Issuu on Google+

denbelleman ronsisch onafhankelijk blad

verschijnt af en toe / winter 2013 - nr. 13

ronse wereldstad

Beste Ronsenaar De wereld verandert vandaag meer dan ze ooit verandert is geweest. Niet alleen op technologisch vlak surfen we vooruit, maar blijkbaar gaat het ook met de mensen en mensenrechter de goede kant op. We zijn er nog lang niet, laat dat duidelijk zijn, maar er is een ‘change of minds’. Men zou kunnen stellen dat de democratie zijn werk begint te doen, en als gevolg heeft dat de macht aan het verschuiven is van top to down. Zoetjies…(moer de kaate iere steirt ees uuk geko°men). In deze editie van Den Belleman, en jammer genoeg moeten wij ons opnieuw excuseren voor de royale overschrijding van de gestelde deadline, nemen we u mee in een reis rond de wereld. We bekijken continent per continent, en geven aan waar de veranderingen plaatsvinden, ten voordele of ten nadele van de man in de straat. Van de Chicagoboys in de Amerikaanse metropolen, over de wansmakelijk postkolonialistische tijd, tot Syrië en de overlevingskansen van de Europese Unie. Deze zware trip doorheen de krochten van de wereld eindigen we graag in een gekende stek : de voetbaltribune van KSK Ronse. Mag ik u nogmaals bedanken voor uw onvoorwaardelijke loyaliteit tegenover Den Belleman. We hopen dat we u opnieuw kunnen bekoren met de scherpste en jongste pennen uit Ronse. May God be with you, and may the bank have your soul. Mei de complimenten vaan Den Belleman


denbelleman

2

ik gifstort jij gifstort hij gifstort wij gifstorten NIET mee ! blijf nu toch eens van Louise-Marie af !

Ons team Hoofdredactie : Yann Verhellen Voorzitter en eindredacteur Jonathan Jouret Ondervoorzitter en eindredacteur Redacteurs :

José Plume Joost Elet Henri Van Overmeire Sebastien Van Wetter

Eindredactie : Jonathan Sadaune Contactgegevens : denbelleman@gmail.com gsm 0477 18 55 90 http ://issuu.com/denbelleman Uitgegeven door : Design & Publishing group bvba Den Belleman wordt gedrukt en vormgegeven door Grafoman bvba op hoogwaardig ecologisch verantwoord recyclagepapier.

 3

met de stethoscoop

het land van de ondergaande zon

joost vertelt

  4 -5

het vergeten continent

den bommel

  6 -7

een blik in de achteruitkijkspiegel

van kwetter

  8 -9

 de zwanenzang van het avondland

 10-11

il nuovo

de arabische lente


denbelleman met de stethoscoop

3

het land van de ondergaande zon De laatste maal dat zoiets plaatsvond was een kleine eeuw geleden : we schrijven 1917. Woodrow Wilson neemt plaats in de galerij der groten door de Monroedoctrine – die reeds een eeuw de Amerikaanse buitenlandse politiek bepaalde en de invloedssfeer van de US of A reduceerde tot de westelijke hemisfeer – dood te verklaren. Een doodvonnis dat de Europese machten bevrijdt uit hun meest zelfdestructieve psychose ooit – een record dat nog geen generatie later alweer aan diggelen lag – en ondertekend wordt met het bloed van menig jong Amerikaan. Sindsdien is er geen discussie meer over hoe deze natie hoort te staan in de wereld : tot de tanden bewapend met een sheriffster en een voet in elk boerengat dat ook maar iets betekent. Geen zee of er ligt een fregat. Nauwelijks een dictator in wiens kantoor geen foto hangt van een of andere Amerikaanse president : brede glimlach, warme handdruk. Chicago-boys in elke financiële instelling en derde wereldmetropool (daar hoort Athene sinds kort bij). Militaire bases omsingelen de landen waar nog geen McDonalds staat. En de Amerikaanse burger ? Die betaalt. Zonder zeuren want hij krijgt er wat voor in ruil : het bezit van goedkope grondstoffen en energie leidt tot een werelddominerende industrie die de jobs levert waarmee de Texaan zijn Big Macs aanschaft. Tenminste, tot voor kort. Want stilaan begint het allemaal wat zwaar te wegen : drie oorlogen tegelijk (en geen enkele gewonnen), een schuldenberg tot in China en die jobs zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Wie jong is mag eerst zelf een uurtje Big Macs omdraaien eer ie ze kan naar binnen spelen. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis zijn er plannen om te knippen in het budget van het Pentagon. Daar waar vroeger slechts één van de twee grote partijen een zogenaamde isolationistische vleugel had, krijgen nu ook de Republikeinen te kampen met stemmen die dat leger maar niets vinden. Bij de Democraten wordt het steeds langer zoeken naar een havik. Het is niemand ontgaan hoe weinig president Obama bijvoorbeeld staat te springen om betrokken te worden in de Syrische burgeroorlog. Er is simpelweg geen draagvlak meer voor. Natuurlijk betekent dit niet dat Amerika’s rol ten einde is en de route naar geopolitieke irrelevantie is ingezet, daarvoor zijn ze te sterk. Maar in de komende decennia zullen de stemmen om militair terug te plooien op zichzelf almaar luider klinken. Het vacuüm dat zo gecreëerd wordt komt er schoksgewijs : strategische terugtrekkingen en een minder assertieve Amerikaanse houding zullen leiden tot provocaties – toename dus van de Poetins en Chavez’en van deze wereld. Subtoppers als Rusland en China rollen de spierballen in de periferie, denk aan Poetin in Georgië en China rond de Senkakueilanden. Weerspannigheden gaande van terrorisme tot complete (burger) oorlogen en af en toe een terugkeer naar tribalisme staan ook op het menu. ‘Mooi zo’, denkt de typische Europeaan die het niet moet hebben van diens al te dominante trans-Atlantische neef. ‘Eindelijk verlost van die arrogante redneck.’ Dergelijke Schadenfreude zou men wel eens cash kunnen betalen als de EU straks zelf in zijn fregatten, militaire bases, spionnen en satellieten mag voorzien en opmerkt dat er meer spelers in de wereld zijn dan de blanke, Engelstalige nouveau riche van over de grote plas.

Het belangrijkste gevecht van de afgelopen decennia vindt niet plaats rond een olieveld in Irak, op een Afghaanse berg of in een straat van Damascus. Hoe dramatisch en brutaal elk van deze conflicten ook zijn, hun belang verbleekt bij dat van een strijd zonder verstikte kinderen, verwoeste levens of zelfs maar een druppel bloed ; de inzet van deze oorlog is niet minder banaal dan het zelfbeeld van de Amerikaan. Dat staat op het punt een transformatie te ondergaan. Yoni Sadaune


denbelleman

4

joost vertelt

het vergeten continent Telkens als de levensomstandigheden in Afrika erop vooruit gaan, gaat ook de wereld een beetje meer de goede richting uit. Maar hoe komt het eigenlijk dat dit werelddeel blijft zuchten onder de gruwel van oorlog en genocide ? Met Congo als maatstaf onderzoeken we de bron van de politieke wantoestanden die we geheel en gedeeltelijk terugvinden op veel andere plaatsen in Afrika. Uiteraard kan een artikel over conflicten in Afrika niet zonder aandacht te besteden aan het kolonialisme. Wat betekent kolonialisme vandaag nog ? Het lijkt een restant van een vervlogen tijdperk waar wij vandaag met graagte afstand van nemen. Traumatische fasen uit de geschiedenis van een volk blijven evenwel veel langer in het geheugen van degenen die er het meest bij verloren. Deze verderfelijke voetnoot in de Belgische en bij uitbreiding Europese geschiedenis heeft vandaag nog altijd een enorme reikwijdte. De kolonisatie ontwrichtte de machtsverhoudingen in hele samenlevingen en liet de gekoloniseerde landen ontzet en ontheemd achter.

Afrika, het continent met de onmetelijkste bodemrijkdommen is tevens het continent met de grootste contrasten. Prachtige natuur, schitterende mensen en een authenticiteit waar wij alleen maar van kunnen dromen. Aan de schaduwzijde van het continent vinden er ook vandaag nog mensonterende taferelen van wreedheid en uitbuiting plaats. Toch oefent de oermoeder van de beschaving een magnetische aantrekkingskracht uit op al wie er ooit geweest is. Het is het continent van de hoop. Joost Elet

De chaos waarin vele Afrikaanse landen gestort zijn na de onafhankelijkheid is deels te wijten aan het gebrek aan opleiding van Afrikanen tijdens de koloniale periode. Mensen met een gebrekkige staatkundige kennis verkregen plots functies die hun petje ver te boven gingen. In het leger bijvoorbeeld was ‘sergeant’ de hoogst haalbare graad voor Congolezen. Na de onafhankelijkheid promoveerden onderofficieren uit het niets tot luitenant, kolonel of generaal met exponentieel gestegen verantwoordelijkheden, zonder de nodige opleidingen. Verder werd slechts een handvol koloniale Congolezen toegelaten aan universiteiten in België, maar alleen aan de menswetenschappelijke richtingen. Hierdoor waren weinigen in staat de nieuw vrijgekomen functies naar behoren in te vullen toen Congo plots op eigen benen moest staan. Vele presidenten die oorspronkelijk democratisch verkozen werden na de onafhankelijkheid ontpopten zich al snel tot dictators die hun positie met hand en tand verdedigden. Daarenboven was er nog steeds inmenging van de ex-kolonisten in de verkiezingen na de onafhankelijkheid. In Congo werd Lumumba in samenwerking met de Belgische regering vermoord vanwege zijn communistische sympathieën, die potentieel schadelijk waren voor de economische belangen van de Belgische bedrijven. Nochtans zou de nationalisering van de bedrijven die de grondstoffen van Congo uitputten een logische en rechtvaardige stap geweest zijn. Het uitschakelen van Lumumba is emblematisch voor de strategische politiek van Europa en de Verenigde Staten die tot op heden toegepast wordt. Het postkolonialisme is in dat opzicht niet meer dan een naamsverandering. Vandaag zijn de macht en de verantwoordelijkheid echter verschoven van het nationaal naar het corporatief plan. Waar naties in deze overgemediatiseerde wereld zich steeds meer moeten verantwoorden voor uitbuiting en andere exploten van het nietsontziende kapitalisme, ontsnappen bedrijven makkelijker aan de aandacht. In stilte worden deze bedrijven geruggesteund door de geheime diensten van de landen waar de hoofdzetel gevestigd is. Bovendien kopen ze elke verantwoordelijkheid tegenover de bevolking volledig af door middel van bijdragen aan corrupte regeringen. Met de welwillendheid van een beleid dat een oogje toeknijpt om zichzelf te bevoordelen, schenden verschillende bedrijven de mensenrechten. Hoe corrupter een president in Afrika is, hoe meer steun hij mag verwachten van het ‘democratische’ Westen.


denbelleman joost vertelt

Erger wordt het als bedrijven zich politiek moeien door in alle luwte steun te bieden aan rebellengroepen die oproer zaaien. Onrust en oorlog dienen om de aandacht af te leiden van exploitatie en smokkel in grondstoffen. Op die manier raken het Westen en het Oosten aan een spotprijsje aan allerhande materiaal dat in onze productieketen terechtkomt. Een voorbeeld hiervan is de illegale winning van kobalt in Congo en de daaropvolgende smokkel van de grondstof naar Rwanda. Daar wordt het witgewassen en doorverkocht. Hieruit halen zowel Rwanda als de betrokken bedrijven enorme winsten. Dat de Congolese bevolking ondertussen voortdurend de gruwelijkste taferelen moet doorstaan (moord, verkrachting, enz.) is voor de internationale gemeenschap blijkbaar van ondergeschikt belang aan de kwaliteit van uw iPhone. We kunnen er niet van onderuit dat het westers systeem direct verantwoordelijk is voor de huidige malaise in vele Afrikaanse landen. Doordat het kapitalisme een eeuwigdurende groei vereist, moeten we steeds op zoek naar nieuwe producten uit nieuwe grondstoffen aan een almaar goedkopere prijs. Wat we vergeten is dat een globaliserende wereld, naast de vele voordelen, echter ook een globale bewustwording, een globaal geweten, maar bovenal een globale verantwoordelijkheid veronderstelt. De rijken der aarde – veel kans dat u zich daartoe mag rekenen – vergoelijken hun gedrag door geldelijke steun aan niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) . Ondanks de goede bedoelingen houden ngo’s echter al te vaak een systeem in stand waarbij de overheid geen enkele verantwoording hoeft af te leggen jegens de bevolking. Een regering die beseft dat hulporganisaties behoeftige mensen voeden en vluchtelingen onderdak bieden, voelt zich niet langer verantwoordelijk voor de bevolking. Tegen de achtergrond van leegplunderende bedrijven, die de plaatselijke machtshebbers corrumperen of afzetten door rebellengroepen te steunen, is de rol van ngo’s niet meer dan een doekje voor het bloeden. Geld storten aan hulpbehoevenden heeft nooit tot structurele hulp geleid voor Afrikaanse ontwikkelingslanden. Deze uiterlijke politiek heeft dan ook als enig doel te verdoezelen dat een economisch zwak en politiek verdeeld Afrika volledig in de neoliberale kaart van het Westen speelt. Voor vele Afrikanen is de situatie onhoudbaar. Alle geledingen van de maatschappij zijn doordrongen van corruptie. Politieagenten krijgen vaak geen loon, maar onderhouden zichzelf en hun gezin door smeergeld en boetes. Een deel van dit vuil geld moeten ze afstaan aan hun oversten die op hun beurt een deel moeten afstaan aan wie boven hen staat tot… alles in de zakken rolt van de president en de ministers. Bovendien worden alle postjes verdeeld onder familieleden en vrienden waardoor er van een efficiënt beleid geen sprake kan zijn. Eerlijke en goedbedoelende politici hebben meer kans om in de gevangenis terecht te komen (of erger) dan ooit een leidinggevende functie te kunnen uitoefenen. We moeten ons echter de vraag stellen wie corrupt is. De gemiddelde Afrikaan wiens droom het is te leven in een veilige en menswaardige maatschappij ? Of de gemiddelde Europeaan die nog steeds de ogen sluit voor bedrijven die Afrika leegplunderen ? Dezelfde gemiddelde Europeaan die vindt recht te hebben op een goedgevuld spaarboekje en liever niet deelt met vluchtelingen uit andere landen die komen ‘profiteren’ van onze belastingen ? Dezelfde Europeaan die profiteert van luxeproducten, verkregen door uitbuiting, oorlogen en moedwillig gesteunde corruptie ? Wat de toekomst betreft is er evenwel hoop voor Afrika. Sommige landen als Nigeria, Zuid-Afrika en Ghana beleven een bescheiden economische opleving. Doordat de machtsverhoudingen in de wereld geleidelijk veranderen, ontstaat er meer concurrentie voor de afname van Afrikaanse grondstoffen. Als de vraag groter wordt, wordt het aanbod duurder. De concurrerende landen zullen niet alleen op basis van de prijs geëvalueerd worden, maar ook op basis van wat ze doen voor de Afrikanen. Hopelijk laten we in de toekomst het kolonialisme volledig achter ons en ontstaat er een eerlijkere vorm van handel in een markt die vrij is voor iedereen, ongeacht afkomst en ras.

5


denbelleman

6

den bommel

een blik in de achteruitkijkspiegel Gesticht op 7 juli 1907 mag Assa beschouwd worden als de oudste club van de stad en de ietwat pompeuze benaming ‘Royale association sportive Renaisienne’ staat borg voor een rijk verleden. Bij deze raden we de lezer aan het boek ‘Honderd jaar sport te Ronse’, een uitgave van de stedelijke sportraad uit 2001, te raadplegen (het lijvig werk is voorradig in de stadsbibliotheek). In geuren en kleuren heeft men het er over de in de loop der jaren behaalde resultaten, heuglijke gebeurtenissen en markante spelers die de club bevolkten. Zelf herinneren we ons nog de aanwezigheid tussen de doelpalen in het begin van de jaren ’50 van tovenaar-kettingroker Raymond Goethals, de flamboyante ket die later de gevierde trainer zou worden van Anderlecht, Standard Luik, Bordeaux, Marseille en de Rode Duivels. Britse, Hongaarse en Franse trainers maakten in de loop der jaren hun opwachting in het Gomar Vandewielestadion en de legendarische derby’s tussen Assa en Club spreken tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. De laatste in een lange rij werd betwist in 1967 en werd gewonnen door Club met 4-0. Assa Ronse had een supportersheir om u tegen te zeggen en de aanvoerster ervan was zonder enige twijfel de kleurrijke Rachel (Kafie) die, gewapend met haar onafscheidelijke ‘saccoche’ en paraplu de schrik was van de tegenpartij en die bij wijlen de scheidsrechter bedacht met een bloemlezing van Ronsische scheldwoorden. ‘Wietie’ was daarbij eerder een koosnaampje vergeleken bij de rest die Rachel in haar goede dagen in petto had.

De negatieve spiraal waarin de Ronsische fusieclub K.S.K. is terechtgekomen was de aanleiding om een nostalgische blik te werpen in onze achteruitkijkspiegel en bij wijze van troost het glorierijke verleden in herinnering te brengen van de twee lokale voetbalclubs Assa en Club die in mei 1987 samensmolten. José Plume

Club Ronse of de ‘Royal Footballclub Renaisien’ werd zes maanden na Assa gesticht en het embryo van deze vereniging situeerde zich in kringen rond het Sint-Antoniuscollege. De aanhang van Club was dan ook eerder katholiek, in tegenstelling tot de Assabonzen die hoofdzakelijk tot de liberale zuil behoorden. De clubmascotte Jeannette (een opgezette geit) met in het zog ervan de miniharmonie ‘Hoger Op’ waren in alle staten toen Club in 1952-53 aantrad in de afdeling excellentie met volgende spelers : Raymond Ausloos (doelman), Noël Geenens, Herman Siau, Jacques Demey, Marcel Van Hoecke, Camille en Charles Annicq, Jean Vandenheede, François De Wael, Bertrand Vanderhaegen, Gérard Engelen, Jean Dossche, André Wauters, Pierre Van Velthoven, Paul De Pauw en André Depriester. Laatstgenoemde André Depriester (80), Ronsenaar in hart en nieren, speelde bij Club en bij Assa. Hij leek ons dus de ideale ex-voetballer om mee te grasduinen in zijn sportieve herinneringen. Daarbij vertrouwde André ons het volgende toe : ‘In het jaar 1946 – ik was 14 jaar – sloot ik mij aan bij Club Ronse door toedoen van de toenmalige trainer Vic Vandemeulebroucke (Feekie voor de vrienden). Na het klassieke traject bij de kadetten en de juniors werd ik in het jaar 1951 voor het eerst opgesteld in de eerste ploeg. Wij speelden in de derde afdeling en werden dat jaar kampioen tot grote vreugde van voorzitter Hilaire Spiers. Onze trainer was de Fransman Perino. In de tweede afdeling (de toenmalige excellentie) speelde ik veertien wedstrijden. Ons verblijf in deze reeks was echter van korte duur want op het einde van het seizoen werden we uitgeschakeld en verhuisden we opnieuw naar de derde afdeling. Uit deze periode herinner ik me ook goed Roland Ghyselinck, een goede aanvaller en zoon van Gaston, het latere gemeenteraadslid, die met zijn megafoon de spelers aanmoedigde en voor sfeer zorgde in het stadion.


denbelleman den bommel

7

In 1954 werd ik getransfereerd van Club naar Assa Ronse. Bij Club speelden toen veel vreemde spelers en ik werd niet veel meer opgesteld. Gomar Vandewiele, de voorzitter van Assa en secretaris Julien Waegeman zijn mij komen aanwerven. Rood-wit speelde toen in bevordering en de trainer was een zekere Devisscher. Voorzitter Vandewiele overleed na een tweetal jaar en hij werd vervangen door Emile Vandendooren. Bij Assa waren mijn ploegmaten : Jos Morren, Robert Onyn (Feelie), Gerard Aelvoet, Lucien Colbrandt, Jacques Vandercoilden, Germain Hoet (Lucas) of Marcel Leroy (Kafie) in het doel, Etienne Radis, Jacques Vandenbroucke en af en toe zijn broer Roger Vandenbroucke. Later is daar nog Willy Vandemeulebroucke bijgekomen, de zoon van mijn eerste trainer. Ook Germain Mariotte was speler bij Assa, maar voor zover ik mij herinner werd hij in deze periode niet vaak opgesteld. In 1962 zette ik een punt achter mijn carrière bij Assa Ronse. Nadien werd ik nog voor vier seizoenen aangeworven als speler-trainer door V.V. Etikhove en later speelde ik ook nog samen met de veteranen, waar heel wat lol werd getrapt. Een van mijn oude ploegmaten die ik daar terugzag was Jean Vandenheede, die halfback was bij Club en die een zeer regelmatige speler was. Hij werd trouwens geselecteerd om deel uit te maken van de B-ploeg van de Rode Duivels, evenals aanvaller Charles Annicq. Later zouden nog oud-spelers van Club Ronse deel uitmaken van de nationale ploeg. Ik denk aan de onlangs overleden Jacky Stockman en aan Pierre Carteus. Jacky werd verkocht aan Anderlecht en Carteus aan Brugge. Ook nog andere spelers van Club werden getransfereerd naar grote clubs. Zo vertrok Norbert Deviaene naar La Gantoise en Lammens naar Mechelen. Dit alles gebeurde echter lang nadat ikzelf de clubkleuren verdedigde op het Park Lagache.’

Assa. Naast vaandrig Frans Testelin, v.l.n.r. : Jos Morren, Robert Onyn, Lucien Colbrandt, Marcel Leroy, Demeulemeester, José Casseyas, Detournay, André Depriester, Gérard Aelvoet, Valère Henrist en Goethals.

Op de vraag of de fusie van Club met Assa voor sportminnend Ronse een goede zaak is geweest antwoordt André enigszins verrassend : ‘Ik denk het niet. Er was volgens mij in onze stad plaats voor beide ploegen. Beide clubs hadden immers een grote aanhang. Ik herinner mij dat het Park Lagache soms tot de nok gevuld was en er was sfeer. Ook op Assa kwamen de supporters de zondagnamiddag in dichte drommen opdagen. Nu moet er al iets speciaals te gebeuren staan wil men driehonderd man publiek trekken. Bij KSK speelt trouwens op een uitzondering na geen enkele Ronsenaar en ook dat laat zich voelen. Zelf ga ik nooit meer naar het voetbal kijken.’ In afwachting van betere voetbaltijden bergen we onze achteruitkijkspiegel op. Tot de noeste kier.

Club. Eerste rij, v.l.n.r. : François De Wael, André Depriester, Charles Annicq, Bertrand Vanderhaeghen en José Defresnes. Tweede rij, v.l.n.r. : Noël Geenens, Julien Verbeurgt, Herman Siau, Jean Vandenheede, Jacques Demey en Camille Annicq.


denbelleman

8

van kwetter

de zwanenzang van het avondland Er valt voor te vrezen dat door het navelstarende karakter van de Vlaming federale en regionale thema’s de bovenhand zullen nemen in de vele verkiezingsdebatten, waardoor de Europese thema’s weer eens naar het achterplan zullen worden verwezen. De aangekondigde strijd tussen de Grote Leider van A en de gestrikte incarnatie van Beëlzebub zal door politieke journalisten ‘sexier’ geacht worden dan debatteren over de toekomst van het Europese samenlevingsmodel. Een spijtig vooruitzicht want het belang van de Europese verkiezingen kan nauwelijks overschat worden. De ware moeder aller verkiezingen moet en zal zich op Europees niveau afspelen.

25 mei 2014, D-day voor iedereen die zich van ver of nabij met politiek bezighoudt. Dat de verkiezingskoorts voor de moeder aller verkiezingen al een tijdje aan het stijgen is, mag blijken uit het nu al nerveuze gespin van politieke partijen in de media. Wat de meesten echter ontgaat, is dat het belang van de federale en regionale verkiezingen in het niets verdwijnt in vergelijking met het belang van de Europese verkiezingen. Sebastien Van Wetter

In een poging het hoofd te bieden aan de problemen die de financiële en economische crisis hen voorschotelt legt Europa zijn leden draconische begrotingsregels op die volledig de neoliberale mantra’s volgen ; besparen en bezuinigen zijn de enige echte toverwoorden. Nationale overheden trachten uit schrik voor door Europa opgelegde boetes koste wat het kost hun begrotingen in evenwicht te krijgen en doen dat hoofdzakelijk door langs alle kanten te gaan knippen in de sociale uitgaven. Vakbonden, werkloosheidsuitkeringen, sociale bijstand, de index, de culturele sector, maatschappelijk werk, economisch irrelevante studierichtingen en ga zo maar door, alle verworvenheden van de voorbije vijftig à honderd jaar die bijdragen aan een warme sociale en inclusieve samenleving moeten eraan geloven. Verder bereikt door de crisis de werkloosheidsgraad binnen de EU nooit geziene pieken en zijn vooral de jongere generaties hier het slachtoffer van. Van hen die wel nog werk hebben wordt verwacht dat ze uitermate flexibel zijn en inleveren op loon en sociale bescherming. Mensen raken in toenemende mate gedemotiveerd en trekken zich tegen wil en dank terug uit de arbeidsmarkt. Almaar meer gezinnen zitten in financieel zeer troebel vaarwater en kunnen amper nog de eindjes aan elkaar knopen. Het mag geen twijfel lijden dat een Europa dat zijn burgers geen economische of sociale bescherming biedt, maar integendeel alle beschermingsmechanismen afbouwt en werknemers en armen tegen elkaar opzet, geen enkel draagvlak kan hebben bij de bevolking. Op goed acht maanden van de Europese verkiezingen staat de Europese burger meer dan ooit met zijn rug naar Brussel, een gegeven dat desastreuze gevolgen kan hebben voor de toekomst van Europa. Er zijn drie mogelijke scenario’s te bedenken voor wat er na 25 mei 2014 te gebeuren staat. Een eerste mogelijkheid is dat het huidige Europese bestuur wordt bestendigd en blijft volharden in de boosheid. Tegen beter weten in zullen de leden van de EU door het opgelegde begrotingsregime zichzelf verder blijven uitpersen waardoor het slechts een kwestie van tijd wordt alvorens de verzorgingstaat volledig wordt ontmanteld en we de middenklasse op termijn volledig zien verdwijnen. Op het einde van de rit zal dan ook nog eens blijken dat men nog steeds met dezelfde problemen als vandaag te kampen heeft en het allemaal een maat voor niks is geweest om de simpele reden dat de kern van het probleem nooit is aangepakt. Zolang men gelooft dat de


denbelleman van kwetter

vrije markteconomie absoluut heilig is en niet inziet dat de economie niet oneindig kan blijven groeien, zal men achter de feiten aan blijven hollen. Een tweede mogelijkheid is dat de onzekere tijden waarin we nu zijn beland en de frustratie over de manier waarop Europa met de crisis tracht om te gaan de Europese kiezer meer en meer in het vak van (extreem)rechtse eurosceptische partijen drijft. In het geval dat een grote minderheid van eurosceptische partijen in het Europees parlement verkozen raakt, bestaat de kans dat de EU volledig onbestuurbaar wordt en dat een scenario waarbij de eurozone of zelf de EU ophoudt te bestaan helemaal niet meer ondenkbaar is. Dit is bij uitstek het te volgen recept voor wie terug wil naar het Europa van een goeie honderd jaar geleden, een lappendeken van staatjes die onderling op constante voet van oorlog leven. Laat één ding duidelijk zijn, het opdoeken van de EU zou de waanzin voorbij zijn. Europese integratie is de enige reden dat we sinds 1945 oorlogvrij zijn geweest in Europa en dat alleen is reden genoeg om koste wat het kost een verenigd Europa te blijven verdedigen. Een laatste mogelijkheid bestaat erin dat links zichzelf eindelijk bijeenraapt en naar de kiezer trekt met een fris en alternatief Europees verhaal, maar voor dat kan gebeuren zal men toch dringend uit een ander vaatje moeten gaan tappen. Een van de grootste problemen die moeten worden aangepakt is dat de linkerzijde vandaag hopeloos verdeeld is. Om nog een kans te maken op succes is het van primordiaal belang dat men de eigen fierheid inslikt en de rangen sluit om dan samen met een nieuw links alternatief naar buiten te komen. Het kan toch niet zijn dat in tijden waarin het ene sociale bloedbad het andere opvolgt links daar geen garen uit weet te spinnen. Links moet voluit gaan voor een nieuw Europa, een volwaardige Europese Unie die ten dienste staat van de burgers en niet enkel ten dienste van de economie. Een Europa dat sociale bescherming garandeert en een eurozone met stevige solidariteitsmechanismen. Het argument van de onbetaalbaarheid van de verzorgingstaat is een drogreden ; een financiële transactietaks, een serieus gevoerde strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking en het afschaffen van fiscale paradijzen moeten voldoende zijn om de EU een degelijke begroting te geven waarmee men een Europees beleid kan voeren dat de werkloosheid en de armoede kan terugdringen. Op vlak van Europees buitenlands beleid moet links gaan voor een Europa dat erkent dat het bij een groot deel van de wereld, het zuidelijk halfrond in het bijzonder, nog een serieuze schuld heeft uitstaan, een Europa dat zijn privileges en rijkdom enigszins afbouwt om zo tot een eerlijkere herverdeling van welvaart in de wereld te komen die op basis van gelijkwaardigheid met de rest van de wereldbevolking wordt onderhandeld. Verder moet links ook staan voor een groen Europa dat volop investeert in hernieuwbare propere energie, in een ecologisch verantwoorde transportsector en in een kleinschalige, duurzame en biologische landbouw die focust op het verhogen van de zelfvoorziening van het continent. Slaagt men erin de kiezer ervan te overtuigen dat dit de weg is die we moeten inslaan dan is misschien nog niet alles om zeep maar dan moet men er toch hoogdringend werk van beginnen te maken. Zoals reeds gezegd, het belang van de komende Europese verkiezingen kan nauwelijks worden overschat, de toekomst van de Europese samenleving staat op het spel en voorlopig ziet het er allesbehalve rooskleurig uit. Laat ons vooral hopen dat het verzameld politiek journaille tijdig overtuigd raakt van wat de ware inzet is op 25 mei en dat in verkiezingsdebatten het Europese mag primeren op het federale en het regionale.

9


denbelleman

10

il nuovo

de arabische lente Keer op keer hoopte ik dat de onbeschrijfelijke wreedheden van zowel het Syrische regime als de oppositie voldoende zouden blijken om de aandacht van de westerse politici en burgers te verleggen van de economische recessie naar het inhumane leed. Keer op keer werd ik daarin teleurgesteld. Wanneer u deze Belleman vanuit uw comfortabele stoel doorbladert, wees er u dan van bewust wij allen minstens een deel van de tranen en de angsten, van de wezen en de trauma’s op ons geweten hebben, omdat we collectief niets deden. Onze maatschappij heeft onnodige doden op haar geweten, omdat we het gevoel van onrecht verdrongen met het goedkope excuus dat een mens niet alle onrecht ter wereld dragen kan. Alleen kunnen mensen inderdaad niets ondernemen tegen dergelijke overmacht, maar ze kunnen zich wel verenigen. Aan de ingedommelden onder mijn generatiegenoten : weet dat er tussen u en uw idolen nog een hele cultuur van gedachte en actie staat.

Gruwelijk veel te laat staat een gewapende interventiemacht paraat om de Syrische bodem te betreden. Het feit dat VNsecretaris-generaal Ban Ki-moon niet verder kwam dan lauwe aanmaningen om het geweld te staken, bewijst het failliet van de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties op veiligheidsvlak. Henri Van Overmeire

Het drama dat zich de afgelopen jaren in Syrië ontvouwde, legde ook bij ons de gevaren bloot van het kruisvaardersstadium waarin bepaalde takken van de islam zich bevinden. Vele Belgische jongeren vertrokken naar het front, omdat malafide mafketels misbruik maakten van hun jeugdige naïviteit en geestdrift. Ofwel werden zij als soldaat voor de ‘heilige zaak’ de dood ingejaagd, ofwel werd hun geest en normenbesef dermate aangetast door de irrationaliteit van de oorlog, dat zij alle kansen op een normaal verder leven in de maatschappij verloren. Zonder twijfel zullen zij met dezelfde problematiek te maken krijgen als de jonge Oostfrontstrijders uit 1945. Vol geestdrift voor wat er bij hen als ‘de goede zaak’ ingepompt werd, vertrokken zij naar horrorsituaties die het menselijk bevattingsvermogen te boven gaan. Enkele jaren en het verlies van hun menselijkheid later, zullen ook zij de toorn van hun thuisland ervaren. Kunnen we hen ongemoeid laten ? Natuurlijk niet. Kunnen we hen tot het einde der tijden laten wegrotten in de donkerste kerker ? Nog veel minder. Moeten we hen berechten wegens misdaden tegen de menselijkheid ? Of moeten we hen interneren in een psychiatrische instelling ? Wat de afschrikpolitiek van Bart De Wever betreft, die stelde dat Syriëstrijders hun OCMW-toelage zouden verliezen, daar kan ik enig begrip voor opbrengen, indien men beseft dat het een politiek van de korte termijn is. Als iemand vandaag komt vertellen dat hij morgen naar Syrië vertrekt om te gaan strijden voor de heilige zaak, dan is het te laat om hem herop te voeden. Het enige wat je op dat moment nog kan doen, is dreigen, net zoals een ouder kan dreigen om zijn kind voor kwaad te behoeden. Het probleem is natuurlijk weer de stigmatisering die met het hele gebeuren gepaard gaat. Zullen we nu allemaal lessen gaan trekken uit het gebeurde, en zal de geestelijke ontwikkeling van jongeren meer een ethische maatschappijtaak worden, zonder de persoonlijke touch van de ouders te verliezen ? Deze gruwel toont aan dat er voor openbaringsgodsdiensten geen plaats is in de maatschappij van morgen. Na millennia van evolutie wordt het tijd dat de mensheid eensgezind van het idee van de geopenbaarde absolute waarheid afstapt. De versnippering in het islamlandschap is wellicht één van de redenen waarom het conflict in Syrië al snel ontaardde in hallucinante wreedheden en waanzin van een nooit eerder gezien niveau. Er resten de mondiale maatschappij van morgen derhalve slechts twee mogelijkheden. Ofwel komt er een verbod op de godsdienst, wat ik persoonlijk zou betreuren, ofwel komt er een absolute scheiding van maatschappij en godsdienst, zodat godsdienst echt een persoonlijke beleving wordt. De gebedshuizen van christenen, mos-


denbelleman il nuovo

lims en joden worden huizen van alle mensen, waar zij in stilte hun meest mystieke ervaringen kunnen beleven. Als globalisering in de hedendaagse samenleving het modewoord blijkt, wordt het dan geen tijd voor een diepgaand, revolutionair en wereldomvattend verdrag over de godsdienstbeleving ? Je retourne à mes moutons. De vraag die menigeen zich stelt, is wat de invloed van een Amerikaans-Britse interventie in Syrië op het verdere verloop van het conflict zou zijn. Het wordt de laatste jaren alleszins pijnlijk duidelijk dat westerse mogendheden de Arabieren de les niet kunnen blijven spellen. Nadat het zich eeuwen aan de spelregels van de vreemde overheersers heeft gehouden, leeft de Arabische wereld vandaag in een kluwen van bondgenootschappen en fictieve opdelingen die soms nog stammen uit de Koude Oorlog. Van de Arabieren wordt verwacht dat zij vreedzaam genoegen nemen met hun plaats in de semiperiferie, opdat de gevestigde, ‘westerse’ wereldorde ongenaakbaar kan blijven voortbestaan. De Arabische Lente is volgens mij in de eerste plaats een roep om moderniteit, om een nieuwe periode van voorspoed en een verandering in de wereldorde. Alleen hebben verschillende mensen heel verschillende ideeën over wat die moderniteit nu precies moet zijn. Zo schreef de Libanese schrijver Samir Kassir over de ‘grote malaise waarmee de Arabische Wereld vandaag vervuld is’. Hij stelde de vergevorderde stagnatie tegenover twee bloeiperiodes van de Arabische cultuur ; enerzijds was er de periode van bloei na de opkomst van de islam en anderzijds vond er in de 19de eeuw ook in de Arabische Wereld een seculiere opleving plaats, de beroemde Nahda. Die laatste was de tijd waarin vrouwen achter hun sluier vandaan kwamen en in Egypte de op één na oudste filmindustrie werd opgestart. Eugene Rogan daarentegen voorspelde in zijn boek De Arabieren, dat enkele jaren geleden uitkwam, dat alle vrije verkiezingen ongetwijfeld door de fundamentalisten zouden gewonnen worden, die zich aangesproken voelen door de wezenlijke macht die hun thuishaven had toen de islam nog het strengst werd nageleefd en dus terug willen keren naar die eerste periode van geluk. Tot op zekere hoogte is dat precies wat we vandaag te zien krijgen. In de opstanden tégen het moslimregime in Turkije of Egypte, spreekt dan weer de Nahda, waarvan ik hoop dat zij het pleit zal winnen. Ook in de fundamentalistische kwestie spreekt de nood aan een volstrekt neutrale interventiemacht. In de aanwezigheid van Amerikaanse troepen zullen velen een belediging zien voor hun eigengereidheid, een wezenlijke vijand waartegen men zich kan keren. Een leger van blauwhelmen dat slechts het welzijn van beide partijen wil garanderen, kan moeilijk iets kwalijk genomen worden, niet ? Om af te sluiten, wil ik het nog even hebben over de absurde maten en gewichten waarmee de politiek weegt, en de grenzen die we trekken. Toen het regime van Assad de eerste maal het vuur opende op zijn onderdanen, brandbommen dropte op speelplaatsen, of toen de rebellen een kind van nog geen acht opknoopten omdat het door een oogaandoening verdacht veel op een satanisch personage uit de Koran leek en andere kinderen als levende schilden gebruikten, hielden we het bij waarschuwingen. Nu de niet-zo-onverwachte inzet van chemische wapens een feit geworden blijkt, reageert de internationale gemeenschap ontzet. Wanneer de grens van het humane overschreden wordt, bestaat er dan nog zoiets als een schaal van beestachtigheid, waarmee we naar de noodzaak tot interventie kunnen peilen ?

11


Deze uitgave werd mogelijk gemaakt door de steun van :

www.randeevoe.be http://issuu.com/randeevoe

grafiSCH ontwerP / aDVieS / grafiSCH ontwerP / webDeSign / DigitaLe/ aDVieS DrUKKeriJ webDeSign / DigitaLe DrUKKeriJ

St.-MartenSStr. 10 / 9600 ronSe / 055 600 630 St.-MartenSStr. 10 / 9600 ronSe / 055 600 630 info@grafoMan.be / www.grafoMan.be info@grafoMan.be / www.grafoMan.be

DEN BELLEMAN ONLINE

http://issuu.com/denbelleman


Inkijkexeplaar Den Belleman 13