Page 1

de MBO·krant Over de inzet van keuzedelen bestaat nog veel onduidelijkheid, zo bleek bij een rondetafelsessie met mbodocenten. Verslag van een enerverende middag.

Pagina 4 Rondetafelsessie

‘Leren is activeren en stimuleren en dat gebeurt door gamification volop’. Aldus trainer/ontwikkelaar Sem van Geffen. Een interview.

Pagina 6 WorldSkills

Pagina 7 Gamification

nummer 38 september 2015

Innovatiearrangement ReCoMa-lab mikt op innovatie van de regionale economie in de noordelijke provincies.

Pagina 9 Leesvaardigheid

Wie wordt de mbo-leraar van het Jaar?

Pagina 10 HPBO

Nationale OnderwijsWeek De Verkiezing van de Leraar van het Jaar is een van de vaste onderdelen van de Nationale OnderwijsWeek (5 tot met 9 oktober). Dit jaar staat informeel leren centraal. De Nationale OnderwijsWeek 2015 heeft als thema ‘Meer dan school’ gekregen. Er is als het over leren en ontwikkeling gaat immers ‘meer dan school’. (Jonge) mensen leren bijna altijd en overal. Vooral buiten school, zonder specifiek leerdoel. Dat deze manier van leren essentieel is, merk je in het onderwijs: als de verbinding met de belevingswereld van leerlingen en studenten al te zeer ontbreekt, dan zie je dat meteen terug in de (ontbrekende) motivatie. Bovendien legt het informeel leren een bredere basis van competenties (attitude) en vult het onderwijs ook aan door het ontwikkelen van talenten die ‘niet schools’ zijn.

Staatsecretaris Sander Dekker, geflankeerd door de winnaars van de editie ‘2014’. Marloes van der Meer staat tweede van links. (foto: Fred Ernst)

De komende weken belandt de ‘Leraar van het Jaar’-verkiezing in een stroomversnelling. In elke onderwijssector – po, vo, so en mbo – presenteren drie overgebleven kandidaten zich aan een vakjury. Op 7 oktober, tijdens het Lerarencongres, draagt Marloes van der Meer het stokje over aan de nieuwe mbo-leraar van het Jaar. ‘Hem of haar wacht een prachtjaar’.

Eerst waren er, verdeeld over vier onderwijssectoren, ruim negenhonderd inzendingen. In juni kwam er een longlist, waarop voor elke sector tien kandidaten stonden. Zij vormden in de ogen van de beroepsjury (bestaande uit docenten) de leraren die het beste de ambassadeursrol voor zijn of haar sector kan vervullen. De verkiezing Leraar van het Jaar moet tenslotte bijdragen aan een positief imago van het leraarschap en het bespreekbaar maken van de kwaliteit van de beroepsgroep. Er volgde nog een ronde, waarbij een filmpje van de docent en een schriftelijke motivatie beoordeeld werden. Waardoor elke sector nog drie kandidaten overhield [zie inzetje]. De keuze was moeilijk: ‘We hadden echt een luxeprobleem’, aldus Thea Nabring, voorzitter van de beroepsjury. Wie van dit drietal zich Mbo-leraar van het Jaar 2015 mag

noemen, wordt op 7 oktober tijdens het Lerarencongres in het Koning Willem I College (Den Bosch) bekend gemaakt. Koppies

‘De verkiezing van vorig jaar zal ik nooit vergeten’, vertelt Marloes van der Meer, de huidige Mbo-docent van het Jaar. ‘Vooral die glunderende koppies van mijn studenten toen ik als winnaar uit de bus kwam. De trots die zij uitstraalden… Terugkijkend zijn de momenten waarop ik samen iets met mijn studenten mocht doen ook de meest memorabele. Zo kwam Kamerlid Tanja Jadnanansing bij ons op school om met mijn studenten te praten over wat zij nou goed onderwijs vinden. Daarmee roer ik gelijk een van mijn speerpunten aan: de stem van de student laten horen. Ik vind dat we veel meer moeten samenwerken met

onze studenten en moeten luisteren naar hun ideeën voor het onderwijs. Dat onderwerp heb ik dankzij mijn ambassadeurschap onder de aandacht kunnen brengen. Ik zal daar ook mee verder gaan, net als met mijn tweede speerpunt: de positie van de jonge, startende docent [zie het artikel op pagina 5 van deze krant, red.]. Die visie, waarin beide bovenstaande speerpunten richtinggevend zijn, heeft Van der Meer het afgelopen jaar flink kunnen aanscherpen. ‘Ik heb onwaarschijnlijk veel geleerd dit jaar. Zowel op instellingniveau – hoe steekt de organisatie van een ROC in elkaar, wie is waar verantwoordelijk voor, hoe komt een beleidplan tot stand– als op sectorniveau. Ik heb kennis mogen maken met allerlei organisaties en instanties, die me een veelvoud aan inzichten gaven.’ ‘Ik ben ook persoonlijk enorm gegroeid’, vervolgt Van der Meer. ‘Door de aangereikte inzichten, maar ook door de erkenning die ik kreeg. Als relatief jonge docent ben je best onzeker: doe ik het wel goed, is het wel zeker dat ik

mijn baan houd? Die twijfels zijn verdwenen, simpelweg door al die complimenten, door al die mensen die me laten weten dat ik mooi werk verricht. Ik ben veel zelfverzekerder geworden. Ik durf echt meer: spreken voor grote groepen, schrijven, noem maar op. Daarnaast is mijn enthousiasme gegroeid om echt bij te dragen aan beter onderwijs. Ik zie zoveel kansen om dit te doen, samen met mijn studenten en met alle andere – bij het onderwijs – betrokken partijen’. Die ambitie stopt niet op 7 oktober, onderstreept Van der Meer. ‘Ik ga door. De nieuwe Mbo-docent van het Jaar hoeft ook beslist geen kloon van mij te zijn. Zolang hij of zij maar authentiek is en dicht bij de kern blijft van wat in zijn of haar ogen goed onderwijs is!’

De drie genomineerden voor het mbo zijn: Shamelie Sitaram, ROC Midden Nederland Diederick de Vries, Drenthe College Martijn Laurensen, ROC A12

Bij elke Nationale OnderwijsWeek is er ook een Onderwijsstad van het Jaar. Dit jaar is dit Dordrecht. Als grootste stad van de regio vervult Dordrecht een voortrekkersrol als het gaat om de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Denk bijvoorbeeld aan Het Leerpark en de Duurzaamheidsfabriek. Dordrecht organiseert een jaar lang allerlei activiteiten. Meer info: www.nationaleonderwijsweek.nl. Twee andere vaste waarden in de ­Nationale OnderwijsWeek zijn de World Teachers’ Day (Dag van de Leraar) op 5 oktober en Het Lerarencongres op 7 oktober, dit jaar in het Koning Willem I College in Den Bosch. Op onderwijscooperatie.nl staat meer informatie.

Het nieuws van de dag Dagelijks nieuws over het mbo? Kijk op www.mbo-today.nl


2

MBO in Bedrijf

de MBO·krant

Bussemaker wil ‘responsief’ mbo Het mbo moet de ruimte krijgen om snel in te spelen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Maar onderwijsvernieuwing moet volgens minister Bussemaker in de eerste plaats vanuit het onderwijs zelf komen.

In een lange beleidsbrief voert minister Bussemaker tal van argumenten op waarom een meer ‘responsief ’ mbo nodig is. Belangrijkste achtergrond is de snel veranderende arbeidsmarkt. Het mbo moet in staat zijn snel in te spelen op de veranderende vraag naar kennis en vaardigheden op de arbeidsmarkt. De beleidsbrief van zestien (!) pagina’s is geschreven op verzoek van de Kamerleden Anne-Wil Lucas en Tanja Jadnanansing. Opvallend is dat de minister de verantwoordelijkheid voor een responsief mbo vooral bij de scholen zelf legt. Volgens Bussemaker hebben de scholen nu al de ruimte om in samenwerking met bedrijven het onderwijs te moderniseren. Zij roept in het bijzonder docenten op om de ruimte te pakken om het onderwijs van de toekomst vorm te geven.

De belangrijkste elementen van de visiebrief ‘Een responsief mbo voor hoogwaardig vakmanschap’

Lectoraten

In de beleidsbrief worden diverse al langer bestaande voornemens nog eens opgesomd. Het gaat bijvoorbeeld om de mogelijkheid van crossover opleidingen en een gecombineerde leerweg bol/bbl. Ook worden enkele nieuwe elementen geïntroduceerd. Zo wil Bussemaker mboscholen in navolging van het hbo de mogelijkheid geven praktijkgerichte lectoraten in te richten. Zo’n lectoraat moet een brug slaan tussen de veranderende beroepspraktijk en het

onderwijs. De minister overweegt de lectoraten te ondersteunen via het Regionaal Investeringsfonds mbo. Verder neemt Bussemaker het voorstel van de MBO Raad over om niveau 2 in het mbo voortaan ‘basisberoepsonderwijs’ te noemen. De titel ‘middelbaar beroepsonderwijs’ heeft dan voortaan alleen maar betrekking op de niveaus 3 en 4. De nieuwe namen moeten bijdragen aan een beter herkenbaar beroepsonderwijs.

- De veranderende arbeidsmarkt vraagt om responsief mbo: scholen moeten snel kunnen inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt. - Onderwijsvernieuwing moet in de eerste plaats vanuit de scholen komen. - Scholen moeten het hoogwaardig vakmanschap van de leerlingen beter etaleren. - De minister wil geen ‘nostalgisch verlangen naar historische ambachtelijkheid’, maar ‘vertrouwen in vakmanschap’. - Er moet een cultuuromslag komen: onderwijs is niet alleen voor jongeren, maar ook voor volwassenen. - Ruimte voor cross-overs: scholen kunnen samen met bedrijven nieuwe opleidingen ontwikkelen, buiten de formele kwalificatiestructuur om. - Meer samenwerking tussen scholen en bedrijven, onder andere via de gecombineerde leerweg bol-bbl. - Ruimte voor lectoraten in het mbo. - Buitenlandse leerbedrijven kunnen online een erkenningsaanvraag doen. - Kleinschaliger mbo door onder andere de mogelijkheid van een gemeenschap van mbo-colleges en door samenwerkingscolleges. - Niveau 2 heet voortaan ‘basisberoepsonderwijs’. - Meer mogelijkheden voor doorlopende leerlijnen met het vmbo en het hbo. - Verdere ondersteuning van het Kwaliteitsnetwerk mbo.

Scholen aan de slag met excellentie Het mbo gaat de komende tijd aan de slag met excellentieprogramma’s. Getalenteerde en gemotiveerde leerlingen krijgen de kans zich extra te bekwamen in hun vak. Het mbo als geheel moet gaan profiteren van de extra aandacht voor excellente leerlingen.

In navolging van andere onderwijssectoren gaat het mbo de komende tijd aan de slag met excellentiebeleid. Bijna alle scholen hebben voor de zomer gebruikgemaakt van de mogelijkheid een excellentieplan in te dienen. De afgelopen maanden heeft MBO in Bedrijf in opdracht van het ministerie van Onderwijs de excellentieplannen van de mboscholen beoordeeld op basis van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo. Van de 65 ingediende plannen zijn er 64 positief (al dan niet onder voorwaarden) bevonden. In de startrapportage Excellentie in het mbo geeft MBO in Bedrijf een generiek beeld van de excellentieplannen van de mbo-scholen. Kwaliteitsafspraken

De excellentieprogramma’s maken onderdeel uit van het beleid om de kwaliteit van het mbo te verhogen. Voor deze kwaliteitsafspraken is veel extra geld beschikbaar. Een deel van dit geld – zo’n € 24 miljoen per jaar – is geoormerkt voor excellentieprogramma’s. Bij de invulling van de excellentieprogramma’s hebben de scholen veel vrijheid. Veel voorkomende vormen van

Ingediende plannen 1 Aantal excellentieplannen ingediend

30

Aantal positief advies

65 34

excellentieprogramma’s zijn masterclasses, internationale stages en deelname aan vakwedstrijden. Ook hebben scholen plannen voor een programma dat uitzicht biedt op de meestertitel. Omdat hierbij samenwerking met branches noodzakelijk is, staan deze plannen veelal nog in de kinderschoenen. Draagvlak

Volgens de rapportage Excellentie in het mbo hebben mbo-scholen over het algemeen waardering voor de keuze om extra te investeren in talentvolle en gemotiveerde

Aantal positief advies onder voorwaarden Aantal plannen ingetrokken

leerlingen. De hoop is dat het totale mbo-onderwijs hiervan gaat profiteren. Veel waardering heeft MBO in Bedrijf ook voor het draagvlak voor het excellentiebeleid. De meeste scholen hebben leerlingen, docenten en leerbedrijven laten meedenken bij de ontwikkeling van de excellentieprogramma’s. Het is de bedoeling dat mbo-scholen de komende tijd leren van elkaars ervaringen met excellentiebeleid. De rapportage ‘Excellentie in het mbo – Startrapportage’ is te vinden op www.mboinbedrijf.nl


Excellent Vakmanschap

september 2015

BIZZ Talent: excellentieprogramma voor ondernemers in spé Een borduurstudio, een winkel in fantasy-kostuums, een bedrijf dat woningen aankleedt voor de verkoop. Zomaar een greep uit de ondernemingen die zijn opgericht door Utrechtse mbo-studenten vanuit BIZZ Talent, een excellentieprogramma voor ondernemers in spé.

Op de ziel getrapt! ‘Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig!’ Een uitdrukking die veel gebezigd wordt in de politiek. Dan gaat het om vermeende vrienden die zich zodanig gedragen dat het effect schadelijker is dan elke poging van vijanden om de poten onder je stoel vandaan te zagen. Aan die uitdrukking moest ik denken toen ik het interview las met Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter Onderwijsraad, in het NRC van 28 augustus jl.

Het excellentieprogramma is opgezet door MBO Utrecht, samen met de Stichting UOA (Utrechtse Ondernemers Academie). Vorig jaar begon BIZZ Talent als een pilot met twaalf deelnemers, dit schooljaar is de eerste echte groep van start gegaan. Het doel: een eigen bedrijf oprichten dat binnen acht maanden de eerste klanten binnen heeft en minimaal een paar honderd euro omzet per maand draait. Hockey

‘Vier jaar geleden werden wij benaderd door de provincie Utrecht om iets te doen met ondernemerschap in het mbo’, vertelt UOA-directeur Johan Douwes. ‘We hebben toen voor MBO Utrecht een game ontwikkeld waarmee studenten konden ontdekken of ondernemen iets voor ze was. Vervolgens is dat uit de hand gelopen, en is BIZZ Talent ontstaan’, lacht hij. Marnix de Boer (19) is een van de deelnemers. De fanatieke hockeyer uit Houten studeert commerciële economie en zet via BIZZ Talent een bedrijf op dat een Australisch hockeymerk in Nederland gaat verkopen. ‘Ik heb gewoon de importeur gebeld en uitgelegd wat mijn plan was’, vertelt De Boer in het kantoor van de UOA in een zijvleugel van het immense Utrechtse Jaarbeurscomplex. Er volgde een afspraak in het Van der Valk Hotel in Houten. ‘We hadden er drie kwartier voor uitgetrokken, maar we hebben tweeënhalf uur zitten praten over hockey, het kledingmerk en van alles en nog wat. Nu mag ik het merk gaan verkopen.’ Zijn bijbaantje op zaterdag bij een sportwinkel zegt hij op. ‘Dan moet ik daar concurrerende merken gaan verkopen. Dat doe ik niet.’ Realistisch

Deelnemers kunnen uit alle opleidingsrichtingen komen. Of het nu techniek is, economie of zorg. Eenmaal aangenomen volgt een pittige opleiding van acht maanden waarin de deelnemers les krijgen van docenten van MBO Utrecht en ervaren ondernemers. Het uiteindelijke doel is een onderneming op te zetten die goed past bij de interesse en passie van de student. Dat plan moet wel realis-

tisch zijn. Deelnemer Marnix de Boer wilde in eerste instantie een geheel nieuw type hockeyschoen ontwikkelen. ‘Daarvan hebben we gezegd: dat is een beetje te ambitieus’, zegt Douwes. ‘Je kunt wel een nieuwe smartphone willen ontwikkelen, of de mijnen in Limburg heropenen, maar dat gaat je niet lukken in de acht maanden die je hier krijgt om je bedrijf levensvatbaar te maken. Dat neemt natuurlijk niet weg dat studenten met ambitieuze plannen die later altijd alsnog kunnen opzetten.’ Ondernemersbloed

De deelnemers aan BIZZ Talent hebben duidelijk ondernemersbloed door hun aderen stromen. Daar worden ze ook op geselecteerd, zegt Douwes. ‘We gaan langs bij de opleidingen met een duidelijk verhaal over wat ondernemerschap is. Wie denkt dat ondernemen iets voor hem is, kan naar de voorlichtingsbijeenkomst komen. Dan leggen we óók uit dat je tot op het bot gemotiveerd moet zijn, want zonder een flinke dosis doorzettingsvermogen red je het als beginnend ondernemer niet.’ Wie die dan nog steeds interesse heeft, moet een motivatiebrief schrijven, en twee tests doen: één om te kijken of je de eigenschappen bezit om ondernemer te worden (ben je innovatief, flexibel en marktgericht) en een passietest (waar liggen je interesses en wat zijn je sterke punten). Na de selectieprocedure bleven dit jaar uiteindelijk achttien deelnemers over. ‘MBO Utrecht verzorgt het reguliere onderwijsprogramma, UOA zorgt voor de mensen uit de praktijk en dat is de echte plus van

BIZZ Talent’, vindt Adri van der Wind, tot begin dit jaar bestuursvoorzitter van MBO Utrecht. ‘UOA heeft een enorm netwerk van gemotiveerde ondernemers die vanuit hun passie voor ondernemerschap graag gastcolleges komen geven aan onze studenten en hun bedrijven openstellen voor excursies. Voor de leerlingen is het een unieke kans, ze leren het ondernemerschap van mensen uit de praktijk. Nergens wordt ondernemerschap in het mbo zo concreet. Dit is niet zomaar winkeltje spelen. Studenten richten echt een bedrijf op. Het is de spielerei voorbij.’ Dikke BMW

Dat het snel kan gaan, laat de winnaar van vorig jaar wel zien. Die begon een eigen borduurstudio. ‘Niet omdat hij dat zelf zo leuk vond’, zegt Douwes, ‘maar hij was wel een heel goede verkoper. Hij zei: ‘Ik kan alles verkopen’. Zijn moeder had wel een passie voor borduren, dus die student investeerde in een dure borduurmachine, zijn moeder werd zijn werknemer en hij deed de verkoop. Allerlei kledingstukken kun je bij hem laten voorzien van ingewikkelde borduursels. Toen hij klaar was met BIZZ talent had hij al honderden euro’s omzet per maand.’ Een ander succesverhaal van vorig jaar: Een student die een bedrijfje begon in bouwtekeningen voor kleine verbouwingen. Mensen hoeven dan niet meer een architect in de hand te nemen, maar bestellen een goedkopere bouwtekeningen via zijn website. Douwes: ‘Inmiddels heeft die jongen drie man personeel in dienst en rijdt hij rond in een dikke BMW.’

De taken van de docent mbo In een eigen ‘kwalificatiedossier’ worden de kenmerkende taken van de mbo-docent op een rij gezet. Kenmerkend voor mbo-docenten is dat zij voor een beroep opleiden. Zij moeten dus kennis hebben van de sector waarvoor zij studenten opleiden. Bovendien werken ze

3

altijd in een team. De brochure is vooral bedoeld voor de opleidingen die docenten voorbereiden op het lesgeven in het mbo. Het kwalificatiedossier is in nauwe samenwerking met de beroepsgroep ontwikkeld. In totaal worden er zes verschillende taken onderscheiden,

zoals de ontwikkeling van een lesprogramma, de begeleiding tijdens de beroepspraktijkvorming en het hanteren van beoordelingsinstrumenten.

Het kwalificatiedossier van de docent mbo

Laat ik voorop stellen dat zij in het interview ook verstandige dingen zegt over de onzin van de ‘afvinkcultuur’ en het ‘controlecircus’ in het onderwijs. Maar dan gaat ze omstandig in de fout: ‘We spreken nu over de digitale klas, blended learning, flipping the classroom of Bildung. Maar ik durf er vergif op in te nemen dat maar een paar docenten weten waar het over gaat. Ze worden wel geacht hun hele opleiding en de didactiek erop in te richten, terwijl ze er niet in zijn geschoold. Je krijgt stil verzet en obstructie. Niet formeel, door te staken, maar door het slecht te doen. Men verwacht dat het weer overwaait. Daarom blijft innovatie uit.’ Natuurlijk: de voorzitter van de onafhankelijke Onderwijsraad wordt qualitate qua geacht oprecht kritisch te kijken naar de ontwikkelingen binnen het onderwijs. Zij mag onbevooroordeeld opmerkingen maken over de ‘state-of-the-art’. Maar dat is geen vrijbrief om ongenuanceerd de docenten – op blijkbaar ‘een paar’ goedwillenden na – in de hoek te zetten als een ‘vijfde colonne’ die de zaak willens en wetens traineert, saboteert en de vernieling in helpt. De bewering wordt met geen enkel cijfer gestaafd; het lijkt een intuïtief gevoel. Maar wel zo sterk dat ze er vergif op durft in te nemen. Ik zou haast zeggen: ‘Ga uw gang!’ Mijn woede kent verschillende bronnen. In de eerste plaats het feit dat iemand in zo’n positie op zo’n grove wijze een grotendeels hardwerkende beroepsgroep schoffeert en beticht van bewust ondermijnend gedrag ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Maar in de tweede plaats ook om een persoonlijke reden. Onze dochter – werkzaam in het speciaal onderwijs – had 29 augustus de introductiedag voor de masteropleiding Special Educational Needs. Een nascholing die zij (met 30 anderen!) naast een intensieve baan en een druk gezinsleven gaat volgen aan de HvA. Het interview met mevrouw Maassen van den Brink heb ik haar maar niet voorgelezen. Had ik dat wel gedaan dan had zij zich zeker ‘op de ziel getrapt’ gevoeld! Coleta van Buuren

De brochure is te vinden via www.bvmbo.nl. Het kwalificatiedossier van de docent mbo

kwdossier docent mbo3.indd 1

1

23-06-15 10:34


4

Rondetafelsessie

de MBO·krant

Zet enkele betrokken docenten bij elkaar en laat hen vervolgens met elkaar het gesprek aangaan over een thema dat de gemoederen bezig houdt in het mbo. Zie daar de insteek van een nieuw initiatief van de Beroepsvereniging Docenten MBO (BVMBO). De MBO-krant zal de komende edities deze zogeheten rondetafelsessies verslaan. Met dit keer op het menu: de keuzedelen.

H

et mbo gaat werken met nieuwe kwalificatiedossiers. Het keuzedeel is daarbij aanvullend aan het dossier en beslaat 15 procent van de opleidingstijd. Dossier én het keuzedeel vormen de basis voor het onderwijs en de examinering. Op die manier kan sneller ingespeeld worden op de ontwikkelingen in het regionale beroepenveld. De keuzedelen geven een impuls aan het flexibiliseren, actualiseren en innoveren; studenten kunnen zo hun vakmanschap verdieping of verbreding geven. Zij kunnen de keuzedelen ook inzetten voor doorstroom. Het zijn daarmee belangrijke bouwstenen voor het mbo. Scholen kunnen zich samen met hun (regionale) netwerk oriënteren op keuzedelen. Feitelijk kan iedereen met een goed plan het initiatief nemen om een keuzedeel te ontwikkelen. Klinkt simpel, maar veel docenten worstelen met de keuzedelen, of liever gezegd, met de manier waarop de realisatie ervan is georganiseerd, zo blijkt tijdens deze donderdagmiddag in september. In het Innovatiehuis in Den Bosch is een tiental docenten aanwezig die zich hebben aangemeld voor deze sessie. Zij beantwoorden daarmee de oproep van Monique Bos en Jolanda Cuijpers van ROC de Leijgraaf om van gedachten te wisselen over de keuzedelen. Het is een forse groep, die moeilijk rond de beoogde ronde tafel past.We zitten daarom in een andere ruimte. Het onderstreept de urgentie om eens over keuzedelen in dialoog te gaan. Jolanda trapt af. ‘Over minder dan een jaar wordt de herziene kwalificatiestructuur ingevoerd, met de nieuwe dossiers en de keuzedelen. Maar als je op Google zoekt naar wat docenten hierover vinden, hoe zij de ontwikkeling ervaren, vind je niks. Voor ons is dit de aanleiding om deze rondetafelsessie te organiseren.’ Er wordt direct instemmend geknikt: de docenten zijn blij eindelijk hun verhaal te kunnen vertellen. Gedurende het gesprek komt herhaaldelijk terug dat het erop lijkt dat docenten nauwelijks betrokken

worden bij de keuzedelen. ‘Neem de koppelingen van de keuzedelen aan de kwalificaties’, stelt docent Autotechniek Thomas. ‘Ons wordt niet gevraagd wat nou een logische koppeling is. Een commissie van wijzen gaat daarover. Dat zijn buitenstaanders. Systeemdenkers. Het is toch raar dat wij niet gehoord worden? Wij weten, lijkt mij, het beste, wat onze studenten nodig hebben. Nu zijn met name de beleidsmakers ermee bezig. Die ik soms van alles moet uitleggen om mijn eigen keuzedeel te kunnen realiseren.’ ‘De gesprekken over de keuzedelen worden met mbo-instellingen gevoerd, niet met de docenten’, vat Marjolein, docent en BVMBO-voorzitter, samen. ‘Ik heb me nog aangemeld om aan de gesprekken deel te nemen’, vertelt Thomas. ‘Maar uiteindelijk werd mijn manager uitgenodigd.’ Jeanine (docent Verpleegkunde) voegt toe: ‘Wij mogen wel naar bijeenkomsten toe, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat onze lessen doorgaan. Het moet dus in onze vrije tijd. Waardoor er vooral O&O’ers [Onderwijs & Ontwikkeling, beleidsmakers, red] bij de gesprekken aanwezig zijn.’ ‘Die zien vaak de keuzedelen als een doel op zich en gebruiken het vooral om zich als ROC te profileren’, stelt Joke, eveneens docent Verpleegkunde. ‘Er wordt dan energie gestoken in de concurrentiepositie in plaats van in de kwaliteit van het onderwijs.’ ‘De procedure is ook erg stroperig. Ik ben al een jaar bezig met een keuze-

‘Het is toch raar dat wij niet gehoord worden?’

deel’, vult docent Autotechniek Giel aan. Ik krijg wel feedback, maar die is niet inhoudelijk. “Teveel overlap met een ander keuzedeel”, kregen we dan terug. Maar hoe of wat vertellen ze niet. Autopoetsen heeft blijkbaar te veel overlap met interieurverzorging. Hebben we het dan nog over autotechniek? En mijn BBL-studenten zitten ook niet te wachten op een keuzedeel Duits. Een mboopleider kan samen met de student een supergoeie keuze maken, maar

Veel onduidelijkheden over keuzedelen

‘Dit kan efficiënter’ we zitten vast aan die koppelingen. Dit kan efficiënter ingericht worden. Het zou zo eenvoudig kunnen zijn: een of meerdere goede docenten hebben een goed idee en maken een keuzedeel.’ De aanwezige docenten storen zich ook duidelijk aan de bureaucratische aanpak. Er is een heel arsenaal aan commissies en procedures opgetuigd om een keuzedeel vastgesteld te krijgen. Dit kost veel tijd en geld. ‘Dan heb je alleen nog maar de kaders. Het onderwijs en de toetsing moeten dan nog ontwikkeld worden’, stelt Jolanda. ‘Ik vraag me af of dit daadwerkelijk zorgt voor een verbetering van wat de leerling aangeboden krijgt. ‘Laten we het ook vooral in perspectief blijven zien: die 15% is niet belangrijker dan de overige 85’, adviseert kerndocente Greetje. ‘Het keuzedeel is te prominent aanwezig’, vindt ook Giel. ‘Dan ga je straks hele klassen een keuzedeel aanbieden, terwijl dit veel beter individueel werkt, in samenspraak met de loopbaanbegeleider van de student...’ ‘Al moet ik er niet aan denken dat ik een klas met 20 studenten heb, die allemaal wat anders willen’, haakt Thomas in.

‘Hoe moet je dat examineren? Dan heb je een groot probleem.’ Ondanks de haken en ogen vinden de docenten het keuzedeel een goed plan. ‘Het is belangrijk dat je als student kunt kiezen’, stelt Jasper, docent Economische vakken. ‘Het feit dat je een keuze hebt, verhoogt je autonome motivatie. Dan ben je meer bereid om wat te doen.’ ‘Ik zie ook veel kansen’, laat Monique weten. ‘Het is een mooie oplossing om in te spelen op wat er in de samenleving gebeurt. Maar het is te complex en te bureaucratisch ingericht. Als ik zie waar ik allemaal tegenaan loop bij het ontwikkelen van een keuzedeel, denk ik “Laat maar zitten”.’ Toch gaan de docenten niet bij de pakken neer zitten. ‘Ik zie wel kansen in de samenwerking tussen de vakgroepen van de instellingen, bijvoorbeeld in beroepenkamers’, oppert Giel. ‘Ik zit hier vandaag naast Thomas, eveneens docent Autotechniek. Ik denk dat we samen zaken kunnen oppakken. Waarom langs elkaar heen werken? We moeten elkaar niet als concurrenten zien, maar elkaar versterken. Een gezamenlijk ontwikkeld keuzedeel kan elke school die eraan heeft

bijgedragen dan natuurlijk wel apart uitvoeren.’ Rita, docent Economische Vakken, heeft al goede ervaringen op dit vlak. ‘Met twee docenten van mijn school ben ik samen met enkele andere ROC’s en een hogeschool bezig een keuzedeel “Doorstroom” te maken. Het doel is dat alle deelnemende ROC’s dezelfde invulling geven aan doorstroom, wat wel zo prettig is voor de hogeschool. Die levert dan ook allerlei materiaal. Bij de bijeenkomsten zitten allemaal vakdocenten aan tafel. De samenwerking verloopt erg goed.’ Met dit positieve geluid eindigt de eerste rondetafelsessie. De docenten zijn nog lang niet uitgepraat. ‘Wel fijn dat we nu onze mening hebben laten horen’, klinkt het. En dat was dan ook de opzet... De volgende sessie is op 8 oktober in Eindhoven. Initiatiefnemer is BVMBO-ambassadeur Giel Kessels. Het onderwerp: curriculumontwerp, taak voor de docent of voor de overheid? Bij zijn? Mail dan: ghm.kessels@summacollege.nl.


Opinie

september 2015

Startende docent verdient erkenning

column

‘De jeugd heeft de toekomst!’. Het is een kreet die we vaak bezigen. Het is dan ook een onomstotelijk feit. Hoe gek is het dan dat we, kijkend naar de toekomst van het onderwijs, de jonge, startende docent (toch ook jeugd) zo weinig faciliteren? Een gastbijdrage van Marloes van der Meer, Mbo-leraar van het Jaar 2014.

Op nationaal niveau zijn er de afgelopen jaren verschillende initiatieven opgezet om de ‘startende/jonge’ docent te ondersteunen. De belangrijkste hiervan is wellicht de Lerarenagenda, waarbinnen men zich vooral richt op een goede begeleiding tijdens de introductieperiode. De startende docent is echter zoveel meer dan iemand die ‘het vak nog moet leren’ en daarbinnen ‘begeleid’ moet worden. Juist deze docent, die ‘vers van de pers’ komt, heeft enorm veel energie, potentie en passie om iets binnen het onderwijs te betekenen. De vraag die ik dit jaar daarom meerdere malen aan mezelf en andere betrokkenen gesteld heb is: ‘Heeft de startende/jonge docent niet (ook) iets anders nodig?’ Zwemmende vakkenvullers

Ik denk het wel. Ik denk dat de startende/ jonge docent erkenning en ruimte nodig heeft om zichzelf te mogen en kunnen ontwikkelen. En wel vanuit een basis van zekerheid en vertrouwen. Hoewel ik dit jaar ontzettend veel managers, directie- en bestuursleden heb gesproken die het tegenovergestelde beweren, denk ik toch dat het mbo momenteel niet voorziet in de behoeften van de (excellente) startende/

Carolien van der Meer: ‘Als “nieuweling” heb je weinig uitzicht op een vast contract en ben je constant bezig bent jezelf in de etalage te zetten. De valkuil hierin is dat je overal “ja” op zegt, vanuit het gevoel dat al deze “kansen” een mogelijkheid zijn om je verder te ontwikkelen. Hierin schuilt de paradox dat je al snel teveel hooi op je vork neemt, ontzettend veel overuren maakt wat ten koste gaat van de belangrijkste elementen voor ontwikkeling: evaluatie en reflectie. Bovendien zijn “ja knikkers” ook erg handig in te zetten voor taken die niemand verder wil of kan uitvoeren. Als jonge docent moet je je dus altijd bewust blijven van je eigen ontwikkelproces. Filter de overbelastende taken van de kansrijke taken, vraag altijd wat er precies van je verwacht wordt en zeg alleen “ja” wanneer het binnen je planning past!’

‘Ik liep meerdere malen aan tegen de onzekerheid over mijn aanstelling. In het begin heb je het nodig om meters te maken. Je kunt het vergelijken met het behalen van je rijbewijs. Je leert pas autorijden als je je rijbewijs hebt gehaald.’

Mark Teunissen: ‘Ik kwam als jonge, startende docent in een sterk vergrijst mbo terecht. Men ging er als vanzelfsprekend vanuit dat ik als beginnend docent nog veel van de rijke onderwijservaring van mijn collega’s kon leren: “De eerste les moet je direct de regels neerzetten en deze heel strak handhaven. Als ze een paar weken goed luisteren, dan kan je wat ruimte geven.” Ik heb keer op keer moeten bewijzen dat het ook anders kan, voordat collega’s open stonden voor de ontwikkelingsgerichte didactiek waarin ik was opgeleid.’

Ik heb afgelopen maanden in een bijzonder traject gezeten. Om toegelaten te worden tot een masteropleiding moest ik enkele NT2 (Nederlands voor buitenlanders) examens halen. Wie allochtoon is, heeft een NT2-diploma nodig om toegang te krijgen tot een Nederlandse hbo of universiteit. Zie het als een havotoets, maar dan aangepast voor buitenlanders. Het maken van het viertal examens (spreken, luisteren, lezen en schrijven) was in alle opzichten een bijzondere ervaring. Met deelnemers uit diverse landen (van Italië tot Brazilië), van verschillende leeftijden (17-50+), maar met één gezamenlijk doel: studeren in Nederland. Na vijf zenuwachtige weken kreeg ik de digitale uitslag. Geslaagd voor alle onderdelen! Ik mag nu toch mijn hbomaster gaan volgen. Maar waarom deel ik dit met jullie? Het proces, maar ook het niveau, heeft mij totaal verbaasd. Zo zat er een oefening waar je moest luisteren naar een logopedist die uitlegt hoe het is om haar werk te doen. Ik weet nu alles over de logopedie, maar ben ik nu ook in staat om in het Nederlands een lezing te volgen over professionele ontwikkeling of een discussie te voeren over onderwijstheorieën? Wat is nou de clou? Toetsen wij onze studenten op een niveau dat relevant is voor hun toekomstige baan of vervolgonderwijs? Ik twijfel.

Als het mbo ‘toekomstproof ’ wil zijn, voor zowel docenten als studenten, dan moeten we de jonge, startende docent in een ander daglicht plaatsen. De vraag is wat mij betreft dan ook niet zozeer hoe we deze docenten het beste kunnen begeleiden, maar vooral hoe het mbo een omgeving kan creëren waarin zij hun kwaliteiten optimaal kunnen ontwikkelen. Het uitgangspunt moet zijn dat de startende docent vanzelfsprekend vragen heeft, maar ook ontzettend veel antwoorden!

‘Ik kom “vers”van school, dus mijn kennis is relatief nieuw en up-to-date. Daarnaast is de aansluiting met de doelgroep gemakkelijk. Ik kan met mijn studenten gemakkelijk praten over wat er gisteren op TV was of welke foto een BN-er op snapchat heeft gezet.’

Shamelie Sitaram:

Taal en rekenen

jonge docent. Met als gevolg dat deze docenten gaan zwemmen, zich druk maken over hun toekomst (‘Heb ik na deze invalbaan, na dit tijdelijke contract nog wel een baan?’) en zich genoodzaakt voelen om overal ‘ja’ tegen te zeggen. Met als gevolg dat deze docenten vakkenvullers worden en zichzelf gaan overvragen, hun eigen initiatieven en ideeën niet kwijt kunnen en gaan twijfelen aan hun kunnen of zelfs over hun toekomst in het onderwijs.

Sarah Fontaine:

Jip Philips: ‘Doordat ik vast liep – te weinig van mezelf en mijn ideeën kwijt kon – en ik het gevoel had dat men niet echt voor onderwijskwaliteit ging, heb ik uiteindelijk het besluit genomen om mijn baan in het mbo stop te zetten.’

Op www.mbo-today.nl vind je uitgebreide interviews met deze jonge docenten.

5

Zo zet ik ook vraagtekens bij de rekentoets. Vind ik het belangrijk dat mijn studenten goed kunnen rekenen? Ja, natuurlijk, zonder twijfel. Maar is het niveau van de toets relevant voor het beroep dat ze later uit willen gaan oefenen? Krijgt een student een andere toets als hij dyscalculie heeft? Moet het rekenniveau voor alle mbo-opleidingen op niveau 4 gelijk zijn? Is het terecht dat een goede student geen diploma krijgt omdat hij moeite heeft met één vak? Ik heb niet alle antwoorden. Maar ik zou er in ieder geval voor willen pleiten dat wij als docenten kritisch blijven. Om terug te gaan naar mijn NT2-ervaring: ik kreeg regelmatig tijdens mijn taaltraject opmerkingen van vrienden en kennissen. De meeste van hen twijfelden of ze nog steeds hun examen Nederlands zouden kunnen behalen. Is een taalbeheersingniveau dan alleen relevant voor een toets en daarna niet meer? En wie van ons heeft de rekentoets ingezien of gemaakt? Zou je zelf slagen als je de rekentoets moest maken? Een ding is zeker: als het antwoord op de laatste vraag ‘nee’ is, dan vind ik het heel moeilijk om de toets tegenover mijn studenten te verdedigen. Weet je wat ik op mijn eerste werkdag heb gedaan? Ik heb de rekendocenten gevraagd of ik zelf de toets mag maken… ‘Als jonge docent moet je je altijd bewust blijven van je eigen ontwikkelproces’

YOUNG MBO Er is een platform in de maak waarop jonge, startende docenten elkaar kunnen opzoeken, inspireren en versterken. Ook bestuurders, beleidsmakers en andere geïnteresseerden zijn welkom. Voor meer informatie: www.marloesvandermeer.nl/ young-mbo/

Sara Albone, dierenarts en docent Groenhorst Barneveld Ex-Mbo-leraar van het Jaar


6

WorldSkills

de MBO·krant

Topprestaties Team NL Terugblik WorldSkills São Paulo 2015

Half augustus traden 35 Nederlandse mbo’ers in het strijdperk van de WorldSkills 2015. Samen met 1.200 deelnemers uit de hele wereld probeerden ze in São Paulo (Brazilië) een medaille op hun vakgebied te veroveren. Team NL ging naar huis met zestien medailles voor Excellent Vakmanschap. Nadine Klingen werd wereldkampioen Etaleren. Een interview met Nadine, haar coach Erika Scharff en een korte terugblik op de WorldSkills 2015.

Interview Nadine Klingen

Interview Erika Scharff

‘Blijven leren brengt je verder’

‘Ik wil liefde voor het vak meegeven’

Nadine Klingen (21) is net klaar met haar opleiding Ruimtelijke Vormgeving bij Nimeto Utrecht. In São Paulo won ze bij de WorldSkills goud op het onderdeel Etaleren en prolongeerde daarmee de Nederlandse wereldtitel op dit onderdeel. In de eerste plaats hartelijk gefeliciteerd met je gouden plak! Was het een groot gekkenhuis na je overwinning? ‘Dank je, en ja, er is behoorlijk veel aandacht. Toen ik uit Brazilië vertrok, lag de Telegraaf in het vliegtuig met een groot artikel. Ook andere media schrijven allerlei stukken, met of zonder mijn medewerking. Verder is er nu ook een grote promotiecampagne voor Skills Heroes, de Nederlandse vakwedstrijden, die door heel Nederland hangt. Best gek om abri’s te zien met een afbeelding van mijzelf! Toch is het ook wel leuk, net zoals dat ik merk dat ik iedere keer beter word in het doen van mijn verhaal. Een leerzame ervaring! Maar hoe vleiend ook, ik moet wel benadrukken dat de WordSkills niet om mij draaien. We waren daar met 35 kandidaten, die allemaal heel hard gewerkt hebben. Tijdens de wedstrijden was ik benieuwd hoe alle andere leden van Team NL het hebben gedaan.’ Hoe verliep de wedstrijd in jouw vakgebied, Etaleren? ‘Alle deelnemers wisten van tevoren dat we een etalage voor kinderen moesten maken. Het thema – spelletjes – kregen we pas vlak voor de wedstrijd te horen. En daarna was het vier dagen hard werken: van ontwerp tot

uitvoering. Dat was wel spannend, omdat ik bij wedstrijden gewend ben om met iemand samen te werken. Ook mijn coach Erika zag ik alleen kort voor of na de wedstrijd, dus er was niemand om even mee te sparren en ik moest alle beslissingen alleen maken. Daar heb ik echter ook wel veel plezier aan beleefd.’ Waarom heb jij gewonnen, denk je? ‘Ik denk voornamelijk door de hele goede training vooraf. Ik heb veel geoefend met Erika, maar eigenlijk is mijn opleiding een training van vier jaar lang. Bij ons op school krijg je namelijk echt een totaalpakket, van ontwerp tot realisatie. En zo was de opdracht bij World Skills ook. Het gaat niet alleen om creativiteit of om inrichten van een etalage. Je moet alles kunnen, van begin tot eind, dus naast het ontwerpen ook monteren, zagen, verven, schilderen en inrichten. Ik kon al mijn vaardigheden inzetten en denk dat ik over all gewoon goed gepresteerd heb.’ Hoe heb je de hele trip ervaren en wat zijn je toekomstplannen? ‘Het was echt een fantastische ervaring. São Paulo is een indrukwekkende stad en zo’n trip naar Brazilië is natuurlijk een unieke kans. Vakinhoudelijk heb ik ook veel geleerd. Het is belangrijk om open te staan voor nieuwe ervaringen. Blijven leren brengt je verder, de vakwedstrijden zijn daar bij uitstek een goed voorbeeld van. Zelf ga ik ook verder studeren: decorontwerp aan de filmacademie. Ik ben nog jong en voorlopig nog lang niet lang uitgeleerd.’

Erika Scharff is docent Ruimtelijke Vormgeving bij Nimeto Utrecht. Ze is de coach van Nadine Klingen, maar ook Chief Expert tijdens de WorldSkills. Hoe ben je betrokken geraakt bij de Skillswedstrijden? ‘Ik ben al 25 jaar mbo-docent en kwam vijf jaar geleden in aanraking met Skills. Ik ben er destijds blanco ingestapt en de eerste keer was heel zwaar. Maar ik ben wel besmet geraakt met het virus: het is fantastisch om te zien hoe jongeren worden uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen. Toen ik vervolgens de kans kreeg om Chief Expert te worden, heb ik die met beide handen aangegrepen. Mijn werkgever Nimeto staat heel erg achter het idee van de WorldSkills en geeft me alle ruimte.’ Wat is je taak als Chief Expert? ‘Samen met alle andere experts bedenk ik de wedstrijd, de beoordelingscriteria en de regels. Tijdens de wedstrijd stuur ik de andere experts – die samen de jury vormen – aan en zorg ik dat de wedstrijd voor de deelnemers zo soepel mogelijk verloopt. Vlak voor de wedstrijd verzinnen we het thema. Dat doen we zo kort van tevoren omdat de deelnemers dan gestimuleerd worden om zelf na te denken en hun eigen creativiteit te tonen. Anders zouden ze namelijk thuis al een ontwerp kunnen maken en daarop oefenen. Tijdens de WorldSkills maak ik hele lange dagen, maar dat neem ik graag voor lief. Ik heb dus twee petten op: Chief Expert en coach van Nadine. Daar

moet ik goede afspraken over maken, wanneer ik voor wie beschikbaar ben. En voor de duidelijkheid: ik beoordeel niet mee, ik zorg alleen dat de beoordeling door jury volgens de criteria verloopt.’ En hoe ziet je taak er buiten de wedstrijden uit? ‘Ik begin in september al met de voorselectie in school: het scouten van leerlingen die eruit springen. Als ze willen en het in zich hebben ga ik de winnaars van de lokale en regionale wedstrijden trainen voor het EK en WK. Het opbouwen van een goede band is daarbij erg belangrijk; je moet elkaar blindelings kunnen vertrouwen. Iedere keer is weer anders, een ander individu dat ik kan aansporen om het beste uit zichzelf te halen. Ik wil mijn leerlingen graag liefde voor het vak meegeven. Maar Skillskandidaten moeten bereid zijn om een stapje meer te zetten, om veel te trainen en te knokken tegen zware concurrentie. Ik ben dan ook heel trots op Nadine. Ze heeft heel veel geoefend en verdiend gewonnen. Het gaat niet alleen om de etalage, maar ook om veilig werken, een nette werkomgeving en een professionele afwerking. Bij Nadine klopte het totaalplaatje gewoon.’

Facts & Figures • De WorldSkills werden van 11 tot 16 augustus gehouden in São Paulo, Brazilië. • Team Nederland deed mee met 35 kandidaten. De kandidaten zijn geselecteerd tijdens regionale voorrondes en nationale finales van Skills Heroes en Vakkanjers. • 1.200 deelnemers uit 73 landen in 50 beroepen. Nederland deed mee aan 30 vakrichtingen. • De WorldSkills is het grootste internationale beroepenevenement ter wereld en wordt sinds 1950 gehouden. Dit was de 43e editie. • Nadine Klingen won goud op het onderdeel Etaleren. •1  6 andere kandidaten ontvingen een medaille voor Excellent Vakmanschap. •D  e wedstrijden duurden vier dagen. Team NL bezocht voorafgaand aan de wedstrijden een Braziliaanse school, maakte een stadstour, ging ontbijten met de plaatsvervangend Consul Generaal van Nederland en kreeg bezoek van minister Bussemaker. Meer info: www.worldskills-team.nl en www.skillsheroes.nl


Loopbaan en leren

september 2015

7

LOB in de haarvaten van het mbo Echte aandacht voor de loopbaan van de individuele student laten doordringen tot in de haarvaten van het mbo. Zie daar het doel van het Stimuleringsproject LOB in het mbo. Het project houdt op 26 november een slotconferentie. In dit artikel blikt projectleider Fieny Peerboom (MBO Diensten) terug op de afgelopen twee jaren. ‘We hebben enkele fikse stappen gezet.’

Het door het ministerie van OCW gesubsidieerde Stimuleringsproject LOB in het mbo biedt mbo-instellingen handvatten om een schoolbreed en samenhangend beleid voor loopbaanoriëntatie en - begeleiding (LOB) te formuleren, te implementeren en krachtige loopbaangerichte leeromgevingen te creëren. Het Stimuleringsproject biedt ondermeer een training aan in het voeren van reflectieve loopbaangesprekken, stelt diverse instrumenten (onder meer een loopbaanmagazijn voor loopbaanlessen, een lessenserie netwerken, een handleiding voor het ontwikkelen van levensechte opdrachten en een lesmodule voor LOB en kwetsbare jongeren) ter beschikking en organiseert kennisdelingsbijeenkomsten. Op deze rijkelijk

geschakeerde wijze ondersteunt het Stimuleringsproject de scholen op passende wijze bij talentontwikkeling en het loopbaanleren van hun studenten. Het besef groeit dat jongeren behoefte hebben aan begeleiding bij het maken van de juiste opleidings- en beroepskeuzes. Als zij goed inzicht hebben in hun talenten, kwaliteiten, drijfveren en mogelijkheden, kunnen zij weloverwogen keuzes maken voor een vervolgopleiding of beroep. Door hen dingen over zichzelf te laten ontdekken – wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik? – krijgen zij essentiële bouwstenen aangereikt voor hun talentontwikkeling en toekomstige loopbaan. LOB stelt onderwijsinstellingen in staat studenten beter en professioneler te

helpen bij het maken van keuzes. ‘Ook de afgelopen maanden hebben we hierin enkele fikse stappen gezet’, beaamt projectleider Fieny Peerboom (MBO Diensten). ‘Zo hebben we in juni een aantal nieuwe instrumenten gelanceerd. Bijvoorbeeld LOBbook, een op Facebook lijkend digitaal Social Media-systeem. De basis hiervoor is gelegd door Webstores en Drenthe College. In samenwerking met het Stimuleringsproject zijn er specifieke LOB-elementen toegevoegd. Studenten kunnen nu op interactieve manier reflecteren op ervaringen

die zij opdoen in BPV-situaties of andere situaties die belangrijk zijn voor het ontdekken van hun eigen mogelijkheden en ambities. Verder kunnen de studenten op allerlei momenten met studiegenoten en begeleiders communiceren over diverse zaken die van belang zijn voor hun keuzeproces. Het is een laagdrempelig en gesloten platform, waarin de studenten zich zeker thuis zullen voelen.’

pen hun opbrengsten in praktische instrumenten gegoten. ‘Het is een rijke oogst’, vertelt Peerboom. ‘Het varieert van handleidingen en handreikingen tot een reeks van vijf minidocumentaires, waarin vanuit diverse perspectieven de loopbaancoaching van kwetsbare jongeren wordt belicht [zie www.lob4mbo.nl, red]. Verder wordt momenteel onder meer hard gewerkt aan een herziening van het Loopbaanmagazijn – een aantal boekjes met praktische loopbaanoefeningen die je met je studenten kunt uitvoeren. Er komen diverse nieuwe oefeningen in de boekjes te staan, voor zowel de oriënterende fase, de ontwikkelingsfase en de afrondings- en vervolgfase. Praktisch en bovendien flexibel en gemakkelijk in je lessen te integreren. Een schoolvoorbeeld van hoe wij scholen willen ondersteunen.’ Op 26 november is er een Slotconferentie van het Stimuleringsproject LOB in het mbo. Inschrijven hiervoor kan via www.lob4mbo.nl.

Daarnaast hebben ook enkele door het Stimuleringsproject in het leven geroepen thematische werkgroe-

Durf je studenten te laten gamen! ‘Het mbo is gebaat bij sterke, motiverende onderwijsprogramma’s waarin de beroepspraktijk centraal staat. Gamification kan als middel aan dit doel bijdragen.’ Zie daar de opvatting van Sem van Geffen, trainer/ontwikkelaar op het Koning Willem I College en auteur van het boek Gamification in de klas. Een interview over spelbeleving, verleiding en het gevaar van ‘chocolate covered broccoli’.

Gamification is het toepassen van elementen uit fysieke en digitale games in contexten daarbuiten. Zoals in het onderwijs: gamification vertaald naar de klas betekent dat je spelconcepten in een vak, thema of project kunt inzetten. Het gaat dus om het verpakken van de leerinhoud in een aantrekkelijk spel. ‘Voor mij is gamification een containerbegrip’, stelt Sem van Geffen. ‘Waar het mij omgaat is de gezamenlijke overtuiging dat je door middel van spel en spelen studenten kunt motiveren om te (blijven) leren. Zeker als de leerinhoud wat taaier of repetitief is, maar ook als je denkt dat je les wat actiever of afwisselender mag zijn. Je kunt dan spelelementen toevoegen of je vormt je les om tot een spelconcept. Leren is activeren en stimuleren en dat gebeurt door gamification volop.’ Pauze vergeten

Er zijn inmiddels diverse voorbeelden van geslaagde gamification in het onderwijs. Van Geffen: ‘Vlak voor de meivakantie stond ik met 120 eerstejaars mbo-studenten in

een spelconcept, waarbij ze binnen twee uur een campagne voor een creatief product moesten ontwerpen. Dat gebeurde op www.kickstarter.com, want crowd funding is de beroepspraktijk van morgen in die sector. De teams waren multidisciplinair samengesteld: van mediavormgevers en filmmakers tot fotografen en artiesten. Ze gingen helemaal op in de opdracht. Er werd zo hard gewerkt! De studenten vergaten zelfs om pauze te vragen. Tijdsdruk is zo`n element uit (video) games dat heel aardig werkt in de praktijk. Maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor samenwerking en competitie. Ik ken een collega uit de technieksector die een fysiek bordspel met speelkaarten heeft ontworpen over elektrische schakelingen. Trots liet hij mij zien hoeveel bladzijden uit “het boek” hierdoor overgeslagen konden worden. De resultaten van de studenten in de bijbehorende toets waren er niet minder goed om. Voor mij het bewijs dat je als docent niet bang hoeft te zijn om te experimenteren met

gamification in de klas. Zo’n spelconcept dat een paar bladzijden of zelfs een hoofdstuk uit de reguliere methode kan vervangen: dat is niet alleen voor de student, maar toch óók kicken voor de docent!’ Broccoli

Docenten die de eventuele drempelvrees al overwonnen hebben, kunnen voor inspiratie bij Van Geffen en diens boek terecht en doen er ook goed aan naar www. missionstart.nl te gaan (zie kader). De allerbelangrijkste tip wil Van Geffen alvast uit de doeken doen: ‘Als je jouw doelgroep een “game” belooft, laat het dan ook écht een game zijn en niet een verkapte les met een gamesausje erover. In de wereld van gamification noemen we dit “chocolate covered broccoli”. Als je kiest om je eigen spelconcept te ontwerpen, kruip dan echt even in de rol van game designer. Accepteer dat het in je spel niet alléén om leerdoelen draait – zeker vanuit het perspectief van de student – maar ook om spelbeleving en daarmee een continue verleiding en aanmoediging om te leren. Dat moet in een game zitten!’

Sem van Geffen: ‘Leren is activeren en stimuleren en dat gebeurt door gamification volop.’ (foto: Inge van Olst, Clicking Images)

Mission Start Sem van Geffen is community manager van Mission Start: een platform voor leren en gamification. Docenten uit alle onderwijssectoren delen hier nieuws, tips, onderzoek en spelconcepten met elkaar, stellen en beantwoorden vragen over gamification. Je kunt hier ook terecht als je een fysiek spelconcept wil laten vormgeven. Mission Start organiseert op woensdag 6 april 2016 Dé Gamification Conferentie voor docenten en ontwikkelaars. Aanmelden kan via www.missionstart.nl.


8

mbo academie

de MBO·krant

Klaar voor het nieuwe studiejaar?

De MBO Academie biedt een scholingsaanbod voor iedereen die in het mbo werkzaam is. Gericht op de actuele onderwijspraktijk. Het aanbod is zowel via open inschrijving als in company te volgen.

mbo academie

Het nieuwe studiejaar is begonnen. Met vertrouwde én nieuwe gezichten van studenten. En met uitdagingen en ruimte voor ambitie. Zoals samen met collega’s het onderwijsprogramma vormgeven en uitvoeren. Met bedrijven in de regio de samenwerking intensiveren. Of samen met studenten de studieloopbaan inrichten.

...

In de schoolbanken

van professionals voor professionals

Agenda

Met al die verantwoordelijkheden is het cruciaal om kennis en vaardigheden op peil te houden. De MBO Academie heeft ook dit studiejaar weer een ruim aanbod van trainingen en leergangen. Drie lichten we hieronder kort toe. Meer weten? Ga dan naar www.mboacademie.nl.

Aan de hand van het onderwijslogistieke raamwerk, diverse voorbeelden en opdrachten gaat u in deze workshop aan de slag met de organisatie van uw onderwijs.

Succesvol adviseren

In deze leergang staan de verbeterprocessen in teams centraal. Hoe benut u de professionele ruimte en hoe geeft u inhoud aan effectieve en slimme manieren van kwaliteitszorg?

6 oktober

8 oktober

Het lukt staf- en beleidsmedewerkers niet altijd hun ideeën in de organisatie geaccepteerd te krijgen. Dat is jammer, want meestal is het de taak van deze adviseurs om vanuit hun discipline een bijdrage te leveren aan de groei en ontwikkeling van de onderwijsorganisatie. Het is daarom belangrijk om als adviseur over vaardigheden – de juiste vragen stellen, luisteren, analyseren, beïnvloeden,

sensitiviteit tonen, overtuigen, feedback geven, rapporteren – te beschikken om invloed uit te oefenen. In deze vijfdaagse leergang leert u hoe u als adviseur ideeën en adviezen in uw organisatie geaccepteerd krijgt en hoe weerstanden overwonnen kunnen worden. De leergang biedt inzicht op de vraag hoe u als adviseur groeit naar een

effectievere en slimmere manier van samenwerken met onderwijsteams. Zowel vanuit de analytische kant gericht op verantwoorden als vanuit de ontwikkelgerichte kant van leren op teamniveau. De leergang gaat ook in op het benutten van de professionele ruimte van een team, binnen de kaders van de school.

Onderwijslogistiek, meer dan roosteren alleen!

Startbijeenkomst Leergang ‘Teams werken aan kwaliteit’

14 oktober Startbijeenkomst Leergang ‘Van kwalificatiedossier naar onderwijsprogramma’ Het uitgangspunt is uw eigen kwalificatiedossier. U maakt een plan, zodat u met uw team een uitvoerbaar, betaalbaar en kwalitatief goed onderwijsprogramma kunt ontwerpen. 4 november

Krachtig docentschap!

Maak werk van krachtig docentschap. Aan bod komt op welke manier studenten actief blijven meedoen in de klas en hoe u hen gemotiveerd houdt. Alle bijeenkomsten worden gehouden op de trainingslocatie van de MBO Academie (Horaplantsoen 20 te Ede).

De student vanuit juridisch perspectief Ook scholen hebben te maken met de juridisering van de samenleving. Bij veel mbo-scholen is echter de juridische expertise inzake de rechten en plichten van studenten versnipperd of beperkt aanwezig. Met de blik gericht op de studieloopbaan van de student, bespreken we in deze leergang de verschillende rechten en plichten van zowel de student als de onderwijsinstelling. Wanneer u in uw dagelijkse werkzaamheden in aanraking komt met deze rechten en plichten, is deze leergang uitermate geschikt voor u.

De studieloopbaan van de student is uitgangspunt van deze leergang. Alle belangrijkste juridische kwesties inzake de rechten en plichten van studenten in het mbo – van werving tot diplomering – komen aan bod. De leergang bestaat uit zes modulen die op twee scholingsdagen worden aangeboden: 1) Generiek; het recht op onderwijs, positie van het beroepsonderwijs in het stelsel, de onderwijsovereenkomst, et cetera.

2) Inschrijving, intake en verplichtingen rond passend onderwijs 3) Rechten en plichten in school en uitschrijving en verwijdering 4) Leren in de beroepspraktijk 5) Examinering en diplomering 6) Casusbehandeling Daarna volgt er een terugkomdag. De leerwensen van de deelnemers bepalen daarbij de invulling. Voorafgaand aan de leergang is er een telefonische intake.

het ontwikkelingstraject gericht op het thema ‘teams aan zet’. De leergang bestaat in de basis uit een ontwikkeltraject van vijf dagen, voorafgegaan door een intake met de trainer. In vijf blokken gaat u aan de slag met verschillende thema’s waarmee u in uw dagelijks werk te maken heeft. Elk blok kent een bijeenkomst van een dag, zo nodig aangevuld met verdiepende colleges en trainingen van experts uit het veld, en een afsluitende opdracht.

• woensdag 23 september 2015: Start stichting Vakcollege Nova College Utrecht • donderdag 1 oktober 2015: Conferentie kwaliteitsnetwerk mbo Postillion Bunnik • dinsdag 6 oktober 2015: Taal en rekenen entreeopleidingen MeetINoffice Woerden • woensdag 4 november 2015: Rekenconferentie NBC Nieuwegein • donderdag 5 november 2015: HRM conferentie postillion Bunnik • donderdag 19 november 2015: 2 daagse BTG Handel en Mode IJsselDelta Center Zwolle • woensdag 9 december: Taalconferentie 28-08-13 17:13 de Reehorst Ede

Op de website www.mboacademie.nl. vindt u meer informatie over programma’s en tarieven. Inschrijven kan via de website. Of neem contact met ons op via: 0318 648 560 / info@mboacademie.nl. Alle leergangen zijn gevalideerd voor het lerarenregister.

Leiding geven aan teams Goed onderwijs begint bij goede onderwijsteams. De leidinggevende speelt daarbij een belangrijke rol: hij is verantwoordelijk voor de professionaliteit en het functioneren van de teamleden. In deze leergang krijgt u inzichten en handvatten voor een duurzame kwaliteitsverbetering van de onderwijsprocessen in uw onderwijsinstelling. U verwerft kennis en vaardigheden in uw rol als leider van het onderwijsteam en bent na afloop in staat uw team mee te nemen in

We organiseren ook congressen en seminars voor diverse opdrachtgevers.

Na afloop ontvangt u een certificaat van deelname en behoudt u toegang tot de elektronische leeromgeving waarin allerlei informatie te vinden is. U kunt verder kennis en ervaringen blijven delen op de netwerkbijeenkomsten die in het kader van deze leergang georganiseerd worden. Op deze bijeenkomsten praat ook telkens een gastspreker u bij over actuele onderwerpen.

Colofon De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals in het mbo. CONCEPT: Ravestein & Zwart VORMGEVING: Lauwers-C TEKST: Sara Albone, Coleta van Buuren, Marloes van der Meer, Ravestein & Zwart, Rob Schrijver, Parcival Weijnen en Rutger Zwart. REDACTIE: Rutger Zwart (hoofd­ redacteur), Olaf van Tilburg (R&Z) en Twan Stemkens (TSt Communicatie).

Een evenement organiseren? Laat het over aan de professionals van de MBO Academie.

BEELD: We danken Fred Ernst/ Onderwijscoöperatie, Bizz Talent, BVMBO, Skills Netherlands, Inge van Olst (Clicking Images), Geopark De Hondsrug en MBO City voor het beeld­ materiaal en Cabaret in het Onderwijs voor de cartoon (5). DRUK: BDU, Barneveld OPLAGE: 26.000

www.dembokrant.nl/www.mbo-today.nl info@dembokrant.nl


Binnenland

september 2015

Betere leesvaardigheid ondanks minder contacturen Hoe kun je de weinige contacturen van BBL’ers zo effectief mogelijk inzetten bij Nederlands en rekenen? Met die vraag in het achterhoofd is ROC de Leijgraaf in het schooljaar 2014-2015 een project gestart om de leesvaardigheid van deze doelgroep te verbeteren.

BBL-studenten volgen hun studie in deeltijd, maar moeten wel aan dezelfde eisen voldoen als voltijdstudenten. Dit geldt ook voor taal en rekenen. En dat is vaak lastig, zo beaamt ook Georgia Vasilaras, beleidsmedewerker bij ROC de Leijgraaf. ‘Omdat BBL-studenten maar weinig contacturen hebben, is het belangrijk deze zo effectief mogelijk in te zetten. Leesvaardigheid is een onderdeel dat ook cruciaal is voor studiesucces bij andere onderdelen van de studie.’ Daarom heeft ROC de Leijgraaf in samenwerking met het Expertisecentrum Nederlands en KPC Groep – en met financiering van het NRO – een onderzoeksproject opgezet om de leesvaardigheid van BBL’ers te verbeteren. Strategisch lezen

Het project is in het schooljaar 2014-2015 uitgevoerd en bestond uit drie fases. ‘Eerst hebben we in kaart gebracht wat de beste manier is om studenten strategisch lezen aan te leren’, vertelt Vasilaras. ‘Daarna hebben we een lespakket ontwikkeld en docenten Nederlands getraind in het geven van deze lessen. Tot slot zijn de lessen daadwerkelijk aan de studenten gegeven.’ De studenten zijn vooraf en na de lessenserie getest op hun leesvaardigheid. Ook is er een controlegroep met BBL-studenten die de speciale lessenserie niet hebben gevolgd.

Enthousiast

Gary van der Steur is een van de docenten Nederlands die heeft meegedaan aan het onderzoek. ‘Ik vind dat je als docent nooit bent uitgeleerd. Daarom ben ik altijd op zoek naar manieren om nog beter les te kunnen geven. Deze kans heb ik dan ook met beide handen aangegrepen.’ De training en het nieuwe lessenpakket zijn volgens Van der Steur zeer bruikbaar. ‘Ik vond de training heel inspirerend. Het is echt een verrijking en een aanvulling op wat we al deden. Ik ben me bijvoorbeeld veel meer bewust geworden van hoe ik mijn lessen moet inrichten en hoe ik met mijn studenten moet omgaan. Bepaalde ideeën uit de training vond ik zo nuttig dat ik ze ook in andere lessen heb meegenomen. Erg waardevol.’ Een voorbeeld daarvan is dat studenten teksten met een kritisch oog bekijken en niet klakkeloos voor waar aannemen. Van der Steur is zelfs zo enthousiast dat hij de lessenserie ook heeft ingebouwd in de lessen Nederlands die hij aan BOL-studenten geeft. ‘Ik denk dat ook voltijdstudenten van deze methode kunnen profiteren.’ Bij navraag bleek namelijk dat ook deze studenten in eigen tijd weinig tot niets lezen. Extra aandacht op dit gebied is dus altijd waardevol. Het Expertisecentrum Nederlands voert op dit moment een analyse uit van de onderzoeksresultaten. Meer hierover kunt u binnenkort lezen op de site van het Steunpunt.

9

Syllabus rekenen vo–mbo In juni hebben de minister en staatssecretaris de regeling vastgesteld waarmee het College voor Toetsen en Examens de syllabus rekenen 2F en 3F voor vo en mbo heeft goedgekeurd. Hiermee is er nu één gezamenlijke syllabus rekenen 2F en 3F voor zowel vo als mbo.

Deze syllabus vervangt de huidige syllabi en toetswijzers rekenen voor vo en mbo. De nieuwe syllabus rekenen wordt van kracht op 1 oktober 2015. De rekentoetsen vo en de rekenexamens mbo in het schooljaar 2015-2016 (voor mbo vanaf P2) zijn gebaseerd op deze nieuwe syllabus. Het studiejaar 2015-2016 is een overgangsjaar waarin een beperkt aantal onderwerpen uit de syllabus nog niet wordt getoetst. Servicedocument

Bij de syllabus is een servicedocument beschikbaar met een samenvatting van de wijzigingen in de nieuwe syllabus rekenen ten opzichte van eerdere syllabi/toetswijzers. In het servicedocument staan ook de gevolgen van deze nieuwe syllabus voor het rekenexamen voor schooljaar 2015-2016 op een rij. De totstandkoming van de syllabus en de overwegingen voor de gemaakte keuzes worden toegelicht in de ‘Toelichting bij de syllabus rekenen 2F en 3F’. Deze toelichting is te vinden op de website van het Steunpunt (steunpunttaalenrekenenmbo.nl). De syllabus is geplaatst op examenbladmbo.nl.

digheden zij wel en (nog) niet beheersen. Op verzoek van het ministerie van OCW is in het voorjaar 2014 gestart met de ontwikkeling van de rekentoets 2A. In maart 2015 heeft een eerste landelijke pilot plaatsgevonden van de rekentoets 2A voor leerlingen in het vierde jaar van vmbo BB. Op basis van deze afname is een voorbeeldtoets samengesteld. In de brief van 17 december 2014 aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris de ontwikkeling van een rekentoets 2A bekrachtigd en uitgebreid. Aanvulling

Er komt een aanvulling voor 2A bij de syllabus rekenen. De rekentoets 2A zal ook ingezet gaan worden in mbo-1 (entree-opleiding) en mbo-2. In studiejaar 2015-2016 wordt de pilot in vmbo BB voortgezet en zal er ook een pilot plaatsvinden in het mbo. In 2016-2017 zal de rekentoets/rekenexamen 2A vervolgens officieel ingevoerd worden en mee tellen in de slaag/zak-regeling. Het voorbeeldexamen rekenen 2A en de toelichting bij dit examen zijn te vinden op de website van het College voor Toetsen en Examens: www.hetcvte.nl (onder ‘nieuws’).

Rekenexamen 2A

In september 2013 heeft de staatssecretaris het CvTE gevraagd om voor leerlingen in vmbo BB een rekentoets te ontwikkelen waarmee deze leerlingen beter kunnen laten zien hoe goed zij presteren ten opzichte van het referentieniveau 2F en welke rekenvaar-

Conferenties najaar 2015 Dit najaar organiseert het Steunpunt drie conferenties. Hieronder lichten we het drietal kort toe. Werkconferentie taal en rekenen in de Entreeopleiding dinsdagmiddag 6 oktober in Utrecht

Het Steunpunt taal en rekenen organiseert samen met de MBO Raad een werkconferentie over Nederlandse taal en rekenen in de entreeopleiding. Aanleiding voor deze werkconferentie is de invoering van (gedeeltelijke) centrale examinering Nederlands en rekenen in de entreeopleiding vanaf studiejaar 2016 – 2017. De resultaten van deze examens hebben ook gevolgen voor het diploma. De bijeenkomst is enerzijds bedoeld om informatie te geven over regelgeving en de centrale examens Nederlands en rekenen en anderzijds om onderling ervaringen en suggesties uit te wisselen over de aanpak van taal- en rekenonderwijs in de praktijk. De thema’s die deze middag aan de orde komen: • taal en rekenen als integraal onderdeel van de opleiding • taal en rekenen verbonden met burgerschap • een afzonderlijke leerlijn taal en rekenen • studenten voorbereiden op het examen

Mbo rekenconferentie woensdag 4 november in Nieuwegein

Op woensdag 4 november 2015 organiseert het Steunpunt taal en rekenen mbo alweer de zesde rekenconferentie over rekenen in het mbo. Het thema van deze conferentie is: wat werkt in het rekenonderwijs? Tijdens deze dag willen we voorbeelden laten zien van effectief rekenonderwijs. Deze voorbeelden kunnen gaan over didactiek, klassenorganisatie, lesmateriaal en rekenen in het beroep. Ook (praktijkgericht) onderzoek komt hierbij aan bod. Mbo taalconferentie woensdag 9 december in Ede

Op woensdag 9 december 2015 organiseert het Steunpunt taal en rekenen mbo weer een taalconferentie (Nederlands en moderne vreemde talen). De thema’s die tijdens deze conferentie aan de orde komen zijn onder meer: • Effectief taalonderwijs – wat werkt in de klas? • Valide instellingsexamens taal (in samenwerking met Servicepunt Examinering mbo) • Taalonderwijs in de entreeopleiding • Inzetten van keuzedelen • Doorstroom mbo – hbo Voor meer informatie en aanmelden: www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl.


10

HPBO

de MBO·krant

Communities of learners in beeld Innovatiearangement Value in the Valley was een van de succesvolste innovatiearrangementen van de afgelopen jaren. Er is niet voor niets een vervolg gekomen: Value beyond the Valley. Er valt voor vernieuwers in het beroepsonderwijs veel te leren van deze projecten. Vandaar dat er een video gemaakt is. Daarin vertellen medewerkers van bedrijven, docenten en studenten enthousiast over de uitgangspunten en de werkwijze. De film levert een interessante doorkijk op in vernieuwende samenwerking in het beroepsonderwijs. Bij Value in the Valley en zijn opvolger Value beyond the Valley staan leer-werkomgevingen voor scho-

Een van de vele fraaie gebieden in Geopark De Hondsrug. Voor dit park en haar Duitse tegenhanger Geopark Terra

len en bedrijven centraal. In deze zogeheten communities of learners werken professionals uit het bedrijfsleven samen met docenten en mbo- en hbo-studenten aan innovaties op de speerpunten energie en gezond ouder worden. Value in the Valley organiseerde de communities en zorgde voor een uitgebreide beschrijving en evaluatie. Onderzoek toont aan dat deze gemeenschappen vaardige en innovatieve beroepsbeoefenaren opleveren. Kijktip

De film is, net als alle andere HPBO-webfilms, te vinden op het YouTube-kanaal van HPBO: www.youtube.com/user/Innovisier.

Innovisier Plus Doorstroom

Vita in Osnabrück werkten Duitse en Nederlandse studenten mbo en hbo van verschillende opleidingen nieuwe toeristische arrangementen uit.

ReCoMa-lab: scholen en bedrijven stimuleren regionale economie Innovatiearrangement ReCoMa-lab (Regionaal Co-makership laboratorium) mikt op innovatie van de regionale economie in de noordelijke provincies. In het project werken Alfa College en Stenden Hogeschool met een aantal vooraanstaande bedrijven verschillende ideeën uit om concrete producten en diensten in de markt te zetten. En dat gebeurt op een manier die haaks staat op de traditionele onderwijsorganisatie.

Willen we al het talent van de aanstromende generaties volledig benutten, dan moeten we voortijdige schooluitval nog verder terugdringen dan de afgelopen jaren is gebeurd. Nog steeds stranden veel vmbo’ers die de overstap naar het mbo maken, ondanks eenvoudige en actuele beroepsgerichte programma’s en uitgebreide studieloopbaanen beroepskeuze begeleiding. Ook van de studenten die met een mbo4-diploma op zak doorstromen naar het hbo, valt een fors deel uit. De overheid draagt een flinke steen

periodes van 20 weken. Als de ene helft van de studenten op stage is, heeft de andere helft projectonderwijs en andersom. Een werkgroep is constant bezig projectopdrachten te werven om te zorgen voor continuïteit. Als je het zo organiseert hoef je de schoolorganisatie niet op zijn kop te zetten.’

bij in de strijd tegen voortijdige uitval door in te zetten op meer onderwijstijd, kleinere groepen en hoger opgeleide docenten. Daarnaast moeten de invoering van referentieniveaus Nederlands en rekenen en generieke eisen Engels de kwaliteit van de instroom verhogen. Maar wat doen de scholen op dit moment? In de meest recente editie van Innovisier Plus vertelt een aantal scholen over hun ervaringen met de aanpak om de uitval te verminderen en meer studenten te laten doorleren.

Dit digitale magazine kun je lezen op www.hpbo.nl.

Hoog leerrendement

Bedrijven hebben geen boodschap aan roosters, opleidingen of onderwijssectoren als mbo en hbo. Ze willen snel en effectief met nieuwe producten en efficiënte processen inspelen op de markt voor Toerisme en Zorg & Wonen, speerpunten in de strategische agenda van de provincie Drenthe. Daarom staat of valt succesvolle samenwerking tussen school en bedrijf met flexibel onderwijs dat snel reageert op wat bedrijven vragen. Het feit dat telkens meer nieuwe opleidingen en bedrijven zich bij ReCoMa-lab aansluiten wijst op een succesvolle aanpak. Maar wat heeft dat de streek nu opgeleverd? Slagen scholen er echt in regionale innovatie impulsen te geven? Domotica en toerisme

Als je Judith Veldman, docent Zorg aan het Alfa-college, hiernaar vraagt, levert ze meteen twee concrete voorbeelden. ‘Studenten van het Alfa-college en Stenden onderzochten oplossingen om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Ze maakten een markt zichtbaar die de bedrijven nog nauwelijks hadden ontdekt,’ zegt Veldman. ‘En

voor Geopark Hondsrug en haar Duitse tegenhanger Geopark Terra Vita in Osnabrück werkten Duitse en Nederlandse studenten mbo en hbo van verschillende opleidingen nieuwe toeristische arrangementen uit.’ Spin off

Het succes van ReCoMa-lab houdt echter niet op bij regionale innovatie. ‘Het project heeft ook extra schwung in ons onderwijs gebracht’,

‘We zien dat studenten veel leren door het multidisciplinaire en multi level karakter van de projecten’

vertelt Veldman. Projecten tussen mbo, hbo en bedrijven zijn standaard onderdeel geworden van de opleidingen. ‘We hebben 4 projecturen in twee blokken in onze roosters opgenomen, in aaneengesloten

Over de aansluiting van de ReCoMa-lab projecten bij de opleidingseisen, maakt Veldman zich geen zorgen. ‘Al het werk dat onze studenten voor de bedrijven doen, past binnen de kwalificatie-eisen. We zien dat studenten veel leren door het multidisciplinaire en multi level karakter van de projecten. Studenten bekijken hun opdracht vanuit het perspectief van het bedrijf en vanuit de verschillende disciplines die in hun team vertegenwoordigd zijn. Ze leren ook het hele traject van productontwikkeling kennen vanaf de ideevorming tot aan de marketing. Vergeleken daarmee is een standaard opleiding toch wat monomaan.’ De scholen gaan zeker op deze weg door. De samenwerking biedt meerwaarde voor de studenten, maar daar blijft het niet bij. Er liggen ook al nieuwe opdrachten in het verschiet rond duurzaam toerisme of combinaties van toerisme en zorg. Hoe meer de scholen er over nadenken, hoe meer mogelijkheden zich aandienen.

Wat werkt voor een sterkere beroepskolom? Het innovatiearrangement stimuleerde regionale samenwerking tussen vmbo, mbo en hbo om de opleidingen in het beroepsonderwijs beter op elkaar aan te laten sluiten. Uitwisseling van docenten, overleg over programma’s en examinering konden leiden tot betere doorstroom naar mbo en hbo, zo was de verwachting. Bovendien zouden mbo-studenten én docenten beter zicht krijgen op het vervolgonderwijs. Werkte dat ook zo? En als die verwachtingen werden ingelost, hoe moest die regionale samenwerking er uit zien om de doorstroom en het functioneren van de beroepskolom werkelijk te verbeteren?

HPBO selecteerde 18 projecten die duidelijk gericht waren op het bevorderen van de doorstroom voor onderzoek. Expertisecentrum ecbo bekeek welke methoden scholen hebben ingezet om de doorstroom te verbeteren en wat elke methode precies heeft opgeleverd. De aanpak varieert van verkorte leerroutes, tot integratie van opleidingen en gezamenlijke leerwerkprojecten rond realistische opdrachten van bedrijven. Op hpbo.nl staat het complete onderzoek, de conclusies, de tips en adviezen om de beroepskolom ook in jouw regio een extra impuls te geven.


11

september 2015

BVMBO lanceert Ambassadeur 2.0 De BVMBO verbindt opleiders die, uit hun gezamenlijke passie voor het mbo, met elkaar invulling geven aan het maken en geven van goed middelbaar beroepsonderwijs dat aansluit op de wensen en behoeften van studenten en samenleving. Daarvoor heeft de beroepsvereniging enkele voortrekkers gezocht, de zogeheten ambassadeurs 2.0.

Al vrij snel na de oprichting van BVMBO ging de beroepsvereniging werken met ambassadeurs. Oftewel docenten die binnen hun eigen scholen het belang van een eigen beroepsvereniging voor mbo-docenten onder de aandacht brachten. Zij vormden het netwerk van de BVMBO binnen de scholen.

BVMBO Koningsweg 38 5211 BL 's-Hertogenbosch info@bvmbo.nl www.bvmbo.nl

WHY | HOW | WHAT Je krijgt bij de BVMBO erkenning als Teacher in the Lead en Team in the Lead.

1

Je kan via de BVMBO je positie als Teacher/Team in the Lead versterken.

2

Je krijgt via de BVMBO als Teacher/Team in the Lead extra mogelijkheden.

3

Je krijgt via de BVMBO toegang tot (wetenschappelijke) kennis en de nieuwste ontwikkelingen in het mbo.

VOORTOUW NEMEN

VERBINDEN

1

Je kan bij de BVMBO mensen ontmoeten met gelijke passie en ambitie.

2

Je kan bij de BVMBO met elkaar het gesprek voeren over beroepseer en beroepszeer.

3

Je kan via de BVMBO je netwerk uitbreiden.

MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS DAT AANSLUIT OP DE WENSEN EN BEHOEFTEN VAN STUDENTEN EN SAMENLEVING, VOOR NU EN IN DE TOEKOMST. 1

Je kan via de BVMBO een kijkje nemen in andermans keuken om van elkaar te leren.

2

Je krijgt via de BVMBO een platform om eigen kennis en ervaringen te delen.

3

VERRIJKEN

VAKMANSCHAP

1

Je kan via de BVMBO mee vormgeven aan de beroepsidentiteit en beroepskwaliteit.

2

Je krijgt via de BVMBO toegang tot (landelijke) overlegtafels.

3

Je wordt via de BVMBO door vakgenoten vertegenwoordigd.

WHY

HOW

Middelbaar beroepsonderwijs dat aansluit op de wensen en behoeften van studenten en samenleving,

Dat doen we door het verbinden van mbo-opleiders die het voortouw nemen in hun professie en vak-

voor nu en in de toekomst.

manschap in de klas, in het team, in de school en in de beroepsgroep, uit passie voor het mbo-onderwijs.

column

Stormachtig en verhit? De zomer is een periode die in het onderwijs gekenmerkt wordt door stilte in de klassen. We proberen te vergeten wat er niet goed gegaan is in het voorgaande schooljaar. Tanken bij. Laden de accu op. Het is ook komkommertijd voor columnisten uit het onderwijs. Die moeten het immers hebben van recente ontwikkelingen. Was ik geen docent verpleegkunde, maar een meteoroloog geweest, dan had ik de afgelopen zomermaanden wél veel inspiratie kunnen opdoen. Het zomerweer mag de boeken in als ‘extreem’. Stormachtige perioden werden afgewisseld door extreem verhitte dagen.

Kaders

‘Dit gebeurde nog enigszins vrijblijvend’, vertelt Anniek van Anraad, bestuurslid bij de BVMBO. ‘Maar het besef dat de kwaliteit van de docent de kwaliteit van het onderwijs bepaalt, dringt steeds meer door en wordt dus ook in beleid omgezet. Wij willen als Beroepsvereniging eigenaar zijn van die kwaliteit en die ook zelf kunnen bepalen. Steeds meer scholen onderstrepen dit door een ambassadeur te faciliteren. De BVMBO kan hierdoor de ambassadeur steviger positioneren; de ambassadeur kan zijn rol als voortrekker voor de beroepsgroep oppakken. De BVMBO heeft nu een “golden circle” gedefinieerd [zie de infograhic, red]. Op grond van de vier V’s – Voortouw nemen, Verbinden, Verrijken en Vakmanschap – maken we afspraken met de ambassadeurs nieuwe stijl. Zij kiezen een focus en enkele bijbehorende activiteiten, die passen binnen de context van de school en de BVMBO. Bijvoorbeeld een onderwijscafé organiseren als je “verbinden” als speerpunt hebt gekozen. Bij het maken van de afspraken is ook een bestuurder van de school aanwezig.’

‘Het besef dat de kwaliteit van de docent de kwaliteit van het onderwijs bepaalt, dringt steeds meer door’

PDCA

De ambassadeurs gaan vervolgens planmatig te werk. Van Anraad: ‘Ze doorlopen de PDCAcyclus: Plan, Do, Check, Act. Waar nodig springen we bij. Zo hebben we een draaiboek klaarliggen om een conferentie te organiseren en houden we bijeenkomsten waar ambassadeurs van elkaar kunnen leren. Ook stellen we ons netwerk beschikbaar.’ Middel

Belangrijk bij alle activiteiten is de wijze waarop de BVMBO de bijdrage van de mbodocent ziet. ‘Wij zijn een middel om ervoor te zorgen dat studenten het best denkbare beroepsonderwijs krijgen. Dit doen we door het verbinden van mbo-opleiders die het voortouw nemen in hun professie en vakmanschap in de klas, in het team, in de school en in de beroepsgroep. En dit allemaal uit passie voor het mbo. We zijn ook beslist geen tegenbeweging. Wij zoeken juist de verbinding met school en vinden kracht in de samenwerking. We vinden elkaar in de dialoog en daarbij zijn de ambassadeurs een onmisbare schakel.’

Infograhic met zogeheten ‘golden circle’ van de BVMBO. In de cirkel staan de vier ‘V’s van de Beroepsvereniging: Voortouw nemen, Verbinden, Verrijken en Vakmanschap. Voor elke V heeft de BVMBO een aantal activiteiten gedefinieerd die de ambassadeur zou kunnen

Christien de Graaff,

inzetten als hij een van de V’s als speerpunt

lid van het College van Bestuur Alfacollege: ‘Als bestuurders voelen we ons zeer aangesproken door het fenomeen ­Teacher in the Lead. Goed onderwijs kun je immers het beste door docenten laten maken. Ook de professionele ontwikkeling gedijt het beste als de docenten dit in eigen hand nemen. De BVMBO-ambassadeurs nemen ook ‘the lead’ en dat sluit precies aan bij wat wij willen. Elk jaar stellen onze ambassadeurs een plan op, met initiatieven voor professionele ontwikkeling, netwerk­ leren en informeel leren. Dit bespreken ze met ons. Wij faciliteren hen vervolgens in tijd en met voorzieningen.

heeft gekozen.

Okko Korvemaker, BVMO-ambassadeur Alfa-college: ‘Ik heb niet altijd in het onderwijs gewerkt, maar ooit de overstap gemaakt vanuit de praktijk (verpleegkunde). Wat me als docent/coach vrij snel opviel, is dat mbo-docenten zo weinig hun stem laten horen. Het lijkt wel of de drive ontbreekt om een ‘teacher in the lead’ te zijn. Veel docenten zijn zich er niet bewust van dat wat zij belangrijk vinden er wel degelijk toe doet. Zij voelen zich betrokken bij het vak dat ze geven. Er zijn echter maar weinig docenten die zich bewust zijn van het bestaan van een beroepsvereniging speciaal voor opleiders in het mbo. Of je nu docent Verpleegkunde of Autotechniek bent : we zijn allen mbo-docent. We hebben vaak dezelfde instrumenten ter beschikking om onze studenten op hun toekomst voor te bereiden. Verder hebben we te maken met dezelfde ontwikkelingen, zoals Focus op Vakmanschap, de nieuwe kwalificatiestructuur, et cetera. Belangrijk dus om ons als beroepsgroep te verenigen en te laten horen. Toen de BVMBO op zoek ging naar ambassadeurs, heb ik me aangemeld. Ik wil mijn collega’s binnen en buiten het Alfa-college aanspreken op hun kennis en ervaring. We moeten elkaar inspireren. Als ambassadeur krijg ik de kans hiervoor ontmoetingen te organiseren. Op school, in de regio, maar ook landelijk. Want de ambassadeurs weten elkaar gemakkelijk te vinden. De lijnen zijn kort, waardoor we elkaar op allerlei fronten kunnen helpen.’

We hebben hier weliswaar een eigen scholingsacademie, maar dit is echt iets anders. Het is immers van docenten voor docenten. Er hoeft ook geen inhoudelijke afstemming te zijn met de academie. De ambassadeurs varen een eigen koers. En zo ontstaan er op een andere, minder gebruikelijke manier verbindingen. Onze ambassadeurs hebben bijvoorbeeld met de BVMBO een grote conferentie georganiseerd voor alle mbo-docenten in Noord Nederland. En hier intern organiseren de ambassadeurs regelmatig gesprekken met het CvB, waarbij er steeds een door de docenten gekozen onderwerp op de agenda staat. Je krijgt dan zeer inspirerende gesprekken. Ook organiseren de ambassadeurs leuke ‘teacher in the lead’-netwerkbijeenkomsten waarbij volgens een zwaan-kleef-aan-principe steeds nieuwe collega’s aanhaken. Er gebeurt veel goeds als docenten de ruimte nemen om hun eigen plan te trekken. Die ruimte bieden wij, bestuurders, hen dan ook al te graag! Ik zou ook graag zien dat er – ook buiten het Alfa-college – nog meer docenten lid worden van de BVMBO en op deze manier het stuur van hun eigen beroep in handen nemen!’

Hopelijk zal het komende schooljaar niet dezelfde vormen aannemen als het weer van zomer 2015. Het wordt in ieder geval geen onbewogen jaar: veel zaken krijgen een plek. De kwalificatiedossiers naderen hun definitieve intrede, de keuzedelen gaan vorm en inhoud krijgen. De BVMBO zal de eerder gemaakte plannen verder uitwerken. Dit is een belangrijk jaar voor de beroepsvereniging. Een groeiend aantal ambassadeurs, een bestuur dat hard werkt aan verbetering van het onderwijs en het verstevigen van de positie van de docent. Daar zal de docent zelf ook nodig voor zijn. Om in juli 2016 terug te kijken op een geslaagd onderwijsjaar. De beroepsvereniging is benieuwd wat dit schooljaar gaat brengen aan professionaliseringsactiviteiten voor docenten. De mate van zelfregie, de wijze waarop het tot stand komt binnen de scholen, de mogelijkheden voor docenten om zelf te bepalen wat het onderwijs moet inhouden, de relatie met het afnemende werkveld, de praktijkervaringen van docenten die zich bekwaam blijven voelen door gerichte bij- en nascholing. Kortom: jullie verhalen, die een weg vinden naar het mbo, naar de collega’s. Om uiteindelijk de kwaliteit te bevorderen en de studenten het beste onderwijs te geven en Nederland de beste vakmensen. Zodat het mbo alle stormen en hittegolven kan weerstaan.

Rob Schrijver, Docent mbo / bestuurslid BVMBO


Vorig jaar was MBO City een groot succes met ruim 1.000 bezoekers. Reden genoeg om ook in 2015 – en wel op maandag 30 november – een nieuwe editie te organiseren. De formule met presentaties van inspirerende gastsprekers uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de wetenschap kleurt ook dit jaar het programma. Maar er zijn ook nieuwe elementen. MBO City doet aan ‘stadsvernieuwing’ en verzilvert enkele wensen uit de bezoe-

Vertrouwde formule met nieuwe elementen

kersenquête van afgelopen jaar. Zo is er nu meer ‘lucht’ in het programma, doordat sommige presentaties 30 minuten duren. Dit zorgt voor meer ruimte voor netwerk en ontmoeting. Ook geven enkele sprekers hun presentatie twee keer. Dit voorkomt teleurstelling als de zaal de eerste keer al helemaal vol loopt. Ook nieuw zijn de pop-up presentaties, korte interactieve workshops voor kleinere groepen, onder meer over de nieuwe kwalificatiestructuur. Geen vernieuwing, maar eerder een comeback is de beursvloer. De plek om rond te lopen, te netwerken en te luisteren naar presentaties van de belangrijkste

Schrijf je nu in via:

www.mbocity.nl CineMec Ede

organisaties en bedrijven voor het middelbaar beroepsonderwijs. Er valt dit jaar dus weer heel veel te kiezen op MBO City.

MBO City is een initiatief van het ministerie van OCW, SBB, MBO Raad e n M B O i n B e d r i j f. H e t i s e e n p r o d u c t i e v a n d e M B O A c a d e m i e . 15065 Poster mbo City 2015_A3.indd 1

Deelname: € 150,- p.p. 08-07-15 20:26

Meer weten over de programmering, wijze van inschrijving, et cetera? Ga dan naar www.mbocity.nl

Mbokrant nummer 38  
Mbokrant nummer 38  

Dit keer in de MBO•krant… … staan we uiteraard stil bij de visiebrief van minister Jet Bussemaker, waarin zij naast diverse al langer besta...

Advertisement