Issuu on Google+

#3 - 2013


2

#3-2013

Kleding en uiterlijk van mensen worden vaak be誰nvloed door waar ze bij horen, of willen horen. Fotograaf Ari Versluijs en styliste Ellie Uytenbroek hebben tientallen van deze groepen gefotografeerd voor hun serie Exactitudes. Ge誰nspireerd door dit geweldige beeldidee brengen wij in R de rubriek Vakgenoten. Onze fotograaf, Hettie Staats, portretteerde voor dit nummer de financieel adviseurs.


#3-2013 3

Veel aandacht voor familie en naasten in deze R. Het nieuwe beleid komt aan bod, een vader vertelt zijn verhaal en omdat het betrekken van familie nog niet altijd vanzelfsprekend is in de volwassenenzorg kom je ook een ‘smoezenboek’ tegen.

RUBRIEKEN HET AMBACHT 8 HR adviseur Nathalie Roosdorp DE ZEEPKIST 12 Wethouder De Haan van Leiden staat erop HET RELAAS 14 Cliënt Natascha van den Bosch vertelt haar verhaal IN ANALYSE 20 Van het nieuwe werken word je eenzaam DE KUNSTIGE CLIËNT Kitty Bloemheuvel

26

DE VRIJWILLIGER Arie van ‘t Hoff

27

WIJKGERICHTE ZORG IS EEN VAN DE VIJF ZORGFUNCTIES WAARMEE RIVIERDUINEN VANAF 2014 AAN DE SLAG GAAT. BIJ HET TER PERSE GAAN VAN DEZE EDITIE WORDT DE LAATSTE HAND GELEGD AAN DE UITGANGSPUNTEN VOOR DEZE FUNCTIE. WIJKTEAMS HEEFT RIVIERDUINEN AL LANGER. R GING EEN DAGJE MEE OP STAP. 9

Sinds mei is de DSM-5 beschikbaar. R vroeg drie medewerkers om een reactie. Wat er is veranderd in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders en wat niet?

C O L O F ON

R is een uitgave van Rivierduinen, organisatie voor geestelijke gezondheidszorg. REDACTIE

Kitty van Bergen, Adriek Bromberg, Wieke van Dun, Karlijn Hut, Monique van der Heijde en Hettie Staats AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

Annegien Dessing en Hanneke de Zwart FOTOGRAFIE

Patricia Börger, Wieke van Dun, Hettie Staats ONTWERP EN VORMGEVING

De Fabriek, Amsterdam (www.defabriek.nl) DRUK

Van Deventer, ’s-Gravenzande REDACTIE-ADRES

Redactie R, Adriek Bromberg Postbus 3, 2215 ZG Voorhout a.bromberg@rivierduinen.nl


PB

4

#3-2013

Rivierduinen wil mensen beter maken. En als volledig herstel niet mogelijk is, een zo goed mogelijke kwaliteit van leven realiseren. Hierin spelen naasten een belangrijke rol. Uit onderzoek blijkt dat als je bijvoorbeeld ouders, broers, zussen, partners, kinderen, vrienden of buren betrekt, dit het herstel bevordert.


#3-2013 5

C

écile Gijsbers van Wijk, lid Raad van Bestuur en geneesheer directeur: “Familieleden of andere naastbetrokkenen van patiënten vormen een belangrijk deel van hun sociale netwerk. Zij zijn daarom in veel situaties een belangrijke partner in de hulpverlening. Door hen te betrekken bij de behandeling, begrijpen zij wat er speelt en kunnen zij de patiënt beter ondersteunen tijdens en na de behandeling bij Rivierduinen. Dit bevordert het herstel en de kwaliteit van leven.”

Rivierduinen richt zich al langere tijd op het betrekken van naasten bij behandelingen. In de uitwerking zag je veel regionale verschillen. Daarom heeft Rivierduinen dit jaar samen met leden van de familieraad officieel beleid opgesteld. Alle onderdelen van de organisatie gaan hiermee werken. Het belangrijkste doel van het familiebeleid is het bevorderen van de betrokkenheid van naasten van patiënten. Hierdoor verbetert de kwaliteit van zorg en voelen naasten zich beter

toegerust om de rol van mantelzorger te vervullen. Het betrekken van naasten kan ook crisissituaties verminderen en leiden tot afname van agressie. Betrokkenheid van naasten speelt zich af op twee niveaus. Aan de ene kant gaat het om de directe zorg aan de patiënt; het versterken van de relatie tussen patiënt, hulpverlener en naaste. Aan de andere kant draait het om de collectieve belangenbehartiging van naasten op instellingsniveau. DRIE ROLLEN

Naasten spelen op drie manieren een rol. n Ze zijn een belangrijke informatiebron voor de hulpverlener. Naasten kennen de patiënt goed, weten over het algemeen op welke signalen je alert moet zijn. Hierdoor kan de hulpverlening gerichter worden ingezet. n Naasten zijn vaak ook mantelzorger en nemen dan taken over van de patiënt. Met hen stemmen hulpverleners taken af en maken ze afspraken over de rol die de mantelzorger kan vervullen bij een eventuele crisis. n Als derde zijn naasten ook zelf hulpvrager. Zij hebben ondersteuning nodig. Informatie over ziektebeelden, behandelen ondersteuningsmogelijkheden. Gijsbers van Wijk: “Een goede samenwerking tussen patiënt, hulpverlener en naasten vraagt om wederzijds vertrouwen.

De patiënt bepaalt in de meeste gevallen wie hij of zij wil betrekken bij de behandeling. Vaak kiest hij voor familie. Soms is deze relatie echter verstoord. Wij kijken dan eerst naar de mogelijkheden om die te herstellen. Lukt dit niet, dan kan de patiënt ook iemand anders aanwijzen die ondersteuning kan bieden in de behandeling. De familie ontvangt dan alleen algemene informatie over de instelling, rechten van familie en patiënt, psychiatrische aandoeningen en behandelmogelijkheden. Bij een verstoorde relatie ontvangen familieleden geen patiëntgebonden informatie. Uitzondering hierop is een gedwongen opname of een crisisopname. Wij zijn verplicht dit te melden aan de familie. Wij willen dat de door de patiënt aangewezen familie of naasten vanaf het begin van de behandeling betrokken worden. Dit kan zijn in gesprekken met de hulpverlener en de patiënt, maar ook in onze Multi Family Groups (MFG). Deze groepstherapie richt zich op het uitwisselen van ervaringen. Bijvoorbeeld hoe je omgaat met de aandoening en situaties die zich voordoen.” Een aantal centra biedt MFG al aan. De komende periode wil Rivierduinen dit aanbod verder uitbreiden. GEVRAAGD EN ONGEVRAAGD ADVIES

Rivierduinen organiseert de betrokkenheid op instellingsniveau in de vorm van familieraden. Zij signaleren wensen, zorgen en <


6

#3-2013

problemen van familie en naasten en werken mee aan een structurele oplossing hiervan. Ook geven ze de instelling gevraagd en ongevraagd advies over zaken die familie en naasten aangaan. Rivierduinen betrekt de familieraden actief bij voor hen relevante thema’s en beleidsontwikkelingen. Deze ondersteuning krijgt binnenkort een extra impuls door de aanstelling van een familievertrouwenspersoon. Hij of zij krijgt de taak de positie van familieleden te versterken en een goede samenwerking tussen patiënt, hulpverlener en naasten te realiseren op het moment dat de gewenste samenwerking niet vanzelf tot stand komt. De familievertrouwenspersoon werkt vanuit de Landelijke Stichting FamilievertrouwensPersoon en heeft daarmee een onafhankelijke positie. BELEID NALEVEN

PB

Gijsbers van Wijk: “Het hebben van beleid is een eerste stap. Het is echter ook belangrijk dat dit beleid wordt uitgedragen en gaat functioneren als een zichzelf verbeterend systeem. Zo is er bijvoorbeeld een zelfevaluatielijst ontwikkeld waarmee teams kunnen beoordelen of ze voldoende aandacht besteden aan alle elementen uit het familiebeleid. Daarnaast willen we zicht krijgen op de tevredenheid van naasten en familieleden over de wijze waarop wij hen

betrekken. In het najaar zullen we met interne audits aandacht besteden aan dit onderwerp.” STERREN

Dat betrokkenheid van naasten belangrijk is, blijkt ook uit de uitreiking van de LPGGz-sterren. Het Landelijk Platform GGz geeft op basis van kwaliteitscriteria, sterren uit als hét keurmerk voor kwaliteit in de GGZ vanuit patiënten- en familieperspectief. Belangrijke voorwaarden zijn bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een familievertrouwenspersoon en betrokkenheid van de familieraden bij de totstandkoming van beleid. Ook vindt het LPGGz het belangrijk dat contactgegevens van familie en de rol die zij mogelijk spelen in de behandeling terug te vinden zijn in het dossier van de patiënt. Als we er als organisatie in slagen om alle nieuwe voornemens en plannen op het gebied van familiebeleid goed in de praktijk te brengen, dan zal Rivierduinen ook in aanmerking komen voor deze sterren. MH/AB

“Marijke doorliep de lagere school probleemloos. In de tweede van de havo dachten wij: ze is een lastige puber.” Hans Lommerse kan het zich nog goed herinneren. “Ze sprak niet meer met ons. We consulteerden dan ook een bevriende psycholoog. Op school zeiden ze: ‘wij lossen het op, ze is ons probleem. Het lukte de docenten echter niet. Vandaar dat de school haar naar een eerstelijns psycholoog stuurde. Met hem kon Marijke echter niet opschieten. Wij schakelden vervolgens een tweedelijns psycholoog in. Maar hij meldde ons op een gegeven moment dat hij haar niet kon helpen. Vandaar dat we naar een kinderpsychiater gingen. Zij vertelde ons na een aantal consulten: ‘dit gaat hem niet worden. Ik adviseer een opname in De Jutters (kinder- en jeugdpsychiatrie, red.) in Den Haag. Daar is ook een goede aansluiting op de havo’.”

Vanaf haar zeventiende zat ze dus intern. Met elkaar maakten we een zware tijd door. Bovendien waren we heel verdrietig dat we ons enige kind niet konden zien opgroeien. Elke woensdagavond gingen we bij haar op bezoek en keken naar een dochter die niets tegen ons zei. De begeleiders van De Jutters vertelden ons dat we er vanuit moesten gaan dat Marijke nooit meer thuis zou komen wonen. Begeleid wonen, ging wel. Dat ging ze doen in Den Haag. Samen zochten we naar een vervolgopleiding. Zelf wilde Marijke graag in de bewaking. Haar psychiater en wij vonden dat geen goed plan. We wisten Marijke ervan te overtuigen naar een Middelbare Tuinbouw School te gaan en te kiezen voor de richting dierenverzorging. Het beviel haar daar helemaal niet. Zelfstandig ging ze op zoek naar een andere opleiding. Het werd een vergelijkbare school in Gouda; maar dan op het gebied van tuincentra. Dat vond ze veel fijner.


#3-2013 7

DEPRIMERENDE PLEK

Uiteindelijk ging ze in Sassenheim wonen en kwam ze bij jullie terecht. Twee keer moest Marijke met een psychose worden opgenomen in Voorhout. Ik vind het een verschrikkelijk deprimerende plek. Daar kunnen jullie niets aan doen; het had meer met mijn eigen emoties te maken. Wel hadden mijn vrouw en ik moeite met de bezoeken. Als medewerkers de deur opendeden en wij vroegen hoe het met Marijke ging, kregen we geen antwoord. Tegen de chef de clinique zei ik een keer heel boos: ‘jullie moeten mensen niet opsluiten, maar met ze op het strand gaan lopen, daar knappen ze van op’. Hij antwoordde dat ze de medicatie aan het instellen waren en dat mensen daar ook beter van worden. Tegelijkertijd gaf hij mij gelijk dat buiten zijn ook goed doet. Ik gaf hem wel de tip om medewerkers een cursus communicatie met ‘normale mensen’ te geven. Dat vond hij een goed idee. PETJE AF

Inmiddels is Marijke in behandeling bij een Rivierduinen team voor jonge mensen met een psychotische stoornis. Wij hebben uitgebreid kennis gemaakt met de medewerkers en ik heb diepe bewondering voor ze. Ze moeten heel veel mensen begeleiden die zware aandoeningen hebben. Ik neem mijn petje voor ze af. Zelf zou ik er gedeprimeerd van raken. Wij dachten dat ze leed aan borderline. Bij jullie is de diagnose schizofrenie gesteld. Toen ik dat hoorde dacht ik: ‘nou, dan gaan we daar aan werken zodat ze er weer vanaf komt.’ We schrokken ons dood toen we beseften dat dat nooit gaat gebeuren. We hebben

veel gehad aan de cursus ‘omgaan met mensen met schizofrenie’. Die was heel verhelderend. We hebben er veel geleerd. Wat je wel moet doen bijvoorbeeld en wat juist niet. Met vallen en opstaan worstel je verder. Zo is het nog steeds een beetje. Maar die cursus kan ik iedereen aanbevelen.

SMOESJES...

Marijke woont nu in Hillegom, vlak bij ons. Dat was haar grote wens; wij wisten dat alleen niet. Het behandelteam heeft haar geholpen om een plekje te vinden om aan de slag te gaan. Ze is begonnen als vrijwilliger in de Dierenhoeve in Noordwijkerhout en in het voorjaar werkte ze voor de tweede keer bij een bloembollenkweker vlak bij de keukenhof. Ze hielp bij de verkoop en maakte bakjes op. Daar fleurde ze erg van op. Inmiddels heeft ze vanuit het UWV een jobcoach, die kijkt of hij werk voor haar kan vinden. We hopen zó dat er ondanks de crisis een ondernemer is die haar wil helpen. Van haar psychiater heb ik begrepen dat fulltime er nooit in zal zitten. Dat is een te zware belasting voor haar. Nu zitten we in de fase dat kinderen van vrienden gaan trouwen. Bij Marijke zien we dat niet zo snel gebeuren. Ook dat moeten we proberen te verwerken.” n

n De patiënt is volwassen, waarom zouden we familie erbij halen?

In de volwassenenzorg is het nog niet altijd vanzelfsprekend om familie of andere naasten te betrekken bij de behandeling. De meest gehoorde smoezen: n De familie is al zo overbelast. n De patiënt wil geen betrokkenheid van familie en zal dit nooit willen.

n Bij poliklinische contacten is familie nauwelijks betrokken bij de behandeling. ‘Ik heb het al zo druk en heb geen tijd om familie te begeleiden.’ n Wat kan de familie mij nog vertellen, ik ken de patiënt al zo lang en goed. n Familie levert mij geen extra informatie op voor de hulpverlening. n Het betekent vooral extra ballast voor de familie. We moeten ze dan inschrijven als nevencliënten. n De familie is in het buitenland. n De patiënt betrekt de familie er zelf bij. n De familie is juist de veroorzaker van het probleem.

MEER WETEN OVER FAMILIE- EN NAASTEN? n n n n n n n

Rivierduinen: rivierduinen.nl/familie-en-naasten/algemeen LPGGz (Landelijk Platform GGz): platformggz.nl/lpggz LPGGz-sterren: lpggzsterren.nl/ggzsterren Ypsilon: ypsilon.org/naasten SLKF (Stichting landelijke koepel familieraden in de GGZ): familieraden-slkf.nl LSFVP (Landelijke Stichting FamilievertrouwensPersoon): lsfvp.nl 10 oktober is de landelijke dag van de psychiatrie met als thema ‘naasten’. Houdt rivierduinen.nl in de gaten voor meer informatie. Op psychischegezondheid.nl staat informatie over diverse activiteiten in het kader van 10 oktober.


#3-2013 HS

8

Naam: NATHALIE ROOSDORP Functie: HR adviseur

N

athalie Roosdorp is sinds 2006 in dienst bij Rivierduinen en werkt voor GGZ Leiden en het Vastgoedbedrijf. “Mijn dag bestaat voor een groot gedeelte uit het adviseren van teammanagement en directie over personeel- en organisatievraagstukken en het coördineren van HR processen binnen de centra waar ik voor werk. Daarnaast heb ik overleg met de directie, met teammanagers en met mijn collega’s in het cluster HR. Medewerkers kunnen met hun HR vragen terecht bij hun manager en als ze er niet uit komen, gaan ze naar mij. Daarnaast heb ik aandachtsgebieden waarin ik mij specialiseer. Dat zijn arbeidsrecht en medezeggenschap. Ik houd met mijn collega’s van het aandachtsgebied de wetgeving in de gaten en adviseer de organisatie hoe wijzigingen kunnen worden ingebed. Verder heb ik me met een aantal collega’s gericht op de ontwikkeling van competentiemanagement.” Roosdorp heeft naast HBO Personeel en Arbeid de Hogere Hotelschool gedaan. Ze werkte jaren in de commerciële, dienstverlenende sector voordat ze overstapte naar de zorg. “De twee sectoren verschillen enorm van elkaar. Ik moest wel even wennen. Wat me intrigeert aan het werken in de zorg is de hoge mate van complexiteit van de organisatie, door onder andere de verschillende financieringsstromen en de afhankelijkheid van politieke ontwikkelingen. Het is niet altijd makkelijk hiermee om te gaan. Het vergt een hoge mate van flexibiliteit van alle

medewerkers. Dit is een uitdaging voor ons allen waar ik graag mijn bijdrage aan lever.” Sinds twee jaar zijn HR adviseurs ondergebracht in een centrale afdeling. Hiervoor werkten jullie decentraal. Hoe bevalt de verandering? “Dat is een goede ontwikkeling. Er is nu ruimte om je te specialiseren in een vakgebied. We werken meer uniform. Er is eenheid in het beleid binnen de verschillende bedrijfsonderdelen. Voorheen deed en dacht iedereen voor zichzelf, nu zijn we een team. We weten elkaar te vinden en kunnen de specialistische kennis van elkaar gebruiken.”

Rivierduinen moet flink bezuinigen, toch zien we regelmatig vacatures verschijnen. “Voordat een vacature gesteld wordt, doorlopen we een heel proces. We hebben parameters vastgesteld en die bespreken we zorgvuldig met het teammanagement. Bepaalde functies zijn essentieel voor de kwaliteit en de kwantiteit van zorg. Indien er een vacature komt, bekijken we nut en noodzaak. Bovendien sluiten we alleen tijdelijke contracten af.” Wat maakt het werk voor jou bijzonder? “De sleutel is communiceren, steeds vanuit de gedachte zo zorg-

vuldig als mogelijk met mensen om te gaan. Zeker nu er zoveel onzekerheid is. Ik krijg energie van het laveren binnen de gestelde kaders en hiermee te proberen het zo goed als mogelijk voor iedereen te regelen. Ik stel me steeds kritisch op. Waarom doen we de dingen die we doen? Waarom hebben we een bepaalde procedure en wat levert het op? Als ik dat kan uitleggen, dan is het oké. Mijn streven is een organisatie waarin goede patiëntenzorg wordt geboden door gemotiveerde medewerkers binnen de financiële kaders die er zijn. Daar werk ik voor en als dat lukt, geeft me dat een goed gevoel.” MS


#3-2013 9

WvD

WAT IS FACT?

Het FACT-team van GGZ Rijnstreek, dat psychiatrische zorg en begeleiding in de wijk verleent, is in mei als eerste team binnen Rivierduinen gecertificeerd met het CCAFkeurmerk, dat de Stichting Centrum Certificering ACT en FACT uitreikt. Daarmee voldoet dit team officieel aan de kwaliteitscriteria voor het leveren van verantwoorde zorg volgens het FACT-model.

erleg DIGI-bord ov

Functie Assertive Community Treatment is ‘outreachende zorg’ die meestal plaatsvindt in de leefsituatie van de patiënt. De FACT-methode richt zich op een stabieler psychisch evenwicht, beter functioneren, dagbesteding en werk, stabiele huisvesting en financiën. FACT-teams werken samen met familie, uitkeringsinstanties, woningbouwverenigingen, werk- en dagbestedingprojecten, politie, GGD en gemeente. Een FACT-team bestaat uit sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, een psychiater, maatschappelijk werker, psycholoog, woonbegeleider, trajectbegeleider en een ervaringsdeskundige. Deze laatste helpt bij het slaan van bruggen tussen de outreachende zorg en de patiënt. Het FACT-team werkt volgens een multidisciplinaire benadering. Elke patiënt heeft een individuele behandelaar, die de regie voert over de zorg. Wanneer een patiënt tijdelijk meer zorg nodig heeft, kan de zorg intensiever worden. Het team bespreekt en ziet de patiënten vaak, indien nodig dagelijks.

D

it model is bewezen effectief in het voorkomen en bekorten van opnames van patiënten. Het toewerken naar de certificering heeft het team een positieve impuls gegeven. Om te zien hoe een FACT-team werkt, ging de redactie een dagje mee op stap, de wijken in. Manager Robert Zandvliet die het FACT-team samen met psycholoog Guido Tuynman aanstuurt, legt uit waarom de certificering zo’n goede invloed heeft. “Samen bezig zijn met de certificering heeft het team veel energie gegeven. Je werkt als team aan verbetering. De ‘shared caseload’ en met elkaar één richting op denken genereert veel enthousiasme. Bovendien weet je dat FACT de basis wordt van het wijkgericht werken binnen Rivierduinen. Daarmee ben je ook toekomstgericht bezig.”

9:45 UUR: DIGI-BORD OVERLEG

Medewerkers van het FACT-team komen de ruimte binnen voor het DIGI-bord-overleg, dat vier keer per week plaatsvindt. Ook een medewerker van Stichting De Brijder schuift aan in verband met behandeling voor verslaving in combinatie met psychiatrische problematiek. Het DIGI-bord met alle relevante informatie over patiënten die intensieve zorg krijgen, is op een groot scherm gepro-

jecteerd zodat iedereen kan meelezen. Alle patiënten op het bord worden besproken, gemiddeld zijn het er 20 á 30. Verpleegkundige Tineke de Gans, werkzaam in de psychiatrische thuiszorg voor het FACT-team, bespreekt cliënt Hans*, een problematisch verzamelaar, eerder opgenomen geweest vanwege een psychose. Door zijn verzamelwoede is zijn huis niet goed schoon te houden. Hulp van de GGD heeft hij geweigerd. Zijn familieleden hebben

* namen van cliënten zijn veranderd om redenen van privacy.

veel geholpen maar voor hen wordt de draaglast zwaar. Hans heeft een bewindvoerder die zijn financiën regelt. Het zelfstandig wonen gaat niet langer, Hans gaat beschermd wonen. De Gans gaat een of twee keer per week bij hem langs. Vanochtend ook. Kees van Dam, Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige bespreekt Klaas*. Van Dam heeft hem op het DIGI-bord gezet omdat hij manisch ontremd is en de psychotische <


10

#3-2013

WIJKGERICHTE ZORG: EEN VAN DE ZORGFUNCTIES IN RIVIERDUINEN 2.0

11:00 UUR: OP WEG NAAR HANS

Om 11 uur belt Tineke de Gans aan bij Hans. Het huis lijkt meer opgeruimd dan vorige week. Tegen de muur staat een harmonium bedekt onder een dikke laag stof. Vroeger speelde Hans orgel in de kerk. Nu niet meer. Hij begint over een brief die hij gekregen heeft van de politie. Door goed door te vragen komt De Gans er achter dat het om een open-

staande boete gaat. Ze heeft ook contact met de bewindvoerder. Hans zit niet lekker in de stoel, gaat vaak verzitten. Hij heeft veel last van hoofdpijn, alleen ’s nachts, waardoor hij heel slecht slaapt. Tineke vraagt of hij al een afspraak heeft gemaakt met de huisarts? Nog niet. Volgende week krijgt Hans geld voor nieuwe kleding. Of hij dat zelf gaat kopen of zal Tineke meegaan naar de stad? Daar gaat hij over nadenken. Hans staat de bezoekjes van Tineke de Gans nu toe, dat heeft wel even geduurd. Zij laat hem niet los voordat hij beschermd woont. 14:00 UUR: OP WEG NAAR KLAAS

Kees van Dam gaat met de auto op weg naar Klaas. Als ze zitten met een kop koffie vraagt Van Dam of Klaas weet waarom hij langskomt. De laatste keer was enige tijd geleden namelijk. Klaas beaamt dat en steekt van wal. Hij

WvD

WvD

Cécile Gijsbers van Wijk, lid Raad van Bestuur en Geneesheer Directeur bij Rivierduinen: “Bij wijkgerichte zorg begeleiden en ondersteunen wij de patiënt in zijn eigen leefsituatie met als doel duurzaam herstel. Bij wijkgerichte zorg werken wij niet alleen aan vermindering van ziektesymptomen of genezing, maar ook aan maatschappelijk herstel en het hervinden van een zinvolle levensinvulling ondanks aanwezige beperkingen. Rivierduinen doet dit samen met ketenpartners zoals maatschappelijk werk, dagbesteding en woonbegeleiding. Het wijkteam regisseert de zorg, zodat samenhang is gewaarborgd. Ook werkt het team samen met familie en andere betrokkenen. Een hechte werkrelatie tussen de patiënt, zijn naastbetrokkenen en de zorgverleners is hét voertuig voor effectieve wijkgerichte zorg. De regie blijft in handen van de patiënt die in zorg is. Kan de patiënt de eigen regie niet aan? Dan neemt het team dit tijdelijk over. Als zorg in de eigen omgeving even niet mogelijk is, dan is opname in één van de klinieken van Rivierduinen een mogelijkheid. Ook dan blijft het wijkteam de patiënt begeleiden. De zorg wordt hiermee heel gemakkelijk aangepast aan de behoefte van de patiënt.”

symptomen erger worden. Dat komt omdat de woningbouwvereniging Klaas uit zijn huis wil zetten. Van Dam heeft de huisarts ingelicht. Saskia van de Kant, maatschappelijk werker, gaat de mogelijkheden bekijken voor Klaas’ woonsituatie en eventueel rechtsbijstand inschakelen. Van Dam gaat vanmiddag bij hem langs. Nadat gecheckt is of alle patiënten in beeld zijn, gaat het team uiteen.

overleg bij DIGI-bord

WvD

Kees van Dam

he n a s in Alp r e z ij w Weg

Tineke de Gans op w eg

naar Han

s

ijn an de R


#3-2013 11

Om beter binnen bereik te zijn voor inwoners in de regio gaat Rivierduinen in deze zorgfunctie ‘wijkgerichte zorg’ uit van één wijkteam op 50.000 inwoners. Eén wijkteam heeft ongeveer 225 patiënten in behandeling. Zij hebben naast ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) ook ernstige maatschappelijke beperkingen. Omdat er voortdurend risico op een crises is, heeft deze groep continue begeleiding nodig. Bovendien kan de vorm van behandeling en de mate van herstel veranderen. Rivierduinen heeft op deze manier vanaf 2014 vijftien wijkteams: vijf in regio Midden-Holland en Rijnstreek, drie in regio Haagstreek/ Zoetermeer en zeven in regio Leiden en Duin- en Bollenstreek. Rivierduinen heeft de wens dat deze teams de FACT-certificering halen. Vanuit de visie op het verlenen van goede kwaliteit, vanuit stimulans voor de teams en vanwege de eisen van toezichthouders en zorgverzekeraars.

wil zien. En dat Saskia van de Kant, maatschappelijk werker in het FACT-team, deze week contact met hem opneemt om te kijken naar de mogelijkheden. 16:00 UUR: OP WEG NAAR DE WERKGEVER WAAR JEREMY* BEGONNEN IS

Voor het gemeentehuis van Alphen aan den Rijn heeft Mark Vollers, IPS-trajectbegeleider (Individuele Plaatsing en Steun, een intensieve vorm van trajectbegeleiding), afgesproken met Jeremy. Hij werkt nu een aantal dagen in de keuken bij een café restaurant. Daar aangekomen ontmoeten Vollers en Jeremy de werkgever en chef keuken voor een evaluatie. De chef vraagt of Jeremy het wel leuk vindt, hij is erg gesloten, komt niet heel enthousiast over en

stelt zich nogal passief op. Jeremy zegt dat hij het leuk werk vindt, maar dat hij bang is dat het toch mis gaat, dat hij misschien beter in een magazijn kan werken. Mark Vollers geeft aan dat het goed is dat de chef dit aangeeft en dat Jeremy daar zijn voordeel mee kan doen. Als Jeremy, de chef, de baas en Vollers allemaal hun zegje gedaan hebben, gaat Jeremy overstag: hij blijft. “Die nazorg is belangrijk”, benadrukt Vollers. Als we dat niet doen, zouden veel mensen uitvallen. Hij begeleidt patiënten naar een betaalde baan of studie, waarbij de drempel zo laag mogelijk is. Als mensen een betaalde baan nog niet aankunnen adviseert hij hen richting vrijwilligerswerk. In deze tijd is het belangrijk om een groot netwerk te hebben. Vollers heeft veel contacten met gemeenten, UWV en organisaties in de regio. “De plaatsingen van mensen in een betaalde baan, dat zijn de leuke momenten en heel belangrijke stappen voor onze patiënten.” WvD

WvD

Bij het ter perse gaan van deze editie wordt binnen Rivierduinen de laatste hand gelegd aan het inrichten van vijf zorgfuncties binnen heel Rivierduinen waarvan ‘wijkgerichte zorg’ er één is. Het werken volgens de FACT-methodiek zoals in dit artikel beschreven is een van de uitgangspunten.

vertelt over de woningbouwvereniging, dat hij zijn flat waar hij al twintig jaar woont uit moet tegen zijn zin en dat hij bang is dat er binnenkort mensen voor de deur staan om hem er uit te gooien. Van Dam verzekert hem dat dat niet op die manier zal gebeuren. Klaas vertelt over agressieve gedachten die hij heeft en die soms ook suïcidaal van aard zijn. “Blow je veel?”, vraagt Van Dam. “Ja kijk maar, heel veel op dit moment.” Er ligt een aantal opgerookte joints en een verse klaar in de asbak. “Vind je zelf dat je psychotisch aan het worden bent?”, vraagt de Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige. Dat idee heeft Klaas zelf wel. Hij voelt de spanning oplopen nu hij uit huis moet. Van Dam zegt dat hij Klaas voorlopig een paar keer per week

Wv D

DE PRAKTIJK VANAF 2014

Mark bij de w erkgever van Jeremy

Gemeentehui

s van Alphen

aan de Rijn

De regio Rijnstreek (Alphen aan den Rijn en omliggende gemeenten) telt 144.000 inwoners. Het FACT-team heeft zo’n 220 patiënten in zorg met ernstige psychiatrische aandoeningen, waarvan bijna driekwart de diagnose schizofrenie heeft. 51% van het patiëntencontact gebeurt buiten de deur.


12

#3-2013

Zit iets je al jaren dwars, of wil je juist iets geweldigs over de bühne brengen: in R krijg je een pagina om dat met de lezers te delen. Het idee is vergelijkbaar met de Speakers’ corner in Londen, waar mensen hun mening verkondigen over politiek, cultuur en religie, vaak staande op een zeepkist. Heb je een onderwerp dat je wilt aansnijden? Meld je aan via a.bromberg@rivierduinen.nl.

HS

Wethouder J.J. de Haan (Cultuur,Werk en Inkomen) Gemeente Leiden

Als wethouder Werk en Inkomen kijk ik vanuit mijn domein naar drie decentralisaties. Het gaat om de overheveling van AWBZ-taken zoals dagbesteding, om de jeugdzorg en om de Participatiewet. Ik geloof echt in de decentralisatie en in het uitgangspunt om mensen kansen te bieden door hun potentie te benutten. Door op lokaal niveau een goede combinatie met het werkveld te maken, kunnen wij hen meer perspectief bieden. Het risico dat gemeenten lopen, is dat we vanuit ons enthousiasme

voortvarend aan de slag willen gaan om nieuwe werkwijzen neer te zetten en vervolgens krakend vastlopen door gebrek aan geld. Enthousiasme en zorgen strijden dus om voorrang. Mijn pleidooi is dan ook: pak de kansen die gemeenten bieden. En laat angst voor bezuinigingen niet leiden tot weerzin tegen gemeenten. Als dat de boventoon gaat voeren, verliezen we de goede filosofie van lokaal maatwerk en slimme combinaties. Denk daarbij aan dagbesteding die nu nog in de AWBZ zit en de soci-

ale werkvoorziening van gemeenten. Dat onderscheid zal steeds minder groot worden. Dergelijke combinaties kunnen we ook gaan realiseren voor alles dat te maken heeft met Wajong uitkeringen, jeugdzorg en AWBZ. Wij willen jongeren met een (psychiatrische) beperking juist extra hulp bieden om hun dromen waar te maken. Op dit moment lopen veel zaken via verschillende financiële stromen en instanties. Hierdoor kunnen we de jongere niet altijd centraal zetten. En kijken we nu nog te vaak

naar hun beperkingen in plaats van naar hun mogelijkheden. Professionals hebben wat dit laatste betreft dezelfde wens als wij. Als we alleen vanuit de bestaande instellingen en werkwijzen kijken naar de bezuinigingsopgave, dan remt dat de passie van de professional voor zijn werk en patiënten. Laat dat niet gebeuren! Nieuwe denk- en werkwijzen, zoals bij de kanteling van de WMO, zijn nodig. Dat geldt ook voor andere werkvelden. Ik realiseer me dat het om moed vraagt om het belang van de bestaande instellingen ondergeschikt te maken aan de wens om te vernieuwen. Noodzakelijk is het wel. Samenvattend: laat de professionele passie voor je werk spreken. Die gaat nooit over financiële stromen en aanbestedingsmodellen maar over het bieden van kansen. Als ik iemand spreek die op zoek is naar werk, zoekt hij heel vaak ook naar een breder perspectief in het leven. Door slimme combinaties op lokaal niveau kunnen we mensen die zich helaas inmiddels identificeren met hun financiële regelingen en de instellingen waar ze in behandeling zijn, helpen hun dromen te realiseren. Daar ga ik graag voor op de zeepkist. Ik realiseer me dat het van twee kanten moet komen. Ook als gemeente moeten wij onze eigen belangen daarvoor opzij zetten. En ook daar ga ik graag voor op de zeepkist. AB R vroeg wethouder De Haan om op de zeepkist te gaan staan omdat hij een van de tientallen wethouders was die tekende voor een opiniestuk in NRC Handelsblad van 18 juni ‘Op deze manier werkt decentralisatie niet’. Geïnteresseerd in het artikel? Mail dan naar a.bromberg@ rivierduinen.nl.


#3-2013 13

“Kosten zijn een lastige kwestie in de kinderpsychiatrie. Vorig jaar gingen er 1,1 miljoen recepten voor ritalin en concerta voor kinderen over de toonbank. …. Hoeveel kinderen dat slikken is onbekend; verondersteld dat ze vier recepten per jaar krijgen, gaat het om 275.000 kinderen. Dat is voordeliger dan gedragstherapie omdat er minder contacten met een dokter voor nodig zijn”, zegt Robert Vermeiren (o.a. hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie LUMC). “Maar dat wil niet zeggen, dat dat het beste is voor het kind.” NRC Handelsblad, juni 2013

R

van het taboe op psychiatrische aandoeningen. Het Rivierduinen team zoekt steun door sponsoring. Medewerkers en patiënten doen dat door voor 5 euro één of meer van de 600 kilometers te kopen. Relaties zijn aangeschreven om grotere bedragen te doneren. Wilt u ons team en daarmee het doel van de Socialrun steunen? Stuur dan een e-mail naar rivierduinen@ socialrun.eu. Voor meer informatie over ons team: www.socialrun.eu/ rivierduinenteam. n

Internationale prijs voor gebouw High Care HS

ivierduinen loopt van 27 tot en met 29 september met een team van 20 tot 25 medewerkers mee in de Socialrun. Dat is een sponsorloop in estafettevorm van meer dan 600 kilometer in 48 uur. Deelnemers aan dit evenement maken een statement tegen stigmatisering van mensen met een psychiatrische aandoening. Tegelijkertijd is het de bedoeling geld in te zamelen voor de stichting Socialrun die zich inzet voor het doorbreken

HS

Steun ons team tijdens Socialrun

Nieuwe bibliotheek

R

ivierduinen heeft sinds kort een nieuwe bibliotheek, gehuisvest in een heel bijzondere plek; het atrium in gebouw Rijnveste in Leiden. In deze nieuwe locatie, die tien meter hoog is, heb je uitzicht op een van de binnentuinen. In de nieuwe bibliotheek is een aantal studieplekken met desktops en laptops aanwezig. In de middaguren vinden er trainingen en workshops plaats over onder andere het

gebruik van databanken. Daarnaast geven medewerkers (privé)instructie in de vestigingen. De bibliotheek is op werkdagen geopend van 9:30 -13:30 uur en is bereikbaar via 071-890 3025 / 3026. n

D

e Jong Gortemaker Algra architecten en ingenieurs heeft op 13 juli de Design & Health International Academy Award in de categorie ‘Mental Health’ in ontvangst genomen. Het bureau kreeg deze prestigieuze prijs voor het ontwerp van het gebouw ‘High Care’ in Oegstgeest. Het pand huisvest sinds 2012 patiënten met ernstige psychische problemen. Het ontwerp kenmerkt zich door de beschermde wereld die schuil gaat achter een relatief gesloten straatgevel. In het gebouw komt veel daglicht binnen en de veelal open ruimtes hebben zicht op de natuur. De internationale jury is vooral enthousiast over de manier waarop de relatie tussen de menselijke omgeving en functionele eisen

voor veiligheid en toezicht vorm is gegeven. De jaarlijks terugkerende Award heeft een belangrijke invloed op het ontwerpen van omgevingen die de gezondheid, het welzijn en de kwaliteit van leven ondersteunen. Het pand bestaat uit één bouwlaag met drie vleugels van elk twaalf eenpersoonskamers met eigen sanitair. De spreek- en werkkamers, fitness- en muziekruimte, minibioscoop en werkplaats om te klussen zijn ondergebracht in een centraal gelegen gedeelte. Daarnaast is er een veilige unit, waar patiënten zich kunnen terugtrekken. In het gebouw is alleen een teampost voor medewerkers. Daardoor zijn ze altijd goed zichtbaar en bereikbaar voor de bewoners. n

“Onze hersenen moeten in deze complexe samenleving op topsnelheid draaien”, stelt Malou van Hintum. “Daardoor kost het mensen meer moeite ‘normaal’ mee te doen. Terwijl psychische aandoeningen worden gebagatelliseerd.” Van Hintum is freelance journalist en auteur van het boek ‘Doe eens normaal over zin en onzin van psychiatrie’.


14

#3-2013

Natascha van den Bosch: “Als ik terugkijk op mijn leven, realiseer ik me dat ik als puber vrij somber was. De periode in mijn leven waarin ik alleen mijn dochter heb opgevoed totdat ze vier was, heb ik als heel waardevol ervaren. Het gaf mijn leven structuur en ik vond het moederschap bijzonder.”

“T

oen mijn dochter op vierjarige leeftijd naar school ging, kwam ik langzaamaan in een onrustige fase terecht. Het verdriet dat ik met haar vader had gebroken kwam naar boven en ik voelde de druk op mij toenemen omdat ik een baan moest vinden. Ik kon in de bloemenwinkel van mijn moeder gaan werken; zij zorgde die dagen voor mijn dochter. Ik had bedacht dat ik dan ook weer uit kon gaan en had geen rem op wat ik dacht of deed. Nadat ik tien nachten niet had geslapen, was ik volledig uitgeput. Ik werd manisch en daarna psychotisch. Opmerkelijk was wel dat als mijn dochter bij me was, ik goed kon functioneren. De huisarts schreef medicijnen voor. Mijn moeder herkende mijn psychose omdat zij dit ook had doorgemaakt. Er gebeurde vreemde dingen met me. Ik vond het zor-

gelijk en vroeg mijn broer tijdelijk voor mijn dochter te zorgen. Toen zij weg was, ging het helemaal mis met me. Ik meende dat mensen met mij communiceerden door middel van oogknippen. Mensen met oordoppen in beschermden mij. Mijn vader vertelde me dat er een huis was waar ik uit kon rusten. Zonder dwang heeft hij me naar een kliniek van Rivierduinen gebracht. De medicatie deed zijn werk. Ik kreeg te horen dat ik een bipolaire stoornis had. Dat wilde ik niet meteen geloven. Ik volgde een dagprogramma en dat haalde me uit m’n isolement. Ik ben zes maanden in de kliniek geweest; vier maanden op de gesloten afdeling en twee maanden op de open afdeling. Ik was weer helder en mocht naar huis maar ik was nog niet klaar. Mijn dochter kon gelukkig wel weer bij mij wonen. Ik ben

verder gegaan met cognitieve therapie; een jaar lang drie dagdelen per week.

Ze is zo betrokken en ze behandelt mij op een gelijkwaardige en respectvolle manier.

Na een aantal jaren eenvoudig werk wilde ik meer uitdaging. De nieuwe baan leverde mij veel stress op en daardoor kreeg ik een terugval. Ik kwam in behandeling bij GGZ Leiden bij Petra Rijper. Ook daar volgde ik cognitieve therapieën. In een boekje hield ik elke dag bij hoe mijn stemming was. Ook stelden we een signaleringsplan op dat inzicht geeft in hoe ik er voor sta. Daar heb ik nog steeds veel houvast aan. Door de gesprekken met Petra en de cursussen ben ik in staat mijn valkuilen te herkennen. Ook heb ik via haar deelgenomen aan het traject ‘werken aan werk’. Ik heb daar geleerd na te denken over wat ik leuk vind om te doen en waar mijn aanleg ligt. Zo kon ik cursussen volgen en werk ik al weer jaren. Ik ben trots op Petra.

Nu gaat het heel goed met me. Ik moet wel alert blijven op de risicofactoren die mijn stoornis kunnen triggeren. Het is hard werken. Ik heb geleerd geen te hoge verwachtingen van mezelf en van de wereld te hebben. Met dit aangeleerde gedrag ben ik zo blij. Zonder de cursussen had ik het niet gered. Ik ben al jaren in balans en de gesprekken met Petra vind ik fijn. Het is belangrijk dat ik dit vangnet heb; dat geeft me rust. Ik heb geleerd dat een bipolaire stoornis niet alleen een handicap is en kan nu van mezelf houden en heb inzicht in wat ik wel en niet kan. Mijn dochter is inmiddels volwassen en ik praat met haar over mijn stoornis. Het is belangrijk dat ze begrijpt wat dat is omdat het erfelijk is.”


#3-2013 15

“Natascha van den Bosch is doorverwezen door de psychiater bij wie zij in behandeling was. De intake bij ons stelde vast dat zij een bipolaire stoornis heeft. Bij Natascha is de manische kant sterker dan de depressieve. De diagnose was geen verrassing voor haar. In haar familie zijn er meer mensen met deze aandoening. Toen Natascha voor het eerst bij mij kwam, had ze net een manische episode achter de rug. Ze wilde weten hoe ze met de stemmingswisselingen kon omgaan. Bij een manie verlies je de realiteit uit het oog. Ze is bij ons begonnen met inter-persoonlijke psychotherapie. Daarin leer je om je ziekte te accepteren. Daarna volgde ze

Cognitieve Gedragstherapie. CGT pakt gedragspatronen én negatieve gedachten aan. Ook heeft ze een aantal hulpmiddelen waarmee ze in staat is zelf haar stemming te monitoren. Een ervan is een signaleringsplan. Dit zorgt ervoor dat Natascha in een vroeg stadium kan zien dat het minder goed met haar gaat. Hiermee kan ze voorkomen dat de situatie verergert. Met het signaleringsplan houdt ze bij of ze slecht geslapen heeft, of ze onrustig is, of dat ze haar werk niet afkrijgt. We leren haar wat voor haar risicovolle signalen zijn die haar stemming beïnvloeden. Een trigger voor haar is stress. Een ander hulpmiddel is een

Life-chart boekje. Daarin schrijft Natascha elke dag hoe haar stemming is. Het leert haar kritisch naar zichzelf te kijken. We bespreken samen wat ze in haar boekje heeft geschreven. Verder is een vast ritme belangrijk voor haar. Dan blijft de stemming stabieler. Inmiddels heeft ze veel inzicht in haar ziektebeeld. De hulpmiddelen helpen haar grip op haar leven te houden. Daarnaast is medicijngebruik een noodzaak voor mensen met een bipolaire stoornis. De medicijnen zorgen ervoor dat de pieken en de dalen minder worden. De kunst is om te zorgen dat mensen niet vlak worden. Lithium is een van de meest gebruikte medicijnen voor

deze stoornis. Het heeft echter bijwerkingen. Een te hoge lithiumspiegel maakt je ziek. Regelmatige controle van de bloedspiegel is dus heel belangrijk. Laagdrempelige zorg bieden is voor deze patiënten erg belangrijk. In het begin kwam Natascha vaak. Momenteel komt ze vier keer per jaar. Ze is zelfredzaam en al jaren stabiel. Ze doet het goed. Als er wat is, komt ze langs. Als behandelaar moet je de ene patiënt remmen en een andere juist stimuleren. Je moet dus meebuigen. Mensen met een bipolaire stoornis zijn dynamisch en staan midden in het leven. Helaas is er ook een groep die het niet lukt om in balans te zijn.” KB <


16

#3-2013

WAT IS HET? Een bipolaire stoornis, ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd, kenmerkt zich door terugkerende perioden van depressie, hypomanie en manie. Deze episoden worden afgewisseld door klachtenvrije fasen. Hoe vaak en hoe intens de periode is, kan per patiënt verschillen. Het is een levenslange ernstige aandoening waarbij patiënten buiten de episoden meestal productief zijn in werk en/of vrije tijd en betekenisvolle relaties kunnen onderhouden. In ernstige gevallen wordt het leven door de ziekte beheerst en ingeperkt.

WAT ZIJN DE SYMPTOMEN EN KLACHTEN?

WELKE FACTOREN SPELEN EEN ROL?

MANISCHE EPISODE: een duidelijk herkenbare periode

n Opleiding of sociale klasse speelt geen rol bij het ontstaan van een bipolaire stoornis. n Alleenstaanden hebben vaker een bipolaire stoornis dan samenwonenden. Mogelijk beschermt een relatie tegen het (opnieuw) optreden van een manie of depressie. Maar het kan ook zijn dat mensen met een bipolaire stoornis moeilijker een relatie in stand kunnen houden. n Volwassenen die cannabis gebruiken, hebben 5 keer zoveel kans dat een bipolaire stoornis zich ontwikkelt. n De bipolaire stoornis komt vaker voor bij familie van bipolaire patiënten. Als één van de ouders deze aandoening heeft, hebben de kinderen 10 tot 20% kans op een bipolaire stoornis. n De bipolaire stoornis komt vaker voor bij mensen die in hun jeugd een traumatische ervaring hebben gehad.

met abnormale, verhoogde, expansieve, prikkelbare stemming, een opgeblazen gevoel van eigenwaarde/grootheidsideeën, afgenomen behoefte aan slaap, spraakzamer of spreekdrang, gedachtenvlucht, verhoogde afleidbaarheid, toegenomen doelgerichte activiteit, overmatig bezighouden met aangename activiteiten met grote kans op pijnlijke gevolgen. HYPOMANE EPISODE: symptomen zoals bij manische episode. Er is sprake van een onmiskenbare en waarneembare verandering in functioneren, zonder dat er een duidelijke beperking is van het functioneren. DEPRESSIEVE EPISODE: een depressieve stemming en/of verlies van interesse en plezier. Daarnaast is er vaak sprake van meer/minder eetlust, minder/meer slapen, vertraagd of juist meer onrustig zijn in bewegingen, moeheid, verlies van energie, overmatige gevoelens van waardeloosheid of schuld, verminderde concentratie, moeite met beslissingen nemen, gedachten aan dood en/of suïcidaliteit. GEMENGDE EPISODE: hierbij treden manische of hypomane symptomen gelijktijdig op met depressieve symptomen.

HOE BEHANDEL JE HET? Behandeling van bipolaire stoornissen is gericht op stabiliseren van de stemming door middel van medicatie, inzicht krijgen in het ziektebeeld en het aanleren van technieken die erop gericht zijn om grip op de stoornis te krijgen en houden. Het behandelaanbod bestaat onder meer uit medicatie, Psycho-educatie, Cognitieve Gedragstherapie, Sociaal Ritme Training en een Lotgenotengroep.

HOEVEEL MENSEN HEBBEN HET?

n Van de Nederlandse bevolking van 18 tot 65 jaar kreeg 1,3% ooit in het leven de diagnose bipolaire stoornis. n Bijna evenveel vrouwen (1,4%) als mannen (1,2%) hebben ooit een bipolaire stoornis gehad. n In de afgelopen 12 maanden had 0,8% van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar een bipolaire stoornis (mannen 0,7%, vrouwen 1,0%). In totaal hadden ongeveer 88.400 inwoners van Nederland in de afgelopen 12 maanden een bipolaire stoornis. Bronnen: Trimbos-instituut, Rivierduinen


Sinds kort heeft Rivierduinen een eigen loopbaancentrum om de instroom, doorstroom en uitstroom van medewerkers te regelen. Het loopbaancentrum bestaat uit drie onderdelen: recruitment, het flexbureau en mobiliteit. Afhankelijk van de fase waarin de organisatie zich bevindt, ligt de nadruk meer op mobiliteit, of juist meer op recruitment. Van het flexbureau maakt Rivierduinen in meer of mindere mate altijd gebruik.

R

ecruitment zorgt voor de werving van nieuwe medewerkers door vacatures uit te zetten, wervingscampagnes te initiëren en voorlichting op scholen te geven. Dit laatste gebeurt in samenwerking met het Leer- en Ontwikkelcentrum van Rivierduinen. Het flexbureau verzorgt de tijdelijke inzet van personeel in zorgfuncties. Mobiliteit regelt alles rondom re-integratie, boventalligheid en loopbaanontwikkeling van medewerkers. Altijd in afstemming met de leidinggevende van de medewerker die het betreft. Rivierduinen zit in een periode van bezuinigingen. Mobiliteit heeft dus alle aandacht.

op de juiste plek te krijgen. Om mensen zelf aan het denken te zetten over wat zij willen bereiken, wat zij kunnen bereiken en hen hierin op weg te helpen. Soms kunnen medewerkers door ziekte hun eigen werk niet meer uitvoeren. Wij proberen dan samen met de medewerker en de leidinggevende passend werk te vinden. Dit kan binnen Rivierduinen zijn, maar ook hierbuiten. Alle medewerkers kunnen via hun leidinggevende een loopbaantraject bij ons aanvragen. Soms wil een medewerker na een aantal jaren eenzelfde functie uitgeoefend te hebben, bekijken wat er nog meer mogelijk is. Wij helpen dan om inzicht te krijgen in wensen en mogelijkheden.”

duinen. Personele krimp wordt zoveel mogelijk opgevangen door natuurlijk verloop en door tijdelijke contracten niet te verlengen. Bij het flexbureau komen hierdoor nu meer aanvragen binnen. Het is helaas onvermijdelijk dat Rivierduinen afscheid zal moeten nemen van medewerkers met een vast contract. Rivierduinen handelt altijd volgens het sociaal plan en het onlangs met de bonden afgesloten bijbehorende addendum. Op basis van het afspiegelingsbeginsel en het aantal arbeidsjaren wordt bepaald wie boventallig wordt verklaard. Het afspiegelingsbeginsel zorgt er voor dat de leeftijdsopbouw in de organisatie vóór en na de reorganisatie ongeveer gelijk blijft.

KRIMP, VAN WERK NAAR WERK

EMOTIES

De geestelijke gezondheidszorg moet de komende jaren fors bezuinigen. Dit geldt ook voor Rivier-

De nadruk in het sociaal plan en addendum ligt op ‘bemiddeling van werk naar werk’. Tijdens deze

MOBILITEIT

Mobiliteit is een breed gebied. Adviseurs Ciska Vroonhof en Jos Beerstecher: “Ons werk bestaat er eigenlijk uit om de juiste persoon

bemiddeling zijn medewerkers niet meer actief op de eigen werkplek. Passend werk kan zowel binnen Rivierduinen zijn als hierbuiten. Vroonhof en Beerstecher: “Boventallig worden verklaard is voor veel mensen emotioneel. Zij hebben zich jarenlang ingezet en raken buiten hun schuld hun baan kwijt. Sommige medewerkers zijn boos, anderen juist heel verdrietig. In het eerste gesprek met ons is er dan ook altijd ruimte om stoom af te blazen. Samen met de medewerker en soms de leidinggevende gaan we vervolgens aan de slag. We maken een inschatting of er binnen Rivierduinen passend werk beschikbaar is. Mocht dit niet het geval zijn, dan kunnen we samenwerking zoeken met een outplacementbureau. En ook hier helpen wij medewerkers om inzicht te krijgen in wat zij willen en kunnen bereiken.” MH

HS

#3-2013 17


#3-2013

PB

18

Rivierduinen heeft onlangs haar beleid op het gebied van wetenschappelijk onderzoek herzien en vastgesteld. Een mooie aanleiding om Cécile Gijsbers van Wijk (Raad van Beestuur en geneesheer-directeur) hierover een aantal vragen te stellen. WAT IS HET BELANG VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VOOR RIVIERDUINEN?

“Stilstand is achteruitgang. Om goede zorg te blijven bieden, is doorontwikkeling van je zorg belangrijk. Voor Rivierduinen gaat het daarom vooral om patiëntgebonden onderzoek. Op dit gebied moeten we echt mee blijven doen in kennisontwikkeling in ons vakgebied. Een ander aspect zijn de opleidingen waar wij als instelling bij betrokken zijn. Beide hebben hetzelfde doel: steeds betere zorg leveren. Onze nauwe relatie met het LUMC en Curium (voor kinderen en jeugd, red.) stimuleert ons wetenschappelijk actief te blijven. Dat gaat makkelijker dan als je wetenschappelijk onderzoek moet doen als ggz instelling zonder academische partner.” WAT VIND JIJ HET BELANGRIJKSTE IN HET NIEUWE BELEID VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?

“Voorheen was het onderzoek meer versnipperd. We concentreren het nu in drie lijnen: Psychose, Stemmings-, Angst en Somatoforme stoornissen en Eetstoornissen. Elke lijn heeft haar eigen verantwoordelijk hoogleraar (zie pagina hiernaast, red.). Door het onderzoek te bundelen rondom patiëntengroepen die relevant zijn voor ons, kunnen we een meerwaarde

bieden. Met de hoogleraren is de kans groter dat het onderzoek past binnen ons beleid en dat de studies daadwerkelijk worden afgemaakt. Helaas lukt dat niet altijd in ‘onderzoeksland’. Verder hoop ik dat de onderzoekers samen tot een gemeenschap komen en elkaar helpen en stimuleren. Zo krijg je meer cohesie. Voormalig onderzoek was ook goed, maar het gebeurde te geïsoleerd. Dat is jammer. Het budget blijft 0,75% van onze omzet. Dat komt neer op € 1.3 miljoen. We willen dat die investering ook resultaat oplevert. In betere zorg door implementatie van de uitkomsten, door presentaties op congressen en door publicaties.” WAT IS HET BELANG VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VOOR ONZE PATIËNTEN?

“Uiteindelijk gaat het om betere zorg. Daarom hebben wij vastgelegd dat het onderzoek klinisch relevant moet zijn. Desondanks zijn niet alle studies direct implementeerbaar. Onze Commissie Wetenschappelijke Activiteiten bewaakt of de onderzoeken aansluiten bij de patiënten van Rivierduinen en onze zorgprogramma’s.” WAT IS HET BELANG VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VOOR ONZE MEDEWERKERS?

“Voor de participanten is het heel stimulerend. Voor anderen

betekent het ook een uitbreiding van hun kennis. We willen dat de onderzoekers hun resultaten presenteren aan medewerkers. De wetenschapsmiddag (zie pagina hiernaast, red.) is daar een goed voorbeeld van. Die terugkoppeling is een van de manieren om een lerende organisatie te blijven met lerende medewerkers.” HOEVEEL WETENSCHAPPELIJKE ONDERZOEKEN PER JAAR SCHAT JIJ DAT RIVIERDUINEN

ZAL UITVOEREN?

“Dat is een lastige vraag. Ons budget gaat nu nog naar lopend onderzoek. Op momenten dat we geld over hebben uit deze pot, kunnen hoogleraren nieuwe keuzes maken. Drie keer per jaar hebben ze een gesprek met mij. Dan leggen ze verantwoording af over hun jaarplannen. Tevoren krijg ik advies over de plannen binnen een onderzoekslijn van onze Commissie Wetenschappelijke Activiteiten.”


#3-2013 19

PB

WIE ZIJN DE HOOGLERAREN?

19 SEPTEMBER: TWEEDE WETENSCHAPSMIDDAG Na een zeer succesvolle eerste editie in 2012 houdt Rivierduinen dit jaar opnieuw een wetenschapsmiddag. Zeven collega’s van de eigen instelling en drie van het Leids Universitair Medisch Centrum krijgen tijdens de bijeenkomst de mogelijkheid hun onderzoek in tien minuten tijd te presenteren. Negen andere wetenschappers zullen een posterpresentatie houden. De organisatie is in handen van het Leer- en Ontwikkelcentrum Rivierduinen. LORD heeft accreditatie aangevraagd bij de NvVP, RSV (verpleegkundig specialisten) en de FGzP (gezondheidszorgpsychologie). Ook externe geïnteresseerden zijn van harte welkom. U kunt zich tot 6 september aanmelden bij lord@rivierduinen.nl.

Onderzoekslijn Stemmings-, Angsten somatoforme stoornissen, hoogleraar Bert van Hemert, LUMC

Op de oproep voor abstracts voor de wetenschapsmiddag kwamen veel reacties. Drie betrokken hoogleraren (zie kader, red.) maakten een keuze. Het aanbod op 19 september is divers en varieert van een onderzoek naar een korte interventie bij een stemmings- en angststoornis tot voorspellers van resultaten bij poliklinisch behandelde patiënten met angststoornissen. Een ander voorbeeld is een onderzoek onder verpleegkundigen naar het gebruik van comfort rooms (prikkelarme ruimtes). KRACHT VAN E-COMMUNITY

Onderzoekslijn Psychose, hoogleraar Jean Paul Selten, AZM (Academisch Ziekenhuis Maastricht) PB

METHODE: 311 bezoekers vulden een online vragenlijst in. Naar aanlei-

IN HET BELEID STAAT OOK EEN ALINEA OVER EEN DERDE GELDSTROOM. WAT WORDT HIERMEE BEDOELD?

“Een budget van 1.3 miljoen lijkt misschien veel, maar dat is het niet. Hoogleraren hebben dan ook de opdracht gekregen om subsidies aan te vragen bij instellingen zoals ZonMw en het Fonds Psychische Gezondheid. Met het geld van Rivierduinen alleen kom je er niet!” AB

De redactie van R licht er een onderzoek uit: de kracht van de e-community Proud2Bme van Centrum Eetstoornissen Ursula. Veel mensen met eetproblemen zoeken steun en informatie online. Er zijn echter websites die eetgestoord gedrag als positieve levensstijl aanprijzen, zogenaamde pro-ana en -mia websites. Website en e-community ‘Proud2Bme’ is opgericht als tegenhanger en gezond alternatief voor dergelijke websites. Proud2Bme biedt een positieve en herstelbevorderende omgeving vol informatie en persoonlijke verhalen plus een interactief deel waar bezoekers contact met lotgenoten of professionals kunnen zoeken. Deze studie onderzocht of en in welke mate bezoekers empowerment ervaren door hun bezoek aan Proud2Bme. Patiënt empowerment heeft alles te maken met het gevoel van controle hebben over je ziekte en behandeling en het kunnen managen van je ziekte. Daarnaast werd onderzocht of bepaalde variabelen samenhingen met de mate van empowerment.

Onderzoekslijn Eetstoornissen, hoogleraar Eric van Furth, LUMC

ding daarvan berekenden de onderzoekers onder andere correlaties. RESULTATEN: Proud2Bme vergrootte de mate van empowerment op verschillende manieren. Dat gebeurde vooral door het uitwisselen van informatie, het vinden van herkenning en het delen van ervaringen. Ook gaven deelnemers aan zich door Proud2Bme beter geïnformeerd te voelen en ervoeren zij meer optimisme en controle over de toekomst. Daarnaast hadden zij meer vertrouwen gekregen in hun behandeling en de relatie met hun therapeut en gingen zij meer hulp zoeken. Weinig empowerment, jongere leeftijd en meer interactieve gebruikerspatronen hingen samen met een vergroting van empowerment door Proud2Bme. DISCUSSIE: Het bieden van een platform waar betrokkenen ervaringen kunnen delen en herkenning kunnen vinden is misschien wel één van de belangrijkste ingrediënten voor succesvolle e-health initiatieven met als doel mensen met eetproblemen te ‘empoweren’. Proud2Bme biedt een gezond alternatief voor de potentiële schadelijke en negatieve effecten van pro-ana en -mia websites.


20

#3-2013

ONEENS

NEUTRAAL

PB

EENS

Sinds december vorig jaar werken collega’s van Centrum Autisme en Kristal vanuit het nieuwe gebouw Rijnveste volgens ‘het nieuwe werken’. Om dit te realiseren, is een scheiding aangebracht tussen activiteiten met de patiënt (ontvangen, onderzoeken, spreken) en zonder patiënt (informatie verwerken). Deze werkzaamheden zijn verdeeld over twee verdiepingen. De medewerkers hebben geen vaste werkplek, maar zoeken, afhankelijk van wat ze gaan doen, daarvoor een stekje. Zie je daardoor heel veel verschillende collega’s, of mis je het vertrouwde contact met directe collega’s?

YVONNE MUR Directeur Algemene Zaken Centrum Autisme en Kristal

MARIELLE WIJNANDS GZ psycholoog Centrum Autisme

SUZANNE VAN HENSBERGEN Kwaliteitsadviseur Centrum Autisme en Kristal

Het tegendeel is waar, het is juist moeilijk om eenzaam te worden! Het beeld dat mensen van het nieuwe werken hebben, is dat je steeds meer thuis werkt. Dat is niet zo. Afhankelijk van wat je doet zoek je een ruimte op die past bij de activiteit die je gaat uitvoeren. Ik noem het dan ook liever ‘activiteitengericht werken’. Doordat je wisselt van plek ontmoet je juist veel meer verschillende mensen en is het veel makkelijker om even iets met een collega te bespreken. Er zijn ook ruimtes waar je alleen kan werken, als je bijvoorbeeld een vertrouwelijk gesprek moet voeren of je je erg moet concentreren. Maar daar kies je dus zelf voor.

Voor mij is dat tweeledig. Op de werkvloer zelf is het veel opener geworden. Je ziet elkaar letterlijk zitten. Daardoor is het contact met collega’s en het overleg toegenomen en ben je allerminst eenzaam. Dat vind ik echt heel erg leuk. Maar ik merk dat collega’s, meer dan voorheen gebruik maken van de mogelijkheid om thuis te werken. Bijvoorbeeld voor verslaglegging en administratie. Dat doe ik zelf ook, maar daardoor mis je soms weer de gezelligheid van kantoor.

In het begin was het lastig om elkaar te vinden om bijvoorbeeld even bij te kletsen over het weekend, omdat we niet meer op een vaste kamer met dezelfde collega’s zitten. Maar al snel merkte ik dat veel mensen toch vaste hoekjes uitzoeken die een vertrouwde plek worden. Je ontmoet elkaar ook tijdens de koffie en de lunch, omdat je niet mag eten op je werkplek. Doordat twee centra bij elkaar zitten, ontmoet ik nu juist veel meer mensen, zijn de lijnen kort en is het gezelliger. AD


#3-2013 21

“Maar wil ze dan niet van dat snijden af?” ‘Jawel. Het is niet oké, niet goed voor lichaam en geest. Daar zijn we het allemaal over eens, ook bij de landelijke Stichting Zelfbeschadiging. Dus ja, ik vind het een probleem. Maar het snijden zelf en de wonden zijn niet zo interessant. Erg vind ik dat ik er nog steeds behoefte aan heb. Mezelf dus blijkbaar nog steeds zo weinig waard vind. Dus daar moet het om gaan bij de hulpverlening: mensen zich beter gaan laten voelen over zichzelf. Zodat ze zichzelf de moeite waard vinden om het anders te doen, en ze dat snijden niet meer nodig hebben.’ Marcia Kroes in NRC Handelsblad, juni 2013.

Wadlopen: geen watjes-loop!

H

et begon met een kerstgeschenk van een psychiater, om met jongeren van het KEP (Kritieke Episode Psychose) team GGZ Midden-Holland te gaan wadlopen. Door extra giften van Rivierduinencollega’s konden we met z’n negenen op pad. De Reaktgroep (organisatie voor activering, participatie en re-integratie) sponsorde de bus, Kwintes (organisatie die mensen met een psychische kwetsbaarheid ondersteunt in onder andere wonen) verzorgde heerlijke versnaperingen. Daar waren we heel blij mee! Zondag 26 mei was het zover. Met windkracht 6 en een gevoelstemperatuur van rond het vriespunt vertrokken we opgewekt naar Lauwersoog, voorzien van sjaals en mutsen. Na een lange gezellige reis bereikten we net op tijd de boot. Het grote avontuur kon beginnen! De boot legde aan bij de enige boom op de Waddenzee. Trappetje

uitgerold, broekspijpen opgerold en kniehoog zeewater in. Oeps, daar hadden we niet op gerekend. Eenmaal op het wad kon de pret beginnen! Lekker lopen over het zand, door de modder, prachtige schelpen verzamelend konden we onze lol niet op. Iedereen zakte diep weg in de modder, schoenen bleven in de blubber steken. Wat een lol! Totdat we een geul bereikten. Met een hand hier en een steuntje daar lukte het uiteindelijk iedereen om de wal te beklimmen. Dat hadden we maar mooi geflikt! Eenmaal op de boot snel droge kleding aan en konden we genieten van het uitzicht. Moe maar voldaan reden we naar McDonalds. Daar heerlijk (metabool verantwoord?) gegeten en nagekletst over het avontuur. Het was geweldig om een grote smile op ieders gezicht te zien! n Ingeborg Vriend en Jacqueline Coppers

Gezond Dagen voor medewerkers

O

p 28 mei, 4 en 12 juni hield Rivierduinen Gezond Dagen voor haar medewerkers. Ze werden gehouden in het kader van het verzuimbeleid van Rivierduinen en georganiseerd met zorgverzekeringen IZZ en Z&Z. Het doel was medewerkers inspireren en informeren met betrekking tot een gezonde leefstijl. In totaal schreven ruim honderd medewerkers zich in voor diverse activiteiten zoals

een Fitcheck, Jobmassage, een Voetcheck en een leefstijl workshop Weight Counseling. Vooral de Fitcheck was populair onder medewerkers. Voor Weight Counseling was minder interesse. Op de fitmarkt kregen medewerkers informatie over gezonde voeding, stoppen met roken, alcohol, ontspanning en sport en beweging. Ook konden medewerkers vragen stellen aan professionals van Bedrijfsfitness, Zorgverzekeraar IZZ, fitnessclub Sportcity en Rivierduinen. n


22

#3-2013

Volwassenen en ouderen met psychiatrische problemen en niet-aangeboren hersenletsel (NAH) kunnen voor behandeling en begeleiding bij Rivierduinen terecht bij de afdeling NAH in Leiden. Ze levert maatwerk. Iedere patiënt krijgt een individueel behandelplan, ieder hersenletsel is immers anders en kan leiden tot verschillende klachten. De omgeving van de patiënt wordt nauw betrokken bij de behandeling en begeleiding. Ook op hen heeft NAH een grote impact.

D

e oorzaak van NAH kan buiten het lichaam liggen, bijvoorbeeld door een ongeluk of geweldsincident, maar ook veroorzaakt worden door lichamelijke aandoeningen. Te denken valt aan een infarct of ziektes als Parkinson, MS en kanker. Naast NAH zijn psychiatrische klachten al dan niet in combinatie met gedragsproblemen indicatie voor behandeling op deze afdeling. ZEER INGRIJPEND

Sommige patiënten van de afdeling NAH hadden een psychische aandoening en kregen vervolgens NAH waardoor de problemen versterkten. Ook zijn er patiënten die psychische problemen hebben gekregen als gevolg van de beperkingen die NAH oplevert. De aandoening heeft gevolgen op elk gebied in iemands leven en veroorzaakt een breuk in de levenslijn. De gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving zijn zeer ingrijpend. Er is sprake van een complexe combinatie van stoornissen en beperkingen.

De aandoeningen door NAH zijn divers van aard en ook afhankelijk van de plaats in de hersenen waar het letsel is opgelopen. Voorbeelden zijn geheugenproblemen, concentratieproblemen, gedragsverandering, hoofdpijn, oriëntatieproblemen, trager denken en doen, vermoeidheid en overgevoeligheid voor licht en geluid. ACCEPTATIEPROCES

Maar ook emotionele gevolgen kunnen groot zijn. “Die zijn niet minder ingrijpend dan de lichamelijke. Iemands leven is in één klap veranderd. Wat vroeger vanzelfsprekend was, gaat nu moeizaam of is onmogelijk geworden. Het acceptatieproces is pijnlijk en langdurig. In de behandeling is daarom veel ruimte voor gevoelens van verdriet, rouw en boosheid, bijvoorbeeld door G-training, een vorm van cognitieve gedragstherapie. Ook in het lotgenotencontact vinden patiënten vaak steun en herkenning,” vertelt Jill van Wanrooij, psycholoog op de afdeling. “Maar ook de familie van de patiënt kampt met verdriet, omdat

zij opeens hun partner, ouder, broer of zus ‘kwijt’ zijn. Daarbij is het vaak niet aan de buitenkant te zien dat iemand NAH heeft, waardoor de omgeving kan reageren met onbegrip. Daarom is het belangrijk dat we de omgeving van de patiënt betrekken bij de behandeling. Er zijn partnergroepen en we informeren familieleden goed over de aandoening en gevolgen van NAH.” VEELZIJDIG AANBOD

Het behandelaanbod van de afdeling NAH is groot. Patiënten kunnen een poliklinische behandeling krijgen of komen voor dagbehandeling. De nadruk bij de dagbehandeling ligt op het ontwikkelen van vaardigheden door daginvulling, sociale contacten, psycho-educatie en huishoudelijke activiteiten. Ook begeleiding en behandeling aan huis zijn mogelijk. Dan ligt het accent op het verbeteren van het zelfstandig functioneren van patiënten. Een klinische behandeling behoort eveneens tot de mogelijkheden. Soms gaan patiënten vanuit de kliniek naar een

woonvorm buiten Rivierduinen. Vaak maken lange wachtlijsten het noodzakelijk om tijdelijk in een verpleeghuis te overbruggen. INDIVIDUELE AANPAK

Medewerkers kijken bij iedere patiënt naar wat iemand nodig heeft. Zo nodig wordt neuropsychologisch onderzoek gedaan. Vervolgens stellen de medewerkers een individueel behandelplan samen. Door de complexe combinatie van stoornissen en beperkingen is het nodig om hulpverleners van meerdere vakgebieden bij de behandeling te betrekken. Denk hierbij aan artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkenden en psychologen. De behandeldoelen kunnen klein lijken: “Soms moet er maanden geoefend worden voordat iemand de weg naar de bakker kan onthouden. Dit lijkt voor jou en mij misschien onbenullig, maar voor iemand met NAH is het een hele overwinning. Iemand krijgt een stukje vrijheid terug doordat hij die weg weer zelfstandig kan lopen”, aldus Van Wanrooij. WvD


HS

#3-2013 23

De afdeling Niet Aangeboren Hersenletsel is speciaal voor patiënten met NAH en psychische problemen. Zij kunnen bij Rivierduinen terecht voor: n Diagnostiek naar functioneren van de hersenen en mogelijke psychiatrische aandoeningen Door ambulante intake en aanvullend onderzoek naar zowel cognitieve aspecten (neuro-psychologisch onderzoek) als psychiatrische aandoeningen, functioneren en levenskwaliteit (met Routine Outcome Monitoring). n Begeleiding en behandeling aan huis Handhaven en verbeteren van zelfstandig functioneren van patiënten in de thuissituatie. n Poliklinische behandeling Voor patiënten die thuis relatief goed functioneren of die door andere hulpverleners intensief worden begeleid, maar wel problemen ervaren. n Dagbehandeling Voor patiënten die thuis wonen. Accent op onderhouden en ontwikkelen van vaardigheden door daginvulling, sociale contacten, voorlichting en huishoudelijke activiteiten. n Klinische behandeling en begeleiding Stabiliseren van gedrag en vervolgens werken aan terugkeer naar huis, samen met familie/omgeving. n Aanvullende behandeling in de vorm van cursussen en trainingen voor Meer (zelf)vertrouwen (G-training), sociale vaardigheden, geheugentraining, ontspanningsoefeningen, en het aanbrengen van structuur en het bepalen van doelen. n Lotgenotencontact-groep (H)erkenning, elkaar steunen, stimuleren en ervaringen delen. n NAH-Partnergroep Een eigen plek binnen alle ingrijpende veranderingen. Partners krijgen informatie, voorlichting en steun en wisselen ervaringen uit. n Consultatie, bijscholing en advies Over medicatie, gedrags-, psychiatrische en sociale problemen. Bijvoorbeeld voor een patiënt, familie en omgeving of medewerkers van (zorg)instellingen.

Iemands leven is in één klap veranderd


24

#3-2013

WAAROM EEN DSM?

PB

Het doel van de DSM is om onderlinge vergelijking van (groepen) patiënten mogelijk te maken. De DSM was hard nodig om een einde te maken aan de internationale spraakverwarring in de literatuur over psychische aandoeningen. Decennialang werd het onderzoek naar de diagnostiek en behandeling van patiënten bemoeilijkt, doordat iedere onderzoeker zijn eigen invulling had van een bepaalde diagnostische term. Het was nodig om alle symptomen duidelijk te omschrijven, en precies te definiëren welke symptomen kunnen voorkomen bij een ziektebeeld en hoeveel symptomen aanwezig dienen te zijn, voordat er gesproken kan worden van een bepaalde aandoening bij een patiënt. De DSM bracht met succes veel meer eenheid aan in diagnosen.

PB

Sinds mei is hij er: de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). De verwachtingen van dit Amerikaanse classificatiesysteem voor psychische aandoeningen waren hoog. Er gingen veel discussies aan vooraf. Maar bij het verschijnen van deze editie bleef het in psychiatrisch Nederland stil. Wat verandert er en wat niet? R vroeg het drie verantwoordelijken voor een zorgprogramma van Rivierduinen.

VOORZITTER ZORGPROGRAMMAGROEP STEMMINGS-, ANGST- EN SOMATOFORME STOORNISSEN PSYCHIATER BERT VAN HEMERT:

“D

e veranderingen ten opzichte van de DSMIV zijn niet groot. Per saldo is het aantal stoornissen in de DSM-5 verminderd. Op grond van onderzoek en klinische ervaringen is er een aantal bijgekomen en een aantal afgevallen. Toegevoegd zijn de premenstruele stemmingsschommelingen en binge eating disorder. Het hoofdstuk over somatoforme stoornissen is uitgedund en de namen en criteria van de aandoeningen in dit hoofdstuk zijn een stuk praktischer geworden. Ik zie geen enkele aanleiding voor de veelgehoorde zorg dat de DSM-5 een epidemie van psychiatrische stoornissen oplevert. Ik tref er wel meer nuancering aan en meer onderbouwing door waarneming of meting en een stimulans voor onderzoek. Ook het doel van de DSM is heel duidelijk verwoord. Een diagnose stel je niet door het afvinken van criteria maar op basis van klinisch oordeel. Depressie is daarvan een mooi voorbeeld. Daar heb je een heel spectrum van ‘normaal’ tot stoornis. Je kunt symptomen dan niet optellen. De behandelaar moet ze wegen en kijken hoe ze samenhangen.

De ambitie voor de DSM-5 was een betere indeling van ziekten. Een indeling die net als bij lichamelijke aandoeningen meer ligt bij natuurlijke mechanismen, waarin biomarkers bijvoorbeeld een indicatie geven voor ziekteprocessen. Aantoonbaar, meetbaar en met objectieve maten zoals genen en hersenfoto’s, voor het stellen van een diagnose. Dat kan deze DSMversie niet waarmaken. Het brein zit nu eenmaal ingewikkeld in elkaar. Maar er is wel degelijk een poging gedaan om meer logica aan te brengen in het systeem. En we hebben een beter beeld van wat we wel en niet weten over ziektebeelden. De indeling in de DSM is dan ook genuanceerder. Op een aantal punten is het logisch bij elkaar brengen van groepen psychiatrische stoornissen ook echt gelukt, zoals bij trauma- en stress gerelateerde stoornissen, waarbij externe gebeurtenissen een grote rol spelen. Ook is jeugdstoornissen als aparte categorie verlaten. Deze zijn nu ondergebracht bij de verschillende hoofdstukken. Net als mazelen kun je de stoornissen hebben op alle leeftijden. De DSM blijft ‘werk in uitvoering’. Nieuwe onderzoeksresultaten bieden nieuwe inzichten en aanscherping van de DSM. De huidige tekst ligt dicht bij de praktijk.”


#3-2013 25

DSM-5 IN EEN NOTENDOP

“J

PB

uist over persoonlijkheidsproblematiek was er veel discussie bij het samenstellen van de nieuwe DSM. De auteurs wilden zoveel mogelijk aanhaken bij de ‘normale’ persoonlijkheidsontwikkeling. De oude benadering in categorieën was de patiëntenverenigingen en professionals uit het veld al langer een doorn in het oog. Zij willen graag dat het gaat om het opstellen van een profiel en praten over grada-

ties in plaats van in het indelen van patiënten in wel of geen stoornis. Op die manier komen mensen met een stoornis dichter bij mensen zonder een stoornis te staan. Helaas maakten de grote hoeveelheid methoden en theorieën het niet eenvoudig. Het leverde in het voorlopig voorstel een complex systeem op met onduidelijkheid over wat men onder de gebruikte termen verstond. Wat bovendien een ingrijpende verandering lastig maakt, is dat wetenschappelijk onderzoek geënt is op de bestaande indeling en je niet weet wat de betekenis daarvan is bij een nieuwe, andere indeling. De conclusie was dat het nog te vroeg is voor een nieuwe indeling - het zou een belangrijke en moedige stap worden, maar die is te groot gebleken. De discussies over een nieuw systeem waren intens maar wel goed voor het denken over persoonlijkheidsproblematiek. In de DSM-5 is de vooruitgang niet weggegooid; de nieuwe ontwikkelingen staan in een apart hoofdstuk beschreven en bieden kansen voor verdere ontwikkeling en onderzoek. In de dagelijkse praktijk houden we dus de oude classificatie in elf persoonlijkheidsstoornissen, inclusief de ‘Persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven’. Deze diagnose krijgen mensen die niet binnen de criteria van één bepaalde persoonlijkheidsstoornis vallen, maar wel een aantal trekken hebben van twee of meer persoonlijkheidsstoornissen. Dat wil zeggen: nét niet voldoen aan de criteria ervan. Overigens was het verminderen van het aantal classificaties ‘niet anderszins omschreven’ ook een streven bij het maken van de DSM-5.”

VOORZITTER ZORGPROGRAMMAGROEP PSYCHOTISCHE STOORNISSEN PSYCHIATER BERT LUTEIJN: PB

VOORZITTER ZORGPROGRAMMAGROEP PERSOONLIJKHEIDSPROBLEMATIEK PSYCHOTHERAPEUT SJOERD COLIJN:

“A

ls behandelaar gebruik je de DSM dagelijks, vaak vanwege administratieve doeleinden. Daarmee zou je soms bijna vergeten waar het in feite om gaat. Gelukkig staat er in de DSM-5 duidelijk hoe we het systeem moeten zien en gebruiken en geeft het een waarschuwing voor toepassing op bijvoorbeeld forensisch terrein. Het gaat om een weergave van wetenschappelijke kennis over een model om psychiatrische symptomen te clusteren. In de DSM-5 vinden we niet de gehoopte, grote vernieuwingen. Hoewel vroeginterventie zo belangrijk is, is er helaas nog geen erkenning voor hoge risicogroepen. Winst in

De twintig hoofdstukken in de DSM-5 komen overeen met voorgaande edities. Maar er zijn ook veranderingen. Bijvoorbeeld de nieuwe categorie Neurodevelopmental Disorders (onder andere ADHD en autismespectrumstoornissen). Ook de stemmingsstoornissen zijn gesplitst in bipolaire en aanverwante aandoeningen en depressieve stoornissen. Daarnaast is er geen onderscheid meer tussen verschillende vormen van autisme. De autismespectrumstoornis krijgt een schaal van mild tot ernstig. Die mogelijkheid om te specificeren zien we terug in de hele DSM.

de nieuwe DSM is wel dat er een hoofdstuk is opgenomen over te onderzoeken syndromen. Dat geeft impuls voor verder onderzoek. De classificatie schizofrenie blijft bestaan maar de subtyperingen zijn weggelaten. Voor dat laatste was onvoldoende bewijs. Een voordeel is dat hiervoor in de plaats gescoord kan worden op ernst. Daarnaast is een aantal criteria weggevallen. Je moet minstens voldoen aan een symptoom voor de diagnose schizofrenie. Voor veel patiënten is het een teleurstelling dat het containerbegrip schizofrenie blijft bestaan. Het staat voor een verscheidenheid aan prognoses en beloop. Bij de schizoaffectieve stoornis speelt het stemmingsaspect een belangrijker rol en bij de waanstoornis zijn bizarre inhouden niet langer uitgesloten. Voor patiënten is de DSM, de classificering, meestal niet zo van belang. Voor familie vaak wel. Zij zijn vaak op zoek naar de oorzaak van ziektebeelden en handvatten bij de omgang met hun familielid met psychische problemen. Vaak wordt het woord schizofrenie als stigmatiserend ervaren. Helaas vinden zij in de DSM beperkt antwoord op de vraag naar de oorzaken. In de dagelijkse praktijk moeten behandelaren – juist door de DSM en de classificatie – vaak veel uitleggen over schizofrenie en psychose.” HZ


26

#3-2013

HS

Kunst is volgens de kenners mensenwerk en bedoeld om onze zintuigen en geest te prikkelen door originaliteit en/of schoonheid. Hoe gevarieerd kunst is, tonen onze cliënten in deze rubriek.

WIE?

Kitty Bloemheuvel. Haar achternaam vindt ze heel mooi. Maar helaas is hij te lang voor de signering op haar schilderijen. Daarom staat daar KB en schrijft ze aan de zijkant ‘Bloemheuvel’, met de datum. HOE HET BEGON

Vanuit therapie voor borderline leerde Kitty Bloemheuvel met haar ziekte om te gaan. “Er was veel onrust in mijn hoofd. Ik leerde me

te concentreren en de onrust naar buiten te brengen. Dat heeft me geholpen. Ik pak zaken altijd rigoureus aan. Dat gebeurde ook met mijn creatieve talenten. Ik begon meteen met aquarel, niet wetende dat dat zo moeilijk is. Maar het lukte heel aardig en ik vind het heerlijk. Een van mijn begeleiders moedigde me aan door te gaan en daarna stapte ik over op olieverf.”

TALENT

Kitty Bloemheuvel exposeerde in de vestiging Zoetermeer van Rivierduinen en in een verzorgingstehuis. Daar verkocht ze zelfs een aantal van haar werken. “Eigenlijk schilder ik alleen dieren en dan vooral hun ogen. Soms zijn mijn schilderijen realistisch, soms ook niet. Sinds kort varieer ik met de kleuren van dieren. Na de middelbare school ging ik naar de Rietveldacademie in Amsterdam. Daarmee ben ik gestopt

omdat er volgens mijn vader ‘geen droog brood mee te verdienen’ zou zijn. Ik begreep dat argument wel en kwam als secretaresse terecht in de reisbranche. Daar bekleedde ik diverse functies en werkte er met veel plezier. Al die jaren heb ik nooit meer getekend of geschilderd. Totdat ik drie jaar geleden bij de GGZ terecht kwam. Sindsdien is mijn motto: ‘we hebben allemaal een rugzak. Doe er iets mee!’.” HS/AB


Arie van ’t Hoff is 61 jaar. Hij werkte als adviseur bij een bank en werd daar ruim twee jaar geleden boventallig verklaard. Direct besloot hij zich op het vrijwilligerswerk te storten. Via een advertentie kwam hij in contact met Rivierduinen, daar zochten ze een creatief begeleider.

PB

#3-2013 27

“S

childeren heeft me altijd aangetrokken. Ik had er echter nooit tijd voor. Door het vrijwilligerswerk ben ik nu echt met mijn hobby bezig en doe ik er ook iets zinvols mee. Het is een win-win situatie, want ook de patiënten vinden het leuk om te doen en ze hebben een uitlaatklep. Ik doe mijn werk in de kliniek langerdurende zorg van GGZ Leiden. Het is een open afdeling, de mensen wonen vaak zelfstandig en komen voor afleiding en activiteiten naar de kliniek. Het is een heel verschil met mijn werkzame leven. Daar was alles geordend, gestructureerd. Ik had veel contacten met klanten, die verliepen allemaal volgens afspraak. Met deze doelgroep is het moeilijk tot zelfs onmogelijk om afspraken te maken. De ene week komt een patiënt, de volgende keer blijft hij weg. Daar moest ik wel heel erg aan wennen in het begin. Juist omdat het zo in contrast staat met mijn vorige baan.

”Ik geef geen les,” vertelt Van ’t Hoff, “ik begin gewoon met schilderen en de groep volgt dan vanzelf. Soms doe ik dingen voor, maar ik leer ook van de patiënten. Sommigen zijn kunstenaar. We raken in gesprek over het werk waar je mee bezig bent. Ik had eens een schilderij met bomen gemaakt en een patiënt vond het veel te donker en somber, hij wilde meer kleur. Voor deze mensen zijn kleuren heel belangrijk. Met diezelfde patiënt had ik pas een gesprek.

Hij stelde voor een schilderij met z’n tweeën te maken. Hij wilde een woest bos met allemaal omgevallen bomen en veel verschillende kleuren. We zijn samen begonnen, ik links, hij rechts van het doek. Uiteindelijk had ik het woeste bos waar we over gesproken hadden. Zelf had hij een bos gemaakt waarin de bomen keurig in het gelid stonden. Toch is het een prachtig schilderij geworden, een bos zoals je dat ook aan kunt treffen in de natuur.”

Van ’t Hoff geeft aan niets te willen weten van de problematiek waar de patiënten mee te kampen hebben die hij begeleidt. “Juist het niet weten maakt dat je open in gesprek kunt gaan met iemand. Dat soort gesprekken kunnen heel diepgaand zijn. Dat maakt het werk ook zo leuk. Ook het schilderen geeft aanleiding tot gesprekken. Door dit werk kan ik meer begrip tonen dan voorheen. Voor mij is ieder mens gelijk.” MS



Relatiemagazine R van Riverduinen, #3 2013