Issuu on Google+

JA ARGANG 19 - NUMMER 1 - FEBRUARI 2014

CENTRUM VOOR GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

DINEKE DE JAGER, STAGEDOCENT EN MANAGER:

“Samenwerken is de sleutel tot succes”

Zorg kan niet meer zonder technologie

Pillen, poeders en zalfjes

De juiste zorg, op de juiste plaats en het juiste moment


2 – radar 1 – 2014

COLOFON

INHOUD

Radar is een magazine voor medewerkers en relaties van Emergis/centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Radar verschijnt vier maal per jaar. Oud-medewerkers en relaties van langdurig opgenomen cliënten van Emergis kunnen Radar op verzoek ontvangen. Redactie Els de Blok-Vos, Letty Dreesman, Anoeska Gijzel, Ruud de Munck, Mitchell Tiber, Rosette Wille,

DE STAGEDOCENT Samenwerken is de sleutel tot succes. Stagedocent Dineke de Jager pleit enthousiast voor uitwisseling tussen verpleegkundigen in opleiding en de ggz-praktijk. PAGINA 6

MEDICATIEVEILIGHEID De inspectie hanteert strenge eisen rondom het voorschrijven en toedienen van medicatie. Wat betekent dat voor Emergis en hoe goed doen we het? PAGINA 8

NIEUWE JEUGDWET ‘Weg met de vele hulpverleners die langs elkaar heen werken’, staat in het regeerakkoord. Het uitgangspunt is: één gezin, één plan, één regisseur. PAGINA 12

HUISARTS DOET HET ZELF Geestelijke gezondheidszorg: licht waar het kan, zwaar als het moet. De opkomst van praktijkondersteuners ggz, basis ggz en specialistische ggz. PAGINA 14

Jeannette van der Zwaag. Met medewerking van Elian van ’t Westeinde, Mariska van der Hulst, Lotte van Nieuwenhuijze, Monique Nieuwenhuize Hoofdredactie Nanon Doeland Secretariaat Heleen Geus Fotografie Hans Boer, Frits Coenen, Marcelle Davidse, Anoeska Gijzel, Bart Homburg, Eddy Westveer Ontwerp en vormgeving DE FABRIEK Communicatie-

EN VERDER: Korte berichten PAGINA 17 Spotlight PAGINA 18 Signalen PAGINA 20

werken, Amsterdam Druk

COLUMN

Jumbo Offset, Goes Informatie Inzending kopij aan de dienst communicatie Emergis, Postbus 253, 4460 AR Goes o.v.v. secretariaat Radar. Kopij bij voorkeur aanleveren per e-mail: communicatie@emergis.nl. Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de dienst communicatie,

Sober en transparant Met een nieuw jaar komen ook altijd de goede voornemens. Ook de raad van bestuur heeft daar een aantal van. Een zo’n goed voornemen is om in de adviesaanvragen soberder te zijn. Dat wil zeggen niet meer alles aan iedereen ter advies voorleggen. Leidend wordt de vraag: wat dient er nu echt met wie besproken te worden? Die communicatie dient dan wel zo transparant mogelijk te zijn. Dat betekent duidelijk zeggen wat je van plan bent en goed luisteren naar de adviezen. Verder willen we de communicatie invullen door meer met de mensen van de werkvloer in gesprek te gaan onder andere door meer werkbezoeken af te gaan leggen.

telefoon 0113 26 72 31 of 26 72 32. Inleveren kopij voor het volgende nummer van Radar vóór 22 april 2014

Rick Mentjox raad van bestuur


2014 – radar 1 – 3

AFDELING UITGELICHT Ambulant werken bij Emergis neemt hand over hand toe. Dat vergt het nodige van ons computernetwerk. Om de dienstverlening op afstand te vereenvoudigen, zet de afdeling ICT de modernste middelen in. Een nieuw innovatief netwerk maakt de zorgverlening efficiënter en vergroot de service zowel voor cliënten als voor hulpverleners. TEKST ELIAN VAN ’T WESTEINDE BEELD MARCELLE DAVIDSE

INNOVATIEF EN REVOLUTIONAIR

Zorg kan niet meer zonder technologie

“I

n elke kamer waar je binnenkomt staat wel iets waar onze afdeling mee te maken heeft”, zegt Marjan Onrust, hoofd van de afdeling informatie- en communicatietechnologie (ICT). “Een telefoon, een kopieerapparaat of een computer. ICT loopt door de hele organisatie. Onze afdeling legt de schakel tussen bedrijfsprocessen en de technologie. Verder beheren we alle applicaties, dus alle software. Een belangrijk softwarepakket is ons mailsysteem Lotus Notes en natuurlijk Psygis Quarant, het elektronisch patiëntendossier. Dat zijn zichtbare zaken. Maar wat je niet ziet, is wat zich op de achtergrond afspeelt. Daar werken systeembeheerders aan het in de lucht houden van al die systemen. Een heel karwei. Verder voeren we projecten uit. Recent hebben we een compleet nieuwe infrastructuur aangelegd. Vanaf de bekabeling, het fundament van de infrastructuur, tot en met de tablets en computers van alle medewerkers. Alles nieuw. Vier jaar geleden zijn we al begonnen met het maken van plannen. Twee jaar later draaiden we de eerste pilot en in oktober vorig jaar zijn we met de grote uitrol gestart. Dit netwerk is zo revolutionair dat Emergis daarmee voorop loopt in de zorg. Soms stuiten we op kritiek als we die grote nieuwe beeldschermen op de bureaus plaatsen. En het is soms ook wrang: wij investeren terwijl in de zorg zoveel wordt gesneden. Maar met dit nieuwe netwerk hebben we dezelfde exploitatiekosten als in de oude omgeving.

Bovendien levert het de organisatie veel op. Steeds vaker verleent Emergis ambulante zorg. Voorheen moest een hulpverlener naar zijn cliënt toe als die contact zocht. Nu praten ze met elkaar via de beeldtelefoon. Dat kon in de oude omgeving niet. Verder is er de mogelijkheid tot vergaderen op afstand met video. Multidisciplinaire overleggen zijn daardoor makkelijker. Ook daar winnen we veel. Medewerkers van Emergis zitten verspreid over vijftig locaties in alle uithoeken van de provincie. Waar ze ook zijn, ze kunnen inloggen op het netwerk. Ik haal voldoening uit het leuker, makkelijker en efficiënter maken van iemands werk. Als ik zo de juiste verbinding kan leggen tussen bedrijfsprocessen en ICT is mijn werk geslaagd.” Advies De veertien medewerkers van de ICT afdeling zijn onderverdeeld in drie teams: systeembeheer, functioneel beheer en de servicedesk. Verder werken op de afdeling projectleider Luuk Everts en ICT-adviseur Peter Vermaire. Voor Peter heeft Emergis geen geheimen meer. Vanaf 1981 werkt hij bij de organisatie. Als een echte pionier begon hij ooit met één computer bij de salarisadministratie. Nu is hij de ogen en de oren van de afdeling. ‘Wat wil je bereiken met ICT?’ Die vraag stel ik vaak. Op een gegeven moment heb je een bepaald systeem, maar binnen het vak is altijd wat nieuws. Hoe passen we die noviteiten toe binnen de zorg, met name binnen


4 – radar 1 – 2014

Emergis? Als adviseur neem ik deel aan de discussies over het beleid en de richting die we opgaan. Ik denk mee over de snelheid van het invoeren van nieuwe mogelijkheden met het netwerk, bijvoorbeeld beeldbellen. Vaak moeten we mensen overtuigen van het gemak en de toepassingsmogelijkheden. Als dat dan eenmaal gebeurd is, willen ze er ook zo snel mogelijk mee aan de slag. Dat geeft onze afdeling een bepaalde dynamiek. Doordat ik zo lang bij deze organisatie werk, ken ik veel mensen. Ik weet hoe de instelling werkt, hoe alle processen in elkaar zitten. Ik ken de bedrijfscultuur en weet wat er speelt. Daardoor ben ik de smeerolie tussen de raderen. De organisatie is groot. Ik vind het een uitdaging om iedereen op een lijn te krijgen. Ook binnen onze eigen afdeling. Ons team bestaat uit totaal verschillende mensen. Qua persoonlijkheid en qua werk. De een werkt meer op de achtergrond om de server technisch goed te laten werken. De ander is gericht op de mens, het proces en probeert de gebruikers zo goed mogelijk te helpen bij het dagelijkse werk. Samen runnen we de afdeling. Mijn werk loopt uiteen van nadenken over de aanschaf van een pc tot

‘hoe beveiligen we vertrouwelijke gegevens zo dat we voldoen aan de wettelijke eisen?’. Maar ik houd ook de budgetten bij en beheer de contracten van licenties.” Service Servicedeskmedewerker Marco de Pan is een echte allrounder. Hij behandelt meldingen die bij de servicedesk binnenkomen, geeft trainingen in basiscomputergebruik en is functioneel beheerder van Lotus Notes, het mailprogramma waar de ruim veertienhonderd medewerkers van Emergis mee werken. Verder houdt hij zich bezig met mobiele telefonie en tablets. “Op dit moment komen bij ons veel vragen binnen over het nieuwe netwerk. Zoals het aanpassen van wachtwoorden, het niet kunnen opstarten van een computer of programma. Vragen over hoe het nieuwe telewerken in zijn werk gaat, over het ontbreken van toegang tot mappen en hoe je moet afdrukken. De servicedesk is het eerste aanspreekpunt voor al dat soort vragen. Wij werken met zijn drieën en we werken op alle locaties. Dat zijn er vijftig. Dus als er problemen zijn met printers, met came-

ra-observatie, of een toetsenbord, pakken we de bedrijfsauto en gaan we op route. Ik zie en spreek veel mensen. Dat is echt de charme van deze job. Ik vind het belangrijk dat medewerkers zonder al te veel klachten en problemen hun werk zo efficiënt mogelijk kunnen doen. Ik geef trainingen zodat ze minder tijd achter de computer moeten zitten om alles zelf uit te zoeken en daardoor meer zorg kunnen verlenen. Omdat de ene medewerker meer affiniteit heeft met een computer dan een ander ben ik een enorme voorstander van een basistraining bij het in dienst komen. Dat zou ons veel telefoontjes schelen bij de servicedesk.” Applicaties Alle medewerkers binnen Emergis die zorg verlenen, werken met Psygis Quarant. Dit is het elektronisch patiëntendossier waarmee de organisatie rondom de zorg wordt geregeld, zoals het dossier, de planning en de zorgadministratie. Functioneel beheerder Han Gunneweg kent alle ins en outs van deze applicatie. “Soms staat de telefoon roodgloeiend. Niet altijd heb ik de tijd om ergens in te duiken en


2014 – radar 1 – 5

V.l.n.r. Marcel Vader, Michel Willemse, Jan Warnier, Roy Boone, Patrick Anröchte, Marjan Onrust, Peter Vermaire, Jolanda van Opbergen, Wim Minderhoud, Luuk Everts en Han Gunneweg. Op de foto ontbreken Peter Wijts, Diana Minnaard, Thierry Veldhuis en Matthijs Pinxteren.

kennis op te doen. Het beheer van Quarant is zeer uitgebreid. Ik beantwoord vragen en los storingen op. Nu het nieuwe netwerk er ligt, werkt Quarant sneller en beter en met minder storingen. Als er problemen zijn, kijk ik eerst of we die zelf kunnen oplossen. Als het probleem puur aan het systeem ligt, leg ik de storing voor aan systeembeheer. Het komt ook voor dat gebruikers speciale wensen hebben. Een deel van de software kunnen we zelf aanpassen, zoals tabellen inrichten en formulieren maken voor het dossier. Grotere veranderingen kunnen we helaas niet altijd snel realiseren. Dat komt omdat andere GGZ-instellingen die deze applicatie gebruiken dan ook met die aanpassing te maken krijgen. Het is maar de vraag of dat gewenst is. Zo’n aanpassing vereist dus een goede besluitvorming en dat kost tijd. We zijn namelijk afhankelijk van de gebrui-

kersvereniging Psygis Quarant, waarbij ook andere GGZ-instellingen zijn aangesloten. Verder zijn we afhankelijk van de leverancier. Als we een probleem hebben dat we niet zelf kunnen oplossen, leggen we dat voor aan de leverancier. Accepteert die de storing, dan moet hij het oplossen. Het is dan maar de vraag hoe lang het duurt tot de storing opgelost is. Naast Quarant beheert ons team ook Questmanager en EVS, het elektronisch voorschrijfsysteem voor medicatie. Verder verlenen we autorisaties voor de applicaties. Dat is strikt geregeld. Vorig jaar is het hele systeem omgegooid. Vroeger moesten leidinggevenden toegang vragen, nu krijgt een medewerker autorisatie op basis van zijn functieprofiel.” Systeem Het team systeembeheer van de afdeling ICT is verantwoordelijk voor de goede werking van een of meerdere computersystemen. De twee medewerkers van dit team werken vooral achter de schermen. Een van hen is Marcel Vader (41). “De icoontjes die medewerkers aanklikken op hun bureaublad moeten werken. Daar zit een

keten van programmatuur achter. Die moeten wij in werking zien te houden. Applicaties en besturingssystemen moeten daarom up-todate zijn. Daar zorgen wij voor. We installeren hardware en software, stellen wachtwoorden in en zorgen voor back-ups. Ook pakken we meldingen op die bij de servicedesk zijn binnengekomen. Zie ons maar als de rechterhand van de servicedesk. Als wij ons werk niet goed doen, ondervinden de gebruikers daar last van. Met de komst van het netwerk is er veel veranderd. We hadden een serverbased computeromgeving waarbij de meeste taken op een server werden uitgevoerd. Nu zijn we overgestapt naar een virtual desktop infrastructuur. Elke medewerker heeft zijn eigen virtuele desktop met een eigen besturingssyteem tot zijn beschikking, een eigen pc. Vroeger hadden we veertig servers in onderhoud. Nu hebben we rond de duizend pc’s die moeten blijven draaien. Voor ons betekent dat een andere manier van werken, de software is anders. Het nieuwe netwerk draait nu goed, we zijn aan het finetunen. Maar we staan niet stil. Inmiddels hebben we ook alle telefoontoestellen vervangen en werken we aan de uitrol van wifi.”


6 – radar 1 – 2014

Dineke de Jager is als stagedocent verbonden aan de opleiding Verpleegkunde van HZ University of Applied Sciences te Vlissingen. Naast deze baan werkt ze bij het Regionaal geestelijke gezondheidscentrum (Rgc) in Terneuzen als manager. Het Rgc bestaat uit een Paaz-afdeling, een dagbehandeling en een ambulante afdeling. Dankzij haar stage bij Emergis tien jaar geleden is de geestelijke gezondheidszorg haar passie geworden en ze heeft de ggz sindsdien niet meer losgelaten. Nu motiveert Dineke haar studenten om ook stage te lopen bij Emergis. Radar stelde haar vijf vragen. TEKST MONIQUE NIEUWENHUIZE BEELD EDDY WESTVEER 1. Wat zijn jouw ervaringen met de geestelijke gezondheids- en/of verslavingszorg? De geestelijke gezondheidszorg is mijn passie. Ondertussen ben ik tien jaar werkzaam in de ggz en eigenlijk wil ik nooit meer in een andere sector werken. Nu probeer ik mijn enthousiasme voor de ggz over te brengen op de studenten die ik begeleid tijdens hun stage. Studenten Verpleegkunde lopen gedurende hun studie verschillende stages. Ze kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om in een ziekenhuis stage te lopen. Ik probeer ze daarnaast te motiveren om ook eens een ander aspect van de zorg te bekijken. Zoals in de geestelijke gezondheidszorg. Toen ik tijdens mijn eigen studie

stage liep bij Emergis ging er een wereld voor me open. Ik werd ontzettend geïntrigeerd door cliënten. Zo ging ik automatisch meedenken over het welzijn van de cliënt. ‘Hoe kunnen we het leven van de cliënt beteren?’, is een vraag die me bezighield. De psyche van de mens vind ik erg interessant. De keus in welke branche ik na mijn studie wilde werken was dan ook snel gemaakt. 2. Op welke manier heb je te maken met Emergis? Nu ik werkzaam ben bij het Rgc heb ik veel te maken met Emergis. Als stagedocent heb ik ook te maken met de instelling, maar dan op een andere manier. Ik licht studenten voor over het vakgebied van Emergis en


2014 – radar 1 – 7

vertel ze over de stageplaatsen die er worden aangeboden. Ik probeer studenten bij wie Emergis goed zou passen te enthousiasmeren om nader kennis te maken. Veel studenten zijn niet bekend met de geestelijke gezondheidszorg en vinden het spannend. Het lijkt ze een moeilijke stageplek waar ze kritisch worden beoordeeld. Ze beseffen eigenlijk niet dat je er zoveel kunt leren en jezelf er persoonlijk kunt ontwikkelen. Er is geen enkele stageplek waar ik zoveel heb geleerd als bij Emergis.

op de hogeschool, dat mis ik nog wel een beetje voor de student. Misschien kan Emergis ervoor zorgen dat HZ-studenten eerder kennis kunnen maken met de ggz, zodat een duidelijk beroepsbeeld ontstaat van wat het werk van een verpleegkundige in de ggz inhoudt. Ook zouden er gastcolleges georganiseerd kunnen worden. Op die manier komen studenten in aanraking met de echte verhalen uit de praktijk. Zo komen studenten meer te weten over de organisatie en hoe leuk werken in de ggz is.

3. Hoe vind je dat Emergis het doet? Emergis is een organisatie die altijd streeft naar het leveren van kwaliteit. Zowel voor cliënten als voor medewerkers. Dit vind ik erg goed. Voor studenten is het een aantrekkelijke plaats om te leren. De organisatie staat open voor stagiaires en heeft medewerkers die de studenten goed kunnen begeleiden. Zichtbaarheid van Emergis

4. Emergis wil: samen werken aan een goede geestelijke gezondheid van alle mensen in Zeeland. Wat vind je daarvan? Dat is een heel goed streven. Wat echt een goede geestelijke gezondheid is bepalen de cliënt en organisatie naar mijn idee. Ik zie Emergis als een organisatie die zich altijd wil blijven ontwikkelen en dat is iets positiefs.

5. Wat kan de geestelijke gezondheidszorg van jouw branche leren? Wij leveren studenten af met hbo werk- en denkniveau. Zij hebben nieuwe kennis op zak en kunnen vernieuwend zijn voor de organisatie. Ik hoop dat HZ-studenten met deze kennis de zorg bij Emergis naar een hoger niveau kunnen tillen. Tevens krijgen HZ-studenten de mogelijkheid om bij Emergis ervaring op te doen in de praktijk. Verder ervaren studenten het als zeer prettig dat ze op de hogeschool persoonlijk benaderd worden en geen nummer zijn. In de hulpverlening willen we dat ook bewerkstelligen. Dat cliënten zich gehoord voelen en zorg op maat krijgen. We helpen elkaar door samen te werken en naar hetzelfde te streven. Dit sluit ook mooi aan bij de slogan van Emergis. Samenwerken is naar mijn idee de sleutel tot succes. Wie weet zitten de toekomstige medewerkers van Emergis nu wel bij ons op de opleiding.


8 – radar 1 – 2014

PILLEN, POEDERS EN ZALFJES

Medicatieveiligheid binnen Emergis Elk jaar moeten duizenden mensen met spoed naar het ziekenhuis door verkeerde medicatie. De helft van die opnames is te vermijden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg controleert daarom streng of zorginstellingen voldoen aan alle eisen rondom medicatieveiligheid. “Een hoog tot zeer hoog risico voor de veiligheid van patiënten”, was de conclusie na bezoeken aan Emergis in 2011 en 2012. Inmiddels voldoet Emergis aan twaalf van de dertien eisen. Er is voldoende veiligheid. Wat zijn de eisen ten aanzien van medicatie en geneesmiddelen? Wat heeft Emergis gedaan om de medicatieveiligheid te verbeteren? En wat merk je daar nu van? Medicatieveiligheid vanuit verschillende perspectieven. TEKST ANOESKA GIJZEL BEELD MARCELLE DAVIDSE

DE APOTHEEK VAN EMERGIS Emergis heeft op de centrale voorziening in Kloetinge een apotheek. Alle cliënten die opgenomen zijn in een van de klinieken in Kloetinge krijgen hun medicijnen vanuit deze apotheek. Cliënten die ambulant behandeling krijgen halen hun medicijnen in hun eigen apotheek.

De apotheker: ‘Informatie, protocol en scholing’

B

ernard Schueler: “Medicatieveiligheid kent drie belangrijke aspecten. ‘Gedeelde informatie’ is het eerste aspect. Verpleegkundigen, artsen en alle zorgverleners rond een patiënt moeten dezelfde informatie hebben. Die informatie moet betrouwbaar zijn. Dat wil zeggen: voor elke wijziging in medicatie moet er een medicatieopdracht van een arts zijn. De apotheek moet die medicatieopdrachten controleren en goedkeuren. Het tweede aspect is ‘werken volgens het protocol’. Het medicatieprotocol van Emergis was verouderd en niet iedereen hield zich eraan. Daarom hebben we een nieuw protocol gemaakt dat voldoet aan de laatste regels en eisen. Daarbij hebben

we duidelijke werkinstructies gemaakt. ‘Scholing’ is het derde aspect. Ook dat kon beter binnen Emergis. Het is belangrijk dat iedereen zich bewust is van de risico’s van verkeerde medicatie. Inmiddels is er flink vooruitgang geboekt. Het enige punt dat Emergis nog moet verbeteren is de medicatieoverdracht bij opname en ontslag van de patiënt. Wanneer een patiënt nu met ontslag gaat, krijgt hij twee medicatieoverzichten van ons mee: een voor zijn huisarts en een voor de eigen apotheek. De patiënt kan zo’n overzicht kwijtraken of vergeten. Ons doel is om de gegevens direct en actief over te dragen aan de volgende zorgverlener. Uiteraard met toestemming van de patiënt.”


2014 – radar 1 – 9

Maaike Janse

Bernard Schueler

De teamcoach: ‘Ook letten op de effecten’

M

aaike Janse: “De nieuwe werkwijze rondom medicatie betekent dat we meer handelingen moeten doen. Daar staat tegenover dat de kans op fouten veel kleiner is. De ruimtes waarin we medicijnen bewaren zijn bovendien schoner en opgeruimder geworden. Dat vind ik belangrijk, we zijn immers in een ziekenhuis. In de medicijnruimte bewaren we de medicijnkar die we wekelijks van de apotheek krijgen. De nachtdienst zet vanuit de medicijnkar de medicatie voor de volgende dag uit, per tijdstip en per cliënt. Wanneer we de medicatie uitdelen, controleren we de naam van het medicijn, de hoeveelheid, het tijdstip en de naam van de cliënt. Bij methadon en opiaten moet de controle zelfs door twee medewerkers gedaan worden. Na het uitdelen van

de medicijnen houden we in de gaten wat de effecten zijn. Of cliënten last hebben van bijwerkingen bijvoorbeeld. Dagelijks hebben we een overleg met de behandelaar van de afdeling. Op basis van onze waarnemingen kan zij eventueel de medicatie bijstellen. Ook dat is medicatieveiligheid.”

MEDICATIEVEILIGHEID: WAT IS DAT? Medicatieveiligheid houdt in dat een patiënt op het juiste moment het juiste geneesmiddel krijgt in de juiste vorm en juiste hoeveelheid. Daarbij krijgt hij de juiste begeleiding en informatie. Om medicatieveiligheid te bereiken moeten zorgaanbieders aan dertien eisen voldoen van de inspectie. Bekijk voor meer informatie het rapport ‘Medicatieveiligheid in de klinische GGZ en verslavingszorg: ingezette verbetering moet worden voortgezet’ op de website www.igz.nl.


10 – radar 1 – 2014

De verpleegkundige: ‘Zeker zijn van wat je geeft’

D

orine Vos: “Op de afdeling dubbele diagnose komen de cliënten hun medicijnen ophalen op het kantoor. Dat gebeurt op vaste momenten: 08.00 uur, 12.00 uur, 18.00 uur en 22.00 uur. De cliënten moeten hun medicijnen ter plekke innemen. Ze mogen geen medicijnen innemen die ze van thuis hebben meegenomen of hebben gekocht bij de drogist. Pijnstillers of homeopathische middelen kunnen de werking van medicijnen immers sterk

beïnvloeden. Ik vind de scherpere eisen voor medicatieveiligheid positief. Je blijft alert en professioneel. Als iemand vroeger om paracetamol vroeg, gaf je het. Nu ga je daarover in gesprek. Toen ik als leerling begon, was het heel gewoon dat je medicijnen uitdeelde die een collega enkele uren eerder al uit de verpakking had gedrukt. Nu moet je de medicijnen controleren op het moment dat je ze uitdeelt. Dat geeft een fijner gevoel: je bent zekerder van wat je geeft.”

WOORDENBOEK MEDICATIE: behandeling met een geneesmiddel. Medicatie heeft altijd een etiket met de naam van de patiënt. MEDICATIEOPDRACHT (MO): een schriftelijke instructie voor de verpleegkundige voor het toedienen van een geneesmiddel. In de MO staat de naam en dosering van het geneesmiddel en de naam van de patiënt. De MO geeft de verpleegkundige toestemming het geneesmiddel uit een werkvoorraad te halen. MEDICIJNEN: een ander woord voor geneesmiddelen. In de wet wordt alleen gesproken over geneesmiddelen. Op een geneesmiddeletiket staat geen patiëntnaam.


2014 – radar 1 – 11

Dorine Vos

De leerling: ‘Weinig aandacht tijdens de opleiding’

L

isanne van Keulen: “Twintig weken geleden kwam ik als leerling op de afdeling ouderenpsychiatrie. Het viel me meteen op dat de verpleging heel nauwkeurig omgaat met medicijnen. In het begin mocht ik alleen meekijken. Later mocht ik een paar keer medicijnen uitdelen onder toezicht van een collega. Nog later mocht ik het zelfstandig doen. Daarvoor had ik me moeten verdiepen in de medicijnen: een overzicht maken van hun kenmerken, werking

en bijwerkingen. Tijdens de opleiding verpleegkunde is daar weinig aandacht voor. Je moet dat echt in de praktijk leren. Goede voorbeelden zijn dan belangrijk. Gaat een afdeling gemakkelijk met medicatie om, dan word je als leerling ook gemakkelijk. Tijdens een eerdere stage kreeg ik een medicijnbox met de opdracht ‘Ga die maar uitzetten’. Ik deed het maar wist niet precies waarmee ik bezig was. Hier heb ik veel geleerd.”

ZO WERKT EMERGIS AAN MEDICATIEVEILIGHEID n Artsen schrijven medicijnen voor via een elektronisch voorschrijfsysteem. De apotheek en afdelingen gebruiken dit systeem om medicijnen te controleren bij het gereedzetten en uitdelen. n Het elektronisch voorschrijfsysteem geeft een signaal wanneer een arts geneesmiddelen voorschrijft die niet geschikt zijn voor een patiënt. n Op de afdelingen staat slechts een beperkte voorraad geneesmiddelen niet op naam van de patiënt. Een arts is persoonlijk verantwoordelijk voor deze werkvoorraad. n De apotheker maakt deel uit van een commissie die het geneesmiddelenbeleid binnen Emergis bepaalt en ondersteunt. n Er is een Veilig Incidenten Melden-systeem waarmee medewerkers fouten met medicijnen en geneesmiddelen moeten melden. n Op twee afdelingen testen medewerkers een e-learningmodule. Medewerkers die de module volgen moeten de toets met een voldoende afsluiten. Hun certificaat is daarna twee jaar geldig.

De arts: ‘Medicatie-ontrouw vormt ook een risico’

S

tefaan Vanthuyne: “Medicatie is naast psychotherapie een essentieel element in de behandeling van een psychiatrische stoornis. De arts moet letten op verschillende medicatieaspecten. Bijvoorbeeld bijwerkingen, de interactie met andere geneesmiddelen en de effecten van medicatie op organen. Daarom is het belangrijk dat behandelaars 24/7 toegang hebben tot dossiers en het elektronisch voorschrijfsysteem. Hier ligt een verbeterpunt voor

Emergis, want het is nu niet mogelijk om buiten kantooruren elektronisch medicatie voor te schrijven voor nieuwe patiënten. Patiënten hebben zelf overigens ook een aandeel in medicatieveiligheid. Uit onderzoek is bekend dat een aanzienlijke groep zijn medicijnen niet volgens voorschrift inneemt, zowel in de somatische als de psychiatrische zorg. Het is goed vakmanschap om met patiënten in gesprek te gaan over de motieven voor deze medicatie-ontrouw.”

DISCUSSIE Vind je dat patiënten hun #medicijnen ter discussie moeten stellen bij hun arts of moeten ze alles ‘slikken’?

TWITTER @els_zeldenthuis Je moet niks, maar denk dat je kritisch mag zijn, ze worden te makkelijk voorgeschreven terwijl er alternatieven zijn, genoeg!

FACEBOOK Engelina: Zeker! Heb dat in het verleden gedaan. Maar soms is het fijn om samen met een goede bekende of huisarts eerst alles op een rijtje te zetten wat of je precies voor ogen hebt. Patrik: Effe slikken en weer doorgaan.


12 – radar 1 – 2014

NIEUWE JEUGDWET PER 1 JANUARI 2015

Op 1 januari 2015 wordt de nieuwe jeugdwet van kracht. Het kabinet heeft besloten dat er een nieuw stelsel moet komen voor zorg aan jeugdigen en gezinnen. In het Regeerakkoord schrijft het kabinet: ‘Eén gezin, één plan, één regisseur is het uitgangspunt bij de vernieuwde jeugdhulpverlening. Dit vergt ook één budget en één verantwoordelijke. Er komt een einde aan de praktijk waarbij vele hulpverleners langs elkaar heen werken bij de ondersteuning van één gezin.’ TEKST MARISKA VAN DER HULST BEELD CORBIS

Gemeenten krijgen

D

e stelselwijziging betreft alle vormen van jeugdhulp. Ook de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor kinderen en jongeren. Binnen Emergis bieden Indigo, Ithaka en Amares - een samenwerkingsverband tussen Emergis en het provinciaal gefinancierde Juvent - hulp aan kinderen en jeugdigen met een psychische aandoening die zo ernstig kan zijn dat zij hierdoor in hun ontwikkeling worden bedreigd. Indigo zorgt voor de Basis ggz, Ithaka biedt specialistische ggz en bij Amares hebben de jongeren naast psychische problematiek ook een verstandelijke beperking. Transitie en transformatie Marianne Stijnman, accountmanager WMO bij Indigo legt uit dat de stelselwijziging veranderingen omvat op drie niveaus: bestuurlijk, inhoudelijk en financieel. “Op bestuurlijk niveau dragen de rijks- en provinciale overheden hun verantwoordelijkheid over aan de gemeenten. Vanaf 1 januari 2015 hebben de gemeenten een zorgplicht voor jongeren tot 18 jaar. Dit betekent dat zij er dan verantwoordelijk voor zijn dat ieder kind de zorg krijgt die het nodig heeft. Op financieel niveau vindt er ook een grote

verandering plaats. Alle geldstromen worden gebundeld en ondergebracht bij gemeenten. Dit noemen we de transitie. Daarnaast worden deze budgetten in een paar jaar tijd met 15 procent afgebouwd. En inhoudelijk moet de decentralisatie van de jeugdzorg ertoe bijdragen dat de eigen kracht van de kinderen en jongeren, hun sociale netwerk en de voorzieningen in een gemeente beter worden benut. Het accent zal steeds liggen op participatie in de samenleving. Dit veranderingsproces noemen we transformatie. Door de juiste zorg, op de juiste plaats op het juiste moment is het de bedoeling dat snel en adequaat jeugdhulp wordt geboden. We noemen dit passende zorg. We willen toewerken naar een situatie waarin zo min mogelijk inbreuk hoeft te worden gemaakt op de eigen woon- en leefomgeving van het gezin, de buurt of de school.” Basis ggz Volgens Marianne neemt de jeugd-ggz een bijzondere positie in bij deze stelselwijziging. Enerzijds omdat er sprake is van medische zorg, anderzijds omdat de bezuinigingsopdracht specifiek voor de jeugdggz teniet is gedaan. “Met de invoering van

de Basis ggz is dit jaar al een belangrijke stap gezet om de toenemende vraag naar geestelijke gezondheidszorg het hoofd te bieden”, vult Rosette Wille, tot 1 februari 2014 directeur van Indigo, aan. “Basis ggz is kortdurende behandeling. Goedkoper dan de specialistische ggz, waardoor voor hetzelfde geld meer kinderen, jeugdigen en hun ouders behandeld kunnen worden. Binnen Emergis hebben we afgesproken dat Indigo de Basis ggz uitvoert.” Bezuinigingstraject Toch zijn er wel zorgen over de veranderingen in de ggz, bijvoorbeeld over de afbouw van een derde van de bedden in de klinieken van Amares en Ithaka kinder- en jeugdpsychiatrie. Paul Cüsters, directeur van deze klinische voorzieningen: “In 2012 is het bezuinigingstraject al in gang gezet. We zijn gestart met bezuinigen op de jeugd-ggz door 30% van de bedden af te bouwen en ook de algehele kostenbesparing is voor een deel al gerealiseerd door terug te gaan in bezetting. In 2013 hebben we 11% bespaard en in 2014 besparen we nog eens 4%. De Zeeuwse gemeenten hebben de zorgaanbieders een omzetgarantie van 88% voor de specialistische jeugdhulp


2014 – radar 1 – 13

jeugdzorgplicht en 80% voor de ambulante jeugdhulp geboden. Dat brengt risico’s met zich mee voor bedrijfsonderdelen die hun kritische bedrijfsomvang al hebben bereikt. Kunnen we straks nog wel de gewenste kwaliteit van zorg bieden? Komt het bestaansrecht van onze jeugdvoorzieningen in gevaar? Vraagstukken waar we ons op dit moment over buigen en waarover we met de Zeeuwse gemeenten in gesprek zijn. Dat gesprek verloopt overigens constructief in de vorm van een ‘Task Force Jeugd’. Daarin hebben alle Zeeuwse gemeenten en ggz-instellingen zich verenigd.” Decentralisatie biedt kansen Naast de zorg die Paul uitspreekt ten aanzien van de bezuinigingen laat hij ook duidelijk blijken positief te zijn over de inhoudelijke verschuivingen in het ggz-zorglandschap: “De decentralisatie van de jeugd-ggz biedt veel kansen. Meer zorg gaat naar de mensen toe. Door jongeren in hun eigen woon- en leefomgeving te gaan helpen kan er effectiever en efficiënter zorg worden verleend. Ook verwacht ik een betere samenwerking tussen zorginstellingen. Daar zijn al trajecten voor in gang gezet en die worden door deze transitie alleen maar bevorderd.”

Preventie en zelfredzaamheid Marianne geeft aan dat in het nieuwe stelsel veel meer nadruk zal komen te liggen op preventie en zelfredzaamheid: “Het gaat er om problemen vroegtijdig te signaleren en op te pakken. Zo kan beter worden voorkomen dat problemen escaleren en zorg onnodig complex en zwaar wordt. Daarbij zal ook steeds meer een beroep worden gedaan op de eigen kracht van jeugdigen en hun ouders: hen ondersteunen bij het, zoveel als mogelijk, zelf oplossen of aanpakken van een situatie. Ontkokering Paul: “De ggz is steeds meer geïntegreerd. Wanneer een ouder binnen een gezin psychiatrische hulp krijgt in de eigen woonomgeving, kan de behandelend specialist of hulpverlener de hele gezinssituatie overzien en inschatten of een kind uit hetzelfde gezin eventueel ook ondersteuning nodig heeft vanwege de moeilijke gezinssituatie. In dat geval kan deze meteen actie ondernemen.” Marianne: “Die gezamenlijke aanpak noemen we ook wel ‘ontkokering’: niet meer verschillende zorgverleners in één gezin die dat niet van elkaar weten. Het uitgangspunt is: één gezin, één plan,

één proces. Dat vraagt om betere samenwerking tussen zorginstellingen.” Paul: “De verschuiving van ggz van instelling naar de eigen woonomgeving is nodig om de zorg betaalbaar te houden maar biedt ook kansen om de zorg te verbeteren.” Normalisatie Uiteindelijk moet het nieuwe stelsel er ook voor zorgen dat de grote druk op jeugdhulp vermindert doordat er een stukje ‘normalisatie’ ontstaat. Marianne legt dat uit: “Door ons recht op zorg zijn we steeds meer zorg gaan vragen. Gewoon omdat het kan. Daar moeten we met z’n allen opnieuw een balans in zoeken. Als we meer accepteren dat sommige dingen bij de ontwikkelingsfase van een kind horen, minder snel een beroep doen op professionele zorg, kunnen we het beschikbare geld besteden aan kinderen en ouders die echt niet zonder hulp kunnen en zo die 15% besparen!” Paul: “Op dit punt zal meer en meer een beroep gedaan worden op de samenleving. We moeten elkaar helpen, elkaar bijsturen, op elkaar letten en voor elkaar zorgen. In de ‘participatiesamenleving’ zullen we het met z’n allen, samen moeten gaan doen.”


14 – radar 1 – 2014

In de geestelijke gezondheidszorg is veel veranderd. Eerst verwees de huisarts een patiënt met psychische klachten meteen door naar een psycholoog of een psychiater. Vanaf 1 januari 2014 behandelt de huisarts lichte psychische klachten zelf. Eventueel krijgt hij daarbij hulp van de praktijkondersteuner ggz (POH-GGZ). Als het om een psychische stoornis gaat, verwijst de huisarts door naar de Basis ggz of de specialistische ggz. TEKST ELIAN VAN ’T WESTEINDE BEELD MARCELLE DAVIDSE

S

ander de Blij stapt binnen bij zijn huisarts. Hij is gespannen. Onder zijn ogen heeft hij diepe kringen. Sander slaapt nauwelijks omdat hij piekert als hij op bed ligt. Het bedrijf waar hij werkt staat op de rand van een faillissement. Een ontslag hangt hem boven het hoofd. Omdat Sander niet voldoende nachtrust heeft, is hij kortaf tegen zijn vrouw en kinderen. Om de problemen te vergeten, neemt hij ’s avonds een borreltje meer. Zijn drankgebruik loopt uit de hand. Telkens als hij een slok te veel op heeft, krijgt hij ruzie met zijn vrouw. Die dreigt met een scheiding als hij zo doorgaat. Sander roept de hulp in van zijn huisarts. Die hoort zijn verhaal aan en maakt meteen een afspraak voor hem bij de praktijkondersteuner ggz, een deur verderop. Die gaat meteen met Sander aan de slag.

Kostenbesparing Sander is een verzonnen persoon, maar vanaf 1 januari is deze manier van zorgverlening in de geestelijke gezondheidszorg werkelijkheid. Mensen met psychische problemen krijgen passende ondersteuning zo dicht mogelijk bij huis. Gebleken is dat in Nederland te veel mensen met lichte psychische problemen in de specialistische ggz terechtkomen. Daarnaast keren te weinig mensen na een specialistische behandeling terug in de generalistische Basis ggz. Dit veroorzaakt wachtlijsten bij specialisten. Bovendien is de zorg soms letterlijk te ver weg en lopen de kosten onnodig op. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars, beroepsverenigingen en cliëntenvertegenwoordigers hebben in het Bestuurlijk akkoord Toekomst GGZ 2013-2014 afspraken gemaakt over het anders organiseren van de psychische zorg.

Het uitgangspunt daarbij is de juiste zorg, op de juiste plaats en op het juiste moment. Met als bijkomende voordelen kostenbesparing en kortere wachtlijsten. Daarom lijkt vanaf 2014 de geestelijke gezondheidszorg meer op de manier waarop de somatische gezondheidszorg in Nederland is georganiseerd. De bedoeling is zoveel mogelijk mensen ambulant te behandelen. Licht waar het kan, zwaar als het moet. Laagdrempelig “Juist die laagdrempeligheid zie ik als een groot voordeel”, zegt praktijkondersteuner ggz Denies Poldervaart van Indigo. Binnen Emergis verzorgt Indigo de Basis ggz. Denies en haar collega hebben de afgelopen zeven maanden ervaring opgedaan met deze nieuwe manier van werken. Ze zijn vanuit Indigo parttime verbonden aan


2014 – radar 1 – 15

huisartsenpraktijk De Pijlers in Goes. Dit is een maatschap van zes huisartsen. “Binnenstappen bij mij is net als binnenstappen bij een huisarts. De patiënt hoeft niet naar een of ander gebouw een stad verderop. Aan deze vorm van ondersteuning zijn voor patiënten geen extra kosten verbonden en mensen met een hulpvraag helpen we snel. Dat is een voordeel. In het voorbeeld van Sander: als het piekeren langer duurt, kan hij op de lange termijn stemmingsklachten krijgen. Dan neemt het oplossingsgericht denken af. Op den duur krijgt hij een kort lontje. Dan krijgt hij problemen in zijn relaties met anderen en raakt hij in een isolement. Als je op tijd ingrijpt en je leert zo iemand omgaan met piekeren, dan voorkom je narigheid.”

KOP-model Om te bepalen welke zorg iemand nodig heeft, maakt de praktijkondersteuner ggz gebruik van het KOP-model. KOP staat voor Klacht, Omstandigheden, Persoonlijke stijl. Het probleem of de klacht van de patiënt wordt beschouwd als een wisselwerking tussen diens omstandigheden en de persoonlijke stijl waarmee hij op die omstandigheden reageert. Denies: “Ik kijk ook naar het probleemoplossend vermogen van iemand. Als blijkt dat ik door middel van korte interventies kan helpen, doe ik dat. Bijvoorbeeld bij slaapproblemen, middelengebruik, problemen met een partner of de kinderen. We gaan bij de behandeling altijd uit van de eigen kracht van mensen, al dan niet met hulp van mensen uit de omgeving. Blijken de klachten ernstiger, dan overleg ik met de huisarts over een verwijzing naar

de Basis ggz (Indigo) of de specialistische ggz.” De huisarts is naast de bedrijfsarts degene die mag verwijzen naar de basis- of specialistische ggz. Bij verwijzing naar de Basis ggz bepaalt de screener aan de hand van de ‘beslisboom zorgpad’ welke zorgprestatie geschikt is voor welke patiënt. De Basis ggz kent vier zorgprestaties: basis kort (5 sessies), basis middel (8 sessies), basis intensief (12 sessies), basis chronisch (12 sessies). Als ondersteuning of aanvulling op de gesprekken met de behandelaars in de Basis ggz gaan patiënten gebruikmaken van e-healthondersteuning zoals bijvoorbeeld beeldbellen. Toegankelijkheid Met het invoeren van de Basis ggz stellen overheid en verzekeraars strengere


16 – radar 1 – 2014

Bert Geels

eisen aan het hoofdbehandelaarschap. De hoofdbehandelaar dient op gezette tijden inzicht te hebben in de voortgang en toetst tussentijds en aan het einde van de behandeling met medebehandelaren. Een andere wijziging is dat de psycholoog bij complexe, ernstige psychiatrische stoornissen niet meer vanuit de Basis ggz verwijst naar de specialistische ggz. De verwijzingen lopen per 1 januari via de huisarts. Klinisch psycholoog Bert Geels vat de veranderingen samen: “Het aantal bedden in de specialistische ggz wordt afgebouwd. Daartegenover staat dat de Basis ggz en de functie van de praktijkondersteuner ggz breder worden.” Bert werkt voor Indigo en heeft daarnaast een eigen praktijk waar hij gespecialiseerde ggz-psychotherapie geeft. Zijn spreekuren houdt hij in een huisartsenpraktijk in Middelburg. Hij noemt de toenemende laagdrempeligheid van de geestelijke gezondheidszorg een groot voordeel. “De huisarts verwijst vanuit zijn spreekuur meteen naar mij. Daardoor ben ik niet meer die psycholoog op dat kantoor ergens ver weg. Als het lukt die laagdrempeligheid en toegankelijkheid te houden, dan is dat een voordeel. Nu kun je bij angst- en stemmingsstoornissen een goede cognitieve gedragstherapie bieden vanuit de Basis ggz. Voorheen deden we dat in de specialistische ggz. Omdat wij meer kunnen doen vanuit de basis, zullen meer psychologen vanuit specialistische ggz bij Indigo gaan werken. Dat is positief, de voordeur wordt voor patiënten daardoor breder bemand tegen lagere kosten.” Behandelplan Als een patiënt klachten heeft die meer psychologische interventie vereisen, verwijst de huisarts naar de psycholoog. Die stelt samen met de patiënt een behandelplan op. In het voorbeeld van Sander: als blijkt dat zijn problemen gecompliceerder zijn door een onverwerkt trauma uit het

verleden. “De huisarts bepaalt de frequentie, wij bepalen de inhoud”, zegt Bert. “Iemand met straatvrees zal ik gedragstherapie of cognitieve therapie geven. Die keuze is aan mij.” Volgens Bert heeft de invoering van de Basis ggz ook nadelen. “Ervaren, breed opgeleide sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen dreigen in een soort vacuüm te raken. Ze deden volop screeningen en behandelingen binnen Indigo. Dat is door de nieuwe wetgeving niet meer mogelijk. Jarenlange ervaring dreigt hiermee verloren te gaan. Dat vind ik een rigide opstelling bij de invoering van de Basis ggz. Daar had op zijn minst een overgangsregeling voor kunnen komen. Ik vind ook dat de zorgverzekeraar zich niet met de inhoud van het werk mag bemoeien. Wij zijn verplicht effectmetingen te doen aan het begin, na de intake en aan het eind van de behandeling. Daarvoor zijn verschillende vragenlijsten beschikbaar. De macht van de zorgverzekeraar gaat nu zo ver dat die ons voorschrijft welke vragenlijsten daarvoor te gebruiken. Controle is prima, maar de inhoud moeten ze aan de praktijk overlaten.” Informeel contact Vincent Voorbrood is een van de vijf huisartsen van huisartsenpraktijk Pallion in Hulst. Aan deze praktijk zijn vier psychologen verbonden. “Voor ons is deze manier

Vincent Voorbrood

van werken niet nieuw. Al sinds het begin van deze praktijk, zes jaar geleden, zijn psychologen aan onze praktijk verbonden. Ze halen de patiënten uit dezelfde wachtkamer als de huisarts. Onderling hebben we informeel contact. Dat werkt beter dan vergaderen en dat is goed voor de patiënt.” Met ingang van 1 april 2014 gaat een praktijkondersteuner ggz het team voor 20 tot 25 uur versterken. Hij gaat samen met de huisarts bepalen wanneer een patiënt naar de psycholoog, een maatschappelijk werker of andere hulpverlener wordt verwezen. Of en welke behandelingen de praktijkondersteuner gaat geven, weet Vincent nog niet. “Eenvoudige zaken verwacht ik. Maar veel begeleiding kan een huisarts ook zelf geven. Bovendien kent een arts de gezinsituatie van zijn patiënten en diens achtergrond. Niet iedereen heeft direct een psycholoog nodig.” Toekomstdroom Vincent is positief over de wijzigingen in de geestelijke gezondheidszorg. “Volgens mij liepen de kosten voor geestelijke gezondheidzorg in Nederland de laatste jaren behoorlijk uit de hand. Deze actie levert een aanzienlijke kostenbesparing op. En het geeft de patiënt meer duidelijkheid. Mensen met een langere geschiedenis kunnen nu ook dichterbij huis terecht. Gewoon in de praktijk bij de huisarts. Ze hoeven niet meer twee uur met de bus naar Terneuzen naar een anoniem gebouw waar Emergis op staat. Die winst hebben wij al gemaakt. De patiënt voelt zich veiliger en is makkelijker benaderbaar.” Vincent wil zelfs in de nieuwe structuur een stap verder gaan. “Ik wil ook de psychiater naar de huisartsenpraktijk halen. Dat is mijn toekomstdroom. Goed voor de patiënt omdat de huisarts een schat aan informatie kan leveren aan de psychiater. En goed voor de huisarts die meer zicht krijgt op het behandelproces. Nu is de psychiater voor ons onbekend en onzichtbaar. De drempel kan dus nog lager.”


2014 – radar 1 – 17

KORTE BERICHTEN PS Hoe herken je secundaire traumatisering? ‘Hoe herken je secundaire traumatisering?’, vroegen sommige lezers zich af naar aanleiding van het artikel over dit onderwerp in het vorige Radarnummer. In drie artikelen kwam naar voren dat het belangrijk is dat je met collega’s praat over de zeer zware problematiek die je bij cliënten kunt tegenkomen. De kans bestaat immers dat hulpverleners klachten ontwikkelen die lijken op klachten van de cliënt, ofwel secundaire traumatisering. “De klachten lijken erg op de klachten van een posttraumatische stress-stoornis”, vertelt Tina Matthys die onderzoek deed naar secundaire traumatisering. “Medewerkers kunnen de verhalen van hun cliënten moeilijk loslaten. Ze krijgen last van nachtmerries, slaapproblemen en prikkelbaarheid. Andere klachten zijn een sombere stemming, gevoelens van hopeloosheid en machteloosheid, veranderingen in wereldbeeld en meer conflicten thuis of op het werk.”

Rosette Wille stopt met werken Rosette Wille nam donderdag 30 januari afscheid van een Emergis. Na een dienstverband van bijna 40 jaar is ze vanaf 1 februari andere leuke nieuwe dingen gaan doen. Rosette begon haar loopbaan als docente en werd niet veel later reclasseringsambtenaar en maatschappelijk werker bij het Zeeuws Consultatiebureau Alcohol en Drugs (ZCAD). In januari 1996 werd ze regiohoofd/ waarnemend-directeur bij het ZCAD. Na de fusie tussen Emergis en ZCAD in 2004 ging Rosette aan de slag als directeur verslavingszorg en maatschappelijke opvang. In 2008 kwam ook Indigo in haar portefeuille. Rosette nam afscheid met het mini-symposium Verbinden – loslaten – vertrouwen. Vincent Voorbrood, huisarts in Hulst en Gerco Blok, geneesheer-directeur bij Emergis, hielden beiden een lezing over het creëren van kansen in een netwerksamenleving. Aansluitend was er een afscheidsreceptie in het Arsenaal-theater in Vlissingen. Per 1 februari is Camille Verhagen aangesteld als directeur van Indigo. Directeuren Jan van der Hallen en Fryda Evertse hebben de overige taken van Rosette overgenomen.

FOTO: FRITS COENEN

Merk je dat een collega zich anders gaat gedragen en zich negatiever, somberder of machtelozer opstelt, dan zou er sprake kunnen zijn van secundaire traumatisering. Tina Matthys: “Niemand zal hiermee te koop lopen. Medewerkers die last hebben van secundaire traumatisering hebben vaak het gevoel dat ze falen, dat ze geen goede hulpverlener zijn en zwak zijn ten opzichte van andere collega’s die er geen last van hebben.” Benoem wat je opmerkt, is het advies. Praat erover met elkaar, je leidinggevende, teamcoach, arbo-arts, vertrouwenspersoon en dergelijke.


18 - radar 1-2014


2014 – radar 1 – 19

SPOTLIGHT

Margreeth Sinke is geboren op 21 mei 1962 op het terrein van psychiatrisch ziekenhuis Vrederust in Halsteren, tegenwoordig GGZ WNB. Haar vader werkte daar als hoofd van de terreindienst. Nu woont ze in het centrum van Halsteren in een arbeidershuisje. Margreeth is al bijna zeven jaar te vinden op de afdeling opleiding van Emergis. Daarnaast heeft ze erg veel plezier in haar functie bij het symposiumbureau. TEKST LOTTE VAN NIEUWENHUIJZE BEELD HANS BOER

Een bijzonder bestaan Door de baan van haar vader was het gezin Sinke verplicht om in een dienstwoning op het terrein te wonen. Ook de psychiaters, verpleegkundigen en het ondersteunend personeel van Vrederust woonden daar. De leefomgeving was zelfvoorzienend. Zo waren er kassen, een boomgaard, een bos en zelfs een zwembad. “Het was een soort dorp”, legt Margreeth uit. “Aan huis verkochten we groente en fruit aan het personeel. Ook hadden we pony’s waar we als kind regelmatig op reden.” Met haar zeven broers en zussen groeide Margreeth op tussen medewerkers en cliënten. “Het was een bijzonder bestaan”, vertelt ze. Fort Roovere Margreeth: “Bij het het terrein van Vrederust hoorden destijds ook de bossen die om het gebied heen lagen. Mijn vader had gemerkt dat daar een fort lag met grachten. Door de groei van de bomen viel dat fort helemaal niet op. Mijn vader was ook wethouder van Halsteren, waardoor hij contact had met allerlei instanties, zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en het Waterschap. Na zijn pensionering

heeft mijn vader zich met behulp van deze instanties ingespannen voor de herontdekking van ‘Fort Roovere’. Samen met mijn broers en zussen werd ik altijd ingeschakeld bij zijn plan om het fort te doen herleven. Zo maakten we flyers en folders en hielpen we hem bij rondleidingen. Pas na zijn overlijden werd het fort opgeleverd, maar we zijn trots op het resultaat. Er wordt nu veel gebruikgemaakt van Fort Roovere als onderdeel van de West-Brabantse Waterlinie. Volgens ons is het geworden zoals mijn vader het voor ogen had.” Een carrière met uitdaging In 1982 startte Margreeth als assistent secretaresse bij Vrederust. In 24 jaar tijd heeft ze hier verschillende functies gehad. Door een gedwongen overstap kwam ze in maart 2007 terecht bij de personeelsadministratie en afdeling opleiding van Emergis.

Na een tijdje stopte ze bij de personeelsadministratie om zich volledig te richten op opleiding. Ook ging ze aan de slag bij het symposiumbureau. “Dat is ontzettend leuk werk om te doen!”, reageert Margreeth enthousiast. “Het geeft me een kick om met zo weinig mogelijk middelen het zo leuk mogelijk voor de mensen te maken. Tijdens symposia vraag ik regelmatig feedback aan bezoekers. Ik merk dat mensen de sfeer en de ontvangst heel belangrijk vinden.” De moderne wereld Bij afdeling opleiding draait het nu vooral om e-learning. Margreeth: “De e-learningmodules gaan over een bepaald onderwerp, zoals dwang & drang en psychopathologie. Ik ga bij verschillende afdelingen langs met testmodules en leg uit hoe het werkt. Op deze manier komen we erachter wat de medewerkers vinden van het systeem en hoe we dit het

best kunnen gebruiken. Om de modules beter te kunnen benutten is een leermanagementsysteem nodig. Ik hoop dat Emergis zich hier verder in gaat ontwikkelen en met de moderne wereld meegaat.” De laagdrempeligheid bij Emergis vindt Margreeth een sterk punt: “Je kunt gemakkelijk bij elkaar binnenlopen. Ook de kleuren van de huisstijl vind ik vrolijk, warm en gezellig. Wat mij betreft mag de informatieverstrekking wel transparanter zijn. Ik word graag op te hoogte gehouden en soms mis ik verslagen vanuit mijn eigen dienst.” Levensgenieter ‘Een echt mensenmens’, is hoe Margreeth zichzelf beschrijft. Trouw gaat ze twee keer per week langs bij haar moeder van 91. Margreeth: “Ik ben de spin in het web voor de familie. Onze band is heel hecht.” Verder heeft ze graag vrienden en haar kat ‘Heer poes’ om zich heen. Ze gaat daarnaast het liefst winkelen in Antwerpen, op kookvakantie naar Griekenland of Italië, en ze houdt zich bezig met de nieuwste gadgets. “Ik ben getrouwd met mijn iPad,” zegt ze lachend.


SIGNALEN

FOTO: ANOESKA GIJZEL

FOTO: ORANJE FONDS - BART HOMBURG

De genomineerden van Appeltjes van Oranje 2014.

Demontage Werkplaats Zeeland draait weer op volle toeren Op donderdagavond 9 januari brak brand uit in Demontage Werkplaats Zeeland (DWZ) in Goes. Het hele gebouw en alle materialen werden verwoest. Er vielen geen gewonden. Directie, medewerkers en anderen gingen meteen op zoek naar een tijdelijke locatie. Die vonden ze aan de Scottweg in Goes. Op 20 januari gingen de ca. dertig medewerkers en begeleiders vol enthousiasme aan het werk om DWZ daar stap voor stap weer op te bouwen. “Het is werkelijk fantastisch hoeveel hulp we van alle kanten hebben gehad”, zegt Leo Dekker, accountmanager DWZ. “Vanuit Emergis, de gemeente, de mensen van Gered Gereedschap die hebben gezorgd voor nieuwe werktafels en kleine gereedschappen.” Wie benieuwd is naar de tijdelijke locatie van DWZ is van harte welkom op de open dag op 20 maart, 10.00 tot 16.00 uur. Voor een bezoekje op een ander moment kunt u contact opnemen met Leo Dekker, telefoon 0113 22 23 48 of 06 51 59 45 10.

’t Hof van Thee & Leut naar de finale Appeltjes van Oranje Werkleerbedrijf en buurthuis ’t Hof van Thee & Leut uit Vlissingen behoort tot de tien initiatieven die de finale bereikt hebben van de Appeltjes van Oranje. Dat maakte het Oranje Fonds bekend nadat de 36 genomineerde initiatieven zich vrijdag 17 januari gepresenteerd hadden. Jeannette van der Zwaag van ’t Hof van Thee & Leut: “Wat een geweldige dag. We kregen ontzettend leuke reacties op onze presentatie, die opviel doordat we

een picknickmand vol koekjes bij ons hadden en ons publiek aanmoedigden samen ‘Hier aan de kust’ te zingen. En als klap op de vuurpijl kregen alle genomineerden nog eens een cheque van 2500 euro. Dit is een enorme opsteker voor ons allemaal, dit is fantastisch!” De tien finalisten krijgen binnenkort bezoek van het Oranje Fonds. Eind maart worden uit de tien finalisten drie winnaars gekozen. Koningin Máxima reikt de prijzen in mei uit.

Beleef Emergis! Zaterdag 15 maart is het de open dag van zorg en welzijn. Van 10.00 tot 13.00 uur bent u van harte welkom om een kijkje te komen nemen bij Emergis, Oostmolenweg 101 in Kloetinge. Enthousiaste medewerkers leiden u rond over verschillende afdelingen. Laat u informeren over onze kliniek en dagbehandeling verslavingszorg, luister naar de persoonlijke ervaringen van ervaringsdeskundige Marjolein en bekijk een korte film over onze kliniek eetstoornissen! Dit is nog maar een greep uit een omvangrijk en interessant programma. Stap gerust bij ons binnen en beleef Emergis! U bent van harte welkom! Ook in BioBase, Terneuzen zijn Emergis en Indigo op zaterdag 15 maart vertegenwoordigd op de open dag. U bent welkom van 10.00 tot 16.00 uur. Het programma vindt u op www.zorgenwelzijninbeeld.nl


Radar 2014-1