Page 1

# 33. april 2019

Sterktes en zwaktes van PVDA-programma Terugkeer naar strijdbare tradities op vrouwendag


Marxisme Vandaag

# 33. april 2019

INHOUD dossiers

Terugkeer naar strijdbare tradities op internationale vrouwendag! door Anja Deschoemacker 3 Ecologie: laat je niet vangen door Sign 4 My Future door Nicolas Croes

Ecologie. De ‘Green New Deal’ realiseren, betekent het kapitalisme bestrijden door Elan Axelbank

8

10

Ecologie. Klimaat redden vergt een socialistische visie door Bart Vandersteene

Marxisme Vandaag is het tweemaandelijkse online magazine van de Linkse Socialistische Partij.

13

Verkiezingen van 26 mei 2019: sterktes en beperkingen van het PVDA-programma door Boris M. 15

Actualiteit Oekraïense crisis blijft duren, toekomst hangt af van werkenden door Rob Jones en Alexandr Shurman 20 Waar liep het mis in Venezuela? door Nicolas Croes 24 Massabeweging doet Algerijnse regime wankelen door Cédric Gérôme 26 Brexit geblokkeerd, Tories in crisis. Arbeidersbeweging moet nu handelen! door Ciaran Mulholland 28

Historisch 2 maart 1919: oprichting van de Comintern door Per-Ake Westerlund

30

1919: revolutie in Egypte door David Johnson

34

Voorwoord op ‘Socialisme van utopie tot wetenschap’ door Tony Saunois

38

Steun ons:

* Neem een abonnement op maandblad ‘De Linkse Socialist’ Meer info via onze webshop: socialismebe.tictail. com * Financiële steun op BE69 0012 2603 9378 van LSP.

Contacteer ons:

Hovenierstraat 45, 1080 Molenbeek 02/345 61 81 info@marxisme.be


8 maart

Terugkeer naar strijdbare tradities op internationale vrouwendag!

W

aar vorig jaar campagne ROSA de enige was die initiatieven nam voor reële actie – en niet slechts conferenties, debatten, media-activiteiten e.d. – met marsen in verschillende steden, is dit jaar het aantal actie-oproepen verveelvoudigd. Vooral de stakingsaanzegging van verschillende vakbonden en vakbondscentrales is een grote stap vooruit. Artikel door Anja Deschoemacker.

Daar zijn twee voorname redenen voor: enerzijds de toenemende mobilisaties rond vrouwenkwesties die de laatste jaren een trend is, anderzijds de tumultueuze sociale agenda die zich sinds het jaareinde van 2018 afspeelt met de val van de regering, het afbreken van de loononderhandelingen met een algemene staking op 13/2 en de aanloop naar de komende verkiezingen, dat alles tegen de achtergrond van een exploderende jongerenbeweging rond de klimaatkwestie. In dit artikel nemen we de vrouwenbeweging onder de loep: waar komt ze vandaan, wat ligt aan de basis, wat zijn de eisen en hoe oriënteert de beweging zich, wat zijn de gelijkenissen en de verschillen met vorige feministische golven? En ook: welke krachten zijn erin aanwezig, welke bondgenoten zijn er voor socialistisch feminisme en wat is de kracht van het burgerlijk feminisme vandaag? De huidige verhoogde activiteit komt niet uit de lucht vallen. Jonge vrouwen en vrouwelijke werkenden hebben zich steeds meer laten horen en zien in een toename van campagnes rond seksisme en pesterijen, maar zeker ook in de toenemende sociale conflicten in de “vrouwensectoren”, vooral in de gezond-

heidssector waar de “witte woede” nooit meer echt weg is geweest sinds de eerste massale acties in de sector in 1988.

De ideeën van de arbeidersvrouwen vinden hun weg in de beweging, maar ze worden ook tegengewerkt door kleinburgerlijke krachten die zich vandaag vooral baseren op theorieën rond identiteitspolitiek. In België hebben deze krachten in de laatste jaren geprobeerd het principe van de ongemengde actie in de praktijk te brengen, tot zover met weinig succes. Maar hun ideeën hebben door de soms radicale voorstelling ervan een zekere aantrekkingskracht.

Aantal buitenshuis werkende vrouwen spectaculair gestegen sinds de jaren ‘60 In vergelijking met de vorige feministische golf in de jaren ’70 heeft de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen zich veralgemeend. Waar het in de jaren ’50 en ’60 nog gebruikelijk was voor gehuwde vrouwen met kinderen om zich uit de arbeidsmarkt terug te trekken (het kostwinnersmodel), is vandaag het tweeverdienersmodel volledig doorgebroken. Een hoog percentage niet-werkende vrouwen vind je vandaag vooral terug bij eenoudergezinnen, waar de combinatie zorg voor het gezin en werk vaak onhaalbaar is, ook door de combinatie lage lonen en grote flexibiliteit enerzijds en weinig beschikbare en niet-flexibele en dure diensten anderzijds. De hoogste arbeidsmarktparticipatie van vrouwen is te vinden bij alleenstaande kinderloze vrouwen en bij vrouwen in koppels met kinderen. In een studie van 1994 van het Centrum voor Sociaal Beleid geven ze de volgende cijfers: MARXISME VANDAAG l april 2019 l 3


8 maart “Sinds de jaren 60, en vooral sinds de 70-er jaren, is de deelname van vrouwen in de arbeidsmarkt voortdurend toegenomen. In België steeg de activiteitsgraad (3) van vrouwen van 27,7% in 1970, naar 33,1% in 1985 tot 41% in 1993. In diezelfde periode daalde de mannelijke activiteitsgraad van 70% in 1970 naar 58% in 1993 (Kabinet van de Staatssecretaris voor Maatschappelijke emancipatie, 1989; NIS, 1993). Vooral onder gehuwde en samenwonende vrouwen is de stijging van de arbeidsmarktparticipatie zeer substantieel geweest. In Vlaanderen steeg de participatie in een relatief korte tijdspanne van 15 jaar van 34,5% (1976) naar 61% (1992). Wallonië volgt dezelfde trend, zij het aan een iets trager tempo.” (Berichten Centrum voor Sociaal Beleid, UFSIA – Universiteit Antwerpen, “Werden mannen en vrouwen gelijker? Beroepsloopbanen en inkomens van mannen en vrouwen in de 80’er jaren”. B.Cantillon, R. Vanherck, M. Andries, I. Marx, december 1994 http://www.centrumvoorsociaalbeleid. be/sites/default/files/D%201994%206104%2003.pdf Sinds 1994 heeft die trend zich volledig doorgezet. In “Trends op de Belgische arbeidsmarkt 1983-2013” biedt Statbel onder de titel “Socio-economisch profiel van de werkende bevolking (1983-2013)” de volgende analyse: “Het aantal werkende vrouwen groeit met 75%. Het totale aantal werkenden nam tussen 1983 en 2013 met meer dan één miljoen personen toe. In 2013 waren 4.530.000 personen aan het werk ten opzichte van 3.457.000 werkende personen in 1983. Hoewel er nog steeds minder vrouwen dan mannen aan het werk zijn, steeg het aantal werkende vrouwen de laatste drie decennia spectaculair. De laatste 30 jaar kwamen er 890.000 vrouwen met een job bij, dit is een toename met 75%. Het aantal mannen met een job groeide veel minder snel (+ 8%). In 2013 vertegenwoordigden vrouwen 46% van de werkende personen, terwijl hun aandeel in 1983 34% bedroeg. We zien dus duidelijk een vervrouwelijking of feminisering van de arbeid.” “Waar in 1983 36,3% van de vrouwen tussen 15 en 64 jaar aan de slag was, is dat in 2013 57,2%. De mannelijke werkgelegenheidsgraad, die 66,4% bedraagt in 2013, is over de ganse periode vrij constant gebleven (tussen 66% en 69,5%). De laatste jaren vertoont de mannelijke werkgelegenheidsgraad een licht dalende trend omwille van de financieel-economische crisis die vooral gevolgen had voor de mannelijke werkgelegenheid in de industrie. De grote inhaalbeweging van vrouwen op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat de kloof tussen de mannelijke en vrouwelijke werkgelegenheidsgraad verkleint van 32,5 procentpunten in 1983 naar 9,2 procentpunten in 2013.” (statbel ‘Trends op de Belgische arbeidsmarkt 1983-2013’ – https://statbel.fgov.be/sites/default/files/files/documents/Analyse/ NL/analyse-b_nl_tcm325-261813.pdf)

Vrouwen oververtegenwoordigd in sectoren die wel moeten vechten omdat het water hen aan de lippen staat Dat een meerderheid van vrouwen vandaag buitenshuis werkt, betekent echter niet dat zij ook financiële onafhankelijkheid hebben bereikt. Zowat de helft van de werkende vrouwen werkt

4 l MARXISME VANDAAG l april 2019

deeltijds en, gezien zowat alle ondersteuning zoals deeltijdse werkloosheidsuitkeringen in drie decennia van neoliberale afbouw is weg bespaard, kan in de huidige periode van hoge woningprijzen en een hoge levensduurte niet op eigen benen staan zonder in de armoede te verzeilen. Vrouwen maken in veel van de nieuwe sectoren – gekenmerkt door lage lonen, deeltijds werk, tijdelijke en onzekere contracten, weinig of geen vakbondstradities – de meerderheid van de werkenden uit, in sectoren als de onthaalmoeders en de dienstenchequebedrijven zelfs meer dan 90%. De aangroei van de dienstensector – zowel in privé-diensten als in door de overheid gesubsidieerde diensten – is al geruime tijd de belangrijkste factor in de jobtoename op de arbeidsmarkt, terwijl industriële tewerkstelling blijft afnemen. De toename van onzekere statuten vindt ook plaats in de openbare diensten, waar in veel gevallen het aantal contractuele werknemers groter geworden is dan het aantal statutairen. Dat gebeurde door decennia van aangehouden besparingsbeleid met o.a. een benoemingsstop. Ook in openbare tewerkstelling is met andere woorden het aantal jobs die niet voldoende zekerheid biedt om onafhankelijk te leven zonder arm te zijn spectaculair toegenomen. In deze sectoren is al jaren een toegenomen actiebereidheid waar te nemen. In de zorgsectoren – een vrouwensector bij uitstek, ook als steeds meer mannen erin tewerkgesteld zijn – is de witte woede een begrip geworden, al sinds eind jaren ’80 komt de sector zeer regelmatig en massaal in beweging rond lonen en arbeidscondities. Vakbondsaanwezigheid en –tradities hebben zich ondertussen opgebouwd en blijven zich verder opbouwen. Ook in de harde strijd in de supermarktsector, waar het patronaat een algemene aanval heeft ingezet tegen de vroeger verkregen arbeidscondities in de sector, staan vrouwelijke werknemers centraal in het verzet. De realiteit op de arbeidsmarkt – en de gevolgen ervan voor de levens en de positie van grote lagen vrouwen – botst zo hard met de ideeën van het post-feminisme dat na de laatste feministische golf een hele historische periode dominant was, dat een enorme kloof was gegroeid tussen de officiële vrouwenorganisaties en hun propaganda enerzijds en de realiteit zoals vrouwen – en vooral jonge vrouwen – ze ervaren. Toen de vrouwenstrijd opnieuw opflakkerde, was dat dan ook niet rond de gekende boegbeelden van het burgerlijk feminisme, noch rond de eisen die in die kringen gebruikelijk waren. In de VS kwam de opflakkering van de vrouwenstrijd er zelfs op het moment dat Hillary Clinton, hét boegbeeld van het burgerlijk feminisme, gesteund door alle officiële vrouwenorganisaties, een pijnlijke nederlaag had geleden tegen Trump.

Vrouwen zijn niet langer een kleine minderheid in de vakbonden Het is dan ook niet verwonderlijk dat de socialistische vakbond in haar campagne naar de algemene staking van 13 februari en vooral in haar campagne voor een algemeen minimumloon van 14 euro/uur een hele reeks vrouwenjobs naar voor bracht, waar het minimumloon een stuk onder die 14 euro ligt: kapster, kuisvrouw, kinderverzorgster, …


8 maart De aanwezigheid van grote lagen vrouwelijke leden die om actie vragen, heeft zich in beide grote vakbondsfederaties in de laatste 10-15 jaar vertaald in een grotere gevoeligheid voor een aantal centrale eisen die voor vrouwelijke werkenden cruciaal zijn. Het gaat hem niet langer om enkel quota voor de vakbondsstructuren (afgesproken in de jaren ’80) maar om de opname van eisen en het voeren/steunen van strijd die vrouwen betrekken in de vakbondsstrijd. De laatste jaren zijn de specifieke vrouwencampagnes van de beide grote vakbonden niet meer weg te denken. En de zoektocht naar ideeën, eisen, programma, strategie en tactieken is volop bezig. Het ABVV heeft twee jaar geleden de samenwerking rond Equal Pay Day met Zij-kant (vrouwenorganisatie van de verburgerlijkte Vlaamse sociaaldemocratie en bijna niet te onderscheiden van de liberale vrouwenorganisaties) verbroken. Vrouwencommissies zoeken naar ideeën en een programma en ROSA wordt regelmatig uitgenodigd om zich er voor te stellen, sinds kort ook voor het eerst binnen de christelijke vakbond.

Staking op 8 maart Het ontbreken in België van tradities binnen de arbeidersbeweging van aandacht voor de vrouwenkwesties maakt dat de ideeën in die debatten vaak nog zeer verward zijn, zoals de samenwerking tussen het ABVV en Zij-kant toonde. In de christelijke vakbond, die na Me Too niet alleen studies heeft gevoerd naar het voorkomen van seksuele pesterijen op de werkvloer in een aantal vrouwensectoren, maar ook een brede discussie heeft gevoerd over seksisme en seksuele pesterijen binnen haar eigen rangen, werd gereageerd op een stakingsoproep van een kleine groep voornamelijk kleinburgerlijke feministische activisten die zich vorig jaar groepeerden in het “8 maart collectief”. Waar dit collectief door het lanceren van een oproep de aanzet heeft gegeven voor een zich uitbreidende stakingsoproep, wat zeer positief is, is hun oproep zelf zeer beperkt. Het collectief roept op tot een vrouwenstaking van het betaalde werk, het huishoudelijke werk/zorg en een seksstaking. Die oproep werd zo overgenomen door het CNE, maar eenmaal onder bespreking binnen de vakbond zelf kon dat karakter niet behouden worden. De stakingsaanzegging, en in een aantal werkplaatsen en sectoren de reële mobilisatie naar een echte staking, geldt voor alle vakbondsinitiatieven op 8 maart zowel voor vrouwen als voor mannen en de stakingsaanzegging geldt uiteraard voor een staking in de werkplaatsen. ROSA steunt de stakingsoproep, maar enkel de oproep voor een staking van het betaalde werk, uiteraard voor zowel vrouwen als mannen, voor hogere lonen, tegen het besparingsbeleid en tegen seksisme. We denken dat een staking van het werk en zorg in het huishouden voor een belangrijk deel van de vrouwen niet haalbaar is (een derde van de gezinnen met kinderen in Brussel zijn eenoudergezinnen). Belangrijker nog is dat zo’n “staking” geen staking is, maar een individuele actie waarbij het niet duidelijk is tegen wie het is gericht. Het legt de nadruk op de individuele strijd binnen het gezin om wie wat doet. Volgens ROSA is dat niet de weg vooruit, het zijn niet indivi-

duele, maar juist structurele elementen in de samenleving die maken dat de klassieke rolverdeling tussen mannen en vrouwen blijft bestaan. Wij brengen juist de socialisatie van de “huishoudelijke” taken en zorg naar voor. De nieuwe toename van het werk binnen het gezin is een gevolg van de afbouw van het sociale beleid en de openbare diensten. ROSA roept ook op om niet zomaar een slag in het water te slaan, maar om de staking op 8 maart echt te organiseren en te gebruiken om de eenheid en solidariteit van het personeel op de werkplaats zelf te versterken via het betrekken van het hele personeel. In een aantal werkplaatsen, waar LSP-leden al geruime tijd een basis hebben opgebouwd en met ROSA tussen zijn gekomen voor de 8 maart-staking, gaat de walkout gepaard met een algemene personeelsvergadering over de problematiek zoals ze zich voordoet op de werkplaats zelf en in de bredere samenleving. Dat is het geval in de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel en in het Brugman-ziekenhuis in Brussel.

Welk verband met #MeToo en de brede beweging tegen seksisme? Waar de steeds grotere aanwezigheid van vrouwen in de vakbonden, gecombineerd met de noodzaak van strijd in een hele reeks vrouwensectoren (besparingen in de openbare diensten en de gesubsidieerde zorgdiensten, herstructurering in privé-diensten, nieuwe nog grotendeel ongeorganiseerde sectoren), de houding van de vakbonden tegenover de bredere vrouwenkwestie heeft veranderd, kwam de duw om over te gaan tot actie van de jonge vrouwen die in de laatste jaren luidkeels hun ongenoegen over het dagelijkse seksisme hebben laten horen. Campagnes op sociale media die massaal veel vooral jonge vrouwen betrokken, zoals “wij overdrijven niet” (2015), gevolgd door “wij spreken voor onszelf” hebben het thema al enkele jaren hoog op de agenda gehouden. Hoewel vooral jonge vrouwen er actief in betrokken waren, was het duidelijk dat veel vrouwelijke vakbondsactivisten er een toenemende interesse in hadden. Al jarenlang zijn badges rond vrouwenkwesties bij het best verkochte materiaal op vakbondsbetogingen. Toen #MeToo wereldwijd uitbrak, was dat in Vlaanderen dan ook een take 2. Waar in die eerste sociale media campagnes de kwestie van seksuele pesterijen in machtsrelaties (in het onderwijs tussen leerling/student en leerkracht/professor, tussen onbekende slachtoffers van bekende figuren, op de werkvloer tussen ondergeschikten en chefs/bazen) slechts één element was in de brede aanklacht tegen seksisme overal in de samenleving en vooral op straat, lag in het #MeToo fenomeen in België de nadruk onmiddellijk op de werkvloer, met vakbondsdelegaties die hun verantwoordelijkheid opnamen om terechte klachten op te nemen. Sindsdien zijn binnen de vakbonden verschillende initiatieven genomen, vaak nog steeds verward over ideeën en programma, maar met een zeer grote openheid voor de ideeën die ROSA verdedigt. Maar de grote achterliggende reden voor de stakingsaanzegging door steeds meer vakbonden en vakbondssectoren is de huidige dynamiek van een oplopend sociaal conflict, waar een enorm dynamisch voorbeeld uitgaat van de jongerenstakingen voor het klimaat. De sociale agenda voor de komende maand zit propvol, met allerlei campagnes van vakbonden, vrouwenbeweging, jonMARXISME VANDAAG l april 2019 l 5


8 maart gerenbeweging, beweging van sans-papiers, … die steeds meer samenlopen en overgaan in een breed verzet tegen het huidige systeem en de plaats hierin van grote bedrijven en regeringen. Zonder dit bredere kader zou het idee voor een staking op 8 maart en 16 maart (klimaatstaking) niet zomaar ingang hebben gevonden.

Anti-seksisme is een belangrijke radicaliserende factor onder jongeren terwijl burgerlijk feminisme niets te bieden heeft. In België heeft zich geen massabeweging van vrouwen voorgedaan, wat wel het geval was in grote delen van de wereld, o.a. in Ierland, Spanje, Polen, IJsland, India, Turkije, de VS en verschillende landen in Latijns-Amerika. Maar zeker onder jongeren is het een stemming die zeer breed aanwezig is en gekenmerkt wordt door een sterk aanwezige systeemkritiek. Natuurlijk zijn in de vrouwenacties, die nog steeds groeien in aantal deelnemers, en in de discussies op sociale en andere media allerlei krachten aanwezig die hun plaats in het debat opeisen. Maar het is duidelijk dat de dynamiek in de nieuwe strijd niet uitgaat van de oude burgerlijk feministische organisaties, die het moeilijk hebben hun stempel op de beweging te zetten. Hoewel ze soms in de media worden opgevoerd, hebben de jonge activisten vaak nog nooit van hen gehoord of vinden ze het totaal ongeloofwaardig dat vrouwelijke establishmentfiguren het verschil zouden maken. Dat werd nogmaals aangetoond in de afwikkeling van het dossier van het abortusrecht, waarbij de sociaaldemocratische en liberale partijen een wetsvoorstel indienden voor een echte depenalisering en stappen vooruit in het recht op abortus (o.a. een verlenging van de periode), maar geen enkele strijd hierrond organiseerden. Het leidde tot de situatie waarin de rechtse regering zelf een voorstel uitwerkte, dat in de realiteit niets verandert, dat uiteindelijk ook door de liberale partijen werd gestemd. Iedereen had zich geprofileerd en daarmee was de kous af. Het is niet nieuw dat er een belangrijke component van arbeidersklassevrouwen actief is in de feministische golf, dat was bij de vorige golven ook het geval. De protesten eind jaren ’60 en vooral in de jaren ’70 werden in België ingeluid door de vrouwenstaking voor “gelijk loon voor gelijk werk” van de arbeidsters van FN in 1966, die 12 weken duurde en leidde tot belangrijke toegevingen. Het is wel nieuw dat burgerlijke vrouwenorganisatie en burgerlijke vrouwelijke politici de beweging niets te bieden hebben. Stemrecht, de wettelijke gelijkheid, het doen verdwijnen van vrouwonvriendelijke bepalingen in het familierecht, abortus, … Het zijn allemaal eisen waarrond vrouwen van verschillende klassen zich konden verenigen en de breuk tussen de burgerlijke vrouwenbeweging en de beweging van de arbeidersvrouwen (verbonden aan de socialistische of communistische partijen en/ of de vakbonden) speelde zich af op een ander terrein, in de arbeidersstrijd waar algemene eisen die van belang zijn voor werkende vrouwen door de burgerlijke vrouwenorganisaties niet werden gesteund. Nu zijn de zaken anders. De burgerlijke vrouwenorganisaties fixeren zich sinds de jaren ’80 op zaken als quota voor belang-

6 l MARXISME VANDAAG l april 2019

rijke functies in het bedrijfsleven en de politiek – dat is het enige programma die hen overblijft. Voor de grote meerderheid van vrouwen maakt dat geen enkel verschil uit. Ook de – puur symbolische, want onuitvoerbare – anti-seksisme-wet die werd gestemd na de eerste grotere publieke discussie over seksisme na het verschijnen van de documentaire “femme de la rue” over straatpesterijen, liet zeer weinig indruk na. De eisen die al enkele jaren naar voor worden gebracht door de vrouwenorganisaties verbonden aan de arbeidersbeweging zijn van een heel andere soort. Femma (vrouwenorganisatie van de katholieke arbeidersbeweging in Vlaanderen) heeft enige jaren terug de oude eis voor arbeidsduurvermindering opnieuw gepopulariseerd binnen het kader van het doen functioneren van de combinatie werk en gezin en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Hun breed besproken eis voor een 30-urenweek is ondertussen opnieuw overgenomen door verschillende vakbonden in de meer “syndicale” formule van een 30- of 32-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen, een oude syndicale eis die lang opgeborgen is gebleven.. Er is een focus op lonen en pensioenen, waar de eisen van het ABVV vandaag (en het actieprogramma) voor een algemeen minimumloon van 14 euro/uur en een minimumpensioen van 1500 euro/maand perfect op inspelen. De burgerlijk feministische politica houden zich zeer ver van deze eisen en daar waar de sociaaldemocratische vrouwelijke parlementairen het doen uit opportunisme, beschikken ze over zeer weinig geloofwaardigheid. In de strijd tegen seksisme missen ze bovendien een aantal cruciale elementen om hun populariteit op te vijzelen. Het anti-seksisme van vandaag richt zich niet algemeen tegen alle mannen, maar is veel meer dan in het verleden gericht op de grote bedrijven en het beleid dat wordt gevoerd ten voordele van de grote bedrijven. In die zin heeft het bewustzijn veel gemeen met wat ook in de jongerenbeweging rond het klimaat aanwezig is: er is verwarring, er zijn elementen van het zoeken naar individuele oplossingen, een zeker moralisme, maar ook een begrip onder brede lagen van activisten dat deze zaken niet voldoende zijn en dat meer diepgaand moet ingegrepen worden in hoe de samenleving functioneert.

Kleinburgerlijk feminisme versus socialistischfeminisme De ideeën van de arbeidersklassevrouwen vinden hun weg in de beweging, maar ze worden ook tegengewerkt door kleinburgerlijke krachten die zich vandaag vooral baseren op theorieën rond identiteitspolitiek. In België hebben deze krachten in de laatste jaren geprobeerd het principe van de ongemengde actie in de praktijk te brengen, tot zover met weinig succes. Maar hun ideeën hebben door de soms radicale voorstelling ervan een zekere aantrekkingskracht. De laatste jaren oriënteren alle sociale bewegingen zich in België op de syndicale beweging en nemen er de actiemethodes van over. Het is een natuurlijk gevolg van de aangehouden massale actie van de arbeidersklasse sinds het enorme actieplan van 2014. De drukke vakbondsagenda van dit jaarbegin is echter niet iets dat eeuwig kan duren, het is een nieuwe opstoot in de stakingsgolf die volgde op het aan de macht komen van een zui-


8 maart ver rechtse regering voor de eerste keer sinds midden jaren ’80. Maar hoewel de macht van de arbeidersbeweging in de samenleving, haar enorme numerieke overwicht en haar capaciteit om enorme massa’s mensen in verzet op straat te brengen, zich de laatste jaren openlijk manifesteert, is het binnen de vakbondsrangen zelf voor brede lagen van strijdbare militanten duidelijk dat de leiding niet over een strategie beschikt om te winnen. Het actieplan van 2014 was een enorm positieve en enthousiasmerende ervaring, maar eindigde in een pijnlijke capitulatie van de leiding die afzag van het verder opbouwen van de beweging om de regering de genadeslag te geven. Er werd “gewacht op de volgende verkiezingen”. De huidige volle actie-agenda gebeurt zonder echt actieplan en zonder duidelijk perspectief wat het moet opleveren. Dat gebrek aan perspectief en strategie van de vakbondsleiding heeft alles te maken met een gebrek aan een politieke organisatie van de arbeidersklasse. De beide grote vakbonden hangen nog altijd (weliswaar met minder draadjes) vast aan de oude sociaaldemocratische en christendemocratische partijen. Er zijn interessante ontwikkelingen, met vooral de Waalse socialistische vakbond die oproept voor de vorming van een linkse regering in Wallonië van PS, Ecolo en PTB en de aanhoudende discussie over de politieke vertegenwoordiging van de vakbondseisen die zich in de Waalse vakbonden intern afspeelt. Voorlopig blijven we echter in de situatie dat de arbeidersbeweging politiek dakloos is. De vakbonden worden wel gezien als sterke strijdbare organisaties, die belangrijke eisen verdedigen, maar ze zijn geen organisaties die maatschappijverandering als voornaamste en centrale doel hebben. Ze hebben daar geen strategie voor en het is pas de laatste jaren dat de defensieve strijd opnieuw hier en daar plaats maakt voor een offensieve retoriek en strijd rond een aantal algemene eisen die een breed maatschappelijk effect kunnen hebben. In dat kader waarin de burgerlijke krachten geen oplossingen te bieden hebben en waarin de arbeidersklasse niet over de instrumenten beschikt (een partij die discussie en debat mogelijk maakt en eengemaakte actie die daaruit voortvloeit) om ook die bredere discussie in de samenleving te sturen, zullen kleinburgerlijke ideeën opgang maken in alle verzetsbewegingen tegen het huidige systeem en de miserie en problemen die het veroorzaakt. Het spreekt vanzelf dat socialistische feministen moeten antwoorden op alle voorstellen die de kop opsteken in de vrouwenbeweging en het potentieel hebben de arbeidersklasse te verdelen. We hebben de beste kansen om dat te doen als we onderdeel

zijn van de strijd en in de strijd de beste eisen en actiemethodes voorstellen. Rosa Luxemburg verdedigde de deelname van de arbeidersbeweging aan de strijd voor vrouwenstemrecht omdat het politiseren van arbeidersvrouwen en hen betrekken in de strijd enkel winst oplevert voor de arbeidersklasse, enkel een versterking van haar organen die aanzwellen met de massa van arbeidersvrouwen, enkel een versterking van de eenheid en de solidariteit binnen haar eigen rangen. Met de ROSA-campagne is het die taak die we willen vervullen: het betrekken van vrouwen in de arbeidersbeweging en –strijd, ook door het verzekeren dat de arbeidersbeweging ook de eisen van alle onderdrukte groepen opneemt. Het niet doen, laat jonge vrouwen en vrouwelijke werkenden die genoeg hebben van het seksisme die ze overal ervaren over aan de steriele burgerlijke vrouwenpropaganda en de radicaal klinkende maar sectaire en verdelende propaganda van het kleinburgerlijk feminisme. MARXISME VANDAAG l april 2019 l 7


Sign for my future

Laat je niet vangen door ‘Sign For My Future’

N

a de historische klimaatmars van 2 december en vooral na de eerste schoolstaking voor het klimaat op 10 januari ontstond een nooit geziene beweging in ons land. België staat vooraan in de internationale mobilisaties voor het klimaat en ons milieu. Onder de betogers en hun sympathisanten is er grote eensgezindheid: de samenleving moet veranderen om de planeet en wie erop leeft te respecteren, zeker de meest kwetsbaren. “Geen klimaatrechtvaardigheid zonder sociale rechtvaardigheid,” weerklinkt het. De klimaatgolf kan tot een tsunami uitgroeien waarmee een einde wordt gemaakt aan de praktijken die de blauwe planeet opofferen voor groene bankbiljetten. Artikel door NICOLAS CROES.

Zo breed mogelijke eenheid… maar tegen welke prijs? Op 5 februari werd met de nodige toeters en bellen een grote klimaatcampagne voorgesteld. Op amper een week tijd haalde de petitie ‘Sign for my future’ 100.000 handtekeningen. De coalitie die de campagne lanceerde stelde terecht dat “dit een sterk signaal is dat aantoont dat het thema leeft onder de bevolking.” Na tientallen jongerenbetogingen en de grote klimaatmarsen van 2 december en 27 januari was dat al duidelijk. De coalitie stelt trots dat het de grootste campagne is die rond klimaat “druk zet op de politici.” Het gaat om een samenwerking van actiegroepen (Youth for Climate, Bruxsel’air, …), NGO’s (11.11.11, Wereldnatuurfonds, Bond Beter Leefmilieu, …), universiteiten (UGent, UMons, …), media (Roularta, RTL, …) maar ook werkgeversfederatie Agoria, de Kamer van Koophandel van Brussel en tenslotte een reeks bedrijven als BNP Paribas, KBC, ING, bpost, Colruyt, Ikea, Proximus en Solvay. Laten we meteen met de deur in huis vallen: deze campagne heeft als doel om verwarring te zaaien door de verantwoorde-

8 l MARXISME VANDAAG l april 2019

lijkheid van de grote vervuilers te maskeren. Het is spijtig dat verschillende NGO’s en actiegroepen zich hierdoor laten vangen, of erger nog: ervan overtuigd zijn dat dringende klimaatmaatregelen enkel mogelijk zijn door compromissen te sluiten met de banken die investeren in fossiele brandstoffen. Redelijk recent, begin 2017, kwam 11.11.11 met een rapport over investeringen in een twintigtal controversiële mijnbedrijven, onder meer steenkoolmijnen. Er werd op gewezen dat BNP Paribas, ING en KBC in 2017 respectievelijk 448 miljoen, 399,5 miljoen en 111 miljoen euro investeerden in de mijnbedrijven Glencore, Vale en BHP Billiton (1). De mijngiganten Bale en BHP Billiton waren direct betrokken bij het “Braziliaanse Fukushima”: de grootste ecologische ramp ooit in Brazilië in 2015. Giftig mijnafval besmette toen de Rio Doce over een afstand van 600 kilometer na een dambreuk. Er vielen 20 doden en heel wat mensen bleven achter zonder bestaansmiddelen. Het onderzoek van de federale politie wees op de verantwoordelijkheid van het bedrijf Samarco (een bedrijf in handen van Vale en BHP Billiton). Dat bedrijf wist van het risico op een dambreuk en had onvoldoende maatregelen genomen om een ramp te voorkomen.


Sign for my future Hoe kan 11.11.11 – de organisatie die mee zorgde voor de onthulling van deze feiten – nu instemmen om samen te werken met deze banken? Moeten we voor antwoorden op de klimaatcrisis hoop vestigen op iemand als Nathalie Guillaume, Corporate Affairs Director bij de voedingsmultinational Danone die druk zet op verschillende Europese lidstaten om zich te verzetten tegen strengere normen voor plastiek verpakkingen? En wat doet Solvay, een lid van de lobbygroep PlasticsEurope, in de coalitie achter ‘Sign for my future’? Andere deelnemers zijn JCDecaux, van de energieslorpende digitale reclameborden, of nog EDF Luminus, niet bepaald een bedrijf dat om groene energie bekend staat.

wordt steeds minder betwist. Het establishment beweert dat het kapitalisme het enige maatschappijstelsel is dat werkt. De feodale heersers en de slavenhouders beweerden dat in hun tijd ook. Elk van die systemen werkten, anders zouden ze niet bestaan hebben. Een systeem is steeds een uitdrukking van de mate van ontwikkeling van onze productiecapaciteiten.

Het is niet verwonderlijk dat ‘Sign for my future’ de Europese emissiehandel ondersteunt: dat is een instrument dat de meest vervuilende bedrijven toelaat om broeikasgassen uit te stoten zonder dat het hen al te veel geld kost.

De arbeidersklasse – al wie rijkdom creëert door zijn arbeidskracht te verkopen voor een loon en die meerwaarde oplevert – omvat vandaag de meerderheid van de wereldbevolking. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) gaat het om maar liefst 3,4 miljard mensen. Zonder de arbeidskracht van de werkenden kunnen de kapitalisten geen winsten maken. Hun systeem werkt niet zonder onze arbeid. Alle rijkdom komt voort uit onze arbeid en uit de natuur. Het kapitalisme ondergraaft beide bronnen van rijkdom.

Staken voor het klimaat Moest onder meer 11.11.11 en de Bond Beter Leefmilieu zich tegen deze greenwashing uitgesproken hebben, dan was Youth 4 Climate wellicht niet in de val getrapt. Students 4 Climate ondertekende de campagne niet. Gelukkig heeft het Youth 4 Climate ook niet tegengehouden om een oproep te doen aan de vakbonden om de klimaatstaking van 15 maart te ondersteunen. Die oproep aan de natuurlijke bondgenoten van de klimaatactivisten leidt tot heel wat discussie in syndicale kringen. ACVtopman Marc Leemans verklaarde: “We steunen de mobilisatie en roepen op tot deelname. Maar we dienen geen stakingsaanzegging in.” Bij het ABVV is er steun voor de beweging, maar de beslissing over staken wordt aan de centrales overgelaten. De Algemene Centrale (met meer dan 430.000 leden) diende een stakingsaanzegging in. Hopelijk wordt de druk opgevoerd zodat zoveel mogelijk werkenden de klimaatacties op 15 maart kunnen ondersteunen. Op 20 februari was er een oproep van 350 wetenschappers uit België, Frankrijk en Zwitserland die oproepen om de wereldwijde klimaatstaking te ondersteunen. Ze halen uit naar de “economische machthebbers die enkel meer willen verkopen, ongeacht wat er wordt verkocht en wat de gevolgen ervan zijn; degenen die gemanipuleerde risicobeoordelingsprocedure gevaarlijke stoffen handhaven; degenen die winstgevende investeringen in fossiele producten voorstellen.” Ze klagen de leiders aan die “multilaterale handelsovereenkomsten ondertekenen met feodale rechtspraak voor industriële reuzen, terwijl ze de woede van de menigte richten op misleidende of bijkomstige doelstellingen.” (2) De wetenschappers hebben begrip voor radicaliteit onder activisten die “in feite maar weinig radicaal is in vergelijking met degenen die ons ontkoppeld van de natuur willen laten overleven, of beloven ons naar Mars te brengen, dat wil zeggen, naar een dode planeet, nadat we onze eigen planeet onleefbaar gemaakt hebben!”

Zodra een maatschappelijk systeem een rem wordt op de ontwikkeling en toepassing van wetenschappelijke en technische kennis, zorgt het eerder voor chaos dan voor vooruitgang. De motor van de geschiedenis wordt dan geactiveerd: de klassenstrijd.

Deze realiteit komt scherp tot uiting tijdens een staking, als de economie wordt platgelegd. Er is geen sterker middel om tegen het kapitalisme in te gaan en de vraag naar een echte democratie te stellen, met name naar een systeem waarin wie de rijkdom produceert beslist over hoe geproduceerd wordt en hoe deze producten worden gebruikt. Een staking, zelfs een algemene, van één dag volstaat natuurlijk niet om tot echte verandering te komen. Maar de oproep voor 15 maart is een gedurfde stap in de opbouw van een sterke beweging die een einde kan maken aan het kapitalisme om een ecologische transitie mogelijk te maken in het kader van een democratisch geplande economie en collectief bezit van de strategische sleutelsectoren van die economie. Dat is wat wij socialisme noemen.

(1) https://bankwijzer.be/fr/actualit%C3%A9s/2018/investissements-dans-les-s ci%C3%A9t%C3%A9s-mini%C3%A8res-controvers%C3%A9es/ (2) https://www.demorgen.be/opinie/wij-wetenschappers-staan-achter-de-zaakvan-greta-thunberg-daarom-houden-we-op-15-maart-een-schoolstakingb6e3ddff/

Hoe tot een grote ommekeer komen? Volgens ‘De grote peiling’ van Le Soir, RTL-TVi, VTM en Het Laatste Nieuws (uitgevoerd door Ipsos) waren meer dan acht op de tien ondervraagden “erg ongerust” of “eerder ongerust” over het klimaat. De mensheid staat voor een cruciaal keerpunt. Dat MARXISME VANDAAG l april 2019 l 9


Green New Deal

De ‘Green New Deal’ realiseren, betekent het kapitalisme bestrijden

H

oop zonder actie rond klimaatverandering is even betekenisloos als de “gedachten en gebeden” na een massale schietpartij. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft in oktober 2018 een rapport uitgebracht waarin wordt gewaarschuwd dat in 2050, zonder grote koerscorrectie, wereldwijd meer dan 350 miljoen mensen zullen worden blootgesteld aan dodelijke hitte; in de VS zullen bosbranden in het Westen minstens twee keer zoveel bosgebied verwoesten als in de jaren voor 2019; en er zou wel 1 biljoen dollar aan schade aan openbare infrastructuur en vastgoed kunnen zijn. Vanaf 2014 was de VS verantwoordelijk voor 20 procent van alle wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dossier door Elan Axelbank, Socialist Alternative.

Decennialang werd het als radicaal beschouwd om zelfs maar te accepteren dat klimaatverandering reëel is. Nu is er een brede acceptatie van de realiteit van de klimaatverandering. Tegenover het falen van het politieke establishment is het vandaag ‘radicaal’ om voorstellen te doen die het omvangrijke probleem met de nodige maatregelen aanpakken.

De kloof tussen de omvang van de problemen waarmee we te maken hebben en de oplossingen die worden aangedragen door de gevestigde politici, duikt steeds weer op: of het De kloof tussen de omvang van de nu gaat om de obscene economische problemen waarmee we te maken hebongelijkheid, systemisch racisme ben en de oplossingen die worden aanen seksisme, of de dreigende gedragen door de gevestigde politici, duikt steeds weer op: of het nu gaat klimaatcrisis. Dit is een centrale om de obscene economische ongelijk- drijfveer van de politisering en heid, systemisch racisme en seksisme, radicalisering van gewone mensen in of de dreigende klimaatcrisis. Dit is heel de wereld. een centrale drijfveer van de politi10 l MARXISME VANDAAG l april 2019

sering en radicalisering van gewone mensen in heel de wereld.

Wat zit er in de Green New Deal? Het is in deze context dat de Green New Deal die wordt voorgesteld door Alexandria Ocasio-Cortez, het zelfverklaarde democratisch socialistische parlementslid uit New York City, in het hele land massale steun krijgt en bepalend is voor het debat over wat nodig is om de klimaatverandering te bestrijden. De Green New Deal zoals voorgesteld door Ocasio-Cortez is een resolutie, geen wetsvoorstel, wat betekent dat het niet bindend is. Als het wordt aan-


Green New Deal genomen, stelt het de prioriteiten die het parlement vervolgens geacht wordt op te nemen in wetten en beleidsmaatregelen. De Green New Deal roept op om 100% van de energievraag in de VS te dekken met schone, hernieuwbare en emissievrije energiebronnen. Hoewel de meeste media stelden dat de Green New Deal oproept tot 100% hernieuwbare energie in 2030, plakt de resolutie zelf daar geen datum op. Het voorstel roept op tot een herziening van het transport in de VS om klimaatvriendelijk te worden. Het roept ook op tot het upgraden van “alle bestaande gebouwen in de Verenigde Staten en het bouwen van nieuwe gebouwen” om maximale energie-efficiëntie te bereiken, en voor de internationale uitwisseling van technologie, expertise, producten en financiering om andere landen te helpen ook een Green New Deal te bereiken. De resolutie wordt gepresenteerd als een verstrekkend programma tegen armoede met sterke uitspraken tegen economische en sociale ongelijkheid. Het roept op tot het creëren van miljoenen “degelijke jobs met goede lonen, lokale werknemers in dienst nemen, opleidings- en doorgroeimogelijkheden bieden en loonen uitkeringspariteit garanderen voor de werknemers die door de overgang worden getroffen.” Het vraagt ook om een democratisch en participatief proces dat werknemers en onderdrukte gemeenschappen betrekt bij het plannen, implementeren en beheren van de Green New Deal op lokaal niveau, hoewel niet duidelijk is hoe dit in de praktijk zou gebeuren. De Green New Deal gaat verder dan alleen het milieu. De Green New Deal roept op om alle mensen in de Verenigde Staten een baan te garanderen met een loon dat volstaat om een gezin te onderhouden, voldoende gezins- en medisch verlof, betaalde vakanties en pensioenzekerheid. Het roept ook op om een einde te maken aan de “historische onderdrukking” van vrouwen, kleurlingen en immigranten in de Verenigde Staten. De resolutie besluit met een oproep aan de federale regering om alle mensen gezondheidszorg van hoge kwaliteit, betaalbare huisvesting en algemene economische veiligheid te garanderen. De VS is dan wel het rijkste land in de geschiedenis van de wereld, maar toch is er geen garantie voor deze basisbehoeften voor gewone inwoners van de VS. Er wordt gezegd dat het te veel zou kosten om aan ieders fundamentele behoeften en de overgang naar 100% hernieuwbare energie te voldoen. Ondertussen hamsteren de drie rijkste mannen in de VS evenveel rijkdom als de onderste helft van de bevolking. Honderd bedrijven zijn wereldwijd verantwoordelijk voor meer dan 70% van de uitstoot van broeikasgassen sinds 1988. Eigenlijk worden onze beschaving en de planeet opgeofferd zodat een handvol mensen enorme hoeveelheden geld kan verdienen. De Green New Deal wil dit omkeren.

Wat is er nodig om te winnen? Het IPCC-rapport van 2018 schat dat het 900 miljard dollar per jaar zou kosten om het programma uit te voeren waarvan het zegt dat het nodig is. De Green New Deal is gebaseerd op deze voorstellen. Ocasio-Cortez stelt voor om dit gedeeltelijk te betalen met een belastingtarief van 70% op alle inkomsten boven de 10 miljoen dollar. Dit zou een goede start zijn, maar het is niet genoeg om het hele programma te financieren. Extra financiering kan komen van belastingen op de grote fos-

siele brandstoffenbedrijven, grote banken en financiële instellingen. Deze bedrijven staan echter niet te springen om miljarden dollars bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering. Ze zullen zich met hand en tand verzetten tegen de Green New Deal. Deze oppositie zal steeds zichtbaarder worden naarmate de beweging groeit. Tot nu toe is er vooral oppositie ontstaan in de vorm van beweringen dat de Green New Deal een onrealistische fantasie is. Het gaat om “gewoon wat ideeën die zelfs als theorie niet werken, laat staan in de echte wereld,” stelde CEO Lourenco Goncalves (die 60 miljoen dollar per jaar verdient als topmanager in de mijnbouw). Dit type van aanvallen is vaak het eerste argument van het establishment als er progressieve ideeën verdedigd worden die hun belangen bedreigen. In de Democratische voorverkiezingen van 2016 haalde Hillary Clinton meermaals uit naar de voorstellen van Bernie Sanders, in het bijzonder rond algemene gezondheidszorg voor iedereen. Ze omschreef deze voorstellen als ‘luchtkastelen’. Drie jaar nadat Sanders de eis van ‘Medicare for All’ populariseerde, is een meerderheid van de Amerikanen voorstander hiervan. Ook onder de Republikeinen is dit het geval. Oudgedienden en bedrijfsvriendelijke Democraten zoals Corey Booker of Kamala Harris voelen zich nu verplicht om in woorden steun te geven aan dergelijke eisen. Dat is nodig om zelfs maar het gehoor te winnen van de meeste Democratische kiezers. Hetzelfde kan gebeuren met de Green New Deal. We moeten echter voorzichtig zijn. Er is een enorm verschil tussen verbale steun voor de Green New Deal tijdens een politieke campagne en het steunen van de concrete maatregelen die nodig zijn om deze Deal te bereiken, om nog maar te zwijgen van het opbouwen van de beweging is om dit af te dwingen. Publieke verklaringen zijn één ding, maar achter de schermen oefenen lobbyisten en machtige bedrijfsbelangen druk uit en geven ze zelfs richtlijnen over wat de politici die zij financieren wel en niet kunnen doen. Om iedereen bijeen te brengen die de dreigende catastrofe een halt wil toeroepen, is er nood aan gedurfde en duidelijke eisen. Het vereist ook een inzicht in de manier waarop belangrijke progressieve verandering wordt bekomen. De enige kracht die in staat is om de diepgewortelde weerstand van de grote bedrijven tegen te gaan, is een massabeweging die zich baseert op de sociale en economische macht van de arbeidersklasse. Onlangs heeft de leiding van het Energiecomité van de vakbondsfederatie AFL-CIO een publieke brief gestuurd naar de verdedigers van een Green New Deal. De brief stelde dat de vakbond het eens is over de noodzaak om de klimaatverandering aan te pakken en te investeren in hernieuwbare energietechnologieën. Er werd nota genomen van de oproep in de Green New Deal om werknemers en vakbonden bij het proces te betrekken. Er werd echter aan toegevoegd dat de resolutie “te beperkt is rond specifieke oplossingen voor de jobs van onze leden en de kritieke sectoren van de economie (…) en er worden beloften gedaan die niet haalbaar of realistisch zijn.” Verder zegt de brief: “We zullen niet aanvaarden dat de banen van onze leden en de levensstandaard van hun gezinnen in gevaar komen.” Er is hier een element van angstzaaierij dat moet worden aangevochten. De echte bedreiging voor de vakbondsleden en alle MARXISME VANDAAG l april 2019 l 11


Green New Deal werkenden is niet de Green New Deal. Het zijn de bazen in de industrie, bouw- en energiesector en de gevestigde politici van beide partijen, die de status-quo van lage lonen, verslechterende uitkeringen en stijgende kosten van levensonderhoud laten voortduren, om nog maar te zwijgen van de komende rampzalige gevolgen van klimaatverandering. De resolutie eist “hoogwaardige jobs, opleidings- en doorgroeimogelijkheden, en garantie van lonen en uitkeringen voor de werknemers die door de transitie worden getroffen.” Dit kan specifieker uitgewerkt worden, maar het bestempelen als een aanval op de werkgelegenheid en de levensstandaard van werkende gezinnen is gewoonweg niet correct. Ten onrechte heeft de milieubeweging zich vaak afwijzend opgesteld tegenover legitieme zorgen van de werkenden over hun jobs en levensstandaard. Ocasio-Cortez kan best ingaan op de vraag tot verdere dialoog en deze vakbondsleiders vragen om in debat te gaan over een gemeenschappelijk voorstel dat werkenden en milieuactivisten kan verenigen. Er zijn nationale vakbonden die voorstander zijn van krachtige maatregelen rond klimaatverandering: de Amalgamated Transit Union, Communication Workers of America en National Nurses United. Hetzelfde geldt voor heel wat lokale vakbondsafdelingen, ook in de bouwsector. Deze vakbonden zouden actieve steun moeten mobiliseren voor een Green New Deal van de werkenden en een alternatief bieden op de conservatieve leiding die momenteel de meeste vakbonden domineert. Het zijn de bazen van de sector van fossiele brandstoffen die we moeten aanpakken, niet de arbeiders die een strategische rol spelen in de strijd voor industriële transitie. Om een Green New Deal van de werkenden af te dwingen, mag de beweging (waaronder de arbeidersbeweging) de gevestigde leiding van de Democraten of Republikeinen niet als bondgenoten beschouwen. In plaats daarvan moet de beweging haar volledige macht mobiliseren met massaprotesten, industriële acties en stakingen.

Publiek bezit De reden waarom we in de huidige situatie terechtgekomen zijn, is dat we in een samenleving leven waar de politieke en economische beslissingen bepaald worden door de winsten van private bedrijven. Ernstige maatregelen gaan rechtstreeks in tegen de belangen van grote delen van het bedrijfsleven. Vandaar het verzet van het politieke establishment tegen elk omvattend voorstel om snel over te stappen op 100% hernieuwbare energie. Als er een voldoende sterke beweging wordt opgebouwd, is het zelfs onder het kapitalisme mogelijk om elementen van de Green New Deal af te dwingen. Maar om tegen 2030 een volledige overgang naar hernieuwbare energie te bekomen, zijn ongeziene maatregelen nodig die ingaan tegen het private bezit van de sleutelsectoren van de economie. Helaas erkennen noch OcasioCortez noch Sanders dat we verder moeten gaan dan het kader van het kapitalisme. Dat is meteen een fundamentele zwakte van hun benadering. Zolang de belangrijkste energiebedrijven in particuliere handen zijn en op basis van winst en concurrentie opereren, zullen zij strijden tegen de Green New Deal en kunnen de nodige financiering, planning en samenwerking voor het volledige plan eenvoudigweg niet worden bereikt. We zullen de energiesector onder democratische controle van de werkende bevolking in pu-

12 l MARXISME VANDAAG l april 2019

blieke handen moeten nemen om een dergelijk verregaand plan ook daadwerkelijk uit te voeren, vooral als het op erg korte termijn dient te gebeuren. De overgang dient een volledige herziening van de infrastructuur te omvatten, waarbij ook belangrijke onderdelen van de industrie en de bouwsector in publiek bezit worden genomen. Op basis van een democratisch overeengekomen plan kan het openbaar vervoer massaal worden uitgebreid. Er kunnen dan nieuwe hogesnelheidstreinen en -lijnen worden gebouwd en de auto-industrie zou zich eindelijk kunnen scheiden van de grote oliemaatschappijen en overschakelen op de productie van alleen elektrische voertuigen. De weg- en snelweginfrastructuur kan samen met deze verandering aangepakt worden. Zoals hierboven vermeld, zou een plan van deze omvang ongeveer 900 miljard dollar per jaar kosten, een enorm bedrag. Maar de middelen hiervoor bestaan al. Enkel de 15 grootste banken in de VS bezitten 13,5 biljoen dollar. Ze zullen deze middelen nooit vrijwillig inzetten voor het belang van de gemeenschap. Een noodzakelijk onderdeel van de groene transitie is dan ook dat de grote banken en financiële instellingen in publiek bezit komen. De klasse van miljardairs zal zich hard verzetten tegen elke stap om sleutelsectoren onder publiek bezit te plaatsen. Er zal dan ook bewuste massastrijd van de arbeidersbeweging nodig zijn. Een essentieel instrument voor deze strijd is de opbouw van een nieuwe arbeiderspartij met een duidelijk socialistisch programma. We zijn het volmondig eens met de bredere doelstellingen van Green New Deal om een einde te maken aan armoede en uitbuiting, maar deze kunnen niet bereikt worden in het kader van dit systeem: er is revolutionaire verandering nodig. Door de belangrijkste pijlers van de economie in publiek bezit te nemen om een democratisch geplande economie op te zetten die gebaseerd is op menselijke behoeften, zou de basis worden gelegd voor de ontwikkeling van een egalitaire socialistische samenleving, waarin uitbuiting en alle vormen van onderdrukking kunnen worden uitgeroeid. Met de escalatie van de internationale klimaatcrisis is de noodzaak voor de mensheid om van het kapitalisme naar het socialisme over te stappen nog nooit zo scherp gesteld. Sluit je aan bij Socialist Alternative om ons te helpen vechten voor een Green New Deal van de werkenden en socialisme.


Ecologie

Klimaat redden vergt een socialistische visie

D

e klimaatbeweging heeft veel losgeweekt. Maar hoe moet het nu verder? Vanuit alle hoeken werd geprobeerd om de geest terug in de fles te krijgen. De actievoerende jongeren werden verweten niet te weten waarom ze op straat komen. Hun actiemethode werd in vraag gesteld: staken was zo gemakkelijk, waarom niet betogen op woensdagnamiddag. Er werd een grote petitie/reclamecampagne gelanceerd als alternatief voor actievoeren. Telkens opnieuw werden jongeren op school, in de media, in hun omgeving aangesproken op hun individuele gedrag: ‘ben jij wel consequent?’ Artikel door Bart Vandersteene. Dit waren telkens bewuste pogingen om de strijd van jongeren te stoppen of af te remmen. Die protesteerden tegen het onvermogen van de politici en de economische elite om klimaatverandering aan te pakken. Ze pikten niet langer de uitleg dat het probleem bij individueel consumptiegedrag ligt. Ze eisten system change. En ze hadden begrepen dat staken noodzakelijk was om deze boodschap de wereld in te sturen. Beeld je in dat Greta en Anuna enkel een brief hadden geschreven naar de ministers, enkel een petitie waren gestart of zich hadden beperkt tot een oproep aan jongeren om geen plastic zakjes of rietjes meer te gebruiken. Dan zou er nooit zo’n maatschappelijk debat op gang zijn getrokken. Het is net omdat ze opriepen om de lessen te staken en op straat te komen dat ze gedurende weken de volle aandacht kregen en een cruciaal debat op gang konden trekken. De actiedag op 15 maart toonde dat de actiebereidheid na meer dan 10 weken gewoon overeind bleef. We zagen ook een bereidheid onder de vakbondsbasis om de strijd te vervoegen. 15 maart mag geen eindpunt zijn. Het was een voorlopig hoog-

tepunt van een beweging in volle opbouw. Er staan nog heel wat acties op de agenda. Er is opnieuw een Rise for the Climate betoging op 31 maart en een tweede Global Strike for Future op 24 mei, twee dagen voor de verkiezingen. Er volgen wellicht ook lokale acties en oproepen van Youth for Climate voor donderdagmanifestaties. Om naar nieuwe hoogtepunten toe te werken, moet de beweging zich lokaal verankeren, uitbreiden en zich structuren. Hoe kunnen we die actiedagen gebruiken om nieuwe groepen jongeren en werkenden te betrekken? Wat is er nodig vooraleer er echte, fundamentele oplossingen komen voor de klimaatramp die ons te wachten staat? De Actief Linkse Studenten en Scholieren roepen alle jongeren op om zich te organiseren in hun school en in hun stad in actiecomités en – nog beter – in de lokale groepen van de ALS. Actievoeren is immers het meest effectief wanneer het gepaard gaat met een doeltreffende strategie, eisen en programma. De ALS hebben op verschillende betogingen, acties en vergaderingen eisen voorgesteld die vertrekken van wat nodig is, eerder MARXISME VANDAAG l april 2019 l 13


Ecologie dan te vertrekken van wat mogelijk is binnen het raamwerk van het kapitalisme. Ondanks de oorverdovende kreet van jongeren hopen de traditionele politici nog steeds dat de beweging vanzelf zal uitdoven, als ze maar lang genoeg wachten. Terwijl jongeren al wekenlang systeemverandering eisen, wringt het establishment zich in het debat om de jongere generatie op te zetten tegen een oudere en om de oplossingen te herleiden tot asociale taksen. Naar aanleiding van de verkiezingen in mei zullen alle partijen “groene” beloftes formuleren waarmee ze ons hopen te kalmeren. De regerende partijen (CD&V, Open VLD, MR) zijn niet in staat om ernstige voorstellen te ontwikkelen. N-VA, dat enkele maanden geleden uit de regering stapte, heeft enkel minachting voor de beweging. Jinnih Beels, een nieuw boegbeeld van SP.a, beweerde dat de stakingen mochten stoppen omdat “de boodschap nu wel duidelijk is.” Ze bewees daarmee vooral dat ze de boodschap zelf niet begrepen had.

Een groen kapitalisme? Veel jongeren, klimaatactivisten en werkenden kijken met belangstelling naar de voorstellen van Groen. Het lijkt de enige partij die de roep van jongeren aangrijpt om een reeks voorstellen te doen. Op de vraag ‘wie zal dit allemaal betalen’ blijft Groen echter steken in typisch liberale recepten. Dat gaat in tegen één van de basiseisen die Youth for Climate van bij het begin formuleerde: een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid. Groen pleit voor een kilometerheffing en duurdere vliegtickets. Om de grote vervuilers, de grote bedrijven en multinationals, aan te pakken, stelt Groen voor om een CO2-taks in te voeren en is er het voorstel om de salariswagen af te schaffen. De kost van deze maatregelen zal via prijsverhogingen snel doorgeschoven worden naar de werkenden en hun gezinnen. Bedrijfswagens waren een slim trucje van de bazen om loon uit te betalen zonder belastingen of sociale zekerheid te betalen. Waarom niet eisen dat loon effectief als loon wordt betaald zodat werkenden die vandaag een bedrijfswagen hebben er niet op achteruitgaan? Dan zal bovendien het volledige loon meegerekend worden in bijvoorbeeld het pensioenbedrag. De grote bedrijven hebben genoeg geprofiteerd van dit soort maatregelen en ze maken genoeg winsten om de kostprijs voor het omzetten van voordelen in natura in loon te betalen. De extra inkomsten voor de overheid die hiermee gepaard gaan, kunnen ingezet worden voor een drastische investering in de uitbreiding van het openbaar vervoer. Bij de voorstellen van Groen dreigt de factuur betaald te worden door de werkenden en hun gezinnen, terwijl de grote

14 l MARXISME VANDAAG l april 2019

Beeld je in dat Greta en Anuna enkel een brief hadden geschreven naar de ministers, enkel een petitie waren gestart of zich hadden beperkt tot een oproep aan jongeren om geen plastic zakjes of rietjes meer te gebruiken. Dan zou er nooit zo’n maatschappelijk debat op gang zijn getrokken. Het is net omdat ze opriepen om de lessen te staken en op straat te komen dat ze gedurende weken de volle aandacht kregen en een cruciaal debat op gang konden trekken. bedrijven hun winsten blijven opdrijven. Aan die belangen durft Groen niet raken.

Hoe een sociale klimaatrevolutie realiseren? De PVDA spreekt in zijn verkiezingsprogramma over een ‘sociale klimaatrevolutie.’ De partij pleit voor publieke investeringen in openbaar vervoer, isolatie van huizen, onderzoek en hernieuwbare energie. De PVDA wil bindende uitstootnormen voor grote vervuilers en eist 5 miljard euro publieke investeringen per jaar. Dit programma gaat al een heel eind in de richting van een socialistische benadering. Waar echter niet op geantwoord wordt, zijn de vragen hoe normen en eisen opgelegd worden aan de privé-sector en hoe kan belet worden dat de privé de kosten verhaalt op de personeelsleden in de bedrijven en de werkenden die hun producten kopen. Wat doe je als grote vervuilers dreigen hun productie te verplaatsen als ze vinden dat de normen hen te veel kosten? Er is nood aan een stok achter de deur. Normen kunnen enkel dwingend zijn indien het niet naleven ervan beantwoord wordt met de onteigening van productiesites. De logica van het kapitalisme om te streven naar winstmaximalisatie zorgt ervoor dat kapitalisten altijd zullen proberen om kosten af te wentelen op de gemeenschap. Zo kunnen ze hun torenhoge winsten veiligstellen en verder doen toenemen. Tal van multinationale ondernemingen maken meer dan genoeg winst en hebben bergen reserves waarmee investeringen in klimaatvriendelijke technologie kunnen betaald worden. Als de private aandeelhouders dat niet willen, moet de gemeenschap controle nemen over die bedrijven. Dat is de socialistische benadering die nodig is om van een sociale klimaatrevolutie te kunnen spreken.


PVDA

O

p 24 februari stelde de PVDA haar “Fenomenaal sociaal programma” voor. Dit programma voor de verkiezingen van mei telt 849 eisen rond zes thema’s en 40 hoofdstukken met een argumentatie die 252 pagina’s omvat. In zijn inleiding vat PVDA-voorzitter de rode draad van dit programma als volgt samen: “Eerlijke belastingen, sociale vooruitgang en klimaatinvesteringen zijn de drie kernpunten van onze RedGreenDeal.” Dossier door Boris (Brussel) De historische klimaatbeweging, die van de ‘gele hesjes’ tegen de stijgende prijzen en taksen en ook de vakbondsmobilisaties rond pensioenen en de dalende koopkracht geven uitdrukking aan de afwijzing van de groeiende ongelijkheden. Het PVDAprogramma wil een antwoord bieden op heel wat van die bekommernissen. Het is in dit dossier niet mogelijk om gedetailleerd op alle voorstellen in te gaan, zelfs niet om het over alle hoofdstukken te hebben. We beperken ons tot de grote lijnen van het programma om de sterktes en beperkingen ervan te begrijpen zodat de arbeidersbeweging en de jongeren sterker staan in hun acties.

Programma tegen de sociale afbraak van de regering-Michel Voor veel vakbondsleden en jongeren is een van de grootste uitdagingen van de verkiezingen om de terugkeer van een harde rechtse Thatcheriaanse regering naar het model van de regering-Michel te voorkomen. Die regering voerde vanaf 2014 een veralgemeend offensief tegen onze pensioenen, lonen, sociale uitkeringen en openbare diensten. Het verkiezingsprogramma van de PVDA beantwoordt deze uitdaging in het eerste hoofdstuk: “Werk en sociale bescherming.” Daarin wordt een bilan opgemaakt van de regering-Michel om er offensieve eisen tegenover te plaatsen, zoals de vakbondseisen maar ook specifieke eisen die door de PVDA ontwikkeld zijn. Het zijn eisen die

belangrijk zijn opdat iedereen de eindjes aan elkaar kan knopen. Het gaat onder meer om een terugkeer van de pensioenleeftijd op 65 jaar; intrekking van de asociale maatregelen rond vervroegd pensioen, brugpensioen en eindeloopbaan; een minimumpensioen van 1.500 euro netto per maand en toegang tot een volledig pensioen voor vrouwen na 40 jaar loopbaan; een minimaal uurloon van 14 euro; afschaffing van de wet van 1996 rond het concurrentievermogen en herstel van de volledige index; einde van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen; optrekken van het leefloon en de sociale uitkeringen tot de Europese armoedegrens; individualisering van het recht op sociale uitkeringen en het welvaartsvast maken ervan.

Welke arbeidsduurvermindering? Het hoofdstuk rond werk bekijkt de 176.000 jobs die Michel I zou gecreëerd hebben. Er wordt meteen op gewezen dat de meerderheid hiervan geen stabiele jobs zijn, maar jobs op basis van onzekere contracten. Tegen de doorgedreven flexibiliteit verdedigt de PVDA de maximale werkdag van 8 uur en de afschaffing van flexi-jobs. Het gebruik van interimkrachten zou beperkt worden en overuren zouden enkel mogelijk zijn op vrijwillige basis waarbij bovendien 150% van het loon wordt betaald. De PVDA legt ook uit dat het nodig is om de toename van werkgerelateerde ziektes aan te pakken en om de werkloosheid te bestrijden. De 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkoMARXISME VANDAAG l april 2019 l 15


PVDA mende aanwervingen wordt echter niet voorgesteld als veralgemeende maatregel in de volgende legislatuur. Deze eis wordt naar voren geschoven als een doelstelling op langere termijn. In dit programma wordt de toepassing ervan beperkt tot enkele proefprojecten in openbare crèches enerzijds en door de toepassing ervan in de private sector te stimuleren met financiële hulp voor 1.000 bedrijven die zich vrijwillig aandienen voor de invoering van de 30-urenweek. Er wordt niet ingegaan op het bedrag, de omvang of de duur van die financiële hulp aan bedrijven. De PVDA zwakt de eis dus af in de richting van de vierdagenweek die door de PS wordt voorgesteld (vooral gericht op de eindeloopbaan voor 55-plussers) of door Défi (voor de creatie van jobs voor laaggeschoolden in Brussel). De PS en Défi stellen voor om deze maatregel te financieren via de sociale zekerheid, om de kosten voor de werkgevers te beperken in de hoop hen zo te overtuigen om de arbeidsduur te verlagen.

noodzaak van een radicaal plan van publieke investeringen. Het besparingsbeleid en de transfer van publieke middelen naar de grote bedrijven zorgden voor een halvering van de publieke investeringen op 25 jaar. Om het niveau van de jaren 1970 te halen, zou 15 tot 20 miljard euro per jaar extra nodig zijn! Deze kwestie trad opnieuw op de voorgrond met het gebrek aan onderhoud van de Brusselse tunnels, de zinkgaten als gevolg van lekken in waterleidingen van Vivaqua, de insijpeling van vocht in de federale musea en andere publieke gebouwen, … Op dit te verhelpen, wil de PVDA een investeringsbank voor het klimaat en een sociaal beleid oprichten. Deze bank zou elk jaar 5 miljard euro investeren in openbaar vervoer, de isolatie van gebouwen, wetenschappelijk onderzoek en hernieuwbare energie. Tevens zou elk jaar 5 miljard euro uitgetrokken worden voor extra investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, sport, hulp voor mensen met een beperking en kinderopvang.

Het bedrag waarover deze investeringsbank Een recente studie van onderzoekers aan de zou beschikken, komt overeen met de geULB in opdracht van Brussels minister van schatte opbrengst van de belangrijkste maatWerk Didier Gosuin (Défi) toonde nochregel voor de financiering van het PVDAtans dat de werkgevers geen gebruik willen programma: de miljonairstaks die 10 miljard maken van de arbeidsduurverkorting. Er is euro per jaar moet opleveren. De publieke federale regelgeving die een driemaandeinvesteringen worden gekoppeld aan deze belijkse vermindering van de sociale bijdragen De PVDA wil ongetwijfeld lasting op de vermogens van de superrijken. van 400 euro per werkende toekent indien de arbeidsduur gedurende vier jaar verlaagd aantonen dat ze bereid wordt tot minder dan 38 uur per week. Deze Een publieke bank en een publiek is om in een progressieenergiebedrijf of de nationalisatie maatregel is een complete flop en is voorve meerderheid te stapvan deze sectoren? al bekend van de toepassing op 520 van de pen en wil daarom de lat 600 personeelsleden van Auto 5. In januari 2017 werd een collectieve arbeidsovereenHet PVDA-programma ontwijkt zorgvulniet te hoog leggen. Dat komst gesloten om de arbeidstijd op jaarzal echter niet volstaan om dig de kwestie van nationalisaties. De partij basis te berekenen. Het personeel werkt nu beperkt zich tot het voorstel van een publiekritiek te krijgen over de gemiddeld 36 uur per week op vier of vijf ke bank en een publiek energiebedrijf in de onbetaalbaarheid ervan. dagen, met wisselende uurroosters met een context van een private markt. Het idee is om marge tussen minstens 32 en maximum deze publieke bank op te richten op basis van We zagen dit ook al na de 40 uur per week. Het is niet toegelaten om de activa van Belfius. De geschiedenis toonde gemeenteraadsverkiezinmeer dan twee opeenvolgende weken 40 uur ons nochtans reeds de beperkingen van een gen. Welke regering er ook dergelijke oplossing. te werken. Zaterdagwerk levert niet langevormd wordt, er zal druk ger overloon op. Als dit soort arbeidsduurvermindering tot 36 uur per week met meer Hoe kan een publieke bank die speculatieve zijn om fors te besparen. flexibiliteit al geen enthousiasme opwekt bij investeringen weigert de concurrentie aande werkgevers, hoe zal de PVDA dan 1.000 gaan met private banken die in periodes van bedrijven vinden die een 30-urenweek zonder extra flexibiliteit hoge speculatieve rendementen veel aantrekkelijker zijn? Dat is willen invoeren? overigens de reden waarom de ASLK (de Algemene Spaar en Lijfrentekas) begin jaren 1990 werd geprivatiseerd. Toen Belfius In Frankrijk werd de 40-urenweek in 1936 ingevoerd onder een nog Dexia heette, verhinderde de aanwezigheid van heel wat poregering van het Volksfront. Dat gebeurde op basis van een mas- litici in de raad van bestuur (waaronder Di Rupo en Dehaene die sale strijd van de arbeidersbeweging. In België werd de 40-uren- zelfs een tijdlang voorzitter was) niet dat de bank op de beurs week in de bouw en de koolmijnen ingevoerd na de stakingen speelde om de aandeelhouders extra dividenden te bezorgen. van juni 1936. Het ging telkens om strijd die het voortbestaan van het kapitalisme bedreigde. We hebben genoeg publieke middelen ingezet om de banksector overeind te houden. Laten we de volledige sector in handen De hoop om de bazen te overtuigen is een utopie. De realisatie van de gemeenschap plaatsen. Zo kunnen we een einde maken van de 30-urige werkweek vereist de uitwerking van een ernstig aan speculatie en tegelijk een garantie bieden voor de veiligheid strijdplan om de nodige krachtsverhouding op te bouwen. van het spaargeld, leningen aan lage rentevoeten aanbieden aan kleine handelaars en particulieren en kan het spaargeld gemobiliseerd worden als bron van liquiditeit voor sociale investeringen 10 miljard euro publieke investeringen per jaar voor het milieu en een sociaal beleid die beantwoorden aan de noden van de bevolking. We denken daarbij onder meer aan de creatie van crèches, scholen en voldoende degelijke sociale woningen. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 verdedigde Gauches Communes (een samenwerking tussen de Linkse Hetzelfde geldt voor de energiesector, zeker als we de klimaatSocialistische Partij en de Humanistische Partij in Brussel) de

16 l MARXISME VANDAAG l april 2019


PVDA

verandering ernstig willen aanpakken. Waarom zouden we het antwoord op de hoge elektriciteitsprijzen beperken tot een vermindering van het deel dat naar de gemeenschap gaat, meer bepaald de BTW? Waarom zouden we aanvaarden dat de hoge tarieven van energieproducenten en distributeurs gepaard gaan met gigantische winsten door deze private bedrijven? Een volledig publieke energiesector zou toelaten om de productie en distributie van energie te beheren. Het zou het mogelijk maken om investeringen en wetenschappelijk onderzoek op nieuwe groene technologie te richten. Ook zouden we goedkope energie garanderen en de winsten investeren in onderzoek en ontwikkeling op het gebied van groene energie. De kernuitstap wordt dan mogelijk en de productie zou gegarandeerd zijn door de massale investeringen in hernieuwbare technologieĂŤn.

Een onrealistisch programma? De PVDA doet een grote inspanning om de haalbaarheid van haar programma aan te tonen. De partij stelt dat de maatregelen voor het klimaat, de koopkracht en de sociale investeringen in evenwicht zijn dankzij een rechtvaardiger fiscaliteit en niet door het kapitaalbezit zelf aan te pakken. De PVDA wil ongetwijfeld aantonen dat ze bereid is om in een progressieve meerderheid te stappen en wil daarom de lat niet te hoog leggen. Dat zal echter niet volstaan om kritiek te krijgen over de onbetaalbaarheid ervan. We zagen dit ook al na de gemeenteraadsverkiezingen. Welke regering er ook gevormd wordt, er zal druk zijn om fors te besparen. Het PVDA-programma zal in het beste geval beschouwd worden als interessant voor het sociale en het klimaat,

maar destructief voor de economie. Een linkse regering die een miljonairstaks invoert, zal meteen op patronaal verzet botsen, met sabotage van de economie onder de vorm van kapitaalvlucht. Het belangrijkste tegenargument van de PVDA hieromtrent houdt geen steek. Er wordt verwezen naar de Franse vermogensbelasting (ISF), voor deze werd vervangen door een symbolische taks op immobiliĂŤn. Deze ISF leidde slechts tot een beperkte kapitaalvlucht van 0,3%. Maar de ISF bracht slechts 4 tot 5 miljard euro per jaar op en geen 10 miljard, bovendien in de context van een Franse economie die zes keer groter is dan de Belgische. De miljonairstaks gaat een pak verder dan de ISF. De belasting op grote fortuinen (een voorloper van de ISF) die in 1981 door de eerste Franse regering onder Mitterand werd doorgevoerd, een regering waar Raoul Hedebouw naar verwees tijdens het jaarlijkse partijfeest Manifiesta, botste effectief op een offensief patronaal verzet. Diezelfde regering van PS en PCF schafte tegelijk de doodstraf af, trok de minimumlonen met 10% op (wat betrekking had op 5% van alle Franse werkenden), verhoogde de kinderbijslag en het minimumpensioen, verlaagde de pensioenleeftijd tot 60 jaar, voerde de 39-urige werkweek in en een vijfde week betaald verlof, ging over tot de nationalisatie van banken en vijf grote industriĂŤle groepen met schadeloosstelling. Het patronaat was furieus en ging over tot sabotage in de vorm van lock-outs en kapitaalvlucht. De rijken staken de Zwitserse grens over met koffers vol geld. Ze stortten de Franse economie in chaos. In plaats van het nationalisatiewapen te geMARXISME VANDAAG l april 2019 l 17


PVDA bruiken om de sabotage te stoppen, maakte de regering-Mitterand na een jaar een bocht om haar goede wil aan de werkgevers te tonen. Er werd een besparingstraject opgestart waarbij onder meer de automatische indexering van de lonen werd afgeschaft.

Gebrek aan strijd of gebrek van een programma met socialistische maatregelen? In 1981-82 was er geen gebrek aan strijdbaarheid in de Franse arbeidersbeweging. Ook de Griekse arbeidersbeweging toonde recenter een enorme strijdbaarheid met 40 algemene stakingen en een kletterende overwinning in het referendum van 2015 tegen het besparingsprogramma van de Trojka. De regering van Syriza deed effectief onvoldoende beroep op sociale mobilisatie, maar de belangrijkste reden voor het falen van links in Griekenland ligt elders. In de eerste maanden van haar ambtstermijn nam de regering-Tsipras heel wat concrete maatregelen: verhoging van het minimumloon, 13de maand voor de pensioenen, stopzetting van het jobverlies in de publieke sector en blokkering van de privatisering van het elektriciteitsbedrijf. Maar voor het Europese establishment waren zelfs deze beperkte maatregelen onaanvaardbaar. De terugbetaling van de Griekse schulden werd geëist. Zelfs na het referendum van juli 2015 was het nog niet te laat, maar de regering-Tsipras moest dan wel een keuze maken: zelf een besparingsbeleid voeren of socialistische maatregelen nemen zoals de nationalisatie van de volledige financiële sector en de sleutelsectoren van de economie of nog de niet-betaling van de publieke schulden met een oproep aan de arbeidersbeweging in heel Europa om de strijd tegen het besparingsbeleid aan te gaan. Laten we lessen trekken uit het falen van de linkse regering in Frankrijk in 1981 en Griekenland in 2015. Als we de noodzaak van het wapen van de nationalisatie niet populariseren om een regering van de miljonairstaks mogelijk te maken tegenover het patronaal verzet, dan wordt de arbeidersbeweging niet voorbereid op de moeilijkheden en taken die voor ons liggen. Links moet een echte verandering betekenen voor het leven van de mensen. Als een linkse regering geen fundamenteel verschil maakt, krijgen rechts-populisme en extreemrechts de vrije hand om het ongenoegen en de woede naar een ramp te leiden.

Stem PVDA, sluit aan bij LSP Op 26 mei is een stem voor de PVDA de beste garantie op linkse verkozenen en het blokkeren van een heruitgave van de regering-Michel en haar beleid. Het is ook de beste manier om in de kiescampagne op te komen voor een massaal plan van publieke investeringen voor het klimaat en een sociaal beleid. Het programma van de PVDA beperkt zich tot een poging om de markt aan banden te leggen met een betere verdeling van de rijkdom in het kader van het kapitalistisch systeem. In het uitgebreide kiesprogramma vind je geen verwijzing naar de noodzaak van maatschappijverandering of socialisme. We zijn bereid om de PVDA zoveel mogelijk te steunen, we hebben zelfs aangeboden om op basis van ons eigen politiek profiel op de lijsten van PVDA te staan. We roepen op om voor PVDA en voor een regering van de miljonairstaks te stemmen. Maar dat volstaat niet. In deze context van crisis van het kapitalisme zullen zelfs beperkte sociale maatregelen niet aanvaard worden. We moeten

18 l MARXISME VANDAAG l april 2019

vertrekken van het fundamentele uitgangspunt dat er geen enkele reële verbetering van de situatie van de massa’s mogelijk is zonder te raken aan de kapitalistische eigendomsrechten. Sluit aan bij LSP om de arbeidersbeweging en de jongeren te wapenen met de socialistische maatregelen die zich opdringen. In plaats van ons te beperken tot wat het meest realistisch lijkt, heeft links nood aan durf en stoutmoedigheid. De arbeidersbeweging kan vertrekken van een goed uitgewerkt strijdprogramma dat met een linkse regering de overgang van het kapitalisme naar het socialisme op de agenda zet.


PVDA

Brief van LSP aan PVDA Na 26 mei zal een veelvoud van het huidige aantal PVDAverkozenen in de parlementen zetelen. Dat is een positieve ontwikkeling waar LSP aan wil bijdragen. Met het oog op de verkiezingscampagne stuurden we een brief naar de PVDAleiding met een vraag tot samenwerking. “Vooreerst van harte proficiat met jullie resultaat bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018. In een pak Vlaamse centrumsteden haalde de PVDA haar eerste zetels. In Brussel en in de belangrijkste Waalse steden behaalden jullie een echte doorbraak. Dit betekent een belangrijke stap vooruit om de strijdbewegingen een politieke vertaling te geven. “Jullie weten dat waar mogelijk de afdelingen en leden van LSP/ PSL campagne hebben gevoerd voor een zo sterk mogelijk score voor de PVDA/PTB-lijsten. In Keerbergen en Sint-Gillis namen we zelf deel aan brede linkse oppositielijsten die respectabele scores konden neerzetten. Jullie kennen onze mening dat de score nog beter had kunnen zijn wanneer de PVDA/PTB het als haar taak had gezien om alle verschillende stromingen van consequent links en de vele individuele linkse syndicalisten en activisten samen te brengen. “De uitdaging bij de komende parlementsverkiezingen, voor het Europese, het federale en regionale niveau is nog groter. De crisis van het kapitalisme en het bijhorende besparingsbeleid heeft veel woede en verzet losgeweekt. Michel I werd direct na haar totstandkoming al met een historische stakingsbeweging geconfronteerd. Deze had het potentieel om de regering en haar partijen te doen vallen. Sindsdien is het verzet nooit meer echt gaan liggen, maar botste het op de vraag welk alternatief er voorhanden is wanneer we deze regering ten val brengen. Het veiligheidsthema werd na de aanslagen van november 2015 in Frankrijk en vooral die van 22 maart 2016 in eigen land boven gehaald om de aandacht bewust af te leiden van de diepe sociale crisis in het land. Ook de vluchtelingencrisis werd door de rechtse partijen gebruikt om gedurende periodes alle politieke aandacht af te leiden van de cruciale sociale thema’s. Het effect hiervan kan beperkt blijven indien de georganiseerde arbeidersbeweging erin slaagt om de klassentegenstelling in de samenleving bovenaan de agenda te plaatsen door sterke mobilisaties en het beargumenteren van een noodzakelijk alternatief plan voor de samenleving. “De diepe vormen van uitbuiting, via steeds toenemende werkdruk en een dalende koopkracht, hebben de voorbije jaren telkens nieuwe zuurstof gegeven aan het noodzakelijke sociale verzet. Een eeuw geleden zei Eugene Debs, een Amerikaanse socialist: “Ik verzet me tegen een sociale orde die toelaat dat een mens door niets nuttig te doen een fortuin van miljoenen dollars verzamelt, terwijl miljoenen vrouwen en mannen elke dag hard werken en amper genoeg hebben om een ellendig bestaan te leiden.” Deze woorden zijn vandaag voor velen herkenbaar en worden door meer en meer mensen gezien als de essentie van ons kapitalistisch systeem. “Daarenboven geven de fantastische mobilisaties van jongeren vandaag uitdrukking aan een groot ongenoegen tegenover de onwil van de klassieke politieke partijen om het klimaatprobleem bij de wortel aan te pakken. “Zal de komende verkiezingscampagne gaan over veiligheid en vluchtelingen en zullen de schrijnende tekorten in onze samenleving in dit kader worden geplaatst? Of zal de aandacht worden

geconcentreerd op de impact van de wereldwijde aanwas van rijkdom bij een superkleine toplaag van miljardairs? De nooit geziene concentratie van rijkdom legt de contradicties van het systeem bloot. Nog nooit was de capaciteit van de mensheid groter om alle cruciale problemen van onze samenleving op te lossen. Nog nooit was het zo duidelijk dat dit niet mogelijk is vanwege de kapitalistische orde die de productiemiddelen in privébezit houdt en daardoor een enorm deel van de geproduceerde waarde laat afromen in de richting van de kapitalistische elite. “Een duidelijk en klaar links antwoord voor een socialistisch alternatief op deze waanzin kan zowel in de sociale strijd als in verkiezingstijd de geesten van velen beroeren. Er zijn internationale voorbeelden genoeg die recent hebben aangetoond dat een strijdbaar en ambitieus alternatief op de besparingswaanzin op brede en enthousiaste steun kan rekenen. “In België dreigt de N-VA het communautaire spook terug boven te halen, zowel tijdens als na de verkiezingen. De onbestuurbaarheid van het land zou volgens hen daarin bestaan dat er sprake is van twee verschillende realiteiten in het land. Nochtans hebben Waalse postbodes, Brusselse bagagehandelaars op Zaventem en Vlaams Proximus-personeel veel meer met elkaar gemeen dan met hun respectieve politieke vertegenwoordigers of kapitalistische elite die dezelfde taal spreken. “Wij zijn er samen met jullie van overtuigd dat een sterke score voor de PTB in Wallonië en PTB/PVDA in Brussel heel goed mogelijk is. Maar ook in Vlaanderen bestaat een groeiend potentieel voor een consequent linkse politieke stem. “Zowel SP.a en PS hebben zware klappen gekregen de voorbije jaren, waarbij terecht hun geloofwaardigheid diepgaand in vraag werd gesteld bij linkse kiezers. Groen en Ecolo proberen hiervan te profiteren door zich op te werpen als de nieuwe leiders van wat zij zien als ‘links’. Ze hebben na de gemeenteraadsverkiezingen nog eens getoond dat ze in de feiten geen probleem hebben met een klassiek liberaal beleid. Ze stapten zonder dralen in allerhande lokale coalities met Open VLD, MR, CDH of N-VA. “We moeten een belangrijke strijd aangaan om ervoor te zorgen dat ook in Vlaanderen de PVDA een sterke score haalt en meerdere parlementsleden haalt voor het Vlaamse en federale parlement. Zo kunnen we diegenen van antwoord dienen die beweren dat de verschillen in score bewijskracht leveren voor twee verschillende realiteiten in ons land. “LSP/PSL wil zich inzetten om de scores van PVDA/PTB te versterken, met onze eigen visie en een programma waarin we de noodzaak van socialistische maatschappijverandering bepleiten. Veel van jullie leden kennen onze leden als gerespecteerde syndicalisten en activisten. Dikwijls staan ze zij aan zij in de strijd. De beste manier voor ons om bij te dragen aan jullie campagne is met LSP/PSL kandidaten die een reële meerwaarde kunnen bieden op jullie lijsten en de beste motivatie geven aan onze leden om zich in te zetten voor de best mogelijk score. “Voor de voorbije gemeenteraadsverkiezingen hebben we een gelijkaardige hand gereikt aan jullie. Dit werd geweigerd. We hopen dat jullie deze houding kunnen herevalueren en dat jullie deze brief en het voorstel dat wij hierin formuleren opvatten als een constructieve bijdrage in de strijd voor een consequent links alternatief. We kijken er naar uit om jullie antwoord te ontvangen.” MARXISME VANDAAG l april 2019 l 19


Oekraïne

Oekraïense crisis blijft duren, toekomst hangt af van werkenden

O

ekraïne kent een van de ergste crisissen in Europa. Binnenkort zijn er opnieuw verkiezingen. Maar de werkenden, jongeren en al wie een democratische en vrije samenleving wil waarin economische en sociale noden gegarandeerd worden, hebben opnieuw geen stem. Analyse door Rob Jones (Moskou) en Alexandr Shurman (Kiev) In 2013 was er het massaprotest van ‘Euromaidan’. Dit luidde het einde in van de regering-Janoekovitsj. Bij gebrek aan een links alternatief kwam er een neoliberale pro-EU regering, gesteund door extreemrechts, aan de macht. De Oekraïense werkende klasse en jongeren betalen daar een prijs voor. Het militaire conflict in Oost-Oekraïne slorpt heel veel middelen op en zorgt bovendien voor een enorme menselijke tol. Er zijn al duizenden doden gevallen. Oekraïne was ooit een van de rijkste delen van de Sovjet-Unie, maar is volgens het IMF nu na Albanië en Moldavië een van de armste landen van Europa. Voor Euromaidan waren er veel illusies dat een toenadering tussen Oekraïne en de EU zou zorgen voor minder corruptie, een betere levensstandaard en, zeker in vergelijking met het steeds meer autoritaire Rusland, meer sociale en politieke vrijheden. Sinds 2013 is de realiteit van de EU-positie duidelijk geworden. Samen met het IMF heeft de EU voor ongeveer 10 miljard euro financiële steun gezorgd. Dit was echter geen directe steun, het ging om kredieten. Bovendien was het amper voldoende om het verschil te maken. In ruil voor dit krediet worden zware eisen gesteld rond de levensstandaard. Zo waren er sterke prijsverhogingen voor gas en huisvesting en werden 20 van de grootste overheidsbedrijven geprivatiseerd. Tegelijk verloor Oekraïne in 2016 alleen meer dan 50 miljard euro omwille van de oorlog.

sinds 2013 meer dan verdubbeld van 3619 Hryvnia tot 9.042. De waarde van dit gemiddeld loon zakte evenwel van 443 tot 321 dollar. De nominale groei gaf de indruk van betere levensvoorwaarden, maar de prijzen stegen zo hard dat alle vooruitgang als sneeuw voor de zon smolt. Elektriciteit is nu vier keer zo duur, huurprijzen verdubbelden, gas is zeven keer duurder, water vier keer, verwarming 16 keer en warm water vijf keer. Ook voedsel werd een pak duurder. De situatie is zo erg dat de doorgaans inerte vakbondsleiders mobilisaties gestart zijn tegen de prijsverhogingen en voor het optrekken van het minimumloon. In oktober namen duizenden mensen deel aan een betoging in Kiev rond deze eisen.

Gevolgen van het neoliberale economische beleid Aanhangers van de pro-Westerse neoliberale maatregelen van president Porosjenko beweren dat de Oekraïense economie nu aan een bescheiden tempo groeit omwille van de hervormingen die doorgedrukt worden op vraag van de EU en het IMF. De realiteit is complexer.

Het is onwaarschijnlijk dat de EU de steun significant zal opvoeren. De EU wil geen door crisis getroffen land onder haar hoede op een ogenblik dat er al genoeg andere problemen zijn: de begrotingscrisis, Brexit, migratie en de groei van rechts populisme.

Sinds Euromaidan is het BBP met 16% afgenomen. Dit komt deels, maar niet volledig, door de crisis in Donetsk en Loegansk – twee van de meest geïndustrialiseerde regio’s van Oekraïne. Het resultaat van de hervormingen van de EU en het IMF was dat prijs voor dagelijkse behoeften duurder werd, waardoor de binnenlandse consumptie een krimp kende. De corruptie bleef welig tieren en een groter deel van de rijkdom van het land werd naar de oligarchen doorgeschoven.

Ondanks de huidige globale economische crisis is de wereldeconomie sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie verdrievoudigd in omvang. In dezelfde periode kende Oekraïne een groei van slechts 10%. Volgens officiële cijfers is het “gemiddeld” loon

De bescheiden, bijna verwaarloosbare, groei sinds 2015 is vooral het resultaat van een meer gunstige positie op de globale grondstoffenmarkten, een daling van de energiekosten en het weer dat een toename van de graanexport mogelijk maakte. Bovendien

20 l MARXISME VANDAAG l april 2019


Oekraïne was er een gunstige markt voor IT-diensten. De export van deze diensten is nu goed voor een waarde die groter is dan die van de export van de volledige industrie. De oriëntatie op de EU leidt echter tot andere spanningen. De zware industrie in het oosten was in het verleden beslissend voor de Oekraïense economie, maar takelt nu af. Dit komt deels omwille van de nauwe verbondenheid met Rusland, terwijl de nieuwe op export gerichte bedrijven nauwer aansluiten bij de EU. Deze nieuwe bedrijven hebben vaak laagbetaald personeel en kunnen rekenen op erg beperkte grenscontroles. Deze verandering in de economische krachtsverhoudingen zal de spanningen tussen de regio’s enkel verder ten top drijven.

Oorlog houdt aan De massa’s worden verenigd in hun lijden onder de economische crisis, maar ze zijn verdeeld door de oorlog. De menselijke kost van de oorlog in Oost-Oekraïne is volgens het laatste VN-rapport opgelopen tot 13.000 doden en 1,7 miljoen interne vluchtelingen in Oekraïne bovenop een miljoen mensen die naar het buitenland getrokken zijn, vooral naar Rusland. Het is ongelofelijk dat in de 21ste eeuw nog loopgraven voor een oorlog worden gegraven. Een economische analyse schat dat tot 20% van het BBP van Oekraïne naar het conflict gaat. De onderhandelingen in Minsk, de Normandische groep of andere initiatieven hebben allemaal gefaald. Er werd meer dan 20 keer een wapenstilstand aangekondigd en even snel terug gebroken. Beide kanten minimaliseren de eigen verliezen en overdrijven die van de overkant. Wat het echte cijfer ook is: er zijn elke week verslagen van inbreuken op wapenstilstanden en er vallen elke week nog doden.

Nationale kwestie blijft een open wonde Zo lang de oorlog doorgaat, zal de open wonde tussen de Oekraïense en Russische bevolking standhouden. Het Kremlin bespaart op gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen en stelt dat dit nodig is om de Russische belangen te verdedigen. Elke zwakte in de economie wordt aan internationale sancties toegeschreven. Ondertussen blijft de rijkdom van de Russische oligarchen steeds verder toenemen. Na Euromaidan gebruikten het Kremlin de Russische oligarchen de anti-Russische retoriek van het nieuwe regime in Kiev en de extreemrechtse deelname aan de regering om angst te zaaien onder de etnische Russen en Russischsprekende bevolkingen van Krim en Oost-Oekraïne. Velen geloofden dat hun taal en nationale rechten bedreigd waren. Het schiereiland Krim werd het centrale aandachtspunt voor het conflict tussen het Europese en Amerikaanse imperialisme aan de ene kant en Rusland aan de andere. Rusland kwam tussen om de geostrategische belangen in het ‘nabije buitenland’ te verdedigen. De meer ambitieuze doelstelling van het Kremlin werd ooit door Poetin zelf naar voren gebracht. Het gaat om het voorstel om Novorossiya te creëren: een nieuwe Russische regio van Odessa tot Transdniestria. Dit voorstel werd opgeborgen omwille van de kost ervan en de politieke moeilijkheden om een groot deel van de Russischsprekende regio’s van Oekraïne in Rusland te integreren. Dat zou immers een pak moeilijker zijn dan met de Krim. Bovendien is het niet mogelijk om de Russische bevolking te overtuigen van een totale oorlog om Donetsk en Loegansk, zeker niet nu de oppositie tegen corruptie, economische stagna-

tie en het autoritaire beleid van het regime de kop opsteekt. Het Kremlin zorgt dan maar voor voldoende middelen voor de twee republieken om hun militaire, maar ook economische, overleven mogelijk te maken zodat dit als hefboom tegen Kiev kan gebruikt worden. Socialisten steunen het recht van de bevolking van de Krim om vrij en zonder enige vorm van dwang over hun toekomst te beslissen, of het nu gaat om een grotere autonomie binnen Oekraïne, onafhankelijkheid of als onderdeel van Rusland. Maar zoals de ervaring met de toetreding tot het autoritaire en kapitalistische Rusland heeft aangetoond, zorgt een loutere wijziging van loyaliteit tussen kapitalistische machten voor weinig verandering. Rusland beloofde veel hogere levensstandaarden, maar daar kwam niets van in huis: de Krim is een van de armste regio’s van Rusland en kampt met erg hoge prijzen. Infrastructuurproblemen met water en elektriciteit zijn niet opgelost. Veel Oekraïners zijn vertrokken of gedwongen om het Russische staatsburgerschap aan te nemen, terwijl de Tataren voortdurend wordt lastiggevallen. Mensen die al hun hele leven op het schiereiland wonen, merken dat de betere banen en plaatsen in overheidsinstellingen worden ingenomen door Russen die door het Kremlin zijn aangesteld.

Oekraïense elite heeft geen oplossing om de oorlog te stoppen De oorlogszuchtige opstelling van de Oekraïense elite gaat door. Nu er verkiezingen op komst zijn, houdt Porosjenko toespraken op internationale fora waarin hij eist dat er een einde komt aan de Russische agressie. Dit is vooral op een binnenlands publiek gericht. Hij promoot zijn verkiezingsslogan “Geloof, Leger, Taal” op agressieve wijze. Hij stelt de recente breuk tussen de Oekraïense en Russisch-orthodoxe kerk op gelijke voet met de strijd om lid te worden van de Europese Unie en de NAVO. De uitbreiding van de NAVO – ontstaan tijdens de koude oorlog als bondgenootschap van westerse imperialistische mogendheden – in Oost-Europa, tot aan de grens met Rusland, lokt al reacties uit van de Russische haviken. Ondertussen maakt de Europese Unie – een ruggengraat van het neoliberale project – graag gebruik van Oekraïense goedkope arbeidskrachten en eist de EU tegelijkertijd dat de huizen- en gasprijzen worden verhoogd. De verschillende politieke partijen die bij de komende verkiezingen om de macht strijden, hebben de afgelopen jaren allemaal hun gebrek aan economische en sociale oplossingen verborgen achter patriottische retoriek. Dat blijft zo. De leider van de partij Batkivschjenko, Yulia Timosjenko, een vooraanstaand mededinger in de presidentsverkiezingen, heeft de “vorming van een oorlogskabinet” aangekondigd. Ze stelde ook dat zij zal weigeren om de oprichting van een federaal Oekraïne te erkennen, een eis door het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werd gesteld om de regio’s Donetsk en Lugansk een zekere mate van autonomie te geven en het leger om te vormen tot een professioneel leger. “Rusland,” zegt ze, “zal betalen voor de agressie.” Partijen zoals het “Oppositieblok” en “Voor het leven” die zijn gevormd uit de overblijfselen van de “Partij van de Regio’s” van Janoekovitsj positioneren zich als pro-Oekraïne en “voor een vreedzame oplossing”, maar weerspiegelen over het algemeen slechts de belangen van het Russische buitenlands beleid.

Oorlogsmoeheid neemt toe Gezien het ontbreken van een echt links alternatief dat bereid is om op te komen voor de economische, sociale, democratische MARXISME VANDAAG l april 2019 l 21


Oekraïne en nationale rechten van alle werkenden en dat in staat is de chauvinistische en oorlogszuchtige retoriek aan beide zijden te doorbreken, is het niet verwonderlijk dat er een polarisatie is van de houding van de bevolking van de twee landen. Russen krijgen te horen dat het land bedreigd wordt door Amerikaanse/ NAVO-troepen en dat ze zich achter hun leider moet scharen, terwijl de Oekraïners denken dat hun enige uitweg is om op de EU en de NAVO te vertrouwen. De arbeidersklasse is dus verdeeld langs nationale lijnen in plaats van verenigd in een gezamenlijke strijd tegen corrupt kapitalisme, terwijl de oligarchen en hun corrupte medestanders zichzelf blijven verrijken. In Rusland is de steun voor de regerende partij en de president echter gedaald tot het niveau van tien jaar geleden. Als we de opiniepeilingen mogen geloven, wil meer dan 70% van de Oekraïense bevolking het einde van de oorlog. Er zijn duidelijke tekenen dat de oorlogsmoeheid toeneemt. Het wordt tijd dat zowel de Russen als de Oekraïners de propaganda van hun heersende elites doorzien en hun eigen onafhankelijke conclusies trekken. Een sterke linkse politieke kracht die pleit voor een duidelijk alternatief op het beleid van de Oekraïense en Russische elite zou dit proces versnellen.

Zwakte van de Oekraïense elite Hoewel Oekraïne onder Porosjenko autoritairder is geworden, heeft het niet het niveau van Rusland bereikt. Sinds Maidan heeft de Russische propaganda Oekraïne voorgesteld als een “fascistisch” land, maar in zijn streven om dichter bij de EU te komen, moest het Porosjenko-regime meer democratische normen in acht nemen. Het heeft in ieder geval nog steeds een laagje vernis van een “parlementaire democratie” waarin verschillende politieke krachten hun programma kunnen verdedigen en steun van de kiezers hiervoor zoeken bij verkiezingen. Maar de burgerij is er niet in geslaagd om een politieke kracht te consolideren die in staat is om de steun van een belangrijk deel van de Oekraïense kiezers aan zich te binden. De partij van Porosjenko trekt nu minder dan 10% van de kiezers aan, als we de opiniepeilingen mogen geloven, en hij neemt zijn toevlucht tot ondemocratische methoden om potentiële tegenstanders aan de zijlijn te zetten. Deze situatie heeft ertoe geleid dat de commentator Zenon Zewada het ontbreken van een echte oppositie betreurde en dit toeschreef aan “het morele bankroet van de Oekraïense elite, die er niet in is geslaagd één enkele politieke partij te produceren die in 25 jaar van Oekraïense onafhankelijkheid wordt vertrouwd en gesteund door de bevolking.” De tragedie van de situatie is dat er een kracht is, de arbeidersklasse, die sterk genoeg is om een echt alternatief te bieden voor de verschrikkingen van het Oekraïense kapitalisme, maar dat er tot nu toe geen politieke trend is ontstaan die de arbeidersklasse kan verenigen en mobiliseren in de strijd om de politieke macht. Dit zorgt voor een echt politiek vacuüm in de samenleving en het politieke leven wordt gedomineerd door ruzies tussen de verschillende clan- en bedrijfsbelangen, waardoor werkende mensen nog meer van de politiek vervreemd raken.

De groei van populisme Nu er verkiezingen op komst zijn, blijkt uit opiniepeilingen dat geen enkele politieke kracht de steun heeft van meer dan 20% van de bevolking. Tot acht verschillende partijen kunnen parlementairen halen – tragisch genoeg biedt geen van hen een programma aan dat de wanhopige situatie van de Oekraïense

22 l MARXISME VANDAAG l

april 2019

massa’s begint op te lossen. Het is veelzeggend dat ze allemaal meer aandacht besteden aan economische en sociale kwesties dan aan de oorlog in het oosten. Zelfs neoliberale figuren, zoals Yulia Timosjenko, erkennen de diepte van de economische crisis. Dat blijkt uit haar programma ‘Nieuwe koers’. Zij verwerpt de stijgende elektriciteits- en huurprijzen, verzet zich tegen de eis van het IMF om landbouwgrond te privatiseren en verdedigt zelfs nationalisaties – of liever gezegd verzet zich tegen verdere privatiseringen. Ze stelt zich bewust voor als een “sociaaldemocraat,” hoewel ze nog steeds herinnerd wordt voor haar tijd als vicepremier voor energie en vervolgens als premier, toen ze lobbyde voor zakelijke belangen. Als gevolg van de wijdverbreide wanhoop groeide de steun voor de Burgerstandpartij van Hrytsenko gedurende een periode. Een voormalige legerkolonel, die in de VS is opgeleid, valt ook de oligarchen aan en belooft Poroshenko naar de gevangenis te sturen. Maar zijn echte positie wordt geschetst in een recent interview: “Oekraïners moeten niet bang zijn voor autoritaire praktijken. Het is geen dictatuur die de menselijke waardigheid en mensenrechten onderdrukt. Het woord ‘autoritarisme’ komt van ‘autoriteit’. “Verlicht autoritarisme, zo stelt hij, “brengt een land naar een nieuw, hoger niveau van economische ontwikkeling en democratie. Helaas heeft hij in zijn tijd als minister van Defensie een voorproefje van zijn eigen medicijn gekregen met de opening van een strafzaak tegen hem wegens corruptie. Als gevolg van de wijdverbreide wanhoop groeide de steun voor de Burgerstandpartij van Hrytsenko een tijdlang. Hrytsenko is een voormalige legerkolonel die in de VS is opgeleid. Hij valt de oligarchen aan en belooft Porosjenko naar de gevangenis te sturen. Maar zijn echte positie wordt duidelijk in een recent interview: “Oekraïners moeten niet bang zijn voor autoritaire praktijken. Het is geen dictatuur die de menselijke waardigheid en mensenrechten onderdrukt. Het woord ‘autoritarisme’ komt van ‘autoriteit’.” “Verlicht autoritarisme,” zo stelt hij, “brengt het land naar een nieuw, hoger niveau van economische ontwikkeling en democratie.” Hij kreeg al een koekje van eigen deeg met het openen van een strafzaak tegen hem voor corruptie toen hij minister van defensie was. De herrezen krachten van Janoekovitsj’s Partij van de Regio’s, de Partij voor het Leven, en het Oppositieblok bieden weinig nieuws. Het was het beleid van de Partij van de Regio’s die de belangen van het Russische oligarchische kapitalisme vertegenwoordigde dat leidde tot Euromaidan. De Russische belangen zullen proberen in te grijpen in de komende verkiezingen met behulp van hun welbekende methoden van ‘hybride oorlog’. Ze zullen misschien zelfs op cynische wijze de militaire activiteiten in het oosten opvoeren in de hoop dat dit de oorlogsmoeheid van een deel van de bevolking zal versterken en aanzetten tot verzoening met Rusland.

Extreemrechts Veel arbeiders en jongeren over de hele wereld waren geschokt toen tijdens en na Euromaidan de uiterst rechtse ‘Svoboda’ en ‘Rechtse Sector’ aanzienlijke steun kregen. Sommigen omschrijven Oekraïne als een ‘fascistische staat’. Het Kremlin gebruikte dit om de interventie ter organisatie van een referendum in de Krim te rechtvaardigen. Dit gebeurde met massale propaganda over de ‘fascistische’ staatsgreep in Kiev. Porosjenko is net als zijn tegenhanger in het Kremlin naar rechts


Oekraïne opgeschoven en heeft veel van het beleid van extreemrechts overgenomen. Zijn aanvallen op de rechten van Hongaren om hun taal te gebruiken zijn slechts één voorbeeld en doen denken aan soortgelijke aanvallen op minderheidstalen in Rusland. Svoboda en Rechtse Sector zijn nu grotendeels gediscrediteerd in hun eigen regio’s in het westen van Oekraïne. Hun roep om meer intensieve militaire acties en hun eigen deelname aan de oorlog stuit een deel van de kiezers af. Dit wordt versterkt door de algemene afkeer van hun marsen met fakkels en het brutaal geweld op Roma door deze extreemrechtse schurken. Extreemrechts boet aan electorale invloed in, maar dit betekent niet dat het publiek voor extreemrechts helemaal weg is. De plaats wordt steeds meer ingenomen door de Radicale Partij en Samopomoch. Die baseren zich ook een populistische retoriek. Ze verzetten zich tegen de verkoop van landbouwgrond en eisen meer middelen voor gezondheidszorg. Eens verkozen in regionale besturen, blijken ze echter even incompetent als de andere partijen en even asociaal. Hun giftige nationalisme versterkt de verdeeldheid en wakkert het vuur van de oorlog aan. Zoals de brutale aanvallen door leden van het extreemrechtse “Nationaal korps” op jonge anarchisten in Lviv in september toonden, blijven deze groepen uiterst gevaarlijk.

Clowneske kandidaat komt op Terwijl alle belangrijkste kandidaten in de presidentsverkiezingen het slecht doen in de peilingen met meer mensen die tegen hen zijn dan voor hen, groeit de roep naar nieuwe politieke krachten. Het laat ruimte voor clowneske kandidaten, zoals Vladimir Zelenski, de ster van een satirisch televisieprogramma. Het gerucht gaat echter dat hij banden heeft met de oligarch Igor Kolomoiski.

Is er een uitweg? In de jaren tachtig waren het de Sovjet-mijnwerkers, vooral de Donbas-mijnwerkers, die de oppositie organiseerden en een fatale klap toebrachten aan het wanbestuur van de stalinistische bureaucratie, die de planeconomie had vernietigd en de rechten van de verschillende nationaliteiten had onderdrukt. Oekraïne werd een onafhankelijke staat, maar helaas onder leiding van een pro-kapitalistisch bewind. Als de arbeidersklasse aan het begin van de Euromaidan-crisis op beslissende wijze had ingegrepen en een programma had aangeboden om de economische wanhoop aan te pakken en de democratische en sociale rechten te waarborgen, had zij de Oekraïense massa’s kunnen verenigen en de verdeeldheid langs nationalistische lijnen en de daaruit voortvloeiende oorlog kunnen voorkomen. Het is nog steeds alleen de arbeidersklasse die een uitweg uit de kapitalistische nachtmerrie kan tonen als ze georganiseerd en politiek bewust is. De huidige arbeidersklasse is aan het veranderen – ze is jonger, ze werkt niet alleen in de traditionele zware industrie, miljoenen jonge werkenden worden dagelijks uitgebuit in de dienstensector. Socialisten moeten banden aangaan met deze lagen en helpen bij het organiseren en politiseren van deze nieuwe jonge arbeidersklasse.

door het conflict tussen de verschillende imperialistische mogendheden – de VS/EU en de NAVO enerzijds en Rusland anderzijds. Samen met hun lokale bondgenoten zijn zij, in hun strijd om markten, rijkdom en macht, bereid om nationale verschillen uit te spelen en te versterken. De werkenden hebben echter andere belangen. Ze hebben het recht om de taal te spreken die ze willen, om te leven in het land dat ze willen en vooral om in vrede te leven. Er is een socialistische organisatie nodig om te pleiten voor een verenigde klassenstrijd met Oekraïense, Russische en Hongaarse werkenden, niet alleen op economisch en sociaal gebied, maar ook ter verdediging van de rechten van de verschillende nationale groepen. De taalrechten mogen niet worden beperkt. Een echt onafhankelijk Oekraïne zou nationale groeperingen niet dwingen om tegen hun wil te blijven. Als er oprechte arbeidersorganisaties zouden bestaan die alle nationaliteiten verenigen, zouden zij deze problemen kunnen oplossen door regio’s of nationaliteiten op democratische wijze te laten beslissen of ze in een verenigd of federaal Oekraïne willen blijven, of zelfs als zelfstandige entiteit willen vertrekken en leven. Maar zolang het land verscheurd wordt door de imperialistische machten of door de strijd tussen binnenlandse oligarchen om rijkdom en macht kan er geen echt onafhankelijk Oekraïne zijn. Daarom moet de strijd voor nationale rechten parallel worden gevoerd met de strijd om het systeem dat armoede, autoritarisme en etnische conflicten veroorzaakt – het kapitalisme – uit de weg te ruimen. Uit een recente opiniepeiling is gebleken dat bijna 60% van de bevolking voorstander is van een toename van het staatseigendom. De sleutelsectoren van de economie moeten weer in publieke handen worden gebracht, zonder compensatie voor de oligarchen. Ze kunnen dan beheerd worden door gekozen comités van werkenden, als onderdeel van een democratisch geplande economie. Dit zou het mogelijk maken om degelijke lonen te betalen en een gratis en kwalitatief hoogstaand gezondheidszorg- en onderwijssysteem op te zetten. Deze maatregelen, in combinatie met de vestiging van democratische rechten en vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, het recht om zich te organiseren in vakbonden en politieke partijen met de garantie van nationale, taalrechten en het recht op zelfbeschikking, zouden de opbouw van een werkelijk onafhankelijk, democratisch en socialistisch Oekraïne betekenen. Maar zelfs een socialistisch Oekraïne zal, als het omringd wordt door kapitalistische staten, het slachtoffer worden van pogingen om de economie te ruïneren en de onafhankelijkheid te ondermijnen. Onze strijd is dus internationaal. Bij de opbouw van vakbonden, jongerenorganisaties en een socialistische politieke partij in Oekraïne is het noodzakelijk om samen te werken met soortgelijke organisaties in naburige en andere Europese landen, om een einde te maken aan imperialistische interventie, kapitalistische uitbuiting en oorlog en een echte democratische en vrijwillige socialistische federatie van Europa en de rest van de wereld op te zetten.

De nationale kwestie en arbeiderseenheid Als socialistische organisaties geen correcte benadering van de nationale kwestie hebben, zijn ze gedoemd te mislukken. Dit is vandaag des te meer zo in Oekraïne. Het land wordt verscheurd MARXISME VANDAAG l april 2019 l 23


Venezuela

Waar liep het mis in Venezuela?

T

oen Chavez in 1998 aan de macht kwam in Venezuela, werd het land symbool voor hernieuwde strijd tegen het neoliberalisme. Het was de eerste keer sinds lang dat het idee van socialisme terug op de agenda kwam. Vandaag, 20 jaar later, zinkt Venezuela steeds dieper weg in crisis. Ongeveer 10% van de bevolking is het land ontvlucht. De inflatie is torenhoog en er zijn tekorten van geneesmiddelen en voeding. De rechterzijde die doorgaans niet bekommerd is om het lot van armen wrijft zich in de handen. “Wil je socialisme? Ga dan naar Venezuela,” roept rechts wereldwijd. Artikel door NICOLAS CROES. Veelbelovende start

Het aan de macht komen van Chavez was een belangrijke positieve ontwikkeling voor de Venezolaanse massa’s. Tussen 1998 en 2009 daalde de armoede met 43%. De kindersterfte nam met 35% af en de gemiddelde levensverwachting steeg met bijna twee jaar. De voedselconsumptie per persoon lag een kwart hoger. Er waren aanzienlijke realisaties om meer mensen toegang te verlenen tot water en elektriciteit. De werkloosheid viel terug van 11% in 1998 tot 7,5% in 2009 – met een tussentijdse opstoot tot 16,8% in 2003 als gevolg van een patronale lock-out. Er kwamen voornamelijk jobs bij in de publieke sector. Een miljoen mensen leerde voor het eerst lezen en schrijven, miljoenen mensen gingen voor het eerst naar een dokter. Aanvankelijk sprak Chavez enkel over een ‘kapitalisme met een menselijk gezicht’. Maar voor de heersende klasse en het VS-imperialisme ging dat al te ver. Het ontbrak niet aan pogingen om

24 l MARXISME VANDAAG l april 2019

het regime te destabiliseren: een poging tot staatsgreep in 2002 en een patronale lock-out in 2002-2003. Het kwam tot economische sabotage om tekorten te creëren. Ondertussen draaide de propagandamachine in de commerciële media op volle toeren. Eén factor blokte al deze pogingen van rechts af: de spontane reactie van de massa’s. Daarmee werden niet alleen pogingen tot contrarevolutie afgeslagen, het zorgde ook voor een nieuwe wind in het revolutionair proces. Voortgestuwd door de massa’s begon Chavez openlijk te spreken over de nood aan een ‘socialisme van de 21e eeuw’. Hij deed dit voor het eerst in 2005. Vervolgens werd in 2006 de PSUV opgezet, de Eengemaakte Socialistische Partij van Venezuela. De massale acties en het grotere klassenbewustzijn hadden de Venezolaanse patroons en hun politieke lakeien zoveel pijn gedaan dat velen dachten dat de bazen effectief de aftocht hadden geblazen. Maar het kapitalisme was niet verslagen. De dreiging


Venezuela van contrarevolutie bleef bestaan.

De terugkeer van rechts Als rechts terug op het politieke toneel kon komen en zelfs sympathie won onder arbeiders in de wijken en de bedrijven, kwam dit door beperkingen en fouten van de Chavistische linkerzijde. De grootste fout bestond erin dat het regime tegen elke prijs compromissen wilde sluiten met delen van de burgerij die de economische touwtjes in handen bleef houden. Het ‘Venezolaanse socialisme’ was in feite kapitalisme met een grotere overheidstussenkomst in de economie. Er was een forse toename van het aantal banen in de publieke sector en er kwamen significante sociale hervormingen. Maar er was geen plan van socialistische maatschappijverandering. Zelfs de ‘nationalisaties’ door de regering waren veeleer publiek-private samenwerkingsverbanden waarbij er niet onteigend werd maar bedrijven opgekocht werden door de overheid (vaak tegen een hogere prijs dan de reële waarde). Bij gebrek aan democratische controle door de personeelsleden en de gebruikers van de publieke sector, creëerde de uitbreiding van de publieke sector een groter speelveld voor een bureaucratie die van ruime privileges genoot. Deze bureaucratie heeft zich jarenlang verzet tegen een terugkeer van rechts. De bureaucratie leefde immers op de kap van de Chavistische beweging. Maar anderzijds verzette die bureaucratie zich tegen alle vormen van arbeiderscontrole op de staat en op de productie. Dat vormde immers een bedreiging voor haar parasiterende positie. Er kwam steeds meer repressie tegen alle vormen van strijd of kritiek. Venezuela beschikt over de grootste oliereserve ter wereld. De olie-export door staatsbedrijf PDVSA is goed voor 95% van de export en 50% van het BBP. De dalende olieprijzen hebben de inkomsten van de staat gekelderd en zorgden voor een galopperende inflatie. De Venezolanen moeten in de rij staan voor de aankoop van zowat elk basisproduct: van suiker en olie over geneesmiddelen tot toiletpapier. De staat legde een rantsoenering op. Een bevriezing van de prijzen leidde tot de ontwikkeling van een grote zwarte markt. Daar komen dan nog economische sancties door de VS bovenop. De afgelopen maanden ging het regime over tot forse besparingen, aanvallen op lonen en duizenden afdankingen in de publieke sector. Een overwinning van de rechtse reactionaire krachten zal echter geen enkel probleem van de werkenden oplossen. Integendeel! Couppleger Guaidó is een wolf in schapenvacht. Zijn programma komt uiteindelijk neer op wraak door de bazen. Deze crisis toont niet het falen van socialisme. Het is een mislukking van een instabiel kapitalistisch model met een burgerlijke en militaire bureaucratische kaste die er alles aan heeft gedaan om te vermijden dat het revolutionair proces een noodzakelijke stap verder ging door de vestiging van een democratisch geplande economie waarin de strategische sectoren van de economie uit de handen van het patronaat worden gehaald om ze in dienst van de bevolking te plaatsen.

MARXISME VANDAAG l april 2019 l 25


Algerije

Massabeweging doet Algerijnse regime wankelen

Vertrek oude en zieke Bouteflika volstaat niet: heel het systeem moet weg

A

lgerije wordt door elkaar geschud door een massale protestbeweging. In de aanloop naar verkiezingen waarin president Bouteflika, ondanks zijn ver gevorderde leeftijd en ziekte, een vijfde mandaat nastreefde, kwamen eerst de studenten op straat. Ze kregen al snel steun van andere lagen van de bevolking en op 10 maart startte een algemene staking. Het regime begon te wankelen en de verkiezingen werden uitgesteld. De beweging in Algerije kwam voor de gevestigde media als een verrassing. Wij omschreven het land in 2010 reeds als een potentieel kruitvat dat op elk moment kon ontploffen. We spraken met Cédric Gérôme, verantwoordelijke van het CWI (de internationale organisatie waartoe LSP behoort), die de regio opvolgt. In welke context vinden deze indrukwekkende mobilisaties plaats? “Jarenlang hebben de grote olie- en gasinkomsten het regime in staat gesteld om met gerichte sociale subsidies de situatie onder controle te houden, zelfs indien de structurele ongelijkheden groter werden. De ineenstorting van de brandstofprijzen na 2014 beperkte de marge. Sindsdien daalde de levensstandaard van meer dan 90% van de Algerijnse gezinnen. Vorig jaar wilden de Algerijnse kapitalisten de massa’s laten opdraaien voor de gevolgen van de crisis met een reeks nieuwe prijsstijgingen terwijl de lonen en pensioenen gelijk bleven. “De kandidatuur van Bouteflika voor een vijfde mandaat was slechts de aanleiding voor het uitbreken van de latente volkswoede die zich de afgelopen jaren had opgestapeld. In de voorbije periode was er in heel het land strijd op lokaal of sectoraal vlak. Het maakte dat de eerste studentenbetogingen van 22 februari snel oversloegen naar andere lagen van de bevolking. De werkende klasse heeft zich opgeworpen als een belangrijke kracht in de beweging, wat een nieuwe fase in de strijd vormt.”

Hoe ontwikkelden die stakingen? “Dit gebeurde buiten de controle van de vakbondsleiders van de Union Générale des Travailleurs Algériens (UGTA), de officiële

26 l MARXISME VANDAAG l april 2019

vakbondsfederatie die steeds met het regime heeft samengewerkt om het protest van de werkenden in de hand te houden, strijdbare syndicalisten te vervolgen en het besparingsbeleid te ‘begeleiden’. Sociale media speelden een belangrijke rol bij het omzeilen van de sabotage door de vakbondsleiding en bij het verspreiden van oproepen tot actie onder de werkenden. Vanaf zondag 10 maart en maandag 11 maart gingen heel wat lokale afdelingen van de UGTA tegen hun leiding in over tot stakingsacties. De oproep voor een algemene staking werd verspreid via anonieme oproepen op het internet en via enkele onafhankelijke vakbonden. Voor de toekomst van de huidige beweging zal het belangrijk zijn dat de basis zich de vakbonden terug toe-eigent en verenigt. “Vanaf 10 maart werd het land overspoeld door stakingen. Er waren acties in de havens, automobielbedrijven, het openbaar vervoer, de voedingssector, scholen en universiteiten, winkels en ook in strategische sectoren zoals de olie- en gaswinning. Het lijdt geen twijfel dat de opgang van deze stakingen Bouteflika ertoe aanzette om aan te kondigen dat hij zou afzien van een vijfde ambtstermijn. De premier nam ontslag en de verkiezingen werden uitgesteld. Deze vergeefse poging van de heersende klasse om de situatie terug onder controle te krijgen, heeft het vertrouwen van de beweging in haar eigen krachten versterkt.”


Algerije Hebben de opvolgers van het Front Islamiste du Salut (FIS) nog een grote invloed in het land? “De steun voor de salafistische politieke stromingen is wat weggekwijnd na de ervaring met de ‘vuile oorlog’ van de jaren 1990. Een legalistische tak van de politieke islam is geïntegreerd in het staatsapparaat, maar de invloed ervan is eerder beperkt. Vooral in het zuiden bestaan er nog jihadistische cellen, waaronder die van Al-Qaida in de Islamitische Maghreb, maar die hebben niet langer dezelfde operationele slagkracht als voorheen. “De mediane leeftijd in Algerije is 28 jaar, wat net overeenkomt met de tijd die verstreken is sinds de verkiezingsoverwinning van het FIS in december 1991. Onder de jonge generaties is de dreiging van een nieuw bloedbad, wat lange tijd door het regime gebruikt werd om zichzelf in stand te houden, een argument dat steeds minder impact heeft. “Het is interessant om vast te stellen dat vrouwen in de huidige beweging van bij het begin een prominente rol spelen. Ze nemen een plaats in de publieke ruimte in die enkele maanden geleden nog ondenkbaar was. Het maakt dat er weinig steun is voor het beleid van strikte scheiding tussen mannen en vrouwen zoals verdedigd wordt door de islamistische rechterzijde. Dit gezegd zijnde, is er natuurlijk altijd het gevaar van een zekere ‘slingerbeweging’. Dit is zeker het geval in het kader van patstellingen en tegenslagen in het revolutionair proces, gecombineerd met een gevoel van frustratie onder de bevolking en allerhande manoeuvres door het regime. De opbouw van een links revolutionair alternatief is de beste verdediging tegen rechts, of die rechterzijde nu islamitisch is of niet.”

Wat zijn de perspectieven voor de beweging? “Er is een ongeziene situatie. Zelfs figuren uit de hoogste kringen van het regime erkenden dat ‘miljoenen’ mensen op straat kwamen. Elke vrijdag lijkt het protest nog groter te worden. De massa’s komen op het politieke terrein en dit zal niet zomaar verdwijnen. Het zal sowieso gevolgen hebben. “Het gaat om de grootste jongerenprotesten in Algerije sinds 1962, het ogenblik dat de onafhankelijkheid van de Franse koloniale macht werd uitgeroepen. Het is interessant om te zien dat er op alle betogingen slogans en protestborden zijn die verwijzen naar de Algerijnse revolutie tegen het Franse kolonialisme. Dat is erg pijnlijk voor het regime dat zijn gezag steeds baseerde op een zogenaamde ‘historische legitimiteit’ door de band met de nationale bevrijdingsstrijd van 1954 tot 1962. “Er heerst een sfeer van het ‘einde van een bewind.’ Elementen van een prérevolutionaire situatie zijn in volle gisting. Dit komt onder meer tot uiting in de openlijke barsten in het staatsapparaat. Deze opstandige beweging heeft verschillende topfiguren ertoe aangezet om ontslag te nemen. Enkele ministers en hooggeplaatsten maken de berekening dat Bouteflika beter afgezet wordt om de rest van het regime te beschermen. Bouteflika zorgde voor een fragiel evenwicht in de strijd tussen verschillende clans die elk een groter deel van de economische taart willen. Deze groepen manoeuvreren nu om een ‘overgangsperiode’ voor te bereiden waaruit ze zelf voordeel halen. Dit onderstreept het belang voor de massa’s om eigen politieke instrumenten te ontwikkelen.

“De strijd in Algerije ontwikkelt niet in een vacuüm. In januari staakten 750.000 werkenden uit de openbare diensten in Tunesië. In Marokko was er een stakingsgolf, onder meer in het onderwijs en de publieke ziekenhuizen. Soedan kent al verschillende maanden een semi-opstandige situatie. Er is met andere woorden een ‘nieuwe golf’ van strijd die de beweging in Algerije vooruit kan stuwen. Als het regime van Bouteflika omvergeworpen wordt, kan dit de vlam van de revolutie opnieuw ontsteken in de hele regio. “De ervaring van de revoluties van 2010-2011 maakt dat de Algerijnse beweging niet van nul begint. De massa’s trekken lessen uit strijdbewegingen, overwinningen en nederlagen in de regio. Er waren snel oproepen om het regime weg te krijgen, maar de beweging beseft dat het niet volstaat dat Bouteflika van het toneel verdwijnt. Bouteflika is erg oud en ziek. Hij is niet in staat om echt te regeren. Als hij verdwijnt terwijl de rest van het regime blijft, dan komt er geen echte verandering. Het regime zal haar positie dan opnieuw herstellen ten koste van de massa’s.”

Welke eisen en ordewoorden zijn nodig om heel het regime weg te krijgen? “Het nog voorzichtige proces van zelforganisatie is in volle gang. Dit is van vitaal belang om de strijd langere tijd vol te houden en te consolideren. Stakerscomités op de werkplaatsen en in de scholen, algemene vergaderingen in de wijken en de dorpen, zijn nodig om de strijd democratisch van onderuit te organiseren, om collectief de acties te plannen en om de levendige krachten van de beweging te structuren los van de macht en de satellietpartijen van het regime. “Deze comités kunnen zich in elke wijk en elk dorp organiseren en vervolgens afgevaardigden verkiezen voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering die een nieuwe grondwet opstelt. Zo’n grondwet zou de Middeleeuwse regels tegen vrouwen schrappen, democratische vrijheden uitbreiden waaronder het recht op vrije meningsuiting en vergadering of het recht op het vormen van vakbonden. Zo’n grondwet zou tevens de niet-inmenging van religie in staatszaken vestigen. Verder zouden de taalkundige, culturele en religieuze rechten van elke gemeenschap in het land bevestigd worden, met inbegrip van het recht van het Amazigh-volk om vrij over zijn toekomst te beslissen. “De beweging moet ook discussiëren over een alternatief op het economisch beleid van het regime en dat van de neoliberale oppositie waarachter zich enkele oligarchen verschuilen. Die oligarchen hopen de huidige beweging te gebruiken om de openbare sector sneller te ontmantelen en om een algemene verarming van de bevolking op te leggen zodat de eigen winsten sneller toenemen. Het gaat om krachten die nauw verbonden zijn met het westerse imperialisme. Er moet een einde komen aan de privatiseringen. De strategische sectoren, te beginnen met de olie- en gassector, moeten genationaliseerd worden onder controle en democratisch beheer van de bevolking. Het zou de ruimte creëren om over te gaan tot een massaal plan van publieke investeringen in de sociale sector, huisvesting, renovatie van infrastructuur, … Het openen van de boekhouding van de bedrijven is eveneens een belangrijke eis om een einde te maken aan de corruptie en de diefstal van publieke middelen.”

MARXISME VANDAAG l april 2019 l 27


Brexit

Brexit geblokkeerd, Tories in crisis. Arbeidersbeweging moet nu handelen!

T

ijdens het aftellen naar 29 maart (de oorspronkelijk vastgestelde datum voor de terugtrekking van Groot-Brittannië uit de Europese Unie) zakte de conservatieve regering van Theresa May steeds dieper weg in crisis. May lijkt niet in staat om een parlementaire meerderheid te vinden voor een akkoord over de terugtrekking uit de EU. De chaos is zo groot dat een anonieme Europese bron Groot-Brittannië omschreef als een “failed state” (Financial Times 21 maart 2019). Artikel door Ciaran Mulholland, Socialist Party (Noord-Ierland)

Het voorstel tot akkoord over het Britse vertrek uit de EU werd reeds tweemaal verworpen door het parlement, telkens met een grote meerderheid. In normale tijden zou een regering die een nederlaag lijdt op een sleutelelement van het beleid niet overeind blijven. Maar dit zijn geen normale tijden. May wil haar akkoord nog een keer ter stemming voorleggen. Ze hoopt dat een stemming op het laatste nippertje de druk zo sterk opvoert dat voldoende parlementsleden voor stemmen om een “no deal” Brexit te vermijden. Een aantal conservatieve parlementsleden kondigde effectief aan anders te stemmen in zo’n scenario. Achter de schermen zijn er onderhandelingen met de Noord-Ierse DUP om haar tien verkozenen te overtuigen. Maar het meest waarschijnlijke blijft dat May de stemming opnieuw verliest.

May verliest haar greep Theresa May begeeft zich op dun ijs. Wat ze ook doet dreigt een reeks gebeurtenissen in gang te zetten die leiden tot haar eigen exit. Verschillende tegenstanders in de Conservatieve Partij staan al klaar om haar op te volgen. Om dat te vermijden, zal May mogelijk beslissen om over de hoofden van de parlementaire heen algemene verkiezingen uit te roepen. Alleen is er bij het establishment de angst dat dit leidt tot een Labour-regering onder Corbyn.

28 l MARXISME VANDAAG l april 2019

Theresa May zit vast omdat ze geen meerderheid in het parlement haalt. Er zijn verschillende redenen hiervoor, maar het belangrijkste probleem is dat van de ‘backstop’: een regeling die moet vermijden dat er op het Ierse eiland opnieuw een harde grens komt. Er wordt gesteld dat het verharden van de Ierse grens “het vredesproces bedreigt.” De EU stelt dat er ergens een harde grens moet zijn om de eigen handelsbelangen te beschermen. Als de Ierse grens openblijft, moeten er controles komen op goederen die de Ierse zee oversteken. Anders gezegd: een grens tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië. De meerderheid van de Noord-Ierse protestanten is tegen nieuwe controles op goederen die de Ierse Zee oversteken. Zo’n grens, hoe zacht ook, vormt een bedreiging voor de eenheid tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië. Elke verharding van de grens tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek wordt eveneens gezien als een bedreiging voor de nationale aspiraties van de katholieken. De enige manier waarop de rechten van beide gemeenschappen kunnen gerespecteerd worden, is door beide grenzen open te houden. De logica van de kapitalistische EU bepaalt echter dat dit niet mogelijk is. In elk geval zou een botsing van de verzuchtingen van protestantse en katholieke gemeenschappen in Noord-Ierland problematisch zijn. Het toevallige feit dat de DUP voor het eerst nodig is om de Britse regering overeind te houden, maakt dat de


Brexit situatie helemaal vast zit en het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU geblokkeerd is. De DUP maakt koelbloedig gebruik van zijn strategische positie. De partij schurkt aan bij de Brexiteers in de Tory partij met het argument dat de Noord-Ierse status bedreigd is. Voor zowel de Brexiteers als de DUP gaat het om een verstandshuwelijk waarbij geen van beide kanten zal aarzelen om de andere in de steek te laten voor tactische voordelen. Maar momenteel lopen hun belangen nog samen.

Neen aan hardere grenzen! De Socialist Party is tegenstander van de EU, een instelling opgezet in het belang van het kapitalisme. De EU is er niet in het belang van de werkenden in Ierland, zowel het Noorden als het Zuiden, de werkenden in Engeland, Schotland, Wales of elders in Europa. De werkenden mogen geen vertrouwen stellen in de EU voor een betere toekomst, net zomin als ze vertrouwen kunnen stellen in de Ierse premier Varadkar, de Britse premier Theresa May of de coalitie van DUP en Sinn Fein indien die ooit het Noord-Iers bestuur terug in handen neemt. De Socialist Party verzet zich tegen het ontwerp van akkoord over de Brexit omdat het ingaat tegen de economische en sociale belangen van de werkende klasse. We roepen de arbeidersbeweging op om zich hiertegen te verzetten. Het is belangrijk dat de arbeidersbeweging rekening houdt met de mogelijke gevolgen van het Brexit-akkoord op de sectaire verdeeldheid in Noord-Ierland. De arbeidersbeweging verenigt katholieke en protestantse werkenden in een gezamenlijke strijd voor een beter leven, in strijd op de werkplaatsen en in campagnes om onze diensten te verdedigen. Deze eenheid is niet vanzelfsprekend, er is constante strijd voor nodig. Het is dan ook erg belangrijk dat de vakbonden en de echt linkse partijen zich verzetten tegen elke stap die de eenheid van de werkende klasse verzwakt. Het ontwerpakkoord schetst een scenario waarin een grens tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië ontstaat. Dit zal de sectaire spanningen versterken en de arbeiderseenheid verzwakken. We verzetten ons op die basis tegen het akkoord. Indien Groot-Brittannië echter zonder akkoord de EU verlaat, is een verharding van de grens tussen het Noorden en het Zuiden van Ierland “onvermijdelijk.” Ook dit zou de sectaire spanningen opvoeren en de arbeiderseenheid bedreigen. We zijn ook resoluut tegen dit scenario gekant. Een verharding van grenzen kan vermeden worden indien de EU en de Britse regering de politieke beslissing nemen om de grens tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek open te houden en geen grens te laten ontwikkelen tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië, wat de zogenaamde impact hiervan ook is op de handel en het verkeer van personen. We hebben er geen vertrouwen in dat ze dit zullen doen, tenzij onder enorme druk van onderuit. Om de belangen van de werkende klasse te beschermen, is het essentieel dat de arbeidersbeweging, vakbonden en linkse krachten met een onafhankelijk socialistisch programma naar voren komen. De arbeidersbeweging moet rond centrale kwesties eigen ‘rode lijnen’ trekken.

Arbeidersbeweging moet nu handelen In het Brexit-referendum van 2016 zagen we een wijdverbreide vervreemding van een politiek establishment dat decennialang een neoliberaal beleid heeft verdedigd. De meerderheid van degenen

die voor Brexit stemden, deed dit om uiting te geven aan hun woede na jaren van besparingen. Deze mensen waren zich maar al te goed bewust van de centrale rol van de Europese instellingen in het beleid dat de gewone werkenden laat betalen voor de hebzucht van de miljardairs. In het kader van dat referendum was er een linkse campagne voor vertrek uit de EU. De transportbond RMT in Groot-Brittannië en de vakbond van de openbare diensten in Noord-Ierland, NIPSA, namen een principieel standpunt in van verzet tegen de EU en strijd voor een links alternatief. Deze vakbonden gaven een weg vooruit aan. Als alle vakbonden hun gezamenlijk gewicht achter een beweging voor een nieuw Europa in het belang van de 99% zouden zetten, dan zou dit miljoenen mensen op de been krijgen op de Britse en Ierse eilanden en de rest van Europa. Dit zou vertrekken van verzet tegen zowel een Brexit in het belang van de kapitalisten als tegen de EU. * Vakbondsleden in Ierland, zowel Noord als Zuid, zijn verenigd in het Irish Congress of Trade Unions (ICTU) en hebben goede banden met hun collega syndicalisten in Engeland, Schotland en Wales. De vakbonden dienen te mobiliseren om de belangen van de werkenden in de regio te verdedigen in verzet tegen de ‘race to the bottom’ op vlak van arbeidsrechten en voorwaarden. Syndicale actie voor jobs, lonen, arbeidsvoorwaarden en rechten is nodig. * De arbeidersbeweging moet zich inzetten voor de eenheid van de werkende klasse en mag zich niet laten vangen door gelijk welk akkoord dat de verdeeldheid versterkt. We kunnen ons best voorbereiden op een toename van sectaire spanningen en conflicten, onder meer door protestacties, betogingen en indien nodig stakingen te organiseren indien sectair geweld dreigt. * Een spoedconferentie met zoveel mogelijk delegees en militanten uit Noord- en Zuid-Ierland kan een democratische discussie mogelijk maken over hoe we ons het best verzetten tegen zowel de EU als het besparingsbeleid van de Ierse en Britse regeringen. Als het ICTU geen initiatief neemt, kan het komen van die vakbondsinstanties die wel bereid zijn om leiding te geven. Vakbondsleden uit Engeland, Schotland en Wales kunnen gevraagd worden om vertegenwoordigers naar de conferentie te sturen en er kunnen banden gesmeed worden met militanten uit de rest van Europa. * Socialisten in Ierland zouden een terugkeer van een Labour-regering in Groot-Brittannië verwelkomen. Als een dergelijke regering een standpunt van socialistische oppositie tegen de EU inneemt, zou dit de situatie veranderen. Een Labour-regering kan de onderhandelingen heropenen en een andere relatie tot de EU voorstellen, met inbegrip van nieuwe handels- en douaneregelingen, op basis van de belangen van de werkenden, niet de 1% rijksten. Dit betekent een verwerping van Europese restricties om privatiseringen om te keren of om de sleutelsectoren van de economie te nationaliseren. Als er jobs bedreigd zijn waarbij Brexit als excuus wordt ingeroepen, moet nationalisatie onder democratische controle en beheer van de werkenden op de agenda staan. * Socialisten zijn voorstander van een werkelijk verenigd Europa. Dit is enkel mogelijk als de socialistische maatschappijverandering een eenheid van Europese naties in een democratische confederatie toelaat. We komen op voor een socialistisch Ierland met volledige democratische rechten voor de protestantse gemeenschap. We zijn voor een socialistische federatie van Ierland, Schotland, Engeland en Wales in een vrije en vrijwillige confederatie, en voor de socialistische verenigde staten van Europa. MARXISME VANDAAG l april 2019 l 29


Comintern

2 maart 1919: oprichting van de Comintern

H

onderd jaar geleden, op 2 maart 1919, kwamen 53 afgevaardigden van linkse en communistische partijen in Moskou bijeen om een nieuwe internationale op te zetten. Zes maanden later telde de Communistische Internationale al een miljoen leden. Dossier door Per-Ake Westerlund Socialisten moeten de geschiedenis bestuderen en er lessen uit trekken. De Comintern toonde de kracht van de arbeidersklasse in een revolutionair tijdperk. Het toonde dat er revolutionaire massapartijen nodig waren om een einde te maken aan de oorlog en de uitbuiting van het kapitalisme.

Marx en Engels vatten dit samen in het slot van ‘Het Communistisch Manifest’: “Proletariërs aller landen verenigt u.” Het was toen en nu nog steeds aan de meerderheid van de bevolking, de werkende klasse, om een nieuw sociaal systeem te vestigen: socialisme.

Rechtse politici en kapitalistische commentatoren gebruiken de degeneratie van de Russische Revolutie tot een dictatuur onder Stalin als argument tegen de Comintern en tegen socialisme in het algemeen. Nochtans waren het net de nederlagen van revoluties in andere landen die het fundament legden waarop het stalinisme kon groeien. De politieke en organisatorische zwakte van de nieuw gevormde communistische partijen en de Comintern liet ruimte voor de contrarevolutie en het bijhorende isolement van de Sovjet-Unie. Stalin kwam toen met de slogan van ‘socialisme in één land’ en vestigde de macht van hemzelf en de bureaucratie met steeds bloediger repressie en zuiveringen. Het feit dat Stalin in 1943 de Comintern officieel ontbond, bevestigt de tegenstelling tussen het stalinisme en de politieke koers toen de Comintern werd opgezet.

De Eerste Internationale werd in 1864 opgezet en omvatte verschillende stromingen van marxisten tot anarchisten en vakbondsleiders. De Tweede Internationale werd in 1889 opgezet en bestond uit de snel groeiende sociaaldemocratische arbeiderspartijen die in essentie opkwamen voor de revolutionaire opvattingen van Marx. In deze internationale zaten ook de Russische sociaaldemocraten, waarvan de Bolsjewieken onder Lenin de linkervleugel vormden.

Val van de Tweede Internationale De arbeidersbeweging was altijd internationaal georganiseerd. De burgerij daarentegen was steeds gebaseerd op de natiestaten waarbij de macht in een land wordt uitgeoefend en oorlogen gevoerd worden of kolonies veroverd. De arbeidersklasse heeft gemeenschappelijke belangen over de nationale grenzen heen.

30 l MARXISME VANDAAG l april 2019

De Tweede Internationale stortte in elkaar toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Ondanks herhaaldelijke verklaringen van alle sociaaldemocratische partijen tegen de oorlog, kozen bijna alle partijleiders ervoor om hun land te steunen in de oorlog. De Duitse sociaaldemocraten organiseerden een week na het uitbreken van de oorlog nog massabetogingen tegen de oorlog, maar de parlementsleden van de partij stemden wel voor de oorlogskredieten. In land na land stemden de sociaaldemocratische partijen in met ‘sociale vrede’ om burgerlijke regeringen en monarchieën te ondersteunen. De capitulatie van de sociaaldemocratische partijen was een schok voor Lenin en Rosa Luxemburg, een van de leiders van de


Comintern linkerzijde binnen de Duitse sociaaldemocratie.

Zimmerwald Lenin kwam tot de conclusie dat er na de ineenstorting van de Tweede Internationale nood was aan een nieuwe, Derde Internationale. Een eerste stap daartoe was het bijeenbrengen van al wie zich in de sociaaldemocratische partijen tegen de oorlog verzette. Deze bijeenkomst gebeurde op een conferentie in Zimmerwald (Zwitserland) van 5 tot 8 september 1915. Zevenendertig vertegenwoordigers uit elf landen namen aan de conferentie deel, voornamelijk mensen uit de linkerzijde van de sociaaldemocratische partijen. Er waren officiële vertegenwoordigers van de Bolsjewieken en de Italiaanse Socialistische Partij. De slotverklaring die door Leon Trotski was voorgesteld veroordeelde de oorlog en de bedreiging die deze vormde voor de mensheid. Het manifest wees op de verantwoordelijkheid van de partijen die de oorlog steunden en riep op tot klassenstrijd tegen de oorlog en voor socialisme. Op initiatief van Lenin kwam de linkerzijde van Zimmerwald meteen na de conferentie bijeen. Onder deze linkerzijde bevonden zich onder meer vertegenwoordigers van de Zweedse sociaaldemocratische Jongerenliga en de linkerzijde van de partij, Zäta Höglund en Ture Nerman. Er werd een secretariaat opgezet in Stockholm waar er in september 1917 een finale conferentie van de Zimmerwald-groep werd gehouden. In Zimmerwald waren er vooral vertegenwoordigers van relatief kleine groepen, linkse minderheden en individuen in verzet tegen de oorlog. De krachtsverhoudingen veranderden door de Russische Revolutie. In februari 1917 werd de almachtige tsaar omvergeworpen. In oktober namen de democratische arbeidersraden, de Sovjets, de macht over onder leiding van de Bolsjewieken. In de eerste resolutie van de Oktoberrevolutie werd onmiddellijke vrede uitgeroepen. De Wereldoorlog leidde tot bijna 10 miljoen doden onder soldaten en 6 tot 7 miljoen burgerdoden.

Een internationalistische revolutie Zowel de Russische Revolutie als de Bolsjewistische partij waren sterk internationalistisch. Het perspectief was steeds dat de machtsovername door de werkenden in de Russische Revolutie het begin vormde van een reeks internationale revoluties. De ervaring van Rusland was ook dat het alternatief op een machtsovername door de werkende klasse bestond uit de meest brutale reactie, zoals de dictatuur die generaal Kornilov in augustus 1917 probeerde te vestigen. Wereldwijd keken werkenden en onderdrukten uit naar de Russische Revolutie. Dit gaf hen hoop op bevrijding van oorlog, tekorten en alle vormen van onderdrukking. Honderdduizenden activisten in de arbeidersbeweging begonnen zich met de Bolsjewieken te identificeren. Op 24 januari 1918 was er al een eerste conferentie met internationale deelnemers, waaronder leden van de Zweedse Linkse Sociaaldemocratische Partij SSV. Internationalisme was ook het resultaat van de oorlog. In Rusland waren er twee miljoen oorlogsgevangenen. Veel van hen keerden terug naar huis als aanhangers van de revolutie. Er kwamen kranten en bulletins in heel wat talen. Toen de contrarevolutie naar de wapens greep en buitenlandse legers Rusland binnenvielen,

sloten 50.000 mensen van buiten Rusland zich als vrijwilligers aan bij het Rode Leger. Toen in november 1918 de revolutie in Duitsland uitbrak en de keizer werd afgezet, was de kwestie van een nieuwe internationale nog dringender. De Bolsjewieken veranderden hun partijnaam van sociaaldemocraten in communisten om het onderscheid te maken met de partijen die voor de oorlog waren. Er werden nieuwe communistische partijen opgezet in andere landen: Oostenrijk (3 november), Hongarije (24 november), Polen (15 december), Argentinië (19 januari), … De belangrijkste nieuwe partij was de Duitse Communistische Partij (KPD), opgezet op nieuwjaar 1919 met Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht als meest bekende leiders. Na de novemberrevolutie werd Rosa Luxemburg bevrijd uit de gevangenis (ze zat vast wegens haar verzet tegen de oorlog). Ze stelde vast dat de Russische Revolutie de weg vooruit toonde en dat er een partij moest opgezet worden. In december trok een vertegenwoordiger van de Duitse communisten, Eduard Fuchs, naar Moskou voor discussies. In een gecodeerde boodschap bracht Rosa Luxemburg haar groeten over aan Lenin: “Moge God het komende jaar al onze wensen inlossen. Het allerbeste! Oom zal vertellen over ons leven en onze bezigheden. Ondertussen druk ik je de hand.” Amper twee weken na het opzetten van de KPD warden Liebknecht en Luxemburg vermoord door Freikorpsen, milities die handelden op bevel van de sociaaldemocratische minister van politie Noske.

Het eerste congres Op 24 januari kwam er in naam van de Russische partij en acht nieuwe Communistische Partijen een uitnodiging voor een stichtingsconferentie van een nieuwe internationale. De tekst was geschreven door Trotski op een ogenblik dat hij nog niet wist van de moorden op Luxemburg en Liebknecht. Trotski stelde dat er ofwel bloedige dictaturen van generaals zouden komen ofwel de heerschappij van de werkenden om “een nieuwe wereld op te bouwen op de brokstukken van de door oorlog vernielde landen.” De uitnodiging benadrukte hoe de sociaal-chauvinisten – die sociaaldemocratische partijen die de oorlog steunden – wapens gebruikten tegen de werkende klasse, zowel in Rusland als in Duitsland. Er waren 39 groepen en partijen uitgenodigd. Vanuit Noorwegen, Italië en Servië ging het om massapartijen. In Zweden, Bulgarije en Nederland om belangrijke linkse afsplitsingen van de sociaaldemocratie. Het congres vond plaats tijdens de burgeroorlog in Rusland, met overal in Europa revolutie en contrarevolutie op de agenda. Verschillende afgevaardigden raakten niet in Moskou, onder hen Otto Grimlund van de SSV. Ture Nerman beschreef het congres nadien in zijn boek over de Comintern: “Het congres werd op 2 maart om 18u geopend in het Kremlin. De lange hal was aangekleed met rode tafellakens met opschriften: ‘Leve de Derde Internationale.’ Aan de muren hingen portretten van revolutionaire leiders uit verschillende landen en er was een muur met de slachtoffers van de bevrijdingsstrijd van de werkenden: Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg en anderen. MARXISME VANDAAG l april 2019 l 31


Comintern “Het was Lenin die de historische bijeenkomst opende. Zijn stenografisch genoteerde toespraak biedt een beeld van de sfeer op dat ogenblik in de kern van de nieuwe wereldbeweging: ‘In naam van het Centraal Comité van de Russische Communistische Partij open ik dit eerste internationale communistische congres. Ik vraag eerst en vooral om recht te staan voor een minuut stilte om de beste vertegenwoordigers van de Derde Internationale te herdenken: Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. (een minuut stilte). Kameraden, onze bijeenkomst is van verregaand historisch belang. Het toont aan dat de illusies in de burgerlijke democratie aan diggelen liggen’.”

Voorbereiding van oprichtingscongres Op het congres waren er 34 afgevaardigden met 56 stemmen. Eberlein was de enige vertegenwoordiger van de KPD en had 5 stemmen. Otto Grimlund van de SSV had drie stemmen, net als de vertegenwoordiger van de Noorse Arbeiderspartij en de drie vertegenwoordigers van de Finse Communistische Partij. Verder waren er 19 afgevaardigden met een raadgevende stem. Hugo Eberlein kwam met een richtlijn van de KPD dat de conferentie slechts kon gezien worden als de voorbereiding op een oprichtingscongres en dat er niet meteen over de vorming van een nieuwe internationale kon gestemd worden. Lenin en de Bolsjewieken legden uit dat ze in dat geval bereid waren om de beslissing uit te stellen. Maar tijdens de bijeenkomst werd steeds meer gepleit om wel degelijk meteen de stap te zetten. Otto Grimlund van de Zweedse SSV was één van de pleitbezorgers voor de directe oprichting van de Derde Internationale. Hij kreeg een antwoord van Eberlein: “Er bestaan slechts in enkele landen echte communistische partijen. Doorgaans zijn die slechts enkele weken oud. In verschillende landen waar er vandaag communisten zijn, bestaat er nog geen organisatie. Ik ben verrast dat de vertegenwoordiger van de Zweedse organisatie voor de oprichting van de Derde Internationale pleit en moet toegeven

dat er in Zweden geen pure communistische organisatie is, maar enkel een grote communistische groep binnen de Zweedse Sociaaldemocratische partij.” Grimlund wees er in zijn antwoord op dat “zijn partij Zimmerwald en de Bolsjewistische revolutie energiek had verdedigd.” (citaten uit het boek ‘Kommunisterna’ van Ture Nerman). Toen het congres besloot om de Derde Internationale, de Comintern, op te zetten, stelde Eberlein dat hij nog twijfelde of dit de juiste stap was, maar dat hij zou proberen om zijn Duitse kameraden zo snel als mogelijk bij deze internationale te laten aansluiten.

Oproep voor arbeidersraden Het congres zag in de oprichting van de Internationale een cruciale stap in de richting van een federale socialistische wereldrepubliek. Een samenleving die in een schril contrast stond met de slachtpartij van de wereldoorlog en de gevestigde dictaturen. De witte terreur werd in een specifieke resolutie aangeklaagd: “De tsaristische regering schoot werkenden neer, organiseerde pogroms tegen Joden, vernietigde al wat leefde; de Oostenrijkse monarchie smoorde de verontwaardiging van de Oekraïense en Tsjechische boeren en arbeiders en bloed; de Britse burgerij vermoordde de beste vertegenwoordigers van het Ierse volk; …” Op basis van de ervaring van de Russische Revolutie werd nadruk gelegd op het belang van democratische raden gebaseerd op arbeidersdemocratie. “Op basis van de stellingen en rapporten van de afgevaardigden uit verschillende landen, verklaart het congres van de Communistische Internationale dat de voornaamste taken van de Communistische Partijen in alle landen waar er nog geen Sovjet-regering gevestigd is de volgende zijn: Aan brede massa’s van de werkenden het historisch belang en de politieke en historische noodzaak uitleggen van een nieuwe arbeidersdemocratie die in de plaats moet komen van de burgerlijke democratie en het parlementaire stelsel; Het uitbreiden van de organisatie van sovjets onder de werkenden in alle sectoren van de industrie, onder soldaten in het leger, onder mariniers en ook onder landarbeiders en arme boeren; Het uitbouwen van een stabiele communistische meerderheid binnen de sovjets.”

1919: jaar van revoluties

Zimmerwald conferentie

32 l MARXISME VANDAAG l april 2019

In 1919 hing de macht van de burgerij en het kapitalisme in de touwen. Enkele weken na het congres van de Comintern namen de Hongaarse arbeiders de macht


Comintern en kort nadien vestigden de arbeiders in Beieren een Sovjet republiek. Die laatste republiek hield stand van 7 april tot 3 mei. Hongarije viel op 1 augustus. Beide opstanden werden bloedig neergedrukt. 1919 was ook een jaar van algemene stakingen met een wereldwijde arbeidersstrijd en radicalisering. Er waren massale algemene stakingen in onder meer Schotland, Peru en het pas gevormde Joegoslavië. Volledige steden werden overgenomen of bijna overgenomen door werkenden in strijd: Seattle, Winnipeg, Limerick, Barcelona, Glasgow, Belfast, Zurich, … De Communistische partijen en de volledige Comintern groeiden snel in de herfst van 1919 en hadden een half miljoen leden buiten Rusland. In 1920 splitste de Duitse Onafhankelijke Sociaaldemocratische Partij (een afsplitsing van de SPD) en groeide de KPD met 300.000 nieuwe leden aan. Een meerderheid van de Franse Socialistische Partij sloot bij de Comintern aan (150.000 van de 200.000 leden). Er ontstonden grote communistische partijen in Tsjecho-Slowakije en Bulgarije.

In andere landen waren er nog geen communistische partijen of werden deze pas opgezet na revoluties. In 1919 was er een kans om de macht te grijpen in verschillende landen. De Duitse revolutie leed een nederlaag in de herfst van 1923, wat de weg opende voor de ergste reactie. Het isolement van de Sovjet-Unie en de groeiende greep van het stalinisme maakten dat de Comintern een groot deel van de aantrekkingskracht verloor, ook al bleven de communistische partijen koppig (en verkeerdelijk) beweren dat ze in de voetsporen van Lenin en de Russische Revolutie traden. De echte marxisten waren de internationalisten die, samen met Leon Trotski, tegen het stalinisme streden.

De Comintern verschilde ook van de Tweede Internationale in het belang dat gehecht werd aan de koloniale revolutie. Op het Tweede Congres in 1920 waren er 30 afgevaardigden uit Azië, waaronder vertegenwoordigers uit naties en volkeren die onderdrukt werden onder het bewind van de tsaar. Het optimistische perspectief van 1919 over een snelle machtsovername in Europa en de rest van de wereld, werd gestopt door de overwinningen van de contrarevolutie. Revoluties en stakingen toonden de kracht van de arbeidersklasse en konden toegevingen afdwingen, maar ze leidden niet tot een machtsovername door de werkenden.

De nood aan revolutionaire partijen Het cruciale belang van een revolutionaire partij werd al tijdens de oprichtingsconferentie van de Comintern benadrukt. In het manifest dat door Trotski was voorbereid en unaniem werd aangenomen, stond: “Als de Eerste Internationale de toekomstige koers van ontwikkeling voorspelde en de weg die deze zou volgen, als de Tweede Internationale miljoenen werkenden verzamelde en organiseerde, dan is de Derde Internationale de internationale van de openlijke massastrijd, de internationale van revolutionaire verwezenlijkingen, de internationale van de actie. De burgerlijke wereldorde is voldoende bekritiseerd met socialistische kritiek. De taak van de internationale communistische partijen bestaat uit het omverwerpen van die orde om in de plaats ervan een socialistische orde op te bouwen.” De nieuwe communistische partijen hadden niet de lange ervaring van de Bolsjewieken. Duizenden actieve werkenden waren opgeleid door de politiek en strijd van de partij. De leiding onder Lenin en Trotski begreep dat een revolutie niet halfweg kan stoppen. De methode van ‘geduldig uitleggen’ was noodzakelijk in 1917, samen met concrete slogans als ‘Land, brood en vrede’ en ‘Alle macht aan de sovjets.’ Deze slogans stemden overeen met de ervaringen van de arbeiders en zorgden voor een massale toestroom in de partij. MARXISME VANDAAG l april 2019 l 33


Egypte 1919

1919: revolutie in Egypte

D

e Russische en Duitse revoluties speelden een belangrijke rol in het einde van de Eerste Wereldoorlog. Revolutionaire opstanden als gevolg van de oorlog volgden in vele andere landen. In maart en april 1919 schokte een revolutie de Egyptische regering en het Britse militaire bewind. Er waren stakingen, grote betogingen, de deelname van vrouwen en eenheid tussen religies – zoals in de opstand van 2011 die een einde maakte aan het 31-jarige bewind van president Hosni Mubarak. Dossier door David Johnson (Socialist Party Engeland & Wales) Tot aan de Eerste Wereldoorlog was Egypte een autonome staat binnen het Turkse Ottomaanse Rijk. Halverwege de negentiende eeuw probeerde de erfelijke heerser, Khedive Ismail, het land te moderniseren om te concurreren met de Europese mogendheden. Het Suezkanaal, voltooid in 1869, maakte deel uit van dit project. Zware schulden aan Europese bankiers die het geld leenden, veroorzaakten in 1875 een faillissement. Overheidsaandelen in de Suez Canal Company moesten aan de Britse regering worden verkocht tegen een kwart van hun waarde en er kwamen onpopulaire belastingen. De Britse marine en troepen onderdrukten een opstand in 1882, wat leidde tot een militaire bezetting. Er werd een ‘Protectoraat’ opgericht – zogenaamd ter bescherming van Egypte tegen buitenlandse mogendheden, maar in werkelijkheid ter bescherming van het uitgestrekte Britse Rijk in het oosten.

Buitenlandse overheersing van de economie Zeventig procent van de aandelen van Egyptische bedrijven was in 1914 in buitenlands bezit. Buitenlanders die in Egypte woonden, hadden een groot deel van de rest in handen. De zogenaamde ‘Capitulaties’ ontheffen hen van lokale wetten, justitie en belastingen. Rijke Egyptenaren werden buiten de raden van bestuur van bedrijven gehouden.

34 l MARXISME VANDAAG l april 2019

Er werd een vrijhandelspolitiek in het leven geroepen om de schuld te betalen. Dit leidde tot een grote toename van de katoenteelt op het land, die in 1914 bijna 90 procent van de export voor zijn rekening nam. De kleine boeren die katoen verbouwden, profiteerden niet van deze handel. Ze bewerkten kleine stukjes land, terwijl grote landeigenaren, samen met handelaars, grote winsten boekten. Ingevoerde Britse industrieproducten waren goedkoper dan de lokaal geproduceerde producten in kleinschalige werkplaatsen, waardoor veel arbeiders van die werkplaatsen werkloos werden. Nieuwe industrieën ontwikkelden zich echter om grondstoffen te verwerken. De textielindustrie had in 1917 73.000 mensen in dienst, waaronder 19.000 vrouwen. Een soortgelijke ontwikkeling vond plaats in de spinnerij-, meubel-, leder- en schoenenindustrie. Het werk in de fabriek was onveilig, vies en in ruil voor 12 tot 14 uur per dag werken kregen de werkenden amper een aalmoes. Werkenden die gewond of ziek raakten, werden ontslagen. Gezinnen die naar de steden trokken om er te werken, werden geconfronteerd met krotten zonder riolering of watervoorziening. Hun kinderen moesten werken in plaats van naar school te gaan.

Er werden sommige vakbonden opgezet, onder meer bij sigarettenfabrikanten, katoenspinners, magazijn- en spoorwegarbeiders. Er waren stakingen voor een betere lonen en meer veiligheid.


Egypte 1919 Groeiende nationalistische woede In deze periode was er een groei van nationalisme. Dit werd aangewakkerd door wrok over de export van rijkdom uit het land, de geprivilegieerde status van buitenlanders en de controle van het overheidsbeleid door de Britse ‘beschermers’. De Wereldoorlog heeft deze woede sterk doen toenemen. Het Britse militaire gezag nam de controle over het Egyptische regeringsbeleid over. De boeren werden onder dwang ingelijfd om het Britse leger te dienen als arbeiders in de campagne om Syrië en Palestina te veroveren op het Ottomaanse Rijk. Velen van hen werden naar het Westelijk Front in Europa gestuurd. Tegen het einde van de oorlog hadden meer dan anderhalf miljoen mannen loopgraven gegraven, pijpleidingen gelegd en spoorwegen aangelegd. Dieren en veevoer werden opgeëist. Achtergebleven gezinnen leden honger. De wrok werd verder aangewakkerd doordat grote aantallen Britse en geallieerde troepen naar Egypte werden verscheept. De krijgswet verbood openbare bijeenkomsten en vergaderingen van meer dan vijf personen. De katoenprijzen lagen meer dan vier keer zo hoog als in 1914. Verhuurders die meer katoen en minder voedselgewassen plantten, maakten grote winsten. Arme boeren, arbeiders en werklozen leden eronder. Er was een tekort aan goederen die voorheen uit Europa werden geïmporteerd, zodat de lokale industrie zich snel ontwikkelde omdat landeigenaren hun nieuwe winsten investeerden. Het aantal fabrieksarbeiders nam toe, evenals het aantal spoor- en havenarbeiders. In 1920 waren er 250.000 industriële arbeiders op een bevolking van 13 miljoen. Zeventig procent van de beroepsbevolking werkte op het land. In het besef van de groeiende nationalistische stemming richtte de Britse regering in december 1917 (weken na de Russische revolutie!) een speciale commissie op om een grondwetshervorming te onderzoeken. Ze hoopten dat dit zou voorkomen dat er een strijdbeweging zou uitbreken.

Egyptische kapitalisten en grootgrondbezitters willen onafhankelijkheid De onafhankelijkheidsbeweging groeide, maar veel van haar leiders bezaten grond en bedrijven. De ontwikkelende Egyptische kapitalistische klasse wilde een einde maken aan de buitenlandse overheersing, zodat ze hun eigen rijkdom en macht konden opbouwen. Ze wilden ook een einde maken aan de Egyptische regering van de oude aristocratie die slaafs samenwerkte met de Britten. Als seculiere gematigde beweging deed zij een beroep op rijke koptische christelijke landeigenaren die zich buitengesloten voelden door de meer traditionele islamitische heersers. Koptische christenen maakten tien procent van de bevolking uit. Ook vrouwen werden aangetrokken door deze beweging, die hen een betere status bood. De belangrijkste onafhankelijkheidsleider was Saad Zaghlul, advocaat en vice-voorzitter van de wetgevende vergadering. Op 11 november 1918 (Wapenstilstandsdag) vroegen Zaghlul en zijn

groep de Britse consul-generaal, Sir Reginald Wingate, om een delegatie te ontmoeten om hun onafhankelijkheidseisen voor te leggen aan de Britse regering in Londen. Vanaf het begin gaven ze toe dat de Britten toezicht konden blijven houden op het Suezkanaal en de overheidsschuld. Wingate was echter van mening dat de delegatie geen officiële capaciteit had en maakte duidelijk dat hij slechts een vriendschappelijke babbel had. Zaghlul besloot toen om aan te tonen dat er een brede publieke steun was voor al-Wafd al-Misri (de Egyptische delegatie). Honderdduizenden ondertekenden een petitie die door volgelingen – vaak dorpshoofden – in het hele land was verzameld en eisten dat Zaghlul en de anderen als spreekbuis van de natie werden erkend. De onrust nam toe en keerde zich ook tegen de Egyptische regering. Op 8 maart 1919 werden Zaghlul en twee andere leiders gearresteerd en de volgende dag naar Malta gedeporteerd.

Revolutie breekt uit Dit was de vonk die een revolutionaire opstand ontketende. Studenten van Al-Azhar University liepen naar buiten en demonstreerden de volgende dag, gevolgd door studenten van middelbare en professionele scholen. De massa’s verzamelden zich aan het station en verspreidden zich vervolgens over het hele centrum van Caïro. Op 10 maart riepen de Al-Azhar studenten op tot een algemene staking. De politie was overweldigd door de aantallen betogers. Generaal Watson riep het leger in om machinegeweerposten op belangrijke knooppunten van wegen te plaatsen. Op 11 maart begonnen advocaten een staking, gevolgd door de ambtenaren van de ministeries van Onderwijs en Openbare Werken. Op de 12e probeerden 3.000 betogers in de deltastad Tanta het station te bestormen. Britse soldaten schoten op de menigte, waarbij elf doden en eenenvijftig gewonden vielen. Op 15 maart marcheerden 10.000 studenten, arbeiders en zelfstandigen naar het Abdeen Paleis in Caïro, waar duizenden anderen zich bij hen voegden. In het hele land vonden protesten plaats van arbeiders, boeren, straathandelaars, advocaten, studenten en zelfs bedoeïenen.

Vrouwen sluiten zich aan bij de beweging Vrouwen uit alle klassen sloten zich op nooit eerder geziene wijze bij het protest aan. Bourgeois- en middenklassevrouwen demonstreerden vaak apart van mannen, terwijl vrouwen uit de arbeidersklasse en vanop het platteland vaak naast de mannen betoogden. Boerenvrouwen namen deel aan sabotage van spooren telegraaflijnen. Toen de spoorwegen werden hersteld, deelden vrouwen pamfletten uit die onder de krijgswet verboden waren: ze verstopten deze in winkelmandjes of gaven ze door aan leerkrachten op elk station. Een ander kenmerk van de beweging was de afwezigheid van religieus sektarisme. Huda Sha’arawi, een leider van de feministische beweging en vrouw van een van de verbannen leiders van Wafd, schreef: “De Britten beweerden dat onze nationale beweging een opstand was van de moslimmeerderheid tegen religieuze minderheden. Deze laster wakkerde de woede van de kopten en andere religieuze groeperingen aan. Egyptenaren toonden hun solidariteit door elkaar te ontmoeten in moskeeën, kerken en MARXISME VANDAAG l april 2019 l 35


Egypte 1919 synagogen. Sjeiks liepen arm in arm met priesters en rabbijnen.” De islamitische sikkel en het christelijke kruis werden samengevoegd tot een gemeenschappelijk symbool (zoals ook opgemerkt werd tijdens de opstand van 2011). Joden droegen de Davidsster en Egyptische vlaggen, en rabbijnen hielden toespraken die door grote menigten werden toegejuicht.

Britse militaire repressie Er werden collectieve straffen opgelegd. Dorpen die het dichtst bij beschadigde spoorwegen lagen, werden gebombardeerd door de Royal Air Force, met machinegeweren en met mortiervuur. Diplomaat Sir Ronald Graham adviseerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken “dat alle communiqués uit Egypte die te maken hebben met het verbranden van dorpen en dergelijke zorgvuldig gecensureerd moeten worden voor publicatie, anders zijn vragen in het parlement bijna zeker.” Verre van te zich neer te leggen bij de bombardementen op dorpen, waren de mensen in de steden woedend. De tramarbeiders in Caïro legden op 13 maart het werk neer en bleven tot 15 april buiten. Ongeveer 4.000 spoorwegarbeiders voegden zich bij hen op de 15e maart. Op de 16e staakten en betoogden Alexandrijnse arbeiders bij de spoorwegen, dokken, vuurtorens, postkantoren, regeringswerkplaatsen, douane en trams. Cairo werd effectief afgesneden van de rest van het land. Er waren geen spoor-, telefoon- of telegraafdiensten naar andere provincies. In Zifta, in het noordoosten van het land, werd een revolutionaire raad opgericht met kooplieden en zelfstandigen, die de stad onafhankelijk verklaarde van het Britse Rijk. Hoewel soortgelijke ontwikkelingen elders plaatsvonden, was er geen brede verspreiding van sovjets of arbeidersraden.

Nationalistische leiders houden beweging tegen De omvang en omvang van de betogingen en stakingen schokten de leiders van Wafd die zich zorgen maakten dat de beweging uit de hand liep. Ze probeerden de transportstaking te stoppen omdat die “de mensen schaadde en het transport van gewassen kon stoppen en commerciële transacties kon hinderen.” De meeste stakingen en betogingen kwamen er niet na oproepen door deze ‘leiders’, die moeite hadden om aan het hoofd van de beweging te blijven. Tussen 15 en 31 maart werden minstens 800 Egyptenaren gedood en talrijke dorpen in brand gestoken. Winston Churchill, toenmalige staatssecretaris van Oorlog en Lucht, vertelde het Lagerhuis dat vrijwel heel Egypte in opstand was. De Britse regering trok zich op 7 april terug en liet de drie leiders van Wafd vrij, waardoor de delegatie de vredesconferentie van Parijs kon bijwonen. Er werd een commissie onder leiding van Lord Milner opgericht om de oprichting van een autonome regering voor Egypte onder Britse bescherming te onderzoeken – op voorwaarde dat de betogingen werden afgelast.

Feesten als de Britse regering toegeeft Toen het nieuws bekend raakte, braken er twee dagen van massafeesten op straat uit. “Yahiya el Watan! (Lang leve de natie!)

36 l MARXISME VANDAAG l april 2019

werd onvermoeibaar geroepen. Een journalist van de Washington Post schreef: “Iedereen kon zien dat dit een feest van vreugde was, zonder enige vijandigheid tegen iemand. Er waren geen feesten of klassen in deze vrijheidscarnaval. Egypte gaf zich over aan een vreugdevolle en onschuldige orgie van nationaal bewustzijn.” Toen de drie leiders van Wafd terugkwamen uit Malta, werd er een grote massaparade georganiseerd om hen te begroeten. Vooraan liepen de Wafdleiders, kabinetsambtenaren en leden van de wetgevende vergadering, rechters en advocaten, artsen en mannen uit de hogere en middenklasse. Zij werden gevolgd door arbeiders en mannelijke scholieren. Daarna volgden vrouwen uit de hogere klassen in auto’s en tenslotte de vrouwelijke arbeiders en de boerenvrouwen in karren. De boodschap was duidelijk: een onafhankelijk Egypte zou worden geregeerd door zakenlieden en grootgrondbezitters. Van iedereen werd verwacht dat ze hun plaats zouden kennen.

Misplaatst vertrouwen in Amerikaanse president De Wafd verwachtte optimistisch steun van de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die kort voor het einde van de oorlog zich had uitgesproken voor nationale zelfbeschikking. Maar Wilson vertegenwoordigde de belangen van het Amerikaanse kapitalisme in concurrentie met de Europese imperiale mogendheden. De Amerikaanse regering wilde zeker niet dat Egypte het voorbeeld van Rusland volgde, waar een burgerlijke revolutie enkele maanden later werd gevolgd door een succesvolle arbeidersrevolutie onder leiding van de Bolsjewistische Partij. De Britse regering kreeg de verzekering dat haar bondgenoten, waaronder de VS, een voortgezet Brits protectoraat in Egypte zouden steunen en geen echte onafhankelijkheid. Zij kon de Wafd dus toestaan de vredesconferentie van Parijs bij te wonen, wetende dat hun eisen niet zouden worden ingewilligd. Wat ze kregen was een verklaring van de Britse regering dat het protectoraat in 1922 zou eindigen. Egypte zou erkend worden als een onafhankelijke soevereine staat – maar Groot-Brittannië zou de controle behouden over vier belangrijke gebieden “van vitaal belang voor het Britse Rijk.” Dit waren de veiligheid van de imperiale communicatie (d.w.z. militaire bases langs het Suezkanaal), de verdediging van Egypte tegen agressie van buitenaf, de bescherming van buitenlandse en minderheidsrechten (d.w.z. de commerciële belangen) en Soedan. Egypte gooide de Britse militaire en politieke overheersing niet van zich af totdat de staatsgreep van de Vrije Officieren Nasser in 1952 aan de macht bracht.

Arbeiders zetten de strijd tegen de nieuwe regering voort De stakingen duurden drie jaar voort omdat arbeiders echte vooruitgang wilden bekomen. In de herfst vond een 65 dagen durende spoorwegstaking plaats. De arbeiders van de Suez Oil Refinery staakten 113 dagen en de trams van Cairo lagen 102 dagen plat. Het aantal vakbonden verdubbelde tot 95. Een soortgelijke golf van onafhankelijke vakbondsvorming en stakingen vond plaats na de opstand van 2011. Een arbeidsbeschermingswet werd uitgesteld tot de nieuwe


Egypte 1919 Egyptische regering in 1922 werd geïnstalleerd. De wet werd vervolgens verder uitgesteld! Buitenlandse eigenaars van Egyptische bedrijven verzetten zich tegen de invoering ervan en verklaarden zich er niet aan te zullen onderwerpen. Egyptische kapitalisten drongen er bij de regering op aan om de jonge Egyptische industrie geen lasten op te leggen die hen zouden achterstellen tegenover buitenlandse concurrenten. Er was geen onafhankelijke arbeiderspartij die de werkenden kon waarschuwen voor vertrouwen in kapitalistische ministers, een socialistisch programma ontwikkelde rond lonen, jobs, huisvesting, landhervormingen en een democratische arbeidersstaat. In 1919 verschenen er kleine socialistische groeperingen in Caïro en Alexandrië (waarvan velen Grieken of Italianen waren). In 1920 werd de Socialistische Arbeiderspartij van Alexandrië opgericht, die de steun kreeg van de eerste Arbeidsfederatie van Egypte, die meer dan 20 vakbonden met 50.000 leden verenigde. De Communistische Partij werd in 1922 opgericht, eerst met voornamelijk buitenlandse en intellectuele leden. Zij nam niet deel aan de nationalistische beweging tegen de Britse bezetting, waardoor zij geïsoleerd bleef van de grote massa’s die dat wel deden. Ze had zich tot deze beweging moeten richten met een programma van onafhankelijke arbeidersactie. De Communistische Partij had moeten uitleggen dat de leiders van Wafd meer angst hadden voor arbeidersacties dan voor de Britse bezetting. Echte onafhankelijkheid kon alleen worden gewonnen door een socialistische revolutie, zoals in Rusland. De massa boeren op het platteland had een vastberaden arbeidersbeweging kunnen volgen die garant stond voor herverdeling van land, goedkope kredieten door de nationalisatie van de banken en een programma om hun leven te verbeteren. In 1924 verbood Saad Zaghlul, ondertussen premier, het Rode Verbond van Vakbonden onder communistische leiding en zette zijn leiders gevangen. Overheidspersoneel en transportarbeiders die actie ondernamen, werden bedreigd met boetes en gevangenisstraffen. Deze lessen zijn vandaag, acht jaar na de prachtige opstand van 2011, nog steeds relevant. Ook dat was een kans voor de arbeidersklasse om de macht te grijpen, maar de afwezigheid van een revolutionaire partij met een socialistisch programma maakte dat de meerderheid van de bevolking heil zocht bij liberale kapitalistische of islamitische politici. Toen hun hoop teniet werd gedaan door de voortzetting van de kapitalistische uitbuiting, namen het leger en president Abdel Fattah Al-Sisi de macht over. De rechten van de werkenden werden verpletterd en vakbondsactivisten werden gearresteerd en gevangengezet. De basis leggen voor een nieuwe revolutionaire massapartij is de taak waar de marxisten naartoe moeten werken, dit als voorbereiding op toekomstige strijd. De arbeidersklasse is vandaag veel sterker in aantal, opleiding en communicatiemiddelen dan honderd jaar geleden. Het nieuws over een revolutie verspreidt zich veel sneller over de wereld dan na de Russische Revolutie. Een socialistische revolutie zou bewegingen over de hele wereld tot uitbarsting brengen.

MARXISME VANDAAG l april 2019 l 37


Socialisme: van utopie tot wetenschap

Voorwoord op ‘Socialisme: van utopie tot wetenschap’

“S

ocialisme: van utopie tot wetenschap” verdient het om gelezen en bestudeerd te worden door socialisten, werkenden en jongeren met interesse in socialistische ideeën. Het boek helpt ons om de ontwikkeling van het socialisme te begrijpen en de taken van de werkende klasse om tot fundamentele maatschappijverandering te komen. Deze tekst door Friedrich Engels is samen met het ‘Communistisch Manifest’ een van de beste en belangrijkste inleidingen tot het marxisme. Tekst door Tony Saunois. De tekst is in 1880 geschreven door Engels en was oorspronkelijk deel van een uitgebreider boek: “De heer Eugen Dühring’s omwenteling van de wetenschap”, beter bekend als de “Anti-Dühring” (uit 1878). Engels antwoordde op Dühring, een bekende Duitse academicus wiens ideeën toen een negatief en desoriënterend effect hadden op de socialistische beweging in Duitsland. In zijn antwoord ontwikkelt Engels de belangrijkste ideeën en concepten van het marxisme inzake filosofie, natuurwetenschappen en sociaal systeem. Engels bekijkt de ontwikkeling van de klassen en de klassenstrijd in verschillende historische perioden en productiesystemen. “Socialisme: van utopie tot wetenschap” was een herwerkte versie van drie hoofdstukken uit de “Anti-Dühring” in een meer toegankelijke vorm om een beeld te schetsen van de oorsprong en ontwikkeling van socialistische ideeën en de marxistische visie op geschiedenis, ook al wel bekend als het ‘historisch materialisme.’ Beide werken behoorden tot de basisvorming in de Duitse arbeidersbeweging. Het boek is in een ander historisch tijdperk geschreven, maar de ideeën zijn tot vandaag bijzonder relevant. Ze helpen ons bij het begrijpen en beantwoorden van de hedendaagse ‘utopische socialisten.’ Die zijn terug opgedoken in de nasleep van de Occupy-beweging en andere ‘nieuw linkse’ formaties zoals Podemos in Spanje of Momentum in de Britse Labour Party van Jeremy Corbyn. Het is tegen de achtergrond van de heropbouw van de arbeiders- en de socialistische beweging na de ineenstorting van de vroegere Stalinistische regimes in de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa dat sommige oude ‘utopisch socialistische’ opvattingen terug de kop opsteken. In “Socialisme: van utopie tot wetenschap” gaat Engels na hoe socialistische ideeën ontstonden doorheen verschillende historische periodes en stadia van ontwikkeling in de samenleving, wat uiteindelijk een hoogtepunt kent in de ideeën van het wetenschappelijk socialisme zoals geformuleerd door hemzelf en Karl Marx.

Franse revolutie De Franse materialistische filosofen van de 18de eeuw, die de weg voorbereid hadden op de grote Franse (burgerlijke) revolutie

38 l MARXISME VANDAAG l april 2019

van 1789, hadden een grote invloed op de ontwikkeling van de eerste socialistische denkers. Ze stelden dat de bestaande sociale en politieke orde irrationeel was. Zoals Engels uitlegde, wilden ze deze irrationaliteit vervangen door een “het rijk van de rede, waarin bijgeloof, onrecht, bevoorrechting en onderdrukking worden verdrongen door de eeuwige waarheid, de eeuwige gerechtigheid, de in de natuur wortelende gelijkheid en de onvervreemdbare mensenrechten.” Engels legde uit dat deze filosofen geloofden dat ze universele waarheden verdedigden voor de hele mensheid. In werkelijkheid formuleerden ze ideeën die overeenstemden met de belangen van de toen ontwikkelende en opkomende burgerij en het kapitalisme. Ze willen een einde maken aan de beperkingen van de oude feodale sociale orde en de bijhorende privileges. Maar ze wilden de klassen niet afschaffen. De kapitalisten kunnen immers niet bestaan zonder loonarbeiders. Naarmate het kapitalisme groeide en ontwikkelde, deed de moderne arbeidersklasse hetzelfde. Dit leidde tot de ontwikkeling van radicalere ideeën.


Socialisme: van utopie tot wetenschap Radicale socialistische of communistische ideeën begonnen al te ontwikkelingen in de Engelse burgeroorlog van de 17de eeuw, meer bepaald rond de Levellers en andere radicale groepen, maar ook in de achterstraten van Parijs tijdens de Franse revolutie met de ‘Samenzwering der gelijken’ met leiders als François-Noel Babeuf. Deze ontwikkelingen waren belangrijk, maar wogen niet op tegen het wetenschappelijk socialisme van Marx en Engels. Ze waren eerder uitdrukking van een idealistische hoop op een toekomstige communistische samenleving en een verwerping van de brutale klassensamenleving. Ze weerspiegelden het volkse karakter van deze sociale bewegingen, een gemengd karakter van werkenden en armen. De ontwikkeling van het moderne kapitalisme en de moderne arbeidersklasse was noodzakelijk vooraleer deze ideeën ten volle konden ontwikkelen op een wetenschappelijke wijze met een begrip van de strijd tussen de tegengestelde klassenbelangen van de burgerij en de arbeidersklasse. Deze en andere bewegingen vormden een brug naar de uiteindelijke evolutie van de ideeën van het wetenschappelijk socialisme. De eerste socialistisch aandoende ideeën werden verder ontwikkeld door de grote utopische socialisten van de 19de eeuw – de ‘drie grote utopisten’ zoals Engels hen noemde: Henri de Saint-Simon en Charles Fourier in Frankrijk, en Robert Owen in Engeland. Engels had duidelijk bewondering voor deze figuren en gaat gedetailleerd in op de ideeën en het werk van Robert Owen. Hun scherpe veroordelingen van het kapitalisme en de eerste pogingen om een nieuw maatschappijmodel uit te bouwen, boden een idee van wat mogelijk zou zijn onder een socialistische samenleving. Ondanks het feit dat ze een stap vooruit betekenden door het aanbieden van een alternatief op het kapitalisme, bleven de utopisten gevangen zitten in de relatief beperkte ontwikkeling van het kapitalisme en de arbeidersklasse zelf. Zoals hun 18de eeuwse voorlopers deden ze een abstract beroep op rede en rechtvaardigheid om tot verandering te komen. Ze begrepen niet dat de heersende kapitalistische klasse handelt om de eigen klassenbelangen te verdedigen end at een strijd door de arbeidersklasse om de kapitalistische klasse omver te werpen essentieel was om de opbouw van socialisme aan te vatten. Robert Owen nam initiatieven om coöperatieven op te zetten die beheerd werden door de mensen in de gemeenschap die dezelfde belangen hadden. In Schotland vestigde Owen zo’n coöperatieve in New Lanark. Later trok hij naar de Verenigde Staten waar hij een lokale ‘maatschappij’ opzette in New Harmony, Indiana. Het waren in essentie pogingen om een eiland van socialisme op te richten in een zee van kapitalisme. Owen hoopte dat anderen het voorbeeld zouden volgen. Onvermijdelijk mislukten deze initiatieven en Owen verloor een deel van zijn rijkdom aan deze avonturen. Hij werd steeds radicaler in zijn opvattingen en werd naarmate hij ouder werd geweerd uit de ‘officiële samenleving.’ Er was een verdere ontwikkeling van het kapitalisme en van de arbeidersklasse nodig vooraleer wetenschappelijk socialistische ideeën tot ontwikkeling kwamen door de onschatbare bijdrage van Friedrich Engels en Karl Marx. De argumenten van Engels in dit boek zijn vandaag nog steeds geldig. Eens te meer zijn de ideeën die door sommige ‘nieuw

linkse’ denkers en krachten verdedigd worden een echo van de utopische socialisten uit het verleden. Alleen kan dit vandaag minder gerechtvaardigd worden. De openlijke en harde klassentegenstellingen zijn immers bijzonder zichtbaar in het moderne kapitalisme. In Griekenland leek premier Alexis Tsipras te denken dat het volstond om beroep te doen op de ‘rede’ en de ‘rechtvaardigheid’ van het Duitse imperialisme en de EU om hen ervan te overtuigen dat beter geen hard besparingsbeleid aan de Grieken werd opgelegd. Het antwoord op Tsipras was een voorspelbare en vastberaden ‘neen’. Het ging immers om de verdediging van klassenbelangen. De Britse auteur Paul Mason en anderen ter linkerzijde wijzen op de brutaliteiten en de horror van het modern kapitalisme. Maar wat is het antwoord van Mason hierop? Hij nam afstand van het marxisme en het trotskisme en staat nu onder invloed van Occupy. Hij wijst op de opgang van “parallelle munteenheden, coöperatieven en zelfbeheerde ruimtes, … nieuwe vormen van bezit, nieuwe vormen van lenen.” In zijn boek “Post Capitalism” schrijft Mason dat deze ideeën een “uitweg” vormen, maar alleen als “deze kleinschalige projecten gevoed, gepromoot en beschermd worden.” Hoe en door wie zegt hij niet. Dit soort ideeën betekent een terugkeer naar de utopische projecten van Robert Owen. In die tijd vormden ze een belangrijke stap in de ontwikkeling van socialistische ideeën. Ze droegen na hun onvermijdelijke neergang bij tot het ontstaan van de ideeën van het wetenschappelijk socialisme van Marx en Engels. In het huidige tijdperk van het moderne kapitalisme, zijn deze ideeën niet zo “nieuw” als de aanhangers ervan beweren. Ze vormen integendeel een stap achteruit op vlak van socialistische ideeën en programma.

‘Socialisme in de 21ste eeuw’ In Latijns-Amerika werd het ‘socialisme van de 21ste eeuw’ gepropageerd in Venezuela door Hugo Chavez en nadien door Evo Morales in Bolivia. Het was volgens de aanhangers ervan een nieuwe vorm van socialisme. Daarbij werden coöperatieven opgezet en werden aandelen gekocht om ‘gemengde bedrijven’ te vestigen. Waar de arbeidersklasse zwak of niet volledig georganiseerd is, kan de steun voor coöperatieven groeien onder arbeiders die te maken krijgen met bedrijfssluitingen. Socialisten hebben door sympathie voor, zeker waar de arbeiders geen alternatief zien. Deze ideeën kenden na de crisis van 2002 een verspreiding in Argentinië en zelfs in meer geïndustrialiseerde landen. Chavez en Morales steunden deze ontwikkelingen zonder de beperkingen ervan uit te leggen. Het idee was dat er een alternatief op het kapitalisme werd opgebouwd binnen het kader van het kapitalisme. De beslissende sectoren van de kapitalistische economie behielden onvermijdelijk hun controle op de samenleving en maakten een einde aan de ‘alternatieve’ coöperatieven en bedrijven. Na de economische ineenstorting van Argentinië in 2002 namen arbeiders bedrijven over om er coöperatieven te vestigen. De meeste van deze eilanden met elementen van arbeiderscontrole werden opgeslokt door de zee van kapitalisme errond. In Italië is er binnen de beweging Potere al Popolo een brede steun voor MARXISME VANDAAG l april 2019 l 39


Socialisme: van utopie tot wetenschap het idee van ‘mutualismo’ waarbij “hulppunten en coöperatieven” worden opgezet om de problemen van de bevolking aan te pakken. De wetenschappelijke socialistische ideeën in “Socialisme: van utopie tot wetenschap” zijn essentieel voor een begrip van hoe de kapitalistische samenleving functioneert en van de strijd tussen de werkende klasse en de armen aan de ene en de heersende klasse aan de andere kant. Deze ideeën antwoorden op de utopische notie dat het mogelijk is om beroep te doen op de “rede” en “het rechtvaardigheidsgevoel” van de kapitalistische klasse en zijn politieke vertegenwoordigers. Ze bieden ook een duidelijk antwoord op diegenen die stellen dat alternatieven op het kapitalisme kunnen opgebouwd worden binnen het kader van dit systeem, zonder het volledig te veranderen en met de arbeidersklasse te bouwen aan een democratisch socialistisch alternatief. De kapitalistische samenleving is veel veranderd sinds Engels dit boek schreef. Ook de arbeidersklasse ziet er helemaal anders uit. Sommige linkse commentatoren, zoals Paul Mason, of Pablo Iglesias van het Spaanse Podemos zien de arbeidersklasse niet langer als kracht voor maatschappijverandering. Mason schrijft de arbeidersklasse zelfs af omwille van de verzwakking van de industrie in heel wat landen. Er is effectief een afname van de traditionele industriële arbeidersklasse in de ontwikkelde kapitalistische landen. Maar de arbeidersklasse bestaat nog steeds en is potentieel een erg sterke kracht. Arbeiders in de spoorsector, luchthavens, communicatiesector en alle overblijvende industriële sectoren vormen een bijzonder grote groep en potentiële kracht. Wereldwijd is het specifieke gewicht van de arbeidersklasse groter geworden door de industrialisering van landen als China, Brazilië, India en andere. Vandaag is er een groeiende proletarisering van vroegere middenlagen die door de crisis van 2007/08 sterk aan levensstandaard ingeboet hebben. Leraars, dokters, ambtenaren en anderen nemen steeds meer de strijdmethoden van de arbeidersklasse op. Er zijn nieuwe lagen in de arbeidersklasse van extreem uitgebuite jongeren met onzekere contracten, zoals het personeel van Uber, Deliveroo, Amazon en McDonald’s, die de methoden van arbeidersstrijd beginnen op te nemen en zich organiseren. Dit bevindt zich nog in een prille fase, maar het is bijzonder significant voor de arbeidersbeweging en de socialistische krachten. Het lezen van “Socialisme: van utopie tot wetenschap” is bijzonder nuttig: het kan een nieuwe generatie die in strijd gaat bijstaan in de heropbouw van de arbeidersbeweging en de socialistische beweging als instrument om een einde te maken aan het kapitalisme en het te vervangen door socialisme.

40 l MARXISME VANDAAG l april 2019

Profile for De Linkse Socialist

Marxisme Vandaag #33 - April 2019  

Marxisme Vandaag #33 - April 2019  

Advertisement