Issuu on Google+

Onbenutte kansen in emerging markets Mid Market Monitor

Juni 2012


Voorwoord

Wie wil niet weten hoe collega-bedrijven presteren en welke keuzes zij maken? De vraag stellen is haar beantwoorden; kennis is macht tenslotte. Vandaar dat wij u de Mid Market Monitor 2012 presenteren, waarin we de performance van uw peers op de thema’s innovatie, duurzaamheid, HRM én internationalisering voor de Mid Market inzichtelijk maken. Wij hopen u hiermee te voorzien van waardevolle informatie. Informatie die u direct kunt vertalen naar uw business, om deze onderbouwd te kunnen bijsturen en zodoende uw bedrijfsresultaten te verhogen. Wat zijn de bevindingen uit deze jaarlijks terugkerende Mid Market Monitor? Op het terrein van innovatie zijn de investeringen ten opzichte van 2011 licht teruggelopen. Deze verminderde inspanningen zijn naar ons oordeel niet alarmerend, maar hangen eerder samen met gepaste zuinigheid in woelige tijden. Eenzelfde trend zien we bij het thema Talent, ook hier spelen de onzekere vooruitzichten een rol. Investeringen in duurzaamheid laten een zekere bestendiging zien. Duurzaamheid is niet meer weg te denken uit maatschappij en bedrijfsleven en Mid Marketondernemingen zien mogelijkheden om investeringen te laten renderen. Een nieuw thema voor 2012 is internationalisering, een onderwerp dat sterk aan zwaarte wint. Mid Marketbedrijven zijn in hoge mate actief buiten de landsgrenzen. 85 procent ontplooit internationale activiteiten als import, export of outsourcing en in 2011 kwam ruim 30 procent van de totale afzet van de Mid Market uit het buitenland. Een positief geluid, zij het met een beperking: de focus ligt traditioneel op de Europese markt. Slechts 12 procent doet op enigerlei wijze zaken met de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Dat is opvallend weinig, gegeven het feit dat de groei in Europa stagneert, grote producenten naar Azië trekken en zich daar in sneltreinvaart een immense afzetmarkt ontwikkelt.

Waar liggen uw groeikansen?, luidde de centrale vraag van de Mid Market Monitor 2011. Wilt u een speler zijn die ertoe doet, dan moet u afzetkansen pakken in de nieuwe markten. Wat gebeurt er als één op de honderd Chinezen uw product gaat gebruiken? Dat zijn aantallen die het begrip economy of scales een nieuwe betekenis geven. Dat zijn ongekende kansen. Ondernemen is kansen benutten, vinden we bij Deloitte. Wij zijn u daarbij graag van dienst. En als global player kunnen we dat als geen ander. Met ervaren BRIC-specialisten – of liever: emergent markets experts, want we zijn ook thuis in landen als Argentinië, Indonesië en Vietnam – die u ondersteunen op het vlak van lokale fiscaliteiten, ondernemingsvormen en accountancyregels. Die u begeleiden naar de markt van uw keuze, u efficiënt kunnen doorverwijzen naar een van onze kantoren aldaar en u helpen met uw businessplan, uw jaarrekening of met juridische kwesties. Kenners van de couleur locale die u zelfs kunnen wijzen op passende huisvesting in St. Petersburg, Shanghai of Dubai. Specialisten, kortom, die u optimaal outilleren voor een kickstart buiten Europa. Zoekt u naar kansen in de nieuwe markten, dan is Deloitte de deur. We zijn er klaar voor – ook als die 12 procent na verspreiding van deze Mid Market Monitor sterk gaat stijgen. Mennolt Beelen Lid Raad van Bestuur


Contact Herman Roose Regiomarktleider Noord Oost Nederland heroose@deloitte.nl 06 5585 3875

Paul van Kalleveen Deloitte Research NL pvankalleveen@deloitte.nl 06 2277 9764

Gert de Best Regiomarktleider Noord West Nederland gdebest@deloitte.nl 06 5585 3577

Wilma Bontes Houweling Persvoorlichter wbontes@deloitte.nl 06 2127 2102

Ton van Abeelen Regiomarktleider Zuid West Nederland tvanabeelen@deloitte.nl 06 2127 2025

Hans Leverman Regiomarktleider Midden Nederland hleverman@deloitte.nl 06 5585 3046

Maurice Franssen Regiomarktleider Zuid Oost Nederland mfranssen@deloitte.nl 06 5574 7016


Research to Progress Research voor Beleid | EIM | NEA | IOO | Stratus | IPM

Mid Market Monitor Onbenutte kansen in emerging markets

Christi Veldhuis-Van Essen Petra Gibcus Lia Smit Zoetermeer, mei 2012


Dit onderzoek is gefinancierd door Deloitte.

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van EIM. EIM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with EIM. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of EIM. EIM does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.

2


Inhoudsopgave Samenvatting5 1 Inleiding

9

2

Nederland 

11

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Decor Prognoses Perceptie actuele economische ontwikkeling Internationalisering Innovatiepiramide Duurzaamheidspiramide Talentpiramide

11 11 12 13 15 15 16

3

Noord-Nederland

19

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Decor Prognoses Perceptie actuele economische ontwikkeling Internationalisering Innovatiepiramide Duurzaamheidspiramide Talentpiramide

19 19 20 21 22 23 23

4

Oost-Nederland

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Decor Prognoses Perceptie actuele economische ontwikkeling Internationalisering Innovatiepiramide Duurzaamheidspiramide Talentpiramide

25 25 26 27 28 29 29

5

West-Nederland

31

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Decor Prognoses Perceptie actuele economische ontwikkeling Internationalisering Innovatiepiramide Duurzaamheidspiramide Talentpiramide

31 31 32 33 34 35 35

6

Zuid-Nederland

37

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Decor Prognoses Perceptie actuele economische ontwikkeling Internationalisering Innovatiepiramide Duurzaamheidspiramide Talentpiramide

37 37 38 39 40 41 41

Bijlage I Verantwoording

43

3


Samenvatting  De recessie is bij veel bedrijven hard aangekomen. In 2012 speelt de nieuwe en voortdurende onzekerheid op de financiële markten de bedrijven parten. Om de  bedrijfsvoering blijvend goed op orde te krijgen, zijn innovatie, duurzaamheid  en human resource management belangrijke aspecten. In opdracht van Deloitte  monitort Panteia/EIM de Mid Market op deze drie terreinen. In 2012 is daar  bovendien het thema internationalisering aan toegevoegd. De ontwikkelingen  zijn vastgelegd in de vorm van piramides. De monitor richt zich op Mid Market bedrijven met een omzet van 50 miljoen of meer, met een governancemodel en  die niet beursgenoteerd zijn.  

Internationalisering           belangrijke    Nederland is een logistieke hub in de wereldeconomie. Internatio nalisering brengt kansen met zich mee voor groei, innovatie en samenwerking.  De bedrijven uit de Mid Market zijn in hoge mate actief op de wereldmarkt, 85%  ontplooit tenminste één internationale activiteit. Een kwart van de internationaal  actieve bedrijven haalt meer dan 75% van de omzet uit buitenlandse markten.  Uit de resultaten komt naar voren dat ook bij de Mid Market-bedrijven de focus  vooral op de Europese markt ligt. Opvallend is dat 12% van de Mid Market-on dernemingen actief zaken doet met de BRIC landen, hier liggen echter duidelijk  kansen voor groei. 

Innovatiepiramide            

In Nederland behoort 38% van de Mid Market-bedrijven tot de koplopers op het gebied van innovatie (zie Figuur 1). Deze koplopers zijn systematisch bezig met  R&D en ontwikkelen zelf product- of procesinnovaties. Nog eens 28% kan zich  rekenen tot de ontwikkelaars. Ook zij ontwikkelen zelf product- of procesinnova ties, maar doen niet systematisch aan R&D. 14% van de Mid Market-bedrijven   valt in de groep volgers. Deze groep doet niet veel aan innovatie en kan nog  stappen maken op dit gebied. Ten opzichte van 2011 is er een minder hoog per centage koplopers en een hoger aantal volgers. 



Figuur 1  Innovatiepiramide Mid Market naar landsdeel 2012 

















  

  

  

  









































  

 Bron: Panteia/EIM, op basis van telefonische enquête.

 Het landsdeel met het hoogste percentage koplopers in 2012 is Noord-Nederland.  

Daarna volgt Oost-Nederland. West-Nederland telt veel dienstverlenende bedrij

5


ven, die doorgaans minder innovatief zijn. Hierdoor kenmerkt deze regio zich

 door een relatief groot deel toepassers en volgers. ���

Duurzaamheidspiramide

Zo’n     van      Market-bedrijven   7% deMid in Nederland vindt de ontwikkeling van  duurzaam ondernemen zeer belangrijk voor het bedrijf. Dit percentage is het zelfde gebleven ten opzichte van 2011. Deze bedrijven scharen zichzelf bij de 

bedrijven die qua duurzaamheid vergevorderd zijn. Dit zijn de koplopers binnen de duurzaamheidspiramide (zie Figuur 2). Verder kan ruim een kwart van de Mid  Market-bedrijven worden gerekend tot de ontwikkelaars. De ontwikkelaars hech ten ook tamelijk veel waarde aan duurzaam ondernemen, maar zijn naar eigen  inschatting meestal minder ver gevorderd dan de koplopers. Over het afgelopen  jaar heeft er zich een positieve verschuiving voorgedaan in de onderste twee la gen van de duurzaamheidspiramide, er zijn minder volgers en meer toepassers.  

Figuur 2 Duurzaamheidspiramide Mid Market naar landsdeel 2012   



















 

 

 

 

































 











  

 Bron: Panteia/EIM, op basis van telefonische enquête.



Noord- en West-Nederland hebben het grootste aandeel koplopers en ontwikkelaars samen op het terrein van duurzaamheid. Zuid- en Oost-Nederland heb ben net iets minder koplopers en ontwikkelaars als het gaat om duurzaamheid.  De duurzaamheidspiramide van Noord-Nederland laat zien dat deze regio qua  koplopers enige achterstand heeft ten opzichte van de andere regio’s, maar er is  een toename in ontwikkelaars in dit landsdeel ten opzichte van 2011. 

           

Talentpiramide



Nederland barst van het talent, maar veel bedrijven hebben moeite om talent  te werven of te behouden. De talentpiramide geeft inzicht in de wijze waarop  Mid Market-bedrijven zich inzetten voor human capital management. Koplo pers zijn erg actief bezig met human capital management. Zij vinden het een  belangrijk onderdeel van de bedrijfsstrategie. Zij managen medewerkers door   te anticiperen op ontwikkelingen binnen en buiten het bedrijf en zij steken veel  tijd en energie in human capital management. Van de Nederlandse Mid Market bedrijven is 4% een koploper. Bijna twee op de vijf Mid Market-bedrijven steekt  nauwelijks tot geen energie in talentmanagement. Ook op het terrein van talent is er sprake van verminderde inspanningen/investeringen ten opzichte van 2011. 

6


Figuur 3 Talentpiramide Mid Market naar landsdeel 2012



 



















 

 

 

 

































 











  

 Bron: Panteia/EIM, op basis van telefonische enquête.



Zuid-Nederland telt het hoogste gezamenlijke aandeel koplopers en ontwikkelaars bij Mid Market-bedrijven. Daarentegen kenmerkt Noord-Nederland zich  door een hoog percentage toepassers en volgers onder de Mid Market-bedrijven.  



7


Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms. Deloitte provides audit, tax, consulting, and financial advisory services to public and private clients spanning multiple industries. With a globally connected network of member firms in more than 150 countries, Deloitte brings world-class capabilities and deep local expertise to help clients succeed wherever they operate. Deloitte’s approximately 195.000 professionals are committed to becoming the standard of excellence.

© 2012 Deloitte The Netherlands Designed and produced by Communications at Deloitte, Rotterdam.

2.301.26020

This publication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms, or their related entities (collectively, the “Deloitte Network”) is, by means of this publication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte Network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this publication.


Deloitte Mid Market Monitor 2012