hij in het stadhuis wilde trouwen en dat gepaard ging met het tonen van zijn geboorteakte, kreeg hij plots een heel dossier mee naar huis waarin stond dat hij geadopteerd was. Zoiets gooit je leven toch wel even op zijn kop. Er zijn eigenlijk evenveel verschillende verhalen als er geadopteerden zijn. Je kan er moeilijk een rode draad in trekken, behalve dat iedereen op een of andere manier altijd wel bezig zal zijn met het feit dat hij of zij geadopteerd is.”

6

Waren de meesten nog erg jong toen ze geadopteerd werden? “Ja. Er was wel iemand met wie we spraken die pas een jaar of tien was toen hij geadopteerd werd. Dan wordt het wel complexer natuurlijk. Enerzijds omdat het moeilijk is om naar een nieuwe gezinssituatie te moeten verhuizen, maar anderzijds ook omdat er bij adoptie op iets oudere leeftijd vaak meer aan de hand is. Zo werd die jongen hier opgenomen in een pleeggezin omdat hij vluchteling was – hij kende zijn biologische ouders dus nog. Na verloop van tijd ging hij dat pleeggezin wel als zijn nieuwe ouders beschouwen.”

“Er rust toch nog steeds een taboe op het praten over adoptie”

Heb je veel reacties gehad toen de tentoonstelling liep in Museum M? “Bij de opening van de expo in M waren vele getuigen er. Velen kwamen ons vertellen dat het gesprek met ons iets betekend had voor hen of dat ze zich herkend hadden in de verhalen van andere geadopteerden. Ook voor de adoptieouders betekende die ontmoeting met andere gezinnen heel wat.” Nog een laatste persoonlijk vraagje: zou je zelf ook een kind willen of kunnen adopteren? “Kan je nu geloven dat ik verwachtte dat dat de vraag zou zijn die iedere journalist me op de opening van de expo in M zou stellen? Uiteindelijk kreeg ik van niemand die vraag, maar nu kan ik alsnog mijn goed voorbereidde antwoord vertellen (lacht). Dat is: ik weet het niet. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat adoptie een oplossing moet zijn voor het kind en niet vanuit mijn eigen wens moet voortkomen. Als er een mogelijkheid tot adoptie op mijn pad zou komen, zou ik er zeker over nadenken, maar ik vind niet dat het aan mij is om een kind te claimen. Dat is althans mijn persoonlijke mening. Het is zeker niet zo dat ik vind dat mensen niet mogen adopteren omdat ze dat zelf graag willen.” ■ Filip Tielens

De tentoonstelling ‘Mijn ouders zijn mijn ouders niet’ loopt van januari tot maart 2013 in de inkomhal van Destelheide. Het e-book is gratis te lezen en te downloaden via www.destelheide.be. De expo en het e-book werden gerealiseerd in samenwerking met geadopteerd.be en werden eerder al gepresenteerd in Museum M in Leuven.


Telex De expo Nachtgedachten viel in de smaak bij de aanwezige groepen. De eerste installatie met projecties werd geregeld gebruikt om gezellig in te soezen of de dag te evalueren, en enkele groepen tekenden ook in op de workshops die aangeboden werden tijdens de tentoonstelling. ■ Na de try-out van Juliana Neves en BabaFish kregen de aanwezige studenten van de HUB een vragenlijst/ kwisje over zichzelf om te testen of ze eerder een persoon zijn die risico’s neemt en een sprong in het onbekende zal wagen (‘jump’) of dat ze liever het zekere boven het onzekere verkiezen en twijfelen om roekeloze beslissingen te nemen (‘fall’). De anoniem ingediende resultaten werden statistisch omgerekend tot percentages zodat de deelnemers zich achteraf konden vergelijken met ‘de gemiddelde student’. ■ In oktober was theatergezelschap Het Ongerijmde als artiest in huis te gast. Zij repeteerden drie weken aan hun nieuwe voorstelling Kwakzalver, die nog tot maart op tournee is doorheen Vlaanderen. In de kerstvakantie kwam ook Cacao Bleu in residentie in Destelheide om materiaal te verkennen voor een op poten staande dansfilm. Voor 2013 hebben al bevestigd als artiest in huis: SKaGeN, Sofie Palmers en Katrien Pierlet, Juliana Neves en BabaFish, en Flip Kowlier! ■ Na hun erg geslaagde productie ‘Twee meisjes en een schurk’ (waarvoor ze ook in DH repeteerden) kwamen Annelore Stubbe en Mieke Laureys van Ensemble Leporello als artiest in huis de eerste stappen zetten voor wat een nieuwe theatervoorstelling zou kunnen worden. Over het thema mogen we nog niet veel verklappen, behalve dit: aaargh! (Piratees voor ‘hallo!’).

‘Twee meisjes en een schurk’ © Kurt Van der Elst.

Lies Jacob en Filip Tielens van Dharts, de educatieve dienst van Destelheide, stappen mee in twee nieuwe kunsteducatieve netwerken: ENCE Brussel, dat alle partners die met kunst, cultuur en jongeren uit de ruime omgeving van Brussel verenigt; en de expertisegroep cultuur en cultuureducatie van Steunpunt Jeugd (vanaf 1 januari: De Ambrassade). ■ Personeelnieuws: John Abraham wordt vanaf 2013 coördinator techniek en onderhoud. Directeur Guy Uyttebroeck is voorzitter geworden van het CPBW en het syndicaal overleg van de vzw ADJ. Dit voor een periode van 1 jaar. Nadien neemt de directeur van De Hoge Rielen, Bert Mellebeek, de beurtrol van het jaarlijks voorzitterschap over. ■ Naast de nieuwsbrief kreeg ook de website van Destelheide een nieuw likje verf. Je vindt er nu een volledig overzicht terug van alle tentoonstellingen en artiesten in huis die al in Destelheide te gast waren. Bij ‘Foto en video’ kan je op een handige manier het up-to-date beeldmateriaal terugvinden per categorie: De Zomeracademie, expo, artiest in huis, te gast, 40 jaar Destelheide en (het domein van) Destelheide zelf. ■ Ondertussen is er ook nieuws op het vlak van het nieuwe masterplan infrastructuur voor Destelheide. De Vlaamse Bouwmeester koos acht sterke kandidaten uit een totaal van vijftig, waarvan nu door het team van de Bouwmeester, de Afdeling Jeugd, het FOCI en directeur Guy Uyttebroeck een selectie van vier architectenbureaus is overgebleven. Zij krijgen tot februari de kans om een ruwe versie van hun toekomstplannen voor het domein van Destelheide in te dienen. In maart wordt dan de uiteindelijke winnaar gekozen wiens plannen gerealiseerd zullen worden.

7


Expo

HET VERHAAL VAN TIJS MAGAGI (26) “Ik voel mij overal en nergens thuis, een heel dubbel gevoel. Thuis is de basis, maar ik trek graag rond. Het zit in mijn bloed, ik stam af van Nigerijnse nomaden. Ik heb ooit maandenlang in Suriname gezeten, ook in Spanje. En nu wil ik naar Zweden, ik ben zelfs de taal aan het leren. Zolang ik weet dat ik achteraf nog altijd terug naar België kan komen. Mijn veilige thuishaven.”

8

© Xavier Vankeirsbulck


“Mijn verhaal is het verhaal van mijn ouders. Ik was maar drie, dus wat ik me herinner is veelal ingegeven door wat zij erover verteld hebben. Mama en papa werkten in Niger. Ze konden geen kinderen krijgen en wilden ginder een kindje adopteren. Maar hun eigen ouders waren erg katholiek en vooral langs papa’s kant zagen ze die onbeantwoorde kinderwens als voorbestemd. Adopteren was dus uit den boze en het adopteren van een zwartje al helemaal. Misschien daarom dat papa er meteen voor wilde gaan.” “Ik heb mijn ouders voor het eerst gezien in het weeshuis van Niamey. We waren aan het voetballen, maar uit schrik liepen vele kindjes weg. Twee blanken, dat was ginder erg ongewoon. In een onnozele bui ben ik naar die twee mensen gelopen en heb ik de bil van papa gegrepen. Een vertederend tafereel, zo bleek. Op dat moment hebben ze beslist om mij in huis te halen. Al duurde het dan nog enkele maanden eer alles rond zou zijn.“ “Het leven in het weeshuis was hard. We sliepen met z’n zessen in één bed, we moesten vechten om eten. Gelukkig was er Abdul, een jongen van een jaar of vijf ouder. Hij ontfermde zich over mij en mijn vriendinnetje Sarah. Voor mij was hij als een grote broer. Uiteindelijk werden alleen Sarah en ik aan een gezin toegewezen. Logisch, wij waren nog erg jong en schattig. Maar ik vrees dat Abdul in het weeshuis volwassen is geworden, als hij het al overleefd heeft. Een vreselijke gedachte, want ik weet zeker dat ik het zonder hem nooit had gered en daar heb ik ‘m niet eens voor kunnen bedanken. We hebben geen afscheid kunnen nemen. Op een ochtend kreeg ik propere kleren aan, stond mijn papa voor de deur en reden we samen naar een mooi huis met zwembad. Sarah en Abdul heb ik nooit meer teruggezien.“ “Het was wennen. De eerste weken durfde ik niet alleen gaan slapen. Ik had ook schrik van de knuffelbeer die ik kreeg, zoiets had ik nog nooit gezien. Om het me wat aangenamer te maken hebben mijn ouders vrij snel beslist om ook een pasgeboren meisje te adopteren. Het was even wachten op nieuws uit het weeshuis en ik herinner me nog de woorden waarmee we het te horen kregen: “Il y a une nouvelle arrivage.” Allemaal baby’s in kartonnen dozen waaruit ik eentje mocht kiezen. Het schattigste zwarte dingske dat ertussen lag, dat zou m’n zusje worden. Iris was toen nog maar zeven dagen oud, drie maanden later was ze al bij ons. Vanaf dan ging alles goed.“ “Ik heb m’n zusje altijd erg in bescherming genomen. Nog steeds, eigenlijk. Niemand mag een vinger naar haar uitsteken en dat gevoel had ik zeker toen we voor het eerst naar België vlogen. Het was ook erg nieuw. De eerste keer in een vliegtuig, de eerste sneeuw, het was ontzettend koud. En eenmaal in Zaventem stond er een dikke tante ons op te wachten. Ik schoot meteen achter de benen van mijn papa, zo vreemd allemaal.“

“Diezelfde dag werd ik gedoopt en tijdens het feest achteraf ben ik onopvallend naar het spreekgestoelte gelopen. Ik nam de microfoon en riep: “Amen.” Iedereen keek om, ik probeerde subtiel weg te lopen. Dat stoer doen en in de belangstelling willen staan heeft er altijd wel ingezeten. En het bewees dat ik me daardoor snel op m’n gemak kon voelen.“ “Tot mijn zesde hebben we in Afrika gewoond. Dan is mama tegen ieders verwachting in toch zwanger geraakt. We zijn meteen naar België verhuisd, want een bevalling ginder zag ze niet zitten. Niels werd als eerste geboren, hij kreeg als tweede naam Abdul naar mijn vriendje in het weeshuis. Daarna kwam Anaïs. We zijn dus met vier thuis. Twee zwarte, twee witte. Voor ons was dat heel normaal, de jongste twee hebben het nooit anders geweten. Voor hen ben ik gewoon hun broer, ook al heeft mijn vel een andere kleur.“

“Op mijn veertiende kwam er thuis een brief waaruit bleek dat mijn biologische ouders gestorven waren. Het deed me niks.” “Als kind ben ik nooit erg met mijn afkomst bezig geweest. Op mijn veertiende kwam er thuis een brief waaruit bleek dat mijn biologische ouders gestorven waren. Het deed me niks, al denk ik nu dat het ergens een geruststelling was. Ik hoefde niet meer terug. Mijn zus Iris heeft die hunker wel, misschien omdat zij helemaal geen herinneringen aan Afrika heeft. Onlangs hebben m’n ouders voorgesteld om met het hele gezin terug te gaan, maar ik wil niet terug. Ik heb schrik voor de shock en het maakt me kwaad dat Iris niet eens beseft dat er een shock zal zijn. Bovendien vind ik het onrespectvol tegenover mijn ouders om ginder naar haar biologische ouders te gaan zoeken. De enige band die we nog met Niger hebben, staat op papier. Dat is onze tweede naam.“ “Ik dank mijn ouders dat ze mij in dat weeshuis gekozen hebben. Of moet ik zeggen: ik dank mezelf dat ik die bewuste dag naar mijn papa heb gegrepen? Want zonder dat was ik hen misschien niet opgevallen en was ik er misschien niet meer geweest. Ik probeer daar niet vaak bij stil te staan, dan word ik verdrietig van het idee dat ik ginder kinderen heb achtergelaten die nooit de kans hebben gekregen om iets van hun leven te maken. En dan overvalt me de gedachte wat voor ’n geluksvogel ik ben. Voor een jongen van Niger doe ik het toch niet slecht, hoe moeilijk ik het soms ook heb om dat te aanvaarden.“ ■ Robin Broos

9


Artiest in huis

SPRINGEN OF VALLEN MET JULIANA NEVES © Filip Tielens

10

Juliana Neves is danseres (o.a. bij Alain Platel), circusartieste (o.a. bij Cirque du Soleil) en dansdocente van De Zomeracademie 2012. Samen met de drie dames van het circusgezelschap BabaFish was ze twee weken als artiest in huis te gast in Destelheide om er te werken aan een nieuwe circusen dansvoorstelling. ‘Jump or Fall’ gaat over de passionele en moeilijke keuzes die je in je leven maakt en over hoe je die beslissingen soms aarzelend uit de weg probeert te gaan.


Waarom wilde je graag met de dames van BabaFish samenwerken? Juliana Neves: “Ik zag in 2011 hun debuutvoorstelling ‘I, Mistress & Wife’. Na afloop was ik wat gefrustreerd: er zat veel potentie in de voorstelling, maar een aantal dingen – zoals hun luchtact en de overgangen tussen circus en dans – konden volgens mij nog verbeterd worden. Ik vroeg aan een vriend die mee was of ik misschien een aantal dagen hun voorstelling zou mogen coachen. Een tijdje later kreeg ik een e-mail van een van de meisjes van BabaFish. Ze waren wel benieuwd naar een samenwerking, maar waren ook wat sceptisch omdat ze al enkele minder positieve ervaringen met choreografen achter de rug hadden. Daardoor hadden ze ooit beslist om enkel nog als collectief door te gaan en samen de beslissingen te nemen. Ik heb als het ware een auditie moeten doen om met hen te mogen samenwerken (lacht).

Het is niet de eerste keer dat je rond het thema van ‘Jump or Fall’ werkt? “Het idee ontstond al in 2006. Ik kreeg toen een beurs in Brazilië om rond een Britse artiest te werken. Ik koos het schilderij ‘Whether to jump or fall’ van Gary Hobbs. Ginds werkte ik met drie danseressen, maar dat verliep niet zo vlot. Tijdens enkele residenties in Kortrijk en Istres ging ik later verder in op het idee samen met enkele zeer straffe dansers van Les Ballets C. de la B. We toonden er ons workin-progress en kregen er positieve reacties op, maar we besloten toen om niet verder aan de voorstelling te werken. Onze agenda’s waren te druk, niet iedereen zag het zitten om voor jongeren te werken, en ik werd zwanger. Maar nu dus derde keer, goede keer (lacht). Omdat er in de eerdere versies van ‘Jump or Fall’ al een beetje circus zat, denk ik dat ik de voorstelling met de dames van BabaFish drie stappen hoger zou kunnen brengen.”

“Ik had het geluk om bij Cirque du Soleil te spelen toen het nog niet zo groot was als nu”

Je gebruikt in ‘Jump or Fall’ de muziek van Beethoven. Waarom? “Mijn vader en mijn peter waren grote fan van Beethoven, dus ik groeide als kind al op met klassieke muziek. Later las ik een biografie over hem waaruit bleek dat alles hem tegenzat tijdens zijn leven. Zijn vader sloeg hem, zijn familie hing uit elkaar, hij had geen geld… Ondanks alles wilde hij toch de grootste componist van zijn tijd worden, en daar is hij ook in geslaagd. Hij was nogal arrogant tegenover zijn opdrachtgevers en gedroeg zich als een verwaand genie. Maar hij besloot er wel steeds voor te blijven gaan, wat goed past bij het thema van de voorstelling. Zo componeerde Beethoven zijn negende symfonie terwijl hij compleet doof was! Je moet het maar durven.”

Toen ze repeteerden voor een herneming, vroegen ze of ik eens twee dagen wou langskomen. Ook al hadden ze geen geld om me wat te betalen, toch ben ik er uiteindelijk de hele week gebleven. We hebben toen onder andere de rode draad uit ‘I, Mistress & Wife’ veel duidelijker gemaakt. Toen ik onlangs met ‘Jump or Fall’ een idee had om een voorstelling voor tieners te maken, wilde ik heel graag dat zij hierin zouden meespelen.”

Waarom combineer je eigenlijk zo graag dans en circus? “It’s just my life, I guess. Ik was als kind een gymnaste en deed ook aan ballet. Later ging ik nog circus volgen. Ik was gefascineerd door het werk van Philippe Decouflé en de manier waarop hij circus en dans kon vervlechten. Het zag er allemaal niet te gevaarlijk uit en er was geen sprake van tussentijds hengelen naar applaus zoals je wel vaak bij circus ziet. Die kruisbestuiving wilde ik later ook zelf gaan opzoeken. Blending acrobatics with dance is a neverending research.” Is ‘Jump or Fall’ jouw eerste grote eigen productie? “Vorig jaar werkte ik in Brazilië als choreografe en co-regisseuse aan een voorstelling over een gedicht van een bekende Braziliaanse dichter. Toen kriebelde het om echt met mijn eigen werk verder te gaan. Het is allemaal nog nieuw en fris voor me, want het is van voor mijn periode bij Cirque du Soleil geleden dat ik nog zelf voorstellingen maakte. Ik heb wel een tijdje als artistiek assistent gewerkt voor Alain Platel en als artistiek verantwoordelijke voor de tour van zijn voorstelling ‘VSPRS’, maar daarna had ik toch weer zin om meer zelf te dansen (lacht).” Waarom werk je zo graag samen met Alain Platel? “I call him my captain. De genereusheid en het respect waarmee hij met zijn spelers omgaat, heb ik nog nooit gezien. Hij laat de vertolker voelen dat het allemaal om hem draait en geeft je de kans om op je eigen tempo je verhaal kwijt te kunnen in de voorstelling. De kloof tussen regisseur en speler is bij hem erg klein, als danser kan je ook zelf de leiding nemen tijdens de repetities. Het blijft fascinerend om met hem samen te werken. I think he’s a master. Ik hoop dat hij voor eeuwig in mijn leven blijft (lacht).”

11


Artiest in huis

12

Daarvoor speelde je bij Cirque du Soleil. Hoe was dat? “Ik was een van de hoofdfiguren uit de oorspronkelijke versie van ‘Dralion’. Ik deed de creatie en de NoordAmerikaanse tour, maar ging niet meer mee op de Europese tournee. Als je naar de dvd kijkt die nu nog steeds verkocht wordt, zie je mij (lacht). Bij hen spelen was een fantastische periode. Ik heb er zeker geen spijt van. Ik had het geluk om bij Cirque du Soleil te werken op een moment dat het gezelschap nog niet zo groot was als nu: toen liepen er ‘maar’ zes voorstellingen tegelijk – wat nog altijd veel is natuurlijk. ‘Dralion’ was ook de eerste voorstelling nadat de bekende Belgische regisseur Franco Dragone opstapte. Er was toen nog veel ruimte om met de nieuwe regisseur te overleggen. Tegenwoordig is Cirque du Soleil een echt bedrijf geworden, merk ik aan de reacties van circusartiesten die er nu spelen. Maar het blijft wel een ongelofelijke ervaring om tien voorstellingen per week te kunnen spelen voor telkens 2500 mensen. Daarom denk ik dat circusartiesten het nog altijd eens moeten proberen bij Cirque du Soleil. Als een van de weinige plekken in het circus kan je er ook goed geld verdienen. Met de centjes die ik er als jonge artiest verdiende, heb ik later hier in België mijn huis kunnen betalen.” Een persoonlijk vraagje: op welke momenten in jouw leven besloot je om gewaagde keuzes te maken, zoals in het thema van ‘Jump or Fall’? “Toen ik de kans kreeg om bij Cirque du Soleil te gaan spelen, moest ik een heel harde keuze maken. Ik was in Brazilië net aangenomen bij een danscompagnie, waardoor ik al de moeite had gedaan om te verhuizen naar de repetitieplek in het midden van Brazilië. Geen evidente keuze, maar mijn toenmalige echtgenoot steunde me.”


“Drie weken voor de première bij dat gezelschap gaf mijn man me de hoorn van ons antwoordapparaat door: Cirque du Soleil belde met de vraag of ik niet bij hen wilde komen spelen! Dat had ik totaal niet meer verwacht, aangezien de auditie die ze in Brazilië deden al een jaar voorbij was. Ik hing de telefoon op en huilde lange tijd. Ik vond het verschrikkelijk: net nu ik ervoor gekozen had om te dansen, ik eindelijk in een gezelschap zat en de tijd van mijn leven meemaakte, kreeg ik zo’n vraag van het beste circus ter wereld. Ik sprak erover met de regisseurs van het dansgezelschap en ze zeiden me: ‘Juliana, you have to go’. Ze wilden me die kans niet misgunnen.“

“Het was een gewaagde keuze om naar Europa te komen om hier te willen dansen.” “Of het een ‘jump’ of een ‘fall’ was, weet ik niet. Uiteindelijk koos ik niet zelf: ik werd gevraagd door Cirque du Soleil en het dansgezelschap besloot om me te laten gaan, dus ja (lacht). Ik was toen in 1998 ook de eerste Braziliaanse die gevraagd werd om bij Cirque du Soleil te gaan spelen, dus dat kon ik toch niet weigeren? Anders zouden de vijf artiesten uit Rio de Janeiro die me later zouden volgen die kans misschien niet meer gekregen hebben.“

Was je beslissing om later naar België te verhuizen wel een eigen keuze? “Ja. Na een contract van 3,5 jaar bij Cirque du Soleil en na exact 1001 voorstellingen gespeeld te hebben, had ik er genoeg van. Mijn man was me toen ook al gevolgd naar Cirque du Soleil in Canada. Het was een prachtige liefdeskeuze: hij liet alles voor me achter! Na één jaar werd hij ook clown in ‘Dralion’. Wat een gelukkig toeval! We werkten een tijdje samen, maar toen wilde ik naar Europa vertrekken om weer meer te kunnen dansen. Ik dacht dat hij me ook nu zou volgen. Niet dus (lacht). Hij bleef nog tien jaar bij Cirque du Soleil.” “Het was een gewaagde keuze om terug te keren naar de hedendaagse dans. Ik liet een vast inkomen achter en had helemaal geen idee in welk land en bij welk gezelschap ik zou terechtkomen. Het duurde een jaar voor ik een job had in Europa. Ik ben zelfs twee maanden in China gaan dansen! Uiteindelijk kon ik met mijn jeugdidool Philippe Decouflé voor een kort project samenwerken, nadat ik hem echt gestalkt had (lacht). Toen vroeg een meisje in die productie me of ik geen zin had om mee te komen naar een auditie bij Alain Platel. Ik had nog nooit van hem gehoord en het scheelde ook niet veel of ik was nooit bij hem terechtgekomen. Eigenlijk was de deadline voor de inschrijving van de auditie al voorbij, maar dat meisje zei dat ik maar gewoon moest meegaan en zeggen dat ik nog maar net uit Brazilië was aangekomen ofzo – wat dus niet klopte (lacht). Had ik dat toen niet gedurfd, had ik nu nooit tien jaar bij Alain Platel gedanst!” ■ Filip Tielens

13


DH-Bezoeker

CRAZY SWING CAMP In december werd Destelheide voor het tweede jaar op rij een weekend lang omgetoverd tot het Harlem van de lage landen. Zo’n 240 liefhebbers van de lindy hop kwamen zich de benen van onder het lijf dansen op de leukste muziekjes van de jaren dertig en later. Geneviève Vermylen organiseert dit Crazy Swing Camp. Wij vroegen haar wat lindy hop nu precies is, waar die gekke naam vandaan komt en waarom de dans zo populair is geworden de afgelopen jaren. Geneviève Vermylen: “We organiseren het Crazy Swing Camp met onze organisatie Apollo Swing. De naam van ons clubje verwijst naar het Apollo Theatre uit New York, een van de belangrijke plaatsen voor de lindy hop in de jaren dertig. Deze dans ontstond uit de Afro-Amerikaanse cultuur en werd ook erg populair bij blanke Amerikanen. De lindy hop wordt gedanst op swing en jazzmuziek en stamt eigenlijk af van de charleston. Er is een grappige anekdote over hoe de dans aan haar naam kwam: in 1927 slaagde Charles Lindberg er als eerste in om een transatlantische vlucht te maken. Lindy was de bijnaam van Charles Lindberg. Overal in de kranten stond toen ‘Lindy hops the atlantic’. De indertijd nog naamloze dans ontleende haar naam dus aan deze woordspeling (lacht).”

14

© Robin Dua

“Lindy hop is een koppeldans. De sociale kant van de dans is erg belangrijk, het werd vroeger gedanst op bals en feesten. Van meet af aan werden er ook al competities georganiseerd, waarbij de aerials (het luchtwerk) en erg snelle ritmes een belangrijke rol innamen. In onze dansorganisatie en op het Crazy Swing Camp is het sociale aspect van de lindy hop belangrijker dan de competitie. De lindy hop evolueerde later nog richting jive en rock ’n roll, om daarna even in de vergetelheid te belanden. Sinds de jaren tachtig en zeker gedurende het laatste decennium werd de dans weer erg populair. Vooral bij de jonge generatie tussen 20 en 35 jaar is lindy hop tegenwoordig erg geliefd. Volgens mij is het een combinatie van factoren die deze dans zo hip maakt: de muziek is erg aantrekkelijk, het is een joviale dans die je met z’n tweetjes kan dansen, en de vintage stijl is tegenwoordig ook erg in – denk maar aan de vele nostalgische tv-series die verwijzen naar de jaren ’40 en ’50.”


15

“Lindy hop neemt een hoge vlucht in ons landje.”

© Robin Dua


DH-Bezoeker

16

© Robin Dua

“Op het Crazy Swing Camp nodigen we telkens de beste lesgevers van de hele wereld uit. Zij komen twee dagen workshops geven in Destelheide, toegepast op het niveau van de deelnemers. Waar we tien jaar geleden op soortgelijke events misschien tien procent Belgen en negentig procent buitenlanders aantroffen, is de verhouding nu ongeveer zeventigdertig. Lindy hop neemt een hoge vlucht in ons landje. Maar niet alleen hier hoor, in Zweden is lindy hop al jaren een doorslaand succes en ook in Nieuw-Zeeland en andere verre landen staat de dans terug op de kaart. Het niveau van de lesgevers is de laatste jaren ook aanzienlijk

gestegen. Zij reizen voortdurend de wereld rond om les te geven op lindy hop bals zoals het onze. Onder de naam de Ninjammerz brachten onze lesgevers op het Crazy Swing Camp ook een eigen optreden ’s avonds, waarin ze erg spectaculaire en theatrale acts dansten.”

selectie te maken die naar een volgende ronde mag. We willen ook het publiek laten beoordelen via een applaussysteem welke dansers de beste zijn. Het is zeker niet alleen de techniek die hierbij de doorslag geeft, maar ook de uitstraling en het plezier van de dansers.”

“We organiseren ook telkens allerlei toegankelijke competitieformules, zoals de ‘Jack & Jill’. Bij deze wedstrijd krijgen leiders en volgers elk een nummer opgespeld, maar weet je op voorhand niet met wie je allemaal zal dansen. Er worden verschillende soorten muziekjes opgelegd en de lesgevers lopen tussen de dansers door om een

“Hopelijk wordt het Crazy Swing Camp een jaarlijkse traditie in Destelheide. Voor de volgende editie willen we alvast uitpakken met een nieuw concept en nieuwe lesgevers, zodat we onze grote groep deelnemers telkens opnieuw een onvergetelijk weekend kunnen bezorgen.” ■ Filip Tielens


DH-Bezoeker

HET GROTE PLEIN In deze rubriek belichten we organisaties die in Destelheide op bezoek komen. Het Grote Plein is een vormingsorganisatie die werkt met volwassenen met een mentale en eventuele bijkomende fysieke beperking. In december waren zij opnieuw bij ons te gast voor een expressiemeerdaagse over dromen. Wij spraken met vormingsverantwoordelijke Ilke van der Geest. “Met Het Grote Plein geven we vormingen over zeer uiteenlopende thema’s aan mensen met een verstandelijke handicap: natuur, cultuur, ‘kijk op jezelf’, ‘ik en de andere’… Zo doen we bijvoorbeeld een Italiaanse kookcursus. Daarin gaan we dan na waar Italië ligt, wat de mensen er eten en waarin ze van ons verschillen. We doen ook vormingen over kunstenaars als Keith Haring, organiseren meerdaagsen op een boerderij, maken uitstapjes naar Parijs of Amsterdam en gaan op inleefreis naar verre landen. Daarnaast geven we ook vorming aan begeleiders van personen met een beperking. Binnenkort staat er een vorming over werken met figuren en poppen op het programma, net als een workshop basale stimulatie in duo. Dit laatste is vooral geschikt voor begeleiders van mensen met een zware beperking die moeilijk contact kunnen maken met anderen. Door middel van onder andere klankschalen en massagetechnieken leren we hoe begeleiders met deze doelgroep kunnen communiceren.” “Wij richten ons in onze vormingen op mensen met een lichte of matige beperking. De meeste andere organisaties werken enkel voor personen met een lichte handicap, maar wij vinden dat ook zij die het wat moeilijker hebben het recht hebben om eens buiten hun instelling te komen en andere mensen te leren

kennen. Als ik ’s avonds na mijn werk thuiskom, neem ik een andere rol aan: als vriend, partner etc. We willen ook deze doelgroep de kans bieden om eens in een andere rol te stappen. De meesten onder hen verblijven immers in een leefgroep van een tiental personen, al zijn er ook die met een viertal anderen met een mentale beperking samenleven of nog bij hun ouders wonen.”

“Als ik in het weekend op café ga, heb ik telkens veel te vertellen” “Er zijn een aantal organisaties die vergelijkbare activiteiten organiseren als ons. De meesten van hen werken op geografische basis. Zo bestrijken we met Het Grote Plein de regio Ternat-Mechelen-Geel. Eén van die projecten waarin wij met onze organisatie een focus kunnen leggen, heet ‘Afscheid van het leven’. In die vormingen maken we mensen met een verstandelijke beperking bewust van het feit dat het leven eindig is en hoe daarmee om te gaan. Dat doen we door veel te praten – er zijn er onder hen die zelf al verlieservaringen achter de rug hebben –, maar ook door bijvoorbeeld een crematorium en een kerkhof te bezoeken.”

17


DH-Bezoeker “De meeste mensen die in onze sector werken hebben sociaalcultureel werk, orthopedagogie of een vergelijkbare opleiding achter de rug. Het is belangrijk dat je weet hebt van de specifieke eigenschappen van je doelgroep(en). Al kan je er ook wel al doende achter komen dat mensen met het syndroom van Down goed kunnen dansen en erg lenig zijn, maar dat ze dan weer moeite hebben met slikken. We werken ook samen met een aantal vrijwilligers die ons bijstaan. Zij hoeven niet per se geschoold te zijn. We hebben een leuk groepje vrijwilligers, maar er is zeker nog plaats voor nieuwe enthousiastelingen.”

18

“Zelf heb ik eerst negen jaar als administratief bediende gewerkt. Ik dacht na verloop van tijd dat er iets mis met me was (lacht). Ik werkte namelijk niet graag. Bij de VDAB keken ze naar mijn profiel en zagen ze dat ik een uitdaging miste. Ik wist voor mezelf al wel dat ik graag vorming wilde geven, maar had aanvankelijk toch wat schrik om dat met personen met een handicap te doen. Ik kon een stage doen bij Het Grote Plein en zo is de bal voor mij aan het rollen gegaan. Ik heb nu echt een droomjob. Er gaat geen dag voorbij waarop ik me verveel. Als ik in het weekend met vrienden op café ga die een hele week aan een bureau werken, heb ik tenminste iets te vertellen.”


“We komen al een aantal jaren naar Destelheide voor onze expressiemeerdaagsen. Ieder jaar kwam er een discipline bij. Ondertussen zijn we met dertig deelnemers die verdeeld zijn over beeld, theater, dans en muziek. In december werkten we rond het thema dromen. Op het einde van de week organiseren we telkens een toonmoment voor vrienden, familie en begeleiders. De resultaten zijn voor ons niet zo belangrijk, het is het proces dat telt. Veel deelnemers hebben na zo’n toonmoment een wow-gevoel, al zijn ze vooraf telkens heel zenuwachtig (lacht). Het is fijn dat we met onze hele groep samen in De Slekke kunnen verblijven. Toen we laatst op boerderijstage waren, sliepen ze op dezelfde gang als kinderen en moesten ze de was- en sanitaire faciliteiten met hen delen. Dat is toch niet zo handig. Het enige nadeel van verblijven in De Slekke is dat we telkens over de ‘Dworpse bergjes’ moeten naar onze lokalen. Als je dan twee rolstoelen moet voortduwen en ook nog iemand bij de hand moet houden, is dat niet altijd even makkelijk (lacht).”

“We waren tijdens de Sinterklaasperiode in Destelheide. We hebben op onze expressiestages telkens iemand mee die erg geobsedeerd is door de Sint. Zo ging hij tijdens de koffiepauzes vaak naast leerkrachten van de aanwezige scholen zitten om op hun baard te wijzen en hen te vertellen dat ze Sinterklaas waren (lacht). Ook voor mensen in een maatpak heeft hij een zwak. Zo nam hij vorig jaar in Destelheide jullie directeur mee om hem zijn schilderijen te tonen. Hij won ooit al een prijs voor een van zijn kunstwerken, zonder dat er bij de inzending verteld was dat de maker een mentale beperking had. Ook mensen met een beperking hebben wel degelijk talent.” ■ Filip Tielens

19

© Het Grote Plein


Gelukkig nieuwjaar! 20

Š Evy Raes


DH-magazine 26 - jan-feb-maa 2013