Page 1

Belgie- Belgique P.B- P.P, 1650 Beersel BC 1646 P 209319 Afgiftekantoor Beersel

DH-infoblad

Informatieblad van Destelheide -Nr 24

Expo Griet Herssens Stijn Meuris en Cacao Bleu als Artiest in huis Zomeracademie 2012 Š Griet Herssens

V.U. Guy Uyttebroeck, Destelheidestraat 66, 1653 Dworp. Destelheide wordt samen met de Hoge Rielen in opdracht van de Vlaamse Overheid beheerd door de vzw ADJ, Molenstraat 62, 2460 Kasterlee.


Destelheide Deze brochure wil u graag informeren over het reilen en zeilen van Destelheide. Destelheide in Dworp, is gebouwd op maat van jongeren en functioneert volledig ten dienste van groepen die met jongeren werken. Een modern, gedurfd en gezellig gebouwencomplex van glas, beton en hout in een rustige groene omgeving wordt in opdracht van de Vlaamse Overheid door vzw ADJ beheerd en uitgebaat. In dit DH-infoblad zetten we enerzijds de activiteiten van de interne educatieve dienst (dharts) in de kijker. Anderzijds berichten we over de laatste Destelheide-nieuwtjes en de activiteiten van de verblijvende groepen. Indien u dit DH-infoblad thuis wil ontvangen, dan kan u altijd uw adresgegevens achterlaten op dharts@destelheide.be Veel leesgenot!

Š Wannes Nimmegeers

2

Colofon Redactie: Filip Tielens, Lies Jacob Vormgeving: Nelson Branding & Communication Drukkerij: De Bie Oplage: 1500 exemplaren Verantwoordelijke uitgever: Guy Uyttebroeck – Destelheidestraat 66 -1653 Dworp


Zomeracademie Zomeracademie Stefan Perceval, Minister van Dromen

Stefan Perceval, Minister van Dromen “Lange tijd heb heb ik “Lange tijd ik in in de de kop kop van van het het peloton peloton gefietst: gefietst: ik ik heb heb bij bij alle alle grote grote huizen en gezelschappen gewerkt en succes geoogst. Maar het daagt me me huizen en gezelschappen gewerkt en succes geoogst. Maar het daagt allemaal Stefan Perceval Perceval staat staat dan dan weer te springen springen om om te allemaal niet niet meer meer uit”. uit”. Stefan weer wel wel te te luisteren naar wat er écht in de mensen omgaat tijdens de Zomeracademie, volgens Stefan “de pre-afdeling pre-afdeling van van het Ministerie Ministerie van van Dromen”. Dromen”.

Jouw atelier atelierheet tijdens ‘Schrijven de zomerom te bloggen, spelen academie heet en ‘Schrijven vertellen’. omZegt te dat het helemaal? bloggen, spelen en vertellen’. Zegt “Ja.het dat Eigenlijk helemaal? zijn we in die workshop vooral “Ja. Eigenlijk bezig zijn metwejezelf in dieonszelf workshop te zijn. We bezig vooral kijken hoe metweonszelf ons schriftelijk te zijn. kunnen We kijken uiten hoe en we hoeons we dat schriftelijk datgene dat we willen kunnen uiten vertellen en hoe we daarna dat dan eventueel op een scène op eenkunnen scène tetonen kunnen of tonen op hetofinternet op het internet kunnen tedelen. kunnen Ik delen. Iksteeds probeer probeer aan steeds de slag aan te gaan de slag te met thema’s gaan met die thema’s uit de groep die uitzelf de groep zelf komen. Vorig komen. jaar Vorig heb ik jaar gemerkt heb ik gemerkt dat het heel dat het watheel losweekt wat losweekt bij de in de mensen mensen wanneer wanneer je echt je echt naarnaar hen hen luistert. luistert. WatWat zezevertellen vertellen hoeft daarom niet niet altijd altijdwaar waar gebeurd gebeurd te te zijn, zijn. We we gaangaan immers immers ook op ookzoek op zoek wat naar naarfantasie wat fantasie kan zijn, kan zonder zijn, zonder dat daarbij echter we echter de kern de kern van ons van ons verhaal verhaal te verliezen. verliezen. Dat Dat is is geen gemakkelijke evenwichtsoefening. en De De Zomeracademie Zomeracademie biedt biedt een fijne vrijplaats om hiermee te experimenteren, zonder dat daar achteraf goedkope recensies of oordelen over gevormd moeten worden.” Hoe pak je jouw coaching aan? “Toen ik nog op de Studio Herman Teirlinck zat, zag ik het na de eerste dag al helemaal niet meer zitten. Na de eerste week wilde ik zelfs stoppen met die studies. Ik had daarvoor hotelschool gedaan, en had al gesolliciteerd om op een cruise te tewerken werkeninin dede Caraïben, Caraïben, en endacht ik ik dacht daar daar een jaar eenofjaar tien of geld tien te geld verdienen. gaan te gaan verdienen. Toen ik zat te huilen – want je huilt veel

Toen ik zat te huilen – want je huilt veel tijdens zo’n opleiding –, kwam Wannes Vandevelde binnen, en hij tijdenswat zo’n opleiding vroeg er met mij aan–,dekwam hand Wannes Vandevelde enzag hij was. Ik zei dat ik het binnen, niet meer vroeg omdat wat er al met aan de hand zitten diemij andere mensen was. Ik konden: zei dat ikdansen, het nietzingen, meer zag zoveel ze zitten omdat al die andere mensen spraken vlot Engels en wisten alles alles de konden: dansen, zingen, ze over Grieken… Terwijl ik mààr spraken vlot Engels wisten alles hotelschool gedaan enhad. Wannes overdatdeik Grieken… Terwijl ik moest mààr zei daar niet mee bezig hotelschool gedaan had.erWannes zijn, maar wel met ‘wat achter zei dat ik daarvan niet die meemensen bezig moest het muurtje zit’. zijn, maar welikmet er achter Toen begreep die ‘wat uitspraak nog het muurtje die mensen zit’. niet zo goed,van maar ik heb toch Toen begreep ik die uitspraak nog verder gestudeerd.” niet zo goed, maar ik heb toch verder gestudeerd. “Later ging ik dan schrijven en spelen voor Victoria, Toneelhuis en “Later ging Uit ik dan en HETPALEIS. een schrijven publieksonspelen voor Victoria, Toneelhuis derzoek van HETPALEIS bleek dat en teksten HETPALEIS. Uit een mijn heel goed aansloegen publieksonderzoek HETPALEIS bij jongeren uit hetvan beroepsonderbleekToen dat mijn heel goed wijs. kwamteksten er de vraag of ik aansloegen bij wilde jongeren uit met het een productie maken beroepsonderwijs. er enkele jongeren vanToen een kwam beroepsde vraag ik een productie wilde school omofhen te enthousiasmeren maken enkele jongeren voor watmet theater zou kunnen zijn.van Ik een de beroepsschool om hen te heb opdracht aanvaard, met de enthousiasmeren voor wat theater opmerking van Wannes Vandevelde zou kunnen zijn. Ik heb de opdracht in mijn achterhoofd. Je moet durven aanvaard, meter achter de opmerking kijken naar wat de façade Wannes zit. Vandevelde in mijn van mensen Van die gasten uit achterhoofd. Je moet durven het beroepsonderwijs werd kijken altijd naar watdat er achter de konden. façade van gezegd ze niets Ik mensen Van die gasten uit met het vroeg aanzit.die gasten hoe het beroepsonderwijs altijden gezegd hen ging, wat hunwerd dromen verdat ze niets konden. Ik vroeg aan die langens waren. gasten hoe het met hen ging, wat hun dromen en verlangens waren.

© Wannes Nimmegeers

3


“Als acteur en mens kan ik me heel goed voorstellen hoe het voelt om veel ververdriet te driet te hebhebben.” ben.”

Dat Dat zijn zijn vragen vragen die die tegenwoordig tegenwoordig niet niet of nauwelijks nauwelijks meer of meer gesteld gesteld worden. worden. Sindsdien Sindsdien is is dat dat de de basis basis van van al al mijn mijn werk: je moet curieus zijn naar werk: je moet curieus zijn naar wat wat er in in de de mensen mensen zit. zit. Dat Dat is is au au fond fond er ook wat wat je je als als acteur acteur doet: doet: je je krijgt krijgt ook een rol, gaat zoeken hoe oud een rol, gaat zoeken hoe oud die die persoon persoon is, is, waar waar hij hij vandaan vandaan komt, komt, en waarom waarom hij hij net net die die woorden woorden en op dat dat moment moment zegt. zegt. Vanuit Vanuit die die op acteursgedachte werk ik dus ook acteursgedachte werk ik dus ook met met de de mensen mensen in in mijn mijn workshops, workshops, of dat dat nu nu op op de de Zomeracademie Zomeracademie of of of op een een school school is.” is.” op

4

Ga je in jouw atelier actief op zoek naar cross-overs met andere disciplines? “Ik heb gemerkt dat de Zomeracademie nogal intensief is. Het is soms te zwaar om te cross-overen met andere groepen. Iedereen zit een beetje in zijn eigen cocon, en dat is niet slecht, denk ik. Al ben ik wel altijd zeer benieuwd naar wat anderen allemaal aan het doen zijn. Omdat ik zelf een speler ben, wilde ik vorig jaar graag ook eens gaan kijken bij het toneelatelier. Of soms hoor je iemand in het lokaal ernaast heel schoon mooi cello spelen, en begin je bijna vanzelf te denken dat als je die cello perfect zou kunnen samenbrengen met onze teksten… Maar dan ben je alweer heel resultaatgericht bezig. De Zomeracademie is er net in de eerste plaats om een week te klooien en niet met een toonmoment in je hoofd te zitten.” Vorig jaar was jouw eerste keer op de Zomeracademie. Ga je dit jaar sommige zaken op een andere manier aanpakken? “Ik heb nooit een plan. Nooit. Ik doe veel projecten in het onderwijs, en daar worden ze helemaal onnozel van mij. Geef mij een lokaal, mensen, en een muziekinstallatie, en we gaan aan de slag. Ik vind het belangrijk dat alles uit de mensen zelf komt, en dat ik hen niet zeg wat ze moeten doen. Natuurlijk moet je ze wel uitdagen. Het is ook geen therapie.

© Wannes Nimmegeers

Jef Neve © Carlos Dekeyrel

Artistiek parcours media © Carlos Dekeyrel

© Carlos Dekeyrel


Het zijn geen zweefteef-toestanden waarbij we met bloemen en witte linnen broeken achter elkaar aanlopen, hé (lacht). Het is net hard werken en wroeten, zeven dagen lang. Ik neem de mensen heel erg serieus, en dat voelen ze. Het grappige is dat ik mezelf helemaal niet serieus neem. Ik ben maar een soort van pratende vuilbak (lacht). Er zijn van die regisseurs die vanalles over zichzelf vinden, maar dat kan ik niet.” “Mensen zijn het niet meer gewoon om aan elkaar te vertellen waar ze mee bezig zijn. Het zou raar zijn als je op een tram aan de vrouw voor je zou vragen hoe het met haar gaat of waar ze naar verlangt. Toch geloof ik dat we een betere maatschappij zouden creëren indien er zoiets zou bestaan als het Ministerie van Dromen in Brussel. Iedereen wordt daar één keer per jaar op uitgenodigd, en er zitten allemaal ambtenaren die zijn opgeleid om naar u te luisteren. Stel dat het jouw droom is om konijnen te fokken in de Ardennen, of kippen met een rode kop? Wel, dan geeft zo’n ambtenaar jou een adres van een boerderij die je kan helpen, en krijg je de opdracht om je daar in te specialiseren. Als je het jaar erna terugkomt, en je hebt je droom nog niet verwezenlijkt, komen er sancties. Maar er komen geen sancties meer omdat je ’s morgens niet uit je bed geraakt, of geen zin hebt om te gaan werken. Daarom is zo’n week op de Zomeracademie net zo goed, omdat je hier echt leert luisteren naar elkaars dromen.”

“Vorig jaar zaten er twee mensen bij mij in het atelier die nu allebei hun eigen voorstelling aan het maken zijn. Ik probeer hen hierin te coachen. Jasmien komt trouwens haar voorstelling ook spelen tijdens de komende Zomeracademie. Zij is iemand die duidelijk met een verhaal zat, maar dat niet kwijt kon. Ze schreef goed en maakte wel liedjes, maar ze werd niet gestimuleerd om daar echt verder in te gaan. Ik zei haar dat ze me een datum moest geven waarop ze haar voorstelling zou opvoeren, en dat ik die dan in dagen ervoor zou komen coachen. Dirk, een andere deelnemer, heeft zelfs na de Zomeracademie een sabbatjaar genomen om zijn project waarvan hij hij al jarenlang droomde, eindelijk te realiseren.”

“In mijn atelier geen zweefteeftoestanden.” “Je kan natuurlijk zeggen dat er honderd in een dozijn zijn zoals Jasmien en Dirk, maar dat is een typisch Vlaamse reflex om je echte dromen niet na te jagen. Iedereen betrapt zich wel op de kneuterige en bekrompen gedachte van ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg, zorg maar dat ge een job hebt en een pree’ke’. Tijdens de Zomeracademie kan je daar even van af: de mensen die daar rondlopen zijn voor een week bevrijd van hun jobverplichtingen. Dat is een gevoel dat ik zelf niet ken, omdat ik heel de tijd moet rondfietsen en mijn ideeën aan de man te brengen en moet kijken en moet creëren.

Artistiek parcours: theater © Wannes Nimmegeers

Als artiest ben je dat gewoon, het is immers je job, maar voor de mensen die nog aan de bange kant van het leven zitten, is het vaak een openbaring om zich een week lang te kunnen focussen op wat ze willen vertellen en waar ze naar verlangen.” De laatste tijd doe je vrij veel sociaalartistieke projecten. “Ik heb bij alle grote huizen en gezelschappen gewerkt. Maar het daagt me allemaal niet meer zo uit. Ik wil niet meer in opdracht een voorstelling over bijvoorbeeld de seizoenen maken. De komende tijd ga ik wat kieskeuriger zijn in de voorstellingen die ik maak en wil ik vooral veel sociaal-artistieke projecten doen. Men begint stilaan in te zien, dat mensen daar echt beter van worden. Ik kan ondertussen bijna honderd verhalen vertellen van mensen die ik ben tegengekomen en die op een plek zaten waar ze niet thuishoorden. Zo was er een jongen die zwaar autistisch was en niet meer sprak. Maar door hem gewoon te vragen waar hij mee bezig was, is hij opnieuw beginnen praten, elke week luider en luider. Uiteindelijk heeft hij zelfs de balkonscène van Romeo & Julia gespeeld. Wat bleek: die jongen zat al vier jaar in een instelling, en had verdriet omdat zijn papa was gestorven. Als acteur en als mens kan ik me heel goed voorstellen hoe het voelt om zoveel verdriet te hebben. Maar iemand moest gewoon eens naar hem luisteren, en vragen waar hij mee bezig was. Zo beschouw ik mijn atelier op de Zomeracademie ook echt als de pre-afdeling van het Ministerie van Dromen.” ■ Filip Tielens

5


Expo

Griet Herssens Hoewel ze nog jong is, is Griet Herssens toch al een ancien bij de Zomeracademie. Ze volgde reeds vier ateliers, waarin ze haar eigen beeldend werk verder ontwikkelde. Op vraag van dharts stelt Griet de komende zomermaanden haar beeldend werk tentoon in Destelheide. Het uitgangspunt van deze expo is videomateriaal van bewegingsimprovisaties die als basis dienden voor genaaide tekeningen op vilt. Heel bijzonder, heel fragiel én met een oorsprong in de werklokalen van Destelheide.

6

Waar ben je allemaal mee bezig, Griet? “Naast mijn deeltijdse job als kunsteducatieve projectbegeleider bij De Veerman, heb ik ook mijn eigen atelier. Ik ontwerp geregeld kostuums voor theater, vooral in opdracht van jonge gezelschappen. Daarnaast ben ik ook bezig met hedendaagse dans, maar niet op een professioneel niveau. De taal van dans en wat je kan vertellen met een lichaam, fascineert mij enorm. Ik ben vooral met improvisatie bezig, niet met de techniek. Ik ben misschien wat te eigenwijs om choreografieën aan te leren (lacht).”

Was je als klein meisje al gefascineerd door stoffen? “Pas op het einde van het middelbaar onderwijs ben ik beginnen werken met textiel. Ik herinner me wel dat ik als kind de hele tijd dingen aan het creëren was en eigen uitvindingen verzon. Ik maakte voornamelijk kleren voor mijn poppen, denk ik. Nadien heb ik lange tijd vooral geprutst, gezocht en geëxperimenteerd. Ik ontwierp eigenlijk al kostuums terwijl ik nog niet eens deftig kon naaien. Veel heb ik te danken aan mijn overgrootmoeder, die ook textielontwerpster was. Zij heeft mij leren borduren. Van haar heb ik veel materiaal geërfd.”

In je eigen beeldend werk, dat te zien zal zijn in de tentoonstelling in Destelheide, vertrek je ook vanuit dans. “De genaaide tekeningen die op de expo getoond zullen worden, zijn inderdaad meestal gebaseerd op stills uit een dansimprovisatie die ik zelf gedanst en gefilmd heb. Ik vertrek ook vaak van bestaande foto’s van huizen die ik dan combineer met een lichaam. Op de tentoonstelling zal er ook 3D-werk in vilt te zien zijn. Ik gebruik bijna altijd textiel in mijn eigen werk. Dat ligt heel dicht bij de huid. Zelf ben ik ook heel tactiel ingesteld en raak ik de dingen graag aan. Mijn werk is enerzijds heel gestileerd, maar anderzijds ook ruw. Die balans tussen donker en licht, of tussen vreugde en verdriet zoek ik steeds op. Zo is het leven immers ook. Je bent droevig om dezelfde dingen die je blij maken.”

“Misschien komt mijn fascinatie voor oude media en dia’s ook van haar. Ik vind het superinteressant om te werken met archiefmateriaal en oude foto’s. Op de Zomeracademie weten ze ondertussen al dat ik fan ben van oude dingen met een geschiedenis. Zo hou ik ook heel erg van vervallen gebouwen of van behang dat al half afgescheurd is en waar je de laagjes kan zien zitten.”

“De techniek om tekeningen te stikken heb ik voor het eerst ontdekt op de Zomeracademie, tijdens het atelier “beeld en beeldtaal” van Beatrijs Lauwaert. Er ging toen écht een wereld voor mij open en ik herinner mij dat ik van dat besef behoorlijk aangedaan was. Dat is ondertussen al twee jaar geleden, maar er is iets in mij losgekomen waarvan ik wist dat het niet meer te stoppen zou zijn. Ergens vond ik dat wel beangstigend. Ik dacht: ‘Oei, wat als ik nu een kunstenaar aan het worden ben?’ (lacht).”

Was dat ook je focus in het atelier Mediakunst dat je al twee keer volgde tijdens de Zomeracademie? “Het opzet bij Mediakunst was om te werken rond persoonlijke geschiedenis. Bij mij was dat nogal expliciet, omdat ik werkte rond mijn grootmoeder die ik nooit gekend heb. Vooraf had ik via mijn vader al research rond haar gedaan. Ik vind het wel interessant om te werken rond een puzzelstukje van mezelf dat ik eigenlijk nooit gekend heb. Ik heb een foto van mijn grootmoeder gebruikt, waarna ik in dezelfde houding als haar ben gaan zitten, maar af en toe bewoog. Dat werd dan gefilmd en over de foto geprojecteerd, zodat beide beelden zich vermengden. Dit werk zal trouwens ook op de tentoonstelling te zien zijn. Bij Mediakunst kregen we altijd eerst een opstart van Marieke Rodenburg en Clara Bausch, wat ook nodig is wanneer je bijvoorbeeld met oude Super 8-camera’s wil werken.


“Ik vind creativiteit veel belangrijker dan techniek” In het atelier Kostuumontwerp liet Anita Evenepoel ons meteen aan de slag gaan. Ze had allerlei vreemde materialen uit de bouwsector bij. Anita begeleidde ons wel, maar liet ons zoveel mogelijk experimenteren. Voor mij is de Zomeracademie een grote speeltuin waarin ik mijn eigen traject kan afleggen en langzaam aan mijn eigen oeuvre kan werken. Ik hou er niet zo van wanneer opdrachten te afgelijnd zijn.” “Het is fantastisch om tijdens de Zomeracademie je eigen zoektocht te bepalen en een hele week te kunnen focussen op het creëren. Je moet aan niets anders denken dan je eigen werk. In het echte leven is zoiets niet haalbaar. Dan zit je daar in je atelier, en moet je ook nog de afwas doen of papieren regelen. Ik zit tijdens zo’n week op de Zomeracademie echt in een trip. Mijn gedrevenheid om te creëren stopt nooit. Vorig jaar zat ik tijdens Mediakunst soms nog tot één uur ’s nachts te monteren.”

7

Heb je dan veel contact met mensen uit de andere ateliers? “Ik ben een redelijk sociaal beest, maar tijdens de Zomeracademie word ik soms een beetje een egotripper. Ik zit dan zo in mijn eigen wereldje. Het wordt echt een trip, waardoor ik nooit echt veel met mensen uit andere ateliers heb samengewerkt. Maar het is niet dat ik daar met niemand praat, hé (lacht). Iedereen die daar rondloopt is artistiek bezig – er zitten mensen te mijmeren of muziek te schrijven, maar je ziet ook overal mensen zingen of dansen –, en die energie vind ik heel aangenaam om mee te maken.” Welk atelier ga je dit jaar volgen? “Deze zomer ga ik het Klankatelier volgen. Ik wil mezelf wel eens uitdagen, en vind het spannend om eens niet met iets tastbaars of beeldend bezig te zijn. Misschien kan ik binnenkort bij mijn eigen voorstellingen die ik tijdens m’n opleiding kostuumontwerp heb gemaakt, ook soundscapes maken.” © Griet Herssens


Expo Locatie: hoofdgebouw van Destelheide, Destelheidestraat 66, 1653 Dworp Periode: jul- aug-sep-okt 2012 | Meer info: www.grietherssens.be Opening: maandag 16 juli – 20 uur met receptie. Je gaat deze zomer dan wel de hele tijd naar je eigen werk tegen de muur moeten kijken. “Dat ga ik inderdaad wel moeilijk vinden, denk ik. Mijn werk is superpersoonlijk. Het ziet er niet alleen fragiel uit, het is ook echt fragiel. Ik vind het wel raar dat ik ergens een week ben, en niet ga kunnen weglopen van mijn eigen werk. Misschien ga ik het hoofdgebouw wel mijden (lacht). Enerzijds is dat een beetje griezelig, maar anderzijds hoop ik wel dat ik dan wat feedback kan krijgen van anderen.” “Maar als anderen vragen om mijn werk uit te leggen, vind ik dat wel moeilijk. Ik vertrek meestal niet vanuit een bepaald verhaal of concept, maar probeer de beelden die in mij leven naar buiten te brengen. Achteraf is het dan moeilijk om daar nog woorden bij te plakken. Ik vind het wel interessant om, wanneer ik iets gemaakt heb, nadien te bedenken waarover het nu eigenlijk zou kunnen gaan (lacht).“

8

“Tijdens De Zomeracademie word ik een beetje een egotripper.”

“Iedereen ziet ook iets anders in mijn werk. Voor de ene is het misschien grappig, terwijl de andere het misschien droevig vindt. Als je vooral beeldend werk maakt, is dat eigenlijk een heel geïsoleerd bestaan. Bij kostuumontwerp kom je tenminste nog met andere mensen in contact. Ook de kunstprojecten die ik begeleid bij De Veerman inspireren mij enorm. Zo heb ik de laatste tijd vaak met kinderen gewerkt rond oude diaprojectoren en nu ben ik daar thuis ook mee aan de slag gegaan. Ik vind het interessant om met kinderen te werken, omdat zij nog zo open zijn en veel beter kunnen experimenteren, spelen en improviseren, zonder al te veel rekening te houden met de regeltjes. Het liefst werk ik zelfs met kinderen die geen achtergrond hebben in dat kunstdomein. Bij kostuumontwerp zie ik dat de gasten die er helemaal niets van af weten, mooiere dingen maken – omdat ze aan het zoeken zijn – dan een meisje dat al naailes gevolgd heeft, en daardoor te veel ‘voorgeprogrammeerd’ is. Ik vind creativiteit veel belangrijker dan techniek.” ■ Filip Tielens


Artiest in huis

Dansante kruisbestuiving met cacao bleu Als we vragen vanwaar de naam Cacao Bleu komt, blijkt Lenneke Rasschaert het antwoord met haar lichaamstaal al gegeven te hebben: ze draagt een blauw jurkje en smult terwijl van het chocolaatje bij haar koffie. “Toen de vzw is ontstaan, woonden medestichtster Anne-Lore Baeckeland en ik in hetzelfde huis in Tilburg. Anne-Lore wilde een naam die luchtig klonk, in vele landen begrijpbaar zou zijn en niet meteen zou verklappen wat we met onze organisatie doen. Daarom zit er geen expliciete verwijzing naar ‘dans’ of ‘beweging’ in. Omdat we allebei nogal graag chocolade eten, kwamen we vrij snel bij ‘cacao’ uit. Het adjectief erbij mocht zeker niet ‘bruin’ zijn, omdat we een naam wilden die niet helemaal klopte, die niet voorspelbaar zou zijn. Onlangs hebben we voor onze website ook een logo laten ontwerpen waarin je de blauwe cacaoboon kan terugvinden. De rest van onze website werkt als een kladblok, met allerlei laagjes en inhouden over elkaar. We zijn er ons van bewust dat we heel eclectisch werken. Onze slagzin voor onze werking is dan ook ‘kruisbestuivingen met dans’.” “Eigenlijk is Cacao Bleu ontstaan omdat Anne-Lore subsidies wilde aanvragen voor haar eindwerk, een dansfilm die ze in Cuba wilde draaien. De organisatie is daarna een tweetal jaar inactief geweest, tot Anne-Lore besloot om een dansvoorstelling met kinderen te maken. Dat werd Bril, toen samen gemaakt met Goele van Dijck, die daarna met Nat Gras haar eigen gezelschap startte. Ik danste ook in die voorstelling mee. Sindsdien proberen we met Cacao Bleu niet in de eerste plaats voorstellingen te maken, maar wel sterk educatief werk te ontwikkelen

voor kinderen en jongeren. We vinden het hierbij steeds belangrijk om andere kunstvormen te betrekken en te zorgen dat onze activiteiten goed aansluiten bij de actuele hedendaagse dansscène. We hebben het gevoel dat er op het vlak van danseducatie nog wel een leemte is in Vlaanderen. Wanneer een kind naar een dansschool gaat, krijgt het daar meestal dansjes aangeleerd of kan het kiezen uit het hele gamma aan dansstijlen. Kinderen worden er echter niet getraind op creativiteit binnen dans. Terwijl dat veel meer het geval zou zijn indien ze een beeldende hobby gekozen hadden. Ik denk dat dat ook de reden is waarom veel jongens zo vroeg stoppen met dansen, omdat ze zich gewoon niet aangetrokken voelen tot wat ze in de les aangereikt krijgen, en omdat ze niet genoeg geprikkeld worden binnen hun leefwereld.” Driedimensionale dans “We werken met Cacao Bleu vaak in opdracht. Zo hebben we een reeks Dynamo 3-projecten uitgewerkt voor enkele basisscholen, geven we bijscholing aan leerkrachten via Canon Cultuurcel, of verzorgen we creastages voor andere kunsteducatieve organisaties. Bij onze eigen projecten vinden we het belangrijk dat ze echt ons ding zijn. Het zijn telkens projecten die lang rijpen, vaak gaan we pas een jaar na het aanvragen van de subsidie in première. Voor het denkproces van dergelijke projecten, hebben we ons al een paar keer teruggetrokken in Destelheide.”

9


Artiest in huis

“Het is fijn om je volledig te kunnen focussen en niet bezig te moeten zijn met eten, of Anne-Lore die haar kindjes nog moet afhalen van school, of ik die mijn lessen voor De Kunsthumaniora nog moet voorbereiden. In augustus komen we trouwens opnieuw werken aan een nieuwe D3D (Dans Drie Dimensies), die we Buiten de Lijnen genoemd hebben. We gaan echt de research ter plekke doen. Zo zouden we graag een installatie op het domein plaatsen, om te kijken of en hoe de jongeren er spontaan mee in interactie gaan. Ik denk dat we de jongeren op een avond ook eens zullen uitnodigen in zaal De Put om hen door de installaties te laten wandelen, terwijl wij hen observeren. De nieuwe D3D moet dus zowel voor voorbijgangers als voor echte bezoekers werken. Destelheide lijkt ons opnieuw de geschikte plek om dit experiment aan te gaan.”

10

“Bij de vorige D3D, die we trouwens ook in Destelheide tentoongesteld hebben tijdens het jaarthema “moving moves”, merkten we dat de installaties niet aantrekkelijk genoeg waren voor toevallige voorbijgangers. De visuele impact was niet groot genoeg. Alleen door er actief workshops in op te starten, kregen we de kinderen en de jongeren waar we ze hebben wilden. Nu zouden we graag iets maken dat kinderen meteen prikkelt. Als je met een kind naar bv. het SMAK gaat, zie je dat het overal wil onder kruipen en tussen lopen, maar dat dat niet mag. Met onze installatie willen we de kinderen nèt wel uitdagen om te experimenteren en de mogelijkheden te onderzoeken. Eén installatie van de nieuwe D3D hebben we al in ons hoofd. Het is een kortfilm, Loods 7 genoemd, waarbij een achttal jongens tussen zes en tien jaar in interactie gaan met twee professionele dansers. Ze bouwen er een hele wereld van karton, die ze op het einde kapot maken. We zouden dat filmpje graag willen laten zien in een kartonnen huisje dat er op geïnspireerd is.” Crowdfunding “Voor Loods 7 hadden we subsidies aangevraagd bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, maar die hebben we niet gekregen. Het VAF had net de site Filmangel.tv opgericht, een crowdfunding-platform naar analogie met het bekende Sonicangel voor muziek. In eerste instantie hebben we aan vrienden en familie gevraagd om ons te sponsoren, en daarna vroegen we ook aan de verschillende kunsteducatieve organisaties waarvoor we al gewerkt hebben of zij ons konden ondersteunen, financieel of materieel. In totaal zouden we 12.000 euro willen ophalen via Filmangel. Vooral het huren van professioneel materiaal voor onze vijf opnamedagen kost ontzettend veel geld. Momenteel (half juni) zitten we net

iets over de helft. De deadline ligt eind juli, dus de lezers van het Dhinfoblad hebben nog even de tijd om ons te sponsoren (lacht).” “We hebben al eerder enkele dansfilms gemaakt. Anne-Lore was erg gefascineerd door drie meisjes uit Eupen, die op een heel spontane manier konden improviseren. Eerst wilden we een voorstelling met hen maken, maar ze waren nog heel jong en we vreesden dat ze misschien hun lef om te bewegen zouden verliezen eens er een publiek zou toekijken. Uiteindelijk hebben we dan de kortfilm Zus Zonder Zus met hen gemaakt. Deze was ook te zien in de expo in Destelheide. Toen waren de meisjes zes jaar, en al vrij gauw wisten we dat we een trilogie met hen wilden maken. Het tweede deel, toen de meisjes twaalf waren, filmden we met veel professioneler materiaal. Blauwhuys, zo heet de film, werd getoond op het Filmfestival van Gent en raakt steeds meer gespreid binnen het festivalcircuit. Wanneer de meisjes achttien zijn, willen we het slotluik maken. Je kan dan de drie meisjes zien evolueren in al die jaren, maar ook de danseres – Kate Olsen – die in alle films hun tegenhanger speelt. Ik vind het trouwens prachtig om te zien hoe oudere dansers niet alleen spaarzamer, maar ook veel


© Cacao Bleu

Wil je het nieuwe project van Cacao Bleu steunen? Check http://www.filmangel.tv/project/CacaoBleu

“Jongeren in Destelheide hebben een groot hart voor verbeelding” authentieker worden. De idee is ook om de ruimte waarin de dansfilms zich afspelen, telkens te vergroten. Zus Zonder Zus speelde zich af in een kubus van gras, terwijl Blauwhuys zich in een kasteel afspeelde waar al verschillende kamers zijn. Het derde deel zouden we graag in de grootstad filmen, waarbij het helemaal niet zeker is of de dansers elkaar nog zullen tegenkomen.” Elk voordeel heeft z’n nadeel “We hebben met Cacao Bleu heel fel de neiging om op het ene project een ander project te rijgen, of bijvoorbeeld een film in een van onze installaties in te bouwen. Dat maakt dat het voor de buitenwereld niet altijd even gemakkelijk is om op de hoogte te blijven van wat we precies doen. Zeker voor commissies is dat moeilijk, omdat we de ene keer een subsidiedossier indienen bij kunsteducatie, en de andere keer bijvoorbeeld bij film. Het feit dat we zo eclectisch werken is ons sterke punt, maar ook ons nadeel.” “We werken ook nog eens in verschillende steden en gebieden. Cacao Bleu is zowel actief in Gent, Luik als Eupen. Zelf woon ik in Brussel, en Anne-Lore woont in Luik. We zijn dus een echte Belgische organisatie (lacht). Vlaanderen is onze bakermat en we hebben er nog steeds het grootste afzetgebied.

Maar vaak, zeker wanneer we in Brussel aan de slag zijn, werken we ook met anderstalige jongeren. We zijn voornamelijk met dans en film bezig, en daar speelt taal niet zo’n grote rol in. Het zou trouwens ook niet echt kloppen met de missie van de organisatie indien we enkel met blanke, Gentse jongeren zouden werken.” Kopje troost “We zijn eigenlijk al enkele jaren artiest in huis in Destelheide. Zowel Anne-Lore als ik hebben een achtergrond in het jeugdwerk en we hebben ooit nog animatorcursus gevolgd in Destelheide. We komen er ook geregeld voor de creastages. Lies Jacob, de coördinator van dharts, kent ons dus in de breedste zin van het woord en in al onze rollen die we in Destelheide vervullen.” “We hebben de samenwerking met Destelheide in al die jaren zeker zien vooruitgaan. Toen we er de eerste keer met Cacao Bleu kwamen om een voorstelling die we al gemaakt hadden opnieuw in te studeren, vroegen we aan de technici om wat spotjes van ons lichtplan te hangen. Zoveel jaren terug was dat allemaal nog niet zo evident en heeft Lies vaak de brug geslagen tussen ons als artiesten en de andere medewerkers. Ik herinner me ook nog dat we een andere keer bij een nieuwe voorstelling helemaal vastzaten in ons maakproces. We waren op drie weken van de première, het was al een moeilijk proces geweest en op de koop toe had een danser zijn meniscus gescheurd. We hebben onze première toen moeten annuleren en zaten met een theetje droef te wezen op het kantoor van Lies. Zij heeft ons toen aangespoord om toch door te zetten met het project en na de nodige peptalk en bijbehorende chocolaatjes zijn we weer aan de slag gegaan.” “Het is steeds fijn om te zien dat de jongeren in Destelheide, hoewel ze misschien zelf niet altijd met kunst bezig zijn, toch zeer geëngageerd zijn om naar ons te komen kijken. Jongeren die een animatorcursus of een creastage volgen, hebben een heel groot hart voor kinderen en jongeren en daardoor ook voor verbeelding. In Destelheide vind je altijd wel een klankbord bij hen, terwijl op andere plekken jongeren soms warm noch koud worden van onze projecten. Anne-Lore en ik hebben trouwens de afspraak dat we iedere keer in Destelheide toch minstens één avond uit ons dak gaan op de dansvloer van de bar. Dat bevordert de interactie met de verblijvers en brengt ons terug naar ‘good old memories” (lacht).” ■ Filip Tielens

11


DH-bezoeker

Bert Pieters: Destelheide is een plek om diep te gaan We ontmoeten Bert Pieters, sinds enkele maanden coördinator bij zZmogh, in de zZmoghfabriek in SintAmandsberg, waar de kunsteducatieve organisatie sinds een jaar huist. Bert vertelt over zijn verleden en dat van zZmogh, over het bizarre uur waarop hij moest solliciteren voor zijn functie, en over zijn ‘diepgaande’ relatie met Destelheide.

12

“zZmogh organiseert voornamelijk kunstprojecten met kinderen en jongeren tussen 6 en 25 jaar. Op een actieve en speelse manier willen we de creativiteit van deze kinderen uitdagen en samen tot een voorstelling, een toonmoment of een tentoonstelling komen. Onze kunstprojecten vinden steeds vaker plaats in onze zZmoghfabriek. Deze is gelokaliseerd in de Gentse Dampoortbuurt, een dichtbevolkte wijk waar veel arme mensen wonen, die van kunst soms toch een beetje vreemd opkijken. Dikwijls werken we met kinderen en scholen uit de buurt, maar daarnaast rijden we met onze zZmogh-camionette ook naar andere scholen, culturele centra of jeugddiensten in heel Vlaanderen. zZmogh organiseert eveneens vorming voor begeleiders die met kinderen (zullen) werken, en hiervoor komen we vaak naar Destelheide. Zo bieden we creastages aan het Hoger Onderwijs aan en dompelen we studenten gedurende een meerdaags verblijf helemaal onder in de wereld van de kunsten. Of we werken een muzische stage uit waarbij studenten zich verdiepen in één discipline, hun eigen creatieve vaardigheden ontwikkelen en didactisch inzicht krijgen om met deze discipline in de klas aan de slag te gaan.” “Er zijn sommige hogescholen die redeneren dat het handiger zou zijn om vorming te organiseren in onze lokalen in Gent, omdat de studenten dan ’s avonds naar huis kunnen, maar zelf gaan we het liefst naar Dworp om sessies te geven. In Destelheide hangt er immers een speciale werksfeer, ontmoet je andere groepen, en is het mogelijk is om ’s avonds een activiteit te doen die losstaat van de creastages. We komen telkens voor drie à vijf dagen met de studenten naar Destelheide. Meestal geven we vorming aan de lerarenopleiding, zowel kleuter- als lager onderwijs, maar ook met leerlingen uit het zesde of zevende jaar jeugd- en gehandicaptenzorg, of studenten sociaal-cultureel werk en orthopedagogie komen we geregeld naar Dworp. Destelheide is een goede plek om diep te gaan (lacht)… in het werk.”

“wij laten studenten proeven van kunst op hun niveau”


“Veel studenten hebben geen idee wat muzisch werken juist is, al kennen ze vaak wel wat theoretische kaders uit een of andere pedagogische les. Tijdens de stages in Destelheide willen we hen vooral laten proeven van kunst op hun eigen niveau. We prikkelen hen en laten hen ideeën opdoen, en werken telkens toe naar een toonmoment. Daarna leggen we de link naar hoe ze zelf een muzische les voor kinderen in elkaar kunnen steken. Met de Hogeschool Gent hebben we de afspraak dat de studenten aan het einde van de creastage een dag naar een lagere school gebracht worden om hun project zelf al eens te testen met kinderen. We werken met zZmogh steeds op maat: met sommige hogescholen werken we in het eerste jaar enkel naar een toonmoment toe, om dan in het tweede jaar terug te komen om te kijken hoe ze dit kunnen toepassen voor een klas. Sommige hogescholen hebben bijvoorbeeld zelf al een docent beeld of drama in huis, en dan proberen wij in Destelheide met de studenten complementair te werken in de andere kunstdomeinen.” “Tijdens onze sessies zijn er drie verschillende houdingen die de docenten van hogescholen aannemen. Soms doen ze actief mee – we moedigen dit zeker aan – en soms observeren ze hun studenten. Docenten weten trouwens zeer goed wanneer ze best zouden meedoen of best aan de kant gaan zitten om hun studenten geen onveilig gevoel te bezorgen. Maar af en toe zien we de docenten helemaal niet in onze sessies: dan gebruiken ze die momenten voor teamvergaderingen of om examens te verbeteren – tja, dat moet ook gebeuren zeker? (lacht).”

Solliciteren tijdens de Gentse Feesten “Ik ben sinds november 2011 coördinator van zZmogh. Daarvoor heb ik les gegeven in het middelbaaren avondonderwijs, en heb ik zelfs even aan de universiteit gewerkt. Ik was aan de slag bij Steunpunt Jeugd toen men mij de vraag stelde of ik niet in de algemene vergadering van zZmogh wilde zetelen, omdat ik de beleidservaring had en vroeger ook reeds als docent nog bij zZmogh actief was geweest. Plots was er dan de zoektocht naar een nieuwe coördinator.” “De sollicitatiedag ging door tijdens de Gentse Feesten vorig jaar, op een zondagochtend om 9 uur – dat is echt peilen naar het engagement van mensen (lacht). Na een aantal proeven en een rollenspel hebben ze mij dan uiteindelijk geselecteerd als coördinator.”

13

“zZmogh is opgericht in 1999 en ooit ontstaan uit het brein van Peter Spaepen en Geert Groffen. Zij hadden allerlei ideeën die ze niet bij andere organisaties kwijt konden. In 1999 werd zZmogh dan opgericht. De eerste vijf jaar zijn we een vrijwilligersorganisatie geweest met enkele projecten her en der. Pas sinds 2006 is zZmogh erkend als een professionele organisatie onder het jeugddecreet, eerst met twee beroepskrachten, ondertussen al met zes personeelsleden. Al ben ik de enige die voltijds werkt, de inhoudelijke docenten werken deeltijds omdat ze daarnaast ook met eigen kunstprojecten bezig zijn. Al die mensen blazen mij met hun kennis over vorming echt omver, maar soms zijn het ook warrige kunstenaars en niet de beste planners (lacht).“

© zZmogh


DH-bezoeker

14

“Een van mijn doelstellingen is dat ik en onze zakelijk medewerker hen alle administratieve ondersteuning kunnen geven, zodat zij volop kunnen doen waar ze sterk in zijn. Eigenlijk is zZmogh ooit opgestart in Leuven. Maar omdat alle medewerkers in Gent woonden, en we op een gegeven moment ook de kans kregen om het Alles Kan-festival in Gent te organiseren, is de organisatie verhuisd. Het Alles Kan-festival vind ik nog altijd aan van de mooiste projecten die zZmogh al heeft gerealiseerd. Ik heb zeker aan de eerste edities van het festival mooie herinneringen, toen het nog doorging in de gebouwen van de jeugddienst aan de Vrijdagsmarkt. Het festival was toen nog iets kleinschaliger, waardoor de drempel voor jongeren om hun product te tonen vrij laag was.” “Het afgelopen jaar heeft zZmogh het Alles Kan-festival georganiseerd in samenwerking met Boomtown, en stonden de jongeren plots voor enkele honderden – of op het hoofdpodium zelfs duizenden – toeschouwers. De songwriting-caravan die we toen ook hadden, vond ik een fijn project: de jonge artiesten kregen hier in de beslotenheid en veiligheid van een kleine caravan de kans om hun nummers te brengen op een groot festival, wat maakt dat de feedback van het publiek directer was.” “Een ander, kleinschaliger, project waar ik zeer tevreden over ben, is Buiten de (k)lijntjes. Hiervoor kwamen zesen zevenjarigen kijken naar een kunstwerk vol lijnen van Peter Van Hecke, die hier in de buurt woont maar ook al in het SMAK exposeerde. De kinderen werkten daarna in een workshop aan eigen kunstwerken, die dan tentoongesteld werden over heel Sint-Amandsberg: in de etalage van een bakker, bij mensen thuis… Wel grappig om bij mensen aan te bellen omdat ze zo’n fantastische vensterraam hebben, en te vragen of er tien dagen een kunstwerk van een kind van zes dat ze niet kennen in hun living mag hangen (lacht). Op deze manier leerden vele gezinnen en toeschouwers niet alleen de school en zZmogh kennen, maar ook de mensen uit hun eigen buurt.”

“Niemand is zo zot om al om half zeven zijn gsm op te nemen.” Concullega’s “zZmogh is een kleine organisatie, die actief is in heel wat kunstdomeinen. Hierin verschillen we bijvoorbeeld van Larf of Passerelle, die enkel met theater of dans bezig zijn. Met Larf hebben we onlangs Keikop georganiseerd, een fijn open podium voor jong creatief talent. We zijn vrienden met alle andere kunsteducatieve organisaties, en spreken elkaar regelmatig, al gebeurt dat soms voorzichtig. Concullega’s is misschien wel een passend woord (lacht).” “Als coördinator sta ik in voor de beleidsvorming van de organisatie, maar ik vind het toch ook verdomd fijn om zelf nog eens workshops te kunnen geven. Af en toe plan ik het op voorhand in om een sessie te geven, maar er is ook een andere manier waarop dat kan. Zo rinkelt ’s ochtends om half zeven mijn gsm al eens, omdat een medewerker of gastdocent ziek is. Ik heb eerst wel geprobeerd om nog andere docenten op te bellen, maar niemand is zo zot om zo vroeg een gsm op te nemen, en als ze het toch doen zijn ze al naar ergens anders onderweg om een sessie workshop te geven. Dus op zo’n moment kan ik af en toe ook nog eens inspringen als docent (lacht).” “Eigenlijk denk ik dat ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt heb. Naast zZmogh was ik ook actief bij de Scouts en bij Akabe – waarmee ik nog op congres ben geweest in Destelheide – maar ook bij crefi, waar ik ondertussen tot de bende van de oude zakken behoor. Als je geen Go Pass meer kan kopen, mag je daar enkel nog dingen doen die voor oude mensen zijn, zoals bbq’en en whiskey drinken (lacht). Van mijn studies heb ik dan weer mijn hobby gemaakt. Ik heb eigenlijk Arabisch gestudeerd, en ben dan naar Egypte vertrokken om me te specialiseren in Egyptisch Arabisch. Om de paar weken ga ik nog wel eens naar een lees- en praatgroep waar er Arabisch gesproken wordt, en in september hoop ik nog eens naar Egypte te kunnen reizen, al zal dat ook een beetje afhangen van wie er de verkiezingen wint en hoe veilig het er dan is.” ■ Filip Tielens


"Mijn kunst is top" evenement was een TOP dag! Meer dan 1000 kinderen, ouders, grootouders en begeleiders proefden van tal van kunstdisciplines. Er werd druk gemusiceerd, gedanst, geacteerd en geëxperimenteerd. Fantastisch om al die blije kindergezichten te zien!

15

Ook KETNET-wrappers Peter Pype en Veronique Leysen waren van de partij en lieten zich van hun creatiefste kant zien.


Artiest in huis

16

artiest in huis: Stijn Meuris “Ik wil een plaat maken met heel duidelijke singles op” © Alexander Popelier


Stijn Meuris is een vlotte prater. Terwijl zijn groep binnen de gitaren stemt, praten wij met hem op een bankje in Destelheide over de nieuwe plaat die hij met Meuris aan het maken is. Ook op zijn 47ste is het heilige vuur bij Stijn nog lang niet uitgeblust: “Ik vrees dat ik net als Obelix in de toverketel ben gevallen”. “We zijn nu met Meuris in de voorbereiding van een nieuw album. Dat gebeurt altijd in verschillende fases. Tot nu toe hebben we vooral gerepeteerd in ons eigen kot. Maar als je de nummers echt wil kunnen afwerken, is er toch weer de gejaagdheid van iedere dag die in de weg zit.” “Muzikanten die al om vier uur op hun horloge kijken omdat ze nog les moeten geven of ik die nog dingen moet doen… Heel moeilijk om te focussen dus. Regelmatig proberen we daarom om een paar dagen na elkaar op een neutrale plaats te repeteren, zoals hier in Destelheide. De plaat is nog lang niet klaar na deze drie dagen hier als artiest in huis. In het najaar gaan we pas de studio in, om dan naar schatting in januari 2013 het nieuwe album uit te brengen.” “Ik zou erg graag een plaat maken met heel duidelijke singles op. Nu ga ik een gewaagde theorie lanceren: naarmate een groep beter wordt en je zelf steeds meer begint te kunnen, verlies je je op de duur snel in een soort musician music. Als we met Meuris nog een bepaalde relevantie willen hebben – die ik zeker wil – moeten er gewoon een paar heel sterke singles op die nieuwe plaat staan. Al kan je dan nog niet voorspellen of die nummers op de radio gedraaid zullen worden, maar daar mag je je niet mee bezighouden. Bij Noordkaap wist ik heel duidelijk of een nummer een sterke single zou kunnen worden, vanaf Monza werd dat een stuk moeilijker.” Zelf hou ik van de meest uiteenlopende muziekstijlen. Dat gaat van de meest transparante popmuziek over americana tot metal.

Maar er zijn natuurlijk ook de klassiekers die ik altijd goed zal blijven vinden, zoals Nick Cave, of Neil Young in 80 procent van de gevallen. Met de meeste vormen van elektronische dance heb ik – en ik wik mijn woorden – dan weer niets, terwijl ik wel van andere vormen van dansmuziek hou. Ook die nieuwe generatie modern soft soul, genre Rihanna, kan me niet echt bekoren. Er moet altijd een herkenning zijn, al kan ik moeilijk uitleggen wat die juist inhoudt. Soms herken ik de code gewoon niet meer en wordt het heel moeilijk om mezelf daar in te forceren. Ik ben nochtans zeer ontvankelijk voor nieuwe muziek.”

“De beperkte opslagruimte van de geest is soms bereikt”

Adhd “Deze zomer ga ik veel optreden samen met Rick De Leeuw. Met Meuris zouden we toch niet spelen deze zomer, en Rick – die bij hetzelfde management zit – had ook zin om op tournee gaan. We hebben een heel eenvoudig maar charmant idee: een best of both worlds. We hebben ons weinig scrupuleus afgevraagd welke de bekendste nummers van Noordkaap en Tröckener Kecks zijn, en die spelen we. Dat klinkt heel commercieel, maar tegelijkertijd ook heel eerlijk. We weten ook dat de meeste festivals waarop we spelen gratis zijn, en dat er een zeer gemengd publiek op afkomt die je niet moet vermoeien met jouw nummer van acht minuten dat je zelf het mooiste vindt. Met Rick De Leeuw heb ik trouwens echt my master ontmoet. Hij heeft al evenveel adhd als ik (lacht)! Al zou je het niet meteen zeggen, toch is Rick net als ik een zeer grote controlefreak. Het is grappig hoe twee heren op leeftijd met de gretigheid van twee jonge wolven urenlang in een repetitiekot zitten te pietepeuteren over bepaalde noten.” “Afgelopen voorjaar ben ik met Tom Pintens en Gregory Frateur met de voorstelling Zware Metalen op tournee geweest, en daar was ik vooraf toch een beetje voor op mijn hoede. Toen het Nieuwjaar was en ik besefte dat we over vier dagen première hadden, keek ik er toch een beetje tegen op. Maar de repetities liepen prima. We hebben drie stemmen die zeer complementair zijn: ik de forse rockstem, Tom die prachtig melodieën zingt, en Gregory die alles kan met zijn stem, van opera tot glamrock. Ook de voorstellingen waren een succes.

© Alexander Popelier

17


Al kregen we slechte recensies in de pers, terwijl ons eerste optreden in De Roma nota bene een groot succes was, waarbij 650 mensen een hele leuke avond hadden en dat ons achteraf ook allemaal kwamen zeggen. Maar helaas stuurde De Morgen daar zijn metalspecialist op af, en die schreef een vernietigende recensie. Het is gek hoe één artikel ons een hele tournee kon blijven achtervolgen. De mensen kwamen achteraf zeggen dat ze geschrokken waren dat ons optreden toch goed was.”

18

“Ik ben er mij van bewust dat ik moet opletten met de verschillende muzikale zijstappen die ik zet. Het publiek gaat misschien denken ‘daar heb je hem weer’. Maar ik ben ooit zoals Obelix in de toverketel gevallen, en dat betekent dat er iedere dag een idee is dat ik zou willen uitvoeren. Ik moet een beetje remmen, want ik ben vaak een vogel voor de kat. Ik ben snel te overtuigen van iets, en ik meen alles wat ik doe ook altijd heel fel. Er is nooit een half engagement. Vermoeiend! Ik ben heel blij dat ik bij een management zit dat zegt dat ik vanaf dit najaar enkel nog met de nieuwe plaat bezig mag zijn (lacht).”

© Rob Walbers

Flesje cola “Eén dag in de week werk ik ook voor Woestijnvis. Ik had tien jaar lang een rubriek op vrijdagavond waaraan ik meewerkte, waarvan de laatste jaren Het Gesproken Dagblad. We weten nog niet precies hoe het vernieuwde Man Bijt Hond er op Vier gaat uitzien, maar ik kan er zeker blijven werken. Als freelancer maak ik ook geregeld reclamespotjes, wat ik zéér graag doe, hoewel ik zelf niet graag naar reclame kijk. Reclamefilmpjes zijn korte opdrachten waar je zo’n twee weken mee bezig bent: je brainstormt, en dan volgt wat ik ‘een korte technische actie’ noem: het filmen en monteren. Ik ben ook nog een programma aan het ontwikkelen voor Canvas, wat ik ooit al eerder deed voor ‘Stijn en de Sterren’. Daar is dan later een lezingenreeks uit voortgekomen, met ondertussen drie uitbreidingen. Die monologen over astronomie doe ik echt het allerliefst van allemaal. Ik kom telkens in een flow, waardoor ik op het einde denk: ‘Stijn, anderhalf uur geleden hebt ge uw eerste woord gezegd, toen stond daar een gesloten colaflesje op tafel, en nu zit dat nog steeds vol!’ (lacht).” “Die monologen vlotten alsof het niets is, maar vraag me niet om twee liedjesteksten van Tröckener Kecks uit het hoofd te leren, want dat kan ik niet. De beperkte opslagruimte van de geest is soms bereikt. Dingen die ik schrijf, kan ik wel perfect onthouden. Alhoewel: zo was ik onlangs, letterlijk tijdens de afwas, op medium volume naar Radio 1 aan het luisteren. Er begint daar zo’n nummer, waarvan ik denk ‘f***, dat is een goede riff! Dat is lekker, dat ken ik niet!’, waarna blijkt dat het Stil Verdriet was, een nummer uit de eerste plaat van Noordkaap, dat al twintig jaar niet meer op de radio gedraaid wordt. Er moet toch iets zijn wat maakte dat ik net dat nummer meteen zo goed vond.” ■ Filip Tielens


ARTIEST IN HUIS

19

“Het is gek hoe één slechte recensie je een hele tournee kan blijven achtervolgen”


Š Mona Bogaert

Expo THEATER TOL @ Destelheide

DH-magazine 24 - jun jul aug 2012  

Het Destelheide-magazine van de zomer van 2012. Interviews met Stefan Perceval over De Zomeracademie, Griet Herssens over haar expo, Lenneke...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you