Page 1

02 14

Kwartaal magazine van De Heus

Romelko

Juiste voerstrategie voor nieuwe voor de meest kwetsbare

FOKLIJNEN

fase van de big

RobotExpert MAAKT BEDRIJFSDOELSTELLINGEN WAAR


U gaat op zoek naar nieuwe mogelijkheden

Wij helpen u in de juiste richting Dieren gezond houden en ze tegelijkertijd optimaal laten renderen. Dat is de gezamenlijke uitdaging waar u en wij voor staan. En daar werken we graag hard aan. Elke dag weer. Voortdurend hebben wij de nieuwste inzichten op het gebied van het omzetten van voeding in dierlijke eiwitten voor u beschikbaar. Deze kennis vergaren we op onze eigen onderzoeksbedrijven en door samenwerking met weten足schap足pelijke instituten. Hierdoor kun足nen onze adviseurs met u vooruit kijken en meedenken. Want alles kan altijd beter. ZO HELPEN WIJ U GRAAG VOORUIT!

WWW.DE-HEUS.NL

0 4


Aan de keukentafel

10enOmniGen Kaliber Jongvee Plan

Nieuw inzicht in darmgezondheid

4

16

en verder...

12. Juiste voerstrategie voor nieuwe foklijnen 19. Brokjes 20. Positieve ervaringen met OmniGen; ook bij hitte

Praktijk vraagt meer...

36

28

Knor Tok Boe Jeugdpagina

23. In actie tegen de zomerdip rundvee 24. R omelko voor de meest kwetsbare fase van de big

26. B edrijfsontwikkeling vraagt visie 30. De NRM, dat wil ik niet missen 32. Alle biggen zo gezond mogelijk spenen 35. In actie tegen de zomerdip varkens 39. Column Niels Kooij 40. B iggenkwaliteit bepalend voor de technische resultaten bij vleesvarkens

43. In actie tegen de zomerdip vleespluimvee 44. RobotExpert maakt bedrijfsdoel

stellingen waar

46. Goede opvolging is een proces 48. Twee-eenheid De Heus Agra-Matic 51. Brokjes EXTRA DIGITALE INFORMATIE VIA UW SMARTPHONE OF TABLET? ZIE BLADZIJDE 51 VOOR UITLEG!

Nieuwe generatie wil Vooruit! De veehouderij is een prachtige branche om in te werken. Ontwikkelingen gaan snel. Bedrijfsverbeteringen en schaalvergroting gaan in Nederland hand in hand met zorg voor dier, maatschappij en lokale gemeenschap. Natuurlijk is er ook wel eens tegenwind. Maar met een enorme gedrevenheid en ondernemersgerichtheid die de Nederlandse veehouders zo kenmerkt, worden bedreigingen vaak omgebogen in mogelijkheden. Het is stimulerend om te zien dat de jonge generatie zich van dezelfde ondernemersgerichte kant laat zien. Ze bruist van de ideeën en trappelt om zo snel mogelijk op eigen benen te kunnen staan. Jonge veehouders, die uitkijken naar hun zelfstandigheid en de mogelijkheden om hun toekomstige bedrijf verder te ontwikkelen. Als familiebedrijf herkennen we ons in deze ambitie naar vooruitgang. Jong ondernemerschap is de rode draad in deze Vooruit! Niet alleen met aandacht voor jonge ondernemers, maar ook met relatief veel aandacht voor nieuwe ‘jonge’ ontwikkelingen. Goede opvolging is een proces. Vanuit verschillende kanten wordt dit proces belicht. Zowel vanuit veehouders die dit proces reeds hebben afgerond als vanuit jonge veehouders die nog aan de vooravond van dit proces staan dan wel er midden in zitten. Leerzame inzichten. Het is fijn om te merken dat de jonge generatie haar toekomst ziet in de veehouderij. Joost Belt


Wij willen graag onze eigen beslissingen nemen

Jack van Eekelen Noordhoek, 40 melkkoeien en 40 ha akkerbouw

Drie jonge mannen werken in VOF-verband op het bedrijf van hun ouders. Hun doel is bedrijfsovername. De een is wat verder dan de ander, maar bij geen van allen is de knoop al doorgehakt. Hun handen jeuken. Steeds vaker zien ze dat ze andere keuzes zouden maken dan hun ouders. Ze zetten zich niet af, maar willen wel graag zelf de beslissingen gaan nemen. Jack van Eekelen (Noordhoek) kwam vorig jaar thuis in een VOF op het gemengde bedrijf met 40 melkkoeien en 40 ha akkerbouw, na een mbo niveau 4-opleiding Veehouderij. Naast gras, mais en graan bestaat het bouwplan uit 10 ha aardappelen, 7 ha knolselderij en 7 ha suikerbieten. In 2012 werd een koelcel gebouwd met 1.200 kisten voor het bewaren van aardappelen en knolselderij. Omzet draaien is niet het doel, maar wel een evenwicht behouden tussen het aantal koeien en de oppervlakte grond. Sjors Weterings (Terheijden) heeft een VOF met zijn vader en zijn oom. Het

melkveebedrijf telt 130 melkgevende koeien en 80 ha. Daarnaast insemineert hij als zzp-er bij een ki-vereniging. Sjors komt als inseminator op veel plekken en dan ziet hij goede en slechte dingen. De goede neemt hij mee naar huis om zelf toe te passen. Zijn broer studeert aan de HAS en heeft ook belangstelling voor het bedrijf, maar zijn twee zussen niet. Rick van den Borne (Bladel) is sinds twee jaar afgestudeerd van de HAS en werkt sindsdien in VOF-verband op het bedrijf van zijn ouders. Het bedrijf telt 480 zeugen en 3.700 vleesvarkens. In het begin was er voldoende werk, omdat er volop werd

Rick van den Borne Bladel, 480 zeugen en 3.700 vleesvarkens

Sjors Weterings Terheijden, 130 melkkoeien

05


Wij willen graag onze eigen beslissingen nemen

verbouwd. Daarna bleek er te veel arbeid op het bedrijf te zijn. Omdat ze de vaste medewerker niet kwijt wilden, ging Rick deels buiten de deur werken. Kees Jansen is directeur van Agra-Matic, een landelijk adviesbureau voor vraagstukken over ruimtelijke ordening, bouw- en milieuzaken binnen de agrarische sector. Hij is

0 6

dagelijks betrokken bij discussies over bedrijfsovername en –ontwikkeling. Joost Belt is verantwoordelijk voor de nationale en internationale marketing en communicatie bij De Heus en leidt het gesprek.

Bedrijf overnemen Joost Belt: ‘Jullie zijn alle drie actief binnen het bedrijf en praten over een mogelijke overname. Hoe zit dat bij jou Jack?’ Jack van Eekelen: ‘Het was van jongs af aan bekend dat ik graag de boerderij zou overnemen. Sinds 2012 zit ik in de VOF met mijn ouders. De aanleiding om dat te doen was de bouw van een bewaarschuur. Mijn ouders zien ook graag dat ik het bedrijf over ga nemen.’ Joost Belt:

‘Jack voelt het niet als een verplichting om het bedrijf over te nemen. Ik kan me voorstellen dat de ouders het belangrijk vinden dat hun bedrijf wordt voortgezet door één van de kinderen. Ervaren jullie dat zo?’ Rick van den Borne: ‘’Mijn ouders zouden het zeker leuk vinden, maar het is daarom voor mij geen verplichting om het over te nemen. Ook mijn ouders gaan daar niet automatisch van uit. Ik zit nu in de VOF maar het is niet zo dat ik er op aan gekeken word als ik er mee zou stoppen.’ Sjors Weterings: ‘Als ik echt iets ander zou willen, dan is dat geen enkel probleem. Ik ben vrij om te kiezen wat ik doe. Dat geldt ook voor mijn broer. Hij zit nu wel op de HAS, maar hij weet nog


niet precies wat hij wil.’ Joost Belt: ‘Vanaf welk moment wisten jullie dat je toekomst waarschijnlijk op het bedrijf van je ouders zou liggen en dat je in hun voetsporen zou kunnen treden?’ Jack van Eekelen: ‘Toen ik 13 jaar was, wist ik al dat ik het bedrijf over wilde nemen. Ieder vrij uurtje zat ik op de boerderij. Als ik kijk wat er sindsdien allemaal is gebeurd op het bedrijf, ben ik trots omdat ik daar aan heb bijgedragen. Die passie wil ik mijn leven lang volhouden.’ Sjors Weterings: ‘Ik heb ook van kleins af aan op het bedrijf meegewerkt. Maar of ik het bedrijf over ging nemen wist ik lange tijd niet. Dat moet toch bij je als persoon gaan passen.’

Financiële cijfers Joost Belt: ‘Jullie hebben de eerste stap gezet in de VOF en dan komt ook het leren omgaan met getallen aan de orde. Dat zijn andere vaardigheden dan meewerken op het bedrijf. Op welk moment ben je ook naar de financiële kant gaan kijken?’ Rick van den Borne: ‘Op de HAS hebben we ons verdiept in de cijfers van een veebedrijf. Als je in de klas voorgeschoteld krijgt hoe een bedrijf kan draaien, ga je thuis eens kijken hoe het in elkaar zit. Zodoende leer je daarmee omgaan.’ Sjors Weterings: ‘Op de MAS kreeg ik opdrachten en dan ga je kijken hoe het zit met de cijfers van ons bedrijf. Sinds ik in de VOF zit duik ik ook in boekhoudrapporten.’ Kees Janssen: ‘Je ziet vaak dat opvolgers op jongere leeftijd nog niet zo omkijken naar de financiën. Ze denken, dat doen mij ouders en het loopt goed. Later wordt dat natuurlijk heel anders.’ Joost Belt: ‘Bieden jullie ouders openheid over de financiële cijfers?’ Jack van Eekelen: ‘Ik denk dat de openheid van de ouders sterk bepaalt wanneer je daarmee in aanraking komt. Toen ik net op MAS zat, heb ik gevraagd of ik de rekeningen open mocht maken. Sindsdien kijk ik de rekeningen na en is mijn vader soms de tweede die ze pas ziet. Ik wil mij er van bewust zijn wat iets kost. Dat is het allereerste begin. Als je een schuur wilt bouwen, moet je weten hoeveel je daar in wilt investeren en hoe je het kunt terugverdienen.’

Toekomstplannen bespreken Joost Belt: ‘Ik kan me voorstellen dat het wennen is om betrokken te zijn bij financiële beslissingen. Met wie bespreek je de toekomstplannen, met familie, vrienden, de

voerspecialist of anderen?’ Sjors Wetrings: ‘Ik bespreek de toekomstplannen met de familie, want het is een familiebedrijf. Als het over financiën gaat komt de boekhouder er aan te pas.’ Jack van Eekelen: ‘Ik ben enig kind en dat is lastig. Je praat altijd met ouderen in het gezin. Ik heb een vriend die ook zo’n schuur gaat bouwen en dan vergelijken we. Hoe doe je dit of dat? Waarom koop je iets en wat mag het dan kosten? Het is een heel prettig gevoel dat je er met iemand van buiten het gezin over kunt praten omdat je er dan wijzer van wordt.’

Je ziet vaak dat opvolgers op jonge leeftijd nog niet zo omkijken naar de financiën Andere mening Joost Belt: ‘Gebeurt het wel eens dat jullie de dingen anders willen oppakken dan je ouders?’ Sjors Weterings: ‘Dat gebeurt zeker wel eens. Mijn vader doet soms iets al dertig jaar op dezelfde manier en dan kom ik als inseminator op een bedrijf waar ze het anders en misschien beter doen. Meestal krijg ik wel de kans om iets te veranderen, zeker als het om de wat kleinere dingen gaat. Als het dan werkt, doet mijn vader het ook zo.’ Jack van Eekelen: ‘Ik wil nog wel eens sneller iets veranderen dan mijn ouders.’ Rick van den Borne: ‘Bij ons is het meer van laat het zien dat het zo is.

07


Wij willen graag onze eigen beslissingen nemen

Dus ik mag het eerst zelf proberen. Als het een investering is moet ik eerst op papier zetten hoe het uit gaat pakken.’ Joost Belt: ‘Praten jullie geregeld over de toekomst met je ouders? Zijn er misschien discussies omdat jullie andere opvattingen hebben over de toekomst van het bedrijf?’ Sjors Weterings: ‘We hebben wel eens verschil van mening en dan praten we er over. Onze overlegplek is de melkstal. Dan vertel ik mijn vader bijvoorbeeld dat ik op een bedrijf wat gezien heb en dan praten we er over of dit ook bij ons zou kunnen.’ Jack van Eekelen: ‘ Ik praat vaak met mijn vader als we buiten zijn. Ik merk dat mijn vader dan meer op zijn gemak is. Als ik hem op andere gedachten wil brengen leidt dat soms tot een pittige discussie. Zo’n gesprek voer ik graag buiten omdat je dan op de plaats kunt zijn waar je een verandering wilt doorvoeren. Het praat beter als je er een beeld bij hebt. Dit geld voor werkprocessen en ook voor het kiezen van investeringen.’

Grootste uitdaging Joost Belt: ‘Jullie hebben ideeën over de toekomst. Wat zien jullie als de grootste uitdaging om de stap te kunnen zetten?’ Rick van den Borne: ‘Dat je zelf de beslissingen mag nemen en zelf aan het roer zit om te bepalen welke kant we opgaan en welke niet.’ Sjors Weterings: ‘Een grote uitdaging is het bedrijf in goe-

08

de banen te leiden en te verbeteren als je er alleen voor staat.’ Jack van Eekelen: ‘Mijn vader heeft taken waar ik me nog weinig in heb verdiept. Als je zelf die dingen oppakt kom je los van je ouders. Het is beter alle werkzaamheden te doen als de ouders er nog zijn, zodat je op hen terug kunt vallen en de ervaring delen.’ Sjors Weterings: ‘Het werk op het bedrijf ken je wel. Het gaat er om dat je naar de andere zaken kijkt zoals de financiële cijfers. Ik zit er bij als de boekhouder de financiële cijfers bespreekt, anders leer je het natuurlijk nooit. Om te bepalen of ik in de VOF blijf, moet ik de financiële kant ook kennen.’ Kees Jansen: ‘Zijn de financiële cijfers daarvoor maatgevend?’ Sjors Weterings: ‘Voor de uiteindelijke

Een grote uitdaging is het bedrijf in goede banen te leiden en te verbeteren

maar stoppen niet direct. Dat zou ook niet goed zijn.’ Kees Jansen: ‘Het is belangrijk of de ouders op het erf blijven wonen. Als zij dat wel doen houden zij een bepaalde verantwoordelijkheid. Als ze elders gaan wonen komt de verantwoordelijkheid snel bij de opvolger te liggen. Dan komt de voerspecialist of boekhouder voor de opvolger en niet meer voor de ouders.’

Aandacht voor bedrijfsopvolging Joost Belt: ‘Jullie hebben een agrarische opleiding achter rug. Wordt daar voldoende aandacht besteed aan bedrijfsopvolging?’ Sjors Weterings: ‘Dat kan op de MAS nog veel verder gaan. Je leert wel hoe boekhoudrapporten in elkaar zitten, maar er wordt verder niet ingegaan op de bedrijfsovername.’ Rick van den Borne: ‘Op de HAS heb ik een module bedrijfsovername en recht gevolgd. Dan ben je tien weken intensief bezig met bedrijfsovername.’ Jack van Eekelen: ‘Ik denk dat je beter kunt investeren in begeleiding door een extern bedrijf. Dan gaat het specifiek over jouw situatie en wat jij wilt weten. Op school blijft het te algemeen.’

Roer om? beslissing zijn andere zaken belangrijker, bijvoorbeeld dat je na 20 jaar nog elke dag met plezier naar de melkstal loopt.’ Joost Belt: ‘Hoe kijk jij tegen de overname van het bedrijf aan Rick?’ Rick van den Borne: ‘Ik denk dat iedereen nog wel extra ondersteuning nodig zal hebben, maar je moet op een gegeven moment ook in het diepe durven te springen om te kijken hoe sterk je bent. Mijn ouders zetten misschien een paar stapjes terug,

Joost Belt: ‘Als jullie het bedrijf hebben overgenomen, zetten jullie het dan op dezelfde manier voort of gaat het roer honderdtachtig graden om?’ Sjors Weterings: ‘Ik denk er tussenin. Bij ons hebben altijd twee man de beslissingen genomen en als dat door één man gaat gebeuren verandert er wel wat, zeker op het gebied van de huisvesting. Als ik het bedrijf overneem zou ik liever alleen baas willen zijn. Maar als mijn broer in het bedrijf komt, ontstaat


er weer een andere situatie.’ Rick van den Borne: ‘Ik ga het niet helemaal omgooien. Dat doe je ook niet gemakkelijk omdat je al zo lang mee hebt gewerkt. Je deelt dan de mening over allerlei zaken. Je hebt al zoveel van jezelf er in gestopt dat het raar zou zijn als je het plotseling helemaal om zou gooien.’ Jack van Eekelen: ‘Er zijn nu altijd zaken waarbij de ouders op de rem trappen en je mag pas op termijn de beslissingen zelf nemen. Ik probeer nu mijn ouders te beïnvloeden.’ Joost Belt: ‘Je ouders hebben een netwerk van adviseurs. Neem je ze over?’ Sjors Weterings: ‘Ik denk dat ik een groot gedeelte van het netwerk van mijn ouders overneem, want daar werk ik nu ook al mee. Maar een uitdaging moet ook zijn dat je open blijft staan voor nieuwe contacten.’ Kees Janssen: ‘Als opvolger is gemakkelijker voor een nieuwe voorlichter te kiezen om-

dat je nog geen band met ze hebt. Dat wordt in de toekomst natuurlijk anders.’ Jack van Eekelen: ‘Hoe goed je overweg kunt met iemand is dan een heel belangrijke factor. Ik kom allerlei mensen tegen, terwijl mijn vader veel gerichter is op het bedrijf.’

Wat valt tegen Joost Belt: ‘Jullie zijn bezig om vroeg of laat het bedrijf over te nemen. Als je terugkijkt op de afgelopen periode, wat valt jullie dan het meeste tegen?’ Rick van den Borne: ‘Inzet van arbeid. Op school dacht ik dat het zo druk was dat er gemakkelijk iemand full time bij kon. Eenmaal thuis bleek er veel minder werk te zijn. Daar heb ik mij op verkeken en daarom ben ik ook zzp-er geworden.’Sjors Weterings: ‘Dat was bij ons ook zo.’ Kees Jansen: ‘Dit vind ik een positieve ontwikkeling.

Alle drie zijn zzp-er met de gedachte dat zij hun tijd nuttig willen besteden en kennis opdoen door buitenshuis te werken. Dat was in het verleden not done. Toen bleef de opvolger op het bedrijf.’

Tips bij bedrijfsovername Joost Belt: ‘Welke tip geven jullie mee bij een bedrijfsovername?’ Sjors Weterings: ‘Staar je niet blind op het overnemen. Kijk verder dan je neus lang is en ga bij een ander werken totdat je zeker weet dat je het bedrijf over wilt nemen.’ Rick van den Borne: ‘Twijfel niet te lang, maar probeer. Als het niet gaat, is er altijd nog een weg terug.’ Jack van Eekelen: ‘Zie het aantal koeien niet als doel maar als een middel om een inkomen uit te halen. Kijk naar je eigen mogelijkheden. Het is niet vanzelfsprekend dat je 200 koeien gaat melken als je daar niet blij van wordt.’

09


IN DE SCHIJNWERPER

Verder vooruit

met OmniGen en het Kaliber Jongvee Plan

Wij willen U als melkveehouder vooruit helpen. Twee concepten die U daarin onder andere kunnen ondersteunen zijn het additief OmniGen en het Kaliber Jongvee Plan.

Floris van Tilburg Verkoopleider Rundvee West ftilburg@de-heus.nl

Het afgelopen voorjaar heeft De Heus door het hele land een 12-tal bijeenkomsten georganiseerd waar deze twee concepten centraal stonden.

1 0

Waar streven we met elkaar naar: • Ouder laten worden van de veestapel; • Verlagen vervangingspercentage; • Verhogen voerefficiëntie; • Verhogen diergezondheid; • Verschuiving van curatief werken naar preventief werken. Op de genoemde bijeenkomsten zijn de resultaten van het Kaliber Jongvee

Plan en het additief OmniGen gepresenteerd en bediscussieerd.

Het Kaliber Jongvee Plan werkt Het is zeven jaar geleden dat De Heus het Kaliber Jongvee Plan heeft geïntroduceerd. Het doel van het plan is om een vaars van 24 maanden met ‘Kaliber’ aan de melk te krijgen. Met ‘Kaliber’ duiden we de


verhouding in grootte, zwaarte en omvang van het dier aan. We werken aan karkasontwikkeling zonder vervetting. Een kalf met ‘Kaliber’ laat lengte zien, een lange rib en hoogtemaat. De ruglijn en ribben moeten duidelijk zichtbaar zijn. Het Kaliber Jongvee Plan werkt met vier fases. Elke fase met zijn eigen doelen en rantsoennormen: Startfase 0-4 maanden: Veilige groei in deze melkperiode, waarbij de pens voldoende volume krijgt met een gespierde wand met daarop voldoende papillen. Jeugdfase 5-8 maanden: Maximale groei zonder vervetting. Met een rantsoen van 950 VEM en 17 procent ruw eiwit wordt de aanwezige groeipotentie benut en kan een groei bereikt worden van 1000 gram per dag. Puberfase 8-14 maanden: In deze fase zien we, mede door de hormonale

voorbereiding op de dracht, de vorming van het kaliber (uit elkaar komen van het karkas). De basis van deze fase wordt gelegd door een hoge ruwvoeropname in de Start- en Jeugdfase. Door de hoge ruwvoeropname hoeft het rantsoen in deze fase wat minder geconcentreerd te zijn (850 VEM en 160 ruw eiwit). Drachtfase 14-24 maanden: In deze fase willen we dat de vaars doorgroeit zonder vervetting en er op 24 maanden voor klaar is om, na de geboorte van een vitaal kalf, het op te nemen rantsoen om te kunnen zetten in een hoge melkgift. Wat zijn de resultaten als U uw jongvee opfokt volgens het Kaliber Jongvee Plan? • Meer melk in de eerste drie lactaties; • Een lagere afvoer van kalveren; • Betere conditie, minder negatieve energiebalans, betere start; • Grotere ‘inhoud’ = meer opname = gezond meer melk met meer eiwit.

De stimulerende werking van OmniGen Vanaf september 2012 is het additief OmniGen beschikbaar voor de Nederlandse veehouder. Bacteriën, virussen en stress onderdrukken het immuunsysteem. OmniGen stimuleert het eigen natuurlijke immuunsysteem van de koe en verbetert daardoor de weerstand van de koe. Door immunologisch onderzoek in het bloed kan de werking van OmniGen worden aangetoond. OmniGen wordt 365 dagen (jaarrond, ook aan de droge koeien) verstrekt. Ons advies is om elke koe 55 gram per dag te voeren, bij voorkeur in de basis.

OmniGen kan worden gevoerd in een mineraalmengsel, als toevoeging aan het krachtvoer of puur als OmniGen. 97% van de gebruikers van OmniGen zien positieve effecten op de volgende gebieden: lager tankcelgetal, minder mastitis gevallen, minder nieuwe koeien met hoog celgetal, minder gevallen van baarmoederontsteking en witvuilen en een betere tochtexpressie. Al deze effecten zijn positief voor de melkproductie en helpen U mee het antibioticagebruik terug te dringen!

Conclusie Met het Kaliber Jongvee Plan en met OmniGen zijn er mogelijkheden om het rendement op uw bedrijf te verbeteren. Bekijk de komende tijd samen met uw specialist waar voor U de uitdaging ligt: ouder laten worden van de veestapel?, verlagen vervangingspercentage?, verhogen voerefficiëntie?, verhogen diergezondheid?, verschuiving van curatief werken naar preventief werken? Of om met de woorden van ex-top hockeycoach Marc Lammers te spreken: ‘Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Waar gaat U voor?’

11


Leghennenfokkerij aan het woord

Juiste voerstrategie voor nieuwe foklijnen De Heus werkt intensief samen met moderne, innovatieve en internationaal georiënteerde fokkerijorganisaties voor leghennen. Kennisuitwisseling en goed inspelen op veranderde omstandigheden verbeteren de praktijkresultaten.

John Achterstraat Sectorhoofd Legpluimvee jachterstraat@de-heus.nl

Zowel fokkerijorganisaties als mengvoerbedrijven spelen dagelijks in op veranderde omstandigheden om leghennen optimaal te laten presteren. In de kaders in dit artikel leggen we uit wat hun fokdoelen zijn. ‘Voor ons is het de kunst om de juiste voerstrategieën te vinden voor nieuwe foklijnen voor optimale prestaties”, zegt John Achterstraat, Sectorhoofd Legpluimvee van De Heus. ‘Elk jaar neemt de productiecapaciteit van leghennen toe. Dat vraagt continu om afstemming van uitgebalanceerde voeding voor moderne legrassen. De gedragseigenschappen van hennen bepaalt bijvoorbeeld de onderhoudsbehoefte. Als in de toekomst wordt ge-

12

fokt op ander gedrag, moeten we de voeding daarop aanpassen. ’Efficiënter producerende legrassen hebben vaak meer geconcentreerde voeders nodig, omdat het volume van het maagdarmkanaal wijzigt. Daarnaast zal het belang van een juiste voerstructuur meer dan ooit naar voren komen, als we geen snavels meer kunnen behandelen. ‘Als de levensduur van kippen toeneemt, vraagt dat ook een specifieke voerstrategie’, legt Achterstraat uit, die aangeeft dat De Heus met nieuwe foklijnen eigen voederproeven uitvoert om te komen tot de meest optimale samenstellingen van leghennenvoerders. ‘Wij geven ook signalen uit de praktijk door aan fokkerijorganisaties waar wij mee samenwerken. We streven gezamenlijk naar gezonde leghennen die met een hoge efficiëntie veel eieren produceren en dat langer volhouden. Dat levert leghennenhouders ook meer rendement op.’

1

Lohman Tierzucht

Lohmann Tierzucht heeft als belangrijkste speerpunten in hun fokdoelen: Productie Dat gaat met name over het aantal verkoopbare eieren per opgehokte hen. Er is nog weinig progressie mogelijk in piekproducties. In aanhoudingsduur en legpersistentie zit nog wel potentieel. Ei-kwaliteit Hierbij spreken we over zowel interne- als externe ei-kwaliteit. Hierbij spelen schaalkwaliteit maar ook ontwikkeling van ei-gewichten op latere leeftijd een belangrijke rol. Voerefficiëntie Het gaat niet om beperking van de voeropname per dier, maar juist om het bereiken van een zo maximaal mogelijk aantal eieren of eimassa en daarmee lage voerkosten per ei of per kg ei. Echter, belangrijk hierbij is


13


en blijft dat het om verkoopbare eieren gaat. Lohmann Tierzucht heeft dit vanuit het verleden reeds zeer lange tijd bewezen door zich hier al decennia lang op te focussen en blijft dit in de toekomst ook doen. Dierenwelzijn Hierbij gaat het enerzijds om het gedrag van de dieren, maar daarnaast ook om bevedering van de dieren en vorm van de snavel. Dit is niet alleen belangrijk voor de maatschappelijke vraag vanuit Nederland en Duitsland, maar ook in andere Europese landen. In Scandinavië, UK, maar ook Oostenrijk en Zwitserland, waar al langer onbehandeld legpluimvee wordt gehouden, is welzijn een steeds belangrijker item. Daarnaast geeft dit wereldwijd voordelen: een kip die beter in de veren zit, voelt zich goed en produceert efficiënter.

1 4

2

ISA

’Vooruit’ is het kernwoord voor de fokkerij van ISA. Vooruit betekent voor ISA toegevoegde waarde brengen voor de gehele legpluimvee-keten. Productie ISA streeft naar het fokken van leghennen die in staat zijn 500 eerste kwaliteit eieren te produceren in een levenscyclus van 100 weken. Daartoe worden de zuivere lijnen van ISA al sinds 2009 aangehouden tot een leeftijd van 100 weken. Daarnaast worden de families ook onder praktijkomstandigheden getest. Deze combinatie maakt het mogelijk om met die families verder te fokken die in de praktijk de beste ei-kwaliteit eigenschappen combineren met een uitstekende leefbaarheid en een uitmuntende legpersistentie. Innovatie Het gebruik van DNA-technieken versnelt de genetische vooruitgang, doordat selecties van met name de hanen van alle lijnen op jongere leeftijd plaatsvinden. Daarnaast maken deze en andere nieuwe technieken het mogelijk om te selecteren op een beter gedrag voor alle huisvestingssystemen. Wereldwijd, en zeker in Nederland, worden de ISA, Bovans en Dekalb leghennen in de praktijk al vaak 85 weken of ouder. Dankzij het fokprogramma kunnen koppels elk jaar weer een week langer aangehouden worden. Dit levert een toegevoegde waarde op van 8 tot 10 eieren per hen per jaar. De doelstelling 500 eerste kwaliteit eieren in 100 weken zou daarmee in 2020 realiteit moeten zijn.

3

Novogen

Novogen zet vol in op praktijkomstandigheden leghennen. De wereldmarkt voor consumptie-eieren is de afgelopen twee decennia sterk veranderd. De productie is flink toegenomen en gebeurt in grotere eenheden. Daarnaast worden de hennen in verschillende productiesystemen gehouden. Binnen de EU zijn dit met name alternatieve systemen. Novogen kiest met bovengenoemde praktijkvoorbeelden in het achterhoofd voor een selectiemethode die afwijkend is van andere fokkerijorganisaties. De door Novogen gehanteerde methode houdt sterk rekening met de prestaties van de foklijnen in verschillende productieomstandigheden. Dieren worden in situaties geselecteerd die zo dicht mogelijk bij de praktijkomstandigheden staan. Voor alle productiesystemen geldt dat de leghennen zo goed mogelijk moeten kunnen presteren binnen steeds groter wordende groepen van dieren. Het gedrag van de hennen is hierdoor een zeer belangrijke factor voor goede prestaties in de praktijk. De vier belangrijkste selectiecriteria van fokkerijorganisatie Novogen zijn: • Hoge ei-kwaliteit; • Goede legprestaties d.m.v. een betere leefbaarheid en persistentie; • Optimaal voerverbruik; • Uitstekende aanpassing aan verschillende huisvestingssystemen. Dierenwelzijn wordt in de toekomst alleen maar belangrijker. Daarom is het voor Novogen belangrijk rustige dieren te selecteren, onder andere met het oog op


minder pikkerij. De beste manier om dit te doen, is om de foklijnen zelf al in diverse stressvolle situaties te selecteren. De criteria voor de keuze voor een bepaald ras zijn heel anders dan tien jaar geleden en deze zullen in de komende vijf tot tien jaar blijven veranderen. De fokkerijorganisaties moeten op deze ontwikkelingen vooruitlopen en dat is precies wat Novogen heeft gedaan en doet. De toename van voerkosten heeft voor nieuwe trends in voersamenstelling gezorgd om zo kosten te kunnen besparen. Deze (blijvende) ontwikkelingen kunnen een effect op de prestaties van leghennen hebben. Novogen heeft sinds een aantal jaar voor de selectie van de zuivere foklijnen, maar ook voor de nakomelingentesten, een speciaal voerprogramma opgezet om deze trends te integreren. Het doel is om bij verschillende soorten voer de meest efficiënte hennen te selecteren. Daarnaast werkt Novogen ook aan de voerefficiëntie van de dieren door de per hen geproduceerde eimassa te verhogen en de dagelijkse voeropname gelijk te houden. Het aantal eerste soort eieren per leghen wordt verhoogd door selectie op een betere persistentie met een ‘standaard eigewicht’.

4 Hy-Line International Hy-Line International in Des Moines in Iowa, USA is meer dan 70 jaar actief in de legpluimveefokkerij. Productie Het doel van de bruine leghen Hy-Line Brown, alsook van de witte leghen van Hy-Line, is winstgevendheid voor de

legpluimveehouder. Deze wordt met name gerealiseerd door een zeer scherpe voederconversie en ook lage uitval. Daarnaast wordt dit gerealiseerd door veel verkoopbare 1e soort eieren van het juiste gewicht. Hy-Line heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in uitbreiding van haar testbedrijven waarbij zuivere lijnen tot zelfs 90 weken worden gehouden. Daardoor kunnen we in de nabije toekomst de commerciële leghennen tot vlot 90-100 weken houden (zonder te ruien). Dit geldt niet alleen voor kolonie maar ook in volière gehuisveste leghennen. Ook wordt veel aandacht besteed aan het fokken van niet-snavelbehandelde leghennen. Innovatie Hy-Line maakt tegenwoordig gebruik van de nieuwste fokkerijtechniek ‘genomics’ om de nauwkeurigheid in selectie nog verder te verbeteren.

5

H&N International

H&N International heeft zijn oorsprong eind jaren 40 in Amerika en is in 1987 onderdeel geworden van de Erich Wesjohann Group (EW Group). In Europa kennen we H&N Brown Nick (bruine leghen) en tegenwoordig ook H&N Super Nick (witte leghen). H&N staat bekend om haar prima technische prestaties in koloniehuisvesting en in scharrel/volière gehuisveste dieren met daarbij een uitmuntende ei-kwaliteit. Dit geldt voor zowel schaalkleur als schaalsterkte. Voor de komende jaren blijft de aandacht hierop gericht. Met de ‘nieuwe’ genoom selectie is H&N in staat om de hanen in de opfok al te selecteren. Zo is men in staat om o.a. de

beste families te selecteren voor legprestatie, voederconversie en ei-kwaliteit, Met deze genetische markers kan tevens de vitaliteit van de dieren verder worden verbeterd; betere bevedering en minder kannibalisme zijn met name de selectiepunten voor de Europese markt. Het doel is niet-snavelbehandelde hennen in zowel kolonie, volière en natuurlijk biologische houderij tot het einde van de legperiode een goede bevedering mee te geven. Voor wat betreft de productie wordt er blijvend gewerkt aan de legprestatie van de hennen en in het bijzonder het doorlegvermogen zodat de levensduur van de leghen voor de legpluimveehouder elk jaar iets wordt vergroot.

15


Darmgezondheid is een nog weinig ontwikkeld gebied waar de komende jaren grote doorbraken in kennis te verwachten zijn.

NIEUW INZICHT IN DARMGEZONDHEID Onderzoek naar darmgezondheid in relatie tot dierziekten staat nog in de kinderschoenen. Bij veel aandoeningen blijkt er echter een relatie te zijn. Een goede darmgezondheid kenmerkt zich door een evenwichtige darmflora die voor het dier gunstig is en beschermt tegen ziekten. Momenteel lopen er een tweetal projecten bij De Heus.

Godfried Groenland Dierenarts Sector Varkens ggroenland@de-heus.nl

Project ‘Strepless’ (minder Streptococcen-uitval) Dit onderzoek is samen met TNO uitgevoerd op een vijftal praktijkbedrijven. TNO is innovatief op het gebied van darmgezondheid en beschikt over veel kennis hieromtrent. Door hen wordt veel

1 6

humaan onderzoek uitgevoerd voor zowel de farmaceutische als de voedingsindustrie. Voor ons was dit reden om samen met hen dit project in te gaan. Het onderzoek gaat over het probleem van acute sterfte van biggen enkele weken na het spenen. Oorzaak hiervan is soms Slingerziekte door een E.coli bacterie, maar vaker gaat het om hersenvliesontsteking door een Streptococcus suis bacterie. I.v.m. deze aandoeningen wordt nog veelvuldig antibiotica gebruikt bij gespeende biggen.


Slingerziekte is redelijk direct gerelateerd aan voeders en de wijze van voederen. Voor hersenvliesontsteking lijkt dat verband in de praktijk soms ook wel te bestaan, maar goede onderzoeken waaruit dat onomstotelijk blijkt bestaan niet. Daarom legden we TNO de volgende vraagstelling voor: hebben biggen die hersenvliesontsteking krijgen op dat moment een afwijkende darmflora? En zo ja, kunnen we hierop inspelen met de voeding?

De rol van darmgezondheid wordt vaak onderschat wegens gebrek aan goede voorspellende diagnostische testen Om de vraag te beantwoorden, zijn op de vijf bedrijven een groot aantal biggen bij het begin van verschijnselen van hersenvliesontsteking geëuthanaseerd, telkens samen met een gezonde koppelgenoot. Ook werden biggen voor en vijf dagen na spenen onderzocht. Vervolgens is in maag en dunne darm vastgesteld welke bacteriën in welke hoeveelheden aanwezig waren. Dat kan tegenwoordig met een zgn. ‘DNA sequencing’, waarbij honderden verschillende soorten bacteriën onderscheiden kunnen worden. Bij dit onderzoek bleek dat er inderdaad verschillen zijn tussen gezonde dieren en dieren met hersenvliesontsteking. Om te zien of we daar met de voeding op in kunnen spelen zal een vervolgproject nodig zijn. Het betreft een uniek en innovatief onderzoek, nooit eerder werd een onderzoek op vergelijkbare wijze uitgevoerd.

18

Project ‘Q-PCR mest bij vleesvarkens’ is veelbelovend Onze specialisten worden veelvuldig geconfronteerd met vragen over suboptimale voeropname, groei en voederconversie bij vleesvarkens. Er van uitgaande dat de genetische potentie betere technische resultaten toelaat, zouden voeropname en voersamenstelling enerzijds, en ziektekundige zaken anderzijds een verklaring kunnen bieden. Echter, omdat d.m.v. ons ‘GPS-vleesvarkens’ (behoefteberekeningsprogramma) het voeradvies aangepast wordt aan de gewenste groei, hoeft de factor ‘voer’ beslist niet beperkend te zijn. Fokkerijdieren (SPF) groeien op voer wat op deze wijze berekend is inmiddels al 1400 gram/dag. Blijft over een suboptimale gezondheid. Daarbij kan voor luchtwegaandoeningen gesteld worden dat er voldoende diagnostische mogelijkheden aanwezig zijn (bloed- en speekselonderzoek, sectie, informatie vanuit slachtlijnonderzoek). Voor darmgezondheid zijn er echter weinig praktische tools beschikbaar. Het meest gebruikt zijn op dit moment de ‘gewone’ PCR’s op mest. Daarbij wordt onderzocht of er genetisch materiaal van de ziekteverwekker aanwezig is. De uitslag leidt echter vaak tot discussie of een positieve uitslag ook het probleem van matige technische resultaten verklaart. Vele ziekteverwekkers komen immers altijd wel voor. Een nieuwe mogelijkheid voor een aantal ziekteverwekkers is toepassing van een kwantitatieve PCR op mest. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar welke, maar ook hoeveel ziekteverwekkers aanwezig zijn. Deze testen zijn momenteel nog niet op grote schaal beschikbaar maar wel op projectbasis. Een grote

hoeveelheid ziekteverwekkers betekent in het algemeen een forse aanslag op de gezondheid. Het voordeel van de PCR’s boven serologie is dat je met PCR’s iets over de ernst van de aandoening kunt zeggen. Onlangs werd i.s.m. MSD met een dergelijke test op het proefbedrijf ‘de Vlierbos’ van De Heus een onderzoek gedaan naar de relatie tussen de hoeveelheid ziekteverwekkers in de mest en de mate waarin de groei van de vleesvarkens geremd werd. Daarbij werd in 72 hokken het verloop van een Lawsonia (PIA) en een PCV2 (Circo) infectie gemeten. Daarbij werd een forse groeidaling vastgesteld bij het doorlopen van de infecties. De groei in hokken waarin een forse PIA besmetting werd aangetoond, was wel tot 100 gram (gemiddeld 60 gram) lager!

Groei en totale PIA besmetting in 72 hokken op de Vlierbos 880 860 840 820 800 780 760 740

0 1 2 3 4 5 6 7 Totale LOGPIA deeltjes per ml mest tijdens de gehele mestperiode

8

Groei (g/dag)

Momenteel wordt er samen met MSD aan gewerkt om de diagnostiek praktijkrijp te maken. Daarbij wordt de situatie per weekgroep in kaart gebracht op bedrijven met slechte groei en voederconversie.


Fantastisch resultaat BIG Challenge BIG Challenge, Veehouderij tegen kanker, heeft ruim € 824.397,opgebracht (tussenstand van 4 juni jl.). Ruim 150 fietsers en runners hebben de Alpe d’Huez beklommen; indrukwekkend! BIG Challenge is een actie vanuit de Nederlandse veehouderij in de strijd tegen kanker. Het is de zesde keer dat varkens, pluimvee- en melkveehouders, dierenartsen, voerleveranciers en andere betrokkenen onder noemer BIG Challenge aan Alpe d’ HuZes deelnemen. De deelnemers zetten zich elke dag in voor de gezondheid en het welzijn van hun dieren. Eéns per jaar doen ze dat in het bijzonder ook voor iedereen die te maken krijgt met kanker.

OPEN DAG FAMILIE DIJKSTRA

Besterly Paardenvoeders Eind mei heeft Besterly, het paardenvoer van De Heus, een eerste dealerdag georganiseerd. Hierbij waren wij te gast bij Dressuurstal Van Baalen in het Gelderse Brakel. Vele

Brokjes

dealers en eindgebruikers hebben deze dag bijgewoond. Niet alleen om inhoudelijk meer te horen over ons paardenvoer, ook voor een leuke rondleiding in de ver-

OP VRIJDAG 5 SEPTEMBER HOUDT DE FAMILIE DIJKSTRA IN ROTTUM

nieuwde stallen én een

(FRIESLAND) EEN OPEN DAG TER GELEGENHEID VAN DE BOUW VAN HUN

interessante clinic. Een dag

NIEUWE MELKVEESTAL (ZIE OOK PAGINA 27). EEN BIJZONDERE STAL VOORZIEN VAN VOLLEDIG GEAUTOMATISEERDE BEDRIJFSVOERING,

die voor herhaling vatbaar is!

ZOALS EEN AUTOMATISCH VOERSYSTEEM EN MELKEN MET ROBOTS. GEÏNTERESSEERD? NOTEER 5 SEPTEMBER IN UW AGENDA!

19


Positieve eraringen met OmniGen; ook bij hitte In september 2012 begon De Heus met de verkoop van het product OmniGen-AF in de melkveehouderij. OmniGen is een product dat bijdraagt aan de verbetering van de natuurlijke weerstand. OmniGen helpt de koe onder stressinvloeden haar afweersysteem optimaal te laten functioneren. Aangezien de warme maanden er weer aankomen, waarbij hittestress op de loer ligt, en er inmiddels veel ervaring is bij onze klanten met het voeren van OmniGen, is het de hoogste tijd om eens wat ervaringen van gebruikers te delen.

Edwin van Werven Specialist Rundvee ewerven@de-heus.nl

20

Peter en Astrid van de Linde melken gemiddeld zo’n 87 koeien in het Gelderse Teuge. De koeien hebben een productie van 9.050 kilo melk met 4,39% vet en 3,52% eiwit. Peter voert sinds september

2012 OmniGen aan zijn melkkoeien en droge koeien. ‘De eerste 4 á 5 maanden merkte ik nog niet veel verschil en heb ik zelfs op het punt gestaan om te stoppen.’ Toch is Peter doorgegaan met het


gehad, nagenoeg geen uierontsteking en het celgetal lag in deze periode rond de 133, terwijl dit gemiddeld over het jaar op 111 ligt.’ De dierdagdosering ligt op dit bedrijf op 2,2 terwijl dit het jaar ervoor nog op 3 lag. Peter voert de OmniGen in pure vorm in het gemengde rantsoen en dit bevalt hem goed. Hij hoopt nog wat meer resultaat te zien op de klauwgezondheid. Peter: ‘Het is een duur product, maar met deze resultaten komt het voeren van OmniGen op mijn bedrijf financieel goed uit, al zou het eigenlijk zonder dit product ook moeten kunnen.’ Opmerkelijk: Op mijn vraag aan de 3 veehouders in dit interview waarom ze OmniGen-AF een product vinden dat bij hen past antwoorden ze alledrie: ‘OmniGen geeft arbeidsvreugde doordat alles makkelijker gaat, je gaat met plezier de stal in’. voeren van OmniGen en met resultaat. In de laatste 12 maanden waren er op het bedrijf 8 gevallen van mastitis, waarvan 2 in de droogstand. Het jaar ervoor, grotendeels nog zonder OmniGen, waren er 25 gevallen, een reductie van 64%. Wat ook erg opvalt zijn de vruchtbaarheidscijfers. Over de laatste 12 maanden wordt een inseminatiegetal gehaald van 1,56. De verwachte tussenkalftijd ligt op 384 dagen. ‘Koeien schonen eerder op en laten vaak al binnen 14 dagen de eerste tocht zien’, aldus Peter. Het laatste jaar zijn 3 koeien afgevoerd met als reden vruchtbaarheid. Het jaar ervoor nog 6. Op mijn vraag over de hittestress in de warme periodes van 2013 antwoordt Peter: ‘We hebben in deze periodes geen noemenswaardige problemen

Binnen twee maanden al resultaat Wim en Reny Dogterom melken 120 koeien onder de rook van Almere. De veestapel van het stel is hoogproductief met 10.256 kilo melk met 4,02% vet en 3,40% eiwit. Wim is altijd op zoek naar het beste voor zijn koeien. ‘Ik las over dit product en wilde er graag meer over weten van mijn rundveespecialist. Na de uitleg ben ik meteen begonnen met het voeren van OmniGen.’ Wim hoopte de weerstand van zijn koeien te verbeteren. Binnen 2 maanden na de start merkte Wim de eerste resultaten; een daling van het celgetal en minder mastitis. In het verleden had het bedrijf regelmatig last van terugkerende mastitis. ‘Je kunt wel stellen dat dit over is’, aldus Wim. Het celgetal op het bedrijf lag in het ver-

leden rond de 130. Op dit moment ligt het tankcelgetal op 58 en het celgetal in de laatste melkcontrole lag op 23. Bij de nieuwmelkte groep lag dit zelfs op 18. Het afkalven van de dieren gaat als een trein. Als Wim kijkt naar de nieuwe regels rondom antibioticagebruik zit hij nog wel met de interpretatie. ‘Ik zou 75% van mijn koeien niet meer met antibiotica droog mogen zetten vanwege het lage celgetal’.

Wim Dogterom: “OmniGen is geen probleemoplosser, zorg dat de basis van je bedrijf goed is!” Wim maakt nu zijn afweging vanuit de voorgeschiedenis van het dier, de speenkwaliteit en de melksnelheid van het dier. Ook op gebied van baarmoeders lijkt OmniGen zijn werk te doen op het bedrijf. ‘Witvuilers heb ik praktisch niet, al mocht het drachtig worden nog wel beter gaan’. Kritisch als deze veehouder naar zichzelf is, ‘Ik doe niet gauw een goede koe weg om vruchtbaarheidsreden’. Tijdens de stressvolle hitteperiodes in 2013 heeft Wim geen problemen ondervonden, niet in gezondheid en niet in productie. Positieve eraringen met OmniGen; ook bij hitte. Het celgetal lag in deze periode net onder de 100. ‘Uiteraard moeten de randvoorwaarden er ook zijn, ventilatoren, hygienisch werken, schoon, fris voer en een goede bezetting in de stal’. OmniGen is op het bedrijf van Wim en Reny de punt op de i voor hun bedrijf.

21


OmniGen en hittestress Ten gevolge van hittestress stijgt de ademhaling en lichaamstemperatuur van de koe, neemt de voeropname af en zal de koe minder ruwvoer opnemen. In een experiment in de VS (Hall et al., 2013) zijn de effecten van OmniGen op de gevolgen van hittestress onderzocht. Hiervoor zijn melkkoeien vanaf begin lactatie verdeeld in twee groepen, mét OmniGen en zonder OmniGen. Na 52 dagen werden de dieren overgebracht naar een klimaatrespiratiekamer, waar gecontroleerd afwisselend hittestress en een thermoneutrale omstandigheden konden worden gecreëerd. Dieren mét OmniGen hadden een significant hogere voeropname gedurende de hittestress, maar verschilden niet in opname onder thermoneutrale omstandigheden. Hetzelfde werd waargenomen in de melkproductie. Eveneens waren er effecten in de ademhaling en het celgetal. Het onderzoek toont aan dat OmniGen de fysiologische gevolgen van hittestress vermindert. Kijk op onze website voor een uitgebreidere beschrijving van de resultaten van dit onderzoek.

22

Jacob Sieperda in het Groningse Oldehove gebruikt sinds augustus 2013 OmniGen bij zijn veestapel. Hij begon hiermee op advies van zijn rundveespecialist Rob van Echtelt. Jacob heeft ruim 110 melk- en kalfkoeien met een productie van 9.500 kilo melk met 4,36% vet en 3,42% eiwit. Het bedrijf kende in het verleden veel gevallen van heftige mastitis bij de melkkoeien, vaak met zelfs afvoer als gevolg. Het celgetal was ook in die tijd niet eens een bedrijfsprobleem. ‘De weerstand van mijn melkkoeien was heel matig.’ aldus Jacob. Koeien lieten hun tocht niet zien en ook rond afkalven waren er problemen. Na 9 maanden gebruik van OmniGen zijn er een aantal zaken die positief opvallen. ‘Ik ben nog niet volledig van het mastitisprobleem af, maar de koeien zijn minder heftig ziek. Ze lopen vaak na een halve dag al weer door alsof er

niets gebeurd is’. De koeien van Jacob kalven gemakkelijker af en starten mooi rustig. ‘Wat opvalt is dat de biestkwaliteit ook beter is’, stelt Jacob na meting vast. Wat in het verleden vaak een groot probleem was, is het tochtig zien van de koeien. ‘De koeien zijn beter in het laten zien van de tocht en de actieve tocht lijkt ook wat langer te duren’. Doordat alles makkelijker loopt en er minder trammelant in de stal is, is het werkplezier van Jacob toegenomen. Op mijn vraag of Jacob al resultaten heeft met hittestress geeft hij aan dat de veestapel begin oktober tijdens de warme vochtige periode geen negatieve gevolgen heeft ondervonden. Intussen is een collega veehouder in Oldehove ook gestart met het gebruik van OmniGen, op aanraden van Jacob. Ervaringen van de collega veehouder, daar kan geen onderzoek tegenaan!


In actie

tegen de zomerdip rundvee

1 1. Fitte koeien, minder stress Gezonde koeien die goed in c ­ onditie zijn, kunnen beter tegen hoge tempera­ turen en hebben minder last van ­hitte­stress. Zorg er daarom in de aanloop naar de zomer voor, dat de koeien in goede conditie zijn.

2. Schone silo’s en tanks Maak de krachtvoersilo’s regelmatig leeg en reinig ze. Met een Siloshot gaat u de groei van schimmels en bacteriën tegen. Neem ook bij vloeibare voedermiddelen maatregelen om gisting te voorkomen.

3. Anders voeren bij warm weer Voer op momenten dat het koeler is. U kunt bijvoorbeeld de koeien ’s nachts weiden en overdag opstallen. In de stal is het koeler dan buiten. Voer ­vaker per dag om de voeropname te stimuleren

2

6

8

en vergroot de energie­dichtheid van het rantsoen, maar houd het fermentatie­ niveau laag. Met een hoge voersnelheid en een broeiremmer voorkomt u broei.

6. Rust en frisse lucht in de stal

4. Extra mineralen en Buffer

7. Voorkom hoge celgetallen

Bij zeer warm weer verliezen de koeien veel mineralen, bijvoorbeeld natrium. Verstrek daarom extra mineralen. Met Bestermine Buffer stabiliseert zich de pensfermentatie en voorkomt u pensverzuring.

Bij warm weer groeien bacteriën ­sneller en neemt de kans toe op hoge ­celgetallen. Acute mastitis ligt op de loer. Let daarom extra op de hygiëne in de stal. Zorg voor schone ligboxen.

5. Onbeperkt fris water

Koeien gedijen het beste bij een ­temperatuur tussen de 5 en 18°C. Hittestress begint al bij ­ongeveer 21°C. Wees dus op tijd met het nemen van maatregelen. Weid bijvoorbeeld de koeien bij warm weer in een wei met beschutting.

Bied uw koeien onbeperkt schoon en fris drinkwater aan. Controleer ­dagelijks of het water goed beschikbaar is. Zorg ook in de wei voor voldoende drinkpunten. Pas op met oppervlaktewater; dit kan minder smakelijk zijn. De koeien drinken er dan minder van.

Zorg voor rust op de heetste ­momenten van de dag. Vergroot tevens de ­toevoer van frisse lucht. Gebruik hiervoor alle ventilatiemogelijkheden.

8. Stress vanaf 21°C


IN DE SCHIJNWERPER

Een gezonde start met premium biggenvoer

Romelko voor de meest kwetsbare fase van de big Het speenproces is geen geleidelijk proces, zoals bij in het wild levende varkens. Het speenproces is van groot belang voor de gezondheid, het verdere verloop van de opfok en het resultaat bij de vleesvarkens.

Ad Heijneman Specialist Sector Varkens aheijneman@de-heus.nl

In het wild levende varkens kennen een geleidelijk speenproces. De melkgift van de zeugen daalt geleidelijk en de biggen gaan langzaam meer vast voer opnemen. Op ongeveer drie maanden leeftijd zijn ze dan niet meer afhankelijk van moedermelk.

2 4

Als we kijken in de huidige praktijk worden biggen vaak al gespeend vanaf 21 dagen, waarbij de zeug dan nog in de top van de melkproductie zit. De opname van vast voer in het kraamhok is dan nog minimaal, maar van de ene op de andere dag moeten de biggen dan toch verder zonder zeugenmelk. Door deze abrupte overgang van aanbod aan nutriĂŤnten, met vaak de nodige stress van overgangen van voer en water voorziening, klimaat en huisvesting, vraagt dit de no-

dige aandacht voor het speenproces. Ik zou de biggenopfok in willen delen in drie verschillende perioden, namelijk de speenfase, de ontwikkelingsfase en de groeifase. Voeropname voor spenen SPEENLEEFTIJD 21 DAGEN

SPEENLEEFTIJD 28 DAGEN

Dag

Minimum

Optimum

Dag

Minimum

Optimum

5-21

150

300

5-28

300

500


Niet etende biggen, % van totaal

Voeropname voor het spenen heeft een effect op de voeropname kort na spenen 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

0 10 20 30 40 50 60 70 Tijd tussen spenen en eerste voeropname na het spenen, uren eter

niet gevoerd

De speenfase Deze begint al voor het spenen. Een goede voeropname voor het spenen is van belang om de overgang na het spenen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hoe hoger de voeropname voor het spenen, hoe beter de darmontwikkeling. In de eerste dagen na spenen is de voeropname van groot belang om de darmen gezond te houden. Bij onvoldoende opname zullen de darmvlokken te veel ‘afsterven’ waardoor het voer slechter verteerd kan worden. Ook ontstaan hierdoor darmlekken, waardoor er schadelijke stoffen in de bloedsomloop terecht kunnen komen. Om de voerovergang na spenen zo klein mogelijk te houden is het belangrijk dat er de laatste 5-7 dagen voor het spenen hetzelfde voer gevoerd wordt als de eerste dagen na het spenen.

De ontwikkelingsfase Wanneer de start in de eerste dagen na spenen goed is verlopen, breekt er een periode aan waar biggen de kans moeten krijgen om hun darmen verder te ontwikkelen zonder deze over te belasten. In

deze periode kunnen ze ook teveel voer van een bepaalde soort opnemen. Daarbij geldt: teveel van het goede is ook niet goed! In de eerste weken na spenen is het van belang om op het juiste moment te schakelen naar het opvolgende voer. Dit alles is afhankelijk van de voeropname. Door te zorgen voor het juiste voer op het juiste moment blijven de darmen gezond en wordt diarree voorkomen. Dit is van groot belang om onder andere de coli’s en de streptococcen niet te laten overheersen. Tijdens zowel de speen- als de ontwikkelingsfase past het premium biggenvoer. Gewenste voeropname na spenen SPEENLEEFTIJD 21 DAGEN

SPEENLEEFTIJD 28 DAGEN

Dag

Minimum

Optimum

Dag

Minimum

Optimum

Totaal op dag

4

400

500

3

400

500

Totaal na 1 week

7

1.250

1.750

7

1.250

1.750

De groeifase Wanneer de biggen met het premium biggenvoer een probleemloze start hebben gehad en de darmen zich goed hebben kunnen ontwikkelen om ook plantaardige grondstoffen te verwerken, kunnen ze over naar gangbaar voer. Hiermee houden we de voerkosten in de hand en met gezonde darmen kunnen we de biggen nu met een hogere voeropname hard laten groeien. De keuze van het voer hangt ook nu weer af van de voeropname. De Heus heeft GPS Biggen ontwikkeld, een rekenprogramma waar-

in je aan de hand van de gewenste groei, in combinatie met het speengewicht, de voerbehoefte van de big laat zien. Je kunt hiermee je voerpakket met schakelmomenten optimaliseren. Belangrijk hierbij is dan wel om op een aantal momenten de voeropname in beeld te brengen. Een praktische manier om

Premium wanneer het moet, gangbaar zodra het kan de voeropname in de speenfase te bepalen, is door in een aantal bakken een bepaalde hoeveelheid voer te doen en te kijken hoe lang ze er over doen voordat de biggen deze leeg hebben. Bijvoorbeeld, vul de voerbak met spenen met 0,5 kg per big, vul deze daarna bij met 1 kg per big. Door te bepalen hoe lang de biggen over de eerste 0,5 kg doen en hoe lang ze er vervolgens over doen voordat ze 1,5 kg voer op hebben, geeft al veel inzicht in de speenfase van de big. In de vervolgfase zou je de voerbak tot de rand toe kunnen vullen en vervolgens een paar dagen later weer opnieuw. Door dit voer dan te wegen kun je bepalen wat de biggen op dat moment opgenomen hebben. Weten wat je biggen eten in combinatie met het stalbeeld blijft van belang voor de juiste voerkeuzes en strategie.

25


Begin met een goed bedrijfsplan, voordat u vergunningen aanvraagt

‘BEDRIJFSONTWIKKELING VRAAGT VISIE’ Voor een toekomstbestendige agrarische bedrijfsontwikkeling is visie nodig. ‘Zoek de juiste sparringpartners, neem weloverwogen stappen en vertaal dat naar een goed uitgewerkt bedrijfsplan’, zegt Kees Janssen, directeur van Agra-Matic.

Kees Janssen Manager Agra-Matic kjanssen@agra-matic.nl

In alle veehouderijsectoren zet de schaalvergroting door. Het gemiddelde rundvee-, varkens- en pluimveebedrijf groeit. Maatschappelijke discussies en veranderingen in technische ontwikkelingen en afzetmarkten volgen elkaar snel op. Welke invloed heeft dat op de ontwikkeling van uw agrarisch bedrijf? Hoe speelt U daar het beste op in en wat past bij uw onderneming en wat bij U als ondernemer? Het is belangrijk om in het proces tot de uiteindelijke bouw van een stal of verbreding met een neventak, de juiste stappen in een logische volgorde te doorlopen. ‘Voorheen was het gebruikelijk dat agrariërs als eerste een vergunning gingen aanvragen. Wij pleiten er voor om eerst een gedegen plan voor bedrijfsontwikke-

26

ling te maken’, zegt Janssen. ‘Want vergunningen geven verplichtingen. Het is niet vanzelfsprekend dat een vergunning omgezet kan worden of dat agrariërs kunnen teruggevallen op de oude situatie. Bovendien duren procedures lang en zijn ze kostbaar. Bezint, eer ge begint, is dan het devies.’

Goed starten met bedrijfsplan Om doelgericht en met meer succes vergunningen en financiering voor bedrijfsontwikkeling rond te krijgen, is het opstellen van een goed bedrijfsplan een eerste voorwaarde. ‘Het is belangrijk om eerst na te gaan of gewenste plannen voor bedrijfsontwikkeling wel haalbaar zijn. Sta stil bij kansen en bedreigingen voor uw bedrijf en breng de capaciteiten van uzelf als ondernemer en van meewerkende gezinsleden of personeel goed in beeld’, adviseert Janssen, die merkt dat de maatschappelijke acceptatie van agrarische bedrijfsontwikkeling steeds

meer aandacht krijgt. ‘Iets om zeker rekening mee te houden, maar het is ook erg belangrijk wat U zelf wilt en kunt als ondernemer.’ Een bedrijfsplan bestaat uit drie onderdelen: 1. Bedrijfsstrategie/koers Hierbij gaat het om keuzes in de richting waarin het bedrijf zich gaat ontwikkelen: consolideren, uitbreiden of verbreden. Consolideren kan een prima strategie zijn, maar zorg dan wel dat de continuïteit op lange termijn is gewaarborgd. Bij uitbreiden en verbreden is het van belang dat U stil staat bij het doel hiervan. Gaat U dat ook de gewenste resultaten opleveren en welke consequenties heeft dat voor uw bedrijfsvoering en uw rol? 2. Bedrijfsmanagement Dit geeft inzicht in technische vraagstukken over bijvoorbeeld het houderijsysteem (stalbouw en stalinrichting), mestafzet of mestverwerking en afzet van producten. Ook de organisatie van werken met personeel of


Open Dag 5 september (Zie Brokjes, pagina 19)

A D V I E S

werken op meer locaties komen hierbij aan bod. 3. Financieel inzicht U formuleert doelstellingen over uw inkomenspositie en vermogensontwikkeling en brengt de kosten, opbrengsten en het rendement van groei en/of verbreding in beeld.

Kies geschikte sparringspartners Voordat uw bedrijfsplan op papier komt en U vergunningen aanvraagt, is het zinvol en nuttig om eerst te sparren met partners die verstand hebben van uw bedrijfstak. Dat leidt uiteindelijk tot de meest kansrijke en toekomstbestendige strategie of koers. ‘Onze buitendienstmensen hebben een praktische en brede kennis van de vee-

houderij. Zij denken graag met agrariërs mee in hun bedrijfsontwikkeling om tot haalbare en financierbare bouwplannen te komen’, zegt Janssen, die benadrukt dat Agra-Matic zich niet alleen richt op ruimtelijke ordening en vergunningen. ‘Door samenwerking met De Heus bieden we ook praktische, technische en financiële ondersteuning bij invulling van bedrijfsplannen en bij het ontwerpen van doordachte en efficiënte stallen met economisch perspectief.’ De financiële haalbaarheid van stalbouw hangt grotendeels af van resultaten uit het verleden, reserveringscapaciteit, kredietwaardigheid en de waardeontwikkeling van het bedrijf. ‘Deskundige sparringpartners kunnen U een spiegel voorhouden. Daarmee krijgt

M I L I E U

B O U W

U de capaciteiten van uzelf als ondernemer en die van meewerkende gezinsleden of personeel beter in beeld. Net als de concrete (on)mogelijkheden van uw bedrijf en de technische en financiële verbeterpunten van uw bedrijfsvoering.’ Voorafgaand aan uitbreiding of verbreding moet duidelijk zijn wat financieel en arbeidstechnisch te behappen is en of een ondernemer bijvoorbeeld wel geschikt is om met personeel te werken. Janssen adviseert agrariërs om tijd en geld te besteden aan een goed bedrijfsplan. ‘Als vervolgens de financiering rond is, vraag dan pas de benodigde vergunningen aan en weet dan dat U meer kans van slagen heeft.’

27


knor-tok-boe LEKKER, KWAL! Eigenlijk zijn het maar rare beesten, kwallen. Ze hebben geen mond, geen ogen, geen gevoel, geen hersenen en geen bloed. En‌ ze kunnen niet eens echt zwemmen! Ze dobberen gewoon maar een beetje met de stroming mee. Veel mensen vinden kwallen eng, omdat ze kunnen steken met hun tentakels. Ook in Nederland heb je kwallen die kunnen prikken. Een makkelijk ezelsbruggetje: alle kwallen met kleur kunnen steken. Maar de kwal die het meest in Nederland voorkomt, de wit-doorzichtige oorkwal, is gelukkig ongevaarlijk. Wist je trouwens dat de grootse kwal ter wereld bijna drie meter kan worden en tentakels heeft van 35 meter? Brrr... in China weten ze daar trouwens wel raad mee. Daar eten ze de kwal gewoon op, met een sojasausje.

Win! Wil jij deze mooie vlieger winnen? Geef dan antwoord op deze vraag: waar gebruiken inktvissen hun inkt voor? Stuur je antwoord in naar: Vooruit! Postbus 396 6710 BJ Ede Mailen kan ook: vooruit@de-heus.nl. Vergeet niet je naam, adres en leeftijd mee te sturen.

Krabbetjes vangen! Het is echt heel makkelijk om krabbetjes te vangen. Het enige wat je nodig hebt is een touwtje en iets lekkers voor het krabbetje. Bijvoorbeeld een stukgeslagen mosseltje van het strand of een blokje ontbijtspek. Maak het mosseltje of spekje vast aan je touw, en leg het in ondiep water. Voor je het weet haal je allemaal krabbetjes binnen! De meeste kans maak je in een rustig stukje zee met veel stenen en bij laag water.

28


Met welk schepje kun je de schat opgraven?

Wist je dat...

Drie dingen die je vast nog niet wist: Als een inktvis wordt aangevallen door een roofvis of een dolfijn, stoot hij inkt uit. Het water wordt helemaal zwart en de vijand kan niets meer zien en ruiken. Soms ligt er allemaal wit schuim op het strand. Dat is geen afval van een schip of fabriek - wat veel mensen denken - maar zijn (ongevaarlijke) dode algenplantjes. Ook in Nederland leven haaien. Maar daar hoef je helemaal niet bang voor te zijn. De Reuzenhaai bijvoorbeeld, eet alleen maar plantjes en heeft niet eens tanden... Schuim op het strand 29


De NRM, dat wil ik niet missen Op vrijdag 27 en zaterdag 28 juni is het weer tijd voor de Nationale Rundvee Manifestatie; voor vele melkveehouders hét koeienfestijn. Een uitgelezen plek waar rundveehouders en bedrijven elkaar ontmoeten. Nederland mag trots zijn op de kwaliteit van het vee en de NRM is daarbij een visitekaartje voor de prestaties op het gebied van rundveeverbetering. Vele duizenden bezoekers vinden de weg naar de IJsselhallen in Zwolle om daar de keuringen te bezoeken, de dochtergroepen te bekijken en maken gelijk van de gelegenheid gebruik om over de vakbeurs te lopen.

Theo van der Weiden Specialist Rundvee tweiden@de-heus.nl

Op vrijdag staat de NRM in het teken van dochtergroepenpresentaties. Naar verwachting zullen meer dan twintig dochtergroepen de revue passeren. Een bijzonder intermezzo is de keuring van de honderdtonners: de productietoppers op zuivelgebied. Na afloop van de keuring vindt de Holland Master Sale plaats, een veiling met een aanbod van de beste genetica. Op zaterdag zullen er tientallen zwartbonte en roodbonte koeien op de planken staan voor een individuele keuring. Uit beide categorieën kiest de vakjury één winnaar die naar huis gaat met het predicaat NRM Kampioene.

Bezoek de vakbeurs! Voor rundveehouders is de vakbeurs de plek om nieuwe ideeën op te doen voor

30

een gezonde en duurzame bedrijfsvoering. U kunt er terecht met al uw vragen: Wat is de beste manier om je koeien te melken, te voeren en te verzorgen? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er om de veestapel te verbeteren? En hoe zorg je voor een goede monitoring van je bedrijfsproces? Deze beurs is voor de Nederlandse én de buitenlandse veehouder een inspirerend evenement. Het programma van de NRM

is zo opgesteld dat alle bezoekers ruim de tijd hebben om dit ‘kenniscentrum’ te bezoeken. Dat maakt de NRM niet alleen voor topfokkers interessant, maar ook voor commerciële veehouders. Naast een bezoek aan de koeienshow kunt u op de beursvloer terecht voor deskundige informatie over ge-

zonde veehouderij. U komt toch ook naar de NRM? Begin uw bezoek dan goed en kom even langs bij de stand van De Heus. U vindt ons op weg naar de ring en wij serveren u graag speciale koffie. Een betere start van uw NRM bezoek is er toch niet?

Ja! Ik ga naar de NRM! De datum van de NRM staat al heel lang in mijn agenda, want net als mijn buurman en ook de leden van onze veeteeltstudieclub willen we dit prachtige evenement niet missen. Het is bijna zo ver… Ik heb mijn werkzaamheden extra goed gepland. Er staat voldoende voer klaar en ook de kuilwerkzaamheden zijn mooi op tijd afgerond. Ik zie de NRM dagen al weer


helemaal voor me. In alle vroegte melken en voeren en opgefrist pik ik de buurman op en rijden we samen naar Zwolle. We kijken er altijd naar uit om daar meerdere bekenden te ontmoeten en zijn heel benieuwd hoe onze dorpsgenoot, die met twee topdieren aan de keuring meedoet, het ervan af gaat brengen. Enkele collega’s uit de veeteeltstudieclub hebben een koe

in een dochtergroep, daar gaan we ook even kijken. Uiteraard zijn we ook benieuwd naar de leveranciers die zich presenteren op de NRM. Even langs bij de graszaadleverancier, de fokkerij organisaties en uiteraard ook nog even langs bij De Heus, mijn voerleverancier. Zouden ze weer een leuke actie hebben dit jaar? Ik ben benieuwd! De NRM is voor ons en vele

melkveehouders een heel speciaal evenement. De top van de Nederlandse melkveehouderij is daar bij elkaar in een geweldige sfeer. Voor zowel deelnemers als bezoekers is het een fantastisch evenement. We staan even stil bij het mooie van de melkveehouderij en realiseren ons dat zonder deze mooie koeien geen succesvolle melkveehouderij zou zijn. En daar moeten we niet aan denken!


32


MAATWERK

Alle biggen zo gezond mogelijk spenen Jaar in jaar uit stijgt het aantal levend geboren biggen bij de zeug. Gemiddeld worden er nu ruim 14 biggen levend geboren per worp en bij de top 20% van de bedrijven al bijna 15. Het is een hele uitdaging om met zoveel geboren biggen de sterfte van de biggen voor spenen te beperken. Moederloze biggenopfok of het voeren van melk via cups in de kraamstal is een goede uitkomst om de zeugen te ondersteunen en de overlevingskans van biggen te vergroten.

Albert Timmerman Productmanager Varkens atimmerman@de-heus.nl

Van alle levend geboren biggen een zo groot mogelijk percentage als kwaliteitsbig grootbrengen is het streven van iedere zeugenhouder. Het moederloos opfokken in een Nursery kan daar een bijdrage aan leveren. Het zien en ervaren dat de biggen het goed doen, werkt motiverend en geeft arbeidsplezier. Het doel is niet de biggen zo zwaar mogelijk, maar zo gezond mogelijk te spenen. Ook al zijn de biggen voor het spenen nog lichter, nadien halen de biggen die moederloos opgefokt zijn, het gewicht moeiteloos weer in. Moederloos opgefokte biggen hebben rondom spenen

namelijk een betere voeropname. In de praktijk kun je de biggen op twee verschillende manieren moederloos opfokken. Dit kan in de kraamstal door in de afdeling boven de hokafscheiding een bak te monteren waarin de biggen opgefokt kunnen worden. Kant-en-klaar bakken die in de praktijk goed functioneren zijn de Birthright Nursery van Weda (zie foto op volgende pagina) en de Rescuedeck. Een andere optie is om een aparte ruimte/afdeling speciaal in te richten voor het opfokken van deze biggen (zie kader voor een aantal tips voor het inrichten van zo’n afdeling).

Optimaal moederloos opfokken Een belangrijke voorwaarde voor het optimaal moederloos opfokken is dat allereerst het grootbrengend vermogen van de zeug optimaal benut wordt. De

zeug moet goed melk geven. Er is niks beter dan biest en zeugenmelk. Maak hier optimaal gebruik van in de eerste dagen na de geboorte. Gebruik voor moederloze opfok een goede toom biggen van minimaal 3 á 4 dagen oud die afkomstig is van een zeug (geen biggen afkomstig van een gelt) die goed melk geeft. Begin altijd met een schoon gereinigd systeem en een goed klimaat (geen tocht en temperatuur rond de 30°C). Behandel de biggen die opgelegd worden niet één dag voor en twee dagen na opleg (couperen, ijzer spuiten, etc). Leg de biggen aan het begin van de dag op, zodat je ze gedurende de dag nog in de gaten kan houden. Dip bij opleg alle biggen met de neus in de cups om ze te laten wennen aan de melk. Zet daarnaast de water-nippel

3 3


Praktische tips 1. Plaats achter in het hok een 3,5 cm dikke kunstofplaat om kou van de betonnen muur tegen te gaan 2. Zorg er bij een onderkruip voor dat er luchtcirculatie in het nest mogelijk is. Leg daarom ‘het dak’ niet tot tegen de muur maar voorzie een variabele opening van 5-20 cm. 3. Inrichten met alleen centrale verwarming lukt niet; er zijn ook lampen nodig 4. Hang de lampen in het nest niet te laag. De temperatuur wordt anders snel te hoog (+/- 60 cm is een aanvaardbare hoogte) 5. Plaats de cups of ander voersysteem 60 a 70 cm van de hokrand zodat je er vanaf de gang bij kan: niet iedere keer van het ene hok in het andere stappen 6. Alle drinkwaterleidingen per hok moeten doorspoelbaar zijn en voor opleg doorgespoeld worden 7. De drinknippels moeten afsluit­baar zijn, voor het geval biggen water gaan drinken ipv melk.

34

dicht gedurende de eerste 48 uur na opleg, zodat de biggen gestimuleerd worden om melk te gaan drinken en het niet mogelijk is om de buik vol te drinken met water. Controleer op het eind van de dag of alle biggen een gevulde buik hebben. Dip biggen met een lege buik nogmaals met de neus in de melk.

Extra melk verstrekken via aparte cup in kraamhok Een andere methode om meer biggen groot te brengen is het plaatsen van cups in het kraamhok. Het toepassen van deze cups zorgt ervoor dat een zeug meer biggen groot kan brengen per worp. Start pas met het geven van de melk via de cups 24 uur na de geboorte van de biggen. De biggen moeten eerst biest hebben gehad en ze moeten gewend zijn melk te drinken bij de zeug. Een bijkomend voordeel van dit systeem is dat de voeropname van alle biggen vóór spenen maximaal gestimuleerd wordt. Een goede voeropname van alle biggen voor spenen zorgt voor een soepel speenproces en een betere bigkwaliteit na spenen. Over het algemeen stijgt bij dit systeem het gemiddeld speengewicht met ongeveer 0,3 à 0,5 kg per big

Hoogwaardige melkvervanging Ons assortiment biggenvoeders bevat hoogwaardige melkvervangers waarmee biggen perfect moederloos opgefokt kunnen worden. Voor een optimale moederloze opfok starten we met de Birthright melk. Deze melk onderscheidt zich ten opzichte van andere kunstmelken doordat er biest in zit en daardoor al vanaf dag twee

in te zetten is. Vanaf één week leeftijd kan er het beste overgeschakeld worden op de vloeibare prestarter Nurse meel genaamd. Dit unieke product is qua samenstelling een combinatie van kunstmelk en een pre-starter. Door de speciale bewerking kan dit product rondgepompt worden door de drinkcups zonder dat deze verstopt raken. Vanaf 21 dagen leeftijd kan volledig overgeschakeld worden naar droogvoer of brijvoer (afhankelijk van voersysteem na het spenen). Heeft U veel levend geboren biggen per worp en wilt U meer weten hoe U zoveel mogelijk van deze biggen groot kan brengen? Vraag het aan onze specialist, zodat die de vooren nadelen van de verschillende werkwijze kan toelichten zodat U de beste keuze maakt voor uw bedrijf.

Let op Maak Birthright melk en Nurse meel aan met een temperatuur van 40 à 45 graden. Zeker niet warmer dan 50 graden aangezien dan de melkeiwitstructuren kapot gaan en dit diarree kan veroorzaken. Birthright Nursery van Weda


In actie

tegen de zomerdip varkens

1

3

1. Zeugen goed in conditie

4. Zeugen verdienen extra water

Een goede conditie is belangrijk om bij hoge temperaturen de voeropname in de kraamstal op peil te houden. Zorg ervoor dat zeugen in goede conditie zijn. Te vette zeugen vreten bij warm weer minder en verslechteren snel in conditie. Te magere zeugen hebben niets bij te zetten als de voeropname door hittestress omlaag gaat.

Zorg ervoor dat de varkens over extra water kunnen beschikken tijdens een warme periode. Verruim de tijd dat de (opfok)zeugen water kunnen drinken. Geef de zeugen vanaf drie dagen voor het werpen tot drie dagen erna extra water. Verlaag het drogestofgehalte van het brijvoer.

2. Geen verrassingen bij hitte

Zeugen vreten in het kraamhok minder voer als het erg warm wordt. Dit heeft verstrekkende gevolgen: de zeugen geven minder melk, verliezen conditie, worden slechter berig, hebben meer terugkomers en werpen een kleinere toom. Dit zijn voldoende redenen om de voeropname tijdens warm weer te stimuleren. Voer op momenten dat het koeler is. Bijvoorbeeld ’s morgens om 6.00 uur. Voeg hittestressmix of Quickfitmix toe aan het voer.

Controleer de ventilatieregeling, evenals het stroomaggregaat. Heeft u uw alarm gecontroleerd?

3. Goed werkende watervoorziening Tijdens warme perioden is het extra belangrijk dat varkens voldoende water krijgen. Controleer daarom de wateropbrengst van de nippels: voor drachtige zeugen 0,8 liter per minuut, voor zogende zeugen 2,0 liter, voor vleesvarkens 0,6 liter en voor biggen 0,6 liter. Controleer alle afdelingen en hokken apart.

5. Voorkom de voerdip

6. Zorg voor gretige vreters Houd de varkens op brijvoerbedrijven bij

5

8

tropische temperaturen gretig door de voergift te verlagen. Voeg vitamine C toe aan het drinkwater voor vleesvarkens tegen de hittestress.

7. Extra hygiëne, extra veilig Bij hoge temperaturen groeien bacteriën sneller en zorgen voor meer bederf. Neem daarom extra maatregelen tegen het gisten van voer. Maak silo’s en tanks regelmatig leeg en reinig ze of laat ze reinigen. Maak gebruik van een Siloshot, voor er een nieuwe bestelling voer wordt gelost.

8. Meer lucht, meer koelte Zorg dat de lucht gemakkelijk door het ventilatiesysteem gaat: controleer de luchtinlaten en de openingen in het ventilatieplafond. Verruim de P-band en verhoog de minimumtemperatuur met 2°C. Wordt zeer warm weer voorspeld: laat direct de temperatuur in de stallen langzaam oplopen zodat de varkens kunnen wennen.


Voederconversie lager dan 1!

Praktijk vraagt meer… De genetische potentie vleeskuikens is aan verandering onderhevig. Om een juist voerassortiment aan te kunnen bieden is het in eerste instantie van belang deze potentie in beeld te brengen. Vervolgens dient de invloed van omgevingsfactoren en het economisch effect bepaald te worden alvorens te komen tot een passend assortiment. Genetische potentie Patrick van Vugt Product­manager Vleespluimvee ­ pvugt@de-heus.nl

Steven Borgijink Productmanager Vleespluimvee sborgijink@de-heus.nl

Pluimvee Prestatie Plan Het Pluimvee Prestatie Plan (PPP) is reeds geruime tijd naar volle tevredenheid in gebruik. Het biedt keuzevrijheid naar gelang de wensen van de ondernemer. Immers, elk bedrijf is anders en stelt ook andere eisen aan het voerpakket voor uw kuikens. In samenwerking met de specialisten van De Heus bent U in staat om een dusdanig voerpakket samen te stellen dat past bij uw dieren, klimaat, stal en doelstellingen.

36

De inmiddels vertrouwde Vita en Opti lijn bieden mogelijkheden om te sturen in technische resultaten. De resultaten die in de praktijk behaald worden met deze voeders zijn voorspelbaar; Vita voor het beste resultaat onder sub-optimale omstandigheden, Opti voor maximale groei met een minimaal voerverbruik. Deze praktijkresultaten zijn altijd beïnvloed door omgevingsfactoren zoals ras, klimaat, ziektedruk, management en andere factoren, maar zijn een weerspiegeling van de praktijk. De genetische potentie van het hedendaagse kuiken is echter veel groter. Het kennen van deze potentie is van groot belang om een passend voeraanbod samen te stellen. Om deze potentie tot uitdrukking te laten komen, voert de afdeling Research & Development van De Heus met grote regelmaat specifieke voerproeven uit op haar eigen proefbedrijf. De omstandigheden worden dusdanig gecontroleerd

dat de maximale eiwitdepositie (groei) tot uiting komt. De uitkomsten van deze proeven worden gebruikt om het voerpakket aan te laten sluiten bij het hedendaagse kuiken en de omstandigheden waaronder het groeit. Dit type proeven wordt gedaan voor verschillende rassen. Denk hierbij ook aan de nieuwe rassen die de markt betreden in verband met nieuwe afzetmarkten en concepten. In dit artikel worden de resultaten met de Ross308 toegelicht.

Prima proefresultaten In de vleeskuikenproefstal van De Heus kan, in tegenstelling tot de praktijk, een management worden gevoerd wat zuiver gericht is op het allerbeste technische resultaat. In recent afgesloten onderzoek is de genetische potentie van de Ross308 opnieuw geëvalueerd. De resultaten hiervan kunt u terug vinden in onderstaande grafiek. Uit deze resultaten blijkt dat de genetische potentie van de dieren zeer groot is.


suggestie beeld uit beeldkuil

3 7


FCR (1.500)

Elk data punt is een gemiddelde van 15 kippen 2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 1.000

1.400

1.800 2.400 Gewicht dag 35 haan hen

2.800c

Allereerst blijkt de groeipotentie zeer hoog. Hanen en hennen zijn gescheiden opgezet. De allerbeste hanen in deze proef behalen een daggroei van bijna 80 gram. De beste hennen laten een maximale daggroei zien van 65 gram. Een gemengd koppel zou dus een groei realiseren welke hoger is dan 70 gram bij een leeftijd van 35 dagen. De gecorrigeerde voerconversie 1500 van de hanen kan onder de juiste omstandigheden met de juiste voeding ruim onder de één uitkomen. De voerconversie van de hennen blijft hierbij achter en komt net onder de 1.1 uit. Gemiddeld genomen zou een gemengde opzet geleid hebben tot een voerconver-

Conclusie De genetische potentie van vleeskuikens is nagenoeg bekend, de praktische en financiële beperkingen om dit te behalen ook. Optimaal resultaat betekent niet per definitie de scherpste voerconversie en hoogste groei.

sie lager dan 1 bij dieren op een leeftijd van 35 dagen. Deze beschrijving van resultaten toont aan dat het verschil in voerconversie met name gemaakt is doordat de hennen lichter zijn.

Implementatie in praktijkconcepten De genetische potentie van kuikens op een juiste manier in beeld brengen is punt één. De vertaalslag maken naar de praktijk en ervoor zorgen dat er onderaan de streep een maximaal rendement behaald kan worden moet daarop volgen. Dit mag U van De Heus verwachten. Het voerpakket wat door De Heus aan U wordt aangeboden moet van een dusdanige kwaliteit zijn dat het de uitdagingen die er voorbij komen het hoofd kan bieden. Daarnaast moet het economisch tot maximaal haalbare resultaten leiden wat juist niet hoeft te betekenen dat uw voerconversie 1 moet zijn of de daggroei 80 gram. De praktijk, waar veel factoren minder goed controleerbaar zijn als in een proefstal, met een hogere bezetting en nadruk op financieel rende-

ment vraagt meer dan focus op alleen groei en voerconversie. Dit artikel toont aan dat de potentie van het hedendaagse kuiken

genetische potentie kennen is een must, behalen niet perse zeer hoog is. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom de potentie in de praktijk maar ten dele benut kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ziektedruk, bezetting en stressoren als klimatologische omstandigheden en uitladen. Daarbij komt dat darmgezondheid optimaal moet zijn en het financieel rendement maximaal. Wij zijn ervan overtuigd dat het Pluimvee Prestatie Plan kan voldoen aan al uw wensen en zijn graag uw sparringpartner om te komen tot de beste resultaten.


In actie

tegen de zomerdip vleespluimvee

1 1. Veel fris water Kuikens hebben bij warm weer extra behoefte aan water. Verstrek daarom in de zomer voldoende koud en vers water. Zorg dat elk kuiken water krijgt. Controleer regelmatig de waterkwaliteit. Kijk eerst naar de kleur en helderheid. Laat de waterkwaliteit onderzoeken als u het niet vertrouwt.

2. Werkt alles? Het is beter om de zaakjes voor elkaar te hebben voordat de hitte er is. Check tijdig of het ventilatiesysteem optimaal werkt. Stel de klimaatcomputer zo in, dat na een hete dag de ventilatoren langzamer gaan draaien tijdens een koude nacht. Zijn de ventilatiekanalen schoon en functioneren de kleppen?

3. Rust, rust, rust Hitte belast de kuikens. Zorg daarom voor rust. Vermijd activiteit tijdens warme momenten. Verschuif de voertijden naar

2 een koelere periode, bijvoorbeeld ‘s nachts. Activeer de kippen na de warme periode zodat ze gaan eten en drinken.

4. Koelen met water Een effectieve methode om de hitte te bestrijden, is koelen met water. Hierbij wordt water in de ventilatielucht of stal verneveld. Verdamping van het water onttrekt warmte aan de lucht. Dit heeft een sterk koelend effect. Let bij het koelen op de RV en koel niet te lang door!

5. Voer veilig opslaan De silo is eigenlijk een black box: er gaat voer in en uit, maar u ziet niet wat er binnenin gebeurt. Schimmels groeien bij warm weer extra snel. Laat daarom silo’s extra controleren en schoonmaken. Gebruik in de zomer regelmatig Siloshot om groei van schimmel in de silo te voorkomen.

3 6. Geen extra tarwe U kunt bij warm weer beter geen extra tarwe voeren. Tarwe zorgt voor extra warmtebelasting voor de dieren. Ook verdunt extra tarwe de mineralen en vitaminen in het voer.

7. Snelle lucht is lekker koel Een eenvoudige methode om hitte­ stress te bestrijden, is het verhogen van de luchtsnelheid op dierniveau. Door die hogere luchtsnelheid voelt het voor de kuikens koeler. Laat ventilatoren maximaal draaien en richt de luchtstroom rechtstreeks op de dieren.

8. Voeradditieven die helpen De Heus houdt rekening met warm weer. We voegen in de zomer extra schimmelremmer aan het voer toe. U kunt zelf stressmix laten toevoegen om de dieren bij warm weer extra te ondersteunen. Verstrek mineralen en vitamine C; maak kleine porties aan in verband met houdbaarheid opgeloste vitamine C.

7


BIGGENKWALITEIT BEPALEND VOOR DE TECHNISCHE RESULTATEN BIJ VLEESVARKENS Voor vleesvarkenshouders zijn goede technische en financiële resultaten steeds belangrijker. Het opleggen van een goed big is daarvoor een eerste vereiste. De verschillen in technische resultaten tussen vleesvarkensbedrijven zijn van oudsher groot. Nieuwe investeringen zijn echter alleen mogelijk bij een optimaal resultaat. Om die te bereiken is opleg van goed ontwikkelde gezonde biggen noodzakelijk.

Gertjan Ruis Productmanager Varkens gruis@de-heus.nl

1. Gunstig zijn een hoog geboorte/ speengewicht en goede groei tot 23 kg ASG heeft recent aangetoond dat het effect van geboortegewicht op technische resultaten van biggen en vleesvarkens aanzienlijk is. Biggen met een hoog geboortegewicht zijn zwaarder bij spenen en bij opleg in de vleesvarkensstal dan biggen

40

met een laag geboortegewicht. Uiteindelijk worden de vleesvarkens zo’n vijf dagen eerder geleverd. Qua voederconversie en veterinaire behandelingen wordt geen verschil gezien. Bekijk je de effecten in drie fases (zoogperiode, biggenopfokfase en de vleesvarkensfase) dan zie je de volgende effecten van geboortegewicht op groei: Zoogperiode LAAG

HOOG

Geboortegewicht

kg

1,13

1,56

Speengewicht

kg

7,3

8,3

De groei per dag is zo’n 40 gram hoger Geen verschillen in voederconversie Geen verschillen in veterinaire behandelingen

Biggenopfok LAAG

HOOG

Speengewicht

kg

7,3

8,3

Opleggewicht mesterij

kg

22,8

25,5

Groei

g/d

422

471

Geen verschillen in voederconversie Voeropname zo’n 60 gram hoger Geen verschillen in veterinaire behandelingen Geen verschillen in uitval

Het onderzoek van ASG toont aan dat het zeer de moeite waard is om geboortegewicht van de biggen als criterium mee te nemen bij het vervangen van vleesvarkens.


Speekseldiagnostiek

Vleesvarkens LAAG

HOOG

Opleggewicht mesterij

kg

22,8

25,5

Eindgewicht

kg

114,6

116,3

Groei startfase

g/d

830

876

Groei tussenfase

g/d

876

924

Groei eindfase

g/d

838

830

Tot en met de tussenfase wordt 40-50 g/d hogere groei gezien bij de biggen die een hoog geboorte gewicht hadden. Een oorzaak van het feit dat de groei lager is in de eindfase zien wij in het feit dat er te weinig aminozuren verstrekt zijn in het eindvoer. Betreffend eindvoer zal voldoende nutriënten be vatten voor de ‘tragere groeiers’ maar niet vol doende voor de snelst groeiende dieren. Geen verschillen in voederconversie Geen verschillen in veterinaire behandelingen Geen verschillen in uitval Geen verschillen in spier- en spekdikte (en vleespercentage)

2. Gezonde luchtwegen Veel luchtwegaandoeningen beginnen al vanaf het moment van spenen. Op dat moment is de maternale immuniteit laag geworden en moeten de biggen zelf weerstand gaan opbouwen. Met speekseldiagnostiek vind je bij hoestende biggen de laatste weken voor levering vaak virussen als PRRS, Circo en Griep. Indien biggen te snel achtereen forse besmettingen van verschillende ziekteverwekkers oplopen, kan dat een flinke aanslag op de gezondheid betekenen. Bij sectie zie je dan op jonge leeftijd al borst- en longontsteking. In dergelijke gevallen is het zaak om te kijken naar klimaat, biggenvaccinaties en goede voeding.

80,0 60,0 40,0 20,0 0,0 Biggen vanaf spenen tot 8 wk oud Biggen vanaf 8 weken tot 10 weken Vleesvarkens / opfok 10-12 wk Vleesvarkens / opfok vanaf 12 wk tot 16 wk Vleesvarkens / opfok ouder dan 16 wk

Speekseldiagnostiek PCV-2 80,0 60,0 40,0 20,0 0,0 Biggen vanaf spenen tot 8 wk oud Biggen vanaf 8 weken tot 10 weken Vleesvarkens / opfok 10-12 wk Vleesvarkens / opfok vanaf 12 wk tot 16 wk Vleesvarkens / opfok ouder dan 16 wk

Speekseldiagnostiek griep (Influenza A) 80,0 60,0 40,0 20,0 0,0 Biggen vanaf spenen tot 8 wk oud Biggen vanaf 8 weken tot 10 weken Vleesvarkens / opfok 10-12 wk Vleesvarkens / opfok vanaf 12 wk tot 16 wk Vleesvarkens / opfok ouder dan 16 wk


3. Gezonde darmen Op het gebied van darmgezondheid gaat het bij gespeende biggen veelal over Salmonella en Lawsonia (PIA). Beide ziekteverwekkers kom je met een zekere regelmaat tegen bij af te leveren biggen van 23 kg. Op een aantal bedrijven is ook de Brachyspira pilosicoli aanwezig, een minder bekende ziekteverwekker die, als hij aanwezig is, een extra gevoeligheid voor dunne mest betekent. Daarnaast kan ook Circo virus ongunstig werken op darmniveau. Al deze ziekteverwekkers zijn aantoonbaar in mest. Gevoelige biggen zullen door de stress van het transport direct na opleg gemakkelijk diarree vertonen. Om problemen te voorkomen is goede hygiëne op het vermeerderingsbedrijf belangrijk en een goede voeding. Tegen Circo, Lawsonia en PIA kan gevaccineerd worden.

4. Gezonde botopbouw Ook een gezonde botopbouw tijdens de biggenopfok is belangrijk. In een aantal gevallen, waarin de eerste weken na opleg stramme vleesvarkens werden gemeld, kon door bloedonderzoek aangetoond worden dat deze opbouw al verstoord was bij opleg van de biggen. Om dat te voorkomen dient het biggenvoer goed uitgebalanceerd te zijn. Het niveau en de beschikbaarheid van calcium, fosfor en vitaminering is dan van extra belang.

Hogere arbeidsefficiëntie door automatisering Melkveebedrijven zijn in de afgelopen 20 jaar in omvang bijna verdubbeld naar gemiddeld 85 melkkoeien plus jongvee. Deze trend zal zich ook de komende 20 jaar voortzetten, zeker nu het melkquotum in 2015 verdwijnt. Het zal geen onbeperkte uitbreiding zijn, omdat er ook andere beperkende factoren zijn zoals beschikbare grond voor ruwvoerwinning en mestplaatsing. Vaak wordt sterk onderschat dat een groeiend melkveebedrijf ook serieus na moet denken hoe de extra arbeidsbehoefte in te vullen; meer koeien is meer werk! Naast een beperkt aantal zeer grote melkveebedrijven zullen er de komende 10 jaar vooral veel gezinsbedrijven komen met 100-150 melkkoeien plus jongvee. Als U de dagelijkse verzorging van de koeien goed wilt doen - en dit zal goed moeten zijn voor voldoende inkomen uit het bedrijf - dan is het genoemde aantal dieren qua arbeid een grote uitdaging. Als U als melkveehouder dit aantal koeien heeft en dit als gezinsbedrijf wilt runnen, moet er vooral gekeken worden welke activiteit dagelijks het meeste tijd vraagt. Dit is ongetwijfeld 365 dagen/jaar het melken op gezette tijden. Bij elke investering zal gekeken moeten worden hoeveel arbeidsvoordeel haal ik per geïnvesteerde euro. Een bredere maaier of hark geeft maar een klein aantal dagen in het jaar arbeidsvoordeel. Omdat het melken elke dag twee keer terugkomt, is het vooral bij de investering in nieuwe melktechniek door bouw van een grotere melkstal of aanschaf van melkrobots erg belangrijk om naast het totale investeringsbedrag, ook te kijken hoeveel de verschillende opties bijdragen aan een hogere arbeidsefficiëntie uitgedrukt in kg melk/gewerkt uur. Groeiende bedrijven die gezinsbedrijf willen blijven, kunnen dagelijks tijdsvoordeel behalen door automatisch melken. Bijkomend voordeel is flexibelere dagindeling en de mogelijkheid om hoog productieve koeien 3 maal daags te melken. Melkstal of melkrobot, beide is mogelijk maar laat uw keuze goed onderbouwd zijn passend bij uw eigen wensen en bedrijfssituatie. Niels Kooij, lid Robotgroep De Heus, nkooij@de-heus.nl

4 3


VOEDING

A D V I E S

M I L I E U

KOE

GEZONDHEID

STAL

MELKROBOT

MELKFREQUENTIE

B O U W

Data analyse vanuit melkrobot met RobotExpert is een koud kunstje!

RobotExpert maakt bedrijfsdoelstellingen waar Ruim 17,5 procent van de melkveehouders in Nederland melkt met een melkrobot. Een extra voordeel van de melkrobot is dat veel extra data beschikbaar is omtrent melken, voeren en individuele prestatie van de koeien. Met het RobotExpert analyseprogramma wordt de data ontsloten. Afhankelijk van de bedrijfsdoelstellingen kunnen dan gerichte aanpassingen worden gedaan in management of robotinstellingen.

44


1. Melkproductie

Innoveren is belangrijk

2. Gehaltes 3. Activiteit 4. Voeding 5. Restvoer 6. Capaciteit

7. Zuurtegraad 8. Uiergezondheid van robotmelken 1.0

via robotmelken 2.0

met robot expert

naar robot melken 3.0

Figuur 1

De verbeteringen zijn mogelijk, omdat het programma daadwerkelijk inzicht verschaft in de grote datastroom die vanuit de melkrobot beschikbaar is. Natuurlijk geldt dat op ieder melkveebedrijf de genetische potentie van de koe bepalend is voor het productieniveau. Of dit productieniveau ook

Onze ervaring met RobotExpert is dat bij minimaal 80 procent van de bedrijven verbeteringen door te voeren zijn. Bedrijfsfactoren, zoals bijvoorbeeld aantal lactatiedagen en rantsoenen, maar ook instellingen door software updates van de robot, veranderen in de loop der tijd. Veranderingen vergen daarom een frequente monitoring en optimalisatie van het robotmelken. De robotgroep van De Heus vindt het belangrijk om te innoveren, zodat het hoogste bedrijfsrendement en de hoogste efficiëntie met de melkrobots bereikt wordt. Graag helpen onze specialisten, handelaren en robotspecialisten U vooruit door de RobotExpert analyse uit te voeren.

Maarten Burgmans: ‘Onze ervaring is dat je in het dagelijkse werk een klein gedeelte van alle data gebruikt die uit de melkrobot beschikbaar komt. RobotExpert maakt op een gemakkelijke wijze wel gebruik van alle beschikbare data uit de robot. De analyse via RobotExpert is bij ons de aanzet geweest om op een aantal punten bij te sturen. Het resultaat is dat we momenteel op een gezonde manier de echte piekproductie weer terugzien bij de nieuwmelkte koeien. RobotExpert nemen wij vanaf nu structureel twee keer per jaar mee in onze bedrijfsanalyse.’ SITUATIE VOOR AANPASSINGEN: 0-120 DAGEN > 3,1 MELKINGEN PER KOE PER DAG Gem. aantal melkingen

RobotExpert ®

RobotExpert is het gloednieuwe analyseprogramma voor robotbedrijven. De robotgroep van De Heus staat aan de wieg van deze tool voor bedrijven met een melkrobot. De Heus is de eerste die daarmee de prestatie van de melkkoeien en de efficiëntie van melkrobot gegarandeerd verbetert! Op een achttal vlakken wordt met RobotExpert een analyse uitgevoerd, namelijk melkproductie, gehaltes, activiteit, voeding, restvoer, capaciteit, zuurtegraad en uiergezondheid (figuur 1).

In de praktijk

5 4 3 2 1 10 1

5

20 2

Vaarzen

5

30 3

5

40 4 5 50 Melkproductie 2e kalfs en oudere dieren

SITUATIE NA AANPASSINGEN: 0-120 DAGEN > 3,35 MELKINGEN PER KOE PER DAG Gem. aantal melkingen

René Knook Productmanager Rundvee rknook@de-heus.nl

wordt gerealiseerd, wordt bepaald door het rantsoen, de gezondheid van de koe en andere factoren, zoals klimaat (in de stal), koecomfort etc. Op robotbedrijven is daarnaast de factor ‘melkfrequentie’ ook bepalend voor het resultaat. Om op korte en lange termijn de optimale capaciteit van de robot, een hoger bedrijfsrendement met de veestapel en de hoogste robotefficiëntie te realiseren moeten de factoren voeding, koe, gezondheid, stal, robot en melkfrequentie nauwgezet op elkaar afgestemd zijn! Maatschap Van Schie-Burgmans in Dronten deed onlangs al ervaring op met RobotExpert. Door rundveespecialist Gerard Polinder en robotspecialist Rob van Echtelt werd de analyse uitgevoerd. In het kader ziet u de reactie van Maarten Burgmans op het resultaat.

5 4 3 2 1 10 1

5

20 2

Vaarzen

5

30 3

5

40 4 5 50 Melkproductie 2e kalfs en oudere dieren

4 5


Goede opvolging is een proces Veel bedrijven waar wij als specialisten komen bestaan al lang. Vader of grootvader zijn het bedrijf ooit begonnen, al dan niet met dezelfde activiteiten als op dit moment. Er hebben zich de afgelopen halve eeuw nogal wat ontwikkelingen afgespeeld in de veehouderij die van invloed zijn geweest op de ontwikkeling van de bedrijven. Datzelfde geldt uiteraard ook voor ons als voerleverancier. Eén van die bedrijven die een hele ontwikkeling heeft meegemaakt is het varkensbedrijf van Dirk (jr.) en Aline van Hierden. van hout) op dit bedrijf gevuld met het voer van De Heus. Maas Jan Hazeleger Specialist Sector Varkens mhazeleger@de-heus.nl

De relatie tussen dit bedrijf en De Heus bestaat al lang. We hebben het over de begin jaren 50 als Co (opa van) en Aart de Heus bij de familie van Hierden op het bedrijf komen. In die tijd nog een bedrijf waar alle agrarische facetten aanwezig waren. Koeien, varkens, kippen en akkerbouw. Voer werd toen nog door de coöperatie met paard en wagen geleverd. Het eerste voer van De Heus is in november 1951 geleverd. En waarom? Omdat Co de Heus ervoor had gezorgd dat bij de verhuizing, die in dat jaar plaats vond, de bieten van de ene locatie naar de andere werden overgebracht. Vanaf die tijd tot nu aan toe worden de silo’s (destijds nog

46

Dirk van Hierden sr. is in 1964 begonnen met een eigen bedrijf. Binnen een straal van twee kilometer waren er vier broers Van Hierden agrarisch actief waarvan twee broers op het ouderlijk bedrijf. Dirk werkte tot 1968 met koeien, kippen en vleesvarkens. Langzamerhand werd de keuze gemaakt om met de varkens verder te gaan. In 1978 was deze keuze een feit en is het bedrijf echt een varkenshouderij geworden. Er kan dus zeker geconcludeerd worden dat het bedrijf een volledige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Van klein naar groot en af en toe met vallen en opstaan want als varkenshouder in die tijd moest je veel zelf ontdekken. Dirk sr.: “Mijn motto is altijd geweest om jezelf als bedrijf goed te ontwikkelen, maar waak ervoor daarbij

bovenmatige inspanningen te doen. Als je dat moet doen werk je te lang boven je macht en dat krijg je op een gegeven moment terug op je bordje”.

Je moet niet altijd alles zelf willen doen, een goed team om je heen is belangrijk Inmiddels wordt het bedrijf geleid door Dirk jr. samen met zijn vrouw Aline. Vanaf 1989, toen ook een tweede locatie is opgestart, is hij actief in het bedrijf. Twintig jaar lang hebben vader en zoon samengewerkt in en aan het bedrijf. Op het moment dat duidelijk was dat Dirk jr.


Inirk hen eAtline kvaon rHtierden

Wie: D in eigendom en een Wat: Op 3 allolecantiwesorden 750 zeugen en paar huurst vleesvarkens gehouden 7500 Waar: Nijkerk ens oduceert vosllgot pr ijf dr be it D r: de Ver r de ge en ur concept.Doo op de het Milieukeka goed inspelen om te structuur sen isheent en gt ee overw extra welzijn en aan een 1-sterconcept. gaan deelnem

zou opvolgen opende de weg naar verdere groei. Dirk sr.: “als je op een gegeven moment weet dat je een opvolger hebt moet je doorrijden. Heb je dat niet, gebruik dan je verstand”. Dirk jr. vult hierop aan; “Voor mij was de hele opvolging een proces dat vrij vloeiend is gegaan. Het is wel belangrijk om een goede basisopleiding te hebben én dat je een duidelijk plan hebt. Je moet zelf je eigen blik bepalen en je moet zelf je eigen beslissingen nemen. Maak je eigen keuzes en handel daar ook naar.” Dat opvolgen een heel proces is blijkt wel uit het feit dat het bij de Van Hierdens on-

geveer een periode van twintig jaar beslaat. De vader moet zijn zoon of dochter de kans geven en andersom ook. Dirk jr.: “Daar ligt echt het succes van een goede opvolging. Mijn vader heeft in mijn geval een rol van mentor gevuld. Daarop kunnen terugvallen is essentieel. Belangrijk is dan uiteraard wel dat je elkaar goed kan aanvoelen. De huidige boer is een duizendpoot. Je moet niet altijd alles zelf willen doen, een goed team om je heen is belangrijk. Dat kan je vader als mentor zijn, je vrouw die de boekhouding doet, maar ook de dierenarts en de voerspecialist zijn van belang.”

“De relatie tussen ons en De Heus is een lange, “ vervolgt Dirk, “dat is mooi, maar zeker niet heilig. Iedereen die iets met dit bedrijf te maken heeft moet alert zijn. Dat verwacht ik van het team om mij heen. De Heus past voor mij in dat plaatje. Ze geven vertrouwen door de vele ontwikkelingen die zij zelf als bedrijf ook doormaken. Voor mij hét bewijs dat De Heus goed werkt levert. Bovendien zijn de lijnen erg kort en dat maakt het makkelijk. En als het nodig is schakelt De Heus andere lijnen in om mij verder te helpen”.

4 7


A D V I E S

M I L I E U

B O U W


MAATWERK

TWEE-EENHEID DE HEUS AGRA-MATIC De Heus heeft binnen zijn gelederen een geweldige partner die de buitendienst ondersteunt op gebied van bedrijfsontwikkeling.

Adrie Bekkers Adviseur abekkers@agra-matic.nl

Ronald Tibbe Verkoopleider Varkens rtibbe@de-heus.nl

Voor vraagstukken op het gebied van milieu- en bouwwetgeving, klimaat en bouwbegeleiding is er een intensieve samenwerking met Agra-Matic. Agra-Matic is een zelfstandige dochter

van De Heus Voeders. Juist door deze samenwerking ontstaat een wisselwerking waardoor beide partijen elkaar versterken.

Nauwe samenwerking met Agra-Matic werpt zijn vruchten af In de praktijk blijken de vraagstukken bij bedrijfsontwikking en veehouderij vaak zeer complex. Voor elke expertise op dit gebied heeft Agra-Matic zijn eigen expert in huis. De adviseurs zijn met name gespecialiseerd op het gebied van veehouderijtechnische zaken, milieuwetgeving, ruimtelijke ordening, klimaat, bouwbegeleiding en brandpreventie. Bij het ontwikkelen van nieuwe concepten blijkt de jarenlange ervaring buitengewoon nuttig voor het gezamenlijk met de klant en de voerspecialist aansturen van nieuwe projecten. Deze wisselwerking is een voorbeeld van hoe het bundelen van kennis en ervaring kan leiden tot een uniek concept. Dit leidt voor de klant naar een forse kwaliteitsverbetering met meer rendement en bedrijfszekerheid voor meer continu誰teit.

4 9


Op maat gemaakt Onlangs is bij een klant een nieuw klimaatssysteem met een warmtewisselaar bij vleesvarkens ontworpen. Bij vleesvarkens is door de jaren heen steeds minder geventileerd, wat de kwaliteit van de stallucht niet ten goede komt. Dit uit zich vaak in gezondheidsproblemen en daarmee samenhangende slechtere resultaten. Voor deze klant is een ontwerp gemaakt waarbij de lucht optimaal wordt geconditioneerd. Vooral de verschillen van de ventilatie in de dag- en nachtperiode geven vaak problemen met de luchtwegen in het begin van mestperiode. Door deze lucht te conditioneren, waardoor zowel de temperatuur, het CO2-gehalte als de relatieve luchtvochtigheid worden geoptimaliseerd, worden deze problemen voorkomen. Bij biggen is deze methode van conditioneren al veelvuldig beproefd en heeft zijn vruchten afgeworpen. De systemen artikel zoals die in het verleden zijn toegepast, waren gebaseerd op grondwater envolgt gaven wel een verbetering, maar waren vrij duur. Het grote voordeel van deze lucht /luchtwisselaars is dat een veel hoger rendement nog gehaald kan worden door de grotere temperatuursverschillen. Dit leidt hier tot een hogere gezondheidsstatus en de investering wordt binnen een korte tijd terugverdiend. Als gevolg van de samenwerking van een voerspecialist van De Heus werd In de toekomst zal deze manier van samenwerken daarom nog meer worden toegepast. Omdat de vraagstukken bij bedrijfsontwikkeling en renovatie steeds complexer worden is kennis steeds belangrijker. We hebben deze kennis in huis. Nieuwe ontwikkelingen en strategieĂŤn worden binnen De Heus met deze intensieve samenwerking direkt beschikbaar voor de klant en kunnen hier optimaal van profiteren.

50

dit vraagstuk bij Agra-Matic neergelegd. In samenspraak met de leverancier, de klant en de voerspecialist is uiteindelijk een uitgekiend systeem bedacht. Een systeem met nauwelijks extra bouwkundige kosten en een volledig geĂŻntegreerd systeem waarbij simpel en robuust de uitgangspunten hebben gevormd.


VIV Europe

Visvoer in Vietnam

Onze exportafdeling Koudijs kijkt terug op een zeer geslaagde editie van VIV Europe in Utrecht. Tijdens deze dagen zijn we met meer dan 30 nationaliteiten in contact gekomen. Speerpunt tijdens deze beurs was de internationale introductie van ons premium biggenvoer; Romelko. Het waren intensieve dagen waarbij weer veel contacten zijn gelegd.

Bestel App

ROMELKO SITE

Vereenvoudig uw bestelproces en download de De Heus bestelapp! Door een unieke silo scanfunctie is er nog meer bestelgemak. Hoe het werkt? Heel eenvoudig! Vraag de speciale silosticker aan, download de App en bestel! Via www.mijndeheus.nl kunt u makkelijk en snel de silostickers aanvragen.

Brokjes

COLOFON

In Vietnam beperkt De Heus zich niet alleen tot het produceren van veevoeders, De Heus beschikt daar over een fabriek die zich exclusief richt op het produceren van visvoer. Vanwege de wijzigende eetpatronen van ons als consument wordt het professioneel kweken van vissen steeds belangrijker. Iets waar wij graag ons steentje aan bijdragen!

ONS PREMIUM BIGGENVOER, ROMELKO, HEEFT EEN EIGEN SITE. HEEFT U ER AL EENS OP GEKEKEN? VELEN ZIJN U AL VOORGEGAAN EN HEBBEN DE SITE BEKEKEN EN INFORMATIE OPGEVRAAGD. NIEUWSGIERIG? KIJK DAN OP WWW.DEHEUSROMELKO.NL OF SCAN DE LAYAR HIERNAAST.

Vooruit! juni 2014 Vooruit! is het relatiemagazine van De Heus Uitgever De Heus Voeders B.V. Redactieraad Patrick van Vugt, Godfried Groenland, Nico Woudenberg, Augustine van Ree, Joost Belt en Kees Janssen

Redactieadres Postbus 396 6710 BJ Ede, telefoon 0318-675 497 e-mail vooruit@de-heus.nl

Productie Kokshoorn|Riemens b.v. Dordrecht Druk Koninklijke BDU Barneveld Fotografie De Beeldkuil, Deppnl, s-images Copy Boerentaal, Team TVA

Vooruit! wordt gedrukt op FSC gecertificeerd houtvrij offset papier.

5 1


Premium wanneer het moet

Gangbaar zodra het kan Met de introductie van Romelko premium biggenvoeders kunnen wij u nu gedurende de gehele biggen­ opfok optimaal bedienen. Met hoogwaardig premium voer voor de eerste kwetsbare weken van de big, maar ook met goedkoper, gangbaar mengvoer zodra de groei en conditie van de big dat toelaat. Zo helpen we u direct aan een hoger rendement. NIEUWSGIERIG? NEEM CONTACT OP MET EEN VAN ONZE SPECIALISTEN VIA 0318-675 430, OF KIJK OP WWW.DEHEUSROMELKO.NL

Nieuw! Romelko biggenvoer

Hét premium biggenvoer van De Heus WWW.DEHEUSROMELKO.NL

01

De Heus Vooruit 2014-2  

Relatiemagazine De Heus Voeders

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you