Page 1

de MBO·krant Met de campagne #Wereldklasse wil Nuffic de meerwaarde van internationalisering in het mbo laten zien. Vier ervaringsdeskundigen vertellen hun verhaal.

Scholen gebruiken vakwedstrijden meer en meer in het onderwijsprogramma. Hoe doen ze dat en wat leren studenten van Skills?

Pagina 4 Vakwedstrijden

Pagina 5 Afscheidsinterview

Pagina 6/7 Internationalisering

nummer 55 november 2019

Tijdens het afsluitende gala van de Dag van het mbo daalde een prijzenregen neer op het podium van Theater Orpheus. And the winners are…

Pagina 11 Verslag SBB-diner

Pagina 12 Dit is mbo

45ste editie WorldSkills

Anoushka Kuhnen van team Apothekersassistent (ROC Nijmegen) neemt de prijs in ontvangst. Foto: Joep van Aert.

ROC Nijmegen levert Onderwijsteam van het Jaar Het team van de opleiding Apothekersassistent van het ROC Nijmegen is winnaar geworden van de eerste verkiezing ‘Onderwijsteam van het Jaar’. De jury looft onder andere de nauwe samenwerking tussen de opleiding en het werkveld.

De verkiezing van het Onderwijsteam vond dit jaar voor het eerst plaats. De prijs is een initiatief van de Beroepsvereniging van mboopleiders (bvmbo), AOb en de MBO Academie en is bedoeld voor een team dat in 2019 een bijzondere prestatie heeft verricht, een innovatieve oplossing heeft bedacht of een bijzonder initiatief heeft ontwikkeld. Meer dan vijftig teams meldden zich aan. De beroepsjury, bestaande uit docenten van verschillende opleidingen en scholen, viel vooral op dat er een enorme diversiteit aan activiteiten door de ingezonden deelnemers wordt ontplooid. Op teamniveau zit het dus wel goed met het doorvoeren van vernieuwingen.

Presentaties

Tien van de vijftig onderwijsteams mochten zich presenteren op de Dag van het mbo. Telkens twee afgevaardigden van het genomineerde team presenteerden zich in Apeldoorn aan de jury en aan een volle en enthousiaste zaal. De foyer van Theater Orpheus in Apeldoorn puilde uit tijdens de bevlogen presentaties in de ochtend. De volgende teams betraden achtereenvolgens het podium: Alfa-college (Team dienstverlening niveau 2), Deltion college (Team defensie), Summa College (Team MBO Automotive Center), Gildeopleidingen ROC Venray (Team welzijn PW en MZ), MBO College Airport (Team luchthavenbeveiliging), Koning Willem I College (Team middelbare horeca school), ROC Nijmegen (Team apothekersassistent), ROC van Twente (Team technicus hout en restauratie), ROC TOP (Team Duinluststraat), ROC van Amsterdam (Team Verkoop & Lifestyle). Uiteindelijk gingen drie teams naar de finale. Naast het Nijmeegse team waren dat de teams van het Summa College (Eindhoven) en het Alfa-college (Groningen).

Het resultaat van het juryberaad werd bekendgemaakt door Bart Smals, Tweede Kamerlid voor de VVD en van beroep zelf apotheker. Volgens de jury werkt het winnende onderwijsteam zeer goed samen met het bedrijfsleven. Bovendien krijgen de docenten ruimte om fouten te maken. De jury roemde ook de manier waarop het team vakken als Nederlands, rekenen en burgerschap heeft geïntegreerd in de opleiding.

Een gesprek met minister Van Engelshoven over veranderingen op de arbeidsmarkt en het lef om te doen wat nodig is.

Pagina 3

Diversiteit en maatwerk

Het team van de opleiding Apothekersassistent van ROC Nijmegen bestaat uit tien mensen. Onderwijscoördinator Lotte Tunissen is vooral trots dat het team het onderwijs in korte tijd volledig heeft vernieuwd. Tegen de Gelderlander zegt ze daarover: ‘We geven les aan een diversiteit van mensen, van wie de jongste 16 en de oudste 46 jaar is. Het zijn uiteenlopende mensen van wie sommigen het op het hbo niet hebben gered, havisten, mensen van niveau 2 uit het mbo en ook mensen die uit het buitenland komen. Om die allemaal goed te bedienen is maatwerk nodig. En dat geven we.’

Extra bijlage: de BVMBO-krant de BVMBO krant n

TErug- En VOOruITBLIk Van EEn BErOEpSVErEnIgIng In BEWEgIng

Professionele werkomgeving

Beroepsbeeld Het Beroepsbeeld van de mbo-docent is een instrument om de dialoog aan te gaan over je professionele ontwikkeling.

Tastbare ‘producten’ als het Beroepsbeeld Mbo-docent en de leergang Teacher in The Lead. Platforms, Onderwijscafés en andere bijeenkomsten waar je als docent kunt meepraten over de onderwijsthema’s die er toe doen. Zij hebben allemaal één helder doel: de beroepsgroep sterker maken en de mbo-docent en instructeur daadwerkelijk een stem geven. Om hierin nog meer stappen te kunnen nemen, is wel een en ander nodig, onderstreept BVMBO-voorzitter Marjolein Held. Iedere professional is gebaat bij een sterke beroepsgroep. Toch sluit niet iedereen zich automatisch aan bij een beroepsvereniging. ‘Er moet een prikkel zijn om je te binden’, verklaart Marjolein Held. ‘Je moet er het nut van inzien. Je ervan bewust zijn dat je als professional zelf een belangrijke rol kunt spelen om je beroep – en daarmee je beroepsgroep – sterker te maken. Want wij moeten als professionals vooral zelf aangeven wat wij nodig hebben om ons werk goed te kunnen doen en kwaliteit te kunnen leveren. Veel docenten hebben het idee dat zij afhankelijk zijn van hun leidinggevende. Of van de kansen die zich toevallig voordoen. Zij voelen zich overgeleverd aan de organisatie. Terwijl docenten zelf de regie hebben op hun eigen ontwikkeltrajecten. Daarom ben ik ook zo blij met het Beroepsbeeld van de mbo-docent [zie pagina 2, red.]. Je kunt hiermee, in samenwerking met je werkgever, naar je docentschap kijken als loopbaan in plaats van een baan. Dat zou voor elke professional toch een wezenlijke prikkel,

2

Wat is er vanuit jouw perspectief nodig om je vak goed uit te kunnen oefenen? En strookt jouw beeld met dat van je leidinggevende?

Interview Marjolein Held, voorzitter BVMBO

3

Powered by…

Een sterke beroepsgroep met een duidelijke stem geeft een hele mooie dynamiek. Door hen een platform te bieden, wordt deze pijler onder onze beroepsgroep almaar sterker.’

Toekomstbestendig Co-creatie is ook belangrijk, stelt Marjolein. ‘Daar investeren we de laatste tijd veel in. Samen met andere partijen iets concreets nastreven of realiseren maakt de beroepsgroep beslist sterker. Je creëert een groter draagvlak, leert van elkaar en verstevigt je netwerk. Bovendien kun je de kosten delen. Dat is ook een belangrijke pijler: geld! We willen zoveel mogelijk mensen aan ons binden door een lage contributie te vragen. Hierdoor zijn we ook afhankelijk van andere financieringsvormen, zoals subsidies en donaties. Dat maakt de financiële positie van de beroepsvereniging kwetsbaar. Daarom zijn we op dit moment aan het onderzoeken hoe we een duurzame en toekomstbestendige beroepsvereniging kunnen worden en blijven.’

Meerjarenagenda Over de toekomst gesproken: dit schooljaar gaat de BVMBO, samen met de achterban,

4

Onderwijscafés, de minileergang Teacher in the Lead, het pre-promotietraject: de BVMBO organiseert en entameert veel om te zorgen voor een sterke beroepsgroep. Een bloemlezing

2


2

Practoraat in praktijk

de MBO·krant

‘Als studenten beter moeten worden, geldt dat ook voor de docent’ Voor het vijfde deel uit de serie over practoren en hun practoraat sprak de MBO•krant met Ronald Beckers. Hij is als practor verbonden aan het practoraat

problemen van bedrijven. De studenten werken vanuit school, maar verzamelen twee keer een dagdeel informatie in het bedrijf. Op basis daarvan bedenken ze een oplossing. Een bedrijf waar veel heftrucks op de werkvloer rijden, vraagt bijvoorbeeld aan de studenten om een verkeersprotocol te maken. We zijn nu zo’n twee jaar bezig en veertig projecten verder.’

Beroepsonderwijs in Logistics Valley van ROC Rivor, Graafschap College en ROC Nijmegen. Vijf vragen aan practor Ronald Beckers.

3

1

Hoe is het practoraat tot stand gekomen? ‘Het begon met het project “Beroepsonderwijs in Logistics Valley”, dat gefinancierd wordt vanuit het Regionale Investeringsfonds mbo (RIF). Logistics Valley bestaat uit drie Gelderse logistieke hubs: Rivierenland-Tiel, Nijmegen en LiemersAchterhoek. Het practoraat is een onderdeel van dit RIF-project. We houden ons bezig met vraaggestuurd en projectonderwijs en proberen studenten beter voor te bereiden op een toekomst in de logistiek.’

2

Kun je iets zeggen over de aanpak? ‘Bij aanvang vroegen we logistieke bedrijven waar ze behoefte aan hebben. We zijn vervolgens niveau 4-studenten meer beroepsmatig op gaan leiden. In groepjes van drie werken ze gedurende acht weken aan oplossingen voor logistieke

5 vragen aan:

practor Ronald Beckers Practoraat Beroepsonderwijs in Logistics Valley (ROC Nijmegen, ROC Rivor & Graafschap College)

Vertel eens iets over de reacties? ‘De reacties zijn positief. Bedrijven vinden het een goede manier om in contact te komen met studenten en hun niveau te zien. Studenten vinden het leuk dat ze niet aan een fictieve casus werken, maar aan een echte vraag van een echt bedrijf. Ook docenten zijn positief, al vergt het wel iets anders van hen. Ze hebben geen klas voor zich, maar vier groepjes die allemaal aan een ander project werken. Maar als studenten beter moeten worden, geldt dat ook voor docenten. Daarom heb ik voor de zomervakantie bij de drie docententeams van de ROC’s twee trainingen gegeven over het begeleiden van onderwijsprojecten en het stimuleren van onderzoekend vermogen bij studenten.’

4

Heb je een idee bij de toekomst van het practoraat? ‘Dat is een beetje gek, zeker in het kader van deze rubriek. Het practoraat wordt gefinancierd met RIF-gelden en die financiering stopt

eind 2020. Het practoraat stopt dan waarschijnlijk ook in z’n huidige vorm.’

5

En dan? ‘Het is niet geheel zeker of het practoraat helemaal ophoudt te bestaan. Dat is niet aan mij en op zich ook niet zo interessant. Voor het doel van het project zijn een practor en practoraat niet noodzakelijk. In het kader van verduurzaming van het project zouden de onderwijsteams ook zonder practoraat verder kunnen met wat we nu al doen. Projectmatig werken in het mbo, wat we met dit practoraat in gang hebben gezet, heeft voor mij wel echt de toekomst. Traditioneel klassikaal onderwijs is iets van vroeger. Studenten hebben een kortere aandachtsspanne en willen weten waarom ze bepaalde kennis en kunde nodig hebben. Vraaggestuurd onderwijs in de beroepspraktijk kan daaraan bijdragen en hybride onderwijs ook. Ik heb er sowieso vertrouwen in dat het met de erfenis van dit practoraat goed komt. Veel van de vernieuwingen die we hebben geïntroduceerd, hebben al een plek in het onderwijs en de onderwijsteams gekregen.’ Meer weten over practoraten in de praktijk of interesse in het opzetten van een practoraat? Op 11 december vindt de vierde landelijke Practoratendag plaats in Sittard. Kijk op https://www.practoraten.nl/practoratendag2019/ voor meer informatie.

Innoveren dankzij het LerarenOntwikkelFonds Marisja Groen, teamleider bij ROC Mondriaan, is gefascineerd door de werking van het menselijk brein. Haar kennis daarover deelt ze graag met haar studenten. ‘Als je weet hoe je hersenen werken, kun je ze nog beter gebruiken. Daar heb je de rest van je leven wat aan.’ Dankzij de toekenning van haar LOF-aanvraag kon ze een lessenreeks over hersenonderwijs ontwikkelen. ‘Ik kan iedereen de begeleiding van LOF van harte aanbevelen.’

Wat zijn de positieve effecten van bewegen op het brein? Kun je manieren aanleren om je brein beter in te zetten en hoe doe je dat dan? Wat is de toegevoegde waarde van hersenonderwijs? Met deze vragen liep Marisja Groen al een tijdje rond, voordat ze een aanvraag bij LOF (LerarenOntwikkelFonds) deed. ‘Ik had al contact met de Open Universiteit om een onderzoek naar de positieve effecten van bewegen op het brein bij ons op school uit te voeren. Om dat onderzoek uit te kunnen voeren, waren sta-zitbureaus nodig. Met de middelen en begeleiding van LOF zou ik het onderzoek ook echt kunnen uitvoeren.’

gevoel terug op de begeleiding door LOF en de contacten die ze daar had met collega’s. ‘Het werkt heel prettig om dit soort projecten te bespreken met collega’s van andere scholen. Iedereen die bij die bijeenkomsten zit heeft dezelfde drive, dat stimuleert enorm. Je weet van elkaar wat er speelt en doet ideeën op voor je eigen project. Het werkt echt als een soort olievlek. De werkwijze van LOF is ook erg goed voor je persoonlijke ontwikkeling. Ik kan het iedereen aanraden.’

Innovatietraject

Daarom deed Marisja in 2018 een LOF-aanvraag én een innovatieaanvraag bij ROC Mondriaan. Beide aanvragen werden gehonoreerd en met het innovatiebudget van ROC Mondriaan kon Marisja de benodigde sta-zitbureaus aanschaffen. Het budget en de begeleiding van LOF gebruikte ze om dieper op de materie in te gaan. Het innovatieproject dat Marisja dankzij ondersteuning van LOF en ROC Mondriaan kon uitvoeren, heeft haar meer gebracht dan ze van tevoren had kunnen bedenken. ‘Naast het faciliteren van het onderzoek van de Open Universiteit, heb

ik life skills-lessen ontwikkeld. Daarin leren studenten over de positieve effecten van beweging op het brein en over het effectief gebruiken van je hersenen. Ik geef die lessen zelf op onze school en studenten zijn erg enthousiast. Dat directe resultaat is erg leuk om te zien.’ Workshops en TED Talk

Marisja deelt de resultaten van haar project niet alleen via deze lessen. Tijdens het LOF-traject werd haar duidelijk dat het belangrijk is dit soort innovatietrajecten te delen. Zo heeft ze workshops ontwikkeld voor

docententeams en een TED Talk gemaakt. ‘Die korte presentatie van zo’n 12 minuten, bedoeld om mensen te prikkelen, heb ik op de CvI Managementconferentie gegeven. Naar aanleiding daarvan vroegen verschillende onderwijsmanagers of ik die TED Talk ook bij hen in het team wilde komen geven. Zo ben ik al op meerdere mbo-scholen geweest. Het is goed om te merken dat het onderwerp ook anderen zo aanspreekt.’ Aanrader

Marisja kijkt met een tevreden

Over LOF LOF (LerarenOntwikkelFonds) is een podium van, voor en door leraren. LOF biedt leraren uit het po, vo en mbo begeleiding om een onderwijsinnovatie te realiseren. Ben jij een innovatieve leraar? Dan kun je dichtbij huis een LOF-regiolab organiseren! Kijk voor meer informatie op de lerarenontwikkelfonds.nl/ regiolab.


Interview

november 2019

‘Durf te innoveren’, was de oproep van minister Van Engelshoven bij de opening van het mbo-schooljaar eerder dit jaar in Amersfoort. Een gesprek over snelle veranderingen op de arbeidsmarkt en het lef om te doen wat nodig is.

Minister Van Engelshoven:

‘Durf te innoveren!’ Waarom is innovatie voor het mbo zo belangrijk? ‘De mbo-scholen staan voor de opgave om jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt waarin zij terechtkomen. Die arbeidsmarkt is enorm in ontwikkeling. In bijna alle sectoren verandert de inhoud van het werk in hoog tempo. Door digitalisering, door de energietransitie die de komende decennia speelt. Banen veranderen of verdwijnen zelfs helemaal. Het mbo moet dan meebewegen. En dat is niet eenvoudig, want hoe bereid je jongeren voor op een arbeidsmarkt die voortdurend verandert? Het gaat niet alleen om de kwalificaties die op dit moment nodig zijn, maar ook om het aanleren van een bepaalde attitude en vaardigheden.’ Doen scholen nu te weinig aan innovatie? ‘Er gebeurt al heel veel, denk alleen maar aan alle projecten die plaatsvinden in het kader van het Regionaal Investeringsfonds. Ik zie echt prachtige ontwikkelingen in regio’s, waar scholen, bedrijven en overheden samen werken aan het beste onderwijs. Ik ben niet voor niets trots op ons mbo. Maar het kan altijd nog beter. Mijn oproep is een aanmoediging om versneld door te gaan met de vernieuwing van de opleidingen. Het voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst is echt een grote uitdaging voor scholen. We moeten allemaal alert blijven.’ Wat kunnen scholen nog meer doen? ‘Het is belangrijk dat scholen hun aanbod verder flexibiliseren. Scholen hebben veel ruimte om tot een regionale inkleuring van de opleidingen te komen, via keuzedelen of regionale onderdelen van kwalificatiedossiers. Dat vraagt om een intensieve samenwerking met werkgevers in de regio. En dat vraagt ook om lef. Tegen docenten en bestuurders zeg ik: heb het lef om te doen wat nodig is. Laat je niet hinderen door regels die in de weg lijken te staan.’ En wat kunt u als minister doen om innovatie te stimuleren? ‘Ik wil vooral scholen de ruimte geven om te innoveren. Soms lijken regels innovatie in de weg te staan. Daarom hebben we in het bestuursakkoord ook afgesproken om een MBO Brigade in het leven te roepen. Die brigade helpt scholen om het onderwijs te vernieuwen. Als je tegen regels aanloopt die vernieuwing in de weg staan, of die nou van het ministerie afkomstig zijn of van je instelling, kaart dat dan aan bij de brigade.’ De MBO Brigade gaat ook regels afschaffen? ‘De brigade kijkt in eerste instantie welke ruimte er is. De ervaring leert dat scholen

vaak meer ruimte hebben dan ze denken. Als de regels echt knellend zijn, moeten we kijken of we deze kunnen aanpassen. En als regels overbodig zijn, schaffen we ze af. Regels zijn er om het onderwijs te faciliteren, niet andersom. Het maken van goed onderwijs staat centraal, niet de wet- en regelgeving.’ Kunt u een concreet voorbeeld noemen? ‘Neem de regelgeving rond begeleide onderwijstijd. In de regelgeving zijn urennormen opgenomen. Maar scholen mogen beredeneerd van die normen afwijken. Als een school goede argumenten heeft om anders met de urennorm om te gaan, is daar alle ruimte voor. Een voorbeeld van overbodige regelgeving is de onderwijsovereenkomst. Die was oorspronkelijk bedoeld om de rechten van de student te beschermen. In de praktijk is de onderwijsovereenkomst een papieren tijger, die zorgt voor veel administratieve rompslomp. Die schaffen we dus nog deze periode af, het wetsvoorstel is bijna klaar. Een ander voorbeeld zijn de keuzedelen. Mede naar aanleiding van signalen uit het onderwijs en bedrijfsleven kom ik eind van dit jaar met een veranderaanpak om regeldruk bij keuzedelen weg te nemen, zodat keuzedelen in het mbo nog beter kunnen floreren.’ Pleit u voor een cultuuromslag bij docenten? Niet de regels centraal, maar het onderwijs? ‘Ik denk dat docenten nu ook al het onderwijs en de studenten centraal stellen. Op bezoek bij scholen kom ik vooral mensen tegen die gepassioneerd zijn om studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst. Maar docenten hebben soms het beeld dat regels het maken van goed onderwijs in de weg staan. Daar moeten we iets aan doen.’ U gaf bij de opening van het schooljaar aan dat het niet erg is als er bij vernieuwing van het onderwijs een keer iets misgaat. Vindt de inspectie dat ook? ‘Wie innoveert moet er rekening mee houden dat niet alles in één keer goed gaat. Daarom heb ik gezegd: mislukken mag. Scholen hoeven niet bang te zijn om afgerekend te worden op een vernieuwing die minder goed gelopen is. Ook de inspectie weet dat het risico bestaat dat een innovatie niet direct slaagt. Als er een keer iets mis gaat, is er geen man overboord. De inspectie bewaakt de kwaliteit van het onderwijs, maar wil ook gesprekspartner van scholen zijn. Onderwijsvernieuwing is echt een gezamenlijke inspanning. “Durf te innoveren” is een oproep aan ons allen, ook aan mijzelf: we willen allemaal het beste onderwijs voor jongeren en moeten dus het lef hebben om te blijven innoveren.’

3


4

Vakwedstrijden

de MBO·krant

Skills Heroes bestaat inmiddels zo’n vijf jaar. Het aantal deelnemende opleidingen (ruim 900) en studenten (25.000 in de voorrondes) groeit nog steeds. Scholen besteden meer en meer aandacht aan de vakwedstrijden. Hoe doen ze dat en wat leren studenten van Skills? Docenten Gerard Voskuilen (ROC Friese Poort) en Jeanthalou Haynes (Albeda) en student Kimberly de Paolo (Albeda) vertellen.

‘I

n het eerste jaar scouten we al. Talenten nemen we mee naar de Skills-voorronde zodat ze ervaren wat een wedstrijd inhoudt. In het tweede jaar kunnen ze al deelnemen aan een voorronde op school en in het derde jaar moeten ze er echt klaar voor zijn’, vertelt Gerard Voskuilen docent Kok aan ROC Friese poort. De wedstrijd leeft vooral bij de koks erg, dit zorgt voor gezonde competitie tussen studenten. Naar mate de wedstrijden vorderen neemt de spanning en het niveau toe constateert Gerard. ‘Studenten worden uit hun comfortzone gehaald doordat ze in een vreemde keuken moeten presteren. In de finale stijgt die spanning verder. Maar tijdens landelijke finales heb ik ook vriendschappen zien ontstaan. De studenten gaan drie dagen heel intensief met elkaar om. Ze weten van elkaar wat ze hebben moeten doen en laten om zover te komen.’

Opperste concentratie bij een deelnemer aan het wedstrijdonderdeel Kok bij Skills The Finals 2019. De editie van 2020 vindt plaats van 4–6 maart in Leeuwarden.

‘Wij krijgen er energie van en dat motiveert iedereen’

Pitches en vlogs

Gerard heeft al de nodige ervaring met Skills maar hoe ervaart nieuwkomer Jeanthalou Haynes, docent Maatschappelijke Zorg (MZ) bij Albeda – dat dit jaar voor het eerst is opgenomen in het Skills-programma – de wedstrijden? ‘Door het enthousiasme van onze Skills-coördinator Douwe Beunk hebben wij besloten het breed op te pakken. Al onze studenten hielden een pitch van één minuut voor hun klasgenoten. Met de hulp van Douwe selecteerden

’Studenten die boven de norm presteren worden nu daadwerkelijk gezien én erkend.’

we zeven. Zij moesten in een vlog uitleggen waarom zij de beste MZstudent zijn. Naar aanleiding van deze vlogs heeft het docententeam twee studenten geselecteerd die mee mochten doen aan de voorrondes op 16 oktober 2019.’

is dat je als team het beste uit jouw student probeert te halen. Daarnaast is het een leuke test om te ontdekken of je als team, maar ook als student goed op weg bent naar dat diploma. Wij krijgen er bovendien energie van en dat motiveert iedereen.’ Doorslaggevende combinatie ‘Voorafgaand aan de pitch hebben de LOB’ers hun eigen klas geïnformeerd over Skills Heroes’, vertelt Jeanthalou gevraagd naar de manier waarop opleiding en team de wedstrijden inzetten. ‘De winnaars van onze locatie waren Kimberly de Paolo en Roxanne van Goethem. Kimberly en Roxanne hebben zich allebei twee middagen samen met mij en mijn collega’s Goran Hrgic en Jantine den Hoed voorbereid. Wij hebben verschillende expertises en die combinatie is denk ik doorslaggevend geweest voor de goede voorbereiding. Roxanne kon uiteindelijk onverwachts niet meedoen aan de voorrondes. Daar baalt ze nog steeds van. En ik, want zij is ook enorm getalenteerd.’ Jezelf ontdekken

Energie

Jeanthalou is heel blij dat ze met haar team de stap heeft gemaakt om studenten mee te laten doen met Skills. ‘Wij vinden het een fantastisch initiatief. Studenten die boven de norm presteren worden gezien én erkend. Het leuke aan deze competitie

Wat ze aan Skills hebben, weten studenten natuurlijk het best zelf te vertellen. Aan het woord is Kimberly de Paolo student Maatschappelijke Zorg aan Albeda. ‘Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Skills gehoord. Ik hoorde van mijn LOB’er, Abdel Bouzambou, wat het inhield. Ik heb de

video van Skills Heroes 2019 gezien en die sprak mij aan. In mijn pitch wilde ik iets anders doen dan de rest van de klas. Ik schrijf al sinds jongs af aan gedichten. In een gedicht heb ik uitgelegd waar mijn passie voor de zorg vandaan komt. Toen ik hoorde dat ik de beste was van de klas was ik blij verrast. Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen. Het laat je toch wel een beetje meer van jezelf ontdekken, je leert veel van de wedstrijden. Als je in jezelf investeert dan krijg je er ook iets voor terug.’

Mooi visitekaartje

Wat de meerwaarde van Skills is, is helder voor Gerard en Jeanthalou. Gerard vertelt: ‘Voor andere studenten zijn de deelnemers een voorbeeld. Het docententeam leeft erg mee. Bij koks en gastheren is de concurrentie erg groot en zie je dat scholen het als een prestige zien en met zoveel mogelijk deelnemers aan de finales willen meedoen. Ook richting nieuwe studenten en ouders is het een mooi visitekaartje om te

laten zien dat jongeren binnen het mbo kunnen excelleren in hun vak.’ Jeanthalou vult aan: ‘Studenten beseffen nu pas dat het een gemiste kans is geweest dat zij niet harder hun best hebben gedaan voor de pitch. Sommige studenten zeiden tegen mij: “Mevrouw, kan ik mij nu al aanmelden voor de volgende voorrondes?”. Nu zij zien hoeveel extra begeleiding en aandacht Kimberly krijgt, willen zij ook kans maken om “Skills Hero” te worden.’

Grenzen verleggen op alle fronten

Gerard herkent de boost van zelfvertrouwen die de studenten krijgen door Skills uit zijn eigen praktijk. ‘Studenten worden uitgedaagd om hun grenzen te verleggen. De weken voor een (regio)finale leven ze in een snelkookpan waarin ze op alle fronten veel leren. Deze ervaring geeft zelfvertrouwen en helpt de studenten om hun proeves later in het jaar met vertrouwen tegemoet te gaan. Vaak gaat er een wereld voor ze open. Er ontstaan nieuwe kansen en ze bouwen aan hun netwerk. Bedrijven en leermeesters zijn steeds meer betrokken. Ze geven ruimte aan hun leerling om te trainen en willen dat hun leerling ver komt. Skills staat bekend om het sterke deelnemersveld en de zware competitie zeker in de landelijke finale. Het betekent echt wat als je wint.’

Skills voor Sustainability Op het beroepenevenement Skills The Finals wordt donderdagmiddag 5 maart 2020 in Leeuwarden een symposium georganiseerd met als thema ‘sustainability’. Noteer deze datum alvast in uw agenda. ‘Een gerenommeerde spreker is uitgenodigd om een key note te geven over dit onderwerp’, aldus Jos de Goey van WorldSkills Netherlands. Duurzaamheid en circulair denken en doen zijn ook belangrijk voor vakwedstrijden. ‘In de wedstrijden, de wedstrijdopdrachten, het voorbereiden en in het uitvoeren ervan kunnen jongeren een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzamere wereld. Bijvoorbeeld door het bewuster gebruiken van duurzamere materialen. Met scholen en bedrijven samen helpen we studenten om met hun vakmanschap nu en later het verschil te maken. Daar gaat WorldSkills in de komende edities en beroepenevementen meer rekening mee houden en in investeren. Zo gaan we samen op weg naar een duurzamere samenleving en werkomgeving.’

Meer informatie Skills The Finals: https://worldskillsnetherlands.nl/stf/


Afscheidsinterview

november 2019

5

Ton Heerts: ‘Ik blijf ambassadeur van het beroepsonderwijs’ ‘Het mbo verliest mij niet, maar heeft er een ambassadeur voor het leven bij gekregen’, aldus Ton Heerts. De aanstaande burgemeester van Apeldoorn zal het mbo niet uit het oog verliezen: ‘Het beroepsonderwijs blijft in mijn hart zitten.’

Het was wel even schrikken toen bekend werd dat Ton Heerts, de enthousiaste en bevlogen voorzitter van de MBO Raad, als burgemeester van Apeldoorn is voorgedragen. Heerts was niet op zoek naar ander werk, maar Apeldoorn was een bijzondere kans voor hem: ‘Er zijn misschien drie functies denkbaar waarvoor ik mijn voorzitterschap van de MBO Raad wilde inwisselen. Het burgemeesterschap van Apeldoorn is er daar een van. Toen ik als jong broekie in Apeldoorn de beroepsopleiding marechaussee ging volgen, werd ik gegrepen door

de stad. Dat ik hier nu burgemeester mag worden, is voor mij heel bijzonder.’ Gaat u het mbo missen? ‘Ik heb het altijd ontzettend naar mijn zin gehad binnen het mbo. Van mijn overstap van de FNV naar de MBO Raad heb ik bepaald geen spijt gehad. Ik heb de functie nog mooier gevonden dan ik dacht. Vanwege de goede samenwerking met de bestuurders van de scholen, de ministers en de ambtenaren bij de verschillende ministeries, de samenwerkingspartners bij SBB. En ik

‘Het mbo is retegoed’ Als voorzitter van de MBO Raad heeft Ton Heerts zich sterk gemaakt voor een beter imago van het mbo. Hij sprak graag over het mbo, dat ‘retegoed’ is. Bij zijn benoeming in 2016 gaf hij aan zich te willen inzetten voor een betere samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Als oud-vakbondsman was hij in staat partijen bij elkaar te brengen. Zo stond hij aan de wieg van het Bestuursakkoord Trots, vertrouwen en lef, dat de MBO Raad begin 2018 met het ministerie van Onderwijs sloot. In dit akkoord werd onder andere afgesproken om een ‘MBO Brigade’ in te richten, die ‘met militaire precisie’ overbodige wet- en regelgeving zou opruimen. Heerts is altijd groot voorstander geweest van meer regionale samenwerking tussen beroepsonderwijs, werkgevers en lokale overheden. Ook als burgemeester van Apeldoorn kan hij zich dus sterk blijven maken voor een ‘retegoed’ mbo.

✒ In december wordt Ton Heerts burgemeester van Apeldoorn. Daarmee komt een einde aan zijn voorzitterschap van de MBO Raad en moet de Raad op zoek naar een nieuw boegbeeld voor de organisatie. Vooruitlopend op de profielschets formuleert onze huiscolumnist Coleta van Buren enkele overwegingen gerelateerd aan de opdracht van de Raad, de actuele situatie en de relevante omgeving.

Ton Heerts, verwikkeld in een stare down met Rico Verhoeven, tijdens de opening van het MBO-jaar

bewaar zo veel goede herinneringen aan de contacten met de studenten, de ambassadeurs, de deelnemers aan de vakwedstrijden, de docenten en instructeurs. Het mbo zal voor altijd in mijn hart blijven. Het beroepsonderwijs verliest mij niet, maar heeft er een ambassadeur voor het leven bij.’

aanpak een enorme stimulans kreeg. Binnen de regio speelt het beroepsonderwijs een cruciale rol. Voor mijzelf was er ook een duidelijke link met het sociaal akkoord dat ik in 2013 als FNV-voorzitter had ondertekend. Ook toen was er al sprake van een versterking van de regionale werkbedrijven.’

U bent ruim drie jaar voorzitter geweest. Wat zijn hoogtepunten geweest? ‘Een hoogtepunt is zeker het bestuursakkoord geweest dat de MBO Raad begin 2018 met de minister sloot. We waren de eerste sector die een akkoord met het nieuwe kabinet had. Inhoudelijk was het akkoord belangrijk, omdat de regionale

Kunt u in uw nieuwe rol, als lokaal bestuurder, nog iets voor het mbo betekenen? ‘De wethouder Onderwijs is natuurlijk in Apeldoorn primair verantwoordelijk voor de relatie met het mbo. Maar waar ik een steentje kan bijdragen, doe ik dat graag. Niet voor niets stuurden wij als MBO Raad in april 2018, kort na de ge-

meenteraadsverkiezingen, een boodschap aan alle gemeenteraadsleden: “Maak uw gemeente mooier samen met het mbo.” Via het college kan ik daar een bijdrage aan leveren.’ Zijn er zaken die wat u betreft nog niet afgerond zijn? ‘De echte doorbraak op het gebied van leven lang ontwikkelingen moet nog komen. Het wordt tijd dat er boter bij de vis komt. Ik heb hoge verwachtingen van het miljardenfonds dat het kabinet beschikbaar wil stellen. Voor leven lang ontwikkelen is zeker anderhalf miljard nodig. Alleen op die manier kan de beloofde doorbraak tot stand komen.’

Wie volgt Ton Heerts op? Coleta profileert! Kortheidshalve heeft de MBO Raad als opdracht: ‘Sterk onderwijs vandaag voor de beroepen van morgen.’ Als het dan gaat om de actuele situatie, is een aantal ontwikkelingen van belang: • Terugloop studentenaantal in de komende jaren, met name niveau 2. • Ontwikkeling Kwalificatiedossiers. Nu staan er nog zo’n 500 op de Crebolijst, maar zijn die allemaal nog even relevant? Wat zijn de beroepen van de toekomst en hoe specifiek moeten de kwalificaties eruit zien? • In het nieuwe inburgeringsstelsel (v.a. 2021) zorgen gemeenten ervoor dat nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en aan het werk gaan. In die constellatie zouden de ROC’s het verloren terrein toch moeten terugwinnen. Hetzelfde geldt voor de bestrijding van laaggeletterdheid. • ‘Een leven lang ontwikkelen’ was, terecht, een stokpaardje van Ton Heerts. Op dat terrein zit de concurrentie niet stil. De private onderwijsinstelling NCOI heeft concurrent LOI gekocht, mede om het hoofd te bieden aan het opleidingsaanbod uit het reguliere onderwijs.

Wat betreft de relevante omgeving

• Gegeven de klimaatdiscussie en de nadruk die daar de komende tijd op ligt, zal het nog een hele kunst worden de onderwijsbegroting – zwaar gebukt onder het lerarentekort en de recente toezeggingen PO/VO – na dit kabinet op niveau te houden voor het mbo. • De econoom Pieter Duisenberg (VVD) voorzitter VSNU, Maurice Limmen (CDA, ex-CNV) voorzitter HBO-raad en Paul Rosenmöller (Groen Links) voorzitter VOraad zijn geduchte collega’s als het gaat om het overleg in de politieke polder. • Weliswaar wordt het mbo in toenemende mate geprezen als fantastische voorbereiding op een baan en verantwoord burgerschap maar ondertussen neemt de druk toe om vmbo’ers een doorstroomrecht te geven naar de havo. Gegeven het voorgaande moet je je afvragen: Welke persoonlijkheid zou het best passen binnen het mbo en de MBO Raad? Dat het een schaap met vijf poten moet worden, spreekt voor zich. Waar die poten voor staan is dan de vraag. Toch maar een poging in vijf kernbegrippen.

1  Het liefst een ‘stapelaar’ die zelf het hele traject vmbo->mbo->hbo en desnoods wo heeft doorlopen!

2  Een ‘politiek dier’ dat weet hoe de hazen lopen in de Hoftoren en op het Binnenhof!

3  Iemand met een ‘multiculturele achtergrond’ die weet wat inburgering, taalonderwijs en emancipatie betekenen!

4  Iemand die de ‘digitale revolutie’ kent, doorleefd heeft en zicht heeft op de didactische invulling daarvan!

5  Een ‘verbinder’ omdat dat een modieus begrip is, maar vooral ook omdat de MBO Raad soms een kruiwagen is vol kikkers!

Ik wens de benoemingscommissie veel sterkte in haar zoektocht! Coleta van Buren De MBO-krant wordt gaarne attent gemaakt op geschikte kandidaten: info@mbo-today.nl


6

Internationalisering

de MBO·krant

Nieuwsgierigheid maakt het verschil Het gaat goed met het mbo. Kansen op de arbeidsmarkt nemen toe en de vraag naar bekwame vakmensen blijft groeien. Maar er ligt ook nog een flinke uitdaging; de overgang van opleiding naar arbeidsmarkt is groot. Te groot, als we bedrijven mogen geloven. Internationaal denken en doen kan dat gat verkleinen volgens internationaal retailexpert Leo van de Polder. ‘Door je internationaal te oriënteren en nieuwsgierig te zijn, ontwikkel je vaardigheden die de overgang naar het werkende leven kunnen versoepelen.’

Voor zijn werk als Global Development Director van Shop Association reist Leo de wereld over om de nieuwste kennis te vergaren en die te delen met retailers. Hij probeert in zijn werk een voorloper te zijn in het retaillandschap. Die actieve houding, iets willen ontdekken voordat de massa het weet, ziet hij graag terug bij starters op de arbeidsmarkt. ‘Wie nieuwsgierig is naar het bedrijfsleven en over grenzen heen kijkt, kan ontzettend veel leren. We moeten leren initiëren in plaats van volgen.’

Creativiteit en nieuwsgierigheid

Als je over grenzen heen kijkt, gaat er een wereld voor je open in de arbeidsmarkt. Creativiteit en nieuwsgierigheid zijn volgens Leo de sleutelwoorden. Hij streeft ernaar dat de overheid, scholen en studenten zelf nog beter om zich heen gaan kijken. Niet alleen in ons kikkerlandje, maar juist ook over de grenzen. Daarvoor hoef je niet altijd naar het buitenland te gaan. ‘Blader bijvoorbeeld eens door een internationaal vaktijdschrift. Dat lijkt iets kleins, maar die open en nieuwsgierige blik kan echt het verschil maken.’

Razendsnelle ontwikkelingen

Leo vindt het niet gek dat er een gat is tussen opleidingen en arbeidsmarkt. ‘Beroepen ontwikkelen zich inhoudelijk vreselijk snel. Als opleider kun je je daar bijna niet op instellen. Voordat je een programma hebt ontwikkeld, is het alweer achterhaald.’ Niet alleen de overheid en onderwijsinstellingen, maar ook bedrijven zouden zich moeten inspannen om de kennis onder jongeren op peil te houden. ‘Veel retailers hebben hun eigen academie om gekwalificeerde mensen in hun bedrijf op te leiden. Prachtig, maar ook een bevestiging dat het gat tussen opleiding en arbeidsmarkt nog te groot is.’ Daarnaast is inzet van studenten zelf onmisbaar: ‘Zorg dat je je breed oriënteert en loop een dag of week mee bij een bedrijf om te ontdekken hoe processen werken en gevoel te krijgen bij verschillende bedrijfsculturen.’

Internationaal bekwaam

De arbeidsmarkt vraagt om internationaal bekwame medewerkers, maar wanneer ben je dat als student of starter eigenlijk? Dat begint bij het spreken van een vreemde taal. In Leo’s vakgebied is de Engelse taal onmisbaar. ‘Je

met een breed scala aan disciplines voordat ze zich specialiseren. Multidisciplinair werken en denken mag veel meer aan de orde komen. Het werkt ook inspirerend, je ziet het grotere verhaal.’

moet in ieder geval de Engelse functienamen en vakterminologie kennen.’ Softskills, zoals openheid, communiceren en samenwerken, zijn minstens zo belangrijk, benadrukt Leo. ‘Starters moeten zich in kunnen leven, zich leren aanpassen. Ze moeten snel de taal van een bedrijf leren kennen.’ Ook costumer culture verdient aandacht. ‘De Nederlandse directheid wordt niet overal gewaardeerd. En H&M en IKEA zitten over de hele wereld, maar hebben overal een “local touch”, met eigen culturele kenmerken.’

Het Nederlandse mbo scoort goed in vergelijking met andere landen. Initiatieven als WorldSkills versterken de internationale status van ‘onze’ mbo’ers en het aantal internationale activiteiten van opleidingen groeit. Hoopvolle

Ga jij voor wer

ontwikkelingen, maar Leo ziet meer kansen: ‘We moeten meer open staan voor de kennis uit de wereldwijde markt.’ Hij benadrukt de hoeveelheid beurzen en events van nationale en internationale bedrijven. ‘We hoeven het wiel echt niet opnieuw uit te vinden.’ Het hokjesdenken in het onderwijs mag van Leo wel wat minder: ‘Laat studenten kennismaken

‘Ga het gewoon beleven, ga uit je comfortzone’ Na tien jaar in zijn eigen winkel te hebben gestaan, ging Saïd Laouaji aan de slag als docent Handel en Ondernemerschap bij het VISTA college. Hij is daar ook Coördinator Internationalisering. In de afgelopen vijf jaar zijn de internationale activiteiten van het VISTA college toegenomen. Saïd heeft daar met zijn bevlogenheid en ondernemersgeest flink aan bijgedragen.

Toen Saïd zich jaren geleden eens hardop in de klas afvroeg waarom studenten eigenlijk geen stage liepen in het buitenland volgde een verrassende reactie: ‘Nou meneer, we wisten eigenlijk helemaal niet dat dat kon.’ Saïd verdiepte zich daarna als stagecoördinator in de internationale mogelijkheden voor studenten. De school benaderde hem al snel met de vraag of hij dit niet verder op wilde pakken in de functie van Coördinator Internationalisering. Kansen voor internationalisering

Volgens Saïd is internationalisering hot in Nederland. ‘Al op vo-scholen kun je tweetalig onderwijs volgen, ze gaan naar Rome, hebben gastlessen. Je kunt er als mbo-school niet mee aankomen dat je daarin niks te

bieden hebt. Er wordt ook voldoende geld beschikbaar gesteld om het mogelijk te maken. De tijd en omstandigheden zitten mee.’ Saïd heeft dan ook een eenvoudig maar duidelijk advies: ‘Ga het gewoon beleven, ga uit je comfortzone!’ Partnerschool in Madrid

Via Erasmus+ legde Saïd een verkenningsbezoek af aan een mogelijke partnerschool in Madrid, waarbij hij de school en bedrijven in de regio bezocht. De Spaanse collega die hij daar ontmoette, heeft ook een bezoek aan het VISTA college en bedrijven in de regio gebracht. ‘Onze opleiding toerisme is vervolgens met acht docenten en medewerkers naar Madrid gegaan om een samenwerking voor studentenuitwisseling op te zetten. Dat is toch fantastisch?’

In jouw klas zit de wereld en je bereidt hen voor op de wereld. Iedereen komt tegenwoordig in aanraking met andere landen en culturen. Via werk, school en in de buurt. Van buitenlandse toeleverancier, Europese wetgeving tot het multiculturele voetbalteam, internationalisering is overal. Hoe zorg je ervoor dat studenten de kennis, vaardigheden en houding ontwikkelen om zich optimaal staande te houden op de internationaal georiënteerde arbeidsmarkt en interculturele samenleving? Hoe gebruik je internationalisering voor innovatie en verrijking van je curriculum? Op welke manier kan internationalisering jou als docent inspireren en ontwikkelen? Al deze onderwerpen komen aan bod in de campagne ’Wereldklasse’ waarin we je laten zien wat de meerwaarde

Hoe regelt een docent zo’n internationale activiteit midden in een schooljaar, als zijn lessen gewoon door moeten gaan? Saïd: ‘Plan bij de start van het schooljaar een projectweek in voor later in het jaar. Dan kun je met collega’s weg, zonder dat dit druk op het rooster geeft. De ervaring leert dat er altijd wel een oplossing te vinden is.’ Saïd helpt docenten ook bij het aangaan van het gesprek met onderwijsmanagers. ‘Als een groep van negen docenten staat te springen om een zakelijke reis te maken, kan een onderwijsmanager daar bijna niet omheen.’ Niet alleen opleiden voor de eigen regio

Avontuurlijke anekdotes

Saïd haalt mooie anekdotes uit zijn internationale ervaring: ‘Mijn studenten vinden het nu eenmaal cooler als ik vertel hoe ze het in Madrid doen dan wanneer ik uitleg hoe onze buurman op het industrieterrein zijn werkprocessen inricht.’ Maar er is meer. ‘Je leert zo veel van alle nieuwe dingen die je ziet. Als ik een stagebezoek afleg bij een bedrijf in Denemarken of Spanje, zie ik een totaal andere werkcultuur en anders ingerichte werkprocessen. Dat leer je niet uit een boek.’

Vandaag de dag luidt de reactie in een klas beduidend anders dan jaren geleden. ‘Studenten wilden wel, maar ze hadden geen idee hoe ze dat aan moesten pakken. Als je het nu vraagt, zeggen zeker vijf studenten dat ze een buitenlandse ervaring op willen doen.’ Ook onder docenten is een verandering gaande. ‘De gedachte bij docenten dat ze puur opleiden voor de regio, behoort steeds meer tot het verleden’, legt Saïd uit. Hij vindt het ook belangrijk dat docenten zelf internationale ervaring op doen: ‘Als je het eist van studenten, dan moet je het ook van jezelf eisen.’


Internationalisering

november 2019

Gamze Kareloglu is 20 jaar oud, volgt de opleiding Juridische Beroepen op het Summa College in Eindhoven en is algemeen bestuurslid van de Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs (JOB). Een jonge vrouw die weet wat ze wil: doorstuderen, maatschappelijk betrokken zijn en kansengelijkheid nastreven voor alle studenten.

In een globaliserende wereld groeit het belang van interculturele competenties, bijvoorbeeld culturele veerkracht. Het is belangrijk dat je leert omgaan met moeilijkheden die kunnen ontstaan bij ontmoetingen tussen mensen uit verschillende culturen. Gamze had hier ervaring mee tijdens een stage. ‘Mijn begeleidster sprak heel negatief over buitenlanders in “haar” land. Ze zei het nooit direct tegen mij, maar ik voelde me wel aangesproken.’ Gamzes ouders zijn in Turkije geboren en kwamen

eldklasse? van internationalisering in het mbo is. Verschillende personen vertellen wat de betekenis van internationalisering is voor hun leven, school en werk. Maak alvast kennis met Gamze (student), Saïd (docent), Margo (opleidingsdirecteur) en Leo (retail expert). En volg ze binnenkort op www.nuffic.nl/ actueel.

7

De kracht van diversiteit naar Nederland, waar Gamze geboren is. ‘Deze ervaring heeft me sterker gemaakt. Hoe één persoon naar mij of mijn cultuur kijkt, zegt niets over hoe de maatschappij naar mij kijkt.’ Inzicht in kansen(on)gelijkheid

Als lid van de studentenraad kreeg Gamze de kans om deel te nemen aan de Gelijke Kansenmiddag van JOB, de organisatie die mbo-studenten een stem geeft in het onderwijs. Doel van de middag was betrokkenen van het mbo ervan bewust maken dat er nog steeds studenten zijn die ongelijk behandeld worden. Door deze middag zag ze in hoezeer ongelijkheid in het onderwijs en op de stagemarkt speelt. ‘De mensen van JOB lieten zien dat studenten echt iets kunnen betekenen op het gebied van kansengelijkheid. Ik voelde me erg verbonden met dit thema en wist meteen dat ik daar iets mee wilde doen.’ Gamze besloot om bestuurslid van JOB te worden. ‘Ik werk nu actief mee aan initiatieven die bijdragen aan kansengelijkheid in het mbo.’ Diversiteit als verrijking

‘Zolang mensen respectvol met anderen omgaan, kan ik met iedereen overweg, ongeacht zijn achtergrond of politieke voorkeur. Misschien zijn mijn interculturele competenties door mijn multiculturele achtergrond sterker ontwikkeld dan die van een gemiddelde leef-

tijdsgenoot.’ Voor Gamze is haar Turks-culturele achtergrond inmiddels een verrijking. Ze heeft bijvoorbeeld geleerd om vanuit verschillende perspectieven naar maatschappelijke thema’s te kijken. ‘Kijkend door een islamitische bril zou ik bijvoorbeeld tegen abortus moeten zijn, maar wettelijk, los van mijn godsdienst, probeer ik vanuit verschillende perspectieven naar deze kwestie te kijken. Ik ben ook een vrouw en het is ook een vrouwenrecht.’ Gamze zou graag zien dat er binnen het mbo meer aandacht komt voor dergelijke discussies. Door meer debatten te organiseren bijvoorbeeld. ‘We moeten het samen uitzoeken in deze wereld. Laten we met elkaar in gesprek gaan en inzichten delen.’ Gamze wil graag internationale ervaring opdoen. Daarom volgt ze het keuzevak ‘Internationalisering en internationaal recht’, waarvoor ze binnenkort naar Brussel gaat. Ook heeft ze zich opgegeven voor een bezoek aan de rechtbank van Londen. ‘Superleuk en inspirerend om op deze manier over de grens te kijken.’ Verder volgt ze onder andere lessen over internationale verdragen, de Europese Unie en de bevoegdheden van een rechter in verschillende landen. Er worden op het Summa College bovendien regelmatig gastcolleges gegeven door bijvoorbeeld expats of advocaten gespecialiseerd in internationaal recht.

Belangen behartigen

Na haar opleiding Juridische Beroepen gaat Gamze doorstuderen. Eerst het hbo, om van daaruit door te stromen naar de universiteit. ‘Ik wilde altijd advocaat worden, maar inmiddels overweeg ik bestuurskunde of een meer maatschappelijke opleiding. Ik wil belangen van mensen behartigen en dat kan op meerdere manieren. Ik hoop later in ieder geval te mogen werken op een werkplek waarin ik een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappij, waar veel vertrouwen is, en diversiteit.’

Veel leesplezier! Afra Verkerk, Teamleider mbo Nuffic

Op www.nuffic.nl/mbo vind je allerlei informatie over internationaliseringsactiviteiten in de eigen omgeving en in het buitenland, subsidies en de trainingen van de Nuffic Academy.

Internationale ervaring maakt kritische denkers en doeners Margo Koopman is directeur van het MBO College voor Mens & Maatschappij (ROC van Twente) en een actieve ambassadeur van internationalisering in het onderwijs. ‘Je kijkt letterlijk en figuurlijk over de grens en dat helpt om je eigen referentiekader te relativeren. Zo’n ervaring gun ik alle studenten op weg naar volwassenheid.’

Margo trok zelf al jong de wereld over. ‘Het heeft mij voor een groot deel gevormd. Reizen leidt tot nieuwe inzichten, het maakt je sterker en sneller volwassen.’ Als directeur zet ze zich in om internationalisering stevig op de kaart te zetten. Bij welzijnsopleidingen liggen buitenlandse stages of internationaliseringsactiviteiten in eigen land niet direct voor de hand. Terwijl het ook daar veel kan brengen. ‘In onze beroepen staat samenwerken centraal. Bij internationale activiteiten leer je je aanpassen aan andere manieren van denken en andere culturen. Je aanpassingsvermogen ontwikkelen is van essentieel belang om goed samen te kunnen werken.’ Kritische denkers en doeners

Mbo-scholen hebben de wettelijke opdracht om studenten op te leiden tot goede beroepsbeoefenaars en tot kritische denkers en doeners en ze voor te bereiden op een eventuele

vervolgopleiding. Die tweede opdracht vindt Margo misschien nog wel het belangrijkste. ‘Daar ligt onze taak. Internationalisering speelt hierin een grote rol. We willen bij ROC van Twente dat alle studenten, ongeacht opleiding en sociale achtergrond, kennismaken met internationalisering en culturele diversiteit.’

zich buigen over dit soort vraagstukken is leerzaam en innovatief. Het inspireert, je nieuwsgierigheid wordt aangewakkerd en je gaat de verbinding aan met mensen uit verschillende culturen. Dat vraagt om een ondernemende houding’. Internationalisering at home

Internationalisering integreren in onderwijs

Begin dit jaar maakte Margo formatie en budget vrij om internationalisering verder in het onderwijs te integreren en stelde ze twee internationaliseringscoördinatoren aan. ‘Als ik van mensen verlang dat zij over grenzen kijken, moet ik dat ook mogelijk maken.’ Margo ziet ook hoe belangrijk het is om ambassadeurs te vinden die het beleid tot leven brengen en studenten en collega’s weten te enthousiasmeren ‘Ik betrek altijd zo veel mogelijk mensen bij internationale activiteiten. Docenten en studenten die internationale ervaring opdoen, krijgen een stevig podium voor hun verhaal.’ Leerzame ervaringen en inzichten

Dit jaar ging Margo samen met een collega Pedagogisch Werk voor een werkbezoek naar Zuid-Afrika. Dit land bleek een erg leerzame omgeving te bieden. Margo: ‘Je komt in een totaal andere omgeving en loopt tegen andere problematiek aan. Meer dan de helft van de jongeren is werkloos. In de “townships”, hebben kinderen slecht toegang tot onderwijs. Een internationale uitwisseling van medewerkers en studenten die praktijkervaring opdoen en

Margo ontvangt ook graag internationale studenten op haar school om hen kennis te laten maken met het Nederlandse systeem én om Nederlandse studenten ‘internationalisering at home’ mee te geven. ‘Studenten praten met elkaar in een andere taal, wisselen inhoudelijke kennis over het vak uit en leren elkaars cultuur kennen. Ook op deze manier integreer je internationalisering in het onderwijs en zo kan iedereen internationale ervaring opdoen.’ Goede afspraken maken

Kun je eigenlijk wel twee weken naar het buitenland midden in het schooljaar? Deze vraag raakt volgens Margo precies datgene waarmee het onderwijs nu volop bezig is. ‘Maatwerk. Modulair opleiden. Het kan niet meer zo zijn dat de student of docent niet naar het buitenland kan omdat het even niet in ons programma past.’ Margo ziet hier ook een verantwoordelijkheid voor de student zelf. ‘Wíj maken het mogelijk dat jíj een bijzondere internationale ervaring op gaat doen. Dan moet jij ons vertellen wat je eraan gaat doen om de weken op te vangen of in te halen. Een mooie uitdaging voor docent en student.’


8

Dag van het mbo

de MBO·krant

o b m t e h n a v Dag 18 november 2019

De Dag van het mbo was een festival voor het hart en het hoofd. Een uitgebreid verslag vind je terug in het dossier op MBO-today.nl. Op deze twee pagina’s blikken we kort terug in woord en beeld.

‘Trendwatcher des Vaderlands’ Adjiedj Bakas verzorgde de plenaire opening van de Dag van het mbo. Hij nam zijn gehoor mee in de nabije toekomst van het mbo en benadrukte dat we niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk leven. ‘Shift happens’, aldus Bakas.

Boosheid en agressie: 1 pot nat? ‘Wie heeft er weleens te maken gehad met agressie tijdens zijn werk?’, vraagt trainer Deniz Dogan. Veel vingers gaan de lucht in. Blijkbaar is Dogan met zijn verhaal op de goede plek. In zijn workshop geeft hij tips om met die agressie om te gaan. ‘Dat begint met je eigen spanning onder controle houden. Alleen dan schat je de situatie goed in. Studenten of ouders mogen frustraties uiten, maar agressie en zeker geweld zijn nooit acceptabel. Soms is die grens niet zo duidelijk. Als de grenzen van teamleden te veel verschillen leidt dat bovendien tot onduidelijkheid, voor studenten en collega’s. Daarom is het belangrijk om gedrag op tijd te begrenzen en eenduidig te reageren.’

Certificaten in het mbo

Hoe houden we het onderwijs goed? Volgens Inge Vossenaar, directeur MBO op het ministerie van OCW, staan veel signalen in het mbo op groen. Zo is het studiesucces toegenomen, groeit de tevredenheid van studenten en zijn mbo’ers gewild op de arbeidsmarkt. Ruim 80% van de afgestudeerden vindt binnen drie maanden werk. Uit een beleidsdoorlichting die het ministerie heeft laten uitvoeren, blijkt dat het Rijksbeleid over het algemeen de inspanningen van de scholen ondersteunt. Maar het beleid heeft ook mislukkingen gekend, zoals de Cascade-bekostiging, het lerarenregister en de indicator studiewaarde. Ook lukt het maar niet om het aantal techniekstudenten te laten groeien.

Om leven lang ontwikkelen te stimuleren, wordt steeds meer gewerkt met mbo-certificaten. Zo kunnen werkenden of werkzoekenden al voor meer dan honderd keuzedelen een certificaat halen. SBB experimenteert met certificaten voor kleine, afgeronde onderdelen van mbo-opleidingen. Volgens Bram Loog van SBB is het belangrijk dat zo’n certificaat een zelfstandige betekenis heeft op de arbeidsmarkt. Het behalen van zo’n certificaat moet de kans op werk aantoonbaar vergroten. Er lopen al flink wat experimenten voor dergelijke beroepsgerichte onderdelen van mbo-opleidingen. In september behaalden 34 thuiszorgmedewerkers in Den Haag het certificaat ‘Regievoering en vakontwikkeling in de zorg’, onderdeel van de opleiding ‘Verzorgende IG’ op niveau 3. Een aantal van deze medewerkers is van plan om later de hele opleiding te volgen. Een volledig diploma is natuurlijk het mooiste, maar certificaten als deel­ diploma’s kunnen ook van grote waarde zijn.

Uitdagingen

Kwaliteitsafspraken: de resultaten Om de kwaliteit van het mbo te verbeteren heeft het ministerie van OCW in 2015 met alle mbo-scholen kwaliteitsafspraken gemaakt. Iedere school formuleerde in een kwaliteitsplan ambities rond bijvoorbeeld de verbetering van de beroepspraktijkvorming, het terugdringen van schooluitval of het investeren in excellentie. Volgens Suzanne van Kinderen van MBO in Bedrijf is op veel punten duidelijk voortgang geboekt. Zo is het kwaliteitsbewustzijn binnen de scholen sterk verbeterd. De slotrapportage, te vinden op www.mboinbedrijf.nl, bevat een uitgebreide terugblik op de kwaliteitsafspraken. Van Kinderen formuleerde op persoonlijke titel een paar punten van ‘klein venijn’, zoals het achterblijvende gebruik van ICT in het onderwijs en de opvatting dat excellentie gelijk staat aan talentontwikkeling. Volgens Van Kinderen gaat het bij excellentie echt om een extra programma voor studenten ‘aan de bovenkant’ die meer willen en kunnen.

Ondanks de positieve ontwikkelingen binnen de mbo-sector is er geen reden om achterover te leunen. Vossenaar signaleert voor de nabije toekomst drie uitdagingen. In de eerste plaats de krimp, die zich met name buiten de Randstad gaat voordoen. Belangrijk is dat scholen minder gaan concurreren en meer gaan samenwerken. Fusie met behoud van eigen identiteit ziet Vossenaar als een interessante optie. Een tweede uitdaging is de flexibilisering van het onderwijs. Volgens Vossenaar hebben scholen veel mogelijkheden om tot een regionale invulling van opleidingen te komen, onder andere via de toepassing van mbo-certificaten. De laatste uitdaging ligt op het terrein van digitalisering. ‘Er mag best een tandje bij’, meent Vossenaar. Scholen maken nog maar mondjesmaat gebruik van de enorme mogelijkheden die tegenwoordig beschikbaar zijn. Toekomstig beleid

Voor het toekomstig beleid ziet Vossenaar drie uitgangspunten. In de eerste plaats zal er veel aandacht zijn voor de maatschappelijke opgave van het mbo: het bieden van kansen aan zo veel mogelijk jongeren. Ten tweede zal de focus nog sterker op de regio gericht zijn. Samenwerking tussen gemeenten, regionale werkgevers en scholen is belangrijk. Het derde uitgangspunt is ‘samenwerken in plaats van concurrentie’. Scholen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van het mbo. Ook in de toekomst blijft vernieuwing nodig, aldus Vossenaar: ‘Het gaat goed met het mbo, maar om goed te blijven, is innoveren nodig.’

Last van gastvrijheidsarrogantie? Auteur en trainer Laura de la Mar begint haar presentatie met een winstwaarschuwing: ‘Veel mensen zijn al gastvrij. Het enige wat je van mij leert, is bewuster gastvrij te zijn.’ Niettemin presenteert De la Mar een aantal interessante inzichten. ‘Veel mensen hebben last van gastvrijheidsarrogantie’, stelt ze. ‘96% vindt zichzelf gastvrij, maar slechts 35% wordt gastvrij gevonden door gasten.’ Gastvrijer in de klas word je vooral door je in te leven in je studenten, aldus De la Mar. ‘Met oprechte persoonlijke aandacht, studenten zich welkom laten voelen in de klas, daar gaat het om.’ Vanuit de zaal geeft iemand concrete voorbeelden: ‘Gastvrijheid in de klas zit voor mij in zaken als oogcontact maken en toegankelijk zijn. Niet achter je bureau blijven zitten.’


Dag van het mbo

november 2019

9

Firestarter voor innoveren vanuit docenten Ontaarden in rijwielwoede ‘Voor alles wat je over wilt brengen aan een student geldt: zorg dat de student er enthousiast van wordt.’ Taalkundige, cabaretier en fietsfanaat Wim Daniëls neemt, hoe kan het ook anders, de fiets als voorbeeld. ‘Dan ga ik met studenten op zoek naar de betekenis van de fiets en kijk ik of ik hen ook zo enthousiast kan maken over die prachtige uitvinding. Ik begin met de draisine. Een houten loopfiets, uitgevonden in Frankrijk in 1817. De naam “draisine” komt van Karl Drais, de uitvinder. Dat noem je een eponiem, als een object naar een persoon vernoemd is. Mooi he?’ Alles komt voorbij in zijn heerlijke relaas over de kunst van taal en alles wat daarin verstopt zit. Van mannen die vroeger vrouwen wilden weerhouden om de fiets te gebruiken - wie weet waar ze naartoe fietsen! - tot de eerste fietsenmaker, Hendrikus Burgers uit Deventer. ‘En soms dan ineens, raakt een student net zo bezeten van de fiets en ontaardt het in rijwielwoede: de begeerte om een fiets te hebben. Prachtig. Alles is fantastisch, als je je erin kunt verdiepen.’

‘Wat is jouw fire starter?’ Het is een vraag die de zaal direct doet losbarsten. Tijdens speeddates bespreken deelnemers hun fire starter: het moment waarop zij zich uitspraken over hun innovatie en iets in gang zetten. Ideeën uitwisselen werkt als brandstof voor vernieuwing. En dat is merkbaar in deze workshop waarin deelnemers onder bezielende begeleiding van Martine Maes (SOM) en mbo-pionier Alfons Heerink geïnspireerd worden om te blijven innoveren als docent. Hoe stimuleer je dat mensen leren van elkaar? En hoe maken we studenten co-creator? In twee groepen worden beide thema’s doorgespit en dat levert verfrissende ideeën en veel energie op. Van ‘hack je les’ tot ‘het begint allemaal bij leiderschap’ naar ‘er zit meer ruimte in regels dan je denkt’. Gevraagd en ongevraagd advies vliegen respectvol om de oren. Deelnemers gaan wijzer en vol energie de deur uit. Het vuur is opgelaaid: innovatie vanuit docenten kan echt bijdragen aan beter onderwijs, samen maken we het verschil.

‘Een hecht team komt verder’

Als je in het onderwijs zit, kun je altijd debatteren’

‘Bij veel jongeren in een multiculturele stedelijke omgeving is sprake van een mismatch tussen verschillende leefwerelden. Ze moeten switchen tussen hun rol thuis, in de vriendengroep en in het klaslokaal en dat kan leiden tot onzekerheid en demotivatie op school.’ Desondanks is Ilias El Hadioui ervan overtuigd dat studenten veerkracht kunnen ontwikkelen en kunnen komen tot self efficacy – het geloof in eigen kunnen. ‘Niet de individuele docent is het belangrijkste element om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en prestaties van leerlingen, maar hechte docententeams met een gezamenlijk geloof in elkaars kunnen: collective teacher efficacy. Docenten bepalen dan samen een gemeenschappelijk normatief kader. De docent staat dan in zijn eigen klaslokaal, maar voelt zich verbonden met collega’s en ervaart professionele rugdekking. Het gezamenlijke niveau van het docententeam kan het verschil maken voor leerlingen. De individuele docent loopt sneller, maar een hecht team komt verder.’

De leerknop staat altijd aan ‘De leerknop van kinderen staat al aan bij de geboorte. Ouders en docenten moeten alleen van de uitknop afblijven.’ Aan het woord is LOB-expert Els van Osch. Zij stelt dat we vooral moeten sturen op eigenaarschap. ‘Veel leerlingen zijn gemotiveerd, of beter gezegd gemoetiveerd, door externe druk. En dat is zonde, dat houd je niet vol. De beste motivatie komt voort uit nieuwsgierigheid en daar kun je als docent veel aan bijdragen.’ De drie-eenheid relatie, autonomie en competentie is hierin een belangrijk onderdeel. Maar we kunnen ook veel leren van de game-industrie. Spelers komen binnen in een game, kunnen kiezen waar ze naartoe gaan en hebben tegelijkertijd een doel. Er is zicht op een eindpunt waar je iets kunt winnen of waar je beter wordt. Elementen als onvoorspelbaarheid en schaarste worden toegepast om ervoor te zorgen dat gamers alsmaar door willen spelen. Om leerlingen goed te begeleiden, moeten we drijfveren vinden waardoor ze iets willen ontdekken en ontwikkelen en groeien. Dat leidt tot echt eigenaarschap.

Tijdens de vele lezingen en presentaties van het dagprogramma van de Dag van het mbo krijg je met name in de dying seconds, tijdens het traditionele vragenrondje, de gelegenheid je stem te laten horen. Bij de vijf Lagerhuisdebatten heb je echter volop de kans een mening te ventileren. Dat gebeurde volop. Scherp een mening poneren is een fraaie oefening in welsprekendheid, een kunst die al in de klassieke oudheid werd beoefend. Het is ook een mooie manier om een thema eens vanuit een ander perspectief te bekijken. Want in het debat mag je – for the sake of argument – ook een mening verdedigen die niet de jouwe is. Je speelt de rol van voor- of tegenstander. Het is, aldus gespreksleider Jordy Sweep (het Debat Bureau), overigens geen vrijwillig spel, want het gaat om serieuze onderwerpen. Flexibel mbo bijvoorbeeld. De positie van kwetsbare jongeren. Burgerschapsonderwijs. Het gros van de onderwerpen is ingebracht door OCW. Vergaarde input wordt onder meer gebruikt voor de Strategische Verkenning van OCW, een visie op de toekomst van het onderwijs die alvast voor de volgende kabinetsperiode wordt opgesteld. Dan kom je al gauw uit op stevige thema’s. Maar daar konden de aanwezige debaters wel mee uit de voeten. Immers, zoals een van de deelnemers het stelde: ‘Als je in het onderwijs zit, kun je altijd debatteren!’

De afsluiting van het dagprogramma lag in handen van cabaretier én mbo-docent Kees van Amstel. Bulderend lachen, terwijl je als docent in de spiegel kijkt. ‘De leerling van vandaag zet zichzelf wel centraal.’


10

MBO Brigade

column Wat zijn wij erg ‘Pap, je zet weer je leraarstem op.’ En verdomd, ik hóór het zelf. Ik zal je verder niet vermoeien met mijn privéleven, maar veel docenten kennen dat wel: dat je dan even iets wilt uitpraten thuis, of dat er fors opgetreden moet worden, en ineens is die stem er: ‘ok, we luisteren eerst even naar elkaars verhaal, zonder te oordelen. We laten elkaar uitspreken, en dan…’ Je gaat me toch niet vertellen dat ik de enige docent ben die dit doet hè? Beroepsdeformatie noemen we dat toch? Ik betrap mezelf er in ieder geval erg vaak op. Laatst nog, op het voetbalveld. Ik was scheidsrechter bij de pupillen. Ik probeer de spelers (onder 12 jaar) zo veel mogelijk zelf te laten voetballen, zelf beslissingen te laten nemen over vrije trappen, en waar nodig leg ik uit. Conform richtlijnen van de KNVB trouwens, maar daar gaat het niet om. Ik werd na de wedstrijd aangesproken door een vader. ‘Goed gefloten man, maar volgens mij zit je in het onderwijs, of niet?’ Ik dacht even na, en zei toen: ‘Maar jij ook, anders vroeg je het niet.’ Hij moest lachen: het klopte. Beroepsdeformatie kan heel erg zijn. Het kan ook juist andersom werken. Zoals de schilder zijn eigen huis twintig jaar geen verfbeurt geeft, hebben sommige leraren helemaal geen zin in pedagogisch verantwoord optreden als ze thuis zijn. En dus groeien hun kinderen voor galg en rad op. Of, iets minder extreem: op een verjaardagsfeestje hoor je iemand zeggen: ‘Dat zal ik je nu even haarfijn uitleggen.’ Geef die man een whiteboard en een publiek, zou ik zeggen. Op sociale media vroeg ik collega’s of zij ook voorbeelden kenden. En ik kreeg mooie voorbeelden. Docenten die bijna automatisch de kant van de leraar van hun kind kiezen in een oudergesprek (‘arm kind’), maar ook: je kind helpen met huiswerk door aan te geven: ‘Hier zou ik als docent een vraag over stellen’. Collega’s thuis te horen krijgen: ‘Mam, práát eens normaal. Je staat niet voor de klas!’ Altijd reageren als er iemand in jouw omgeving ‘mevrouw!’ of ‘mijnheer!’ zegt, ook als het duidelijk niet voor jou is. Een vraag met een tegenvraag beantwoorden, of heel nadrukkelijk checken of je antwoord wel begrepen is. En natuurlijk dat eeuwige verbeteren van je partner, je kinderen, je familie, in de groepsapp van je korfbalteam… ‘het is ‘zij hebben’, niet ‘hun hebben’. De lijst is eindeloos. Oh collega’s, wat zijn wij erg. En wat bedoelen we het goed. Conrad Berghoef Oud-Leraar van het Jaar

de MBO·krant

Veel vragen voor MBO Brigade Sinds dit jaar is de MBO Brigade actief. Hoofddoel van de brigade is het opruimen van overbodige regelgeving, zodat scholen in staat zijn goed onderwijs te maken. De brigade voorziet in een behoefte, zo bleek tijdens een workshop op de Dag van het mbo. Tijdens de workshop legt Vincent Gerez (OCW) de achtergrond en de werkwijze van de MBO Brigade uit. De instelling van de brigade is een rechtstreeks gevolg van het vorig jaar gesloten bestuursakkoord Trots, vertrouwen en lef. In dat akkoord hebben de MBO Raad en het ministerie van Onderwijs samen afgesproken een brigade in het leven roepen om overbodige regelgeving uit de weg te ruimen. Docenten en andere betrokkenen bij het mbo kunnen een casus bij de MBO Brigade indienen, waarna de brigadiers in actie komen. Volgens Gerez komen er veel vragen binnen over onderwerpen als onderwijstijd, keuzedelen en examinering. Ruimte

In veel gevallen kan de brigade de indiener van een casus helpen door uitleg te geven over wet- en regelgeving. ‘Scholen hebben vaak veel meer ruimte dan ze denken’, legt Gerez uit. Speciaal daarvoor is de brochure Ruimte in regels geschreven. In deze brochure, die opgesteld is met behulp van een grote groep Rini Romme (MBO Raad)

docenten, wordt duidelijk gemaakt welke ruimte de wet- en regelgeving biedt. Als de brigade op echt knellende regelgeving stuit, kan natuurlijk wel voorgesteld worden regels te schrappen. Zoals binnenkort gebeurt met de onderwijsovereenkomst. ‘Het schrappen van regels kost wel veel tijd’, legt Gerez uit. ‘Begin dit jaar is het besluit genomen om de onderwijsovereenkomst uit de wet te halen, waarschijnlijk zal dit pas vanaf 2021 het geval zijn.’

ling verlenen voor Nederlands of Burgerschap als een student deze vakken al in een eerdere studie heeft gevolgd? Op sommige scholen gebeurt dat, op andere niet. Wat zegt de wet? Volgens een van de aanwezigen zijn hier geen landelijke regels voor, maar is hier een cruciale rol voor de eigen examencommissie weggelegd: deze kan vastleggen onder welke omstandigheden een vrijstelling verleend kan worden.

Vincent Gerez (Ministerie van OCW)

ken te maken? Een collega van een andere school weet wel raad: ‘Het is een taak van de leidinggevende om een goede werkverdeling te maken binnen het team. Wie verantwoordelijk is voor examinering moet als expert van alle ins en outs op de hoogte zijn. Als je niet de examen­ expert van het team bent, kun je gewoon tegen de inspectie zeggen dat jij als docent niet exact van de regels op de hoogte bent.’

Inspectie Vrijstelling

In het tweede deel van de workshop krijgen de bezoekers de kans om een casus in te dienen. Vanuit de afgeladen zaal komen allerlei mogelijke onderwerpen naar voren. Zoals: mag je als school een vrijstel-

Een vraag van een andere docent gaat over inspectiebezoek. Moeten alle teamleden bij een bezoek van de inspectie volledig op de hoogte zijn van bijvoorbeeld de regels rond examinering? Welke ruimte heeft een team om een verdeling van ta-

Nederlands

Een docent Nederlands brengt in dat het taalniveau van veel studenten te wensen over laat. Wat kun je hier als school aan doen? Rini Romme (MBO Raad) geeft een duidelijk antwoord: in de wet is vastgelegd welk taalniveau mbostudenten behoren te hebben. Dat kunnen we te beperkt vinden, maar in dit geval is de wet leidend. Zo blijkt dat onder medewerkers van mbo-scholen veel vragen leven over wet- en regelgeving. De MBO Brigade trekt het komende jaar het land in om op diverse locaties broedplaatsen en inspiratiesessies te organiseren. Op de website van de brigade (www.mbobrigade.nl) kan iedereen een casus indienen. Na het indienen van een casus neemt de MBO Brigade snel contact op om te bekijken op welke manier de brigade kan helpen: door uitleg te geven, door deskundigen met elkaar in contact te brengen of door regels te schrappen.

Herinneringen aan vijftig jaar werken in het mbo In MBO50 noteert Hans van Nieuwkerk, voormalig bestuursvoorzitter van ROC Mondriaan en recent verbonden aan MBO in Bedrijf, zijn herinneringen aan vijftig jaar werken in het mbo. Van Nieuwkerk begon in 1970 als leraar Duits aan een mbo-school in Den Haag. In de loop der

jaren klom hij op, tot uiteindelijk CvB-voorzitter van ROC Mondriaan. Naast zijn werk als docent en schoolbestuurder was Van Nieuwkerk sinds de jaren tachtig lid van diverse landelijke commissies die adviseerden over de modernisering van het mbo. Zo was hij nauw betrokken bij de ROC-vorming in de jaren negentig, de herziening

van de kwalificatiestructuur begin deze eeuw en het Actieplan mbo Focus op vakmanschap (2011). In MBO50 tekent Van Nieuwkerk uit het hoofd, dus zonder wetenschappelijke pretentie, zijn persoonlijke herinneringen op. Het boek is te bestellen via www.voc-uitgevers.nl


Verslag SBB-diner

november 2019

11

column Leven Lang Ontwikkelen Terwijl veel leraren van hun verdiende herfstvakantie aan het genieten waren, was ik in mijn rol als ‘Leraar van het Jaar’ uitgenodigd om voor de tweede keer langs te komen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te Den Haag. De uitnodiging ging over het thema Leven Lang Ontwikkelen. Een van de drie hoofdthema’s die ook uitgebreid werden besproken bij de opening van het mbo-jaar te Amersfoort.

‘Samenwerking begint bij de koffieautomaat’ Het SBB-diner vond dit jaar plaats in het World Horti Center. Een bijzondere plek, waar bedrijven, scholen en overheden samen werken aan innovaties binnen de glastuinbouw. ‘Samenwerken begint met een gesprek bij de koffieautomaat.’

transities die Nederland moet maken: ‘Je kunt de energietransitie opvatten als een probleem, maar het is toch vooral heel erg leuk om daar goede oplossingen voor te vinden?’ Ze heeft een rotsvast vertrouwen in de mbo-studenten: ‘Ze zijn daar uit zichzelf al mee bezig, we kunnen dat echt aan hen overlaten. Ze kennen de opdracht en voeren het uit.’ Hyperloop

In haar welkomstwoord hamert SBB-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming op het belang om mensen te re-skillen: ‘Op die manier kunnen we de transitie naar de beroepen van de toekomst maken. Waarbij we er tegelijkertijd voor moeten zorgen dat iedereen meekan.’ Leren in de praktijk is daarbij essentieel. Net als een innige verstrengeling van onderwijs en bedrijfsleven zeer gewenst is, waarbij het mes aan twee kanten snijdt: ‘Ik ken vele verhalen van studenten die op hun stage de werkvloer bijscholen met wat ze op school hebben geleerd.’ Koffieautomaat

Als verbindende factor tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven is SBB uniek in Nederland. Dezentjé Hamming: ‘Het zou mooi zijn als het hbo ook een dergelijke organisatie zou hebben.’ Waarmee ze ook aangeeft dat in hokjes denken maar eens verleden tijd moet zijn. Daar reageert Gert Kant van Lentiz onderwijsgroep instemmend op. Ter illustratie wijst hij op de samenwerking in het World Horti Center tussen ROC Mondriaan, het Albeda College en zijn eigen Lentiz Onderwijsgroep in MBO Westland. Bovendien zijn ook hbo-instelling InHolland en de universiteiten van Delft, Leiden en Rotterdam hier actief. Op deze plek ontmoeten ze elkaar, en het belang daarvan moet volgens Kant niet worden onderschat: ‘Samenwerking begint niet met een spreadsheet of een Excel-bestand, het begint met een gesprekje bij de koffieautomaat.’ Vertrouwen

Bij het voorbereiden op de toekomst is een belangrijke plek voorbestemd voor circulaire economie. Duurzaamheidsexpert Anne-Marie Rankhorst pleit voor een positieve kijk op de

Hoewel hij met 27 jaar net geen jongere meer is, is dit ook op Tim Houter van toepassing. Hij is CEO van Hardt Hyperloop, een innovatieve onderneming die een nieuwe manier van reizen ontwikkelt: in een soort trein door een buis, de hyperloop. Met snelheden tot duizend kilometer per uur, nauwelijks energieverbruik en afgeschermd van alle weersomstandigheden: ‘Van Amsterdam naar Eindhoven in een kwartier, alle grote Europese steden binnen twee uur.’ Zelf komt hij in Naaldwijk aan met de bus, na drie kwartier file in Den Haag en Rijswijk. ‘Met de hyperloop overkomt je dat niet, die brengt je om de paar minuten rechtstreeks overal naartoe.’ Zijn bedrijf zelf heeft er eveneens de vaart in: ‘Ruim binnen een decennium vervoeren we mensen.’ Houter benadrukt dat zijn onderneming niet alleen universitair geschoolde medewerkers nodig heeft. ‘We hebben zeker behoefte aan mbo’ers die wat wij doen, kunnen toetsen aan de praktijk én het kunnen maken.’ Hij belooft meteen om van Hardt Hyperloop een leerbedrijf te maken. Leermogelijkheden

Na het door ROC Mondriaan verzorgde diner en twee knallende intermezzo’s van het Albeda Danscollege, nemen minister van OCW, Ingrid van Engelshoven, Hannie Vlug (directievoorzitter SBB), Bert Deitmers (Raad van bestuur, HWW Zorg), Gerda van der Kaa en Harry de Bruijn (beiden ROC Mondriaan) op het podium plaats. Voor Van Engelshoven is het World Horti Center bekend terrein: ze was als wethouder van Den Haag betrokken bij de totstandkoming ervan. Op het onderwerp leren en jezelf blijven ontwikkelen, geeft ze haar eigen departement een 7-. ‘Dat is natuurlijk nog niet goed genoeg.

Wat ik met name belangrijk vind, is om iedereen binnen een organisatie goede leermogelijkheden te geven.’ Certificaten

Dat sluit mooi aan op het centrale gespreksthema: de pilot mbo-certificaten voor beroepsgerichte onderdelen van een opleiding. Medewerkers van HWW Zorg, soms mensen die al langer dan dertig jaar aan het werk zijn, hebben onlangs mbo-certificaten behaald. ‘Bijvoorbeeld voor complexe wondverzorging, waardoor ze breder inzetbaar worden, behouden blijven voor de sector en een toekomst voor zichzelf creëren’, legt Vlug uit. Deitmers vult aan: ‘Onze mensen willen zich wel doorontwikkelen, maar hebben vaak negatieve ervaringen met school. ROC Mondriaan heeft deze groep een veilige leeromgeving kunnen bieden, die hun argwaan wegnam.’ Van Engelshoven complimenteert HWW Zorg met de behaalde resultaten en ziet mogelijkheden: ‘Het zou mooi zijn als leren in de praktijk en leren in een opleiding samen tot bijvoorbeeld een startkwalificatie kunnen leiden. Ik heb onlangs aan mannen die altijd in de afvalverwerking hebben gewerkt, hun eerste diploma uitgereikt. Dat doet zoveel met hen.’

De programmaleider van dit onderwerp binnen OCW was benieuwd wat ik van het belang van dit onderwerp vond en welke dingen er al gedaan werden binnen ons ROC Nijmegen. Ik moest eerlijk toegeven dat ik niet direct een hele waslijst kon opsommen, maar gelukkig bracht mijn directeur uitkomst. Onderweg van Deursen naar Den Haag kwam er een scala aan zaken die we al deden op tafel. Van extra lessen Nederlands 3F voor de medewerkers in de kinderopvang tot het project ‘Talent in de Keuken’ waarbij mensen met een uitkering zich binnen een jaar hebben laten omscholen tot basiskok. Terwijl ik dit onderweg aanhoorde en daarna vol trots deelde met OCW dacht ik, waarom wist ik dit eigenlijk allemaal niet? Lag het aan mij dat ik niet goed op de hoogte was van al deze mooie initiatieven binnen onze organisatie, of zijn we als organisatie nog te bescheiden om dit allemaal te delen? En als het voor de interne organisatie al lastig is, hoe moeten we de werkenden in de regio dan op de hoogte houden van alle mogelijkheden die er zijn om jezelf een Leven Lang te kunnen Ontwikkelen? Ik vind dus dat het tijd wordt om meer succesverhalen en goede initiatieven met elkaar te delen. Ik ga hier voortaan nog meer mijn best voor doen. Doe jij ook mee? Dirk Megens Leraar van het Jaar mbo

Colofon De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals in het mbo. CONCEPT: Ravestein & Zwart (R&Z) VORMGEVING: Lauwers-C REDACTIE: Rutger Zwart (hoofdredacteur), Twan Stemkens (TST Communicatie), Pieter van Megen en Olaf van Tilburg (R&Z).

TEKST: Ravestein & Zwart, Rutger Zwart, Coleta van Buren (5), Conrad Berghoef (10), John van Enckevort (11) en Dirk Megens (11).

BEELD: Joep van Aert/Dit is mbo (1, 5, 12), Claudia Otten (3, 8, 9, 10), WorldSkills Netherlands (4), Nuffic (6, 7) en SBB (11). Verder danken we alle anderen eveneens voor het beschikbaar stellen van het beeldmateriaal. DRUK: BDU, Barneveld OPLAGE: 16.500 Proefabonnement? Mail naar info@dembokrant.nl. Dan krijg je voor 10 euro drie nummers! www.dembokrant.nl www.mbo-today.nl


12 Dit is mbo

de MBO·krant

… e r a s r e n n i w And the

Het Ambassadeursgala was de daverende finale van de Dag van het mbo. Op het podium van Theater Orpheus in Apeldoorn werden de vijf winnaars bekendgemaakt. Onder het toeziend oog van honderden collega’s, vrienden en familieleden ontvingen de onderstaande mensen, teams en bedrijven een prijs. Iedereen van harte gefeliciteerd! (foto’s: Joep van Aert)

Beste Praktijkopleider: Alexander van der Doorn (Kennemer duincamping, Bakkum) De praktijkopleider die in 2019 als beste studenten wist te begeleiden bij het invullen van hun stage of leerbaan werd Alexander van der Doorn van Kennemer duincamping in Bakkum.

Landelijk Ambassadeur: Hendrik de Kok (ROC Tilburg) Hendrik de Kok (ROC Tilburg) is Landelijk Ambassadeur en de winnaar van de Challenge en YouTube-serie Mbo’ers Pakken Aan, waarin 42 mbo-studenten zijn uitgedaagd om hun vaardigheden in leiderschap, communicatie, oplossend denkvermogen, samenwerken en creativiteit te tonen.

WorldSkills Netherlands Berg Award: Jasper Olthuis (Deltion College) Jasper Olthuis won de prijs voor de student die zich buitengewoon heeft ingespannen in aanloop naar en tijdens de WorldSkills-wedstrijd in Kazan, Rusland.

Beste Leerbedrijf: JC-Electronics, Leek JC-Electronics was het bedrijf dat zich in 2019 het beste heeft ingezet voor het opleiden van mbo-studenten in de beroepspraktijk.

Onderwijsteam van het jaar: Apothekersassistent (ROC Nijmegen) De prijs voor Onderwijsteam van het Jaar, het team dat in 2019 een bijzondere prestatie heeft verricht, een innovatieve oplossing heeft bedacht of een bijzonder initiatief heeft ontwikkeld, ging naar het team van de opleiding Apothekersassistent van het ROC Nijmegen.

Profile for de MBO krant

MBO-krant 55  

Voor je ligt de nieuwe MBO•krant. Met wederom van cover tot en achterkant allerlei artikelen die je eigenlijk niet mag missen. Actueel, verd...

MBO-krant 55  

Voor je ligt de nieuwe MBO•krant. Met wederom van cover tot en achterkant allerlei artikelen die je eigenlijk niet mag missen. Actueel, verd...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded