Page 1

de MBO·krant ‘Kwaliteitszorg is niet iets dat je opgelegd krijgt, maar komt van binnenuit’, aldus Peter van Mulkom van de Stichting Kwaliteitsnetwerk mbo. Een interview.

Practor Koen Vos (ROC Friese Poort) wil studenten leren zin te geven aan het leven. Vijf vragen aan een bevlogen practor.

Pagina 3 Practoraat in praktijk

Pagina 6 Rondetafelsessie

Pagina 7 Kwaliteit

nummer 51 december 2018

Tegenwoordig omarmt iedereen – van koning tot media – het mbo. Best lekker, al dat geknuffel, vindt Conrad Berghoef. Maar het kan ook too much zijn.

Pagina 10 Keuzedelen

Pagina 12 Column Conrad

Presentator Jan Versteegh in gesprek met MBO Raad-voorzitter Ton Heerts tijdens het

Dag van het mbo: kroon op ‘jubeljaar’

Ambassadeursgala op de Dag van het mbo.

2018

Blader door het digitale magazine op www.mbo-today.nl voor een uitgebreid verslag in woord en (bewegend) beeld.

Het gaat goed met het middelbaar beroepsonderwijs. De kwaliteit is op orde; studenten, mbo-professionals en het bedrijfsleven zijn tevreden. En overal in het land zijn er ideeën om het onderwijs nog beter te maken. Alle reden dus om waardering te hebben voor en trots te zijn op het mbo. Dat gebeurde in 2018 volop. Tot in de hoogste kringen: koning WillemAlexander stelde aan het begin het van het schooljaar al dat ‘een keuze voor het mbo een slimme keuze’ is. De kroon op dit ‘jubeljaar’ was de Dag van het mbo op 19 november in het Apeldoornse theater Orpheus.

De Dag van het mbo is een festival voor het hoofd en het hart. ’s Ochtends en ’s middags kon je in het Apeldoornse Theater Orpheus TED-talkachtige presentaties volgen van gerenommeerde sprekers uit de wetenschap en het bedrijfsleven, dan wel experts van het ministerie van OCW of het onderwijs. Zo waren er ondermeer keynotes van wetenschaper/veranderexert Jan Rotmans, Zakenvrouw van het Jaar Aukje Kuypers en Marjolein ten Hoonte (Randstad Groep Nederland). ’s Avonds richtten alle spotlights zich op het Ambassadeursgala. Met als hoogtepunten de verkiezing van de Landelijke ambassadeur, het

beste leerbedrijf en de beste praktijkopleider en de uitreiking van de Berg Award en de Impact Award. In deze MBO-krant blikken we in woord en beeld terug op de Dag van het mbo. Een initiatief van de MBO Academie, de MBO Raad, Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en het ministerie van OCW, waarbij we even feestelijk stilstonden bij het middelbaar beroepsonderwijs, de onderwijssector die gerust gezien mag worden als hét fundament van onze samenleving. Lees verder op pagina 8 en 9

Lees, bekijk en beluister de Dag van het mbo

Werelds mbo! Is internationalisering belangrijk voor het mbo? We leiden toch op voor de regionale arbeidsmarkt en niet voor een baan in het buitenland? Maar in het mbo gaat internationalisering vaak niet over de voorbereiding op een baan over de grens. Het doel is om studenten voor te bereiden op een internationaal georiënteerde arbeidsmarkt en op een interculturele samenleving. Want ook die regionale arbeidsmarkt en samenleving zijn vaak heel internationaal. In deze uitneembare special, die we in samenwerking met Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, hebben gemaakt, lees je wat jij als docent voor jezelf en jouw studenten kan doen aan internationalisering.

S P E C IA L


2

Nieuws

de MBO·krant

Alle mbo-scholen dienen kwaliteits­ agenda in Alle 61 mbo-scholen hebben eind oktober hun kwaliteitsagenda ingeleverd. De commissie kwaliteitsafspraken mbo beoordeelt de komende maanden de plannen.

gaat om de thema’s ‘jongeren in een kwetsbare positie’, ‘gelijke kansen’ en ‘onderwijs dat voorbereidt op de arbeidsmarkt van de toekomst’. Voor het overige hebben scholen alle vrijheid om, vanuit hun startpositie, ambities voor de toekomst te formuleren. Beoordeling

Eind oktober was de deadline voor de scholen om hun kwaliteitsagenda in te leveren. Volgens de nieuwe kwaliteitsafspraken moet iedere school die aanspraak wil maken op een deel van de kwaliteitsgelden een kwaliteits­ agenda opstellen. In zo’n agenda maakt de school plannen om het onderwijs in de regio te verbeteren. Bij de plannen zijn lokale overheden en werkgevers nauw betrokken.

Minister wil vanaf 2019 verplicht rekenexamen Studenten die volgend jaar aan een mbo-opleiding beginnen, moeten voor het behalen van het diploma deelnemen aan het rekenexamen. Scholen krijgen de vrijheid om zelf examens te ontwikkelen. De omstreden landelijke digitale rekentoets wordt afgeschaft.

Dat zijn althans de voorstellen die minister Slob in november aan de Tweede Kamer stuurde. Het belangrijkste nieuws is dat rekenen vanaf volgend jaar weer meetelt voor het behalen van het diploma. Zo komt er een einde aan de onmogelijke situatie dat scholen rekenles moeten aanbieden, zonder dat de uitslag voor het examen van belang is voor de student. Voor studenten die vanaf komend studiejaar (2019-2020) aan een opleiding beginnen, telt de uitslag van het rekenexamen mee. Er zijn compensatieregels bij onvoldoendes. Op niveau 4 moeten studenten bijvoorbeeld voor de vakken rekenen, Nederlands en Engels gezamenlijk 16 punten halen met maximaal 1 onvoldoende. Voor

Drie thema’s

Scholen hebben veel vrijheid gekregen om de kwaliteitsagenda’s zelf in te vullen. Vanuit het ministerie was wel gevraagd om aan drie thema’s in ieder geval aandacht te besteden. Het

Op 1 november bleek dat alle 61 mbo-scholen daadwerkelijk een agenda hebben ingediend. De volgende stap is dat de Commissie Kwaliteitsafspraken de plannen gaat beoordelen. Hiertoe zullen leden van commissie alle scholen bezoeken. De gesprekken met de scholen vinden de komende maanden plaats. Uiterlijk 31 maart 2019 ontvangen de scholen het voorlopig advies van de commissie. Medio juni adviseert de commissie de minister definitief over de kwaliteitsagenda, waarna de minister uiterlijk 1 augustus haar oordeel geeft. De kwaliteitsagenda’s hebben een doorlooptijd van 2019 tot 2022.

rekenen moet de mbo-studenten minimaal een 4 halen, voor Nederlands en Engels minimaal een 5. Instellingsexamen

De omstreden landelijke rekentoets wordt afgeschaft. Scholen krijgen de opdracht zelf hun examen te ontwikkelen. In het mbo ontstaat zo de mogelijkheid om het examen meer beroepsgericht te maken. Een reken­­ examen in de zorg kan bijvoorbeeld heel andere opgaven bevatten dan een rekenexamen in de techniek. Vanuit ministerie en MBO Raad zullen handreikingen ontwikkeld worden voor het maken van goede examens. Uiteraard staat het scholen ook vrij om examens in te kopen. Kritiek

De plannen van de minister hebben al direct de nodige kritiek gekregen. De Kamerleden Paul van Meenen (D66) en Michel Rog (CDA) hebben al een Kamerdebat aangevraagd. Dit debat vindt plaats op woensdag 12 december. Volgens de critici, waaronder ook de vereniging van wiskundeleraren, gaat het voorstel van Slob te veel over de toets en te weinig over rekenonderwijs.

Rinnooy Kan: lerarenregister voorlopig niet aan de orde Het is de hoogste tijd dat leraren zelf de regie nemen over hun professionele ontwikkeling. Pas als leraren zich goed georganiseerd hebben, kan er nagedacht worden over iets als een lerarenregister.

Dat is de kern van het advies dat Alexander Rinnooy Kan aan minister Slob heeft uitgebracht. Rinnooy

Kan was voor de zomer gevraagd om te onderzoeken op welke manier leraren zich het beste kunnen organiseren. Aanleiding was de teloorgang van de Onderwijscoöperatie, de organisatie die claimde ‘van, voor en door’ de docent te zijn. In werkelijkheid heeft de gewone leraar, zo analyseert Rinnooy Kan, zich nooit betrokken gevoeld bij de activiteiten van de coöperatie. De organisatie was niet echt van de leraren zelf. Er was gebrek aan draagvlak en eigenaarschap.

Frisse start

Om brede betrokkenheid van leraren te stimuleren, pleit Rinnooy Kan voor een frisse start. Van onderop zouden leraren zich moeten organiseren. Dat moet in ieder geval gebeuren per sector (primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo) maar misschien ook wel per deelgebied binnen de sectoren. Hij pleit ervoor om ‘gezaghebbende leraren’ als informateurs te vragen voorstellen te doen voor de inrichting van de professionele ontwikkeling.

Rinnooy Kan doet ook enkele ferme uitspraken over het lerarenregister. Naar zijn idee is het een fout geweest van de Onderwijscoöperatie om zoveel nadruk te leggen op het lerarenregister. Sluitstuk

Een beroepsregister is niet het begin, maar het sluitstuk van professionalisering. Het is begrijpelijk dat leraren het register zijn gaan zien als bedreiging. Er kan volgens Rinnooy Kan pas nagedacht worden over een

lerarenregister als duidelijk is hoe leraren hun professionele ontwikkeling willen vormgeven. In het rapport staat ook nog een concrete aanbeveling voor het mbo. Anders dan in andere sectoren is er in het mbo geen budget gereserveerd voor scholing. Wel heeft iedere docent per jaar recht op 59 uur voor professionalisering, naast 107 uur voor teamscholing. Rinnooy Kan beveelt met kracht aan om in de mbo-cao een persoonlijk scholingsbudget op te nemen.


Practoraat in praktijk

december 2018

✒ Tussen servet en tafellaken

5 vragen aan:

Krantenberichten zijn vaak aanleiding om te reflecteren op de toestand van de wereld in het algemeen en die van het mbo in het bijzonder. Dat laatste (het mbo) natuurlijk vooral omdat daar het hart ligt en een inspiratiebron is voor het schrijven van columns.

practor Koen Vos (ROC Friese Poort)

We leren studenten om zin te geven aan hun leven’ Voor deze eerste reguliere editie van de serie over practoren en hun practoraat sprak de MBO-krant met Koen Vos. Op 3 oktober is hij geïnstalleerd als practor aan ROC Friese Poort. Het practoraat heeft de naam ‘Mbo als werkplaats voor brede vorming.’ Wat betekent dit, hoe kwam het practoraat tot stand en wat is het doel ervan? Vijf vragen aan practor Koen Vos.

Hoe is het practoraat ontstaan? ‘2,5 jaar geleden startte de weg hiernaartoe. Samen met bureau Youngworks spraken we honderden mensen over de toekomst van het onderwijs aan het ROC Friese Poort. Daar kwam allereerst uit dat dit onderwijs stevig en kwalitatief goed moet zijn. Wendbaar ook. Maar een ander aspect dat naar voren kwam, vooral ook vanuit bedrijven, was de vraag naar breed gevormde studenten. Dat vonden we zelf ook al, maar die wens bestond dus ook bij het bedrijfsleven en bij instellingen. Dit practoraat is overigens niet iets volkomen nieuws. De grondtonen zitten al in de curricula bij ROC Friese Poort.’ Wat versta je onder brede vorming? ‘Persoonlijkheidsvorming is wat anders dan persoonsvorming. Het gaat ons bij brede vorming om het laatste. Dat gaat niet over competenties, maar over uniciteit en zingeving of betekenisgeving. We leren studenten om zin te geven aan hun leven. Zin te vinden eigenlijk. Je kan dit zweverig vinden, maar betekenisgeving

gaat over heel concrete en praktische vragen. Zoals: waar beleef jij lol aan en waar wil je voor gaan? Brede vorming betekent voor mij dat je als onderwijsinstituut de totale mens voor ogen hebt tijdens de opleiding. We willen als instituut niet alleen de rugzak van onze studenten vullen met kennis, maar ook aandacht hebben voor de persoon die de rugzak draagt. Het is ons streven om studenten af te leveren die waardegedreven in de samenleving staan. Dit betekent dat we grote levensvragen durven stellen. Wat is rechtvaardig, hoe ziet de toekomst van ons klimaat eruit of hoe zou een goed werkende democratie moeten functioneren?’ Welk doel streef je na met dit practoraat? ‘Ik wil die waardegedreven manier van in de wereld staan graag terug laten komen in het onderwijs. Vakkennis is natuurlijk belangrijk. We schenken ook op ons instituut veel aandacht aan de vakopleiding van onze studenten. Dat blijft. Maar als we in het mbo studenten alleen opleiden tot goede vakmensen, zijn directeuren van de bedrijven waar ze straks aan de slag gaan uiteindelijk teleurgesteld. We moeten ook mensen afleveren die stabiel in deze wereld staan. Kunst, praktische filosofie, sport en religie zijn daarvoor heel belangrijk. Als je die weghaalt, heb je zuurstofarm onderwijs. De aandacht voor vakkennis en excellentie in het mboonderwijs is misschien wel wat doorgeslagen. Dit is een zoektocht om meer in balans te komen.’ Wat gaat het practoraat precies opleveren? ‘Die vraag vind ik nu nog lastig te beantwoorden. De komende vier jaar gaan

we experimenteren en bijstellen. Wat voor mij in elk geval duidelijk is: brede vorming moet geen nieuw vak worden. Geen maatschappijleer 3.0 of levensbeschouwing 6.0. Het is de bedoeling dat docenten aspecten van brede vorming inbouwen in het reguliere onderwijs, als reflectiemomenten. Maar hoe we dat precies doen, gaan we samen invullen. Dat is een proces van experiment en co-creatie.’ Wat zijn de reacties van studenten? Hebben die hier wel behoefte aan? ‘Ik zie een brede beweging van mensen die zich met betekenisgeving in het onderwijs bezighouden. Die beweging komt juist ook vanuit studenten. In Amsterdam is bijvoorbeeld de Bildung Academie opgezet door studenten zelf. Zij kwamen na hun studie tot de conclusie dat ze een uitstekende opleiding hadden gehad, maar dat de persoonsvorming onder de maat was. In Breda heb je in het hbo de Ucademy. Tijdens het onderzoek naar de toekomst van ons onderwijs hebben we met heel veel studenten gesproken. Die zeiden verrassend vaak: wij moeten ook in het mbo aandacht besteden aan wat er in deze tijd allemaal op je afkomt. Je zou misschien denken dat ze het duf vinden. Maar zij zien ook dat de samenleving op een bepaalde manier op hol is geslagen. Dat jongeren verontrustend vaak last hebben van burn-outs. Ze zijn echt benieuwd hoe je dat voorkomt en willen dat leren. Als we in staat zijn om de nieuwe generatie weer iets van een horizon te bieden en met hen in gesprek gaan over waarden, ‘Grote Verhalen’ en levenskunst, dan heeft dat meerwaarde. Die onderwerpen gaan iedereen aan. Ook mbo-studenten.’

Eind oktober besteedde het Reformatorisch Dagblad onder de titel ‘De emancipatie van de mbo’er’ ruim aandacht aan verschillende zaken die recent gespeeld hebben rond de positie van de mbo-student. Schrijf hier nadrukkelijk ‘STUDENT, want die benaming zal het neutrale, nietszeggende ‘deelnemer’ wettelijk vervangen en geeft daarmee de mbo’er de status (en voordelen!) die passen bij de positie binnen het geheel van het Nederlandse onderwijsbestel. Maar die wijziging van de aanduiding is niet het enige teken van emancipatie. Niet voor niets wordt de opening van het mbo-jaar door koning Willem-Alexander gezien als het ultieme bewijs dat het middelbaar beroepsonderwijs naast de universiteiten en het hbo een volwaardige plaats heeft gekregen. En recent kwam van het Groen Links Kamerlid Özdil het voorstel afgestudeerde mbo’ers een officiële titel te geven: ‘Skilled’, ‘Craftsmen’ of ‘Expert’, afhankelijk van het bereikte niveau. Dat laatste initiatief heeft het niet gehaald, maar de positieve en negatieve reacties zijn aanleiding voor de titel van deze column ‘Tussen servet en tafellaken’. Immers dat wordt vaak gezegd van pubers: kind op weg naar volwassenheid en dus tegendraads. Dat bleek ook hier. De MBO Raad was nogal positief over het Groen Links-initiatief. ‘Het zou bijdragen aan de waardering voor de vakmannen en -vrouwen (--)’. Maar JOB, de mbojongerenorganisatie vond het maar niets: ‘Titels voegen niets toe!’ Dus kon de minister gemakkelijk afstand nemen en verdween het plannetje in de onderste la! Kijk, dat is nu een voorbeeld van emancipatie en volwassenwording: JOB dat zich zelfbewust afzet tegen de MBO Raad en de Kamerleden. Van die kant komt het dus wel goed met de emancipatie van het mbo en de waardering door de omgeving!

Coleta van Buuren

3


4

Worldskills

de MBO·krant

Triple Helix Nederland was onlangs gastheer van de ‘General Assembly’ en de ‘Conference’ van WorldSkills. Meer dan 400 deskundigen uit zo’n tachtig landen verzamelden zich op maandag 15 en dinsdag 16 oktober in hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Veel aandacht ging uit naar samenwerking in de 21e eeuw. Een impressie. ‘Succeeding with the triple helix’ was het centrale thema van de tweedaagse WorldSkills Conferentie. Het Nederlandse model van samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheid is een belangrijke succesfactor voor hedendaags beroepsonderwijs, zo betogen verschillende sprekers tijdens de conferentie. Niet voor niets zitten Ton Heerts (MBO Raad), Inge Vossenaar (ministerie van Onderwijs) en Fried Kaanen (Metaalunie) samen in een bankstel. Volgens Jos de Goey, directeur van WorldSkills Netherlands, wordt de kracht van het Nederlandse model wel eens onderschat. ‘Wij zeggen in Nederland altijd dat de afstemming tussen onderwijs en arbeids-

markt beter kan. Maar dat die afstemming in Nederland zo intensief plaatsvindt, is eigenlijk heel bijzonder.’ Futuroloog Ruud Veltenaar hamert in zijn key note op het belang van 21eeeuwse vaardigheden. Op de tweede dag is de keynote van Paul Kirschner, hoogleraar aan de Open Universiteit van Heerlen. Hij begint met een bekende boodschap: ‘De banen waar we nu voor opleiden bestaan in de toekomst niet meer en voor de banen van de toekomst bestaat nu nog geen opleiding. We moeten studenten vooral flexibiliteit leren, betoogt hij. En, zo voegt Kirschner toe: ‘We zien een afnemende waardering voor kennis. Jammer’, vindt hij, ‘studenten hebben een kennisbasis nodig om nieuwe problemen op te lossen waar ze niet op zijn voorbereid.’ In de ruim 25 workshops en verdiepingssessies die er de rest van de dagen zijn komt het triple helix model van Nederland uiteraard terug. Ook het woord flexibiliteit valt vaak. Flexibel inspelen op alle maatschappelijke ontwikkelingen, is de belangrijkste opgave voor het beroepsonderwijs, is de gedeelde boodschap.

‘Die flexibiliteit bij studenten en het onderwijs in het algemeen moet gepaard gaan met regie van mensen over hun eigen toekomst’, stelt hoogleraar Ton Wilthagen. Dan is het alweer tijd voor de centrale afsluiting van de conferentie. Het waren twee intensieve dagen, zo blijkt. Op verschillende vragen van de presentatoren komt niet veel reactie meer uit de zaal. Uiteindelijk is er nog wel één belangrijk punt dat een Amerikaanse deelnemer meegeeft: ‘We moeten docenten ook opleiden, zodat ze het belang van experimenteren inzien. Studenten moeten namelijk fouten kunnen maken daar leren ze het meeste van.’ Met die opmerking komt er een eind aan de conferentie en gaan de WorldSkillsleden zelf nog twee dagen door met hun ‘Assembly’. Volgend jaar is deze wereldconferentie een stuk verder van huis. Dan is het tijdens het WK voor beroepen: WorldSkills 2019 in het Russische Kazan. Ook daar staan de vaardigheden van de toekomst op het programma: het thema is dan namelijk letterlijk: ‘Skills For The Future’.

 Directeur WorldSkills Nederland, Jos de Goey, heet alle deelnemers welkom.

Jos de Goey: ‘Wij zeggen in Nederland altijd dat de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt beter kan. Maar dat die afstemming in Nederland zo intensief plaatsvindt, is eigenlijk heel bijzonder’.

 Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven opent officieel de conferentie.  De Catch Box waarmee de aanwezigen vragen konden stellen, vloog regelmatig door de zaal.

 Onderwijs, overheid en bedrijfsleven op de bank in de persoon van Ton Heerts (MBO Raad), Inge Vossenaar (Directeur MBO bij het ministerie van OCW) en Fried Kaanen (Koninklijke Metaalunie).


december 2018

Worldskills

5

als succesfactor

 Paul Kirschner verzorgde tijdens de tweede dag de key note. Met het thema kennis en vaardigheden van de toekomst liep hij vooruit op de conferentie van volgend jaar in het Russische Kazan.  Niet alleen bij de plenaire lezingen en workshops stond de uitwisseling van kennis en inzichten centraal.

 Futuroloog Ruud Veltenaar gaf naast een key note ook een workshop.

Paul Kirschner: ‘We zien een afnemende waardering voor kennis. Jammer. Studenten hebben een kennisbasis nodig om nieuwe problemen op te lossen waar ze niet op zijn voorbereid’.

 Een aantal deelnemers voor het bord met lessen voor Amsterdam naar Kazan.

 Uiteraard mochten ook de studenten over hun ervaringen vertellen.


6

Rondetafelsessie

de MBO·krant

In oktober kwam een groep van 30 docenten, opleidingsmanagers en onderwijsadviseurs, aangevuld met vertegenwoordigers van SBB en het ministerie van OCW, bijeen om te bespreken wat er goed gaat met de keuzedelen en wat beter kan. Het resultaat: geanimeerde gesprekken en bruikbare aanbevelingen. Een verslag.

V

eel scholen maken zich nog steeds ernstig zorgen over de examinering van de keuzedelen, het verdiepend dan wel verbredend opleidingsgedeelte dat de student zelf kan kiezen. Dat blijkt uit de dit najaar verschenen eerste voortgangsrapportage over de implementatie van de slaag-zakregeling van de keuzedelen. De rapportage, opgesteld door SBB en MBO Raad, geeft een beeld van de voorbereidingen die scholen treffen om de verplichte examinering van keuzedelen in te voeren. Deze verplichting is op verzoek van scholen twee jaar uitgesteld en geldt nu pas voor studenten die in het schooljaar 2020-2021 met hun opleiding beginnen. Veel reacties

Uitstel betekent niet dat de aandacht omtrent de keuzedelen even inzakt. Het is dan ook druk op deze door de Beroepsvereniging Opleiders MBO (BVMBO) georganiseerde bijeenkomst. Ruim 35 mensen verzamelen zich in het kantoor van SBB, de organisatie die als uitvoeringstaak het ontwikkelen en onderhouden van kwalificatiedossiers (waartoe de keuzedelen behoren) heeft. ‘De BVMBO krijgt veel reacties van docenten over de keuzedelen’, vertelt voorzitter Marjolein Held. ‘Vandaar dat we, samen met SBB en OCW, deze bijeenkomst hebben georga-

‘Een landelijke Keuzedelenwoensdag, zou dat niet mooi zijn?’ niseerd. Als docent kun je eigenlijk niet anders dan achter de primaire insteek van de keuzedelen staan. Wie wil nou niet sneller kunnen inspelen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt? Maar het brengt nog niet wat we ervan hadden verwacht. Zo is er behoefte aan meer beweegruimte en

10 aanbevelingen In het schooljaar 2020-2021 gaan de keuzedelen meetellen voor de zak/ slaagregeling. Wat zijn in de ogen van de deelnemers aan deze sessie de voorwaarden om dit in goede banen te leiden? Een bloemlezing. • Er moet meer ruimte komen voor het ontwikkelen van keuzedelen. • Geloof in de docenten en geef hen meer autonomie op het gebied van het aanbieden van de keuzedelen. • Baseer wetten en regels op de zaken die goed gaan, niet op wat niet goed gaat. • Zorg voor helderheid binnen je school: heldere richtlijnen en duidelijkheid omtrent de logistiek en de organiseerbaarheid van de keuzedelen zijn een must voor elke opleiding/school. • Geef meer voorlichting aan docenten/opleidingsteams over de keuzedelen (zowel de inhoud als de regels en ruimte). • Verkort de duur van het proces van aanvragen/indienen van een keuzedeel. • Zorg ervoor dat je student ook echt iets te kiezen heeft. • Laat je aanbod niet bepalen door wat gemakkelijk is om uit te voeren, maar kies voor keuzedelen die echt binnen je opleiding en je team passen. • Kijk ook buiten je eigen team en school en vindt niet steeds het wiel opnieuw uit. Bouw hiervoor een netwerk op. • Zoek een oplossing voor de bbl; keuzedelen zijn ook voor bbl-studenten relevant, maar het is nauwelijks te organiseren.

een flexibilisering van het examineringsproces. Waar is het misgegaan? En belangrijker: wat gaat wel goed en wat kan er nog beter?’ Potentie

Om deze ontdekkingstocht zo veel mogelijk voeding te geven, gaan de deelnemers in groepjes het gesprek aan, waarbij bovenstaande vragen centraal staan. De antwoorden worden daarna in een round-up, verzorgd door BVMBO-penningmeester Monique Bos, plenair gedeeld. De gesprekken starten positief. Het gros van de aanwezigen onderstreept de potentie van de keuzedelen. ‘Er zitten goede elementen in. Mooi toch dat studenten zich kunnen specialiseren?’, zegt bijvoorbeeld docent Fedde. ‘En het brengt ons professionals ook nader tot elkaar. We gaan veel meer het gesprek met elkaar aan. Als we zouden stoppen met de keuzedelen, zou ik een flink deel van achterliggende visie meenemen naar een vervolg.’ Verplichte keuze

‘Bij ons gaat juist de vlag uit als de keuzedelen morgen afgeschaft worden’, vertelt docent Hans. ‘Er is bij ons nog niets georganiseerd, niets vastgelegd. We hebben ook weinig contact met teams van andere opleidingen binnen onze onderwijsinstelling. Een ROC-brede aanpak is erg moeilijk, met al die verschillende

disciplines.’ Op sommige opleidingen valt er overigens niet veel te kiezen. Er zijn weliswaar meer dan 1.000 keuzedelen ontwikkeld, maar bij sommige opleidingen heeft een student de keuze uit slechts uit drie keuzedelen, waarvan hij er twee moet volgen... Andere scholen blijken al enkele stappen verder te zijn. Docent Eric vertelt dat op zijn school de al langer bestaande ‘minoren’ zijn omgekat (en soms samengevoegd) tot 13 keuzedelen. Dat blijkt met name voor bol-opleidingen goed te werken. ‘Een minor duurde 10 weken, nu staat er 240 uur voor’, aldus Eric. ‘Dat is nog wel te organiseren. Bij de bbl ligt dit een stuk lastiger. Vooral als je 32 uur in de week in loondienst bent en daarnaast een avondopleiding volgt. ‘Je krijgt geen loon van je baas om keuzedelen te volgen’, zo stelt een van de aanwezigen. Keuzedelenwoensdag

Het woord ‘organiseerbaarheid’ komt vaker terug in de gesprekken. Zo is het voor veel studenten lastig als er besloten wordt een bepaald keuzedeel op een vaste locatie te houden. Zo’n besluit is logisch als je door de bril van de school en de opleiding kijkt. Maar voor veel studenten is het lastig als zij moeten reizen. Naast een vaste locatie kiezen sommige scholen ook voor een vaste

dag voor de keuzedelen. Hoe meer opleidingen hieraan meedoen, hoe beter het is te organiseren. Daar zou dan een hele school over mee moeten beslissen. ‘Een landelijke Keuzedelenwoensdag, zou dat niet mooi zijn?’, stelt iemand. Er klinkt gelach, maar er zijn ook instemmende geluiden. Wat zijn de regels?

Al pratend komen de deelnemers ook op gerichte vragen aan de aanwezige vertegenwoordigers van het ministerie en SBB. Bijvoorbeeld: kan een student ook in een stage aan een keuzedeel werken? Dergelijke vragen worden snel van antwoord voorzien (ja, mits het in een examenopdracht kan). De regels rondom de keuzedelen blijken aardig wat ruimte te bieden. En veel zaken waar opleidingsteams tegenaan lopen, blijken vooral in het schoolbeleid te zitten, en niet zozeer in de wet. We nemen te vaak voor waarheid aan wat we in de wandelgangen horen, zonder te checken of het klopt. ‘Dus eigenlijk moeten we vooral beter op de hoogte zijn van wat nou de regels zijn en bij twijfel vragen stellen, concludeert docent Raymon. ‘Misschien moeten we wel een keuzedelencoördinator binnen onze school aanstellen. Al loop je dan wel de kans dat dit een waterhoofdfunctie wordt, omdat een collega deze taak er extra bij mag gaan doen…’


Kwaliteit

december 2018

7

‘We gaan van systemen naar genen’

I

n oktober nam Peter van Mulkom, in het dagelijks leven bestuurder bij ROC Nijmegen, de voorzittershamer van de Stichting Kwaliteitsnetwerk MBO [zie kadertekst] over van Bert Beun. ‘Bert heeft een fantastisch netwerk neergezet’, onderstreept Van Mulkom. ‘We zijn in zes jaar gegroeid van 8 aangesloten scholen naar 56. Dat is bijna de gehele sector. Dit vraagt van de stichting dat we een aantal zaken in de basis goed moeten regelen en professionaliseren. En dat we ons herbezinnen: doen we nog steeds de juiste dingen om het lerend vermogen van de individuele scholen en van de samenballing van al die instellingen te vergroten? Dat gaan we de komende tijd onderzoeken.’

Interview met Peter van Mulkom, voorzitter Stichting Kwaliteitsnetwerk MBO Een lerend netwerk, waarin alle aangesloten mbo-instellingen elkaar snel, fluïde en flexibel weten te vinden als het gaat om de verbetering van kwaliteitszorg en kwaliteitscultuur. Ziedaar het beeld dat Peter van Mulkom, de kersverse voorzitter van de Stichting Kwaliteitsnetwerk MBO, heeft als hij in de toekomst blikt. Het netwerk, waarbij ongeveer alle mbo-instellingen aangesloten zijn, is de afgelopen jaren enorm gegroeid. Nu is het tijd om keuzes te maken voor de komende periode. Deze taak is aan de aangesloten scholen. ‘Dit moet niet een droom van de bureauorganisatie achter de stichting zijn, maar van de mbo-instellingen.’

Van systemen naar genen

Van Mulkom heeft zelf een heldere visie op de koers die het netwerk en daarmee de kwaliteitszorg en -cultuur kan varen. ‘Er is de laatste tijd een duidelijke verschuiving gaande in de kwaliteitszorg en die zie je ook terug in de stichting. De traditionele kwaliteitszorg loopt via de planning- en controlcyclus: je stipt enkele meerjarendoelen aan, hangt daar kwalificatie-indicatoren aan en bewaakt deze heel koud en precies. Blijken er afwijkingen te zijn, dan krijg je daar informatie over en stuur je bij. Kwaliteitszorg is hierdoor vaak een separaat proces: je gaat daar als professional, samen met je teammanager mee aan de slag, levert wat verwacht wordt en gaat vervolgens weer verder met je eigen werk. Op zo’n manier blijft die kwaliteitszorg heel ver van je af staan. Het is iets van het management en van de staf, die je bovendien controleren. Maar de traditionele kwaliteitszorg verliest terrein: we gaan van systemen naar genen.’

kundig leider op je te nemen en samen met je team tot de invulling van je onderwijsplannen te komen. Vanuit die dynamiek ontstaan professionele leergemeenschappen, die zich ontworstelen uit de planning- en controlcyclus en meer en meer een HR-aangelegenheid worden. Je creëert een leercultuur, waarin je van binnenuit ideeën krijgt, dingen leuk gaat vinden, daardoor wil verbeteren en zo je collega’s inspireert. Door nieuwsgierig te worden naar elkaar, te leren van elkaar, samen successen te vieren en de grenzen tussen de teams te verkleinen, krijgt je organisatie een enorme schwung.’ Uniek?

Bovenstaande gebeurt al volop in de scholen. Maar daar stokt het: de dynamiek blijft op instellingsniveau hangen. ‘Ik zou het mooi vinden als we de lijn kunnen doortrekken en tot een echte netwerkorganisatie kunnen komen, waarin bijvoorbeeld de Detail-opleidingen van diverse scholen samen aan kwaliteit gaan werken. Of dat meerdere scholen het bij een peerreview of audit ontdekte vraagstuk gezamenlijk oppakken. Instellingoverstijgende schwung dus. Elkaar sneller, flexibeler en meer fluïde kunnen vinden, dat moet toch mogelijk zijn met zo’n rijk palet aan mbo-instellingen? Natuurlijk: elke instelling is uniek. Maar er is ook veel overlap. We zien dat nu al gebeuren bij de bestuurstafels rond kwaliteitsthema’s die we organiseren en bij de docententafels waarmee we aan het experimenteren zijn. Ik denk dat deze ontwikkeling goed is voor het netwerk. Dit betekent dan wel dat we van een toch vrij traditionele organisatie moeten doorgroeien naar een echte netwerkorganisatie.’ Kantelpunt

Het is een mooi vergezicht, maar het is niet aan Van Mulkom om de koers van het netwerk te bepalen. ‘Dat is aan de aangesloten scholen. Vandaar dat we de komende tijd onderzoeken of we niet nog veel meer als een lerend netwerk willen functioneren. Het kan zijn dat de aangesloten scholen mijn droom delen. Maar het kan ook zijn dat ze toch liever zien dat wij het bij instellingsaudits en af en toe een thema-audit houden. We bevinden ons wat dit betreft echt op een kantelpunt.’

Schwung

Dat vraagt om een nadere uitleg. Van Mulkom: ‘Het besef groeit dat je het beste resultaat behaalt als de kwaliteitsverbetering vanuit een intrinsieke motivatie gebeurt: niet omdat het moet, maar omdat je het echt wilt. Omdat het leuk is om elk jaar te verbeteren, om je te ontwikkelen. Als docent – bijvoorbeeld door te werken aan je reflectieve vermogen – en als manager, door meer de rol van onderwijs-

‘De traditionele kwaliteitszorg verliest terrein: we gaan van systemen naar genen.’

‘Het beste resultaat behaal je, als kwaliteitsverbetering gebeurt vanuit een intrinsieke motivatie.’

Stichting Kwaliteitsnetwerk MBO in het kort De Stichting Kwaliteitsnetwerk MBO bestaat inmiddels uit 56 mbo-instellingen die samen werken aan de verbetering van kwaliteit van onderwijs en examinering. De stichting ondersteunt scholen door regelmatig instellingsaudits te houden. Ook organiseert het netwerk thema-audits en trainingen.

Bij de instellingsaudit bezoekt een panel van interne auditoren (intern = afkomstig van een bij het netwerk aangesloten mbo-instelling) en externe auditoren (deskundigen uit het onderwijsveld) een school. Het gesprek wordt aangegaan aan de hand van een specifiek hiervoor ontwikkeld auditinstrument (het zogeheten dialoogmodel). Na analyse verkrijgt de school inzicht in de eigen ontwikkelingsfase en in de stappen die de school verder kunnen

helpen om het niveau van kwaliteitsborging te verhogen. Dit gebeurt minimaal 1 x in de drie jaar. Naast de instellingsaudits heeft het netwerk ook een aantal thema-audits ontwikkeld. Deze audits zijn facultatief en helpen de instelling om gericht meer zicht te geven op de governance rond de thema’s.

bevordering. Zo worden bestuurstafels rond kwaliteitsthema’s en landelijke dagen voor Kwaliteitsmedewerkers (in samenwerking met de MBO Raad) georganiseerd. Daarnaast stimuleert het netwerk opleidingen en leergangen.

Kennisbevordering Naast audits stimuleert het netwerk kennis-

Meer weten? Ga dan naar www.kwaliteitsnetwerk-mbo.nl


8

Dag van het mbo

de MBO·krant

De Dag van het mbo was een festival voor het hart en het hoofd. Een uitgebreid verslag vind je terug in de online special op mbo-today.nl. Op deze twee pagina’s blikken we kort terug in (gesproken) woord en beeld.

Anja Vink onderwijs- en onderzoeksjournalist:

Inge Vossenaar directeur mbo bij het ministerie van Onderwijs:

Jan Rotmans wetenschapper en veranderexpert:

‘We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in de verandering van tijdperk. Mbo-studenten zijn onmisbaar in het realiseren van noodzakelijke veranderingen. De groene installateurs en monteurs van zonnepanelen: dat zijn mbo’ers. Scholen moeten mee in die verandering. Anders verliezen ook zij hun waarde en hun plek in de nieuwe samenleving. Dat veranderen kan met een kernteam van vijf enthousiaste mensen. Begin klein en start met experimenteren. Die transitie is ook ontzettend leuk!’

‘Het mbo staat voor grote uitdagingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gevolgen van krimp, maar ook om de steeds snellere technologische ontwikkelingen. De grootste opgave is het creëren van flexibel onderwijs dat kan inspelen op snelle wijzigingen. In de toekomst zullen werkenden steeds meer behoefte hebben zich van tijd tot tijd te laten bijscholen. De onlangs vernieuwde kwalificatiestructuur moet misschien nog wel een keer aangepast worden om meer maatwerk te kunnen bieden. Het mbo is nooit af!’ Marjolein ten Hoonte Randstad Groep Nederland:

Aukje Kuypers Zakenvrouw van het Jaar:

‘Zorg dat iedereen mee kan in de ontwikkelingen, niet alleen de bovenkant van de samenleving. Daar is leiderschap voor nodig. Kies positie, bijvoorbeeld bij de schoolleiding. Probeer niet te polariseren, maar de wereld een beetje beter te maken.’

‘Wil het mbo overleven, dan is intensieve samenwerking met het bedrijfsleven van levensbelang. Kennisontwikkeling gaat nu zo snel dat een flexibele schil van leraren uit het bedrijfsleven een must is. Bedrijven kunnen delen van het onderwijs flexibel invullen. Zij hebben veel inhoudelijke kennis; scholen weten hoe ze die kunnen overdragen. Daarin moeten ze elkaar aanvullen. Met iemand uit een bedrijf voor de klas, krijgen studenten bovendien een duidelijk beeld van het werk waarvoor ze opgeleid worden. Voor de bedrijven levert het vaak nieuwe collega’s op. Veel afstudeerders en stagiairs mogen blijven. Tot slot zou het goed zijn als onderwijs en bedrijfsleven samen ideeën uitwisselen over een visie op lange termijn.’

Hotspots Perttu Pölönen uitvinder en ondernemer:

‘Robots laten veel banen verdwijnen of veranderen. Hoe gaan we daarmee om? Het belangrijkste is: focussen op de eigenschappen die ons onderscheiden van robots. Die moeten we bij onze jongeren versterken. Mensen zijn bijvoorbeeld goed in “gezond verstand”: redeneren met context. We hebben nieuwsgierigheid, moraal, creativiteit, verbeelding en inlevingsvermogen. Nadeel voor het onderwijs: dat zijn allemaal eigenschappen die je niet kunt testen. Toch moeten we die proberen te versterken. Leer studenten verhalen vertellen en communiceren. Leer ze experimenteren en improviseren: fouten maken levert juist vaak creatieve oplossingen. Laat ze ontdekken waar hun passie ligt, want daar word je het best in. En confronteer ze met moderne techniek, zodat ze daar bewust en kritisch mee leren omgaan.’

‘Het idee van een startkwalificatie heeft jongeren én hun problemen zichtbaar gemaakt: schulden, dakloosheid, alleenstaande moeders. Sommige studenten moeten halverwege het studiejaar de cel in. Laaggeletterdheid is ook een enorm probleem, jongeren kunnen hun schoolboeken soms niet lezen. Nu, tien jaar na invoering, is de buitenwereld ook veranderd. Mbo-2 blijkt niet meer genoeg: minimaal niveau 3 is nodig. Het kabinet ziet de oplossing vooral in doorleren. Het wil jongeren tot 21 jaar verplichten om een startkwalificatie te halen. Ik zie dat niet als oplossing voor de doelgroep die ik heb leren kennen. Schools leren is niks voor hen. Mensen die niet op dit soort scholen hebben gezeten, maken het onderwijs. Het biedt ook te weinig. Eigenlijk hebben deze jongeren een vader of moeder nodig.’

Het was even wennen: een gesprek voeren terwijl een verdieping lager een jongen met gitaar zijn ziel uit zijn lijf staat te schreeuwen. Toch bleken zowel het gesprek als de muzikale act een passend onderdeel van de Dag van het mbo. Naast de vele workshops kon je ook in een intieme setting het gesprek aangaan over de thema’s die ertoe

doen. Op een van de in totaal vier HotSpots kon je tête-à-tête met experts, maar ook in rondetafelgesprekken de ruimte binnen de regels verkennen. Deskundigen (van OCW, de Inspectie en de MBO Raad) lieten hierbij hun licht schijnen op jouw casus. Elk uur had een eigen thema. De urennorm bijvoorbeeld. Of de nieuwe rekenplannen voor het mbo. Op twee andere HotSpots kon je je laten inspireren door mooie voorbeelden (bijvoorbeeld van leeromgevingen) en onderwerpen als leven lang leren. De vierde HotSpot was voor de studenten. Muziek werd hier afgewisseld met al even passionele pleidooien, gehouden door enkele goedgebekte studenten (de ‘Korte Kwesties Live’). Meningen en muziek spatten van het podium af…


Dag van het mbo

december 2018

9

… e r a s r e n n i And the w Het daverende Ambassadeursgala van 19 november heeft vijf winnaars opgeleverd. MBO Raad, SBB en WorldSkills Netherlands zetten met hun prijzen niet alleen studenten in de spotlight, maar ook de rol van het bedrijfsleven bij het opleiden van de vakmensen van de toekomst. Wie gingen er tijdens de feestelijke afsluiting van de Dag van het mbo – met Jan Versteegh als presentator – met de prijzen naar huis?

Landelijke Ambassadeur mbo: Desiree Hernandez (Albeda)

Zij is de winnaar van de challenges mbo’ers pakken aan waarin 42 mbo-studenten werden uitgedaagd om hun 21ste eeuwse vaardigheden te tonen. Zij ontvangt de prijs uit handen van minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven en Klaas Verschuure, wethouder mbo (gemeente Utrecht). Berg Award: Manon Sprenkeler (Rijn IJssel)

Deze prijs is voor de student die zich buitengewoon heeft ingespannen in de voorbereiding op zijn/haar deelname aan WorldSkills of EuroSkills. De Berg Award werd uitgereikt door VVD-Kamerlid Zohair El Yassini.

‘Het is een hele eer als je teamgenoten jou nomineren. Maar eigenlijk heeft iedereen van ons gewonnen, want voor mij staat de Berg-Award voor alle prestaties van Team NL op EuroSkills’, aldus Manon. Beste Leerbedrijf: Noordwest Ziekenhuisgroep

Het bedrijf dat zich in 2018 het beste heeft ingezet voor het opleiden

van mbo-studenten in de beroepspraktijk. De prijs werd uitgereikt door minister Ingrid van Engelshoven en Ineke Dezentjé Hamming, duo-voorzitter SBB. ‘We vonden het al een kroon op ons werk om in de finale te staan. Dat we de beste van Nederland zijn is een diamant op die kroon, wow!’, aldus praktijkopleider Tanja van Kleef.

Hernandez

Uitgelicht: Desiree deur 2018 landelijk mbo-ambassa Desiree Hernandez, student onderwijsassistent aan het Albeda college, is verkozen tot mbo-ambassadeur 2018. Tijdens het feestelijke slotakkoord van de Dag van het mbo voerde zij samen met twee medefinalisten de allerlaatste challenge uit en koerste zo af op de eindzege.

Het was een spannende avond in theater Orpheus in Apeldoorn. Na diverse voorrondes waren drie ijzersterke kandidaten voor de titel overgebleven. Naast Desiree Hernandez waren dit Valmira Selmani, student marketing & communicatie (Aventus) en Abbyta Gebremariame, student sport- en bewegingscoördinator (Summa College). Tijdens het gala moesten de drie kandidaten hun laatste challenge uitvoeren: een pitch van één minuut voor de zaal met meer dan 1.000 toeschouwers en het beantwoorden van vragen door de jury. Lastige taak

Omdat alle drie de studenten zich prima presenteerden stond de jury, met daarin onder anderen Sil de Weerd (winnaar 2017) en Conrad Berghoef (leraar van het jaar), voor een uiterst lastige taak. Na rijp beraad kwam Desiree uiteindelijk als winnaar uit de bus. ‘Ik ben zo ontzettend blij dat ik dit voor het mbo mag gaan doen’, aldus Desiree kort nadat ze te horen kreeg dat ze een jaar lang Ambassadeur mag zijn. ‘Mbo-studenten zijn de motor van de maatschappij en daar is veel te weinig waardering voor. Ik krijg kippenvel als ik mensen hoor spreken over hoger en lager opgeleid. Mbo-studenten zijn niet lager opgeleid of minder slim.’

Impact Award: Maaike Buitink (Da Vinci College)

Beste Praktijkopleider: Yukio Motohashi (Dudok)

Deze prijs is een extra aanmoediging voor de ambassadeur die tijdens ‘Mbo’ers pakken aan’ het meest opviel vanwege het vermogen om de groep ambassadeurs tot een hecht team te maken. Maaike ontving de prijs uit handen van John Berends, burgemeester van Apeldoorn, en Timon van Engen, voorzitter JOB.

De praktijkopleider die in 2018 als beste studenten wist te begeleiden bij het invullen van hun stage of leerbaan kreeg deze prijs uit handen van onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland.

ashi

Moth Uitgelicht: Yukio leider beste Praktijkop Yukio Motohashi van Dudok in Rotterdam is de beste praktijkopleider van Nederland. Zijn grootste troef: persoonlijk contact. ‘Aandacht kost tijd. Nou, dat moet dan maar!’

benadrukken en waarderen het ministerie van OCW en SBB de belangrijke rol die de meer dan 250.000 erkende leerbedrijven en ruim 300.000 praktijkopleiders spelen in het opleiden van mbo-studenten. Persoonlijk contact

Een goede praktijkopleiding valt of staat met de kwaliteit van het leerbedrijf en de praktijkopleider. Met de jaarlijkse verkiezingen voor beste leerbedrijf en beste praktijkopleider

Yukio Motohashi werkt bij Dudok in Rotterdam, een erkend leerbedrijf in de sector Voedsel, groen en gastvrijheid. De jury stelde vast dat Yukio uitblinkt in de wijze waarop hij het opleidingsbeleid aanpakt. Ook onder stressvolle omstandigheden weet hij de studenten verder te brengen en verliest hij het persoonlijk contact niet uit het oog. Blijven investeren in medewerkers

Winnaar Yukio geeft niet alleen aandacht aan de gasten, maar juist ook aan de student. ‘Wat zijn je talenten, wat wil je leren, wat spreken we af? Aandacht kost tijd. Nou, dat moet dan maar! Ik ben enorm blij met deze prijs. Ik hoop dat deze prijs ook andere horecazaken in Nederland inspireert te blijven investeren in hun medewerkers. Want goed horecapersoneel is lastig te vinden. En juist wij – de opleider, begeleider, manager – kunnen laten zien hoe leuk het is om in de horeca te werken.’


10

Keuzedelen

de MBO·krant

Zorg en Technologie

#4 Nieuwe keuzedelen in the spotlight

Er zijn al meer dan 1.000 keuzedelen waarmee mbo’ers hun kennis en vaardigheden kunnen verbreden en verdiepen en zo nog aantrekkelijker worden voor de arbeidsmarkt. En de keuze wordt al maar ruimer. In deze rubriek staat steeds een recent ontwikkeld keuzedeel centraal. Met in deze aflevering: de keuzedelen Zorg en Technologie (niveau 3) en Zorginnovaties en Technologie (niveau 4).

‘Gerie Haartman van ROCMN en ik zijn begonnen in de zomer van 2015’, vertelt Astrid Schat, projectleider onderwijsontwikkeling bij MBO Utrecht. ‘We zochten een manier om aandacht te besteden aan zorgtechnologie bij en voor verzorgenden en verpleegkundigen. Al snel vroeg Utrechtzorg of ze konden bijdragen. Jan Joosten van Utrechtzorg kwam erbij als procesbewaker. Hij leidde vergaderingen, legde contacten met externe partijen en zorgde voor een dag met stakeholders. December 2015 presenteerden we het plan tijdens de Landelijke Werkdag van het Zorgpact. Naar aanleiding van die presentatie haakte de School voor Gezondheidszorg van MBO Amersfoort ook aan. Toen het Hoornbeeck College ook mee wilde doen, werkten we met zijn vieren eraan.’

meer voor onze studenten. Maar waar ze er daar alleen aan snuffelen, gaat het keuzedeel de diepte in. We hebben het niet over wat een zorgrobot is en hoe die werkt. Maar we staan stil bij hoe je hem inzet en wat robots betekenen voor de zorg, voor mantelzorgers en bijvoorbeeld de inkoop van zorg.’

Consequenties

Voor het grootste deel zijn de ontwikkelde keuzedelen voor niveau drie en vier identiek. Niveau drie bestaat alleen uit zes thema’s en bij niveau vier zijn het er acht. In alle thema’s staan de (ethische) consequenties van de inzet van technologie in de zorg centraal. In de twee extra delen voor niveau vier is aandacht voor onderzoek. Het keuzedeel draait daarnaast bij de opleiding Maatschappelijke Zorg. ‘Zoals geldt voor alle keuzedelen gaat het ook hier om verbreden en verdiepen van de kennis die studenten in het basis- en profieldeel opdoen’, onderstreept Schat. ‘De basis van het gebruik van technologie in de zorg zit bij ons al in dat basisdeel E-health en domotica bijvoorbeeld. Het zijn echt geen nieuwe onderwerpen

Zorgrobot Zora

Zorginstellingen

Hoe kijken zorginstellingen tegen zorg en technologie aan? ‘We merken langzamerhand dat de instellingen rijp zijn voor dit soort onderwerpen. Toen we er een aantal jaren geleden mee begonnen, waren niet alle instellingen er klaar voor. Technologie in de zorg was toen nog vooral gericht op thuisgebruik. Dan heb ik het bijvoorbeeld over apps

waarmee patiënten thuis hun vitale functies checken. Zorginstellingen in de ouderenzorg bijvoorbeeld, ontdekken nu pas welk plezier je kunt hebben van de inzet van technologie in de zorg.’ Ontwikkelingen

‘Studenten omarmen het keuzedeel meestal’, vertelt Astrid. ‘Maar er zijn wel verschillen. Deze keuzedelen zijn een verplicht onderdeel van het curriculum en studenten zien niet allemaal het nut. We zijn ook best ambitieus. Studenten moeten bijvoorbeeld een artikel lezen over medische ethiek. Dat betekent dat ze niet altijd concreet iets aan het doen zijn. Soms denk ik dat we te hoog hebben ingezet. Maar we zijn dit studiejaar pas begonnen, het keuzedeel draait voor het eerst. Je moet het sowieso blijven aanpassen, ook omdat de ontwikkelingen snel gaan. Het pakket was begin 2017 al klaar, nu zijn we alweer twee jaar verder. Uiteraard gaan we dit samen met studenten evalueren, maar ook bij de zorginstellingen. Dat heb ik nog niet gedaan omdat we bij MBO Utrecht pas dit jaar begonnen zijn met het draaien van de keuzedelen. Maar dat gaat zeker gebeuren.’

Astrid Schat: ‘We zijn best ambiteus.’

Gerie Haartman, projectleider onderwijsontwikkeling en docent ROC Midden Nederland: ‘Technologie kan een onderdeel zijn om de tekorten in de zorg op te lossen. Door professionals nut en noodzaak van verschillende technologieën te laten zien en hen ermee te laten experimenteren, wordt het normaler. Dat doen we onder andere in de Future Care Labs die we op 14 januari 2019 openen. Die bestaan uit een mobiel zorglab, een fysiek lab op de Vondellaan en een samenwerking met onze techcampus. Half december komt de website futurecarelabs.nl online. Daarop zullen verschillende arrangementen te vinden zijn voor vmbo en professionals in het werkveld.’

Gerie Haartman en Astrid Schat met twee zorgrobots

Buiten de lijnen kleuren

Heeft Astrid nog tips voor het ontwikkelen van keuzedelen? ‘De belangrijkste tip is: kleur buiten de lijnen. Je moet openstaan om te investeren en niet bang zijn om kennis te delen. Wij hebben dit ook niet van negen tot vijf kunnen doen. In ons geval was het ook echt een netwerkgebeuren, omdat we met vier scholen werkten. Het kost zeker tijd. Maar ik zou het zo weer doen’, besluit Astrid.

Phillip van Loenen, docent Verpleegkunde MBO Amersfoort: ‘Zorgtechnologie ondersteunt de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van zorgvragers, het verbetert de kwaliteit van leven en vergroot het gevoel van veiligheid. Daarnaast kan het de toenemende vraag naar zorg en welzijn voor een deel opvangen. Studenten zijn de ‘ambassadeurs van zorgtechnologie’. Zij zijn belangrijk in het behalen van die doelen. Wat mij betreft is het keuzedeel geslaagd als de inzet van technologische hulpmiddelen een natuurlijk alternatief binnen de zorg is. Wanneer zorgverleners technologie zien als aanvulling op de zorg, in plaats van een bedreiging.’

Conferentie Excellentie in het mbo: kansen bieden, kansen pakken! Zet 11 maart 2019 alvast maar in je agenda. Dan vindt namelijk de conferentie ‘Excellentie in het mbo; kansen bieden, kansen pakken’ plaats, in Tivoli Vredenburg in Utrecht. Het belooft een dag te worden boordevol inspiratie, succesverhalen, kennis, experts en met een hoop enthousiaste collega’s en studenten.

Tijdens deze conferentie kijken we terug op vier jaar excellentieprogramma’s in het mbo en vieren we de behaalde successen. Na de conferentie houdt het natuurlijk niet op. Daarom kijken we in het middagdeel vooral naar de toekomst. Hoe zorgen we er met elkaar voor dat excellentie duurzaam in het onderwijs wordt verankerd? Op 11 maart kun je een Excellen-

tiefair verwachten waar studenten en docenten laten zien wat hun excellentieprogramma inhoudt en welke successen zij behaald hebben. Bezoekers bepalen welke student de Ambitie Award wint, een prijs om ambitie ook daadwerkelijk vorm te geven. Interessante sprekers delen hun ervaringen over excellentie en talentontwikkeling. Daarnaast kun je deelnemen aan gesprekken over

de samenhang tussen excellentie en innovatie, duurzaamheid, professionalisering en internationalisering. Begin januari komt het volledige programma online. De conferentie wordt mede ondersteund door MBOe, de voortzetting van het netwerk Excellentie mbo. Meer informatie? Kijk op www.MBOe.nl.


Binnenland

december 2018

11

COLUMN De kracht van de werkelijkheid Bij het typen van de titel, was al wel duidelijk wat de inhoud zou gaan worden. Toch kwam hij erg filosofisch over. En dat dekt niet per se de inhoud. Die gaat namelijk niet over filosofische beschouwingen over de werkelijkheid. Niet over Platonische overdenkingen, geen overpeinzingen over een waarneembare en ideële werkelijkheid. Nee, het gaat over de werkelijkheid die gepresenteerd werd aan mijn studenten.

De blik van Okko Korvemaker, docent bij het Alfa-college

Die is krachtig, als middel om het werk te leren kennen waar wij hen opleiden. Krachtig ook om hen te laten zien wat er ‘nog meer te halen is uit het leven’. En dat dankzij een opdracht die mijn studenten meenamen tijdens een bezoek aan de praktijk van de zorgverlening aan mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

Keuzedelen in het mbo: van keuze naar dwang!

In deze column wil ik ook ‘mijn gastdocent’, Gijs van den Brink, (nogmaals) bedanken voor zijn bijdrage aan het leveren van deze krachtige werkelijkheid. Gijs heeft namelijk NAH, is cliënt van een grote zorgorganisatie en woont sinds enkele jaren op Het Dorp (in Arnhem). Hij werkt daar ook in allerlei rollen, taken en functies. Met studenten bezoek ik Gijs.

Met de komst van de herziene kwalificatiestructuur hebben de keuzedelen de ‘plaats ingenomen’ van de vrije ruimte. Nu scholen en andere betrokken partijen praktijkervaring hebben opgedaan, vindt de BVMBO het tijd te polsen hoe mbo-opleiders de invoering van de keuzedelen ervaren (zie ook pagina 4). De beroepsvereniging wil de komende maanden ervaringen ophalen en vroeg Okko Korvemaker, docent bij het Alfa-college, als eerste in de pen te klimmen. Deze reeks is de komende maanden zowel in de MBO-krant als op mbo-today.nl te volgen.

Toen ik het voor het eerst hoorde…

Bij de eerste berichten over keuzedelen was ik erg enthousiast. Hoe mooi is het wanneer studenten binnen een onderwijsinstelling vrij gebruik kunnen maken van het brede onderwijsaanbod binnen en buiten de school? Mijn eerste gedachte was dat de vrije ruimte aan onderwijstijd gevuld zou kunnen worden met individuele keuzes van de student. Een student uit de zorgopleiding die bijvoorbeeld de wens heeft om ontwikkelingswerk te gaan doen, zou behoefte kunnen hebben aan enige basiskennis over autotechniek, zodat hij in gebieden waar de ANWB niet komt eerst zelf kan onderzoeken wat de oorzaak van een autostoring is. Groot was mijn teleurstelling toen ik mij verder ging verdiepen en tegen allerlei regels en begrenzingen aan liep. Keuzedelen werden in hokjes geplaatst en er werden duidelijke restricties beschreven. Ik begrijp heel goed dat onderwijs controle nodig heeft om niveau te behouden, maar het enthousiasme in het woord ‘keuzedeel’ was voor mij verloren. Het werd gewoon een verplicht onderdeel van het programma. Toen ik er mee aan het werk ging…

Hoewel het niet voldeed aan mijn oorspronkelijke beeld, ben ik toch voortvarend aan het werk gegaan met het inrichten van keuzedelen voor de opleiding Welzijn van mijn school. Samen met drie collega’s heb ik me een aantal dagen opgesloten in een zomerhuisje om een programma te schrijven volgens de nieuwe kwalificatiestructuur.

We waren ambitieus en zagen kansen in het aanbod van keuzedelen. In de eerste opzet hadden wij echt een scala aan keuzedelen. We voorzagen dat studenten enthousiast door de school liepen om met elkaar de ervaringen te delen. Om het allemaal betaalbaar te houden, wilden wij eigenlijk een samenwerking tot stand brengen met andere locaties en eventueel met andere ROC’s. Helaas waren wij te snel met ontwikkelen en kwamen er, lopende het jaar, steeds meer restricties aan de keuzedelen. Ons enthousiasme sloeg langzaam om naar zorg, omdat wij toch een aantal aannames hadden gemaakt die anders uitpakten. Zo waren er nogal wat verschillen in keuzedelen per uitstroomprofiel. Dit betekende dat studenten niet zomaar een overstap kunnen maken van het ene naar het ander profiel wanneer zij toch van doelgroep wilden veranderen. Verder bleek dat locatieoverstijgende samenwerking minder makkelijk was dan gedacht. Hierdoor moet een kleine opleiding als de onze heel goed kijken naar de betaalbaarheid van een keuzedeel, met name als het gaat om de BOT-uren. Je kunt zodoende niet teveel verschillende keuzedelen voor kleine groepen financieren. Al snel bleek dat er eigenlijk helemaal geen redelijke formatieruimte was om de 240 uren studiebelasting te bemensen. De kaders van de keuzedelen zijn klaarblijkelijk achter een bureau geschreven, terwijl ik geloof dat de beste ideeën om onderwijs te verbeteren ontstaan in de klas en de beroepspraktijk. Ze voelen als een dwangbuis. Zo

jammer, omdat er zoveel mooie keuzedelen zijn die een verrijking vormen voor het diploma. De verantwoording van de 240 uur voor een keuzedeel is vooral creatief boekhouden. Ik zie dat de contacturen ernstig tekort schieten, waardoor docenten overbelast worden omdat zij zich wél verantwoordelijk voelen voor uitleg, begeleiding en feedback. Wat ik zou willen…

Nogmaals: het principe van keuzedelen binnen het onderwijs is wat mij betreft een prima idee. Alleen wil ik wel wat wijzigingen voor de inrichting voorstellen. Studenten moeten een keuze kunnen maken tussen alle keuzedelen binnen de onderwijsinstelling. Hierdoor is het niet meer nodig om aparte ontheffingsaanvragen te doen wanneer studenten bij een overstap keuzedelen hebben afgerond die nu niet binnen het profieldeel vallen. Daarmee valt een administratieve rompslomp weg en kunnen studenten en docenten zich bezig houden met ontwikkelen. Verder moet er op elk keuzedeel begeleiding geprogrammeerd worden door een docent die ruimte heeft voor uitleg, begeleiding en feedback op onderdelen van het programma. Ook moet er ruimte zijn voor contactonderhoud met de BPV waar het praktijkonderdeel wordt uitgevoerd. Dit alles met een maximum van 240 uur per schooljaar. Een niveau 4 opleiding die in drie jaar wordt aangeboden heeft dan 720 uur keuzedelen in plaats van 960 uur. In mijn betoog spreek ik alleen voor de bolopleiding, maar ook binnen de bbl-opleidingen moeten keuzedelen worden aangeboden. Omdat ik hiermee als docent geen ervaring heb, laat ik dit onderdeel graag over aan ervaringsdeskundigen. Enfin, dat lees je wellicht in een volgende aflevering van deze reeks.

Bovenstaande tekst is een samenvatting. Het gehele artikel van Okko Korvemaker kun je lezen op mbo-today.nl.

De studenten krijgen de opdracht om, vooraf, vragen te bedenken die ze zouden willen stellen aan Gijs. Vragen die gerelateerd zijn aan NAH en aan de Vier Domeinen van Verantwoorde Zorg (voor de lezers die niet uit de zorg komen, dat is een model om op methodische wijze gegevens te verzamelen over een persoon en diens leven). Op zich is dat al lastig voor de (tweede leerjaar, Verzorgende IG) studenten. Maar dan moeten ze die vragen ook nog echt gaan stellen aan een persoon met NAH, zijnde Gijs. En dan komt de kracht van de werkelijkheid tot volle wasdom. Dan stappen ze in de wereld van iemand met NAH. Letterlijk, want ze bezoeken zijn woonomgeving. Maken hem mee in de omgeving waarin hij zich veilig voelt en waar hij ‘thuis is’. Ze spreken en zien hem in zijn eigen appartement. In zijn werkelijkheid. De werkelijkheid van iemand die andere mogelijkheden heeft dan zijzelf. Maar die tot een aantal jaren geleden dezelfde mogelijkheden had (misschien iets meer, Gijs is hoog opgeleid), maar die door zijn hersenbloeding mogelijkheden heeft ingeleverd, zoals staan en lopen. En dan krijg je verslagen onder ogen met opmerkingen als: ‘Ik vind dit een geweldige ervaring’, ‘Ik vond het erg leerzaam!’ en ‘Ik heb het gesprek met Gijs als heel indrukwekkend en leuk ervaren’. Dat is krachtig. Het drukt jonge studenten met de neus op de feiten. Ze leren hoe iemand omgaat met verlies, met beperkingen in het bestaan. Maar ze leren ook hoe het is om te ‘leren met vallen en opstaan’. Hoe het leven anders kan lopen en hoe je er toch alles uit probeert te halen. Een levensles, naast opdoen van kennis en het communiceren met iemand die lichamelijke beperkingen heeft. Power!

Rob Schrijver Docent verpleegkunde


12 Gastbijdragen

de MBO·krant Gastbijdrage Bram-Sieben Rosema, ervaringswerker bij GGZ Centraal

Presentaties voor een mbo-klas Wat brengt je er toe om je kwetsbaar op te stellen voor een groep mbo-studenten? Is het niet al lastig genoeg om gewoon met je eigen kwetsbaarheid te leven? Dat zijn vragen die bij Bram-Sieben Rosema, ervaringswerker bij GGZ Centraal opkwamen toen hij gastlessen gaf op het Rijn IJssel College.

Gastbijdrage Conrad Berghoef

Het Jaar van het mbo Nog niet zo lang geleden was het mbo het stiefkindje van het Nederlandse onderwijs. Half-criminele jongeren dwaalden in een onduidelijk onderwijsconcept rond. Maar tegenwoordig omarmt iedereen – van koning tot media – het middelbaar beroepsonderwijs. Best lekker, al dat geknuffel, vindt Conrad Berghoef, coördinerend docent bij ROC Friese Poort en MBO-docent van het jaar 2017/2018. Maar het kan ook too much zijn…

Het mbo is het nieuwe troetelkind van de Nederlandse samenleving. Sterker nog, ik denk dat we 2018 in retrospectief het Jaar van het mbo mogen noemen. Politici, BN’ers, Onderwijsinspectie en bedrijfsleven buitelen over elkaar heen om het mbo te complimenteren of op de foto te gaan met de leerlingen. Pardon, de studenten. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat het mbo juist het stiefkindje van het Nederlandse onderwijs was. Half-criminele jongeren die in een onduidelijk onderwijsconcept in een schoolgebouw rondliepen – geen idee waar de docenten waren – terwijl bestuursleden in poenerige gebouwen ontzettend belangrijk zaten te doen. Nee, op een feestje zei je liever niet dat je docent was in het mbo. Voor je het wist moest je weer uitleggen wat ‘natuurlijk leren’ en ‘competentiegericht onderwijs’ inhield. Maar van losers zijn we ineens bazen geworden. Het gaat goed met het imago van het mbo. Niet in de laatste plaats door het werk van de MBO Raad, waar veel mensen er hard aan sleuren om te zorgen dat de mbo-student gezien en gewaardeerd wordt. Ik moet dan wel een beetje lachen om Ton Heerts en zijn ‘Het mbo is retegoed’ – als mannen

het beroepsonderwijs dan iemand die het waagt om het over ‘lager geschoold’ te hebben.

in pakken dat soort termen gaan gebruiken krijg ik een beetje jeuk – maar Heerts bedoelt dat echt goed. Verder heb ik dit jaar het genoegen gehad om bij nationale kampioenschappen van Skills Heroes en de verkiezingen om de mbo-ambassadeurs zulke getalenteerde en oprecht leuke studenten te mogen ontmoeten (en jaha… ik ontmoet ze ook echt elke dag in mijn klas hoor) dat ik oprecht blij ben dat ik in het mbo werk. Mbo is baas.

Volgens Zwagerman bestaan die beroepsmensen namelijk vooral uit ‘handjes’. Gouden handjes weliswaar, maar volgens haar werken (v)mbo’ers vooral met hun handen. Handjes die haar Range Rover kunnen repareren, bijvoorbeeld. Sommige mensen leren nou eenmaal vooral door te doen, en niet te veel hun hoofd te gebruiken. Laat ik daar één ding over zeggen: mocht het zo zijn dat ik in een ziekenhuis beland met een levensgevaarlijke ziekte, dan hoop ik dat niet alleen de artsen, maar ook de verpleegkundigen – die ik véél vaker zie dan die artsen – hun hoofd zullen gebruiken en theoretisch een beetje onderlegd zijn. En niet alleen de ‘handjes aan het bed’ vormen.

Maar laten we wel alsjeblieft een beetje oppassen door wie we geknuffeld worden. Op mijn social­ media-accounts duikt Marianne Zwagerman nogal vaak op. U weet wel, dat filmpje waarin ze op een podium in een makkelijke stoel een studente ervan langs geeft omdat ze de term ‘lager geschoold personeel’ gebruikt. Met strenge blik en veel wijsvinger zegt ze dat het niet mag en dat het niet moet, mensen ‘laag’ noemen. Dat doet de student overigens niet, ze heeft het over ‘lager geschoold’, maar goed. Klinkt heel sympathiek en gepassioneerd, die Zwagerman. Maar ik kan het filmpje niet meer zien, dus niet meer op mijn timeline graag, dank u. Want in haar ongetwijfeld goedbedoelde poging om het voor het (v)mbo op te nemen, spreekt Zwagerman eigenlijk met nog meer dedain over

Een van de laatste knuffelacties richting mbo was die van Groen Links-kamerlid Zihni Özdil: hij deed een wetsvoorstel om voortaan afgestudeerde mbo’ers een titel te geven. Symboolpolitiek, gaf hij eerlijk toe, maar ‘symbolen zijn ook belangrijk’. Al snel kreeg hij van alle kanten de volle laag: er zijn belangrijkere dingen om ons mee bezig te houden, was de teneur. Wat mij met name stoorde, was dat Groen Links zelf bij stagevacatures in de Kamerfractie ter ondersteuning mbo’ers uitsluit. Volgens mij is een mbo’er echt meer gebaat bij een toffe stageplek dan een titel, en dat ‘op hbo- of wo-niveau’ komen mijn studenten vaker tegen dan ze lief is. Ook bij Groen Links. Best lekker hoor, al dat geknuffel. Maar met sommige pleitbezorgers heb je geen criticasters meer nodig.

Het vertellen over jezelf is eigenlijk best een fijne bezigheid. Je ego krijgt de ruimte door de aandacht die je krijgt, je hebt een reden om na te denken over wat je hebt kunnen leren van wat je hebt meegemaakt en je kunt anderen er een dienst mee bewijzen. Daarnaast is het maken en geven van een presentatie een fijne en uitdagende bezigheid. Het vraagt concentratie om aan te sluiten bij jonge mensen en om op vragen in te spelen. Dat is prettig. En mocht het iets te dicht bij komen kan je altijd nog besluiten niet te antwoorden. Blik veruimen

Zo heb ik al zeker drie keer voor een klas leerlingen gestaan in het Rijn IJssel College van Arnhem. Een school waar ik zelf nog een tijdje voor apothekersassistent heb geleerd. Het is goed voor de studenten om een ervaringsverhaal te horen, om zo te zien hoe de GGZ vanuit een cliënt ervaren wordt.

Dat kan hun blik verruimen en daar hoop ik zo een steentje aan bij te dragen. Zelf heb ik ervaring met gedwongen opnames, gedwongen medicatie, maar ook met ambulante hulp. Na verschillende diagnoses te hebben gehad, ben ik nu werkzaam als ervaringsdeskundige. In de klassen zijn er altijd wel leerlingen die gelijksoortige ervaringen hebben bij familie of vrienden. Over een gebrek aan interesse en vragen heb ik daarom ook geen klagen, terwijl ik daar de eerste keer wel bang voor was. Vanuit mijn ervaringen met de GGZ ben ik tijdens een recent bezoek aan Haarlem naar het Dolhuys, een voormalige Pest-, Dol-, en Leprooshuis, geweest. Mijn vrouw schrok toen wel, toen ze hoorde dat ik ook in een scheurhemd had gelopen. Dit scheurhemd voelde voor mij juist wel veilig, maar de ‘po’ die we daar zagen, ging helemaal mee in mijn waangedachten. Ik begreep in ieder geval niet waar het voor was… Tot slot, de GGZ: het vraagt veel van je als werknemer, en ook van je als cliënt en naaste. Het is vaak ongrijpbaar en onduidelijk wat er aan de hand is en wat het goede is om te doen. En vertrouwen ontbreekt vaak (wederzijds). Goed om daar in de lessen al meer begrip voor te ontwikkelen en waar mogelijk wat handvatten.

Colofon De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals in het mbo. CONCEPT: Ravestein & Zwart (R&Z) VORMGEVING: Lauwers-C REDACTIE: Rutger Zwart (hoofdredacteur), Twan Stemkens (TST Communicatie), Pieter van Megen en Olaf van Tilburg (R&Z).

TEKST: Ravestein & Zwart, Rutger Zwart, Coleta van Buren (3), Rob Schrijver (11), Conrad Berghoef (12) en Bram-Sieben Rosema (12).

BEELD: Dit is mbo (1, 9), Grotografie/ROC Friese Poort (3), Claudia Otten (8), WorldSkills Netherlands (4,5) en Mark Brökling/MBO Raad (12). Verder danken we ROC van Nijmegen en Okko Korvemaker voor het beeldmateriaal. DRUK: BDU, Barneveld OPLAGE: 16.500 Proefabonnement? Mail naar info@dembokrant.nl. Dan krijg je voor 10 euro drie nummers! www.dembokrant.nl www.mbo-today.nl

Profile for de MBO krant

de MBO•krant 51 - december 2018  

Dit is het extra dikke decembernummer van de MBO•krant. Met wederom van cover tot en achterkant allerlei artikelen die je eigenlijk niet mag...

de MBO•krant 51 - december 2018  

Dit is het extra dikke decembernummer van de MBO•krant. Met wederom van cover tot en achterkant allerlei artikelen die je eigenlijk niet mag...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded