Page 1

WINTERTUINFESTIVALMAGAZINE

DE VRIJE LEZER Ilja Leonard Pfeijffer • Erik Jan Harmens Joris van Casteren • Ted van Lieshout • Arjan Peters Alma Mathijsen • Nina Polak • Toef Jaeger Corinne Heyrman • Marc van der Holst Adriaan van Dis • Anousha Nzume & vele anderen


WORD EEN VRIJE LEZER! Data zijn geld waard. Op basis van jouw online gedrag (wat jij liket, waar jij op reageert, wat jij deelt, zelfs waar jij op klikt) bepaalt Facebook wat jij de volgende keer als je inlogt te zien krijgt op jouw tijd­ lijn – en iedere keer dat je inlogt neemt dit effect toe. Je zit dus al snel in je eigen, gepersonaliseerde bubbel, met de bijbehorende advertenties. Facebook bepaalt wat jij te lezen krijgt en jij voert vrijwillig allerlei data aan algoritmen om dat mogelijk te maken. De jacht op data is de goudkoorts van deze tijd. Niet alleen Facebook gebruikt en stuurt de lezer. Ook webwinkels Amazon en Bol.com zetten big data en algoritmen in om de lezer te sturen. Zo opende Amazon on­ langs een fysieke winkel, waarvan het aanbod is geselecteerd op basis van big data­analyses uit de website en enkel boeken met een cijfer van 4.6 (van de 5) of hoger worden aangeboden. ‘Kwaliteit boven kwantiteit’ is hun motto, maar kwaliteit wordt hier verward met populariteit. Daar­ naast gaat Amazon zo ver dat ze de big data gebruiken om te voor­ spellen welke producten de consumenten hierna zullen aanschaffen. Nog voordat je überhaupt op het idee bent gekomen om een speci�ek boek te lezen, ligt het al voor je klaar bij een lokale distributeur. Bol.com gaat zelfs nog een stap verder door zelf de algoritmen te manipuleren. Ieder boek is voorzien van advies: ‘soortgelijke boeken’, ‘boeken die andere mensen ook kochten’ en ‘combinatiedeals’ – Bol.com stippelt een pad voor je uit. Daarnaast kunnen uitgevers Bol.com betalen om ervoor te zorgen dat hun titels een beter plekje krijgen in het totaalaanbod en van meer informatie worden voorzien. Bol.com maakt het grote uitgeverijen dus gemakkelijk hun boeken grootschalig aan te bieden, terwijl hun nieuwe prijsafspraken het kleine, onalledaagse uitgeverijen juist moeilijker maakt om geld te verdienen aan de boekverkoop. Als die uitgeverijen geen contract tekenen dat meer winst voor Bol.com oplevert, worden hun boeken van de site, en dus uit de algoritmes gehaald. Nog zorgelijker is dat Patrick Swart, algemeen directeur van wpg, in nrc Handelsblad (16 juni 2017) zei te werken aan een algoritme dat best­ sellers kan voorspellen: “[Ik] ga me niet bemoeien met de inhoud van een boek. Maar in de toekomst moet je eruit springen. Je moet de num­ mer één of twee zijn.” Swart verwart kwaliteit en creativiteit met goede verkoopcijfers en noemt Vijftig tinten grijs “misschien wel (…) het meest creatieve boek dat er is”. Laat die zin even op je inwerken. Veel goede schrijvers hebben meerdere romans nodig gehad om uit­ eindelijk tot een bestseller te komen. Net zoveel goede schrijvers


schreven nooit een bestseller, maar schrijven boeken die om uiteen­ lopende redenen belangrijk zijn. Wanneer we de algoritmen laten kiezen wat er uitgegeven moet worden zullen vele talenten nooit de kans krijgen uit te groeien tot de nieuwe Mulisch, Reve of Hermans. Sterker nog: in die wereld zouden diezelfde Grote Drie waarschijnlijk nooit alle drie gepubliceerd zijn. We weten dat er niet altijd een directe relatie bestaat tussen verkoop­ succes en kwaliteit. Een algoritme dat bestsellers voorspelt leidt niet per se tot goede literatuur, wel tot voorspelbare. Dit betekent ook dat de schrijver in de wereld van Patrick Swart overbodig wordt. Er bestaan inmiddels computers die onaf werk van overleden auteurs conform hun schrijfstijl af kunnen maken. Met die computers, de bestsellercode en de algoritmen (nota bene ontwikkeld door een concern waar een literaire uitgeverij als De Bezige Bij onder valt) wordt de auteur overbodig en het literaire landschap van binnenuit uitgehold. Vernieuwing, experiment, artistieke vrijheid, intel­ lectuele avonturen, en alles wat ook maar suggereert dat je er zoiets als moeite voor moet doen om het te snappen, is in die wereld onrendabel, en dus waardeloos. Wij geloven dat het mogelijk is om aan dit apocalyptische beeld van een kaalgeslagen literair landschap te ontsnappen. Wij geloven in de Vrije Lezer. De lezer die zich door de literatuur beweegt als een avonturier zonder vaste bestemming, die zich niet laat sturen door algoritmes waarmee de uitgeefboekhouders de inhoud van je roman willen bepalen, of door de marketingdictatuur van Amazon en Bol.com. Een lezer die leest als een daad van verzet. Die door de mazen van het algoritmenet glipt, omdat hij zich laat informeren door vrienden en door de boek­ verkoper van de onafhankelijke winkel, die literaire festivals bezoekt, en ook schrijvers leest die nog nooit bij dwdd zaten. En omdat we dit zo belangrijk vinden, vroegen we verschillende onafhankelijke geesten om tips. We stelden ze de vraag: Vertel ons, hoe word je een Vrije Lezer? Redactie Wintertuinfestival

do 23-11 word een vrije lezer – radboud universiteit Debat over het festivalthema met o.a. Jos Joosten en Nina Polak.


HOE WORD JE EEN VRIJE LEZER? TED VAN LIESHOUT:

Vrije lezers bestaan niet en hebben nooit bestaan. Vaak horen we dat het publiek krijgt wat het hebben wil, maar dat klopt niet: het publiek kan enkel kiezen tussen wat het krijgt aangeboden, en lezers laten zich vervolgens graag leiden. Om toch zo veel mogelijk een vrije lezer te kun­ nen zijn moet je goed kunnen lezen en schrijven, en dat is lang zo van­ zelfsprekend niet als het lijkt. Steeds meer raakt de samenleving erop ingericht dat wij het lezen niet voldoende machtig zijn; zelfs de krant, ooit een onafzienbare brij van kleine lettertjes, is overgestapt naar beeld en kretologie. Er zit eigenlijk niets anders op: we moeten terug naar school en weer goed leren lezen. En wie geen zin heeft om te lezen, máákt maar zin. Wie niet goed genoeg kan lezen kan immers nooit vrij zijn, want vrijheid bestaat niet voor wie niet zelfstandig informatie kan verzamelen. Ted van Lieshout is schrijver en dichter.

ARJAN PETERS:

De vraag is eigenlijk niet hoe je een vrije lezer wórdt, maar hoe je erin slaagt er een te blijven. Iedereen is namelijk als vrije lezer begonnen, als kleintje dat de leesplank achter zich had en in het wilde weg aan het lezen sloeg. Geen verplichting, geen verwachting, geen kennis van repu­ taties, onbekend met schrijversnamen. Dát is de vrijheid die je in de loop der jaren ingedamd ziet worden. Maar het is ook de lokroep die je altijd op het rechte pad houdt – van je eígen mening, je eigen smaak, je eigen ontroering en afkeer. En van de voort­ durende honger naar nieuwe sublieme leeservaringen. Deze maand las ik poëzie, romans, kinderboeken, essays en biogra�eën. Als dat geen vrijheid is. En door criticus te zijn geworden, kan ik dikwijls met lezen beginnen vóórdat iemand anders met zijn poten aan mijn boek heeft gezeten, en met zijn mening mijn blanco gemoed al heeft bezwadderd. Laat staan dat een boekhandelaar (die een winkel heeft, en dus per de�nitie suspect is) in een tv­programma al heeft kunnen roepen wat de lezer, ik dus, nodig zou moeten aanschaffen. Niemand moet iets. Open het boek en verdwijn erin. Dan kan zich niets tussen jou en de tekst wurmen. Lezen is de vrijheid zelve. Arjan Peters is Volkskrant-redacteur en criticus. Zie wintertuinfestival.nl voor meer reacties.


TOEF JAEGER

Het algoritme van de rederijkerspoëzie “Kan een mens wel zonder idee van de mens?” vraagt Yuval Noah Harari zich in zijn boek Homo Deus af, waarin hij de toekomst schetst van een datacentristisch wereldbeeld. “Kan een lezer wel zonder idee van de auteur?” vroeg ik me af toen ik Wintertuins essay “Hoe word je een vrije lezer?” las, waarin ons een apocalyptisch beeld van computer­ gestuurde literatuur wordt voorgelegd die van de meest bezielde lezer een computergestuurde zombie maakt. De onvoorspelbaarheid van de eigen smaak wordt daarin langzaam terzijde geschoven ten faveure van een algoritme dat met grote zekerheid de lezer gelukkig kan maken. Het is een wereld waar je inderdaad niet aan moet denken. Gelukkig is er een eenvoudige uitweg. Die is ouder dan sociale media, zelfs ouder dan de roman of het essay, en dat is poëzie. In de besloten­ heid van het boek met kleine oplage of de saamhorigheid van het podium en de zaal, zonder het alziend oog van Facebook of Twitter, en buiten bereik van het boekenpanel van dwdd om, gaat de dichter haar of zijn gang. En dat doet ze alleen voor u, de lezer, die de individuele emoties op een unieke manier verwoord vindt, en die u ten diepste raakt op een manier die geen computer ooit had kunnen voorspellen. Ik chargeer in mijn formulering misschien een beetje, maar er is iets voor te zeggen om poëzie te beschouwen als de vrijplaats van het lezen, juist omdat commercie maar zo zelden een rol speelt. Wat hier een rol speelt is het overdragen van een ervaring; die van de natuur, zoals bij Bloem, of juist de stad, denk aan Nijhoff. Misschien een herinnering aan vroeger (Neeltje Maria Min) of een eigentijdse verwerking van de antieke traditie (Hester Knibbe). Soms springerig en dwars (Ellen Deckwitz), soms ook weer zeer bedachtzaam (Henk van der Waal). Poëzie kan je anders naar wereld laten kijken (K. Schippers), je in totale verwarring achterlaten (Astrid Lampe), een beetje troostrijk zijn (Toon Tellegen), en soms zelfs boos worden op de wereld (Lucebert), of geëngageerd (Kouwenaar), al is maatschappelijke poëzie nog het meest succesvol wanneer de maker tevens een gitaar in handen heeft. Als dit stukje een sonnet was, kwam nu de volta. Want wat gebeurt er aan het eind van de Middeleeuwen, het begin van de Renaissance? Daar verzamelen dichters zich in clubs, rederijkerskamers, broederschappen (waar overigens juist een zuster een van de beroemdste werd, Anna Bijns) waarin men wedstrijden hield in het schrijven van gedichten in afgebakende vormen. Ballades, rondelen, kwadranten, of spiegeldichten,


onder de voorwaarde dat: “Een spiegeldicht bestaat uit rijmende zinnen en geen (of soms één) unieke zin. De rijmende zinnen worden dan ge­ spiegeld en vormen zo de conclusie van het gedicht.” Zo’n gedicht ziet er dan zo uit: “zin 1, zin 2, zin 3, zin 4, zin 5, zin 4, zin 3, zin 2, zin 1 (met unieke regel = zin 5)”. Dat zijn nog eens regels! Als lezer hoef je niet te nadenken of iets goed is, je kunt gewoon de regels toetsen! Je zou die voorschriften als het ware in een computer kunnen invullen, een programma maken zodat de juiste gedichten eruit rollen, kom, daar is een woord voor… za 25-11 festivalavond – doornroosje Hoe vrij is de lezer anno 2017? Toef Jaeger en Jet Steinz gaan erover in gesprek.


CORINNE HEYRMAN

Een gesprek met Nina Polak – Writer in Residence “Je stelt grote vragen op een vrijdagmiddag,” merkt Nina Polak op. We voeren een gesprek naar aanleiding van haar residentie tijdens het Wintertuinfestival. Ik stel grote vragen waar ze geleidelijk aan weloverwogen antwoorden op geeft. Een gesprek over toekijken in plaats van ergens tegenaan schoppen, haar tweede boek en de vrije schrijver. “Ik ben sinds september al Writer in Residence aan de letterenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen,” zegt Nina. Tijdens het Winter­ tuinfestival brengt ze op zaterdagavond een ode aan de vrije lezer. “En ik verblijf in een middeleeuws huis!” zegt ze enthousiast. In het huis zal ze de tijd nemen om aan haar tweede boek, Gebrek is een groot woord, te werken, dat over een maand af moet zijn. “Eindelijk ben ik ergens met het boek,” zegt ze. “Ik kan de tijd goed gebruiken.” “Waarover het boek gaat? God, dat kan je aan iedereen vragen behal­ ve aan de schrijver zelf,” zucht Nina. Ze is even stil. “Het gaat over een dertigjarige vrouw die voor zeven jaar op zee ging en dan terug aankomt in Amsterdam.” Het blijft weer even stil. “Maar eigenlijk ga ik er nu pas achter komen waar het boek over gaat. De grote thematiek is hechting en onthechting, geborgenheid en vrijheid. Het is dus echt een broertje of zusje van het eerste boek.” Vrijheid is een thema in haar werk. Heel voorzichtig stel ik haar een grote vraag. “Nina Simone antwoordde in een interview mooi op de vraag wat vrijheid is. Ze was eerst even stil en antwoordde wat iedereen zou zeg­ gen: ‘Dat kun je niet uitleggen, het is een gevoel.’ Toen bleef ze nog even nadenken en zei ze: ‘Vrijheid is: geen angst.’ En ik denk dat dat klopt,” antwoordt Nina.

lolita (Vladimir Nabokov, 1955) “Stilistisch hoogtepunt in de wereldliteratuur dat mee­ dogenlozer dan elders aantoont dat de vraag hoe te leven (dé vraag van de literatuur) niet te beantwoorden is.” – thomas verbogt

anton tsjechov “Tsjechov, Tsjechov, Tsjechov – alle korte verhalen in de geweldige Russische Bibliotheek, vertaling van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel.” – adriaan van dis


“Vroeger dacht ik dat vrijheid mobiliteit was, dat het met reizen en beweeglijkheid te maken had. Maar het is iets anders. Het hangt samen met hoe dapper je kunt zijn. Hoe goed je de werkelijkheid onder ogen kunt komen.” Ik vraag of ze zich een vrije schrijver voelde tijdens het werken aan haar tweede boek. “Mijn debuut is precies goed ontvangen. Het kreeg com­ plimenten, maar ook kritiek. Daardoor ben ik niet geland, eerder aange­ moedigd. Dat is een fijn uitgangspunt om aan een tweede boek te begin­ nen.” Is een schrijver vrij? “Ik kan ongeveer alles opschrijven, al zijn het wel politiek gevoelige tijden. Ik heb nooit meegemaakt dat ik ergens niet over mocht schrijven, maar ik kan me voorstellen dat onderwerpen zoals seksisme, racisme, elitarisme gevoelig liggen. Daarom ga ik de onder­ werpen niet uit de weg, maar je kunt er niet onderuit wat dat betekent, zo’n gevoelige tijd. Die woede die onder de dingen ligt. Anderzijds vind ik het als schrijver niet nodig te schoppen. Ik ben eerder geïnteresseerd in naar de dingen kijken, dan aan één van beide uitersten van de dingen te gaan trekken of provoceren. Ik kijk.” za 25-11 festivalavond – doornroosje Writer in Residence Nina Polak opent de festivalavond met een ode aan de lezer.

kek iz tak (Carson Ellis, 2016) Telkens als ik dit aan mijn lief voorlees krijg ik een stuiplach, dit is beslist het fijnste prentenboek van het afgelopen jaar.” – jaap robben

za 25-11 festivalavond – doornroosje Corinne Heyrman maakt samen met regisseur Jip Vuik een ‘site speci�c performance’ in de loading dock van Doornroosje.

umami (Laia Jufresa, 2016) “Sprankelende debuutroman over de markante bewoners van een hofje in Mexico­Stad, prachtig vertaald door Heleen Oomen.” – emilia menkveld


in alle steden (Aukelien Weverling, 2017) “Weverlings stijl is om je vingers bij af te likken, deze beeldende what if­roman over de betrekke­ lijkheid van vrijheid en het ondraaglijke overwicht van de massa raad ik aan vanuit mijn tenen.” – erik jan harmens

de zebra (Alexandre Jardin, 1988) “In De Zebra lees je hoe avontuur­ lijk een lang huwelijk kan zijn: een ode aan de (ware) liefde.” – marjolein visser


oceaan van een zee (Alessandro Baricco, 1993) “Want de vrije lezer verdient een vrije schrijver, en ik ken geen enkel ander boek dat zo alle kanten op sprankelt; elk hoofdstuk is anders, van een briefwisseling via een kunstcatalogus tot zelfs een ge­ bed: het schrijfplezier spat ervan af!” – manon smits

het materiële leven (Marguerite Duras, 1987) “Een weergave van wat ik vind. Als je het niet leest ben je gek, of: als je niet leest ben je gek.” – sytske van koeveringe

white innocence (Gloria Wekker, 2016) “Gloria Wekker is voor mij een groot voorbeeld! De vertaling van haar boek White Innocence komt in november uit bij aup. Hierin beschrijft zij de ingesleten attitudes en emoties die racisme in Nederland in stand houden, onderwerpen die zij verkent zijn bijvoorbeeld de beeldvorming over zwarte mannen en vrouwen, het gebrek aan kennis over ras in de Nederlandse academie en de controverse rondom het Zwarte Piet­debat, Artikel1 en Sylvana Simons.” – anousha nzume

one hundred poems from the chinese (vert. Kenneth Rexroth, 1971) “We zijn ruim 1000 jaar verder, maar mooiere poëzie dan die in One Hundred Poems from the Chinese is er nog steeds niet geschreven.” – marc van der holst


ILJA LEONARD PFEIJFFER Lezen als daad van verzet

Ja, vrienden, wij vragen nogal wat. Niet alleen willen wij erkend worden als lezers, op de manier waarop in vroegere tijden adel werd begroet met een reverence en angstig neergeslagen blikken van het voetvolk, maar ook willen wij heel graag dat onze culturele superioriteit stoer en gevaarlijk is, blakend in een subversief aura en benijd als een daad van verzet. Het liefste zouden we leven in de wereld van Ray Bradbury’s Fahrenheit 451, waarin alle boeken worden verbrand en de literatuur met gevaar voor lijf en leden in leven wordt gehouden door een handjevol onvervaarde guerrillastrijders in de bossen die meesterwerken uit hun hoofd hebben geleerd. Niet dat we echt in zo’n wereld zouden willen wonen – daarvoor zijn we te veel gesteld op ons comfort – maar we zouden heel graag willen dat iets van die heldhaftigheid op ons zou afstralen. Het probleem met ons lezers is echter dat wij verre van uniek zijn. Alle mensen om ons heen zijn de godganse dag aan het lezen. Het eerste dat zij doen als zij opstaan, is hun WhatsApp­berichten lezen. In de trein in de ochtendspits lezen ze met ingehouden adem clickbaitartikelen over 11 hete seksgeheimen die stewardessen van budgetvluchtmaatschap­ pijen ons niet vertellen of over de 21 schattigste huisdieren van bekende Nederlanders. Op hun werk lezen ze rapporten en vergaderstukken en ze gaan naar bed met het lezen van blogs over Game of Thrones en com­ mentaren op het poezenplaatje dat ze op Facebook hebben gedeeld. Iedereen leest zo ontzettend veel dat hij aan leven niet meer toekomt. Daar staan wij mooi in ons hemd, vrienden, met ons verlangen om uniek te zijn en heldhaftig te worden gevonden. Ja, maar wij lezen boeken. Dat is heel iets anders. Oké. Ik zou bereid zijn daarin mee te gaan. Maar dan moeten we wel heel precies de�niëren in welk opzicht het lezen van boeken dan wel zo anders zou zijn. Want het gaat niet om de tegenstelling tussen papier en retinaschermen. Het zou primitief zijn om te denken dat het medium iets uitmaakt. En natuurlijk gaat het wel om literaire vormgeving, stijl en compositie, maar daar kunnen we niet mee aankomen, want dat snapt geen mens. Wat volgens mij een belangrijk verschil is tussen de manier waarop wij lezen als wij boeken lezen, als wij ze goed lezen, en de manier waarop de rest van de mensheid bij voortduring de hele tijd aan het lezen is, is dat wij langzaam lezen. Laat deze traagheid een daad zijn van verzet tegen de jachtigheid die de wereld van ons eist.


Belangrijker is het misschien nog dat de boeken die wij lezen een beroep doen op onze empathie. Wie een roman leest, moet zich verplaatsen in een ander. De lezer moet zich moeite getroosten om begrip op te bren­ gen voor de gedachten, gevoelens en beweegredenen van een ander. In deze tijden waarin iedereen een mening heeft en schreeuwend opkomt voor zichzelf omdat hem al bij voorbaat onrecht wordt aangedaan, is dat waarlijk subversief.


ALMA MATHIJSEN Ode aan Thomas

“Als je door en door begrijpt wie je personages zijn, dan schrijft het verhaal zichzelf.” Thomas vuurde vragen het leslokaal door. “Wat voor uiterlijk heeft je karakter en is ie daar tevreden mee?” Hij keek naar ons alsof hij wachtte tot het was bezonken. “Loopt je karakter de hema binnen als de rookworstgeur door de deur naar buiten zweeft?” Ik zweer dat ik rookworst rook op dat moment. “Tapt je karakter banale moppen om zijn hyperintelligentie te verhullen?” De wil om een mens te bouwen die ik door en door ken, groeide met elke vraag. Tijdens zijn lessen hield ik alles bij in een schriftje, ik wilde niets vergeten. “Zie het karakter voor je,” zei Thomas, “pak een eigenschap en vergroot die uit. En onthoud vooral dat het erger moet.” Ik zie een man voor me met halflang haar en een bril. Een man die abso­ luut de hema binnenloopt als de worsten uit het kokende water worden gehaald. Een man die ’s ochtends in bad gaat in plaats van ’s avonds, om na te denken over het werk dat hij die dag moet verzet­ ten. Het water is net iets te heet, dat denkt nog trager. Want deze man moet worden afgeremd, dat weet hij. Als hij de teugels laat vieren, dan raakt hij het spoor bijster. Hij wil teveel, hij houdt te veel en te intens van het leven. Want dat is wat hij kan: liefhebben. Met zijn tenen tegen de rand, denkt hij aan de column die hij zo moet tikken. Het redde zijn leven, die column, elke ochtend begint nu al vijfentwintig jaar met een overdenking. Die heeft hij nodig om de rest van de dag aan te kunnen. In bad borrelen de onderwerpen voor zijn column op. De man laat zijn voeten zakken en stapt uit bad. Hij weet het. Er is een woord dat hem

do 23-11 ode aan thomas verbogt – waalkade: de graaf van bylant Thomas Verbogt is 25 jaar columnist bij de Gelderlander én 65 jaar geworden, en dat wordt aan boord gevierd.


dwars zit, een woord dat mensen teveel gebruiken omdat ze lui zijn en niet langer zoeken naar een betere beschrijving. Eenmaal achter zijn bureau durft hij het haast niet op te schrijven, met weerzin en een scheef gezicht tikt hij op: mensenmens. Het doet hem fysiek pijn, een rilling schiet door zijn lijf. Dat woord staat voor alles wat de man niet is: vaag, quasi�loso�sch en bedacht. Als het stukje klaar is, mag hij van zichzelf een cd kopen. Zo beloont hij goed werk. Deze man houdt van cd’s, hij houdt ervan om ze vast te houden, om zijn nagel onder het plastic te duwen en het velletje weg te trekken. Zo kan de muziek ademen. Dan gaat hij zitten om te luisteren, zonder iets anders te doen. Hij luistert. En als hij het mooi vindt, luistert hij nog een keer. Zoals de man naar muziek luistert, zo doet hij alles in zijn leven. Zijn aandacht is volledig en intens. Als hij afspreekt met zijn leerlingen, omdat ze niet meer weten waar ze de volgende woorden vandaan moeten halen, laat hij eerst kaasstengels komen. En soms witte wijn en soms spa rood. Hij heeft het gelezen, hij heeft het altijd gelezen en dan haalt hij er een zin uit. Die goed is, die volgens de man heel erg goed is. En dan zegt de man tegen de leerling dat hij of zij zich dat nooit mag laten afpakken. De man helt voorover, zijn ogen zijn strak naar voren gericht, hij meent het. Voor hem is het van levensbelang, niets daaraan is gespeeld. ’s Avonds staat de man op het toneel, want hij wil niet naar huis. Of hij ontmoet zijn vrienden, vrienden met wie hij al jaren samenkomt. Ze drinken teveel of helemaal niet, want een middenweg bestaat niet in het leven van deze man. Hij wil nooit naar bed. Zoals sommige kinderen niet naar bed willen omdat de dag nog veel te leuk is en ze niet willen dat er een einde aan komt. Morgen is een nieuwe dag, moet de man tegen zichzelf zeg­ gen voordat hij toch in bed kruipt en zijn ogen sluit. Hij beeldt zich in dat hij door de stad banjert, met een boek onder zijn arm dat hij net gekocht heeft omdat hij een hoofdstuk van zijn nieuwe roman heeft afgerond. Dat heb je goed gedaan, Thomas, zegt hij tegen zichzelf. De geur van rookworst hangt in de straten. Dan pas stapt hij de hema binnen.

za 25-11 festivalavond – doornroosje Alma Mathijsen draagt voor en is te gast in writerswriters, de festivaltalkshow.


@LISA_WEEDA @ANNEWETERING Waarom de Lezeres des Vaderlands een prijs verdient

Interessant thema, de vrije lezer, maar hoe vrij is de zogenoemde vrije lezer nu echt? Is het wel waar dat je je als lezer kunt onttrekken aan de algoritmen waar je in het ‘digitale/online leven’ mee te maken hebt? Is lezen werkelijk zo analoog dat je, als je daar je best voor doet, de mechanismen die ervaringen en handelen proberen te sturen kunt ontwijken? Want als de werelden waarin we ons terugtrekken in de literatuur toch wel vaak dezelfde soort werelden blijken te zijn, is de lezer dan wel zo vrij? De Lezeres des Vaderlands is: ☐ een vrouw van veertig met een sigaret ☐ een student ☐ een oma met een smartphone ☐ een beeldend kunstenaar ☐ een academicus ☐ een schrijver ☐ een vrijwilliger ☐ een tandarts ☐ een musicus ☐ een trambestuurder In 2016 begon de Lezeres des Vaderlands met het grote #lekkertellenproject. Het hele jaar telde ze in de boekenbijlage van Trouw, De Morgen, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, De Standaard, NRC Handelsblad, Vrij Nederland en Het Parool hoeveel door vrouwen geschreven boeken er werden besproken en hoeveel van die besprekingen door vrouwen werden geschreven. De uitkomsten waren ontluisterend. Hoewel iedereen die bekend is in de letteren wel weet dat er enige ongelijkheid bestaat tussen mannen en vrouwen, bewees de Lezeres des Vaderlands door statistisch onderzoek dat de verhoudingen ook aantoonbaar en niet enkel gevoelsmatig scheef zijn. We are talking gender gaps all over the place.


Dankzij de vergaarde data van de Lezeres kunnen we nu een gesprek voeren over waarom de genderrepresentatie in het Nederlandse lite­ raire landschap natuurlijk niet echt woke1 is, anno 2017. Om nog maar niet te spreken over de Nederlandse literaire canon in honderd (en enige) auteurs, waarin van de honderd auteurs slechts veertien – simpel omgerekend dus 14% – een vrouw is.

to do ☐ Wikipagina voor de lezers beginnen ☐ data toegankelijk maken ☐ in My Way van Monica Geuze lezen, gewoon omdat het kan ☐ de Lezeres literaire prijzen geven ☐ https://www.vice.com/nl/article/ 8qjmab/ik­las­een­jaar­lang­al leen­maar­boeken­van=vrouwen­ en­dat­zou­jij­ook­moeten­doen

de bevindingen van de lezeres des vaderlands Als vrije lezer wil je natuurlijk vrij kunnen kiezen wat je leest. Maar als poortwachtertjes ervoor zorgen dat de mogelijkheden van wat je kunt lezen in wezen beperkt zijn, ben je misschien minder vrij dan je dacht. En dat laat de Lezeres nu precies zien. Dat er sprake is van een ‘onvrij­ heid van de lezer’ – en de schrijver – omdat er een systeem lijkt te zijn dat meneren voortrekt. We denken dat het daarom hoog tijd is om de Lezeres een prijs te geven en het volgende meneren­poortwachters­ bastion, de literaire prijzen, over te nemen. Dus, hoe kunt u als nietsvermoedende (maar inmiddels woke) Wintertu­ infestivalbezoeker een bijdrage leveren aan deze superbelangrijke strijd voor literaire gelijkheid en dus ook voor werkelijke literaire vrijheid van de lezer? Nou, simpel: zelf ook lekker tellen (#lekkertellen). Hoeveel boeken geschreven door vrouwen er in je kast staan bijvoorbeeld – en let op: Elena Ferrante telt niet meer mee. Maar vooral door het gesprek over representatie in de literatuur serieus te nemen en in leven te houden.

1. https://en.wikipedia.org/wiki/Woke


Dat kan op verschillende manieren: door prijzen te geven aan bijvoor­ beeld de Lezeres des Vaderlands (we hebben vernomen dat er een wordt uitgereikt op dit festival), door eens te kijken hoe mannelijk/wit je eigen boekenkast is, door observaties als deze niet af te doen als ‘maar het gaat toch al heel goed’, en het onderwerp te blijven bespreken. Tot slot een tip in de vorm van een to­dolijst, want wat is er meer millennial dan een to­dolijst die je waarschijnlijk toch nooit afwerkt? Precies. Succes met vrije lezer worden! xo Anne & Lisa

wachten op de barbaren (j.m. Coetzee, 2002) “Wat als we die Ander, die we al eeuwen vrezen, ineens zelf blijken te zijn?” – lotte lentes

za 25-11 tafelgeheim – bibliotheek de mariënburg Lisa Weeda interviewt Jaap Robben over de VR­installatie Tafelgeheim, die hij samen met Sara Kolster maakte in opdracht van het Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

het vogelhuis (Eva Meijer, 2016) “Een goed boek verandert de lezer en dat doet Het vogelhuis: Len Howard is een zonderlinge vrouw, totdat Eva Meijer je meeneemt in haar hoofd en je de wereld vanuit haar perspectief leert bekijken.” – johan roos

za 25-11 festivalavond – doornroosje Lisa Weeda interviewt Sytske van Koeveringe over haar tijd als Schrijver in Huis bij Vitalis Woonzorg Groep in Eindhoven. Samen presenteren zij Q&A With the Grey. Anne van de Wetering is te gast in writerswriters, de festivaltalkshow.


JORIS VAN CASTEREN

Het negatief van afgetrapte schoenzolen over drie meesterwerken uit mijn boekenkast

In mijn boekenkast staat van alles, maar de boeken uit wat je het literair­journalistieke genre – of non­�ctieromans – zou kunnen noemen, zijn oververtegenwoordigd, wat niet zo vreemd is aangezien ik dat genre zelf ook beoefen. Een speciaal plankje is ingeruimd voor het helaas vanwege zijn vroege overlijden bescheiden gebleven oeuvre van W.G. Sebald (1944­2001), die eigenlijk een geheel eigen genre creëerde: een curieuze mengvorm van reportage, geschiedschrijving en autobiogra�e. Jaloersmakend goed. Austerlitz, Sebalds bekendste boek, is mij zeer dierbaar. Vanwege het even hartverscheurende als bizarre levensverhaal van de gelijknamige hoofdpersoon, maar vooral ook vanwege Sebalds volstrekt unieke stijl. Onder meer goed geïllustreerd door de volgende passage, over “de duisternis” die dieper wordt “bij de gedachte hoe weinig wij kunnen vasthouden, wat er allemaal voortdurend in vergetelheid raakt, met elk uitgedoofd leven, hoe de wereld zich als het ware vanzelf leegmaakt doordat de verhalen die kleven aan de talloze plaatsen en voorwerpen die zelf geen vermogen tot herinnering hebben, nooit door iemand worden gehoord, opgetekend of doorverteld (…)”. Austerlitz gaat ook over Theresienstadt – het concentratiekamp waar de ouders van de hoofdpersoon terechtkwamen nadat ze hem als vierjarige met een kindertransport naar Engeland hadden gestuurd. In Theresienstadt, vermeldt Sebald, moesten joden onder meer gezel­ schapspelen maken, waaronder mens­erger­je­niet. Voordat zij arriveerden in het kamp werd hen wijsgemaakt dat hun bestemming “een aangenaam Boheems herstellingsoord” was, “met mooie parken, wandelpaden, pensions en villa’s (…)”. Een paar jaar geleden ontdekte ik het werk van Svetlana Alexijevitsj (1948), de Wit­Russische auteur die de nobelprijs won, wat meestal geen aanbeveling is maar in haar geval zeer zeker wel. In Wij houden van Tsjernobyl (2005), wat mij betreft haar beste boek, komt onder meer een wetenschapper aan het woord, die bewoners van de na de kernramp te ontruimen zone – in Wit­Rusland werden meer dan driehonderd dorpen geëvacueerd – moest uitleggen waarom ze dienden te vertrekken.


Over zichzelf merkt hij op: “Ik ben een geleerde... Dat is een mens die een willekeurig stukje tijd in de geschiedenis heeft gekozen, en daar leeft hij in.” De geleerde verwachtte dat het besmette gebied bedekt zou zijn met roet en grijze as. “Maar daar, als je daar komt, wat een schoonheid! Bloeiende weiden, het zachte voorjaarsgroen van de bossen.” Zo raakte schoonheid verbonden met dood en verderf. De eerste hulpverleners – brandweerlieden, helikopterpiloten – werden onbeschermd naar de uranium spuwende reactor gestuurd, op last van het regime schreven kranten over hun heldendaden. Aanvankelijk werd met robots gewerkt, maar hun elektronica sloeg op hol. Na evacuatie van de dorpen moesten soldaten en rampenbestrijders, die niet wisten waar ze naartoe werden gebracht, grond afgraven. “Onderweg zagen we verwilderde honden en katten,” vertelt een van hen.“Ze deden soms heel vreemd, ze herkenden geen mensen, renden weg van ons. Ik begreep niet wat er met ze was totdat we het bevel kregen ze af te schieten.” “We begroeven aarde in de aarde,” zegt een ander. “Met kevers, spinnen en larven... Met dat hele, aparte volk.” Tenslotte uw aandacht voor Joseph Roth (1894­1939), de ellendig gestorven geweldenaar, in Nederland ten onrechte slechts als roman­ cier bekend. Gelukkig verschijnt bij uitgeverij Lubberhuizen, in prachtige vertalingen van de onvolprezen Els Snick, sinds enkele jaren ook zijn journalistieke werk, waaronder de essayistische reportage Joden op drift. Uit deze passage, over de Berlijnse Hirtenstraße, blijkt wat een scherp observator Roth was: “Er rijdt geen tram door. Geen enkele bus. Zelden een auto. Steeds maar vrachtauto’s en karren, het plebs onder de voertuigen. Kleine cafeetjes zitten in de muren. Je loopt over een trap naar boven. Over smalle, smerige en uitgesleten treden. Ze lijken het negatief van afgetrapte schoenzolen.”

za 25-11 festivalavond – doornroosje Anousha Nzume vertelt over de meesterwerken in haar boekenkast.

zo 26-11 een botsing op het spoor – villa klein heumen Joris van Casteren presenteert zijn nieuwe boek.


Infinite Jest

Infinite Jest

za 25-11 festivalavond – doornroosje Marc van der Holst is te zien in Short Story Cinema en speelt daarnaast samen met Gerjon Gijsbers en Koen Frijns in Fata Nirvana, dÊ spectaculaire punkdocumentaire.


ERIK JAN HARMENS Vrij

Je was altijd al vrij, lezer. Vrij om niet op je werk te verschijnen. Vrij om in je niksie over straat te lopen. Vrij om zonder doel een kant op te rijden. Je was altijd al vrij om via Facebook en Instagram eerlijk verslag te doen van dingen die je meemaakte, in plaats van als een minister van Waarheid voortdurend je geschiedenis te veranderen. Zo postte je na een verjaardag in een kring met veel stiltes een schaterende sel�e met als onderschrift: “we waren echt kk melig”. Waarna je zoveel series bingede dat dingen door elkaar gingen lopen. Je dacht: wat doet Mike Ross nou in House of Cards, maar je bleek naar Breaking Bad te kijken, ik bedoel Better Call Saul. ’s Avonds donderde je in een droomloze slaap, steeds vlakker werd alles, als een geëgaliseerd perceel. Als iemand zei: moet je nou toch eens horen, hoorde je alleen maar ruis. En toen gebeurde het, je wilde iets zinvols doen, je ging de schuur opruimen. Nadat je alle lege Zalando­dozen had geplet viel je oog op een rode Dirk­tas, die feller dan anders leek op te lichten tussen het oud papier en de lege flessen. Er lagen boeken in, je nam ze in je hand, elk omslag riep herinneringen op indringend als schrikdraad. Bij het lezen van de titel Is dit een mens van Primo Levi herinnerde je je hoe hij op een oktoberavond in Auschwitz de vorst weg probeerde te wensen. “Bij zonsondergang probeerden we de zon nog wat langer aan de hemel te houden, maar tevergeefs,” dat schreef hij toch? Je checkt het, het klopt zo ongeveer. Hoe had je die regel zo bijna woordelijk kunnen onthouden? Je houdt It a Come in handen, van de om politieke redenen vermoorde dichter Michael Smith, die zich zonder zelfcensuur en met inktzwart sarcasme uitsprak over de ‘blackety blackety frustration’ en de ‘chalice in de palace’: de hasjpijp als opium voor het Jamaicaanse volk. En Memoirs of a Beatnik van Diane di Prima, wat schreef ze ook alweer, over het verschil tussen kussen en neuken, je bladert erin en vindt het ook meteen: “No two people kiss alike – no two people fuck alike – but somehow the kiss is more personal, more individualized than the fuck.” Hoelang had het geduurd, dat in je hand houden van die drie boeken: één minuut tops. Maar je had al in de Poolse vrieskou gedauwtrapt, za 25-11 festivalavond – doornroosje Erik Jan Harmens en Franca Treur spreken over het belang van verhalen vertellen en lezen.


je had rondgelopen op het politiek verdeelde Jamaica van begin jaren ’80 en ook nog tijd liggen vermeien op een onduidelijk matrasje in de West Village. Het was alsof je door professor Barabas was weggeflitst en weer teruggehaald, in elk goed boek was een wereld voor je open­ gegaan die nooit meer helemaal was dichtgegaan. Je wás niet vrij, lezer, je bént vrij. Het enige wat je hoeft te doen is die Dirk-tas naar de woonkamer te brengen, je Netflix-abonnement op te zeggen en die smartphone op vliegtuigstand te zetten. Of beter nog: met een vuisthamer tot moes te pletten.


JOHAN ROOS

Pasinvoer gelijk is aan afbeelding Mijn pincode is 1 9 8 4. Dat weet iedereen die mij ooit geshoulderd heeft. Ze mogen alles van me weten. Ik accepteer hun cookies, verwelkom hun Trojaanse paarden, neem ze te grazen in het spanningsveld tussen mijn personages en mijn dna. Perspectief is een plek op een schouder. Ik lees een boek onder een bewakingscamera. Voor elk onwrikbaar standpunt in hun stad plant ik een tegenvoorbeeld in een boomspiegel, steek er een boekenlegger bij. Ik oogst betekenis. Het saldo is altijd ontoereikend. Nee, ik wil geen transactiebon.

david and goliath (Malcolm Gladwell, 2013) “Dit is een verzameling essays die allemaal dezelfde vraag beantwoor­ den, namelijk waarom underdogs soms toch succesvol zijn. Het is tegelijkertijd analytisch en leuk en tevens het enige boek dat mij ooit positief heeft leren denken.” – marjolein takman

learning to love you more (Harrell Fletcher en Miranda July, 2007) “Een onuitputtelijke inspiratiebron en een project dat me steeds weer ontroert.” – corinne heyrman


fun home (Alison Bechdel, 2006) “Een memoire in de vorm van een graphic novel. Zowel de beelden als de taal zijn fantastisch en met een schat aan literaire referenties wordt op een geheel eigen manier vertelt over familie, homoseksualiteit en opgroeien in een funeral home.” – anne van de wetering

radeloos als we waren (Bariş Biçakçi, 2015) “Turkse literatuur waarbij je via zinnen die je soms een paar keer wil lezen, even een ander leven mag leven waarin pijlinktvis wordt gegeten en schuchter wordt geglimlacht.” – megan van kessel

de ijskoude sombrero (Richard Brautigan, 1978) “Een schitterend boek over een ijskoude sombrero die plotseling uit de lucht komt vallen.” – joost oomen

de vegetariër (Han Kang, 2007) “Lees De vegetariër van Han Kang over een vrouw die een boom wil worden, omdat gedachtes alleen in de literatuur volledig kunnen worden uitgespit.” – alma mathijsen

Het Wintertuinfestival wordt geproduceerd door De Nieuwe Oost voorheen Literair Productiehuis Wintertuin concept zine redactie hoofdredactie ontwerp ontwerp festivalbeeld illustraties druk

Monique Warnier Willem Claassen, Elke Decates, Laurens van de Linde, Floor de Ruiter, Monique Warnier, Frank Tazelaar Myrna Eppings Jolijn Ceelen Jos Lenkens Vere van der Veen Drukwerkdeal.nl


WINTERTUINFESTIVAL

22-26 NOV 2017 wo 22-11 | cali Kroegcollege door Roel Smeets. do 23-11 | radboud universiteit Debat met Jos Joosten, Nina Polak en anderen. Wintertuinfestivalcollege door Fresku. vr 24-11 | thiemeloods De Avond van de grote beloftes met Simone Atangana Bekono, Marjolein Visser, Nikki Dekker en Jante Wortel.

za 25-11 | doornroosje Grootse festivalavond met Adriaan van Dis, Kamagurka, Franca Treur, Erik Jan Harmens, Alma Mathijsen, Anouska Nzume en Jet Steinz e.v.a. zo 26-11 | villa klein heumen Joris van Casteren presenteert zijn nieuwe boek Een botsing op het spoor. Kijk op wintertuinfestival.nl voor het hele programma en kaartverkoop!

Wintertuinfestivalmagazine DE VRIJE LEZER  

Het Wintertuinfestival, dat van 22 tot en met 26 november plaatsvindt, viert dit jaar de vrije lezer. Hoe vrij is de lezer eigenlijk in deze...

Advertisement