Issuu on Google+

#2-2013 1

#2 - 2013


2

#2-2013

Kleding en uiterlijk van mensen worden vaak be誰nvloed door waar ze bij horen, of willen horen. Fotograaf Ari Versluijs en styliste Ellie Uytenbroek hebben tientallen van deze groepen gefotografeerd voor hun serie Exactitudes. Ge誰nspireerd door dit geweldige beeldidee brengen wij in R de rubriek Vakgenoten. Onze fotograaf, Hettie Staats, portretteerde voor dit nummer de dames van de catering.


#2-2013 3

RUBRIEKEN HET AMBACHT Klinisch psycholoog Chris Korevaar DE ZEEPKIST Wies van den Nieuwendijk, groepsleider Ypsilon Gouda, staat er op

9

12

HET RELAAS 14 Cliënt Ronald vertelt zijn verhaal IN ANALYSE 18 Met de sluiting van het personeelsrestaurant verlies je meer dan je wint

ROM maakt onderdeel uit van de behandeling. Belangrijk om objectief vast te kunnen stellen of een behandeling leidt tot herstel. Maar ook noodzaak. Uiteindelijk zal ROM invloed hebben op de inkoop van zorg door zorgverzekeraars.

DE ERVARINGSDESKUNDIGE Korsjan Punt 19 DE KUNSTIGE CLIËNTEN 26 Janny Vink en Rie Mader DE VRIJWILLIGER Tineke Huijsen

27

RIVIERDUINEN MOET NOG STEEDS TERUG IN VIERKANTE METERS. ER GEBEURT ZOVEEL OP VERHUISGEBIED DAT WE HET OM HET OVERZICHTELIJK TE HOUDEN NU MAAR EENS IN BEELD GEBRACHT HEBBEN. 8 Buiten bestaande kaders denken met vrijwel alle ketenpartners binnen een gemeente: de Münchhausenbeweging in Leiden zet zich in voor kwetsbare mensen die snel hulp nodig hebben.

C O L O F ON

R is een uitgave van Rivierduinen, organisatie voor geestelijke gezondheidszorg. REDACTIE

Kitty van Bergen, Adriek Bromberg, Wieke van Dun, Monique van der Heijde, Karlijn Hut, Monique van der Salm en Hettie Staats AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

Karianne Broek, Sandra Schuiten en Femke Foppema FOTOGRAFIE

Hettie Staats, Patricia Börger en Rob van Es

Er lijkt een kloof te bestaan tussen hoe mensen een psychose ervaren en hoe behandelaren deze beschrijven. Lot Postmes, psychiater bij het KEP-team van GGZ Leiden, kijkt vanuit een fenomenologische benadering naar de klachten van patiënten.

ONTWERP EN VORMGEVING

De Fabriek CCC, Amsterdam (www.defabriek.nl) DRUK

Van Deventer, ’s-Gravenzande REDACTIE-ADRES

Redactie R, Adriek Bromberg Postbus 3, 2215 ZG Voorhout a.bromberg@rivierduinen.nl


PB

4

#2-2013


#2-2013 5

Het is belangrijk om objectief vast te kunnen stellen of een behandeling leidt tot herstel. Niet alleen voor de cliënt zelf, ook voor de behandelaar en zelfs voor de verzekeraar. Maar hoe meet je nou zoiets? Om te beginnen moet je bij de start van een behandeling weten waar je cliënt staat. Pas daarna kun je gaan meten of de behandeling aanslaat. Of dat je deze moet bijstellen. Aan het eind van het traject wil je weten of de behandeling heeft geleid tot het gewenste effect.

N

et als veel andere GGZ instellingen gebruikt Rivierduinen voor deze metingen Routine Outcome Monitoring (ROM). ROM bestaat uit vragenlijsten die gericht zijn op de zorgprogramma’s van Rivierduinen. Vragen die dus specifiek zijn afgestemd op de diagnose van onze cliënt én op de behandeling die hij of zij bij Rivierduinen krijgt. Het afnemen van de ROM is daarmee echt onderdeel van de behandeling. Cliënten en behandelaren krijgen zo nog beter zicht op de resultaten en de mogelijkheid om, waar nodig, de behandeling tussentijds bij te sturen. En dat is wat wij willen: de beste, meest efficiënte zorg voor onze cliënten. Op dit

moment zetten wij ROM in bij de zorgprogramma’s SAS (stemming-, angst-, en somatoforme stoornissen), Persoonlijkheidsproblematiek en Psychose. In de toekomst zullen ook vragenlijsten worden ontwikkeld voor andere zorgprogramma’s. METINGEN

Bij de start van de behandeling vindt een eerste meting plaats. Afhankelijk van de klachten en problemen vult de cliënt zelf een aantal vragenlijsten in of geeft hij antwoord op vragen tijdens een interview met een medewerker. Deze gaan bijvoorbeeld over de klachten en problemen, hoe tevreden de cliënt is over zijn of haar leven op het moment van de meting en over relaties met

anderen. Tijdens de behandeling vinden herhaalmetingen plaats. Hoe vaak deze gebeuren en wanneer, is vastgelegd in meetschema’s. Per zorgprogramma ligt vast welke vragenlijst een cliënt krijgt, met welk doel en op welk moment. De behandelaar bespreekt de uitkomsten van de meting met de cliënt. Zo hebben beiden zicht op welke klachten en problemen minder zijn geworden en welke niet. Waar nodig kan het behandelplan worden bijgesteld. Met een eindmeting sluiten we de behandeling af. Naast het belang van de ROM om de effectiviteit van de behandeling te kunnen meten, is het afnemen van de vragenlijsten ook een voorwaarde die de zorgverzekeraars stellen voor het financieren van de zorg.

ONDERZOEK EN BENCHMARKING

Uitkomsten van de ROMmetingen zijn ook interessant voor wetenschappelijk onderzoek en benchmarking. Met dit laatste is het mogelijk om prestaties van organisaties met elkaar te vergelijken en te onderzoeken of eventuele verschillen te herleiden zijn. De centrale gegevensverzameling van ROM is belegd bij de Stichting Benchmark GGZ. In het bestuur van dit instituut zitten vertegenwoordigers van zorgaanbieders, cliëntenorganisaties en zorgverzekeraars. Uiteraard krijgt de stichting de resultaten zodanig aangeleverd dat ze nooit te herleiden zijn naar een individuele cliënt. <


6

#2-2013

“Als hulpverlener krijg je ook een checkup”

“GGZ heeft nagelaten te investeren in transparantie”

Swanny Wierenga, klinisch psycholoog en gedragstherapeut, werkt al jaren met vormen van Routine Outcome Monitoring (ROM). “In het begin was ik er al blij mee en nu het pakket zo uitgebreid is, ben ik dat helemaal. Dat we sinds kort ook patiënten met een psychotische stoornis kunnen ROM-en is echt een grote vooruitgang. Nu kunnen we ook voor hen meten of de interventies resultaat hebben. Dat zeg ik ook altijd tijdens supervisie.”

“De GGZ heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt en VWS wijst aan deze zorg veel geld toe. Twee miljard per jaar, om het concreet te maken. Geen wonder dat de minister zich afvraagt wat ze daarvoor terugkrijgt. De GGZ heeft lang nagelaten te investeren in transparantie. Gelukkig zie ik dat daar verandering in begint te komen. We staan op een keerpunt.”

“E

an het woord is Johan Maat, senior zorginkoper bij Zorg en Zekerheid. Deze verzekeraar is ontstaan uit de ziekenfondsen in onder andere Leiden en Amstelveen en is nu vooral actief in Zuid-Holland Noord. Maat is verantwoordelijk voor alle inkoopactiviteiten op het gebied van geestelijke gezondheidszorg, variërend van eerste tot tweede lijn en van grote instellingen tot kleine eenpitters.

en standaard ROM vragenlijst duurt ongeveer 70 minuten. Met behulp daarvan kun je meten of bijvoorbeeld de lijdensdruk van stemmen horen is afgenomen. Deze aandoening is echter zo complex dat ik vaak naast de standaard vragen aanvullende lijstjes meegeef. Dan heb ik meer aanknopingspunten voor mogelijke interventies. Bij een sociale fobie of paniek is dat niet nodig.” Swanny Wierenga bespreekt de resultaten altijd met de patiënt. “Ik doe niet altijd de intake gesprekken. Als dat het geval is, ben ik puur behandelaar en blanco als de patiënt voor het eerst bij mij komt. Dan begin ik met de ROM resultaten tevoorschijn te halen. Ik kan pas interventies doen, als ik weet hoe het zit en het er met de patiënt over heb gehad. Mijn ervaring is dat patiënten het fijn vinden om te weten wat er aan de hand is en hoe we het kunnen behandelen. Sommigen vinden het heel vervelend om de lijsten in te vullen; het is dus belangrijk dat ze worden gemotiveerd. Patiënten met een bipolaire stoornis zeggen vaak: ‘dit slaat nergens op.’ Dan antwoord ik bijvoorbeeld dat het een momentopname is, dat we

de ROM vaker gaan doen omdat ze zo veel stemmingswisselingen hebben. Op de lange termijn hebben we dan een goed beeld van de schommelingen.” “ROM is geen harde wetenschap”, onderstreept Wierenga. “Je moet altijd je klinische blik blijven gebruiken. Als een patiënt zegt dat hij zichzelf niet in de resultaten herkent, neem dan samen de lijst door. Vergeet niet dat je als behandelaar verantwoordelijk bent voor het doorgeven van de juiste boodschap. En realiseer je altijd dat ROM een hulpmiddel is en geen diagnostisch instrument. De kracht van ROM zie je ook als een patiënt niet verbetert. Dan krijg je als hulpverlener ook een checkup. Stel dat een patiënt toch geen Cognitieve Gedragstherapie wil maar wel pillen. Als hij niet opknapt, kun je samen bespreken waarom dit zo is en of de resultaten van de meting kloppen. Tijdens zo’n gesprek probeer ik ‘overeenstemming’ te bereiken. Dan kun je samen kijken wat je wel kunt doen. Ook voor dit soort gesprekken is het zo belangrijk dat de lijstjes en de uitkomsten objectief zijn. Je haalt de subjectiviteit er uit.”

A

NIET RÜCKSICHTSLOS

“In Nederland gaan we steeds meer toe naar een andere vorm van bekostiging. Dat betekent bijvoorbeeld dat instellingen in de nabije toekomst betaald krijgen voor de zorgprestaties die zij leveren. Wij onderhandelen dan over de prijs voor elke prestatie, gerelateerd aan de problematiek van de patiënt. Met Routine Outcome Monitoring kun je het effect van de behandeling meten en dit koppelen aan de ziektelast van de patiënt. Toch hecht ik er waarde aan te benadrukken dat Nederlandse instellingen niet bang hoeven te zijn dat verzekeraars rücksichtslos met gegevens omgaan. Dat is allerminst onze insteek. De komende jaren willen we het traject samen lopen met de instellingen om ROM goed neer te zetten. Uiteindelijk zal de ROM invloed

hebben op onze inkoop. Dat komt omdat je dan objectief kunt vaststellen dat de euro die je investeert in de ene instelling meer effect heeft bij bepaalde zorg dan in de andere. Maar het duurt nog zeker twee tot drie jaar voordat we zo ver zijn.” ADVIES

“Wat mijn advies zou zijn? Het is heel belangrijk om ROM onderdeel te laten uitmaken van de behandeling. Bij Rivierduinen zie ik dat nu gebeuren. Het werkt niet als je een patiënt vraagt om mee te werken aan ROM als hij al klaar is met de behandeling. Dan krijg je niemand zo ver om daar tijd en energie in te steken. Als je aan het begin van het traject uitlegt wat je doet, zullen er weinig patiënten zijn die zeggen dat ze niet willen meedoen. En richting medewerkers is het belangrijk dat je duidelijk uitlegt dat het een mooi hulpmiddel is voor professioneel handelen. Ik snap dat het voelt als administratieve druk. Maar je wilt toch ook objectief weten of je behandeling succesvol is? Tot slot denk ik dat je er als organisatie ook veel aan hebt. Je kunt met de resultaten bijvoorbeeld de behandelingen in Leiden vergelijken met die van Leidschendam. Misschien kunnen de collega’s iets van elkaar leren...” MH/AB

UNIEKE SAMENWERKING UNIVERSITEIT LEIDEN Het Leer- en Ontwikkelcentrum Rivierduinen (LORD), de regionale zorgcentra van Rivierduinen en de faculteit Psychologie van de Universiteit Leiden hebben een samenwerkingsafspraak gemaakt voor de mogelijkheid om stages te lopen voor de master klinische psychologie. De stagiairs verrichten vooral werk dat te maken heeft met Routine Outcome Monitoring. Het gaat om een uniek project waar de Universiteit van Leiden en Rivierduinen baat bij hebben. Voor de universiteit betekent het dat de stagiairs een duidelijk beeld krijgen van ggz problematiek in de breedte. Bovendien kunnen ze een aantekening halen voor de Basis Aantekening Psychodiagnostiek. Het voordeel voor Rivierduinen is een kwalitatief goede instroom voor de stageplekken en extra inzet voor ROM. Dit jaar heeft Rivierduinen tien stageplaatsen; het aantal zal groeien naar twintig tot dertig.


#2-2013 7

VEEL VRAGEN Sandra Verzijlbergen is sinds kort in behandeling bij Rivierduinen voor een paniek- en angststoornis. Onlangs deed zij voor het eerst mee aan een ROM onderzoek. “Ik vond dat er veel vragen waren. Voor mij is dat niet zo’n probleem maar ik kan me voorstellen dat anderen een uur achter een PC wel lang vinden. En op sommige vragen kon ik geen antwoord geven omdat ‘niet van toepassing’ niet tot de mogelijkheden hoorde. Dan koos ik het minst erge. Ik realiseer me dat dat heel persoonlijk is. Als je overal ‘nvt’ zou kunnen invullen, zou iedereen misschien geneigd zijn dat te doen. Voor mijn gevoel kwamen sommige vragen twee keer voor. Op dat moment wist ik niet meer wat ik de vorige keer had geantwoord en vroeg ik me af of ik wel of niet hetzelfde blokje had aangevinkt.” “Het was plezierig om de uitslag te bespreken met de psycholoog. De resultaten kwamen overeen met mijn beeld en dat van haar. Dat was toch een soort geruststelling. Ik vond het lastig dat de vragen over de afgelopen week gingen. Juist gedurende die dagen speelde er van alles privé. Dat zie je dan terug in de antwoorden. De psycholoog wist wat er thuis aan de hand was, dus daar heeft ze een aantekening van gemaakt. Het objectieve aan ROM vind ik een groot pluspunt. Ik denk dat je achter een PC eerlijker bent dan als je tegenover iemand zit.”

E-LEARNING VOOR MEDEWERKERS Behandelaren van Rivierduinen krijgen scholing via e-learning om kennis aan te reiken over het ROM proces en hen inzicht te geven in te gebruiken meetlijsten en de interpretatie van de resultaten. De modules zijn op maat gemaakt voor Rivierduinen. Andere instellingen hebben inmiddels interesse getoond in dit programma.

PB

De scholing via Internet bestaat uit twee modules. In de eerste maken medewerkers kennis met het nut en de noodzaak van ROM en de belangrijke rol die zij spelen in dit proces. Daarnaast leren ze over het toepassen van ROM in de dagelijkse behandelpraktijk, het optimaal kunnen gebruiken van ondersteunende computerprogramma’s en de meetregels. In de tweede module draait het om de inhoud van de vragenlijsten, de interpretatie van de testuitslagen en het gebruik van de resultaten in de behandeling. Het volgen van de modules kost maximaal een uur. Hierna volgt een ‘klassikale’ bijeenkomst die meer in het teken staat van intervisie en het delen van ROM ervaringen. Voor nieuwe medewerkers maakt de e-learning deel uit van het introductieprogramma.


8

#2-2013

10 4

1

2 9

6 5 3

7

8

R

ivierduinen kende vorig jaar een aantal verhuisbewegingen. Maar de verhuiscarrousel draait door! Want tot begin 2015 staan er nog diverse verhuizingen op stapel. Het programma ‘Plaats voor Zorg’ behelst een groot aantal verschuivingen over meerdere centra. Uitgangspunt is om alle onderdelen van Rivierduinen zoveel mogelijk te huisvesten in eigen panden. Hoe minder geld Rivierduinen kwijt is aan huisvesting, hoe meer geld zij kan besteden aan goede zorg. Bij alle verschuivingen kijkt Rivierduinen welke huisvesting past bij haar patiënten.

Tessel Linders, hoofd Technisch Management Vastgoedbedrijf: “Het is een ingewikkeld schema, waarbij de ene beweging direct effect heeft op de andere. Het programma bevat een groot aantal verhuizingen van klinieken, ambulante voorzieningen en ondersteunende onderdelen, sloop van een aantal leegkomende panden in Oegstgeest en tenslotte verhuur of verkoop van resterende gebouwen. Het programma raakt veel patiënten en medewerkers, we werken daarom nauw samen met alle betrokken partijen om de verhuizingen goed te laten verlopen.” Hiernaast staan volgens voorlopig plan de aankomende verhuizingen. Er kunnen nog wijzigingen optreden. MH

VERHUISBEWEGING

1

Verhuizing van Kliniek De Wijk (langer- begin mei durende zorg) in Oegstgeest, verhuist naar Rijnveste in Leiden

2

Intensieve Zorg van GGZ Leiden verhuist 3e/4e kwartaal 2013 naar een ander gebouw op het terrein aan de Endegeesterstraatweg in Oegstgeest.

3

Bureau Jeugdzaken vertrekt uit Rijnveste in Leiden.

uiterlijk 1 oktober 2013

4

Sloopwerkzaamheden op het terrein aan de Endegeesterstraatweg in Oegstgeest

2e/3e kwartaal 2013

5

De poli’s van GGZ Leiden op de 2e etage eind 2013 van Rijnveste verhuizen naar de 1e en 3e verdieping, om de vloer vrij te maken voor Centrum Eetstoornissen Ursula.

6

Inpassen van staf GGZ Leiden in Rijnveste in Leiden.

eind 2013

7

Het Servicebedrijf verhuist naar verschil- lende gebouwen in Oegstgeest.

2e kwartaal 2014

8

Centrum Eetstoornissen Ursula verhuist van uiterlijk 3e kwartaal Leidschendam naar Rijnveste in Leiden. 2014

9

Het Vastgoedbedrijf verhuist naar het Gezondheidscentrum in Oegstgeest.

10 Huurcontract kasteel en oranjerie loopt af.

WANNEER

3e kwartaal 2014 uiterlijk november 2016


PB

#2-2013 9

Naam: CHRIS KOREVAAR Functie: klinisch psycholoog

T

oen Chris Korevaar aan de opleiding Psychologie begon, wist hij nog niet welke kant hij op wilde. Maar tijdens zijn studie ging Korevaar vrijwilligerswerk doen met psychiatrische patiënten. “Ik ontdekte dat het hele interessante mensen zijn. Het centrale thema bij hen is ‘hechting’: in hoeverre is iemand in staat om het contact aan te gaan met anderen? De een houdt afstand en wil zich niet hechten, een ander is juist heel afhankelijk of explosief in het contact. In de behandeling ga je dat bespreken en bewerken. Het gedrag kan zeer hardnekkig zijn. Maar als je patiënten mee kan nemen in een behandelproces, merkt dat ze meer inzicht in zichzelf krijgen en later ook veranderingen kunnen aanbrengen in hun leven, geeft dat veel voldoening.” De vierjarige master-opleiding tot psycholoog was slechts het begin van zijn loopbaan. Na zijn afstu-

deren, kon Korevaar al vrij snel instromen in de GZ-opleiding bij de Robert-Fleury Stichting. Deze opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog duurt twee jaar en was een mogelijkheid voor Korevaar zich te specialiseren in behandeling en diagnostiek. En dan met name voor persoonlijkheidsstoornissen. Want daar ligt zijn interesse. “Het is bijzonder om te zien dat iemand die binnenkomt met een persoonlijkheidsstoornis, na de behandeling niet meer voldoet aan die criteria. Er is dan bijvoorbeeld alleen nog sprake van kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis of een bepaalde persoonlijkheidsdynamiek. Iemand is op een hoger niveau van functioneren gekomen, doordat hij of zij nu wel een baan of relatie kan volhouden.” Na de fusie tussen Robert-Fleury en de Rijngeest Groep in 2005, kon Chris Korevaar verder leren bij Rivierduinen. Hij deed dit door de

opleiding tot Klinisch Psycholoog te volgen. Deze specialistische studie duurt vier jaar en is een vervolg op de postmaster-opleiding tot GZ-psycholoog. Behalve een verdieping van behandeling en diagnostiek van ernstige en complexe psychiatrische stoornissen, heeft de opleiding nog twee belangrijke onderdelen; onderzoek en management. Klinisch Psychologen kunnen wetenschappelijk onderzoek coördineren en uitvoeren en hebben management- en onderwijsvaardigheden. Hierdoor kunnen zij leidinggevende of beleidsmatige functies bekleden binnen een organisatie. Zo is Korevaar, naast behandelaar, ook zorgprogrammacoördinator Persoonlijkheidsstoornissen bij GGZ Midden-Holland. Bij RINO Utrecht is hij docent psychodiagnostiek. Op deze manier komen de diverse onderdelen van de KP opleiding terug in zijn werk. “Die afwisseling maakt mijn baan zo leuk. Ik kan

mij bezig houden met diagnostiek en behandelingen, maar vanuit mijn taak als zorgprogrammacoördinator kan ik ook op beleidsniveau invloed uitoefenen op de inhoud en kwaliteit van zorg. En ik kan lessen en trainingen geven en supervisie leiden.” Die brede interesse heb je zeker nodig als Klinisch Psycholoog. “Het is een specialisatie, maar ook een verbreding van je vakgebied. Je moet op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, technieken en therapieën, door naar congressen te gaan en onderzoeken te lezen. Dat moet je wel interessant vinden! Verder is het belangrijk dat je authentiek blijft. Je moet jezelf durven zijn en goed voor jezelf zorgen. Als ik straks naar huis ga, laat ik mijn werk even los. Anders vind ik het te belastend. Tot slot heel belangrijk - je moet het leuk vinden om met mensen te werken! Dat is een vereiste als je dit werk wilt doen.” KB


HS

#2-2013

HS

10

Rivierduinen en Ipse de Bruggen hebben in Klinisch Centrum Kristal (KCK) hun kwaliteiten en expertise gebundeld om patiënten met complexe problematiek gespecialiseerde hulp te bieden. Het gaat om patiënten met psychiatrische aandoeningen in combinatie met een verstandelijke beperking.

K

linisch Centrum Kristal biedt diagnostiek, advies en behandeling. Het doel van de bijzondere samenwerking is om psychiatrische zorg beter binnen bereik te brengen van mensen met een verstandelijke beperking. Het is een doelgroep die vaak buiten de boot valt. In 2005 is KCK ontstaan en in maart 2013 opende de nieuwbouw KCK zijn deuren: hoogste tijd dus om een kijkje te nemen in dit centrum. RUSTGEVENDE EN VEILIGE SFEER

Klinisch Centrum Kristal ligt op het rustige, groene terrein van buurtschap Crayenburch in Nootdorp. “Het gebouw, ontworpen door architect Andrea Möhn, is ecologisch gebouwd”, vertelt Simone de Jonge, manager van het behandelcentrum. “We hebben een warmte en koude opslag onder de grond. Daardoor kunnen we in de winter energiezuinig verwarmen en koelen in de zomer.” Het

gebouw is bijna 3000 vierkante meter en heeft plek voor 40 patiënten, inclusief 10 bedden voor crisisopvang. Binnen in het gebouw is een rustgevende en veilige sfeer gecreëerd, door het gebruik van zachte, niet-prikkelende kleuren en met zorg geselecteerde meubelen. “We hebben alle ruimtes op een zelfde manier ingericht, waardoor het interieur rust en eenheid uitstraalt. Overal zie je wit, grijs en lichtgeel als basiskleuren, met subtiele en variërende accenten in de verschillende huiskamers. Ook de meubelen zijn overal hetzelfde: wit met hout en het meeste is op maat gemaakt. Alle patiënten hebben een eigen kamer met sanitair. Overal is aandacht besteed aan kwaliteit. De boxspringbedden, het linnengoed, de gordijnen, het dekbedovertrek met het logo; Klinisch Centrum Kristal heeft de sfeer van een hotel, maar met de veiligheidsmaatregelen van een kliniek”, aldus De Jonge.

600 TOT 850 PATIËNTEN PER JAAR

Mensen vanaf 16 jaar met een IQ beneden 85 kunnen bij KCK terecht. Er is geen ondergrens wat betreft intelligentie. Wel moet, naast de verstandelijke beperking, sprake zijn van een psychiatrische stoornis of het vermoeden daarvan. Ook moet er een gerichte vraag zijn over diagnostiek en advies dan wel behandeling. Simone de Jonge: “Het centrum is bovenregionaal, hoewel de meeste mensen uit de regio komen. Vaak zijn het mensen die zijn uitgevallen in de sector Verstandelijke Gehandicapten (VG), vanwege hun psychiatrische problematiek, of niet geholpen kunnen worden door de GGZ vanwege hun verstandelijke beperking. Een huisarts, VG-, GGZinstelling of MEE (ondersteuning van mensen met een beperking) verwijzen patiënten door, anderen komen intern van Ipse de Bruggen of Rivierduinen. Er blijkt een grote vraag te zijn naar specialistische

diagnostiek en klinische behandeling van deze doelgroep. Wij zullen op jaarbasis zo’n 600 tot 850 patiënten zien.” TOEGESPITST OP HET INDIVIDU

Patiënten kunnen rekenen op een behandeling die is toegespitst op hun specifieke vraag en behoefte. Het betreft een vaak kwetsbare groep. Daarom wordt er gewerkt in kleine, afzonderlijke groepen. Naast een crisisunit en een ‘subacute groep’ is er een groep voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, met een posttraumatische stressstoornis, autisme en moeilijk verstaanbaar gedrag. Ook is er een groep voor diagnostiek en advies. Iedere ochtend krijgen patiënten een map waarin staat wat hij of zij die dag voor programma heeft aan activiteiten en therapieën. Patiënten die niet kunnen lezen, krijgen een programma dat is opgebouwd uit pictogrammen. De dagbehandeling is volop in ontwikkeling, vertelt De Jonge: “We


RE

#2-2013 11

De sfeer van een hotel met de veiligheidsmaatregelen van een kliniek

Het management van het Klinisch Centrum Kristal: Marion den Rooijen (l) en

besteden ons linnengoed niet uit, waardoor deelnemers van de dagbesteding de was kunnen verzorgen. Ook hebben we een catering, bestaande uit patiënten, die koffie en thee schenken bij vergaderingen. De bedoeling is dat we zoveel mogelijk een ‘self-supporting’ kliniek worden.” MULTIDISCIPLINAIRE TEAMS EN KWALITEIT

In Klinisch Centrum Kristal werken verschillende deskundigen met elkaar samen. Het team bestaat onder anderen uit psychiaters, GZ-psychologen, een arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG), diverse vaktherapeuten, verpleegkundigen, gespecialiseerde begeleiders en een maatschappelijk werker. “De medewerkers zijn deels in dienst van Ipse de Bruggen en deels in dienst van Rivierduinen. Zo komt de AVG als regel altijd van Ipse de Bruggen en de psychiater van Rivierduinen, vanwege de specialiteiten van de

beide organisaties”, legt De Jonge uit. Elke deskundige doet vanuit het eigen vakgebied diagnostisch onderzoek. Nadat de patiënten zijn geobserveerd en onderzocht, maakt het multidisciplinaire team samen een advies voor verdere begeleiding en behandeling. Er wordt veel aandacht besteed aan de expertise van de medewerkers om integratie van kennis vanuit zowel GGZ als VG te integreren. KCK neemt deel aan de expertgroep Psychiatrie en Verstandelijke Beperking binnen Rivierduinen. Hier wordt samen met de poliklinieken van Kristal een zorgaanbod ontworpen dat nauw aansluit bij de zorgprogrammagroepen van Rivierduinen. TERUGPLAATSGARANTIE

Klinisch Centrum Kristal biedt patiënten zowel psychiatrische diagnostiek en behandeling als begeleiding vanuit het orthopedagogisch groepsmodel, toegespitst op het individu. Naast het werken

aan herstel van dagritme en het vergroten van vaardigheden, bestaat de behandeling uit cognitieve gedragstherapie, psycho-educatie, vaardigheidstraining, psychomotore therapie, speltherapie, logopedie, EMDR, fysiotherapie en medicamenteuze therapie. Familie, begeleiders en hulpverleners worden zoveel mogelijk betrokken bij een behandeling. “De komende jaren krijgt ambulantisering een steeds belangrijkere rol in de zorg. Klinisch Centrum Kristal is een onderdeel in de keten, onder andere met de poliklinieken van Kristal. Opnames kunnen heel kort zijn, bijvoorbeeld enkele dagen voor een crisisopname of zes weken voor medicatieregulatie. Een opname bij ons duurt nooit langer dan negen tot twaalf maanden en heeft een terugplaatsgarantie in de setting van herkomst”, aldus De Jonge over het klinisch aanbod van KCK. KB

Simone de Jonge (r)

DE PARTNERS Ipse de Bruggen ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking in het dagelijks leven. Vanuit het motto ‘Iedereen is bijzonder’ biedt de organisatie hulp op het gebied van wonen, werken, leren en recreëren. Ontplooiing van de individuele kwaliteiten staat centraal. Betrokkenheid en passie zijn leidraad in de behandeling en deskundigheid is de kracht. Rivierduinen biedt, onder het motto ‘Beter binnen bereik’, zorg aan mensen met psychiatrische problematiek. Vanuit de regionale en specialistische centra staan professionals klaar om cliënten thuis, poliklinisch of klinisch te behandelen. Eigen regie staat centraal en zorg op maat is de kracht. In de periode na het interview is bekend geworden dat alle medewerkers van het KCK om praktische redenen in dienst komen van de nieuwe Stichting KCK.


12

#2-2013

Zit iets je al jaren dwars, of wil je juist iets geweldigs over de bühne brengen: in R krijg je een pagina om dat met de lezers te delen. Het idee is vergelijkbaar met de Speakers’ corner in Londen, waar mensen hun mening verkondigen over politiek, cultuur en religie, vaak staande op een zeepkist. Heb je een onderwerp dat je wilt aansnijden? Meld je aan via a.bromberg@rivierduinen.nl.

PB

Wies van den Nieuwendijk

af: de ene keer is het puur lotgenotencontact, de andere keer een informatieavond over een bepaald thema. We wijzen onze leden de weg in het doolhof van wet- en regelgeving, bijvoorbeeld rondom gedwongen opname en privacy. Voordat ouders met hun kind bij de GGZ terechtkomen, hebben ze vaak al een lijdensweg achter zich. Als je in Nederland je been breekt, word je per omgaande naar het ziekenhuis afgevoerd, maar als je kind knalpsychotisch is, moet je als je pech hebt eindeloos wachten. Natuurlijk willen ouders ook bij de GGZ hun verhaal kunnen doen, maar dat gaat vaak niet vanzelf. Wanneer een doorgedraaide patiënt tegen zijn behandelaar zegt: ‘Ik wil niet dat je met mijn moeder praat’, heb je als ouder een groot probleem. Wij weten welke wegen je dan kunt bewandelen om toch te worden gehoord.

De vorige aflevering, over de rol van familie, was me uit het hart gegrepen. Ik dacht meteen: daar kan ik mooi bij aansluiten, ik stap ook op die zeepkist – en wel om een lans te breken voor het lotgenotencontact. De onschatbare waarde daarvan heb ik aan den lijve mogen ondervinden.

J

aren geleden bleek mijn zoon, toen veertien jaar, psychisch ernstig ziek te zijn. Het was het begin van een onvoorstelbaar zware periode. Ik ben alles gaan lezen wat los en vast zat over schizofrenie en psychoses. In een van de boeken kwam ik het adres tegen van de vereniging Ypsilon (officiële huidige naam: ‘Vereniging van familieleden en naasten van mensen met een verhoogde kwetsbaarheid voor psychose’). De eerste bijeenkomst die ik bezocht, betekende voor

mij een keerpunt. Ik ontmoette mensen die me precies begrepen zonder dat ik veel hoefde uit te leggen. De erkenning, de herkenning, de steun – het was, en is nog steeds, één groot warm bad! Een ervaring die ik al mijn lotgenoten gun. Daarom ben ik zelf actief geworden binnen de vereniging. Overigens pas na tien jaar, want om anderen te kunnen helpen, moet je eigen situatie wat gestabiliseerd zijn, moet je al een en ander hebben verwerkt. Ik zit nu in het bestuur en ben groepsleidster voor

de regio Alphen/Gouda. Mooi en dankbaar werk. Buitenstaanders kunnen zich niet voorstellen hoe het is om te leven met iemand met psychoses, vooral als het je eigen kind is. Contact met lotgenoten is dan goud waard. Bij Ypsilon zien we nieuwkomers vaak volkomen radeloos op een verenigingsavond binnenkomen en later lyrisch vertrekken: voor het eerst in hun leven voelen ze zich begrepen en gehoord. We wisselen de inhoud van de bijeenkomsten

Gelukkig verwijzen ook steeds meer hulpverleners familie door naar Ypsilon. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat lotgenotencontact is. Want één ding weet ik zeker: als ouder van een kind met schizofrenie heb je levenslang. Natuurlijk is er tegenwoordig heel veel informatie te vinden op internet, maar dat vervangt nooit het rechtstreekse contact met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. We luisteren naar elkaar zonder te (ver) oordelen, bij ons is er geen sprake van taboes of schaamte. We delen onze emoties en leren van elkaar dat er altijd ook weer betere tijden komen. Uit volle overtuiging zet ik me in voor mijn lotgenoten. Ik ben blij dat ik dit kan doen en realiseer me: dankzij alles wat ik heb meegemaakt kan ik anderen helpen. Dus heeft alle ellende toch zin gehad... FF


#2-2013 13

“De grootste vermindering is mogelijk in het onderwijs. Daar moet het besef doordringen dat afwijkingen gewoon zijn. Dat je nu eenmaal drukke, eenzelvige, dromerige en agressieve kinderen hebt. Als een kind lastig is in de klas, betekent het niet dat het een ziekte heeft en pillen moet slikken. ‘Terug naar normaal’: een mooi thema voor bijscholingscursussen voor leraren op de basisschool.” Aleid Truijens, de Volkskrant - 1 april

Lintje voor vrijwilliger Rivierduinen

Mevrouw Mandema-Wynia kijkt graag terug op deze jaren. “Ik begon in ‘79 met het bezoeken van twee bewoners. De eerste dag vond ik best spannend! We waren goed voorbereid, maar ik had geen idee wat mij te wachten stond. Op de fiets er naar toe deed ik nog even snel een schietgebedje. Maar het werk bleek bij mij te passen. Als bezoekvrijwilliger moet je heel goed onthouden dat er een verschil is tussen bemoeien en helpen. Het eerste doe je voor jezelf, het tweede voor een ander. Daarnaast is het ontzettend belangrijk dat je goed luistert naar de mensen. Dan kun je aansluiten bij hun belevingswereld. Het is

een duurzame verbinding die je aangaat: ik heb mijn eerste twee bewoners wekelijks bezocht, tot aan hun overlijden.” Het lintje was een complete verassing. “Mijn schoondochter had mij meegevraagd naar een modeshow. Opeens stopten we bij het gemeentehuis en daar waren mijn kinderen en kleinkinderen! Het was een fantastische dag.” En nu is mevrouw Mandema-Wynia, samen met andere bijzondere mensen die een verdienste aan de Nederlandse maatschappij hebben gebracht, Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

HS

E

ind april ontving Nel Mandema-Wynia (80) een welverdiend lintje voor haar inzet als bezoekvrijwilliger bij Rivierduinen. In 1979 begon mevrouw Mandema-Wynia, destijds werkzaam als medisch analist, met het bezoeken van bewoners van Endegeest. In 2012, na drieëndertig jaar trouwe dienst en betrokkenheid, nam zij afscheid van Rivierduinen.

“Want dat is toch de lakmoesproef voor de beschaving van ons rechtssysteem: dat bij de veroordeling van een geesteszieke niet alleen rekening wordt gehouden met de bescherming van de samenleving en de rechten van de slachtoffers, maar ook met de zorg die een geesteszieke toekomt.” Yves Desmet, demorgen.be - 4 april

10 jaar EMDR in Nederland

D

e Vereniging EMDR Nederland (VEN) vierde eind april haar tienjarig bestaan. Ter ere hiervan is een jubileumboek samengesteld over deze therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van traumatische ervaringen (EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing). Hans Jaap Oppenheim (psycho-therapeut bij GGZ Duin- en Bollenstreek) en Carlijn de Roos (coördinator psychotraumacentrum GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen) waren nauw betrokken bij de organisatie van het congres. Met gepaste trots overhandigden Oppenheim en De Roos dan ook het jubileumboek aan Cécile Gijsbers van Wijk (Raad van Bestuur van Rivierduinen).   De Roos is vanaf dag één voorzitter van de VEN. Vanwege haar grote verdienste ontving ze het erelidmaatschap.

“Dat de dokter een mens is die zich al gaande weg ontwikkelt in zijn/haar loopbaan wordt vergeten en de interactie met de directe werkomgeving wordt systematisch verwaarloosd. Medische missers worden vaker veroorzaakt door stukgelopen onderlinge verhoudingen dan door ondeskundigheid van medici.” Prof. Dr. Angela Maas (hoogleraar cardiologie

“Een zeer groot voordeel van ouderdom is dat bijna elke fout aan je leeftijd wordt toegewezen.”

voor vrouwen in het UMC St Radboud) in Artsennet

Constant Nieuwenhuys, Nederlands kunstschilder (1920-2005)


14

#2-2013

DE EERSTE PSYCHOSE

“ De weg eruit is een een levenservaring, wijzer maakt” Het is december 2008 als de 18-jarige Ronald voor het eerst wordt opgenomen. Overal ziet hij ‘Betekenissen’. Ingewikkelde, filosofische vraagstukken, grote wereldproblemen en geheimzinnige verbanden nemen zijn gedachten en spraak over. Ook is het voor Ronald steeds lastiger een duidelijk onderscheid te maken tussen zijn ‘echte ik’ en ‘Goofy’ - een soort alter ego, ontstaan vanuit de bijnaam die zijn vrienden voor hem hadden.

D

e vertrouwenspersoon op school kan Ronalds stroom van ideeën en woorden niet meer volgen en neemt contact op met zijn ouders. De volgende dag wordt Ronald opgenomen in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. “Ik stond te veel open voor prikkels en verwachtingen vanuit de omgeving. Alles kwam binnen en betrok ik op mezelf. Daarbij was ik ontzettend verliefd en blowde ik heel veel. Ik kon het allemaal niet meer verwerken”, legt Ronald, inmiddels 22 jaar oud, uit. Vanuit Rivierduinen behandelt een team voor Kritieke Episode Psychose (KEP) Ronald. Hij heeft een vaste casemanager en een ergotherapeut helpt hem met het realiseren van dagelijkse activiteiten. Een psychiater schrijft zijn medicatie voor. Ook heeft hij, samen met zijn ouders, meegedaan aan een Multi-family Groep. Dit is een behandelvorm waar patiënten en familieleden werken aan doelen gericht op de vermindering van psychotische klachten. Na de acute opname in 2008 brengt Ronald zes maanden door

op de psychiatrieafdeling van het Utrechtse ziekenhuis. Psychose, bipolair, schizo-affectief, manisch. Allemaal stempels waar Ronald zelf niet zoveel mee kan, maar die volgens behandelaren bij zijn psychische toestand horen. Als hij in juni 2009 weer thuiskomt, krijgt Ronald ambulante hulp vanuit GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen in Gouda. Ook wil hij zijn school weer oppakken, maar de MBO opleiding waar Ronald op zat toen hij psychotisch werd, durft het niet aan. “Dat was een harde klap”, vertelt Ronald. “Ze wilden zwart op wit krijgen dat het niet weer zou gebeuren, maar dat kon ik ze niet beloven.” Een half jaar later gaat het helaas weer mis. Ronald moet begin 2010 voor een tweede maal worden opgenomen. Bij Rivierduinen dit keer. Na een periode van open en gesloten opname bij GGZ Midden-Holland, komt hij terecht in een woongroep voor jongeren. Tweeënhalf jaar woont Ronald met drie andere jongeren in deze beschermde woonomgeving, tot hij in april van dit jaar verhuist naar een ondersteunende woonvorm voor volwassenen. Erg spannend en behoorlijk wennen in het begin, maar ook duidelijk de start van iets

nieuws. “Ik voel eindelijk rust. Ik heb ook het gevoel dat ik de verwachtingen van de buitenwereld meer los kan laten. In de toekomst zou ik graag andere jongeren willen helpen die hetzelfde hebben doorgemaakt als ik. Het is ontzettend belangrijk dat er iemand is die naar je luistert en je helpt onderzoeken welke gedachten in de realiteit thuishoren en welke niet.” Ronald is behalve een diepzinnige, ook een hele creatieve jongeman. Tijdens zijn eerste opname is hij begonnen met schrijven. “Ik heb wel vijfhonderd pagina’s vol gepend. Schrijven is voor mij een manier om de dingen te verwerken en mijn gedachten te relativeren.” Maar ook muziek is een belangrijk onderdeel van zijn leven. Ronald is vier jaar vrijwilliger geweest bij een poppodium en gaat graag naar festivals. Nu hij meer rust ervaart, voelt Ronald er wel iets voor om een intensievere vorm van therapie te volgen. “Ik zou graag met iemand willen praten over mijn gedachten- en gevoelswereld. Ik ervaar mijn psychose niet alleen als een negatieve ervaring, maar vooral ook als een proces. De weg eruit is een leerweg, een levenservaring, die mij wijzer maakt.”

BEHANDELAREN: “Om jongvolwassenen als Ronald zo goed mogelijk te kunnen helpen, hebben we binnen Rivierduinen het Kritieke Episode Psychose (KEP) zorgprogramma”, vertelt Jacqueline Coppers, ergotherapeut bij GGZ Midden-Holland. “KEP biedt intensieve hulp aan jonge mensen met een eerste psychose en hun familieleden. Het zorgprogramma bestaat uit verschillende onderdelen. Medicatie is hier één van. Patiënten gemotiveerd houden voor het innemen van medicijnen is lastig, maar essentieel, omdat medicatie symptomen van een psychose verminderen.” “Een ander belangrijk aspect van de behandeling is psychoeducatie, waar cliënten informatie krijgen over hun ziektebeeld. Ze leren dan over de signalen, triggers, mogelijke oorzaken en gevolgen. Maar ook re-integratie in de samenleving speelt een hele belangrijke rol in de behandeling. We kijken of de jongere weer terug kan naar school, aan het


#2-2013 15

leerweg, die mij

JACQUELINE COPPERS EN GERARD VAN LEEUWEN werk of met dagbesteding aan de slag kan en wat hiervoor nodig is. We observeren waar iemands vaardigheden en valkuilen liggen en begeleiden de jongeren om hun leven weer op de rit te krijgen. De familie van de cliënt wordt in principe ook altijd bij de behandeling betrokken onder andere door middel van een Multi-family Group. Verder kunnen we vanuit KEP diverse therapieën aanbieden, door een beroep te doen op collega’s van Rivierduinen die niet bij ons vaste team horen. Bijvoorbeeld een psycholoog voor cognitieve gedragstherapie of behandelaren die gespecialiseerd zijn in Hallucinatie Integratieve Therapie (HIT), waar patiënten leren omgaan met stemmen.” “Patiënten leren aan de hand van een terugvalpreventieplan benoemen en herkennen wat ze kwetsbaar maakt voor een nieuwe psychose. Bijvoorbeeld stress of middelengebruik. Ook beschrijven ze in dit plan waar

anderen aan kunnen merken dat het minder goed gaat en hoe kan worden ingegrepen als terugval dreigt. Uiteindelijk zijn alle vormen van begeleiding en therapie vanuit KEP afgestemd op het individu en gericht op het vergroten van de eigen regie van de cliënt.” Gerard van Leeuwen, casemanager en Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige bij GGZ MiddenHolland geeft uitleg over het KEP team. “In dit team werken verschillende disciplines met elkaar samen om de gevolgen van een eerste psychose bij jongvolwassenen terug te dringen. Ons team bestaat uit een psychiater, twee casemanagers/sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, een ergotherapeut en een ambulant verpleegkundige. Wij werken ook samen met een woonbegeleider van Kwintes en een medewerker van Reaktgroep (dagbesteding, red.). Dat is erg prettig, omdat er vanuit verschillende hoeken kan worden meegedacht en de lijntjes

in de zorg kort blijven. Elke week hebben we teamoverleg waarin we het hebben over cases. We bespreken waar we tegenaan lopen en zoeken naar oplossingen. Ook overleggen we over mogelijke interventies en welke disciplines we daarvoor moeten inschakelen. Is het bijvoorbeeld wenselijk om verdiepend in het gezin van de patiënt te werken, of moet er meer aandacht gaan naar de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt. Alle aspecten van de behandeling komen aan de orde in een KEP overleg.” De meeste KEP cliënten van GGZ Midden-Holland zijn tussen de 18 en 30 jaar. Momenteel heeft het centrum 42 KEP cliënten, die tussen de één en vier jaar in behandeling zijn. Naast het versterken van de eigen regie en maatschappelijke participatie, is het volgens Gerard van Leeuwen essentieel dat de jongeren een luisterend oor krijgen. “Ze hebben vaak vreemde ervaringen en worden hierop aangekeken

door de buitenwereld. Dat kan iemand flink eenzaam maken. Erkenning voor wat ze voelen, beleven en zien is erg belangrijk. Als behandelaar moet je dus goed kunnen luisteren. Maar ook lotgenotencontact kan helpen. Sociale isolatie komt vaak voor bij deze jongeren. Door ervaringen te delen, merken ze dat ze niet de enige zijn en kunnen ze elkaar steunen. Lastig hierin is wel dat overbelasting op de loer ligt. Ze hebben vaak al genoeg aan zichzelf, zonder belast te worden met elkaars problemen. Wij zijn nog zoekende naar een goede balans hierin. Ervaringsdeskundigen zouden ons kunnen helpen dit meer van de grond te krijgen. Dat willen we in de toekomst graag verder ontwikkelen. Ook op het gebied van voorlichting – bijvoorbeeld op scholen – over psychose, vroegtijdige signalering, stigmatisering en ons behandelaanbod ligt een wens vanuit ons KEP team .” KB

<


16

#2-2013

EEN EERSTE

PSYCHOSE

KEP ZORGPROGRA MM A

Jaarlijks krijgen 2 op de 10.000 Nederlanders voor het eerst een psychose. n De eerste psychose ontstaa t meestal als ieman d tussen 16 en 25 jaar oud is. n De kans op een tweede psycho se is erg groot. n Zonder ee n goede behandeli ng is die kans 85 procen t.

RIVIERDUINEN

n

Doelgroep Jongeren van ongeveer 14 tot 35 jaar.

n

Wanneer? Zo snel mogelijk en 3 tot 5 jaar na een eerste psychose.

n

De principes Een benadering die is aangepast aan leeftijd, cultuur en sekse. n Ondersteunend aan de familie, als onderdeel van het zorgteam. n Betekenisvolle betrokke nheid combineren met expertise. n Maximeren van het hers tel en voorkomen van terugval gedurende de kritische periode. n

VROEGE SIGNALEN

K R ITISC

HE

EPISOD

E

De eerste dri zijn kritisc e jaar na een psy chose h.

VO O R E E N P S YC H O S E idelijk) Voordat de psychose (du k al bepaalde aanwezig is, zijn er vaa aspecifieke k klachten. Dit zijn vaa ls: klachten, zoa centratie; n verminderde con met denken; n moeite hebben n; n ter ugtrekke ; n overgevoelig zijn teding; bes ijds jet vri er nd mi n . sse n minder intere

Op socia al gebied Het treft jonge me nsen in e periode d en ie toekomst cruciaal voor hun is. Hoe lang er deze p ecifieke erio groter de Het hebben van deze asp conseque de duurt, hoe een tot jd alti t nties. klachten leidt nie se zich cho psy een at ord Op psych psychose. Vo isch gebie van: zijn ake d Getroffen manifesteert, kan er spr worden d ; cht o chose is n lichte achterdo traumatisc or een psy/of h en vero toe een stem horen, en psychisc en af n orzaakt he t is nie er t wa n zie s iet toe Hoe lang problemen. n af en er psych ische pro aanhoud (schaduw of lichtflits). blemen en, hoe g rote negatieve effecten. r de Op biolo gisch geb ied Structure le de hersen veranderingen in en ontsta an heel vroeg bij een psyc hose. Deze vera nderinge centrum n veroorza aantal cliĂŤnten akt word - of ze nu en of de oorzaak zijn van d GGZ Leiden ep moeten z 110 o snel mo sychose, GGZ Rijnstreek gelijk gestabilis 93 eerd word GGZ Midden-Holland en. 42 GGZ Duin- en Bollenstreek 90 GGZ Haagstreek/Zoetermeer *

BIJ RIVIERDUINEN

* De hulpverlening is ondergebrac ht bij de wijkteams in verband met het lagere aantal aanmeldingen in dit gebied.

De doelen Goede relaties bevorderen tussen huisartsen en specialisten zodat de periode van een onbehandelde psychose zo kort mogelijk is. n Zorgen voor tijdige en effectieve behandelingen in de vroege fase van een psychose zodat herstel wordt bevorderd en terugval wordt voorkomen. n Normaliseren van de erva ringen voor deze jonge mensen, het minimaliseren van stigmatisering en negatieve gevolgen als trauma depressie en zelfmoordpogingen. n Het optimaliseren van het functioneren binnen de familie, onderwijs, werk en sociale omgeving. n

De basis Het KEP zorgprogramma spiegelt zich aan een interventiemodel uit Birmingham (Verenigd Koninkrijk) ontwikkeld door Max Birchwood, klinisch psycholoog en onderzoeker aan de Universiteit van Birmingham.

n

Onderzoek Rivierduinen participeert in landelijk onderzoek, onder meer via het EDIT. EDIT staat voor Early Detection and Intervention Team en is de voordeur van KEP.

n

Bronnen: Rivierduinen, www.iris-initiative.org.uk, www.helpikhebeenpsychose.nl


#2-2013 17

Ieder jaar krijgt één of twee op de tienduizend Nederlanders een eerste psychose. Hoe sneller iemand hulp krijgt, hoe groter de kans op herstel. Het vroegtijdig signaleren van problemen is daarom van groot belang. Vroegdetectie bij psychose kan het risico op overgang naar een eerste psychose zelfs halveren.

ERVARINGSLIJSTEN

De eerste psychose ontstaat meestal als iemand tussen de 16 en 25 jaar oud is. Om jongeren met een verhoogd risico zo vroeg mogelijk te herkennen en behandeling aan te kunnen bieden, werkt EDIT met zogenoemde ervaringslijsten. Patiënten tussen de 14 en 35 jaar die zich aanmelden bij Rivierduinen vullen een EDIT Ervaringslijst in. Dit is een eerste screening naar verhoogd risico op psychose. Wanneer iemand een verhoogde score heeft, is dit een indicatie voor vervolgonderzoek. Dit gebeurt door het afnemen van

de Comprehensive Assessment of At-Risk Mental States (CAARMS). Wanneer blijkt dat er sprake is van een verhoogd risico, biedt EDIT preventieve Cognitieve Gedragstherapie (pCGT) aan. Dit is een aanvullende behandelmodule naast de reguliere zorg.

PB

D

aarom heeft Rivierduinen het Early Detection and Intervention Team (EDIT). EDIT geeft voorlichtingen en training, biedt consultatie voor verwijzers, doet aan diagnostiek en motivatieen adviesgesprekken en behandelt door middel van cognitieve gedragstherapie. Daarnaast bestaat vanuit EDIT de website nietgek.nl, met de daaraan verbonden helpdesklijn 0800-nietgek. Verantwoordelijk psychiater Rianne Klaassen: “Zorg zonder vroegdetectie is het kind met het badwater weggooien. Je strijdt tegen iets wat al in een veel eerder stadium had kunnen worden aangepakt of zelfs voorkomen. Maatregelen als de Ervaringslijst zijn waardevol omdat ze aansluiten bij die cruciale fase, waarin transitie voorkomen kan worden.”

2000STE ERVARINGSLIJST

Eind januari kreeg EDIT de 2000ste Ervaringslijst binnen. Van alle patiënten die bij Rivierduinen deze lijst hebben ingevuld, scoorde 37,7% verhoogd. Bij een groot deel van hen is vervolgonderzoek gedaan met CAARMS. Uiteindelijk bleek 9,5% van de aanmeldingen een verhoogd risico te hebben op een eerste psychose. Het gaat om 190 mensen die vervolgens pCGT hebben gevolgd. Het risico op transitie naar een psychose werd hierdoor gehalveerd. Daarnaast bleken 91 mensen de psychosedrempel al te hebben overschreden. Zij zijn direct doorverwezen naar de teams voor Kritieke Episode Psychose voor specialistische behandeling, om de Duur van de Onbehandelde Psychose (DOP) zo kort mogelijk te houden. “Deze cijfers maken goed duidelijk”, licht Rianne Klaassen toe, “dat vroegdetectie loont. De mijlpaal van 2000 Ervaringslijsten is bereikt door effectieve samenwerking van alle teams op het gebied van vroegdetectie van psychose. Elke zorgeuro die gaat naar vroegdetectie is goud waard!” KB

Rianne Klaassen, de voor EDIT verantwoordelijke psychiater bij Rivierduinen.


18

#2-2013

ONEENS

NEUTRAAL

‘Met de sluiting van het personeelsrestaurant verlies je meer dan dat je wint.’ EENS

JOS KERKMAN Directeur Algemene Zaken GGZ Duin- en Bollenstreek

ELLEN WAANDERS Arbo en verzuimspecialist, cluster HR

ANDRE ROMEYN Communications manager Shell Downstream

“Ondanks dat ik zelf geen gebruiker ben, heb ik daar in een andere baan wel prettige herinneringen aan. Je kunt dan even helemaal afstand nemen van je werk en samen met collega’s andere zaken bespreken. Dit kan overigens ook prima door tussen de middag een wandeling te maken! We moeten echter wel realistisch blijven; als het niet meer rendabel is, moeten we het sluiten of alternatieven bedenken.”

“Als werkgever moet je medewerkers een ruimte aanbieden waar zij kunnen pauzeren. Een goede pauze(ruimte) draagt bij aan adequaat je werk doen en blijven doen. Daarnaast is een restaurant een belangrijke vindplaats voor sociale en functionele contacten wat bij kan dragen aan werkplezier. Elkaar tegenkomen in de ‘wandelgangen’ levert veel op. Zeker bij een organisatie die over zoveel verschillende locaties beschikt. Natuurlijk moeten de kosten van een restaurant wel enigszins in verhouding staan tot de opbrengsten. Waar wij binnen Rivierduinen naar mijn smaak veel meer werk van zouden moeten maken is het inzetten van de restaurants als werkplekken voor onze cliënten. Personeelsrestaurants bieden mooie werk- en herstelmogelijkheden.”

“Lastige stelling, hoor! Je kunt er vele kanten mee op. Doordat ik de overwegingen voor sluiting niet helder op een rijtje heb, moet ik zeggen ‘neutraal’. Maar: in zijn algemeenheid ben ik zeker een voorstander van lunchen, even van je werkplek zijn, ‘hersteltijd’ inlassen, met zorg en aandacht eten en gezellig met collega’s lunchen en praten over andere dingen dan het werk. Ik vind het ook een goede zaak dat er in het personeelsrestaurant aandacht wordt besteed aan de gezonde keuze en dat er verse salades beschikbaar zijn, al is een kroketje op z’n tijd ook best lekker. Achter je bureau eten vind ik in ieder geval geen goede zaak en werkt volgens mij ook niet. Je wordt er ook niet productiever door omdat halverwege de middag je aandacht verslapt. Met het overslaan van pauzes lijk je tijdwinst te halen, je bent dan een halfuurtje eerder thuis. Maar wat heb je daar aan als je ’s avonds vermoeid op de bank zit?”

“Hoewel e-mail in een 24/7 omgeving soms reuze handig kan zijn, blijkt in de praktijk dat elektronische communicatie schijncommunicatie oplevert en niet bijdraagt aan oplossingen. Wij werken in een sterk procesmatige omgeving met grote onderlinge afhankelijkheid. Daarom hameren wij er intern op dat mensen verantwoordelijkheid nemen en persoonlijk contact met elkaar opnemen om te spreken over oplossingen. Persoonlijke communicatie is immers de meest effectieve vorm van communicatie. Bedrijfsrestaurants kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Daarnaast is de gezondheid en de veiligheid van onze medewerkers van groot belang. Goede rustpauzes zijn essentieel. Bij de laatste grote onderhoudsklus hadden wij in zes weken tijd 2500 extra mensen over de vloer. Die werken in een hoog tempo en onder druk, soms in shifts van 12 uur. Om te zorgen dat zij ook daadwerkelijk pauzes hebben en om te voorkomen dat zij in die tijd op zoek moeten naar voedsel, hebben wij hen toen 30.000 gratis maaltijden verstrekt. Het nemen van rustperiodes is belangrijk voor hun persoonlijke veiligheid, voor hun gezondheid en voor de kwaliteit van hun werk.” SMS

HS

JEROEN VOS Clustermanager Financiën/Bestuursadviseur


HS

#2-2013 19

Korsjan Punt, 46 jaar, is scheikundige en werkte als researcher bij Shell. Hij is ook zelfstandig ondernemer geweest (websites bouwen, mediaproducties) totdat hij in 2000 zijn eerste psychose kreeg. Sindsdien is hij in zorg bij GGZ Rijnstreek en heeft de diagnose schizofrenie. Punt werkt nu als ervaringsdeskundige bij GGZ Rijnstreek. Fotografie is zijn passie.

K

orsjan Punt: “Bij Rijnstreek maak ik deel uit van een pool van tien ervaringsdeskundigen. We leggen ons toe op ‘speeddaten’ (patiënten vertellen in tien minuten aan een aantal medewerkers hun herstelverhaal en gaan dan tien minuten met de hulpverleners in gesprek, red.), helpen patiënten bij het samenstellen van hun levensboek, geven voorlichting en twee van ons, onder wie ikzelf, doen audits.”

SPEERPUNTEN VAN HET VEILIGHEIDSBELEID n Veiligheid Management

Systeem n Veilig Incidenten Melden n Agressie in de zorg n Psychiatrische en somatische n n n n

comorbiditeit Suïcide preventie Medicatie (on)veiligheid Dwang en drang Brandveiligheid

“In mei vorig jaar volgde ik samen met Quirijn Spijker, uit onze pool, een opleiding tot auditor patiëntveiligheid vanuit cliëntenperspectief. Het landelijk platform GGZ verzorgde deze cursus in samenwerking met het Centrum voor Kwaliteit en Management in de Zorgsector (CKMZ). Doelgroepen zijn ervaringsdeskundigen en leden van de cliënten- en familieraad. Tijdens de opleiding hebben we veel geleerd over gesprekstechnieken, rapporteren en de acht speerpunten (zie kader, red.) van het patiëntveiligheidsbeleid.” “Inmiddels zijn er twee van deze audits geweest bij Rivierduinen. Bij GGZ Haagstreek heb ik voor het eerst als auditor meegewerkt. Deze audit hebben we gezamenlijk voorbereid met een kwaliteitsadviseur, de bestuursadviseur Kwaliteit, leden van de familie- en de cliëntenraad en de begeleider van het CKMZ. We hebben de speerpunten onder de auditoren verdeeld. Zo kon ik me voorbereiden op mijn ’eigen’ speerpunten.”

“Tijdens de voorbereiding vond ik dat we veel informatie te verwerken kregen. Uit deze berg put je je vragen voor je ‘eigen’ speerpunten. Die vertaalslag vond ik moeilijk. De audit zelf was leerzaam. Je spreekt veel mensen; een directeur, leden van de cliënten- en familieraad, leden van het management, een Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige, een psycholoog, maatschappelijk werk en een teammanager. Wat mij opviel was de openhartigheid en deskundigheid van de medewerkers. Ik vond het zwaar om alle informatie te verwerken. Je spreekt drie kwartier met een persoon. Ik heb helaas moeten afhaken na twee interviews.” De rapportage over de audit bij GGZ Haagstreek geeft inzicht in de huidige stand van zaken op het gebied van patiëntveiligheid. Deze is overwegend positief. Ook brengt de audit nieuwe thema’s en verbeterpunten in kaart waar de organisatie mee aan de slag kan. De opleiding van de auditoren en de eerste twee audits bij Rivierduinen vielen onder een pilot. De proef stopt en daarmee ook de externe begeleiding. Kwaliteitsmedewerkers van Rivierduinen begeleiden voortaan zelf de audits. Korsjan Punt: “Ik verheug me op de volgende audit en hoop deze helemaal af te kunnen maken.” KvB


20

#2-2013

BARON VAN MÜNCHHAUSEN: WIE WAS DAT OOK ALWEER? Karl Friedrich Hieronymus Baron von Münchhausen staat bekend als een verteller van sterke verhalen vol ongelooflijke gebeurtenissen. Hij leefde van 1720 tot 1797, was een Duitse edelman die in het Russische leger diende in de strijd tegen de Turken. Zijn sterke verhalen worden nog steeds als volksverhalen overgeleverd. De afbeelding hiernaast is een karikatuur van de baron van de hand van Gustave Doré (1832-1883).


#2-2013 21

BARONNEN EN HARTENJAGERS

Door buiten bestaande kaders te denken met vrijwel alle ketenpartners binnen een gemeente zet de Münchhausenbeweging zich in voor kwetsbare mensen die snel hulp nodig hebben en dat niet via gebaande paden krijgen. Bijvoorbeeld door verstarrende procedures. De kracht van deze beweging is het bieden van een totaaloplossing die organisaties los van elkaar niet kunnen geven. Door oplossingsgericht en desnoods buiten gebaande paden te denken en handelen.

D

eelname vanuit de GGZ is belangrijk omdat de meeste casussen GGZ-problematiek betreffen. Althans, dat is het beeld van veel andere samenwerkingspartners. “Het gaat vaak over verslaving, een lastige persoonlijkheid, vereenzaming of vervuiling. Niet per se problematiek die bij Rivierduinen thuishoort. Wij denken in de breedte mee vanuit onze expertise, leggen verbindingen, adviseren en maken ons mede verantwoordelijk voor de oplossing van problemen”, aldus Peter Vader, directeur algemene zaken van GGZ Leiden en Baron binnen de Münchhausenbeweging. CASUS

Een man heeft als gevolg van een psychose veel overlast in een buurt veroorzaakt. Uiteindelijk is hij met een rechterlijke machtiging in een kliniek opgenomen en dreigt zijn woning kwijt te raken. De woningbouwvereniging ziet de man graag bij de GGZ gehuisvest. Als deze man dakloos wordt, is het veel moeilijker voor hem om aan zijn herstel en rehabilitatie te werken en nemen kosten van zorg toe. Terugkeren naar de oude woning geeft onrust bij buurtbewoners

waardoor de kansen om te reïntegreren in de buurt klein zijn. Een oplossing kan zijn dat de woningbouwvereniging een andere woning in een andere wijk aanbiedt met een driepartijenovereenkomst. Het contract wordt getekend door de cliënt (de huurder), de zorginstelling en de woningbouwvereniging. De huurder wordt voor een afgesproken tijd begeleid. TIJDIG SIGNALEREN

Het gaat om mensen in verschillende leeftijdsgroepen met problematiek die varieert van zeer licht tot zeer intensief, die ondersteuning nodig hebben die varieert van tijdelijk tot permanent. Over het algemeen geldt: hoe ouder de groep, hoe ingewikkelder de oplossing. Daarom is tijdige signalering van belang. Met name jongeren van 16 tot 23 jaar vormen een cruciale groep die veel aandacht vraagt. Het is een groep die niet meer leerplichtig is en waar de situatie snel van kwaad tot erger wordt. Juist bij deze leeftijd is het van belang dat jongeren niet stilstaan maar leren of tijdig beginnen met werken. Zo niet, dan zijn ze al snel te duur en/ of om andere redenen oninteressant voor de arbeidsmarkt.

KLAVERBLAD

Door de korte lijnen is het mogelijk snel problemen op te lossen, deze manier van werken overstijgt de bureaucratie. Door met alle partijen in de keten om de tafel te zitten is er inzicht in het ‘klaverblad’ (zie kader): de aanwezigen zien waar zij van toegevoegde waarde kunnen zijn bij de vraagstukken van een ander. Op de bijeenkomsten wordt een aantal casussen ingebracht en besproken, groepen gevormd en tijdens het eten van een bord nasi wordt gekeken naar mogelijke oplossingen. Niemand zegt ‘nee’ op een hulpverzoek. Leiden is in 2012 begonnen met een Münchhausenbeweging. Partijen die aanschuiven bij deze bijeenkomsten zijn onder andere verpleeg- en verzorgingshuizen, stichting MEE, Humanitas, ambtenaren en wethouders vanuit de gemeente, maatschappelijke opvang, vluchtelingenwerk, instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, wijkagenten en de districtschef politie, woningcorporaties, zelfstandige adviseurs en ook GGZ. WvD

Bron: www.munchhausenrotterdam.nl

Veel stedelijke instellingen zijn vertegenwoordigd met ‘hartenjagers’ (de medewerkers die binnen de instelling tegen problemen aanlopen) en ‘baronnen’ (die kunnen faciliteren of beslissingen door kunnen drukken binnen de instelling). Vanuit GGZ Leiden zetten hartenjagers Tanja Reijerse en Marion Hageman en baronnen Albert Blom en Peter Vader zich in. TUSSEN WAL EN SCHIP

De bijeenkomsten van deze beweging zijn in 2005 in Rotterdam ontstaan. Gestart om kwetsbare mensen die tussen wal en schip vielen juist binnen de boot te houden. Mensen die vaak geen sociaal netwerk hebben waarop zij kunnen terugvallen. Veel organisaties kunnen een steentje bijdragen in hulp aan deze groep mensen maar geen totaalpakket bieden. Zij bieden hulp op het gebied van wonen of werk of leren of zorg. Niet op alle vier de gebieden tegelijk. Binnen de verslavingszorg betekent het bijvoorbeeld dat de effecten van verleende zorg uiteen vallen op het moment dat mensen buiten de voorziening op eigen kracht verder moeten gaan. Het lukt dan niet om aan huisvesting te komen of een baan te vinden. Al het goede, dat is opgebouwd, breekt al snel weer af. STEUNSYSTEMEN

De ambitie van de Münchhausenbeweging is om een gezamenlijke keten te organiseren rondom de vier componenten wonen, werken, leren en zorg (klaverblad) waarbij het belang van de mens centraal staat. Vanuit eigen energie en creativiteit gaan organisaties op zoek naar steunsystemen voor mensen die dit zelf niet kunnen realiseren. Het doel is om een lange termijn oplossing te bieden.


22

#2-2013

“Het feit dat wij banken moeten redden is al pervers. De bank krijgt de boodschap dat als zij het niet goed doet, de belastingbetaler toch klaar staat om haar te redden. Met ziekenhuizen wil ik zeker niet die kant op.” Edith Schippers, NRC - 30/31 maart

“Je kunt beter een been breken of dyslexie hebben. Daar heeft iedereen begrip voor. Als je zegt: ik heb iets geestelijks dan weten mensen niet hoe ze ermee om moeten gaan.” Een student in EenVandaag – 30 maart

In de prijzen door laag ziekteverzuim

T

eammanagers van Rivierduinen kregen maandag 25 maart tijdens een feestelijke bijeenkomst een plaquette van Vernet Verzuimnetwerk vanwege het lage ziekteverzuim in 2012. De teammanagers hebben in het terugdringen van ziekteverzuim een aansprekende prestatie geleverd. Met een 8,8 staat Rivierduinen op de tweede plaats van organisaties in de GGZ branche met een laag ziekteverzuim. De instelling had vorig jaar een verzuimpercentage van 3,9% en scoorde hiermee onder de streefnorm van 4%. Deze klinkende cijfers laten zien dat het project ‘Gezond Werken Doen We Samen’ vruchten afwerpt. Daarmee voert Rivierduinen actief beleid op verzuim(preventie). Bij verzuim wordt op zoek gegaan naar oplossingen door te kijken naar wat medewerkers nog wel kunnen. Een goede samenwerking en communicatie tussen medewerker en leidinggevende is hierin de sleutel. Op preventie wordt onder andere ingezet door online cursussen aan te bieden ter bevordering van mentale gezondheid.

“De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een louter beschrijvend model en zegt niets over het waarom. Dat boek is een arm model, maar we hebben niks beters. Maar ik vrees dat we niet zonder kunnen. Het handboek wordt nu beladen met alle zonden Israëls, maar het is ook maar wat het is: een startpunt waarmee een clinicus of therapeut aan de slag kan gaan.” Stephan Claes , hoogleraar psychiatrie aan de KU Leuven, Humo.be - 7 april

Kwaliteitsoorkonde voor psychiater Elise Knoppert

P

sychiater Elise Knoppert heeft onlangs een eervolle vermelding kwaliteit gekregen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Ze ontving de oorkonde van professor Aart Schene, voorzitter van de commissie Kwaliteitszorg van de NVvP. Knoppert zet zich al jaren in voor betere behandeling en de verbetering van de kwaliteit van het leven van mensen met een bipolaire stoornis. Ze richt zich vooral op kinderwens en zwangerschap bij patiënten met deze aandoening en heeft een unieke expertise in het begeleiden van vrouwen die onder het gebruik van lithium zwanger willen worden. Volgens de NVvP is Knoppert bovenal een echte psychiater op de werkvloer. ‘Ze staat voor haar patiënten, staat voor de kwaliteit van de zorg’. Knoppert werkt bij GGZ Rijnstreek.

Rivierduinen over op digitaal verwijzen met Zorgdomein

S

inds eind mei kunnen huisartsen digitaal verwijzen naar Rivierduinen. Dat kan met Zorgdomein, een verwijsapplicatie die huisartsen ondersteunt in het proces van verwijzen naar specialistische zorg, waaronder de GGZ. De applicatie biedt inzicht in het zorgaanbod van de regionale centra van Rivierduinen inclusief de wachttijden. De huisarts bepaalt samen met de patiënt welke zorgaanbieder het meest geschikt is. Hierna volgt een volledig elektronische afhandeling van de verwijsbrief, aanvraagformulieren en eventueel patiënteninformatie. Een goede verwijzing leidt tot een goed geïnformeerde patiënt die goed voorbereid bij de juiste hulpverlener terecht komt op het juiste spreekuur. Met Zorgdomein

ervaart de patiënt een grotere service omdat dubbelingen zoals onnodige bezoeken en consulten worden voorkomen. Reden genoeg voor Rivierduinen om mee te doen. Eerder dit jaar ging Rivierduinen al over op Zorgmail, het digitaal terugkoppelen aan de huisartsen over patiënten. Met Zorgdomein zet Rivierduinen een belangrijke stap om de relatie met de huisartsen verder te verstevigen. De implementatie vond plaats in nauwe samenwerking met de huisartsen en andere instellingen in noordelijke regio van het werkgebied van Rivierduinen: het Rijnland Ziekenhuis, het LUMC, het Diaconessenhuis en het laboratorium SCAL. Ook Sleutelnet en REOS (ondersteuning zorgverleners in de eerste lijn) waren er bij betrokken.


JANNEMIEK TUKKER

#2-2013 23

KRUISPUNT OP DE ENSCHEDESTRAAT “Andere mensen zien dit als plattegronden, maar ik zie hier de desorganisatie in. Het is heel erg druk, ik zit gevangen in een structuur, maar heb geen regie.” Jannemiek Tukker

Stel je voor dat je belevingswereld op een mysterieuze manier veranderd is. Volslagen onverwacht komen er onsamenhangende gedachten in je op, die zoemen als bijen in je hoofd. Ze lijken niet van jou te zijn. Waar komen ze dan vandaan? Je voelt je lichaam niet, waar begint en eindigt het? Het is daardoor angstaanjagend als andere mensen dichtbij komen. Je ervaart vreemde, alarmerende sensaties die je nooit eerder hebt gehad. Je lichaam lijkt af te brokkelen alsof je een nare ziekte hebt. Je hoort vreemde stemmen terwijl er niemand in de buurt is. Of je hebt het idee dat je gedrag door iets buiten jezelf wordt veroorzaakt. Je verliest de controle.

A

l deze vreemde gewaarwordingen voelen als een inbreuk op je innerlijke wereld. Mensen met schizofrenie hebben dit soort ervaringen, ze lijken niet meer zichzelf te zijn. Anderen begrijpen hen niet.

Mensen in de straat noemen hen ‘gek’. Behandelaren beschrijven de symptomen met hallucinaties, wanen en onsamenhangend gedrag. Is dat misschien een logisch gevolg van de verstoorde ervaringswereld van deze patiënten?

KLOOF

Er lijkt een kloof te bestaan tussen hoe mensen een psychose ervaren en hoe behandelaren deze beschrijven. Lot Postmes, psychiater bij het KEP-team van GGZ Leiden (KEP staat voor Kritieke Episode Psychose. Het KEP-team

biedt hulp aan mensen met (een eerste) psychose(s)), kijkt vanuit een fenomenologische benadering naar de klachten van patiënten en schreef mee aan een artikel over zelfstoornissen bij schizofrenie (Self-Disturbance in Schizophrenia: a Phenomenological Approach te Better Understand Our Patients - 2013). De fenomenologische benadering houdt in dat je kijkt vanuit de belevingswereld van de patiënt. Bizarre symptomen en verschijnselen worden op deze manier begrijpelijk gemaakt, patiënten voelen zich beter begrepen <


JANNEMIEK TUKKER

24 #2-2013


#2-2013 25

DE STILLE TOESCHOUWER OF WERVELINGEN “Volgens de yoga huist in ieder van ons een stille toeschouwer. Deze is versluierd door het wervelen van de geest. We kunnen haar vinden door het wervelen van de geest stil te leggen.” Jannemiek Tukker

en gehoord. Zelfstoornissen zijn abstract, wat deze inhouden komt soms beter tot uitdrukking in kunstwerken dan in woorden. VANZELFSPREKEND

Zelfstoornissen treden op ruim vóór dat sprake is van psychotische verschijnselen en lijken mede oorzaak van de bekende ‘knik in de levenslijn’ die vooraf kan gaan aan een psychose. Die persoon ontdekt dat er ‘iets’ veranderd is waar hij normaal niet bij stil staat. Wat dit ‘iets’ is, is zo vanzelfsprekend, dat er geen woorden voor bestaan. In het artikel wordt het volgende voorbeeld gebruikt: je neus is zo vanzelfsprekend dat je je niet bewust bent dat hij altijd aanwezig is in je gezichtsveld als je ergens naar kijkt. Stel dat je neus ineens verdwijnt, dan mis je iets, maar wat? Zo ervaren wij normaalgesproken ook ons ‘zelf’, in alles wat we doen als ‘iets’ dat altijd op de achtergrond aanwezig is.

Doordat er geen verschil was tussen gedachten, fantasie en herinnering had ik geen idee waar ik me in de tijd bevond. De tijd raakte verbrokkeld.*

CONTROLEVERLIES

CHAOS

VROEGE OPSPORING

Wat is normale zelfervaring? Dat je je bewust bent dat je de ‘eigenaar’ bent van je eigen gedachten en handelingen, dat je jezelf ervaart als constante door de tijd heen (in verleden, heden en toekomst) en dat je jezelf begrensd weet en jezelf kan onderscheiden van de omgeving (je kan jezelf niet verliezen, niemand kan door je heen kijken, je besturen of in je plaatsnemen). Al deze facetten van normale zelfervaring kunnen in mindere of meerdere mate gestoord raken bij schizofrenie. Mensen met deze aandoening verliezen de controle over ‘iets’ waarvan ze dachten dat het deel uitmaakt van hun ‘ik’. Zij raken zo het vertrouwde gevoel en betekenis van dingen kwijt en daarmee een solide basis in hun dagelijks leven. Hun ‘ik’ vervaagt. Zij hebben geen grip meer op zichzelf.

Als je jezelf niet of onvoldoende ervaart, dan lijkt het alsof een gesprek dat je met iemand voerde, misschien niet heeft plaatsgevonden. Fantasie krijgt dan net zo’n impact als reële gebeurtenissen: het verschil tussen fantasieën, herinneringen en realiteit wordt moeilijker. De belevingswereld raakt zo vreemd, chaotisch en gefragmenteerd.

Voor sommigen lijkt dit misschien een nieuwe benadering, het tegendeel is waar. Mede door de introductie van de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) verdween de belangstelling voor zelfstoornissen voor lange tijd naar de achtergrond. Mede dankzij de verhoogde aandacht voor vroege opsporing van psychose is de belangstelling voor zelfstoornissen de laatste jaren weer toegenomen. Deze manier van werken kost meer tijd, wat niet altijd makkelijk is gezien de huidige druk op productie. Maar in het 1e psychose team waar Postmes deel van uitmaakt, is het belangrijk om een relatie aan te gaan met patiënten, hen te binden en boeien. Begrip hebben voor het perspectief van patiënten is daarmee onlosmakelijk verbonden.

Deze onbegrijpelijke ervaringen vragen om een verklaring (meestal vinden patiënten deze in geesten, vergiftiging, straling of iets dergelijks).

Ik weet dat het mijn gedachten en lichaam zijn, maar ze voelen niet van mij, er is geen ‘ik’.*

* Uitspraken van patiënten over hun ervaringen.

Toen ik naar de douchekop keek, kreeg ik het Uit het artikel blijkt dat fenomegevoel alsof nologisch onderzoek inzicht kan mijn hersenen geven in de belevingswereld van mensen met schizofrenie, door krompen. te luisteren naar Als ik vroeger dit onbevooroordeeld de manier waarop deze mensen zich uiten. Niet alleen voelen soort sensaties zich meer gehoord en had, schreef ik dat patiënten begrepen, ook is het hiermee mogelijk om behandelingen beter op altijd toe aan anderen. Nu weet patiënten aan te laten sluiten. ik dat een verstoring in mijn hoofd deze vreemde ervaringen Mijn lichaam veroorzaakt.* bestaat uit jelly.* WvD


26

#2-2013

Kunst is volgens de kenners mensenwerk en bedoeld om onze zintuigen en geest te prikkelen door originaliteit en/of schoonheid. Hoe gevarieerd kunst is, tonen onze cliënten in deze rubriek.

WIE?

HS

Janny Vink (86) en Rie Mader (83) van Deeltijd Ouderen. Twee maal per week komen de vriendinnen naar Rijnveste in Leiden voor creatieve activiteiten, ondersteuning van een maatschappelijk werker en behandeling. “Maar dit vinden we het leukst!”, vertelt mevrouw Mader enthousiast over het schilderen. “We zijn helemaal lyrisch!”, vult mevrouw Vink aan. “Tijdens het schilderen vergeet je even wat je allemaal hebt aan pijntjes en leed. Je gedachten worden afgeleid en de tijd vliegt voorbij. Na afloop heb je echt een tevreden gevoel. Je hebt iets gepresteerd. Dat is zo heerlijk!” HOE HET BEGON

De twee dames kennen elkaar via de activiteitenbegeleiding ongeveer een jaar en hebben ontdekt dat ze veel met elkaar gemeen hebben. Zo kwamen mevrouw Vink en mevrouw Mader erachter dat ze, zonder het destijds te weten, in dezelfde wijk in Leiden zijn opgegroeid. Ook hebben ze steun bij elkaar gevonden omdat ze beiden hun man hebben verloren. “En we hebben allebei een half blind oog!”, grapt mevrouw Vink. En natuurlijk delen ze hun liefde voor schilderen. “We hebben samen al zeker tien schilderijen gemaakt. We kunnen wel een atelier openen”, zegt mevrouw Mader lachend. TALENT

Rie Mader; Janny was ziek en kon niet op de foto.

De dames hebben een bijzondere specialiteit. Ze transformeren bestaande, ietwat saaie, schilderijen tot kleurrijke en eigenzinnige kunstwerken. Er hangt inmiddels flink wat werk van hun hand op de afdeling. Alle medewerkers willen wel zo’n ‘opgepimpt’ schilderij aan de muur. “We raken geïnspireerd door het combineren van mooie kleuren”, vertelt mevrouw Vink stralend’. KB


HS

#2-2013 27

T

ineke Huijsen werkte twaalf jaar geleden als telefonisch verkoper toen het bedrijf failliet ging. Omdat ze al wat ouder was, bleek het moeilijk een nieuwe baan te bemachtigen. Uiteindelijk maakte ze met de uitkeringsinstantie de afspraak om zich als vrijwilliger in te zetten. Op die manier is ze ongeveer vijf jaar geleden bij GGZ Haagstreek aan de slag gegaan. Tineke Huijsen bezoekt één keer in de drie weken een patiënt van de langerdurende zorg van het circuit Ouderen. Met hem maakt ze uitstapjes in de omgeving van Leidschendam. “Ik neem hem graag ergens mee naar toe waar hij de weg niet kent”, vertelt Tineke Huijsen. “Hij is namelijk twee keer zo groot als ik en neemt ook passen die twee keer zo groot zijn. Als hij dan op bekend terrein is, ben ik hem zo kwijt. In een vreemde omgeving let hij tenminste goed op en blijft bij me in de buurt. Een hele zorg minder.” Naast bezoekvrijwilliger is Huijsen ook activiteitenbegeleider bij de opnamekliniek ouderen van GGZ

Haagstreek. Iedere dinsdagochtend is ze daar te vinden. “Ik speel een spelletje of ik help een patiënt met een bezoek aan de kapper of pedicure,” legt ze uit. “Of ik drink gewoon koffie met een patiënt. Vaak willen ze me van alles en nog wat vertellen. Ik luister graag naar hun belevenissen. Het geeft mij veel voldoening om op de afdeling te zijn, om met de mensen bezig te zijn. Met hen te praten en ze te kunnen helpen.” Tussen de middag

helpt de vrijwilliger met het dekken van de tafel en eet graag een hapje mee. Belangrijk voor Tineke Huijsen is wel dat ze op de hoogte is van wat er speelt op de afdeling. Ze is er één keer per week en in de tussenliggende periode is er altijd wat veranderd. “Ik drink eerst een kop koffie met de verpleging. Dan kunnen ze me vertellen over het wel en wee van patiënten. Of ze terug

naar huis zijn, of naar een verpleegof ziekenhuis zijn verhuisd. Soms overlijden ze. Ik vind het belangrijk dat ik weet wat er met de patiënten is gebeurd. Voorheen ging dat nog wel eens mis, maar sinds een jaar is dat - door bemiddeling van de coördinator vrijwilligerswerk sterk verbeterd. Dat bakkie koffie met de verpleging bij binnenkomst doet het hem. Die informatie heb ik nodig om met de mensen op de afdeling om te kunnen gaan.” MvdS



Rivierduinen - R 2013-2