Page 1

# 35. augustus 2019

Kautsky en de parlementaire weg naar het socialisme – Een antwoord op Eric Blanc (Jacobin)

Bureaucratische coup zal CWI meerderheid niet stoppen in opbouw sterke revolutionaire socialistische internationale

30 jaar na de val van de Muur van berlijn


Marxisme Vandaag

# 35. augustus 2019

INHOUD

30 jaar na de val van de Muur van Berlijn De geschiedenis van een gefaalde revolutie door Tanja Neimeier

3

DDR 1989: Bestond er een alternatief op de kapitalistische restauratie? door René Henze

7

30 jaar na het IJzeren Gordijn. Hoe het uitzicht van de wereld hertekend werd door Eric Byl

11

actualiteit Trump’s handels- en technologieoorlogen en de gevolgen voor het globale kapitalisme door Vincent Kolo

Marxisme Vandaag is het tweemaandelijkse online magazine van de Linkse Socialistische Partij. Steun ons:

14

Brazilië: perspectieven voor het verzet tegen Bolsonaro door André Ferrari

19

System change. Waarom wij opkomen voor socialistische maatschappijverandering! door Nicolas Croes

25

Bureaucratische coup zal CWI-meerderheid niet stoppen in opbouw sterke revolutionaire socialistische internationale door CWI Meerderheid 28

Contacteer ons:

Historisch Kautsky en de parlementaire weg naar het socialisme – Een antwoord op Eric Blanc (Jacobin) door Rob Rooke

* Neem een abonnement op maandblad ‘De Linkse Socialist’ Meer info via onze webshop: socialismebe.tictail. com * Financiële steun op BE69 0012 2603 9378 van LSP.

31

Terugblik op het falen van de linkse regering van PS-PCF onder François Mitterrand door Boris (Brussel) 36 De Communistische Internationale en de dreiging van het fascisme door Iain Dalton 38

Hovenierstraat 45, 1080 Molenbeek 02/345 61 81 info@marxisme.be


30 jaar na de val van de Muur

De geschiedenis van een gefaalde revolutie

I

n het algemeen wordt de geschiedenis door de overwinnaars geschreven. Vandaar dat talloze reportages, televisieprogramma´s en krantenartikels de handtekening dragen van de heersende kapitalistische klasse. Ze hebben het over het einde van een brutale dictatuur, de overwinning van de democratie, de gewonnen vrijheden en het samenkomen van een volk dat 40 jaar gescheiden leefde. Wat was de echte betekenis van de beweging in Duitsland 30 jaar geleden? Dossier door Tanja Niemeier, geschreven bij de 20ste verjaardag van de val van de Berlijnse Muur.

Ze hebben het over het einde van een brutale dictatuur, de overwinning van de democratie, de gewonnen vrijheden en het samenkomen van een volk dat 40 jaar gescheiden leefde. Ongetwijfeld zullen ze het ook hebben over de moed van de toenmalige DDRbevolking om op te staan en het bureaucratische regime ten val te brengen. De hereniging van Duitsland op kapitalistische basis zal klinken als het logische gevolg van deze – inderdaad moedige en indrukwekkende – massabeweging.

ternationale arbeidersklasse. De val van de Berlijnse Muur staat symbool voor de val van het socialisme (lees: stalinisme) in het algemeen. Het heeft de wereld veranderd. Het heeft geleid tot frustratie en demotivatie ter linkerzijde. Het heeft de koers naar rechts binnen de sociaaldemocratie en de vakbondsleiding versneld. Een correcte schets van deze gebeurtenissen is cruciaal voor iedereen die vandaag en morgen de zoektocht begint naar een economisch en ideologisch alternatief op het kapitalisme.

Voor de heersende klasse komt dit goed van pas nu de kapitalistische economie in een zware crisis verkeert. De gevolgen zijn nog niet voor iedereen voelbaar. Een groot deel van de arbeidende bevolking en de jongeren is er zich wel van bewust dat zij zullen opdraaien voor deze kapitalistische crisis. De woede stijgt en zal leiden tot een legitimiteitscrisis van het systeem. Ook de stalinistische versie van het socialisme kende eind de jaren ’80 een zware legitimiteitscrisis. De bevolking wou meer democratie, meer vrijheid,… Maar wat is het alternatief? Zowel in 1989 als in 2009 is dit de centrale vraag die moet beantwoord worden.

Glasnost en Perestroika

“Het socialisme heeft gefaald”, “Marx is dood, Jezus leeft”. Deze uitspraken, die onmiddellijk na de val van de muur de ronde deden, hebben een stempel nagelaten op het bewustzijn van de in-

Het ontstaan van de protestbeweging die leidde tot de revolutionaire ontwikkelingen in de DDR van oktober 1989 tot januari/februari 1990 kaderde in een internationale context. In de Oostbloklanden werkte de economie niet volgens de principes van de vrije markt, maar op basis van een geplande economie. De productiemiddelen bevonden zich niet in privé-eigendom, winstmaximalisatie was niet de drijfveer van de productie. Openbaar vervoer, huisvesting, onderwijs, boeken, eten en zelfs speelgoed en bloemen werden goedkoop ter beschikking gesteld aan de bevolking. De bureaucratische planeconomie kende weinig directe inbreng, inspraak en controle van arbeiders en gebruikers. Alles MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 3


30 jaar na de val van de Muur werd centraal gepland. Het gebrek aan democratie leidde tot starre en bureaucratische planning, wat op zijn beurt leidde tot tekorten (zoals bvb wachttijden van 10 jaar voor een auto of 8 jaar voor een telefoon) en soms tot slechte kwaliteit van producten. In de jaren ‘80 ontwikkelde de bureaucratie in de meeste landen tot een totale rem op de planeconomie, werden de tekorten groter en daalde het BBP. In 1985 kwam Michail Gorbatsjov aan de macht in de Sovjetunie. Zijn programma van Glasnost (opening) en Perestroika (hervorming) was in feite een eerste aanzet tot kapitalistische restauratie. Maar het werd door veel mensen als “een nieuwe frisse wind” ervaren. Er bestonden heel wat illusies in de verandering van koers in de Sovjetunie. Het tolereren van een zekere mate van publieke discussie had ook gevolgen in Oost-Duitsland.

land verlaten. In oktober volgden 57.000 anderen en in de eerste week van november liep het op tot 9.000 mensen per dag. De massa’s betraden het politieke toneel en het regime vertoonde interne barsten. Dat zijn twee wezenlijke kenmerken van een revolutie. Op dat ogenblik was er geen enkele eis die wees op een verlangen naar een terugkeer van het kapitalisme of een eenmaking met het andere Duitse buurland.

Mensen durfden op café opeens openlijk kritisch te zijn. De kritiek ging vooral over het gebrek aan democratische rechten, de vrijheid om te reizen en bezorgdheid over de economische toestand. De eerste kleine protestacties vonden plaats. Meestal diende de kerk, die een speciaal statuut genoot, als “onderdak” voor de oppositie. De bureaucratie was alert en gebruikte repressie als wapen.

Ongenoegen komt tot uiting In mei 1989 waren er twee belangrijke gebeurtenissen in de aanloop naar de revolutionaire massabeweging die later zou volgen. Op 2 mei opende Hongarije zijn grens met Oostenrijk. Voor het eerst sinds lang bood dit ook de mogelijkheid om de DDR te verlaten zonder grote moeilijkheden. Even belangrijk waren de gemeenteraadsverkiezingen van 7 mei. Aangezien er meer openlijk kritiek werd gegeven op het regime, wist de bevolking dat de reële steun voor het regime beperkt was. Weinigen hechtten enig geloof aan de officiële verkiezingsresultaten die stelden dat 98,77% van de kiezers voor de regeringskandidaten hadden gestemd. Het provoceerde een diepe woede en dezelfde avond nog trokken 1.500 mensen de straat op. Ook elders komt het ongenoegen tot uiting. Op 4 juni eindigde de protestbeweging van Chinese studenten en arbeiders in het bloedbad op Tien An Men. Die gebeurtenissen werden wereldwijd gevolgd. In Oost-Duitsland kreeg Tien An Men een bitter nasmaak. Her regime keurde de repressie officieel goed. Neue Deutschland, het propagandablad van de bureaucratie, schreef: “het [de repressie] was een noodzakelijk antwoord op de oproer van een minderheid”. Het scenario van een gelijkaardig optreden tegen de beweging in eigen land leek een reële optie.

De Exodus – “wir wollen raus” In augustus en september 1989 beslisten steeds meer mensen om de DDR via Hongarije en Tsjecho-Slowakije te verlaten. Eind september hadden reeds 25.000 mensen, waaronder veel jongeren, het

4 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

Dit bracht onvermijdelijk discussie met zich mee in de beweging. “Wat gaat er gebeuren als iedereen wegloopt? Gaat de economie in elkaar storten vanwege een gebrek aan arbeidskrachten? Wij willen niet weglopen. Dit is onze thuis. Maar we willen verandering. We willen dat er iets gebeurt.” Terwijl steeds meer mensen vertrokken, was er ook een toenemend aantal deelnemers aan de protestbetogingen. De bureaucratie probeerde het tij nog te keren. In de eerste week van oktober waren er feestelijkheden om “40 jaar DDR” te vieren. Met een bombastisch feest moest de macht en de dominantie van de bureaucratie worden aangetoond. De betogingen aan de vooravond van het feest werden onderdrukt: 1.300 betogers werden opgepakt.

Maar ook binnen het regime ontstonden de eerste meningsverschillen. Er werd vol spanning uitgekeken naar de eerstvolgende, intussen de zesde, maandagbetoging in Leipzig. Daarbij kwamen er maar liefst 70.000 betogers op straat, de grootste mobilisatie tot dan toe. Het regime reageerde niet, ook niet met repressie. Dat werd op zich gezien als een overwinning en een teken van zwakte bij de bureaucratie. Het zelfvertrouwen nam toe en de beweging werd offensiever. Erich Honecker, de toenmalige minister-president en de vertegenwoordiger bij uitstek van het regime, werd het eerste slachtoffer. Het regime offerde hem op in een poging om de beweging te kalmeren. Op 17 oktober nam hij ontslag wegens “gezondheidsredenen”.

Maandagbetogingen: “Wir bleiben hier – Wir sind das Volk” De beweging liet zich echter niet zomaar kalmeren. Integendeel! De hoofdslogan was intussen aangepast tot “wij blijven hier” en “wij zijn het volk”. De maandagbetogingen bleven verder aangroeien. Op 9 oktober waren er 70.000 betogers, op 16 oktober 120.000, op 23 oktober 250.000 en op 30 oktober waren het er al 300.000. De beweging kende ook een geografische uitbreiding. De massa’s betraden het politieke toneel en het regime vertoonde interne barsten. Dat zijn twee wezenlijke kenmerken van een revolutie. Op dat ogenblik was er geen enkele eis die wees op een verlangen naar een terugkeer van het kapitalisme of een eenmaking met het andere Duitse buurland. De centrale eisen gingen over meer democratie, vrije verkiezingen en het einde van de in de grondwet gebetonneerde positie van de regimepartij SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands). Op alle betogingen werd de Internationale gezongen. In een interview met BBC stelde Jens Reich, een leidinggevende figuur van het Neues Forum: “Volgens mij kan en zou de DDR als onafhankelijke eenheid binnen Europa moeten blijven bestaan. We zijn een socialistisch land en willen dit ook blijven. Natuurlijk zijn


30 jaar na de val van de Muur er hervormingen en veranderingen nodig, maar toch is de Duitse hereniging niet aan de orde. Ik denk niet dat dit realistisch of wenselijk zou zijn.”

“Dit is een socialistische betoging” De doorbraak en het hoogtepunt van de revolutionaire beweging kwam er met een betoging op 4 november. Naargelang de bron waren er 500.000 tot 1 miljoen betogers in Berlijn. Ook deze betoging liet geen twijfel bestaan over het pro-socialistische karakter van de beweging. Het klopt dat er voor het eerst spandoeken waren met slogans als “Duitsland, Vaderland”, maar dat bleef geïsoleerd. De betoging werd geopend met de slogan: “Dit is een socialistische betoging”. Eén van de sprekers was de schrijver Stefan Heym. Hij riep op om eindelijk te beginnen aan de uitbouw van het echte socialisme, een socialisme dat deze naam waardig was. Anderen hadden het over een socialisme met een menselijk gezicht. Onder de sprekers waren er ook vertegenwoordigers van de SED, onder meer Gregor Gysi (die vandaag mee aan de leiding staat van Die Linke), die begrip toonden voor de betogingen en de eisen voor hervormingen. Deze sprekers vroegen tegelijk begrip voor de fel bekritiseerde opvolger van Honecker, Egon Krenz. Opvallend op de betoging was dat niemand een terugkeer van het kapitalisme eiste. De spandoeken op de betoging benadrukten dit. Er waren verwijzingen naar de socialistische Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland: “Lang lebe die Oktoberrevolution von 1989”, maar vooral veel eisen die bewust of onbewust een politieke revolutie eisten: “DDR – Direkte Demokratische Reformen”, “Weg met alle privileges”, “Privileges voor iedereen”, “Gebruik jullie macht – richt arbeidersraden op”, “Tegen monopoliesocialisme, Voor een democratisch socialisme”, “Vrije verkiezingen. Nu!” Het regime was op dit ogenblik niet meer functioneel en stond volledig geïsoleerd in de samenleving. De macht lag op straat. Beslissende en concrete ordewoorden op deze betoging hadden het begin kunnen vormen om een programma van politieke revolutie in de praktijk om te zetten. Helaas riepen de sprekers op het einde van de betoging alleen op om naar huis te gaan en bepaalde metro- en tramstations te mijden om zo de overlast te beperken. De betoging van 4 november toonde de sterktes en de zwaktes van de revolutie aan. De beweging was in staat om de massa´s te mobiliseren en het oude regime te doen wankelen. De massa´s voelden hun eigen kracht en kregen zelfvertrouwen. Het karakter van de beweging was spontaan, de organisatiestructuur los. Geen enkele van de grotere oppositiestructuren had een duidelijk programma en strategie om de eis van “een humaan en democratisch” socialisme in de praktijk om te zetten. De zelforganisatie van de mensen om het dagelijkse leven in hun bedrijven, school, universiteit, wijk,… zelf in handen te nemen door raden op te richten, bleef abstract. Waar er raden of comités ontstonden, was er meestal een gebrek aan coördinatie om deze op nationaal niveau te laten functioneren. Een echte machtsstructuur die de oude structuren kon vervangen ontstond niet. Dit had zware gevolgen voor het resultaat van de revolutie.

massa´s. De oppositie werd officieel erkend en er werden verkiezingen uitgeroepen voor mei 1990. Onder druk van de betoging werd het onmogelijke mogelijk. Op 9 november dwong de OostDuitse bevolking de vrijheid van reizen af. De Berlijnse Muur viel. Tussen 9 en 19 november bezochten 9 miljoen mensen (bijna de helft van de inwoners van de DDR) West-Duitsland of West-Berlijn. Slechts 50.000 kozen ervoor om niet terug te keren. In een opiniepeiling gaf 87% van de bevraagden aan dat ze in de DDR wilden blijven wonen. De West-Duitse regering en de kapitalistische elite hadden de gebeurtenissen aandachtig geobserveerd. Op 22 augustus stelde de toenmalige CDU-kanselier Helmut Kohl dat hij geen belang had bij onstabiliteit in Oost-Duitsland. Vanaf november kwam de West-Duitse regering wel naar voor met het idee van kapitalistische hereniging. Er werd immers gevreesd dat een socialistische massamobilisatie in het Oosten ook gevolgen zou hebben voor het bewustzijn van de arbeidersklasse in het Westen.

Ronde Tafels De SED-bureaucratie was volledig verzwakt en stond geïsoleerd, maar ook de zwakte van de oppositie kwam tot uiting. Ondanks alle kritiek op het regime verklaarde de grootse oppositiestructuur Neues Forum : “(…) het is niet goed als de SED ten onder gaat. Het Neues Forum is niet in staat om de regering over te nemen, daarom is het best dat de rgering eindelijk samen werkt met de oppositie”. Zo ontstonden de ronde tafels. Deze hielpen het regime om te overleven op een ogenblik dat de afkeer bij de bevolking tegen dit regime enkel maar toenam. Dat werd versterkt door het einde van de censuur, waardoor tot dan toe geheim gehouden feiten aan het licht kwamen over onder meer de levensstandaard van de elite of de omvang van de afluister- en verkliktechnieken van de Stasi (staatsveiligheid).

De arbeidersklasse De eis “Weg met het regime, weg met de SED” werd een vaste waarde op de betogingen. De woede over de decadente levensstijl van de elite zorgde ervoor dat de rol van de arbeidersklasse als georganiseerde kracht veranderde. Tot dan toe waren er vooral avond- en weekendbetogingen. De arbeiders waren massaal aanwezig, maar zagen de acties als iets voor ’s avonds terwijl overdag werd gewerkt. Die houding was een uitdrukking van het bewustzijn van de arbeiders. Ondanks alle kritiek bestond er een loyaliteit en een verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de economische productie. Omdat er geen privé-eigendom bestond, zouden stakingen alleen maar de eigen bevolking treffen. Op een moment dat de economie moeilijkheden kende en met een tekort aan arbeidskrachten kampte, zou dit bijzonder hard aankomen.

De Muur valt

De bekendmaking van de enorme verspilling van middelen door de elite, die een vergelijkbare levensstandaard kende als de hebzuchtige kapitalistenklasse, was een klap in het gezicht. De arbeiders gingen nu wel over tot stakingsacties om het regime verder te destabiliseren.

De betoging van 4 november was een echt machtsvertoon van de

Er werden discussies opgezet over de nood aan een nieuwe, demoMARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 5


30 jaar na de val van de Muur cratische en strijdbare vakbond. Er werd een algemene staking aangekondigd voor 11 december, maar deze vond nooit plaats. Zowel regering als oppositie spraken zich uit tegen een algemene staking. Een algemene staking had een breed en open debat op nationaal niveau kunnen uitlokken onder arbeiders van verschillende bedrijven. Het had een begin kunnen vormen van de democratisering van de planning en de productie. Het gebrek aan een consequente leiding zorgde er evenwel voor dat het pro-kapitalistische kamp van de situatie kon profiteren.

Het begin van de contrarevolutie De aarzelende houding van de oppositiebeweging en het blijven vasthouden aan de ronde tafel gesprekken, zorgde ervoor dat de West-Duitse regering van Kohl zich kon profileren als de meest consequente tegenstander van het DDR-regime. Dat leidde tot een toename van het aantal Duitse vlaggen op de betogingen. Ook de eis naar een hereniging met West-Duitsland werd prominenter. Op de ronde tafel van eind september werd bekend gemaakt dat 59.000 van de oorspronkelijk 85.000 Stasi-werknemers nog steeds in dienst waren en dat het centraal computersysteem nog steeds in gebruik was. Dat leidde tot grote betogingen en een bestorming van de gebouwen van de Stasi. Deze gebeurtenissen verdiepten verder de haat tegenover het regime. De hoofdvijand bleef echter de bureaucratische elite. Op de volgende betogingen werden spandoeken meegedragen die de intussen tot PDS (Partei des Democratisches Sozialismus) vervelde SED omschrijven als “Partei der Stalinisten”, “Partei der Stasi” of als “Priviligien, Dominanz, Stagnation”. Om de gemoederen te bedaren en ook uit schrik voor een dreigende algemene staking werd beslist om de verkiezingen te vervroegen naar 18 maart. Onder druk van een verslechterende economische situatie zagen de oppositiegroepen geen alternatief op de invoering van kapitalistische elementen in de economie. De verkiezingen zorgden voor een onverwacht sterke overwinning van de door Kohl opgerichte Alliantie voor Duitsland. Die haalde 42,8%. De PDS kreeg nog 16,4% van de stemmen. Dit resultaat en de propaganda vanuit de West-Duitse elite waarin een sociale markteconomie werd beloofd, openden de deuren voor een hereniging van Duitsland op kapitalistische basis op 3 oktober 1990. 20 jaar later is voor de overgrote meerderheid van Oost-Duitsers duidelijk dat de beloofde “bloeiende landschappen” er niet meer zullen komen. Een jaar na de hereniging was de werkloosheid al gestegen van 7,2% tot 30%. Er kan snel een balans worden opgemaakt van wie won en wie verloor bij de hereniging. De Oost-Duitse arbeidersklasse houdt na 20 jaar ervaring met het kapitalisme nog altijd goede herinneringen over aan de positieve elementen van de geplande economie. In september 2005 bracht Der Spiegel een opvallende opiniepeiling. Daaruit bleek ondermeer dat 73% van de ondervraagde Oost-Duitsers “de kritiek van Karl Marx op het kapitalisme vandaag nog steeds zinvol vindt” en dat 66% “het socialisme een goed idee vindt dat in het verleden echter fout is uitgevoerd”.

6 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019


30 jaar na de val van de Muur

DDR 1989: Bestond er een alternatief op de kapitalistische restauratie?

O

ver het belang van een programma van politieke revolutie en een marxistische organisatie. 4 november 1989, centrum Berlijn: 500.000 tot 1 miljoen mensen verzamelen op de Alexanderplatz en in de aangrenzende straten. Groepen arbeiders, families, enorme groepen jongeren – en boven hun hoofd: een zee van zelfgemaakte spandoeken. Artikel door Rene HENZE (geschreven in 2009).

De angst voor de staatsmacht was vervlogen, overal werd open en vrij gesproken. Een hoopvolle en optimistische stemming heerst in het centrum van Oost-Berlijn. Om 11u25 word de meeting geopend. De mensen worden stil. Dan galmt over deze enorme mensen-en spandoekenzee een klare vrouwenstem: “Lieve collega’s en vrienden, gelijkgezinden en wie hier is gebleven! Wij, de werknemers van het Berlijnse Theater, heten jullie van harte welkom. De straat is de spreektribune van het volk. Overal waar het uitgesloten wordt om op de tribune te kunnen plaats nemen. Hier vindt geen betoging plaats, maar een socialistische massabetoging.” Zo opende Marion van de Kamp de grootste betoging in de Herfst van 1989 in de DDR. Deze woorden waren nog niet helemaal uitgesproken of er klonk een gigantisch applaus. Vandaag vertellen de woordvoeders van het kapitalisme dat er voor de ontwikkeling van de DDR geen andere weg mogelijk was dan de hereniging met West-Duitsland en de invoering van de markteconomie in Oost-Duitsland. Maar het verloop van de geschiedenis is niet iets dat op voorhand vast staat. Karl Marx schreef: “De mensen maken hun eigen geschiedenis, maar zij maken die niet uit vrije wil, niet onder zelfgekozen, maar onder rechtstreeks aangetroffen, gegeven en overgeleverde omstandig-

heden.” (uit: De 18e Brumaire van Louis Bonaparte, 1852) De beweging begon als pro-socialistisch In de herfst van 1989 was er de mogelijkheid om een andere richting te nemen, weg van zowel het stalinisme als van de herinvoering van het kapitalisme. Dit was geen wensdroom van ons, linkse socialisten. Er waren 20 jaar geleden vele aanzetten hiervoor aanwezig. Dat blijkt ook als we kijken naar enkele toenmalige verklaringen. De grootste en meest prominente oppositiegroep van dat moment, Neues Forum, gaf op 1 oktober 1989 een verklaring met de volgende inhoud: “Voor ons is de hereniging geen thema, daar wij uitgaan van twee staten in Duitsland en geen kapitalistische samenleving nastreven.” Eén van hun leidinggevende figuren, professor Jens Reich, verklaarde in een interview met de Frankfurter Rundschau op 15 november 1989: “dat de meerderheid van onze aanhangers tegen een kapitalistische samenleving is. Ze hadden liever een heropbouw, een hervorming van het socialisme, zodat deze voor de meerderheid van de bevolking aanvaardbaar is.” En zelfs de meer rechtse oppositiegroep “Demokratische Breuk MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 7


30 jaar na de val van de Muur (DA)”, dat later bij de CDU aansloot, verklaarde op 2 oktober, dat een “hervorming en vernieuwing van het socialistisch systeem in de DDR onvermijdelijk werd.” De toenmalige burgemeester van West-Berlijn, Walter Momper (SPD) erkende de op dat moment heersende stemming binnen de massabeweging in de DDR: “De beweging voor meer democratie in de DDR streeft niet naar vrijheid om te dienen onder het patronaat van een ééngemaakte Duitse Staat. De kritische oppositiegroepen willen veel meer sociale democratie, een derde weg van democratisch socialisme.” Met geen enkel woord of spandoek werd op de maandagbetogingen in Leipzig tijdens de maand oktober of de massabetoging van 4 november in Berlijn de afkeer van het socialistisch ideaal of de aansluiting bij West-Duitsland uitgesproken. Het uitgangspunt De Russische revolutionair en tegenstander van Stalin, Leon Trotski, vroeg in zijn analyse over het tot stand komen en mechanismes van het stalinisme: “Zal de bureaucraat de arbeidersstaat opeten, of zal de arbeider de bureaucraat bedwingen?” (Trotski, Verraden Revolutie, 1936) Eind jaren 1980 werd in het volledige Oostblok duidelijk dat de stalinistische bureaucratie met haar totale controle over de samenleving de planeconomie wegvrat. De productie stagneerde, economische, sociale en ecologische problemen namen toe. In de herfst van 1989 brak het ongenoegen los. Van het moment de massa’s de straat opgingen, hing de SED-bureaucratie in de touwen. In het kapitalisme hebben de patroons hun wortels in de samenleving via hun bezit van kapitaal, bedrijven en grond. De stalinistische bureaucraten daarentegen konden hun heerschappij enkel via de partij en de staat uitoefenen en dat zolang de massa’s stil bleven. Vanaf het moment waarop men in bijna elke stad de straat op ging om democratische rechten, als de vrijheid om te reizen en vrije meningsuiting te eisen (“Privilegiën für alle” stond op spandoeken op 4 november) en een einde aan de corruptie eisten, werd de zwakte van de stalinisten zichtbaar. Een Stasi-officier gaf een voorbeeld uit Leipzig: “Op 9 oktober oversteeg het aantal betogers voor het eerst wat men had verwacht. Wat wij met de ons beschikbare informatie verwachtten, werd op een indrukwekkende en voor ons zelfs beangstigende manier overstegen. Nog nooit zag men in de DDR zoveel mensen met een zo duidelijke oriëntatie tegen het systeem. “ Raden, vakbonden en burgercomités Nadat de massa’s aanvoelden dat “de vensters werden opengegooid na al die jaren van stagnatie in de economie, de samenleving, de politiek, de geesten, van muffe lucht, holle frasen, domheid en bureaucratische willekeur” (Stefan Heym, speech op 4 november 1989), begon men initiatieven te nemen. Ontelbare initiatieven ter initiatief ter oprichting van een initiatief ontstonden. Als paddenstoelen na regen werden niet enkel oppositiegroepen opgericht, maar ook onafhankelijke initiatieven in de bedrijven. In het ziekenhuis van Rostock werd bijvoorbeeld een ziekenhuisraad opgericht waarin dokters en verpleegkundigen samenkwamen, omdat ze “een gebrek aan vertrouwen bij de collega’s

8 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

vaststelden tegenover de bedrijfs-, vakbonds, en partijleiding” (verklaring oktober 1989). Gelijkaardige ontwikkelingen deden zich voor in vele bedrijven en instellingen. Op veel plaatsen werden initiatieven genomen voor het oprichten van fabrieksraden (die zich eerder naar de West-Duitse ondernemingsraden en het model van medebeheer oriënteerden). Maar er ontstonden ook onafhankelijke vakbonden, zoals ten zuiden van Berlijn, bij de vrachtwagenhersteller IFA en de aangrenzende toeleveringsbedrijven. Het waren de arbeiders in de zoo van Berlijn en bij BergmaanBorsig in Berlijn-Pankow, in enkele grote bedrijven in Leipzig en in het ziekenhuis van Rostock waar het proces van onafhankelijke organisatie het verst ontwikkelde. Daar ontstonden aanzetten tot arbeidersraden, die in de richting van arbeiderscontrole over de bedrijven ontwikkelden. Daarnaast probeerden stagairs in Berlijn om in de bedrijven waar ze werkten tot “leerlingenraden” te komen en deze in de volledige stad te verbinden. Maar niet enkel in de bedrijven werden mensen actief. Scholieren en studenten richtten ook raden op. Via deze structuren streden scholieren bijvoorbeeld om van de zaterdag een schoolvrije dag te maken in de DDR en tot op vandaag heeft het orgaan van de studentenvertegenwoordiging aan de universiteiten van Rostock en Leipzig nog deezelfde naam: Studentenraad. Zelfs bij onderdelen van de staatsorganen werden onafhankelijke comités opgericht. Bij het eliteregiment van de Stasi, “F. Dziershinsky”, in Berlijn werden bijvoorbeeld in oktober 1989 de stalinistische officieren van de “harde lijn” ontslaan en werd een vertegenwoordiging vanuit het personeel verkozen. In januari 1990 werd een soldatenraad opgericht voor de volledige DDR. Naast deze directe comités en initiatieven waren er ook ontelbare burgercomités in alle steden (ter bestrijding van corruptie, machtsmisbruik, tegen de Stasi, …). En tenslotte ontstonden in vele steden zogenaamde wijkraden, waar bewoners samenkwamen, om mee lokale beslissingen te kunnen nemen. Alle ingrediënten voor een “socialisme met een menselijk gezicht” waren aanwezig. Het ging om de directe destalinisering en democratisering van de samenleving in de DDR en het behoud van de “volkseigen” bedrijven. Deze stemming is één van de redenen, waarom in de herfst/winter van 1989/90 bijna niet werd gestaakt. De arbeidersgemeenschappen wilden “hun” bedrijven en “hun” economie niet nog meer schade toebrengen. Het ging niet om de invoering van de private eigendom van productiemiddelen, marktconcurrentie en winstmaximalisatie – dat was geen onderdeel van de door de volksmassa’s, initiatieven en oppositiegroepen, geuite wensen en eisen. De massa’s betraden het toneel van de geschiedenis, verbraken het zwijgen en begonnen de eerste initiatieven van zelforganisatie te ontwikkelen. De heersende elite werden in het defensief gedwongen en wankelde – doch wie had hen ten val kunnen brengen? En hoe had een nieuwe, niet-stalinistische samenleving er kunnen uitzien? Trotski’s programma van politieke revolutie In “De Verraden Revolutie”, zijn zeer belangrijke werk over het


30 jaar na de val van de Muur stalinisme, schetst Trotski een val van de stalinistische machtskliek als volgt: “Bij energieke druk van de volksmassa’s en in dit geval het onvermijdelijke uiteenvallen van het regeringsapparaat kan het verzet van de heersende elite veel zwakker uitvallen, dan het vandaag zou lijken. Maar hierover zijn enkel vermoedens mogelijke. Wel zeker is dat de bureaucratie enkel door een revolutionaire kracht kan opgeheven worden, wanneer we zoals altijd zo weinig als mogelijk slachtoffers willen, moet deze aanval zo stoutmoedig en vastberaden mogelijk zijn. (… ) ‘De revolutie, die bureaucratie tegen zichzelf voorbereidt, zal niet zoals de Oktoberrevolutie van 1917 een sociale van karakter zijn. In deze gaat het niet om de economische basis van de samenleving te veranderen en de bestaande eigendomsvormen door andere te vervangen. De geschiedenis toont ons niet enkel voorbeelden van sociale revoluties, die het feodaal regime vervangen door een burgerlijk, maar ook politieke revoluties, die, zonder de economische basis van de samenleving aan te tasten, de oude heersende elite wegvegen (1830 en 1848 in Frankrijk, februari 1917 in Rusland, …) De val van de bonapartistische kaste zal uiteraard diepe sociale gevolgen hebben, maar op zich zal het binnen het kader van een politiek omwenteling blijven. (…) ‘Het gaat er niet om, een heersende kliek door een andere te vervangen, maar daarom, de methodes te veranderen, hoe de economie en cultuur geleid wordt. De bureaucratische heerschappij moet plaats maken voor de radendemocratie. Het herstellen van het recht op kritiek en echte vrije keuzes zijn noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van het land. Dit betekent, dat de Sovjetpartijen, te beginnen met de Boljsewistische Partij terug hun vrijheid bekomen en de vakbonden terug worden opgericht. Op de economie toegepast betekent dit de democratische controle van de planeconomie ten diensten van de werkende klasse. Vrije discussies over economische problemen zal de kosten voor de bureaucratische fouten en zigzags drukken. De dure speelgoedjes – Sovjetpaleizen, nieuwe theaters, opschepperige metro’s – worden teruggeschroefd ten voordele van de betaalbare arbeiderswoningen. De “burgerlijke verdelingsnormen” worden tot het absoluut noodzakelijke terug gedrongen, en in de mate waarin de gemeenschappelijke rijkdom groeit, moet deze plaats maken voor socialistische gelijkheid. Alle voordelen worden direct afgeschaft, de rommel aan eretitels moeten plaats maken voor een smeltkroes. De jeugd moet vrij kunnen ademen, bekritiseren, zich vergissen en rijpen kunnen. Tenslotte moet de buitenlandpolitiek naar de tradities van het revolutionaire internationalisme terugkeren.” Een revolutionair programma voor de DDR De massabeweging ging exact in de door Trotski geschetste richting. Privileges en corruptie werden aan de kaak gesteld, de almacht van de SED-bureaucratie werd in vraag gesteld en democratische discussie over de economie, cultuur en samenleving werden opgeëist. Tegelijkertijd waren er aanzetten tot de zelforganisatie van de arbeiders. De taken voor een linkse en socialistische oppositie zou daaruit hebben bestaan een perspectief te ontwikkelen over hoe de bevolking de stalinistische partijfunctionarissen in de bedrijven, in de stad, in de cultuur en in de regering afgezet konden worden – zonder dat dit ervoor zou zorgen dat er gewoonweg een nieuwe kliek zich in de functies zou nestelen.

Daarvoor was een programma, een strategie en een revolutionaire leiding voor de beweging nodig. Criteria voor socialistische democratie Het bovenstaande citaat van Trotski schetst enkele belangrijke aspecten van een programma voor het doorvoeren van een socialistische democratie. In navolging van de principes van de Commune van Parijs in 1871, zijn de permanente verkies- en afzetbaarheid van alle staatsfunctionarissen en het beperken van hun lonen en vergoedingen tot het gemiddelde arbeidersloon, de centrale hoekstenen van een socialistische democratie ofwel een democratische arbeidersstaat. De rotatie van ambten en het vervangen van het staand leger en politie door democratisch verkozen en gecontroleerde gemeenschapsgroepen zijn twee volgende hoekstenen. Binnen dit kader had zich de vrijheid van kritiek en meningsuiting, persvrijheid, afschaffing van privileges, de ontbinding van de Stasi en alle andere onderdrukkingsstructuren van de staat kunnen ontwikkelen. Ook hadden democratisch verkozen onderzoekscommissies vanuit de werkende bevolking om onderzoek te kunnen voeren naar corruptie, machtsmisbruik en het breken met de stalinistische periode geëist moeten worden. In een socialistische democratie zou een democratisch verkozen justitiewezen over al deze gevallen kunnen oordelen. Tegenover de in DDR enkel op papier bestaande verschillen tussen de partijen en vrije vakbonden, had de eis naar coalitievrijheid, de vrije organisatie van partijen, vakbonden en andere organisaties – met uitzondering van de fascistische organisaties en andere die de socialistische democratie met de wapens ten val wou brengen – een belangrijke rol gespeeld. Het doorvoeren van zo’n programma stond diametraal tegenover de belangen van alle onderdelen van de SED-bureaucratie. Zo’n volledige verlies aan macht en zelfstandige democratische samenleving met daarbij uitsluitend het complete afschaffen van alle materiële privileges was ook voor de zogenaamde “hervormers” in de SED, rond Modrow, een grote bedreiging. Zo’n programma kon zich niet binnen de SED ontwikkelen en kon ook niet met de SED (of ook de in december 1989 de van naam veranderde “hervormde” SED-PDS) doorgevoerd worden. Het was dus noodzakelijk op te roepen dat de verschillende initiatieven, raden, comités, vakbondsinitiatieven en oppositiegroepen zich over de volledige DDR zouden verbinden en democratische controle en de leiding over de bedrijven, instellingen, steden en aansluitend de regering overnemen. De auteur van dit artikel, schreef toen in het marxistisch oppositieblad “Wat te doen!” dat de arbeiders in de bedrijven algemene vergaderingen moesten eisen om daar de SED-partijsecretaris en de door de SED benoemde bedrijfsleider te vragen aan het personeel uit te leggen waar de investeringen naartoe gegaan waren en hoe de stand van de productie er uit zag. Het nut van deze oproep aan de werknemers bestond daarin de ongeschiktheid van de bedrijfsleiders duidelijk te maken en op die manier aan de collega’s de noodzakelijkheid te kunnen beargumenteren dat ze uit hun eigen middens een leiding voor het bedrijf moesten kiezen. We beargumenteerden toen ook dat de werknemers contact moesten opnemen met de collega’s van de toeleveringsbedrijven en andere eenheden van het bedrijf om deze te betrekken in dit proces. MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 9


30 jaar na de val van de Muur Op basis van een coördinatie van de arbeiders stelden we voor een lijst op te stellen van noden en behoeften. Daarin zou kunnen worden vastgesteld, wat er nodig is voor een zinvolle en vlotte productie– en wat er door de stalinistische desorganisatie aan onzinnige productie plaats vindt. Met zo’n “lijst van noden” in de bedrijven zou de mogelijkheid hebben ontstaan om een vernieuwing van de planeconomie door te zetten. Dit is een voorbeeld hoe de vraag naar een volledige wijziging van de machtsverhoudingen concreet in de dagdagelijkse praktijk van de arbeidersklasse kan opgeworpen worden. Helaas zag de overgrote meerderheid van de DDR-oppositie deze weg niet en daar er velen uit eerder intellectuele of kunstkringen kwamen en geen oriëntatie op de arbeidersklasse hadden, ontbrak het hen ook aan toegang tot de arbeidersklasse. Zo werd meer belang gehecht aan het zetten van druk op de heersende stalinistische SED. Zelfs de meeste linkse groep, “Verenigde Linksen”, die gedeeltelijk beroep deden op Trotski’s programma van politieke revolutie, riep wel op tot het verenigen van de verschillende bedrijfsinitiatieven, maar tegelijkertijd steunden ze de – onder de druk van de massa’s – vernieuwde Modrow regering, vanuit een links perspectief. Veel elementen van zo’n programma van politieke revolutie voor een socialistische radendemocratie waren terug te vinden in de eisen van de betogers en de verschillende oppositiegroepen. Maar geen enkele heeft het tot een volwaardig programma kunnen uitwerken en een strategisch plan kunnen ontwikkelen voor het doorvoeren van zo’n programma. Werkelijk niemand? In verschillende trotskistische groepen waren er overwegingen in die zin. Het CWI (committe for a workers international) en zijn in de herfst van 1989 opgericht groep ‘marxisten voor een radendemocratie’ ontwikkelde wel voorstellen. Tot een materiële kracht konden deze ideeën niet ontwikkelen, gezien de te zwakke krachten van het trotskisme, dat geïsoleerd stond zonder inplanting in de oppositiegroepen van de arbeidersklasse. Het implementeren van zo’n programma en strategie was mogelijk geweest indien er een revolutionaire, trotskistische organisatie was met minstens een sterke verankering in enkele van de grootste bedrijven en bewegingen en indien deze een effectief netwerk van activisten bezat. Enkel met zo’n georganiseerd netwerk van activisten kon een programma van politieke revolutie georiënteerd op de revolutionaire massabeweging gedragen worden. Op verschillende plaatsen konden dan de nodige praktische stappen worden gezet voor het opzetten van raden, maar daarvoor was een programma, strategie en een revolutionaire leiding voor de beweging nodig geweest. Zo’n organisatie, zo’n netwerk, bestond niet en kon in het heetst van de strijd vanaf oktober 1989 niet meer worden opgebouwd. Dit betekent niet dat de gebeurtenissen van de herfst 1989 in de DDR niet anders hadden kunnen verlopen. De oppositie had noch concrete concepten, noch charismatische persoonlijkheden, die deze had kunnen verdedigen. Stefan Heym vatte dit dilemma als volgt samen: “(…) de revolutie werd door mensen zonder concepten gevoerd, door amateurs. In feite hadden we in deze situatie een nieuwe Lenin nodig, waarbij ik niet zozeer aan de Lenin van de politieke theorie denk, maar aan de man, die een politiek concept had en deze duidelijk kon formuleren. Dan was de geschiedenis anders verlopen. Wij hadden daarentegen niemand – toch niemand van dat niveau. We had-

10 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

den wel een de Maizière, die dan nog onder druk stond, en een Krause … god help ons! Daarmee is de DDR dan echt naar de vaantjes geholpen.” Indien in de plaats van Bärbel Bohleys van het “Neues Forum” een kern van gevormde, georganiseerde en in de arbeidersklasse ingeplante marxisten de leiding had van de oppositiebeweging, dan waren de Mazière en Krause mogelijkerwijs nooit in staat geweest de DDR aan het kapitalistische Westen uit te verkopen. Dan zag de wereld er vandaag misschien anders uit. Dan zou een succesvolle anti-stalinistische en werkelijk socialistische revolutie in de DDR een kettingreactie teweeg gebracht in de andere stalinistische staten. En het had daarmee via de algemene staking in Tjechoslowakije en de opstand in Roemenië de basis kunnen leggen voor een nieuwe internationale socialistische ontwikkeling.


30 jaar na de val van de Muur

30 jaar na het IJzeren Gordijn. Hoe het uitzicht van de wereld hertekend werd

Het artikel door Tanja Niemeier over de val van de Muur (een artikel uit onze archieven dat we eergisteren op deze site herpubliceerden) weerlegt de interpretatie van de overwinnaar. Die stelt de toenmalige beweging verkeerdelijk voor als een bewuste keuze, van het begin af aan, voor herstel van het kapitalisme. In werkelijkheid maakte deze beweging deel uit van een proces van revolutie en contrarevolutie. In de loop van dit proces werd het uitzicht van de wereld grondig dooreen geschud. Artikel door Eric Byl uit onze archieven.

Het IJzeren Gordijn

de planeconomie?

Voor wie leefde in de naoorlogse periode, was de verandering als gevolg van het instorten van het Oostblok oneindig veel groter dan de overstap van de Olivetti typemachine naar het internet. Het Oostblok, dat was die andere wereld achter het IJzeren Gordijn. Men moest al lid zijn van de communistische partij, professor wiskunde of fysica, of deelnemen aan een georganiseerde reis, om in die wereld voet aan wal te zetten.

Vanuit het Westen leek het Oostblok een onbeweeglijk monolithisch geheel. Eerdere pogingen tot verandering in Oost-Duitsland in ’53, Hongarije ’56, Tsjecho-Slowakije ’68 en Polen in ’70 en ’80 waren allemaal met de tanks, Russische als het moest, de kop ingedrukt. Maar het was niet enkel, zelfs niet vooral, de repressie en de eenpartijstelsels die ernstige commentatoren ertoe deden besluiten dat het Oostblok ongevoelig was voor revoluties. Het was ook de indrukwekkende economische ontwikkeling van de genationaliseerde planeconomieën.

Ondergetekende herinnert zich zo een reis in de zomer van 1982, op het einde van het Brezjnev-tijdperk. Dat was met een tussenstop in het Poolse Warschau, vlak nadat de leiders van de onafhankelijke vakbond Solidarnosc waren opgepakt en Jaruzelski de staat van beleg had afgekondigd. We werden er verwelkomd door een haag machinegeweren. Een toertje door de luchthaven hoorde er niet bij. Als eerste blik achter het Gordijn mocht dat tellen. Het werd een indrukwekkende reis, met bezoeken aan het Winterpaleis, het Rode Plein en het Moskous circus. Een propagandatocht voor het communisme was het echter niet. Toen al liep het regime op zijn laatste benen. Pas in 1985, tijdens mijn legerdienst, kreeg ik het Gordijn nog eens te zien, liggend in camouflage met een verrekijker vanop honderden meters afstand. We konden geen paal van een mens onderscheiden, maar toch wilden we allen om beurten eens zien hoe het er daar uit zag.

Is de mens wel geschikt voor een genationaliseer-

Reeds in “De Verraden Revolutie” (1936) schrijft Leon Trotski, die toen al lang verbannen was, maar pas in 1940 door Stalins agenten werd vermoord: “Het socialisme heeft haar recht op de overwinning bewezen…. Zelfs als de Sovjet Unie, als gevolg van interne problemen, externe klappen en de fouten van de leiding, ineen zou storten – waarvan we hevig hopen dat het niet gebeurt – dan nog ligt er als voorproefje voor de toekomst dit onweerlegbare feit dat alleen dankzij een proletarische revolutie een onderontwikkeld land in minder dan tien jaar successen heeft geboekt, die ongeëvenaard zijn in de geschiedenis.” Linkse socialisten worden in discussies dikwijls geconfronteerd met ongeloof. “Een genationaliseerde planeconomie kan toch niet werken”, luidt de redenering. De mens heeft van nature uit toch “incentives” nodig om productief te zijn. “Als mensen zeker zijn MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 11


30 jaar na de val van de Muur van hun inkomen, voeren ze geen slag meer uit” etc. Het kapitalisme is niet het eerste systeem dat zich voorstelt als de natuurlijke orde, dat deden slavenhandelaars en feodale adel hen al voor. Het kostte de kapitalisten trouwens decennia vooraleer ze “de mens” konden aanpassen aan hun productiesysteem. Voordien werkten de boeren “als dat nodig was”. Als ze hun loon ontvangen hadden, bleven de arbeiders dagenlang weg, tot het geld op was. Dagelijks een vast aantal uren presteren op vaste tijdstippen, dat ging er niet in. We stellen leer- en/of schoolplicht niet in vraag, maar willen erop wijzen dat toen Pruisen in 1819 als eerste land de schoolplicht invoerde, het dat deed “om uniformiteit en gehoorzaamheid” te creëren. Kortom, ieder maatschappelijk systeem, iedere productiewijze, past de mens aan haar behoeften aan. Niet onze ideeën bepalen hoe onze omgeving eruit ziet, maar onze omgeving stuurt onze opvattingen.

Socialisering van de arbeid, individualisering van de toe-eigening Ondanks die moeilijkheden was het kapitalisme aanvankelijk zeer productief. Tot dan was arbeid hoofdzakelijk een individuele bezigheid geweest. De producent creëerde zijn product van concept tot eindproduct. Waar arbeidsdeling bestond, was die toevallig of eerder marginaal. Het kapitalisme perfectioneerde de arbeidsdeling. Het vereenvoudigde de handelingen van elkeen en gaf iedereen een specifieke plaats in het arbeidsproces. Spinners werden gescheiden van wevers, ingewikkelde ambachtelijke handelingen herleid tot een reeks eenvoudige ingrepen die later met machines nagebootst werden. Arbeid was niet langer hoofdzakelijk een individuele, maar werd een sociale bezigheid. Op die manier slaagde het kapitalisme erin wetenschap en techniek tot ongekende hoogten te ontwikkelen. Maar terwijl de arbeid een sociale bezigheid werd, bleef de toe-eigening van het resultaat ervan individueel. De toename van de productiekrachten diende slechts één doel: de uitbuiting verhogen om nog meer winst te maken. Vroeg of laat komen de enorme productieve mogelijkheden van gesocialiseerde arbeid in conflict met de beperkingen van individuele toe-eigening van het resultaat ervan. In “moderne” termen: de markt is niet langer in staat de geproduceerde goederen op te slorpen. Kapitaalbezitters investeren niet langer in productie, maar verkiezen speculatieve beleggingen. Consumenten worden aangespoord niet enkel hun loon van vandaag, maar ook wat ze in de toekomst nog moeten verdienen, nu al te spenderen. Dat zorgt voor uitstel van de crisis, niet voor afstel, en als de crisis toeslaat, is hij des te heviger. Tijdens de Grote Depressie van ’29 stortte de productie in de VS met 25% in elkaar, die van Frankrijk met meer dan 30%. Tussen ’29 en ’36 groeide de Britse productie met slechts 4% en die van Duitsland bereikte ondanks de oorlogsinspanningen pas in ’36 het niveau van voor ’29. Japan, het kapitalistische land met de grootste groei, kon de productie dankzij oorlogsinspanningen opdrijven met 40%. Maar zelfs die groei verdween in het niets vergeleken bij de Sovjetunie waar in diezelfde periode de industriële productie met maar liefst 250% toenam.

Twee machtsblokken en de welvaartsstaat Hoewel Stalin tijdens de zuiveringsprocessen van ’36 en ’38 zowat de hele bolsjewistische top en de legerleiding had laten uitmoorden, was de overwinning van de geallieerden in WOII hoofdzakelijk te danken aan het Rode Leger. Dat slaagde erin uiteindelijk het overwicht te behalen, weliswaar ten koste van 20 miljoen mensenlevens. Het was enkel mogelijk doordat de belegerde Sovjetunie met haar genationaliseerde planeconomie alle in de maatschappij aanwezige productieve krachten kon mobiliseren.

12 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

Tijdens de jaren ‘50 groeide de Russische economie gemiddeld met 12% per jaar, meer dan zowat ieder kapitalistisch land in volle expansieperiode. In Geary Khamis Purchasing Power Parity (GK PPP, een internationaal aanvaarde muntstandaard waarmee men economieën kan vergelijken) bedroeg het BBP/hoofd van de bevolking in de Sovjetunie dankzij de genationaliseerde planeconomie in 1950 reeds 2.841 $, het viervoudige van India (619$) dat tot voor WOI nochtans een met de Sovjetunie vergelijkbare productie had gekend. Tien jaar later, in 1960 bedroeg het BBP/hoofd van de bevolking in de Sovjetunie reeds een kwart meer (3.945 $). Na WOII vormden zich twee fundamenteel tegengestelde machtsblokken: het imperialistische Westen gebaseerd op privaat bezit van de productiemiddelen en het Oostblok gebaseerd op een genationaliseerde planeconomie. Door de aantrekkingskracht van het communisme was de heersende klasse in West-Europa verplicht tot belangrijke toegevingen aan de arbeidersbeweging. Dat ging van de nationalisatie van energievoorziening en transport, over de creatie van een nationale gezondheidsdienst in Groot-Brittannië en het instellen van sociaal overleg en de sociale zekerheid via een sociaal pact in België. Het was de basis voor wat we later de “welvaartsstaat” zouden noemen. Jaarlijkse loonsverhogingen van bij de 10% en vervangingsinkomens die écht aanleunden bij het inkomen verloren door werkloosheid, ziekte of ouderdom, vormden toen de regel. Deze hervormingen moesten revoluties voorkomen. De sociaal-democratie en in sommige gevallen de communistische partijen speelden daarbij een sleutelrol. Zo werd in België al in ’44 een regering van nationale éénheid met socialisten, liberalen en communisten gevormd, nog voor de eerste na-oorlogse verkiezingen van 1945. Zowat alle sociaal-democratische partijen verklaarden zich op één of andere manier voorstander voor een nieuwe, klassenloze socialistische maatschappij, zij het dan wel ergens in een verre toekomst. De Belgische Werklieden Partij nam voor het eerst expliciet “socialisme” op in haar naam. De na-oorlogse economische groei was de materiële basis voor het succes van de sociaal-democratie, net zoals het wegvallen van die groei haar uitgerokken teloorgang inluidde.

Koloniale revolutie Geen van beide machtsblokken stoorde zich om militair tussen te komen wanneer hun belangen bedreigd werden. Dikwijls keerde men aan de andere kant van het IJzeren Gordijn gewillig de blik af. Het Westerse imperialisme bracht militaire dictaturen aan de macht of ondersteunde ze in Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika, het stalinistische blok bootste dat na. Toch garandeerde het bestaan van twee machtsblokken die verwikkeld waren in een wapenwedloop, een toevluchtsoord voor dissidente regimes. Lagere officieren of guerrillaleiders die de macht grepen, sloten zich aan bij het Oostblok om uit de greep te blijven van het imperialisme en kopieerden meteen het stalinistisch staatsmodel. Omgekeerd konden dissidente regimes uit het Oostblok, zoals Tito van Joegoslavië, vrij gemakkelijk aan Westerse leningen geraken. Bovendien speelden nationale leiders de tegenstellingen tussen de twee machtsblokken uit om tot op zekere hoogte een onafhankelijke politiek te voeren. Zo slaagde de Egyptisch president Nasser erin het Suezkanaal te nationaliseren in 1956. De bureaucratie wordt een absolute rem op de ontwikkeling van de productie De “systeemcrisis” van het kapitalisme illustreert dat de zogenaamde “onzichtbare hand” van de markt waarmee investeringen worden beloond of afgestraft heel wat tekortkomingen vertoont. In een genationaliseerde planeconomie bestaat er


30 jaar na de val van de Muur echter niet zoiets als een “onzichtbare hand” die de economie, hoe chaotisch ook, reguleert. Wanneer linkse socialisten de noodzaak benadrukken van arbeidersdemocratie in een genationaliseerde planeconomie, dan is dat niet alleen uit democratische overwegingen, maar ook vanuit economische noodzaak. Het zijn de arbeiders zelf die als enigen in staat zijn in te schatten welke producten, aan welke kwaliteit en in welke hoeveelheid voldoen aan de behoeften. Met de huidige communicatiemiddelen en de wetenschappelijke en technische mogelijkheden zou dat bijna onbeperkte mogelijkheden bieden. De bureaucratie die na de stalinistische contrarevolutie van 1924 de macht naar zich toe trok in de Sovjetunie, had er echter alle belang bij haar parasitaire rol in de productie te verbergen. In tegenstelling tot de burgerij in het westen was ze van bij haar ontstaan een rem op de productie. Daar waar ze het gebrek aan arbeidersdemocratie aanvankelijk kon opvangen via een centraal geleid planbureau, werd ze naarmate de economie ontwikkelde en gecompliceerder werd een absolute, in plaats van een relatieve, rem op de voordelen van de planeconomie. In 1963 kende de economie van de Sovjetunie een eerste krimp, daarna in ’72, ’75 en dan sneller nog in 1980, ’81 en ’85. De bureaucratie hield de economie steeds meer in een wurggreep.

Hervormingen van bovenaf om revolutie van onderaf te vermijden Om haar positie te vrijwaren, wisselde de stalinistische bureaucratie periodes van centralisatie, waarbij de excessen in de regio’s aan banden gelegd werden, af met periodes van “decentralisatie” waarbij de regio’s meer “inspraak” kregen. In marxistische terminologie noemt men dat “bonapartisme”, de eigen positie vrijwaren door te surfen op de tegenstellingen. Eigenlijk was het invoeren van “Perestroika” (economische hervorming) en “Glasnost” (politieke openheid) door Gorbatsjov in 1986 niet anders, een zoveelste poging om revolutie van onderuit tegen te gaan door hervormingen van bovenaf. In “De Verraden Revolutie” legt Trotski uit dat de bureaucratie de genationaliseerde planeconomie zal verdedigen, zolang die de basis is voor haar macht en inkomen. Is ze dat niet meer, dan zal de bureaucratie nog liever opteren voor restauratie van het kapitalisme dan voor arbeidersdemocratie. Hoe dan ook, Gorbatsjov wekte heel wat illusies op, ook en vooral in het Westen. Hij is een goed betaald en gewaardeerd conferencier in de Westerse media geworden. Ter linkerzijde wist men niet wat ermee aan te vangen. Sommigen beweerden dat de Sovjetunie onder Gorbatsjov de weg van het socialisme was ingeslagen, later maakten ze een bocht van 180 graden. Anderen noemden Boris Jeltsin en Daniël Ortega, de Sandinistische president van Nicaragua, de hoop van het socialisme. En toen de militaire vleugel van de bureaucratie in de Sovjetunie via een mislukte coup op 19 augustus 1991 haar deel van de koek opeiste, dachten nog anderen dat de coupplegers kritische steun verdienden omdat ze de “genationaliseerde planeconomie” zouden verdedigen. LSP, het CWI en haar Russische afdeling hadden niet de minste illusies in de hervormingen van Gorbatsjov, noch in de coupplegers rond Janajev of in Boris Jeltsin. Alle drie de fracties waren tegen dan overtuigde verdedigers van de vrije markt en van herstel van het kapitalisme. Als ze ergens van mening verschilden, ging het over het tempo en de juiste verdeling van de buit. De Russische afdeling van het CWI nam met een onafhankelijk programma deel aan de beweging tegen de coup, maar legde meteen uit dat Jeltsin en Janajev de keerzijde waren van dezelfde medaille.

Een nederlaag voor de arbeidersbeweging Hoewel met het verdwijnen van het stalinisme een afschrikwekkende karikatuur van het socialisme verdween, heeft het CWI

het herstel van het kapitalisme steeds als een nederlaag voor de arbeidersbeweging beschouwd. In de Sovjetunie en Oost-Europa zou men de volgende jaren ondervinden wat dat in de praktijk betekende. Tussen 1989 en 1996 kromp het BBP/hoofd van de bevolking in de Sovjetunie ineen van 7.109$ (nog steeds volgens de eerder vermelde GK PPP) naar 3.912 $. Ter vergelijking: in diezelfde periode steeg dat van India van 2.361$ tot 3.613$. In 2001 bedroeg de levensverwachting in Rusland 71,8 jaar voor vrouwen en 58,9 jaar voor mannen, tegen respectievelijk 74,5 en 63,6 jaar tien jaar eerder. Het duurde tot 2007 vooraleer het BBP/ hoofd van de Russische federatie het niveau haalde van 1989 en dat was dan nog vooral te wijten aan de historisch hoge olie- en gasprijzen. De politiek van beperking van de huur tot maximaal 4% van het inkomen (met uitzondering van Rusland, waar dat 10% bedroeg), van gratis geneeskunde en onderwijs moest wijken voor de private belangen van de tot kapitalisten omgedoopte voormalige bureaucraten. Het aantal armen liep op tot 150 miljoen voor heel het Oostblok. Het stalinisme zoals we dat gekend hadden na WOII behoorde voortaan tot de geschiedenis. Daar waar stalinisten nog aan de macht zouden komen, zoals in Nepal bijvoorbeeld, zouden ze het voortaan op een akkoordje trachten te gooien met het imperialisme. In de voormalige koloniale wereld viel met het wegvallen van de Sovjetunie meteen de mogelijkheid weg om te manoeuvreren tussen de twee machtsblokken. Het regime van de Afghaanse president Najibullah die na ’79 door het Rode Leger aan de macht was gebracht, stortte als een kaartenhuisje ineen. De mogelijkheid om zich te verschuilen voor het imperialisme door aan te leunen bij het Oostblok viel weg. In plaats van een bipolaire wereld bevonden we ons voortaan in een nieuwe, nog brutaler, imperialistische wereldorde. Hoewel veel arbeiders in het Westen niet de minste illusies hadden in het Oostblok, bevestigde het bestaan ervan het vermoeden dat het kapitalisme niet het enig mogelijke systeem was. De instorting van het stalinisme ging gepaard met een enorm ideologisch offensief in het Westen. “Het kapitalisme had gewonnen”. De sociaal-democratische leiders boden niet de minste weerstand, integendeel alle verwijzingen naar socialisme werden zorgvuldig weggefilterd. Voortaan spraken de “sociaal-democraten” zich zonder schaamte uit voor de markt. Ze liepen elkaar voor de voeten om toch maar te bewijzen dat ze geschikt waren om te regeren. In de loop van dat proces haakte de arbeidersbasis steeds meer af en werd ze vervangen door een meer bevoorrechte laag in de maatschappij. De arbeidersbasis werd overgeleverd aan rechtse populisten en de sociaal-democratie modelleerde zich steeds meer naar het voorbeeld van de Democratische Partij in de VS. Dat maakte de weg vrij voor een neoliberaal offensief van liberalisering, privatiseringen en ontmanteling van sociale voorzieningen. De val van het stalinisme betekende onbetwistbaar een nederlaag voor de arbeidersbeweging. Die kwam vooral hard aan in de voormalige Oostbloklanden en in de neokoloniale wereld. Het opende de weg voor een hard neoliberaal offensief dat uiteindelijk zou uitmonden in globalisering, hoofdzakelijk een politiek regime van onbeperkte bewegingsvrijheid van kapitaal. Die nederlaag was echter geenszins vergelijkbaar met het aan de macht komen van het fascisme in de jaren ’30 en WOII. De potentiële kracht van de arbeidersbeweging, hoofdzakelijk in de ontwikkelde kapitalistische landen, maar ook wereldwijd, bleef zo goed als intact. De crisis van het kapitalisme en pogingen om de gevolgen ervan af te wentelen op de arbeidersbeweging zullen eens te meer leiden tot klassenstrijd en een zoektocht naar alternatieven op het kapitalisme. Het tijdperk breekt aan voor democratisch socialisme. MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 13


Handelsoorlog

Trump’s handels- en technologieoorlogen en de gevolgen voor het globale kapitalisme

O

nderstaand artikel uit het magazine ‘SocialistWorld’ (een nieuw kwartaalmagazine van onze Amerikaanse zusterorganisatie Socialist Alternative) is geschreven door Vincent Kolo van ChinaWorker.info, de website van de Chinese afdeling van het Committee for a Workers International. We brachten eerder verslag uit van het massale verzet tegen de repressieve wetgeving in Hongkong, waarbij Socialist Action en ChinaWorker.info opriepen tot een politieke 24-urenstaking om de regering van Carrie Lam weg te krijgen. Het escalerende conflict tussen de VS en China is niets minder dan een grote crisis voor het wereldwijde kapitalisme. Nu de onderhandelingen bijna volledig zijn mislukt, lijkt er geen “uitweg” meer te zijn uit de handelsoorlog die in juli 2018 begon. Deze crisis wijst op een langdurige en steeds harder wordende strijd met mogelijk ernstige wereldwijde gevolgen op economisch, politiek en zelfs militair gebied. In mei was er een dramatische escalatie met president Trump die een nieuwe ronde van tariefverhogingen op Chinese goederen aankondigde en vervolgens het conflict uitbreidde tot een technische oorlog, waarvan de kosten die van de handelsmaatregelen wel eens fors kunnen overstijgen. Het regime van Xi Jinping reageerde met vergeldingsheffingen tegen de VS, maar de reactie was voorzichtig en gematigd, waaruit blijkt dat het Chinese regime voorlopig nog steeds hoopt verdere escalatie te voorkomen. De maatregel van Trump die Amerikaanse bedrijven verbiedt om te leveren aan de Chinese telecomgigant Huawei is niets

14 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

minder dan een staatsgeleide campagne van de VS om het bedrijf uit de markt te halen en te vermijden dat Huawei, dat nauwe banden heeft met de Chinese staat, globale dominantie over 5G (vijfde generatie) draadloze technologie kan bereiken. Het uitrollen van 5G komt er immers aan. Trump’s besluit zet Huawei op wat informeel een “dodenlijst” wordt genoemd. Op dit moment is Huawei wereldleider in 5G-netwerken, maar de helft van zijn microchips komen van Amerikaanse bedrijven. Dit opent een nieuw en mogelijk veel ernstiger front in het conflict tussen de supermachten. Als de geplande ontmoeting tussen de Trump en Xi eind juni in de marge van de G20-top in Japan doorgaat, kan dit mogelijk nog steeds leiden tot een wapenstilstand of opgesmukte handelsovereenkomst. Maar nu de kloof tussen de twee partijen groter wordt, lijkt een dergelijk resultaat steeds onwaarschijnlijker. Deze gebeurtenissen bevestigen onze inschatting dat het begin van dit conflict vorig jaar een belangrijk keerpunt in de mon-


Handelsoorlog diale betrekkingen betekende. Het is het begin van een nieuw tijdperk van verscherping van het imperialistische conflict tussen de VS en China, die elkaar op “elk terrein bekampen,” zoals The Economist het onlangs stelde. In een ander historisch tijdperk zouden deze processen waarschijnlijk tot oorlog leiden, maar in het tijdperk van kernwapens en wederzijdse vernietiging, met een gebrek aan stabiele steun en angst van regeringen en de heersende klassen voor massale onrust, stelt dit scenario zich gelukkig niet.

ste plaats over welke heersende klasse in de toekomst de regels voor de wereldeconomie zal bepalen. Het Chinese staatskapitalistische economische model wordt wel eens tegenover de vrije markt variant van de VS geplaatst, maar dit is niet de oorzaak van het conflict, ondanks pogingen van kapitalistische politici in de VS om het af te schilderen als een strijd om “waarden”, alsof ze plotseling ontdekken dat China een autoritair systeem heeft. De oorsprong van het conflict is een botsing van imperialistische machten op zoek naar wereldwijde hegemonie.

Het is echter van vitaal belang dat de arbeidersbeweging in beide landen en wereldwijd een onafhankelijke politieke positie ontwikkelt ten opzichte van de maatregelen van de regering-Trump. Het moet gaan om een positie gebaseerd op het internationalisme van de arbeidersklasse, die zich in gelijke mate verzet tegen het protectionisme van nationalistische politici zoals Trump en Xi Jinping, maar ook tegen het kapitalistische alternatief van neoliberale globalisering. Onder het kapitalisme worden zowel handelsoorlogen als handelsovereenkomsten nagestreefd in het belang van grote bedrijven en de financiële elite, gebaseerd op een oneindige race naar de bodem, gebaseerd op een nooit aflatende wedloop op vlak van de levensstandaard van werkenden, democratische rechten en het milieu.

In feite suggereert de huidige strijd dat staatskapitalistische maatregelen, met regeringen die ingrijpen om de economische ontwikkelingen te sturen en de markt te “controleren”, wereldwijd gebruikelijker kunnen worden, zelfs indien deze samengaan met meer deregulering en privatiseringen. Wat zijn de maatregelen van Trump zoals de 16 miljard dollar subsidies aan de landbouwsector (als compensatie voor Chinese wraakmaatregelen rond invoerheffingen) anders? Of de maatregelen om investeringen en export te blokkeren in de technologiesector? Deze verschuiving naar meer actieve staatsinmenging in handel, financiële stromen, fusies en overnames, en academische uitwisselingen, samen met een toename van antidemocratische maatregelen, is zeer ironisch. “In plaats van dat China meer westers wordt, wordt Amerika meer Chinees,” merkte The Economist onlangs op. Een verschuiving naar selectief gebruik van staatskapitalistische maatregelen betekent niet dat de kapitalisten het neoliberalisme opgeven, maar dat ze beide zullen gebruiken, afhankelijk van de behoeften van de situatie, net zoals het Chinese regime dit doet.

De escalatie van het conflict heeft weinig verrassend schokgolven veroorzaakt op de wereldwijde financiële markten, die rekenden op een handelsovereenkomst tussen de VS en China. Dit valse optimisme was vooral gebaseerd op de propaganda van het kamp van Trump en de president zelf. Net als het globale kapitalisme als geheel, is de dictatuur van de Chinese “Communistische” partij (CCP) opnieuw uit balans gebracht door de abrupte bochten van Trump. Met de laatste verhogingen wordt bijna de helft van China’s invoer in de VS (ter waarde van $250 miljard) onderworpen aan invoerheffingen van 25%. Bovendien dreigt Trump om de tarieven tot alle Chinese goederen uit te breiden, tenzij een voor zijn regering aanvaardbare overeenkomst wordt bereikt.

Nieuwe Koude Oorlog? Dit is geen losstaand conflict, maar de eerste fase van een ‘economische koude oorlog’ die zich niet beperkt tot handel en investeringen, maar ook betrekking heeft op wetenschap en technologie, visa, academische uitwisselingen, geopolitiek en de toenemende militaire concurrentie. Dit zal vooral het geval zijn in de ‘Indo-Pacific’-regio, zoals het door de Amerikaanse regering wordt genoemd. Deze regio is nu goed voor 28% van de wereldwijde wapenuitgaven, een stijging tegenover 9% twintig jaar geleden. Om duidelijk te zijn: dit is niet enkel de politiek van Trump. De Democratische Partij blijft momenteel relatief stil over deze kwestie, maar is ook voorstander van een ‘harder’ beleid tegenover China. Historisch gezien zijn de Democraten de meer protectionistische partij, terwijl de Republikeinse Partij voor een harde lijn van vrijhandel-doctrine stond tot Trump deze zonder pardon overboord gooide. In tegenstelling tot de impasse tussen het Amerikaanse imperialisme en de Russische stalinistische door de staat gecontroleerde economie in de vorige eeuw, is dit geen conflict tussen onverenigbare sociaaleconomische systemen. Het gaat er in de eer-

Gesteund door Duitsland, Frankrijk en de meeste regeringen van de Europese Unie, zet de VS zich ook fel af tegen het door Xi Jinping ondertekende wereldwijde infrastructuurprogramma Belt-and-Road Initiative (BRI, de ‘nieuwe zijderoute’), in een poging om te profiteren van het groeiende verzet in landen met BRI-contracten tegen China’s “diplomatie van de schuldenval.” Het 70 landen omvattende BRI is een voorbeeld van imperialisme ‘met Chinese kenmerken’, gelanceerd door het regime van Xi als een manier om de chronische industriële overcapaciteit van China op te vangen en nieuwe winstgevende afzetmogelijkheden te bieden voor het Chinese banksysteem, terwijl een groot deel van de Chinese economie is verstrikt in schulden. De VS versterkt ook haar militaire aanwezigheid in het westelijk deel van de Stille Oceaan en de betwiste Zuid-Chinese Zee om de snelle opbouw van de zeemacht door Peking en de bouw van gemilitariseerde, door de mens gemaakte eilanden tegen te gaan. De escalatie van de maritieme geschillen waarbij China en een aantal van buurlanden betrokken zijn, gaat deels over energie en visserijhulpbronnen, maar is vooral een poging om met de Chinese PLAN (People’s Liberation Army Navy) deze wateren onder controle te houden en de VS, met zijn iets kleinere maar veel krachtiger marine, de mogelijkheid te ontzeggen om het gebied te controleren. Tussen 2014-18, breidde China zijn marinevloot uit met meer capaciteit dan de Franse, Duitse, Indiase, Zuid-Koreaanse, Spaanse en Taiwanese marines samen. Zowel de Amerikaanse als de Chinese regering zijn bezig met het intensiveren van diplomatieke manoeuvres rond Taiwan, wat in de komende periode een gevaarlijke kwestie kan worden, vooral omdat het politieke systeem van het eiland instabieler en meer gepolariseerd wordt. Voor de CCP-dictatuur is MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 15


Handelsoorlog Taiwan een kernelement in haar nationalistische kruistocht om een sterk en ‘herenigd’ China op te bouwen, terwijl het door het Amerikaanse imperialisme wordt gebruikt om een aanhoudende rol als politie-agent in Azië te legitimeren en een hefboom te zijn om druk uit te oefenen op Peking.

Het einde van het “engagement” De nieuwe fase van de Amerikaans-Chinese rivaliteit maakt een einde aan meer dan 40 jaar relatief stabiel en consistent ‘engagement’, die begon met de Nixon-regering in de jaren zeventig van de vorige eeuw en die enorm winstgevend werd voor het Amerikaanse kapitalisme. “We hebben echt de Rubicon overgestoken,” zegt Chris Krueger van de Cowen Washington Research Group. De “Kissinger-consensus is dood en China is een strategische rivaal. Volledig einde.”

zijn die uit China importeren en de rekening steeds meer naar de Amerikaanse consumenten zal doorgeschoven worden. De Federal Reserve, de centrale bank, in New York berekent dat de handelsoorlog elk Amerikaans huishouden 831 dollar per jaar zal kosten. Vooral met het conflict dat verandert in een technische oorlog door de aanval op Huawei, zouden tienduizenden en zelfs miljoenen banen in de VS en China op het spel kunnen staan.

Een sluiting van Huawei zou leiden tot een verlies van 180.000 banen (waaronder ongeveer 1.200 Amerikaanse werknemers) en is daarom iets wat Peking duidelijk nooit zou toestaan. Maar de Chinese technologiesector wordt nu al geconfronteerd met een ‘winter’ met een stijging van het aantal ontslagen en een verscherpte concurrentie om banen. Er zijn gemiddeld 32 kandidaten per vacature. Dit jaar is er een groeiende opstand geweest tegen de ‘996’-cultuur in de sector (negen tot negen, zes dagen per week werken), waarbij Huawei een van de ergste overtreders Dit verwijst naar Nixon’s staatssecretaris Henry Kissinger, is. De Chinese ‘996’-protesten op het internet kregen solidariwiens geheime bezoek aan China in 1971 een nieuw tijdperk van teitsboodschappen en steun van Amerikaans technologiepersonauwere banden inluidde. Tegelijkertijd zou neel, bijvoorbeeld bij Microsoft. Dat toont de een volledige ‘koude oorlog’, als deze zich mogelijkheden van internationale actie om ontwikkelt, ongekende problemen opleveren jobs en voorwaarden te verdedigen. De werkvoor het kapitalisme in een tijdperk van algeloosheidscijfers van het Chinese regime zijn mene crisis, economische en politieke instaonbetrouwbaar en omvatten alleen de ‘stedebiliteit. “De spanningen van vandaag maken Het escalerende conflict lijke’ arbeidskrachten, waardoor 280 miljoen de oorspronkelijke Koude Oorlog eenvoumigrerende werknemers met onzekere tijdelijtussen de VS en China is dig,” zegt The Economist in een ‘Speciaal niets minder dan een grote ke banen in de bouw, de productie en de dienRapport over China en Amerika’ (18 mei crisis voor het wereldwijde stensector zijn uitgesloten. Maar zelfs de of2019). Dit komt omdat China de grootste faficiële werkloosheidscijfers laten een stijging kapitalisme. Nu de onderbrikant ter wereld is, de grootste exporteur, zien tot 5,2% in maart, vergeleken met iets handelingen bijna volledig minder dan 4% in april 2017. Het is duidelijk de op een na grootste importeur, en een belangrijke kracht in de wereldwijde financiële zijn mislukt, lijkt er geen dat de werkloosheid nu een belangrijke zorg wereld. De Sovjet-Unie daarentegen was wel “uitweg” meer te zijn uit is geworden voor de regering op een ogenblik militaire supermacht, maar had slechts een de handelsoorlog die in juli dat het conflict met Trump zich verdiept. kleine aanwezigheid op de wereldmarkten, met twee derde van haar buitenlandse handel 2018 begon. Deze crisis Het Trump-tijdperk betekent dat de gemidwijst op een langdurige en delde Amerikaanse invoerheffingen niet binnen het stalinistische blok. ver onder het niveau van de Smoot-Hawley steeds harder wordende Economische verliezen Tariff Act uit 1930 liggen, zo werd opgemerkt strijd met mogelijk ernstidoor het Peterson Institute for International ge wereldwijde gevolgen De heersende klasse van de VS is meer en Economics. Trump heeft natuurlijk ook weop economisch, politiek meer gealarmeerd door de groeiende econoreldwijde heffingen opgelegd voor staal en en zelfs militair gebied. mische en geopolitieke uitdaging van China aluminium en heeft de EU en Mexico bevoor het leiderschap van de VS. Trump verdreigd met invoerheffingen. Terwijl de heertelt aan Fox News dat dit “niet zal gebeuren” sende klasse het standpunt van Trump tegen als het aan hem ligt. Maar om de wereldwijde dominantie van de opkomst van China steunt, zijn er ernstige twijfels over het de VS in stand te houden, is een beleid nodig dat in plaats van gebruik van invoerheffingen als een belangrijk wapen in het de economische groei te stimuleren, barrières opwerpt, chaos buitenlands beleid en over de toename van protectionisme in het brengt in complexe wereldwijde toeleveringsketens en de groei algemeen. Onlangs stuurden Walmart, Target en meer dan 600 vermindert. andere bedrijven een brief naar Trump met het verzoek “om het handelsgeschil met China op te lossen en om te zeggen dat de De OESO voorspelt dat de intensivering van de handelsoorlog invoerheffingen Amerikaanse bedrijven en consumenten pijn tussen de VS en China tegen 2021-22 zal leiden tot een daling doen.” (Reuters, 6/13/19). van maar liefst 0,7% van het wereldwijde BBP. Het effect op de VS en China zou groter zijn: dalingen van respectievelijk 0,9% Het besef groeit dat de hoge invoerheffingen van vandaag niet en 1,1%. Chinese ambtenaren hebben soortgelijke schattingen langer een tijdelijke onderhandelingstroef zijn, maar een permagegeven. Potentieel kunnen de gevolgen van de impasse in de nente realiteit kunnen worden. Dit is niet in het minst omdat de verhouding tussen de VS en China een wereldwijde recessie teAmerikaanse eisen die in de 150 pagina’s tellende ontwerpoverweegbrengen en zelfs een nieuwe financiële crisis ontketenen. eenkomst tussen China en de VS zijn opgenomen, neerkomen op een ‘economische regimeverandering’ in China. Dit is naTrump heeft tegen alle logica in erop aangedrongen dat China in- tuurlijk onaanvaardbaar voor de Chinese dictatuur, vooral voor voerheffingen betaalt, terwijl het in feite Amerikaanse bedrijven een heerser die zo afhankelijk is van nationalistische retoriek als

16 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019


Handelsoorlog Xi Jinping. Zoals Stephen Bannon, de voormalige adviseur van Trump en goeroe van blanke nationalistische groepen, verklaarde: “Als de CCP op een afdwingbare manier instemt met de eisen van de Verenigde Staten, zou dit neerkomen op een juridische en regelgevende ontmanteling van het Chinese staatskapitalisme.”

Staatskapitalisme met Chinese kenmerken Het huidige Chinese regime en de huidige Chinese staat zijn voortgekomen uit het proces van kapitalistische restauratie dat aan het eind van de jaren zeventig begon. Het heeft unieke kenmerken ontwikkeld die het onderscheiden van andere ex-stalinistische (of maoïstische) staten. Reeds ten tijde van het barbaarse bloedbad op het Tienanmanplein dertig jaar geleden verwierpen het regime van Deng Xiaoping en zijn opvolgers resoluut het idee om te experimenteren met burgerlijke democratie. Ze vreesden immers dat het politieke ‘chaos’ zou brengen, evenals de ineenstorting van de geheime zakelijke activiteiten van de top van de functionarissen van de CCP, die vandaag de dag zijn uitgegroeid tot uitgestrekte, maar nog steeds grotendeels heimelijke rijken. In plaats van in te stemmen met een door het Westen geleid proces van economische liberalisering, zoals in een groot deel van Oost-Europa, handhaafde China’s voormalige bureaucratische elite een totalitair politiek systeem om de middelpuntvliedende krachten van het land in toom te houden en ervoor te zorgen dat de groei van het kapitalisme politiek verbonden was met het overleven van het regime. Op deze manier werd de dominante groep binnen de Chinese kapitalistische klasse de ‘prinselijke’ families met directe banden binnen de hoogste CCP-hiërarchie. Xi Jinping, wiens familie overzeese bezittingen heeft ter waarde van 1 biljoen dollar volgens een onlangs uitgelekt rapport in de Hongkongse media, vertegenwoordigt de heerschappij van de ‘prinsen’ over de staat (het is opmerkelijk dat geen enkele ‘prins’ het doelwit is geweest van Xi’s anticorruptie-campagne die de afgelopen zes jaar een record van één miljoen CCP-functionarissen ten val heeft gebracht). Om zijn heerschappij te handhaven, schuwt dit eigenaardige kapitalistische regime zelfs beperkte ‘democratische’ concessies zoals een versoepeling van de perscensuur of het toestaan van meer speelruimte in de NGO-sector. Ook beschermt het jaloers de strategische economische sferen door gebruik te maken van zijn controle over een aantal belangrijke staatsbedrijven, omdat de winsten en de spectaculaire rijkdom van de prinselijke families en “rode” kapitalisten gebaseerd zijn op het controleren van deze sectoren. Xi en zijn onderhandelaars zijn bereid om concessies te doen aan Trump om de handelsoorlog te de-escaleren, en ook omdat ze een symmetrie van belangen zien met de Amerikaanse kapitalisten bij het toestaan van versnelde liberale hervormingen in sommige economische sectoren. De kwestie van de algemene controle van het regime door middel van staatskapitalistische interventies is echter altijd ononderhandelbaar geweest. Bij gebrek aan een overeenkomst die in werkelijkheid de capitulatie van de CCP-dictatuur zou vereisen, lijkt het doel van de regering-Trump te zijn om een ontkoppeling van de Amerikaanse

en Chinese economie tot stand te brengen. De voormalige minister van Financiën, Hank Paulson, waarschuwde dat dit een “Economisch IJzeren Gordijn” tussen de Amerikaanse en de door China geleide gebieden zou zijn.

Ontkoppeling Er zijn duidelijke grenzen aan hoe ver een economische ontkoppeling van de twee economieën kan gaan, gezien de hoge mate van onderlinge afhankelijkheid en de complexiteit van de wereldwijde productieketens. Maar het is tevens duidelijk dat een groeiend deel van de Amerikaanse kapitalistische klasse nu voorstander is van deze lijn. Dat is in de overtuiging dat als de economische en technologische opkomst van China niet afgeremd wordt, het snel te laat kan zijn. Zij hebben zich achter de agressieve handelstactiek van Trump geschaard in de hoop dit of het Chinese regime zal dwingen om zijn staat-beschermde markt voor het kapitaal van de VS open te stellen of de bedrijven van de VS en Westelijke bondgenoten zal dwingen om hun banden met de economie van China door te snijden. Maar zoals het Brookings Institution, een Amerikaanse denktank, in een recent rapport over het Amerikaans-Chinese conflict opmerkt: “Het probleem met deze benadering is dat onze bondgenoten en partners ons niet op deze weg gaan volgen. Voor bijna alle bondgenoten is China een grotere handelspartner dan de Verenigde Staten, en een sneller groeiende. Ontkoppeling zou enorme economische kosten met zich meebrengen en zou leiden tot een onstabiele wereld van concurrerende economische instellingen en blokken.” De campagne van de Amerikaanse regering tegen Huawei, die andere regeringen onder druk zet om de 5G-technologie van het Chinese bedrijf te boycotten, is hier een voorbeeld van. Australië, Japan en Nieuw-Zeeland staan in de rij met de VS om Huawei uit te sluiten, net als sommige Oost-Europese regeringen, maar Duitsland, Frankrijk en zelfs Groot-Brittannië lijken de gelederen met de VS op dit punt te zullen verbreken. Dit is vooral te wijten aan de enorme kosten en vertragingen die gepaard gaan met het uitsluiten van Huawei van de 5G-introducties. De sluiting en verplaatsing van veel low tech en industrieën die weinig waarde toevoegen in China, omdat hogere lonen, gronden vervuilingskosten bedrijven naar Zuidoost-Azië en daarbuiten drijven, is nog een andere dwingende noodzaak die het CCP-regime dwingt om een technologische upgrade te bevorderen in de richting van high-end productie, zoals geschetst in zijn ‘Made in China 2025’ (MIC2025) plan. Toch is dit een weg die het in toenemende mate op een ramkoers zet, niet alleen met het Amerikaanse kapitalisme, maar ook met de EU, Japan en andere geïndustrialiseerde mogendheden die vrezen economische en technische achterstand op te lopen omdat hun eigen kapitalisten weigeren te investeren op de schaal die nodig is om gelijke tred te houden. Tegelijkertijd kunnen deze regeringen gedwongen worden zich te wenden tot staatskapitalistische oplossingen om de investeringskloof in cruciale technologieën te overbruggen. Zakelijke lobbygroepen, waaronder de tech-giganten Intel en Qualcomm, hebben een beroep gedaan op de administratie van Trump om miljarden dollars te verstrekken voor onderzoek om China voor MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 17


Handelsoorlog te blijven. En zoals Axios in 2018 rapporteerde, riepen de hoogste nationale veiligheidsbeambten de Trump-regering op om de nationalisatie van het mobiele netwerk van de natie te overwegen om een gecentraliseerd landelijk 5G netwerk op te bouwen dat de Chinese technologie zou uitsluiten.

Technologie-oorlog en “Splinternet” Als het doorgezet wordt, zal het offensief van Trump tegen Huawei, waarbij toegang tot componenten en software zoals het Adroid besturingssysteem van Google wordt geblokkeerd, effectief de ‘zuurstoflevering’ aan het bedrijf afsnijden. Dit leidt voorspelbaar tot strenge reacties uit Peking, dat dreigde om represailles te nemen door de toevoer van zeldzame mineralen naar de VS te stoppen. Deze mineralen zijn van cruciaal belang in een hele reeks nieuwe technologieën, waaronder geavanceerde wapens. China is goed voor 95% van de wereldwijde productie van zeldzame aardmetalen. Peking heeft ook gedreigd zijn eigen lijst van “onbetrouwbare bedrijven” op te stellen die aan vergeldingsmaatregelen worden onderworpen als zij op ‘oneerlijke basis’ weigeren om zaken te doen met Huawei of andere Chinese bedrijven. Het verbod op Huawei is de belangrijkste deuk tot nu toe in het proces van kapitalistische globalisering, dat sinds de wereldwijde crisis van 2008 gedeeltelijk is omgebogen. Trump suggereerde dat een deal mogelijk is, een mogelijke versoepeling van het verbod. Maar dit zou hoogstwaarschijnlijk slechts een tijdelijke opschorting van de vijandelijkheden betekenen met een verdere escalatie in een later stadium. Huawei is geen op zichzelf staand geval, maar slechts het topje van een zeer grote ijsberg in termen van het aantal “nationale veiligheidsmaatregelen” dat door verschillende departementen en agentschappen van de Amerikaanse regering wordt voorbereid om Chinese investeringen en overnames in de VS te blokkeren en Chinese bedrijven uit de Amerikaanse technologiesector te sluiten. Hikvision en Dahua, Chinese bedrijven die surveillancesystemen en gezichtsherkenningstechnologie maken, worden al genoemd als de volgende mogelijke doelen. De voorwaarden van Trump’s Huawei-verbod zijn niet alleen van toepassing op Amerikaanse bedrijven, maar ook op buitenlandse bedrijven, als zij ten minste 25% van hun componenten uit de VS betrekken.

merciële overwegingen. Huawei, als wereldleider op het gebied van 5G-technologie (het bedrijf bezit een derde van alle 5G-octrooien), is potentieel in staat om de wereldwijde communicatiesystemen te domineren. “Huawei zou het technologisch landschap voor de komende 10-15 jaar kunnen bepalen als het die voet aan de grond zou krijgen,” stelt China-deskundige Christopher Balding. “De Huawei-zaak toont duidelijk aan dat wereldwijde economische netwerken het gebied van de geostrategie zijn binnengetreden,” zegt professor Abraham Newman van de Georgetown University. “De hyperglobalisering van de laatste twintig jaar is onhoudbaar gezien de reële geopolitieke beperkingen. We gaan een nieuwe fase in,” vertelde hij aan de krant South China Morning Post in Hongkong. Voor de internationale arbeidersbeweging zijn deze technologie en de gevolgen ervan voor de werkgelegenheid en de levensstandaard van enorm belang. Ook de kwestie van cyberveiligheid en de verdiensten of gevaren van Chinese versus westerse technologie roept cruciale vragen op over de privacy en de rechten van het individu, maar ook over de democratie en de dreiging van ongecontroleerde veiligheidsagentschappen met massabewakingsprogramma’s. Er is een totaal gebrek aan democratische controle en verantwoording. Dit is niet alleen zo in het autoritaire China, maar ook in het ‘democratische’ Westen. Deze en andere kwesties die de kern vormen van het conflict tussen de VS en China, maken duidelijk dat het nodig is om grote bedrijven in publiek bezit te nemen, de technologiesector democratisch te plannen, investeringen in infrastructuur te doen en te komen tot democratische controle van de werkenden en de gemeenschap in het algemeen over alle aspecten van de economie.

Conclusie Handelsconflicten worden het “nieuwe normale” voor het kapitalisme, maar kunnen de toch al gespannen verhoudingen tussen de verschillende imperialistische machten en de regionale configuraties enorm verergeren. Dit is niet alleen het geval met de VS en China, maar in verschillende mate ook tussen de VS en de EU met Duitsland aan het roer, Japan, Rusland en India. Al deze machten hebben hun eigen grieven en sluimerende conflicten met de VS onder Trump, terwijl ze ook hopen het anti-Chinese beleid van Trump in hun eigen voordeel te gebruiken.

Indien volledig gerealiseerd, zou 5G in theorie de ontwikkeling van een breed scala aan revolutionaire nieuwe technologieën moeten versnellen, van auto’s zonder bestuurder tot kunstmatige intelligentie (AI) en het “Internet of Things (IoT)”. Dit zal echter wereldwijd biljoenen dollars aan investeringen vergen.

Terwijl de perspectieven voor het VS-China-conflict gehuld zijn in onzekerheid en een handelsovereenkomst of liever gezegd een soort ‘wapenstilstand’ niet is uitgesloten, zit de huidige situatie vol met gevaren voor het kapitalisme en voor zowel de Amerikaanse als de Chinese regering. In plaats van de “gemakkelijke overwinning” waarover Trump het ongeveer een jaar geleden had, kan het conflict beide regimes met een vergelijkbaar effect wereldwijd uitputten en verzwakken. Economische stagnatie, grotere instabiliteit en het risico van revolutionaire omwentelingen zijn allemaal processen die door dit conflict kunnen worden versneld.

De technologie-oorlog vloeit niet in de laatste plaats voort uit de militaire implicaties van 5G, waarbij de Amerikaanse heersende klasse en het Pentagon bang zijn dat dit China in staat zal stellen om snel de nog steeds grote kloof tussen de twee militaire machten te dichten. Maar het is ook geworteld in com-

Voor de socialisten komt het erop aan zich ernstig voor te bereiden, de gebeurtenissen op de voet te volgen en energiek campagne te voeren rond een programma dat bouwt aan internationale solidariteit van de arbeidersklasse en een socialistisch alternatief op de kapitalistische chaos.

Dit verhoogt de mogelijkheid van een technologische scheiding tussen de twee economieën en een digitale kloof of “splinternet”, waarbij systemen en technologische normen elkaar wederzijds uitsluiten. Een belangrijk aandachtspunt in deze strijd is de strijd om 5G.

18 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019


Brazilië

Brazilië: perspectieven voor het verzet tegen Bolsonaro

J

air Bolsonaro’s Brazilië is een land dat in alle opzichten achteruitgaat. Zeven maanden na zijn eedaflegging zien we armoede, werkloosheid, de afbouw van sociale rechten, aanvallen op democratische vrijheden, autoritaire praktijken, onderwerping aan het imperialisme en een permanent offensief tegen werkenden, vrouwen, inheemse volkeren, LGBTQ+-mensen, zwarte mensen. Dat wil zeggen: tegen de overgrote meerderheid van de bevolking. Dossier door André Ferrari, LSR (CWI in Brazilië) Deze extreemrechtse regering vertegenwoordigt het wreedste gezicht van een economisch en politiek systeem in diepe crisis. Met Bolsonaro komt een einde aan de meeste illusies over een “gematigde” uitweg en over verzoening tussen de klassen, illusies die de afgelopen jaren onder de regeringen van de PT (Arbeiderspartij onder leiding van Lula) werden gepromoot.

Een land in diepe crisis

Bolsonaro dient een heersende klasse die misbruik en autoritarisme tolereert en zelfs stimuleert, zolang ze gebruikt worden om asociale tegenhervormingen door te voeren die de winsten en privileges van banken, grote bedrijven en de agro-industrie garanderen.

Sinds 2014 kent Brazilië geen significante economische groei meer. Het bleef stagneren in 2014 (0,5% bbp-groei), maakte twee jaar van recessie door met dalingen in 2015 (-3,55%) en 2016 (-3,31%) en een verwaarloosbare groei in 2017 (1,06%) en 2018 (1,12%). Het land is nog niet hersteld van een van de ergste recessies in zijn geschiedenis en staat aan de vooravond van een nieuwe recessie. De groeiverwachtingen voor 2019 liggen allemaal onder de 1% en worden meestal slechter.

Het verzet tegen deze enorme tegenslag begon eerder en met meer kracht dan velen, waaronder sommigen ter linkerzijde, verwachtten. Het is nog niet genoeg geweest om de aanvallen van Bolsonaro te verslaan, maar het is nog maar net begonnen. Het is noodzakelijk dat de arbeidersklasse, de sociale bewegingen en links lessen trekken uit hun nederlagen en ervaringen van de strijd en verder gaan in de strijd tegen deze regering, dit economische en politieke systeem en de barbarij die zij vertegenwoordigen.

Het scenario van ernstige politieke onrust in Brazilië is gebaseerd op een economie in diepe crisis en zonder vooruitzichten op verbetering, die gepaard gaat met een verslechtering van de structurele sociale problemen.

De werkloosheid bedraagt officieel 12% en omvat 12,8 miljoen mensen. De totale onderbenutting van de beroepsbevolking bedraagt 28,4 miljoen werknemers, naast 4,9 miljoen werknemers in een situatie van inactiviteit (die het zoeken naar werk hebben opgegeven). Het gemiddelde inkomen van de werknemers is systematisch gedaald en de onzekerheid en de verslechtering van de werkomstandigheden nemen toe. Ongeveer 22,7% van de Braziliaanse MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 19


Brazilië huishoudens heeft geen inkomen uit werk en er zijn momenteel ongeveer 11 miljoen jongeren die noch werken noch studeren. Een teken van verslechterende levensomstandigheden is de situatie in grote steden als São Paulo. Officiële gegevens uit 2019 wijzen op het bestaan van 32.600 daklozen in de stad. Hoewel dit officiële cijfer de realiteit onderschat, vertegenwoordigt het nu al het dubbele van het cijfer uit 2015. Deze echte sociale tijdbom ligt aan de basis van de enorme instabiliteit en politieke volatiliteit in het land. De neoliberale tegenhervormingen van Bolsonaro zullen de situatie verergeren. De naderende nieuwe wereldwijde recessie kan een verwoestend effect hebben op de Braziliaanse economie met enorme sociale en politieke gevolgen. De arbeidersklasse moet zich organiseren voor dit scenario van intens verzet en strijd.

Besparingen op onderwijs en tegenhervorming van pensioenstelsel Er is op meerdere fronten verzet tegen Bolsonaro, maar in deze eerste zeven maanden van de regering waren de grootste mobilisaties die tegen de besparingen op het onderwijs en om de door de regering voorgestelde tegenhervorming van het pensioenstelsel. Op 15 mei hebben meer dan een miljoen studenten en personeelsleden hun scholen en universiteiten plat gelegd en in het hele land de straat op gegaan tegen de aangekondigde besparingen van de minister van Onderwijs en zijn agressieve extreemrechtse retoriek. Aanvankelijk kondigde de minister bij wijze van duidelijke politieke vervolging alleen besparingen aan op universiteiten die als “links” werden beschouwd en gekenmerkt werden door de “onrust” van activisme. Hij kondigde vervolgens de veralgemening van de besparingen aan en rechtvaardigde dit met een obscurantistisch discours. Op straat werd daar massaal op geantwoord. Voor het eerst sinds het aantreden van de regering gingen de mobilisaties verder dan de reeds “oppositionele” lagen van de samenleving en bereikten ze een deel van de sociale basis die eerder door Bolsonaro werd veroverd. De regering reageerde met een poging tot een tegenaanval op straat. Ze riep op tot demonstraties om kracht te tonen en ook om de stemming en de voorwaarden voor de mogelijke goedkeuring van meer autoritaire maatregelen op de proef te stellen. De rechtse betogingen vonden plaats op 26 mei en brachten enkele honderdduizenden, voornamelijk middenklasse mannen uit de zuidelijke en zuidoostelijke regionale hoofdsteden op de been. Zij toonden aan dat de regering een aanzienlijke sociale basis in stand houdt die tot op zekere hoogte gemobiliseerd kan worden. Maar het heeft ook laten zien dat er een verdeeldheid binnen rechts bestaat en dat het voor Bolsonaro binnen deze krachtsverhouding op dit ogenblik niet mogelijk is om een meer Bonapartistisch avontuur aan te gaan. De werkenden en jongeren reageerden met nieuwe demonstraties

20 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

op 30 juni en de bevestiging van de oproep tot een algemene staking op 14 juni, ditmaal met meer aandacht voor de strijd tegen de pensioenhervorming. Aan de vooravond van de algemene staking werd het tegenhervormingsproject van de minister van Economie, Paulo Guedes, een ultraliberale “Chicago-jongen”, gewijzigd door de speciale commissie die hierover in de Kamer van Afgevaardigden (het Lagerhuis) was opgericht. Enkele van de ergste aanvallen werden uit het wetsvoorstel gehaald. Daaronder het voorstel voor een volledige verandering van het socialezekerheidsstelsel met een overgang naar het systeem van kapitalisatie (volledig geïndividualiseerd), naar het voorbeeld van het Chileense model van Pinochets dictatuur, dat tot op de dag van vandaag een echte sociale ramp betekent. Op 14 juni hebben veel belangrijke delen van de arbeidersklasse de productie en het verkeer van goederen en diensten lamgelegd. Er waren belangrijke betogingen. Maar de staking was kleiner in termen van omvang en impact dan de algemene staking die de ‘hervorming’ van de sociale zekerheid in 2017 onder de regering van Michel Temer had weten te stoppen. Belangrijke sectoren, zoals het openbaar vervoer, hadden bijvoorbeeld een lagere participatie. Er was sprake van sterke repressie en intimidatie door de rechterlijke macht ten aanzien van de vakbonden met betrekking tot de zogenaamde “essentiële sectoren”, waarbij de vakbonden bedreigd werden met monsterboetes en andere vergeldingsmaatregelen in geval van een staking. Maar het fundamentele probleem was het gebrek aan vertrouwen van de meeste werkenden in een concreet alternatief. Het discours dat er zonder deze tegenhervorming chaos zou ontstaan – Brazilië zou een Venezuela worden! – vond een echo, zelfs onder delen van de oppositie tegen Bolsonaro in het Congres. Sommige congresleden en centrumlinkse partijen kozen voor een meer “onderhandelende” benadering, waarbij ze de noodzaak van een tegenhervorming accepteerden, maar probeerden deze te verzachten. Een deel van de vakbondsfederaties, veel van hen ultra-bureaucratisch en rechts, speelde hetzelfde spel. Het resultaat was een nederlaag voor de arbeiders. Het wetsvoorstel werd goedgekeurd in de Kamer van Afgevaardigden met nog een paar wijzigingen die de aanvallen verzachten, maar die niets veranderen aan het feit dat dit de zwaarste aanval op het pensioenstelsel is sinds de grondwet van 1988 werd aangenomen. Het is harder dan de aanvallen van Fernando Henrique Cardoso (de rechtse PSDB-president) in 1998 of van Lula (PT) in 2003. Zelfs met de doorgevoerde veranderingen zal de tegenhervorming de waarde van de pensioenen drastisch verminderen en een toenemend deel van de bevolking veroordelen tot het laagste pensioenniveau. Voor werkenden met een stabielere baan zal een lager pensioen in de praktijk de zoektocht naar een aanvullend particulier pensioen stimuleren, wat een grote markt voor banken en particuliere pensioenfondsen opent. Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen in de Tweede Kamer en vervolgens in de Senaat. Maar het scenario om het


Brazilië voorstel te stoppen, is nu veel moeilijker dan voorheen. Voor augustus worden er vakbondsacties voor de pensioenen geëist, maar de vakbondsleiders hebben het niet meer over een nieuwe algemene staking.

Tegenstellingen onder rechts De goedkeuring van de aanval op de pensioenen in het Lagerhuis toonde een grote eensgezindheid van de burgerij en haar politieke vertegenwoordigers om over te gaan tot neoliberale contrahervormingen, te beginnen met de sociale zekerheid. Tegelijkertijd is het niet onbelangrijk dat dit gebeurde op een ogenblik van ernstige tegenstrijdigheden en verdeeldheid tussen traditionele rechtse politici en de nieuwe extreemrechtse ‘bolsonisten’. Tot op zekere hoogte speelt dit conflict zich ook af tussen de instellingen en bevoegdheden van de republiek. De grote protagonist van de goedkeuring van de tegenhervorming van de pensioenen was de voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden, Rodrigo Maia, van een traditionele rechtse partij (Democraten) bestaande uit trouwe marionetten van de landeigenaren, bankiers en grote bedrijven. Maia handelde vaak in openlijk conflict met Bolsonaro en de uitvoerende macht. Op 26 mei werd hij door rechtse betogers aangevallen als ‘vertegenwoordiger van de oude politiek.’ Maia liet het parlement een veel autonomere rol spelen dan normaal is in het Braziliaanse presidentiële stelsel. Alle oude en traditionele methoden om stemmen van afgevaardigden te kopen, middelen te verdelen voor de parlementsleden om te gebruiken in hun kiesdistricten, enz. werden gebruikt om de tegenhervorming van de sociale zekerheid goed te keuren. Veel kiezers van Bolsonaro waren ontevreden met de traditionele manier van aan politiek doen. De president probeerde zich ver van deze praktijken te houden, ook al was hij er verantwoordelijk voor. Hij probeerde ook nog een ondermijning van zijn sociale basis te verhinderen door enkele sectoren uit de aanval op de pensioenen te halen. Zo zou het leger niet getroffen worden door de maatregelen en voor de politie zijn er verzachtende maatregelen beloofd. De semi-autonomie van de wetgevende macht met betrekking tot de agenda van de uitvoerende macht kan problemen opleveren voor Bolsonaro bij toekomstige stemmingen over andere kwesties. Delen van de centrumlinkse oppositie wedden op deze weg als een manier om Bolsonaro in te dammen. Met dit in gedachten steunden partijen als PCdoB (Communistische Partij van Brazilië) of PDT (Democratische Arbeiderspartij) Rodrigo Maia bij zijn verkiezing tot Kamervoorzitter begin dit jaar. Maar Rodrigo Maia’s programma is hetzelfde extreem neoliberale programma van de Braziliaanse bourgeoisie. De verdeeldheid gaat enkel over hoe ze dit beleid opleggen. Maia verdedigt de traditionele methoden van het kopen van stemmen, omkoping en misleidende onderhandelingen en denkt dat de vechtlustige en “populistische” methode van Bolsonaro zal leiden tot de nederlagen voor het project dat ze beiden verdedigen. De enige manier voor de arbeiders om potentiële verdeeldheid onder de heersende elite uit te buiten is door strijd en de druk van onderaf op te voeren. Zonder dit zullen de elites altijd tot een

akkoord komen tegen de meerderheid van de bevolking.

“Car Wash’ crisis… Een andere fundamentele politieke kwestie die de regering-Bolsonaro rechtstreeks raakt, is de crisis rond de huidige “superminister van Justitie en openbare veiligheid”, de voormalige rechter, Sergio Moro. Onlangs lekten er berichten uit over communicatie tussen de toenmalige rechter Sergio Moro en de aanklagers van de zogenaamde “Car Wash operatie” (Lava Jato), een mega-operatie om corruptiezaken te onderzoeken waarbij Petrobras, de Braziliaanse oliegigant, en de PT-regeringen betrokken waren. De gelekte berichten werden gepubliceerd via ‘The Intercept Brazil’, geregisseerd door journalist Glenn Greenwald, die eerder een sleutelrol speelde in de zaak Edward Snowden. De berichten bevestigen het bestaan van een expliciete heimelijke verstandhouding tussen de aanklagers en de rechter, met als duidelijk doel om de voormalige president Lula (PT) te veroordelen en te arresteren en zo een rol te spelen op het politieke en electorale toneel. De verkiezingsoverwinning van Bolsonaro was voor een groot deel mogelijk omdat Lula niet kon deelnemen aan de verkiezingen. De “Car Wash operatie” speelde ook een centrale rol bij het opbouwen van een gunstige stemming voor de institutionele staatsgreep die de voormalige president Dilma Rousseff (PT) in 2016 omverwierp door middel van een volstrekt onregelmatig proces. Als beloning voor zijn diensten werd Sergio Moro door Bolsonaro benoemd tot superminister met grote bevoegdheden. Hij nam de verantwoordelijkheid op zich voor twee fundamentele kwesties die verband houden met de opkomst van extreemrechts in Brazilië: de strijd tegen corruptie en de openbare veiligheid. Sergio Moro had ook veel hogere ambities, zoals een benoeming bij het Hooggerechtshof of zelfs een presidentskandidaatschap. Maar de situatie is nu veel gecompliceerder. De berichten die tussen Moro en de aanklagers werden uitgewisseld, laten geen twijfel bestaan. Sergio Moro en de aanklagers pleegden misdaden en handelden illegaal, met alle gevolgen van dien voor de hele rechtsgang die tot de arrestatie van Lula heeft geleid. In een normale situatie van een burgerlijk-democratisch regime zou hij in ieder geval zijn functie als minister hebben verloren, zich voor zijn misdaden gerechtelijk hebben moeten verantwoorden, en Lula zou zijn vrijgelaten vanwege de onregelmatigheden in het proces. In een echte democratie, zelfs op de liberaal-burgerlijke manier, zouden ook de verkiezingsresultaten van 2018 betwist worden. Maar Brazilië bevindt zich niet in een normale situatie van een democratisch regime, zelfs niet de beperkte burgerlijke democratie die het sinds het einde van de militaire dictatuur en de grondwet van 1988 kent. In deze context kiezen Sergio Moro en Jair Bolsonaro ervoor om de elementen van de huidige “uitzonderingstoestand” in Brazilië en het Bonaparistische en autoritaire karakter van deze regering te verdiepen. Als waarnemend minister van Justitie verhindert Sergio Moro MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 21


Brazilië elk onderzoek naar de misdaden die hij en de aanklagers hebben begaan en leidt hij het onderzoek van de federale politie, onder zijn bevel, om de oorsprong van de lekken en de vermeende betrokkenheid van journalisten bij het hacken van de autoriteiten na te gaan. Onlangs heeft de federale politie een groep jongeren ontmanteld, zogenaamd hackers, die geïnfiltreerd waren in de mobiele telefoons van de overheid. Moro verbond de zaak onmiddellijk met lekken uit “Car Wash Operatie” en legde een verband met publieke figuren van Braziliaans links, zoals Manuela D’Ávila (PCdoB), vice-presidentskandidaat in de presidentiële campagne van de Fernando Haddad (PT), die vorig jaar in de tweede ronde van de verkiezingen opkwam tegen Bolsonaro. Om een sfeer van dreigementen en intimidatie te creëren, heeft Moro ook een verordening uitgevaardigd die voorziet in de voorlopige uitzetting van buitenlanders die als “gevaarlijk worden beschouwd of die daden hebben gepleegd die in strijd zijn met de beginselen en doelstellingen die in de grondwet zijn vastgelegd”. Glenn Greenwald is een Amerikaans staatsburger, hoewel hij in Brazilië woont en getrouwd is met David Miranda, een PSOL congreslid. Gezien dit scenario heeft het Federale Hooggerechtshof, dat in de zaak van Lula al had moeten beslissen over een habeas corpus, besloten om de beslissing enkele maanden uit te stellen. Zelfs met veel leden van het Hooggerechtshof die de houding van Moro en Bolsonaro in twijfel trekken, zou een definitieve beslissing tegen Moro, die zou leiden tot de vrijlating van Lula, een niveau van politieke onafhankelijkheid en autonomie impliceren die het Hooggerechtshof in Brazilië niet heeft. De medeplichtigheid van het Hof aan de institutionele staatsgreep van 2016 was daar een duidelijk bewijs van.

Autoritaire escalatie Sergio Moro leunt nog steeds op een reactionaire sociale basis van mensen uit de middenklasse, naast een aantal verwarde volkse lagen, die gebruik maken van retoriek tegen corruptie en criminaliteit, zaken die Bolsonaro expliciet linkt met links doorheen een “anticommunistisch” discours dat typisch is voor de koude oorlog. Voor deze lagen van de samenleving maakt het niet uit of Moro illegaal handelde in de “Car Wash Operatie”. Waar het om gaat is dat hij Lula en zijn “bende corrupte linkse mensen” heeft kunnen arresteren. Dit is dezelfde redenering die de uitroeiing van zwarte jongeren in de rand van de grote Braziliaanse steden door de politie en de para-legale krachten rechtvaardigt. Het is in de praktijk de invoering van een systematische doodstraf zonder proces of recht op verdediging.

het martelen en doden van politieke gevangenen. In een interview viel hij de voorzitter van de Orde van Braziliaanse Advocaten aan met pejoratieve verwijzingen naar zijn vader, Fernando Santa Cruz, een linkse activist die in 1974 door de repressieve krachten van de militaire dictatuur werd gearresteerd en “verdween”. Met Bolsonaro in de regering is het geweld van de staat in Brazilië kwalitatief toegenomen. Op het platteland zijn inheemse mensen en plattelandsarbeiders systematisch het doelwit van een gewapend offensief van landeigenaren en mijnbouwbedrijven. De meest recente zaak betrof de moord op een inheemse leider van het Wajãpi-volk, Emyra Wajãpi genaamd, in de staat Amapá in het Amazonegebied. Dit gebeurde door een gewapende groep in dienst van mijnbouwbelangen. Bolsonaro verwierp het protest en verklaarde dat hij van plan is om de acties van mijnbouwbedrijven op inheemse gronden te legaliseren. De strijd voor de verdediging van het Amazonegebied en de milieumaatregelen in het algemeen houden rechtstreeks verband met de strijd van inheemse volkeren en boeren voor het recht op land. De vijand is dezelfde: de agro-industrie en de ontginning van mineralen en hun bloeddorstige methoden. In de steden zijn er ondertussen situaties waar de politie of het leger bijeenkomsten van vakbonden of zelfs academici binnenvallen als ze weten dat daar over het verzet tegen de regering wordt gesproken. De criminalisering van sociale bewegingen verdiept zich. In São Paulo bijvoorbeeld werden op 26 juni negen leiders van een sociale beweging die strijdt voor huisvesting door onbewoonde gebouwen in het centrum van de stad te bezetten, gearresteerd met in kaart gezette beschuldigingen. Ze zitten nog steeds vast. Intimidatie en onderdrukking nemen toe. Maar in de lagen die niet echt tot de staat behoren maar er wel voor optreden, zoals rechtse groepen verbonden met economische belangen of georganiseerde criminelen (zoals milities in Rio de Janeiro), gaat dit proces nog verder. Er zijn geen publieke figuren van sociale bewegingen of van links die de afgelopen periode geen bedreigingen hebben ontvangen. Deze acties vinden in Bolsonaro een stimulans en een geruststelling van bescherming. In zijn eerste toespraak na de verkiezingen zei Bolsonaro dat er maar twee alternatieven voor links zijn: gevangenis of ballingschap. De kracht van massale strijd, die we tot hiertoe reeds zagen, heeft de harde hand van de regering gedeeltelijk ingeperkt. Maar de dreiging blijft aan de horizon. Na de nederlaag voor de massabeweging met de goedkeuring van de pensioenhervorming, nam de regering-Bolsonaro een meer offensieve houding aan. Vechtlustige aanhangers, militieleden en protofascistische extreemrechtse activisten voelen zich gesterkt.

Als minister van justitie en openbare veiligheid is Moro de auteur van een wetsvoorstel dat zogenaamd tegen de criminaliteit is gericht en dat onder andere de Braziliaanse militaire politie (die nu al een van de ergste moordenaars ter wereld is) toelating geeft om te doden zonder angst voor verdere gerechtelijke procedures.

Op dit moment kan de regering haar autoritaire, dictatoriale of zelfs protofascistische roeping niet tot het uiterste doorvoeren. Er zijn in dit opzicht tegenstrijdigheden binnen de elites en de heersende klasse. Maar bovenal is er geen sprake van een kwalitatief diepgaande nederlaag van de arbeiders en de onderdrukte lagen van de samenleving.

Terwijl de regering de illegale en onwettige acties van Sergio Moro voortzet, heeft de president herhaalde verklaringen afgelegd ter verdediging van de dictatuur en de rol van het leger in

De enige garantie dat deze autoritaire uitkomst niet zal slagen, is echter de mobilisatie, de organisatie aan de basis en het ver-

22 l MARXISME VANDAAG l

augustus 2019


Brazilië mogen van de werkenden en onderdrukten om te strijden rond een programma van sociale eisen dat een alternatief voor dit systeem biedt. De arbeidersklasse heeft genoeg kracht om zich te verzetten, maar ze heeft een adequaat programma, strategie en organisatie nodig.

Nieuwe aanvallen en verzet De goedkeuring van de pensioenhervorming in het Lagerhuis is de lastigste aanval tot nu toe. Als het wordt bevestigd in de stemmingen die nog steeds in het Hogerhuis en de Senaat moeten worden gehouden, zal het een grote tegenslag zijn. Hierna zullen regering en parlement met meer aanvallen komen. Een nieuw project voor een wetsvoorstel “voor economische vrijheid”, dat in de praktijk de fundamentele rechten van werkenden herroept, wordt nu besproken. Het zou een radicale verdieping betekenen van de hervorming van de arbeidswetgeving onder de regering-Temer. De regering heeft een agressief privatiseringsprogramma. Er is al begonnen met de privatisering van belangrijke Petrobras-dochterondernemingen (BR Distribuidora en TAG – Transportadora Associada de Gás) en naar verwachting komt er een mega-veiling voor de concessie van olie-exploratiegebieden in de diepe lagen voor de kust. De regering wil de postkantoren, het elektriciteitsbedrijf Eletrobrás, de staatsbanken en vele andere bedrijven privatiseren. Bolsonaro heeft ook verdere besparingen op het onderwijs aangekondigd en een agressief privatiseringsproject voor federale universiteiten voorgesteld, waarbij ook het beheer van deze onderwijsinstellingen door zogenaamde “sociale organisaties” van particuliere aard zou worden uitgevoerd. Dit vormde opnieuw een bom in het onderwijs. Er komt een nieuwe onderwijsstaking op 13 augustus die wel eens groot kan zijn. Deze mobilisatie ter verdediging van het openbaar onderwijs moet door de hele vakbonds-, volks- en studentenbeweging worden gezien als een kans om verschillende strijdbewegingen te verenigen en een nieuwe eengemaakte beweging van verzet op te bouwen tegen aanvallen van de regering. Onder deze omstandigheden zou een nieuwe eendaagse algemene staking, ditmaal met veel meer organisatie van onderaf en een effectieve impact, moeten worden uitgeroepen. In deze context kan zelfs de aanval op de pensioenen nog steeds worden gestopt, ondanks de stemming in het Congres. Dat zou de positie van de leiding van de arbeidersbeweging moeten zijn.

Bouwen aan een echt links alternatief Bolsonaro heeft nu slechts de steun van een derde van de bevolking. Sinds het einde van de dictatuur was een president zo kort in zijn ambtstermijn nooit zo weinig populair. Maar de strategie van de regering is om zich precies te baseren op de samenhang en consolidatie van dit derde van de bevolking rond reactionaire ideeën, acties en retoriek. Bolsonaro probeert deze laag te consolideren door vooral in te gaan op de centrale thema’s van zijn campagne: tegen corruptie, tegen criminaliteit, tegen links (in het bijzonder de PT) waarbij links wordt gelijkgesteld met de voorgaande problemen en met het ‘oude beleid’.

Het idee dat Bolsonaro onder invloed van de ‘democratische instellingen’ geleidelijk een ‘normale’ burgerlijke politicus zou worden, is niet op de realiteit gebaseerd. De regering test voortdurend de mogelijkheden uit om de grenzen van het burgerlijk democratische politieke systeem te verleggen. De regering slaagt erin om elementen van een permanente ‘uitzonderingstoestand’ in stand te houden, zelfs onder de scheiding van continuïteit van het politieke systeem. De verkiezing van Bolsonaro is het resultaat van de institutionele staatsgreep van 2016 en van een volstrekt onregelmatig verkiezingsproces in 2018, gekenmerkt door de willekeurige arrestatie van Lula, door de illegale private financiering van een grootschalig bombardement van nepnieuws door sociale netwerken, door politiek geweld op straat, waarbij de instellingen van het regime volledig ondergeschikt zijn aan dit proces. Dit scenario leidt tot schaamte onder delen van de burgerij zelf. De grote burgerlijke pers begint te reageren en er zijn veel tekenen van ontevredenheid over de koers van de regering. Maar de fundamentele vraag is voor iedereen of deze regering in staat is om de structurele neoliberale aanvallen door te voeren die de belangen van de grote aandeelhouders en speculanten garanderen. Bolsonaro zal problemen hebben met de heersende klasse als hij niet doet wat hij beloofd heeft. Terwijl hij zich in deze richting beweegt, zullen we nog steeds enkele klachten en gemompel van enkele vertegenwoordigers van de elite horen. Maar niets dat zijn pad effectief belemmert. Onlangs verklaarde de president van de grootste Braziliaanse bank (Candido Bracher, uit Itaú) dat de autoritaire retoriek van Bolsonaro de goedkeuring van de “hervormingen” niet in de weg staat en dat de economische situatie nog nooit zo positief is geweest als nu. Op het hoogtepunt van zijn cynisme vierde hij zelfs de werkloosheid: “de hoge werkloosheid maakt groei mogelijk zonder enige invloed op de inflatie … Dit maakt de macro-economische situatie in Brazilië beter dan ik ooit in mijn carrière zag”. Deze mensen maken zich niet echt zorgen over de autoritaire weg van de regering. Als Bolsonaro zijn beloften niet nakomt, werkt de heersende klasse al aan andere hypothesen en alternatieven in dezelfde richting of nog erger. Zij kunnen rechts een uitweg uit de crisis bouwen rond de vice-president, de generaal van het leger, Hamilton Mourão, of alternatieven die nog in aanbouw zijn. In ieder geval zal dit niet gebeuren zonder een verergering van de politieke crisis met alle gevolgen van dien. De zogenaamde “democratische” burgerij zal Bolsonaro niet ernstig bestrijden. Hij kan alleen worden gestopt door degenen die rechtstreeks worden getroffen door zijn beleid: de arbeidersklasse als geheel en die delen van onze klasse die het slachtoffer zijn van specifieke vormen van onderdrukking, zoals vrouwen, zwarten, inheemse volkeren, “quilombola’s” (inwoners van Afrikaanse afkomst in nederzettingen), enzovoort. Daarom moeten de democratische eisen van de massabeweging, die op dit moment van fundamenteel belang zijn, rechtstreeks gekoppeld worden aan de strijd voor de bescherming van de sociale rechten en de verbetering van de levensomstandigheden. MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 23


Brazilië Het is een reactionaire illusie om te denken dat we steun van ‘democratische’ delen van de burgerij zullen krijgen in de strijd tegen Bolsonaro door de strijd tegen neoliberale aanvallen op te geven of ondergeschikt te maken aan het wegkrijgen van Bolsonaro. Het fundamentele probleem is immers dat het functioneren van het kapitalisme in deze tijd van structurele crisis zeker in een perifeer en afhankelijk land als Brazilië steeds meer onverenigbaar is met de democratie, zelfs met een beperkte burgerlijke democratie. We zullen geen uitweg uit deze crisis vinden door achterom te kijken, zoals de PT en het Lula-kamp dit deden en nog steeds doen met een nostalgie over hun regeringen. We moeten bouwen aan een nieuwe sterke linkerzijde. Er is geen klassenverzoening mogelijk en het is een illusie dat we kunnen terugkeren naar de uitzonderlijke jaren toen zowel bankiers uit het zuidoosten als arme boeren uit het noordoosten geloofden dat de situatie geleidelijk verbeterde. Blijven kiezen voor klassenbemiddeling en het zoeken naar steun van de progressieve burgerij via institutionele weg, is het recept dat aan de basis lag van de nederlagen voor de werkenden de afgelopen jaren. Het leidde tot het besparingsbeleid onder Dilma Rousseff (PT) in 2015, de institutionele staatsgreep van 2016, de aanvallen onder Temer in 2017, de overwinning van Bolsonaro in 2018 en de goedkeuring van de aanvallen op de pensioenen vandaag. Wij pleiten voor een brede eenheid in actie rond concrete mobilisaties tegen de aanvallen van Bolsonaro op alle niveaus. We zetten ons ook in voor een verenigd front van de arbeidersorganisaties in de strijd om hun rechten te verdedigen, zoals in het geval van het ‘Front van Mensen Zonder Vrees’, dat vakbondsfederaties, sociale bewegingen (zoals de MTST), studenten-, vrouwen- en zwarte bewegingen, enz. samenbrengt. Op politiek vlak is het meer dan noodzakelijk om een onafhankelijk en consequent links, socialistisch alternatief op te bouwen dat in staat is de fouten en het verraad van de leiders van de PT en het politieke kamp van het Lulaïsme te overwinnen. Deze taak moet opgenomen worden door de PSOL (Partij voor Socialisme en Vrijheid) in samenwerking met andere delen van de socialistische linkerzijde en de meer militante sociale bewegingen en bewegingen van de arbeidersklasse. Dit alternatief zou het meest strijdbare en consequente onderdeel moeten zijn van de gezamenlijke strijd tegen Bolsonaro. Maar het moet ook worden gesmeed in deze strijd, die zich momenteel ontwikkelt, als een alternatieve pool voor de illusies in de klassenbemiddeling die nog steeds deel uitmaken van de ideologie van de PT en het Lula-kamp. Daarom moet zij een strategie voorstellen die gebaseerd is op de strijd van de werkenden en hun bondgenoten onder de onderdrukte lagen van de samenleving, op de organisatie van het volk, op massale mobilisatie, stakingen en bezettingen. Zij moet de electorale campagnes in dienst stellen van de directe strijd van de werknemers en hun politieke niveau versterken in de richting van een antikapitalistisch en socialistisch bewustzijn. Daarom moet zij een coherent programma presenteren met een antikapitalistisch en socialistisch karakter.

24 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

Een actieprogramma van socialistisch links moet de volgende eisen bevatten: - Stop Bolsonaro en zijn aanvallen op sociale en democratische rechten en verworvenheden! - Neen aan de pensioenhervorming van Bolsonaro, Rodrigo Maia en de bankiers! Voor het recht op pensioen voor alle werkenden! - Stop de besparingen op onderwijs en alle openbare diensten! - Neen aan de afbouw van de rechten van werkenden – trek de tegenhervorming van de Temer-regering in en stop de nieuwe aanvallen van Bolsonaro! - Stop de privatiseringen van Petrobrás, Eletrobrás, postkantoren en andere staatsbedrijven! Hernationalisatie van geprivatiseerde bedrijven, zoals Vale en Embraer, onder controle van de arbeiders! - Sergio Moro moet nu aftreden! Bestraffing van de rechters en aanklagers van “Car Wash Operatie” die politieke vervolging in dienst van het grote kapitaal bevorderden! Onmiddellijke vrijheid van Lula! - Neen aan het repressieve beleid van Sergio Moro tegen de zwarte en arme mensen! Neen aan de uitroeiing van zwarte jeugd in de favela’s en stadsranden! - Stop de criminalisering van armoede en sociale strijd! Ter verdediging van de democratische rechten en vrijheden! Vrijheid voor de negen leiders van de beweging voor huisvesting in São Paulo! - Ter verdediging van de rechten van vrouwen, LGBT’s, inheemse en alle lagen die rechtstreeks worden aangevallen door de regering-Bolsonaro! Bestraffing van de moordenaars van inheemse volkeren, vrouwen, LGBTQ+ en zwarte mensen! - Bouw de massale strijd tegen de aanvallen van de regering weer op! Voor een grote nationale dag van gezamenlijke strijd op 13 augustus en de voorbereiding van een echte eendaagse algemene staking, georganiseerd van onderaf en met massale straatbetogingen! - Bouw aan een links politiek alternatief dat vecht voor een arbeidersregering met een antikapitalistisch en socialistisch programma! Dat programma moet verdedigd worden door een alliantie tussen de PSOL, andere delen van de socialistische linkerzijde en de militante sociale bewegingen.


System change

System change. Waarom wij opkomen voor socialistische maatschappijverandering!

M

aandenlang kwamen tienduizenden jonge klimaatstakers op straat, onder meer met de eis ‘system change, not climate change.’ De woede ging samen met hoop en angst. Steeds meer mensen zijn ervan overtuigd: we hebben geen tijd te verliezen! De klimaatveranderingen zijn er nu al en we hebben slechts een kleine kans om een complete catastrofe te vermijden. Het is dringend om te begrijpen waar dit systeem voor staat, hoe het in elkaar zit en hoe we het zo snel mogelijk weg kunnen krijgen. Dossier door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Kapitalistisch systeem duwt ons naar de afgrond De wetenschappelijke rapporten en standpunten door experten stapelen zich op en gaan in dezelfde richting. Er zijn nog verschillende inschattingen over de ernst van de situatie, maar er is eensgezindheid over het feit dat de komende tien jaar cruciaal zijn. In juni verklaarde de voormalige Franse minister van Milieu (2001-2002) Yves Cochet: “De mensheid bestaat niet meer in 2050.” De Australische wetenschappers van het Breakthrough National Centre for Climate Restoration brachten een rapport uit waarin ze stelden: “De planeet en de mensheid komen tegen het midden van deze eeuw op een punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is. Zonder onmiddellijke radicale maatregelen, ziet het er niet goed uit.” In augustus 2018 was er een studie door het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences die tot de conclusie kwam dat de aarde dicht bij haar “breekpunt” komt, met een temperatuurstijging die zich op 4 tot 5 graden Celsius boven die van het pré-industriële tijdperk stabiliseert. Bij de opening van de COP24 in december 2018 verklaarde David Attenborough (van de documentaires Planet Earth van de BBC): “Als we niets doen, moeten we rekening houden met de ineenstorting van onze beschavingen en het quasi compleet verdwijnen van de natuur.”

Sommige wetenschappers nuanceren deze berichten. Maar zelfs een temperatuurstijging van 3 graden – dat wil zeggen: het perspectief dat het meest waarschijnlijk geacht wordt indien de huidige tendens zich bevestigt – komt neer op de vernietiging van de ecosystemen van het Noordpoolgebied en het Amazonegebied. De droogte die dit met zich mee brengt, zou de helft van de wereldbevolking blootstellen aan minstens 20 dagen ‘dodelijke hitte’ per jaar. Dit betekent dodelijke hittegolven die vergelijkbaar zijn met de hittegolf van juni in Noord-India. Het is absoluut noodzakelijk om de uitstoot drastisch te verminderen om de opwarming van de aarde tot 1,5° Celsius te beperken en zo de meest verregaande gevolgen te vermijden. Niet alleen de uitstoot van CO2 is rampzalig. Bij ongewijzigd ritme zal er tegen 2050 meer plastiek in de oceanen te vinden zijn dan vissen. Vandaag neemt de mens al gemiddeld ongeveer 5 gram plastiek per week op, ongeveer het equivalent van een bankkaart. Dat werd gemeld door het Wereld Natuur Fonds (WWF). Elk jaar komt 600.000 ton plastiek in de Middellandse Zee terecht. Water zal een geopolitieke kwestie worden, en we weten heel goed wat dit betekent in dit systeem, waar “oorlogen om olie” en de neokoloniale plundering van grondstoffen schering en inslag MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 25


System change zijn. In 2018 dwongen oorlog en vervolging 71 miljoen mensen te vluchten: nog nooit eerder waren er zoveel vluchtelingen en ontheemden als vorig jaar. Wat zal dit geven met de verregaande klimaatveranderingen die plaatsvinden? Als we er niet in slagen de koers om te keren, zal de barbaarsheid tot nieuwe en verschrikkelijke hoogten worden gedreven.

Het hoeft zo niet te zijn! Dit catastrofaal toekomstbeeld is enkel onvermijdelijk als we er ons bij neerleggen. Het besef dat verandering nodig is, vormt een eerste stap. Maar zonder perspectief word je al gauw overweldigd door een gevoel van hulpeloosheid (er wordt vandaag gesproken over eco-angst). We moeten de situatie niet verbloemen, maar nagaan welke sociale krachten in staat zijn om tot concrete verandering te komen en van daaruit een strategie ontwikkelen om te winnen. Eén ding is zeker: we kunnen geen vertrouwen stellen op methoden die tot hiertoe gefaald hebben. De afgelopen decennia waren er tal van topontmoetingen met gepalaver, holle beloften, krokodillentranen en het spuiten van mist. Je kan moeilijk niet woedend zijn over de Canadese regering van Justin Trudeau die op 17 juni de “klimaatnoodtoestand” uitriep… om een dag later een grote uitbreiding van de oliewinning in het land goed te keuren! Het gezag van deze hypocriete politieke marionetten van de grote bedrijven smelt als poolkappen door de klimaatverandering. Maar dit betekent niet dat de vooroordelen die ze al jarenlang verspreiden automatisch mee verdwijnen. De afgelopen decennia was er een dominantie van de neoliberale ideologie die alles herleidt tot individuele verantwoordelijkheden. Als zoveel mensen zich slecht voelen over de toestand van het milieu, komt dit niet enkel door het ontbreken van een globale strategie maar ook omdat het establishment – helaas gevolgd door sommige klimaatactivisten – er alles aan doet om enkel over individueel gedrag te spreken en met de vinger naar gewone werkenden en hun gezinnen te wijzen. Welke krant of weekblad bracht nog geen dossier over onze ecologische voetafdruk en de impact van onze eetgewoonten of transport op de planeet? Dit gaat stelselmatig gepaard met aanbevelingen om ons gedrag te wijzigen. Er is niets mis mee om over onze consumptie na te denken, maar om de klimaatverandering te bestrijden zal het niet volstaan om af en toe de auto te laten staan of om ons afval beter te sorteren. Diegenen die ons dat willen laten geloven, onderschatten de omvang van het probleem. Ze gaan bovendien voorbij aan de enorme macht die we met de werkenden potentieel hebben om fundamentele verandering af te dwingen. Individuele recyclage zoals we dat vandaag kennen, werd voor het eerst gepropageerd door de campagne ‘Keep America Beautiful’ van Coca-Cola, andere drankengiganten en Philip Morris nadat de Amerikaanse staat Vermont in 1953 een wet stemde die niet herbruikbare verpakkingen verbood. Het doel van de campagne was om druk te zetten op de wetgevers. Met effect: de wet werd ingetrokken. Een ander doel van de campagne was om de bevolking te laten geloven dat de oorzaak van het probleem bij hun consumptie lag en niet bij de productie en de verkoop.

26 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

We zijn veel meer dan consumenten en ons actieterrein is veel groter dan de beperkte omvang van een winkelwagentje. Het kapitalisme voorstellen als een levenskeuze om van alles individuele verantwoordelijkheden te maken in plaats van het systeem aan te pakken, is er vooral op gericht om dat kapitalistisch systeem te verdedigen. Uiteindelijk wordt alles in het werk gesteld om ons te laten geloven dat het einde van elke beschaving of het einde van een voor de mens leefbare planeet waarschijnlijker is dan het einde van het kapitalisme.

Een systeem gebaseerd op verspilling In 2015 bleek uit een reeks journalistieke onderzoeken dat oliemultinationals al in 1977 tot de conclusie waren gekomen dat de opwarming van de aarde een reëel gevaar was. Ze namen een weloverwogen besluit om miljoenen dollars uit te geven aan campagnes van public relations en lobbying om politici en de publieke opinie ervan te overtuigen dat de opwarming niet bestond of dat het om een natuurlijk fenomeen ging. Recentere studies tonen aan dat deze bedrijven nog eerder op de hoogte waren van de opwarming: minstens sinds 1954 met het rapport van de geo-chemicus Harrison Brown van het American Petroleum Institute. Onlangs erkenden ExxonMobil, Shell, Chevron, BP en Total hun fouten en kondigden ze krachtige steun aan voor de beheersing van de opwarming van de aarde. De NGO InfluenceMap maakte echter bekend dat deze oliereuzen sinds de Klimaatakkoorden van Parijs in 2015 meer dan een miljard dollar uitgaven aan lobbywerk voor het uitbreiden van hun activiteiten op vlak van fossiele brandstoffen. Deze bedrijven zijn in staat om alles op te offeren om de hebzucht van hun aandeelhouders te bevredigen: het milieu, onze gezondheid, rechten van inheemse volkeren, de toekomst van ons leven op deze planeet! We moeten deze criminele multinationals onteigenen zodat we voorkomen dat ze nog meer schade aanrichten. Daar bevindt zich de kern van het probleem: het kapitalisme is gebaseerd op het privaat bezit van de productie- en ruilmiddelen, alsook op concurrentie met als doel om meer winsten op te stapelen. De meerderheid van de bevolking wordt uitgebuit ten voordele van de bezittende minderheid. Dit systeem belemmert de technologie en wat mogelijk is om het welzijn van de planeet en de mensheid te bevorderen. Dit is bijzonder duidelijk als we naar de hernieuwbare energiebronnen kijken. De beschikbare technologisch middelen maken heel wat menselijke arbeid overbodig. Dat kan goed nieuws zijn als het leidt tot een kortere arbeidsweek met behoud van loon en bijkomende aanwervingen, zodat werkenden meer vrije tijd hebben. Maar aangezien voor kapitalisten enkel de winsten tellen, wordt technologische vooruitgang vandaag gebruikt om werkenden af te danken en tot onzekerheid en armoede te veroordelen. De geproduceerde rijkdom wordt niet gebruikt om te investeren in bescherming van het milieu of in sociale, culturele en technologische ontwikkelingen. Neen, de rijkdom verdwijnt naar belastingparadijzen en wordt onder meer gebruikt voor speculatie over voedselprijzen of het slaapt op bankrekeningen om rente te genereren. Omdat investeringen in oorlogstechnologie meer winsten opleveren dan investeringen om ons milieu te beschermen, zijn er vandaag geavanceerde moordmachines met een langere


System change levensduur dan onze telefoons of andere dagelijkse gebruiksmiddelen die bewust geprogrammeerd zijn om slechts voor een korte periode mee te gaan.

of de strijd van de Griekse arbeiders in de periode 2010 tot 2013. Helaas is het niet gelukt om deze strijd tot systeemverandering te leiden.

Deze werkingswijze is een schande. Het feit dat wetenschappelijk onderzoek gebeurt door private bedrijven maakt dat de resultaten ervan niet door de gemeenschap kunnen gebruikt worden. Het verplicht wetenschappers in dienst van andere bedrijven om hetzelfde onderzoek over te doen, met het risico om dezelfde fouten opnieuw te maken. Het is een enorme verspilling van tijd, energie en middelen. Deze onzin wordt gerechtvaardigd door de winstlogica en de concurrentie in de private sector. Het is deze logica die een rem op vooruitgang vormt door het achterhouden van nieuwe octrooien, weigering om nieuwe geneesmiddelen te produceren als de oude voorraden nog niet verkocht zijn, vervuilende productie omdat deze minder duur is, …

In Egypte, Syrië en Libië zijn de revoluties veranderd in openlijke contrarevoluties door het ontbreken van een revolutionaire massapartij die in staat was de woede te sturen met een duidelijke strategie en een programma om het hele systeem omver te werpen en niet alleen dictators. In Griekenland capituleerde de linkse SYRIZA-partij in 2015 zodra ze aan de macht kwam. Dit kwam door een gebrek aan antikapitalistisch programma van een socialistische breuk met dit systeem. Het was de afwezigheid van revolutionaire massapartijen die de heersende klasse in staat stelde een wereldwijd tegenoffensief te voeren en de volksmassa’s te laten betalen voor de crisis die het kapitalistische systeem zelf veroorzaakt.

Woede richten tegen de fundamenten van het systeem

Maar ondanks deze nederlagen zijn tientallen miljoenen arbeiders en jongeren op zoek naar ideeën en methoden om te strijden. De stakingsmethode is weer op de voorgrond getreden. In België bracht het vakbondsactieplan van 2014 de algemene politieke staking tegen de regering opnieuw in de schijnwerpers en werd het idee van een actieplan gepopulariseerd. Het stakingsinstrument is ook aangegrepen door de klimaatbeweging onder impuls van de jongeren of ook nog door de vrouwenbeweging.

We zijn niet alleen consumenten: we zijn vooral producenten van rijkdom. Het is onze arbeid die de economie doet draaien. Deze sociale kracht is de zwakke plek van het kapitalistisch systeem. De heersende sociale klasse bezit de productiemiddelen en gebruikt die met het oog op de eigen winsten. We kunnen deze heersende klasse echter overwinnen: als de arbeidersklasse het werk neerlegt, ligt alles plat. Door te staken kunnen we volledige economie blokkeren. Dat is een beslissende stap om te beseffen wat onze collectieve kracht is, maar ook om het bezit van de productiemiddelen in vraag te stellen. De bazen hebben ons nodig om te werken, maar wij hebben geen bazen nodig! Stel je voor wat mogelijk is indien sleutelsectoren van de economie zoals energie of financiewezen in handen van de gemeenschap worden geplaatst! Dan kan er democratisch beslist worden over de inzet en het beheer van de productiemiddelen in het kader van een rationeel geplande economie. Het kapitalistisch systeem loopt op zijn einde. Tien jaar na de Grote Recessie was er enig economisch herstel, voornamelijk op basis van middelen die door de overheden in de economie werden gepompt. Dit heeft echter enkel geleid tot een verdere vergroting van de kloof tussen rijk en arm. De elite aan de top van de samenleving profiteerde ervan, terwijl het overgrote deel van de bevolking onder besparingen gebukt ging. Vandaag staat de wereldeconomie op de rand van een nieuwe crisis.

Alleen al in juni waren er de massale mobilisaties, ondanks repressie, in Algerije en Soedan. Daarnaast werd het rechtse regime van de Braziliaanse president Bolsonaro geconfronteerd met een algemene staking die 45 miljoen werkenden op de been bracht. In Hongkong betoogden meer dan twee miljoen mensen tegen een repressieve wet en tegen onderwerping aan de dictatuur van Peking. In Zwitserland waren er een half miljoen betogers in het kader van een feministische staking. De woede is groot en diep. Het cruciale ingrediënt dat ontbreekt om een einde te maken aan het kapitalisme, is een massaal politiek alternatief dat de werkende klasse, de onderdrukten en de armen internationaal verenigt rond een programma van socialistische maatschappijverandering. We staan voor een keuze. Ofwel blijft een kleine parasiterende minderheid de planeet en de bevolking plunderen om zichzelf te verrijken. Ofwel breken we met dit systeem om te bouwen aan een democratisch socialistische samenleving waarin alle middelen, wetenschappelijke kennis en moderne productiemogelijkheden ten dienste van de samenleving worden gesteld met respect voor het milieu.

Net zoals de feodale aristocraten zich destijds aan de macht vastklampten toen het feodalisme achterhaald was door het nieuw opkomende kapitalisme, doen de bezitters van de productiemiddelen dat vandaag ook ondanks het bewijs dat het kapitalisme verouderd is. Om de macht van de oude aristocratie te veroveren, waren massabewegingen nodig die rechtstreeks tot revoluties leiden. Hetzelfde zal nodig zijn om de macht van de kapitalisten te veroveren.

Het tijdperk van massabewegingen Na de economische crisis van 2007-2008 vonden er in de hele wereld uitzonderlijk dynamische massabewegingen plaats, waaronder revolutionaire of pre-revolutionaire bewegingen zoals de revoluties van 2011 in Noord-Afrika en het Midden-Oosten MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 27


CWI

Bureaucratische coup zal CWI-meerderheid niet stoppen in opbouw sterke revolutionaire socialistische internationale

E

en minderheid van het CWI heeft op bureaucratische wijze een ongelukkige en schadelijke breuk doorgevoerd in de grootste en meest invloedrijke revolutionaire socialistische organisatie ter wereld, het Committee for a Workers’ International.

Wie het CWI volgt, via publicaties en activiteiten, zal zich bewust zijn van de belangrijke debatten die de afgelopen 7 maanden in onze revolutionaire socialistische internationale plaatsvonden. Deze debatten zijn voortgekomen uit een complexe wereldsituatie, waarbij het kapitalisme in economisch, sociaal en ecologisch opzicht als parasitair werd ontmaskerd en zijn instellingen grotendeels in diskrediet werden gebracht, terwijl de meeste linkse en arbeidersorganisaties en hun leiders op internationaal vlak de uitdagingen niet aankunnen. Als gevolg daarvan heeft de arbeidersbeweging in het algemeen nog geen beslissende invloed op de gebeurtenissen uitgeoefend.

Gedurfde initiatieven of conservatisme in denken en handelen Aan de andere kant hebben de omstandigheden waaronder grote delen van de werkenden, jongeren, vrouwen, migranten en andere lagen van de samenleving gebukt gaan, velen in actie gebracht. In het geval van massabewegingen tegen specifieke vormen van onderdrukking zijn deze vaak gekenmerkt door ideologische verwarring en een wisselende mate van burgerlijke en kleinburgerlijke invloeden. De meerderheid van het CWI is van mening dat we deze verwarring het best kunnen overwinnen door deel te nemen als de

28 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

meest dynamische en programmatisch duidelijkste component van deze bewegingen, door een duidelijke scheidslijn te trekken tussen onze aanpak vanuit de arbeidersklasse en die van onze tegenstanders. De voormalige dagelijkse leiding van het CWI, die een bureaucratische coup in de organisatie heeft gepleegd (de meerderheid van het Internationaal Secretariaat en de minderheidsfractie die het om zich heen verzamelde), toonde een gebrek aan vertrouwen om in deze bewegingen tussen te komen. Zij benadrukten de vrees dat ons lidmaatschap beïnvloed zou worden door de kleinburgerlijke identiteitspolitiek en andere “vreemde ideeën” in deze bewegingen en gaven er de voorkeur aan om, in hun eigen woorden, de gebeurtenissen binnen de officiële arbeidersbeweging af te wachten en zich intussen “in te graven”. Ze vielen onze afdelingen in Ierland en de VS aan; afdelingen die op succesvolle wijze massastrijd van werkenden, vrouwen en jongeren hebben geleid en overwinningen afdwongen terwijl ze de vlag van het revolutionair socialisme hoog hielden op een principiële en flexibele wijze. Deze afdelingen werden ervan beschuldigd “te capituleren voor kleinburgerlijke identiteitspolitiek.” De meerderheid is van mening dat deze benadering de arbeidersklasse niet


CWI op socialistische basis beschermt, maar net onze leden onvoorbereid laat waardoor kleinburgerlijke invloeden niet betwist worden in enkele van de belangrijkste massamobilisaties van deze periode. Bovendien worden deze bewegingen vaak ook gekenmerkt door een sterke deelname van de arbeidersklasse en komen ze steeds meer tot uiting in stakingen van de arbeidersklasse, bijvoorbeeld door stakingen tegen seksisme in de hele wereld, van de VS tot Zuid-Afrika.

politiek bewust lidmaatschap tegen een ontaarde centrale leiding nodig om het programma van het CWI veilig te stellen. Dit was het geval toen de grote meerderheid van het CWI in 1992 in opstand kwam tegen de leiding rond Ted Grant, en dit jaar helaas ook tegen de leiding rond Peter Taaffe. Bureaucratische schendingen van onze democratische statuten volstonden nooit om het lidmaatschap van het CWI te verhinderen om door te gaan met het opbouwen van zijn afdelingen en zijn internationale.

Nu massabewegingen overal ter wereld nieuwe en vernieuwende vormen aannemen, vaak maar niet altijd buiten de formele structuren van de officiële arbeidersbeweging, werden marxisten die energiek tussenkomen in deze bewegingen vanuit een socialistisch en klassenperspectief, door de CWI-minderheidsfractie rond de IS-meerderheid afgedaan alsof ze “de vakbonden de rug toekeren”. Dat is niet correct. Integendeel: de krachten van de CWI Meerderheid behouden een strategische, maar flexibele oriëntatie op de vakbonden, waar we cruciale overwinningen hebben behaald in strijd. Dit werd soms weerspiegeld in het winnen van leidinggevende posities in vakbonden in heel wat landen.

De CWI Meerderheid, verenigd en intact in 35 landen over de hele wereld, zal blijven strijden voor een socialistische wereld. Wij zullen in de nabije toekomst verdere informatie en analyse van ons interne debat en crisis verstrekken, onder meer door de publicatie in de nabije toekomst van de belangrijkste interne documenten van het geschil.

Democratische tradities Op democratische wijze debatten voeren, was steeds onderdeel van de rijke tradities van het CWI. In het verleden voerden we belangrijke discussies over Europa en de invoering van de euro, het karakter van sommige populistische rechtse partijen, het klassenkarakter van het Chinese regime en tal van andere kwesties. Wij zijn van mening dat deze debatten en uitwisselingen het politieke begrip van alle deelnemers hebben versterkt. Gebaseerd op de tradities van de revolutionaire arbeidersbeweging en haar organisaties, heeft het CWI in haar statuten en in die van de secties een aantal ingebouwde garanties die het lidmaatschap beschermen tegen het mogelijke ondemocratische gedrag van haar leiders. Alle leidende posities worden verkozen en kunnen worden teruggeroepen, geen enkele gekozen positie levert materieel voordeel op, en om de drie jaar kiest een wereldcongres bestaande uit gekozen delegaties van de nationale secties een IEC (International Executive Committee of Internationaal Uitvoerend Comité). Het IEC leidt het CWI tussen de congressen door en kiest een Internationaal Secretariaat dat de dagelijkse leiding op zich neemt. Geen enkele nationale sectie of combinatie van enkele secties alleen kan op zich een wereldcongres domineren. Als een derde van de IEC-leden de organisatie van een IEC eist, heeft het IS de statutaire verplichting om dit te doen. Financiële auditors worden gekozen op het Wereldcongres om de financiën te controleren. Maar hoe democratisch de regels ook mogen zijn, in een marxistische organisatie bestaat de belangrijkste garantie voor een gezonde democratie volgens ons niet uit regels, maar uit het bestaan van een kritisch denkend lidmaatschap van werkenden en jongeren die bereid zijn om leiders ter verantwoording te roepen, en met een politiek begrip en vorming die een volwaardige deelname aan alle belangrijke discussies mogelijk maakt. Het CWI is, net als elke andere organisatie, niet immuun voor alle fenomenen die in de samenleving aanwezig zijn, waaronder de groei van conservatieve lagen en bureaucratisme. In ons 45-jarig bestaan hebben we deze verschijnselen op verschillende niveaus moeten bestrijden, en meestal waren we in staat om ze zonder al te veel schade te corrigeren. Soms was echter de tussenkomst van een

Een bureaucratische coup Ongeveer halverwege de overeengekomen periode van democratische politieke discussie en debat heeft een minderheidsgroepering, gebaseerd op de meerderheid van het Internationale Secretariaat van het CWI en de leiding van de Socialist Party van Engeland en Wales, op 25 juli in een artikel op socialistworld.net (een belangrijk instrument dat uit de handen van de meerderheid van de CWI-leden gestolen is) verklaard dat zij op een conferentie het besluit heeft genomen om “het CWI opnieuw op te richten” en “een wereldcongres in 2020 bijeen te roepen van de secties en groepen die het programma van het CWI verdedigen”. Dit betekent in werkelijkheid dat zij een nieuwe organisatie oprichten die alleen openstaat voor de minderheid die hun leiding ondersteunt. Het is een stap zonder enige verwijzing naar de bestaande democratische structuren van het CWI. In werkelijkheid is het een bureaucratische stap zonder politieke of organisatorische legitimiteit. Deze groepering heeft zich daarbij ook onrechtmatig de collectieve materiële, financiële en politieke middelen van het CWI (met inbegrip van de internationale website en de meeste sociale media) toegeëigend, tegen de duidelijke wil van de meerderheid van de afdelingen en de leden van het CWI in. Van de 45 landen waar het CWI is georganiseerd in nationale organisaties, heeft deze groepering een meerderheid in slechts zeven landen. Deze bureaucratische coup betekent een duidelijke breuk met hele nationale afdelingen en leden van het CWI in Oostenrijk, Australië, België, Brazilië, Canada, China, Cyprus, Tsjechië, Griekenland, Hongkong, Israël/Palestina, Ierland, Italië, Ivoorkust, Mexico, Nederland, Noorwegen, Portugal, Québec, Roemenië, Rusland, de Spaanse staat, Soedan, Zweden, Taiwan, Turkije, Tunesië en de Verenigde Staten, alsook met een meerderheid van de leden van het CWI in Duitsland en Zuid-Afrika die tegen hun plannen zijn. Bovendien zijn in Engeland en Wales meer dan 100 leden, een meerderheid van de activisten in meer dan tien belangrijke steden, uit de Socialist Party gezet omdat ze de meerderheid van het CWI steunen, en zijn ze gedwongen om te beginnen met de wederopbouw van de krachten van het CWI daar. Een speciaal congres van de SP op 21 juli nam een resolutie aan waarin werd gesteld dat aanhangers van het CWI buiten de Socialist Party om zouden moeten handelen, en kreeg van de partijleiding vanop het podium te horen “tot ziens en blij dat we van jullie af zijn.” MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 29


CWI Een versnelde bureaucratische ontaarding In november 2018 lanceerde de meerderheid van het Internationaal Secretariaat (IS – een leidinggevend orgaan gekozen door het Internationaal Uitvoerend Comité van het CWI), dat in een minderheid gesteld was in het orgaan dat het verkozen had, een fractiestrijd. Het begon met een campagne van uit hun context gehaalde en sectaire aanklachten tegen de Socialist Party in Ierland, maar ondertussen werd een politiek verhaal opgebouwd waarin de grote meerderheid van het CWI ervan beschuldigd werd te hebben gebroken met de fundamentele principes van het socialisme en het marxisme – in het bijzonder inzake de oriëntatie op de arbeidersklasse als de kracht die maatschappijverandering kan bewerkstelligen. Op de vergadering van het IEC in november 2018, waar de meerderheid van het IS de stemming verloor, werd een minderheidsfractie in het CWI opgezet (onder de naam: “In defence of a working class Trotskyist CWI” of IDWCTCWI). Meteen daarna begon de IS-meerderheid de democratische en politieke legitimiteit van het orgaan dat haar heeft gekozen, te negeren. Het IEC had unaniem besloten om een jaar lang een politiek debat te voeren over de fundamentele politieke kwesties die de minderheidsfractie op tafel legde, waarbij het IEC in augustus 2019 opnieuw bijeen zou komen en er in januari 2020 een wereldcongres zou worden georganiseerd – het hoogste besluitvormingsorgaan van de afgevaardigden van de nationale afdelingen. De IS-meerderheid probeerde dit akkoord onmiddellijk te torpederen en boycotte het organisatiecomité van het Congres, dat werd gekozen om het debat te begeleiden. Zij verklaarden vervolgens dat de democratische structuren van het CWI niet legitiem waren, vanwege het bestaan van “fundamentele politieke verschillen”. Dit kwam neer op de openlijke verwerping van elke verantwoordingsplicht jegens degenen die hen verkozen hebben. De democratische procedures van een organisatie van de arbeidersklasse, die vooral belangrijk zijn in tijden van debat en onenigheid, werden volledig overboord gegooid. De IS-meerderheid verklaarde expliciet dat ze niet konden deelnemen aan een vergadering waar ze mogelijk met een democratische stemming zouden kunnen worden afgezet (wat ze “regimewisseling” noemden). De overgrote meerderheid van het CWI, die het fundamentele principe van de arbeidersdemocratie verdedigde, werd afgedaan als “constitutionele fetisjisten”. De IS-meerderheid, die technisch in het bezit is van honderdduizenden dollars die van CWI-leden komen, belemmerde ook de toegang van een gekozen auditor van de CWI-rekeningen tot de boeken van de organisatie, in een duidelijke voorbereiding om met dit geld te gaan lopen, wat ze nu lijken te hebben gedaan. De Orwelliaanse beslissing om, tegen de wil van de enige bestaande democratische structuren in, een organisatie “opnieuw op te richten”, komt neer op een bureaucratische coup. De inbeslagname van de collectieve middelen van een organisatie op deze basis is bijzonder wraakroepend. Hoewel elke groep leden het recht heeft om zich van het CWI te scheiden en een aparte entiteit op te richten, zal elke organisatie die op basis van dergelijke methoden geboren is, doorheen de arbeidersbeweging als een schande gezien worden.

30 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

Deze bureaucratische aanpak betekent een volledige breuk met de democratische cultuur van discussie en debat die tot nu toe bestond in het CWI, waar talloze interne debatten en discussies op een democratische manier zijn gevoerd, met een leiding die vertrouwen heeft om zijn ideeën te verdedigen zonder toevlucht te nemen tot bureaucratische maatregelen.

Het CWI gaat door Deze bureaucratische sektarische splitsing van het CWI, waarbij helaas veel eerlijke klassenstrijders gedesoriënteerd of ontspoord zijn, is een ernstige tegenslag voor het CWI. Maar zoals het gezegde luidt: niet treuren, maar ons organiseren! Naast de criminele acties van een ontaarde bureaucratisch leiding die elke verantwoording ontloopt, heeft deze crisis voor onze organisatie ook het tegendeel aangetoond: dat het CWI een gezonde en levende organisatie is waarin een meerderheid in staat is om op te komen tegen bureaucratische ontaarding en de eenheid van de overgrote meerderheid van onze internationale gemeenschap te behouden, ondanks het feit dat ze het op moet nemen tegen enkele van haar meest gezaghebbende stichtende leiders in het proces. De CWI Meerderheid is verenigd, intact en behoudt een aanzienlijke militante capaciteit in meer dan 30 landen over de hele wereld! We zijn vastbesloten om te discussiëren en te debatteren om alle lessen te trekken uit de crisis die we hebben meegemaakt voor de opbouw van een jonge, democratische en machtige wereldpartij die zich inzet voor de strijd voor een socialistische revolutie. Op dit moment komen we tussen in de explosieve gebeurtenissen in Puerto Rico, Hongkong, Soedan en elders. Binnenkort lanceren we een internationale website en andere publicaties. We roepen alle CWI-leden, en werkenden en jongeren van alle landen op om met ons te discussiëren en lid te worden!

Voorlopig comité van de CWI Meerderheid: Stephen Boyd Eric Byl Danny Byrne Tom Crean Andre Ferrari Cedric Gerome Sonja Grusch Vincent Kolo Claire Laker-Mansfield Andros Payiatsos Per-Ake Westerlund


Kautsky

Kautsky en de parlementaire weg naar het socialisme – Een antwoord op Eric Blanc (Jacobin)

R

eactie door Rob Rooke (Socialist Alternative) op het artikel van Eric Blanc in Jabobin met als titel ‘Waarom Kautsky gelijk had.’ We leven in een dramatische periode van de Amerikaanse geschiedenis. Terwijl het presidentschap van Trump de rechterzijde aanmoedigt, is er ook een heropleving van stakingen, de groei van nieuw links met DSA (Democratic Socialists of America), Alexandria Occasio Cortez’s verbluffende opmars op het politieke toneel, en nu de mogelijkheid dat Bernie Sanders president wordt. Eric Blanc’s artikel in Jacobin over “Waarom Kautsky gelijk had” (april 19) is gericht op nieuwere activisten die zich vragen stellen bij hoe met de electorale successen moet omgegaan worden en hoe deze kunnen bijdragen aan systeemverandering en het einde van het kapitalisme. Het artikel pleit ervoor om verder te gaan dan enkel verkiezingscampagnes en heeft het zelfs over de nood aan een marxistische stroming binnen de DSA. Dat alles is positief. De recente ervaringen van de door Syriza geleide coalitieregering in Griekenland en de mogelijke verkiezing van Corbyn in Groot-Brittannië maken dat een discussie over de weg naar het socialisme en de rol van een linkse partij in het parlement, voor activisten van vitaal belang is. Daarom is Socialist Alternative blij met deze discussie. Gedurende een groot deel van de vorige eeuw leefde bijna de helft van de wereld in samenlevingen die het kapitalisme omver hadden geworpen. Dit proces begon met de machtsovername door de arbeidersklasse in Rusland in 1917. Ondanks de politieke ontaarding van de Sovjet-Unie dreef de crisis van het kapitalisme in de 20e eeuw de werkende mensen voortdurend naar de revolutie. Het is van cruciaal belang dat degenen die vandaag strijden voor een democratische socialistische samenleving vertrouwd zijn met die revolutionaire processen om ons te helpen begrijpen hoe de arbeidersklasse haar eigen organisaties test op basis van overwinningen en nederlagen, en de rol die een marxistische stroming en partij kan spelen. Blanc bekritiseert terecht die ultralinkse groepen die zich “in principe” verzetten tegen deelname aan parlementen en de revolutionaire strategie reduceren tot de kwestie van “machtsovername”. Maar door Lenin tegenover Kautsky te plaatsen en de Russische tegen de Finse revolutie, vraagt Blanc de lezer te kiezen tussen twee verkeerd gepolariseerde opvattingen. De conclusies van het artikel, waarin de belangrijkste lessen van elke revolutie over het hoofd worden gezien, zijn onevenwichtig en zullen jonge socialistische activisten een verkeerde richting uitsturen.

het eerst ontstond onder vakbondsleiders en in een vleugel van de Duitse Sociaal Democratische Partij (SPD). Kautsky verzette zich tegen dit reformisme vooral vanwege de conclusies die Marx had getrokken uit de ervaringen van de Parijse Commune van 1871, waar de arbeidersklasse drie maanden lang aan de macht was. Kautsky en Lenin waren het beiden met Marx eens dat het oude kapitalistische staatsapparaat niet stapsgewijze kon worden overgenomen, maar moest worden ontmanteld en vervangen door een democratische arbeidersstaat. Kautsky, zoals Blanc zelf aangeeft, viel uiteindelijk echter ten prooi aan het reformisme. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verwierp Kautsky samen met de leiding van de SPD, het socialistische internationalisme en steunde hij de oorlogsmobilisatie van de Duitse heersende klasse. Dit historische verraad door bijna alle leiders van de massale arbeiderspartijen in Europa, leidde tot de dood van 16 miljoen werkende mensen. In het kielzog van de oorlog verspreidden zich echter revoluties over heel Europa.

Is Kautsky vandaag relevant?

Finse parlement en partij

Karl Kautsky was een vooraanstaand socialistisch theoreticus tijdens de opkomst van het Duitse kapitalisme aan het eind van de 19e eeuw, toen het idee dat het socialisme het kapitalisme kon vervangen door stapsgewijze wettelijke hervormingen voor

De kern van Blanc’s artikel is het idee dat de Russische Revolutie niet relevant is voor werkende mensen in ontwikkelde kapitalistische landen en dat we binnen de Finse Revolutie van 1917-8 een nieuw model zullen vinden voor de “parlementaire weg naar het MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 31


Kautsky socialisme” die Kautsky had bedacht. Ten tijde van deze revoluties werden Finland en Rusland met een ijzeren vuist geregeerd door de tsaar en hadden ze beperkte electorale vrijheden. Het politieke systeem van Rusland was in het voordeel van de grootgrondbezitters en de opkomende kapitalisten, en verhinderde dat arbeiders en arme boeren, de overgrote meerderheid van de bevolking, enige politieke macht hadden. De Doema, die door de tsaar werd opgericht, was in geen geval een echt burgerlijk parlement. Ze had een zeer beperkte macht en kon op elk moment door de tsaar ontbonden worden. In feite was een echte parlementaire democratie een belangrijke eis van de anti-tsaristische oppositie. Toch namen de bolsjewieken, de linkervleugel van de Russische sociaaldemocratische arbeiderspartij, deel aan de meeste verkiezingen en konden ze vertegenwoordigers voor de Doema laten kiezen. Volgens het boek, ‘Bolsheviks in the Tsarist Duma’ van Aleksej Badajev, kregen de bolsjewieken de steun van 88% van de één miljoen industriële arbeiders die in 1912 stemden bij de verkiezingen. In Finland, dat toen deel uitmaakte van het Russische Rijk, liet de tsaar in 1907 na de revolutie van 1905 een beperkt parlement toe. Tussen 1908 en 1916 werd de macht van het Finse parlement bijna volledig geneutraliseerd door de Russische tsaar Nicolaas II met een regering gevormd door keizerlijke Russische legerofficieren tijdens de tweede periode van “Russificatie”. Het parlement werd regelmatig ontbonden en bijna elk jaar werden er nieuwe verkiezingen gehouden. Toen de Finse Sociaal-Democratische Partij (SDP) een meerderheid won in de verkiezingen van 1916, doekte de tsaar het parlement op. Finland kende dus geen langdurige politieke stabiliteit, in tegenstelling tot Kautsky’s Duitsland of Finland’s buurland Zweden, waar de ideeën van het reformisme sterker waren en de socialistische partijen steeds bureaucratischer werden omdat ze steeds meer gedomineerd werden door vakbondsleiders en parlementairen. Blanc schrijft de electorale overwinning van de Finse SDP toe aan “geduldige klassenbewuste organisatie en educatie”, wat waar is, maar voorbijgaat aan de dramatische bewustzijnsverandering als gevolg van gebeurtenissen, vooral de oorlog. Finland kende geen gestage, geleidelijke economische vooruitgang, maar was in deze periode zeer volatiel, in veel opzichten meer verwant aan de Russische ervaring. De Russische en Finse socialisten waren ook in constante dialoog en de correcte benadering van de bolsjewieken van de nationale onderdrukking en de steun voor het zelfbeschikkingsrecht van Finland versterkte de betrekkingen. Op het Finse SDP-congres van juni 1917 kreeg de Russische bolsjewistische leider Alexandra Kollontai een daverend applaus toen ze opriep tot een socialistische revolutie en het recht van Finland op onafhankelijkheid. De bolsjewieken waren diep internationalistisch, wat tot uiting komt in de vele Joden, Georgiërs, Oekraïners en andere nationale minderheden in hun leiding. De suggestie dat de Finse socialisten “onder de leiding van een kader van jonge ‘Kautskyisten’ onder leiding van Otto Kuussinen” kwamen te staan, is een zeer eenzijdige momentopname van het proces. Eind 1918 was Kuussinen, die met de overwinning van de Witten in mei 1918 Finland ontvlucht was, toegetreden tot de Bolsjewieken en had hij de Finse Communistische Partij in ballingschap opgericht. Helaas koos hij later de kant van Stalin tegen Trotski. Kautsky’s geschriften werden veel gelezen door de Finse socialisten, maar slechts tot er meer bruikbare theoretische

32 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

ideeën kwamen, gebaseerd op de rijke ervaring van de Russische Revolutie van 1917.

Hoe de Finse Revolutie zich ontvouwde De Finse revolutie brak eind 1917 uit na de verkiezingsnederlaag van de SDP in dat jaar. De spanningen namen toe met toenemende stakingen en demonstraties. De Finse kapitalistische klasse organiseerde antisocialistische gewapende milities om zich voor te bereiden op de onthoofding van de socialistische beweging en de dreiging van een bolsjewiek Finland. De leiders van de SDP, de LO (de vakbondsfederatie) en de Rode Garde (de gewapende zelfverdedigingsmilities van de arbeiders) organiseerden zich in een nieuwe formatie: de Revolutionaire Centrale Raad. De Raad begon een algemene staking om de kracht van de arbeiders tegenover de kapitalistische klasse te tonen. De staking verlamde heel Finland en de arbeiders waren klaar om de macht te grijpen. De arbeidersleiding was echter verdeeld over de weg vooruit en de algemene staking werd afgeblazen. Dit was een cruciale fout die de heersende klasse in staat stelde om zich opnieuw recht te trekken. De Finse kapitalisten, gesteund door Duitsland, begonnen toen een burgeroorlog waarbij 20.000 mensen omkwamen. Blanc verwijst hier niet naar. Na de overwinning van de kapitalisten werden nog eens 10.000 activisten geëxecuteerd en ongeveer 5% van de Finse bevolking werd in politieke concentratiekampen geplaatst. Dit is geen bijkomstig detail om over het hoofd te zien als je de Finse revolutie voorstelt als model voor de “democratische weg naar het socialisme”. Deze vreselijke nederlaag maakte dat Finland een uitvalsbasis werd voor de invasie van imperialistische naties in de jonge Sovjetunie. Daarbij vielen 21 legers, waaronder het Amerikaanse, de Sovjetunie binnen om het kapitalisme in Rusland te herstellen. In 1921 hebben de bolsjewieken deze invasie afgeweerd, maar tegen een enorme prijs voor de socialistische democratie die ze probeerden te vestigen.

Waarom de Russische Revolutie er nog steeds toe doet…. Het kapitalisme heeft, door een leger van ingehuurde academici, tientallen boeken geproduceerd die gericht zijn op het verdraaien en belasteren van de bolsjewistische revolutie. Studenten wordt geleerd dat in 1917 een echte volksrevolutie bloeide die werd gekaapt door een opstand onder leiding van een samenzwering, de bolsjewieken, die een dictatuur in het leven riepen. Alle burgerlijke geschiedenissen van 1917 zijn variaties op dit basisthema. Ze kunnen niet accepteren dat de arbeiders konden kiezen en met succes een democratische arbeidersregering begonnen op te bouwen. Helaas danst Blanc rond deze onjuiste, maar algemeen aanvaarde, visie. Toen de revolutie in Rusland in februari 1917 uitbrak, werd de tsaar gevangen gezet, en kwam een Voorlopige Regering aan de macht die evenwel weigerde de macht van de kapitalisten en grootgrondbezitters aan te vechten en die bovendien de imperialistische oorlog voortzette. In de daaropvolgende acht maanden herwonnen de bolsjewieken (Russisch voor “meerderheid”), waarvan de vertegenwoordigers in de Doema verbannen waren omdat ze zich tegen de oorlog verzetten, steeds meer populariteit met bijna een kwart miljoen mensen die zich bij de partij


Kautsky aansloten.

Arbeidersraden In het snelle tempo van een revolutionaire situatie zal de arbeidersklasse alle structuren gebruiken die zij levensvatbaar acht om vooruitgang te boeken. Bij stakingen, bijvoorbeeld, zullen arbeiders allerlei structuren opzetten die hen ruimte geven om verder te gaan dan de langzame, soms te gecentraliseerde formele vakbondsorganen. Dit gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar in West-Virginia in de aanloop naar de historische lerarenstaking. Deze organen kunnen de bestaande vakbondsstructuren aanvullen of botsen met de bestaande vakbondsstructuren. In de Russische Revolutie van 1905 kwam een groep van 30-40 arbeiders van een aantal werkplaatsen in Sint-Petersburg, de hoofdstad, samen om een politieke algemene staking te organiseren. Dit stakingscomité werd ingevuld met afgevaardigden die rechtstreeks verkozen werden op de werkplaatsen en onmiddellijk teruggeroepen konden worden. Dit werd de eerste Sovjet (Russisch voor raad). Deze manier van organiseren stelde de arbeiders in staat om volledig betrokken te zijn bij het bepalen van de richting van de revolutie. Het voorbeeld kreeg in het hele land navolging omdat het voldeed aan de behoeften van de beweging. Na de Februari-revolutie van 1917 bevonden de meeste bolsjewistische leiders zich nog steeds in ballingschap. De arbeidersklasse begon aan de heropbouw van sovjets. Soldaten en mariniers, voornamelijk afkomstig uit de boerenbevolking, bouwden ook dergelijke revolutionaire afgevaardigdenorganisaties op die regelmatig verkiezingen hielden. Deze sovjets vertegenwoordigden de meningen en stemmingen van gewone mensen. Ze sloten zich aan bij gemeentelijke sovjets van afgevaardigden van arbeiders, soldaten, mariniers, en waren de meest dynamische, democratische en transparante vorm van democratie die tot nu toe is uitgewerkt. Ondanks het feit dat ze nog geen meerderheid in de Sovjets hadden, riepen de bolsjewieken op tot ‘alle macht voor de Sovjets’, als de duidelijkste weg naar de arbeidersmacht. Zij voerden campagne voor een vollediger democratie zonder vertegenwoordiging van de bazen. Onder dreiging van een bolsjewistische meerderheid in de Sovjets organiseerde de kapitalistische klasse onder generaal Kornilov in september 1917 een poging tot militaire staatsgreep die door de arbeiders en soldaten van Petrograd werd verslagen. Toen het Tweede Congres van de Sovjets in oktober bijeenkwam met een meerderheid van bolsjewieken en linkse Sociaal-Revolutionairen (een belangrijke boerenpartij), verving zij de ter ziele gegane Voorlopige Regering en nam concrete stappen om de macht weg te nemen van de grootgrondbezitters en kapitalisten. Ze stuurden soldaten en arbeiders uit om alle overheidsfuncties over te nemen en arresteerden de top van het leger en de oude kapitalistische staat. Deze “harde” maatregelen waren een essentieel onderdeel van de omverwerping van het kapitalisme, maar werden uitgevoerd in Rusland met een groot mandaat. Dit opstandige element van de revolutie resulteerde in een relatief bloedeloze revolutie. Binnen enkele dagen nadat de Sovjets de macht in Rusland hadden overgenomen, riepen ze het einde van de oorlog uit; werd alle land aan de boeren gegeven; werden alle huurprijzen afgeschaft; waren de voormalige Russische koloniën vrij om de onafhankelijkheid uit te roepen; werd discriminatie en ongelijk-

heid voor vrouwen verboden; ontstond het recht op een snelle echtscheiding; werden banken genationaliseerd en homoseksualiteit werd gedecriminaliseerd. Voor het eerst was de opbouw van een wereld zonder uitbuiting en onderdrukking een realistisch vooruitzicht geworden als de revolutie zich kon uitbreiden, vooral naar de ontwikkelde kapitalistische landen, zoals de strategie van de bolsjewieken was. Het nieuws van Oktober verspreidde zich wereldwijd, en elke baas vroeg zich af wanneer de hooivorken hen zouden komen halen. Terwijl de aanvankelijke revolutie relatief bloedeloos was, kwam er in Rusland ernstig geweld op gang toen de grootgrondbezitters en kapitalisten zich met buitenlandse imperialistische mogendheden verbonden en een burgeroorlog begonnen, die ook Finland overspoelde. Veel van de linkse arbeidersleiders van de Finse sociaaldemocratische partij die aan de Finse revolutie deelnamen, geloofden dat een algemene staking de bazen zou dwingen een parlementaire overgang naar het socialisme te accepteren. Engels had lang voordien gewaarschuwd voor de gevaren van een halve revolutie. Zowel de Bolsjewieken als de Finse SDP waren geworteld in de arbeidersklasse, maar het cruciale verschil was dat de Bolsjewieken een duidelijk perspectief hadden op de klassenkrachten die aan het werk waren in het revolutionaire proces en een organisatiemodel dat geschikt was om een beslissende strijd tot het einde toe te kunnen leiden.

Het parlement, de staat en de opstand Marx voerde campagne tegen een ‘opstand’ onder leiding van kleine samenzweerderige groeperingen en pleitte voor massale actie. Lenin en de vroege Kautsky waren het eens. Oktober was een massale democratische actie. De politieke machtsovername uit handen van de kapitalisten werd uitgevoerd als defensieve maatregel tegen de dreiging van een militaire staatsgreep door generaal Kornilov. Maar de bolsjewieken waren niet bang om op het kritieke punt “illegaal” beslissende actie te ondernemen, omdat ze begrepen dat als ze dit niet deden de weg open zou liggen naar een contrarevolutie en het verpletteren van de verworvenheden van de arbeiders. De parlementaire wetgeving zou geen einde hebben gemaakt aan grootgrondbezit en kapitalisme in Rusland, aan het kapitalisme in Rusland, noch elders. Toen de Amerikaanse slavenhouders hun eigendomsrechten bedreigd zagen door wetgeving, reageerden ze met een burgeroorlog, de bloedigste oorlog op Amerikaanse bodem. De staat onder het kapitalisme bestaat uit alle instellingen die het economisch systeem beschermen: de politie, de rechtbanken, het gevangeniswezen. Marx’ medestander Friedrich Engels bestudeerde de geschiedenis van de staat in klassenmaatschappijen en stelde vast dat de staat een instrument is van klassenheerschappij. Dit apparaat stelt het kapitalisme in staat te functioneren zonder voortdurende klassenconflicten. Hij voegde eraan toe dat de staat onder het kapitalisme uiteindelijk “gereduceerd zou kunnen worden tot gewapende mannen” wier taak het is om de status quo te beschermen. Het is in dit licht dat we het parlement zien als onderdeel van het machtsbehoud door de kapitalistische klasse. Maar Blanc pleit er integendeel voor dat we ons moeten “concentreren op de strijd voor de democratisering van het politieke regime”, wat impliceert dat wettelijke hervormingen de aard van de staat kunnen veranderen. Wij vinden dat socialisten de staat moeten uitdagen door zijn MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 33


Kautsky kapitalistische vooringenomenheid duidelijk te maken. We vechten voor elke mogelijke democratische hervorming, inclusief hervormingen van de repressieve machine zoals de politie. Maar we doen dit om de grenzen van hervormingen en de noodzaak van systemische verandering bloot te leggen. Door sterke massabewegingen op te bouwen die zich tegen politiegeweld verzetten, kan de politie minder brutaal worden gemaakt en kunnen belangrijke hervormingen worden afgedwongen die een positief effect hebben op de gemeenschappen die door politiegeweld worden getroffen. Maar uiteindelijk zal de politie de belangen van de kapitalisten verdedigen door de arbeiders en de onderdrukten “op hun plaats” te houden. De enige manier waarop we dit kunnen stoppen, is door revolutionaire veranderingen. Terwijl veel Amerikaanse werkenden de kapitalistische staat als onpartijdig zien, zien anderen de rol van de staat vaak duidelijker vanwege hun ervaring. Afrikaanse Amerikanen zien de Amerikaanse kapitalistische staat vaak niet als democratisch of neutraal, maar als onderdeel van een systeem van onderdrukking. Voor marxisten is de rol van zelfs het meest “democratische” parlement onder het kapitalisme het handhaven van de klassenoverheersing. Als het ophoudt voor hen te werken, zullen ze proberen het te ondermijnen. Lenin stelde in ‘Staat en revolutie’ dat een “democratische republiek het best denkbare omhulsel van het kapitalisme” is. Hij voegde er aan toe dat het “zijn macht zo veilig en zeker grondvest dat geen enkele wisseling, noch van personen, noch van instellingen, noch van partijen van de burgerlijke democratische republiek deze macht kan schokken.” Daarom vinden zoveel mensen uit de arbeidersklasse die de democratie verdedigen, dat de regering ook een marionet is voor de miljardairs.

Socialisten in de parlementen In een periode van sociale onrust kunnen socialisten in het parlement een belangrijk extra gewicht geven aan massabewegingen. De Militant Tendency in Groot-Brittannië lanceerde en leidde in de jaren 1980 de Anti-Poll Taks campagne die een massabeweging werd met miljoenen mensen die weigerden om de nieuwe vlaktaks van de Britse regering te betalen. Meer dan tien miljoen mensen sloten zich aan bij de beweging om deze taks niet te betalen. Het dwong premier Margaret Thatcher tot aftreden. Militante gemeenteraadsleden en parlementairen werden bedreigd met gevangenisstraf wegens niet-betaling. Deze beweging om de wet te overtreden kreeg weinig steun in de parlementaire fractie van Labour, met Jeremy Corbyn als een van de weinig uitzonderingen. Gemeenteraden en parlementen zijn inherent conservatieve en vijandige omgevingen voor de arbeidersklasse. Zodra een vertegenwoordiger van de werkenden deze instellingen binnenkomt, gebruikt de heersende klasse haar volledige historische, culturele en economische gewicht om hen ervan te overtuigen dat grote hervormingen eenvoudigweg onrealistisch zijn. Het is geen toeval dat sinds de verkiezing van Jeremy Corbyn als partijvoorzitter Labour de grootste steun voor zijn linkse beleid afkomstig is van de partijbasis en het grootste verzet van de meerderheid van de parlementsleden. Ondanks de obstakels is het betwisten en winnen van zetels in burgerlijke instellingen een noodzakelijk en belangrijk onderdeel in het opbouwen van massale steun voor socialistische veran-

34 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

deringen. Socialist Alternative ziet de verkiezing van socialisten als een kans om massabewegingen te versterken en op te bouwen en overwinningen te behalen die de werkenden en hun gezinnen aanmoedigen om zich zelf te organiseren. SA-lid en gemeenteraadslid Kshama Sawant uit Seattle gebruikt haar zetel om te strijden voor hervormingen, zoals de overwinning met de verhoging van het minimumloon tot 15 dollar per uur. Dit is geen doel op zich, maar als een middel om het vertrouwen en de actiebereidheid van de arbeidersklasse te vergroten. Wanneer socialisten deze instellingen van de kapitalistische staat betreden, hebben we een gezonde, functionerende, onafhankelijke politieke partij van de werkende klasse nodig om ervoor te zorgen dat ze trouw blijven aan de beweging. Door middel van democratische mechanismen kan zij ervoor zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd. Zulke vertegenwoordigers moeten niet alleen weigeren om bijdragen van bedrijven aan hun verkiezingscampagnes te accepteren, maar ook slechts een loon van een geschoolde werknemer accepteren en de rest teruggeven aan de beweging. Marxisten hebben een nog hogere standaard. Het beleid van de bolsjewieken en de in 1919 opgerichte Communistische Internationale was zeer specifiek. Het dagelijkse werk van vertegenwoordigers in de burgerlijke parlementen moest rechtstreeks verantwoording afleggen aan de partij, waarbij hun werk geïntegreerd werd in het bredere politieke werk van de partij. Veel van deze benadering vloeide voort uit de rampzalige breuk met het marxisme door de SPD-parlementsleden die met een overweldigende meerderheid voor de Eerste Wereldoorlog stemden.

Zullen revolutionaire bewegingen het parlement gebruiken? Aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig, tijdens de grootste revolutionaire golf sinds 1917-23, volgden de meeste opstanden van de werkende klasse niet de “parlementaire weg”. De Franse algemene staking van 1968 nam revolutionaire dimensies aan. In de Portugese Revolutie van 1975 nationaliseerden arbeiders hun industrieën van onderaf door middel van bezettingen en directe massale acties. In 1979 organiseerden de arbeiders in de Iraanse Revolutie hun eigen Shoras (raden) die het hele land overspoelden, voordat de contrarevolutie van de mullahs onder leiding van de sjiitische geestelijke kaste het tij kon keren. De Chileense revolutie 1970-1973 leek daarentegen wel de parlementaire weg te volgen, omdat de gebeurtenissen werden versneld door de verkiezing van een socialistische regering. Ook hier begonnen de arbeiders alternatieve structuren op te bouwen om zich te verdedigen tegen de kapitalistische staat. De Cordones (revolutionaire raden) hielpen de fabrieksbezettingen en de voedseldistributie te coördineren. Maar toen de arbeidersklasse van haar regering eiste dat ze zich bewapende tegen een mogelijke Amerikaanse militaire staatsgreep, aarzelden de socialistische parlementaire leiders in de hoop op een compromis met de Chileense heersende klasse. Het moment ging verloren en generaal Pinochet drukte met de steun van de CIA de revolutie de kop in. Het nieuwe regime executeerde meer dan 4000 socialisten en vakbondsactivisten. Al deze revoluties voltrokken zich in een periode waarin stali-


Kautsky nistische partijen een belangrijke en zeer negatieve rol speelden in de arbeidersbeweging en voortdurend op zoek waren naar een akkoord met het kapitalisme, zoals de sociaaldemocraten dit in de periode na 1917 deden. In al deze revolutionaire perioden ontbrak het aan een leiding binnen de arbeidersbewegingen met een duidelijk begrip van de kapitalistische staat, een leiding die bovendien een strategie kon ontwikkelen om de beweging naar de overwinning te leiden en een democratische arbeidersrepubliek te vestigen.

Perspectieven voor een linkse regering Het toevlucht nemen tot een militaire dictatuur om radicale veranderingen een halt toe te roepen is een benadering die wordt geassocieerd met de heersende klassen van de “derde wereld” landen, niet met de “ontwikkelde” kapitalistische landen. Maar in werkelijkheid zijn alle heersende klassen bereid om zich tot het uiterste in te spannen om hun heerschappij te verdedigen. De Duitse, Italiaanse en Spaanse heersende klassen namen hun toevlucht tot het fascisme. In Spanje, Griekenland en Portugal gingen de rechtse dictaturen tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw door. In 1975 werd een linkse Labour-regering in Australië afgezet door een constitutionele staatsgreep van de Britse monarchie. De bestseller van de Britse politicus Chris Mullin, “A Very British Coup”, onderzocht in 1982 het vooruitzicht op soortgelijke ontwikkelingen als een linkse Labourregering in Groot-Brittannië zou worden gekozen. Alle legale en illegale mechanismen van de staat zullen worden gebruikt om elke serieuze poging van de arbeidersklasse om het parlement te gebruiken voor een socialistisch te ondermijnen. De arbeidersbeweging moet net zo goed voorbereid zijn op zulke momenten als de kapitalistische klasse. Om succesvol te zijn in het winnen van Medicare for All en andere belangrijke eisen zou een presidentschap onder Sanders gesteund moeten worden door een massabeweging op straat en op de werkvloer. Het zou ook de steun nodig hebben van een onafhankelijke linkse partij, gebaseerd op de belangen van de werkende mensen en de onderdrukten met een strijdbaar programma. Zo’n partij zou moeten streven naar een volledige meerderheid in het Congres, de wetgevende macht van de staat en de gemeenteraden. In de strijd tegen de machtigste heersende klasse uit de wereldgeschiedenis zal een leiding met een duidelijk begrip van de rol van de kapitalistische staat doorslaggevend zijn. In de VS beschuldigde de heersende klasse in het verleden revolutionaire socialisten van een samenzwering om “de regering omver te werpen”. Helaas sluit Blanc zich bij dit argument aan. Niets is minder waar. Marxisten proberen de meerderheid van de arbeidersklasse en zelfs de bevolking als geheel te winnen voor de noodzaak van socialistische verandering. Maar we geloven ook dat de heersende klasse de democratische wil van de samenleving niet zal accepteren als dat betekent dat ze hun macht en privileges verliezen. Als de democratie voor hen niet werkt, zullen ze proberen om de democratie te stoppen. In de jaren dertig van de vorige eeuw onderzocht het Congres een plan voor militaire staatsgreep tegen president Franklin Roosevelt, georganiseerd door een vleugel van de Amerikaanse heersende klasse omdat ze zelfs de beperkte hervormingen van de “New Deal” niet konden verdragen.

Revolutionaire organisatie Het artikel van Blanc getuigt van een onvolledig beeld op het karakter van de staat. Het gaat voorbij aan de grenzen van de kapitalistische democratie en stelt vervolgens dat het socialisme kan bekomen worden binnen een burgerlijk parlementair kader. Zijn doel is om de Russische Revolutie te weerleggen als een model voor vandaag. Samen met zijn kritiek op opstanden, pleit hij in wezen tegen het idee dat de werkenden een eigen revolutionaire organisatie nodig heeft die geworteld is in hun klasse. Een massale revolutionaire partij die de grenzen van de burgerlijke democratie begrijpt, is echter van cruciaal belang voor het succes van de overgang van de mensheid naar het socialisme. Een dergelijke partij zou gebaseerd moeten zijn op een duidelijk begrip van de perspectieven en de taken voor de arbeidersklasse. Zij zou ernaar streven om een gemeenschappelijke organisatie op te bouwen op nationaal en internationaal niveau. Zij zou vertrouw moeten zijn met de lessen uit het verleden om voor haar ideeën te strijden in de vakbonden, bredere politieke formaties en in alle strijd van werkenden en onderdrukten. We gaan nu een nieuwe, meer onrustige, politieke periode in de VS in. De tijd dat het kapitalisme de ‘rode dreiging’ kan gebruiken om angst te zaaien, ligt achter ons. De euforie van de markt ten tijde van de val van het stalinisme is verdwenen. De verrassende verkiezing van Kshama Sawant met 96.000 stemmen in 2013 was een uitdrukking van de hernieuwde opkomst van socialisme onder een nieuwe generatie. Deze overwinning van een kandidaat van Socialist Alternative in de stad Seattle maakte deel uit van het proces dat de weg opende voor de campagne van Bernie Sanders in 2016, die op zijn beurt de explosieve groei van de DSA op gang trok. In onze strijd voor het socialisme moeten onze bewegingen ook de valkuilen en kansen zien die de weg voorwaarts zullen bepalen. Het artikel van Eric Blanc schetst niet de economische achtergrond van zijn lineaire, ordelijke weg naar het socialisme. We staan niet op het punt een economische periode in te gaan die vergelijkbaar is met de periode die gepaard ging met de opkomst van sociaaldemocratische partijen in de jaren 1890 of de jaren 1950, toen de “welvaartsstaat” in het Westen op zijn hoogtepunt was. We bevinden ons in een periode waar de kapitalistische klasse geen weg vooruit heeft om de economie te ontwikkelen, waarin crisis en instabiliteit permanente kenmerken zijn. Dit zal grote sociale omwentelingen teweegbrengen en het bewustzijn van de arbeidersklasse radicaal veranderen. Het wordt een periode waarin de socialisten moeten omgaan met de complexiteit van zowel het opkomende rechtse als linkse populisme, en van nieuwe versies van het reformisme. Parlementen moeten door de socialisten worden gebruikt, maar we begrijpen wat deze instellingen betekenen en wat de gevaren ervan zijn voor de socialisten. De kapitalisten hebben vele malen geprobeerd Karl Marx te begraven, maar zijn ideeën komen steeds weer terug. Met een marxistisch begrip van de komende veranderingen in onze wereld en onze geschiedenis als klasse, zal de arbeidersklasse de weg vinden om alle rotte en corrupte instellingen van het kapitalisme te vervangen en een wereldwijde socialistische democratie op te bouwen. MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 35


Mitterand

Terugblik op het falen van de linkse regering van PS-PCF onder François Mitterrand

1

0 mei 1981. In Parijs verzamelden 200.000 mensen aan de Bastille om hun vreugde uit te roepen. In alle steden van het land barstten feesten los. François Mitterrand had zojuist met 52% van de stemmen de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gewonnen. Voor het eerst in de geschiedenis van de Vijfde Republiek (opgericht in 1958) werd een linkse president gekozen. Het rechtse dagblad Le Figaro bracht de dag na de verkiezingen de angst van de bazen tot uitdrukking: “Het marxistisch geïnspireerde collectivisme staat voor onze deur.” Helaas… Dossier door Boris (Brussel) De verovering van de macht François Mitterrand was elf keer minister in de Vierde Republiek (1946-58). Hij was geen revolutionair, maar had wel goed opgemerkt hoe de gebeurtenissen van mei 1968 de arbeiders radicaliseerden. Toen hij in 1971 de leiding van de gloednieuwe Socialistische Partij overnam, zette hij haar op het pad van een electorale alliantie met de Franse Communistische Partij, die door de stakingen van 1968 te beteugelen, had aangetoond dat ze binnen de grenzen van het systeem bleef. In 1972 werd de Unie van Links (Union de la Gauche) gevormd rond een gezamenlijk programma van de PS, de PCF en de Beweging van linkse radicalen (MRG). Dit programma was gebaseerd op sociale hervormingen en de nationalisatie van negen grote industriële groepen en van het kredietwezen. Onder de bazen en de rijken werd het ergste gevreesd, vooral omdat de crisis van het kapitalisme van 1973-74 kort daarna uitbrak. Fabriekssluitingen en massale ontslagen volgden elkaar op. Er verscheen een nieuw fenomeen: massale werkloosheid. Tussen 1974 en 1981 verdrievoudigde het aantal werklozen tot anderhalf miljoen. Helaas werd het gezamenlijk programma niet gebruikt als bijdrage om doorheen strijd een krachtsverhouding op te bouwen. Integendeel: PS, PCF en de vakbondsleiders richtten de strijd enkel op een verkiezingsoverwinning voor links. Toen er in 1978-79 gedurende vier maanden een revolte van werkenden was in Lotharingen en Nord-Pas de Calais tegen het ontslag van 21.000 staalarbeiders, beloofde Mitterand enkel om de gesloten staalbekkens te heropenen na de verkiezingen. De staalarbeiders zouden een hoge prijs betalen voor de desorganisatie van hun strijd.

36 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

Bij de verkiezingen van 1976 en 1977 werd de PCF ingehaald door de PS. Om haar positie als leidende linkse kracht te heroveren, verliet de partij de Union de la Gauche. Dit werd gerechtvaardigd met het ontoereikend aantal voorziene nationalisaties. In de gelederen van de arbeidersbeweging, waar er een verlangen was naar politieke verandering, werden de bochten van de PCF slecht onthaald. De PS werd daarentegen gezien als de partij die voor de eenheid van links opkwam.

1981-1982: Keynesiaans herstelbeleid en sabotage door de kapitalisten Het verkiezingsprogramma van Mitterrand in 1981 was vergelijkbaar met dat van de PTB/PVDA in 2019. Het omvatte een economisch herstelprogramma op basis van overheidsinvesteringen (creatie van 150.000 jobs in de openbare diensten, beleid van uitgebreide openbare werken, bouw van sociale huisvesting, …), verhoging van de koopkracht, invoering van 35-urige werkweek om de werkloosheid aan te pakken en een herverdeling van de rijkdom door de invoering van een vermogensbelasting voor de allerrijksten. De PS ging toen nog verder en verdedigde de nationalisatie van de negen grootste industriële, krediet- en verzekeringsgroepen. Er was echter geen sprake van een socialistische maatschappijverandering. De overwinning van Mitterand in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen en de vorming van een regering met 4 ministers uit de PCF leidde tot een hele reeks hervormingen: aanwerving van 55.000 ambtenaren; verhoging van het minimumloon met 10%; verhoging van de kinderbijslag en huursubsidies met 25%; verhoging van uitkeringen voor mensen met een


Mitterand beperking met 20%; afschaffing van de doodstraf; intrekking van de antikraakwet; regularisatie van 130.000 mensen-zonder-papieren; invoering van een vermogensbelasting; verhoging van de middelen met 40% tot 500% voor huisvesting, cultuur, werk en onderzoek; blokkering van de prijzen; nationalisatie van de 36 grootste banken en van Paribas, Suez en de vijf grootste industriële groepen (CGE, PUK, Rhône-Poulenc, Saint-Gobain, Thomson); invoering van de 39-urenweek; vijfde week betaald verlof; pensioen op 60 jaar; nieuwe arbeidswet; plafonnering van de huurprijzen; legalisatie van homoseksualiteit. De regering lanceerde een keynesiaans herstelbeleid door middel van consumptie en overheidsinvesteringen. Maar de uitzonderlijke periode van langdurige economische groei na de oorlog was voorbij. Sinds midden jaren 1970 verkeerde het kapitalisme in crisis. De Verenigde Staten waren in een recessie beland en de economische vertraging in Duitsland had een grote invloed op de Franse economie. Het land zat midden in stagflatie: een economische recessie gecombineerd met stijgende inflatie. De regering deed er alles aan om de bazen te overtuigen van de verdiensten van het herstelbeleid om het Franse kapitalisme te herstructureren en haar concurrentiepositie te versterken. Maar de kapitalisten wilden de hoop van de arbeiders de kop indrukken en organiseerden daarom de sabotage van het regeringsbeleid. Aangezien kapitalisten door de crisis het vertrouwen in hun eigen economisch systeem verloren, investeerden ze hun geld liever in de speculatieve investeringen die toen een opgang kenden. De staat moest investeringen door kapitalisten vervangen door publieke investeringen in genationaliseerde bedrijven. Omdat de regering het wettelijk kader wilde respecteren in plaats van zich te baseren op mobilisatie van de arbeidersbeweging, trokken de rechterzijde en de bazen naar het Grondwettelijk Hof om het recht op privé-eigendom te verdedigen en 39 miljard frank aan de staat te onttrekken om de nationalisaties te compenseren. Sommige bazen wreven zich in de handen: met de crisis werden ook de verliezen genationaliseerd tegen een hoge prijs. De genationaliseerde banken botsten al gauw op de beperkingen van een werking die de wetten van de private markt respecteert. Het goedkope kredietbeleid slaagde er niet in om particuliere investeringen te stimuleren, terwijl de frank door de markten werd aangevallen. De Banque de France probeerde de markten in stand te houden door de muntreserves aan te spreken. Tussen 1981 en 1983 waren er drie devaluaties van de Franse frank. Inflatie ondermijnde de effectiviteit van de koopkrachtmaatregelen. Het tekort op de handelsbalans (de invoer was groter dan de uitvoer) nam sterk toe. De Banque de France blokkeerde de verstrekking van meer liquiditeiten en dwong de regering om op de particuliere markt te lenen. Dit alles ging gepaard met een kapitaalvlucht van een ongekende omvang: grote fortuinen vertrokken uit het land om belastingen te ontlopen. Veel rijke mensen staken de Zwitserse grens over met koffers of vuilniszakken gevuld met geld en goud, soms verborgen in de reservewielen. Ook het buitenlands kapitaal verliet het schip. Er kwam een controle op de wisselkoersen en een versterking van de grenscontroles, maar de transfer van middelen naar Zwitserland ging onverminderd door.

De ‘besparingsbocht’ De regering van PS en PCF zette al snel een stap achteruit. In juni 1982 kwam er een loonstop van 4 maanden, gevolgd door de afschaffing van de automatische loonindexering. De PCF klaagde het beleid aan, maar de PCF-ministers stelden hun steun aan de regering niet in vraag. De bazen juichten: links slaagde er zonder de minste weerstand in om te doen wat rechts alleen maar kon hopen. Op 21 maart 1983 werd de ‘besparingsbocht’ genomen: het opgeven van het keynesiaanse economische beleid ten gunste van neoliberaal monetarisme. De PS en PCF beslisten dat Frankrijk in het Europees Monetair Stelsel (EMS) bleef. Om de tekorten terug te dringen, werd het ‘plan Delors’ opgestart: een besparingsproject. In maart 1984 namen de ministers van het PCF deel aan een laatste grote aanval: het schrappen van 21.000 jobs in de publieke staalindustrie, hetzelfde aantal als onder rechts in 1978-1979. 150.000 werknemers betogen in Lotharingen, maar de mars naar Parijs die de vakbondsleiders organiseren, had meer weg van een begrafenisstoet. Het falen van de PS-PCF-regering om de werkloosheid te bestrijden en de staalindustrie te redden, was totaal. Bij de verkiezingen van juni 1984 behaalde het extreemrechtse Front National 11% en brak het voor het eerst door op nationaal niveau. De PS zakte naar 21% en de PCF naar 11%. De PCF verliet de regering, maar zou de verloren arbeidersbastions nooit terugwinnen.

Falen van het reformisme, niet van het socialisme Dit falen gebeurde op een moment dat Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Reagan in de Verenigde Staten de arbeidersklasse aanvielen om de krachtsverhoudingen duurzaam te veranderen ten gunste van het kapitaal. De weg lag open voor veertig jaar neoliberaal beleid. Vanaf de ‘besparingsbocht’ van maart 1983 beperkte de machtsdeelname van de PS in Frankrijk, maar ook in België en elders in Europa, zich tot het uitvoeren van het neoliberale beleid. Dit falen was niet dat van het socialisme: het was het falen van het reformisme. In 1986 vatte Henri Emmanuelli (staatssecretaris van 1981 tot 1984) zijn mening over de bocht van maart 1983 als volgt samen: “De socialisten dromen al lang van een derde weg tussen socialisme en kapitalisme. Het is duidelijk dat dit niet langer mogelijk is. De oplossing is om duidelijk te kiezen voor één van de twee systemen en de excessen ervan te corrigeren. We hebben gekozen voor de markteconomie.” Het ontbrak in Frankrijk aan een revolutionaire partij met wortels in de arbeidersbeweging, een partij die zich niet beperkte tot een programma van hervormingen maar deze koppelde aan het vooruitzicht van de omverwerping van het kapitalisme en de vervanging van de markteconomie door een democratisch geplande economie.

MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 37


Fascisme

De Communistische Internationale en de dreiging van het fascisme

D

e opkomst van het fascisme in Italië begin jaren 1920 was een nieuwe bijzonder gevaarlijke bedreiging voor de arbeidersbeweging. In de eerste jaren van de Communistische Internationale leidde dit tot een belangrijk debat. Dit was voordat de politiek van arbeiderseenheid om de fascisten te verslaan door de stalinisten werd achterwege gelaten. Nu extreemrechts een terugkeer kent, is het nuttig om naar de discussies van de jaren 1920 terug te kijken. In Socialism Today (oktober 2018) verscheen deze recensie van een boek met teksten van Clara Zetkin. De recensie is geschreven door Iain Dalton. “Zelden is een woord zo vaak gebruikt, maar tegelijk zo weinig begrepen, als fascisme. Voor velen betekent de term fascisme gewoon een belediging. Het wordt geuit tegen bijzonder afstotende en reactionaire individuen of bewegingen. Het wordt ook vaak gebruikt als politieke omschrijving van rechtse militaire dictaturen.” Zo begint de inleiding door John Riddell op het boek met een toespraak en een resolutie geschreven door de Duitse marxiste Clara Zetkin in het kader van een uitgebreide vergadering van het Uitvoerend Bureau van de Comintern in juni 1923. Zetkin was een leidende figuur in de Sociaaldemocratische Partij van Duitsland (SPD) en een van de oprichters van de Spartakistenbond, die in 1918 de Communistische Partij van Duitsland (KPD) werd. Zij was een dichte bondgenoot van Vladimir Lenin in de Comintern, en stond rond veel belangrijke kwesties die toen besproken werden aan de kant van Lenin en Trotski. Om de verwarring over het fascisme te doorbreken, kwam Zetkin met een veel duidelijkere marxistische definitie: een speciale vorm van reactionaire massabeweging gebaseerd op verarmde en van hun klasse vervreemde elementen in de maatschappij – waaronder verarmde boeren, kleine ondernemers en de meest vervreemde delen van de arbeidersklasse – die de arbeidersbeweging willen vernietigen. Het ontstond eerst in Italië en vervolgens in Duitsland, na gemiste kansen voor de arbeidersklasse om aan de macht te komen en een begin te maken met de socialistische omvorming van de samenleving. Om deze bedreiging van hun systeem het hoofd te bieden, keerden de kapitalistische klassen zich wanhopig tot het fascisme. Dit was verre van hun voorkeursoptie. De opkomst van het kapitalisme viel samen met de opkomst van de parlementaire democratie, maar de kapitalistische benadering van de democratie is pragmatisch: het wordt gebruikt als het hun eigen belangen dient. In het beginstadium van het kapitalisme werd het gebruikt om de overdracht van de staatsmacht van de landadel naar de kapitalisten zelf te waarborgen. Met het kapitalisme kwam echter de ontwikkeling van de arbei-

38 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

dersklasse. Aanvankelijk waren de kapitalisten bereid om mensen zonder eigendom te mobiliseren tegen de oude feodale heersers. Maar ze werden bang voor de groeiende kracht en eisen van de arbeidersklasse en werden steeds meer bereid om compromissen te sluiten met de oude orde. Dit was zo sterk dat bijna alle democratische rechten waarvan de kapitalisten nu beweren dat ze synoniem zijn met hun systeem, doorheen strijd moesten afgedwongen worden door de arbeidersklasse. Het gaat onder meer om het stemrecht, het recht om zich te organiseren, … Hoewel de heersende klasse zich aan deze hervormingen heeft aangepast, aarzelt ze niet om ze terug te draaien indien nodig. Dit gebeurde na de Eerste Wereldoorlog, een periode van revolutie en contrarevolutie met reactionaire krachten die het bolsjewistische tij na de Russische revolutie van 1917 probeerden te keren. Daarvoor baseerden de heersende klassen zich vaak op het leger: bijvoorbeeld de tsaristische generaals die de ‘witte legers’ leidden in de Russische burgeroorlog of nog het regime van admiraal Horthy in Hongarije.


Fascisme Fascisme en militaire/politie-dictaturen zijn beiden repressief, maar dit gemeenschappelijke uiterlijke kenmerk berust op verschillende interne krachten. Zetkin maakte een onderscheid: “Hoewel het fascisme en het regime van Horthy dezelfde, bloedige terroristische methoden toepassen, die het proletariaat op dezelfde manier raken, is de historische essentie van beide fenomenen totaal verschillend.” Ze beschreef Horthy’s dictatuur als “gebaseerd op een kleine kaste van officieren,” terwijl “de basis van het fascisme niet in een kleine kaste maar in brede sociale lagen, brede massa’s, zelfs tot in het proletariaat, berust.” Dit verschil heeft een materieel effect op de arbeidersklasse. Het leger/politie zou arbeidersleiders arresteren, ontvoeren of vermoorden – Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden in 1919 in Berlijn vermoord door extreemrechtse paramilitaire Freikorpsen, met de medeplichtigheid van SPD-leiders. De massabasis van het fascisme betekent echter dat het de arbeidersorganisaties van de grond af – het breken van vergaderingen, fysieke aanvallen, etc. – en ook van bovenaf breekt wanneer het de macht grijpt. Hierdoor worden de arbeidersklasse en haar organisaties geatomiseerd en kan de arbeidersklasse zich maar heel langzaam weer organiseren.

Fascisme in Italië Clara Zetkins toespraak richtte zich vooral op Italië, waar het fascisme onder Benito Mussolini in 1922 aan de macht kwam. Centraal in haar analyse was de vaststelling dat er vóór de opkomst van het fascisme kansen waren voor de arbeidersbeweging. “De objectief revolutionaire situatie leidde tot de opkomst van een subjectief revolutionaire stemming in het Italiaanse proletariaat. Het roemrijke voorbeeld van de Russische arbeiders en boeren had een grote invloed. In de zomer van 1920 gingen de metaalarbeiders over tot fabrieksbezettingen. Hier en daar, tot in Zuid-Italië, bezetten landbouwproletariërs, kleine boeren en pachters landgoederen of kwamen ze op andere manieren in opstand tegen de grootgrondbezitters. Maar op dit grote historische moment waren de leiders van de arbeiders zwak van geest.” “De reformistische leiders van de [Italiaanse] Socialistische Partij [PSI] gingen uit angst voor het revolutionaire perspectief niet over tot het verbreden van de fabrieksbezettingen tot een strijd om de macht. Zij dwongen de arbeidersstrijd in de enge grenzen van een zuiver economische beweging waarvan de leiding in handen was van de vakbonden.” “Leiders van de linkervleugel van de Socialistische Partij, waaruit de Communistische Partij later is ontstaan, hadden nog steeds te weinig opleiding en ervaring om de situatie in te schatten en tussen te komen om de gebeurtenissen in een andere richting te sturen. Bovendien bleken de proletarische massa’s niet in staat om verder te gaan dan hun leiders en hen in de richting van de revolutie te duwen. De bezetting van de fabrieken eindigde in een zware nederlaag van het proletariaat, wat leidde tot ontmoediging, twijfel en schroom in zijn gelederen. Duizenden arbeiders keerden de partij en de vakbonden de rug toe.” Zetkin legt ook uit dat het fascisme aanvankelijk heel langzaam groeide: “In mei 1920 waren er in heel Italië slechts een honderdtal fascistische groepen, geen van hen met meer dan twintig tot dertig leden.” Zelfs na de nederlaag van de fabrieksbezettingen “wonnen de socialisten bij de gemeenteraadsverkiezingen een derde van de 8.000 raden.”

Met het falen van de arbeidersbeweging om de strijd voort te zetten, begonnen de fascisten echter te winnen. Zetkin noteert hun pogingen om populistische, zelfs antikapitalistische retoriek te hanteren door te pleiten voor een minimumloon, pensioenen, een verkorting van de werkweek en andere eisen. Mussolini zei zelfs dat zijn doel bij de oprichting van de ‘fasci Italiani di combattimento’ (Italiaanse gevechtsliga’s) “het veiligstellen van de revolutionaire resultaten van de revolutionaire oorlog voor de helden van de loopgraven en de werkende mensen” was. Het werd gebruikelijk dat groepen van 15-20.000 fascisten door grote industriëlen werden gemobiliseerd en van transport, uniformen en voedsel werden voorzien om de steden in te gaan en daar fysiek stakingen te breken. Door de PSI geleide stadhuizen werden bezet, de kantoren van socialistische kranten werden in brand gestoken. Een groot deel van het geweld werd uitgevoerd met de medewerking van de staatsmachine. Toch beperkten de reformistische leiders van de PSI zich tot een vriendelijke oproep aan koning Victor Emmanuel om de grondwet te verdedigen. Dat deed de koning niet. Na de 50.000 aanwezigen sterke ‘Mars op Rome’ van de fascisten en na een donatie van 20 miljoen Lire door de Vereniging van Banken stelde hij Mussolini in oktober 1922 aan als premier. Dit gebeurde op aansporen van de Italiaanse werkgeversorganisatie, de Algemene Federatie van Industrie.

Het eenheidsfront Dit gebeurde niet zonder tegenkanting. Vakbondsleden en linkse socialisten richtten een antifascistische militie op en konden, waar deze goed georganiseerd was, de fascisten blokkeren. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Parma in augustus 1922. Het eerste belangrijke voorstel dat Zetkin deed, was zo’n eenheidsfront van arbeidersorganisaties om zich te verdedigen tegen aanvallen op vergaderingen en gebouwen. Deze tactiek had ze al bepleit op een antifascistische conferentie die eerder in 1923 door Duitse fabriekscomités werd bijeengeroepen – haar conferentietoespraak en de resolutie staan in het boek. De belangrijkste organisatorische punten die in de door Zetkin opgestelde resolutie van de Comintern naar voren werden gebracht, hadden voornamelijk betrekking op deze maatregel. Ze stonden in contrast met de rampzalige tactiek van de Italiaanse Communistische Partij (PCI). Die had een ultralinkse aanpak gevolgd waarbij zij eigen afzonderlijke ‘actiegroepen’ organiseerde. Een bijlage in het boek over Zetkin’s verdere traject wijst erop dat de Comintern zich nadien, onder Stalin, van de politiek van het eenheidsfront afkeerde. Op het vijfde congres, slechts een jaar na Zetkins toespraak, werd in de resolutie over het fascisme gesteld: “Terwijl de burgerlijke samenleving in verval blijft, krijgen alle burgerlijke partijen, en in het bijzonder de sociaaldemocratie, een min of meer fascistisch karakter. (…) Fascisme en sociaaldemocratie zijn de twee kanten van hetzelfde instrument van de kapitalistische dictatuur.” (Jane Degras, De Communistische Internationale 1919-1943 Documenten, deel 2). Deze valse gelijkstelling van de sociaaldemocratie en het fascisme als ‘twee kanten van hetzelfde instrument’ maakte echter geen einde aan het instinctieve streven van strijdbare arbeiders naar eenheid. Het zorgde ervoor dat zelfs de leiders van de Comintern het ‘eenheidsfront van onderaf’ moesten erkennen. Zelfs in het ‘rode referendum’ van Pruisen van 1931, waar de KPD uiteindelijk campagne voerde voor de ontbinding van de door de SPD geleide Landtag (deelstaatparlement), boden de stalinisten de MARXISME VANDAAG l augustus 2019 l 39


Fascisme sociaaldemocraten aanvankelijk een eenheidsfront aan. Destijds gaf Trotski commentaar: “Op 21 juli richtte het Centraal Comité [van de KPD] zich tot de Pruisische regering met de eis van democratische en sociale concessies, met het dreigement anders voor het referendum te pleiten. De stalinistische bureaucratie richtte zich met het voorstel voor een eenheidsfront tegen de fascisten onder bepaalde voorwaarden tot de hogere lagen van de sociaaldemocratische partij om haar eisen door te zetten. Toen de sociaaldemocratie de voorwaarden verwierp, vormden de stalinisten een verenigd front met de fascisten tegen de sociaaldemocratie. Dit betekent dat de politiek van het eenheidsfront niet alleen ‘van onderaf’ maar ook ‘van bovenaf’ wordt gevoerd. Het betekent dat Thälmann zich tot Braun en Severing mag richten met een ‘open brief’ over de gezamenlijke verdediging van democratie en sociale wetgeving tegen de benden van Hitler.” (Tegen het nationaal communisme! 1933) (Ernst Thälmann was vanaf 1925 KPD-leider en is geëxecuteerd in het concentratiekamp Buchenwald in 1944. Otto Braun en Carl Severing waren respectievelijk de Pruisische SPD-premier en minister van Binnenlandse Zaken).

De krachtsverhoudingen tussen de klassen vandaag Hoewel de inleiding van het boek een goede samenvatting geeft van de belangrijkste argumenten van Zetkin, lijkt het alsof de geschiedenis bijna stil heeft gestaan wanneer het deze probeert toe te passen op een actueel fenomeen als Trump. Ja, de kapitalistische klassen in verschillende Europese landen hebben zich tot het fascisme gewend tegen de achtergrond van revolutionaire bedreiging van hun systeem. Ze hebben zich echter zwaar verbrand door Hitlers oorlogsdrift en het daaropvolgende verlies van Midden- en Oost-Europa aan het stalinisme gedurende bijna een halve eeuw. Bovendien is er niet meer dezelfde massale sociale basis voor het fascisme als in de jaren 1920 en 1930 in Italië en Duitsland: de verarmde kleine zelfstandigen en boeren. Ondanks de massale desindustrialisering is er tegenwoordig een veel grotere arbeidersklasse. Dit wordt niet erkend in de inleiding. In plaats daarvan is er de overdreven veralgemening dat “juist dit soort situaties op een bepaald moment aanleiding kan geven tot fascistische bewegingen.” Neofascistische groepen blijven marginaal, zelfs indien ze zich gesterkt voelen door Trump en co. Dit betekent natuurlijk niet dat ze geen bedreiging vormen – zoals blijkt uit de moord op Heather Heyer tijdens antiracistische protesten in Charlottesville, Virginia, in 2017, of uit geweld door extreemrechts in Europa. We moeten hen stoppen en daarin moet de georganiseerde arbeidersklasse de leiding nemen. Het stoppen van de fascistische dreiging vereist een realistische inschatting van de kracht ervan. Trump is een bijzonder onverdraagzame vertegenwoordiger van het kapitalisme, maar hij is niet het hoofd van een fascistische organisatie die honderdduizenden actieve militanten telt. Zelfs de recente alarmerende actie van de Britse Football Lads Alliance met 15.000 aanwezigen is niet vergelijkbaar met de 50.000 betalende leden tellende British Union of Fascists van Oswald Mosley op zijn hoogtepunt in de jaren 1930. De arbeidersbeweging daarentegen kan veel meer volk op de been brengen. Zo was er op 4 maart vorig jaar een betoging tegen

40 l MARXISME VANDAAG l augustus 2019

de besparingen in de gezondheidszorg met 100.000 aanwezigen. Na de overwinning van Corbyn als partijleider van Labour groeide het lidmaatschap van die partij aan tot 550.000. Als kapitalistische krachten extreemrechts willen gebruiken, gebeurt dit gezien de krachtsverhoudingen eerder als hulptroepen en niet als massale stoottroepen die het initiatief zelf in handen hebben zoals in de jaren 1920 en 1930.

Een politiek alternatief verdedigen Zetkin pleitte in haar toespraak voor een andere belangrijke maatregel: de noodzaak om een politiek alternatief voor te stellen op klassenbasis en langs socialistische lijnen om diegenen die zich aantrokken voelen tot het fascisme te bereiken. “Het fascisme is een beweging van de hongerigen, de lijdenden, de teleurgestelden en de mensen zonder toekomst,” schreef ze. “We moeten ons inspannen om de sociale lagen die nu in de val van het fascisme vallen, te benaderen en ze ofwel in onze strijd te integreren of op zijn minst te neutraliseren in de strijd. We moeten duidelijkheid en krachtdadigheid gebruiken om te voorkomen dat ze troepen leveren voor de burgerlijke contrarevolutie.” In antwoord op degenen die hoopten dat conferenties van de groten en machtigen de oorlog en het fascisme zouden stoppen nadat Hitler aan de macht kwam, schreef Trotski: “Noch het verzet tegen de oorlog, noch de strijd tegen het fascisme vereist een speciale kunst die verder gaat dan de algemene strijd van het proletariaat. De organisatie die niet in staat is de situatie nauwkeurig te analyseren, de dagelijkse defensieve en offensieve gevechten te leiden, de grootste massa’s te verzamelen, eenheid te bereiken in defensieve acties met reformistische arbeiders en hen tegelijkertijd te bevrijden van hun reformistische vooroordelen – een dergelijke organisatie zal onvermijdelijk schipbreuk lijden in tijden oorlog en fascisme.” (Geschriften van Leon Trotski, 1932-33) Voordat de heersende klasse overweegt om al haar eieren in de fascistische mand te leggen, zijn er voor de arbeidersklasse veel mogelijkheden om zich te organiseren en te strijden om de samenleving te veranderen. De beste manier om het fascisme uit te dagen, is om die kansen te benutten en massabewegingen op te bouwen om te strijden tegen het kapitalistisch systeem dat de ellende veroorzaakt die mensen in de armen van extreemrechts kan drijven. Tot haar dood in 1933 hield Clara Zetkin vast aan haar standpunt over antifascisme, met name de noodzaak van een eenheidsfront. Dit wordt geïllustreerd door fragmenten uit haar toespraak bij de opening van de Reichstag in 1932, als oudste parlementslid, vlak voordat de nazi’s aan de macht kwamen. Als lid van het uitvoerend bureau van de Comintern van 1921 tot 1933 heeft ze zich echter niet verzet tegen de uitwijzing van Trotski – een deel van Stalins zuivering van de Internationale en de Sovjetstaat. Het was Trotski, verbannen uit de Sovjet-Unie, die de belangrijkste verantwoordelijkheid op zich nam voor de ontwikkeling van de marxistische analyse van het fascisme en de bestrijding ervan – met name met zijn bijzonder scherpe geschriften over Duitsland – en de verdediging ervan tegen de pogingen van het stalinisme om deze analyses achterwege te laten. De eerste vijf jaar van de Comintern, met Lenin en Trotski (en Zetkin) in de leiding, vormden een hoogtepunt in de internationale strijd voor de socialistische omvorming van de samenleving. Dit boek wijst er terecht op dat er veel lessen kunnen worden getrokken uit het werk van Clara Zetkin over de strijd tegen extreemrechts en voor socialistische verandering.

Profile for De Linkse Socialist

Marxisme Vandaag #35 - Augustus 2019  

Marxisme Vandaag #35 - Augustus 2019  

Advertisement