Page 1

de MBO·krant Een 4e plek bij de EuroSkills. De Berg Award. Een eigen bedrijf. Manon Sprenkeler gaat als een raket. Interview met deze vakkanjer.

Pagina 3 Plannen voor 2019

Pagina 4 Vakwedstrijden

nummer 52 februari 2019

Door nadruk te leggen op typisch menselijke eigenschappen kan het mbo inspelen op robotisering, stelt trendwatcher Perttu Pölönen.

Pagina 5 In gesprek

Pagina 7 Blik op de toekomst

Pagina 9 Loopbaanoriëntatie

Dirk Megens (ROC Nijmegen) nieuwe Leraar van het Jaar

Het sleutelwoord wordt ‘trots’ Reken- en economiedocent Dirk Megens (ROC Nijmegen) is eind januari verkozen tot mbo-Leraar van het Jaar 2019. De MBO-krant sprak met deze bevlogen docent én zijn voorganger, Conrad Berghoef. Dirk Megens is groot geworden via instructiefilmpjes op YouTube. Deze filmpjes zijn inmiddels meer dan 1,4 miljoen keer bekeken. Met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk weet ‘Meneer Megens’ studenten rekenvaardigheden aan te leren. Die studenten weten dit te waarderen en nomineerden Megens voor ‘Leraar van het Jaar’. De docent bij de opleiding Facilitaire Dienstverlening ontving de prijs eind januari tijdens de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT 2019) uit handen van onderwijsminister Arie Slob. In de categorie mbo wist Megens zijn mede-finalisten Hilco van de Kraats, docent mediavormgeving bij ROC Rivor, en Nikki Kruijer, docent op de opleiding Facilitaire Dienstverlening van het Albeda College, te verslaan. ‘Het was een mooie finale’, vertelt hij. ‘Het viel me vooral op hoe inspirerend de pitches van alle kandidaten – ook in de overige sectoren – waren. Wat een mooie verhalen! Hun hart klopt echt voor het onderwijs.’ Trots

Specia

l

Skills The Finals Van 20 tot en met 22 maart vindt in Amsterdam hét beroepen­evenement voor het (v)mbo plaats: Skills The Finals. Drie dagen lang strijden studenten om de titel beste vakman/vakvrouw/vakteam van 2019. Voor het mbo zijn er 38 Skills Heroes-finales. Maar Skills The Finals biedt meer dan wedstrijden, zoals je kunt lezen in deze Skills The Finals-special.

Bij de verkiezing hoort ook een opdracht: een Leraar van het Jaar is twaalf maanden lang ambassadeur van het mbo. ‘Ik kan het natuurlijk niet laten om me te bemoeien met het rekenonderwijs. Het is mooi meegenomen dat ik ook aan die actuele discussie iets kan bijdragen, laten we het daar op houden. Maar hét sleutelwoord van mijn ambassadeurschap wordt “trots”. Ik wil graag uitdragen dat onze studenten trots op zichzelf mogen zijn. Het mbo levert de vakmensen voor de toekomst. Dat zie je bijvoorbeeld bij de Skills-wedstrijden: puur vakmanschap. Die trots mogen wij als docenten en onderwijs zelf ook uitstralen. Ik geef wel eens gastlessen op de lerarenopleiding. Als ik dan vertel dat ik lesgeef op het mbo, krijg ik als antwoord: “Dat trekt me helemaal niet”. Terwijl het mij

niets lijkt om docent op een vo-school te zijn. In het mbo leid je echt op voor een beroep. Je kunt hier al je vakkennis aan de lesstof ophangen. Prachtig.’ Mooie invitaties

Dirk Megens is de opvolger van Conrad Berghoef, docent Nederlands aan ROC Friese Poort en regelmatige gastauteur in de MBO-krant. ‘Het was geen gemakkelijk jaar voor de Leraren van het Jaar’, laat Berghoef weten. ‘Normaal gesproken is er na de titel veel steun vanuit de organiserende Onderwijscoöperatie, en dat viel helemaal weg het afgelopen jaar. Maar de titel blijft natuurlijk eervol en levert verschillende mooie invitaties op. Bij de opening van het studiejaar heb ik met de koning mogen spreken en door de “verlenging” van mijn titel heb ik liefst twee keer mogen jureren bij de MBO Ambassadeurs. Die taken, ook bij Skills-vakwedstrijden, vond ik fantastisch om te doen. Waar ik kwam, heb ik geprobeerd enthousiasme voor het mbo uit te stralen en voor het vak als docent. Ik probeerde vooral te vertellen dat je het soms gewoon moet doen, die goede ideeën van je in de praktijk brengen. Trek je dan niet te veel aan van sommige “ja maar”-culturen, vraag je zelf niet al te vaak af of hoe het in het curriculum gaat passen en vooral: vertrouw op je eigen deskundigheid, en wat minder op bestuurlijke bezwaren. Dan ontdek je jezelf als docent pas echt.’ Berghoef heeft nog een advies voor de kersverse Leraar van het Jaar: ‘Ik wil mijn opvolger Dirk vooral meegeven om te genieten van het komende jaar. Soms voelt het ongemakkelijk, maar blijf vooral doen waar je goed in bent: lesgeven. Je kunt de koning ontmoeten, in je eigen klaslokaal ben je pas echt de koning te rijk.’


2

MBO•today

de MBO·krant de mbo•krant online

MBO·today

Het mbo gaat opleiden voor de klimaattransitie Om de ambitieuze doelen uit het klimaatakkoord te halen, heeft Nederland de komende jaren behoefte aan tienduizenden goedopgeleide vakmensen. In een convenant hebben scholen en werkgevers afspraken gemaakt over vernieuwing van het opleidingenaanbod.

De aan de MBO-krant gelieerde nieuwssite MBO Today brengt dagelijks actueel nieuws over het mbo. De site is onlangs uitgebreid met nieuwe dossiers, onder andere over actuele thema’s als ‘leven lang ontwikkelen’ en ‘keuzedelen’. Ook is een vragenservice toegevoegd. Via de zoekfunctie op de site kun je veel informatie over het mbo terugvinden. MBO Today volgt het nieuws sinds september 2014. Heb je een nieuwstip, stuur dan een bericht naar info@mbo-today.nl

Studiebeurs voor instructeurs in het mbo Vanaf augustus kunnen instructeurs in het mbo gebruikmaken van een studiebeurs om zich verder te bekwamen in hun werk.

Via de beurs kunnen instructeurs een bijdrage krijgen in de studiekosten of kan de school een vergoeding krijgen voor een te verlenen studieverlof. Sinds 2018 zijn er bekwaamheids­ eisen vastgesteld voor instructeurs

in het mbo. Deze eisen zijn in nauwe samenwerking met de beroepsvereniging van mbo-opleiders (docenten en instructeurs) opgesteld. Vanaf komend studiejaar kunnen instructeurs met behulp van een studiebeurs zich verder ontwikkelen. De beurs kan worden ingezet als vergoeding voor studiekosten (voor instructeurs) of voor de kosten van studieverlof (voor de mbo-instelling).

Aantal bbl-studenten stijgt door naar ruim 120.000 Dit studiejaar kent het mbo meer dan 120.000 bbl-studenten. Dat is bijna 14% meer dan vorig jaar.

De groeiende krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat steeds meer mbo-studenten kiezen voor een opleiding via de bbl-route. Uit cijfers van DUO blijkt dat het aantal bbl-studenten dit schooljaar is toegenomen tot ruim 120.000. Vorig schooljaar (2017-2018) ging het om ongeveer 108.000 studenten. De ontwikkeling van het aantal leerbanen hangt nauw samen met de economische conjunctuur. Op het dieptepunt van de crisis was het aantal leerbanen gedaald tot onder de 100.000. Sindsdien stijgt het aantal leerbanen geleidelijk weer. Voor de crisis (2009) waren er overigens meer dan 165.000 bbl-studenten. De groei van het aantal leerbanen

doet zich vooral voor in de zorg en de techniek. Beide sectoren kennen dit studiejaar zo’n 34.500 bblstudenten. In vergelijking met vorig jaar is dat een stijging van 27% (zorg) en 13% (techniek). Een groot deel van de bbl-studenten blijft na diplomering bij het leerbedrijf in dienst. Volgens Hannie Vlug van SBB heeft de combinatie van werken en leren voor beide partijen voordelen: ‘De student werkt vaak vier dagen in de week bij een leerbedrijf en gaat één dag in de week naar school. Hij of zij kan zo, verzekerd van een inkomen, een mbo-diploma halen. Voor werkgevers is een bbl-student met de juiste begeleiding al snel een waardevolle kracht. Het overgrote deel van de bbl-studenten blijft na diplomering zelfs bij het leerbedrijf in dienst.’

Op 30 januari ondertekenden dertien organisaties uit het mbo, het bedrijfsleven en de overheid het convenant ‘mbo-aanbod klimaattechniek’. In het document hebben de organisaties afspraken vastgelegd over het vernieuwen van de opleidingen die nodig zijn voor de klimaattransitie. Want om miljoenen woningen en kantoren te verduurzamen zijn goed opgeleide vakmensen nodig, die gebruik weten te maken van de noodzakelijke nieuwe technologieën. Werkgarantie

De klimaattransitie biedt het mbo de komende jaren gouden kansen, zo betoogde eerder klimaatgoeroe

Diederik Samsom. De mbo-scholen beloven nu in het convenant hun opleidingen snel aan te passen aan de nieuwe eisen. De werkgevers in de bouw zeggen van hun kant een werkgarantie toe voor iedereen die een klimaatopleiding afrondt. Het gaat dan niet alleen om jonge afgestudeerden, maar ook om zij-instromers. Na vijf jaar wordt de werkgarantie geëvalueerd.

Twente heeft vouchers voor leven lang leren Het Twents Fonds voor Vakmanschap heeft de komende jaren duizenden opleidingscheques in de aanbieding. Voor maximaal 5.000 euro kunnen geïnteresseerden een opleiding volgen.

In Twente maakt men werk van ‘leven lang leren’. Het Twents Fonds voor Vakmanschap biedt de komende jaren scholingscheques aan van maximaal 5.000 euro. Met zo’n ‘voucher’ kunnen geïnteresseerden een aanvullende opleiding volgen. De cheques zijn specifiek bedoeld voor mensen op mbo-niveau.

Elf miljoen

In totaal heeft het Twents Fonds voor Vakmanschap de komende vier jaar elf miljoen euro in kas. Met dat geld is het mogelijk duizenden mensen een bijscholing te laten volgen. Wie geïnteresseerd is in de scholingsvoucher krijgt allereerst een persoonlijk gesprek. Als de opleiding start, gaat de cheque rechtstreeks naar de opleider. Volgens de Enschedese wethouder Arjan Kampman (PvdA) is leven lang ontwikkelen belangrijk voor de Twentse economie: ‘Investeren in vakmanschap blijft een must

om de Twentse economie vitaal te houden. Daarom maken we het mogelijk om talent te ontwikkelen via dit fonds.’

‘Groenpact’ gaat tweede fase in De nauwe samenwerking tussen het groene onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid krijgt een vervolg. Met de tweede fase van ‘Groenpact’ willen de partners bevorderen dat de groene sector in Nederland mondiaal koploper blijft.

Tijdens de drukbezochte Groenpact Manifestatie blikten de partners terug op de resultaten die de afgelopen jaren zijn bereikt. Volgens Aeres-bestuurder Bastiaan Pellikaan, voorzitter van de regiegroep, is een belangrijke succesfactor dat naast onderwijs en overheid het bedrijfsleven volop meedoet aan de samenwerking. Hij benadrukte verder dat het bij

het groene onderwijs niet alleen meer gaat om land- en tuinbouw, maar ook om actuele thema’s als duurzaamheid, leefomgeving en voedselveiligheid. Kringlooplandbouw

Volgens minister Carola Schouten vormen de klimaatvraagstukken een grote kans voor Nederland. De koers is gericht op ‘kringlooplandbouw’, maar ze gaf toe dat dit ‘best een opgave’ is. Toch is ze optimistisch: ‘Nederland is klein, maar groot in het bedenken van oplossingen.’ Dat bleek bij de uitreiking van de Impactprijzen 2018. In de categorie mbo kwam het Nordwin College als winnaar uit de bus met het hoveniersproject ‘Oratorio of

a million souls’. Om de wilde bij te behouden is van duurzame en ecologische materialen een kunstzinnige korf gebouwd.


Interview

februari 2019

3

Interview met Ton Heerts, voorzitter MBO Raad

‘Het gros van het mbo is echt retegoed’ Ton Heerts, sinds twee jaar voorzitter van de MBO

O

ver de vraag of Ton Heerts hoogtepunten uit het afgelopen jaar kan noemen, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Het jaar begon prachtig met het Bestuursakkoord dat we in februari met de minister ondertekenden. In april kwam het voor het mbo zeer positieve Onderwijsverslag uit. Vooral over de groeiende kwaliteitscultuur binnen de onderwijsteams is de Inspectie lovend. Dan hadden we in september de nationale opening van het mbo-jaar met de koning, heel belangrijk voor het imago van het mbo. Ook zijn we natuurlijk blij dat we een nieuwe cao hebben, dat de vakwedstrijden een steeds stevigere plaats binnen het onderwijs krijgen en dat mbo-deelnemers voortaan studenten heten. En op het eind van het jaar hadden we de Dag van het MBO, met een prachtig gala en Desirée Hermandez als nieuwe landelijke ambassadeur. Ja, 2018 was een mooi jaar!’

Raad, blikt tevreden terug op een voor het mbo memorabel jaar. Hij zit vol plannen om het mbo in 2019 verder vooruit te helpen.

Is er nog wel toekomst voor niveau-2 opleidingen? ‘Werkgevers geven keer op keer aan dat zij behoefte houden aan werknemers met een opleiding op niveau 2. Natuurlijk verandert het werk snel, maar het verdwijnt niet. De vrachtwagenchauffeur van de toekomst is een soort piloot in een cockpit. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Maar het werk blijft wel bestaan.’ Moet er meer sturing komen op de studiekeuze van jongeren? ‘Voorop staat dat wie een mbo-diploma heeft zo goed als verzekerd is van een baan. Dat geldt ook voor opleidingen die op het eerste oog minder gewild zijn. Bij creatieve opleidingen leren studenten competenties waar in het bedrijfsleven veel vraag naar is. Natuurlijk moet je soms grenzen stellen. Helicon in Velp leidt elk jaar 24 schaapherders op, dat moeten er geen 240 worden. Zoveel schapen hebben we niet!’

Volgens de Keuzegids zou het moeilijk zijn om in Zuid-Holland een goede school te vinden. ‘Het gros van het mbo is echt retegoed. Dat heb ik ook het afgelopen jaar gemerkt bij mijn rondtocht langs tientallen scholen. Ook in Zuid-Holland zijn prima opleidingen te vinden, denk aan het Techniekcollege van Albeda en Zadkine. Het is leuk om lijstjes te maken, maar de Keuzegids moet er geen wedstrijd van maken. Natuurlijk zijn er verschillen tussen scholen, dat is logisch, de omstandigheden zijn vaak heel anders. De verruwing van de samenleving zie je bijvoorbeeld vooral in de grote steden terug op school. Maar dat neemt niet weg dat het mbo de kwaliteit steeds beter op orde heeft. Het programma Focus op Vakmanschap, met veel aandacht voor de basiskwaliteit, heeft succes gehad.’

Er was in 2018 veel discussie over het lerarenregister. Bent u nog een voorstander? ‘Dat is echt aan de docenten zelf. Investeren in professionalisering is altijd goed. Maar we hebben daar al veel voor afgesproken: een professioneel statuut, een cao, medezeggenschap. Als een register van niemand is, zie ik geen meerwaarde. Daar komt bij dat aan docenten in het mbo heel andere eisen gesteld worden dan aan een leraar in het primair onderwijs. Kenmerkend voor het mbo is de samenwerking in een onderwijsteam, waar naast docenten bijvoorbeeld ook instructeurs werkzaam zijn en zij met elkaar de taken verdelen. Eén register voor po, vo en mbo is dus lastig.’

Wat kunnen we in het nieuwe jaar verwachten? ‘We zitten vol plannen. We gaan verder met het programma Sterk Beroepsonderwijs, waarbij het mbo nauw samenwerkt met het vmbo. Ook willen we stimuleren dat leerlingen de mogelijkheid krijgen om van 3 havo over te stappen naar een mbo-4 opleiding. Voor jongeren die de praktijk in willen, is dat een gouden keuze. In het mbo komen zij veel sneller in aanraking met the real world. Voor sommigen is dat echt aantrekkelijker dan nog twee jaar theoretisch onderwijs. Ook willen we samen met het hbo de associate degrees uitbouwen. En natuurlijk willen we de doorbraak in het leven lang ontwikkelen in 2019 echt realiseren.’ Waarom is het skills-akkoord over leven lang leren nog niet tot stand gekomen? ‘De doorbraak rond leven lang ontwikkelen is al een paar keer door het kabinet aangekondigd, maar – eerlijk is eerlijk – nog niet gerealiseerd. Toch zie ik genoeg positieve ontwikkelingen. Zo start begin volgend jaar in Twente een initiatief waarbij werkzoekenden een opleidingsvoucher van 5.000 euro krijgen, betaald door scholen, werkgevers en

diploma cursorisch onderwijs in een mix van praktijk en theorie.‘

Komt er in 2019 eindelijk duidelijkheid over de rekentoets? ‘Dat hoop ik wel. Samen met de beroepsvereniging van docenten hebben we onlangs een stevig standpunt ingenomen: wij zijn voor een rekentoets die meetelt voor het examen. In bijna ieder beroep kom je in aanraking met rekenen. Wie een mbo-diploma behaalt, moet dus een bepaald rekenniveau beheersen. Het is prima dat scholen, met behulp van een toetsenbank, zelf hun rekenexamens mogen maken. Zo’n landelijke toetsenbank vinden we samen met de VO-raad nodig om nog enige homogeniteit in de examens te behouden.’

overheden. Een individuele leerrekening voor alle werkenden is een prachtig idee, maar die rekening moet wel gevuld worden. We gaan in 2019 hiermee verder, we laten dit idee niet los!’ Welke rol kunnen mbo-scholen spelen bij het bestrijden van werkloosheid? ‘Wij zijn voorstander van een scholingsplicht voor werkzoekenden. Wie een uitkering heeft,

kan op kosten van de samenleving een opleiding volgen. Naast de Algemene Ouderdoms Wet zou er een tweede AOW moeten komen, de Algemene Onderwijs Wet. Tot 27 jaar heb je recht op onderwijs, na je 67e heb je recht op een AOW-uitkering. In de tussenliggende jaren werk je, waarbij je af en toe een bijscholing volgt. Het mbo kan daar een perfecte rol in spelen, met na het behalen van een beroeps-

Tot slot: hoe staat het met de in het bestuursakkoord aangekondigde ‘brigade’ die overbodige regels gaat opruimen? ‘Daar beginnen we volgend jaar mee. We werken nauw samen met de beroepsvereniging van docenten en de vakbonden. Het is belangrijk dat regels die innovatie in de weg staan worden opgeruimd. We weten niet precies wat het gaat opleveren, maar we vinden het belangrijk dat docenten en instructeurs alle ruimte krijgen om het beroepsonderwijs steeds beter te maken.’


4

Vakwedstrijden

de MBO·krant

Manon Sprenkeler studeerde Media Vormgeving aan Rijn IJssel in Arnhem. Ze behaalde een mooie 4e plaats op het onderdeel Grafisch Ontwerpen tijdens EuroSkills in Boedapest. Daarnaast won ze op de Dag van het mbo in november de prestigieuze Berg Award. De MBO•krant sprak met Manon, haar docente Bea van den Brink en haar trainer Nick Lumatalale over de ontwikkeling die deze vaktopper maakte.

‘Skills bereidt studenten voor op de beroepspraktijk’

D

eelname aan de Skills-wedstrijden heeft nogal wat betekend in het leven van de voormalig studente van Rijn IJssel. Naast de 4e plaats in Boedapest en de Berg Award die ze in Apeldoorn mocht ophalen, heeft ze een boek op haar naam staan. Inmiddels is ze een veelgevraagd spreker en de trotse eigenaresse van een goedlopend eigen bedrijf.

Gegroeid

‘Voor ik aan de wedstrijden meedeed, was ik best onzeker’, vertelt Manon. ‘Ik was ook helemaal niet gewend om voor publiek te spreken, wat ik nu veel doe. Door de wedstrijden en alles wat daarna kwam, heb ik in een korte tijd heel veel geleerd. Ik ben gegroeid als vormgever en als mens.’ Haar leertraject leverde zelfs een boek op. ‘Ik kwam terug in Nederland en besloot mijn ervaringen op te schrijven. In eerste instantie vooral voor mezelf, zodat ik het terug kon lezen. Jos de Goey (WorldSkills Netherlands) kreeg het boek in handen en zo steeg de oplage gestaag; van veertig naar uiteindelijk 950. Dat boek kwam bij alle ROC’s en mbo-opleidingen terecht. Daardoor krijg ik veel uitnodigingen om te komen spreken. In februari doe ik zelfs een heuse tour langs scholen om mijn verhaal te vertellen en studenten te inspireren.’ Presteren en presenteren

Haar trainer en haar docent aan het Rijn IJssel onderschrijven de groei die Manon doormaakte. Docent Bea van den Brink: ‘Manon stak er al vanaf het eerste jaar bovenuit. Het was goed voor haar ontwikkeling dat ze zich kon meten met de besten van Nederland en

Europa. Vakwedstrijden als Skills – en eigenlijk je hele carrière – draaien om het pakken van kansen als ze zich voordoen. Manon deed en doet dat volop.’ EuroSkills Team NL-expert Nick Lumatalale begeleidde haar voor en tijdens de wedstrijden in Boedapest: ‘Manon is erg initiatiefrijk. De technische aspecten van de ontwerpen voor de drukker zijn bijvoorbeeld heel belangrijk in ons werk. Naar aanleiding van het doornemen en bespreken van bestaande opdrachten van internationale wedstrijden, heeft ze op eigen initiatief ook drukkerijen bezocht. Maar bij vakwedstrijden heb je aan technische kennis en vaardigheden alleen niet genoeg. Je moet presteren onder druk. Daar heb je

Skills-wedstrijden zijn voor studenten een realitycheck

Vakwedstrijden

Vakwedstrijden voor

vmbo

mbo

In beroepsrichtingen/profielen

10 profielen

57 beroepen

Database wedstrijdopdrachten 120

585

Samenwerking onderwijs en bedrijfsleven ja

ja

Opdrachten gebaseerd op laatste ontw.

KD

eindtermen vmbo

Beoordelingssystematiek/toetsing Formatief Formatief

andere kwaliteiten voor nodig. Manon heeft een sportachtergrond, ze is gewend om mee te doen aan competities. Dat zag ik terug.’ ‘Je moet doorzettingsvermogen hebben, durven presteren en jezelf durven presenteren. Manon heeft die kwaliteiten’, voegt Bea toe. ‘Een vakwedstrijd is een goed moment en een goede manier om als student zicht te krijgen op de eisen van de beroepspraktijk’, zegt Nick. Bea vindt dit ook: ‘We zijn natuurlijk heel trots op Manon. Haar prestaties zijn mooie pr voor de opleiding en voor het Rijn IJssel. Maar het belang van Manons prestaties en de Skills-wedstrijden is vooral heel groot voor de studenten. Voor hen zijn ze een reality check. Studenten denken dat ze veel tijd hebben. Maar als een opdracht binnen vijf uur af moet zijn, zijn ze vaak veel tijd kwijt met het bedenken van het idee. Ze vergeten dat ze het ook nog moeten uitvoeren. We drukken ze voortdurend op het hart dat deadlines hard zijn maar dat kunnen we eindeloos zeggen; pas als ze het echt ervaren begrijpen ze het ook.’ Boodschap

Terug naar Manon, de persoon waar het hier uiteindelijk allemaal om draait. Wat wil ze studenten en docenten meegeven? ‘Ik kan studenten aanraden om mee te doen met Skillswedstrijden. Om te (laten) zien wat je kunt, je vaardigheden te ontdekken en jezelf te ontwikkelen. Wat Nick en Bea ook al zeiden: je leert

Aantal deelnemende scholen in 2018-2019 133

53

Aantal deelnemende opleidingen in 2018-2019 536

781

Aantal deelnemers in 2018-2019

> 10.000

> 20.000

Gemid. voorbereiding docent voorronde

20-30 uur

40 uur

Bijdrage deelname bekostigd door OCW

Subsidie

Regeling scholen

Meerwaarde Vakwedstrijden dagen het talent uit van (v)mbo-jongeren waardoor ze groeien in vakvaardigheid en als persoon. Deelnemen tot en met de finales levert een groei op van 20% tot 30% bij studenten. Zelfvertrouwen, gedrevenheid, motivatie en bereidheid om te leren en te oefenen nemen toe. Door de praktijknabootsing in de wedstrijden weten ze beter wat een bedrijf

echt omgaan met druk, om snel en efficiënt te werken. Op school heb je vaak twee weken voor een logo, dat moet in een wedstrijd binnen een paar uur. Tijdens mijn lezingen en in het boek houd ik andere studenten altijd voor dat ze ervoor moeten gaan, er iets van moeten maken. Ook als je denkt dat je minder goed bent of wanneer je minder hoge cijfers haalt: je kunt altijd groeien. Maar doe wat je leuk vindt, je moet nog lang genoeg werken!’ Manon heeft

van hen verlangt. Ook trots en waardering voor de prestaties van de student neemt toe op school, bij docenten, ouders en verzorgers. Finalisten zijn rolmodel voor de school. Docenten krijgen door vakwedstrijden meer kennis van de praktijk, zien innovaties van het bedrijfsleven en wisselen onderling kennis en ervaringen uit.

tot slot nog een belangrijke boodschap. ‘Het minderwaardigheidscomplex van het mbo moet echt verdwijnen’, zegt ze stellig. ‘Vooral de omgeving en ouders moeten stoppen met het opvoeren van de druk om het mbo niet als een volwaardig eindstation te zien, om de gang naar het hbo als een must te beschouwen. Dat is helemaal niet nodig. Het mbo heeft heel mooie opleidingen. Het is zeker vaktechnisch een prima basis voor je carrière.’


Verslag

februari 2019

5

Minister Van Engelshoven in gesprek met docenten

‘Ontwikkel en denk mee!’ Minister Ingrid van Engelshoven sprak onlangs op het Wellantcollege uitgebreid met mbo-docenten. Aan de orde kwamen thema’s als de urennorm, de werkdruk en de kwaliteitsafspraken. ‘Wij willen graag dat ons beleid aansluit bij jullie praktijk. Daarom zijn dit soort gesprekken zo belangrijk.’

‘I

k vind het erg fijn dat jullie hier tijd voor hebben vrijgemaakt’. Het is een welgemeende conclusie van minister Van Engelshoven nadat zij twee volle uren met docenten heeft gesproken. De aanwezige docenten, onder wie een groot aantal ambassadeurs van de Beroepsvereniging Opleiders MBO (BVMBO) vinden het op hun beurt bijzonder dat de minister zo ruim de tijd heeft genomen. Deze ochtend heeft zij onder meer vele verhalen over werkdruk gehoord. Verhalen over administratieve last, over de vele wijzigingen in het mbo (‘De ene verandering is nog niet geïmplementeerd, of de volgende dient zich al aan’, aldus een docent). Toch klagen de aanwezige opleiders niet. Dat heeft alles te maken met de intrinsieke motivatie waarmee zij hun werk doen. Elk verhaal over werkdruk is ook een verhaal over de passie voor het docentschap.

Discuswerper

Neem bijvoorbeeld de wijze waarop docent Ton zijn werk omschrijft: ‘Ik ben docent omdat ik een passie heb voor onderwijs en het begeleiden van jongeren. Maar het is wel topsport. Ik vergelijk het wel eens met atletiek. Ik ben docent discuswerpen. Daarnaast heb ik tal van neventaken: ik moet ook speerwerpen, horden-

‘Jullie zijn geen docent geworden om al dat papierwerk te doen’

lopen en verspringen. Vaak ben ik tot laat in de avond bezig. Maar de passie blijft.’ Tot de neventaken van Ton behoren onder andere administratieve en ondersteunende taken. Terwijl de kennis, kunde en passie van docenten primair liggen bij het lesgeven, het begeleiden van jongeren naar de arbeidsmarkt. De docenten willen vonken, niet vinken. ‘Ik heb eigenlijk een secretaresse nodig’, aldus Ton. 20 uur

Het is een ontboezeming die alle aanwezige docenten onderstrepen. Aan de lessen en de begeleiding van jongeren die het niet altijd even gemakkelijk hebben, hebben de opleiders werk genoeg. Ondersteuning, bijvoorbeeld van een onderwijsassistent of administratieve kracht, is dan ook bij allen wenselijk. Ook mag het aantal uren voor de klas wat minder. ‘In het vo sta je maximaal 20 uur voor de klas, ik sta er 27 uur’, vertelt een van de aanwezige opleiders. ’Ik heb moeders van vijftien jaar in mijn klas! Geloof me: ‘s avond ben ik afgedraaid.’ Een tweede docent voegt toe: ‘Je moet nu eenmaal al die lessen voorbereiden. Daarnaast heb je LOB-gesprekken. En dan moet je ook nog bijvoorbeeld een bpv-formulier invullen. Het is een militaire operatie om dit allemaal soepel te regelen. ‘Daar zou dan inderdaad iets aan moeten veranderen’, beaamt de minister. ‘Jullie zijn geen docent geworden om al dat papierwerk te doen en steeds te checken of het klopt. Bovendien moet je thuis ook een beetje prettig gezelschap zijn, toch?’

Ruimte en vertrouwen

Naast meer ruimte, mag er ook meer vertrouwen komen. Niet zozeer vanuit de overheid: Van Engelshoven benadrukt meerdere malen dat het bij uitstek de docenten zijn die het onderwijs maken en naar een hoger plan kunnen tillen. Toch blijken bijvoorbeeld maar weinig docenten betrokken te zijn geweest bij het opstellen van de kwaliteitsafspraken. ‘Bij mijn school zijn prima afspraken gemaakt, hoor’, laat docente Gezina weten. ‘Maar niet door docenten: het College van Bestuur en het management hebben dit op zich genomen. We hebben wel de vraag gekregen of we mee willen praten. Dat had ik wel gewild, maar dan geef je het signaal af dat je geen vertrouwen hebt in het management. En dat heb ik juist wel. Ik wil de goede band met het management niet schaden.’ Docente Jeanette heeft een meepraatsessie gehad. ‘We hebben wat ideeën op een flipover gezet. Maar daar is het bij gebleven. Terwijl wij docenten structureel zouden moeten kunnen meedenken.’ ‘Helemaal mee eens’, haakt docente Jolanda in. ‘Je kunt je wel verbinden aan de afspraken, maar dan ben je geen eigenaar. En dat is wel belangrijk voor de uitvoering, want eigenaarschap leidt tot betere kwaliteit. De dialoog met

de docent moet meer geborgd en gefaciliteerd worden, maar dat is nu niet vanzelfsprekend.’ Pleisters plakken

Uit de verhalen van de docenten komt ook naar voren dat veel bestuurders ‘bang’ lijken voor de inspectie en daardoor de docenten niet de ruimte durven te bieden. ‘Zo hadden wij laatst een voorstel ingediend om de onderwijstijd anders in te richten’, vertelt een van de docenten. ‘Het was een sterk, goed uitvoerbaar voorstel met onder meer andere digitale werkvormen en internetopdrachten. Het was anders dan anders. Collega’s moesten dus even wennen. En de waardering van de studenten daalde ietwat. Het was niet veel, een paar procentpunten maar. Toch raakte het bestuur in paniek: “Straks hebben we een lage ranking!”. Het moest toch weer anders, want die waardering moest weer omhoog. We hebben nog geopperd dat we meer tijd nodig hadden om het te laten uitkristalliseren. Dat is toch beter dan pleisters plakken?

‘Blijf die ruimte nemen, laat zien dat je goede plannen hebt’

Maar die tijd en ruimte kregen we niet…’ ‘Die benchmarkcijfers dienen toch vooral als een trigger om met elkaar in gesprek te gaan?’, reageert de minister. ‘Zij zijn niet bedoeld om je ergens op af te rekenen. En je moet oppassen met het vergelijken van jouw school met andere scholen, want er zijn grote onderlinge verschillen. Blijf die ruimte nemen, laat zien dat je goede plannen hebt. Dan groeit het vertrouwen vanzelf.’ Sterke beroepsgroep

De minister krijgt door de gesprekken een goed beeld van wat docenten bezighoudt. Wat hun drijfveren zijn, maar ook welke obstakels ze tegenkomen. Ze stelt veel vragen, noteert opmerkingen en stelt na afloop van de gesprekken dat ze blij is met de input. ‘Jullie mening doet er beslist toe’, aldus de minister. ‘Ik wil graag dat mbo-docenten een sterke beroepsgroep vormen en meedenken en mee-ontwikkelen. Daar moet ook ruimte voor zijn. Ik heb zelf één keer voor de klas gestaan. Dat was ontzettend hard werken. Je kunt geen moment inzakken. Wij willen graag dat ons beleid aansluit bij jullie praktijk. Daarom zijn dit soort gesprekken zo belangrijk. Vandaag heb ik van jullie kunnen horen hoe jullie ons beleid ervaren. En daar ben ik jullie erg dankbaar voor!’


6

Blik op de toekomst

de MBO·krant

Toekomstbestendig beroepsonderwijs De wereld ontwikkelt zich sneller dan ooit tevoren, vooral dankzij informatietechnologie. Robotisering bedreigt veel bestaande banen en manieren van werken. Het mbo kan daarop inspelen door nadruk te leggen op typisch menselijke eigenschappen, vertelt Perttu Pölönen.

‘Veranderingen gaan zo snel dat het niet volstaat om het oude systeem aan te passen. We moeten het lef hebben om dingen radicaal anders te doen, ook in het onderwijs.’ Aan het woord is Perttu Pölönen. Hij is een van de ‘25 under 25’ op de lijst van Nordic Business, oftewel een van de 25 meest veelbelovende en meest succesvolle mensen uit Noord-Europa onder de 25 jaar. Zo jong als hij is, adviseert hij anderen hoe ze zich het best kunnen voorbereiden op de toekomst. Zo brengt hij zijn eigen boodschap in de praktijk: dat de nieuwe generatie niet alleen leert van de gevestigde orde, maar ook andersom. Pölonen: ‘Kinderen verwerven nu vaardigheden die je ze niet aangeleerd hebt. En veel van de vaardigheden van de huidige volwassenen hebben zij niet meer nodig.’ Informatietechnologie versnelt veranderingen

Pölonen bestudeerde die snelle veranderingen van dichtbij aan de Singularity University op het NASA Research Park in Sillicon Valley

De jonge Fin Perttu Pölönen is trendwatcher, musicus én uitvinder. Op uitnodiging van WorldSkills Netherlands sprak hij over toekomstige ontwikkelingen en de effecten voor het beroepsonderwijs en jongeren op de ‘Dag van het mbo’, 19 november jl. in Apeldoorn.

- het kloppend hart van de informatietechnologie. ‘De grootste bedrijven van dit moment zijn allemaal techniekgiganten’, legt hij uit. ‘De ontwikkelingen in die branche verlopen exponentieel en dus razendsnel. De iPhone in je zak is 120 miljoen keer zo krachtig als de computer waarmee NASA in 1969 een mens op de maan bracht. Bovendien draaien alle nieuwe technieken om data, waardoor ze allemaal invloed op elkaar hebben. Dat levert producten op waar we ons dertig jaar geleden niks bij konden voorstellen, zoals de “antwoordmachine” Google Home.’ Focus op menselijke kracht

‘Aanpassen aan zulke radicale veranderingen doet pijn’, waarschuwt Pölönen. ‘We zijn bijvoorbeeld bang dat robots onze banen afpakken. En terecht: voor 2025 zal de helft van de huidige banen verdwijnen of veranderen. Maar terugvechten heeft geen zin. We moeten onze verbeeldingskracht gebruiken en op komende ontwikkelingen inspelen, ook in het onderwijs. Zo voorspelt een toonaangevende professor van de topuniversiteit Harvard Business School dat de helft van de Amerikaanse instellingen voor hoger onderwijs binnen 10 tot 15 jaar failliet gaat door concurrentie met online onderwijsbronnen. Om dat tij te keren, moeten we ons richten op de eigenschappen die ons mensen onderscheiden van robots. Die moeten we bij onszelf en onze jongeren versterken.’ Laat jongeren passie ontdekken

Meer informatie: www.perttupolonen.com.

Welke eigenschappen dat zijn? Pölönen: ‘Mensen zijn bijvoorbeeld goed in “gezond verstand”: redeneren met context. We hebben

nieuwsgierigheid, moraal, creativiteit, verbeelding en inlevingsvermogen. Nadeel voor het onderwijs is wel dat je al die eigenschappen niet kunt testen. Toch moeten we ze proberen te versterken. Leer studenten verhalen vertellen en communiceren. Leer ze experimenteren en improviseren: fouten maken levert juist vaak creatieve oplossingen op. Laat ze ontdekken waar hun passie ligt, want daar word je het best in. Ook volhouden is belangrijk. Jongeren lopen vaak snel achter trends aan, maar om echt iets te bereiken, is soms een project van meerdere jaren nodig. En confronteer ze met moderne techniek, zodat ze daar bewust en kritisch mee leren omgaan.’

Durf experimenteren vanuit nieuwe identiteit

‘We moeten ook anders naar onszelf leren kijken. Op de grote vraag “wie ben je?” antwoorden we nu vaak met onze functie – bijvoorbeeld docent. Maar als beroepen continu veranderen en verdwijnen, kun je daar je identiteit niet op bouwen. Wat blijft, is wat je concreet doet en waarom. Bijvoorbeeld dingen aan anderen uitleggen, hen inspireren en verbinden. Denk erover na wat jij kunt bieden dat online niet te vinden is. Daarmee kun je echt impact hebben. Juist nu. Niet alleen lokaal, maar wereldwijd. Wees niet bang om dingen te verliezen en durf te experimenteren!’

Conferentie Excellentie in het mbo Op 11 maart 2019 vindt in het Utrechtse Tivoli Vredenburg de conferentie ‘Excellentie in het mbo – kansen bieden, kansen pakken’ plaats. Tijdens deze conferentie wordt teruggekeken op vier jaar excellentieprogramma’s in het mbo en vooruitgekeken: hoe gaan de scholen excellentie duurzaam verankeren in het onderwijs, nu de financiële impuls van de overheid stopt?

Sinds 2015 heeft het ministerie van Onderwijs extra middelen ter beschikking gesteld om excellentie in het mbo te bevorderen. Scholen die voor deze extra middelen in aanmerking wilden komen, moesten hiervoor een excellentieplan opstellen. Het enthousiasme bleek groot: alle scholen dienden een plan in. MBO in Bedrijf beoordeelde, in opdracht van het ministerie van OCW, de plannen en keurde het gros goed, waardoor in het schooljaar

geven aan je oerverlangen een nieuwe wereld te ontwerpen. Lef om te gaan voor je dromen. Kennis om creatief te zijn. Positieve contexten die je morele kompas verankeren. Je talenten herkennen, erkennen en stimuleren is een spannend avontuur – laat het vooral een verbindend avontuur zijn!’ 2015-2016 meer dan zestig scholen aan de slag gingen met excellentie. Successen

Wat de scholen aan excellentieprogramma’s ontwikkeld en uitgevoerd hebben, is uitgebreid te zien en te horen tijdens de conferentie ‘Excellentie in het mbo – kansen bieden, kansen pakken’ op 11 maart. Dit gebeurt onder meer op de ‘Excellentiefair’, waarop studenten en docenten laten zien wat hun excellentieprogramma inhoudt en welke successen zij behaald hebben. Keynote van Marca Wolfenberger

Tijdens de conferentie kijken we niet alleen terug op de ‘parels’ die vier jaar excellentie heb-

ben opgeleverd, maar ook naar de toekomst. Centrale vraag daarbij is: hoe zorgen we er met elkaar voor dat excellentie duurzaam in het onderwijs wordt verankerd, nu de financiële impuls van de overheid stopt? Om dit onderwerp te verkennen, is Marca Wolfenberger, lector Hoger Onderwijs & Samenleving, gevraagd een keynote te geven. Zij zal haar visie geven op de ontwikkeling van excellentie in het mbo. ‘Je kunt een gelukzalig gevoel krijgen wanneer je je talenten in zet voor een betekenisvol leven en voor een betere wereld’, stelt Wolfenberger. ‘Maar welke talenten? En hoe geef je onderwijs waarin excellentie duurzaam verankerd is én afgestemd op de samenleving? Zelfkennis en zelfzorg zijn dan nodig, net als verbinding met de mensen om je heen. Moed om gehoor te

Inspiratiesessies en masterclasses

Naast het plenaire programma zijn er ook nog diverse inspiratiesessies over de samenhang tussen excellentie en innovatie, duurzaamheid, professionalisering en internationalisering. Ook zijn er drie masterclasses: van Arjen van Dijk, directeur van Feniks Talent in Utrecht, een voorziening voor hoogbegaafde drop-outs, van ‘Global Sustainopreneur’ Dennis Dorpmans en van Irene van de Spoel, lerarenopleidster en eigenaar van Today’s Teaching Tools. De conferentie wordt mede ondersteund door MBOe, de voortzetting van het netwerk Excellentie mbo. Meer informatie? Kijk dan op www. mboe.nl.


PPS

februari 2019

7

Een voorbeeld van een businessmodel, afkomstig uit Businessmodellen voor publiek-privaat samenwerken van Katapult. Je kunt deze publicatie downloaden op wijzijnkatapult.nl.

Het is een belangrijk thema bij elke samenwerking: eigenaarschap. Dat geldt zeker bij publiek-private samenwerkingen (PPS). Van wie zijn de ‘producten’ – lesmateriaal bijvoorbeeld – die de samenwerking oplevert? Tegen welke prijs kunnen de partners gebruik maken van dit materiaal? En wat voor kostenplaatje krijgt een geïnteresseerde derde partij gepresenteerd? Het zijn vragen die je kunt verkennen als je samen een businessmodel opstelt, vertelt Marcel Creemers (CITAVERDE College).

Het businessmodel:

leidraad voor een stabiele koers van je PPS

E

en langdurig samenwerkingsverband kun je niet aangaan zonder een gezamenlijke stip op de horizon. Alle partijen zijn immers gebaat bij een stabiele koers. Dichttimmeren is hierbij niet aan de orde: er moet ook ruimte zijn voor innovatie. Zaak is wel om afspraken te maken voor een langere periode, onderstreept Marcel Creemers, directeur Bedrijfsopleidingen CITAVERDE College en in die hoedanigheid al vele jaren vertoevend op het snijvlak van onderwijs en bedrijfsleven. ‘Het duurt immers meestal twee tot drie jaar voordat een samenwerking is bestendigd. In het begin kun je best wat activiteiten doen om op te starten, maar de acceptatie, het vertrouwen en de opschaling hebben tijd nodig. Dat heb je echt niet binnen een half jaar geregeld. Je moet beleidsmatig een stabiele koers varen. En daarvoor kun je het beste een businessmodel als onderlegger gebruiken.’

Businessmodel

Creemers maakt deel uit van een projectgroep van Groenpact – een intensief samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid om het groene kennis- en innovatiesysteem in Nederland verder te versterken. Met deze projectgroep heeft hij een pilot op het gebied van PPS gehouden. Daarbij zijn voor vier verschillende casussen – een korte cursus, een certificaat, een keuzedeel en een modulair opgebouwde opleiding – businessmodellen opgesteld. De modellen gingen in op vragen als ‘Wie zijn je sleutelpartners?’, ‘Wat worden je kernactiviteiten?’, ‘Welke doelgroepen heb je?’ en ‘Wat worden je waardeproposities?’. De modellen dwingen je ook na te denken over je kostenstructuur en de geldstromen. ‘Om daar zinnige antwoorden op te geven, moet je weten wat een ieder nou zo belangrijk vindt, hoeveel geld men ervoor over heeft en bijvoorbeeld ook hoeveel mensen men kan leveren’,

legt Creemers uit. ‘Je gaat van wensenlijst naar urgentielijst en legt zo het fundament voor je plan om een gedeelde uitdaging aan te gaan.’ Groeimodel

Gedurende de samenwerking fungeert het businessmodel als leidraad. ‘Het is een groeimodel dat je af en toe tegen het licht moet houden’, onderstreept Creemers. ‘Benaderen we onze doelgroepen wel op de juiste manier? Zijn er sleutelfiguren die nu nog geen rol spelen, maar wellicht wel een belangrijke bijdrage kunnen leveren? Je kunt het vergelijken met de bouw van een huis: je hebt een idee van hoe het gebouw eruit komt te zien, maar het kan ook nog net wat luxer afgebouwd worden. Of groter worden. Dat pas je in je plannen aan, terwijl het fundament hetzelfde blijft.’ Wederkerigheid

Het is ook een prima instrument om de wereld van het onderwijs en de wereld van het bedrijfsleven bijeen te brengen’, stelt Creemers. ‘Door samen het model in te vullen, proef je van elkaars cultuur. Je krijgt inzicht in de drijfveren en de wensen van de ander. Hierdoor ga je, als vertegenwoordiger van het onderwijs, begrijpen waarom het bedrijfsleven iets vraagt en vice versa. Door deze wederkerigheid kom je dichter tot elkaar. Je ziet dan ook dat de belangen van de een nauwelijks verschillen van de belangen van de ander. Alleen: ze komen vanuit een ander perspectief. Bij het opstellen van een businessmodel probeer je dan ook de gedeelde uitdaging vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Wat heeft elke partij – de school, het bedrijf, de deelnemer aan de cursus of opleiding – eraan? Nu, en in de toekomst.’ Eigenaarschap

Om gezamenlijk tot een stevig businessmodel te komen, voerde de projectgroep (Helicon,

CITAVERDE College, bedrijven) mooie gesprekken, onder andere over het onderwerp ‘eigenaarschap’. Ook daarbij speelt het businessmodel een essentiële rol: het model schept duidelijkheid, want er staat in wie wat doet en wie wat betaalt. ‘Zo hebben wij hier een eigen digitale leeromgeving ontwikkeld’, vertelt Creemers. ‘Dat hebben we met eigen geld gedaan. Logisch dus dat wij hier eigenaar van zijn. Verder zijn er bijvoorbeeld additionele hostingkosten. De content voor het online lesmateriaal dat je in de leeromgeving plaatst kan van twee partijen komen, bijvoorbeeld van onze school en van Helicon. De auteursrechten van deze content blijven bij degene die het aanlevert. We hebben afspraken gemaakt tegen welke vaststaande prijs iemand gebruik kan maken van het lesmateriaal. Voor Helicon, onze eigen locaties en bedrijven die mee ontwikkeld hebben, geldt een gereduceerd tarief: zij betalen vooral de kosten voor de hosting en technisch concept. Derden kunnen ook gebruik maken van het materiaal, want wij vinden dat hetgeen wij maken niet exclusief voor ons is. Als ik iets ontwikkel voor honderd man in de regio, maar elders in het land zijn er nog een paar honderd die hier baat bij hebben, waarom zou ik het dan ook niet voor hen beschikbaar maken? We hoeven toch niet overal in het land het wiel opnieuw uit te vinden? Vandaar dat we derden tegen een ietwat hogere prijs gebruik laten maken van ons materiaal. Het is een redelijke prijs, waarmee we onze investering terug kunnen verdienen én die ons in staat stelt om innovaties te doen.’

ook niet de hoofdprijs. Als we een redelijke vergoeding voor onze inspanning terugkrijgen om nieuwe initiatieven te ontplooien, is dat voor mijn school afdoende. We hebben hierbij het liefst dat een deel van de opbrengsten terugvloeit in het samenwerkingsverband. Je bouwt dan een innovatiefonds op, dat je kunt inzetten voor snelle interventies, de financiering van kleinschalige projecten of de cofinanciering van grote initiatieven. Het is dan niet nodig dat je steeds weer bij alle partijen aanklopt als je iets gezamenlijk wilt opzetten. Opbrengsten hoeven overigens niet per se in de vorm van geld te zijn; het kan ook in de vorm van kennis of bijvoorbeeld apparatuur. Want ook daarbij is een PPS uitermate gebaat. Daarover kun je dus ook afspraken maken, die je – en dat spreekt nu wellicht voor zich – in het businessmodel vastlegt.’

Innovatiefonds

Meer info: www.groenpact.nl.

Dat laatste vindt Creemers cruciaal. ‘We gaan niet als Sinterklaas alles cadeau geven, maar we vragen aan derden

Groenpact in het kort In Groenpact slaan bedrijfsleven, onderwijs en overheid de handen ineen om het groene kennis- en innovatiesysteem in Nederland verder te versterken. Samen werken ruim 40 partijen aan het realiseren van de gezamenlijke ambitie om internationaal voorloper te blijven in het oplossen van mondiale en regionale vraagstukken op het gebied van voeding, duurzaamheid en leefbaarheid. Groenpact heeft 6 actielijnen: innovatie, arbeidsmarkt, internationaal, cross-overs, Leven Lang Leren en imago. In elke actielijn worden pilots gehouden.


8

Practoraat in praktijk

de MBO·krant

✒ Onderwijs, onderwijs, onderwijs!

5 vragen aan:

Martijn van Schaik (Scalda)

Hybride onderwijs verbindt verschillende leeromgevingen Voor de tweede editie van de serie over practoren en hun practoraat sprak de MBO-krant met Martijn van Schaik. Martijn is als practor verbonden aan Scalda en het Centrum voor Top Techniek (CTT). Het practoraat heeft de naam ‘Hybride onderwijs’. Wat betekent hybride onderwijs voor en volgens Martijn, wat is het doel van het practoraat en welke toekomstplannen heeft hij ermee?

Wat betekent hybride onderwijs voor jou? ‘Hybride onderwijs gaat over het combineren van leeromgevingen. De term is afkomstig uit het proefschrift van Ilya Zitter uit 2010. Daarin geeft ze een mooi voorbeeld van hybride onderwijs, van de opleiding horeca. De studenten krijgen snij- en kookles in het instructielokaal, ze leren hoe ze een menu opstellen en lopen stage in een restaurant. Al die verschillende leeromgevingen komen samen in het samenstellen en koken van een kerstmenu voor de ouders. Dit is bij uitstek een verbinding van verschillende leeromgevingen, daar gaat het om bij hybride onderwijs.’ Wat is het doel van het practoraat? ‘Het doel is het ontwikkelen van hybride onderwijs binnen de vakmanschapsroute. Dat doen we samen met docenten, begeleiders en het bedrijfsleven. Het practoraat is verbonden aan het Centrum voor Top Techniek in Terneuzen. Voor de doorlopende leerlijn vmbo en mbo-

onderwijs ontwikkelt het centrum vakmanschaps- en technologieroutes. Daar komen genoeg uitdagingen bij kijken die niet per se samenhangen met hybride onderwijs op zich. We werken bijvoorbeeld met zeer uiteenlopende bedrijven, met een grote multinational als Dow Chemical, maar ook met kleine klusbedrijven. Die culturen verschillen enorm.’ Wat zijn de resultaten tot nu toe? ‘Het is lastig om concrete resultaten aan te wijzen die zuiver op het conto van het practoraat komen. Paradoxaal gezien is misschien wel het meest sprekende resultaat dat ik regelmatig hoor van mensen dat ze het practoraat te weinig zien. Dat betekent in elk geval dat ze weten dat het bestaat, maar dat ze meer opbrengsten willen zien! Niettemin is er binnenkort een heel zichtbaar resultaat. Ik heb een groepje leerlingen de opdracht gegeven om een app door te ontwikkelen die ik weer ga gebruiken voor het verzamelen van data voor mijn onderzoek. Die app moet de interesses en keuzes van studenten binnen en buiten de schoolomgeving in kaart brengen, door hen gedurende de dag te vragen wat ze doen. Onderdeel van hybride leren is namelijk zeker ook de ervaringen van studenten buiten school(tijd). De keuzes en interesses van studenten komen vooral buiten school tot stand, via de link tussen hun privéleven en de school.’ Denk je dat hybride onderwijs een geschikt model is voor alle mbo-scholen? ‘De Onderwijsraad stelt in een onderzoek van december van vorig jaar dat het onderwijssysteem in ons land radicaal moet veranderen. De vroege selectie maakt dat

we studenten vroeg van elkaar scheiden. Dat is een probleem. Bovendien, 16 is nog steeds heel jong om een opleiding af te ronden. Als je meer intensieve samenwerking hebt, zoals in de vakmanschapsroutes of in doorlopende leerlijnen met een brede oriëntatie, is switchen makkelijker. Maar ik heb niet de pretentie dat hybride onderwijs voor alle scholen in alle andere Nederlandse regio’s dé oplossing is. In Zeeland waar de focus op een beperkt aantal sectoren ligt, werkt het goed. Maar in andere regio’s misschien niet.’ Wat zijn je plannen voor de komende tijd? ‘Dat zijn er drie, waarbij ik een onderscheid wil maken tussen de korte, middellange en lange termijn. Op korte termijn staat de lancering van de app waar ik het eerder over had centraal. Die is sterk praktijkgericht en past echt bij dit practoraat. Het tweede doel is meer onderwijskundig: het verbeteren van de hybride leeromgeving en die flexibeler maken voor studenten. Het derde plan is nog verder weg. Dat gaat om het beter begrijpen van de grenzen tussen leeromgevingen. Dan heb ik het over het verder brengen van de cultuurhistorische theorie in een onderwijskundige context. Die theorie staat aan de basis van het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO). Dat type onderwijs is er al jaren in tientallen scholen in het primair onderwijs, maar nauwelijks in het vmbo of mbo, terwijl het er volgens mij wel voor geschikt is. Ik wil kijken hoe we instrumenten uit OGO kunnen ombouwen voor vmbo en mbo. Verder wil ik vooral meegeven dat ik er heel veel plezier in heb. Ik kan nog jaren vooruit!’

De eerste maand van een vers jaar zit erop. De oliebollen zijn al lang op, de discussie over de ‘vuurtornado’s’ in Scheveningen is verstomd. Links en rechts blikken we vooral weer vooruit, waarbij het ‘Klimaat’, de ‘Brexit’, ‘Robotisering’ en ‘AI’ de belangrijkste invalshoeken zijn. Lezend en televisiekijkend besloot ik – een column in de MBO-krant schept verplichtingen – mij vooral te concentreren op bespiegelingen waarbij onderwijs in enigerlei vorm een rol speelt. Die aandacht bleek niet zonder succes. Sterker nog: verslag van alle opgedane kennis zou meerder pagina’s vergen. Maar een column kent nu eenmaal beperkingen, dus hier slechts een drietal voor het mbo relevante vondsten. In de eerste plaats Ahmed Aboutaleb: in de uitzending van ‘Jinek’ van 9 januari blikt hij terug op 10 jaar burgemeesterschap in Rotterdam. Als Eva hem vraagt wat hij als zijn grootste verdienste beschouwt, antwoordt hij: ‘Onderwijs, onderwijs, onderwijs’. Daaraan toevoegend dat die inzet voor beter onderwijs nog jaren moet worden voortgezet. Dit vanwege het gemiddeld lage opleidingsniveau in zijn stad en de overtuiging dat onderwijs het instrument is om emancipatie, integratie en succesvolle participatie te bewerkstelligen. Een tweede vondst betreft Willem Buiter (weet u nog: van die affaire met Heleen Mees!?), economisch adviseur en voorheen hoofdeconoom van de Citibank. In een behartigenswaardig interview (NRC 17-12-2018) gaat hij in op de mogelijke consequenties van de ‘Brexit’. Vooral bij een ‘no deal’ zullen deze, juist voor de EU, ernstig zijn. Op de vraag ‘Wat kunnen we doen?’ antwoordt Willem Buiter: ‘We moeten ophouden de jongeren voor alles op te laten draaien. We moeten levenslang beroepsonderwijs optuigen. Een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid. Een beleid om degenen die binnen zijn, ook daadwerkelijk te laten integreren.’ Mijn inziens raakt hij hier de kern van de doelstellingen van het mbo: een vak leren, een leven lang ontwikkelen en burgerschapsvorming in casu inburgering. Ten slotte Yuval Noah Harari in zijn lezenswaardige boek ‘21 Lessen voor de 21ste eeuw’. Wijzend op de consequenties van de AI en de Robotisering voorspelt hij een samenleving die niet meer op de huidige vorm van arbeid is gebaseerd. Menselijke werknemers zullen steeds nieuwe vaardigheden moeten leren en van beroep moeten veranderen. Overheden zullen levenslang beroepsonderwijs moeten financieren! Me dunkt: stof genoeg voor een (late) nieuwjaarsboodschap en liever nog voor proactief beleid op instellings- en politiek niveau in 2019 en later! Coleta van Buuren bit.ly/JinekAboutaleb bit.ly/NRCBrexitgevolgen bit.ly/21LessonsYuval http://bit.ly/NDMBOlevert


Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling

februari 2019

9

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) wordt nog vaak geassocieerd met iemand voor de klas laten vertellen over diens beroep en gesprekken voeren met je leerling of student over studie- of beroepskeuzes. Maar het is zoveel meer dan dat. Steeds meer scholen beseffen dit en zorgen voor een structurele aanpak van LOB waarin ook aandacht is voor het opdoen, duiden en gevolg geven aan werkervaringen, zien ook Marleen van de Wiel (Expertisepunt LOB) en bijzonder hoogleraar Marinka Kuijpers.

LOB biedt handvatten in een onzekere wereld

O

nze samenleving verandert en daarmee ook onze rol. We worden in toenemende mate geacht zelf de regie te nemen in ons leven en ons werk. Hiervoor moeten we keuzes kunnen maken. En dat kunnen we niet zomaar; we moeten het leren. ‘Dat gebeurt bij voorkeur al van jongs af aan op school’, stelt Marinka Kuijpers, bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (V) MBO’ aan de Open Universiteit en de ontwikkelaar van de vijf loopbaancompetenties. ‘In ons onderwijs zouden we de nodige handvatten moeten krijgen om mee te veranderen. De toekomst is onzeker, dus als je zelf regie moet nemen in je loopbaan, moet je wel weten wat je kunt, waar je hart ligt, et cetera. Want alleen dan kun je richting geven.’

hoe cruciaal de rol van de decaan, mentor of andere begeleiders in het vo en het mbo daarin is. ‘Het gaat om het kiezen van een keuzevak of een stage en dan terugkijken op je opgedane ervaring: wat vond je daar nou leuk aan, wat was minder?’, onderstreept Van de Wiel. ‘Als je het daar als begeleider elke keer over hebt met je leerling of student, dan leren die jongeren zichzelf steeds beter kennen en worden zij zich er ook bewust van wat zij kunnen doen met hun talenten, drijfveren en passie.’ ‘Om die ervaringen betekenis te geven, is echt begeleiding vanuit school nodig’, vult Kuijpers aan.

Verbeteren, verankeren en versterken

Dit leren de keuzes te maken voor al die kleine en grote stappen, noemen we Loopbaanoriëntatie en -begeleiding, kortweg LOB. ‘De afgelopen jaren hebben scholen, mede dankzij enkele stimuleringsprogramma’s, vorm gegeven aan LOB’, vertelt Marleen van de Wiel (Expertisepunt LOB). ‘Er is veel ontwikkeld, geïmplementeerd en aangejaagd. Er zijn veel ervaringen opgedaan en gedeeld. Nu zitten we in de fase van verbeteren, verankeren en versterken.’ Ervaringen

De scholen beseffen in toenemende mate hoe belangrijk LOB is en

Marinka Kuijpers: ‘Je levert als studie­ loopbaanbegeleider een cruciale bijdrage aan de loopbaan van je leerling of je student.’

‘Maar de taak van de begeleider gaat verder dan dit: je moet er vervolgens ook iets mee doen. Dit betekent dat je het onderwijs meer vraaggericht moet inrichten: je kijkt per student waarin deze zich wil ontwikkelen. Je hebt dan, naast het curriculum dat voor iedereen geldt, een punt waarop zo’n student zich kan profileren. Iets waarmee hij of zij een bijdrage kan leveren aan een omgeving die daar, net als de student, blij van wordt. Dit leren profileren, het leren onderzoeken van wat die bijdrage kan zijn, is LOB. Het is niet een lesje of methodiekje. Het zit door het gehele curriculum heen.’ LOB-Experience

‘Het is eigenlijk heel simpel: je weet pas of iets bevalt als je het echt hebt gedaan’, vertelt Van de Wiel. ‘En een ideale plek om in korte tijd heel veel te ervaren en uit te proberen, is de LOB-Experience tijdens Skills The Finals van 20 tot en met 22 maart in de RAI Amsterdam. Je kunt van het bezoek aan de Nederlandse kampioenschappen voor beroepen natuurlijk gewoon een leuk schoolreisje maken. Waarbij je een dag lang allerlei beroepen kunt bekijken en zelf aan de slag kan gaan met de meer dan 50 play your skillsactiviteiten, zoals het metselen van een muurtje of het besturen van een virtuele drone. Maar je kunt Skills The Finals ook echt benutten in je LOB-programma door vooraf met je leerlingen te bespreken wat je daar allemaal kunt zien en meemaken. Zij gaan dan meer gericht op pad en doen relevante ervaringen op die je later, in je lessen of in individuele

gesprekken, betekenis kunt geven. Wat viel je nou op? Waar ging je aandacht naar uit? Waarom vond je dat nou zo aansprekend? Essentiële vragen voor jongeren. En ondertussen kun je als LOB-professional zelf in workshops en masterclasses allerlei informatie krijgen over hoe je jouw leerlingen of studenten nog beter kunt begeleiden.’ Masterclass Marinka Kuijpers

Uiteraard mag Marinka Kuijpers als bijzonder hoogleraar niet ontbreken op de LOB-Experience. Zij geeft op Skills The Finals twee keer een workshop. ‘Mijn belangrijkste boodschap zal zijn: je levert als studieloopbaanbegeleider een

cruciale bijdrage aan de loopbaan van je leerling of je student. LOB is zoveel meer dan een begeleidingsgesprek. En dat ga ik ze ook zelf laten ervaren. Ik wil de workshopdeelnemers aan het denken zetten. Hen handvatten geven hoe je tot optimale LOB komt. Maar het begint altijd met de vraag: waarom zou je het doen? Wat levert ‘t je leerlingen of studenten op? Wat brengt het je school? En wat betekent het dan voor de inrichting van je onderwijs? Hoe willen we dat onze toekomst eruitziet? Wat voor werknemers hebben we dan nodig? Dat zijn LOB-vragen en dus vragen waar we nu een antwoord op moeten formuleren. Want als we een beeld hebben van die werknemer van de toekomst, dan heeft dat ook gevolgen voor het onderwijs. Als we het belangrijk vinden dat we onszelf een leven lang ontwikkelen, dan betekent dit dat we onze jongeren – alle jongeren – nu al daarop moeten voorbereiden: hoe kan ik, in een onzekere toekomst, gericht sturing geven mijn loopbaan?’

Aanmelden voor de workshop LOB: www.skillsthefinals.nl. Marleen van de Wiel: ‘Er zijn veel ervaringen en kennis opgedaan en gedeeld. Nu zitten we in de fase van verbeteren, verankeren en versterken.’

Op www.expertisepuntLOB.nl is nog meer informatie over LOB te vinden. Meer over de leerstoel van Marinka Kuijpers kun je vinden op www.leerloopbanen.nl.


10

Keuzedelen

de MBO·krant

#5 Nieuwe keuzedelen in the spotlight

Coaching bij voeding en beweging in de wellness

Positieve gedragsverandering

‘Op uitnodiging van vakblad ESTHE Magazine gaf ik bij de Jaarbeurs een presentatie over hoe je met een gezonde levensstijl je uiterlijke schoonheid kunt bevorderen. Dat begint met: gezond van binnen. Als je gezond eet, voldoende beweegt en bijvoorbeeld niet rookt, heeft dit invloed op je huid, nagels, haar, et cetera,’ vertelt Rosaline McDonaldRatering, vakdocent Leefstijlbegeleiding aan het Nova College én

Rosaline ontving een uitnodiging voor een gesprek van de opleidingen Uiterlijke Verzorging van het Nova College en ging daar natuurlijk op in. ‘De school bleek vooral behoefte te hebben aan vakkennis over hoe je nou een gezonde levensstijl overbrengt aan je studenten. En wel op zo’n manier dat ze het niet alleen in hun eigen leven zouden gaan toepassen, maar ook later, in hun eigen vak, inzetten om daadwerkelijk andere mensen hiermee te helpen’,

en

&

de rberei n voo

4.

3. b es lis s

1. v oo rst ad iu m

uitgang

voeren uit 5. volhouden

2.

ov

start

erw

egen 6.

te

g ru

va

l

De cirkel van gedragsverandering volgens McDonald en Snijders. Ontwerp: Natalia Agafonova.

De auteurs en vakdocenten Leefstijlcoaching Corrine Snijders-Caspers (links)

Heldere richtlijnen

De opleidingsmanager van het Nova College (Henk Teeuwen) voorzag beide dames van een heldere briefing en de te volgen richtlijnen behorende bij het specifieke kwalificatiedossier. ‘De richtlijnen waren duidelijk’, onderstreept Rosaline. ‘We hebben ze goed bestudeerd. Daarnaast hebben we een aantal gesprekken bij het Nova College gevoerd. Ook met studenten: we mochten vooraf drie workshops geven die ons veel inspiratie brachten. Lesmateriaal hadden we al volop: dat hebben we in de loop der jaren kunnen verzamelen bij trainingen en opleidingen die we al geven. Hierdoor konden we de diverse modules voor het keuzedeel uit onze eigen databank halen. Zij vormen de bouwstenen voor het keuzedeel. Totaalpakket

Het keuzedeel omvat 240 lesuren. Aan het eind van de opleiding kunnen de studenten een Persoonlijk Leefstijl Advies maken en uitvoeren op alle zogeheten BRAVO-onderdelen: meer Bewegen, niet Roken, matig met Alcohol, gezonde Voeding en voldoende Ontspanning. Voor de lessen hebben Rosaline en Corrine een lesboek geschreven dat op de modules van het keuzevak geënt is. Studenten kunnen de hele lesstof en alle opdrachten vanuit het boek volgen. De huiswerkopdrachten en praktijkopdrachten kunnen opgenomen worden in een digitale leeromgeving.

cirkel van gedragsverandering

ontwikkelaar van het keuzedeel. Eerder ontwikkelde Rosaline voor de beautybranche Leefstijlplan RosaLife (www.rosalife.nl). ‘Bij die presentatie waren ook studenten van het Nova College aanwezig. Die vonden het zo interessant, dat ze naar hun schoolleiding zijn gestapt en vertelden dat ze hierover meer wilden weten. Zo is het balletje gaan rollen.’

Wie in de wachtkamer van de tandarts de aanwezige glossy’s doorbladert of regelmatig een blik werpt op visueel georiënteerde social media als Pinterest of Instagram, kan niet anders concluderen dan dat een gezonde leefstijl hot is. De recepten voor eiwitshakes en workouts voor killer bodies vliegen om je oren. De eerste aanzet tot het keuzedeel ‘Coaching bij voeding en beweging in de wellness’ vond echter al jaren voor de hype plaats.

legt Rosaline uit. ‘Het gaat erom dat je een positieve gedragsverandering teweeg brengt. Met dat uitgangspunt ben ik samen met vakdocent en consultant Corrine Snijders aan de slag gegaan.’

‘Daarnaast hebben we een cursus gemaakt voor de docenten met natuurlijk een handleiding in de vorm van een Powerpoint met daarin notities, die naadloos aansluit bij het boek’, voegt Corrine toe. ‘We vinden het belangrijk dat de lessen aantrekkelijk en uitdagend zijn, zodat het onderwerp echt gaat leven. Daarom staan er in de handleiding naast het lesprogramma en de uitleg, ook actieve werkvormen die je in kunt zetten. Zo werken docenten bijvoorbeeld met de zogenaamde ’stapplaten’ waarbij je door op een genum-

cDonald — design by Natalia Agafonova

De teller van het aantal keuzedelen waarmee mbo’ers hun kennis en vaardigheden kunnen verbreden en verdiepen en zo nog aantrekkelijker worden voor de arbeidsmarkt, is de 1.000 al ruimschoots gepasseerd. En de keuze wordt al maar ruimer. In deze rubriek staat telkens een recent ontwikkeld keuzedeel centraal. Met in deze aflevering: Coaching bij voeding en beweging in de wellness.

en Rosaline McDonald-Ratering

Henk Teeuwen, opleidingsmanager Nova College: ‘Voeding staat meer en meer in de belangstelling. Het keuzedeel sluit bovendien goed aan op de kwalificatie van (allround) Schoonheidsspecialisten. Met ‘Coaching bij voeding en beweging in de wellness’ dragen we bij aan de bewustwording over een gezonde leefstijl en hoe voeding en beweging bijdragen aan die gezonde leefstijl, om te beginnen bij onze eigen studenten. We willen hen laten inzien dat gezonde voeding en voldoende beweging cruciaal zijn voor een gezonde leefstijl. Zij komen bijvoorbeeld te weten hoe ze informatie over gezonde maaltijden overdragen. Daarnaast leert de beginnend beroepsbeoefenaar om cliënten te coachen bij het bewuster bewegen, door concrete oefeningen aan te bieden.’

Vanessa Roemer, docent uiterlijke verzorging Nova College: ‘In het keuzedeel willen we aan studenten meegeven hoe belangrijk voeding en beweging is voor menselijk welbevinden. We leren hoe de student een bijdrage aan het leven van mensen levert, door ze te informeren en te begeleiden. Studenten vinden het lastig om zich te verplaatsen in de rol van coach omdat zijzelf nog drukdoende zijn met het verwerken van alle informatie. Ze weten, bij de start van hun opleiding, vrij weinig van goede voeding af. Ze staan dus nog niet boven de stof, laat staan dat ze al toe zijn aan het coachen van anderen. Dat blijkt in de praktijk ook lastig: studenten lopen allereerst relatief weinig stage in de Wellnesssector. Het merendeel van de bezoekers in die sector bestaat bovendien uit dagjesmensen. Dit maakt het bereik groot maar het effect minimaal. Nieuwe gewoontes leer je niet in één dag aan.’

merde plaat te stappen een cijfer geeft aan je gezondheid. Omdat er nog niks was voor dit vak, hebben we de kans gekregen en genomen om een totaalpakket te ontwikkelen, dat niet alleen de docent ontzorgt, maar ook een nieuwe vorm van lesgeven introduceert.’ Inmiddels kunnen bij Nova Haarlem drie docenten les geven op basis van de handleiding, de werkvormen en het lesboek. Essentieel

Begin van dit schooljaar is het keuzedeel geïntroduceerd. Zo’n dertig studenten hebben het gevolgd. Corrine: ‘Via de docenten krijgen we te horen dat het geen gemakkelijk keuzedeel is. We hebben de lat best

hoog gelegd. Maar de studenten vinden het wel erg leuk. Vooral omdat het actieve lessen zijn die in eerste instantie over de studenten zelf gaan. Door de werkvormen oefenen ze veel met elkaar en dat zorgt ervoor dat het onderwerp echt binnenkomt.’ De positieve feedback zingt rond: diverse andere mbo-instellingen tonen interesse. ‘Een goede zaak, want dit vak is feitelijk essentieel voor iedereen,’ onderstreept Rosaline. ‘Mooi toch dat docenten nu heel praktisch hun studenten kunnen coachen naar een gezondere leefstijl en dat studenten vervolgens vele anderen kunnen gaan begeleiden. We willen een sneeuwbaleffect.’


Binnenland

februari 2019

11

De blik van Emmy de Koning (Duloncollege/ROC A12)

Keuzedelen met veel verantwoordelijkheid voor studenten Met de komst van de herziene kwalificatiestructuur hebben de keuzedelen de ‘plaats ingenomen’ van de vrije ruimte. Nu scholen en andere betrokken partijen praktijkervaring hebben opgedaan, vindt de BVMBO het tijd te polsen hoe mbo-opleiders de invoering van de keuzedelen ervaren. Dit keer deelt Emmy de Koning, docent Zorg en Welzijn bij het Duloncollege (onderdeel van ROC A12), haar ervaringen.

Toen we startten met het aanbieden van keuzedelen…

… hebben we eerst twee belangrijke uitgangspunten gehanteerd. Het eerste is onze teamvisie, waarin het sociaal constructivisme en gepersonaliseerd leren een belangrijke plek innemen. Het tweede uitgangspunt is ons onderwijsconcept, dat wordt gekenmerkt door flexibiliteit in tijd, plaats en de volgordelijkheid van het werken aan opdrachten. Met deze uitgangspunten in gedachten hebben we de verschillende keuzedelen bekeken. We waren meteen enthousiast over de mogelijkheden. Om een ruim aanbod voor studenten te creëren, wilden we graag meerdere keuzedelen aanbieden. Na een brainstormsessie kwamen we tot een werkwijze met volop ruimte voor eigen inbreng. Wat hebben we vervolgens ontwikkeld?

Allereerst geven studenten bij hun studieloopbaanbegeleider aan welke keuzedelen hen het meest aanspreken. In overleg wordt dan een keuzedeel gekozen. Wanneer een

keuzedeel is toegewezen, bestudeert de student per werkproces de bijbehorende leerdoelen. Vervolgens bepaalt de student zelf in hoeverre hij of zij een leerdoel beheerst. Voor de doelen die hij voldoende beheerst, toont de student dit aan met bewijsstukken. Voor de leerdoelen die hij nog niet voldoende beheerst, formuleert de student een leervraag en maakt hij een plan van aanpak om aan het leerdoel te werken. Nadat de student voor elk leerdoel één of meerdere bewijsstukken heeft gemaakt, meldt hij zich aan voor een assessmentgesprek. Dit gesprek is de formatieve afronding van het keuzedeel. Tijdens het assessment blijkt in hoeverre de leerdoelen en werkprocessen zijn behaald. Als het assessmentgesprek is behaald, krijgt de student het keuzedeel-examen. In deze werkwijze hebben studenten een grote mate van verantwoordelijkheid: zij voeren zelf de regie over hun leerroute. Een belangrijk middel hierbij is de leeromgeving Dulon online. In deze omgeving verantwoorden studenten aan welke leervragen ze werken, op welke manier en waar ze dat doen. Daarnaast maken ze hun voortgang dagelijks inzichtelijk door tussentijdse producten in de leeromgeving te plaatsen. Door deze werkwijze is het mogelijk om maar liefst 10 keuzedelen aan te bieden! Het is de oplettende lezer misschien opgevallen dat ik niets vertel over lessen. In dit systeem kennen we geen lessen omdat elke student een andere leervraag heeft en een andere route bewandelt. Uiteraard bieden we wel ondersteuning bij het werken aan de keuzedelen. Dit doen we onder andere in een expertgroep onder begeleiding van een

expertdocent. In de expertgroep vormen studenten een team waarin zij bijvoorbeeld bespreken wat een leerdoel inhoudt, hoe zij aan leervragen kunnen werken, wat een geschikte vorm is voor een bewijsstuk en of een bewijsstuk voldoende aantoont dat een leerdoel is behaald. De eerste resultaten en het vervolg…

Deze manier van werken kun je niet van de ene op de andere dag hanteren. Vanaf leerjaar 1 ondersteunen wij studenten bij het ontwikkelen van eigenaarschap van leren. Ondanks de hoge mate van eigenaarschap was het de eerste weken natuurlijk even wennen voor studenten. Dat gold ook voor docenten, omdat zij nog meer vanuit een coachende rol moeten werken. Gelukkig was iedereen na een aantal weken goed gewend en zijn de eerste ervaringen positief. Inmiddels zijn ook de eerste resultaten zichtbaar. Zo hebben studenten handigheid gekregen in het maken van bewijsstukken en in het werken aan hun leervragen. In de expertgroepen is er sprake van kenniscreatie waardoor studenten met en van elkaar leren. Daarnaast merken we dat studenten erg gemotiveerd zijn, omdat de werkwijze aansluit bij de individuele interesses, het werkveld, de stage en de behoefte aan autonomie, competentie en relatie. Inmiddels zijn ook de eerste assessmentgesprekken gevoerd en vertellen studenten met trots hoe zij zich hebben ontwikkeld. Wat ons betreft is het eerste jaar dat we met de keuzedelen werken een succes en we kijken uit naar de verbeterslagen die we nog kunnen maken. Nog meer ervaringen lezen? Ga dan naar www.mbo-today.nl en klik op het dossier ‘Keuzedelen’.

column

Druk, druk, druk Als je een column schrijft, heb je de vrijheid om je eigen mening te geven en hoef je je niet (altijd, geheel) te conformeren aan de regels van een organisatie. Je hoeft je er ook niet volledig tegen te verzetten of een organisatie bewust in een kwaad daglicht te stellen (zoals wel eens gebeurt in de columns van grote en landelijke dagbladen). En dat ik mijn eigen mening kan delen scheelt wel in het geval van de staking, die gepland staat voor maart 2019. Ik kreeg daar over te lezen in MBO Today en verbaasde me in eerste instantie. Het mbo zou deelnemen aan de stakingen! Nu ben ik geen lid van de AOb (meer), maar mijn eigen vakbond heeft me daar ook niet toe opgeroepen. En ik dacht eigenlijk meteen: hoezo? Ik zal de laatste zijn die je hoort klagen over de salarissen in het middelbaar beroepsonderwijs, maar kan en wil niet spreken voor anderen en al helemaal niet voor het basisonderwijs. Ik heb me er niet in verdiept (en ga het ook niet doen), maar er zou best een verschil kunnen zijn. Net zo goed als er een verschil is tussen het mbo en het hbo (waarvan ik het verschil overigens klein vind). De verbazing was ook omdat ik, in mijn eigen opleiding (Verzorgende IG, niveau 3, MBO) mensen (mede) klaar stoom voor een omgeving waarin ze zich ‘het snot voor de ogen werken’ tegen een salaris waar men in het onderwijs niet eens voor naar school zou rijden. En dan kan je zeggen dat het een salaris conform het opleidingsniveau is, maar dat slaat maar deels ergens op natuurlijk. Het feit dat iemand meer cognitieve capaciteiten (en misschien andere genen) heeft, zodat ‘ie door kan studeren, wil niet zeggen dat iemand zoveel harder werkt en met meer ‘hart voor de zaak’. En die studenten van ons komen terecht in een werkomgeving waar staken misschien best een goed middel zou kunnen zijn om de salarissen omhoog te krijgen en de enorme werkdruk naar beneden. Maar gebeurt dat? Nee! Gebeurt dat ‘op afspraak’? Nee! Gebeurt dat in alle geledingen (van de huiskamerassistent tot de hartchirurg in het ziekenhuis) van de zorg? Nee! Maar we worden wel opgeroepen om van basisschool tot universiteit te gaan staken. Omdat er ergens in het onderwijs dingen niet goed gaan met werkdruk en salaris. Persoonlijk zou ik het niet eens over mijn hart kunnen verkrijgen om mijn werk neer te leggen, zodat ik een dag niet ‘mijn studenten’ kan ondersteunen bij het ontwikkelen van hun beroepsvaardigheden, terwijl zij terecht komen in een zware taak, zonder mogelijkheden van een staking. Maar misschien is het een idee om dat staken te doen in de zorg en onderwijs tegelijk. Een dag geen onderwijs, maar een dag werken in de zorg. Dan kunnen die verzorgenden en verpleegkundigen in de intramurale zorg een dag staken. Symbolisch, want de taken worden overgenomen. Dan zijn er twee stakingen die dag, maar gaat de zorg wel door. Een idee?

Rob Schrijver Docent verpleegkunde


12

De Achterkant

de MBO·krant

Gastbijdrage Conrad Berghoef

De beste conciërge van de Benelux Het begon als een ode aan al het onderwijsondersteunend personeel. Maar het werd een eerbetoon aan Paul, de beste conciërge van de Benelux.

column

Vliegvissen Afgelopen zomer was ik in de Harz in Duitsland. Een prachtig bosrijk, bergachtig uitgestrekt gebied met twee stuwmeren en diverse riviertjes. Uiteraard had ik mijn vliegvishengel (aftma #6) meegenomen en kon niet wachten om dit, voor mij, nieuwe gebied te ontdekken. Vanwege de aanhoudende droogte stond het water erg laag en kon je dus prima over de grotendeels drooggevallen rivierbedding onder de overhangende bomen, die soms een natuurlijke tunnel vormden, voortbewegen. Sprookjesachtig mooi, maar het vissen lukte niet. Het, voor een beginner als ik, toch al lastige werpen lukte in deze krappe ruimte niet goed. De uiteindelijk in het water aangeboden kunstvlieg beviel de vis niet of stroomde te snel weer van de (volgens mij) goede plek. Frustrerend in plaats van ontspannend dus.

Een paar jaar geleden, toen ik net begonnen was met mijn lessen Nederlands bij een kleine locatie van mijn ROC, afdeling Zorg, kwam ik nét even te laat aan bij school. ‘School’ was een aftands, afgeschreven gebouwtje met veel sfeer, en eigenlijk vormde het de wachtkamer van iets beters: het prachtige, duurzame gebouwtje waar ik nu les mag geven.

Ik stopte met vissen en ging rustig op een grote kei zitten. Ik nam de natuur eens goed in mij op. Wat vliegt er rond aan insecten? Hoe loopt de stroming nu precies? Waar is deze rivier snel en ondiep en waar trager en dus dieper? Ik ontdekte een paar diepe plekken aan de zijkant waar het water rondom grote stenen als het ware wat terugkolkte en zo een mooie, relatief stille, poel vormde. Met een andere werptechniek – de rol-worp – bood ik ook een andere vlieg aan, een kleine nimf. En bám! – het was meteen raak. Baars, voorns en wat later zelfs ook beekforel ving ik achter elkaar met ogenschijnlijk speels gemak. Voldaan keerde ik naar ons vakantiehuis terug van deze geslaagde vistrip.

Maar goed, ik was dus te laat. En hoe gaat dat als je met de auto te laat bent: vind dan maar eens een parkeerplek. Zeker in een woonwijk is dat een helse opgave. In gedachten was ik mijn excuses al aan het voorbereiden in de klas, me voorbereidend op de ‘en-wij-mogen-nooit-te-laat-komen’mantra. Eén minuut voor de les begon zag ik een gaatje tussen twee auto’s. Nou is fileparkeren niet mijn sterke punt, dus hopend dat er geen wijsneuzerige studenten stonden toe te kijken die midden in hun rijlessenperiode zaten, parkeerde ik mijn auto na 23 keer steken eindelijk in. Beschaafd plonsje

Opgelucht stapte ik uit, zwaaide mijn tas over mijn schouder – en liet mijn sleutelbos vallen. En het was dus zo’n dag dat de sleutelbos, inclusief auto-, huis- én lokalensleutel met een klein en beschaafd plonsje in een put verdween. NEE! Ik verzette mij tegen de aanvechting om op mijn knieën één van de belangrijkste voorwerpen uit een lerarenleven toe te schreeuwen. Er stond ook nog een klas te wachten. Maar die kon ik niet eens naar binnen laten. ‘Komt wel goed bûke’

Waarom ik dit vertel? Op dit moment komt Paul in het verhaal. Conciërge Paul. Nou ja, zijn functie zal inmiddels wel facilitair medewerker of facility assistant heten, maar voor mij is het conciërge. Ik vroeg Paul of hij de gemeente wilde bellen, want ik moest naar mijn klas en mijn sleutel lag in de put en ik was te laat en de studenten stonden er al en het waren ál mijn sleutels en en en… Paul, ouder en wijzer dan ik maar na een andere carrière nog maar net conciërge, knikte me

toe. “Komt wel goed bûke (‘mannetje’), ga jij maar naar de les”. Dankbaar knikte ik hem toe en liep verder. Hij riep me terug: “Misschien wil je mijn sleutel wel even lenen om de kinderen naar binnen te laten?” Ik begon aan mijn les, liet het commentaar van mijn studenten maar over me heen komen maar kon mijn gedachten er slecht bij houden. Kun je überhaupt sleutels wel terugvinden als ze in een put zijn gevallen? Het regende stevig, was de boel al het riool ingespoeld? En van welke sleutels had ik een reserve? Niet van mijn auto, bedacht ik ineens. Enfin, het was niet de meest efficiënte les zo. Richeltje

Na een half uur klopte Paul op de deur. Hij riep me bij zich, “want die kinderen hoeven

niet alles te weten”. Met een grote grijns toonde hij… mijn sleutelbos. Ik kon hem wel zoenen. Maar hoe? Wanneer? Wie? Paul vertelde dat het zelf maar even gefikst had. Deksel omhoog, liggend op straat had hij zijn arm tot de schouder in de put gestoken. Even voelen, en ja hoor. Mijn sleutelbos lag nog net op een richeltje. “Ik kon het niet meteen brengen, want ik moest me nog even wassen, omkleden en wassen. Dat snap je wel denk ik?” En of ik dat snapte. Deze gastbijdrage moest een ode aan al het onderwijsondersteunend personeel worden. Het werd een eerbetoon aan Paul, de beste conciërge van de Benelux. Maar ik weet zeker dat er veel meer Paulen zijn in Nederland. Wees zuinig op ze, waardeer ze, heb ze lief.

Colofon De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals in het mbo. CONCEPT: Ravestein & Zwart (R&Z) VORMGEVING: Lauwers-C REDACTIE: Rutger Zwart (hoofdredacteur), Twan Stemkens (TST Communicatie), Pieter van Megen en Olaf van Tilburg (R&Z).

TEKST: Ravestein & Zwart, Rutger Zwart, Coleta van Buren (3), Emmy de Koning (11, Rob Schrijver (11), Conrad Berghoef (12) en Diederick de Vries (12). BEELD: Theo Rutjes (1), Claudia Otten (6). Verder danken we Scalda (3), WorldSkills Netherlands (4, 8)), MBO Raad (5), Katapult (7), Wellantcollege (9), Gezond & Weldoen en Natalia Agafonova voor het beeldmateriaal.

DRUK: BDU, Barneveld OPLAGE: 16.500 Proefabonnement? Mail naar info@dembokrant.nl. Dan krijg je voor 10 euro drie nummers! www.dembokrant.nl www.mbo-today.nl

Nu is dit geen visblad, dus waarom dit verhaal? Welnu, ik ben van mening dat je een mbo-student en een klas vol leerlingen ook moet ‘lezen’ voordat je tot actie overgaat. Dat doe je vooral door connectie te maken en je oprecht, zoveel als mogelijk, voor ieder individu te interesseren. Kijk eens rustig rond, kijk en voel wat er gaande is. Hanteer de regels, maar dan wel ‘op maat’. Regels zijn nodig in het onderwijs, maar regels ultrarechtlijnig toepassen werkt niet. Zo had ik met een paar collega’s onlangs weer eens een discussie over te laat komen. ‘Deur dicht is er niet meer in!’ opperde een collega stellig. Zo wordt inderdaad je les niet meer verstoord. Maar stel, de student is op tijd vertrokken van huis, staat in de regen en de kou te wachten op de bus. De warme bus nadert en … rijdt gewoon door omdat hij stampvol zit. Moet deze student daarna nóg eens ‘bestraft’ worden door hem de les te weigeren? Ik onderbreek mijn les dan liever om dit even aan te horen. Deze student mag er van mij nog in. Maar wanneer een student zich voor de derde keer ‘verslapen’ heeft, kan hij wat mij betreft beter in de kantine gaan zitten. Iedere student is anders, iedere klas ook. Wanneer je de tijd neemt om even over het weekeinde, de vakantie of de stage te praten voel je de sfeer beter aan en voelt de student zich gezien. Neem je tijd en ‘lees ’de klas. De klas zal dan voor jou, net als de rivier, in beweging komen.

Diederick de Vries, Docent bij het Drenthe College

Profile for de MBO krant

De MBO-krant 52 - februari 2019  

In dit extra dikke februarinummer vind je onder meer een uitgebreid interview met Ton Heerts (voorzitter MBO Raad), een vier pagina tellende...

De MBO-krant 52 - februari 2019  

In dit extra dikke februarinummer vind je onder meer een uitgebreid interview met Ton Heerts (voorzitter MBO Raad), een vier pagina tellende...

Advertisement