__MAIN_TEXT__

Page 16

Is er licht aan het einde van de tunnel?

Wortelsplitsings­ problematiek Peet van Gils

P

arodontaal gaat het in Nederland beter dan voorheen door onder andere het toegenomen gebruik van kwalitatief goed ontwikkelde elektrische borstels, het intensiever gebruik van interdentale ragers en tandenstokers op advies van meer mondhygiënisten. Er is meer preventie, maar desondanks blijft circa 10 procent van de bevolking ernstig vatbaar voor parodontitis. Lokale anatomische kenmerken, zoals wortelsplitsingen en afwijkende wortelvormen kunnen daarbij een grote rol spelen. We weten van (pre)molaren met wortelspitsingsproblematiek dat ze vaker verloren gaan (Ramfjord et al. 1987; Nibali et al. 2016) en dat bij het onderdrukken van ontsteking in vergelijking tot bij enkelwortelige elementen er minder succes bij wordt behaald (Badersten, Claffey et al ‘88). De klinische besluitvorming is complex door de combinatie van anatomische kenmerken, de vaak lastig te bereiken locatie (voor zowel patiënt als therapeut), en de biomechanische eisen voor een functionele occlusale belasting.

Hoe ontstaat het probleem? Als verticaal botverlies door parodontitis zo ver is voortgeschreden dat de wortelsplitsingen door micro-organismen bezet raken, kan er ook in horizontale zin botafbraak optreden. Zo vormen zich driedimensionale ruimten, waar meer bacteriën ophopen, in vergelijking met pockets bij glooiende worteloppervlakken. Deze ruimten zijn bovendien lastiger te reinigen, voor zowel patiënt als behandelaar. Om het de patiënt beeldend inzichtelijk te maken, zou je een wortelsplitsingsprobleem, microscopisch gezien, een grot kunnen

16

noemen. In vergelijking met een pocket bij een gladde wortel is daar sprake van een grotere inhoud met een hogere bacteriële belasting, en dus met meer risico op aanhechtingsverlies. Er worden dan ook meer anaerobe, parodontaal schadelijke bacteriën aangetroffen in furcatiegebieden in vergelijking met gladde vlakken pocket gebieden. De resultaten van de parodontaal initiële behandeling en zelfs van chirurgische behandelingen is op die plaatsen minder goed. Dat resulteert in meer bloeding na sonderen, minder pocketdieptereductie en meer kans op verder verval.

Waar komt het vooral voor? Bij de bovenkiezen zijn twee van de drie wortelsplitsingen gelegen tussen de gebitselementen. Het is verstandig dit de patiënt uit te leggen, zodat zij zich ervan bewust zijn dat vooral interdentaal goed ragen zal helpen om verdere achteruitgang in te dammen. Vergeet als professional niet die wortelspitsingen vanaf de gehemeltezijde te meten, zowel aan de voor- als achterzijde. Onderzoek op opgegraven schedels toont dat mensen ouder dan 35 jaar in 70 procent wortelsplitsingsproblematiek heeft.

Hoe te herkennen? Door de complexe anatomie is het gebied ook voor de zorgprofessional lastig bereikbaar. Dat maakt dat we meer moeten doen dan slechts een pocketsonde ter hand te nemen om te ontdekken of, en in welke mate, we hiermee te maken hebben. Een gekromde furcatiesonde is nodig om de furcaties op te sporen en hoort daarmee op de controletray. De herkenning op röntgenfoto’s van zogenaamde furcation-arrows bij

dentista

Profile for Dentista

Dentista 2019/4: thema parodontologie  

Dentista Magazine uitgave 4, september 2019. Magazine voor het tandheelkundig team. Thema van deze uitgave: parodontologie. Gasthoofdredacte...

Dentista 2019/4: thema parodontologie  

Dentista Magazine uitgave 4, september 2019. Magazine voor het tandheelkundig team. Thema van deze uitgave: parodontologie. Gasthoofdredacte...

Advertisement